Leg uitvoering van vaccinatieprogramma bij landelijke organisatie en zet kabinet op afstand

Schermafbeelding van artikelTientallen ouderen met afspraak toch zonder prik weggestuurd; GGD maakt excuses’. BD, 7 april 2021.

Nog maar eens over het mislukte vaccinatieprogramma van Nederland. Hoewel ze het omgekeerde suggereren ontbreekt het gevoel van urgentie bij zowel minister Hugo de Jonge en premier Mark Rutte als de uitvoerende instanties zoals de GGD. Huisartsen lijken praktischer en minder ambtelijk te handelen.

Het kabinet Rutte III legt nu al ruim een jaar strenge maatregelen ter bestrijding van de pandemie op omdat de situatie ernstig is, maar handelt daar vervolgens zelf niet naar. Dat verschil tussen schijn en wezen wordt steeds opvallender. Het ondermijnt het vaccinatieprogramma en geeft de critici ervan onnodig wind in de zeilen.

De uitleg die gegeven wordt voor het gebrek aan voortgang is tweeledig. Er zijn te weinig vaccins en de zorgsector is nodeloos verdeeld en verkaveld zodat er niet eensgezind en krachtig opgetreden kan worden. Dat is allebei waar, maar is toch niet een sluitende verklaring.

Er had met speciale bestuurlijke regelgeving een landelijke organisatie opgetuigd kunnen worden die met een ruim mandaat alle versnippering had kunnen bestrijden. Voor het geval de vaccins in ruime mate voorhanden zijn. Nu blijven trouwens al nodeloos veel vaccins op de plank liggen. Nu werkt de regelgeving juist de andere kant op. Het haalt het tempo uit het programma.

Schermafbeelding van artikelTientallen ouderen met afspraak toch zonder prik weggestuurd; GGD maakt excuses’. BD, 7 april 2021.

Iedereen die liever slim dan dom is, begrijpt waarom het kabinet Rutte III het zo ingewikkeld maakt en zichzelf zo belangrijk acht in een kwestie die om een doelmatige uitvoering draait. Oudere echtparen die iets in leeftijd verschillen kunnen niet gezamenlijk gevaccineerd worden omdat de jongste partner nog niet in aanmerking komt. Wat door onduidelijke communicatie niet eens duidelijk is. Dat is onpraktisch, voor zowel het programma als de mensen die gevaccineerd moeten worden. Van de andere kant worden gezonde, jongere partners (in de leeftijd van 60 tot 65 jaar) van echtparen eerder gevaccineerd dan hun oudere partners. De logica is volledig zoek.

Onbegrijpelijk is dat door de regelgeving van de rijksoverheid van bovenaf alles is dichtgetimmerd. Maar nog onbegrijpelijker is dat dit al maanden duurt en minister De Jonge, premier Rutte en de uitvoerende instanties van hun fouten niets hebben geleerd. Ze beloven elke keer beterschap, maar dat zijn lege woorden. Rutte en De Jonge lijken de persconferenties waarin ze mededelingen doen over de maatregelen vooral te gebruiken om zichzelf te profileren. Waarbij het trouwens de vraag is of de langdradige en wollige De Jonge daar veel mee opschiet.

Uiteraard is het voor elke leider waar ook ter wereld improviseren. Het is niet erg dat er fouten worden gemaakt, want dat is onvermijdelijk in een pandemie van deze grootte en uniciteit, het is erg dat de top van de Nederlandse politiek niet van haar fouten leert.

De oplossing is simpel. Zet het ministerie van Volksgezondheid op afstand omdat de politisering van het vaccinatieprogramma alleen maar verwarring zaait. Dat schaadt de vaccinatiebereidheid. Over AstraZeneca en de prioriteit wie als eerste aan de beurt is. Minister De Jonge heeft om politieke redenen adviezen van de Gezondheidsraad naast zich neergelegd en heeft zich tot een sta in de weg gemaakt. De Jonge is ruis en zorgt voor onnodige verwarring. Zijn vermeende onmisbaarheid is geen excuus om hem niet te vervangen en zijn taken die verband houden met de bestrijding van de pandemie rechtstreeks naar de chef van een landelijke uitvoeringsorganisatie over te hevelen.

Tuig een landelijke, militaire operatie op die op een flexibele manier in snel tempo alle Nederlanders oproept om zich te laten vaccineren. Besef de urgentie. Vaccineer met mobiele teams mensen die niet mobiel zijn aan huis. Hanteer als belangrijkste criterium de leeftijd en vaccineer eerst de ouderen en daarna jongere leeftijdsgroepen die per 10 jaar zijn ingedeeld. De trieste constatering is dat Nederland de capaciteit, de infrastructuur en de kennis heeft om dat te doen, maar dat die niet wordt benut. Wat op dit moment ontbreekt zijn de commandostructuur en voldoende vaccins. Maar dat laatste komt eind april beschikbaar. Dan dient er tempo gemaakt te worden. Tot die tijd kunnen de vaccins die nu op de plank liggen verspreid worden.

De huidige stagnatie van het vaccinatieprogramma die leidt tot een daling van de vaccinatiebereidheid onder de bevolking is in tegenspraak met de claim van de coalitiepartijen dat het kabinet Rutte III demissionair is, behalve op het gebied van de bestrijding van de COVID-19 pandemie. Premier Rutte claimde in januari 2021 dat de bestrijding onverminderd door zou gaan. Maar voor de bestrijding van de pandemie was het kabinet helemaal niet nodig geweest als er tijdig een onafhankelijke organisatie was opgetuigd. Premier Rutte en minister De Jonge zitten een doelmatig vaccinatieprogramma alleen maar in de weg. Nu al een jaar lang.

Utrecht vertraagt vinden bestemming Oud Amelisweerd en krijgt daar kritiek op. Terwijl het gericht moet investeren in cultuur

Update 10 februari 2021: In een brief aan de gemeenteraad heeft wethouder Eerenberg vandaag bekendgemaakt dat Stadsherstel Utrecht ‘de komende tien jaar het beheer, onderhoud en de exploitatie van het Landhuis Oud Amelisweerd gaat organiseren’. De brief zegt ook: ‘Het landhuis gaat functioneren als een open platform voor wisselende tentoonstellingen en initiatieven op het gebied van beeldende kunst, wetenschap en geschiedenis.’ Dat houdt in dat Stadsherstel Utrecht niet zoekt naar een vaste huurder, maar als intermediair namens de gemeente Utrecht betrokken blijft. Dat is een positieve ontwikkeling met een schaduwkantje dat het gevolg lijkt van een politiek compromis. De inhoud komt centraal te staan, maar waarom er niet gekozen is voor een ‘technische’ beheerder op afstand zoals Vereniging Hendrick de Keyser is een vraag die op antwoord wacht. 

Het beleid van de gemeente Utrecht inzake het landhuis Oud Amelisweerd te Bunnik waarvan het de eigenaar is geeft de indruk dat Utrecht niet weet wat het ermee aan moet. Het is een spreekwoordelijk hoofdpijndossier dat het beeld van een chaotisch en warrig beleid biedt. Het gemeentebestuur vertraagt doelbewust de voortgang en wil daar geen verantwoording over afleggen. Dat zit velen dwars. Niet alleen de vrijwilligers die tot nu toe in het landhuis werkten, maar ook kunstliefhebbers die wensen dat het landhuis snel een volwaardige museale bestemming krijgt. De huidige stagnatie is het gevolg van het angstig en weinig doortastend handelen van het Utrechtse gemeentestuur. De tragiek is dat deze situatie al ruim 10 jaar duurt.

Hoe het gemeentebestuur de eigen onmacht geparkeerd heeft legde ik uit in een commentaar van 23 juni 2020 dat in de titel de kern van de bestuurlijke impasse samenvat: ‘Utrecht moet Oud Amelisweerd weghalen uit greep gemeentelijke organisatie en buitenstaanders betrekken bij een oplossing’.

Ik schreef toen: ‘Naast de weeffout van een landhuis dat duur is in de exploitatie is er nog een bestuurlijke weeffout waardoor Oud Amelisweerd niet van de grond komt. Het beheer is in handen van de Utrechtse Vastgoed Organisatie (UVO) die een dominante greep heeft op Oud Amelisweerd. Dat is ongewenst. Het is ook onlogisch omdat de UVO zeker de verdienste heeft dat het de restauratie van Oud Amelisweerd in goede banen heeft geleid, maar die fase is voorbij. De blijvende greep van de UVO verklaart waarom dit dossier in de afgelopen 10 jaar wat het vinden van een geschikte huurder betreft zo amateuristisch is behandeld met teleurstellende resultaten. Tegelijk geeft dit de mogelijkheid om het beter te doen. Dat geeft hoop. Oud Amelisweerd moet uit de greep van de UVO gehaald worden. Zeker waar het de niet-bouwkundige aspecten betreft. Het debat over een nieuwe bestemming van Oud Amelisweerd moet niet gedomineerd worden door bouwkundigen of makelaars, maar door museale experts met contacten in de museumsector en kennis over de exploitatie van een museum.

Hoe dan ook moet er een dynamiek ontstaan zodat de UVO een stap terug doet en museale expertise in huis gehaald worden om een nieuwe huurder te vinden. Dat had al in 2010 moeten gebeuren en is toen niet gebeurd, maar het merkwaardige is dat dit na talloze waarschuwingen en ontsporingen nog steeds niet is gebeurd. Dat gaat de richting op van onzorgvuldig bestuur van de gemeente Utrecht of van grandioze desinteresse. Wethouders werken langs elkaar heen en de Cultuurwethouder zit niet in de bestuurdersstoel.

De rol van de UVO en de terughoudende houding van het Utrechtse gemeentestuur wordt in een nieuwsbrief van 28 januari 2021 door beheerder Arjen Meurs ondersteund. De nieuwsbrief is interessant genoeg om integraal weer te geven. Meurs zal per 1 maart 2021 niet meer werkzaam zijn in het landhuis:

Ik stuur dit bericht aan hen die de afgelopen tijd bijgedragen hebben aan of interesse getoond hebben in verdere culturele ontwikkelingen voor het landhuis Oud Amelisweerd. En om het landhuis in de toekomst geopend te houden voor bezoekers.

Hildo Kamstra en ik hebben vandaag een gesprek gehad met algemeen manager Marcel Gierveld en manager Oud Amelisweerd Linda van Blokland van de U.V.O., dat is de Gemeente Utrecht afdeling vastgoed.

De U.V.O. heeft ons sinds begin 2019 in dienst gehad op payroll basis en per 1 maart verloopt de mogelijkheid om ons nog een tijdelijk contract te geven.

In het gesprek werd ons dit officieel meegedeeld, en de vraag daarop aan ons was of wij de komende maand februari een overdracht willen verzorgen van ons werk aan de U.V.O..

In een eerdere brief van ons aan de U.V.O. hebben we aangegeven welke werkzaamheden en verantwoordelijkheden wij hebben in landhuis Oud Amelisweerd, en dat deskundig en ervaren beheer voor een landhuis met zeer hoge erfgoedwaarde als Oud Amelisweerd van groot belang is.

Ook hebben we daarop in een tweede e-mail nog drie constructies geschetst waarop wij tijdelijk door zouden kunnen werken in het landhuis op ZZP basis of via twee musea die tijdelijk willen helpen als organisatie.

Op de inhoud van de twee e-mails werd niet ingegaan, en we moesten Marcel Gierveld hierop attenderen. Hij vond het spijtig voor ons maar kwam terug op de noodzaak tot een vlotte overdracht van beheer.

Dit houdt in dat Hildo Kamstra en ik, beheerders die zeven jaar voor het landhuis hebben gezorgd, per 1 maart niet meer werkzaam zullen zijn in het landhuis.

We hebben ook nog genoemd dat wij tot aan de laatste maand een spil zijn geweest voor de groep van ongeveer 30 vrijwilligers die h[i]er werken, hun toekomst werd ook niet toegelicht.

We hebben gezegd dat we teleurgesteld zijn in het resultaat van twee jaar onderzoek door de U.V.O. om een plan of visie te ontwikkelen. Ook hebben we aangegeven dat het jammer is dat de kennis en ervaring van beheer en vrijwilligers niet betrokken zijn bij dit onderzoek.

Meer dan eens hebben we om betrokken te worden gevraagd, vrijwilligers en beheer, en we vinden dit een gemiste kans.

Op onze vragen of er een volgende huurder komt of dat het landhuis wellicht is aangekocht bij een volgende partij kregen we geen antwoord. Via raadsvragen aan de Gemeente Utrecht, via een raadslid van D66, heb ik een paar maanden geleden deze vragen ook gesteld. Er volgt geen antwoord. Alleen de mantra: de U.V.O. zoekt nog steeds hard naar een structurele duurzame invulling voor het landhuis, men werkt hier hard aan.

We nemen dus afscheid van Oud Amelisweerd, tot onze grote spijt want we hebben ons op allerlei vlakken voor het huis en vrijwilligers met veel plezier en van harte ingezet.

In het verlengde van deze nieuwsbrief verscheen in ’t Groentje/ Bunniks Nieuws op 6 februari 2021 het artikelBeheerders en vrijwilligers Oud-Amelisweerd voelen zich genegeerd en aan de kant gezet door gemeente Utrecht’ (betaalmuur) dat ingaat op de werksituatie van de beheerders en vrijwilligers en de toekomst van het landhuis. Bunniks Nieuws concludeert dat de gemeente Utrecht zich niet gehouden heeft aan de toezegging om een toekomstplan en een bouwhistorisch onderzoek/ pandvisie te publiceren. Dat eerste zou enkele maanden geleden verschijnen en dat laatste in mei 2020. Bunniks Nieuws zegt hierover op 3 februari 2021 vragen aan de gemeente Utrecht te hebben gesteld, ‘onder andere over de reden van vertraging’ en geeft aan dat die nog niet beantwoord werden.

De beheerders geven aan niet de reden te kennen waarom de pandvisie wordt vertraagd. Op 7 januari 2021 antwoordde wethouder Eelco Eerenberg (Vastgoed) de raadsvragen die zijn partijgenote Ellen Bijsterbosch (D66) in november 2020 had gesteld en waar Meurs in zijn nieuwsbrief naar verwijst. Het feit dat het de wethouder Vastgoed is en niet de wethouder Cultuur die over dit dossier gaat onderschrijft het vermoeden dat de UVO een dominante greep heeft op landhuis Oud Amelisweerd en dat het vinden van een goede culturele of museale bestemming geen prioriteit heeft voor het Utrechtse gemeentebestuur. Anders zou het cultuurwethouder Anke Klein (D66) bestuurlijk een leidende rol geven bij het vinden van een museale bestemming. Maar dat gebeurt niet.

In 11 jaar tijd is er niet alleen niets ten goede verkeerd, maar is het gemeentebestuur nog verder in de schulp gekropen. Voorheen waren het nog de cultuurwethouders (Lintmeijer, Diepeveen) die eerstverantwoordelijke waren, nu houdt het gemeentebestuur zelfs de schijn niet meer op dat het vinden van een museale bestemming urgentie heeft. Het landhuis wordt nog steeds in de eerste plaats als een vastgoedobject gezien en niet als een kans om er een goed museum in te vestigen dat past bij de ambities van de vierde stad van het land die op dit moment economisch en cultureel zo succesvol is.

Het lijkt er sterk op dat al vanaf 2010 wat landhuis Oud Amelisweerd betreft het Utrechtse gemeentebestuur verdwaald is geraakt in een papieren werkelijkheid van scenario’s, visies, haalbaarheidsonderzoeken en plannen die vooral dienen om zich achter te verschuilen en een beeld van daadkracht en volwassen bestuur te suggereren. Deskundigen die weten wat een museum nodig heeft worden buiten de besluitvorming gehouden. Soms mogen ze een advies geven dat dient als een nieuwe verdedigingswal in de papieren werkelijkheid.

Nodig is een krachtige bestuurder met verstand van en liefde voor de kunst én de museumsector die de daadkracht en ambitie heeft om dit project vlot ter trekken. Zo complex is het nou ook weer niet mits de goede deskundigen erbij gehaald worden zonder de beperking van een sturende opdracht waarvan de uitkomst al zo goed als vaststaat voordat het onderzoek begint. Alle opties moeten op tafel kunnen komen.

In zijn antwoord maakt Eerenberg een voor de Utrechters alarmerend en vanuit zijn standpunt gezien defensief voorbehoud als hij zegt: ‘Zowel in de pandvisie als in het bestemmingsplan is omschreven dat onder andere een culturele invulling tot de mogelijkheden behoort. Die museale bestemming zet hij dus op losse schroeven. Dit ondanks de aangenomen motie 111 uit 2017 die constateert dat de gemeente een zorgtaak heeft voor de collecties die onlosmakelijk verbonden zijn aan het landhuis en die het gemeentebestuur naar de geest en de letter opdraagt om landhuis Oud Amelisweerd open te stellen. Men kan niet anders dan medelijden hebben met Eerenberg en zijn beleidsmedewerkers die zich aan bestuurlijke afspraken willen onttrekken.

De treurige conclusie van deze episode van een al ruim 10 jaar slepende kwestie van een prima met veel gemeenschapsgeld gerestaureerd rijksmonument is dat er in al die tijd geen vooruitgang is geboekt en het gemeentebestuur zelf niet echt initiatief neemt, maar zich telkens laat overvallen door toevalligheden die zich aandienen en daarom in cirkels ronddraait en achter de feiten aanloopt.

Vanwege het gebrek aan visie én desinteresse heeft het gemeentebestuur dit dossier bij de UVO geparkeerd die het afschermt. Het begin van een oplossing is simpel. Het gemeentebestuur moet voltallig besluiten om landhuis Oud Amelisweerd een goede museale bestemming te geven en dat serieus te gaan onderzoeken.

Wellicht kunnen de Utrechtse D66’ers die als wethouders direct bij dit dossier zijn betrokken inspiratie putten en een focus vinden die ze tot nu toe missen uit het standpunt over cultuur van hun partij: ‘D66 wil daarom gericht investeren in het herstel van cultuur’. Toen Eerenberg in 2015 wethouder in Enschede was zag hij er geen gat in om voetbalclub FC Twente een garantstelling van 32 miljoen euro te geven. Zijn argumentatie was dat de gemeente wel moest bijspringen omdat het verlies anders nog groter werd. Welnu, bij landhuis Oud Amelisweerd is dat niet anders. Dat kan Utrecht niet doen door structurele subsidie te geven voor de exploitatie omdat de raad in 2012 in een overgenomen motie het gemeentebestuur opdroeg dat na te laten, maar wel door te investeren in een duurzame, toekomstbestendige bestemming van landhuis Oud Amelisweerd.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBeheerders en vrijwilligers Oud-Amelisweerd voelen zich genegeerd en aan de kant gezet door gemeente Utrecht’ in ’t Groentje/ Bunniks Nieuws, 6 februari 2021 (achter betaalmuur).

De schaduwmacht van de Rotterdamse kunstpolitiek beschadigt bewust de kunstsector en de kunstprofessionals

Update 21 december 2020: Het artikel ‘‘Boijmans Modern’ in Rotterdam-Zuid blijft slechts een droom’ in NRC van Rotterdam-redacteur Eppo König bevat geen fouten, maar dringt evenmin door tot de essentie. Daarom is het een gemiste kans om duidelijkheid te bieden. Vraag blijft wie van de drie partijen, te weten Museum Boijmans met directeur Sjarel Ex, de filantropische stichtingen van de familie Van der Vorm met Wim Pijbes of de gemeente Rotterdam met Ahmed Aboutaleb de meeste steken heeft laten vallen bij de renovatie of nieuwbouw van Museum Boijmans. Met stagnatie in de bouw en een patstelling in de relatie tussen Ex en Pijbes tot gevolg. Feitelijk speelt de gemeente een te verwaarlozen rol en valt af als actieve, geloofwaardige partij. Daar gaat het fout. 

König lijkt de zwarte piet bij Boijmans en Ex neer te leggen, maar hij vergeet de context te benoemen van een cultuurbeleid waarin filantropische stichtingen om fiscale redenen de hoofdrol opeisen en de gemeente vanwege een krap budget daar nog in meegaat ook. Een zelfbewust gemeentebestuur had de stichtingen van Van der Vorm allang de deur gewezen. Of in elk geval hun invloed ingeperkt. Want het is een hellend vlak om zich als gemeente afhankelijk te laten maken van Pijbes die met geld van zijn baas directeurtje mag spelen. Het is tenenkrommend dat het gemeentebestuur dat niet doorziet, maar Boijmans voor de geldhaaien gooit. Hoe kan het ermee instemmen om de (ooit nog) democratische benoemde directeur van Boijmans op vage, onduidelijke redenen op termijn te laten vervangen door Pijbes die met geld van zijn baas een positie koopt? Wat zegt dat over de ethische antenne van Aboutaleb en wethouder Said Kasmi? Moet niet eens duidelijk gezegd worden dat Wim Pijbes de raadgever is van maffiabaas of havenbaron Martijn van der Vorm? 

NRC ziet de context niet of wat erger is stemt in met het principe dat particuliere partijen met geld macht kunnen kopen. Niet dat dat in Nederland geen staande praktijk is, maar het is nog een stap verder om dat vervolgens een stempel van goedkeuring te geven. Of durft NRC de waarheid niet te zeggen? Als het dat niet ondubbelzinnig wil, dan kan het de kritiek wellicht gieten in een maatschappelijk debat over de macht in de cultuurpolitiek. Te beginnen in Rotterdam. 

Wat voor kunstpolitiek denkt het Rotterdamse college van GroenLinks, VVD, D66, PvdA, CDA en CU-SGP in hemelsnaam uit te voeren? Hoe kunnen de wethouders nog in de spiegel kijken? Gelukkig hebben Rotterdamse kunst- en museumliefhebbers Ruud van der Velden (PvdD) die de belangen van de kunst een warm hart toedraagt. Maar een kleine partij maakt niet het verschil.

De strafexercities tegen de Rotterdamse museumsector staan in schril contrast met wat in andere grotere gemeenten gebeurt. Daar wordt de kunst- en museumsector zoveel mogelijk ontzien. Wat zijn de progressieve partijen in het college nog waard (GroenLinks, PvdA en D66) die de mond vol hebben van kunst, maar als het erop aankomt de kunst laten vallen?

In Nederland bestaat binnen de politiek nauwelijks liefde voor de kunst. Dat is een terugkerend thema. Kunst wordt gezien als een verplicht nummer, als een hobby die bij economische tegenwind makkelijk in de steek kan worden gelaten. De politiek beseft niet wat de functie van kunst is of het beseft dat wel, maar wil alleen kunst steunen die een verlengde van amusement is en getemd, onschadelijk en controleerbaar is. Politiek wil vooral kunst steunen die geen kunst meer is, maar een verlengde van de eigen politieke doelstellingen.

De schaduwmacht doet in Rotterdam buiten alle democratische controle om een greep naar de macht en het college laat het gebeuren onder meer door een onmachtige D66-kunstwethouder. Die schaduwmacht bestaat zowel uit de RRKC (Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur) die adviezen geeft als legitimatie voor korting door het college als de filantropische stichtingen van de familie Van der Vorm die met als zetbaas Wim Pijbes en met het oog op fiscale aftrekposten en onroerend goed onderonsjes met de gemeente een parellelle structuur proberen op te bouwen die de gevestigde kunstinstellingen en dan met name de musea naar de marge duwen. En de functie van kunst om aan te scherpen, de macht uit te dagen en kunstinstellingen onafhankelijk te laten zijn wil inperken.

Zo vinden in perfecte harmonie een nieuwe private partij die voor eigen gewin en uit persoonlijk belang in Rotterdam een nieuwe parallelle kunststructuur wil opbouwen en een schaduwmacht wil vestigen én een weinig ambitieus politiek establishment dat de kunstinstellingen hun autonomie wil ontnemen elkaar. Hun gemeenschappelijke emotie is rancune jegens de gevestigde museumsector waar ze in willen breken. Op een afwijkende wijze geldt dat ook voor het Wereldmuseum dat in een aangenomen motie een Rotterdamse signatuur was beloofd, maar dat door het management van het NMVW (Nationaal Museum van Wereldculturen) is gekoloniseerd en alle autonomie ontnomen is. Maar ook daar vinden Rotterdamse politiek en NMVW elkaar. De Rotterdamse raad heeft geen historisch geheugen en laat het Wereldmuseum dat niet eens een directeur of locatiehoofd heeft vallen.

Het raadsel in deze hele strafexercitie tegen de Rotterdamse museumsector zijn echter niet de RRKC met oud-bankier Jacob van der Goot als voorzitter of de stichting Droom en Daad die redeneren vanuit de financiën en waar nodig geld inzetten als drukmiddel, maar het Rotterdamse college dat zich simpelweg laat overbluffen en intimideren zonder dat het goed beseft waarmee het bezig is en wat het allemaal kapotmaakt. En daarbij nog rancuneus is naar de instellingen die voor zichzelf opkomen en het algemeen belang dienen en niet naar de pijpen van Pijbes willen dansen.

Waarom het college zo diep gezonken is en zich onnodig afhankelijk heeft gemaakt van het grote geld van een private partij valt niet makkelijk te beantwoorden. De macht van de havenbaronnen op het gemeentebestuur is een terugkerende constante in de Rotterdamse politiek. Daar moet de politiek dus verstandig in meebuigen zonder te breken. Het valt niet in te zien dat Wim Thomassen, André van der Louw of Bram Peper zich zo onder druk zouden laten zetten zoals Ahmed Aboutaleb (in een weliswaar duaal systeem met nog nauwelijks macht) dat nu laat doen. Zijn kienheid lijkt niet te strekken tot de hoogste sociale regionen en de financiële sector. Wat het college ook parten speelt zijn allerlei integriteitskwesties waardoor een machtige wethouder als Adriaan Visser moest aftreden en een college met liefst 10 wethouders van zes partijen de macht zo verdeelt dat het zichzelf heeft uitgekleed.

De kunstpolitiek in Rotterdam wordt dus in grote lijnen bepaald door drie zetbazen die zich onttrekken aan democratische controle. Jacob van der Goot (RRKC), Wim Pijbes (Droom en Daad) en Ahmed Aboutaleb (burgemeester) zijn vertegenwoordigers van een systeem dat doet denken aan een parallelle structuur van de onderwereld. Deze hoofdpersonen mogen op bestuurlijke stoelen gaan zitten waar ze niet thuishoren of ze zitten op hun bestuurlijke stoel waar ze hun werk niet doen. De professionele bestuurders in de Rotterdamse kunstsector hebben het nakijken en kunnen nergens aankloppen (behalve bij Ruud van der Velden) om deze parallelle structuur -die uiteraard door deze schaduwmacht wordt ontkend- aan te spreken. Ze kunnen maar beter verhuizen naar Amsterdam, Den Haag, Utrecht of werk in een andere dan de museumsector zoeken.

Het motto van de huidige Rotterdamse kunstpolitiek is: ‘Niet lullen, maar elke authenticiteit wegpoetsen’.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDirecteur Paul van de Laar vertrekt bij Museum Rotterdam’ van Stéphan Reket in het AD, 26 november 2020.

Groningse politiek worstelt nog steeds met Groningen Airport Eelde

Er komen steeds meer petities met de woorden ‘red’, ’steun’, ‘behoud’ of ’stop sluiting’ in de kop. Redenen die aangevoerd worden zijn vaak tweeledig. Er wordt verwezen naar de financiële schade van de coronacrisis en per kwestie komt daar nog een specifieke reden bij. De commissarissen beroepen zich in het geval van Vliegveld Eelde op ‘het economische en maatschappelijke belang in zowel regionaal als nationaal opzicht’.

Zowel het een als het ander en de relatie ertussen valt lastig te checken. De claims zijn niet altijd rechtmatig.

Vliegveld Eelde (ook: Groningen Airport) was al een bodemloze put zonder duidelijk bestaansrecht en zicht op een gezonde exploitatie voordat de economische gevolgen van het coronavirus toesloegen. Hetzelfde geldt voor (de plannen voor) vliegvelden in Enschede, Lelystad of Zuid-Limburg. Een rapport uit 2004 van Rand Europe concludeerde uit analyse van de aspecten bedrijfsresultaat, werkgelegenheid en milieueffecten, en reistijdwaardering en grondlasten dat Eelde, samen met Enschede en Lelystad ‘op basis van de beschouwde aspecten waarschijnlijk een negatieve toegevoegde waarde hebben’. Hoe dan ook is de uitgangspositie slecht.

Provincies of gemeenten laten zich vaak chanteren om te blijven investeren in regionale ‘voorbeeld’-projecten en blijven vervolgens met de gebakken peren zitten. Om erger te voorkomen, zo zeggen ze grootmoedig, saneren ze ten koste van de belastingbetaler het verlies. Maar de politiek is per definitie geen ondernemer.

Dat doet sterk denken aan wat er met professionele voetbalclubs gebeurt. Vanuit een idee van regionale trots wordt het lokale bestuur onder druk gezet om geld te storten in een project dat niet rendabel is en weinig maatschappelijke waarde heeft. En ook geen basistaak voor de overheid is. Zoals gezegd, de overheid is geen ondernemer. De gelijkenis is dat in bepaalde kringen die het best de publiciteit bespelen wordt gesuggereerd dat luchtvaart en professioneel voetbal ’sexy’ zijn en daarom ten koste van alles gered moeten worden.

Dat straalt ongunstig uit naar de lokale politiek die zich laat overbluffen of in het geval van individuele bestuurders vanwege lijfsbehoud bang gemaakt wordt door de dreiging met geweld. En daarom instemt met iets waar het om politieke redenen tegen is. Is dat bij de voetbalclub de dreiging van de baksteen door de ruit, bij het regionale vliegveld gaat dat om sociale uitsluiting door een economische elite (of maffia). Daarnaast wil niemand er verantwoordelijk voor worden gesteld om de stekker uit een kansloos project te trekken.

Zo ontstaat een nieuw genre van zielige gevallen die zich beroepen op de schade van COVID-19. Die reden wordt er aan de haren bijgesleept en is er bij nader inzien helemaal niet op van toepassing. Dat vertroebelt de bereidheid van overheden om kansrijke en maatschappelijk belangrijke projecten die economisch in zwaar weer zijn gekomen te redden. De vliegvelden Eelde en Lelystad verstieren door hun gedrag de boel. Ze hebben een negatieve toegevoegde waarde, niet in het minst voor de lokale politiek die er zich geen raad mee weet.

Tilburgse burgemeester krijgt kritiek. Hij liet feest van voetbalfans toe terwijl hij wist dat coronaregels overtreden zouden worden

Burgemeester Theo Weterings (VVD) van Tilburg is ook voorzitter van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Hij gaf een vergunning af om voetbalfans van de lokale voetbalclub Willem II op een plein naar een wedstrijd van hun club tegen Rangers FC. Waarvoor de Tilburgse supporters juichen is een raadsel, want hun club verloor met 0-4. Het was voorspeld dat er gedanst en gezongen zou worden en de 1,5-meter afstand niet bewaard zou worden. De coronaregels werden dus niet alleen grof overtreden, maar voorspeld was dat dat zou gebeuren. Toch gaf Weterings de vergunning af. Het argument dat hij achteraf hanteert is dat het een bewuste keuze was. Hiermee schetst hij een beeld dat hij de boel onder controle had, terwijl uit de gebeurtenissen blijkt dat het tegendeel het geval was. Het is een terugkerende wetmatigheid. Het openbaar bestuur is bang voor de harde kern van professionele voetbalclubs en durft daar niet tegen op te treden.

De conclusie over burgemeester Weterings is duidelijk, hij heeft de verkeerde inschatting gemaakt. Weterings zegt volgens een bericht van Omroep Brabant dat het nog te vroeg is om ‘nu al’ conclusies te trekken.

Rotterdamse coalitie stelt voor steun in te trekken voor Museum Rotterdam in huidige vorm. Het volgt het advies van de RRKC

Stadsmuseum Museum Rotterdam dreigt eind dit jaar de deuren te moeten sluiten vanwege een negatief advies van de RRKC dat door cultuurwethouder Said Kasmi (D66) wordt overgenomen. Dit voorstel wordt pas definitief als de raad het goedkeurt. Enkele maanden terug bezocht ik het Timmerhuis waar het museum is gevestigd. Het is een naargeestige, ondermaatse plek die niet alleen niet past bij de tweede stad van het land, maar ook de objecten geen gepaste klimatisering (op enkele vitrines na), context en sfeer kan bieden.

RRKC en Kasmi draaien het om als ze zeggen dat deze neergang het museum te verwijten valt. Integendeel, Museum Rotterdam is er tegen haar zin en onder protest naar toe moeten verhuizen en wordt dat door RRKC en deze D66-wethouder nu achteraf verweten. Dat is de omgekeerde wereld. Er kwam van allerlei kanten protest op het advies van de RRKC. Wie nadenkt beseft dat wat nu gebeurt een aangekondigde ramp is en de Rotterdamse politiek te verwijten valt. Kasmi schuift zijn verantwoordelijkheid en die van zijn voorgangers af.

Over het advies van de RRKC schreef ik in juni 2020 een commentaar en schatte het in als onevenwichtig: ‘Het zou kunnen dat er een gemeentelijk beleid is om Museum Rotterdam langzaam naar de rand te schuiven. Het is de vraag hoe autonoom leden van het college en raadsleden van de coalitiepartijen handelen en wat hun relatie is tot hogere beleidsambtenaren van Culturele Zaken of de RRKC. De laatsten winnen aan macht als ze lang zitten en een dossier beheersen. Een wethouder Cultuur die laag in de pikorde staat en doorgaans geen lid is van een van de leidende partijen in een college is inwisselbaar. De RRKC lijkt verder te gaan dan haar mandaat toestaat. Deels zal dat zijn omdat de politiek zich terugtrekt, deels is dat bewuste expansie van de RRKC. Het wekt verbazing dat de Rotterdamse politiek toestaat dat voorzitter Jacob van der Goot nog steeds in functie is ondanks het feit dat hij eerst in de RvT van het Wereldmuseum zat en later in de RRKC adviseerde over het Wereldmuseum en vanwege het merkwaardig politiek getinte, negatieve advies van de RRKC in 2015 over het Collectiegebouw (Depot) van Boijmans. De RRKC is gepolitiseerd en lijkt niet schoon aan de haak. 

Dat wethouder Kasmi dit advies van de RRKC overneemt toont vooral aan hoe weinig bewegingsruimte hij heeft en wie er achter de schermen aan de touwtjes trekken. Een half miljoen euro voor een kwartiermaker die het wiel dat al rijdt opnieuw uit moet vinden is het lachwekkende hoogtepunt van de teloorgang van de soap rond Museum Rotterdam. In Rotterdam klinkt in refrein tussen RRKC en coalitie: ‘niet poetsen, maar lullen’.

Dagjestoerisme: Somebody Knokking at Your Door

Iedereen was gewaarschuwd. Ook kleine overlast vanwege COVID-19 wordt in Knokke deze zomer niet getolereerd. Aldus wethouder Anthony Wittesaele van de partij GBL (Gemeentebelangen en niet Groep Brussel Lambert). In Knokke bestaat als vanouds een spanning tussen de gevestigde orde zoals die vertegenwoordigd wordt door de Lippens-dynastie en het urbanisatieproject van de Compagnie Het Zoute én de dagjesmensen.

Daartussenin zit de toerismesector die voortkomt uit de boerenstand. Met de wafelbakkerijen van Moeder Siska als voorbeeld in de Oosthoek tegen de Nederlandse grens. Blankenberghe was de familiebadplaats, terwijl in Het Zoute (‘Le Zoute’) de betere stand inclusief Franssprekende Vlamingen, Walen en Brusselaars zich terugtrok in hun villa’s. Dagjesmensen worden met mate getolereerd om de toerismesector te voeden.

Knokke wacht het lot van (binnen)steden als Parijs, Venetië of Amsterdam die aan hun eigen succes ten onder dreigen te gaan. De coronacrisis biedt een kans om de bakens te verzetten en de invloed van de toeristen in het lagere segment en het dagjestoerisme terug te dringen. Het past in het patroon van Knokke Het Zoute als een badplaats die er wil zijn voor de betere toerist. Alleen heeft het politieke en economische bestuur van de stad dat met de stijgende welvaart die voor meer mensen bereikbaar kwam in de afgelopen decennia niet kunnen volhouden. Dat Nederlandse jongeren die met te veel drank op zich niet weten te gedragen en in België hun land een slechte naam bezorgen is tragisch, maar ze beseffen niet dat ze voor het stadsbestuur een alibi zijn om een nieuw evenwicht te vinden. Noem het achterstallig onderhoud om de kwaliteitstoerist binnen te halen, zonder dat dat in het openbaar zo scherp gezegd kan worden. Dat klinkt niet democratisch.

Waarom geeft NRC Nida’s Nourdin el Ouali een softbal interview?

Religieuze partijpolitiek, het blijft wringen. Nida’s partijleider Nourdin el Ouali wordt geïnterviewd in NRC en zegt onder meer het volgende: ‘En ja, wij vinden de oplossingen voor al deze crises in de Koran. De wijze waarop we consumeren, het tegengaan van verspilling, het zorgen voor elkaar en je omgeving.’

De interviewers stellen El Ouali hierover geen vervolgvraag. Zoals ze alle kritische vragen achterwege lijken te laten. Het is nogal een uitspraak, namelijk dat de oplossing voor alle crisis in de Koran te vinden is. Meent El Ouali dit serieus of is het onderdeel van zijn politieke marketing? Men mag hopen dat laatste, want anders moet ernstig in overweging genomen worden dat hij een doorgedraaide relifanaat is.

El Ouali doet nog meer opmerkelijke uitspraken in dat interview, zoals: ‘Islamitische inspiratie is niet alleen voor moslims, het vindt weerklank in ieders geweten.’ Godallemachtig, dat is nog eens wat je annexatie van andersdenkenden noemt. Ik wil niet dat de islam of welke religie dan ook weerklank in mijn geweten vindt. Het is de fout die religieuze leiders of politici telkens maken en zo afkeurenswaardig maakt, namelijk ze willen andersdenkenden in ‘hun verhaal’ trekken. Ik gun ze hun religie van harte, maar met hun directe of in dit geval indirecte evangelisatie laten ze zichzelf kennen als onvolwassen en mateloos in hun annexatiedrift.

In 2018 memoreerde ik in het commentaarHet zijn NIDA’s principes die hebben geleid tot een breuk in het Rotterdamse Links Verbond. SP, PvdA en GL nemen terecht afstand’ wat Nida in haar beginselprogramma heeft staan: ‘Onze geloofsbeleving is van meerwaarde in de samenleving en verdient terecht de ruimte in de publieke sfeer, in publieke voorzieningen en het openbaar bestuur.’ Pardon? Meerwaarde voor u en mij?

Bij nader inzien is het NRC-interview tamelijk kritiekloos en flauw. Het laat El Ouali ongestoord orakelen, maar spreekt hem niet aan op de controversiële beginselen van de partij waarvan hij de leider is. Ik begrijp dat een journalist niet moet oordelen, maar om dan ook het nuanceren achterwege te laten is weer het andere uiterste. Hebben de interviewers het beginselprogramma van Nida eigenlijk wel gelezen?

NRC moet zelf ook oppassen met de annexatiedrift van Nida. In het commentaar uit 2018 verwees ik naar een ander idee uit het beginselprogramma van Nida dat overigens niet meer terug te vinden is op de site. Namelijk een ‘Religieus-wetenschappelijk-kunstzinnige raad’ die het openbaar bestuur adviseert. Via een omweg zijn het religieuze instellingen als kerken en moskeeën, maar ook Museum Boijmans van Beuningen, die volgens Nida het openbaar bestuur moeten adviseren. Dit onthult het denken in cirkels van Nida. Want Boijmans die voor huisvesting, collectie en subsidie afhankelijk is van de gemeente, moet die gemeente tegelijk adviseren. Hoe onafhankelijk kan dat zijn? Tegelijk wil Nida de rol van de media terugbrengen als het suggereert dat ze minder bepalend moeten zijn voor de politieke agenda en het debat. Enfin, met dit interview heeft dat niet geholpen. Beide interviewers hebben Nida’s Nourdin el Ouali gratis publiciteit gegeven in zijn politieke marketing zonder hem hard aan te willen of durven pakken. In de VS heet dat een softball interview.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelNida wil in Tweede Kamer: ‘In de Koran vinden wij de oplossing voor alle crises’‘ van Sheila Kamerman en Lamyae Aharouay in NRC, 5 juli 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van paragraaf uit beginselprogramma ‘25 CONCRETE IDEEËN’ van NIDA Rotterdam. Kopie  in eigen commentaarHet zijn NIDA’s principes die hebben geleid tot een breuk in het Rotterdamse Links Verbond. SP, PvdA en GL nemen terecht afstand’.

Negatief advies over Museum Rotterdam roept vragen op over rol RRKC

Afgelopen week kwam de de RRKC (Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur) met het onevenwichtige advies om stadsmuseum Museum Rotterdam te sluiten en het een doorstart te laten maken. Het lijkt misschien niet sterk om de boodschapper van het slechte nieuws ter discussie te stellen, maar ik heb na lezing van het advies het idee dat de RRKC er weinig van begrijpt. Als het al niet van kwaadaardigheid kan worden beticht.

Het zou kunnen dat er een gemeentelijk beleid is om Museum Rotterdam langzaam naar de rand te schuiven. Het is de vraag hoe autonoom leden van het college en raadsleden van de coalitiepartijen handelen en wat hun relatie is tot hogere beleidsambtenaren van Culturele Zaken of de RRKC. De laatsten winnen aan macht als ze lang zitten en een dossier beheersen. Een wethouder Cultuur die laag in de pikorde staat en doorgaans geen lid is van een van de leidende partijen in een college is inwisselbaar. De RRKC lijkt verder te gaan dan haar mandaat toestaat. Deels zal dat zijn omdat de politiek zich terugtrekt, deels is dat bewuste expansie van de RRKC. Het wekt verbazing dat de Rotterdamse politiek toestaat dat voorzitter Jacob van der Goot nog steeds in functie is ondanks het feit dat hij eerst in de RvT van het Wereldmuseum zat en later in de RRKC adviseerde over het Wereldmuseum en vanwege het merkwaardig politiek getinte, negatieve advies van de RRKC in 2015 over het Collectiegebouw (Depot) van Boijmans. De RRKC is gepolitiseerd en lijkt niet schoon aan de haak.

In het advies blijft mijn oog haken aan de volgende passage (paragraaf 1.5 een nieuwe stadsmuseale functie): ‘Het aantal spelers in het erfgoedveld is de laatste jaren toegenomen. Naast de musea, Stadsarchief Rotterdam en de Bibliotheek Rotterdam zijn er platformorganisaties als DIG IT UP, Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst (GVGT) en Verhalenhuis Belvédère die met digitaal, documentair en immaterieel erfgoed in een alternatief aanbod voorzien. Door hun verbindende rol maken ze verschillende culturen en gemeenschappen in de stad meer zichtbaar’.


Hier ontspoort het advies. Het gooit alle instellingen en platforms die iets met erfgoed te maken hebben op een hoop en maakt ze daarmee inwisselbaar. Maar ze zijn niet inwisselbaar vanwege de unieke functie en opdracht. Hiermee wordt duidelijk dat de RRKC de unieke rol miskent van een stadsmuseum dat aan de hand van objecten en documenten een verhaal vertelt. Daarin onderscheidt Museum Rotterdam zich van de andere instellingen, kunstmusea en platforms. Ook waardevol, maar van een andere orde dan een historisch museum.

Het advies kan bij een goede lobby worden weerlegd. Het is op een verkeerde aanname gebaseerd omdat het de functie van een stadsmuseum als Museum Rotterdam in relatie tot andere instellingen op het gebied van erfgoed verkeerd ziet. Het advies van de RRKC is kwalitatief niet van het niveau dat verwacht kan worden.

Het lijkt dat vooral de RRKC in een identiteitscrisis verkeert. Herinneren we ons nog wat de reactie van de gemeenteraad was op een advies over het Wereldmuseum van de RRKC in juni 2016? Sun van Dijk (SP) schreef: ‘Het is een politiek advies, dat is niet aan de RRKC, maar aan ons’. De geschiedenis herhaalt zich nu met Museum Rotterdam. Het probleem is dus niet Museum Rotterdam, maar de RRKC. Waarom meenden ooit de machtige RRKC-secretaris Inez Boogaarts of nu voorzitter Jacob van der Goot politiek te moeten handelen? Het initiatief is aan de gemeenteraad om het huiswerk van de RRKC te beoordelen. En waar mogelijk af te wijzen.

Ik teken de petitie.

Foto 1: Schermafbeelding van deel petitieRed Museum Rotterdam’ van Esther Olofsson (Communicatiebureau RauwCC) op Petities.nl.

Foto 2: Schermafbeelding van deel cultuurplanadvies 2021-2024 van de RRKC, juni 2020 uit paragraaf 1.5 (een nieuwe stadsmuseale functie) over Museum Rotterdam.

Open brief van ‘Vele Amsterdammers uit de creatieve sector’ neemt Halsema in bescherming en gaat voorbij aan de feiten

Open brieven bestaan. Ze horen erbij als regendruppels in een stortbui of vallende bladeren in de herfst. Het zijn er te veel om te onderscheiden. Soms valt een open brief op door onnozelheid. Dan wordt het interessant. Zo’n brief komt van wat geframed wordt als ‘Amsterdammers uit de creatieve sector’. Het Parool plaatste de brief op 3 juni 2020 als opiniestuk. Ze nemen het op voor burgemeester Femke Halsema die onder verdenking staat slecht leiding te hebben gegeven op de voorbereiding van een anti-racisme demonstratie op de Dam.

De details ervan zijn nog niet in kaart gebracht, zodat een definitief oordeel opgeschort moet worden tot een debat erover in de Amsterdamse gemeenteraad. Halsema geeft weliswaar toe inschattingsfouten te hebben gemaakt, maar houdt tegelijkertijd vol dat er geen sprake is van operationele fouten. Maar dat kan niet allebei waar zijn. Halsema en korpschef Frank Paauw hebben een eigen verantwoordelijkheid. Er zijn fouten in de inschatting gemaakt. Door wie is nog niet helder. Maar het lijkt ook mis te zijn gegaan in de uitleg achteraf door Halsema. Ze beweert dat zij 1,5 dag dicht op de sociale media zat om te zien hoe de verwachtingen over de opkomst en de sfeer van het protest zich ontwikkelden. Die weergave van de feiten door Halsema lijkt echter in strijd met hoe het werkelijk is gegaan in die 1,5 dag. Politieagenten hebben gisteren naar buiten gebracht dat hun leiding niets met hun waarschuwing over de verwachte drukte deed. Het beeld dat blijft hangen is een slecht georganiseerd gemeenteapparaat waar onvoldoende of slecht leiding aan wordt gegeven.

De briefschrijvers gebruiken het doel van de demonstratie als rechtvaardiging voor de misslagen die door Halsema en gemeentelijke diensten zijn gemaakt in de voorbereiding op de demonstratie en de effectuering ter plekke van de corona-maatregelen. Het is een niet valide manier van argumenteren om twee losstaande feiten zo met en door elkaar te verbinden en een doelstelling met de uitvoering te verwarren. Want in de bestrijding van een pandemie met een zwaar belaste gezondheidszorg heiligt niet elk doel de middelen.

Het lijkt er in de kwestie van de demonstratie op de Dam op dat Halsema steken heeft laten vallen en dat de kritiek op haar eveneens faalt. De kwestie moet echter niet gepolitiseerd, maar gedepolitiseerd worden. Van welke politieke partij Halsema is en waar de demonstratie over ging zijn van ondergeschikt belang. Vraag is evenmin of Halsema geliefd of gehaat is. Dat is een te simpele tweeledigheid en een geval van individueel perspectief. De essentiële vraag die beantwoord dient te worden is of zij en de overheidsdiensten volgens de eigen normen en procedures hebben gehandeld in de aanloop naar en de begeleiding van de demonstratie en of burgemeester Halsema voldoende leiding heeft gegeven zoals van een burgemeester verwacht kan worden.

Zonder de feiten te kennen springen de briefschrijvers in de bres voor Halsema. Ze mogen spreken, maar spreken voor hun beurt. Vraag is of ze zich afgevraagd hebben of ze ermee de kunstsector dienen en namens wie ze spreken. Wie zo opvallend de publiciteit zoekt weet dat een groep als mening van een groter geheel geframed kan worden. Zo ontstaat het levensgrote risico dat het beeld bevestigd wordt dat de Amsterdamse kunstsector onnozel is. Ze buigen een motie van vertrouwen om in een motie van wantrouwen tegen de kunst.

Foto: Schermafbeelding van deel open briefCreatieve sector: ‘Beste mevrouw Halsema, dit is onze motie van vertrouwen’’ in Het Parool, 3 juni 2020.