Nederlandse politiek? Ik ben er helemaal klaar mee!

Schermafbeelding van deel artikelDoorbraak in formatie: D66 wil over oude coalitie met VVD, CDA en CU onderhandelen‘ op Nu.nl, 30 september 2021.

Om me te voegen in hedendaags jargon: ‘Ik ben er helemaal klaar mee‘. Natuurlijk niet echt, maar het klinkt stoer om dat te kunnen zeggen. COVID-19? ‘Ik ben er helemaal klaar mee‘. De woningnood? ‘Ik ben er helemaal klaar mee‘. Stijgende gasprijzen? ‘Ik ben er helemaal klaar mee‘. Iemand zal nou nooit eens zeggen: ‘Mezelf? Ik ben er helemaal klaar mee‘. Masochisten en pathologische leugenaars uitgezonderd.

Net als vele Nederlanders ben ik oprecht klaar met de huidige generatie politici. Ze gedragen zich als kleuters die niet verder kunnen kijken dan het eind van hun eigen zandbak. Sommigen zeggen nu dat ze zich schamen, maar nog steeds handelen ze daar niet naar. Deze generatie politici zou uit de politiek verbannen moeten worden wegens wanprestatie. Ze hebben contractbreuk gepleegd. Maar zo’n rigoureuze ingreep is onhaalbaar en onwerkbaar.

Nu richt het zichtbare ongenoegen zich op D66 dat op het oog onbegrijpelijk heeft gehandeld. Eerst de CU blokkeren om die vervolgens te deblokkeren. Als dat nog op te vatten viel als een methode om de eigen positie in de onderhandelingen te versterken viel dat nog te billijken. Maar D66 heeft publicitair alleen maar schade geleden en is hier verzwakt uitgekomen.

Op de onzichtbare achtergrond is het niet minder onbegrijpelijk waarom CDA en VVD elkaar tot nu toe hebben weten vast te houden en PvdA en GroenLinks samen hebben weten te blokkeren. CDA-leider Hoekstra excelleerde in de publieke opinie maandenlang in nietszeggendheid terwijl zijn partij uit elkaar viel en aan invloed verloor. Het is het wonder van deze informatie waarom premier Rutte hierin tot aan het einde meeging en waarom zowel D66 als PvdA en GroenLinks die eenheid van CDA en VVD niet hebben weten te doorbreken.

Nu richt het ongenoegen zich op D66. Dat heeft ook wel wat uit te leggen. Is het de onervarenheid van partijleider Kaag en haar team dat bij tijd en wijle onhandig opereerde in een vreemde combinatie van overschreeuwen zonder een aansluitende nabehandeling of is het de tragiek van de tweede partij die te groot is voor een servet, maar te klein voor een tafellaken?

Strategisch was het voor D66 logischer geweest en beter uit te leggen aan de kiezers als het zich vanaf het begin had verbonden met PvdA en GroenLinks. Nu gaf D66 een dubbel signaal af. Enerzijds zat het als junior partner aan tafel met de VVD en schreef mee aan een concept regeerakkoord, anderzijds maakte het zich sterk voor deelname van de PvdA en GroenLinks aan een kabinet. Dat kon niet allebei.

Net als nu de Groenen en de FDP in Duitsland had D66 het moeten omdraaien door eerst een progressief akkoord met de PvdA en GroenLinks te formuleren om pas daarna met de VVD en het CDA aan tafel te gaan zitten. Dat had in elk geval iedereen begrepen omdat het eenduidig was. Als D66 niet zover had willen gaan, dan had het zich niet zo ferm moeten identificeren met beide linkse partijen. Het beeld dat nu blijft hangen is wispelturige halfslachtigheid van D66. Met als gevolg dat niemand tevreden is en iedereen D66 deels ten onrechte een gebrek aan standvastigheid verwijt.

In een reactie bij een artikel op nu.nl verwoordde ik mijn reactie zo:

Er hangt voortzetting van het huidige kabinet in de lucht. Dat roept dat de vraag op naar het opereren van de partijleiding van D66. Want de blokkade door de rechtse partijen CDA en VVD van de linkse partijen PvdA/GroenLinks is niet doorbroken en de CU zit weer aan tafel.

Als Rutte IV een voortzetting wordt van Rutte III, dan zijn de onderhandelingen terug bij af.

Had D66 slechte kaarten of heeft het de kaarten die het had slecht uitgespeeld? Als dat laatste het geval is, waar het op lijkt, dan is er introspectie in de partijleiding van D66 nodig.

Misschien had de partij enkele maanden geleden uit de onderhandelingen moeten stappen. Zodat het zich in een sterke positie gemanoeuvreerd had om teruggevraagd te worden.

Nu laat D66 zich intimideren door een VVD-informateur en het instabiele CDA dat doet alsof het nog machtig is zonder daar goed op te kunnen antwoorden.

De vlucht vooruit is nog het enige dat D66’s geloofwaardigheid kan redden. Dus een claim op het premierschap.

SuperDry, of de triomf van het T-shirt in de politiek

Vooral het opvallende Superdry-shirt van CDA-leider Wopke Hoekstra (links) viel niet bij iedereen in de smaak: te casual. Naast Hoekstra zitten Sigrid Kaag, Mark Rutte en Johan Remkes. © ANP

Laten we het eens niet over het uiterlijk en de kledingkeuze van vrouwen in de politiek hebben, maar over mannen. Die identiek gesneden, maar verschillend gekleurde jasjes van kanselier Angela Merkel kennen we intussen wel. Als verleidelijke prooi voor vormgevers die er een Ari Versluis en Ellie Uyttenbroek van maken.

Wat is het bij mannen van middelbare leeftijd om zich te willen manifesteren met kekke schoenen, strakke jeans en T-shirts met opdruk die zegt hoe cool ze zijn? Het is de mythe van de jeugdigheid in gedwongen ongedwongenheid.

Die zelfbevestiging hebben ze blijkbaar nodig om te denken dat ze aan de buitenwereld en zichzelf zo laten zien wie ze zijn. Het is de omweg van het grote gebaar. Het kan blijkbaar niet gewoon, maar alleen nog in de overtreffende trap. Vooral als ze in een langlopend proces met elkaar in groepsverband opereren. Zo jutten ze elkaar steeds meer op en wordt de eis om in het uiterlijk op te vallen steeds belangrijker.

Het is een patroon. In het beeldverslag van het kabinetsberaad in het Catshuis vallen steeds meer aankomsten van excentriek geklede kabinetslieden te zien die duidelijk bedoeld zijn om op te vallen. Zoals minister Hugo de Jonge op een racefiets in wielrenners outfit. Waarom gaat hij zo gekleed naar zijn werk?

Aaf Brandt Corstius karakteriseert in de Volkskrant het gedrag van deze mannen in een leuke, maar ook belangrijke columnVolwassen mannen als Rutte en Hoekstra vinden dat er een woord op hun T-shirt moet staan, want dat is gaaf‘.

Dit gaat om politici als Rutte en Hoekstra die pretenderen in een weekendoverleg op een Hilversums buitenhuis zo gewoontjes mogelijk gekleed te gaan om ongedwongen gewoonheid en jeugdigheid uit te stralen, maar zich in werkelijkheid hullen in het uniform van het gave succes. Ze raken betrokken bij het ritueel zonder dat goed te beseffen.

Dat staat in contrast met de informateur van de kabinetsformatie Johan Remkes die toevallig een truitje uit de kast lijkt te hebben gepakt dat daar al sinds 1980 ligt. De indruk bestaat dat omdat het casual moest hij even niks anders had. Remkes straalt zo uit dat uiterlijk en beeldvorming hem niks interesseren en hij uitsluitend gaat voor de inhoud. Het contrast is veelzeggend.

Remkes is in het gezelschap de volwassene en Rutte en Hoekstra zijn z’n kinderen die zich van elkaar willen onderscheiden. Is die beeldvorming van Hoekstra, Rutte en hun teams van spindoctors en communicatiedeskundigen mede een oorzaak voor de stagnatie in de formatie?

Beeldvorming is mannen als Hoekstra en Rutte steeds meer in de weg gaan staan. Ze hebben steeds minder ruimte om in de publieke opinie zichzelf te zijn. Ze zijn verstikt in opdrachten en kunnen na verloop van tijd alleen nog een beeld van zichzelf reproduceren om een imago vast te houden. Dat maakt het lastig om te schakelen in de formatiebesprekingen. Imago is hun automatische piloot die ze niet meer uit kunnen zetten.

De tegenstrijdigheid van een casual heidesessie met uitgebreide aanwezigheid van een groep journalisten die er verslag van doet geeft aan dat ook Remkes zich niet kan onttrekken aan de waan van de dag die hij probeert te doorbreken. De persaanwezigheid op die plek tekent het voorlopige failliet van het politieke bedrijf.

Het is in handen van de marketeers van de politieke partijen die continu aandacht claimen voor een stroom van nieuwtjes die bij nader inzien weinig om het lijf hebben en oppervlakkig zijn. Media en politiek jagen elkaar op. Het maakt de politiek kapot omdat die niet meer op adem kan komen. Het verdringt het nadenken over en behandelen van belangrijke zaken. Daar staat Hoekstra’s T-shirt symbool voor.

Is ‘blokkade’ het woord van de kabinetsformatie 2021?

A la fin des années 1970, Europa-Park est déjà bien implanté en tant que rendez-vous familial pour le grand public en Allemagne. Quelques années plus tard, en 1982, sera inauguré le premier quartier à thème européen. L’Italie sera le pays choisi. Document Europa-Park.

Het woord van de kabinetsformatie zou wel eens ‘blokkade’ kunnen zijn. Partijen sluiten elkaar uit. Vandaag gooiden VVD en CDA zoals het er nu naar uitziet de deur definitief dicht voor PvdA en GroenLinks. Nadat deze partijen zich geweld hebben aangedaan door te handelen in strijd met hun eigen identiteit. Alle partijen lijken in een identiteitscrisis te verkeren. Ze blokkeren psychisch. Beide rechtse partijen willen niet dat de twee linkse partijen aan tafel aanschuiven om te onderhandelen.

Van de grootste partij VVD is dat begrijpelijk, maar waar het instabiele en verdeelde CDA dat worstelt met de invloed van oud-partijlid Pieter Omtzigt de lef vandaan haalt om zich zo hard op te stellen is onbegrijpelijk. D66 wil de ChristenUnie niet in het kabinet omdat deze christelijke partij haaks staat op een progressieve agenda. Deze opstelling, blokkade, van D66 is begrijpelijk omdat sociaal-culturele progressiviteit voor het sociaal-economisch rechtse D66 de enige manier is om zich te onderscheiden.

Een minderheidskabinet van VVD, D66 en CDA met 73 zetels is evenmin aantrekkelijk omdat het zich ermee op bepaalde beleidsterreinen die bij links geen steun hebben afhankelijk maakt van de radicaal-rechtse partijen, zoals de PVV. Dat is een publicitair rampscenario voor premier Rutte. Een pseudo-minderheidskabinet met vaste gedoogsteun van het tegen D66 aanleunende VOLT zou de coalitie uit de greep van de rechtse Kamermeerderheid tillen. Maar of VOLT daartoe bereid is of dat VVD en CDA ook zo’n optie blokkeren is ongewis.

Misschien is het woord dat bij nader inzien de kabinetsformatie 2021 beter omschrijft achtbaan of het in dit kader treffende equivalent tuimeltrein omdat het de noties buitelen, struikelen en vallen bevat. Het kronkelt en de kiezers zien het verbijsterend aan. Ze begrijpen niet wat ze zien en hoe het proces zich ontrolt. Wat is het alternatief voor partijpolitiek die aan zichzelf denkt en het algemeen belang uit het oog is verloren? Stuk voor stuk falen de leiders van de politieke partijen. Dat beseffen ze en tast weer hun zelfbeeld aan.

Je vraagt je af of het geen tijd is voor een interventie van een extern orgaan of adviesraad om het demissionaire kabinet én de voorzitter van de Tweede Kamer erop te wijzen dat wat nu gebeurt constitutioneel ontoelaatbaar en buiten de orde is. Formeel hebben de ministers van Staat of de Raad van State geen rol hierin maar ze zouden wel hun publicitaire en morele gewicht kunnen inzetten om kabinet en Kamer in de publieke opinie te corrigeren. Of liever gezegd, tot de orde te roepen. Partijleiders die zich gedragen als kleuters zouden op hun gedrag aangesproken moeten worden.

Want het is nog niet over. Vandaag pas beginnen de onderhandelingen. Dat gaat dus nog even duren. Midden september loopt het ziekteverlof van Omtzigt af. Als hij terugkeert in de Kamer zorgt dat weer voor nieuwe dynamiek en hernieuwde aandacht voor de verdeeldheid in het CDA. Dat ondermijnt de positie van CDA-partijleider Hoekstra. Dat kan opnieuw voor vertraging zorgen. Etc.

Duits liberale FDP positief over samenwerking met SPD en Grünen. Dat contrasteert met bange opstelling van VVD

Opmerkelijk is dat in Duitsland een coalitie van SDP (sociaal-democraten), Groenen en FDP (liberalen die meer lijken op de VVD dan D66) in de steigers staat. Op 26 september 2021 zijn de verkiezingen voor de Bundestag. Deze zogenaamde verkeerslicht (‘Ampel’) -coalitie van Rood-Groen-Geel koerst op een meerderheid in de Bundestag af. Vice-voorzitter van de FDP en Bundestag Wolfgang Kubicki heeft zich er positief over uitgelaten vanwege de stapjes in de richting van het pragmatisme van de andere twee partijen. En dan met name van kandidaat-kanselier Olaf Scholz (SPD).

De FDP heeft een recent verleden van samenwerking met de SPD en is er mentaal als junior-partner aan gewend. Gedenkwaardig in de Ostpolitik van SPD-kanselier Willy Brandt (1969-1974) was minister van Buitenlandse Zaken en vicekanselier Walter Scheel die met Brandt een goede tandem vormde. Ook FDP’er Hans-Dietrich Genscher speelde die rol onder bondskanselier Helmut Schmidt (1974-1982).

Vanuit Duits perspectief is de blokkade van het CDA van een coalitie met de twee linkse partijen PvdA en GroenLinks begrijpelijk. Ook In Duitsland is er immers geen coalitie in de maak van CDU/CSU, SPD, Bündnis 90/Die Grünen en FDP. Dat zou te breed zijn en voor een meerderheid overbodige partijen bevatten. Wat echter niet te rijmen valt is dat de VVD die eis van de CDA overneemt of zich daar achter verschuilt. Des te meer omdat het CDA door de nog steeds niet opgeloste kwestie Omtzigt verdeeld en instabiel is en Hoekstra zich in de onderhandelingen secundair en niet constructief opstelt.

De FDP is niet linkser dan de VVD, maar wel pragmatischer en gewend aan regeren met de SPD. De PvdA en GroenLinks stellen zich niet minder pragmatisch op dan de SPD en Grünen. Vooral GroenLinks wenst sloten water in de wijn te doen om maar te mogen regeren. Waar is de VVD bang voor waar de FDP niet bang voor is? Terwijl notabene de positie van de Duitse SPD en Grünen electoraal veel sterker is dan die van haar Nederlandse zusterpartijen.

Anders gezegd, waarom kan er in Nederland geen verkeerslicht-coalitie van een zwak rood licht (PvdA), een zwak groen licht (GroenLinks) en een sterk geel licht (VVD en D66) tot stand komen, terwijl dat in andere landen wel gebeurt? Overigens heeft zo’n verkeerslicht-coalitie van VVD-D66-PvdA-GroenLinks met 75 zetels geen meerderheid in de Tweede Kamer. Er zijn trouwens andere bezwaren tegen een samenwerking van PvdA met GroenLinks vanwege de identiteitspolitiek van laatstgenoemde.

Maar dat gaat voorbij aan de opstelling van de VVD. De kern van kritiek en oplopende verbazing is dat de VVD vanuit een positie van sterkte een coalitie met rood en groen blokkeert die in Duitsland haar zusterpartij FDP vanuit een positie van zwakte omarmt. Waarom voelen premier Rutte en de VVD zich in hun sterkte zo onzeker? Staat in Europees verband nou de VVD of de FDP uit het lood?

VVD en CDA zijn de pubers van de Nederlandse politiek. Ze vertragen formatie omdat ze op zoek zijn naar een eigen identiteit

CDA-leider Wopke Hoekstra op het Binnenhof. Augustus 2021.
BEELD ANP

Er klinkt steeds meer kritiek op de traag verlopende onderhandelingen voor een nieuw kabinet. Op 17 maart 2021 vonden de verkiezingen voor de Tweede Kamer plaats. Dat is inmiddels meer dan vijf maanden geleden. Er is nog geen zicht op een doorbraak. De indruk ontstaat steeds meer dat de politieke partijen uitsluitend met zichzelf en elkaar bezig zijn en de wereld om zich heen vergeten. Maar die wereld draait door ondanks de schijnbewegingen van de Nederlandse politiek.

In zijn column van 24 augustus 2021 in NRC constateert Tom-Jan Meeus dat de rechtse partijen een meerderheid van 81 zetels hebben. Dus het is van tweeën een. Of beide rechtse partijen VVD en CDA die nu deelnemen aan de besprekingen gaan volmondig voor een rechts kabinet dat hun voorkeur verdient en waar ze zich sterk voor zeggen te willen maken. Of ze laten die ambitie varen en gaan niet voor zo’n rechts kabinet en aanvaarden de deelname van centrumpartij D66 en de twee linkse partijen PvdA en GroenLinks. Een andere keuze is er niet.

Meeus zegt: ‘Links had decennia de reputatie verdeeld en ontoeschietelijk te zijn, nu is vooral rechts daar goed in. Een volbloed rechts kabinet zou afspraken met complotdenkers (FVD/corona), EU-sceptici (JA21 wil uit de euro) en een wegens groepsbelediging veroordeelde voorman (Wilders) vergen. Dan zijn Ploumen en Klaver natuurlijk een eitje‘. Kortom, het lijkt er verdacht veel op dat VVD en CDA geen volbloed rechts kabinet nastreven omdat de rechtse partijen PVV, FvD, Van Haga, SGP, JA21 en BBB te instabiel en te weinig constructief zijn. Maar Rutte en vooral Hoekstra houden ten onrechte vol dat PvdA en GroenLinks instabiel zijn.

Er is nog het aspect van de getalsverhoudingen tussen partijen in een kabinet dat ik naar aanleiding van een mediaoptreden van CDA’er Madeleine van Toorenburg in een commentaar van 6 juni 2021 noemde. Het is begrijpelijk dat PvdA en GroenLinks dat tot nu toe in de publiciteit niet naar voren hebben gebracht omdat het gaat over hun eigen nietige positie. Dat zou wel verhelderend zijn.

Schermafbeelding van deel commentaarCDA en VVD vertragen formatie door te duwen op rechterkant en PvdA en GL samen uit te sluiten‘ van 6 juni 2021.

Bij de vorming van een kabinet draait het bij het formuleren van het regeerakkoord en de verdeling van de kabinetsposten om de zwaarte van de afzonderlijke partijen. Die weegt door in de resultaten. Niet toevallig hebben de grootste partijen VVD en D66 in juni 2021 van informateur Mariëtte Hamer de opdracht gekregen om een proeve van regeerakkoord te schrijven dat nu het werkdocument is voor de onderhandelingen.

In een nieuw kabinet Rutte-Kaag zullen PvdA en GroenLinks weinig in de melk te brokkelen hebben met hun in totaal 17 zetels. Vergelijk dat met de liberale as in dat kabinet van VVD en D66 van 58 zetels. Dat is 3,4 zoveel als beide linkse partijen. Of vergelijk het met de rechtse as van VVD en CDA met 49 zetels. Dat is 2,3 zoveel als beide linkse partijen.

Waar zijn VVD en CDA bang voor? Voor de eigen lusteloosheid, sloomheid en stuurloze drift?

Het is simpel. Of beide rechtse partijen kiezen voor een op en top rechts kabinet met onder meer PVV, FvD en rechtse splinters. Of ze kiezen voor een centrumkabinet met D66, PvdA en GroenLinks. Want D66 heeft een kabinet met de ChristenUnie geblokkeerd en uit wat bekend is uit de proeve van regeerakkoord zal de ChristenUnie zich daar niet in kunnen vinden. Zo moeilijk is het niet voor VVD en CDA om aan hun achterban uit te leggen dat PvdA en GroenLinks in een nieuw kabinet getalsmatig weinig in de melk te brokkelen hebben en dat het landsbelang nu vraagt om voortgang.

De aarzelende aanpak van de evacuatie uit Kabul roept de vraag op hoe minister Kaag sinds mei 2021 de regiodirectie DAO/ZA heeft aangestuurd en hoe de inlichtingendiensten het kabinet hebben geïnformeerd over de toestand in Afghanistan en wat het kabinet daarmee heeft gedaan. Het heeft in elk geval niet gehandeld zoals Frankrijk deed. Hoeveel tijd heeft premier Rutte de afgelopen drie maanden aan Afghanistan besteed? Dat is de schaduwzijde van de Nederlandse politiek die op het Binnenhof kringetjes om zichzelf draait als een adolescent die op zoek is naar een eigen identiteit.

Voor welk probleem blijven VVD en CDA een oplossing zoeken? Het lijkt er steeds meer op dat ze niet weten wie ze zijn.

CDA en VVD vertragen formatie door te duwen op rechterkant en PvdA en GL samen uit te sluiten

Stuurt het CDA in de persoon van Madeleine van Toorenburg de hulptroepen van Team B de media in om de georkestreerde boodschap te verspreiden en de reactie erop in te schatten dat deze partij een coalitie over rechts wil of spreekt zij op eigen initiatief namens de rechterflank van het CDA? 

Waarschijnlijk moet ze in opdracht van de partijleiding eraan mee helpen om het voldongen feit van een centrum-rechts kabinet te helpen forceren. Dat zou een voorzetting van het huidige kabinet zijn, met de CU, of een inwisseling van deze partij voor PvdA óf GL. Persoonlijk kan meespelen dat zij inschat dat zij meer kans op een kabinetspost heeft als minder partijen beloond moeten worden. Daarom lijkt ze ook over haar eigen carrière te praten, zonder dat uiteraard toe te geven. 

Het CDA behaalde bij de laatste verkiezingen 9,5% van de stemmen en heeft 15 zetels in de Tweede Kamer. Leider Hoekstra heeft niet uitgesproken dat hij wil toetreden tot een nieuw kabinet. Hij houdt nog steeds een slag om de arm. Dat heeft te maken met de machtige positie in de partij van kamerlid Pieter Omtzigt die niet gecharmeerd is van premier Rutte die volgens hem de verkeerde bestuurscultuur zou belichamen. Nu Omtzigt wegens ziekte voor langere tijd uitgeschakeld is lijkt het CDA geleidelijk uit de schulp te kruipen.

Het opvallende in de formatie is in de laatst weken de verandering van toon en retoriek van de rechtse partijen CDA en VVD. Of ze zelfvertrouwen hebben gekregen is de vraag, maar vaststaat dat ze die publiekelijk tonen. Dat kan als fluiten in het donker worden uitgelegd. Het tegen beter weten in willen forceren van een voldongen feit. 

De VVD meent die vrijheid te kunnen nemen omdat de positie van premier Rutte niet langer hevig, maar overigens nog wel gematigd ter discussie staat en het CDA omdat de positie van de genoemde Omtzigt is verzwakt.

Eerst erkenden deze partijen volmondig (VVD) en deemoedig (CDA) dat er sprake was van een liberaal motorblok van VVD-D66 als basis voor een coalitie. Nu proberen ze in de beeldvorming een werkelijkheid te creëren van een rechts kabinet. Zoals gezegd is dat vooral van het CDA een ondoorgrondelijke manoeuvre omdat het nog niet eens heeft verklaard deel te willen uitmaken van een nieuw kabinet. Het CDA formeert op afstand in ijle lucht. 

Dat tamboereren op een rechts kabinet met als joker zelfs het dreigen met het radicaal-rechtse JA21 wringt omdat de positie die D66 heeft bij monde van partijleider Sigrid Kaag niet verzwakt is. Deze partij heeft nog steeds de sleutel in handen. Het valt niet in te zien dat de tactiek waarmee Van Toorenburg in navolging van Hoekstra, die weer werd gevolgd door Rutte, het veld wordt ingestuurd zal werken. Als niet alleen PvdA en GL elkaar vasthouden, maar D66, PvdA en GL dat doen, dan valt niet in te zien hoe dit blok van 41 zetels dat nodig is voor een meerderheid gepasseerd kan worden.

Premier Rutte zei afgelopen weken dat PvdA en GL ver van hem afstaan. Dat was een tamelijk overbodige en al te opzichtige uitspraak. Wat is ver? D66 kan zeggen dat CU ver van hen afstaat en dat het niet uitsluitend met rechtse partijen wil samenwerken. Welke open deur gooide Rutte hier open? Kijk naar Israël waar partijen die ver van elkaar afstaan samen een kabinet vormen. Wat denkt Rutte wat hij ermee zegt dat partijen ver van elkaar afstaan? Dat is nou eenmaal politiek. Moeten volgens Rutte alle partijen hetzelfde zijn? 

In Nederland coalitieland zijn partijen niet gelijkgeschakeld. Ze zijn onderling verschillend. Maar alle partijen die tot het midden gerekend kunnen worden zijn nou ook weer niet zo anders van elkaar dat ze niet samen kunnen werken. De constructieve zes, te weten VVD, D66, CDA, PvdA, GL en CU zijn binnen marges programmatisch inwisselbaar. De accenten zijn anders, maar de verschillen zijn overbrugbaar. 

Madeleine van Toorenburg heeft gelijk dat er tijd verspild is. Maar anders dan zij het probeert te framen. Door toedoen van Hoekstra en in navolging van hem een stoet VVD’ers en CDA’ers die hun mening in de media uitventten is tijd verloren gegaan. Hoekstra’s roep om een rechts kabinet en zijn bedekte blokkade om PvdA én GL samen tot een volgend kabinet toe te laten heeft tot tijdverlies geleid. Zo’n uitspraak is uiteraard deel van de onderhandelingen die zich deels in de media afspelen. Maar voor het proces is zo’n eenzijdige blokkade niet constructief. 

Wat zal de realiteit van zo’n centrum-kabinet van VVD, D66, CDA, PvdA en GL zijn? Het kabinet Rutte III heeft 16 ministers en acht staatssecretarissen. Onlangs zei premier Rutte dat vooral het aantal ministersposten uitgebreid moet worden. Hij voerde als reden de burn out van bewindslieden aan, maar evenzeer kan men er het voorsorteren van een vijfpartijen-kabinet in zien. Er zijn meer kabinetsposten nodig omdat meer partijen met posten tevreden moeten worden gesteld. 

De vijf partijen hebben samen 90 zetels. De module die leidt tot een kleine toename van het aantal kabinetsposten is 3 en resteert in 30 kabinetsposten (nu 24). Dat houdt in dat VVD, D66, CDA, PvdA en GL respectievelijk 11 (inclusief bonus voor premier), 8, 5, 3 en 3 kabinetsposten toebedeeld krijgen. De twee linkse partijen zullen naar verwachting karig bedeeld worden. Door te schuiven met de zwaarte van een staatssecretaris of de lichtheid van een minister kan het machtsevenwicht dat volgt uit het aantal zetels per partij gewaardeerd worden.

Die berekening roept de vraag op voor welk gevaar Hoekstra en Van Toorenburg nou eigenlijk waarschuwen. PvdA en GL krijgen naar alle verwachtingen hooguit samen zes kabinetsposten waarvan wellicht slechts elk een van zwaarder kaliber om zich te kunnen profileren. De zware posten zullen naar VVD, D66 en CDA (Financiën) gaan. 

Wat Van Toorenburg vergeet te zeggen is dat de linkse partijen als ze tot het kabinet Rutte IV toetreden weinig in de melk te brokkelen zullen hebben. Ligt voor Van Toorenburg een staatssecretariaat Binnenlandse Zaken in het verschiet als opvolger van Raymond Knops? Als beloning voor haar partijtrouw en lobbywerk als slippendrager van de partijleiding van het CDA. 

Cummings getuigt voor commissie Lagerhuis en maakt gehakt van de bestrijding van de pandemie door de regering Johnson én de Britse politiek

Vandaag getuigt de tot november 2020 belangrijkste adviseur van de Britse premier Boris Johnson voor de gezamenlijke onderzoekscommissie van de Health and Social Care Committee van het Lagerhuis. Dominic Cummings was ook de strateeg achter de Brexit.

Cummings viel zowel premier Johnson als de minister voor Volksgezondheid Matt Hancock aan. De laatste noemde hij een leugenaar. Cummings benadrukte steeds dat in het Britse openbaar bestuur vele briljante ambtenaren werkzaam zijn, maar dat het leiderschap faalt.

Het werd er absurd op toen Cummings op een vraag van parlementariër Rebecca Long-Bailey die het accent legde op de economische schade die Johnson wilde vermijden, het links-radicale lid van Labour en medestander van de voormalige partijleider Jeremy Corbyn, antwoordde dat een politiek systeem dat de keuze geeft tussen Johnson en Corbyn failliet is. Terwijl er zoveel competente mensen zijn die niet doorstoten naar de top. Hij hield Long-Bailey voor dat de Britse partijpolitiek bij zichzelf te rade moet gaan om dit beter te doen.

Het werd er nog absurder op toen hij die gedachtengang doortrok en zichzelf erin betrok. Cummings vroeg zich af hoe het mogelijk was dat hij als een niet hooggekwalificeerde persoon een functie als de belangrijkste strategische adviseur van premier Johnson in had kunnen nemen. Dat wijst volgens hem op een politiek bestel dat niet optimaal opereert. Dat is een echo van de scherts van Groucho Marx die ooit zei dat hij weigerde lid te worden van een club die hem als lid wilde hebben.

In de ‘spin’ van Cummings’ getuigenis waren de reacties voorspelbaar. Leden van Labour vielen premier Johnson aan wegens zijn gebrek aan urgentie bij het bestrijden van de pandemie die leidde tot een vertraging van zes weken tussen januari en maart 2020 zodat er niet meer doelmatig kon worden opgetreden. De leden van de Conservatieve partij vielen Cummings aan en meenden dat hij zijn persoonlijke interpretatie van de feiten gaf en nog een appeltje te schillen had met premier Johnson omdat hij in november 2020 het veld had moeten ruimen.

Objectieve waarnemers zaten tussen deze twee posities in. Ze erkenden dat Cummings vanuit zijn eigen waarneming sprak en een eigen agenda heeft, maar vonden zijn getuigenis belangrijk en consistent genoeg voor een vervolgonderzoek naar het optreden van het kabinet inzake de bestrijding van de pandemie in het voorjaar van 2020 dat vele vragen open laat. Daarnaast werd geconstateerd dat achtereenvolgende regeringen al meer dan 10 jaar geleden waren gewaarschuwd voor een Sars-achtige pandemie waarvan het onvermijdelijk werd geacht dat die zich aan zou dienen, maar waar ze zich met plannen en scenario’s bestuurlijk en materieel niet op voorbereidden.

Het addertje dat Cummings onder het gras had gestopt had te maken met zijn bekentenis dat hij met zijn achtergrond nooit zo’n belangrijke functie in had moeten kunnen nemen. Het is de booby trap die Cummings in zijn getuigenis verstopt heeft.

Als de Conservatieven de onkunde van Cummings te uitdrukkelijk bevestigen, dan roepen ze twee vragen op. Namelijk over het feit dat premier Johnson ondanks waarschuwingen om het niet te doen Cummings tot zijn belangrijkste strategische adviseur benoemde. En hoe het dan zit met de succesvolle Leave-campagne in 2016 waarvan Cummings het genie was en die tot de Brexit leidde. Als de Conservatieven de geloofwaardigheid van Cummings te sterk aanvallen en hem afserveren als een incompetent buitenbeentje, dan vallen ze indirect ook de geloofwaardigheid van de Brexit aan en de argumenten die Cummings aandroeg en in het publieke debat gemeengoed werden.

PS: In het commentaar ‘Dominic Cummings valt Boris Johnson aan op aanpak pandemie. Was op 16 maart 2020 het idee van immuniteit achterhaald toen Mark Rutte zijn TV-toespraak hield? van 23 mei 2021 ging ik in op Cummings' kritiek over het bereiken van immuniteit. Dat werd in de week van 9 tot 16 maart 2020 met urgentie bespreken in regeringskringen. 

Door groepsdenken binnen de regering Johnson bestond het idee dat deze immuniteit de vraag van de zorg zou kunnen afvlakken. Als er weinig werd ingegrepen zou dat pieken in de gunstige zomerperiode van 2020 en als er meer werd ingegrepen zou dat pieken in de ongunstige winterperiode, de laatste maanden van 2020. Daarom ontstond het idee dat niet ingrijpen in de bestrijding het betere alternatief was. Want een Oost-Aziatische lockdown werd onmogelijk geacht voor het Britse publiek.  

Cummings steekt de hand in eigen boezem en meent dat dit een valse tegenstelling was. Op 16 maart 2020 hield de Nederlandse premier Mark Rutte een TV-toespraak waarin hij wees op immuniteit als middel om de pandemie te bestrijden. Hij was daar overigen niet helder in en kwam er later wat halfslachtig op terug. 

In het Verenigd Koninkrijk begon de regering vanaf donderdag 12 maart 2020 afstand te nemen van dat principe van immuniteit. In dit commentaar stelde ik de vraag waarom premier Rutte door zijn staf, het RIVM of zijn liaison met Westminster niet tijdig geïnformeerd was over de onbruikbaarheid van dat idee van immuniteit en waarom hij het op maandag 16 maart in zijn TV-toespraak noemde. 

Daarom verwachtte ik dat Cummings’ getuigenis in Nederland vragen zou oproepen over de stand van zaken binnen het Nederlandse kabinet op 16 maart 2020. Want de voorbereiding op een pandemie was in Nederland net als in het Verenigd Koninkrijk blijkbaar niet op orde. De informatie over immuniteit als middel om de pandemie te bestrijden die premier Rutte rond 16 maart 2020 van onder meer de wetenschappers van het RIVM, het OMT en het ministerie van Volksgezondheid kreeg was met de kennis van toen ook al onjuist. 

Dat is tot nu toe in de Nederlandse publieke opinie en politiek niet duidelijk uitgesproken. Ik opperde de mogelijkheid dat de hoorzitting met Cummings dat debat in Nederland over immuniteit kan doen herleven. 

Dominic Cummings valt Boris Johnson aan op aanpak pandemie. Was op 16 maart 2020 het idee van immuniteit achterhaald toen Mark Rutte zijn TV-toespraak hield?

Deel uit TV-toespraak van minister-president Mark Rutte op 16 maart 2020. Op site Rijksoverheid.

Update 13 oktober 2021: Metronieuws meldt in een bericht van 12 oktober 2021: ‘De Britse corona-aanpak in het begin van de epidemie is „een van de grootste volksgezondheidsdebacles” uit de  geschiedenis van het land. Tot die conclusie komen twee parlementaire commissies in een vandaag gepubliceerd onderzoeksrapport. // Het kabinet en de adviserende wetenschappers hebben een „fatalistische” lijn gevolgd (…). Die lijn heeft volgens de onderzoekers gezorgd voor een hoger dodental. Te lang werd vastgehouden aan het idee van groepsimmuniteit.’

Het bovenstaande citaat is een nu wat weggemoffelde episode uit de bestrijding van de COVID-19 pandemie. Premier Mark Rutte sprak op 16 maart 2020 vanuit het Torentje het land toe in een TV-toespraak. Het werd vergeleken met premier Den Uyl die in 1973 het land via de televisie toesprak over de oliecrisis. Omdat er een olieboycot ingesteld was tegen Nederland volgden de autoloze zondagen. Dat geeft de ernst aan van zo’n toespraak. In uitzonderlijke gevallen houdt een premier zo’n toespraak op de publieke omroep om het land te informeren en voor te bereiden op overheidsmaatregelen.

Premier Rutte had het in maart 2020 over immuniteit. In het Engels wordt het ‘herd immunity’ genoemd. Het idee was toen dat als de kudde, een groot deel van de bevolking immuun was voor het virus de bevolking beschermd was. Later werd dit idee van het opbouwen van groepsimmuniteit verlaten omdat het te ongericht was en tot vele duizenden extra doden zou leiden. Het bleek in de praktijk niet maatschappelijk haalbaar en werkbaar te zijn.

Het noemen van dat streven naar immuniteit door premier Rutte tekende in het begin van de pandemie dat de volle ernst ervan nog niet duidelijk was en experts en bestuurders nog niet goed wisten wat de beste bestrijding was. Door vallen en opstaan zochten ze hun weg. De immuniteit bleek een doodlopende weg die daarna snel verlaten werd. Over grenzen heen keken landen naar elkaar om proefondervindelijk de beste bestrijding te vinden. In maart 2020 was er nog geen zicht op een vaccin dat pas aan het eind van dat jaar uit de testfase kwam en in productie kon worden genomen.

Deze fase van de bestrijding van COVID-19 is inmiddels een verstopte archeologische laag die 14 maanden later ondergeslipt is door nieuwe ontwikkelingen. We herinneren het ons nog half zonder er nog aandacht aan te besteden. Maar in het Verenigd Koninkrijk is het een explosief politiek middel.

Dat zit zo. Dominic Cummings was de belangrijkste strategische adviseur van premier Boris Johnson. Hij is briljant en controversieel. Hij was essentieel in de campagne voor het Brexit-referendum toen in 2016 tegen alle verwachtingen in het Verenigd Koninkrijk met een kleine meerderheid voor uittreding uit de EU koos. De Brexit. De slogan ‘Take Back Control’ die aan Cummings wordt toegeschreven speelde hierbij een grote rol. Maar hij was geen teamspeler en had voortdurend conflicten met andere functionarissen. In november 2020 stapte Cummings na druk van Johnson op als adviseur. De verwachting was dat zijn wraak later koud zou worden opgediend.

Die wraak kwam vanaf 17 mei 2021 in de vorm van een twitterstorm. Inmiddels heeft Dominic Cummings 42 tweets geplaatst over de aanpak van de pandemie door de regering Johnson. Hij noemt in tweet 17 die aanpak deels een ramp, deels niet bestaand. Hij claimt dat als competente mensen de leiding hadden gehad in de bestrijding, het misschien mogelijk was geweest om de eerste lockdown te vermijden en er “zeker” geen noodzaak zou zijn geweest voor lockdowns twee en drie. Politico vat het samen in een artikel.

De toon is gezet. Cummings zoekt de aanval. In de tweets 40-42 van 22 mei 2021 noemt hij het streven naar immuniteit in maart 2020 dat toen als kern van de bestrijding werd gezien. Dat is de eerste helft van maart toen premier Rutte (iets later) zijn toespraak hield waarin hij het over immuniteit had. Cummings valt premier Johnson trouwens niet zozeer aan over het foute plan om te streven naar immuniteit, maar over het feit dat hij achteraf niet wilde toegeven dat het een fout plan was of zelfs deel van de strategie was geweest om de pandemie te bestrijden.

Tweets van Dominic Cummings, 22 mei 2021

Dit geeft inzicht in de hectiek van maart 2020 toen verkeerd werd ingezet op de bestrijding door het streven naar immuniteit. Opvallend is dat Cummings zegt dat in de week van maandag 9 maart 2020 premier Johnson door deskundigen duidelijk werd gemaakt dat dit immuniteitsplan tot rampen zou leiden, terwijl in de week daarna premier Rutte op maandag 16 maart 2020 zijn TV-toespraak hield.

Dat roept de vraag op of premier Rutte en zijn liaison met het toenmalige EU-lid Verenigd Koninkrijk én de RIVM de signalen uit Downing Street of van de Britse evenknie van het RIVM niet tijdig hadden opgepakt. Het is interessant om die week van 9 tot 16 maart 2020 te reconstrueren en te beredeneren waarom Mark Rutte een toen al in het Verenigd Koninkrijk achterhaalde strategie, althans volgens Dominic Cummings, aan het Nederlandse volk als succesvol of kansrijk presenteerde.

In het Verenigd Koninkrijk wordt uitgezien naar het verschijnen komende woensdag 26 mei van Dominic Cummings voor de gezamenlijke onderzoekscommissie van de Health and Social Care Committee van het Lagerhuis. Centraal staat de besluitvorming over de bestrijding van COVID-19 in de eerste maanden van de pandemie. Cummings heeft zijn aanval op premier Johnson en Volksgezondheidsminister Matt Hancock in de twitterstorm voorbereid.

Ook voor Nederland kan het van belang zijn wat Cummings zegt. Als hij overtuigend kan maken dat in de tweede week van maart 2020 dat idee van immuniteit al achterhaald was, dan roept dat de vraag op waarom premier Rutte daarvan niet op de hoogte was en hij op 16 maart 2020 dat idee van immuniteit aan het Nederlandse volk presenteerde. Dat gaat dus niet zoals bij premier Johnson om de beschuldiging van het achteraf goedpraten of wegmoffelen van beleid, maar om informatievoorziening over de pandemie die met de kennis van 16 maart 2020 niet actueel en nauwkeurig was.

Hoe kan de partijpolitiek uit de eigen schaduw stappen?

Still uit Nosferatu (1922).

Met spanning wordt uitgezien naar de openbaarmaking vandaag van de notulen van de ministerraad waaruit zou blijken dat het leden van het kabinet moedwillig informatie achterhielden voor de Tweede Kamer in de toeslagenaffaire en kamerleden wilden inperken. Alle coalitiepartijen zullen daarbij worden beschadigd. Vraag is wie het meest en wie relatief het minst beschadigd wordt en of er nog voldoende vertrouwen overblijft voor de vorming van een nieuw kabinet.

Verliest D66-leider Sigrid Kaag haar geloofwaardigheid met haar oproepen voor nieuw leiderschap als blijkt dat zij in het kabinet meedeed aan oud leiderschap? Verliest CDA-leider Wopke Hoekstra de greep op zijn partij als blijkt dat hij CDA-kamerlid Pieter Omtzigt op verzoek van vooral D66 wilde inkapselen? Iets wat overigens niet lukte. Verliest VVD-leider Mark Rutte in de publieke opinie het laatste restje vertrouwen als blijkt dat hij leiding gaf aan het achterhouden van informatie voor de Tweede Kamer?

De oplossing is simpel en lastig tegelijk. Namelijk een coalitie die rond VVD-D66-CDA wordt gevormd met nieuwe gezichten van een nieuwe generatie. Geen Rutte, maar Klaas Dijkhoff. Geen Kaag, maar een backbencher. Geen Hoekstra, maar Omtzigt. Sterke ministers die de beste persoon op hun post zijn kunnen het kabinet vormen. Weg van het geklaverjas met partijbelangen waardoor partijen tweederangs wethouders naar voren schuiven die op hun eerste dag in het kabinet al mislukt zijn. Waarom geen Marcel Levi als minister van Volksgezondheid of Johan Simons of Willem de Rooij als minister van Kunst? Die ambitie om afstand te nemen van die oude partijpolitiek vormt ook een nieuwe bestuurscultuur.

Niet dat hiermee de oude, gesloten bestuurscultuur volledig verdwijnt en het zogenaamde dualisme in de scheiding van verantwoordelijkheid tussen kamer en regering, en tussen fracties en bewindslieden wordt gerealiseerd. Maar het kan een stap zijn in die richting. Met Omtzigt als tweede vice-premier is het niet onmogelijk dat de SP de vierde partij wordt in de coalitie. Dat is tandenknarsen voor de VVD, maar waarschijnlijk beter verteerbaar dan GroenLinks dat klimaatambities heeft en de bouw en de boeren voor het blok zet of PvdA dat op dit moment zwak geleid wordt en niet sterk en zelfverzekerd acteert.

Het gedoe over de formatie en de gesloten bestuurscultuur is beschamend voor wie alle problemen ziet die continu opduiken. En vooral, voor wie die serieus wil nemen. Wantoestanden en zaken die niet onder controle zijn en waar de politiek sturend in zou moeten zijn vertonen zich dagelijks. Het is de recycling van niet aangepakte problemen. De politiek wens je toe dat het doelmatig bestuurt, controleert en middelen verdeelt en niet steeds met zichzelf bezig is. Maar de politieke partijen geven in hun in zichzelf gekeerde arrogantie en zelfgerichtheid steeds weer het verkeerde voorbeeld.

De gesloten bestuurscultuur is een gevolg van het failliet van de partijpolitiek. Wie de politiek wil hervormen, moet de partijpolitiek hervormen. Ofwel, het belang van politieke partijen in de formatie moet afgeschaald worden. Hun belang hoeft daarmee niet te verdwijnen. Dat is ook onwenselijk omdat er veel waardevolle expertise en ‘geheugen’ in de partijen aanwezig is. Zonder hen kan het niet. Maar als ze in hun marketing, mannetjesmakerij, machtsdenken en electorale overconcentratie zo bijziend gefocust blijven op hun eigenbelang, dan kan het evenmin met hen.

De tussenoplossing is het openbreken van de partijpolitiek met een nieuwe generatie politici en deskundige ministers die losjes gebonden zijn aan partijen. De politiek om de politiek past slecht bij de bestuurscultuur waarvan iedereen zegt dat die nodig is. Laat het lippendienst zijn die ingegeven wordt door de publieke opinie die een eigen dynamiek krijgt. Die reden telt niet, het resultaat wel.

Sonja van den Ende vindt Nederland een politiestaat. Feiten volgen uit haar pro-Poetin activisme

Vandaag stuitte ik op deze video. Het kanaal noch de geïnterviewde Sonja van den Ende kende ik. Zij presenteert zich als een Nederlandse journaliste. De media waarvoor ze zegt te werken zijn niet erg bekend en waaruit haar professionalisme bestaat is onduidelijk. Wel blijkt ze voor de Tehran Times artikelen te schrijven. Wikipedia noemt dat een nieuwsmedium met ‘nauwe banden met het [Iraanse] ministerie van Buitenlandse Zaken’.

Uit haar uitingen op Facebook en Twitter blijkt een duidelijke pro-Poetin en pro-Loekasjenko houding en een anti-EU en anti-Nederlandse houding. Van den Ende lijkt een niche gevonden te hebben in het politieke activisme dat haar profijt biedt. De opoffering om te kunnen functioneren is dat ze de feiten ondergeschikt maakt aan haar mening. Of liever gezegd, de mening waarvan ze denkt dat anderen vinden dat die ze moet verkondigen om bij de alternatieve media aan de bak te komen. Het is ook een carrière en een manier om geld te verdienen.

Mijn reactie bij de videoHybrid War Against Russia, Chaos in Europe, Nord Stream II’ van 16 april 2021 op het YouTube-kanaal van Regis Tremblay die net als Van den Ende een pro-Poetin en anti-EU houding aanneemt:

Sonja van den Ende doesn’t have the facts straight. She lets the facts follow from her opinion. What she does has nothing to do with journalism. She embarrasses journalism.

Dutch PM Mark Rutte survived a motion of no confidence against him in parliament (Tweede Kamer/ Lower House) because the coalition parties VVD-CDA-D66-CU supported him. They are the majority. So what Van den Ende says is not only contrary to the facts, but also to an elementary understanding of politics. It would not be possible for a Dutch prime minister to sit if a vote of no confidence has been passed against him in parliament. Rutte did receive a less severe vote of censure, which was passed by a majority. Whether Van den Ende confuses this or consciously sows untruth is unclear.

Her assessment that the Netherlands is a police state and that critics of the COVID-19 measures end up in jail is also contrary to the facts. Calling the Netherlands a police state is unworldly because almost all countries are then called a police state. The Netherlands scores high in international comparisons between countries in the field of the rule of law. The World Justice Project Rule of Law Index® 2020 places the Netherlands in 5th place, Germany in 6th place and the Russian Federation in 94th place (out of 128 countries). Those are the real facts.

The measures regarding COVID-19 play in the field of public health and have nothing to do with restrictions on freedom. Dutch parliament has passed a law that allows these temporary measures. As befits a workable democracy.

Sonja van den Ende is not a ‘reporter’ and certainly not an ‘independent reporter’ as her interviewer puts it. What she is remains to be seen. Someone who so demonstrably juggles with the facts does not deserve to be associated with journalism in any way. 

Van den Ende seems mainly a political activist from the pro-Putin school who, out of the idea of ​​weakening the EU and strengthening the Russian Federation, simply follows the talking points of the Kremlin. Without really realizing how trivial she is with her curious English.