Kan het Westen het leven van Navalny redden door te dreigen met sancties?

De Russische oppositieleider Alexei Navalny is op oneigenlijke gronden veroordeeld en door de Russische leiders in een strafkamp gestopt. Waar tuberculose heerst. Daar wordt hem medische verzorging onthouden. Navlany is in hongerstaking gegaan en valt elke dag een kilo af. Dat kan hij niet lang volhouden.

De voormalige Amerikaanse ambassadeur in Moskou Michael McFaul meent dat de positie van president Poetin minder sterk is dan het lijkt. Aan het eind van het interview met MSNBC zinspeelt hij op nieuwe sancties die de VS en zijn westerse bondgenoten kunnen instellen als Navalny het niet overleeft.

Maar het is de vraag hoever Duitsland en Frankrijk mee willen gaan met de VS dat voor harde sancties pleit. Er is minder westerse eensgezindheid dan McFaul suggereert. De economische betrekkingen van de Europese landen met de Russische Federatie zijn ook hechter dan die van de VS.

Te denken valt aan het definitieve afblazen van de aanleg van gaspijplijn Nord Stream II, het blokkeren in het Westen van tegoeden en bezittingen van Russische pro-Poetin oligarchen en ‘vrienden’ van Poetin, en het volledig isoleren van de Russische energie- en financiële sector.

Als westerse landen het leven van Alexei Navalny willen redden, dan moeten ze via diplomatieke landen het Kremlin nu laten weten hoe de sancties fors uitgebreid zullen worden als hij overlijdt in de gevangenis. Dat wordt er des te overtuigender op als de Europese landen de harde houding van de Amerikaanse president Joe Biden steunen. Maar zoals gezegd, het is de vraag of landen als Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en Nederland zich met meer dan symbolische mooie woorden die economisch niets kosten in willen spannen voor Navalny.

Uit Den Haag klinkt in het openbaar tot nu toe geen enkel kritisch geluid in de richting van het Kremlin. De Nederlandse politiek is vooral met zichzelf bezig in een opperste oefening in narcisme en navelstaren.

Zo blijkt uit een brief van minister Blok en minister Van ’t Wout van 2 april 2021 aan de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken bij de beantwoording van kamervragen van D66 en GroenLinks dat deze ministers Nord Stream II beschouwen ‘als een commercieel project, waarbij het zich rekenschap geeft van de geopolitieke aspecten’. Zelfs belabberde uitlegkunde kan deze onrealistische houding niet goedpraten. Het is vluchtgedrag van een Nederlandse regering die neutraal zegt te zijn, maar dat door haar steun aan bedrijven als Shell en de Gasunie die zich actief opstellen als verlengstukken van de energiepolitiek van de Russische Federatie niet is.

Het is wachten op een minister van Buitenlandse Zaken van D66 om deze selectieve blindheid te beëindigen. Voor Navalny komt deze regeringswissel in Den Haag waarschijnlijk te laat. Als Den Haag al verder kan kijken dan de eigen navel.

Hoe is progressiviteit te verenigen met religieuze orthodoxie? Kauthar Bouchallikht en GroenLinks leggen niet uit waar ze echt voor staan

Schermafbeelding van deel interview ‘‘Ik moet steeds uitleggen waar ik écht voor sta’ met Kauthar Bouchallikht in NRC, 29 maart 2021.

Een interview in NRC met de titel ‘Ik moet steeds uitleggen waar ik écht voor sta’ wekt bij de lezer de verwachting na lezing te weten dat de geïnterviewde is gevraagd waar zij echt voor staat en zij daar een goed antwoord op heeft gegeven. Het gaat om het kamerlid voor GroenLinks Kauthar Bouchallikht die vandaag in de Tweede Kamer wordt geïnstalleerd. De interviewer is Mark Lievisse Adriaanse.

Maar de titel maakt het niet waar. Na lezing weet de lezer nog steeds niet waar Bouchallikht nou echt voor staat. Ja, ze zou uit een ‘conservatieve omgeving’ komen, maar is dat de hele verklaring als zij verbonden was aan de islamistische Moslimbroederschap en het nationalistisch-conservatieve islamitische Milli Görüş? Dat is heel wat anders dan een conservatieve omgeving, dat is de omgeving van de politieke islam.

Mark Lievisse Adriaanse doet zijn best, maar komt er niet echt doorheen. Zo wordt het vooral een human interest verhaal over een jonge vrouw die zoveel mogelijk haar eigen verleden wegschoffelt omdat zij daar geen raad mee weet.

Het zou wat anders zijn als Bouchallikht zou toegegeven dat ze vanuit haar familieachtergrond in de politieke islam verzeild raakte en daar achteraf afstand van neemt. Dan zou haar een nieuwe start gegund zijn omdat haar nieuwe inzichten een duidelijke breuk met haar verleden vormen. Maar dat doet ze niet. Het blijft nu hangen in algemeenheden dat ze een ontwikkeling heeft doorgemaakt. Ze valt haar verleden en haar familie niet af. Daarom wordt niet duidelijk wie de echte Kauthar Bouchallikht is. Tegelijk heeft iedereen recht op een tweede kans. Maar zij en GroenLinks maken het de radicaal-rechtse critici wel erg makkelijk door geen goede verklaring te geven. Zou blijft deze identiteitspolitiek zeuren die afleidt van de echte problemen. Dat valt haar tegenstanders, maar ook GroenLinks te verwijten.

Tegelijk is Bouchallikht verbaasd over de kritiek die ze krijgt. Maar die verbazing is verbazingwekkend. Zo zegt ze te strijden voor de gelijkheid van mannen en vrouwen, maar gaf ze bij Milli Görüş een training waar mannen en vrouwen gescheiden zaten. Daar neemt ze achteraf geen afstand van.

Ze komt met een onnavolgbaar verhaal over dwang en vrije keuze. Daarbij gaat ze voorbij aan de sociale dwang voor vrouwen om zich stilzwijgend aan te passen aan hun omgeving. Alsof die vrouwen hun kritiek in een nationalistisch-conservatieve islamitische omgeving kenbaar kunnen maken. Zo vlucht Kauthar Bouchallikht weg in vreemde verklaringen die niks met de werkelijkheid te maken hebben. Dat roept vragen op over haar vermeende wereldwijsheid.

Dat ze vrouw is, een hoofddoek draagt en feministisch zegt te zijn is niet waar het om gaat. Daar mag ze niet op aangevallen worden, maar daar kan ze zich evenmin achter verschuilen als certificaat voor haar goede bedoelingen. Men kan zich alleen maar afvragen of de kandidatencommissie van GroenLinks moeite heeft gedaan om te achterhalen wie zij echt is.

Wat Bouchallikht heeft te zoeken bij GroenLinks is een ander aspect. GroenLinks bleef ondanks kritiek achter haar kandidatuur staan. Die kritiek kwam niet alleen van buitenaf, maar ook van binnenuit. Zo zegde het voormalig TK-lid Zihni Özdil in december 2020 mede vanwege de kandidatuur van Kauthar Bouchallikht zijn lidmaatschap op de partij op. Partijprominent Meindert Fennema gaf aan bij de verkiezingen van 17 maart 2021 niet op zijn partij te stemmen vanwege Bouchallikht.

Zij zijn niet de enigen binnen GroenLinks die kritiek hebben op de hoge plaats van Bouchallikht op de kandidatenlijst die trouwens te laag was om rechtstreeks verkozen te worden. In een interview voor het seculier-progressieve Vrij Links botst Nevin Özütok, de nummer 17 op de kandidatenlijst van GroenLinks met de kandidatuur van Bouchallikht. Op de vraag ‘Hoe komt het dat een progressieve politicus die GroenLinks 100 procent zou moeten omarmen, zo laag staat?’ antwoordt Nevin Özütok: ‘Echt begrijpen doe ik de kandidatencommissie ook niet.’

NRC zou er evenwichtig aan doen om een vervolg te geven aan dit interview met Bouchallikht door critici van haar als Zihni Özdil, Meindert Fennema en Nevin Özütok hun mening over haar kamerlidmaatschap en de koers van GroenLinks te vragen. Dat kan de lezer helpen om te begrijpen wat hier nou echt speelt. Het is trouwens opvallend dat die kritiek vanuit GroenLinks op Bouchallikht in het interview niet wordt genoemd. Het blijft bij het plichtmatig noemen van kritiek vanuit de hoek van De Telegraaf, terwijl de interne kritiek vanuit GroenLinks interessanter was geweest om naar te vragen. Dat is een gemiste kans.

GroenLinks heeft een slechte campagne gevoerd en zes van de 14 zetels verloren. De partij wilde graag regeren en kreeg daardoor een vaag profiel. Kauthar Bouchallikht lijkt onderdeel te zijn geweest van de reeks inschattingsfouten die het campagneteam en de partijtop hebben gemaakt. Marketing bepaalde de inhoud. Weliswaar is zij verkozen met voorkeurstemmen, maar tegelijk lijken door haar kandidatuur de grootsteedse seculier-progressieve kiezers weggejaagd te zijn richting D66. Men zou verwachten dat GroenLinks daar uitleg over geeft.

Het ondraaglijke opportunisme van de marketing van GroenLinks: Kauthar Bouchallikht of Nevin Özütok?

Voor mij viel eind vorig jaar GroenLinks definitief af als partij om op te stemmen toen deze partij op nummer 9 van de kandidatenlijst Kauthar Bouchallikht zette. Ik heb niks met religieuze politiek. Haar beeldmerk is de hoofddoek en via haar achtergrond en overtuiging is ze gelieerd aan de islamistische Moslimbroederschap. Ik vind dat niet passen bij partijpolitiek en al helemaal niet bij GroenLinks dat zich profileert als seculier en progressief. Je zou het zelfs schijnheilig kunnen noemen.

In een commentaar van december 2020 vermoedde ik dat het de linkse partijen ontbreekt aan een goede antenne om kandidaten met een allochtone achtergrond te screenen zoals ze dat bij andere kandidaten doen. Maar dat weet ik drie maanden later niet meer zo zeker. Ik denk dat er met de kandidatuur van Bouchallikht iets anders aan de hand is. GroenLinks heeft bewust gekozen om haar te gebruiken om de aantrekkingskracht bij kiezers buiten de eigen achterban te vergroten. Tegelijk loopt de partij hiermee het risico dat kiezers afhaken vanwege de kandidatuur van Bouchallikht.

GroenLinks bleef ondanks kritiek achter haar kandidatuur staan. Die kritiek kwam niet alleen van buitenaf, maar ook van binnenuit. Zo zegde het voormalig TK-lid Zihni Özdil in december 2020 mede vanwege de kandidatuur van Kauthar Bouchallikht zijn lidmaatschap op de partij op. Partijprominent Meindert Fennema gaf aan bij de verkiezingen van 2021 niet op zijn partij te stemmen vanwege Bouchallikht. Zij zijn niet de enigen binnen GroenLinks die kritiek hebben op de hoge plaats van Bouchallikht op de kandidatenlijst.

In een interview voor het seculier-progressieve Vrij Links (zie fragment hierboven) botst Nevin Özütok, de nummer 17  op de kandidatenlijst van GroenLinks met de kandidatuur van Bouchallikht. Op de vraag ‘Hoe komt het dat een progressieve politicus die GroenLinks 100 procent zou moeten omarmen, zo laag staat?’ (en wordt impliciet gevraagd, de niet zo progressieve Bouchallikht zo hoog) antwoordt Nevin Özütok: ‘Echt begrijpen doe ik de kandidatencommissie ook niet.’

Nou, ik begrijp de kandidatencommissie van GroenLinks goed. De kandidatuur van Bouchallikht draait niet om ideologie of principes, maar om politieke marketing en electorale strategie. Want partijen kunnen dan wel trouw vasthouden aan hun overtuiging door uitsluitend kandidaten te nomineren die daarmee in lijn zijn, maar de kiezers die daar afstand van hebben worden dan niet bereikt. Verbreding van de lijst kan dus nut hebben om kiezers buiten de natuurlijke achterban te trekken. Dat is hier aan de hand.

Ik woon in Utrecht en kreeg afgelopen dagen bovenstaande flyer van GroenLinks in de bus. Daarop staan prominent twee foto’s van twee kandidaten afgebeeld. Een ervan is Kauthar Bouchallikht met haar foto met hoofddoek. Zij is geboren in Amsterdam en woont daar naar verluidt nog steeds. Waarom moet de Amsterdamse nummer 9 van de kandidatenlijst die geen bijzondere band met Utrecht heeft worden afgebeeld op een flyer die in Utrecht wordt verspreid?

De bedoeling lijkt duidelijk, namelijk via de marketing van Bouchallikht die met haar hoofddoek wordt gepresenteerd als moslim probeert GroenLinks kiezers te trekken buiten de eigen achterban van groen-links-seculier-progressieve kiezers. Zoals vroeger deze kiezers automatisch op de PvdA stemden zonder dat ze het partijprogramma kenden. Utrecht kent veel Marokkaanse-Nederlanders en migranten uit islamlanden. Dat partijen in een kieskring regionale of etnische aspecten mee laten spelen is niet ongebruikelijk, maar dat wordt het wel als een kandidaat op de lijst wordt gezet van wie talloze kaderleden zich afvragen wat die bij de partij te zoeken heeft omdat de kandidaat niet bij het DNA ervan past,

Naar mijn idee tekent de kandidatuur van Bouchallikht het morele failliet, het gebrek aan overtuiging en de doorgeslagen marketingstrategie van GroenLinks. Toegegeven, partijen halen in een verkiezingscampagne in paniek of als noodgreep soms vreemde streken uit die moeilijk te rijmen zijn met hun uitgangspunten of overtuiging, maar bij GroenLinks is het omgekeerde waar. De partij koerste er, zo vermoed ik nu, vanaf eind 2020 bewust op af om Kauthar Bouchallikht in te zetten voor haar politieke en electorale marketing. De flyer is er het bewijs van.

Wie ondanks alles toch overweegt om op GroenLinks te stemmen en zeker wil weten dat de stem terecht komt bij een seculier-progressieve kandidaat met een vrijzinnig hart en liefde voor de kunst weet nu welke naam wel aangekruist kan worden: Nevin Özütok, nummer 17 van GroenLinks.

Foto 1: Eigen afbeelding van flyer van GroenLinks die begin maart 2021 in Utrecht werd verspreid.

Foto 2: Schermafbeelding van deel interviewNevin Özütok (GroenLinks): “Het is echt alle hens aan dek’ met Nevin Özütok op Vrij Links, 6 maart 2021.

Sigrid Kaag (D66) valt Rutte (VVD) aan op diens buitenlandbeleid. Ze wil een hardere opstelling jegens Nord Stream II

Prima standpunt van D66 lijsttrekker Sigrid Kaag dat voortborduurt op de tegenstand tegen Nord Stream II die binnen GroenLinks, D66 en ChristenUnie is opgebouwd. Het is veelzeggend en slim van Kaag dat ze hier een strijdpunt van maakt. Op 17 maart 2021 zijn er landelijke verkiezingen.

Het commentaar van de VK is verwarrend als het suggereert dat het standpunt van de Nederlandse regering al jaren onveranderd is. Dat is niet zo. Onder druk van genoemde drie partijen werd in 2018 de regering Rutte gedwongen om de Europese Commissie te volgen in een autonome gaskoers die impliceert dat Nord Stream II geen commercieel, maar een (geo)politiek project is. Daarom oogt Kaags opmerking gedateerd omdat ze een achterhaald standpunt bestrijdt. Dat is Don Quichotterig. Niet toevallig zei in april 2018 de Duitse kanselier Merkel dat “uiteraard ook met politieke factoren rekening moet worden gehouden” bij de aanleg van Nord Stream II. Daarmee doelde ze niet alleen op de positie van Oekraïne.

Hoe dan ook is het goed dat Kaag dit standpunt verkondigt. Hoewel het te laat dreigt te komen omdat de aanleg van Nord Stream II in de laatste fase is aanbeland. Voltooiing is door onder meer de Amerikaanse en Oost-Europese oppositie nog niet zeker. Hopelijk kan Kaag haar standpunt met de buitenlandwoordvoerders van haar partij verder uitwerken en verbinden aan de positie van Alexei Navalny en de mensenrechten in de Russische Federatie, Shell en Gasunie, Oekraïne en Duitsland, de duurzaamheid en toekomstbestendigheid van de energievoorziening zoals die is verwoord in het Third Energy Package uit 2018 van de EU dat gaat over het vergroten van de diversiteit en onafhankelijkheid in de energievoorziening. De aanleg van Nord Stream II is daarmee strijdig en met de Duitse Alleingang om Nord Stream II vanwege eigenbelang te bouwen heeft Duitsland door haar arrogante opstelling enkele EU-lidstaten van zich vervreemd en de sfeer binnen de EU verziekt.

De VK schetst de valkuil waar Kaag in kan vallen als het zegt dat zij wil dat Nederland in haar buitenlandbeleid aansluiting zoekt bij Frankrijk en Duitsland. Dat kan probleemloos op onderdelen, maar de twee landen zitten niet altijd op dezelfde lijn. Juist Nord Stream II maakt duidelijk dat deze twee landen er verschillend tegenaan kijken. Dat is begrijpelijk voor wie de energievoorziening van genoemde landen in ogenschouw neemt. Duitsland heeft kernenergie in de ban gedaan en Frankrijk niet. Die energiepositie bepaalt grotendeels de afhankelijkheid van de opstelling. Frankrijk is al jaren tegen het voltooien van Nord Stream II, terwijl Duitsland voor is. Tegelijk gebruikt de Franse diplomatie de tegenstand om op andere dossiers wisselgeld te vergaren, en bindt het telkens in.

Het Nederlandse kabinet is onder druk van GroenLinks, D66 en Christen Unie én de Europese Commissie dus al sinds 2018 verwijderd van het standpunt dat Nord Stream II een zuiver commercieel project is. Maar tegelijk heeft Rutte III het standpunt dat Nord Stream II een (geo)politiek project is evenmin omarmd. Daar zal de positie en het lobbywerk van Shell en Gasunie niet vreemd aan zijn.

Het feit dat in de Nederlandse politiek in het midden is blijven hangen of Nord Stream II een commercieel of politiek project is kan opgevat worden als een compromis tussen enerzijds VVD en anderzijds D66 en Christen Unie in Rutte III, met het CDA in een tussenpositie. Vreemd overigens omdat sinds 2018 vele landen wel opgeschoven zijn naar het standpunt dat Nord Stream II een zuiver politiek project is van het Kremlin.

Omdat minister Sigrid Kaag als minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking blijkbaar geen macht had om minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken in beweging te krijgen richting mensenrechten, een Europese energie-onafhankelijkheid en -diversiteit, en een hardere koers tegenover de Russische Federatie probeert ze nu in verkiezingstijd haar punt te maken dat het kabinetsberaad niet haalde of daar onvoldoende steun kreeg. Zo is het niet ondenkbaar dat Nederland in een nieuwe Tweede Kamer een harder Rusland-standpunt inneemt in navolging van de regering Joe Biden. Door de Yukos- en de MH17-rechtszaak op Nederlandse bodem is Nederland een betrokken buitenstaander die ook een publieke mening dient te geven over Nord Stream II.

Foto’s: Schermafbeelding van delen van het artikel ‘Kaag de lijsttrekker hekelt buitenlandbeleid Rutte: ‘We moeten optrekken met de Fransen en Duitsers’’ in de Volkskrant, 10 februari 2021.

Op wie moet ik stemmen op 17 maart 2021? Aflevering 2: partijpolitiek

In een commentaar van 20 februari 2018 over de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018 schreef ik het volgende: ‘Nog een maand campagne. Nog een maand leuzen, versimpelingen, verdraaiingen en de vermarkting van politici. Ik weet werkelijk niet of ik ga stemmen en als ik ga stemmen welke partij het wordt.

Dat ik het niet weet komt niet door een tekort aan politiek besef of interesse, maar door een teveel eraan. Wat moet ik met partijpolitiek, en krampachtige en onopvallende politici die naar mijn gunst dingen? Tegelijkertijd wil ik niet meedoen aan de retoriek van de stemmingmakers die tegen ‘de politiek’ schoppen. Ik ben voor de politiek. Hoe kan ik een stem voor de politiek uitbrengen, terwijl ik geen vertrouwen heb in de partijpolitiek en de huidige generatie politici? Ik ben nijdig dat partijen me voor het blok zetten met hun onheuse voorstelling.’

Slechte voorbeelden uit het buitenland stralen negatief af op de Nederlandse situatie. De onwaarachtige en leugenachtige verklaringen van Republikeinse vertegenwoordigers in het Amerikaanse Huis versterken het beeld dat het in de partijpolitiek niet gaat om het landsbelang, maar om persoonlijk belang. Wat krom is wordt recht verklaard en eigen fouten worden aan de concurrentie toegerekend. In de kern is partijpolitiek kinderachtig gedoe van grote mensen die in hun speeltuin een steeds nauwere blik op de werkelijkheid ontwikkelen totdat ze zelfs over zichzelf niet meer weten hoe nauw en verkeerd hun blik is.

Ik ken geen alternatief.  De partijpolitiek is leidend en gezaghebbende partijen staan hun macht niet vrijwillig af. Ontwikkelingen met burgerfora of loterijen om burgers bij het bestuur te betrekken blijven kleinschalig en lijken eerder een cosmetische operatie, dan een welgemeend streven van de macht naar machtsdeling en het teruggeven van macht aan de burger. Uit onderzoek blijkt dat er met name bij jongeren een groot engagement is en ze wakker liggen van maatschappelijke thema’s, maar zich niet kunnen identificeren met de partijpolitiek.

Wat de gevestigde partijen doen is teleurstellend. Ze verliezen de strijd op twee fronten. Ze laten zowel in de beeldvorming als in de politieke realiteit een idee postvatten dat ze niet oprecht zijn in hun sociaal-economisch beleid en niet eens meer zelf aan de knoppen zitten om het vorm te geven. Het zijn de multinationals, de banken en de EU die het voor het zeggen hebben. Dat relativeert het belang van de gevestigde partijpolitiek en verkleint het verschil met de radicale randpartijen van rechts en links. De gevestigde partijpolitiek laat deels bewust, deels onbewust na om te formuleren, te verduidelijken en te presenteren hoe in Nederland de macht verdeeld wordt en welke richting het land moet inslaan om toekomstbestendig en duurzaam te zijn. Zo resteert pragmatisme dat politiek zonder politieke beginselen en programma biedt.

Een oplossing voor de gevestigde politiek om de schijnvoorstellingen en -oplossingen van de radicalen te ontmaskeren ligt voor de hand. Het moet aan geloofwaardigheid, voorspelbaarheid en verantwoording winnen om het verschil met het ongeloofwaardige beleid van de radicalen te benadrukken. Gevestigde partijpolitiek moet met realisme en transparantie rekenschap van zichzelf geven om het verschil te onderstrepen met de randpolitiek die bestaat uit onrealistische toekomstbeelden. Maar het terugtreden van Lodewijk Asscher als partijleider van de PvdA schetst het dilemma. Door transparantie en oprechtheid leveren hij en zijn partij aan macht in. In elk geval voorlopig. Zolang de gevestigde partijpolitiek onvoldoende handelt kan het de politieke handelaren in hersenschimmen niet de pas afsnijden.

Maar kan de gevestigde partijpolitiek nog wel geloofwaardig, voorspelbaar en met verantwoording handelen? Valt het politieke systeem nog wel te repareren of is het het punt al gepasseerd dat de partijpolitiek en de burgers samen er nog voldoende grip op kunnen krijgen om het te repareren omdat het al bezit van externe krachten is? Het antwoord op die vraag is onduidelijk. De paradox is dat wat Forum voor Democratie en de PVV als bezwaar zien, namelijk het weggeven van de soevereiniteit van Nederland, precies hun electorale opgang mogelijk maakt. Niet omdat ze daarin beleidspunten scoren die van belang zijn voor de praktische politiek, maar omdat het het verschil met de geloofwaardigheid van de gevestigde partijpolitiek verkleint.

Het gebrekkige en uitblijvende antwoord van de gevestigde partijpolitiek dat schippert tussen het inleveren van soevereiniteit en het ophouden van de schijn dat dit niet aan de orde is, baart meer zorgen dan de schijnoplossingen van radicaal links en rechts. De politieke filosofieën van het communisme en het fascisme die ten grondslag liggen aan de programma’s van de radicale partijen hebben hun geloofwaardigheid voor de praktische politiek allang verloren. Dat is een doodlopende weg waar de gevestigde politiek minder bevreesd voor zou moeten zijn dan het nu is. Dat maakt het uitblijven van een passend antwoord er des te raadselachtiger op.

Zie hier voor commentaar ‘Op wie moet ik stemmen op 17 maart 2021? Aflevering 1: religie rukt op in D66 en GL’ van 2 december 2020.

Foto: Minister Wiebes in gesprek met scholieren. beeld ANP, Robin van Lonkhuijsen, 2019.

Bezwaren tegen islamistische GroenLinks kandidaat Kauthar Bouchallikht worden bevestigd door open brief van linkse Britten op het aan de Moslimbroederschap verbonden Al Jazeera

Kritiek op Kauthar Bouchallikht die een hoge plaats op de kandidatenlijst van GroenLinks heeft gaat niet liggen. Zij was jarenlang vice-voorzitter van Femyso, een organisatie die begin 2020 door de Organisatie Europese Moslimbroeders in een document een eigen instelling werd genoemd, volgens publicist Carel Brendel in een artikel. Bouchallikht was dus niet alleen jarenlang gelieerd aan de Moslimbroederschap, maar blijkt dat ook verzwegen te hebben aan GroenLinks. Haar band met de Moslimbroederschap werd in elk geval niet genoemd bij haar kandidaatstelling.

Ook de kritiek op de kritiek gaat niet liggen. Zodat de verwijten over en weer blijven gaan. De essentie van de kritiek op de kritiek wordt in een artikel door Vrij Linkser Leo van Bergen omschreven: ‘Blijkbaar moeten mensen zoals ik – linksstemmend, cultuurminnend, etc. – onze mond houden zolang iemand die volgens de linkse goegemeente ‘deugt’, wordt aangevallen door ‘mensen die niet deugen’. Ik ben het met Van Bergen eens.

Hoe ver de argumentatie gaat die neerkomt op de redenering ‘de vijand van mijn vriend is mijn vriend’ toont een artikel van klimaatactivist Martijn Schackmann in Joop dat erop neerkomt dat links Bouchallikht volop moet steunen en de kritiek op haar dient in te slikken. Met dit soort kritiekloos wegkijken voor het onrecht in eigen kring is het geen wonder dat de linkse partijen in de volksgunst steeds verder wegzakken. Eddy Terstall constateert in zijn Telegraaf-column dat links in de peilingen nog maar 22% van de stemmen haalt, terwijl dat doorgaans 35-45% was. Waar het om gaat is dat links en het progressief-rechtse D66 niet meer lijken te weten waarvoor ze in het leven zijn geroepen, waar ze voor op moeten komen en wat hun identiteit is.

Hoe verwarrend de kritiek op het heimelijke islamisme van Kauthar Bouchallikht en het weerwoord daarop inmiddels is geworden toont een open brief op Al Jazeera van linkse Britse opiniemakers aan. Ze nemen het op voor Bouchallikht maar gaan voorbij aan haar betrokkenheid bij de Moslimbroederschap. Al Jazeera is een initiatief van Qatar dat een jarenlange geschiedenis van steun voor de Moslimbroederschap heeft, niet in het minst via Al Jazeera. Vanuit deze kennis beredeneerd bevestigt de open brief eerder Bouchallikhts betrokkenheid bij het islamisme dan dat die weerlegd wordt. Of liever gezegd, afgeleid wordt door de kritiek uit rechtse hoek te gebruiken als rechtvaardiging voor haar islamisme. Het is daarnaast op z’n minst merkwaardig dat deze Britten zich mengen in een lopend Nederlands debat.

Uiteraard mogen linkse partijen een religieuze koers varen als ze daar voor kiezen. Het brengt mij tot de verzuchting dat er in Nederland geen vrijzinnige linkse partij overblijft om op te stemmen. Maar dat is mijn probleem als politiek dakloze die net als Leo van Bergen het ongelukkig vindt dat religieuze kandidaten hoog op de lijst van linkse partijen worden gezet. Het debat binnen links wordt er niet overzichtelijker en beter op als dat aspect genegeerd wordt en de enige verdediging lijkt te zijn dat het de schuld van rechtse partijen en media is. Zo hoeft links niet te reageren op fundamentele kritiek waar het blijkbaar geen raad mee weet of bij zichzelf te rade te gaan over de eigen identiteit. Het gevolg is dat de ideeën van Bouchallikht worden weggemoffeld en links opnieuw een stuk van de eigen identiteit inlevert. Zo wordt ook GroenLinks een partij zonder hart die op kritiek antwoordt met kritiek op de kritiek zonder de kritiek zelf serieus te nemen.

Foto: Schermafbeelding van deel open brief ‘In solidarity with Kauthar Bouchallikht’ op Al Jazeera, 24 december 2020.

Kandidatuur van Kauthar Bouchallikht bij GroenLinks toont aan dat het in Nederland ontbreekt aan een linkse, vrijzinnige partij

De wetmatigheid van een verkiezingscampagne is dat onrust bij de buren positief uitpakt voor de partij waar het rustig blijft. Zo beredeneerd is op links de PvdA op dit moment de geluksvogel. Bij D66 is er Sigrid Kaag die een parallelle marketingcampagne heeft opgezet en het stigma om elitair te zijn in haar uitspraken eerder benadrukt dan ontzenuwt. Bij SP is er een geschil van de partijleiding met de jongerenafdeling ROOD (verdacht van communistische sympathieën) die vragen oproept over de interne democratie van de partij. Toch al het zwakke punt van de SP. En bij GroenLinks is er de ongelukkige kandidatuur voor de Tweede Kamer van Kauthar Bouchallikht die voortdurend in opspraak is en voor negatieve publiciteit blijft zorgen.

Kauthar Bouchallikht was tot 1 december 2020 als vice-voorzitter van studenten – en jongerenplatform FEMYSO die opgericht was door de Moslimbroederschap hieraan gelieerd. Dat kan, maar het springende punt was dat de leiding of screeningcommissie van GroenLinks hiervan niet op de hoogte bleek. Of in elk geval ontbrak dit feit bij de informatie die de partij gaf over de kandidaten. De leiding van GroenLinks lijkt dus niet tot in detail te hebben begrepen waar Bouchallikht voor staat en zit nu in een publicitaire klem om achteraf toe te geven dat de screening onvoldoende is geweest en deze kandidate niet bij het karakter van de partij past. Het is dan ook de vraag of de partij deze publicitair zeurende kwestie goed behandelt.

Het ontbreekt de linkse partijen aan een goede antenne om kandidaten met een allochtone achtergrond te screenen zoals ze dat bij andere kandidaten doen. Of hoe dat in het tijdperk van inclusie en diversiteit genoemd behoort te worden. De afsplitsing van twee Turks-Nederlandse PvdA’ers die met succes DENK oprichtten geeft aan hoe mis dat is gegaan bij de PvdA. Toenmalig partijleider Wouter Bos zei daar in 2006 over dat hij ongelukken voorzag met allochtone kandidaten die met voorkeurstemmen gekozen waren. De fout die partijen maken is dat ze ongeduldig zijn. Ze zien niet in dat islam-fundamentalisten in vorm modernistisch zijn, maar niet in inhoud en dat anderen vanwege het streven naar een representatieve vertegenwoordiging van allerlei doelgroepen hun etniciteit om opportunistische redenen gebruiken om snel te stijgen in de partijhiërarchie. Waardoor de rijping en scholing te weinig aandacht krijgen.

De linkse partijen laten zich door schone schijn van conservatief-religieuze opvattingen verleiden die in tegenspraak met hun uitgangspunten zijn. Vaak komt daar nog antisemitisme bij. In een commentaar in 2018 over de ongelukkige samenwerking van het islamitisch geïnspireerde NIDA met SP, PvdA en GroenLinks in Rotterdam concludeerde ik: ‘De linkse reflex van diversiteit en insluiting is even kwalijk als de rechtse reflex van homogeniteit en uitsluiting als die niet samengaat met het toetsen van uitspraken op hun betekenis.’

Wat meespeelt bij GroenLinks is dat bij de fusie in 1991 met PPR en EVP, naast de CPN en PSP, een evangelisch geluid de partij binnenkwam. Reken daarbij de communisten die zich gedroegen als gelovigen en het is duidelijk dat het vrijzinnige en pacifistische geluid van PSP’er Fred van der Spek binnen GroenLinks een minieme minderheid was. In bijna 30 jaar is weliswaar het onderlinge verschil tussen de afzonderlijke bloedgroepen afgenomen, maar is dat zalvend-verkondigende aspect nog steeds in het DNA van GroenLinks aanwezig. Naar mijn idee heeft de partij zich nooit hersteld van dat religieuze denken en de wil om te getuigen. Het kan er de verklaring voor zijn dat Kauthar Bouchallikht binnen GroenLinks zo weinig kritisch, om niet te zeggen naïef is bejegend.

Er moet maar eens een echte linkse, vrijzinnige partij in Nederland komen. Het is tamelijk absurd voor het seculiere Nederland waar het hele politieke landschap is verkaveld in aparte onderdelen voor elke overtuiging dat zo’n eenduidig vrijzinnige partij niet bestaat. Het valt Kauthar Bouchallikht niet aan te rekenen dat ze haar opvattingen heeft (die zijn te karakteriseren als islamitisch-fundamentalistisch), maar wel dat GroenLinks met haar kandidatuur volhoudt dat het vrijzinnig en seculier is.

Mijn kritiek uit 2015 op de verrechtsing van de Piratenpartij vindt een ontknoping in de zaak van Floor Drost tegen FvD

De geschiedenis kent geen genade, maar soms wel gerechtigheid. In 2012 werd ik lid van de Piratenpartij. Dat was min of meer tegen mijn principes in omdat ik geen groepmens ben en afstand houd tot clubjes. Maar soms maak je tegen beter weten in de inschatting dat je niet aan de kant kunt blijven staan.

Nou, dat heb ik geweten. Mijn eerste politieke liefde was de PSP die tamelijk standvastig was en bij mijn toenmalige gedachtenwereld paste, maar ophield te bestaan en in GroenLinks opging dat tot op de dag van vandaag anti-democratische relicten in zich draagt. En mijn laatste liefde was de Piratenpartij die zichzelf voortdurend in de voet schoot en waar het amateurisme welig tierde. Het nihilistisch libertarisme van de piraten manifesteerde zich in een houding van ‘alles kan’ wat resulteerde in een gebrek aan standvastigheid, politiek inzicht en ruggengraat. Volkomen koersloos.

Eind 2015 zegde ik mijn lidmaatschap van de Piratenpartij op vanwege de steun van het toenmalige bestuur voor de campagne tegen het Associatieverdrag van de EU met Oekraine. Daar was ik een voorstander van. De Piratenpartij sloot zich mentaal en politiek aan bij de radicaal-rechtse rafelranden van het politiek-maatschappelijke spectrum.

Ik deed herhaalde pogingen om met het bestuur in gesprek te gaan over de Rusland-politiek, maar kreeg geen antwoord en uiteindelijk zo’n onbenullig en schofferend antwoord dat me alleen maar bevestigde in mijn twijfel over de verrechtsing van de Piratenpartij. Wat de Piratenpartij eind 2015 zei sloot aan bij de feitenvrije onzin die Baudet in die campagne over Oekraïne uit zijn duim zoog.

Op 1 januari 2016 was ik weer partijloos. Terug in mijn natuurlijke habitat: politiek dakloos en wars van het gekonkel en de fundamentele tekortkomingen van de partijpolitiek waar uiteindelijk elk principe wijkt. Waarmee ik overigens partijpolitiek niet veroordeel, want ik ben en blijf een aanhanger van centristische politiek die opteert voor geleidelijke, maar continue hervormingen. Ik zeg alleen dat partijpolitiek mij niet past.

In drie jaar tijd was de Piratenpartij van links-liberaal (vertegenwoordigd door de kritische arts Dirk Poot) opgeschoven naar rechts-radicaal en daar wilde ik geen deel van uitmaken. Het is het hoefijzermodel in volle werking. Dat manifesteerde zich in september 2016 definitief in de publiciteit toen het toenmalige bestuur van de Piratenpartij overstapte naar FvD.

De Piratenpartij was gekaapt door rechtse hardliners. Ik heb nooit echt begrepen of dat voortkwam uit naïviteit en gebrek aan politiek inzicht van de betrokken kaderleden of een bewuste keuze voor radicaal-rechts was. Daarna is er in de publiciteit weinig meer vernomen van de Piratenpartij. De 24-uurs beroemdheid was voorbij. Het rad van fortuin draaide sinds 2016 hard naar rechts.

Wie schetst echter mijn verbazing toen ik afgelopen dagen de naam Floor Drost tegenkwam in de publiciteit. Een bericht in Het Parool laat weten dat kritische leden van FvD die zich niet kunnen vinden in de ultra-rechtse koers van Thierry Baudet en de vermeend gebrekkige procedure rond het referendum hun pogingen hebben gestaakt om dit via een rechtszaak aan te kaarten. Want FvD zou toch ‘een lege huls zijn’. Maar ze haken wel aan bij een zaak die Floor Drost begonnen is: ‘Almekinders, Weijers en Vogelaar gaan nu een rechtszaak steunen die FvD-lid Floor Drost heeft aangespannen tegen het bestuur’.

Welnu, Floor Drost krijgt nu een beschimmeld koekje van eigen deeg. Want zij was in 2016 een van de bestuursleden van de Piratenpartij die overstapte naar FvD. Achteraf is haar naïviteit nog groter dan die in 2016 al bleek. Want de reden die ze in 2016 bij haar overstap van de Piratenpartij naar FvD gaf was volgens dit bericht in het AD: ‘Met gemengde gevoelens mijn bestuursfunctie bij @Piratenpartij neergelegd, omdat gestelde transparantie niet transparant bleek te zijn’.

Men houdt het niet voor mogelijk. Namelijk iemand die bestuurslid van een landelijke politieke partij is en vanwege het gebrek aan transparantie van de eigen politieke partij overstapt naar FvD omdat daar de transparantie groter zou zijn. De foute inschatting van Floor Drost is immens. Ze komt nu vier jaar later zichzelf tegen. Ze vluchtte uit de Piratenpartij naar Isfahan om daar binnen FvD de dood van de transparantie mee te maken. Tot dat inzicht is ze uiteindelijk gekomen. Van zulke tegenstanders heeft Baudet niets te vrezen. Het amateurisme in de politiek tiert welig. Ik neem er vanaf de zijlijn met genoegen kennis van.

Foto: Schermafbeelding van deel eigen commentaarBestuur Piratenpartij stapt over naar Forum voor Democratie. Partij is in rechtse richting bijgebogen. Hoe nu verder?’ van 26 september 2016.

Op wie moet ik stemmen op 17 maart 2021? Aflevering 1: religie rukt op in D66 en GL

Waar moet ik op stemmen bij de Tweede Kamer verkiezingen van 17 maart 2021? D66 valt af vanwege de uitgesproken religieuze Sigrid Kaag die bij het vrijzinnige D66 inhoud inwisselt voor marketing. GroenLinks valt af vanwege de naïviteit van de partijtop over de kandidaatstelling van de aan de Moslimbroederschap verbonden Kauthar Bouchallikht die met veel onregelmatigheden en slechte informatievoorziening gepaard gaat. GroenLinks slaat net als D66 de richting van de godsdienst in. FVD is racistische clownerie en geen politieke partij. PVV steunt met bedenkelijke overtuigingen autoritaire leiders en heeft geen serieus programma. Religieuze partijen steun ik per definitie niet. Hun drammerig gezalf en beroep op een hogere macht is daarnaast een extra argument om er weg te lopen. VVD moet maar eens afgelost worden en alle fraudeurs en profiteurs definitief de laan uitsturen en mentaal uit de schaduw van het bedrijfsleven treden. PvdA moet eens maar eens bewijzen dat het de weggeven waarden van de sociaal-democratie goed weet te vertegenwoordigen. SP zit in zichzelf verstrikt en kan beter omgebouwd worden tot een zorgfiliaal. De andere partijen zijn te klein om een beslissende rol te spelen.

Als ik desgevraagd tegen mensen in mijn omgeving zeg dat ik niet ga stemmen, dan krijg ik kritiek. Maar moet die kritiek niet gericht worden op de huidige generatie politici die er een potje van maakt en niet weet te overtuigen? Het is toch te simpel om de thuisblijvende kiezer daar de schuld van te geven? De oorzaak ligt op het Binnenhof.

Vaak wordt gezegd dat iemand niet naar de stembus gaat vanwege gebrek aan interesse in de politiek. Politici als Frits Bolkestein concludeerden ooit uit dat wegblijven dat de mensen dus tevreden zijn met de politiek. Maar ik vermoed dat voor steeds meer potentiële kiezers die zich tot de tanden toe geïnformeerd hebben het omgekeerde geldt. Ze gaan niet naar de stembus vanwege een teveel aan interesse in de politiek waarin ze geen vertrouwen weten te vinden. Het moge duidelijk zijn dat ik tot die groep behoor.

Ofschoon ik door veranderde omstandigheden in de komende drie maanden mijn mening kan wijzigen. Zeg nooit nooit en laat ruimte voor verandering. Wellicht kondigt zich nog een vrijzinnige, vrijdenkende partij aan die me politiek onderdak geeft. Op dit moment ben ik al jaren politiek dakloos. Ik hoor van steeds meer mensen in mijn omgeving dat ze dat ook zijn. Zodat we veel schommelingen en onverwachte uitslagen kunnen verwachten. Als er iets te melden is over de ‘veranderende omstandigheden’ die mijn stem beïnvloeden, dan doe ik er hier verslag van.

Foto: Uit commentaarWaarom ik niet op GroenLinks zal stemmen’ van Meindert Fennema op Joop, 19 november 2020.

Open brief van ‘Vele Amsterdammers uit de creatieve sector’ neemt Halsema in bescherming en gaat voorbij aan de feiten

Open brieven bestaan. Ze horen erbij als regendruppels in een stortbui of vallende bladeren in de herfst. Het zijn er te veel om te onderscheiden. Soms valt een open brief op door onnozelheid. Dan wordt het interessant. Zo’n brief komt van wat geframed wordt als ‘Amsterdammers uit de creatieve sector’. Het Parool plaatste de brief op 3 juni 2020 als opiniestuk. Ze nemen het op voor burgemeester Femke Halsema die onder verdenking staat slecht leiding te hebben gegeven op de voorbereiding van een anti-racisme demonstratie op de Dam.

De details ervan zijn nog niet in kaart gebracht, zodat een definitief oordeel opgeschort moet worden tot een debat erover in de Amsterdamse gemeenteraad. Halsema geeft weliswaar toe inschattingsfouten te hebben gemaakt, maar houdt tegelijkertijd vol dat er geen sprake is van operationele fouten. Maar dat kan niet allebei waar zijn. Halsema en korpschef Frank Paauw hebben een eigen verantwoordelijkheid. Er zijn fouten in de inschatting gemaakt. Door wie is nog niet helder. Maar het lijkt ook mis te zijn gegaan in de uitleg achteraf door Halsema. Ze beweert dat zij 1,5 dag dicht op de sociale media zat om te zien hoe de verwachtingen over de opkomst en de sfeer van het protest zich ontwikkelden. Die weergave van de feiten door Halsema lijkt echter in strijd met hoe het werkelijk is gegaan in die 1,5 dag. Politieagenten hebben gisteren naar buiten gebracht dat hun leiding niets met hun waarschuwing over de verwachte drukte deed. Het beeld dat blijft hangen is een slecht georganiseerd gemeenteapparaat waar onvoldoende of slecht leiding aan wordt gegeven.

De briefschrijvers gebruiken het doel van de demonstratie als rechtvaardiging voor de misslagen die door Halsema en gemeentelijke diensten zijn gemaakt in de voorbereiding op de demonstratie en de effectuering ter plekke van de corona-maatregelen. Het is een niet valide manier van argumenteren om twee losstaande feiten zo met en door elkaar te verbinden en een doelstelling met de uitvoering te verwarren. Want in de bestrijding van een pandemie met een zwaar belaste gezondheidszorg heiligt niet elk doel de middelen.

Het lijkt er in de kwestie van de demonstratie op de Dam op dat Halsema steken heeft laten vallen en dat de kritiek op haar eveneens faalt. De kwestie moet echter niet gepolitiseerd, maar gedepolitiseerd worden. Van welke politieke partij Halsema is en waar de demonstratie over ging zijn van ondergeschikt belang. Vraag is evenmin of Halsema geliefd of gehaat is. Dat is een te simpele tweeledigheid en een geval van individueel perspectief. De essentiële vraag die beantwoord dient te worden is of zij en de overheidsdiensten volgens de eigen normen en procedures hebben gehandeld in de aanloop naar en de begeleiding van de demonstratie en of burgemeester Halsema voldoende leiding heeft gegeven zoals van een burgemeester verwacht kan worden.

Zonder de feiten te kennen springen de briefschrijvers in de bres voor Halsema. Ze mogen spreken, maar spreken voor hun beurt. Vraag is of ze zich afgevraagd hebben of ze ermee de kunstsector dienen en namens wie ze spreken. Wie zo opvallend de publiciteit zoekt weet dat een groep als mening van een groter geheel geframed kan worden. Zo ontstaat het levensgrote risico dat het beeld bevestigd wordt dat de Amsterdamse kunstsector onnozel is. Ze buigen een motie van vertrouwen om in een motie van wantrouwen tegen de kunst.

Foto: Schermafbeelding van deel open briefCreatieve sector: ‘Beste mevrouw Halsema, dit is onze motie van vertrouwen’’ in Het Parool, 3 juni 2020.