
Weekblad Margriet besteedt op 17 oktober 2026 in een artikel weer eens aandacht aan gezondheid en kunst. Het is sinds december 2025 toen het artikel ‘Art, healing and museums‘ van NEMO (Network of European Museum Organisations) verscheen in het nieuws en het is onduidelijk waarom Margriet er nu opnieuw aandacht aan wijdt.
De makkes van sociologisch onderzoek is vaak dat de uitgangspunten vaag omschreven zijn zodat onduidelijk is wat onderzocht wordt. Methodologisch valt dan heel wat af te dingen op de validiteit ervan.
Dat geldt ook voor het onderzoek van onderzoeker en hoogleraar psychobiologie aan het University College London Daisy Fancourt. De Nederlandse vertaling van haar boek ‘Kunst als medicijn’ verscheen in mei 2026. In een commentaar was ik er kritisch over.
Hoewel Fancourt het strakker formuleert dan allerlei populistische media die de claims van het onderzoek over gezondheid, welzijn en kunst te ver oprekken en er hun eigen draai aan geven. Deze media staan het begrip voor het onderwerp eerder in de weg dan dat ze dat promoten.
Simpelweg gezegd, er ontbreekt een controlegroep om de stelling te onderbouwen dat kunst belangrijk is voor gezondheid en welzijn. Het is niet onmogelijk dat mensen die regelmatig musea bezoeken een andere levensstijl hebben dan mensen die nooit musea bezoeken. Wellicht eten museumbezoekers gezonder, bewegen ze meer (ook op weg naar het museum) en hebben ze bredere interesses. We weten het niet.
Het is dus niet aangetoond dat museumbezoek de oorzaak is van een betere gezondheid, het kan onderdeel zijn van een andere levensstijl.
Ofwel, zonder museumbezoek zouden de mensen die nu musea bezoeken ook gezonder zijn. Museumbezoek maakt niet het verschil. Museumbezoek is dan een teken, geen oorzaak. Laat staan dat museumbezoek je jong houdt zoals Margriet zegt of Rembrandt tegen rimpels helpt. Dat is een onzinnige toevoeging van een eindredacteur van Margriet die vooral aangeeft hoeveel verwarring het onderwerp teweegbrengt.
Het voorbehoud dat museumbezoek of kunstuitingen eerder verontrusten dan geruststellen en niet kunnen dienen als bezigheidstherapie, genezer van kwalen of aanjager van het welzijn ontbreekt in het artikel. Want dat past niet in het beeld dat museumbezoek helend werkt.
Kunst in musea is ook aanscherping of confrontatie. Moet daar vervolgens een prikkelarme en vereenvoudigde versie van gemaakt worden om kunst te temperen, te dresseren en te ontkrachten zodat het verteerbaar wordt? Wat is zo’n uitgeklede versie nog waard?
Musea moeten voorzichtig zijn voor de claims van dit type sociologisch onderzoek dat in de populaire media wordt uitvergroot en wat werking betreft wordt overdreven. Zodat het bij een breed publiek een verwachting schept die niet waargemaakt kan worden.
Musea moeten vooral oppassen voor het binnenhalen van bijprogramma’s en nevenactiviteiten die op vage claims zijn gebaseerd, grenzen aan kwakzalverij en ver afstaan van museale kerntaken. Hoe groot de verleiding voor musea ook is om het eigen bereik te vergroten. Paramedische zorgverleners met hun schijnzekerheden kunnen een risico voor de betrouwbaarheid en ‘positieve neutraliteit’ van de museumsector vormen.



