Fantasierijke gedachte bij foto ‘Pigalle’ (1948-49)

Dit is de beeldentaal van de film noir. De hoofdpersoon in trenchcoat is de apotheek op de hoek binnengestapt. Of het theater aan de overkant die uitnodigt voor de meest gedurfde naaktshow ter wereld (PIGALL’S / REVUE FLOOR-SHOW / NUS LES / PLUS / OSES DU MONDE). Vindt hij hier zijn femme fatale? Op een rijtje staan zes auto’s naast elkaar. Is de volgende scène de achtervolging door de stad? Met melancholische jazz van Barney Wilen of Miles Davis die het tempo opvoert? Het is nacht op de Place Pigalle in Parijs. Het is 1948. Er kan van alles gaan gebeuren. Een stil, bevroren moment draagt de kiem van de uitbarsting in zich. Nu genieten we nog even van het beeld.

Of wacht eens, is de hoofdpersoon wellicht het pleintje zelf? Of kan dat niet in een drama waarin het verhaal wordt verteld aan de hand van personages? Toch, de lichtreclames, weerspiegelingen in glas en lak, en duisternis vormen de spil. Het neon kruis van de apotheek valt precies binnen beeld. Dat kan geen toeval zijn. Geeft iemand er een soort zegen aan? Een ding is duidelijk, fotograaf René-Jacques was er. De stijl roept meer dan 70 jaar later verlangen op. Op de vraag naar wat is het antwoord niet te geven. Hoe denken we dat nog ooit te kunnen achterhalen?

Foto: René-Jacques (René Giton dit), ‘Pigalle’ (1948-1949). Collectie: Musée Carnavalet, Histoire de Paris.

Filantropische stichtingen van de familie Van der Vorm en het afwachtende Rotterdamse college krijgen fundamentele kritiek

Naar aanleiding van een artikel in Vers Beton met de omineuze titel ‘Hoe de steenrijke familie Van der Vorm macht en invloed koopt in Rotterdam’ plaatste ik gisteren onderstaande reactie op Facebook die ik vanwege het belang van deze kwestie hier herhaal. Want het opkopen van vastgoed en het ‘redden’ van Rotterdamse kunstinstellingen zoals Museum Rotterdam door een filantropische stichting moet per onmiddellijk een halt worden toegeroepen.

Het Rotterdamse college moet ervan bewust worden gemaakt dat het verkeerd is om met deze partij en haar stichtingen De Verre Bergen en Droom en Daad in zee te gaan als het betekent dat het zich er afhankelijk van laat maken. Dat lijkt aan de orde te zijn. Voor de duidelijkheid: Martijn van der Vorm woont in Monaco, betaalt geen belasting in Nederland, maar zijn filantropie is wel van de belasting aftrekbaar. Zijn zetbaas Wim Pijbes kan hiermee Sinterklaas spelen om het belastingvoordeel voor zijn baas verder op te pimpen. Vraag is hoe zich dat verhoudt tot de codes die in de Nederlandse culturele sector gangbaar zijn:

Inzichtelijk en belangrijk overzichtsartikel van Maurice Geluk voor Vers Beton en OPEN Rotterdam over de invloed van de Stichting Droom en Daad en ex-museumdirecteur Wim Pijbes in Rotterdam. De gemeente Rotterdam trekt zich terug en laat het initiatief aan deze filantropische stichting. Een en ander roept de vraag op of Droom en Daad en het Rotterdamse college onder een hoedje spelen bij het verdelen van vastgoed en de kunstsector.

Na lezing kan er maar een conclusie zijn. De greep naar de macht van Droom en Daad, de familie Van der Vorm en directeur Wim Pijbes die als een royale Sinterklaas met andermans geld in Rotterdam cadeautjes uitdeelt onderschrijft het standpunt van Anand Giridharadas over het redder complex van bedrijven. Zie: https://www.cigionline.org/…/anand-giridharadas-how…

Giridharadas ziet een gevaar in de combinatie van een afwachtende en machteloze overheid die zich laat overbluffen en de bravoure van zakenmensen die zich presenteren als doelmatig en ‘wereldwijs’. Dat is blijkbaar genoeg om de overheid op sleeptouw te nemen. Dit is wat zich nu in Rotterdam afspeelt.

De oplossing is simpel, bedrijven moeten verplicht worden om meer (of: hun rechtmatig deel) belasting te betalen zodat de overheid niet langer onderdanig hoeft te zijn en te wachten totdat een bedrijf of een filantropische stichting de portemonnee trekt. Laat het geld rechtstreeks naar zo’n overheid stromen.

Het redder complex van zo’n filantropische stichting die de macht grijpt is ongepast, ongewenst en pervers. Het verstoort het evenwicht binnen een gemeenschap. Pijbes wilde via de stichting waarbij hij in dienst is feitelijk directeur spelen van Boijmans. Nadat hem de voet was dwarsgezet trok Droom en Daad een bijdrage van 40 miljoen euro terug. Pijbes werd ondanks de negatieve publiciteit gehandhaafd door de familie Van der Vorm.

Het is ongelukkig dat de gemeente Rotterdam afhankelijk wordt van een filantropische stichting en lamgeslagen meegaat in de greep naar macht die zo’n filantroop opeist in culturele instellingen of maatschappelijke projecten.

Als Rotterdam Sinterklaas wil spelen, dan zou het daar Pijbes of Droom en Daad niet voor nodig moeten hebben. Deze schaduwmacht zou een goed functionerende overheid niet nodig moeten hebben. Maar de realiteit van 2020 is dat Rotterdam niet meer zonder kan. Als een verslaafde die aan een cultureel infuus ligt.

Op 19 november 2020 heeft raadslid Ruud van der Velden van de Rotterdamse Partij voor de Dieren raadsvragen ‘Invloed filantropie op college’ gesteld over de macht en de machinaties van Pijbes en de familie Van der Vorm in Rotterdam. Van der Velden vraagt onder meer naar de fiscale en economische achtergronden van het kapitaal waaruit de filantropische stichtingen putten:

16. Ziet u het oprichten van stichtingen die vervolgens een ANBI-status aanvragen en zijn vrijgesteld van schenkbelasting bij onderlinge transacties als belastingontwijking? Indien nee, waarom niet?

17. Weet u waar het kapitaal van Stichting De Verre Bergen en alle onderliggende stichtingen vandaan komt? En weet u ook of dit kapitaal belast is en/of dat er bij de totstandkoming inkomstenbelasting over is afgedragen? Indien ja, in welk rechtsgebied is er belasting afgedragen?

18. Weet u of het onderliggende kapitaal van Stichting De Verre Bergen en alle onderliggende stichtingen is ondergebracht in niet-coöperatieve rechtsgebieden, zoals benoemd door de Europese Unie en zoals verwoord in de overwegingen van voornoemde motie? Indien ja, welke rechtsgebieden? Indien nee, bent u bereid dit na te gaan in het kader van afdoening van voornoemde motie?

Foto: Schermafbeelding van deel artikelHoe de steenrijke familie Van der Vorm macht en invloed koopt in Rotterdam’ van Maurice Geluk in Vers Beton, 18 november 2020.

Gedachte bij titelloze foto [Artist Anna Upjohn] uit 1915-1920

Iedereen heeft voorkeuren. Ik ben gespitst op beeldmateriaal dat het creatieve proces van een beeldend kunstenaar laat zien. We kennen de cinematografische voorbeelden: Picasso door Henri-Georges Clouzot, Karel Appel door Jan Vrijman, Sarkis door Sarkis. En er is veel meer dan dat. Het is romantische onzin om te beweren dat met een beeldverslag een mysterie wordt onthuld. Of juist opgetrokken met zweverige orakeltaal.

Een kunstenaar is geen spirituele priester op het altaar van de hoge kunst, maar eenvoudigweg een professional die een vak beoefent. Vaak hardwerkend en gedreven tot op het bot. Een kunstwerk kan niet verklaard worden en hoeft ook niet verklaard te worden. Analyses en recensies over het werk van kunstenaars zeggen in de gunstigste gevallen vooral iets over de subjectiviteit van de beschouwer die iets wil vertellen over het hoofd van de kunstenaar heen. Vaak aardig om te lezen, maar doorgaans nutteloos voor nader begrip van de kunstenaar. Dat is niet te vangen.

Uitlegkunde of hermeneutiek is asymptotisch. Het benadert het begrip, maar valt er per definitie nooit mee samen. De poging ertoe is het maximale streven. Uitlegkunde is geen wiskunde en evenmin theologie. Dus geen meten van, achter en tussen de regels. Uitlegkunde is het vatten in woorden van het zien in het besef dat dit een bezigheid is die hoe dan ook het doel zal missen. Uitlegkunde is daarom evengoed het afzien van het zoeken naar betekenis.

De Amerikaanse Anna Upjohn werkte jarenlang voor het Rode Kruis als illustrator. Ze tekent een jongetje dat buiten beeld rechts naast de man op de foto zit. Of we mogen aannemen dat het jongetje daar zit. Naast een man die zijn grootvader kan zijn in een Servisch of Grieks dorp. In de Servische campagne van 1915 werd Servië vermorzeld. Het stond aan de kant van de Entente, met onder meer Frankrijk, Groot-Brittannië en het Russische keizerrijk. Het leed van leger en bevolking was immens. Verzachten van leed is de harde kern van het Rode Kruis.

Uitleg van een voorstelling is besmettelijk. Het is beter om te stoppen om mezelf niet al te zeer tegen te spreken.

Foto: [Artist Anna Upjohn], 1915-1920. Collectie: Library of Congress.

Geen gelijke monniken, gelijke mondkapjes. Godsdiensten worden door de rijksoverheid uitgezonderd van de mondkapjesplicht

In publieke binnenruimten geldt vanaf 1 december 2020 de mondkapjesplicht. Bij een vaste zitplaats in binnenruimten is dat niet nodig. De rijksoverheid zegt in een persbericht van 19 november 2020: ‘In gebouwen die bedoeld zijn voor het belijden van godsdienst, zoals kerken, moskeeën, tempels en synagogen, is een mondkapje niet verplicht.’

Dus geen gelijke monniken, gelijke mondkappen. De uitzondering voor religieuze organisaties is niet logisch en te grof. Men kan beredeneren dat gelovigen zich in een religieus gebouw op een vaste zitplaats bevinden, maar de Grieks-orthodoxe godsdienst toont het tegendeel aan. Daar staat men tijdens de dienst. Tijdens diensten van vele geloven wordt continu bewogen. Er wordt geschuifeld, geknield, opgestaan en gezongen. Daarnaast moeten gelovigen zich naar en van hun plek begeven binnen het gebouw. Vaak manoeuvrerend tussen nauwe kerkbanken.

De uitzondering toont niet alleen aan dat godsdiensten in Nederland voorrechten genieten, maar ook dat de overheid dit actief ondersteunt. De rijksoverheid heeft het bij de afkondiging van de maatregel over gebouwen die bedoeld zijn voor het belijden van een godsdienst en laat hiermee de gebouwen voor het praktiseren van een levensovertuiging buiten beschouwing.

Dit is een niet te billijken ongelijkheid in het voordeel van godsdiensten. De gelovigen worden bevoordeeld boven de sympathisanten van levensbeschouwelijke organisaties die in de formulering van de vrijheid van godsdienst gelijke rechten hebben als godsdiensten. Maar in de praktijk blijkbaar niet. Het beroep op de wettelijke positie van godsdiensten worden doorkruist door de bevooroordeling van godsdiensten die niet voor levensovertuigingen geldt. Dit maakt het wettelijk beroep van godsdiensten op de vrijheid van godsdienst tot een aanfluiting.

Waarom doet de rijksoverheid zich dit aan door godsdiensten zo manifest vrij te stellen van de mondkapjesplicht? Begrijpt de overheid niet dat dit vanwege de rechtsongelijkheid een reactie bij de Nederlandse bevolking oproept als een religieuze minderheid wordt voorgetrokken? Is dit een provocatie van het kabinet die dient om de voorrechten voor godsdiensten uit te vergroten en te ridiculiseren met de opzet om ze af te schaffen? Dat kan voor iemand met een rechtsstatelijk hart de enige aannemelijke verklaring zijn. Maar het valt te vrezen dat dit niet zo is.

Foto: Schermafbeelding van deel persberichtMondkapje verplicht vanaf 1 december; Nieuwsbericht | 19-11-2020 | 14:50’ van de Rijksoverheid.

Amerikaanse typologie van het conservatisme vertaalt naar de Nederlandse rechtse partijen (CDA, VVD, SGP, PVV, FVD)

Het is aardige hersengymnastiek om politiek rechts in de VS te vertalen naar Nederland. Het verschil is dat de Republikeinse partij een coalitie is van allerlei soorten conservatisme en rechts-radicalisme, terwijl deze stromingen in Nederland verkaveld zijn en apart een thuis vinden in afzonderlijke partijen. Het lijkt te gaan om drie (of vier) afzonderlijke groeperingen waartussen belangrijke verschillen bestaan. Ze vinden niet exclusief, maar wel overwegend onderdak binnen de Republikeinse partij.

Juist dan wordt de vergelijking interessant. Zeker als het gaat over de levensvatbaarheid en rekbaarheid van aparte stromingen. Vraag is hoe ze in een Nederlandse situatie in samenhang elkaar kunnen versterken of verzwakken. Die inschatting geeft een beeld over de levensvatbaarheid en de groeimogelijkheden van de afzonderlijke Nederlandse rechtse partijen.

Rechtse partijen vertegenwoordigd in de Tweede Kamer zijn bekeken vanuit het centrum: CDA, VVD, SGP, PVV en FvD. 50Plus en de afscheidingen die daar uit zijn ontstaan zijn te gefragmenteerd en programmatisch te vluchtig om serieus in te kunnen schatten. Het liberale D66 dat economisch rechts is en cultureel progressief valt niet op te vatten als een partij waar het conservatisme of het rechts-radicalisme doorslaggevend is.

Een onderzoek uit 2014 van PEW Research Center geeft de belangrijkste feiten van de politieke typologie. Aan de rechterkant gaat het om ‘Standvastige conservatieven’ (SC) en ‘Zakelijke conservatieven’ (ZC). In de SC is religieus rechts van conservatieve witte evangelicals dominant die zijn te verenigen rond ethisch-medische standpunten tegen abortus of euthanasie en tegen het homohuwelijk en gendergelijkheid. In de ZC zijn fiscale conservatieven dominant voor wie een terugtredende overheid, economisch vermogen en belastingvoordeel belangrijk zijn.

Interessant en toepasbaar op de opkomst van Donald Trump en alt-right is de opkomende groep van ‘Jonge Buitenstaanders’ (JB) zonder een sterke loyaliteit aan de Republikeinse Partij die in feite een hekel te hebben aan beide politieke partijen. Ze registreerden zich als ‘sociaal progressief’, voorzover ze geen voorstander zijn van een verbod op abortus of het homohuwelijk en niet bijzonder religieus zijn. Maar zoals Amanda Marcotte in een artikel voor Salon verklaart delen ze wel het racisme van de traditionele conservatieven. Ze ziet daarnaast een sterk anti-feministisch sentiment bij deze groep.

Volgens Marcotte zijn de Jonge Buitenstaanders  overgelopen naar de Republikeinen, maar is dat effect waarschijnlijk tijdelijk omdat het direct volgt uit Trumps eigen manier van politiek bedrijven. Deze groep is immers niet per definitie Republikeins, maar is door Trump binnengehaald op standpunten over seksisme, racisme, schoppen tegen het politieke en economische establishment en allerlei complottheorieën. Het valt te betwijfelen of een Republikeinse partij een leider kan vinden die het Trumpisme zonder een ongeremde en ongedisciplineerde Trump even geloofwaardig weet te presenteren.

Wat ontbreekt in Marcotte’s analyse is dat de Zakelijke conservatieven binnen de Republikeinse partij naar de marge zijn gedrongen of zelfs de partij hebben verlaten. In elk geval de opinieleiders van deze stroming en niet zozeer de kiezers. Mede als gevolg van Trumps schoppen tegen het politieke en economische establishment en de overheid. Deze stroming heeft sinds 2016 binnen de partij ernstig aan macht ingeboet. Dat uit zich onder meer in het loslaten van de begrotingsdiscipline die onder Trump volledig uit de hand is gelopen. Dat staat haaks op de geest van het traditionele fiscale conservatisme.

Wie deze driedeling vertaalt naar de Nederlandse rechtse partijen moet eerst een uitbreiding maken naar een vierdeling. Kiezersonderzoek leert namelijk dat de Buitenstaanders bij PVV en vooral FVD eerder oud of van middelbare leeftijd zijn dan jong. Dat leidt tot de groep Oudere Buitenstaanders (OB).

Dat leidt tot de volgende inschatting van de verdeling van de stromingen: CDA: ZC/SC; VVD: ZC; SGP: SC; PVV: JB/OB; FVD: OB/JB. De overeenkomst tussen PVV en FVD is dat de zakelijke elite en religieus rechts er geen onderdak vinden, ondanks Baudets pogingen om in te breken bij de SC via de SGP. Het verschil tussen PVV en FVD is dat eerstgenoemde overwegend laagopgeleide kiezers trekt die sociaal progressiever zijn dan de kiezers van FVD.

Voor de levensvatbaarheid en groeimogelijkheden van Nederlandse rechtse partijen betekent dit dat de PVV en FVD kwetsbaar zijn omdat ze veel Buitenstaanders trekken met weinig partijloyaliteit. Mede omdat PVV en FVD, net als de Republikeinse partij in het geval van Trump, sterk afhankelijk zijn van de respectievelijke leiders Wilders en Baudet kan de ballon van PVV of FVD leeglopen als het succes van de leiders is uitgewerkt. VVD en SGP hebben een duidelijk profiel in het bedienen van respectievelijk de Zakelijke conservatieven en de Standvastige conservatieven die electorale zekerheid bieden. Het CDA is onhelder in haar profiel wat deze partij kwetsbaar maakt. Niet omdat aparte standpunten niet binnen een partij te verenigen zijn, maar omdat er in het Nederlandse politieke landschap partijen zijn die zich met het accent op één standpunt scherper en helderder kunnen profileren.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelThe crackpot factor: Why the GOP is worried about turning out the vote after Trump; Future GOP candidates lack Trump’s secret sauce for attracting new voters — his appeal with Crank-Americans’ van Amanda Marcotte op Salon, 18 november 2020.

Vragen in Utrechtse raad over de alFitrah-moskee

Op 17 november 2020 stelden VVD, SP, CDA en PVV interessante schriftelijke vragen in de Utrechtse raad over de alFitrah-moskee. Aanleiding is de kritiek van mensenrechtenactiviste Shirin Musa namens Femmes for Freedom die meent dat de moskee gesloten dient te worden. Reden daarvoor is dat die moskee vrouwelijke genitale verminking, polygamie en illegale shariahuwelijken goedpraat en dit met lesmateriaal onderbouwt.

De vragenstellers wijzen op de grenzen aan de vrijheid van meningsuiting. Omdat het hier zou gaan om het propageren van geweld tegen vrouwen zijn ze met Shirin Musa van mening dat de alFitrah-moskee zich niet kan verschuilen achter de vrijheid van meningsuiting omdat er fundamentele mensenrechten worden geschonden.

Deze kwestie geeft aan hoezeer bestaande religieuze organisaties in Nederland juridische en mentale voorrechten én bescherming genieten boven andere, levensbeschouwelijke organisaties en nieuwe religieuze organisaties die zich nog niet gevestigd hebben. Het is alleen al volgens een maatschappelijke gewoonte lastig voor het openbaar bestuur om een kerk of moskee te sluiten indien aangetoond is dat de mensenrechten er geschonden worden. De overheid mag zich volgens de wet niet bemoeien met de leerstellingen, de interne werking van een geloof terwijl niet-religieuze organisaties deze bescherming niet genieten. Dit is een maatschappelijke ongelijkheid die informeel is gevestigd en als basis dient voor extra juridische bescherming van gevestigde, religieuze organisaties.

Dat het openbaar bestuur en rechtscolleges als de Raad van State hier niet altijd consequent in handelen laat de kwestie rond de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster zien. In augustus 2018 deed de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de uitspraak dat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster geen godsdienst is. Dat noemde ik in een commentaar een ‘voorspelbare, teleurstellende, wereldvreemde, a-historische, politiek gekleurde en niet moedige uitspraak’. Ik schreef: ‘Het probleem is dat de Raad van State alleen kandidaat-godsdiensten beoordeelt, maar niet de traditionele godsdiensten. Want die zijn immers ouder dan de Raad van State. Dat schept ongelijkheid. Niet alleen in het oordeel, maar ook in de procedure. Want als een rechtscollege de ene godsdienst kritisch bejegent, dan zou het wel zo objectief zijn om andere godsdiensten op exact dezelfde criteria te beoordelen. Dat gebeurt niet.

Dit draait om twee aspecten die met elkaar vermengd zijn. De overheid mag volgens de grondwettelijke vrijheden geen oordeel geven over ‘de binnenkant’ van een godsdienst. Daarnaast is de overheid en zijn bestuurscolleges als de Raad van State theologisch niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen. De Raad van State neemt de vier criteria die aan een godsdienst gesteld worden, te weten overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang te letterlijk en weigert verder te kijken.

Het getuigt van een dubbele standaard van de overheid dat een bestaande religieuze organisatie als de islamitische alFitrah-moskee door de overheid niet of zeer terughoudend wordt aangepakt en kan doorgaan met het prediken van geweld tegen vrouwen omdat het volgens de wet daartoe de vrijheid heeft, terwijl bij monde van de Raad van State dit principe van niet-inmenging in godsdiensten overboord wordt gegooid als het zich uitspreekt over een nieuw religieuze organisatie en vanuit de toetsing van de interne werking ervan stellig beweert dat het geen godsdienst is.

De Raad van State had de zaak van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster niet in behandeling moeten nemen. Dat zou in lijn zijn met de visie op alle andere godsdiensten die evenmin in alle gevallen voldoen aan alle criteria die aan een godsdienst gesteld worden. Het is van tweeën één: of de overheid en de rechtscolleges toetsen elke godsdienst ‘aan de buitenkant’ en erkennen die als het zo op het oog aan de kenmerken ervan voldoet of de overheid en de rechtscolleges toetsen elke godsdienst ‘aan de binnenkant’ en kijken gedegen naar de interne werking ervan.

De huidige situatie is dat de overheid de gevestigde godsdiensten ‘aan de buitenkant’ toetst en onaantastbaar acht en nieuwkomers ‘aan de binnenkant’ toetst en criteria stelt die het aan gevestigde religieuze organisatie niet stelt.

De rechtscolleges zouden de bestaande maatschappelijke situatie door dienen te laten wegen in hun uitspraken nu een meerderheid van de Nederlanders zegt zich niet te laten inspireren door geloof en religie de uitzondering aan het worden is. Zo beredeneerd zou de alFitrah-moskee op een wettige manier getoetst kunnen worden op de kenmerken ernst en belang, en te licht kunnen worden bevonden vanwege de schending van fundamentele mensenrechten. Betreffende moskee zou in een rechterlijke uitspraak in twee stappen eerst de beschermende status van een godsdienst of religieuze organisatie ontnomen kunnen worden omdat het niet voldoet aan de criteria ervan en daarna definitief gesloten kunnen worden vanwege het structureel overtreden van de grondwettelijke vrijheden.

Het bederf ligt niet in de uitingen van een geloof die tegen de wet en de universele waarden ingaan, maar in de kern van dat geloof dat niet deugt omdat het op een fundamenteel niveau is verweven met ongelijkheid, schending van fundamentele mensenrechten en grondwettelijke vrijheden. Het is een politiek taboe om dat inzichtelijk, laat staan bespreekbaar te maken.

Alles in overweging nemend is de samenstelling van de groep vragenstellers opvallend. Los van het feit dat ze allen deel uitmaken van de oppositie. Met het CDA gaat een religieuze partij een grens over door vragen te stellen over de vrijheid van een weliswaar concurrerende, religieuze organisatie die op termijn toch de status en de bescherming van alle gevestigde godsdiensten en religieuze organisaties kan aantasten. Daarnaast valt het op dat de SP en de VVD samen optrekken met de rechts-radicale PVV.

Foto: Schermafbeelding van deel schriftelijke vragenSchriftelijke vragen Handhavingsverzoek alFitrah’ van VVD, SP, CDA en PVV in de Utrechtse gemeenteraad, 17 november 2020.

Weer zo’n debat over desinformatie en journalistiek: S.E. Cupp en John Avlon

Een gesprek tussen de CNN-journalisten S.E. Cupp en John Avlon over desinformatie en journalistiek. Ze hebben beide een gematigd profiel en willen de verdeeldheid in de Amerikaanse politiek en samenleving overwinnen en de democratie versterken. Wat nodig is om de desinformatie van president Trump en zijn medestanders terug te dringen blijft in het midden hangen. Cupp zegt bang te zijn. Hoe dan ook is het een goed voornemen om terug te vechten. Dat is echter een uitgangspunt en geen werkbare methode. Ja, de journalistiek moet onpartijdig zijn en elke president kritisch volgen. Dat is het abc van de journalistiek en het verschil met journalistiek activisme.

Maar waar laat dat de desinformatie via sociale media van wicheleroedelopers, graancirkelsdenkers, anti-vaccinatie activisten, anti-stikstof veeboeren, anti-pedofiele QAnon-isten en in het algemeen de anti-overheids leunstoelgeneraals in de VS en Europa die zo luidruchtig aan de weg timmeren? Het is niet zo dat de staat passief is en niet terugvecht. Inlichtingendiensten en krijgsmacht brengen de ondermijning via desinformatie in kaart. Maar omdat opstandige, malcontente of halsstarrige burgers het recht hebben om te liegen, te ontkennen en vals te beschuldigingen en ze met velen zijn kan de journalistiek dat in de publieke opinie nauwelijks meer bijbenen.

Wat is de oplossing? Die gaat in elk geval niet in de richting van staatspropaganda om de desinformatie van de complotdenkers te neutraliseren. Dan is het middel erger dan de kwaal. Het gaat evenmin in de richting van de versterking van de journalistiek omdat die grote groepen van de samenleving niet meer bereikt. Hoewel de journalistieke infrastructuur wel op peil moet blijven. Het vergroten van de mediawijsheid en politieke en historische kennis via een uitgebreid schoolprogramma van media educatie duurt te lang en komt te laat.

Er zit niets anders op dan te hopen dat de krachten in het midden van politiek en journalistiek hun werk blijven doen. Met het streven om problemen op te lossen. Dat houdt in dat sociaal-economische achterstanden van gemarginaliseerde groepen weggewerkt en uitwassen van het kapitalisme flink teruggedrongen moeten worden. Weg van het aandeelhoudersbelang richting duurzaamheid en burgerbelang. De horizon moet verbreed worden.

Als daarnaast techgiganten als Facebook, Twitter en Google eindelijk door strenge overheidsmaatregelen verplicht worden om hun volle verantwoordelijkheid te nemen als journalistiek medium, dan kan dat de functie van de journalistiek helpen opwaarderen. De verwachting is dat het rechts-populisme zichzelf overwint en overwaait als een mode waarover later opgemerkt wordt dat het net zoiets was als de provo’s in de jaren 1960. Een uiting van de tijdgeest. Oh, wat maakten we ons zorgen, maar wat is het vergeleken met wat ons in 2050, 2075 of 2100 overkomt?

Antwoord aan de ‘Islamitische Reminder’ Mikaeel Hasan die de vrijheid van meningsuiting belastert

De Islamitische Reminder Mikaeel Hasan steekt een betoog af over de vrijheid van meningsuiting. Hij stelt dat het een marketingtool is. Dat is blijkbaar de marketingtool van een Islamitische Reminder die de publiciteit zoekt.

Zover is het gekomen met feitenontkenners. Ze liegen dat het gedrukt staat en keren de feiten om. Nieuws noemen ze nepnieuws. Nepnieuws noemen ze nieuws. Een waarde noemen ze marketing. Hun marketing noemen ze een overtuiging. Hasans onwaarheid presenteert hij als waarheid. Smaldenker Hasan presenteert zich als ruimdenker.

Deze video roept de vraag op of Hasan zo dom is als uit zijn betoog blijkt of dat hij net doet alsof hij dom is. Hij kan met alle Nederlanders weten dat de enige beperkingen aan de vrijheid van meningsuiting worden gedicteerd door de wet. Oproepen tot haat of geweld mag niet.

De werking van de nationale rechtsstaat wordt door de staat bepaald. Hasan concludeert uit het feit dat de staat niet neutraal is dat daarom de vrijheden niet neutraal zijn. Of kunnen zijn. Dt is onjuist. De rechtsstaat gaat over de relatie van de staat met de burgers. Kern is dat alle burgers dezelfde rechten hebben. De staat die dat ‘van bovenaf’ bepaalt kan per definitie niet neutraal zijn. De staat dat zijn we zelf zoals we dat hebben vastgelegd in wetten en instituties die voor allen in gelijke mate gelden. Zo moet de vrijheid van meningsuiting begrepen worden.

Wat Hasan doet is opzichtig. Het is de methode van de populist. Hij probeert zijn islamitische waarden op te waarderen door de rechtsstatelijke waarden af te breken. Maar omdat hij dat niet intelligent doet strandt die poging in retoriek. Of zoals hij het zelf over anderen zou noemen, in marketing.

In Nederland is het spotten met een godsdienst of levensovertuiging toegestaan. Of het verkondigen van een scherpe mening over wat dan ook. Hasan bewijst dit met zijn video waarin hij het recht heeft om in vrijheid alles te beweren en hij tegelijk dat recht anderen probeert te ontzeggen. Dat is tegenstrijdig en getuigt niet van een rechtsstatelijke geaardheid.

Hasan heeft ongelijk dat er ‘zoveel tegenstrijdigheid over de vrijheid van meningsuiting is’. Dat is niet zo. Dat verzint hij en tovert hij uit zijn islamitische hoed. Hij maakt het er nog bonter op door te beweren dat mensen die de vrijheid van meningsuiting propageren er zelf niet in geloven. Ook dat is klinklare onzin. Het gaat niet om propaganda voor een religieuze organisatie of een geloof, maar om een universele waarde die voor allen geldt.

Niemand staat boven de wet, hoezeer gelovigen ook claimen dat zij meer rechten hebben dan mensen die zich niet laten inspireren door een geloof. Vooral in orthodox-religieuze kring (christendom én islam) proberen gelovigen vanwege religieuze redenen de vrijheid van meningsuiting in te perken. Ze hebben ongelijk om als lobbygroep te kunnen bepalen waar anderen zich aan te houden hebben. Het is de nationale rechtsstaat die dat bepaalt.

Mikaeel Hasan geeft de indruk dat hij niet alleen niet weet waarover hij praat, maar ook Nederlanders tegen elkaar probeert op te zetten. Het is echter in de kern simpel. Hij als moslim heeft dezelfde vrijheid om anderen te bespotten in hun godsdienst of levensovertuiging als anderen zijn godsdienst mogen bespotten. Dat is de neutraliteit die hij niet zegt te begrijpen.

Hasan claimt als moslim een voorrecht door de innerlijke, leerstellige werking van zijn religie dwingend aan anderen buiten dat geloof op te willen leggen. Dat is onwerkbaar en brengt het publieke debat om zeep omdat het uitingen over anderen praktisch onmogelijk maakt. Dat is in strijd met het gezond verstand waar Hasan zich losjes op beroept, maar dat hij zoals uit zijn betoog lijkt nog niet in zich heeft opgenomen. Zijn wijsheid is nog onderweg.

Foto: Still uit videoVrijheid van meningsuiting is een marketingtool – Mikaeel Hasan’ op het YouTube-kanaal ‘Islamitische Reminders’, 16 november 2020.

Een klassieke Japanse film: ‘An Autumn Afternoon’ (1962) van Yasujiro Ozu

An Autumn Afternoon (Samma no Aji) is een film uit 1962 van de Japanse regisseur Yasujiro Ozu. Een van de grootmeesters van de Japanse cinema. Is dit zo’n film die we denken te hebben gezien, maar toch bij nader inzien niet hebben gezien?

Donald Richie schrijft in zijn monografie ‘Ozu’ over deze film: ‘A company auditor, widowed and getting on in years, lives with his son and daughter and has as friends a few men his own age. From one of them he hears of the marriage of yet another friend’s daughter. This sets him thinking about his own daughter. He decides that she should marry, and eventually arranges it with a young man recommends by his friends. The event goes off as planned. Again he meets with his friends. They all drink together once more, and he realises that he is getting old, and that he is alone.

Een humanistische film over familie, loslaten, ouder worden, weemoed en het leven zelf. Een onopgesmukte film met de kwaliteit van de eenvoud. Een klassieker, deze laatste film van Ozu waar de letterlijke vertaling van is De Smaak van Makreel. Met hoofdrolspeler Chishu Ryu als vader. Tijdens de opnames van deze film stierf Ozu’s moeder. Een jaar later stierf Ozu zelf aan kanker kort voor zijn 60ste verjaardag. De overgang van de late herfst in de winter is voor de maker niet vrijblijvend.

Aardig detail, de militaire mars die in de bar klinkt (41’) klinkt ook in de fenomenale opening van de Chinese film ‘Devils on the Doorstep’ (2000) van Wen Jiang. Zie hier voor betreffend fragment op YouTube. Relativeert die andere blik het Japanisme van Ozu’s film?

NB: Voor Engelse ondertitels van ‘An Autumn Afternoon’: klik op wieltje en vervolgens op Ondertiteling Engels.

Gedachte bij foto ‘Utrecht’ (1902)

Deze foto doet in de verte denken aan de bouwers van wolkenkrabbers die tientallen meters boven de grond halsbrekende toeren uithalen. Dit is echter niet New York, maar Utrecht. Dit is niet de moderne tijd, maar de Middeleeuwen. De bouwers poseren in een rustmoment. Of rusten in een aangenomen pose. Het is 1902.

De bekende Amsterdamse fotograaf Jacob Olie staat bovenop de Domtoren en drukt af. De foto heeft als beschrijving ‘Uitzicht vanaf de Domtoren’. Dat kan kloppen als daar een vergezicht onder verstaan wordt. In afstand en in tijd. We kijken ver weg over de stad en de ommelanden, maar ons oog blijft hangen aan de mannen met de petten op de balken en de man met de hoed op de trans. Ze kijken terug, zo lijkt het. De kwaliteit is hoog.

Foto: Jacob Olie, ‘Utrecht; Uitzicht vanaf de Domtoren’, 1902. Collectie: Beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam.