Antwoord aan de ‘Islamitische Reminder’ Mikaeel Hasan die de vrijheid van meningsuiting belastert

De Islamitische Reminder Mikaeel Hasan steekt een betoog af over de vrijheid van meningsuiting. Hij stelt dat het een marketingtool is. Dat is blijkbaar de marketingtool van een Islamitische Reminder die de publiciteit zoekt.

Zover is het gekomen met feitenontkenners. Ze liegen dat het gedrukt staat en keren de feiten om. Nieuws noemen ze nepnieuws. Nepnieuws noemen ze nieuws. Een waarde noemen ze marketing. Hun marketing noemen ze een overtuiging. Hasans onwaarheid presenteert hij als waarheid. Smaldenker Hasan presenteert zich als ruimdenker.

Deze video roept de vraag op of Hasan zo dom is als uit zijn betoog blijkt of dat hij net doet alsof hij dom is. Hij kan met alle Nederlanders weten dat de enige beperkingen aan de vrijheid van meningsuiting worden gedicteerd door de wet. Oproepen tot haat of geweld mag niet.

De werking van de nationale rechtsstaat wordt door de staat bepaald. Hasan concludeert uit het feit dat de staat niet neutraal is dat daarom de vrijheden niet neutraal zijn. Of kunnen zijn. Dt is onjuist. De rechtsstaat gaat over de relatie van de staat met de burgers. Kern is dat alle burgers dezelfde rechten hebben. De staat die dat ‘van bovenaf’ bepaalt kan per definitie niet neutraal zijn. De staat dat zijn we zelf zoals we dat hebben vastgelegd in wetten en instituties die voor allen in gelijke mate gelden. Zo moet de vrijheid van meningsuiting begrepen worden.

Wat Hasan doet is opzichtig. Het is de methode van de populist. Hij probeert zijn islamitische waarden op te waarderen door de rechtsstatelijke waarden af te breken. Maar omdat hij dat niet intelligent doet strandt die poging in retoriek. Of zoals hij het zelf over anderen zou noemen, in marketing.

In Nederland is het spotten met een godsdienst of levensovertuiging toegestaan. Of het verkondigen van een scherpe mening over wat dan ook. Hasan bewijst dit met zijn video waarin hij het recht heeft om in vrijheid alles te beweren en hij tegelijk dat recht anderen probeert te ontzeggen. Dat is tegenstrijdig en getuigt niet van een rechtsstatelijke geaardheid.

Hasan heeft ongelijk dat er ‘zoveel tegenstrijdigheid over de vrijheid van meningsuiting is’. Dat is niet zo. Dat verzint hij en tovert hij uit zijn islamitische hoed. Hij maakt het er nog bonter op door te beweren dat mensen die de vrijheid van meningsuiting propageren er zelf niet in geloven. Ook dat is klinklare onzin. Het gaat niet om propaganda voor een religieuze organisatie of een geloof, maar om een universele waarde die voor allen geldt.

Niemand staat boven de wet, hoezeer gelovigen ook claimen dat zij meer rechten hebben dan mensen die zich niet laten inspireren door een geloof. Vooral in orthodox-religieuze kring (christendom én islam) proberen gelovigen vanwege religieuze redenen de vrijheid van meningsuiting in te perken. Ze hebben ongelijk om als lobbygroep te kunnen bepalen waar anderen zich aan te houden hebben. Het is de nationale rechtsstaat die dat bepaalt.

Mikaeel Hasan geeft de indruk dat hij niet alleen niet weet waarover hij praat, maar ook Nederlanders tegen elkaar probeert op te zetten. Het is echter in de kern simpel. Hij als moslim heeft dezelfde vrijheid om anderen te bespotten in hun godsdienst of levensovertuiging als anderen zijn godsdienst mogen bespotten. Dat is de neutraliteit die hij niet zegt te begrijpen.

Hasan claimt als moslim een voorrecht door de innerlijke, leerstellige werking van zijn religie dwingend aan anderen buiten dat geloof op te willen leggen. Dat is onwerkbaar en brengt het publieke debat om zeep omdat het uitingen over anderen praktisch onmogelijk maakt. Dat is in strijd met het gezond verstand waar Hasan zich losjes op beroept, maar dat hij zoals uit zijn betoog lijkt nog niet in zich heeft opgenomen. Zijn wijsheid is nog onderweg.

Foto: Still uit videoVrijheid van meningsuiting is een marketingtool – Mikaeel Hasan’ op het YouTube-kanaal ‘Islamitische Reminders’, 16 november 2020.

Farid Azarkan en Geert Wilders zeggen via Twitter tegen mij: ‘je bent geblokkeerd’. Maar staan ze niet zelf geblokkeerd?

Op sociale media mag ik graag reageren. Het aardigste vind ik het om iets te zeggen tegen mensen met wie ik het het meest oneens ben. Types als president Trump of leden van religieuze organisaties die hun onwaarheden en leugens het internet opslingeren. Er is doorgaans weinig voor nodig om dat te ontkrachten. Dat heeft nog de schijn van een publiek debat. Soms gaat zelfs zo’n politicus of geestelijke in debat. Dan is men het weliswaar niet eens, maar ontstaat toch een soort uitwisseling van gedachten. Hoe vluchtig dat ook is en hoe men tot onderdeel van politieke marketing wordt gemaakt. Meer kan men niet verwachten als toevallig passant op sociale media.

Wel minder. Dat geven Farid Azarkan en Geert Wilders aan. De politieke leiders van respectievelijk de politieke partij DENK en de PVV hebben me geblokkeerd op Twitter. Ze hebben de deur van het debat dichtgegooid. Wat de aanleiding daarvoor was kan ik me niet herinneren. Opvallend is dat deze twee politici hun mond vol hebben van de vrijheid van meningsuiting en in de praktijk het omgekeerde doen. Dat tekent de zwakte van hun mooie woorden die niets om het lijf hebben. Azarkan en Wilders staan naakt in hun schone schijn. Ze komen niet op voor de vrijheid van u en mij, maar willen in de publiciteit alleen het beeld vestigen dat ze opkomen voor de vrijheid.

Azarkan en Wilders zijn op hun eigen manier politici met een beperkte blik die bang zijn voor het tegengeluid dat ze uitsluiten. Want zo hebben ze in hun eigen domein altijd gelijk en kunnen ze (op sociale media) niet worden tegengesproken. Azarkan en Wilders zijn eenoog koning in hun gesloten blinde wereld. Baasjes in hun reservaat.

Azarkan en Wilders vertegenwoordigen de grootmoedigheid van de kleingeestigheid. Ze zijn het omgekeerde van wat ze beweren te zijn. Er gaapt een kloof tussen wat ze zijn en wat ze beweren te zijn. Ze zijn beperkte geesten die als camouflage het uiterlijk van de vrije geest aannemen. Maar dat wordt er door hun bedrieglijke gedragingen en uitspraken steeds potsierlijker op. Ze blokkeren anderen op sociale media, maar zijn het zelf die mentaal geblokkeerd staan. Maar dat hebben ze niet door in hun gesloten wereld waar de tegenspraak wordt uitgebannen.

Foto’s: Schermafbeelding van de door George Knight opgeroepen Twitter-pagina’s van Farid Azarkan en Geert Wilders, 12 november 2020.

Waarom adverteert de Volkskrant op de rechts-radicale nieuwssite TPO?

Stel je voor dat in de Hersteld Hervormde Kerk van Staphorst reclame wordt gemaakt voor de diensten van een naburige katholieke kerk. Of de plaatselijke slager de folder van de natuurwinkel met vegetarische producten verspreidt. Of de perschef van de Voetbalbond voetballers oproept om lid te worden van de Schietbond.

De onaannemelijke voorbeelden zijn theoretische hersengymnastiek. In de praktijk zullen ze niet voorkomen.

Zo’n voorbeeld komt in de praktijk voor. Op de rechts-radicale nieuwssite TPO (The Post Online) dat meer meningen dan feiten in de berichtgeving doet en een continue campagne voert om de politieke leider van FvD Thierry Baudet te promoten valt op de voorpagina bovenstaande banner/ reclame voor de Volkskrant te lezen.

De plaatsing van de advertentie van de Volkskrant op TPO roept de volgende vragen op:
1) Waarom adverteert DPG Media (waar de Volkskrant een onderdeel van is) op TPO? Of liever gezegd, waarom heeft DPG Media via het advertentiebureau dat online reclames plaatst niet aangeven dat TPO een ongewenste omgeving voor reclames van de Volkskrant is?
2) Wat is de logica van DPG Media om een concurrent op de mediamarkt financieel te helpen?
3) Wat is de logica van TPO om eigen lezers te confronteren met een advertentie van de Volkskrant dat als exponent van de linkse kerk wordt geafficheerd? Ontstaat zo niet een geloofwaardigheidsprobleem voor TPO? Ontstaat in het verlengde ervan bij de lezers van TPO niet het besef dat het financieel wel slecht met TPO moet gaan als het blijkbaar gedwongen wordt om een advertentie van de Volkskrant te plaatsen om het hoofd boven water te houden?
4) Waarom schat DPG Media niet in dat de associatie van de Volkrant met TPO ongewenst is en zijdelings publicitair averechts kan uitpakken? Deze blogpost is daar een voorbeeld van. TPO opereert ver buiten de gevestigde journalistiek en promoot complotdenken en een anti-overheidsbeleid.
5) Denkt DPG Media werkelijk dat de kloof overbrugbaar is om lezers van TPO te werven? Ofwel, denkt DPG Media dat het eigen advertentiebudget optimaal besteed wordt door lezers van TPO (dat haaks staat op de koers van de Volkskrant), als (tijdelijk) abonnee te werven?
6) Geeft deze advertentie van de Volkskrant op TPO niet het failliet van online adverteren op internet aan waar adverteerders klaarblijkelijk geen controle meer hebben over de omgeving waarin hun advertentie verschijnt?

Foto: Schermafbeelding van 20 oktober 2020 van advertentie voor de Volkskrant op voorpagina van TPO.

Extremistische islam in Europa: Wat te doen?

Is Frankrijk in staat om de soennitische islam in eigen land te herstructureren? Ik betwijfel het. Die roep om de extremistische islam in te perken klinkt na de onthoofding door een islamitische extremist van leraar Samuel Paty. Wat is ervoor nodig behalve het verbieden van extremistische islamitische organisaties? Dat is tamelijk makkelijk, maar wat als ze ondergronds gaan? Een land als Frankrijk heeft een groot veiligheidsapparaat, maar lijkt toch niet echt bij machte om de extremistische islam te kunnen neutraliseren. Mede omdat techgiganten als YouTube en Facebook en omroepen in het Midden-Oosten en Turkije opruiende taal blijven verspreiden die in Europa wordt opgepakt via internet of schotelantennes. Het is een hopeloze strijd die niet te winnen lijkt. Niet met verboden, met onderwijs, met voorlichting, met media-educatie of wat dan ook.

Tegen geloof legt de ratio het af. En zekere de radicale varianten ervan. Geloof claimt dat het boven de wet staat. Daar is het overigens niet uniek in voor wie alle complot- en dwarsdenkers in beschouwing neemt. De enige oplossing die praktisch onmogelijk en ongepast is en tegen de grondwet ingaat is om alle moslims Frankrijk uit te zetten. Maar dat middel is erger dan de kwaal. Wat resteert is een cosmetische operatie van de Franse regering die daadkracht suggereert. Maar die nergens landt en structureel niets zal veranderen.

De leraar wilden zijn leerlingen informeren. Het ging er hem niet om om anderen te beledigen. Hij stond bekend als zachtaardig en niet confronterend. Dat anderen zich blijkbaar beledigd voelen als er een afbeelding van een voor hen heilige persoon uit hun religieuze dogmatiek wordt vertoond valt de leraar niet aan te rekenen. Dat is hun subjectieve beleving. Het is onmogelijk om in de Franse, pluriforme samenleving rekening te houden met de mogelijke bezwaren van allerlei groeperingen, omdat dan het publieke debat tot stilstand komt. Ook de overdracht in het onderwijs wordt dan onmogelijk doordat allerlei groeperingen hun specifieke taboe hebben. Daarbij dient onderwijs om leerlingen te wapenen, informatie bij te brengen en een mening te laten vormen. De les over de vrijheid van meningsuiting diende niet om te spotten met anderen, maar om de leerlingen bij te brengen wat spot en belediging is en hoe ze daar mee om moeten gaan.

Foto: Demonstratie in Parijs tegen de onthoofding van leraar (‘prof’) Samuel Paty door een moslimextremist, 18 oktober 2020.

Gedachte bij de foto ‘Toute la famille en moto – 1962’

De tijd is voorbij dat internet een ontgonnen terreinen was vol ontdekkingen. Als stapelplaats en bakermat van een nieuwe iconografie. Of liever gezegd, een vernieuwde iconografie. Een grappig tekenfilmpje uit 1930, de foto van de Amerikaanse filmster in zijn jas gedoken betrapt op straat, Fred Astaire die zijn schoenzolen verslijt op de dansvloer, de vergeten Japanse film of de foto van een onbekende meester. Nu is dat alles in het beeldarchief opgeslagen en oproepbaar. We kennen het of menen het te kennen. We zijn blasé. Dat is de term die bij die houding past. We hebben er genoeg van en zijn verwend. Snel afgeleid door weer iets anders. Landt onze interesse nog wel ergens? Er is op een makkelijke manier toch geen unieke ontdekking meer mogelijk. Dus dan getroosten we geen moeite meer. Neem nou bovenstaande foto uit 1962 van Malick Sidibé uit Mali. De titel laat er geen misverstand over bestaan: ‘Het hele gezin op de motor. Man, vrouw en zoontje. Is zo’n foto een cliché geworden? Dat weer leidt naar een verhaal over armoede, bescheiden middelen en een kundige fotograaf die in zijn studio de hele stad portretteert. Bevestigen we hiermee een vooroordeel? Ik weet het niet.

Foto: Malick Sidibé, ‘Toute la famille en moto – 1962’, [19 x 15 inch – 50 x 40 cm, Gelatin silver print]. Collectie: Caacart, The Jean Pigozzi Collection.

Facebook maakt begin met aanpak van racistische stereotypering

De maatschappelijke bestrijding van stereotypering kent een rangorde. Dat sijpelt door naar sociale media. Het is afhankelijk van de economische macht van minderheden. De krachtigste lobby of de politiek meest machtige groepering komen het eerst aan de beurt. Dus Facebook en Instagram zeggen nu stereotypering van joden en blackface te gaan bestrijden, maar de bestrijding van yellowface, redface, brownface of arabface op deze platforms blijft (nog) achterwege. Uiteraard moet Facebook ergens beginnen, maar deze selectieve aanpak bevestigt het beeld dat racisme relatief is. Facebook plukt na jarenlange druk wat laaghangend fruit in de hoop dat het na deze uitdrukkelijke uiting van daadkracht verder met rust gelaten wordt door overheden. FB-aanhangers van Zwarte Piet kunnen zich voorlopig richten op de kleuren geel, rood, bruin en lichtgetint.

Foto: De Zweeds-Amerikaanse acteur Warner Oland in de film ‘Charlie Chan’s Greatest Case‘ (1933) als de Chinese inspecteur Charlie Chan. Een voorbeeld van yellowface omdat een niet-Aziaat de rol van een Oost-Aziaat speelt. 

Queen Opp en Michelle maken parodie van bekeringsvideo: ‘WE AINT MUSLIM NO MORE’

Sinds een week is er reuring op sociale media over de muziekvideo ‘We ain’t Muslim no more’ van Queen Opp (‘I RUN PHILLY AND IM THE MOST HATED PERSON IN PHILADELPHIA’) en Michelle. Ze zouden nooit moslims zijn geweest, maar net doen alsof ze uit de islam zijn gestapt. Critici vinden dat ze respectloos zijn jegens de islam. Ze storen zich eraan. Queen Opp beroept zich op haar vrijheid van meningsuiting.

Bekeringsvideo’s zijn een apart genre die worden ingegeven door publicitaire, economische en politieke belangen. Soms is het een echt ‘verhaal’, meestal is het fabricatie vanwege het effect. Onderdeel van een industrie. Van moslim naar christen, van christen naar moslim, van moslim naar atheïst, van moslim naar hindoe, van christen naar atheïst, van atheïst naar christen. De mogelijkheden zijn groot. Elk subgenre kent eigen kanalen en belangengroepen. Religie is een lucratieve markt waarop veel geld valt te verdienen. De producenten van Queen Opp en Michelle maken daar handig gebruik van. Door hun groteske overdrijving ondermijnen ze de geloofwaardigheid van de bekeringsvideo. Daarom besteedt dit blog er aandacht aan. 

Kenmerkend is dat de actieve Queen Opp en de apathische Michelle zo gigantisch over de top gaan, dat het er weer aardig op wordt. Zonder talent, maar met durf en brutaliteit weten ze de publiciteit te halen. Hun talent is hun brutaliteit. Hun bekering van de islam naar het christendom is niet alleen nep en immers nog steeds non-nieuws als het echt zou zijn, maar het wordt door hen ook zo geframed dat de indruk niet anders kan zijn dan het nep is. Queen Opp en Michelle zijn met hun producent de ultieme vertegenwoordigers van nep-feitelijkheid tijdens de periode van het Trumpisme. Het is onbeschaamd, narcistisch, gekunsteld, tergend, ijdel en gespeend van elk waarheidsgehalte. Vorm overwoekert de inhoud van individuen die erin verdwijnen.

Foto: Still uit een video op Instagram waarin Queen Opp (links) uitlegt waarom ze zich bekeert van de islam naar het christendom.

Radicale boeren zijn met hun anti-overheidsdenken tot ultrarechtse complotdenkers geworden

Nederland kent een archipel van rechts-radicale en -extremistische groeperingen. Ze zijn verdeeld en relatief zwak en vormen daarom volgens de inschatting van de overheid geen groot gevaar voor de veiligheid, zoals onlangs bleek uit het antwoord op kamervragen van Sjoerd Sjoerdsma (D66). Maar de kans dat ze naar geweld grijpen wordt niet uitgesloten. Het loopt van complotdenkers over het 5G-netwerk, het RIVM, vaccinatie, het stikstofdossier en het coronavirus, tot anti-semitisten, anti-LHBTQ, anti-vrouw, anti-overheid, anti-Black Lives Matter en racisten. Sinds 2019 kan men aan dit ultrarechtse gedachtegoed de geradicaliseerde boeren van Farmers Defence Force toevoegen. Die door de agro-industrie zijn gesponsord en op de been geholpen. Uit een vandaag gepubliceerd Brits rapport van de Commissie voor de bestrijding van extremisme (CCE) blijkt dat extremisten de pandemie benutten om hun haat te verspreiden. In Nederland zal het niet veel anders zijn.

Veelzeggend is een bericht op de rechts-radicale site DDS over ene Femke Marije-Wiersma die werkt voor de Nederlandse Melkveehoudersvakbond en reageert op GL-leider Jesse Klaver. Zowel zij als de auteur van het stukje gooien alle remmen los en gaan elke nuance uit de weg. Dat is opmerkelijk voor wie dat rechtse idioom niet kent. Het past in het patroon van de complotdenkers, malcontenten en achtergestelden die het als hun opdracht zien om tegen de gebezigde orde te schoppen en chaos en onrust te creëeren. Bij gebrek aan argumenten doen ze dat niet op een zakelijke, maar op een persoonlijke manier. Het klopt met de observatie van de overheid en de AIVD. Namelijk dat ultrarechts in Nederland gefragmenteerd en marginaal is, maar ook op sociale media slecht geïnformeerden aanzet tot copy cat gedrag. Mijn reactie bij dit artikel op DDS:

Het is verdedigbaar om het met de standpunten of kijk op de wereld van een ander niet eens te zijn. Dan zegt men: ‘Ik ben het niet met u eens. Ik denk er anders over’. En vervolgens geeft men aan waarom en hoe men anders denkt over een bepaald standpunt. Daar kan die ander dan weer op reageren. Zo ontstaat een discussie. Dat hoort bij een volwassen, open democratie.

Wat Femke Marije en Michael van der Galien doen is het omgekeerde. Ze spelen het op de man. Zo raakt het zakelijke verschil van mening uit het zicht. De eerste noemt Jesse Klaver ‘een slecht mens’ en de laatste noemt hem ‘een schoft’. Dat is ongelukkig en niet zinvol. Men kan het ook anders zien, namelijk dat Marije en Van der Galien geen steekhoudende argumenten hebben en het daarom maar op de persoon spelen. Lekker simpel, bij gebrek aan beter.

Jesse Klaver schrijft in betreffende tweet dat minister Schouten niet veilig op bezoek (in Zeeland) kan gaan. Want zij heeft op advies van veiligheidsmensen haar bezoek afgebroken. Klaver vraagt zich af waar de intimidatie stopt. Hij verzoekt PVV en FvD om afstand te nemen van de radicale boeren.

Marije maakt niet aannemelijk wat er niet klopt aan deze tweet van Klaver. De feiten in de tweet kloppen. Niet Klaver, maar Marije neemt een loopje met de waarheid. Zoals gezegd, zij slaat de plank mis door het op de persoon te spelen en Klaver ‘een slecht mens’ te noemen. Omdat hij een andere mening heeft?

Klaver maakt, zoals inmiddels de meeste Nederlanders, een onderscheid tussen geradicaliseerde boeren en andere boeren. Klaver heeft het uitsluitend over ‘agressieve FDF-boeren’. Feit is dat minister Schouten haar bezoek moest afgelasten door het optreden van de geradicaliseerde boeren. Zij demonstreren in veel gevallen niet vreedzaam, maar intimiderend. Hiermee schieten de radicale boeren in eigen voet en verliezen ze steeds meer de sympathie van de Nederlanders.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelBZV Femke Marije veegt de vloer aan met Jesse Klaver: ‘Een slecht mens’’ van Michael van der galien op DDS, 9 juli 2020.

Foto 2: Tweet van Jesse Klaver, 8 juli 2020.

Foto 3: Antwoord 4 met vraag van Kamervragen over het bericht over dreiging extreemrechts en het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 52 van Minister Grapperhaus naar aanleiding van het artikel ‘Dreiging extreemrechts is een grote blinde vlek’, 1 juli 2020.

Sven-Ake Hulleman verlaat met zijn uitspraak over stammen vol met Afrikanen en wortelen het niveau van de normale gekte

Van Sven-Ake Hulleman had ik nooit gehoord. Googlen maakt duidelijk dat hij net als zijn gesprekspartner Karel van Wolferen een satelliet is aan de hemel van het tegen het vanzelfsprekende aanschoppende Café Weltschmerz. Dat onderdak biedt aan complotdenkers. Pepijn van Erp plaatst dit fragment op zijn YouTube-kanaal en zegt erbij dat je zou willen dat het satire was. Dat is een rake opmerking, want dit tweegesprek tussen deze twee niet meer zo jonge witte mannen heeft alle kenmerken van satire. Het paternalisme en het racisme druipen ervan af als Hulleman zegt: ‘stammen vol met Afrikanen dood van de honger, omdat wij hier coronagekte maatregelen hadden’. Neemt hij zichzelf echt serieus met zulke onzin? Alsof het leven van Afrikanen ervan afhangt dat ze voorzien worden van Nederlandse wortelen en dit direct te maken heeft met de Nederlandse maatregelen als gevolg van COVID-19. Van Wolferen die nooit te beroerd is om een dwarsstraat in te slaan die niets met het onderwerp te maken heeft voegt er nog een schitterend voorbeeld van generalisering aan toe: ‘Black Lives Matter gaat niet over het welzijn of de levensomstandigheden van Blacks’. Wat weet Van Wolferen dat toch allemaal goed en wat is het fijn dat hij ons daar wekelijks van op de hoogte houdt. Dit tweegesprek gaat niet over het gebrek aan verstand en empathie van Whites. Of toch wel?

Treffend is een reactie bij deze video van Ecto Plasma: ‘Sprakeloos, ongelofelijk. En dit is dan de rationele, intellectuele vleugel van de complotbeweging’. Dat doet denken aan een andere kwestie die te herleiden is tot relatieve gekte. In mei 2020 werd door de complotdenker van beginnende omroep Ongehoord Nederland Arnold Karskens een andere complotdenker Ybeltje Berckmoes de laan uitgestuurd. Ze had 18 jaar na diens dood een interview met Pim Fortuyn. Ik schreef dit commentaar: ‘Er zijn in Nederland volop gekkies, maar bij radicaal-rechts zijn ze oververtegenwoordigd. Dat is voor degenen die niet van complottheorieën en zweverigheid houden een geruststelling. Opvallend is dat bij een rechts nieuwskanaal als Ongehoord Nederland een erge gekkie de deur wordt gewezen. Want gekte is relatief. Als zelfs radicaal-rechts dit niet meer trekt, dan moet het wel erg zijn. De vijand van gek en wantrouwen is immers te opzichtige gekte die gelijk door de mand valt. Want zo kan men een interview met Pim Fortuyn wel kwalificeren. Zo’n 18 jaar na zijn dood. De gekke gekte wijkt op rechts voor normale gekte. Gezellig met elkaar terug naar normaal abnormaal. Zo hoort het.’ Vraag is of de gekte van Hulleman en Van Wolferen normale gekte is of het niveau van te opzichtige gekte heeft bereikt. Beide heren moeten oppassen dat hun gekte niet te gek wordt.

Broddelend en kletsend vervreemdt RT zich van oude bondgenoten. Het claimt dat de publieke opinie de journalistiek van de VS bepaalt

Dit item van het door de Russische Federatie gecontroleerde RT (Russia Today) is van een groteske onbeschaamdheid. Het geeft inzicht in de eenzijdige werking van dit soort staatspropaganda. In de Russische Federatie worden media onder controle gebracht zoals Eva Cukier in een artikel in NRC reconstrueert voor de zakelijke kwaliteitskrant Vedomosti, maar dat wordt op RT genegeerd. In de Russische Federatie wordt de vrije pers gemuilkorfd, opgekocht of gesloten. Vanwege een verbod van hogerhand om er verslag van te doen zal er in de staatsmedia nooit kritiek op klinken. Zoals kritiek op de politieke leiding in het Kremlin eveneens taboe is. Maar kritiek op anderen mag ongehinderd klinken. Daartoe heeft RT een staf van medewerkers die niet vanwege hun objectiviteit en hun vrijheid van denken zijn geselecteerd, maar vanwege hun bereidheid om de politieke agenda van het Kremlin te dienen. Caleb Maupin is een belangrijke Amerika-reporter van RT.

Met dit item is iets opmerkelijks aan de hand omdat het niet geheel past binnen de methode van zenders als RT of Sputnik. Of dit betekent dat de Russische staatspropaganda verrast is door de snelle opkomst van de anti-racismebeweging in de VS is de vraag. Het is mogelijk dat de BLM-beweging, die zo succesvol is dat het op dit moment publieke steun heeft van meer dan 2/3de van de bevolking, zelfverzekerd én berekenend genoeg is om afstand te nemen van de toch marginale steun van de Russische staatspropaganda. Die steun is een doodskus omdat het de publieke steun van vooral middengroepen in eigen land in gevaar kan brengen. RT is uitgemanoeuvreerd door de omstandigheden. Zo wordt het nu nog meer een platform van meelopers, ideologische hardliners, onervaren journalisten, buitenbeentjes en uitgerouleerde publieke figuren.

Het idee van RT is om kritiek op het Westen te laten klinken en een beeld van verdeeldheid te verspreiden. Dat kan het niet doen door het zelfcorrigerend mechanisme van de Amerikaanse democratie en journalistiek te prijzen. Daarom zet het er een beeld van een eigen werkelijkheid voor. Een zetstuk van misleiding. Het gaat in de kern om de houdbaarheid van het aloude idee dat journalistiek twee kanten belicht. Dat zogenaamde bothsidesism wordt in het tijdperk van Trump die de leugen als politiek instrument gebruikt steeds meer als een groot probleem gezien. Want wat is de zin voor de media om op een objectief-neutrale manier verslag te doen van de aantoonbaar misleidende uitspraken van president Trump? Want zo wordt niet een evenwichtig beeld van tegenstellende standpunten gegeven, maar ontstaat een valse balans waarbij in gelijke mate verslag wordt gedaan van informatie en desinformatie. Dat kan niet de bedoeling zijn van journalistiek die informeert.

Tijdens de opkomst van de BLM-beweging zijn zoals het verslag zegt enkele journalisten ontslagen vanwege ontbrekende fijngevoeligheid of in het geval van The New York Times een controversieel opiniestuk van senator Tom Cotton dat het gebruik van geweld tegen demonstranten verdedigde. Critici binnen de krant zeiden dat het nooit geplaatst had mogen worden. Niet omdat Cotton een politieke mening verkondigde, maar omdat hij een mening gaf die in strijd was met de grondwet. Caleb Maupin reduceert deze voorbeelden tot zijn frame dat de journalistiek in lijn moet zijn met de demonstranten. Maar dat is onzin en gaat voorbij aan de autonome positie en pluriformiteit van Amerikaanse media. Het wordt er lachwekkend op als Mapuin claimt dat een zogenaamde activistische journalistiek wel eens gevaarlijker zou kunnen zijn dan staatscensuur. Het is duidelijk dat hij de Russische staatscensuur in bescherming neemt. Opvallend is om dit betoog te kunnen onderbouwen de zwarte links-radicale tegenbeweging die vanouds welwillend door RT werd bejegend en er een bondgenoot van was, wordt bekritiseerd omdat het de Amerikaanse journalistiek onder druk zou zetten.

Lionel maakt als een digitale tovenaar het betoog af met zijn complotdenken en vreemde handbewegingen. Hij draait de werkelijkheid 180 graden om. Hij suggereert dat de demonstranten die de samenleving en het perspectief van de media willen helpen verbreden de publieke opinie juist inperken. Daar zijn echter geen aanwijzingen voor. Ze eisen gewoon hun recht op dat hun tot nu toe ontzegd werd. Dat is emancipatie. Bij de stembus, de publieke opinie en in de economie. Lionel maakt net als Mapuin een stilzwijgende verwijzing naar de situatie in de Russische Federatie als hij zegt dat de Amerikanen zo geconditioneerd zijn dat ze niet eens meer weten hoe hun vrijheid ven meningsuiting ingeperkt is. Dit is een neerbuigende houding naar het Amerikaanse volk dat dom en onwetend zou zijn. Denkt RT met z’n belediging de ziel van de Amerikanen te kunnen winnen? RT speelt met charlatans als Lionel duidelijk niet in de eredivisie van de journalistiek, maar in de laagste divisie waar kneusjes die over hun hoogtepunt heen zijn een tweede kans krijgen om hun clichématige kunstjes te vertonen. Het is de vraag of RT wel beseft dat deze kletskoek als satire en cult wordt gezien waar het vreselijk lachen om zou zijn als het niet zo intens treurig, selectief, onwaarachtig en vals was.