Nacht, sigaretten en lichtreclames in Montréal, 1937

Conrad Poirier, La rue Sainte-Catherine Montréal, 1937.

Tram 41 stopt om passagiers uit te laden en op te pikken. Niet alleen uit het straatbeeld volgt dat het andere tijden zijn. Ook uit de reclames voor sigaretten. Sweet Corporal op zowel de tram als op de pui op de straathoek. De lichtreclame voor Buckingham domineert het beeld. De slogan van dit merk was ‘Throat Easy‘. Dat klinkt nu akelig tegenstrijdig. De fotograaf is Conrad Poirier.

Het is 1937, Montreal, Canada. De regen maakt het er fotogeniek op omdat het zorgt voor een spiegelend oppervlakte. Het beeld verdubbelt door regen en lichtreclames, en wordt gehalveerd door de nacht. De optelsom is vermengd en verward. Dit is voyant de parallelle biotoop van de film noir.

Ook Nederlandse journalisten zijn medeplichtig aan de moord op de democratie

Schermafbeelding van deel columnThe media treats Biden as badly as — or worse than — Trump. Here’s proof‘ van Dana Milbank in The Washington Post, 4 december 2021.

Het is een oud, welbekend probleem. Journalisten zijn de doodgravers van de democratie, maar door een gebrek aan zelfkennis ontkennen ze dat. Ze zouden ‘objectief’ verslag doen. Als ze trouwens al door anderen ter verantwoording worden geroepen. Journalisten zouden boven kritiek staan. Objectieve analyse ontbreekt of komt niet buiten het wetenschappelijke domein.

In Nederland hebben de media Geert Wilders en Thierry Baudet groot helpen maken. Pas toen deze ultra-rechtse politici eenmaal groot waren gingen sommige journalisten zich achter de oren krabben over wat ze hadden helpen aanrichten. Hadden ze de middenweg gemist tussen het cordon sanitaire en de rode loper? Maar zelfs nu krijgen deze ultra-rechtse politici en hun partijgenoten als Pepijn van Houwelingen, Freek Jansen of Gideon van Meijeren die de meest extreme uitingen doen die tegen de rechtsstaat en de democratie ingaan volop media-aandacht.

Media zoals De Correspondent of De Groene Amsterdammer hebben wel de journalistieke ambitie om door onderzoek achter de schone schijn van ultra-rechts te kijken, maar voor de publieke opinie zijn ze marginaal en weinig invloedrijk. Af en toe komen de gevestigde media met onderzoeksartikelen of scherpe analyses die dat ook beogen, maar dat blijven incidenten met weinig blijvende waarde.

Andere journalisten hadden zelfs dit zelfbesef achteraf niet. Als types als Jort Kelder of Wierd Duk die de rode lopen uitrollen voor ultra-rechts al journalist kunnen worden genoemd en niet politieke activisten die zich de uiterlijkheden van de journalist aanmeten. Ze worden aanvaard binnen hun beroepsgroep en het publiek ziet hen als journalist.

Schermafbeelding van een diagram over het vertrouwen in journalisten dat in Nederland met 30% betrekkelijk hoog is. In: GLOBAL TRUSTWORTHINESS INDEX 2021 van Ipsos, oktober 2021.

Wie op dit moment de Nederlandse kranten leest of naar nieuwsrubrieken als Op1 of Nieuwsuur kijkt kan niet anders dan concluderen dat premier Rutte en minister De Jonge, de partijleiders Kaag, Hoekstra en Segers door de media tot schietschijf zijn gemaakt. Ze krijgen dagelijks van alle kanten volop kritiek. Het lijkt onderhand op een kruistocht tegen de middenpartijen. Wat willen de journalisten aantonen die daar aan meewerken en beseffen ze wel waar ze mee bezig zijn?

Het is niet dat deze politici door respectievelijk een ondoelmatige en chaotische aanpak van de COVID-19 pandemie en de verprutste en onprofessionele werkwijze in de formatie geen kritiek verdienen. Dat verdienen ze ten volle. De generatie politici die nu aan de bal is blinkt niet uit in kwaliteit. Het punt is dat de media geen objectief, omvattend beeld geven van de omgeving waarin deze politici opereren.

Journalisten zeggen zich neutraal op te stellen door de standpunten van alle kanten aan bod te laten komen. Dat is een valkuil waar ze intuimelen en ze zich weliswaar onwillekeurig van bewust zijn, maar toch geen passend antwoord op weten. Nog steeds niet na vijf jaar desinformatie door populistische politici. In het tijdperk waarin ultra-rechtse politici desinformatie en leugens hanteren als politiek middel om hun opponenten en de waarheid te ondermijnen, zichzelf electoraal te positioneren en politiek als middel zien om geld uit te halen (Trump, Baudet), werkt die benadering van vermeende onzijdigheid niet meer.

Politieke journalisten staan liever routinematig met verkeerde, dan hulpeloos met lege handen.

In een column voor de Washington Post gaat Dana Milbank in op de houding van de media tegenover de politiek. Hij onderbouwt de stelling dat de media president Biden slechter behandelen dan ze voormalig president Trump behandelden. Hij concludeert aan de hand van een analyse van meer dan 200.000 artikel dat waarmee ik begon: ‘Mijn collega’s in de media zijn medeplichtig aan de moord op de democratie‘.

Het beleid rechtvaardigt dat niet. De aanpak van voormalig president Trump van de pandemie was rampzalig en kostte velen onnodig het leven. President Biden heeft op de puinhopen van Trumps aanpak het probleem van de besmettingen doelmatig aangepakt. Maar nog meer dan in Nederland zetten om politieke redenen anti-vaxxers hun lichaam in om het vaccinatiebeleid van de zittende regering te ondermijnen. Daar doen in beide landen journalisten niet goed verslag van. Of ze durven niet of ze willen niet of wat erger is, ze zien het niet.

Er is meer in Trumps beleid dat de toets der kritiek niet kon doorstaan en Biden beter doet. Zoals belangrijke wetgeving die Biden succesvol door het congres loodst. In de media is dat niet terug te vinden in de verslaggeving. Zo krijgt de deconstructivist Trump een positievere pers dan Biden die zich constructief opstelt. Journalistiek is de omkering van waarden geworden.

Hoe dat komt verklaart Milbank zo: ‘Ik vermoed dat mijn collega’s in de media het slachtoffer zijn geworden van onze asymmetrische politiek. Biden regeert volgens traditionele normen, terwijl de Republikeinen een schokkende campagne voeren om hem te delegitimeren met de ene verzonnen aanklacht na de andere. Deze week dreigden de Republikeinen met een sluiting van de regering om de vaccinmandaten van Biden te blokkeren, na een jaar van inspanningen om vaccinatie te ontmoedigen. Maar, ongelooflijk, ze geven Biden tegelijkertijd de schuld van sterfgevallen door coronavirus – sterfgevallen die bijna volledig voorkomen onder niet-gevaccineerden,’

Milbanks concludeert over de Amerikaanse media wat in mindere mate ook geldt voor de Nederlandse media. In Nederland staat nog niet het voortbestaan van de democratie op het spel zoals in de VS, maar wel de sociale cohesie en de geloofwaardigheid van de politiek: ‘Te veel journalisten zitten gevangen in een hersenloze neutraliteit tussen democratie en haar saboteurs, tussen feit en fictie. Het is tijd om een standpunt in te nemen.’

Frederik van Eeden, Hugh MacRae en Alvin Johnson. Gedachten bij twee foto’s van Nederlandse kolonisten in North Carolina (vanaf 1911)

Cape Fear Dairy [The Cape Fear Dairy owners and operators, left to right: Cornelius (1895-1981), Dirk, Jr. (1899-1980), Hendrick (1906-1985), Jacob (1910-1980), William (1896-1976), Jan (1908-1955), Dirk, Sr. (1873-1939) and Maarten (1901-1962) Swart]. Collectie: New Hanover County Public Library.

Op deze foto’s zien we Nederlandse emigranten die zich na 1911 vestigden in het zuidoosten van de Amerikaanse staat North Carolina. Initiatiefnemer was zakenman, bankier en grootgrondbezitter Hugh MacRae die dat deel van de staat ten noorden van Wilmington wilde ontginnen. Bemiddelaar en initiator voor de Nederlandse kolonisten was schrijver en idealist Frederik van Eeden die in Nederland in 1898 met weinig succes bij Bussum de kolonie Walden had opgezet. De kolonie ging door wanbeheer in 1907 failliet. De Amerikaanse kolonie Van Eden (ook: Van Eeden) was de herkansing.

Dat mislukte om dezelfde redenen als Walden zoals een artikel uit 1998 van Marianne Mooijweer in De Parelduiker concludeert: ‘Waarom ging het mis? Twee kolonisten met een financieel-economische opleiding, die beiden twee jaar in Van Eden woonden, weten de moeilijkheden aan gebrekkig management. Een doelmatig bestuur ter plaatse zou goede cursussen hebben geregeld en korte metten gemaakt met de te individualistische mentaliteit van de immigranten. Het zou snel hebben ingespeeld op misoogsten of afzetproblemen en een gevoel van saamhorigheid hebben geschapen. In zijn autobiografie trok Alvin Johnson dezelfde conclusie, die opmerkelijk goed aansluit bij wat Frederik van Eeden had aangewezen als de oorzaak van de mislukking van Walden en zijn Amerikaanse kolonie. Men kon het socialisme niet overlaten aan de werkers zelf. Coöperatie en zeggenschap waren prachtige idealen, maar het kwam aan op krachtige leiding en efficiënt zakendoen. Zonder winst geen Nieuwe Wereld’.

A family at Van Eeden [Photograph of a family standing in front of one of the homes constructed for colonists at the Van Eeden farm colony]. Collectie: New Hanover County Public Library.

De Cape Fear melkveehouderij van de familie Swart, genoemd naar de gelijknamige rivier, was niet gelegen in Pender County waar de Eden kolonie was gevestigd, maar iets ten zuiden daarvan in Castle Hayne, New Hanover County. Het bedrijf was tamelijk succesvol. In 1946 ging het over op een andere Nederlandse specialiteit: bloembollen.

Het artikel van Marianne Mooijweer verklaart het verschil tussen de ervaren boeren en de gezinnen die zich in de kolonie vestigden: ‘Bijna twintig gezinnen vestigden zich in het dorp. Het zat ze niet mee. MacRae ondersteunde hen financieel en praktisch, maar kon een fiasco niet voorkomen. Hij verwonderde zich over hun mentaliteit, schreef hij Van Eeden. Hij vond de pioniers nogal egoïstisch en eigenzinnig. Er waren steeds conflicten, er werd kwaadgesproken en als iemand een succesje boekte, was de rest jaloers in plaats van zijn methode ook te proberen. Ze weigerden deskundig advies op te volgen, terwijl ze nooit in het boerenbedrijf hadden gewerkt (de paar ervaren boeren die in Van Eden kwamen kijken, besloten zich elders te vestigen).

Valt het de kolonisten kwalijk te nemen dat ze mislukten? Eigenlijk niet. Akkerbouw was niet te doen. De voorwaarden waren slecht. De omschrijving bij de onderste foto zegt (vertaald): ‘Het land werd geplaagd door drainageproblemen, waardoor de kolonisten andere manieren moesten vinden om in hun onderhoud te voorzien. Ze richtten hun aandacht op de melkveehouderij op het land, maar ook dat mislukte. Uiteindelijk verlieten kolonisten in Van Eeden het land voor stedelijke banen‘.

Het naschrift bij de twee mislukte landbouwkolonies van Van Eeden geeft Mooijweer. In 1938 werd het terrein van de voormalige Van Eden kolonie van MacRae opgekocht door de maatschappelijk geëngageerde econoom Alvin S. Johnson die er in 1939 de Alvin Corporation oprichtte. Het diende om Joodse vluchtelingen op te vangen: ‘Op een enkeling na waren het mensen met een stedelijke achtergrond, soms hoogopgeleid en in Duitsland of Oostenrijk onder meer werkzaam geweest in het onderwijs en de groothandel. Er waren ook accountants bij, en een architect. Dikwijls hadden de mannen in een concentratiekamp gezeten en wisten zij na hun vrijlating met behulp van een al eerder geëmigreerd familielid een visum voor Amerika te krijgen‘.

(..) ‘De secretaresse van Johnson, die in 1941 een paar weken in Van Eden woonde, omschreef dit als het gevoel een vis op het droge te zijn: onmachtig en uit zijn element. Dankbaarheid dat hun leven was gespaard en frustratie wegens de omstandigheden op Van Eden streden om de voorrang. De huisjes waren niet zo comfortabel. Malaria dreigde. Soms vraten de koeien van de buren de oogst op. Het gedwongen samendoen met landbouwwerktuigen wekte irritatie. Degenen met auto’s ergerden zich eraan dat zij steeds voor de benzine-kosten opdraaiden als er weer eens iemand mee moest naar de stad. Het advies dat ze kregen, leek hun niet deskundig genoeg. De afwatering liet te wensen over. Het bleek moeilijk goede prijzen voor hun producten te krijgen. Ze trokken het zich aan dat de Amerikaanse boeren uit de omgeving hen uitlachten om hun onwetendheid. Sommigen maakten zich ook zorgen dat het opnieuw op het conto van ‘de joden’ geschreven zou worden als alles mislukte. Er werd geroddeld over medekolonisten, als iemand iets bijzonders kreeg, gaf dat scheve ogen. Het was hard werken met een onzekere toekomst, al boekten de kolonisten die een melkveehouderij waren begonnen redelijk goede resultaten‘.

Dit is een verhaal over goede bedoelingen. Het laatste woord is een kwinkslag uit La Peste van Albert Camus (vertaald): ‘Het kwaad in de wereld komt voort uit onwetendheid, en goede bedoelingen kunnen net zoveel kwaad doen als kwaadaardigheid, als ze niet gepaard gaan met kennis’.

Gedachte bij twee lantaarnplaten van de Keystone View Company (1898-1905)

Windward and Eric-Peary Expedition, 1901-Greenland. 1898-1901. Collectie: Keystone View Company Lantern Slides, 1892-1912. College of Charleston Libraries

Dit zijn twee lantaarnplaten van de Keystone View Company uit Pennsylvania die in de collectie van de LCDL (Lowcountry Digital Library) in South Carolina terecht zijn gekomen. De platen waren bedoeld voor educationele doeleinden en werden in de klas vertoond. De in deze collectie opgenomen 218 platen dateren van 1892 tot 1912 en moesten de toenmalige kinderen een beeld van de wereld geven.

De plaat van de expeditie van Robert Peary kan natuurlijk niet uit 1892 dateren als de expeditie daarna in 1901 plaatsvindt. Een beschrijving van de Amerikaanse Naval History and Heritage Command dateert de opname op 1898-1901. The J. Paul Getty Museum dateert de opname op 1901. Twee bemanningsleden staan mooi afgetekend tegen een witte achtergrond van ijsschotsen met hun schepen in de verte. De wereld werd ontdekt. Dat moest niet ongenoemd blijven.

Shucking Oysters, Oyster House, Baltimore, Md., 1905. Collectie: Keystone View Company Lantern Slides, 1892-1912. College of Charleston Libraries

Library of Congress dateert deze plaat op 1905. Meisjes en vrouwen die oesters aan het schoonmaken zijn in een loods in Baltimore staan strak in het gelid. Iets compleet anders dan een expeditie van stoere mannen die elementen trotseren en een beeld van vrijheid en avontuur oproepen.

Deze vrouwen trotseren direct toezicht. Oesterschelpen liggen op de vloer. In de achtergrond staan blikken opgestapeld om de oesters in te blikken. Men kan alleen maar raden wat Amerikaanse schoolkinderen van iets na de vorige eeuwwisseling verteld werd bij deze lantaarnplaat. Iets over arbeidsomstandigheden, werkgelegenheid en vrouwenrechten? Dat is nou wat beeldvorming is.

Gedachte bij een menu van artsenorganisatie NMG (1901)

SEE ABOVE [held by] NEDERLANDSCHE MAATSCHAPPU TOT BEVORDERING DER GENEESKUNST [at] NETHERLANDS (?) (FOR;), 1901. Collectie: The Buttolph collection of menus.

Op het eerste gezicht begrijp ik niks van bovenstaande afbeelding, op het tweede gezicht iets meer maar uiteindelijk toch weinig. En als ik het wel begrijp, dan schrik ik over hoe de maatschappelijke verhoudingen in 1901 waren.

De prent is opgenomen in een verzameling van menu’s, de Buttolph collection of menus. Het gaat om een menu van een banket op 2 juli 1901 in Den Haag van de Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst die in 1849 werd opgericht en sinds 1949 het predikaat Koninklijk (KNMG) mag voeren.

SEE ABOVE [held by] NEDERLANDSCHE MAATSCHAPPU TOT BEVORDERING DER GENEESKUNST [at] NETHERLANDS (?) (FOR;), 1901. Collectie: The Buttolph collection of menus.

Het menu is standaard voor die tijd: twee soepen, te weten heldere bouillon met mergballetjes en gebonden ossenstaartsoep die worden voorafgegaan door een gevarieerd voorgerecht. Daarna een timbaaltje met ganzenlever en champignons, zalm, een afwisseling van wit en rood vlees, kreeft en dessert. Dit waren de jaren dat de Franse meesterkok Auguste Escoffier grote invloed had, nieuwe gerechten uitvond en de kook- en eetkunst rationaliseerde.

In de toelichting staat: ‘PRICED WINE LIST; ILLUSTRATION OF ROBED GREEK GODS TOASTING MAN FISHING IN CANAL AND BANQUET; MUSICAL PROGRAM‘. Het is onduidelijk waar de geprijsde wijnlijst en het muzikale programma zijn. Ze zijn niet gedigitaliseerd en online niet terug te vinden.

Wat verbaast is het contrast in de illustratie met de twee geklede Griekse goden die toasten met het gezelschap van mannelijke artsen dat in de achtergrond aan lange tafels heeft plaatsgenomen met de vissende man op de voorgrond. Hij is op zijn beurt weer het symbool van de Nederlander voor wie de artsen zorgen. De illustratie is een estafette van dienstbaarheid en begunstiging. Gaat het om Asklepios (god van geneeskunde en genezing) met zijn dochter Hygieia (godin van de gezondheid) die de artsen zegenen?

Het lijkt op een verhaal van Charles Dickens waar achter de ruiten een welvarend gezin aan een rijk gedekte tafel zit en buiten op straat hongerige kinderen het water in de mond loopt. Nu wordt de visser tamelijk neutraal afgebeeld, maar toch wordt er een tegenstelling gesuggereerd tussen binnen en buiten, tussen hem en de toastende en etende artsen binnen. Het heil van de goden richt zich op de artsen. Logisch omdat het ‘hun’ goden zijn. Het verschil laat tevens een uitspraak over de maatschappelijke verhoudingen van 1901 zien. Om het met een woord te omschrijven dat erbij past: hovaardig. Het zal toen door de artsen ongetwijfeld niet zo ervaren zijn. Is dat schrikken?

Waarom ik aanklacht van burgerinitiatief om Willem Engel te stoppen onderteken

Schermafbeelding van deel site stopwillemengel.nl.

Vandaag heb ik de aangifte tegen Willem Engel ondertekend en is die officieel ontvangen door het OM. Dit burgerinitiatief om Engel te stoppen die van opruiing wordt beschuldigd is opgezet door Norbert Dikkeboom. Volgens berichten in de media hebben op dit moment al zo’n 10.000 mensen de aanklacht ondertekend.

De site met informatie over Engel (stopwillemengel.nl) is hier te vinden en de aanklacht kan hier (aangiftewillemengel.nl) ondertekend worden.

Schermafbeelding van deel site aangiftewillemengel.nl.

Ik ben het eens met de aanklacht tegen Engel en heb die daarom ondertekend.

De bedoeling is dat politie en Justitie een oordeel kunnen vellen over de praktijken (en gevolgen) van Willem Engel, zo wordt gezegd.

Schermafbeelding van deel site aangiftewillemengel.nl.

Het merkwaardige is dat een type als Engel voortdurend ophitsende en verdeeldheid zaaiende uitspraken in de media kan doen en Justitie daar niet op reageert. De site stopwillemengel.nl formuleert dat zo: ‘Engel creëert een klimaat waarin onrust, destabilisatie, geweld en opstand de boventoon voeren. Het Openbaar Ministerie ziet het met lede ogen aan en grijpt niet in. Nog niet‘.

Het gaat er niet om dat ik het niet eens ben met de meningen van Engel. In Nederland mag iedereen zich een eigen mening vormen en die naar voren brengen. Een land met 19 partijen in het parlement garandeert pluriformiteit. Dat moet zo blijven. Het gaat erom dat Engel bewust de democratie en de rechtsstaat ondermijnt. Hij ontkent dat en denkt zo geen verantwoording af te hoeven leggen. Justitie moet in deze zaak duiken om te toetsen of Engel binnen de wet handelt of daar buiten gaat. In dat laatste geval kan Justitie hem een sanctie opleggen.

Of de afwachtende houding van Justitie wordt ingegeven door koudwatervrees, angst, gebrek aan urgentie, lethargie of instemming met Engel blijft de vraag.

Justitie wil en mag niet politiek opereren, maar als agitatoren als Engel of Baudet bewust de samenleving, tijdens notabene een gezondheidscrisis vanwege de COVID-19 pandemie, met misleiding, onwetenschappelijke kwakzalverij, leugens en insinuaties over gebruik van geweld ondermijnen dan is op een gegeven moment de maat vol. Agitatie kent grenzen. Dan dient Justitie in actie te komen vanwege de weerbaarheid van de democratie. Afwachten en niet ingrijpen is geen optie omdat een langzame zelfmoord van de samenleving ongewenst is.

In de VS is iets vergelijkbaars aan de hand. Er zijn volop aanwijzingen dat voormalig president Donald Trump de initiator en regisseur van de opstand van 6 januari 2021 is die een hoogtepunt vond in de bestorming van het Capitool. Het gebruik van geweld door de opstandelingen leidde tot de verwonding en dood van ordehandhavers. Ook in de VS blijft Justitie op de handen zitten en onderneemt niks tegen Trump die de democratie omver wilde werpen.

Nu is Willem Engel van een andere orde dan Donald Trump. Engel is een onruststoker in de marge zonder politieke macht. Zijn verdienmodel als voormalig dansleraar is flinterdun: opruien om er financieel, maatschappelijk en publicitair beter van te worden.

Het is de vraag of de aandacht die Engel nu krijgt door de aanklacht tegen hem uiteindelijk goed uitpakt. Het is een gok. Als Justitie krachtig ingrijpt, dan is de aanklacht zinvol. Als Justitie blijft aarzelen zoals het tot nu toe heeft gedaan, dan profiteert Engel en krijgt hij nog meer publiciteit.

Nogmaals, Justitie is onpartijdig en apolitiek. Dat moet zo blijven. Ook is de vrijheid van meningsuiting groot, maar niet onbeperkt. Dat zeggen de Grondwet en het het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het is aan Justitie om achteraf de uitspraken en daden van Engel te toetsen. Daar vraagt de aanklacht om.

De aanklacht tekenen om Willem Engel te stoppen kan hier.

Door kindermisbruik en dwangarbeid beschadigde katholieke kerk kan eigen moraliteit beter niet als voorbeeld stellen. Bij een brief van Henk Bressers in NRC

Brief van Henk Bressers in NRC, 26 november 2021.

Deze brief in NRC van 26 november 2021 houdt een pleidooi voor religie. Afzender is Henk Bressers uit Den Haag. Hij is zeer waarschijnlijk lid Diaconie van de Pastoraatgroep van de Parochie Maria Sterre der Zee. Van die functie wordt bij de ondertekening van de brief geen melding gemaakt. Zodat niet duidelijk wordt gemaakt dat Bressers beroepsmatig is verbonden aan de Rooms-Katholieke kerk die zijn broodheer is en hij feitelijk voor eigen parochie preekt.

Het is gissen waarom de redacteur die verantwoordelijk is voor de rubriek Brieven in NRC niet heeft gevraagd of Bressers met zijn functie als lid van de Pastoraatgroep van een katholieke parochie ondertekent. Als de redacteur dat niet wist, dan lijkt het er sterk op dat de screening onvoldoende is geweest. Is hier de procedure gevolgd? Dit steekt des te meer omdat het over een onderwerp gaat dat de kern van Bressers’ beroepsleven is: religie.

Bressers heeft het over maatschappelijke verloedering en ziet daarvoor religie als oplossing. Zijn impliciete claim, dat hij ‘verboden terrein’ noemt, is dat religieuze organisaties het beste in morele ijkpunten of moraliteit voorzien omdat ‘daar wel alles klaar ligt over dit onderwerp’. Daarmee gaat hij op twee manieren de fout in.

Het is een ongekende brutaliteit dat Bressers redeneert vanuit een religieuze organisatie als de katholieke kerk die moreel zo ontspoord is. Je moet maar durven om een katholieke kerk die door het grootschalig en decennialang kindermisbruik door priesters en door de dwangarbeid in naaiateliers en wasserijen van meer dan 15.000 meisjes en vrouwen moreel door de bodem is gezakt, voor te stellen als een voorbeeld van moraliteit.

Het valt te begrijpen waarom Bressers dit doet. Hij zal de aanvallen op de katholieke kerk door de slachtoffers, het aarzelend, halfslachtig antwoord op het kindermisbruik en de dwangarbeid door al die bisschoppen en het chagrijn om verbonden te zijn aan zo’n controversiële religieuze organisatie onderhand beu zijn. Rot gijzelt zijn kerk. De sfeer zal er bepaald niet jubelend meer zijn.

Bressers wil daar iets positiefs tegenover zetten. Een blijde boodschap. Daarom verzwijgt hij dat hij verbonden is aan de katholieke kerk en probeert tegelijk religie in het zonnetje te zetten.

Naast al het onrecht dat de katholieke kerk in de laatste eeuw jongeren en vrouwen heeft aangedaan en waarvoor het nu ter verantwoording wordt geroepen overspeelt Bressers zijn hand als hij stelt dat wij ‘met de religie deze eigenschappen [bezinning, ingetogenheid, nederigheid, naastenliefde en .. simpel buigen] als structurele invulling van ons leven zijn kwijtgeraakt’.

Het is van een verregaande arrogantie van Bressers om vanuit het perspectief van een katholieke kerk die moreel zo is ontspoord te suggereren dat mensen die zich niet laten inspireren door religie de morele eigenschappen zijn kwijtgeraakt. Met deze houding toont hij minachting voor mensen met een andere levensovertuiging die haaks staat op zijn claim dat religie het beste voorziet in bezinning, ingetogenheid, nederigheid en naastenliefde. Hij lijkt niet door te hebben dat hij door zo’n hooghartige houding zichzelf tegenspreekt en het tegendeel van bezinning, nederigheid en naastenliefde toont.

In Nederland zegt volgens onderzoek van het CBS dat een meerderheid van de bevolking (2019: 54.1%) zich niet door religie laat inspireren. Religie heeft in de afgelopen 50 jaar veel aan maatschappelijke invloed verloren. De samenleving is in ontwikkeling en de functies van religie worden geleidelijk vervangen door andere sectoren. Dat varieert van populaire cultuur tot kunst.

Dat Bressers een achterhoedegevecht voert voor zijn moreel onder druk staande katholieke kerk valt hem niet te verwijten, maar wel dat hij de moraliteit voor religie exclusief opeist.

Gedachte bij foto ‘[Miscellaneous Sites in the Netherlands]: an unidentified location, probably in Amsterdam’, 1906

Thomas Warren Sears, [Miscellaneous Sites in the Netherlands]: an unidentified location, probably in Amsterdam, 1906. Collectie: Smithsonian Institution, Archives of American Gardens, Thomas Warren Sears photograph collection.

Er zijn drie foto’s van Thomas Warren Sears opgenomen in de collectie van het Smithsonian Institution met als zoeklocatie Nederland. Een ervan wordt duidelijk gelokaliseerd in Amsterdam en de andere twee die op dezelfde plek zijn genomen vermoedelijk ook. Bovenstaande afbeelding is er een van.

Op de achtergrond is een toren te zien. Die van de Zuiderkerk? Het water is tamelijk breed en gaat de breedte van een gracht als de Groenburgwal te buiten. Maar een rivier is het niet. Iets ertussenin. Halflandelijkheid. Ach, het doet er niet toe waar het is. Of waar het was. Want het is september 1906. Voor eeuwig. De werkelijkheid is opgeborgen.

De verstilling van het beeld roept het woord ‘versterven’ op. De stad is bedaard en houdt zich stil. Of dat voor even is terwijl de fotograaf zijn werk doet zou kunnen. We weten het niet. Zoals we nooit weten dat wat we niet zien iets doet wat zich aan onze waarneming onttrekt.

De overgang van de onder- naar de bovenwereld, spiegel van de ziel, nevel als de naderende dood en al dat soort wijsneuzige voetnoten van de uitlegkunde die vooral doorverwijzen zonder te landen, zonder te ontschepen, helpen niet verder bij het duiden van deze afbeelding. Dat is ook niet nodig. Waarom zouden we iets identificeren dat zich er juist door kenmerkt dat het zich daaraan onttrekt?

Gemeente Oost Gelre grijpt eenzijdig in vanwege ‘shockerende’ kunstwerken op tentoonstelling in gemeentehuis

Schermafbeelding van deel artikelGemeente verhangt ‘shockerende’ kunst: ‘We willen geen agressie opwekken’ in De Gelderlander, 26 november 2021.

Regelmatig hebben gemeentelijke organisaties die kunstenaars uitnodigen om kunstwerken in hun gemeentehuis hangen er vanwege de zedelijkheid moeite mee. Wat dan volgt is een terugtrekkende beweging van de gemeente die iedereen schade berokkent.

Het patroon is het volgende. Enkele lokale kunstenaars wordt toegezegd dat ze carte blanche hebben om kunst op te hangen. Maar als puntje bij paaltje hangt houdt de gemeente zich niet aan de belofte. De gemeentelijke organisatie zegt klachten te krijgen uit de gemeente en de kunst te moeten verwijderen of op een minder prominente plek te moeten hangen.

Het zijn de afbeeldingen van blote borsten of geslachtsdelen waar ambtenaren zich ongemakkelijk bij voelen. Dat zeggen ze niet rechtstreeks. Ze verschuilen zich achter vermeende klachten van inwoners die niet of slecht te checken zijn. Vanwege privacy moet de klacht anoniem blijven. De gemeente denkt hiermee een waterdicht excuus te hebben.

De kunstenaars zijn teleurgesteld omdat hun presentatie door de war is gehaald en het verhangen buiten hen om is gebeurd. Een ambtenaar biedt daarvoor vervolgens verontschuldigingen aan onder het mompelen van de mantra dat de organisatie ‘moest handelen’ vanwege de ‘opmerkingen over bepaalde stukken’. Om dat kracht bij te zetten wordt eraan toegevoegd dat dat tot ‘agressie tegen de mensen achter de balie’ zou kunnen leiden. De verantwoordelijke ambtenaar voegt er steevast aan toe dat het niet om ‘censuur’ gaat, maar om de plek. Wat het verschil is wordt niet verduidelijkt.

Astrid Vredegoor, Perfection. Werk op de tentoonstelling expositie VROUW in het gemeentehuis van de gemeente Oost Gelre dat is verhangen zonder medeweten van de kunstenaar en op initiatief van de directeur van het gemeentehuis

Deze keer is het gemeentehuisdirecteur Jeroen Heerkens van de Achterhoekse gemeente Oost Gelre die zich met gelegenheidsargumenten tot woordvoerder van culturele onverdraagzaamheid maakt. De Gelderlander bericht erover. Hij bezocht van 1988 tot 1995 het katholieke Gymnasium Bernrode in Heeswijk. Werken op de tentoonstelling ‘VROUW’ over geweld tegen vrouwen van Astrid Vredegoor, Cynthia van Wijngaarden en Natasja Scharenborg werden door hem controversieel verklaard.

Bijna nooit wordt expliciet gemaakt door de gemeentelijke organisatie vanuit welke hoek de klacht komt en of inwoners eigenlijk wel geklaagd hebben. Het blijft vaag en is niet te checken. Als er protest is, dan is het onduidelijk hoe omvangrijk dat is. Een persoon, twee personen? De islamitische schoonmaker die de kunst nauwelijks opmerkt en zich er niet aan stoort wordt door projectie van eigen bezwaren van ambtenaren vaak als argument en als zondebok gebruikt om de tentoonstelling overhoop te halen en de kunstwerken te verhangen.

Doorgaans blijft onduidelijk of de verantwoordelijke ambtenaar de klachten uit de duim zuigt en handelt vanuit een preventieve impuls om mogelijke klachten voor te zijn. Die echter mogelijk wordt aangejaagd door de religieuze overtuiging van de betrokken individuele ambtenaar zelf. Zodat hij (het is bijna altijd een man) zich achter de gefabriceerde klacht kan verschuilen en zelfs buiten schot denkt te blijven. Dat hij zich met zijn kulargumenten belachelijk maakt neemt hij op de koop toe of ontgaat hem volledig.

De lokale kunstenaars kiezen eieren voor hun geld en schikken zich in de gemeentelijke betutteling en censuur omdat ze voor opdrachten en subsidies afhankelijk zijn van de gemeente. Ze zeggen in de lokale pers dat ze ‘een goed gesprek’ hebben gehad met de verantwoordelijke ambtenaar en dat ze er met elkaar naar tevredenheid uit zijn gekomen.