George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Cultuur

Promotiefilmpje van Noord-Brabant over cultuur is voorbeeld van slechte marketing en gebrek aan zelfbewustzijn

with one comment

De provincie Noord-Brabant zegt in bovenstaande promotiefilm rijk aan cultuur te zijn. Het voegt toe: ‘Cultuur is belangrijk voor onze Brabantse identiteit en samenleving’. Maakt Noord-Brabant die claim met dit filmpje waar? Het lijkt er in de verste verte niet op. Wat opvalt is het volledig ontbreken van de belangrijkste dragen van cultuur in elke Nederlandse provincie, wellicht op Friesland na, namelijk de Nederlandse taal. Precies dat wat onmisbaar is voor menselijk contact, identiteit, samenleving literatuur, zangkunst, toneel ontbreekt.

Een glibberig, onbestemd soort nietszeggende Engelstalige non-muziek begeleidt de filmbeelden. Dat blijft nergens aan haken. Vindt het bestuur van de provincie Noord-Brabant dat deze rimpelloze deun typisch voor de Brabantse cultuur is? Dat is geen aanbeveling. Houdt het provinciebestuur werkelijk van een identiteitsloze pudding van Engelstalige riedeltjes zonder veel karakter en vindt het typisch voor de Brabantse cultuur? Is deze kleurloosheid het nieuwe niks dat cultuurgedeputeerde Henri Swinkels vindt dat Noord-Brabant naar buiten moet brengen? Dan ziet het er beroerd uit voor deze provincie die altijd trots beweerd voor cultuur te gaan. Staat de vorm van dit filmpje niet per ongeluk haaks op wat het via de inhoud wenst te vertellen?

Het debat over de in veel gevallen onnodige verengelsing van het onderwijs aan de Nederlandse universiteiten is afgelopen week losgebarsten. Dat kent nog een logica van commercie en internationalisering. Maar dat de provincie Noord-Brabant de cultuur van Brabant die zo belangrijk heet te zijn voor de Brabantse identiteit en samenleving zonder enige noodzaak verengelst is pas echt merkwaardig. Noord-Brabant beseft niet eens wat haar eigen identiteit, cultuur, taal en dialect inhouden. Het levert alles onachtzaam in voor slechte marketing.

Advertenties

Written by George Knight

30 januari 2018 at 17:01

De Nederlandse Leeuw en het luchtkasteel van een ‘progressief-liberale denkcultuur’

with 2 comments

Gisteren kwamen volgens een bericht van de NOS 2000 mensen bij elkaar ‘voor een brainstormsessie over de multiculturele samenleving. Het is de eerste debatavond georganiseerd door De Nederlandse Leeuw. Een stichting die “de progressief-liberale denkcultuur wil doorbreken”.’ De NOS neemt de framing van alt-right over zoiets als een ‘progressief-liberale denkcultuur’ leidend is. Wie vanuit het centrum van het Nederlandse politieke spectrum naar politiek en samenleving kijkt ziet -naast relicten van culturele hegemonie van links- echter geen ‘progressief-liberale denkcultuur’, maar vooral de economisering van de politiek onder druk van multinationals en financiële instellingen -inclusief de economisering door ECB of IMF- die het sinds de jaren ’80 voor het zeggen hebben gekregen. Aan de flanken nemen onwrikbare standpunten het politieke centrum in de tang. Aan de linkerkant wordt dat gevoed door nostalgie naar een sinds 15 jaar afgesloten periode van het multiculturalisme, aan de rechterkant door nostalgie naar de 19de eeuw van natiestaat en nationalisme. Behalve met de druk vanaf de flanken, worstelt het centrum met de druk van bedrijven en de gevolgen van de globalisering waar het door gebrek aan ambitie, macht en middelen onvoldoende weerstand aan kan bieden.

Zo kondigt zich een vijfdeling aan. In de politiek: radicaal links – centrum – radicaal rechts. In de economie: economische macht van bedrijven en financiële instellingen die de politiek in de zak heeft. In de cultuur (kunst, universiteiten, media, religieuze instellingen): naar links leunende posities die steeds meer uitgehold worden door de economisering van samenleving en politiek, en opgevuld worden door rendementsdenken dat vanuit de politiek en economie de cultuur in de greep neemt. Aan de buitenkant ziet het er nog links (of: ‘progressief-liberaal‘) uit, maar in de kern is het inmiddels grotendeels in het omgekeerde veranderd.

Het is begrijpelijk dat de vertegenwoordigers van radicaal-rechts die verschijningsvorm van de cultuur op de korrel nemen. Het is zowel een makkelijk te framen doelwit (‘linkse kerk’) als een afleiding voor het gebrek aan durf en een teveel aan gemakzucht als verhulling van opportunisme dat wordt gevoed door eigenbelang om de echte macht van multinationals, financiële instellingen en de veiligheidsindustrie niet aan te spreken.

Om te begrijpen hoe dat in de praktijk werkt is het goed om te beseffen wat alt-right is. Is het een politieke beweging binnen de gevestigde politiek zoals de Tea Party, of een subcultuur die vooral een maatschappelijk fenomeen is waarvan leden zich politiek losjes organiseren? Dat laatste is het geval. Sinds binnen de regering-Trump vertegenwoordigers van alt-right op afstand zijn gezet is dat er alleen maar duidelijker op geworden. Het feit dat binnen die subcultuur rechts-extremistische activisten en ideologen met racistische ideeën over blanke hegemonie verzameld zijn, betekent nog niet dat alt-right een rechtse politiek voorstaat binnen de randvoorwaarden van de bestaande politiek. Het grootste misverstand is dat het een conservatieve inslag heeft, het verzet zich juist tegen het conservatisme in de maatschappij. Alt-right is nihilistisch (in de zin van: ‘ontkenning van het bestaande’) zonder op dit moment een alternatief voor het bestaande te kunnen bieden.

Als De Nederlandse Leeuw zegt ‘de progressief-liberale denkcultuur te willen doorbreken’ dan moet men erop gewiekst zijn wat het ermee bedoelt en door wie het zich laat inspireren. Vooralsnog is een verzameling van radicaal-rechtse denkers bezig een stropop van de ‘progressief-liberale denkcultuur’ op te tuigen die in werkelijkheid allang niet meer bestaat, en hoe dan ook sterk gedevalueerd is. Om een organisatie van de grond te tillen en diverse subgroepen te verbinden kan het behulpzaam zijn om een vijandbeeld te creëren waarin die subgroepen zich kunnen vinden. De Nederlandse Leeuw staat voor de keuze welke kant het opgaat en welke leiders het wil volgen. Gaat het in de richting van het nihilisme van alt-right of beweegt het zich binnen de randvoorwaarden die de bestaande politiek stelt? Als het het gevecht met de macht van banken en multinationals aangaat en de politieke marketing van de ‘progressief-liberale denkcultuur’ achter zich laat omdat het dat frame niet meer nodig heeft om zich te bewijzen en te formeren, dan kan De Nederlandse Leeuw brullen. Niet tegen het luchtkasteel van de progressief-liberale denkcultuur, maar tegen echte macht.

Foto: Schermafbeelding van tweet van Joost Niemoller van 19 januari 2018, met reactie.

PVV benadeelt zichzelf door defensief te zijn over kunst en cultuur

leave a comment »

De PVV doet mee aan de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018 in Utrecht en publiceert een verkiezingsprogramma met de titel ‘Utrecht weer van ons’ dat nog niet digitaal te vinden is. Hoe dan ook maakt de website van de PVV een rommelige, niet actuele en weinig slagvaardige indruk. Als dat illustratief is voor de PVV, dan ziet het er slecht uit voor de partij. Wel is er uit 2015 het verkiezingsprogramma van de provinciale PVV Utrecht. Dat bevat de bovenstaande paragraaf Cultuur. Omdat de PVV zich onveranderlijk opstelt is dat een eerste indicatie voor wat het voor de stad Utrecht in petto heeft. Ik twijfel bij verkiezingen elke keer weer of ik ga stemmen en zo ja, op welke partij. Maar als inwoner van de stad Utrecht weet ik nu al één ding absoluut zeker, ik stem niet op de PVV. Voor lezers van dit blog zal dat geen verrassing zijn.

Neem bovenstaande paragraaf die begint met een alinea vol foute en impliciete aannames. Nederland is geen land met joods-christelijke wortels. Tot diep in de 19de eeuw werden joden uitgesloten en gediscrimineerd. Ze hadden niets in de melk te brokkelen en hun invloed drong politiek of maatschappelijk niet door tot de hoofdstroom. Datzelfde gold voor de katholieken die in de tijden dat Nederland zich als natie vormde hooguit getolereerd werden. Als met ‘humanistische wortels‘ de Verlichting bedoeld wordt dan valt nog enigszins te beredeneren waar volgens de PVV de scheiding van kerk en staat vandaan komt. Dat die scheiding mede zou voortkomen uit de joods-christelijke wortels maakt het er weer onbegrijpelijk op. Of er moet mee bedoeld worden dat aan de basis van de Verlichting christelijke denkers stonden die een proces op gang hielpen dat uiteindelijk leidde tot de scheiding van kerk en staat. Maar dat moest dan wel eerst voor de poorten van de hel uit de machtsgreep van de christelijke lobby van die tijd weggesleept worden. Vrijwillig ging dat niet. Dat de PVV de scheiding van kerk en staat niet beschermt, maar afbreekt blijkt uit de bruuske bejegening door de PVV van de islam. Om dat te rechtvaardigen wordt zoals bekend door de PVV de islam geen godsdienst, maar een ideologie genoemd. Dat slaat echter dood omdat elke godsdienst door de leerstellingen een ideologie is.

De PVV zegt voor de bescherming van het nationaal cultureel erfgoed in Utrecht te zijn. Dat lijkt zich te beperken tot landschappen en molens. Dat speelt zich af op het gebied van de materiële monumentenzorg. De PVV plaatst dat in het verlengde van het geschiedenisonderwijs, de openstelling en de vermarkting van de monumenten en de landschappen. Het is overigens de vraag of meer bezoek van monumenten altijd tot hogere recettes leidt vanwege de meerkosten om dat te beheersen. Daarnaast getuigt het van een buitenissige opvatting dat openstelling van monumenten een voorwaarde voor subsidie is. Sommige monumenten zijn te weerloos om ze voor een breed publiek openbaar toegankelijk te maken en ‘aan te laten raken’.

Utrechts kandidatuur van de Culturele Hoofdstad van Europa 2018 was zeker geen succes. Utrecht viel in de eerste ronde af, net als Den Haag. In een volgende ronde vielen Brabantstad (Eindhoven) en Maastricht af. Dat is het risico van een competitie waar er maar één kan winnen. In dit geval was dat het Friese Leeuwarden. Dat de gemeente Utrecht hieraan ‘vele miljoenen’ heeft besteed is niet terug te vinden in de documentatie, maar alleen in de fantasie van de PVV. Volgen een bericht van RTV Utrecht waren de promotiekosten 1,2 miljoen euro. Dat is geen geld dat aan kunst besteed is, maar het zijn projectkosten die juist deels aan de reguliere kunstbegroting werden onttrokken. Een en ander speelt zich af op het gebied van stadspromotie, marketing, ‘gastvrijheidseconomie’ en toerisme. Dat is de plaag die tegenwoordig kunstprojecten overspoelt, om niet te zeggen wegspoelt. Zoals het commercieel succesvolle, maar inhoudelijk voorspelbare en in veel gevallen platvloerse en te nadrukkelijk door marketing gedreven jubileumjaar 2017 van De Stijl illustreert.

Kritiek op de Vrede van Utrecht is zinvoller, maar wordt verkeerd gericht. Dat kostte 27,5 en mogelijk 35 miljoen euro, zoals dit bericht uit 2013 van de SP verduidelijkt. Maar het is te kort door de bocht van de PVV om dat door associatie te koppelen aan ‘kunstsubsidie’, omdat het hier ook voornamelijk ging om kosten voor stadspromotie, marketing, ‘gastvrijheidseconomie’ en toerisme. De toegenomen stroom toeristen naar Utrecht lijkt hier een gevolg van te zijn. De vraag die de PVV niet stelt is of tot die diepte-investering in stadspromotie en toerisme in 2012 wel besloten had moeten worden vanwege de ongewenste neveneffecten die zich nu openbaren. Utrecht wordt in navolging van Amsterdam steeds meer overspoeld door massaal toerisme. Dit heeft onder meer geleid tot onbeheersbaarheid van verkeersstromen (probleem parkeerplekken fietsen), café’s en restaurants en de Airbnb-verhuur in woonwijken. Utrechts gemeentebestuur heeft mede door dit beleid dat leidde tot een exponentiële toename van het bezoek de grip op delen van de stad verloren.

Het is een slecht doordacht uitgangspunt van de PVV dat overheidssubsidies altijd een tijdelijk karakter hebben. Het onderwijs en het openbaar vervoer worden door overheidssubsidies in de lucht gehouden. Wie doorklikt op de externe link ‘Subsidies van de overheid’ bij het lemma ‘Subsidie’ op Wikipedia komt terecht op het ondernemersplein voor bedrijven. Landbouwsubsidies zijn eveneens doorgaans structureel.

Het is jammer dat de PVV zich defensief opstelt als het om kunst en cultuur gaat. De partij gaat voorbij aan de positieve rol die Nederlandse kunstenaars voor de nationale identiteit, de sociale cohesie en het thuisgevoel kunnen spelen. Elementen die de PVV in beginsel aanspreken. De partij laat zich telkens weer afleiden door de dwanggedachte dat kunstenaars lid van een linkse kerk zijn en zich tegen de PVV zouden richten. Maar als de partij kunst een grotere rol zou durven geven, dan zou de PVV zich positief kunnen onderscheiden van andere partijen. En aan steun winnen. Want die gaan evenmin ruimhartig om met kunst en cultuur die ze op de koop toe nemen. Voor de PVV zou kunst een onderwerp kunnen zijn om zich positief te onderscheiden, zoals de partij dat bij dierenwelzijn ook deed. Datzelfde geldt voor kunst in het algemeen. In Frankrijk en Duitsland wordt kunst actief ingezet voor het tot stand brengen van verbinding tussen burgers. Precies wat de PVV ook beoogt, maar koudwatervrees om dat via kunst en cultuur te doen blijft de partij onvoordelig in de weg zitten.

Foto: Schermafbeelding van paragraaf ‘Cultuur’ uit ‘Verkiezingsprogramma 2015-2019 ‘Nee tegen windmolens’’, van de provinciale PVV Utrecht, 2015.

Gergiev Festival is classical porn for business, local government and politics of Rotterdam

leave a comment »

The cat is out of the bag on the website of the Gergiev Festival that will start tomorrow in Rotterdam and lasts until 17 September: ‘The world-renowned maestro Valery Gergiev and Rotterdam have been inextricably linked for over 25 years. Since 1996 the Gergiev Festival has grown to become an international brand that is synonymous with Rotterdam. It offers an executive-level, international podium for the business, local government and politics worlds in Rotterdam, with numerous networking opportunities. It also provides the city with a unique cultural profile.’ Classical music as marketing, classical music as a lubricant for business. The Gergiev Festival comes straight to the point what it sees as its greatest achievement: networking in the margin at an international level. But the organization of the Festival has a sinking feeling about the cooperation with maestro Gergiev, because sponsors are not mentioned. That Gergiev Festival takes place behind the scenes.

But it is a misunderstanding it provides Rotterdam with a unique cultural profile. It does, but, different than the organisation suggests. The Gergiev Festival is increasingly criticized for political reasons and has no positive impact on the international scene. Conductor Gergiev is a political ally of President Putin. He is deployed within the Russian propaganda apparatus. Valery Gergiev in 2017 is Gustav Gründgens of 1941, an opportunist in a wrong regime. This is still the logic of an authoritarian regime where power is divided differently than in the Netherlands. But why Rotterdam’s business, local government and politics extrapolate that to Rotterdam without distancing themselves from Gergiev and Putin is inexplicable. A regime that puts pressure on human rights and European security to such a great extent. Why are Rotterdam’s business, local government and politics turning a blind eye and are they unable to end the relationship with Gergiev?

Nobody has to be against artists who express themselves politically. Wittingly or unwittingly they are always made part of an ideology, party or higher purpose. But the statement ‘politics and art have nothing to do with each other‘ is not correct. It is a lie to avoid responsibility. The soft power of art is all about politics. Or by active attitude or by accepting the existing power that is confirmed by politics. The latter only looks more passive than the first, but actually comes down to the same. Consciously looking away is what Rotterdam’s business, local government and politics do.

How is it possible that the awareness of the political role that Valery Gergiev plays in the Putin regime is so small in Rotterdam? What mechanism is working here? Is it more than just looking away and ‘business as usual’? In countries with a larger Ukrainian community like Germany, the US or Canada it is different. Along with Russian dissidents, action after action is taken against performing artists including Gergiev, Anna Netrebko and other icons that actively support Kremlin’s politics. They are under fire and have to defend themselves. But in Rotterdam, Gergiev is adored. In Rotterdam no criticism sounds, apart from a series of council questions in 2016 by Ruud van der Velden of the Animal Party. The attitude of the Rotterdam college is illustrative, it hides behind the State Department and refuses to take responsibility.

In its own words the Gergiev Festival is ‘an international brand that is synonymous with Rotterdam’. Is it really? Has Rotterdam clung to a radicalized Gergiev and do Rotterdammers let that happen to them? Without a protest sounding? The maestro makes excitement in Rotterdam and polishes his stains away.

Pictures: Screenshots of the website of the Gergiev Festival; Collaboration and Organisation.

Gergiev Festival is klassieke porno voor bedrijfsleven, overheid en politiek van Rotterdam

with one comment

De aap komt uit de mouw op de website van het Gergiev Festival dat morgen in Rotterdam begint en tot en met 17 september duurt: ‘De wereldberoemde maestro Valery Gergiev en Rotterdam zijn al ruim 25 jaar onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Het festival is sinds 1996 uitgegroeid tot een wereldmerk dat niet meer is los te koppelen van Rotterdam. Het biedt een internationaal podium op executive niveau voor het Rotterdamse bedrijfsleven, overheid en politiek met een eigentijds aanbod aan netwerkmogelijkheden. Daarnaast levert het de stad een uniek cultureel profiel. Kortom, dit festival is van onschatbare waarde voor Rotterdam.’ Klassieke kunst als marketing, klassieke kunst als smeermiddel voor zakendoen. Het Gergiev Festival windt er geen doekjes om wat het als de grootste verworvenheid ziet: netwerken op internationaal niveau in de marge. Maar de organisatie van het Festival lijkt nattigheid te voelen over de samenwerking met maestro Gergiev, want sponsors worden niet genoemd. Dát Gergiev Festival speelt zich af achter de schermen.

Maar het is een misverstand dat het Rotterdam een uniek cultureel profiel oplevert. Dat doet het wel, maar anders dan de organisatie het voorstelt. Het Gergiev Festival ondervindt om politieke redenen steeds meer kritiek en heeft internationaal geen positieve uitstraling. Dirigent Gergiev is een politieke bondgenoot van president Putin. Hij laat zich inzetten binnen het Russische propaganda-apparaat. Valery Gergiev in 2017 is de Gustaf Gründgens van 1941, een meeloper in een verkeerd regime. Dat heeft nog de logica van een autoritair regime waar de macht anders verdeeld is als in Nederland. Maar waarom Rotterdams bedrijfsleven, overheid en politiek die lijn doortrekken naar Rotterdam en geen afstand nemen van Gergiev en Putin is onverklaarbaar. Een regime dat zo de mensenrechten en de Europese veiligheid onder druk zet. Waarom kijken Rotterdams bedrijfsleven, overheid en politiek weg en zijn ze niet in staat om de relatie met Gergiev te beëindigen?

Niemand hoeft tegen kunstenaars te zijn die zich politiek uitspreken. Gewild of ongewild worden ze altijd tot onderdeel van een ideologie, partij of hoger doel gemaakt. Maar de uitspraak ‘politiek en kunst hebben niets met elkaar te maken’ klopt niet. Het is een leugen om verantwoordelijkheid te ontlopen. De zachte kracht die   kunst is heeft alles met politiek te maken. Of door een actieve opstelling of door het aanvaarden van de bestaande macht die door de politiek bevestigd wordt. Het laatste oogt alleen passiever dan het eerste, maar komt feitelijk op hetzelfde neer. Bewust wegkijken is wat Rotterdams bedrijfsleven, overheid en politiek doen.

Hoe kan het dat de bewustwording over de politieke rol die Valery Gergiev in het regime van Putin speelt in Rotterdam zo gering is? Welk mechanisme is hier werkzaam? Is het meer dan wegkijken alleen en ‘business as usual’? In landen met een grotere Oekraïense gemeenschap als Duitsland, de VS of Canada is dat anders. Samen met Russische dissidenten wordt actie na actie gevoerd tegen uitvoerende kunstenaars zoals Gergiev, Anna Netrebko en andere iconen die de politiek van het Kremlin actief steunen. Ze liggen onder vuur en moeten zich verdedigen. Maar in Rotterdam wordt Gergiev geadoreerd. In Rotterdam klinkt geen kritiek, op een reeks raadsvragen in 2016 van Ruud van der Velden van de PvdD na. De opstelling van het Rotterdamse college is illustratief, het verschuilt zich achter Buitenlandse Zaken en weigert verantwoordelijkheid te nemen.

Het Gergiev Festival is naar eigen zeggen ‘een wereldmerk dat niet meer is los te koppelen van Rotterdam’. Is het werkelijk? Zit Rotterdam vastgeklonken aan een geradicaliseerde Gergiev en laten Rotterdammers zich dat overkomen? Zonder dat protest klinkt? De maestro zorgt in Rotterdam voor opwinding en poetst vlekken weg.

Foto’s: Schermafbeeldingen van website GergievFestival.nl; Samenwerking en Organisatie.

Hemeltergende schijnheiligheid van PVV en alle Nederlandse politieke partijen over kunst en cultuur. Domheid of valsheid?

leave a comment »

PVV’er Martin Bosma heeft gelijk dat cultuur onder vuur ligt. Maar wat bedoelt hij ermee en hoe komt dat? En wat is de rol van de PVV? Bosma verwijst naar een reportage van EenVandaag (AVROTROS) over Engelstalig onderwijs aan universiteiten die op 10 juli werd uitgezonden. De ondertitel ervan is ‘vloek of een zegen?’ Er is van alles over te zeggen, waarschijnlijk is Engelstalig onderwijs aan universiteiten tegelijk vloek en zegen. Wat er nu aan schort is dat docenten niet zijn opgeleid om Engelstalig onderwijs te geven. Dat moet eerst op peil gebracht worden. En overigens, waar is het Duitstalig en Franstalig onderwijs gebleven in het curriculum?

Hoe dan ook, Bosma en de PVV hebben weinig recht van spreken. Zij hebben de mond vol over Nederlandse identiteit of Nederlandse cultuur, maar weigeren daar de politieke consequenties aan te verbinden. Je zorgen maken over de rol van het Nederlands in Zuid-Afrika wordt zo een afleiding voor wat de PVV in Nederland laat liggen. De PVV staat als aanstichter aan de basis van de recente afbraak van de Nederlandse cultuur. De PVV was in 2011 samen met de VVD de sluipmoordenaar van de gesubsidieerde culturele infrastructuur. Samen met alle politieke partijen die de bezuinigingen op het cultuurbudget billijkten. Nederlandse partijen zouden zich rot moeten schamen voor hun politiek van afbraak, maar daartoe is zelfkennis en zelfinzicht nodig.

Wie zich bezorgd maakt over Nederlandse identiteit of cultuur, maakt zich bezorgd over het overheidsbudget voor Nederlands kunst, monumentenzorg, erfgoed, landschaps- en natuurbeheer, onderwijs, wetenschap en omroep. In geciviliseerde landen als Frankrijk en Duitsland hebben tijdens de economische crisis van 2008 en de daaropvolgende stagnatie de regeringen de cultuurbudgetten in stand gehouden. Kunst is een belangrijke cultuuruiting en Fransen en Duitsers zijn trots op hun nationale kunst. Dat ze als symbool van hun nationale identiteit zien. In Nederland is die vanzelfsprekende trots onder invloed van de PVV afgebroken. De PVV heeft de mond vol van Nederlandse cultuur, maar wil zich er niet echt voor inzetten. Vertegenwoordigers van de PVV hebben zelfs voortdurend hun laatdunkendheid voor Nederlandse kunst laten blijken. Dat heeft het politieke debat over kunst en cultuur sinds 2011 negatief beïnvloed. Nog in het PVV-verkiezingsprogramma uit 2016 staat: ‘Geen geld meer naar ontwikkelingshulp, windmolens, kunst, innovatie, omroep enz.’

Thierry Baudet (FvD) retweet niet toevallig bovenstaande tweet van Martin Bosma. Hij spreekt herhaaldelijk uit niets met moderne of hedendaagse kunst te hebben. Of moderne architectuur. Dat soort conservatisme is een verdedigbaar politiek standpunt. Het past bij een stellingname die kunst en cultuur normeert, inperkt, temt en ondergeschikt wil maken aan de eigen politieke doelstelling. Als daarnaast ook middenpartijen als het CDA en D66 tegen uitbreiding van het cultuurbudget stemmen, dan weten we hoe diep van binnen de politieke elite van Nederland over cultuur denkt. Het mag niet te veel kosten, het moet dienstbaar zijn en essentieel wordt het niet gevonden. De verbinding ’Nederlandse identiteit’, ’Nederlandse cultuur’ en ‘sociale cohesie’ met ’Nederlandse kunst’ wordt niet gelegd. Nederlandse politieke partijen zien kunst en cultuur niet als natuurlijke bontgenoten, maar als tegenstander. Zelfs, of juist als ze zeggen het te willen beschermen. De Nederlandse politieke partijen zijn als de maffia die zegt winkeliers te willen ‘beschermen’. Daar komt niets goeds van.

Foto: Tweet van Martin Bosma en reactie, 11 juli 2017.

Utrechtse raad weet zich geen raad met MOA. Motie 111 over openstelling landhuis Oud Amelisweerd gaat problemen uit de weg

with 2 comments

Op donderdag 29 juni werd in de Utrechtse gemeenteraad gestemd over de moties bij de Voorjaarsnota. Doorgaans worden ze daarna op de gemeentesite snel online gezet, maar deze keer niet. Mede omdat er die avond sprake was van een storing op het netwerk van de gemeente. Ook raadsleden hadden de moties die tijdens die storing in behandeling waren genomen niet digitaal beschikbaar. Zo duurde het vier dagen voordat ze in de openbaarheid kwamen en pas op maandag 3 juli op de site van de gemeente Utrecht verschenen.

Deze vertraging is een punt van zorg omdat het sommigen de gelegenheid biedt de publiciteit op te zoeken en onder het mom ‘de eerste klap is een daalder waard’ de publieke opinie te bespelen terwijl de moties in definitieve versie nog niet openbaar zijn en daarom een weerwoord niet gegeven kan worden. De griffie van de gemeente Utrecht zou voortvarender moeten optreden door de openbaarheid centraal te zetten en documenten sneller openbaar te maken. Het was logisch geweest als vrijdag 30 juni de griffie de moties online had gezet. Utrecht is de vierde stad van het land met een raad met ruime ambtelijke ondersteuning.

Motie 111 over de ‘openstelling landhuis Amelisweerd en MOA’ werd aangenomen op initiatief van VVD en D66, en met steun van onder meer GroenLinks. Het was een gewijzigde versie van motie 79 van de cultuurwoordvoerder van de VVD André van Schie. Motie 111 is zeer tegen de zin van coalitiepartij SP die er bij monde van fractievoorzitter Tim Schipper in het raadsdebat kritiek op had. Want het zou knopen niet doorhakken door de problemen op te lossen, maar ze doorschuiven naar de toekomst. De motie koopt tijd met een jaarlijkse subsidie van maximaal 100.000 euro voor het Landhuis Oud Amelisweerd. Opmerkelijk is overigens dat deze ton maximaal 14.000 euro hoger is dan het bedrag van 86.000 euro dat volgens het rapport Van der Vossen past bij het gekozen scenario ‘MOA Aangescherpt’ voor de jaren 2017-2020.

Het verschil tussen motie 79 (VVD) en motie 111 (VVD en D66) is dat onderstaande twee overwegingen in motie 111 zijn geschrapt. Logisch om te veronderstellen dat dat op verzoek van de tweede indiener D66 is gebeurd. De tweede voorwaarde is een herkenbaar VVD-standpunt dat verwijst naar commerciële activiteiten, maar de vraag waarom de eerste voorwaarde is geschrapt is interessanter. Dat kan zijn omdat het een overbodige overweging is omdat het in een andere vorm genoemd wordt in het dictum van motie 111 als het het college opdraagt om ten behoeve van de openstelling afspraken te maken met ‘de huidige en of eventuele toekomstige beheerders/huurders van het landhuis. Het schrappen kan ook een andere reden hebben.

Motie 111 geeft aan dat in 2012 door de raad via een motie aan het college is opgedragen om de huidige exploitant/huurder Stichting MOA geen subsidie voor de exploitatie te verstrekken. Uitgaande van deze randvoorwaarde kan de motie daarom niet rechtstreeks uitspreken dat de maximaal 100.000 euro jaarlijkse subsidie in de jaren 2017-2020 naar Stichting MOA gaat. Het is het college immers niet toegestaan om subsidie voor de exploitatie aan de Stichting MOA te verstrekken. Maar de motie doet niet wat het zegt te doen. Het trekt niet de consequentie uit wat het als randvoorwaarde noemt. Namelijk om geen subsidie voor exploitatie aan de Stichting MOA te verstrekken. Het laat dat open. De motie laat de mogelijkheid open dat er subsidie voor de exploitatie naar de huidige huurder gaat en laat ook open dat er geen subsidie naar de huidige huurder gaat. Deze motie is minder duidelijk dan die zou kunnen zijn en de vraag is waarom dit is.

Om het gat te dichten tussen wat niet mag (subsidie naar MOA), maar wat wel moet (subsidie naar MOA) wijst de motie op het onderscheid tussen locatie ‘Landhuis Oud Amelisweerd’ en exploitant/huurder ‘Stichting MOA’. Locatie en huurder zijn niet onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het college kan als het wil een andere exploitant aanwijzen als de huidige financieel in gebreke blijft. Wat aantoonbaar het geval is. MOA wordt een inspanningsverplichting opgelegd. Het is tevens een stok achter de deur om de overmoed van het MOA in te tomen en een waarschuwing dat het niet moet overvragen. In december 2016 overviel Stichting MOA de slecht voorbereide wethouder Diepeveen met een chanterende roep om snel geld. Dat viel in de raad verkeerd.

Het betekent in de praktijk dat als de noodlijdende Stichting MOA het nog slechter doet dan wordt verwacht het college een andere huurder kan zoeken. Dit is overigens de logische stap die uit de opdracht van de raad aan het college blijkt en het college al eerder had moeten nemen, maar om onbekende redenen weigert te nemen. De motie bevat de mogelijkheid dat de huidige exploitant Stichting MOA per 1 januari 2018 vervangen wordt door een andere exploitant. Als de raad de eigen voorwaarden volgde en handelde volgens de opdracht die het het college heeft opgelegd, dan zou dit zelfs een verplichting zijn. Maar de raad wil vooralsnog die logische stap niet zetten. Want dat zou betekenen dat het een politiek besluit moet nemen waar het blijkbaar nog niet aan toe is. In plaats van voor het college een koers uit te stippelen beperkt de raad zich tot het meepraten over de uitvoering. Zo is het dualisme tussen raad en college niet bedoeld. Het is het failliet ervan.

Dat dit blijft hangen en zeuren heeft te maken met de voorgeschiedenis. De voorwaarden van een museum in een kwetsbaar rijksmonument zijn vanaf het haalbaarheidsonderzoek in 2010 slecht doordacht. In een uitruil met Utrecht is vanwege een noodsituatie in Amersfoort in de bossen van Bunnik een museum opgericht in een voormalige zomerresidentie met een lastig beheersklimaat en hoge basiskosten. Het een zit het ander in de weg. De motie houdt rekening met ‘eventuele toekomstige beheerders/huurders van het landhuis’. Maar wat de concrete waarde van deze verwijzing is blijft de vraag. Het zet druk op de huidige exploitant en geeft het college ruimte om afscheid te nemen van de Stichting MOA. Maar een principiële opstelling valt er niet in te lezen. Beheersargumenten blazen mist in deze motie. Want indien het doorgaat zoals het nu al enkele jaren gaat moet het verschil tussen wat niet mag, maar wel moet verhuld worden. Als dat de uitkomst is, dan is motie 111 onoprecht en een bestuurlijk gedrocht. Het voorbeeld van pragmatische politiek zonder principe.

Hoe nu verder? Motie 111 legt een noodverband aan bij een al jaren zieke patiënt in de hoop dat die opknapt. Dat is wensdenken uit goedgelovigheid. Dat geeft eerder verwarring dan duidelijkheid. Door nu jaarlijks maximaal een ton subsidie voor de exploitatie aan Stichting MOA te geven roept de raad verdere problemen in de toekomst over zich af. De raad komt niet alleen moreel op een hellend vlak door subsidie te verstrekken aan een exploitant die het volgens de eigen opdracht uit 2012 aan het college niet mag verstrekken, maar het schept hierbij ook een precedent. Een verkeerd voorbeeld. Hierbij zet de raad de geloofwaardigheid van de politiek op het spel. In 2021 of mogelijk zelfs eerder zal naar verwachting de huidige exploitant Stichting MOA bij wethouder Diepeveen wederom aan de bel trekken voor meer geld. In 2021 moet het een lening van 160.000 euro aan de provincie Utrecht terugbetalen en eindigt de Amersfoortse subsidie. Dan hebben raad en college van Utrecht vermoedelijk nog steeds geen idee hoe ze deze kwestie fundamenteel op moeten lossen.

Foto 1: Motie 111, 2017 ‘Openstelling landhuis Amelisweerd en MOA’, gemeente Utrecht. Aangenomen op 29 juni 2017.

Foto: Schermafbeelding van deel motie 79Openstelling landhuis Amelisweerd en MOA’, gemeente Utrecht. Ingetrokken op 29 juni 2017.