George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Cultuur

Twee kwesties in de kunst: PEN Nederland en Wereldmuseum. Slow Art?

with one comment

SFA04_SFA006004779_X

Twee kwesties in de kunsten: de benoeming van oud-reclameman en oud-zakelijk leider van het Rijksmuseum Jan Willem Sieburgh tot directeur ad interim van het Wereldmuseum Rotterdam en het niet aftreden van het bestuur van de schrijversvereniging van PEN Nederland naar aanleiding van de kwestie Kurt Westergaard. Zowel Sieburgh als PEN-voorzitter Manon Uphoff lijken een goed netwerk te hebben en daar hun positie aan te danken te hebben. Het is de Fast Art van marketing, netwerk en communicatie tegenover de Slow Art van inhoud en argumenten. Wat geeft de doorslag in een benoeming of het behoud van een positie?

Een netwerk van relaties verdedigt voor en achter de schermen posities. Zo gaat het in de cultuursector waarvan het een publiek geheim is dat het bestuurlijk niveau ervan niet hoog is. Verdediging van belangen gebeurt met inzet van krakkemikkige middelen. Zo werd de inhoudelijke kritiek door dichter Elly de Waard op de lafheid en dubbelhartigheid van het PEN-bestuur niet zakelijk beantwoord, maar gelijkgeschakeld met hatelijke reacties op sociale media en ‘het monster van de publieke opinie’. Dat raakt aan karaktermoord en het uit de weg gaan van debat. Met als bijzonderheid dat het populisme waarmee De Waard werd bejegend beantwoord werd met het verwijt van … populisme. Een schrijver als Tommy Wieringa liet zich ertoe verleiden om zonder besef van argumenten voor zijn schrijversvrienden in de bres te springen. Hij besefte blijkbaar onvoldoende wat hij hiermee zichzelf aandeed door zijn geloofwaardigheid voor vriendschap in te zetten.

De overeenkomst van Sieburgh met de oud-directeur van het Wereldmuseum Stanley Bremer is treffend: de reclamewereld. Hopelijk is Sieburgh het rendements- en managementdenken voorbij, hoewel zijn reputatie bij het Tropenmuseum wel anders zegt. Oppervlakkigheid ligt op de loer met de focus op marketing en communicatie. Maar precies dat is de verwachting die Sieburgh kan weerspreken omdat hij weet dat de museumwereld hem op dat profiel in de gaten houdt. Maar hij moet 14 jaar wanbeleid rechttrekken, waarschijnlijk een monumentaal gebouw afstoten en een fusie voorbereiden. Want de gemeente Rotterdam geeft natuurlijk geen fluit om kunst als het extra geld kost. Kortom, in de kunsten gaat het niet om de kunst of de kunstenaars, dat leren deze twee kwesties. In de kunsten gaat het om posities, relaties en doen alsof.

Foto: Walter Blum, Feestdiners, 1950-1960.

Wereldmuseum moet snel doorstart maken om steun te verzilveren

leave a comment »

Het Wereldmuseum krijgt een nieuwe directeur omdat de oude gisteren de laan is uitgestuurd door de Raad van Toezicht. Onder druk van de publieke opinie, de museumsector en de Rotterdamse politiek. Maar hoe nu verder? Zoals wethouder Adriaan Visser (D66) terecht opmerkt zit de problematiek van het Wereldmuseum op verschillende fronten. Problemen worden niet zomaar opgelost door een directeur te benoemen. Vraag is op welke voorwaarden kandidaten de stap willen zetten en welke zekerheden ze eisen. Vooral over het budget.

Zo hangt alles met alles samen: 1) politieke steun van de gemeente Rotterdam inclusief het herstel van het oude niveau van subsidie om tot een levensvatbaar bedrijfsmodel te komen; 2) heroriëntatie van het gebouw op tentoonstellingen en collectie (beheer, documentatie, ontsluiting), en afwaarderen van de niet-kerntaken (restaurant, banqueting) die trouwens toch verliesgevend waren; 3) herstel van de kerntaken van het museum door het opnieuw opbouwen van een wetenschappelijke staf en een tentoonstellingsafdeling die zo’n twee grote, vier middelgrote en zes kleinere presentaties per jaar maakt ; 4) herstel van het vertrouwen bij politiek, publiek, museumsector en collega-volkenkundige musea, bruikleengevers, vermogensfondsen en sponsoren.

Kansen voor een succesvolle doorstart van het Wereldmuseum zijn gunstig. Velen hebben zich voor en achter de schermen vooral de laatste vier jaar ingezet om het Wereldmuseum weer op het rechte pad te brengen. Dat engagement kwam zowel voort uit betrokkenheid, zelfs liefde, met het museum en de collectie, als uit eigen zorgen voor de precedentwerking (oprekken ontzamel-richtlijn, wegvallen van schenkingen, imagoschade voor de museumsector en verminderde subsidies door terugtredende overheid). De als een wildeman tekeer gegane directeur Stanley Bremer was de ideale boeman en bliksemafleider op wie zich alle kritiek kon richten. Terwijl zijn handelen het instituut Wereldmuseum geen schade deed maar juist steeds meer steun opleverde.

Het is aan de nieuwe directeur en de Raad van Toezicht om politiek, bedrijfsleven, publiek, kunstfondsen en collega-musea als de bliksem aan het Wereldmuseum te binden voordat dit positieve gevoel weer wegebt.

Rekenkamer pleit voor forse subsidie Wereldmuseum. Bremer weg

with one comment

big_398

Vandaag verschijnt het rapport ‘Werelden van verschil‘ van de Rekenkamer Rotterdam dat op basis van een motie uit november 2014 van PvdD, PvdA, SP, GL en VVD werd opgesteld. Directeur Stanley Bremer heeft vandaag zijn bestuursfuncties neergelegd en blijft als extern adviseur verbonden aan het Wereldmuseum. Hoewel zijn aftreden onvermijdelijk was geworden doordat hij in en buiten de politiek alle steun verloren had, volgt dit niet direct uit dit rapport. Want dat gaat over het functioneren van de gemeente. Dat Bremer formeel nog verbonden kan blijven aan het Wereldmuseum heeft vooral te maken met de door de gemeente gemaakte fouten sinds de privatisering van 2006. Zo werkt dit rapport niet als een ontslagbrief voor de directeur, maar juist als het tegendeel. Hij kan ondanks alles formeel aanblijven. Zowel gemeente als Bremer maakten fouten.

Het rapport verwijt de gemeente vooral dat het ondanks verplichtingen onvoldoende toezicht uitoefende op de collectie. De omgang met de collectie en de dreigende verkoop van de Afrika-collectie was in de publieksactie en de aandacht media sinds zomer 2014 het hete hangijzer. Het persbericht zegt: ‘Pas als gevolg van diverse media-uitingen, de publieksactie Wereldmuseum en het defungeren van de Raad van Toezicht, is er bij het college sprake van toegenomen aandacht voor het Wereldmuseum.’ Dat kan op twee manieren uitgelegd worden. Als voorbeeld van onzorgvuldig bestuur van achtereenvolgende cultuurwethouders, de afdeling Culturele Zaken en het Rotterdamse college. Of als voorbeeld van de macht van de burgers die met hun deskundigheid, betrokkenheid en mobilisatie van hun netwerk instappen waar de politiek het laat afweten.

Wie een streep onder een dossier zet kan zich vaak nauwelijks het begin meer in herinnering halen. Wat te leren valt van de publieksactie Wereldmuseum is dat succes niet verzekerd is, maar wel binnen handbereik gebracht kan worden. Het succesvol uitdagen van de politiek kan eigenlijk alleen door medewerking van de politiek omdat het een gesloten wereld is die zich in vertrouwelijkheid sluit als buitenstaanders het proberen open te breken. Zelfs ondanks de verschillen tussen partijen die in de interne creditering die de partijpolitiek nu eenmaal kenmerkt niets te winnen hebben bij buitenstaanders, maar alles bij elkaar. Het is dan ook geen toeval dat het een nieuwe partij in de raad was (sinds maart 2014), de Partij voor de Dieren die zich aan de kant van de burgers kon zetten. Dit pleit voor het stemmen bij verkiezingen op kansrijke nieuwkomers.

Wat de kwestie Wereldmuseum leert is dat overheden de cultuur niet in de steek kunnen laten en zich niet rijk kunnen rekenen door te vertrouwen op handige jongens die zich cultureel ondernemer noemen, maar het tafelzilver naar de lommerd willen brengen omdat hun bedrijfsmodel niet klopt. Het rapport zegt in het voorwoord: ‘Het beheren van een omvangrijke kunstcollectie is normaal gesproken geen activiteit, die volledig commercieel kan worden uitgenut. Daar zijn vrijwel altijd ook publieke middelen voor nodig. Zo ook voor de exploitatie van het Wereldmuseum.’ Vertrouwen op de markt en overschatting van cultureel ondernemerschap is de essentie van wat er bij het Wereldmuseum is misgegaan. Het werkt in elk geval niet zoals gemeente en museumdirectie het de afgelopen 10 jaar in hun wensdromen voorstelden. Kunst kost geld. Zoals het openbaar vervoer, het ziekenhuis, het onderwijs, de lokale omroep, de riolering of de vuilnisophaaldienst.

Ik blijf als niet-Rotterdammer met liefde voor Rotterdam met een vraag zitten. Kon wat er met Bremer en het Wereldmuseum is gebeurd alleen in Rotterdam gebeuren? Of had het overal kunnen gebeuren? Het was het Rotterdamse, en geen ander college dat in november 2012 de ontzamelplannen van het Wereldmuseum billijkte. Ondanks de overtreding van de LAMO-richtlijn. Waarom liet het Rotterdamse college zich bewust op die glijdende schaal naar beneden meevoeren? Ik gaf in november 2012 antwoord op de vraag die vandaag door de Rekenkamer beantwoord is: ‘Dit type solitair opererende directeuren vertoont zonnekoninggedrag en krijgt onvoldoende repliek. Hun omgeving heeft er geen grip meer op. Zo luistert Stanley Bremer niet meer naar zijn vakbroeders uit de museumsector. Hij meent het beter te weten. Nu trekt-ie ogenschijnlijk het Rotterdamse college mee in zijn plannen. Voorbij ethische grenzen.’ De burgers zijn gewaarschuwd.

Foto: Beeld uit Oost-Afrika, Galerie Monbrison op Bruneaf 2014.

Ongelijk van Halbe Zijlstra’s cultuurbeleid opnieuw aangetoond

with 3 comments

geven

Halbe Zijlstra (VVD) wist hoe het zat toen hij staatssecretaris van cultuur (2010 -2012) was. Zo pretendeerde hij. Bezuinigen op kunst door de overheid kon omdat particulieren en bedrijven in het financiële gat zouden springen. Dat was ‘Een nieuwe visie op cultuurbeleid’ zoals hij dat in een kamerbriefMeer dan kwaliteit, een nieuwe visie op cultuurbeleid‘ van 10 juni 2011 presenteerde. Er is niets van Zijlstra’s plannen uitgekomen, want de markt had weinig behoefte om in het gat te stappen dat de overheid bewust liet ontstaan. Er werd al in 2010 door vele kanten voor gewaarschuwd dat hij het bij het verkeerde eind had. Het was niet meer dan blufpoker en nattevingerwerk zonder onderzoek waar de VVD’er zich op baseerde. Op weg naar de volgende functie zonder verantwoording af te hoeven leggen voor zijn miscalculaties. Met rampzalige gevolgen.

Vandaag wordt de onjuistheid van Zijlstra’s beleid opnieuw bevestigd. Daan van Lent citeert voor NRC uit het morgen te verschijnen tweejaarlijkse rapport ‘Geven in Nederland’ van het Centrum voor Filantropische Studies aan de VU: ‘Giften aan cultuur zijn sinds 2011 verder teruggelopen. (..) De daling is opmerkelijk, omdat de overheid in 2011 besloot fors te bezuinigen op cultuur en een beleid inzette dat instellingen juist meer geld zouden moeten aantrekken uit de particuliere sector. (..) De daling komt vooral door sterk dalende sponsorgelden. De onderzoekers geven daarvoor geen verklaring. Maar uit jaarverslagen van culturele instellingen bleek vorig jaar al dat musea, orkesten, toneel- en dansgezelschappen bij bedrijven merken dat deze sinds de recessie de hand op de knip houden en bovendien geen zin hebben om in het gat te springen dat de overheden hebben laten liggen liggen.’ Nogmaals, het was voorspeld dat het zo zou gaan.

Het is dus allemaal nog veel erger dan wat Zomergast Johan Simons in 2013 zei: ‘Onze vorige staatssecretaris van Cultuur Halbe Zijlstra die zei dat hij blij was dat hij geen verstand had van kunst, want dan kon hij heel makkelijk snijden. Ik weet niet of er überhaupt bezuinigd moet worden, daar zijn ook andere stemmen, maar de manier waarop die man omgegaan is met ons kunstenaars neem ik hem zeer kwalijk en zal ik hem ook altijd kwalijk nemen. Het gaat niet aan dat iemand die staatssecretaris van Cultuur is dat durft te zeggen, terwijl een staatssecretaris van Cultuur het hoort op te nemen voor cultuur. Ook al krijg je als opdracht om te bezuinigingen dan moet je dat serieus uitleggen. (..) Je kunt toch niet zeggen als je een ministerie onder je hebt blij te zijn niet zoveel verstand van kunst te hebben om makkelijker te kunnen snijden. (..) Ik vind het respectloos beleid. We hebben te maken met een regering die redelijk respectloos met de kunst omgaat.’

De VVD is de oorzaak voor de recente kaalslag op cultuur en heeft dat in de afgelopen jaren voorbereid en vormgegeven. Eerst binnen de VVD-fractie bij monde van cultuurwoordvoerder Han ten Broeke, in 2010 door VVD-informateur Ivo Opstelten in het regeerakkoord en in de uitvoering door staatssecretaris Halbe Zijlstra. Een toelichting bij het rapport ‘Manifestaties van de vrijheid des geestes’ van de Teldersstichting claimde de eigen verdienste: Omdat cultuur en sport voor de gemiddelde burger vrijetijdsactiviteiten zijn, vormen van vermaak, rijst de vraag hoe de gewijzigde taakopvatting van de overheid op de terreinen van cultuur en sport zich verhoudt tot de liberale staatsopvatting. Voor de VVD is cultuur een vorm van vermaak. Dan is blijkbaar alles geoorloofd om de burgers wat op de mouw te spelden en slecht doordacht beleid voor te zetten.

Schlaraffenland
Foto 1: Schermafbeelding van hoofdstuk ‘1.5 Geven aan cultuur’ uit kamerbrief ‘Meer dan kwaliteit: een nieuwe visie op cultuurbeleid’ van Halbe Zijlstra (2011).

Foto 2: Pieter Bruegel de Oude, ‘Luilekkerland’ (1567). Collectie: Alte Pinakothek, München.

Raad Amersfoort verwerpt nieuw subsidieschema Museum Oud-Amelisweerd

leave a comment »

moa

Het voorstel van het Amersfoortse college om het in Bunnik gevestigde Museum Oud-Amelisweerd vanwege financiële problemen de subsidie die in 2020 en 2021 uitbetaald zou worden al in 2015 uit te keren heeft het niet gehaald. In elk geval voorlopig niet. Dit blijkt uit het Conceptbesluitenlijst Aanpassing subsidieschema Museum Oud Amelisweerd. Opvallend is dat opnieuw in het openbaar het geloof in het ondernemingsplan van Museum Oud-Amelisweerd ter discussie is gesteld. Het museum heeft door het verzoek aan de gemeente Amersfoort om de subsidie eerder uit te laten betalen de aandacht op de eigen financiële problemen gericht.

Vraag is of de opstelling van het Amersfoortse college zoals ingenomen door wethouder Pim van den Berg (D66) bestuurlijk correct is. Anders gezegd, of hij de verantwoordelijkheid niet te ver oprekt. Het is de vraag of het tot de verantwoordelijkheid van Amersfoort hoort om partij te zijn in het tot een oplossing komen voor de problemen van de huidige exploitant Museum Oud-Amelisweerd. Als blijkt dat de huidige exploitant, te weten Museum Oud-Amelisweerd de bedrijfsvoering structureel niet rond krijgt is dat een interne kwestie tussen de Stichting Museum Oud-Amelisweerd en de huidige exploitant Museum Oud-Amelisweerd. Denkbaar is dat Amersfoort wil dat de bruidsschat doelmatig ingezet wordt en daartoe in contact treedt met het bestuur van de Stichting Museum Oud-Amelisweerd om te komen tot een structurele oplossing voor de exploitatie.

Foto: Schermafbeelding van het Conceptbesluitenlijst Aanpassing subsidieschema Museum Oud Amelisweerd van de Amersfoortse gemeenteraad.

Museum Oud-Amelisweerd verzoekt Amersfoort om vervroegde uitbetaling subsidie

with one comment

schema

Zoals voorspeld gaat het niet goed met de bedrijfsvoering van Museum Oud-Amelisweerd (MOA) in Bunnik. De voorwaarden om het kunnen realiseren werden gaandeweg zo aangescherpt dat het de bedrijfsvoering in een rijksmonument praktisch onmogelijk maakte. Die randvoorwaarden blijven het museum achtervolgen. In de Utrechtse raad zetten VVD en D66 in 2011 en 2012 fundamentele vragen bij de onderbouwing van de exploitatie. VVD: ‘Helaas hangt het exploitatiemodel van het nieuwe museum, zoals dat aan de Utrechtse gemeenteraad is gepresenteerd, aan elkaar van onrealistische aannames.’  Vanaf het begin was duidelijk dat het Museum Oud-Amelisweerd tegenslagen niet op zou kunnen vangen vanwege ontbrekende reserves.

Bestuur MOA heeft het college van Amersfoort nu gevraagd het subsidieschema aan te passen (zie boven), met als belangrijkste verandering dat er over 2015 niet 100.000, maar 258.341 euro uitgekeerd wordt. Het verzoekt de subsidies over 2020 en 2021 in 2015 uit te betalen. Amersfoort gaf het museum in 2011 een bruidsschat van 1 miljoen euro mee die in 10 jaar zou worden uitgekeerd. Om bij een faillissement niet het hele bedrag kwijt te zijn. Bestuur MOA stelt het voor dat het verzoek om subsidies eerder uit te betalen door incidentele tegenslagen wordt bepaald. Zoals een latere opening en oplevering van het Koetshuis.

De aanpassing voor het subsidieschema Museum Oud-Amelisweerd staat op de agenda (De Ronde) voor 31 maart 2015 van de Amersfoortse raad. Wethouder Pim van den Berg brengt het voorstel in. Het voorstel is een mix van optimisme en pessimisme die karakteristiek geworden is voor de plannen van het Museum Oud-Amelisweerd. Het bevat een optimistische kijk die vermoedelijk door directie en bestuur MOA aangeleverd is -en in het voorstel verwerkt- waarvan men zich af kan vragen hoe objectief de informatie is. Er schemert de waarschuwing van de wethouder doorheen: ‘MOA heeft een aangepaste begroting opgesteld, indien sprake zou zijn van een betaalschema van 8 jaar. Daaruit blijkt dat de begrote inkomsten van derden fors zijn en wellicht aan de optimistische kant.’ Heeft de Amersfoortse raad nog ruimte om zich hierover uit te spreken?

Foto: Schermafbeelding uit raadsvoorstel ’Aanpassing subsidieschema Museum Oud Amelisweerd’ van het college van de gemeente Amersfoort.

Museum Jan Cunen spiegelt zich aan De Fundatie. Waarom?

with 2 comments

Spreekt bestuursvoorzitter Peter van der Steen van Museum Jan Cunen in Oss zichzelf tegen? Hij meent dat een museum voor meer mensen aantrekkelijk gemaakt moet zijn dan alleen deskundigen die kunst echt weten te waarderen. Vraag is wie hij hiermee bedoelt en of 25.000 bezoekers per jaar allemaal deskundigen kunnen zijn. Zo’n museum voor deskundigen bestaat namelijk nergens in Nederland. Mede door de educatieve programma’s is Van der Steens suggestie dat het museum met de rug naar de eigen bevolking stond onjuist.

Van der Steen ziet Museum de Fundatie als voorbeeld, maar vergeet hierbij dat dit museum tamelijk uniek is, meer armslag heeft omdat het in een hoger segment van de museumsector opereert en een veel betere uitgangspositie heeft door de eigen collectie die is gevormd rond de verzameling van Dirk Hannema. Het is ook een weinig logische keuze omdat De Fundatie kiest voor intuïtie en gevoel, terwijl het Jan Cunen Museum zich in de museum- en kunstzinnige vormingssector profileerde met een tegengesteld profiel van kunsthistorische wetenschappelijkheid. Waarom in Noord-Brabant geen logische match gezocht met het Van Abbe Museum of het Noordbrabants Museum? Berust het voorbeeld Museum de Fundatie op meer dan toeval?

Peter van der Steen bedoelt het ongetwijfeld goed en kan als iemand met weinig verstand van beeldende kunst en de museumsector best een goede bestuursvoorzitter zijn. Hij moet ook maar helpen de ellende op te lossen die door toedoen van het Osse college is ontstaan. Jammer is dat hij zijn uitvinden van het wiel als iets opzienbarends en nieuws presenteert. De geldkraan is dicht. Dom geklets maakt het er alleen maar erger op.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 262 andere volgers