George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Marketing

Berlare opent toeristisch seizoen in Montmartresfeer. Met een kunstmarkt mét kunst. Daarom zoekt gemeente nog kunstenaars

leave a comment »

Opgegroeid in Zeeuws-Vlaanderen hadden mijn ouders tijdens mijn kinderjaren enkele vaste bestemmingen voor dagjes-uit. Ik werd op de achterbank van de auto gezet. Favoriet was Gent, daarna de Belgische kust met Knokke en er was het meer Overmere-Donk. Tegenwoordig wordt het het Donkmeer genoemd. Het is gelegen in de Oost-Vlaamse gemeente Berlare. Ik herinner me de sfeer van de film ‘Partie de Campagne’ uit 1936 van Jean Renoir. Bootjes op het meer, terrassen vol toeristen, spelende kinderen en de lome sfeer van de zomer:

Maar de tijd gaat verder. Onherroepelijk. De gemeente Belare is op zoek naar creatievelingen en kunstenaars voor een kunstmarkt in Montmartresfeer. De kop van bovenstaand bericht van HLN is veelzeggend: ‘Gemeente op zoek naar kunstenaars voor opening toeristisch seizoen’. Het gaat om ‘het kunstige’ Tabl’eau. Daarover is nagedacht, totdat iemand van de dienst Citymarketing Eureka riep vanwege de combinatie tafel (Tabl’) met water (eau) die samengaat met de betekenis schilderij en tafereel van het woord tableau. Enorm creatief, toch?

Zo wordt aan het Donkmeer tijdens het paasweekend het toeristische seizoen geopend. Het belooft volgens een aankondiging van de gemeente ‘Een vrolijke driedaagse voor jong en oud’ te worden. Maar Citymarketing van Berlare is zeker niet op het achterhoofd gevallen zoals blijkt uit de volgende spitsvondigheid: ‘Geen kunstmarkt zonder kunst natuurlijk en daarom gaan we op zoek naar kunstenaars’. De aanmelding bij Citymarketing kan nog tot 20 maart. Of de Montmartresfeer nog speciale voorwaarden aan deelname stelt (kleding, beheersing Franse taal) wordt niet genoemd. Kunstenaars die voor drie dagen als zetstuk willen dienen op een toeristische evenement aan het Donkmeer weten waar ze met de Paasdagen terecht kunnen.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelGemeente op zoek naar kunstenaars voor opening toeristisch seizoen’ op HLN, 2 maart 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van aankondigingTabl’eau’ van de gemeente Berlare.

Zalando’s onjuiste claim om met campagne afscheid te nemen van stereotyperingen die obstakels zijn voor diversiteit en vrijheid

leave a comment »

De van oorsprong Duitse webshop voor schoenen, kleding en mode- accessoires Zalando heeft een nieuwe lentecampagne ‘Zerotypes. Het zegt hiermee naar eigen zeggen afscheid te nemen van stereotypes die het als ‘een van de grote obstakels voor diversiteit en vrijheid’ ziet. Dubbelzinnig is dat Zalando het vervolgens over verouderde stereotypering heeft met de suggestie dat er ook niet-verouderde stereotypering is.

Zalando pretendeert ons met deze lentecampagne in ‘een rijkere wereld van vrijheid te verwelkomen’. De stereotypering die de campagne van Zalando omschrijft zou eruit bestaan dat alleen vrouwen roze mogen dragen, kostuums alleen op kantoor gedragen worden en jurken uitsluitend voor vrouwen zijn. Maar de stereotypering waarvan Zalando zegt afscheid te nemen bestaat niet omdat die allang achter ons ligt.

De marketing van Zalando is hol omdat de feiten waarop de campagne gebaseerd zijn duidelijk onjuist zijn. Zoals van een commercieel bedrijf als Zalando mag worden verwacht speelt het op veilig door te claimen een idee van diversiteit en vrijheid te overstijgen dat allang overstegen is. Zalando staat niet op de barricades van de maatschappelijke verandering, maar pretendeert alleen daar te staan. Een enkeling als de Vlaamse rechtse politicus Theo Francken maakt zich er nog druk om als hij zegt dat mannen niet in een jurk gekleed moeten gaan. In de wereld van de marketing is het verschil tussen echt en nep niet bestaand. Marketing is een gesloten wereld zonder veel kritisch vermogen. Zo neemt het vakblad over reclame, marketing en media Adformatie in een bericht de claims van Zalando over vrijheid en diversiteit zonder enige kanttekening over.

Zalando’s campagnebeeld van zon, jong, mooi, vrolijk, zelfverzekerd en ‘op het randje’ die het met deze lentecampagne geeft roept nieuwe stereotyperingen op. De ‘Zerotypes’ wekken de indruk de vrijheid en diversiteit niet minder te beperken dan de oude stereotyperingen die Zalando claimt te bestrijden. Op z’n best kan van deze lentecampagne gezegd worden dat het de ene stereotypering voor de andere inwisselt. Dat is de wetmatigheid van stereotype’s die continu veranderen naargelang de samenleving verandert. Commerciële bedrijven volgen daarin met hun marketing. Zalando’s claim dat het met de campagne ‘Zerotypes’ een doorbraak forceert in het afscheid nemen van stereotyperingen is daarom om meerdere redenen lariekoek.

Foto: Campagnebeeld van Zalando’s lentecampagne 2020 ‘Zerotypes’.

Written by George Knight

2 maart 2020 at 16:37

Onzichtbare stijl van een kunstbeurs als Art Rotterdam is onhoudbaar

leave a comment »

Deze Hongaarse video zegt het zonder terughoudendheid: ‘Art is Business’. Dat is wel zo oprecht. Het draait er niet omheen. Kunst kan voor bedrijven een verdienmodel zijn. Wie afgelopen week de grootste kunstbeurs van Nederland bezocht, te weten Art Rotterdam zag de vermenging van kunst en commercie in volle werking. Maar dit wordt ontkend, niet volmondig toegeven of afgeschermd. De strategie om de vermenging van kunst en commercie te verhullen is klassiek. Het komt overeen met de strategie van de gestandardiseerde film in het klassieke Hollywood-studiosysteem, de zogenaamde onzichtbare stijl. De film lijkt zichzelf te vertellen. De film verwijst niet naar zichzelf. De film verbergt techniek en montage zoveel mogelijk. Een kunstbeurs als Art Rotterdam kent ook een onzichtbare stijl. Het doet net alsof kunst zichzelf vertelt. Het doet net alsof kunst niet tot onderdeel van een organisatie is gemaakt. Het doet net alsof kunst zichzelf verkoopt. Maar zoals de klassieke Hollywood-film rond 1960 verdween zal ook dit soort kunstbeurs verdwijnen. Ontdekt worden.

Foto: Bericht over Art Rotterdam op site van Nationale Nederlanden.

Written by George Knight

9 februari 2020 at 14:03

Missiemuseum in Steyl dreigt gesloten te worden omdat Venlo de subsidie stopzet. Het is uniek in zijn soort door de tijdloosheid

with 3 comments

Iedereen heeft voorkeuren. Favoriete musicus, schrijver, televisieprogramma, politicus, provincie of museum. (In mijn geval: Charlie Parker, W.G. Sebald, Lubach op Zondag, Hans van Mierlo, Zeeland, De Pont). Maar in mijn top drie van Nederlandse musea staat ook het Missiemuseum in het Limburgse Steyl. Er dreigt een ramp. Uit een bericht van L1 blijkt dat het Missiemuseum op omvallen staat: ‘Penningmeester Hein Jacobs laat in een brandbrief weten dat het zonder structurele subsidie vanaf 1 november einde verhaal is voor het museum’. De gemeente Venlo wil de subsidie stopzetten, 56.000 euro voor 2020 en 175.000 euro voor 2021.

De reden die penningmeester Jacobs geeft is van een ontwapenende a-modieuziteit: ‘Dan gaat de conservator met pensioen en met de huidige financiële mogelijkheden kan die niet worden vervangen’. Het gaat om één conservator. In deeltijd. Venlo zegt volgens Jacobs met een quickscan te willen komen om het Missiemuseum door te lichten. Daar antwoordt Jacobs op: ‘Hoezo een quickscan? We laten al bijna 100 jaar zien wat we doen en waar we voor staan.’ Het Missiemuseum is in 1931 opgericht en ontvangt jaarlijks zo’n 16.000 bezoekers. Jacobs begrijp niet waarom andere Venlose musea, Tiendschuur en Museum van Bommel van Dam die minder bezoekers trekken wel subsidie ontvangen: ‘Ik gun het die musea, maar het voelt wel wrang’.

Het lijkt dat a-modieuzitiet die juist extreem modieus is niet door het Venlose college op waarde wordt geschat. Het Missiemuseum in Steyl is een ‘slow museum’ waar de tijd heeft stilgestaan. De waarde van het museum zit hem erin dat er in de jaren sinds 1931 weinig veranderd is. De inrichting met oude vitrinekasten en de opstelling met 1500 opgezette dieren geeft de meerwaarde. Een bezoek is als het bladeren in een oud boek. Wellicht wat achterhaald, maar onvervalst. Zo wordt het museum zelf een reusachtige stijlkamer.

Het stopzetten van de subsidie van dit museum is een teken aan de wand. Het gaat er niet alleen om dat in Nederland de kunst geen aanzien meer heeft. Recent zei vertrekkend directeur van de VandenEnde Foundation Ryclef Rienstra in een interview met NRC het volgende: ‘Ik zou willen dat cultuur in politiek opzicht weer statuur krijgt’. Het is ook dat de kunst die nog wel ondersteuning van overheden krijgt aan steeds striktere voorwaarden moet voldoen. Zo wordt de kunst door de overheid getemd en onmondig gemaakt. Kunst moet een politiek doel en een ongrijpbaar begrip als identiteit dienen, kunst moet een sociaal doel als diversiteit dienen, kunst mag niet te moeilijk of te makkelijk zijn en moet toegesneden zijn op de wensen en behoeften van het publiek dat geamuseerd en behaagd wil worden. Kunst moet van alles, maar mag niet zichzelf zijn. Overheden zadelen kunstinstellingen op met hun stokpaardjes en politieke doelstellingen omdat ze weten dat de weerloze en machteloze kunstsector daartoe makkelijk gedwongen kan worden. Politiek die kunst de eigen wil oplegt is scoren voor open doel. Dat is altijd prijs met als bonus een misplaatst idee van daadkracht.

In het commentaarHervorming museumsector gevraagd’ van 8 januari 2011 dat ik vergezeld liet gaan van onderstaande foto van het interieur van het Missiemuseum in Steyl schreef ik onder meer het volgende:
‘Structureel heeft Nederland teveel musea en tentoonstellingen. Hoewel er naar mijn idee maar acht musea zijn die op dit moment regelmatig kwaliteit leveren in hun tentoonstellingen (De Pont, Boijmans, Van Gogh Museum, Haags Gemeentemuseum, Mauritshuis, Van Abbe, Rijksmuseum en op het nippertje, het Stedelijk Museum) staat het land overvol met musea en zuigen vele middelmatige en middelgrote musea een deel van de budgetten weg.

Sommige topmusea beconcurreren elkaar of zelfs zichzelf door een ADHD-achtige programmering. De befaamde tentoonstellingsmachine die op hol geslagen is en niet meer te temmen valt ten koste van verdieping van de inhoud, de uitvoering en het ontbreken van nazorg voor een tentoonstelling. Want aan de horizon doemt een nieuwe naam op die door de afdelingen publiciteit en marketing moet worden gelanceerd. Of de naam van de conservator of de museumdirecteur moet helpen vestigen. Maar geen enkel museum kan op straffe van weggezakte aandacht afhaken.

Nederlandse musea draaien internationaal niet meer mee zoals vroeger en hebben in het bruikleenverkeer weinig in te brengen. Modes bepalen de agenda. Enkele jaren terug was de landententoonstelling populair. Wat volgt? Een tentoonstelling uit eigen collectie met een paar bijzondere bruiklenen, ingegeven door eigen schaarse middelen? Beter lijken terughoudendheid, reflectie en een betere onderlinge afstemming tussen musea zodat de kwaliteit opgekrikt kan worden en bezoekers weer op adem kunnen komen.’

Het Missiemuseum in Steyl is het tegendeel van een museum dat door de knieën gaat en zich, door anderen daartoe gedwongen, richt op de behoeften van het publiek van nu. De vaste opstelling vertelt geen ‘verhaal’ dat afgedwongen wordt door de politiek omdat het zich daar volledig aan onttrekt. Het Missiemuseum is een publieksmuseum dat niet bij de tijd wil zijn, maar dat op een indirecte wijze meer is dan welk ander museum ook. Want het heeft de authenticiteit bewaard die andere musea onder de kaalslag van Halbe Zijlstra en de dwang van markt, marketing, publiciteit en politiek hebben verloren. Het Missiemuseum is het omgekeerde van de wijsheid uit De Tijgerkat van Giuseppe Tomasi di Lampedusa: ‘Alles moet veranderen opdat alles hetzelfde blijft’. Het Missiemuseum bewijst het omgekeerde: ‘Alles moet blijven opdat het toont hoe alles veranderd is’. Laten het college van Venlo en de provincie Limburg koesteren wat ze binnen hun grenzen hebben en goed beseffen wat ze voor museale schat met het Missiemuseum te Steyl in handen hebben.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelMissiemuseum in Steyl hangt sluiting boven het hoofd’ van Jochem Rietjens in L1, 5 februari 2020.

Foto 2:  Opname Missiemuseum Steyl, Limburg.

Citymarketing IJmuiden schiet alle kanten op en landt nergens

with 2 comments

Citymarketing van alle steden en dorpen van Nederland kost naar schatting zo’n 160 miljoen euro per jaar. Het kan best een nog hoger bedrag zijn. Dat is grotendeels weggegooid geld, zoals marketing grotendeels weggegooid geld is. Het is echter onduidelijk omdat het effect niet te meten valt. Citymarketing werkt als het een stad zinvol kan profileren. Maar vele campagnes geven een te algemeen beeld van een stad omdat het bedoeld is voor allerlei doelgroepen (bewoners, binnenlandse bezoekers, buitenlandse bezoekers, bedrijven, relaties). IJmuiden is een goed voorbeeld van hoe het niet moet. Het profileert zich te breed en zonder focus op één of twee sterke punten. De Citymarketing van IJmuiden schiet alle kanten op en landt daardoor nergens.

Zo wordt IJmuiden voorgesteld als havenstad aan zee, als stad om te wonen, te werken en te ontspannen, als unieke plek van rauwe schoonheid of als techport. Daar worden nietszeggende kreten als ‘Toegangspoort naar de wereld’, ‘Veel technische kennis’, ‘Vooruitstrevende innovaties’, ‘Opleiden voor de beroepen van morgen’ en ’Samenwerken aan de toekomst’ aan toegevoegd. In de toelichting bij het filmpje op YouTube staat onder meer: ‘Techport is de aanjager. Ziet kansen. Produceert. Repareert. Experimenteert. En ziet een duurzame toekomst voor de maak- en onderhoudsindustrie.’ Wie kan daar wat mee? Wat voegt dit toe?

Lachwekkend is dat het logo ‘.ijmuiden’ in onderstaand filmpje van Citymarketing Velsen IJmuiden door Amsterdam gereden wordt. Opnieuw, wat is de bedoeling ervan en welk effect wordt ermee beoogd? Toeristen en inwoners van Amsterdam zouden door deze actie verleid zijn om IJmuiden te ontdekken, zo claimt Citymarketing Velsen IJmuiden. Het valt niet na te gaan of het wel of niet klopt, dus kan in alle overmoed tot in eeuwigheid beweerd worden. Citymarketing is een geloof. Met rationeel denken heeft het niks te maken.

Written by George Knight

17 januari 2020 at 15:09

Belfius houdt het simpel: ‘Vandaag kunnen we samen iets doen voor het klimaat, simpelweg door te beleggen’

with 2 comments

De tekst bij de video op YouTube van de Belgische bank en verzekeraar Belfius zegt: ‘Vandaag kunnen we samen iets doen voor het klimaat, simpelweg door te beleggen.’ Ik breek me het hoofd over de strekking van de uitspraak. Uiteraard kunnen we samen iets doen, maar wat is dat? Is simpelweg beleggen voldoende om de klimaatverandering die op ons afkomt tegen te gaan en in goede banen te leiden? Ik betwijfel het. Dat houdt in dat we ons gedrag niet hoeven aan te passen. Maar, verstandige mensen beweren dat we ons gedrag moeten veranderen omdat het zo niet verder kan? Ons wacht een opwarming in deze eeuw van 3 graden, wat voor delen van de wereld rampzalige gevolgen heeft. We kunnen toch niet op dezelfde manier blijven vliegen, vlees blijven eten, auto blijven rijden, ons huis blijven verwarmen? Kunnen we alles blijven doen zoals altijd? Ook als dat de CO2 uitstoot niet vermindert? Door simpelweg te beleggen in Belfius zouden we ons gedrag niet hoeven te wijzigen en komt alles goed met de aarde. Dat is in tegenspraak met de inhoud van de video die zegt dat we de laatste generatie zijn die iets aan de klimaatverandering kan doen. Door bewust en actief te handelen. Niet door simpelweg te beleggen. Dat is slechte marketing en op z’n slechtst misleiding. YouTube zou de video moeten verwijderen. Het sust in slaap. Totdat we gillend wakker worden. Een belegging in het duurzaamheidsfonds ‘Belfius Equities Climate’ helpt daar niet aan. Beleggen is geen hedendaagse aflaat.

Written by George Knight

12 december 2019 at 14:20

Museum moet zich breed opstellen en niet tot deelnemer aan het publieke debat maken door standpunten van radicalen te steunen

with one comment

Sinterklaas en Zwarte Piet zijn dit jaar weer voorbij en kerstmis kondigt zich al aan op markten, in winkels en huiskamers. Dat is een passend moment om los van de actualiteit terug te kijken op bovenstaande tweet van 16 november 2019 van het Stedelijk Museum. Wat zegt het, wat beoogt het, wat zijn de voor- en nadelen ervan en hoe plaatst het een kunstmuseum in het publieke debat vol voetangels en klemmen?

Laat ik om te beginnen mijn positie duidelijk maken over deze tweet. Ik meen dat het SM die nooit had moeten plaatsen en ermee de fout is ingegaan. Ik vind het te ongenuanceerd, te vrijblijvend en het verkeerde medium. Het is te makkelijk gedaan zonder dat het museum als institutie er enige verantwoordelijkheid voor neemt. Het is lui denken die volgt uit een combinatie van politieke correctheid en marketing. Ermee neemt een museum op een pamflettistische wijze stelling in een maatschappelijke kwestie door aan te sluiten bij een radicale opvatting die in de samenleving leeft. Dat is onverstandig. Daarmee maakt het museum zich nodeloos kwetsbaar voor kritiek zoals wel blijkt uit de vele reacties bij de tweet. Dat verzwakt -opnieuw onnodig- de positie van het museum. Van dezelfde categorie domheid was naar mijn idee het afschaffen van de term ‘Gouden Eeuw’ door het Amsterdam Museum. Daarvan was de onderbouwing zelfs nog ezelachtiger en onzinniger dan uit deze tweet van het SM blijkt die van inhoud tamelijk neutraal is. Maar van intentie niet.

De uitdaging voor een museum is om naar alle kanten kritisch en open te zijn. Zich niet te verbinden met een specifieke doelgroep. De uitdaging voor de staf van een museum is om de eigen persoonlijke voorkeur buiten het museumbeleid te houden. Het er niet direct in door te laten klinken. Want een museum als institutie is meer dan een persoonlijke mening van directeur, conservator of medewerker marketing of publiciteit. De verleiding voor het management van een museum is wellicht groot om de eigen persoonlijke mening op het beleid te drukken, maar aan die verleiding moet weerstand geboden worden. De eigen duim op het Twitter-account van het museum of de regie over het museale sociale medium moet niet tot ongebreideldheid, maar tot beheerstheid en terughoudendheid leiden.  De persoonlijke mening van een museummedewerker over de Gouden Eeuw of Zwarte Piet is van ondergeschikt belang en moet niet in het beleid doorklinken. Wat anders is het als een directeur of conservator zich op persoonlijke titel over een politieke kwestie uitspreken. Dat kan, maar dan moet duidelijk uit de context blijken dat het niet het standpunt van het museum is.

Over kwesties als slavernij, kolonialisme, inclusiviteit, diversiteit en identiteit wordt in de samenleving verschillend gedacht. Het zijn vooral degenen in de marge die zich het hardste roeren en het publieke debat hebben gekaapt. In Nederland laat radicaal-links zich voeden door het debat aan Amerikaanse universiteiten dat ten onrechte 1 op 1 naar Nederland wordt vertaald. Dat leidt tot aannames die de verschillen alleen maar vergroten. Het kan door de specifieke achtergronden van de harde Amerikaanse samenleving verdedigbaar zijn om Black Pete of Blackface in de VS als racistisch te beschouwen, maar het is vooralsnog niet zeker of dat voor Zwarte Piet in Nederland in dezelfde mate geldt. Ik betwijfel dat. Van de andere kant laat radicaal-rechts in Nederland zich ook door het Amerikaanse debat voeden en sturen. Met verbitterdheid, ongenuanceerdheid, felheid en gebrek aan een breed perspectief van dien. Ook het schema van Amerikaans nieuw rechts of alt right dat karakteristiek van aard en karakter is kan niet 1 op 1 naar de Nederlandse samenleving vertaald worden. Slotsom is dat het Nederlands is om afstand van zowel radicaal-rechts als radicaal-links te nemen.

In de Zwarte Piet discussie nemen sinds 2012 de laatste twee kabinetten Rutte, Rutte II en Rutte III, een bemiddelende positie in. Ze pleiten voor een geleidelijke overgang en afbouw van de meest racistische stereotyperingen. Dat is een verstandige opstelling die als voorbeeld kan dienen bij al deze identiteits-kwesties waarbij radicalen aan beide kanten van het politieke spectrum zich fel uitspreken en hard tegenover elkaar staan. De les is dat de regering, een democratische institutie of een met gemeenschapsgeld betaald museum zich niet tot deelnemer van dat debat moeten maken door partij te kiezen. Ze dienen zich op te stellen als neutraal en dienen weliswaar niet hetzelfde initiatief te nemen als regering of politieke partijen, maar moeten er wel op z’n minst voor zorgen dat ze deze beweging en voortgang niet verstoren.

Door vrijblijvend, makkelijk en eenzijdig partij te kiezen zoals in 2019 het Stedelijk Museum en Amsterdam Museum deden bereikten ze het omgekeerde van wat ze beoogden. Steunen van een politiek controversieel standpunt roept weerstand op en geeft het foute signaal af over betekenis en functie van een museum. Dat moet in ambitie hoger mikken, zodat het zelf buiten het politieke debat blijft en de eigen positie erbinnen niet ter discussie stelt. Een museum moet signaleren, presenteren en documenteren, zonder zich te reduceren tot een spreekbuis of pamflet van een (radicaal-)politieke stroming. Dat betekent overigens niet dat een museum op een tentoonstelling, symposium of in een publicatie geen standpunt kan innemen over politieke kwesties. Liever wel zelfs. Het verschil is de context, samenhang en onderbouwing. Als een museum zich als opdracht stelt om veelvormig voor een breed publiek of vele deelpublieken te zijn met een goede (kunst)historische onderbouwing, dan volgt daaruit vanzelfsprekend dat het over maatschappelijke kwesties als verlengde van die eigen tentoonstelling, symposium of publicatie uitspraken doet. Ingebed en niet persoonlijk of ongeremd.

Foto: Tweet van het Stedelijk Museum Amsterdam, 16 november 2019.

%d bloggers liken dit: