George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Museumvereniging

Lennart Booij wordt conservator vormgeving bij Stedelijk Museum

leave a comment »

sm

Een overstap van de galerie- naar de museumsector. In een persbericht maakt het Stedelijk Museum bekend dat Lennart Booij per 24 februari 2016 de afdeling Vormgeving van het Stedelijk gaat versterken. Naast Carolien Glazenburg (grafische vormgeving) en Ingeborg de Roode (industriële vormgeving). Desgevraagd laat hij in een tweet weten te stoppen met zijn kunsthandelDR. LENNART BOOIJ, RARE ITEMS AND FINE ART’ die gespecialiseerd is in kunst uit de eerste helft van de 20ste eeuw. Met onder meer René Lalique en Picasso. 

Booij was jarenlang politiek actief in de PvdA en brengt een belangrijk netwerk mee. Met die informatie in het achterhoofd kan de aanbeveling van Bart van der Heide, hoofd Conservatoren en Onderzoek van het Stedelijk Museum begrepen worden: ‘Hij onderscheidt zich door een gedegen wetenschappelijke kennis, en is de uitgelezen persoon om hedendaagse ontwikkelingen in de vormgeving te plaatsen in een bredere artistieke, sociaaleconomische en politieke context.’ Christiaan Braun -zie hier en hier– moet nog even afwachten. 

Foto: Schermafbeelding van tweets bij bericht van het Stedelijk Museum, 28 januari 2016.

Musea moeten stoppen zich de maat te laten nemen door de media over hun bezoekcijfers

with 10 comments

Als musea een televisie zijn, dan zijn de bezoekcijfers de kijkcijfers. Het gaat niet om de waardering, het maatschappelijk belang of het experiment -of zelfs: de beleving- maar om het aantal bezoekers. Doorgaans komt die fixatie op de cijfers niet eens van de musea zelf, maar zijn het lokale of regionale media die ‘hun’ museum langs de meetlat leggen. Het is een laagdrempelig aspect voor een algemene verslaggever zonder veel kennis van kunst en musea. Naast het feit dat lijstjes lekker licht verteerbaar en amusant zijn verklaart dat de aandacht. De museumdirecties zijn zo dom én verstandig daarin mee te gaan. In het besef dat het beter is om de lokale media niet tegen de haren in te strijken en daarom maar in dat kader van laagdrempelig amusement te stappen. Zo ontstaat aan het eind van elk jaar een non-discussie over bezoekcijfers van musea.

Lijstjes circuleren en er wordt meer belang aan gehecht dan ze verdienen. Onvergelijkbare categorieën worden vergeleken en tegen elkaar afgezet. Zijn het Anne Frank Huis, NEMO of het Spoorwegmuseum kunstmuseum of toeristische attractie? Maar zonder dat de cijfers worden gecorrigeerd vanwege een extra blockbuster of festiviteit, lustrum, nieuwbouw, (gedeeltelijke) sluiting, educatieve programma’s (scholen), overheidssubsidie, buitenmuseale activiteiten of het bereik van de website heeft zo’n vergelijking weinig waarde. Dus niet alleen zijn er vragen te zetten bij de aandacht voor de bezoekcijfers van waar van alles van wordt afgeleid en aan opgehangen (kwaliteit, beleid), maar ook over de validiteit van de vergelijking. Als vergelijken dan toch moet zou daarvoor een bruikbaar model ontwikkeld moeten worden. Een taak voor de Museumvereniging.

Hoe de media ontsporen maakt een bericht op RTV Rijnmond duidelijk. Het constateert dat Museum Boijmans van Beuningen net buiten de top 15 van best bezochte Nederlandse musea scoort.  Het zou 5 plekken zijn gezakt naar plek 18 hoewel Boijmans in 2015 8000 bezoekers meer trok dan in 2014. Gevraagd om commentaar laat directeur Sjarel Ex in het midden of hij nou meegaat in de fixatie van de media op de bezoekcijfers of in zijn antwoord juist de absurditeit ervan wil aantonen: ‘Het ligt eraan wat je meerekent en wat je als kunstmuseum ziet. Spoorwegmuseum en Anne Frank Huis zijn geen kunstmusea.” Ook vindt hij dat de musea in Amsterdam sowieso buiten beschouwing moeten worden gelaten, omdat die stad veel toeristen trekt.’ Dat laatste klopt, zo kwamen in 2014 meer dan 80% van de bezoekers van het Anne Frank Huis en het Van Gogh Museum uit het buitenland, aldus het onderzoekMuseumcijfers 2014’ van de Museumvereniging.

Bestuurslid Museum Oud Amelisweerd: desnoods verkopen we werken van Armando om gaten in de exploitatie te vullen. Mag dat?

with one comment

gn

Aldus uitgever en bestuurssecretaris Geert Noorman van de Stichting Museum Oud Amelisweerd in een artikel in ’t Groentje (Bunniks Nieuws). Gevraagd naar de financiële situatie van Museum Oud Amelisweerd dat afgelopen week in de Jaarrekening 2014 een tekort van 136.000 euro rapporteerde meent Noorman dat een dreigend faillissement ‘op zich’ voor alle musea geldt. Want ‘Je hebt nu eenmaal bezoekers en sponsoren nodig’. En kan daaraan toegevoegd worden: subsidiegevers zoals de gemeente Amersfoort (2016: 100.000 euro) en een renteloze lening van 160.000 euro van de Provincie Utrecht met een looptijd van zes jaar.

Noorman oppert het idee dat als het museum het ondanks de Amersfoortse bruidsschat, de lening van de provincie, inkomsten uit bezoekers en snijden in kosten het financieel toch niet redt -wat goed denkbaar is- ‘desnoods werken van Armando verkocht worden’. Een opmerkelijke uitspraak. Het is vloeken in de kerk van museumland. Vraag is welke werken van Armando Noorman precies bedoelt. Doelt hij op de zeven werken in bezit van de Armando Stichting, langdurige bruiklenen aan het museum of werken in bezit van Armando?

Het jaarverslag 2014 nam al een voorschot op een constructie waarbij door verkoop van werken van Armando gaten in de exploitatie gedicht worden. Er wordt geschermd met een galeriewaarde van werken van Armando van 20 miljoen euro. Zie hier. Maar dat zou werken van Armando betreffen die hij na zou laten aan de Armando Stichting die er erfgenaam en toekomstige eigenaar van zou worden. Voor ‘t Groentje spreekt Noorman over verkoop van werken met toestemming van Armando. Hij doelt dus op een andere categorie.

0de9e72fca

Noormans uitspraak dat indien nodig werken van Armando worden verkocht om gaten in de exploitatie te dekken is geen verspreking, maar past in de strategie van het bestuur. Het is van tweeën één. Of het betreft werken die behoren tot de museumcollectie. Dan geldt de ethische code van de museumvereniging die in 2.16 zegt dat de opbrengst van afgestoten werken alleen kunnen worden gebruikt ‘ten gunste van die collectie, in beginsel voor het verwerven van nieuwe objecten.’ In 2011 zorgde het handelen van de directeur van Museum Gouda voor ophef toen hij deze code overtrad bij de verkoop van The Schoolboys van Marlene Dumas en schorsing uit het museumregister enkele maanden later alleen kon voorkomen door beterschap te beloven.

Of het zijn werken van Armando die niet behoren tot de collectie van het museum. Dan is er sprake van een wisselwerking tussen het Museum Oud Amelisweerd, een collectie, werken van Armando en de kunsthandel en ligt een belangenconflict op de loer. In een toevoeging op 8.18 zegt de ethische code: ‘Ieder belangenconflict dient vermeden te worden. Speciale voorzorg is vereist indien de bruikleengever van een voorwerp of collectie tevens sponsor is van de tentoonstelling of deel uitmaakt van het bestuur, de raad van toezicht of het museale beroepsveld van dat museum. Er dient voor gewaakt te worden dat naar buiten toe zelfs niet de schijn ontstaat van een onbetamelijke belangenverstrengeling.’ Met zijn uitspraak heeft Noorman de schijn gewekt.

Foto 1: Schermafbeelding van slot artikelBijna ton schuld bij gemeente Utrecht’ in ‘t Groentje (Bunniks Nieuws), 18 november 2015. 

Foto 2: ‘Pot Opslag Amersfoort huisvest twee bijzondere verzamelingen: de depots van Armando en het Mondriaanhuis. Op de bovenste verdieping is een depot ingericht voor de werken van Armando. Het vloeroppervlak doet recht aan zowel het aantal als de omvang van Armando’s werken: in verschillende vakken staan honderden schilderijen, waarbij doeken van 2 bij 4 meter eerder regel dan uitzondering zijn.

Uitreiking museum awards door marketing bureau voor vrije tijd roept vragen op

leave a comment »

red

Museumkwartier.nl is een onderdeel van RED Online Marketing dat zichzelf profileert als ‘hét online marketing bureau voor de reis- en vrije tijdsbranche’. Het deelt de ‘Museum Ontdekking 2015’ awards uit voor ‘de meest innovatieve musea in Nederland’. De Museum Ontdekking 2015 awards werden dit jaar voor de eerste keer aan 31 musea uitgereikt. Duidelijkheid over de samenstelling van de jury ontbreekt. Welke stem klinkt hier?

Welke criteria hanteert Museumkwartier.nl bij toekenning? Het zegt: ‘Bij het uitbrengen van de stem zijn musea beoordeeld op drie criteria, te weten: sociale interactie, verrassende elementen en actuele informatievoorzieningen, zoals bereikbaarheid, faciliteiten in het museum en voorzieningen voor oudere of mindervaliden bezoekers.’ De award beoordeelt musea dus op inzet van sociale media, informatievoorziening en verrassende elementen. Bij dat laatste als onvermijdelijke vraag: Hoe speelt het museum in op de beleving?

Dit initiatief van een marketingbureau voor de reis- en vrije tijdsbranche dat awards uitreikt aan musea en uitgaat van marketingcriteria behoeft verdieping. Het is het goed recht van een commercieel marketing bureau dat gespecialiseerd is in vrije tijd om zich op het gebied van de museumsector te begeven. Maar omdat het de musea uitsluitend beoordeelt op marketingcriteria is dit misleidend, vooral omdat deze specifieke invalshoek onvoldoende blijkt uit de naamgeving en presentatie van de award, en het publiek op het verkeerde been zet.

Als RED Online Marketing dit project doorzet doet het er voor de geloofwaardigheid van de awards en het eigen bedrijf verstandig aan om samenwerking met de Museumvereniging te zoeken. Zodat het de toekenning uit de commerciële sfeer haalt en verder kijkt dan de karakteristieken van de marketing alleen. Want het is een gotspe om een award die ‘Museum Ontdekking‘ heet uitsluitend op niet-inhoudelijke gronden toe te kennen.

mk

Foto 1: Schermafbeelding van redonlinemarketing.nl.

Foto 2: Schermafbeelding van museumkwartier.nl.

Verbrande kunst en marketing van een boegbeeld zonder toekomst

with one comment

Beeldend kunstenaar Simon van der Weerd verbrandt tien weken lang een werk als het niet tegen een prijs van minimaal 250 euro wordt verkocht. Bieden kan op marktplaats. Als de prijs niet wordt gehaald gaat de fik erin onder het principe ’Bid or Burn’. Deze Apeldoornse kunstenaar bedient zich graag van Engelstalig jargon.

De achtergrond van deze actie is lastig te doorgronden. Is het een manier om vrije publiciteit te halen en dus marketing voor eigen werk en naamsbekendheid? Of gaat het om het opschonen van de eigen stock voorraad? Of het maken van een nieuwe start als een fenix uit de as? Is het vandalisme? Of valt er maatschappijkritiek tegen het laat-kapitalisme, sociale actie, opstandigheid en een filosofische kijk op de wereld in te herkennen?

Van der Weerd citeert Seth Godin die onder meer over marketing schrijft: ‘if something doesn’t sell, it’s either offered at the wrong place, to the wrong crowd or it’s simply not good enough’. Door dit citaat en de keuze ‘Bid or Burn’ geeft Van der Weerd aan dat hij zich bezighoudt met de marketing van zijn werk. Hij omarmt de maatschappij door marketing-goeroe en bestsellerauteur Seth Godin als voorbeeld te nemen.

Hoe het ook anders kan gaf de Italiaanse kunstenaar en museumdirecteur Antonio Manfredi, van het bij Napels gelegen CAM Museum aan in een manifest dat zijn museum in oorlog met de maatschappij verklaarde: ‘The final aim of artistic production is the work of art, unique and untouchable, an extension of human self-consciousness meant as an understanding of the human condition in contemporary society. To destroy it with fire means to deny its intended function, almost an act of vandalism modifying its original meaning and turning it into means of social protest. When artists to do with a sense of solidarity, this gesture becomes a protest against the status quo. CAM Art War is peaceful revolution engaged in by artists and the intellectuals to fight against homogenization the cultures.

Ik besteedde een jaar geleden aandacht aan Manfredi’s actie om de tegenstelling met de behoudzuchtige Nederlandse museumsector te benadrukken die steeds meer richt op marketing, merchandising, media-aandacht, profijt, publieksbereik, haalbaarheid en herkenbaarheid. En zich neerlegt bij bestaande machtsverhoudingen. Op enkele uitzonderingen als het Van Abbemuseum na. Ik besloot dat stukje met een citaat van Antonio Manfredi over de kaalgeslagen kunstwereld: ‘Nothing can rise from the bottom, everything is Merchandising, Benefit, Marketing, entire generations of artists are just figureheads with no future‘.

Braun spreekt directeur Stedelijk aan. Optimale openheid gevraagd

with 3 comments

tra

De vierde advertentie in een reeks, na ‘Tegen belangenconflicten in het Stedelijk Museum’, ‘Vuistregels voor Musea (voor dagelijks gebruik)’ en ‘Transparantie: een museumstuk (de Raad van Toezicht)‘ die in onder meer NRC en Volkskrant verschenen in september en december 2014. Opnieuw bekritiseert Christiaan Braun in een paginagrote advertentie in NRC het Stedelijk Museum, en dan vooral directeur Beatrix Ruf. Kunst en handel zouden door elkaar lopen. Braun heeft een getroebleerde relatie met het Stedelijk Museum.

Mede naar aanleiding van deze advertenties stelde D66 op 24 september raadsvragen ‘inzake het voorkomen van belangenverstrengeling bij door de stad Amsterdam gesubsidieerde musea’ aan het college die op 26 november werden beantwoord. In een interview met Claudia Kammer van 20 december in NRC reageerde Ruf desgevraagd: ‘Maar het museum is niet meer alleen van de gemeente. Het is een geprivatiseerde instelling die steeds minder subsidie krijgt. Om te overleven moeten we nieuwe relaties aanknopen met particuliere geldschieters. Mijn ervaringen daarmee in Zwitserland kunnen juist goed van pas komen.

Deze reactie gaat voorbij aan de kern van de kritiek van Braun en de raadsvragen van D66. Dat het Stedelijk zakelijke relaties met externe partijen aanknoopt is niet de kritiek, maar wel het gebrek aan transparantie daarover en de schijn van belangenverstrengeling. Het college en de directie van het Stedelijk vinden dat het museum transparant is, maar omdat dit vooral wordt beargumenteerd vanuit het voldoen aan gedragsregels, ethische codes en eisen van het museumregister draagt deze verantwoording een minimalistische ambtelijk-formele legitimatie die de punten van kritiek van Braun niet overbrugt. Ofwel, ze zullen de kritiek niet doen zwijgen. Openheid die de aanleiding voor de advertentiereeks van Christiaan Braun wegneemt dient optimale transparantie te geven die verder gaat dan wat bestuurlijk vereist wordt. Da’s een kwestie van mentaliteit.

Foto: Schermafbeelding van advertentie Transparantie: een museumstuk (de directeur) in de NRC van 31 december 2014 (achter betaalmuur).

Braun valt Stedelijk opnieuw aan. Deze keer op transparantie

with 3 comments

over

De derde advertentie in een reeks, na ‘Tegen belangenconflicten in het Stedelijk Museum’ en ‘Vuistregels voor Musea (voor dagelijks gebruik)’ die in onder meer NRC en Volkskrant verschenen in september 2014. Opnieuw bekritiseert Christiaan Braun in een paginagrote advertentie in NRC het Stedelijk Museum, en dan vooral de Raad van Toezicht. Kunst en handel zouden door elkaar lopen. Braun heeft een getroebleerde relatie met het Stedelijk. De Raad bestaat uit: Alexander Ribbink (voorzitter), Cees de Bruin, Rob Defares, Guusje ter Horst, Prins Constantijn van Oranje, Willem de Rooij, Madeleine de Cock Buning en sinds 19 november Rita Kersting.

Wie hier zelfs maar vluchtig de reeks over Museum Gouda, het Armando Museum of het Wereldmuseum -of Sjors van Beek in De Groene over het Wereldmuseum- leest weet dat vooral waar het de kwaliteit van het toezicht betreft er nog heel wat verbeterd kan worden in de Nederlandse museumsector. Dat aan de orde stellen is Brauns verdienste. Maar een debat wil het niet worden. Dat past welbeschouwd bij transparantie.

Foto: Schermafbeelding uit de NRC van 11 december 2014, pagina 9 (betaalmuur).

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 308 andere volgers