Waarom blijven media politici die de elite dienen ‘populisten’ noemen?

Schermafbeelding van artikelWhy does the media insist on calling fascists ‘populists’?‘ van Thom Hartmann voor RawStory, 19 mei 2022.

Interessant artikel van Thom Hartmann op RawStory over populisme. Met een vreemde titel omdat fascist en populist raakvlakken hebben. Het is zuiverder om een populist af te zetten tegen een elitist. Zijn stelling is dat in de media politici vaak populisten worden genoemd terwijl ze dat niet zijn. Dat klopt en is misleidend.

Hij baseert zich op een definitie van de Nederlands-Amerikaanse politicoloog Cas Mudde die volgens Hartmann een populist zo omschrijft: ‘een persoon die een politieke positie of beweging vertegenwoordigt die de behoeften en verlangens van de meerderheid van de bevolking weerspiegelt, en die zich verzet tegen de belangen van corrupte elites’.

Hartmann wijst vooral op ontwikkelingen sinds president Reagan toen politici zichzelf populist gingen noemen terwijl ze dat niet waren en juist de belangen van de elite of corporate Amerika behartigden. Hij noemt de achtereenvolgende presidenten Dwight Eisenhower, John Kennedy, Lyndon Johnson, Richard Nixon, Jerry Ford en Jimmy Carter allen populisten.

Donald Trump is een goed voorbeeld van een niet-populist die door zichzelf en de media onterecht een populist wordt genoemd. Trump dient het belang van zijn geldschieters, van Dark Money, en niet die van het volk. Daarom is Trump per definitie geen populist, maar een elitist.

Opmerkelijk is dat elitisten als Trump zich juist tegengesteld presenteren aan wat ze echt zijn. Door zich als populist te profileren die het belang van het volk dient, verhullen ze dat ze niet het belang van het volk, maar van een elite dienen. Het is de eigenlijke ‘Big Lie‘ van Trump.

Wat zou een benadering die uitgaat van Muddes definitie betekenen voor de Nederlandse situatie? Zijn Rutte, Kaag of Hoekstra populisten die de stem van het volk vertegenwoordigen of dienen ze de elite, het zakelijke en politieke establishment? Voor Rutte en Hoekstra lijkt de conclusie duidelijk, ze zijn elitisten die niet het belang van het volk vooropzetten. Kaag is vaag.

In zijn politieke carrière heeft toenmalig leider van de PvdA Wouter Bos in lezingen in 2005 en 2008 gepleit voor een vorm van gematigd populisme, terwijl hij in 2013 in een column het CDA verweet populistisch te zijn. In een commentaar noemde ik Bos’ kritiek op het CDA dat hij daarvoor zelf had omarmd onbegrijpelijk. Er bestaat onbegrip en verwarring over het begrip populisme.

Interessant is het om te beredeneren in hoeverre de radicaal-rechtse politici Pim Fortuyn, Geert Wilders en Thierry Baudet populistisch of pseudo-populistisch à la Trump zijn. Baudet is het meest duidelijke geval, hij is een pseudo-populist, een elitist, die speelt dat hij populist is, maar achter de schermen niet-volkse belangen dient en dat zo weinig professioneel en overtuigend doet dat niet in te zien valt wie in Baudet een populist kan zien. Behalve de man zelf als hij in de spiegel kijkt.

Fortuyn vond aansluiting bij het volk en had een welgemeende wrok tegen de elite, de regenten. Niet omdat dat dat zijn overtuiging was, maar omdat hij door deze elite was afgewezen, waarna het verzet ertegen zijn beste verkooppunt werd. Wilders wordt gestuurd door belangen van geldschieters waarover hij geen details wil geven, maar voert tegelijk een politieke marketing die de kiezers het beste dient. Dat resulteert in een programmatische lappendeken die de PVV is geworden waar geen samenhangende politiek op te voeren is behalve op het tegengaan van immigratie en islam.

Het is dus ook in Nederland tijd voor een heroriëntatie van het begrip populisme in de media. Het is in de journalistiek een neutrale, verhullende en laffe term geworden die vooral dient om harde termen als fascist, rechts-extremist of lobbyist voor het bedrijfsleven wegens gebrek aan durf uit de weg te gaan. Terwijl daardoor de positieve kwaliteiten van het populisme verbleken. Dat kan niet de opzet zijn van journalistiek die wil verduidelijken en verklaren, en niet verhullen. Noem een pseudo-populist of elitist geen populist.

Verzoek om getuigenverklaringen aan de 6 Januari Commissie geeft aan dat Merrick Garland serieus werk maakt van het aanklagen van de opstandelingen

Voormalig aanklager in het US Attorney Office in Washington DC Glenn Kirschner heeft in zijn carrière veel zogenaamde RICO-zaken behandeld. Ofwel, zaken die met de georganiseerde misdaad, zoals de maffia te maken hebben.

In linkse media is het ongeduld groot met de trage aanpak van de opstand van 6 januari 2021 en het publiekelijk doorprikken van the Big Lie over zijn nederlaag in de presidentsverkiezingen van 2020 van voormalig president Trump door het ministerie van Justitie (DoJ). Minister Merrick Garland wordt verweten te voorzichtig te handelen. Des te meer omdat door Republikeinen de Amerikaanse Republiek dagelijks verder wordt ondermijnd en de democratie op het spel staat en actief optreden urgent is.

Kirschner heeft in zijn commentaren steeds opgeroepen tot begrip voor de trage gang van zaken bij het DoJ, omdat volgens hem justitiële molens nu eenmaal traag malen. Maar wel werkzaam zijn om de democratie te beschermen. Die degelijkheid spoort slecht met de nieuwscyclus van hijgerige media die andere normen hebben over bewijsvoering dan de journalistiek die lichtvoetiger handelt.

Ook dan was het mogelijk geweest als het DoJ de vervolging van de ‘hogere’ opstandelingen in de doofpot had gestopt. Dat misverstand is nu uit de weg geruimd. Het DoJ handelt en richt zich op de vervolging van Trump en zijn medewerkers die hem hielpen om de verkiezingsuitslag van 2020 nietig te verklaren. Alles wijst op een conspiracy met Trump als aanstichter. Ofwel, een samenzwering die vergelijkbaar is met een criminele organisatie. Juist, RICO en maffia die het DoJ met de geëigende middelen en expertise aanpakt.

Met dit commentaar geeft Kirschner uitleg over de stand van zaken en haalt hij zijn gelijk met een indirecte verwijzing naar zijn vermaning van het afgelopen jaar om geduld te betrachten. Het eind van zijn commentaar wijkt daar van af doordat hij als onvermijdelijk veronderstelt dat het DoJ ook tot vervolging overgaat. Hoe waarschijnlijk dat ook is, het bevat ook een sprank speculatie.

De actualiteit die Kirschner bespreekt is dat de zogenaamde 6 Januari Commissie van het Huis (Select Committee to Investigate the January 6th Attack on the United States Capitol) onder leiding van de Democratische voorzitter Bennie Thomson en de Republikeinse vice-voorzitter Liz Cheney door het DoJ is gevraagd om de getuigenverklaringen die het heeft opgetekend aan laatstgenoemde te overhandigen. Thomson aarzelt voor de vorm, maar zal dit verzoek naar verwachting inwilligen.

Kirschner legt uit waarom het praktisch handig uitpakt en tot betere resultaten heeft geleid dat de 6 januari Commissie eerst vóór het DoJ heeft gehandeld. Hoewel hij toegeeft dat het wel lang heeft geduurd, nu al 16 maanden, terwijl opstandelingen als Trump die de Amerikaanse democratie opzij wilden schuiven en dagelijks ondermijnen nog steeds vrij rondlopen.

Kirschner haspelt wat met data als hij zegt dat de publieke hoorzittingen van de 6 Januari Commissie op 6 juni 2022 beginnen. Dat moet 9 juni zijn. Van die hoorzittingen die op televisie worden uitgezonden wordt veel verwacht. Hoewel het af te wachten valt hoeveel Republikeinen in hun mentale loopgraven ook zorgvuldig onderbouwd bewijs willen accepteren dat zegt dat Trump en zijn medewerkers de Amerikaanse Republiek omver wilden werpen. Naar verwachtingen zullen deze publieke hoorzittingen een mediaspektakel worden. Independents en gematigde Republikeinen zullen zich wellicht laten overtuigen door het bewijs over de opstand van Trump en zijn sycofanten.

Wie weet, is het DoJ daarna niet alleen juridisch, maar ook publicitair en sociaal gedwongen om Trump en zijn medewerkers aan te klagen en voor het gerecht te brengen. Mogelijk ander voordeel dat het DoJ het stokje overneemt van de 6 Januari Commissie is dat eerstgenoemde een langere adem heeft. De Commissie houdt mogelijk in januari 2023 op te bestaan als de Republikeinen in het Huis de macht overnemen, maar Merrick Garland en de top van het DoJ blijven tot januari 2025 in functie. Ze kunnen voorlopig doorgaan met de vervolging van de opstandelingen die op 6 januari 2021 en in de maanden daarvoor en daarna de Amerikaanse democratie omver wilden werpen.

Inzet van politie bij wedstrijden van betaald voetbal moet minder, zodat de capaciteit beter ingezet kan worden om de criminaliteit te bestrijden

Schermafbeelding van deel artikel Druk op politie vorig jaar hoog, vooral door coronahandhaving‘ van de NOS, 18 mei 2022.

Mijn reactie op de FB-pagina van de NOS bij het artikel Druk op politie vorig jaar hoog, vooral door coronahandhaving‘ van 18 mei 2022. Het capaciteitsprobleem van de politie is complex. Het wordt niet opgelost als de problemen bij de inzet bij wedstrijden van het betaald voetbal sterk worden verminderd, maar het zal regio’s met relatief veel betaald voetbal clubs ruimte geven voor een inzet die meer is gericht op de bestrijding van de criminaliteit dan nu. Het maakt ook de weg vrij om de expertise, opleiding en capaciteit van de politie specialistischer op te bouwen dan nu mogelijk is:

Tabel 3.1 over de politie-inzet in aantal uren per seizoen voor het betaald voetbal in het Jaarverslag Voetbal en Veiligheid 2018/2019.

Evenementen zoals wedstrijden in het betaald voetbal leggen een hoge druk op de capaciteit van de politie. Volgens critici te hoog. Te bedenken valt dat dit gaat om commerciële organisaties. 

De bestaande regeling is dat de clubs zorgen voor de veiligheid in het stadion en de politie voor de veiligheid buiten het stadion. Vaak worden door clubs in het stadion niet-professionele, vrijwillige stewards ingezet die niet het vermogen hebben om de veiligheid in het stadion te garanderen. Daar gaat het mis. 

Dat heeft twee effecten. De politie wordt ingeroepen om de veiligheid in het stadion te waarborgen, terwijl dat volgens de afspraken haar taak niet is. Of een deel van het rellende publiek dat binnen het stadion niet in de hand wordt gehouden gaat buiten het stadion door met rellen. Bij een betere handhaving binnen het stadion zou dat laatste minder op hoeven te treden. 

De omgeving van een voetbalstadion is openbare weg waar de politie de veiligheid dient te handhaven. Het waterbed-effect van onnodige onrust in het stadion die geëxporteerd wordt naar buiten het stadion die door de politie moet worden opgevangen is de zwakte van de huidige afspraken in het betaald voetbal. 

Er bestaat een patstelling in de afspraken over de inzet van politie bij evenementen. Daar dient een doorbraak in bereikt te worden om de capaciteit van de politie maatschappelijker in te zetten voor de kerntaken die met de openbare orde te maken hebben. Zoals de bestrijding van de zware criminaliteit, drugsgerelateerde criminaliteit en witte boorden criminaliteit. 

Het is een bizar luxe probleem om de beperkte capaciteit van de politie in de zetten bij wedstrijden van het betaald voetbal. De politie wordt nu onnodig ingezet bij evenementen die in de kern commercieel van karakter zijn. 

Er dient toegewerkt te worden naar nieuwe afspraken tussen de KNVB, de betaald voetbal clubs, de gemeenten waarin deze clubs zijn gevestigd en de politie die twee uitgangspunten hebben. Het beroep dat door de clubs of een gemeente op de politie wordt gedaan voor de handhaving van de openbare orde bij voetbalstadions dient sterk te verminderen en de clubs dienen zelf met een scala van maatregelen meer actieve verantwoordelijkheid te nemen in het handhaven van de openbare orde en het terugdringen van de inzet van de politie. 

Een regeling zou de volgende elementen kunnen bevatten: 1) de betaald voetbal clubs uit de Eredivisie en Eerste divisie dienen te zorgen voor voldoende professionele handhaving van de openbare orde binnen de stadions; 2) de handhaving binnen de stadions waarvoor de clubs verantwoordelijk zijn dient uitgebreid te worden naar de naaste omgeving van de stadions; 3) de kosten van de inzet van de politie dienen, boven een gezamenlijk af te spreken redelijke basisinzet die overeenkomt met normale handhaving van de openbare orde buiten het stadion, bekostigd te worden uit de gezamenlijke televisie inkomsten van de betaald voetbal clubs; 4) als de kosten voor de inzet van de politie bij wedstrijden van het betaald voetbal niet in evenwicht gebracht kunnen worden met de inkomsten van de totale betaald voetbal sector, dan dient die sector gesaneerd te worden door het fuseren of opheffen van clubs.

Wat betekent de bewering dat Poetin zich militair bemoeit met de oorlog in Oekraïne?

Schermafbeelding van deel artikelPutin involved in war ‘at level of colonel or brigadier’, say western sources‘ in The Guardian, 16 mei 2022.

Herinneren we ons dat Hitler en Stalin de generaals opzij duwden en dachten dat ze betere strategen waren? Maar het waren rampzalige militaire strategen zonder enig militair professionalisme.

Ze gingen voor symboliek en politieke statements. Denk aan Hitler en Stalingrad, denk aan Stalin die aan het begin van de oorlog geen westerse verdedigingslinie in Polen handhaafde.

Godzijdank voor Oekraïne is er nu Poetin die, volgens westerse bronnen, zich als amateursoldaat bemoeit met de strategie van de Russische oorlogsvoering in Oekraïne. Deze aankondiging sluit handig aan bij de mislukte militaire interventie van Hitler en Stalin. En onze herinnering daaraan.

Het is onduidelijk of alleen Poetin verantwoordelijk is, maar de Russische strijdkrachten lijden de ene rampzalige nederlaag na de andere. Ook zijn de Russische strijdplannen zo voorspelbaar dat de Oekraïense legerleiding zich daarop kan voorbereiden.

Een politicus zonder aantoonbare militaire capaciteiten die zich bemoeit met de militaire strategie en denkt dat hij het beter weet dan de generaals, is het grootste geschenk aan de tegenstander.

Willem Treur legt ultra-rechtse omvolkingstheorie langs lat van satire

Satire is het beste middel om de leugens van ultra-rechts aan te pakken. Want als met feiten en argumenten de rechtse achterban niet meer bereikt wordt, dan is humor nog het enige middel. Zo lijkt het. Wie diep verscholen zit in rechts-radicale mentale bunkers vol leugens koestert de eigen bunkermentaliteit als kwaliteit om niet te veranderen.

In de ultra-rechtse bunkers blijft de complottheorie over omvolking populair. Die steeds weer opgepoetste complottheorie van Bat Ye’or, pseudoniem van Gisèle Littman, die claimt dat een witte, christelijke, conservatieve wereld vervangen wordt door moslims die naar Europa worden gehaald is al vele malen weerlegd. Maar weerlegging lijkt in rechtse kringen geen verschil te maken.

Omvolking is volgens complotdenkers het masterplan van progressieven die in een opmerkelijke eensgezindheid achter de schermen aan alle touwtjes zouden trekken.

De paradox is echter dat niet vermeende manipulatoren als George Soros, maar de complotdenkers Europa willen verzwakken. Dat geven deze complotdenkers niet publiekelijk toe. Ze claimen het volk te versterken, maar doen dat door aan te haken bij de vijanden van dat volk die de landen waar dat volk woont willen verzwakken. Hoe ongerijmd kan de leugen zijn?

Omvolkingstheorie over Europa is onzin. Het is een verdienmodel en een cliché achtige stijlfiguur van ultra-rechtse opinieleiders om de eigen achterban te misleiden en aan zich te binden. Zonder nadenken of origineel te hoeven zijn trekken deze opinieleiders in een automatisme telkens deze clichés uit de kast. Zodat deze opinieleiders meer macht naar zich toe kunnen trekken. Het is eerder platte machtsuitoefening en marketing, dan een welgemeende analyse van een politieke of demografische ontwikkeling.

Statistieken van het CBS zeggen dat het aandeel moslims dat de islam aanhangt in Nederland al sinds 2010 stabiel is: 5% van de bevolking. Er vindt nog steeds immigratie van moslims naar Nederland plaats, maar tegelijkertijd ontwikkelt een groot deel van de in Nederland wonende moslims zich zoals alle Nederlanders: ze emanciperen en nemen afstand van het geloof.

TPO’er Willem Treur is in een tweet van 15 mei 2022 positief over een tweet van Sander Schimmelpenninck die kritisch is op de ruimte die complotdenkers als Filip Dewinter en Raisa Blommestijn in de publieke opinie krijgen zonder dat ze worden tegengesproken. Hoe gevaarlijk dat is blijkt uit de recente moord van de 18-jarige Payton Gendron op 10 Afro-Amerikanen in een zwarte buurt in Buffalo.

Tweet van Willem Treur, 15 mei 2022.

In de VS hebben ultra-rechtse politici als Elise Stefanik en radicaal-rechtse omroepen als Fox News deze racistische moord jarenlang helpen voorbereiden door hun omarming van complottheorieën. Dat maakt zo’n moord sociaal acceptabel voor degenen die meegaan in zo’n complottheorie. In Nederland zijn politici als Thierry Baudet en de beginnende omroep Ongehoord Nederland minder invloedrijk, maar toch kunnen ze zonder veel tegenspraak doorgaan met het verspreiden van complottheorieën. Ook over omvolking. Dat is niet ongevaarlijk. De kans op een massamoord uit de ultra-rechtse achterban wordt er groter door.

Wat is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om ultra-rechtse opinieleiders in de publieke opinie zonder tegenspraak ruimte te geven om de democratie, de rechtstaat en de waarheid aan te vallen? Wat als ook satire niet helpt tegen dit beschamende en beschadigende radicalisme van ultra-rechtse opinieleiders?

Op welk moment dient een democratie op te treden tegen vijanden als de weerbaarheid ervan ondermijnd wordt? In de VS lijkt dat moment genaderd. In Nederland gebeurt alles later, maar de garantie dat hier de complottheorieën van ultra-rechtse opinieleiders niet tot een massamoord zullen leiden bestaat niet. Nauwlettendheid van ultra-rechts is geboden. Hun complottheorieën zijn niet vrijblijvend.

Grenzen aan traditionele kunst: debat over Oscar Howe (1959)

Exhibition‘, 1959. Collectie: University of South Dakota.

Interessante context en subtekst voor deze foto’s uit 1959 geeft de Wikipedia-pagina van de Native American (Sioux-volk) kunstenaar uit Zuid-Dakota Oscar Howe (1915-1983): ‘Are we to be held back forever with one phase of Indian painting that is the most common way? Are we to be herded like a bunch of sheep, with no right for individualism, dictated to as the Indian has always been, put on reservations and treated like a child and only the White Man know what is best for him… but one could easily turn to become a social protest painter. I only hope the Art World will not be one more contributor to holding us in chains‘.

De reden voor deze reactie van Howe is volgens Wikipedia dat hij In 1958 werd hij afgewezen voor een tentoonstelling van Native American kunst in het Philbrook Museum in Tulsa, Oklahoma ‘omdat zijn werk niet voldeed aan de criteria van de “traditionele”‘Indian’ stijl’. Howe’s werk zou te abstract zijn en niet passen binnen de traditionele stijl. Howe kreeg gelijk en abstractie werd voortaan aanvaard binnen de gemeenschap.

Dat was in 1958 cancelcultuur avant la lettre. Wie niet voldoet aan de normen van de gemeenschap wordt uitgesloten en als ‘vreemd’ beschouwd. Maar Howe had de lef om dat aan te vechten.

Howe werd in 1957 ‘Professor of Art‘ aan de University of South Dakota in Vermillion, South Dakota. Dat was hij tot aan zijn dood in 1983. Op deze en andere foto’s uit de collectie van de universiteit zien we presentaties van zijn werk op dezelfde universiteit.

We kunnen ons alleen maar voorstellen welke bewegingen en tegenbewegingen zich in de jaren 1957 tot 1959 ontwikkelden rond de acceptatie van Howe’s werk en persoon. Wat betekende het om Howe en zijn werk in de armen te sluiten? Is het te ver gezocht om een vergelijking met een bounty te maken die door de witte middenklasse als medestander wordt gezien? Of doet zo’n observatie Oscar Howe onrecht omdat het zijn individualisme ondergeschikt maakt aan groepsdenken?

Was in 1959 een positief standpunt over Howe een afwijzing van de traditionalisten binnen deze gemeenschap omdat die immers niet of te moeizaam richting moderniteit bewogen? Wat zei de acceptatie van Howe’s kunst over de emancipatie van de inheemse Amerikanen? Als we met deze blik de foto’s bekijken weten we het antwoord op de vragen zo net nog niet. Niets is vanzelfsprekend.

Exhibition (People in gallery discussing an Oscar Howe painting‘), 1959. Collectie: University of South Dakota.

Christelijke retoriek van SGP’er Kees van der Staaij. Met het label ‘doorgedraaid autonomiedenken’ tracht hij politieke opponenten te vloeren, maar vloert uiteindelijk zichzelf

Schermafbeelding van deel artikelVan der Staaij ziet lichtpuntjes in abortusdebat’ in het Reformatorisch Dagblad, 14 mei 2022.

Mijn reactie op de Facebook-pagina van het Reformatorisch Dagblad bij het artikelVan der Staaij ziet lichtpuntjes in abortusdebat’ van 14 mei 2022:

Van der Staaij verwijt een meerderheid van de Nederlanders autonomiedenken. Hij noemt het zelfs ‘doorgedraaid autonomiedenken’. Hij vindt het blijkbaar niet voldoende om het oneens te zijn met pro-choice aanhangers, maar vindt het nodig om ze een trap na te geven door hun denken ‘doorgedraaid’ te noemen. Het is de vraag of die neerbuigendheid spoort met de waarheid van het evangelie dat hij aanhangt.

Schermafbeelding van deel artikelVan der Staaij ziet lichtpuntjes in abortusdebat’ in het Reformatorisch Dagblad, 14 mei 2022.

Van der Staaij verklaart zich hiermee tot de spookrijder van de Nederlandse samenleving. Als vertegenwoordiger van een minderheid probeert hij een meerderheid zijn wil op te leggen tegen de logica, de politieke realiteit en de menselijke welwillendheid in.

Van der Staaij beseft niet hoe tegenstrijdig hij is als hij het autonomiedenken van zijn politieke opponenten kleineert en suggereert dat het evangelie van een orthodox-christelijke minderheid hem dat toestaat.

Van der Staaij draait het om. Hij is in de war. Hij hangt het autonomiedenken van een orthodox-christelijke minderheid aan dat door mensen is geconstrueerd en claimt zonder enige onderbouwing dat dat niet-menselijk is. Maar zijn verticalistisch niet-autonomiedenken is uiteindelijk horizontaal autonomiedenken.

Van der Staaij zet zijn christelijke dogmatiek oneigenlijk in als hij een meerderheid van autonomiedenkers die meerderheid ontzegt door ze buiten de orde te willen plaatsen. Met zijn bizarre denken plaatst Van der Staaij zich echter zelf buiten de orde en buiten een betamelijke politiek-maatschappelijke discussie.

Van der Staaij is de goochelaar die bij gebrek aan argumenten van alles uit zijn hoge hoed tovert om het publiek zand in de ogen te strooien. Van der Staaij is onheus.

Antwoord op video ‘Stop Disney’s LHBT-indoctrinatie’ van het ultra-conservatieve katholieke CitizenGo

Mijn reactie bij de video van CitizenGo over de vermeende LHBT-indoctrinatie van Disney. Ermee sluit deze ultra-conservatieve katholieke organisatie aan bij de politieke standpunten van de Republikeinse gouverneur van Florida Ron DeSantis die als mogelijke uitdager van Trump het schoppen tegen Disney gebruikt om hem rechts in te halen en de cancel culture hoog op de agenda te houden en de conservatieve kiezers voor zich te winnen:

Het lijkt er eerder op dat orthodoxe christenen zoals die van CitizenGo geobsedeerd zijn door de LHBT-gemeenschap, dan dat Disney geobsedeerd is door de LHBT-gemeenschap. Christenen hebben de vrijheid van godsdienst om met elkaar hun geloof te belijden. Wat ze voor zichzelf aan rechten en vrijheden verworven hebben, zouden ze ook anderen moeten gunnen. Maar dat doen ze niet. Daarmee zijn ze in strijd met de kern van hun eigen leer.

Voordat enkele jaren geleden de cancelcultuur over de wereld spoelde, was er eeuwenlang een kanselcultuur die dominant was in de westerse wereld. Ooit hadden georganiseerde godsdiensten een zinvolle, emanciperende rol die de samenleving hielp vormen. Ze hebben zelfs bouwstenen aangeleverd voor het rationalisme van de Verlichting. Historisch gezien is het verschil tussen de verschillende filosofieën niet zo groot.

Maar zoals met alles is er een tijd van komen en een tijd van gaan. De monotheïstische godsdiensten hebben hun nut bewezen, maar zijn van progressieve maatschappelijke krachten verworden tot behoudzuchtige krachten die op de rem van de ontwikkeling zijn gaan staan. Dat valt te betreuren. Dat uit zich erin dat ze tegen allerlei hedendaagse ontwikkelingen zijn. Zo is het christendom niet begonnen, maar lijkt het wel te eindigen.

Het christendom is waardevol als cultureel verschijnsel. Zoals Griekse of Shakespeariaanse tragedies of Middeleeuwse mirakelspelen dat ook zijn. Net als deze kunstvormen is religie een sterke uiting van de menselijke geest. Het is waardevol om dat cultureel erfgoed inclusief het christendom te bewaren en zelfs te koesteren. 

Het christendom verdient het om van de overheid subsidie te krijgen, zoals theater, beeldende kunst, literatuur of muziek ook subsidie van de overheid krijgen. Kunst en religie zijn menselijke uitingen waarin mensen troost, zingeving, diepte en scherpte vinden. 

Kunst en religie geven het menselijk leven diepte. Niet vanwege een vermeende hogere waarde die verticaal zou zijn, maar vanwege de horizontale waarde van de mens die zich in de beste momenten overtreft en andere mensen daarmee toont wat menselijkheid is.

Onverdraagzaamheid jegens anderen of andersdenkenden staat daar haaks op. Daarmee verengt een godsdienst zich tot een verlengstuk van de politiek. Dat is een vrije keuze, maar ermee prijst zo’n godsdienst zich wel uit de markt. Godsdiensten zouden beter dan nu moeten beseffen dat ze vanwege andere doeleinden en functies geen politieke partijen of lobbygroepen zijn die ageren tegen hedendaagse maatschappelijke ontwikkelingen, maar culturele organisaties die mensen troost, zingeving, diepte en scherpte geven.

Songfestival in Tallinn (1928)

IX laulupidu. Tallinn, 1928 (9de songfestival, 30 juni tot 2 juli 1928). Collectie: Tartu Linnaajaloo Muuseumid / Tartu Linnamuuseum Estland.

In 1928 bracht het 9de Songfestival in Tallinn een grote ‘volkszee’ op de been die het nog nooit had gegeven. Zoals de Estse schrijver Jaan Kross zou zeggen, met liederen in de boerentaal.

Dat was in de geschiedenis ook wel nodig met de afwisselde Duitse, Deense, Zweedse, Poolse, Litouwse en Moskovische machten die aasden op het toenmalige Lijfland met als kroonjuweel Reval (Duitse naam van Tallinn).

Een songfestival is een uiting van nationalisme. Met solidariteit als steunbetuiging, de nationale taal als vehikel voor nationaal bewustzijn en massaliteit als teken aan buitenlandse invloeden om het niet te wagen.

Maar het hielp niet, in 1940 vielen de Moskovieten Estland binnen. Dat was voorlopig het einde van het lied. Een songfestival als zwanenzang. Een laatste manifestatie vóór het sterven. Pas in 1991 herwon Estland autonomie na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en kwam als land weer tot leven.

IX laulupidu. Tallinn, 1928. Collectie: EESTI AJALOOMUUSEUM

Gedachten bij foto ‘Downtown: Interior of Downtown Parking Garage at Bigelow Boulevard and Sixth Avenue’ (1953)

We kijken hier niet in een schilderij van Edward Hopper, maar naar een foto van de Italiaans-Amerikaanse Harold Corsini die in 1950 naar Pittsburgh verhuisde. Het had ook een hyper-realistische foto-installatie van Stan Douglas kunnen zijn.

Het is de iconografie die aantrekt en de voorstelling doet landen: De VS, jaren 1940 of 1950.

Van buitenaf zien we het interieur van een kantoor van een parkeergarage in Pittsburgh. Links staan de klanten voor de kassa, rechts het personeel dat de handen uit de mouwen steekt voor handelingen die nu zijn gedigitaliseerd.

Het perspectief met de zwarte vlakken die de blik nog eens extra naar binnen stuurt doet denken aan de films van John Ford. De buitenstaander die altijd van buiten naar binnen kijkt waar zich een groep bevindt waar hij (nog) niet bijhoort.

Aan drie kanten zijn vensters en deuren met doorzicht. Dat geeft openlijkheid. Waarschijnlijk vanwege de veiligheid en het risico op overvallen. De vloertegels lijken er zelfs een huiselijk stilleven van Vermeer of Pieter de Hooch van te maken.

Dit is een foto met referenties naar de kunst- en mediageschiedenis. Het is een modern klassieke foto. De compositie is perfect. We zien een vreemde omgeving die bekend lijkt door de ons vertrouwde beeldtaal uit films. Dat is het wonder van onze zienswijze. We menen iets te (her)kennen dat we niet kunnen kennen.