George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Grondwet

To impeach or not to impeach Donald Trump, that is the question. Justin Amash pleit als enige Republikein publiekelijk voor afzetting

with 9 comments

De conservatieve, libertarische Republikeinse afgevaardigde uit het Huis voor Michigan Justin Amash is de enige Republikeinse politicus die zich publiekelijk tegen president Trump en justitieminister William Barr keert en voor impeachment van de president pleit. In een met 750 bezoekers gehouden Town hall meeting in Grand Rapids legde hij gisteren uit dat volgens hem het tweede deel van het Mueller-rapport niet tot een andere conclusie kan leiden dan dat Trump uit zijn ambt gezet moet worden. Hij hekelt het oprekken van de grondwet en de rechtstaat door Trump en het Republikeinse leiderschap. Pikant is dat Amash ermee druk zet op het debat binnen de Democratische partij om in het Huis een afzettingsprocedure tegen Trump te starten.

Huisvoorzitter Nancy Pelosi is vooralsnog tegen een afzettingsprocedure omdat ze denkt dat dit Trump zal helpen in de slachtofferrol te kruipen. Het idee is dat hem dat zijn favoriete rol geeft om de Democraten aan te vallen. Pelosi hoopt dat de talloze lopende onderzoeken tegen Trump de geschikte middelen zijn om de steun en geloofwaardigheid van Trump af te breken. Er zijn ook radicale Democraten als commissievoorzitter Maxine Waters die erop blijven hameren dat een afzettingsprocedure tegen Trump gestart moet worden. Om aan het brede publiek duidelijk te maken dat diens crimineel gedrag niet door de beugel kan en ook omdat de grondwet dit van het congres eist. Maar de Republikeinse achterban blijft voor 90% Trump steunen, en hoe dan ook is deze slotsom dat de Republikeinse meerderheid in de Senaat de afzetting van Trump afwijst.

Hoogleraar politieke geschiedenis Allan Lichtman die aan de hand van 13 criteria een model heeft ontwikkeld om uitslagen te voorspellen zoals hij succesvol in 2016 deed is het oneens met Pelosi. Impeachment is volgens hem een voorwaarde om Trump bij de verkiezingen van 2020 te verslaan. In gesprek met CNN zegt hij: ‘Democraten hebben het fundamenteel mis over de politiek van impeachment en hun vooruitzichten op de overwinning in 2020. Een afzetting en een daaropvolgende rechtszaak zouden de president een cruciale vierde sleutel kosten – de schandaalsleutel – (..). De aanklacht en een proces zouden hem ook blootstellen aan het verliezen van een andere sleutel door een serieuze uitdaging voor zijn hernominatie aan te moedigen. Andere mogelijke negatieve sleutels zijn de opkomst van een charismatische Democratische uitdager, een belangrijke uitdaging van een derde partij, een ramp in het buitenlands beleid of een recessie in een verkiezingsjaar. Maar zonder impeachment zijn de democratische vooruitzichten grimmig.’ Tot nu toe is er een Republikeinse uitdager, de ex-gouverneur van Massachusetts Bill Weld die als openbare aanklager leiding gaf aan Robert Mueller. Net als Amash meent Weld dat Trump minachting voor het Amerikaanse volk toont.

Foto: Tweets van Justin Amash, 28 mei 2019. (deel van een Twitterfeed van 25 tweets waarin hij minister Barr frontaal aanvalt).

Advertenties

Wierd Duk zit klem tussen activisme en journalistiek. Hij ontkent wat hij nuanceert: ‘De islam wordt Nederland door de strot geduwd’

with 2 comments

We horen het van een ander, namelijk Wierd Duk van De Telegraaf. Hij maakt een artikel over ‘Marokkanen en Turken die zich als ’seculiere Nederlander’ identificeren’. Wat Duk met ‘seculiere Nederlander‘ bedoelt is onduidelijk en waarom hij de term tussen enkele aanhalingstekens zet is evenmin duidelijk. Het vermoeden bestaat dat hij doet omdat het afwijkt van het normale gebruik, zoals de Taalunie in een omschrijving uitlegt. Het is echter weinig zinvol om ex-moslims ‘seculier’ te noemen omdat ze dat niet meer of minder zijn dan moslims. Het secularisme biedt leden van alle religies en levensovertuigingen in gelijke mate dezelfde plek onder de bescherming van de rechtsstaat. Hoewel Duk het ongetwijfeld goed bedoelt en hij het opneemt voor ex-moslims, pakt zijn inaccurate apartheid negatief uit voor de acceptatie van en de bewustwording over het secularisme. In zijn duiding stelt hij ‘seculier’ gelijk aan atheïstisch. Dat is een misvatting. Het secularisme is pro-atheïstisch noch anti-religieus. Het is volkomen neutraal tegenover alle religies en levensovertuigingen.

Deze kanttekening is van belang omdat Duk een terecht punt over afsplitsing en scheuring maakt dat hem op andere wijze zelf verweten kan worden als hij een valse tegenstelling tussen religie en niet-religie binnen het secularisme introduceert. Als rechtvaardiging kan opgemerkt worden dat Duk miskleunt in commissie omdat sociale wetenschappers vaak evenmin lijken te doorgronden wat het secularisme in de kern inhoudt.

Duk constateert dat ex-moslims en niet-belijdende moslims van wie het de vraag is in hoeverre ze zijn te vereenzelvigen met de islam in de Nederlandse samenleving op een hoop worden geveegd met moslims. Een onderzoek van Advokaat en De Graaf (2001) houdt een percentage van 15% van moslims die de islam verlaten. Actualisatie van de oude cijfers is nodig om te kijken of dat percentage nog juist is en niet verder opgelopen is. ‘Vernederlandsing’, emancipatie en integratie van een deel van de moslims is hoe dan ook een feit.

Het aantal moslims wordt door het CBS sinds 2005 op 850.000 geschat. Dit aantal is vermoedelijk licht aan het dalen door de secularisatie van de tweede generatie, zoals alle religies in Nederland teruglopen in aanhang. In de schatting van het aantal belijdende moslims komt een Gronings onderzoek van Leemhuis en Blank uit 2007 tot 200.000 praktiserende moslims. Het leert dat uit dit type statistieken alles kan blijken.

Zo wordt niet alleen het aantal belijdende moslims dat Nederland telt veel te hoog ingeschat, maar worden de ex-moslims zowel door de eigen sociale omgeving als door de Nederlandse samenleving gevangen gehouden in een beeldvorming waaraan ze slechts met moeite kunnen ontsnappen. Hun identiteit als ex-moslim wordt niet ten volle geaccepteerd. Vraag is welk mechanisme die foutieve beeldvorming stuurt. Te denken valt aan betrokkenen die er belang bij hebben om het aantal moslims te hoog in te schatten en de diversiteit ervan te miskennen, zoals radicaal-rechtse partijen (PVV, FvD) en de directe opposanten ervan (D66, GroenLinks), de welzijnsindustrie die betaald wordt voor ondersteuning, conservatieve/ fundamentalistische islamorganisaties die de achterban graag groter voorstellen dan die werkelijk is. Vijandbeeld en zelfpromotie ontmoeten elkaar.

Illustratief is het citaat van de Marokkaanse-Nederlandse student Massin Ayoub Essaguiar dat Duk invoegt: ‘Ik vind dat ik vanuit mijn positie moet belichten wat ex-moslims doormaken, ook degenen die zijn gevlucht uit het Midden-Oosten. Nederland zou, net als de Verenigde Staten, Canada en Australië, een instelling moeten hebben die zich om ex-moslims bekommert.’ Volgens Essaguiar bekommert Nederland zich niet om ex-moslims, maar laat ze die in de steek. Essaguiars verklaring of Duks toevoeging is dat in Nederland ‘mensen met een islamitische achtergrond’ niet benaderd worden als individu, maar als een collectief. De eveneens Marrokaans-Nederlandse Samirrha Tarrass spitst het toe: ‘Vooral linkse politici en media hebben er een handje van om ons als collectief neer te zetten: Marokkanen zijn allemaal moslim én slachtoffer en vormen één grote familie.’ Dat komt echter niet overeen met de retoriek van de PVV die al jarenlang hamert op het vijandbeeld van ‘de Marokkanen’, waarmee moslims worden bedoeld. Het is niet constructief van Duk om dit complexe en gevoelige onderwerp te politiseren en eenzijdig te framen omdat hij hiermee een foutieve beeldvorming hoogstens vervangt door zijn eigen foutieve beeldvorming. Daar schat Nederland niks mee op in het tackelen van dit probleem van ex-moslims die maatschappelijk en politiek onvoldoende worden erkend.

De PVV en FvD zouden zich hard kunnen maken voor programma’s die de vernederlandsing van moslims of migranten in het algemeen bevordert. Maar dat doen ze niet. Dit roept de vraag op of deze partijen het belangrijker vinden om een vijandbeeld in stand te houden of om waar mogelijk met beleidsmaatregelen de islamisering terug te dringen. Al is het maar in de beeldvorming. De radicaal-rechtse activistische journalist Duk onttrekt zich niet aan deze wetmatigheid en framing van identiteit als een maatschappelijk probleem.

Hoe kan dat terugdringen gebeuren? Te denken valt aan programma’s die de Nederlandse taal en cultuur bevorderen. Daartoe kunnen de budgetten voor onderwijs en kunst verhoogd worden. Ook valt te denken aan onderwijsprogramma’s en mediacampagne’s die voorlichting geven over de voordelen van de open samenleving, de Europese beschaving, de universele mensenrechten en het belang van de politieke filosofie van het secularisme dat onder garantie van de overheid religies en levensovertuigingen gelijk behandelt.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikel ‘De islam wordt Nederland door de strot geduwd’ van Wierd Duk in De Telegraaf, 23 mei 2019.

Foto 2: Ehsan Jami met T-shirt, 2007.

Foto 3: Campagnemateriaal van de Duitse Raad van ex-moslims. Opgenomen in het commentaarMoslims moeten leren dat er volgens de wet ex-moslims bestaan’ van 3 december 2012.

Indiase moslimleiders spreken zich uit voor het secularisme. Moslimleiders uit Pakistan en Bangladesh wijzen het af. Logisch?

with one comment

Het is typisch, maar verklaarbaar dat moslims in Bangladesh en Pakistan het secularisme afwijzen en zelfs verketteren, en het in India omhelzen. Het is duidelijk waar dat verschil uit voortkomt. In India zijn moslims een minderheidsgroep die onder vuur ligt door de aanhoudende aanvallen van hindoe-radicalen onder de bezielende leiding van premier Modi. Met parlementsverkiezingen in zicht is dat vuurtje alleen nog maar extra aangewakkerd. In Bangladesh en Pakistan zijn het juist de moslims die minderheidsgroepen als atheïsten en christenen aanvallen. Generaal Ziaur Rahman liet in de grondwet van Bangladesh het woord “secularisme” vervangen door “vertrouwen in God”. Daarom spreken Indiase moslimleiders zich uit (Zie video) voor het secularisme dat de moslims bescherming biedt. Zo simpel kan religie zijn: een kwestie van macht. Complicatie is dat secularisme, en de relatie tussen religie en staat in de Indiase grondwet niet eenduidig is geformuleerd.

Deze situatie waarin religieuze meerderheden de minderheid koeioneren en zelfs vervolgen is een pleidooi voor het secularisme. Secularisme is een politieke filosofie die onder de bescherming van de rechtsstaat en met de garantie van de nationale overheid een gelijke plaats geeft aan alle religies en levensovertuigingen. Secularisme is niet anti-religie of pro-atheïsme, maar neutraal. Secularisme beschermt minderheidsreligies tegen een meerderheidsreligie. Het optimaliseert zo de vrijheid voor alle religies en levensovertuigingen.

Foto: Schermafbeelding van still uit YouTube-videoCurrent Issues; Vote For Those Who Can Protect Constitution Secularism; Salim Engineer’ op You Tube-kanaal van Jamaat-e-Islami Hind.

Nogmaals de uitspraak van de Raad van State over de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Gebrekkige toetsing en criteria

with 6 comments

Wat een godsdienst is valt niet makkelijk te bepalen. De bandbreedte is breed. Dat is begrijpelijk omdat de betekenis van de term ‘godsdienst’ vaag is en dit de weg opent voor uiteenlopende interpretaties. Daarbij zijn godsdiensten dynamisch en in ontwikkeling. De religieuze markt waarop de godsdiensten elkaar ontmoeten is een vechtmarkt met grote economische, politieke en maatschappelijke belangen. Dat strekt zich uit tot de eisen die gesteld mag worden aan het geloof van een gelovige die zich laat inspireren door een godsdienst. Die interne dimensie omvat ook de vrijheid voor de gelovige om gedachten en overtuigingen te hebben die tegenstrijdig zijn aan de gedachten en overtuigingen die uit dat geloof volgen. Dit alles geeft aan dat het lastig, zo niet onmogelijk is om aan de hand van vooraf bepaalde criteria vanaf de buitenkant te toetsen wat een godsdienst is. Hoofdzaak is dat godsdiensten in de praktijk elkaar uitsluitende kenmerken hebben. Ofwel, godsdiensten zijn niet onder één noemer te vangen of over één kam te scheren volgens artikel 9 van de EVRM.

Criteria volgens welke de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als buitenstaander en niet-deskundige op het gebied van theologie, metafysica of teleologie meende in augustus 2018 in een uitspraak de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster te kunnen toetsen zijn ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’. Er kondigen zich interpretatieproblemen aan als die criteria toegepast worden op geaccepteerde, traditionele godsdiensten die die toetsing niet zouden overleven. Ook wordt rechtsongelijkheid tussen oud en nieuw geïntroduceerd. Met name wreekt zich de rol van de Raad van State als het stelt dat het de KVS in het bijzonder aan ernst en samenhang ontbreekt en het satirisch element overheerst. Dat getuigt van onkunde.

Want er blijft weinig over van het criterium ‘samenhang’ (of coherentie) als dat wordt toegepast op bestaande godsdiensten. Zie wat docent bestuursrecht UvA Taco Groenewegen daarover in een analyse uit 2009 zegt op het weblog Publiekrecht en Politiek: ’Is een coherente wereldbeschouwing een hanteerbaar criterium? Ook niet. Eén van de centrale leerstellingen van het christendom is dat Jezus en geheel mens is en geheel god. Dat is echter evident onmogelijk. Iemand kan of geheel mens zijn of geheel god, of deels god en deels mens. Tegelijkertijd geheel mens en geheel god zijn is echter een logische onmogelijkheid en daarmee incoherent. Op dit punt zijn nog vele andere voorbeelden te bedenken, ook met betrekking tot andere religies. Maar het christendom is natuurlijk wel een religie, ook al is het niet coherent.’ Groenewegen stelt dat bestaande criteria onwerkbaar zijn en de zoektocht naar hanteerbare criteria voortgaat. Dit geeft aan dat genoemde uitspraak van de Raad van State over de KVS en het beroep op de criteria ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’ minder vanzelfsprekend en juridisch geaccepteerd is dan het in de uitspraak pretendeert.

Zo ontstaat een tweedeling en laat de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich kennen door het bevestigen van een dubbele standaard die in de praktijk de religieuze sector afschermt voor toetreders zoals de KVS. De Raad van State treedt vanwege een gebrek aan inhoudelijke expertise, juridische oprechtheid én maatschappelijk en politieke onafhankelijkheid buiten de toetsingscriteria over wat een godsdienst is. Zo ontstaat een januskop vol onoprechtheid. De Raad van State oordeelt wegens onwerkbare criteria waar het niet kan oordelen. De Raad van State oordeelt verkeerd omdat het de criteria verkeerd interpreteert. De Raad van State had deze zaak terug moeten verwijzen en niet in behandeling moeten nemen. Of het had in lijn met de visie op andere godsdiensten die per definitie evenmin voldoen aan alle criteria van ernst en samenhang (en overtuigingskracht en belang) de KVS na toetsing vanaf de buitenkant moeten erkennen als godsdienst.

De Raad van State heeft zich door het oordeel over de KVS in een wespennest gestoken door te suggereren dat de jurisprudentie over de onderhavige zaak vast en omschreven is. Maar dat is het niet. De Raad van State heeft zich met de uitspraak zo ver buiten het juridische domein gewaagd dat het ermee de aandacht gevestigd heeft op het eigen perspectief. Zoals gezegd, 1) rechtbanken zijn niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen; 2) de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State treedt buiten de toetsingscriteria door politiek-maatschappelijke belangen zwaar in haar toetsing door te laten wegen en 3) de toetsingscriteria zijn onheus omdat ze scheefgegroeide leerstellingen van de traditionele godsdiensten -volgens welke betreffende godsdienst afgewezen zou moeten worden- achteraf onterecht fiatteren én nieuwe kandidaat-godsdiensten op deze identieke gronden de toegang tot de religieuze sector ontzegt wat de rechtsongelijkheid versterkt.

Foto 1: J. van Meurs, ‘Justitia als putto bij de ‘Rechten van den Mensch en Burger’’, 1795. Collectie Nederlandse Rechtsgeschiedenis van het Gevangenismuseum via Geheugen van Nederland.

Foto 2: Schermafbeelding van artikel 9 van de EVRM.

Ruimdenkendheid gevraagd. Kerk Vliegend Spaghettimonster kan als nieuwe religie ‘satirisch én ernstig, serieus én ironisch’ zijn

with 8 comments

Antwoord op een opinie-artikel van Roel Weerheijm die meent dat de gelovigen van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster (KVS) in een valkuil zijn gelopen. Volgens zijn opinie zouden ze ‘satirisch én ernstig zijn, serieus én ironisch zijn’. Maar het lijkt een misverstand dat dat een nieuwe religie diskwalificeert:

Alle nu bestaande of alweer verdwenen religies zijn ooit opgestart en gecreëerd door een fictief verhaal. Daarom is het flauw om een nieuw religie te verwijten dat het (nog) geen traditie heeft. Die nieuwe religies wijken af van de traditionele religies omdat ze beter aansluiten bij de hedendaagse tijd omdat ze daaruit zijn ontstaan. Naast de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster (KVS) is dat bijvoorbeeld ‘The International Church of Cannabis’ die op het raakvlak van religie en commercie opereert. https://georgeknightlang.wordpress.com/2017/04/15/the-international-church-of-cannabis-opent-in-denver-religie-als-voorbeeld-dekmantel-en-groeimarkt/

Ik betwijfel dat de reden voor het ontstaan en de groei van de KVS is gelegen in het onderwijs zoals de auteur stelt. Is de gedachtegang niet eerder dat er geen grenzen zijn aan de voorrechten die voor religieuze instellingen gelden en het daarom dom zou zijn die niet te benutten? Want wat voor de een geldt, geldt ook voor de ander. Dat gaat tot en met fiscale voorrechten. Uiteindelijk gaat het erom wat de juridische basisvoorwaarden zijn voor de stichting van een nieuwe religie. Niet wat een burger als Roel Weerheijm er vanuit zijn individuele voorkeuren politiek, maatschappelijk of religieus van vindt.

Het gaat niet om ironie. Vele, nu bestaande religies zijn in reactie op andere religies ontstaan. De redenen daarvoor kunnen verschillend zijn. Of kunnen een combinatie van redenen zijn. Vanwege een kerkelijk-dogmatisch verschil, een overweging van macht, religieuze marketing of kerkelijk bezit, of zelfs lijfsbehoud. De ene religie kan lenen van de andere religie. Zoals de schrijvers in de Middeleeuwen op de schouders van de antieken stonden, zo staan nieuwe religies op de schouders van oude religies. Nog steeds.

De auteur heeft weinig inzicht in de Nederlandse kerkelijke traditie als hij opmerkt dat de KVS teveel overeenkomsten met traditionele religies heeft om echt een verschil te maken. Wie de kerkafsplitsingen, schorsingen en afscheidingen in de protestante kerk in alle veelheid en breedte kent zal moeten opmerken dat nieuwe religies soms minimaal verschillen met de religies waaruit ze ontstaan zijn. Soms was de onverenigbaarheid van karakters van dominees, voorgangers of kerkvoogden voldoende voor het ontstaan van een nieuwe herstelde, vrijgemaakte, voortgezette, buiten verband of afgescheiden religie. Het is best als de auteur de KVS vanwege de te grote overeenkomst met de bestaande religie afwijst, maar dan moet hij consequent zijn en alle Nederlandse kerken volgens dezelfde norm tegen het licht houden. En dan zal er weinig overblijven.

Satire in religie is iets van alle tijden en onlosmakelijk met de strijd tussen religies verbonden. Zie wat theologe Joke Spaans schrijft: ‘Het beroerde Rome behandelt spotprenten en satirische bord- en kaartspellen over de rivaliteit tussen jansenisten en anti-jansenisten in de vooravond van het Utrechts Schisma. Het laat zien hoe in de achttiende eeuw satire werd ingezet in een kerkelijk conflict waarin op het eerste gezicht weinig te lachen viel.’ Satire diskwalificeert een religie niet zoals de auteur wil doen geloven. Satire is juist onlosmakelijk met religie verbonden.
http://www.ako.nl/product/9789087041298/het-beroerde-rome-joke-spaans/

De uitspraak van de Raad van State bevatte een normatief oordeel, namelijk dat vanwege ‘het satirische element van het pastafarisme’ de KVS niet voldoet aan de criteria ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’ en daarom niet als godsdienst kan worden aangemerkt. De Raad van State meent dat het van tweeën één is: satire of godsdienst. Dit houdt in dat er volgens de Raad van State ruimte bestaat tussen satire en deze vier criteria, en ze nooit kunnen samenvallen. Dat is een oordeel dat voorbijgaat aan het belang van maatschappelijk relevante satire. Ermee diskwalificeert de Raad van State een groot deel van de Westerse cultuurgeschiedenis, van de toneelstukken van Aristophanes, Lucianus’ spotschriften, Erasmus’ ‘Lof der Zotheid’, P.C. Hoofts ‘Warenar’ tot Monty Pythons ‘Life of Brian’.

Traditioneel bestaat er een sterke wederzijdse beïnvloeding tussen fictie en religie. Godsdiensten zijn net als het theater ontstaan vanuit rituelen en dramatisering. Dat geldt ook de monotheïstische godsdiensten. Sommige gelovigen vatten de Bijbel volledig als fictie op. Sinds de opkomst van het laat 20ste eeuws post-modernisme is die wisselwerking nog versterkt. Interpretatieverschillen om godsdiensten te duiden geven aan dat er diverse manieren van geloven en godsdienst zijn. Roel Weerheijm vat de rol van religie te beperkt en te normatief op.

De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is theologisch niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen. De Raad van State zou deze zaak terug moeten verwijzen en niet in behandeling nemen. Of in lijn met de visie op alle andere godsdiensten die evenmin voldoen aan alle criteria van ernst of serieusheid (met een teveel aan satire of ironie) de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster na een toetsing ‘aan de buitenkant’ gewoon moeten erkennen als godsdienst. Voor wat het politiek en maatschappelijk ook waard is.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘De onmogelijke spagaat van pastafari’s’ van Roel Weerheijm op TussenWoord, 15 oktober 2018.

Jamieson stelt in ‘Cyberwar’ dat Trump zonder hulp van Kremlin de verkiezingen niet had gewonnen. Analyse van Mayer in New Yorker

with 4 comments

Jane Mayer gaat in een uitgebreid artikel in The New Yorker in op de vraag of president Trump zonder hulp van de Russen de presidentsverkiezingen in 2016 had gewonnen en haar antwoord is ontkennend. Trump heeft uitsluitend door manipulatie van de Russen kunnen winnen. Mayer baseert zich op het boekCyberwar: How Russian Hackers and Trolls Helped Elect a President—What We Don’t, Can’t, and Do Know’ van hoogleraar communicatie Kathleen Hall Jamieson dat op 18 oktober 2018 verschijnt bij Oxford University Press, twee weken voor de tussentijdse Congres-verkiezingen. Mayer beeldt Jamieson af als een neutrale en onpartijdige wetenschapper die zich uitsluitend baseert op feiten en nauwgezet forensisch onderzoek heeft gedaan.

Pikant is de rol van voormalig FBI-directeur James Comey die vlak voor de verkiezingen met beschuldigingen over Hillary Clinton naar buiten kwam. Dit was zonder precedent omdat de FBI zich hiermee actief in de verkiezingen mengde en omdat minister van Justitie Loretta Lynch door Comey werd gepasseerd. Volgens analisten heeft Comey’s interventie Trump de overwinning opgeleverd in swingstates Michigan, Pennsylvania, Wisconsin en Florida waardoor hij met een kleine marge van 80.000 stemmen het Electoral College won, ondanks de bijna 3 miljoen stemmen meer stemmen voor Clinton. De ironie is dat Comey die een grote bijdrage geleverd zou hebben aan Trumps overwinning in 2017 door hem ontslagen werd. Waarom Comey zo opvallend buiten zijn boekje handelde in oktober 2016 beschrijft Mayer. Comey zou zich gebaseerd hebben op valse informatie van de Russen die door de inlichtingendiensten tijdig als vals was ontmaskerd, maar ondanks dat gehandeld hebben vanwege de optiek in de verkiezingsstrijd van deze Russische desinformatie.

Mayer laat wetenschappers en opinie-leiders aan het woord die betwijfelen of de Russen de verkiezingen doorslaggevend ten gunste van Trump hebben beïnvloed. Niemand betwijfelt overigens dat de Russen zich gemengd hebben in de verkiezingsstrijd ten gunste van Trump. Jamieson lijkt dit als enige nauwgezet bestudeerd te hebben, terwijl anderen eerder een houding hebben van ‘we zullen het nooit kunnen weten’. Mayer wijst ook op data van onder meer Facebook die nog niet zijn vrijgegeven en Jamiesons theorie verder zouden kunnen onderbouwen. Uiteraard roept dit de vraag op hoe legitiem Trumps presidentschap is als hij tegen de grondwet in door een buitenlandse macht aan het presidentschap is geholpen. Die vraag komt met de publicatie van Jamiesons boek ‘Cyberwar’ vermoedelijk weer centraal in het publieke debat te staan.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelHow Russia Helped Swing the Election for Trump’ van Jane Mayer in The New Yorker (

Foto 2: Schermafbeelding van omslag van boekCyberwar; How Russian Hackers and Trolls Helped Elect a President – What We Don’t, Can’t, and Do Know’ van Kathleen Hall Jamieson. Verschijnt op 18 oktober 2018 (verwachting) bij Oxford University Press.

Foto 3: Schermafbeelding van passage uit artikelHow Russia Helped Swing the Election for Trump’ van Jane Mayer in The New Yorker (

Waarom het commentaar ‘Het Vliegend Spaghettimonster (VSM): een mislukte parodie’ tekortschiet en zelf een mislukte parodie is

with one comment

Reactie op het artikelHet Vliegend Spaghettimonster (VSM): een mislukte parodie’ op infonu.nl van ‘infoteur’ Tartuffel. Het artikel bevat een reeks misverstanden over de functie, zin en toetsbaarheid van godsdienst:

Het commentaar gaat voorbij aan wat de functie van godsdienst is. Dat is het bezweren van het onbekende met rituelen en formules door een constructie die door mensen is gemaakt. Zo proberen ze de onzekerheid te verklaren en de dreigende leegte te vullen met hun eigen constructie. Godsdienst is als het ware een preventieve aanval (‘preemptive strike’) die de dood op afstand probeert te houden.

In dat opzicht komt de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster (de Kerk) functioneel perfect overeen met de honderden andere godsdiensten en stromingen binnen religies die hetzelfde beogen. Ook in het uitblijven van een sluitende verklaring over het ontstaan van God of het ontstaan van ons sterrenstelsel komt de Kerk overeen met andere godsdiensten. Die weten evenmin een sluitende verklaring te geven. Het is selectief om alleen de Kerk daar op af te rekenen en de andere godsdiensten niet. Ofwel, als die andere godsdiensten het evenmin weten, dan moet in lijn van uw betoog eerder de conclusie zijn dat er geen enkele godsdienst bestaat.

Als Pastafarianen moeten ‘bewijzen’ dat hun godsdienst overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang bevat dan valt er vanwege de gelijkheid van godsdienst nog wel wat meer te bewijzen. Zoals ‘Jezus’ die over water loopt of diezelfde ‘Jezus’ die opvaart naar de hemel. En er zijn nog meer van die tovertrucs, wonderen en onverklaarbare transformaties in godsdiensten. Wat te denken van de Koran die geen mensenwerk zou zijn en niet door mensen geschreven is, maar in de Arabische taal door God via de engel Djibriel aan Mohammed geopenbaard is? Ga er als objectieve beoordelaar maar aan staan om dat overtuigend en serieus te vinden.

De religieuze markt is een vechtmarkt met grote economische en politieke belangen. Deze miljardenbedrijven beheersen als multinationals hele landen. Met verwijzing naar hun vermeend verticale ontstaan onttrekken ze zich grotendeels aan horizontale toetsing. Een lucratief gat in de markt. De serieuze bedoelde opmerking die geestig uitpakt van de in 2017 overleden theoloog Harry Kuitert vat de maskerade van godsdiensten samen: ‘Alle spreken over boven komt van beneden, ook het spreken dat beweert van boven te komen’.

De Kerk is een voorbeeld van een nieuwkomer op de markt. Het past niet in de indeling waar rechters, ambtenaren en politici mee zijn opgevoed. Daarom kunnen ze nieuwkomers op de religieuze markt onvoldoende plaatsen. En hun legitieme plek geven. Dat volgt uit de geesteshouding van beambten en beleidsmakers. Ze kunnen mentaal de ontwikkelingen niet bijbenen om er correct gevolg aan te geven. Zo gaat het altijd. Traditie valt te omschrijven als aangenomen vormen. Een bedacht plan waaraan vervolgens wordt vastgehouden. Totdat de plannen veranderen en mensen weglopen van de voorgeschreven plannen. De meerderheid van de Nederlanders geeft aan zich niet door godsdienst te laten inspireren.

Godsdiensten reageren op elkaar. In hun ontstaan lenen ze van oudere godsdiensten en pikken daar de sterke aspecten uit. In de ‘rat race‘ van de religieuze markt hebben in de geschiedenis vele godsdiensten het onderspit gedolven. Ze hebben het niet gered in de concurrentie met anderen. Meestal werden ze in een bewuste campagne een kopje kleiner gemaakt door de dominante godsdiensten van hun tijd en weggezet als ketters, soms verdwenen ze omdat ze gewoonweg saai en weinig inspirerend waren. Soms bedrijven godsdiensten satire met de opzet bestaande godsdiensten te ridiculiseren, soms bedrijven ze satire om zich te onderscheiden. Alles is mogelijk. Religieuze marketing en positionering verandert met de tijd en is niet aan beperkingen gebonden. Hoe godsdiensten er over 200 jaar uit zullen zijn kunnen we ons nu niet voorstellen, maar zeker is dat ze er heel anders uit zullen zien dan de dominante godsdiensten van nu.

Voor Europa geldt dat op een krimpende markt godsdiensten elkaars concurrent zijn en elkaar bestrijden. Hoewel ze soms ook gelijk opgaan in hun verdediging van de religieuze sector tegen politiek of maatschappij. Ook voor godsdiensten geldt: ‘de één zijn dood is de ander zijn brood’. Uit behoefte of uit een veelheid van redenen die toevallig samenkomen worden godsdiensten door mensen gecreëerd. Hoewel godsdiensten aan degenen die ze zeggen te inspireren het eeuwige leven beloven, geldt dat niet voor de godsdiensten zelf. Ze verdwijnen weer als hun machtspositie is afgebrokkeld, de tegenstand te sterk is of als er geen behoefte meer is aan wat een specifieke godsdienst verkondigt. Godsdienst is dan als de garantie op een wasmachine van een failliete fabriek die geen service meer biedt. Het garantiebewijs heeft dan geen praktische waarde meer.

Essentie is dat de Nederlandse rechter oordeelt over de interne werking van een godsdienst, maar daar niet de expertise voor heeft en zich dit oordeel niet toe zou moeten meten. De rechter moet de wet toepassen, maar daarbij ‘aan de buitenkant’ blijven en niet een oordeel vellen over wat een godsdienst is. Een rechter is geen godsdienstwetenschapper en daarom is het ongepast dat een rechter dit meent te kunnen onderzoeken. De rechter stapelt eisen op elkaar die niet aan godsdienst of levensovertuiging gesteld hoeven worden. Zoals de overweging dat het een volwaardig, logisch of wetenschappelijk systeem van denken moet zijn. Het oordeel dat de Kerk als godsdienst of levensovertuiging afgewezen kan worden omdat het niet voldoende serieusheid zou bezitten is ongepast en normatief.

Godsdiensten hebben alleen zin voor gelovigen die zich erdoor willen laten inspireren. Ze hebben geen zin voor anders-gelovigen of niet-gelovigen. Wetenschappelijke of pseudo sociaal-wetenschappelijke kritiek snijdt weinig hout in antwoord op een kwestie van geloof. Godsdienst is niet rationeel. Daarom is het toetsen van een godsdienst als het toetsen van vertrouwen of een innerlijke overtuiging. Dat is niet te doen.

Volgens de rechter moet godsdienst een bepaald niveau van overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang hebben. Maar rechters zijn door ontbrekende kennis en inzicht niet geëquipeerd om een godsdienst goed te kunnen beoordelen. Ze proberen door benadering vanaf de buitenkant te raden hoe de binnenkant eruit ziet. De toetsing wat een godsdienst is komt voor de gelovigen op inmenging neer en voor de buitenstaanders op een mechanisme van uitsluiting. Deze toetsing is uitsluitend politiek en daarom ten alle tijde veranderbaar en onderhevig aan nieuwe ontwikkelingen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelHet Vliegend Spaghettimonster (VSM): een mislukte parodie’ van ‘Tartuffel’ op infonu.nl, 15 augustus 2018.