Antwoord aan Tommy Wieringa: Duitse kunst wordt tot courtisane van de politiek gemaakt. Dat is geen voorbeeld voor Nederland

Mijn reactie op de FB-pagina van NRC bij de columnDe wereld van gisteren’ van Tommy Wieringa in NRC, 28 augustus 2020:

Wieringa laat zich misleiden door zich blind te staren op de Duitse cultuurpolitiek. Het is een verkeerd begrepen onderwerp dat Nederlandse opinieleiders telkens weer als tegenvoorbeeld hanteren. Wieringa kijkt selectief, hoewel hij uiteraard gelijk heeft dat het misnoegen van de complete Nederlandse politiek én de samenleving voor de kunst immens is. Dat verdient kritiek. Maar laat hem dat zeggen en het daar bij laten. Het is ongelukkig om dat reliëf te willen geven door de vergelijking met de Duitse cultuurpolitiek. Die wordt door het Nederlandse voorbeeld dat afkeuring verdient nog niet witgewassen.

Het kunstbeleid van zowel kanselier Merkel als de regionale Duitse politiek is behoudend en vooral gericht op het ondersteunen van gevestigde culturele instellingen. Merkel pleit uitsluitend voor steun die in lijn is met het overheidsbeleid. Zo maakt ze kunst ondergeschikt aan haar politieke doelen. Hoe royaal ze dat ook doet, het staat haaks op het ondersteunen van het experiment of de tegendraadsheid van de kunst. Merkel zet met haar steun in op het verder Salonfähig maken van de kunst.

Men zou zelfs de stelling kunnen verdedigen dat het beleid van Merkel de kunst meer beschadigt dan wat premier Rutte nalaat. Het is als een pianoleerling die zich door zelfstudie een verkeerde vingerzetting heeft aangeleerd. Dat is een slechtere uitgangspositie om een succesvolle pianist te worden dan iemand die nieuw moet beginnen. In Duitsland heeft zich een establishmentkunst gevestigd die slechts in enclaves in grote steden concurrentie krijgt van initiatieven van de kunstenaars zelf. Getalsmatig vertaald gaat dat om de establishment cultuurpolitiek van SPD en CDU/CSU tegenover de Groenen die uitgaan van de kunst en de kunstenaars.

Het gaat dus om de vrijheid van de kunst, of nog liever gezegd om de vraag wat de functie van kunst is. Of nog anders geformuleerd, kan kunst die getemd, gepamperd en ondergeschikt is gemaakt aan doelen van politieke partijen nog kunst genoemd worden? Of is die ‘kunst’ verworden tot een circusact van een paard dat eindeloos door de piste mag draven onder applaus van de politiek die zich ervoor zelfgenoegzaam op de borst klopt?

Wieringa doet er verstandig om een doorstart in zijn denken te maken over de Duitse cultuurpolitiek. Hij heeft uiteraard gelijk wat de aftandse stand van de Nederlandse cultuurpolitiek betreft. Hoofdfiguren als premier Mark Rutte, minister Eric ‘kunst is een hobby’ Wiebes en minister Ingrid van Engelshoven kunnen hun weerzin tegen de kunstsector niet verbergen. Op lokaal niveau tonen cultuurwethouders juist ongegeneerd hun weerzin door zich af te zetten tegen de kunst. In 2017 zei de Alphense cultuurwethouder Kees van Velzen (CDA) over een kunstwerk in de publieke ruimte dat hij het ‘foeilelijk’ vond en wilde vervangen door een werk dat ‘meer uitstraling en betekenis heeft voor de identiteit van de gemeente’. Dat is de kern waar het om gaat. Merkel wil de kunst inzetten voor de identiteit van Duitsland. Maar zijn we het er niet over eens dat kunst zich niet tot een lover boy of in het Duitse geval tot een deftige courtisane van de politiek moet laten maken?

Foto: Schermafbeelding van deel columnDe wereld van gisteren’ van Tommy Wieringa in NRC, 28 augustus 2020

Dwarse column van Heleen Mees: ‘Rutte kiest ervoor om grote delen van de Nederlandse bevolking te verarmen’. Is dat zinvol?

Er zijn columnisten die van dwarsheid hun handelsmerk maken. Of als ze minder succesvol zijn, proberen te maken. Tegen beter weten in nemen ze een tegendraadse positie in waarvan ze weten dat die niet met de realiteit overeenkomt en slecht verdedigbaar is. Maar waarvan ze ook weten dat die veel stof doet opwaaien. Zodat het opvalt en hun naam rondzingt. ‘Wat X nu weer zegt, heb je het gelezen?’ Dit soort columnisten is het daar om te doen. Ze zijn als kamerleden die voortdurend de publiciteit moeten halen om hoog op de kieslijst gezet te worden. Wekelijks of vaker moeten ze hun kunstje vertonen. Dan is het simpeler om de eigen persoon centraal te stellen, dan om een kwestie uit te diepen en daar een afgewogen oordeel over te geven. De column wordt een hoogst persoonlijk perspectief waarbij inhoud een halffabrikaat is. De column dient om de columnist voor het voetlicht te laten treden. De inhoudelijke component is ondergeschikt geworden.

De column wordt gezien als een vrijplaats waar ongezouten meningen kunnen worden verkondigd. Ze hoeven niet onderbouwd te zijn volgens de journalistieke codes, hoewel dat evenmin verboden is. Columnisten als Tom-Jan Meeus (NRC) of David Ignatius (The Washington Post) bouwen hun opinie op aan de hand van hun politiek inzicht, feiten en eigen onderzoek. Hun politieke columns gaan verder dan de gezochte dwarsigheid. Het gevolg daarvan is dat politici deze columnisten weten te vinden om hun standpunten publiciteit te geven.

Vijand van de dwarse columnist is niet diens ijdelheid of hypotheek, of het vakgebied waarover betreffende columnist schrijft, maar het format van het medium waarin de columnist wordt gedwongen. De kolom in de krant, het optreden als sidekick in de talkshow of het praatje in de nieuwsshow op de radio. De columnist wordt in het kader van de herhaling gedwongen. Als serial killer van de eigen geloofwaardigheid.

Opeenvolging, herkenbaarheid, verkoopbaarheid en continuïteit is de logica van de gevestigde media die tot lopende band-fabrieken zijn verworden waar zo goedkoop en voorspelbaar mogelijk wordt geproduceerd. Dat kan samengaan met kwaliteit, maar niet noodgedwongen. Het gevolg is dat de optie niet meer bestaat dat de columnist niks te melden heeft. Dat wringt. Dat kan leiden tot aantasting van de geloofwaardigheid van betreffend medium, tijdverlies voor de nieuwsconsument en verstoring van het publieke debat.

Voorbeeld van een overbodige column is Teun van der Keuken in De Volkskrant die als onderwerp de media-columniste Angela de Jonge van het AD heeft. Het is niet ongebruikelijk dat dit soort columnisten het over elkaar hebben. Dat resulteert in journalistieke incest of meta-gebrabbel. Feitelijk doe ik hier hetzelfde, hoewel ik er probeer aan te ontstijgen. De tragiek van Van der Keuken is dat hij niet eens toekomt aan dwarsheid en blijft hangen in onbenulligheid. Hij meet zich in alle onbescheidenheid een dieper inzicht toe. Hij meent de dingen te zien. Dat is een interessante projectie die het gebrek aan inhoud van zijn column moet verhullen.

Een column in De Volkskrant die het voorhoofd doet fronsen is ‘Rutte kiest ervoor om grote delen van de Nederlandse bevolking te verarmen’ van econoom Heleen Mees. Dat is nogal een aantijging aan het adres van minister-president Mark Rutte in een column die suggereert dat hij er bewust voor kiest om veel Nederlanders te verarmen. Wie is hier gek geworden, Rutte of Mees? Uit de Twitter-account van Mees valt af te leiden dat de column ook een meer neutrale, minder sexy titel heeft die minder dwars oogt: ‘De kosten van deze crisis moeten verhaald worden op grote multinationals’. Dat valt echter minder op. Schippert de eindredactie van De Volkskrant tussen de eigen journalistieke geloofwaardigheid en de jacht op aandacht via clicks? Keert de wal de inhoud of omgekeerd? Wat Mees beweert in haar column is niet zozeer dwars, maar gewoonweg onzinnig.

Columnisten als Mees vallen na verloop van tijd niet zozeer snikkend, maar dolgedraaid in de kuil die ze zelf hebben gegraven. Mees heeft geen ongelijk dat de inkomensongelijkheid is toegenomen en dat dit voor de economische ontwikkeling ongewenst is en een bom onder de samenleving legt. Maar Mees weet ook dat dit niet het echte verhaal is. Grote multinationals ontwijken belasting en regeringsleiders als Rutte hebben allang niet meer de macht om daar iets aan te veranderen. Het is niet premier Rutte die bepaalt wat Shell of Unilever doet, het zijn deze bedrijven die bepalen wat de Nederlandse politiek doet. Het kan zijn dat de marges die de Nederlandse regering nog voor zichzelf heeft verkeerd benut worden, toegegeven, maar aan het gegeven dat de grote bedrijven en financiële instellingen de politiek in hun zak hebben verandert dat weinig tot niks.

Rutte kiest er niet voor ‘om grote delen van de Nederlandse bevolking te verarmen’, hij wordt daartoe gedwongen door de politieke realiteit. Die andere titel van Mees’ column de zegt dat ‘De kosten van deze crisis moeten verhaald worden op grote multinationals’ laat de veroorzaker van de pandemie buiten schot. Het is bizar dat China dat zowel in de aanleiding tot, de bestrijding van als de informatievoorziening over COVID-19 aantoonbaar heeft gefaald in Mees’ column niet wordt genoemd. Los van de politisering door Trump van China’s betrokkenheid bij de uitbraak verdient het aanbeveling om dit land verantwoordelijk te houden voor de kosten. Door nalatig handelen van de Chinese leiders werd de uitbraak tot een wereldwijde pandemie.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelRutte kiest ervoor om grote delen van de Nederlandse bevolking te verarmen’ van Heleen Mees in De Volkskrant, 5 mei 2020.

China en VS hebben gefaald in aanpak van coronavirus. Wanneer is Rutte geïnformeerd over de uitbraak van een virus in China?

Het is tragisch dat de grootste economieën de coronacrisis slecht hebben aangepakt. Want ze zijn machtig en Europa is grotendeels van hen afhankelijk. Of heeft zich van deze landen afhankelijk laten maken. Is het de arrogantie die China en de VS heeft verblind voor de realiteit? China bracht de stemmen van kritische dokters tot zwijgen en liet kostbare tijd verloren gaan in de aanpak. Daarvoor had het al nagelaten de markten met wilde beesten te sluiten die een bron van besmetting zijn. Terwijl het communistische China een autoritair land met een autoritaire leider is, mocht van de democratische VS meer verwacht worden. Waar het in de VS aan ontbrak was kundig leiderschap. President Trump heeft het verziekt, zijn tegenstrever Joe Biden profiteert.

Op 16 april 2020 kwam The Times of Israel met het bericht dat de Amerikaanse inlichtingendiensten in de tweede week van november 2019 onder meer het Witte Huis, Israël en de NAVO hadden geïnformeerd over een virusuitbraak in China. Dit bericht is in de Nederlandse media onvolledig overgenomen. Zo kwam Zondag met Lubach in een overigens prima item over dit onderwerp in de uitzending van 19 april nog het dichtst in de buurt door het over eind november te hebben. NRC-columnist Zihni Özdil werd in zijn column van 18 april blijkbaar ingehaald door de onthulling in The Times of Israel toen hij de berichtgeving van de Amerikaanse inlichtingendiensten na 12 januari 2020 plaatste. Feitelijk gebeurde dat twee volle maanden eerder.

Een en ander is van belang voor Nederland omdat het via de NAVO al in de tweede week van november 2019 geïnformeerd kan zijn over de uitbraak van het virus in China. Onduidelijk is echter of de NAVO de lidstaten daadwerkelijk heeft geïnformeerd, en zo ja, wanneer dat dan was. De vraag is of de Nederlandse liaison op het hoofdkwartier van de NAVO geïnformeerd is over de informatie van de Amerikaanse inlichtingendiensten over het Chinese virus en of daarna de regering Rutte via het kabinet van minister-president Rutte of via minister van Defensie Bijleveld op de hoogte is gebracht. Wanneer wist Rutte wat over de uitbraak van een virus in China is onderwerp voor kamervragen. Voor een eerlijke afweging of een politiek leider goed gehandeld heeft moet bekeken worden wat men met de kennis van toen (november of december 2019, januari 2020) wist.

Met vallen en opstaan zoekt overheid een weg uit de coronacrisis. Helpt kritiek van burgers daarbij of verstoort dat juist het beleid?

In de publieksinformatie over het coronavirus COVID-19 zegt het RIVM dat het nog niet bekend is of men het meerdere keren kan krijgen. Want ‘nog niet alles over het virus bekend’ om ‘met zekerheid te kunnen zeggen dat iemand niet nog een keer de infectie op kan lopen‘. De stellige mededeling dat het ‘overgrote merendeel van de mensen die het nieuwe coronavirus heeft gehad’ dit niet nog een keer zal krijgen lijkt hiermee in tegenspraak. Dat is een inschatting waarvan het onduidelijk is waar die op gebaseerd is. Want virologen of epidemiologen kunnen niet met zekerheid zeggen dat iemand de infectie niet meerdere keren kan oplopen.

Dat is van belang omdat premier Mark Rutte in zijn toespraak van 16 maart 2020 aan het Nederlandse volk over het coronavirus verwees naar de groepsimmuniteit dat hij gebruikte voor de verantwoording van het gekozen scenario: ‘Wie het virus heeft gehad, is daarna meestal immuun. Net als vroeger met de mazelen. Hoe groter de groep die immuun is, hoe kleiner de kans voor het virus om over te springen op kwetsbare ouderen en mensen met een zwakke gezondheid. Met groepsimmuniteit bouw je als het ware een beschermende muur om hen heen. Dat is het principe.’ Let op Ruttes nuancering ’meestal’ immuun.

Het idee is dat als 60% van de bevolking (wat tevens het worst case scenario wordt genoemd) het coronavirus heeft gehad de situatie stabiliseert. Hoewel het onduidelijk is hoe dat precies bereikt kan worden door gedragsbeïnvloeding van de bevolking. Dat blijkt uit een recente notitie die beperkende maatregelen (mitigatie) afzet tegen de verspreiding. Bij de onzekerheden over het virus wordt de herhaling niet genoemd.

Als mensen het virus meermalen kunnen krijgen, wat dus niet uitgesloten is, dan is het onduidelijk wat dat voor de groepsimmuniteit betekent. Een andere onzekerheid is de looptijd van de uitbraak. Die kan na een hoogtepunt in de zomer in september 2020 afzwakken, maar evengoed in 2021 weer de kop opsteken. Als er dan nog geen vaccin is ontwikkeld, dan is het mogelijk dat ontstane varianten in het virus van het op dat moment al 15 maanden bestaande virus (na november 2019 toen het in China ontstond) de kans vergroten dat een aanzienlijke minderheid van de mensen die het al hebben gehad nogmaals de infectie oploopt.

Is het in dit stadium van wetenschappelijke onzekerheid en oplopende paniek over de gevolgen van het coronavirus wel verantwoord om het met de ‘normale’ kritiek te benaderen? Of is juist het zwijgen daarover onverantwoord omdat het misverstanden ongenoemd laat? Dat is op dit moment de afweging voor publicisten. Premier Mark Rutte en zijn staf construeren met behulp van medische deskundigen met een mix van zekerheden en onzekerheden het op dit moment optimale beeld dat meerdere doelen dient: de bevolking geruststellen, informatie overdragen, het vertrouwen in de overheid versterken en het gedrag beïnvloeden.

Complicatie lijkt niet zozeer dat niet alle wetenschappelijke informatie gegarandeerd zeker is, maar dat daar beleidsmaatregelen op worden gebaseerd die achteraf fundamenteel verkeerd zijn. Maar er is geen alternatief.

Foto 1: VraagKun je het nieuwe coronavirus (COVID-19) meerdere keren krijgen?’ met antwoord op de site van het RIVM.

Foto 2: Televisiebeeld van premier Rutte tijdens toespraak van 16 maart 2020 over het coronavirus. Bron: Rijksoverheid.

Voorstel voor een permanente invulling van Oud Amelisweerd. Met aandacht voor topografie en het zwaartepunt op provincie Utrecht

Voorgeschiedenis en bestuurlijke afspraken
In 2018 ging de Stichting Museum Oud Amelisweerd (MAO) in landhuis Oud Amelisweerd failliet en liet schulden na. Het was vanaf het begin niet levensvatbaar. Dat had te maken met de lastige plek van een historische buitenplaats in een Bunniks bos, de strikte voorwaarden voor het uitbaten van een museum in verband met klimatisering, antiek 18de eeuws Chinees behang en het landgoed dat een rem op het bezoek zette, de slechte bedrijfsvoering en matige organisatie van Stichting MOA en de onvoldoende aansprekende en te smalle thematiek die was gebaseerd op het werk van de inmiddels overleden kunstenaar Armando. Hij nam gaandeweg afstand van de museumorganisatie waarmee hij een dubbelzinnige verhouding onderhield.

Gemeente Utrecht is eigenaar van het landhuis en heeft het onder beheer van het Centraal Museum en met medewerking van gemeentelijke diensten (Utrechtse Vastgoed Organisatie) en de Rijksdienst Cultureel Erfgoed met inzet van vele specialisten voorbeeldig gerestaureerd. De kosten voor Utrecht bedroegen € 1,66 miljoen wat de raad voldoende vond en het college in juni 2012 via de ingetrokken, maar door het college overgenomen motie 56 (Armando zonder overheidsgeld) tot de afspraak dwong dat er geen euro in de exploitatie gestoken zou worden. Dat hield ook in geen huurderving of culturele subsidies. Het Utrechtse college hield zich niet aan de afspraak toen wethouder Kees Diepeveen in december 2016 aan de gewraakte Stichting MOA een subsidie van 75.000 euro gaf. Die toekenning was tegen de afspraken in ondanks het feit dat de voorwaarden door de raad oneigenlijk waren opgerekt door later over ‘structurele subsidie’ te spreken.

In november 2016 vroeg de Utrechtse raad in motie 188 het college om ‘een toekomstbestendige en realistische openstelling van het landhuis Oud Amelisweerd’. Dat leidde tot een onderzoek en vergelijking van scenario’s. Opnieuw was het kostenaspect hierbij leidend. In die zin dat de gemeente Utrecht de financiële ruimte om het landhuis open te stellen en te beheren wilde maximaliseren op € 100.000 per jaar. Dit werd in juni 2017 vastgelegd in de aangenomen motie 111.

Huidige situatie
In november 2018 publiceerde de Utrechtse Vastgoed Organisatie het ‘SELECTIEDOCUMENT TIJDELIJKE EXPLOITATIE LANDHUIS OUD AMELISWEERD (BUNNIK)’. Dat begint zo: ‘De gemeente Utrecht zoekt een tijdelijke huurder voor de periode 1 maart 2019 tot 1 maart 2020 voor het Landhuis Oud Amelisweerd. (…). Uiteindelijk wil de gemeente vanaf 1 maart 2020 een nieuwe permanente invulling geven aan het landhuis.’ Het was op initiatief van Museum Huis Doorn dat gesteund door de partners van de Stichting Samenwerkende Kasteelmusea Utrecht (SSKU)  in juni 2019 een ‘popup museum’ inrichtte waarover werd gezegd dat het een tijdelijk karakter had. Objecten uit de depots van de vier verschillende kastelen worden er tentoongesteld. Een bericht van de DUIC van 26 april 2019 zegt: ‘Het Huis Doorn huurt het museum één jaar, met ruimte voor verlenging als de tentoonstellingen succesvol blijken’. Dat laatste lijkt niet volledig in lijn met het Selectiedocument dat vanaf 1 maart 2020 zegde een ‘nieuwe permanente invulling te geven aan het landhuis’.

Nieuwe permanente invulling
De ‘permanente invulling’ van landhuis Oud Amelisweerd heeft dus nogal wat voeten in de aarde. Een externe dynamiek is nodig om de patstelling te doorbreken die al sinds 2012 bestaat toen de Utrechtse raad besloot dat er geen euro in de exploitatie gestoken mocht worden. Die dynamiek kondigde zich afgelopen week aan met de berichtgeving in een uitzending van onderzoeksprogramma Zembla (BNNVARA) over de omstreden verkoop van de Atlas Munnicks van Cleeff door het Koninklijk Huis aan de Utrechtse ondernemer John Fentener van Vlissingen. Kunsthistoricus Rudi Ekkart verklaarde in de uitzending dat het het meest logisch zou zijn geweest als de 1600 topografische tekeningen en prenten van de stad Utrecht en omgeving uit de 17de en 18de eeuw in Het Utrechts Archief (HUA) zouden zijn terechtgekomen. Aan de Utrechtse Hamburgerstraat heeft HUA een tentoonstellingsruimte. In een debat beweerde premier Rutte dat de Atlas eerst aan Utrechtse culturele instellingen was aangeboden, maar zij lieten desgevraagd aan Zembla weten nooit benaderd te zijn. Over deze kwestie hebben D66 en Groenlinks, evenals SP afgelopen week kamervragen gesteld aan Rutte.

Zo kondigt zich een mogelijkheid aan om met als kern de Atlas Munnicks van Cleeff een nieuwe invulling voor landhuis Oud Amelisweerd te vinden. Historisch sluit de Atlas goed aan bij het 18de eeuwse Chinese behang en de historisch buitenplaats. Omdat de Atlas in particulier bezit is dient nog wel overeenstemming bereikt te worden over bruiklenen of toekomstige verkoop aan HUA. Premier Rutte heeft wat goed te maken in dit dossier en kan zijn goede wil tonen door de familie Fentener van Vlissingen een ruimhartige fiscale tegemoetkoming over toekomstige erfbelasting aan te bieden als het de Atlas verkoopt aan het HUA zodat deze collectie voor Nederland bewaard blijft. HUA is het archief van de stad en de provincie Utrecht zodat ook de provincie in beeld komt als partner die betrokken wordt bij de exploitatie van landhuis Oud Amelisweerd.

Uitwerking
De rest is uitwerking. Zo zijn er geklimatiseerde vitrines met een beperkt lichtniveau nodig om de tekeningen en prenten te tonen. Ze kunnen vanwege de kwetsbaarheid voor licht vermoedelijk niet langer dan 6 weken achtereen getoond worden. HUA is een archief dat geen museum is en ook niet de kennis en denkwijze van een museum in huis heeft, maar een digitale voorsprong heeft genomen in presentaties die het een zekere reputatie heeft opgeleverd. Juist dat is in het lastig te klimatiseren landhuis Oud Amelisweerd prima inzetbaar en kan een mooie aanvulling geven aan de tekeningen en prenten. Voor de museale component kan samenwerking met het Centraal Museum gezocht worden, de voormalige beheerder van Oud Amelisweerd.

Hedendaagse kunst van Utrechtse (provincie) kunstenaars kan samen getoond worden met een selectie uit de Atlas Munnicks van Cleeff. Beide illustraties van Utrechtse kunstenaars bij dit commentaar geven aan wat kan. Een mogelijkheid is om de topografie van Utrecht als uitgangspunt te nemen. Zodat inwoners van de provincie Utrecht hun stad, dorp of buurtschap belicht kunnen zien. Ook via een website die als verlengde van de tentoonstelling fungeert. Een en ander kan gethematiseerd en uitgewerkt worden in een museumbeleid dat bijzondere aandacht besteedt aan topografie en landkaarten. Ook in historisch en mentaal opzicht. Dit benadrukt halverwege kunst en realiteit de feitelijkheid van kunst. Dat kan goed aansluiten bij een educatief programma voor scholen omdat topografie zich hier bijzonder voor leent. Zoals gezegd, met digitale hulpmiddelen. De tentoonstellingsruimte van HUA in de Hamburgerstraat kan aanvullend gebruikt worden door objecten te tonen die vanwege de klimatisering niet in Oud Amelisweerd getoond kunnen worden. Samenwerking met de collectie en de conservator Stadsgeschiedenis van het aan dezelfde Lange Nieuwstraat gelegen Centraal Museum kan voor verdere verdieping en maatschappelijke en politieke borging zorgen.

Foto 1: Isabel Ferrand, wereldkaart World Lace samengesteld uit 1300 porseleinen tegeltjes, 2013.

Foto 2: Harmen Brethouwer, Hurricane (in de serie: Delft Waves Suite), 2004. Inkjetprint op forex.

Ongelukkige marketing van CDA’er Wopke Hoekstra

Minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA) gaat gelijk al de fout in als hij in het fragment van Jinek zegt: ‘Ik denk eerlijk gezegd dat wij allemaal, en dat geldt dus ook voor mij, te laat zijn gaan zien wat er bij die middenklasse aan de hand is’. Hiermee stelt hij dat degenen die aan de knoppen zitten dezelfde politieke verantwoordelijkheid hebben als degenen die niet aan de knoppen zitten. Hij kan het niet menen. Wat hij zegt is onzinnig en ontstijgt niet het niveau van politieke marketing. Waarom hebben hij of zijn partijgenoten niet gezien wat er de afgelopen jaren met de middenklasse is gebeurd en hebben ze voorstellen gedaan om de positie ervan te verbeteren? Hoekstra houdt zich dom en doet alsof hij niet weet uit welke hoek de wind waait.

Hoekstra heeft als minister van Financiën macht om in te grijpen. Hij verliest nog meer aan geloofwaardigheid als een eerlijk en zinvol analyticus als hij de positie van de middenklasse direct koppelt aan die van slecht geïntegreerde minderheidsgroepen en zijn eigen verantwoordelijkheid nog verder probeert af te schuiven.

Hoekstra treedt buiten zijn eigen lichaam, kijkt er van een afstand naar en doet er pseudo-koel verslag van alsof hij iets nieuws te melden heeft. Hij is zichzelf niet, maar wie hij wel is blijft onduidelijk. Hij is een lege huls die met marketing wordt gevuld maar in de kern een verwarde denker die z’n zaken niet op orde heeft.

Onder de middenklasse wordt de meerderheid van de bevolking verstaan. Naargelang de definiëring valt 60 tot 90% van de bevolking eronder. In inkomen loopt dat van 1 maal modaal tot (naargelang de omschrijving) 2,5 tot 3 maal modaal. Dus van 36.000 euro tot maximaal 90.000 of 108.000 euro. De middenklasse kan zich niet onttrekken aan de collectieve lastendruk. Dat achtereenvolgende kabinetten Rutte beweerden zich in te zetten voor lastenverlichting wil niet zeggen dat dit feitelijk ook bereikt is. Integendeel, de afgelopen jaren is de opbrengst uit lastenverzwaring door de overheden via heffingen, premies en belastingen met zo’n 3% van het bruto binnenlands product toegenomen tot bijna 39%. Dat wordt grotendeels door individuen opgebracht. Vermeend en Van der Ploeg concluderen aan de hand van een OESO-rapport van eind 2018 dat vooral de belasting- en premiedruk op arbeid in Nederland veel te hoog is. Dat is een langlopende ontwikkeling.

Er bestaat politieke consensus over dat de afgelopen decennia de middenklasse relatief in inkomen is achtergebleven en dat die relatieve achteruitgang gerepareerd moet worden. Alleen, als dat bij beloften blijft en spin van politici als Menno Snel (D66) en Wopke Hoekstra, dan zijn het niet meer dan mooie woorden.

Evenwichtige belastingheffing naar draagkracht en collectieve lastendruk die niet grotendeels op de middenklasse wordt afgewenteld kunnen niet los gezien worden van het aanpakken van belastingontwijking door vermogende individuen en internationaal opererende bedrijven. Het is al te makkelijk om de lastenverzwaring van de middenklasse die haar vermogen niet kan verbergen steeds meer op te schroeven.

Hoekstra handelt onethisch. Hij neemt geen verantwoordelijkheid voor eigen falen en schuift die kleinhartig af op minderheidsgroepen. Politici als Snel, Hoekstra of Rutte jongleren met mooie woorden, maar voegen niet de daad bij het woord. Dat is deels begrijpelijk omdat hun macht beperkt is vanwege het globale karakter van de economieën, het lastig aan te pakken probleem van de belastingontwijking en een slecht georganiseerde Belastingdienst, maar deels onbegrijpelijk omdat waar ze in de afgelopen jaren in konden grijpen te weinig hebben gedaan. In de VVD klinken sinds voorjaar 2019 met het oog op het neutraliseren van de populisten geluiden van Rutte en fractieleider Klaas Dijkhoff om de middenklasse te ontzien en het bedrijfsleven relatief zwaarder te belasten. Om niet achter te blijven doet Hoekstra in de jacht op de centrum-rechtse kiezer dezelfde duit in het zakje, maar haalt tegelijkertijd zijn betoog onderuit door zijn onmiskenbare gebrek aan oprechtheid en zijn zelfpromotie die de aandacht vestigt op zijn gebrek aan integriteit en samenhang.

Kandidatuur Ursula von der Leyen krijgt kritiek en roept vragen op over de procedure hoe de leiders van de EU worden geselecteerd

De Duitse kanselier Angela Merkel zegt dat de Duitse Defensieminister Ursula von der Leyen vertrouwen geniet en geknipt is om voorzitter van de Europese Commissie te worden. Het Europarlement moet in meerderheid instemmen met de voordracht. Het is geen uitgemaakte zaak dat zij een meerderheid achter zich krijgt. Vooral Sociaal-democraten en Groenen zijn teleurgesteld omdat het systeem van de Spitzenkandidaten in een onderonsje van enkele regeringsleiders is getorpedeerd. Von der Leyen krijgt kritiek en geniet juist geen vertrouwen zoals Merkel suggereert. Als Defensieminister wordt ze beschuldigd van verkwisting en mismanagement, zoals niet toevallig in een artikel in Politico wordt gememoreerd. Zij is geen topkandidaat, maar deelnemer van het B-Team die vanwege haar lidmaatschap van de goede partij wordt genomineerd.

Merkels argumenten dat Von der Leyen pro-EU is en vrouw is klinken zo minimaal dat het erop lijkt dat Merkel evenmin gelooft dat deze Duitse minister een sterke kandidaat is. Naast Von der Leyen zijn andere kandidaten in het pakket evenmin optimaal. Aan Christine Lagarde (voor de ECB) en Josep Borrell (buitenlandcoördinator) hangen zulke nadelen dat het vooral vragen oproept over de procedure om leiders van de EU te benoemen.

Wat nu op tafel ligt is slecht. Als het Europarlement het hard wil spelen en in meerderheid dwars gaat liggen, dan kan de EU terug naar de tekentafel om betere leiders te benoemen. Hoe dan ook was de procedure die naar Von der Leyen leidde verre van optimaal. De leiders van belangrijke West-Europese lidstaten hebben zich gecompromitteerd en bemoeit met een procedure die niet de hunne was en die ze om zeep hebben geholpen. Ze hebben de chaos eerder vergroot dan verkleind. Dit vergroot de roep om democratisering van de EU.

Máxima krijgt kritiek vanwege haar gesprek met Mohammad bin Salman. Wat moet gedaan worden om herhaling te voorkomen?

Aldus NRC-columniste Carolien Roelants in haar Dwars-columnPers vogelvrij door Trumps geflikflooi en zwijgen Máxima’. Zij is boos zoals ze dat zelden is. Van boeven of autoritaire leiders kun je boevenstreken verwachten, maar iemand als koningin Máxima wekt hogere verwachtingen. Daarom valt zij dieper als ze boevenstreken vertoont. Dat deed ze in haar ontmoeting met de Saoedische kroonprins Mohammad bin Salman op de G20 in Osaka. Dat was meer dan een beetje dom, dat was oerstom van haar. Maar ook van de regering Rutte die dit onderhoud had goedgekeurd. Er was makkelijk een reden te vinden geweest om het gesprek niet door te laten gaan. Máxima is een amateur-politicus zonder officiële functie in de Nederlandse diplomatie. Maar als ze zich in een politiek wespennest steekt, dan speelt ze per definitie een politieke rol. Die rol past haar echter niet. Zij moet boven de partijen staan en geen partij kiezen in lopende conflicten. Dat heeft ze echter bewust gedaan door het gesprek met de kroonprins aan te gaan en niet af te zeggen.

Het bezwaar tegen het onderonsje met de kroonprins is niet dat Máxima de moord op journalist Jamal Khashoggi niet ter sprake bracht, maar dat dit gesprek nooit had moeten plaatsvinden. Volgens de Amerikaanse inlichtingendienst CIA heeft Mohammad bin Salman opdracht gegeven voor de moord op Khashoggi. Mocht Máxima of het ministerie van Buitenlandse Zaken dit rapport niet gelezen hebben, dan waren er in november 2018 talloze berichten in de media, zoals in The Washington Post die rapporteerden dat volgens de CIA de kroonprins opdracht tot de moord had gegeven. Naast de argumenten die Roelants aanvoert over vrouwenrechten waarvoor Máxima zegt op te komen terwijl die door de kroonprins met voeten worden getreden en het in diskrediet brengen van de vrije pers door met een moordenaar van een journalist van The Washington Post in gesprek te gaan is het de wereldvreemdheid van koningin Máxima die verbaast.

Het is dezelfde wereldvreemdheid die koning Willem-Alexander vertoonde toen hij tijdens de Olympische Spelen van Sochi in 2014 met president Putin een biertje dronk. Een fotomoment dat de media haalde en waar in de Nederlandse publieke opinie veel kritiek op kwam, onder meer van homo-activisten. Zoals Gordon die de kern raakte: ‘Ik schaam me diep als Nederlander dat mijn koning en mijn koningin daar vanavond handen staan te schudden met mensen die bloed aan hun handen hebben’. Op het moment dat in het Kremlin de invasie van de Krim werd voorbereid en vanwege controverses over de mensenrechtensituatie bijna alle Europese landen hun delegaties afwaardeerden, stuurde Nederland de zwaarste delegatie die mogelijk was.

Máxima herhaalt 5 jaar later de fout van Sochi door opnieuw in gesprek te gaan met iemand die bloed aan zijn handen heeft. Daarbij is essentieel dat zij een ceremoniële en geen officiële functie heeft in de Nederlandse diplomatie en niet van belang is voor het openhouden van contacten met autoritaire landen waar nu eenmaal contact mee moet worden onderhouden. Máxima kan gemist worden omdat haar rol niet onmisbaar is, maar slechts toegevoegd. De functie die Máxima uitoefent kan dus eenvoudig geschrapt worden. Professionals zijn minister Blok, premier Rutte of Nederlandse diplomaten die in Saoedi-Arabië of bij de VN zijn gestationeerd.

Of het nou wereldvreemdheid, naïviteit, amateurisme, een verkeerd afgestelde politieke antenne, argeloosheid of zelfoverschatting is van Máxima en koning Willem-Alexander, een beleidswijziging is nodig om te zorgen dat de ezels van Oranje zich niet voor de derde keer aan dezelfde steen stoten. Met goedkeuring van premier Mark Rutte die achteraf de fout die hij feitelijk gemaakt heeft door goedkeuring te geven weg moet lachen. Als Willem-Alexander of Máxima zichzelf belachelijk willen maken door met autoritaire leiders onnodige gesprekken of onderonsjes aan te gaan, dan moeten ze dat zelf weten. Maar Willem-Alexander heeft als staatshoofd van Nederland een rol die afstraalt op Nederland. Door zijn handelen kwam Nederland in 2014 negatief in de publiciteit. Dat is ongewenst. Nu in 2019 doet zijn echtgenote, die uiteraard geen staatshoofd is, maar wel gekoppeld wordt aan Nederland, hetzelfde. De conclusie kan geen andere zijn dan deze: Máxima dient al haar functies op te geven waarmee ze in politiek vaarwater terecht kan komen. Haar gesprek met de Saoedische kroonprins heeft aangetoond dat dit soort functies niet aan haar toevertrouwd kunnen worden.

Foto 1: Schermafbeelding van deel columnPers vogelvrij door Trumps geflikflooi en zwijgen Máxima’ van Carolien Roelants in NRC, 30 juni 2019.

Foto 2: Máxima in gesprek met Mohammad bin Salman in Osaka tijden G20, juni 2019.

Foto 3: Willem-Alexander en Máxima drinken een biertje met Putin in Sochi, februari 2014.

Russische ambassadeur bij de EU zegt onbevangen naar het MH17-onderzoek te kijken. En zet misleiding en afleiding in

Laten we het eens van de menselijke kant bekijken. Vladimir A.Chizhov is een carrièrediplomaat van de Russische Federatie en sinds 2010 de permanente vertegenwoordiger van zijn land bij de EU. Hij reageert op de nieuwste onthullingen in een persconferentie van 19 juni 2019 door het JIT en het optreden van het OM inzake het neerschieten van de MH17 op 17 juli 2014 boven Oost-Oekraïne. Ambassadeur Chizhov doet aan schadebeperking. Hij oogt eerder als een lobbes dan een pitbull. Zijn optreden is voorspelbaar. Hij valt de zwakke schakel Maleisië aan. Premier Mahathir Mohamad van dat land heeft met de VS als met Australië een instabielere verhouding dan Maleisië met beide landen heeft. Mahathir Mohamad heeft kritiek op het feit dat het JIT geen bewijs heeft overlegd in de persconferentie en dat is een redelijk kritiekpunt. Ofschoon het OM bij monde van Fred Westerbeke toelichtte dat dit in maart 2020 in de rechtszaak in Den Haag aan de orde komt. Daarnaast presenteerde de persconferentie onderliggend bewijs, zoals telefoontaps in een aannemelijk scenario. Maar de premier houdt geen rekening met de tot nu toe verzamelde bewijzen als hij zegt dat de Russische Federatie een zondebok is en het aanwijzen van de Russische Federatie als dader ingegeven wordt door politieke motieven. Hiermee gaat Mohamed voorbij aan de feiten. Chizhov trekt met Mohamed zijn sterkste troef. Is hij mogelijk door het Kremlin met het doel om de eenheid te verbreken als ‘asset’ geworven?

De rest van wat Chizhov zegt is weerlegde Russische desinformatie. De diplomaat weet dat hij onzin moet verkopen om de kwetsbare positie van het Kremlin te verdedigen. Hij slachtoffert zichzelf professioneel naar de slachtbank. De ambassadeur weet dat zijn optreden alleen al vraagtekens oproept. Als zoals hij beweert de Russische Federatie niets met het neerschieten van de MH17 te maken heeft, waarom mengen hij en zijn land zich dan vanaf de eerste dag na het neerschieten van dit verkeersvliegtuig in het debat over de MH17?

Dat alleen al geeft de betrokkenheid van de Russische Federatie aan. Dat het land geen partner in het onderzoek is en Oekraïne wel volgt uit de toepassing van de internationale ICAO regels. Artikel 26 van de Convention on International Civil Aviation (ICAO) noch Bijlage 13 (Aircraft Accident and Incident Investigation) geven een reden om de Russische Federatie deelnemer aan het onderzoek te maken. Het is onjuist zoals Chirkov suggereert dat zijn land in het onderzoek wordt gepasseerd. Het heeft in het onderzoek geen formele rol en is geen betrokken land volgens de ICAO-regels, maar een buitenstaander. Dat de ambassadeur net doet alsof hij dat niet begrijpt beschadigt zijn geloofwaardigheid. Het is een beklagenswaardige positie. Het is overigens onbegrijpelijk dat JIT en OM dat niet beter uitleggen aan het publiek. Mijn reactie bij de video:

The ambassador appears more silly than he is and thereby affects his credibility and that of the state he represents. The Kremlin denies having been involved in the crash of the MH17 for almost 5 years, but does not behave like an outsider in practice. It demands a formal role in the investigation. This is a strange and absurd reaction from the Kremlin because it knows that according to the rules of ICAO (= UN) the Russian Federation is not formally a party. Ukraine is and that is why it is part of the JIT.

The crash was not on or above the territory of the Russian Federation, the plane was not Russian and there were no Russian casualties. That makes the Russian Federation officially not a party to the investigation.

However, as the JIT has repeatedly said (and asked to the Russians), any outsider can provide information if it thinks it is relevant to the investigation. In the Dutch Safety Board reports on the cause of the crash of the MH17, the Russians also provided numerous remarks and additions that were also published.

Exit from reality: Jeremy Hunt vult zichzelf met marketing, publiciteitsgeilheid en fantasie om partijleider te worden

Soms doet het pijn om te zien hoe mensen zichzelf verlagen. Hoe ze zich in bochten wringen om gunstig over te komen. De minister van Buitenlandse Zaken Jeremy Hunt gedraagt zich als een lege huls die met marketing, publiciteitsgeilheid en fantasie gevuld wordt. Onaangenaam om te zien hoe disfunctioneel de Britse politiek is. Hunt klapt quasi uit de school door te zeggen wat kanselier Merkel hem afgelopen week gezegd zou hebben.
Mijn reactie bij de video:

It is nonsense if Hunt says that the negotiations between the British government and the EU failed ‘because the government could not deliver the parliament.’ That is fake history. That only became apparent after they had ended. The issue of the Irish backstop was underestimated by both parties during the negotiations.

The EU leadership has confirmed several times in the past year through the President of the European Commission Jean-Claude Juncker, his right-hand man Frans Timmermans and the President of the European Council Donald Tusk that the EU’s exit agreement with the UK is final and cannot be renegotiated.

The hard-to-reach compromise of 27 EU Member States with the UK cannot be opened for practical and procedural reasons. Because not only the UK, but also the 27 EU member states would then come up with new demands. Because it works both ways and not one way as Hunt suggests. Just think of Spain and the position of Gibraltar. National leaders such as Emmanuel Macron, Mark Rutte, Leo Varadkar or Angela Merkel have publicly confirmed several times that renegotiation of the exit agreement is not possible. Period.

There is political room for negotiation when adapting the political statement to the exit agreement. But that is nothing new and has been emphasized several times by Juncker and Tusk. Hunt doesn’t say that’s the point. He suggests that the exit agreement with the EU can be changed. But he is not concrete. What he says remains vague and suggestive. In fact, he says nothing at all. Something could be possible. Well, that’s always true.

The only purpose of his shot was probably to score in the British Sunday news cycle. He succeeded. It marks the thinness of political marketing for those who want to become leaders of the Conservative party at the expense of each other. His profile as a moderately hard candidate is ridiculous, unbelievable and hopeless. The national interest is secondary, or rather tertiar, after personal and party interest.

The stubbornness and autism of the leaders of the Conservative party is immense. They do not solve their problems in-house, but continue to export and project them on Brussels. There is as yet no technical solution for the demarcation of the Irish-Northern Irish border, and Hunt flees forward by pretending that he does not understand that and Chancellor Merkel does not understand anything about it either.

Yet for another reason, Hunt’s statement is completely illogical. Because why would the EU leaders or the political leaders of the most important EU member states give a guarantee to Hunt that they had withheld from PM Theresa May with whom a reasonable hold had been built up? May was the political leader with whom the EU had signed an exit agreement.

Why Secretary Hunt violates the confidentiality of an extremely sensitive subject in his apparent conversation with Chancellor Merkel is the question. As always, the answer is too simple for words: party politics and internal profiling of candidates. It is too childish for words what Hunt does. Without limits he ridicules his country, his party, himself as a politician and politics in general. Politics, once a profession for gentlemen and not for business travelers in deception en marketing.