George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Partijpolitiek

Vlaamse publieke omroep bericht over het rechts-radicale ‘Schild & Vrienden’. Waarin schuilt het gevaar?

with 2 comments

De reportageWie is Schild & Vrienden écht?; Een blik op de beruchte Vlaamse jongerenbeweging’ van de rubriek Pano van de Vlaamse publieke omroep VRT is in Nederland niet ongemerkt gebleven. Het radicaal-rechtse Schild & Vrienden wast de handen in onschuld en probeert in een reactie de boodschapper van het nieuws van framing te beschuldigen. Origineel is het niet, het behoort tot de retoriek van alt-right. Ook president Trump probeert de kritiek op hem af te leiden door de media als vijand van het volk af te schilderen.

Opzienbarend is niet dat Schild & Vrienden is zoals het is, bedenkelijk is dat het infiltreert in andere rechtse organisaties zoals de politieke partijen N-VA of het Vlaams Belang of zelfs platforms van de overheid. Deze partijen zitten niet op slechte publiciteit te wachten en de leiders ervan hebben publiekelijk afstand genomen van Schild & Vrienden. De vraag is hoeveel dit waard is en hoe welgemeend dat is en hoe de contacten aan de basis ondanks deze mooie woorden voortgezet worden. Wel of niet met steun van de partijleiding.

Het gevaar is ‘ideological collusion’ (ideologische samenspanning) dat kan betekenen dat een rechtse partij in de samenwerking met een rechts-radicale beweging de retoriek en agenda van die randbeweging overneemt. In een commentaar verwees ik onlangs naar Joshua Livestro die dat in een artikel opmerkte. De mogelijkheid bestaat dat Schild & Vrienden door zowel infiltratie als ‘ideologische samenspanning’ aan invloed wint.

In Nederland is er de politieke partij Forum voor Democratie van Thierry Baudet die ook de omgang zoekt met radicaal-rechtse bewegingen, jongeren motiveert (ook die van Schild & Vrienden) en van wie ook het sterke vermoeden bestaat dat hij zijn extremistische kanten afschermt in de publiciteit. Karin Spaink schreef daar in een column in 2017 het volgende over: ‘Lees je terug met welk canaille Thierry Baudet zich omgeeft, kijk je met wie hij goedlachs op de foto is gegaan en van welke ontmoetingen hij trots zijn selfies heeft gepost, inventariseer je waar hij naartoe gaat om te spreken en welke gasten of sprekers hij op zijn partijbijeenkomsten uitnodigt (van de NVU tot aan de IJzerwake, van Erkenbrand tot Kalergi), haal je je zijn uitspraken voor de geest over ‘de homeopathische verdunning van het volk’ tot ‘de omvolking van Europa’, lees je hoe hij de ‘volkswil’ systematisch boven recht en ratio stelt, en dat je dan tot op het bot huivert…

Soms ligt de werkelijkheid voor het oprapen, maar is die te onwaarschijnlijk om goed door te dringen. Deze reportage over Schild & Vrienden is een teken aan de wand. Deze frisse jongens lijken bij nader inzien niet zo fris en verdienen het om kritisch gevolgd te worden. Ze verdienen niet langer het voordeel van de twijfel.

Advertenties

Stine Jensen stelt vragen bij tentoonstelling in het Tropenmuseum: Kennisoverdracht, of pure indoctrinatie die de islam aanprijst?

with 6 comments

Columniste Stine Jensen ging met haar dochtertje naar de tentoonstelling ZieZo Marokko in het Amsterdamse Tropenmuseum (onderdeel van het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW)) en doet daar in NRC verslag van onder de titel ‘Help, mijn dochter gelooft in God’. Is het de taak van een museum om kinderen het geloof in God bij te brengen? Jensen betwijfelt of het educatieve programma bij deze tentoonstelling de toets der kritiek kan weerstaan: ‘Is hier nog wel sprake van kennisoverdracht, of is dit pure indoctrinatie als een directieve vrouwenstem de islam aanprijst?’ Dit incident staat symbool voor de teloorgang van het NMvW.

Bij het Tropenmuseum zijn sinds vijf jaar het populisme, politieke correctheid en een versimpelde opvatting van identiteitspolitiek leidend. In 2013 werd het wetenschappelijke hart eruit gesneden door het ontslag van 30 medewerkers, onder wie conservator Ben Meulenbeld. Zie hier voor mijn commentaar met de volgende slotsom: ‘Deze conservatoren zijn onmisbaar omdat ze een correctie geven op trends en sjablonen die de werkelijkheid reduceren.’ Door het ontslag van conservatoren kwam de weg vrij voor die trends en sjablonen die Jensen constateert bij de tentoonstelling ZieZo Marokko. Het is de politisering van de volkenkundige musea die zich uit in gemakzucht en behaagzucht die sluipenderwijs de weerspannigheid en kracht uit deze musea heeft gehaald. Postkolonialistische correctheid verlamt deze organisatie zonder kern en met veel vorm. Goedwillende medewerkers binnen het NMvW wachten hun tijd af op betere tijden. Hoelang nog?

In een commentaar over de tentoonstelling ‘POWERMASK’ in het Rotterdamse Wereldmuseum heb ik die populistische en politiek correcte mentaliteit van het management van het NMvW dat politiek (of nog erger: politiek correctheid en een enge opvatting van identiteitspolitiek) boven kunst stelt in een context gezet. Het Wereldmuseum dat wegens verbouwing tot eind 2018 geen grote presentaties meer toont dreigt het volgende slachtoffer te worden van de museale kaalslag van de leiding van het NMvW. Enkele citaten uit dit commentaar bieden reliëf. De kwaliteiten van ‘POWERMASK’ zijn het diapositief van het structurele tekort van het NMvW:

Aan het tentoonstellingsbeleid van het Wereldmuseum is het populisme van het NMvW nog niet af te lezen. Schrikbeeld is beleid dat kunstobjecten niet alleen ondergeschikt maakt aan het ‘maatschappelijke’ verhaal over kolonialisme of wereldburgerschap, maar kunst niet in de eigen waarde laat en invoegt als illustratie voor dat ‘maatschappelijke‘ verhaal. De tot en met 7 januari 2018 lopende tentoonstelling ‘POWERMASK’ van de Antwerpse modeontwerper en gastconservator Walter Van Beirendonck en conservator Alexandra van Dongen is het voorbeeld van een vitale, verrassende, inhoudelijk sterke tentoonstelling voor elk wat wils met de verbeelding aan de macht. Een voorbeeldige publiekstentoonstelling waarin kunstobjecten spreken zonder dat het een saaie en voorspelbare kunsthistorische uiteenzetting wordt. Of ze dienen als plaatje bij een praatje.

Op een tekstbord is een citaat van de Haïtiaans-Amerikaanse kunstenaar Jean-Michel Basquiat te lezen dat zegt: ‘Ik ben geen zwarte kunstenaar, ik ben een kunstenaar.’ Van hem is een schilderij uit de collectie Hans Sonnenberg te zien dat aan Museum Boijmans geschonken is. Dit citaat is een sleutelzin en valt ook te lezen als commentaar op het NMvW. Want er bestaat geen zwarte of niet-witte kunst, maar alleen kunst. In dit geval: goede kunst. De kwaliteit van de bruiklenen die Walter Van Beirendonck overal vandaan heeft weten te halen is indrukwekkend. De tentoonstellingsmakers lijken zich vrij te voelen en niet te bekommeren om het standpunt dat een tentoonstelling pas wordt gelegitimeerd door de persoonlijke achtergrond van de maker.

Bij ‘POWERMASK’ gaat het om de intentie van de makers die de tentoonstelling, noch de kunstobjecten in de mal van een ‘maatschappelijk‘ verhaal laten dwingen. Door het elan ontstijgt ‘POWERMASK’ eraan en krijgt een surplus. Terwijl dat ‘maatschappelijke‘ verhaal gewoon ondersteund wordt. Maar het gebeurt indirect en via dwarsverbanden. Gewild of ongewild is ‘POWERMASK’ op te vatten als subtiel antwoord op dit interne debat.

Het gaat niet om de beschuldiging van inlijving of populisme. Als het NMvW zweert bij de etnokitsch van Jimmy Nelson of verhalen over kolonialisme of slavernij, dan moet het dat tonen. Het gaat om de identiteit van het Wereldmuseum. Een persbericht van het NMvW uit 2016: ‘De constructie van deze krachtenbundeling is uniek te noemen. Het Wereldmuseum blijft een zelfstandig Rotterdams museum, maar gaat zeer nauw samenwerken met het NMVW, (..). Door deze samenwerking kan het Wereldmuseum, met behoud van eigen identiteit, gebruik maken van de expertise en het netwerk van het Nationaal Museum van Wereldculturen.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelHelp, mijn dochter gelooft in God’ van Stine Jensen in NRC, 14 juli 2018.

Foto 2: Object van Folkert de Jong op tentoonstelling POWERMASK in het Wereldmuseum, eigen opname oktober 2017.

Voorbehoud bij verhoging NAVO-budget: Defensie is gepolitiseerd en geëconomiseerd, en moet hoognodig gemilitariseerd worden

leave a comment »

Er is onduidelijkheid over defensiebudgetten. Die kun je niet zomaar met elkaar vergelijken in de hoop op duidelijkheid. Dat komt niet alleen door de verschillen in prijspeil tussen landen, maar ook door het verschil in doelmatigheid, standaardisatie en overhead. Inzichtelijk is in dit verband een voorbeeld uit 1985 van asbakjes in een Amerikaans marinevliegtuig die per stuk 660 USD kostten. En er zijn meer van dit soort voorbeelden.

Het probleem is dat de defensie-industrie een in zichzelf gekeerde, niet open markt is. Er bestaat nauwelijks concurrentie op. Dat geldt trouwens niet alleen de Westerse, maar ook de Russische en Chinese defensie-industrie. De prijs/kwaliteit verhouding is niet stabiel. Defensie is ook een sector om gemeenschapsgeld rond te pompen en in de zakken van politici te laten verdwijnen buiten de controle van toezichtsinstanties om.

Voormalig president Juan Bosch van de Dominicaanse Republiek wees er in de jaren ’60 al op in zijn boek  ‘Pentagonismo, sustituto del imperialismo’ dat in het Engels werd vertaald als ‘Pentagonism’ en in die tijd redelijk invloedrijk was. Ik las het in de vroege jaren ’70. Hij zei dat in navolging van president Eisenhower die in zijn afscheidstoespraak van januari 1961 het begrip ‘militair-industrieel complex’ muntte. ‘Ike’ zag deze macht van de defensie-industrie en de besteding van militaire budgetten als niets meer dan ‘een verstoord gebruik van de middelen van de natie’. Omdat de hoogste geallieerde militair uit de Tweede Wereldoorlog met deze waarschuwing kwam, maakte dit in 1961 indruk. Nog voor de escalatie van de Vietnam-oorlog.

Een commentaar vat samen hoe het werkt. Het verklaart tevens waarom Europa geen defensie-industrie heeft die bij haar economische macht en statuur past: ‘But Europeans saw the whole effort as too much of a one-way street. The United States showed little inclination to accept European designs for cooperative production either in the United States or in other European countries, even when European designs were favored by those countries. According to one view expressed at the time, this situation was the natural result of American technological superiority and Yankee salesmanship. Another suggested that it was due at least in part to pressure by the U.S. government, which had been lobbied by its own defense industries.

Met als aanleiding het regeerakkoord schreef ik in een commentaar van oktober 2012 dat de nationale veiligheid van Nederland gaat over van alles en nog wat, maar nauwelijks over de territoriale verdediging van Nederland. In de afgelopen zes jaar en mede door de recente discussies over de NAVO-begroting ben ik nog meer in mijn mening gesterkt dat Defensie is gepolitiseerd en geëconomiseerd, en nodig gemilitariseerd dient te worden. Feitelijk zou militaire sterkte of slagkracht de enige norm voor de toewijzing van het defensie-budget moeten zijn. Dat is niet zo. Omdat het nog even actueel is als toen herplaats ik wat ik in 2012 schreef:

Wat is er aan de hand met het debat over de krijgsmacht? Het lijkt nog erger uit het lood te staan dan die krijgsmacht zelf. Aan Defensie zitten meerdere kanten en in de publieke opinie wordt er doorgaans maar één belicht, namelijk de hoogte van het budget. Hoe doelmatig dat besteed wordt, hoeveel waar voor het geld wordt verkregen en welke belangen bij de aanschaf van wapensystemen spelen, hoeveel er aan de strijkstok van het bedrijfsleven en lobbyisten blijft hangen, hoe urgent de keuzes zijn en wat de relatie tussen budget en kwaliteit is blijft onderbelicht. In het regeerakkoord (p. 49) wordt de krijgsmacht als een verlengde van de industrie beschouwd. Op zijn best worden het nationaal veiligheids- en het economisch belang gelijkgesteld.

Zo resteert het beeld dat de nationale of territoriale veiligheid van Nederland niet de hoofdzaak is en op zichzelf staat, maar ondergeschikt is aan andere doelstellingen. Zoals het belang van de industrie of de relatie met bondgenoten, zoals de VS. Anders gezegd, de investeringen in Defensie dienen het militair-industrieel complex waarvoor de uitgaande president Eisenhower in zijn befaamde afscheidstoespraak van 17 januari 1961 waarschuwde: ‘In de overheidsdiensten moeten we waken tegen het gezocht of ongezocht verwerven van ongerechtvaardigde invloed door het militair-industriële complex.’ Dat complex strekt zich uit van wapenfabrikanten, krijgsmacht en inlichtingendiensten tot gevestigde media, wetenschap en partijpolitiek.

De aanschaf van 37 F-35 straaljagers van het grootste Amerikaanse defensieconcern ter wereld Lockheed Martin door Nederland voor naar schatting zo’n 5,2 miljard euro is een voorbeeld van de werking van het militair-industrieel complex. Lobbyisten onder wie veel voormalige CDA- en VVD-politici, de luchtmacht en de Nederlandse luchtvaartindustrie die zich richt op het binnenhalen van compensatieorders bepaalden de keuze. Maar zelfs dat economische argument dat niet volledig spoort met de nationale veiligheid is onjuist. De F-35 levert vooral banen op voor lobbyisten en ondernemers en niet voor Nederland. Evenmin dringt tot het Nederlandse publiek debat door dat militaire uitgaven de slechtste manier zijn om banen te scheppen, zoals uit een Amerikaanse studie blijkt. Niet het parlement, maar externe partijen beslisten over aanschaf. Daarbij komt dat al vanaf het begin vraagtekens werden gezet bij de prestaties in het luchtgevecht en de kosten van de F-35. In de testfase is de software kwetsbaar gebleken, waarschijnlijk ook nog eens gehackt door China.

Door gebrek aan munitie oefenen Nederlandse militairen door ‘poef poef poef’ te roepen. Zo is de persiflage én stand van zaken van de Nederlandse krijgsmacht. In een ideale wereld zou het de ultieme oplossing voor de beteugeling van agressiviteit zijn. Militairen die cowboytje spelen zoals kinderen het doen. Maar Nederland bevindt zich niet in een ideale wereld en moet zich serieus verdedigen tegen de agressie van andere actoren.

Nu heeft Nederland dat vermogen verloren. Het beeld van een onverdedigd Nederland alleen al tast de soevereiniteit aan en maakt een land kwetsbaar voor buitenlandse druk. Maar de verhoging van het budget met 1,5 miljard euro zegt niet alles. Als het wordt doorgesluisd naar buitenlandse wapenfabrikanten die te veel voor hun producten vragen, dan verhoogt dat de weerbaarheid van Nederland niet. Het debat over de nationale veiligheid van Nederland moet gaan over de kwaliteit van de krijgsmacht, inclusief de toetsing ervan, en de mate waarin Nederland door de eigen krijgsmacht en directe partners territoriaal, in cyberspace of op afstand verdedigd wordt. Het debat over de nationale veiligheid reduceren tot een budgettaire boekhoudsom is een valkuil die allen dient die andere belangen hebben en zich hierachter kunnen blijven verschuilen.

Foto: ‘Een Spandau M.25 op luchtdoelaffuit tijdens de mobilisatie in een versterkte positie langs de Nederlandse kust. FOTO Beeldbank NIMH

Met controversiële verkoop van werken uit collectie heeft Berkshire Museum zich geïsoleerd. Is dat de les die hieruit te leren valt?

with 3 comments

Ontzamelen van collectie-onderdelen van musea is aan voorwaarden verbonden. De opbrengst mag niet gebruikt worden voor een reparatie en renovatie van het gebouw vanwege achterstallig onderhoud. Het is in Nederland vastgelegd in de zogenaamde ‘Leidraad Afstoten Museale Objecten‘ (LAMO) dat een instrument voor zelfregulering en een praktisch verlengstuk van de afstotingsparagraaf in de Ethische Code is. Nationale museumverenigingen volgen de Ethische Code van de internationale Musemvereniging ICOM. In de VS is dat de Ethische Code van de AAM. De gedragsregels en ethische codes dienen om de museumsector te reguleren en er onder meer voor te zorgen dat individuele musea niet handelen tegen het belang van de sector in.

Dit blog gaf in een commentaar van 29 oktober 2017 aandacht aan het Berkshire Museum in Pittsfield, Massachusetts. Het is een cause célèbre geworden omdat bestuur en directeur Van Shields aangaven uit economische redenen delen van de collectie te willen verkopen en dat voornemen veel verzet ondervond. Na juridische uitspraken waarmee de museumsector niet tevreden was leverde onderhandse verkoop uit de museumcollectie  in april en mei 2018 47 miljoen dollar op. Op 25 juni kondigde het museum aan dat het van plan is om nog eens negen werken voor in totaal 8 miljoen dollar te verkopen. Het billboard verwijst naar die nieuwe verkoop. Bij de reacties zijn juridische, museale en publicitaire ontwikkelingen rond de verkoop na te lezen. Het deed veel stof opwaaien vanwege het precedent. Want als het ontzamelen om economische redenen bij dit lokale museum werd goedgekeurd, dan zouden andere besturen en museumdirecteuren het voorbeeld kunnen volgen. Zodat de uitverkoop van het openbaar kunstbezit hiermee werd aangekondigd.

In een videocommentaar gaat Michael Daly in op het feit dat het Berkshire Museum zich met de controversiële verkoop geïsoleerd heeft en in het bruikleenverkeer door de AAM wordt uitgesloten. Een andere ontwikkeling is het met pensioen gaan van museumdirecteur Van Shields. In een bericht van The Berkshire Eagle zegt een woordvoerder van het museum dat hij niet onder druk van het bestuur is opgestapt. De twijfel blijft echter bestaan of de positie van het museum wel zo precair was als Shields beweerde en moest leiden tot de verkoop van werken uit de collectie. Het is merkwaardig dat Shields opstapt nu hij zijn zin over de verkoop heeft doorgezet, de museumsector tegen zich in het harnas heeft gejaagd en zijn plannen niet meer kan uitvoeren.

Deze kwestie doet denken aan het voornemen van toenmalig directeur Stanley Bremer van het Rotterdamse Wereldmuseum om delen van de collectie (de deelcollectie Afrika) op de commerciële markt te verkopen en zo een fonds van 60 miljoen euro op te bouwen. Bremer werd na veel tegenstand uit de museumsector en een publieksbeweging in 2015 de laan uitgestuurd en liet het Wereldmuseum verweesd achter, als makkelijke prooi voor het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW). Net als Shields stelde Bremer het ontzamelen voor als een noodzakelijke verkoop die diende om het museum het hoofd boven water te laten houden. Maar eerder lijkt het grote gebaar en de wil om met onorthodoxe maatregelen initiatief te nemen directeuren als Bremer of Shields te hebben gestuurd. In Rotterdam liep het goed af en werd de Afrikacollectie niet verkocht, in Pittsfield liep het slecht af en werden onder meer twee schilderijen van Norman Rockwell verkocht.

NB: Zie voor actueel nieuws via Twitter actiegroep Save the Art—Save Berkshire Museum

Foto: ‘This billboard along South Street in Pittsfield is visible near Guido’s as motorists drive north.’ In: The Berkshire Eagle, 2 juli 2018.

Jeanine Pirro stelt protesten tegen Trumps immigratiepolitiek voor als ‘de opkomst van het socialisme’

with one comment

Er bestaat geen groter genoegen dan rechtse of christelijke commentaren van repliek te dienen. Vooral die categorie die verstrikt is geraakt in de eigen gedachtenwereld, het eigen gelijk overschat en zich niet eens meer de moeite getroost om uit te gaan van de feiten en die in een solide betoog te gieten. ‘Judge’ Jeanine Pirro die verbonden is aan Fox News en daar het programma Justice w/ Judge Jeanine presenteert is daar een geweldig voorbeeld van. Ze mist zelfs de nuancering die die andere bij Fox News werkzame commentator of juridische analist ‘judge’ Andrew Napolitano af en toe wel weet te bieden. MediaIte besteedt in een bericht aandacht aan de uitzending van afgelopen zaterdagavond 30 juni waarbij Jeanine Pirro de protesten tegen de immigratiepolitiek van de regering-Trump (en de scheiding van kinderen van moeders) afdoet als ‘opkomst van het socialisme’. Is het gespeelde onwetendheid van Pirro of gewoon domheid? Mijn reactie bij het artikel:

If there is a rise of a new movement in the fringes of the Democratic party, it is social democracy, not socialism. Americans have a limited view on the development of political movements worldwide. And therefore do not know how to take it or to interpret it.

In addition, a commentator like Jeanine Pirro lacks oversight and historical awareness due to her short-sightedness. She chats in her 24-hour echo chamber without understanding what she really is talking about.

Social democracy is an ideology that supports economic and social interventions to promote social justice within the framework of a liberal democratic polity and capitalist economy. Socialism rejects liberal democracy and wants to replace it with a political system in which the role of the state is decisive. Both systems differ day and night.

Bernie Sanders, even good old Emma Goldman, or liberal Democrats all respect the framework of the liberal democracy and capitalist economy. So calling them socialists is wrong. They want to reform the current political system. For example, by removing big money from politics and by restricting the power of wealthy sponsors and companies that ‘buy’ politicians and by giving politics back to ordinary citizens and ending the devastating tribalism of party politics.

In this sense, social democracy fits perfectly within American democracy and is a badge of honor to be proud of. The paradox of this phase difference between the US and the rest of the world is that European social democracy is dying.

But American party politics and society still has overdue maintenance that has come to a standstill since 1920 and still has to catch up. If it dares to look itself in the eye to see what it is deep inside.

Foto: Schermafbeelding van artikelJudge Jeanine Pirro Warns of the Rise of Socialism: ‘Socialists Want What You Have’’ op MediaIte, 30 juni 2018.

D66 is de grootste vijand van zichzelf. Hoelang willen kiezers op die partij dat nog aanzien?

with 5 comments

Lijsttrekker Said Kasmi van D66 in Rotterdam sloot tijdens de campagne Leefbaar Rotterdam uit vanwege de samenwerking van die partij met Forum voor Democratie. Dat paste in het landelijke patroon van D66 om zich af te zetten tegen Forum voor Democratie. Deze rechts-radicale partij deed bij de gemeenteraadsverkiezingen alleen in Amsterdam onder eigen naam mee en haalt daar naar verwachting twee of drie zetels. Zo werd een kleine partij tot een groot spookbeeld gemaakt en als afschrikwekkend voorbeeld in de campagne voorgesteld. Enfin, partijpolitiek in campagnetijd moet hoe dan ook met een korreltje zout genomen worden. De vraag is of een politicus als Said Kasmi door de boden van zijn eigen geloofwaardigheid kan zakken.

D66 zal waarschijnlijk ook op lokaal niveau de kans niet laten liggen om zich opnieuw ongeloofwaardig te maken. De partij strompelt van de ene naar de andere strategische blunder. Na afschaffing van het raadgevend referendum dat ooit een van de kroonjuwelen van de partij was en de ommezwaai van tegen- naar voorstander van de sleepwet. Voor die wet stemden bij het referendum meer tegen- dan voorstanders. In het voor D66 belangrijke Utrecht zelfs 60% tegenstemmers, zodat de partij zichzelf daar in de weg zat en het nog een wonder is dat kiezers de partij niet massaal de rug toekeerden.  Na alle fratsen, tegenstrijdigheden en het gedraai dat niet om aan te zien was.

Nu lijkt de draai in Rotterdam in de maak waarbij D66 in de coalitie met Leefbaar Rotterdam stapt. Ondanks de definitieve uitsluiting door D66 van Leefbaar. Dit alles roept de vraag op wie het bij D66 eigenlijk voor het zeggen heeft en of er wel sprake is van central regie. Gezond verstand en principes verliezen het van machtshonger. Een ontluisterend beeld van een ooit redelijke partij.

Lubach over de sleepwet: niet doen in deze vorm

with 3 comments

Aanstaande woensdag 21 maart is het referendum over de Wiv, de nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Ook wel sleepwet genoemd. Arjen Lubach legt uit dat de regering bereid is om alle middelen in te zetten om kiezers te overtuigen van het belang van de wet. Hij noemt dat leugens en terreurschwalbes. De voorstanders verzinnen allerlei verhalen over wat de tegenstanders willen. Maar de tegenstanders zijn niet voor aanslagen of terreur, maar wel voor een betere wet. Ook ik stem tegen, onder meer omdat mensenrechtenbewegingen en journalisten er kritiek op hebben. De overheidspropaganda brengt me niet op andere gedachten, integendeel, het sterkt me in mijn standpunt. Niet doen. Maak een betere wet.