George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Media

Russian Culture Minister Medinsky threatens the Netherlands in connection with art loans from the Crimea

with 2 comments

Russian state controlled Sputnik argues in an article a collection must be returned to the Crimea. It is at the Allard Pierson Museum in Amsterdam. Russian Culture Minister Vladimir Medinsky told Sputnik ‘he did not consider possible the continuation of inter-museum relations with the Netherlands if the country does not return the collection of ancient Scythian gold to Crimea’. But Medinsky only gives threats, no arguments. My comment on the article:

This affair in the core is about the question whether the Crimea is occupied territory or not. The world community in majority thinks so and confirmed this in the non-binding UNGA resolution 68/262 which said the Russian Federation occupied Crimea in 2014 in an illegal way and held a flawed referendum. The Netherlands supported this resolution.

So, what the Culture Minister Medinsky of the Russian Federation says is too simple and too bluntly. He mixes cultural, legal and political arguments and tries to select them selectively.

The Netherlands is a functioning state of law and wants to connect justice, proportionality and good political relations with all countries. The Allard Pierson Museum and the Amsterdam University of which the museum is a part -and were the loans are kept- also want to act according to international law.

‘The Convention for the Protection of Cultural Property in the Event of Armed Conflict with Regulations for the Execution of the Convention 1954’ is accepted by the international museum organization ICOM as a starting point.
http://portal.unesco.org/…/ev.php-URL_ID=13637&URL_DO…

It says in article 5.1: ‘Any High Contracting Party in occupation of the whole or part of the territory of another High Contracting Party shall as far as possible support the competent national authorities of the occupied country in safeguarding and preserving its cultural property.’

So, the Allard Pierson Museum and the Amsterdam University face a dilemma. A Museum is not a political organisation, but in this matter it has to give a political interpretation of a politicized issue because of a war between Ukraine and the Russian Federation. A situation which did not exist when the loans were granted by the Ukrainian museums.

The norm is the interpretation of the guidelines of ICOM. The Allard Pierson Museum and the Amsterdam University have the obligation to follow the norms of their field, the musuem sector.

Because of the political conclusion in the UN it seems strongly this Dutch musuem has to play by the rules of ICOM. It has little room to set aside the guidelines of ICOM.

The political reality is that globally the majority of countries have the opinion that Crimea ihas been occupied illegally by the Russian Federation and the so called referendum was not legally valid.

Crimea is since 2014 occupied by a foreign power and the Allard Pierson Museum and the Amsterdam University can not act differently than not returning the loans to occupied territory. Because they have the obligation to safeguard and preserve them. Against their will and because of a political situation it plays no part in.

Whether they have to keep it in custody until Crimea is no longer occupied or that they have to send it back to Ukraine immediately, is a question that needs to be considered legally.

Advertenties

Een eenzijdige opinie van Derk Jan Eppink over Trump en de media

with one comment

Derk Jan Eppink is een Nederlands journalist die in New York woont. Bij de Europese verkiezingen was hij lijstduwer voor de VVD. In een opinie-artikel in de Volkskrant neemt hij de talking points van rechts over. Dat gebrek aan nuancering en eigen mening is opvallend. Eppink laat zich voor een karretje spannen. Over deze opinie is jammergenoeg geen debat mogelijk op de pagina’s van de Volkskrant. Dat bevordert de tweedeling in de beeldvorming. Daarom deze reactie omdat de opinie van Eppink niet onbeantwoord kan blijven.

Eppink meent dat de media de verliezers zijn van een jaar Trump. Hij verwijt dat ze eenzijdig zijn, zich teveel anti-Trump opstellen en zelfs ‘hysterisch’ zouden zijn over hem. Hierbij gaat Eppink voorbij aan de negatieve opstelling van Trump tegenover de media (‘fake news’) die hij al tijdens de campagne van 2016 gebruikte om zijn basis tegen het establishment op te zetten. Dat was dus ruim voordat de media zich teweer gingen stellen tegenover Trump. Het is andersom, door de steun van gevestigde media die hem miljarden aan free publicity gaf, heeft Trump de Republikeinse nominatie kunnen verzilveren. Illustratief is de opstelling van het MSNBC-programma ‘Morning Joe’ dat in 2016 als kritiekloos doorgeefluik voor Trumps opinies diende voordat de programmamakers Joe Scarborough en Mika Brzezinski pas in 2017 met hun kritiek op Trump kwamen toen ze vonden dat hij de rede voorbijging. Ondermeer door zijn kritiek op de media. Die overigens met onthulling op onthulling komen. Eppink die de kritiek op Trump reduceert tot ‘Progressief Amerika’ moffelt hierbij weg dat een voormalige Republikeinse afgevaardigde als Scarborough en andere gematigde of traditioneel-conservatieve Republikeinen als Bill Kristol evenzeer kritiek hebben op Trumps houding tegenover de media.

Eppink onderbouwt zijn aanval op de media door een citaat van de Democratische oud-president Carter in een artikel van Maureen Dowd in The New York Times: ‘De media zijn harder voor Trump dan voor enige andere president die ik heb meegemaakt’. Eppink laat na om dat in een context te plaatsen. Jimmy Carter hoopt op een bemiddelingsrol in de kwestie Noord-Korea en is daarvoor afhankelijk van Trump. Op andere aspecten zoals de verbindende rol van de president is Carter overigens kritisch op Trump. En Eppink laat de essentie ongenoemd, namelijk dat Trump harder en vijandiger is voor de gevestigde media dan enige andere president in de moderne geschiedenis. Het is een kwestie van oorzaak en gevolg, waarbij Eppink de oorzaak achterwege laat. Dat leidt tot een merkwaardige selectieve opinie waarvan het een raadsel is waarom de Volkskrant het plaatst of geen ruimte voor kritiek erop laat om Eppink per omgaande van een weerwoord te kunnen dienen.

Het is een breed gedragen constatering dat de Democratische partij (DNC) er bijna even slecht aan toe is als de Republikeinse partij (RNC). Beide partijen hebben de verkiezingen van precies een jaar geleden nog steeds niet goed verwerkt. Dat wordt gecompliceerd door de Rusland-onderzoeken van speciale aanklager Robert Mueller (sinds 17 mei 2017) en het congres. Ze zijn nog niet afgerond en vooral Mueller komt pas op stoom. Ze laten nog in het midden of de inmenging van het Kremlin op sociale media en de (poging tot) inbraak van Russische hackers in de electorale systemen in 39 staten Trump een onrechtmatige verkiezing opleverde.

Terwijl in de RNC het door grote donors en bedrijven aangejaagde opportunisme over belastinghervormingen en het racistisch-nativistisch denken voor de slinkende basis de partij op een hellend vlak heeft gebracht, zijn er binnen de DNC enige lichtpuntjes. In de DNC gaat het om een normale richtingenstrijd tussen de oude corporatistische Democraten uit de school van Hillary Clinton en de meer progressieve ingestelde richting van Bernie Sanders, Elizabeth Warren of Keith Ellison. De RNC staat wel degelijk op instorten omdat de gematigde en traditioneel-conservatieve politici gemarginaliseerd zijn en overspoeld zijn door de rechts-nationalisten die aanschuren tegen het racistisch denken en vuile zaak maken met populistische media als Fox of Breitbart.

Wat zegt de opstelling van Eppink die grossiert in rechtse talking points en die kritiekloos overneemt? Hij is selectief in zijn feitenrelaas. Hij meldt niet dat het Steele-dossier van Fusion GPS in eerste instantie in opdracht van een Republikeinse opponent van Trump is opgesteld. Pas daarna namen de Democraten het over. Als het opstellen van een kritisch dossier over een opponent hetzelfde is als het samenspannen van Team Trump met ‘de Russen’ zoals Eppink suggereert, dan verdwijnen elk onderscheid en elke nuancering.

Eppink poetst de kritiek vanuit het oude establishment van de RNC op Trump weg en probeert het te framen als kritiek van progressieve zijde. Daarbij gaat hij bijvoorbeeld voorbij aan de recente inschatting van oud-adviseur van Trump Steve Bannon dat de president een afzetting door de Republikeinse kabinetsleden via het 25ste Amendement waarschijnlijk niet zal overleven. Het zijn niet de gevestigde media of de DNC waarvoor Trump het meest te vrezen heeft en die hem het hardst bestrijden, maar het gevaar voor Trump loert in eigen gelederen. Bij een big sponsor als Robert Mercer die afstand neemt van het racisme van Trump en Breitbart. Waarschijnlijk uit berekening, maar wel schadelijk voor Trumps geloofwaardigheid. Gevestigde media die dankzij lekkende overheidsdiensten dagelijks met onthullingen komen zijn niet de grote verliezers na een jaar Trump. Dat zijn de modale Amerikanen die lijden onder het spagaat van de culturele mobilisatie door Trump en rechtse media, en hun eigenbelang zoals de zorgverzekering of overheidssubsidies die Trump wil korten. Maar vooral de VS zijn de verliezers na een jaar Trump. Internationaal is de positie beschadigd en verzwakt.

Foto: Schermafbeelding van deel opinie-artikelDerk Jan Eppink: Media zijn de grote verliezers na een jaar Trump’ in de Volkskrant, 8 november 2017.

Onafhankelijke onderzoeksjournalistiek is nodig. En mogelijk

leave a comment »

Mijn reactie op een opinie-artikel van Michael van der Galien op DDS:

Journalistiek is altijd afhankelijk van geldschieters. Want het is mensenwerk, en dat moet betaald worden. Of door sponsors, abonnees of inkomsten uit reclame. Met die bril gezien bestaat er per definitie geen ‘onafhankelijke onderzoeksjournalistiek’.

Maar die kan wel benaderd worden. Het is iets wat vaker gebeurt en tamelijk normaal is. Wie dat anders wil voorstellen maakt zich onnodig dom. Een commissie die op afstand van de politiek staat toetst, verdeelt en verantwoord dan de verdeling van subsidies. Zonder dat de politiek daar rechtstreeks zeggenschap over heeft. Het valt te verwachten dat dit in dit geval ook zo zal gaan.

Het gaat om een relatief klein bedrag van 20 miljoen euro. Door de teruglopende inkomsten van vooral de oude geschreven media staat de onderzoeksjournalistiek onder druk. Het is een diepte investering van maanden en stelt journalisten vrij van de dagelijkse gang van zaken. In een sector die het economisch toch al zo zwaar heeft is dan de som snel gemaakt. Opdoeken maar.

Een overheid die zichzelf serieus neemt en zelfvertrouwen heeft organiseert de eigen tegenkrachten. Om er uiteindelijk met z’n allen sterker van te worden. De journalistiek kan daar een nuttige bijdrage aan leveren.

Dit alles speelt niet alleen tegen de achtergrond van een verzwakking van de traditionele media, maar ook tegen de opkomst van de nieuwe media. Vooral online. De meeste ervan werken volgens andere journalistieke codes dan de oude media en nemen het niet zo nauw met de feiten. De opinie over dit project is daar een treffend voorbeeld van. Het simplificeert, insinueert en suggereert. Het is een vorm van journalistiek die een doelgroep bedient en daarom bestaansrecht heeft, maar het kan niet het alleenrecht op de journalistiek hebben. Of hoe het zichzelf wil noemen.

Daarnaast zijn er de techbedrijven van Silicon Valley (Facebook, Twitter, Google) die wereldwijd veel macht naar zich toe hebben getrokken. Het zijn kolossen die zich hebben begeven op het gebied van de journalistiek, maar niet volgens het toezicht van die sector door een media-waakhond wordt getoetst. Daar ligt een politiek gat dat politici op willen vullen. Dat heeft veel voeten in de aarde. De oplossing die gezocht wordt lijkt op wat ook aan het begin van de 20ste eeuw gebeurde: het opknippen van bedrijven die te machtig zijn geworden.

Wat er tegen meer onderzoeksjournalistiek is vraag ik me af. Het hoeft zich uiteraard niet te richten tegen het reilen en zeilen van de overheid alleen. Overal waar wantoestanden heersen kan het ingezet worden. Bij financiële instellingen en multinationals die de politiek gijzelen. Of bij de nieuwe media die onder het mom van het bedrijven van journalistiek feitelijk aan politiek activisme doen. Dat verschil in opzet tussen oude en nieuwe media geeft meer spanning dan de vermeende belangenverstrengeling tussen de politiek en de oude media.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelKnettergek: Rutte III gaat 20 miljoen euro ‘investeren in onafhankelijke onderzoeksjournalistiek’’ van Michael van der Galien op DDS, 11 oktober 2017.

Media, Facebook en Twitter hielpen Trump in het zadel. Maar hij ontkent dat

with one comment

Heeft het zin om de irrationaliteit van Donald Trump te beantwoorden met rationele argumenten? Jawel, er zit weinig anders op. Maar of het doordringt tot het brede publiek dat Trump door de gevestigde media, Facebook en Twitter niet gehinderd werd, maar juist in het zadel is geholpen valt te bezien.

Tegelijk zou het de verantwoordelijkheid van de media in de VS moeten zijn om volgens de eigen normen te werken en een minimale journalistieke standaard te handhaven. Dat gebeurt nu onvoldoende. Facebook en Twitter die sterk de publieke opinie beïnvloeden weigerden tot voor kort zelfs te aanvaarden dat ze een journalistieke verantwoordelijkheid hebben.

Zo schiet het lekker op in de VS. Met een president die liegt, zich bezighoudt met trivialiteiten en daarmee misleidt en afleidt, en niets op poten zet. Met gevestigde media die die president veel gratis zendtijd gaven, hem onvoldoende kritisch tegen het licht hielden en hem hielpen met zijn campagne. Met sociale media die de functie van de journalistiek ondermijnen zonder daarvoor verantwoordelijkheid te nemen of zelfs maar volgens een ethische code te werken. Ethiek blijkt iets voor watjes geworden. Of een hobby voor op zondag in de kerkdienst. Het levert een goed gevoel op, maar heeft totaal geen invloed op de echte wereld. De schone schijn rukt onherroepelijk op.

Written by George Knight

1 oktober 2017 at 18:09

Baudet ontkent contacten met extreem-rechts en wordt betrapt met leugen over Constant Kusters

leave a comment »

Thierry Baudet ontkent extreem-rechts te zijn of dat soort contacten te hebben, maar onderhield afgelopen jaren contacten met Europese rechts-extremisten, onder meer van het Front National. Blogger Ikje somt de contacten in een geactualiseerd overzicht op en concludeert daaruit dat Baudet een neofascist is.

Nu is er een relletje rond Constant Kusters en de Nederlandse Volks-Unie (NVU) dat als extremistischer wordt beschouwd dan Baudets partij, het Forum voor Democratie (FvD). Sinds die partij in de Tweede Kamer met twee zetels vertegenwoordigd is neemt het in het openbaar afstand van de mensen waar het mede de twee zetels aan heeft te danken. FvD doet zich salonfähig voor en neemt afstand van het rechts-extremistische voetvolk. Overigens een te verwaarlozen groep met een kleine 300 volgelingen die zich belangrijk voordoen. Aan dat euvel lijdt ook Kusters. Het antwoord op de vraag of FvD door het openbaar afstand nemen van extreem-rechts een uitspraak doet over de ware aard van de partij of een en ander probeert te framen is afhankelijk van het waarheidsgehalte van Baudets beweringen en of men hem op zijn woord kan geloven.

Het is uitgebreid na te lezen in de publiciteit, zoals hier. Baudet ontkent de band met de NVU, maar Kusters zegt in een artikel in De Gelderlander dat Baudet wist van de samenwerking. In TPO werd op 25 augustus de leugen doorgeprikt dat Baudet nooit van Kusters had gehoord: ‘Forum voor Democratie-leider Thierry Baudet zei vrijdag tegen ThePostOnline nog nooit van Constant Kusters te hebben gehoord, de leider van de de extreemrechtse Nederlandse Volks-Unie (NVU). Dat blijkt anders te liggen. Sterker, Baudet sprak over Kusters in een discussieprogramma van omroep Powned. Op donderdag 29 oktober 2015 om precies te zijn.’

Deze leugen komt na vragen waarom Baudet zo kritiekloos door de Nederlandse media aan het woord wordt gelaten, onder meer hier op dit blog. Een analogie met Donald Trump kondigt zich aan. Hij kreeg van onder meer CNN en MSNBC’s Morning Joe in een soort gratis rit zonder de gebruikelijke journalistieke normen alle ruimte om zijn persoon en programma te presenteren en kon zo groeien. Mede omdat zijn aanwezigheid garant stond voor goede kijkcijfers. Nu Trump dankzij de media de verkiezingen heeft gewonnen en hij ze niet meer nodig heeft neemt hij er afstand van. Voor FvD geldt dat in mindere mate omdat het slechts 1,8% van de stemmen haalde, tegen Trump 46%. NRC onderzocht welke partijen tijdens de campagne het meest op televisie waren. FvD scoorde bovengemiddeld met 27 optredens in 12 onderzochte actualiteitenprogramma’s. Nu de banden met extreem-rechts duidelijk zijn gemaakt is de vraag of ze FvD kritischer gaan benaderen.

Paul Cliteur is onvolledig in zijn weergave van feiten en probeert cultureel marxisme te framen in verdediging van Charlottesville

leave a comment »

Afgelopen dagen werd besmuikt of instemmend gereageerd op een opinie-artikel van Paul Cliteur op TPO. Niemand leek het serieus te nemen. Besmuikt door degenen die erin aangesproken werden en instemmend door de achterban van Forum voor Democratie of Geen Stijl die zich per definitie inzet voor wat het als de goede zaak ziet. Zelfs als het niet weet wat cultureel marxisme is, wie Antonio Gramsci was en welke rol hij in het marxistische discours in de studentenrevolte van de jaren ’60 en ’70 in vooral Frankrijk en Italië speelde.

Paul Cliteur werkt de talking points van het Witte Huis uit die zeggen dat het geweld van twee kanten komt. Dit als reactie op de extreem-rechtse manifestatie in Charlottesville waar neonazi’s, racisten en witte suprematisten met succes de straat veroverden op de lokale politie. Cliteur suggereert de nuance te zoeken, maar daar is niets van te merken. Hij deelt die in elk geval in zijn opinie voor TPO zeker niet met de lezer.

Cliteurs nuance stopt waar hij de Brits-Amerikaanse publicist Milo Yiannopoulos looft: ‘Ik was verrast door een intelligente analyse van onze tijd en cultuur’. De conservatieve Yiannopoulos werd in 2017 weerhouden om op Britse universiteiten te spreken vanwege zijn politieke denkbeelden. Maar vanwege zijn opkomen voor -of: relativering van- pedofilie namen zowel conservatieve als progressieve media en organisaties afstand van hem. Ook Breitbart zette Yiannopoulos onder druk om ontslag te nemen. Die animositeit van Yiannopoulos met rechtse media en organisaties laat Cliteur ongenoemd. Hij probeert wat Yiannopoulos overkomt onder verwijzing naar een afgelaste spreekbeurt op Berkeley te framen als progressieve intolerantie of hegemonie. Hij laat ook ongenoemd dat het verbroken contract met uitgeverij Simon & Schuster een gevolg was van die pedofilie-controverse. Vervolgens koppelt Cliteur de receptie van Yiannopoulos aan het cultureel marxisme van Gramsci. Cliteur is onvolledig, geeft een verkeerde voorstelling van zaken en doet aan stemmingmakerij om zijn achterban via TPO te bedienen. Mijn reactie zoals ik die bij Cliteurs artikel op TPO plaatste:

De constatering van Paul Cliteur over culturele hegemonie naar aanleiding van de geschriften van de Italiaanse Marxist Antonio Gramsci is interessant. Het roept echter de vraag op waarom hij er juist nu mee komt en niet 20 jaar geleden. Want Cliteur beschrijft voor de Nederlandse situatie een beeld uit het verleden. Cliteur is overigens onduidelijk over welk land of universiteit hij het nou precies heeft. Nederland, VS, West-Europa. Dat maakt zijn stellingname verwarrend en rommelig.

Twintig jaar geleden zuchtte Nederland onder de knoet van het multiculturalisme. Het was maatschappelijk onaanvaardbaar om er kritische kanttekeningen bij te zetten. Dat was benauwend en ongewenst. Maar sinds de neoconservatieve Bush/Cheney-revolutie in de VS, de opkomst van Pim Fortuyn en Geert Wilders in het kielzog van Frits Bolkestein en de onmanteling in Nederland van de linkse politiek is dat beeld volledig gekanteld. De culturele hegemonie wordt nu bepaald door de rechterkant van het politieke spectrum.

Aan Nederlandse universiteiten is anno 2017 niet langer een linkse culturele hegemonie, maar een rechtse hegemonie van marktdenken en marketing dominant. Nederlandse universiteiten zijn geëconomiseerd met verlies van hun autonomie en hun intellectuele ambitie. Hoogleraren en studentenraden hebben zich in de dwangbuis van de economie, de behoudzucht en het marktdenken laten dwingen.

Studenten kunnen wellicht in toiletten van Amerikaanse universiteiten hun leuzen spuien zoals mevrouw Cliteur waarneemt, maar in de bestuurskamers van de Amerikaanse of Nederlandse universiteit wordt een gesprek van marktdenken, rendement, fondsenwerving en bezuinigingen gevoerd.

In het besef om buitengesloten te zijn van de macht ageren de links georienteerde studenten daarom in de marge. Dat doen ze blijkbaar op het toilet, op de campus, in een Studium Generale-programma of in een kunsttentoonstelling. Op plekken die er niet echt toe doen. Niet in de bestuurskamer waar de macht zetelt.

Over de media waar Cliteur naar verwijst is exact hetzelfde te vertellen. Het kan zijn dat de meeste journalisten links zijn, zoals de meeste studenten dat ook zijn. Maar dat maakt media-bedrijven en media-holdings die gaan voor rendement, macht en economisch nut nog niet links, zoals een linkse student het bestuur of het beleid van een universiteit niet links maakt.

Linkse studenten en journalisten kunnen in de overgangstijd tussen multiculturalisme en een volledig geëconomiseerde structuur in symbiose binnen rechtse structuren bestaan omdat ze daar als afleiding dienen. Die bliksemafledier komt de macht van media of universiteit prima uit. En daarom wordt deze linkse verschijnselen getolereerd. Zonder dat ze nog enige praktische macht hebben.

De observatie van Cliteur die 50 jaar na 1968 Gramsci uit de mottenballen tovert schiet dan ook tekort. Wat mevrouw Cliteur in de toilet ziet is niet onjuist, maar meneer Cliteur kent er vervolgens een verkeerde waarde aan toe. Hij leest een verschijnsel als structuur.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelCultureel marxisten hebben geen rust voordat u bent onderworpen’ van Paul Cliteur op TPO, 19 augustus 2017.

Waarom laten Nederlandse media Baudet kritiekloos aan het woord?

with 6 comments

Het is in grote lijnen zo duidelijk, maar het wordt vaak zo nodeloos ingewikkeld gemaakt. Er zijn op dit moment drie totalitaire ideologieën die  vijandig staan tegenover de democratie zoals we die in Nederland kennen. Het zijn het uit de 20ste eeuw beruchte fascisme met autoritair nationalistische, antidemocratische en antiparlementaire tendenzen en het bolsjewistisch communisme dat zoveel onheil heeft gebracht over Europa. Sinds het eind van de 20ste eeuw is daar het islamisme -ofwel: de politieke islam- bijgekomen dat de islam als een geloof boven alle geloven stelt en die andere geloven zelfs geen plek gunt. Fascisme, communisme en islamisme en de vertegenwoordigers ervan dienen ondubbelzinnig en in harde bewoordingen afgewezen te worden. Ze gaan uit van een gesloten wereldbeeld dat vrijheden inperkt en alle adem uit de samenleving haalt.

Opvallend is dat deze ideologieën door degenen in het centrum van de politiek van wie je het zou verwachten niet in alle gevallen worden afgewezen. Dat gaat onder het mom om het ergste kwaad met het mindere kwaad te bestrijden. Maar dat is een hellend vlak dat vanuit een slecht oordeel de eigen moraliteit aantast. Wie die neergaande weg opgaat verliest vanwege verloren normbesef het recht van spreken en mist de autoriteit om de vertegenwoordigers van de drie ideologieën te corrigeren en met overtuiging tot de orde te roepen. Kiezen voor de ene verkeerde ideologie om de andere verkeerde ideologie te bestrijden is een valkuil. De keuze is niet tussen de drie ideologieën, maar tegen de drie ideologieën. Dit besef wordt onvoldoende begrepen.

Complicatie is dat de drie ideologieën veelzijdig op elkaar inwerken. Als het ene rookgordijn onttrekken ze het andere rookgordijn aan het zicht. Historisch is de wisselwerking tussen fascisme en communisme bekend. Tot op de dag van vandaag is het fascisme spookbeeld, schrikbeeld en bliksemafleider voor het communisme. Uit een combinatie van nostalgie en nestgeur, en praktische politiek wordt als motief een type bolsjewistische propaganda tot op dit moment gebruikt door de machthebbers in de Russische Federatie. Bijvoorbeeld als in de Oekraïense-Russische oorlog (2014 – nu) de tegenstander wordt gekenschetst als fascistisch.

Sinds een kleine 20 jaar is daar het islamisme bijgekomen als spookbeeld, schrikbeeld en bliksemafleider voor het fascisme. Waterscheiding waren de aanslagen op de Twin Towers op 9 september 2001 door overwegend Saoedisch-soennitische islamisten. De voorbeelden van politieke leiders die ‘waarschuwen’ voor het islamisme -of kortweg: de islam- en de afslag naar het fascisme nemen is aangegroeid tot een fikse lijst: Geert Wilders, Nigel Farrage, Marine Le Pen, Christoph Blocher, Viktor Orbán, Donald Trump, en sinds kort Thierry Baudet. Opvallend is dat deze radicaal-rechtse politici zich extremer opstellen dan traditioneel gematigd rechts zoals dat door het liberalisme of de christen-democratie wordt vertegenwoordigd en extreem-rechts inspireren. Opvallend op zijn beurt is dat het opgekalefaterde retro-communisme van Putin deze radicaal-rechtse leiders inspireert. Hoewel dat een inblazing is die met steekpenningen gekocht wordt door het Kremlin.

Karin Spaink schreef op 16 augustus naar aanleiding van het optreden van extreem-rechts in Charlottesville en de reactie daarop van rechts-nationalistische politici als Trump een column in Het Parool die ze aldus besluit: ‘Lees je terug met welk canaille Thierry Baudet zich omgeeft, kijk je met wie hij goedlachs op de foto is gegaan en van welke ontmoetingen hij trots zijn selfies heeft gepost, inventariseer je waar hij naartoe gaat om te spreken en welke gasten of sprekers hij op zijn partijbijeenkomsten uitnodigt (van de NVU tot aan de IJzerwake, van Erkenbrand tot Kalergi), haal je je zijn uitspraken voor de geest over ‘de homeopathische verdunning van het volk’ tot ‘de omvolking van Europa’, lees je hoe hij de ‘volkswil’ systematisch boven recht en ratio stelt, en dat je dan tot op het bot huivert…  Dan schrik je je rot hoe vaak en hoe kritiekloos de Nederlandse pers het FvD aan het woord laat. Het zijn zulke leuke jongens, met zo’n fris geluid!

Baudet typeert de frisheid van de beerput. Democratisch gekozen speelt hij een rol binnen de Nederlandse parlementaire democratie. Maar dat betekent niet dat hij kritiekloos moet worden bejegend en de media zich niet telkens moeten afvragen wat hij representeert. Het is een raadsel waarom Baudet zoveel krediet van de Nederlandse media krijgt. Hij is iemand die zich in extreem-rechtse kringen begeeft en daarbij ook een anti-modernist is. Ofwel, hij is iemand met ouderwetse en ‘gesloten’ denkbeelden op het gebied van cultuur. Naast het extremistische gedachtengoed dat hij deelt. Journalisten laten zich om de tuin leiden door de vorm die Baudet hanteert. In de inhoud propageert hij echter ondubbelzinnig het extremistische gedachtengoed. De acceptatie van Baudet is ongewenst en ongepast. Nederland schiet er niks mee op. De Nederlandse media zouden beter na moeten denken voordat ze hem een platform bieden. Waarom bekritiseerden ze Hans Janmaat en Joop Glimmerveen, maar laten ze dat grotendeels na bij Thierry Baudet die geen haar beter is?

De verklaring waarom niet alleen radicaal-rechtse journalisten van het type Wierd Duk in hun afkeer van het islamisme bewust of onbewust de overstap naar het ultranationalisme van het fascisme maken, maar ook de establishment journalisten van het oppervlakkige type heb ik hierboven beredeneerd. Deels komt het voort uit onkunde en lui denken. En deels uit de twijfel dat vanuit een politieke homeopathie het islamisme met het fascisme bestreden kan worden. Met zo’n houding verliest de journalistiek zonder politiek-filosofisch kompas en zonder omlijnd idee over het kwaad van de drie ideologieën haar morele positie. En kan Baudet ongestoord zijn kunstjes vertonen. Journalisten willen niet anders zien dan een fris ogende politicus omdat zo iemand aansluit bij hun idee van de wereld als realityshow. Zo is de weg vrij voor een nationalistische politicus die aanschurkt tegen het rechts-extremisme om de media met keurige, hapklare brokjes te voeren en zijn echte gedachten voor zowel journalisten als supporters verborgen te houden. Alsof geen hond het echt interesseert.

Foto: The Militia, Charlottesville, 12 augustus 2017.