George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Openbaar bestuur

Petitie ‘Red SLEM en daarmee het Nederlands Leder en Schoenen Museum!’. Bredere blik van gemeente Waalwijk gevraagd

with one comment

Weer een petitie over een culturele instelling die het loodje dreigt te leggen door een tekort aan financiële middelen. Deze keer het Nederlands Leder en Schoenen Museum in Waalwijk. Maar het is complexer dan gewoonlijk, omdat het meerdere instellingen betreft die met elkaar juridisch en economisch verknoopt zijn. Een beleidsstuk van het college van de gemeente Waalwijk somt het op: SLEM-Totaal, SLEM-Educatie en SLEM-Museum. SLEM-Museum heeft drie aparte stichtingen: Museum, Collectie en Winkel (ook: Winkel/Horeca). De gemeente beredeneert waarom het SLEM-Totaal en SLEM-Educatie laat vallen om SLEM-Museum te redden. Het college noemt in het raadsvoorstel als aanleiding: ‘te hoge schulden, geen sluitende begroting en acute liquiditeitsproblemen. De oorzaken zijn de verliezen bij Educatie en Consultancy, de hoge organisatiekosten en onvoldoende sturing op de bedrijfsvoering. Deze problemen vergen een oplossing, waarbij de ambitie om een nieuw museum in het centrum van Waalwijk te realiseren voor het college overeind blijft.’

Bij het raadsvoorstel stuurt het college een memo van Forward Advocaten uit Tilburg mee dat de juridische details schetst. In de memo wordt bekeken of een faillissement van SLEM-Totaal en SLEM-Eductatie zal leiden tot het faillissement van Stichting Museum, Stichting Collectie en Stichting Winkel/Horeca. Complicatie is dat SLEM-Totaal, SLEM-Educatie en de drie Museum Stichtingen hetzelfde bestuur hebben. Forward Advocaten concludeert: ‘Naar aanleiding van de beschikbare informatie valt te concluderen dat het niet waarschijnlijk is dat bij een faillissement van SLEM Totaal en/of SLEM Educatie de Stichting Museum, Stichting Collectie en Stichting Winkel/Horeca automatisch ook in faillissement zullen geraken. Dit laat onverlet dat om de continuïteit van Stichting Museum, Stichting Collectie en Stichting Winkel/Horeca te waarborgen op basis van de door het SLEM-bestuur opgestelde Liquiditeitsprognose 2017 een substantieel bedrag zal moeten worden gegenereerd c.q. ter beschikking moeten worden gesteld om een faillissementssituatie te voorkomen.’ In haar voorstel wil het college een bedrag van € 265.000 tot € 435.000 reserveren om het Museum te redden.

SLEM heeft hoge ambities. Dat alleen al valt af te leiden uit het feit dat de site in Engelse en Chinese vertaling beschikbaar is. De positie is vergelijkbaar met het in Oisterwijk gevestigde EKWC dat ook internationaal is gericht, in een kleine gemeente gevestigd is en nationaal relatief weinig bekendheid geniet. Hoewel de provincie Noord-Brabant als speerpunt heeft om de maakindustrie te verbinden met creatieve industrie en de kunsten heeft het onvoldoende middelen om alle instellingen in Brabant overeind te houden. Het kan de gemeente Waalwijk nauwelijks verweten worden dat het het SLEM financieel niet in de lucht weet te houden.

Omdat het SLEM een instelling is met lokale, nationale en internationale ambitie en uitstraling valt het in een beleidsmatig gat van het Nederlands cultuurbeleid dat lokaal, nationaal en internationaal onvoldoende met elkaar weet te verbinden. Als instelling die in een kleine gemeente gevestigd is brengt dit nog eens een extra risico met zich mee. Dit soort werkplaatsen, kenniscentra en ontwikkelingstellingen als het EKWC of het SLEM, maar ook Beeldenstorm/Daglicht in Eindhoven, het TextielLab in Tilburg of  het GlasLab in Leerdam zouden binnen de culturele basisinfrastructuur een aparte positie moeten hebben. Het verdient aanbeveling voor zowel de opstellers van deze petitie als het college van de gemeente Waalwijk om voor een oplossing verder te kijken dan de gemeentegrenzen van Waalwijk en het SLEM als meer dan een lokaal initiatief te zien.

Zo tekent zich een oplossing aan die verschillende financieringsbronnen voor verschillende functies zoekt. Waarbij de gemeente Waalwijk het lokaal gevestigde museum financiert en de nationaal en internationaal gericht ambities van het SLEM door Nederlandse cultuurfondsen worden gefinancierd. Omdat het college en de petitionarissen hetzelfde nastreven, namelijk het SLEM behouden zou het verstandig zijn om samen op te trekken. Naar Tilburg, Den Bosch, Den Haag en Amsterdam. En zelfs Brussel voor financiering door de EU.

Foto: Schermafbeelding van petitieRed SLEM en daarmee het Nederlands Leder en Schoenen Museum!

Utrechtse raad kent debat over de eigen hapjes. Hoofdzaak is het gebrek aan principe

with 3 comments

Soms kan de politiek tot grote hoogten stijgen, maar soms ook tot grote diepten dalen. Neem nou een kwestie over het serveren van hapjes tijdens overleg in de Utrechtse raad. Vorige week diende de PvdD een motie in die werd aangenomen en het college oproept om ‘minimaal 50 procent vega(n) hapjes te serveren’. De VVD diende met verwijzing naar de eigen keuzevrijheid een tegenmotie in die het college opriep om af te zien van het instellen van een aandeel van minimaal 50 procent voor vegetarische hapjes. Behalve de VVD stemde geen enkele partij voor deze motie. In de publiciteit werd het afgedaan als een zeperd voor de Utrechtse VVD.

Wie verder nadenkt beseft dat beide moties en het debat schadelijk zijn voor de totale Utrechtse politiek en de mores in de raad. Het geldt ongetwijfeld voor meerdere gemeenten. De eerste vraag die zich aandient is waarom er tijdens werkzaamheden (gefrituurde) hapjes geserveerd moeten worden. Is dat normaal? Moet het openbaar bestuur niet het goede voorbeeld geven? De symboliek van de Utrechtse ‘bitterballenkwestie’ is veelzeggend. Niet omdat het een futiel onderwerp betreft, maar omdat het een opeenvolging van gemiste kansen is. De PvdD had zich principieel op kunnen stellen met een motie die vanwege de gezondheid en dierenwelzijn oproept af te zien van alle (borrel)hapjes. De VVD had zich principieel op kunnen stellen door af te zien van alle borrelhapjes omdat het voorzien erin geen basisvoorziening is en strijdig is met een kleinere overheid. Zo gaan partijen voorbij aan hun eigen principes en zijn zo gefocust op dat wat ze bij de ander als verkeerd menen te zien dat ze niet meer beseffen hoe ver ze afgedwaald zijn van wat ze zeggen zelf te zijn.

Een voorbeeld uit het nabije verleden ter verduidelijking. Tijdens de receptie ter gelegenheid van de installatie van burgemeester Henk Vonhoff  in 1974 was ik als dienstplichtig militair gelegerd in het toenmalige Militaire Hospitaal Dr. A. Mathijsen in Oog en Al. Met wat kameraden krijgen we het idee om de receptie te bezoeken. We waren immers ook inwoners van Utrecht. Maar de rode wijn proefde als druivensap. En was dat ook. Dat viel ons behoorlijk tegen. Dat was toen staand beleid. Het was de sfeer van de zestiger jaren die in 1974 een Utrechtse receptie bereikte. Het is nog steeds goed verdedigbaar het standpunt in te nemen dat het niet de taak van het openbaar bestuur is om in een niet besloten bijeenkomst voor het eigen personeel of bezoekers alcohol te schenken of borrelhapjes te serveren. Het is de vanzelfsprekendheid van een nabij verleden die nu onvoldoende beseft wordt. In elk geval niet in de Utrechtse raad. De denkwijze gaat voorbij aan het principe.

Written by George Knight

7 juli 2017 at 15:16

Petitie onder voorbehoud: ‘Geen moslims op belangrijke overheidsfuncties’

with 8 comments

De petitieGeen moslims op belangrijke overheidsfuncties’ heeft een voorbehoud. Dat maakt Petities.nl: ‘Aantekening van Petities.nl: deze petitie staat ‘onder voorbehoud’ zichtbaar en ondertekenbaar totdat er zekerheid is dat deze publicatie niet strafbaar is op grond van artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht’.  

Het is moeilijk in te zien hoe de petitie niet op te vatten valt als groepsbelediging, en dus een misdrijf in het Nederlandse strafrecht is. De drijvende kracht achter Petities.nl Reinder Rustema heeft er een harde dobber aan. Want het toestaan ervan roept kritiek op en kan zelfs tot vervolging leiden van Petities.nl en weigeren speelt de initiatiefnemer(s) in de kaart die hun verbolgenheid in de publiciteit als troefkaart uitspelen.

Een alternatieve beslissing om de petitie te weigeren zou de slechte kwaliteit ervan kunnen zijn. Wat te denken van de overweging ‘dat belangrijke overheidsfunctionarissen die beslissingen mogen nemen over Nederlandse aangelegenheden niet door moslim-functionarissen zouden mogen worden vervuld.’ Overheidsfunctionarissen die niet door moslim-functionarissen mogen worden vervuld? Het valt niet makkelijk in te zien wat dat betekent. Het lijkt naar een overheid met verschillende, meervoudige persoonlijkheden te verwijzen. Naargelang de stemming van het moment wordt dan de persoonlijkheid van het moment gebruikt.

Als geboren en getogen Zeeuw die zich thuisvoelt in Utrecht voel ik er overigens niets voor om het bestuur en gezag in handen te leggen van ‘een Hollander’. Een groepsbelediging voor alle niet-Hollanders in Nederland.

Foto: Schermafbeelding van deel petitieGeen moslims op belangrijke overheidsfuncties’ op Petities.nl.

Klopt claim dat kunst sociale cohesie in probleemwijken vergroot?

leave a comment »

Een interessant bericht op Buurt en Regio over kunst en cultuur die de sociale cohesie in probleemwijken (‘aandachtswijken’) zou vergroten. Kunst en cultuur wordt er door een Arnhemse ‘cultuurmakelaar’ als succesvol sociaal bindmiddel voorgesteld. Dat roept twee vragen op. Klopt de claim dat kunst de sociale cohesie in probleemwijken vergroot en wat is de onderbouwing daarvan? En wat betekent dat voor de functie van kunst en de kunstenaar als ze door de (lokale) overheid een sociale rol worden opgelegd?

Onderbouwing door harde cijfers zoals die blijken uit onderzoek wordt in het bericht niet gegeven. Het blijft bij aannames en impressies die maar niet concreet willen worden, zoals ‘een sterkere relatie met de wijkbewoners’, ‘er wordt hard aan gewerkt’, ‘er zijn (..) veel positieve ervaringen’ of ‘een hele leuke activiteit met elkaar doen die positieve energie kan geven’.  ‘Cultuurmakelaar’ en dramadocente Mieke Hendrikse wijst op succesvolle incidentele projecten, zoals een stage van scholieren bij een creatief ondernemer, het theaterproject ‘Open Deuren’ uit 2003 of een bus vol wijkbewoners uit Klarendal die het Kröller-Müllermuseum bezochten. Maar wat dat zegt over de stelselmatige vergroting van de sociale cohesie over een periode van 15 jaar maakt het bericht niet duidelijk. Niet te controleren valt hoe representatief deze voorbeelden zijn en welk blijvend effect ze hebben gehad voor de sociale cohesie in de probleemwijken. Op maatregelen die averechts werken en die de sociale cohesie doen afnemen wordt al helemaal niet gewezen.

Zoals de naam al zegt is het begrijpelijk dat een ‘cultuurmakelaar’ zich bezighoudt met cultuur. De verzamelterm cultuur kan op vele manieren opgevat worden. Het heeft overeenkomsten met kunst, maar ook verschillen. Want anders zou het onderscheid tussen kunst en cultuur niet gemaakt worden en zou de ‘cultuurmakelaar’ wel ‘kunstmakelaar’ heten. Cultuur is de verzameling leefwijzen, gedragskenmerken, gewoonten en gebruiken, normen en waarden van mensen in een samenleving. Kunst of een kunstuiting is daar een klein onderdeel van. Genoemde ‘cultuurmakelaar’ Mieke Hendrikse zet in opdracht van het openbaar bestuur kunst in als een sociaal instrument voor cohesie. Een ‘cultuurmakelaar’ gaat het niet in de eerste plaats om de kunst of de kunstenaar, maar om het middel, het instrument dat kunst is. De ‘cultuurmakelaar’ is een tussenpersoon, geen promotor van kunst, maar van een doel dat met kunst bereikt moet worden.

Opvallend aan het bericht is de overlap tussen probleemwijken, bewoners of sociaal achtergestelden uit die wijken en cultuureducatie in het lager en middelbaar onderwijs. Het loopt door elkaar heen en dat biedt weinig vertrouwen in een stelselmatige aanpak. Zelfs de kerndoelen van het vak CKV in het basisonderwijs lopen niet gelijk op met wat de ‘cultuurmakelaar’ beoogt met het vergroten van de sociale cohesie. Hoewel er wel raakvlakken zijn, zoals kunstzinnige oriëntatie en het in aanraking komen met culturele aspecten in de eigen leefwereld van de scholieren. Wat vooral blijft hangen na lezing van dit bericht over sociale cohesie in Arnhemse probleemwijken is de vraag of autonome kunst en instrumentele kunst elkaar in de weg zitten. Met als tussenpersoon de’ cultuurmakelaar’ die heen en weer schakelt en het onverenigbare probeert te verenigen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelCity na’ van Simon Trommel in Buurt en Regio, 26 juni 2017.

Utrechtse raad beslist over toekomst Landhuis Oud Amelisweerd. Maar handelt het college binnen de bestuurlijke randvoorwaarden?

leave a comment »

Op donderdag 29 juni 2017 vergadert de Utrechtse gemeenteraad onder meer over de Voorjaarsnota. Op p.23 valt bovenstaande uiteenzetting te lezen over de openstelling van het Landhuis Oud Amelisweerd. Er wordt hier verwezen naar het rapport Van der VossenToekomst Landhuis Oud Amelisweerd’ dat in opdracht van het gemeentebestuur in maart 2017 is opgesteld. De huidige exploitant van het landhuis is de Stichting Museum Oud Amelisweerd (MOA) die noodlijdend is en sinds 2012 continu in financiële problemen verkeert. Daar moet een oplossing voor gevonden worden. Maar zo’n oplossing kent bestuurlijke beperkingen omdat in 2012 het toenmalige Utrechtse gemeentebestuur aan de raad heeft toegezegd dat de gemeente Utrecht geen cent subsidie zal verlenen in de exploitatie van het MOA. In raadsvragen van 13 november 2015 (2015; 170) van Aline Knip (D66) en André van Schie (VVD) werd dat op 8 december 2015 door het college herbevestigd:

Het antwoord op bovenstaande raadsvragen (2015; 170) en het voorstel van het college uit de Voorjaarsnota om te kiezen tussen scenario MOA Aangescherpt en CM Light zijn met elkaar in tegenspraak. Het college zadelt de Utrechtse raad met een onmogelijke keuze op. Want als de raad zichzelf serieus neemt kan het niet instemmen met scenario MOA Aangescherpt omdat het in strijd is met het door de raad ingenomen standpunt dat er geen cent exploitatie naar het MOA gaat. Het is dan ook merkwaardig dat het met medewerking van wethouder Kees Diepeveen namens het college -ondanks dit principiële besluit uit 2012- in de Voorjaarsnota voorgelegd wordt aan de raad. De vraag is gerechtvaardigd of Diepeveen hiermee bestuurlijk wel zorgvuldig handelt. Evenmin valt in te zien dat de raad kan instemmen met het scenario CM Light dat tot een openstelling van slechts 10 dagen per jaar leidt. Dat is een terugvaloptie die het publicitair af moet leggen tegen het andere scenario dat politiek aantrekkelijker oogt. Kortom, het ene scenario MOA is bestuurlijk en politiek onmogelijk en het andere scenario CM is onaantrekkelijk omdat het het landhuis praktisch in de ruststand zet.

Met motie 188 uit 2016 die zoals blijkt uit het citaat uit de Voorjaarsnota leidde tot ‘onafhankelijk onderzoek’ van Van der Vossen is iets merkwaardigs aan de hand. Opvallend is de motie spreekt over ‘cultuursubsidie’ terwijl er in 2012 en nog in het antwoord op de raadsvragen (2015; 170) werd gesproken over ‘subsidie ten behoeve van de exploitatie’. Dat laatste is ruimer dan het eerste en biedt meer ‘geitenpaadjes’ om gemaakte afspraken te omzeilen. Maar de bewoording ‘cultuursubsidie’ gaat voorbij aan de debatten in de raad en het college in 2012 die het hadden over ‘subsidie ten behoeve van de exploitatie‘. Dit laatste omvat onder meer derving of opschorting van huurinkomsten of geschuif met kostenposten. Maar het gaat verder zoals uit de raadsvragen 2015; 170 blijkt: ‘de gemeente Utrecht is niet verantwoordelijk voor de exploitatie’. Hiermee introduceert het college 2016/17 een nieuwe tegenstrijdigheid. In 2015 verklaarde het college dat het niet verantwoordelijk was voor de exploitatie van het MOA, maar in 2017 maakt Diepeveen zich verantwoordelijk door een interpretatie van motie 188; 2016 die leidt tot de opdracht aan Van der Vossen. Die met een rapport komt met optie MOA Aangescherpt die haaks staat op het bestuurlijke standpunt én de verantwoordelijkheid aangaande het MOA die het college geacht wordt in te nemen. Diepeveens afhandeling loopt het risico om als lesstof over het hellend vlak en wankelmoedig bestuur voor de Bestuursacademie de geschiedenis in te gaan.

Foto 1: Schermafbeelding van deel Voorjaarsnota 2017 van de gemeente Utrecht.
Foto 2: Schermafbeelding van deel raadsvragen van 13 november 2015 (2015; 170) van Aline Knip (D66) en André van Schie, gemeente Utrecht.
Foto 3: Motie 188 uit 2016, gemeente Utrecht.

Waarom doet gemeentebestuur Utrecht weinig tegen verrommeling van binnenstad en omringende wijken? GroenLinks heeft kritiek

with 2 comments

Een artikel in DUIC (De Utrechtse Internet Courant) over fietsen in stegen in de Utrechtse binnenstad. Een raadslid van GroenLinks heeft er kritiek op. Terechte kritiek. Het gemeentebestuur treedt onvoldoende op en neemt weinig initiatieven. Waarom dat zo is kan men zich afvragen voor wie de chaos en de drukte ziet toenemen. Mijn reactie, ook als inwoner van de Utrechtse wijk Wittevrouwen die aan de binnenstad grenst:

De binnenstad en omringende wijken als Wittevrouwen slippen dicht met geparkeerde fietsen. Er is soms geen doorkomen meer aan. Een gigantische verandering met nog niet eens zolang geleden. Daarnaast is het aantal terrassen van café’s, restaurants en koffietentjes exponentieel gegroeid de afgelopen jaren. Ook dat belemmert vaak een vrije doorgang. De stad verrommelt voorbij een kritische grens.

Voeg daarbij het groeiend aantal toeristen dat aangetrokken wordt door de etages en woningen die aan de woningvoorraad onttrokken worden en omgekat worden voor verhuur via Airbnb. Ook dat zet in hoog tempo oude vanzelfsprekendheden bij het oud vuil. Residentiële buurten buiten de binnenstad beginnen steeds meer op de binnenstad te lijken. Onderscheid in functies vervaagt.

Kortom, de toenemende druk op de binnenstad en de omringende wijken is een veelgelaagd en complex probleem. Het gaat mis omdat delen van de publieke ruimte geprivatiseerd worden zonder dat dit ten volle beseft wordt. Of wat erger is: oogluikend wordt toegestaan. Zonder dat het gemeentebestuur er een overtuigende visie op ontwikkelt, laat staan doelmatig en krachtig optreedt tegen de uitwassen ervan.

Het gemeentebestuur laat de bewoners van de binnenstad en omringende wijken in de steek. Het college laat feitelijk ook de toeristen die aangetrokken worden door Utrecht als compacte en rustige stad in de steek. Ze vinden immers niet meer wat hun voorgespiegeld wordt.

Door het gebrek aan regie van het gemeentebestuur kiest Utrecht niet voor kwaliteit, maar voor kwantiteit. De indruk ontstaat dat het gemeentebestuur niet kiest -of door een principiële keuze uit de weg te gaan- voor ‘less is more’, maar voor ‘more is less’.

Nodig is een besef van urgentie bij gemeentebestuur en oppositie. Dat ontbreekt op dit moment. Ook is het mogelijk dat het besef zich niet vertaalt in een goed inhoudelijk debat. Nodig is een besef bij de politiek dat een integrale aanpak nodig is omdat mobiliteit, bereikbaarheid, toerisme, universiteit, evenementen, detailhandel, stadspromotie en welzijn van de Utrechters nauw met elkaar samenhangen. Het aanpakken van een deelprobleem is onvoldoende. Het gemeentebestuur kan niet langer volstaan prat te gaan op de eigen promotiepraatjes over het bouwen van de grootste fietsenstalling ter wereld. Dat gaat voorbij aan de noodzaak van een integrale aanpak.

Het gemeentebestuur moet leren hoe het niet moet door naar Amsterdam te kijken. Of andere steden als Venetië waar de druk van toerisme, horeca en bewoners tot onleefbaarheid leidt. Moet het in Utrecht zover komen als in Amsterdam waar bewoners dreigen de rolkoffers van de Airbnb-toeristen in de gracht te kieperen? Omdat ze het zat zijn dat anderen profiteren en zij de lasten dragen. Sommige Amsterdammers beginnen zich een vreemde in eigen stad te voelen. Laat dat een waarschuwing zijn voor het Utrechtse gemeentebestuur.

Zover moet het in Utrecht niet komen. Buiten het hoogseizoen en door de week is Utrecht nog steeds een aangename stad. Maar die momenten worden spaarzamer. Het hoogseizoen wordt langer en het weekend wordt opgerekt door de sectoren die daar belang bij hebben en begint steeds eerder.

De groei van het toerisme moet afgeremd worden. De groei van de horeca moet afgeremd worden. De groei van Airbnb op buurtniveau moet afgeremd worden, Door een veel en veel strengere handhaving dan nu moeten de binnenstad en de omringende wijken weer beter begaanbaar en visueel aantrekkelijker worden. De apathie van de gemeente is storend. GroenLinks wees er onlangs op in raadsvragen. Dat is een begin van nadenken over de toekomst van de Utrechtse binnenstad en de omringende wijken. Maar er is veel meer nodig.

Het Utrechtse gemeentebestuur van D66, GroenLinks, VVD en SP kan veel krachtdadiger optreden in het beschermen van de publieke ruimte dan dat het op dit moment doet. Het is mogelijk dat dat gebrek aan krachtdadigheid komt door verdeeldheid of uiteenlopende belangen tussen partijen (VVD-D66 tegenover GroenLinks-SP?), maar het gemeentebestuur moet beseffen dat het op dit moment te weinig doet om de binnenstad en de omringende wijken voor de eigen bevolking te behouden.

Politiek is machtsdeling door het afwegen en vertegenwoordigen van belangen. Als steeds meer bewoners vinden dat lokale politici die afweging slecht maken en bepaalde belangen te veel of andere te weinig behartigen, dan is dat schadelijk voor het vertrouwen in de lokale politiek.

Om geloofwaardig te zijn moet politiek evenwichtig, eerlijk, open en krachtig optreden. Als het dat niet doet dan ontstaat het idee dat een gemeentebestuur door teveel op de handen te blijven zitten belangen dient waarover het geen verantwoording kan en wil afleggen. Zodat dat in de plaats komt van een inhoudelijk debat.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelGroenLinks: ‘Maak steegjes TivoliVredenburg levendig’’ in DUIC, 19 juni 2017.

Directeur MOA bespeelt de Utrechtse raad met ongegronde claims en onnauwkeurigheden

with one comment

Volgens de Museumcijfers 2015 van de NMV hebben Nederlandse musea gemiddeld 47% eigen inkomsten. En dus 53% subsidie. Directeur Yvonne Ploum van Museum Oud Amelisweerd (MOA) zegt in een interview met Utrecht.nieuws.nl dat haar museum over 2016 75% eigen inkomsten had. Of preciezer gezegd beweert ze dat het museum in 2016 ’75 procent van onze kosten zelf heeft terugverdiend’.  Dat is een opvallend hoog cijfer. Het zou een unicum zijn in Nederland. De bewering valt echter op dit moment niet te controleren omdat de jaarrekening 2016 nog niet is gepubliceerd. Volgens de Publicatieverplichting van de ANBI moet een jaarrekening op uiterlijk 1 juli van het volgende jaar gepubliceerd zijn. Aan de hand van de jaarrekening 2015 van het MOA (zie bovenstaande tabel) is wel na te gaan of de claim van directeur Ploum klopt.

Ter oriëntatie: Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam met een een groter aantal bezoekers en meer inkomsten uit entreegelden, een zelfstandige en eigen horeca (in vergelijking met de aparte De Veldkeuken) en een uitgebreide fondsenwervings- en hospitalityafdeling had volgens het jaarverslag 2015 51,6% aan eigen inkomsten. Hoe het MOA zonder dat alles tot 75% eigen inkomsten kan komen is de vraag.

De totale kosten in 2015 bedroegen € 652.745. Als de claim van Ploum klopt, dan zouden de 75% eigen inkomsten € 489.000 moeten bedragen. Onder eigen inkomsten worden doorgaans inkomsten uit Entree, Sponsoring, Horeca en winkel, Giften en Private fondsen verstaan. Omdat de jaarrekening 2015 geen verdeling in eigen inkomsten maakt is dit niet inzichtelijk gemaakt. De accountsverklaring bij de jaarrekening 2015 geeft duidelijkheid en zegt het onderstaande. Gelden die hoofdzakelijk bestaan uit subsidies worden niet als subsidie opgevat. Het kan gerechtvaardigd zijn om ze aan de baten toe te voegen, maar daarmee blijven het wel subsidies die niet opgevat kunnen worden als eigen inkomsten. Daarom klopt voor 2015 de claim van directeur Ploum niet dat het MOA 75% van de kosten terugverdient. Want € 100.000 subsidie opgeteld bij het merendeel van de € 189.170 komt tot een percentage dat over 2015 leidt tot een percentage van hooguit 60% eigen inkomsten. Op voorwaarde dat de rest van de baten als eigen inkomsten gerekend kan worden.

Inkomsten zijn niet het hele verhaal omdat het de financiële positie van het museum buiten beschouwing laat. Het MOA heeft zich in de schulden gestoken met een lening van de provincie Utrecht van €160.000 die eind 2021 moet worden terugbetaald. De positie wordt er in 2021 slechter op als de Amersfoortse bruidsschat van jaarlijks € 75.000 eindigt. Sinds 2014 heeft het MOA nog geen enkel jaar afgesloten met een positief saldo.

Ploum geeft nog twee onnauwkeurigheden waarvan ze kan weten dat die anders luiden. Haar interpretatie van de ‘misgelopen’ subsidie van € 75.000 door een adviescommissie naar aanleiding van het cultuurconvenant 2017-2020 is om twee redenen onjuist. Ten eerste valt het MOA dat in de gemeente Bunnik gevestigd is om formele redenen buiten de voorwaarden van cultuursubsidies van de gemeente Utrecht. Ten tweede is Ploums redenering warrig als ze verwijst naar een motie uit 2012 die het gemeentebestuur opdraagt geen bijdrage aan de exploitatie van het MOA te verlenen. Zelfs als het college dat zou willen, dan kan het dat volgens vastgelegde afspraken niet doen. In antwoord op raadsvragen van Aline Knip (D66) en André van Schie (VVD) herhaalde het college dat in maart 2016 bij vraag 8: ‘Het college heeft toen bij monde van de wethouder Cultuur aan de gemeenteraad toegezegd dat de gemeente geen subsidie zal verlenen in de exploitatie van het museum. (..) Wij houden vast aan het bestuurlijke standpunt dat bij de informatie aan de gemeenteraad in 2011 en vervolgens bij de kredietaanvraag Museum Oud Amelisweerd (juni 2012) is geformuleerd: de gemeente Utrecht is niet verantwoordelijk voor de exploitatie. Wanneer op termijn blijkt dat Museum Oud Amelisweerd qua financiële exploitatie niet haalbaar is zal de gemeente een nieuwe bestemming kiezen.’

Over het scenario uit het rapport Van der Vossen zegt Ploum dat het alternatief voor het MOA de openstelling van 10 dagen per jaar onder de hoede van het Centraal Museum is. De variant B2: ‘Light-versie’. Maar zij gaat hiermee voorbij aan variant B1: ‘Integrale versie’ waarvan Van der Vossen zegt: ‘Er zal sprake zijn van programmering gedurende de aantrekkelijke seizoenen, in het totaal ca. 7 maanden per jaar. Werkzaamheden worden uitgevoerd door of onder regie van het CM.’ (NB: Dit staat los van het voorstel van het college in de Voorjaarsnota 2017 om te kiezen tussen scenario CM light en MOA Aangescherpt. De raad kan het initiatief nemen om er een eigen voorstel tegenover te zetten). Het is een teruggang naar de oude situatie van voor 2012 toen het Centraal Museum landhuis Amelisweerd beheerde en er tentoonstellingen en evenementen organiseerde. Op 13 december 2011 is deze optie in een raadsbrief expliciet als ‘terugvaloptie’ benoemd als exploitant MOA haar ambitie niet waar zou kunnen maken. Alle opties worden geschat extra geld te kosten.

Hoe dan ook is de situatie van het MOA vanaf 2021 lastig als de Amersfoortse subsidie stopt en de provinciale lening van € 160.000 moet worden terugbetaald. Directeur Ploum speculeert erop dat de Utrechtse raad het MOA tot 2021 de tijd geeft. Daarin zou ze wel eens gelijk kunnen hebben. Want de meeste raadsleden en wethouders hebben geen politiek geheugen dat verder teruggaat dan vier jaar. Ze hebben geen idee wat er in 2011 en 2012 is besproken en welke principiële afspraken toen zijn gemaakt. Alleen de beleidsambtenaren hebben dat politiek en bestuurlijk geheugen nog. Maar zij beslissen niet. Daar speculeert directeur Ploum op.

Foto 1 en 2: Schermafbeelding van deel jaarrekening 2015 van het MOA.