
Het wetsvoorstel voor de nieuwe omroepwet staat open voor reacties. Tot 23 oktober 2026 kan iedereen reageren in een internetconsultatie over het nieuwe wetsvoorstel ‘Wet hervorming landelijke publieke omroep‘. Omdat reacties langer dan 2500 tekens niet toegestaan zijn, heb ik twee reacties gestuurd vanuit twee verschillende e-mail accounts.
Hieronder mijn reactie die voornamelijk gebaseerd is op mijn commentaar ‘Pleidooi voor samenwerking tussen OCW, EYE Filmmuseum, universiteiten en publieke omroep om waardevol visueel cultureel erfgoed te ontsluiten en binnen bereik van Nederlands publiek te brengen’ van 12 november 2021.
In de laatste twee alinea’s heb ik het verbreed naar de beeldende kunst. De debilisering of veronachtzaming van de kijker door de publieke omroep laat ik onbenoemd, maar kan tussen de regels door in mijn reactie gelezen worden. De publieke omroep verricht in mijn ogen een wanprestatie wat programmering van kunst en visueel erfgoed betreft:
‘Film is ook cultureel erfgoed. Dat wordt door de Nederlandse publieke omroep niet beseft. Of in elk geval niet voldoende genoeg om in actie te komen en buiten vaste, gebruikelijke denkkaders te gaan. Dat moet anders en kan beter.
Het is merkwaardig dat er geen enkele publieke omroep is die een rubriek of kanaal heeft of om voor Nederland en een Nederlands publiek waardevolle films en televisieproducties te ontsluiten en uit te zenden. Cultureel erfgoed dus. Ook de NTR, VPRO en HUMAN doen dit niet, hebben dit gedaan of hebben de ambitie dit te gaan doen.
Het is ook geen makkelijke taak in verband met rechten, verdwenen of moeilijk te vinden films en vaak het ontbreken van kwalitatief goede producties. Maar het is ook uitdaging om die op te sporen. Het schrijnende is dat het door de Nederlandse publieke omroep niet eens wordt geprobeerd. De ambitie ontbreekt.
Zo laat de Nederlandse publieke omroep zich kennen als een organisatie zonder historisch geheugen en zonder wil om het publiek in aanraking te brengen met voor Nederlanders belangrijk filmerfgoed. Dat werkt door in een publiek dat onvoldoende op de hoogte wordt gehouden van het visuele culturele erfgoed van Nederland. Dat kunnen Nederlandse producties zijn of internationale producties over een Nederlands onderwerp. Maar ook algemene cinematografische producties die horen bij een Nederlandse publieke omroep die Bildung en beschaving belangrijk vindt.
Het lijkt niet dat de kennis ontbreekt. Bij Eye Filmmuseum en studierichtingen Filmerfgoed en digitale filmcultuur, Film- en televisiewetenschap/Media, Art and Performance Studies of Art and Visual Culture bij respectievelijk universiteiten in Amsterdam, Utrecht en Nijmegen is voldoende expertise aanwezig.
Dat er op dit gebied niets van de grond komt, komt omdat er geen samenwerking is en de opzet er niet op gericht is om voor Nederlanders waardevol filmerfgoed voor een breed publiek te ontsluiten. Waar het aan ontbreekt is coördinatie en een coördinator of intendant die de kar trekt.
Waar het aan ontbreekt is een programma waarin publieke omroep, Eye Filmmuseum en universiteiten met faculteiten die gericht zijn op of raken aan filmerfgoed samenwerken met als doel om gezamenlijk het voor Nederlanders belangrijke visuele culturele erfgoed te ontsluiten en binnen het bereik van een breed publiek te brengen. Het ministerie van OCW zou het voortouw moeten nemen en genoemde betrokkenen bij elkaar moeten roepen.
Omdat internationale zoektochten naar belangrijk visueel cultureel erfgoed lastig zijn en archieven niet altijd Engelstalig zijn zou er samenwerking gezocht kunnen worden met Russische, Chinese, Japanse of andere taal- en cultuurstudies aan Nederlandse universiteiten. Deze taalstudenten zouden in het kader van een stage inventariserend voorwerk kunnen verrichten door systematisch internationale digitale collecties door te pluizen.
Wat hierboven over film of filmerfgoed wordt gezegd geldt ook voor beeldende kunst. Er is geen overkoepelend programma binnen de Nederlandse publieke omroep – en in de nieuwe wet die nog minder ambitie heeft dan voorheen – dat de urgentie en de ambitie heeft om een Nederlands publiek op niveau, continu en in samenwerking met partners in het veld te informeren.
Dat is beschamend voor wie de culturele programmering van publieke omroepen als ARTE, ZDF, VRT en BBC ziet die deze ambitie en urgentie wel hebben, en in de praktijk waarmaken. Nederland kan wat omliggende landen ook kunnen. De omroeppraktijk van de laatste jaren leert dat een nieuwe omroepwet een en ander verplichtend moet omschrijven. Want zelfregulering van omroepen werkt niet omdat het niet tot het gewenste doel leidt.’







