George Knight

Debat tussen links en rechts

Archive for the ‘Cultuur’ Category

Hopelijk is het ezelachtige lachen in de media ons straks vergaan

with 2 comments

Nu eens iets heel anders. Een reprise van een posting (met een andere invalshoek) die ik in 2011 plaatste op mijn andere site GeorgeKnightKort. Drie mannen spelen en lachen alsof hun leven ervan afhangt. Lach of ik schiet, daar lijkt het op. De song is ‘Beyond the Blue Horizon’ die Jeanette MacDonald zong in de film Monte Carlo (1930) van Ernst Lubitsch. Het werd haar lijflied. De tekst van Leo Robin koestert hoge verwachtingen: ‘Beyond the blue horizonWaits a beautiful day. / Goodbye to things that bore me./ Joy is waiting for me.’ Met optimisme ging men in 1930 de beurskrach van 1929 tegemoet. Zo moet dat blijkbaar. Tijdens regen komt er al zonneschijn. Dit is geen toevallig voorbeeld. Het gaat om het ezelachtige lachen dat de laatste jaren de media heeft overspoeld. Dat soort lachen in de media is de standaard geworden. In vele soorten tv-programma’s, de Ster-reclame en het tijdschrift van de zorgverzekeraar. Dat lachen is stupide, stompzinnig en ronduit onnozel. Laat een neveneffect van de coronacrisis zijn dat dat stopt. Als het lachen ons vergaan is.

Wanneer gaat de kunst commentaar geven op het coronavirus? Nu reflecteert het vooral op zichzelf. Dat is om treurig van te worden

leave a comment »

Deze video laat zien wat te doen en na te laten tijdens de epidemie. Het is aanstekelijk, grappig knip- en plakwerk uit de kunstgeschiedenis. De kunstsector heeft het zwaar en krijgt financiële klappen. De kunstsector is zo goed als gesloten. Het debat over de kunstsector gaat over de voorwaarden waaronder het opereert, maar niet over de kunst die het voortbrengt. Wellicht is het nog te vroeg, maar waar blijft de kunst die reflecteert op het coronavirus? Het verhaal over de bijna verlaten stad. De film over mensen die elkaar willen benaderen, maar dat niet mogen. De dansvoorstelling over verpleegsters, dokters en patiënten in het ziekenhuis. Voorlopig moeten we het doen met de reflectie op de kunstsector. Voor de reflectie door de kunst op het coronavirus is het blijkbaar nog te vroeg. Hoelang nog? Wat een verkeerd gekozen muziek, trouwens.

Written by George Knight

31 maart 2020 at 11:24

Geplaatst in Cultuur, Maatschappij

Tagged with , ,

Tijdens thuisquarantaine is het tijd voor cinema: ‘Tokyo Story’ (1953). Kritiek op ontbrekend kunstbeleid van publieke omroep

with 2 comments

Laten we de thuisquarantaine gebruiken om onze kennis over de klassieke cinema bij te spijkeren. En onze tijd nuttig te besteden. Ik ga het niet uitleggen, maar wie vragen heeft over de selectie of de details in inhoud en vormgeving van de film kan die in de reacties stellen. Ik stel een debat erg op prijs. Noemenswaardig en opvallend in de film Tokyo Story (Tokyo monogatari) uit 1953 van de als beste Japanse filmregisseur aller tijden bekend staande Yasujiro Ozu is dat de camera op ooghoogte van zittende personen staat opgesteld. Zoals in vele van zijn films. De omgang tussen de generaties is tragisch, alsof ze niet meer vanzelfsprekend op elkaar aansluiten. Dat leidt tot melancholie zonder over de rand van sentimentaliteit of melodrama te gaan.

Iedereen heeft voorkeuren, die van mij zijn de Indiase, Italiaanse en Japanse cinema. Ik gebruik bewust het woord ‘cinema’ tegenover ‘film’. Dat eerste heeft meer de ambitie van kunst en dat laatste van een product. Film als zevende kunst die half kunst, half commercie is. Daar is niks mis mee, maar films zijn al de godganse dag op televisie of betaalzenders te zien in de dominante verhalende Hollywood-stijl waarbij de karakters de inhoud dragen en een evenwicht verstoord, maar altijd weer hervonden wordt. Reflectie op het leven ontbreekt hoegenaamd. Scenario’s zijn een invuloefening. Cinema is verbannen naar de archieven van het internet of rust in kluizen vanwege onduidelijkheid over rechten. Vaak in slechte kopieën of met gebrekkige ondertitels.

De Nederlandse publieke omroep kwijt zich al jaren niet meer van haar taak om het publiek te confronteren met cinema. Op de steeds zeldzamer wordende uitzonderingen na. Dat is een verre schaduw van de culturele ambities van de medianota uit 1983 van toenmalig cultuurminister Elco Brinkman. Vanaf de jaren 1990 is het belang van kunst bij de publieke omroep verregaand verwaterd en bewust om zeep geholpen. De huidige omroepbobo’s hebben weinig met kunst. In hun filmbeleid zitten de omroepen gevangen in de recycling van steeds maar weer dezelfde populaire, middelmatige Engelstalige- of art house-achtige films en hebben ze geen dwingende opdracht om cinema te vertonen. De vervlakking en het gebrek aan ambitie zijn totaal.

Foto: Still uit Tokyo Story (Tokyo monogatari) van Yasujiro Ozu uit 1953, met hoofdrolspelers Setsuko Hara (links) and Chishû Ryû (rechts).

NB: Klik voor Engelse ondertitels op instellingen Pictogram instellingen op YouTube .

Defensie-technologiebedrijf QinetiQ loopt schaamteloos te koop met de sponsoring van het Science Museum

leave a comment »

Sponsoring van culturele evenementen door controversiële bedrijven in de wapen-, medicijn- of olieindustrie krijgt veel kritiek. Het idee is dat het museum, het theatergezelschap of het orkest zo’n bedrijf onterecht legitimiteit geeft. QinetiQ zegt in een bericht er trots op te zijn om de tentoonstelling ‘Top Secret: From Ciphers to Cyber Security’ in het Londense Science Museum te kunnen sponsoren. Een essentiële vraag is of het Science Museum trots moet zijn op de sponsoring door QinetiQ dat een Brits multinationaal defensie-technologiebedrijf is. Het is merkwaardig dat QinetiQ op het moment dat het museum gesloten is deze video op haar YouTube-kanaal plaatst en totaal niet terughoudend is om de eigen verdiensten van deze sponsoring te benadrukken. Hiermee brengt QinetiQ het Science Museum in verlegenheid en roept het een reactie van activisten op die zich verzetten tegen de sponsoring van culturele activiteiten door de wapenindustrie.

Written by George Knight

27 maart 2020 at 13:03

Naast het trilemma van de pandemie (gezondheidszorg, economie en grondrechten) is er ontspanning. ‘Domenica d’Agosto’ (1950)

with 3 comments

Er komt een moment dat het belangrijke over het coronavirus is gezegd. Totdat een vaccin is ontwikkeld zullen we er nog maanden of jaren mee opgezadeld zitten. Dat vooruitzicht stemt somber. In de berichtgeving tekenen zich drie verhaallijnen af over het virus: dat van de gezondheidszorg, economie en grondrechten. Ze houden verband met elkaar, maar lijken niet in alle combinaties volledig samen te gaan. Dat doet denken aan het trilemma van Dani Rodrik. Dat zegt dat van de drie aspecten democratie, nationale soevereiniteit en globale economische integratie er slecht twee volledig gecombineerd kunnen worden. Kondigt zich ook een trillemma over het coronavirus aan waarbij gezondheidszorg, economie en grondrechten niet alledrie kunnen worden gecombineerd? Er moet er één afvallen. Als de overheid inzet op de gezondheidszorg zoals nu in Nederland gebeurt, dan gaat dat ten koste van de economie. Als een overheid inzet op de economie zoals nu in Brazilië lijkt te gebeuren, dan gaat dat ten koste van de gezondheidszorg. Als een overheid inzet op de grondrechten, dan gaat dat ten koste van zowel een deel van de gezondheidszorg als van de economie.

De hypothese van het trilemma van de pandemie is niet waar het hier om gaat. Het gaat om kunst. Mensen zijn grotendeels aan huis gekluisterd. Musea, muziekgebouwen, bioscopen en schouwburgen zijn gesloten. Veel culturele instellingen ontplooien digitale initiatieven en ontsluiten hun collecties en registraties. Eye Filmmuseum blijft niet achter en komt met quarantaine thuiskijktips. Maar het is een magere selectie. De publieke omroep laat het tot nu toe afweten en biedt geen extra kunstprogrammering, zoals registraties van muziek en drama of klassieke cinema. Dat laatste is ook een rechtenkwestie. Mogelijk kan de overkoepelende EBU daar iets in bereiken tijdens de crisis. Wellicht komt het deze zomer in een versnelling als er gaten in de programmering vallen door weggevallen sportevenementen die doorgaans het zomerseizoen domineren.

Op internet zijn onnoemelijk veel klassieke films te zien. Diverse media hebben daar afgelopen weken verdienstelijke overzichten van gegeven. Ik wil niet achterblijven en verwijs graag naar een Italiaanse film uit 1950 van Luciano Emmer ‘Domenica d’Agosto’ (Zondag in augustus ofwel de toenmalige Nederlandse titel Dagjesmensen). Wikipedia vat de inhoud samen: ‘Een zondag in augustus 1949 in Rome: de inwoners van de hoofdstad gaan massaal naar het strand van Ostia. In de verlaten stad blijven nog maar een paar mensen over. ’s Avonds keert iedereen terug naar huis, klaar om de volgende dag zijn professionele bezigheden te hervatten …’ Met een jonge Marcello Mastroianni. In de stijl van het Italiaanse neorealisme met de straat als locatie van een land dat nog bezig is zich te ontworstelen aan de schaduw van de oorlog. Laten we voor even het trilemma van de pandemie vergeten en er een vierde, hoognodige poot bij aanschroeven: ontspanning.

Desinformatie van AD over kunst en het kopen van kunst

leave a comment »

Het AD plaatst een bericht van Rachel van Kommer over de kunstverhuurbedrijven Business Art Service (bedrijven) en Kunst.nl (particulieren) dat claimt te informeren, maar feitelijk het omgekeerde doet. Het geeft een onvolledig en gekleurd beeld over het kopen van kunst. Het AD komt niet verder dan ronduit reclame maken voor kunstverhuurbedrijven en plaatst kunst eenzijdig in het frame van een commercieel bedrijf. Het AD verpakt reclame als journalistiek. Wie de vier vrouwelijke klanten van de kunstverhuurbedrijven heeft aangeleverd blijft ongenoemd. Zo ontstaan er twee soorten misleiding: over de inhoud en over de wijze waarop het artikel tot stand kwam. Het is reclame die vermomd wordt als journalistiek. Maar dit gebeurt zo slecht dat vooral de journalistieke geloofwaardigheid van het AD ermee beschadigd wordt.

Kunst is meer dan iets dat past bij ‘interieurs van nu‘ zoals Kunst.nl meent. Ook is kunst beter betaalbaar dan AD de kunstverhuurbedrijven napraat. Ze plaatsen kunst op een voetstuk en poneren stilzwijgend dat alleen zij dat kunnen bevatten. Het begint al met de aankeiler: ‘Een kunstwerk kopen is vanwege de prijs niet voor iedereen weggelegd. Toch kan iedereen voor een paar tientjes een schilderij of beeld in huis hebben, als het aan de nieuwe kunstuitleen in Utrecht ligt.’ De suggestie is dat kunst voor bijna niemand is weggelegd. De kunstverhuurbedrijven proberen samen met het AD het beeld te vormen dat kopers afhankelijk van hen zijn.

Vervolgens wordt iedereen door de fuik van het commerciële kunstverhuurbedrijf gejaagd. Mensen besteden duizenden euro’s aan luxe goederen of vakanties, maar zouden om budgettaire redenen geen kunst kunnen kopen? Dat is een lage ambitie. Toegegeven, voor mensen aan de onderkant van de samenleving zal dat gelden, maar niet voor de meerderheid. Voor bedrijven is dat budgettaire aspect nog minder een bezwaar.

Bij een kunstgalerie kan voor ruim onder de duizend euro een originele tekening worden gekocht. Meer dan 120 galeries zijn  aangesloten bij KunstKoop, ofwel kunst kopen op afbetaling. Ook zijn er initiatieven als This Art Fair of de Affordable Art Fair waar kunst tegen een schappelijke prijs kan worden aangeschaft. Het AD werkt mee aan de misleiding dat beeldende kunst onbetaalbaar en ‘moeilijk’ is. Of er voornamelijk toe dient om bij een ‘kleurig’ interieur te passen. Maar kunst kan daar ook haaks op staan of helemaal geen relatie met een interieur aangaan. Waarom zou kunst in hemelsnaam een vorm van binnenhuisarchitectuur moeten zijn?

Uit de foto’s bij het artikel blijkt dat de commerciële kunstverhuurbedrijven voornamelijk kleurige grafiek in oplage verhuren. Een categorie kunstconsumenten wordt de kant opgeduwd dat ze te weinig van kunst weten om zelfstandig te handelen. Door de kunstverhuurbedrijven worden ze onwetend gehouden. Het AD herhaalt deze misleiding en geeft er haar journalistieke stempel aan. Het artikel bereikt zo dat mensen van het zelfstandig kopen van kunst afgehouden worden. Het zet ze ook nog eens op het verkeerde been over wat de functie van kunst is. In de visie van kunst.nl is kunst dat wat past bij het interieur. Punt. Discussie gesloten.

Deze vermenging van kunst en commercie is een slechte beurt AD. Ga eens op bezoek bij een galerie en laat deze misleiding over kunst achter je. Laat voortaan journalisten met verstand van zaken over kunst schrijven.

Foto’s 1 en 3: Schermafbeelding van delen van artikelKunst duur? Deze Utrechters huren voor een paar tientjes per maand kunstwerken voor in huis’ van Rachel van Kommer in het AD, 10 maart 2020.

Foto 2: Banner op voorpagina van kunst.nl.

Foto 4: Campagnebeeld van tentoonstelling ‘Boven de Bank’ bij Galerie Logman in Utrecht die opent op 20 maart 2020. Met ‘Mijn Werk I/ My Work I‘ (2010) van Carel Blotkamp boven een Chesterfield bank. Met de tekst: ‘Mijn werk is voor alle gezindten. Het past boven elke bank en kleurt bij alle gordijnen’.

Tentoonstelling over Utrechts historisch onderwerp roept vragen op over internationale oriëntatie waarin het wordt gepresenteerd

leave a comment »

Gisteren zag ik in Utrecht op een opening een prachtige presentatie van een goede kunstenaar. Over een historisch onderwerp. Ik heb veel respect voor dit project van Bart Lunenburg. Ik raad iedereen aan dit project in het centrum van Utrecht te bezoeken. In de Lange Nieuwstraat 7 schuin tegenover Het Utrechts Archief.

Maar dat is niet het hele verhaal. Jammergenoeg. De opening en presentatie door de organiserende instellingen Casco en Fotodok die voor het eerst samenwerkten en anders presentaties afwisselen, riepen bij mij en enkele bezoekers allerlei vragen op. Waarom een Engelstalige context met Engelse teksten, Engelse toespraken (inclusief die van de Nederlandstalige kunstenaar) en een Engelse titel waarin een door en door Utrechts/Nederlands onderwerp wordt geframed? Dat komt onnodig, krampachtig en niet uitstrekkend over.

Dezelfde ontwikkeling lijkt hier aan de orde te zijn als in het Nederlandse universitaire onderwijs. Namelijk dat de internationalisering beperkt wordt tot de toepassing van de Engelse taal en cultuur zonder het niveau van het Britse of Amerikaanse taalbeheersing te halen. Het gevolg is verarming van het Engels én het Nederlands, de verwaarlozing van andere culturen en talen, en een gedachtewisseling die niet meer goed tot stand komt.

Zo’n gereduceerde internationalisering kan opgevat worden als een beschimping van een puur Nederlands onderwerp dat verwijst naar de Nederlandse taal, de Nederlandse geschiedenis, de Nederlandse architectuur en het Nederlandse onderwijs. Op z’n minst had daar een middenweg in bewandeld kunnen worden. Dat was blijkbaar niet mogelijk. Daarnaast is er de grafische vormgeving die het blijkbaar meer van grapjes moet hebben dan van leesbaarheid. Dat gebrek van dienstbaarheid aan het onderwerp lijkt een mentaliteit.

Op het gevaar af te generaliseren kom ik tot de constatering dat de opstelling van dit soort kleine culturele organisaties die betrekkelijk los opereren van hun omgeving te denken geeft. Om niet te zeggen dat het gaat om internationale enclaves die vreemd in hun Nederlandse omgeving staan. Ze leggen verantwoording af aan zichzelf en hun kring van getrouwen en lijken luchtdicht afgesloten van de stad waarin ze opereren. De besturen van dit soort organisaties stempelen dit af. Die besturen zouden andere eisen moeten stellen. Dit soort culturele organisaties is blijkbaar zo vervreemd van de omgeving dat het niet meer kan schakelen naar een Nederlandse context als het thema dat vraagt. Dat gebrek aan flexibiliteit is de kern van mijn kritiek.

Af en toe voelen ze dan toch de noodzaak om een venster open te zetten. Het is uitstekend dat ze een kunstenaar als Bart Lunenburg een platform hebben geboden. Daarvoor alle lof. Maar daarmee voldoen ze nog niet aan hun opdracht en aan de opzet van Lunenburgs onderzoek. Een goede organisatie moet faciliteren en zichzelf weg kunnen cijferen als dat nodig is. Het behoort niet om een directeur of curator te gaan, maar om de kunst en de kunstenaar. Voor de eigen achterban kunnen de lange toespraken van de betrokken stafleden tot interessante Kremlinologie leiden, voor andere bezoekers werkt dat eerder afleidend en zelfs storend.

Het gaat niet alleen om Casco en Fotodok. Het is een toevallig voorbeeld. De kwestie speelt in het hele land waar kleinere, internationaal georiënteerde culturele instellingen verwijderd zijn van hun omgeving en dit onvoldoende lijken te beseffen. Of dit mogelijk wel beseffen, maar zich er niks van aantrekken. De kritiek is niet hun profiel, hun eigenwijsheid of het feit dat ze een internationaal perspectief hebben. Dat moeten ze zo houden. Wie weet zelfs nog versterken. De kritiek is dat ze niet flexibel kunnen zijn of weten te zijn als dat van hen gevraagd wordt. Die onveranderlijkheid keert zich tegen de omgeving waarin ze opereren, want ook Nederland is een deel van hun internationale context. Het is hooghartig en krom om daaraan voorbij te gaan.

Foto 1: Schermafbeelding van deel aankondiging tentoonstelling ‘This Creaking Floor and All the Ceilings Below’ (6 maart tot 14 juni 2020) van Bart Lunenburg van Fotodok.

Foto 2: Schermafbeelding van deel aankondiging programma van Casco.

%d bloggers liken dit: