
In Nederland waar een minderheid van zo’n 42% van de bevolking (2025) verklaart een godsdienst te belijden is elke godsdienst een minderheidsreligie. We moeten voorzichtig zijn met het vermengen van religieuze symbolen (ook als dat een culturele component heeft) met de symbolen van de staat. Het dreigt de eenheid van de neutrale staat aan te tasten.
Daarom is het goed dat de politie in een verklaring van 21 september 2026 het volgende laat weten: ‘Per 1 januari 2027 geldt bij de politie een nieuw handelingskader voor externe bijeenkomsten met een religieus karakter. Hierin staat dat wij blijven deelnemen aan bijeenkomsten waarin religieuze activiteiten en handelingen worden verricht, maar dat wij stoppen met het zelf organiseren ervan.’
In de verklaring motiveert korpschef Janny Knol dit besluit: ‘Als we zelf bijeenkomsten organiseren met een religieus karakter, dan kunnen geloofsovertuigingen worden opgevat als de onze en dat verhoudt zich niet tot onze neutrale positie. Daarom hebben we ervoor gekozen daar vanaf volgend jaar mee te stoppen.’
Dat is een zeer laat inzicht. Omarming van een heilig boek of godsdienst kan nooit de overkoepeling zijn, de rechtsstaat wel. Daarmee neemt de overheid stelling en wordt het van onafhankelijke scheidsrechter van religies en levensovertuigingen dat het volgens de wet moet zijn tot actieve deelnemer die partij kiest. Dat laatste is ongewenst.
Opvallend is dat de verklaring in kop en tekst het heeft over ‘externe bijeenkomsten met religieus karakter‘ en het niet over soortgelijke bijeenkomsten die georganiseerd worden vanuit een levensovertuiging zoals humanistische samenkomsten, filosofische cafés of ecologische en spiritueel-seculiere bijeenkomsten.
Als dat betekent dat de politie tot nu toe nooit bijeenkomsten vanuit een levensovertuiging organiseerde – en dat is waarschijnlijk zo omdat ze in de verklaring niet genoemd worden – terwijl daar de meerderheid van de Nederlanders ‘te vinden is’, maakt dat het oude handelingskader van de politie er extra onbegrijpelijk en onevenwichtig op.
Het lijkt er sterk op alsof de leiding van de nationale politie tot nu toe niet wist wat de demografische samenstelling van Nederland was óf geen weerstand kom bieden aan politiemensen de afgelopen jaren dit soort bijeenkomsten organiseerden en daar niet mee wilden stoppen. De verklaring hint op dat laatste als het zegt dat het ‘geen eenvoudige opgave‘ was om tot een nieuw handelingskader over die religieuze bijeenkomsten te komen.
Zonder dat de verklaring van de politie daar naar verwijst is het nieuwe handelingskader opnieuw een streep door het idee van compenserende neutraliteit. Toenmalig burgemeester Job Cohen had in Amsterdam samen met Ahmed Marcouch een strategie ontwikkeld die compenserende neutraliteit werd genoemd. Dat was van 2008 tot 2012 officieel beleid.
Het doel daarvan was het versterken van de sociale cohesie en het tegengaan van radicalisering. Een en ander spitste zich toe in de islamitische organisaties omdat daar de radicalisering het grootst was en de sociale cohesie het meest problematisch. Het werkte echter niet. Burgemeester Eberhard van der Laan probeerde dat beleid van de compenserende neutraliteit vanaf zijn aantreden in 2010 te beëindigen.
De organisatie van externe religieuze bijeenkomsten door de politie waar de korpschef nu een streep door zet kan gezien worden als een late oprisping zo’n 15 jaar na dato van het idee van compenserende neutraliteit van Cohen en Marcouch. Positief is dat de politie vanaf nu gaat voor echte neutraliteit en niet langer voor dat vage begrip compenserende neutraliteit dat het tegendeel was van wat het pretendeerde te zijn. Beter laat dan nooit.






