Kwestie ON! biedt kans om publiek bestel te toetsen op kwaliteit en inhoudelijke representativiteit

Televisie

Volgens de Mediawet (2008) moet de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) evenwichtig en pluriform zijn. Doorgaans wordt dat opgevat als representativiteit van maatschappelijke stromingen. Diversiteit en toegankelijkheid voor allen moet erin tot uiting komen. Maar dat is een beperkte opvatting. Het kan ook opgevat worden als inhoudelijk pluriform.

In artikel 2.1.2.a van de Mediawet staat ‘Publieke mediadiensten‘ … ‘verzorgen daartoe media-aanbod dat‘: ‘evenwichtig, pluriform, gevarieerd en kwalitatief hoogstaand is en zich tevens kenmerkt door een grote verscheidenheid naar vorm en inhoud‘.

Door de kans dat de radicaal-rechtse omroep Ongehoord Nederland! (ON!) door minister Rianne Letschert (OCW) uit de NPO wordt gegooid en niet langer zendtijd en overheidssubsidie (2026: 4,2 miljoen euro) krijgt is het debat over de evenwichtigheid en pluriformiteit van de NPO geactualiseerd.

ON! heeft wat nu gebeurt aan zichzelf te wijten. Tekenend daarvoor is dat hoofdredacteur Joost Niemöller door algemeen directeur Peter Vlemmix werd ontslagen nadat er ophef ontstond over een online-uitzending waarin Niemöller zei dat Adolf Hitler bepaalde zaken ‘gewoon heel goed‘ zei. Opmerkelijk is dat Niemöller in de gewraakte uitzending al hintte op de ophef. Er waren eerder al incidenten met de toezichthouder (het Commissariaat voor de Media) en het ministerie van OCW.

De stelling is juist dat als ON! uit het publieke bestel gezet wordt de NPO minder pluriform wordt. Het radicaal-rechtse geluid verdwijnt uit het bestel. Daartegenover staat dat het bestel door het verdwijnen van ON! er evenwichtiger en kwalitatief hoogstander op zal worden omdat de misleidende en ophitsende journalistiek van ON! verdwijnt. Het is maar net wat zwaarder weegt.

Het debat over pluriformiteit en ON! leidt tot standpunten dat het publieke bestel allang niet meer pluriform is. Ook met ON! niet. Die standpunten richten zich voornamelijk op de maatschappelijke representatie binnen het publieke bestel en minder op de verscheidenheid naar vorm en inhoud. Een ‘structuur die maatschappelijk achterhaald is geraakt‘ zegt de criticus.

Het is wrang dat dit speelt in de week dat degene die de Mediawet in 1987 schreef overleed: oud-minister Elco Brinkman. Publieke omroepen kregen de wettelijke plicht om een vastgelegd minimumpercentage van hun zendtijd te besteden aan programma-onderdelen van culturele aard en kunst, zoals toneel, documentaires, film en hoorspelen.

Het probleem was toetsing en de handhaving van percentages omdat omroepen de definities van wat kunst was oprekten. Met als gevolg dat kunst en moeilijke onderwerpen zo goed als verdwenen uit de NPO en het publieke bestel steeds lichtvoetiger en luchtlediger werd. De norm van 12,5% van de zendtijd voor kunst werd alleen met kunstgrepen gehaald.

Moet er een nieuwe publiek bestel komen? Nee. Moet er moediger en strenger getoetst worden door het Commissariaat voor de Media zodat ‘moeilijke’ categorieën als kunst en zware informatie hun plek in het bestel krijgen zoals bedoeld en de Mediawet verlangd? Ja. Zullen de bestaande omroepen zich hier iets van aantrekken? Nee. Moet er toch niet een nieuw publiek bestel komt met omroepen of productiehuizen die de Mediawet respecteren en niet uithollen door popularisering en platvloersheid? Ja, dat valt te overwegen.

ON! is slechts symptoom van een NPO die onvoldoende functioneert en nodig aan modernisering en een kwaliteitsslag toe is. Laat de episode met ON! de kans bieden om in het debat over pluriformiteit en evenwichtigheid van de publieke mediadiensten niet alleen te kijken naar maatschappelijke representatie, maar verder te kijken naar waar het uiteindelijk om begonnen is: inhoudelijke kwaliteit en representatie van ‘moeilijke’ programmacategorieën als kunst en zware informatie.

Het chagrijn van Nederland: stagnerende partijpolitiek

René Magritte, La Reconnaissance infinie [Oneindige dankbaarheid], 1963.

Velen in mijn omgeving en ik hebben het gehad met de Nederlandse partijpolitiek. We zijn er helemaal klaar mee, zoals dat tegenwoordig genoemd wordt. Rond de 60% van de bevolking gaf eind 2025 de landelijke politiek een onvoldoende.

Maar die onvrede wijst niet één kant op. Het Nederland van politieke, religieuze, etnische, sociale en economische minderheden is gefragmenteerd op het onuitvoerbare af. Daarachter zitten gevestigde belangen die samengaan met geld en macht die hun parallelle werkelijkheid hebben en belang hebben bij fragmentatie en de status-quo.

Krijgt Nederland de laatste jaren wat het in de kern is en verdient of is er nog verbetering te boeken? Maar waar dan?

Na een stilstand van bijna twee jaar van het radicaal-rechtse kabinet Schoof dat gegijzeld werd door de PVV dreigt nu stilstand van het centrum-rechtse kabinet Jetten. Hoop dat het beter zal gaan slaat geleidelijk de bodem in.

Het chagrijn is niet meer weg te denken uit de publieke opinie. Het vooruitgangsgeloof dat door de Verlichting gevoed werd is voor velen omgeslagen in een achteruitgangsgeloof. Kinderen zullen het economisch en ecologisch slechter hebben dan hun ouders. Europa en Nederland hebben hun beste tijd achter zich, zo is het idee.

Tegelijk is de constatering dat Nederland door binnenlandse problemen met stikstof, onderwijs, infrastructuur en woningbouw, een economie en bedrijfsleven waarvan de basis bedreigd wordt door China en de VS, en de agressieve veiligheidspolitiek van de Russische Federatie achter de feiten aanloopt, weerloos is en zich geen stilstand kan veroorloven.

Gelukkig is er de EU die te laat, maar uiteindelijk zichzelf en Nederland enige politieke richting geeft -al is het gedwongen- die de Nederlandse partijpolitiek mist.

De praktijk van de laatste jaren leert dat rechts kansen krijgt, maar verknalt. Vooral partijen rechts van de VVD blinken uit in chaos, onderlinge verdeeldheid en marketing die niks om het lijf heeft. Je vraagt je af wat deze partijen die vaak vehikels rond één persoon zijn (Wilders, Baudet, Eerdmans, Van der Plas, Markuszower) bijdragen. Doorgaans zijn ze tegen en ontlenen daar hun bestaan aan. Of dat respectievelijk islam, EU, asiel- en migratiebeleid, stikstofbeleid, en asiel en open grenzen is.

Het was de onder Dilan Yesilgöz ver naar rechts opgeschoven VVD die PRO (toen PvdA en GL) eenzijdig uitsloot van kabinetsdeelname. Onbegrijpelijk was dat D66 dat de landelijke verkiezingen van oktober 2025 met 17 zetels winst won, terwijl de VVD twee zetels verloor zich door de VVD in de onderhandelingen af liet troeven. Dat was een strategische blunder van D66-leider Rob Jetten waar Nederland nu de wrange vruchten van plukt.

Gevolg is dat er nu een minderheidskabinet zit waar de centrum-rechtse D66 en CDA min of meer samen staan tegenover de radicaal-rechtse VVD. Een minderheidskabinet dat in beide kamers geen meerderheid heeft. De drie coalitiepartijen blazen het kabinet nu alleen niet op omdat ze in de peilingen alledrie op verlies staan.

Terwijl Nederland voor gigantische uitdagingen staat ontaardt vanwege partijpolitiek het land in stilstand. Beleid komt spaarzaam van de grond. Partijpolitiek gijzelt Nederland. Een alternatief is er echter niet.

Uiteindelijk gaat de voet op de rem van de VVD om problemen aan te pakken en Nederland te hervormen over het verdedigen van financiële belangen zoals de hypotheekrenteaftrek en de vermogenswinstbelasting van box 3. Het gaat om geld, maar ook om macht.

Zelfs een lid van het Koninklijk Huis mengde zich in februari 2026 in de discussie over de vermogenswinstbelasting toen hij publiekelijk zei dat invoering ervan het investeringsklimaat van Nederland zou beschadigen. In een commentaar constateerde ik dat hij zijn boekje te buiten ging. Maar hij werd door niemand terechtgewezen of teruggefloten.

Te strikt opgevatte belangenbehartiging van de eigen achterban is niet wat Nederland nu nodig heeft. Ook in het middenveld lijkt door opstelling van de vakbonden het ooit tussen werkgevers en werknemers gesloten Akkoord van Wassenaar dood. Ofschoon de vakbonden zich nog steeds gematigd opstellen en compromissen over de sociale zekerheid en zorg nog steeds mogelijk zijn.

Zo verdwijnt lucht en handelingsruimte uit de politiek. En uit de samenleving.

Wellicht is het wachten op een nieuwe generatie politieke leiders die het belang van Nederland belangrijker acht dan hun partijpolitieke belang. Die zoals dat heet over hun eigen schaduw heenstappen, wat in werkelijkheid een illusie is. De paradox is dat Nederland om met beide benen op de grond te staan het blijkbaar moet zoeken in verbeelding en droombeelden.

Landen gaan soms door een periode van politieke en maatschappelijke instabiliteit. Daar komen ze doorgaans als herboren uit. Laat dat het lichtpuntje zijn in een Nederland waar het trouwens nog steeds goed toeven is. Maar dat chagrijn … het gaat met ons op de loop.

Vraag aan AI-modus: ‘wat vindt George Knight van Museum Oud Amelisweerd en Armando?’ 10/10

Antwoord van de AI-modus van Google op de vraag ‘wat vindt George Knight van Museum Oud Amelisweerd en Armando?’. Gesteld op 4 september augustus 2026.

Dit blog besteedde vanaf december 2010 met het commentaarOnderzoek Armando Museum roept vragen op’ aandacht aan een Stichtse kwestie dat de knuppel in het hoenderhok gooide. Het besloot zo: ‘Het is voor het vervolgonderzoek verstandig om van onderop te werken en de feiten te laten spreken. Specialisten op het gebied van klimaat, behoud, museologie, veiligheid en restauratie dienen aan het woord te komen. Ons erfgoed en cultuurbudget zijn te kostbaar om onbezonnen op te offeren aan een gelegenheidsconstructie die politieke en persoonlijke belangen dient.’ Dat vervolgonderzoek kwam er nooit.

In de jaren daarna verschenen hier tientallen commentaren over diverse aspecten van het Armando Museum in landhuis Oud-Amelisweerd te Bunnik bij Utrecht dat later de naam Museum Oud-Amelisweerd (MOA) kreeg. Het is een rijksmonument. Ze boden ook focus en steun voor de kritiek die elders bestond. De kern was de kritiek op de ondoorzichtige besluitvorming in de gemeenten Utrecht en Amersfoort over de vestiging van dit museum. De onderste steen is daarover nog niet boven gekomen. Niemand wil verantwoordelijkheid dragen voor dit mislukte project. Uiteraard kreeg ik kritiek vanuit de omgeving van het MOA omdat ik me in de kwestie zou ‘vastbijten‘.

Reden dat ik er op mijn blog aandacht aan besteedde aan de in mijn ogen aangekondigde ramp was dat de regionale en landelijke pers er in dat eerste jaar over zweeg. Ik informeerde me en informeerde anderen door met toenmalige raadsleden in Utrecht en Amersfoort over wat gaandeweg een kwestie werd te spreken. Dat leidde zelfs tot vragen van de PVV in de provincie Utrecht. En met journalisten van regionale en landelijke media. Ook sprak ik met medewerkers van het Centraal Museum die bij de restauratie van het casco van het landhuis betrokken waren.

Een apart verhaal zijn de tragisch om het leven gekomen Amersfoortse PvdA’er Ramón Smits Alvarez en de in problemen gekomen Utrechtse PvdA’er Bert van der Roest. Ze dachten actief mee, maar zaten uiteindelijk zichzelf in de weg en konden bestuurlijk geen verschil maken.

Ook sprak ik met oud-hoofdconservator van het Stedelijk Museum en vriend van Armando Rini Dippel die op kunsthistorische gronden vernietigend was over Armando in landhuis Oud-Amelisweerd. Armando zelf was uiteindelijk evenmin gelukkig met ‘zijn‘ museum en nam er vanaf 2011, 2016, 2017 en in 2018 stapsgewijs afstand van door zijn contacten met meer professionele musea als Museum Kröller-Müller en Museum Cobra aan te halen.

Dippel wees ook op de contractbreuk van een overeenkomst van 15 januari 1998 tussen Amersfoort, Armando en Tony de Meijere over een langdurige bruikleen waarbij de partijen zich bereid verklaarden om het werk van Armando binnen Amersfoort tentoon te stellen. Rini Dippel zag de plannen om naar Oud-Amelisweerd te verhuizen als een regelrechte contractbreuk van deze overeenkomst door de gemeente Amersfoort. In enkele uitwisselingen van gedachten bevestigde Tony de Meijere me de lezing van Dippel.

Er waren experts die zich vanuit hun expertise verzetten tegen de bestuurlijke stoomwals die dit project door wilde drukken zonder openheid, behoefte om met critici in gesprek te gaan en inhoudelijke onderbouwing. Zoals kunsthistorica Lucia Albers die gespecialiseerd was in historische parken en landgoederen. Of de Utrechtse gezaghebbende directeur van het Spoorwegmuseum Paul van Vlijmen die in juni 2012 in het AD het project in landhuis Oud-Amelisweerd ‘een fiasco‘ noemde.

Zo waren er velen die vooral vanaf eind 2011 publiekelijk waarschuwden om dit project in deze vorm niet te realiseren vanwege de randvoorwaarden die exploitatie praktisch onmogelijk maakten én de drieslag van Armando, landhuis en ensemble met tuinen die inhoudelijk niet passend te krijgen was. Maar de bestuurlijke trein denderde voort, bleef doof en was niet te stoppen.

Hoewel met name de raad van Amersfoort achteraf om een onderzoek vroeg over hoe dit zo fout had kunnen gaan zeiden raadsleden in Utrecht en Amersfoort die verantwoordelijk waren me toen desgevraagd dat dit een vertrouwelijk dossier was met vergaande implicaties waar ze niks over naar buiten konden brengen. Of dat bestuurlijke mist was van raadsleden die zich belangrijk maakten of een werkelijk complot achter de schermen van de gemeenten Utrecht, Amersfoort en de provincie Utrecht kan ik nog steeds niet doorgronden.

Dat het een mislukking zou worden stond vanaf het begin als een paal boven water. Het haalbaarheidsonderzoek volgde de opdrachtgever, niet de feiten. Dat was ook de teneur van de signalerende en waarschuwende commentaren die vanaf eind 2010 op mijn blog verschenen en ik op andere media gaf om aandacht te vragen voor een museum dat niet anders dan kon mislukken en een staak in het wiel van het cultuurbeleid van de gemeente Utrecht was. Na vele jaren van financiële problemen en tegenvallende bezoekcijfers ging het MOA uiteindelijk in augustus 2018 failliet. Het sterven had na de start in 2014 vier jaar geduurd.

De toenmalig betrokken bestuurders van de gemeenten Amersfoort en Utrecht en de provincie Utrecht hebben 16 jaar nadat ze dit project op de rails zetten nooit verantwoording af hoeven leggen over hun bestuurlijke besluiten. Een raadsenquête kwam er in Utrecht niet vanwege een gebrek aan durf. Complicatie is dat verantwoordelijke bestuurders elkaar in rap tempo opvolgenden en niemand zich verantwoordelijk voelde of nog overzicht had over een kwestie die over gemeentegrenzen heen ging.

Commentaren die AI-modus noemt:

  • Twee reacties op Trendbeheer bij artikelOpening ‘Het Gebouw’ in Landhuis Oud Amelisweerd‘, 2012.
  • Armando verdwaald in het museale woud van Bunnik‘, 2014.
  • Reactie op De Stadsbron (Amersfoort) bij artikelHoe Amersfoort een kunstschat van 22 miljoen verspeelde‘, 2018.
  • Reactie op de Nuk bij artikelD66 stelt vragen over Chinees behang in Oud Amelisweerd‘, 2019.
  • Reactie op De Stadsbron (Amersfoort) bij artikelMiljoenen naar een ‘zinkend schip’, maar antwoorden komen er niet‘, 2019.

Commentaren die AI-modus niet noemt:

  • Diverse in bovenstaand commentaar en door in de rechterkolom in de box met vergrootglas en tekst ‘Zoeken’ opdracht te geven met ‘Armando Museum‘, ‘Armando‘, ‘MOA‘, ‘Museum Oud Amelisweerd‘ of termen die met aspecten van deze kwestie te maken hebben en in commentaren belicht worden.

Hoe filmcultuur verdween uit Terneuzen

Schermafbeelding van deel artikelDoek valt voor bioscoop in Terneuzen, al broeden lokale ondernemers op doorstart‘ van Raymond de Frei in de PZC, 2 september 2026.

Afgelopen maand was ik bij twee aparte gelegenheden in mijn geboorteplaats Terneuzen. Ik woon in Utrecht. Of het met m’n gevorderde leeftijd te maken heeft weet ik niet, maar ik wandel dan in een meer van herinnering zoals Rudy Kousbroek het ooit noemde over Noord-Sumatra in zijn geboorteland Nederlands-Indië waar hij jaren later terugkeerde naar zijn voormalige kostscholen of de restanten ervan nadat hij er met zijn ouders uitgegooid werd.

Zo vergaand is het niet met mijn herinnering. Maar er is een kantelpunt bereikt dat ik meer in de verbeelding van wat verdwenen is wandel dan in de werkelijkheid. Dat gaat samen met de opmerking ‘hier woonde die en die‘, ‘hier was de winkel van..‘ of kortweg ‘wat is het hier veranderd‘. Het is een universeel onderwerp met lokale bijzonderheden.

Het is meer dan nostalgie, een verlangen naar het verleden en de spreekwoordelijke ‘goede oude tijd‘ die bij nader inzien helemaal niet zo goed was. In elk geval niet voor iedereen. Het doet niet zozeer pijn wat er samen met het eigen leven verdwenen is, en de gedachte aan die tientallen bekenden die er niet meer zijn en wier beeld geleidelijk vervaagt, maar dat er niks waardevols voor in de plaats is gekomen. Ook wat de kwaliteit van de samenleving betreft. Dát doet pijn.

Mijn reactie op de FB-pagina van de PZC bij het artikel ‘Doek valt voor bioscoop in Terneuzen, al broeden lokale ondernemers op doorstart‘ van 2 september 2026:

Het is tekenend voor de sfeer in de binnenstad van Terneuzen dat de Pathé bioscoop gesloten wordt. Zie de leegstand en zielloosheid van de Noordstraat. Om te huilen voor wie de levendigheid van deze winkelstraat van vroeger kent. Het is tekenend dat de grootste Zeeuwse gemeente vanaf 6 september 2026 geen bioscoop meer heeft. Dat zou het gemeentebestuur zich aan moeten trekken dat de binnenstad vooral levendig wil maken in beleidsnota’s en artist impressions.

Rond 1970 was ik het jongste lid van de Terneuzense Filmliga die films vertoonde in het complex van Hotel Rotterdam van Johnny Standaert aan de Westkolkstraat. Filmcultuur hoort bij een kleinere stad met vele kerken waar ook het drama wordt verbeeld.

Daarnaast was er het katholieke Patronaatsgebouw aan de Korte Kerkstraat en het Concertgebouw op de kop van de Noordstraat waar films vertoond werden. Ooit. Historische beschrijvingen (p. 93) geven aan dat in katholieke gebieden zoals Limburg veel meer bioscopen waren dan in de protestante bible belt die in Terneuzen begint. Dat hybride Terneuzen dat internationale havenstad en naar binnen gekeerde kerkenstad tegelijk was. Het waren liberalen en katholieken die in Terneuzen de filmcultuur promoten.

Daarvoor was er Ons Huis in de Brouwerijstraat dat later als opslagplaats van Papierhandel Van Wijk werd gebruikt dat diende als het verenigingsgebouw en dorpshuis en waar ongetwijfeld ook films vertoond werden.

Hopelijk komt er een doorstart van de Pathé bioscoop met hulp van de gemeente Terneuzen. De grootste gemeente van Zeeland moet zich schamen als dat niet lukt.

De teloorgang van de Terneuzense binnenstad waar de middenstand noodgedwongen wegtrekt is niet uniek in Nederland, maar het lijkt er evenmin op dat het Terneuzense gemeentebestuur enige ondernemingszin en creativiteit bezit om de teruggang te stoppen en de binnenstad te revitaliseren. Revitalisatie die verder gaat dan tijdelijk opleuken met een horizon van vier jaar. Het sluiten van Bioscoop CineCity is een uiting van die politieke apathie.

Vereniging DeVrijeGedachte over gebedsgenezing

De video ‘Gebedsgenezing HET WERKT NIET!‘ van Vereniging DeVrijeGedachte gaat over gebedsgenezingen die niet werken. Een kwestie van perspectief. Want de gebedsgenezing werkt wel degelijk voor gebedsgenezers als Tom de Wal die er rijk van worden.

Het is slordig dat zijn naam herhaaldelijk wordt uitgesproken als Van de Wal. Het gesprek is niet erg spannend en kabbelt voort. Als het ingekort was, dan hadden de zinnige opmerkingen die het gesprek bevat beter tot hun recht kunnen komen.

Mensen die de gebedsgenezingsdiensten bezoeken worden weliswaar bedonderd en laten zich blijkbaar graag bedonderen. De gebedsgenezers die ziekten zeggen te kunnen genezen zijn niet anders op te vatten dan fraudeurs of kwakzalvers. Het is een complexe uitspraak omdat religie zich al in het domein van bedrog en illusie afspeelt.

De gebedsgenezers breken in op de religiemarkt en voegen daar hun eigen fraude aan toe. Maar als de religiemarkt in de kern niet al de kenmerken van fantasie en schijnvertoning in zich droeg, dan zouden de gebedsgenezers daar niet zo succesvol bij aan kunnen haken.

Het gesprek tussen Stanley Bakker en Teun de Jong komt tot de conclusie dat er eerst iets ergs moet gebeuren voordat de gebedsgenezers door de overheden worden aangepakt. Dat is een cynische, maar vermoedelijk realistische inschatting van de gebedsgenezers met hun miljoenenbedrijven die een risico voor de volksgezondheid vormen.

Mona Keijzer beweegt

Hoe meer er van iets is, hoe meer dat verdund wordt en hoe minder bijzonder de oervorm is. Daarom ben ik lid van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Want m’n idee is hoe meer godsdiensten, hoe minder bijzonder de godsdiensten zijn die zich beroepen op hun exclusiviteit.

Hetzelfde geldt in mijn ogen voor de radicaal-rechtse beweging van Mona Keijzer die zij afgelopen week op vooral rechtse media mocht lanceren zonder veel kritische vragen te krijgen. Hoe meer ultra-rechtse partijen er zijn, hoe liever het me is. Ze zijn concurrenten en gunnen elkaar het licht in de ogen niet. Hun samenwerking is berucht slecht.

Op dit moment zijn er in de Tweede Kamer zeven radicaal-rechtse fracties: VVD, PVV, JA21, BBB, SGP, Groep Markuszower en Lid Keijzer, en een extreem-rechtse fractie FvD. Dat is veel.

Het is goed dat het er veel zijn omdat ze geen front vormen en verdeeld zijn. De samenwerking in het kabinet Schoof heeft aangetoond dat VVD, PVV en BBB (en de verdwenen CDA-kloon NSC) tot niks komen.

De tragiek is dat onder het huidige minderheidskabinet Jetten door toedoen van de ver naar rechts opgeschoven VVD hetzelfde dreigt te gebeuren. De VVD gijzelt het kabinet. Premier Jetten behoudt zijn goede humeur, maar mist door tegenwerking van de VVD de macht om door te pakken. Politiek Nederland staat stil. Een links alternatief met PRO komt getalsmatig tekort.

Coalitievorming moet noodgedwongen door het midden. Omdat de VVD onder partijleider Yesilgöz nog nauwelijks een middenpartij genoemd kan worden liefst zonder VVD. Maar dan zijn er op dit moment geen meerderheden te vormen. De Nederlandse politiek is er een van minderheden in een land van minderheden. Is het een wonder? Verdeeldheid is troef.

Mona Keijzer is een politicus met bizarre opvattingen. Zo beweerde ze ooit dat haar fitness hetzelfde soort overheidsondersteuning verdient als de kunsten. In de rechtse media wordt dat niet opgemerkt. Daar bestaat het misverstand dat de radicaal-rechtse politiek door Keijzers beweging er sterker op wordt. Hoe meer Keijzer kwaakt in talkshows vanwege haar onbegrensde profileringsdrang en zelfoverschatting van haar capaciteiten, hoe zwakker de radicaal-rechtse politiek wordt.

Directeur Robert van Langh spant kort geding aan tegen Raad van Toezicht Drents Museum

Schermafbeelding artikel‘Directeur Robert van Langh wil aan het werk en sleept Drents Museum voor de rechter” van RTV Drenthe, 25 augustus 2026.

Algemeen directeur Robert van lang sleept de Raad van Toezicht voor de rechter om zijn werkzaamheden voort te zetten. Voorzitter Ineke van Gent trad pas in maart 2026 in functie toen zij Alexander Pechtold opvolgde. Van Langh werd door de vorige Raad van Toezicht in juni 2025 geselecteerd en trad per 1 november 2025 in functie toen hij Harry Tupan opvolgde.

Door een kort geding tegen zijn werkgever aan te spannen zoekt Van Langh de confrontatie. Hij werd op 18 augustus 2026 door de Raad van Toezicht ‘voorlopig‘ op non-actief gesteld ‘vanwege een bestuurscrisis en een onderzoek naar de werkcultuur‘, aldus een bericht van de NOS. Het onderzoek naar de werkcultuur bij het museum is naar verwachting begin september 2026 afgerond. Dat wilde Van Langh blijkbaar niet afwachten.

De NOS vermeldt ook wat het DvhN eerder meldde: ‘Vorige maand schreef de krant(opent in nieuw venster) dat Van Langh een verbetertraject moest volgen na klachten over sociale onveiligheid en grensoverschrijdend gedrag bij zijn vorige baan. Hij was jarenlang het hoofd van de afdeling Conservation & Science bij het Rijksmuseum in Amsterdam.’

Zakelijk directeur Annelies Meuleman werd in juni 2026 door de nieuwe Raad van Toezicht onder voorzitterschap van Ineke van Gent op non-actief gesteld. Bij de rechter kreeg ze gelijk, maar ze keerde niet terug op de werkvloer. Volgens het DvhN liggen liggen Van Langh en Meuleman op ramkoers met elkaar. Nu ligt Van Langh ook op ramkoers met de Raad van Toezicht en voorzitter Ineke van Gent.

Is het mogelijk uit deze kwestie een conclusie te trekken die breder is dan de perikelen bij het Drents Museum? Een verklaring voor het feit dat relatief veel Nederlandse museumdirecteur in problemen zijn gekomen is dat het model van opleiding, ervaring en organische groei hapert. Zodat museumdirecteuren te grote of te zijdelingse stappen zetten. En haaks komen te staan op de werkcultuur en daarmee in problemen komen. Ook is het mogelijk dat er een faseverschil is ontstaan tussen een ambtelijk-archaïsche werkcultuur en zij-instromers in de museumsector die bestuurlijk zijn ingesteld zonder voeling met die cultuur te hebben of zelfs te willen hebben.

Het model dat iemand begint als conservator of museumdirecteur bij een klein museum en na enkele jaren respectievelijk een stapje zet als directeur bij een middelgroot museum of als directeur bij een klein museum lijkt steeds minder gangbaar. Noem het het burgemeestersmodel. Het is onduidelijk waarom dat model van geleidelijke groei minder aantrekkelijk is en Raden van Toezicht er in hun werving niet meer onverkort aan vasthouden.

Een gemis voor kunstmusea is dat in de opleidingen kunstgeschiedenis de beroepsvariant manager ontbreekt. Bredere studies cultuurwetenschappen kennen die variant wel.

Kritiek op muurschilderingen in Maastricht

Schermafbeelding van deel artikel Murals: kunstenaar pleit voor meer minimalisme buitenkunst‘ in De Nieuwe Ster, 24 augustus 2026.

De in Frankrijk wonende kunstenaar Paul Tieman heeft kritiek op de muurschilderingen in de openbare ruimte in zijn geboortestad Maastricht. Volgens een artikel in De Nieuwe Ster van 24 augustus 2026 vindt Tieman ‘dat de ‘buitenkunst’ veel op elkaar begint te lijken‘ en over de muurschilderingen zegt hij het jammer te vinden ‘dat er meestal gekozen wordt voor bonte kleuren, “vlakvullende” en in het straatbeeld nogal dominante werken. Dat levert volgens mij een eenzijdig beeld op van wat deze kunst kan zijn.’

Tieman die pleit voor minimalistisch werk dat zich meer subtiel in de omgeving voegt zegt het netjes.

De voorbeelden van muurschilderingen die bij het artikel staan zijn op z’n best gezegd bont en eenzijdig. Zoals het werk in het Sphinxkwartier van Collin van der Sluijs. Tieman sluit met zijn kritiek aan op het pleidooi van de Welstands- en Monumentencommissie (WMC) en de Adviescommissie Kunst in de Openbare Ruimte (AC-KIOR) die meer variatie willen in stijl, en dus in kunstenaars. De commissies vinden ook dat er een betere afstemming moet zijn tussen locatie en kunstwerk.

Een ander voorbeeld van een ‘mural’ is van Dave de Leeuw in de wijk Mariaberg waar als onderdeel van het project ‘Gruuts’ in 2023 een buurtverhaal tot leven worden gebracht door middel van kunst. Een artikel van Maasvallei zegt over de ‘murals’: ‘Meestal zijn ze groots van omvang. Kunst met een grote K dus!

Muurschildering Huisdieren van Marcus Gomad in Mariaberg, Maastricht.

Niet iedereen begrijpt dat het hier om kunst gaat, laat staan om kunst met een grote K. Onlangs werd een muurschildering van Dave de Leeuw op het pand van de voormalige dag- en nachtopvang aan de Statensingel op verzoek van de gemeente Maastricht verwijderd omdat het niet wist dat het om een kunstwerk ging. Dat leidde volgens De Nieuwe Ster tot raadsvragen aan wethouder John Aarts.

De les is dat kunst in de openbare ruimte dominant en storend kan zijn voor omwonenden en er daarom goed over gecommuniceerd moet worden. Het gaat verder dan hobbyisme of een sociaal initiatief van een groep bewoners die de buurt wil ‘verlevendigen‘ en alleen al vanwege het initiatief het groene licht van een gemeente krijgt. Zonder dat het werk getoetst wordt op kwaliteit. Het vraagt een moeizaam proces van overleg en het is verleidelijk voor betrokkenen om daaraan voorbij te gaan. Het risico is een muur van onbegrip.

PS: In een eerdere versie werd de muurschildering van Marcus Gomad abusievelijk toegeschreven aan Dave de Leeuw. Zie hier voor het project Gruuts (trots) op Mariaberg.

Wankele opinie van Jori Kalkman over kwestie Jason Arday

Schermafbeelding van deel opinie-artikelKritiek op Jason Arday past in een patroon‘ (papieren editie) of ‘Campagne tegen Jason Arday toont onveilige omgeving voor zwarte wetenschappers aan. Ook in Nederland’ (digitale editie van Jori Kalkman in Het Parool, respectievelijk 22 en 17 augustus 2026.

In het opinie-artikelKritiek op Jason Arday past in een patroon‘ in de papieren editie van Het Parool van 22 augustus 2026 meent Jori Kalkman dat de academische wereld met twee maten meet. Aanleiding voor zijn conclusie is de affaire Jason Arday. Zijn argumentatie is rommelig en niet sluitend.

De zwarte Jason Arday was hoogleraar Sociologie van het Onderwijs aan de Universiteit van Cambridge en pleegde op 14 augustus 2026 zelfmoord nadat er twijfels over zijn academische cv waren ontstaan, uitkwam dat hij een publicatie had verzonnen en beticht werd van plagiaat. Hij nam op 5 augustus 2026 ontslag.

Kalkmans opinie wordt gepresenteerd onder het kopje ‘diversiteit‘ en gaat over de ‘onveilige omgeving voor wetenschappers van kleur‘. Kalkman is deskundige op het gebied van crisisbeheersing, rampenbestrijding en maatschappelijke weerbaarheid. Zijn opinie over de kwestie Jason Arday valt buiten zijn vakgebied. Toch wordt hij in Het Parool gepresenteerd als ‘Universitair hoofddocent aan de Universiteit Wageningen‘. Dat tekent opnieuw de verkeldering van de Nederlandse journalistiek.

Kalkman stelt dat witte wetenschappers die frauderen ‘ambitieus‘ worden genoemd, maar bij zwarte wetenschappers ‘het volledige inclusiebeleid‘ erbij wordt gehaald. Dat is tweemaal een onjuiste bewering.

Een quickscan op internet leert dat witte wetenschappers als Diederik Stapel, Mart Bax of Dirk Smeesters die fraudeerden van hun functie werden ontheven, soms hun doctorstitel verloren en hun academische carrière een stevige knak kreeg of zelfs ten einde kwam. Precies zoals bij Jason Arday die gelogen had over zijn wetenschappelijke carrière. Opvallend is dat alle deze gevallen spelen op het gebied van de sociale wetenschappen.

Het lijkt vast te staan dat Jason Arday zijn aanstelling aan Cambridge meer verdiend had vanwege zijn identiteit dan vanwege zijn wetenschappelijke verworvenheden. Het is zeker zo dat conservatieve of radicaal-rechtse opinieleiders het op Arday gemunt hadden vanwege zijn zwarte identiteit.

Dat wil nog niet zeggen dat Arday terecht benoemd was op Cambridge. Zoals Judi Mesman in de Volkskrant beweert dat de aanstelling van Arday gebeurde op een moment van crisis, toen universiteiten onder vuur lagen vanwege een wit personeelsbestand. Ligt de verantwoordelijkheid van de kwestie niet bij een universiteit die iemand benoemde als identitair boegbeeld?

Kalkman meent dat er vooral in de VS een heksenjacht is tegen zwarte wetenschappers. Dat noemt hij een patroon. Dat kan zo zijn, maar het is breder. Er is ook een heksenjacht tegen witte wetenschappers en DEI-beleid (Diversity, Equity en Inclusion) vanuit radicaal-rechtse hoek. Denk aan het ontslag door president Trump van de witte, blonde Nederlandse Kim Sajet als directeur van de National Portrait Gallery in Washington D.C. omdat ze een voorstander van diversiteitsbeleid in de culturele sector was. Die nuancering laat Kalkman achterwege.

Het is onterecht als vanwege de ontmaskering van één frauderende zwarte wetenschapper alle zwarte wetenschappers verdacht worden gemaakt. Dat is racisme. ‘Rassenrealist’ Nathan Cofnas die de zaak aanzwengelde is selectief in zijn verontwaardiging en het is geen toeval dat hij geschorst is door de Universiteit Gent waar hij werkzaam is. Het is belangrijk om racisme op universiteiten en in de samenleving te bestrijden. Kalkmans opinie helpt daar niet aan mee door feiten te verbloemen en even selectief te redeneren als rechtse opinieleiders die hij opponeert.

De verkeldering van de Nederlandse journalistiek

Eddy van Wessel, A fire broke out in Saltivka, a suburb of Kharkiv, after a Russian bomb struck a large gas pipeline in the area. Photographs by Eddy van Wessel. In: The New Yorker. 2025.

Het recente optreden van cultuurfilosoof Jelle van Baardewijk die hoofddocent is aan de bedrijfsacademische Nyenrode Business Universiteit bij WNL heeft tot kritiek geleid. Zoals Hubert Smeets constateert in zijn columnAcademici die lak hebben aan de feiten‘ in NRC.

‘Marc’ reageerde op WNL.tv bij het berichtFilosoof Van Baardewijk wil Poetin zijn zin geven: ‘Ze voelen zich onveilig met Zelensky, ze willen Europa niet‘ van 12 augustus 2026: ‘Ik vind het schandalig dat WNL een wappie die dom Russische propaganda na papegaait een platform geeft om die gevaarlijke onzin te mogen uiten. Mijn vrouw is Georgisch. Ga eens met haar praten dan hoor je de waarheid over Rusland. Voor mij reden om direct mijn lidmaatschap van WNL op te zeggen.

Het nieuwsfeit is niet wat Van Baardewijk zegt, maar dat hij uitgenodigd wordt om zijn propaganda te spuien. Door welke bronnen worden types als Van Baardewijk, Schinkel of Engelen gevoed? En hoe informeren redacties van media als WNL zich?

Ook over de redactie Opinie van NRC kan men zich afvragen hoe evenwichtig de afweging is om types als Engelen, Schinkel, Hendriks of Korthals Altes herhaaldelijk ruimte te geven.

Academici die zich beroepen op hun deskundigheid, maar over Oekraïne en Rusland praten alsof ze daarover deskundig zijn zonder dat te zijn, zijn daarover even deskundig als elke willekeurige burger. Omdat Oekraïne en Rusland buiten hun vakgebied liggen zouden media deze academici alleen uit moeten nodigen voor onderwerpen die binnen hun vakgebied vallen.

Redacties moeten in hun uitnodigingsbeleid scherper en zorgvuldiger worden. Nodig alleen iemand uit met echte kennis van zaken over een specifiek onderwerp. Dat gaat dus niet over van elkaar afwijkende meningen, maar over een debat tussen deskundigen die de feiten (er)kennen en aan de hand daarvan met elkaar debatteren. Als dat niet het geval is, dan komt zo’n gesprek vaak niet verder dan gekissebis over de feiten.

Influencers horen bij het actuele medialandschap, maar types als Schinkel, Engelen of Van Baardewijk die zich beroepen op hun functie bij een universiteit zijn spookrijders in het debat over Oekraïne en Rusland. Ze laten de feiten uit hun doorgaans dwarsdenkende mening volgen. Daar zouden media niet aan mee moeten werken.

Bedenkelijk is dat Nederlandse media onder het mom van pluriformiteit denken deze types ruimte te moeten geven ook als ze het Russische narratief in de Nederlandse publieke opinie aantoonbaar boven de waarheid plaatsen.

Beseffen deze media niet dat ze zo meewerken aan het verdraaien van de waarheid en ondermijning van de Nederlandse democratie? Voelen Nederlandse media zich nog poortwachter van de democratie en nemen ze deze rol serieus? Daar lijkt het in veel gevallen niet op. Wat heeft journalistiek dan nog voor functie? Toetsen media vooraf de democratische gezindheid van een potentiële gast of geïnterviewde? Of moet ‘gewoon’ alles kunnen?

Waarom hebben media geen checklist met normen die uitwijst welke gasten voor welk onderwerp uitgenodigd kunnen worden? Of als ze die checklist hebben, waarom volgen ze die niet? Nogmaals, een academicus die praat over een onderwerp buiten zijn of haar vakgebied en zich tegelijk hooghartig beroept op een academische titel en status deugt niet.

De verkeldering (Jort Kelder als deskundige van alles) beschadigt de geloofwaardigheid van de Nederlandse media. Het maakt van journalistiek amusement dat dient om te entertainen. Dat is een doodlopende weg omdat nieuwsconsumenten die informatie zoeken afhaken en hun geloof in de journalistiek verliezen. Mediaconsumenten die amusement zoeken zullen zich uiteindelijk beter thuisvoelen bij het echte amusement. Journalistiek is de gedupeerde.