George Knight

Debat tussen links en rechts

CIA zegt in nieuwe beoordeling dat Kremlin Trump hielp om president te worden

with 4 comments

Is het voor 100% zeker dat de Russische regering heeft getracht de Amerikaanse presidentsverkiezingen ten gunste van Trump te beïnvloeden, of niet? The Washington Post wijst in een artikel op een nieuwe, geheime beoordeling van de CIA dat het Kremlin niet alleen probeerde het vertrouwen in het electorale proces te ondermijnen, maar ook dat het er zich actief in mengde om Trump aan de winst te helpen. Opmerkelijk in het bericht van de Post is het argument van de meerderheidsleider in de Senaat Mitch McConnell die voor de verkiezingen bezwaren maakte tegen de openbaarmaking van informatie van de inlichtingendiensten over de Russische betrokkenheid. Hij stelde dat dit partijdig zou zijn. Zo maakte hij nationale veiligheid ondergeschikt aan partijpolitiek en bond opnieuw de handen van de aarzelende president Obama. Geharnaste Republikeinse senatoren als John McCain en Lindsey Graham denken er trouwens anders over en vinden wel dat hard moet worden opgetreden tegen Russische inmenging in de Amerikaanse politiek. Trump heeft als minister van Verkeer McConnells echtgenote Elaine L. Chao genomineerd. Bij dit soort partijpolitiek is iedereen te koop.

Gedachten over de komende verkiezingscampagne. Tussenstand

with 3 comments

tumblr_n1iojufqdo1rtynt1o6_1280

Hoe moet een politieke partij de campagne aanpakken? Wat leidt tot winst en wat niet? Uit de verkiezing van Trump en de Brexit, en de reactie erop valt op te maken dat het niet om de economie gaat. Als het goed gaat, dan nemen de kiezers dat voor lief. Dus: partijen moeten de macro-economie niet centraal zetten. Wat wel telt is de inkomensongelijkheid en de verdeling van de welvaart. De verdeling van de taart houdt meer mensen bezig dan de grootte ervan. Zelfs als ze bij een ongelijke verdeling van een grotere taart toch een groter stuk krijgen. Dus: partijen moeten komen met uitgewerkte plannen voor een gelijkmatige inkomensverdeling en het terugdringen van inkomensverschillen; het niet overlaten aan zelfregulering door werkgevers. 

Het gaat evenmin om diversiteit of identiteitspolitiek. Dat is wat mogelijk een progressieve minderheid, maar niet een meerderheid bezighoudt, zoals historicus Mark Lilla onlangs constateerde. Homoseksualiteit, ras, man, vrouw, het doet er gewoonweg weinig toe. Merkwaardig is trouwens dat in statistieken niet valt terug te vinden wat het percentage witten in Nederland. De verdeling autochtoon-allochtoon (22%) is daar slechts een echo van. Inclusief een vertekening omdat herkomst niet alles zegt over etniciteit. Een schatting is dat het percentage witten uitkomt op 85-90%. Dus: partijen moeten het strijden voor identiteitspolitiek stoppen.

Zo kondigt zich een politiek programma aan: het moet niet gaan over economie of identiteit, maar wel over inkomensverdeling en -ongelijkheid. Grenzen dicht of de toestroom van asielzoekers stoppen is eerder een afgeleide van die inkomensverdeling, dan van identiteit. Want bedreigend voor de positie van arbeiders- en middenklasse. Islam, integratie en immigratie kunnen genoemd worden, maar een verstandige partij koppelt ze direct aan de arbeidsmarkt en het inkomen. Welke partijen passen op dit moment het best bij bovenstaand profiel? Dat zijn de PVV en GroenLinks. Partijen als D66 en PvdA die het moeten hebben van identiteit lijken niet verder te komen dan hun trouwe achterban. VVD en SP zitten vooralsnog verloren met een ideologische nadruk op de economie. In drie maanden kan nog veel veranderen als partijen hun campagne bijstellen.

Foto: Maskers, carnaval.

Schijnbewegingen van The Art of Impact dienen de kunst niet

with one comment

Pieter van Os legt in een artikel voor NRC het gemis van The Art of Impact (TAI) bloot dat deze week de Impact Award uitreikte: ‘Goede kunst maakt indruk. Maar als iets veel indruk maakt, is het dan ook goede kunst? Dat is wel de gedachte achter ‘The Art of Impact’, een stimuleringsprogramma van het ministerie van OCW.’  Van Os stelt vast dat ‘impact’ op de samenleving een merkwaardig criterium voor goede kunst is. TAI presenteert de Impact Award als ‘de kunstprijs voor niet-kunstenaars’. De essentie waarom TAI tekortschiet zit hem in de verkeerde opvatting van wat kunst is en de annexatie ervan door centrumlinkse partijpolitiek. Exact in het tijdperk dat rechts-populisten als Thierry Baudet kiezers mobiliseren tegen hedendaagse kunst. In een commentaar verwoordde ik dat als volgt: ‘Kunstenaars worden niet als autonome producenten van eigen werk voorgesteld, maar als aanvullend op andere doelen, zoals de aanpak van ‘maatschappelijke vraagstukken’.

Zo wordt kunst vleugellam en partijdig gemaakt. Waarschijnlijk vanuit goede bedoelingen. Kunst wordt getemd en ondergeschikt gemaakt aan partijpolitiek. Deze inperking dient de kunst niet. Want kunst moet in volle vrijheid kunnen functioneren en aan niemand verantwoording hoeven afleggen. Als het begrip ‘linkse kerk’ nog niet bestond, dan is hij door minister Jet Bussemaker en Hedy d’Ancona voor TAI uitgevonden.

De video over de uitreiking van de Impact Award 2016 aan Anton Dautzenberg toont genadeloos het verschil tussen intentie en uitwerking. De entourage is de boodschap. Een culturele (pseudo)-elite speelt voor even anti-elite en huurt daartoe querulanten in en gaat daarna over tot de orde van de dag. Deze ventielwerking van TAI -die kunst ver weg van het alledaagse leven onderbrengt in een politiek reservaat- verstoort eerder de politieke druk van kunst op de samenleving dan dat die die helpt opbouwen. Iedereen speelt het spel mee en kan beseffen dat het een schijnvertoning is. TAI is in wezen een anti-politieke beweging of in elk geval een slecht doordacht project dat averechts uitpakt. Moderator en coördinator Tabo Goudzwaard praat met mooie woorden over het plaatsvinden van een systeemverandering, maar houdt vaag wat dat betekent. Hij kan ook niet anders, want TAI is de systeemverandering als pose. Er wordt gehint en verwezen, maar niet uitgewerkt.

Merx: ‘Kunst moet schuren’. Ok, maar hoe zit het met de macht?

leave a comment »

Een mooi, maar ook wat onaf verhaal van de Utrechtse Theaterwetenschapper Sigrid Merx. Dat een eigen genre in zichzelf is: het afstandelijk, academisch aanstippen zonder echte betrokkenheid die de nek uitsteekt.

Merx vindt dat kunst moet schuren. Theatermaker Dries Verhoeven noemt ze als voorbeeld hoe kunst in de openbare ruimte zinvol kan zijn. Ze heeft het theoretische gelijk aan haar kant,  maar krijgt dat niet van de macht. Van politiek, bedrijfsleven of banken. De verdeling van macht is het probleem dat Merx laat liggen.

Haar Universiteit Utrecht kan geen vuist maken en is afhankelijk van geldstromen van politiek en bedrijfsleven. Hoe dat te doorbreken? Dries Verhoeven wordt ondanks zichzelf getolereerd. Zie hier postings over hem.

Buhran Gökalp van de Vrije Democratische Partij is geen democraat

with one comment

Sommige politieke partijen begrijpen niet wat democratie is en hoe die zich verhoudt tot de grondwet. Dat tekent het failliet van de partijpolitiek. Democratie is geen Idols-competitie of een niet-bindend referendum waarin de meeste stemmen gelden, maar een bestuursvorm waarin via wetten en instituties ook de rechten van de minderheid zijn gewaarborgd. Politiek werkt door afweging van belangen en verdeelt zo de macht. Tegenstanders ervan zien de vijanden van de democratie de geloofwaardigheid van de partijpolitiek aantasten.

Buhran Gökalp van de Vrije Democratische Partij wil het huwelijk voor homoseksuelen verbieden als hij het voor het zeggen krijgt. Zover is het met Nederland gekomen, politieke partijen begrijpen niet wat democratie inhoudt en willen de rechten van minderheden inperken. Gökalp haalt oorzaak en gevolg door elkaar als hij de steun voor het Anne Frank Huis verwart met de opkomst van de PVV. Omdat Wilders het goed doet in de peilingen zou het Anne Frank Huis niet meer moeten worden gesubsidieerd. Of moet die verdubbeld worden?

Gökalps warrigheid is onwijs. Hij heeft iets meelijwekkend en stakkerig. Zijn geest kan zijn mond niet volgen. Moet hij niet tegen zichzelf beschermd worden, of is dat te bevoogdend en vanuit de hoogte? Wel weer aardig is zijn opvatting om niet meer te investeren in een dode. Dat pleit onder meer tegen de verheerlijking van representanten van religieuze organisaties zoals Jezus, Boeddha of Mohammed. Om doodmoe van te worden.

HNI werpt zich op als coördinator van nieuw designmuseum in Amsterdam. De vlucht vooruit als afleiding van eigen problemen

leave a comment »

hni

Het Nieuwe Instituut (HNI) in Rotterdam zoekt als afleiding de vlucht naar voren door verbreding. En het kiezen van een nieuwe naam: ‘Museum voor Architectuur, Design en Digitale cultuur’. De reden hiervoor is het ontbreken van eigen scherpte en diepte. Maar of die schijnbewegingen ook maar iets veranderen is de vraag.

Het museum verkeert in crisis en ligt onder vuur. Het kwam afgelopen jaren negatief in de publiciteit wegens belangenverstrengeling waarbij directeur Guus Beumer betrokken was, wilde op de bovenste twee etages een hotel-restaurant beginnen, had onvoldoende toezicht vanuit de Raad van Toezicht, kreeg een negatief advies van de Raad voor Cultuur en overtrad vele malen de Governance Code Cultuur volgens Cultuur+Ondernemen. Architect Kees van der Hoeven die HNI kritisch volgt wijst onder verwijzing naar een artikel in Pi-interieur opnieuw op belangenverstrengeling en het buiten de regels om direct gunnen van ontwerpopdrachten. Hij concludeert: ‘Hoe lang moeten we dat gehannes in Het Nieuwe Instituut nog verdragen?

Als klap op de vuurpijl was er vandaag een bericht in het cultuurblog van De Volkskrant met de titel ‘HNI wil designmuseum in Amsterdam’. HNI zou in Amsterdam een tijdelijk museum willen openen en daar langdurige bruiklenen van andere musea tonen. Genoemd worden het Textielmuseum in Tilburg, het Stedelijk Museum Den Bosch, het Amsterdam Museum en het Wim Crouwel Instituut. Ook Museum Boijmans van Beuningen, het Groninger Museum en natuurlijk het Stedelijk Museum zou HNI ‘aan zich willen binden’. Maar het is voorbarig nieuws omdat het om verkennende gesprekken gaat en nog niets beklonken is. Dit nieuwe HNI in Amsterdam zou  ‘dienen als een vitrine voor de deelnemende musea’. In hedendaagse termen: een pop-up museum.

Deze vlucht vooruit van het HNI roept vooral wantrouwen op. Hoe kan een museum dat zelfs de eigen zaken overduidelijk niet op orde heeft en hoe dan ook een belast verleden met zich meedraagt zonder een nieuwe start te kunnen of willen maken, negatief advies van de Raad voor Cultuur krijgt en waarvan de directie telkens weer beschuldigd wordt van belangenverstrengeling zich opwerpen als coördinator voor andere musea? Dat is volstrekt ongeloofwaardig. HNI is de laatste die deze taak geloofwaardig op zich kan nemen.

Daarbij komt dat hoofd beleid en actualiteit van HNI Floor van Spaendonck in De Volkskrant een merkwaardige opmerking maakt: ‘Het aanleggen en beheren van een vormgevingsarchief behoort niet tot de opdracht van HNI. Bovendien is er behoefte aan één plek die geheel in het teken staat van design.’ Deze medewerker van HNI -dat zich met een nieuwe naam onder meer ‘Museum voor Design’ noemt- zegt dat design bij HNI niet in optimale handen is. Maar er een museum moet komen dat uitsluitend aan design gewijd is. Dat ondermijnt de bestaansreden van HNI dat in Rotterdam drie deelcollecties (Architectuur, Design, Digitale cultuur) huisvest.

Wat musea als Boijmans of het Stedelijk -die HNI ‘aan zich wil binden’- aan moeten met de schijnbewegingen van HNI die bedoeld zijn als afleiding van de eigen problemen en voor het profijtelijk aanboren van nieuwe geldstromen is de vraag. Proefballonnetjes zijn leuk en het is nog leuker als een krant als De Volkskrant zich ertoe leent om ze zonder enige kritische noot op te laten. Maar de Nederlandse museumsector heeft er niets aan. HNI kan als het zichzelf serieus zou nemen nu al prachtige tentoonstellingen over design maken, en bruiklenen bij genoemde musea aanvragen. Zonder zalen leeg te hoeven laten staan. Maar dat laat het na. De vlucht vooruit in de breedte is een brevet van onvermogen van HNI. Hoelang gaat deze doodstrijd nog duren?

Foto: Onlangs gerenoveerd kantoor van HNI, zoals beschreven in artikel in Pi-interieur, november 2016.

Hamilton Electors willen Trump niet als president. Maar een (andere) Republikein

with 3 comments

Donald Trump is president-elect door de meerderheid die hij kreeg in het Electoral College. Dat wil zeggen dat hij tot president is gekozen, maar nog niet benoemd. Dat gebeurt op 19 december in de hoofdsteden van de staten. Kiesmannen kunnen hun geweten volgen en binnen hun wettelijke mogelijkheden op elke kandidaat stemmen die ze verkiezen. Daarom het is niet 100% zeker dat Trump op 20 januari 2017 beëdigd wordt als president. Omdat Hillary Clinton volgens opgave van het Cook Political Report op dit moment zo’n 2,7 miljoen meer stemmen behaald heeft in de Popular Vote vergroot dat de legitimiteit van Trump niet.

Er is een beweging op gang gekomen om op een andere Republikein te stemmen. Zoals gouverneur van Ohio en oud-presidentskandidaat John Kasich. Als 37 Republikeinse kiesmannen niet op Trump stemmen door zich van stem te onthouden of een andere kandidaat te steunen dan krijgt Trump niet de benodigde 270 kiesmannen in het Electoral College. Dan stemt het Huis van Afgevaardigden wie president wordt.

De beweging noemt zich de Hamilton Electors. Een uitspraak in de zogenaamde The Federalist Papers 68  van de federalistische politicus Alexander Hamilton (1755-1804) ligt hieraan ten grondslag: ‘The process of the Electoral College affords a moral certainty, that the office of the President will never fall to the lot of any man who is not in an eminent degree endowed with the requisite qualifications.’ Omdat Trump niet   gekwalificeerd zou zijn en het belang van de Verenigde Staten niet zou dienen -of dat ondergeschikt zou maken aan het belang van een ander land- hebben kiesmannen naast de ontbrekende wettelijke verplichting evenmin de morele verplichting op een kandidaat te stemmen met een meerderheid in het Electoral College.

Is deze manoeuvre ondemocratisch en voedt het de kloof tussen de vertegenwoordigers van de maatgevende culturele identiteit en de veronachtzaamden die mede tot het presidentschap van Trump leidde? Het is een kwestie van perspectief. Het Electoral College is geen democratisch systeem omdat niet de meeste stemmen gelden, sommige staten meer invloed hebben en andere delen (insular area’) van de VS (Guam, Puerto Rico) er helemaal geen invloed in hebben. Het getrapte systeem van het Electoral College bevat dat mechanisme van de noodrem niet voor niets. Inschatting is of het presidentschap van Trump de noodrem noodzaakt. Vraag hoe erg het presidentschap van Trump zal worden en onder invloed van welke buitenlandse invloed hij staat ligt nu in de handen van 37 Republikeinse kiesmannen. Een bizar systeem dat aan democratisering toe is.

he

Foto: Schermafbeelding van hamiltonelectors.com/#masthead.