Russische propaganda volgens DW

De Duitse publieke omroep DW doet een knip-en-plak-poging om uit te leggen wat de strategie achter de staatspropaganda van het Kremlin is. In het Westen bestaat het idee dat het Kremlin buiten de eigen grenzen op dit moment geen poot aan de grond krijgt om de invasie van Oekraïne te rechtvaardigen. Dat het wegzakt in tegenstrijdigheden door de aantijgingen over nazisme van Oekraine met haar joodse president.

De strategie van desinformatie bestaat uit verschillende aspecten: verwarring zaaien door een veelheid van informatie inclusief leugens aan te bieden, het bedrijven van pseudo-journalistiek die de vormgeving, maar niet de inhoud van Westerse media imiteert, niet ingaan op beschuldigingen door een inhoudelijke debat aan te gaan, maar de aanval zoeken door leugens of irrelevante wetenswaardigheden aan te bieden in de context van een continu herhaald ‘verhaal’ vol onwaarheden over de bedreiging van de Russische Federatie en analogieën met de Tweede Wereldoorlog. Een en ander beheerst de Russische propaganda goed.

In de slag om de binnenlandse markt lijkt de Russische propaganda nog steeds geen concurrentie te duchten, maar die om de buitenlandse markt heeft het verloren. Ook door Oekraïne, Polen en Baltische landen die de Sovjet-mentaliteit in het Kremlin goed kennen en weten te counteren.

Dat de Russische propaganda in het Westen aan aantrekkingskracht verliest is interessant. DW gaat daar in de reportage aan voorbij en doet net alsof het nog 2016 of 2021 is. Dat is zowel voor de analyse als de weergave van de stand van zaken een gemiste kans. Zoals de Russische krijgsmacht dat jarenlang claimde superieur te zijn in Oekraïne door het ijs is gezakt door ondermaatse prestaties zo geldt dat ook voor de propaganda van de Russische Federatie. Die is ontmaskerd als vooral over zichzelf te gaan en naar zichzelf te verwijzen.

Over marketing gaat de vuistregel dat een goed product zichzelf verkoopt, maar dat een slecht product veel lastiger te verkopen is. Zo is het ook met Russische propaganda. Nu in Oekraïne aangetoond is dat het Kremlin een slecht product (slechte krijgsmacht, slechte politieke leiding, slechte informatievoorziening) aanbiedt valt dat nauwelijks nog te slijten aan de westerse publieke opinie die uit vele producten kan kiezen.

Het succes van de propaganda in de Russische Federatie toont vooral aan dat er in dat land geen keuze is. De Russische propaganda vertelt als vanouds een tegenverhaal dat van wit zwart maakt en van zwart wit, maar kan nu het nodig is geen eigen verhaal aanbieden. Dat aspect mist de reportage van DW. Wat is dat toch met al die te late Duitse reacties op wat er nu gebeurt in de Russische Federatie en Oekraïne?

OCW wil geen aandacht voor eigen rol bij Afrika Museum en NMVW

Schermafbeelding van deel vacatureOnline Marketeer‘ van het NMVW op Jobs by Workable. Geplaatst op 1 april 2022.

I. Wat het belang van publiciteit en marketing is voor het NMVW (Nationaal Museum van Wereldculturen) valt uit een vacature voor een ‘Online Marketeer’ af te lezen.

In de vacature zegt het NMVW over zichzelf: ‘Momenteel zijn wij van de sector Publiek & Partners sterk aan het groeien binnen het team Digitale Communicatie & Online en zijn wij eraan toe om een nieuwe stap te zetten. Ben jij de nieuwe allround Online Marketeer die de handen uit de mouwen steekt om onze tentoonstellingen, evenementen en digitale content via onze verschillende online kanalen bekend te maken onder onze doelgroepen?‘.

Opvallend is de opmerking over ‘de emailmarketing van de vier musea‘. Tot nu toe deed het NMVW het in de publiciteit voorkomen dat het Wereldmuseum theoretisch een autonome rol had. Dat was in lijn met een motie van de Rotterdamse raad die voor samenwerking van het Wereldmuseum met het NMVW als voorwaarde een Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum eiste. Dat was gekoppeld aan de financiering. In 2016 beloofde het NMVW in een persbericht dat het Wereldmuseum ‘een zelfstandig Rotterdams museum‘ zou blijven. Hetzelfde geldt voor het Afrika Museum dat evenmin een eigen signatuur wordt gegund door het management van het NMVW. Maar dat was wel toegezegd.

II. De schijn van autonomie wordt door het NMVW in de vacature losgelaten en komt naar buiten. Dat is in strijd met genoemde Rotterdamse motie. De vacature benadrukt het belang van de centrale sturing vanuit het NMVW. Dat is er een teken van dat het management van het NMVW de autonomie van de vier musea niet belangrijk acht.

Dat raakt behalve aan de ondergeschikte rol van het Wereldmuseum ook aan die van het Afrika Museum. Verschil is dat het Wereldmuseum geen officiële fusiepartner is en het Afrika Museum wel. De vacature ondersteunt indirect de kritiek van de paters en broeders van de Congregatie dat het Afrika Museum binnen de koepel van het NMVW geen eigen rol kan spelen. In dit verband is het ook belangrijk om te vermelden dat de vier musea geen eigen directeur of locatiehoofd hebben die genoemde autonomie kan waarborgen.

Die autonomie bestaat alleen in een papieren werkelijkheid die het NMVW met actieve medewerking van de Directie Erfgoed en Kunsten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in stand houdt. Het NMVW en OCW zijn mentaal verstrengeld.

III. In een commentaar van 13 februari 2022 formuleerde ik de bezwaren tegen het NMVW als volgt: ‘1) een inhoudelijke koers die bestaat uit weinig aandacht voor kunstobjecten en dominantie van ‘een maatschappelijke programmering‘; 2) populisme in de marketing en de programmering; 3) aanhaken bij politiek activisme om identiteit leidend te laten zijn in de marketing en programmering en 4) een achtergestelde positie en een flets profiel van het Wereldmuseum in de koepel het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW).‘ Wat geldt voor het Wereldmuseum geldt ook voor het Afrika Museum.  

Het NMVW gebruikt in de eigen publiciteit en in interviews met de managers altijd mooie woorden waarvan het weet dat die politiek goed liggen bij ministerie, politiek en media en waarvan het ook weet dat ze abstract en niet toetsbaar zijn. Kortom, vrijblijvend.

Daar komt het NMVW nu al jaren mee weg. Critici binnen de organisatie worden gemaand om te zwijgen of worden eruit gewerkt. De doofpot blijft gesloten. Het gevaar voor het management van het NMVW is dat het overmoedig wordt. Daar lijkt deze vacature een teken van te zijn. Zijdelings.

IV. Media prikken niet door het laagje vernis van politiek correcte linksigheid met praatjes over wereldburgerschap en dekolonisatie van het NMVW én de verstrengeling van OCW en NMVW waarin de instandhouding van de jaarlijkse overheidssubsidie van meer dan 10 miljoen euro centraal staat én het gebrek aan museaal professionalisme van het NMVW.

Media gaan tot nu toe niet op zoek naar de werkelijke gang van zaken bij het NMVW. Media laten zich met een kluitje in het riet sturen.

V. Het Afrika Museum plukt daar nu de wrange vruchten van. Dat gaat zelfs zover dat de Directie Erfgoed en Kunsten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het Afrika Museum uitsluit van een open gesprek over subsidie en meent dat het het belang van het NMVW moet dienen, terwijl het notabene claimt dat het onpartijdig is. Wat de adviserende rol van de Raad voor Cultuur dan nog kan zijn is onduidelijk.

De komedie die het directoraat van OCW in dit dossier speelt is grotesk. Het wil de eigen rol uit de publiciteit houden. Die is sturend is en gaat verder dan het scheppen van voorwaarden voor musea uit de museumsector. Vandaar dit commentaar dat opteert voor transparantie over het NMVW en de rol van OCW in deze kwestie.

Vooruit Nederlandse media, laat je niet om de tuin leiden door het NMVW en de Directie Erfgoed en Kunsten van het Ministerie van OCW en ga uit op onderzoek. Vooruit woordvoerders cultuur in de Tweede Kamer, duik in dit dossier en stel vragen aan de bewindslieden van OCW.

Vragen bij een promotievideo van Museumkaart voor de Nationale Museumweek. Wat voor beeld denkt het te geven van een museum?

Instellingen huren soms externe vormgevers in die weinig verstand hebben van het product dat ze moeten verkopen. Als dan ook de afstemming tussen de opdrachtgevers in een stuur- of projectgroep van genoemde instelling en de vormgevers niet optimaal is, dan is dat de aankondiging van een ramp.

Het gevaar bestaat dan immers dat er een product aangeboden wordt dat alleen in de fantasie van de vormgevers bestaat, maar weinig te maken heeft met het werkelijke product dat verkocht moet worden. De leden van de stuur- of projectgroep hebben zitten slapen of hebben bewust iets laten passeren dat niet overeenkomt met de realiteit.

Marketing ontspoort zo in droombeelden. Er wordt een beeld gevormd dat van een afstand aardig toont, maar bij nader inzien niet klopt omdat het een verre afgeleide is van het product dat moet worden gepromoot. Hier is het product museumbezoek.

Bij deze video op YouTube van de Museumkaart voor de Nationale Museumweek van 4 t/m 10 april 2022 staat de volgende tekst: ‘Tijdens de Museumweek roepen we werkgevers op hun medewerkers #MuseumVrij te geven, zodat ze kunnen onthaasten en nieuwe inspiratie opdoen in een van de 450 musea: een win-winactie!

De opstellers van de tekst bij de video haken aan bij het begrip ‘win-win-situatie’. Dat betekenteen onderhandelingssituatie waarin beide partijen voordeel kunnen hebben van onderhandelen en samenwerken. De winst van de een hoeft niet ten koste te gaan van de ander.’

Wat het voordeel is van werkgevers om hun medewerkers naar het museum te sturen om te onthaasten en nieuwe inspiratie op te doen is onduidelijk. Als de medewerkers door dat bezoek al onthaasten en nieuwe inspiratie opdoen, wat nog maar helemaal de vraag is.

Als het museum en de medewerker hier al winst uit halen, dan valt lastig in te zien wat de winst voor de werkgever is. Is dat een onthaaste medewerker die gelouterd uit het museum komt na een bezoekje? Werkt dat zo snel?

Wat is de nieuwe, bewezen inspiratie die de medewerker meebrengt voor de werkgever? Welke bevlogenheid, bezieling, inblazing of ingeving kan dat zijn? Maakt een werk van Jan Schoonhoven duidelijk dat de medewerker voortaan zijn of haar bureau moet opruimen? Vertelt een stoel van Gerrit Rietveld dat men rechtop moet zitten? Inspireert een abstract werk van Piet Mondriaan een medewerker tot nieuwe vergezichten en dwarsverbanden? Werkt inspiratie zo direct? Of wordt dat door de makers van de video verondersteld zonder dat het aangetoond kan worden?

Werkt overdracht in een museum volgens de Museumkaart terloops en succesvol?

Het meest in strijd met elementaire museale voorschriften is dat bezoekers noch met rugzakken, noch met tassen of ademluchttoestellen op hun rug op zaal worden toegelaten. Dat geeft een te hoog risico op beschadiging van kunstobjecten.

Bezoekers zo tonen is wereldvreemd. Het heeft niks met de realiteit van museumbezoek te maken. Daarnaast zet het toekomstige bezoekers op het verkeerde been. Wat denken ze straks in het museum op hun rug te kunnen dragen?

Still uit de videoMuseumVrij’ van Museumweek op YouTube, 29 maart 2022.

Het is bizar dat de vrouw met de rode helm zich met de immense tas op haar rug vlak voor het schilderij omdraait. Als zij al zover was gekomen, zou dat voor de bewaking van een normaal museum reden zijn om haar te verzoeken om de tas op haar rug onmiddellijk af te doen en in bewaring te geven bij de entree.

Of moeten we dit soort marketing van Museumkaart niet serieus nemen en op de koop nemen dat het een fantasiebeeld schetst van museumbezoek waarvan we weten dat het niks met de werkelijkheid te maken heeft? Maar wat is dan nog de waarde ervan? Of hebben de leden van de stuur- of projectgroep toch zitten slapen en de vormgevers te veel vrijheid gegeven wat heeft geleid tot een onrealistisch beeld? Het antwoord valt niet makkelijk te geven.

Wat de video oproept is verwondering. Maar dan een ander soort verwondering dan de makers beogen. Wat voor beeld denken ze eigenlijk te geven van een museum?

Naschrift:

Tweet van Robert Busschots en reactie, 2 april 2022.

Museum in wording: immersieve projecties in Almere

Schermafbeelding van deel artikelAlmere krijgt een immersief museum, maar wat is dat?‘ van Omroep Flevoland, 28 februari 2022.

Daar is het weer. Het teistert periodiek de publieke opinie. Namelijk een bericht uit Almere over de plannen voor een museum van internatione allure, groter dan het Stedelijk Museum. Wat is dat?

Matchmakers, cultuurmanagers, wethouders die de wereld over reizen om zich te oriënteren en allerlei ingehuurde project-achtige beleidsmakers zijn al sinds 2013 bezig om een museum in Almere ‘op de kaart te zetten’. De woestijn in de polder is op zoek naar een oase. Dat duurt dus al negen jaar.

Niet toevallig is 2013 het jaar dat Almere Museum De Paviljoens sloot zonder te beseffen dat wat het in de jaren erna in een zoektocht ging zoeken al binnen de gemeentegrenzen had.

Kunt u nog volgen wat Almere bezielt? In de kern gaat het om een identiteitscrisis van Almere dat tussen servet en tafellaken op zoek is naar een nieuwe tafel. Dat is zielig voor de inwoners die steeds weer met groot- en breedspraak over een museum worden geconfronteerd.

Het is niet dat in Almere de (beeldende) kunstsector niet klopt. Want er zijn prachtige Land Art achtige projecten, zoals Marinus Boezems Groene Kathedraal. Maar dat is blijkbaar niet voldoende voor de managers, projectleiders en wethouders. Ze willen meer.

Daarom lezen we nu weer zo’n bericht met deze keer Denise de Boer. Ze is als manager betrokken bij kunstpaviljoen M. en ook bezig om de komst van het museum in Almere voor te bereiden.

De tekst bijt heerlijk in zichzelf. Zoals een hond die de eigen staart najaagt zonder te beseffen wat dat ding is. Het geprojecteerde museum van Almere is als een staart van een hond. De hond blaft om de zoveel tijd en de media doen er netjes verslag van.

De Boer: ‘We hebben heel bewust gekozen voor een immersief museum, omdat dat er in Nederland nog niet is. Immersieve kunstwerken hebben veel ruimte nodig. Die ruimte is er niet genoeg in bestaande musea in het land, maar in Almere straks wel.‘ en ‘Bij ons wordt de ervaring echt gecreëerd door de kunstenaar. De maker wil je daarbij echt iets meegeven. Een surrealistische omgeving die echt wat met je doet.’

Je wordt stil van deze ronkende taal. Hoezo een ‘surrealistische omgeving‘? Hoezo ‘die echt wat met je doet‘? Wat is dat voor marketing waarmee deze manager de boer opgaat? Duidelijk is dat Almere aanhaakt bij de droom en de rationaliteit achter zich heeft gelaten. Almere dompelt zich onder.

Almere heeft in 2013 de geest uit de fles gelaten en is al negen jaar bezig om op spontane wijze een museum te realiseren dat zich van alles onderscheidt. Ook van Almere zelf.

Het artikel van Omroep Flevoland wordt er onbegrijpelijk op door de verwijzing van De Boer naar het werk Wachsraum (1992), een houtconstructie met bijenwas in een smalle gang van Wolfgang Laib (niet Leib) in De Pont. Dat werk wordt door De Boer ingedeeld bij immersieve kunst die de kijker onderdompelt in een ervaring. Het unique selling point in de marketing van Almere. De Boer gebruikt verwijzingen naar De Pont als legitimatie voor het eigen museum. Maar Laib gaat niet voor een surrealistische ervaring, maar voor sacraliteit, natuur en tijdloosheid.

De uitgebeende soberheid van De Pont is niet wat het museum in Almere nastreeft. Dat is tegelijk de sleutel om te begrijpen waarom het spaak loopt in Almere. De Pont is een particulier museum met nauwelijks personeel dat financieel onafhankelijk is en zich met marketing en schijnbewegingen niet in bochten hoeft te wringen voor subsidie- op opdrachtgevers. De Pont kan zichzelf zijn. In Almere praat iedereen mee, is de marketing leidend en worden de kunstobjecten niet geselecteerd op hun intrinsieke waarde, maar moeten ze passen in een masterplan over de ervaring van de bezoeker die wordt ondergedompeld in een opgeroepen schijnwereld. Intussen lijkt die schijnwereld de plannenmakerij opgeslokt te hebben.

Late kritiek in Rotterdam op Gergiev Festival

RaadsvragenAfstand nemen of einde Gergiev Festival‘ van Ruud van der Velden van de PvdD Rotterdam, 25 februari 2022.

Eindelijk wordt Rotterdam wakker. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Gergiev Festival hebben kritiek op dirigent Valery Gergiev die wegens zijn pro-Kremlin houding en vriendschap met president Poetin door de Russische inval in Oekraïne aan de verkeerde kant van de geschiedenis is beland. Ze vragen Gergiev om afstand van de invasie te nemen. Dat past in het patroon van een kunst- en sportboycot die nu Russische instellingen treft. 

De late kritiek in Rotterdam op Gergiev die in feite zelfkritiek is over een mislukte relatie komt zeker zes jaar te laat. In die stad waar zo hard gewerkt wordt kan nu eindelijk de rekening opgemaakt worden. Het is berekening om afstand te nemen van iemand die bij wijze van spreken op de grond ligt en het niet durven handelen toen hij als publiekstrekker op de bok stond.

Gergiev is passé, zoals Poetin een internationale paria is, en pas nu wordt Rotterdam wakker. Maar Gergiev was al die tijd al een smerige meeloper van het Poetin-regime. Dat wist het Rotterdamse establishment al jaren, maar het deed net alsof het dat niet wist. Het Rotterdamse establishment liet zich jarenlang van haar smoezelige kant zien. 

In het commentaarValery Gergiev is een propagandist voor het Kremlin. Maar wordt verafgood in Rotterdam. Tijd voor bewustwording. En protest‘ van mei 2016 schreef ik: ‘

Schermafbeelding van deel commentaarValery Gergiev is een propagandist voor het Kremlin. Maar wordt verafgood in Rotterdam. Tijd voor bewustwording. En protest‘ van 20 mei 2016.

In het commentaarGergiev Festival is klassieke porno voor bedrijfsleven, overheid en politiek van Rotterdam‘ van augustus 2020 scheef ik:

Schermafbeelding van deel commentaarGergiev Festival is klassieke porno voor bedrijfsleven, overheid en politiek van Rotterdam‘ van 13 september 2017.

Het Westen heeft sinds de invasie van 2008 in Georgië verkeerd gereageerd op Poetin en zijn zakenvrienden en meelopers. Het is daarom medeplichtig en heeft zelfs actief geholpen Poetins machtspositie op te bouwen. Het is daarom medeverantwoordelijk voor wat er nu in Oekraïne gebeurd. Anders was het nooit zover gekomen. Want Poetin heeft door de miljarden die hij met de verkoop van olie en gas in Europa verdiende zijn krijgsmacht kunnen moderniseren.

Dus al sinds 2008 was de ware aard van het leiderschap in het Kremlin voor iedereen duidelijk. Maar het Westen en met name Duitsland en Nederland deden alsof hun neus bloedde. Ook Nederland wilde een graantje meepikken als rotonde van het Russische gas en kneep daarom een oogje dicht. Ook na het neerschieten van de MH17 in 2014 bleven de economische banden van Nederland met de Russische Federatie intact.

Rotterdam als centrum van de Nederlandse economie negeerde alle politieke signalen over Poetin. Dat doet denken aan de positie van de Rotterdamse havenbaronnen die vanaf 1870 op het Duitse Ruhrgebied was gericht en nog tot in de Tweede Wereldoorlog een oogje dichtknepen voor het Duitse bombardement op hun eigen stad vanwege hun eigen in Duitsland verankerde belangen. Cynischer is niet mogelijk. Die grondhouding van opportunisme van het Rotterdamse establishment dat weliswaar internationaler is dan in 1870, 1914 of 1941 viel de laatste jaren te herkennen in de houding tegenover Poetin en Gergiev.

Het Gergiev Festival kreeg in het laatste Cultuuradviesplan toch al kritiek omdat het geen inbedding in de stad had en nu eindelijk durft de politiek zich uit te spreken. Raadslid Ruud van der Velden van de PvdD is de uitzondering, zoals ook weer uit bovenstanderaadsvragen van 25 februari 2022 blijkt. Hij maakte zich er de afgelopen jaren als enige lokale politicus sterk voor om het Gergiev Festival in het openbaar ter discussie te stellen. De rest inclusief burgemeesters Aboutaleb en gemeentebestuur keken lafhartig weg. Nu het tij gekeerd is springen lokale bestuurders op de wagen om aan te haken bij de kritiek op Poetin, volgens een bericht van RTV Rijnmond. 

Dat zijn de helden die zwegen toen het erop aankwam en zich nu opstellen als verzetsstrijders na de oorlog die zich met terugwerkende kracht beroepen op hun moedige daden die ze in werkelijkheid nooit verrichtten. Ze brengen in praktijk waar het in deze hele kwestie van een controversieel en obsceen Gergiev Festival jarenlang aan schortte: het menselijk tekort. Ofwel, ontbrekende persoonlijke moed van mensen in het Rotterdamse bedrijfsleven, politiek en de kunstsector. 

Gergiev is een smerige meeloper van Poetin en Rotterdam werd een smerige meeloper van Gergiev. Rotterdam had het niet door. Er was de schok van een invasie van Oekraïne van een ontketende Poetin voor nodig om het Rotterdamse establishment in de spiegel te laten kijken. Het mag over zichzelf oordelen.

Zie voor verdere commentaren over het Gergiev Festival in Rotterdam:

Het Wereldmuseum heeft geen Rotterdams karakter, geen Rotterdams profiel en geen eigen identiteit. Dat is in strijd met de afspraken. De Rotterdamse politiek ziet het, maar handelt niet

In het Wereldmuseum te Rotterdam is tot en met 27 maart 2022 de tentoonstelling ‘What a Genderful World’ te zien. Uit een toelichting blijkt dat de tentoonstellingsmakers als hoger doel zien ‘dat mensen zelf bepalen wie ze zijn’. Dat staat haaks op het idee dat de mens een sociaal wezen is dat door de omgeving wordt gevormd. Het Wereldmuseum heeft de laatste twee weken tot nu toe op haar YouTube-kanaal zes video’s van 1 minuut met ‘Jamaal’ geplaatst die op straat mensen interviewt (Voxpop) over identiteit en gender.

In de tentoonstelling en de video’s met ‘Jamaal’ komen op z’n best allerlei misverstanden en op z’n slechtst bewust gemaakte foute keuzes samen. Ze komen op het volgende neer: 1) een inhoudelijke koers die bestaat uit weinig aandacht voor kunstobjecten en dominantie van ‘een maatschappelijke programmering‘; 2) populisme in de marketing en de programmering; 3) aanhaken bij politiek activisme om identiteit leidend te laten zijn in de marketing en programmering en 4) een achtergestelde positie en een flets profiel van het Wereldmuseum in de koepel het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW). In 2016 beloofde het NMVW in een persbericht dat het Wereldmuseum ‘een zelfstandig Rotterdams museum‘ zou blijven.

Het onderliggende, niet opgeloste probleem dat zich manifesteert in het huidige populisme van het NMvW is een brutale ontkenning van het niet uitvoeren van de in november 2016 in de Rotterdamse gemeenteraad aangenomen motie ‘Behoud Rotterdamse signatuur Wereldmuseum’ van de Partij voor de Dieren. Hiermee heeft de raad zich gecommitteerd aan ‘een Rotterdams karakter’ en ‘Het Rotterdamse profiel van het Wereldmuseum als onderdeel van de samenwerkende musea’.

Het Wereldmuseum lijkt de laatste jaren in een niemandsland beland te zijn tussen gelatenheid van de Rotterdamse raad die beseft dat de motie over de Rotterdamse signatuur niet wordt uitgevoerd, maar daar geen gevolgen aan verbindt, en een management van het NMvW dat het als haar opdracht ziet om ‘maatschappelijke’ verhalen te vertellen over wereldburgerschap, kolonialisme en identiteit. Deze abstractie die vervliegt in vaagheid en schimmigheid staat haaks op het vertellen van het concrete Rotterdamse verhaal. Essentieel is dat de door het NMvW aan het Wereldmuseum gegeven afspraak nageleefd wordt en de Rotterdamse politiek dat controleert. Maar dat gebeurt niet.

De ontwikkelingen richting populisme en abstractie van het NMvW verhouden zich slecht tot de motie over het Rotterdams karakter en het Rotterdamse profiel van het Wereldmuseum en het persbericht van het NMvW dat stelt dat het Wereldmuseum ‘een zelfstandig Rotterdams museum’ blijft.

Het is populisme van het management van het NMvW om kunstobjecten ten koste van een politiek doel in de mal van een ‘maatschappelijk’ verhaal te willen dwingen. Kunst laat zich daar per definitie niet toe dwingen. Zoals er geen katholiek voetbal bestaat, is er evenmin sprake van zwarte kunst of gender kunst. Wel van goede en slechte of relevante en niet-relevante kunst.

Het wordt er ronduit beschamend op als in genoemde video’s met ‘Jamaal’ het debat over identiteit het volledig overneemt. Er is geen enkele verwijzing naar de tentoonstelling ‘What a Genderful World‘. Laat staan naar Rotterdam. ‘Jamaal’ krijgt van het management van het NMvW alle ruimte om de boel op te leuken met deze als cabaretesk bedoelde video’s die niet oppervlakkiger en vluchtiger hadden kunnen zijn. Dat dit gebeurt valt deze ingehuurde acteur niet te verwijten, maar wel het management van het NMvW dat het communicatie- en tentoonstellingsbeleid formuleert.

Het NMvW negeert niet alleen de Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum, maar stuurt het in de marketing en programmering ook nog eens richting simplisme, populisme en politiek activisme. Dat is een serieus museum onwaardig. De eenduidigheid van het multiculturalisme strandt in koekoek éénzang waar steeds opnieuw hetzelfde voorgeprogrammeerde verhaal wordt verteld en interne pluriformiteit door het management niet wordt toegestaan.

Niet de identiteit van de geïnterviewden op straat of in een tentoonstelling dient ter discussie te staan, maar de identiteit van het Wereldmuseum. Want als we het dan toch over identiteit moeten hebben, dan geeft het persbericht uit 2016 de duidelijkheid die nu is vervaagd en waar geen van de betrokkenen uit 2016 zich nog sterk voor lijkt te willen maken: ‘het Wereldmuseum, met behoud van eigen identiteit‘. Waar is de toekomst van het Wereldmuseum gebleven? Het is de hoogste tijd dat Rotterdamse raad en gemeentebestuur zich daar opnieuw helder over uitspreken.

Bevreemdende marketing van Das Konzpt: ‘Kunst is mijn religie’

Eyecandy Frankfurt is een project van ontwerper TÜLAY SANLAV. Das Konzpt is ‘an independent concept & branding agency based in Munich, Frankfurt and Istanbul‘. Dit gaat over marketing. Ofwel, het promoten van een product door middel van reclame en onderscheidende vormgeving.

Opvallend is dat het vormgevings- en marketingbureau niet in opdracht van een lokale organisatie optreedt, maar daartoe zelf het initiatief heeft genomen. Das Konzpt is haar eigen opdrachtgever. Creëert het een behoefte die bestaat of suggereert het dat die behoefte bestaat zonder dat dit zo is? Kortom, voor wie of wat is Das Konzpt eigenlijk werkzaam en welke doelen wil het realiseren behalve doelen die voortkomen uit het bestaan van het eigen bureau?

Das Konzpt zegt over het project ‘Eyecandy Frankfurt‘ (vertaald): ‘In maart 2021 startte de oprichter van “Das Konzpt” Tülay Sanlav het kunstenaarsplatform “Eyecandy Frankfurt”. Onder de filosofie “Mijn religie is kunst” verbindt ze kunstenaars uit alle genres. Schilders, tatoeëerders, muzikanten, auteurs, modeontwerpers, fotografen of dansers – de genres zijn divers, net als kunst, zegt de inwoner van Istanbul, en dit is precies hoe ze de diversiteit van de kunsten in een stad laat zien. Het is belangrijk dat kunstenaars “met elkaar – voor elkaar” staan. En zo bouwt de netwerker enerzijds bruggen tussen de kunstenaars en presenteert deze tegelijkertijd als een geheel aan kunstliefhebbers!’

Het is de ronkende taal van de marketing. Zoals altijd is de vraag hoe serieus die moet worden genomen, maar vooral hoe effectief die is in het realiseren van de beoogde doelen. Anders gezegd, als het in vormgeving en marketing gelikt uitziet, dan wil dat nog niet zeggen dat het werkt.

Daarnaast is er fundamentele kritiek mogelijk op de slogan ‘Meine Religion ist Kunst‘ of ‘Kunst is mijn religie‘ en de veelheid van doelstellingen die in dit project geformuleerd zijn. De slogan klinkt vals door de onterechte vergelijking van kunst met religie.

Das Konzept maakt de opvatting van kunst zo breed dat er niks meer overblijft omdat de functie verwatert. Dat Konzpt offert de kunst op het altaar van de marketing en vormgeving en beschadigt het aanzien van de kunst. Het maakt kunst ondergeschikt aan het modieuze onderwerp van de diversiteit. Maar dat gaat niet ongestraft. Door kunst te verbreden en uit te rekken naar het domein van tatoeëerders, modeontwerpers en fotografen houdt kunst op kunst te zijn. Das Konzept maakt door deze interpretatie een parodie van kunst.

Of dit bureau lijkt niet goed te beseffen waarmee het bezig is en planeert weg in oppervlakkigheid en versiering of het beseft dat wel, maar begrijpt onvoldoende de functie van kunst en probeert kunst ondergeschikt te maken en te framen in een sjabloon waarin kunst per definitie niet past.

Kunst is per definitie geen religie omdat het andere doelstellingen heeft en anders van karakter is. Religie sluit gelijkgestemden in en sluit andersdenkenden uit, en is gebaseerd op een menselijke constructie die suggereert niet-menselijk te zijn. Religie heeft als belangrijkste opzet om mensen te verbinden, en zo tevens de eigen macht en continuïteit te versterken, terwijl bij kunst dat aspect niet voorop staat. Kunst scherpt aan en stelt het vanzelfsprekende ter discussie zonder bezig te zijn met de eigen positie. Kunst is uitsluitend een constructie door mensen zonder verwijzing naar een wereld achter de kunst. Kunst is van deze wereld. en is wat het is. Religie claimt in de eigen geloofswaarheid dat het is ontstaan in een wereld achter deze wereld.

Het is belachelijk om kunst gelijk te stellen aan religie. De gelijkstelling haalt de functie van kunst naar beneden en ook van religie. Religie is religie, en kunst is kunst. Gelovigen hebben er een handje van om andersdenkenden te annexeren en zo de werking en het belang van hun religie op te rekken. Dan beweren ze dat atheïsme religie is of dat kunst religie is. Men kan zich alleen maar afvragen wat Tülay Sanlav bezielt door het kiezen van een slogan die zo aantoonbaar in strijd met de werkelijkheid is en kunst door de gelijkstelling met religie verkeerd voorstelt. Das Konzpt doet aan marketing met een leugen. Vraag is of de kunstscène van Frankfurt hier gelukkig mee is en op zit te wachten.

Schermafbeelding van paragraaf ‘Meine Religion is Kunst’ op eyecandyfrankfurt.com.

Normstelling staat in de etalage. Waarzeggen, business education, uiterlijk en houding in Milwaukee, 1950

Marketing display for Business Education featuring a fortune teller ‘There is a Future in Business’ – 1950s’. Collectie: Milwaukee Area Technical College Libraries.

Is op deze foto sprake van waarzeggen? Nee, eerder van een zichzelf vervullende voorspelling, een self fulfilling prophecy. Het gaat om reclame voor beroeps- en volwassenonderwijs voor wat men nu in Nederland een management opleiding zou noemen, maar in de jaren 1950 in Milwaukee business education heette.

De waarzegster zegt ‘Er is een toekomst in het bedrijfsleven’. Tja, er is toekomst in alles. In oorlog, in vrede, in ziekte, in gezondheid, in waarzeggen, in open deuren en in dichte deuren. Zelfs in het verleden is er toekomst. Vraag het maar aan historici die het verleden bestuderen. Wellicht is er in de toekomst nog het minste toekomst. Dat weten we dan pas.

De volgende etalage uit dezelfde jaren 1950 van hetzelfde beroeps- en volwassenenonderwijs suggereert ons te vragen wie we zijn. Maar het vraagt dat helemaal niet. Bij nader inzien gaat het er niet om wie we zijn, maar hoe we er volgens anderen uitzien. Het gaat erom wat anderen van ons uiterlijk en onze houding denken. De uiterlijke vorm dus. Die is bepalend voor de rest. De opzet is om ons te corrigeren volgens de geldende norm. Zo mogen we de klas in.

Veelzeggend is dat de in pak gestoken mannelijke Dan als voorbeeld wordt gesteld voor de verlepte Bobby Soxer Druscilla. Het is duidelijk wie het voor het zeggen hebben in de VS in de jaren 1950. Is deze stijlkamer en tijdscapsule nu nog actueel? Ach, de dichter zei ooit: ‘De beste profeet over de toekomst is het verleden’.

Marketing display about appearance and posture – 1950s‘. Collectie: Milwaukee Area Technical College Libraries.

Keklik Yücel heeft kritiek op samenwerking van PvdA met GroenLinks. Ze wenst minder identiteitspolitiek en meer waarden

Op de PvdA heb ik nooit gestemd. Dat is niet omdat ik tegen het sociaal-democratische gedachtengoed ben, maar omdat ik er voor ben. Omdat in mijn ogen bij de PvdA dat gedachtengoed wordt verwaarloosd ontbreekt voor mij de noodzaak om op de PvdA te stemmen. Integendeel, door op de PvdA te stemmen zou ik me juist vereenzelvigen met een PvdA die zich keert tegen het sociaal-democratische gedachtengoed. De befaamde ideologische veren. Sinds het leiderschap van Wim Kok (vanaf 1986) is de PvdA steeds meer vervreemd geraakt van haar beginselen.

De kiezers zien dat feilloos in en hebben in grote getale afscheid van de partij genomen. Want ook zij zien geen noodzaak meer om op de PvdA te stemmen die niet meer is wat het zegt te zijn. Het is de vraag of het huidige leiderschap van de PvdA zelf nog weet waar het voor staat.

De paradox is dat de PvdA in een identiteitscrisis verkeert omdat het te veel aandacht geeft aan identiteit. De kritiek is dat door de samenwerking met GroenLinks de crisis waarin de PvdA verkeert alleen nog maar groter wordt. Oud PvdA-Kamerlid Keklik Yücel wijst in gesprek met WNL die samenwerking af omdat volgens haar de sociaal-culturele thema’s (verworvenheden, liberaal-democratische waarden, individuele vrijheden) bij GroenLinks niet in goede handen zijn. Zij legt dat in de video vanaf 5’20” uit.

Keklik Yücel beseft dat ze als PvdA’er onderhand behoort tot een minderheid binnen haar partij. Zij heeft met onder meer Asis Aynan, Femke Lakerveld en Eddy Terstall in 2018 een manifest gepubliceerd en is sinds die tijd betrokken bij de beweging Vrij Links. Het is min of meer een doorstart van een eerdere kritische groep PvdA’ers (2008-2018) die zich met onder meer Terstall en Marcel Duyvestijn verenigden als Liefdevol Lid. Maar de genegenheid voor de PvdA vanaf die vrijzinnige flank lijkt gaandeweg afgenomen en de afstand groter.

Men kan Vrij Links opvatten als de PvdA in ballingschap, De ondertitel van het manifest uit 2018 geeft aan waar het Vrij Links om gaat en waar het volgens haar bij de huidige PvdA aan schort: ‘EEN VRIJ EN ONBELEMMERD DEBAT, EEN LEVENSBESCHOUWELIJK-NEUTRALE STAAT, SECULIER ONDERWIJS VOOR ALLE KINDEREN EN EEN HERWAARDERING VAN INDIVIDUELE VRIJHEID.’

Keklik Yücel geeft de nummer 9 op de lijst van GroenLinks als voorbeeld van de verkeerde weg die volgens haar die partij is ingeslagen en waarom PvdA nooit met GroenLinks hecht kan samenwerken. Dat gaat niet alleen om genoemde Kauthar Bouchallikht die verdacht wordt van islamistische sympathieën, maar om GroenLinks die vanwege electorale redenen iemand met die achtergrond ondanks brede kritiek uit GroenLinks haar toch handhaaft. Deze partij kiest hiermee eenzijdig voor marketing en oppervlakkigheid en tegen de waarden waar Yücel voor pleit en die ze graag bij de PvdA opnieuw ingevoerd zou zien.

Ik schreef in een commentaar van december 2020 over de kwestie Kauthar Bouchallikht: ‘Er moet maar eens een echte linkse, vrijzinnige partij in Nederland komen. Het is tamelijk absurd voor het seculiere Nederland waar het hele politieke landschap is verkaveld in aparte onderdelen voor elke overtuiging dat zo’n eenduidig vrijzinnige partij niet bestaat. Het valt Kauthar Bouchallikht niet aan te rekenen dat ze haar opvattingen heeft (die zijn te karakteriseren als islamitisch-fundamentalistisch), maar wel dat GroenLinks met haar kandidatuur volhoudt dat het vrijzinnig en seculier is.’

Keklik Yücel concludeert terecht dat zo’n echte linkse, vrijzinnige partij waar de politieke filosofie van het secularisme niet alleen in de marketing, maar in de waarden het uitgangspunt is door de steeds hechtere samenwerking van de PvdA met GroenLinks verder uit zicht raakt.

Wie doordenkt ziet in de blokkade van twee linkse partijen door CDA-leider Hoekstra en VVD-leider Rutte een succesvolle actie om PvdA en GroenLinks verder van zichzelf te vervreemden. Deze linkse partijen wringen zich in bochten om te voldoen aan de voorwaarden van beide rechtse partijen. Ze denken slim te zijn, maar vooral de PvdA is de tuinman uit de parabel die voor de dood vlucht om hem in Ishafan in de armen te lopen. De oud-PvdA’ers van VrijLinks zien aan de zijlijn de verwording van hun partij met spijt en ontsteltenis aan.

Persoonlijk hoop ik ooit de dag mee te maken dat er in Nederland een geloofwaardige, echte, linkse, vrijzinnige partij is waar ik mijn stem op kan uitbrengen. Ik vrees echter dat het een vergeefse wens zal blijven.

Onder- en bovenwereld ontmoeten elkaar in kunst: Chanel steunt The Underground Museum

Het Chanel Culture Fund gaat partnerschappen aan met vijf musea. Dat zijn Los Angeles’ The Underground MuseumCentre Pompidou in Parijs, London’s National Portrait GalleryGES-2 in Moskou en de Power Station of Art in Shanghai.

Er worden mooie woorden aan gewijd door Chanel en door de musea die financiële steun ontvangen van dit Franse bedrijf dat kleding en accessoires maakt. Chanel produceert zowel haute couture als prêt-à-porter, alsook cosmetica, parfum, sieraden en horloges. Een voorbeeld van dat laatste zijn de volgende horloges uit de Mademoiselle Privé collectie: 

Horloges uit de collectie Mademoiselle Privé van Chanel.

Het is moeilijk om niet cynisch te zijn over een bedrijf voor luxeproducten dat met geld strooit om via culture instellingen positieve publiciteit te genereren. Het is onderdeel van een marketingcampagne die bedoeld is om zowel de naamsbekendheid van Chanel te vergroten als de maatschappelijkheid ervan in de markt te zetten. Niet dat vele consumenten dat laatste zullen geloven, zoals ook niemand gelooft dat Albert Heijn of Shell serieus aan duurzaamheid doen die verder gaat dan marketing, maar het geeft de klanten die dit tegen beter weten in willen geloven een handvat om het te geloven en met een goed gevoel klant van zo’n bedrijf te zijn.

Zo zit de wereld in elkaar. Met geld kan aanzien worden gekocht. Hoe onoprecht de opzet ervan ook is. Daar hoeven we niet van op te kijken.

Iets anders is hoe oprecht de ontvangende partij is. Het weet dat het geld krijgt ter waarde van enkele dure Chanel-horloges en moet daarvoor als tegenprestatie Chanel loven als een maatschappelijk en (let op buzzword: innovatief) bedrijf dat de kunsten steunt. Dan kan Chanel weer een artikel in Vogue plaatsen dat als kop heeft dat ‘Hoe Chanel de musea van morgen helpt smeden’. Inclusief notabene de National Portrait Gallery die al sinds 1856 bestaat. Hoe komt in hemelsnaam zo’n kop tot stand?

Culturele instellingen leggen de lat doorgaans niet zo hoog in het ontvangen van geld van sponsors. Waar ze immers altijd om verlegen zitten. Ze sluiten wapenfabrikanten, pornoboeren en vervuilende bedrijven uit. Maar dat is het wel. In Nederland aanvaarden musea zonder enige schroom of zonder het aan derden uit te kunnen leggen het moreel verwerpelijke, besmette geld van het cultuurfonds Ammodo dat is gevormd door de diefstal van de pensioenpremies van havenarbeiders in Rotterdam en Amsterdam.

Op die basis van uitwisseling van geld voor positieve publiciteit ontstaat de verbinding tussen Chanel en een lokaal museum in Los Angeles dat zich het Underground Museum noemt. De boven- en onderwereld ontmoeten elkaar in de kunst. Ze hopen daar allebei van te profiteren. Op een cynische manier klopt wat Keven Davis het Underground Museum als bron van inspiratie meegeeft: ‘Accepteer nooit middelmatigheid’. Daarom accepteert het Underground Museum geld van Chanel uit de verkoop van luxeproducten. Want die kun je niet middelmatig noemen.

Schermafbeelding van deel van ‘Our Story‘ van The Underground Museum in Los Angeles,