Cy Endfield is voor het brede publiek geen bekende regisseur, maar toch heeft hij in 1950 een prachtige film als ‘The Sound of Fury‘ gemaakt. Hij was een linkse regisseur die in de donkere jaren van het McCarthy tijdperk op de zwarte lijst geplaatst werd en uitweek naar Engeland. Na restauratie kreeg de film in 2020 waardering.
IMDb omschrijft de film zo: ‘Een chauffeur die alle hoop heeft verloren, raakt betrokken bij de overvallen van een misdadiger. Media-aandacht wakkert de publieke belangstelling aan naarmate de misdrijven steeds brutaler worden. Wanneer een gijzeling volledig uit de hand loopt, komen de gearresteerde verdachten in gevaar door woedende menigten. De politie heeft grote moeite om de orde te handhaven.’
De film is gebaseerd op het boek The Condemned (1947) van Jo Pagano. Vaak wordt ‘The Sound of Fury‘ vergeleken met ‘Fury‘ (1936) van Fritz Lang. Dat is begrijpelijk omdat het boek en beide films putten uit dezelfde historisch bron. Namelijk de ontvoering en lynchpartij van Brooke Hart in 1933 in San Jose, Californië. Hierbij werden twee mannen die de moord op de miljonairszoon hadden bekend, door een woedende menigte uit de gevangenis gesleurd en opgehangen.
Die andere film ‘To Kill a Mockinbird‘ (1962) van Robert Mulligan die is gebaseerd op de roman van Harper Lee grijpt terug op een andere historische gebeurtenis, maar gaat over dezelfde thema’s: massahysterie, lynchpartijen en (on)rechtvaardigheid in Amerika. Daarom werd Endfield na een viewing door acteur Joseph Cotten verweten een on-Amerikaanse film gemaakt te hebben toen hij hem zei ‘Het Amerika dat jij kent, is niet het Amerika dat ik ken’, aldus Wikipedia.
‘The Sound of Fury‘ werd niet door een van de grote studio’s geproduceerd en gedistribueerd. Van deze film noir die de zielenroerselen van inwoners van Arizona toont (waar de opnamen plaatsvonden) wordt gezegd dat het minder dan een A-film en meer dan een B-film is. Wellicht is de film hybride, traditioneel in vorm en voor 1950 vooruitstrevend in inhoud. De montage van de gevangenisscène tegen het einde als een opgehitste meute de gevangenis bestormt om de twee gevangenen ‘op te halen’ heeft veel vaart en toont het vakmanschap van editor George Amy.







