George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Centraal Museum

Komt er een eind aan de papieren werkelijkheid van Museum Oud Amelisweerd? Wat moeten de Utrechtse politieke partijen doen?

leave a comment »

b605ab1f3413908a249900fc38e7d5763d280f4171c99a3e53b2c3721d1e5e18

In media wordt het beeld opgeroepen dat de weigering van het Utrechtse college om een advies uit mei 2016 van een Advies Commissie Cultuur over Museum Oud Amelisweerd (MOA) voor een jaarlijkse subsidie van 75.000 euro niet over te nemen de nekslag voor dat museum is. Dat is in strijd met de feiten. Over 2014 vertoonde het MOA een tekort van 138.000 euro. Sinds 31 augustus 2012 exploiteert Stichting MOA landhuis Oud Amelisweerd. Vanaf het begin bestonden er over de exploitatie twijfels door de hoge kosten en de randvoorwaarden om inkomsten te genereren. Telkens werden plannen met de hakken of de sloot aanvaard door de Utrechtse raad. Dat kwam mede doordat andere exploitanten door de toenmalige cultuurwethouder Frits Lintmeijer (GroenLinks) niet waren aangezocht, zodat het MOA een machtspositie kon opbouwen en de Utrechtse raad aangewezen was op die ene exploitant van wie de bestuursvoorzitter in de marge van een commissievergadering kon uitroepen ‘ Wat is het alternatief?’ Nog steeds is het onverklaarbaar en niet in de volle openbaarheid gekomen waarom Lintmeijer eind 2010 geen openbare aanbesteding of pitch voor de bestemming van landhuis Oud Amelisweerd uitschreef, maar Utrecht in een chantabele positie liet belanden.

Daarnaast stelde Stichting MOA in de plannen dat ‘in de nieuwe situatie’ naar verwachting de ‘inkomsten door derden’ hoger zouden zijn dan in de oude situatie in Amersfoort. De gemeente Utrecht nam deze prognoses over, maar stelde wel dat het in de praktijk bewezen moet worden. Deze verwachtingen werden gefundeerd bevonden, maar bleven een papieren werkelijkheid. En zoals al in 2011 gevreesd werd ging het mis omdat de papieren in de plaats kwam van de echte werkelijkheid. De inkomsten door derden vielen tegen. Deels was dat buiten de schuld van Stichting MOA door de teruglopende economie en de afgenomen sponsoring van kunst en cultuur door rijksoverheid en bedrijfsleven, maar deels was het wensdenken tegen elk realisme in.

Nu halen de media twee aspecten door elkaar: het vastgoed en de bedrijfsvoering van de huidige exploitant. Met de suggestie dat die strikt met elkaar verbonden zijn. Dat is een misverstand. Uit debatten in de Utrechtse raad blijkt dat de partijen vanaf het begin onderscheid maakten tussen het vastgoed en de exploitant. Hoewel vooral GroenLinks het er moeilijk mee had. De gemeente Utrecht zag het als haar taak om landhuis Oud Amelisweerd op orde te brengen met een investering van 1.666.000 euro, waarna een exploitant het vastgoed mocht gebruiken onder de voorwaarde dat het zichzelf financieel zou bedruipen.

Na het besluit van het Utrechtse college om MOA voor de komende 4 jaar geen jaarlijkse subsidie van 75.000 euro toe te kennen is het museum niet bij de pakken neer gaan zitten, maar een publiciteitsoffensief gestart. De echte reden voor het niet opvolgen van dit advies is dat niet de gemeente Utrecht, maar exploitant Stichting MOA verantwoordelijk is voor de exploitatie. Een commissiebrief van 13 december 2011 maakt dat duidelijk: ‘De gemeente Utrecht als eigenaar van het vastgoed wordt in financiële en beheersmatige zin niet verantwoordelijk voor de exploitatie, de Armandocollectie en de nieuwe museumstichting.’

MOA benadert direct of via organisaties die het voor zich laat spreken media met de boodschap dat investeringen in erfgoed en kunst noodzakelijk zijn en zet Utrechtse politieke partijen onder druk om de subsidieaanvraag te heroverwegen. Landelijke media opereren onzorgvuldig en geven een verkeerd beeld door te spreken over ‘het schrappen van een subsidie’ zonder de achtergronden van de besluitvorming over Museum Oud Amelisweerd te geven. Zoals de NOS in een artikel doet. Maar er wordt geen subsidie geschrapt, maar een advies van een cultuurcommissie niet opgevolgd omdat het in strijd is met gemaakte afspraken tussen raad en gemeentebestuur, en college en Stichting MOA over de verantwoordelijkheid van de exploitatie. Dat was alle betrokkenen bekend, zodat de aanvraag voor een cultuursubsidie bij de gemeente Utrecht door de Stichting MOA als eenzijdig opzeggen van deze afspraak opgevat kan worden.

Partijen in de Utrechtse raad staan voor een dilemma. Ze zijn in 2012 in zee gegaan met exploitant Stichting MOA zonder dat er in de jaren 2010-2011 door het Utrechtse gemeentebestuur serieus gekeken is naar alternatieven. Deze bestonden wel, maar zijn nooit op tafel gekomen. Daarbij speelde een politieke afspraak tussen de gemeenten Utrecht en Amersfoort een rol omdat deze laatste gemeente eenzijdig een juridische afspraak uit 1998 over het Armando Museum verbrak. Toenmalig voorzitter Gerard de Kleijn van Amersfoort in C noemde dat ‘onbehoorlijk bestuur’ van het Amersfoortse college. De gemeente Utrecht liet het probleem op haar bordje schuiven. Nu blijkt uit te komen wat altijd al vermoed werd en als mogelijkheid in alle officiële documenten van die tijd werd geschetst, namelijk dat de huidige exploitant Stichting MOA het niet redt.

De partijen die de intentie hebben om landhuis Oud Amelisweerd een culturele of museale bestemming te laten behouden moeten goed beseffen wat dat inhoudt. Raadsleden moet kunnen oordelen aan de hand van de feiten. Een begin van een oplossing bestaat eruit dat via cultuurwethouder Kees Diepeveen aan een beleidsambtenaar van het type Hans van Oort gevraagd wordt om binnen enkele weken in een notitie in kaart te brengen 1) hoe de afspraken tussen de gemeente Utrecht en de huidige exploitant Stichting MOA luiden over het gebruik van het vastgoed en de investeringen, 2) wat hiervan de financiële consequenties zijn en 3) wat de voor- en nadelen van de terugvaloptie of een andere exploitant zijn. Het is in het belang van gemeente en publiek dat landhuis Oud Amelisweerd een levensvatbare exploitant heeft en dat het debat niet gegijzeld wordt door emoties. Maar vooral: het is in het belang van het vertrouwen in de politiek dat het zich aan eigen afspraken houdt zonder die oneigenlijk op te rekken, ook als dat betekent in een zure appel te moeten bijten.

Foto: Benedenkamer landhuis Oud Amelisweerd. Tentoonstelling ‘De verboden kamers van Amelisweerd. Exotische ambiances in de Chinese salons met Chinese kunst’ met Ben van Os. Foto: Paul van Galen, 1991.

Sluiting Museum Oud Amelisweerd is tragiek van een aangekondigde dood

with 10 comments

694

Het doek lijkt nu echt definitief gevallen voor het Museum Oud Amelisweerd (MOA) in Bunnik. De gemeente Utrecht geeft ondanks het advies in mei 2016 van de Advies Commissie Cultuurnota over de periode 2017-2020 geen jaarlijkse subside van 75.000 euro. Dat advies was overigens niet onverdeeld positief en wees op de zwakke plek: de financiële positie en onderbouwing: ‘Maar ze concludeert tevens dat de begroting weinig transparant is, zeker op het punt van de voorwaarden die gesteld zijn bij diverse geldstromen en hoe de diverse gelden besteed worden. Ze beveelt het museum aan om hierin meer inzicht te verschaffen. Aldus adviseert de commissie positief over de aanvraag met het verzoek aan het MOA om een nieuwe begroting in te dienen waarin ook de besteding van de bij de gemeente aangevraagde subsidiegelden wordt verantwoord.’

Maar een Adviescomissie Cultuur heeft geen rekening te houden met gemaakte afspraken. Het was een noodgreep van het MOA om de aanvraag in te dienen waarvan het op voorhand wist dat die niet toegekend kon worden. Want bestuur en directie wisten dat het Utrechtse gemeentebestuur de raad in verhitte debatten had toegezegd dat er geen cent exploitatiesubsidie van de gemeente Utrecht naar het MOA zou gaan.

Insiders wisten dat het MOA onder de verkeerde voorwaarden opereerde vanwege de zwakke financiële basis en de hoge kosten van exploitatie in een rijksmonument. Het was niet de vraag of het MOA zou omvallen, maar wanneer dit zou zijn. Museumdirecteur Paul van Vlijmen voorspelde in 2012 dat het MOA een fiasco zou worden: ‘Ik zou bedrijfsmatig nooit in zo’n avontuur stappen. Want het museum -zonder subsidie- is niet rendabel te krijgen.’ Deze kritiek op het ondernemingsplan die niet gezond te krijgen was kwam bovenop de artistieke kritiek. Zo was vriend van Armando en oud-conservator Rini Dippel in 2011 vernietigend over het ‘verstopte museum’ in de bossen van Bunnik dat volgens haar niet paste bij het werk van Armando. Zoals velen na haar zag Dippel niets in de combinatie van landgoed, de 18de eeuwse Chinoiserieën van Oud-Amelisweerd en het werk van Armando. De kunsthistorische logica van de combinatie ontging haar.

Hoe het MOA ontmanteld wordt ligt in de oprichting ervan besloten. Het is de zogenaamde terugvaloptie die in een commissiebrief van B&W van Utrecht van 13 december 2011 wordt geschetst en er al rekening mee hield dat de huidige exploitant het niet zou redden: ‘Mocht openstelling volgens de uitgesproken ambities niet realiseerbaar zijn dan volgt in de lijn van overwegingen een variant met openstelling van het landhuis en het behang als een museumstuk waarvoor bezoekers komen, net zoals dat nu voor het Rietveld Schroderhuis het geval is. Een openstelling van het landhuis als “sitemuseum” of “open monument” kan een alternatief bieden voor museale openstelling zoals in deze brief is beschreven. Het Centraal Museum is beheerder van de collectie historische behangsels en kan worden gevraagd deze met het landhuis te gaan exposeren.

In een artikel in het AD vraagt raadslid Aline Knip (D66) wat de plannen van het college zijn. Zij is blijkbaar niet op de hoogte van de bestuurlijke geschiedenis van het museum en de financiële martelgang die het sinds 2011 is gegaan. Eruit blijkt ook dat de PvdA-fractie met het weggaan van Bert van der Roest het historische geheugen over dit dossier kwijt is. Het zegt uit te zoeken wat er over de subsidie afgesproken is. In 2011 zei woordvoerder Jeroen Bosch namens het Utrechtse college: ‘Wel wil de gemeente Utrecht geld uittrekken voor de renovatie van en het gereedmaken van Oud Amelisweerd, maar de exploitatiekosten zijn voor Amersfoort, of voor het Armando Museum.’ Door dit gebrek aan kennis bij de cultuurwoordvoerders in de Utrechtse raad zijn de beleidsambtenaren het geheugen van dit dossier en is er geen controle op de macht mogelijk.

Als het bestuur van het MOA definitief de stekker eruit trekt, dan is het aan het Utrechtse gemeentebestuur om een nieuwe exploitant te vinden. Dat kan de terugvaloptie via het Centraal Museum zijn, maar ook een Museum voor Chinoiserie of een historisch museum dat bij de plek past. In 2011 formuleerde ik 10 raadsels over wat toen nog het Armandomuseum werd genoemd. De tragiek is dat in 2016 deze raadsels nog steeds bestaan en de vragen waarom het MOA precies opgericht moest worden nog steeds niet beantwoord zijn door de politiek verantwoordelijken in Amersfoort, Utrecht en de provincie Utrecht. Dat geeft te denken.

Zie hier voor een overzicht van artikelen over dit onderwerp.

Foto: Museum Oud Amelisweerd, credits © Jeroen Jumelet.

Provincie Utrecht vervormt ‘De Stijl’ tot merk van economie en toerisme

with one comment

pu

De Provincie Utrecht zet het in een besluit van Gedeputeerde Staten van 9 februari 2016. Het AD bericht erover en citeert de volgende zin: ‘Voor de internationale bezoeker zijn de afstanden in Nederland zo klein dat ze vergelijkbaar zijn met de afstanden en reistijden tussen wijken binnen wereldsteden’. Deze zin is weer een citaat dat door de provincie Utrecht geplukt is uit de ‘Voortgangsrapportage Gastvrijheidseconomie’ van eind december 2015 van het ministerie van Economische Zaken. Toerisme dus. Nederland wordt als metropool gepresenteerd door California als norm te nemen: ‘de afstand tussen Anaheim en Malibu in Los Angeles net zo groot als de afstand tussen Amsterdam en Enschede.’ Zo klinken holle frasen van het bestuurlijk denken.

De Stijl dus. Die kunstbeweging uit de eerste helft van de 20ste eeuw met namen als Theo van Doesburg, Piet Mondriaan, Vilmos Huszár, Bart van der Leck, J.J.P. Oud, Jan Wils en Gerrit Rietveld die een hervorming van de samenleving voorstond via de kunst. Honderd jaar na de oprichting wordt het historisch besef aan De Stijl door Nederlandse overheden omgevormd tot een verlengstuk van economie en toerisme. De Stijl als gezonken cultuurgoed is niet langer kunst. Als ‘een fysieke verbinding (landmark) tussen Utrecht en Amersfoort.’ De herinnering aan De Stijl wordt verdrongen door krachttaal en opgesloten in het bestuurlijk denken over promotie, citymarketing en gastvrijheidseconomie. Uiteraard met ‘activatie van het bedrijfsleven’ en subsidie.

Foto: Schermafbeelding van deel ‘OPENBAAR VERSLAG VERGADERING GS UTRECHT 09-02-2016’.

Doet het er toe te weten of Nijntje kunst, cultuurhistorie of commercie is?

with 2 comments

Richard-Hutten-4

Nijntje was Dick Bruna, maar Nijntje is nu vooral Mercis. Tekenend is dat het ‘dick bruna huis’ als onderdeel van het Utrechtse Centraal Museum vanaf december 2015 ‘nijntje museum’ zal heten. Nijntje leeft eeuwig. De toelichting op nijntje.nl zegt bij ‘over mercis‘: ‘Mercis bv bewaakt sinds 1971 wereldwijd de auteursrechten van Dick Bruna en is nauw betrokken bij de ontwikkeling van alle producten. Zij controleert de kwaliteit van de gereproduceerde illustraties en van de producten zelf. Alle ontwerpen moten goedgekeurd worden voordat ze in productie genomen kunnen worden.’ Dat oogt streng: marketing en exploitatie voeren de boventoon.

Nijntje bestaat 60 jaar en dat jubileum wordt onder meer gevierd met een parade van beelden van Nijntje in de openbare ruimte die door vormgevers en kunstenaars met hun signatuur naar eigen hand zijn gezet. Deze nijntje art parade is door Mercis bv in samenwerking met sponsors, en met Unicef tot stand gekomen. Het 60-jarige konijntje is nu in vele verschijningsvormen te zien in Amsterdam, Schiphol, Utrecht, Den Haag en Valkenburg. En ook op zeven plekken in Japan, het land waar Nijntje ofwel Miffy immens populair is.

Die omarming en verspreiding van Nijntje roept reacties op. DUIC zegt dat de beelden eerder van straat werden gehaald omdat ze beschadigd raakten. Bij een van de Nijntjes werd een oor afgebroken en ook andere beelden hadden te maken met vandalisme. Een beeld van Richard Hutten dat aan de zijkant van het Centraal Museum was geplaatst is op 15 augustus door onbekenden van zijn sokkel getrokken en meegenomen. Of dit vandalisme specifiek gericht is op Nijntje is de vraag. Beelden in de openbare ruimte worden vaker vernield.

In de commentaren ontstond bij DUIC een interessant debat of die beelden van Nijntje nu kunst zijn of niet. Willem vindt de tsunami van Nijntjes en Nijntjes-merchandising in Utrecht te veel geworden: ‘Nijntje kunst en/of cultuurhistorie? Mag ik even lachen?!?! Nijntje is een kinderachtig en supervervelend konijn. We hebben als Utrecht wel meer te bieden dunkt me. Dat konijn heeft een eigen museum, een eigen plein (nijntje pleintje, erger kan niet), staat op verkeerslichten, heeft standbeelden en ga zo maar door…Kbtr zegt: ‘nijntje is geen kunst nijntje is een merk’. Of Nijntje kunst is of een handig door Mercis met medewerking van de kunstwereld uitgebaat merk laat onverlet dat reageerders het vandalisme afkeuren. Sowieso is Nijntje de onschuld voorbij.

Foto: Richard Hutten en zijn interpretatie van Nijntje.

Drents Museum stoot objecten af. Ontzamelen gaat van au

leave a comment »

Harry Tupan, adjunct-directeur van het Drents Museum in Assen legt uit wat ontzamelen is en hoe dat in z’n werk gaat. Het betreft een paar duizend objecten van de C-collectie die de deur uit moeten. Een bulkafstoting van landbouwwerktuigen. Naar andere musea als ze dat willen, waarbij Drentse de voorkeur hebben. Ook de loods die C-collectie huisvestte -en niet geklimatiseerd en goed beveiligd lijkt- wordt verlaten. De vraag of er zich nog onder voorwaarden ontvangen schenkingen en legaten onder de af te stoten objecten bevinden wordt niet gesteld. Evenmin of er nog stukken geveild worden. Gezien de kwaliteit zal dat weinig opbrengen. Tupan schetst de dilemma’s van collectievorming, maar draait er ook charmant omheen. Want natuurlijk ruimt het Drents Museum meer op dan het verwerft. Deels een bezuinigingsactie, deels een beheerprobleem.

In de afgelopen jaren was er binnen de museumsector veel debat over ontzamelen. De te volgen richtlijn stond daarbij centraal waarbij in een tijd van bezuinigingen belangrijk werd wie over de bestemming van de opbrengst kon beslissen. Directie of wethouder? Zodat ermee zelfs gaten in de exploitatie gevuld konden worden wat voorheen ondenkbaar was. Naast de officiële LAMO-richtlijn van de museum- en erfgoedsector kwam de VNG zelfs met een richtlijn wat gemeenten weer ruimte bood om voorwaarden op te rekken en weer een eigen richtlijn op te stellen. Zoals Rotterdam deed naar aanleiding van de plannen van het Wereldmuseum om de Afrika-collectie af te stoten. Daarnaast speelt nog de afstoting van niet-museale collecties, zoals bij de CBK’s die weer hun eigen voorwaarden hanteren. Zodat er een veelheid van richtlijnen ontstond die in de wijze van afstoten zoals Harry Tupan die schetst tamelijk identiek bleven, maar in de bestemming gingen variëren.

Het Centraal Museum in Utrecht met toenmalig hoofd collectie Errol van der Werdt -nu directeur van het Textielmuseum- zwengelde dat debat in 2006 aan en thematiseerde het met de tentoonstelling Uit het depot annex veiling met medewerking van Sotheby’s die liet zien wat afstoten van 1500 kunstwerken omhelsde. Daarna is het niet meer rustig geworden in de depots van museumland. Waarbij Boijmans het groter zoekt.

Armando verdwaald in het museale woud van Bunnik

with 4 comments

CM01_T198913-D-001_X

Update 21 maart 2014: Vandaag opent met vertraging prinses Beatrix het Museum Oud Amelisweerd (MOA) dat een deel van de Armando collectie herbergt. Er is hier al veel over gezegd en een feestdag is geen dag voor kritiek. Wel voor relativering van alle publiciteit die vanuit het MOA komt en het voorstelt alsof het zo moest zijn. Dat betwijfel ik nog steeds. De lange weg had anders bewandeld kunnen worden. Een terugblik. 

Hier verschenen vanaf december 2010 zo’n 60 stukken over de huisvesting van de Armando collectie in het landhuis en rijksmonument Oud-Amelisweerd te Bunnik. Onder de titel ‘Oud-Amelisweerd: staalkaart van bestuurlijke onzorgvuldigheid‘ vatte ik mijn inzet in juni 2012 samen met de volgende verantwoording: ‘De toon was kritisch vanwege de onlogische keuze, de slechte voorbereiding door de beoogde exploitant en de onheldere besluitvorming. Wethouder Lintmeijer gaf zonder openbaar debat de exploitant het groene licht. Met als gevolg dat deze gemeenschapsgeld ging uitgeven dat niet formeel gedekt was en zo een machtspositie opbouwde. De exploitant kreeg toegang tot Oud-Amelisweerd zonder dat dit formeel besloten was. Dit bracht ambtenaren van gemeentelijke diensten in een lastige positie, dat soms tot ontslag leidde’.

Als ’n in Utrecht woonachtige blogger die zich interesseert voor zowel politiek, cultuurpolitiek, museumbeleid als kunst was het niet toevallig dat ik aandacht aan de kwestie Oud-Amelisweerd besteedde. Ik kende het landhuis uit de jaren ’90 en kwam er vaak op evenementen van het Centraal Museum. Zoals met Robert Devriendt die het logo van dit blog schilderde: een valk. Alle gevestigde media lieten dit onderwerp liggen zodat het ook over het dralen en falen van de journalistiek ging. Ik sprong eind 2010 maar in het gat. Deels uit plichtsbesef deels uit overtuiging. Ik vond dat een kritisch verslag nodig was. Pas begin 2012 voegden AD en De Volkskrant zich in de kritiek. Ruim een jaar te laat. De publieke opinie was toen al voldoende bespeeld.

De debatten over Oud-Amelisweerd hebben de 84-jarige kunstenaar Armando beschadigd. Hoewel betrokken bestuurders het ongetwijfeld goed bedoelden hadden ze zich zijn positie beter moeten beseffen toen ze met elkaar hun plannen bespraken. Er was sprake van een dubbele gijzeling. Armando werd gegijzeld door het Armando Museum en had geen behoefte om na Amersfoort nog een nieuwe stap te zetten. Tony de Meijere die incidentele bruiklenen voor tentoonstellingen aan het Armando Museum gaf, maar daar op een gegeven moment uit ongenoegen mee stopte, gaf haar opgeslagen collectie in bruikleen bij het Kröller-Müller Museum. Zijn ongenoegen liep zo hoog op dat Armando voorjaar 2011 zijn collectie weghaalde bij het Armando Museum. Dat betekende het einde aan alle plannen. Armando ging na druk uiteindelijk overstag. Vanuit die positie kon het Armando Museum als enige kandidaat de gemeente Utrecht gijzelen.

Toen het besluit in juni 2012 viel antwoordde ik het Utrechtse PvdA-raadslid Bert van der Roest dat ik blij was met het museum en hoopte dat het een succes werd. Hierop zei hij: ‘Ben in ieder geval blij dat George de hoop uitspreekt dat het nieuwe museum een succes wordt, dat voorbeeld zouden andere criticasters moeten volgen in mijn ogen!‘ Maar ik voegde ook toe: ‘Juist op het moment dat het moment voor de gemeente aangebroken was om na te gaan denken over een nieuwe huurder kwam ineens het Armando Museum op de proppen. En dat bleef de enige kandidaat. Dat moest de enige kandidaat zijn. Ik heb hier meermalen, en tijdig, de vraag gesteld waarom er niet breder gekeken kon worden. En ondanks het feit dat ik me hier in verdiept heb, weet ik het antwoord nog steeds niet. En heeft niemand dat me nog duidelijk kunnen maken.

Museum Oud Amelisweerd kan opgevat worden als voorbeeld van gegrepen en gemiste kansen. Maar net welk perspectief men kiest. Of in welk kamp de beschouwer zich bevindt. In een kantelende politieke situatie die sinds enkele jaren vijandig en negatief over kunst is kon op het nippertje een museum gerealiseerd worden. Da’s de winst. Het biedt een expositieplek voor kunstenaars. Maar of Utrecht en Nederland veel opschieten met een museum in een kwetsbaar rijksmonument met lastige randvoorwaarden in de Bunnikse bossen dat Armando, Chinees behang en de historische buitenplaats combineert blijft een vraag die nooit afdoende beantwoord is. Maar in de herfst van 2010 breed beargumenteerd had kunnen worden. Dat gebeurde nooit.

In een interview met de Volkskrant van 28 december vraagt Lotte Grimbergen aan directrice Yvonne Ploum van Museum Oud Amelisweerd dat voorjaar 2014 opent of Armando, Chinees behang en de buitenplaats bij elkaar passen. Ploum antwoordt: ‘De drie vormen zijn los van elkaar al indrukwekkend, maar hier komen ze mooi samen. Juist het feit dat ze zó verschillend zijn, geeft een andere dimensie. Hoe mens en natuur zich tot elkaar verhouden is een centraal thema, dat vind je in alle drie de collecties terug.’ Yvonne Ploum praat haar kunsthistorische fruitmand recht door samenhang in een onsamenhangend ensemble te suggereren. Ze meent dat het verschil een andere dimensie geeft, maar er geen verschillen zijn omdat Armando, Chinees behang en buitenplaats mooi samenkomen en zelfs thematisch samenhangen. Snapt u? Zo hangt alles met alles samen.

Foto: Tentoonstelling ‘Armando: vier reeksen uit de Berlijnse jaren‘ in de stallen van het Centraal Museum, 1989-1990.

Schampers laakt bij afscheid marktdenken van musea en is schamper over cultuurpolitiek

with 2 comments

karelschampers

Vertrekkend directeur van het Haarlemse Frans Hals Museum Karel Schampers luchtte gisteren bij z’n afscheid z’n hart. Het Haarlems Dagblad noemt het ‘een laatste hartekreet‘. Hij heeft het niet zo op de Nederlandse musea die naar de pijpen dansen van het grote publiek of de overheid. Ze spelen op veilig en zetten het publiek het bekende voor. Zo neigt het tentoonstellingswezen volgens hem ‘naar populisme en kortstondige opwinding‘. Hoe krachtig zijn z’n woorden en hoe jammer is het dat ze waar zijn. Startende kunstenaars van nu ziet Schampers als kind van de rekening. Musea en overheid zetten niet meer in op talentontwikkeling zoals ze tot voor kort deden. Met als gevolg dat de hedendaagse kunst van de toekomst onder druk staat.

Schampers kijkt breder en meent dat de cultuur zich onttrekt aan het nutsdenken van politici, conservatoren en museumdirecteuren: ‘Dit voortdurend in beweging zijn van de cultuur, waar de hedendaagse kunst in belangrijke mate toe bijdraagt, is van buitengewoon belang voor een levendige samenleving.‘ En: ‘Het is de taak van het museum de vitale impulsen van deze tijd te herkennen en het publiek te confronteren met wat binnen onze cultuur aan het veranderen is‘. In interviews eerder deze week ter gelegenheid van z’n afscheid laakte Schampers middelgrote musea als het Groninger Museum en het Centraal Museum, maar ook het Stedelijk die op veilig spelen en het experiment schuwen. Anders gezegd, te voorzichtig programmeren.

Voor de politiek van de gevestigde partijen heeft Schampers geen goed woord over: ‘Het is toch eigenlijk onvoorstelbaar dat een minister [Bussemaker], en met haar trouwens vele lokale overheden, openlijk durft te zeggen dat ze weinig vertrouwen heeft in de hedendaagse kunst en niet wenst te investeren in jong talent. Ze zegt daarmee feitelijk het vertrouwen in de toekomst op.‘ Voor wie niet cynisch wil worden over de kortzichtigheid en het economisch denken van een overheid -dat trouwens volledig averechts uitpakt en daarom z’n doel voorbijschiet- is onderhand niks meer onvoorstelbaar. Om het aardig te zeggen over een onaardige politieke klasse: het weet geen afweging meer te maken tussen korte- en langetermijndenken.

Karel Schampers is de museumman van de praktijk die het allemaal heeft meegemaakt. Als conservator en directeur, in contact met cultuurwethouders, fondsen en sponsors. Hij praat niet vanuit een impuls of de waan van de dag, maar vanuit een beredeneerd oordeel van jaren. Het beeld dat-ie schetst is niet om vrolijk van te worden. Grotere musea als Boijmans, het Van Abbe of de Lakenhal proberen zich te onttrekken. Maar ook zij worden snel geconfronteerd met teruglopende middelen. Die de landelijke en lokale overheden de musea opleggen. Tandenknarsend worden ze gedwongen niet het avontuur maar de veiligheid te zoeken.

Schampers’ hartekreet contrasteert met een stuk van de directeur van de Stadsschouwburg Amsterdam Melle Daamen in NRC dat zo begint: ‘Het cultuurbeleid in Nederland mist scherpte en kent veel te veel braafpraat‘. Daamen ziet in het kunstklimaat een ‘fixatie op het nieuwe en het vernieuwende‘. Doordat Daamen het zo scherp aanzet lijkt-ie haakser op Schampers te staan dan het is. Het is de koele rationalist (Daamen) die vanuit een grote cultuurorganisatie redeneert tegenover de realistische idealist (Schampers) die de middelgrote organisaties als onmisbare humuslaag voor de kunsten ziet. Maar ze verschillen van inschatting of talentontwikkeling en vernieuwing in de Nederlandse cultuurpolitiek en kunstpraktijk ondergewaardeerd worden. Wie kijkt hoe er de laatste jaren gekort is op talentontwikkeling -wat zelfs de Raad voor Cultuur in haar advies Slagen in Cultuur toegaf als een tekortkoming in het cultuurbeleid- moet Schampers gelijk geven.

Foto: Vertrekkend directeur van het Haarlemse Frans Hals Museum Karel Schampers. Credits: United Photos/Toussaint Kluiters.