George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Kees Diepeveen

Directeur Ploum vertrekt bij MOA. Band met Amersfoort verder doorgesneden. Ruimte voor herbezinning bij alle betrokkenen

with one comment

Hoe het bericht te duiden dat Yvonne Ploum haar functie als directeur van het Museum Oud Amelisweerd neerlegt? Ze vertrekt per 1 juni 2018. RTV Utrecht zegt in een bericht dat Ploum meent dat de rek eruit was. Dat wil zeggen, bij haar. Zo wordt haar terugtreden een middel in de beeldvorming. RTV Utrecht: ‘De rek was er een beetje uit en MOA heeft de beste nodig, iemand die alle energie nog heeft.’ Dat brengt de stap van een terugtredende directeur terug tot persoonlijke tegenspoed, maar het is de vraag of dat de essentie van Ploums terugtreden is. Gezien wat er sinds 2010 gebeurd is, lijkt het daar niet op. Het museum is vanwege de slechte randvoorwaarden nooit goed van de grond gekomen. Het is zelfs begrijpelijk dat elke directeur die binnen deze randvoorwaarden moet werken ten prooi valt aan ‘langdurige ziekte‘. Alertheid gebiedt om te beseffen dat een persoonlijk probleem als zetstuk voor een fundamenteel probleem van het museum geschoven wordt. Omzichtigheid over dat persoonlijke belemmert dan het doorvragen over de problemen van het museum.

In het bericht zegt Ploum iets opmerkelijks: ‘We zijn nu financieel in een veiligere haven beland. We zijn goed verankerd hier in de omgeving, krijgen steun van overheden en zien een groeiende bezoekersstroom.’ Dat is aantoonbare flauwekul waarvan Ploum en betrokkenen die ook maar enigszins op de hoogte zijn van dit dossier weten dat het flauwekul is. Feit is dat de Stichting Museum Oud Amelisweerd ondanks een bruidsschat van 1 miljoen euro van de gemeente Amersfoort nog geen enkel jaar afgesloten heeft met een positief saldo. De vooruitzichten voor de jaren na 2020 wanneer die Amersfoortse subside stopt en een renteloze lening van de provincie Utrecht van 160.000 euro moet worden terugbetaald zijn ronduit slecht. Het jaarlijkse tekort op de exploitatie is eerder tegen de 2 ton, dan de 75.000 euro die het museum steeds weer naar buiten brengt. Waarschijnlijk om de financiële positie beter voor te stellen dan die is en zo sponsors over de brug te trekken. Die willen immers een positief verhaal met perspectief en hun geld niet in een bodemloze put gooien.

De sleutel van een verklaring voor Ploums terugtreden kan daarom niet los van de problemen van het museum worden gezien. Ofwel de voortdurende onzekerheid over het voortbestaan ervan. Daarbij kwam in 2017 nog het bericht dat Armando aankondigde zijn privécollectie niet langer te laten beheren door MOA. De voorzitter van de Armando Stichting Coen Bruning verklaarde daarover dat Armando de financiële problemen van het MOA zat was. Een eerder beleidsplan van Stichting MOA presenteerde het museum als ‘opvolger van het in 2007 afgebrande Armando Museum’ met als doel om ‘het werk van de kunstenaar Armando, schilderwerk, beeldhouwwerk, literatuur, film, te verzamelen, te beheren, te documenteren, te onderzoeken en te presenteren’. Nu Armando als een van de drie speerpunten is weggevallen formuleert het huidige beleidsplan de doelstelling ruimer. Allerlei soorten musea passen erin. Twee belangrijke randvoorwaarden blijven de zorg voor de historische buitenplaats Oud Amelisweerd en de collectie Chinese en historische behangsels. Een nieuw profiel dat in februari 2018 aangekondigd werd was Huis van kunst in de natuur. 

In juni 2017 nam de Utrechtse raad motie 111 aan die om het onverzoenbare te verzoenen (Gemeente Utrecht gaf de Stichting MOA exploitatiesubsidie die het volgens eigen afspraken uit 2012 niet mocht geven) een onderscheid maakte ‘tussen locatie ‘Landhuis Oud Amelisweerd’ en exploitant/huurder ‘Stichting MOA’. Nogmaals werd in deze motie benadrukt dat locatie en huurder niet onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het gemeentebestuur maakte hiermee aan het bestuur van de Stichting MOA duidelijk dat als het wil het een andere exploitant kan aanwijzen als de huidige financieel in gebreke blijft. Wat overduidelijk het geval is.

Zo ontstaat het beeld dat het bestuur van de Stichting MOA een bestuurlijke manoeuvre heeft ingezet en op zoek is naar een nieuwe bestemming voor landhuis Oud Amelisweerd door afstand te nemen van de eigen recente geschiedenis. Armando is met zijn privécollectie per 1 maart 2018 opgestapt en Ploum gaat per 1 juni 2018 weg. Zo wordt inhoudelijk en personeel de band doorgesneden met de Amersfoortse geschiedenis van het Museum Oud Amelisweerd dat als Armando Museum door het leven ging voordat het in Bunnik belandde.

Dat maakt de ruimte vrij voor een doorstart met andere accenten door dezelfde exploitant. Die probeert door nieuwe initiatieven of het tonen van een beeld van goedwillendheid en verandering te verhinderen dat het door het Utrechtse gemeentebestuur de deur wordt uitgezet. Het aantal van 30.000 bezoekers per jaar lijkt het maximum. Het hoge prijskaartje van de lastige randvoorwaarden van een museum in een historisch zomerverblijf als rijksmonument met een complexe klimatisering verandert echter niet. Hoe dan ook geven de veranderingen het Utrechtse gemeentebestuur de gelegenheid om eens goed na te denken over de toekomst van Landhuis Oud Amelisweerd. Met een fundamenteel debat over de bestemming dat merkwaardigerwijze (sinds 2010) nooit afdoende gevoerd is. Het college liet zich steeds weer verrassen of overbluffen en liep door gebrek aan eigen initiatief continu achter de feiten aan. Dat kan nu na acht jaar eindelijk gecorrigeerd worden.

Foto: TentoonstellingVechtende Krekels’ van Harmen Brethouwer in landhuis Oud Amelisweerd, 1999.

Advertenties

Samenwerking tussen Armando en MOA beëindigd. Kan het museum zich diepgaand en geloofwaardig herpositioneren?

leave a comment »

Dit nieuwsbericht zegt dat het MOA verder gaat als ‘Huis van kunst in de natuur‘. Het is een uit nood geboren nieuw profiel. Armando trekt per 1 maart 2018 zijn collectie terug omdat hij volgens een woordvoerder van de Armando Stichting geen vertrouwen meer heeft in de financiële stabiliteit van het MOA. In het AD zegt Coen Bruning: ‘Voor een kunstenaar is het niet goed als zijn werk hangt in een museum met geldzorgen.’ Het MOA kent al sinds de oprichting in 2012 financiële problemen en heeft nog geen enkel jaar een positief saldo gehad. Laat staan dat het een reserve heeft opgebouwd voor moeilijke tijden. Dit ondanks een subsidie van 1 miljoen euro van de gemeente Amersfoort die tot 2021 in 10 jaar wordt uitbetaald, de zogenaamde bruidsschat. Daarnaast moet het MOA in 2021 een lening van 160.000 euro aan de provincie Utrecht aflossen.

Budgettair wordt 2021 het jaar van de waarheid voor het MOA. Tot die datum koopt het bestuur van de gemeente Utrecht tijd voor het eigen wanbeleid op dit dossier door het museum van een subsidie te voorzien die het volgens eigen besluiten niet eens mag geven. Raad noch college hebben een goed omlijnd idee wat ze met het landhuis aanmoeten. Het MOA is een hoofdpijndossier dat vastgelopen is in de modder. Een RSV-dossier in het klein waarin geld gepompt wordt en waarvan de uitkomst al jarenlang vaststaat: faillissement. Alleen wil geen enkele wethouder ervoor verantwoordelijk gesteld worden de stekker eruit getrokken te hebben. Daarom durft geen enkele bestuurder van de gemeente Utrecht de werkelijkheid onder ogen te zien.

De slechte financiële situatie van het MOA hoeft niet de enige reden te zijn dat Armando zijn privécollectie terugtrekt. Want de werken hebben een commerciële waarde en kunnen op de kunstmarkt verkocht worden. Een uitspraak in 2015 van het inmiddels afgetreden bestuurslid Geert Noorman van de Stichting MOA maakt duidelijk dat er binnen het toenmalige bestuur gedachten waren om stukken van Armando te verkopen. Hij liet zich in een interview met een lokale Bunnikse krant ontvallen bij een dreigend faillissement van het museum ‘desnoods werken van Armando [te] verkopen, mocht hij daar toestemming voor geven’. Dat was vloeken in de kerk omdat de ethische code van Museumvereniging en ICOM het verbiedt om werken uit een museumcollectie te verkopen om gaten in de exploitatie te vullen. Voor Armando lag nog een ongewenst neveneffect op de loer. Extra aanbod van zijn oudere werk kan zijn positie op de kunstmarkt beschadigen omdat het de prijs onder druk zet. Wie regelmatig kunstbeurzen bezoekt weet dat Armando via enkele vaste galeries nog steeds nieuw gemaakt werk aanbiedt, waarvan critici overigens de kwaliteit betwisten.

Armando’s stap om afscheid te nemen van het MOA kwam niet onverwachts en hing al jaren in de lucht. De liefde was minder diep dan in de publiciteit van het MOA werd voorgesteld. In een commentaar schreef ik op 4 januari 2014 (Tony de Meijere is Armando’s ex): ‘Er was sprake van een dubbele gijzeling. Armando werd gegijzeld door het Armando Museum en had geen behoefte om na Amersfoort nog een nieuwe stap te zetten. Tony de Meijere die incidentele bruiklenen voor tentoonstellingen aan het Armando Museum gaf, maar daar op een gegeven moment uit ongenoegen mee stopte, gaf haar opgeslagen collectie in bruikleen bij het Kröller-Müller Museum. Zijn ongenoegen liep zo hoog op dat Armando voorjaar 2011 zijn collectie weghaalde bij het Armando Museum. Dat betekende het einde aan alle plannen. Armando ging na druk uiteindelijk overstag. Vanuit die positie kon het Armando Museum als enige kandidaat de gemeente Utrecht gijzelen.’

Nu gaat het MOA verder als ‘Huis van kunst in de natuur’. Op fundamenteel niveau klopt dat, want landhuis Oud Amelisweerd is een huis in het bos. Is de herprofilering van een museum dat de eigen geschiedenis en reden voor bestaan achter zich laat een stap naar een nieuwe toekomst? Maar het laat niet de oorspronkelijke doelstelling waarvoor het opgericht is achter zich. Is de herprofilering vooral op de geldschieters gericht en moet het de suggestie van beweging en daadkracht uitstralen? In Museum Insel Hombroich bij Düsseldorf plonzen kikkers in de vijvers en waaien in de herfst de bladeren de zalen in. Dat is een huis van kunst in de natuur dat met die reden is gebouwd. Wie probeert te achterhalen wat de bestaansreden van het MOA is komt telkens gelegenheidsargumenten tegen. Het MOA is een constructie waar doorheen schemert dat de oprichting ervan niet volgt uit een behoefte, maar uit redenen die samenhangen met politieke koehandel.

Het AD meldt dat de Armando Stichting in gesprek is met een aantal partijen over een nieuwe samenwerking. Dat kunnen bestaande musea of ‘vermogende particulieren die een museum willen stichten’ zijn. Zodat na Amersfoort (1998-2007) en Bunnik (2014-2018) Armando in 20 jaar mogelijk een derde bestemming vindt.

Foto: Schermafbeelding van nieuwsbericht ‘ARMANDO’S VOGEL VERLAAT HET NEST’ van het MOA, 26 februari 2018.

Utrechtse raad weet zich geen raad met MOA. Motie 111 over openstelling landhuis Oud Amelisweerd gaat problemen uit de weg

with 3 comments

Op donderdag 29 juni werd in de Utrechtse gemeenteraad gestemd over de moties bij de Voorjaarsnota. Doorgaans worden ze daarna op de gemeentesite snel online gezet, maar deze keer niet. Mede omdat er die avond sprake was van een storing op het netwerk van de gemeente. Ook raadsleden hadden de moties die tijdens die storing in behandeling waren genomen niet digitaal beschikbaar. Zo duurde het vier dagen voordat ze in de openbaarheid kwamen en pas op maandag 3 juli op de site van de gemeente Utrecht verschenen.

Deze vertraging is een punt van zorg omdat het sommigen de gelegenheid biedt de publiciteit op te zoeken en onder het mom ‘de eerste klap is een daalder waard’ de publieke opinie te bespelen terwijl de moties in definitieve versie nog niet openbaar zijn en daarom een weerwoord niet gegeven kan worden. De griffie van de gemeente Utrecht zou voortvarender moeten optreden door de openbaarheid centraal te zetten en documenten sneller openbaar te maken. Het was logisch geweest als vrijdag 30 juni de griffie de moties online had gezet. Utrecht is de vierde stad van het land met een raad met ruime ambtelijke ondersteuning.

Motie 111 over de ‘openstelling landhuis Amelisweerd en MOA’ werd aangenomen op initiatief van VVD en D66, en met steun van onder meer GroenLinks. Het was een gewijzigde versie van motie 79 van de cultuurwoordvoerder van de VVD André van Schie. Motie 111 is zeer tegen de zin van coalitiepartij SP die er bij monde van fractievoorzitter Tim Schipper in het raadsdebat kritiek op had. Want het zou knopen niet doorhakken door de problemen op te lossen, maar ze doorschuiven naar de toekomst. De motie koopt tijd met een jaarlijkse subsidie van maximaal 100.000 euro voor het Landhuis Oud Amelisweerd. Opmerkelijk is overigens dat deze ton maximaal 14.000 euro hoger is dan het bedrag van 86.000 euro dat volgens het rapport Van der Vossen past bij het gekozen scenario ‘MOA Aangescherpt’ voor de jaren 2017-2020.

Het verschil tussen motie 79 (VVD) en motie 111 (VVD en D66) is dat onderstaande twee overwegingen in motie 111 zijn geschrapt. Logisch om te veronderstellen dat dat op verzoek van de tweede indiener D66 is gebeurd. De tweede voorwaarde is een herkenbaar VVD-standpunt dat verwijst naar commerciële activiteiten, maar de vraag waarom de eerste voorwaarde is geschrapt is interessanter. Dat kan zijn omdat het een overbodige overweging is omdat het in een andere vorm genoemd wordt in het dictum van motie 111 als het het college opdraagt om ten behoeve van de openstelling afspraken te maken met ‘de huidige en of eventuele toekomstige beheerders/huurders van het landhuis. Het schrappen kan ook een andere reden hebben.

Motie 111 geeft aan dat in 2012 door de raad via een motie aan het college is opgedragen om de huidige exploitant/huurder Stichting MOA geen subsidie voor de exploitatie te verstrekken. Uitgaande van deze randvoorwaarde kan de motie daarom niet rechtstreeks uitspreken dat de maximaal 100.000 euro jaarlijkse subsidie in de jaren 2017-2020 naar Stichting MOA gaat. Het is het college immers niet toegestaan om subsidie voor de exploitatie aan de Stichting MOA te verstrekken. Maar de motie doet niet wat het zegt te doen. Het trekt niet de consequentie uit wat het als randvoorwaarde noemt. Namelijk om geen subsidie voor exploitatie aan de Stichting MOA te verstrekken. Het laat dat open. De motie laat de mogelijkheid open dat er subsidie voor de exploitatie naar de huidige huurder gaat en laat ook open dat er geen subsidie naar de huidige huurder gaat. Deze motie is minder duidelijk dan die zou kunnen zijn en de vraag is waarom dit is.

Om het gat te dichten tussen wat niet mag (subsidie naar MOA), maar wat wel moet (subsidie naar MOA) wijst de motie op het onderscheid tussen locatie ‘Landhuis Oud Amelisweerd’ en exploitant/huurder ‘Stichting MOA’. Locatie en huurder zijn niet onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het college kan als het wil een andere exploitant aanwijzen als de huidige financieel in gebreke blijft. Wat aantoonbaar het geval is. MOA wordt een inspanningsverplichting opgelegd. Het is tevens een stok achter de deur om de overmoed van het MOA in te tomen en een waarschuwing dat het niet moet overvragen. In december 2016 overviel Stichting MOA de slecht voorbereide wethouder Diepeveen met een chanterende roep om snel geld. Dat viel in de raad verkeerd.

Het betekent in de praktijk dat als de noodlijdende Stichting MOA het nog slechter doet dan wordt verwacht het college een andere huurder kan zoeken. Dit is overigens de logische stap die uit de opdracht van de raad aan het college blijkt en het college al eerder had moeten nemen, maar om onbekende redenen weigert te nemen. De motie bevat de mogelijkheid dat de huidige exploitant Stichting MOA per 1 januari 2018 vervangen wordt door een andere exploitant. Als de raad de eigen voorwaarden volgde en handelde volgens de opdracht die het het college heeft opgelegd, dan zou dit zelfs een verplichting zijn. Maar de raad wil vooralsnog die logische stap niet zetten. Want dat zou betekenen dat het een politiek besluit moet nemen waar het blijkbaar nog niet aan toe is. In plaats van voor het college een koers uit te stippelen beperkt de raad zich tot het meepraten over de uitvoering. Zo is het dualisme tussen raad en college niet bedoeld. Het is het failliet ervan.

Dat dit blijft hangen en zeuren heeft te maken met de voorgeschiedenis. De voorwaarden van een museum in een kwetsbaar rijksmonument zijn vanaf het haalbaarheidsonderzoek in 2010 slecht doordacht. In een uitruil met Utrecht is vanwege een noodsituatie in Amersfoort in de bossen van Bunnik een museum opgericht in een voormalige zomerresidentie met een lastig beheersklimaat en hoge basiskosten. Het een zit het ander in de weg. De motie houdt rekening met ‘eventuele toekomstige beheerders/huurders van het landhuis’. Maar wat de concrete waarde van deze verwijzing is blijft de vraag. Het zet druk op de huidige exploitant en geeft het college ruimte om afscheid te nemen van de Stichting MOA. Maar een principiële opstelling valt er niet in te lezen. Beheersargumenten blazen mist in deze motie. Want indien het doorgaat zoals het nu al enkele jaren gaat moet het verschil tussen wat niet mag, maar wel moet verhuld worden. Als dat de uitkomst is, dan is motie 111 onoprecht en een bestuurlijk gedrocht. Het voorbeeld van pragmatische politiek zonder principe.

Hoe nu verder? Motie 111 legt een noodverband aan bij een al jaren zieke patiënt in de hoop dat die opknapt. Dat is wensdenken uit goedgelovigheid. Dat geeft eerder verwarring dan duidelijkheid. Door nu jaarlijks maximaal een ton subsidie voor de exploitatie aan Stichting MOA te geven roept de raad verdere problemen in de toekomst over zich af. De raad komt niet alleen moreel op een hellend vlak door subsidie te verstrekken aan een exploitant die het volgens de eigen opdracht uit 2012 aan het college niet mag verstrekken, maar het schept hierbij ook een precedent. Een verkeerd voorbeeld. Hierbij zet de raad de geloofwaardigheid van de politiek op het spel. In 2021 of mogelijk zelfs eerder zal naar verwachting de huidige exploitant Stichting MOA bij wethouder Diepeveen wederom aan de bel trekken voor meer geld. In 2021 moet het een lening van 160.000 euro aan de provincie Utrecht terugbetalen en eindigt de Amersfoortse subsidie. Dan hebben raad en college van Utrecht vermoedelijk nog steeds geen idee hoe ze deze kwestie fundamenteel op moeten lossen.

Foto 1: Motie 111, 2017 ‘Openstelling landhuis Amelisweerd en MOA’, gemeente Utrecht. Aangenomen op 29 juni 2017.

Foto: Schermafbeelding van deel motie 79Openstelling landhuis Amelisweerd en MOA’, gemeente Utrecht. Ingetrokken op 29 juni 2017.

Utrechtse raad beslist over toekomst Landhuis Oud Amelisweerd. Maar handelt het college binnen de bestuurlijke randvoorwaarden?

with one comment

Op donderdag 29 juni 2017 vergadert de Utrechtse gemeenteraad onder meer over de Voorjaarsnota. Op p.23 valt bovenstaande uiteenzetting te lezen over de openstelling van het Landhuis Oud Amelisweerd. Er wordt hier verwezen naar het rapport Van der VossenToekomst Landhuis Oud Amelisweerd’ dat in opdracht van het gemeentebestuur in maart 2017 is opgesteld. De huidige exploitant van het landhuis is de Stichting Museum Oud Amelisweerd (MOA) die noodlijdend is en sinds 2012 continu in financiële problemen verkeert. Daar moet een oplossing voor gevonden worden. Maar zo’n oplossing kent bestuurlijke beperkingen omdat in 2012 het toenmalige Utrechtse gemeentebestuur aan de raad heeft toegezegd dat de gemeente Utrecht geen cent subsidie zal verlenen in de exploitatie van het MOA. In raadsvragen van 13 november 2015 (2015; 170) van Aline Knip (D66) en André van Schie (VVD) werd dat op 8 december 2015 door het college herbevestigd:

Het antwoord op bovenstaande raadsvragen (2015; 170) en het voorstel van het college uit de Voorjaarsnota om te kiezen tussen scenario MOA Aangescherpt en CM Light zijn met elkaar in tegenspraak. Het college zadelt de Utrechtse raad met een onmogelijke keuze op. Want als de raad zichzelf serieus neemt kan het niet instemmen met scenario MOA Aangescherpt omdat het in strijd is met het door de raad ingenomen standpunt dat er geen cent exploitatie naar het MOA gaat. Het is dan ook merkwaardig dat het met medewerking van wethouder Kees Diepeveen namens het college -ondanks dit principiële besluit uit 2012- in de Voorjaarsnota voorgelegd wordt aan de raad. De vraag is gerechtvaardigd of Diepeveen hiermee bestuurlijk wel zorgvuldig handelt. Evenmin valt in te zien dat de raad kan instemmen met het scenario CM Light dat tot een openstelling van slechts 10 dagen per jaar leidt. Dat is een terugvaloptie die het publicitair af moet leggen tegen het andere scenario dat politiek aantrekkelijker oogt. Kortom, het ene scenario MOA is bestuurlijk en politiek onmogelijk en het andere scenario CM is onaantrekkelijk omdat het het landhuis praktisch in de ruststand zet.

Met motie 188 uit 2016 die zoals blijkt uit het citaat uit de Voorjaarsnota leidde tot ‘onafhankelijk onderzoek’ van Van der Vossen is iets merkwaardigs aan de hand. Opvallend is de motie spreekt over ‘cultuursubsidie’ terwijl er in 2012 en nog in het antwoord op de raadsvragen (2015; 170) werd gesproken over ‘subsidie ten behoeve van de exploitatie’. Dat laatste is ruimer dan het eerste en biedt meer ‘geitenpaadjes’ om gemaakte afspraken te omzeilen. Maar de bewoording ‘cultuursubsidie’ gaat voorbij aan de debatten in de raad en het college in 2012 die het hadden over ‘subsidie ten behoeve van de exploitatie‘. Dit laatste omvat onder meer derving of opschorting van huurinkomsten of geschuif met kostenposten. Maar het gaat verder zoals uit de raadsvragen 2015; 170 blijkt: ‘de gemeente Utrecht is niet verantwoordelijk voor de exploitatie’. Hiermee introduceert het college 2016/17 een nieuwe tegenstrijdigheid. In 2015 verklaarde het college dat het niet verantwoordelijk was voor de exploitatie van het MOA, maar in 2017 maakt Diepeveen zich verantwoordelijk door een interpretatie van motie 188; 2016 die leidt tot de opdracht aan Van der Vossen. Die met een rapport komt met optie MOA Aangescherpt die haaks staat op het bestuurlijke standpunt én de verantwoordelijkheid aangaande het MOA die het college geacht wordt in te nemen. Diepeveens afhandeling loopt het risico om als lesstof over het hellend vlak en wankelmoedig bestuur voor de Bestuursacademie de geschiedenis in te gaan.

Foto 1: Schermafbeelding van deel Voorjaarsnota 2017 van de gemeente Utrecht.
Foto 2: Schermafbeelding van deel raadsvragen van 13 november 2015 (2015; 170) van Aline Knip (D66) en André van Schie, gemeente Utrecht.
Foto 3: Motie 188 uit 2016, gemeente Utrecht.

Utrechtse Vredenburgplein: plek voor kunst. Succesvol project in de openbare ruimte?

with 3 comments

In een brief aan de Utrechtse raad informeert wethouder Victor Everhardt (D66) ‘over de voortgang van het traject ‘Kunst op het Vredenburgplein’ en de herinrichting van het plein’. Vijf kunstenaars zijn geselecteerd ‘door de kunstadviseurs van het Artistieke Team in samenwerking met een kunstbegeleidingsgroep (bewoners, (markt)ondernemers en andere gebruikers)’. Het zijn Krijn de Koning (Nederland, 1963), Jennifer Tee (Nederland, 1973), Inti Hernandez (Cuba, 1976), Lucas Lenglet (Nederland, 1972) en Jon Rafman (Canada, 1981). Everhardt is verantwoordelijk voor het stationsgebied en niet voor cultuur. Cultuurwethouder is Kees Diepeveen (GL). In het verlengde hiervan is de gemeente een publieksactie begonnen om dit project onder de aandacht te brengen. Ook niet-Utrechters met een email adres kunnen tot 19 juni een stem uitbrengen.

Kunst in de openbare ruimte is door de uiteenlopende belangen vaak een ongelukkige combinatie. Dat vertaalt zich in een stroperige besluitvorming met een groot aantal betrokkenen met uiteenlopende belangen. Dat maakt het in Nederland bijna onmogelijk om er een succes van te maken. Vaak wordt niet het artistiek beste project gekozen. En dit staat nog los van de voorselectie door een projectgroep waar economische, ruimtelijke en politieke belangen moeten worden afgewogen zonder dat dit in de openbaarheid komt.

Ook het Vredenburgplein als ‘Plek voor Kunst’ is een weerbarstig project. De aap komt uit de mouw in de randvoorwaarden die Everhardt in zijn brief schetst: ‘De opdrachtomschrijving (..) is afgestemd op de diverse randvoorwaarden die op het plein van toepassing zijn zoals het tijdig kunnen realiseren van 65 standplaatsen, 14 bomen en voldoende zitgelegenheid. Hierover zijn ook afspraken gemaakt met de markt, initiatiefnemers, ondernemers en aanwonenden.’ De kunstenaars zijn met deze opdracht aan handen en voeten gebonden en kunnen niet ‘royaal’ uitpakken. Door de randvoorwaarden wordt het kunstwerk bij voorbaat ingeperkt. Vooral in volume. Niet dat kunstenaars die in de openbare ruimte werken dit niet gewend zijn, maar als voorwaarden te beperkend zijn verschuift de aandacht naar de vraag welke belangen ermee gediend worden. Een en ander roept vooral de vraag op waarom niet voor een plek in het centrum van Utrecht is gekozen waar voorwaarden minder beperkend zijn en de kunstenaars beter kunnen uitpakken. Met een beter kunstwerk tot gevolg.

Daarbij komt dat op de ruimtelijk denkende Krijn de Koning na de geselecteerde kunstenaars als een vorm van micky mousing kiezen voor het vanzelfsprekende en dat herhalen. Ze verliezen zich in sociaal gerichte kunst die onnodig fragmenteert op een toch al zo lastig plein. Ze voegen geen extra dimensie (beeldbepalend, herkenbaarheid, architectonische stevigheid) toe aan de plek of durven daar haaks op te staan, maar herhalen wat het al is: een ontmoetingsplek. Daardoor verzuipt hun kunst in de plek tussen de bouwvolumes. De Koning valt te prijzen omdat hij er als enige naar streeft om een beeldend werk te maken dat de functie van de plek niet herhaalt, maar overstijgt. Maar ook hij heeft het te stellen met beperkende randvoorwaarden.

Stemmen kan hier tot en met 18 juni 2017.

DUIC geeft onvolledige voorstelling van zaken over Museum Oud Amelisweerd

leave a comment »

Daar gaat het weer. Een artikel vol gaten in de Utrechtse internetkrant DUIC van een journalist die het ongetwijfeld goed meent, maar zich laat gebruiken. Dat vraagt om een weerwoord. Journalistiek kan maar beter niet gekleurd en onvolledig zijn. Juist in deze kwestie is dat een constante sinds 2010. Mijn reactie:

Tja, waar te beginnen? Dat Museum Oud Amelisweerd in Bunnik is gelegen en dat de gemeente Utrecht het niet eens subsidie zou kunnen geven als het dat zou willen omdat de voorwaarden dat niet toestaan? Raadslid en VVD’er André van Schie heeft daar nog recent op gewezen. Of dat de restauratie van het landhuis Oud Amelisweerd door de toenmalige beheerder Centraal Museum in de jaren ’90 op de rails is gezet en dat de huidige exploitant daar nu de vruchten van plukt? En die zelfs publicitair opeist? Tja, marketing, zo werkt dat blijkbaar voor wie de voorgeschiedenis onvoldoende kent.

Feit is dat de Stichting Museum Oud Amelisweerd ondanks een bruidsschat van 1 miljoen euro van de gemeente Amersfoort nog geen enkel jaar afgesloten heeft met een positief saldo. En de vooruitzichten voor de jaren vanaf 2021 wanneer die Amersfoortse subside stopt en een renteloze lening van de provincie Utrecht van 160.000 euro door deze exploitant moet worden terugbetaald zijn eerder slechter dan beter. Toch meende het bestuur van de Stichting MOA geld uit de markt te kunnen halen. Maar dat is nooit gelukt.

Armando? Mw. Ploum heeft jarenlang in ontelbare interviews gerept over de drieslag landhuis/ensemble- Chinees behang – Armando die elkaar zou versterken. Weinig museummensen of kunsthistorici die het geloofden. Oud-hoofdconservator SM en vriend van Armando Rini Dippel vond het een kulverhaal, maar goed het was ‘een verhaal’ als onderdeel van de marketing. En nu Armando afstand neemt van het MOA -omdat hij geen vertrouwen meer heeft in de levensvatbaarheid ervan- zou er niets veranderen? Ok, een ander verhaal uit de hoge hoed getoverd. Maar is dat nog geloofwaardig voor Utrechtse raadsleden die het willen doorgronden en die prijs stellen op consistentie? Nee.

De auteur geeft een verkeerde voorstelling van zaken of laat zich naïef wat op de mouw spelden door mw. Ploum als hij zich begeeft in een inschatting van de scenario’s. Want het rapport van Gert-Jan van der Vossen kent ook de optie scenario B1: integrale variant waarbij het landhuis Oud-Amelisweerd 7 maanden open is. Logisch, hiermee wordt een weeffout van het MOA hersteld. Want de zomerresidentie is qua klimatisering niet toegerust op de wintermaanden. De auteur laat deze variant B1 om onverklaarbare redenen ongenoemd. Hij gaat alleen in op de light versie. Heeft hij zich wel geïnformeerd en weet hij eigenlijk wel waarover hij praat? Het lijkt er niet op.

De integrale variant B1 is een vervolg en directe vertaling van een raadsbrief van 13 december 2011 met een ‘terugvaloptie’. Dat werd in die brief genoemd indien de ambities van het nieuwe museum niet realiseerbaar zouden zijn. Anders gezegd, dit is de bestuurlijk correcte variant waar de Utrechtse raad zich aan te houden heeft als het voldoende politiek geheugen heeft en de eigen besluitvorming volgt.

Dat lijkt aan de orde nu de exploitant Stichting Museum Oud Amelisweerd sinds de opening nog geen enkele keer zwarte cijfers heeft geschreven. En het jaarlijkse exploitatietekort is eerder tegen de 2 ton, dan de 75.000 euro die naar buiten wordt gebracht. Die brief schetst voor het vervolg een ‘sitemuseum’ of ‘open monument’ onder beheer van het Centraal Museum. Van der Vossen benoemt dat zonder verwijzing naar die bestuurlijke voorgeschiedenis als optie B1. Het is veelzeggend dat Ploum daaraan voorbijgaat en een journalist met een onzinverhaal het bos in stuurt.

Het is te hopen dat zowel het Utrechtse gemeentebestuur als de raad zich goed informeren en een besluit nemen dat rekening houdt met de voorgeschiedenis en de levensvatbaarheid voor de toekomst. Doormodderen kan en is een optie, maar niet in te zien valt wat daar nou echt mee te winnen valt.

Foto: Schermafbeelding van deel opinie-artikelMuseum Oud Amelisweerd: zo lang er hoop is, is er leven!’ van Marcel Gieling in DUIC, 26 mei 2017.

Rapport ‘Toekomst Landhuis Oud Amelisweerd’ openbaar

with 6 comments

Gemeente Utrecht heeft vandaag het rapport ‘Toekomst Landhuis Oud Amelisweerd’ van Gert-Jan van der Vossen gepubliceerd. De opdracht kwam tot stand na een motie van de Utrechtse raad aan het college om de mogelijkheden te onderzoeken van openstelling van het landhuis. Wethouder Kees Diepeveen gunde Van der Vossen de opdracht. Het is op 23 maart -met een aanvulling op 24 april- naar de opdrachtgever verzonden.

In de begeleidende brief stelt het college voor om te kiezen tussen de twee opties CM light (variant B) en het scenario MOA Aangescherpt (variant C). Opmerkelijk is dat Huis voor Cultuurhistorie (variant D) zonder de bruidsschat van Amersfoort goedkoper is dan variant C, maar dit optisch anders wordt voorgesteld. Zowel het rapport als het voorstel van het college ogen politiek en zijn sterk in de vergelijking van appels met peren.

Het is een opmerkelijk stuk waarin veel wordt gezegd, maar vooral dat opvalt wat niet wordt gezegd. Zo zet de opsteller nauwelijks het antieke 18de-eeuwse hoogwaardige Chinese behang centraal dat de belangrijkste verworvenheid van het landhuis is. Ook valt uit de lijst geïnterviewden op te maken dat Van der Vossen vooral met bestuurders heeft gesproken en nauwelijks met kunsthistorici, museologen of deskundigen op het gebied van het Chinees behang. Dat wreekt zich in het rapport doordat inhoudelijke overwegingen zo goed als ontbreken. Onderbelicht blijft bijvoorbeeld wat het werk van Armando voor de variant C (‘MOA aangescherpt’) betekent. Even opmerkelijk is dat in het rapport de termen ‘terugvaloptie’ of ‘sitemonument’ ontbreken.

In een brief van het college van 13 december 2011 werd die ‘terugvaloptie’ geschetst indien de ambities van het nieuwe museum niet realiseerbaar zouden zijn. Wat het geval lijkt nu de exploitant Stichting Museum Oud Amelisweerd ondanks de Amersfoortse bruidsschat nog geen enkele keer zwarte cijfers heeft geschreven. Die brief schetst voor het vervolg een ‘sitemuseum’ of ‘open monument’ onder beheer van het Centraal Museum. Van der Vossen benoemt dat zonder verwijzing naar die bestuurlijke voorgeschiedenis als optie B.

Het rapport kwantificeert gegevens en geeft een idee van nauwkeurigheid die bij nader inzien ontbreekt. Van de zo op het oog buitenissige Horecavariant A  die een investering van zo’n 2,1 miljoen euro vraagt is het helemaal de vraag waarom die in het rapport is opgenomen. Van der Vossen biedt met zijn rapport de opdrachtgever de optie alle kanten op te gaan. Het is open in mogelijkheden, maar bescheiden in inzicht waar de wethouder iets mee kan. De bestuurlijk logische variant B (‘LOA Satelliet’ als deel CM) die een vertaling is van de terugvaloptie of sitemonument zet de rapporteur op dezelfde lijn met de andere opties. En variant D (‘Huis van Cultuurhistorie’) is plichtmatig en fantasieloos uitgewerkt en gaat niet uit van het Chinees behang.

Nodig is een kort, aanvullend onderzoek door een inhoudelijk deskundige dat kunsthistorici, museologen of deskundigen op het gebied van het Chinees behang raadpleegt om de museale mogelijkheden van Landhuis Oud Amelisweerd in kaart te brengen. Zo’n benchmark-achtig onderzoek van Van der Vossen is een aardige eerste stap, maar ontoereikend om wethouder Diepeveen en de Utrechtse gemeenteraad inzicht te geven in de inhoudelijke potentie en toekomstmogelijkheden van Landhuis Oud Amelisweerd. Het is een raadsel waarom dit rapport in deze vorm is gepubliceerd en wat de opzet ervan is. Wie moet het eigenlijk de weg wijzen?

Foto: Schermafbeelding van deel rapport ‘Toekomst Landhuis Oud Amelisweerd’ van Gert-Jan van der Vossen in opdracht van het gemeentebestuur Utrecht.