George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘CDA

Interessante uitslagen verkiezingen provinciale staten in interessante tijden

with 6 comments

Men kan de uitslag van de verkiezingen voor de provinciale staten op vele manieren lezen. Dat is deel van de spin die onlosmakelijk aan de politiek is verbonden. Definitieve uitslagen zijn er nog niet, maar prognoses wel. De volgende conclusies zijn mogelijk:

1) Partijen die het moeten hebben van proteststemmen (‘tegenpartij’) hebben licht gewonnen. Forum voor Democratie heeft door een strak geleide campagne en een eind aan de democratisering van de partij die eind 2017 werd ingezet goed gepresteerd. Opmerkelijk is dat de partij in één keer samen met de VVD de meeste zetels behaalt. Maar per saldo verandert er aan het machtsevenwicht weinig omdat de PVV en SP hebben verloren. De protestpartij DENK heeft het slecht gedaan en verovert wellicht net geen zetel in de Eerste Kamer.

2) Het machtsevenwicht lijkt naar rechts te zijn verschoven door de winst van Forum, maar is in de praktijk naar links verschoven omdat Forum zich bewust isoleert, en programmatisch en persoonlijk fel keert tegen Rutte III. Dat blijkt onder andere uit de overwinningstoespraak van Thierry Baudet. Omdat een stem op Forum feitelijk een weggegooide stem is voor de coalitievorming in de Eerste Kamer, is rechts verzwakt door het verlies van VVD, CDA en middenpartij D66 en de winst van GroenLinks. Ook de sociaal-democratische PvdA kan de coalitie van VVD-CDA-D66-CU aan een (nipte) meerderheid helpen.

3) Als er sprake is van gebrek aan stabiliteit komt dat niet door de winst van Forum, maar door het gebrek aan samenwerking tussen de oude en nieuwe partners binnen de coalitie. Voorbeeld daarvan is eem mogelijke botsing tussen het CDA dat zich opstelt als belangenpartij voor de boeren en plattelanders, en het grootstedelijke GroenLinks dat zich sterk maakt voor een stevig klimaatakkoord. Beide partijen lijken in de Eerste Kamer even groot met 9 zetels.

4) Premier Mark Rutte lijkt onmisbaarder dan voorheen. Hij is de enige beeldbepalende politicus die zowel naar links als rechts kan buigen en een brede coalitie kan vormen. Dat maakt zijn mogelijke gang naar Brussel minder waarschijnlijk. Mede omdat de VVD met Forum een geduchte concurrent op rechts heeft gekregen en Rutte op dit moment de enige VVD’er lijkt die op termijn Baudet kan neutraliseren.

Advertenties

Written by George Knight

21 maart 2019 at 10:41

Coalitie overweegt om reclame op publieke omroep te schrappen. Adverteerders begrijpen het niet en beweren de kwaliteit te dienen

leave a comment »

Volgens een bericht in De Telegraaf van 16 februari onderzoeken de coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en CU het ‘compleet schrappen’ van de Ster-reclame. Een reclamevrije publieke omroep levert een gat op van zo’n 150 tot 180 miljoen euro. Het budget van de NPO is 740 miljoen euro. De reclameinkomsten lopen al jaren terug. De coalitie zoekt naar een structurele oplossing. Die zou eruit kunnen bestaan door het derde televisienet NPO 3 of radiozenders te schrappen. Hoe dan ook staat het denken over de publieke omroep niet stil. Dat kan goed, maar ook verkeerd uitpakken als bijvoorbeeld wordt gekozen voor de samenwerking van commerciële of maatschappelijke partijen met de omroepen. Amusementsprogramma’s lijken op termijn onherroepelijk te verhuizen naar de commerciële omroepen. Hoe levensvatbaar een publieke omroep is die zich terugtrekt op de kerntaken informatie, kunst en cultuur en nationale evenementen is de vraag die niet makkelijk is te beantwoorden. Des te meer omdat de coalitiepartijen elk verschillende eindpunten in gedachten hebben.

Reclame op radio en televisie is voor velen een bron van irritatie door de infantiliteit, de clichés, misleidende claims en het rolbevestigende karakter ervan. Daarbij komt de herhaling die het nog eens extra ergerlijk kan maken. Reclame gaat om marketing van producten of bedrijven. De BVA bond van adverteerders denkt daar in een reactie op het bericht in De Telegraaf anders over: ‘Onnodig en desastreus voor de kwaliteit van radio- en televisieprogramma’s bij de NPO’, zegt de BVA. Deze framing is lachwekkend. Het is opvallend dat de BVA suggereert dat reclame de kwaliteit van de radio- en televisieprogramma’s van de publieke omroep op een hoger peil brengt. Het schat de inkomsten uit reclame met 200 miljoen euro trouwens te hoog in. Die zijn zoals gezegd 150 tot 180 miljoen euro. De BVA meent dat de reclame-inkomsten er indirect aan meehelpen om kwaliteit te bieden. Dat is niet alleen een onbeholpen manier van redeneren, het is ook onjuist als het gat dat ontstaat door het schrappen van de reclame door alternatieve financiering wordt opgevuld. Of door het schrappen in de uitgaven, zoals een streep door NPO 3, of door het aanboren van andere inkomstenbronnen.

De BVA ziet een ander nadeel die te maken heeft met het bereiken van mogelijke bereikbare doelgroepen: ‘Via de publieke omroep kunnen adverterende organisaties specifieke doelgroepen bereiken. Doelgroepen die nauwelijks via andere media kunnen worden bereikt. Wanneer deze doelgroepen geen reclameboodschappen meer ontvangen, blijven zij verstoken van belangrijke (overheid)informatie over internetfraude, wijzigingen in ziektekostenverzekeringen of toeslagen en belastingen.’ Voor voorlichting door de overheid kan echter een uitzondering worden gemaakt in kleine advertentieblokken rond de belangrijkste journaals, zoals dat ook bij de Vlaamse VRT gebeurt. Als de publieke omroep de functie heeft om doelgroepen van overheidsvoorlichting te voorzien, dan gebeurt dat zelfs overzichtelijker en zonder ruis als commerciële reclame wordt geschrapt.

De BVA redeneert vanuit het belang, de werkgelegenheid en de winstgevendheid van de eigen sector en niet vanuit het belang van de publieke omroep. De BVA zegt als doel te hebben: ‘het bevorderen en bewaken van vrijheid van verantwoorde commerciële communicatie’. Wat het daarmee bedoelt is onduidelijk. Suggereert de BVA dat het met marketing de vrijheid bevordert van reclame? Hoe dan ook is dat een bedrijfsdoel dat niet in lijn is met het algemeen belang van de publieke omroep. Dat alleen al verklaart de onverenigbaarheid van de publieke omroep met de reclame door adverteerders. Het is dan ook voor de hand liggend dat de reclame door adverteerders op de publieke omroep compleet wordt geschrapt. Het is een wonder waarom de reclame daar ooit is binnengedrongen. De BVA mag tevreden zijn dat het decennialang toegestaan werd om winst te maken op de publieke omroep waar het ter zake dienend niks te zoeken had. De coalitie heeft de kans om een historische weeffout te herstellen door het schrappen van de reclame op de publieke radio en televisie.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘BVA vindt reclamevrije NPO ‘onbegrijpelijk’’ op Marketing Tribune, 18 februari 2019.

Written by George Knight

19 februari 2019 at 15:20

In Amersfoortse raad klinkt de roep om een diepgaand onderzoek naar het MOA. In de Utrechtse raad blijft het opvallend stil

with 4 comments

Het was vanaf eind 2010 uit openbare bronnen duidelijk dat het Armando Museum (later omgedoopt tot Museum Oud Amelisweerd; MOA) geen succes kon worden. De voorwaarden voor succes ontbraken aantoonbaar. Iedereen met ogen in de kop kon dat in het volle daglicht zien. Er waren ontelbare mensen die sinds die tijd gewaarschuwd hebben voor de gebrekkige levensvatbaarheid van het omgekatte Armando Museum in de bossen van Bunnik (Rini Dippel/ex SM, Paul van Vlijmen/ex-Spoorwegmuseum, Eymert-Jan Goossens/Huis Doorn, Jesper Rijpma/VVD UT, Xander van Asperen/D66 UT, SP, Nieuw-Rechts UT, SP UT, Burgerpartij A’foort, Ben Stoelinga/A2014 A’f, Ramón Smits Alvarez/PvdA A’f, Raphaël Smit/Vliet A’f, Simone Kennedy/CU A’f, Hiske Land/GL A’f, Ben van Koningsveld/CDA A’f), maar ze werden niet gehoord en hun argumenten werden weggepoetst. Daarnaast waren er nog mensen uit de museumsector die achter de schermen hun ongenoegen uitten, maar dit vanwege hun functie of positie niet in het openbaar konden zeggen. Het opknappen van het vastgoed sinds begin jaren ’90 onder leiding van Centraal Museum en gemeentelijke diensten van de gemeente Utrecht is overigens geen weggegooid geld en moet niet verward worden met de ongelukkige en mislukte doorstart van het Amersfoortse Armando Bureau in Bunnik.

Een diepgaand onderzoek is nodig. Raadslid Ben Stoelinga van de Amersfoortse partij A2014 vindt dat de onderste steen boven moet komen over de gang van zaken van het MOA. Stoelinga is vooral geïnteresseerd in de financiële afwikkeling. Hij schetst twee scenario’s die in de raadsvergadering van 5 februari 2019 besproken worden: een onderzoek door externe onderzoekers of een raadsenquête. De laatste optie lijkt vanwege de transparantie en de mogelijkheid om betrokkenen, zoals ambtenaren en bestuurders onder ede te horen zijn voorkeur te genieten, zoals uit een notitie blijkt. Vanwege de werkdruk kunnen delen van de raadsenquête uitbesteed worden aan externe onderzoekers, zodat een combinatie van beide soorten onderzoeken wellicht het meest werkbaar is omdat het openheid en diepgang combineert met volledigheid.

Complicatie is de veelheid aan betrokken gemeenten (Utrecht, Amersfoort, Bunnik), de snelle wisseling van cultuurwethouders en de gefragmenteerde besluitvorming waardoor niemand zich blijkbaar verantwoordelijk voelt. Het is opvallend dat met Ben Stoelinga, maar ook met de langzittende raadsleden Hans van Wegen (BPA), Ben van Koningsveld (CDA) en Simone Kennedy-Doornbos (CU) het historisch geheugen in de Amersfoortse raad nog aanwezig is omdat deze raadsleden de beslissende debatten zelf hebben gevoerd en door hun dossierkennis weten waarover ze praten. In de Utrechtse gemeenteraad ontbreekt dat geheugen en die kennis op één uitzondering na, te weten SP’er Tim Schipper. In de Utrechtse raad is de omloopsnelheid zo groot dat bij de belangrijkste partijen in dit dossier, te weten D66 en VVD de woordvoerders elkaar in snel tempo hebben opgevolgd (D66: Xander van Asperen, Aline Knip, Ellen Bijsterbosch; VVD, Jesper Rijpma, André van Schie, Marijn de Pagter). Voor leden van de Utrechtse raad is de geschiedenis, besluitvorming en financiële complicatie van het MOA een ver-van-hun-bed-show waar ze geen persoonlijke betrokkenheid bij hebben. Dat is geen verwijt, maar een constatering. Daarom is het verklaarbaar dat de kritiek op het MOA uit de Amersfoortse en niet uit de Utrechtse raad klinkt. Terwijl laatstgenoemde er een groter belang bij en verantwoordelijkheid voor heeft omdat landhuis Amelisweerd eigendom van de gemeente Utrecht is.

De inzet van Ben Stoelinga is prima en vanuit zijn verantwoordelijkheid voorbeeldig te noemen, maar loopt ook tegen grenzen aan. Het kent nu eenmaal een Amersfoorts perspectief. En dat kan per definitie niet het hele perspectief zijn. Het is zoals gezegd verklaarbaar, maar ongelukkig dat de Utrechtse raad geen initiatief neemt voor een onderzoek van een project waarover jaren van tevoren met argumenten werd aangetoond dat het zou mislukken. Daarnaast is er ook de provincie Utrecht waar de statenleden Elly Broere, PVV en Truke Noordenbos, SP kritische vragen stelden, maar zij waren de uitzondering. Zijn het in de Utrechtse raad alleen het historisch geheugen en het gebrek aan kennis en affiniteit die ontbreken of is er meer aan de hand? De omstandigheid dat sinds 2010 alle grotere partijen bestuursverantwoordelijkheid hebben gedragen en boter op hun hoofd hebben in dit dossier MOA kan het zwijgen in de Utrechtse raad verklaren. Zodat geen van de grotere partijen happig is op een onderzoek dat met terugwerkende kracht de eigen bestuurders zou kunnen beschadigen. En de leden van de kleinere partijen (PvdD, DENK, S&S, PVV, Stadsbelang) leggen of andere prioriteiten of beseffen niet eens hoe slecht dit project vanuit het gemeentebestuur is uitgedacht en begeleid.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelOnderste steen boven rond faillissement MOA’ van Artwin Kreekel in het AD, 5 februari 2019.

Rob Jetten (D66) is tegen kernwapentaak F-35, maar wil dat EU de eigen veiligheid waarborgt. Hoe kan dat zonder militaire middelen?

with 2 comments

Ooit was D66-voorman Hans van Mierlo minister van Defensie en luisterde de Amerikaanse minister van Defensie Caspar Weinberger (in pyjama) in de marge van een NAVO-bijeenkomst in Schotland naar diens standpunt over het uitstellen van de plaatsing van kruisraketten. Dat was in 1981. Nu hebben we Rob Jetten. Wie luistert er naar hem? Volgens een gesprek in Met het Oog op Morgen op NPO 1 van 2 februari 2019 met oud secretaris-generaal van de NAVO en CDA’er Jaap de Hoop Scheffer meent Jetten dat Nederland de kernwapentaak die het nu in NAVO-verband heeft met de F-16 niet moet voortzetten. De F-16 wordt vervangen door de JSF (F-35) en dat laatste vliegtuig moet volgens een meerderheid in de Tweede Kamer uit 2013 niet worden voorzien van de kernwapentaak. Zowel D66 als CDA ondersteunen dat standpunt.

Het is een wereldvreemd standpunt. De EU staat aan alle kanten politiek en militair onder druk. Europese politici verklaren dat te beseffen en ernaar te willen handelen. President Trump dreigt uit de NAVO te stappen. Het VK stapt waarschijnlijk uit de EU en komt zo op grotere afstand te staan van Parijs en Berlijn. Straks heeft de EU nog maar een lidstaat met een eigen kernmacht: Frankrijk. De Russische Federatie dreigt aan de oostgrens met nationalistische retoriek en militaire middelen en voert sinds 2014 een oorlog tegen Oekraïne.

Maar Rob Jetten zegt een debat over Europese samenwerking te zien ‘zodat Europa zijn eigen veiligheid beter kan waarborgen’. Dat is wensdenken. Dat is prietpraat. Dat is afschrikking met onrealisme. Dat is een signaal dat in Moskou, Beijing en Washington lachend wordt ontvangen als het er al doordringt. Dat is het denken van het houten geweertje dat ‘piefpafpief’ zegt. Dat is het failliet van de buitenpolitiek van D66. Dat is een laf standpunt van een politiek leider die niet door durft te denken. En waarschijnlijk ook niet door kan denken.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelD66 blijft tegen kernwapens op Joint Strike Fighter’ op NOS.nl, 3 februari 2019.

Pseudo-conservatisme van Trump, May en Rutte krijgt kritiek. Ze dienen hun partij en land niet, maar voeren het richting tegenspoed

with one comment

Het jaar 2016 kende twee politieke verrassingen waarvan de werking nog steeds niet helemaal uitgewoed is. Dat waren uiteraard in juni de uitslag van het Britse Brexit-referendum over de uittreding uit de EU en de verkiezing van Donald Trump tot Amerikaans president in november. Er zijn overeenkomsten tussen deze twee gebeurtenissen. De marges waren uiterst smal. De rechtmatigheid van de Leave-campagne voor de Brexit en de Trump-campagne worden 2,5 jaar later door een reeks onregelmatigheden nog steeds betwist. Het inzicht wint steeds meer terrein dat Trump uitsluitend door de illegale Russische inmenging heeft kunnen winnen. De speciale aanklager Robert Mueller en onderzoeken van congrescommissies brengen dat in kaart. In het VK was miljonair en sponsor van UKIP Arron Banks niet zo vermogend was dat hij de 8,4 miljoen pond die hij in de Leave-campagne stopte zelf verschafte. Waar dat geld dan wel vandaan kwam is nog steeds onduidelijk. Banks wil het niet zeggen. De parlementscommissie Collins vermoedt uit de Russische Federatie.

Een andere overeenkomst die nog steeds na-ebt is het bederf van de twee conservatieve partijen die in 2016 de slag wonnen, maar hun ziel lijken te hebben verloren. Ze zijn de richting van het populistisch-nationalisme ingeslagen en hebben traditionele conservatieve waarden (fiscale discipline, respect voor grondwet, vrijheden) overboord gezet. De felste kritiek op de Amerikaanse Republican Party (ook GOP genoemd: Grand Old Party) en de Britse Conservative Party (ook Tories genoemd) komt opvallend genoeg niet van tegenstanders zoals de Democraten in de VS of de sociaal-democraten (Labour) in het VK. Maar van conservatieven die zich als de echte conservatieven profileren, zoals in de VS Max Boot, Bill Kristol, Joe Scarborough of George Will. Ze vrezen dat president Trump de GOP de vernieling in helpt en de partij blijvend vervreemdt van een hele, nieuwe generatie. In het VK zegt de centrum-rechtse Matthew d’Ancona over de Tories in een artikel in The Guardian: ‘Ik ben niet bekeerd. Mijn waarden zijn niet veranderd. Maar de conservatieve partij verandert in iets dat ik vreemd en afstotend vind. Zoals een galjoen als vlaggenschip, onder de waterlijn doorboord, vaart het koppig weg; het sleept de natie mee naar een storm van ongekende tegenspoed, gevaar en pijn.’

Een partij die zijn ziel verliest, krijgt die niet zomaar terug. Deze twee conservatieve partijen zijn bezig het vertrouwen van de kiezers te verspelen. Het partijbelang gaat voor het landsbelang, en bij president Trump is het nog kwalijker: zijn eigenbelang gaat voor het partijbelang. Met trucjes als procedures, manipulatie van (sociale) media, overtreding van verkiezingsregels en illegale samenwerking met buitenlandse machten, kiezersonderdrukking of -ontmoediging kunnen partijen hun houdbaarheidsdatum oneigenlijk oprekken, maar uiteindelijk is ook daar de rek uit. Beide partijen hebben het immense geluk dat de oppositie in hun landen er totaal niets van bakt. Hoewel in de VS sinds Nancy Pelosi voorzitter van het Huis is en Trump met de domme sluiting van de overheid de Democraten op een hoop heeft gejaagd dat mogelijk verandert. In het VK spreekt de radicaal-linkse Jeremy Corbyn de meerderheid aan kiezers of de linkse Tories totaal niet aan.

In zijn columnBrexit, shutdown: het Angelsaksische model is kapot. Zie je dit niet, Dijkhoff?’ van 19 januari 2019 in NRC neemt Tom-Jan Meeus het optreden van VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff en de VVD de maat. De VVD is nog zo’n conservatieve partij die de richting van het populistisch-nationalisme is ingeslagen. Meeus verwijt Dijkhoff ‘Angelsaksische spektakelleegte’. De VVD opent electorale campagnes doorgaans vroeg en richt zich op het neutraliseren van de concurrentie op rechts (PVV, FvD) met voorbijgaan aan en schoffering van de partners in het kabinet Rutte III (CDA, D66, CU). In dit geval over het klimaatakkoord waar Dijkhoff op terug leek te komen. De huidige VVD symboliseert de tactiek van de korte klap die leidt tot een strategie van zelfvernietiging. Het is de houding die vorm boven inhoud plaatst. Meeus: ‘Het standpunt is ondergeschikt aan het verlangen om met drama aandacht te genereren. Meeliften met de ophef, de nieuwsgekte, de twitterhysterie. Spektakelleegte.’ en ‘Maar het punt is: uitgerekend dezer dagen blijkt dat die methode failliet is. In zowel het VK als de VS vernietigt het spektakelverlangen van politici de belangen van hun landen.’

De paradox is dat conservatieve partijen als de GOP, Tories en de VVD (die zich presenteert als liberaal, maar voor die etikettering steeds minder weinig bijval krijgt) het tegendeel doen van wat ze pretenderen. Overigens zijn er ook verschillen tussen de partijen die er vooral mee te maken heeft dat de VS voorloopt in ontwikkeling en de partijen in de beide andere landen nog in een vroegere fase zitten. Wat ze gemeenschappelijk hebben is dat ze zich niet sterk maken voor de traditionele waarden van hun land of politieke stroming, maar die vanwege partijbelang overboord gooien. Een ontwikkeling die al in gang gezet is in de jaren 1980. Dat is niet zozeer het failliet van het conservatisme dat in de authentieke vorm binnen de democratische rechtsstaat bestaansrecht heeft, maar van pseudo-conservatieve partijpolitiek die geen afstand meer wil doen van de macht en met voorbijgaan aan het respecteren van de democratie daar krampachtig aan vasthoudt. Les voor de VVD is dat het maar beter niet op het spektakel van een dood paard op een doodlopende weg kan gokken.

Foto: ‘VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff tijdens het vragenuurtje in de Tweede Kamer op 18 december 2018’ Credits: Foto Bart Maat/ANP.

Campagne van het CDA zegt ‘Een hele goede morgen!’

with one comment

Maandag 28 januari 2019 is ‘Een hele goede morgen’-dag van het CDA. Dat is de campagne van deze partij die het op de eigen site toelicht: ‘Het CDA wil dat Nederland een mooie toekomst tegemoet gaat. Een land om door te geven aan onze kinderen en kleinkinderen, met zorg voor elkaar en een eerlijke economie. Én een land waarin we met respect met elkaar omgaan. Dit laat zich vangen in één en dezelfde zin: ‘Een hele goede morgen’. Dat wensen we elkaar toe. Elke dag weer. Het CDA gaat daarin het goede voorbeeld geven.’

Is deze campagne met de slogan ‘Een hele goede morgen’ briljant of een miskleun? Hoe dan ook is het CDA een verdeelde partij waarvan een leider als Sybrand Buma opteert voor een centrum-rechtse koers die de populistisch-conservatieve VVD de loef moet afsteken, terwijl een deel van de achterban die zich verenigt in kerkelijke gemeenschappen opteert voor centrum-links. Waarvan het kinderpardon een symbool is.

Lost het opgeruimd ‘Een hele goede morgen’ zeggen in een Nederland waar altijd de zon schijnt en iedereen lacht de prangende problemen op? Zoals de opwarming van de aarde en de afnemende diversiteit van de natuur, de inkomensongelijkheid, de klasse van sociaal zwakkeren en laagopgeleiden die zich buitengesloten voelt, de Brexit, de criminaliteit, de afnemende kwaliteit van het onderwijs, de autoritaire regimes die Nederland en de EU bedreigen of de multinationals en de banken die de politiek in de houdgreep houden?

Welk goede voorbeeld denkt het CDA te geven met deze campagne? Het CDA suggereert dat de kleine politiek van een vriendelijk gezicht en hoffelijkheid voor elkaar de grote politiek kan beïnvloeden. Als we vriendelijk voor elkaar zijn, dan komt de rest vanzelf, zo probeert dit CDA dit beeld aan Nederland op te dringen.

Nederlandse grootbedrijven en multimiljonairs die belasting ontwijken geven opdracht aan hun advocaten en trustkantoren om netjes belasting te betalen omdat ze beïnvloed zijn door vriendelijke gezichten. Criminelen gooien hun inbrekersgereedschap in de sloot omdat ze zijn overtuigd door de vriendelijkheid. De botteriken op de openbare weg getuigen van welgemanierdheid en hoffelijkheid als ze een vriendelijk woord horen. Automobilisten zetten vanwege de vervuiling hun wagens aan de kant en gaan lopen omdat hun een diep gevoel van gemeenschapszin overkomt. Pro-life demonstranten bij abortusklinieken staken hun actie omdat ze inzien dat er niets gaat boven een hele goede morgen. Het CDA, de partij die inhoud vervangt door vorm. De handreiking is een tekortkoming om door te pakken en harde keuzes te maken. U bent gewaarschuwd.

Written by George Knight

27 januari 2019 at 22:36

Bedenkingen bij de verbolgen toon én de opvattingen van het CDA Utrecht over kunst, de openbare ruimte en marketing

with one comment

Aldus een passage uit een artikel op de site van het CDA Utrecht. De vorm van de tekst is exemplarisch voor de inhoud. Het ziet er chaotisch, onsamenhangend en slordig uit. De titel maakt dat duidelijk: ‘Waarom kunst júist zichtbaar moet zijn in de stad’. Daar valt geen chocola van te maken. Wat wordt hier bedoeld?

Het CDA Utrecht meent dat ‘kunst omwille van de kunst zeker een waarde heeft’, maar … En dan komt het grote ‘maar’ dat dat eerste standpunt onderuit haalt en de grond inboort. Een wijziging maakt duidelijk hoe normatief de uitspraak is: ‘Religie omwille van de religie heeft zeker een waarde, maar als gemeente moeten we ook kijken hoe religie voor onze inwoners een meerwaarde kan hebben’. Ik vermoed niet dat religieuze organisaties dit zouden pikken onder verwijzing naar hun soevereiniteit in eigen kring. En gelijk hebben ze. Maar het CDA Utrecht wil die soevereiniteit die het voor religie claimt blijkbaar niet geven aan de kunst en de organisaties werkzaam in de kunstsector. Kunst moet in de visie van CDA Utrecht dienstbaar, zichtbaar en afhankelijk zijn. En vooral niet zichzelf. Het CDA Utrecht creëert daarnaast met een paternalistische houding tegenover kunst ook nog eens een tegenstelling die niet noodzakelijkerwijze  bestaat. Want waar concludeert het CDA Utrecht uit dat ‘kunst omwille van de kunst’ geen meerwaarde voor de inwoners van Utrecht heeft?

In het artikel geeft het CDA Utrecht het standpunt van DENK over kunst in de openbare ruimte verkeerd weer als het zegt dat DENK tegen het plaatsen van schilderijen in de openbare ruimte is. CDA Utrecht bedoelt daar ongetwijfeld de afbeelding van iconische schilderijen van oude meesters mee. Het wordt lastig met het oog op behoud en verzekering om schilderijen van oude meesters aan gevels in de wijken Overvecht en Kanaleneiland op te hangen. Aanleiding zijn schriftelijke vragen die door DENK-fractiemedewerker en kunsthistoricus Jelle Bouwhuis zijn geformuleerd en ingaan tegen de visie van het CDA Utrecht om ‘Utrechtse Meesters een gezicht’ in de openbare ruimte te geven. In een commentaar van 23 november 2018 besteedde ik aandacht aan deze aanvaring tussen DENK en het CDA. DENK lijkt echter niet zozeer tegen het voorstel om afbeeldingen van schilderijen in de openbare ruimte te plaatsen, maar wil daar wel de bewoners inspraak in geven en voorwaarden aan het soort afbeeldingen stellen opdat ze zinvol zijn voor alle inwoners van de stad.

Wat is er aan de hand als het CDA Utrecht op verbolgen wijze opmerkt: ‘En Utrecht Marketing krijgt op de kop omdat ze geschikte schilderijen selecteren’. Het kan toch nooit de taak van een uitvoerende dienst als Utrecht Marketing zijn om geschikte schilderijen voor een afbeelding te selecteren? Dat behoort toch op beleidsniveau te gebeuren door beleidsmakers op het snijvlak van openbare ruimte, cultuur en wijkgerichte participatie? Utrecht Marketing heeft 57 medewerkers met als expertise citymarketing, communicatie en het signaleren van ontwikkelingen. CDA Utrecht laat zich kennen omdat niet iedereen haar voorstel voor de Utrechtse Meesters in de openbare ruimte omarmt en verzet zich zelfs tegen de VVD dat ‘opeens’ het voorstel wel omarmde.

Het wordt er nog merkwaardiger op als het CDA zegt: ‘Het achterhoedegevecht van DENK en de VVD moeten ze lekker samen uitvechten, ik hoop dat veel inwoners en culturele organisaties met ons meedenken over hoe we onze cultuurgeschiedenis en toekomstig talent een mooie plek in het straatbeeld kunnen geven.’ Dit soort kinderachtige uitspraken over tamelijk ondergeschikte onderwerpen is er precies de reden voor dat burgers afstand van de politiek nemen en er vervreemd van raken. CDA Utrecht claimt voor zichzelf in de avant-garde van de kunst te opereren omdat het verder wenst te kijken dan kunst omwille van de kunst. CDA Utrecht is de artistieke spookrijder die de meerwaarde voor kunst vooral bij zichzelf legt. Hoe het CDA Utrecht meent door het realiseren van afbeeldingen van oude meesters in de openbare ruimte het ‘toekomstig talent’ een mooie plek in het straatbeeld te geven is illustratief voor het onzorgvuldig en lui denken van het CDA Utrecht.

Foto’s 1 en 2: Schermafbeelding van deel artikelWaarom kunst júist zichtbaar moet zijn in de stad’ van het CDA Utrecht, 27 november 2018.

Foto 3: Realisering van de afbeelding van een schilderij van een Utrechtse meester (Dirck van Baburen, De luitspeler) aan een gevel van een flat op Kanaleneiland, Utrecht; eigen foto 30 november 2018.