Grenzen aan traditionele kunst: debat over Oscar Howe (1959)

Exhibition‘, 1959. Collectie: University of South Dakota.

Interessante context en subtekst voor deze foto’s uit 1959 geeft de Wikipedia-pagina van de Native American (Sioux-volk) kunstenaar uit Zuid-Dakota Oscar Howe (1915-1983): ‘Are we to be held back forever with one phase of Indian painting that is the most common way? Are we to be herded like a bunch of sheep, with no right for individualism, dictated to as the Indian has always been, put on reservations and treated like a child and only the White Man know what is best for him… but one could easily turn to become a social protest painter. I only hope the Art World will not be one more contributor to holding us in chains‘.

De reden voor deze reactie van Howe is volgens Wikipedia dat hij In 1958 werd hij afgewezen voor een tentoonstelling van Native American kunst in het Philbrook Museum in Tulsa, Oklahoma ‘omdat zijn werk niet voldeed aan de criteria van de “traditionele”‘Indian’ stijl’. Howe’s werk zou te abstract zijn en niet passen binnen de traditionele stijl. Howe kreeg gelijk en abstractie werd voortaan aanvaard binnen de gemeenschap.

Dat was in 1958 cancelcultuur avant la lettre. Wie niet voldoet aan de normen van de gemeenschap wordt uitgesloten en als ‘vreemd’ beschouwd. Maar Howe had de lef om dat aan te vechten.

Howe werd in 1957 ‘Professor of Art‘ aan de University of South Dakota in Vermillion, South Dakota. Dat was hij tot aan zijn dood in 1983. Op deze en andere foto’s uit de collectie van de universiteit zien we presentaties van zijn werk op dezelfde universiteit.

We kunnen ons alleen maar voorstellen welke bewegingen en tegenbewegingen zich in de jaren 1957 tot 1959 ontwikkelden rond de acceptatie van Howe’s werk en persoon. Wat betekende het om Howe en zijn werk in de armen te sluiten? Is het te ver gezocht om een vergelijking met een bounty te maken die door de witte middenklasse als medestander wordt gezien? Of doet zo’n observatie Oscar Howe onrecht omdat het zijn individualisme ondergeschikt maakt aan groepsdenken?

Was in 1959 een positief standpunt over Howe een afwijzing van de traditionalisten binnen deze gemeenschap omdat die immers niet of te moeizaam richting moderniteit bewogen? Wat zei de acceptatie van Howe’s kunst over de emancipatie van de inheemse Amerikanen? Als we met deze blik de foto’s bekijken weten we het antwoord op de vragen zo net nog niet. Niets is vanzelfsprekend.

Exhibition (People in gallery discussing an Oscar Howe painting‘), 1959. Collectie: University of South Dakota.

Christelijke retoriek van SGP’er Kees van der Staaij. Met het label ‘doorgedraaid autonomiedenken’ tracht hij politieke opponenten te vloeren, maar vloert uiteindelijk zichzelf

Schermafbeelding van deel artikelVan der Staaij ziet lichtpuntjes in abortusdebat’ in het Reformatorisch Dagblad, 14 mei 2022.

Mijn reactie op de Facebook-pagina van het Reformatorisch Dagblad bij het artikelVan der Staaij ziet lichtpuntjes in abortusdebat’ van 14 mei 2022:

Van der Staaij verwijt een meerderheid van de Nederlanders autonomiedenken. Hij noemt het zelfs ‘doorgedraaid autonomiedenken’. Hij vindt het blijkbaar niet voldoende om het oneens te zijn met pro-choice aanhangers, maar vindt het nodig om ze een trap na te geven door hun denken ‘doorgedraaid’ te noemen. Het is de vraag of die neerbuigendheid spoort met de waarheid van het evangelie dat hij aanhangt.

Schermafbeelding van deel artikelVan der Staaij ziet lichtpuntjes in abortusdebat’ in het Reformatorisch Dagblad, 14 mei 2022.

Van der Staaij verklaart zich hiermee tot de spookrijder van de Nederlandse samenleving. Als vertegenwoordiger van een minderheid probeert hij een meerderheid zijn wil op te leggen tegen de logica, de politieke realiteit en de menselijke welwillendheid in.

Van der Staaij beseft niet hoe tegenstrijdig hij is als hij het autonomiedenken van zijn politieke opponenten kleineert en suggereert dat het evangelie van een orthodox-christelijke minderheid hem dat toestaat.

Van der Staaij draait het om. Hij is in de war. Hij hangt het autonomiedenken van een orthodox-christelijke minderheid aan dat door mensen is geconstrueerd en claimt zonder enige onderbouwing dat dat niet-menselijk is. Maar zijn verticalistisch niet-autonomiedenken is uiteindelijk horizontaal autonomiedenken.

Van der Staaij zet zijn christelijke dogmatiek oneigenlijk in als hij een meerderheid van autonomiedenkers die meerderheid ontzegt door ze buiten de orde te willen plaatsen. Met zijn bizarre denken plaatst Van der Staaij zich echter zelf buiten de orde en buiten een betamelijke politiek-maatschappelijke discussie.

Van der Staaij is de goochelaar die bij gebrek aan argumenten van alles uit zijn hoge hoed tovert om het publiek zand in de ogen te strooien. Van der Staaij is onheus.

Antwoord op video ‘Stop Disney’s LHBT-indoctrinatie’ van het ultra-conservatieve katholieke CitizenGo

Mijn reactie bij de video van CitizenGo over de vermeende LHBT-indoctrinatie van Disney. Ermee sluit deze ultra-conservatieve katholieke organisatie aan bij de politieke standpunten van de Republikeinse gouverneur van Florida Ron DeSantis die als mogelijke uitdager van Trump het schoppen tegen Disney gebruikt om hem rechts in te halen en de cancel culture hoog op de agenda te houden en de conservatieve kiezers voor zich te winnen:

Het lijkt er eerder op dat orthodoxe christenen zoals die van CitizenGo geobsedeerd zijn door de LHBT-gemeenschap, dan dat Disney geobsedeerd is door de LHBT-gemeenschap. Christenen hebben de vrijheid van godsdienst om met elkaar hun geloof te belijden. Wat ze voor zichzelf aan rechten en vrijheden verworven hebben, zouden ze ook anderen moeten gunnen. Maar dat doen ze niet. Daarmee zijn ze in strijd met de kern van hun eigen leer.

Voordat enkele jaren geleden de cancelcultuur over de wereld spoelde, was er eeuwenlang een kanselcultuur die dominant was in de westerse wereld. Ooit hadden georganiseerde godsdiensten een zinvolle, emanciperende rol die de samenleving hielp vormen. Ze hebben zelfs bouwstenen aangeleverd voor het rationalisme van de Verlichting. Historisch gezien is het verschil tussen de verschillende filosofieën niet zo groot.

Maar zoals met alles is er een tijd van komen en een tijd van gaan. De monotheïstische godsdiensten hebben hun nut bewezen, maar zijn van progressieve maatschappelijke krachten verworden tot behoudzuchtige krachten die op de rem van de ontwikkeling zijn gaan staan. Dat valt te betreuren. Dat uit zich erin dat ze tegen allerlei hedendaagse ontwikkelingen zijn. Zo is het christendom niet begonnen, maar lijkt het wel te eindigen.

Het christendom is waardevol als cultureel verschijnsel. Zoals Griekse of Shakespeariaanse tragedies of Middeleeuwse mirakelspelen dat ook zijn. Net als deze kunstvormen is religie een sterke uiting van de menselijke geest. Het is waardevol om dat cultureel erfgoed inclusief het christendom te bewaren en zelfs te koesteren. 

Het christendom verdient het om van de overheid subsidie te krijgen, zoals theater, beeldende kunst, literatuur of muziek ook subsidie van de overheid krijgen. Kunst en religie zijn menselijke uitingen waarin mensen troost, zingeving, diepte en scherpte vinden. 

Kunst en religie geven het menselijk leven diepte. Niet vanwege een vermeende hogere waarde die verticaal zou zijn, maar vanwege de horizontale waarde van de mens die zich in de beste momenten overtreft en andere mensen daarmee toont wat menselijkheid is.

Onverdraagzaamheid jegens anderen of andersdenkenden staat daar haaks op. Daarmee verengt een godsdienst zich tot een verlengstuk van de politiek. Dat is een vrije keuze, maar ermee prijst zo’n godsdienst zich wel uit de markt. Godsdiensten zouden beter dan nu moeten beseffen dat ze vanwege andere doeleinden en functies geen politieke partijen of lobbygroepen zijn die ageren tegen hedendaagse maatschappelijke ontwikkelingen, maar culturele organisaties die mensen troost, zingeving, diepte en scherpte geven.

Songfestival in Tallinn (1928)

IX laulupidu. Tallinn, 1928 (9de songfestival, 30 juni tot 2 juli 1928). Collectie: Tartu Linnaajaloo Muuseumid / Tartu Linnamuuseum Estland.

In 1928 bracht het 9de Songfestival in Tallinn een grote ‘volkszee’ op de been die het nog nooit had gegeven. Zoals de Estse schrijver Jaan Kross zou zeggen, met liederen in de boerentaal.

Dat was in de geschiedenis ook wel nodig met de afwisselde Duitse, Deense, Zweedse, Poolse, Litouwse en Moskovische machten die aasden op het toenmalige Lijfland met als kroonjuweel Reval (Duitse naam van Tallinn).

Een songfestival is een uiting van nationalisme. Met solidariteit als steunbetuiging, de nationale taal als vehikel voor nationaal bewustzijn en massaliteit als teken aan buitenlandse invloeden om het niet te wagen.

Maar het hielp niet, in 1940 vielen de Moskovieten Estland binnen. Dat was voorlopig het einde van het lied. Een songfestival als zwanenzang. Een laatste manifestatie vóór het sterven. Pas in 1991 herwon Estland autonomie na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en kwam als land weer tot leven.

IX laulupidu. Tallinn, 1928. Collectie: EESTI AJALOOMUUSEUM

Gedachten bij foto ‘Downtown: Interior of Downtown Parking Garage at Bigelow Boulevard and Sixth Avenue’ (1953)

We kijken hier niet in een schilderij van Edward Hopper, maar naar een foto van de Italiaans-Amerikaanse Harold Corsini die in 1950 naar Pittsburgh verhuisde. Het had ook een hyper-realistische foto-installatie van Stan Douglas kunnen zijn.

Het is de iconografie die aantrekt en de voorstelling doet landen: De VS, jaren 1940 of 1950.

Van buitenaf zien we het interieur van een kantoor van een parkeergarage in Pittsburgh. Links staan de klanten voor de kassa, rechts het personeel dat de handen uit de mouwen steekt voor handelingen die nu zijn gedigitaliseerd.

Het perspectief met de zwarte vlakken die de blik nog eens extra naar binnen stuurt doet denken aan de films van John Ford. De buitenstaander die altijd van buiten naar binnen kijkt waar zich een groep bevindt waar hij (nog) niet bijhoort.

Aan drie kanten zijn vensters en deuren met doorzicht. Dat geeft openlijkheid. Waarschijnlijk vanwege de veiligheid en het risico op overvallen. De vloertegels lijken er zelfs een huiselijk stilleven van Vermeer of Pieter de Hooch van te maken.

Dit is een foto met referenties naar de kunst- en mediageschiedenis. Het is een modern klassieke foto. De compositie is perfect. We zien een vreemde omgeving die bekend lijkt door de ons vertrouwde beeldtaal uit films. Dat is het wonder van onze zienswijze. We menen iets te (her)kennen dat we niet kunnen kennen.

Museum de Fundatie zegt in jaarverslag dat er gedurende 15 jaar organisatorische problemen waren die niet aangepakt werden. Waar laat dat Keuning en Raad van Toezicht?

Schermafbeelding van deel artikel ‘Museumdirecteur Ralph Keuning over ophef: “Organisatie is onvoldoende meegegroeid” van Rutger Borgerink voor RTV Oost, 10 mei 2022.

RTV Oost citeert uit het jaarverslag 2021 van Museum de Fundatie in Zwolle. Er is onder personeel en oud-personeel ophef over het functioneren van directeur Ralph Keuning. Hij zou op autoritaire manier leiding hebben gegeven en zo een deel van het personeel tegen zich in het harnas hebben gejaagd. Er zou volgens sommigen zelfs een angstcultuur heersen.

Tot nu toe heeft Keuning op de kritiek niet publiekelijk gereageerd. Dat doet hij nu voor het eerst in genoemd jaarverslag:

Schermafbeelding van deel jaarverslag 2021 van Museum De Fundatie, p. 10.

Keuning zegt dus dat de problemen bij Museum de Fundatie onder meer zijn veroorzaakt doordat de organisatie de afgelopen 15 jaar onvoldoende is meegegroeid met de uitbreiding van het museum. Zoals RTV Oost zegt: ‘Op zijn eigen functioneren gaat hij verder niet in‘. Met de zinsnede ‘maar niet alleen‘ houdt Keuning de optie open dat hij niet goed geopereerd heeft, maar die wordt door hem jammergenoeg niet uitgewerkt.

Wat probeert Keuning te bereiken met zijn constatering over de museale organisatie die 15 jaar niet meegroeide met de ambities? Hoe dan ook was Keuning daar als directeur gedurende deze periode de eerst verantwoordelijke voor.

Hij ging over de bedrijfsvoering en de inzet van middelen. Keuning geeft indirect toe dat het beleid niet goed was. Beleid waarvoor hij verantwoordelijk was. Maar waarvoor hij geen verantwoordelijkheid neemt. Evenmin houdt de Raad van Toezicht hem hiervoor verantwoordelijk.

Probeert Keuning het museum als organisatie een collectieve schuld in de schoenen te schuiven zodat hij als directeur niet als enige daar op aangesproken kan worden? Geeft hij ook de Raad van Toezicht een trap na omdat die de organisatie niet goed bewaakt heeft? Want daar lijkt het sterk op.

Dat is een afleidende projectie van Keuning die niet getuigt van zelfkennis. Hij verwijt achteraf de Raad van Toezicht dat het hem onvoldoende aangestuurd heeft en beter had moeten corrigeren. Want het is de Raad van Toezicht die over het toezicht gaat en dat 15 jaar verzaakt zou hebben. Welke kaas laat de Raad van Toezicht zich door Keuning van het brood eten?

Wat Keuning doet past in het patroon van de directie en de Raad van Toezicht van dit museum. Namelijk herhaalde pogingen om kritiek te bagatelliseren en onschadelijk te maken door verhulling, ontkenning, vertraging en geringschatting van de medewerkers die zich kritisch uitspreken. Als Keuning of RvT-voorzitter Van Boxtel en zakelijk directeur Zuidema ingaan op de kritiek dan gebeurt dat sussend of vrijblijvend met als doel om alles bij het oude te laten.

Iedereen was 15 jaar schuldig volgens Keuning. De schoonmaker, kassamedewerker, projectmedewerker en medewerker van de technische dienst in dezelfde mate als de directeur of de voorzitter van de Raad van Toezicht.

Als iedereen fouten maakt, dan kan niemand daar verantwoordelijk voor worden gehouden. Dat is de logica van de doofpot. De doofpot van Museum de Fundatie staat al 15 jaar te roken, maar nu zegt de directie in een jaarverslag dat het een groeistuip van de organisatie was. Die was zo onzichtbaar dat er 15 jaar door de leiding niet is ingegrepen. Nalatigheid wordt als afleiding voor de fout gebruikt.

Het raadsel van het functioneren van het management van Museum de Fundatie wordt er door de verklaring in het jaarverslag 2022 eerder groter dan kleiner op.

De menselijkheid van Patron

Het is niet onbegrijpelijk dat iemand tijdens een Zoom-vergadering in slaap valt. Maar als het een hond is, dan haalt het de publiciteit. Vergaderen honden tegenwoordig ook al en praten ze mee? Indirect geeft dat de overbodigheid van vele Zoom-vergaderingen aan.

Patron is een aandoenlijke Jack Russel terriër die in dienst is van de Oekraïense krijgsmacht om niet-ontplofte bommen op te sporen. Hij redt levens.

De inzet doet denken aan dieren in eerdere conflicten als paarden, honden, duiven en dolfijnen die in dienst zijn bij een van de strijdende partijen. Soms eindigt dat met een medaille en een foto in de krant. Het dier krijgt een lekker hapje, maar beseft uiteraard niet waar het een middelpunt van is.

Dieren zijn een middel om de eigen menselijkheid te benadrukken. Hoe paradoxaal dat ook is omdat het dier in een menselijk frame wordt gewrongen. Als dieren tot onderdeel van de strijd worden gemaakt, dan worden ze tot mens gemaakt. Hun dierlijkheid wordt geminimaliseerd.

Dat past in het patroon van antropomorfiseren, het aan dieren toedichten van menselijke eigenschappen. Mensen grijpen die vertaalslag aan om dieren te begrijpen en te suggereren dat de afstand van mens tot dier kleiner is dan het lijkt. Walt Disney is er groot mee geworden.

Patron spoort bommen op. Van hem kan men beweren dat hij als beste vriend van de mens aan de goede kant van de dierlijkheid blijft.

Door Patron in de publiciteit als mascotte centraal te stellen onderscheidt Oekraïne zich van de Russische Federatie dat met humorloze parades en potsierlijk nationalisme de weg van het grote gebaar kiest dat moet imponeren door het uitstralen van militaire macht. De uitdrukking die betreffende landen kiezen reflecteert de doelen die ze nastreven. Het geeft ook een cultuurverschil aan.

Patron is de individuele hond die met het kleine gebaar tegenover het Russische collectivisme wordt geplaatst. Patron is door zijn spindoctors perfect toegesneden op het gerichte gebruik van de huidige sociale media. Patron is de menselijkheid die tegenover de onmenselijkheid wordt geplaatst.

Patron valt in slaap tijdens online persconferentie, mei 2022. Bron: Reddit.

Een vegetarische schoonheidskoningin (1926)

Vegetarian beauty Queen . A feature of the International Vegetarian Congress , Hanover , was a pageant of girls who had never tasted meat . Premier honours went to Margarete Schoen . 6 November 1926‘.

Het is een klein, maar interessant onderwerp. Het zegt iets over het verleden, maar ook over het heden. Het betreft de vermeende uitverkiezing van actrice Margarete Schön in 1926 op een International Vegetarisch Congres in Hannover. Haar verdienste? Ze had nooit vlees geproefd.

Of dat verhaal klopt is lastig na te gaan. Het IVU-(International Vegetarian Union) congres vond in 1926 plaats in Londen en niet in Hannover. Wellicht was de pageant in Hannover een bijprogramma dat gericht was op de publiciteit. Margarete Schön was in 1926 al een tamelijk bekende actrice die onder meer speelde in de Nibelungen-films van Fritz Lang (1924).

Wellicht zouden we Schön volgens hedendaagse begrippen een vegetarische ambassadeur noemen. Of ambassadrice. Een benoeming, geen uitverkiezing. Wie is de vegetarische ambassadeur van nu?

Nederland in populaire cultuur van VS

Affiche voor Amerifilm ‘Hans Brinker or The Silver Skates‘, (1962)

In de VS heerste ooit een Holland-cultus in de populaire cultuur. Geschiedschrijving à la Walt Disney die doordringt in de beeldvorming. Hans Brinker is de serieuze jongen die met zijn vinger in de dijk zijn gemeenschap redt.

Was New York in de 17de eeuw niet gesticht als Nieuw Amsterdam door de Nederlanders en hadden de WASP’s (White Anglo-Saxon Protestant) die tot in het midden van de 20ste eeuw het politieke leven van de VS bepaalden en de calvinistische Hollanders geen overeenkomsten?

Denk aan het schip de Mayflower dat in 1620 na een verblijf van 11 jaar in Leiden met vanwege hun godsdienst naar de Republiek gevluchte Engelsen naar Virginia voer. Deze oervaders worden nu nog gezien als Amerikaanse adel. Het lijkt er sterk op dat na het afnemend belang van de WASP’s ook het accent op de vlijtige, arbeidzame en betrouwbare Nederlanders in de beeldvorming is verminderd. In het latere globalisme en door andere immigratiegolven nam het relatieve belang van Nederland in de VS hoe dan ook af.

Denk aan songs als Little Dutch Mill die Dave Fleischer in 1934 in een cartoon verwerkte. De Nederlanders in klederdracht zijn aan het schoonmaken en tonen zich van hun beste kant als zogezegde wereldverbeteraars. Half satire en half serieus.

Een zinswending in de song heeft een plagende ondertoon: ‘They both had so much moon, that it was a real Dutch treat‘. Dat laatste betekent dat iedereen voor zichzelf betaalt. Dat wijst op schraapzucht en wordt niet als goede eigenschap gezien. Maar het wijst ook op realiteitszin en egalitarisme. Vandaar is het een kleine stap naar het motto ‘doe-maar-gewoon-dan-doe-je-al-gek-genoeg’ van een land zonder paleizen, maar met molens. Hoe ook in Nederland dat idee werd bijgebogen blijkt uit het apocriefe verhaal dat jarenlang verteld werd over het legendarische kaakje waarmee toenmalig premier Willem Drees in 1948 de Amerikaanse Marshallhulp zou hebben verzekerd wegens zijn zuinigheid en ernst.

De herkomst van dit soort begrippen met ‘Dutch‘ heeft in het Amerikaans-Engels trouwens geen Nederlandse, maar een Duitse herkomst. Het tekent het belang van Nederland in een bepaalde periode (al is het in negatief opzicht) dat in de loop van de tijd Dutch niet langer Duits, maar Nederlands ging betekenen.

De ironie van de geschiedenis is dat in de Vrede van Breda (1667) de Republiek Nieuw-Amsterdam moest afdragen aan de Engelsen en Suriname kon behouden. Hiermee was de weg definitief vrij voor de opwaardering van Nederland in de populaire cultuur van de VS. Nederland was in latere eeuwen immers geen bedreiging meer voor de VS en was na Frankrijk het tweede land dat de VS in 1776 officieel erkende. Het hielp ook mee dat in hun geschiedschrijving Nederlanders en Amerikanen de verwaande en gehate Engelsen als vijand hadden. Ook dat schiep een band tussen beide volkeren.

Hoe stereotypering ook neveneffecten heeft en de blik beperkt leert de ondertitel van onderstaande foto uit 1915. Van twee zwarte vrouwen in Paramaribo wordt gezegd dat ze op Nederlandse vrouwen lijken. Maar dan ‘turned black‘. Dat klinkt normatief. Het is ook vloeken in de kerk van de puristen van culturele toe-eigening die grenspalen tussen bevolkingsgroepen opwerpen. Suriname werd in 1954 (tot 1975) officieel een deel van het Koninkrijk Nederland en was vanaf 1667 een Nederlandse kolonie.

Alpheus Hyatt, ‘The women look like Dutch women turned Black, Paramaribo‘, 1915. Collectie: The New York Public Library

Christian Tan probeert Johan Derksen en ideeën over vertrutting in christelijk frame te duwen. Dat loopt vast in behoudzucht

Schermafbeelding van deel artikel van Christian Tan, ‘Johan Derksen en de cancelcultuur in Nederland: wat zegt de Bijbel hierover?‘, 2 mei 2022 op Revive.nl.

Terwijl de Europese veiligheid op het spel staat door de invasie van de Russische Federatie in Oekraïne houdt een groot deel van Nederland zich bezig met trivialiteiten. Zoals de uitspraken van voetbalcommentator en televisiepresentator Johan Derksen over een kaars waarmee hij lang geleden een vrouw zou hebben onteerd. Later zwakte hij dat verhaal af.

De reactie op Derksen die controversiële uitspraken gebruikt om de kijkcijfers van zijn programma op de commerciële omroep Talpa op te pimpen was duidelijk. Derksen was deze keer volgens velen over een grens gegaan. Sponsors liepen weg en het programma Vandaag Inside komt na een zomerpauze wellicht terug op de buis.

Commercie staat bij Talpa voorop. Het gaat uitsluitend om geld verdienen. Nieuwe sponsors kunnen zich straks weer melden. Business as usual. De mediastorm over de kaars van Derksen heeft veel vrije publiciteit opgeleverd voor dit programma zodat het een succesvolle doorstart kan maken. Commerciële televisie heeft geen historisch geheugen en geen moraal.

Het is een misverstand dat er in het geval Derksen sprake is van cancelcultuur zoals Christian Tan van MeerJezus in een stuk op Revive.nl zegt. Tan begrijpt de dynamiek van de commerciële televisie onvoldoende. Hij probeert deze kwalijke kwestie te gebruiken om zijn punt te maken. Het omgekeerde is echter waar. Derksen wordt niet gecanceld, maar wendt het cancelen aan om publiciteit te maken voor Vandaag Inside en zichzelf als mediapersoon.

Het valt Tan te vergeven dat hij vanuit zijn christelijke overtuiging deze kwestie probeert te verbinden met het christelijk geloof. Dat heeft er bij nader inzien weinig mee te maken. Maar het is Tans vrijheid van godsdienst om de kwestie Derksen te gebruiken om zijn christelijke geloof te verkondigen. Of het zinvol is en aan de zaak iets essentieels toevoegt is de vraag.

Schermafbeelding van deel artikel van Christian Tan, ‘Johan Derksen en de cancelcultuur in Nederland: wat zegt de Bijbel hierover?‘, 2 mei 2022 op Revive.nl.

Tan gaat in het citaat hierboven verder dan evangelisatie en religieuze propaganda als hij de vertrutting van de samenleving toejuicht. Hij zegt er zelfs blij mee te zijn. Hoe breed hij vertrutting opvat is onduidelijk, maar duidelijk is dat dit begrip gaat over preutsheid, fatsoen, vrijheid en de rol van de vrouw.

Tan ontneemt individuen de vrijheid van handelen en wil ze insnoeren in een van bovenaf opgelegd moralisme dat christelijke wortels heeft. Dat is ongelukkig en ongewenst. Respect, lichamelijke integriteit en instemming (consent) zijn universele waarden die niet specifiek verbonden zijn aan vertrutting. Tan de moraalriddder maakt een parodie van vertrutting én moraliteit.

Tan laat zijn ware aard zien als een christelijke spookrijder als hij in bovenstaand citaat spreekt over huwelijkstrouw en gezinsleven, belachelijk gedachtengoed, afbrekend gezag van kerk, Bijbel en God en evolutie-indoctrinatie. Tan haalt er van alles bij, gooit dat op een hoop en laat zich kennen als iemand die maatschappelijke ontwikkelingen terug wil draaien naar een christelijk Nederland dat verdwenen is. Als het in de vorm die hij zich voorstelt al ooit bestaan heeft.

Tan is niet de enige Nederlandse gelovige die verbolgen is, zich miskend voelt en met z’n hoofd in het verleden leeft en daarom een verkeerde aanpak kiest voor het hier en nu. Beseft hij niet dat als er sprake is van afbrekend gezag van kerk, Bijbel en God dat vooral de christenen zelf te verwijten valt?

In Nederland hebben kerken onder het secularisme alle vrijheid om hun geloof in vrijheid te belijden. Maar de realiteit van de Nederlandse maatschappij is dat een meerderheid van de bevolking zegt zich niet meer te laten inspireren door religie. Dat is het gegeven.

In een nieuwsbericht van maart 2022 over een onderzoek naar levensovertuiging concludeert het SCP: ‘Nederland is geen gelovig land meer. Atheïsten en agnosten vormen inmiddels een meerderheid onder de bevolking. Religieuze groepen zijn nu minderheden in Nederland‘.

In het commentaarOmarm secularisatie. Beschouw kerken als culturele instellingen. In ruil voor subsidie kunnen ze hun politiek-maatschappelijke claim op de samenleving inruilen‘ van 2 februari 2022 pleitte ik voor het subsidiëren van kerken als culturele instelling.

Daarin schetste ik precies het beeld van iemand als Christian Tan die veel energie stopt in een achterhoedegevecht en zo de zaak die hij denkt te behartigen niet optimaal behartigt en zelfs beschadigt: ‘Dat zou voor iedereen beter zijn. Voor de kerken die daardoor een betere financiële uitgangspositie hebben, voor de samenleving die de gevestigde kerken voortaan kan waarderen als culturele instellingen die de claim opgegeven hebben om de samenleving te besturen en voor de gelovigen die niet langer meegesleept worden door hun kerkleiders in een misleidend beeld van hoe schadelijk secularisatie is‘.