Antwoord aan de ‘Islamitische Reminder’ Mikaeel Hasan die de vrijheid van meningsuiting belastert

De Islamitische Reminder Mikaeel Hasan steekt een betoog af over de vrijheid van meningsuiting. Hij stelt dat het een marketingtool is. Dat is blijkbaar de marketingtool van een Islamitische Reminder die de publiciteit zoekt.

Zover is het gekomen met feitenontkenners. Ze liegen dat het gedrukt staat en keren de feiten om. Nieuws noemen ze nepnieuws. Nepnieuws noemen ze nieuws. Een waarde noemen ze marketing. Hun marketing noemen ze een overtuiging. Hasans onwaarheid presenteert hij als waarheid. Smaldenker Hasan presenteert zich als ruimdenker.

Deze video roept de vraag op of Hasan zo dom is als uit zijn betoog blijkt of dat hij net doet alsof hij dom is. Hij kan met alle Nederlanders weten dat de enige beperkingen aan de vrijheid van meningsuiting worden gedicteerd door de wet. Oproepen tot haat of geweld mag niet.

De werking van de nationale rechtsstaat wordt door de staat bepaald. Hasan concludeert uit het feit dat de staat niet neutraal is dat daarom de vrijheden niet neutraal zijn. Of kunnen zijn. Dt is onjuist. De rechtsstaat gaat over de relatie van de staat met de burgers. Kern is dat alle burgers dezelfde rechten hebben. De staat die dat ‘van bovenaf’ bepaalt kan per definitie niet neutraal zijn. De staat dat zijn we zelf zoals we dat hebben vastgelegd in wetten en instituties die voor allen in gelijke mate gelden. Zo moet de vrijheid van meningsuiting begrepen worden.

Wat Hasan doet is opzichtig. Het is de methode van de populist. Hij probeert zijn islamitische waarden op te waarderen door de rechtsstatelijke waarden af te breken. Maar omdat hij dat niet intelligent doet strandt die poging in retoriek. Of zoals hij het zelf over anderen zou noemen, in marketing.

In Nederland is het spotten met een godsdienst of levensovertuiging toegestaan. Of het verkondigen van een scherpe mening over wat dan ook. Hasan bewijst dit met zijn video waarin hij het recht heeft om in vrijheid alles te beweren en hij tegelijk dat recht anderen probeert te ontzeggen. Dat is tegenstrijdig en getuigt niet van een rechtsstatelijke geaardheid.

Hasan heeft ongelijk dat er ‘zoveel tegenstrijdigheid over de vrijheid van meningsuiting is’. Dat is niet zo. Dat verzint hij en tovert hij uit zijn islamitische hoed. Hij maakt het er nog bonter op door te beweren dat mensen die de vrijheid van meningsuiting propageren er zelf niet in geloven. Ook dat is klinklare onzin. Het gaat niet om propaganda voor een religieuze organisatie of een geloof, maar om een universele waarde die voor allen geldt.

Niemand staat boven de wet, hoezeer gelovigen ook claimen dat zij meer rechten hebben dan mensen die zich niet laten inspireren door een geloof. Vooral in orthodox-religieuze kring (christendom én islam) proberen gelovigen vanwege religieuze redenen de vrijheid van meningsuiting in te perken. Ze hebben ongelijk om als lobbygroep te kunnen bepalen waar anderen zich aan te houden hebben. Het is de nationale rechtsstaat die dat bepaalt.

Mikaeel Hasan geeft de indruk dat hij niet alleen niet weet waarover hij praat, maar ook Nederlanders tegen elkaar probeert op te zetten. Het is echter in de kern simpel. Hij als moslim heeft dezelfde vrijheid om anderen te bespotten in hun godsdienst of levensovertuiging als anderen zijn godsdienst mogen bespotten. Dat is de neutraliteit die hij niet zegt te begrijpen.

Hasan claimt als moslim een voorrecht door de innerlijke, leerstellige werking van zijn religie dwingend aan anderen buiten dat geloof op te willen leggen. Dat is onwerkbaar en brengt het publieke debat om zeep omdat het uitingen over anderen praktisch onmogelijk maakt. Dat is in strijd met het gezond verstand waar Hasan zich losjes op beroept, maar dat hij zoals uit zijn betoog lijkt nog niet in zich heeft opgenomen. Zijn wijsheid is nog onderweg.

Foto: Still uit videoVrijheid van meningsuiting is een marketingtool – Mikaeel Hasan’ op het YouTube-kanaal ‘Islamitische Reminders’, 16 november 2020.

Maakt marketing in kunsthandel en kunstsector de kunst kapot?

Kunsthandel is een een slim marketingplan. Dat is geen opzienbarend nieuws, maar al vaak beweerd. Wie dat nu nog niet weet heeft zitten slapen. In een grappige, maar ook wel wat karikaturale aflevering van truTV wordt uitgelegd hoe het werkt. Neveneffect en onderschrijving van die marketing is dat de gevestigde media de veilingprijzen voor kunstwerken gelijkstellen met de kwaliteit of het belang ervan. Maar evenmin als bij films de toekenning van Oscars het ultieme oordeel is over de kwaliteit ervan geldt dat in de beeldende kunst.

Naast dit schema dat leidend is voor het bovenste segment van de kunsthandel is er in de kunstsector in volle breedte de actuele marketing van kunstenaars die niet minder kwalijk is en op andere uitgangspunten is gebaseerd. Niet commercieel, maar politiek. Van die marketing heeft het brede publiek minder benul. Mede omdat de gevestigde journalistiek zich daar niet over durft uit te spreken, in tegenstelling tot de karikatuur over de top van de kunsthandel. Ook dat maakt het lastig om kwaliteit van waardering te onderscheiden.

Neem de huidige golf van aandacht voor minderheden die door de kunstsector spoelt als een tsunami van emoties en in te lossen schuld die zo snel mogelijk hersteld moet worden. Kunstinstellingen zijn bevreesd om in die ‘emancipatie’ achter te blijven bij collega’s. Museumdirecteuren, conservatoren en curatoren buitelen over elkaar heen om de boot niet te missen. Met het risico dat ze in hun haast de verkeerde boot nemen.

Bezoek een museum met hedendaagse kunst en zie hoe huidskleur, sekse en etniciteit in het kielzog van identiteitsdenken en de #MeToo-beweging in korte tijd de nieuwe normen zijn geworden voor aankoop en presentatie. Een kunstenaar met de politiek correcte ‘juiste’ identiteit heeft tegenwoordig een streepje voor.

Dat is niet erg, als daarmee nieuwe kwaliteit aangeboord zou worden. Dat zou een verrijking voor de kunst zijn. Maar net als bij de kunsthandel die truTV beschrijft zijn het bij die actuele marketing doorgaans de meest handige en onbescheiden, maar niet altijd de beste kunstenaars die doorbreken. Dat is het probleem.

Kunstmuseum Den Haag doet bewust of onbewust, gewild of ongewild aan marketing: ‘Study In The Hague’

Musea zijn sinds de strapatsen van toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra 2011 de markt opgejaagd. Dat werkt op twee manieren. Voor de fondsenwerving moeten ze ongeveer de helft van hun budget van de markt halen. Maar dat is inmiddels een overbeviste vijver geworden waar alle musea hun hengeltje uitwerpen. Daarnaast moeten ze met marketing en publieksacties op de populaire toer om het bereik te vergroten.

Sluitstuk van deze ontwikkeling is deze video van een Engelstalige dame die niet tot diepgravende uitspraken over de kunstobjecten komt en bedoeld is om de internationale studenten te bewegen om het Kunstmuseum Den Haag te bezoeken. Daarmee sluit het aan bij de campagne Study In The Hague van de gemeente Den Haag. Men kan alleen maar medelijden hebben met de afdeling communicatie van dit museum dat wordt opgezadeld met dit populisme. Een en ander is weer in strijd met de kritiek die van steeds meer kanten klinkt om het Nederlandse hogere onderwijs te internationaliseren of te verengelsen. Zo zei een woordvoerder van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) enkele jaren terug: ‘Universiteiten doen er alles aan om zoveel mogelijk internationale studenten aan te trekken, maar houden geen rekening met de consequenties. We roepen de universiteiten op om een pas op de plaats te maken en hun strategie te doordenken’. Bewust of onbewust, gewild of ongewild kiest het Kunstmuseum Den Haag met deze video partij in deze kwestie.

Begrip ‘controversiële kunst’ is slachtoffer van marketing. Banale penissen van Thompson Ferrier zijn afgrijselijk van lelijkheid

Kijk en huiver. Men houdt het voor onmogelijk dat deze wansmaak bestaat. Zilver- en goudkleurige penissen die met olie kunnen worden gevuld worden als kunst verkocht. ‘Controversieële kunst’ zelfs. Wat is er kunst aan deze decoratie voor in huis? Wie koopt nou zo’n prul als kunst? Vergeet de naam niet: Thompson Ferrier om snel de naam per omgaande te vergeten. Wordt door dit bedrijf dat zich ronkend als ‘luxe kaarsenmerk’ presenteert het effect beoogd dat dit product zo afgrijselijk lelijk is dat het er weer begeerlijk op wordt?

Met een braaf, achterhaald en onvolledig verslag over marketing normaliseert RTL Z Trump. Media verzaken hun taak in commissie

Er bestaat een eiland dat Marketing heet. Niet Marken. Rondom dat eiland gebeurt van alles, maar tot het eiland dringt het niet of slechts mondjesmaat door. Zo trots als het op zichzelf is, vol eigendunk. Zakenzender RTL Z doet trouwhartig verslag. Vanaf eiland Marketing dat het als een in zichzelf gesloten wereld beschouwt.

Daarbij komt nog eens dat het eiland gesplitst wordt door een diep kanaal. Aan de ene kant worden de gelden uit de officiële partijkassen besteed en aan de andere kant de gelden van de onregelmatige campagnes van PAC’s en projectmatige organisaties als The Lincoln Project of Republican Voters Against Trump. Deze laatste twee timmeren aan de weg en hebben veel invloed in de media. Maar tot het halve eiland Marketing waar RTL Z verslag doet dringt het niet door. RTL Z heeft een draaiboek uit 1990 uit de kast gehaald en probeert daar de situatie van 2020 in te passen. Als een vierkant dat door een rond gat moet worden geduwd.

Argeloosheid gaat zo over in domheid. Daarin is RTL Z niet het enige medium. Ze verzaken in commissie. Het verhaal over Marketing is niet onjuist, maar wel achterhaald. Het is niet van belang voor de huidige situatie. Daarbij normaliseert het president Trump door hem in het frame van een tweestrijd met de Democraten te plaatsen, terwijl de essentie van de huidige situatie is dat Trump zich aan die tweestrijd en dat frame onttrekt.

Trump heeft afgelopen week gezegd dat hij bij een nederlaag de verkiezingsuitslag niet erkent. Hij heeft door rampzalige peilingen de hoop opgegeven om de meeste stemmen te halen of de meeste kiesmannen van het Electoral College achter zich te vergaren. Trump ligt nu zelfs achter in Arizona, Florida, Noord-Carolina en Ohio. Georgia en Iowa dreigen voor de Democratische presidentskandidaat Joe Biden te kiezen.

Trump kan alleen winnen door de verkiezing te stelen en bereidt zich daar met zijn medestanders zoals justitieminister Bil Barr op voor. Dat is de actualiteit van nu. Marketing dat gaat over een regelmatig proces is irrelevant geworden. Het is wonderlijk dat dat niet tot de media doordringt en ze in hun automatisme en gemakzucht met uitgekauwde verhalen blijven komen. En zelfs het beeld van normalisatie van Trump in de lucht blijven houden. Zo is hun berichtgeving niet alleen irrelevant, maar werkt het ook nog eens averechts.

Vandaag schreef ik op Facebook het volgende commentaar bij het artikel ‘‘This is how you normalize a madman’: Scholars, press watchdogs call on corporate media to treat Trump like the authoritarian threat he is’ van Common Dreams op RawStory:

‘Het is onthutsend. Na 3,5 jaar Trump weten de Amerikaanse media nog steeds niet wie hij is om daar nauwgezet verslag van te doen. Namelijk een anti-democratische kracht die zich niks aantrekt van grondwet en politieke gebruiken. Trump geeft overduidelijk aan dat hij de verkiezingen wil stelen.

Trump is te dom en te ongeduldig om zijn intenties te verbergen. Hij handelt in volle openheid. Hij leest als een open boek. Maar nog durven of willen de media hem frontaal aanvallen. Of worden ze daar door hun hoofdredactie en hun economische belangen in beperkt.

Zo verzaken de Amerikaanse media hun taak als venster op en van de democratie. Ze hebben dat venster met hun eigen non-berichten dichtgeplakt en duiken voor het nemen van verantwoordelijkheid. Ze redden niet de democratie, maar hun eigen hachje. De media zijn bang.

Hoe dan ook zullen ze straks afgerekend worden op hun laffe gedrag van nu. Dan zullen ze net als na de invasie van Irak in 2003 spijt betuigen en opnieuw verklaren dat ze zich door de regering hebben laten misleiden. Dat is prietpraat en ongeloofwaardig.

De conclusie kan niet anders zijn dan dat de gevestigde media rechts zijn, en niet links. Maar we wisten al lang dat in newsrooms de hypocrisie regeert. Dat wordt nu opnieuw bevestigd. Het is een onaangenaam gezicht.’

 

Marketing van het Van Gogh Museum gaat de perken te buiten. Aan de rand van het commerciële ravijn bloeien de mooiste bloemen

Wat is er aan de hand met de marketing (buying & merchandise, logistiek, retail, wholesale, licenties, e-commerce en new business) van het Van Gogh Museum? Dat lijkt alle terughoudendheid verloren te hebben, de kant van de commercie te hebben gekozen en zo het museum overgeleverd te hebben aan de meest biedende. Is dat in de geest van Vincent van Gogh? Of dat iets te maken heeft met een verschoven evenwicht in de directie waar Emilie Gordenker sinds 1 februari 2020 directeur is roept deze ontwikkeling op. Hoewel het commerciële denken al langere tijd in het managementteam vertegenwoordigd is. Ricardo van Dam is sinds 1 april 2017 directeur Van Gogh Museum Enterprises en heeft het vak geleerd op Schiphol met opdrachten op het gebied van commercie en businessmodellen. Een strategie voor het inlopen van het verlies ten gevolge van de coronacrisis kan niet de uitleg zijn. Vergelijkbare musea als het Rijksmuseum gaan deze weg niet op.

Het Van Gogh Museum laat zich kennen als een merk dat zich voor geld aanbiedt. Deze keer aan online bloemenservice bloomon Nederland waar het in samenwerking met het Van Gogh Museum een speciale editie van de Flowergram: de Sunflower edition presenteert. In dit design zijn speels tarwegras, frisse korenbloemen en uiteraard de geliefde zonnebloemen van Vincent van Gogh te vinden, zo leutert bloomon. Exclusief voor bloomon gedroogd. Het Van Gogh Museum droogt hiermee zichzelf figuurlijk af. De moraal is dat de Nederlandse museumsector gered moet worden. Van zichzelf. De scherts is dat om hetzelfde te blijven alles moet veranderen. Bij het Van Gogh Museum is het anders. Het verandert om niet hetzelfde te hoeven blijven.

Foto: ‘bloomon x Van Gogh Museum Flowergram | Sunflower Edition’ op shop.bloomom.nl

Van Gogh Museum wil inclusiever gevonden worden en associeert daarom Vincent van Gogh met mensen met biculturele achtergrond

Succesvolle kunst wordt ingelijfd voor allerlei doeleinden. Dat is niet altijd aangenaam om te zien. Dat het Van Gogh Museum onder maatschappelijke én politieke druk inclusiever wil worden is begrijpelijk. Om te bewijzen dat het inclusiviteit een warm hart toedraagt. Hoe een museum zichzelf en de kunst die het presenteert kan uitventen kent grenzen. Vincent van Gogh wordt met terugwerkende kracht van 150 jaar een biculturele achtergrond aangemeten. Dat gaat de grens van geloofwaardigheid over. Dat is des te onbegrijpelijker omdat het museum groot belang hecht aan gedegen wetenschappelijk onderzoek. Deze kunsthistorische reductie is tenenkrommend. Voor een marketingcampagne wordt het perspectief van Van Gogh gelijkgeschakeld met dat van de biculturele Beeldbrekers. Ja, musea moeten relevant zijn voor jongeren en ja, musea kunnen inclusiever zijn. Nee, dat wordt er niet geloofwaardigers op door Van Gogh met terugwerkende kracht te associeren met een biculturele achtergrond. Deze campagne is niet zozeer Beeldbreken, maar een Beeldenstorm waar het Van Gogh Museum de marketeers van Veryrare Agency groen licht geeft om de (kunst)geschiedenis te verdraaien. Heiligt het doel van meer bereik en acceptatie door de politiek dan echt alle marketingmiddelen van musea?

Minister Cora van Nieuwenhuizen wil ons overtuigen met een hoedje

Propaganda en marketing van bestuurders. Het hoort erbij. Maar er zijn grenzen aan wat redelijk is. Deze video van het ministerie van het Infrastructuur en Waterstaat met minister Cora van Nieuwenhuizen (en staatssecretaris Stientje van Veldhoven) houdt niet eens de schijn op dat het om beleid gaat. Het gaat om promotie van vooral de minister. Het valt inderdaad te hopen dat de minister volgend jaar weer normaal doet.

Floris Müller is voorzitter van het Republikeins Gemootschap en zegt in een bericht van het Nieuwsblad van het Noorden: ‘Dat hele circus ook, met die hoedjes, dat leidt allemaal af van waar het allemaal echt om gaat. De boodschap.’ Müller vindt Prinsjesdag een ‘buitengewoon infantiele exercitie’ omdat de koning afgerekend wordt op zijn leesvaardigheid. Volgens hem mogen we ‘onszelf als land best iets serieuzer nemen’.

Deze video van het ministerie van het Infrastructuur en Waterstaat toont aan hoe het werkt. Een minister spant de media-afdeling van het staatsapparaat voor haar karretje, neemt zichzelf serieus en probeert ons te overtuigen met als ultiem argument de uiterlijke schijn van een hoedje. Daarmee neemt ze ons niet serieus.

Gedachte bij de foto ‘Portrait of Jean Goldkette, William P. Gottlieb’s office, New York, N.Y., ca. June 1947’. Mystificatie als mentaliteit

Wat is er bijzonder aan deze foto uit 1947 van Jean Goldkette door de befaamde Amerikaanse jazzfotograaf William P. Gottlieb in diens kantoor? Goldkette claimde Fransman te zijn, hoewel hij wellicht eerder een Griek, Rus, Deen of nomadische Roma was. Of de waarheid daarover nog te achterhalen valt is de vraag. Hij werd in de VS bandleider zonder bandleider te zijn. Als een Trump avant la lettre huurde hij een capabele staf in en zette er zijn naam op. Marketing dus. Hoe dan ook is Goldkette bekend voor de opnames rond 1926 met één van de grootste witte jazzmusici, kornettist Bix Beiderbecke. Hoewel dat niet Bixs beste opnamen zijn. De mystificering over zijn achtergrond waar landsgrenzen niks betekenden strekte zich uit tot dezelfde soort flexibiliteit, om niet te zeggen elasticiteit in zijn beroepsleven. Jean Goldkette was dan weer boekingsagent, pianist, componist of bandleider. Is de man op de foto op zijn qui vive omdat hij meer te verbergen dan te zeggen heeft? Zelfs op die vraag moeten we het antwoord schuldig blijven. Dat versterkt het raadsel extra.

Foto: William P. Gottlieb, ‘Portrait of Jean Goldkette, William P. Gottlieb’s office, New York, N.Y., ca. June 1947. Collectie: William P. Gottlieb Collection van het Library of Congress.

Walter Van Beirendonck – Virgil Abloh – Louis Vuitton issue is warning of false claim to black identity

It is time to introduce nuances to the black and white thinking about identity. In the past six months, the anti-racism movement Black Lives Matter in the US has sent a copied version of the cancel culture to Western Europe. It is understandable that disadvantaged groups claim their place and so-called privileged groups are called upon to give up their preferred position. It is not a gentle way though when people, because they are white, are denied the right to speak and are socially excluded. But conditions in the US are different from those in Western Europe because an old white society cannot be retroactively blamed for being white. The core of criticism cannot be that white Europeans have a certain position or identity, but that they are not willing to allow newcomers from other countries of origin into their professional group, environment or mental space.

This identity debate is usually dominated by political activists who profile themselves as black underprivileged people. This approach reduces it to discrimination against people with black identities. This alone indicates how misleading this debate is. Because in reality the black community is extremely diverse, economically, socially and culturally. Politically it is probably only more or less homogeneous by voting predominantly on the left, although in the Netherlands the old automatism of voting for the social-democratic PvdA has disappeared.

It is amazing how public opinion can take shape in this way and the media go along in a one-sided interpretation of the black story. Even the liberal Dutch newspaper NRC, which claims to seek nuance, loses the nuance in an article about identity in which it lets five visual artists have their say. They are given room for their simplifications, assumptions and individual marketing that stimulate their self-interest in this debate.

This indicates that it is not necessarily catching up, but that this debate about identity can serve as a cover for members of the black community to achieve their own goals. There is nothing wrong with that if that individual scoring drive is honestly recognized. However, things get confusing when a black mask is applied to disguise commercial or individual motifs. Then the black struggle for equality only serves its own purpose. Lack of talent can thus be disguised by hiding it behind a political debate about identity and deprivation. But the individual is never equal to that.

How this works in practice is shown in the recent Walter Van Beirendonck – Virgil Abloh – Louis Vuitton issue. Van Beirendonk is a renowned white Flemish fashion designer. Virgil Abloh is an African American who is employed by fashion brand Louis Vuitton. He is not a fashion designer, but someone who deftly “borrows” from fashion designers whom he is “inspired” by. Abloh refers to Marcel Duchamp for legitimacy, but does not seem to understand the essence of the conceptual art of which Duchamp was one of the founders. Van Beirendonck accuses Abloh of plagiarism, but because of Abloh’s “black mask” and his position at fashion company Louis Vuitton, that criticism does not get through. Or rather, Abloh’s background as an African American and the complexity of the identity debate neutralizes the criticism of Abloh’s grabbing.

An article by the Flemish business newspaper De Tijd also shows that Abloh’s friend-rapper Kanye West, who has a special talent for drawing attention, is getting involved in the debate. In a tweet he expresses the gist of what matters and the way Abloh works: “Virgil can do whatever he wants. Do you know how hard it’s been for us to be recognized? Coming from Chicago?”. According to West, the end justifies all means. He suggests that his and Abloh’s black background is the justification for stealing ideas from someone like Van Beirendonck rather flat and creativeless and for taking over the position of white artists by accusing them of anything and everything in a political debate about identity. Most striking about this issue is that fashion brand Louis Vuitton willingly and knowingly offers Abloh a cover for individual and corporate marketing, while he can cunningly hide behind a black cover of victimization and disregard.

NB This comment is a slightly modified English translation of ‘Kwestie Walter Van Beirendonck – Virgil Abloh – Louis Vuitton is waarschuwing voor een valse claim op zwarte identiteit’, August 16, 2020.

Photo 1: Walter Van Beirendonck, W:A.R. = Walter About Rights (gallery Polaris), 2020.
Photo 2: Screenshot of Andrea Ciarlatano’s FB post, Aug 7, 2020.