George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Marketing

Vervolg debat over de wenselijkheid dat Sid Lukkassen een project pitcht op ‘voordekunst’

leave a comment »

Sid Lukkassen is een van de initiatiefnemers van De Nieuwe Zuil. Het profileert zich als voorstander van een open debat. Op 22 juni 2019 verscheen op De Nieuwe Zuil het artikelLaten we eindelijk weer eens een gesprek hebben!’ van Bart Reijmerink. Hierin wordt verwezen naar mijn kritische commentaar van 18 juni 2019 over de crowdfunding van Sid Lukkassen op voordekunst. Ik stelde vraagtekens bij de toepassing van de eigen voorwaarden van voordekunst. Is dat nog wel voor kunst en kunstenaars bedoeld of hebben de marketing en reclame de overhand genomen en dit project gekaapt? Voordekunst is ondergebracht bij reclamebureau KesselsKramer en wordt door dit reclamebureau als een eigen project voorgesteld.

Mijn kritiek op het project van Lukkassen en voordekunst was blijkbaar tegen het zere been. Lukkassens De Nieuwe Zuil kwam in het door Bart Reijmerink ondertekende artikel tot kwalificaties over mij: ‘Eén of andere keyboardwarrior ziet rood voor zijn ogen dat Lukkassen een crowdfunding ‘mag houden’ op VoordeKunst.nl of ‘Iedereen met een andere mening dan de auteur wordt gezien als ‘rechts-radicaal’ of complotdenker’. De paradox is dat het onmogelijk is om bij dit artikel te reageren, terwijl ik afgelopen dagen wel allerlei mensen op mijn blog kreeg die hun mening konden geven. Tot en met scheldpartijen aan toe die ik heb verwijderd. Dat hoort er allemaal bij op sociale media. Maar de essentie is dat naar mijn idee mijn kritiek op voordekunst werd vertekend door De Nieuwe Zuil. Ik heb onderstaande reactie gestuurd naar De Nieuwe Zuil, maar omdat ik niet zeker weet of die geplaatst wordt geef ik het hier weer. Opmerkelijk is trouwens dat een organisatie die van zichzelf zegt mensen te willen verbinden zich De Nieuwe Zuil noemt. Het lijkt niet ironisch bedoeld:

In een artikel van 22 juni over Sid Lukkassen verwijst Bart Reijmerink van De Nieuwe Zuil naar een stuk van me op mijn blog George Knight. Dat is prima.

Jammer alleen dat er geen mogelijkheid tot reactie mogelijk is. Zodat ik bij het artikel niet kan reageren of mogelijke misverstanden kan ophelderen. Ik bied die mogelijkheid op mijn blog wel. Die ontbrekende optie staat haaks op het pleidooi uit het artikel dat zegt een gesprek tussen links en rechts te willen ondersteunen. Als dat echter praktisch onmogelijk blijkt, dan is de vraag wat die openheid die De Nieuwe Zuil zegt na te streven in werkelijkheid waard is.

De kern van mijn kritiek geeft u naar mijn idee verkeerd weer. Het gaat me niet om Lukkassen, maar om voordekunst. Of ik het met de ideeën van Lukkassen eens ben is dan ook niet waar het om gaat. Het gaat erom dat ik het niet met voordekunst eens ben om iemand als Lukkassen een platform te bieden. Via mijn stuk wilde ik daarover een debat opstarten. Ook gezien uw artikel lijkt dat aardig gelukt.

Ik weet hoe voordekunst opereert en vind het een prima site. Graag wil ik dat dat zo blijft. Politisering ervan zie ik als een bedreiging. Van welke kant die ook komt. Ook een beleid waarbij verdieping ingewisseld wordt voor verbreding, en ‘kunst’ voor ‘cultuur’ zie ik als ongewenst. Ik vraag me af of een en ander nog in lijn is met de voorwaarden waaronder voordekunst ooit werd gestart. In een uitwisseling van e-mails met Max van voordekunst heb ik mijn bezwaren uiteengezet. Ze zijn op mijn blog te lezen. Die kritiek staat los van Lukkassen. Hem valt dat beleid van voordekunst niet te verwijten. Zijn pitch was alleen de aanleiding.

Laat ik het anders zeggen, Lukkassen is voor het doorgaan van zijn project niet afhankelijk van voordekunst. Zo schat ik dat in. Hij heeft talloze politieke medestanders en heeft toegang tot platforms en sociale media waar hij zijn opinies geeft. Voor de meeste kunstenaars ligt dat anders, zij hebben niet die opties die Lukkassen heeft. Mijn interventie is dan ook bedoeld om het op te nemen voor de kunstenaars die alleen voordekunst hebben om een project van de grond te tillen.

Verder valt nog te melden dat het onjuist is dat ik iedereen met een andere mening dan de mijne zie als rechts-radicaal of complotdenker. Ik zie alleen rechts-radicalen en complotdenkers als zodanig. Als iemand als Lukkassen die regelmatig deelneemt aan discussies op Café Weltschmerz dat zoveel ruimte geeft aan complotdenkers en daar rechts-radicale of alt-right meningen verkondigt niet meer rechts-radicaal genoemd mag worden, dan weet ik niet wie nog wel zo genoemd mag worden. Let wel: ik gebruik niet de term extreem-rechts, maar de minder beladen term radicaal-rechts.

Vermoedelijk is het misverstand ontstaan doordat Lukkassen in zijn pitch verwijst naar links of progressieve opiniemakers als Maarten Boudry of Arno Wellens. Mijn kritiek daarop was dat deze personen niet links of progressief zijn. Het was naar mijn idee verstandiger geweest als Lukkassen deze personen anders dan als links of progressief had gekarakteriseerd.

Ik gun Lukkassen een succesvolle crowdsourcing en hoop dat hij zijn project van de grond tilt. Hij heeft evenveel recht als ieder andere politieke activist of opinieleider om vanuit zijn perspectief zijn opinies over maatschappelijke en politieke vraagstukken te geven. Ik zie hem alleen niet als kunstenaar die kunst maakt en zette daarom vraagtekens bij zijn pitch op voordekunst.

Hopelijk kunt u deze toevoeging invoegen in het artikel waarin u naar mij verwijst. Als eerste stap op weg naar vrijheid van meningsuiting, een open debat en een eind aan de censuur. Te beginnen op De Nieuwe Zuil.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelLaten we eindelijk weer eens een gesprek hebben!’ van Bart Reijmerink op De Nieuwe Zuil, 22 juni 2019.

Advertenties

Claim van marketingbureau Truman dat de eerste campagne voor een kerk in Nederland pas in 2014 werd opgezet is vals en onnozel

leave a comment »

Truman kijkt in deze video terug op een marketingcampagne waar het in 2014 door de Remonstrantse Kerk voor werd ingehuurd. Die kerk kampte met vergrijzing en teruglopend bezoek. Truman presenteert zich als ‘een creatief contentbureau voor kwalitatief hoogwaardige branded content en campagnes’. Het is de vraag hoe kwalitatief hoogwaardig Truman is. Zeker in de analyse van de eigen campagne. Dat oogt mager en lijkt niet uit te komen boven het niveau van het jargon en oppervlakkigheid van de marketingsector. Vaardig en vlot, maar zonder diepgang en zelfreflectie. Truman verwart de inhoud van een campagne met de evaluatie van een campagne. Truman kijkt niet eerlijk naar zichzelf. Truman lijdt aan de blikvernauwing van een marketingbedrijf dat alles in verband brengt met marketing. De terugblik en nabespreking van genoemde campagne is niet bedoeld om te verklaren of inzicht te geven, maar om het merk ‘Truman’ op te hemelen.

Truman slaat de plank mis en geeft te kennen weinig van godsdienstgeschiedenis en religieuze instellingen, maar evenmin van de recente marketinggeschiedenis van Nederland te weten als het in de toelichting bij deze campagne zegt: ‘De eerste campagne voor een kerk in Nederland. Een kerk als merk’. Die claim wordt in de video herhaald. Voor wie de wereld in 2014 begint is dat een waarheid en voor ieder ander is dat een leugen. Het is bovenal een onbenullige opmerking die getuigt van wereldvreemdheid, kortzichtigheid en naïviteit.

Wie de Europese kerkgeschiedenis bekijkt weet dat kerken al eeuwenlang met elkaar concurreren om de gunst van degenen die ze willen inspireren en om de gunst van de wereldlijke macht. Het is een harde strijd van kerken om zichzelf beter te verkopen dan de concurrenten met als doel hun merk te vestigen en verstevigen op de religieuze markt. Wie daarin faalt overleeft niet en zakt weg en gaat economisch en publicitair failliet. Het is een continue veldtocht en campagne van kerken in Nederland. De bouw in Nederland van neogotische, Rooms-katholieke kerken vanaf 1853 toen de bisschoppelijke hiërarchie werd hersteld kan als een grote marketingcampagne van deze kerk worden gezien. Tot 1920 werden er zo’n 800 katholieke kerken gebouwd.

In 1997 liet het aartsbisdom Utrecht bovenstaande poster verspreiden die gebaseerd was op Barnett Newmans ‘Who’s afraid of Red, Yellow and Blue?’ die in 1986 in het Stedelijk Museum door een verwarde man werd beschadigd. J.W.P. Wits legt in een reconstructie uit hoe stichting Beeldrecht het bisdom sommeerde om verspreiding te stoppen. De paradox was dat door de rechtszaak die veel publiciteit trok de campagne van het bisdom extra aandacht trok. In 1998 kreeg de stichting Beeldrecht aanvankelijk gelijk van de rechter, maar verloor het hoger beroep. Deze casus kon nog opgevat worden als een campagne voor God en niet specifiek voor een kerk in Nederland, maar dat kon bij de marketingcampagneAl onze vestigingen elke zondag open! Gratis boodschappen voor het hele gezin!’ uit 2007 van de PKN niet. Wie verder zoekt in de verre en nabije geschiedenis van kerken in Nederland zal ongetwijfeld talloze voorbeelden van marketingcampagnes vinden.

Foto 1: Beeld van marketingcampagne ‘Who is afraid of God’ uit 1997 van het Aartsbisdom Utrecht.

Foto 2: Beeld van marketingcampagneAl onze vestigingen elke zondag open! Gratis boodschappen voor het hele gezin!’ uit 2007 van de PKN (Protestante Kerk Nederland).

Debat Rutte – Baudet gaat nergens over behalve over het debat Rutte – Baudet

with 7 comments

Vanavond is het televisiedebat over de Europese verkiezingen tussen premier Mark Rutte (VVD) en de partijleider van FvD Thierry Baudet. Het benadrukt maar weer eens het feit dat de media rechts zijn. Het gesprek wordt uitgezonden in het programma Pauw op de publieke omroep met als moderator Jeroen Pauw.

Er is van alle kanten kritiek op dit debat. De wetmatigheid van een campagne is dat partijen die zich in een tweestrijd weten te manoeuvreren daar bij winnen. Het is het centrum-linkse Pauw (BNNVARA) dat een centrum-rechtse (VVD) en een ultrarechtse (FvD) partij het mogelijk maakt om winst te boeken. De andere partijen voelen zich daardoor terecht buitengesloten. Tom-Jan Meeus concludeert in zijn zaterdagse column voor NRC dat dit debat de opkomst van de afgelopen weken van de centrum-linkse sociaal-democraat Frans Timmermans doorkruist. Meeus: ‘Zo werd de opstomende Timmermans uit het campagnescript geweerd’. Met dank aan de ooit linkse VARA die kiest voor rechts en ultrarechts, en tegen links. Niets is meer zoals het was.

Maar Frans Timmermans is namens de PvdA wel degelijk een politicus die op de lijst staat voor de Europese verkiezingen en waarop Nederlanders kunnen stemmen. Voor Baudet en Rutte geldt dat niet, hoewel Baudet als lijstduwer formeel op de Europese lijst voor zijn partij staat, maar die plek niet zal innemen vanwege zijn rol in de Tweede Kamer. Het feit dat er een debat plaatsvindt tussen twee politici die niet verkiesbaar zijn voor de verkiezingen waarover ze spreken is een ander essentieel punt van kritiek op dit debat.

Los van de campagneretoriek van VVD en FVD en de geilheid van Pauw om publicitair te willen scoren is er het gebrek aan inhoud van de twee rechtse partijen die overspoeld om niet te zeggen weggespoeld wordt door hun marketing. Het gaat nergens over dan over de marketing, de campagne en de twee rechtse politici zelf.

Baudet die tegen de wil van 80% van de Nederlanders ervoor opteert dat Nederland de EU verlaat vindt in Rutte geen geharnaste verdediger van de EU, maar een pas onlangs bekeerde  Europeaan die mooi weer speelt met zijn vermeende pro-EU houding, maar in werkelijkheid minimaal meewerkt aan verdere federalisering of overdracht van bevoegdheden naar Brussel. Tegenover de negatieve Baudet staat dus geen positieve politicus die vol overtuiging de EU verdedigt, maar een schipperende, halfslachtige Rutte die feitelijk een EU-bounty is. Rutte is pro-EU vanbuiten, maar eurosceptisch vanbinnen. Zoals dat voor veel nationale politieke leiders geldt die kritiek op de EU hebben, maar de reden daarvoor door hun tegenwerking en stil verzet zelf veroorzaken.

Hoe de marketing en de campagnestrategie werkt laat het YouTube-kanaal van de VVD zien, inclusief de videoGenoeg stof voor een pittig gesprek’ (zie boven). Afgelopen zes dagen plaatste de VVD zes video’s met negatieve kritiek op Baudet. Dat moet zijn voorbereid, hoewel het resultaat niet denderend is en het niveau van knippen en plakken niet overstijgt. Zo wordt de tweestrijd tussen Baudet en Rutte die een schijntweestrijd is met slechte onderbouwing en op een onscherpe wijze groot gemaakt. Opgeblazen lucht. Een harde, frontale aanval van de VVD op het ultra-rechtse gedachtengoed van Baudet en zijn contacten met extreem-rechts ontbreekt. Is ook deze campagne een schijnvoorstelling met de rem erop? Er zijn straks drie winnaars, te weten de VVD en FvD die netjes binnen de lijntjes blijven van hun eigen tweestrijd waar ze elkaar voor nodig hebben en het publiciteitsgeile Pauw dat het eigen gedachtengoed verloochent.  De verliezers zijn talrijker: de andere politieke partijen, en de geloofwaardigheid van de Nederlandse media, democratie en politiek.

Nogmaals Meeus over de campagnestrategen die de macht bij de Nederlandse politieke partijen hebben gegrepen: ‘Want nooit eerder bespeelden ze de media met zoveel finesse, van scoop tot cliffhanger. En zelden eerder was hun campagne-technische effectiviteit zo groot. Ook al produceerden ze lucht, of slechte politiek. Of, erger nog, überhaupt geen politiek.’ Kortom, Campagnestrategie krijgt een 10, de Politiek scoort een 0.

Foto: Schermafbeelding van deel van de videos op het YouTube-kanaal van de VVD op 22 mei 2019.

Zaanstad wil in 2021 een ‘Monetjaar’ houden. Niet voor de kunst, maar om het toerisme, de economie en de stadspromotie

with 2 comments

Gemeente Zaanstad wil in 2021 samen met verschillende partners uit de stad een ‘Monetjaar’ organiseren. Want in 2021 is het ‘precies 150 jaar geleden’ dat ‘de wereldberoemde Franse schilder de Zaanstreek bezocht’, aldus een nieuwsbericht van de gemeente. Wat een toeval dat het precies 150 jaar geleden is, toch?

Maar waarom grijpt Zaanstad terug op een bezoek van 150 jaar geleden van Monet aan de Zaanstreek? Wethouder cultuur en toerisme Sanna Munnikendam (uiteraard D66) geeft het antwoord: ‘Monet vond het Zaanse landschap prachtig. Hij heeft dit op zo’n unieke manier geschilderd dat het voor elke Zaankanter herkenbaar is. Dat is iets waar we met elkaar trots op mogen zijn. Het organiseren van een Monetjaar is een mooie manier om Zaanstad bekender te maken als aantrekkelijke stad om in te wonen en leuke dingen te doen. Dat is ook goed voor de groei van het aantal (inter)nationale toeristen die naar de Zaanstreek komen. En dat heeft weer een positieve invloed op onze lokale economie.’ Kortom, de marketing van kunst, of liever gezegd een 19de eeuwse Franse kunstenaar als glijmiddel voor economie, stadspromotie en toerisme.

Er zitten nog addertjes onder het gras zoals Patrick Meershoek in een artikel in Het Parool aanstipt. Want de gemeente Zaanstad die volgens wethouder Munnikendam zulke herkenbare schilderijen van de Zaanstreek heeft geschilderd heeft afgelopen jaren weinig moeite gedaan om werken van Monet te verwerven. Het Parool: ‘In het Zaans Museum op de Zaanse Schans hangt één echte: het werk De Voorzaan en de Westerhem, dat in 2015 voor 1,1 miljoen euro op de kop is getikt’. Die afwachtende houding van de politiek is herkenbaar.

Oud-wethouder Dennis Straat steelt de show in het artikel in Het Parool. Bij dit soort plannen komen altijd oud-wethouders om de hoek kijken die druk bezig zijn om plannen ’te ontwikkelen’. Straat heeft zoals dat in dit soort gevallen gaat ook een stichting opgericht. De naam? Uiteraard, de stichting Monet in Zaanstad. Ach, het vervolg is zo voorstelbaar dat het bijna  niet meer geschetst hoeft te worden. Enfin, voor de volledigheid dan maar. Straat: ‘Monet moet in de hele stad opduiken. We denken bij voorbeeld aan steigerdoeken met zijn werk langs de invalswegen. We moeten de claim van Monetstad stevig neerzetten. De kunst moet centraal staan, maar er is niets mis met een restaurant dat een Monetlunch aanbiedt.’ Nou, dat laatste viel al te vrezen.

Foto: Schermafbeelding van nieuwsberichtZaanstad wil in 2021 ‘Monetjaar’ organiseren’ van de gemeente Zaanstad.

Written by George Knight

20 mei 2019 at 17:34

Raadsleden wacht een opdracht: een einde maken aan de macht van de afdelingen Communicatie bij lokale overheden?

with one comment

Op de FB-pagina van de gemeente Utrecht wordt een vragenlijst over de binnenstad gepresenteerd. Het is van een tenenkrommende onnozelheid. De burger wordt bij zijn voornaam aangesproken. De vragen dienen niet om de burger werkelijk inspraak te geven, ze dienen de marketing en stadspromotie van de gemeente Utrecht, en in het verlengde ervan de verantwoordelijke wethouder. Welke raadsleden maken nou eens een einde aan die marketing en voorlichting door de afdelingen Communicatie die als nooit zwijgende Stalinorgels hun voorlichting op de burgers afvuren? In de vorm van tweets, brochures, pagina’s in huis-aan-huis bladen, persberichten, foto’s, video’s en vragenlijsten. Gedragsbeïnvloeding dus. Mijn commentaar bij de vragenlijst:

Marketing en stadspromotie, meer lijkt de vragenlijst niet te zijn. Dat is een gemiste kans. Schijnt in de hoofden van de opstellers altijd de zon zodat ze zelf zijn gaan geloven in hun eigen werkelijkheid uit de promotiefilmpjes?

De bewoners van Utrecht verdienen meer betekenis, zwaarte en invloed dan deze lichtzinnige vragenlijst biedt. Wie is verantwoordelijk voor deze exercitie in luchthartigheid? Want het is in de kern ontwijkingsgedrag van de opstellers die hier door het stadsbestuur voor zijn aangesteld. De verantwoordelijke wethouder zou deze marketing een halt moeten toeroepen omdat het een belediging voor de Utrechters is.

Want waarom moet het zo braaf? Waarom is er geen ruimte voor aanmerkingen en kritiek, en waar kunnen de zwakke punten van het beleid van het gemeentebestuur opgesomd worden?

Wie aan deze vragenlijst meewerkt stapt in de wereldvreemde waarheid van de opstellers. Utrechters zijn slimmer en weten wel beter. Ze willen best suggesties doen en constructief meewerken aan het verbeteren van hun stad, maar niet binnen het frame die de vragenlijst biedt.

De vragenlijst bereikt het omgekeerde van wat het beoogt. Het zorgt niet voor verbinding, maar voor vervreemding.

 

Written by George Knight

1 mei 2019 at 23:44

Zaak Michael Jackson toont aan dat musea op moeten passen met het binnenhalen van sociale fenomenen uit de populaire cultuur

with 2 comments

De vraag wat er pleit tegen de tentoonstelling ‘Michael Jackson: On the Wall’ roept de vraag op wat er voor pleit. De tentoonstelling is ontwikkeld door de National Portrait Gallery in Londen met medewerking van de Michael Jackson Estate en reisde daarna door naar Parijs en zal de Kunsthalle Bonn (22 maart – 14 juli 2019) en het Espoo Museum of Modern Art (EMMA) in Finland (21 augustus 2019 – 26 januari 2020) aandoen.

Een persbericht van de Kunsthalle zegt: ‘Michael Jackson is een van de meest invloedrijke kunstenaars die de 20e eeuw heeft voortgebracht. Ook in de 21e eeuw blijft zijn erfenis ongekend populair. Zijn enorme impact op de gehele popcultuur is alom bekend, maar bijna niemand heeft weet van zijn aanzienlijke invloed op de moderne kunst.’ Dat is een nieuwe invalshoek, namelijk dat Michael Jackson ‘aanzienlijke invloed’ op de ‘moderne kunst’ heeft gehad. Met dat laatste wordt waarschijnlijk de hedendaagse westerse kunst bedoeld.

Dat valt van meer iconen uit de populaire cultuur te zeggen, zoals Elvis Presley, James Dean, The Beatles, Madonna, Prince, Yves Saint Laurent, David Bowie of Mickey Mouse. Een persbericht van het EMMA zoekt de verklaring voor de populariteit van Jackson vooral in de kwantiteit: ‘Almost a decade after his death, Jackson’s influence has not waned: his record sales, now in excess of one billion, continue to grow; his short films are still watched; and his enormous fan base remains loyal.’ Rechtvaardigen volksgunst en naamsbekendheid in de populaire cultuur een tentoonstelling met werk van onder meer Dara Birnbaum, Isa Genzken, Michael Gittes, Paul McCarthy, Grayson Perry, Mark Ryden en Andy Warhol in een gerenommeerd museum?

De aandacht voor een tentoonstelling die Jackson als uitgangspunt heeft wordt door deze musea verantwoord door hem als een sociaal fenomeen te presenteren. Dat is een schijnverklaring. Want een sociaal fenomeen is nog geen voldoende reden voor een museumpresentatie. Waarom is dan wel deze tentoonstelling ”Michael Jackson: On the Wall’ ontwikkeld? Is het te plat om te zeggen dat het een vehikel is voor sponsors die hun naam eraan willen verbinden omdat een icoon uit de populaire cultuur altijd bezoekers trekt? Zodat de musea met hun populisme de kloof met het volk kunnen verkleinen en het volk krijgt wat het graag wil vreten, namelijk het bekende. En bovenal musea met zakken geld van de sponsors hun balans kunnen oppoetsen.

Ach, nu is er de kritische documentaire Leaving Neverland waarin Michael Jackson van kindermisbruik wordt beticht. Zelfs het op veilig spelen door musea biedt geen garantie meer voor de toekomst. Musea kunnen beter terugkeren naar hun kernzaak en zich niet af laten leiden door bezoekcijfers, sponsorgeld en het behagen van volk en politiek. Musea moeten op scherp zetten, niet behagen en zelf populair willen zijn.

Het ‘National Football Museum’ in Manchester loopt vooruit op de ontmanteling van Jackson als sociaal fenomeen en heeft een standbeeld van hem verwijderd, aldus een bericht in The Sun. Het museum geeft als commentaar: ‘While it’s not our place to comment on or react to allegations made in the new documentary, it’s our intention as part of our new plans for transforming the museum over the coming months to tell relevant stories about football.’ Kortom, een voetbalmuseum behoort in de kern over voetbal te gaan en een kunstmuseum over kunst. Door teveel belang te hechten aan marketing en bezoekcijfers kunnen musea onderuit gaan omdat ze geen controle hebben over het fenomeen dat ze willen presenteren en dat op hen af moet stralen. Dat kan positief, maar ook negatief. Dat is de keerzijde zoals de zaak Michael Jackson aantoont.

Coalitie overweegt om reclame op publieke omroep te schrappen. Adverteerders begrijpen het niet en beweren de kwaliteit te dienen

leave a comment »

Volgens een bericht in De Telegraaf van 16 februari onderzoeken de coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en CU het ‘compleet schrappen’ van de Ster-reclame. Een reclamevrije publieke omroep levert een gat op van zo’n 150 tot 180 miljoen euro. Het budget van de NPO is 740 miljoen euro. De reclameinkomsten lopen al jaren terug. De coalitie zoekt naar een structurele oplossing. Die zou eruit kunnen bestaan door het derde televisienet NPO 3 of radiozenders te schrappen. Hoe dan ook staat het denken over de publieke omroep niet stil. Dat kan goed, maar ook verkeerd uitpakken als bijvoorbeeld wordt gekozen voor de samenwerking van commerciële of maatschappelijke partijen met de omroepen. Amusementsprogramma’s lijken op termijn onherroepelijk te verhuizen naar de commerciële omroepen. Hoe levensvatbaar een publieke omroep is die zich terugtrekt op de kerntaken informatie, kunst en cultuur en nationale evenementen is de vraag die niet makkelijk is te beantwoorden. Des te meer omdat de coalitiepartijen elk verschillende eindpunten in gedachten hebben.

Reclame op radio en televisie is voor velen een bron van irritatie door de infantiliteit, de clichés, misleidende claims en het rolbevestigende karakter ervan. Daarbij komt de herhaling die het nog eens extra ergerlijk kan maken. Reclame gaat om marketing van producten of bedrijven. De BVA bond van adverteerders denkt daar in een reactie op het bericht in De Telegraaf anders over: ‘Onnodig en desastreus voor de kwaliteit van radio- en televisieprogramma’s bij de NPO’, zegt de BVA. Deze framing is lachwekkend. Het is opvallend dat de BVA suggereert dat reclame de kwaliteit van de radio- en televisieprogramma’s van de publieke omroep op een hoger peil brengt. Het schat de inkomsten uit reclame met 200 miljoen euro trouwens te hoog in. Die zijn zoals gezegd 150 tot 180 miljoen euro. De BVA meent dat de reclame-inkomsten er indirect aan meehelpen om kwaliteit te bieden. Dat is niet alleen een onbeholpen manier van redeneren, het is ook onjuist als het gat dat ontstaat door het schrappen van de reclame door alternatieve financiering wordt opgevuld. Of door het schrappen in de uitgaven, zoals een streep door NPO 3, of door het aanboren van andere inkomstenbronnen.

De BVA ziet een ander nadeel die te maken heeft met het bereiken van mogelijke bereikbare doelgroepen: ‘Via de publieke omroep kunnen adverterende organisaties specifieke doelgroepen bereiken. Doelgroepen die nauwelijks via andere media kunnen worden bereikt. Wanneer deze doelgroepen geen reclameboodschappen meer ontvangen, blijven zij verstoken van belangrijke (overheid)informatie over internetfraude, wijzigingen in ziektekostenverzekeringen of toeslagen en belastingen.’ Voor voorlichting door de overheid kan echter een uitzondering worden gemaakt in kleine advertentieblokken rond de belangrijkste journaals, zoals dat ook bij de Vlaamse VRT gebeurt. Als de publieke omroep de functie heeft om doelgroepen van overheidsvoorlichting te voorzien, dan gebeurt dat zelfs overzichtelijker en zonder ruis als commerciële reclame wordt geschrapt.

De BVA redeneert vanuit het belang, de werkgelegenheid en de winstgevendheid van de eigen sector en niet vanuit het belang van de publieke omroep. De BVA zegt als doel te hebben: ‘het bevorderen en bewaken van vrijheid van verantwoorde commerciële communicatie’. Wat het daarmee bedoelt is onduidelijk. Suggereert de BVA dat het met marketing de vrijheid bevordert van reclame? Hoe dan ook is dat een bedrijfsdoel dat niet in lijn is met het algemeen belang van de publieke omroep. Dat alleen al verklaart de onverenigbaarheid van de publieke omroep met de reclame door adverteerders. Het is dan ook voor de hand liggend dat de reclame door adverteerders op de publieke omroep compleet wordt geschrapt. Het is een wonder waarom de reclame daar ooit is binnengedrongen. De BVA mag tevreden zijn dat het decennialang toegestaan werd om winst te maken op de publieke omroep waar het ter zake dienend niks te zoeken had. De coalitie heeft de kans om een historische weeffout te herstellen door het schrappen van de reclame op de publieke radio en televisie.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘BVA vindt reclamevrije NPO ‘onbegrijpelijk’’ op Marketing Tribune, 18 februari 2019.

Written by George Knight

19 februari 2019 at 15:20