George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Partijpolitiek

Coronacrisis biedt kansen om na te denken over de keuzes in de publieke sector. Opwaardering van vitale beroepen is een optie

with one comment

We moeten nu verder denken. Er is veel onzeker, maar over 3 of 12 maanden is de crisis met het coronavirus voorbij. Blijft dan alles bij hetzelfde? Als we dat niet willen, moeten we daar nu op voorsorteren. We kunnen nu stappen zetten om de conclusies die nu velen met de mond belijden vast te houden en in beleid om te zetten. Wat vitale beroepen zijn maakt de crisis duidelijk. En wat niet-vitale beroepen zijn eveneens. De overtuiging wordt breed gedragen dat vitale beroepen worden onderbetaald en niet-vitale beroepen worden overbetaald.

Dat moet en kan anders. In 2013 schreef ik in een commentaar naar aanleiding van het artikelDe elite werd een kongsi die voor zichzelf zorgt’ van Paul Frentrop het volgende: ‘Hoe dan ook toont Frentrop overtuigend aan dat ‘de semipublieke mismanagers op een vulkaan vol borrelend ongenoegen leven’. Die overbodige laag van managers in de semipublieke sector die ondernemer spelen zonder eigen risico te lopen. Ingedekt en ingelikt als lid van een politieke partij.’ Frentrop is lid van de Eerste Kamer namens FvD met politieke macht.

Machtigen staan nooit vrijwillig macht af. Dat geldt ook voor de waterdragers van de macht die met elkaar een geheim genootschap vormen. Partijen kunnen een beweging in gang zetten om dat een steuntje in de rug te geven. Het gaat om functies in de publieke en semi-publieke sector. Op een incidentele wethouder of hoge ambtenaar na is iedere Nederlander ervan overtuigd dat vitale beroepen financieel en maatschappelijk worden ondergewaardeerd. Dan hebben we het over de verpleegster, de onderwijzeres, de politieagent, de leraar, de vuilnisman, de brandweerman, de buschauffeur, de monteur en dat soort essentiële beroepen die nodig zijn om een samenleving te laten draaien. Waarom zouden ze niet een fikse loonsverhoging kunnen krijgen, zodat ook de aantrekkelijkheid van het beroep toeneemt en door een nieuwe instroom de werkdruk afneemt?

Het zal simpel gedacht zijn, maar het geld wat daarvoor nodig is kan weggehaald worden bij de niet-vitale beroepen in de publieke sector. Zoals voorlichters, marketeers, beleidsmedewerkers, projectleiders en managers. Ze zijn in grote mate misbaar. De wildgroei van dit type vage en bij nader inzien overbodige beroepen is afgelopen jaren ongekend geweest. De crisis met het coronavirus biedt de kans om bij de vanzelfsprekendheid daarvan stil te staan. Deze beroepen kunnen zinvol zijn en niet alle individuen hoeven ontslagen of gekort te worden in hun salaris, maar het moment is nu aangebroken om te concluderen dat een meerderheid van dit soort medewerkers in niet-vitale beroepen overbodig is. Dat vraagt om ander beleid.

Het is interessant dat mensen elkaar nu spreken en vooruitlopen op de gewenste verandering na deze crisis. Het lijkt de grootste omkeer in ons leven sinds de Tweede Wereldoorlog te worden. Maar na die oorlog waren de verwachtingen over een andere samenleving groot, maar veranderde er uiteindelijk niets. Dat gebeurde pas aan het einde van de jaren 1960. De reconstructie van 1945 was de situatie van 1939. Hoe kunnen we de kans verkleinen dat de reconstructie van 2021 de situatie van 2019 is? Hoe kunnen de wildgroei van de doldraaiende consumptiemaatschappij, het massatoerisme, de horeca, de vervuilende industrie, de bio-industrie en de macht van de financiële instellingen en de ambtelijke managers in de publieke sector ingeperkt worden? Gesteld dat we dat in meerderheid willen, hoe kunnen we dat realiseren? Om hoe dan ook een beweging van onderop in gang zetten om dat te ondersteunen. Daar moeten we nu al over nadenken, het ruimte geven in het publieke debat en onze politieke partijen ervan overtuigen. Nu is het moment daar.

Foto: Ben van Meerendonk / AHF, ‘Controle van fietslicht, 1946‘. Collectie IISG, Amsterdam.

De opinie van Afshin Ellian over de afzetting van Trump is journalistieke, politieke en wetenschappelijke oplichterij

with 3 comments

Rechtswetenschapper Afshin Ellian heeft een column in Elsevier Weekblad en laat zich daarin kennen als een fervente verdediger van president Trump. Dat is een legitieme opstelling als hij daarbij de feiten en de logica zou respecteren. Maar dat doet Ellian niet. Ik leg zijn column ‘Afzettingsprocedure Trump is politieke oplichterij’ van 24 januari 2020 puntsgewijs langs de meetlat van het gezonde verstand en de op dit moment bestaande kennis over deze kwestie en kom tot een afsluitende conclusie over de opstelling van Afshin Ellian.

1) Ellian meent dat de Democraten met de afzettingsprocedure hun hoofd verliezen en de keuze van de Amerikaanse kiezer in november 2020 moeten afwachten. Hij stelt zelfs dat zij ‘met behulp van de media’ de democratie saboteren. Dit is om drie redenen onjuist.
a) Als de afzetting van president Trump succesvol verloopt, dan wordt hij opgevolgd door vicepresident Mike Pence. Hij is ook een Republikein. Hiermee wordt de uitslag van de verkiezingen van 2016 niet gesaboteerd in de zin dat de macht om oneigenlijke redenen aan de Democraten wordt overgedragen. Pence kan op zijn beurt een nieuwe vicepresident benoemen die tweede in de lijn van opvolging is.
b) De keuze van de kiezer kan niet afgewacht worden omdat er een urgente situatie bestaat dat een eerlijk electoraal proces onder druk staat. Een buitenlandse macht, te weten de Russische Federatie mengt zich zonder dat te verbergen in dat proces. De federale regering heeft in drie jaar geen maatregelen genomen om die inmenging te verhinderen en heeft waarschuwingen van inlichtingendiensten om het electorale proces te beschermen naast zich neergelegd. Een rapport van een Senaatscommissie onder leiderschap van de Republikeinse Senator Richard Burr concludeerde in oktober 2019 dat ‘Russian disinformation efforts may be focused on gathering information and data points in support of an active measures campaign targeted at the 2020 U.S. presidential election’. Het gevolg van een ander is dat de verkiezingen gecorrumpeerd zijn en de Amerikaanse kiezer zich niet vrij, zonder externe beïnvloeding kan uitspreken.
c) Hoe ‘de media’ behulpzaam zouden zijn bij de sabotage van de democratie is onduidelijk. Ze doen verslag van de gang van zaken en treden juist op als venster op de democratie die president Trump wil sluiten.

2) Ellian verwijt de Democraten dat ze de afzettingsprocedure zijn begonnen ondanks het feit dat ze geen meerderheid in de Senaat hebben. Ellian verwijt ‘House Manager’ Adam Schiff dat hij ‘de setting van het parlement als een rechtbank’ beschouwt. Dit is om twee redenen onjuist.
a) Bij een impeachment hebben Huis en Senaat verschillende rollen. Het Huis treedt in de procedure op als aanklager en de Senaat als jury. Het doet er voor de procedure niet toe welke partij de meerderheid in de Senaat heeft.
b) Congressman Schiff meent samen met gezaghebbende constitutionele deskundigen dat in een impeachment procedure de Senaat als rechtbank optreedt. De 100 Senators zijn de juryleden en de voorzitter van het Hooggerechtshof John Roberts is de president die de rechtbank voorzit. Ellian is verkeerd geïnformeerd als hij claimt dat de afzettingsprocedure door het parlement in theorie een ‘zuiver politieke procedure’ is. Die lading wordt er in het gepolariseerde partijpolitiek landschap door sommigen wellicht aan gegeven, maar de Framers die de Constitutie hebben geschreven hebben dat niet zo bedoeld.

3) Ellian beweert dat Schiff geen bewijs heeft. Dat is onjuist.
De Democraten hebben afgelopen week op 22, 23 en 24 januari 2020 in hun pleidooi in de Senaat allerlei bewijs overlegd. Dat bewijs legt een patroon bloot van een regering Trump die onwettige voorwaarden stelde aan hulp aan Oekraïne, te weten een onderzoek naar Joe Biden en zijn zoon Hunter. Het bewijs legde ook een patroon bloot van obstructie van het Congres in het onderzoek naar de feiten. Ellian gaat eraan voorbij dat het uniek is dat het Witte Huis geen documenten overlegt en getuigen verbiedt om in de Senaat te getuigen. Dat frustreert de waarheidsvinding en is een bewuste obstructie ervan door het Witte Huis. Dat was bij de afzettingsprocedure van Clinton anders. Toen werden tienduizenden pagina’s documenten aan het Congres overlegd en werden vele getuigen in open zittingen gehoord. Insiders als de voormalige Nationale Veiligheidsadviseur John Bolton die een geharnaste conservatieve Republikein is heeft zich bereid verklaard om in de Senaat te getuigen als hij daartoe gedagvaard wordt. Maar het Witte Huis zet hem en betrokkenen zoals de voormalige juridische adviseur van het Witte Huis Don McGahn en huidige chef-staf van het Witte Huis Mick Mulvaney onder druk om geen gevolg te geven aan de oproep van het Congres. In het verlengde hiervan lijken de Republikeinse Senatoren de oproep van de Democraten voor een open proces waarin documenten worden overlegd en getuigen worden gehoord te blokkeren. De paradox is dat Trump wel zo’n open proces wilde, maar hem dit door McConnell uit het hoofd is gepraat vanwege onvoorzienbare risico’s.

4) Ellian meent dat de Republikeinen terecht niet meedoen aan het ‘zieke politiek spel’.
Dat is onjuist. De Republikeinen blokkeren een open proces in de Senaat omdat ze de feiten niet aan hun kant hebben. Nogmaals, dit is anders dan de Clinton-impeachment waar Democraten geen beperking oplegden aan het toelaten van documenten en getuigen. Tot nu toe hebben Republikeinen de feiten die de Democraten naar voren brachten niet weersproken. Kritiek van Republikeinse senatoren als Lindsey Graham en Mitch McConnell of de advocaten die in de Senaat optreden namens het Witte Huis richt zich op de procedure, maar niet op de zaak zelf. Een impeachment is geen ongrondwettelijke of ondemocratische procedure zoals Ellian abusievelijk claimt, maar een rechtmatige noodrem die de Framers vanwege het optreden van machtsmisbruik van de president in de Constitutie hebben verankerd. Alleen, de Framers hebben onvoldoende voorzien dat het parlement zich tot deel van dat machtsmisbruik zou laten maken.

5) Ellian meent dat het Mueller-onderzoek niet heeft aangetoond dat Trump en zijn medewerkers hebben samengezworen met het Kremlin. Dat is om zes redenen onjuist.
a) Het team van speciale aanklager Robert Mueller heeft het over ‘conspiracy’. Dus samenzwering. Uit het ontbreken van ‘conspiracy’ kan men niet afleiden dat er geen sprake van ‘collusion’ is. Ofwel, geheime verstandhouding. Minister William Barr en Trump schreeuwden van de daken dat Mueller zegt ’no collusion’, maar zowel letterlijk als volgens de strekking van het rapport zegt Mueller dat helemaal niet. Daarnaast is ‘collusion’ geen juridische term.
b) De twee componenten, te weten ‘conspiracy’/‘collusion’ en ‘obstruction’ hangen nauw samen. In het Mueller-onderzoek volgt het een uit het ander. Concreet, de obstructie door Trump zadelde Mueller met inhoudelijke en juridische beperkingen op waardoor hij over de ‘conspiracy’ niet tot conclusie kon komen die zonder obstructie door Trump gedetailleerder, ruimer en ongetwijfeld vernietigender geformuleerd had kunnen worden. Ofwel, Trump heeft het onderzoek in hoge mate gefrustreerd door tegenwerking zodat Mueller geen voldoende data kon verzamelen om tot een afrondende conclusie over ‘conspiracy’ te komen.
c) Naast het onderzoek door de speciale aanklager naar het criminele gedrag van Trump en zijn medewerkers bevat het onderzoek ook een ‘counterintelligence’ component die vanwege de gevoelige aard ervan geheim is, door de FBI wordt uitgevoerd en niet publiekelijk wordt gepubliceerd. Deze component gaat met name om de vermeende samenzwering van Team Trump met het Kremlin.
d) Uit de vele aanklachten door Mueller van Russen, maar ook Trumps voormalige campagnemanager Paul Manafort is nauwgezet af te leiden dat er een hoge mate van samenwerking en verstandhouding was tussen leden van Team Trump en vertegenwoordigers van de Russische overheid.
e) Het Mueller-rapport is niet het enige onderzoek dat tegen Trump liep. Er lopen nog tientallen andere onderzoeken naar allerlei aspecten van de criminele handel en wandel van Trump en zijn bedrijven. Met name het onderzoek door de procureur van het Southern District of New York (SDNY) waar Trumps zakenimperium is gevestigd wordt voor Trump als gevaarlijker beschouwd dan het Mueller-onderzoek. Het SDNY benadert de Trump organisatie met zogenaamde RICO-wetgeving die in het verleden ook werd ingezet tegen maffia organisaties die uiteindelijk ontmanteld werden. Dat lot wacht Trumps organisatie ook. Het onderzoek spitst zich toe op de samenwerking van Trump sinds de jaren 1980 met de Russische maffia en witwaspraktijken, bankfraude en belastingontduiking door de Trump Organisatie bij de verkoop van vastgoed. Samenwerking met Russische en andersoortige vertegenwoordigers uit de invloedssfeer van de vroegere Sovjet-Unie is een duidelijk geval van ‘collusion’. Feitelijk valt het buiten het Mueller-onderzoek, maar gezien de beperkingen in zijn opdracht heeft Mueller onderdelen van het onderzoek ondergebracht bij lokale procureurs.
f) De opdracht aan Mueller voor zijn onderzoek was beperkt en betrof de criminele en andersoortige relaties van Trump met de Russische overheid. Daarnaast was Mueller in zijn mandaat niet autonoom, maar afhankelijk omdat hij ressorteerde onder het ministerie van Justitie en verantwoording af moest leggen aan de top van dat ministerie. Zoals hij in zijn rapport aangeeft hing zijn positie aan een dun draadje. Dat was eerst onderminister Rod Rosenstein en daarna minister William Barr. Beide Republikeinen, zoals Robert Mueller en vele andere hoofdrolspelers in dit onderzoek ook Republikeinen zijn. De strekking van Muellers onderzoek was relatief beperkt evenals de zelfstandigheid om het onderzoek uit te voeren. Daarnaast is de interpretatie van de wetgeving, met name waar het de onaantastbare positie van een zittende president betreft, waarmee Mueller en zijn team te maken hadden, zo streng en was de taakopvatting van Mueller zo hoog en vol redelijkheid dat hij de lat hoog heeft gelegd om te concluderen dat er geen sprake van ‘conspiracy’ was. Maar het feit dat Mueller om diverse redenen niet besloot om te beweren dat Trump direct valt te linken aan ‘conspiracy’, wil nog lang niet zeggen dat hij geen aanwijzingen voor ‘conspiracy’ heeft gevonden. Laat staan dat Trump zou zijn vrijgepleit van het ruimere begrip ‘collusion’, ofwel geheime verstandhouding.

6) Ellian meent dat de rechtsstaat op dit moment door het handelen van president Trump niet in het geding is. Dat is onjuist.
Of liever gezegd, Ellian heeft een mening waar allerlei andere meningen tegenover kunnen worden gezet die erop wijzen dat de rechtsstaat wel in het geding is. De vrees is dat de democratische instituties vier jaar Trump overleven, maar acht jaar Trump niet. De aanwijzingen daarvoor zijn talrijk. Zo zei Trump op de beruchte ontmoeting in Helsinki met de Russische president Putin dat hij hem meer gelooft dan zijn eigen inlichtingendiensten. Zo heeft Trump zich de afgelopen jaren meermalen gekeerd tegen rechterlijke uitspraken die niet in zijn straatje pasten. Zo schoffeert Trump voortdurend hoge militairen, hoge ambtenaren of zijn eigen kabinetsleden. Hij zet ze onder druk door angst te zaaien, waardoor ze hun taken volgens de geldende regels niet meer kunnen uitoefenen. Dat geldt niet in de laatste plaats voor de Republikeinse Senatoren die door Trump in de impeachment procedure oneigenlijk onder druk worden gezet zodat het parlement ophoudt om onafhankelijk te functioneren. Maar vooral volgt Trump de regels van de Constitutie niet, laat hij zijn minister van Justitie -die in de Amerikaanse verhoudingen een bijzondere rol als bewaker van de Constitutie heeft- optreden als zijn persoonlijke advocaat en onthoudt hij het Congres en het Amerikaanse volk tegen alle regels en procedures in door het oprekken van het beroep op ‘executive privilege’ informatie die hij verplicht is te overleggen aan het Congres. Dat brengt de werking van de rechtsstaat inclusief de democratische instituties in gevaar. Daarnaast tornt Trump aan grondrechten voor allerlei doelgroepen.

De conclusie is dat Ellian de ‘talking points’ van Trump volgt. Onbegrijpelijk is waarom hij dat doet en geen autonome positie inneemt. Ellian presenteert zich in zijn column immers als wetenschapper. Hij pretendeert meer dan een journalist of opinieleider te zijn, maar maakt die pretentie niet waar. Want bij het serieus bedrijven van wetenschap hoort een empirische houding die de feiten serieus in overweging neemt. Maar Ellian laat de feiten uit een mening van anderen volgen. Dat is des te opvallender en teleurstellender omdat hij in Iran als links-radicaal zuchtte onder het autoritaire regime van de islamisten. Je zou denken dat Ellian in zijn persoonlijk leven voldoende kennis en ervaring heeft opgedaan om autoritair gedrag van leiders te herkennen en af te wijzen. Maar als hij die kennis en ervaring al zou hebben, het blijkt uit zijn column niet dat hij die gebruikt. Hij stopt het weg. Ellian verdedigt direct het autoritaire gedrag van president Trump dat hij in volledige lijn met de werking van de rechtsstaat acht en verdedigt indirect het autoritaire gedrag van president Putin met wie Trump een sterke band onderhoudt. Met zijn opinie treedt Ellian niet alleen buiten wetenschap en objectieve journalistiek, maar ook buiten het traditionele conservatisme dat uiteindelijk niet de rechtsstaat en de Constitutie ter discussie stelt. Dat laatste doet Trump wel. Door het voor Trump op te nemen die zo aantoonbaar morrelt aan rechtsstaat en Constitutie beseft Ellian niet dat hij zijn eigen objectiviteit verliest. Blijkbaar zijn dit soort columns hem het verlies van zijn eigen geloofwaardigheid waard.

Foto: Schermafbeelding van deel columnAfzettingsprocedure Trump is politieke oplichterij’ van Afshin Ellian in Elsevier Weekblad, 24 januari 2020.

Radicale boeren en radicale dierenactivisten claimen met oogkleppen op het eigen gelijk. Het is een heilloze handelwijze

with 2 comments

Er zijn boeren en boeren. Een meerderheid van de Nederlandse boeren is gematigd, een minderheid is radicaal. Datzelfde geldt voor de dierenactivisten. Waar de gematigde boeren zijn verenigd in de LTO, zo zijn de democratische, gematigde activisten die opkomen voor dierenwelzijn onder meer verenigd in de PvdD.

Het is begrijpelijk dat de acties van de geradicaliseerde boeren reacties oproepen. Want de geradicaliseerde boeren gingen de afgelopen maanden meermalen over de schreef. Dat heeft bij delen van de Nederlandse bevolking kwaad bloed gezet. Daar kwamen bizarre, niet te verdedigen uitspraken over de Holocaust bovenop die niet goed te praten waren, maar toch binnen kringen van de FDF tegen beter weten in goedgepraat werden. Een meer tekenende manier op aan te tonen dat daar de redelijkheid zoek was is nauwelijks mogelijk.

Maar het is niet logisch dat nu de gematigde boeren bedreigd worden. Zij hebben zich welwillend, maar passief opgesteld bij de blokkades van snelwegen en het negeren van aanwijzingen van de politie. Vraag is hoe talrijk de radicale dierenactivisten zijn. Is het een splintergroep of een kleine minderheid van zo’n 10 of 20% van het totaal aantal dierenactivisten? Het is dezelfde vraag die over de radicale boeren wordt gesteld.

Zo bereikt de actie van de radicale dierenactivisten het omgekeerde van wat het beoogt. Terwijl de boeren verschillend reageren op het stikstofprobleem. Het gooit namelijk alle boeren op één hoop. Zodat ze partij voor elkaar kiezen. Zoals de acties van de radicale boeren de Nederlanders verenigden in hun afwijzing van de blokkades van wegen, vliegvelden en bedrijventerreinen. Boeren zijn zowel daders als slachtoffers van een milieubeleid dat door de agro-industrie, de banken, de landelijke politiek van CDA, VVD en PvdA en de landbouwlobby zelf in de steigers is gezet. Als onverantwoord en onhoudbaar krediet op de toekomst.

De conclusie is dat radicalisme van zowel de boeren van de FDF als het radicalisme van de dierenactivisten ongewenst is omdat het in strijd is met de democratische rechtsstaat. Deze dierenactivisten en boeren zijn twee kanten van dezelfde medaille. Beide radicale groeperingen die alleen op zichzelf gericht zijn en geen oog hebben voor de samenleving als geheel blijven met oogkleppen op vanuit het eigen gelijk op elkaar reageren.

De les is dat gematigde boeren en redelijke dierenactivisten niet zozeer afstand moeten nemen tot wat ze als vanouds als traditionele vijand zien, maar tot de geradicaliseerden in eigen kring. Er moet geprobeerd worden radicalen in eigen kring tot de orde te roepen. Niet in het minst om de cyclus van actie-reactie te doorbreken.

Foto’s: Schermafbeelding van deel artikelAgractie: Boeren in Nederland ernstig bedreigd met vernieling, sabotage en brandstichting’ op melkveebedrijf.nl met een brief van radicale dierenactivisten (met door de geadresseerde zwartgelakte passages).

Ruud Koopmans meent dat in Nederland de kritiek op de radicale islam vooral door links ontkend wordt

leave a comment »

Het is een oude constatering, islamkritiek moet, maar mag niet in Nederland. Het islamdebat is geamputeerd en gesaboteerd. Socioloog Ruud Koopmans ziet in gesprek met WNL de radicale islam als probleem. Er heerst volgens hem bij linkse en gematigd-rechtse politieke partijen een taboe om kritiek te uiten. Bijvoorbeeld wat de positie en bejegening van vrouwen of homoseksuelen binnen de islam betreft die niet te rijmen valt met de rechtsstaat. Toch blijft het behalve bij radicaal-rechts stil en klinkt er nauwelijks kritiek op de radicale islam.

Vooral door de halfslachtige opstelling van links die valt samen te vatten als wegkijken en goedpraten. Terwijl enkele decennia daarvoor kritiek van links op het christendom op dezelfde aspecten wel overbodig klonk. Dat verschil is opvallend en niet logisch. Zodat islamkritiek nog meer met radicaal-rechts wordt geassocieerd en nog meer een taboe wordt. Met als gevolg dat het gedrag van links er alleen nog maar extra krampachtig op wordt. Het ontkennen van de waarheid over de islam door links is een destructieve daad. Gelukkig zijn er uitzonderingen op dat goedpraten van de onderdrukking door de radicale islam, zoals Koopmans, maar ook ex-PvdA’er Eddy Terstall. Die laffe houding van de PvdA kondigde al voor 2010 de leegloop van de partij aan.

Het islamitisch fundamentalisme kan het best bestreden worden met fundamentele kritiek. Maar in Nederland gebeurt het niet of te aarzelend. De verklaring is duidelijk, moslims worden als slachtoffer beschouwd en moeten in bescherming genomen worden omdat ze zielig zouden zijn. Hoewel het volgens Koopmans juist de islamregimes zijn die slachtoffers maken. Niet in het minst de goedwillende moslims die onder het islamitisch radicalisme lijden. Het wegkijken van bedrijfsleven en voltallige Nederlandse politiek voor landen als Qatar of Saoedi-Arabië die hun islamitisch fundamentalisme naar Nederland mogen exporteren is een ander taboe.

Boerenprotest moet kritiek niet richten op politiek of RIVM, maar op agro-industrie, Rabobank en het groene front van het CDA

with 2 comments

Mijn reactie bij de videoThierry Baudet spreekt op boerenprotest in provinciehuis van Flevoland’ op het YouTube-kanaal Boerenbusiness:

De uitstoot en neerslag van stikstof per hectare is in Nederland ongeveer tweemaal zo hoog dan in Duitsland. Daarnaast is Duitsland een groter land met meer natuur en naar verhouding een kleinere agro-industrie. Kortom, de afstand en schaal zijn er anders. Het Duitse beleid is van toepassing op Duitsland omdat het op de Duitse situatie is gebaseerd. De Nederlandse situatie is anders en onvergelijkbaar met de Duitse.

Het is absoluut zo dat de landbouwsector goed bezig is en met investeringen die schadelijke stoffen afvangen al heel wat heeft bereikt. Dat verdient zeker lof. Maar het is ook zo dat de politiek, en dan vooral op initiatief van toenmalig staatssecretaris Henk Bleker, hoognodige maatregelen niet genomen heeft. Door dat uitblijven van structurele maatregelen is de landbouwsector het afgelopen decennium in een schijnwerkelijkheid terechtgekomen doordat de politiek het een valse, veel te positieve voorstelling van zaken heeft gegeven. Nu moet dat onder de dreiging van de rechter alsnog rechtgetrokken worden.

U behoort te weten dat de Nederlandse landbouwsector grotendeels produceert voor de buitenlandse markt. Na de VS is het kleine Nederland de tweede landbouwexporteur ter wereld. Die landbouwexport vertegenwoordigde in 2018 een bedrag van € 90,3 miljard. Dat is een groot belang waarbij de agro-industrie, die veel omvangrijker is dan de producerende boeren, veel te verliezen heeft. Vandaar ook dat de huidige protesten van de geradicaliseerde boeren in de achtergrond door de agro-industrie worden ondersteund. Want via de protesterende boeren die de kolen uit het vuur halen probeert de agro-industrie het eigen commercieel belang te verdedigen.

Begrijpelijk, maar ook een weerlegging van de claim dat het stikstofbeleid dat de Raad van State de samenleving afdwingt als het zegt dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet toepasbaar is uitsluitend bedoeld zou zijn om boeren dwars te zitten. Dat is niet zo. De landbouwsector zorgt op afstand voor de meeste uitstoot van stikstof. Dat is een feit. En omdat het PAS in strijd is met Europese natuurwetgeving legt de Raad van State de politiek op om een beleidswijziging door te voeren.

Zoals gezegd, een beleid dat al tien jaar geleden ingezet had moeten worden. Het PAS was een doodlopende weg die ook door velen als zodanig werd gezien. Dat het nu bij vele boeren voor bitterheid en wrok zorgt is begrijpelijk, maar deels ook kortzichtig. Want men kan niet onbeperkt het volume blijven vergroten in het kleine Nederland in de hoop dat men niet tegen grenzen aanloopt. Wat in mei 2019 met de uitspraak van de Raad van State is gebeurd, maar zich als jaren had aangekondigd dat dat ooit zou gebeuren omdat de rek eruit was.

De vraag is waarom heeft de Nederlandse agro-industrie daar niet beter op geanticipeerd door meer in te krimpen, te verduurzamen of te outsourcen. Het is tijd dat de Nederlandse boeren hun pijlen niet gaan richten op de Raad van State of de landelijke politiek die de aan hen opgelegde richtlijnen uitvoert, maar op de agro-industrie, de Rabobank en het groene front van het CDA die de boeren een doodlopende weg hebben opgeleid.

Foto: ‘Protesterende boeren halen bakzeil bij provinciehuis Noord-Brabant’. © Bart Meesters. In: BN De Stem, 26 oktober 2019. 

Zondag met Lubach over de boeren en stikstof

leave a comment »

De Nederlandse landbouwsector is van grote kwaliteit en doet het goed. De landbouwsector heeft al heel wat (dure) maatregelen genomen om in de bedrijfsvoering minder verontreinigende stoffen uit te stoten of die op te vangen. Deze inspanningen vragen op z’n minst om een warme sanering, dus betaling en compensatie voor de gemaakte investeringen van de boerenbedrijven door de overheid.

Maar de uitstoot van stikstof is in Nederland per hectare groot. Omdat in het kleine Nederland natuur- en landbouwgebieden dicht bij elkaar liggen, zorgt dat voor problemen. De marges zijn klein. Dat valt niemand te verwijten, dat is gewoonweg de situatie in Nederland.

Maatregelen worden niet genomen om de boeren te pesten. Dat is geen begrijpelijke verklaring omdat eerder het omgekeerde het geval is. In het verleden werden de boeren door de lobby van CDA en VVD juist gespaard. Met als gevolg dat er te laat een beleid is ontwikkeld dat de omvang van de landbouwsector, en dan met name de veeteelt, terugbrengt. De oude wijsheid ‘Om hetzelfde te blijven moet men veranderen’ is van toepassing op dit dossier. Die verandering had al lang geleden ingezet moeten worden. Dat is juist door de bescherming van vooral de veeteelt niet gebeurd. De boeren zijn niet gepest, maar gepamperd.

De boosheid van boeren is begrijpelijk, maar ook onbegrijpelijk. Alle sectoren moeten inleveren. Ook de woning- en wegenbouw. Feit is nu eenmaal dat de stikstofuitstoot van de landbouwsector de categorie is die voor de meeste uitstoot en neerslag van stikstof zorgt.

De politiek aan het Binnenhof is bang voor zichzelf. De politiek moet een ruggengraat kweken. Probleem is dat een minister van Landbouw niks te vertellen heeft en in de publiciteit maar wat kwebbelt en er in de Haagse politiek bijna niemand is die kiezers niet naar de mond wil praten. Het failliet van het stikstofbeleid is afgelopen jaren veranderd in het failliet van de politiek. De hoogste tijd om door te bijten voordat elke week weer een ander belangengroep op het Malieveld demonstreert en eist niet aangepakt te worden.

Written by George Knight

21 oktober 2019 at 00:12

Baudet werpt zich op als supporter van radicale boeren. Hoe geloofwaardig is dat?

with one comment

Het bericht bij deze video van het YouTube-kanaal Boerenbusiness geeft de volgende tekst: ‘De provincie Flevoland wil het provinciale stikstofbeleid niet intrekken. Honderden Flevolandse boeren wilden daarom niet vertrekken uit het provinciehuis. Zij werden gesteund door Thierry Baudet, de fractievoorzitter van Forum van Democratie.’ Hoe geloofwaardig is dat, die ‘mesalliance’ tussen radicale protesterende boeren en FVD? Baudet zal waarschijnlijk denken dat het feit dat de NSB in de jaren ’30 in Drenthe veel steun van kleine boeren kreeg voor herhaling vatbaar is en de boeren hem electoraal kunnen helpen. Daarmee probeert Baudet zich ‘het groene front’ in te wurmen dat wordt gedomineerd door CDA, VVD, CU en SGP. Mijn reactie bij deze video:

Geloven de boeren nou zelf dat de Leids-Amsterdamse Baudet werkelijk iets geeft om de boeren? Nee, daar zijn ze te realistisch voor. Baudet is geen Hendrik Koekoek die zich als landbouwer en politicus vanuit zijn hart liet inspireren door het boerenbelang. Dat Baudet als leider van een politieke partij als franje dient bij de bezetting van het Flevolandse provinciehuis geeft aan hoever zijn democratische gezindheid en politiek gewicht reiken. Het Randstedelijk opportunisme druipt ervan af. Maar de boeren zullen lachend in hun vuistje denken, zolang we die bekakte Baudet voor onze boerenkar kunnen spannen, maken we gebruik van hem. Krom is het wel, dat gekunsteld samengaan. Ook interessant, want wie denkt nou eigenlijk wie te gebruiken?

%d bloggers liken dit: