George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Partijpolitiek

List van Roemer voor een ‘progressief pact’ kan faliekant anders uitpakken

with 6 comments

partijcongres-34-of-1

Dat is schrikken, de SP wil niet in een kabinet met de VVD. Aldus partijleider Emile Roemer volgens een bericht in het AD. Vandaag houdt de SP een partijcongres in Tilburg waarop Roemer ‘oproept tot het sluiten van een progressief pact voor sociale verandering.’ Maar welke partijen daar volgens de SP toe moeten worden gerekend is onduidelijk. Zelfs als het niet-linkse D66 en de CU mee worden gerekend resteert met 36 zetels in de Eerste Kamer nog geen meerderheid voor ‘een progressief pact’ met SP, PvdD, PvdA, GL, D66 en CU. Om tot kabinetsvorming en een meerderheid in de Staten-Generaal te komen is deze strategie van de SP daarom een doodgeboren kindje. De marketing van de SP lijkt dan ook een ander doel te dienen: verkiezingswinst.

Maar de strategie van de SP kan ook totaal anders uitpakken en tot de uitsluiting van deze partij leiden. Dan jaagt het namelijk samen met de PVV en de populistische splinters op rechts de middenpartijen  VVD, PvdA, D66, CDA en GroenLinks naar elkaar. De verkiezingsstrijd gaat er dan om wie van deze vijf partijen afvalt. Het is voorstelbaar dat de partij afvalt met de minste zetels in de Tweede Kamer, de minste overeenstemming met de andere vier partijen en de meest vragende politieke leiders. Omdat in de Eerste Kamer PvdA (8 zetels) en GroenLinks (4 zetels) als enigen gemist kunnen worden voor een meerderheid resteert dan waarschijnlijk een vierpartijenkabinet VVD, CDA, D66, PvdA of VVD, CDA, D66, GroenLinks. In de peilingwijzer van december 2016 komt zo’n vierpartijenkabinet in de Tweede Kamer nog zo’n 10 zetels tekort voor een meerderheid.

Maar in de campagne kunnen vier van de vijf middenpartijen nog groeien. VVD kan met de sterke campaigner premier Mark Rutte stemmen wegsnoepen bij de PVV en uitkomen op 30 zetels en opnieuw de premier leveren. De PvdA met Lodewijk Asscher kan de aanval inzetten op de SP en zo het verwachte verlies beperken en uitkomen op 15-18 zetels. GroenLinks kan nieuwe en jonge kiezers motiveren te gaan stemmen en met 12-14 zetels haar beste resultaat ooit behalen. D66 en CDA kunnen hun uitslagen in de peilingen van rond de 15 zetels consolideren of nog licht verbeteren. Zo tekenen zich twee maanden voor de verkiezingen van 15 maart 2017 reeds de contouren van een nieuw kabinet aan. De partijen die niets forceren komen bij elkaar uit.

Foto: Partijcongres SP, 2010.

GroenLinks gaat voor kleine daden. Is dat het antwoord aan progressieve kiezers?

with 4 comments

Hoe wervend is een slogan die zegt ‘grote verandering komt van kleine daden‘? Het oogt niet overtuigend. Het oogt als de omgekeerde wereld. Van gefriemel onderop om de maatschappij te veranderen. Zo geleidelijk dat niemand het merkt. Waarom denkt GroenLinks dat dit een verschil maakt? De slogan is een optelsom van cijfers achter de komma, terwijl de kiezer door andere partijen wordt aangesproken op cijfers voor de komma.

GroenLinks zet hiermee de eigen nederlagenstrategie in de steigers. Het wil alle opties openhouden, maar wordt er kleurloos van. Het is te braaf en niet onderscheidend. Waarom zou iemand stemmen op een partij die grote daden afwijst? Een politieke partij moet bewegen en burgers enthousiasmeren en in beweging brengen.

De zelfverzekerde en brutale opstelling van rechts-populisten als Donald Trump of Vladimir Putin leert dat verandering ontstaat door grote daden. Onrechtmatige bezetting van delen van een buurland, criminaliseren van de oppositie of het bij het oud vuil zetten van vanzelfsprekendheden in de buitenlandse politiek.

GroenLinks heeft er niets van begrepen en maakt zich klein door deze slogan. Het moet winnen aan zelfvertrouwen en realisme om op 15 maart 2017 goed te scoren. En bovenal het campagneteam vervangen die dit heeft verzonnen. Of de mentaliteit van het kleine denken. Of deze slappe slogan een gevolg is van lui denken en een gebrek aan ideëen dat links overal teistert of aan eenheid binnen de partij valt te bezien.

Als GroenLinks een kans wil maken op verkiezingswinst moet het zelfbewuster opereren. Het moet de rechts-populisten met grootse gebaren frontaal aanvallen. Alleen dan maakt heeft het voor progressieve kiezers zin om op GroenLinks te stemmen. Voor kleine daden kunnen ze bij andere partijen terecht. Alle Nederlandse politieke partijen blinken uit in kleine daden. Daarom keren kiezers zich af van dat type partijpolitiek.

Written by George Knight

25 december 2016 at 12:12

Verkiezingsretoriek domineert debat over de ratificatie van de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne

with 4 comments

tpo

De grootste fout heeft premier Mark Rutte in de aanloop naar het Oekraïne-referendum gemaakt. Omdat het om een raadgevend referendum ging had hij aan zowel het publiek als de partijen in het parlement moeten toelichten dat de uitslag van het referendum één van de aspecten was die hij mee zou wegen in de overweging van het kabinet. De Wet Raadgevend Referendum geeft het kabinet die ruimte. Rutte liet dat na. Onder druk van partijen -vooral de PvdA- zei hij de uitslag te zullen volgen. Dat had hij niet moeten doen.

Zo ontstond een vewarrende situatie. Informeel zei premier Rutte de uitslag te volgen, maar formeel had hij de ruimte om de uitslag naast zich neer te leggen en andere belangen voorop te zetten. Zoals de toekomst van Nederland, de relatie met andere EU-lidstaten, de Europese veiligheidspolitiek en geopolitieke belangen in de relatie met de Russische Federatie.

Daarbij komt dat democratie op vele niveau’s speelt. Op binnenlands/ Nederlands niveau, op EU-niveau met 28 EU-lidstaten en op het niveau met een externe EU-partner Oekraïne. En in afgeleid daarvan ook nog eens in het diapositief van de Russische Federatie waar democratie en rechtsstaat steeds meer onder druk staan.

Nederland moet zwaarwegende redenen hebben om een associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne niet te ratificeren tegen 27 EU-lidstaten in die dat wel doen. Het kan de Nederlandse positie beschadigen. De afweging van het kabinet in tweede instantie is dat die zwaarwegende redenen ontbreken. Formeel is de uitslag van het Nederlandse referendum volgens het kabinet niet die zwaarwegende reden. Feitelijk maakt het kabinet de afweging of het kiest voor de binnenlandse of buitenlandse geloofwaardigheid van Nederland.

De opkomst bij het referendum lag met 32% net boven de opkomstdrempel van 30%. Als dan toch een uitslag moet doorwegen in het buitenlands beleid dan kan dat beter gebeuren bij de komende verkiezingen voor de Tweede Kamer. Met een opkomst in de laatste jaren van zo’n 75% is die stemming in het land meer dan twee keer zo representatief dan het referendum over Oekraïne. Strategische tegenstemmers bleven thuis in de verwachting er zo aan mee te helpen de opkomstdrempel van 30% niet te halen.

Niet ratificeren zou de positie verzwakken als Nederland als enige EU-lidstaat dwars zou blijven liggen. Men kan daarover van mening verschillen, maar onwettelijk, verraderlijk of een getuigenis van een slappe ruggegraat is die opstelling van het kabinet niet. Het is bovenal in tegenspraak met wat Rutte en andere bewindslieden voor het referendum zeiden en verzwakt het vertrouwen in de politiek. Maar dat slaat vooral terug op de VVD en de PvdA die in deze kwestie hun eigen public relations slecht hebben behartigd.

Nadeel van partijpolitiek is dat partijen hun eigen retoriek volgen en daar nog lijken in te gaan geloven ook. Hun sterkte is dat ze niet verder kijken dan hun neus lang is. Dat is tegelijk hun zwakte omdat het partijen gevangen houdt in eigen retoriek. Dit wordt extra op scherp gezet door electorale overwegingen. Partijen sorteren nu al voor voor de verkiezingen van de Tweede Kamer op 15 maart 2017. Ze staan in de file om hetzelfde te beweren. Elk roepen ze het hardst in de verwachting het best gehoord te worden door de kiezer.

Vanuit die verkiezingsretoriek is het begrijpelijk dat de PVV’er Harm Beertema stelt dat premier Rutte verraad heeft gepleegd. Maar het kabinet dat aan het roer van Nederland staat heeft een verantwoordelijkheid die verder gaat. Het is niet het belang van de EU dat Rutte en andere bewindslieden behartigen, maar het belang van Nederland. En het is evenmin het belang van hun politieke partij die de VVD’ers en PvdA’ers in het kabinet met hun opstelling over de ratificatie van de associatie-overeenkomst behartigen. Die waarheid dringt slecht door tot partijen als de PVV, SP, PvdD, VNL, CDA, CU en SGP die hun electorale positie voorop zetten. Vooral de gouvernementele confessionele CDA, CU en SGP komen hierdoor in conflict met hun eigen traditie.

Foto: Schermafbeelding van artikelOekraïnedebat – Mark Rutte heeft zijn meerderheid in Tweede- én Eerste Kamer’ op TPO, 20 december 2016.

Pleidooi voor de herwaardering van kunst vanwege de bedreiging door het populisme

with 2 comments

Kunst als industrie is een opvatting. Specialismen die aan hoogleraar Andy Pratt van de City University London worden geplakt zijn verschillend. Veelzeggende etikettering. Dat varieert van Cultuurbeleid (‘Cultural Policy‘) tot Culturele Economie (‘Cultural Economy’). Dat is een principieel verschil in benadering die voor gescheiden werelden staat. Cultuurbeleid is het geheel van uitgangspunten van de overheid ten aanzien van de culturele sector. Het omvat emancipatie, culturele educatie en debat. Culturele economie is de studie van de culturele sector vanuit economisch perspectief. Het omvat beroepsopleiding, de creatieve industrie en amusement.

Politiek denken in de westerse landen van de afgelopen 15 jaar is doorgeslagen in de richting van kunst die dienstbaar is aan de economie. Zoals ook politiek dienstbaar werd aan de economie. Vaak in het verlengde van stadsplanning, ruimtelijke ontwikkeling en de belangen van de vastgoedsector. Dat kreeg een semi-officiële onderbouwing door de verschijning van The Rise of the Creative Class van Richard Florida in 2002.

Die ontwikkeling werd mogelijk omdat kunst als maatschappelijk-kritische macht haar scherpte had verloren en daarom getemd kon worden. Overheden schroefden uitgaven van cultuurbeleid terug. De politiek zag het belang van kunst niet in omdat het geen politiek-maatschappelijke functie van betekenis meer zou hebben.

Door de opkomst van het populisme verandert dat snel. Zo snel dat het praatje van professor Andy Pratt van november 2016 nu al gedateerd aandoet. De demagogie van Donald Trump, Nigel Farage, Marine Le Pen of Geert Wilders geeft kunst weer een functie. Die meer is dan economisch belang en verkooppraatjes over de creatieve klasse, werkgelegenheid en kunst uit cultuureconomisch perspectief. Kunst groeit door de slechte smaak van de populisten en hun opwaardering van politiek tot amusement -die indirect ook de journalistiek onschadelijk probeert te maken- in haar aloude rol als politiek kompas en maatschappelijk geweten.

Zo gloort er weer een rol voor kunst met een maatschappelijke functie die de economisering van de afgelopen 15 jaar achter zich laat. Het is zaak voor politieke partijen die zich tegen de demagogie van de populisten keren om in te zien dat kunst een essentieel instrument is om die demagogie te bestrijden. Niet door politiek stelling te nemen tegen de populisten, maar door hun kleinigheden, tegenstrijdigheden en onbelangrijkheden bloot te leggen. Cultuurcriticus Neil Postman zei: ‘When a population becomes distracted by trivia, when cultural life is redefined as a perpetual round of entertainments, when serious public conversation becomes a form of baby-talk, when, in short, a people become an audience, and their public business a vaudeville act, then a nation finds itself at risk; culture-death is a clear possibility.’ In die fase zijn we aanbeland. Hoogste tijd voor de herwaardering van kunst door de gevestigde politiek om de dreigende cultuurdood voor te zijn.

CIA zegt in nieuwe beoordeling dat Kremlin Trump hielp om president te worden

with 5 comments

Is het voor 100% zeker dat de Russische regering heeft getracht de Amerikaanse presidentsverkiezingen ten gunste van Trump te beïnvloeden, of niet? The Washington Post wijst in een artikel op een nieuwe, geheime beoordeling van de CIA dat het Kremlin niet alleen probeerde het vertrouwen in het electorale proces te ondermijnen, maar ook dat het er zich actief in mengde om Trump aan de winst te helpen. Opmerkelijk in het bericht van de Post is het argument van de meerderheidsleider in de Senaat Mitch McConnell die voor de verkiezingen bezwaren maakte tegen de openbaarmaking van informatie van de inlichtingendiensten over de Russische betrokkenheid. Hij stelde dat dit partijdig zou zijn. Zo maakte hij nationale veiligheid ondergeschikt aan partijpolitiek en bond opnieuw de handen van de aarzelende president Obama. Geharnaste Republikeinse senatoren als John McCain en Lindsey Graham denken er trouwens anders over en vinden wel dat hard moet worden opgetreden tegen Russische inmenging in de Amerikaanse politiek. Trump heeft als minister van Verkeer McConnells echtgenote Elaine L. Chao genomineerd. Bij dit soort partijpolitiek is iedereen te koop.

Gedachten over de komende verkiezingscampagne. Tussenstand

with 3 comments

tumblr_n1iojufqdo1rtynt1o6_1280

Hoe moet een politieke partij de campagne aanpakken? Wat leidt tot winst en wat niet? Uit de verkiezing van Trump en de Brexit, en de reactie erop valt op te maken dat het niet om de economie gaat. Als het goed gaat, dan nemen de kiezers dat voor lief. Dus: partijen moeten de macro-economie niet centraal zetten. Wat wel telt is de inkomensongelijkheid en de verdeling van de welvaart. De verdeling van de taart houdt meer mensen bezig dan de grootte ervan. Zelfs als ze bij een ongelijke verdeling van een grotere taart toch een groter stuk krijgen. Dus: partijen moeten komen met uitgewerkte plannen voor een gelijkmatige inkomensverdeling en het terugdringen van inkomensverschillen; het niet overlaten aan zelfregulering door werkgevers. 

Het gaat evenmin om diversiteit of identiteitspolitiek. Dat is wat mogelijk een progressieve minderheid, maar niet een meerderheid bezighoudt, zoals historicus Mark Lilla onlangs constateerde. Homoseksualiteit, ras, man, vrouw, het doet er gewoonweg weinig toe. Merkwaardig is trouwens dat in statistieken niet valt terug te vinden wat het percentage witten in Nederland. De verdeling autochtoon-allochtoon (22%) is daar slechts een echo van. Inclusief een vertekening omdat herkomst niet alles zegt over etniciteit. Een schatting is dat het percentage witten uitkomt op 85-90%. Dus: partijen moeten het strijden voor identiteitspolitiek stoppen.

Zo kondigt zich een politiek programma aan: het moet niet gaan over economie of identiteit, maar wel over inkomensverdeling en -ongelijkheid. Grenzen dicht of de toestroom van asielzoekers stoppen is eerder een afgeleide van die inkomensverdeling, dan van identiteit. Want bedreigend voor de positie van arbeiders- en middenklasse. Islam, integratie en immigratie kunnen genoemd worden, maar een verstandige partij koppelt ze direct aan de arbeidsmarkt en het inkomen. Welke partijen passen op dit moment het best bij bovenstaand profiel? Dat zijn de PVV en GroenLinks. Partijen als D66 en PvdA die het moeten hebben van identiteit lijken niet verder te komen dan hun trouwe achterban. VVD en SP zitten vooralsnog verloren met een ideologische nadruk op de economie. In drie maanden kan nog veel veranderen als partijen hun campagne bijstellen.

Foto: Maskers, carnaval.

Schijnbewegingen van The Art of Impact dienen de kunst niet

with 2 comments

Pieter van Os legt in een artikel voor NRC het gemis van The Art of Impact (TAI) bloot dat deze week de Impact Award uitreikte: ‘Goede kunst maakt indruk. Maar als iets veel indruk maakt, is het dan ook goede kunst? Dat is wel de gedachte achter ‘The Art of Impact’, een stimuleringsprogramma van het ministerie van OCW.’  Van Os stelt vast dat ‘impact’ op de samenleving een merkwaardig criterium voor goede kunst is. TAI presenteert de Impact Award als ‘de kunstprijs voor niet-kunstenaars’. De essentie waarom TAI tekortschiet zit hem in de verkeerde opvatting van wat kunst is en de annexatie ervan door centrumlinkse partijpolitiek. Exact in het tijdperk dat rechts-populisten als Thierry Baudet kiezers mobiliseren tegen hedendaagse kunst. In een commentaar verwoordde ik dat als volgt: ‘Kunstenaars worden niet als autonome producenten van eigen werk voorgesteld, maar als aanvullend op andere doelen, zoals de aanpak van ‘maatschappelijke vraagstukken’.

Zo wordt kunst vleugellam en partijdig gemaakt. Waarschijnlijk vanuit goede bedoelingen. Kunst wordt getemd en ondergeschikt gemaakt aan partijpolitiek. Deze inperking dient de kunst niet. Want kunst moet in volle vrijheid kunnen functioneren en aan niemand verantwoording hoeven afleggen. Als het begrip ‘linkse kerk’ nog niet bestond, dan is hij door minister Jet Bussemaker en Hedy d’Ancona voor TAI uitgevonden.

De video over de uitreiking van de Impact Award 2016 aan Anton Dautzenberg toont genadeloos het verschil tussen intentie en uitwerking. De entourage is de boodschap. Een culturele (pseudo)-elite speelt voor even anti-elite en huurt daartoe querulanten in en gaat daarna over tot de orde van de dag. Deze ventielwerking van TAI -die kunst ver weg van het alledaagse leven onderbrengt in een politiek reservaat- verstoort eerder de politieke druk van kunst op de samenleving dan dat die die helpt opbouwen. Iedereen speelt het spel mee en kan beseffen dat het een schijnvertoning is. TAI is in wezen een anti-politieke beweging of in elk geval een slecht doordacht project dat averechts uitpakt. Moderator en coördinator Tabo Goudzwaard praat met mooie woorden over het plaatsvinden van een systeemverandering, maar houdt vaag wat dat betekent. Hij kan ook niet anders, want TAI is de systeemverandering als pose. Er wordt gehint en verwezen, maar niet uitgewerkt.