Belgische misbruikslachtoffers hebben weinig vertrouwen in paus

Paus Franciscus bezoekt België. Hoog op de agenda staat het kindermisbruik door vertegenwoordigers van de Rooms-Katholieke kerk. De slachtoffers hebben weinig vertrouwen in een voor hen passende afronding van een zaak die ze nu; leven lang met zich meegesleept hebben.

Dubbele standaard van media: ze nemen Trump niet serieus

Er is kritiek op de dubbele standaard van de Amerikaanse pers over de verslaggeving over de campagne van de twee presidentskandidaten van de twee grote partijen Donald Trump en Kamala Harris.

Vooral progressieve en/of Democratische opinieleiders wijzen op de dubbele standaard die eruit bestaat dat Harris door de media hard wordt benaderd en de media Trump laten wegkomen met onzinnige, antidemocratische uitspraken die niet echt serieus worden genomen.

Naargelang de verkiezingen naderen, Harris een goede campagne voert en in populariteit ongekend is gestegen, maar Trump niet wegzakt in de peilingen, is de vraag hoe dat in hemelsnaam mogelijk is. Ook nog eens met een archaïsch kiessysteem dat de Republikeinen bevoordeelt.

De inschatting nu is dat Trump nog tegen de 50% kans heeft om president te worden. Ondanks al zijn blunders, zijn verschijnselen van Alzheimer, zijn racisme, zijn gezwalk over abortus, zijn rechtszaken, zijn pogingen tot staatsgreep op 6 januari 2021, zijn uitspraak dat hij een dictator van één dag zal zijn en zijn controversiële kandidaat vice-president Vance met vrouwonvriendelijke uitspraken die Haïtianen huisdieren ziet eten.

Het valt in dubbel inzicht niet te peilen. Harris is een niet-witte vrouw die het moeilijk heeft om de arbeiders in de battleground staten Pennsylvania, Michigan en Wisconsin voor zich te winnen. Daar worden de verkiezingen beslist. De vrees is dat Republikeinse blue-collar workers als respondenten ondervertegenwoordigd zijn in de peilingen. Daartegenover probeert het team van Harris in te breken in Florida en North Carolina.

Het lijkt dat de dubbele standaard echt bestaat. De media hebben de afgelopen jaren hun werk niet goed gedaan in het verslag doen van wat Trump is en waar hij precies voor staat. Trumps achterban steunt hem hoe dan ook door dik en dun, maar dat geldt niet voor gematigde Republikeinen en onafhankelijken die de grootste categorie kiezers vormen. Het idee van de mediacritici is dat de media laatstgenoemde kiezers niet hebben bereikt in een eerlijke analyse van Trump.

Tegelijk is de vraag hoe het in hemelsnaam mogelijk is dat de Democraten geen grotere voorsprong op Trump hebben opgebouwd. Harris ligt landelijk nu minder dan 3% voor op Trump. Dat is te weinig om te winnen in een kiessysteem dat de Republikeinen bevoordeelt. Media inclusief de invloedrijke New York Times kunnen het hebben laten zitten in hun verslaggeving over Trump, maar valt het de Democraten niet te verwijten dat ze de laatste paar jaren electoraal niet slimmer hebben gehandeld? Harris zou nu landelijk 10% voor moeten liggen op Trump.

Zagen we het afgelopen jaar hetzelfde in Nederland waar ‘Milders’ Wilders en zijn PVV door de media niet serieus werden genomen? Daar lijkt het op. Pas toen het vermaledijde kabinet Schoof op het bordes stond en minister Faber met haar onverzoenlijke houding over asiel kwam, werden de media wakker. Maar toen was het te laat. Tegelijk hebben andere partijen het net als in de VS laten liggen.

Het is een gedeelde schuld, media en partijen die respectievelijk Trump en Wilders de pas wilden afsnijden hebben jammerlijk gefaald. Politiek en media hebben nog steeds geen antwoord op radicaal-rechtse populisten die niet volgens de regels spelen.

ND associeert Laura Loomer venijnig met atheïsme

Schermafbeelding van deel artikelTrumps nieuwe vertrouweling is de extreemrechtse Laura Loomer. Wie is deze ‘atheïst bij de paasmis’?‘ in het ND, 18 september 2024.

Laura Loomer is een Joodse, anti-islamitische ultra-rechtse politica, influencer, complotdenker en activiste uit de entourage van Donald Trump. Hij nam haar onlangs mee naar de herdenking van 9/11 in New York. Voor sommige rechts-radicalen in de Republikeinse partij is Loomer te radicaal en haatdragend. 

In 2018, nadat Twitter (nu X) haar had geband vanwege veelvuldige anti-mosliminhoud, ketende Loomer zich met handboeien vast aan het hoofdkantoor van het bedrijf in New York en droeg ze een gele davidster, vergelijkbaar met de gele davidsster die joden tijdens de Holocaust moesten dragen. 

Het Nederlands Dagblad (ND) zegt in een kop bij een artikel van 18 september 2024 over Loomer: ‘Trumps nieuwe vertrouweling is de extreemrechtse Laura Loomer. Wie is deze ‘atheïst bij de paasmis’?

Waarom legt het ND in de kop de associatie met het atheïsme en niet met Loomers joodsheid? Zij is niet atheïstisch, maar joods.

Het betreffende citaat is van komiek Jordan Klepper in een aflevering van The Daily Show van 12 september 2024. Ook in vertaling heeft Klepper echter niet precies gezegd wat er in de kop staat. Namelijk wie is deze ‘atheïst bij de paasmis‘? De aanhalingstekens die authenticiteit suggereren verwijzen naar een uitspraak die Klepper niet heeft gezegd.

De context van dit citaat is dat Trump Loomer meenam naar genoemde herdenking van 9/11. Klepper: ‘Donald Trump has been flying around the country with far-right internet troll Laura Loomer, a 9/11 conspiracy theorist who Trump brought to a 9/11 ceremony yesterday. A 9/11 truther at a 9/11 ceremony. Is that like an atheist going to Easter mass? ‘Well, I don’t believe in any of this, but as long as you guys are having fun.’”’

Het citaat van Klepper is grappig bedoeld, neemt stelling tegen Trump en Loomer, en relativeert tegelijk wat hij zegt: ‘Nou, ik geloof er niets van, maar zolang jullie maar lol hebben’. Het is een komische overdrijving met een serieuze ondertoon die gerelativeerd wordt. Zo doen komieken dat.

Het ND geeft de uitspraak in het artikel verkeerd weer als het zegt: ‘Alsof je een atheïst uitnodigt bij de paasmis’. Dat heeft Klepper niet gezegd, dat zuigt de auteur van het ND-artikel uit de duim. Waarschijnlijk verwart hij dat met de scherts: een kalkoen uitnodigen voor Thanksgivings Day diner.

Daarbij komt dat de uitspraak over de atheïst en de paasmis in het christelijke ND dat zowel nieuws over christelijk geloof en kerk in de kolommen heeft een andere lading krijgt dan in de komisch-satirische context van The Daily Show.

Atheïsme en secularisme zijn favoriete mikpunten van niet-progressieve christenen. Ze begrijpen het niet, stellen het verkeerd voor, en benaderen het neerbuigend en vijandig. Dat ligt nu eenmaal in de aard van behoudende christenen. Als de schorpioen die ondanks zichzelf nu eenmaal met gif moet steken.

Het ND gaat journalistiek de fout in door een grappig bedoelde uitspraak van Jordan Klepper verkeerd weer te geven en fout te citeren, en het in de kolommen met zoveel christendom een nieuwe, serieuze strekking te geven die atheïsme heerlijk neerzet als boksbal om tegen aan te slaan. Terwijl Laura Loomer niets met atheïsme te maken heeft. Waarom zegt het ND in de kop niet: ‘Wie is deze Jood bij de paasmis?’.

NB: Ik ben geen atheïst of christen. Het gaat me om zorgvuldige journalistiek.

Matthew D. Taylor legt uit dat Calvijn, Abraham Kuyper, C. Peter Wagner en conservatieve christenen niet uitgaan van de bijbel

Volgens dr. Matthew D. Taylor is er een direct verband tussen Calvijn, ARP-voorman Abraham Kuyper, Amerikaanse evangelicals en de New Apostolic Reformation (NAR) van C. Peter Wagner waar Donald Trump tegen aanleunt.

Hij legt uit dat wat conservatieve christenen die zijn verzameld in de fundamentalistisch-christelijke Reconstructionisten en NAR zich niet baseren op de bijbel, maar op de constructie van de Seven Mountains Dominionism dat aan hen autonomie biedt op de volgende gebieden: gezin, religie, onderwijs, media, kunst en entertainment, bedrijfsleven en overheid.

Christenen moeten volgens deze conservatieve christenen de top van deze zeven bergen controleren. Nadat ze die veroverd hebben. Omdat volgens hen Trump de media- en mediaberg al veroverd had hielpen de conservatieve evangelicals hem in 2016 en ook in 2020 en 2024 om de regeringsberg te veroveren.

Met de bijbel heeft de NAR van C. Peter Wagner volgens Taylor niets te maken. Ze leggen een laag van ervaring en profetie over de bijbel waarmee ze hun eigen waarheid en maatschappelijke invloed creëren. Ook over religie zelf.

Vreemd is het dus niet dat de pseudo-christelijke Trump en de NAR elkaar vinden. In hun verbeelding over het christendom en hun wil om daarvan een instrument te maken om maatschappelijke en politieke macht te bezitten. Het christendom van de bijbel hoeft Trump volgens zijn conservatief-christelijke bentgenoten niet aan te hangen, want dat doen de Reconstructionisten, de evangelicals en de NAR van C. Peter Wagner evenmin.

Wie leidt het debat over de sanering van kleinere musea?

Schermafbeelding van deel artikelOnderzoek economische positie van de musea: vooral kleinere musea hebben het moeilijk‘ in Metropolis M, 24 september 2024.

Uit de cijfers van het jaarlijkse onderzoek van de Museumvereniging en het CBS blijkt dat kleine (omzet tot 400.000 euro) en middelkleine (omzet tussen 400.000 en 800.000 euro) musea het financieel moeilijk hebben.

Ze hebben hogere kosten en het bezoek per categorie neemt gemiddeld met respectievelijk 33 en 18% af vergeleken met 2019.

De kleinere musea herstellen moeizaam van de coronacrisis. Een extra klap zou de verhoging van de BTW van toegangskaarten zijn van 9 naar 21%. Ze zijn extra kwetsbaar omdat ze hoofdzakelijk op vrijwilligers draaien. Een perfecte storm kondigt zich aan.

Men kan zich afvragen of er met de kleinere musea niet meer aan de hand is dan de negatieve effecten van de coronacrisis. Vertelt de Museumvereniging met het perspectief van de coronacrisis het hele verhaal? Worstelen kleinere musea niet met een structureel probleem?

De Museumvereniging is belangenbehartiger van alle bij haar aangesloten musea. Het kan geen onderscheid maken. Bijvoorbeeld door te pleiten voor een koude sanering van kleine en middelkleine musea. Daar liggen de grootste problemen.

De Museumvereniging heeft dubbele petten op. Belangenbehartiging, expertise, publiciteit, verbinding met het publiek, vormgeven van de museumsector en invoering van door de overheid geëiste criteria (inclusie, duurzaamheid etc.) gaan niet goed samen. De petten liggen niet altijd perfect op één lijn. De Museumvereniging kan het debat over de sanering van de museumsector niet leiden.

Sanering van de sector is nodig om de museumsector te versterken, bestendig voor de toekomst te maken en zoveel mogelijk buiten de greep van de rechtse politiek te houden.

In Nederland zijn veel musea. Volgens sommigen te veel musea. Van veel kleinere musea kan men zich afvragen in welke behoefte ze voorzien. Dat kunnen subsidiegevers, sponsors, media die free publicity bieden en publiek niet verstouwen. De kleinere musea zetten vooral publicitair en politiek de hele sector onder druk. Dat is ongelukkig.

Jos Timmers op de Jan van Eyck-academie en in het Bonnefantenmuseum

Frans Lahaye,Maastricht. Academieplein 1. “Jan van Eyck”-academie. P. Syen; stadsacademie, Ans v. Kraay; stadsacademie, Prof. J.J.M. Timmers; directeur Jan van Eyck-academie en Bonnefantenmuseum, Paula Paashuis; conservatorium, W. Heysteck; directeur conservatorium,J. Scheffers; directeur stadsacademie, Paul v.d. Heuvel; conservatorium, A. Rieu; LSO, Charles Eyck; kunstschilder, F. Gast; Jan van Eyck-academie, M. Niel; LSO, Bruny Henke; toneel-academie, Antoinette de Visser; docente toneel-academie, R. den Ambtman; toneel-academie, Conny van Leeuwen; toneel-academie, Felix van Beek; kunstschilder en P. Stallenberg; AvCeEV.1964. Collectie: Fotocollectie GAM.

Veelzeggend en hilarisch is een stuk uit een krantenartikel in het Limburgs Dagblad van 25 maart 1977 (zie hieronder). Het draait om hoogleraar dr. Jos Timmers die op z’n 70ste met emeritaat gaat. Hij was in Maastricht tot 1972 directeur van het Bonnefantenmuseum en van 1948 tot 1977 hoogleraar kunstgeschiedenis en iconografie aan en van 1955 tot 1965 directeur van de Jan van Eyck-academie. Beide functies niet in voltijd.

Verder bekleedde deze kunsthistoricus in het naoorlogse Nederland en specifiek in Limburg diverse functies. Zijn specialisme was Maaslandse en Italiaanse kunst van de nieuwe tijd (zeg: vanaf 1450).

Limburgs Dagblad van 25 maart 1977:

Prof. Jos Timmers lijkt in de jaren 1950 en 1960 door de tijdgeest achterhaald. Hij vond dat er vanaf het begin iets schortte aan de Jan van Eyck-academie als kweekschool voor kerkelijke kunst. Hij is niet duidelijk over dat proces van secularisatie tijdens zijn directoraat van 1955 tot 1965. Legt hij dat terugblikkend al in 1955 of tijdens de hele periode tot 1965?

Duidelijk is dat hij aan de Jan van Eyck hoogleraar was tot 1977 en de studenten het lieten afweten. Bijwonen van de colleges kunstgeschiedenis en iconografie was blijkbaar niet verplicht. Op zo’n manier verbonden zijn aan een academie is tragisch. Zowel voor de docent, de studenten als de academie.

Op de onderste foto praat iemand tegen een gehoor dat uitsluitend uit witte mannen bestaat. Dat ter gelegenheid van de opening van de tentoonstelling moderne Düsseldorfse kunst in 1954 in het Bonnefantenmuseum. Het werk van Joseph Beuys werd pas vanaf 1975 in de museumcollectie opgenomen. De toelichting bij deze foto zegt niet wie de spreker is. Maar ik heb het sterke vermoeden dat het dr. Jos Timmers is. Maar zeker weten doe ik het niet.

Fotopersbureau Het Zuiden,
Maastricht. Bonnefantenstraat 2-4. Opening van de tentoonstelling moderne Düsseldorfse kunst in het Bonnefantenmuseum. Rechts burgemeester Michiels van Kessenich1954. Collectie: Fotocollectie GAM

Spaanse dierenpartij PACMA eist vergeefs dat documentaire stierenvechten niet wordt vertoond op filmfestival San Sebastián


Regisseur Albert Serra op 22 september 2024 op het Filmfestival van San Sebastián. Zijn aankomst.

De Spaanse dierenpartij PACMA heeft een protestactie tegen stierenvechten. De zogenaamde tauromaquia wordt gezien als onaanvaardbaar omdat het die cultuur verheerlijkt en vermenselijkt. Ooit werd het stierenvechten gezien als symbool van de Spaanse cultuur.

Nu zijn de meningen in Spanje verdeeld. Een grote meerderheid van de Spanjaarden is tegen stierenvechten. De linkse regering Pedro Sánchez sluit zich daar bij aan. Maar het is een geleidelijk proces om afstand te nemen van zo’n diepgewortelde traditie.

PACMA verzet zich tegen stierenvechten vanwege het dierenleed. Soms wordt ook gezegd ‘onnodig dierenleed’ of dierenmishandeling. Dat zou niet bij een modern Spanje passen.

Interessant werd het toen enkele dagen geleden PACMA de terugtrekking van de 125 minuten lange documentaire ‘Tardes de Soledad’ (‘Eenzame middagen’) uit de officiële selectie van het filmfestival van San Sebastián eiste. De film van regisseur Albert Serra gaat op 23 september 2024 in première. Het gaat over de twee stierenvechters Andrés Roca Rey en Pablo Aguado en hun passie. Volgens PACMA zou de film het stierenvechten romantiseren.

PACMA heeft niet weten te bereiken dat de film door het filmfestival wordt teruggetrokken, maar het protest heeft de publiciteit gehaald. Festivaldirecteur José Luis Rebordinos zegt erover het volgende (vertaald): ‘Het gaat om een film waarover veel te zeggen zal zijn, uiteraard, en waar mensen tegen of voor zullen zijn’.

Rebordinos neemt het op voor Albert Serra als hij zegt: ‘acercarse a ese mundo con una mirada de artista’. Zoiets als een artistieke benadering van de tauromaquia. Serra zou het thema benaderen met de blik van de kunstenaar.

Spanjevandaag.com voegt daar in een artikel van 20 september 2024 het volgende aan toe: ‘Het zou dus niet om een steunbetuiging of een protest gaan maar om het simpelweg in beeld brengen van een gewelddadig cultureel fenomeen’. Het is een lastige redenering om te veronderstellen dat een controversieel cultureel fenomeen onpartijdig in beeld kan worden gebracht.

De huidige minister van Cultuur Ernest Urtasun is lid van de Groenen. Tegenover de pers op het filmfestival van San Sebastián verklaarde hij als ecosocialist op 21 september 2024 dat zijn standpunt over stierenvechten bekend is. Afwijzend dus. Maar tegelijkertijd verdedigt hij de vrijheid van de kunst. Hij zegt dat Serra ‘een geweldige filmmaker’ is die hij al lange tijd volgt.

De eis van PACMA om de documentaire niet te vertonen op het filmfestival is onhaalbaar omdat het strijdig is met de vrijheid van expressie. Maar PACMA heeft met het protest de publiciteit gehaald en zo aangesloten bij haar langlopende actie tegen stierenvechten.

Met meer dan 90% van de Spanjaarden die tegen het stierenvechten zijn is de afloop duidelijk. Het moet alleen netjes afgerond worden zonder dat de politiek zich er te veel mee bemoeit. Dat kan averechts uitpakken. Die afronding heeft tijd nodig. De lobby van PACMA kan dat proces versnellen.

Asielvluchteling Laszlo Koscis uit Hongarije vindt snel status, huis en baan (1957)

L. Hessels,Portret van de Hongaarse vluchteling Laszlo Koscis die een betrekking aangeboden heeft gekregen op kantoor bij N.S. te Utrecht22 januari 1957. Collectie: Deelcollectie Nederlandse Spoorwegen opgenomen in Het Utrechts Archief.

De foto ontroert omdat over allerlei aspecten de verschillen met het hedendaagse Nederland groot zijn. Wat zegt dat over hedendaags Nederland?

De Hongaarse vluchteling Laszlo Koscis vlucht met zijn gezin op 15 november 1956 naar Oostenrijk. Vanwege de inval van Sovjet-troepen in Hongarije. Daarna komt hij in Nederland terecht en krijgt een huis in Maarssen en een administratieve baan bij de NS in Utrecht aangeboden. Koscis was stationschef in Hongarije.

Dit verhaal symboliseert een ruimdenkend Nederland. Het wordt Kovics die moet vluchten voor de communisten gegund. In 1957 hangt er nog een IJzeren Gordijn over Centraal-Europa.

Op 22 januari 1957 wordt de foto genomen. De deelcollectie Nederlandse Spoorwegen is opgenomen in de collectie van Het Utrechts Archief.

De verschillen met nu zijn een snelle procedure voor een asielstatus, het binnen twee maanden vinden van een baan en de toewijzing van een woning. Terwijl Nederland in 1957 lang niet zo welvarend was als nu en de woningnood nijpend was door een tekort aan bouwmateriaal en bouwvakkers. Dat waren de jaren dat bouwvakkers in opstand kwamen omdat ze zelf geen huis hadden.

Het NS-kantoor toont een andere tijd. Met typemachines, systeemkaarten, houten kantoormeubels, stempels en een gedistingeerde werknemer in pak met stropdas die zo stereotiep is dat hij moeiteloos gecast zou kunnen worden in een Hollywoodfilm: Laszlo Koscis, The Station Master Who Came in from the Cold.

In 1957 was er het kabinet Drees III onder de PvdA-premier Willem Drees dat bestond uit PvdA, KVP, ARP en CHU. De rood-roomse coalitie had oog voor iemand als Laszlo Koscis en probeerde de schaarste van toen eerlijk te verdelen.

NSC vecht tegen de beeldvorming een partij zonder ruggengraat en principes te zijn

NSC zoekt een Hoofd Beleid én een Hoofd Voorlichting. In de video geven betrokkenen van NSC aan wat ze belangrijk vinden. Er klinken woorden als jong, menselijk, dynamisch, betrokken, diep avontuur en verschilmaker. Dat is hoe NSC zichzelf ziet.

Dat zal niet altijd zijn hoe anderen de partij zien. Onbegrijpelijk voor velen is waarom het een kabinet onder leiding van de PVV aan een meerderheid in de Tweede Kamer heeft geholpen. Met plannen voor het strengste asielbeleid ooit tot gevolg. Zo meent de PVV. Ook als daar de eerste prioriteit van NSC voor opzij gezet moet worden. Namelijk goed bestuur. Dat ondermijnt de geloofwaardigheid van NSC.

In de Algemene Politieke Beschouwingen was de worsteling van NSC zichtbaar. Ook nog eens met vervangend fractievoorzitter Nicolien van Vroonhoven die Omtzigt vervangt en niet handig opereerde. De partij zit in een kabinet dat gedomineerd wordt door de radicaal-rechtse PVV, maar probeert er tegelijk afstand van te nemen. Dat is een act die niemand waardeert.

Het raadsel is waarom NSC zich niet voor een centrumkabinet sterk heeft gemaakt. Onduidelijk is of NSC dat zoveel oud-leden van de CDA in de gelederen heeft een centrumpartij of een rechtse partij is. Waarom heeft het afgeweken van het eigen standpunt dat het een kabinet met de PVV blokkeerde?

Dat was in de aanloop naar de verkiezingen van november 2023 een standpunt in de campagne. In augustus 2023 zei Omtzigt dat hij samenwerking met de PVV nadrukkelijk uitsloot. Hij herhaalde dat standpunt over de blokkade van de PVV na de verkiezingen.

In januari 2024 liet Omtzigt zich door Geert Wilders toch een kabinet onder leiding van de PVV in rommelen. Dat moest op verzoek van Omtzigt in de vorm extraparlementair worden genoemd, wat het volgens niemand is geworden.

Een partij wordt er onbetrouwbaar en ongeloofwaardig op als het zigzaggend opereert en zich niet aan haar eigen woord houdt. Dan lopen kiezers weg. NSC heeft zichzelf niet serieus genomen. De onlangs teruggetreden Omtzigt heeft zichzelf afgebrand door zijn geweifel en geaarzel. Terwijl de partij met 20 zetels in de Tweede Kamer wel degelijk een machtsfactor is. Onder Omtzigt is NSC een speelbal op de golven van de PVV-zee geworden. Een windvaan op zoek naar grond onder de voeten.

Tegen de beeldvorming als partij zonder ruggengraat en principes vecht NSC. Na de valse start kan het als nieuwe partij nauwelijks nog winnen. Ook niet met versterking van een Hoofd Beleid en een Hoofd Voorlichting.

Jimmy Nelson speelt vals in ‘Ode aan Nederland’

Affiche van de door de Jimmy Nelson Foundation gemaakte tentoonstelling ‘Ode van Nederland‘ in Museum Dokkum, 2024.

Waardering of afkeuring voor het werk van fotograaf Jimmy Nelson kan dienen om iemands smaak en stijl te peilen. Als lakmoesproef of ultieme test. Nelson scheidt de schapen van de bokken wat schoonheidszin én ethiek betreft. 

Nelsons werk zie ik als bedrieglijk en fake. Het is etnokitsch. Pseudo-folklore vanuit een behoudend wereldbeeld dat een parodie maakt van volksgebruiken die worden opgeblazen en vervalst.

Wat bezielt musea om de pseudo-kunst van Jimmy Nelson te tonen? De musea zijn Het Warenhuis in Axel, Muzee in Scheveningen, Museum Dokkum in Friesland en het Zaansmuseum in Zaandam.

Nelsons werk mag er uiteraard zijn in de populaire cultuur. Het voorziet blijkbaar in een behoefte. Het raadsel is waarom musea het programmeren. Voor musea zou men denken dat de lat hoger ligt.

Musea hebben immers de verantwoordelijkheid om verantwoord werk te tonen. Worden kleinere musea overbluft door de marketingsmachine van de Jimmy Nelson Foundation? Daar lijkt het op. Ze krijgen de begeleidende teksten persklaar aangeleverd. Ze tonen het perspectief van Jimmy Nelson, niet het perspectief van hun eigen organisatie.

De tentoonstelling ‘Ode aan Nederland’ is een reizende tentoonstelling die wordt gemaakt door de Jimmy Nelson Foundation. Het toont werk uit Nelsons fotoboek ‘Between the Sea and the Sky’, dus kan opgevat worden als marketing van de Jimmy Nelson Foundation waar vier Nederlandse musea aan meewerken. Het is onduidelijk of ze een uitkoopsom moeten betalen of de tentoonstelling gratis aangeleverd krijgen.

Maar de Jimmy Nelson Foundation gaat verder dan het samenwerken met de vier musea. De Jimmy Nelson Foundation heeft bij de tentoonstelling als ‘aanvullend materiaal‘ het spel “Ode aan Nederland‘ ontwikkeld dat ‘is ontworpen voor een interactieve verkenning van culturele diversiteit, inclusiviteit en behoud‘. Het is ook gericht op ‘schoolgroepen‘.

Schermafbeelding van deel paragraafSpeel het ‘Ode aan Nederland’ spel’ van de Jimmy Nelson Foundation.

Daar kunnen we niet gelukkig mee zijn. Termen als culturele diversiteit en inclusiviteit zijn op dit moment de juist buzz-woorden die rondzoemen om sponsors, bedrijven, musea en bezoekers over de streep te trekken.

Daarom is het begrijpelijk dat de Jimmy Nelson Foundation op die knoppen drukt. Aandacht daarvoor is een goed uitgangspunt. Maar dat is het niet als het een scheef, zelfs vals beeld van diversiteit en inclusie geeft. Zeker als het het lesmateriaal voor het onderwijs betreft.

De Jimmy Nelson Foundation zegt in de toelichting bij ‘Ode aan Nederland‘ (vertaald): ‘Door de lens van Jimmy Nelson presenteert deze tentoonstelling een diepgaande verkenning van de verborgen en over het hoofd geziene identiteit van een natie die, in zijn meedogenloze mars naar de toekomst, voor altijd het contact met zijn authentieke wortels leek te verliezen’.

De pretentie van een ‘verborgen en over het hoofd geziene identiteit van een natie‘ kan Nelson niet waarmaken. Het is een kaakslag voor allen die dat vakgebied serieus onderzoeken. De inbeelding van een Engelse fotograaf dat hij onthult wat anderen niet zien is pedant. Zelfs als men beseft dat het ingegeven wordt door marketing en zelfpromotie.

Waar laat dat het Meertens Instituut, Volkenkundige Musea van Nederland, en (culturele) antropologen en etnologen die zich wetenschappelijk bezighouden met het beschrijven van de Nederlandse cultuur en identiteit? Ze kunnen wel inpakken, Jimmy Nelson weet het beter.