George Knight

Debat tussen links en rechts

Archive for the ‘Cultuur’ Category

Waarom presenteren publieke omroepen herhalingen van tv-programma’s als nieuw? Voorbeeld: ‘Apocalyps’ op Canvas

leave a comment »

Reactie op de FB-pagina van Canvas, het tweede net van de Vlaamse publieke omroep. Een programmareeks over de Eerste Wereldoorlog wordt in de eigen publiciteit als nieuw gepresenteerd, terwijl het een herhaling is. Maar dat wordt verzwegen. Waarom wordt niet gezegd dat het een herhaling betreft? Wat is er aan de hand met de informatievoorziening van de publieke omroep? Dit roept de vraag op wat hiervoor de reden is:

Waarom wordt in de publiciteit van de VRT niet gezegd dat dit een herhaling is van een serie die eerder door de VRT werd uitgezonden? Waarom wordt in de publiciteit van de VRT niet gezegd dat dit een herhaling is van een serie die eerder door de VRT werd uitgezonden? Onder meer in 2016.

Ziet de publieke omroep het niet meer als haar taak om het publiek goed te informeren over de achtergrond van de uitzendingen? Hier hoort ook bij dat men aangeeft of het wel of niet een herhaling betreft. Men kan er alleen maar naar gissen waarom niet gezegd wordt dat de serie Apocalyps een herhaling is.

De VRT is niet de enige omroep die geen duidelijkheid geeft over het feit of een programma een herhaling betreft. Nederlandse omroeporganisaties doen hetzelfde. Tot voor enkele jaren terug was dat anders, dan werd in de programmagidsen of op de online informatie van de omroepen nadrukkelijk aangegeven of het een herhaling betrof. Nu gebeurt dat niet meer. Dat is een opmerkelijke verandering.

Een verklaring lijkt te zijn dat door de bezuinigingen de publieke omroepen zich gedwongen zien steeds meer programma’s of series te herhalen. De publieke omroep die zich hiervoor schaamt veegt dat onder het tapijt door het vermelden dat het een herhaling betreft achterwege te laten. Daarnaast zijn er zenders zoals BBC First waar programma’s van de hoofdnetten een tweede leven krijgen. Met als gevolg dat een bepaald programma binnen een jaar tientallen keren herhaald wordt.

Ook kan het zijn dat de omroepen erop speculeren dat de kijkers door het toegenomen, overdadige aanbod toch niet meer kunnen bijbenen of het een herhaling betreft. De kijkers zien door de bomen toch het bos niet meer. Ze worden aan zichzelf overgelaten en moeten zelf maar een orde aanbrengen in de brij aan informatie. Vooral voor oudere kijkers die niet met internet en nieuwe media zijn meegegroeid is dat een onmogelijke opgave.

Daarnaast neemt het lineair televisiekijken af en stellen kijkers hun eigen programmering samen door een mix van de actualiteit van de lineaire televisie, On Demand-programma’s, Netflix-achtige netten en doelgroepgerichte Narrowcasting. De publieke omroep concentreert zich op nieuws- en sportprogramma’s en een enkele prestigieuze dramaserie waarmee het zich profileert die in real time worden uitgezonden en schrijft de rest van de programmering af als vulling en minder belangrijk. In deze laatste categorie worden de herhalingen weggemoffeld, zodat deze programma’s optimaal kunnen worden uitgemolken voorzover de rechten dat toestaan zonder dat de kijker daar veel zicht op heeft.

Zo wordt de herhaling van een programma minder ongebruikelijk dan het tot voor enkele jaren geleden was. Toen werden herhalingen geprogrammeerd in de televisieluwe zomer. Een periode met lagere kijkcijfers en programma’s die niet ingezet werden voor de strijd om de gunst van de kijker met concurrerende omroepen. Nu worden de herhalingen ook geprogrammeerd in de belangrijkste periode, zoals het voorbeeld van Apocalyps laat zien.

Het effect van de vele herhalingen die niet meer als herhaling worden aangekondigd kan averechts werken. Na enkele teleurstellingen over een programma dat als gloednieuw wordt gepresenteerd maar dat bij nader inzien niet lijkt te zijn, kan een kijker het vertrouwen in de informatievoorziening van de publieke omroep verliezen. Alleen de Alzheimer-patiënt geniet van elk oude programma weer als nieuw. Maar de doorsneekijker weet niet meer of een programma of een jaargang van een serie eerder uitgezonden is en wordt zo onvoldoende geïnformeerd. Zo bereikt de publieke omroep het omgekeerde van wat het beoogt. De kijkcijfers nemen verder af. En de identificatie met de publiek omroep verschrompelt.

Eerlijk duurt het langst. Waarom zouden publieke omroepen en omroepgidsen die gevuld worden met door die omroepen aangeleverde informatie niet duidelijk maken of een programma wel of niet een herhaling is? De kijkers komen daar toch wel achter door te zoeken op internet. Nadat ze enkele keren hun neus gestoten hebben neemt echter de kans toe dat deze kijkers voorgoed afhaken en de moeite niet meer nemen. Daarnaast kan men zich afvragen of het niet gewoon de taak is van de publieke omroep om met publiek geld de kijker optimale informatie te geven over de eigen programmering? Zoals het tot voor kort was.

Tijden veranderen en de publieke omroep blijft daarin niet ongemoeid. Maar als het zelf het onderscheid niet meer wenst te geven over de eigen rol en taak, dan kunnen de leiding van de publieke omroep en de politieke bestuurders die verantwoordlijk zijn voor het mediabeleid niet verwachten dat de kijker het nog kan en vooral wil volgen.

Graag een fundamenteel debat over deze kwestie. Het volgt uit de ambitie, pretentie en het zelfbeeld van de publieke omroep. Wat wil het zelf zijn en hoe wil het dat wij de publieke omroep zien? Als een betrouwbaar baken of als een losgeslagen boei die meedeint op de tijdgeest en de commerciële flow?

Foto 1: Schermafbeelding van deel bericht op FB-pagina van Canvas, 25 september 2018.

Foto 2: Schermafbeelding uit het jaarverslag 2016 van de VRT (p.72).

Foto 3: Schermafbeelding van deel artikelDe Apocalypse van Wereldoorlog I’ op Cobra.be, 11 september 2014. 

Foto 4: Schermafbeelding van deel artikelCanvas herdenkt einde van WOI met vijfdelige reeks’ op TVvisie, 24 september 2018.

Advertenties

Bedenkingen bij de marketingcampagne ‘Bingo Battle’ om jonge mensen enthousiast te maken over musea. Hoe loos is de ambitie?

leave a comment »

Het artikelBingo Battle! Herontdek het museum met 7 BN’ers: van rappers en vloggers tot acteurs!’ op de website Kids en Jongeren Marketing gaat in op de vraag hoe jonge mensen enthousiast te krijgen zijn over musea. De marketingsite stelt dat het ‘een vraag [is] die de instellingen al langer bezighoudt en ook voor de overheid is het een hot item. Daarom hebben MuseumTV en CJP, met hulp van het Mondriaan Fonds, de Bingo Battle in het leven geroepen. De gekozen nieuwe aanpak is ‘een ‘challenge’ in een street art huisstijl die goed past bij het kijkgedrag van deze jongeren’. De marketing wordt opgebouwd rond ‘doelgroepsrelevante BN’ers’. Dus mediapersonen die bekend zijn bij de jongeren of waarvan de marketeers denken dat dat zo is.

De aanpak wordt in het artikel uitgelegd: ‘Musea zien in dat jongeren, voor wie kunst en cultuur misschien minder vanzelfsprekend is, absoluut te interesseren zijn voor dit onderwerp – mits het op een andere manier wordt aangepakt. Jonge mensen kijken namelijk op een andere, meer intuïtieve manier naar kunst, cultuur en wetenschap: ze willen dingen ontdekken vanuit hun eigen interesses. Ze blijken vooral geïnteresseerd in cultuur die aansluit bij hun jeugdcultuur en belevingswereld en het internet is voor hen een belangrijke bron voor cultuurparticipatie.’ Het voorbehoud ‘misschien’ maakt duidelijk dat dit niet voor iedereen geldt omdat er vele soorten jongeren zijn. De marketingcampagne is vooral gericht op mbo-leerlingen zoals CJP Directeur Walter Groenen stelt. Daarom is de opzet van de campagne verhullen en niet helder over de doelgroep die het tracht aan te spreken. Opmerkelijk is ook dat de ‘doelgroeprelevante BN’ers’ allen afkomstig zijn uit het populaire lichte amusement. Hebben jongeren alleen daar interesse voor of kunnen ze zich alleen daar mee identificeren? Dat lijkt jongeren niet serieus te nemen en te reduceren tot consumenten van lichte kost.

Het is vanzelfsprekend prima om jongeren (of mbo-leerlingen) in contact te brengen met kunst en musea. Maar dit betekent niet dat alles kan en de marketing van de Bingo Battle! de juiste aanpak gevonden heeft en geen nadere bedenkingen verdient. Ermee worden ten behoeve van de marketing, musea en kunst eenduidig in de hoek van het spektakel en vermaak en de beleving geplaatst. Het levensgrote risico is dat de jongeren door deze marketing enthousiast worden over musea, maar daar tegelijk een vervormd beeld van krijgen dat ze hun hele leven niet meer kwijtraken. Dan is de marketingcampagne voor de looptijd ervan geslaagd omdat jongeren de weg naar het museum weten te vinden, maar zijn in dat proces het beeld wat jongeren van musea en kunst hebben en de musea zelf zo gecorrumpeerd dat het voor de lange termijn averechts werkt.

De opgave om jongeren of laagopgeleiden voor kunst en musea te interesseren is geen makkelijke. Als de samenleving vindt dat deze verbreding nodig is, dan moet er beleid ontwikkeld worden om deze lastig te bereiken doelgroepen te interesseren. Het is vanzelfsprekend om dit via het onderwijs te realiseren. Hoewel de vraag blijft waarom zoveel mogelijk jongeren met kunst en musea in aanraking moeten worden gebracht als dit bij hen zoveel weerstand oproept en alleen in een gepopulariseerde vorm kan. De functie van kunst staat haaks op hoe die in de marketingcampagne wordt voorgesteld. Kunst valt niet te reduceren tot beleving en is al helemaal geen ‘pretentieloze manier van kijken’, maar het omgekeerde. Het lijkt er dan ook op dat de marketingcampagne meer kwaad dan goed doet. Of in elk geval elementen bevat die verkeerd uitpakken.

De reden dat dit lijkt te kunnen gebeuren is dat vele marketeers van buiten de museumsector en marketing-afdelingen van musea toestemming hebben gekregen om deze campagne op te zetten met als allesbepalende opdracht en criterium het vergroten van het bereik. Dat drukt de inhoud van kunst én de wetenschappelijke deskundigen binnen museumsector en bij kunsthistorische instituten weg. Wat overblijft is een lege huls van vermarkten die vele doelen dient: het idee van daadkracht, een antwoord op de eisen van de politiek, en de beschermende onzichtbaarmaking van de museumsector door dicht aan te schurken tegen het populisme.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBingo Battle! Herontdek het museum met 7 BN’ers: van rappers en vloggers tot acteurs!’ door ‘gastblogger’ (‘Onze gastbloggers zijn allemaal autoriteiten op het gebied van kids- en jongerenmarketing’) op Kids en Jongeren Marketing, 25 september 2018.

De Lotus-houding in 1913. Van Marseille naar Syrië en Egypte

leave a comment »

Dit is de Lotus-houding anno 1913. Op het dek van de Franse paquebot (‘pakketboot’) ‘Lotus’ die in 1898 werd afgeleverd onder de naam ‘Tonkin’ en in 1912 grondig werd verbouwd. Hier zijn de details te lezen. In 1913 voer de ‘Lotus’ van maatschappij ‘Messageries Maritimes’ van Marseille naar Egypte en Syrië, en terug.

Inzoomen laat zien dat het nietsdoen op het promenadedek een ouderwets vermaak is. De tijd van het doodse moment dat dagen duurt. Inactiviteit wordt vermomd als lezen, turen over zee of dagdromen. ‘Managers die veranderingen willen doorvoeren moeten vooral lui durven zijn’, zei ooit een managements-goeroe. Om de ander ruimte te geven. In 1913 wordt geen verandering doorgevoerd. De passagiers koesteren het onthaasten en laten zich niet opjagen. De verandering komt pas later. In 1932 werd de ‘Lotus’ uit de vaart genomen en gesloopt in Italië. Mare Nostrum, de Middellandse Zee, zoals die tot dan toe bestond veranderde voorgoed. ‘Zeezicht met sleepboot’ (sea view with tow vessel), luidt de titel van de foto. Er is geen sleepboot te zien.

Foto 1 en 3: [n.t.: sea view with tow vessel], stereoscopische foto, 1913. Collectie: The American University in Cairo. Met opschrift ‘A bord du Lotus – 1913’ (‘Aan boord van de Lotus – 1913’). 

Foto 2: Prentbriefkaart: ‘1913-1932 LOTUS Sortant de Marseille’ (‘vertrek uit Marseille’). Collectie: MIKOS-35. Met opschrift ‘LOTUS -Paquebot des Messageries Maritimes’ (‘LOTUS- pakketboot [=oceaanlijner} van de Messageries Maritimes’ ).

Bij tentoonstelling ‘055: Apeldoorn Art 2018’ in CODA Apeldoorn is kwaliteit geen criterium

with 2 comments

In CODA Apeldoorn is tot en met 9 december 2018 de tentoonstelling055: Apeldoorn Art 2018’ te zien. Het is een salon van kunstenaars ‘wonend en/of werkend in Apeldoorn’. De selectie is opmerkelijk, want schifting ontbreekt: ‘Voor 055: Apeldoorn Art 2018 zijn alle in Apeldoorn wonende en/of werkende kunstenaars uitgenodigd om maximaal 2 recente werken in te zenden voor de tentoonstelling. Actueel werk (gemaakt in 2017 of 2018) is daarbij het uitgangspunt. Er is geen inhoudelijk thema van toepassing. Alle technieken, materialiteiten en onderwerpen zijn vertegenwoordig in de tentoonstelling. Met groot enthousiasme is gereageerd op de oproep: ruim 70 kunstenaars tonen hun werk tijdens 055: Apeldoorn Art 2018′.

CODA-directeur Carin Reinders verwoordt dat in een artikel in de Stentor: ‘We hebben een lijst met een kleine honderd kunstenaars en die hebben we allemaal uitgenodigd. We balloteren niet, zeggen niet dat we de een minder vinden dan de ander. Wel of geen opleiding? Kwaliteit? Portfolio? Geen criterium voor ons. Als je bij de Kamer van Koophandel of bij jezelf staat ingeschreven als beeldend kunstenaar kom je in principe in aanmerking. Met deze aanpak laten we zien wat er in deze stad op dit moment gebeurt. We hebben hier een enorme variëteit aan makers’. De inzenders komen in aanmerking voor de nieuwe Van Reekum Cultuurprijs van 10.000 euro. Dat werkte volgens Reinders als stimulans om het niveau van de inzendingen op te krikken.

In een artikel op het stadsblog Apeldoorn Direct tackelt Ben Eggermont het nadeel van een tentoonstelling zonder selectie of kwaliteitscriterium: ‘In een tentoonstelling waarin het werk van meer dan zeventig Apeldoornse kunstenaars, zonder thema en voorwaarden vooraf, te zien is, schuilt een zeker kwaliteitsrisico te eindigen met een onevenwichtige. wellicht rommelige expositie. Niets is minder waar, met zowel bekende als onbekende namen is een brede, evenwichtige, zeer bezienswaardige en verrassende expositie samengesteld. Over smaak valt niet twisten, ieder heeft zo zijn voorkeuren, van fijnschilder tot  figuratief en abstract, van het kleine tot het monumentale, een kleurrijk palet van Apeldoornse kunstbeoefening..

Het is lastig om te weten volgens welk criterium deze tentoonstelling getoetst dient te worden. Directeur Reinders maakt duidelijk waar het volgens haar om gaat, namelijk ‘laten zien wat er op dit moment op het gebied van de beeldende kunst in Apeldoorn’ gebeurt. Zij maakt duidelijk dat kwaliteit voor CODA geen criterium was bij het inrichten van de tentoonstelling ‘055: Apeldoorn Art 2018’. Dat is een eerlijk standpunt.

CODA is geen klassiek kunstmuseum, maar een cultuurhuis dat een openbare bibliotheek, archief en musea huisvest. Dat maakt de marges breder. Het roept wel de vraag op hoever een culturele instelling kan gaan in het loslaten van de kwaliteitsnorm voor inzendingen van een presentatie van lokale kunstenaars. Reinders meent dat de beeldende kunst van Apeldoorn geen recht doet aan deze stad in Nederlands top twaalf van grootste steden. Welke rol de aanpak van CODA om de kwaliteitsnorm los te laten speelt in het opwaarderen van het kunstklimaat van Apeldoorn is de vraag die blijft hangen na het verkennende bezoek aan deze stad.

Foto: Kunstwerk met en van Colinda Veeneman op de tentoonstelling ‘055: Apeldoorn Art 2018’, Instagram.

Utrecht en Amersfoort hebben puinhoop gemaakt van Museum Oud Amelisweerd. Laat ze niet betrokken zijn bij formulering oplossing

with one comment

Zwarte Piet mag dan een cultureel fenomeen zijn dat onder vuur ligt en aan maatschappelijk draagvlak heeft ingeboet, in de cultuur van het openbaar bestuur van Utrecht en Amersfoort wordt Zwarte Piet steeds populairder sinds het failliet van de Stichting Museum Oud Amelisweerd. Succes heeft vele vaders, maar de mislukking niet. Het Museum Oud Amelisweerd met de Armando collectie is zoals voorspeld een artistieke en financiële mislukking geworden. In tientallen commentaren (zoek op Amelisweerd) is er hier sinds december 2010 voor gewaarschuwd. Met argumenten onderbouwd werd aangetoond dat de Stichting Museum Oud Amelisweerd geen levensvatbare exploitant was. Maar het Stichtse openbaar bestuur wilde niet luisteren, op wat opposanten in de marge na naar wie niet geluisterd werd. Nu worden de scherven opgeveegd in de gemeentebesturen van Utrecht en Amersfoort, het provinciebestuur van Utrecht en in de raden van deze drie bestuursorganen. Wat nu? Toch een Museum voor Chinoiserie zoals ik in oktober 2011 voorstelde? Iets anders is ook mogelijk. Vraag is of de politiek van Utrecht en A’foort na acht jaar aanmodderen nog wel in staat is om open en helder naar deze kwestie te kijken. Het lijkt me niet. Laat de politiek dit op afstand zetten en externe museummensen die verstand van zaken hebben een eerlijk en goed doortimmerd plan maken. De Stichtse politiek moet nu maar even niet aan zet zijn in dit kwartetspel dat het zo gigantisch slecht heeft gespeeld.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelUtrecht wil 100.000 euro van failliet Museum Oud Amelisweerd’ van Matthijs Steinberger in het AD, 21 september 2018.

Foto 2: Tweet, 21 september 2018.

Schilderij in rechtbank Almelo zou niet aanstootgevend zijn vanwege een blote borst, maar waarom wordt het dan verwijderd?

with 2 comments

De rechtbank van Almelo heeft volgens een bericht van RTV Oost het schilderij Regelrecht (ook: ‘De Gevangen Liefde’) van Jan en Joep Gierveld uit de centrale hal verwijderd ‘omdat het aanstootgevend zou zijn’. Het hing er al 26 jaar. Waarom het aanstootgevend wordt geacht is vooralsnog niet ondubbelzinnig duidelijk. In een interview met RTV Oost zegt rechtbankpresident Bart van Meegem ‘dat het niet zozeer om de borst gaat’.

Maar waar gaat het dan wel over? Op het schilderij is een blote vrouwenborst te zien. Van Meegem komt met een toelichting waarin hij een iconografie van het schilderij geeft waarvan het de vraag is of die overeenkomt met die van de klager en of die er om die reden aanstoot aan gegeven heeft. Op de inhoud van de klacht van de klager gaat Van Meegem niet in en erover laat hij ons ongewis. Hoe raar en onzorgvuldig is dat wel niet? Geeft hij niet eerder via projectie zijn persoonlijke interpretatie van de voorstelling op dit schilderij?

De staande clowneske meneer zou het recht voorstellen. Hoe kan het dat de voorstelling van het recht als clown ineens na 26 jaar een reden is voor de rechtbank Almelo om dit schilderij uit de openbaarheid te verwijderen? Omdat de neutraliteit van de rechtspraak in het geding is? De meest voor de hand liggende uitleg is dat de vrouw dreigt verleid te worden door de duivel links en dat de staande man rechts die het recht in de hand heeft haar steunt of wil behoeden. Een schilderij met zo’n voorstelling past toch prima in een rechtbank?

President Van Meegem wringt zich in bochten om niet als zedenmeester over te komen en beticht te worden als kleingeestig, intolerant en cultuurbarbaar vanwege een geschilderde borst op een schilderij. Maar hij kan niet afdoende weerleggen dat hij uiteindelijk toch zwicht voor hooguit een handjevol klagers in 26 jaar.

Foto 1: ‘Het uit de centrale hal verwijderde doek. © Rechtbank Overijssel’

Foto 2: Tweet van Mr. Rob Oude Breuil uit Almelo, 20 september 2018.

Intolerantie van radicaal-links en veroordeling via sociale media. Waarom reageert de #MeToo-beweging zo fel op Ian Buruma?

leave a comment »

De Nederlands-Amerikaanse publicist Ian Buruma voelde zich gedwongen om vanwege negatieve publiciteit op sociale media ontslag te nemen als hoofdredacteur van de New York Review of Books. Dit vanwege de plaatsing van een essay van de Canadese muzikant, schrijver en voormalige radiopresentator Jian Ghomeshi in een themanummer over #MeToo-daders die niet door de justitie maar door sociale media zijn veroordeeld. In 2016 werd hij vrijgesproken van aanranding in een rechtszaak. In een artikel in VN noemt Ian Buruma het ‘intimidatie in de sociale media en door de universiteitspers.’ Hij geeft overigens toe dat het aankaarten van een gevoelig thema als #MeToo ‘door iemand die is beschuldigd van vrouwenmishandeling niet de ideale vorm om dat thema mee aan te kaarten’ is. Een interview met Buruma in Slate riep bij HuffPost’s Lydia Polgreen in een tweet nog meer woede op dan het artikel van Ghomeshi, zo liet ze weten. De ironie is dat Buruma nu ook zonder tussenkomst van justitie door sociale media wordt veroordeeld en zijn functie verliest.

Hier is overduidelijk een cultuurstrijd aan de gang tussen radicaal-links en humanistisch-progressief waarvan Buruma een vertegenwoordiger is. Opinieleiders en nieuwsmedia kiezen partij en spreken zich uit. Brendan O’Neill van Spiked ziet Buruma als slachtoffer van wat hij het seksuele McCartyisme van de #MeToo-beweging noemt. In de #MeToo-beweging  ziet O’Neill onderhand meer wraak, censuur en hysterie, dan gerechtigheid.

De kwestie #MeToo-Buruma komt op een politiek gevoelig moment met de beschuldiging van Dr. Christine Blasey Ford van een poging tot verkrachting begin jaren ’80 door kandidaat-opperrechter Brett Kavanaugh. De Republikeinen in de Senaat willen hem zo snel mogelijk en zonder FBI-onderzoek van Fords aantijgingen in het Supreme Court benoemen. Een benoeming voor het leven die de politiek en cultuur van de VS voor decennia in conservatieve richting kan doen kantelen terwijl het land zelf progressiever wordt. Onder meer de herroeping van het belangrijke arrest Roe vs Wade (1973) over abortus lijkt in gevaar. Er wordt sterk vermoed dat Kavanaugh het ongrondwettelijk verklaren van een federaal verbod op abortus wil helpen herroepen.

De kwestie Buruma is uiteindelijk een vraag over doel en middelen. Waarom richten radicaal-linkse actievoerders van de #MeToo-beweging zich op dit moment zo fel tegen Buruma, terwijl de toekomst van de VS met de tussentijdse verkiezingen van november en de dreigende benoeming van Kavanaugh op het spel staat? Er valt weinig berekening en politiek realisme in te ontdekken, maar wel veel onbesuisdheid en emotie.