Om pseudo-wetenschap in de media te bestrijden moet er een Vereniging tegen de Kwakzalverij in de Media worden opgericht

Het is opvallend dat zowel economen als filosofen de huidige COVID-19 pandemie gebruiken om zich als individu te profileren en hun zaak te bepleiten. Ook en zelfs juist als die slechts zijdelings iets met de pandemie te maken heeft. Het wordt er potsierlijk op als deze deskundigen net doen alsof hun vakgebied een wetenschap is, laat staan een exacte wetenschap. Maar het wordt er idioot op als deze deskundigen net doen alsof ze ook verstand hebben van een ander vakgebied. Dat hebben ze niet. Dat is bewuste misleiding en zelfoverschatting waar overigens de media ook een rol in te spelen hebben. Ze moeten zo’n opinieleider die buiten zijn of haar vakgebied gaat stoppen onder het mom: ‘tot hier en niet verder’. Media moeten de desinformatie niet aanwakkeren.

Denk aan de economen Coen Teulings en Barbara Baarsma die de afgelopen maanden voorlopig hun plek in de geschiedenis hebben verspeeld met slecht onderbouwde, onzinnige uitspraken. Ze hadden moeten zwijgen over gezondheidskwesties waar ze niet echt verstand van hebben en hadden niet de schijn moeten wekken dat de deskundigheid op hun economisch terrein niet zonder meer uitgebreid kan worden naar andere terreinen. Want daarop zijn ze net zo onwetend en ondeskundig als elke willekeurige, nadenkende burger. Voor Ad Verbrugge geldt hetzelfde.

Verbrugge neemt een loopje met de waarheid. Is het angst of realisme dat er in de VS nu al meer dan een half miljoen geregistreerde doden zijn als gevolg van COVID-19? Overheden handelen aarzelend en nemen soms de verkeerde beslissingen omdat ze dit (sinds 1919) niet meer bij de hand hebben gehad. De macht van overheden en techbedrijven moet ingeperkt worden en de privacy en vrijheid van burgers moet beschermd worden. Dat is zinvolle kritiek, maar het is grotesk en gevaarlijk voor de volksgezondheid om dit direct te koppelen aan de bestrijding van de huidige pandemie.

Afgelopen maand was er op de Vlaamse publieke omroep VRT de 3-delige serie BDW met de rechtse politicus Bart De Wever. Voorzitter van de rechts-nationalistische N-VA en burgemeester van Antwerpen. Hij gaf een inkijkje in zijn handelen en de strategie van de (partij)politiek. Of men het nou met zijn politieke overtuiging eens is of niet. Hij zei dat politici moeten zwijgen als ze niks te zeggen hebben. Daarmee doelde hij vooral op PS-voorzitter Paul Magnette die volgens hem telkens de onderhandelingen over een regeringscoalitie bemoeilijkte en zelfs onmogelijk maakte door er in de media bijna dagelijks zijn commentaar op te geven. Interessant is dat de kritiek van De Wever deels bestaat uit fundamentele mediakritiek en deels uit eigen politieke profilering. Hij is zo door de wol geverfd dat moeilijk valt te zien waar het een in het ander overgaat.

Wat zou het helpen als we weten dat als een politicus of opinieleider publiekelijk spreekt en daar in de media verslag van gedaan wordt we er vanuit konden gaan dat zo iemand dan ook echt iets zinvols te melden heeft. De talkshows en krantenkolommen zouden er opgeruimd door worden (‘Less is more’) en de kwantiteit van de loze beweringen zou ingewisseld worden voor de kwaliteit van de inhoud. En we weten nu toch al dat er eerder een te groot dan een te gering beroep wordt gedaan op de tijd, het geduld en de goede smaak van de nieuwsconsument? Het is zoals gezegd niet in de laatste plaats aan omroep of krant om de oprispingen en losse flodders van ‘wetenschappelijke’ opinieleiders die zich buiten hun vakgebied begeven en zich manifesteren als pseudo-deskundigen geen plek te geven.

Sommigen noemen het hoogmoed, publiciteitsgeilheid of een verdienmodel van al die (pseudo)-wetenschappers die met hun praatjes als een plaag de media teisteren. Het is de hoogste tijd dat de loze beweringen, schijnwaarheden en filosofietjes in het publieke debat fundamenteel worden bestreden. Nu gebeurt dat goedbedoeld, maar halfslachtig vanuit het idee om desinformatie te bestrijden. Het valt te bezien of dat de juiste invalshoek is. Verboden of blokkades zijn niet het juiste antwoord, maar een aanschouwelijke weerlegging met argumenten als boter bij de vis is dat wel.

Er is in Nederland een vrije pers, maar de interne correctiemechanismen van de journalistiek zoals Ombudsmannen zijn verregaand uitgekleed. Het mechanisme van zelfregulering heeft weinig tanden. Op sociale media is de tegenspraak en correctie zo goed als uitgeschakeld door het eilandenrijk van de bubbels.

Waar de publieke uitspraken van politici en opinieleiders raken aan of gaan over wetenschappelijk onderwerpen is in de media een evenknie van de Vereniging tegen de Kwakzalverij nodig die per omgaande en wijd verspreid corrigeert, in de goede context zet en deskundigen die onder de pretentie van alwetendheid buiten hun vakgebied gaan terechtwijst. Dan kunnen in elk geval de misverstanden die opgeroepen worden snel opgeruimd worden. Als het vuil van het land dat uit de studio’s en krantenredacties wordt verwijderd. En ook van de universiteiten.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelOnze angst voor het virus geeft de staat te veel ruimte’ van Kees Versteegh in NRC, 28 februari 2921.

Foto 2: Schermafbeelding van deel aankondigingWebinar 2020 On demand: Sociale media, slecht voor de gezondheid?’ van de Vereniging tegen de Kwakzalverij, 19 augustus en 21 oktober 2020.

COVID-19 houdt ons een spiegel voor: ‘De rek is eruit’ of ‘Onze veerkracht is groter dan ons verteld wordt’?

Je hoort het de laatste weken steeds meer ‘de rek is eruit’. Een petitie vraagt om ‘een open en vrije samenleving, waarin iedere burger vrij is om te gaan en te staan waar hij wil.’ Dat is marketing van de politieke partij Vereniging Vrij en Sociaal Nederland. Burger is mannelijk.

De medische oorzaak die kan leiden tot overbezette ziekenhuizen en IC’s, en uitgestelde zorg voor andere ziektes wordt weggemoffeld. Vrijheid is de leus. Ieder voor zich. De banvloek van 2021 is de excommunicatie van de werkelijkheid. Daar gaan velen lichtzinnig in mee.

Wie de media volgt komt al snel tot het vermoeden dat er een complot is om burgers als zielig, afhankelijk en op de rand van een zenuwcrisis of depressie af te beelden. Media doen niet alleen verslag, maar zetten zelf de toon van het opzwepen en het wijzen op de miskenning.

Hulp zou nodig zijn voor jongeren, ouderen en iedereen in psychische nood. Burgers kunnen het blijkbaar niet meer alleen klaren. Ze zijn te beklagen en hebben hulp van de staat nodig.

Nederland heeft zich onder het regime van COVID-19 verklaard tot een land van watjes. Terwijl de zorgsector onder enorme druk staat schiet Nederland in de verpleegstand. Als in een eierdoosje van zes met schattige veertjes liggen ze zacht met elkaar afgesloten van de harde wereld verbolgen te wachten op wat komen gaat. Of zo lijkt het in de media.

Vermoedelijk zijn Nederlanders veerkrachtiger en souvereiner dan nu alom wordt gesuggereerd. Dat geluid dringt slecht door omdat het niet in het denken past. Maar de befaamde Nederlandse trits van individualisme, nuchterheid en medemenselijkheid is niet weggesmolten als het laatste restje sneeuw voor de zon. Het is een beeld dat wordt vervormd.

Gaat het zo slecht met de Nederlanders dat ze reden tot klagen hebben? Er zijn beperkingen waarvan iedereen baalt. Maar het raderwerk van de samenleving loopt toch gewoon door? Iedereen kan de straat op en genieten van de zon. Iedereen kan een vriend of vriendin ontvangen of spreken. Onze veerkracht is groter dan ons verteld wordt. Weten we het niet? Daar op wijzen is het beste medicijn.

Foto: Aleksandr Mikhailovich Bermant, Yuzhno-Kurilsk. 2000. In de serie: ‘The Russian Far East in Modern Photography’. Collectie: Library of Congress.

Kabinet worstelt met aanscherping COVID-19 maatregelen, maar komt voet op de rem van burgemeesters, politie en regeringsfracties tegen

In het Verenigd Koninkrijk kunnen de ziekenhuizen de toestroom van COVID-19 patiënten nauwelijks aan. Die toestroom is nog nooit zo hoog geweest. Dat komt mede door de zogenaamde Britse variant van het virus dat besmettelijker zou zijn en het gedrag van personen die zich niet disciplineren. Het is erop wachten dat deze variant naar Nederland overwaait en hetzelfde in Nederland gebeurt. Nu al komt deze Britse variant in Nederland voor.

Het zou dan ook verstandig zijn als de Nederlandse regering een pro-actief beleid voert met strenge maatregelen. Dat is nog het enige middel om de pandemie te beteugelen. Maar het kabinet durft zich niet hard op te stellen en allerlei belangengroepen van burgemeesters, regeringsfractie en politie zijn tegen een harde aanpak. Wie de nieuwsberichten van vandaag leest waant zich in een alternatieve werkelijkheid. RTL Nieuws kopt: ‘Kabinet werkt aan avondklok, maar grote weerstand bij burgemeesters en regeringsfracties’ en het AD kopt: ‘Kabinet overweegt avondklok, maar burgemeesters en politiebonden zijn tegen’. Wie heeft het in Nederland nou eigenlijk voor het zeggen? Niemand echt? Dat is het failliet van het poldermodel. Nederland, de antropologie van de behoedzame niet-aanpak. Sloom. 

Foto: Schermafbeelding van de Voorpagina van Google Nieuws, 12 januari 2021

Media praatten vanaf het begin Trump (en Baudet) goed. Kritiek kreeg geen kans. Wat het ergst is, ze hebben er blijkbaar niks van geleerd

Nu in de VS Trumps presidentschap ten einde loopt en op 20 januari 2021 eindigt klinkt er steeds meer kritiek op de media. Zij hebben Trump de gelegenheid gegeven om zijn praatjes te communiceren zodat hij de macht kon grijpen, terwijl het vanaf het begin duidelijk was dat het om een gestoord en gevaarlijk individu ging. Door passend handelen hadden media de kritiek op Trump een meer prominente plek moeten geven. Pas later kwamen de media met kritiek op hem. Hoewel dat soms ferm was, werd de kritiek van psychiaters verzwegen en niet doorgegeven.

Overigens valt ook de zogenaamde deskundigen die de media ‘voeden’ met ‘content’ heel wat te verwijten. Zij hebben de media op het verkeerde been gezet. In veel gevallen wilden ze de ernst van het gevaar van Trump niet zien en voorspelden ze dat hij wel binnen de lijntjes zou kleuren.

In Nederland was het Willem Post die op 15 november 2016 een opinie-artikel in NRC plaatste dat kopte: ‘Het zal wel meevallen met Trumps dwaze avonturen’. In een commentaar van 17 november 2016 antwoordde ik: ‘Het gaat vreselijk worden. Het zou ook de Nederlandse media sieren dat ze de berichtgeving over Trump niet normaliseren. Of sussende opinies zoals die van Willem Post die volgen uit een fikse portie wensdenken niet publiceren zonder disclaimer. Media moeten niet meegaan in de suggestie dat ‘het allemaal wel zal meevallen’ met president Trump. Het gaat naar alle waarschijnlijkheid niet meevallen, maar tegenvallen.’ En tsjonge, wat viel het tegen met Trump en hoe zat Post ernaast met zijn opgepimpte autoriteit. Maar zoals zo vaak, terugkijken is er bij deskundigen en media niet bij en zelflerend vermogen dat als zodanig wordt benoemd ontbreekt.

In Nederland gebeurde hetzelfde met Thierry Baudet. Hij is ook een gestoord individu met krankzinnige denkbeelden die in het begin van zijn opkomst door de media tamelijk ongefilterd werden doorgegeven. Pas later kwam er kritiek op Baudet, maar toen was zijn naam al gevestigd en kon de journalistiek zich alleen nog maar afvragen hoe het deze tovenaarsleerling groot had helpen maken en wat voor schade aan de democratie het door eigen naïviteit had berokkend. Ook dat besef leidde niet tot een publieke reflectie op het eigen falen.

De paradox is dus dat er van buiten de gevestigde media fundamentele kritiek klinkt op de gevestigde media die hun functie van poortwachter van de democratie niet naar behoren hebben vervuld, maar de media zelf niet tot inzicht komen die wordt omgezet in een beleidsverandering. Of wat nog kwalijker is, ze zijn wel degelijk tot dat inzicht gekomen, maar doen er om economische of politieke redenen niets aan. Hoe dan ook is het resultaat hetzelfde: oorverdovende stilte en het ontbreken van publieke reflectie op het eigen handelen.

Dat is zorgwekkend, omdat de media in het geval van Trump (in de VS) en Baudet (in Nederland) niets geleerd lijken te hebben. Het wachten is op de volgende rechts-radicale politicus die door de zogenaamde ‘linkse’, maar in werkelijkheid ‘rechtse’ media die de status quo en de gevestigde belangen onderschrijven, op het schild wordt gehesen. Het is zelfs de journalistiek niet gegeven om niet de fouten van de vorige oorlog te herhalen. Laat staan dat het al een antwoord op de volgende oorlog kan voorzien door deductie van wat zich nu vroegtijdig aankondigt.

Om geloofwaardig te blijven is een fundamenteel debat binnen de media nodig dat reflecteert op het veranderde medialandschap en de radicalisering van de politiek en dat verder gaat dan een kritisch stuk van een goedwillende ombudsman ergens achter in een krant als aflaat voor een schoon geweten. Dat is te mager om serieus te zijn.

Foto: Schermafbeelding van deel eigen commentaarMedia praten Trump nu al goed. Met voorop wensdenkende Amerika-deskundigen die weten dat hij binnen de lijntjes blijft’ van 17 november 2016.

Fictief drama valt nooit samen met werkelijkheid. Over ‘The Crown’

De Britse TV-serie ‘The Crown‘ is drama. Gebaseerd op de werkelijkheid van het Britse koningshuis en de regeringsperiode van koningin Elizabeth II. Het moet niet verward worden met die werkelijkheid waar het niet mee samenvalt. Het lijkt er sterk op dat zowel publiek als zogenaamde deskundigen die zich er over uitspreken niet goed beseffen wat fictief drama is.

Marketing en publiciteit over zo’n dramaproduct die verkeerde verwachtingen scheppen zijn eerder het probleem, dan het drama zelf. Dat komt tot uiting in het bericht van RTV Boulevard als critici worden geciteerd die zeggen dat distributeur Netflix die de serie uitzendt duidelijker moet maken dat het om fictie gaat. Onder wie de conservatieve en gezagsgetrouwe Julian Fellowes. Tegelijk is dat onzinnige kritiek die RTL zonder kritiek naar boven haalt omdat iedereen kan weten dat het kenmerk van fictie is dat het per definitie nooit kan samenvallen met de werkelijkheid.

Zo kondigt zich een ander knelpunt aan dan het altijd onterechte verwijt dat fictie zich verkeerd verhoudt tot de werkelijkheid. Namelijk die van de media educatie die in Nederland al tientallen jaren achterblijft bij de groei van de (sociale) media. Het publiek zou in onderwijs, media en ook door dee distributeurs van fictie beter moeten worden voorgelicht over wat de kenmerken van en de grenzen aan het genre zijn. Dat dat niet of onvoldoende gebeurt is inherent aan het kenmerk van het drama dat de illusie in stand wil houden dat het zichzelf vertelt. Daar past geen waarschuwing bij dat het fantasie is. Toch zou met name het onderwijs veel meer kunnen doen om het publiek mediawijs te maken dan het nu doet.

Drama moet op de eigen waarde beoordeeld worden en niet in relatie tot de werkelijkheid waar het op gebaseerd is. Dat speelt op het aspect van samenhang, geloofwaardigheid en waarschijnlijkheid. Ofschoon via een omweg de relatie tot de werkelijkheid een van de kenmerken kan zijn waar drama aan afgemeten kan worden. Denk aan een sleutelroman die vanuit geslotenheid intimiteit openbaart onder het mom van overtreding en openbaring. Maar ook dan dient dat afmeten uitsluitend begrepen te worden binnen de constructie die drama hoe dan ook is.

Drama is een opgetuigde werkelijkheid die in zichzelf bestaat. Drama als ‘The Crown‘ hanteert een klassieke, Hollywoodiaanse vertelwijze waarin vanwege het streven naar realisme de constructie van het drama, zeg de montage, weggemoffeld wordt. Waarbij realisme niet begrepen moet worden als de vertaling van de werkelijkheid waarnaar het drama verwijst, maar als realisme van de constructie in de eigen gesloten werkelijkheid.

De opzet van dit soort fictie als ‘The Crown’ dat een traditionele, verhalende vertelwijze hanteert is om de identificatie van de kijker met dat drama te maximaliseren, maar met de ‘echte’ werkelijkheid erachter te minimaliseren. Ook daarom is het verwijt over het vermeende gebrek aan realisme onterecht. Twee belangrijke kenmerken van dit soort drama zijn a) dat de kijker geen kritische afstand kan nemen tot dat drama en b) het verhaal verteld wordt aan de hand van de personages. Dat is de dubbele garantie dat het systeem waarbinnen het drama tot stand is gekomen ongenoemd blijft en geen kritiek krijgt. Met dient goed te beseffen dat verwijzingen naar het systeem, zeg de samenleving of de machtsstructuur, binnen dat drama ook fictie zijn.

Hoe dat in de praktijk werkt laat de kritiek op ‘The Crown’ zien. Het is tamelijk potsierlijk dat kritiek op een fictief drama op zijn beurt ook weer fictie is. Die kritiek kan opgevat worden als de verdere bevestiging van het beeld dat fictie een illusie is, zonder dat dit als zodanig gezegd kan worden. Deze kritiek is de perfecte afleiding om in een dubbele ontkenning via een omkering van waarden de ware aard van fictie te verhullen.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelNetflix-serie The Crown ligt flink onder vuur’ op RTL Boulevard, 22 november 2020.

Foto 2: ‘Werkfoto’ met Stephen Daldry, Anton Lesser en Claire Foy in The Crown (2016). Credits: Robert Viglasky / Netflix.

Media moeten beseffen dat het ontlokken aan wetenschappers van uitspraken die buiten hun vakgebied gaan geen wetenschap meer is. Het geval Heino Falcke

Dit is het slot van een interview uit april 2019 van het invloedrijke Duitse weekblad Der Spiegel met hoogleraar Heino Falcke. Hij is hoogleraar Astrodeeltjesfysica en radioastronomie aan de Nijmeegse Radboud Universiteit.

De interviewer merkt in bovenstaand citaat op dat Falcke een vrome christen is, af en toe in de kerk predikt en vraagt hoe dat past bij de wetenschapper Falcke. De hoogleraar antwoordt: ‘Er zijn meer parallellen tussen geloof en wetenschap dan men zou denken. Beiden zoeken voor alles de reden. Maar de natuurkunde durft niet een stap verder te gaan en de vraag over God te stellen. Maar ik geloof dat mensen niet alleen uit natuurwetten bestaan. Mijn onderbuikgevoel vertelt me ​​dat er meer is. We hebben geest, gevoel en ziel. En dat onderbuikgevoel volg ik ook vaak in de wetenschap.’

Dit is een opmerkelijke uitspraak van Falcke over zowel religie als wetenschap die men van een 21ste eeuwse natuurwetenschapper niet zou verwachten. Het is een vreemde uitspraak. Falcke is geen theoloog of metafysicus en heeft over godsdienst niet meer expertise dan de gemiddelde Nederlander. Zijn mening dat het religieuze geloof net als wetenschap voor alles de reden zoekt is in strijd met de gangbare opvatting over wat geloof is. Hij lijkt losjes te refereren aan de Rooms-Katholieke encycliek Fides et Ratio die zich baseert op de 13de eeuwse Thomas van Aquino die onder meer stelt dat de aard van God door de rede kan worden vastgesteld.

Het struikelblok is niet dat Falcke een christelijke overtuiging heeft, maar dat hij die in de openbaarheid koppelt aan en vermengt met zijn wetenschappelijke status en functie. Onder de dekmantel van de Radboud Universiteit waar hij werkzaam is. Hij combineert de amateur-gelovige met de professionele-wetenschapper op zo’n wijze dat voor de argeloze beschouwer het verschil niet valt te onderscheiden. Dat is ongewenst en voor de wetenschap onaanvaardbaar. Het is in strijd met de wetenschappelijke methode die uitspraken in geldigheid afbakent.

Het is verneukeratief als wetenschappers vanuit hun status en functie uitspraken gaan doen over kwesties die buiten hun vakgebied liggen en waar ze even weinig van weten als Henk en Ingrid. Media gaan doorgaans mee in de misleiding dat genoemde wetenschappers hierover recht van spreken hebben of zwengelen dit zelfs aan. Der Spiegel maakt de fout door Falcke deze vraag op zo’n open manier te stellen. Falcke mag vervolgens grenzeloos associëren en speculeren. Zonder dat de interviewer dit in een juiste context plaatst ontstaat het beeld dat Falcke een wetenschappelijke uitspraak over het geloof doet. Zo blijft ongenoemd dat Falckes uitspraak over het geloof niet meer onderbouwd is dan de mening van Henk en Ingrid hierover.

Complotdenkers weten voor hun sociale media altijd weer wetenschappers te vinden die vanuit hun vakgebied A een uitspraak doen over vakgebied X. Het is onderhand een subgenre in de populaire media van wetenschappers die uitspraken doen over een vakgebied waar ze geen wetenschappelijke deskundigheid over hebben. Het valt de gevestigde media zwaar aan te rekenen dat ze daar niet zorgvuldiger mee omgaan door aan te geven dat dit zuiver amusement en speculatie betreft en niets met wetenschap te maken heeft. In de kern komt de houding van deze media neer op dezelfde minachting en hetzelfde onbegrip voor wetenschap dat bij radicaal-rechts bestaat.

Bekend is het voorbeeld van de chemicus die zonder expertise over de klimaatwetenschap zich in de publieke opinie ongestraft kan uitgeven als sceptische klimaatwetenschapper, zoals Frits Böttcher of Marcel Crok. Media die wetenschap serieus nemen en op juiste waarde willen schatten moeten verder kijken dan het oppervlakkige etiket ‘wetenschap’ als een catch all legitimatie. Media dienen te weten dat de afbakening van wetenschapsgebieden inherent is aan de wetenschap en dat ze voorzichtig moeten zijn om wetenschappers onder de pretentie van expertise uitspraken te ontlokken of af te dwingen over onderwerpen die buiten hun vakgebied vallen.

Foto: Schermafbeelding van deel interviewAntworten zu den ganz großen Fragen des Lebens’ van Jörg Römer in Der Spiegel, 11 april 2019. 

Aandacht voor Amerikaanse verkiezingen: Nederlandse publieke omroep lijdt aan de paradox van de geprojecteerde verwachting

Het is de paradox van de buitenlandverslaggeving op televisie over een land met een taal die de Nederlanders redelijk machtig zijn. Door internet en kabeltelevisie met talloze buitenlandse zenders openbaart zich een tweedeling. Goed geïnformeerde en taalvaardige nieuwsconsumenten richten zich direct op de primaire bronnen en zijn in specifieke kwesties beter en meer up-to-date geïnformeerd dan de Nederlandse televisiejournalisten die het Nederlandse publiek moeten informeren. Als deze nieuwsconsumenten daarnaast ook nog voldoende inzicht hebben in de geschiedenis en de politieke realiteit van zo’n land, dan kunnen ze zelf tot een afgewogen oordeel komen. Dat is de hink-stap-sprong die de publieke omroep parten speelt.

Net als de dagbladjournalistiek zou de Nederlandse publiek omroep zich moeten concentreren op het geven van achtergrondinformatie (getuigenissen in het veld, interviews met hoofdrolspelers, analyses met historische diepte à la Ian Buruma). Maar het niveau van de vaste gasten is bedroevend. Zoals Clingendael-medewerker Willem Post die in november 2016 notabene in een opinieartikel in NRC onder de geruststellende titel ‘Het zal wel meevallen met Trumps dwaze avonturen’ debiteerde dat Trump wel ingetoomd zou worden door de instituties. Het was ook toen al aantoonbare onzin. Of die buiksprekende, eendimensionale Raymond Mens die in talkshows zijn boek mag promoten en vanwege de ‘evenwichtigheid’ mag opdraven als supporter van Trump. Zo maakt de Nederlandse televisie van zilver geen goud, maar blik. Dat is geen kennersblik.

Tegelijk ontkomt de televisiejournalistiek er niet aan om verslag te doen van kwesties die zich in real time afspelen. Het dient volgens de opdracht die het heeft het Nederlandse publiek te informeren. We zullen het vanavond weer zien. Niemand die zich diepgaand interesseert voor de Amerikaanse verkiezingen heeft wat te winnen door te kijken naar de Nederlandse televisie. Dat is slaapwandelen in dubbel opzicht. We kunnen beter slapen in bed, dan voor de slaapverwekkende Nederlandse televisie die voor een onmogelijke taak staat.

Het is de paradox van geprojecteerde verwachting. Landen en conflicten waar nieuwsconsumenten moeizaam informatie uit open bronnen over krijgen laat de Nederlandse televisie grotendeels liggen. Denk aan Nagorno-Karabach, Binnen-Mongolië, Kashmir of Burkina Faso. Aan landen en conflicten waar nieuwsconsumenten via internet en kabeltelevisie al overvloedig over geïnformeerd worden besteedt de Nederlandse televisie ook overvloedig aandacht. Dat is het patroon: het herhaalt wat we al weten en veronachtzaamt wat we niet weten.

De uitslag van de Amerikaanse verkiezingen kunnen we toch al uittekenen? Biden wint makkelijk van Trump en de Democraten winnen de meerderheid in de Senaat en vergroten die in het Huis met circa 10 zetels. (Gesteld dat de verkiezingen regelmatig verlopen en de stem van de kiezers de uitslag bepaalt).

Foto: Schermafbeelding van het programmaNOS Amerika Kiest‘ van de Nederlandse publieke omroep NOS, 3 november 2020.

Scientology Kerk Nederland laat op sociale media met aanval op media van zich horen. Het verdedigt zich met algemeenheden

De Nederlandse tak van de Scientology Kerk heeft de afgelopen maand talloze video’s met Gerbrig Deinum op haar YouTube-kanaal geplaatst. Zij doet de publiciteit van de Nederlandse Scientology Kerk en treedt veel op in de media. Deinum praat handig en vlot, maar wel in algemeenheden die niet controleerbaar zijn. Daarom is haar verhaal over de relatie van de Scientology Kerk met de media toch niet overtuigend. Daarbij sluit ze de mogelijkheid uit dat de kritiek die de Kerk krijgt gerechtvaardigd is. Opvallend is dat Deinum in een andere video aandacht besteedt aan de documentaire Going Clear: Scientology & the Prison of Belief van Alex Gibney die uit 2015 dateert. Ook hier wordt Deinum niet concreet en heeft ze geen steekhoudende argumenten.

De Scientology Kerk heeft in tegenstelling tot gevestigde godsdiensten geen ANBI-status omdat het onder meer niet kan voldoen aan het criterium van de Belastingdienst dat het ‘zich voor minstens 90% inzet voor het algemeen nut’. Dat bepaalde in 2015 het Gerechtshof Den Haag in een uitspraak. Daardoor hebben donateurs en organisatie geen recht op belastingvoordelen over giften en donaties en moet de kerk schenk- en erfbelasting daarover betalen. De Scientology Kerk zet zich dus niet voldoende in voor het algemeen nu, maar men kan zich terecht afvragen of andere religieuze instellingen dat wel doen. Dat betwijfel ik. In een commentaar van mei 2015 schreef ik dat er vermoedelijk met twee maten wordt gemeten. Hiermee pleit ik zeker de Scientology Kerk niet vrij, maar betoog eerder het omgekeerde. Namelijk dat alle godsdiensten onterecht een streepje voor hebben boven andere maatschappelijke instellingen en goede doelen stichtingen:

Dat 90%-criterium is een harde grens waarvan onduidelijk is hoe die bewaakt wordt. Wanneer voldoet een religieuze instelling voor 90% aan het algemeen belang en hoe wordt dat kwalitatief en kwantitatief getoetst? Wordt dat in de praktijk getoetst of is er consensus tussen politieke partijen dat het 90%-criterium niet wordt getoetst? Overwegingen om te betwijfelen of er in de praktijk getoetst wordt en te vermoeden dat religieuze instellingen niet voldoen aan dit criterium volgt uit het kenmerk van religie zoals religieuze instellingen dat vertegenwoordigen. Religie bestaat uit twee componenten die zijn te omschrijven als intern en extern gericht. Dat eerste omvat zingeving en troost en is op de gelovige gericht, en dat laatste omvat belangenbehartiging, het bedrijven van machtspolitiek en charitatieve doelstellingen. Dit maakt religieuze instellingen zo divers en onoverzichtelijk dat niet op voorhand valt te zeggen dat ze voor 90% het algemeen belang dienen. Of anders gezegd, het niet op voorhand uitgesloten kan worden dat ze voor meer dan 10% hun eigen belang dienen.

Met een braaf, achterhaald en onvolledig verslag over marketing normaliseert RTL Z Trump. Media verzaken hun taak in commissie

Er bestaat een eiland dat Marketing heet. Niet Marken. Rondom dat eiland gebeurt van alles, maar tot het eiland dringt het niet of slechts mondjesmaat door. Zo trots als het op zichzelf is, vol eigendunk. Zakenzender RTL Z doet trouwhartig verslag. Vanaf eiland Marketing dat het als een in zichzelf gesloten wereld beschouwt.

Daarbij komt nog eens dat het eiland gesplitst wordt door een diep kanaal. Aan de ene kant worden de gelden uit de officiële partijkassen besteed en aan de andere kant de gelden van de onregelmatige campagnes van PAC’s en projectmatige organisaties als The Lincoln Project of Republican Voters Against Trump. Deze laatste twee timmeren aan de weg en hebben veel invloed in de media. Maar tot het halve eiland Marketing waar RTL Z verslag doet dringt het niet door. RTL Z heeft een draaiboek uit 1990 uit de kast gehaald en probeert daar de situatie van 2020 in te passen. Als een vierkant dat door een rond gat moet worden geduwd.

Argeloosheid gaat zo over in domheid. Daarin is RTL Z niet het enige medium. Ze verzaken in commissie. Het verhaal over Marketing is niet onjuist, maar wel achterhaald. Het is niet van belang voor de huidige situatie. Daarbij normaliseert het president Trump door hem in het frame van een tweestrijd met de Democraten te plaatsen, terwijl de essentie van de huidige situatie is dat Trump zich aan die tweestrijd en dat frame onttrekt.

Trump heeft afgelopen week gezegd dat hij bij een nederlaag de verkiezingsuitslag niet erkent. Hij heeft door rampzalige peilingen de hoop opgegeven om de meeste stemmen te halen of de meeste kiesmannen van het Electoral College achter zich te vergaren. Trump ligt nu zelfs achter in Arizona, Florida, Noord-Carolina en Ohio. Georgia en Iowa dreigen voor de Democratische presidentskandidaat Joe Biden te kiezen.

Trump kan alleen winnen door de verkiezing te stelen en bereidt zich daar met zijn medestanders zoals justitieminister Bil Barr op voor. Dat is de actualiteit van nu. Marketing dat gaat over een regelmatig proces is irrelevant geworden. Het is wonderlijk dat dat niet tot de media doordringt en ze in hun automatisme en gemakzucht met uitgekauwde verhalen blijven komen. En zelfs het beeld van normalisatie van Trump in de lucht blijven houden. Zo is hun berichtgeving niet alleen irrelevant, maar werkt het ook nog eens averechts.

Vandaag schreef ik op Facebook het volgende commentaar bij het artikel ‘‘This is how you normalize a madman’: Scholars, press watchdogs call on corporate media to treat Trump like the authoritarian threat he is’ van Common Dreams op RawStory:

‘Het is onthutsend. Na 3,5 jaar Trump weten de Amerikaanse media nog steeds niet wie hij is om daar nauwgezet verslag van te doen. Namelijk een anti-democratische kracht die zich niks aantrekt van grondwet en politieke gebruiken. Trump geeft overduidelijk aan dat hij de verkiezingen wil stelen.

Trump is te dom en te ongeduldig om zijn intenties te verbergen. Hij handelt in volle openheid. Hij leest als een open boek. Maar nog durven of willen de media hem frontaal aanvallen. Of worden ze daar door hun hoofdredactie en hun economische belangen in beperkt.

Zo verzaken de Amerikaanse media hun taak als venster op en van de democratie. Ze hebben dat venster met hun eigen non-berichten dichtgeplakt en duiken voor het nemen van verantwoordelijkheid. Ze redden niet de democratie, maar hun eigen hachje. De media zijn bang.

Hoe dan ook zullen ze straks afgerekend worden op hun laffe gedrag van nu. Dan zullen ze net als na de invasie van Irak in 2003 spijt betuigen en opnieuw verklaren dat ze zich door de regering hebben laten misleiden. Dat is prietpraat en ongeloofwaardig.

De conclusie kan niet anders zijn dan dat de gevestigde media rechts zijn, en niet links. Maar we wisten al lang dat in newsrooms de hypocrisie regeert. Dat wordt nu opnieuw bevestigd. Het is een onaangenaam gezicht.’

 

Ruth Ben-Ghiat waarschuwt voor Trump en concludeert dat de VS geen democratie is. Gevestigde journalistiek negeert dat goeddeels

Al in 2016 waarschuwde hoogleraar geschiedenis John McNeill voor het fascistische gehalte van Trump. Later herhaalde hoogleraar Timothy Snyder die waarschuwing. President Trump was volgens hem opgeschoven van tovenaarsleerling naar een autoritaire leider die zich boven de wet verheven voelt en de waarheid verdraait. Trump zet anderen op dat pad van autoritarisme en het herschrijven van de geschiedenis. Door de recente inzet van ongeregelde, anonieme federale troepen in Portland (tegen de wens van de lokale autoriteiten in) en dreigementen dat in Seattle of Chicago te herhalen scoort Trump extra langs de fascistische meetlat.

Het kan het publiek niet meer ontgaan. In 3,5 jaar tijd is Trump geëvolueerd van een semi-fascist naar een volbloed fascist. In augustus 2017 schatte ik aan de hand van de kenmerken van McNeill in een commentaar Trump nog in als een driekwart-fascist. Ik merkte toen op: ‘Tegelijk blijft Trump aan de passieve kant wat het gebruik van binnenlands geweld betreft. Hij keurt het niet af, maar propageert het evenmin actief.’ Dat is veranderd sinds de inzet van ongeregelde, federale troepen met het gebruik van traangas tegen geweldloze demonstranten in Lafayette Park in Washington DC op 1 juni 2020.

De verwijzing naar het fascisme wordt gebruikt om te waarschuwen voor een tweede termijn van Trump die kwalijke gevolgen zal hebben voor de Amerikaanse democratie. Zo publiceerde journalist Jonathan Greenberg op 10 juli 2020 een artikel met de onheilspellende titel ‘Twelve signs Trump would try to run a fascist dictatorship in a second term’. Het is de hoogste tijd voor de inventarisatie van Trumps kwade bedoelingen.

Weer een andere hoogleraar geschiedenis Ruth Ben-Ghiat gebruikt voor Trumps optreden in een interview met Salon het begrip ‘fascistic’ om de hedendaagse verschijningsvorm te onderscheiden van de historische. Dat gebruikt ze om te zeggen dat wat Trump en zijn medestanders nu doen gerelateerd is aan de kenmerken van het fascisme maar er niet mee samenvalt. Want er zijn verschillen. De VS onder Trump zijn geen eenpartijstaat en er is nog steeds een vrije pers. Hedendaags fascisme manifesteert zich anders en is daarmee niet minder omvattend en schadelijk. Opvallend is het dat historici als McNeill of Ben-Ghiat die het Italiaanse fascisme hebben bestudeerd of Snyder die een expert is op het gebied van het Sovjet-autoritarisme met een waarschuwing komen. Zij zijn door hun historische expertise in staat om te zien wat het Amerikaanse publiek, journalistiek en politiek niet ziet. Namelijk dat onder Trump de VS is opgeschoven richting autoritarisme.

De journalistiek krijgt opvallend genoeg de meeste kritiek in de vraag van Chauncey Devega aan Ben-Ghiat. Interviewer en geïnterviewde verwijten de gevestigde journalistiek onvoldoende inzicht te hebben in de stand van zaken van de Amerikaanse democratie en Trumps intenties. Tegen alle feiten in blijven ze hoop uitventen en concentreren ze zich op de competitie tussen Trump en Biden, Republikeinen en Democraten. Waarbij ze geen aandacht voor en besef hebben voor de rode lijn achter de verschijnselen: het toenemende autoritaire karakter van de Amerikaanse democratie. Kunnen ze per definitie de ‘fascistic’ tendenzen niet onderscheiden?

Zelfs Nederland kent zo’n goedprater die de ernst van de situatie in de VS negeert. De aan kennisinstituut Clingendael verbonden commentator Willem Post sust met bezwerende praatjes het televisiepubliek in slaap. In een commentaar van november 2016 viel ik hem aan naar aanleiding van een in mijn ogen naïef artikel in NRC waarin hij stelde dat het wel mee zou vallen met Trump. Ik antwoordde daarop: ‘Het gaat vreselijk worden. Het zou ook de Nederlandse media sieren dat ze de berichtgeving over Trump niet normaliseren. Of sussende opinies zoals die van Willem Post die volgen uit een fikse portie wensdenken niet publiceren zonder disclaimer. Media moeten niet meegaan in de suggestie dat ‘het allemaal wel zal meevallen’ met president Trump. Het gaat naar alle waarschijnlijkheid niet meevallen, maar tegenvallen.’ Kortom, onnozelheid alom.

Foto 1: ‘Yes man: mask of Mussolini on the façade of the Fascist Part Headquarters, Rome, 1934.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelRuth Ben-Ghiat on Trump and the bitter American truth: “We do not have a real democracy”’ in Salon, 23 juli 2020.