
Filmmaker Joeri Pruys verwijt in een opinie-artikel in Het Parool van 22 september 2026 met grote woorden het Stedelijk Museum Amsterdam lafheid omdat het volgens directeur Rein Wolfs een neutraal platform wil zijn. Pruys meent ook dat het Stedelijk Museum de genocide in Gaza impliciet zou goedkeuren.
Pruys vindt dat het museum niet neutraal kan zijn. Hij spitst dat toe op de uitblijvende steun van het Stedelijk Museum voor de Culturele Boycot Israël die gaat over ‘medeplichtigheid van Israëlische instellingen en bedrijven aan de mensenrechtenschendingen jegens de Palestijnen‘. Een initiatief van leden van de Nederlandse en Belgische cultuursector.
Pruys’ documentaire Final Cut (2026) over politieke zelfcensuur in de Nederlandse culturele sector gaat op zondag 27 september 2026 in première op het Nederlands Film Festival. Het opinie-artikel kan als publicitair voorproefje daarop beschouwd worden.
Ik ben het niet eens met Pruys, maar evenmin met Rein Wolfs. Ik ben het eens met Joeri Pruys als hij zegt dat een museum niet niet-neutraal kan zijn, maar oneens met hem als hij beweert dat een museum niet apolitiek, dus politiek moet zijn. Dat is ook de teneur van een verslag in metropolis m van januari 2025 over een bijeenkomst in het Stedelijk Museum in november 2024 over ‘het (a)politieke museum’ waar Pruys in zijn opinie naar verwijst.
Pruys mist de nuance dat een culturele instelling tegelijk niet-neutraal is omdat het opereert in een politiek en maatschappelijk machtenveld en daar noodgedwongen positie in inneemt, maar toch apolitiek kan zijn.
Dan moet die laatste term niet absoluut, maar praktisch opgevat worden als kiezen voor onpartijdigheid. Er zit ruimte tussen een apolitieke en onpartijdige opstelling. Ofwel, niet expliciet kiezen voor of tegen een land, solidariteitsbeweging of politieke partij (Oekraïne, Black Lives Matter, Israël, Free Palestine, PRO of VVD) is een politieke én onpartijdige opstelling. Pruys verwijst naar het eerste (apolitiek) en Wolfs naar het laatste (onpartijdig).
Het standpunt van het Stedelijk Museum komt neer op de bedenking hoe een museum dat een politiek standpunt inneemt tegelijkertijd kan dienen als platform voor meerdere perspectieven. Een politiek standpunt voor het een sluit standpunten voor het ander uit.
Dat standpunt van het Stedelijk Museum onder directeur Wolfs kan niet los worden gezien van de kritiek in kunstkringen op hem en het Stedelijk Museum die ontstond na de publiciteit rond de documentaire ‘White Balls on Walls‘ (2022) van Sarah Vos. Die kwam erop neer dat Wolfs een zekere onhandigheid en verkramptheid verweten werd in het inclusiever en diverser maken van het museum. Een bijkomend punt van kritiek was dat dit een oppervlakkige verandering was omdat het museum in de kern wit bleef.
De reactie lijkt te zijn ingegeven door het feit dat het Stedelijk Museum zelf geen onderwerp van controverse wil zijn en kiest voor onpartijdigheid en daarom uit principe geen solidariteitsverklaringen meer ondersteunt. Een nieuwe ICOM-definitie geeft Wolfs daartoe een handvat. Men kan het daar mee oneens zijn, maar het is onterecht van Pruys om het Stedelijk Museum lafheid te verwijten.
Pruys rekt zijn persoonlijk idee van politiek ver op als hij zegt: ‘Door de politieke dimensie van hun inhoudelijke keuzes te ontkennen, ontkennen kunstinstellingen hun rol om progressieve ideeën te agenderen en pal te staan voor democratie en menselijke waardigheid.’
Het is niet de rol van kunstinstellingen om ‘progressieve ideeën te agenderen‘. Pruys die Wolfs en het Stedelijk Museum de pretentie van neutraliteit en apoliticiteit verwijt maakt zich als objectief analist ongeloofwaardig door vanuit een politiek en niet-neutraal standpunt te redeneren. Pruys haalt partijpolitiek, humanisme en maatschappelijke betrokkenheid door elkaar.
Pruys slaat mede de plank mis omdat hij de discussie in de internationale museumsector niet meeneemt in zijn opinie. Wat Wolfs na de episode met ‘White Balls‘ zegt is in lijn met de definitie van de ICOM uit 2022/2023 van wat een museum is en waar hij blijkbaar een nieuwe ankerpunt dat rust biedt in lijkt te hebben gevonden dat het beste weerwoord geeft op Pruys’ opinie. Betrokkenheid bij de samenleving is mogelijk zonder solidariteitsverklaringen te tekenen:
“Een museum is een permanente instelling zonder winstoogmerk, in dienst van de samenleving, gericht op het onderzoeken, verzamelen, bewaren, interpreteren en tentoonstellen van materieel en immaterieel erfgoed. Musea zijn openbaar, toegankelijk en inclusief en bevorderen diversiteit en duurzaamheid. Ze werken en communiceren ethisch, professioneel en met participatie van gemeenschappen. Musea bieden een verscheidenheid aan ervaringen met het oog op educatie, genoegen, reflectie en kennisuitwisseling.“






