George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Partijpolitiek

Waarheen leidt samenwerking van het Wereldmuseum met het NMvW?

leave a comment »

Sinds kort klonk ineens overal kritiek op het Stedelijk Museum. Directe aanleiding waren publicaties in de NRC over de belangenverstrengeling van directeur Beatrix Ruf en haar korte lijnen naar de kunsthandel, de onzorgvuldige en onvolledige verantwoording van haar nevenactiviteiten in het jaarverslag, de overtreding van de ethische code en het onvoldoende toezicht op haar functioneren. Alsof ze een vrijgeleide had gekregen van de Raad van Toezicht om haar eigen handeltje binnen de muren van het Stedelijk Museum op te zetten. Met gebruikmaking van het prestige van het museum om de waarde van kunstwerken op te krikken. Het had de titel van een stripverhaal van Marten Toonder kunnen zijn: ‘Beatrix Ruf en de museale waardevermeerderaar‘.

Het schieten op directeur Ruf als aangeschoten wild wordt gemakzuchtig. Dat het vinden van een -aan de oppervlakte liggende- waarheid zolang moest duren getuigt van gebrek aan alertheid van kunstkritiek, politiek en Museumvereniging. Waar was de vinger aan de pols van de museumsector? Zo werkt publiciteit. Roependen in de woestijn die een onrechtmatigheid aankaarten krijgen jarenlang geen gehoor en worden buiten de orde gesteld. Met het etiket querulant, kommaneuker of zeurpiet zogezegd op hun voorhoofd geplakt. Als dan de dam van ongenoegen doorbreekt, dan gaat ineens de publieke opinie door de bocht en doet iedereen alsof men al altijd kritisch was. Men buitelt over elkaar heen in verontwaardiging om de felste afwijzing te geven. Daarom is het interessanter om niet naar de lopende zaak Ruf te kijken, maar naar een zaak die nog ontdekt moet worden. En in de publieke opinie nog niet de aandacht krijgt die het verdient.

Het gaat ook om een museumorganisatie die er aanspraak op maakt en zelfs prat op gaat om maatschappelijk te zijn en zich te bekommeren om het lot van wereldburgers en te gaan voor een rechtvaardige wereld. Omdat het dat beredeneert vanuit een eigen gesloten wereldbeeld dat niet of nauwelijks gevoed wordt door de ‘gewone’ lokale bevolking -die over het hoofd wordt gezien- is het de vraag wat de samenleving eraan heeft.

Die andere zaak is het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW). Het wordt gepresenteerd als een fusie van het Afrika Museum uit Berg en Dal, Museum Volkenkunde uit Leiden en Tropenmuseum uit Amsterdam. Het is uit nood geboren door bezuinigingen op de volkenkundige musea, maar een fusie van gelijke partners met eenheid in verscheidenheid is het nog niet geworden. De fusie valt achteraf op te vatten als een vijandige overname door het Leidse Museum Volkenkunde waarvan de directie zich opstelt als een Rupsje Nooitgenoeg.

In mei 2017 kwam het Wereldmuseum uit Rotterdam erbij als ‘samenwerkingspartner’, zoals een bericht  verduidelijkt. Dat gebeurde na een voorgeschiedenis waarbij de toenmalige directeur het Wereldmuseum aan de rand van de afgrond bracht. Net als bij het Stedelijk nu waren er opeenvolgende acties voor nodig voordat de publieke opinie omging. De ongerijmdheden zijn groot. In een commentaar van mei 2017 schreef ik: ‘Het NMvW staat bekend als hiërarchisch en behoudend en vaart een populistische koers. Dat past niet bij het meer avontuurlijke profiel van het Wereldmuseum zoals zich dat na de redding aftekende. Het Wereldmuseum is kwetsbaar omdat het door de vorige directeur Stanley Bremer is uitgekleed en verzwakt. (…) Het valt dus af te wachten of het Wereldmuseum een min of meer een autonome positie binnen een samenwerkingsverband krijgt om een eigen(zinnige) koers te varen of dat het meegesleept wordt in het populisme van het NMvW.

Voorbeeld van het populisme van het NMvW is het project Museum Van. Bekende Nederlanders worden zogenaamd curator van hun eigen museum. Ze maken onder begeleiding een selectie uit het depot. Het NMvW gaat met BN’ers als Yvette van Boven, Kenny B of Floortje Dessing in zee. Filemon Wesselink opent gedurende drie weken een minimuseum op station Zwolle, aldus een bericht in De Telegraaf. Presentatie van objecten uit het depot buiten de museummuren oogt als publiciteitsstunt. Met als voornaamste doel om door marketing de naamsbekendheid van de eigen organisatie te vergroten. Er wordt geen relatie met de samenleving gelegd.

Een persbericht van het Wereldmuseum suggereert richting die aansluit bij de lijn van het NMvW: ‘Vanaf 2018 wordt de inhoudelijke koers van het nieuwe Wereldmuseum verlegd naar een meer maatschappelijke programmering die past bij de missie van het nieuwe museum: inspireren tot wereldburgerschap.’ Maar wat ‘maatschappelijke programmering’ en ‘inspireren tot wereldburgerschap’ in de praktijk betekenen valt af te wachten. Het risico bestaat dat het politieke kletspraatjes blijken waar een museum in de praktijk niets aan heeft. Het gevaar bestaat zelfs dat ze in hun vaagheid dienen om het management van het NMvW een verdere greep naar de macht te laten doen. Door de in november 2016 aangenomen motieBehoud Rotterdamse signatuur Wereldmuseum’ van de Partij voor de Dieren heeft de raad zich gecommitteerd aan ‘een Rotterdams karakter’ en ‘Het Rotterdamse profiel van het Wereldmuseum als onderdeel van de samenwerkende musea’.

Aan het tentoonstellingsbeleid van het Wereldmuseum is het populisme van het NMvW nog niet af te lezen. Schrikbeeld is beleid dat kunstobjecten niet alleen ondergeschikt maakt aan het ‘maatschappelijke’ verhaal over kolonialisme of wereldburgerschap, maar kunst niet in de eigen waarde laat en invoegt als illustratie voor dat ‘maatschappelijke‘ verhaal. De tot en met 7 januari 2018 lopende tentoonstelling ‘POWERMASK’ van de Antwerpse modeontwerper en gastconservator Walter Van Beirendonck en conservator Alexandra van Dongen is het voorbeeld van een vitale, verrassende, inhoudelijk sterke tentoonstelling voor elk wat wils met de verbeelding aan de macht. Een voorbeeldige publiekstentoonstelling waarin kunstobjecten spreken zonder dat het een saaie en voorspelbare kunsthistorische uiteenzetting wordt. Of ze dienen als plaatje bij een praatje.

Op een tekstbord is een citaat van de Haïtiaans-Amerikaanse kunstenaar Jean-Michel Basquiat te lezen dat zegt: ‘Ik ben geen zwarte kunstenaar, ik ben een kunstenaar.’ Van hem is een schilderij uit de collectie Hans Sonnenberg te zien dat aan Museum Boijmans geschonken is. Dit citaat is een sleutelzin en valt ook te lezen als commentaar op het NMvW. Want er bestaat geen zwarte of niet-witte kunst, maar alleen kunst. In dit geval: goede kunst. De kwaliteit van de bruiklenen die Walter Van Beirendonck overal vandaan heeft weten te halen is indrukwekkend. De tentoonstellingsmakers lijken zich vrij te voelen en niet te bekommeren om het standpunt dat een tentoonstelling pas wordt gelegitimeerd door de persoonlijke achtergrond van de maker.

Bij ‘POWERMASK’ gaat het om de intentie van de makers die de tentoonstelling, noch de kunstobjecten in de mal van een ‘maatschappelijk‘ verhaal laten dwingen. Door het elan ontstijgt ‘POWERMASK’ eraan en krijgt een surplus. Terwijl dat ‘maatschappelijke‘ verhaal gewoon ondersteund wordt. Maar het gebeurt indirect en via dwarsverbanden. Gewild of ongewild is ‘POWERMASK’ op te vatten als subtiel antwoord op dit interne debat.

Het gaat niet om de beschuldiging van inlijving of populisme. Als het NMvW zweert bij de etnokitsch van Jimmy Nelson of verhalen over kolonialisme of slavernij, dan moet het dat tonen. Het gaat om de identiteit van het Wereldmuseum. Een persbericht van het NMvW uit 2016: ‘De constructie van deze krachtenbundeling is uniek te noemen. Het Wereldmuseum blijft een zelfstandig Rotterdams museum, maar gaat zeer nauw samenwerken met het NMVW, (..). Door deze samenwerking kan het Wereldmuseum, met behoud van eigen identiteit, gebruik maken van de expertise en het netwerk van het Nationaal Museum van Wereldculturen.’

Essentieel is dat de door het NMvW aan het Wereldmuseum gegeven afspraak nageleefd wordt. Daarnaast is er de verantwoordelijkheid van het Rotterdamse gemeentebestuur om daar bij het NMvW op aan te dringen en dat via de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur te monitoren. Dat volgt uit de motie die zich sterk maakt voor het behoud van de Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum. Omdat die eigenheid en identiteit zich vooral laten kennen uit het tentoonstellingsbeleid zal dat blijken uit de volgende grote tentoonstelling na ‘POWERMASK’. En overigens ook uit de vaste opstelling. Daarbij staan de vragen centraal wat de planning en inhoud van het komende tentoonstellingsprogramma zijn en hoe dat vervolgens spoort met de Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum en het inhoudelijke masterplan van het NMvW voor het Wereldmuseum. Het valt daarnaast makkelijk in te zien dat de beoogde rol van het Wereldmuseum in een wereldstad als Rotterdam een heel andere is die onvergelijkbaar is met die van de musea in Berg en Dal of Leiden.

Overigens wordt het Wereldmuseum vanaf 2018 verbouwd om het gebouw bij de tijd te brengen. Hoe komt daarna het nieuwe gezicht van het museum naar buiten? Hoe blijft het Wereldmuseum tijdens de verbouwing zichtbaar? Directeur Stijn Schoonderwoerd van het NMvW meent dat pas in 2020 het bezoekersaantal weer op het oude peil is. Hoe dan ook hebben alle betrokkenen zich verplicht aan de Rotterdamse signatuur.

Daarbij komt nog wat anders. De Nederlandse museumsector en -bezoeker en ook de NMvW hebben er weinig belang bij om alle musea onder het samenwerkingsverband gelijk te schakelen en dezelfde identiteit te geven. Op voet van gelijkheid en met het oog op inbedding in de lokale situatie kan met elkaar beredeneerd worden om het Wereldmuseum een identiteit te geven die een meerwaarde voor allen oplevert. Te denken valt aan de voortzetting van de lijn van ‘POWERMASK’. Waarbij etnografische en autonome (kunst)objecten verrassende dwarsverbanden aangaan en tot vragen oproepen die afwijken van wat de directie van het NMvW in de andere musea beoogt. De naam Wereldmuseum geeft ook aan dat dit museum over nationale grenzen kijkt en voor de productie van tentoonstellingen samenwerkingsverbanden aan kan gaan met buitenlandse partners.

Foto’s: Eigen foto’s van de tentoonstelling ‘Powermask’ in het Wereldmuseum te Rotterdam, oktober 2017.

Advertenties

Debat over Nederlands nationale veiligheid wordt slecht gevoerd

with one comment

Wat is er aan de hand met het debat over de krijgsmacht? Het lijkt nog erger uit het lood te staan dan die krijgsmacht zelf. Aan Defensie zitten meerdere kanten en in de publieke opinie wordt er doorgaans maar één belicht, namelijk de hoogte van het budget. Hoe doelmatig dat besteed wordt, hoeveel waar voor het geld wordt verkregen en welke belangen bij de aanschaf van wapensystemen spelen, hoeveel er aan de strijkstok van het bedrijfsleven en lobbyisten blijft hangen, hoe urgent de keuzes zijn en wat de relatie tussen budget en kwaliteit is blijft onderbelicht. In het regeerakkoord (p. 49) wordt de krijgsmacht als een verlengde van de industrie beschouwd. Op zijn best worden het nationaal veiligheids- en het economisch belang gelijkgesteld.

Zo resteert het beeld dat de nationale of territoriale veiligheid van Nederland niet de hoofdzaak is en op zichzelf staat, maar ondergeschikt is aan andere doelstellingen. Zoals het belang van de industrie of de relatie met bondgenoten, zoals de VS. Anders gezegd, de investeringen in Defensie dienen het militair-industrieel complex waarvoor de uitgaande president Eisenhower in zijn befaamde afscheidstoespraak van 17 januari 1961 waarschuwde: ‘In de overheidsdiensten moeten we waken tegen het gezocht of ongezocht verwerven van ongerechtvaardigde invloed door het militair-industriële complex.’ Dat complex strekt zich uit van wapenfabrikanten, krijgsmacht en inlichtingendiensten tot gevestigde media, wetenschap en partijpolitiek.

De aanschaf van 37 F-35 straaljagers van het grootste Amerikaanse defensieconcern ter wereld Lockheed Martin door Nederland voor naar schatting zo’n 5,2 miljard euro is een voorbeeld van de werking van het militair-industrieel complex. Lobbyisten onder wie veel voormalige CDA- en VVD-politici, de luchtmacht en de Nederlandse luchtvaartindustrie die zich richt op het binnenhalen van compensatieorders bepaalden de keuze. Maar zelfs dat economische argument dat niet volledig spoort met de nationale veiligheid is onjuist. De F-35 levert vooral banen op voor lobbyisten en ondernemers en niet voor Nederland. Evenmin dringt tot het Nederlandse publiek debat door dat militaire uitgaven de slechtste manier zijn om banen te scheppen, zoals uit een Amerikaanse studie blijkt. Niet het parlement, maar externe partijen beslisten over aanschaf. Daarbij komt dat al vanaf het begin vraagtekens werden gezet bij de prestaties in het luchtgevecht en de kosten van de F-35. In de testfase is de software kwetsbaar gebleken, waarschijnlijk ook nog eens gehackt door China.

Door gebrek aan munitie oefenen Nederlandse militairen door ‘poef poef poef’ te roepen. Zo is de persiflage én stand van zaken van de Nederlandse krijgsmacht. In een ideale wereld zou het de ultieme oplossing voor de beteugeling van agressiviteit zijn. Militairen die cowboytje spelen zoals kinderen het doen. Maar Nederland bevindt zich niet in een ideale wereld en moet zich serieus verdedigen tegen de agressie van andere actoren.

Nu heeft Nederland dat vermogen verloren. Het beeld van een onverdedigd Nederland alleen al tast de soevereiniteit aan en maakt een land kwetsbaar voor buitenlandse druk. Maar de verhoging van het budget met 1,5 miljard euro zegt niet alles. Als het wordt doorgesluisd naar buitenlandse wapenfabrikanten die te veel voor hun producten vragen, dan verhoogt dat de weerbaarheid van Nederland niet. Het debat over de nationale veiligheid van Nederland moet gaan over de kwaliteit van de krijgsmacht, inclusief de toetsing ervan, en de mate waarin Nederland door de eigen krijgsmacht en directe partners territoriaal, in cyberspace of op afstand verdedigd wordt. Het debat over de nationale veiligheid reduceren tot een budgettaire boekhoudsom is een valkuil die allen dient die andere belangen hebben en zich hierachter kunnen blijven verschuilen.

Foto: Algehele Veiligheidszorg Nederland.

Jammer dat de petitie ‘Geen BTW verhoging’ nodig is

with 2 comments

Het kabinet zegt in het regeerakkoord onder het kopje ‘2.5 Hervorming belastingstelsel’: ‘De ruimte om de belastingen op inkomen nog verder te verlagen wordt gevonden door een verhoging van het lage BTW tarief van 6% naar 9%’. Dat gaat uit van het uitgangspunt dat iedereen belasting op inkomen betaalt. Dat is niet het geval. De verhoging is ingeboekt voor 2,613 miljard euro en roept onbegrip op. De drie linkse partijen SP, GL en PvdA hebben samen met maatschappelijke organisaties de krachten gebundeld en een petitie opgesteld.

De goederen waarvoor het lage 6% tarief geldt zijn volgens opgave van de belastingdienst de volgende categorieën: ‘voedingsmiddelen, water, agrarische goederen, geneesmiddelen en hulpmiddelen, kunst, verzamelvoorwerpen en antiek, boeken en periodieken, gas en minerale olie voor de tuinbouw’.

Afgelopen weekend was ik op een kunstbeurs (Art The Hague) en daar was de toen net bekend gemaakte verhoging het gesprek van de dag onder galeristen. Ze werken al in een lastige sector waarin de meerderheid nauwelijks het hoofd boven water kan houden en daar komt dan een BTW-verhoging met 3% bovenop. Hetzelfde geldt voor de boeken-en tijdschriftensector die het ook slecht gaat. Dat de verhoging van de BTW met 3% ook geldt voor eerste levensbehoeften als water, groente en fruit is helemaal niet uit te leggen.

Het verzwakken van de kwetsbare boeken- en galeriesector en het verhogen van de BTW met 3% van eerste levensbehoeften als water, groente en fruit zijn voldoende redenen om deze petitie te tekenen. De verwijzing naar de verlaging van de belasting van multinationals is niet de essentie, hoewel het tamelijk onbegrijpelijk is dat het gebeurt. Het tekent de macht van de werkgeverslobby op het kabinet Rutte III. In een regeerakkoord is altijd wel een onderwerp te vinden dat gebrek aan compassie met de zwakkeren en armen belichaamt, maar dat D66 en CU de negatieve beeldvorming hierover menen te kunnen trotseren is opvallend. En opmerkelijk.

Foto: Schermafbeelding van petitieGEEN BTW VERHOGING’.

Term ‘genderneutraal’ is lelijk, onzinnig, vlak en ontwijkend. Het overbrugt verschil tussen symboliek en uitblijvende maatregelen

leave a comment »

Het kabinet Rutte III staat in de steigers en laat beleidsvoornemens naar de media lekken. Een daarvan is dat ‘dat alle overheden zoveel mogelijk genderneutraal te werk gaan’, aldus bovenstaand bericht van de NOS.

De term ‘genderneutraal’ is niet alleen slecht en lelijk Nederlands, maar ook ontbreekt de urgentie om de term te gebruiken. Vooropgezet, ik ben voor volledige gelijkheid van man en vrouw en alle andere categorieën die bestaan. Aan die gelijkheid schort veel. Als vooruitstrevend West-Europees land dat Nederland is hebben niet-mannen een opvallende en onnodige achterstand op de arbeidsmarkt opgelopen. De overheid als werkgever kan een voorbeeld geven door alle categorieën voortaan exact gelijk te belonen en dezelfde kansen te bieden. En die kansen voor allen te garanderen en op de plekken waar maatschappelijke ongelijkheid bestaat corrigerend op te treden door het gelijk te trekken. Boter bij de vis zogezegd, en geen lege symboliek.

De term ‘genderneutraal’ is onzinnig, vlak en ontwijkend. Mensen zijn niet ‘genderneutraal’, maar verschillen onderling. In dat verschil zijn ze niet meer of minder dan de ander. ‘Genderneutraal’ suggereert echter het omgekeerde, namelijk dat mensen onderling niet verschillen en in beginsel hetzelfde zijn. De term wordt als een wondermiddel over de maatschappelijke ongelijkheid gelegd. De vrees bestaat dat het kabinet Rutte III het bij die symboliek laat en geen beleidsmaatregelen neemt om gelijk loon of gelijke rechten voor mannen, vrouwen en andere categorieën verplicht te stellen of af te dwingen. Zo kan het gebruik ervan progressieven met symboliek, en christenen en conservatieven met het uitblijven van harde maatregelen tevreden stellen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘Nieuwe coalitie: geslachtsregistratie zoveel mogelijk beperken’ van NOS, 8 oktober 2017.

Frauke Petry neemt geen zitting in AfD-fractie in Bundestag. Afscheiding of partijsplitsing?

with one comment

Het wordt gepresenteerd als onverwachts. Als donderslag (‘Paukenschlag’) bij heldere hemel. Voorzitter Frauke Petry neemt geen zitting in de AfD-fractie in de Bundestag. De partij behaalde gisteren in de landelijke verkiezingen 12,6% van de stemmen en kan rekenen op 94 zetels. Waaronder drie directe mandaten in het complexe Duitse verkiezingssysteem. Petry kreeg in Saksen één van die directe mandaten. Nu het stof optrekt wordt het vertrek van Petry als minder onverwacht gezien. Het zat er al langer aan te komen. Haar stap is het gevolg van een politieke richtingenstrijd. In een verklaring legt Petry uit wat haar ertoe gebracht heeft.

Deutschlanddfunk geeft in een interview met de Saksische politicoloog Hans Vorländer van TU Dresden duiding aan de gebeurtenissen. Voor de vorming van een fractie in de Bundestag zijn 30 zetels nodig. Als Petry 29 AfD’ers in de fractie weet over te halen om over te lopen dan is de partijsplitsing definitief. Anders blijft het bij een afscheiding. Bij splitsing voert Petry dan de gematigd conservatief-liberale vleugel aan. De partij van Alexander Gauland en Alice Weidel noemt Vorländer nationalistisch-conservatief en extreem-rechts. Wat hij onder ‘extreem-rechts’ verstaat is onduidelijk. Als dat het gebruik van geweld en intimidatie op straat betekent, dan lijkt niet dat de AfD op dit moment die geweldspiraal al zover opgeschroefd heeft. Opvallend is de koers naar het centrum van Petry die zich vroeger radicaal opstelde. Maar haar pogingen om de AfD voor een groter publiek salonfähig te maken zijn mislukt. Haar uittreden uit de partij wordt geëist, en verwacht.

Geert Wilders bracht Petry per tweet een opvallende felicitatie, zoals een bericht van Mercur verduidelijkt: ‘Gratuliere @FraukePetry und @AfD !! ’. Wilders kent Petry van de Europese samenwerking tussen de fracties die in het Europarlement de fractieEuropa van Naties en Vrijheid’ (ENF) vormen. Onder wie het Front National en de PVV. Petry’s partner, Marcus Pretzell maakt namens de AfD deel van de ENF uit. Of Wilders loopt achter de feiten aan, of hij speculeert op een partijsplitsing waarbij de nieuwe partij van Petry en Pretzell op Europees niveau de logische partner voor de ENF blijft. Dat is logisch omdat Marine Le Pen en Wilders de afgelopen jaren moeite hebben gedaan om afstand te nemen van het schaamteloze radicalisme dat Gauland en Weidel vertegenwoordigen. Aanleunen tegen neo-nazi’s is in Europa niet populair.

Mijn reactie op de FB-pagina van Petry: ‘Der Französischer Literaturnobelpreisträger François Mauriac sagte: ‘Ich liebe Deutschland. Ich liebe es so sehr, dass ich zufrieden bin, weil es gleich zwei Deutschland gibt’. Nun kann man sagen: ‘Ich liebe die AfD. Ich liebe es so sehr, dass ich zufrieden bin, weil es gleich zwei AfD gibt’. Interne verdeeldheid verzwakt de AfD. Straks zijn er mogelijk wel twee van. Het kan verkeren in Duitsland. 

VVD is karikatuur van zichzelf. Macht maakt vadsig. Hoe kan het belang van de partijpolitiek worden teruggebracht?

with one comment

De VVD die de term ‘vrijheid’ in de naam heeft, lijkt bij nader inzien niet zo vrij te zijn. In elk geval volgens het voormalige VVD-kamerlid Ybeltje Berckmoes-Duindam die morgen haar boekVoorlichting loopt met u mee tot het ravijn’ presenteert. De toelichting liegt er niet om: ‘Bij de liberalen – zo leerde Ybeltje – draait alles om beeldvorming. De invloed van de afdeling Voorlichting in de fractie is uitgesproken dominant. Zelfs politieke standpunten worden door Voorlichting ingestoken.’ En: ‘De gemiddelde Nederlander typeert de VVD als een partij van ordinaire graaiers, zo bleek uit eigen VVD-onderzoek. Deze uitslag werd angstvallig binnenskamers gehouden.’ Ybeltje Berckmoes-Duindam heeft haar lidmaatschap van de VVD opgezegd.

De VVD is niet de oorzaak van het probleem, maar er een gevolg van. Hoewel de partij wel de minister-president levert. Politieke partijen klampen zich vast aan de macht en azen op functies in het open bestuur die ze als hun bezit beschouwen. Terugkerende schandalen met VVD’ers op functies in het openbaar bestuur geven aan dat de mentaliteit van veel VVD’ers niet deugt. Het landsbelang en het belang van de burger wordt ondergeschikt gemaakt aan het partijbelang. Beeldvorming en kadaverdiscipline zijn de middelen om dat te bereiken. De VVD is er een voorbeeld van hoe partijpolitiek kan ontsporen, maar niet het enige voorbeeld.

Het risico voor partijen is dat ze in hun eigen werkelijkheid gaan geloven. Ze gaan de vierkante kilometer rond het Binnenhof verwarren met het echte Nederland. Het filmpje met Ivo Opstelten lijkt een satire op de VVD. Het valt niet in te zien wat de wervende kracht ervan is. Arjen Lubach kan dat niet overtreffen. Zonder dat de VVD het beseft zet het zichzelf te kakken in een filmpje waarin het verschil tussen schijn en wezen zover is opgerekt dat het lachwekkend is. Bij de VVD regeert dus niet alleen de Voorlichting, maar de afdeling die de macht binnen de partij heeft komt ook nog eens met beeldvorming die averechts werkt en wereldvreemd is.

Wat is de oplossing voor de partijpolitiek die om de eigen machtspositie en het voortbestaan draait? In de formatie die records van pietluttigheid, gebrek aan openheid en duur breekt, regeert volgens analisten het wantrouwen tussen partijen. Hoe kan het politieke bestel gerepareerd en opengebroken worden? Het moet op de schop. Een mechanisme dient ingebouwd te worden dat het belang van de partijpolitiek verkleint. Te denken valt aan de introductie van individuen en belangengroepen die ver van de partijpolitiek staan. Of aan een omlijning voor de formatie dat het landsbelang en het burgerbelang bindend omschrijft waar politieke partijen aan hebben te gehoorzamen. In elk geval moet de macht van beroepspolitici en partijpolitiek worden teruggebracht. Zoals het voorbeeld van de VVD leert, partijpolitiek brengt Nederland schijnwerkelijkheid.

Geert Wilders neemt via een omweg de islam in bescherming

leave a comment »

In het commentaarWilders doet er nog een schepje bovenop: ‘Verbied de islam en diens uitingen!’’ voor DDS doet Tim Engelbart er zelf ook een behoorlijk schepje bovenop. Het past in het patroon van DDS om van paard te wisselen en de PVV in te wisselen voor het sexyer Forum voor Democratie (FvD) van Thierry Baudet. Zoals voorheen Wilders en de PVV de hemel in werden geschreven gebeurt dat nu met FvD. Paradox is dat Wilders minder ongelijk heeft dan het lijkt, maar hij door zijn ondoelmatigheid en radicalisme het omgekeerde bereikt van wat hij nastreeft. Gesteld dat dat wat anders is dan het handhaven van zijn eigen positie. Mijn reactie:

Wat Geert Wilders er allemaal aan vastknoopt is een onderwerp op zichzelf. Maar zijn standpunt dat de islam ‘een extremistische politieke ideologie’ is wijkt in de kern niet principieel af van wat de onlangs overleden protestante theoloog Harry Kuitert zei: ‘religie is een potentieel gevaarlijke ideologie’. Kuitert had het overigens over alle religies.

Wat Nederland nodig heeft is een breed maatschappelijk debat over de rol van religie. Met vragen als ‘wat is religie?’, ‘wat wil religie bereiken?’, ‘wat is de rol van religie in het onderwijs?’ en ‘wat is het maatschappelijk nut van religie?’.

Zo’n debat zou twee vliegen in één klap slaan. Het geeft antwoord op de vraag die Wilders over de islam stelt, maar die hij door het naar zich toe te trekken zo geïsoleerd en gepolitiseerd heeft dat hij feitelijk het debat erover mee blokkeert. En het doet aan achterstallig onderhoud dat door de sleutelpositie van de drie christelijke partijen SGP, CU en CDA en de maatschappelijke positie van het christelijk middenveld jaar op jaar uitgesteld wordt.

Het falen van de Nederlands partijpolitiek is dat vrijzinnige partijen als de VVD, D66, PvdA, GroenLinks, SP en PVV met een grote meerderheid in de Tweede Kamer van 109 van de 150 zetels zich laten verdelen. En elkaar niet weten te vinden. Maar de patstelling zoals die tussen confessionelen en ‘links’ (liberalen en socialisten) in de jaren ’20 van de vorige eeuw bestond en uitmondde in de gelijkstelling van openbaar en bijzonder (dus: religieus) onderwijs is allang voorbij. De christelijke politiek heeft nauwelijks nog een machtsbasis. Het lijkt alsof dat besef nog nauwelijks tot het Binnenhof is doorgedrongen.

Hoewel christelijke politieke partijen en organisaties niet als doelstelling hebben om de islam of islamitische organisaties te verdedigen doen ze dat wel omdat de islam hun uiterste verdedigingswal is. Door op te komen voor de islam komen christelijke organisaties op voor zichzelf. Of liever gezegd, hopen ze ermee de afbraak van hun traditionele voorkeurspositie te vertragen. Dat die pragmatische opstelling van de confessionelen soms zelfs samengaat met een afkeer van de islam maakt het er extra schijnheilig op. Dat is het duidelijkst in de SGP.

Nederland is qua bevolkingssamenstelling een land met een kleine meerderheid van iets meer dan 50% die zich niet laat inspireren door religie. Dat blijkt uit onderzoek van het CBS. De verschillende religies vormen minderheden. Bijvoorbeeld, rooms-katholieken 23% en islam 4-5%. De verwachting is overigens dat de groei van de islam stabiliseert en rond genoemd percentage zal blijven schommelen. Een en ander rechtvaardigt in politiek noch in samenleving een sleutelpositie voor religie en religieuze organisaties.

Nederland zou tot beter besef moeten komen over haar zelfbeeld. Merkwaardigerwijze zouden twee ontwikkelingen ermee samengebracht kunnen worden en elkaar versterken. Als onderdeel van de blauwdruk voor de toekomst van Nederland waar zo’n behoefte aan is.
1. Nederland is een seculiere samenleving wat inhoudt dat alle religies en levensovertuigingen volgens de wet en met de garantie van de overheid op gelijke mate worden behandeld. In praktijk betekent dit dat de nu bestaande voorkeurspositie van christelijke organisaties en instellingen niet langer wordt gesteund en gefaciliteerd door de overheid. Niet formeel en niet informeel.
2. Nederland is een immigratieland dat migranten opneemt. Dat betekent dat het een immigratiepolitiek moet ontwikkelen die inhoudt dat het enkel en alleen zelf bepaalt welke soort migranten het opneemt en welke eisen aan hen gesteld worden. Daarnaast kunnen om humanitaire redenen vluchtelingen uit oorlogsgebieden binnengelaten worden volgens de kenmerken van het Vluchtelingengedrag van 1951. Dat houdt overigens in dat vluchtelingen niet zelf bepalen naar welk land ze reizen. Het zijn enkel en alleen de opnemende landen die daarover beslissen.

Geert Wilders is een gevangene van zijn eigen opstelling geworden. Door druk te zetten op het onderwerp islam duwt hij het in de praktische politiek een andere kant uit dan hij bedoelt. De paradox is dat als Wilders en de PVV de politiek zouden verlaten dit onderwerp naar verwachting hoger op de agenda zou komen te staan. De PVV blokkeert het overleg tussen de vrijzinnige partijen om de voorkeurspositie van het christendom terug te brengen tot een eerlijk deel waar het recht op heeft. En omdat via de genoemde omweg christelijke organisaties de islam in bescherming nemen om zichzelf te dienen neemt Geert Wilders via een omweg de islam in bescherming.

Foto: Schermafbeelding van deel commentaarWilders doet er nog een schepje bovenop: ‘Verbied de islam en diens uitingen!’’’ voor DDS door Tim Engelbart, 16 september 2017.