Wat moeten we in hemelsnaam nog toevoegen aan de analisten en Rusland-experts die wijzen op het verraad van president Trump die Oekraïne in de steek laat omdat het de oorlog tegen de Russische Federatie aan het winnen was? Trump buigt voor Poetin en legt zijn hand op de weegschaal om de Russische invasiemacht de oorlog tegen Oekraïne te laten winnen.
De vergelijking wordt gemaakt met de Britse premier Neville Chamberlain die in 1938 in München het Sudetenland weggaf aan Hitler en zo Tsjecho-Slowakije uitverkocht aan de nazi’s. Een land waar oplopende culturele en politieke spanningen waren tussen Duitstaligen en Tsjechischtaligen en de laatsten zeker in Praag aan de winnende hand waren. Maar Hitler legde zijn hand op de weegschaal. Het wordt sindsdien het verraad van München genoemd.
Toch doet de vergelijking Chamberlain onrecht. Hij was geen verrader, maar een naïef iemand die dacht als hij Hitler gaf wat die eiste een oorlog voorkomen zou kunnen worden. Maar zo werkt het nooit, zo leert de geschiedenis.
Autoritaire leiders van het kaliber Hitler of Poetin zien toegevingen als zwakte zodat ze daarna steeds verder gaan en meer concessies vragen. Poetin terroriseert de Oekraïense burgerbevolking met drones en ballistische raketten. Hij staat alle middelen toe om de oorlog te winnen. Hoe smerig en in strijd met het humanitaire oorlogsrecht dat ook is. Poetin mag hopen dat hij in het harnas sterft en niet in een Haagse cel van het Internationaal Strafhof als een opgepakte en veroordeelde oorlogsmisdadiger.
Het team van Morning Joe laat er geen twijfel over bestaan aan welke kant het staat. Trump verraadt Europa en Oekraïne. Trumps handelen is evenmin in het belang van de VS dat door zijn toedoen wereldwijd aan invloed en aanzien verliest.
Het doet er volgens hen niet toe waarom Trump openlijk Poetins kant kiest. Is dat vanwege hebzucht en economisch gewin van Trump en zijn familie, compromitterend materiaal van seksuele, financiële of andere inhoud dat KGB’er Poetin over Trump heeft of is het een tot mislukken gedoemde poging van Trump om president Zelensky in de nieuwscyclus de schuld van de oplopende inflatie en benzineprijzen te geven?
De geschiedenis zal over Trump oordelen. Over de meest succesvolle Russische geheime operatie om een westerse politicus tegen het belang van zijn eigen land in te laten handelen en Europa door omkoping, hybride acties en misleide informatie probeert te ondermijnen.
Met als makkelijk slachtoffer de minst succesvolle president uit de geschiedenis van de VS die door zijn ijdelheid, zijn gebrek aan moraliteit en intellect brokken maakt als een olifant in de porseleinkast van de internationale politiek. Zijn partijgenoten missen het lef om Trump tot de orde te roepen en op het rechte pad te brengen.
We zitten er nu middenin, kennen onderhand alle verschijnselen, maar begrijpen nog onvoldoende wat Trump drijft, wat zijn motivatie is en hoe zijn verraad in elkaar steekt. Het antwoord is in de toekomst gelegen.
Schermafbeelding van deel artikel ‘Na vijf jaar kan het Stedelijk zeggen: de collectie is diverser geworden. Maar is een quotum de beste weg?‘ van Merlijn Schoonenboom in NRC, 15 oktober 2026. [Betaalmuur].
Een artikel van 15 oktober 2026 van Merlijn Schoonenboom in NRC gaat over een interessant onderwerp. Namelijk een quotum in het aankoopbeleid om de diversiteit en ‘meerstemmigheid‘ van het museum te vergroten en de identiteit van kunstenaars en werken te benadrukken. Het onderwerp roept vele vragen op over representativiteit, demografie en identiteit.
Behalve in het aankoopbeleid kan een museum dat streven naar meerstemmigheid en het belang van identiteit terug laten komen in het personeelsbeleid en de programmering van tentoonstellingen en evenementen.
Het gebruik van een quotum voor het aankoopbeleid wordt als paardenmiddel gezien. Ofwel een drastische maatregel die sterker is dan nodig om een probleem op te lossen. Het gebrek aan meerstemmigheid wordt door het museum als probleem gezien.
Een en ander kwam aan de orde op het symposium ‘Everybody hates quotas’ dat door het Stedelijk Museum begin september 2026 werd gehouden. Want ‘Het definiëren en meten van diversiteit roept echter ongemak op‘. Met als uitgangspunt wat is de juiste weg om diverser te programmeren en uitsluiting van groepen te stoppen?
Het Stedelijk Museum is het enige Nederlandse museum dat zo’n quotum gebruikt. Dat wordt voortgezet tot 2028. Medio 2027 gaat de huidige directeur Rein Wolfs met pensioen. De procedure over zijn opvolging is medio 2026 gestart.
In 2020 formuleerde het museum dat quotum zo: ‘minimaal 50 procent van het aankoopbudget wordt besteed aan werken van kunstenaars en vormgevers die zich identificeren als Zwart, van kleur en/of deel van een etnische minderheid en/of geboren zijn buiten West-Europa en Noord-Amerika.’
Men kan verbaasd zijn als Wolfs zegt ervan ‘geschrokken‘ te zijn dat jonge, witte kunstenaars minder dan voorheen bij het museum aan de bak komen en minder budget ontvangen. Tegelijk zegt Wolfs dat het museum ‘mannelijke, witte, jonge makers‘ niet wil uitsluiten.
Is die uitsluiting een gevolg van het quotum of een verkeerde toepassing ervan? Het valt niet na te gaan. Hoe het quotum is berekend en beredeneerd is de hamvraag. Hoe dat wordt bepaald heeft te maken met de vraag hoe het Stedelijk Museum de eigen identiteit ziet. Of die op zichzelf projecteert en gelooft dat dat dé identiteit is.
Volgens de eigen doelstelling ziet het museum zich als ‘een internationaal instituut in Amsterdam gewijd aan moderne en hedendaagse kunst en vormgeving‘. Toch is daarmee nog niet duidelijk hoe het Stedelijk Museum de eigen identiteit ziet en of het die wel goed kan inschatten.
Is het Stedelijk Museum een Amsterdams, Nederlands of internationaal museum? Ofwel, voor welke omgeving moet het museum representatief zijn en welk percentage daar bovenop kan een opslag zijn voor een inhaalslag ter versterking van de meerstemmigheid? Of is het de opzet dat het quotum niet representatief is voor onder meer kunstenaars die zich richten op het Stedelijk Museum? Waarom is dat dan?
Is de berekening van dat quotum instinctief tot stand gekomen en past het daardoor nog bij een in Amsterdam gevestigd museum met internationale aanspraken, terwijl het quotum het accent legt op een internationale dimensie?
Het is een lastig debat omdat het feit dat zo’n 56% van de bevolking van Amsterdam een Europese achtergrond heeft nog niks zegt over etniciteit of groepsgewijze uitsluiting. Daarnaast kunnen migranten uit Noord-Amerika, Oceanië, Indonesië of Japan die in Amsterdam of Nederland terecht zijn gekomen als Westers beschouwd worden.
De internationale allure van het museum is verbleekt en lijkt gebaseerd op een portie wensdenken en daarnaast hoogmoed om op gelijke voet te staan met gerenommeerde internationale musea. Dat is een valse identiteit waaruit een vals quotum voor het aankoopbeleid zou kunnen volgen.
We moeten in ons oordeel voorzichtig zijn omdat dat niet per se zo hoeft te zijn, maar het ontbreken van berekening plus motivatie hoe het quotum tot stand is gekomen (inclusief een percentage om de meerstemmigheid te versterken) en hoe het spoort met de representativiteit van de bevolking van welke regio laat de buitenstaander in het ongewisse. Daarnaast zal van 2020 tot 2028 de demografie van de omgeving van het museum veranderd zijn, terwijl het quotum hetzelfde blijft.
Het lijkt er sterk op dat het quotum voor het aankoopbeleid van het Stedelijk Museum niet alleen een te drastisch middel is -wat door velen wordt beaamd- om het gebrek aan meerstemmigheid in de collectie op te lossen, maar ook dat de wijze waarop het is berekend nauwer samenhangt met hoe de leiding van het Stedelijk Museum de identiteit van zichzelf en het museum ziet dan met de authenticiteit van de omgevingen waar het museum in opereert.
Het lijkt erop dat een op Europa en de VS gerichte Russische desinformatie-campagne voorlopig tot stilstand is gekomen nadat Oekraïne de afgelopen dagen drie datacentra van Yandex heeft bestookt met drones. Veel diensten van Yandex zijn gestoord of uitgevallen.
Die aanvallen gebeurden in reactie op een soortgelijke Russische actie om Oekraïense datacentra op de korrel te nemen. Het verschil is dat Yandex een monopoliepositie op het Russische internet heeft. Het staat sinds 2024 volledig onder Russische controle. Er kan in de Russische Federatie minder makkelijk uitgeweken worden naar andere techbedrijven dan Yandex. Dat is in Oekraïne wel mogelijk en daarom is het Oekraïense internet flexibeler en minder kwetsbaar voor aanslagen (op de Yandex datacentra) dan het Russische.
De feiten over de op Europa en de VS gerichte bots die ineens zwijgen worden nog verzameld. Er lijkt een direct verband tussen de beschadigde Yandex datacentra en de zwijgende bots. Maar de claims daarover zijn nog niet waterdicht.
Dat geeft toch aan dat de desinformatiecampagne tegen Europese regeringen en de Amerikaanse Democratische Partij, en voor Kremlingezinde politieke partijen als het Duitse AfD, het Franse Rassemblement National en de Amerikaanse Republikeinse Partij vanuit de Russische regering wordt gevoerd.
De inmenging werd tot nu toe door het Kremlin ontkend en kon niet hard gemaakt worden, maar dat lijkt nu veranderd door de samenhang van de Oekraïense aanvallen en de beschadigde Yandex datacentra én de zwijgende bots. De Russische desinformatiecampagne is zichtbaar gemaakt. Dat maakt de veroordeling ervan makkelijker.
Het is de vraag of Oekraïne een zwakke plek in de Russische samenleving heeft gevonden. Europese leiders van wie hun land onder druk ligt door de Russische desinformatiecampagne juichen de Oekraïense acties toe om de Russische Yandex datacentra uit de lucht te halen omdat dat hun eigen publieke opinie vrijwaart van Russische inmenging.
Het lijkt aannemelijk dat de machthebbers in het Kremlin hun desinformatiecampagne niet zullen stoppen omdat ondermijning van Europese democratische landen die steun geven aan Oekraïne hun prioriteit is. Mogelijk zoeken ze hulp van andere landen, zoals China. Het lijkt erop dat vooral de Russische hardware beschadigd is door de Oekraïense aanvallen. Niet makkelijk en snel te repareren vanwege de sancties.
Het is gissen of Poetin en de Russische veiligheidsdiensten nu hun desinformatiecampagne voorlopig op een lager pitje is gezet naar andere, wellicht meer fysieke middelen als aanslagen en brandstichting gaan grijpen om de druk op de VS en vooral Europa te houden.
Dat is een risico omdat Poetin het moet hebben van verdeeldheid tussen Europese landen, en tussen Europa en de VS. De publieke opinie is de westerse zwakte die de Russische desinformatiecampagne tot nu toe aangreep. Dat kan niet makkelijk door andere middelen vervangen worden.
Oud-burgemeester van Terneuzen Jan Lonink (PvdA) spreekt de fietsende activisten van actiegroep Ride the Tide (‘met de stroom meegaan’) toe op de trap van het stadhuis van Terneuzen dat nu verbouwd wordt. Een rijksmonument van architect Bakema.
Het protest gaat over kernenergie en de mogelijke bouw van kerncentrales in de Paulinapolder, ten westen van Terneuzen. Dat is een van de twee voorkeurslocaties die het kabinet in juni 2026 heeft aangewezen. Het kabinet heeft plannen voor het bouwen van vier nieuwe kerncentrales. Opzet is dat twee ervan eind jaren 2030 of in 2040 kunnen gaan draaien. De overige twee kerncentrales zouden rond 2050 moet gaan werken.
Een groot probleem van de voorkeurslocatie Paulinapolder is dat het veel werkzaamheden en geld kost om de opgewekte energie bij de verbruikers te krijgen. Daarbij komt dat het Zeeuwse stroomnet extra belast zal gaan worden door aanvoer van energie van windmolenparken op de Noordzee.
Eigenlijk is de puzzel niet moeilijk te leggen. Dat kan nog niet hardop uitgesproken worden. Om economische redenen is de andere voorkeurslocatie die het kabinet voor ogen heeft goedkoper en beter te realiseren. Namelijk de Eemshaven in Groningen. Maar vanwege een toezegging aan lokale Groningse bestuurders dat er geen kerncentrale in de Eemshaven komt is er een bestuurlijk probleem ontstaan.
De Paulinapolder is om economische redenen ongeschikt en de Eemshaven om politieke redenen. Omdat economische aspecten altijd zwaarder wegen is de som snel gemaakt. Dat kan nog niet in de openbaarheid gebracht worden. Er is tijd nodig om dat in te laten dalen in Groningen dat toch al zoveel klappen gekregen heeft door de bodemdaling vanwege de aardgaswinning. Toch is het protest van Ride the Tide en Jan Lonink zinvol.
Het is opvallend dat oud-burgemeester Lonink publiekelijk tegen het Terneuzense gemeentebestuur ageert omdat het volgens hem over de bouw van de vier kerncentrales geen standpunt inneemt en zich neutraal opstelt. Hoewel je kunt zeggen dat een neutrale opstelling instemming met de kabinetsplannen betekent. Lonink begrijpt niet hoe dat kan.
Hij laakt het bestuur ook omdat het geen richting geeft hoe het moet met de ontwikkeling van de regio. Past daar de bouw van vier kerncentrales in? Moet die vraag niet eerste beantwoord worden voordat men verder kijkt?
Gebrekkige bestuurlijke kracht is een oude kwaal van het Zeeuwse bestuur dat zich telkens de kaas van het brood laat eten door de landelijke politiek, zelf geen initiatieven neemt en achter de feiten aanloopt. Zie de toegezegde, maar afgeblazen bouw van de Marinierskazerne in Vlissingen en de ontpoldering van de Hedwigepolder tegen de zin in van vooral de inwoners van Zeeuws-Vlaanderen.
Groningen is net als Zeeland een gebied dat ver van het politieke centrum van Nederland is gelegen. Beide regio’s worden door het machtscentrum als wingewest beschouwd. Hoewel dat door dat machtscentrum steeds minder publiekelijk wordt gezegd. Ze worden uitgebuit om economische redenen. Beide regio’s hebben veel klappen te verduren gehad. Het is geen toeval dat de keuze voor de bouw van vier kerncentrales tussen deze twee regio’s gaat.
Daar zinspeelt Lonink op als hij in zijn toespraak voorstelt om de kerncentrales in de buurt van Schiphol te bouwen. Immers de plek waar energie wordt verbruikt door de aanwezige datacenters en er geen hoge kosten hoeven te worden gemaakt om de energie daar te krijgen.
Stuart Rojstaczer wijst erop dat de argumentatie van president Trump om sancties op te heffen om Russische diesel te kopen niet klopt. De import van Russische diesel zal nagenoeg geen invloed hebben op de prijs van diesel in de VS.
De Democraten in het congres zijn woedend. Parlementslid Madeleine Dean uit Pennsylvania noemt het een wanhopige poging van Trump om ‘aan de gevolgen van zijn mislukte oorlog tegen Iran te ontsnappen’. Ze denkt er het volgende van (vertaald): ‘Trump bereidt zich voor om Oekraïne in de rug te steken en diesel van Poetin te kopen. Hij helpt de Russische oorlogsmachine te financieren, terwijl onze bondgenoten de prijs betalen.‘
Oekraïne weet waar het de komende maand haar raketten en drones naar toe moet sturen: naar Russische raffinaderijen en opslagplaatsen van diesel. Niet alleen om Poetin te dwarsbomen, maar ook om Trumps plannetje te doorkruisen. President Zelensky lijkt de hoop te hebben verloren om Trump nog te kunnen overtuigen en kiest een hardere toon tegenover de VS.
Het hypocriete is dat Trump de opheffing van sancties presenteert alsof het een maatregel is om de dieselprijzen op zijn binnenlandse markt naar beneden te krijgen. Dat vindt dus geen steun in de werkelijkheid.
Of het Trump met de verlichting van de sancties te doen is om de nieuwscyclus te misleiden en minder dan vier weken voor de midterms een beeld van daadkracht te presenteren is onduidelijk. Alsof niet elke Amerikaan doorheeft dat de stijgende dieselprijs het directe gevolg is van de oorlog die Trump met Iran begonnen is.
Het is ook mogelijk dat Trumps mentale gezondheid hem niet meer toelaat om objectief naar de werkelijkheid te kijken en hij werkelijk meent dat door de maatregel de dieselprijzen zullen zakken.
Hoe dan ook is het weer zo’n maatregel van Trump om Poetin te helpen en Oekraïne en haar Europese bondgenoten te pesten. Zij betalen de prijs.
De vraag die al jaren onbeantwoord is en tot vele speculaties heeft geleid wordt ook nu weer niet beantwoord. Namelijk, waarom stelt Trump zich op als het schoothondje van Poetin en doet hij er alles aan om de Russische leider terwille te zijn? Terwijl daar geen tegenprestatie tegenover staat. Het is onbegrijpelijk.
VVD’ers op partijbijeenkomst in juni 2026. Illustratie bij artikel ‘Met nieuw ‘liberaal manifest’ gaat VVD op zoek naar zichzelf‘ van Wilma Borgman op NOS, 12 juni 2026.
Dalende peilingen en afnemend vertrouwen in het partijleiderschap van Dilan Yesilgöz heeft de VVD aan zichzelf te wijten. De partij is te ver naar rechts doorgeschoten. De fout was dat de VVD eerst de deur openzette voor de PVV en daarna toenmalig PvdA en GroenLinks, nu PRO, uitsloot van de onderhandelingen voor een nieuw kabinet. Electoraal en wat gezag betreft manifesteert Yesilgöz zich steeds meer als mislukking. Ze stapelt fout op fout en sleept haar partij daar in mee.
In een commentaar van 4 juni 2025 schreef ik het volgende: ‘Het valt wellicht niet direct in het oog, maar VVD-partijleider Dilan Yesilgöz heeft in haar politieke handelen veel gemeen met Vladimir Poetin. Namelijk dat ze tactisch opereert, maar geen strategisch inzicht heeft. Het is onduidelijk hoe ze haar einddoel wil bereiken. Net als Poetin lijkt ze daar geen idee van te hebben. Beide politici zoeken de vlucht vooruit. Dat lijkt meer op gokken, dan op beredeneerd handelen.
In de campagne van de laatste verkiezingen maakte Yesilgöz de strategische fout door de deur open te zetten voor Wilders. Terwijl haar voorganger Mark Rutte de PVV had uitgesloten na het debacle van zijn eerste kabinet met gedoogsteun van de PVV. In 2012 trok Wilders de stekker uit dat kabinet zodat het viel. Wat Rutte tot het standpunt ‘dat nooit meer‘ bracht.‘
In een commentaar van 5 september 2026 schreef ik: ‘Het was de onder Dilan Yesilgöz ver naar rechts opgeschoven VVD die PRO (toen PvdA en GL) eenzijdig uitsloot van kabinetsdeelname. Onbegrijpelijk was dat D66 dat de landelijke verkiezingen van oktober 2025 met 17 zetels winst won, terwijl de VVD twee zetels verloor zich door de VVD in de onderhandelingen af liet troeven. Dat was een strategische blunder van D66-leider Rob Jetten waar Nederland nu de wrange vruchten van plukt.
Gevolg is dat er nu een minderheidskabinet zit waar de centrum-rechtse D66 en CDA min of meer samen staan tegenover de radicaal-rechtse VVD. Een minderheidskabinet dat in beide kamers geen meerderheid heeft. De drie coalitiepartijen blazen het kabinet nu alleen niet op omdat ze in de peilingen alledrie op verlies staan.
Terwijl Nederland voor gigantische uitdagingen staat ontaardt vanwege partijpolitiek het land in stilstand. Beleid komt spaarzaam van de grond. Partijpolitiek gijzelt Nederland. Een alternatief is er echter niet.
Uiteindelijk gaat de voet op de rem van de VVD om problemen aan te pakken en Nederland te hervormen over het verdedigen van financiële belangen zoals de hypotheekrenteaftrek en de vermogenswinstbelasting van box 3. Het gaat om geld, maar ook om macht.‘
Het opinie-artikel ‘Crisisbijeenkomst bij de VVD, partijtop stapelt flater op flater op flater‘ van ‘actueel‘ op BNNVARA meent dat Yesilgöz’ VVD in een politieke crisis is beland. Dalende peilingen zijn daar niet de oorzaak, maar een teken van.
Het linkse BNNVARA maakt om het verschil met de VVD van voor Yesilgöz te benadrukken voormalig premier Mark Rutte een onverdacht compliment: ‘het tactische vernuft van Mark Rutte‘. Daar ben ik het trouwens niet mee eens, want Yesilgöz ontbeert naar mijn idee niet zozeer tactisch, maar strategisch vernuft. Zij heeft geen einddoel voor de VVD voor ogen. Haar horizon is te beperkt.
Met als gevolg dat de VVD nu in problemen zit en zich nauwelijks nog uit de situatie kan bevrijden waar het zich sinds augustus 2023 toen Yesilgöz het partijleiderschap van Mark Rutte overnam in heeft gemanoeuvreerd. Het lijkt er evenmin op dat een leiderschapswissel nu de VVD op korte termijn kan redden.
Dat zou weinig voorstellen en niet meer dan een lastige periode voor een politieke partij zijn als partijen rechts van de VVD, zoals JA21 en FvD niet zouden profiteren van het falen van Dilan Yesilgöz als leider van de VVD. Voor het evenwicht in de Nederlandse politiek en een dam tegen nog populistischer rechts moet de VVD behouden blijven.
Zij heeft door haar destructief gedrag het vertrouwen in de middenpartijen (D66, CDA, PRO en VVD) beschadigd en het functioneren van de Nederlandse politiek in het post-Rutte tijdperk eenzijdig ernstig belemmerd. Haar Amsterdamse flair heeft Yesilgöz lange tijd gered, maar nu lijkt het erop dat de VVD dat van alle kanten (ook intern) onder vuur ligt niet verder kan zoals het sinds augustus 2023 onder Yesilgöz leiderschap heeft geopereerd.
Welk offer kan de VVD nog brengen om weer met zichzelf in het reine te komen? Opname van PRO in het kabinet Jetten? Daar zal PRO-leider Jesse Klaver een hoge prijs voor eisen. Het afzetten van Dilan Yesilgöz als partijleider? Er zijn geen geloofwaardige kandidaten die afstand tot Yesilgöz hebben weten te houden. Of een relatieve buitenstaander als Klaas Dijkhoff? Een koers naar het centrum en meer vertegenwoordigers van de sociaal-liberale vleugel in de partijtop?
De VVD heeft zich in de nesten gewerkt en moet zich opnieuw uitvinden. Herbronnen, zouden CDA’ers het noemen. Probleem is echter dat de VVD ver is afgedwaald van de liberale bron. Hoe gaan ze de weg daarheen nog ooit terugvinden, als ze dat al zouden willen?
Op 6 oktober 2026 werd het met bladgoud bedekte standbeeld ‘The Orange Plague’ (‘De Oranje Plaag’) van de Deense kunstenaar Jens Galschiøt niet voor het eerst onthuld. Het stelt een dikke, naakte president Trump voor die op de schouders zit van een uitgeputte, gewone man. Wat het bijzonder maakt is dat het in het Europarlement in Straatsburg tot 8 oktober 2026 is geplaatst.
Dat zijn dus drie dwaze dagen. Het beeld was eerder te zien in de straten van Kopenhagen en München (tijdens veiligheidsconferentie MSC), en tijdens de recente klimaattop in Belém, Brazilië. Het maakt dus een rondreis. In Straatsburg kwam het initiatief op het te plaatsen van de Deense Europarlementariër Per Clausen, lid Linkse Fractie in het Europees Parlement.
De sculptuur probeert aan de orde te stellen dat president Trump zich weinig aantrekt van de internationale rechtsorde en de klimaatproblematiek niet serieus neemt, en zelfs dwarsboomt.
Plaatsing zorgde voor controverse. Tegenstanders vinden dat zo’n beeld dat een wereldleider voorstelt geen plek verdient in een officiële Europese instelling. Het tonen van een naakte Trump zou smakeloos zijn en opgevat kunnen worden als belediging van de VS. Een reden die in de publiciteit weinig genoemd wordt is of de sculptuur voldoende artistieke kwaliteit heeft.
Voorstanders zweren bij de vrijheid van meningsuiting of expressie van de kunstenaar. Het zou volgens Per Clausen opgevat moeten worden als satire. Maar daarmee ondermijnt hij de bedoeling van de maker die serieus protesteert tegen de manier waarop Trump de aanpak van de klimaatcrisis en de internationale rechtsorde hindert.
Ach, de drie dwaze dagen zijn weer voorbij. Het beeld wordt verwijderd en de foto’s blijven. Of de plaatsing enige invloed heeft op het beleid van het Europarlement is lastig te meten. Wie als Europarlementariër voor Trump is zal niet van mening veranderen en voor de tegenstanders zal dat niet anders zijn.
Het publiek dat op het scherm of in de krant het beeld met uitleg erbij ziet zal er niet al te lang bij stilstaan. Toch doet symboliek ertoe. De EU wordt vaak verweten dat het geen verhaal heeft. Het krijgt het publiek moeilijk mee omdat het zich niet sterk kan associëren met Europa.
Het benoemen van een gemeenschappelijke vijand kan er richting aan geven. Vijanden heeft Europa op dit moment genoeg: de onberekenbare Trump, Poetins oorlogszuchtige Rusland en het slim calculerende China. Dat is wat Europa niet is en niet wil zijn. Dat maakt het beeld zichtbaar. Zo werkt deze officieuze culturele diplomatie.
Schermafbeelding van deel opinie ‘Eerst de iftar, nu halal en koosjer‘ van Lody van de Kamp op De Kanttekening, 6 oktober 2026.
Lody van de Kamp (rabbijn en publicist) voelt zich in een opinie op De Kanttekening van 6 oktober 2026 als gelovige benadeeld. Hij meent zelfs zonder daar sluitend bewijs voor te leveren dat de overheid de ene op de andere ‘anti-geloofsmaatregel‘ laat volgen.
Van de Kamp ziet spoken. Van de Kamp lijdt aan een te beperkte opvatting van de werkelijkheid. Van de Kamp heeft realiteitszin ingewisseld voor achterdocht.
Geloof is in Nederland nog steeds een grondrecht. Van de Kamp zet daar onterecht een vraagteken bij. Kijk naar de bekostiging van overheidswege van het bijzonder onderwijs. Kijk naar de ruim 4.400 traditionele kerken en ruim 500 moskeeën in Nederland die door overheden geen strobreed in de weg worden gelegd. Dat er meer kerken sluiten dan opgericht worden komt door de ontkerkelijking. Dat is de keuze van de samenleving, niet van de overheid. Inmiddels verklaart 58% van de Nederlanders zich niet te laten inspireren door het geloof. Dát is de realiteit van Nederland.
Hij komt tot bizarre uitspraken in zijn opinie als hij zegt: ‘Terwijl het welzijn van de dieren bij deze fabrieksmatige massaslacht (…) nauwelijks of geen aandacht krijgt van dierenminnend Nederland.’ Op welke planeet leeft Van de Kamp? Heeft hij nog nooit van de Partij voor de Dieren of stichting Wakker Dier gehoord die fel en continu opkomen voor het welzijn van dieren? Ook die in de grootschalige slachtindustrie.
Van de Kamp weet dat de juridische bezwaren tegen het ritueel slachten van dieren steeds groter zijn geworden. In Nederland en de EU is verdoving vóór de slacht de algemene norm om dieren lijden te besparen. De Raad van State en verschillende juristen wijzen er in recente adviezen op dat het belang van dierenwelzijn in de Europese jurisprudentie steeds zwaarder mag wegen ten opzichte van religieuze tradities.
Van de Kamp stelt dat staatssecretaris Silvio Erkens (verantwoordelijk voor dierenwelzijn en diergezondheid) godsdiensten waar ritueel slachten plaatsvindt op de korrel neemt omdat ze religieus zijn. Van de Kamp weet dat Erkens als hij zegt: ‘Dit hoort niet thuis in Nederland‘ duidt op het onverdoofd slachten en niet op de godsdiensten waar dieren onverdoofd worden geslacht.
Van de Kamp is verstandig genoeg om te weten wat Erkens bedoelt en wat hem door juridische instanties wordt opgelegd. Daarom stoort de ophitsing en het zogenaamd niet begrijpen door Van de Kamp van wat Erkens zegt des te meer. De vermeende onschuld van Van de Kamp is potsierlijk.
Omdat hij in een democratische rechtsstaat leeft, weet Van de Kamp dat in Nederland godsdiensten alle ruimte krijgen. Onder het secularisme worden alle godsdiensten en levensovertuigingen binnen de rechtsstaat gelijk gegarandeerd. Van de Kamp introduceert een tegenstelling tussen religieus en niet-religieus Nederland die niet bestaat zoals hij het verwoordt.
Hij weet ook dat binnen de rechtsstaat afwegingen moeten worden gemaakt tussen grondrechten als die met elkaar in conflict komen. Zoals in dit geval de godsdienstvrijheid en het dierenwelzijn.
Er was jarenlang een patstelling in die afweging, maar vanuit de rechtspraak is dat evenwicht de laatste jaren verschoven in het voordeel van het dierenwelzijn. Van de Kamp zou er beter aan doen om dat te beseffen en te accepteren, en de media niet te gebruiken voor het verspreiden van zijn complottheorie dat in Nederland religie door de overheid bewust wordt dwarsgezeten. Hij meent dat het perspectief van de overheid over gelovigen valt samen te vatten als ‘ze motten ons niet’. Dat is een valse en misleidende bewering. Van de Kamp maakt zich er als publicist belachelijk mee.
De Franse film ‘La bataille de Gaulle‘ van regisseur Antonin Baudry bestaat uit twee delen. In Nederland worden ze uitgebracht onder de titels ‘De Gaulle: Résistance’ en ‘De Gaulle: Liberté‘ van respectievelijk 161 en 159 minuten. De film is gebaseerd op een biografie over De Gaulle uit 2019 van historicus Julian Jackson en gaat over de jaren tijdens de Tweede Wereldoorlog. De recensie gaat over het tweede deel.
De film begint in januari 1943 en eindigt met de bevrijding van Parijs in augustus 1944 door de Franse troepen van generaal Leclerc en de herdenking daarvan bij de Arc de Triomphe op 11 november 1944 met het bezoek van de Britse premier Churchill die door generaal De Gaulle ontvangen wordt.
De subtitel ‘J’écris ton nom‘ (ik schrijf je naam) verwijst naar het verzetsgedicht ‘Liberté‘ (1942) van Paul Éluard dat in de film uitgebreid geciteerd wordt en zo eindigt (vertaald): ‘En door de kracht van een woord/ begin ik mijn leven opnieuw/ Ik ben geboren om je te kennen/ om je te benoemen// Vrijheid’.
Veel wat in het eerste deel werd aangekondigd (zie recensie) loopt door in het tweede deel. Er worden andere accenten gelegd. Generaal Leclerc speelt een beslissende rol via gevechten in Noord-Afrika die hij met steun van de geallieerden weet te winnen omdat hij het belangrijkste perspectief van De Gaulle is op een onafhankelijk Frankrijk. Bizar is dat hij geen landmijnen heeft om de Duitse tanks te stoppen van wie vooraf duidelijk was dat ze door twee passen zouden aanvallen.
Verzetsleider Jean Moulin alias Rex weet alle anti-Duitse krachten te verenigen en zo De Gaulle de noodzakelijke basis te geven om zich sterk te maken tegenover Britten en Amerikanen. Het Franse verzet erkende De Gaulle als enige leider. Moulin wordt door verraad opgepakt door de Gestapo en overleeft het niet.
De Amerikaanse president Roosevelt speelt een grotere rol en vertrouwt niet dat De Gaulle Frankrijk niet zal gaan leiden als dictator. Hoe is hij immers zonder democratisch mandaat aan de macht gekomen? Daarom laat Roosevelt plannen maken om Frankrijk na de oorlog te bezetten, net als Duitsland en Italië. Maar die plannen worden in juni 1944 door toedoen van De Gaulle die de Angelsaksen nooit vertrouwd heeft, de Britten en de Amerikaanse opperbevelhebber Eisenhower naar de prullenmand verwezen.
De Gaulle moet continu opboksen tegen het gebrek aan middelen, het wantrouwen van president Roosevelt, en de Vichy-regering van generaal Pétain die in november 1942 overigens aan macht verliest als Duitsers heel Frankrijk bezetten. Generaal Giraud die voor de oorlog de meerdere van kolonel De Gaulle was en heldhaftig ontsnapt uit Duitse gevangenschap krijgt van de Amerikanen het bevel over de Franse troepen in Noord-Afrika als die zich aan geallieerde kant scharen.
De Gaulle en Giraud blijven rivalen. De Gaulle wil zich tijdens de Conferentie van Casablanca onder Amerikaanse druk niet verzoenen met Giraud. In juni 1943 wordt het Franse Comité van Nationale Bevrijding opgericht met beide generaals als co-voorzitter. Door onhandig politiek gemanoeuvreer van Giraud en het tegendeel van De Gaulle stapt Giraud uit het Comité. Dat gebeurt niet zoals het in de film getoond wordt en onwaarschijnlijk toont, maar geleidelijk. Giraud blijft nog tot april 1944 aan om eenheid tussen de Fransen te suggereren.
Het verschil tussen het eerste en tweede deel is groter dan men zou denken, en wensen. Dat wordt geïllustreerd door de bombastische filmmuziek van het tweede deel van Théo Cascio voor zijn eerste speelfilm. Het is overdreven. Het is te veel. Het kent geen beperkingen. Meer wordt minder.
In het eerste deel worden de patriottische en nationalistische aspecten door De Gaulle verwoord waardoor dit deel een absurd tintje krijgt van een rare snijboon als hoofdpersoon. Daar kan men om lachen, dat geeft er lucht aan. Tegelijk leeft de kijker mee met een worstelende De Gaulle die van geen wijken weet en wordt de voortgang gedreven door de vraag hoe hij zich hier uit zal redden.
Het tweede deel knoopt die vaderlandsliefde en het superioriteitsdenken over Frankrijk vooral vast aan enkele toespraken van generaal Leclerc voor zijn manschappen. Dat is bloedserieus en loodzwaar. Het valt te betwijfelen of dat een passende dramaturgische vertaling is van wat de film wil zeggen. Het gevecht voor vrijheid sneeuwt onder in woorden die hol klinken en niet niet langer absurd, maar opgeblazen klinken.
Dat is het verschil tussen lachen met en lachen om de hoofdpersoon. In elke geval zal dat voor een niet-Frans publiek zo zijn voor wie de film niet in eerste instantie bedoeld is. ‘La bataille de Gaulle‘ is een ouderwetse publieksfilm met een ouderwets wereldbeeld.
In de recensie van het eerste deel noemde ik al het kolonialisme dat kritiekloos wordt geserveerd. Daarnaast is het een film over sterke mannen. De Roemeense actrice Anamaria Vartolomei als verzetsvrouw Livia is de uitzondering. Zij moet in haar eentje de vrouwen in een mannenwereld representeren.
Het tweede deel is niet langer in verhouding met het verhaal over een oorlog die ondanks onderlinge verschillen gewonnen moet worden. Een oorlog waarin de betrokkenen in een gevangenendilemma opgesloten zitten. Ze willen niet samenwerken, maar beseffen dat ze dat wel moeten doen om samen verder te komen. Dat dilemma wordt in het eerste deel strakker en met minder Franse bombast en bombarie en zonder een onbegrijpelijk, wantrouwig opererende president Roosevelt verteld dan in het tweede deel.
Toch is ‘La bataille de Gaulle‘ een onderhoudende publieksfilm voor wie de minpunten voor lief neemt of wellicht helemaal niet ziet. Wat opbouw, balans en helderheid van het verhaal betreft geef ik de voorkeur aan het eerste deel. Vooral de filmmuziek van het tweede deel ligt zwaar op de maag. De marketing van de film is zo gericht dat velen die het eerste deel hebben gezien denken dat ze het tweede deel moeten gaan zien. Dat is knap van zo’n dubbelprogramma waar twee films de investering terug kunnen verdienen.
Mijn reactie bij bovenstaande video ‘In het Echt 27 september 2026 | ‘Religie = verzinsel?‘.
‘In het Echt‘ wordt gepromoot door Operatie Mobilisatie (OM) België, een internationale, interkerkelijke christelijke zendingsorganisatie en vereniging zonder winstoogmerk (vzw) die deel uitmaakt van een wereldwijde beweging van Jezus-volgers.
De link met het Britse marketing- en pr-bureau BRAND MOTOR LIMITED verloopt via Martin Turner. Hij is de Nationaal Directeur (Field Leader) van Operatie Mobilisatie België én is de oprichter, merkconsultant en aandeelhouder van het Britse marketing- en pr-bureau BRAND MOTOR LIMITED.
Reactie: ‘Ja, religie is een verzinsel. Fictie. Een creatie van mensen. Dat menselijke maakt het waardevol. Religie voorzag in vroegere tijden in een menselijke behoefte.
Belangrijk is om te bedenken hoe religie zich tijdens tientallen eeuwen voortdurend heeft aangepast aan de actualiteit. Dat maakt religie tot een sociologische seismograaf van de samenleving waar het in functioneert. Ook tot machtsfactor dat belang heeft bij de eigen continuïteit.
Interessant is om te beredeneren hoe religie in de toekomst in ontwikkelde landen kan blijven bestaan. Het risico is dat het zoveel accent legt op nostalgie en traditionele waarden dat het uit het lood komt te staan met de eigen tijd.’