DDS verdedigt Trump met alternatieve feiten

Schermafbeelding van deel artikel Video! Trump zet Ohio op zijn kop met eerste ‘rally’ na machtsoverdracht: ‘Biden is een totale catastrofe’ van Michael van der Galien op DDS, 27 juni 2021.

Radicaal-rechtse media hebben het moeilijk om een onverdedigbare Trump te verdedigen. Dat in het geradicaliseerde medialandschap van de VS rechtse media het opnemen voor Trump ligt in de lijn der verwachting. Maar waarom een Nederlandse rechts-radicale opiniesite als DDS het ondubbelzinnig opneemt voor Trump is lastig te begrijpen.

De kloof tussen werkelijkheid en schijn is in het geval van Trump onderhand zo groot geworden dat het steeds moeilijker wordt om zijn daden te vergoelijken. De rechts-radicale hardliners en QAnon-gelovigen volgen hem nog steeds als leden van een sekte, maar zij staan steeds meer alleen. Waarmee niet gezegd is dat het gevaar van een tweede opstand die de Amerikaanse democratie omverwerpt geweken is. Hoofdredacteur Van der Galien van DDS voegt zich in dat koor. Dat op zich is al veelzeggend. Mijn reactie bij dit artikel:

Voormalig president Trump lijkt de Republikeinse partij steeds meer te verdelen door zijn steun aan complotdenkers en rechts-radicale politici. Zijn leugen dat hij de verkiezingen gewonnen heeft wacht nog steeds op onderbouwing. Naast zijn oproep tot een opstand op 6 januari 2021 heeft dat de steun bij het berde publiek geen goed gedaan. Die radicalisering stoot de onafhankelijken en meer gematigde Republikeinen af. 
President Biden is een gematigde Democraat. De links-radicale in de partij zijn zo goed als tot zwijgen gebracht of houden zich om strategische redenen stil. Daarom is de aanval van Trump op Biden ongeloofwaardig. 
Politiek is wat anders dan sensatiepers. Het is zeker zo dat Trump aandacht trekt in de publiciteit, maar het is de vraag of een land gediend is met die hype. De paradox die Van der Galien mist of niet op wil schrijven is dat de rechtse media zoals Fox News meer hebben te lijden onder de normalisering van de politiek onder Biden, dan de linkse media. 
Ultrarechtse media die Trump zei te steunen zoals One America News Network hebben niet aan aandacht gewonnen. Trump plannen om zijn eigen media op te richten zijn eveneens mislukt.
Het standpunt dat Trump nu rally’s geeft als opmaat voor de tussentijdse verkiezingen van november 2022 is deels onjuist. Trump is het niet te doen om het versterken van de positie van de Republikeinse partij, maar uitsluitend om het versterken van het merk Trump. 
Mede door zijn verbanning van sociale media is de aantrekkingskracht van het merk Trump weggezakt. Peilingen laten zien dat Trump aan populariteit heeft verloren en Biden met meer dan 60% steun populairder is dan Trump ooit is geweest. 
Naar verwachting komt de aanklager van New York Cy Vance komende week met een aanklacht tegen Trumps bedrijf. De verwachting is dat deze aanklacht alleen al voldoende zal zijn voor het failliet van Trump ORG omdat banken dan hun leningen zullen terugtrekken. Met als gevolg dat Trump bedrijf als een kaartenhuis in elkaar zakt. In de herfst van 2021 wordt een tweede reeks aanklachten verwacht tegen personen uit de omgeving van Trump. 
Trump is dus niet terug van weggeweest, maar voert een wanhoopsoffensief waarvan de uitslag nu al vaststaat. Zijn vlam dooft langzaam uit. De enige manier waarop Trump zijn macht kan terugwinnen is door met antidemocratische middelen zijn opponenten uit te schakelen en de grondwet opzij te zetten. Maar Trump is nu niet meer in de positie om het ministerie van Justitie naar zijn hand te zetten, zoals hij met minister Barr deed. 
Het gevaar van een tweede rechts-radicale opstand die de Amerikaanse democratie omverwerpt is nog niet geweken, maar de verdedigers van de grondwet weten steeds beter wat Trump heeft uitgevreten en wat het antwoord op zijn oproep tot een opstand moet zijn. Trump is een totale catastrofe voor de VS.

In Amerikaanse gevangenis mag ‘sjamaan’ Jacob Chansley zijn geloof vrij uitoefenen

Men hoeft het niet eens te zijn met de politieke overtuiging en capriolen van de 33-jarige ‘sjamaan’ Jacob Chansley die op 6 januari 2021 door zijn uitmonstering met een gehoornde hoofdtooi en een speer van 1,80 meter veel media-aandacht trok bij de bestorming van het Capitool om toch waardering te hebben voor zijn religieuze geloof en hoe de Amerikaanse overheid dat respecteert. Chansley die in bewaring is gesteld is op zijn verzoek verhuisd naar een gevangenis in Virginia omdat die kan voldoen aan zijn verzoek voor een volledig biologisch dieet. Zijn advocaat had beoogd dat het sjamanistische geloof van zijn cliënt dat vereist. Hij zou in de gevangenis 10 kilo afgevallen zijn omdat hij weigerde niet-biologisch voedsel te eten.

Op deze uitspraak kwam kritiek omdat het om een verkleedpartij (‘cosplay’) zou gaan. Chansley zou zich de cultuur van inheemse volkeren toe-eigenen. Verder zou hij als witte, ultra-rechtse man bevoordeeld worden door het rechtssysteem, een recht dat etnische minderheden (Moslims, BLM) onthouden wordt. Afgelopen werken trok de zaak van Jenny Louise Cudd veel aandacht omdat ze als verdachte van dezelfde bestorming van het Capitool van een rechter toestemming kreeg om op vakantie naar Mexico te gaan.

De kwestie van het geloof van Jacob Chansley gaat over de vrijheid van godsdienst. Wat zijn de criteria waar de staat zich op dient te baseren als de burger onder verwijzing naar dat geloof een recht claimt? In de video noemt juriste Trudy Rushforth die een gids voor gevangenisfunctionarissen over het uitoefenen van religie in de gevangenis schreef dat het haar zou verwonderen als Chansley dit recht niet was toegekend. Oprechtheid is volgens haar voldoende. In de VS wordt het principe van vrije uitoefening van religie in de gevangenis serieus genomen.

Het verschil over deze kwestie van ‘nieuwe godsdiensten’ tussen het Amerikaanse en Nederlandse rechtssysteem is dat in de VS de bewijslast bij de rechter ligt en in Nederland bij degene die zich beroept op het geloof. In een uitspraak uit 2018 oordeelde de Raad van State dat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang miste om als godsdienst beoordeeld te horen. Dat beschouwde ik in een commentaar als een gebrekkige, achterhaalde, paternalistische en onwaarachtige uitspraak. Mede omdat deze criteria niet worden gesteld aan bestaande godsdiensten, die evenmin voldoen aan al deze criteria, en zo de rechter rechtsongelijkheid creëert tussen oude godsdiensten en bewegingen die claimen een godsdienst te zijn. En daardoor aan de gelovigen die zeggen lid van zo’n beweging te zijn. Met de uitspraak treedt in mijn ogen de Raad van State buiten de juridische paden van de Nederlandse grondwet en Europese wetgeving en laat het zich in haar toetsing leiden door ouderwetse maatschappelijke opvattingen.

Verwarring speelt tegenstanders van voormalig president Trump en de complotdenkers parten die het ongepast vinden dat Chansley door te verwijzen naar zijn godsdienst voorrechten krijgt. Maar de Amerikaanse grondwet staat dat recht toe. Het tonen van oprechtheid is voldoende. De conclusie is dat men het oneens kan zijn met Chansley’s politieke overtuiging en zijn beroep op het sjamanisme en zijn koppeling van dat geloof met biologisch voedsel om hem toch dat recht toe te kennen. Het doet er niet toe of hij zich gedraagt als een satiricus, activist of clown. Zijn sjamanistisch geloof hoeft niet samenhangend, overtuigend of serieus te zijn om toch door de Amerikaanse staat erkend te worden als godsdienst waar rechten aan kunnen worden ontleend. De critici die Chansley zijn geloof niet gunnen, bestrijden met hun tegenstand dat wat ze zeggen te verdedigen. Ze hebben wel gelijk als ze zeggen dat zonder mits en maren aan alle gevangen dat recht dient te worden toegekend.

Ook als Trump niet voor impeachment wordt veroordeeld, blijft hij gebrandmerkt als leider van de opstand tegen de Amerikaanse democratie

Het ging er heftig aan toe, die 6de januari 2021 in het Capitool in Washington DC. Pro-Trump opstandelingen drongen het parlementsgebouw binnen en riepen om vice-president Mike Pence en Huisvoorzitter Nancy Pelosi. Ze reageerden op de maandenlange retoriek van Trump dat de verkiezingen gestolen waren en op een oproep die dag van Trump om naar het Capitool te gaan.

De impeachment zittingen in de Senaat die vandaag in de derde dag zijn aanbeland tonen overduidelijk aan dat parlementsleden serieus voor hun leven moesten vrezen. De reconstructie van de gebeurtenissen laat zien dat het weinig had gescheeld of parlementsleden waren gevangen genomen door de opstandelingen. Wat er dan was gebeurd is onduidelijk. Maar de massa toonde zich tamelijk militant, doelbewust, zelfverzekerd en had de overtuiging dat Trump de actie had gelegitimeerd. Video’s tonen een vluchtende vice-president Mike Pence, senator Mitt Romney en de meerderheidsleider in de Senaat Chuck Schumer die in veiligheid worden gebracht door de Capitol Police, de politie van Washington DC en de veiligheidsdiensten.

Het effect van de impeachment zittingen is ongewis. De afzetting is pas geldig als 2/3de van de aanwezige senatoren zich daarvoor uitspreekt. Maar omdat dit niet geheim gebeurt lijkt het er sterk op dat de Republikeinse senatoren bang zijn voor de gewapende bendes en individuen die Trump volgen en de Republikeinse basis in hun staat en daarom niet voor impeachment durven te stemmen. Het is veelzeggend dat Pence met zijn familie naar het buitenland is gegaan voor vakantie en zich tot nu toe niet publiekelijk heeft uitgesproken over de gebeurtenissen, terwijl Trump toch een prijs op z’n leven had gezet.

Op een stuk of vijf Republikeinse senatoren na zwichten de Republikeinen dus voor de bedreiging die nog steeds door Trump wordt aangewakkerd. Of voegen ee naar Trumps retoriek omdat ze hopen door zijn steun een betere positie te kunnen verwerven. Een tussenoplossing tussen niet voor kunnen stemmen vanwege de bedreigingen en niet tegen kunnen stemmen vanwege de ernst van de opstand die door Trump werd geïnitieerd is de mogelijkheid dat ze zich van stemming onthouden. Dat kan. Als 55 senatoren (50 D en 5 R) voor afzetting stemmen en 18 Republikeinse senatoren zich van stemming onthouden en 27 tegen stemmen, dan is er de benodigde 2/3 meerderheid voor afzetting van Trump. Inclusief het verbod voor hem om ooit nog president te worden. Artikel I, sectie 3 van de grondwet spreekt over overeenstemming van 2/3de van de ‘aanwezige’ senatoren.

Ook als er in de Senaat geen 2/3de meerderheid is om Trump te veroordelen, dan is dit hoofdstuk van de opstand en poging tot staatsgreep van 6 januari 2021 nog lang niet gesloten. Het bewijsmateriaal dat nu door de Democratische aanklagers wordt gepresenteerd lijkt overtuigend genoeg om te dienen voor een zaak die het ministerie van Justitie onder leiding van de nog te benoemen minister Merrick Garland tegen voormalig president Trump kan aanspannen. De Democraten hebben in elk geval tot de volgende tussentijdse verkiezingen in 2022 de parlementaire ruimte om Trump en zijn meelopers in het parlement erop te blijven wijzen hoe ze gefaald hebben en de Republiek bewust in gevaar hebben gebracht. De Republikeinen kunnen met afleidingen en misleidingen proberen te suggereren dat er niks aan de hand was, maar hun zaak wordt er met de dag zwakker op.

Foto: Schermafbeelding van een deel van Artikel I, sectie 3 van de grondwet van de VS.

Scientology Nederland claimt onterecht dat het is erkend als godsdienst. Het is onjuist dat de staat zich niet uitspreekt over toetreding godsdiensten

Robert Kruijt van Scientology Nederland gaat in op de vraag of Scientology in Nederland een erkende godsdienst is. Hij meent van wel. Maar dat is onjuist. De Scientology Kerk heeft in tegenstelling tot gevestigde godsdiensten geen ANBI-status omdat het onder meer niet kan voldoen aan het criterium van de Belastingdienst dat het ‘zich voor minstens 90% inzet voor het algemeen nut’. Dat bepaalde in 2015 het Gerechtshof Den Haag in een uitspraak. Kruijts claim dat de Scientology Kerk in Nederland door de Belastingdienst wordt erkend is onjuist. Waarom hij de Belastingdienst noemt, terwijl hij weet dat zijn organisatie er niet door erkend wordt lijkt een kwestie van brutale marketing.

Interessanter is zijn opvatting dat in Nederland de Nederlandse overheid zich niet bemoeit met aangelegenheden binnen een kerk of religieuze organisatie. Kruijt schetst in zijn rooskleurige opgewektheid een vals beeld. Het is een misverstand dat de staat zich hier niet over uitspreekt en dat de toetreding van nieuwe religieuze organisaties tot de religieuze markt geen belemmeringen kent. Er bestaan wel degelijk indirecte en verdekte blokkades van de Nederlandse overheid om nieuwe religieuze organisaties of organisaties die claimen een godsdienst te vertegenwoordigen de voet dwars te zetten.

Tekenend zijn de pogingen van de Nederlandse afdeling van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster om erkend te worden als godsdienst. Deze Kerk loopt al enkele jaren tegen politieke en maatschappelijke hindernissen op. Overigens een Kerk met veel meer leden dan de Scientology Kerk. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een uitspraak van 15 augustus 2018 dat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster geen godsdienst is. Ik noemde dat in een commentaar een uitspraak vol gebreken. Onder meer omdat de de Raad van State theologisch niet geëquipeerd is om theologische doctrines af te wegen en niet dient te oordelen over de ‘binnenkant’ van organisaties die claimen een godsdienst te zijn.

De rechterlijke macht is een van de drie machten binnen de Nederlandse staat. Het oordeelt over de toegang van toetreders tot de religieuze markt. Door op de rem te staan kunnen rechtscolleges die toegang blokkeren of vertragen. Dat gebeurt in dit voorliggende geval van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster en daarom kan men niet zeggen dat de overheid zich hier niet mee bemoeit en dat de toetreding vrij is. Dat is het pertinent niet. De rechterlijke macht is onderdeel van wat Kruijt ‘de overheid’ noemt. De staat, of overheid, mengt zich wel degelijk in het interne debat over wat een godsdienst is. Het is in strijd met de vrijheid van godsdienst.

Het is duidelijk waarom Kruijt een vals beeld geeft van de Nederlandse religieuze situatie. Hij probeert hiermee kritiek te weerleggen door net te doen alsof in Nederland alles kan en nieuwe religieuze organisaties met open armen worden ontvangen en zijn eigen organisatie ook makkelijk door de ballotage is gekomen. Maar dat is onjuist. Scientology wordt in Nederland getolereerd en net als in landen als België, Frankrijk en Duitsland niet erkend als godsdienst, maar als sekte gezien.

Uitzondering van godsdienst bij COVID-19 maatregelen roept reacties op die voorrechten van geloofsgemeenschappen ter discussie stellen

Religieuze organisaties hebben in Nederland voorrechten die andere maatschappelijke instellingen niet hebben. Mensen die samenkomen voor hun geloof of levensovertuiging zijn door de rijksoverheid uitgezonderd van de maatregelen voor samenkomsten. Ze hoeven zich niet te houden aan regels voor het maximaal aantal personen in een kerk, moskee, synagoge of ander gebedshuis. Ook is er geen verbod op zingen.

Dat is met gebruik van een cirkelredenering en onder verwijzing naar de vrijheid van godsdienst meten met een dubbele standaard. Het is doorgaans lastig om dat verschil goed duidelijk te krijgen omdat veel voorrechten die de relatie met overheden betreffen verhuld zijn, maar het Nederlandse kabinet heeft tijdens de pandemie dat verschil scherp benadrukt door religieuze organisaties meer vrijheden te geven.

Het kan geen toeval zijn dat in het kabinet twee christelijke partijen vertegenwoordigd zijn die voor religieuze organisaties zonder twijfel hebben gelobbyd dat er uitzonderingen worden gemaakt op de beperkende COVID-19 maatregelen. Alle mensen zijn gelijk, maar gelovigen zijn meer gelijk dan anderen. De VVD en D66 stemmen er tot hun chagrijn mee in. Waarom deze liberale partijen de kans laten liggen om de uitzonderingen die kerken ed. genieten uit te breiden naar theater, restaurant, bioscoop, conservatorium (koren!) of muziekpodium is onbegrijpelijk.

De liberale premier Rutte kon desgevraagd niet uitleggen waarom religieuze instellingen die erediensten verzorgen anders worden beoordeeld dan maatschappelijke of culturele organisaties. Hij had kunnen zeggen dat dat nu eenmaal in lijn is met de Nederlandse traditie. Dat sluit namelijk aan bij de voorrechten die christelijke organisaties altijd al genieten. Maar dat kon hij om politieke redenen natuurlijk niet zeggen, ofschoon het duidelijker was geweest als hij wel volmondig de dubbele standaard had erkend.

Tegelijkertijd zijn maatschappelijke en culturele organisaties te afwachtend om zich te hullen in een kerkelijke of humanistische mantel. Hoe creatief ze kunnen zijn bewijst in Nederland een kerkelijk genootschap die zich de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster (KVS) noemt. Ik ben sinds oktober 2015 inschrijven als Pastafarian en heb nooit aan enige bijeenkomst deelgenomen of ben lastiggevallen door schooibrieven om geld. Overigens heb ik met welwillende commentaren mijn solidariteit voor de KVS uitgesproken. De teneur is dat de overheid of mensen die namens de overheid besluiten nemen over geloof in maatschappelijke ontwikkeling achterlopen op de opvatting in de samenleving dat geloof en levensovertuiging breed opgevat moeten worden.

Daarnaast is de juridische weeffout dat zonder voldoende theologische expertise rechters de competentie toegekend krijgen om te beslissen of de KVS een godsdienst is en over de financiële en andersoortige voorrechten die daarbij horen. Deze gang van zaken is een fout in de Nederlandse rechtsgang die ik hier en hier beredeneerd heb. Hoewel de opzet duidelijk en wellicht onbewust is van de betrokken rechters: het afschermen van de religiemarkt voor toetreders en het beperken van voorrechten tot een traditionele groep van godsdienstige organisaties die in koepels georganiseerd zijn en aldus een duidelijk aanspreekpunt voor de rijksoverheid zijn.

In het West-Vlaamse Oostende laat cafébaas Xavier Troisi van Café Crayon het er niet bij zitten. Ook in België worden gevestigde godsdiensten bevoordeelt. Hij zegt in een artikel van HLN van 9 december 2020: ‘Ik begrijp niet waarom geloofsgemeenschappen een uitzondering mogen krijgen en de gesloten sectoren niet.’ Troisi heeft daarom zijn eigen geloof opgericht, het Crayonisme. Hij beoogt hiermee een versoepeling voor de horeca te bewerkstelligen. Zijn zaak is sinds begin november 2020 gesloten vanwege de tweede lockdown. Troisi combineert serieusheid met luim en relativering. Want hij beseft dat het beter is dat de horeca tot maart 2021 dicht blijft. Maar zijn argumentatie is dat dit dan exact zo zou moeten gelden voor geloofsgemeenschappen.

De kritiek van deze cafébaas komt overeen met de kritiek in Nederland op de voorrechten van geloofsgemeenschappen. Troisi zegt volgens HLN op sociale media: ‘Ik ben zeker niet tegen geloof op zich of hun volgelingen. Maar ik zou het toch frappant vinden dat de overheid plooit voor de oproep van de geloofsgemeenschappen. De kans dat zij uitzonderingen zullen krijgen, lijkt me wel groot. Maar kan iemand me uitleggen waaróm religie een versoepeling zou krijgen? Ik vind dit weinig geloofwaardig tegenover de sectoren die al een hele poos gesloten moeten zijn, zoals horecazaken, kapsalons en andere contactberoepen. Als je met tien in een kerk kan zitten, kan je ook in je eentje in een kappersstoel plaatsnemen of op een terras zitten. En volgens mij kan je religie ook perfect thuis uitoefenen, toch?

Net als de KVS in Nederland heeft het Crayonisme geen kans om op korte termijn erkend te worden. Het ter discussie stellen van ongewenste en onrechtmatige voorrechten van gevestigde godsdiensten is een kwestie van lange adem. De enige optie is om door te gaan met erop te wijzen dat er een dubbele standaard bestaat die godsdienst begunstigt. Zodat uiteindelijk het conservatisme dat hier achter ligt en de gevestigde godsdiensten beschermt een kleiner gezag krijgt dan het nu nog heeft en het beleid eindelijk bij de tijd kan worden gebracht.

Foto’s: Schermafbeeldingen van artikelCafébaas richt eigen geloof op: “Met 10 in een kerk zitten? Dan ook met 10 op een terras”’ van Timmy Van Assche in HLN, 9 december 2020.

Macht wettigt verschil tussen eredienst en theatervoorstelling. Kop ‘Seculier Nederland valt over vrijheid van godsdienst’ is misleidend

Een commentaar in het RD van kerkjournalist Klaas van der Zwaag die tevens verbonden is aan de SGP gaat over de reactie op de commotie die is ontstaan door de bijeenkomst in de kerk van de Hersteld Hervormde Gemeente in Staphorst. In drie diensten kwamen daar op 4 oktober 2020 in totaal 1800 mensen samen. Dat was op het moment dat de maatregelen om COVID-19 te bestrijden pas waren aangescherpt en de volgende dag 5 oktober nog verder zouden worden aangescherpt. De kritiek daarop was breed tot en met de politieke leider van de ChristenUnie en het CDA Staphorst dat vond dat deze kerk haar verantwoordelijkheid voor de hele gemeente niet nam. De grootste protestante kerkorganisatie PKN maakte bekend het overheidsbeleid te volgen en geen diensten met meer dan 30 personen te houden.

Van der Zwaag toont zich verbolgen over de kritiek en maakt er een anti-religieus verhaal van als hij de kritiek reduceert als afkomstig van seculier Nederland. In protestant-orthodoxe kringen is het bewust verkeerd weergeven van wat het secularisme is een terugkerend thema dat wordt gebruikt om kerkpolitieke redenen. Dit vijandbeeld dient om de gelovigen te motiveren om hun belangen te verdedigen omdat die onder druk zouden staan. Dat betreft echter niet hun rechten die onder de wet gegarandeerd zijn, maar hun informele voorrechten die dateren uit de tijd dat Nederland nog niet pluriform was en de protestanten tot diep in de 19de eeuw de lakens uitdeelden. Die tijd van voorrechten begint echter geleidelijk voorbij te raken. Dat wordt door sommige protestanten onverteerbaar gevonden. Ze willen de klok terugdraaien of de gelijkgeschakeling van hun geloof met andere godsdiensten en levensovertuigingen zoveel mogelijk vertragen.

Het secularisme als politieke filosofie of seculier Nederland als sociale bevolkingsgroep, die onderhand zo’n 55% van de bevolking uitmaakt, staat echter niet vijandig tegenover godsdienst of zou atheïstisch zijn. Het secularisme staat neutraal jegens alle godsdiensten en levensovertuigingen en heeft per definitie geen voorkeur voor het een of het ander. Van der Zwaag stelt dus het secularisme bewust verkeerd voor, blijkbaar omdat het een welkom vijandbeeld ter motivatie van een orthodox-reformatorische achterban is.

Van der Zwaag laat zich kennen als een volksmenner als hij stelt dat seculier Nederland de vrijheid van godsdienst hekelt. Deze generalisatie doet pijn aan de ogen en aan het gezond verstand. Zoals gezegd, de kritiek op genoemde kerkdienst in Staphorst kwam ook van niet-orthodoxe protestanten. Probeert Van de Zwaag te suggereren dat CDA en CU de vrijheid van godsdienst hekelen? Daarmee zouden we belanden in een interne strijd binnen de protestante zuil. De kritiek van wat Van der Zwaag seculier Nederland noemt betrof echter niet de principes van de vrijheid van godsdienst, maar het gebrek aan verantwoordelijkheid van het Staphorster kerkbestuur om in een tijd dat iedereen moet afzien van sociale contacten de maatregelen zonder veel maatschappelijk gevoel en met gebrek aan fijngevoeligheid in zichzelf gekeerd naast zich neer te leggen.

Essentieel is het citaat van Sophie van Bijsterveld over privileges van kerken: ‘Mensen accepteren niet makkelijk dat sommige clubs anders worden behandeld dan anderen. Of het nu kerken zijn of andere organisaties, maakt niet veel uit.’ Dat is een weerlegging van Van der Zwaags bewering dat seculier Nederland de vrijheid van godsdienst hekelt. Een andere deskundige van wie Van der Zwaag gedachten parafraseert is Teunis van Kooten. Van der Zwaag geeft die zo weer: ‘Kerken zouden op dit vlak volgens Van Kooten moeten nadenken hoe zij het beeld dat kennelijk van godsdienst bestaat –namelijk dat een eredienst een vergelijkbaar iets is als een theatervoorstelling of andere culturele zaken– kunnen bijstellen (..).

Dit is een normatieve stellingname van Van Kooten. Wie teruggaat in de theatergeschiedenis en aanbelandt bij de vroegste fase ervan zal zien dat vanuit rituelen de toenmalige (hol)bewoners van de Aarde met hun creativiteit en zelfbezwering om de onzekere en onveilige werkelijkheid op afstand te houden twee disciplines hebben ontwikkeld: religie en theater. Ze putten uit dezelfde bron en wie een kerkdienst bijwoont zal de overeenkomst met een theatervoorstelling niet ontgaan. Een eredienst is dus historisch-dramaturgisch goed vergelijkbaar met een theatervoorstelling. Door de politieke en juridische macht van christelijke kerken is hun eredienst vele malen beter beschermd dan de theatervoorstellingen van culturele organisaties. Waarom dat verschil bestaat valt echter niet goed te beredeneren. Het is namelijk geen principieel, maar een willekeurig verschil dat uitsluitend vanwege de machtsvorming van de christelijke kerk in Nederland zo is gegroeid.

Van der Zwaag sluit af met Willem Ouweneel die verstandige opmerkingen maakt en niet van mening is dat de kerken worden bedreigd. Hij zegt dat geloofsvrijheid door de overheid sterker dan ooit gewaarborgd wordt. Het is interessant als hij zegt dat die vrijheid door de overheid ‘sterker dan volgens de grondwet strikt geboden is’ gewaarborgd wordt. Waarom zou de overheid geloofsvrijheid sterker beschermen dan volgens de grondwet nodig is? Volgt dat trouwens niet vooral uit een culturele vooringenomenheid van ambtenaren en rechters die de wet toetsen, maar met hun normen en waarden mentaal nog in het verleden verkeren?

Dit gaat om informele voorrechten voor kerken en het accent op de christelijke godsdienst zoals dat volgt uit de interpretatie van artikel 6 van de Grondwet, de vrijheid van godsdienst. Het eerste zou er niet moeten zijn omdat de grondwet dat niet voorschrijft en het laatste zou breder geïnterpreteerd moeten worden omdat dit artikel tot stand is gekomen vanuit een 19de eeuws christelijk perspectief om het christendom en protestante organisaties te beschermen. De 20ste eeuwse toevoeging om de levensovertuiging en de niet-christelijke godsdiensten te beschermen en op gelijke hoogte te stellen met die christelijke traditie wordt als een wassen neus gevoeld. Het zou nog niet gerealiseerd zijn. Dat is de kritiek op de godsdienstvrijheid die wat uitvoering betreft nog te veel in het verleden hangt. Seculier Nederland hekelt niet de vrijheid van godsdienst, maar de beperkte en corrupte interpretatie ervan. Klaas van der Zwaag doet net alsof hij dat niet begrijpt en probeert de achteruitgang van christelijk Nederland seculier Nederland in de schoenen te schuiven. Dat is potsierlijk.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSeculier Nederland valt over vrijheid van godsdienst’ van Klaas van der Zwaag in het RD, 16 oktober 2020.

In Nederland is niet institutioneel racisme, maar gelijkheid de norm

Met de opinie van Martin Sommer in de Volkskrant ben ik het eens. Hij meent dat gelijkheid in Nederland de norm is. Daar valt weinig tegen in te brengen. Maar het is wel de actuele mode om het te hebben over het zogenaamde institutionele racisme. Opeens delibereren opinieleiders dat er institutioneel racisme bestaat in Nederland. Zonder dat ze uitleggen wat ze daar precies mee bedoelen. Sommer maakt duidelijk dat dit een misverstand is en er in Nederland geen institutioneel racisme bestaat (zonder dat hij hier die term gebruikt).

Een voorbeeld van zo’n opinieleider die de race naar de bodem van de redelijkheid en het overzicht succesvol heeft ingezet is voormalig kamerlid voor GroenLinks en huidig NRC-columnist Zihni Özdil. Zijn columnOok Jort Kelder mag zijn werk niet verliezen door zijn kleur’ van 11 juli 2020 geeft aan hoe een columnist zich in het proces kan verliezen. Het favoriete stijlmiddel van Özdil is de ontkenning en zijn retorische procedé is de antithese waarmee hij spanning oproept en vasthoudt zonder tot een afronding te komen. Zijn columns zijn de coïtus interruptus van de dagbladjournalistiek die bol staan van losse flodders en losse draden. Hij weeft geen samenhang. De columnist suggereert dat er in Nederland institutioneel racisme bestaat als hij opmerkt dat hij ooit iemand daarvan overtuigde. Het zou volgens hem ‘systematisch’ doorwerken in de maatschappij. Wat hij daarmee bedoelt is onduidelijk. Hij spreekt zichzelf tegen als hij universiteiten, media en de culturele sector van sektarisme en antiracisme beticht. Hoe deze instituties zich dan logischerwijze verhouden tot het institutioneel racisme waarmee de samenleving doordesemd zou zijn is het raadsel. Zihni Özdil maakt de hapsnapperigheid van zijn column duidelijk in zijn poging om een originele opinie af te leveren die hem weliswaar onderscheidend maakt, maar ook het beeld vestigt van een opinieleider die onorderlijk en warrig is.

Er bestaan uitingen van racisme in Nederland. Die moeten bestreden worden. Ze worden niet van bovenaf georkestreerd, in wetten vastgelegd en door de democratische instituties of een abstracte institutie als de rechtsstaat gesteund. Zoals Sommer beschrijft is het tegendeel waar. In Nederland is gelijkheid het streven. Dat dat nog niet gerealiseerd is en dat er nog steeds fouten in beleid en uitvoering worden gemaakt door onder meer de politie (etnisch profileren), de Belastingdienst (toeslagenaffaire) of de toegang van Antilliaanse Nederlanders tot Nederland is duidelijk. Maar institutioneel racisme dat zich niet afspeelt tussen individuen, maar in de relatie van de burger met de staat, is in Nederland formeel noch informeel overheidsbeleid.

Dat was het wel in Zuid-Afrika tijdens het apartheidsregime van de Nasionale Party (1948-1994). Hetzelfde geldt voor de Rwandese genocide (1994), de Armeense genocide (1915) door het Ottomaanse rijk of de Joegoslavische oorlogen (1991-2001) die draaiden om etniciteit. Dit soort racisme resulteerde in grof geweld dat van bovenaf werd gestuurd. Deze voorbeelden geven aan dat Nederland niet in dit rijtje past. In Nederland bestaat racisme, maar geen institutioneel racisme. Hoe graag opinieleiders ook gretig het tegendeel beweren.

Foto: Schermafbeelding van deel columnNiet racisme, maar juist gelijkheid is hier sinds jaar en dag de norm’ van Martin Sommer in de Volkskrant, 26 juni 2020.

Oordeel over wat een ‘echte religie’ is, is niet aan het openbaar bestuur of de rechterlijke macht

Voorrechten zijn uiteindelijk de oorzaak voor de vraag of een beweging een religie is. Ofwel, aan het recht van een beweging om zich een religie te mogen noemen zijn voordelen verbonden. Zoals belastingvoordelen, toegang tot overheidssubsidies of maatschappelijk prestige. Dit geeft aan dat gevestigde religies een streepje voor hebben boven niet-gevestigde religies of niet-religies. Hoewel sommige niet-religieuze bewegingen of levensovertuigingen zoals het humanisme door de Nederlandse overheid in hetzelfde domein worden geplaatst als religies. Met als belangrijkste doel om via een omweg die religies te beschermen.

Het openbaar bestuur en de rechterlijke macht hebben vanwege de vrijheid van godsdienst niet te oordelen over de innerlijke werking van religieuze organisaties. Ze kunnen niet aantonen dat een religie geen religie is, evenmin als de religieuze organisatie kan aantonen dat het wel een religie is. In 2018 oordeelde de Raad van State dat de Kerk van het vliegend Spaghettimonster geen godsdienst is. Maar dat is een oneerlijke toetsing die toetreders tot de religieuze markt benadeelt. In een commentaar schreef ik daar toen over: ‘Als de rechter godsdiensten werkelijk op overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang zou toetsen, dan zouden immers alle godsdiensten door de mand vallen en blijft er geen enkele over. Schijnverklaringen die bijvoorbeeld in strijd zijn met de laatste natuurwetenschappelijke inzichten tellen niet. Ook best, maar dan wel: ‘gelijke monniken gelijke kappen’. Ofwel, op de criteria van ernst en samenhang waar de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster op wordt afgewezen, moeten dan precies zo het Christendom of de Islam afgewezen worden. Dat is een politieke keuze die moed, durf en non-conformisme vereist.’ 

Wat een godsdienst is valt niet makkelijk te bepalen. De bandbreedte is breed. Dat is begrijpelijk omdat de betekenis van de term ‘godsdienst’ vaag is en dit de weg opent voor uiteenlopende interpretaties. Daarbij zijn godsdiensten dynamisch en in ontwikkeling. De religieuze markt waarop de godsdiensten elkaar ontmoeten is een vechtmarkt met grote economische, politieke en maatschappelijke belangen. Dat strekt zich uit tot de eisen die gesteld mag worden aan het geloof van een gelovige die zich laat inspireren door een godsdienst. Die interne dimensie omvat ook de vrijheid voor de gelovige om gedachten en overtuigingen te hebben die tegenstrijdig zijn aan de gedachten en overtuigingen die uit dat geloof volgen. Dit alles geeft aan dat het lastig, zo niet onmogelijk is om aan de hand van vooraf bepaalde criteria vanaf de buitenkant te toetsen wat een godsdienst is. Hoofdzaak is dat godsdiensten in de praktijk elkaar uitsluitende kenmerken hebben. Ofwel, godsdiensten zijn niet onder één noemer te vangen of over één kam te scheren volgens artikel 9 van de EVRM.

Het openbaar bestuur blijft zo worstelen met de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster waaraan het eisen stelt dat het aan traditionele godsdiensten niet stelt, zoals de eis dat het een volwaardig systeem van denken is. Maar dat leidt tot  een normatief en ongepast oordeel. De overheid beseft dat het verkeerd handelt, maar probeert door vertraging dit onderwerp op de lange baan te schuiven. Religie is Schrödingers kat, niemand weet vanaf de buitenkant of de inhoud ervan wel of niet levend is. Ook het openbaar bestuur en de rechterlijke macht niet. Maar ze doen net alsof dat wel zo is. Bevreesd waarschijnlijk voor de omstandigheid dat als de religieuze markt opengesteld moet worden voor nieuwe toetreders die niet meer te controleren is.

Zie voor verder lezen over de documentaire I, Pastifari: www.ipastafaridoc.com

Christianity Today: ‘Trump Should Be Removed from Office’

In een opinie-artikel in het orthodox-evangelische Christianity Today stelt Mark Galli dat president Trump uit zijn functie verwijderd moet worden omdat hij in de kern immoreel is. Trump is volgens Galli moreel verloren: ‘His Twitter feed alone—with its habitual string of mischaracterizations, lies, and slanders—is a near perfect example of a human being who is morally lost and confused.’ Galli begrijpt waarom evangelicals Trump steunen, maar ‘We believe the impeachment hearings have made it absolutely clear, in a way the Mueller investigation did not, that President Trump has abused his authority for personal gain and betrayed his constitutional oath.’ Galli spreekt zich uit tegen Trump zonder partij te kiezen voor de Democraten. Wat Franklin Graham als zoon van de oprichter van CT in een reactie op Facebook zegt, namelijk dat Galli de kant van de Democraten kiest is voorspelbare onzin, want Galli kiest de kant van de Constitutie en wat hij ziet als de God van de christenen. Of zijn opinie veel verschil uitmaakt is de vraag. In 2016 had Trump de steun van 81% van de evangelische christenen en naar verluidt mikt de Republikeinse partij voor 2020 met 83% steun nog hoger. Hoe immoreel Trump ook is, hoe hij het ambt bezoedelt en aan zelfverrijking doet lijkt niet aan evangelische christenen besteed. Of in elk geval niet aan de oudere generaties. Mark Galli is overigens 67 jaar.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelTrump Should Be Removed from Office; It’s time to say what we said 20 years ago when a president’s character was revealed for what it was.’ van Mark Galli in Christianity Today, 19 december 2019.

Gedetailleerd en scherp ‘impeachment’ rapport van de Inlichtingen Commissie van het Huis nagelt Trump vast op diverse aanklachten

De door de Democraten onder leiding van Adam Schiff gecontroleerde House Intelligence Committee heeft op 3 december 2019 een rapport van 300 pagina’s gepubliceerd over het impeachment onderzoek van president Trump. De samenvatting omvat 17 pagina’s. De detaillering is groot en de bewijsvoering tegen Trump is overtuigend. Het gaat om een omvangrijk opgezette intrige die vanaf het hoogste niveau in het Witte Huis werd gecoördineerd. Als het voltallige Huis instemt met het rapport, dan gaat het naar verwachting volgend jaar naar de door de Republikeinen gecontroleerde Senaat dat het als een jury ter beoordeling in behandeling neemt. Trump kan voortijdig aftreden zoals ook Nixon deed. Er zijn drie of eigenlijk vier soorten aanklachten tegen Trump: 1) machtsmisbruik; 2) omkoperij; 3) obstructie van het onderzoek en de rechtsgang en 3a) obstructie van het Congres, feitelijk het Huis. Via dat laatste punt wordt indirect ook de Senaat aangesproken.

De publieke steun voor de impeachment van president Trump zoals die uit de peilingen blijkt schommelt tot nu toe rond de 48% voor en 46% tegen. Historisch gezien is dat opvallend hoog, zo was de steun voor de impeachment van president Clinton zo’n 29%. Het is ook exact de verdeling in de presidentsverkiezingen van 2016 toen Trump met ongeveer 3 miljoen minder stemmen dan zijn tegenstander toch president werd door het systeem van het Electoral College met kiesmannen per staat. De vraag is essentieel hoe vastgeroest deze verhoudingen zijn. Uiteraard is impeachment niet het enige aandachtspunt in de media en de campagne van 2020. De haperende economie en de onder druk staande gezondheidszorg zijn als zogenaamde ‘keukentafel kwesties’ die mensen direct raken niet minder belangrijk. Indirect kunnen ze druk op de impeachment leggen.

Als de steun voor Trump dankzij zijn trouwe achterban ruim boven de 40% blijft, dan wordt er geen voldoende druk op Republikeinse Senatoren gelegd om afstand van hem te nemen. Op een handvol Republikeinse Senatoren na die in staten wonen waar ze verslagen dreigen te worden door een tegenstander en die daarom om electorale redenen gedwongen worden om afstand van Trump te nemen. Maar voor impeachment is een 2/3de meerderheid in de Senaat nodig. Het valt te bezien welke dynamiek in 2020 ontstaat om dat te realiseren. Tot nu toe is het juist opvallend dat allerlei Republikeinse Senatoren zoals John Kennedy van Louisiana in de media weerlegde complottheorieën blijven steunen die overeenkomen met de argumenten van het Kremlin die door Trump zijn overgenomen. Zoals de nooit aangetoonde en overtuigend weerlegde claim dat naast de Russische Federatie ook Oekraïne betrokken zou zijn geweest bij de verkiezingen van 2016.

Foto: Omslag van ‘THE TRUMP-UKRAINE IMPEACHMENT INQUIRY REPORT’ van het House Permanent Select Committee on Intelligence dat in consultatie met de commissie overzicht en buitenlandse zaken van het Huis tot stand kwam, december 2019.