Kunstvakonderwijs springt in het niets met principe van ‘afbreken en opbouwen’

‘De beroemde foto ‘Saut dans le vide’, sprong in het niets, gemaakt op 23 oktober 1960 in Fontenay-aux-Roses, niet ver van Parijs.’ Met een springende Yves Klein. Credits: FD.

Ik heb nooit op een kunstacademie gezeten, maar wel als dienstplichtig militair in het leger. Daar was het principe van ‘afbreken en opbouwen’ uitgangspunt. Het was een doelgerichte strategie om je je individualisme af te nemen. Dat gebeurde symbolisch op de eerste dag doordat je je burgerkleren af moest leggen en in een slecht passende onhandige groenbruine overall werd gehesen. Slecht passende en oncomfortabele schoenen, blaffende sergeanten en een naargeestig kazerneterrein in Amersfoort maakte de gedaanteverwisseling af. Als in een verhaal van Kafka waar gebeurtenissen het individu overkomen zonder te begrijpen waarom. In het leger was dat opbouwen trouwens begrensd. Naar mijn idee omdat de kennis bij het lagere kader om te slopen sterker ontwikkeld was dan om te construeren.

Naar aanleiding van een aantal incidenten bij kunstacademies wordt steeds verwezen naar dat principe van ‘afbreken en opbouwen’. Over dat principe bij deze HBO-opleidingen heb ik mijn twijfel. Want het is de vraag of het werkt en als het werkt of het doelmatig is. Dat laatste betwijfel ik.

Schermafbeelding van deel artikelOnveilige sfeer op modeschool AMFI: “Een docent vergeleek mijn Arabische model met een seriemoordenaar” van 24 april 2021 op AT5.

Naast het bekende bezwaar van docenten die regeren in hun koninkrijkjes en daarbij over grenzen kunnen gaan door machtsmisbruik omdat de weerstand van de studenten is gebroken zie ik nog twee bezwaren. Namelijk het feit dat aankomende academiestudenten steeds jonger én minder volwassen zijn en steeds minder weten (mede door de gedevalueerde vooropleiding) en er door de schoolleiding onvoldoende toezicht op is en het feit dat studenten te veel hun studiebegeleider volgen en hun eigenheid niet of pas na lange tijd vinden. Verhalen van academiestudenten die het spel meespelen en daardoor kostbare tijd verliezen in hun ontwikkeling is bekend.

De oplossing voor de kunstsector is minder instroom van kunststudenten, minder presentatieinstellingen en minder kunstmusea. Ik zou zeggen, begin met een afschaling van de kunstsector van 15%. Zoals ook banken, stikstof producerende boeren en het koningshuis afgeschaald moeten worden. De leeftijd voor de toegang tot kunstacademies zou met drie jaar opgehoogd moeten worden zodat de studenten volwassener zijn en evenwichtiger in het leven staan zodat ze beter weerstand kunnen bieden aan docenten die hun macht misbruiken. Het toezicht bij deze HBO-opleidingen moet op een hoger peil gebracht worden. Of cynischer gezegd, op een peil gebracht worden.

Het idee van studenten autonome kunst die worden gemodelleerd in een individuele kunstenaar is romantisch en achterhaald, terwijl het idee van de gesocialiseerde kunstenaar te algemeen is. Het beroepsprofiel van de kunstenaar is minder bijzonder dan kunstacademies én academiestudenten zelf beweren. Iedereen met een beroepspraktijk moet omgaan met werkgevers, opdrachtgevers, klanten en collega’s. In vele sectoren is de concurrentie fel. Ook economen, leraren of ingenieurs moeten een persoonlijkheid ontwikkelen om goed in hun beroep te kunnen functioneren.

Nog om een andere reden is dat principe van ‘afbreken en opbouwen’ achterhaald. In een interview van 21 april 2021 in NRC wijst Dingeman Kuilman oud-voorzitter van het College van Bestuur van ArtEZ, hogeschool voor de kunsten hoe lastig het is om het praktische kunstonderwijs te veranderen: ‘Op voorstellen werd met een felheid gereageerd die je in het gewone onderwijs niet kunt voorstellen. Wat kunstenaars doen is zo verbonden met hun eigen identiteit. Iedere verandering wordt daardoor als een persoonlijke aanval ervaren. De kunsten als geloofssysteem, dat zit heel diep in academies verankerd. Het zijn intelligente mensen, je kunt over van alles met ze praten, behalve over hun geloof. Dan kom je aan een deel van henzelf’.

Over het principe van ‘afbreken en opbouwen’ waar hij ‘psychologie van de koude grond’ in ziet zegt Kuilman: ‘Die is echt niet meer van deze tijd. Zij kan enorme schade aanrichten, ook omdat het kunstvakonderwijs relatief veel kwetsbare persoonlijkheden aantrekt (…) Spreek studenten aan op waar ze goed in zijn, en bouw op vertrouwen. Studenten iets leren door ze eerst af te breken, schept machtsverhoudingen en afhankelijkheidsrelaties’.

Ook van een andere kant heeft Kuilman kritiek op het principe van ‘afbreken en opbouwen’ waar die psychologie van de koude grond zelfs niet meer van toepassing op is omdat de opleidingen de afgelopen 40 jaar zijn veranderd. Naar zijn idee stoomt het kunstvakonderwijs steeds vaker klaar voor de markt en staat daarbij de persoonlijkheid van de kunstenaar niet meer centraal. NRC: ‘Hoe kunstzinnig, vraagt Kuilman zich af, zijn opleidingen voor bijvoorbeeld design, mode, media en entertainment?

Ik kan het vergelijken met een voltooide universitaire studie waar ‘afbreken en opbouwen’ niet aan de orde was. Maar wel kennisoverdracht, samenwerking en geleidelijke vorming van een persoonlijkheid door verbreding en verdieping. Kunstacademie kunnen jongere individuen van zo’n 20-25 jaar ook op andere manieren helpen vormen. Het valt niet in te zien waarom een kunstacademie daar uitzonderlijk in zou zijn.

Er zijn universitaire studies waar docenten van intimiderend gebruik worden beschuldigd. Op de faculteit van Rechtswetenschap in Leiden kwam onlangs hoogleraar Andreas Kinniging in het nieuws omdat hij een onveilige situatie voor studenten zou hebben gecreëerd en zich niet aan de gedragscode zou hebben gehouden. NRC berichtte erover. In deze methode van onderwijs van deze individuele docent kan ook het principe van ‘afbreken en opbouwen’ gezien worden. Ook speelt mee dat Kinneging in een rechtse enclave binnen een niet-rechtse omgeving opereert. Het verschil met kunstacademies is dat dit een uitzondering is en dat na klachten van studenten het college van bestuur van de Universiteit Leiden Kinniging tot de orde heeft geroepen.

Al met al lijkt dat principe van ‘afbreken en opbouwen’ bij kunstacademies niet zozeer een doordacht didactisch instrument dat dient om kunstenaars uit ruw materiaal te scheppen zoals in oude legendes de mens uit een vormeloze hoop klei wordt gevormd en weerstand mee te geven om zich in een beroepspraktijk te handhaven, maar is het eerder een gevolg van een falend beleid om goed kunstvakonderwijs te bieden. Het principe van ‘afbreken en opbouwen’ en de claim op een bijzondere positie voor kunstvakstudenten getuigt van zelfoverschatting en een misvormde identiteit van het kunstvakonderwijs. Het is een sprong in het niets met slechts een oorzaak: de kwaliteit in docenten, organisatie en toezicht is ondermaats.

Scientology Kerk Nederland laat op sociale media met aanval op media van zich horen. Het verdedigt zich met algemeenheden

De Nederlandse tak van de Scientology Kerk heeft de afgelopen maand talloze video’s met Gerbrig Deinum op haar YouTube-kanaal geplaatst. Zij doet de publiciteit van de Nederlandse Scientology Kerk en treedt veel op in de media. Deinum praat handig en vlot, maar wel in algemeenheden die niet controleerbaar zijn. Daarom is haar verhaal over de relatie van de Scientology Kerk met de media toch niet overtuigend. Daarbij sluit ze de mogelijkheid uit dat de kritiek die de Kerk krijgt gerechtvaardigd is. Opvallend is dat Deinum in een andere video aandacht besteedt aan de documentaire Going Clear: Scientology & the Prison of Belief van Alex Gibney die uit 2015 dateert. Ook hier wordt Deinum niet concreet en heeft ze geen steekhoudende argumenten.

De Scientology Kerk heeft in tegenstelling tot gevestigde godsdiensten geen ANBI-status omdat het onder meer niet kan voldoen aan het criterium van de Belastingdienst dat het ‘zich voor minstens 90% inzet voor het algemeen nut’. Dat bepaalde in 2015 het Gerechtshof Den Haag in een uitspraak. Daardoor hebben donateurs en organisatie geen recht op belastingvoordelen over giften en donaties en moet de kerk schenk- en erfbelasting daarover betalen. De Scientology Kerk zet zich dus niet voldoende in voor het algemeen nu, maar men kan zich terecht afvragen of andere religieuze instellingen dat wel doen. Dat betwijfel ik. In een commentaar van mei 2015 schreef ik dat er vermoedelijk met twee maten wordt gemeten. Hiermee pleit ik zeker de Scientology Kerk niet vrij, maar betoog eerder het omgekeerde. Namelijk dat alle godsdiensten onterecht een streepje voor hebben boven andere maatschappelijke instellingen en goede doelen stichtingen:

Dat 90%-criterium is een harde grens waarvan onduidelijk is hoe die bewaakt wordt. Wanneer voldoet een religieuze instelling voor 90% aan het algemeen belang en hoe wordt dat kwalitatief en kwantitatief getoetst? Wordt dat in de praktijk getoetst of is er consensus tussen politieke partijen dat het 90%-criterium niet wordt getoetst? Overwegingen om te betwijfelen of er in de praktijk getoetst wordt en te vermoeden dat religieuze instellingen niet voldoen aan dit criterium volgt uit het kenmerk van religie zoals religieuze instellingen dat vertegenwoordigen. Religie bestaat uit twee componenten die zijn te omschrijven als intern en extern gericht. Dat eerste omvat zingeving en troost en is op de gelovige gericht, en dat laatste omvat belangenbehartiging, het bedrijven van machtspolitiek en charitatieve doelstellingen. Dit maakt religieuze instellingen zo divers en onoverzichtelijk dat niet op voorhand valt te zeggen dat ze voor 90% het algemeen belang dienen. Of anders gezegd, het niet op voorhand uitgesloten kan worden dat ze voor meer dan 10% hun eigen belang dienen.

Brits televisiedrama ‘Brexit: The Uncivil War’ stemt tot nadenken

Wie de Brexit wil begrijpen moet het televisiedrama ‘Brexit: The Uncivil War’ van Toby Haynes bekijken. Drama over actuele politiek kan inzicht bieden. Dat gebeurt hier. Het gaat om de campagnes van de officiële kampen in het referendum, namelijk Leave en Remain (Britain Stronger in Europe). Het accent ligt op het Leave-kamp waar Benedict ‘Sherlock Holmes’ Cumberbatch in een meesterlijke vertolking schittert als Dominic Cummings. Hij verzint de slogan ‘Take Back Control’ en lijkt daar trouwens zelf niet ‘diep’ in te geloven omdat het onduidelijk is naar welke historische status quo het verwijst. Het Victoriaanse Engeland van de 19de eeuw?

Dom’ is de strateeg met anarchistische trekken die aan het hoofd staat van de Vote Leave-campagne. Hij haalt zijn neus op voor politici, en vooral voor de hoofdrolspelers van de andere, niet-officiële Leave-campagne Leave.EU met UKIP’ers Arron Banks en Nigel Farage. Ze worden afgeschilderd als karikaturale patjepeeërs die vooral pretfiguren en onbenullen zijn. Of dat overeenkomt met de realiteit is de vraag. In het echt, maar niet in het drama verlaat ‘Dom’ in februari 2016 voortijdig de campagne vanwege gekonkel en achterbaksheid die onder meer te maken heeft met de versmelting van beide Leave-campagnes. Dat versterkt zijn cynisme en zijn animositeit tegenover politici voor wie hij weinig tot geen goede woorden over heeft.

In een blogpost die leest als een poging tot rechtvaardiging legt Dominic Cummings uit hoe hij in 2018 uitgenodigd werd door de DCMS-commissie van Damian Collins in het Lagerhuis om in het openbaar te getuigen, maar het na een hoop gemarchandeer uiteindelijk niet tot een hearing kwam vanwege zijn niet ingewilligde eis dat alle commissieleden onder ede zouden staan om de waarheid te spreken. Maar uit de posting blijkt ook een moeilijk karakter, een spiegelpaleis van complottheorieën en het ontlopen van eigen verantwoordelijkheid. Want is afgelopen drie jaar in de Britse politieke een impasse ontstaan door het gebrek aan kwaliteit van de huidige generatie politici, en dan vooral de harde Brexiteers, of door het inspelen op het gevoel van de door ‘Dom’ geleide Vote Leave-campagne die de al bestaande tegenstellingen aanscherpte?

Uit het slot blijkt dat beide Leave-campagnes meer gemeenschappelijk hadden dan ‘Dom‘ wilde toegeven. Namelijk de financiële steun van de Amerikaanse miljardair Robert Mercer die ook president Trump financierde in diens campagne in 2016. De suggestie is dat Mercer op de achtergrond de samenwerking van beide Leave-campagnes had opgelegd. Mercer financiert mede de microtargeting via sociale media door gebruik van data zodat de Vote Leave-campagne 3 miljoen kiezers op het spoor komt en bereikt die zich aan het zicht onttrekken van de Remain-campagne. Dit is het zogenaamde AggregateIQ schandaal en het Cambridge Analytica schandaal. Daarnaast is er ook nog de verdenking van illegaal Russisch geld dat naar de Leave-campagnes stroomde. Open Democracy heeft een en ander in een reeks artikelen aan het licht gebracht. De niet-officiële Leave.EU campagne van Arron Banks is wegens onregelmatigheden in de financiering focus van onderzoek van een parlementaire commissie in het Lagerhuis. Ook bestaat het vermoeden dat via de BeLeave groep de Vote Leave-campagne de wettelijke bestedingslimieten oprekte.

In een gedenkwaardige scène tegen het einde ontmoeten de strategen van de Leave– en de Remain-campagne elkaar in de metro en gaan ze iets drinken. De evenknie van ‘Dom’ is Craig Oliver. Het lijkt erop dat ze als professionals meer affiniteit met elkaar hebben, dan met de politiek. Het referendum heeft niet zozeer tot verdeeldheid geleid, maar bestaande tegenstellingen vergroot. Beide strategen verwijten elkaar dat ze met hun campagnes iets in werking hebben gezet dat ze niet konden controleren. Cummings tegen Oliver: ‘The train coming down the tracks isn’t the one that you expected. It’s not the one that’s advertised on the board. Well, tough. It isn’t even the one that I imagined. But I accept it. And you can’t stop it’. Oliver tegen Cummings: ‘Be careful what you wish for. You won’t be able to control it either’. Dat is het uiterste cynisme die de grondtoon van dit drama is. Namelijk dat de strateeg van de campagne die succesvol de slogan ‘Take Back Control’ uitventte moet toegeven dat hij het ook niet meer in de hand heeft. Wat voor controle is dat?

Brexit: The Uncivil War (met ondertiteling) wordt de komende dagen enkele malen vertoond op BBC First.

Student, leerling of deelnemer? Taalverandering biedt geen oplossing voor problemen die MBO’ers voelen

Update 20 oktober 2018: Ik overweeg om bij de provinciale verkiezingen op GroenLinks te stemmen. Niet uit liefde, maar omdat andere partijen nog beroerder zijn. Maar een voorstel van kamerlid Zihni Ozdil brengt me sterk aan het twijfelen over de manier waarop er binnen GreonLinks politiek wordt bedreven. Hij stelt voor om MBO’ers een Engelstalige titel te geven bij hun ‘afstuderen’. Dat lijkt me een dom voorstel. Ozdil profileert zich ermee, maar naar mijn idee op een manier die negatief afstraalt op zijn partij. Is dit een electoraal opzetje om de steun voor de partij te verbreden door lageropgeleiden die nu op SP of PVV stemmen naar de mond te praten? Is dit een onderwerp waar deze partij zich mee wil profileren? Omdat MBO-ers ‘student’ worden genoemd moeten ze bij ‘afstuderen’ een titel krijgen. Bestudeert het kader van GroenLinks de logica van de domheid? Geef MBO’ers een goed loon, respect en niet extreem veel werkdruk. Een titel is bijzaak. 

Er is een debat ontstaan in reactie op de wens van MBO’ers om gebruik te kunnen maken van faciliteiten van studenten. Jongerenorganisatie Beroepsonderwijs (JOB) wil dat mbo’ers in de wet voortaan ‘studenten’ worden genoemd volgens een bericht van de NOS. Roosmarijn van de JOB zegt ‘omdat MBO’ers niet als student worden gezien’ het volgende: ‘Het geeft mbo’ers het gevoel dat ze niet op het gelijke niveau zitten als andere studenten en dus geen aanspraak kunnen maken op dezelfde dingen.’ Een gevoel als argument dus.

Hiermee zijn we weer helemaal in 2018 aangeland. Roosmarijn voelt zich tekort gedaan. Nederland is een egalitaire samenleving, maar dat wil nog niet zeggen dat alle inwoners en alle opleidingen gelijk zijn. Want dat zijn ze niet. Hoewel er op universiteiten pretstudies zijn waarvan het een raadsel is dat ze vanuit een universiteit worden gegeven. Maar maatschappelijke verschillen bestaan. Door dat in de taal te ontkennen, gaan die verschillen nog niet weg. Integendeel, ze worden juist toegedekt. De oplossing zit hem dus niet in de taal, maar in het wijzigen van de gebruikmaking van faciliteiten voor allen die een opleiding volgen.

Door oorlog vrede te noemen is de oorlog niet verdwenen. Zinvoller is het om oorlog juist wel oorlog te noemen en eraan te werken dat die verandert in vrede. Zo is het ook met het woord ‘student’ voor MBO’ers. Niet doen. Want voor welke probleem is dat de oplossing? Mijn reactie op de FB-pagina NOSop3:

Geef MBO’ers de faciliteiten en de voordelen die studenten hebben, maar noem ze geen studenten. Want dat zijn ze niet. Evenmin als HBO’ers trouwens. Ook die zouden geen student genoemd moeten worden. Het oprekken van een benaming lost verschillen niet op. Zo wordt begripsverwarring de oplossing voor een probleem dat in de kern niet opgelost wordt. Maar omzeild wordt door een MBO’er of HBO’er ’student’ te noemen.

Ooit was de benaming student voorbehouden aan iemand die aan een universiteit studeert. Nu worden ook leerlingen op een middelbare school of MBO-opleiding student genoemd.

Overigens geldt eenzelfde soort ontwikkeling voor onderwijsgevenden. De benaming ‘docent’ was ooit voorbehouden aan de universiteit, maar de leraren aan een middelbare school worden nu ook docent genoemd.

Dat is niet ‘fout’, want een taal is continu in beweging en reflecteert op maatschappelijke veranderingen. Hoewel deze verandering ‘student/docent’ die van universiteit naar middelbare school is doorgesijpeld niet van onderop, maar vanuit de onderwijskoepels lijkt te zijn opgelegd. Dus men kan zich afvragen hoe organisch deze taalverandering is.

Wat resteert is het woord ‘student’ dat vele vlaggen dekt. Niet op voorhand is duidelijk naar wie en welke opleiding het verwijst. Dat is onhandig en valt op te vatten als taalverarming.

Foto: Schermafbeelding van FB-postingOp de universiteit krijg ik veel meer voordelen dan op het mbo’ van NOSop3, 11 mei 2018.

Kunst en Economie en de sfeer van HKU Utrecht

De 23-jarige Sophie Sitters vond de door haar onlangs voltooide opleiding Kunst en Economie (‘Als creatief ondernemer of manager leer jij denken als een kunstenaar én dat zakelijk toepassen’) aan HKU Utrecht vooral gezellig, een dorp waar je thuiskomt. Je kunt er urenlang kletsen met de docenten. Als ze tijd hebben. Dat was voor Sophie doorslaggevend. Ze zegt in de vierjarige-opleiding ook ‘het formuleren van een sterke visie en mening, het netwerken, het samenwerken op verschillende projecten, en het succesvolle evenementen produceren’ te hebben geleerd. De wereld wordt er beter van, zo claimt HKU Utrecht. Dat is niet kinderachtig.

Petitie ‘Het creëeren van stilteruimte op Haagse Hogeschool’ is een slecht idee. Hoofddoek vs. vergiet, hipsterbaard vs. vlasbaardje?

Met de wetmatigheid waarmee in de herfst bladeren van bomen vallen, in de lente de krokussen bloeien en in de zomer de kraaien van het dak vallen, doen moslimstudenten aan Nederlandse hogescholen verzoeken voor een gebedsruimte op hun school. Zoals een recente petitie van moslimstudenten aan de Haagse Hogeschool.

Over een zelfde soort petitie bij dezelfde hogeschool in 2016 schreef ik in een commentaar het volgende: ‘Het verzoek om een gebedsruimte (verhullend stilteruimte genoemd) voor ‘religieuze studenten’ in te richten op een openbare, niet-bijzondere onderwijsinstelling is een slecht idee. Het komt niet uit de lucht vallen, zie hier en hier. Dat het hier een verzoek van islamitische studenten betreft is zeer waarschijnlijk. Het is niet aan de Haagse Hogeschool om ‘religieuze studenten’ een gebedsruimte te bieden. Dan is het einde zoek, want waarom onderscheid maken tussen ‘religieuze studenten’ en andersdenkenden? En wie beslist welke groep op welke tijdstip de gebedsruimte mag gebruiken? Want er zijn honderden religies of religieuze stromingen. Het wordt knap ingewikkeld om dat eerlijk te verdelen. En waarom vraagt deze petitie alleen om een gebedsruimte voor ‘religieuze studenten’ en niet om een ruimte voor humanistische, atheïstische of nihilistische studenten? Want ‘religieuze studenten’ zullen toch niet van zichzelf denken dat ze extra rechten hebben?

Tekenend is het perspectief van de moslimstudenten in een Update bij deze eerdere petitie van april 2016: ‘Zijn er studenten die geen geloof belijden en hebben ze vragen? Dan kunnen ze gerust langskomen!’ Dat is een verhulde oproep tot evangelisatie. Want van ‘studenten die geen geloof belijden’ wordt verondersteld dat ze vragen kunnen hebben die ze in de gebedsruimte kunnen stellen. Maar vragen waarover dan, toch niet over de leer van de islam? Dan wordt een gebedsruimte echt tot een evangelisatieruimte. Hoe dan ook zet dit de ‘studenten die geen geloof belijden’ apart en verdeelt het verzoek tot een gebedsruimte de gemeenschap van studenten aan deze hogeschool. De Update geeft duidelijk aan dat de moslimstudenten de gebedsruimte uitsluitend bedoelen voor religieuze studenten en niet voor studenten met andere levensovertuigingen. Zo wordt de gebedsruimte niet eerlijk en proportioneel verdeeld onder de studenten. Het risico is aannemelijk dat de best georganiseerde en meest gedreven groep de gebedsruimte claimt en in de praktijk gaat besturen.

De verbolgen en hoge toon van de moslimstudenten over hun ‘gebedskleden’ die in opdracht van het bestuur door de beveiliging zijn weggehaald spreekt boekdelen. Het einde aan de neutraliteit is zoek als studenten van allerlei verschillende levensovertuigingen en religies op school hun eigen plek gaan opeisen. Ook nog eens in dezelfde gebedsruimte. Tot en met de studenten die met hun vergiet op daar willen bidden volgens de regels van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Dan ligt er een confrontatie tussen vergieten en hoofddoeken, hipsterbaarden en vlasbaardjes op de loer. Het is begrijpelijk dat een schoolbestuur dat niet wil.

Overigens betreft het hier geen religieuze of islamitische hogeschool, maar een openbare hogeschool. De petitie mist de essentie, namelijk dat een openbare school niet bedoeld is om herverkaveld te worden tussen religies, maar neutraal moet zijn. Inrichting van een gebedsruimte staat haaks op dat neutraliteitsbeginsel.

Niets let islamstudenten of andere religieuze studenten om buiten collegetijd en buiten school te bidden. En in hun beleving tot hun God, Spaghettimonster of Hogere Macht te komen. Zodat vermeden wordt dat ze medestudenten sociaal onder druk zetten om volgens hun regels gebruik te maken van de gebedsruimte of die juist de toegang ontzeggen als het onwelkome stromingen binnen de islam betreft (Alavieten, Ahmadiyya).

Vrijheid van godsdienst is een kostbaar goed en moet verdedigd worden. Iedereen is vrij om een religie of levensovertuiging naar eigen keuze te kiezen en daar weer afstand van te nemen. Studenten die zich afficheren als islamstudenten en daar medestudenten mee confronteren geven een signaal van apartheid af. Ze zetten zich bewust apart. Islamisering van een semi-openbare ruimte als een hogeschool past niet bij een openbare hogeschool en bij het pluriforme Nederland met honderden religies en levensovertuigingen.

Foto: Schermafbeelding van anonieme petitieHet creëeren van stilteruimte op Haagse Hogeschool’ op Petities24.com, 18 maart 2018.

Petitie ‘Rustruimte op de Artesis Plantijn Hogeschool’ vraagt om gebedsruimte. Uiting van truttigheid, verwendheid en behoudzucht

AP

Hedendaags subgenre van de petitie is het verzoek om een gebedsruimte op hogescholen of universiteiten. Zoals hier in Den Haag of hier in Rotterdam. Nu is er de petitieRustruimte op de Artesis Plantijn Hogeschool’ op de locatie Campus Spoor Noord te Antwerpen. Dat het hier om een verzoek van islamitische studenten gaat wordt niet met zoveel woorden gezegd, maar valt af te leiden uit de steunbetuiging met vele handtekeningen met Arabische namen. Samia Kasmi is de initiatiefnemer. Opnieuw is het opvallend dat de petitie zo omfloerst en omhullend is. Ook dat past bij dit subgenre. Initiatiefnemers zijn heimelijk over hun beweegreden.

De petitie is tegenstrijdig. Enerzijds wordt gezegd dat de ‘gebouwen zijn voorzien van alle moderne studentenfaciliteiten: een aantrekkelijk en moderne studentenrestaurant, een uitgebreide bibliotheek’, maar anderzijds wordt gevraagd om een rustruimte, ofwel ‘een ruimte waar elk individu terecht kan om tot rust te komen’. Ondanks het aantrekkelijke studentenrestaurant en de uitgebreide bibliotheek wordt gesuggereerd dat zo’n ruimte ontbreekt. De toelichting van de hogeschool gaat verder: ‘In beide gebouwen vormen een groene patio en binnentuin de centrale ruimtes die dienen als ontmoetingsplek voor studenten.’ De directe omgeving van de hogeschool is in de beschrijving van de Cargo Zomerbar ‘Een groene oase in de stad’.

In de petitie wordt de rustruimte omschreven als een ruimte ‘Van yoga, bidden, een boek lezen tot rusten, ontstressen of gewoon genieten van de stilte’. In de uitgebreide bibliotheek kunnen blijkbaar geen boeken gelezen worden. Zoals te verwachten valt bij dit subgenre komt de aap uit de mouw door dat ‘bidden’. Dat is de kern waar de petitie om draait, maar die niet te prominent genoemd wordt. Al het andere dient als omhulsel om hieraan dekking te geven. Daarom ook de ongelijkheid en de ongerijmdheid  in de opsomming. Wie haalt het in het hoofd om te veronderstellen dat studenten naar school gaan om te rusten? En dat nog naast het feit dat er binnen en in de directe omgeving van de school al zulke faciliteiten aanwezig zijn.

De petitie krijgt een extra onbegrijpelijke laag als de ‘pluralistische visie’ van ‘onze Hogeschool‘ wordt bekritiseerd. Het is een verwijzing naar de missie van de hogeschool die door een fusie is gevormd: ‘Het doel van de hogescholen is hoger onderwijs verstrekken in een pluralistisch perspectief, gericht op een actieve erkenning en waardering van de verschillende ideologische, filosofische en godsdienstige strekkingen, en met de bestuurlijke autonomie als grondslag.’ Uit de petitie kan niet anders dan afgeleid worden dat door het willen veranderen van de ‘pluralistische visie’ die visie wordt verworpen. Door wat dat pluralistisch perspectief met erkenning en waardering voor verschillende ‘strekkingen‘ dan vervangen moet worden blijft de vraag.

In deze vestiging van de AP-Hogeschool zijn voldoende gemeenschappelijke ruimten en ontmoetingsplekken om tot rust te komen en te ontspannen. Het is geen functie van een school om te voorzien in religieuze ruimten. Of die nou rustruimte, stilteruimte of gebedsruimte worden genoemd. Bijkomend probleem is dat de vele functies in zo’n rustruimte lastig zijn te combineren en nieuwe problemen oproepen. Want wie beslist welke groep op welk tijdstip de rustruimte mag gebruiken? Niets let de studenten om buiten collegetijd te bidden of tot rust te komen. De Hogeschool biedt daarvoor vele speciaal op studenten gerichte voorzieningen.

Het subgenre van de petitie tekent de truttigheid, verwendheid en behoudzucht van een generatie studenten die haaks staat op academische ruimdenkendheid. Ieder heeft recht op eigen religiositeit, maar het is niet de academische instelling die daarin moet voorzien. Studenten dienen hun eigen verantwoordelijkheid te nemen.

Foto: Schermafbeelding van petitieRustruimte op de Artesis Plantijn Hogeschool’ op petities24.com.

Petitie: ’religieuze studenten’ Haagse Hogeschool vragen gebedsruimte. Een slecht idee

st

Deze petitie op Petities24 vraagt om een gebedsruimte aan de Haagse Hogeschool en vraagt medestanders dit idee te steunen door het tekenen van de petitie. De petitionisten omschrijven zichzelf als ‘religieuze studenten’, zonder dat ze verklaren wat hun exacte religieuze achtergrond of geloof is. Het betreft hier studenten aan hbo-opleidingen. Er wordt aan de Haagse Hogeschool geen studie theologie aangeboden.

Het verzoek om een gebedsruimte (verhullend stilteruimte genoemd) voor ‘religieuze studenten’ in te richten op een openbare, niet-bijzondere onderwijsinstelling is een slecht idee. Het komt niet uit de lucht vallen, zie hier en hier. Dat het hier een verzoek van islamitische studenten betreft is zeer waarschijnlijk. Het is niet aan de Haagse Hogeschool om ‘religieuze studenten’ een gebedsruimte te bieden. Dan is het einde zoek, want waarom onderscheid maken tussen ‘religieuze studenten’ en andersdenkenden? En wie beslist welke groep op welke tijdstip de gebedsruimte mag gebruiken? Want er zijn honderden religies of religieuze stromingen. Het wordt knap ingewikkeld om dat eerlijk te verdelen. En waarom vraagt deze petitie alleen om een gebedsruimte voor ‘religieuze studenten’ en niet om een ruimte voor humanistische, atheïstische of nihilistische studenten? Want ‘religieuze studenten’ zullen toch niet van zichzelf denken dat ze extra rechten hebben?

Niets let ‘religieuze studenten’ om buiten collegetijd te bidden. En in hun beleving tot hun God te komen. Zodat tegelijk vermeden wordt dat ze medestudenten onder druk zetten om ook gebruik te maken van de gebedsruimte. Vrijheid van godsdienst is een kostbaar goed en moet verdedigd worden. Iedereen is vrij om een religie of levensovertuiging naar eigen keuze te kiezen en daar weer afstand van te nemen. Studenten die zich afficheren als ‘religieuze studenten’ geven een signaal van apartheid af. Ze zetten zich bewust apart.

Anders zou het zijn als de studenten 24 uur per dag intern waren en niet aan hun religieuze verplichtingen konden voldoen. Dat is hier niet aan de orde. De petitie tekent de truttigheid en verwendheid van een minderheid van islamitische studenten die haaks staat op ruimdenkendheid. Weliswaar heeft ieder recht op eigen religiositeit, maar het is niet de onderwijsinstelling die daarin moet voorzien. Studenten dienen hun eigen verantwoordelijkheid te nemen en die niet op de onderwijsinstelling af te schuiven. Ook dat hoort bij onderwijs en volwassen worden, en is exact dat wat deze ‘religieuze studenten’ blijkbaar nog moeten leren.

Foto: Schermafbeelding van petitieStilteruimte Haagse Hogeschool’, in browser: ‚gebedsruimte_haagse_hogeschool

Twijfel over ANBI-status van kerken naar aanleiding van Scientology Kerk

Update 22 oktober 2015: De wereldwijde kerkgemeenschap Scientology, die ook in Nederland een bescheiden aanhang geniet, krijgt geen ANBI-status. Daardoor hebben de donateurs en de organisatie geen recht op belastingvoordelen over giften en donaties en moet de kerk schenk- en erfbelasting betalen over wat ze krijgt, aldus een bericht in De Volkskrant. Het Gerechtshof in Den Haag kwam op 21 oktober tot die uitspraak. ‘De trend is dat rechters bij niet-traditionele religieuze uitingen het individueel belang zwaarder vinden wegen dan het algemeen belang’, zegt hoogleraar belastingrecht Sigrid Hemels van de Erasmus Universiteit. Ze krijgen daardoor vaak geen ANBI-status, terwijl alle traditionele kerkorganisaties in Nederland die wel hebben.

De Scientology Kerk is in Nederland een officiële religie, maar geen algemeen nut beogende instelling (ANBI), zoals andere kerken. Dit in tegenstelling tot de VS waar de Scientology Church grote belastingvoordelen geniet en dit volgens critici een reden is dat het zich als religieuze instelling profileert. In een media-overzicht in de NRC naar aanleiding van de uitzending op 19 mei 2015 van de documentaire Going Clear door de VPRO antwoordt Scientology-woordvoerder Merel Remmerswaal waarom dat zo is: ‘Het is eerder de vraag waarom andere kerken wel de ANBI-status hebben. Het enige verschil is dat wij nieuw en onbekend zijn.’

Remmerswaal heeft een punt. Want volgens de definitie van de Belastingdienst moet een ANBI aan een aantal voorwaarden voldoen waarvan de belangrijkste is: ‘Een instelling kan alleen een ANBI zijn, als ze zich voor minstens 90% inzet voor het algemeen nut.’ Andere voorwaarden voor het verlenen van de ANBI-status zijn onder meer dat een ‘instelling en mensen die daar rechtstreeks bij betrokken zijn, niet mogen aanzetten tot haat of het gebruik van geweld’, administratieve verantwoording en het niet hebben van een winstoogmerk. Voor religieuze instellingen wordt per 1 januari 2016 de publicatieplicht aangescherpt. Dat betekent dat de Belastingdienst scherper gaat kijken of religieuze instellingen aan de voorwaarden van de ANBI voldoen.

Dat 90%-criterium is een harde grens waarvan onduidelijk is hoe die bewaakt wordt. Wanneer voldoet een religieuze instelling voor 90% aan het algemeen belang en hoe wordt dat kwalitatief en kwantitatief getoetst? Wordt dat in de praktijk getoetst of is er consensus tussen politieke partijen dat het 90%-criterium niet wordt getoetst? Overwegingen om te betwijfelen of er in de praktijk getoetst wordt en te vermoeden dat religieuze instellingen niet voldoen aan dit criterium volgt uit het kenmerk van religie zoals religieuze instellingen dat vertegenwoordigen. Religie bestaat uit twee componenten die zijn te omschrijven als intern en extern gericht. Dat eerste omvat zingeving en troost en is op de gelovige gericht, en dat laatste omvat belangenbehartiging, het bedrijven van machtspolitiek en charitatieve doelstellingen. Dit maakt religieuze instellingen zo divers en onoverzichtelijk dat niet op voorhand valt te zeggen dat ze voor 90% het algemeen belang dienen. Of anders gezegd, het niet op voorhand uitgesloten kan worden dat ze voor meer dan 10% hun eigen belang dienen.

Humor van John Oliver over Rusland, Putin en Nemtsov

Humor schept afstand en is het beste medicijn tegen fatalisme, verbittering of overgave. Schouderophalen en lachen is een beter antwoord dan fanatisme omdat de beschouwer zich niet met z’n hele hebben en houwen in de strijd gooit. Dus voor zichzelf een marge inbouwt en toch een standpunt inneemt. De Brits-Amerikaanse John Oliver vermengt op HBO in Last Week Tonight op een slimme manier serieuze en niet-serieuze kritiek. Alles wat hij zegt over het Rusland van Putin klopt. Maar hij dikt aan. Wat nu gebeurt met een land dat afglijdt naar despotisme is vanwege de historische voorbeelden hoe dat eindigt welbeschouwd te erg om te beseffen.

Humor grenst aan absurdisme. De kijk op de wereld van de buitenstaander die de realiteit als een haperend, hikkend en nihilistisch horloge ziet. De conformist vult het vacuüm dat resteert als antwoord op de vraag wat de zin van het leven is met zingeving die volgt uit religie, kunst of maatschappelijke betrokkenheid. De non-conformist berust, aanvaardt of benadrukt zelfs de zinloosheid en probeert die niet kunstmatig op te vullen.

De ontmoeting van conformisme en non-conformisme zorgt voor de scherpste humor. Dan onthult zich een andere wereld achter de gebruikelijke die komisch en tragisch is. Met het perspectief van de buitenstaander.

Харьк.наб.л.8_Д.Хармс_VizuIMG_3678

Foto: Daniil Kharms in graffiti, Charkov 2008. Zie Wikipedia voor het leven van Kharms.