George Knight

Debat tussen links en rechts

Stedelijk Museum aanvaardt geld van cultuurfonds Ammodo. Maar zou dit om morele en publicitaire redenen dienen te weigeren

with one comment

af

Het Stedelijk Museum kijkt samen met Stichting Ammodo naar een nieuwe plek voor het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam, aldus bovenstaand bericht op Artforum. Gezien de achtergrond van Ammodo is dit een opvallende ontwikkeling die alles in zich heeft de kunstwereld te beschadigen. ‘Together with Ammodo, we look forward to investigating ways of creating an inspiring place that offers compelling artistic encounters in Amsterdam and contributes to the city’s thriving artistic climate’ zegt directeur Beatrix Ruf. Maar hoe aantrekkelijk is het voor een culturele instelling om met Ammodo in zee te gaan? Het Stedelijk is zeker niet de enige, het rijtje is uitgebreid. Zelfs inclusief het Van Abbemuseum dat zo vaak politiek de nek uitsteekt.

Ammodo heeft een voorgeschiedenis die instellingen als het Stedelijk Museum zouden moeten kennen. Want elke instelling dient zich voldoende te informeren over een geldschieter waarmee het in zee gaat. De geschiedenis van Ammodo is besmet. Het komt erop neer dat ‘pensioenpremies van havenarbeiders in Rotterdam en Amsterdam buiten medeweten en tegen de wil van de spaarders een andere bestemming kregen’, zoals zes hoogleraren in 2014 in een opinie-artikel in de NRC betoogden. Dit wil zeggen dat in 2007 pensioenverzekeringsbedrijf Optas buiten medeweten van werkgevers en werknemers in de havens is verkocht aan verzekeringsmaatschappij Aegon. De Stichting Optas streek hiermee een vermogen op van circa 1,3 miljard euro dat zij nu besteedt aan ‘culturele en wetenschappelijke’ doelen. Hoewel de overdracht juridisch klopt, is het moreel verwerpelijk. Een culturele instelling kan het geld aannemen, maar moet goed beseffen dat het zich kan corrumperen en hiermee de eigen geloofwaardigheid en morele positie op het spel zet.

In 2014 schreef Eric Smit een artikel voor FTM over de verkoop van Optas en het geld dat Ammodo nu uitdeelt aan kunsten en wetenschappen. Hij citeert CDA-kamerlid Pieter Omtzigt: ‘Het is pensioengeld dat op slinkse wijze werd omgekat tot een fonds voor goede doelen. Mensen hebben voor dat geld gewerkt, dat moet aan pensioenen ten goede komen. Punt. De ontvangers moeten weten waar het geld vandaan komt en moeten overwegen het niet in ontvangst te nemen’. Uit Smits rondgang langs instellingen blijkt dat ze moeilijk kunnen uitleggen waarom ze geld aannemen van Ammodo. Houvast biedt punt 1.4.6 van de gedragscode (2012) van het Instituut voor Fondsenwerving: ‘Iedereen die organisaties of projecten in de sector wil steunen, met respect voor de belangen van de organisatie en van de consumenten, zal naar algemene fatsoensnormen en met respect voor hun wensen worden behandeld. Ter bescherming van de goede naam van de organisatie en van de sector in het algemeen worden bepaalde donateurs echter bij voorbaat geweerd als het risico bestaat dat de geloofwaardigheid van de organisatie in het geding kan komen.

Robin Hood is de fictieve uitzondering, stelen van de rijken om het aan de armen te geven. In de echte wereld gaat het andersom, stelen van de armen om het aan de rijken te geven. Stelen van havenarbeiders om het aan kunst en wetenschap te geven. Dit voedt de onrust van kanslozen die vinden dat het establishment in een eigen bubbel leeft en zich niets aantrekt van gewone mensen. De logica is dat wie de macht heeft de regels kan stellen. De 1% van Occupy die aan de touwtjes trekt wordt inmiddels de 0,1% genoemd. Zo erg is het. Dat heet in nette termen denivellering. Die ontwikkeling is geen direct gevolg van eerlijke concurrentie of de open markt van het kapitalisme, maar komt voort uit de beschermingsconstructie van het corporatisme. Exact het nadeel van het Nederlandse poldermodel waarin belangenorganisaties, zoals werkgevers- en werknemersorganisaties vooral in het recente verleden met de overheid in vooroverleg afspraken maakten.

Vraag is in hoeverre Nederlandse musea als Museum Boijmans, Van Abbemuseum, Kröller-Müller Museum, Mauritshuis, Museum Boerhaave, Ons’ Lieve Heer op Solder, Rijksmuseum of Stedelijk Museum zich bewust zijn van het verleden van Ammodo. Of doen ze net of hun neus bloedt, zolang het duurt? Er is veel voor te zeggen voor instellingen om op morele gronden geen geld te aanvaarden van Ammodo. Ook om de eigen goede naam te beschermen die zich op enig moment door negatieve publiciteit over Ammodo tegen deze instellingen kan keren. Het verdient ernstige overweging voor instellingen zoals het Stedelijk Museum om voortaan geen geld meer van Ammodo aan te nemen omdat het besmet is. Dan kunnen ze gelijk werken aan het rechtzetten van het hardnekkige beeld dat Nederlandse musea zo behoudzuchtig en ouderwets zijn.

Foto: Schermafbeelding van berichtStedelijk Museum Looking for a New Contemporary Art Venue in Amsterdam’ op Artforum, 24 mei 2016.

Rotterdam: Partij voor de Dieren stelt raadsvragen over Gergiev Festival

with one comment

PvdD

Mede naar aanleiding van de posting van 20 mei ‘Valery Gergiev is een propagandist voor het Kremlin. Maar wordt verafgood in Rotterdam. Tijd voor bewustwording. En protest’ heeft Ruud van der Velden namens de Partij voor de Dieren (PvdD) op 25 mei 2016 raadsvragen gesteld aan het Rotterdamse college van B&W. Over Aboutaleb en het Gergiev Festival dat van 8 tot en met 11 september 2016 wordt gehouden in Rotterdam.

Het accent van de raadsvragen ligt bij de nevenfunctie van burgemeester Aboutaleb als lid van het Comité van Aanbeveling van het Gergiev Festival die volgens de PvdD niet gemeld zou zijn. In de vragen 6 en 7 gaat het over de relatie van Valery Gergiev met de Russische president Vladimir Putin. De PvdD noemt laatstgenoemde omstreden ‘door zijn annexatie van de Krim en zijn anti-homowettgeving.’ De suggestie is dat omdat   ‘Gergiev de opvattingen deelt van de Russische president’ Gergiev ook omstreden is vanwege ‘zijn omstreden politieke opvattingen’ en het de vraag is of hij een festival dat zijn naam draagt in Rotterdam verdient.

Schermafbeelding 2016-05-27 om 09.16.52

Foto 1: Schermafbeelding van raadsvragen ‘Nevenfunctie burgemeester bij het Gergiev Festival’ door de Partij voor de Dieren Rotterdam, 25 mei 2016.

Foto 2: Artikel ‘Aboutaleb moet afstand nemen van Poetin-vriend’ in het AD, 27 mei 2016.

Commissie Oosting II ontkent doofpot bij Teevendeal. Maar is zelf de doofpot. Het onderzoek van Oosting is een schandaal op zich

with one comment

Kustaw Bessems is in een commentaar voor BNR duidelijk in zijn conclusie: ‘Het onderzoek naar de affaire is inmiddels een schandaal op zich. Je kunt alleen maar hopen en smeken dat Kamerleden zich over de politieke en publicitaire vermoeidheid heen zetten, eindelijk hun werk gaan doen en alles zelf tot de bodem gaan uitzoeken.’ Bessems heeft gelijk, Marten Oosting kletst uit z’n nek en zoekt ter bescherming van ex-minister Opstelten en het ministerie van Veiligheid en Justitie de afleiding met soundbites die suggereren dat onkunde minder erg is dan een doofpot. Echt? Het is nonsens wat Oosting zegt. En beschamend voor de commissie waar hij leiding aan gaf. En beschamend voor de Nederlandse politiek die zich dit moet laten weggevallen. En beschamend voor de Nederlandse gevestigde media die het verhaal van Oosting kritiekloos overnemen.

Bessems: ‘Een doofpot hoef je niet in kleine kring bij schemerig licht aan een mahoniehouten vergadertafel hardop af te spreken. Realistischer is het stilzwijgend besef dat je vooral niet te erg je best moet doen om feiten boven water te krijgen die de bewindspersoon onwelgevallig zijn. Voor dit gedrag barst het in de bonnetjesaffaire van de aanwijzingen.’ Een doofpot komt niet zover neer op het smeden van een complot zoals we dat kennen van films over de maffia met mannen in pakken die de taken verdelen. Maar op een mentaliteit van wegkijken en de stilzwijgende afspraak om geen vragen te stellen en niet verder te zoeken.

Bessems concludeert dat Oosting in zijn eerder onderzoek van de commissie Oosting-I niet de informatie boven water kreeg die hij bij het onderzoek van Oosting-II wel achterhaalde. De ‘zelfevaluatie’ van Oosting-I door Oosting-II zegt dat het ‘beter had kunnen uitzoeken waarom het zo gewilde bonnetje niet eerder was opgediept uit oude bestanden’, aldus Bessems. Oosting-II geeft dus toe te hebben gefaald met Oosting-II, maar mocht met dezelfde mensen opnieuw aan de slag in Oosting-II. Waarom, en hoe logisch is dat?

Gisteren was er het nieuws over een andere doofpot die geen doofpot genoemd mag worden: Joris Demmink. Het strafrechtelijk onderzoek naar misbruik van twee Turkse jongens in Turkije door deze voormalige hoogste ambtenaar van het ministerie van Justitie en Veiligheid wordt volgens een bericht in het AD gestopt: ‘Door de weigering van Turkije om mee te werken, kunnen enkele getuigen niet gehoord worden en is het onderzoek definitief afgerond. In juni zal besloten worden of er genoeg bewijs is voor een strafzaak of niet.’ Identiek aan de Teevendeal is dat het heel lang duurde voordat er een diepgravend onderzoek plaatsvond, zodat jarenlang beweerd kon worden dat er geen concreet bewijs was. Het scenario voor de afronding van de affaire Demmink is gegeven door Marten Oosting en zijn commissies en kondigt zich nu al aan: Het was geen doofpot, maar geklungel. Over zo’n tien jaar valt een onderzoek te verwachten naar de doofpot van de Commissie Oosting.

Raad voor Cultuur is afwijzend in advies over Museum Oud Amelisweerd. Vooral over de samenhang met de Armando Collectie

leave a comment »

Chinees_behang_oud_amelisweerd_15

Het bleef vorige week onder de radar in de commotie over De Appel, Het Scheepvaartmuseum, Het Nieuwe Instituut en het positieve en negatieve nieuws over het EKWC, maar Museum Oud Amelisweerd (MOA) kreeg negatief advies van de Raad voor Cultuur. Het had gevraagd om 125.000 euro en kreeg nul op het rekest. Het advies is interessant omdat het niet alleen inzicht geeft in het functioneren van dit museum en schetst hoe slecht het er financieel voorstaat, maar ook weinig heel laat van het concept wat eraan ten grondslag ligt.

De raad vindt de samenhang tussen het landhuis, het Chinese behang en de Armando Collectie gezocht en onvoldoende uitgewerkt. Naar de mening van de raad vormt het landhuis in combinatie met het landgoed en het behang een waardevol ensemble. De raad is echter niet overtuigd van de museale samenhang met de Armando Collectie die het museum beoogt. Wel is hij van mening dat MOA een grote betekenis heeft voor de regio Utrecht en een toegevoegde waarde levert aan de lokale culturele infrastructuur.’ Een snoeiharde inzet. De raad ontkent samenhang in het concept dat bestaat uit het landhuis, antiek Chinees behang en de Armando Collectie. Omdat vooral de ‘museale samenhang‘ met de Armando Collectie wordt betwijfeld komt dit des te harder aan omdat dit de ontstaansreden voor het museum was. Feitelijk wordt hier gezegd dat de Armando Collectie er bij de haren is bijgesleept. Dit is zeker geen kritiek die voor het eerst klinkt, maar door bestuur en directie van het museum en de Utrechtse cultuurwethouder stelselmatig wordt weggewimpeld.

Naast de observatie dat het MOA de plannen kwalitatief en kwantitatief niet voldoende heeft onderbouwd en het MOA educatief sterk lokaal gericht is, mist de raad ondernemerschap: ‘De liquiditeit, de solvabiliteit en het weerstandsvermogen van MOA zijn laag. Dit heeft een hoog financieel risico tot gevolg. Bovendien is het museum pas twee jaar geopend. De raad heeft onvoldoende zicht op hoe het museum zich verder gaat ontwikkelen.’ En: ‘MOA is een jonge organisatie en heeft in de beginfase nog geen sluitende begroting kunnen overleggen. De financiële positie is vooralsnog onzeker. MOA had in 2013, 2014 en 2015 een negatief exploitatieresultaat. Het museum heeft een lage liquiditeit en solvabiliteit, en een laag weerstandsvermogen.’

Opvallend is dat de raad bepleit dat MOA zich gezien de hoge kwaliteit van het Chinese behang richt op ‘op buitenlandse, met name Chinese bezoekers’. De raad ziet dat zelfs als ‘een logische stap’. Dat komt overeen met de pleidooien op dit blog uit 2011 voor een Museum voor Chinoiserie en uit 2012 voor een Chinahuis. De raad redeneert vanuit het totale Nederlandse museumaanbod en ziet daar kansen. Het vindt dat MOA zijn reikwijdte zou moeten verruimen door de blik niet lokaal, maar internationaal te richten. Uit dit advies om zich te richten op Chinese bezoekers en de kritiek op de museale samenhang met de Armando Collectie volgt het stilzwijgende advies dat de Armando Collectie weinig te zoeken heeft in een Museum Oud Amelisweerd.

NB: Zie hier voor diverse blogpostings over Museum Oud Amelisweerd.

Foto: Fragment van het antieke Chinese behang in landhuis Oud-Amelisweerd, Bunnik. Credits: Hugo de Wijs.

Gemeenten zoeken oplossing voor problemen van winkelcentra. Hoogeveen

leave a comment »

Winkelcentra in middelgrote steden zouden te klein voor een tafellaken en te groot voor een servet zijn. Dat waren ze vroeger niet, dus de vraag is waarom het komt dat dat dat nu wel zo is. Centrummanager Kees Raven ziet voor Hoogeveen in concentreren en indikken een oplossing voor de winkelleegstand en de dalende bezoekersaantallen. Hoogeveen doet mee aan het Europees kennisuitwisselingsproject RetaiLink dat een looptijd van twee jaar heeft. Een gemankeerde naam omdat Retail Link een merk van Wal-Mart is. Winkeliers en gemeente doen volgens een bericht van de gemeente ook mee aan het platform De Nieuwe Winkelstraat, een kennis- en netwerkcentrum dat werd opgericht naar aanleiding van het onderzoeksprogramma Shopping 2020. Urgentie van winkelleegstand en teruglopende bezoekersaantallen wordt beseft. Als de deelname van gemeenten aan dit soort programma’s illustratief is, dan komt het wel goed. In 2020 of in een verre toekomst.

Petitie ‘Voer dienstplicht in’ is een slecht idee. Maar roept vragen op over de defensie en de invoering van een sociale dienstplicht

leave a comment »

die

De petitie ‘Voer dienstplicht weer in’ roept op om de dienstplicht weer in te voeren. Of liever gezegd, het opschorten van de opkomstplicht te beëindigen. Dit is om vele redenen een slecht idee. Het onderliggende idee dat uit de petitie spreekt dat de defensie van Nederland weer op peil gebracht moet worden is zinvol en sympathiek. Dat moet alleen niet via de dienstplicht, maar via professionalisering van de krijgsmacht. Een groot staand leger met tienduizenden militairen is een achterhaald idee. Wat tegenwoordig gevraagd wordt aan een modern leger is snelle verplaatsing en inzetbaarheid, flexibiliteit en technische superioriteit.

Nederland voldoet nog niet aan afspraken die op de NATO-top van 2014 in Wales gemaakt werden dat lidstaten binnen tien jaar 2% van het BNP aan defensie besteden. Zie 14. In 2014 was dat slechts 1,17%. Nu de spanningen met Rusland, Turkije en het Midden-Oosten toenemen lukt het de Nederlandse politiek niet om een omslag te maken. Dit is des te urgenter omdat de Amerikanen het geopolitieke zwaartepunt naar Azië hebben verplaatst en er bij de EU-lidstaten op aandringen om de lasten voor de eigen verdediging zelf te gaan dragen. Des te meer omdat in de Amerikaanse verkiezingsstrijd kandidaten als Donald Trump en Bernie Sanders isolationistische standpunten over buitenlandse politiek en defensie verkondigen. Het is niet alleen een budgettaire kwestie, maar ook een mentale omschakeling om te beseffen dat voor Europa de periode voorbij is waarin het vredesdividend na het vallen van de Berlijnse muur in 1989 geïncasseerd kon worden.

De petitie zegt dat de dienstplicht goed is voor ‘integratie, acceptatie, respect en normen en waarden’. Het zou kunnen. Maar dan lijkt een sociale dienstplicht die ook meisjes omvat een beter middel. Hoe dat precies vorm moet krijgen is lastig. De belangen zijn groot. Hoe dan ook moet het uitgangspunt bij zo’n dienstplicht zijn dat leden van diverse sociale groepen met uiteenlopende kenmerken in welstandsklasse, opleiding, herkomstland en regionale spreiding met elkaar in contact komen en meer begrip voor elkaar krijgen. Dat bevordert de sociale cohesie, het gemeenschapsgevoel en helpt eraan mee om het idee van sociale mobiliteit weer te revitaliseren. De nationale veiligheid is een te kostbaar goed om aan de dienstplicht op te hangen.

Foto: Schermafbeelding van petitieVoer dienstplicht weer in’ op petities.nl.

Aansluiting van Sylvana Simons bij DENK roept reacties op

leave a comment »

Sylvana Simons, het zal wel aan mijn algemene ontwikkeling liggen, maar ik had er geen idee van wie ze was. En ik weet het nog nauwelijks. Mij is duidelijk dat ze een BN’er is -dus bekend van de Nederlandse media- maar waarom dat is weet ik niet. Doorgaans zijn BN’ers bekend … omdat ze BN’er zijn. Maar ik weet nu wel dat ze zich aangesloten heeft bij de politieke partij DENK van twee Turkse Nederlanders die zich eind 2014 afscheidden van de PvdA. Met Selçuk Öztürk en de slimme Tunahan Kuzu. Simons is volgens een bericht op NOS overspoeld met racistische reacties. Ze zegt dat haar dat verrast heeft. Simons krijgt ook steun van onder meer vice-premier Lodewijk Asscher die twitterde: ‘Die in-racistische reacties op Sylvana Simons maken me misselijk en woedend’. En daarin heeft hij gelijk, Simons verdient het om inhoudelijk te worden aangevallen.

En daar is alle reden toe. Door de racistische reacties wordt niet duidelijk hoe ze past bij DENK en waar ze precies voor staat. Er waren inhoudelijke reacties op Simons’ overstap naar DENK die neerkwamen op de vraag wat een geëmancipeerde vrouw bij een pro-Turkse partij te zoeken heeft die de Armeense genocide ontkent en het beleid van de Turkse president Erdogan billijkt. En het gebruik van grove woorden niet schuwt. Dat het een dankbaar onderwerp is blijkt uit een parodie op minister Bussemaker in reactie op een tweet van DENK. Sociale media zorgen voor onrust en verwarring. De Nederlandse politiek is goed in vorm. Met schone schijn.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 344 andere volgers