George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Mark Rutte

Kabinet met ChristenUnie staat in de steigers. Wat heeft D66 erbij te winnen?

with 2 comments

Nog steeds ben ik teleurgesteld dat GroenLinks zich heeft teruggetrokken uit de onderhandelingen voor een nieuw kabinet. Het kwam voor commentatoren niet als een verrassing. In maart 2017 noemde ik dat afhaken onvermijdelijk ‘gezien de stabiliteit en onervarenheid’ van deze partij. De partij wilde geen vuile handen maken in het migratiebeleid, maar evenmin verantwoordelijkheid nemen om mee te gaan besturen. Dat is geen opstelling die past bij een volwassen partij in de praktische politiek, maar wel bij een kerkgenootschap dat aan de zijlijn excelleert in moralisme. Door de faalangst van partijleider Lodewijk Asscher van de PvdA dreigt nu de ChristenUnie toe te treden tot het in de steigers staande kabinet Rutte III met VVD, CDA en D66.

Dan dringen bijbelse normen door tot het centrum van de macht. De ChristenUnie is een partij van wie politici en programma’s consistent hameren op het belang van God of het gevaar van de secularisatie. Hier gaapt een kloof met de liberale VVD en D66. Secularisatie is overigens niet het uitbannen of het vijandig bejegenen van het christendom in de samenleving, maar het gelijkschakelen van alle levensovertuigingen en religies om ze zonder onderscheid een rechtmatige plek te geven. Onder meer door het terugdringen van de aloude voorkeurspositie van het christendom en christelijke organisaties. De ChristenUnie verzet zich hiertegen en probeert de eigen positie te beschermen door het begrip secularisatie verdacht te maken. Neem ook de volgende uitspraak in het kernprogramma over internationaal beleid: ‘Omdat Christus Koning is van alle overheden op aarde, moet de regering in haar buitenlands beleid Gods universele wet tot richtsnoer nemen.’ Dit tekent opnieuw de afstand tot VVD en D66 die een volstrekt andere benadering van de politiek hebben.

De getuigenispolitiek van GroenLinks en Asschers faalangst heeft tot de ChristenUnie met ‘Christus Koning‘ geleid. Bedankt, Jesse Klaver, succes met je schone handen en je mooi gestreken witte overhemden. Na jou de zondvloed. Opmerkelijk was trouwens dat de vorige partijleider Bram van Ojik wel positief was over het maken van afspraken met Afrikaanse landen om de vluchtelingenstroom naar Europa in te perken. De kans is groot dat nu de ChristenUnie deel gaat uitmaken van een kabinet. Dat is democratie. Partijen zijn geen doel, maar middel. Ze moeten niet te belangrijk genomen worden. Maar voor kiezers die gaan voor progressieve politiek valt er weinig te genieten met een van God en ‘Christus Koning‘ getuigende ChristenUnie, een negatief CDA dat met Catenaccio de grendel op de deur houdt en een opportunistische VVD die zoals altijd de belangen van multinationals dient (Nord Stream II) en er geen probleem in ziet bovenmatig te beknibbelen op kunst of het uitkleden van de verzorgingsstaat. Wat heeft D66 is godsnaam in zo’n kabinet te winnen behalve het najagen van een ministerschap voor de eigen politici? Is dat voldoende om geloofwaardig toe te treden? Het zal wel.

Foto: Giovanni Domenico Tiepolo, ‘De processie van het Trojaanse paard in Troje’, vermoedelijk 1760. Collectie: The National Gallery.

PvdA kan gerust toetreden tot een kabinet met VVD, CDA en D66. Hoofdzaak is dat de partij zich opent en verbreedt

with 3 comments

Er komt langzaam zicht op deelname van de PvdA aan het kabinet Rutte III met VVD, CDA en D66. PvdA-leider Lodewijk Asscher sprak in het kamerdebat over de formatie met informateur Tjeenk Willink verontwaardigd over de vluchtelingendeal die GL-leider Jesse Klaver had afgewezen. De PvdA kan uit elkaar halen wat GL niet kan. Namelijk 1) de beginselen van een partij waarbij de moraal een uitgangspunt kan zijn en 2) politiek als vak dat om een professionele opstelling en regie vraagt. Geen van de tegenstanders van GL heeft kritiek op dat eerste aspect. De kritiek op GL zit ‘m in dat tweede aspect. Want het is destructief om tijdens moeizame onderhandelingen met nieuwe eisen te komen zoals GL afgelopen donderdag deed. Is het onervarenheid, koudwatervrees of angst voor machtspolitiek? Op 18 maart pleitte ik in een commentaar voor aansluiting van de PvdA bij een kabinet en vreesde ik voor GL: ‘Het toetreden van GroenLinks tot een meerderheidskabinet of gedoogkabinet lijkt gezien de stabiliteit en onervarenheid van die partij voorlopig een brug te ver.’

Er bestaat geen wet die een verliezer verbiedt om in een regering te gaan zitten. Elke partij heeft het recht om mee te doen. Ook de PvdA. Het enige dat telt is dat het kabinet een meerderheid heeft in de Staten-Generaal. Dus de Eerste én Tweede Kamer. Je ziet het nu in het Verenigd Koninkrijk. De Tories hebben hun meerderheid verloren, maar premier May probeert toch een meerderheidsregering te vormen. Daar is niets vreemds aan.

Het is een interessante vraag welk perspectief voor de PvdA het beste is. Heeft het als zevende partij meer te winnen in de oppositie of in de regering? Beide scenario’s bevatten voor- en nadelen. De PvdA is een bestuurderspartij. Dat is er tegelijk de sterkte en zwakte van. Het kan kundige ministers leveren, maar is versteend en laat de jonge generatie onvoldoende doorstromen. Het omarmt niet de jonge activisten die in de VS Bernie Sanders hebben geholpen, maar houdt deze op afstand. Dat is geen toekomstbestendige strategie.

De vraag of de PvdA toe moet treden tot de regering is niet eens de belangrijkste vraag die de partij op dit moment moet beantwoorden. Het doet er niet zoveel toe. De uitdaging voor de PvdA ligt elders, namelijk in de partijorganisatie. Die moet vernieuwd, verjongd en hervormd worden. Niet onder een type partijbobo als Hans Spekman, maar onder een meer activistische, jongere, inspirerende leider die zich niet concentreert op het werk in de Tweede Kamer of de regering, maar op de partij zelf. Door lijnen naar de samenleving te trekken en de partij te openen. Als de PvdA inziet dat haar grootste belang toch buiten de regering ligt hoeft het geen bezwaren tegen deelname aan het kabinet Rutte III meer te hebben. Het kan ‘technische’ ministers als Jeroen Dijsselbloem (Financiën) of Diederik Samsom (Klimaat, Milieu) leveren die redelijk los staan van de PvdA als partijorganisatie die losser en minder centralistisch moet gaat opereren. Met als doel zich te verbreden.

Foto: Heteluchtballon, 1923. Collectie: Library of Congress.

Vliegende Merkel als voorbeeld voor Nederlandse politici

leave a comment »

Op Angela Merkel is de verzuchting ‘vroeger waren er staatslieden zoals Adenauer, Churchill of De Gaulle, nu niet meer’ niet van toepassing. Zij neemt haar land bij de hand en leidt het naar de toekomst. Voorzichtig en weloverwogen. Deze vrouw wordt steeds meer als staatsman gezien. In een richting die de burgers mogelijk op het eerste gezicht niet voor ogen hadden, maar waar ze zich achteraf best mee kunnen identificeren.

Nederland heeft geen leider van het kaliber Merkel. Nederland heeft de flexibele Rutte, de onbuigzame Buma, de handige Pechtold, de tobberige Asscher, de rancuneuze Wilders, de koddige Roemer of de communicatieve Klaver. Nederland krijgt de leiding die het verdient, zo wordt gezegd. Het is makkelijk om kritiek te hebben op de huidige generatie Nederlandse politici. Maar het is nog moeilijker om er geen kritiek op te hebben.

Van A naar Beter, heet het in overheidsbeïnvloeding die Nederlanders op de weg een duwtje wil geven om de beste route te kiezen. Soms is de kortste weg niet de snelste weg. Of de beste weg. Politici beseffen dat, maar ze handelen er op dit moment niet naar. Ze geven de indruk te veel belang te hechten aan hun eigen positie en die van hun partij of hun favoriete onderwerpen die de eigen achterban bedient. Ze overstijgen de tijd en partijgrenzen niet. Hun voorzichtigheid en bedachtzaamheid slaat om in bangigheid en blikvernauwing.

Zo tikt tijd die gevuld wordt met details weg terwijl belangrijke vragen wegens ontbrekend besef van urgentie blijven liggen. Hoe Nederland toekomstbestendig te maken? Hoe het politieke bestel te moderniseren? Hoe de welvaart beter verdelen? Welke geopolitieke positie moet Nederland in de EU kiezen nu de Britten door de Brexit en de VS door het onberekenbare gedrag van president Trump gedeeltelijk dreigen weg te vallen? Zoekt Nederland aansluiting bij de Duits-Franse as? Nederlandse politici sleutelen aan het Binnenhof met elkaar, verwijten elkaar niet te bewegen, maar blijven zelf stilstaan. Buiten de landsgrenzen is er de vliegende Merkel.

Foto: ‘The flying Merkel … J.P. Schantin crossing the great American desert on his flying Merkel motorcycle’, 1913. Collectie Library of Congress.

Formatie komt in volgende fase. Al tijd om de PvdA in te sluiten?

with 3 comments

D66-leider Alexander Pechtold gaat voor een vijfpartijenkabinet van VVD-D66-CDA-SP-PvdA. Dat stelt hij vandaag voor aan informateur Edith Schippers. Tegen de beoogde kandidaat ChristenUnie heeft D66 vanwege onder meer levensbeschouwelijke onderwerpen bezwaar. Van de weeromstuit zegt de ChristenUnie bezwaar te hebben tegen D66. Omdat SP de VVD uitsluit en SP-leider Emile Roemer bij dat standpunt blijft is deelname van de SP aan een vijfpartijenkabinet onwaarschijnlijk. Resteert een kabinet van VVD-CDA-D66 met de PvdA. Met het gewenste evenwicht tussen links en rechts en geen enkele partij die het op moeten nemen tegen drie andere partijen. Deze combinatie was vanaf het begin het meest logisch, maar vanwege het grote verlies van de PvdA moest er tijd gekocht worden om deze partij aan het idee te laten wennen. Nu is de tijd, zo lijkt het.

Begripsverwarring over het populisme dat zich in de greep van de pseudo-populisten bevindt

with 4 comments

Wat is een populist? In elk geval is iemand die zich populist noemt er niet per definitie een. Donald Trump is geen populist omdat hij geen populistische agenda heeft en niet opkomt voor het volk. Bernie Sanders is wel een populist omdat hij wel een populistische agenda heeft en opkomt voor het volk. Dat gaat samen met de waardering die populisten van het volk krijgen. Sanders is op dit moment de populairste senator van de VS en Trump de in de recente geschiedenis minst populaire president. Een populist die niet scoort is geen populist.

Het begrip populisme is inderdaad breed. Om het te begrijpen kan het best een onderscheid gemaakt worden tussen authentieke populisten en pseudo-populisten. Want iemand als Trump die een volksverzekering wil afschaffen of talrijke bankiers van Goldman Sachs in zijn team benoemt komt niet op voor het volk. Iemand als Trump zou de journalistiek daarom niet langer een populist moeten noemen, maar een pseudo-populist. Dat dekt de lading beter en vermijdt begripsverwarring. Om in Trumps eigen termen te blijven: neppopulist.

Populisme heeft dus te maken met echtheid en oprechtheid. Premier Mark Rutte of CDA-leider Sybrand Buma die zich populistisch uitlaten zijn geen populisten -zonder dat ze dat zelf overigens pretenderen- omdat ze in hun politiek het belang van het volk niet centraal stellen. UKIP-leider Nigel Farage of Tory-leider Boris Johnson zijn evenmin populisten omdat ze geen populistische agenda hebben en slechts in naam opkomen voor het volk. Hun populisme is pure marketing. Bij Geert Wilders of Marine Le Pen is het beeld gemengd. Ze hebben hun agenda via marketing afgestemd op het volk en doen alsof ze dat bedienen. Of ze dat echt doen is echter de vraag. Hun inzet is niet het opkomen voor het volk, maar het volk gebruiken voor het realiseren van hun politieke agenda. In dit geval nationalisme en verzwakking van de EU. Sanders lijkt de enige echte populist.

Een verslag van het Piet Zwart Instituut met misverstanden: ‘Vrije kunst en het niet bestaande normaal van Mark Rutte…’

with 9 comments

Allerlei begrippen duikelen in een verslag van het Piet Zwart Instituut in Rotterdam over elkaar heen en worden vermengd. Het betreft het tijdens een symposium gepresenteerde project ‘The Art of Looking’. Maar onderdrukking is nog geen racisme, evenmin als culturele hegemonie onderdrukking is. Dat is jammer want het onderwerp van de suprematie van de leidende culturele groep binnen een samenleving en de doorwerking daarvan in de kunstsector is belangwekkend genoeg om het op academies hoog op de agenda te zetten. Dan echter wel met fijnzinnigheid en zonder makkelijke oordelen. Liever vanuit de bewustwording van studenten, dan vanuit een politieke strijd die vanuit Amerikaanse universiteiten naar Nederland wordt geëxporteerd om aan de Noordzee dunnetjes over te worden gedaan. Ter rechtvaardiging kan opgemerkt worden dat een academie geen universiteit met wetenschappelijke pretentie is. Dat is de valkuil om gemakzuchtig in te vallen.

De kwestie Dana Schutz en de Whitney Biennial is er een duidelijk voorbeeld hoe politieke correctheid de Amerikaanse kunstwereld in haar greep kan krijgen. Daar kunnen Nederlandse kunstacademies beter niet in meegaan, hoewel het risico bestaat dat dat onder leiding van buitenlandse (gast)docenten met een niet perfect beeld van de Nederlandse samenleving toch gebeurt. Nederland is echter geen VS, en het verschil in positie van Amerikaanse etnische minderheden is onvergelijkbaar met die van Nederlandse etnische minderheden.

Het verslag verwijst naar premier Mark Rutte en zijn brief over hufterigheid van 22 januari 2017 die stelt dat gewone Nederlanders geen racisten zijn. Erin zei hij: ‘We voelen een groeiend ongemak wanneer mensen onze vrijheid misbruiken om hier de boel te verstieren, terwijl ze juist naar ons land zijn gekomen voor die vrijheid. Mensen die zich niet willen aanpassen, afgeven op onze gewoontes en onze waarden afwijzen. Die homo’s lastigvallen, vrouwen in korte rokjes uitjouwen of gewone Nederlanders uitmaken voor racisten. Ik begrijp heel goed dat mensen denken: als je ons land zo fundamenteel afwijst, heb ik liever dat je weggaat.’ De brief kreeg kritiek, ook op dit blog, maar erin zegt Rutte niet dat gewone Nederlanders geen racisten kunnen zijn. Hij wijst de beschuldiging van de hand dat ze racisten genoemd worden omdat ze voor zichzelf opkomen.

Het verslag eindigt als volgt: ‘Wie is normaal? Mensen zijn verschillend, er bestaat geen normaal. Ook niet in art making.’ Het is te makkelijk om te zeggen dat er in de politiek geen normaal bestaat. Want het gaat niet over psychologisering van individuen, maar over individuen die met elkaar de samenleving vormen en politiek bedrijven. Het jaar van de Brexit, de verkiezing van Trump, beschuldigingen van de Turkse president Erdogan aan Europa, en de Russische inmenging in verkiezingen in de VS en Europa heeft de ‘normale’ politiek behoorlijk door elkaar geschud. Dat speelt zich niet af op het niveau van verschil in beleid tussen politieke partijen, maar op een filosofisch niveau dat waarheid, objectieve journalistiek en feiten ter discussie stelt.

Het normaal is in de opvatting van Rutte en andere westerse politici niet het verkiezen van liberalisme boven conservatisme, socialisme of andere politieke stromingen, maar de keuze voor de zogenaamde liberale democratie waarin politieke partijen hun machtsstrijd uitvechten zonder dat het politieke systeem zelf te discussie wordt gesteld. Omdat Rutte dit in de gewraakte brief halfslachtig toelichtte wachtte hem de terechte kritiek dat hij te weinig afstand nam van het populisme. Rutte’s fout was niet dat hij namens de VVD een verkeerd standpunt innam, maar vanuit opportunisme niet voldoende afgrensde wat hij principieel afwees.

Foto: Deel van verslag ‘Vrije kunst en het niet bestaande normaal van Mark Rutte…’ van Jos van Nierop, 30 maart 2017.

Wilders winnaar of verliezer? Op de vraag of het populisme definitief verslagen is zijn vele antwoorden mogelijk

with one comment

De Nederlandse verkiezingen voor de Tweede Kamer hielden afgelopen week de hele wereld bezig. Er bestond overeenstemming over het antwoord op de vraag of het rechts-populisme van PVV’er Geert Wilders was doorgebroken. Dat was niet gebeurd. Maar de vraag of het populisme nu definitief verslagen is wordt verschillend beantwoord. De Chinese staatszender CGTN kiest een enerzijds-anderzijds benadering. Sommige analisten wijzen erop dat Wilders ondanks een perfecte storm (Brexit, Trump, Oekraïne-referendum, Erdogan) niet heeft kunnen profiteren en dat daarom zijn doorbraak in de toekomst minder waarschijnlijk is geworden. Andere analisten kiezen weer een andere benadering door te zeggen dat ze menen dat het populisme niet bij radicaal-rechts (PVV) en extreem-rechts (FvD) is doorgebroken, maar bij gematigd-rechts (VVD en CDA).

Radicaal-rechts is niet verder gekomen dan 15%. Met echt populisme is niets fout. PvdA’er Wouter Bos brak daar in 2005 een lans voor in de Johan de Wittlezing. Volgens Bos was een beetje populisme goed voor de democratie. Het maakt politici immers grijpbaar en menselijk. De personalisering van de politiek maakt deze boeiender en aantrekkelijker. Politiek functioneert pas optimaal als vorm en vent (of vrouw) samengaan. Maar ze behoren in evenwicht te zijn. Uit Bos’ woorden blijkt dat inhoud die slecht verwoord wordt niet overkomt. En dat goede verwoording zonder inhoud tot niks leidt. Vermoedelijk doelde premier Rutte op dat deels dichten van de kloof tussen politiek en burger door zijn onderscheid tussen goed en verkeerd populisme. Het populisme van Trump of Wilders is in werkelijkheid trouwens geen populisme, maar pseudo-populisme. Wilders wil de kloof met de burger helemaal niet dichten, maar die burger voor zijn karretje spannen.

Hoe dan ook heeft Wilders zijn leidende positie in de peilingen van 30 tot 35 zetels niet waar kunnen maken. Op radicaal-rechtse partijen heeft slechts 15% van de bevolking een stem uitgebracht. Dat is de winst van de verkiezingen en tekent de stabiliteit van Nederland en het verstand van de Nederlandse bevolking. Nederland is coalitieland met een politiek van geven en nemen. Niet van overrompelen en overbluffen. Uit internationale onderzoeken blijkt dat Nederland vergeleken met andere landen gunstig scoort op het gebied van rechtsstaat, persvrijheid, welzijn, geluk, corruptie of inkomensgelijkheid (Gini-coëfficiënt). Dat op een grote hoop vegen door radicaal-rechts via een omweg gelijk te stellen aan rechts of zelfs centrum-links is onterecht.

De budgetvoorstellen aan het congres die de Amerikaanse president Trump afgelopen week deed geven aan wat echt populisme is dat zich door alternatieve-rechtse ideologie laat voeren. Hij kwam met een begroting die het bedrijfsleven bedient. Dat is in de Nederlandse verhoudingen ondenkbaar. Trump stelde voor om de subsidie van The National Endowment for the Arts en de publieke omroep PBO volledig af te schaffen. Dat is de echte kaalslag, dat is de bijl aan de wortels van de overlegsamenleving die elke doelgroep min of meer evenwichtig bedient. Populisme zet bevolkingsgroepen tegen elkaar op. Dat is het populisme dat kunst en journalistiek bij het grof vuil wil zetten. Wie het verschil niet ziet tussen conservatieve politiek die de belangen van de beter gesitueerden bedient en hedendaagse populisten die begrippen als waarheid, feit en volk willen ondermijnen, elke politieke discussie willen ontregelen en het politieke bestel zelf omver willen gooien om buiten de politiek om hun belangen te dienen bestrijdt het populisme niet, maar praat het naar de mond.

Het populisme van Trump, Marine Le Pen of Wilders streeft naar de ontmanteling van de wereldorde. Met als slecht uitgewerkt en praktisch onhaalbaar doel de vestiging van de natiestaat. Die ontmanteling raakt direct aan de nationale veiligheid van Nederland en het voortbestaan van Europese landen. Dat is van een andere orde dan een uit politiek opportunisme retorisch populisme van VVD en CDA dat zich niet in daden vertaalt doordat het binnen de rechtsstaat blijft. Uiteraard schuift het politieke landschap soms naar links of naar rechts. Dat is een pendule die heen en weer slaat en het politiek bestel zelf niet echt raakt. Op actie volgt altijd reactie. Nederland is nog steeds een redelijk welvarend en egalitair land. Het populisme van Trump of Wilders is anders en probeert onze samenleving in de kern te veranderen door de rechtsstatelijkheid en democratische weerbaarheid ervan te vernietigen. Daar is uiteindelijk geen antwoord op. Dat is de echte zorg.