
Volgens de Mediawet (2008) moet de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) evenwichtig en pluriform zijn. Doorgaans wordt dat opgevat als representativiteit van maatschappelijke stromingen. Diversiteit en toegankelijkheid voor allen moet erin tot uiting komen. Maar dat is een beperkte opvatting. Het kan ook opgevat worden als inhoudelijk pluriform.
In artikel 2.1.2.a van de Mediawet staat ‘Publieke mediadiensten‘ … ‘verzorgen daartoe media-aanbod dat‘: ‘evenwichtig, pluriform, gevarieerd en kwalitatief hoogstaand is en zich tevens kenmerkt door een grote verscheidenheid naar vorm en inhoud‘.
Door de kans dat de radicaal-rechtse omroep Ongehoord Nederland! (ON!) door minister Rianne Letschert (OCW) uit de NPO wordt gegooid en niet langer zendtijd en overheidssubsidie (2026: 4,2 miljoen euro) krijgt is het debat over de evenwichtigheid en pluriformiteit van de NPO geactualiseerd.
ON! heeft wat nu gebeurt aan zichzelf te wijten. Tekenend daarvoor is dat hoofdredacteur Joost Niemöller door algemeen directeur Peter Vlemmix werd ontslagen nadat er ophef ontstond over een online-uitzending waarin Niemöller zei dat Adolf Hitler bepaalde zaken ‘gewoon heel goed‘ zei. Opmerkelijk is dat Niemöller in de gewraakte uitzending al hintte op de ophef. Er waren eerder al incidenten met de toezichthouder (het Commissariaat voor de Media) en het ministerie van OCW.
De stelling is juist dat als ON! uit het publieke bestel gezet wordt de NPO minder pluriform wordt. Het radicaal-rechtse geluid verdwijnt uit het bestel. Daartegenover staat dat het bestel door het verdwijnen van ON! er evenwichtiger en kwalitatief hoogstander op zal worden omdat de misleidende en ophitsende journalistiek van ON! verdwijnt. Het is maar net wat zwaarder weegt.
Het debat over pluriformiteit en ON! leidt tot standpunten dat het publieke bestel allang niet meer pluriform is. Ook met ON! niet. Die standpunten richten zich voornamelijk op de maatschappelijke representatie binnen het publieke bestel en minder op de verscheidenheid naar vorm en inhoud. Een ‘structuur die maatschappelijk achterhaald is geraakt‘ zegt de criticus.
Het is wrang dat dit speelt in de week dat degene die de Mediawet in 1987 schreef overleed: oud-minister Elco Brinkman. Publieke omroepen kregen de wettelijke plicht om een vastgelegd minimumpercentage van hun zendtijd te besteden aan programma-onderdelen van culturele aard en kunst, zoals toneel, documentaires, film en hoorspelen.
Het probleem was toetsing en de handhaving van percentages omdat omroepen de definities van wat kunst was oprekten. Met als gevolg dat kunst en moeilijke onderwerpen zo goed als verdwenen uit de NPO en het publieke bestel steeds lichtvoetiger en luchtlediger werd. De norm van 12,5% van de zendtijd voor kunst werd alleen met kunstgrepen gehaald.
Moet er een nieuwe publiek bestel komen? Nee. Moet er moediger en strenger getoetst worden door het Commissariaat voor de Media zodat ‘moeilijke’ categorieën als kunst en zware informatie hun plek in het bestel krijgen zoals bedoeld en de Mediawet verlangd? Ja. Zullen de bestaande omroepen zich hier iets van aantrekken? Nee. Moet er toch niet een nieuw publiek bestel komt met omroepen of productiehuizen die de Mediawet respecteren en niet uithollen door popularisering en platvloersheid? Ja, dat valt te overwegen.
ON! is slechts symptoom van een NPO die onvoldoende functioneert en nodig aan modernisering en een kwaliteitsslag toe is. Laat de episode met ON! de kans bieden om in het debat over pluriformiteit en evenwichtigheid van de publieke mediadiensten niet alleen te kijken naar maatschappelijke representatie, maar verder te kijken naar waar het uiteindelijk om begonnen is: inhoudelijke kwaliteit en representatie van ‘moeilijke’ programmacategorieën als kunst en zware informatie.







