Prisoner of Love (1946 – 1966)

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 19 november 2013. Licht gewijzigd.

Een van de eerste zwarte popsterren is bariton Billy Eckstine (1914-1993). Zijn carrière liep gelijk op met de opkomst van de bebop in de jaren 1940. Saxofonist Charlie Parker werd toen een superstar met zijn strings die hem opsloten in de roem.

Hoewel Mr. ‘B’ en Bird nog steeds worden gewaardeerd als grote musici wordt de grootte van hun roem nu nauwelijks meer begrepen. Ze moesten in een Amerika dat mindere witte talenten meer kansen bood vechten tegen vooroordelen.

James Brown heeft het mede dankzij Billy Eckstine 20 jaar later makkelijker. Allebei goede bandleiders. De tijden zijn veranderd. Brown zet ‘Prisoner of Love‘ naar z’n hand en boekt zijn eerste hit. Een song uit 1931 van Russ Columbo en Clarence Gaskill met tekst van Leo Robin. Gevangen door liefde. Of in de tijd. Hoe dan ook muziek die boeit.

Martha Holmes, Billy Eckstine wordt onder veel hilariteit aangehaald door een fan na een concert, 1949. Collectie: The LIFE Picture Collection/Shutterstock.

Why should I be a lone soul
Why can’t I be my own soul
Alone from night to night you’ll find me
Too weak to break the chains that bind me
I need no shackles to remind me
I’m just a prisner of love
For one comand I stand and wait now

From one who’s master of my Fate now
I can’t escape for it’s too late now
I’m just a prisoner of love
What’s the good of my caring if someone is sharing
Those arms with me
Although she has another
I can’t have another
For I’m not free
She’s in my dreams awake or sleeping
Up on my knees to her I’m creeping
My very life is in her keeping
I’m just a prisoner of love. 
Love.

Martha Holmes, Billy Eckstine met van links naar rechts ‘pianist Bobby Tucker, golf pro Charles Sifford, agent Mike Hall, road manager Bernie Ebbins, personal manager Milton Ebbins, Mr. B, magazine writer Hal Webman & press agent Frances Stillman who surround singer Billy Eckstine (3L) under Paramount theater marquee adorned w. Eckstine’s name and picture‘. New York, 1949  [toegeschreven: 1950].

Transitie 1961

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 18 mei 2011.

Bouw van de Berlijnse Muur, 1961.

Muren worden afgebroken en opgebouwd. Passanten passen zich aan. De Berlijnse Muur groeit om 28 jaar later weer te slinken. Freedom Riders testen in het zuiden van de VS de segregatie tussen zwart en wit. Progressie gaat niet overal even hard. Soms is toekomst het verleden.

Overgang is dan teruggang. Het beeld is gemengd. Belgisch-Congo stort in elkaar. Scheidend president Eisenhower waarschuwt voor het militair-industrieel complex. Joeri Gagarin verovert ruimte. Fellini’s La Dolce Vita schetst zoet leven. John Coltrane improviseert zijn Favorite Things. De straat kent meer blues dan West Side Story.

Dominee Martin Luther King jr. met Freedom Riders in Montgomery, Alabama, VS, 1961.

NOS Journaal mist het nieuws. Wat zeggen de fouten en wat moeten we ermee?

Henk Bleker in het bulletin van 20.00 uur van het NOS Journaal van 5 augustus 2022.

I. Mijn misnoegen over de in mijn ogen tekortkomingen van het NOS Journaal heb ik hier vaker geuit. Ik weet niet goed of dat gerechtvaardigd is. Dat ik het NOS Journaal een gebrek aan context verwijt kan ook mijn tekortkoming zijn. Mijn gebrek aan context en relativering.

Want hoe eerlijk is het om de hoge standaard van de top van de westerse journalistiek, zoals ik die vooral ken van Britse en Amerikaanse media, te projecteren op het NOS Journaal? Dat heeft onvoldoende middelen voor zo’n hoge standaard. Er is blijkbaar te weinig budget en het ontbreekt aan voldoende hoog gekwalificeerde journalisten en bureauredacteuren om zo’n standaard hoog te houden.

Toch was ik ondanks die bedenkingen gisteren ontdaan over de eerste twee items van het bulletin van 20.00 uur van het NOS Journaal van 5 augustus 2022 die naar mijn idee zelfs een middelmatige standaard niet haalden. Wat moet de Nederlandse nieuwsconsument met dit NOS Journaal?

De eerste twee items die de opening vormden misten in mijn ogen het overzicht, het politieke inschattingsvermogen en de stoot, de punch die er een volwaardig journalistiek Item van had gemaakt. 

Deze items bleven in mijn ogen hangen in halfslachtigheid en de niet ingeloste belofte van zorgvuldige verslaggeving en analyse van het nieuws. Ik vond het niet goed.

Daarnaast had ik vooral bij het eerste item bedenkingen over de politieke invalshoek die de redactie en verslaggevers van het NOS Journaal kozen. Ik kreeg de indruk dat het NOS Journaal zo bevreesd is om door radicaal-rechts gestigmatiseerd te worden als staatsomroep dat het doorsloeg naar de andere kant en zich tot woordvoerder van radicaal-rechts maakte. Dit NOS Journaal is niet links, maar rechts.

Hoe de hoofdredactie van NPO Nieuws kan menen dat dit bulletin in verslaggeving en politiek analyse de nieuwsconsument volledig informeert is het raadsel waar ik mee bleef zitten.

II. Het eerste item ging over het stikstofoverleg In Utrecht. Dat werd voorgesteld als een sportwedstrijd tussen de regering inclusief bemiddelaar Johan Remkes aan de ene kant en de boerenorganisaties aan de andere kant. Het vermogen van het NOS Journaal ontbrak om dit overleg in een context te plaatsen. 

Niet alleen kreeg voormalig CDA-landbouwstaatssecretaris Henk Bleker ruimte om het boerenbelang naar voren te brengen en af te geven op de regering waar hij 10 jaar geleden nog deel van uitmaakte, maar zijn rol en functie in dit dossier werd in het verslag niet belicht.

Juist door toenmalige CDA’ers als Bleker die jarenlang elke hervorming van het landbouwbeleid blokkeerden en niet opereerden als dienaar van de publieke zaak, maar als lobbyist voor de agro-industrie, de Rabobank en de landbouwsector zitten Nederland en de boeren nu met een stikstofprobleem opgezadeld dat niet tijdig aangepakt is. Nu positioneert Bleker zich als deel van de oplossing, terwijl hij deel van het probleem is. Maar het NOS Journaal stipt zijn vroegere blokkerende rol niet eens aan. Waarom niet?

Een andere onevenwichtigheid was dat in het item elke verwijzing naar natuur- en milieuorganisaties en wetenschappers ontbrak. Dat had in de afronding van het item gekund, maar dit tegengeluid ontbrak volledig. Deze organisaties en wetenschappers waarschuwen ervoor dat het regeringsbeleid van 50% stikstofreductie niet afgezwakt kan worden.

Als de bureauredactie van het NOS Journaal beter had nagedacht of meer politieke durf had getoond om objectief te zijn, dan had het grofweg drie posities geschetst: de boeren die voor afzwakking van het regeringsbeleid gaan en de invoering van maatregelen willen vertragen, het regeringsbeleid en de natuurorganisaties die het regeringsbeleid als een minimum zien waar niet aan gemorreld kan worden. 

Dit conflict tussen drie posities werd door het NOS Journaal gereduceerd tot een conflict tussen twee posities. Dat is geen informatie van de nieuwsconsument, maar desinformatie. Het NOS Journaal gaf volop ruimte aan vier zich radicaal uitende vertegenwoordigers van boerenorganisaties, maar liet geen enkel geluid horen uit de natuur- en milieuorganisaties of de wetenschap.

Wie er nader over nadenkt zal moeten constateren dat de invalshoek van het NOS Journaal absurd is. Radicale tegen het binnenlands terrorisme aanleunende boerenleiders en opportunisten als Bleker krijgen zonder enig woord van kritiek gratis zendtijd, terwijl de stem of visie van natuurorganisaties en wetenschappers niet worden verwoord.

III. Over het tweede item zal ik kort zijn. Dat ging over de uitkomsten van het proces dat enkele nabestaanden van de slachtoffers van de schietpartij in de VS in 2012 op de Sandy Hook-school tegen de radicaal-rechtse complotdenker Alex Jones (Infowars) hadden aangespannen.

Jones moest degenen die hem hadden aangeklaagd niet alleen 4,1 miljoen dollar schadevergoeding betalen en verloor dus deze zaak, maar Jones’ advocaten lekten per vergissing zijn toenmalige telefoonverkeer aan de tegenpartij. Het NOS Journaal bracht netjes deze feiten, maar vergat om de zaak in een bredere context te zetten.

De zaak zorgde de afgelopen dagen voor opschudding in de VS omdat complotdenker Jones tijdens de Trump-jaren een centrale rol had in de radicaal-rechtse beweging en contact had met belangrijke mensen daarin. Zoals Trumps adviseur Roger Stone. Die contacten zelf dreigen nu door de onthulling van Jones’ telefoonverkeer in gevaar te komen. 

De essentie van de Alex Jones-zaak noemde het NOS Journaal niet. Namelijk dat zowel de 6 Januari-commissie van het Huis en federale onderzoekers de telefoongegevens van Jones hebben opgevraagd om daar mee aan de slag te gaan en mogelijk types als Stone aan te klagen. De essentie van de rechtszaak tegen Jones was dus niet zozeer zijn veroordeling, maar het onthullen van feiten over Jones’ contacten in Trumpiaanse radicaal-rechtse kring.

IV. Het lijkt ongepast om te hard te oordelen over dit NOS Journaal en NPO Nieuws. Het ontbreekt zichtbaar aan middelen en kwaliteit. Dat uit zich trouwens ook in de vele technische storingen om via NPO Start online terug te kijken. Met de melding ‘failed to retrieve the server certificate‘ geeft de publieke omroep zich publiekelijk een brevet van onvermogen. De techniek is niet op orde en de klachten daarover worden op sociale media breed gedeeld. Dat stoot potentiële kijkers af.

Als het NOS Journaal met Nieuwsuur het paradepaardje van de nieuwsvoorziening van de publieke omroep wil zijn, dan heeft het ondanks verzachtende omstandigheden (vakantie, klein land) een standaard hoog te houden. Ik betwijfelde gisteren of die werd gehaald. Ik meende zelfs dat de redactie van het NOS Journaal aan de promotie van radicaal-rechtse praatjes deed. Het NOS Journaal wekte sterk de indruk voor complotdenkers te buigen.

Het is de samenleving die bepaalt of het NOS Journaal en NPO Nieuws de middelen krijgen om volgens een hoge journalistieke standaard te werken en wat zelfbewuster, ambitieuzer en kwalitatiever te opereren. De constatering dat dit niet lukt is niet bedoeld om de publieke omroep niet serieus te willen nemen, maar om die juist wel serieus te nemen. Versterk de nieuwsvoorziening van de publieke omroep en maak er een bastion van kwaliteit van.

Tragische held: Bix Beiderbecke

Dit stukje verscheen op George Knight Kort op 3 juni 2011. Licht gewijzigd.

Bix is kornettist Leon Bismarck Beiderbecke. De eerste blanke jazzmusicus die ertoe doet (1903-1931) en niet is vergeten. Dranklust, temperament en muzikaal genie gaan gelijk op. Hij sterft op 28-jarige leeftijd aan longonsteking. Detaillering en poëzie is zijn stijl en wijst op de welstand van Bix’ familie. Anders dan de bravour en het imponeren van geweldenaar Louis Armstrong. In 1950 speelt Kirk Douglas het losjes op Bix gebaseerde Young Man with A Horn. Hollywood met Henry James op de geluidsband.

Beiderbecke’s pianosolo In A Mist roept Debussy of To a Wild Rose uit de Woodland Sketches van Edward MacDowell in herinnering. Maar nog meer The Legend of Lonesome Lake van Eastwood LaneIn A Mist is het enige pianostuk dat Bix opneemt.

De pastiche past bij toporkestleider Paul Whiteman die zich The King of Jazz noemt, waar Bix tot herfst 1929 speelt. Whiteman die George Gershwin en Ferde Grofé engageert en hun talenten omvormt tot muziek die nergens op lijkt. Geen jazz in elk geval.

Bix kan best herinnerd worden door zijn trompetsolo’s die noot voor noot een glashard verhaal vertellen. Het halfvolle glas van een geniaal talent dat te vroeg leeg is. En daarom toch ongehoord en ongezien blijft.

Met liefde haten

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 17 mei 2011.

Erich von Stroheim, The Man You Loved to Hate in Foolish Wives, 1922.

Nederlanders moeten de ander leren haten zoals ze zichzelf haten. Met zelfspot en liefde. Niet hartgrondig, maar ruimhartig. Ze moeten de ander in het hart sluiten voor deze uit te bannen. Vanaf dan als iets eigens. Verinnerlijkt. Aardige haat staat haaks op het idee van uitsluiting.

De ander verschijnt in steeds andere vorm. Zoals de Oostenrijkse regisseur Erich von Stroheim die in Hollywood berucht werd als acteur die Duitse schurken uitbeeldde: The Man You Loved to HateDe Zweedse Warner Oland met Aziatische trekken maakte furore als Dr. Fu Manchu en Charlie Chan.

Met hun vaardigheid om in enkele streken een hele bevolkingsgroep weer te geven roepen ze haatgevoelens op om in het hart te sluiten. Maar de keerzijde is dat met de overdreven schets een verkeerd beeld van Duitsers of Aziaten blijft hangen dat het hart weer sluit.  

Warner Oland (links) in The Mysterious Dr. Fu Manchu, 1929.

Transitie 1959

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 13 mei 2011.

Dr. von Braun briefs President Eisenhower at the front of the S1 Stage (first Stage) of the Saturn 1 vehicle at the Marshall Space Flight Center (MSFC) on September 8, 1960. The President’s visit was to dedicate Marshall Space Flight Center as a new NASA field center in honor of General George C. Marshall.

Westenwind voert zachte lucht aan. De ene president gaat en de andere komt. De oude is minder technocraat dan de charmeur. Belgisch-Congo zakt in elkaar. Niet lang genoeg om de opwaardering van Eisenhower en de afwaardering van Kennedy te zien. Toeschouwers laten zich met alle plezier in het ootje nemen. Verlangen wordt zichtbaar.

Ruimtesonde Loena 3 fotografeert de achterkant van de maan. Ornette Coleman Shapes the Jazz To Come. Toekomst ontbrandt en wordt avontuur. Inclusief verveling van Antonioni’s L’AvventuraVrijheid wringt. Raket wordt totempaal. De New Frontier krijgt de ruimte. Thuis verzacht door Bonanza. Lifestyle is geen design, maar zoektocht. Johnny Cash zet ons met beide voeten op de grond met all around cowboy 1959.

Sen. John F. Kennedy (L) shaking hands, 1959.

Beeldreligie

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 12 mei 2011.

Amerikaans militair kijkt televisie met zijn gezin, 1954.

Op 4 januari 1964 zond het VARA-programma Zo is het toevallig ook nog ‘ns een keer een sketch over Beeldreligie uit. Het was gebaseerd op een Engels voorbeeld en maakte de opmars van de televisie in bijbelse termen belachelijk. Kerkleiders en christelijke politici protesteerden, maar de VARA-leiding liet het gebeuren. In 1966 kwam er een einde aan Zo is het ..vanwege een sketch over rellen in Amsterdam.

Sinds die tijd smacht Nederland naar een politiek satirisch programma dat dicht op de actualiteit zit. Toen het eigenlijk niet kon was het er, en nu het wel kan is het er niet. Misschien de ware voedingsbodem voor satire.

Hedendaags cabaret mist urgentie. Kluchtig en boertig, pruik en aangeplakte snor, liedje en grapje, maar ingebed in een format dat het bij voorbaat onschadelijk maakt. Na het literair-absurde Zo is het .. kwam het politiek-cabarateske radioprogramma In de Rooie Haan dat overging in het cabareteske Spijkers met Koppen. Het VPRO-programma Van Kooten en de Bie kwam ver, maar ontspoorde door typetjes die de macht overnamen. 

De avant-garde van weldenkend Nederland werd vervangen door inwisselbare programmamakers. Zoals voor de hele Nederlandse omroep geldt. Het wachten is op narrowcasting dat oude scherpte terugbrengt.  

Verzuiling maakte Zo is het .. mogelijk. De VARA bood een vrijplaats voor kritische schrijvers, journalisten en acteurs. Zuilen wilden zich onderscheiden. Nu worden restanten van dezelfde verzuiling krampachtig bij elkaar gehouden. Elke poging tot onderscheid wordt door het systeem gefrustreerd. Programma’s zijn ondergeschikt. We zien het elke dag.

Bordesfoto

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 10 mei 2011.

Kabinet Biesheuvel I (6 juli 1971 – 9 augustus 1972).

Neem een staatshoofd, een kabinet en een bordes en er is een bordesfoto. Dat klinkt makkelijker dan het is. Wie staat waar? Moet iedereen dezelfde kant opkijken? Hoe gaat men gekleed en gekapt? Mag men praten of moet men zwijgen? Waar laat men de handen? De bordesfoto is een traditie die spelenderwijze is uitgevonden.

De eerste bordesfoto staat op naam van het kabinet Biesheuvel, dat er van 1971 tot 1973 zat. Wat opvalt is dat niet Juliana, maar Biesheuvel in het midden staat. Mooie Barend, zoals zijn bijnaam was, staat er pontificaal bij en overstijgt onze koningin.

De kleding van de ministers varieert van tweedelig tot driedelig. Volgens het KNMI was het op 6 juli 1971 iets boven de 20 graden. Het is licht bewolkt en zomerpakken hangen nog in de mottenballen.

Uit alles blijkt dat de regie ontbreekt. Men weet nog niet hoe het moet. De bordesfoto hinkt vooruit op de beeldcultuur. Nog geen kleur, maar toch geen sepia meer. De tijdgeest scharniert. Biesheuvel kijkt het pad af en aan de rechterkant is het twee keer drukker dan links. Op de tweede rij kijkt men minder tevreden dan op de druk bezette voorste rij.

Handen kennen drie basishoudingen. Van Agt breviert en lijkt met een elastiekje te frummelen. Juliana en Geertsema sluiten zich daarbij aan, waarbij de laatste zijn buikje probeert te verhullen. De rest is verdeeld in langszij en achterlangs. Biesheuvel laat ze maar hangen en kijkt nogmaals het paleispad af. Komt er ooit een einde aan?

Een verkiezingsfoto straalt overtuiging uit. Dat ontbreekt hier. Macht wordt betrapt in een eerste stap op weg naar een nieuwe gewoonte. Goed is dat het perspectief licht omhoog wijst. Zo moet de macht uitgebeeld worden. Zo hoort het.

Een fundamenteel punt van kritiek op de bordesfoto als genre is van staatkundige aard. Merkwaardig dat het kabinet op bezoek gaat bij de koningin. Hoe leuk bedoeld ook, een principieel bezwaar is dat het de rol van de politiek ondergraaft.

Als voor het maken van een regeringsfoto de koningin niet naar het parlement kan komen, hoeft het kabinet nog niet naar de koningin te gaan. Totdat het staatshoofd geen rol meer in de regering heeft, zou het passender zijn om de uitgevonden traditie van de bordesfoto los te laten. Hoewel er veel aan af te lezen valt.

Transitie 1957

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 10 mei 2011.

Het Atomium op de Wereldtentoonstelling te Brussel, 1957-1958

Iets hangt in de lucht. Rechts buiten het kader. Als de trapeze met menselijke kanonskogels. Vallen ze en slaan ze in? De goochelaar geeft een klap. Het gaat voorbij aan normale verhoudingen. De dikke dame zucht. Met haar hoed op de fiets op de draad in de nok. Het draait en draait. Iets kondigt zich aan, maar wat? Expo 58 in Brussel komt eraan.

Directeur vertoont dictatoriale trekjes. Publiek houdt de adem in. Het vergeet, maar kijkt reikhalzend vooruit. Spoetnik en Atomium maken ruimte. Laika blaft. Jerry Lee Lewis rockt. Alles wordt beter. AOW kondigt de verzorgingsstaat aan. De verandering heeft in 1957 de toekomst.

Zimontkovski, Circus Barlay, Berlijn, 1957. Collectie: Bundesarchiv.

Artikel van Reza Kartosen-Wong over scheefgroei in slavernijdebat verhult, maar bevat aanzet tot evenwichtige analyse

Schermafbeelding van deel artikel ‘‘Er is te weinig oog voor het Nederlandse slavernijverleden in Azië’ van Reza Kartosen-Wong in Het Parool, 30 juli 2022,

Met de strekking van het opinie-artikel in het Parool van 30 juli 2022 van mediawetenschapper Reza Kartosen-Wong ben ik het voor 100% eens. Maar tevens vind ik Kartosens opinie verhullend en bangelijk. Alsof hij de kool en de geit wil sparen. Het had scherper en beter gekund.

De portee is dat er te weinig oog is voor het Nederlandse slavernijverleden in Nederlands-Indië. De auteur spreekt steeds over Azië. Uiteraard zaten er in de tijd van de slavernij Nederlanders op Ceylon, aan de rand van Japan en op andere plekken in Azië, maar het draaide om Nederlands-Indië. Waarom Kartosen dat uitvergroot tot ‘Azië‘ is onbegrijpelijk. Het is onnodig grof en hij maakt het er niet specifiek door. Kartosen heeft het evenmin over ‘Amerika‘ als het om de slavenhandel in de West gaat. Dat is Kartosens eerste verhulling.

Overigens ben ik eens met zijn opinie dat in het Nederlandse debat de transatlantische slavenhandel zo dominant is dat de slavenhandel in de Oost karig wordt bedeeld. Het een hangt samen met het ander.

Het verband van communicerende vaten dat in het publieke debat de dominantie van het een (West) leidt tot de veronachtzaming van het ander (Oost) noemt Kartosen niet. Of hij ziet het niet zo. Hij toont begrip voor de promotors van Keti Koti die erkenning zoeken voor ‘hun’ slavernij, maar koppelt dat niet aan het gebrek aan belangstelling voor de slavernij in de Oost.

Kartosen noemt niet de actieve en in de politiek goed geïntegreerde lobby van Caraïbische Nederlanders die het slavernijdebat domineren. Kartosens opinie roept vooral de vraag op waarom hij de realiteit van de groep van Caraïbische Nederlanders die het slavernijdebat gijzelt niet noemt. Dat is Kartosens tweede verhulling.

Mijn kritiek op het Nederlandse slavernijdebat en de dominantie daarin van de Caraïbische stem heb ik in het commentaarKeti Koti kan geen nationale feestdag zijn‘ van 1 juli 2022 opgeschreven:

De lobby van Caraïbische Nederlanders in media, musea, universiteiten, instituten en politiek is vele malen sterker dan de lobby van de Ind(ones)ische Nederlanders. Met de Black Lives Matter beweging als rugwind hebben zwarte Nederlanders uit de Caraïben in dit debat over slavernij afgelopen jaren definitief het initiatief naar zich toegetrokken ten koste van andere groeperingen.

En:

Het initiatief om Keti Koti als pars pro toto van de slavernij en het kolonialisme te beschouwen is onevenwichtig. Dat is neo-slavernij die nabestaanden van andere slaven achterstelt en een tweede maal koloniseert. Deze vorm van nieuwe onderschikking kan niet de opzet van een nationale feest- en herdenkingsdag van de slavernij zijn.

Het komt in het verlengde van Kartosens zwijgen en ontbrekende analyse van hoe het slavernijdebat in Nederland zich in allerlei geledingen ontwikkelt, makkelijk en gemaakt manmoedig over om Piet Emmer en Kester Freriks als ‘activistische kolonialen‘ te framen. Het lijkt er sterk op dat dit een afleiding is voor het gebrek aan Kartosens moed om zich kritisch te richten tot de Caraïbische Nederlanders die de ‘Aziaten‘ in het debat opzijzetten. Dat doet vermoeden dat Kartosen gewiekst naar rechts schopt, maar te bevreesd is om naar links uit te halen. Dat is de derde verhulling.

Kartosens opinie bevat een goede aanzet tot een evenwichtige analyse. Met hem zijn vele opinieleiders van mening dat het debat over het slavernijverleden onevenwichtig is scheefgegroeid. Om dat de corrigeren moet hij zich niet richten tot wat hij ‘activistische kolonialen‘ noemt, maar tot de ‘activistische neokolonialen‘ die het slavernijdebat naar zich toe hebben getrokken. Kartosen, toon moed, herschrijf de opinie en noem man en paard.