George Knight

Debat tussen links en rechts

Archive for the ‘Cultuur’ Category

PVV Overijssel is tegen overheidssubsidie voor kunst en cultuur

with one comment

Volgens Rafael de Wit van PVV Overijssel is zijn partij ‘principieel niet tegen kunst of cultuur‘, maar wel tegen overheidssubsidie ervoor. Dat omvat ook bibliotheken, muziekscholen, talentontwikkeling of cultuureducatie. De Wit is in Overijssel verantwoordelijk voor onder meer de portefeuille Cultuur en Sociaal. Hij meent dat elke onderneming of culturele instelling ‘innovatief moet zijn’ en ‘zijn geld bij derden dient te halen en zijn handje niet op te houden bij de provincie’. De Wit concludeert  ‘Er is geen probleem. Want het probleem ligt bij de subsidie op zich’. De kwestie waar het over gaat is het noodlijdende Kermis- en Circus Museum in Steenwijk.

De PVV is niet principieel tegen overheidssubsidie. Zo concludeerde NRC in 2013 in een bericht dat de partij 80.000 euro subsidie in strijd met de regels had besteed: ‘De PVV krijgt subsidie voor fractieondersteuning, jaarlijks tussen de 1,5 en 2 miljoen euro.’ Dit benadrukt de vraag op waarom de PVV tegen overheidssubsidie voor kunst en cultuur is, terwijl het niet tegen overheidssubsidie voor de PVV is. De PVV als partij is blijkbaar niet innovatief om voor het eigen functioneren geld bij derden op te halen. Dat duidt op onzuivere principes.

Of het mogelijk is om principieel tegen kunst en cultuur te zijn zou een vervolgvraag kunnen zijn. Want als onder cultuur wordt verstaan alles wat de mens schept, inclusief de woonomgeving en fabrieksproducten, dan is iemand die tegen kunst en cultuur is iemand die is tegen wat de mens schept. Dat zet de economie in een klap stil. Een onhoudbaar standpunt. Daarnaast blijft het een raadsel waarom de PVV die hamert op nationale identiteit, de positie van de Nederlandse taal en de Nederlandse eigenheid dat deel van de Nederlandse kunst en cultuur dat de Nederlandse identiteit zou kunnen helpen versterken niet actief wenst te ondersteunen.

Christendom en mythologie verschillen niet in oorsprong. God niet principieel anders dan Zeus. Religieuze propaganda is het verschil

leave a comment »

Een opmerkelijke ingezonden brief in NRC van ‘Ton Smit Utrecht’ (TSU)  van 24 april. Zoeken in het bestand van NRC verduidelijkt dat ‘Ton Smit Utrecht’ verantwoordelijk is voor meer ingezonden brieven (25 juni 2015). Met uitgesproken meningen, zoals: ‘Mensen zijn nu eenmaal heteroseksueel en ze bestaan als mannen en vrouwen. Zo heeft de biologie het voorgesorteerd.’ Nogal een betwistbare uitspraak. Is het serieus bedoeld of parodieert TSU graag zichzelf in een liberale krant? De brief van 24 april geeft het antwoord. TSU meent het bloedserieus en het lijkt er sterk aan dat hij aanslaat als God of het christelijk geloof worden aangesproken. We weten dus wat voor vlees we in de kuip hebben met TSU. Een reactie op een geconditioneerde reflex.

TSU reageert onder het kopje ‘God niet gelijk aan Zeus’ op bovenstaande ingezonden brief (19 april) van Fanny Huisman die weer reageert op dominee Visser. Hij verwijt haar ‘de gemakkelijke weg’ te nemen door de God van de Bijbel te vergelijken met Zeus, Wodan en zelfs de Gelaarsde Kat. Maar daar ging het Huisman in haar brief niet in de eerste plaats om. Ze verzette zich tegen de claim van dominee Visser dat ‘zelfs atheïsten geloven dat god en goed bij elkaar horen’ en dat atheïsten feitelijk van hun geloof afgevallen gelovigen zijn. In de visie van Huisman annexeert Visser onterecht andersdenkenden. Als argument haalt ze Zeus, Apollo, Thor etc. aan om aan te tonen dat geloof relatief is en dat het heeft te maken met volwassenheid. Het is aan ieder individueel om te bepalen in hoeveel goden te geloven. Dat is een trapsgewijs, geen principieel verschil.

TSU probeert een verschil te introduceren dat een principieel onderscheid maakt tussen de ‘god’ van het christendom en Zeus, Apollo, Thor, Wodan etc. en ‘god’ presenteert als van een hogere orde. Dat probeert hij door zijn argumenten te ontlenen aan een cirkelredenering die tegelijk uitgangspunt en sluitsom van zijn betoog is: ‘Is er ook maar één historisch verhaal opgetekend over deze personages? Is hun komst voorspeld? Is er ooit iemand enthousiast naar China vertrokken (..)’ Maar het is al te opzichtig om zelf quasi-objectief bewijsstukken in een betoog te stoppen om dan quasi-verbaasd te concluderen dat de bewijsvoering klopt.

TSU gaat verder door te stellen dat niet alleen Huisman het bij het verkeerde eind heeft, maar ‘serieuze historici’ niet betwisten dat ‘Jezus hier op aarde heeft rondgelopen’ en gekruisigd is. Dat is onjuist. Serieuze historici betwisten dat wel. De oorsprong van het christendom is controversieel, ingewikkeld en minder samenhangend dan TSU het tracht af te schilderen. Argumenten die hout snijden zeggen dat het bewijs voor het bestaan van Jezus veel minder sterk is dan TSU denkt en christelijke organisaties al honderden jaren propageren. Historicus David Fitzgerald zet samen met Valerie Tarico de argumenten op een rijtje in een artikel voor Raw Story dat betoogt dat we zo goed als niks over de historische figuur Jezus Christus weten.

Wat verzinsel of historie, waarheid of propaganda is en wat iemand wil geloven van dat veelomvattende palet van historische feiten, verdichtsels, tradities, propaganda, mythen, sprookjes en fantasieën en recycling van cirkelredeneringen over goden, opperwezens en romanfiguren moet iedereen voor zichzelf uitmaken. Wie het als waargebeurd wil waarderen en aanbidden gelooft erin en wie het als fictie ziet neemt een andere afslag. Een gradueel verschil. Het ene is niet minder of beter dan het andere. Beide interpretaties bestaan naast elkaar. Onhoudbaar is echter de stelling die TSU aanhangt dat de oorsprong van het christendom beter onderbouwd is, beter aansluit bij een historische werkelijkheid of van een hogere orde is dan de oorsprong van andere ficties of menselijke constructies zoals de Griekse of Germaanse mythologie of volksverhalen.

Foto: Schermafbeelding van ingezonden brief van Fanny Huisman in NRC, 19 april 2017. (Achter betaalmuur). Ingezonden brief van Ton Smit Utrecht van 24 april, 2017 achter betaalmuur

‘Controversiële kunst’ met Tom Chung in Alaska: Everything

with 7 comments

Is het begrip ‘controversiële kunst’ niet een pleonasme omdat kunst per definitie controversieel is en scherpe kanten moet hebben om kunst te zijn? Dus: aanvechtbaar, omstreden. In de kern wel, maar zo wordt kunst doorgaans niet opgevat. Neem het schilderijEverything’ van Tom Chung. Het hangt in de Kimura galerie (‘An innovative exhibition of UAA Art Department Faculty work’) van de Universiteit van Alaska Anchorage (UAA). Werk van studenten dat aan de universiteit gemaakt is. Een artikel van KTVA Alaska kopt ‘Controversial painting at UAA gallery sparks ‘spirited discussions’’. Het schilderij heeft naar verluidt geleid tot ‘verhitte debatten’ over de vraag of het ‘geschikt is om opgehangen te worden op een openbare universiteit’.

Op het bord staat te lezen ‘Man did not weave the web of life. He is merely a strand in it’ ofwel ‘De mens heeft het web van het leven niet geweven. Hij is er maar een draad in.’ Dan is er nog een afbeelding van Hillary Clinton en de kop van Donald Trump die de naakte figuur (acteur Chris Evans) in de linkerhand houdt. Bloed druppelt op Clintons broek. Evans’  geslachtsdelen zijn geblurd, zodat over sex, openbare zeden of naaktheid geen debat hoeft te ontstaan.

Volgens de verslaggeving van KTVA Alaska steunt de leiding van de UAA het tentoonstellen van het schilderij. Universiteiten ‘zijn een plek voor een gratis uitwisseling van ideeën, gediversifieerde gedachten en meningen, en ideaal, een plaats om te praten over onze verschillen en overeenkomsten’ aldus rector Tom Case van de UAA in een schriftelijke verklaring. Interessant is dat ‘ Assistant Professor of Painting’ Chung zelf heeft getwijfeld of hij vanwege de politieke boodschap het schilderij zou ophangen, aldus een bericht van KTUU. Want hij wilde zijn studenten zijn politieke mening niet opdringen. Zijn ontsteltenis over Trumps verkiezing was de reden om het werk te maken, zo zegt Chung. Het is opmerkelijk dat kunst die vragen oproept al snel controversieel wordt genoemd. Dat geeft te denken over de ‘framing’ van kunst die doorgaans is getemd.

Foto: Tom Chung, ‘Everything’, 2017.

Armando beëindigt bruikleenovereenkomst met MOA. Alternatieven komen in zicht

with 2 comments

In november 2016 schreef ik in een commentaar: ‘De 87-jarige beeldend kunstenaar en alleskunner Armando is het gemarchandeer met cijfers en de slechte vooruitzichten van de exploitatie definitief beu –feitelijk tekort over 2015 was 230.382 euro-. Hij is van plan te kappen met de Stichting Museum Oud Amelisweerd, aldus een bron uit zijn directe omgeving. Hij meent dat hij bij het Cobra Museum in Amstelveen beter op zijn plaats is en dat dat museum beter bij hem past.’ Ik was naar eigen inschatting  door die bron benaderd omdat ik sinds 2010 aandacht aan het onderwerp besteedde en me hard maakte voor een gezonde bedrijfsvoering die de Stichting Museum Oud Amelisweerd niet leverde. Er werd een spel achter de schermen gespeeld waarbij exploitant en kunstenaar elkaar aftastten en hun posities aanscherpten. En anderen probeerden te bewerken.

Vervolgens bleef het op een enkel bericht na -waarin werd betwist wie nou exact om welke reden de stekker uit de samenwerking trok- opvallend stil in de publiciteit. Tot vandaag, 19 april 2017. Het AD kopt in een bericht van Peter van de Vusse ‘Armando breekt met Museum Oud-Amelisweerd’. De aangekondigde breuk van november 2016 wordt nu werkelijkheid. Armando heeft volgens het AD de samenwerking met het MOA in maart 2017 opgezegd. AD: ‘De bruikleenovereenkomst, die de Armando Stichting (dat zo’n 1100 werken van de kunstenaar beheert) met het MOA had afgesloten, is beëindigd met een opzegtermijn van een jaar.’

Oud interim-directeur van het Centraal Museum en bedrijfseconoom Gert-Jan van der Vossen doet in opdracht van wethouder Diepeveen een onderzoek naar de toekomst van landhuis Oud-Amelisweerd. Naar verluidt is de Utrechtse politiek ontstemd door het verzoek op de valreep van 2016 om 75.000 euro extra geld door het MOA dat als een overval werd ervaren. Trouwens krokodillentranen want al vanaf 2011 was algemeen bekend dat het MOA een gezonde financiële basis miste, zwak onderbouwde financiële plannen naar buiten bracht en dreef op subsidies die op korte termijn af zouden lopen. Hoe dan ook heeft het MOA het verbruid in het Utrechtse stadhuis. Van der Vossen verkent serieus de opties voor een nieuwe gebruiker van het landhuis.

In het AD reageert MOA-directeur Ploum laconiek. Zij zegt nog het meest verrast te zijn door het feit dat het opzeggen door de bruikleenovereenkomst door Armando bekend is geworden. Contractueel zou vastgelegd zijn dat hierover niets in de publiciteit verschijnt. Het is duidelijk dat het in het belang van het MOA was om dit zo af te spreken. Het weet dat Van der Vossen naar een alternatief zoekt. In de publiciteit is door directie en bestuur van het MOA jarenlang beweerd dat de ‘unieke’ combinatie Armando, Chinees behang en landhuis de bestaansreden voor het museum is. Dat is veranderd nu Armando de bruikleenovereenkomst opzegt.

Armando’s afscheid van het MOA hoeft niet het einde aan de culturele bestemming van Oud-Amelisweerd te betekenen. De gemeente Utrecht heeft er meer dan 1,6 miljoen euro in geïnvesteerd. Daarbij stonden twee uitgangspunten centraal. Namelijk dat het vastgoed en de huidige exploitant niet per definitie aan elkaar gekoppeld zijn. En dat een terugvaloptie is voorzien als de huidige exploitant Stichting MOA het niet redt. Wat Van der Vossen het Utrechtse gemeentebestuur adviseert is nog onduidelijk, maar een goede optie zou een Museum voor Chinoiserie zijn. Het zou de 18de eeuwse Europese blik op het Verre Oosten verbinden met het landhuis met 18de eeuws Chinees behang. Daar is hier al in 2011 in een commentaar voor gepleit. Binnen het Centraal Museum is naar zo’n museum al in de jaren ’90 een haalbaarheidsonderzoek gedaan. De plannen liggen er nog en kunnen zo afgestoft en geactualiseerd worden. Ik wijs Van der Vossen graag verder.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelArmando breekt met Museum Oud-Amelisweerd’ van Peter van der Vusse in het AD, 19 april 2017.

Wat heeft ons ‘A Utrecht Pastoral’ uit 1892 te zeggen?

with one comment

Schotland ontsluit de nationale kunstcollectie digitaal. Kunstwerken zijn bereikbaar op nationalgalleries.org. Zo ook de fotoA Utrecht Pastoral’ van James Craig Annan. Uit de collectie van de Scottish National Portrait Gallery. Een beroemde foto naar het blijkt. In een artikel voor Scherptediepte/ Depth of Field over de blik van buitenlandse fotografen (1890-1930) op Nederland besteedde conservator fotografie van het Rijksmuseum Mattie Boon er in 2012 aandacht aan. Een afdruk ervan is  opgenomen in de collectie van het Rijksmuseum

Boon: ‘In 1892, after the first exhibition, The British Journal of Photography praised A Utrecht Pastoral as a ‘characteristic’ Dutch landscape. The tall trees on the left side of the image, the row of sheep along the water and the great masses of cloud formed ‘a most pleasing whole’. It was a ‘soft’ image, without ‘the hardness so often seen in photography’.[25] Another reviewer praised ‘the band of quiet foreground, which most photographers would trim away as useless […] Its presence greatly adds to the feeling or suggestion of space and scale. The bold and large treatment of the clouded sky space must be noted.’[26] A third saw chiefly the low light and the long shadows in the bend in the road, and the professional handling of the sky.[27]

Wat kunnen we aan deze typeringen 125 jaar later toevoegen? Het is inmiddels ook een afbeelding van een verdwenen landschap geworden. Een onschuldig landschap dat gethematiseerd wordt door de onschuldige schapen. Een pastorale is een herdersdicht of dorpsvertelling uit het Land van Ooit. De vergleden tijd betrapt.

Foto: James Craig Annan, ‘A Utrecht Pastoral’, 1892. Collectie: Scottish National Portrait Gallery.

Culturele marketing: kopen met Jeff Koons en Louis Vuitton etc.

leave a comment »

Aldus een filmpje van Louis Vuitton voor de campagne ‘Masters’ waarin met medewerking van Jeff Koons werken van oude meesters  als Da Vinci, Titiaan, Rubens, Fragonard en Van Gogh op tassen worden afgebeeld. Koons noemt het ‘celebrating humanity’ wat ruim vertaald zoiets betekent als het samenbrengen van kunst en commercie. Een tas kost 3000 euro. Marketing die zich nadrukkelijk presenteert als marketing lijkt momenteel in de mode te zijn. Dat is wel zo duidelijk. Verkopen van producten of overtuigingen is de nieuwe, oude kunst.

Written by George Knight

14 april 2017 at 19:10

Christelijke organisaties proberen het grote publiek te inspireren met hun mythe van Jezus. Moet de overheid dat zomaar toestaan?

with 2 comments

Een bepaald soort christenen heeft er een handje van kritiek te leveren op de ‘achterlijke’ islam. Dat zou als het al een religie en geen ideologie is niet open staan voor onderzoek naar de wortels van het geloof. Verbod op onderzoek zou zelfs opgesloten liggen in de doctrine van de islam. De bron moet verborgen blijven om de menselijke constructie ervan te verhullen en net te doen alsof het een van God gegeven religie is. Christendom is fundamenteel niet anders. Het kiest alleen een andere tactiek om de oorsprong te verbergen. Christendom buigt mee, maar houdt het antwoord van de menselijke constructie buiten de kern van het geloof.

Raw Story komt met een uitdagende reeks over Jezus. Het eerste artikel is een interview van Valerie Tarico met auteur, historicus en onderzoeker David Fitzgerald die enige bekendheid heeft gekregen door zijn boek Nailed. Met de veelzeggende ondertitel ‘Ten Christian Myths That Show Jesus Never Existed at All’. De mythe wordt doorgeprikt en de leugen ervan vastgepind, zo is het idee. Tarico: ‘Fitzgerald neemt het controversiële perspectief in dat de persoon van Jezus in het hart van het christendom gehistorieerde mythologie is. Dit   betekent dat de oorspronkelijke kern een reeks oude religieuze tropen of mythen was waar historische details aan toegevoegd zijn zoals ze werden verteld en overgeleverd door mensen die geloofden dat ze echt waren’.

Volgens Fitzgerald kunnen buitenstaanders argumenten aanvoeren totdat ze een ons wegen, maar ‘christenen moeten geloven dat Jezus werkelijk was en verdedigers van het geloof stelden een reeks bewijzen op waarvan ze beweren dat die de kwestie oplost.’ Maar het is een schijnoplossing die dient om het debat tot zwijgen te brengen onder de suggestie dat de vraag beantwoord is. Het blokkeren van de vraag naar Jezus’ ontstaan is dus niet veel anders dan de defensieve opstelling van de islam die de vraag naar het eigen ontstaan niet echt wil stellen, laat staan onderzocht wil zien. Of Fitzgerald gelijk in zijn bevindingen heeft is niet de hoofdzaak.

Interessanter is de vraag waarom de religieuze sector -waar wereldwijd miljoenen mensen hun broodwinning, legitimiteit en maatschappelijke of politieke positie aan ontlenen- zoveel ruimte krijgt van mensen buiten de sector. Waarom krijgen religies het voordeel van de twijfel en volle ruimte in de eigen uitleg van hun ontstaan?

Dat is begrijpelijk voorzover het over het functioneren van de eigen organisatie gaat, maar wordt merkwaardig als het de levens van allen buiten de religieuze sector beïnvloedt en zelfs in hoge mate bepaalt. Overheden zouden hier weerbaarder in kunnen optreden om degenen buiten de religieuze sector af te schermen tegen deze invloed. Het zou religieuze instellingen sieren als ze de passie op zouden kunnen brengen om hun eigen bestaan fundamenteel door te lichten.  Maar ze beseffen dat een doorgeprikte mythe weinig waard is. Daarom blokkeren ze dat historische onderzoek of komen met schijnbewijzen om dat onderzoek te neutraliseren.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelThe Passion leeft opnieuw in heel Nederland’ van EO en KRO-NCRV, 13 april 2017.