Nu.nl maakt niet duidelijk in welke gevallen Utrecht wijzigen slavernij-achternaam zelf betaalt

Schermafbeelding van deel artikel Utrecht betaalt wijzigen achternaam met slavernijachtergrond desnoods zelf‘ van Nu.nl, 7 september 2021.

Het is een goed idee dat mensen die hun ‘slavernij-naam’ willen veranderen dat tegen ‘normale’, niet al te hoge kosten makkelijk kunnen doen. In de grote steden is daar debat over. Dat speelt tegen de achtergrond van het oplaaiende debat over slavernij, identiteit en diversiteit.

De gemeente Utrecht gaat volgens een bericht van nu.nl dat breed door andere media geciteerd wordt nog een stapje verder. Dat nieuwsmedium voert een anonieme bron namens de gemeente Utrecht op zonder te specificeren wie of wat dat is. De waarde van de uitspraak valt daarom niet te controleren omdat de naam van een woordvoerder of een gemeentelijke dienst of afdeling ontbreekt.

Nu.nl stelt dat ‘desnoods de gemeente op initiatief van de gemeenteraad de rekeningen voor de naamsverandering zelf betaalt’, zo zou de gemeente ‘zelf’ melden. Het is onduidelijk op welk initiatief van de gemeenteraad nu.nl doelt. Motie 185 vraagt uitsluitend om een verkenning om de rekening te betalen. Daarover straks meer.

Op de site van de gemeente Utrecht is over dit onderwerp de volgende motie van PvdA en DENK van 3 december 2020 te vinden die met de stemmen van ChristenUnie (2), D66 (10), GroenLinks(12), Partij voor de Vrijheid (1), SP (2), Stadsbelang Utrecht (1) en VVD (6) ruimschoots verworpen werd:

Schermafbeelding van Motie 427 ‘Ondersteun afstammelingen van tot slaaf gemaakte mensen bij hun naamsverandering’ in Utrechtse gemeenteraad, 3 december 2020.

Beide partijen pleitten ervoor om bij het Rijk te pleiten voor afschaffing van het psychische onderzoek en opperden te verkennen of de gemeente tegemoet kan komen in een deel van de kosten.

In de behandeling (klik op 19e raadsvergadering gemeenteraad 3 december 2020.doc en dan p.71) ontraadde wethouder Linda Voortman (GL) M427 ‘om financiële redenen’ en zei ze te kijken of de bijzondere bijstand een optie voor dekking zou zijn. In haar reactie zei fractievoorzitter Heleen de Boer van GL dat omdat de wethouder heeft gezegd ‘dat zij hierover in gesprek gaat’ en zij heeft uitgelegd dat zij gaat proberen een regeling te treffen voor de mensen die dat niet zelf kunnen betalen dat dat voor haar fractie voldoende was om ‘op dit moment’ tegen M427 te stemmen.

Motie 185Naamsverandering van nakomelingen van tot slaaf gemaakten‘ van juli 2021 die een doorstart van M427 is en met ruime steun werd aangenomen droeg het college op om samen met de drie grote steden bij het Rijk te pleiten ‘voor afschaffing van de kosten van een naamswijziging en voor afschaffing van het psychologisch onderzoek‘ en ‘te verkennen wat de mogelijkheden zijn om als gemeente Utrecht tegemoet te komen aan de kosten die Utrechtse nakomelingen van tot slaaf gemaakte mensen moeten maken om hun achternaam te veranderen‘.

Inhoudelijk is M185 een kopie van de eerder verworpen M427 van PvdA en DENK. Het verschil tussen beide moties is niet inhoudelijk, maar gaat over het wel of niet zwaar laten wegen van de financiële dekking. In de tweede motie M185 moet blijkbaar het toevoegen van de passage ‘afschaffing van de kosten van een naamswijziging‘ de draai voor de coalitiepartijen mogelijk maken, zodat ze niet meer gebonden zijn om die af te wijzen vanwege ontbrekende dekking. Een toezegging van het Rijk als gevolg van de onderhandelingen zou dat politiek haalbaar kunnen maken. Daarover zegt het bericht van nu.nl niets. Het is trouwens onzeker of het Rijk ooit met zo’n toezegging komt. Blijkbaar maakt dit voorschot op de toekomst de draai voor GL, D66, CDA, CU, PvdD, SP en Student & Starter mogelijk.

Uit het bericht van nu.nl wordt niet concreet hoe breed de categorie mensen is waarvoor de gemeente Utrecht de naamsverandering wil gaan betalen. Het oogt als een losse flodder of proefballonetje dat dient om druk te zetten op het Rijk. Als het gaat om de mensen die het niet zelf kunnen betalen en waarvoor een regeling wordt getroffen, dan reproduceert nu.nl het standpunt van 3 december 2020 van wethouder Voortman en fractievoorzitter De Boer. Het ‘desnoods’ in de uitspraak van de anonieme bron van de gemeente Utrecht duidt erop dat betalen door de gemeente alleen in specifieke gevallen geldt. Zoals voor mensen die het niet kunnen betalen. Maar dat wordt niet duidelijk gemaakt.

Als dit bericht van nu.nl klopt, wat de vraag is vanwege het anonieme karakter van de bron, dan valt de opstelling van het Utrechtse college en de coalitiepartijen te karakteriseren als politiek opportunisme of vertraagd inzicht. Niet alleen op het Binnenhof worden verschillen niet gemaakt door de inhoud, in Utrecht is het niet anders. De uitspraak van de anonieme bron van de gemeente Utrecht speelt op het niveau van de politieke marketing en de angst om door andere partijen overvleugeld te worden.

Duits liberale FDP positief over samenwerking met SPD en Grünen. Dat contrasteert met bange opstelling van VVD

Opmerkelijk is dat in Duitsland een coalitie van SDP (sociaal-democraten), Groenen en FDP (liberalen die meer lijken op de VVD dan D66) in de steigers staat. Op 26 september 2021 zijn de verkiezingen voor de Bundestag. Deze zogenaamde verkeerslicht (‘Ampel’) -coalitie van Rood-Groen-Geel koerst op een meerderheid in de Bundestag af. Vice-voorzitter van de FDP en Bundestag Wolfgang Kubicki heeft zich er positief over uitgelaten vanwege de stapjes in de richting van het pragmatisme van de andere twee partijen. En dan met name van kandidaat-kanselier Olaf Scholz (SPD).

De FDP heeft een recent verleden van samenwerking met de SPD en is er mentaal als junior-partner aan gewend. Gedenkwaardig in de Ostpolitik van SPD-kanselier Willy Brandt (1969-1974) was minister van Buitenlandse Zaken en vicekanselier Walter Scheel die met Brandt een goede tandem vormde. Ook FDP’er Hans-Dietrich Genscher speelde die rol onder bondskanselier Helmut Schmidt (1974-1982).

Vanuit Duits perspectief is de blokkade van het CDA van een coalitie met de twee linkse partijen PvdA en GroenLinks begrijpelijk. Ook In Duitsland is er immers geen coalitie in de maak van CDU/CSU, SPD, Bündnis 90/Die Grünen en FDP. Dat zou te breed zijn en voor een meerderheid overbodige partijen bevatten. Wat echter niet te rijmen valt is dat de VVD die eis van de CDA overneemt of zich daar achter verschuilt. Des te meer omdat het CDA door de nog steeds niet opgeloste kwestie Omtzigt verdeeld en instabiel is en Hoekstra zich in de onderhandelingen secundair en niet constructief opstelt.

De FDP is niet linkser dan de VVD, maar wel pragmatischer en gewend aan regeren met de SPD. De PvdA en GroenLinks stellen zich niet minder pragmatisch op dan de SPD en Grünen. Vooral GroenLinks wenst sloten waar in de wijn te doen om maar te mogen regeren. Waar is de VVD bang voor waar de FDP niet bang voor is? Terwijl notabene de positie van de Duitse SPD en Grünen electoraal veel sterker is dan die van haar Nederlandse zusterpartijen.

Anders gezegd, waarom kan er in Nederland geen verkeerslicht-coalitie van een zwak rood licht (PvdA), een zwak groen licht (GroenLinks) en een sterk geel licht (VVD en D66) tot stand komen, terwijl dat in andere landen wel gebeurt? Overigens heeft zo’n verkeerslicht-coalitie van VVD-D66-PvdA-GroenLinks met 75 zetels geen meerderheid in de Tweede Kamer. Er zijn trouwens andere bezwaren tegen een samenwerking van PvdA met GroenLinks vanwege de identiteitspolitiek van laatstgenoemde.

Maar dat gaat voorbij aan de opstelling van de VVD. De kern van kritiek en oplopende verbazing is dat de VVD vanuit een positie van sterkte een coalitie met rood en groen blokkeert die in Duitsland haar zusterpartij FDP vanuit een positie van zwakte omarmt. Waarom voelen premier Rutte en de VVD zich in hun sterkte zo onzeker? Staat in Europees verband nou de VVD of de FDP uit het lood?

Keklik Yücel heeft kritiek op samenwerking van PvdA met GroenLinks. Ze wenst minder identiteitspolitiek en meer waarden

Op de PvdA heb ik nooit gestemd. Dat is niet omdat ik tegen het sociaal-democratische gedachtengoed ben, maar omdat ik er voor ben. Omdat in mijn ogen bij de PvdA dat gedachtengoed wordt verwaarloosd ontbreekt voor mij de noodzaak om op de PvdA te stemmen. Integendeel, door op de PvdA te stemmen zou ik me juist vereenzelvigen met een PvdA die zich keert tegen het sociaal-democratische gedachtengoed. De befaamde ideologische veren. Sinds het leiderschap van Wim Kok (vanaf 1986) is de PvdA steeds meer vervreemd geraakt van haar beginselen.

De kiezers zien dat feilloos in en hebben in grote getale afscheid van de partij genomen. Want ook zij zien geen noodzaak meer om op de PvdA te stemmen die niet meer is wat het zegt te zijn. Het is de vraag of het huidige leiderschap van de PvdA zelf nog weet waar het voor staat.

De paradox is dat de PvdA in een identiteitscrisis verkeert omdat het te veel aandacht geeft aan identiteit. De kritiek is dat door de samenwerking met GroenLinks de crisis waarin de PvdA verkeert alleen nog maar groter wordt. Oud PvdA-Kamerlid Keklik Yücel wijst in gesprek met WNL die samenwerking af omdat volgens haar de sociaal-culturele thema’s (verworvenheden, liberaal-democratische waarden, individuele vrijheden) bij GroenLinks niet in goede handen zijn. Zij legt dat in de video vanaf 5’20” uit.

Keklik Yücel beseft dat ze als PvdA’er onderhand behoort tot een minderheid binnen haar partij. Zij heeft met onder meer Asis Aynan, Femke Lakerveld en Eddy Terstall in 2018 een manifest gepubliceerd en is sinds die tijd betrokken bij de beweging Vrij Links. Het is min of meer een doorstart van een eerdere kritische groep PvdA’ers (2008-2018) die zich met onder meer Terstall en Marcel Duyvestijn verenigden als Liefdevol Lid. Maar de genegenheid voor de PvdA vanaf die vrijzinnige flank lijkt gaandeweg afgenomen en de afstand groter.

Men kan Vrij Links opvatten als de PvdA in ballingschap, De ondertitel van het manifest uit 2018 geeft aan waar het Vrij Links om gaat en waar het volgens haar bij de huidige PvdA aan schort: ‘EEN VRIJ EN ONBELEMMERD DEBAT, EEN LEVENSBESCHOUWELIJK-NEUTRALE STAAT, SECULIER ONDERWIJS VOOR ALLE KINDEREN EN EEN HERWAARDERING VAN INDIVIDUELE VRIJHEID.’

Keklik Yücel geeft de nummer 9 op de lijst van GroenLinks als voorbeeld van de verkeerde weg die volgens haar die partij is ingeslagen en waarom PvdA nooit met GroenLinks hecht kan samenwerken. Dat gaat niet alleen om genoemde Kauthar Bouchallikht die verdacht wordt van islamistische sympathieën, maar om GroenLinks die vanwege electorale redenen iemand met die achtergrond ondanks brede kritiek uit GroenLinks haar toch handhaaft. Deze partij kiest hiermee eenzijdig voor marketing en oppervlakkigheid en tegen de waarden waar Yücel voor pleit en die ze graag bij de PvdA opnieuw ingevoerd zou zien.

Ik schreef in een commentaar van december 2020 over de kwestie Kauthar Bouchallikht: ‘Er moet maar eens een echte linkse, vrijzinnige partij in Nederland komen. Het is tamelijk absurd voor het seculiere Nederland waar het hele politieke landschap is verkaveld in aparte onderdelen voor elke overtuiging dat zo’n eenduidig vrijzinnige partij niet bestaat. Het valt Kauthar Bouchallikht niet aan te rekenen dat ze haar opvattingen heeft (die zijn te karakteriseren als islamitisch-fundamentalistisch), maar wel dat GroenLinks met haar kandidatuur volhoudt dat het vrijzinnig en seculier is.’

Keklik Yücel concludeert terecht dat zo’n echte linkse, vrijzinnige partij waar de politieke filosofie van het secularisme niet alleen in de marketing, maar in de waarden het uitgangspunt is door de steeds hechtere samenwerking van de PvdA met GroenLinks verder uit zicht raakt.

Wie doordenkt ziet in de blokkade van twee linkse partijen door CDA-leider Hoekstra en VVD-leider Rutte een succesvolle actie om PvdA en GroenLinks verder van zichzelf te vervreemden. Deze linkse partijen wringen zich in bochten om te voldoen aan de voorwaarden van beide rechtse partijen. Ze denken slim te zijn, maar vooral de PvdA is de tuinman uit de parabel die voor de dood vlucht om hem in Ishafan in de armen te lopen. De oud-PvdA’ers van VrijLinks zien aan de zijlijn de verwording van hun partij met spijt en ontsteltenis aan.

Persoonlijk hoop ik ooit de dag mee te maken dat er in Nederland een geloofwaardige, echte, linkse, vrijzinnige partij is waar ik mijn stem op kan uitbrengen. Ik vrees echter dat het een vergeefse wens zal blijven.

Raad Arnhem neemt motie aan om stedenband met Wuhan te verbreken vanwege de schokkende behandeling van de Oeigoeren door China

Aangenomen motie 21M81 ‘Verbreek stedenband met Wuhan (Volksrepubliek China)’ in gemeenteraad Arnhem, 21 juli 2021.

Een motie die op 11 november 2020 nog door DENK werd ingetrokken omdat er geen meerderheid voor was kreeg gisteren wel een meerderheid in de Arnhemse raad.

Vergeleken met toen was de motie op twee punten gewijzigd. In de tekst was toegevoegd: [We weten dat] ‘De 2de kamer op 25-02-2021 een motie heeft aangenomen waarin uitgesproken wordt dat in China genocide plaatsvindt en China strafkampen erop na houdt die bedoeld zijn om geboorte binnen een specifieke groep te voorkomen’. In de presentatie van de motie verwees de vertegenwoordiger van DENk uitdrukkelijk naar deze motie in de Tweede Kamer. Verder was de motie medeondertekend door de Partij voor de Dieren en de ChristenUnie.

De Gelderlander noemt in een bericht van 21 juli 2021 het besluit van de raad om de stedenband met Wuhan te verbreken ‘verrassend‘, Het zegt ook dat de raad hiermee inging tegen het voorstel van het college dat bestaat uit GL, D66, VVD en PvdA. De partijen die voor de motie stemmen waren Denk, GroenLinks, D66, SP, ChristenUnie, PVV en Partij voor de Dieren. Ze hebben een meerderheid van 23 van de 39 zetels. Van de coalitiepartijen stemden GL en D66 voor en PvdA en VVD tegen.

In oktober 2019 verscheen in opdracht van het college een door Buck Consultants International uitgevoerde evaluatie over de 20 jarige relatie van Arnhem met Wuhan. Het leest als een stuk uit een vorig tijdperk. Dat bureau adviseerde om de stedenband niet te verbreken omdat ‘De relatie biedt betrokkenen rechtstreeks inzicht in de werkwijze en uitdagingen binnen deze enorme groeimarkt, kansen voor nuttige contacten en zakelijke mogelijkheden, en Arnhem als stad een grotere uitstraling‘. Dat is een economische benadering die door de motie naar de prullenbak is verwezen. De paradox is dat Arnhem dat zich nu laat kennen als criticus van het Chinese mensenrechtenbeleid een uitstraling krijgt dat het anders nooit had gehad.

Deze motie staat niet op zichzelf en is er een teken van dat binnen de EU en het Westen in het algemeen (met name Australië, Zweden en de VS) de kritiek op China op de laagste en hoogste bestuurlijke niveau’s toeneemt. Europese landen laten zich steeds lastiger chanteren door de economische macht van China. Dat wordt aan twee kanten ook beter realiseerbaar door de ontknoping van de Chinese economie van de wereldeconomie die zowel door het leiderschap van de Communistische Partij China als westerse landen wordt nagestreefd. Dat maakt de dreiging van economische chantage door de Chinese communisten op termijn minder krachtig.

Het is de verdienste van DENK dat het dit in Arnhem in een motie heeft opgeschreven en het is een teken van veranderend denken over de relatie met China dat de motie door links, rechts, niet-coalitiepartijen en coalitiepartijen is aangenomen.

Welke gemeenten volgen? Als de lijst nog actueel is: Amsterdam heeft stedenbanden met Beiijng en Shenzhen, Delft met Jingdezhen, Emmen met Shangluo, Enschede met Dalian, Groningen met Tianjin en Xi’an, Maastricht met Chengdu, Oosterhout met Nantong, Tilburg met Changzhou en Weert met Hangzhou. Activisten en politieke partijen die de stedenband van hun eigen gemeente met een Chinese gemeente willen verbreken of ter discussie willen stellen kunnen uit de Arnhemse motie moed putten.

Hoekstra roept vragen op over zijn functioneren door PvdA en GroenLinks gelijk te stellen met PVV en FvD

Schermafbeelding van deel artikelKabinetsformatie nog steeds muurvast: het lukt partijleiders niet om over eigen schaduw heen te springen‘ in de Volkskrant, 21 juni 2021. Verslag Avinash Bhikhie en Natalie Righton.

Laat mijn positie duidelijk zijn, de PvdA vind ik een partij die het sociaal-democratische gedachtengoed in de uitverkoop heeft gedaan en GroenLinks heeft naar mijn idee door Kauthar Bouchallikht te selecteren als kamerlid de verkeerde afslag genomen. Ze is niet geloofwaardig in het weerleggen van de aantijging dat ze sympathieën voor de radicale islam heeft. Dat verwijt blijft daarom boven GroenLinks hangen en beschadigt het beeld van een partij die ondubbelzinnig democratisch is.

Afkeer van deze twee linkse partijen heb ik echter niet. Ze hebben bestaansrecht, maar vullen dat naar mijn idee op dit moment verkeerd in. Ze verkwanselen in mijn ogen hun eigen potentie. Dat vertaalt zich in hun gebrek aan electorale aantrekkingskracht. Ondanks dat ben ik toch van mening dat deze twee partijen een waardevolle aanvulling kunnen zijn op de Nederlandse politiek. Op voorwaarde dat ze beter dan nu in vorm zijn én meer krachtige en overtuigende leiders naar voren schuiven. Vooral de PvdA heeft een langere traditie dan GroenLinks.

In mijn ogen heeft FvD geen bestaansrecht in de Nederlandse politiek. Het is een anti-democratische partij met uitgangspunten die niet binnen de democratische rechtsstaat passen. In een commentaar van 16 maart 2021 schreef ik op de vooravond van de verkiezingen voor de Tweede Kamer het volgende:

Je zou kunnen zeggen dat PVV ‘foute’ beweringen doet, maar binnen de democratie blijft en die niet ter discussie stelt. FvD doet ook ‘foute’ beweringen, maar stelt het bestaan van de democratie en de democratische instituties wel ter discussie. Dat onderscheid wordt in het publieke debat onvoldoende gemaakt. FvD is in de kern een grotere bedreiging voor de democratie dan de PVV.
Als het criterium is dat partijen die tot doel hebben om met uitsluiting van andere partijen de bestaande democratische orde omver te werpen en hun eigen autocratie te vestigen, dan zouden partijen als FvD en de theocratische SGP die een orde wil vestigen die gebaseerd is op Gods woord verboden moeten worden. Zij zijn een bedreiging voor de democratie.

De opinie van CDA-leider Wopke Hoekstra die de Volkskrant noteert is dat hij evenveel afkeer heeft om samen te werken met GroenLinks en PvdA als met PVV of FvD. Deze uitspraak roept sterke twijfels op over het politieke inzicht van Hoekstra. Het is tevens een echo van zijn botte opmerkingen over Zuid-Europa in maart 2020 als minister van Financiën. In een reactie noemde de Portugese premier Costa Hoekstra’s opmerkingen ‘weerzinwekkend, zinloos en totaal onacceptabel’.

Hoekstra’s opmerkingen over de PvdA en GroenLinks zijn eveneens ‘weerzinwekkend, zinloos en totaal onacceptabel’. Heeft Hoekstra met de belediging van beide linkse partijen een politiek doel, zoals het ontmoedigen om nog aan de formatie deel te nemen? Eerder het omgekeerde lijkt het geval.

Hoekstra laat zich door zijn uitspraak kennen als een botte en sociaal onhandige persoon. Hij strijkt PvdA en GroenLinks én formateur Mariëtte Hamer ermee tegen de haren in zodat beide partijen zich naar verwachting met z’n tweeën nog standvastiger zullen opstellen om samen de formatiebesprekingen te voeren.

DEN HAAG – Wopke Hoekstra staat de pers te woord na afloop van een gesprek met informateur Mariette Hamer. Juni 2021. Credits: ANP Robin Utrecht.

De kille Hoekstra bereikt het omgekeerde van wat hij beoogt en is dus ook een ondoelmatig politicus. Als persoon die de sfeer goed moet houden in de lastige en vermoeiende formatie en als politicus die resultaten moet boeken valt Hoekstra door de mand.

Hoekstra laat zich kennen als een rechtse politicus die hoegenaamd het verschil niet kent tussen de zes partijen (VVD, D66, CDA, PvdA, GL en CU) die deel uitmaken van de formatiebesprekingen doordat ze zijn uitgenodigd door informateur Hamer én PVV en FvD. Of hij doet alsof hij het verschil niet kent. Dat is kinderachtig van hem.

Blijft de achterban van het CDA zwijgen over de uitspraak van Hoekstra? Hoe valt het bij de leden in de regio die decennialang goed hebben samengewerkt met de PvdA dat deze partij wordt gelijkgesteld aan de ultrarechtse FvD die de democratie wil afschaffen? Door het vertrek van kamerlid Pieter Omtzigt en de fluistercampagne van de CDA-top tegen hem en de verrechtsing van de partij onder leiding van Hoekstra is het CDA toch al tot op het bot verdeeld. Wat bezielt Hoekstra om daar onnodig een nieuw strijdpunt aan toe te voegen?

Het lijkt er sterk op dat Wopke Hoekstra als leider van een instabiele partij lijdt aan zelfoverschatting. Wellicht denkt hij dat de aanval de beste verdediging is omdat hij door de PvdA en GroenLinks aan te vallen afleidt van de beeldvorming over een verzwakt CDA. Wie weet. Tegelijk roept Hoekstra met zijn uitspraak die door beide linkse partijen als belediging opgevat wordt, en feitelijk onnodig is omdat het geen doel dient, vragen op over zijn beoordelingsvermogen, politieke vakmanschap, leiderscapaciteiten en karaktereigenschappen als persoon die niet weet hoe hij zich sociaal moet gedragen.

Stokpaardjes ontsieren maidenspeech Kauthar Bouchallikht en ontnemen het zicht op klimaatdoelen van GroenLinks

Kauthar Bouchallikht is negatief in haar maidenspeech die ze op 20 mei 2021 in de Tweede Kamer hield. Vooral is ze vaag. Ze heeft het steeds over ‘wij’, maar wie ze daar onder verstaat is onduidelijk. Zijn dat orthodoxe moslims, migranten die hun identiteit aan hun geloof ontlenen of migranten in brede zin? Zijn dat jongeren of de jongere generatIes? Dat maakt ze niet duidelijk, zodat haar betoog niet scherp is en breed uitwaaiert. Ze scherpt aan zonder scherp te worden.

Haar identificatie met Nederland zit vreemd in elkaar. Zij is in Nederland geboren, maar positioneert zich als iemand die ver van Nederland afstaat. Toch is ze kamerlid en heeft carrière gemaakt. Ze heeft de kansen die haar aangereikt zijn gebruikt, zoals vele migranten doen. Niet allen weten het door eigen inspanning echter ver te schoppen, maar dat geldt voor iedereen die in Nederland woont. Niet iedereen komt terecht op de beoogde en verlangde plek. Soms zijn ambities en verwachtingen ook onrealistisch en schieten de eigen inspanningen tekort. 

Het is vreemd om te horen dat iemand die het tot kamerlid heeft weten te schoppen, meent dat ze hier niet mag zijn. Dit roept de vraag op of Bouchallikht in een existentiële crisis van zelftwijfel verkeert. Weet ze daarnaast wel hoe ze als kamerlid het algemene uit het individuele moet afleiden om tot een algemene uitspraak te komen waar anderen op kunnen bouwen?

Het is een paradox, maar Bouchallikht spiegelt in de eerste helft van haar toespraak zonder dat ze het lijkt te beseffen de ontevredenheid en berusting van degenen uit radicaal-rechtse hoek tegen wie ze zich uitspreekt. De aanhangers van Wilders of Baudet praten niet minder negatief over de Nederlandse samenleving en uiten zich even moedeloos als Bouchallikht. Alsof het een complot is en er niks kan veranderen. Met haar betoog introduceert zij de sfeer van fatalisme van radicaal-rechts binnen GroenLinks. De oproep in de tweede helft van haar toespraak om het lot in eigen hand te nemen en de hoop voorop te zetten klinkt daardoor niet aannemelijk omdat het gebouwd is op dat onderliggende negativisme dat door blijft zeuren.

Bouchallikht neemt niet het migratiebeleid sinds de jaren 1970 als norm, maar de recente uitingen van rechts-radicale zijde. Maar dat is in Nederland een minderheid. Ze vergeet dat in de afgelopen tientallen jaren vooral de koepel van orthodoxe moslims die het best georganiseerd was financieel en facilitair ondersteund werd door de regering. De feiten weerspreken haar claim dat migranten in de steek werden gelaten. Het verwijt dat vooral uit niet-religieuze hoek klinkt is dat vooral orthodoxe moslims te veel gepamperd zijn en daardoor het migratiebeleid uit het lood is komen te staan. Niet door te weinig, maar te veel steun. Het zou de emancipatie van Nederlandse ‘culturele’ moslims vertraagd hebben, bijvoorbeeld in het publiekelijk uittreden uit de islam.

Bouchallikht vergeet ook dat op een kleine toplaag uit het old boys netwerk na, iedere Nederlander zich in moet vechten. Of in een studie, een baan of een woonomgeving. Nederland is voor bijna iedereen een competitieve maatschappij. Uiteraard zijn er verschillen die de kansen beïnvloeden. Maar als die te maken hebben met taalbeheersing van de Nederlandse taal, de kennis van de Nederlandse cultuur en omgangsvormen, het volgen van een opleiding of het opbouwen van een netwerk, dan gelden die voor iedereen en zijn niet per definitie terug te voeren op het verschil tussen migranten en niet-migranten. Ook migranten kunnen eraan werken om hun kans op succes te vergroten. Het is zeker zo dat ze als betrekkelijke buitenstaanders meer inspanning moeten doen, zoals Nederlanders die emigreren ook extra hindernissen ervaren die ze in hun thuisland niet kenden. Dat perspectief van eigenheid is iets van alle landen en tijden.

De macht van de multinationals en banken moet worden ingeperkt. Zeker in de aanpak van de klimaatcrisis spelen ze een bedenkelijke rol die het realiseren van het klimaatakkoord blokkeert. De kabinetten Rutte hebben daar op z’n best halfslachtig in gehandeld. Dat moet beter. Er wacht GroenLinks binnen of buiten het komende kabinet een rol om dit te agenderen. Dat moet scherp en duidelijk omdat kleinere partijen maar weinig kansen hebben om gehoord te worden. Het besef lijkt ook bij bedrijven en NGO’s doorgebroken dat er nu doorgepakt moet worden en uitstel niet meer kan om de temperatuurstijging en de CO2-uitstoot terug te dringen.

Omdat de belangen zo groot zijn is het een gemiste kans om in een toespraak het klimaatprobleem te verbinden aan de gevolgen van massa-immigratie uit niet-Westerse landen. We weten al sinds de jaren 1960 door denkers als Jan Tinbergen dat de Noord-Zuid-problematiek en de ongelijke verdeling van de globale welvaart verband met elkaar houden. Dat wordt al 60 jaar in de publieke opinie genoemd. Wat nu nodig is een realistische aanpak van het klimaatprobleem die al op korte termijn (2030) resultaten geeft. Alleen samenwerking van bedrijven, banken, regeringen, politieke partijen, NGO’s en supranationale organisaties kan het verschil maken dat nodig is. 

De breed uitwaaierende filosofieën van Kauthar Bouchallikht zijn wellicht aardig voor haar achterban die hiermee ongetwijfeld wordt bevestigd in het eigen gelijk, maar weinig zinvol in de praktische politiek. Het is echter begrijpelijk om een maidenspeech als een preambule bij het echte werk te beschouwen. Dat kon nog even, maar nu wacht het echte werk. Bouchallikht moet leren focussen om de klimaatdoelen van GroenLinks centraal te stellen en niet te verwarren met identiteitspolitiek. Voor nieuwkomers in de Tweede Kamer die nog half in een vorig leven zitten geldt: ‘Less is more’. Om daadkrachtig te zijn moet ze haar politieke stokpaardjes achter zich laten die haar in de weg staan om ondubbelzinnig op te komen voor het klimaat en die de verkeerde sentimenten en reacties oproepen die afleiden van het onderwerp waar het over moet gaan.

Robesin vraagt Tweede Kamer opnieuw om onderzoek besluitvorming Hedwigepolder

Schermafbeelding van deel artikelRobesin vraagt Kamer opnieuw om onderzoek Hedwigepolder’ in de PZC, 28 april 2021.

Het plan om de Hedwigepolder in Oost Zeeuws-Vlaanderen onder water te zetten is naar mijn idee een van de meest onverkwikkelijke en geniepige besluiten die een Nederlandse regering ooit heeft genomen.

Deze slechts 3 km2 grote polder kreeg in de jaren 2005-2015 een symboolfunctie. Feitelijk een wonder hoe zoiets kleins zo groot kon worden. De ontpoldering is volgens plan in 2022 voltooid. Maar niet iedereen zag er dezelfde symboliek in.

Voor Zeeuwen was het de macht van het grote geld, te weten de Antwerpse haven, waarvoor ze in een onderonsje met Den Haag werden uitgeruild voor zogenaamd hogere belangen. Dus economie. Voor de economische lobby was het het omgekeerde, het opruimen van regionale belangen met inzet van de politiek. Voor natuurbeschermers was het de kans om meeliftend met het economisch belang ten koste van het regionaal belang eigen kruimels te kunnen realiseren. Zogenaamde ‘nieuwe natuur’ en extra geld voor de eigen organisaties om mee te draaien in de projecten. Door de Zeeuwen werd de opstelling van de samenwerking van bedrijfsleven en politiek als harde machtspolitiek ervaren en dat van de natuurbeschermers als verraad. Over dat verraad van de natuurlobby verhaalt Chris de Stoop in zijn boek ‘Dit is mijn hof’.

De argumenten waren meestentijds vals en de doeleinden verhullend. Onder het mom van natuurbescherming werd natuur beschadigd die officieel geen natuur was en daarom in nieuwe langlopende projecten officieel hersteld kon worden. Onder het mom van natuurbescherming werden de economische belangen van de Antwerpse haven versterkt. Natuurorganisaties als de Vogelbescherming lieten zich omkopen of misleiden. Hun naïviteit was grenzeloos en concurreerde hevig met hun opportunisme. Volgens velen hebben ze voorgoed hun geloofwaardigheid verloren door een bondje te sluiten met het grote geld.

HMM Algeciras © Johan Rijnhout/Rijnhout Media. In PZC, 12 juni 2020.

De kernvraag of een getijdenrivier als de Westerschelde geschikt is om schepen van 400 meter lang, 61 meter breed met een diepgang van 12 meter te ontvangen heeft nooit centraal gestaan in het debat. Daardoor konden de Vlaamse regering en de Antwerpse haven politieke druk blijven zetten om uiteindelijk hun zin door te drijven.

In Zeeland werd de uitruil tussen Nederland en Vlaanderen onder druk van de EU doorzien, maar de rest van Nederland liet het gebeuren. Wat de boosheid én het gevoel van uitgeslotenheid verder versterkte van de Zeeuwen die zich als traditioneel wingewest toch al snel in de steek gelaten voelen.

Johan Robesin die ooit lid van de Eerste Kamer was voor een lokale partij kreeg naar eigen zeggen in 2011 in een persoonlijk gesprek de belofte van premier Rutte dat die zijn uiterste best zou doen dat de Hedwigepolder niet onder water zou worden gezet. Dat liep anders. Rutte kon zijn belofte niet houden en Robesin zit nu al jaren vol onbegrip over deze kwestie.

Hij doet nu een tweede poging om de besluitvorming van 10 jaar terug in de Tweede Kamer tegen het licht te houden. Maar wat voor nut hebben volgens Robesin de landelijke politieke partijen daarbij? Rechtse partijen als VVD en CDA hebben zich overgeleverd aan de economie en groene partijen als GL en D66 hebben zich niet principieel genoeg opgesteld. Resten SGP, Boerenpartij en de drie radicaal-rechtse partijen, maar die laatsten zijn vooral tegen omdat ze overal tegen zijn om de overheid te dwarsbomen. Zulke vreemde bedpartners vergroten de geloofwaardigheid van een op zich zinvol verzoek om openheid niet.

De Hedwigepolder is nu bijna volledig onder water gezet en de besluitvorming ervan is blijkbaar ook onder water verdwenen. De spreekwoordelijke slager wil niet dat bekend wordt hoe de worst gemaakt wordt en wat er allemaal in zit. Waarom zou de Kamercommissie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een onderzoek naar de besluitvorming rond de Hedwigepolder agenderen? Er is in de tussentijd al te veel water door de Westerschelde gestroomd om nog te verwachten dat de waarheid boven water komt.

Kan het Westen het leven van Navalny redden door te dreigen met sancties?

De Russische oppositieleider Alexei Navalny is op oneigenlijke gronden veroordeeld en door de Russische leiders in een strafkamp gestopt. Waar tuberculose heerst. Daar wordt hem medische verzorging onthouden. Navlany is in hongerstaking gegaan en valt elke dag een kilo af. Dat kan hij niet lang volhouden.

De voormalige Amerikaanse ambassadeur in Moskou Michael McFaul meent dat de positie van president Poetin minder sterk is dan het lijkt. Aan het eind van het interview met MSNBC zinspeelt hij op nieuwe sancties die de VS en zijn westerse bondgenoten kunnen instellen als Navalny het niet overleeft.

Maar het is de vraag hoever Duitsland en Frankrijk mee willen gaan met de VS dat voor harde sancties pleit. Er is minder westerse eensgezindheid dan McFaul suggereert. De economische betrekkingen van de Europese landen met de Russische Federatie zijn ook hechter dan die van de VS.

Te denken valt aan het definitieve afblazen van de aanleg van gaspijplijn Nord Stream II, het blokkeren in het Westen van tegoeden en bezittingen van Russische pro-Poetin oligarchen en ‘vrienden’ van Poetin, en het volledig isoleren van de Russische energie- en financiële sector.

Als westerse landen het leven van Alexei Navalny willen redden, dan moeten ze via diplomatieke landen het Kremlin nu laten weten hoe de sancties fors uitgebreid zullen worden als hij overlijdt in de gevangenis. Dat wordt er des te overtuigender op als de Europese landen de harde houding van de Amerikaanse president Joe Biden steunen. Maar zoals gezegd, het is de vraag of landen als Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en Nederland zich met meer dan symbolische mooie woorden die economisch niets kosten in willen spannen voor Navalny.

Uit Den Haag klinkt in het openbaar tot nu toe geen enkel kritisch geluid in de richting van het Kremlin. De Nederlandse politiek is vooral met zichzelf bezig in een opperste oefening in narcisme en navelstaren.

Zo blijkt uit een brief van minister Blok en minister Van ’t Wout van 2 april 2021 aan de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken bij de beantwoording van kamervragen van D66 en GroenLinks dat deze ministers Nord Stream II beschouwen ‘als een commercieel project, waarbij het zich rekenschap geeft van de geopolitieke aspecten’. Zelfs belabberde uitlegkunde kan deze onrealistische houding niet goedpraten. Het is vluchtgedrag van een Nederlandse regering die neutraal zegt te zijn, maar dat door haar steun aan bedrijven als Shell en de Gasunie die zich actief opstellen als verlengstukken van de energiepolitiek van de Russische Federatie niet is.

Het is wachten op een minister van Buitenlandse Zaken van D66 om deze selectieve blindheid te beëindigen. Voor Navalny komt deze regeringswissel in Den Haag waarschijnlijk te laat. Als Den Haag al verder kan kijken dan de eigen navel.

Hoe is progressiviteit te verenigen met religieuze orthodoxie? Kauthar Bouchallikht en GroenLinks leggen niet uit waar ze echt voor staan

Schermafbeelding van deel interview ‘‘Ik moet steeds uitleggen waar ik écht voor sta’ met Kauthar Bouchallikht in NRC, 29 maart 2021.

Een interview in NRC met de titel ‘Ik moet steeds uitleggen waar ik écht voor sta’ wekt bij de lezer de verwachting na lezing te weten dat de geïnterviewde is gevraagd waar zij echt voor staat en zij daar een goed antwoord op heeft gegeven. Het gaat om het kamerlid voor GroenLinks Kauthar Bouchallikht die vandaag in de Tweede Kamer wordt geïnstalleerd. De interviewer is Mark Lievisse Adriaanse.

Maar de titel maakt het niet waar. Na lezing weet de lezer nog steeds niet waar Bouchallikht nou echt voor staat. Ja, ze zou uit een ‘conservatieve omgeving’ komen, maar is dat de hele verklaring als zij verbonden was aan de islamistische Moslimbroederschap en het nationalistisch-conservatieve islamitische Milli Görüş? Dat is heel wat anders dan een conservatieve omgeving, dat is de omgeving van de politieke islam.

Mark Lievisse Adriaanse doet zijn best, maar komt er niet echt doorheen. Zo wordt het vooral een human interest verhaal over een jonge vrouw die zoveel mogelijk haar eigen verleden wegschoffelt omdat zij daar geen raad mee weet.

Het zou wat anders zijn als Bouchallikht zou toegegeven dat ze vanuit haar familieachtergrond in de politieke islam verzeild raakte en daar achteraf afstand van neemt. Dan zou haar een nieuwe start gegund zijn omdat haar nieuwe inzichten een duidelijke breuk met haar verleden vormen. Maar dat doet ze niet. Het blijft nu hangen in algemeenheden dat ze een ontwikkeling heeft doorgemaakt. Ze valt haar verleden en haar familie niet af. Daarom wordt niet duidelijk wie de echte Kauthar Bouchallikht is. Tegelijk heeft iedereen recht op een tweede kans. Maar zij en GroenLinks maken het de radicaal-rechtse critici wel erg makkelijk door geen goede verklaring te geven. Zou blijft deze identiteitspolitiek zeuren die afleidt van de echte problemen. Dat valt haar tegenstanders, maar ook GroenLinks te verwijten.

Tegelijk is Bouchallikht verbaasd over de kritiek die ze krijgt. Maar die verbazing is verbazingwekkend. Zo zegt ze te strijden voor de gelijkheid van mannen en vrouwen, maar gaf ze bij Milli Görüş een training waar mannen en vrouwen gescheiden zaten. Daar neemt ze achteraf geen afstand van.

Ze komt met een onnavolgbaar verhaal over dwang en vrije keuze. Daarbij gaat ze voorbij aan de sociale dwang voor vrouwen om zich stilzwijgend aan te passen aan hun omgeving. Alsof die vrouwen hun kritiek in een nationalistisch-conservatieve islamitische omgeving kenbaar kunnen maken. Zo vlucht Kauthar Bouchallikht weg in vreemde verklaringen die niks met de werkelijkheid te maken hebben. Dat roept vragen op over haar vermeende wereldwijsheid.

Dat ze vrouw is, een hoofddoek draagt en feministisch zegt te zijn is niet waar het om gaat. Daar mag ze niet op aangevallen worden, maar daar kan ze zich evenmin achter verschuilen als certificaat voor haar goede bedoelingen. Men kan zich alleen maar afvragen of de kandidatencommissie van GroenLinks moeite heeft gedaan om te achterhalen wie zij echt is.

Wat Bouchallikht heeft te zoeken bij GroenLinks is een ander aspect. GroenLinks bleef ondanks kritiek achter haar kandidatuur staan. Die kritiek kwam niet alleen van buitenaf, maar ook van binnenuit. Zo zegde het voormalig TK-lid Zihni Özdil in december 2020 mede vanwege de kandidatuur van Kauthar Bouchallikht zijn lidmaatschap op de partij op. Partijprominent Meindert Fennema gaf aan bij de verkiezingen van 17 maart 2021 niet op zijn partij te stemmen vanwege Bouchallikht.

Zij zijn niet de enigen binnen GroenLinks die kritiek hebben op de hoge plaats van Bouchallikht op de kandidatenlijst die trouwens te laag was om rechtstreeks verkozen te worden. In een interview voor het seculier-progressieve Vrij Links botst Nevin Özütok, de nummer 17 op de kandidatenlijst van GroenLinks met de kandidatuur van Bouchallikht. Op de vraag ‘Hoe komt het dat een progressieve politicus die GroenLinks 100 procent zou moeten omarmen, zo laag staat?’ antwoordt Nevin Özütok: ‘Echt begrijpen doe ik de kandidatencommissie ook niet.’

NRC zou er evenwichtig aan doen om een vervolg te geven aan dit interview met Bouchallikht door critici van haar als Zihni Özdil, Meindert Fennema en Nevin Özütok hun mening over haar kamerlidmaatschap en de koers van GroenLinks te vragen. Dat kan de lezer helpen om te begrijpen wat hier nou echt speelt. Het is trouwens opvallend dat die kritiek vanuit GroenLinks op Bouchallikht in het interview niet wordt genoemd. Het blijft bij het plichtmatig noemen van kritiek vanuit de hoek van De Telegraaf, terwijl de interne kritiek vanuit GroenLinks interessanter was geweest om naar te vragen. Dat is een gemiste kans.

GroenLinks heeft een slechte campagne gevoerd en zes van de 14 zetels verloren. De partij wilde graag regeren en kreeg daardoor een vaag profiel. Kauthar Bouchallikht lijkt onderdeel te zijn geweest van de reeks inschattingsfouten die het campagneteam en de partijtop hebben gemaakt. Marketing bepaalde de inhoud. Weliswaar is zij verkozen met voorkeurstemmen, maar tegelijk lijken door haar kandidatuur de grootsteedse seculier-progressieve kiezers weggejaagd te zijn richting D66. Men zou verwachten dat GroenLinks daar uitleg over geeft.

Het ondraaglijke opportunisme van de marketing van GroenLinks: Kauthar Bouchallikht of Nevin Özütok?

Voor mij viel eind vorig jaar GroenLinks definitief af als partij om op te stemmen toen deze partij op nummer 9 van de kandidatenlijst Kauthar Bouchallikht zette. Ik heb niks met religieuze politiek. Haar beeldmerk is de hoofddoek en via haar achtergrond en overtuiging is ze gelieerd aan de islamistische Moslimbroederschap. Ik vind dat niet passen bij partijpolitiek en al helemaal niet bij GroenLinks dat zich profileert als seculier en progressief. Je zou het zelfs schijnheilig kunnen noemen.

In een commentaar van december 2020 vermoedde ik dat het de linkse partijen ontbreekt aan een goede antenne om kandidaten met een allochtone achtergrond te screenen zoals ze dat bij andere kandidaten doen. Maar dat weet ik drie maanden later niet meer zo zeker. Ik denk dat er met de kandidatuur van Bouchallikht iets anders aan de hand is. GroenLinks heeft bewust gekozen om haar te gebruiken om de aantrekkingskracht bij kiezers buiten de eigen achterban te vergroten. Tegelijk loopt de partij hiermee het risico dat kiezers afhaken vanwege de kandidatuur van Bouchallikht.

GroenLinks bleef ondanks kritiek achter haar kandidatuur staan. Die kritiek kwam niet alleen van buitenaf, maar ook van binnenuit. Zo zegde het voormalig TK-lid Zihni Özdil in december 2020 mede vanwege de kandidatuur van Kauthar Bouchallikht zijn lidmaatschap op de partij op. Partijprominent Meindert Fennema gaf aan bij de verkiezingen van 2021 niet op zijn partij te stemmen vanwege Bouchallikht. Zij zijn niet de enigen binnen GroenLinks die kritiek hebben op de hoge plaats van Bouchallikht op de kandidatenlijst.

In een interview voor het seculier-progressieve Vrij Links (zie fragment hierboven) botst Nevin Özütok, de nummer 17  op de kandidatenlijst van GroenLinks met de kandidatuur van Bouchallikht. Op de vraag ‘Hoe komt het dat een progressieve politicus die GroenLinks 100 procent zou moeten omarmen, zo laag staat?’ (en wordt impliciet gevraagd, de niet zo progressieve Bouchallikht zo hoog) antwoordt Nevin Özütok: ‘Echt begrijpen doe ik de kandidatencommissie ook niet.’

Nou, ik begrijp de kandidatencommissie van GroenLinks goed. De kandidatuur van Bouchallikht draait niet om ideologie of principes, maar om politieke marketing en electorale strategie. Want partijen kunnen dan wel trouw vasthouden aan hun overtuiging door uitsluitend kandidaten te nomineren die daarmee in lijn zijn, maar de kiezers die daar afstand van hebben worden dan niet bereikt. Verbreding van de lijst kan dus nut hebben om kiezers buiten de natuurlijke achterban te trekken. Dat is hier aan de hand.

Ik woon in Utrecht en kreeg afgelopen dagen bovenstaande flyer van GroenLinks in de bus. Daarop staan prominent twee foto’s van twee kandidaten afgebeeld. Een ervan is Kauthar Bouchallikht met haar foto met hoofddoek. Zij is geboren in Amsterdam en woont daar naar verluidt nog steeds. Waarom moet de Amsterdamse nummer 9 van de kandidatenlijst die geen bijzondere band met Utrecht heeft worden afgebeeld op een flyer die in Utrecht wordt verspreid?

De bedoeling lijkt duidelijk, namelijk via de marketing van Bouchallikht die met haar hoofddoek wordt gepresenteerd als moslim probeert GroenLinks kiezers te trekken buiten de eigen achterban van groen-links-seculier-progressieve kiezers. Zoals vroeger deze kiezers automatisch op de PvdA stemden zonder dat ze het partijprogramma kenden. Utrecht kent veel Marokkaanse-Nederlanders en migranten uit islamlanden. Dat partijen in een kieskring regionale of etnische aspecten mee laten spelen is niet ongebruikelijk, maar dat wordt het wel als een kandidaat op de lijst wordt gezet van wie talloze kaderleden zich afvragen wat die bij de partij te zoeken heeft omdat de kandidaat niet bij het DNA ervan past,

Naar mijn idee tekent de kandidatuur van Bouchallikht het morele failliet, het gebrek aan overtuiging en de doorgeslagen marketingstrategie van GroenLinks. Toegegeven, partijen halen in een verkiezingscampagne in paniek of als noodgreep soms vreemde streken uit die moeilijk te rijmen zijn met hun uitgangspunten of overtuiging, maar bij GroenLinks is het omgekeerde waar. De partij koerste er, zo vermoed ik nu, vanaf eind 2020 bewust op af om Kauthar Bouchallikht in te zetten voor haar politieke en electorale marketing. De flyer is er het bewijs van.

Wie ondanks alles toch overweegt om op GroenLinks te stemmen en zeker wil weten dat de stem terecht komt bij een seculier-progressieve kandidaat met een vrijzinnig hart en liefde voor de kunst weet nu welke naam wel aangekruist kan worden: Nevin Özütok, nummer 17 van GroenLinks.

Foto 1: Eigen afbeelding van flyer van GroenLinks die begin maart 2021 in Utrecht werd verspreid.

Foto 2: Schermafbeelding van deel interviewNevin Özütok (GroenLinks): “Het is echt alle hens aan dek’ met Nevin Özütok op Vrij Links, 6 maart 2021.