George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Openbaar bestuur

Negatief advies over Museum Rotterdam roept vragen op over rol RRKC

with one comment

Afgelopen week kwam de de RRKC (Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur) met het onevenwichtige advies om stadsmuseum Museum Rotterdam te sluiten en het een doorstart te laten maken. Het lijkt misschien niet sterk om de boodschapper van het slechte nieuws ter discussie te stellen, maar ik heb na lezing van het advies het idee dat de RRKC er weinig van begrijpt. Als het al niet van kwaadaardigheid kan worden beticht.

Het zou kunnen dat er een gemeentelijk beleid is om Museum Rotterdam langzaam naar de rand te schuiven. Het is de vraag hoe autonoom leden van het college en raadsleden van de coalitiepartijen handelen en wat hun relatie is tot hogere beleidsambtenaren van Culturele Zaken of de RRKC. De laatsten winnen aan macht als ze lang zitten en een dossier beheersen. Een wethouder Cultuur die laag in de pikorde staat en doorgaans geen lid is van een van de leidende partijen in een college is inwisselbaar. De RRKC lijkt verder te gaan dan haar mandaat toestaat. Deels zal dat zijn omdat de politiek zich terugtrekt, deels is dat bewuste expansie van de RRKC. Het wekt verbazing dat de Rotterdamse politiek toestaat dat voorzitter Jacob van der Goot nog steeds in functie is ondanks het feit dat hij eerst in de RvT van het Wereldmuseum zat en later in de RRKC adviseerde over het Wereldmuseum en vanwege het merkwaardig politiek getinte, negatieve advies van de RRKC in 2015 over het Collectiegebouw (Depot) van Boijmans. De RRKC is gepolitiseerd en lijkt niet schoon aan de haak.

In het advies blijft mijn oog haken aan de volgende passage (paragraaf 1.5 een nieuwe stadsmuseale functie): ‘Het aantal spelers in het erfgoedveld is de laatste jaren toegenomen. Naast de musea, Stadsarchief Rotterdam en de Bibliotheek Rotterdam zijn er platformorganisaties als DIG IT UP, Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst (GVGT) en Verhalenhuis Belvédère die met digitaal, documentair en immaterieel erfgoed in een alternatief aanbod voorzien. Door hun verbindende rol maken ze verschillende culturen en gemeenschappen in de stad meer zichtbaar’.


Hier ontspoort het advies. Het gooit alle instellingen en platforms die iets met erfgoed te maken hebben op een hoop en maakt ze daarmee inwisselbaar. Maar ze zijn niet inwisselbaar vanwege de unieke functie en opdracht. Hiermee wordt duidelijk dat de RRKC de unieke rol miskent van een stadsmuseum dat aan de hand van objecten en documenten een verhaal vertelt. Daarin onderscheidt Museum Rotterdam zich van de andere instellingen, kunstmusea en platforms. Ook waardevol, maar van een andere orde dan een historisch museum.

Het advies kan bij een goede lobby worden weerlegd. Het is op een verkeerde aanname gebaseerd omdat het de functie van een stadsmuseum als Museum Rotterdam in relatie tot andere instellingen op het gebied van erfgoed verkeerd ziet. Het advies van de RRKC is kwalitatief niet van het niveau dat verwacht kan worden.

Het lijkt dat vooral de RRKC in een identiteitscrisis verkeert. Herinneren we ons nog wat de reactie van de gemeenteraad was op een advies over het Wereldmuseum van de RRKC in juni 2016? Sun van Dijk (SP) schreef: ‘Het is een politiek advies, dat is niet aan de RRKC, maar aan ons’. De geschiedenis herhaalt zich nu met Museum Rotterdam. Het probleem is dus niet Museum Rotterdam, maar de RRKC. Waarom meenden ooit de machtige RRKC-secretaris Inez Boogaarts of nu voorzitter Jaco van der Goot politiek te moeten handelen? Het initiatief is aan de gemeenteraad om het huiswerk van de RRKC te beoordelen. En waar mogelijk af te wijzen.

Ik teken de petitie.

Foto 1: Schermafbeelding van deel petitieRed Museum Rotterdam’ van Esther Olofsson (Communicatiebureau RauwCC) op Petities.nl.

Foto 2: Schermafbeelding van deel cultuurplanadvies 2021-2024 van de RRKC, juni 2020 uit paragraaf 1.5 (een nieuwe stadsmuseale functie) over Museum Rotterdam.

Open brief van ‘Vele Amsterdammers uit de creatieve sector’ neemt Halsema in bescherming en gaat voorbij aan de feiten

with one comment

Open brieven bestaan. Ze horen erbij als regendruppels in een stortbui of vallende bladeren in de herfst. Het zijn er te veel om te onderscheiden. Soms valt een open brief op door onnozelheid. Dan wordt het interessant. Zo’n brief komt van wat geframed wordt als ‘Amsterdammers uit de creatieve sector’. Het Parool plaatste de brief op 3 juni 2020 als opiniestuk. Ze nemen het op voor burgemeester Femke Halsema die onder verdenking staat slecht leiding te hebben gegeven op de voorbereiding van een anti-racisme demonstratie op de Dam.

De details ervan zijn nog niet in kaart gebracht, zodat een definitief oordeel opgeschort moet worden tot een debat erover in de Amsterdamse gemeenteraad. Halsema geeft weliswaar toe inschattingsfouten te hebben gemaakt, maar houdt tegelijkertijd vol dat er geen sprake is van operationele fouten. Maar dat kan niet allebei waar zijn. Halsema en korpschef Frank Paauw hebben een eigen verantwoordelijkheid. Er zijn fouten in de inschatting gemaakt. Door wie is nog niet helder. Maar het lijkt ook mis te zijn gegaan in de uitleg achteraf door Halsema. Ze beweert dat zij 1,5 dag dicht op de sociale media zat om te zien hoe de verwachtingen over de opkomst en de sfeer van het protest zich ontwikkelden. Die weergave van de feiten door Halsema lijkt echter in strijd met hoe het werkelijk is gegaan in die 1,5 dag. Politieagenten hebben gisteren naar buiten gebracht dat hun leiding niets met hun waarschuwing over de verwachte drukte deed. Het beeld dat blijft hangen is een slecht georganiseerd gemeenteapparaat waar onvoldoende of slecht leiding aan wordt gegeven.

De briefschrijvers gebruiken het doel van de demonstratie als rechtvaardiging voor de misslagen die door Halsema en gemeentelijke diensten zijn gemaakt in de voorbereiding op de demonstratie en de effectuering ter plekke van de corona-maatregelen. Het is een niet valide manier van argumenteren om twee losstaande feiten zo met en door elkaar te verbinden en een doelstelling met de uitvoering te verwarren. Want in de bestrijding van een pandemie met een zwaar belaste gezondheidszorg heiligt niet elk doel de middelen.

Het lijkt er in de kwestie van de demonstratie op de Dam op dat Halsema steken heeft laten vallen en dat de kritiek op haar eveneens faalt. De kwestie moet echter niet gepolitiseerd, maar gedepolitiseerd worden. Van welke politieke partij Halsema is en waar de demonstratie over ging zijn van ondergeschikt belang. Vraag is evenmin of Halsema geliefd of gehaat is. Dat is een te simpele tweeledigheid en een geval van individueel perspectief. De essentiële vraag die beantwoord dient te worden is of zij en de overheidsdiensten volgens de eigen normen en procedures hebben gehandeld in de aanloop naar en de begeleiding van de demonstratie en of burgemeester Halsema voldoende leiding heeft gegeven zoals van een burgemeester verwacht kan worden.

Zonder de feiten te kennen springen de briefschrijvers in de bres voor Halsema. Ze mogen spreken, maar spreken voor hun beurt. Vraag is of ze zich afgevraagd hebben of ze ermee de kunstsector dienen en namens wie ze spreken. Wie zo opvallend de publiciteit zoekt weet dat een groep als mening van een groter geheel geframed kan worden. Zo ontstaat het levensgrote risico dat het beeld bevestigd wordt dat de Amsterdamse kunstsector onnozel is. Ze buigen een motie van vertrouwen om in een motie van wantrouwen tegen de kunst.

Foto: Schermafbeelding van deel open briefCreatieve sector: ‘Beste mevrouw Halsema, dit is onze motie van vertrouwen’’ in Het Parool, 3 juni 2020.

Pleidooi voor landelijke geluidsregels voor kerken en moskeeën

with one comment

Velen zullen het niet beseffen, maar er zijn geen landelijke, wettelijke regels voor het geluid van kerken en moskeeën. Aldus bovenstaand bericht van de Rijksoverheid. En kan men toevoegen het geluid dat van alle plekken van religieuze of spirituele organisaties komt. Het wordt per gemeente geregeld. Dit is ongelukkig. In artikel 10 zegt de Wet openbare manifestaties dat gemeenten niet verplicht zijn beperkende regels te stellen.

Stel het geval dat een religieuze stroming met honderden stemgerechtigde aanhangers zich vestigt in een kleine gemeente en met een eigen partij meedoet aan de gemeenteraadsverkiezingen en een meerderheid behaalt. En de meerderheid in het gemeentebestuur heeft. Dat is minder gezocht dan het lijkt voor wie de geschiedenis van Maharishi Mahesh Yogi in Vlodrop in ogenschouw neemt. Deze religieuze voorman had een politieke partij opgericht: de Natuurwetpartij. Dan kan zo’n religieuze of spirituele organisatie onder het mom van de vrijheid van godsdienst zelf de duur en het geluidsniveau bepalen van het geluid dat vanuit het eigen gebouw klinkt. Dan zou 24 uur per dag klokgebeier of een gebedsoproep, meditatie of mantra met versterkte luidsprekers kunnen galmen. De vrijheid van godsdienst wordt dan niet zozeer gebruikt om hieraan een wettelijke basis te geven, maar om het protest ertegen vanuit de omgeving naast zich neer te leggen.

Hoe verwarrend de regelgeving is die handige bedrijven ruimte biedt, laat het berichtOverlast kerkklokken’ van strooming.nl zien. Dit bedrijf presenteert zichzelf als ‘Expert in legionellapreventie & geluid-, geur- en luchtonderzoek’. Het probeert aan autoriteit te winnen door plaatsing van logo’s van televisieprogramma’s als ‘Mr. Frank Visser Doet Uitspraak’, SBS6, RTL7 en NOS/OP1 en de toevoeging ‘bekend van’. Het wordt er warrig op als strooming zegt: ‘Maar de gemeenteraad is bevoegd ter zake regels te stellen met betrekking tot duur en geluidsniveau. Zo mogen de kerkklokken tussen 23.00 en 7.30 uur niet boven een bepaald geluidsniveau komen: dat is boven de 15 decibel.’ Dit laat open of de gemeenteraad (vanwege de gezondheid en het welzijn van omwonenden) verplicht is tot beperking van het geluid van de kerkklokken ’s nachts of dit vrijblijvend kan toepassen. Een uitspraak van de Raad Van State naar aanleiding van een kwestie van de Heilige Margarita Parochie in Tilburg redeneert vanuit de beperking die de gemeente Tilburg in een APV (algemene plaatselijke verordening) had omschreven. Zoals blijkt uit artikel 10 van de Wet openbare manifestaties zijn er geen landelijke regels voor het geluid van kerken. Een gemeente kan het toepassen, maar is daartoe niet verplicht.

Strooming komt met een praktische oplossing die in het eigen straatje past. Namelijk het aanvragen van een ‘gratis’ offerte voor de aanpassing van de woning bij geluidsoverlast van kerkklokken. Het zegt: ’Gelukkig kunt u zelf ook wat doen tegen de overlast van de kerkklokken. Soms maken kleine oplossingen al het verschil. Het kan al veel schelen als u alle ramen aan de kant van de kerk gesloten houdt.. Ook kunt u de overlast van de kerkklokken beperken door een aantal aanpassingen in uw eigen woning.’ Die dan uiteraard tegen betaling door strooming uitgevoerd worden. ‘Strooming helpt u hier graag bij’, voegt het genereus toe.

Terwijl de overheid serieus werk maakt van de Omgevingswet en het verbeteren van de leefomgeving door grenzen te stellen aan industrieel- en verkeersgeluid, ontbreken er nog steeds landelijke geluidsregels voor kerken, moskeeën en andere religieuze organisaties. Het is aan de alertheid van een gemeente of van de inwoners om dit te regelen. Doorgaans treedt er geen overlast op omdat een gemeente de belangen afweegt van inwoners en de religieuze organisatie die geluid produceert dat door omwonenden als hinderlijk wordt ervaren. Dat is afhankelijk van het willen optreden van een gemeente en de inschikkelijkheid van de religieuze organisatie. Zo ontstaat rechtsongelijkheid tussen gemeenten. Het ontbreken van landelijke geluidsregels voor religieuze organisaties zorgt voor onduidelijkheid waar commerciële bedrijven op inspringen. Het verdient aanbeveling om landelijke regels te stellen voor deze geluidsregels. Mede omdat een gemeente die geen enkele beperking aan de geluidsproductie van de religieuze organisaties wil stellen daartoe bevoegd is.

Foto 1: Schermafbeelding van deel berichtGeluidsoverlast in de wet: regels, normen en tijden’ van de Rijksoverheid.

Foto 2: Schermafbeelding van artikel 10 van de Wet openbare manifestaties (WOM).

Foto’s 3 en 4: Schermafbeelding van delen berichtOverlast kerkklokken’ van strooming, [vermoedelijk] 2019

Onder het mom voor kunst in de openbare ruimte te kiezen, kiest het CDA Utrecht tegen de kunst

leave a comment »

In het berichtKunst maakt mooier!’ van het CDA Utrecht komen twee ontwikkelingen samen. De eerste is dat de partij ondervertegenwoordigd is in de grote steden en de randstad. Zo haalde het CDA in Utrecht bij de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018 5,34% en bij de landelijke verkiezingen van 15 maart 2017 5,48% van de stemmen. Landelijk schommelt het CDA rond de 12,5%. De tweede is de publicitaire schade die het CDA ondervindt door het bestuursakkoord in de provinciale staten van Brabant met de VVD, FvD en Lokaal Brabant. In dat akkoord is de gedeputeerde voor cultuur geschrapt en wordt een geleidelijke afbouw van de cultuur-subsidie ‘richting het nieuwe normaal van na 2023’ ingezet. Het CDA wordt landelijk verantwoordelijk gehouden voor het uitkleden van kunst en cultuur in Brabant. Deze twee ontwikkelingen versterken elkaar.

Men kan zich voorstellen dat het CDA Utrecht deze ontwikkelingen wil keren. De beeldvorming is het CDA mede door zwak leiderschap niet gunstig gezind. De partij wordt steeds verder naar de marge gedrongen in de randstad en in het bolwerk Noord-Brabant waar het ooit de lakens uitdeelde zit het volgens die weergave onder de knoet van radicale boeren van de FDF, de machtige VVD en FvD. Het CDA heeft in de randstad de aantrekkingskracht van een partij die met gelikte vormgeving de inhoud probeert op te krikken. Hoe het CDA Utrecht vanuit die positie van zwakte reageert maakt het bericht ‘Kunst maakt mooier!’ inzichtelijk.

Fractiemedewerkster Marlijn heeft een tekst gemaakt over kunst in de openbare ruimte. Ze kan uitpakken met de titel ”Kunst maakt mooier!’. Het kan niet anders dan worden opgevat als een reactie op het slechte nieuws over het CDA Brabant dat de kunst om zeep helpt helpen. Aanleiding voor het bericht is dat ‘het plan voor kunst in de openbare ruimte voor de komende vier jaar’ binnenkort in de Utrechtse gemeenteraad wordt besproken. Maar de tekst bevat onnauwkeurigheden. Zo zegt het graag ideeën van inwoners te gebruiken. Voor kunst in de openbare ruimte is dat allang de procedure en wordt inwoners altijd inspraak gegeven. Het is er juist een reden voor dat zoveel van dit soort openbare ruimte-projecten de eindstreep niet of slechts gehavend halen. Marlijn citeert haar fractievoorzitter Sander van Waveren die ineens een andere invalshoek heeft. Hij breidt de inspraak uit naar ondernemers. Wat daar de logica van is wordt in de tekst niet uitgelegd.

Zo kabbelt het bericht verder. De ene na de andere open deur wordt opengetrapt. Zoals het citaat van Van Waveren ‘kunstwerken moeten binding hebben met de buurt of plek waar ze staan’ en ‘ze moeten de plek écht opknappen’. Men zou bijna geneigd zijn om daar aan toe te voegen ‘raadsleden moeten binding hebben met de buurt of plek waar ze opereren’ en ‘ze moeten de plek écht opknappen’. Doen de raadsleden van het CDA Utrecht dat? Deze afdeling heeft blijkbaar de missie om met dit bericht de negatieve beeldvorming van het CDA als anti-kunst partij te neutraliseren en zo de electorale aantrekkingskracht te vergroten.

De paradox is dat het CDA Utrecht met deze marketing het omgekeerde bereikt van wat het boogt. Hoe gretig de afdeling ook probeert, het accentueert vooral de eigen onoprechtheid. Want deze afdeling is het niet om de kunst te doen, maar om de eigen profilering waarbij kunst wordt gebruikt. Kunst staat te ver af van het CDA om deze partij daar een geloofwaardig pleidooi voor te kunnen laten houden. Het CDA Utrecht begrijpt niet dat het door kunst als iets voor te stellen dat mooi maakt, het die kunst inlijft, temt en onschadelijk maakt.

Daarnaast mist het CDA Utrecht door de populariserende toon waarmee het eenduidig voor de inwoners kiest de essentie van wat kunst in de openbare ruimte is: een wirwar van belangen en een punt van strijd. Oud-museumdirecteur en kunstcommentator Rudi Fuchs hield in 1998 in de Utrechtse Stadsschouwburg een lezing over kunst in de openbare ruimte, zoals dit verslag in Trouw samenvat. Fuchs’ kritiek van toen is achterhaald. Kunstenaars hebben inmiddels eerder te weinig dan te veel vrijheid bij het realiseren van projecten van kunst in de openbare ruimte. Ze worden door commissies van deskundigen, ambtenaren en burgers gestuurd, beperkt en doodgemaakt. Onder het mom voor de kunst te kiezen, kiest het CDA Utrecht tegen de kunst.

Foto: Schermafbeelding van deel berichtKunst maakt mooier!’ van het CDA Utrecht, 12 mei 2020.

Written by George Knight

13 mei 2020 at 13:24

Italiaanse burgemeesters maken zich kwaad. Niet alle burgers zijn bereid hun gedrag aan te passen vanwege het coronavirus

with one comment

Italiaanse burgemeesters doen een beroep op burgers om zich aan de richtlijnen van de overheid te houden. Dus om binnen te blijven. Dat lijkt niet tot allen doorgedrongen. Waarbij het de vraag is of die burgers de ernst van de situatie niet begrijpen of zich er bewust niets van aantrekken. Daarom maken burgemeesters zich kwaad in een crisis die nu zo’n 800 doden per dag eist. Want degenen die zich niet aan de beperkingen houden brengen niet alleen zichzelf, maar ook anderen in gevaar. Daar zijn de Italiaanse burgemeesters verantwoordelijk voor. De solidariteit tussen mensen is groot, maar het doorbreken daarvan valt eveneens op.

Written by George Knight

23 maart 2020 at 17:11

Wat voor zin hebben herhaalde manoeuvres van Egbert Dommering in proxy-oorlog tussen NRC en Het Parool over de kwestie Ruf?

leave a comment »

In een opinie-artikel van 11 januari 2020 in Het Parool neemt Egbert Dommering vanaf de zijlijn opnieuw stelling in de kwestie Beatrix Ruf. Hij pleit ervoor om de in 2017 afgetreden directeur te rehabiliteren. Hij laat zich kennen als pro-Ruf en kritisch op het Amsterdamse gemeentestuur dat hij beticht van machtsmisbruik.

Er is iets merkwaardigs aan de hand met Dommering opinies over het Stedelijk Museum, Ruf en Het Parool. Ook op 4 juni 2018 wist hij een opinie-artikel geplaatst te krijgen in Het Parool. En in 23 oktober 2018 ging hij met een nieuw opinie-artikel in de herhaling. Het Parool geeft Dommering opvallend veel ruimte om zijn opinies te plaatsen. De inhoud van Dommerings opinies over de onderhand allang niet meer actuele kwestie van Rufs ontslag blijkt tamelijk gelijkluidend. Zo verandert een actuele (cultuur)politieke kwestie geleidelijk in het achteraf claimen van het eigen gelijk van een zo goed als afgeronde kwestie. De stellingname over de relatie tussen Stedelijk en gemeentestuur die Dommering door zijn opinie weeft moet als legitimatie dienen voor de recycling van zijn opinie over Ruf. Blijkbaar wordt Dommerings pro-Ruf en anti-gemeentebestuur standpunt in de hoofdredactie van Het Parool gedeeld. Dommering is een zetstuk in de proxy-oorlog tussen Het Parool en de NRC over de kwestie Ruf. In een commentaar van 16 juni 2018 omschreef ik dat als volgt:

In zijn opinie-artikel van 11 januari 2020 pleit Dommering voor Rufs rehabilitatie. Hij schetst dat ‘een heel gezelschap samen [kwam] in een groot pand aan de Herengracht in Amsterdam’. Of deze verwijzing naar de Amsterdamse grachtengordel wijst op zelfspot of zelfoverschatting is de vraag. Hij vervolgt: ‘Ruf was, naar hun oordeel, in oktober 2017 ten onrechte onder druk gezet door de nog maar net aangetreden voorzitter van de raad van toezicht en enige leden van die raad om, na negatieve publiciteit over haar functioneren als directeur in NRC Handelsblad, af te treden als directeur.’ Zoals gezegd, Dommering zet zijn proxy-oorlog in Het Parool tegen NRC met klaarblijkelijke steun van één of meerdere redacties van Het Parool voort.

Maar hoe steekhoudend is het dat een groepje Ruf sympathisanten een opinie heeft en die herhaaldelijk in de publiciteit brengt? Hun grootste verdienste lijkt hun handige en vrije toegang tot de media en in het bijzonder de samenwerking met Het Parool. Zodat niet zozeer de argumenten, maar het activisme en het netwerk de doorslag geven. Dommering en de Ruf sympathisanten kunnen hun mening blijven herhalen dat Beatrix Ruf (in juridisch opzicht) door de commissie Eisma is vrijgepleit, maar daarmee is nog niet gezegd dat zij ook in ethisch opzicht is vrijgepleit en haar terugkeer op oneigenlijke gronden is geblokkeerd. Dat is een opinie waar andere, niet slechter onderbouwde opinies tegenover staan. Zo krijgt de opinie die Dommering verwoordt iets tragisch omdat hij een achterhoedegevecht voert van een conflict dat allang over zijn hoogtepunt heen is.

Het wordt er nog navelstaarderiger, zelfs incestueuzer op als Dommering verwijst naar ‘het onlangs verschenen boekjeDe Affaire Ruf, Crisis in het Stedelijk Museum en dat opvoert als een soort bewijsstuk. Maar dit boekje waar Dommering naar verwijst is geschreven door Dommering zelf. Hij vermeldt dat niet.

Dommering legt de oorzaak van het falen van het Stedelijk Museum bij de verzelfstandiging in 2006. Maar het probleem met deze uitleg is dat vele musea opereren onder die voorwaarden, maar zich anders ontwikkeld hebben. Zo werd Museum Boijmans van Beuningen ook in 2006 verzelfstandigd onder dezelfde voorwaarden als het Stedelijk. Namelijk dat gebouw en collectie eigendom van de gemeente bleven en dat er een sterke afhankelijkheidsrelatie in de vorm van subsidie bleef bestaan. Voor bijna alle Nederlandse gemeentelijke (kunst)musea op een enkeling als Museum de Fundatie in Zwolle na, dat eigenaar van de museumcollectie is, geldt deze drieslag van gebouw, collectie en subsidie. En reken er maar op dat alle gemeentebesturen even lastig en kritisch zijn voor hun verzelfstandigde musea als het Amsterdamse. Verzelfstandiging die trouwens fikse nadelen kent, wat erin resulteerde dat de gemeente Eindhoven besloot om het Van Abbemuseum niet te verzelfstandigen. Dommering dateert het begin van de crisis van het Stedelijk in 2003. Dat falen kent vele oorzaken die niet noodzakelijkerwijze volgen uit de verzelfstandiging en het functioneren van de gemeente Amsterdam. Het lijkt vooral het Stedelijk dat met het Stedelijk overhoop ligt. Op directie- en bestuursniveau.

Het is de hoogste tijd dat het Stedelijk Museum een nieuwe start maakt onder de nieuwe directeur Rein Wolfs. Want dat het museum al lange tijd slecht in vorm is of zelfs in crisis verkeert kan niemand ontgaan zijn. Wat de lobbyisten beogen met hun pleidooi voor rehabilitatie van Beatrix Ruf en wat dat met de situatie van het Stedelijk anno 2020 te maken heeft is de vraag. Dommerings opinie en zijn toegang tot de media lijken de kern van het probleem van het Stedelijk te zijn. Te veel partijen praten mee zodat de focus ontbreekt. De kwaal is dat te veel goedwillende amateurs te veel ruimte krijgen om zich met het museum te bemoeien.

Foto 1: Schermafbeelding van deel opinie-artikel ‘‘Stedelijk Museum verkeert al sinds 2003 in crisis’’ van Egbert Dommering in Het Parool, 11 januari 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van deel commentaarProxy-oorlog tussen NRC en Het Parool over de kwestie Ruf’ van 16 juni 2018 op georgeknightlang.wordpress.com

Petitie vraagt om wetgeving voor een religieus neutrale rechtsstaat zonder religieuze symbolen (zoals hoofddoek) in openbare functies

with 6 comments

De petitieDe overheid is voor iedereen, dus neutraal’ vindt dat de overheid zich neutraal moet presenteren. Dat geldt ook voor de kleding die neutraal moet zijn. In Nederland geldt een hoofddoekverbod voor ambtenaren in uniform zoals agenten en militairen. Ook griffiers en rechters mogen in Nederland in hun functie geen hoofddoek dragen. De petitie verwijst naar een uitspraak van het Europese Hof van Justitie uit 2017 over een Belgische en Franse zaak dat het werkgevers onder voorwaarden toestaat om het personeel te verbieden om een hoofddoek of een ander religieus symbool te dragen.

Genoemde petitie constateert dat de Tilburgse wethouder Esmah Lahlah (partijloos) tijdens de uitoefening van haar functie een hoofddoek draagt. Aan de hand van foto’s valt aan te tonen dat ze met hoofddoek als wethouder functioneert. De petitie meent dat daardoor het beeld van neutraliteit van de overheid verdwijnt en de overheid gaat functioneren als ‘podium om geloofsovertuigingen uit te dragen’. Volgens petitionaris James Salam komt hiermee ‘De seculiere of neutrale staat in het geding’. De petitie wil dat deze tendens gestopt wordt en vraagt om speciale wetgeving waarvan het zegt dat die in Frankrijk en Portugal bestaat. Om deze redenen verzoekt de petitie om wetgeving ‘voor een religieus neutrale, democratische rechtstaat zonder religieuze symbolen in openbare organisatorische en openbare bestuurlijke functies’.

Overigens is de verwijzing naar ‘het seculiere principe’ en ‘de seculiere staat’ die wordt gekoppeld aan ‘de neutrale staat’ verwarrend. Het is onduidelijk hoe de petitionaris dat bedoelt. Er is veel voor te zeggen om de symboliek van godsdiensten en levensovertuigingen bij vertegenwoordigers van de overheid te verbieden omdat het in strijd kan zijn met de neutrale overheid. Maar secularisme benadert het principe van de andere kant en gaat om rechten van burgers. Het omvat de vrijheid voor burgers om zich in vrijheid te laten inspireren door een godsdienst en levensovertuiging naar eigen keuze. In die keuze is de overheid geen deelnemer, maar een waarborg voor die keuze. Het secularisme legt de overheid al een neutrale positie op.

Net als wethouders maken ook burgemeesters en ministers deel uit van het openbaar bestuur. Het toont onevenwichtig dat agenten, militairen, griffiers en rechters niet en wethouders, burgemeesters en ministers in hun functie wel religieuze symbolen zoals een hoofddoek mogen dragen. Wat is de logica dat de Tilburgse agente in functie niet en de Tilburgse wethouder in functie wel een hoofddoek mag dragen? Laatstgenoemde treedt als bestuurder naar buiten en behoort op neutrale wijze het openbaar bestuur te representeren. Feit dat dit verschil bestaat is niet ingegeven door logica of rationaliteit. Het toeval is dat in het eerste geval (agenten, rechters etc.) een reglement is opgesteld, en in het tweede geval (wethouders, burgemeesters etc.) niet.

De minister van Binnenlandse Zaken zou het voortouw moeten nemen in deze kwestie van ongelijkheid en duidelijkheid moeten scheppen over deze gelijke monniken, ongelijke kappen wat het dragen van religieuze symbolen door vertegenwoordigers van het openbaar bestuur betreft. Een verbod is daarbij niet de leidende gedachte, maar wel bewustwording over het waarom van deze ongelijkheid. Het gaat om de stroomlijning en coördinatie van wetgeving/ reglementering. De te kiezen weg lijkt tweeledig: of de religieuze symbolen toelaten voor alle vertegenwoordigers van het openbaar bestuur of ze voor alle vertegenwoordigers verbieden.

De nu bestaande willekeur die bestaat uit een lappendeken van reglementair broddelwerk past niet bij een zorgvuldige overheid. Nu is er nog tijd om in relatieve rust dit aspect van de neutrale vertegenwoordiging van de overheid te onderzoeken. Voordat dit onderwerp mogelijk in de nabije toekomst belast wordt door de partijpolitiek en beeldbepalende vertegenwoordigers pro en contra dit aspect van een neutrale overheid.

Foto’s: Schermafbeelding van delen petitieDe overheid is voor iedereen, dus neutraal’ van James Salam op petities.nl, 16 december 2019.

Voorstraat, Utrecht. Naïviteit en angst van overheden om te streng en niet vriendelijk over te komen is het probleem van Nederland

leave a comment »

Vanochtend deed ik boodschappen in de Voorstraat in Utrecht. Makkelijk omdat het op loopafstand van mijn huis is. Het is een plezierige winkelstraat met twee supermarkten en allerlei winkels en horeca. De eerste Italiaanse restaurants in de binnenstad waren er jarenlang gevestigd. Hans Pool maakte voor de VPRO in 2014 in zes afleveringen een portret van deze straat. Met de ondertitel ‘een gewone, maar ook heel bijzondere Nederlandse straat’. Dat is alweer vijf jaar geleden. In Nederland wordt soms het gewone bijzonder.

De straat heeft ook een bioscoop, de City. Een rijksmonument uit 1936 in de stijl van de Nieuwe Zakelijkheid/ het Nieuwe Bouwen. Filmhuis ’t Hoogt dat haar locatie in de binnenstad verloor probeerde het in 2017- 2018 nog vergeefs te huren. Dit filmhuis wordt al jaren slecht geleid en lijkt het enige Nederlandse filmhuis dat niet profiteert van de toegenomen toeloop voor arthouse filmtheaters. Die huur lukte contractueel niet, waarna ’t Hoogt uit de binnenstad verdween, in een nomadisch bestaan zo goed als onzichtbaar en toegankelijk werd en in ronkende plannen wegvluchtte. Ik noemde dat in een commentaar een opmerkelijk slecht idee.

Zo liep ik door de Voorstraat. De dichter J.C. Bloem was ‘Domweg gelukkig, in de Dapperstraat’, en ik gewoon tevreden in de Voorstraat. Vanochtend kwam er nog een kritische gedachte bij die dat geluk niet verstoorde, maar juist van een contrapunt voorzag. Uitgaande van wat ik zag op straat stelde ik me voor hoe ik in een stelling het probleem van Nederland samen zou vatten. Met in mijn achterhoofd alle publiciteit over de drugsmaffia die steeds meer macht heeft genomen omdat de terugtredende, naïeve en passieve wetgevende macht is vergeten passende wetgeving op te stellen. Paul Scheffer omschrijft dat in zijn NRC-columnOnze cultuur van gedogen ondermijnt de vrijheid’ van 2 oktober 2019 waarin hij zegt: ‘Dat een rechtsstaat leeft van handhaving lijkt een open deur, toch hebben we lange jaren van gedoogcultuur achter de rug. Het gidsland ziet law and order nog steeds als een behoudzuchtig idee dat niet past in een „prudent progressieve” cultuur.’

Aanleiding voor mijn gedachten waren de geparkeerde fietsen op het trottoir voor de City-bioscoop die de doorgang versperden. Ondanks getekende vakken en aanwijzingen om de fietsen daarbinnen te parkeren, hadden tientallen fietsers zich er niks van aangetrokken. Geen halszaak die mijn gemoed verpestte, ik kon via het (drukke) fietspad passeren, maar wel een aanleiding om me af te vragen hoe het in Nederland zo ver is gekomen dat handhaving ontbreekt en velen zich vrij achten om de openbare ruimte in beslag te nemen. Tekenend is dat het hek van een tegenoverliggende brug door een dienst van de gemeente Utrecht regelmatig van fietsen wordt ontdaan, maar de werknemers blijkbaar geen opdracht hebben om enkele meters verder hetzelfde parkeerverbod te handhaven. Ondanks de verordening. Aansturing ontbreekt. Is er sprake van een prudent progressieve cultuur van een gemeentebestuur dat bestaat uit GroenLinks, D66 en ChristenUnie?

Zo verrommelen de stad en het landschap zonder dat de overheid er iets aan doet. In een commentaar van juni 2017 omschreef ik dat gebrek aan handhaving door het openbaar bestuur zo: ‘Nodig is een besef van urgentie bij gemeentebestuur en oppositie. Dat ontbreekt op dit moment. Ook is het mogelijk dat het besef zich niet vertaalt in een goed inhoudelijk debat. Nodig is een besef bij de politiek dat een integrale aanpak nodig is omdat mobiliteit, bereikbaarheid, toerisme, universiteit, evenementen, detailhandel, stadspromotie en welzijn van de Utrechters nauw met elkaar samenhangen. Het aanpakken van een deelprobleem is onvoldoende. Het gemeentebestuur kan niet langer volstaan prat te gaan op de eigen promotiepraatjes over het bouwen van de grootste fietsenstalling ter wereld. Dat gaat voorbij aan de noodzaak van een integrale aanpak.’ Maar de afgelopen jaren is de verrommeling van de Utrechtse binnenstad eerder toe- dan afgenomen. Het gemeentebestuur weigert een integrale aanpak te formuleren, laat staan om te handhaven.

Overigens, het openbaar bestuur kan het niet alleen als burgers niet meewerken. In september 2017 schreef ik een open brief aan de Fietsersbond die ik ook via Facebook en Twitter benaderde. Ik kreeg er nooit een reactie op. Ik schreef over wat ik als het parkeerprobleem van fietsen zie: ‘Het lijkt me een educatieve taak van de Fietsersbond om deze fietsers hierover voor te lichten, te adviseren en bewust te maken. Omdat ik afgelopen jaren in de publiciteit zo’n campagne gemist heb, neem ik aan dat zo’n campagne niet bestaat. Ik zou graag zien dat u dit aspect binnen uw organisatie bespreekt, het belang ervan gaat beseffen en afweegt of u er actie op ondernomen dient te worden.’ Bij de Fietsersbond is blijkbaar ook de ‘prudent progressieve cultuur‘ dominant die elk initiatief die tot kritiek door de achterban leidt angstvallig uit de weg gaat. De Fietsersbond claimt eenzijdig rechten voor fietsers, maar lijkt niet thuis te geven als het over plichten gaat.

De Voorstraat in Utrecht is maar één straat in Nederland. Een gewone, maar ook heel bijzondere straat. Maar het verschijnsel dat regels niet gehandhaafd worden, als er al regels opgesteld zijn, geldt voor alle steden en straten in Nederland. Wat Scheffer op macroniveau constateert zie ik in een straat in de eigen woonomgeving op microniveau in de praktijk gebeuren. De cultuur van gedogen ondermijnt in dit geval de bewegingsvrijheid.

Is de naïviteit en de angst van overheden om te streng en niet vriendelijk genoeg over te komen, wat resulteert in gedogen en een gebrek aan handhaving, het huidige probleem van Nederland? Het lijkt er sterk op. Zo verrommelt onze leefomgeving en wordt onze rechtsstaat ondermijnd door de georganiseerde criminaliteit. De overheid laat het gebeuren en doet alsof het verrast wordt en nooit de urgentie heeft gezien. De overheid treedt onvoldoende op en keurt tussen de regels door het recht van de sterkste goed. De ernst van deze verschijnselen is ongelijksoortig, maar om te beseffen wat de stand van Nederland is, is het goed te beseffen dat ze van hetzelfde laken een pak zijn. In het kleine weerspiegelt zich het grote, en omgekeerd.

Foto 1: Rijksmonument City-bioscoop (‘Wolff City’) in de Utrechtse Voorstraat 89 op de hoek met de Drift.

Foto 2: Schermafbeelding van deel definitieve ontwerptoelichtingHerinrichting Voorstraat – Wittevrouwenstraat’ van de gemeente Utrecht, januari 2019. [Over laden en lossen in de Voorstraat en het beleid van handhaving waarbij de mogelijkheden om verkeerd geparkeerde fietsen te kunnen verwijderen niet duidelijk zijn]. 

Utrecht stopt 3,55 miljoen euro in een nieuwe plek voor film- en beeldcultuur in het Werkspoorkwartier. Een opmerkelijk slecht idee

with 3 comments

Update 5 december 2019: Volgens een bericht in het AD vegen ‘externe juristen’ de vloer aan met het eerdere standpunt van de gemeente Utrecht dat ‘De Machinerie’ zonder problemen gesubsidieerd kan worden. Het is een initiatief van FOTODOK, HIT (Hoogt in Transitie), De Maakruimte en het Nederlands Film Festival. AKD advocaten constateren: ‘Zo moet de verhuurder een marktconforme huur vragen en De Machinerie hetzelfde doen aan onderhuurders. Mocht het initiatief voortijdig eindigen, dan moeten de investeringen terug naar de gemeente.’ Kortom, subsidie is mogelijk als aan verschillende voorwaarden voldaan wordt. De gemeenteraad beslist naar verwachting op 19 december over de subsidieverlening en de voorwaarden waaronder dat gebeurt. Inmiddels leidt (voormalig) filmtheater ’t Hoogt een nomadisch en tamelijk onzichtbaar bestaan en gaan er geruchten dat het oude pand in de binnenstad aan de Slachtstraat dat nog steeds leegstaat in verband met onder meer asbestsanering mogelijk weer een culturele bestemming krijgt. 

In een commentaar van 6 februari 2019 schreef ik: ‘Een financiële en bedrijfskundige toets moet daarbij niet alleen kritisch bekeken worden, maar in de politieke besluitvorming beslissend zijn. Het college moet zich in de tussentijd ‘mentaal’ en persoonlijk niet binden en de mentale en politieke afstand nemen voor zowel een negatief als een positief besluit over de subsidie van ’t Hoogt vanaf 2020. Als het haalbaarheidsonderzoek achteraf een wassen neus blijkt te zijn  geweest, of als het college de belangrijkste aanbevelingen ervan niet overneemt, dan beschadigt dat het draagvlak voor kunst en cultuur in Utrecht. Die geloofwaardigheid staat op het spel en gaat verder dan het belang van ’t Hoogt’. 

Uit het artikelUtrecht wil 3,5 miljoen steken in nieuwe locatie film- en beeldcultuur Werkspoorkwartier’ in DUIC blijkt dat het Utrechtse gemeentebestuur 3,55 miljoen euro wil steken in een nieuwe plek voor film- en beeldcultuur. In het Werkspoorkwartier, het moet De Machinerie gaan heten. Ik heb voor dat voorstel geen goed woord over en geef mijn reactie bij het artikel. Ik zie het als een vlucht vooruit, de leegte in:

De vijand van goed is beter, zo luidt het gezegde. Fantasie komt voor realisme te staan. Dat is hier aan de orde.

Hoe logisch is het dat een filmtheater dat al decennia niet meer kan voldoen aan de standaard van een gemiddeld filmtheater de hogere lat van een Podium voor Film en Beeldcultuur wel weet te halen? Of anders gezegd, waarom is die verdieping en verbreding de afgelopen jaren al niet op de vorige locatie aan de Slachtstraat/ Telingstraat voorbereid en uitgevoerd? Het valt dan ook te betwijfelen of een ‘reset’ voor ’t Hoogt de oplossing zal brengen.

De beleidsmakers van de gemeente en de subsidiegevers dienen de juiste diagnose te stellen. Aan de hand van de geschiedenis en het karakter van ’t Hoogt kunnen ze proberen te begrijpen wat het scharnierpunt is. Ze kunnen dan ook antwoord op de vraag vinden of een ‘reset’ geen middel is om de huidige malaise te verhullen. Als daarnaast ook nog eens het centrum verlaten wordt waar in Utrecht het meeste publiek en de juiste atmosfeer te vinden zijn voor arthouses en een avontuurlijke programmering, dan kondigt zich een nieuwe ramp aan. Naast een financiële ramp van 3,55 miljoen euro, ook een politieke ramp van een wethouder die gaat struikelen.

De Utrechtse raad én het gemeentebestuur hebben vanaf 2010 geworsteld met een andere, excentriek gelegen culturele instelling die het moest hebben van (inkomsten uit) bezoek waarvan onderzoeken vanaf het begin overtuigend aantoonden dat exploitatie door die ligging niet levensvatbaar was: landhuis Oud Amelisweerd waar het MOA werd gevestigd. College en raad sloegen de waarschuwingen in de wind. Of liever gezegd, ze hoopten dat door onvoorziene omstandigheden het tij zich ten goede zou keren. Maar dat gebeurde niet.

In 2018 ging het MOA failliet en werden alle breed uitgemeten waarschuwingen bewaarheid. Zonder dat overigens de Utrechtse politiek ook maar een begin van een mea culpa liet klinken. Succes heeft vele vaders, maar mislukking is een wees. Het is wachten op het moment dat deze volgende vlucht vooruit in het Werkspoorkwartier ontspoort. Opnieuw worden de waarschuwingen van deskundigen in de wind geslagen. In Utrecht herhaalt zich de geschiedenis. Wat zich eerst voordeed als tragedie wordt nu een klucht, zoals Karl Marx ooit zei.

Wensdenken van een wethouder die op sleeptouw wordt genomen door de eigen ambtenaren en bestuurders van organisaties die naar gemeentesubsidie hengelen kan het zicht op de realiteit vertroebelen. Het gebeurde met het MOA en kan met ’t Hoogt en dat brede centrum dat van alles bundelt en klontert opnieuw gebeuren. In elk geval als ’t Hoogt de kerntaak van het vertonen van kwetsbare films op een groot scherm wil blijven vervullen die een adviescommissie die zich daarover uitliet als onmisbaar ziet. Of is dat advies al losgelaten?

Origineel is het wel van het Utrechtse gemeentebestuur om culturele instellingen te bewegen om naar de rand van de stad te vertrekken, die dus niet te situeren in het culturele hart van de stad in de hoop op synergie, dat aan zakelijke partijen te verkopen als aanjaagfunctie voor een buurt en dat te belonen met subsidie. Dat is de naijlende werking van Richard Florida nadat diens ideeën over de creatieve klasse en stadsontwikkeling allang zijn weerlegd. Klaarblijkelijk wordt in het intellectuele centrum van het Utrechtse stadhuis nog ondubbelzinnig in de ideeën van Florida geloofd. Anno 2002.

De hoop dat de vele geconstateerde onzekerheden over levensvatbaarheid en haalbaarheid van een publieksinstelling in het Werkspoorkwartier tegen lage kosten en bescheiden middelen overwonnen kunnen worden is valse hoop. Wethouder Klein presenteert valse hoop als hoop. Dat is blijkbaar de politiek van het moment van het huidige gemeentebestuur.

Het wachten is op betere, realistische tijden.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelUtrecht wil 3,5 miljoen steken in nieuwe locatie film- en beeldcultuur Werkspoorkwartier’ in DUIC, 5 september 2019.

Marketingscampagne om meer bezoekers naar Utrecht te trekken is een slecht idee. Onder meer omdat de stad nog niet op orde is

with 2 comments

Binnensteden van grote Nederlandse steden worden steeds voller. Ruimte is schaars en iedereen wil die innemen. Er woedt een strijd om de publieke ruimte. Betrokkenen eisen een portie op, waar ze het volste recht op menen te hebben. Machtige, commerciële partijen zijn aan de winnende hand, zetten de stad naar hun hand en ontfutselen die aan de bewoners. Het gemeentebestuur treedt niet op als onpartijdige bemiddelaar tussen betrokkenen, maar wordt deelnemer met marketing en stadspromotie van het prullerige soort.

In Utrecht start vandaag een campagne om mensen naar de binnenstad te trekken. Dat is om drie redenen een slecht idee. Met de stadsbewoners wordt onvoldoende rekening gehouden. Hun belang wordt in ‘het overleg’ weggedrukt en gemarginaliseerd omdat de commerciële partijen elders winst proberen te halen. Maar de stad is al druk en de stad is nog niet op orde. Op dat laatste aspect ga ik in in mijn reactie bij het artikelNieuwe campagne om meer bezoekers naar het centrum van Utrecht te trekken’ in DUIC van 4 september 2019:

Het is merkwaardig dat in Utrecht marketing en snelle winst blijkbaar voor kwaliteit gaan. Voelt het centrum-linkse Utrechtse gemeentebestuur van GroenLinks, D66 en ChristenUnie dat werkelijk zo en vindt dat dat de weg die Utrecht moet gaan? Namelijk de weg van de minste weerstand en de snel verdiende euro. Is dat de stadspromotie die het gemeentebestuur echt voor ogen heeft?

Het Utrechtse gemeentebestuur gaat niet ondubbelzinnig voor duurzaamheid, klasse of kwaliteit, maar voor volume, kwantiteit en de korte termijn. De coalitiepartijen laten zich kennen als populistisch en gemakzuchtig. Niet het uitgangspunt wat de stad en de inwoners nodig hebben en aankunnen is leidend, maar de pragmatiek van de ongebreidelde toestroom waarbij een gedragsprogramma (‘nudging’) om de toestroom in banen te leiden dient als pleister op de wonde.

Wie bezoek ontvangt ruimt eerst het eigen huis op. Dat zou Utrecht ook moeten doen in die delen van de stad waar het bezoek ontvangen wordt. Opruimen, stroomlijnen en op orde brengen en dan het bezoek ontvangen. Maar dat doet het gemeentebestuur niet. Het zet de deur open voordat het huis is opgeruimd. Zo loopt het continu achter de feiten aan.

Laten we ervan uitgaan dat het meeste bezoek in het centrum ontvangen wordt. Er is nauwelijks nog een trottoir dat vrij toegankelijk is en niet versperd wordt door geparkeerde fietsen. Het is niet alleen geen gezicht, het is ook gevaarlijk voor hoogbejaarden, gehandicapten, blinden en kinderen die hun weg willen vinden.

Het is merkwaardig dat dat door het gemeentebestuur wordt toegestaan en er niet allang een actieplan in werking is getreden om de stad begaanbaar en visueel aantrekkelijk te maken. Waar komt deze passiviteit van het centrum-linkse gemeentebestuur vandaan dat suggereert zich voor de burger in te zetten? Op dit moment maakt het gemeentebestuur dat niet waar.

Waarom geeft het gemeentebestuur aan handhaving geen prioriteit? Als afleiding worden bruggen en nog een paar vaste plekken vrijgehouden van fietsen, zodat de verantwoordelijke wethouder de kritiek kan neutraliseren, maar de rest van de binnenstad wordt overgeleverd aan de chaos van geparkeerde fietsen.

Het gemeentebestuur heeft het huis niet op orde. De bouw van parkeergarages voor fietsen is prima, maar kan geen excuus zijn om de rest van de binnenstad dan maar over te leveren aan de wildgroei van kriskras neergesmeten en onhandig geparkeerde fietsen.

Kortom, bezoek in de stad ontvangen is best. Maar zorg dan eerst voor een stad die op orde is. Dat is in het belang van de commercie en van de inwoners.

Zorg voor een goed toegankelijke stad. Zorg voor openbare (dames)toiletten. Zorg voor goede looproutes. Zorg voor openbaar vervoer dat aansluit op de behoeften van het bezoek en goed de publiekstrekkers (musea) ontsluit. Zorg voor parkeerplekken voor auto’s en fietsen. Zorg voor een kwalitatief hoogstaand winkelaanbod. Zorg ervoor dat leegstaande panden ondanks geldende maatregelen niet alsnog een horecabestemming krijgen. Zorg dat terrassen en private uitingsvormen niet de publieke ruimte bezetten en verdringen. Zorg er met op maat gemaakte marketing voor dat bulktoeristen ontmoedigd worden om Utrecht te bezoeken. Zorg ervoor dat Utrecht synoniem wordt met kwaliteit en niet met haveloosheid en onverzorgdheid.

Utrechts gemeentebestuur van GroenLinks, D66 en ChristenUnie besef wat meer bezoek in de stad betekent en besef de urgentie ervan, doe je huiswerk beter dan nu en ga nou eens goed, doelgericht en hard aan het werk. Pas dan kan een marketingcampagne gebruikt worden om extra bezoekers te trekken. Dan is de stad het waard. Dan pas, als de stad er klaar voor is, niet eerder.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelNieuwe campagne om meer bezoekers naar het centrum van Utrecht te trekken’ in DUIC, 4 september 2019:

%d bloggers liken dit: