George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Russische Federatie

Front National stuurt Philippot de laan uit. Anti-EU sentiment lijkt uitgewerkt

with one comment

Wie kent Florian Philippot niet? Op sociale media is hij alomtegenwoordig. Zelfs met mij ging hij in debat. Hij was vice-voorzitter van het Front National, maar is dat niet langer. Hij stapt uit de partij omdat hij aan de zijlijn gezet werd. De portefeuille  ‘Strategie en Communicatie’ werd hem gisteren ontnomen. Omdat hij geen zin heeft om vice-president van niks te zijn houdt hij het voor gezien. De reden die de partij aanhaalt is dat hij na de nederlaag van afgelopen mei een partij in de partij had opgericht, de vereniging Les Patriotes. Philippot ziet dat als voorwendsel (‘pretext’) om van hem af te komen. Wat is de werkelijke reden? Is dat een richtingenstrijd met de oude garde die zich wil focussen op het onderwerp migratie, en niet op EU en euro?

Was Philippot te gematigd voor het Front National, zoals wordt beweerd? Maar hoe gematigd kan een agenda zijn die zich verzet tegen de EU? In elk geval is wat het Front National nu overkomt een les voor andere Europese radicaal-rechtse partijen. Na de verkiezing van Trump, Brexit en de bezetting van de Krim is de steun voor de EU bij grote delen van de bevolking gegroeid. Minder burgers willen zich in onbekende avonturen storten. Ook daarom doen radicaal partijen op links en rechts er verstandig aan om de bakens te verzetten. Het anti-EU en anti-euro sentiment is over het hoogtepunt heen. Daar valt weinig electoraal succes te halen. Vanuit de eigen logica doet een partij als de PVV er daarom verstandig aan zich te richten op de oude ‘praatpunten’ en niet langer energie te besteden aan het aanvallen van het bestaansrecht van de EU.

Advertenties

Kremlin reageert afwijzend op video met Morgan Freeman die oproept tot een degelijk Rusland-onderzoek. Want het is oorlog

with 2 comments

Acteur Morgan Freeman legt namens lobbygroep ‘Committee to Investigate Russia’ de vinger op de zere plek. Het is een initiatief van regisseur Rob Reiner en vraagt om degelijk onderzoek naar de Russische inmenging in de presidentsverkiezingen van november 2016. Drie aspecten staan ter discussie: de Russische aanval op de Amerikaanse electorale systemen, de Russische desinformatie campagne via sociale media en de mogelijke links van het Kremlin met het campagneteam van Trump. Want 1 + 1 = 2. Indien president Trump onderzoek blokkeert en woedend was naar minister van Justitie Jeff Sessions omdat die zichzelf terugtrok (‘recuse’) en zo het initiatief uit handen gaf voor de aanstelling van speciale aanklager Robert Mueller, dan geeft dat aan dat Trump het Rusland-onderzoek niet van harte steunt. Dat geeft aan dat Trump iets te verbergen heeft.

In een reactie waardeert het Kremlin bij monde van woordvoerder en rechterhand van president Putin Dmitry Peskov Freemans oproep als ‘emotionele stress’, volgens een bericht in The Moscow Times. Volgens Peskov redeneert Freeman ‘zonder echte informatie over de echte toestand van de dingen’. Maar juist dat is waar het ‘Committee to Investigate Russia’ om vraagt. Om degelijk onderzoek zonder de rem erop en openheid van zaken zodat alle informatie ontsloten wordt. Peskov meent dat de oproep van Freeman met verloop van tijd zal betijen. Maar eerder lijkt het omgekeerde waar. Speciale aanklager Mueller gaat in zijn Rusland-onderzoek doelgericht, professioneel, onverschrokken en zonder aanzien des persoons te werk. Als het net zich sluit om Trump, dan kan zich ook het net om Putin sluiten. Zelfs voor de macht in het Kremlin is dat niet ongevaarlijk.

Nederlandse overheid beseft urgentie van cybersecurity en cybercrime niet

with one comment

De wereldvreemdheid van de Nederlandse overheid en politiek is immens. Het doet er alles aan om te suggereren dat Nederland een eiland is. Neem het onderwerp cyberveiligheid. Afgelopen woensdag 13 september hield Director of National Intelligence Dan Coats een toespraak op de Billington Cybersecurity Summit in Washington. Hij schetst een beeld van bedreigingen van de kritische infrastructuur of het hacken van bedrijfsnetwerken van de Amerikaanse defensie-industrie en technologiebedrijven. Tegelijk verdedigde hij zich tegen zijn voorganger James Clapper (‘former officials’) die kritisch is op de aanpak van cyberveiligheid door de regering-Trump en houdt hij een pleidooi voor hechte samenwerking met het bedrijfsleven.

Of de Amerikaanse regering goed, niet goed genoeg of verkeerd bezig is valt te bezien, maar in elk geval zegt Coats de ernst van de dreiging van landen als de Russische Federatie, China, Iran of Noord-Korea te beseffen. Zijn waarschuwing is duidelijk: ‘We have not experienced yet a catastrophic attack. But I think everyone in this room is fully aware of the ever-growing threat to our security.’ De klap kan elke moment komen, in elk land. Ook in Nederland. Overigens is de Amerikaanse overheid niet alleen in de verdediging, maar valt het andere landen aan, zoals de geschiedenis met het Israëlisch-Amerikaanse Stuxnet verduidelijkt. In 2009 werd met fataal gevolg een virus geplaatst in ultracentrifuges die deel uitmaakten van de Iraanse nucleaire industrie.

Nog in juni 2017 was er de kwaadaardige software van het Petya-virus die was bedoeld om de Oekraïense economie schade toe te brengen. Het verspreidde zich door heel Europa en bracht vele bedrijven schade toe. Terwijl de aanval niet eens op die bedrijven was gericht. Gezien de sinds 2014 woedende oorlog tussen Oekraïne en de Russische Federatie die niet alleen op het slagveld in Oost-Oekraïne, maar ook in de publiciteit en de digitale wereld wordt uitgevochten bestaat het sterke vermoeden dat het virus met medewerking van het Kremlin vanuit de Russische Federatie werd verspreid. Als het tegen een NATO-lid was gericht en er cruciale schade aan de infrastructuur van betreffend land was aangebracht, dan had het als een oorlogsdaad opgevat kunnen worden dat artikel 5 in werking zette. Een voor allen, allen voor een. Zonder dat een aanval op Nederland is gericht kan ons land door een digitale aanval dus in een oorlog betrokken worden.

Cyberveiligheid is niet hetzelfde als cybercriminaliteit, maar er zijn raakvlakken. Terroristen hebben vaak vanuit hun verleden contact met criminele netwerken opgebouwd. Dat geldt voor een land als de Russische Federatie waar directe lijnen lopen van overheid naar maffia. Ook in de VS is dat het geval waar president Trump voor zijn vastgoedprojecten contacten had met de Russische (Semjon Mogilevitsj) en de Russisch-Amerikaanse maffia (Felix Sater). Overheidsdiensten moeten nauw samenwerken om de digitale dreiging te weerstaan. Want elke zwakke plek wordt opgezocht en kan worden afgestraft. De gevolgen kunnen desastreus zijn. Bovenwereld en onderwereld, criminaliteit en traditionele oorlogsvoering zijn vermengd geraakt.

Is Nederland er klaar voor en beseft het de urgentie van de situatie? Nee, het lijkt er in de verste verte niet op. Gerrit van der Burg is als voorzitter van het College van procureurs-generaal specifiek verantwoordelijk voor cybercrime. In die hoedanigheid gaf hij vandaag een interview aan het AD dat de Volkskrant in een bericht samenvat. Er ontstaat een ontluisterend beeld van het OM. ‘We trekken er hard aan, maar we zijn er nog niet klaar voor’ en ‘We zijn van oorsprong geen digitale organisatie’. Nee, allicht niet, geen enkel OM in geen enkel land is van oorsprong een digitale organisatie. De verplichting rust op de leiding van het OM om dat als de wiedeweerga te worden. ‘Het onvoorstelbare wordt voorstelbaar, als het gaat om cybercrime’, zo zegt Van der Burg. Maar wat hij zich nou precies voorstelt blijft raadselachtig. Naar verluidt wil het komende kabinet 25 miljoen euro vrijmaken voor de bestrijding van cybercriminaliteit. Dat is veel te weinig en het komt erg laat.

Foto: ‘Foto: ‘Dutch Visit: Col. Jeff Schilling, of G-5/7, briefs Brig. Gen. Hans Hardenbol, along with Dutch military delegation, during a visit to the Army Cyber Command.‘ Op de site van de U.S. Army Cyber Command/ U.S. 2nd Army is deze foto uit 2012 niet meer terug te vinden, hier wel bij een commentaar.

Verslag van CNN over de Russische inmenging in Amerikaanse presidentsverkiezingen laat belangrijke vragen onbeantwoord

with 3 comments

Een verslag van CNN over gebruik van sociale media door het Kremlin in de campagne voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen laat de meest gevoelige vraag onbeantwoord. Namelijk hoe de Russen op detailniveau kennis konden hebben van de Amerikaanse verkiezingsmarkt om hun berichten en advertenties op sociale media in te zetten. Het vermoeden is dat ze voor die kennis op kiesdistrict-niveau (‘precinct’) assistentie kregen vanuit het campagneteam van Trump of vanuit een organisatie die daar direct aan gelieerd was. Als dat aangetoond is, dan is sprake van bewezen geheime samenwerking of verstandhouding (‘collusion’) tussen Trump en het Kremlin. Precies daar doen het congres en speciale aanklager Robert Mueller onderzoek naar.

Het bedrag van 100.000 dollar aan advertenties op Facebook is laag en kan geen verschil hebben gemaakt. Hoewel de marges smal waren en Trump met 107.000 stemmen in drie swing states (Michigan, Wisconsin en Pennsylvania) het Electoral College won. CNN beseft dat en houdt de optie open dat dit bedrag hoger is.

CNNs claim dat de Russen zoveel nepnieuws op Facebook plaatsten dat het ‘echt begon te lijken’ gaat voorbij aan de goede aarde waarin dat nepnieuws blijkbaar kon vallen. Er was een publiek dat al ontvankelijk was voor dat nieuws of de advertenties op Facebook. Die nuancering mist CNN, maar is wel uitgangspunt van het artikel over RT, Sputnik en informatie als oorlogsmiddel van Jim Rutenberg in de New York Times van 13 september.

Het belang van de gekochte advertenties op Facebook kan pas ten volle begrepen worden als ze worden gezien in combinatie met radicaal-rechtse Amerikaanse media als Fox, Infowars en Breitbart als met de andere middelen van het Russische informatie-apparaat zoals de Peterburgse trollfabrieken van het Internet Research Agency en zusterorganisatie het Federal News Agency (FAN), botnets en de zenders RT en Sputnik.

Foto: video verwijderd; schermafbeelding.

Gergiev Festival is classical porn for business, local government and politics of Rotterdam

leave a comment »

The cat is out of the bag on the website of the Gergiev Festival that will start tomorrow in Rotterdam and lasts until 17 September: ‘The world-renowned maestro Valery Gergiev and Rotterdam have been inextricably linked for over 25 years. Since 1996 the Gergiev Festival has grown to become an international brand that is synonymous with Rotterdam. It offers an executive-level, international podium for the business, local government and politics worlds in Rotterdam, with numerous networking opportunities. It also provides the city with a unique cultural profile.’ Classical music as marketing, classical music as a lubricant for business. The Gergiev Festival comes straight to the point what it sees as its greatest achievement: networking in the margin at an international level. But the organization of the Festival has a sinking feeling about the cooperation with maestro Gergiev, because sponsors are not mentioned. That Gergiev Festival takes place behind the scenes.

But it is a misunderstanding it provides Rotterdam with a unique cultural profile. It does, but, different than the organisation suggests. The Gergiev Festival is increasingly criticized for political reasons and has no positive impact on the international scene. Conductor Gergiev is a political ally of President Putin. He is deployed within the Russian propaganda apparatus. Valery Gergiev in 2017 is Gustav Gründgens of 1941, an opportunist in a wrong regime. This is still the logic of an authoritarian regime where power is divided differently than in the Netherlands. But why Rotterdam’s business, local government and politics extrapolate that to Rotterdam without distancing themselves from Gergiev and Putin is inexplicable. A regime that puts pressure on human rights and European security to such a great extent. Why are Rotterdam’s business, local government and politics turning a blind eye and are they unable to end the relationship with Gergiev?

Nobody has to be against artists who express themselves politically. Wittingly or unwittingly they are always made part of an ideology, party or higher purpose. But the statement ‘politics and art have nothing to do with each other‘ is not correct. It is a lie to avoid responsibility. The soft power of art is all about politics. Or by active attitude or by accepting the existing power that is confirmed by politics. The latter only looks more passive than the first, but actually comes down to the same. Consciously looking away is what Rotterdam’s business, local government and politics do.

How is it possible that the awareness of the political role that Valery Gergiev plays in the Putin regime is so small in Rotterdam? What mechanism is working here? Is it more than just looking away and ‘business as usual’? In countries with a larger Ukrainian community like Germany, the US or Canada it is different. Along with Russian dissidents, action after action is taken against performing artists including Gergiev, Anna Netrebko and other icons that actively support Kremlin’s politics. They are under fire and have to defend themselves. But in Rotterdam, Gergiev is adored. In Rotterdam no criticism sounds, apart from a series of council questions in 2016 by Ruud van der Velden of the Animal Party. The attitude of the Rotterdam college is illustrative, it hides behind the State Department and refuses to take responsibility.

In its own words the Gergiev Festival is ‘an international brand that is synonymous with Rotterdam’. Is it really? Has Rotterdam clung to a radicalized Gergiev and do Rotterdammers let that happen to them? Without a protest sounding? The maestro makes excitement in Rotterdam and polishes his stains away.

Pictures: Screenshots of the website of the Gergiev Festival; Collaboration and Organisation.

Gergiev Festival is klassieke porno voor bedrijfsleven, overheid en politiek van Rotterdam

with one comment

De aap komt uit de mouw op de website van het Gergiev Festival dat morgen in Rotterdam begint en tot en met 17 september duurt: ‘De wereldberoemde maestro Valery Gergiev en Rotterdam zijn al ruim 25 jaar onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Het festival is sinds 1996 uitgegroeid tot een wereldmerk dat niet meer is los te koppelen van Rotterdam. Het biedt een internationaal podium op executive niveau voor het Rotterdamse bedrijfsleven, overheid en politiek met een eigentijds aanbod aan netwerkmogelijkheden. Daarnaast levert het de stad een uniek cultureel profiel. Kortom, dit festival is van onschatbare waarde voor Rotterdam.’ Klassieke kunst als marketing, klassieke kunst als smeermiddel voor zakendoen. Het Gergiev Festival windt er geen doekjes om wat het als de grootste verworvenheid ziet: netwerken op internationaal niveau in de marge. Maar de organisatie van het Festival lijkt nattigheid te voelen over de samenwerking met maestro Gergiev, want sponsors worden niet genoemd. Dát Gergiev Festival speelt zich af achter de schermen.

Maar het is een misverstand dat het Rotterdam een uniek cultureel profiel oplevert. Dat doet het wel, maar anders dan de organisatie het voorstelt. Het Gergiev Festival ondervindt om politieke redenen steeds meer kritiek en heeft internationaal geen positieve uitstraling. Dirigent Gergiev is een politieke bondgenoot van president Putin. Hij laat zich inzetten binnen het Russische propaganda-apparaat. Valery Gergiev in 2017 is de Gustaf Gründgens van 1941, een meeloper in een verkeerd regime. Dat heeft nog de logica van een autoritair regime waar de macht anders verdeeld is als in Nederland. Maar waarom Rotterdams bedrijfsleven, overheid en politiek die lijn doortrekken naar Rotterdam en geen afstand nemen van Gergiev en Putin is onverklaarbaar. Een regime dat zo de mensenrechten en de Europese veiligheid onder druk zet. Waarom kijken Rotterdams bedrijfsleven, overheid en politiek weg en zijn ze niet in staat om de relatie met Gergiev te beëindigen?

Niemand hoeft tegen kunstenaars te zijn die zich politiek uitspreken. Gewild of ongewild worden ze altijd tot onderdeel van een ideologie, partij of hoger doel gemaakt. Maar de uitspraak ‘politiek en kunst hebben niets met elkaar te maken’ klopt niet. Het is een leugen om verantwoordelijkheid te ontlopen. De zachte kracht die   kunst is heeft alles met politiek te maken. Of door een actieve opstelling of door het aanvaarden van de bestaande macht die door de politiek bevestigd wordt. Het laatste oogt alleen passiever dan het eerste, maar komt feitelijk op hetzelfde neer. Bewust wegkijken is wat Rotterdams bedrijfsleven, overheid en politiek doen.

Hoe kan het dat de bewustwording over de politieke rol die Valery Gergiev in het regime van Putin speelt in Rotterdam zo gering is? Welk mechanisme is hier werkzaam? Is het meer dan wegkijken alleen en ‘business as usual’? In landen met een grotere Oekraïense gemeenschap als Duitsland, de VS of Canada is dat anders. Samen met Russische dissidenten wordt actie na actie gevoerd tegen uitvoerende kunstenaars zoals Gergiev, Anna Netrebko en andere iconen die de politiek van het Kremlin actief steunen. Ze liggen onder vuur en moeten zich verdedigen. Maar in Rotterdam wordt Gergiev geadoreerd. In Rotterdam klinkt geen kritiek, op een reeks raadsvragen in 2016 van Ruud van der Velden van de PvdD na. De opstelling van het Rotterdamse college is illustratief, het verschuilt zich achter Buitenlandse Zaken en weigert verantwoordelijkheid te nemen.

Het Gergiev Festival is naar eigen zeggen ‘een wereldmerk dat niet meer is los te koppelen van Rotterdam’. Is het werkelijk? Zit Rotterdam vastgeklonken aan een geradicaliseerde Gergiev en laten Rotterdammers zich dat overkomen? Zonder dat protest klinkt? De maestro zorgt in Rotterdam voor opwinding en poetst vlekken weg.

Foto’s: Schermafbeeldingen van website GergievFestival.nl; Samenwerking en Organisatie.

EU lanceert project ‘EU vs Disinformation’ als antwoord op Russische propaganda

with one comment

Het YouTube-kanaal waarop deze video is te vinden heet ‘EU vs Disinformation’. Dat zegt iets over de doelstelling, maar niet over de initiatiefnemer. Wie erachter zit valt niet uit de naam af te leiden, maar het is wel degelijk de EU, te weten de ‘East StratCom Task Force’. Het initiatief voor de oprichting ervan werd in maart 2015 genomen door de regeringleiders van de Europese Raad (punt 13): ‘The European Council stressed the need to challenge Russia’s ongoing disinformation campaigns and invited the High Representative, in cooperation with Member States and EU institutions, to prepare by June an action plan on strategic communication.’ De propaganda van het Kremlin die zich door desinformatie op de Europese landen richt moest beantwoord worden met een informatie-campagne. Niet met tegenpropaganda. Vandaag 12 september 2017 is de website EUvsDisinfo.eu gelanceerd met een Engels-, Duits- en Russischtalige versie.

De video -die de laatste ontwikkelingen in actualiteit niet vangt en na zes dagen al gedateerd aandoet- thematiseert de op het Westen gerichte Russische desinformatie extra. Het gaat om de twee Russische zenders Sputnik en RT (Russia Today) waarvan de journalistieke intentie wordt betwist. Volgens een bericht van 11 september van onderzoeksjournalist Michael Isikoff en Hunter Walker voor Yahoo News wordt door de FBI onderzocht of Sputnik handelt in strijd met de Foreign Agents Registration Act (FARA). Dit in het verlengde van de onderzoek naar de samenwerking van het Kremlin met het toenmalige campagneteam van Donald Trump. Het komt erop neer dat als in de VS werkzame journalisten van RT hun opdrachten uit Moskou krijgen ze als buitenlandse agent geregistreerd moeten staan. Dat betekent dat ze niet meer als journalist worden beschouwd. Een bericht in Newsweek van vandaag gaat nog verder en stelt dat het Amerikaanse ministerie van Justitie al aan medewerkers van RT heeft gevraagd zich als buitenlandse agent te registreren.

Dat laat het Kremlin niet op zich zitten. Volgens een bericht in Sputnik van 11 september waarschuwt hoofdredacteur Margarita Simonian van RT dat het Kremlin niet zal schromen om Amerikaanse journalisten uit te wijzen als de regering Trump dit doorzet. Ze zei op het Russische persbureau RIA Novosti: ‘Er is geen twijfel dat Rusland op dezelfde manier zal reageren op het FBI-onderzoek en het werk van Amerikaanse journalisten in Moskou zal controleren.’ Maar er is een verschil. Sputnik en RT opereren in westerse landen, waaronder de VS, en richten zich op de publieke opinie van die landen. Westerse journalisten in de Russische Federatie doen dat niet en hebben ook nauwelijks toegang tot Russische media. Ze zijn werkzaam voor media in hun eigen landen. Russische media zijn de afgelopen jaren al grotendeels onder staatscontrole gebracht. Het Westen begint zich nu op dezelfde manier op te stellen zoals het Kremlin zich al enige jaren gedraagt.