Er bestaat nog veel onzekerheid over de acties op Prinsjesdag op het spoor. Hoewel berichten van boerengroepen op sociale media wijzen naar radicale boeren als dader is dat nog niet voor 100% zeker.
Hoewel onduidelijk is wie anders verantwoordelijk zou zijn voor de gecoördineerde actie op meer dan 30 plekken in voornamelijk Oost-Nederland waar buizen op het spoor werden gelast of gelegd. Klimaatactivisten of een door het Kremlin aangestuurde campagne is onwaarschijnlijk. Onderzoek zal dat definitief uit moeten wijzen.
Het is meer dan een semantische kwestie hoe een en ander genoemd moet worden. Het gaat er ook om hoe de politiek moet reageren en welke middelen het bereid is om in te zetten.
Voormalig leider van de PvdA Attje Kuiken meent in het fragment van WNL dat het om terreur gaat. Nederlandse media praatten op Prinsjesdag over sabotage. Een definitie daarvan is: ‘het opzettelijk beschadigen, verstoren of ondermijnen van iets, meestal in het geheim, om een doel of proces te dwarsbomen’.
Het verschil tussen sabotage en terreur is dat dat laatste een element heeft dat sabotage mist. Namelijk ‘zware intimidatie om mensen diep bang te maken en zo politieke, religieuze of maatschappelijke doelen te bereiken’.
Zijn mensen ‘diep bang’ geworden door de acties op het spoor op Prinsjesdag? Daar lijkt het niet op. Ze zijn er vooral chagrijnig en verontwaardigd over dat de treinenloop redelijk eenvoudig verstoord kon worden en het spoor blijkbaar slecht beveiligd is.
Als inderdaad radicale boeren verantwoordelijk zijn voor de sabotage waar aanwijzingen voor zijn, dan valt niet in te zien dat ze ermee hun doelen bereiken. Namelijk bijstelling van het stikstof- en natuurbeleid in hun voordeel.
Er bestaat min of meer politieke consensus over dat het stikstofbeleid, dat mede door de BBB werd vertraagd, nu aangepakt moet worden om Nederland van het stikstofslot te houden. Links wijst op de schade voor de natuur en rechts naar de economie die daaronder lijdt. Ook gematigde boerenbonden beseffen dat er iets moet veranderen om de bouw en de infrastructurele projecten weer van de grond te tillen.
Het is vooral een sociaal probleem. Vooral melkveeboeren zijn in de val gelopen van de banken en de agro-industrie die profiteren van intensieve landbouw waartoe de boeren gedwongen zijn. De oplossing kan niet komen van wanhoopsdaden als sabotage, maar van een goed sociaal plan.
Zoals eerder de mijnbouw, textielindustrie en scheepsbouw om economische redenen zo goed als verdwenen uit Nederland, zo wacht nu de agrarische sector zo’n soort hervorming die betrokkenen uiteraard koud op het dak valt.
De logica ontbreekt om het kleine Nederland een van de meest exporterende landbouwlanden ter wereld te laten zijn. Grond is te schaars geworden. Omdat de Nederlandse landbouw zo’n 70% van de productie exporteert, kan het volume makkelijk met de helft teruggebracht worden zonder dat de voedselveiligheid van Nederland in gevaar komt. Dat is een moeilijke, maar onvermijdelijke keuze. En zoals gezegd, sanering moeten samengaan met een goed sociaal plan voor de boeren die hun bedrijf moeten stopzetten of inkrimpen.








