George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Partijpolitiek

Matthew Taylor over de aanpak van het opkomend populisme

leave a comment »

Matthew Taylor is een voormalige Labour-politicus en algemeen directeur van de in Londen gevestigde The Royal Society for the Encouragement of Arts, Manufactures and Commerce (RSA). Nataliya Gumenyuk van het Oekraïense Hromadske TV praat met hem over de opkomst van het populisme, en hoe dat aangepakt kan worden. Taylor kijkt verder dan de vraag hoe ‘verschrikkelijke mensen’ hebben geleid tot de verkiezing van ‘verschrikkelijke mensen’. Zonder wanhopig of gelijkhebberig bij de pakken neer te zitten acht hij het zinvoller om kritisch en vastbesloten te zijn en ons af te vragen wat links en centrum-links verkeerd hebben gedaan dat leidde tot de opkomst van het populisme. De vervolgvraag is hoe links moet veranderen.

De les die Taylor uit de uitslag van de Brexit en Trumps verkiezing trekt is om te beginnen het maken van een analyse die probeert te begrijpen waarom dat nou precies gebeurde. Maar op dit moment ziet hij tot zijn ontzetting het omgekeerde gebeuren. De centrumpolitiek reageert defensief en weigert door zelfonderzoek kritisch te zijn en blijft hangen in gelijkhebberigheid. Dat gaat zelfs samen met minachting voor degenen die op de populisten stemden. Uitgangspunt moet de vraag zijn waarom de centrumpolitiek het verkeerd had.

Bij deze overwegingen moet beseft worden dat Taylor een partijpolitiek standpunt inneemt. Als aanhanger van Tony Blair veroordeelt hij de afwachtende koers van de huidige Labour-leider Jeremy Corbyn die zichzelf en zijn partij heeft gemarginaliseerd en met ouderwets vakbond-socialisme de luiken sluit voor vernieuwing die als bedreiging wordt voorgesteld. In de VS reageren Democraten identiek door ook naar het verleden terug te grijpen. Ze denken met de oude garde van Corporate Democrates die tegen het bedrijfsleven aanleunt (Nancy Pelosi, Chuck Schumer) de progressieven die om verandering schreeuwen (Bernie Sanders, Elizabeth Warren, Keith Ellison) de pas af te moeten snijden. Zo maken Labour en de Democraten het bestendigen van eigen posities belangrijker dan de bestrijding van populisten, zoals Trump of de Brexiteers in de regering-May.

Naast deze partijpolitieke overwegingen die Taylor hier ongenoemd laat ziet hij boosheid (‘anger’) als het grootste probleem waar we voor staan. In de huidige tijd zouden teveel mensen bezwijken -of tot een manier van denken aangemoedigd worden om te bezwijken- voor het argument dat het feit dat hun leven niet is zoals ze wilden dat het zou zijn de fout van een ander is. Taylor ziet die houding als gevaarlijk omdat het denken door groepen over het eigen morele gelijk niet samengaat met de dynamiek van de huidige wereld. Dat morele gelijk raakt dan aan het bestaan van andere groepen. Dat sentiment weet het populisme goed te mobiliseren. Dat gaat dan koste van de sociale cohesie en het sociale contract in de samenleving. De rol van de politiek in een democratie is niet om groepen tegen elkaar op te hitsen, maar met elkaar te verzoenen.

Dit alles sluit politieke veranderingen niet uit. Of het feit dat mensen onderdrukt worden. Maar boosheid die met een beroep op een moreel gelijk door populisten wordt gemobiliseerd gaat volgens Taylor de politiek te buiten. Want de hoog oplopende emoties die door de populisten continu gevoed worden verdringt de gewone verstandelijke redenering die probeert de wereld te begrijpen door de feiten ‘te lezen’. Hij ziet het als urgent om nieuwe instituties te ontwikkelen die de manier van denken van degenen die door de populisten worden gemobiliseerd vervangt door een gemeenschappelijke menselijkheid (‘common humanity’). Of Matthew Taylor met deze sociaal-culturele analyse veel handen op elkaar krijgt is de vraag. Zijn goedwillende, verre schreeuw van humanisme doet akelig gedateerd aan. Dat is nog wel de meest angstaanjagende conclusie. Hij verwijst naar een sociaal-cultureel fenomeen met een sociaal-culturele analyse die ook raakt aan sociaal-economische aspecten. Het is bizar dat zogenaamde goedwillenden evenzeer de plank misslaan als kwaadwillenden.

Drie uitgangspunten om Wilders te weerstaan. Niet richten op de persoon, geen isolatie PVV en vernieuwing middenpartijen

with 3 comments

Wat is de beste strategie om politici als Donald Trump of Geert Wilders te weerstaan? Jimmy Dore verwijst naar een opinie-artikel van Luigi Zingales in The New York Times dat een les trekt voor de aanpak van Trump uit de opkomst van Silvio Berlusconi. Zingales ziet parallellen tussen Trump en de Italiaanse oud-premier. Hij vreest dat de Trump-dynastie twee decennia aan de macht blijft als Donald Trump nu niet goed aangepakt wordt. Voor Nederlanders is het interessant om die les ook op Wilders te betrekken. Hoewel hij niet aan partijvorming doet. Hier volgen de aanbevelingen voor het counteren van Berlusconi, Trump en Wilders (BTW):

a) de oppositie moet zich competent opstellen en niet richten op de persoon BTW, maar op het beleid. Probleem hierbij is dat BTW doorgaans een hap-snap beleid voert en dat op één A4-tje samenvat (Wilders) of vaag blijft over de voornemens (Trump). De hoofdlijn van BTW biedt echter nog voldoende aangrijpingspunten om het beleid centraal te zetten en aan te vallen. Zoals standpunten over moslims en immigratie die in strijd zijn met de grondwet (Trump, Wilders). De Nederlandse les: Media en politieke partijen moeten terug naar de basis: het politieke programma van de PVV en het stemgedrag in de Tweede Kamer. Dit biedt de mogelijkheid om woordvoerders van de PVV die hun beleidsterrein verwoorden centraal te zetten. Dat heeft een tweeledig effect: minder focus op Wilders door verbreding op andere PVV-politici en meer aandacht voor het beleid.

b) de oppositie moet de standpunten van BTW op eigen verdiensten beoordelen en niet op voorhand vanuit een voorgevormde mening afwijzen. Als een standpunt van BTW waardevol is en aansluit bij het programma van een politieke partij dan kan die betreffende partij het omarmen en politieke steun geven. Politieke isolatie van BTW werkt averechts omdat het gematigde kiezers die meegaan in de anti-establishment retoriek van BTW in hun richting jaagt. De Nederlandse situatie: Om de tweedeling tussen PVV en de middenpartijen (VVD, CDA, PvdA, D66) te bestrijden moet de PVV in de beeldvorming zoveel mogelijk gepresenteerd worden als een genormaliseerde politieke partij die in het politieke proces dingen voor elkaar krijgt. Succesjes relativeren de positie van de PVV als paria. De SP kan samenwerking zoeken met de PVV over beleid in de zorg, met de PvdD over dierenwelzijn, met de VVD over strenger immigratiebeleid (dat binnen de grondwet blijft), met D66 over bestuurlijke hervorming, met 50PLUS over pensioenen, met het CDA over drugsbeleid en de joods-christelijke wortels en met de PvdA over de aanpak van fraude in het openbaar bestuur of investeringen in infrastructuur.

c) de oppositie moet zich verjongen en door de-academisering verbreden door leden van jongere generaties van buiten de eigen partijstructuur in de eigen machtsstructuur op te nemen en belangrijke posities te geven. Dat slaat BTW het argument uit handen dat het als enige namens het volk spreekt, haar noden begrijpt en gevestigde partijen de belangen van het establishment vertegenwoordigen. Politieke partijen die BTW willen weerstaan moeten zich opstellen als een beweging en niet als een politieke partij die het eigen voortbestaan centraal zet. De Nederlandse situatie: De Nederlandse politieke partijen hebben in totaal minder dan 290.000 leden en nog slechts 2,2% van de kiesgerechtigden is lid van een politieke partij. Dus de partijpolitiek is hevig aan vernieuwing toe. Een autoritaire leider als Wilders in een partij zonder interne partijdemocratie als de PVV moet niet bestreden worden door andere langgedienden en partijtijgers als Rutte, Samsom, Asscher, Pechtold, Van der Staaij of Zijlstra, maar door jongeren als Jesse Klaver die Wilders juist uit doen komen als bedaagd en gevestigde orde en één van de langzittende parlementariërs die zelf het politieke establishment symboliseert.

Kijk van de BBC op kwestie Simons mist essentie van poldermodel

leave a comment »

bbc

De kijk van BBC-correspondente Anna Holligan op de kwestie Sylvana Simons zegt veel over de kijk van Anna Holligan. Ze geeft een redelijk overzicht, maar laat ook een en ander liggen. Hoewel ze vermeldt dat het om een kleine minderheid (‘a small but significant section of society’) gaat die protesteert tegen Simons en de verandering van Zwarte Piets uiterlijk, suggereert ze door de keuze van haar voorbeelden tegelijkertijd dat het om een tweedeling in de Nederlandse samenleving zou gaan. Pro- en anti-Zwarte Piet. Dat lijkt overdreven. De meerderheid van Nederlanders neemt een afwachtend standpunt in en houdt zich afzijdig van het debat.

Het is ook opmerkelijk dat Holligan de felle afkeuring door het kabinet en de meeste politieke partijen van het soort racisme dat Simons treft niet vermeldt. Opvallend is dat Holligan zoveel aandacht besteedt aan de opinie van mediasterren als Humberto Tan en Sylvana Simons. Zij geeft niet de essentie weer van het Nederlandse poldermodel dat gaat voor geleidelijkheid. Er lijkt bij een meerderheid van de Nederlanders consensus te bestaan over het feit dat het uiterlijk van Zwarte Piet moet veranderen. Op zo’n manier dat ook kinderen erin mee kunnen groeien. Alleen op welke manier en in welk tempo bestaat verschil van mening. Het is trouwens de vraag of de achtergrond van Zwarte Piet direct volgt uit slavernij. Omdat het door sommigen zo wordt opgevat is dat een voldoende reden om dat uiterlijk te veranderen. In de richting schoorsteenpiet.

Het zijn juist de hardliners aan beide kanten die het proces verstoren door op de rem of het gaspedaal te willen gaan staan. Activist Quinsy Gario schept verwarring door een redelijk overzichtelijke kwestie van geleidelijke verandering te verbinden met het begrip wit gedrag (‘White supremacy’) dat hij rechtstreeks uit het publieke debat van de VS importeert. Maar de 37-jarige man uit Kudelstaart die het gewraakte filmpje over Simons maakte en zichzelf bij de politie heeft aangegeven is eerder een sukkel, dan een ideologische scherpslijper als David Duke (KKK), Steve Bannon (Breitbart) of Richard Spencer (leider alt-right beweging).

Het leidt geen twijfel dat de bedreiging van Simons onaanvaardbaar is. Maar of het gedachtengoed dat hiertoe leidt het best besteden kan worden door de verschillen die samenhangen met ras en herkomst uit te vergroten en in een Amerikaans kader te zetten of juist klein te maken om ze geleidelijk op te ruimen is de hamvraag.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDutch race hate row engulfs presenter Sylvana Simons’ van Anna Holligan voor BBC News, 25 november 2016.

De blinde vlek van Rijxman en Sengers: praten over media zonder mediakritiek

with 2 comments

social-media-getbright1-1-1

Misschien is het wel zaak als de media zich wat minder op meningen richten. Nederlandse media grossieren in opinie. Feiten zijn schaars. Daarom kan de feitenvrije politiek floreren en zit er een kabinet dat flink heeft bezuinigd, maar glashard volhoudt dat het nergens in de samenleving pijn heeft gedaan. Bestuurders en volksvertegenwoordigers volharden in een papieren werkelijkheid; als het op papier goed geregeld is, dan zal het in de praktijk vast ook wel zo zijn. Er zijn verontruste burgers (PGB-alarm) en Bekende Nederlanders (ouderenzorg) nodig om dat beeld te corrigeren.’ Aldus Fred Sengers in een opinie-artikel in Villamedia.

Naast feiten en opinie in de establishment media is er ook de analyse. Aan die driedeling gaat Sengers wat al te makkelijk voorbij. Begrijpelijk, want dat past niet in zijn betoog omdat feiten, opinie en analyse in elkaar overlopen en er tussen deze categorieën geen waterdichte schotten bestaan. Met feiten bedoelt hij trouwens ook dat wat het resultaat is van onderzoekjournalistiek. Dan krijgen feiten een andere lading omdat de taak van de journalistiek niet zozeer het weergeven, maar het achterhalen ervan is. Maar zijn observatie om de columns, persoonlijke opinies en commentaartjes in de media te vervangen is zinvol. Het spaart een hoop ruimte en tijd voor iedereen. De analyse die zich baseert op de feiten kan dan opgewaardeerd worden.

Kern van Sengers’ betoog is dat het rechts-populisme niet moet worden overschat. De Boze Witte Man (BWM) is een constructie van zoekende media die menen de voeling met de polsslag van de samenleving kwijt te zijn. En vervolgens uit paniek wat roepen voordat ze aan een analyse toekomen. Daarom zijn ze na de winst van Trump in de overdrijving geschoten. Voorzitter Raad van Bestuur Publieke omroep Shula Rijxman laat in een ingezonden brief in De Volkskrant zien hoe dat werkt. Ze maakt het bont. De titel boven haar brief ‘Publieke omroep gaat leren van Trump’ tekent Rijxmans paniek. Wat zouden in hemelsnaam Nederlandse media kunnen leren van Trump? Toch niet het feitenvrije betoog en het uit de context halen van de feiten door de rechts-extremistische site Breitbart waarmee Trump verbonden is? Rijxmans pleidooi komt neer op een opwaardering van de opinie (‘de stem van alle groepen’) en de emotie (‘de gevoelens in onze samenleving’) in de publieke omroep. Hier keert Sengers zich terecht tegen. Rijxman bewandelt een doodlopende weg.

Juist nu moeten media uitgaan van feiten. Juist nu moeten media verder gaan dan de politiek op te hangen aan personen en een schematisch dualisme dat te simpel is om de realiteit te vangen. Het begin van een analyse over de opkomst van president-elect Trump begint bij president Obama en de Democratische partij die de macht van Wall Street niet hebben aangepakt en zich vervreemd hebben van grote delen van hun achterban. Het is niet zozeer dat de Amerikaanse media het ongenoegen daarover van de Boze Witte Man niet hebben gesignaleerd, ze hebben eerder de stap daarvoor gemist. Namelijk de feiten en analyse over het angsthazerige en slappe beleid van Obama die is ingekapseld door de macht van het grote geld en zijn kiezers uit 2008 en 2012 in de steek liet. Hillary Clinton verloor de verkiezingen omdat ze de failliete boedel van de Democratische partij kaapte zonder daar iets aan te willen veranderen. Met als gevolg dat kiezers uit de achterban van de partij haar niet steunden in cruciale staten als Pennsylvania, Ohio of Wisconsin.

Zo bekeken is de les voor Nederlandse media waar Rijxman en Sengers op zoek naar zijn makkelijk te vinden. Namelijk het met feiten openbaren hoe de macht werkt met als doel om de macht van het establishment (‘de elite’) terug te dringen en die van de gewone burger te vergroten. Als media dan toch een maatschappelijke en politieke functie zeggen te willen hebben is het blootleggen van de oorzaak van het ongenoegen zinvoller dan het blootleggen van de gevolgen van het ongenoegen. Daarom schiet de analyse van Rijxman tekort als ze zegt aandacht te willen besteden aan de opinie en emotie van de sociaal achtergestelden, de BWM.

Maar dat levert twee problemen op. Onderzoeksjournalistiek is duur en arbeidsintensief en grotendeels wegbezuinigd. Het tweede probleem is principiëler van aard, namelijk de macht van mediabedrijven zelf. Ze opereren niet in een maatschappelijk vacuüm, maar nemen een economische en politieke positie in. Vooral de top van een mediabedrijf heeft er niet altijd belang bij dat alle feiten ongefilterd gepubliceerd worden. Daar helpt geen redactiestatuut aan. Het mechanisme om dat te blokkeren werkt subtiel en indirect. Onder meer door overplaatsing van journalisten of het korten van onderzoeksbudgetten. Daarnaast zijn de politiek en journalistiek onaanvaardbaar met elkaar verknoopt. Rijxman en Sengers voeren een debat over de media dat de macht van de media buiten beschouwing laat en daarom precies dat bevestigt dat ze willen corrigeren.

Foto: Sociale media.

Oekraïeners zijn geschokt door de corruptie van hun politici

with 7 comments

Oekraïne heeft zich door de Euromaidan opstand van 2013-2014 dan wel deels aan de invloed van de Russische Federatie weten te onttrekken, maar vervolgens blijft het hangen in corruptie. Half gesovjetiseerd, half gedesovjetiseerd. Dankzij opofferingen van vooral jongeren is Oekraïne geen verplicht lid hoeven worden van de door het Kremlin geleide Euroaziatische Unie. Die trouwens ook blijft hangen in daadkracht. Zo tekent zich in Oekraïne en de Russische Federatie een beeld af van halfslachtigheid. Putin voert een race tegen de klok. De Russische reserves zijn naar verwachting midden 2017 op. Exit dure avonturen. Maar de EU heeft genoeg van het uitblijven van hervormingen in Oekraïne en van een kortzichtige politieke klasse die de urgentie van de eigen situatie niet inziet. Nu nog heeft het steun in het Westen, maar hoe lang nog? Al sinds eind 2013 hangt de vraag in de lucht wie het eerst moet inbinden, Oekraïne of de Russische Federatie? Op zich is het een overwinning voor het kleinere Oekraïne dat de vraag nog steeds niet definitief beantwoord is.

President Petro Porosjenko die in de Panama Papers wordt genoemd is een deel van het probleem. En niet van de oplossing. In 2014 wist hij het land voor de poorten van de hel weg te slepen. En te verenigen tegen de Russische agressor. Zo kon Oekraïne gered worden voor een grootschalige Russische invasie die tot veel doden en schade zou hebben geleid. Vervolgens wist hij met zijn ruime mandaat niets te doen. Daarin is hij vergelijkbaar met president Obama die een meester was in het spreken van mooie woorden, maar uit lafheid of berekening de macht van bedrijven niet kon of niet wilde aanpakken. De Oekraïense politieke klasse is corrupt tot op het bot. Het laat kansen voorbijgaan om het eigen land te hervormen. Dat is destructief.

Oekraïne valt heel wat te verwijten. De politieke leiding van het land laat zich omkopen en handelt niet in het landsbelang. Zelfs de missie van de EU in Oekraïne is op een laag pitje gezet omdat de corruptie het werken zo goed als onmogelijk maakte. Het gaat bij deze corruptie niet om een keuze tussen de Russische Federatie en Oekraïne. Maar om de keuze tussen hervormingsgezind en corrupt Oekraïne. Deze twee meest corrupte landen van Europa worden trouwens miserabel geleid en geven de burgers van hun landen niet waar ze recht op hebben. Ze presteren beneden hun kunnen. Beide landen hebben in de top maffia-achtige structuren. Met als gevolg dat geld onttrokken wordt aan het staatsbudget en in de zakken van individuen verdwijnt.

Volgens het Nationaal Referendum Onderzoek 2016 naar het Nederlandse Oekraïne-referendum was voor 34.1% van de nee-stemmers ‘De corruptie in Oekraïne’ de belangrijkste reden om tegen te stemmen. Oekraïne zou te corrupt zijn om deel te nemen aan de associatieovereenkomst met de EU. Geen onzinnig argument. Maar het is wel een argument dat makkelijk omgekeerd kan worden. Want als de EU de hervormingsgezinden zou steunen, dan zou de corruptie teruggedrongen kunnen worden. Het is immers halszaak voor de EU om de buitengrenzen te stabiliseren. Europeanen snakken naar rust, overzichtelijkheid, eenheid en daadkracht van hun leiders. De Oekraïense politieke klasse is crimineel bezig en leeft op de eigen planeet. Mogelijk werkt het om corruptie terug te dringen door het openbaren ervan. Wie weet, Oekraïne heeft een laatste kans. Ogenblik.

Voorstel voor optie ‘Geen van de bovengenoemden’ op stembiljet. Onderzoek gevraagd

with 4 comments

De progressieve, niet herkozen afgevaardigde Alan Grayson (D-Fla.) introduceerde afgelopen week in het Huis van Afgevaardigden zijn ‘None of the Above’ act. In een bericht licht de Orlando Sentinel het toe. Kiezers die vinden dat geen enkele kandidaten door de beugel kan kunnen de optie ‘None of the Above’ aankruisen. Bij de afgelopen presidentsverkiezingen bestond er veel ontevredenheid over de kandidaten van de twee grootste partijen Donald Trump en Hillary Clinton met hun historisch lage populariteitscijfers. Hoe het precies in z’n werk gaat is nog onduidelijk, en wacht op uitwerking. Maar het idee is dat andere kandidaten die nu worden verdrongen een kans krijgen die ze anders nooit kregen. Dat kan het politieke bestel helpen openbreken.

Voor Nederland lijkt de ‘None of the Above’ act niet toepasbaar. Ze kennen een uitgebreide keuze aan partijen en kandidaten. De meeste kiezers weten altijd wel een acceptabele keuze te maken. De optie zou echter wel om een andere reden ingevoerd kunnen worden op het stembiljet. Namelijk als vervanging van de ‘Blanco’ optie waarvan de status dubbelzinnig is. De optie ‘Geen van de bovengenoemden’ geeft wel aan wat het is.

Toch verdient het serieuze overweging om elk stembiljet bij Nederlandse verkiezingen te voorzien van de optie ‘Geen van de bovengenoemden’. Afgesproken kan worden dat een bepaald percentage voor deze optie tot een herverkiezing met deels andere kandidaten leidt. Verkiezingen worden er nog op een andere manier zuiverder door omdat proteststemmen niet of in mindere mate over partijen worden verspreid. Het effect is dat de optie ‘Geen van de bovengenoemden’ kiezers twee keuzes geeft. Uit positivisme kiezen voor een partij of kandidaat naar eigen keuze. Of uit negativisme kiezen voor de optie ‘Geen van de bovengenoemden’. Het is aan de politieke wetenschap om dit idee verder uit te werken en met een oriënterend verslag te komen. In het vervolg kunnen politieke partijen het dan oppakken en desgewenst in een wetsvoorstel verwerken.

Trump kon verkiezingen winnen omdat Clinton ze verloren heeft

with 7 comments

hillaryclinton_c0-184-4032-2534_s885x516

De meeste analyses over de winst van Donald Trump slaan de plank mis. Trumps winst wordt voorgesteld als een waterscheiding en intrede in een nieuw tijdperk. Waarin het populisme oprukt. Dat is deels zo, maar feiten wijzen ook op iets anders. Cijfers laten zien dat de Republikeinse kandidaat Mitt Romney in 2012 meer stemmen (60.933.504) behaalde dan Donald Trump in 2016 (60.116.240). Dat laatste aantal kan nog licht stijgen. Romney kreeg in 2012 47,2% en Trump in 2016 47,3% van het totaal aantal stemmen.

Dat is tamelijk constant. Gelijkmatiger dan de analyses doen vermoeden. Komende kiezersonderzoeken zullen er waarschijnlijk op duiden dat Trumps achterban is geradicaliseerd. Doordat gematigde Republikeinen thuisbleven of op Clinton stemden en de thuisblijvers en sociaal achtergestelden op Trump stemden. Maar door dat stuivertje wisselen werd het totaal aantal stemmen op de Republikeinse kandidaat er niet groter op.

Het verschil ziet hem in het aantal stemmen voor de Democraten. Vergeleken met de steun voor president Obama in 2012 nam dat in 2016 af met bijna 5,5 miljoen. Dat waren thuisblijvers die zich er niet toe konden zetten om op Clinton te stemmen. Onder wie veel jonge en progressieve kiezers die Clinton afstootte omdat ze een neoliberale koers voer en geen handreiking deed naar de linkervleugel van de partij. Waarschijnlijk ook niet mocht doen van haar sponsors. De teleurstelling in Obama kan trouwens ook een rol hebben gespeeld.

Hoe dan ook hebben de Democratische partij (DNC) en kandidaat Hillary Clinton een wanprestatie geleverd. Vooral door haar nominatie, maar ook door een campagne die de sterkte van Trump onvoldoende erkende. Dat kwam doordat Clinton al kort na 2012 de macht in de partij overnam -dus kaapte- en opponenten werden ontmoedigd. Of geen eerlijke strijd kregen door manipulatie van de partijleiding die tot een verlengstuk van Clintons campagne was geworden. Zoals uit de door WikiLeaks gelekte Podesta Emails blijkt.

De gematigde anti-establishment kandidaat Bernie Sanders werd daarvan het memorabele slachtoffer. Uit alle peilingen bleek dat hij een betere kans maakte om van Trump te winnen dan Clinton. Vooral omdat hij de witte, laagopgeleide kiezer in de oude industriegebieden beter aansprak dan Clinton. Deze groep kiezers bleek beslissend voor winst in het Electoral College. Mede omdat de marges in de swing states klein waren. Als per staat 1% niet had gekozen voor Trump maar voor Clinton, dan had dat tot winst van laatstgenoemde geleid, zoals Nate Silver voor FiveThirtyEight beredeneert. Trump won in gebieden van Clinton waar Sanders ook van haar had gewonnen. Sanders had ook de gematigde Democratische kiezers kunnen vasthouden.

Trump heeft de verkiezingen niet gewonnen, maar Clinton heeft ze verloren. Zij is er door kortzichtigheid en zelfoverschatting verantwoordelijk voor dat de VS en de wereld straks opgescheept zitten met een clowneske, ongekwalificeerde en onberekenbare president. Populisme en een sfeer van anti-establishment waren een factor in de verkiezingen, maar moeten niet overschat worden. Trump en Clinton verloren een deel van de traditionele achterban van hun partij. Deze twee historisch impopulaire kandidaten maakten de verkiezingen atypisch. De les is dat een radicale anti-establishment kandidaat als Trump beter bestreden kan worden met een gematigde anti-establishment kandidaat als Sanders, dan met een establishment kandidaat als Clinton.

De les voor partijen in andere landen die verkiezingen wachten is duidelijk. Mits de leiders mentaal de omslag kunnen maken en niet als konijnen gevangen zitten in de lampen van hun eigen partijpolitieke en persoonlijke belangen. Paradox van partijpolitiek is dat het continuïteit biedt die nodig is om de democratie te schragen, maar door partijbelangen onvoldoende flexibel is om op bedreigingen van buitenaf slagvaardig te reageren.

Foto: Hillary Clinton, 2015.