Gedachten bij de foto ‘Professor Denman Fink observes as student draws bathing beauty’ (1941)

Professor Denman Fink observes as student draws bathing beauty‘, 1941. Collectie: University of Miami Historical Photograph Collection.

Denman Fink (1880-1956) was een beeldend kunstenaar en ontwerper die vanaf 1924 in Miami zijn neef George E. Merrick hielp met het ontwikkelen van Coral Gables, een deel van Miami-Dade County dat periodiek in de publiciteit komt als uniek. De stijl waarin dat gebeurde wordt de Mediterranean Revival architecture genoemd. Volgens Merrick paste het bij het tropische karakter van Zuid-Florida. Het project omvatte meer dan duizend gebouwen.

In 1941 was Merrick allang verdwenen uit Coral Gables, maar zijn neef Denman Fink hangt er zo te zien nog rond. Hier op Tahiti Beach waar hij studenten begeleidt die modeltekenen. In de felle zon. In de foto kruisen diverse zichtlijnen elkaar.

Dit is de meest glamourachtige foto van Fink in de collectie van de University of Miami. Het zou een scène kunnen zijn uit Fellini’s film Lo sceicco bianco (1952) met de zoetsappige Alberto Sordi als held van een fotoroman. Dat is de cosmetische begoocheling van het droomland dat realiteit probeert te worden.

Kris Callens meent dat argumenten van overheid niet deugen om kunstsector te sluiten. Wat valt de museumsector te verwijten?

Schermafbeelding van deel artikelDirecteur Fries Museum furieus over het wéér dicht blijven: “Onbetrouwbare overheid” van Omrop Fryslân, 15 januari 2022.

Vele kunstenaars, kunstliefhebbers en museumprofessionals hebben zich afgelopen week afgevraagd waarom musea en theaters vooralsnog tot 25 januari 2022 dicht moeten blijven. De kunstsector voelt zich niet gehoord en ontsteekt langzaam in woede. Slijterijen, kapsalons, bordelen, IKEA’s, modewinkels, kerken en sportscholen mogen van de overheid open, maar de musea niet.

Maar het protest van de kunstsector is machteloos. Dat komt mede omdat musea geen essentiële diensten zijn zoals het transport, de nutsvoorzieningen of de zorg waarvan sluiting of afschaling direct grote maatschappelijke gevolgen heeft. De kunstsector kan geen vuist maken door te dreigen met een staking. Het zal de politiek en het brede publiek worst wezen. In Nederland hebben de kunsten een ondergeschikte positie. Ze worden getolereerd. Niet meer dan dat.

In Nederland is mede door de laatdunkendheid van de politiek het beeld gevormd dat de kunstsector een luxe is. Maar de paradox is dat luxe winkels waar luxe goederen kunnen gekocht die overbodig zijn voor de essentiële behoeften van de overheid open mogen zijn, maat de musea niet. Zelfs in de eigen logica meet de overheid met twee maten.

Hoe dan ook valt volgens de directeur van het Fries Museum Kris Callens de sluiting van de kunstsector niet uit te leggen. Als Vlaming weet hij hoe het anders kan. In België en Duitsland zijn de musea open. Maar in Nederland mag de kunstsector samen met de horeca achter aansluiten in de rij.

De kritiek op de kunstsector is dat die zwak opereert. Dat is terechte kritiek, maar zoals gezegd heeft de sector geen middel om de politiek onder druk te zetten. De kunstsector heeft nu eenmaal slechte kaarten en ook als die goed uitgespeeld worden, dan vallen er nog geen slagen te maken.

Misschien is het verwijt dat de musea en de Museumvereniging te maken valt dat het niet tijdig en creatief heeft ingespeeld op de bezwaren van de overheid over verplaatsingen van museumbezoekers die over regio’s heen de besmetting zouden verspreiden. Of dat bezwaar nou klopt of niet. Waarom hebben de Museumvereniging en de grotere musea eind december 2021 geen scenario’s onderzocht en op dit bezwaar geanticipeerd? Zo’n scenario zou eruit kunnen bestaan dat musea tijdelijk alleen bezoekers uit eigen stad of regio zouden mogen ontvangen. Dat had dit bezwaar weggenomen en het voor de overheid lastig gemaakt om de musea volledige sluiting op te leggen.

De lobby van musea voor opening is machteloos en de omgang van de overheid met musea is ondermaats. Er is door musea succesvol gelobbyd voor schadeloosstelling wegens derving van inkomsten, maar het veiligstellen van de eigen bedrijfsvoering had niet de essentie van de opstelling moeten zijn. Mede omdat allerlei zzp’ers in de kunstsector achter het financiële net vissen. Zij krijgen de rekening gepresenteerd van het overheidsbeleid. En indirect van de opstelling van de museumsector.

Het is goed dat individuele museumdirecteuren als Kris Callens zich uitspreken, maar het is te laat, te eenzijdig en te weinig. De sluiting van de museumsector is niet alleen een gevolg van de minachting van de politiek voor de kunst, maar ook een teken van de onbeholpenheid en machteloosheid van een museumsector die met zichzelf worstelt en verkeerde prioriteiten stelt.

Catalaanse Hermenter Serra de Budallés poseert in Londense regen (1912)

‘Hermenter Serra de Budallés a Piccadilly Circus un dia de pluja, a Londres‘, 1912. Collectie: Generalitat de Catalunya

De uit Barcelona afkomstige Catalaans-Spaanse ingenieur en fotograaf Hermenter Serra de Budallés (1894-1997) staat op een regenachtige oktoberdag in 1912 op Piccadilly Circus in Londen. Beschermd door een paraplu. Is Antoni Miquel de fotograaf?

Regen in Engeland, kan het voorspelbaarder? Voor een Catalaan ongetwijfeld niet.

De foto’s van deze fotograaf leggen de kerkelijke, wereldse en familiale hoogtepunten vast van het leven in Barcelona en elders. Interessant en vergelijkbaar met soortgelijke collecties die hetzelfde deden. Het brengt een voorbij leven dichterbij. Dat is best aangrijpend. Grasduinen door de collectie lijkt op een race tegen de klok van het leven.

Hermenter Serra de Budallés, [Cursa en costes de l’Exposició Internacional de Barcelona], 1929. Collectie: Generalitat de Catalunya.

In Nederland wint laffe journalistiek het van weerbare journalistiek

Thierry Baudet (FvD) en Geert Wilders (PVV) tijdens het wekelijkse vragenuur in de Tweede Kamer. Foto Bart Maat / ANP. 2021.

Het is niks nieuws om het te zeggen en ik heb het de afgelopen jaren in blogposten, al voor de opkomst van Donald Trump, herhaaldelijk gezegd, de media zijn niet links, maar rechts. Toen moest het ergste nog komen. De media hebben in de VS de opkomst van Donald Trump mogelijk gemaakt. Zie mijn commentaar uit 2015.

De redenen daarvoor waren divers: gebrek aan historisch besef en intellectuele denkkracht bij journalisten, gemakzucht en lui denken van journalisten, en opportunisme en eenzijdige prioriteit voor het eigen economische belang bij de gevestigde (‘establishment’) media. Het excuus daarvoor is dat ze vechten om te overleven en daarom geen keuze hebben. Maar de vraag is wat dat soort media nog waard is en maatschappelijk toevoegt.

Journalisten en media hebben gefaald. Ze hebben de ultrarechtse politici in de VS en in Europa niet even kritisch benaderd als ze dat deden bij politici van centrumpartijen of de gematigd linkse politiek.

Het meest opvallende is dat de journalistiek nog steeds niet tot het inzicht is gekomen dat het niet alleen terughoudend en slordig heeft gehandeld, maar een noodzakelijke rol heeft gespeeld in de normalisering van ultrarechts. Van Trump, van Wilders, van Baudet.

De fout die journalisten van De Volkskrant, NRC en Trouw blijven maken ontspruit vanuit het verkeerde idee dat bij elke hoor wederhoor past. Als dat gaat om mening A tegenover mening B, dan klopt dat. Maar niet als het gaat om een democratische overtuiging tegenover een anti-democratische overtuiging. Journalisten verschuilen zich achter hun beroepscode en menen vanuit eigen perspectief op veilig te spelen, maar bereiken voor het geheel het omgekeerde: onveiligheid voor de democratie.

Het feilen van de gevestigde media is dat ze dit onderscheid niet willen of kunnen maken. Ook dat ze achteraf hun gemaakte fout niet willen toegeven en van die fout weinig hebben geleerd toont niet de sterkte, maar de essentiële zwakte van de journalistiek. De ethiek en het democratisch besef zijn ondergeschikt aan persoonlijke en economische overwegingen.

Als er een verantwoordelijke, volwassen journalistiek zou bestaan, dan zouden media en journalisten dagelijks het ultrarechtse gedachtengoed van een partij als FVD signaleren. Maar dat laten ze na, hoewel ze wel een kritische houding zijn gaan aannemen. Dat is echter niet structureel, maar incidenteel.

Tot op de dag van vandaag normaliseren Nederlandse media het ultrarechtse gedachtengoed. Tot mijn verbijstering gaf in december 2021 omroep 1Twente Enschede het ultrarechtse Fvd-Kamerlid Pepijn van Houwelingen die de democratie en de rechtsstaat wil ontmantelen volop publiciteit. Deze omroep is ziende blind en het zou nog tot daar aan toe zijn als dit de uitzondering was. Maar dat is niet zo.

In een commentaar omschreef ik dat als volgt: ‘Het is de hoogste tijd dat de democratie zich weerbaar opstelt en zich ten volle bewust wordt van de intenties van types als Pepijn van Houwelingen, Thierry Baudet of Geert Wilders. Onder het verhullen van hun ware intenties duiken ze weg, suggereren speelsheid, onschuldigheid en belangeloosheid en menen in een vacuüm te kunnen opereren waarin ze onaantastbaar zijn en alles kunnen beweren zonder persoonlijk verantwoordelijk te worden gesteld voor hun opereren. De strijd om het hart van de Nederlandse democratie is wellicht ontbrand, maar niet bij 1Twente Enschede.’

Pas nadat de ultrarechtse politici door de journalistiek en de gevestigde media op het schild werden gehesen zonder dat aan hen een strobreed in de weg werd gelegd is in de journalistiek een aarzelend besef ontstaan dat het daar mede voor verantwoordelijk is. Maar zelfs dat heeft nauwelijks geleid tot zelfreflectie, laat staan zelfinzicht van individuele journalisten en directeuren van media-organisaties. De durf, mentaliteit en grootmoedigheid om dat publiekelijk toe te geven ontbreekt. Zo ziet weerbare en verantwoordelijke journalistiek er niet uit, maar laffe journalistiek wel.

De journalistiek wil zich niet de maat laten nemen en kruipt steeds weer weg voor het nemen van verantwoordelijkheid. Zo is het niet in staat om een nieuwe start te maken door te werken aan het herstellen van de eigen geloofwaardigheid en het weggezakte publieke vertrouwen. Er is geen weerwoord voor het verwijt dat de journalistiek verantwoordelijk is voor het eigen falen. Daarom zwijgt het achteraf. Een mea culpa is de vloek in de redactieruimte. De meerderheid van het publiek ziet met lede ogen de kortzichtigheid van de journalistiek aan.

Gedachte bij de foto ‘Remorqueur dans le port de Beira’ (1947-1950)

Emile Kaltenrieder, ‘Remorqueur dans le port de Beira‘, 1940-1950. Collectie: International Mission Photography Archive, ca.1860-ca.1960.

Een sleepboot in de haven van Beira, Mozambique. Het is tussen 1947 en 1950. De protestante Zwitserse missionaris Emile Kaltenrieder die van 1947 tot 1965 in Beira was gestationeerd is de fotograaf.

Meer valt er niet over te zeggen. Ja, Beira was ooit een Arabische nederzetting. Ja, allerlei internationale katholieke en protestante bewegingen waren werkzaam in Mozambique onder het Portugese bewind dat in 1975 eindigde. Missionarissen maakten foto’s tijdens hun reizen.

De compositie wordt omkaderd door schepen. Ze liggen op de rede. Rook komt uit de schoorsteen van de sleepboot die waarschijnlijk vracht vervoert die uit het linkse vrachtschip is gelost.

Het is een gewone momentopname van een Zwitserse missionaris. Wordt hij geïmponeerd door de zee, de vergezichten. de geluiden, de oliestank en het geheel dat hij niet van huis uit kende? Het kan, we kunnen het alleen maar vermoeden. Toch een typische foto die niet raar of vreemd aandoet, maar kenmerkend is omdat het varieert tussen excursie en expeditie. De missie van een Zwitserse missionaris verdwijnt gedeeltelijk achter dit beeld en dat toont zijn menselijkheid.

Pleidooi om de Amerikaanse democratie op een hoger peil te brengen door Westerse democratieën te betrekken bij een opinietribunaal

Mijn reactie bij het artikel ‘Is there ‘surprising good news for Democrats’ in redistricting? Not so fast‘ van Jason Sattler op het progressieve RawStory. Ik pleit voor een structurele aanpak om de Amerikaanse democratie bij de tijd te brengen.

Dat achterstallig onderhoud had al lang geleden moeten gebeuren en is ook in het belang van Nederland dat voor zijn verdediging en economie afhankelijk is van de VS.

Omdat de Amerikaanse politiek onderling sterk verdeeld is, met zichzelf in de knoop zit en de belangen die het zo willen houden sterk zijn, pleit ik ervoor om andere Westerse democratieën bij deze reparatie te betrekken en de Amerikaanse politiek en samenleving een spiegel voor te houden over hun democratisch tekort in de hoop dat de bewustwording wordt vergroot om te handelen en het inzicht doorbreekt dat het politieke bestel hervormd dient te worden. Om hetzelfde te blijven moet het politieke bestel van de VS veranderen. Anders verdwijnt het.

Een eerste stap om de bewustwording te vergroten is het houden van een publieks- of opinietribunaal als burgerinitiatief vergelijkbaar met de Russell-tribunalen over Vietnam, ontwapening en de Amerikaanse buitenlandse politiek in de jaren 1960. De opzet moet niet veroordeling van de VS zijn, maar voorstellen om het politieke bestel van dat land fundamenteel te hervormen en op het niveau te brengen van andere Westerse democratieën. Soms kan een blik in de spiegel over de eigen tekortkomingen tot inzicht en actie leiden:

The so-called largest democracy in the world is not a democracy. Everyone recognizes that except the residents of the USA who suffer from myopia.

The old-fashioned Electoral College designed for days gone by, the grotesque over-representation of rural areas that results in California’s equating with Wyoming, the blocking of the installation of senators from Puerto Rico and DC, the influence of Big Money allowing the wealthy and corporations with money to buy politicians and these politicians have to spend a large part of their time on lobbying and fundraising, the gerrymandering of districts, the methods of voter suppression and the Stalinist movement in the GOP that winners are decided independently of the results indicate a structural deficit of the American democracy.

The sad thing is that the American republic cannot fix itself. External forces are needed to bring American democracy to the level of Canada, New Zealand, Australia and the Western and Northern European countries.

Desirable would be an external committee with foreign and domestic experts who plan for the democratization of the American Republic. If only to raise Americans’ awareness in a public tribunal about the structural deficit of their democracy. This may lead to a bottom-up movement that sets politics in motion.

Politically, that is currently unfeasible because the GOP will block this and the Democratic party is not taking any initiatives in this area. The political debate lingers on whether to introduce voting rights and to roll back the Republican state-level laws that curb voting rights.

However, even that initiative to change the filibuster because there are no 60 votes in the Senate and over which the Democratic party is divided is still not ultimately a repair of American democracy. This requires a structural and integrated approach that removes the late 18th century anomalies and the irregularities added since 1980. Until that happens, it will continue to muddle and the development of American politics and society will stagnate.

Adversaries like the Russian Federation and China are laughing at the American standstill. European democracies are baffled by the authoritarian direction the US threatens to take. With an increasingly authoritarian GOP integrating more and more fascist elements and a Democratic party that misunderstands the urgency to structurally repair American democracy to preserve it for the future.

Britse theatermaker Kumar pleit ook voor benoemingen op sleutelposities van mensen met ‘lage’ sociaaleconomische status. Het ontbreken van dat pleidooi is de blinde vlek van de Nederlandse kunst

Schermafbeelding van deel artikelAppoint people of colour to senior theatre roles, British Asian artistic director says; Pravesh Kumar says more diverse voices are needed to bring about creative change‘ in The Guardian, 8 januari 2022.

Interessante ontwikkeling in de Britse toneelwereld. Niet het feit dat de Brits-Aziatische theatermaker Pravesh Kumar pleit voor meer benoemingen op sleutelposities van mensen met een Aziatische achtergrond is bijzonder, maar dat hij in een adem ook pleit voor de benoeming van meer mensen met een ‘lagere’ sociaaleconomische status (‘arbeidersklasse’) is dat wel.

Dat is een slimme opstelling van Kumar omdat het diversiteit breder opvat dan doorgaans gebeurt. Zo worden de verschillen gender en huidskleur gerelativeerd die op dit moment politiek de meeste aandacht krijgen en het meest succesvol zijn en probeert Kumar het activisme van deze twee goed in de markt liggende verschillen aan te vullen met zijn pleidooi voor een bredere vertegenwoordiging.

Hij ziet het risico van politieke bewegingen die tijdelijk de wind mee hebben, maar voorziet dat dit niet duurzaam is. Dat wil hij voor zijn door een bredere basis onder de kunst te leggen met een bredere vertegenwoordiging die de structuur van de kunst en het draagvlak ervoor versterkt.

Kumar hoopt hiermee de vertegenwoordiging in de Britse toneelwereld evenwichtiger te maken, wat de stabiliteit voor de toekomst in zijn ogen verhoogt. Zijn overweging is dat mensen in de kunst uiteraard met hun eigen stem en met hun eigen visie problemen binnen hun eigen gemeenschap aan de orde kunnen stellen, maar dat hiermee het draagvlak voor de kunst van de toekomst niet op een hoger peil gebracht wordt.

In vele Europese landen staat de steun voor de kunst onder druk. Het links-radicale activisme kan de positie van de doelgroepen huidskleur en gender binnen de kunst versterken, maar verzwakt sectoraal het draagvlak van de kunst als geheel.

Niet alleen de rechtse politiek neemt om deze reden afstand van de kunst die hierdoor als ‘linkse hobby’ kan worden voorgesteld, maar ook de meer traditionele delen van de linkse politiek laten het afweten omdat ze zich niet volledig willen associëren met sociaal-culturele onderwerpen om het verwijt voor te zijn de sociaal-economische onderwerpen in te wisselen en in de uitverkoop te doen.

Kumar benoemt het in dit artikel in The Guardian niet, maar zijn bezwaren schemeren er wel doorheen. Het gevaar is dat er een nieuw elitarisme ontstaat volgens die nieuwe breuklijnen van gender en kleur als er op sleutelpositie geen mensen met een ‘lage’ sociaaleconomische status en ‘laag’ opleidingsniveau worden benoemd. Want die laatst groepen worden in de programmering dan onvoldoende bediend en haken af, zo is de redenering.

De politiek die daarop reflecteert heeft ermee een excuus én een reden in handen om de steun voor de kunst te verminderen. Als de kunstsector verstandig is loopt het daarop vooruit en probeert het niet eenzijdig te handelen volgens wat een links-radicale voorhoede van studenten, kunstenaars en kunstprofessionals haar influistert, maar redeneert het vanuit de lange termijn van de kunstsector die alleen kan overleven met breed maatschappelijk draagvlak en diverse creatieve impulsen.

Anders gezegd, om te overleven en overheidssubsidie te blijven ontvangen moet de kunstsector echt divers en inclusief zijn door alle achterstandsgroepen een betere vertegenwoordiging in de kunst te geven. Zodat pas werkelijk een brede diversiteit ontstaat die verder gaat dan de mode van vandaag. Dat hoeft niet door de rechtse politiek en de traditioneel linkse politiek direct een stem in de kunstsector te geven, maar wel door de mensen die deze politiek zegt te vertegenwoordigen beter tot hun recht te laten komen in de kunst via een bredere en meer diverse programmering.

Het is wachten op een uitspraak van een opinieleider in de Nederlandse kunst die pleit voor betere vertegenwoordiging in de kunsten van mensen die door hun sociaaleconomische status en opleidingsniveau niet aan de bak komen, niet gehoord worden en hun zaak in de publieke opinie niet kunnen bepleiten. Straks is de achterstand van mensen van kleur en vrouwen gedeeltelijk weggewerkt, maar is de achterstand van mensen met een ‘lage’ sociaaleconomische status en een ‘laag’ opleidingsniveau verder toegenomen. Het door kunstbobo’s niet zien van die verschillen is de blinde vlek van de Nederlandse kunst.

Gemoedelijkheid

Arman, Dynamitage, performed during Fluxus Festival of Total Art and Comportment, Nice, July 27, 1963. Collectie MoMA, New York.

Waar is de gemoedelijkheid gebleven? De goedaardigheid om zachtaardig met elkaar om te gaan? Wanneer alles op scherp wordt gezet verdwijnt de ontspanning. Anderen wordt geen ruimte gelaten. De tussenruimte verdwijnt en wordt oorlogsgebied.

Het is trouwens de vraag of die gemoedelijkheid ooit bestond. Want mensen hebben er een handje van om het verleden te idealiseren en de eigen tijd te verfoeien. Daar begint de misvatting al over gemoedelijkheid. Het verleden wordt rooskleuriger voorgesteld om het heden voor schut te zetten.

Om de gemoedelijkheid te vergroten is het schipperen tussen het terugdringen van de rigiditeit van geharnaste overtuigingen die onverbiddelijk worden nagestreefd en de volhardende wijze om daar een einde aan te maken. Ontspoort de poging als dat op een vastberaden wijze gebeurt omdat het daardoor bevestigt wat het tracht te weerleggen? Maar te losjes werkt evenmin.

Gemoedelijkheid dient niet te vrijblijvend en slap, maar attent en waakzaam nagestreefd te worden.

Bovenste foto uit 1963 toont het overblijfsel van een gedynamiteerde auto. Het is een kunstwerk die wordt toegeschreven aan de Frans-Amerikaanse kunstenaar Arman. Dat gebeurde tijdens het Fluxus-festival in Nice met de titel (vertaald): ‘Festival van Totale Kunst en Gemoedelijkheid’.

Is deze framing ironie? Wie de Duitse vertegenwoordigers van Fluxus uit die jaren ziet kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de manier waarop de realiteit wordt bevraagd, bespiegeld of aangevochten ernstiger is dan die realiteit zelf. Te plechtig, te militant en te pompeus. Het schiet zijn doel voorbij.

Het is dus nog niet zo makkelijk om de gemoedelijkheid te vergroten. Toch moeten we het blijven proberen. Voorwaarde is dat we de juiste mix van volharding, matiging en vertrouwen in het eigen standpunt weten te vinden. Dat is de kunst.

Benoem fascisten als fascisten. Het werkt averechts om fascisme met andere begrippen te vermengen

Poster ‘Fascisme is slavernij‘, 1980. Bewerking van linoleumsnede van Gerd Arntz. Collectie: Internationaal Instituur voor Sociale Geschiedenis.

Deze poster uit 1980 zegt dat fascisme slavernij is. Deze slogan wordt zonder bronvermelding boven een linoleumsnede van de Duits-Nederlandse ontwerper Gerd Arntz uit 1935/1936 geplaatst. Hij werd bekend om zijn zogenaamde isotype en werkte voor het CBS.

De context uit 1935 is anders dan in 1980. Nadeel van het hergebruik van oud bronmateriaal is dat de nuance van ‘het verhaal’ van toen ondergeschikt wordt gemaakt aan de situatie van nu die daar niet volledig in past. Zo gaat de nuance van het verhaal van toen verloren.

Toegespitst op deze linoleumsnede van Arntz, in hoeverre komen de Nazi’s en de Duitse oorlogsindustrie uit 1935 overeen met de in het Westen heersende klasse en de Westere oorlogsindustrie van 1980? Zijn de verschillen groter dan de overeenkomsten? Is de positie van de Duitse arbeiders in 1935 hetzelfde als de positie van de werknemers in 1980?

Activisten hebben er een handje van om begrippen te vermengen. Dat werkt niet altijd verhelderend. De begrippen die al te makkelijk met elkaar vermengd worden zijn onder meer: rassenhaat/racisme, mensenhaat, vrouwenhaat, vreemdelingenhaat, seksuele discriminatie, uitbuiting, slavernij, (neo)-kolonialisme, neo-nazisme, imperialisme, antisemitisme, clericalisme en apartheid.

Door het een uit het ander te laten volgen (‘Racisme leidt tot fascisme‘) of het fascisme te beperkt te interpreteren ‘Fascisme is slavernij‘ of ‘Fascisme is moord‘ gaan de historische nuances van toen en nu verloren.

Dat is jammer omdat dan ook het aloude parool ‘Wees Waakzaam‘ afgezwakt worden. Juist nu is waakzaamheid geboden omdat de democratie onder druk staat en zich weerbaar op dient het stellen. De dreiging is sinds de Tweede Wereldoorlog nog niet zo groot geweest.

Hedendaagse fascisten als Donald Trump en Thierry Baudet moeten zonder schroom en zonder slag om de arm genoemd worden wat ze zijn: fascisten. Activisten moeten begrijpen dat het averechts werkt om dat te verbinden met begrippen die volgen uit het eigen hobbyisme of segment van het activisme. Dat leidt af van de essentie en verzwakt door stapeling een glasheldere uitspraak die het fascisme afwijst.

Niet-joodse Helen Mirren krijgt kritiek van joodse Maureen Lipman vanwege haar filmrol van de joodse Golda Meir

Schermafbeelding van deel artikelMaureen Lipman attacks casting of Helen Mirren as former Israeli PM Golda Meir‘ in The Guardian, 5 januari 2022.

De joodse actrice Maureen Lipman zet vraagtekens bij het feit dat de niet-joodse Helen Mirren in een film van de Israëlische regisseur Guy Nattiv gecast wordt als de joodse voormalige Israëlische premier Golda Meir. The Jewish Chronicle besteedt er in een artikel van 3 januari 2022 aandacht aan.

Lipmans argument is ‘dat de joodsheid van Meirs personage “integraal” is’. Wat ze daar precies mee bedoelt is onduidelijk. Het lijkt ermee te maken te hebben dat volgens Lipman Mirren haar rol niet voldoende ‘doorleefd’ kan hebben. Lipman zet geen vraagtekens bij Mirren als actrice en vermoedt dat ze geweldig zal zijn in de rol van Meir.

De essentie van het acteren is dat een acteur door te ‘doen alsof’ geloofwaardig in de huid van een ander kruipt. Maar blijkbaar wordt dat ‘doen alsof’ niet meer voldoende geacht door politieke activisten die menen dat het bij acteren niet meer draait om zo goed mogelijk ‘doen alsof’, maar om het feit van ‘het zijn’. Het acteren, ofwel de kunst wordt zo ondergeschikt gemaakt aan een politiek-maatschappelijk doel.

De opvatting van Lipman betekent een teruggang naar stereotypering. Naar een opvatting dat een rol wat de belangrijkste kenmerken betreft moet samenvallen met de acteur. Het is een pleidooi voor de herleving van oerbeelden die zijn wat ze zijn en niets meer of minder. In deze opvatting wordt de eendimensionele tronie de norm. Dat staat haaks op wat acteren in de kern is.

Het activisme dat uitgaat van eigenheid zal de casting van rollen in film of theater bemoeilijken als de kenmerken van rollen overeen moeten komen met de kenmerken van de acteurs. Als de geest uit de fles is wacht een onoplosbare puzzel van verschillen wat etniciteit, religie, regionaliteit, leeftijd, seksuele oriëntatie, beperking, sociaal-economische status en opleidingsniveau betreft. Hoever kan de herverkaveling gaan voordat de casting vastloopt?

In dit verband is het begrip ‘Jewface‘ gemunt, dat zowel een claim op gelijke rechten als een openlijke toe-eigening van joodse rollen door joodse acteurs is. De uiterste consequentie van deze claim is dat joodse acteurs voortaan geen rollen van niet-joodse karakters meer toebedeeld kunnen krijgen.

De herverkaveling en afscherming van rollen is begrijpelijk vanuit het oogpunt van politiek activisme, maar onbegrijpelijk op het niveau van de verbeelding, de creativiteit en het slechten van grenzen tussen groepen.

Wat is het eigenlijk dat Lipman tot haar kritiek op de casting van de niet-joodse Mirren als de joodse Golda Meir brengt? Haar beweegredenen kunnen divers zijn: kinnesinne, profileringsdrang als actrice of als politiek activiste, werkgelegenheid of een meningsverschil. De kritiek past in elk geval in de huidige golf van identiteitspolitiek die de kunsten heeft bereikt en nieuwe grenzen optrekt en ‘cultuurdragers’ uitsluit vanwege een vermeend verkeerde identiteit.

De nieuwe apartheid richt met verwijzing naar emancipatie en representatie nieuwe scheidslijnen op tussen groepen. Dat kan zinvol zijn voor activisten en voor de positie van een benadeelde minderheidsgroep die de toegang tot een specifieke kunstdiscipline structureel wordt ontzegd, maar het is rampzalig en contra-productief voor de kunst. Het valt overigens te betwijfelen of joodse acteurs tot een structureel benadeelde minderheidsgroep behoren.