Christelijke retoriek van SGP’er Kees van der Staaij. Met het label ‘doorgedraaid autonomiedenken’ tracht hij politieke opponenten te vloeren, maar vloert uiteindelijk zichzelf

Schermafbeelding van deel artikelVan der Staaij ziet lichtpuntjes in abortusdebat’ in het Reformatorisch Dagblad, 14 mei 2022.

Mijn reactie op de Facebook-pagina van het Reformatorisch Dagblad bij het artikelVan der Staaij ziet lichtpuntjes in abortusdebat’ van 14 mei 2022:

Van der Staaij verwijt een meerderheid van de Nederlanders autonomiedenken. Hij noemt het zelfs ‘doorgedraaid autonomiedenken’. Hij vindt het blijkbaar niet voldoende om het oneens te zijn met pro-choice aanhangers, maar vindt het nodig om ze een trap na te geven door hun denken ‘doorgedraaid’ te noemen. Het is de vraag of die neerbuigendheid spoort met de waarheid van het evangelie dat hij aanhangt.

Schermafbeelding van deel artikelVan der Staaij ziet lichtpuntjes in abortusdebat’ in het Reformatorisch Dagblad, 14 mei 2022.

Van der Staaij verklaart zich hiermee tot de spookrijder van de Nederlandse samenleving. Als vertegenwoordiger van een minderheid probeert hij een meerderheid zijn wil op te leggen tegen de logica, de politieke realiteit en de menselijke welwillendheid in.

Van der Staaij beseft niet hoe tegenstrijdig hij is als hij het autonomiedenken van zijn politieke opponenten kleineert en suggereert dat het evangelie van een orthodox-christelijke minderheid hem dat toestaat.

Van der Staaij draait het om. Hij is in de war. Hij hangt het autonomiedenken van een orthodox-christelijke minderheid aan dat door mensen is geconstrueerd en claimt zonder enige onderbouwing dat dat niet-menselijk is. Maar zijn verticalistisch niet-autonomiedenken is uiteindelijk horizontaal autonomiedenken.

Van der Staaij zet zijn christelijke dogmatiek oneigenlijk in als hij een meerderheid van autonomiedenkers die meerderheid ontzegt door ze buiten de orde te willen plaatsen. Met zijn bizarre denken plaatst Van der Staaij zich echter zelf buiten de orde en buiten een betamelijke politiek-maatschappelijke discussie.

Van der Staaij is de goochelaar die bij gebrek aan argumenten van alles uit zijn hoge hoed tovert om het publiek zand in de ogen te strooien. Van der Staaij is onheus.

Schone handen

Global Village Foundation/ Ronald Timmermans en Max Kisman, ‘De kiezer verneukt : Afbraak demokratie‘, circa 1977. Collectie: Stephen Lewis poster collection, circa 1921-2017

Dit zijn twee posters die reflecteren op de politiek situatie van rond 1980. Het CDA ontstond op 11 oktober 1980 zodat de datering ‘circa 1977’ van bovenstaande poster in de collectie van de Joseph P. Healy Collection niet lijkt te kloppen. Maar in 1977 deed het CDA al met een gemeenschappelijke lijst mee aan de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Dus het is mogelijk dat de poster een actueel antwoord was op de de totstandkoming van het kabinet Van Agt-Wiegel in 1977.

In de verkiezingen van 1977 was de PvdA onder leiding van Joop den Uyl de grootste partij geworden met een winst van 10 zetels, maar kwam die partij na stukgelopen onderhandelingen tussen CDA en PvdA toch niet in het kabinet. VVD-leider Hans Wiegel maakte een deal met CDA-leider Van Agt.

Verstonden de makers Ronald Timmermans en Max Kisman (Global Village Foundation) dat onder het verneuken van de kiezer en de afbraak van de democratie? Ze lijken te wijzen op fraude, bedrog, steekpenningen en ondemocratisch gedrag van CDA en VVD, terwijl het kabinet Van Agt I een uitkomst was van onderhandelingen binnen de marges van de Haagse politiek.

In 1981 gebeurde het omgekeerde. Mede door de winst van D66 verloor de coalitie CDA-VVD haar nipte meerderheid van 77 zetels die toch al uiterst wankel was door de zogenaamde CDA-dissidenten die het kabinet vleugellam maakten. Dat waren er aanvankelijk zes en later in de kabinetsperiode 10. CDA-dissident Jan Nico Scholten met zijn evangelische principes was toen een bekende Nederlander.

Daarom was het begrijpelijk dat het kabinet Van Agt II uit 1981 ging bestaan uit CDA, PvdA en D66. Maar dat was evenmin als het kabinet Van Agt I stabiel en doelmatig. D66 was getalsmatig overbodig en de chemie tussen CDA en PvdA was slecht. Dit kabinet bestond nog geen jaar. In mei 1982 traden de PvdA’ers onder wie de toenmalige partijleider en minister van Sociale Zaken Joop den Uyl af vanwege versoberingen van de verzorgingsstaat.

Het zogenaamde rompkabinet Van Agt III bestond uit CDA en D66 en bereidde in een half jaar de vervroegde verkiezingen van september 1982 voor. Dat resulteerde net als het kabinet Van Agt I in een kabinet van CDA en VVD, nu geleid door CDA’er Ruud Lubbers.

Waar onderstaande poster van opnieuw de Global Village Foundation op duidt lijkt duidelijk. De vormgevers vragen zich af of Joop den Uyl schone handen heeft omdat hij toetreedt tot het kabinet Van Agt II. Ze konden in 1981 nog niet weten dat de bewindslieden van de PvdA in mei 1982 dat kabinet vanwege voorgestelde bezuinigen zouden verlaten. Hoe vuil waren de handen van Joop?

Het is een poster die de PvdA verdacht maakt. Dat is de wetmatigheid in de Europese politiek dat de sociaal-democratie fel bestreden wordt door links. Van communisten tot pacifisten en hardcore socialisten. Een andere meerderheid zonder PvdA was niet te vormen en D66 van toen had een linkser profiel dan het huidige D66 van Kaag. Je kunt je met terugwerkende kracht afvragen, hoe schoon kunnen handen van politici zijn? En hoe realistisch is het wereldbeeld van vormgevers?

Global Village Foundation/ Werkgroep Blaffende Honden, 1981. ‘Hoe schoon zijn de handen van Joop?‘ Collectie: Stephen Lewis poster collection, circa 1921-2017

Welke afslag kiest de PvdA na het aftreden van Ploumen?

Schermafbeelding van deel artikelLilianne Ploumen stopt als PvdA-leider en vertrekt uit de Kamer: ‘Ik kan leiderschap niet genoeg waarmaken’ in Het Parool, 12 april 2022.

Ik ben geen fan van de PvdA, maar zie een sterke sociaal-democratische partij als een noodzaak voor de stabilisatie van het politieke midden. Zoals de SPD van Friedrich Ebert, zeker in de eerste jaren, de sterkste steunpilaar onder de Weimar-republiek was.

Lilianne Ploumen was een zwakke leider die de last van de traditie van de sociaal-democratie niet kon dragen. In mijn ogen is ze op geen enkel moment geloofwaardig geweest. Ze speelde weinig overtuigend dat ze leider was, maar werd het nooit.

Ze laat vandaag weten dat ze aftreedt en de Tweede Kamer verlaat om haar opvolger niet voor de voeten te lopen. Dat is genereus en verstandig van haar.

Vooralsnog zijn er geen geloofwaardige opvolgers die intellectueel en tactisch de last van de sociaal-democratie kunnen dragen. Splijtzwam binnen de PvdA is de fusie met GroenLinks.

Zoals de geschiedenis van de Weimar-republiek in de eerste jaren verduidelijkt waren gematigde sociaal-democraten, links-liberalen en christelijke partijen (Zentrum) partners die elkaar aanvankelijk goed konden vinden. Radicalisering naar links (SPD) en naar rechts (liberalen en katholieken) ondermijnde die samenwerking en maakte de weg vrij voor radicaal-links (communisten) en radicaal-rechts (NSDAP).

Dat is de les voor de PvdA van nu. En de nieuwe leider. Het moet door de samenwerking met GroenLinks zich niet te veel in links-radicale richting laten dwingen. Kan Lodewijk Asscher niet gewoon terugkomen als leider? Meer geloofwaardige kandidaten zijn er voorlopig niet.

Theo Hiddema verlaat FvD voor zoveelste keer

Weerhuisje, 1952.

Theo Hiddema is de Heintje Davids van de ultrarechtste politiek. Dit Eerste Kamerlid neemt telkens afscheid van FvD, komt na verloop weer terug, en neemt daarna weer afscheid. Waarna hij weer terugkomt. Hoe vaak gaat hij dat nog herhalen?

Theo Hiddema is zo veranderlijk als het weer. De ene dag schijnt de zon en is het 20 graden, de volgende dag ligt er een laagje sneeuw op straat. Theo Hiddema is op zichzelf zijn eigen weerhuis. Hij heeft alle soorten weer in huis.

Zolang Hiddema centraal in de belangstelling kan staan maakt het voor hem niet uit wat voor weer het is. Of FvD nou naar radicaal- of extreem-rechts buigt maakt hem niet uit. Op termijn komt hij weer terug op het basisstation. Terug gezwiept door het elastiek waar hij aan is verbonden.

Deze keer was voor Hiddema de aanleiding om uit FvD te stappen het gedrag van de FvD-fractie in de Tweede Kamer dat de toespraak via een videoverbinding van de Oekraïense president Zelensky niet wilde bijwonen. Daar was Hiddema het niet mee eens.

In een gezamenlijke verklaring met Paul Frentrop die ook om deze reden uit de FvD-fractie in de Eerste Kamer stapte en partijleider Baudet wordt een en ander toegelicht:

Gezamenlijke verklaring van Hiddema, Frentrop en Baudet, 30 maart 2022.

Inhoudelijk lijkt er weinig te veranderen. Want Hiddema en Frentrop zeggen te blijven samenwerken met de FvD-fractie in de Eerste Kamer. Want het is duidelijk, Hiddema moet weer kunnen schuilen onder de paraplu van FvD als het politieke weer omslaat.

Hiddema houdt vol dat de kiezer voor ‘democratische vernieuwing’ bij FvD moet zijn. Hij blijft zich daar buiten FvD samen met FvD sterk voor maken. Begrijpt u het nog? Of heeft Hiddema zijn bril niet goed op zijn hoofd staan en dacht hij dat er ‘democratische vernieling’ stond?

Wees realistisch, niets is zo veranderlijk als het weer. En Theo Hiddema.

Van de 12 zetels uit mei 2019 heeft FvD drie jaar later nog 1 zetel over. Dat is een wanprestatie van formaat. Hiddema blijft de nederlaagstrategie van FvD omarmen. De afstand van zijn omarming varieert.

Kevin McCarthy blijft duister in zijn eigen schaduw en valt Biden aan

Kevin McCarthy is de minderheidsleider van de Republikeinen (GOP) in het Huis, de Amerikaanse Tweede Kamer. Hij wordt zowel door Democraten als hardliners binnen zijn eigen partij gezien als zwak. Hij opereert niet autonoom en laat zich onder druk zetten door Trump. Om het met een gezegde uit de serie Handmaid’s Tale te zeggen: Under His Eye. God kijkt altijd mee.

Als in november 2022 de Republikeinen de meerderheid in het Huis dreigen over te nemen is het geen uitgemaakte zaak dat McCarthy de huidige Democratische voorzitter van het Huis Pelosi opvolgt. Vanaf de radicale Trumpiaanse flank ligt hij onder vuur. Het is trouwens evenmin een uitgemaakte zaak dat de Republikeinen de meerderheid behalen, want met zijn continue inmenging die leidt tot radicalisering en terugkijken naar zijn verlies in 2020 stoot Donald Trump de gematigde vleugel van de Republikeinen af. Gaan zij in november 2022 wel naar de stembus?

McCarthy mist de grootmoedigheid en de persoonlijkheid om uit zijn eigen schaduw te stappen. Hij symboliseert het failliet van de Amerikaanse partijpolitiek en dan vooral dat van de GOP.

We moeten trouwens bedenken dat dat tijdens WOII niet fundamenteel anders was. Ook toen waren Republikeinen als Charles Lindbergh voor isolationisme en wilden ze buiten de oorlog blijven. Ook Democraten baseerden hun twijfel op de verschrikkingen van WOI. Zoals nu Amerikanen en westerse bondgenoten hun twijfel om in de Oekraïens-Russische oorlog te stappen baseren op de verschrikkingen van WOII. Het duurde nog tot eind 1941 voordat de VS als oorlogspartij ging deelnemen aan die oorlog.

Hieronder mijn reactie bij de video van het ultra-rechtse Fox News dat de laatste jaren zoveel begrip voor Poetin opbracht, maar nu met zo weinig mogelijk schade en zonder dat het teveel opvalt de bakens moet verzetten vanwege de oorlogsmisdaden van de Russische krijgsmacht in Oekraïne die niet te verdedigen zijn. Alleen de ergste rechts-radicalen in de GOP blijven Poetin nog steunen:

Kevin McCarthy symbolizes the bankruptcy of American party politics. That is useless and childish. In addition, he personally comes across as a small person without vision and courage. The question with everything he says is always who is he repeating.

A Third World War threatens due to Russian aggression in Eastern Europe and in the US the GOP leadership knows no better than to play old gray grooves. Is that GOP statecraft? One makes it unnecessarily partisan, the other (Lindsey Graham) makes it extra difficult for the government by publicly advocating Putin’s assassination.

Is this the best the GOP has to offer the US in times of need? Can’t the GOP leadership even step out of its own shadow when it needs to? This GOP leadership always talks about Winston Churchill’s role in WWII, but forgets that in his war cabinet he took in left-wing leaders like Clement Attlee as Deputy Prime Minister to work with because the situation called for it.

Why can’t the GOP take that step? The current GOP looks hopeless and apparently can only adopt one attitude: that of resentment and bitterness. Even if the situation calls for national fortitude and determination. Kevin McCarthy knows how to symbolize the bankruptcy of the GOP very well. Under His Eye.

VOLT manoeuvreert zich in een Catch-22 situatie in de kwestie Nilüfer Gündoğan

Schermafbeelding van deel verklaringVolt schorst Kamerlid Gündoğan: vragen en antwoorden‘ op site van Volt Nederland van 14 februari 2022.

Je zou er bijna een gecombineerde actie van D66 en radicaal-rechts in zien om Volt-kamerlid Nilüfer Gündoğan te schorsen. Dat heeft het bestuur van Volt op z’n ongelukkige manier gedaan dat het ermee vooral in eigen voet schiet. Hoe kunnen kiezers vertrouwen hebben in een partij die zo handelt? De concurrenten van Volt spinnen er garen bij. De rechtse pers smult.

Tegelijk ondermijnt deze schorsing het vertrouwen in de landelijke politiek omdat het voedsel geeft aan complotdenkers die de centrumpolitiek het liefst tot de grond toe willen afbreken. Volt helpt hen daarbij een handje.

Neem de volgende zinnen in een verklaring van 14 februari 2022 van Volt over deze kwestie: ‘In dit onderzoek werd duidelijk dat melders zich onveilig voelen, omdat zij als fractielid ten opzichte van hen een machtspositie heeft. Nadat het bureau vanwege de aard van de meldingen had aangegeven het onderzoek uit te breiden, besloten wij om Nilüfer Gündoğan als fractielid te schorsen‘.

De hele samenleving bestaat uit een sociaal en economisch netwerk van machtsposities. De vader, de moeder, de onderwijzer, de leraar, de politieagent, de sergeant, de baas, de burgemeester, de bankier, de schuldsaneerder, de huisarts, de museumdirecteur, de minister, de cursusleider.

Noem maar op, machtsposities vormen de orde, Machtsposities schragen de samenleving. Daarom klinkt het verwijt van Volt niet sterk dat kamerlid Nilüfer Gündoğan een machtspositie heeft. Tja, uiteraard heeft een kamerlid een machtspositie. Wat is daar bijzonder aan?

Als Nilüfer Gündoğan wordt vervangen door een ander kamerlid, dan heeft dat nieuwe kamerlid ook een machtspositie tegenover de vrijwilligers en medewerkers van de partij. Er verandert niets.

In de verklaring gebruikt Volt een cirkelredenering. Die komt op het volgende neer: ‘Omdat het bureau aangeeft het onderzoek uit te breiden vanwege de aard van de meldingen besloot Volt om Gündoğan te schorsen’. Dat is niet specifiek en algemeen. Het kan over elke persoon in elk onderzoek gezegd worden. Wat de aard van de meldingen zijn maakt Volt niet duidelijk. Door tegenstrijdigheden die met elkaar strijdig zijn heeft Volt zich in een Catch-22 situatie gemanoeuvreerd.

Schermafbeelding van deel berichtVolt-Kamerlid Gündogan houdt zetel, ook als sprake is van ongewenst gedrag‘ op Nu.nl, 15 februari 2022.

Het kan best dat Nilüfer Gündoğan een bitch, een kreng, een serpent is die gedrag vertoont dat een naaste medewerker verlamt of als bedreigend ervaart. Dat komt voor bij mensen in machtsposities die niet goed met die macht weten om te gaan. Maar dan moet dit gedrag wel aangetoond worden.

Voor een organisatie is het oorbaar om betreffende persoon die misbruik van de machtspositie maakt eerst intern te waarschuwen. Die stap is blijkbaar overgeslagen. Gündoğan wordt nu publiekelijk beschadigd zonder dat ze zich kan verweren.

De paradox is dat nu vooral de partij die haar op een zijspoor probeert te zetten beschadigd wordt: Volt. Dat lijkt geen gemenigheid, maar naïviteit en onbeholpenheid. Een politieke partij die deze zelfbeschadiging niet vooraf voorziet, manoeuvreert zich in een verloren positie. Dat geeft te denken over het leiderschap van Volt.

Het is zaak voor een politieke partij die continu voor het voetlicht van de publiciteit optreedt om onregelmatigheden tijdig te signaleren, intern te benoemen en op te lossen zonder dat het onbeheersbaar wordt. Daar is Volt tot nu toe niet in geslaagd.

De stille dood van het kunstbeleid. Waarom haalt de politiek de begrippen kunst en cultuur mentaal, beleidsmatig en budgettair niet uit elkaar?

Paragraaf ‘Cultuur‘ als standpunt van de VVD.

I. Robbert Dijkgraaf is de beoogde minister van OCW. Het ligt in de rede dat zijn beleidsterreinen Hoger Onderwijs, Wetenschap en Wetenschappelijk Onderzoek zullen zijn. Maar de verdeling van de beleidsterreinen op dit departement zijn nog niet bekend. 

Daarnaast komen er op dit departement een minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs en een staatssecretaris Cultuur en Media. Die laatste functie wordt opnieuw ingevoerd (na Aad Nuis, Rick van der Ploeg, Cees van Leeuwen, Medy van der Laan) nadat die in 2007 was afgeschaft. Het is dus niet waarschijnlijk dat Dijkgraaf de eerst verantwoordelijke bewindspersoon voor Cultuur wordt. 

Interessanter is de vraag of D66 een kunstenaar tot staatssecretaris Cultuur en Media maakt. 

II. Het is verhullend om bij dit staatssecretariaat over Cultuur te praten terwijl Kunst wordt bedoeld. Cultuur omvat het bloemencorso, het carnaval, de braderie, het buurtfeest, het oliebollenkraam, de lokale sportwedstrijd en allerlei verbindende aspecten in de samenleving.

Kunst heeft andere functies, doelen en bestaansredenen dan Cultuur, hoewel er overlap bestaat. Waarom blijft de politiek zo aan de verhullende paraplu-term Cultuur hangen? Wat is de logica daarvoor? Waarom maakt de politiek geen knip tussen Kunst en Cultuur? Nu wordt Kunst achter of in de Cultuur verstopt. Ook budgettair. 

Het zou duidelijker zijn voor zowel Kunst als Cultuur om ze ‘mentaal’ en beleidsmatig te scheiden en bij verschillende departementen onder te brengen zoals dat trouwens voorheen het geval was.

Dan zouden we weer kunnen spreken over een Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen zoals dat van 1918 tot 1965 bestond en een Ministerie van Cultuur, Recreatie, Identiteit en Maatschappelijk Werk (CRIM) zoals dat in de voorganger CRM van 1965 tot 1982 bestond. 

Het is interessant voor auteurs, onderzoekers en kritische geesten om te beredeneren wat de sociale en politieke overwegingen waren in de jaren 1960 tot 1980 om Kunst en Cultuur op een hoop te gooien. En wat de politieke en sociale overwegingen zijn in 2021/2022 om die hoop te laten bestaan.

III. De VVD is de kwade genius van het kunstbeleid. Al in de jaren 1950 spraken vertegenwoordigers van de VVD neerbuigend over kunst. VVD-kamerlid Thierry Aartsen zette deze traditie binnen deze partij voort en had vanaf 2018 cultuur (o.a. Erfgoedinspectie, Bibliotheek en letterenbeleid, monumenten), Media, Arbeidsomstandigheden, Inspectie & toezicht in zijn portefeuille.

Wat de VVD onder ‘Cultuur’ of ‘Kunst’ verstaat wordt uit bovenstaande cultuurparagraaf niet duidelijk. Van een politieke partij die dat onderscheid niet maakt en beide begrippen door elkaar heen gebruikt valt te vrezen dat het niet wil dat wij weten wat het verschil tussen kunst en cultuur is. Het is waarschijnlijk dat de VVD om politieke redenen bewust beide begrippen door elkaar heen gebruikt om onduidelijkheid te zaaien en de Kunst te knechten.

Zo is het volstrekt onbegrijpelijk wat er in de tweede alinea staat. De zinnen hangen als los zand aan elkaar zonder dat er een oorzakelijk verband tussen bestaat: ‘Wij vinden dat kunst en cultuur toegankelijk horen te zijn voor iedereen. Subsidies moeten dus niet alleen naar Amsterdam gaan, maar verspreid worden over het hele land. De overheid stelt zich daarbij neutraal op, want volkscultuur is ook cultuur. Zo kunnen bijvoorbeeld festivals ook in aanmerking komen voor subsidie‘. Wat is het verband tussen een neutrale overheid die overigens per definitie niet bestaat en volkscultuur? Bedoelt de VVD met cultuur (=kunst) en met volkscultuur (= cultuur)? Want cultuur is altijd volkscultuur. Hoe dan ook zorgt de VVD in deze cultuurparagraaf voor onduidelijkheid en goochelt het met de begrippen Kunst en Cultuur die het verhullend gebruikt.

IV. Cultuur is de weerslag van de samenleving. De waarde van kunst is dat het zich deels ontworsteld heeft aan de macht, weerstand biedt aan onderwerping en haaks op de samenleving staat. Het heeft voor kunstenaars die de kunst instromen een vrijplaats bevochten.

Kunstenaars staan niet zozeer op de schouders van een traditie zoals in de Renaissance over de Grieken werd gezegd, maar op de schouders van een toevallige bundeling van omstandigheden die lang geleden genoeg opgestart is om nu stand te kunnen houden. Of af te worden gebroken door de politiek.

Dat tekent de paradox van kunst die cultuur niet heeft. Kunst moet ver genoeg van politieke en maatschappelijke krachten blijven om er vrij en onbevreesd op te kunnen spiegelen, maar moet ook weer niet te veel afstand nemen om ‘voor eigen bestwil’ in een reservaat te eindigen. Kunst valt op te vatten als aanscherping en verbijzondering van cultuur. Het verbindende aspect is bijkomend in kunst. Door kunst ook dat aspect toe te meten wordt kunst een functie opgelegd die er niet de kern van is, maar er om oneigenlijke, politieke redenen opgeplakt wordt.

V. Wat de VVD met kunst wil wordt uit de beschrijving duidelijk. De VVD gunt het kunst niet om een vrijplaats te zijn. De VVD wil die vrijplaats afbreken. De VVD wil kunst maken tot weerslag van de samenleving, goochelt daarom met de begrippen kunst en cultuur, en zaait bewust verwarring. De VVD heeft in de cultuurparagraaf niet het lef om kunst frontaal aan te vallen, maar probeert de functies en doelen ervan slinks te smoren in begripsverwarring. Namelijk door kunst te vervangen door het bredere en met de samenleving samenvallende begrip cultuur. Zodat kunst van scherpte en autonomie ontdaan wordt.

Zo is de missie van de VVD geslaagd, zonder dat we doorhebben dat de kunst in het beleid doelbewust van haar scherpte wordt ontdaan. Een progressieve partij als D66 vindt het vermoedelijk op dit moment niet de moeite waard of mist de macht om daar tegenin te gaan en een speciale positie voor Kunst op te eisen. Zo wordt Kunst indirect getemd en vervangen door en verborgen achter het begrip Cultuur. Noodgedwongen neemt D66 genoegen met een staatssecretaris van Cultuur.

VI. Wat ooit als emancipatiebeweging in de jaren 1960 begon is 50 jaar later geëindigd in een wisseltruc waardoor de Kunst verdwijnt. Zonder dat iemand het merkt en er een punt van maakt. Dat is de stille dood van het kunstbeleid. Maar taal doet ertoe. Het is de hoogste tijd om ons er bewust van te worden en er iets aan te veranderen. Laat dat onze garantie voor de toekomst zijn.

Malaise in alle politieke partijen van Nederland

Person wearing a mask made by W.T. Benda, 1925. Collectie: Library of Congress.

Hoe kan het toch dat de Nederlandse politieke partijen hun potentieel niet benutten en het zo slecht doen? Zowel in strategisch als organisatorisch opzicht. Wat is er aan de hand met de Nederlandse politiek partijen? Niemand weet er nog enthousiasme voor op te brengen.

Opvallend is dat geen enkel deel van het politieke spectrum zich aan de malaise onttrekt. Links, rechts en centrum blunderen op hun eigen karakteristieke wijze. Hoe valt dat te verklaren?

Links zit zonder ideeën en bevindt zich in een geestelijk niemandsland. Maar ook strategisch opereert links onverstandig. Het vertrek van GL-kamerlid Bart Snels spreekt boekdelen. Hij was tegen hechte samenwerking of zelfs fusie met de PvdA. Snels koerste af op een kabinet VVD, D66, CDA en GL zoals Jos Heymans voor RTL Nieuws betoogt, maar kreeg hiervoor geen steun binnen zijn partij. Partijleider Jesse Klaver radicaliseerde en zette zich hiermee buitenspel.

Binnen de SP lijkt het omgekeerde te spelen. De partijleiding gaat de meer radicale elementen die lid zijn van de jongerenorganisatie ROOD of het ideeënplatform Marxistisch Forum uit de partij zetten. Niet als individuen, maar als groep. Met als gevolg dat lokale afdelingen zoals Utrecht uit elkaar dreigen te vallen. Chris Aalberts voor TPO die bekend staat als Baudet-watcher herkent in de chaos en het ondemocratisch gedrag van de partijleiding van de SP het patroon dat hij kent van FvD.

De PvdA is de partij met de minste ideeën omdat de partij gewoonweg niet weet wat de eigen identiteit is, waar het zich bevindt en welke kant het op moet gaan. Partijleider Ploumen is inspiratieloos en koos de vlucht vooruit in samenwerking met GL om een idee van daadkracht te suggereren. GL en SP hebben nog een zeker profiel in respectievelijk duurzaamheid en zorg, maar zelfs dat unieke verkooppunt mist de PvdA.

Rechts is negatief, radicaliseert en fragmenteert. FvD weet met partijleider Baudet niet te kiezen tussen het inzetten op partijpolitiek of op metapolitiek. Dat laatste betekent in navolging van het Franse en Duitse Nieuw Rechts van de jaren 1960 en 1970 het willen beïnvloeden van de cultuur en de publieke opinie zonder partijpolitieke activiteiten. De tragiek van partijleider Thierry Baudet lijkt dat hij zowel de intellectuele bagage mist om succesvol metapolitiek te bedrijven als het talent voor het politieke handwerk ontbeert. Daarom blijft hij sinds zijn Uil van Minerva-toespraak in 2019 waar hij duidelijk inzette op metapolitiek zwalken tussen de twee posities zonder dat zijn partij hem nog begrijpt en kan volgen.

De PVV is redelijk stabiel en relatief onkwetsbaar omdat het een partijorganisatie mist. Maar dat laatste wat een sterkte lijkt is tevens een zwakte omdat het een grens aan de groei stelt. In de schaduw van partijleider Geert Wilders kan niemand groeien. Hij speelt op veilig en lijkt door zijn voorzichtige aanpak minder te radicaliseren dan de andere rechtse partijen, maar Wilders’ professionalisme heeft als nadeel dat het resulteert in korte termijn denken en de partij een strategie voor de toekomst mist.

Rechtse splinters als JA21 met Joost Eerdmans en Wybren van Haga’s BVNL hebben onvoldoende aantrekkingskracht voor de kiezer. Het opportunisme van de leiders die van partij naar partij hoppen is zelfs voor de rechtse kiezer ongeloofwaardig. Types als Van Haga en Eerdmans zijn voorbeelden van baantjesjagers. Het opportunisme strookt niet met hun aanschoppen tegen de politiek omdat hun CV daar haaks op staat.

In het Centrum presteert de VVD goed dankzij de electorale aantrekkingskracht en positie van premier Mark Rutte. dat is overigens de achilleshiel van de VVD. Hoe gaat het verder na Rutte? Rutte heeft veel in moeten leveren aan statuur. De vlotheid van Rutte om zowel met links als rechts te kunnen samenwerken heeft twee nadelen. Het wordt steeds meer uitgelegd als oppervlakkigheid, gebrek aan ideeën en zelfs het ontbreken van politieke ruggengraat. Dat werd duidelijk toen in de formatie onder druk van het CDA de samenwerking met links, zonder dat het tot gesprekken kwam, werd geblokkeerd. Zo is in de beeldvorming de vlotte flexibiliteit van Rutte veranderd in stugheid.

Het CDA verkeert in chaos en in een identiteitscrisis. Een teken daarvan is dat kamerlid Pieter Omtzigt uit de partij is gestapt. Partijleider Hoekstra komt over als bekwaam, maar ook als kil, afstandelijk en weinig christelijk. Hij lijkt geen handige politicus die steun kan werven voor de standpunten van zijn partij. Is het wel zo duidelijk dat de partij naar het midden koerst en afstand heeft genomen van de rechtse koers van vorige partijleiders? De kiezersgunst toont een dramatische teruggang.

D66 had in Rob Jetten een bekwame partijleider, maar de partij wilde meer en koos voor Sigrid Kaag omdat die hoger zou kunnen stijgen. Tot en met het premierschap zoals de partij dacht. Maar Kaag is geen handige politicus en het team dat haar omringt lijkt te veel te willen. D66 denkt van zichzelf dat het groter en invloedrijker is dan het echt is. Eén goede verkiezingsuitslag is te weinig en moet niet overmoedig, maar nederig maken om het resultaat te kunnen verzilveren. Daarbij komt dat D66 een partij is die voor veel kiezers een tweede keuze is. Als de partij aan momentum verliest, dan daalt het ook gelijk flink omdat de partij geen sterk gedachtengoed heeft dat als een buffer voldoende kiezers kan vasthouden.

Inuit met masker.

Dit overzicht over links, rechts en centrum leidt tot de conclusie dat de Nederlandse politieke partijen slecht in vorm zijn en eigenlijk allen in zekere mate in een identiteitscrisis verkeren. Ze leven niet naar de kompas van hun politieke gedachtengoed of hebben dat nooit gedaan en al geruime tijd ingewisseld voor opiniepanels die de koers bepalen. Dat leidt tot een ratjetoe aan opzetjes die niet met elkaar samenhangen. Dat is niet het programma van een politieke partij die de macht wil delen om eigen ideeën te realiseren, maar het staketsel van een marketingbureau. Fragmentatie heeft geleid tot 19 partijen of afsplitsingen in de Tweede Kamer en dat leidt weer tot het hard bestrijden van concurrenten die vechten om schaarse zetels.

Als partijleiders het zelfvertrouwen missen om samen te werken en door hun partij ertoe worden gedwongen om steeds maar weer de eigen positie in de marketing te benadrukken, dan is politiek geen politiek meer, maar het zonder op adem te kunnen komen presenteren van een lege huls waarvan de inhoud ontbreekt. De schijn is het idee geworden.

Middenpartijen lijken op elkaar omdat ze door externe factoren op een hoop worden geveegd

Mijn favoriete omroep is WNL dat zoveel rechtse praatjes in haar programma’s heeft. Het is vaak koddig om aan te horen. Meestal valt het ruimschoots binnen de marges van de normale gekte, maar Daniela Hooghiemstra weet dat na 5’15” ruimschoots te overtreffen. Vandaar mijn reactie op YouTube bij dit filmpje:

Daniela Hooghiemstra kijkt met een ouderwetse bril naar de politiek. Ze blijft hangen in de traditioneel sociaal-economische links-rechts tegenstelling en beseft niet dat die inmiddels is verschrompeld en vervangen door andere tegenstellingen. 

Zoals de tegenstelling tussen democratische en anti-democratische partijen die wel of niet ondubbelzinnig de rechtsstatelijkheid en de democratie steunen en doelstellingen hebben die buiten de politieke arena liggen. Anti-democratische partijen zijn FvD, SGP en links-radicale splinters, en in iets mindere mate de PVV. 

Een andere tegenstelling die in het politieke debat de links-rechts tegenstelling verdrongen heeft is de sociaal-culturele tegenstelling tussen conservatief en progressief. Daar valt veel onderscheid in te maken. Zo zijn VVD en CDA conservatieve partijen en FvD, PVV en JA21 post-conservatieve partijen die het conservatisme achter zich gelaten hebben en in de alt-right hoek terecht zijn gekomen. Dat links en progressief of rechts en conservatief niet altijd aan elkaar gekoppeld worden leert ook het profiel van twee partijen. D66 is een progressieve rechtse partij, SP is een conservatieve linkse partij.

Wat Hooghiemstra mist is dat de grote lijnen van de links-rechts politiek niet langer op het Binnenhof worden beslist maar elders. Zoals binnen de EU, de ECB, de OESO, de financiële instellingen en banken (inclusief internationaal opererende investeringsbanken als Goldman Sachs) en in de bestuurskamers van multinationals. Weliswaar zijn die marges die het verschil uitmaken tussen links en rechts niet helemaal verdwenen, maar zijn ze zoveel kleiner geworden dat ze overbrugbaar zijn geworden.

Hoe het wereldbeeld van Hooghiemstra tot stand komt is onduidelijk. Zoals evenmin duidelijk is waar ze nou eigenlijk voor pleit. De paradox is dat ze pleit voor het primaat van de politiek, maar niet inziet dat dit gezag sinds de jaren 1980 is geërodeerd en allang niet meer in die mate bestaat zoals zij het voorstelt. In feite pleit ze met haar uitvergroting van de verschillen tegen de politiek in.

Anders gezegd, in een gemankeerd politiek bestel waar de macht elders ligt zijn de sociaal-economische verschillen steeds meer verworden tot invuloefeningen voor politieke partijen. Dat maakt de tragiek van de mislukte formatie nog grotesker en beschamender dan die op het eerste gezicht al lijkt. Partijleiders maken zichzelf groot en belangrijk, terwijl ze als geen ander weten dat de bulk van de inhoud waar ze over praten elders wordt beslist. Ze houden ook dat misverstand valselijk in de lucht vanwege de claim op hun eigen belangrijkheid. Maar in werkelijkheid zijn ze inwisselbaar in persoon en uitwisselbaar in doel. Dat is hun krediet voor hun toekomst dat ze niet los willen laten. Dat een objectieve commentator meegaat in deze misleiding is uitermate jammer.

D66 Utrecht blijft pleiten voor meer concessies voor de horeca. In de partij der blinden is éénoog Koning

Schermafbeelding van deel artikel ‘Wethouder doet geen toezeggingen over permanente uitgebreide terrassen in Utrecht‘ in de DUIC, 3 september 2021.

Ik woon in Utrecht net buiten de binnenstad en stemde in een ver verleden op het D66 van Hans van Mierlo. Ik voel me onaangenaam aangesproken door D66’er Maarten Koning die zich profileert door steeds maar weer te pleitten voor tegemoetkomende maatregelen voor de horeca. Wat voor D66 denkt hij in hemelsnaam te vertegenwoordigen? Dat is niet het D66 waar ik ooit op stemde, maar een VVD-light.

Voor de volledigheid, afgelopen jaren had ik enkele malen overleg met Ellen Bijsterbosch over een cultureel onderwerp waarbij ik haar leerde kennen als een inhoudelijk, integer en verstandig raadslid met kennis van zaken die probeerde het algemeen belang van de stad te dienen en uiteenlopende betrokkenen met elkaar te verbinden. Bij D66-raadslid Maarten Koning zie ik het omgekeerde. Hij dient vooral zijn eigen marketing en laat zich kennen als de verlengde arm van de lokale horeca.

Hieronder mijn reactie op de DUIC bij een artikel over het pleidooi van Koning om tijdelijke terrasuitbreidingen in de stad permanent te maken. D66-wethouder Klaas Verschuure reageerde vooralsnog terughoudend op Konings verzoek, maar de vrees bestaat dat dit een pose is en Koning straks zijn zin krijgt van zijn partijgenoot.

Omdat ik Konings pro-horeca pleidooi als een teken zie van de verwording van een partij die ten koste van zichzelf het politieke bestel wilde opschudden, maar nu is verworden tot een lobbypartij die deelbelangen dient en de eigen continuïteit vooropzet, besteed ik er aandacht aan. Maarten Koning is als lokale politicus op zich onbeduidend, maar waar hij binnen zijn partij voor staat zie ik als afschrikwekkend waarschuwingsteken van een ooit welgemeende partij:

Oude tijden van Hans van Mierlo en kroegtijger en horeca-ondernemer Hans Gruijters herleven. D66 profileert zich met horeca. Dat is weer eens wat anders dan kunst, onderwijs of zorg. Het accent dat D66 op de horeca legt is geen toeval. De partij is ontstaan in het café en heeft meer dan 50 jaar later blijkbaar die band niet verloochend. Horeca is in het DNA van D66 ingebakken. D66 is weer terug waar het in 1966 begon.

Maarten Koning wilde om economische redenen van de binnenstad van Utrecht tijdelijk ‘één groot terras’ maken. Nu dat gelukt is gaat hij een stapje verder en wil die maatregelen permanent maken. Bestuurlijk is dat niet netjes, maar dat kan deze Utrechtse D66-er niet deren. Hij gaat populistisch voor meer terrassen. 

Een vluchtige zoektocht op internet laat zien dat D66’ers in diverse steden (Gennep, Amstelveen, Voorburg, Lingewaard, Leiden) zich profileren met hun pleidooi voor meer ruimte voor de horeca. Dit is geen toeval. Ook voormalig D66-kamerlid Kees Verhoeven pleitte eerder dit jaar in de publiciteit voor meer ruimte voor de horeca.

D66 mag natuurlijk zelf kiezen waar het zich sterk voor wil maken. Maar het is veelzeggend dat het het zich wil profileren met een pleidooi voor een sterke horeca. Blijkbaar meent D66 hiermee electoraal en publicitair te kunnen scoren. Horeca is een speerpunt voor het huidige D66. Het tekent de ambitie, de intellectuele diepte en de dorst naar meer van het huidige D66. 

Als waar Koning voor pleit past binnen het nieuwe leiderschap waar D66-leider Sigrid Kaag naar verwijst en dat ze door haar gedrag en opstelling in de formatie al binnen een maand eigenhandig om zeep hielp, dan weten we weer wat D66 is. Een partij die goed is in communicatie, marketing en populisme, maar slecht in inhoud. 

Tekenend voor de richting van D66 is dat D66-raadslid Ellen Bijsterbosch die wel voor de inhoud ging in juni 2021 de race om het Utrechtse lijsttrekkerschap verloor van Maarten Koning die zich welbewust in de kijker speelt met zijn populisme en zijn permanente campagne om in de aandacht te blijven met populaire voorstellen. Waarvan zijn pleidooi voor het permanent maken van terrasvergunningen het dramatische dieptepunt is. Bijsterbosch kondigde later aan het voor gezien te houden als vertegenwoordiger van D66 in de Utrechtse raad. In de partij van de blinden is éénoog Koning.