George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Subsidie

Onafhankelijke onderzoeksjournalistiek is nodig. En mogelijk

leave a comment »

Mijn reactie op een opinie-artikel van Michael van der Galien op DDS:

Journalistiek is altijd afhankelijk van geldschieters. Want het is mensenwerk, en dat moet betaald worden. Of door sponsors, abonnees of inkomsten uit reclame. Met die bril gezien bestaat er per definitie geen ‘onafhankelijke onderzoeksjournalistiek’.

Maar die kan wel benaderd worden. Het is iets wat vaker gebeurt en tamelijk normaal is. Wie dat anders wil voorstellen maakt zich onnodig dom. Een commissie die op afstand van de politiek staat toetst, verdeelt en verantwoord dan de verdeling van subsidies. Zonder dat de politiek daar rechtstreeks zeggenschap over heeft. Het valt te verwachten dat dit in dit geval ook zo zal gaan.

Het gaat om een relatief klein bedrag van 20 miljoen euro. Door de teruglopende inkomsten van vooral de oude geschreven media staat de onderzoeksjournalistiek onder druk. Het is een diepte investering van maanden en stelt journalisten vrij van de dagelijkse gang van zaken. In een sector die het economisch toch al zo zwaar heeft is dan de som snel gemaakt. Opdoeken maar.

Een overheid die zichzelf serieus neemt en zelfvertrouwen heeft organiseert de eigen tegenkrachten. Om er uiteindelijk met z’n allen sterker van te worden. De journalistiek kan daar een nuttige bijdrage aan leveren.

Dit alles speelt niet alleen tegen de achtergrond van een verzwakking van de traditionele media, maar ook tegen de opkomst van de nieuwe media. Vooral online. De meeste ervan werken volgens andere journalistieke codes dan de oude media en nemen het niet zo nauw met de feiten. De opinie over dit project is daar een treffend voorbeeld van. Het simplificeert, insinueert en suggereert. Het is een vorm van journalistiek die een doelgroep bedient en daarom bestaansrecht heeft, maar het kan niet het alleenrecht op de journalistiek hebben. Of hoe het zichzelf wil noemen.

Daarnaast zijn er de techbedrijven van Silicon Valley (Facebook, Twitter, Google) die wereldwijd veel macht naar zich toe hebben getrokken. Het zijn kolossen die zich hebben begeven op het gebied van de journalistiek, maar niet volgens het toezicht van die sector door een media-waakhond wordt getoetst. Daar ligt een politiek gat dat politici op willen vullen. Dat heeft veel voeten in de aarde. De oplossing die gezocht wordt lijkt op wat ook aan het begin van de 20ste eeuw gebeurde: het opknippen van bedrijven die te machtig zijn geworden.

Wat er tegen meer onderzoeksjournalistiek is vraag ik me af. Het hoeft zich uiteraard niet te richten tegen het reilen en zeilen van de overheid alleen. Overal waar wantoestanden heersen kan het ingezet worden. Bij financiële instellingen en multinationals die de politiek gijzelen. Of bij de nieuwe media die onder het mom van het bedrijven van journalistiek feitelijk aan politiek activisme doen. Dat verschil in opzet tussen oude en nieuwe media geeft meer spanning dan de vermeende belangenverstrengeling tussen de politiek en de oude media.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelKnettergek: Rutte III gaat 20 miljoen euro ‘investeren in onafhankelijke onderzoeksjournalistiek’’ van Michael van der Galien op DDS, 11 oktober 2017.

Advertenties

NRC inventariseert wat er mis is in de directie van het Stedelijk. Maar wat is de dieperliggende oorzaak voor het jarenlang falen?

with 4 comments

Het is geen geheim dat het al jaren rommelt in de top van het Stedelijk Museum (SM) in Amsterdam. Het is een slangenkuil. Velen sleuren eraan om het op orde te krijgen, maar dat wil niet lukken. De paradox is dat het SM een roemrijk verleden heeft, maar daar niet de essentie uithaalt voor nu. Het museum loopt over van ambitie en een complex dat ook dat andere gevallen Amsterdamse icoon Ajax teistert. Namelijk zelfoverschatting en een teveel aan goochem. Die grenzeloze ambitie vertaalt zich in de keuze door de Raad van Toezicht van de laatste twee directeuren (Goldstein en Ruf). Die moesten per se buiten de grenzen gevonden worden terwijl geschikte Nederlandse directeuren konden doorschuiven. Met als gevolg dat er directeuren worden geparachuteerd met een netwerk in de internationale kunstwereld of -handel, maar zonder een Amsterdams of Nederlands netwerk. Dit roept de vraag op wie toezicht houdt op de Raad van Toezicht. Daan van Lent en Arjen Ribbens zetten het voor NRC op een rijtje in een eerste artikel van een tweeluik over het museum.

Directe aanleiding voor het tweeluik is het afscheid van zakelijk directeur Karin van Gils die uit nood geboren tijdens het directoraat van Goldstein per 1 januari 2013 tot algemeen directeur werd benoemd. Daarna verscheen nooit een persbericht dat meldde dat ze dat niet langer was. Alleen dat al geeft de chaos, de slechte communicatie, de competentiestrijd in de top en de zorgwekkende rol van de Raad van Toezicht aan.

Van Lent en Ribbens omschrijven het prachtig, maar toch ontbreekt er iets. Wellicht komt dat nog in het tweede deel aan de orden. Wekt het artikel geen valse tegenstelling als het over de koers van het SM zegt: ‘Een breed opererende instelling, die mikt op zo veel mogelijk bezoekers en zo hoog mogelijke eigen inkomsten? Of een museum waarin bezoekcijfers ondergeschikt zijn aan een voortrekkersrol op het terrein van jonge internationale kunst?’ Is dat nou de essentie, de keuze tussen deze twee smaken? Is er niet meer?

Wie teruggaat in de recente geschiedenis van het SM en probeert te achterhalen wat de directeuren Sandberg, De Wilde en Beeren in de gouden tijd (1945-1990) met het SM deden raakt aan begrippen als ‘enthousiasme’, ‘urgentie’, ‘openheid’, ‘midden in de eigen tijd’ en ‘maatschappelijk betrokken’. Uiteraard was dat in een andere tijd met een ander Amsterdam, een ander Nederland, en een minder geglobaliseerde internationale kunstwereld met andere machtsverhoudingen. Toch wordt bij dat verleden onvoldoende aangehaakt. Het is wat anders dan de marketing van Van Gils of de kunstgeschiedenis van Ruf. Of zoals Jan Christiaan Braun of Rob van Koningsbruggen zouden zeggen, de verborgen kunsthandel van Ruf en de Raad van Toezicht.

Anders gezegd, het SM moet teruggaan naar de eigen kern van toen. En daaraan 25% van het DNA van het Van Abbemuseum (politieke urgentie en betrokkenheid), 25% van Boijmans (hoog tempo in de programmering, en dynamiek) en 25% van het Haags Gemeentemuseum (intelligente publieksvoorstellingen) aan toevoegen.

En 19 miljoen euro subsidie per jaar valt uit de toon bij Boijmans en het Haags Gemeentemuseum die het ongeveer met de helft doen en iets minder dan 10 miljoen euro krijgen. Met 19 miljoen is meer te doen. Om te beginnen kan er de trap mee schoongeveegd worden door de Raad van Toezicht aan de kant te zetten.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDe twee directeuren van het Stedelijk konden nooit goed met elkaar overweg’ van Daan van Lent en Arjen Ribbens in NRC, 5 oktober 2017.

ANP scherpt tegenstelling over Oekraïne aan die in werkelijkheid niet bestaat, maar agendapunt van het Kremlin is. Journalistiek?

leave a comment »

In een ANP-bericht van 27 september over het antwoord van de Russische regering op een kritisch rapport van de VN over de mensenrechtensituatie op de Krim valt het volgende te lezen: ‘Rusland eigende zich de Krim in 2014 toe tijdens de crisis in Oekraïne waar Russischtaligen in de verdrukking kwamen.’ In een uitwisseling op FB werd ANP op deze uitspraak aangesproken en gaf een medewerker van de Redactie Wereld een antwoord van betreffende redacteur: ‘Het is bekend dat het conflict in Oekraïne destijds en nog steeds stoelt op een rivaliteit tussen de pro-westerse Oekraïners in het midden en westen van het land die bij de EU willen gaan horen en de op Rusland gerichte bevolkingsgroepen, vooral in het oosten waar veel Russisch gesproken wordt. De op Rusland gerichte Oekraïners waren ook vaak met hun baan en inkomen afhankelijk van export naar Rusland en de politiek van de pro-westerse Oekraïners vormde daar een bedreiging voor.’

Dit is een bedenkelijke en onzuivere redenering. Het is onduidelijk op welke feiten deze ANP-redacteur zich baseert en hoe ze in een logisch betoog passen. En hoe een en ander wordt afgeperkt. Het lijkt er sterk op dat de redacteur de agendapunten van het Kremlin overneemt. Wellicht zonder dat volledig te beseffen. Dat geeft te denken over de kwaliteit van de berichtgeving van het ANP over Oekraïne en de Russische Federatie, en over het conflict tussen deze twee landen dat nu al sinds 2014 duurt en nog dagelijks slachtoffers eist.

Het betoog van de ANP-redacteur is in strijd met de feiten zoals die onder meer blijken uit een artikel van Paul Goble op zijn blog Windows on Eurasia over het aandeel en belang van etnische Russen in de Oekraïense bevolking. Goble vat een betoog samen van de Russische analist Igor Jakovenko die opmerkt dat dat aandeel van 9,23% in 1926 steeg tot 22,07% in 1989. Onder meer als gevolg van de massamoord op de Oekraïense boeren door Stalin en de in Moskou georganiseerde migratie van etnische Russen en Moskou’s aanmoediging van de Russische in tegenstelling tot de Oekraïense identiteit. Sinds 1989 is het aandeel etnische Russen echter gedaald. Uit recent onderzoek blijkt dat slechts zes procent van de burgers van Oekraïne nu zeggen etnische Russen te zijn. Het cijfer van de volgende volkstelling in 2020 zal waarschijnlijk nog lager uitvallen.

Jakovenko meent dat de door het Kremlin begonnen oorlog tegen Oekraïne en de Russische propaganda de etnische Russen in Oekraïne in het nauw heeft gebracht. Ze worden door het Kremlin voor het blok gezet om te kiezen. Het is daarbij niet zozeer een kwestie van hoe ze door anderen gezien worden, maar hoe ze zichzelf zien. Of willen zien. ‘Ze zien zich niet zoals Moskouse TV-commentaren erop aandringen om zichzelf te zien, ze kiezen ervoor om Oekraïeners te zijn, hoewel ze onder andere omstandigheden anders gekozen zouden kunnen hebben’, aldus Jakovenko. De strategie van het Kremlin werkt dus averechts. De etnocide van de etnische Russen is werkelijk aan de orde, maar wordt niet door Kiev, maar door Moskou uitgevoerd.

De ANP-redacteur denkt niet alleen te simpel door aan te nemen dat Russischtalige Oekraïeners of etnische Russen in Oekraïne niet voor Kiev zouden kiezen, hij of zij verbindt er ook nog eens de verkeerde conclusie aan. Zo wordt een scherpe tegenstelling tussen bevolkingsgroepen gesuggereerd die in werkelijkheid niet bestaat of veel gradueler is. De ‘rivaliteit’ is subtieler. Maar er is meer in de redenering die niet klopt. De Donbas met verouderde zware (staal)-industrie was ook al voor 2014 afhankelijk van subsidies uit Kiev en draaide ook voor het uitbreken van de oorlog in 2014 al met verlies, zoals deze grafiek leert. Als het een wingebied was geweest, dan had Moskou het in 2014 zeker geannexeerd. Maar dat gebeurde niet vanwege de hoge kosten die het Kremlin hiervan weerhield. Het fabeltje van de ‘op Rusland gerichte Oekraïners’ die ‘ook vaak met hun baan en inkomen afhankelijk van export naar Rusland’ waren is een agendapunt uit de hoge hoed van het Kremlin dat om onnavolgbare redenen in het hoofd van een redacteur van het ANP is verankerd. Dat dient de informatievoorziening aan de Nederlandse nieuwsconsument niet, maar zit het vooral in de weg.

Foto: Schermafbeelding van artikelKremlin: wij doen niks fout op de Krim’ in het ND van 27 september 2017 dat aangeleverd werd door het ANP.

Waarom is rechts toch zo gebeten op kunst en kunstenaars? Dat is onnodig

leave a comment »

De haat in rechtse kringen tegen de kunstsector is groot. Dat is niet alleen ongewenst en onbegrijpelijk, maar ook onnodig. Het lijkt voorbij te gaan aan de kennis van de geschiedenis van de kunst. De aanname is dat kunstenaars -en dus kunst- per definitie links is. Dat is onzin voor wie zich de namen Céline, Brasillach, Pound, Jan Montyn, of Daan Samson in herinnering haalt. En dat valt makkelijk uit te breiden.

In een artikel voor DDS richt Michael van der Galien zijn pijlen op acteur Gijs Scholten van Aschat die sinds 1 september voorzitter van de Akademis van Kunsten is. In plaats van het op te nemen voor de kunst probeert Van der Galien het aan te vallen. Wat trouwens grandioos mislukt. Daarvoor is scherpte, kennis van zaken en zorgvuldigheid nodig. Dat mist Van der Galien. Het is hem blijkbaar alleen te doen om het katten op wat hij als links ziet. De versimpeling is dat hij kunst als een linkse hobby afbeeldt. Hij maakt het zelfs nog bonter door journalist Bert Wagendorp en Van Aschat extreemlinks te noemen. Grappig is dat Van der Galien hiertoe VVD’er Halbe Zijlstra in bescherming neemt. Groeit er toch nog iets moois in Nederland tussen conservatief-rechts (VVD) en de alt-right Breitbart-epigonen van DDS? En dat dankzij de kunst. Van der Galien had het maatschappelijk belang ervan niet beter kunnen aangeven. Alleen jammer dat hij dat zelf niet beseft. Enfin, er komt ongetwijfeld een volgende scheldkanonnade van DDS over kunst. In de herkansing dus. Mijn reactie:

Subsidie aan kunst is niet anders dan subsidie aan landbouw, industrie, koningshuis, omroep of wat dan ook. Een land als Nederland kan het zich veroorloven om deze verschillende sectoren te subsidiëren. De grootte van het bedrag ontstaat in de afweging tussen de sectoren.

Onder de liberale staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) is er bovenmatig bezuinigd op de kunstsector. De kritiek op Zijlstra door kunstenaars, kunstprofessionals en kunstminnaars betrof niet zozeer de bezuiniging zelf, maar de omvang ervan en de snelheid waarmee het ingevoerd moest worden. Dat laatste kostte de sector nog eens extra geld. Bij evenwichtig beleid had dat voorkomen kunnen worden.

Gijs van Aschat heeft gelijk dat de gevestigde orde uitgedaagd moet worden door de kunst. Want precies dat is de functie van kunst. Het laat ons scherp naar onszelf kijken. Dat is de verdienste van kunst. Dat gebeurt niet als kunst dat bevestigt wat al elke dag bevestigd wordt. Dat is het kenmerk van de marktwerking.

Met links of rechts heeft deze discussie helemaal niets te maken. Of met het cultureel marxisme van Paul Cliteur dat hij 50 jaar na de opstand van de jaren ’60 uit de mottenballen van Gramsci haalt. Kunst is kritisch op de gevestigde orde. Als die links is dan stelt de kunst zich rechts op. En omgekeerd. Zo simpel is het.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelTopman Akademie van Kunsten: ‘Kunst moet politiekcorrect links zijn. En vooral zwaar gesubsidieerd worden’’ van Michael van der Galien op DDS, 29 augustus 2017.

Petitie ‘Godsdienstvrije basisscholen – De bijl in artikel 23’ verdient steun. Met een andere formulering

leave a comment »

Er zijn geen zwaarwegende argumenten tegen de petitieGodsdienstvrije basisscholen – De bijl in artikel 23’ of het moet de formulering ervan zijn. Want ‘godsdienstvrij’ is een ongelukkige beschrijving van waar het om gaat. Het roept bij sommigen wellicht het idee op dat er in de samenleving een beweging bestaat die zich afzet tegen godsdienst of bijzonder onderwijs. Het is de valkuil van framing door godsdiensten die het voordeel van de traditie hebben en de norm bepalen. Dat resulteert in onvolledige en onjuiste termen als ‘atheïsme’ of ‘godsdienstvrij’. Maar iemand die zich niet laat inspireren door godsdienst is niet specifiek ‘zonder godsdienst’, maar evengoed ‘zonder X’, ‘zonder sprookje’, ‘zonder kunst’ of ‘zonder wat dan ook’.

Dus ja, het verdient aanbeveling om artikel 23 af te schaffen als een relict van politieke koehandel die in 1917 resulteerde in artikel 23. Na 100 jaar kan dat geactualiseerd worden. Als politieke partijen dat blijkbaar onder elkaar niet voor elkaar krijgen moeten de burgers maar het initiatief nemen. Maar nee, de actualisering ervan heeft niets te maken met afwijzing van godsdienst, maar alles met de omarming van het openbaar onderwijs.

Foto: Schermafbeelding van de petitieGodsdienstvrije basisscholen – De bijl in artikel 23’ op Petities.nl.

Written by George Knight

26 juli 2017 at 16:07

Utrechtse raad weet zich geen raad met MOA. Motie 111 over openstelling landhuis Oud Amelisweerd gaat problemen uit de weg

with 2 comments

Op donderdag 29 juni werd in de Utrechtse gemeenteraad gestemd over de moties bij de Voorjaarsnota. Doorgaans worden ze daarna op de gemeentesite snel online gezet, maar deze keer niet. Mede omdat er die avond sprake was van een storing op het netwerk van de gemeente. Ook raadsleden hadden de moties die tijdens die storing in behandeling waren genomen niet digitaal beschikbaar. Zo duurde het vier dagen voordat ze in de openbaarheid kwamen en pas op maandag 3 juli op de site van de gemeente Utrecht verschenen.

Deze vertraging is een punt van zorg omdat het sommigen de gelegenheid biedt de publiciteit op te zoeken en onder het mom ‘de eerste klap is een daalder waard’ de publieke opinie te bespelen terwijl de moties in definitieve versie nog niet openbaar zijn en daarom een weerwoord niet gegeven kan worden. De griffie van de gemeente Utrecht zou voortvarender moeten optreden door de openbaarheid centraal te zetten en documenten sneller openbaar te maken. Het was logisch geweest als vrijdag 30 juni de griffie de moties online had gezet. Utrecht is de vierde stad van het land met een raad met ruime ambtelijke ondersteuning.

Motie 111 over de ‘openstelling landhuis Amelisweerd en MOA’ werd aangenomen op initiatief van VVD en D66, en met steun van onder meer GroenLinks. Het was een gewijzigde versie van motie 79 van de cultuurwoordvoerder van de VVD André van Schie. Motie 111 is zeer tegen de zin van coalitiepartij SP die er bij monde van fractievoorzitter Tim Schipper in het raadsdebat kritiek op had. Want het zou knopen niet doorhakken door de problemen op te lossen, maar ze doorschuiven naar de toekomst. De motie koopt tijd met een jaarlijkse subsidie van maximaal 100.000 euro voor het Landhuis Oud Amelisweerd. Opmerkelijk is overigens dat deze ton maximaal 14.000 euro hoger is dan het bedrag van 86.000 euro dat volgens het rapport Van der Vossen past bij het gekozen scenario ‘MOA Aangescherpt’ voor de jaren 2017-2020.

Het verschil tussen motie 79 (VVD) en motie 111 (VVD en D66) is dat onderstaande twee overwegingen in motie 111 zijn geschrapt. Logisch om te veronderstellen dat dat op verzoek van de tweede indiener D66 is gebeurd. De tweede voorwaarde is een herkenbaar VVD-standpunt dat verwijst naar commerciële activiteiten, maar de vraag waarom de eerste voorwaarde is geschrapt is interessanter. Dat kan zijn omdat het een overbodige overweging is omdat het in een andere vorm genoemd wordt in het dictum van motie 111 als het het college opdraagt om ten behoeve van de openstelling afspraken te maken met ‘de huidige en of eventuele toekomstige beheerders/huurders van het landhuis. Het schrappen kan ook een andere reden hebben.

Motie 111 geeft aan dat in 2012 door de raad via een motie aan het college is opgedragen om de huidige exploitant/huurder Stichting MOA geen subsidie voor de exploitatie te verstrekken. Uitgaande van deze randvoorwaarde kan de motie daarom niet rechtstreeks uitspreken dat de maximaal 100.000 euro jaarlijkse subsidie in de jaren 2017-2020 naar Stichting MOA gaat. Het is het college immers niet toegestaan om subsidie voor de exploitatie aan de Stichting MOA te verstrekken. Maar de motie doet niet wat het zegt te doen. Het trekt niet de consequentie uit wat het als randvoorwaarde noemt. Namelijk om geen subsidie voor exploitatie aan de Stichting MOA te verstrekken. Het laat dat open. De motie laat de mogelijkheid open dat er subsidie voor de exploitatie naar de huidige huurder gaat en laat ook open dat er geen subsidie naar de huidige huurder gaat. Deze motie is minder duidelijk dan die zou kunnen zijn en de vraag is waarom dit is.

Om het gat te dichten tussen wat niet mag (subsidie naar MOA), maar wat wel moet (subsidie naar MOA) wijst de motie op het onderscheid tussen locatie ‘Landhuis Oud Amelisweerd’ en exploitant/huurder ‘Stichting MOA’. Locatie en huurder zijn niet onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het college kan als het wil een andere exploitant aanwijzen als de huidige financieel in gebreke blijft. Wat aantoonbaar het geval is. MOA wordt een inspanningsverplichting opgelegd. Het is tevens een stok achter de deur om de overmoed van het MOA in te tomen en een waarschuwing dat het niet moet overvragen. In december 2016 overviel Stichting MOA de slecht voorbereide wethouder Diepeveen met een chanterende roep om snel geld. Dat viel in de raad verkeerd.

Het betekent in de praktijk dat als de noodlijdende Stichting MOA het nog slechter doet dan wordt verwacht het college een andere huurder kan zoeken. Dit is overigens de logische stap die uit de opdracht van de raad aan het college blijkt en het college al eerder had moeten nemen, maar om onbekende redenen weigert te nemen. De motie bevat de mogelijkheid dat de huidige exploitant Stichting MOA per 1 januari 2018 vervangen wordt door een andere exploitant. Als de raad de eigen voorwaarden volgde en handelde volgens de opdracht die het het college heeft opgelegd, dan zou dit zelfs een verplichting zijn. Maar de raad wil vooralsnog die logische stap niet zetten. Want dat zou betekenen dat het een politiek besluit moet nemen waar het blijkbaar nog niet aan toe is. In plaats van voor het college een koers uit te stippelen beperkt de raad zich tot het meepraten over de uitvoering. Zo is het dualisme tussen raad en college niet bedoeld. Het is het failliet ervan.

Dat dit blijft hangen en zeuren heeft te maken met de voorgeschiedenis. De voorwaarden van een museum in een kwetsbaar rijksmonument zijn vanaf het haalbaarheidsonderzoek in 2010 slecht doordacht. In een uitruil met Utrecht is vanwege een noodsituatie in Amersfoort in de bossen van Bunnik een museum opgericht in een voormalige zomerresidentie met een lastig beheersklimaat en hoge basiskosten. Het een zit het ander in de weg. De motie houdt rekening met ‘eventuele toekomstige beheerders/huurders van het landhuis’. Maar wat de concrete waarde van deze verwijzing is blijft de vraag. Het zet druk op de huidige exploitant en geeft het college ruimte om afscheid te nemen van de Stichting MOA. Maar een principiële opstelling valt er niet in te lezen. Beheersargumenten blazen mist in deze motie. Want indien het doorgaat zoals het nu al enkele jaren gaat moet het verschil tussen wat niet mag, maar wel moet verhuld worden. Als dat de uitkomst is, dan is motie 111 onoprecht en een bestuurlijk gedrocht. Het voorbeeld van pragmatische politiek zonder principe.

Hoe nu verder? Motie 111 legt een noodverband aan bij een al jaren zieke patiënt in de hoop dat die opknapt. Dat is wensdenken uit goedgelovigheid. Dat geeft eerder verwarring dan duidelijkheid. Door nu jaarlijks maximaal een ton subsidie voor de exploitatie aan Stichting MOA te geven roept de raad verdere problemen in de toekomst over zich af. De raad komt niet alleen moreel op een hellend vlak door subsidie te verstrekken aan een exploitant die het volgens de eigen opdracht uit 2012 aan het college niet mag verstrekken, maar het schept hierbij ook een precedent. Een verkeerd voorbeeld. Hierbij zet de raad de geloofwaardigheid van de politiek op het spel. In 2021 of mogelijk zelfs eerder zal naar verwachting de huidige exploitant Stichting MOA bij wethouder Diepeveen wederom aan de bel trekken voor meer geld. In 2021 moet het een lening van 160.000 euro aan de provincie Utrecht terugbetalen en eindigt de Amersfoortse subsidie. Dan hebben raad en college van Utrecht vermoedelijk nog steeds geen idee hoe ze deze kwestie fundamenteel op moeten lossen.

Foto 1: Motie 111, 2017 ‘Openstelling landhuis Amelisweerd en MOA’, gemeente Utrecht. Aangenomen op 29 juni 2017.

Foto: Schermafbeelding van deel motie 79Openstelling landhuis Amelisweerd en MOA’, gemeente Utrecht. Ingetrokken op 29 juni 2017.

Utrechtse raad beslist over toekomst Landhuis Oud Amelisweerd. Maar handelt het college binnen de bestuurlijke randvoorwaarden?

leave a comment »

Op donderdag 29 juni 2017 vergadert de Utrechtse gemeenteraad onder meer over de Voorjaarsnota. Op p.23 valt bovenstaande uiteenzetting te lezen over de openstelling van het Landhuis Oud Amelisweerd. Er wordt hier verwezen naar het rapport Van der VossenToekomst Landhuis Oud Amelisweerd’ dat in opdracht van het gemeentebestuur in maart 2017 is opgesteld. De huidige exploitant van het landhuis is de Stichting Museum Oud Amelisweerd (MOA) die noodlijdend is en sinds 2012 continu in financiële problemen verkeert. Daar moet een oplossing voor gevonden worden. Maar zo’n oplossing kent bestuurlijke beperkingen omdat in 2012 het toenmalige Utrechtse gemeentebestuur aan de raad heeft toegezegd dat de gemeente Utrecht geen cent subsidie zal verlenen in de exploitatie van het MOA. In raadsvragen van 13 november 2015 (2015; 170) van Aline Knip (D66) en André van Schie (VVD) werd dat op 8 december 2015 door het college herbevestigd:

Het antwoord op bovenstaande raadsvragen (2015; 170) en het voorstel van het college uit de Voorjaarsnota om te kiezen tussen scenario MOA Aangescherpt en CM Light zijn met elkaar in tegenspraak. Het college zadelt de Utrechtse raad met een onmogelijke keuze op. Want als de raad zichzelf serieus neemt kan het niet instemmen met scenario MOA Aangescherpt omdat het in strijd is met het door de raad ingenomen standpunt dat er geen cent exploitatie naar het MOA gaat. Het is dan ook merkwaardig dat het met medewerking van wethouder Kees Diepeveen namens het college -ondanks dit principiële besluit uit 2012- in de Voorjaarsnota voorgelegd wordt aan de raad. De vraag is gerechtvaardigd of Diepeveen hiermee bestuurlijk wel zorgvuldig handelt. Evenmin valt in te zien dat de raad kan instemmen met het scenario CM Light dat tot een openstelling van slechts 10 dagen per jaar leidt. Dat is een terugvaloptie die het publicitair af moet leggen tegen het andere scenario dat politiek aantrekkelijker oogt. Kortom, het ene scenario MOA is bestuurlijk en politiek onmogelijk en het andere scenario CM is onaantrekkelijk omdat het het landhuis praktisch in de ruststand zet.

Met motie 188 uit 2016 die zoals blijkt uit het citaat uit de Voorjaarsnota leidde tot ‘onafhankelijk onderzoek’ van Van der Vossen is iets merkwaardigs aan de hand. Opvallend is de motie spreekt over ‘cultuursubsidie’ terwijl er in 2012 en nog in het antwoord op de raadsvragen (2015; 170) werd gesproken over ‘subsidie ten behoeve van de exploitatie’. Dat laatste is ruimer dan het eerste en biedt meer ‘geitenpaadjes’ om gemaakte afspraken te omzeilen. Maar de bewoording ‘cultuursubsidie’ gaat voorbij aan de debatten in de raad en het college in 2012 die het hadden over ‘subsidie ten behoeve van de exploitatie‘. Dit laatste omvat onder meer derving of opschorting van huurinkomsten of geschuif met kostenposten. Maar het gaat verder zoals uit de raadsvragen 2015; 170 blijkt: ‘de gemeente Utrecht is niet verantwoordelijk voor de exploitatie’. Hiermee introduceert het college 2016/17 een nieuwe tegenstrijdigheid. In 2015 verklaarde het college dat het niet verantwoordelijk was voor de exploitatie van het MOA, maar in 2017 maakt Diepeveen zich verantwoordelijk door een interpretatie van motie 188; 2016 die leidt tot de opdracht aan Van der Vossen. Die met een rapport komt met optie MOA Aangescherpt die haaks staat op het bestuurlijke standpunt én de verantwoordelijkheid aangaande het MOA die het college geacht wordt in te nemen. Diepeveens afhandeling loopt het risico om als lesstof over het hellend vlak en wankelmoedig bestuur voor de Bestuursacademie de geschiedenis in te gaan.

Foto 1: Schermafbeelding van deel Voorjaarsnota 2017 van de gemeente Utrecht.
Foto 2: Schermafbeelding van deel raadsvragen van 13 november 2015 (2015; 170) van Aline Knip (D66) en André van Schie, gemeente Utrecht.
Foto 3: Motie 188 uit 2016, gemeente Utrecht.