George Knight

Debat tussen links en rechts

Archive for the ‘Cultuur’ Category

Paul Cliteur is onvolledig in zijn weergave van feiten en probeert cultureel marxisme te framen in verdediging van Charlottesville

leave a comment »

Afgelopen dagen werd besmuikt of instemmend gereageerd op een opinie-artikel van Paul Cliteur op TPO. Niemand leek het serieus te nemen. Besmuikt door degenen die erin aangesproken werden en instemmend door de achterban van Forum voor Democratie of Geen Stijl die zich per definitie inzet voor wat het als de goede zaak ziet. Zelfs als het niet weet wat cultureel marxisme is, wie Antonio Gramsci was en welke rol hij in het marxistische discours in de studentenrevolte van de jaren ’60 en ’70 in vooral Frankrijk en Italië speelde.

Paul Cliteur werkt de talking points van het Witte Huis uit die zeggen dat het geweld van twee kanten komt. Dit als reactie op de extreem-rechtse manifestatie in Charlottesville waar neonazi’s, racisten en witte suprematisten met succes de straat veroverden op de lokale politie. Cliteur suggereert de nuance te zoeken, maar daar is niets van te merken. Hij deelt die in elk geval in zijn opinie voor TPO zeker niet met de lezer.

Cliteurs nuance stopt waar hij de Brits-Amerikaanse publicist Milo Yiannopoulos looft: ‘Ik was verrast door een intelligente analyse van onze tijd en cultuur’. De conservatieve Yiannopoulos werd in 2017 weerhouden om op Britse universiteiten te spreken vanwege zijn politieke denkbeelden. Maar vanwege zijn opkomen voor -of: relativering van- pedofilie namen zowel conservatieve als progressieve media en organisaties afstand van hem. Ook Breitbart zette Yiannopoulos onder druk om ontslag te nemen. Die animositeit van Yiannopoulos met rechtse media en organisaties laat Cliteur ongenoemd. Hij probeert wat Yiannopoulos overkomt onder verwijzing naar een afgelaste spreekbeurt op Berkeley te framen als progressieve intolerantie of hegemonie. Hij laat ook ongenoemd dat het verbroken contract met uitgeverij Simon & Schuster een gevolg was van die pedofilie-controverse. Vervolgens koppelt Cliteur de receptie van Yiannopoulos aan het cultureel marxisme van Gramsci. Cliteur is onvolledig, geeft een verkeerde voorstelling van zaken en doet aan stemmingmakerij om zijn achterban via TPO te bedienen. Mijn reactie zoals ik die bij Cliteurs artikel op TPO plaatste:

De constatering van Paul Cliteur over culturele hegemonie naar aanleiding van de geschriften van de Italiaanse Marxist Antonio Gramsci is interessant. Het roept echter de vraag op waarom hij er juist nu mee komt en niet 20 jaar geleden. Want Cliteur beschrijft voor de Nederlandse situatie een beeld uit het verleden. Cliteur is overigens onduidelijk over welk land of universiteit hij het nou precies heeft. Nederland, VS, West-Europa. Dat maakt zijn stellingname verwarrend en rommelig.

Twintig jaar geleden zuchtte Nederland onder de knoet van het multiculturalisme. Het was maatschappelijk onaanvaardbaar om er kritische kanttekeningen bij te zetten. Dat was benauwend en ongewenst. Maar sinds de neoconservatieve Bush/Cheney-revolutie in de VS, de opkomst van Pim Fortuyn en Geert Wilders in het kielzog van Frits Bolkestein en de onmanteling in Nederland van de linkse politiek is dat beeld volledig gekanteld. De culturele hegemonie wordt nu bepaald door de rechterkant van het politieke spectrum.

Aan Nederlandse universiteiten is anno 2017 niet langer een linkse culturele hegemonie, maar een rechtse hegemonie van marktdenken en marketing dominant. Nederlandse universiteiten zijn geëconomiseerd met verlies van hun autonomie en hun intellectuele ambitie. Hoogleraren en studentenraden hebben zich in de dwangbuis van de economie, de behoudzucht en het marktdenken laten dwingen.

Studenten kunnen wellicht in toiletten van Amerikaanse universiteiten hun leuzen spuien zoals mevrouw Cliteur waarneemt, maar in de bestuurskamers van de Amerikaanse of Nederlandse universiteit wordt een gesprek van marktdenken, rendement, fondsenwerving en bezuinigingen gevoerd.

In het besef om buitengesloten te zijn van de macht ageren de links georienteerde studenten daarom in de marge. Dat doen ze blijkbaar op het toilet, op de campus, in een Studium Generale-programma of in een kunsttentoonstelling. Op plekken die er niet echt toe doen. Niet in de bestuurskamer waar de macht zetelt.

Over de media waar Cliteur naar verwijst is exact hetzelfde te vertellen. Het kan zijn dat de meeste journalisten links zijn, zoals de meeste studenten dat ook zijn. Maar dat maakt media-bedrijven en media-holdings die gaan voor rendement, macht en economisch nut nog niet links, zoals een linkse student het bestuur of het beleid van een universiteit niet links maakt.

Linkse studenten en journalisten kunnen in de overgangstijd tussen multiculturalisme en een volledig geëconomiseerde structuur in symbiose binnen rechtse structuren bestaan omdat ze daar als afleiding dienen. Die bliksemafledier komt de macht van media of universiteit prima uit. En daarom wordt deze linkse verschijnselen getolereerd. Zonder dat ze nog enige praktische macht hebben.

De observatie van Cliteur die 50 jaar na 1968 Gramsci uit de mottenballen tovert schiet dan ook tekort. Wat mevrouw Cliteur in de toilet ziet is niet onjuist, maar meneer Cliteur kent er vervolgens een verkeerde waarde aan toe. Hij leest een verschijnsel als structuur.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelCultureel marxisten hebben geen rust voordat u bent onderworpen’ van Paul Cliteur op TPO, 19 augustus 2017.

Museumbezoek om er psychisch beter van te worden is het nieuwe normaal

with 2 comments

Museumbezoek om er psychisch beter van te worden is het nieuwe normaal. Dat zegt vooral iets over de rol van het museum in onze samenleving. Die is ijzersterk. Neem het onderzoek van VU-hoogleraar Rose-Marie Dröes dat als uitkomst heeft dat mensen met dementie beter worden van museumbezoek. Het Parool plaatst een ANP bericht. Of mensen met dementie beter worden door de kunst dat ze in het museum zien en erna in een betere stemming verkeren of dat het te maken heeft met extra aandacht en begeleiding die ze krijgen is onduidelijk. Mogelijk treedt hetzelfde effect op na een bezoek aan kerk, bioscoop, stiltecentrum, jaarmarkt of jaarbeurs. Maar Het Parool kopt vrolijk: ‘Mensen met dementie fleuren op in museum’. Moet dat niet gewoon zijn ‘Mensen met dementie fleuren op door betere begeleiding en aandacht’? Musea laten zich het aanleunen.

GroenLinks slaat aan op Franco-museum van Henk de Groot

with one comment

Geweldige reportage van Hart van Nederland over Henk de Groot die in zijn huis in Amsterdam een Franco-museum heeft ingericht. Spaanse Falangisten komen op bezoek. Henk zegt geen fascist te zijn, maar rechts-conservatief. En de Hitler-groet waarmee hij op de foto staat is volgens Henk de Romeinse groet. Met als vervolgvraag die niet gesteld wordt wat hij dan met Benito Mussolini heeft. Was die ook rechts-conservatief?

GroenLinks in de Amsterdamse raad wijst het initiatief af. Raadslid Joris Nuijens vindt ‘als politiek partij wel‘ dat je ‘in deze tijd’ ‘een harde grens moet stellen op het moment dat we bezig zijn met het normaliseren of zelfs het verheerlijken van fascisme’. Een lastige afweging. Zijn gedachten niet meer vrij binnen GroenLinks?

Dit initiatief in de huiskamer wordt door de kritiek grootgemaakt. Welke instrumenten de raad heeft om het te stoppen is vooralsnog onduidelijk. Henk de Groot mag de Spaanse dictator Franco verheerlijken en bezoekers in zijn huis ontvangen. Hij kan niet eenzijdig op naïviteit, doortraptheid of schranderheid betrapt worden. Blijmoedig is hij het allemaal tegelijk. Dat maakt het bijzonder. Een particulier museum als aandenken.

Foto: Schermafbeelding van aankondiging ‘Woede om ‘fascistisch Franco-museum’ van Henk in Amsterdam’ van Hart van Nederland (SBS 6), 17 augustus 2017. Met link naar video. 

Twee ruiterstandbeelden van Henry Shrady. Voor én tegen de Unie

leave a comment »

Er is veel te doen over de verwijdering van het ruiterstandbeeld van de Confederale generaal Robert E. Lee in een park in Charlottesville, Virginia. Neonazi’s en racisten grepen het aan om te demonstreren en hun macht te tonen. Wikipedia geeft de bijzonderheden. Maar de maker ervan blijft ongenoemd. Dat is Henry Shrady (1871–1922). Hoewel hij stierf voordat het beeld klaar was. Leo Lentelli voltooide het in 1924. In dat jaar werd het geplaatst. Opvallend is dat Henry Shrady ook het ruiterstandbeeld van Lee’s tegenpool, de Unionistische opperbevelhebber Ulysses S. Grant in Washington, DC (1922) maakte. Soms hoeft kunst geen partij te kiezen.

Foto 1: ‘Robert E. Lee statue’ in Charlottesville, Virginia. Omstreeks 1924 – 1950. Collectie: Library of Congress.

Foto 2: ‘Equestrian statue, Henry Merwin Shrady, Ulysses S Grant, mounted, Union Square, 1922’. Collectie: Library of Congress. 

Film ‘Une Vie’ omvat het verhaal van de oude en de nieuwe pastoor

leave a comment »

Gisteren zag ik in filmtheater ’t Hoogt in Utrecht de Frans-Belgische filmUne Vie’ (2016) van regisseur Stéphane Brizé. Een verfilming van de gelijknamige roman van Guy de Maupassant (1883). Het speelt in de 19de eeuw in Normandië. Het leven van hoofdpersoon Jeanne Le Perthuis des Vauds wordt gevolgd. Van haar trouwen tot op haar oude dag. Ze is van lage adel en zit schijnbaar gevangen in de conventies van haar tijd. Maar waar Madame Bovary in de roman van Gustave Flaubert uit 1857 in datzelfde Normandië actie onderneemt -overigens met fatale afloop- doet Jeanne dat niet. De film geeft niet het idee dat zij ondanks de verstikkende conventies van haar tijd en milieu het in zich had meer individuele ruimte te nemen.

Het wordt interessant als achtereenvolgend twee katholieke plattelandspastoors worden opgevoerd. De oudere Picot wil een kwestie waar Jeanne en haar echtgenote Julien bij betrokken zijn tot een goed einde brengen voordat hij met emeritaat gaat. Julien pleegt overspel met de dienstmeid Rosalie en heeft haar een zoon geschonken. Picot wil sussen en verzoekt Jeanne om Julien te vergeven. Haar ouders de baron en barones zijn ook de mening toegedaan dat dat verstandig is. Aldus geschiedt, Jeanne vergeeft Julien.

Enige tijd later biecht Jeanne bij de nieuwe priester Tolbiac. Ze laat zich in een opwelling ontvallen dat ze heeft ontdekt dat Julien een seksuele verhouding heeft met haar vriendin Gilberte de Fourville. Tolbiac vraagt of ze dat tegen Georges, de echtgenote van Gilberte heeft gezegd. Jeanne ontkent en zegt dat ook niet van plan te zijn. Tolbiac zet haar onder druk om dat wel te doen omdat het God om de waarheid te doen is. Jeanne blijft weigeren, waarna Tolbiac tot haar schrik zegt dat hij het tegen Georges de Fourville zal zeggen. Met fataal gevolg, zoals blijkt als de film terughoudend en bijna terloops de lijken met schotwonden van Julien en Gilberte toont. Met verderop Georges de Fourville die zich om het leven heeft gebracht met zijn jachtgeweer.

Welke pastoor heeft juist gehandeld, de oude of de jonge? Picot sust, lijkt ouderwets en wil geschillen met de mantel der liefde bedekken. Binnen de werkelijkheid van boek en film handelt hij vanuit zijn levenservaring. Tolbiac lijkt modern en op te komen voor het individu Jeanne, maar doet dat als ethisch reveillist in de praktijk van alledag juist niet. Hij maakt haar lot ondergeschikt aan zijn opvatting over christelijke ethiek. Tolbiac maakt de mensen die aan hem als geestelijk leidsman zijn toevertrouwd ondergeschikt aan zijn ethiek. Het inzicht dat de film biedt is dat de pastoor die eerst ouderwets leek modern is, en andersom. Een kruisstelling.

Het excessief geweld brengt hoofdpersoon Jeanne Le Perthuis des Vauds niet tot inzicht. Ze breekt niet door de conventies heen die haar beperken. Ze doet er niet eens een poging toe. Guy de Maupassant moet een gezonde hekel aan de religieuze praktijk van zijn tijd hebben gehad. Zo resteert een zedenschets van de 19de eeuw die een filmmaker in 2016 nog steeds relevant acht. Hij neemt stelling in een nauwgezette reconstructie.

Foto 1: Agrarische riten, Pastoor zegent de oogst. Frankrijk, 1943.

Foto 2: Affiche van ‘Une Vie’ (2016) van Stéphane Brizé.

Museumvereniging komt met advies verkoop werk van een levende kunstenaar uit museumcollecties. Het is opvallend defensief

leave a comment »

Het advies van de Ethische Codecommissie van de Museumvereniging van 10 augustus 2017 over het afstoten van werk van een levende kunstenaar uit een museumcollectie valt niet los te zien van de voorgeschiedenis in 2011 met de verkoop van The Schoolboys van Marlene Dumas door Museum Gouda. Dit blog besteedde er aandacht aan in commentaren en meent dat het opereren van toenmalig museumdirecteur Gerard de Kleijn tegenstrijdigheden bevatte. Hij had zich slecht voorbereid en weinig kennis van zaken, kwam met een ongeloofwaardig verhaal over de reden van de verkoop en bracht zijn museum onnodig in problemen. In de herfst van 2011 dreigde de Museumvereniging Museum Gouda uit het museumregister te gooien als het geen beterschap beloofde. Uiteindelijk kreeg De Kleijn een berisping op de ALV van 28 november 2011.

Deze geschiedenis kreeg zes jaar na dato in april 2017 een staartje toen kunstverzamelaaar Bert Kreuk in zijn boek Art Flipper vertelde dat hij The Schoolboys had willen kopen en daartoe via tussenpersoon Theo Schols De Kleijn 1 miljoen euro had geboden. Met Kreuks belofte dat hij het werk 10 jaar in bruikleen zou geven aan Museum Gouda, en eventueel zelfs langer. In 2011 ontkende De Kleijn in de publiciteit dat er zo’n aanbod lag, maar in 2017 kwam hij daar desgevraagd op terug in een artikel in Trouw. Hij zou niet op Kreuks aanbod zijn ingegaan omdat hij bang was een sufferd genoemd te worden. In een commentaar opperde ik het idee dat De Kleijn in Trouw nog steeds niet de echte verklaring voor zijn handelen in 2011 gaf: ‘Want het gaat ervan uit dat De Kleijn toen Kreuk hem benaderde nog zelf kon beslissen over verkoop en hij zich niet had gecommitteerd aan afspraken met veilinghuis Christie’s die het zelf wilde veilen.

Jouke Kleerebezem noemde de verkoop van The Schoolboys door De Kleijn buiten kunstenaar Marlene Dumas en galeriehouder Paul Andriesse om in een commentaar op zijn blog ‘opportunistisch rentmeesterschap’. Het is naar mijn idee nog schrijnender. In een reactie op Metropolis M relativeerde ik de kritiek dat marktdenken de kunstwereld in haar greep heeft: ‘Het is naar mijn idee niet het marktdenken dat de kunstwereld in de greep krijgt. Dat heeft nog een schoonheid in zichzelf. Al hangt die direct samen met geld. Het ligt anders. Het is geklungel dat delen van de Nederlandse kunstwereld kenmerkt. Zoals het voorbeeld van museumgoudA leert. Het is buitengewoon onhandig aangepakt. Da’s geen marktdenken, da’s de ambtenaar die cultureel ondernemer denkt te zijn.’ Marktdenken en commercieel handelen door museumdirecteuren is nog tot daar aan toe, maar onhandig handelen en uitverkoop van het tafelzilver voor een te lage prijs is onaanvaardbaar.

Het Advies van de Ethische Codecommissie van de Museumvereniging geeft instrumenten uit handen als het de CIMAM Principles, iii, 4 te streng vindt. Dit zegt dat afstoting van het werk van een levendige kunstenaar mag ‘om het te kunnen vervangen door een ‘superior work’ van dezelfde kunstenaar’. Het lijkt er sterk op dat de commissie de CIMAM Principles te eenzijdig opvat omdat er uitzonderingen op mogelijk zijn. De CIMAM Principles spreken elkaar namelijk op onderdelen tegen. Dat geeft handelingsruimte voor een museum. Zo kan een werk van een levendige kunstenaar ontzameld worden als er nieuwe verzameldoelen zijn geformuleerd

De Museumvereniging laat zich kennen als defensief en kopschuw als het meent dat het de CIMAM Principles afwijst omdat ze ‘het museum in te hoge mate afhankelijk maken van de goedkeuring van de kunstenaar.’ Dat is een teleurstellende stellingname. Was erover geen tussenpositie mogelijk die de kunstenaar enig recht van spreken zou geven? Hierdoor raakt ook de glijdende schaal van korting door galeristen aan musea uit zicht (naast schenking en  giften) als norm voor ontzameling. Precies die korting was de steen des aanstoots van Marlene Dumas en haar galerie bij de verkoop van The Schoolboys aan het toenmalige  Catharina Gasthuis. Het is een lacune in de regelgeving die zowel de LAMO als de CIMAM Principles onvoldoende opvullen.

Foto: NieuwsberichtAdvies verkoop van een werk van een levende kunstenaar uit museumcollecties’ van de Museumvereniging, 10 augustus 2017.

Kunstenaar Shahak Shapira klaagt Twitter aan wegens laks beleid inzake haatspraak: #HEYTWITTER

with 3 comments

Hoe kunst maatschappelijk relevant kan zijn bewijzen de Duits-Israëlische kunstenaar Shahak Shapira en zijn mede-activisten. Shapira beschuldigt Twitter ervan te laks te zijn in het verwijderen van haatspraak. Hij zegt 300 meldingen aan dit techbedrijf te hebben gedaan, maar slechts op 9 meldingen een reactie te hebben ontvangen. ‘Als Twitter me ertoe verplicht om deze dingen te zien, dan zouden ze het ook moeten zien’, zo zegt hij in de video die hij op 7 augustus op zijn YouTube-kanaal plaatste. Voor het Duitse hoofdkantoor van Twitter in Hamburg heeft Shapira de gewraakte meldingen met sjablonen op de weg gemarkeerd. Zodat iedereen ze kan lezen. Op straat of op YouTube. Twitter veegt intussen het eigen stoepje schoon. Symbolisch.

Written by George Knight

9 augustus 2017 at 15:48