Directeur Robert van Langh spant kort geding aan tegen Raad van Toezicht Drents Museum

Schermafbeelding artikel‘Directeur Robert van Langh wil aan het werk en sleept Drents Museum voor de rechter” van RTV Drenthe, 25 augustus 2026.

Algemeen directeur Robert van lang sleept de Raad van Toezicht voor de rechter om zijn werkzaamheden voort te zetten. Voorzitter Ineke van Gent trad pas in maart 2026 in functie toen zij Alexander Pechtold opvolgde. Van Langh werd door de vorige Raad van Toezicht in juni 2025 geselecteerd en trad per 1 november 2025 in functie toen hij Harry Tupan opvolgde.

Door een kort geding tegen zijn werkgever aan te spannen zoekt Van Langh de confrontatie. Hij werd op 18 augustus 2026 door de Raad van Toezicht ‘voorlopig‘ op non-actief gesteld ‘vanwege een bestuurscrisis en een onderzoek naar de werkcultuur‘, aldus een bericht van de NOS. Het onderzoek naar de werkcultuur bij het museum is naar verwachting begin september 2026 afgerond. Dat wilde Van Langh blijkbaar niet afwachten.

De NOS vermeldt ook wat het DvhN eerder meldde: ‘Vorige maand schreef de krant(opent in nieuw venster) dat Van Langh een verbetertraject moest volgen na klachten over sociale onveiligheid en grensoverschrijdend gedrag bij zijn vorige baan. Hij was jarenlang het hoofd van de afdeling Conservation & Science bij het Rijksmuseum in Amsterdam.’

Zakelijk directeur Annelies Meuleman werd in juni 2026 door de nieuwe Raad van Toezicht onder voorzitterschap van Ineke van Gent op non-actief gesteld. Bij de rechter kreeg ze gelijk, maar ze keerde niet terug op de werkvloer. Volgens het DvhN liggen liggen Van Langh en Meuleman op ramkoers met elkaar. Nu ligt Van Langh ook op ramkoers met de Raad van Toezicht en voorzitter Ineke van Gent.

Is het mogelijk uit deze kwestie een conclusie te trekken die breder is dan de perikelen bij het Drents Museum? Een verklaring voor het feit dat relatief veel Nederlandse museumdirecteur in problemen zijn gekomen is dat het model van opleiding, ervaring en organische groei hapert. Zodat museumdirecteuren te grote of te zijdelingse stappen zetten. En haaks komen te staan op de werkcultuur en daarmee in problemen komen. Ook is het mogelijk dat er een faseverschil is ontstaan tussen een ambtelijk-archaïsche werkcultuur en zij-instromers in de museumsector die bestuurlijk zijn ingesteld zonder voeling met die cultuur te hebben of zelfs te willen hebben.

Het model dat iemand begint als conservator of museumdirecteur bij een klein museum en na enkele jaren respectievelijk een stapje zet als directeur bij een middelgroot museum of als directeur bij een klein museum lijkt steeds minder gangbaar. Noem het het burgemeestersmodel. Het is onduidelijk waarom dat model van geleidelijke groei minder aantrekkelijk is en Raden van Toezicht er in hun werving niet meer onverkort aan vasthouden.

Een gemis voor kunstmusea is dat in de opleidingen kunstgeschiedenis de beroepsvariant manager ontbreekt. Bredere studies cultuurwetenschappen kennen die variant wel.

Kritiek op muurschilderingen in Maastricht

Schermafbeelding van deel artikel Murals: kunstenaar pleit voor meer minimalisme buitenkunst‘ in De Nieuwe Ster, 24 augustus 2026.

De in Frankrijk wonende kunstenaar Paul Tieman heeft kritiek op de muurschilderingen in de openbare ruimte in zijn geboortestad Maastricht. Volgens een artikel in De Nieuwe Ster van 24 augustus 2026 vindt Tieman ‘dat de ‘buitenkunst’ veel op elkaar begint te lijken‘ en over de muurschilderingen zegt hij het jammer te vinden ‘dat er meestal gekozen wordt voor bonte kleuren, “vlakvullende” en in het straatbeeld nogal dominante werken. Dat levert volgens mij een eenzijdig beeld op van wat deze kunst kan zijn.’

Tieman die pleit voor minimalistisch werk dat zich meer subtiel in de omgeving voegt zegt het netjes.

De voorbeelden van muurschilderingen die bij het artikel staan zijn op z’n best gezegd bont en eenzijdig. Zoals het werk in het Sphinxkwartier van Collin van der Sluijs. Tieman sluit met zijn kritiek aan op het pleidooi van de Welstands- en Monumentencommissie (WMC) en de Adviescommissie Kunst in de Openbare Ruimte (AC-KIOR) die meer variatie willen in stijl, en dus in kunstenaars. De commissies vinden ook dat er een betere afstemming moet zijn tussen locatie en kunstwerk.

Een ander voorbeeld van een ‘mural’ is van Dave de Leeuw in de wijk Mariaberg waar als onderdeel van het project ‘Gruuts’ in 2023 een buurtverhaal tot leven worden gebracht door middel van kunst. Een artikel van Maasvallei zegt over de ‘murals’: ‘Meestal zijn ze groots van omvang. Kunst met een grote K dus!

Muurschildering Huisdieren van Marcus Gomad in Mariaberg, Maastricht.

Niet iedereen begrijpt dat het hier om kunst gaat, laat staan om kunst met een grote K. Onlangs werd een muurschildering van Dave de Leeuw op het pand van de voormalige dag- en nachtopvang aan de Statensingel op verzoek van de gemeente Maastricht verwijderd omdat het niet wist dat het om een kunstwerk ging. Dat leidde volgens De Nieuwe Ster tot raadsvragen aan wethouder John Aarts.

De les is dat kunst in de openbare ruimte dominant en storend kan zijn voor omwonenden en er daarom goed over gecommuniceerd moet worden. Het gaat verder dan hobbyisme of een sociaal initiatief van een groep bewoners die de buurt wil ‘verlevendigen‘ en alleen al vanwege het initiatief het groene licht van een gemeente krijgt. Zonder dat het werk getoetst wordt op kwaliteit. Het vraagt een moeizaam proces van overleg en het is verleidelijk voor betrokkenen om daaraan voorbij te gaan. Het risico is een muur van onbegrip.

PS: In een eerdere versie werd de muurschildering van Marcus Gomad abusievelijk toegeschreven aan Dave de Leeuw. Zie hier voor het project Gruuts (trots) op Mariaberg.

Wankele opinie van Jori Kalkman over kwestie Jason Arday

Schermafbeelding van deel opinie-artikelKritiek op Jason Arday past in een patroon‘ (papieren editie) of ‘Campagne tegen Jason Arday toont onveilige omgeving voor zwarte wetenschappers aan. Ook in Nederland’ (digitale editie van Jori Kalkman in Het Parool, respectievelijk 22 en 17 augustus 2026.

In het opinie-artikelKritiek op Jason Arday past in een patroon‘ in de papieren editie van Het Parool van 22 augustus 2026 meent Jori Kalkman dat de academische wereld met twee maten meet. Aanleiding voor zijn conclusie is de affaire Jason Arday. Zijn argumentatie is rommelig en niet sluitend.

De zwarte Jason Arday was hoogleraar Sociologie van het Onderwijs aan de Universiteit van Cambridge en pleegde op 14 augustus 2026 zelfmoord nadat er twijfels over zijn academische cv waren ontstaan, uitkwam dat hij een publicatie had verzonnen en beticht werd van plagiaat. Hij nam op 5 augustus 2026 ontslag.

Kalkmans opinie wordt gepresenteerd onder het kopje ‘diversiteit‘ en gaat over de ‘onveilige omgeving voor wetenschappers van kleur‘. Kalkman is deskundige op het gebied van crisisbeheersing, rampenbestrijding en maatschappelijke weerbaarheid. Zijn opinie over de kwestie Jason Arday valt buiten zijn vakgebied. Toch wordt hij in Het Parool gepresenteerd als ‘Universitair hoofddocent aan de Universiteit Wageningen‘. Dat tekent opnieuw de verkeldering van de Nederlandse journalistiek.

Kalkman stelt dat witte wetenschappers die frauderen ‘ambitieus‘ worden genoemd, maar bij zwarte wetenschappers ‘het volledige inclusiebeleid‘ erbij wordt gehaald. Dat is tweemaal een onjuiste bewering.

Een quickscan op internet leert dat witte wetenschappers als Diederik Stapel, Mart Bax of Dirk Smeesters die fraudeerden van hun functie werden ontheven, soms hun doctorstitel verloren en hun academische carrière een stevige knak kreeg of zelfs ten einde kwam. Precies zoals bij Jason Arday die gelogen had over zijn wetenschappelijke carrière. Opvallend is dat alle deze gevallen spelen op het gebied van de sociale wetenschappen.

Het lijkt vast te staan dat Jason Arday zijn aanstelling aan Cambridge meer verdiend had vanwege zijn identiteit dan vanwege zijn wetenschappelijke verworvenheden. Het is zeker zo dat conservatieve of radicaal-rechtse opinieleiders het op Arday gemunt hadden vanwege zijn zwarte identiteit.

Dat wil nog niet zeggen dat Arday terecht benoemd was op Cambridge. Zoals Judi Mesman in de Volkskrant beweert dat de aanstelling van Arday gebeurde op een moment van crisis, toen universiteiten onder vuur lagen vanwege een wit personeelsbestand. Ligt de verantwoordelijkheid van de kwestie niet bij een universiteit die iemand benoemde als identitair boegbeeld?

Kalkman meent dat er vooral in de VS een heksenjacht is tegen zwarte wetenschappers. Dat noemt hij een patroon. Dat kan zo zijn, maar het is breder. Er is ook een heksenjacht tegen witte wetenschappers en DEI-beleid (Diversity, Equity en Inclusion) vanuit radicaal-rechtse hoek. Denk aan het ontslag door president Trump van de witte, blonde Nederlandse Kim Sajet als directeur van de National Portrait Gallery in Washington D.C. omdat ze een voorstander van diversiteitsbeleid in de culturele sector was. Die nuancering laat Kalkman achterwege.

Het is onterecht als vanwege de ontmaskering van één frauderende zwarte wetenschapper alle zwarte wetenschappers verdacht worden gemaakt. Dat is racisme. ‘Rassenrealist’ Nathan Cofnas die de zaak aanzwengelde is selectief in zijn verontwaardiging en het is geen toeval dat hij geschorst is door de Universiteit Gent waar hij werkzaam is. Het is belangrijk om racisme op universiteiten en in de samenleving te bestrijden. Kalkmans opinie helpt daar niet aan mee door feiten te verbloemen en even selectief te redeneren als rechtse opinieleiders die hij opponeert.

De verkeldering van de Nederlandse journalistiek

Eddy van Wessel, A fire broke out in Saltivka, a suburb of Kharkiv, after a Russian bomb struck a large gas pipeline in the area. Photographs by Eddy van Wessel. In: The New Yorker. 2025.

Het recente optreden van cultuurfilosoof Jelle van Baardewijk die hoofddocent is aan de bedrijfsacademische Nyenrode Business Universiteit bij WNL heeft tot kritiek geleid. Zoals Hubert Smeets constateert in zijn columnAcademici die lak hebben aan de feiten‘ in NRC.

‘Marc’ reageerde op WNL.tv bij het berichtFilosoof Van Baardewijk wil Poetin zijn zin geven: ‘Ze voelen zich onveilig met Zelensky, ze willen Europa niet‘ van 12 augustus 2026: ‘Ik vind het schandalig dat WNL een wappie die dom Russische propaganda na papegaait een platform geeft om die gevaarlijke onzin te mogen uiten. Mijn vrouw is Georgisch. Ga eens met haar praten dan hoor je de waarheid over Rusland. Voor mij reden om direct mijn lidmaatschap van WNL op te zeggen.

Het nieuwsfeit is niet wat Van Baardewijk zegt, maar dat hij uitgenodigd wordt om zijn propaganda te spuien. Door welke bronnen worden types als Van Baardewijk, Schinkel of Engelen gevoed? En hoe informeren redacties van media als WNL zich?

Ook over de redactie Opinie van NRC kan men zich afvragen hoe evenwichtig de afweging is om types als Engelen, Schinkel, Hendriks of Korthals Altes herhaaldelijk ruimte te geven.

Academici die zich beroepen op hun deskundigheid, maar over Oekraïne en Rusland praten alsof ze daarover deskundig zijn zonder dat te zijn, zijn daarover even deskundig als elke willekeurige burger. Omdat Oekraïne en Rusland buiten hun vakgebied liggen zouden media deze academici alleen uit moeten nodigen voor onderwerpen die binnen hun vakgebied vallen.

Redacties moeten in hun uitnodigingsbeleid scherper en zorgvuldiger worden. Nodig alleen iemand uit met echte kennis van zaken over een specifiek onderwerp. Dat gaat dus niet over van elkaar afwijkende meningen, maar over een debat tussen deskundigen die de feiten (er)kennen en aan de hand daarvan met elkaar debatteren. Als dat niet het geval is, dan komt zo’n gesprek vaak niet verder dan gekissebis over de feiten.

Influencers horen bij het actuele medialandschap, maar types als Schinkel, Engelen of Van Baardewijk die zich beroepen op hun functie bij een universiteit zijn spookrijders in het debat over Oekraïne en Rusland. Ze laten de feiten uit hun doorgaans dwarsdenkende mening volgen. Daar zouden media niet aan mee moeten werken.

Bedenkelijk is dat Nederlandse media onder het mom van pluriformiteit denken deze types ruimte te moeten geven ook als ze het Russische narratief in de Nederlandse publieke opinie aantoonbaar boven de waarheid plaatsen.

Beseffen deze media niet dat ze zo meewerken aan het verdraaien van de waarheid en ondermijning van de Nederlandse democratie? Voelen Nederlandse media zich nog poortwachter van de democratie en nemen ze deze rol serieus? Daar lijkt het in veel gevallen niet op. Wat heeft journalistiek dan nog voor functie? Toetsen media vooraf de democratische gezindheid van een potentiële gast of geïnterviewde? Of moet ‘gewoon’ alles kunnen?

Waarom hebben media geen checklist met normen die uitwijst welke gasten voor welk onderwerp uitgenodigd kunnen worden? Of als ze die checklist hebben, waarom volgen ze die niet? Nogmaals, een academicus die praat over een onderwerp buiten zijn of haar vakgebied en zich tegelijk hooghartig beroept op een academische titel en status deugt niet.

De verkeldering (Jort Kelder als deskundige van alles) beschadigt de geloofwaardigheid van de Nederlandse media. Het maakt van journalistiek amusement dat dient om te entertainen. Dat is een doodlopende weg omdat nieuwsconsumenten die informatie zoeken afhaken en hun geloof in de journalistiek verliezen. Mediaconsumenten die amusement zoeken zullen zich uiteindelijk beter thuisvoelen bij het echte amusement. Journalistiek is de gedupeerde.

Is er in Oekraïne een tweestrijd Zelensky-Fedorov?

Correspondent Christoph Wanner speculeert vanuit Kyiv over een strijd tussen president Zelensky en de door hem ontslagen Defensieminister Fedorov. Is het een strijd tussen de oude en jonge generatie? Tussen het gedogen en bestrijden van corruptie?

Interessant is de mededeling dat Fedorov zich richt op de Amerikaanse politiek om de positie van Zelensky te verzwakken en zijn eigen positie als nieuwkomer te versterken. Heeft Zelensky een inschattingsfout gemaakt door Fedorov half juli 2026 te ontslaan? De protesten van vooral jongeren tegen dat ontslag die daarin een rem op de democratisering en de bestrijding van de corruptie van hun land zien gaan dagelijks door.

Het idee dat president Zelensky Fedorov ontslagen heeft omdat hij te populair aan het worden was, werd eerder ook gezegd van legerbevelhebber Zaluzhnyi die in 2024 door de president weggepromoveerd werd naar Londen om daar namens zijn land ambassadeur te worden. Fedorov lijkt politiek handiger en ambitieuzer en laat zich niet zomaar opzijzetten.

Hoe het standpunt van Fedorov dat zijn land ondanks de oorlog toe is aan verkiezingen begrepen moet worden is onduidelijk. De praktische problemen om verkiezingen te organiseren in een land dat dagelijks bestookt wordt met Russische raketten en drones zijn immens. Evenals om de miljoenen Oekraïeners die hun land verlaten hebben te laten stemmen. Dat weet Fedorov als geen ander. De oproep kan dan ook niet anders begrepen worden als waarschuwing dat de positie van Zelensky niet zo vanzelfsprekend is als het lijkt.

Het gambiet van Zelensky draagt een risico in zich. Want Zelensky geniet in het buitenland waardering. Sinds kort zelfs bij president Trump. De paradox is dat dit tevens komt door de Oekraïense drone aanvallen die onder leiding van Fedorov een succes zijn. Fedorov kan niet te opzichtig aan Zelensky’s stoelpoten zagen omdat hij hiermee de positie van Oekraïne kan verzwakken. Fedorov die deel uitmaakte van Zelensky’s verkiezingscampagne moet dus voorzichtig manoeuvreren om zichzelf in polepositie te brengen.

Vraag aan AI-modus: ‘wat vindt George Knight het gevaar van het welvaartsevangelie en Tom de Wal?’ 9/10

Antwoord van de AI-modus van Google op de vraag ‘wat vindt George Knight het gevaar van het welvaartsevangelie en Tom de Wal?’. Gesteld op 18 augustus 2026.

In 2019 stuitte ik op Tom de Wal en zijn organisatie Frontrunners Ministries. In het commentaarWelvaartsevangelie klopt geld uit zakken van gelovigen en sluist dat door naar voorgangers van protestant-christelijke organisaties‘ verwonderde ik me erover dat in Nederland zo’n organisatie de vrijheid heeft om te bestaan.

Vervolgens kwam ik op verschillende sociale media in gesprek met medestanders van De Wal die het niet eens waren met mijn kritiek. Gevestigde media als het AD begonnen pas vanaf 2022 kritische aandacht aan De Wal en andere gebedsgenezers te besteden. Christelijke media bleven vanuit een Pavlov-reactie het voor De Wal opnemen.

Mijn grootste bezwaar tegen het welvaartsevangelie en de gebedsgenezingsdiensten is niet dat predikers er geld en aanzien mee verdienen, maar dat die een gevaar voor de volksgezondheid opleveren. Naar mijn idee is dat aspect alleen al een argument om deze organisaties serieus te onderzoeken of te verbieden.

De godsdienstvrijheid is ruim geformuleerd en biedt ook plaats aan kwakzalvers en oplichters. Lokale en landelijke politici die dat vanwege wantoestanden willen veranderen lopen telkens tegen een muur op van een ruime formulering van de godsdienstvrijheid in combinatie met politieke partijen die vanwege cliëntelisme alles bij het oude willen laten. Daarom zit er geen beweging in de aanpak van (de uitwassen van) het welvaartsevangelie.

Commentaren die AI-modus noemt:

Commentaren die AI-modus niet noemt:

Kunstsector moet oppassen zich niet in te laten lijven door zorgsector die kunst als medicijn ziet

Schermafbeelding van deel artikelKunst is een vergeten pijler onder onze gezondheid. Iedere dag een beetje creativiteit inbouwen geeft veel voordelen’ van wetenschapsredacteur Marcel aan de Brugh in NRC, 20 mei 2026.

Met het idee van onderzoeker en hoogleraar psychobiologie aan het University College London Daisy Fancourt dat kunst ook gezond is heb ik weinig op.

In het commentaarKanttekeningen naar aanleiding van vertaling ‘Kunst als medicijn’ van Daisy Fancourt‘ van 2 mei 2026 schreef ik: ‘Kunst is het allesdoekje van de zorg én gedragswetenschap die alle kwalen verlicht en het welzijn vergroot. Vandaar de opkomst van kunsttherapeuten als intermediair tussen zorg- en museumsector. Het wordt van bovenaf gepromoot, zoals in het rapport Art, healing and museums van NEMO, een Europees netwerk van museumorganisaties.

Daisy Fancourt kreeg in Nederland in mei 2026 volop publiciteit. Ook in NRC. Aanleiding was de verschijning op 7 mei 2026 van haar publicatie ‘Kunst als medicijn‘. Het is een vertaling van ‘Art Cure: The Science of How the Arts Transform Our Health‘ en verschijnt bij uitgeverij Ten Have.

Cultuurfilosoof Thijs Lijster wordt geciteerd in het artikelFilosoof Thijs Lijster: ‘Kunst is filosofie voor de zintuigen’ van 17 augustus 2026 in het Filosofie Magazine. In antwoord op de vraag ‘Is een kunststroming die om gezondheid draait mogelijk?‘ antwoordt Lijster het volgende: ‘Kunst ontwikkelt zich als een rupsje-nooit-genoeg, het neemt alles in zich op. (..) Binnen de kunsten zijn er twee tendensen. De eerste ziet kunst als uitgesproken nutteloos. Die stroming zal zich verzetten tegen kunst als gezondheidstrend. De andere heeft meer oog voor de praktische zin van kunstzinnigheid. (..) Zover ik weet, is gezondheid nog geen kunstvorm. Maar dat kan nog komen.’

Lijster houdt de deur open voor een kunststroming die om gezondheid draait, hoewel hij dat nu nog niet als mogelijk ziet. Wel waarschuwt hij ervoor om kunst voor allerlei doelen in te zetten: ‘Ik wil ervoor waken kunst terug te brengen tot een soort bezigheidstherapie met positieve gezondheidseffecten. Het zien van de gruwelijke en verontrustende arthousefilm Salò of de 120 dagen van Sodom van Pier Paolo Pasolini zal niet goed voor je zijn. Maar waardevolle kunst is het zeker.

En zo zijn er volop kunstuitingen die eerder verontrusten dan geruststellen en niet kunnen dienen als bezigheidstherapie of genezer van kwalen. Die wellicht pas in geweld, aanscherping of confrontatie hun rol als kunstuiting vinden.

Delphine Lecomte schreef in een lezersbrief uit 2022 in Humo: ‘Kunst moet schokken en sarren en tergen en kwellen en beklemmen en verontrusten. Kunst moet niet koddig, liefelijk, geruststellend, beleefd, kabbelend en vriendelijk zijn. Kunst mag venijnig, nijdig, walgelijk, woedend, snerend, fulminerend en nihilistisch zijn. Graag! Met vuurwapens? Ja! Maar ook met: stokken, stenen, netten, zwepen, vochten, stroomstoten, kadavers, gif en stront.

Wat Lijster en Lecomte zeggen is in lijn met wat ik in het commentaarWelzijn is geen kerntaak van musea, maar van zorgsector’ van 2 februari 2026 over een kunstpsychotherapieprogramma schreef: ‘Museumkunst wordt bij voorbaat getemd en gefatsoeneerd om in het frame van een veilige omgeving te passen. Musea worden daartoe als rustgevend, stabiel, ‘waardig‘ en veilig voorgesteld.// Maar dat zijn musea per definitie niet. Kunst in musea kan ontregelen, verwarren en hoeft niet altijd tot een sluitende betekenis te leiden dat kwetsbare, getraumatiseerde mensen door het aangeboden kunstpsychotherapieprogramma voert.

Het is van belang dat de stroming die Fancourt vertegenwoordigt en die kunst als medicijn ziet vanuit de kunstsector publiekelijk wordt tegengesproken. Het is echter tekenend hoeveel aandacht ze krijgt met haar pleidooi. Zij redeneert vooral vanuit de zorgsector. Haar getemde versie van kunst die geruststelt, geneest en het welzijn vergroot is het waar de zorgsector het oog op laat vallen. Om vervolgens via programma’s verder te groeien.

De kunstsector is gewaarschuwd om zich niet in te laten lijven door een expanderende zorgsector die kunst alleen kunst vindt als die haar scherpte inlevert en wordt teruggebracht tot een therapie met positieve gezondheidseffecten. Het is opvallend dat gezondheid en zorg serieus als kunstvorm worden beschouwd -doorgaans door mensen op afstand van de kunsten- terwijl dat alleen kan samengaan met een overgave van de kunst.

Vraag aan AI-modus: ‘wat vindt George Knight van de Russisch-Oekraïense oorlog?’ 8/10

Antwoord van de AI-modus van Google op de vraag ‘wat vindt George Knight van de Russisch-Oekraïense oorlog?’. Gesteld op 15 augustus 2026.

De Russisch-Oekraïense oorlog begon in maart 2014 met de inval van Russische troepen op de Krim en delen van Oost-Oekraïne. Sinds die tijd doen media bijna dagelijks verslag van deze oorlog die op een uitputtingsslag tussen twee moegestreden vechters is uitgelopen. De Russische leiding zet met maximalistische eisen nog steeds in op de nederlaag van Oekraïne. Daarom is er nog steeds weinig zicht op een wapenstilstand of vredesakkoord.

Vanaf 2013 doet dit blog verslag van (de voorgeschiedenis van) deze oorlog. Omdat de strijd ook op sociale media wordt gevoerd kreeg ik vanaf 2014 te maken met pro-Kremlin reaguurders die me gecoördineerd en hard aanvielen op mijn mening. Na enige tijd namen die aanvallen af. Vaak ontleenden ze hun mening aan de pro-Kremlin apologeten John Mearsheimer, Jeffrey Sachs en Stephan F. Cohen.

Toen de oorlog in 2022 grootschaliger werd door een nieuwe Russische invasie was inmiddels de Nederlandse publieke opinie ietwat gedraaid ten gunste van Oekraïne. Hoewel de campagne met pro-Kremlin standpunten tot op de dag van vandaag op sociale media voortduurt.

Het is krankzinnig dat in Europa nu al 12 jaar een oorlog woedt die aan beide zijden nu al meer dan 1 miljoen doden en gewonden heeft geëist. En die niemand kan stoppen. Bepaalde landen zoals China hebben er belang bij dat de oorlog voortduurt. De materiële schade aan Oekraïense steden en infrastructuur, en Russische olieraffinaderijen, online winkels en militaire installaties is enorm. Het nut daarvan valt niet in te zien. Beide landen lijden onder de oorlog.

Commentaren die AI-modus noemt:

Commentaren die AI-modus niet noemt:

Kunstwerk in de openbare ruimte van Huissen. Wat is de rol van de Kunstadviescommissie?

Schermafbeelding van deel artikelOpgeknapt plein, maar dit kunstwerk? Huissen snapt er niks van: ‘Vervreemdend en elitair’ van Stephen Friedrichs in De Gelderlander, 13 augustus 2026.

In het ten zuiden van Arnhem gelegen Huissen in de gemeente Lingewaard is het centraal gelegen Raadhuisplein opgeknapt. Met beplanting én een kunstwerk van Maarten de Reus. Het beeld van roestvrijstaal zorgt voor vragen over de betekenis ervan bij bewoners. Stephen Friedrichs van De Gelderlander doet verslag en peilt de stemming op het Raadhuisplein.

Friedrichs: ‘Aan weerszijden van het wandelpad over het nieuwe Raadhuisplein, dat afgelopen week weer openging voor het publiek, liggen daarnaast roestvrijstalen kunstobjecten die samen de tekst ‘VERDER STEEDS VAN HIER NAAR GINDS’ vormen. En dat doet bij sommigen de wenkbrauwen fronsen.’

Uit de reacties blijkt dat er een inspraakronde was. Ruben van Ottele leverde samen met de Historische Kring Huessen en ondernemers uit de stad input aan voor een nieuw kunstwerk. Ze vonden dat het een duidelijke link moest hebben met de historie van Huissen, maar vinden dat niet terug in het werk van Maarten de Reus.

Oud-cultuurwethouder Theo Janssen wordt ook om zijn mening gevraagd en zegt het volgende: ‘Maar dit ontwerp is door de gemeente democratisch gekozen, dus het zij zo’. Democratisch? Is daar de kous mee af?

De Kunstadviescommissie koos volgens De Gelderlander unaniem voor het werk ontwerp In Loop Der Tijd van kunstenaar Maarten de Reus. De gemeente Lingewaard stelde er 30.000 euro voor beschikbaar. Kunstenaar Marcel Blom is voorzitter. Leden uit de regio Lingewaard die deel uit willen maken van de commissie moeten ‘kennis en interesse in beeldende kunst en cultuur‘ hebben.

De taal van de Kunstadviescommissie sluit op het oog niet aan bij wat de meeste bewoners ervan vinden. Nietszeggende taal die vooral met zichzelf communiceert vergroot de kloof met de bewoners:

Het ontwerp van De Reus is eenvoudig en subtiel en tegelijk verrassend en eigenzinnig. In de tekst die men – van twee kanten op – kan lezen, zit de geschiedenis op een poëtische wijze verborgen. Vandaar de titel van het werk: In Loop Der Tijd. Het ontwerp van Maarten de Reus zorgt voor een voortdurende interactie met de omgeving, zowel voor de passant als voor wie langer op het plein verblijft. Het werk is tijdloos en maakt het Raadhuisplein uniek.’

Dat is tamelijk vermoeiend, een kunstwerk dat voor ‘een voortdurende interactie met de omgeving’ zorgt. Uiteraard is volgens de Kunstadviescommissie het werk ‘tijdloos’ en maakt dat het Raadhuisplein ‘uniek’. Aan clichés ontbreekt het deze Kunstadviescommissie niet die zich spiegelt aan hermetische taal waarmee het zich afsluit. Dat wijst niet op het besef van de noodzaak om de bewoners te overtuigen.

De les is dat bij kunst in de openbare ruimte door zorgvuldige communicatie zoveel mogelijk belanghebbenden betrokken moeten worden. Dat is een moeizaam proces van overleg. Dat vraagt tijd en energie van een gemeente, een kunstenaar, een Kunstadviescommissie en bewoners die inspreken. Het gaat nooit van een leien dakje. Vervolgens moet dat uitgelegd worden aan de bewoners. Als dat niet gebeurt en een Kunstadviescommissie op onbegrijpelijke wijze het kunstwerk verantwoordt, dan gebeurt er wat nu in Huissen is ontstaan: onbegrip bij bewoners.

Vraag aan AI-modus: ‘wat vindt George Knight van secularisme?’ 7/10

Antwoord van de AI-modus van Google op de vraag ‘wat vindt George Knight van secularisme?’. Gesteld op 12 augustus 2026.

De Amerikaanse hoogleraar en publicist Jacques Berlinerblau omschreef het secularisme als een politieke filosofie die alle geloven en levensovertuigingen gelijk behandelt en beschermt onder de rechtsstaat. Dat inzicht deel ik. In het commentaarSecularisme is niet atheïstisch of anti-godsdienst. Het misverstand van Stine Jensen en orthodoxe christenen‘ uit 2024 schreef ik:

Zoals Paas en in de VS hoogleraar Jacques Berlinerblau vanuit verschillende invalshoeken betogen is secularisme niet pro-atheïstisch of anti-godsdienst. (..) Secularisme is neutraal. Secularisme is een politiek idee dat kerk en staat gescheiden zijn. (..) Dat het misverstand dat secularisme atheïstisch is breed gedeeld wordt blijkt uit een toelichting over een programma van de christelijke omroep KRO-NCRV. Daarin zegt het dat gelovigen ‘tegen de seculiere stroom in‘ zoeken naar wat het betekent om vandaag katholiek te zijn. Het misverstand is dat gelovigen en secularisme haaks op elkaar staan. Dat is niet zo. Gelovigen en atheïsten hebben precies dezelfde positie onder het secularisme. Maak dat progressieve atheïsten en orthodoxe christenen maar eens wijs.’

De tegenstand tegen het secularisme komt in Nederland van drie kanten: links, rechts en orthodoxe godsdiensten. Het lijkt erop dat het secularisme in Nederland minder voorstanders heeft. In elk geval geen activistische die de tegenstanders van repliek dienen.

In het commentaarManifest van ‘Vrij Links’ (Aynan, Lakerveld, Terstall en Yücel) over openheid en secularisme roept misverstand op bij Oudenampsen‘ uit 2018 schreef ik: ‘Ouderampsen ontspoort pas echt met een kwaadwillende tweet waarin hij verwijst naar de radicaal-rechtse atheïst Paul Cliteur. Er is veel voor te zeggen om deze in de laatste jaren geradicaliseerde aanhanger van Forum voor Democratie Cliteur net zoals Berlinerblau zegt over Sam Harris en Christopher Hitchens als een niet-seculiere atheïst te beschouwen. Dat is een heel andere weg dan de vier auteurs van het manifest inslaan.

Een voorbeeld van een tegenstander van het secularisme uit orthodox-christelijke hoek was toenmalig ECPM-voorzitter Peeter Võsu. In het commentaarChristelijke politiek demoniseert het secularisme‘ uit 2018 schreef ik: ‘Maar hij verwart de gelijkberechtiging met de afschaffing van de privileges voor gelovigen. Het lijkt er sterk op dat met name strijdbare christenen het opgeven van hun voorkeurspositie niet kunnen accepteren ten koste van minderheden als homoseksuelen of moslims die een gelijke plek onder de zon opeisen‘ en ‘Het secularisme zal op termijn ook de christelijke minderheid dienen. Dat besef ontbreekt nog bij de ECPM.’

Commentaar: Ik zie oude monotheïstische godsdiensten die in andere tijden volgens de behoeften van toen zijn ontstaan tobben met hun rol. Zeker in het Westen waar steeds meer mensen ervoor kiezen om zich niet te laten inspireren door het geloof. Dat is een onomkeerbaar proces ondanks propaganda van religieuze organisaties die spreken van een opleving die statistisch niet door de cijfers wordt ondersteund.

Ik ben van mening dat kerkgebouwen en oude godsdiensten cultureel erfgoed zijn die door de overheid ondersteund moeten worden. Mits deze overwegend christelijke organisaties afstand nemen van hun aspiratie om de politiek en maatschappij in te richten en te bepalen. Ofwel, dat ze hun assimilatie in het secularisme accepteren. Laten we met wederzijds respect in gesprek met elkaar blijven. De liefde moet echter wel van twee kanten komen.

Commentaren die AI-modus noemt:

Commentaren die AI-modus niet noemt: