George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘CDA

Debat over Nederlands nationale veiligheid wordt slecht gevoerd

with one comment

Wat is er aan de hand met het debat over de krijgsmacht? Het lijkt nog erger uit het lood te staan dan die krijgsmacht zelf. Aan Defensie zitten meerdere kanten en in de publieke opinie wordt er doorgaans maar één belicht, namelijk de hoogte van het budget. Hoe doelmatig dat besteed wordt, hoeveel waar voor het geld wordt verkregen en welke belangen bij de aanschaf van wapensystemen spelen, hoeveel er aan de strijkstok van het bedrijfsleven en lobbyisten blijft hangen, hoe urgent de keuzes zijn en wat de relatie tussen budget en kwaliteit is blijft onderbelicht. In het regeerakkoord (p. 49) wordt de krijgsmacht als een verlengde van de industrie beschouwd. Op zijn best worden het nationaal veiligheids- en het economisch belang gelijkgesteld.

Zo resteert het beeld dat de nationale of territoriale veiligheid van Nederland niet de hoofdzaak is en op zichzelf staat, maar ondergeschikt is aan andere doelstellingen. Zoals het belang van de industrie of de relatie met bondgenoten, zoals de VS. Anders gezegd, de investeringen in Defensie dienen het militair-industrieel complex waarvoor de uitgaande president Eisenhower in zijn befaamde afscheidstoespraak van 17 januari 1961 waarschuwde: ‘In de overheidsdiensten moeten we waken tegen het gezocht of ongezocht verwerven van ongerechtvaardigde invloed door het militair-industriële complex.’ Dat complex strekt zich uit van wapenfabrikanten, krijgsmacht en inlichtingendiensten tot gevestigde media, wetenschap en partijpolitiek.

De aanschaf van 37 F-35 straaljagers van het grootste Amerikaanse defensieconcern ter wereld Lockheed Martin door Nederland voor naar schatting zo’n 5,2 miljard euro is een voorbeeld van de werking van het militair-industrieel complex. Lobbyisten onder wie veel voormalige CDA- en VVD-politici, de luchtmacht en de Nederlandse luchtvaartindustrie die zich richt op het binnenhalen van compensatieorders bepaalden de keuze. Maar zelfs dat economische argument dat niet volledig spoort met de nationale veiligheid is onjuist. De F-35 levert vooral banen op voor lobbyisten en ondernemers en niet voor Nederland. Evenmin dringt tot het Nederlandse publiek debat door dat militaire uitgaven de slechtste manier zijn om banen te scheppen, zoals uit een Amerikaanse studie blijkt. Niet het parlement, maar externe partijen beslisten over aanschaf. Daarbij komt dat al vanaf het begin vraagtekens werden gezet bij de prestaties in het luchtgevecht en de kosten van de F-35. In de testfase is de software kwetsbaar gebleken, waarschijnlijk ook nog eens gehackt door China.

Door gebrek aan munitie oefenen Nederlandse militairen door ‘poef poef poef’ te roepen. Zo is de persiflage én stand van zaken van de Nederlandse krijgsmacht. In een ideale wereld zou het de ultieme oplossing voor de beteugeling van agressiviteit zijn. Militairen die cowboytje spelen zoals kinderen het doen. Maar Nederland bevindt zich niet in een ideale wereld en moet zich serieus verdedigen tegen de agressie van andere actoren.

Nu heeft Nederland dat vermogen verloren. Het beeld van een onverdedigd Nederland alleen al tast de soevereiniteit aan en maakt een land kwetsbaar voor buitenlandse druk. Maar de verhoging van het budget met 1,5 miljard euro zegt niet alles. Als het wordt doorgesluisd naar buitenlandse wapenfabrikanten die te veel voor hun producten vragen, dan verhoogt dat de weerbaarheid van Nederland niet. Het debat over de nationale veiligheid van Nederland moet gaan over de kwaliteit van de krijgsmacht, inclusief de toetsing ervan, en de mate waarin Nederland door de eigen krijgsmacht en directe partners territoriaal, in cyberspace of op afstand verdedigd wordt. Het debat over de nationale veiligheid reduceren tot een budgettaire boekhoudsom is een valkuil die allen dient die andere belangen hebben en zich hierachter kunnen blijven verschuilen.

Foto: Algehele Veiligheidszorg Nederland.

Advertenties

Jammer dat de petitie ‘Geen BTW verhoging’ nodig is

with 2 comments

Het kabinet zegt in het regeerakkoord onder het kopje ‘2.5 Hervorming belastingstelsel’: ‘De ruimte om de belastingen op inkomen nog verder te verlagen wordt gevonden door een verhoging van het lage BTW tarief van 6% naar 9%’. Dat gaat uit van het uitgangspunt dat iedereen belasting op inkomen betaalt. Dat is niet het geval. De verhoging is ingeboekt voor 2,613 miljard euro en roept onbegrip op. De drie linkse partijen SP, GL en PvdA hebben samen met maatschappelijke organisaties de krachten gebundeld en een petitie opgesteld.

De goederen waarvoor het lage 6% tarief geldt zijn volgens opgave van de belastingdienst de volgende categorieën: ‘voedingsmiddelen, water, agrarische goederen, geneesmiddelen en hulpmiddelen, kunst, verzamelvoorwerpen en antiek, boeken en periodieken, gas en minerale olie voor de tuinbouw’.

Afgelopen weekend was ik op een kunstbeurs (Art The Hague) en daar was de toen net bekend gemaakte verhoging het gesprek van de dag onder galeristen. Ze werken al in een lastige sector waarin de meerderheid nauwelijks het hoofd boven water kan houden en daar komt dan een BTW-verhoging met 3% bovenop. Hetzelfde geldt voor de boeken-en tijdschriftensector die het ook slecht gaat. Dat de verhoging van de BTW met 3% ook geldt voor eerste levensbehoeften als water, groente en fruit is helemaal niet uit te leggen.

Het verzwakken van de kwetsbare boeken- en galeriesector en het verhogen van de BTW met 3% van eerste levensbehoeften als water, groente en fruit zijn voldoende redenen om deze petitie te tekenen. De verwijzing naar de verlaging van de belasting van multinationals is niet de essentie, hoewel het tamelijk onbegrijpelijk is dat het gebeurt. Het tekent de macht van de werkgeverslobby op het kabinet Rutte III. In een regeerakkoord is altijd wel een onderwerp te vinden dat gebrek aan compassie met de zwakkeren en armen belichaamt, maar dat D66 en CU de negatieve beeldvorming hierover menen te kunnen trotseren is opvallend. En opmerkelijk.

Foto: Schermafbeelding van petitieGEEN BTW VERHOGING’.

Overheid, stimuleer naast bezoek Rijksmuseum voor scholieren ook bezoek aan een museum van hedendaagse kunst

with 3 comments

Het wordt druk in het Rijksmuseum in Amsterdam. En met 2,26 miljoen bezoekers per jaar is het al druk. Volgens directeur Taco Dibbets in een bericht in Het Parool ontving het Rijksmuseum in 2016 zo’n 150.000 leerlingen ‘in schoolverband’ en ‘daar kunnen volgens Dibbits nog makkelijk 100.000 bij’. Volgens het plan van de formerende partijen VVD, CDA, D66 en CU moet schoolgaande leerlingen ‘tijdens hun leerplichtige jaren’ het Rijksmuseum bezoeken. Er zijn volgens de opgave van het CBS in 2018 ongeveer 2,4 miljoen schoolgaande kinderen in de leeftijd 5-18 jaar. Dat betekent jaarlijks zo’n 184.000 leerlingen die langskomen in het Rijksmuseum. Als een bezoek verplicht wordt gesteld, wat nu (nog) niet het geval lijkt te zijn.

Het is onduidelijk hoe het bezoek van de 150.000 leerlingen in 2016 is samengesteld. Er kan sprake zijn van dubbeltellingen en leerlingen kunnen ouder dan 18 zijn (Pabo). Het jaarverslag 2016 geeft geen uitsluitsel. Het is onwaarschijnlijk dat van de 184.000 leerlingen die volgens het plan van de coalitie het Rijksmuseum moeten bezoeken, 150.000 leerlingen dat nu al doen. Want ze moeten ook uit Oostburg, Vlieland, Vaals of Delfzijl komen. En uit Rotterdam. Het valt niet in te zien dat dat nu al gebeurt. Het is de vraag of er meer of minder dan 100.000 extra leerlingen zijn om die 184.000 te halen. Omdat leerlingen ook de Tweede Kamer moeten gaan bezoeken waarschuwt volgens een bericht in het AD ProDemos -dat rondleidingen in de Tweede Kamer verzorgt- dat door de plannen daar capaciteitsproblemen kunnen ontstaan. ProDemos: ‘De grootste beperking zit nu bij de Kamer zelf, dus de capaciteit zal vooral daar groter moeten worden gemaakt’.

Een bezoek aan het Rijksmuseum is een goede zaak omdat het scholieren in contact brengt met kunst. En overigens ook met de hoofdstad van ons land. Maar er is een nadeel. Ofschoon het Rijksmuseum sinds de recente verbouwing een afdeling 20ste eeuw heeft opgetuigd ligt hier kwalitatief en kwantitatief toch niet het zwaartepunt van het museum. En hoe dan ook stopt de collectie in 2000. De leerlingen van 5-18 jaar komen in het Rijksmuseum dus niet in contact met objecten die tijdens hun eigen leven zijn gemaakt. Zo wordt het er afstandelijk op, welke educatieve programma’s ook worden ingezet om het te verbeelden en te actualiseren.

Het niet verplicht stellen van een bezoek aan een museum van hedendaagse kunst is daarom een gemis. En een gemiste kans. Het is goed dat leerlingen het Rijksmuseum bezoeken, maar dat zou voor leerlingen ‘tijdens de leerplichtige jaren’ aangevuld moeten worden met een verplicht bezoek aan een museum van hedendaagse kunst. Dat is in Nederland geen probleem omdat alle provincies op Zeeland en Flevoland na uitstekende kunstmusea binnen hun grenzen hebben: Groningen, Leeuwarden, Assen, Zwolle, Arnhem, Utrecht, Den Haag en Rotterdam, Eindhoven en Tilburg, en Maastricht. Waar nodig kunnen musea hun collectie verbreden om een goed beeld van de ontwikkeling van de hedendaagse kunst te laten zien. Dat kan via bruiklenen van de Collectie Nederland. Het verdient aanbeveling dat de oppositiepartijen het voorstel van de coalitie aanvullen en verbeteren door te pleiten voor een bezoek aan een museum van hedendaagse kunst.

Foto: Schermafbeelding van deel paginaDe 20ste eeuw (1900-2000)’ van het Rijksmuseum.

Geert Wilders neemt via een omweg de islam in bescherming

leave a comment »

In het commentaarWilders doet er nog een schepje bovenop: ‘Verbied de islam en diens uitingen!’’ voor DDS doet Tim Engelbart er zelf ook een behoorlijk schepje bovenop. Het past in het patroon van DDS om van paard te wisselen en de PVV in te wisselen voor het sexyer Forum voor Democratie (FvD) van Thierry Baudet. Zoals voorheen Wilders en de PVV de hemel in werden geschreven gebeurt dat nu met FvD. Paradox is dat Wilders minder ongelijk heeft dan het lijkt, maar hij door zijn ondoelmatigheid en radicalisme het omgekeerde bereikt van wat hij nastreeft. Gesteld dat dat wat anders is dan het handhaven van zijn eigen positie. Mijn reactie:

Wat Geert Wilders er allemaal aan vastknoopt is een onderwerp op zichzelf. Maar zijn standpunt dat de islam ‘een extremistische politieke ideologie’ is wijkt in de kern niet principieel af van wat de onlangs overleden protestante theoloog Harry Kuitert zei: ‘religie is een potentieel gevaarlijke ideologie’. Kuitert had het overigens over alle religies.

Wat Nederland nodig heeft is een breed maatschappelijk debat over de rol van religie. Met vragen als ‘wat is religie?’, ‘wat wil religie bereiken?’, ‘wat is de rol van religie in het onderwijs?’ en ‘wat is het maatschappelijk nut van religie?’.

Zo’n debat zou twee vliegen in één klap slaan. Het geeft antwoord op de vraag die Wilders over de islam stelt, maar die hij door het naar zich toe te trekken zo geïsoleerd en gepolitiseerd heeft dat hij feitelijk het debat erover mee blokkeert. En het doet aan achterstallig onderhoud dat door de sleutelpositie van de drie christelijke partijen SGP, CU en CDA en de maatschappelijke positie van het christelijk middenveld jaar op jaar uitgesteld wordt.

Het falen van de Nederlands partijpolitiek is dat vrijzinnige partijen als de VVD, D66, PvdA, GroenLinks, SP en PVV met een grote meerderheid in de Tweede Kamer van 109 van de 150 zetels zich laten verdelen. En elkaar niet weten te vinden. Maar de patstelling zoals die tussen confessionelen en ‘links’ (liberalen en socialisten) in de jaren ’20 van de vorige eeuw bestond en uitmondde in de gelijkstelling van openbaar en bijzonder (dus: religieus) onderwijs is allang voorbij. De christelijke politiek heeft nauwelijks nog een machtsbasis. Het lijkt alsof dat besef nog nauwelijks tot het Binnenhof is doorgedrongen.

Hoewel christelijke politieke partijen en organisaties niet als doelstelling hebben om de islam of islamitische organisaties te verdedigen doen ze dat wel omdat de islam hun uiterste verdedigingswal is. Door op te komen voor de islam komen christelijke organisaties op voor zichzelf. Of liever gezegd, hopen ze ermee de afbraak van hun traditionele voorkeurspositie te vertragen. Dat die pragmatische opstelling van de confessionelen soms zelfs samengaat met een afkeer van de islam maakt het er extra schijnheilig op. Dat is het duidelijkst in de SGP.

Nederland is qua bevolkingssamenstelling een land met een kleine meerderheid van iets meer dan 50% die zich niet laat inspireren door religie. Dat blijkt uit onderzoek van het CBS. De verschillende religies vormen minderheden. Bijvoorbeeld, rooms-katholieken 23% en islam 4-5%. De verwachting is overigens dat de groei van de islam stabiliseert en rond genoemd percentage zal blijven schommelen. Een en ander rechtvaardigt in politiek noch in samenleving een sleutelpositie voor religie en religieuze organisaties.

Nederland zou tot beter besef moeten komen over haar zelfbeeld. Merkwaardigerwijze zouden twee ontwikkelingen ermee samengebracht kunnen worden en elkaar versterken. Als onderdeel van de blauwdruk voor de toekomst van Nederland waar zo’n behoefte aan is.
1. Nederland is een seculiere samenleving wat inhoudt dat alle religies en levensovertuigingen volgens de wet en met de garantie van de overheid op gelijke mate worden behandeld. In praktijk betekent dit dat de nu bestaande voorkeurspositie van christelijke organisaties en instellingen niet langer wordt gesteund en gefaciliteerd door de overheid. Niet formeel en niet informeel.
2. Nederland is een immigratieland dat migranten opneemt. Dat betekent dat het een immigratiepolitiek moet ontwikkelen die inhoudt dat het enkel en alleen zelf bepaalt welke soort migranten het opneemt en welke eisen aan hen gesteld worden. Daarnaast kunnen om humanitaire redenen vluchtelingen uit oorlogsgebieden binnengelaten worden volgens de kenmerken van het Vluchtelingengedrag van 1951. Dat houdt overigens in dat vluchtelingen niet zelf bepalen naar welk land ze reizen. Het zijn enkel en alleen de opnemende landen die daarover beslissen.

Geert Wilders is een gevangene van zijn eigen opstelling geworden. Door druk te zetten op het onderwerp islam duwt hij het in de praktische politiek een andere kant uit dan hij bedoelt. De paradox is dat als Wilders en de PVV de politiek zouden verlaten dit onderwerp naar verwachting hoger op de agenda zou komen te staan. De PVV blokkeert het overleg tussen de vrijzinnige partijen om de voorkeurspositie van het christendom terug te brengen tot een eerlijk deel waar het recht op heeft. En omdat via de genoemde omweg christelijke organisaties de islam in bescherming nemen om zichzelf te dienen neemt Geert Wilders via een omweg de islam in bescherming.

Foto: Schermafbeelding van deel commentaarWilders doet er nog een schepje bovenop: ‘Verbied de islam en diens uitingen!’’’ voor DDS door Tim Engelbart, 16 september 2017.

Religie is een potentieel gevaarlijke ideologie. Moet dat gevolgen hebben voor de rol van religieuze politieke partijen?

with one comment

Hij beschouwde religie inmiddels als een potentieel gevaarlijke ideologie, niet alleen de islam ook het christendom.’ Aldus een van de afsluitende zinnen in het commentaar van 13 september van NRC over de op 8 september overleden protestante theoloog Harry Kuitert. Het sluit af door een verband te leggen met de actuele politiek: ‘Het publieke domein zag hij als bufferzone tussen de verschillende overtuigingen. En dat is een stelling die nog altijd geldig is. Zeker nu zich weer een confessioneel getint kabinet aandient.’

Kuitert geeft NRC de kans om zich te profileren als seculier medium. Deze zinnen maken duidelijk waarom Kuitert door zijn toenemende kritische houding in religieuze kring steeds minder gewaardeerd werd. Het verwijt van die kant was niet alleen dat hij in eigen bron spuugde, maar ook de afbraak van de machtspositie van religie en religieuze organisaties bespoedigde. Dat laat geen enkele groepering die gebouwd is op macht zich vrijwillig gebeuren. Het publieke domein is wat christelijke politici vaak laatdunkend de seculiere samenleving noemen zonder goed te beseffen dat dat geen atheïstisch of anti-religieus project is, maar het op termijn redding brengt voor minderheidsreligies zoals het christendom. Het kan ook dat ze de voordelen van het secularisme wel degelijk beseffen, maar uit politieke motieven net doen alsof ze dat niet begrijpen.

Heeft Kuitert gelijk? Toen enkele jaren geleden Geert Wilders verklaarde dat de islam geen religie, maar een ideologie was vielen velen hard over hem heen. Hij zou hiermee degenen die zich door de islam laten inspireren beledigen. Harry Kuitert lijkt zelfs nog een stap verder te gaan door religie in de kern als een ‘gevaarlijke ideologie’ te karakteriseren. Verschil is dat Kuitert alle religies in potentie als gevaarlijk ziet en het hem om de grens aan de religie te doen is. Dit in tegenstelling tot Wilders en andere politici die afgelopen jaren de mond vol hadden van de zogenaamde joods-christelijke traditie die ze in stelling brachten tegen de islam. Als een van de uitgevonden tradities die een eigen leven gaat leiden in politiek en samenleving.

Het is een realistische uitspraak om religie als een potentieel gevaarlijke ideologie te beschouwen. De praktijkvoorbeelden ervan zijn dagelijks in het nieuws. Of het nu de moordlust tussen diverse stromingen moslims betreft of het boeddhistisch radicalisme tegen de islamitische Rohingya. Zelfs als religie ‘oneigenlijk’ wordt gebruikt zoals gelovigen beweren, is het toch religie die het proces opstart en gaande houdt. Geweld is van alle tijden, maar religie kan al te makkelijk gelovigen in beweging zetten en tot het uiterste brengen.

Zeker in de handen van volksmenners, maar ook in die van goedwillende geestelijken die onbewust het verkeerde doen is religie een moordwapen. Het is een kwestie van dubbel gebruik. Een buis kan gebruikt worden voor de irrigatie van water, maar ook voor de lancering van een raket. Precies zo is het met religie. Daarom moeten godsdiensten, religieuze organisaties en religieuze politieke partijen ingeperkt worden door ze te borgen in het publieke domein. Christelijke partijen die deel gaan uitmaken van het kabinet Rutte III zijn niet het goede signaal omdat ze een dubbelfunctie hebben van actor én bewaker van dat publieke domein.

Foto: ‘Women incarcerated in the Kadhimiyya women’s prison in 2006. Prior to 2009, Kadhimiyya was the only place in Baghdad where women charged with crimes were incarcerated. Security forces now detain women in prisons and other detention facilities across the country; many remain in detention for months and even years without trial. © 2006 Yuri Kozyrev / Noor /Redux

Jesse Klaver en GL krijgen het verwijt inhoudsloos te zijn. Ook van Lubach

leave a comment »

Het politieke seizoen is geopend en de aanval op de oppervlakkigheid van GL-leider Jesse Klaver is ingezet. Niet alleen door de rechtse, natuurlijke vijanden, maar ook door de natuurlijke bontgenoten uit links-liberale hoek. Zoals de VPRO of de NRC. Aanleiding is de ‘documentaire’ ‘Jesse’ van Joey Boink die volgens critici elke inhoud en verdieping mist. Met terugwerkende kracht slaat de gehekelde persoonsverheerlijking van Klaver in ‘Jesse’ terug op de campagne van GL. En het weglopen tijdens de formatie van de onderhandelingstafel door Klaver over een Afrika-deal voor migranten. Het lijkt nu waarschijnlijk dat dat uit onmacht en door een gebrek aan inhoud gebeurde. GL wordt zo in de beeldvorming de partij van marketing und gar nichts. GL bevestigt dat beeld door sinds de verkiezingen van 15 maart niet met beleid in het nieuws te komen. Wat denkende doeners als Mariko Peters of Femke Halsema ooit deden. Wetenschappelijk bureau De Helling lijkt geïsoleerd.

De marketing van GL waarachter niet inhoudelijks te ontdekken is zou niet rampzalig zijn als de twee andere linkse partijen PvdA en SP in vorm waren. Maar dat zijn ze niet. De PvdA worstelt na de verkiezingsnederlaag nog steeds met de eigen leegte en in de SP verstikt centralisme het functioneren. Ideeën die met overtuiging en continuïteit worden gepresenteerd zijn op dit moment bij PvdA, SP en GL niet te vinden. Bas Heijne zegt het in zijn NRC-column aldus: ‘Waar houden Klaver en Boink ons voor, zien ze ons als zo dom en oppervlakkig?’ Die vraag kan ook aan de PvdA en SP gesteld worden. Waar houden deze partijen ons voor? Links liep weg van de onderhandelingstafel (GL) of weigerde er zelfs aan plaats te nemen (PvdA, SP).  Zodat de rechtse VVD en CDA het initiatief konden nemen, wat zo traag gebeurt dat ook daar weinig zelfvertrouwen lijkt te bestaan.

CDA benadrukt eigen conservatisme en zet formatie onder druk

with 2 comments

Zomaar een mening van blogger Yuri Ankone over de verrechtsing van het CDA en de vertekening van de geschiedenis door CDA-leider Buma. Dat laatste is een wetmatigheid. Conservatieve christenen stellen met terugwerkende kracht steevast de rol van het christendom positiever en edeler voor dan een objectieve kijk op de geschiedenis rechtvaardigt. Waarna ze met een stalen gezicht de islam verwijten te weinig vaart te maken met de emancipatie. Het ligt overigens complex omdat het christendom ook als input voor de Verlichting heeft gediend. Hoe dan ook valt aan de uitlatingen van Buma nog weinig van de emancipatiestrijd en de onderlinge verschillen tussen de Nederlandse gereformeerden, protestanten en katholieken te herkennen.

Buma zet met zijn rechtse praatjes de formatie op scherp. Zoals de afgelopen week al van vele kanten geconstateerd is zet hij de toch al zo traag verlopende formatie extra onder druk. Hij attaqueerde in de H.J. Schoo-lezing frontaal het liberalisme en individualisme van VVD en D66 en de sociale politiek van de CU. Buma voedt met zijn voet op de rem, zijn vertragingstactiek en het nemen van de afslag naar rechts het wantrouwen tussen de partijen. Ze spelen wegens ontbrekend vertrouwen op veilig en willen alle afspraken in beton gieten. Daarbij komt nog de historische animositeit tussen D66 en christen-democratische politici zoals dat met verwijzing naar hun vermeende onbetrouwbaarheid ooit door D66-politicus Hans Gruijters werd samengevat: ‘als ik een confessioneel een hand heb gegeven, tel ik eerst mijn vingers na’.

Met terugwerkende kracht benadrukt Buma’s opstelling het ongelijk van GL en de PvdA die hun plek aan de formatietafel niet wilden of durfden innemen. Dat maakte de plek vrij voor het CDA dat zich onmisbaar voelt en de eigen radicalisering niet hoeft af te zwakken, maar vrijuit kan uitventen. De andere partijen, inclusief VVD en D66, hadden beter moeten beseffen dat het CDA van Buma in een kabinet een weinig coöperatieve kracht zou worden die nog minder in het landsbelang handelde dan de andere partijen. Het weglopen van de onderhandelingstafel door GL en PvdA was dat evenmin. De schone schijn en faalangst van Klaver en Asscher hebben het vooralsnog afgelegd tegen het conservatisme van Buma. De gezamenlijke partijpolitiek van Nederland heeft zichzelf een brevet van onvermogen gegeven door beoordelingsfouten, slappe knieën en een gebrekkig besef van urgentie. Het is de hoogste tijd voor de hervorming van het politieke bestel.