George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘GroenLinks

Pleidooi voor een gedoogkabinet van VVD-D66-CDA met PvdA

with 3 comments

De verkiezingen voor de Tweede Kamer zijn achter de rug en de uitslag staat vast. Het lijkt onontkoombaar dat VVD-D66-CDA de basis van een nieuw kabinet vormen. Het zogenaamde motorblok. Deze drie partijen hebben in de Tweede Kamer 71 zetels. Dat is nog geen meerderheid, maar een meerderheidskabinet is niet de enige mogelijkheid. Een gedoogkabinet kan de vooraf vastgelegde steun van één of meer partijen zoeken.

Dan opent zich het perpectief van een gedoogkabinet dat de vaste steun van de PvdA heeft. Met een solide meerderheid in de Tweede Kamer van 80 zetels en in de Eerste Kamer van 46 zetels. Een variant die de VVD heeft gezegd te ondersteunen en die bij CDA en D66 op weinig bezwaar zal stuiten is het voorlopig aanblijven van PvdA-minister Jeroen Dijsselbloem zodat deze Eurogroepvoorzitter kan blijven om in de EU het belang van Nederland te behartigen. Zijn termijn loopt eind 2017 af. Voordeel van zo’n gedoogconstructie is dat de PvdA die een historische nederlaag heeft geleden niet toetreedt tot het kabinet en de handen vrijhoudt, maar wel constructief meedoet. Het blijft deels buiten en deels binnen het kabinet.

De mogelijkheid bestaat ook om de steun van de PvdA voor zo’n kabinet te beperken tot afspraken over de EU en de macro-economie zodat de partij vrij is om via links sociaal-economisch beleid kiezers terug te winnen die zijn weggelopen vanwege de samenwerking met de VVD. Op die onderwerpen kan dan de steun van de ChristenUnie gezocht worden. Het toetreden van GroenLinks tot een meerderheidskabinet of gedoogkabinet lijkt gezien de stabiliteit en onervarenheid van die partij voorlopig een brug te ver. Het is voor de sfeer in de kamer ook gewenst dat niet alleen negatieve gerichte partijen met populistische ondertonen als PVV, 50Plus, SP, PvdD, Denk of FvD de oppositie vormen, maar ook een constructieve, positieve partij als GroenLinks deel van de oppositie is zodat de relatie tussen kabinet en oppositie niet te hard wordt.

Getalsmatig valt te denken aan een kabinet met 12 ministers met Mark Rutte (VVD) als premier. En dus Jeroen Dijsselbloem (PvdA) tijdelijk op Financiën. D66 op Justitie, OCW en Buitenlandse Zaken. CDA op Binnenlandse Zaken, Landbouw/Infrastructuur en Economische Zaken. En de VVD op Sociale Zaken, Defensie, Buitenlandse Handel en Volksgezondheid. Vanaf 2018 kan de ChristenUnie mogelijk Financiën overnemen van de PvdA.

Foto: Affiche PvdA Lijst 7, 1956. Bron: ISSG. Beeldarchief Geheugen van Nederland.

Kieskompas kent bizarre stellingen, maar heeft enig praktisch nut

with 3 comments

kk

Wat te doen met de uitslag van het Kieskompas? De uitslag in de onderste helft komt overeen met hoe ik tegen politieke partijen aankijk. Het populistische DENK, VNL, PVV, SP en PvdD, de theocratische SGP en de richting populisme wegglijdende VVD staan het verst van mijn bed. Voorzover kan ik de uitslag volgen. Op partijen waar ik het beste op scoor zoals 50Plus of PvdA zie ik mezelf echter niet snel stemmen. En hoe is het mogelijk dat 50Plus en GroenLinks die zo’n verschillende politiek voorstaan en redeneren vanuit zulke volstrekt andere wereldbeelden even hoog in mijn uitslag scoren? Wat wordt hier werkelijk gemeten?

Zijn de stellingen te simpel om voorkeur te meten, maar geven ze wel een redelijk beeld van iemands afkeer? Neem nou een stelling over Werk en Inkomen: ‘Het belastingtarief voor de hoogste inkomens moet omhoog’. Hoe moet men dit beantwoorden als men weet dat onderzoeken uitwijzen dat dat de inkomensongelijkheid in Nederland relatief klein is, dat een hoger tarief voor de hoogste inkomens op de totale belastingopbrengsten weinig uitmaakt, maar dat een harde aanpak van de belastingontwijking van rijken en bedrijven tot veel meer inkomsten leidt? Maar er wordt niet gevraagd naar de aanpak van belastingontwijking. Gaat men in het antwoord dan mee in de symboliek zoals men denkt dat die bedoeld wordt of zet men het realisme voorop?

Een hilarische stelling gaat over Verkeer: ‘Vanaf 2015 mogen in Nederland alleen nog maar elektrische auto’s verkocht worden.’ Dat wordt lastig voor iemand die een brood, fiets, boot, driewieler of boek wil kopen en naar de winkel stapt. Als de vraag letterlijk wordt opgevat dreigt het volgende antwoord: ‘Nee, dat zal niet gaan, het is nu 2025, en in Nederland mogen alleen nog maar elektrische auto’s verkocht worden’. De vragen moeten dus niet letterlijk genomen worden. Ze moeten geïnterpreteerd worden. Maar in welke mate?

Neem de stelling over Immigratie: ‘Zwarte piet moet roetveegpiet worden’. Best dat Zwarte Piet voortaan het uiterlijk van een roetveegpiet heeft. Laat het zich in die richting ontwikkelen. Maar staat dat ‘moet’ met een notie van dwang en machtsuitoefening niet haaks op een geleidelijke maatschappelijke ontwikkeling naar de roetveegpiet die ik de beste optie vind? Ook om maatschappelijke verschillen te overbruggen. Wat te antwoorden als men voor de roetveegpiet is, maar tegen dwang die ‘moeten‘ oproept? Zonder buitentextuele interpretatie kan de keuze zonder van mening te veranderen evengoed naar ‘eens‘ of ’oneens‘ leiden.

Het ziet er dus naar uit dat men de uitslag van het Kieskompas met een korrel zout dient te nemen. Het is onduidelijk wat het meet. Het instrument lijkt te grof om meer dan een ruwe indicatie van iemands politieke voorkeur te geven. Interessant is wel dat het in mijn geval de partijen eruit filtert waar ik het minst mee heb of die het verst van mijn politieke opvattingen afstaan. Dat is knap van het Kieskompas. Nu nog kalibreren.

Foto: Schermafbeelding van de overeenkomst met politieke partijen, na invullen Kieskompas,

Written by George Knight

15 februari 2017 at 13:41

Breuklijn tussen traditionalisten en gevestigde politiek vraagt om antwoord dat waarden centraal zet

with 2 comments

wt

Aldus Ishaan Tharoor in een opinie-artikel voor The Washington Post. Hij geeft een correctie op een politiek debat dat door framing een te eenzijdige invalshoek heeft gekregen. Het is niet het beleid van Putin, Trump, EU, globalisme of de machtspolitiek tussen landen, maar het beroep dat daarbij gedaan wordt op waarden.

De basale scheiding tussen autoritaire leiders als Erdogan, Putin of Trump met hun rechts-extremistische volgelingen als Le Pen, Wilders of Farage en de rest van de politiek is gelegen in de houding tegenover immateriële aspecten als nationaliteit, identiteit, kunst, religie, secularisering en traditionele waarden.

Autoritaire leiders en hun acolieten brengen die missie niet in pure vorm, maar verwateren het en kleden het aan met kritiek op de gevestigde orde en hun zelfbenoemde rol om namens het volk te spreken. Terwijl ze in vele gevallen bij uitstek de vertegenwoordigers van de gevestigde klasse zijn of het volk in meerderheid helemaal niet achter deze leiders staat, maar achter politici van de middenpartijen. Zoals Hillary Clinton die 3 miljoen meer stemmen kreeg dan Trump of Wilders die in peilingen slechts zo’n 20% van de stemmen trekt.

Het is autoritaire leiders om de macht te doen. Doel is om de macht vast te houden en uit te breiden. Niets bijzonders, want dat doet elke politicus. Maar door de instituties buiten spel te zetten proberen autoritaire leiders hun politieke leven te rekken en rivalen uit te schakelen. In het geval van Putin worden verkiezingen gemanipuleerd doordat de oppositie bij voorbaat uitgeschakeld is, staatsmedia in dienst staan van de officiële kandidaat en uitslagen vervalst worden. Met als gevolg dat het zittende bewind in het Kremlin zich niet hoeft bezig te houden met het verdedigen van de eigen positie, maar de aanval kan inzetten. Bijvoorbeeld op de EU.

Of conservatieven en traditionalisten werkelijk traditioneel denken of dat ze dat traditionalisme om politieke redenen aanwenden om steun te verwerven is geen makkelijk te beantwoorden vraag. Het beroep op christelijke waarden en nationalisme van de in de kern pragmatische leiders als Putin en Trump die het om macht en geld te doen is lijkt ingegeven door opportunisme. Ze trekken die waarden aan als een politieke jas die ze ook zo weer uit kunnen trekken. Het is mogelijk dat bij andere autoritaire of rechts-extremistische politici de waarden dieper zitten, maar ook de uit de liberale VVD afkomstige Wilders lijkt de islamkritiek een politieke jas die hij ooit om partijpolitieke redenen heeft aangetrokken. Dat hij daarna door isolatie en bedreiging die leidden tot zijn radicalisering vergroeid is geraakt met die jas van islamhaat is mogelijk.

Het beste antwoord op de conservatieven en traditionalisten door de middenpartijen is niet het meegaan in de framing over de EU, de euro, het globalisme of de positie van de Russische Federatie of Oekraïne. Het beste antwoord gaat onder de huid van de traditionalisten en zoekt ze op door in het politieke debat centraal te zetten wat ze aan waarden zeggen te verwerpen. Zoals hedendaagse kunst, secularisering, etniciteit of een open samenleving. Toon maar aan hoe achterlijk en economisch dom de verwerping daarvan is. Om aan te spreken moeten de middenpartijen zich hierover wel krachtiger en duidelijker dan nu positief uitspreken.

De praatjes van conservatieven en traditionalisten over elite, volk of islam zijn niet de hoofdzaak. Het is een afleiding om hun opportunisme en greep naar de macht te verhullen. Door in te zoomen op de waarden die de traditionalisten verwerpen kan aangetoond worden dat de tegenstellingen die ze in het publieke debat als fundamenteel presenteren oppervlakkig zijn en bedoeld zijn om hun ware bedoelingen te verhullen. Dit betekent geen teruggang naar naïef multiculturalisme, volledige open grenzen of een proces van outsourcing van de maakindustrie. Het betekent realisme, werken aan de herbevestiging van het oppergezag van de politiek en echte machtsdeling van politiek met burger. Voorbij de schijnoplossingen van de traditionalisten.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBeyond Flynn, other ties bind the White House to the Kremlin’ van Ishaan Tharoor in The Washington Post, 13 februari 2017.

Antwoord aan iemand die zich zorgen maakt over de islamisering van Nederland. De rechtsstaat, de rechtsstaat!

with 2 comments

maria montez 1942 - arabian nights - by roman freulich. Scanned by Frederic. Reworked by Nick & jane for Dr. Macro's High Quality Movie Scans website: http://www.doctormacro.com. Enjoy!

Antwoord aan iemand die hier reageert op een posting over de Algerijnse schrijver en islam-criticus Boualem Sansal en zich zorgen maakt over de islamisering van Nederland. In een aparte posting:

U bent zo te zien een liefhebber van uitroeptekens. En geen liefhebber van wat u ‘Nieuw Links’ noemt. Uw betoog is niet makkelijk te volgen. Maar ik meen te begrijpen dat u veel of alle maatschappelijke ontwikkelingen koppelt aan de positie van de islam in Europa. U meent dat ‘Nieuw Links’ dat mogelijk maakt. De middenpartijen PvdA, CDA, D66, VVD, GroenLinks zouden de opkomst van de islam in Europa steunen of faciliteren.

Uw perspectief is dan van een ontdekkingsreiziger op de Noordpool die om zich heen kijkt en opmerkt dat hij alleen naar het Zuiden kan kijken. Een terechte opmerking, maar een uitspraak die alleen voor die ene plek op de Noordpool geldt. Voor de rest van de wereld geldt het niet. Zo is het ook met uw perspectief. Het is juist omdat het uw mening weergeeft, maar met de werkelijkheid om ons heen heeft het weinig te maken.

Laat ik uitleggen hoe ik ertegenaan kijk. Mijn ideale model is de nationale rechtsstaat zoals Nederland die kent. Met democratische instituties en grondrechten. Dat is in eeuwen opgebouwd en gevormd, en heeft zich in de praktijk bewezen. Met checks and balances. Maar de rechtsstaat moet onderhouden worden, zoals een tuin onderhouden moet worden. Dus als u zegt dat de rechtsstaat gestroomlijnd moet worden dan zijn we het eens. Maar de rechtsstaat moet niet vervangen worden door een alternatief zoals de sharia of de eenpartijstaat zoals feitelijk Turkije en de Russische Federatie die kennen en Trump in de VS probeert te vestigen. Laat de rechtsstaat de rechtsstaat blijven.

In het secularisme vinden religies en levensovertuigingen een gelijkwaardige plek die door de overheid gegarandeerd dient te worden. Dus geen voorrechten voor de aloude godsdienst van het verleden of de nieuwe godsdienst van de nieuwkomers. Iedereen gelijke rechten zonder voorrechten. En ook geen voorrechten van religieuze organisaties boven niet-religieuze organisaties. Evenmin zielig gedoe over slachtoffers van het een of het ander of religieuze vrijplaatsen waar minderheden zoals vrouwen of homoseksuelen buiten de bescherming van de overheid onderdrukt worden. Dat mag de overheid niet laten gebeuren.

U hebt ongetwijfeld gelijk dat de situatie zoals die nu is verre van ideaal is. Het gepamper van het multiculturalisme en de steun van de meest orthodoxe en niet toevallig de best georganiseerde immigranten sinds de jaren 1970 heeft averechts gewerkt. Maar sinds de periode Fortuyn heeft Nederland een inhaalslag gemaakt. De grootste ontsporingen zijn gecorrigeerd. Subsidies zijn teruggebracht. Slachtofferdenken is achterhaald, of wordt in elk geval door een meerderheid van de bevolking niet meer sexy gevonden. Maar welke kant moeten we op als de huidige situatie ondeugdelijk is?

Ik zie maar een zinvolle weg. Dat is de rechtsstatelijkheid met vrijheden, grondrechten en instituties die onze rechten en plichten bewaken. Gelovigen kunnen daarin gelijkelijk naar elkaar hun plaats innemen als ze zich ondergeschikt verklaren en maken aan de nationale rechtsstaat. Een beter alternatief daarvoor is er in mijn ogen niet in Nederland.

Uw manier van redeneren concentreert zich in uw reactie op de zogenaamde culturele onderwerpen. Dus zeg maar, identiteit, nationaliteit, integratie, islam. Het kan zijn dat u elders meer aspecten in uw betoog betrekt, maar ik ga uit van uw reactie hier.

Welnu, die concentratie op die culturele aspecten alleen, bergt het risico in zich andere aspecten ongenoemd of onderbelicht te laten, zoals vooral de sociaal-economische aspecten. Zoals inkomengelijkheid, belastingdruk en -ontwijking, machtsdeling, eigendomsverdeling, huisvesting, onderwijs en zorg. Die sociaal-economische onderwerpen zijn als vanouds de onderwerpen die links tot links konden maken. Tot de opgang van het neoliberalisme onder de PvdA-VVD kabinetten Kok in de jaren ’90 toen links verdween uit Nederland. Of in elk geval uit de kern van de macht.

Is het al eens in u opgekomen waarom politiek links uit Nederland is verdwenen? Waarom de sociaal achtergestelden niet meer worden vertegenwoordigd door de politieke partijen? Zou het kunnen dat de aandacht voor de culturele onderwerpen waar u de mond vol van hebt die sociaal-economische onderwerpen van de politieke agenda hebben geduwd, of hebben gemarginaliseerd?

Zodat een wankele situatie ontstaat van aantrekken en weren tegelijk. Anders gezegd, links kan en mag niet meer links zijn zoals het tot voor 1994 was. En doordat de als vanouds behoudende partijen als VVD, CDA en PVV de politieke agenda domineren met hun culturele onderwerpen over nationalisme, identiteit, islam en integratie komt het oude links er niet meer tussen om de sociaal-economische onderwerpen bovenaan de agenda te krijgen. Met als gevolg dat de oude achterban van de PvdA en voorheen linkse partijen zich terecht verwaarloosd achten en overlopen naar rechts. Wat Vlamingen noemen een dubbelslag.

Iemand die zich zorgen maakt over de islamisering van Nederland heeft reden om dat te doen. Maar het is onvolledig en werkt averechts om dat geïsoleerd te doen. Zoals een goede vergelijking van producten niet gebaseerd kan worden op slechts een aspect, kan de toetsing van politieke partijen of de visie over de inrichting van de samenleving niet gebaseerd worden op de islamisering alleen. Hoe zorgzaam dat op zichzelf ook is. Want dat geeft belanghebbenden die er voordeel bij hebben dat het debat over de sociaal-economische aspecten veronachtzaamd wordt een te groot voordeel dat ze bij een evenwichtige en brede discussie niet zouden krijgen.

Erger nog, het lijkt er sterk op dat ‘de culturele oorlog’ tegen de islam gevoed wordt door juist die belanghebbenden die er hun economische belangen mee dienen en juist beogen door deze indirecte wijze van handelen via de omweg van het islamdebat onder de radar van de politiek en de publieke opinie te blijven. Zo wordt de islamcriticus die op zichzelf steekhoudende argumenten heeft toch op het verkeerde been gezet en misbruikt door krachten waarvan hij het bestaan niet vermoedt.

Kortom, laten we in het belang van Nederland breed en overkoepelend denken door ons goed te informeren en niet te laten sturen door zelfbenoemde ‘leiders’ en woordvoerders. Die ons ronselen met hun beroep op ‘het volk‘. Terwijl ze ons in werkelijkheid onze stem ontnemen door zich in onze plaats te stellen en ons te ontmenselijken. Want we weten niet of die zelfbenoemde leiders en woordvoerders weer niet door anderen gestuurd worden die belangen hebben die wel eens tegen die van onszelf in zouden kunnen gaan. Daarom moeten we zelf nadenken en zonder wantrouwend te worden toch niets voor zoete koek aannemen. En al helemaal niet algemeenheden over de islamisering van Nederland die te grof zijn voor een verklaring.

Foto: Maria Montez in Arabian Nights (1942) van John Rawlins. Voor Dr. Macro.

Kiezers twijfelen. Amsterdams onderzoek bevestigt dat PvdA afstevent op slecht verkiezingsresultaat

with 2 comments

In Amsterdam zweven nog veel kiezers, zo blijkt uit onderzoek van de afdeling Onderzoek, Informatie en Statistiek van de gemeente. Zeven weken voor de verkiezingen van 15 maart weet 76% van de kiezers nog niet op welke partij te gaan stemmen. Dat is slecht nieuws voor de PvdA die van oudsher een machtsbasis had in de grote steden. De stemmers op die partij twijfelen, ze lopen over naar een andere partij of blijven thuis. Gemotiveerd om op de PvdA te stemmen lijken ze niet. Dat bevestigt het beeld in de peilingen van een slecht presterende PvdA die in het kabinet Rutte II vermalen is door de VVD. Hoewel dat niet eens realiteit hoeft te zijn. Waar die stemmen terechtkomen is onduidelijk. Opvallend is dat Groenlinks en D66 het betrekkelijk goed doen in Amsterdam. Maar in zeven weken kan nog veel veranderen. De campagne moet nog op stoom komen.

Written by George Knight

29 januari 2017 at 11:29

Kiezen tussen D66 en GroenLinks. Hoe de stemkeuze beredeneren?

with 6 comments

look_outs_aboard_hms_ashanti_whilst_escorting_a_russian_convoy_march_1942-_a8202

Gisteren vroeg iemand me op FB wie goed en wie slecht is. Dat naar aanleiding van m’n commentaar op de brief van Mark Rutte en de selectieve hufterigheid die ik met velen daarin las. De laatste 24 uur wordt die hufterigheid van de VVD nog eens extra benadrukt door de nieuwste ontwikkelingen over de Teevendeal (‘de bonnetjesaffaire’) als gevolg van de onderzoeksjournalistiek van Bas Haan van Nieuwsuur. Het verschil tussen mooie verkiezingspraatjes en de werkelijkheid, tussen schijn en wezen, kan bijna niet groter zijn. De timing zit de VVD tegen. De mooie woorden van Rutte tonen nog potsierlijker en meer misplaatst dan ze al waren.

Iemand schreef op FB: ‘Iedereen moet maar zijn eigen keuze maken, de politiek is toch niet te vertrouwen.’ Daar antwoordde ik op: ‘Nou, dat is weer te veel van het goede. Het gaat om het verschil tussen goede en slechte politiek.’ Waarop dus de vraag aan me gesteld werd wat dan goede en slechte politiek was. Ik kwam niet weg met het antwoord dat iedereen dat maar voor zichzelf moet uitmaken. Uiteindelijk antwoordde ik: ‘Ik kan hooguit zeggen welke partijen op dit moment op m’n shortlist staan. Dat zijn D66 en GroenLinks. Maar ik zou daarmee niet willen suggereren dat dat goede partijen zijn.’ Met de belofte om dat nader toe te lichten. 

Partijen in het politieke landschap van Nederland lijken nog meer dan anders in te delen in tegenstellingen die niet exclusief zijn. Anders gezegd, partijen kunnen op de ene tegenstelling niets gemeenschappelijk hebben, maar op een andere tegenstelling raakvlakken of overeenkomsten vertonen. Dat maakt het vergelijken van partijen lastig. De volgende tegenstellingen zijn aan te wijzen als de belangrijkste kenmerken: 1) links-rechts (sociaal-economie); 2) progressief-conservatief (sociaal-cultureel; identiteit); 3) pro- en anti-EU; 4) religieus-vrijzinnig; 5) democratisch-anti-democratisch; 6) kwaliteit en doelmatigheid van leider en partijorganisatie.

Niet iedere kiezer vindt voor de eigen afweging hetzelfde kenmerk even belangrijk. Waar de één de relatie tot de EU vooropzet, zet de ander de economische situatie centraal. Of het religieuze karakter van de partij of het idee over identiteit en nationalisme. En op een bepaald kenmerk kan men natuurlijk ook verschillend denken.

Op mijn huidige shortlist fungeren de twee als links-liberaal te omschrijven partijen D66 en GroenLinks (GL). Ze hebben veel gemeen, maar verschillen ook sterk. Ze zijn de twee meest uitgesproken pro-EU partijen (3). Sociaal-economisch is D66 rechts en GL links (1). Sociaal-cultureel zijn ze allebei progressief (2). Ook zijn ze vrijzinnig (4). D66 is een door en door democratische partij, GL kent anti-democratische elementen. Of liever gezegd D66 steunt het idee van democratie onvoorwaardelijk, terwijl daar bij GL met een oude kern van anti-democratische kaderleden twijfel over bestaat (5). D66 is een coherente partij met een niet al te aansprekende leider, terwijl GL een onsamenhangende partij met gefragmenteerd gedachtengoed en een sterke leider is (6).

Deze opsomming geeft aan hoe lastig kiezen het al is tussen twee partijen die programmatisch dicht bij elkaar liggen. Het is niet makkelijk te beantwoorden wat een kiezer het zwaarste moet laten wegen. Tegen het einde van een campagne wordt de inschatting van de kwaliteit van partij en leider steeds belangrijker. Hoe opereren ze strategisch en sorteren ze verstandig voor op de onderhandelingen na de verkiezingen? De PVV kan de grootste of op een na grootste partij worden, maar heeft zich buitenspel gemanoeuvreerd door een harde politieke en persoonlijke toon naar de andere partijen. Fouten worden afgestraft en kiezers haken graag aan bij een leider of partij die het beeld van een winnaar vertoont en perspectief heeft voor na de verkiezingen.

Als Jesse Klaver (GL) zich in m’n ogen niet waarmaakt of de beslissing neemt om de toenadering van de PvdA en SP te gedogen en goed te praten zal ik in gedachten GL van mijn shortlist schrappen. Als Alexander Pechtold (D66) teleurstelt in debatten of interviews dan maakt dat nog geen verschil omdat zijn kwaliteit niet de reden is dat D66 op mijn shortlist staat. Maar als D66 als partij beslissingen neemt over vrijzinnigheid, de EU of directe democratie die afwijken van wat ik van die partij op z’n minst verwacht, dan schrap ik D66. Nieuwe partijen kunnen op m’n shortlist komen als ze de kenmerken vertonen die ik van een partij verwacht. Rechts-populistische of christen-democratische partijen zullen dat niet zijn omdat die voor mij de verkeerde kenmerken vertonen. Als op 15 maart 2017 geen enkele partij meer op mijn shortlist blijkt te staan, dan ga ik niet stemmen. Niet door een tekort aan politieke interesse, maar vermoedelijk door een teveel eraan.

Foto: Uitkijkposten aan boord van HMS Ashanti dat een Sovjet-convooi escorteert, maart 1942.

Women’s March wordt pas succes met een massaal politiek vervolg

with 2 comments

Het is onvoldoende om met elkaar te protesteren en daar een moreel gelijk aan te ontlenen. Dat is potsierlijk. Protest krijgt pas inhoud als het niet eenmalig maar blijvend is en in een doelgerichte politiek gegoten wordt. Velen hebben het gelijk aan hun kant als ze beweren dat de Amerikaanse president Donald Trump een dwaas en een egotripper is die zonder ervaring in het openbaar bestuur slecht is voorbereid op zijn nieuwe functie. Protest is nodig als startpunt voor politiek activisme. Maar als protest dreigt te ontaarden in het claimen van eigen gelijk dat niet verder nadenkt over het vervolg, dan heeft het weinig politieke invloed.

Het belang van de Women’s March ligt niet in de oppositie tegen Trump die zich zoals bekend niets gelegen laat liggen aan feiten en argumenten, maar in die tegen Hillary Clinton. Met haar medestanders trekt ze nog steeds aan de touwtjes binnen de Democratische partij (DNC). Dat maakt de progressieven ziedend die onder verwijzing naar de populariteit en peilingen tijdens de campagne van 2016 denken dat hun kandidaat Sanders Trump makkelijk had verslagen. Zodat de VS de schande van Trumps presidentschap bespaard was gebleven.

Activist Van Jones prikt door de protesten tegen Trump heen. De essentie van zijn woorden is dat de oppositie georganiseerd, niet neerbuigend en geloofwaardig moet zijn. Jones steunt de progressieve richting binnen de DNC die wordt vertegenwoordigd door de senatoren Bernie Sanders en Elizabeth Warren, en afgevaardigde en kandidaat-partijvoorzitter Keith Ellison. Jones probeert om strategische redenen de verschillen te overbruggen en vooral de kloof binnen de DNC te dichten. Als er een patstelling ontstaat tussen Clintoneske partijbonzen -die hun macht niet willen delen- en de Sandersiaanse massa, dan kan Trump geen echte pijn worden gedaan.

Uit een artikel in Politico blijkt dat het merendeel van de demonstranten aanhangers van Sanders was. Dat ligt in de lijn van de campagne van 2016 toen ze in grote getale partijbijeenkomsten van Sanders bezochten. Door een combinatie van manipulatie door de partijorganisatie, de tegenstand van de pro-Clinton media, maar ook gewoonweg een tekort aan steun legden ze het af tegen Clinton en het partijestablishment. Hoewel ze het meeste enthousiasme opbrengen en bereid zijn om met velen de straat op te gaan om te protesteren zijn ze gemarginaliseerd binnen de DNC. Niet dat ze noodzakelijkerwijs een minderheid binnen de partij vormen, maar establishment-Democraten die op hun beurt in de klem zitten van big money en daar een tegenprestatie voor moeten leveren zijn niet alleen niet bereid, maar ook niet bij machte hun macht af te staan. Waardoor het perspectief op revitalisatie van de DNC, progressieve standpunten en scherpe uitdaging van Trump afneemt.

De les voor Nederland is niet anders dan wat Van Jones beoogt. Overbruggen en doordenken. De gevestigde orde in de progressieve partijen heeft geen toekomst omdat het geen beweging weet op te wekken. In de beeldvorming valt het beeld niet weg te poetsen dat het partijkader vooral het eigenbelang dient. Het grijpen naar het verleden van de jaren ’70 -zoals PvdA-leider Lodewijk Asscher doet– maakt het extra pijnlijk. Het sluiten met elkaar van ‘progressieve pacten’ op deelterreinen zoals de arbeidsmarkt is onvoldoende. Als dat het beste is wat progressieve partijen in huis hebben, dan valt hun wereldvreemdheid en machteloosheid niet beter te illusteren. Slechts GroenLinks kan hopen op een beweging die de traditionele partijgrenzen te buiten gaat. Dan moet het verzoenen, de sociaal-economische paragrafen tot kern van het programma maken en keihard stelling nemen tegen rechts-populistische tendenzen in samenleving en politiek. En in de marketing zeker niet verwijzen naar de mooie woorden en het vrijblijvende vormspel van ex-president Barack Obama.