George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Museum Oud-Amelisweerd

SP stelt vragen over subsidie aan MOA door college Utrecht. Toezegging aan raad verbiedt dit

leave a comment »

sp

In lijn met mijn kritiek op de brief van de Utrechtse wethouder Diepeveen over subsidie aan het MOA komt de SP met dezelfde kritiek. De SP wijst er in een bericht op dat het college zich niet aan haar woord houdt: ‘Het college heeft een paar maanden geleden nog toegezegd dat er geen geld meer naar het museum gaat, en ze gaan onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om het pand (deels) open te houden. Maar wat schetst mijn verbazing, ondanks deze toezegging gaat er komend jaar toch 32.500 euro naar MOA’. SP-raadslid Hilde Koelmans concludeert: ‘Geen subsidie is geen subsidie. Maakt niet uit welk label je het geeft of uit welk potje je het haalt.

Eerder antwoordde ik in reactie op de mededeling van SP-fractievoorzitter in de Utrechtse raad Tim Schipper dat zijn partij in de commissie Mens en Samenleving agendering voorbereidt over deze kwestie: ‘De brief van de wethouder roept in mijn ogen meer onduidelijkheid op dan het iets verklaart. Zoals de vraag waarom er geen concrete voorwaarden aan de huidige exploitant zijn gesteld. Er is nu geen besluit genomen, maar een noodverband aangebracht en een besluit doorgeschoven. Zo heeft het college weinig in handen om initiatief te nemen en kan de raad niet spijkerhard een besluit afdwingen bij de bespreking van de Voorjaarsnota. Het blijkt afhankelijk van de opstelling van het MOA. De voorwaarden die de wethouder naar buiten brengt zijn boterzacht en geven de raad weinig aangrijpingspunten om principiële besluiten te nemen. Het pragmatisme van de wethouder spant het paard achter de wagen.

Het idee dat nu over deze kwestie ontstaat is dat de wethouder en CZ achter de feiten lopen en hebben nagelaten deze zaak eind 2015 of in 2016 voor te bereiden en te anticiperen op wat nu gebeurt. De zwakke financiële positie van het MOA is college en raad immers al vanaf 2011 bekend. Het is in raadsdebatten talloze malen geconstateerd. Omdat wat nu gebeurt de notie van dwang en zelfs chantage in zich draagt -op een absurde manier gekoppeld aan de huuropbrengsten- ondermijnt de wethouder met zijn brief de geloofwaardigheid van en het vertrouwen in de politiek. En beschadigt hij het cultuurbeleid en het draagvlak ervan bij de Utrechtse bevolking.’

Er is zes jaar verloren. Hoewel het de verdienste is van Utrecht dat de casco-restaurautie succesvol verlopen is heeft het bij het zoeken van een exploitant duister en niet inzichtelijk geopereerd. Nooit heeft het Utrechtse college voor landhuis Oud Amelisweerd een openbare aanbesteding, pitch of serieuze consultatie gehouden. En de keuze die het uiteindelijk deed -of die het zich liet aanpraten- was (kunst)historisch onbegrijpelijk. Daarbij maakte het zich afhankelijk van een zwakke exploitant over wie al in 2011 in de openbaarheid werd gezegd dat die een slechte financiële positie had die exploitatie van het landhuis niet rechtvaardigde.

Het is de hoogste tijd dat het college op zoek gaat naar een nieuwe museale exploitant voor landhuis Oud Amelisweerd. Zolang het dat nalaat heeft de huidige exploitant een machtspositie en kan het eisen stellen. En blijft het college achter de feiten aanlopen en laat het zich met het oog op de derving van huuropbrengsten chanteren. De brief van wethouder Diepeveen sluit een nieuw noodverband eind 2017 niet uit. Daarmee laat hij na het initiatief in dit dossier naar zich toe te trekken. Het college moet nu krachtdadig handelen en uit de eigen schaduw treden. Het kan in een oriënterende fase in contact treden met betrokkenen zoals de Museumvereniging of de Universiteit Utrecht. Vooral moet het voorkomen niet de fout van 2010-2011 te herhalen en menen dat een oplossing achter de schermen bedisseld kan worden. Dit dossier schreeuwt  er al zes jaar om in de openbaarheid behandeld te worden. Het college moet niet handelen in strijd met zichzelf.

Foto: Schermafbeelding van bericht COLLEGE HOUDT ZICH NIET AAN EIGEN AFSPRAAK: TOCH WEER GELD NAAR MOA’ van de SP Utrecht, 27 december 2016.

College Utrecht geeft in strijd met afspraken met raad subsidie in de exploitatie van MOA. Laat de raad dat zomaar gebeuren?

with 3 comments

gu

De gemeente Utrecht geeft het ‘noodlijdende’ Museum Oud Amelisweerd op verzoek van dit museum een bijdrage in de exploitatie van 32.500 euro. Dit blijkt uit een brief van wethouder Kees Diepeveen aan de raad. De provincie Utrecht geeft hetzelfde bedrag en de gemeente Bunnik zou overwegen 10.000 euro bij te dragen.

Omdat het MOA al sinds 2014 jaarlijks een tekort op de exploitatie heeft van meer dan 200.000 euro is het al enkele jaren duidelijk dat het MOA de exploitatie niet rond krijgt. Wat de 75.000 euro die nu van de gemeente en provincie Utrecht en Bunnik gevraagd wordt daar structureel aan verandert is de vraag. Het ‘zorgvuldig onderzoek’ naar de toekomst van het landhuis had de wethouder al eerder kunnen laten uitvoeren.

De Utrechtse wethouder licht in zijn brief niet toe waarom hij in strijd handel met de afspraak die het college door de raad is opgelegd om geen subsidie of bijdrage aan de exploitatie van het MOA te verlenen. Diepeveen is hier aan gehouden. Dit is sinds juni 2012 staand beleid van de gemeente Utrecht die in raadsvragen van november 2015 werden gememoreerd. Het staat er duidelijk: ‘Wij houden vast aan het bestuurlijke standpunt dat bij de informatie aan de gemeenteraad in 2011 en vervolgens bij de kredietaanvraag Museum Oud Amelisweerd (juni 2012) is geformuleerd: de gemeente Utrecht is niet verantwoordelijk voor de exploitatie.’

moa2

Het is opmerkelijk dat Diepeveen de afspraken die het college zijn opgelegd niet volgt en er in strijd mee handelt. Het lijkt er sterk op dat deze wethouder zich onder druk laat zetten en weigert de uiterste consequentie te trekken uit het beleid van de gemeente Utrecht. Want in genoemde raadsvragen wordt gezegd dat als het MOA ‘qua financiele exploitatie niet haalbaar is zal de gemeente een nieuwe bestemming kiezen’.

Het Utrechtse college oogst vandaag met deze raadsbrief van Diepeveen wat het eind 2010 heeft geoogst. Een project dat nooit op de juiste fundamenten is gebouwd. De besluitvorming onttrok zich grotendeels aan de gemeenteraden van Utrecht en Amersfoort en was verre van transparant. Een reeks bestuurlijk dieptepunten.

Als de Utrechtse raad lef heeft om zichzelf en de collegepartijen tegen het licht te houden dan komt het met een initiatief voor een raadsenquête dat de opdracht heeft om de voorgeschiedenis en besluitvorming over het MOA vanaf 2010 in kaart te brengen. Kunstensector en kunstliefhebbers hebben het recht om te weten dat de cultuurgelden in Utrecht goed worden besteed. En niet dat een museum zonder een aantoonbaar financiële basis en met een inhoudelijk uitgangspunt waarvan de Raad voor Cultuur in een advies van mei 2016 zegt: ‘De raad is echter niet overtuigd van de museale samenhang met de Armando Collectie die het museum beoogt’ kunstmatig in de lucht wordt gehouden. Het is de vraag of Diepeveen beseft welk belang hij dient.

Foto 1: Schermafbeelding van raadsbrief ‘Incidentele bijdrage MOA voor 2017’ van wethouder Kees Diepeveen (GroenLinks) aan gemeenteraad Utrecht, 22 december 2016.

Foto 2: Raadsvragen en antwoorden van Aline Knip en André van Schie, 13 november 2015. Gemeente Utrecht.

In nood verkerende Museum Oud Amelisweerd legt voortbestaan exclusief in handen van de gemeente Utrecht

with 2 comments

adad

ad

Directeur Yvonne Ploum van Museum Oud Amelisweerd (MOA) in Bunnik heeft haar blik om het in financiële problemen verkerende museum te redden vernauwd tot het gemeentebestuur van Utrecht. Volgens een artikel in het AD doet zij een ‘dringend beroep op het dagelijks bestuur van Utrecht’. Volgens Ploum kan het MOA ‘niet wachten op de uitkomst van een onderzoek naar de toekomstkansen’. Maar ze kan weten dat zij met dit verzoek tegen gemaakte afspraken ingaat. In 2011 besliste het Utrechtse gemeentebestuur onder druk van de raad dat er geen cent exploitatiesubsidie naar het MOA gaat. Woordvoerder Jeroen Bosch zei toen namens het gemeentebestuur: ‘Wel wil de gemeente Utrecht geld uittrekken voor de renovatie van en het gereedmaken van Oud Amelisweerd, maar de exploitatiekosten zijn voor Amersfoort, of voor het Armando Museum.’ 

Het is opmerkelijk dat directie en bestuur van MOA hun verantwoordelijkheid afschuiven en hun voortbestaan exclusief in handen leggen van de gemeente Utrecht. Des te meer omdat het weet dat de gemeente Utrecht heeft beslist dat het geen geld kan uittrekken voor de exploitatie van het MOA. Daarbij schuift het ook nog eens de eigen problemen voor zich uit, want het tekort op de exploitatie is geen 75.000 euro, maar 230.000 euro –over 2015-. Dus zelfs met een overbruggingslening van 75.000 euro heeft het MOA nog geen sluitende exploitatie, maar stapelt het lening op lening. Naar verwachting wordt dat zo’n zware molensteen dat het MOA het jaar 2021 niet overleeft als de tot nu toe hoogste subsidie -‘de bruidsschat’- van de gemeente Amersfoort afloopt en een lening van 160.000 euro aan de provincie Utrecht moet worden terugbetaald.

Als het MOA definitief de stekker eruit trekt, dan is het aan het Utrechtse gemeentebestuur om een nieuwe exploitant te vinden voor landhuis Oud Amelisweerd. De gemeente Utrecht heeft het gerestaureerd en zag dat als haar belangrijkste doelstelling. De tragiek is dat in 2016 de vragen waarom het MOA in Bunnik opgericht moest worden nog steeds niet voldoende beantwoord zijn door de politiek verantwoordelijken in Amersfoort, Utrecht en de provincie Utrecht. Complicatie is dat voor een deel dezelfde bestuurders die in 2010-2011 over de oprichting van het MOA beslisten nu door het MOA opnieuw worden gemobiliseerd. Soms in een andere functie zoals gedeputeerde Pim van den Berg. Omdat ze met terugwerkende kracht moeten oordelen over hun eigen beslissing uit 2011 zit dat de vereiste bestuurlijke zuiverheid in de weg. Een kwestie van ethiek.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelNoodkreet MOA: ‘Direct geld of museum gaat dicht’ van Diane Hoekstra in het AD, 13 december 2016.

Noodlijdend MOA wil korten op beheer Armando Collectie. Of wil Armando zelf weg met zijn collectie?

with 2 comments

naamloos-2

Een opvallend bericht in het AD over het ‘noodlijdende’ Museum Oud Amelisweerd in Bunnik. Het onderzoekt de mogelijkheid om een deel van de Armando Collectie af te stoten om zo het tekort te verminderen. Maar dat is een druppel op een gloeiende plaat. Het is daarom de vraag of problemen met de tekorten op de exploitatie de echte reden zijn voor de afstoting van delen van de Armando Collectie of dat er iets anders speelt.

In het Jaarverslag 2015 van de stichting MOA wordt voor het collectiebeheer een bedrag van 53.733 euro opgevoerd. Als delen van de Armando Collectie worden afgestoten en bijvoorbeeld naar het Cobra Museum verhuizen, dan zal dat bedrag kleiner worden. Nog steeds resteert er dan een tamelijk groot exploitatietekort. Feitelijk is dat geen 70.382 euro zoals het AD zegt, maar 230.382 euro door een lening van de provincie Utrecht van 160.000 euro die de kosten naar de toekomst verschuift, en in 2021 dient te worden afgelost.

De opmerking van Kees Spaan dat hij een rondje gaat maken ‘daar waar Armando’s wortels liggen’ heeft een wrange bijsmaak. Die wortels liggen in Amersfoort waar Armando in 2010 met pek en veren werd weggejaagd toen het toenmalige college de afspraken uit 1998 over de museale huisvesting van de Armando Collectie eenzijdig opzegde. Onbehoorlijk bestuur werd dat genoemd door de toenmalige voorzitter van cultuurkoepel Amersfoort-in-C. Maar wrang is het ook omdat de voorstanders van de huisvesting van Armando’s werk in landhuis Oud Amelisweerd sinds 2010 hebben beweerd dat Armando hier thuiskwam en zeer op zijn plek was. Directeur Ploum liet niet na om in interviews te beweren dat de combinatie Armando, Chinees behang en historische buitenplaats ideaal was. Nu de financiële problemen voor het MOA zich op blijven stapelen lijkt dit om pragmatische redenen ineens anders te liggen. Gaat Spaan nu opnieuw op onderzoek in Amersfoort?

Deze berichtgeving over de kosten van de collectie lijkt een schijnbeweging van de Stichting MOA en de Armando Stichting om te verhullen dat Armando heeft besloten dat hij weg wil bij het MOA. Dat vertelde iemand uit zijn naaste omgeving me afgelopen dinsdag. Mogelijk is ook dat Armando op andere gedachten is gebracht om de positie van het MOA niet te beschadigen. Dat het daarom in de publiciteit minder definitief wordt voorgesteld. Een harde scheiding wordt zo gebracht als een zachte scheiding. Maar logisch is het niet dat problemen worden opgehangen aan de kosten van het collectiebeheer terwijl er geen nieuwe feiten zijn die dat actueel maken. Die kosten bestaan al sinds de oprichting. Het valt niet na te gaan of wat Doeser en Ploum beweren dat Armando blijft exposeren in het MOA in tegenspraak is met wat Armando zelf besloten heeft. Maar de liefde tussen Armando en de Stichtingen die hem ‘vertegenwoordigen’ lijkt voorgoed over.

Foto: Schermafbeeding van deel artikelNoodlijdend museum wil ‘Armando’ afstoten’ in het AD, 26 november 2016.

Armando kapt definitief met Museum Oud Amelisweerd

with 3 comments

120

De 87-jarige beeldend kunstenaar en alleskunner Armando is het gemarchandeer met cijfers en de slechte vooruitzichten van de exploitatie definitief beu –feitelijk tekort over 2015 was 230.382 euro-. Hij is van plan te kappen met de Stichting Museum Oud Amelisweerd, aldus een bron uit zijn directe omgeving. Hij meent dat hij bij het Cobra Museum in Amstelveen beter op zijn plaats is en dat dat museum beter bij hem past.

Het is hier al eerder beweerd, de liefde tussen Armando en de Stichting Museum Oud Amelisweerd is minder diep dan het publiek en de Stichtse politiek denken. Toch een essentieel aspect omdat kunstenaar en collectie Armando een basis onder het Museum Oud Amelisweerd leggen. De openstelling van de Armando Collectie is naast het Chinees behang en de historische buitenplaats Oud Amelisweerd één van de doelstellingen van de Stichting. Als de medewerking van Armando wegvalt, dan valt één van de doelstellingen onder het Museum Oud Amelisweerd weg. Al is het maar in de marketing en publiciteit. Omdat het onderbrengen van het werk van Armando de overwegende reden was voor de oprichting van het Museum Oud Amelisweerd in Bunnik valt met het wegvallen van Armando’s medewerking ook de logica weg onder het Museum Oud Amelisweerd.

Niet onmogelijk is echter dat Armando opnieuw onder druk wordt gezet door bestuur en directeur van de Stichting Museum Oud Amelisweerd en de Armando Stichting om terug te komen op zijn voornemen. Het gebeurde eerder. Er spelen belangen die niet synchroon lopen met de belangen van Armando. In januari 2014 schreef ik in een commentaar: ‘Er was sprake van een dubbele gijzeling. Armando werd gegijzeld door het Armando Museum en had geen behoefte om na Amersfoort nog een nieuwe stap te zetten. Tony de Meijere die incidentele bruiklenen voor tentoonstellingen aan het Armando Museum gaf, maar daar op een gegeven moment uit ongenoegen mee stopte, gaf haar opgeslagen collectie in bruikleen bij het Kröller-Müller Museum. Zijn ongenoegen liep zo hoog op dat Armando voorjaar 2011 zijn collectie weghaalde bij het Armando Museum. Dat betekende het einde aan alle plannen. Armando ging na druk uiteindelijk overstag. Vanuit die positie kon het Armando Museum als enige kandidaat de gemeente Utrecht gijzelen.’

Ondersteunend voor dat sluimerend ongenoegen, de stroeve relatie, en de onmacht om zich te onttrekken aan de gijzeling door de Stichtingen die hem menen museaal te kunnen vertegenwoordigen zijn uitspraken van mensen uit Armando’s omgeving. Zoals oud-hoofdconservator Rini Dippel die zich in 2011 vernietigend uitsprak over de Armando Collectie in landhuis Oud Amelisweerd waarvan de logica haar ontging. En zoals gezegd ex-echtgenote Tony de Meijere die in 2010 haar omvangrijke, persoonlijke verzameling in langdurige bruikleen aan het Kröller-Müller Museum gaf met de belofte deze aan het museum na te laten.

De politieke betekenis van Armando’s voornemen om uit dat conglomeraat van Stichtingen met hun zakelijke en personele belangen te stappen is zo groot als de Stichtse politiek het zelf wil maken. Wel valt nu in het debat over de toekomst van Museum Oud Amelisweerd het argument weg dat Armando een plek moet worden geboden. Die plek ziet Armando eerder voor zichzelf weggelegd in het Cobra Museum of het Kröller-Müller Museum. Met als basis een gedegen wetenschappelijke, financiële en minder gebrekkige omgeving om gepresenteerd te worden. In de collecties van Centraal Museum en Stedelijk Museum is belangrijk werk uit vroegere periodes van hem opgenomen. Museum Oud Amelisweerd voegt daar niets aan toe, maar verstoort eerder het beeld van Armando en zijn werk zoals de kunstenaar dat zelf wil geven aan de buitenwereld.

Armando’s afscheid van Museum Oud Amelisweerd hoeft niet het einde aan de culturele bestemming van landhuis Oud-Amelisweerd te betekenen. Verre van dat. De gemeente Utrecht heeft er meer dan 1,6 miljoen euro in geïnvesteerd. Daarbij stonden twee uitgangspunten centraal. Namelijk dat het vastgoed en de huidige exploitant niet per definitie aan elkaar gekoppeld zijn. En dat een terugvaloptie is voorzien als de huidige exploitant Stichting Museum Oud Amelisweerd het niet redt. Utrechtse en Amersfoortse raadsleden en statenleden in de provincie Utrecht moeten tot zich door laten dringen dat het streven naar een optimale oplossing voor de culturele bestemming van landhuis Oud-Amelisweerd niet met alle geweld het vasthouden aan de huidige exploitant is. De fase in het debat over de toekomstige bestemming lijkt nu bereikt dat het vasthouden aan de huidige exploitant de continuering van een culturele bestemming juist in de weg staat.

Foto: Armando, Le canard serie, 1954; inkt en krijt op papier, 68 x 53 cm.

Motie over landhuis Oud Amelisweerd is voorzichtige loskoppeling van exploitant en vastgoed

with one comment

oa

Fractievoorzitter Klaas Verschuure van D66 diende op 10 november in de Utrechtse raad tijdens de behandeling van de Cultuurbegroting bovenstaande motie (p.9) in van Aline Knip die Cultuur in haar portefeuille heeft. D66 is de grootste (coalitie)partij in de raad. Het is een dubbelzinnige en ruime motie. Het zorgt voor onduidelijkheid maar ook voor perspectief. Het gaat erom hoe de motie wordt uitgevoerd. Die dubbelzinnigheid geeft exact de worsteling van de Utrechtse politiek weer met landhuis Oud Amelisweerd.

In de aanhef wordt verwezen naar de huidige exploitant Stichting Museum Oud Amelisweerd (MOA), maar in het middenstuk en dictum wordt exploitatie door een andere exploitatie niet uitgesloten. Het gaat erom hoe zwaarwegend ‘een toekomstbestendige en realistische openstelling’ moet worden opgevat. Wie kijkt naar de slechte financiële situatie en vooruitzichten van MOA, komt al snel uit bij een andere exploitant. Strikt opgevat leest deze zinsnede als het einde van MOA op deze plek. Het is de vraag of zo’n interpretatie van deze breed gesteunde motie door andere fracties ook zo wordt opgevat. Door de verwijzing naar ‘alle betrokkenen’ blijkt dat ook in gesprek wordt gegaan met MOA. Dat is verstandig om actuele cijfers over de bedrijfsvoering te verkrijgen en randvoorwaarden over toekomstige exploitatie van landhuis en landgoed scherp te krijgen.

In een toelichting lijkt Aline Knip alle opties open te houden. Dat is verstandig en geeft de Stichtse politiek armslag om initiatief te nemen en ruim te denken over de toekomst: ‘Amelisweerd is het best bezochte groengebied van de stad Utrecht! Het landhuis zelf is bovendien een prachtig rijksmonument en recent gerenoveerd. Ik wil dat het college gaat onderzoeken hoe het landhuis publiek toegankelijk kan blijven. Over een paar maanden kunnen we dan kijken welk scenario het meest haalbaar is. Het zou fijn zijn als er ook plek blijft voor het museum wat er nu gevestigd is, ook dat moet het college gaan onderzoeken.’ Met de laatste zin introduceert Knip dubbelzinnigheid. Want de uitspraak ‘fijn zijn als er ook plek blijft voor het museum wat er nu gevestigd is’ is weer in tegenspraak met een open motie die zich niet vastlegt op de uitkomst. Maar zelfs dat is onduidelijk als dit opgevat wordt als medewerking van de raad om het MOA anders onder te brengen.

De achterliggende gedachte die de motie benadrukt is dat als de huidige exploitant het niet redt, het prachtig gerestaureerde landhuis niet verloren is. Exploitatie en vastgoed zijn verschillende aspecten die niet aan elkaar gekoppeld moeten worden. Dat leidende principe dat voorop stond bij alle debatten in de Utrechtse raad geeft deze motie goed weer. Restauratie was terecht prioriteit van de gemeente Utrecht. Dat vergde veel zorg en een investering van meer dan 1,6 miljoen euro. Het is goed dat de raad beseft dat dit juweel in de kroon -wat landhuis en landgoed Oud Amelisweerd zijn- geen last is waarmee geleurd moet worden. Maar een aanwinst die iedereen wel wil hebben. Daarom kan ook uitgekeken worden naar andere exploitanten met meer perspectief en een betere financiële uitgangspositie. Bijvoorbeeld een Museum voor Chinoiserie.

Foto: Schermafbeelding van motie in ‘Spreektekst D66 Fractievoorzitter Klaas Verschuure Programmabegroting 2017’, 10 november 2016.

Debat in Utrechtse coalitie over Oud Amelisweerd gaat voorbij aan de realiteit en de echte problemen van de huidige exploitant

leave a comment »

resolve

Het AD plaatste gisteren een stuk over Museum Oud Amelisweerd (MOA) met opinies van raadsleden vol onnauwkeurigheden, misverstanden en foute aannames. Aanleiding is een advies van een Adviescommissie Cultuur uit mei 2016 voor een jaarlijkse cultuursubsidie van 75.000 euro dat door het Utrechtse college niet wordt overgenomen. Reden hiervoor is dat in de raad is vastgelegd dat er geen geld voor de exploitatie naar de exploitant gaat. Op 31 mei 2011 stelde het college als voorwaarde voor openstelling van een museale bestemming van het landhuiseen investering die financieel gedekt is, een exploitant met een sluitende exploitatie begroting en dat er kan worden voldaan aan de gestelde monumentale randvoorwaarden’. De gemeente Utrecht stelde in 2012 een krediet van 1,6 miljoen euro beschikbaar voor het landhuis.

Vooral D66 lijkt te worstelen met de afspraken waaraan het zich bestuurlijk wil houden, maar er tegelijk geen gat in ziet om die oneigenlijk op te rekken. In hedendaagse taal, de grootste partij in de Utrechtse raad zoekt naar een geitenpaadje. De suggestie van D66-fractievoorzitter Klaas Verschuure dat het uitblijven van de subsidie van 75.000 euro leidt tot het failliet van de Stichting Museum Oud Amelisweerd is te simpel gedacht. Het gaat voorbij aan de realiteit en de voorgeschiedenis van de huidige exploitant. In 2014 had het museum volgens het jaarverslag een tekort van 136.000 euro. In debatten vanaf 2010 in zowel gemeenteraad van Amersfoort als Utrecht hadden raadsleden en cultuurwethouders twijfels over de financiële positie en plannen voor de exploitatie van deze exploitant. Nog op 21 september 2016 stelde de PvdA Amersfoort raadsvragen om te weten te komen of de Amersfoortse bruidsschat eraan meehelpt om MOA een gezonde financiële basis te geven. Het vermoeden dat uit de vragen rijst is dat het geld in een bodemloze put verdwijnt.

Het geitenpaadje dat D66 suggereert is dat de gemeente Bunnik via een vestzak-broekzakoperatie met de gemeente Utrecht financiële steun geeft aan de Stichting Museum Oud Amelisweerd. Op een ander beleidsterrein kan dan Utrecht kosten van Bunnik voor haar rekening nemen. Waarom de coalitiepartijen hier pas in 2016 mee komen en dat niet in 2012 als voorwaarde hebben gesteld is de vraag. Feitelijk leidt deze uitruil tot het verbreken van de in de Utrechtse raad gemaakte principe afspraak uit 2011 om van de exploitant een sluitende begroting te eisen en de gemeente Utrecht door subsidie of lastenverlichting niet bij te laten dragen aan de exploitatie. Een politieke partij die zich bestuurlijk zuiver opstelt en de besluiten respecteert van de bestuurslaag waarin het opereert zou dit geitenpaadje niet moeten willen bewandelen.

Andere coalitiepartijen (GroenLinks, VVD en SP) maken een slag in de lucht als ze zeggen dat een faillissement van de huidige exploitant leidt tot ‘een leeg landhuis, dat vanwege het Chinese behang en de monumentale status moeilijk een andere bestemming kan krijgen’. Op welk onderzoek is dat gebaseerd en hoe komen ze aan deze kennis? Het is eerder andersom. Namelijk dat er een weeffout hersteld dient te worden. Vele critici hadden om kunsthistorische en commerciële redenen vanaf het begin geen vertrouwen in de drieslag Armando Collectie, antiek Chinees behang en ensemble van landhuis en landgoed. Zo wees al in 2011 oud-hoofdconservator van het Stedelijk Museum en vriend van Armando Rini Dippel de logica van de samenhang af : ‘Evenmin ziet ze iets in de combinatie van de 18de eeuwse Chinoiserieën van Oud-Amelisweerd en het werk van Armando. Ze vindt de aard van Oud-Amelisweerd niet passen bij het werk van Armando.’ De Raad voor Cultuur kwam in een advies in 2016 tot dezelfde conclusie: ‘De raad vindt de samenhang tussen het landhuis, het Chinese behang en de Armando Collectie gezocht en onvoldoende uitgewerkt. Naar de mening van de raad vormt het landhuis in combinatie met het landgoed en het behang een waardevol ensemble. De raad is echter niet overtuigd van de museale samenhang met de Armando Collectie die het museum beoogt.’ 

Het probleem dat het Utrechtse college vanaf 2011 voor zich uit schoof komt nu in de volle openbaarheid. De coalitiepartijen met D66 voorop geven er vervolgens bewust geen goede duiding aan omdat ze boter op het hoofd hebben. Het zoeken door D66 en andere coalitiepartijen naar een geitenpaadje heeft te maken met het maskeren van gemaakte fouten. Daarom moet de huidige exploitant gered worden ook als dat in strijd is met een collegebesluit. Uiteindelijk wreekt zich hier dat er over de exploitatie van landhuis Oud Amelisweerd nooit een openbare inschrijving, toetsing, pitch of open debat is gehouden. In de driehoek Utrecht, Amersfoort en de provincie Utrecht -met Bunnik als toehoorder- werden belangen vanwege partijpolitiek en coalitie uitgewisseld die resulteerden in een Amersfoorts museum in een Utrechtse landhuis op Bunniks grondgebied.

resolve-1

Wat is de oplossing voor de museale bestemming van landhuis Oud Amelisweerd? De financiële positie van de Stichting Museum Oud Amelisweerd die vanaf het begin slecht was zal naar verwachting niet structureel verbeteren. Een oplossing kan gevonden worden door alsnog te corrigeren wat vanaf 2010 is nagelaten. De procedure  van een open inschrijving moet opnieuw opgestart en gesimuleerd worden vanuit de positie van 2010. Vanwege het gezichtsverlies dat politieke partijen vrezen valt niet te verwachten dat ze hiertoe bereid zijn. Maar stel dat ze over hun eigen schaduw weten heen te springen dan kan er verder gewerkt worden vanuit drie uitgangspunten die in de geest van het Utrechtse collegebesluit van 31 mei 2011 zijn: 1) het vastgoed (het landhuis) is langdurig en de huidige exploitant is tijdelijk, ze staan los van elkaar; 2) een museum dient thematisch en (kunst)historisch aan te sluiten bij de eigenheid van de plek: het 18de eeuwse Chinese behang, de geschiedenis of het landgoed; 3) een exploitant dient een solide financiële basis te hebben die verwezenlijkt kan worden door samenwerking met partners (China, Rijksmuseum, hoofdsponsor).

Foto: Goochelsalon Oud-Amelisweerd, 1995. (Uit een interne notitie: Het was een ode aan het aloude ambacht van de goochelarij, en bestond uit voorstellingen, lezingen en een tentoonstelling van 19e eeuwse goochelattributen uit het depot van het museum, aangevuld met antieke goochelattributen uit de collectie van het Theatermuseum en stukken van diverse particulieren. De manifestatie was tevens de introductie van een semipermanente goochelsalon in het landhuis.)