George Knight

Debat tussen links en rechts

Archive for the ‘Cultuur’ Category

De Sacklers profiteren van opioide crisis en sponsoren kunst. Daartegen komt verzet

leave a comment »

De VS zucht onder een crisis van pijnstillers, de ‘opioide crisis’. Verslavende middelen die mensen afhankelijk maakt. Sommigen plegen zelfmoord. De Sackler familie die het bedrijf bezit dat de middelen verkoopt wordt er superrijk van. Afgelopen jaren hebben de Sacklers daarvoor veel kritiek gekregen. Maar zoals altijd in dit soort gevallen willen de leden van zo’n familie niet bekend staan als ordinaire geldboeren en zoeken ze maatschappelijke acceptatie om hun ware aard te verhullen. In dit geval doen ze dat via het sponsoren van kunst. Zo ploegen ze het geld van de verslaafden om naar musea. Kunstenaar Nan Goldin die ooit verslaafd was aan zo’n middel van de Sacklers voert in de VS en het VK al geruimte tijd actie tegen musea die geld van de Sacklers accepteren. Dat is een lastige strijd omdat musea zich afhankelijk hebben gemaakt van sponsors. Maar afgelopen week boekte Goldin succes toen de National Portrait Gallery in Londen bekendmaakte een sponsorbedrag van 1 miljoen pond van de Sacklers af te wijzen. Musea zijn gewaarschuwd, publiek en kunstenaars pikken niet langer dat musea geld van dubieuze geldschieters aanvaarden. Musea die dat (nog) wel doen kunnen op negatieve publiciteit rekenen.

Advertenties

Bevestigt een goedbedoelde tentoonstelling in Dordrecht over gevluchte lhbti’ers stereotyperingen over zwarte Afrikanen of niet?

leave a comment »

Tot 24 maart zijn in Dordrecht op de tentoonstelling ‘No land for love’ in een pand op de Spuiboulevard 4 ‘beelden van gips en glas te zien van lhbti-asielzoekers die naar Nederland vluchtten’, aldus een bericht van RTV Dordrecht. Maker is Marcel Joosen. De expositie is onderdeel van de ‘Roze Ode aan de Synode‘: vrijdag vindt in de Grote Kerk een congres plaats over de verhouding tussen religieuze instellingen en LHBTI’ers.

Vraag is of de tentoonstelling stereotyperingen over zwarte Afrikanen bevestigt of niet. Ik kan hierover geen uitspraak doen omdat ik de tentoonstelling niet heb gezien, maar de video doet me sterk de wenkbrauwen fronsen over het getoonde. Het doet me denken aan de kritiek die onlangs ontstond bij het heropende en herbouwde Afrika Museum in het Belgische Tervuren. Zie hier mijn commentaar daarover. Weliswaar ging die kritiek over ‘koloniale propaganda’ die het museum zou goedpraten en directeur Guido Gryseels ontkende. Hij zei zich verkeerd begrepen te hebben, en meende het goede te doen. Maar iets wat goedbedoeld is, kan toch voor sommigen goed verkeerd uitpakken. Dat lijkt de overeenkomst met de tentoonstelling in Dordrecht.

Foto: Impressie van de tentoonstelling ‘No land for love’ met beelden van Marcel Joosen in berichtTentoonstelling in teken van gevluchtte lhbti’ers’ van RTV Dordrecht, 14 maart 2019.

Kunstuitleen Utrecht haakt af voor tijdelijke exploitatie Oud Amelisweerd. College onderzoekt versoepeling randvoorwaarden

leave a comment »

Het Utrechtse college blijft worstelen met het vinden van een exploitant voor landhuis Oud Amelisweerd. Dit rijksmonument met antiek Chinees behang is eigendom van Utrecht. In 2018 ging de Stichting Museum Oud Amelisweerd failliet. Daarna ging het gemeentebestuur op zoek naar een tijdelijke huurder voor hooguit twee jaar. Volgens het gemeentebestuur is dat in afwachting van een definitieve exploitant die aangewezen zal worden na een procedure waarin voor het eerst dieper ingegaan wordt op de mogelijkheden en optimale bestemming van het landhuis. Een museale bestemming lijkt op dit moment nog steeds het uitgangspunt.

De beoogde tijdelijke exploitant, de Kunstuitleen Utrecht heeft definitief afgezegd vanwege de hoge kosten en logistieke beperkingen van het landhuis. Dat blijkt uit een brief van 12 maart 2019 van wethouder Anke Klein aan de gemeenteraad. Ook de tweede kandidaat, de LOA-groep van ex-vrijwilligers van het voormalige Museum Oud Amelisweerd trekt zich terug vanwege de voorwaarden die als te beperkend worden ervaren.

De brief concludeert: ‘Dit betekent dat uit de selectieprocedure zoals gestart in november, geen tijdelijke huurder naar voren is gekomen. Wij ronden deze procedure nu af. Wij hebben besloten om op dit moment voor het pand een actieve leegstandsbeheerder aan te stellen. Deze beheerder krijgt de opdracht om maatschappelijke initiatieven via pop-up activiteiten te faciliteren, waardoor beperkte openstelling voor het publiek mogelijk blijft.’ De LOA-groep wordt nadrukkelijk uitgenodigd om activiteiten te organiseren.

Wethouder Klein en Culturele Zaken van de gemeente Utrecht hebben besloten om voor het rijksmonument een beheerder aan te stellen die de opdracht krijgt ‘om maatschappelijke initiatieven via pop-up activiteiten te faciliteren’. Wat dat programmatisch en praktisch betekent is onduidelijk. Uit de brief blijkt dat een subsidie van € 75.000 en gederfde huurinkomsten van € 30.000 (inclusief lagere service- en facilitaire kosten) leiden tot een kostenplaatje van totaal € 105.000 per jaar. Over programmering of de inhoudelijk voorwaarden voor openstelling laat de brief zich niet uit. Het gaat uitsluitend om de toelichting van een bestuurlijke procedure.

Het venijn van de brief zit in de staart als het zegt: ‘Tijdens de periode van actief leegstandsbeheer gaan wij door met het onderzoek naar mogelijke aanpassingen aan het pand en/of het bestemmingsplan zodat de gebruiksmogelijkheden van het pand worden vergroot en de kansen op het vinden van een definitieve gebruiker toenemen.’ Wat die aanpassingen inhouden is onduidelijk. Des te meer omdat de gemeente Utrecht in het verleden het casco en het interieur al optimaal, om niet te zeggen voorbeeldig heeft hersteld en de Stichting MOA het landhuis daarna museaal optimaal heeft ingericht. Ofwel, de gebruiksmogelijkheden van het pand zijn al optimaal en kunnen niet meer vergroot worden. Het enige wat deze passage kan betekenen is dat er door het Utrechtse gemeentebestuur bij de RCE (Rijksdienst Cultureel Erfgoed) toestemming wordt gezocht om het antieke Chinese behang uit dit rijksmonument te verwijderen en elders onder te brengen. Of als dit een brug te ver is omdat het immers om een rijksmonument gaat waarvan het interieur onlosmakelijk onderdeel is om de voorwaarden voor het klimaatsysteem zodanig te versoepelen zodat door minder goede conservering en bescherming van het antieke Chinese behang de exploitatie goedkoper en makkelijker wordt.

Het idee is dan dat een exploitant makkelijker te vinden is. In een commentaar van 20 februari 2019 zei ik: ‘Er is sinds 2010 niets veranderd in het denken over cultureel erfgoed. Het enige motief voor een beslissing over de verhuizing van het Chinese behang is politiek. Anders gezegd, de deskundigen op het gebied van erfgoed zullen niet anders dan in 2010 denken, namelijk dat het historisch behang ‘in situ’ de waarde ervan optimaal dient. Maar de bestuurders van toen die dat idee ondersteunden worden wellicht met terugwerkende kracht overruled door de bestuurders van nu die beseffen dat de randvoorwaarden voor een middelgroot museum in een landhuis met kwetsbaar antiek behang zeer lastig, om niet te zeggen onmogelijk zijn.

Wat toont deze brief aan en welke richting valt eruit te lezen? Het lijkt duidelijk dat het Utrechtse college zich acht jaar na 2011 nog steeds niet goed raad weet met de bestemming van Oud Amelisweerd. Zelfs het vinden van een tijdelijke exploitant lukt niet, zoals het afhaken van de Kunstuitleen Utrecht aantoont. Het college lijkt in te zetten op versoepeling van de voorwaarden, hoewel dat lastig is omdat de gebruikersmogelijkheden onlosmakelijk aan dit rijksmonument en de museale inrichting ervan zijn verbonden. Dat is de weg die een vorig Utrechts gemeentebestuur in 2012 ondanks herhaalde en ernstige waarschuwingen voor de te zware randvoorwaarden en door forse investeringen willen en wetens heeft ingezet. Als het bestuurlijk zorgvuldig wil handelen, dan kan het huidige college daar om economische redenen niet eenzijdig afstand van nemen.

Positief is dat de brief aangeeft na te denken over de toekomst van Oud Amelisweerd en ‘de kaders voor de permanente invulling vóór de zomer’ voor te leggen aan de raad. Dan kan eindelijk het inhoudelijk debat in de raad starten over welk soort museum voor deze kwetsbare en excentrieke plek haalbaar en gewenst is.

Foto’s: Schermafbeelding van briefRaadsbrief Selectie tijdelijke exploitatie Landhuis Oud Amelisweerd afgerond’ van wethouder Anke Klein aan de gemeenteraad van Utrecht, 12 maart 2019.

Jeanet Nijhof (PVV Hengelo): ‘Want als je ondernemer bent, moet je zelf je broek ophouden. Dat vind ik voor kunstenaars hetzelfde’

leave a comment »

Sommige politici zeggen dat de overheid een bedrijf is. Maar de overheid is geen bedrijf, kan geen bedrijf zijn en zal nooit een bedrijf zijn. Dezelfde politici zeggen soms ook dat kunstenaars ondernemer zijn. Zoals Jeanet Nijhof van de PVV Hengelo op een bijeenkomst (in hedendaags jargon: een meet up) over kunst en cultuur die plaatsvond op 8 maart 2019 in Diepenheim. RTV Oost organiseerde het en deed er verslag van.

Jeanet Nijhof dus. Ze zegt: ‘Ik denk dat de basis is dat je jezelf, dus ook de kunstenaars, zichzelf heel serieus moeten nemen. Wat meer business wise naar hun vak moeten gaan kijken. Want als je ondernemer bent, moet je inderdaad ook zelf je broek ophouden. Dat vind ik voor kunstenaars precies hetzelfde.

Jeanet Nijhof verwoordt een politieke mening die in het patroon van de rechtse partijen PVV, VVD, CDA en FvD past. Ze hebben het er altijd over wat kunst kost, nooit wat het oplevert en wat voor zinvolle functie het in de samenleving heeft. Deze partijen zijn selectief. Overheidssubsidies voor politieke partijen aanvaarden ze graag omdat ze weten dat een politicus geen ondernemer kan zijn. Overheidssubsidies of belastingfaciliteiten voor belangengroepen die hun achterban vormen, zoals landbouwers, bankiers of ondernemers strooien ze graag rond om die achterban aan zich te binden. En omdat ze weten dat boeren, bankiers of ondernemers niet altijd ondernemer kunnen zijn en ze soms hun tegenvallende oogst, conjuncturele tegenslag of bedrijfsrisico willen laten compenseren door de overheid. Die dan ook gelijk met tientallen miljarden euro’s te hulp schiet.

Kom daar eens om bij professionele kunstenaars. Die zichzelf en hun kunst heel serieus nemen. Ze worden door Jeanet Nijhof beschouwd als een type ondernemer dat zelfs in ondernemend Nederland niet bestaat. Dat hangt van overheidssubsidies aan elkaar.  Jeanet Nijhof probeert de kunstsector een model op te leggen dat elders in de samenleving in die onverdunde vorm niet bestaat. Jeanet Nijhof tekent een zuiver kapitalistisch systeem dat in het polderende, corporatieve Nederland nooit wortel heeft geschoten of ooit heeft bestaan.

Jeanet Nijhof denkt dat kunstenaars niet zakelijk naar hun professie kijken en geeft met haar sound bites te kennen dat ze geen idee heeft waarover ze praat. Zo wordt het nooit wat tussen kunstenaars en politici. Wederzijds respect ontbreekt. Dat is minder erg dan de sprookjes waar Jeanet Nijhof ons in wil laten geloven.

Foto: Still uit video met Jeanet Nijhof (PVV Hengelo) van RTV Oost in artikel ‘Kunst kost geen geld, het levert juist geld op!’ van RTV Oost, 9 maart 2019.

Gedachten bij petitie ‘Theater en kunstrecensies zonder ‘sterren’’. Over recensies en de nadelen van het 5-sterren systeem

leave a comment »

Petitionaris Just van Bommel die studeert aan de Toneelacademie Maastricht pleit er in een petitie voor om het sterrensysteem bij kunstrecensies af te schaffen. Zijn argument is dat het een kunstwerk reduceert tot een ster. Angst is zijn drijfveer als hij zegt: ‘Als je deze petitie tekent kunnen we gewoon top theater maken zonder bang te zijn dat iemand het 1 ster geeft, dan hoeven we alleen maar bang zijn dat iemand het slecht noemt.’ Hij suggereert dat het geven van sterren niet te rijmen valt met een inhoudelijke recensie en daar zelfs haaks op zou staan. Hij zou graag zie dat het sterrensysteem bij dagbladen verdwijnt.

Chortle-redacteur Steve Bennett schreef in 2014 in een artikel naar aanleiding van het sterrensysteem bij het Edinburgh Fringe Festival en het schrijven van kritieken: ‘Niettemin hechten mensen meer waarde aan de sterren (..) dan de weloverwogen mening die daarbij hoort’. Dat komt overeen met de kritiek op het sterrensysteem door Van Bommel. Maar Bennett gaat verder als hij zegt dat het systeem dat alleen bij de Fringe gebruikt werd aanvankelijk diende als hulpmiddel, een ‘shorthand’. Kortom, om het kaf van het koren te scheiden bij een overweldigend aanbod. Bijvoorbeeld op een festival met honderden producties.

Bennett signaleert nog iets anders, namelijk dat het sterrensysteem in zichzelf ‘bijna nutteloos’ is geworden omdat de meeste producties (films, boeken, voorstellingen) 3 of 4 sterren krijgen. Daardoor verdwijnt het onderscheid. Hij meent dat 5-sterren of 1-ster waarderingen tamelijk zeldzaam zijn. Dat staat min of meer haaks op de constatering van Van Bommel die juist meent dat theatermakers bang zijn voor een 1-ster waardering. Dat laatste is koudwatervrees omdat die voorstellingen (of boeken, films etc.) wel bestaan, maar bewust niet worden gerecenseerd en omgezet in een waardering omdat ze niet interessant zijn voor de lezer.

Het sterrensysteem past in een patroon dat iets wat niet gekwantificeerd kan worden, zoals een kunstrecensie, toch gekwantificeerd wordt. Dat is een onzinnig streven, omdat een recensie per definitie subjectief is en niet op proefneming of ervaring, maar op berekening of redenering is gebaseerd. Een recensie is een journalistiek betoog dat geen onbevooroordeelde, neutrale feitelijkheid omvat, maar een persoonlijke gedachtegang. Zoals een column. Op z’n best kan die inzichtelijkheid en pseudo-toetsing geven door de tussenstappen naar een conclusie zo precies mogelijk te omschrijven. De lezer kan zich eraan spiegelen en toe verhouden. Maar een recensie blijft een opstapje vanuit verbeelding en de vrijheid om onvolledig te zijn naar het overstijgen ervan.

Het lijkt niet zo dat in serieuze kranten het sterrensysteem vóór de inhoud van de recensie komt te staan, maar juist in die kranten zelf in samenvattingen, culturele agenda’s, de commerciële dagbladwinkel of weekend-edities door de eindredactie los van de recensies wordt gezet. Dan blijft er inderdaad niet veel meer over dan de losstaande mededeling die wordt geïntegreerd in een ander verhaal dat het boek, de film of de voorstelling een x-aantal sterren heeft en dat het nieuwsfeit wordt. Het zijn in dat geval daarom niet de recensenten die zich wel degelijk hebben ingespannen om de inhoud van betreffend kunstwerk zo inzichtelijk en geobjectiveerd mogelijk weer te geven, maar is het het krantenbedrijf dat de recensie geweld aandoet door het sterrensysteem los van de recensie te presenteren. Er zou al heel wat gewonnen worden als kranten met die praktijk zouden stoppen en het sterrensysteem uitsluitend bij de volledige recensie zouden presenteren.

De angst van Van Bommel dat theatermakers bang moeten zijn om een 1-ster waardering aan hun broek te krijgen lijkt ongegrond. Recensenten zijn er niet uit op uit om makers neer te sabelen, maar om hun lezers te informeren over kunstproducten waarvan ze vinden dat die de moeite waard zijn. Daarnaast functioneert een dagblad niet in een maatschappelijk vacuüm en zijn hoofdredacties zich goed bewust van de tegenwind die ze kunnen krijgen en de verantwoordelijkheid die ze hebben. Alleen als het een nieuwsfeit is en een film, boek of voorstelling tegen de verwachting in teleurstelt en door de mand valt zal dat in uitzonderlijke gevallen gemeld worden. Dat betreft vaak een gelouterde kunstenaar die tegen een stootje moet kunnen. Een groter nadeel van het sterrensysteem lijkt dat het nauwelijks nog onderscheidend vermogen heeft omdat de meeste recensies eindigen met een waardering van 3- of 4-sterren. Als men al kritiek wil hebben op recensenten dan is het het omgekeerde van wat Van Bommel zegt. Namelijk niet dat recensenten te streng zijn, maar dat ze bijna altijd uitkomen bij een gemiddelde waardering. Het vereist dan een soort culturele Kremlin-kunde om het verschil tussen de inhoud en de waardering op volle waarde te schatten. Via een omweg is ook dat een argument om het sterrensysteem in dagbladen minder belangrijk te maken. Geen afschaffing, maar minder gebruik ervan.

Foto: Schermafbeelding van deel petitieTheater en kunstrecensies zonder ‘sterren’’ op petities.nl.

Written by George Knight

10 maart 2019 at 15:58

Geert Wilders claimt op te komen voor Nederlandse cultuur. Moet dat opgevat worden als satire waarin hij zichzelf op de hak neemt?

with 2 comments

Ze komen er weer aan, verkiezingsdebatten. De logica ervan is onduidelijk. Op 20 maart zijn er verkiezingen voor de Provinciale Staten en daarom worden fractievoorzitters van de Tweede Kamer uitgenodigd. Dat is zoiets als hockeyers over voetbal laten praten. Amusant en irrelevant. Omdat door een stemming uit de Provinciale Staten de Eerste Kamer wordt gevormd had een debat tussen lijsttrekkers uit de Eerste Kamer meer voor de hand gelegen. De formule dat politici niet direct verantwoordelijk zijn voor dat waar ze over praten maakt het debat vrijblijvend. Wat ze ook zeggen, het doet er niet toe. Het voedt cynisme. Een voorbeeld is Geert Wilders die zegt op te komen voor Nederlandse cultuur. Dat is als een slager die zegt dat hij opkomt voor de dieren die hij slacht of Shell dat pretendeert fossiele brandstof te delven die duurzaam en groen is. Hoe dan ook voedt dit de vermoeidheid over de politiek. Mijn reactie bij het artikelVideo! Ontketende Wilders tegen Asscher: ‘U gooide de Nederlandse cultuur bij grofvuil en verklaarde islam heilig!’ op DDS:

Foto’s: Schermafbeelding van deel van artikel ‘Video! Ontketende Wilders tegen Asscher: ‘U gooide de Nederlandse cultuur bij grofvuil en verklaarde islam heilig!’ van Tim Engelbart voor DDS, 8 maart 2019 en eigen reactie.

Zaak Michael Jackson toont aan dat musea op moeten passen met het binnenhalen van sociale fenomenen uit de populaire cultuur

with 2 comments

De vraag wat er pleit tegen de tentoonstelling ‘Michael Jackson: On the Wall’ roept de vraag op wat er voor pleit. De tentoonstelling is ontwikkeld door de National Portrait Gallery in Londen met medewerking van de Michael Jackson Estate en reisde daarna door naar Parijs en zal de Kunsthalle Bonn (22 maart – 14 juli 2019) en het Espoo Museum of Modern Art (EMMA) in Finland (21 augustus 2019 – 26 januari 2020) aandoen.

Een persbericht van de Kunsthalle zegt: ‘Michael Jackson is een van de meest invloedrijke kunstenaars die de 20e eeuw heeft voortgebracht. Ook in de 21e eeuw blijft zijn erfenis ongekend populair. Zijn enorme impact op de gehele popcultuur is alom bekend, maar bijna niemand heeft weet van zijn aanzienlijke invloed op de moderne kunst.’ Dat is een nieuwe invalshoek, namelijk dat Michael Jackson ‘aanzienlijke invloed’ op de ‘moderne kunst’ heeft gehad. Met dat laatste wordt waarschijnlijk de hedendaagse westerse kunst bedoeld.

Dat valt van meer iconen uit de populaire cultuur te zeggen, zoals Elvis Presley, James Dean, The Beatles, Madonna, Prince, Yves Saint Laurent, David Bowie of Mickey Mouse. Een persbericht van het EMMA zoekt de verklaring voor de populariteit van Jackson vooral in de kwantiteit: ‘Almost a decade after his death, Jackson’s influence has not waned: his record sales, now in excess of one billion, continue to grow; his short films are still watched; and his enormous fan base remains loyal.’ Rechtvaardigen volksgunst en naamsbekendheid in de populaire cultuur een tentoonstelling met werk van onder meer Dara Birnbaum, Isa Genzken, Michael Gittes, Paul McCarthy, Grayson Perry, Mark Ryden en Andy Warhol in een gerenommeerd museum?

De aandacht voor een tentoonstelling die Jackson als uitgangspunt heeft wordt door deze musea verantwoord door hem als een sociaal fenomeen te presenteren. Dat is een schijnverklaring. Want een sociaal fenomeen is nog geen voldoende reden voor een museumpresentatie. Waarom is dan wel deze tentoonstelling ”Michael Jackson: On the Wall’ ontwikkeld? Is het te plat om te zeggen dat het een vehikel is voor sponsors die hun naam eraan willen verbinden omdat een icoon uit de populaire cultuur altijd bezoekers trekt? Zodat de musea met hun populisme de kloof met het volk kunnen verkleinen en het volk krijgt wat het graag wil vreten, namelijk het bekende. En bovenal musea met zakken geld van de sponsors hun balans kunnen oppoetsen.

Ach, nu is er de kritische documentaire Leaving Neverland waarin Michael Jackson van kindermisbruik wordt beticht. Zelfs het op veilig spelen door musea biedt geen garantie meer voor de toekomst. Musea kunnen beter terugkeren naar hun kernzaak en zich niet af laten leiden door bezoekcijfers, sponsorgeld en het behagen van volk en politiek. Musea moeten op scherp zetten, niet behagen en zelf populair willen zijn.

Het ‘National Football Museum’ in Manchester loopt vooruit op de ontmanteling van Jackson als sociaal fenomeen en heeft een standbeeld van hem verwijderd, aldus een bericht in The Sun. Het museum geeft als commentaar: ‘While it’s not our place to comment on or react to allegations made in the new documentary, it’s our intention as part of our new plans for transforming the museum over the coming months to tell relevant stories about football.’ Kortom, een voetbalmuseum behoort in de kern over voetbal te gaan en een kunstmuseum over kunst. Door teveel belang te hechten aan marketing en bezoekcijfers kunnen musea onderuit gaan omdat ze geen controle hebben over het fenomeen dat ze willen presenteren en dat op hen af moet stralen. Dat kan positief, maar ook negatief. Dat is de keerzijde zoals de zaak Michael Jackson aantoont.