Wat was rol Alexander Pechtold bij benoeming Robert van Langh als directeur Drents Museum?

Antwoord van AI-modus op de vraag ‘Handelde Alexander Pechtold solo bij de benoeming directeur Drents Museum?‘ gesteld op 11 september 2026.

We hebben allen getuige kunnen zijn van de soap bij het Drents Museum die in chaos en rechtszaken is ontaard. Media als RTV Drenthe en het Dagblad van het Noorden (DVHN) volgen verdienstelijk deze kwestie. Maar de focus wordt verkeerd gelegd.

Of liever gezegd, journalisten als Bram Hulzebos (DVHN) zoals uit onderstaand bericht op Facebook blijkt hebben de goede vragen gesteld, maar bijten uiteindelijk niet door. Krijgen ze hun verhaal niet rond of is er iets dat hen daarvan weerhoudt?

Ik heb het antwoord niet, maar zo lijkt de soap bij het Drents Museum als neveneffect een soap bij de media op te leveren. Journalisten kennen hun dossier, zitten op het goede spoor, maar vervolgens gaat het verhaal als een nachtkaars uit. En worden oorzaak (benoeming) en gevolg (nieuwe directeur) door elkaar gehaald.

Zeker wordt algemeen directeur Robert van Langh niet als ideaal gezien. Hij is door de nieuwe Raad van Toezicht met voorzitter Ineke van Gent op non-actief gesteld en vecht nu voor zijn carrière door in een kort geding te eisen dat hij weer aan het werk mag. Dat kort geding werd uiteindelijk uitgesteld. Museum en Van Langh geven elkaar tot ongeveer 13 september 2026 om tot een oplossing te komen. Intussen is Cees-Jan Groen als interim directeur aangesteld.

De meest tragische figuur in deze kwestie is niet Robert van Langh of zakelijk directeur Annelies Meuleman die in juni 2026 werd geschorst en na een kort geding een maand later weer aan het werk kon nadat de schorsing ingetrokken werd. Maar ze is nog steeds niet aan het werk. Ze wacht een cultuuronderzoek af dat begin september 2026 moet zijn afgerond.

De meest tragische figuur in deze soap lijkt voorzitter van de Raad van Toezicht Ineke van Gent die Alexander Pechtold op 1 maart 2026 opvolgde. En een dossier vol chaos en losse eindjes erfde van haar voorganger. Waarom Van Gent de sinds 2018 goed functionerende zakelijk directeur in juni 2026 schorste, die zich weliswaar ziek meldde ‘vanwege voortdurende conflicten met Van Langh’ maar die niet de oorzaak was van de conflicten, is onduidelijk.

Alexander Pechtold was dus als voorzitter van de Raad van Toezicht degene die Robert van Langh koos, aldus het DVHN. Deze zin moet men tweemaal lezen om goed te begrijpen. Bram Hulzebos van DVHN zegt niet dat de Raad van Toezicht de nieuwe directeur koos. Hij stelt dat de voorzitter van de Raad van Toezicht de nieuwe directeur koos.

Dat is merkwaardig. Dat vraagt om een afsluitend artikel om helder te krijgen hoe de selectieprocedure voor een nieuwe directeur precies verliep en wat de rol van Pechtold daarin was. Heeft hij collegeaal en op voet van gelijkheid overlegd met de andere leden van de toenmalige Raad van Toezicht of solo (en wellicht impulsief) gehandeld met het bekende gevolg van een Drents Museum dat bestuurlijk in chaos is gedompeld? DVHN suggereert het laatste.

Er zijn vragen die vanwege de vertrouwelijkheid van de selectieprocedure niet allemaal in de openbaarheid behandeld kunnen worden. Vermoedelijk zijn journalisten van RTV Drenthe en DVHN vertrouwelijk (off the record) geïnformeerd en kunnen ze niets doen met de vertrouwelijke kennis die ze hebben.

Daarnaast zijn er vragen die echter wel gesteld kunnen worden. Vooral aan Alexander Pechtold. Door zijn toedoen is het Drents Museum met chaos opgezadeld. Laat dat duidelijk zijn. Dat vraagt op zijn minst om zijn uitleg en die van de goed ingevoerde journalisten van RTV Drenthe en DVHN.

Schermafbeelding van bericht van DVHN op Facebook, 11 juli 2026.

Van der Plas en Ceder reageren op Tim Hofman die op Wout Weghorst reageert. Met God in de hoofdrol

Schermafbeelding van deel artikel Caroline van der Plas haalt hard uit naar Tim Hofman na kritiek op geloofsuitingen Wout Weghorst‘ op Cvandaag, 10 september 2026.

Religiekritiek mag van sommigen niet. Ze verwarren kritisch commentaar met de afwijzing van een godsdienst. Maar godsdienst heeft kritiek nodig om niet te verstarren en bij de tijd te blijven. Gelovigen moeten blij zijn met religiekritiek. Maar de meesten ervaren dat niet zo.

Neem de reactie van twee politici op de reactie van programmamaker Tim Hofman (BNNVARA) op uitingen van voetballer Wout Weghorst die voor FC Twente speelt. Volgens een bericht op Cvandaag van 10 september 2026 zei Weghorst na een wedstrijd ‘dat hij tijdens de wedstrijd “hulp van boven” had ervaren. Ook zag hij het onweer voorafgaand aan de wedstrijd als een teken van God.

Tim Hofman noemde Weghorsts uitspraken volgens Cvandaagvolslagen krankzinnig’ en noemde de aandacht van de media daarvoor ‘journalistieke clownerij’. Ook sprak hij over ‘leipe betrekkingswaan‘. Daar reageerden als door een wesp gestoken twee kamerleden op: Don Ceder (CU) en Caroline van der Plas (BBB) die Hofman aanvielen en Weghorst verdedigden. Van der Plas vond de uitspraken van Hofman ‘echt schandalig‘.

Wat moeten we daar van vinden, van zo’n drieklapper in de polder? Waar gaat dit in hemelsnaam over? Weghorst mag uiteraard zeggen wat hij vindt en getuigen van hoe hij zijn geloof ervaart. Een voetballer moet goed kunnen voetballen en hoeft geen theoloog te zijn.

Hofman op zijn beurt mag zeggen wat hij vindt van Weghorsts uitspraken. Hiermee kwetst hij geen christenen, maar gaat hij in op wat Weghorst zegt. Als gelovigen theologisch enigszins onderlegd zijn, dan weten ze dat een onweer allang niet meer opgevat wordt als teken van God. Of dat voetballers tijdens een wedstrijd geen ‘hulp van boven krijgen‘. Zoals Harry Kuitert zei: ‘Al het spreken over boven komt van beneden, ook het spreken dat beweert van boven te komen.‘ Weghorst ontleent blijkbaar kracht aan hulp van boven die van beneden komt. Dat laatste is nog niet tot hem doorgedrongen.

Wout Weghorst praat ongeloofwaardig over zijn geloof. Of hij ‘volslagen krankzinnig‘ is valt te bezien. Er is wel iets gedateerd aan zijn Godsbeeld dat erg traditioneel toont.

De reflex die Van der Plas en Ceder hebben om op bijna elk berichtje dat het geloof relativeert of aanvalt te reageren toont overspannen. Het tekent hun opportunisme en scoringsdrift om in de nieuwscyclus opgemerkt te worden. Ook zij mogen zeggen wat ze vinden, maar hun religieus conservatisme en onwrikbaarheid worden er onderhand erg voorspelbaar op omdat het overduidelijk is gericht op marketing, hun politieke klantenbinding. De radicaal-rechtse Van der Plas probeert in te breken bij de religieuze Ceder.

In haar reactie haalt Van der Plas die met haar partij pleit voor een streng migratiebeleid voorspelbaar de islam erbij om Hofman te bashen als ze zegt: ‘Als je alleen christelijke uitspraken of rituelen belachelijk maakt en dit niet doet bij soortgelijke uitingen van moslimvoetballers ben je gewoon een lafaard‘.

Hofman maakt christelijke uitspraken en rituelen niet belachelijk en ook als hij andere geloven niet kritisch benadert dan is dat als programmamaker zijn legitieme keuze. Met zijn reactie op Weghorst reageert hij op een actualiteit. Ceder en Van der Plas hoeven zich in de publieke arena evenmin evenwichtig te uiten en dat doen ze doorgaans ook niet. Dat is Nederland.

Cultuurchristenen bestaan niet. Het is een verzinsel van radicaal-rechts

Bericht van De Telegraaf op Facebook, 9 september 2026.

Rechtse kringen zijn dol op het woord ‘cultuurchristen‘. Dat zouden zijn mensen die niet geloven in de leerstellingen van het christendom, maar wel enige verbondenheid voelen met de christelijke cultuur.

Rechtse kringen zetten de cultuurchristenen tegenover degenen van wie ze suggereren dat die de Nederlandse samenleving willen ondermijnen. Zoals volgens hen moslims, die trouwens hooguit 6% van de bevolking uitmaken. In dat proces maken ze het christendom belachelijk waarin ze niet geloven door dat tegenover moslims te zetten die een gevaar voor de samenleving zouden vormen.

Christelijke opinieleiders vertrouwen de rechtse kringen die de cultuurchristenen voor hun rechtse kruistocht niet omdat ze ver afstaan van de christelijke leerstellingen. Zoals het geloof dat Jezus Christus na zijn kruisiging lichamelijk uit de dood is opgestaan. Dat vinden die rechtse opinieleiders toch eerder voodoo. In zoiets moet je geloven, anders heb je er niks mee.

Vraag is wat de christelijke cultuur van Nederland is en hoe christelijk die eigenlijk is. De opinie van christelijke opinieleiders in reactie op radicaal-rechts is dat de cultuurchristenen christelijker zijn dan ze denken. Het valt echter te bezien of dat een oprechte inschatting is en niet bedoeld is om de invloed van het christendom belangrijker en groter te maken dan die is. Het is slim van de christelijke opinieleiders dat ze dit debat naar zich toe willen trekken.

Toegegeven, het christendom heeft tijdens eeuwen mede onze cultuur gevormd. Tegelijk heeft sinds de 17e eeuw de Verlichting ook het christendom diepgaand gevormd. Dat leidde tot modernisering van het christendom. Het is een wisselwerking. De Verlichting heeft de rede binnen het traditionele christendom gebracht wat leidde tot afname van de kerkelijke macht.

Het wordt er bedenkelijk op als christenen universele waarden inboeken als eenduidig christelijk. Dat klopt niet. Nogmaals, zonder de Verlichting had het christendom nooit een ontwikkeling doorgemaakt die resulteerde in de formulering van universele waarden.

Wat moeten we eigenlijk met dat debat over cultuurchristenen? In elk geval beseffen dat christenen het door rechts begonnen debat gebruiken om er zich belangrijker en groter mee te maken. Zo’n kans laat je niet liggen.

Ook door hun afwijzing van rechtse opinieleiders die op hun beurt het christendom voor hun karretje willen spannen zonder veel besef te hebben van wat het christendom in de kern is. Die rechtse kringen interesseren zich ook helemaal niet voor het christendom.

Wat moeten degenen die door rechtse kringen in het positieve en door christelijke kringen in het negatieve tegen hun zin in cultuurchristenen worden genoemd? Niks. Het is een onzinnig debat.

Zoals ook het debat dat door dezelfde radicaal-rechtse opinieleiders vanaf 2017 over cultuurmarxisten werd aangezwengeld een stille dood stierf. Omdat het projectie en fantasie was. Zo is het ook met dat debat over cultuurchristenen. Ze kunnen niet bestaan omdat de aannames over de christelijke cultuur niet kloppen en het is gevoelloos omdat het de meerderheid van de Nederlanders in een achterhaalde beweging als cultuurchristenen annexeert in het christendom.

Maakt V-V-V-test uit Best het oordeel over beeldende kunst genuanceerder?

Schermafbeelding van deel artikelBest introduceert de V-V-V-test om kunst genuanceerder te beoordelen‘ van Wilma Vervoort in het ED, 7 september 2026.

Er wordt wat afgefröbeld door mensen die in de beeldende kunst werkzaam zijn als organisator, begeleider of consultant. Neem de drie bestuursleden van Kunstroute Best. Romy van Kessel, Johan van Esch en Jos Piek hebben de V-V-V-test ontwikkeld. Met de drie V’s bedoelen ze Verhaal, Verfijning en Vernieuwing. Het ED doet verslag in een artikel van 7 september 2026.

Een werk kan voor elke V maximaal tien punten verdienen. Als het totaal van de drie V’s meer dan 20 punten is, dan is het volgens hen kunst. ‘Scoort een werk boven de twintig, dan is het kunst. Althans, in jouw ogen‘, aldus een van de drie bestuursleden van Kunstroute Best.

Hoe werkt dat in de praktijk? Laten we als voorbeeld het Zwart Vierkant (1915) van Kazimir Malevitsj nemen. Het wordt ook wel het nulpunt van de beeldende kunst beschouwd omdat het brak met het naschilderen van de zichtbare werkelijkheid. Dat is het aloude idee.

Klopt dat? Wat als hier de nacht of de duisternis wordt afgebeeld? Daarvoor zijn aanwijzingen nadat door onderzoek een röntgenscan onthulde dat het Russische woord ‘негров’ onder de bovenlaag ‘bedoeld’ is. Dat woord ‘njegrov’ betekent negers. Malevitsj was trouwens Oekraïens en het Oekraïense woord voor negers is ‘негрів’ ofwel ‘nehriv’.

Het werk waar op een verborgen manier Malevitsj naar verwijst zou een prent zijn van een zwart doek ‘Combat de nègres dans une cave, pendant la nuit‘ (1882) van Paul Bilhaud. Historiek besteedde er in 2022 een artikel aan. Ook wordt het genoemd in De Encyclopedie van de Domheid van Matthijs van Boxsel dat de Bâtafysica, de Nederlandse vertegenwoordigers van de patafysica en de voorlopers van de parafysica eind 19de eeuw in vooral Parijs behandelt.

Wat is het Verhaal van een afbeelding van een gevecht van negers (zo werd dat toen genoemd) ’s nachts in een kelder? Of wat is het Verhaal van een Zwart Vierkant? Het is niet makkelijk om daar punten aan te geven. We weten niet eens zeker of de zichtbare werkelijkheid wordt afgebeeld of dat het conceptueel bedoeld is. Wat we vinden volgt niet zozeer uit wat we zien op het doek, maar welke kunsthistorische interpretatie we volgen.

Kan het Zwart Vierkant voor Vernieuwing tien punten krijgen en voor Verhaal nul punten? Of is het andersom en geven we nul punten voor Vernieuwing (omdat het het werk van Paul Bilhaud navolgt) en tien of iets minder punten voor Verhaal? Het kan allebei.

Wie ooit oog in oog met een van de versies van het Zwart Vierkant heeft gestaan, zoals ooit op een tentoonstelling in het Stedelijk Museum waar het hoog in een hoek hing, zal weten dat het doek ruw en weinig verfijnd is. Enfin, laten we het wat Verfijning betreft vijf punten geven.

Conclusie, Zwart Vierkant van Malevitsj krijgt volgens de V-V-V-test 15 of iets minder punten. Volgens de Kunstroute Best vindt iemand die het geen 20 punten geeft het geen kunst. Dus volgens de V-V-V-test is het Zwart Vierkant van Malevitsj geen kunst. Oei.

Wat zegt dit over de V-V-V-test die bedoeld is om kunst genuanceerder te beoordelen? Het is waar dat de test vragen oproept over de aard van een werk. Dat is winst. Niet in het laatst roept het ook vragen op over de V-V-V-test zelf. Iedereen mag het zelf beoordelen. De test is een aardig, maar weerspannig hulpmiddel of spel waarbij kennis, smaak, ervaring en de eigen maatstaf om de wereld de maat te nemen samenkomen. Dat is best.

Daarom bestaat haat tegen radicale boeren. Antwoord aan Floor de Jong

Schermafbeelding van deel artikelBoeren boos na ranzige bekladding van protestborden langs N210: ‘Bel me eens op en leg die boerenhaat uit’ in het AD, 6 september 2026.

Floor de Jong is melkveehouder in de Krimpenerwaard en voormalig raadslid voor de SGP in die gemeente. Hij is activist. Op 1 juli 2026 werden Floor en Evelyn vanwege een noodbevel opgepakt bij een boerenprotest, aldus een bericht van Nieuws van de Dag waar radicaal-rechtse opinieleiders en politici met het onderwerp aan de haal gaan om hun weerzin tegen de coalitie te uiten.

Het artikel ‘Boeren boos na ranzige bekladding van protestborden langs N210: ‘Bel me eens op en leg die boerenhaat uit’ in het AD van 6 september 2026 citeert een uitspraak die Floor in een video deed die zijn vrouw Evelyn naar buiten bracht: ‘Ik snap die onbegrensde boerenhaat niet‘. Journalist Leon van Heel volgt de framing van De Jong.

De door boeren geplaatste omgekeerde Nederlandse vlaggen en de ludiek bedoelde protestborden langs de N210 worden door De Jong in de video geframed als ‘een mooie publieksvriendelijke actie‘. Want met hun trekkers hadden ze toch wegen bij Schoonhoven en Gouda kunnen blokkeren. Dat hadden ze deze keer niet gedaan. Dus omdat de boeren niet tegen de Verkeerswet ingingen door wegen te blokkeren is volgens De Jong de actie met de protestborden publieksvriendelijk. Omdat het erger had gekund.

De borden werden beklad met tekeningen van penissen. Daar begrijpt Floor de Jong helemaal niets van. Hij vindt het op het belachelijke af. Of de tekeningen willen zeggen dat wat de boeren op hun protestborden schrijven gelul is of dat die boeren lullen zijn is onduidelijk. Floor noemt de dader een ‘linkse droljanus‘.

Radicale boeren creëren hun eigen feiten omdat ze die van overheidsdiensten niet willen accepteren en dat doet Floor ook in de video als hij stelt dat er in het Groene Hart geen enkel boerenbedrijf met een uitstoot boven de 1 mol is. Dat is onjuist. Het Groene Hart herbergt een aantal veehouderijen waarvan de stikstofbijdrage op de lokale natuurgebieden aanzienlijk hoger is dan 1 mol.

Ik begrijp zowel de haat tegen de radicale boeren als de gespeelde onschuld van Floor de Jong. Hij wil dat hem de boerenhaat wordt uitgelegd.

Het heeft te maken met een stapeling van aspecten. Zoals de intimiderende wegblokkades met trekkers, de omgekeerde vlaggen, het verkeerd voorstellen van feiten, stikstofslot waarin de radicale boeren Nederland houden en de leugen dat de productie nodig is voor de voedselzekerheid van Nederland, terwijl zo’n 70% ervan wordt geëxporteerd.

Hardleersheid van radicale boeren om niet te beseffen dat ruimte schaars is en Nederland na 1950 geen landbouwland, maar een industrie- en dienstenland is, en dus moet veranderen toont hun achterhoedegevecht. Daarbovenop komt de klem van de intensief producerende boeren die afnemers (en gegijzelden) van de Agro-industrie zijn. Met elkaar, de Agro-industrie en de BBB houden ze om economische redenen een gedateerd productiemodel in stand. De samenleving is klaar met de oneigenlijke argumenten en pogingen tot intimidatie van radicale boeren. Daarom bestaat haat tegen radicale boeren.

Kwestie ON! biedt kans om publiek bestel te toetsen op kwaliteit en inhoudelijke representativiteit

Televisie

Volgens de Mediawet (2008) moet de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) evenwichtig en pluriform zijn. Doorgaans wordt dat opgevat als representativiteit van maatschappelijke stromingen. Diversiteit en toegankelijkheid voor allen moet erin tot uiting komen. Maar dat is een beperkte opvatting. Het kan ook opgevat worden als inhoudelijk pluriform.

In artikel 2.1.2.a van de Mediawet staat ‘Publieke mediadiensten‘ … ‘verzorgen daartoe media-aanbod dat‘: ‘evenwichtig, pluriform, gevarieerd en kwalitatief hoogstaand is en zich tevens kenmerkt door een grote verscheidenheid naar vorm en inhoud‘.

Door de kans dat de radicaal-rechtse omroep Ongehoord Nederland! (ON!) door minister Rianne Letschert (OCW) uit de NPO wordt gegooid en niet langer zendtijd en overheidssubsidie (2026: 4,2 miljoen euro) krijgt is het debat over de evenwichtigheid en pluriformiteit van de NPO geactualiseerd.

ON! heeft wat nu gebeurt aan zichzelf te wijten. Tekenend daarvoor is dat hoofdredacteur Joost Niemöller door algemeen directeur Peter Vlemmix werd ontslagen nadat er ophef ontstond over een online-uitzending waarin Niemöller zei dat Adolf Hitler bepaalde zaken ‘gewoon heel goed‘ zei. Opmerkelijk is dat Niemöller in de gewraakte uitzending al hintte op de ophef. Er waren eerder al incidenten met de toezichthouder (het Commissariaat voor de Media) en het ministerie van OCW.

De stelling is juist dat als ON! uit het publieke bestel gezet wordt de NPO minder pluriform wordt. Het radicaal-rechtse geluid verdwijnt uit het bestel. Daartegenover staat dat het bestel door het verdwijnen van ON! er evenwichtiger en kwalitatief hoogstander op zal worden omdat de misleidende en ophitsende journalistiek van ON! verdwijnt. Het is maar net wat zwaarder weegt.

Het debat over pluriformiteit en ON! leidt tot standpunten dat het publieke bestel allang niet meer pluriform is. Ook met ON! niet. Die standpunten richten zich voornamelijk op de maatschappelijke representatie binnen het publieke bestel en minder op de verscheidenheid naar vorm en inhoud. Een ‘structuur die maatschappelijk achterhaald is geraakt‘ zegt de criticus.

Het is wrang dat dit speelt in de week dat degene die de Mediawet in 1987 schreef overleed: oud-minister Elco Brinkman. Publieke omroepen kregen de wettelijke plicht om een vastgelegd minimumpercentage van hun zendtijd te besteden aan programma-onderdelen van culturele aard en kunst, zoals toneel, documentaires, film en hoorspelen.

Het probleem was toetsing en de handhaving van percentages omdat omroepen de definities van wat kunst was oprekten. Met als gevolg dat kunst en moeilijke onderwerpen zo goed als verdwenen uit de NPO en het publieke bestel steeds lichtvoetiger en luchtlediger werd. De norm van 12,5% van de zendtijd voor kunst werd alleen met kunstgrepen gehaald.

Moet er een nieuwe publiek bestel komen? Nee. Moet er moediger en strenger getoetst worden door het Commissariaat voor de Media zodat ‘moeilijke’ categorieën als kunst en zware informatie hun plek in het bestel krijgen zoals bedoeld en de Mediawet verlangd? Ja. Zullen de bestaande omroepen zich hier iets van aantrekken? Nee. Moet er toch niet een nieuw publiek bestel komt met omroepen of productiehuizen die de Mediawet respecteren en niet uithollen door popularisering en platvloersheid? Ja, dat valt te overwegen.

ON! is slechts symptoom van een NPO die onvoldoende functioneert en nodig aan modernisering en een kwaliteitsslag toe is. Laat de episode met ON! de kans bieden om in het debat over pluriformiteit en evenwichtigheid van de publieke mediadiensten niet alleen te kijken naar maatschappelijke representatie, maar verder te kijken naar waar het uiteindelijk om begonnen is: inhoudelijke kwaliteit en representatie van ‘moeilijke’ programmacategorieën als kunst en zware informatie.

Het chagrijn van Nederland: stagnerende partijpolitiek

René Magritte, La Reconnaissance infinie [Oneindige dankbaarheid], 1963.

Velen in mijn omgeving en ik hebben het gehad met de Nederlandse partijpolitiek. We zijn er helemaal klaar mee, zoals dat tegenwoordig genoemd wordt. Rond de 60% van de bevolking gaf eind 2025 de landelijke politiek een onvoldoende.

Maar die onvrede wijst niet één kant op. Het Nederland van politieke, religieuze, etnische, sociale en economische minderheden is gefragmenteerd op het onuitvoerbare af. Daarachter zitten gevestigde belangen die samengaan met geld en macht die hun parallelle werkelijkheid hebben en belang hebben bij fragmentatie en de status-quo.

Krijgt Nederland de laatste jaren wat het in de kern is en verdient of is er nog verbetering te boeken? Maar waar dan?

Na een stilstand van bijna twee jaar van het radicaal-rechtse kabinet Schoof dat gegijzeld werd door de PVV dreigt nu stilstand van het centrum-rechtse kabinet Jetten. Hoop dat het beter zal gaan slaat geleidelijk de bodem in.

Het chagrijn is niet meer weg te denken uit de publieke opinie. Het vooruitgangsgeloof dat door de Verlichting gevoed werd is voor velen omgeslagen in een achteruitgangsgeloof. Kinderen zullen het economisch en ecologisch slechter hebben dan hun ouders. Europa en Nederland hebben hun beste tijd achter zich, zo is het idee.

Tegelijk is de constatering dat Nederland door binnenlandse problemen met stikstof, onderwijs, infrastructuur en woningbouw, een economie en bedrijfsleven waarvan de basis bedreigd wordt door China en de VS, en de agressieve veiligheidspolitiek van de Russische Federatie achter de feiten aanloopt, weerloos is en zich geen stilstand kan veroorloven.

Gelukkig is er de EU die te laat, maar uiteindelijk zichzelf en Nederland enige politieke richting geeft -al is het gedwongen- die de Nederlandse partijpolitiek mist.

De praktijk van de laatste jaren leert dat rechts kansen krijgt, maar verknalt. Vooral partijen rechts van de VVD blinken uit in chaos, onderlinge verdeeldheid en marketing die niks om het lijf heeft. Je vraagt je af wat deze partijen die vaak vehikels rond één persoon zijn (Wilders, Baudet, Eerdmans, Van der Plas, Markuszower) bijdragen. Doorgaans zijn ze tegen en ontlenen daar hun bestaan aan. Of dat respectievelijk islam, EU, asiel- en migratiebeleid, stikstofbeleid, en asiel en open grenzen is.

Het was de onder Dilan Yesilgöz ver naar rechts opgeschoven VVD die PRO (toen PvdA en GL) eenzijdig uitsloot van kabinetsdeelname. Onbegrijpelijk was dat D66 dat de landelijke verkiezingen van oktober 2025 met 17 zetels winst won, terwijl de VVD twee zetels verloor zich door de VVD in de onderhandelingen af liet troeven. Dat was een strategische blunder van D66-leider Rob Jetten waar Nederland nu de wrange vruchten van plukt.

Gevolg is dat er nu een minderheidskabinet zit waar de centrum-rechtse D66 en CDA min of meer samen staan tegenover de radicaal-rechtse VVD. Een minderheidskabinet dat in beide kamers geen meerderheid heeft. De drie coalitiepartijen blazen het kabinet nu alleen niet op omdat ze in de peilingen alledrie op verlies staan.

Terwijl Nederland voor gigantische uitdagingen staat ontaardt vanwege partijpolitiek het land in stilstand. Beleid komt spaarzaam van de grond. Partijpolitiek gijzelt Nederland. Een alternatief is er echter niet.

Uiteindelijk gaat de voet op de rem van de VVD om problemen aan te pakken en Nederland te hervormen over het verdedigen van financiële belangen zoals de hypotheekrenteaftrek en de vermogenswinstbelasting van box 3. Het gaat om geld, maar ook om macht.

Zelfs een lid van het Koninklijk Huis mengde zich in februari 2026 in de discussie over de vermogenswinstbelasting toen hij publiekelijk zei dat invoering ervan het investeringsklimaat van Nederland zou beschadigen. In een commentaar constateerde ik dat hij zijn boekje te buiten ging. Maar hij werd door niemand terechtgewezen of teruggefloten.

Te strikt opgevatte belangenbehartiging van de eigen achterban is niet wat Nederland nu nodig heeft. Ook in het middenveld lijkt door opstelling van de vakbonden het ooit tussen werkgevers en werknemers gesloten Akkoord van Wassenaar dood. Ofschoon de vakbonden zich nog steeds gematigd opstellen en compromissen over de sociale zekerheid en zorg nog steeds mogelijk zijn.

Zo verdwijnt lucht en handelingsruimte uit de politiek. En uit de samenleving.

Wellicht is het wachten op een nieuwe generatie politieke leiders die het belang van Nederland belangrijker acht dan hun partijpolitieke belang. Die zoals dat heet over hun eigen schaduw heenstappen, wat in werkelijkheid een illusie is. De paradox is dat Nederland om met beide benen op de grond te staan het blijkbaar moet zoeken in verbeelding en droombeelden.

Landen gaan soms door een periode van politieke en maatschappelijke instabiliteit. Daar komen ze doorgaans als herboren uit. Laat dat het lichtpuntje zijn in een Nederland waar het trouwens nog steeds goed toeven is. Maar dat chagrijn … het gaat met ons op de loop.

Vraag aan AI-modus: ‘wat vindt George Knight van Museum Oud Amelisweerd en Armando?’ 10/10

Antwoord van de AI-modus van Google op de vraag ‘wat vindt George Knight van Museum Oud Amelisweerd en Armando?’. Gesteld op 4 september augustus 2026.

Dit blog besteedde vanaf december 2010 met het commentaarOnderzoek Armando Museum roept vragen op’ aandacht aan een Stichtse kwestie dat de knuppel in het hoenderhok gooide. Het besloot zo: ‘Het is voor het vervolgonderzoek verstandig om van onderop te werken en de feiten te laten spreken. Specialisten op het gebied van klimaat, behoud, museologie, veiligheid en restauratie dienen aan het woord te komen. Ons erfgoed en cultuurbudget zijn te kostbaar om onbezonnen op te offeren aan een gelegenheidsconstructie die politieke en persoonlijke belangen dient.’ Dat vervolgonderzoek kwam er nooit.

In de jaren daarna verschenen hier tientallen commentaren over diverse aspecten van het Armando Museum in landhuis Oud-Amelisweerd te Bunnik bij Utrecht dat later de naam Museum Oud-Amelisweerd (MOA) kreeg. Het is een rijksmonument. Ze boden ook focus en steun voor de kritiek die elders bestond. De kern was de kritiek op de ondoorzichtige besluitvorming in de gemeenten Utrecht en Amersfoort over de vestiging van dit museum. De onderste steen is daarover nog niet boven gekomen. Niemand wil verantwoordelijkheid dragen voor dit mislukte project. Uiteraard kreeg ik kritiek vanuit de omgeving van het MOA omdat ik me in de kwestie zou ‘vastbijten‘.

Reden dat ik er op mijn blog aandacht aan besteedde aan de in mijn ogen aangekondigde ramp was dat de regionale en landelijke pers er in dat eerste jaar over zweeg. Ik informeerde me en informeerde anderen door met toenmalige raadsleden in Utrecht en Amersfoort over wat gaandeweg een kwestie werd te spreken. Dat leidde zelfs tot vragen van de PVV in de provincie Utrecht. En met journalisten van regionale en landelijke media. Ook sprak ik met medewerkers van het Centraal Museum die bij de restauratie van het casco van het landhuis betrokken waren.

Een apart verhaal zijn de tragisch om het leven gekomen Amersfoortse PvdA’er Ramón Smits Alvarez en de in problemen gekomen Utrechtse PvdA’er Bert van der Roest. Ze dachten actief mee, maar zaten uiteindelijk zichzelf in de weg en konden bestuurlijk geen verschil maken.

Ook sprak ik met oud-hoofdconservator van het Stedelijk Museum en vriend van Armando Rini Dippel die op kunsthistorische gronden vernietigend was over Armando in landhuis Oud-Amelisweerd. Armando zelf was uiteindelijk evenmin gelukkig met ‘zijn‘ museum en nam er vanaf 2011, 2016, 2017 en in 2018 stapsgewijs afstand van door zijn contacten met meer professionele musea als Museum Kröller-Müller en Museum Cobra aan te halen.

Dippel wees ook op de contractbreuk van een overeenkomst van 15 januari 1998 tussen Amersfoort, Armando en Tony de Meijere over een langdurige bruikleen waarbij de partijen zich bereid verklaarden om het werk van Armando binnen Amersfoort tentoon te stellen. Rini Dippel zag de plannen om naar Oud-Amelisweerd te verhuizen als een regelrechte contractbreuk van deze overeenkomst door de gemeente Amersfoort. In enkele uitwisselingen van gedachten bevestigde Tony de Meijere me de lezing van Dippel.

Er waren experts die zich vanuit hun expertise verzetten tegen de bestuurlijke stoomwals die dit project door wilde drukken zonder openheid, behoefte om met critici in gesprek te gaan en inhoudelijke onderbouwing. Zoals kunsthistorica Lucia Albers die gespecialiseerd was in historische parken en landgoederen. Of de Utrechtse gezaghebbende directeur van het Spoorwegmuseum Paul van Vlijmen die in juni 2012 in het AD het project in landhuis Oud-Amelisweerd ‘een fiasco‘ noemde.

Zo waren er velen die vooral vanaf eind 2011 publiekelijk waarschuwden om dit project in deze vorm niet te realiseren vanwege de randvoorwaarden die exploitatie praktisch onmogelijk maakten én de drieslag van Armando, landhuis en ensemble met tuinen die inhoudelijk niet passend te krijgen was. Maar de bestuurlijke trein denderde voort, bleef doof en was niet te stoppen.

Hoewel met name de raad van Amersfoort achteraf om een onderzoek vroeg over hoe dit zo fout had kunnen gaan zeiden raadsleden in Utrecht en Amersfoort die verantwoordelijk waren me toen desgevraagd dat dit een vertrouwelijk dossier was met vergaande implicaties waar ze niks over naar buiten konden brengen. Of dat bestuurlijke mist was van raadsleden die zich belangrijk maakten of een werkelijk complot achter de schermen van de gemeenten Utrecht, Amersfoort en de provincie Utrecht kan ik nog steeds niet doorgronden.

Dat het een mislukking zou worden stond vanaf het begin als een paal boven water. Het haalbaarheidsonderzoek volgde de opdrachtgever, niet de feiten. Dat was ook de teneur van de signalerende en waarschuwende commentaren die vanaf eind 2010 op mijn blog verschenen en ik op andere media gaf om aandacht te vragen voor een museum dat niet anders dan kon mislukken en een staak in het wiel van het cultuurbeleid van de gemeente Utrecht was. Na vele jaren van financiële problemen en tegenvallende bezoekcijfers ging het MOA uiteindelijk in augustus 2018 failliet. Het sterven had na de start in 2014 vier jaar geduurd.

De toenmalig betrokken bestuurders van de gemeenten Amersfoort en Utrecht en de provincie Utrecht hebben 16 jaar nadat ze dit project op de rails zetten nooit verantwoording af hoeven leggen over hun bestuurlijke besluiten. Een raadsenquête kwam er in Utrecht niet vanwege een gebrek aan durf. Complicatie is dat verantwoordelijke bestuurders elkaar in rap tempo opvolgenden en niemand zich verantwoordelijk voelde of nog overzicht had over een kwestie die over gemeentegrenzen heen ging.

Commentaren die AI-modus noemt:

  • Twee reacties op Trendbeheer bij artikelOpening ‘Het Gebouw’ in Landhuis Oud Amelisweerd‘, 2012.
  • Armando verdwaald in het museale woud van Bunnik‘, 2014.
  • Reactie op De Stadsbron (Amersfoort) bij artikelHoe Amersfoort een kunstschat van 22 miljoen verspeelde‘, 2018.
  • Reactie op de Nuk bij artikelD66 stelt vragen over Chinees behang in Oud Amelisweerd‘, 2019.
  • Reactie op De Stadsbron (Amersfoort) bij artikelMiljoenen naar een ‘zinkend schip’, maar antwoorden komen er niet‘, 2019.

Commentaren die AI-modus niet noemt:

  • Diverse in bovenstaand commentaar en door in de rechterkolom in de box met vergrootglas en tekst ‘Zoeken’ opdracht te geven met ‘Armando Museum‘, ‘Armando‘, ‘MOA‘, ‘Museum Oud Amelisweerd‘ of termen die met aspecten van deze kwestie te maken hebben en in commentaren belicht worden.

Hoe filmcultuur verdween uit Terneuzen

Schermafbeelding van deel artikelDoek valt voor bioscoop in Terneuzen, al broeden lokale ondernemers op doorstart‘ van Raymond de Frei in de PZC, 2 september 2026.

Afgelopen maand was ik bij twee aparte gelegenheden in mijn geboorteplaats Terneuzen. Ik woon in Utrecht. Of het met m’n gevorderde leeftijd te maken heeft weet ik niet, maar ik wandel dan in een meer van herinnering zoals Rudy Kousbroek het ooit noemde over Noord-Sumatra in zijn geboorteland Nederlands-Indië waar hij jaren later terugkeerde naar zijn voormalige kostscholen of de restanten ervan nadat hij er met zijn ouders uitgegooid werd.

Zo vergaand is het niet met mijn herinnering. Maar er is een kantelpunt bereikt dat ik meer in de verbeelding van wat verdwenen is wandel dan in de werkelijkheid. Dat gaat samen met de opmerking ‘hier woonde die en die‘, ‘hier was de winkel van..‘ of kortweg ‘wat is het hier veranderd‘. Het is een universeel onderwerp met lokale bijzonderheden.

Het is meer dan nostalgie, een verlangen naar het verleden en de spreekwoordelijke ‘goede oude tijd‘ die bij nader inzien helemaal niet zo goed was. In elk geval niet voor iedereen. Het doet niet zozeer pijn wat er samen met het eigen leven verdwenen is, en de gedachte aan die tientallen bekenden die er niet meer zijn en wier beeld geleidelijk vervaagt, maar dat er niks waardevols voor in de plaats is gekomen. Ook wat de kwaliteit van de samenleving betreft. Dát doet pijn.

Mijn reactie op de FB-pagina van de PZC bij het artikel ‘Doek valt voor bioscoop in Terneuzen, al broeden lokale ondernemers op doorstart‘ van 2 september 2026:

Het is tekenend voor de sfeer in de binnenstad van Terneuzen dat de Pathé bioscoop gesloten wordt. Zie de leegstand en zielloosheid van de Noordstraat. Om te huilen voor wie de levendigheid van deze winkelstraat van vroeger kent. Het is tekenend dat de grootste Zeeuwse gemeente vanaf 6 september 2026 geen bioscoop meer heeft. Dat zou het gemeentebestuur zich aan moeten trekken dat de binnenstad vooral levendig wil maken in beleidsnota’s en artist impressions.

Rond 1970 was ik het jongste lid van de Terneuzense Filmliga die films vertoonde in het complex van Hotel Rotterdam van Johnny Standaert aan de Westkolkstraat. Filmcultuur hoort bij een kleinere stad met vele kerken waar ook het drama wordt verbeeld.

Daarnaast was er het katholieke Patronaatsgebouw aan de Korte Kerkstraat en het Concertgebouw op de kop van de Noordstraat waar films vertoond werden. Ooit. Historische beschrijvingen (p. 93) geven aan dat in katholieke gebieden zoals Limburg veel meer bioscopen waren dan in de protestante bible belt die in Terneuzen begint. Dat hybride Terneuzen dat internationale havenstad en naar binnen gekeerde kerkenstad tegelijk was. Het waren liberalen en katholieken die in Terneuzen de filmcultuur promoten.

Daarvoor was er Ons Huis in de Brouwerijstraat dat later als opslagplaats van Papierhandel Van Wijk werd gebruikt dat diende als het verenigingsgebouw en dorpshuis en waar ongetwijfeld ook films vertoond werden.

Hopelijk komt er een doorstart van de Pathé bioscoop met hulp van de gemeente Terneuzen. De grootste gemeente van Zeeland moet zich schamen als dat niet lukt.

De teloorgang van de Terneuzense binnenstad waar de middenstand noodgedwongen wegtrekt is niet uniek in Nederland, maar het lijkt er evenmin op dat het Terneuzense gemeentebestuur enige ondernemingszin en creativiteit bezit om de teruggang te stoppen en de binnenstad te revitaliseren. Revitalisatie die verder gaat dan tijdelijk opleuken met een horizon van vier jaar. Het sluiten van Bioscoop CineCity is een uiting van die politieke apathie.

Vereniging DeVrijeGedachte over gebedsgenezing

De video ‘Gebedsgenezing HET WERKT NIET!‘ van Vereniging DeVrijeGedachte gaat over gebedsgenezingen die niet werken. Een kwestie van perspectief. Want de gebedsgenezing werkt wel degelijk voor gebedsgenezers als Tom de Wal die er rijk van worden.

Het is slordig dat zijn naam herhaaldelijk wordt uitgesproken als Van de Wal. Het gesprek is niet erg spannend en kabbelt voort. Als het ingekort was, dan hadden de zinnige opmerkingen die het gesprek bevat beter tot hun recht kunnen komen.

Mensen die de gebedsgenezingsdiensten bezoeken worden weliswaar bedonderd en laten zich blijkbaar graag bedonderen. De gebedsgenezers die ziekten zeggen te kunnen genezen zijn niet anders op te vatten dan fraudeurs of kwakzalvers. Het is een complexe uitspraak omdat religie zich al in het domein van bedrog en illusie afspeelt.

De gebedsgenezers breken in op de religiemarkt en voegen daar hun eigen fraude aan toe. Maar als de religiemarkt in de kern niet al de kenmerken van fantasie en schijnvertoning in zich droeg, dan zouden de gebedsgenezers daar niet zo succesvol bij aan kunnen haken.

Het gesprek tussen Stanley Bakker en Teun de Jong komt tot de conclusie dat er eerst iets ergs moet gebeuren voordat de gebedsgenezers door de overheden worden aangepakt. Dat is een cynische, maar vermoedelijk realistische inschatting van de gebedsgenezers met hun miljoenenbedrijven die een risico voor de volksgezondheid vormen.