George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Marketing

Bancaire pretenties doorgeprikt. De ‘game changer’ van ABN Amro is dat deze bank geen ‘game changer’, maar een spelvervuiler is

with one comment

Er moet me iets van het hart. Ik heb een geweldige hekel aan banken. Daarmee bedoel ik de gevestigde Nederlandse banken: ING, ABN Amro en Rabobank bij wie ik klant ben. Gedwongen omdat de zogenaamde ethische banken als Triodos Bank of Handelsbanken een te smal scala aan financiële producten aanbieden.

Mijn kritiek richt zich op twee aspecten. De zelfverrijking, zelfoverschatting, zelfingenomenheid en grootspraak van bestuursvoorzitters als Hamers, Van Dijkhuizen of Draijer die zich ten onrechte profileren als ondernemers, terwijl ze werknemers zijn die geen bedrijfsrisico lopen en niet werken met eigen vermogen zoals echte ondernemers. De arrogantie en het verstoorde zelfbeeld van deze pseudo-ondernemers symboliseert de arrogantie van deze banken die zich ontastbaar achten, niet willen hervormen en blijven gokken met de Nederlandse economie. Verder stoort de valse toon van de banken die zich profileren met campagnes rond duurzaamheid. Dat is echter cosmetica en niet meer dan simpel door te prikken marketing. Aantoonbare flauwekul. Dat de banken deze marketing geloofwaardig achten toont opnieuw hun overmoed. Deze banken hebben in de kern geen groen hart, of het moet de liefde van hun bestuursvoorzitters voor de dollar zijn, de greenback. De echte game changer van ABN Amro is dat deze bank geen game changer is.

Written by George Knight

27 september 2019 at 11:49

Waarom heeft het Amsterdam Museum niet omzichtiger gehandeld bij het besluit om te stoppen met het gebruik term Gouden Eeuw?

with 2 comments

Pavlov-reacties op het besluit van het Amsterdam Museum om te stoppen met het gebruiken van de term Gouden Eeuw waren veelzeggend. Rechts sprak er schande van en links toonde begrip. Het museum verklaart de wijziging als ‘een stap is in een proces om het Amsterdam Museum meerstemmig en inclusief te maken’. Identiteitspolitiek dus, en marketing van een museum dat met de wijziging vooral aandacht op zichzelf richt.

Wat kunnen we hier nog aan toevoegen? Dat het onjuist is dat de term Gouden Eeuw de vele negatieve kanten van de 17de eeuw negeert? Dat het museum beter een reeks presentaties had kunnen maken over die negatieve kanten van de Gouden Eeuw? Dat de term Gouden Eeuw niet vastomlijnd is, de betekenis ervan daarom ‘aangepast’ had kunnen worden en dat het Amsterdam Museum daar een rol in had kunnen spelen? Nu zet het museum de term bij het oud vuil zonder dat het er nog invloed op kan uitoefenen. De overheid belast musea zwaar door aan de financiering eisen te stellen over het soort bezoek en bereik. Is de stap van het Amsterdam Museum een uiting van deze kramp? Het is opvallend dat het het Amsterdam Museum als eerste deze stap zet. De directie lijkt onvoldoende te beseffen dat het door de stap mogelijk makkelijker toegang vindt bij een lastig te bereiken doelgroep (niet-witte bevolkingsgroepen), maar zich vervreemdt van een andere doelgroep (autochtone lager opgeleide sociale klasse). Heeft het de afweging zorgvuldig gemaakt of vlucht het in de vlucht vooruit weg in identiteitspolitiek vanwege de eisen die overheden musea opleggen?

Hoe men ook over deze stap denkt, de verklaring van directeur Judikje Kiers klinkt raadselachtig. Hopelijk zijn de twee, nu herstelde, taalfouten in dit ene citaat geen aanwijzing voor de mate van onzorgvuldigheid en gejaagdheid van dit museum: ‘Dit zijn belangrijke stappen in een lang proces. Maar we zijn er nog niet. Samen met mensen in de stad zullen we blijven werken om onderbelichte verhalen en perspectieven van onze gedeelde geschiedenis aan het licht te brengen.’ Hiermee zegt het museum tussen de mensen te gaan staan. Dat lijkt lovenswaardig, maar is onwaarachtig. Het is het soort oppervlakkige inspraak die marketing is. De professionals zitten in het museum en niet daarbuiten, zo mag men hopen en verwachten. Het Amsterdam Museum zorgt uiteindelijk voor verdeeldheid. Dat is ongelukkig. Daarom blijft de verwondering bestaan waarom de directie van dit museum niet eleganter, en minder schoksgewijs en polemisch heeft gehandeld.

Er is niets fundamenteels mis met de aan verandering onderhevige term Gouden Eeuw die ook negatieve kanten omsluit. De stap van het Amsterdam Museum werkt contra-productief en plaatst de museumsector onterecht in een radicaal-linkse hoek die zweert bij een naïef soort identiteitspolitiek. Terwijl in werkelijkheid de Nederlandse musea bij uitstek en per definitie bolwerken van behoudzucht en traditie zijn. Het Amsterdam Museum maakt zich te eenvoudig ondergeschikt aan politieke eisen van de overheid. De term Gouden Eeuw is een instrument voor natievorming en een omlijning daarvan. De term zegt nog niets over het soort natie dat daarin geprojecteerd wordt en de plaats van de diverse doelgroepen daarin. Vooral het star denken en het gebrek aan handigheid en omzichtigheid van de directie van het Amsterdam Museum valt in deze kwestie op.

Marketingscampagne om meer bezoekers naar Utrecht te trekken is een slecht idee. Onder meer omdat de stad nog niet op orde is

with 2 comments

Binnensteden van grote Nederlandse steden worden steeds voller. Ruimte is schaars en iedereen wil die innemen. Er woedt een strijd om de publieke ruimte. Betrokkenen eisen een portie op, waar ze het volste recht op menen te hebben. Machtige, commerciële partijen zijn aan de winnende hand, zetten de stad naar hun hand en ontfutselen die aan de bewoners. Het gemeentebestuur treedt niet op als onpartijdige bemiddelaar tussen betrokkenen, maar wordt deelnemer met marketing en stadspromotie van het prullerige soort.

In Utrecht start vandaag een campagne om mensen naar de binnenstad te trekken. Dat is om drie redenen een slecht idee. Met de stadsbewoners wordt onvoldoende rekening gehouden. Hun belang wordt in ‘het overleg’ weggedrukt en gemarginaliseerd omdat de commerciële partijen elders winst proberen te halen. Maar de stad is al druk en de stad is nog niet op orde. Op dat laatste aspect ga ik in in mijn reactie bij het artikelNieuwe campagne om meer bezoekers naar het centrum van Utrecht te trekken’ in DUIC van 4 september 2019:

Het is merkwaardig dat in Utrecht marketing en snelle winst blijkbaar voor kwaliteit gaan. Voelt het centrum-linkse Utrechtse gemeentebestuur van GroenLinks, D66 en ChristenUnie dat werkelijk zo en vindt dat dat de weg die Utrecht moet gaan? Namelijk de weg van de minste weerstand en de snel verdiende euro. Is dat de stadspromotie die het gemeentebestuur echt voor ogen heeft?

Het Utrechtse gemeentebestuur gaat niet ondubbelzinnig voor duurzaamheid, klasse of kwaliteit, maar voor volume, kwantiteit en de korte termijn. De coalitiepartijen laten zich kennen als populistisch en gemakzuchtig. Niet het uitgangspunt wat de stad en de inwoners nodig hebben en aankunnen is leidend, maar de pragmatiek van de ongebreidelde toestroom waarbij een gedragsprogramma (‘nudging’) om de toestroom in banen te leiden dient als pleister op de wonde.

Wie bezoek ontvangt ruimt eerst het eigen huis op. Dat zou Utrecht ook moeten doen in die delen van de stad waar het bezoek ontvangen wordt. Opruimen, stroomlijnen en op orde brengen en dan het bezoek ontvangen. Maar dat doet het gemeentebestuur niet. Het zet de deur open voordat het huis is opgeruimd. Zo loopt het continu achter de feiten aan.

Laten we ervan uitgaan dat het meeste bezoek in het centrum ontvangen wordt. Er is nauwelijks nog een trottoir dat vrij toegankelijk is en niet versperd wordt door geparkeerde fietsen. Het is niet alleen geen gezicht, het is ook gevaarlijk voor hoogbejaarden, gehandicapten, blinden en kinderen die hun weg willen vinden.

Het is merkwaardig dat dat door het gemeentebestuur wordt toegestaan en er niet allang een actieplan in werking is getreden om de stad begaanbaar en visueel aantrekkelijk te maken. Waar komt deze passiviteit van het centrum-linkse gemeentebestuur vandaan dat suggereert zich voor de burger in te zetten? Op dit moment maakt het gemeentebestuur dat niet waar.

Waarom geeft het gemeentebestuur aan handhaving geen prioriteit? Als afleiding worden bruggen en nog een paar vaste plekken vrijgehouden van fietsen, zodat de verantwoordelijke wethouder de kritiek kan neutraliseren, maar de rest van de binnenstad wordt overgeleverd aan de chaos van geparkeerde fietsen.

Het gemeentebestuur heeft het huis niet op orde. De bouw van parkeergarages voor fietsen is prima, maar kan geen excuus zijn om de rest van de binnenstad dan maar over te leveren aan de wildgroei van kriskras neergesmeten en onhandig geparkeerde fietsen.

Kortom, bezoek in de stad ontvangen is best. Maar zorg dan eerst voor een stad die op orde is. Dat is in het belang van de commercie en van de inwoners.

Zorg voor een goed toegankelijke stad. Zorg voor openbare (dames)toiletten. Zorg voor goede looproutes. Zorg voor openbaar vervoer dat aansluit op de behoeften van het bezoek en goed de publiekstrekkers (musea) ontsluit. Zorg voor parkeerplekken voor auto’s en fietsen. Zorg voor een kwalitatief hoogstaand winkelaanbod. Zorg ervoor dat leegstaande panden ondanks geldende maatregelen niet alsnog een horecabestemming krijgen. Zorg dat terrassen en private uitingsvormen niet de publieke ruimte bezetten en verdringen. Zorg er met op maat gemaakte marketing voor dat bulktoeristen ontmoedigd worden om Utrecht te bezoeken. Zorg ervoor dat Utrecht synoniem wordt met kwaliteit en niet met haveloosheid en onverzorgdheid.

Utrechts gemeentebestuur van GroenLinks, D66 en ChristenUnie besef wat meer bezoek in de stad betekent en besef de urgentie ervan, doe je huiswerk beter dan nu en ga nou eens goed, doelgericht en hard aan het werk. Pas dan kan een marketingcampagne gebruikt worden om extra bezoekers te trekken. Dan is de stad het waard. Dan pas, als de stad er klaar voor is, niet eerder.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelNieuwe campagne om meer bezoekers naar het centrum van Utrecht te trekken’ in DUIC, 4 september 2019:

Pride Amsterdam is een veelgelaagd fenomeen dat ver van de oorsprong verwijderd lijkt te zijn geraakt. Kan de reactie uitblijven?

leave a comment »

De Pride Amsterdam bestaat, en dat is een goede gelegenheid voor iedereen die de eigen identiteit wil benadrukken. In de Canal Parade varen boten door de grachten. Ook multinational EY dat tot 2013 Ernst & Young heette en actief is op het gebied van accountancy, belastingadvies en bedrijfsadvies had een boot. In 2013 werd Ernst & Young veroordeeld voor het faciliteren van belastingontwijking. Zo worden inclusiviteit en diversiteit ingezet als marketing voor bedrijven. Onder het mom ‘zie eens hoe goed wij de tijdgeest verstaan’. Daar omheen cirkelen allerlei spreekstalmeesters, adviseurs en consulenten die er een centje bij schnabbelen.

Dat is niet verkeerd, maar daardoor rukt de commercie op tot in de kern van die identiteit. Pride Amsterdam is het calvinistische carnaval van de randstad. Zo ontstaat een wisselwerking tussen emancipatie, commercie, marketing, amusement, nabootsing, massificatie, vulgarisatie, en zakelijke en identitaire vermomming. Het is een wetmatigheid dat er een reactie richting onvervalstheid en zuiverheid ontstaat als een evenement te ver verwijderd raakt van de oorspronkelijke doeleinden en verwatert. Pride Amsterdam lijkt klaar voor de reactie.

Written by George Knight

6 augustus 2019 at 12:42

Gedachten bij de video ‘Chef’s Tables by Culinaria, 3 tables, 3 chefs, 3 stories in Verbeke Foundation’

leave a comment »

Gisteren bezocht ik de Verbeke Foundation in het Vlaamse Kemzeke. Tussen Gent en Antwerpen, net over de grens bij Hulst. Het is een prachtige plek voor hedendaagse kunst. Met binnententoonstellingen in containers en een grote hal, glazen kassen en een beeldenpark rond een stroom. Een sfeer die enigszins doet denken aan het Duitse Insel Hombroich. Hoewel de canon van de kunsthistorie er minder trouw wordt gepresenteerd en het idee postvat dat het hier in veel gevallen gaat om een laatste rustplaats voor versleten kunstwerken.

Het is niet gepolijst, maar rauw. Het is niet perfect afgewerkt en onderhouden, maar evenmin zo haveloos dat het storend is. Kortom, de Verbeke Foundation is perfect in haar imperfectie. Maar ook bij zo’n particuliere stichting moet allicht de schoorsteen roken. Zoals dit filmpje verduidelijkt. Soms met kreeften en lamsvlees, gesponsord door Pellegrino, Carlsberg, Taittinger Champagne, Masalto koffie en Vasco sterke drank. Verhuur van de plek is onoverkomelijk, maar heeft niets met de plek te maken. Zo probeer ik mezelf wijs te maken.

Written by George Knight

5 augustus 2019 at 16:58

Nietsontziend claimen religieuze organisaties andersdenkenden. Zelfs doden worden om zakelijke redenen over hun graf ingelijfd

leave a comment »

Georganiseerde religie is een miljardenbusiness. Er staan grote zakelijk belangen op het spel. Opbrengsten uit vastgoed en bedrijven of kerkelijke belastingen. Religieuze organisaties zetten alle onderscheidende middelen in om zichzelf aantrekkelijk en ‘sexy’ te maken. Om de concurrenten de loef af te steken. Want de religieuze markt kent wereldwijd met duizenden religies en religieuze stromingen vele mededingers. Inclusief de verafgoding van de duizenden Goden. Religies vissen in dezelfde vijver. In West-Europa is die religieuze markt ook nog eens krimpend, zodat de strijd om de overblijvende gelovigen nog feller is dan in een groeimarkt.

Zoals Pepsi Cola en Coca Cola, Shell en BP of Apple en Microsoft elkaar bestrijden, zo moeten religieuze organisaties elkaar kunnen bestrijden. Dat ligt in de aard van een bedrijf. Het gaat om winst maken en het waarborgen van de continuïteit. Religieuze leiders leven doorgaans op grote voet en zijn daaraan gewend geraakt. Ze willen ongaarne een stapje terug doen. Omdat zij voor hun voorzieningen en broodwinning uitsluitend van hun religieuze organisatie afkomstig zijn en ze niet als een CEO van een multinational over kunnen stappen naar een andere religie, zijn ze in zekere zin gevangene van hun eigen religieuze organisatie.

Een populaire methode om de zieltjes van gelovigen te winnen of die gelovigen dieper in een specifieke religie te verankeren is de bekering. Daarmee wordt veel publiciteit gezocht door religieuze organisaties. Dan zou de moslim bekeerd zijn tot het christendom of andersom. Of de hindoe tot de islam of andersom. Als men in de marketing niks hoort over een bepaald type bekering dan komt dat omdat de zakelijke en publicitaire belangen minder groot zijn. Zo is er nooit nieuws dat een agnost is bekeerd tot het atheïsme of andersom.

Een apart soort bekering is de doodsbedbekering. Het voordeel daarvan is dat een religieuze organisatie die uit is op publicitair voordeel tamelijk ongestraft  bekende doden kan claimen. Ze kunnen het niet weerleggen. Bekende atheïsten als Stephen Hawking of Christian Hitchens werden na hun dood door christenen geclaimd. Dat gebeurde respectloos en botweg. Op hun doodsbed zouden ze tot het Christendom zijn bekeerd. Op deze religieuze lijkenpikkerij van christelijke organisaties gaf de stervende Hitchens het beste antwoord, aldus een artikel in Trouw: ‘Als ik me bekeer, is dat omdat er beter een gelovige kan sterven dan een atheïst’.

Foto: Schermafbeelding uit artikelCatholics Online Claim Stephen Hawking Experienced Deathbed Conversion’ van Michael Stone, 19 maart 2018 op Patheos.

Vervolg debat over de wenselijkheid dat Sid Lukkassen een project pitcht op ‘voordekunst’

leave a comment »

Sid Lukkassen is een van de initiatiefnemers van De Nieuwe Zuil. Het profileert zich als voorstander van een open debat. Op 22 juni 2019 verscheen op De Nieuwe Zuil het artikelLaten we eindelijk weer eens een gesprek hebben!’ van Bart Reijmerink. Hierin wordt verwezen naar mijn kritische commentaar van 18 juni 2019 over de crowdfunding van Sid Lukkassen op voordekunst. Ik stelde vraagtekens bij de toepassing van de eigen voorwaarden van voordekunst. Is dat nog wel voor kunst en kunstenaars bedoeld of hebben de marketing en reclame de overhand genomen en dit project gekaapt? Voordekunst is ondergebracht bij reclamebureau KesselsKramer en wordt door dit reclamebureau als een eigen project voorgesteld.

Mijn kritiek op het project van Lukkassen en voordekunst was blijkbaar tegen het zere been. Lukkassens De Nieuwe Zuil kwam in het door Bart Reijmerink ondertekende artikel tot kwalificaties over mij: ‘Eén of andere keyboardwarrior ziet rood voor zijn ogen dat Lukkassen een crowdfunding ‘mag houden’ op VoordeKunst.nl of ‘Iedereen met een andere mening dan de auteur wordt gezien als ‘rechts-radicaal’ of complotdenker’. De paradox is dat het onmogelijk is om bij dit artikel te reageren, terwijl ik afgelopen dagen wel allerlei mensen op mijn blog kreeg die hun mening konden geven. Tot en met scheldpartijen aan toe die ik heb verwijderd. Dat hoort er allemaal bij op sociale media. Maar de essentie is dat naar mijn idee mijn kritiek op voordekunst werd vertekend door De Nieuwe Zuil. Ik heb onderstaande reactie gestuurd naar De Nieuwe Zuil, maar omdat ik niet zeker weet of die geplaatst wordt geef ik het hier weer. Opmerkelijk is trouwens dat een organisatie die van zichzelf zegt mensen te willen verbinden zich De Nieuwe Zuil noemt. Het lijkt niet ironisch bedoeld:

In een artikel van 22 juni over Sid Lukkassen verwijst Bart Reijmerink van De Nieuwe Zuil naar een stuk van me op mijn blog George Knight. Dat is prima.

Jammer alleen dat er geen mogelijkheid tot reactie mogelijk is. Zodat ik bij het artikel niet kan reageren of mogelijke misverstanden kan ophelderen. Ik bied die mogelijkheid op mijn blog wel. Die ontbrekende optie staat haaks op het pleidooi uit het artikel dat zegt een gesprek tussen links en rechts te willen ondersteunen. Als dat echter praktisch onmogelijk blijkt, dan is de vraag wat die openheid die De Nieuwe Zuil zegt na te streven in werkelijkheid waard is.

De kern van mijn kritiek geeft u naar mijn idee verkeerd weer. Het gaat me niet om Lukkassen, maar om voordekunst. Of ik het met de ideeën van Lukkassen eens ben is dan ook niet waar het om gaat. Het gaat erom dat ik het niet met voordekunst eens ben om iemand als Lukkassen een platform te bieden. Via mijn stuk wilde ik daarover een debat opstarten. Ook gezien uw artikel lijkt dat aardig gelukt.

Ik weet hoe voordekunst opereert en vind het een prima site. Graag wil ik dat dat zo blijft. Politisering ervan zie ik als een bedreiging. Van welke kant die ook komt. Ook een beleid waarbij verdieping ingewisseld wordt voor verbreding, en ‘kunst’ voor ‘cultuur’ zie ik als ongewenst. Ik vraag me af of een en ander nog in lijn is met de voorwaarden waaronder voordekunst ooit werd gestart. In een uitwisseling van e-mails met Max van voordekunst heb ik mijn bezwaren uiteengezet. Ze zijn op mijn blog te lezen. Die kritiek staat los van Lukkassen. Hem valt dat beleid van voordekunst niet te verwijten. Zijn pitch was alleen de aanleiding.

Laat ik het anders zeggen, Lukkassen is voor het doorgaan van zijn project niet afhankelijk van voordekunst. Zo schat ik dat in. Hij heeft talloze politieke medestanders en heeft toegang tot platforms en sociale media waar hij zijn opinies geeft. Voor de meeste kunstenaars ligt dat anders, zij hebben niet die opties die Lukkassen heeft. Mijn interventie is dan ook bedoeld om het op te nemen voor de kunstenaars die alleen voordekunst hebben om een project van de grond te tillen.

Verder valt nog te melden dat het onjuist is dat ik iedereen met een andere mening dan de mijne zie als rechts-radicaal of complotdenker. Ik zie alleen rechts-radicalen en complotdenkers als zodanig. Als iemand als Lukkassen die regelmatig deelneemt aan discussies op Café Weltschmerz dat zoveel ruimte geeft aan complotdenkers en daar rechts-radicale of alt-right meningen verkondigt niet meer rechts-radicaal genoemd mag worden, dan weet ik niet wie nog wel zo genoemd mag worden. Let wel: ik gebruik niet de term extreem-rechts, maar de minder beladen term radicaal-rechts.

Vermoedelijk is het misverstand ontstaan doordat Lukkassen in zijn pitch verwijst naar links of progressieve opiniemakers als Maarten Boudry of Arno Wellens. Mijn kritiek daarop was dat deze personen niet links of progressief zijn. Het was naar mijn idee verstandiger geweest als Lukkassen deze personen anders dan als links of progressief had gekarakteriseerd.

Ik gun Lukkassen een succesvolle crowdsourcing en hoop dat hij zijn project van de grond tilt. Hij heeft evenveel recht als ieder andere politieke activist of opinieleider om vanuit zijn perspectief zijn opinies over maatschappelijke en politieke vraagstukken te geven. Ik zie hem alleen niet als kunstenaar die kunst maakt en zette daarom vraagtekens bij zijn pitch op voordekunst.

Hopelijk kunt u deze toevoeging invoegen in het artikel waarin u naar mij verwijst. Als eerste stap op weg naar vrijheid van meningsuiting, een open debat en een eind aan de censuur. Te beginnen op De Nieuwe Zuil.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelLaten we eindelijk weer eens een gesprek hebben!’ van Bart Reijmerink op De Nieuwe Zuil, 22 juni 2019.