George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Privacy

Glenn Greenwald toont aan dat beschuldigingen tegen Snowden bedrog zijn. Maar hiermee is de kwestie nog niet afdoend beslist

leave a comment »

De vraag of Edward Snowden een Russische spion is valt vooralsnog niet te beantwoorden. Op 25 januari 2017 stelde ik dat in een commentaar aan de orde aan de hand van een boekbespreking door Charlie Savage van‘How America Lost Its Secrets: Edward Snowden, the Man and the Theft’ van Jay Epstein. Mijn conclusie: ‘Het blijft vooral speculatie of Edward Snowden een Russische spion is. Harde bewijzen ontbreken, maar ook ondersteunend bewijs. Van de andere kant valt evenmin te bewijzen dat Snowden geen Russische spion is. Maar zolang er geen harde bewijzen zijn is het onterecht om Snowden een Russische spion te noemen.

Ik vervolgde: ‘Tekenend voor de makkelijke manier van argumenteren van de Snowden-bashers is de gezaghebbende informatie-analist John Schindler die op z’n site ‘The XX Committee’ de erkenning door de hoge spion Franz Klintsevich als bewijs geeft.

Schindler verwijst ook steeds naar het hoofd van de Duitse BND Gerhard Schindler als bewijs dat Snowden een spion is die gerund zou worden door het Kremlin. Maar Gerhard Schindler komt helemaal niet met hard bewijs. Hij noemt Snowden een verrader. Dat is een mening of observatie, geen bewijsvoering.’

Glenn Greenwald die in 2013 samen met Laura Poitras de onthullingen van Edward Snowden de wereld in bracht komt nu met aanvullend ontlastend bewijs in een artikel voor The Intercept. Theorieën die de schuld van Snowden zouden moeten aantonen beweerden dat hij eind mei 2013 11 dagen niet traceerbaar zou zijn geweest en in die tijd geheime informatie aan de Chinese of Russische inlichtingendiensten zou hebben gegeven. Die theorie werd gretig in de pers gedeeld. Greenwald toont aan de hand van notarieel vastgestelde documenten aan dat Snowden niet onvindbaar was, maar gewoon zijn intrek had genomen in het Mira Hotel in Hong Kong waar Greeenwald, Poitras en Guardian-journalist Ewen MacAskill dagenlang met hem spraken.

Snowden is een middel geworden. Snowden is een lakmoesproef voor politieke correctheid. Snowden is een richtpunt voor kritiek op het autoritaire bewind van Putin en ondersteuning voor bestedingen van de Amerikaanse veiligheidsindustrie. Of juist het tegenovergesteld om het Amerikaanse neoconservatisme in de beklaagdenbank te zetten. Zo wordt ‘Snowden’ een valkuil van politieke meningen die nog weinig met het handelen van de historische persoon Edward Snowden te maken hebben. In Nederland is journalist Hans de Vreij iemand die de theorie van Schindler volgt en zo zijdelings de Amerikaanse veiligheidsindustrie steunt.

In een update bij genoemd Intercept-artikel zegt Greenwald dat Schindler hem op Twitter heeft geblokkeerd : ‘former NSA employee Schindler, who responded by blocking me on Twitter and then suggesting that both myself and the Intercept are controlled by Putin’. De beschuldigingen over en weer vliegen in het rond zonder te landen. Ik ben het eens met Greenwald dat er geen bewijs is dat aantoont dat Snowden een Russische spion is, maar ik acht het mogelijk dat dat bewijst nog ooit aan de oppervlakte komt. Alleen aan de hand van de openbare bronnen is dat naar mijn idee op dit moment niet vast te stellen. Op de achtergrond speelt ook het probleem dat gespecialiseerde, geprofileerde journalisten als Schindler of Greenwald in hun eigen bubbel zitten en vanuit hun invalshoek gelijk hebben, maar toch het overkoepelende beeld niet goed weergeven.

Mijn reactie bij het artikel van Greenwald: ‘You are right about John Schindler who is spreading allegations without proof about Snowden who should be in the pocket of the Kremlin. The only references he gives are 1) Franz Klintsevitch, Russian senior and deputy chairman of the defense and security committee who is part of the Russian security industry and therefore by definition not impartial and 2) Former head of the German BND Gerhard Schindler who calls Snowden a traitor, but not a Russian agent (‘Ich habe gesagt, dass Snowden ein Verräter ist und sich in die Hand der russischen Geheimdienste begeben hat. Dabei ist er zu ihrem Handlanger geworden’). http://www.berliner-zeitung.de/25148756‘. Het laatste woord over Snowden is nog niet gevallen.

Foto: The Mira Hotel, Hong Kong.

Aantijging dat Snowden Russische spion is wacht nog steeds op publieke onderbouwing. Charlie Savage antwoordt Jay Epstein

with one comment

es

Sargasso verwijst in een bericht naar een bespreking door Charlie Savage in The New York Review of Books van ‘How America Lost Its Secrets: Edward Snowden, the Man and the Theft’ van Jay Epstein. Savage is kritisch op Epstein die stelt dat Snowden een Russische spion is. Hoewel Epstein toegeeft dat Snowden kan zijn begonnen als klokkenluider om te eindigen als spion. De wrok en verbittering die in sommige geledingen van de Amerikaanse en Britse inlichtingendiensten bestaat over de onthullingen van Snowden in The Guardian en andere media in 2013 kan niet onderschat worden. Epsteins boek is er de weerslag van. Mijn commentaar:

Het blijft vooral speculatie of Edward Snowden een Russische spion is. Harde bewijzen ontbreken, maar ook ondersteunend bewijs. Van de andere kant valt evenmin te bewijzen dat Snowden geen Russische spion is. Maar zolang er geen harde bewijzen zijn is het onterecht om Snowden een Russische spion te noemen.

Dat hij in Moskou is gestrand is valt vooral ex-president Obama en zijn toenmalige Justitieminister Eric Holder te verwijten die Snowdens paspoort introkken op diens vlucht naar Latijns-Amerika. Juist op het moment dat hij in Moskou moest overstappen. Zij leverden hem over aan de Russen. Wat je noemt een uitermate domme manier van handelen. Wat is de logica dat ze hem kwijt wilden in het land dat Snowden het meest onbereikbaar maakte en het best beschermde? ik wacht nog op een verklaring hiervoor.

Tekenend voor de makkelijke manier van argumenteren van de Snowden-bashers is de gezaghebbende informatie-analist John Schindler die op z’n site ‘The XX Committee’ de erkenning door de hoge spion Franz Klintsevich als bewijs geeft.

Schindler verwijst ook steeds naar het hoofd van de Duitse BND Gerhard Schindler als bewijs dat Snowden een spion is die gerund zou worden door het Kremlin. Maar Gerhard Schindler komt helemaal niet met hard bewijs. Hij noemt Snowden een verrader. Dat is een mening of observatie, geen bewijsvoering.

Snowden kan als een ethische spion gezien worden die met zijn onthullingen naar buiten kwam om de geheime massaspionage van burgers door de NSA te openbaren. Dat hebben de westerse informatiediensten Snowden nooit vergeven. Ze doen er alles aan om hem via de media in diskrediet te brengen. Snowden heeft meermalen aangegeven dat hij tegen zijn zin in de Russische Federatie verblijft. Hij wil zich voor een Amerikaanse rechtbank verantwoorden als hem een openbaar en eerlijk proces wordt toegezegd. Niet een enkele reis naar de kerker onder verwijzing van de Espionage Act 1916 zonder recht op weerspraak. Maar de regering-Obama wilde hier niet aan.

Zo weten we nog steeds niet 100% zeker of Snowden een held of een verrader is. De te simpele bewijsvoering van de Snowden-bashers doet vermoeden dat ze met hun goed georganiseerde netwerk na 3,5 jaar nog steeds niet bewezen hebben dat Snowden een Russische spion is. Terwijl inlichtingen hun expertise is. Dat laat voorlopig de optie open dat Snowden waarschijnlijk geen Russische spion is.

Foto: Schermafbeelding van deel van boekbespreking door Charlie Savage van Jay Epstein. ”How America Lost Its Secrets: Edward Snowden, the Man and the Theft’ in The New York Review of Books, 9 februari 2017.

Fondsenwervingsactie Jill Stein voor hertelling stemmen. Geen zekerheid dat verkiezingen niet gehackt zijn

with 6 comments

De paradox kan niet groter zijn. De presidentskandidaat van de Groene partij Jill Stein legt op het door het Kremlin gecontroleerder staatsmedium RT America (voorheen Russia Today) uit dat ze een fondswervingsactie is gestart voor een hertelling in drie cruciale staten Pennsylvania, Wisconsin en Michigan. Trump won in deze staten met een verschil van in totaal 55.000 stemmen. Als Clinton deze staten wint, dan heeft zij de meerderheid in het Electoral College en wordt tot president gekozen. Omdat Clinton terughoudend is heeft Stein het initiatief genomen. Ze kan dat omdat ze als presidentskandidate belanghebbende is. Stein zegt in een verklaring bij de fondsenwervingsactie dat het haar niet te doen is om Hillary Clinton te helpen, maar de betrouwbaarheid van het kiessysteem te vergroten. Er wordt naar het Kremlin gekeken dat via hacks in de stemmachines de uitslagen zou kunnen hebben gemanipuleerd. Er zijn sterke aanwijzingen dat Russische hackers via WikiLeaks lekken van de Democratische partij verspreidden om Clinton in diskrediet te brengen.

De Clinton-campagne is om drie redenen terughoudend bij de actie om een hertelling aan te vragen. Het wil zich niet laten kennen als slechte verliezer en evenmin suggereren dat het vindt dat het systeem ‘rigged’ is. Iets wat Trump altijd beweerde. Totdat hij gewonnen had. Verder is er twijfel onder computerdeskundigen en statistici over de grond voor de claim. Zie hier een artikel in The Guardian. In districten met stemmachines in Wisconsin zou Trump disproportioneel gewonnen hebben, terwijl dat in districten met papieren stembiljetten niet het geval was. Waarom dat dan voor Pennsylvania en Michigan ook zou gelden is onduidelijk, behalve dat de verschillen er klein waren. In Michigan werden trouwens alleen papieren stembiljetten gebruikt.

Op de claim over het verschil tussen papieren en elektronisch stemmen komt computerwetenschapper J. Alex Haldeman terug. Zijn naam werd dinsdag genoemd in een verslag in New York Magazine dat de kwestie in de openbaarheid bracht. Hij en anderen namen contact op met John Podesta van de Clinton-campagne. Later die dag zegt Haldeman in een update dat er waarschijnlijk geen sprake is van een cyberaanval op stemmachines. Maar uitsluiten doet hij het evenmin. Het ‘zou kunnen’. Amerikaanse elektronische stemmachines kennen problemen, zijn kwetsbaar voor cyberaanvallen en sommige staten handelen naïef en nalatig. De enige manier om dat volgens Haldeman te controleren is een hertelling: ‘The only way to know whether a cyberattack changed the result is to closely examine the available physical evidence — paper ballots and voting equipment in critical states like Wisconsin, Michigan, and Pennsylvania. Unfortunately, nobody is ever going to examine that evidence unless candidates in those states act now, in the next several days, to petition for recounts.’ 

Op de site Five Thirty Eight van de gezaghebbende statisticus Nate Silver wordt dat verschil tussen de uitslagen in districten met papieren biljetten en stemmachines in een artikel van Carl Bielik en Rob Arthur verklaard uit demografische verschillen die te maken hebben met leeftijd en opleiding, en niet-witte kiezers. Deze auteurs sluiten achter evenmin uit dat de verkiezingen gehackt waren. Hoe geavanceerder en slimmer de hackers handelden, hoe geavanceerder en gedetailleerder het onderzoek moet zijn om dat op te sporen.

Een hertelling kan het vertrouwen in het kiessysteem ondermijnen. En is daarom een paardenmiddel. Maar het feit dat het debat over de soliditeit van het stemproces zo hoog oploopt laat zien dat elektronisch stemmen zonder ingebouwde zekerheden politiek niet transparant, technisch onbetrouwbaar en maatschappelijk ongewenst is. Zeker vanwege cyberaanvallen door vreemde mogendheden op westerse landen is het naïef om blind te vertrouwen op elektronisch stemmen. De opkomst van het populisme heeft de inzet verhoogd.

In Nederland wordt sinds 2009 met rood potlood en papier gestemd. Commissies volgen elkaar op, zo blijkt uit een overzicht van de Kiesraad. In recente debatten stond het stemgeheim centraler dan een hack door installatie van malware. Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken opteert vanwege het kostenaspect voor herinvoering van elektronisch stemmen, maar wil zekerheden ingebouwd zien. Zo drukken kamerleden en computerdeskundigen hem op het hart. Bedrijven zijn gevraagd om op dit eisenpakket een nieuw product te ontwikkelen. In een lelijk woord heet dat ‘marktuitvraag’. Naar verwachting maakt Plasterk eind 2016 bekend wat de uitkomst hiervan is. Bij de Tweede Kamer verkiezingen van 15 maart 2017 wordt nog met potlood en papier gestemd. Een geruststellende gedachte voor wie de Amerikaanse discussie in ogenschouw neemt.

Bestuur Piratenpartij stapt over naar Forum voor Democratie. Partij is in rechtse richting bijgebogen. Hoe nu verder?

with 10 comments

pir

Het schip van de Nederlandse Piratenpartij (PPNL) heeft ernstige averij opgelopen. De NOS bericht dat alle bestuursleden zijn overgestapt naar het Forum voor Democratie (FvD). Het vehikel dat Thierry Baudet rond zich opgetrokken heeft en nu meedoet aan de komende verkiezingen voor de Tweede Kamer. Het bevestigt mijn vermoeden dat de PPNL de afgelopen jaren in rechts vaarwater verzeild was geraakt. De overstap van leden van de in beginsel toch links-liberale of links-anarchistische PPNL naar de rechts-populistische FvD is een politieke oversprong die vrijdenkende Piraten het schaamrood naar de kaken jaagt. Of lijsttrekker Ancilla van de Leest die interviews afneemt voor Café Weltschmerz in politiek opzicht zoveel anders is betwijfel ik.

Op 15 juli 2012 maakte ik hier in een commentaar bekend dat ik lid was geworden van de PPNL. Tegen mijn natuur in omdat ik een natuurlijk wantrouwen heb jegens politieke partijen. Het was de toenmalige lijsttrekker Dirk Poot die me over de streep trok. Hij is een voormalig VVD-stemmer met een links-liberaal wereldbeeld. Iemand die als een wetenschapper bleef uitgaan van de feiten en geen complottheorieën optuigde door feiten te verdraaien. Vanaf 2013 analyseerde hij in de media scherp en deskundig de gebeurtenissen rond Edward Snowden en de NSA. Mij bleef het een raadsel waarom Poot met zijn genuanceerd beoordelingsvermogen en digitale expertise niet ingelijfd werd door de journalistiek of een NGO. Of door de overheid die liever met Bas Eenhoorn in zee ging. Maar bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer van 12 september 2012 had de PPNL niet meer dan een halve zetel gehaald. Mijn stem en steunbetuiging aan de partij hadden niet geholpen.

In 2014 en 2015 raakte de PPNL uit mijn gezichtsveld. Ik hield me verre van partijbijeenkomsten. De partij haalde nauwelijks de media nog. Tot ik in oktober 2015 een nieuwsbrief van de PPNL las en me doodschrok. Erin stond: ‘De opstelling van de PP t.o.v. de GeenPeil actie is besproken en er is besloten hieraan steun te verlenen omdat alle uitbreidingen van de democratische inspraakmogelijkheden welkom zijn.’ Dat was in de periode dat Geen Peil (voor het commercieel aanjagen van Geen Stijl) in de zomer van 2015 het Oekraïne-referendum had opgestart. Met partners zoals FvD. Naar nu achteraf valt te reconstrueren gebruikten de voormannen Jan Roos (Geen Stijl) en Baudet (FvD) dit referendum als carrière-opstapje naar de partijpolitiek.

Ik schreef op 30 oktober 2015 een brief naar het partijbestuur en vroeg om opheldering: ‘Deze opstelling van de PPNL treft me onaangenaam. Niet alleen omdat ik de campagne van GeenPeil als een conservatief en rechts-populistisch geluid inschat en de PPNL daartoe geen afstand houdt, maar juist omdat de PPNL het nog ondersteunt ook. De reden die wordt gegeven komt me eerlijk gezegd tamelijk naïef voor en doet me opnieuw twijfelen aan het politiek-strategisch inzicht van de leiding van de PPNL. Waar staat de PPNL nou eigenlijk voor als het steun geeft aan een conservatieve EU-scepticus als Thierry Baudet die de belangrijkste geestelijke vader van de campagne tegen het Associatieverdrag met Oekraïne is? (..)// Graag nodig ik het bestuur uit om duidelijk te maken wat de overwegingen waren van de PPNL om steun te verlenen aan genoemde campagne van GeenPeil. Van het antwoord laat ik mijn besluit afhangen of ik mijn lidmaatschap opzeg. Dit laatste bedoel ik niet als dreigement, maar eerder om aan te geven welk belang ik aan deze kwestie hecht. Een lidmaatschap van een politieke partij vat ik op als een afspraak van twee kanten. Ik meende in juli 2012 lid geworden te zijn van een links-liberaal-anarchistische beweging met mooie kernpunten over internetvrijheid, bestuurlijke transparantie, democratisering en andere onderwerpen die me aan het hart gaan en waarin ik me helemaal kan vinden. // Sinds 2012 bespeur ik weinig voortgang in de opbouw van de PPNL en het doordringen van het Piratengeluid in de publiciteit. Op een incidenteel optreden van Dirk Poot na waarvan het me trouwens meestal onduidelijk is of hij voor de partij of op eigen titel optreedt. Ik begrijp de organisatorische en financiële  problemen van de PPNL en wil daar niet te hard over vallen. Maar als de PPNL nu ook al steun verleent aan de campagne van GeenPeil dat ik inschat als een vehikel om de democratie en de EU te verzwakken dan voel ik me niet meer thuis bij zo’n PPNL. Ik zie het als een teken van het wegglijden van de PPNL in een richting die niet de mijne is. Hoe dat dan ook komt. Een halszaak is het allemaal niet. Zo gaat het nu eenmaal. Mensen ontmoeten elkaar en nemen weer afscheid. Vat dit schrijven dan ook niet op als kritiek, maar als een tussenbalans, als een teken van een buitenstaander die hoe dan ook constructief staat tegenover de PPNL.’ 

Constructief was ik tot vandaag. Ik heb dit 11 maanden laten rusten. Maar nu het bestuur van de PPNL in zijn geheel overstapt naar het FvD en ik evenmin vertrouwen heb in de koers van de huidige lijsttrekker voel ik me niet meer gebonden om te zwijgen. De top van de partij heeft de eigen denkbeelden verloochend.

Op 21 december 2015 kreeg ik een mailtje van de nieuwbenoemde penningmeester als reactie op het mailtje waarin ik om opheldering vroeg. Het antwoord bevatte zinsneden die me tegen de haren in streken. Zoals ‘Wie denk jij wel dat je bent als jij de mening van zeer veel Nederlanders kan afdoen als populair of conservatief’ en ‘In een (politieke)discussie is er geen foute mening, maar vrijheid van mening’. Ik laat het hier maar bij, ik vond het niet van het niveau dat ik verwachtte van het hoofdbestuur van een politieke partij. Ik antwoordde op 21 december 2015: ‘Hierbij zeg ik per 1 januari 2016 mijn lidmaatschap op de PPNL op. Ik verzocht via de secretaris om een uitspraak van het bestuur en krijg een in mijn ogen kwalitatief bedenkelijk antwoord van de penningmeester dat naar mijn idee ook nog eens persoonlijke opmerkingen bevat. Dat alles was niet wat ik voor ogen had en verwacht van het landelijk bestuur van een politieke partij. Bestuurlijk en politiek-inhoudelijk voel ik me niet thuis bij de huidige PPNL.’ Ik heb nooit antwoord gekregen van het bestuur.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘Het rommelt binnen de Piratenpartij’ van de NOS, 26 september 2016.

Pleidooi voor de instelling van een Referendum-autoriteit

leave a comment »

mm

Update 29 juni 2016: Het stof van het Britse referendum is neergedaald en er heerst consensus dat de informatievoorziening ondermaats was en vele kiezers zich voorgelogen voelden. Dat had niet zo moeten zijn en zou voorkomen moeten worden. Achteraf blijkt dat de Leave-campage heeft nagelaten een plan op te stellen voor het geval het Verenigd Koninkrijk zou beslissen uit de EU te stappen. Zo moet een referendum niet gevoerd worden. Zo’n feitenvrije campagne over een Nexit bedreigt ook Nederland. Om het instrument ‘referendum’ te kunnen behouden moeten de campagnes door een ‘autoriteit’ aan strakke eisen worden gebonden. Zodat de garantie ontstaat dat er een publiek debat op niveau ontstaat dat uitgaat van de feiten. 

Net als bij het Britse EU referendum ontspoorde bij het Nederlandse Oekraïne-referendum vooral het NEE-kamp door de feiten te verdraaien. Een referendum is onmisbaar zonder een Referendum-autoriteit die de feiten toetst waarna deze vervolgens door beide kampen verplicht moeten worden doorgegeven. Want dat leren zowel het Nederlandse als Britse referendum: de waarheid sneuvelt het eerst als de gemoederen hoog oplopen. De keuze voor het bestuursorgaan ‘autoriteit’ garandeert onafhankelijkheid van de overheid.

Tegenstanders proberen te scoren door verwarring te zaaien en delen van het publiek op de mouw te spelden dat expertise en geobjectiveerde waarheid hetzelfde zijn als geruchten, onwaarheden of halve waarheden. In die dynamiek wordt een willekeurig Twitter-account hetzelfde als een al jarenlang bestaand gerenommeerd nieuwsmedium. Zo fragmenteert het publieke debat in deeldebatten. Zij die zich sociaal achtergesteld achten lopen de kans ontvankelijk te zijn voor valse profeten. Ze kunnen via een omweg beschermd worden door een Referendum-autoriteit indien ze mediawijsheid missen en in het publieke debat op kennisachterstand gezet zijn. Voorstander van de status quo kunnen ontsporen door het schetsen van onheilscenario’s.

Dit betekent echter niet dat een campagne die in een referendum de gevestigde orde aan de orde wil stellen om die te veranderen niet zou deugen. Integendeel. Een samenleving moet ruimte toestaan voor verandering en in beweging blijven. Daartoe is een referendum een prima hulpmiddel. Maar de voorwaarde is wel dat dat vanuit het algemeen belang beredeneerd wordt. En niet vanuit het deelbelang van een factie die met de meeste financiële middelen onder valse voorwendsels de meeste publiciteit kan genereren. Daar heeft een samenleving niets aan. Om dat de toetsen dient de Referendum-autoritiet in het leven geroepen te worden.

De taak van zo’n Referendum-autoriteit is onder meer het in kaart brengen van de hoofdrolspelers en hun screening op integriteit en beweegreden. Waarom tikken ze zoals ze tikken? Hoe is hun positie ontwikkeld en mogelijk gewijzigd? Wat is de logica van die positieverandering? Welke financiële, publicitaire en politieke belangen hebben de hoofdrolspelers en hun organisaties bij het referendum? Een voorbeeld hoe dat werkt is het hardnekkige gerucht dat nieuwsblog Geen Stijl enkel en alleen aandacht ging besteden aan een Oekraïne-referendum omdat de winstgevendheid als Telegraaf-dochter op de tocht stond en het verkocht dreigde te worden. De publiciteit bij de campagne voor het referendum zou die verkoop afgewend hebben.

Publieke figuren die de publiciteit zoeken kunnen weten dat hun privacy onderhevig is aan aandacht. Zo’n Referendum-autoriteit zou daar beheerst mee om moeten gaan. De logica voor zo’n screening ligt voor de hand. Politici, kandidaten voor het openbaar bestuur en bepaalde publieke functies worden nu ook al gescreend. Omdat een referendum nog beslissender kan zijn dan een gewone verkiezing -zoals het Britse referendum leert- zouden de hoofdrolspelers van de campagnes bij een referendum door een op afstand staande autoriteit gescreend moeten worden. Juist omdat ze machtsposities innemen en een politieke rol spelen worden ze weer kwetsbaar voor de druk van externe partijen die gewild of ongewild hun pad kruisen.

ptt

Een voorbeeld. Thierry Baudet is een voorman van het Forum voor Democratie en heeft zich ingespannen voor het NEE-kamp bij het Oekraïne-referendum. Nu ijvert hij voor een referendum over een Nexit. Het lijkt er sterk op dat zijn diepere politieke beweegreden de openbaarheid nog niet hebben bereikt. Dat zou betekenen dat hij zich anders voordoet dan hij is. De gevestigde media zien het blijkbaar niet als hun taak om daarin te spitten. Het maakt nogal een verschil of hij een rechts-nationalist in extreem vaarwater is of iemand die zonder bijbedoelingen welgemeend van democratische middelen als een referendum gebruikmaakt.

Ik schreef in een commentaar van 28 maart 2016: ‘Zo was er op 18 en 19 februari in een zoutmijn in het Poolse Wieliczki de conferentie ‘Prosperity of Europe after EU’ van de fractie van Europa van Naties en Vrijheid (ENF) in het Europarlement die wordt gedomineerd door het Front National. (..)  Opvallend was de aanwezigheid van Thierry Baudet die in de ENF geen officiële functie heeft. Nog opvallender was dat hij als fanatiek twitteraar op zijn twitter-account hierover geen verslag deed.’ Nederlandse media besteedden geen aandacht aan deze bijeenkomst van rechts-extremisten in Polen en in interviews werd Baudet er achteraf niet in het openbaar naar gevraagd. Het verdient overweging om een Referendum-autoriteit in te stellen die een referendum begeleidt en zorgt dat onregelmatigheden worden beperkt en de nieuwsvoorziening optimaal is.

Foto 1: Ben van Meerendonk, Boerin met melkemmers aan juk op de fiets, Walcheren, Zeeland, 1946. Credits: AHF, collectie IISG, Amsterdam.

Foto 2: Ben van Meerendonk, De bekabeling uit een reportage van de gemeentelijke telefoondienst, 24 oktober 1946. Credits: AHF, collectie IISG, Amsterdam.

Omroep Brabant benadrukt belang bedrijfsleven in ‘Booming Brabant’. Ten koste van de journalistieke geloofwaardigheid

leave a comment »

Omroep Brabant praat met gasten over Big Data. Het is geen wonder dat uitsluitend de voordelen worden belicht door zowel de rubriek Booming Brabant waarin het gepresenteerd wordt over de Brabantse economie als de keuze van de gast: Ramond Leenders als vertegenwoordiger van het ICT-bedrijf Ctac uit Den Bosch. Waarom brengt de journaliste de begrippen privacydigitale burgerrechten en Big Brother niet ter sprake?

Is dit journalistiek of een verkooppraatje voor het Brabantse bedrijfsleven? Door deze benadering schiet Omroep Brabant uiteindelijk in de eigen voet doordat de eenzijdigheid afbreuk doet aan de journalistieke geloofwaardigheid. Wil het een open, pluriform journalistiek medium zijn dat naar alle kanten kritisch is of een doorgeefluik van belangen? Daarbij komt dat van een programma als Business Class van Harry Mens op RTL7 iedereen weet dat erin de visie van het bedrijfsleven wordt gegeven. Bij Omroep Brabant dat ook het nieuws verslaat is dat minder duidelijk en zorgt zo’n rubriek als Booming Brabant voor onnodige verwarring.

Evenwichtige journalistiek is het niet wat Omroep Brabant hier toont over een belangrijk en controversieel maatschappelijk onderwerp als Big Data dat het omvormt tot een reclamepraatje voor het bedrijfsleven. Het is jammer dat Omroep Brabant zich tot een verlengstuk van het bedrijfsleven laat maken. Het doet er verstandig aan om door de vormgeving Booming Brabant apart te zetten en voortaan als reclameblok te presenteren.

Trump wil geen nieuwe moslims. Herhaalt de geschiedenis zich?

with 2 comments

Donald Trump wordt door zijn uitspraken steeds meer in verband gebracht met het fascisme van de jaren ’20, ’30 en ’40 van de 20ste eeuw in Italië. Wegens verwarring van historische begrippen bedoelen velen met ‘fascisme’ het Duitse nationaal-socialisme van de NSDAP. Feitelijk een hardere variant van het fascisme. Het is één ding dat iemand zoiets zegt, het is een ander ding dat velen hem daarin steunen. Cenk Uygur van The Young Turks verwijst naar de internering van Amerikaanse staatsburgers van Duitse, Italiaanse en Japanse herkomst tijden de Tweede Wereldoorlog. Een beschamende episode in de Amerikaanse geschiedenis die Trump met zijn uitspraken over moslims opnieuw in herinnering brengt. En zelfs wil laten herleven.

In 2013 citeerde ik in een commentaar over de internering van Japans-Amerikanen -met een bijrol voor de huidige minister Lodewijk Asscher- opperrechter Hugo Black aan wie de volgende uitspraak toegeschreven wordt: ‘the need to protect against espionage outweighed individual rights‘. Dus de noodzaak om tegen spionage te beschermen weegt zwaarder dan individuele rechten. De hedendaagse variant van deze uitspraak luidt: ‘the need to protect against terrorism outweighs individual rights’. Ook politieke modes veranderen.

Spionage dat afgelopen jaren door de regering-Obama tegen de klokkenluiders Chelsea Manning, Edward Snowden en Julian Assange in stelling werd gebracht wordt nu rechts ingehaald door Trump. Een interessante ontwikkeling die de belangstelling voor het ‘Diepe Amerika’ in het centrum van de publieke opinie zet. Is het een reden voor Obama om voor het aflopen van zijn tweede termijn met de oneigenlijke verwijzing naar spionage de vervolging van klokkenluiders te staken? Als dat zo is, dan heeft Trump toch nog zin gehad.