George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Marketing

Zaanstad wil in 2021 een ‘Monetjaar’ houden. Niet voor de kunst, maar om het toerisme, de economie en de stadspromotie

with 2 comments

Gemeente Zaanstad wil in 2021 samen met verschillende partners uit de stad een ‘Monetjaar’ organiseren. Want in 2021 is het ‘precies 150 jaar geleden’ dat ‘de wereldberoemde Franse schilder de Zaanstreek bezocht’, aldus een nieuwsbericht van de gemeente. Wat een toeval dat het precies 150 jaar geleden is, toch?

Maar waarom grijpt Zaanstad terug op een bezoek van 150 jaar geleden van Monet aan de Zaanstreek? Wethouder cultuur en toerisme Sanna Munnikendam (uiteraard D66) geeft het antwoord: ‘Monet vond het Zaanse landschap prachtig. Hij heeft dit op zo’n unieke manier geschilderd dat het voor elke Zaankanter herkenbaar is. Dat is iets waar we met elkaar trots op mogen zijn. Het organiseren van een Monetjaar is een mooie manier om Zaanstad bekender te maken als aantrekkelijke stad om in te wonen en leuke dingen te doen. Dat is ook goed voor de groei van het aantal (inter)nationale toeristen die naar de Zaanstreek komen. En dat heeft weer een positieve invloed op onze lokale economie.’ Kortom, de marketing van kunst, of liever gezegd een 19de eeuwse Franse kunstenaar als glijmiddel voor economie, stadspromotie en toerisme.

Er zitten nog addertjes onder het gras zoals Patrick Meershoek in een artikel in Het Parool aanstipt. Want de gemeente Zaanstad die volgens wethouder Munnikendam zulke herkenbare schilderijen van de Zaanstreek heeft geschilderd heeft afgelopen jaren weinig moeite gedaan om werken van Monet te verwerven. Het Parool: ‘In het Zaans Museum op de Zaanse Schans hangt één echte: het werk De Voorzaan en de Westerhem, dat in 2015 voor 1,1 miljoen euro op de kop is getikt’. Die afwachtende houding van de politiek is herkenbaar.

Oud-wethouder Dennis Straat steelt de show in het artikel in Het Parool. Bij dit soort plannen komen altijd oud-wethouders om de hoek kijken die druk bezig zijn om plannen ’te ontwikkelen’. Straat heeft zoals dat in dit soort gevallen gaat ook een stichting opgericht. De naam? Uiteraard, de stichting Monet in Zaanstad. Ach, het vervolg is zo voorstelbaar dat het bijna  niet meer geschetst hoeft te worden. Enfin, voor de volledigheid dan maar. Straat: ‘Monet moet in de hele stad opduiken. We denken bij voorbeeld aan steigerdoeken met zijn werk langs de invalswegen. We moeten de claim van Monetstad stevig neerzetten. De kunst moet centraal staan, maar er is niets mis met een restaurant dat een Monetlunch aanbiedt.’ Nou, dat laatste viel al te vrezen.

Foto: Schermafbeelding van nieuwsberichtZaanstad wil in 2021 ‘Monetjaar’ organiseren’ van de gemeente Zaanstad.

Advertenties

Written by George Knight

20 mei 2019 at 17:34

Raadsleden wacht een opdracht: een einde maken aan de macht van de afdelingen Communicatie bij lokale overheden?

with one comment

Op de FB-pagina van de gemeente Utrecht wordt een vragenlijst over de binnenstad gepresenteerd. Het is van een tenenkrommende onnozelheid. De burger wordt bij zijn voornaam aangesproken. De vragen dienen niet om de burger werkelijk inspraak te geven, ze dienen de marketing en stadspromotie van de gemeente Utrecht, en in het verlengde ervan de verantwoordelijke wethouder. Welke raadsleden maken nou eens een einde aan die marketing en voorlichting door de afdelingen Communicatie die als nooit zwijgende Stalinorgels hun voorlichting op de burgers afvuren? In de vorm van tweets, brochures, pagina’s in huis-aan-huis bladen, persberichten, foto’s, video’s en vragenlijsten. Gedragsbeïnvloeding dus. Mijn commentaar bij de vragenlijst:

Marketing en stadspromotie, meer lijkt de vragenlijst niet te zijn. Dat is een gemiste kans. Schijnt in de hoofden van de opstellers altijd de zon zodat ze zelf zijn gaan geloven in hun eigen werkelijkheid uit de promotiefilmpjes?

De bewoners van Utrecht verdienen meer betekenis, zwaarte en invloed dan deze lichtzinnige vragenlijst biedt. Wie is verantwoordelijk voor deze exercitie in luchthartigheid? Want het is in de kern ontwijkingsgedrag van de opstellers die hier door het stadsbestuur voor zijn aangesteld. De verantwoordelijke wethouder zou deze marketing een halt moeten toeroepen omdat het een belediging voor de Utrechters is.

Want waarom moet het zo braaf? Waarom is er geen ruimte voor aanmerkingen en kritiek, en waar kunnen de zwakke punten van het beleid van het gemeentebestuur opgesomd worden?

Wie aan deze vragenlijst meewerkt stapt in de wereldvreemde waarheid van de opstellers. Utrechters zijn slimmer en weten wel beter. Ze willen best suggesties doen en constructief meewerken aan het verbeteren van hun stad, maar niet binnen het frame die de vragenlijst biedt.

De vragenlijst bereikt het omgekeerde van wat het beoogt. Het zorgt niet voor verbinding, maar voor vervreemding.

 

Written by George Knight

1 mei 2019 at 23:44

Zaak Michael Jackson toont aan dat musea op moeten passen met het binnenhalen van sociale fenomenen uit de populaire cultuur

with 2 comments

De vraag wat er pleit tegen de tentoonstelling ‘Michael Jackson: On the Wall’ roept de vraag op wat er voor pleit. De tentoonstelling is ontwikkeld door de National Portrait Gallery in Londen met medewerking van de Michael Jackson Estate en reisde daarna door naar Parijs en zal de Kunsthalle Bonn (22 maart – 14 juli 2019) en het Espoo Museum of Modern Art (EMMA) in Finland (21 augustus 2019 – 26 januari 2020) aandoen.

Een persbericht van de Kunsthalle zegt: ‘Michael Jackson is een van de meest invloedrijke kunstenaars die de 20e eeuw heeft voortgebracht. Ook in de 21e eeuw blijft zijn erfenis ongekend populair. Zijn enorme impact op de gehele popcultuur is alom bekend, maar bijna niemand heeft weet van zijn aanzienlijke invloed op de moderne kunst.’ Dat is een nieuwe invalshoek, namelijk dat Michael Jackson ‘aanzienlijke invloed’ op de ‘moderne kunst’ heeft gehad. Met dat laatste wordt waarschijnlijk de hedendaagse westerse kunst bedoeld.

Dat valt van meer iconen uit de populaire cultuur te zeggen, zoals Elvis Presley, James Dean, The Beatles, Madonna, Prince, Yves Saint Laurent, David Bowie of Mickey Mouse. Een persbericht van het EMMA zoekt de verklaring voor de populariteit van Jackson vooral in de kwantiteit: ‘Almost a decade after his death, Jackson’s influence has not waned: his record sales, now in excess of one billion, continue to grow; his short films are still watched; and his enormous fan base remains loyal.’ Rechtvaardigen volksgunst en naamsbekendheid in de populaire cultuur een tentoonstelling met werk van onder meer Dara Birnbaum, Isa Genzken, Michael Gittes, Paul McCarthy, Grayson Perry, Mark Ryden en Andy Warhol in een gerenommeerd museum?

De aandacht voor een tentoonstelling die Jackson als uitgangspunt heeft wordt door deze musea verantwoord door hem als een sociaal fenomeen te presenteren. Dat is een schijnverklaring. Want een sociaal fenomeen is nog geen voldoende reden voor een museumpresentatie. Waarom is dan wel deze tentoonstelling ”Michael Jackson: On the Wall’ ontwikkeld? Is het te plat om te zeggen dat het een vehikel is voor sponsors die hun naam eraan willen verbinden omdat een icoon uit de populaire cultuur altijd bezoekers trekt? Zodat de musea met hun populisme de kloof met het volk kunnen verkleinen en het volk krijgt wat het graag wil vreten, namelijk het bekende. En bovenal musea met zakken geld van de sponsors hun balans kunnen oppoetsen.

Ach, nu is er de kritische documentaire Leaving Neverland waarin Michael Jackson van kindermisbruik wordt beticht. Zelfs het op veilig spelen door musea biedt geen garantie meer voor de toekomst. Musea kunnen beter terugkeren naar hun kernzaak en zich niet af laten leiden door bezoekcijfers, sponsorgeld en het behagen van volk en politiek. Musea moeten op scherp zetten, niet behagen en zelf populair willen zijn.

Het ‘National Football Museum’ in Manchester loopt vooruit op de ontmanteling van Jackson als sociaal fenomeen en heeft een standbeeld van hem verwijderd, aldus een bericht in The Sun. Het museum geeft als commentaar: ‘While it’s not our place to comment on or react to allegations made in the new documentary, it’s our intention as part of our new plans for transforming the museum over the coming months to tell relevant stories about football.’ Kortom, een voetbalmuseum behoort in de kern over voetbal te gaan en een kunstmuseum over kunst. Door teveel belang te hechten aan marketing en bezoekcijfers kunnen musea onderuit gaan omdat ze geen controle hebben over het fenomeen dat ze willen presenteren en dat op hen af moet stralen. Dat kan positief, maar ook negatief. Dat is de keerzijde zoals de zaak Michael Jackson aantoont.

Coalitie overweegt om reclame op publieke omroep te schrappen. Adverteerders begrijpen het niet en beweren de kwaliteit te dienen

leave a comment »

Volgens een bericht in De Telegraaf van 16 februari onderzoeken de coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en CU het ‘compleet schrappen’ van de Ster-reclame. Een reclamevrije publieke omroep levert een gat op van zo’n 150 tot 180 miljoen euro. Het budget van de NPO is 740 miljoen euro. De reclameinkomsten lopen al jaren terug. De coalitie zoekt naar een structurele oplossing. Die zou eruit kunnen bestaan door het derde televisienet NPO 3 of radiozenders te schrappen. Hoe dan ook staat het denken over de publieke omroep niet stil. Dat kan goed, maar ook verkeerd uitpakken als bijvoorbeeld wordt gekozen voor de samenwerking van commerciële of maatschappelijke partijen met de omroepen. Amusementsprogramma’s lijken op termijn onherroepelijk te verhuizen naar de commerciële omroepen. Hoe levensvatbaar een publieke omroep is die zich terugtrekt op de kerntaken informatie, kunst en cultuur en nationale evenementen is de vraag die niet makkelijk is te beantwoorden. Des te meer omdat de coalitiepartijen elk verschillende eindpunten in gedachten hebben.

Reclame op radio en televisie is voor velen een bron van irritatie door de infantiliteit, de clichés, misleidende claims en het rolbevestigende karakter ervan. Daarbij komt de herhaling die het nog eens extra ergerlijk kan maken. Reclame gaat om marketing van producten of bedrijven. De BVA bond van adverteerders denkt daar in een reactie op het bericht in De Telegraaf anders over: ‘Onnodig en desastreus voor de kwaliteit van radio- en televisieprogramma’s bij de NPO’, zegt de BVA. Deze framing is lachwekkend. Het is opvallend dat de BVA suggereert dat reclame de kwaliteit van de radio- en televisieprogramma’s van de publieke omroep op een hoger peil brengt. Het schat de inkomsten uit reclame met 200 miljoen euro trouwens te hoog in. Die zijn zoals gezegd 150 tot 180 miljoen euro. De BVA meent dat de reclame-inkomsten er indirect aan meehelpen om kwaliteit te bieden. Dat is niet alleen een onbeholpen manier van redeneren, het is ook onjuist als het gat dat ontstaat door het schrappen van de reclame door alternatieve financiering wordt opgevuld. Of door het schrappen in de uitgaven, zoals een streep door NPO 3, of door het aanboren van andere inkomstenbronnen.

De BVA ziet een ander nadeel die te maken heeft met het bereiken van mogelijke bereikbare doelgroepen: ‘Via de publieke omroep kunnen adverterende organisaties specifieke doelgroepen bereiken. Doelgroepen die nauwelijks via andere media kunnen worden bereikt. Wanneer deze doelgroepen geen reclameboodschappen meer ontvangen, blijven zij verstoken van belangrijke (overheid)informatie over internetfraude, wijzigingen in ziektekostenverzekeringen of toeslagen en belastingen.’ Voor voorlichting door de overheid kan echter een uitzondering worden gemaakt in kleine advertentieblokken rond de belangrijkste journaals, zoals dat ook bij de Vlaamse VRT gebeurt. Als de publieke omroep de functie heeft om doelgroepen van overheidsvoorlichting te voorzien, dan gebeurt dat zelfs overzichtelijker en zonder ruis als commerciële reclame wordt geschrapt.

De BVA redeneert vanuit het belang, de werkgelegenheid en de winstgevendheid van de eigen sector en niet vanuit het belang van de publieke omroep. De BVA zegt als doel te hebben: ‘het bevorderen en bewaken van vrijheid van verantwoorde commerciële communicatie’. Wat het daarmee bedoelt is onduidelijk. Suggereert de BVA dat het met marketing de vrijheid bevordert van reclame? Hoe dan ook is dat een bedrijfsdoel dat niet in lijn is met het algemeen belang van de publieke omroep. Dat alleen al verklaart de onverenigbaarheid van de publieke omroep met de reclame door adverteerders. Het is dan ook voor de hand liggend dat de reclame door adverteerders op de publieke omroep compleet wordt geschrapt. Het is een wonder waarom de reclame daar ooit is binnengedrongen. De BVA mag tevreden zijn dat het decennialang toegestaan werd om winst te maken op de publieke omroep waar het ter zake dienend niks te zoeken had. De coalitie heeft de kans om een historische weeffout te herstellen door het schrappen van de reclame op de publieke radio en televisie.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘BVA vindt reclamevrije NPO ‘onbegrijpelijk’’ op Marketing Tribune, 18 februari 2019.

Written by George Knight

19 februari 2019 at 15:20

DDS is agitatie voorbij en in een glijvlucht richting amusement en tijdverdrijf terechtgekomen waarbij desinformatie vooral verwart

with 3 comments

Je kunt er op twee manieren tegenaan kijken. Of het radicaal-rechtse opinieplatform De Dagelijkse Standaard (DDS) dat zich identificeert met alt-right doet vol opwinding en spektakel aan opruiing en volksmennerij en zet de achterban bekwaam op tegen de gevestigde macht. Of DDS is de agitatie en politieke voorlichting voorbij en is in een glijvlucht richting amusement en tijdverdrijf terechtgekomen waarbij desinformatie het unieke verkooppunt is. DDS informeert de achterban zo slecht dat het die achterban niet machtigt voor de strijd met de macht, maar juist verzwakt. Dit is des te schrijnender omdat het marketingbedrijf MediaBookers meent dat het lezerspubliek ‘hoger opgeleid’ is. De claim dat de artikelen en interviews voor ‘deining in medialand’ zorgen maakt het er nog onwaarachtiger op. DDS met hoofdredacteur Michael van der Galien lijkt nog vooral in gesprek met zichzelf te zijn, zelfs niet met de achterban die op de koop toe wordt genomen.

DDS heeft het financieel lastig omdat grote adverteerders zijn afgehaakt, maar toch is het opvallend dat Vattenfall-dochter NUON adverteert op DDS. Vattenfall dat in een recent NRC-artikel wordt beschuldigd van bevoordeling van Siemens door onregelmatigheden bij aanbestedingen en het onder druk zetten van het eigen personeel om aan die fraude mee te werken. Die dochter NUON van dat Vattenfall adverteert dus op DDS.

In het artikelTrump-hater Erik Mouthaan slaat weer toe: ‘Als het sneeuwt kan het klimaat niet veranderen?’’ van 11 februari 2019 richt Van der Galien zijn pijlen op Erik Mouthaan, de VS-correspondent van RTL Nieuws. Wat zijn vijandigheid verklaart is onduidelijk. Dat Mouthaan wel eens is aangeschoven bij MSNBC-presentator Rachel Maddow die in haar show nauwgezet de onderzoeken tegen president Trump volgt en analyseert verklaart mogelijk Van der Galiens schuim op de lippen. De lezer van DDS is het kind van de rekening bij het vereffenen van deze persoonlijke rekening en moet het als ‘hoger opgeleid lezerspubliek’ doen met zo’n artikel dat de lezer informeert noch middelen tot desinformatie biedt, maar vooral in verwarring brengt. Dat kan niet de opzet van een geslaagde agitator zijn die de gevestigde orde wil afbreken. Met dank aan NUON.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelTrump-hater Erik Mouthaan slaat weer toe: ‘Als het sneeuwt kan het klimaat niet veranderen?’’ van Michael van der Galien op DDS, 11 februari 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van informatie van MediaBookers over adverteren op DDS.

Foto 3: Schermafbeelding van advertentie ‘Nuon Powerdeal: € 250,- korting en 5% Blijven Loont-korting op stroom’ van NUON zoals die door doorklikken wordt opgeroepen op 11 februari 2019 bij het artikelTrump-hater Erik Mouthaan slaat weer toe: ‘Als het sneeuwt kan het klimaat niet veranderen?’’ op DDS, 11 februari 2019.

Foto 4: Schermafbeelding van mijn reactie bij het artikelTrump-hater Erik Mouthaan slaat weer toe: ‘Als het sneeuwt kan het klimaat niet veranderen?’’ van Michael van der Galien op DDS, 11 februari 2019.

Zie hier voor stemgedrag van senator Amy Klobuchar in het 115de en 116de congres (januari 2017 – heden).

Bedenkingen bij de verbolgen toon én de opvattingen van het CDA Utrecht over kunst, de openbare ruimte en marketing

with one comment

Aldus een passage uit een artikel op de site van het CDA Utrecht. De vorm van de tekst is exemplarisch voor de inhoud. Het ziet er chaotisch, onsamenhangend en slordig uit. De titel maakt dat duidelijk: ‘Waarom kunst júist zichtbaar moet zijn in de stad’. Daar valt geen chocola van te maken. Wat wordt hier bedoeld?

Het CDA Utrecht meent dat ‘kunst omwille van de kunst zeker een waarde heeft’, maar … En dan komt het grote ‘maar’ dat dat eerste standpunt onderuit haalt en de grond inboort. Een wijziging maakt duidelijk hoe normatief de uitspraak is: ‘Religie omwille van de religie heeft zeker een waarde, maar als gemeente moeten we ook kijken hoe religie voor onze inwoners een meerwaarde kan hebben’. Ik vermoed niet dat religieuze organisaties dit zouden pikken onder verwijzing naar hun soevereiniteit in eigen kring. En gelijk hebben ze. Maar het CDA Utrecht wil die soevereiniteit die het voor religie claimt blijkbaar niet geven aan de kunst en de organisaties werkzaam in de kunstsector. Kunst moet in de visie van CDA Utrecht dienstbaar, zichtbaar en afhankelijk zijn. En vooral niet zichzelf. Het CDA Utrecht creëert daarnaast met een paternalistische houding tegenover kunst ook nog eens een tegenstelling die niet noodzakelijkerwijze  bestaat. Want waar concludeert het CDA Utrecht uit dat ‘kunst omwille van de kunst’ geen meerwaarde voor de inwoners van Utrecht heeft?

In het artikel geeft het CDA Utrecht het standpunt van DENK over kunst in de openbare ruimte verkeerd weer als het zegt dat DENK tegen het plaatsen van schilderijen in de openbare ruimte is. CDA Utrecht bedoelt daar ongetwijfeld de afbeelding van iconische schilderijen van oude meesters mee. Het wordt lastig met het oog op behoud en verzekering om schilderijen van oude meesters aan gevels in de wijken Overvecht en Kanaleneiland op te hangen. Aanleiding zijn schriftelijke vragen die door DENK-fractiemedewerker en kunsthistoricus Jelle Bouwhuis zijn geformuleerd en ingaan tegen de visie van het CDA Utrecht om ‘Utrechtse Meesters een gezicht’ in de openbare ruimte te geven. In een commentaar van 23 november 2018 besteedde ik aandacht aan deze aanvaring tussen DENK en het CDA. DENK lijkt echter niet zozeer tegen het voorstel om afbeeldingen van schilderijen in de openbare ruimte te plaatsen, maar wil daar wel de bewoners inspraak in geven en voorwaarden aan het soort afbeeldingen stellen opdat ze zinvol zijn voor alle inwoners van de stad.

Wat is er aan de hand als het CDA Utrecht op verbolgen wijze opmerkt: ‘En Utrecht Marketing krijgt op de kop omdat ze geschikte schilderijen selecteren’. Het kan toch nooit de taak van een uitvoerende dienst als Utrecht Marketing zijn om geschikte schilderijen voor een afbeelding te selecteren? Dat behoort toch op beleidsniveau te gebeuren door beleidsmakers op het snijvlak van openbare ruimte, cultuur en wijkgerichte participatie? Utrecht Marketing heeft 57 medewerkers met als expertise citymarketing, communicatie en het signaleren van ontwikkelingen. CDA Utrecht laat zich kennen omdat niet iedereen haar voorstel voor de Utrechtse Meesters in de openbare ruimte omarmt en verzet zich zelfs tegen de VVD dat ‘opeens’ het voorstel wel omarmde.

Het wordt er nog merkwaardiger op als het CDA zegt: ‘Het achterhoedegevecht van DENK en de VVD moeten ze lekker samen uitvechten, ik hoop dat veel inwoners en culturele organisaties met ons meedenken over hoe we onze cultuurgeschiedenis en toekomstig talent een mooie plek in het straatbeeld kunnen geven.’ Dit soort kinderachtige uitspraken over tamelijk ondergeschikte onderwerpen is er precies de reden voor dat burgers afstand van de politiek nemen en er vervreemd van raken. CDA Utrecht claimt voor zichzelf in de avant-garde van de kunst te opereren omdat het verder wenst te kijken dan kunst omwille van de kunst. CDA Utrecht is de artistieke spookrijder die de meerwaarde voor kunst vooral bij zichzelf legt. Hoe het CDA Utrecht meent door het realiseren van afbeeldingen van oude meesters in de openbare ruimte het ‘toekomstig talent’ een mooie plek in het straatbeeld te geven is illustratief voor het onzorgvuldig en lui denken van het CDA Utrecht.

Foto’s 1 en 2: Schermafbeelding van deel artikelWaarom kunst júist zichtbaar moet zijn in de stad’ van het CDA Utrecht, 27 november 2018.

Foto 3: Realisering van de afbeelding van een schilderij van een Utrechtse meester (Dirck van Baburen, De luitspeler) aan een gevel van een flat op Kanaleneiland, Utrecht; eigen foto 30 november 2018.

Petitie ‘Internationalisering onderwijs’ is kritisch op het bestuur van de Radboud Universiteit Nijmegen

with one comment

Een ongelofelijke en kenmerkende petitie op Petities.24.com van studenten Psychologie aan de Nijmeegse Radboud Universiteit met drievoudige kritiek. Ze voelen zich voorgelogen en belazerd omdat de universiteit de afspraak schendt en geen Nederlandstalig maar Engelstalig onderwijs aanbiedt. Tevens vinden ze dat de universiteit daar onvoldoende over heeft gecommuniceerd. Tenslotte vinden ze het niveau van het Engelstalig onderwijs dat de docenten geven onder de maat, mede omdat het niet onafhankelijk getoetst wordt. De studenten merken op dat ze zich hadden aangemeld voor Nederlandstalig onderwijs ‘met het oog op een baan in Nederland (vaak in de zorg), waarbij het van groter belang is de juiste termen te kennen in het Nederlands’.

De meesten reageren anoniem, maar enkelen spreken zich uit en geven aan teleurgesteld te zijn in hun universiteit. Jette: ‘Ik teken omdat de kwaliteit van onderwijs echt onderuitgaat door het internationaliseren van de studie.’ Judith G.: ‘Ikzelf 2ejaars psychologie studente ben en hier last van ervaar. Als ik van tevoren had geweten dat het zo liep op de Radboud universiteit had ik me misschien wel aangemeld bij een andere universiteit in Nederland.’ Judith S.: ‘Ik teken dit. omdat ik boos ben dat ons onderwijs (psychologie Radboud Universiteit Nijmegen) ontzettend achteruit gaat in kwaliteit, doordat cursussen zo nodig in het Engels gegeven moeten worden, terwijl het overgrote deel later in Nederland aan de slag gaat…….’. Liz: ‘Ik teken omdat dit probleem al veel te lang speelt en de universiteit zich er gemakkelijk van af maakt door de problemen bij de student te leggen. Het wordt tijd dat de kwaliteit weer voorop komt, in plaats van het geld.’

Nederlandse universiteiten hebben geen vijand nodig, want ze helpen zichzelf om zeep. Zoals Liz opmerkt, universiteiten zetten niet de kwaliteit van het onderwijs voorop, maar het geld. Daarnaast gaat het erom dat zoals de studenten beweren ze zijn voorgelogen. Dat is ontoelaatbaar omdat het studenten schaadt en de geloofwaardigheid van de Radboud Universiteit beschadigt. De internationalisering van het onderwijs is prima, maar moet op een serieuze manier gebeuren. Met moedertaal sprekers van het Engels en geen Nederlandse docenten die hun variant van Steenkolenengels spreken en daarbij geen nuances kunnen overbrengen, laat staat als het al lukt om de grote lijn over te brengen. Overigens zijn deze docenten eveneens slachtoffer omdat ze voor de leeuwen worden gegooid door een onverantwoord opererend universiteitsbestuur.

Een andere taal kan het Nederlands niet vervangen. Evenmin is er noodzaak voor als het gaat om studenten die naar verwachting in een Nederlandstalige omgeving in Nederland werk zullen vinden. Internationale oriëntatie moet niet vermeden worden, maar het kan het onderwijs in het Nederlands niet vervangen en moet goed voorbereid worden. Dat gebeurt nu niet zoals dit voorbeeld aan de Radboud Universiteit verduidelijkt. Terwijl het probleem van slecht Engelstalig onderwijs door Nederlandse docenten toch al jaren geleden is geconstateerd. Dat laten gebeuren is onverantwoord gedrag van het universiteitsbestuur. Een bijkomend nadeel van Engelstalig onderwijs is trouwens dat oriëntatie op het Engels andere moderne talen als Chinees, Russisch, Spaans, Frans of Duits wegdrukt. Universiteitsbestuurders verliezen de essentie van een universiteit uit het oog in hun blindstaren op bedrijfsmodellen, rendement, marketingplannen, groei, internationalisering en de drang ‘om bij de tijd te zijn’ en de concurrentie met andere universiteiten niet te verliezen.

Foto: Schermafbeelding van deel petitieInternationalisering onderwijs’ van Amber Albrecht en Eileen Markmann op Petities24.com, 10 november 2018.