George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘AD

Dodenherdenking Vught: Het roepen van ‘Allahoe Akbar’ tijdens herdenking is niet gevaarlijk, maar een uiting van onvolwassenheid

with 2 comments

Op deze video van de recente brand in de Parijse Notre Dame zijn mannenstemmen te horen die ‘Allahoe Akbar’ roepen. Dat betekent zoiets als dat de God van de islam groot is. Omdat ze niet in beeld zijn is het onduidelijk of het hier om zogenaamd diegetisch geluid gaat of om stemmen die in de montage vanwege het dramatische effect zijn toegevoegd. Als het om diegetisch geluid gaat is het onduidelijk wat de achtergrond van de roepende mannen is. Het enige wat we weten is dat het om een opname van een brandende kathedraal gaat en mannenstemmen die roepen dat de God van de islam groot is. Maar hoe het een zich tot het ander verhoudt is niet op voorhand duidelijk. Deze slag om de arm is wat mediawijsheid anno 2019 ons oplegt.

Dezelfde onduidelijkheid geldt in iets mindere mate voor een incident op 4 mei 2019 bij de dodenherdenking bij de fusilladeplaats in Vught. Vanuit de nabijgelegen PI Vught werd ‘Allahoe Akbar’ geroepen. Het verstoorde de twee minuten stilte en leverde een gênante situatie op. Een ‘betrouwbare bron’ zegt tegen het AD dat het om ‘terreurverdachten’ ging. Volgens woordvoerder Robert Meijer ‘was één gevangene hoofdverantwoordelijk voor de actie’. Hij begon met schreeuwen waarop andere gedetineerden mee gingen doen. Het zouden er meer dan tien geweest zijn, volgens Meijer. De aanstichter is door de PI Vught daarop in de isoleercel gezet.

Het CDA-kamerlid Madeleine van de Toorenburg die bij de herdenking aanwezig was, vindt dat er een zware straf moet staan op deze actie zo zegt ze in het AD: ‘Dit is niet alleen respectloos, maar ook ronduit gevaarlijk gedrag’. Echt? Hoe kan het roepen van ‘Allahoe Akbar’ tijdens de dodenherdenking door tien of meer mannen vanuit de cellen van een gesloten afdeling van een penitentiaire afdeling gevaarlijk zijn? Het is duidelijk dat het om respectloos en puberaal gedrag gaat, maar ‘gevaarlijk’? Het is eerder een schreeuw uit machteloosheid en frustratie van een groepje ontevreden mannen. We moeten er niet te veel achter zoeken en aan verbinden.

Want dat eindigt in projectie waarmee een groepje machtelozen en onnozelaars macht wordt toegekend dat het vergeefs nastreeft maar via een omweg door onze reactie alsnog krijgt. De reactie van Van Toorenburg werkt averechts. Laat we sukkels die moedwillig een herdenking verstoren noemen wat ze zijn: onvolwassen.

Advertenties

Onduidelijkheid over plan Jetten om vermogens boven € 1 miljoen zwaarder te belasten. Wat betekent dat voor de middeninkomens?

with 2 comments

Dit is een passage uit de Kerdijklezing die de fractievoorzitter van D66 Rob Jetten vandaag hield. De partij kondigt het aan als ‘zijn eerste grote binnenlandse toespraak als fractievoorzitter’. Deze passage kreeg volop aandacht in de media. AD kopte: ‘Jetten wil miljonairstaks’ en De Telegraaf zegt: ‘D66 pleit voor miljonairstaks’. Deze koppen slaan behoorlijk de plank mis, want nu lijkt het net alsof dit een nieuw soort belasting is en miljonairs op dit moment geen belasting betalen. Dat is niet zo. Jetten heeft zijn plannen nog niet uitgewerkt en het is onduidelijk hoe ze precies luiden. Daarom valt er nog totaal niks over te zeggen.

Nederland kent een vermogensrendementsheffing van 1,2% boven een drempel van ongeveer €60.000 (met fiscale partner). Bezwaren: de middengroepen worden het zwaarst belast omdat de laagvermogenden geen vermogen hebben om te belasten en de hoogvermogenden de rendementsheffing grotendeels ontwijken. Elk belastingplan zonder een krachtige aanpak van belastingontwijking is zinloos en oneerlijk, en vooral politieke marketing. Verder voelen degenen die aangeslagen worden enige onrechtvaardigheid omdat de effectieve rente op rentedragende rekeningen lager is dan het door de overheid opgevoerde virtuele rendement van 4%. De rente is nu 0 of hooguit 0,2%. Het is de vraag in welke mate Jetten de kleine spaarders wil ontzien.

De Franse econoom Thomas Piketty die heeft gepubliceerd over inkomensongelijkheid pleit voor 0% heffing op vermogens tot 1 miljoen euro, 1% op vermogens tussen de 1 en 5 miljoen euro, en 2% op vermogens daarboven. Is het toeval dat Jetten een bedrag van 1 miljoen noemt? Hij lijkt de vermogenrendementsheffing voor kleine spaarders niet af te willen schaffen zoals Piketty, maar te willen verminderen. Want Jetten zegt de kleine spaarders meer te willen ontzien. Stel dat hij de vermogensrendementsheffing van 1,2% voor vermogens beneden de € 1 miljoen verlaagt naar 1% boven het heffingsvrij vermogen van € 60.000 (2018; met fiscale partner), dan leidt dat tot de volgende belastingdruk voor vermogens:

…..100.000 euro: Piketty: € 0;  Jetten: €400
…..300.000 euro: Piketty: € 0; Jetten: €240
…. 600.000 euro: Piketty: € 0; Jetten: €5400
…1.000.000 euro: Piketty: € 0; Jetten: €9400
…5.000.000 euro: Piketty: € 50.000; Jetten: € 49.940 + extra belasting

Dit voorbeeld leert dat ook bij een vermogen van € 5 miljoen de heffing van Piketty op vermogen nog lager is dan bij Jetten. Het is nog onduidelijk welk belastingmodel Jetten voor ogen heeft, maar hij lijkt nog steeds vooral de middengroepen te belasten. Welk probleem meent hij aan te pakken? Met de voorstellen van Piketty die de middengroepen buiten schot laat en vooral de hoogvermogenden aanpakt hoeft men het niet eens te zijn, maar dat heeft wel karakter en doet wat het zegt te doen. Piketty probeert immers tot een structurele herverdeling van vermogen te komen. Dat is bij Jetten nog maar de vraag. Nogmaals, wat het doel is van Jetten is onduidelijk. De beeldvorming in de pers dat D66 onder Jetten een ruk naar links zou maken met dit plan is afhankelijk van hoe het er precies komt uit te zien. Als het plan voor vermogens onder de € 1 miljoen min of meer ongewijzigd blijft dan belast Jetten de middeninkomens bijna nog even zwaar als nu het geval is.

Foto: Schermafbeelding van deel Kerdijklezing door Rob Jetten, 4 maart 2019.

In Amersfoortse raad klinkt de roep om een diepgaand onderzoek naar het MOA. In de Utrechtse raad blijft het opvallend stil

with 4 comments

Het was vanaf eind 2010 uit openbare bronnen duidelijk dat het Armando Museum (later omgedoopt tot Museum Oud Amelisweerd; MOA) geen succes kon worden. De voorwaarden voor succes ontbraken aantoonbaar. Iedereen met ogen in de kop kon dat in het volle daglicht zien. Er waren ontelbare mensen die sinds die tijd gewaarschuwd hebben voor de gebrekkige levensvatbaarheid van het omgekatte Armando Museum in de bossen van Bunnik (Rini Dippel/ex SM, Paul van Vlijmen/ex-Spoorwegmuseum, Eymert-Jan Goossens/Huis Doorn, Jesper Rijpma/VVD UT, Xander van Asperen/D66 UT, SP, Nieuw-Rechts UT, SP UT, Burgerpartij A’foort, Ben Stoelinga/A2014 A’f, Ramón Smits Alvarez/PvdA A’f, Raphaël Smit/Vliet A’f, Simone Kennedy/CU A’f, Hiske Land/GL A’f, Ben van Koningsveld/CDA A’f), maar ze werden niet gehoord en hun argumenten werden weggepoetst. Daarnaast waren er nog mensen uit de museumsector die achter de schermen hun ongenoegen uitten, maar dit vanwege hun functie of positie niet in het openbaar konden zeggen. Het opknappen van het vastgoed sinds begin jaren ’90 onder leiding van Centraal Museum en gemeentelijke diensten van de gemeente Utrecht is overigens geen weggegooid geld en moet niet verward worden met de ongelukkige en mislukte doorstart van het Amersfoortse Armando Bureau in Bunnik.

Een diepgaand onderzoek is nodig. Raadslid Ben Stoelinga van de Amersfoortse partij A2014 vindt dat de onderste steen boven moet komen over de gang van zaken van het MOA. Stoelinga is vooral geïnteresseerd in de financiële afwikkeling. Hij schetst twee scenario’s die in de raadsvergadering van 5 februari 2019 besproken worden: een onderzoek door externe onderzoekers of een raadsenquête. De laatste optie lijkt vanwege de transparantie en de mogelijkheid om betrokkenen, zoals ambtenaren en bestuurders onder ede te horen zijn voorkeur te genieten, zoals uit een notitie blijkt. Vanwege de werkdruk kunnen delen van de raadsenquête uitbesteed worden aan externe onderzoekers, zodat een combinatie van beide soorten onderzoeken wellicht het meest werkbaar is omdat het openheid en diepgang combineert met volledigheid.

Complicatie is de veelheid aan betrokken gemeenten (Utrecht, Amersfoort, Bunnik), de snelle wisseling van cultuurwethouders en de gefragmenteerde besluitvorming waardoor niemand zich blijkbaar verantwoordelijk voelt. Het is opvallend dat met Ben Stoelinga, maar ook met de langzittende raadsleden Hans van Wegen (BPA), Ben van Koningsveld (CDA) en Simone Kennedy-Doornbos (CU) het historisch geheugen in de Amersfoortse raad nog aanwezig is omdat deze raadsleden de beslissende debatten zelf hebben gevoerd en door hun dossierkennis weten waarover ze praten. In de Utrechtse gemeenteraad ontbreekt dat geheugen en die kennis op één uitzondering na, te weten SP’er Tim Schipper. In de Utrechtse raad is de omloopsnelheid zo groot dat bij de belangrijkste partijen in dit dossier, te weten D66 en VVD de woordvoerders elkaar in snel tempo hebben opgevolgd (D66: Xander van Asperen, Aline Knip, Ellen Bijsterbosch; VVD, Jesper Rijpma, André van Schie, Marijn de Pagter). Voor leden van de Utrechtse raad is de geschiedenis, besluitvorming en financiële complicatie van het MOA een ver-van-hun-bed-show waar ze geen persoonlijke betrokkenheid bij hebben. Dat is geen verwijt, maar een constatering. Daarom is het verklaarbaar dat de kritiek op het MOA uit de Amersfoortse en niet uit de Utrechtse raad klinkt. Terwijl laatstgenoemde er een groter belang bij en verantwoordelijkheid voor heeft omdat landhuis Amelisweerd eigendom van de gemeente Utrecht is.

De inzet van Ben Stoelinga is prima en vanuit zijn verantwoordelijkheid voorbeeldig te noemen, maar loopt ook tegen grenzen aan. Het kent nu eenmaal een Amersfoorts perspectief. En dat kan per definitie niet het hele perspectief zijn. Het is zoals gezegd verklaarbaar, maar ongelukkig dat de Utrechtse raad geen initiatief neemt voor een onderzoek van een project waarover jaren van tevoren met argumenten werd aangetoond dat het zou mislukken. Daarnaast is er ook de provincie Utrecht waar de statenleden Elly Broere, PVV en Truke Noordenbos, SP kritische vragen stelden, maar zij waren de uitzondering. Zijn het in de Utrechtse raad alleen het historisch geheugen en het gebrek aan kennis en affiniteit die ontbreken of is er meer aan de hand? De omstandigheid dat sinds 2010 alle grotere partijen bestuursverantwoordelijkheid hebben gedragen en boter op hun hoofd hebben in dit dossier MOA kan het zwijgen in de Utrechtse raad verklaren. Zodat geen van de grotere partijen happig is op een onderzoek dat met terugwerkende kracht de eigen bestuurders zou kunnen beschadigen. En de leden van de kleinere partijen (PvdD, DENK, S&S, PVV, Stadsbelang) leggen of andere prioriteiten of beseffen niet eens hoe slecht dit project vanuit het gemeentebestuur is uitgedacht en begeleid.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelOnderste steen boven rond faillissement MOA’ van Artwin Kreekel in het AD, 5 februari 2019.

Geldzucht en kunstzinnig gebrek karakteriseren Oranjes. Oproep voor instelling ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’

with 3 comments

Naast gebrek aan culturele belangstelling is geldzucht de tweede zwakke plek van de Nederlandse koninklijke familie. Om niet te zeggen een smet op het blazoen dat het zelf graag opgepoetst ziet. Het is tijd voor twee debatten die met elkaar verband houden. Namelijk de vraag of de uiterste houdbaarheidsdatum van de Nederlandse monarchie is bereikt en of zo’n instituut nog wel bij de huidige tijd past. Inclusief het principe van erfopvolging dat haaks op dat van de democratie staat. De monarchie is een ondemocratisch instituut. Daar zou een breed maatschappelijk debat over gevoerd moeten worden waarbij opgelet moet worden dat de Oranje-propaganda via bevriende media niet dat debat naar zich toetrekt zoals tot nu toe gebeurt. Ik ben nog steeds verbaasd over alle journalistieke hielenlikkers, jaknikkers en hermelijnvlooien die bij de troonsafstand van toenmalig koningin Beatrix in 2013 haar bewierookten. Gemeten steun voor de monarchie bedraagt 68%.

Een bijkomende vraag is hoe en wanneer de kunst, bezittingen en het vermogen dat de koninklijke familie beheert in de administratie van de koninklijke familie is gekomen en welk deel een bruikleen van die staat is. Het is nu de hoogste tijd dat over het werkelijke eigendom duidelijkheid ontstaat. Om dat voor de kunst te onderzoek pleitte ik in een commentaar onlangs voor een ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’ met de volgende motivatie: ‘De opdracht is het tegen het licht houden van de rechtmatigheid van de kunstobjecten uit de collecties van (leden van) het koninklijk huis of de koninklijke familie in bredere zin. Door inventarisatie en documentatie kan per object worden geadviseerd over teruggave aan de staat. Daarna kunnen de kunstobjecten in langdurige bruikleen worden gegeven aan Nederlandse musea. Feit dat zo’n Restitutiecommissie die de teruggave van kunst in het bezit van de koninklijke familie afhandelt nooit van de grond is gekomen heeft te maken met de lange arm van de Oranjes. De politiek heeft nooit een vuist durven maken en toont zich tot op de dag van vandaag bang voor of geïntimideerd door het staatshoofd.’

Arjen Ribbens van NRC is in deze kwestie gedoken en onthult in een artikel van 24 januari dat de Oranjes in stilte kunst verkochten aan het Rijk. Daar is door de politiek nooit ruchtbaarheid aan gegeven. NRC: ‘De overheid kocht de cultuurgoederen om te voorkomen dat de koninklijke familie ze aan derden zou verkopen.’ Dit is een voor de Nederlandse koninklijke familie beschamend en beschadigend feit. Eruit blijkt namelijk dat geldzucht en zelfverrijking van leden van de koninklijke familie haaks staan op het algemeen belang van Nederland. Zoals Ribbens in onderstaand citaat constateert gaat het hier niet om een toevallig incident, maar om een stelselmatige situatie gedurende vele jaren waarbij verschillende leden van de koninklijke familie betrokken zijn. Het lijkt de leden van de koninklijke familie vooral te ontbreken aan een gezonde mentaliteit.

Wat te doen in een sfeer waarin politieke partijen beschroomd, om niet te zeggen doodsbenauwd zijn in hun omgang met de Oranjes en de gevestigde media welhaast als gelijkgeschakeld kunnen worden beschouwd in hun lofzang op het koninklijk huis? Mede omdat nu een geloofwaardige republikeinse factie ontbreekt en de vrees voor het rechts-populisme mogelijke critici doet zwijgen. Er valt door nalatigheid en het bederf van politiek en media wat de monarchie betreft op dit moment geen eerlijk en open debat te verwachten over de rol van de monarchie, en in het verlengde daarvan over bezittingen die het ten onrechte heeft geconfisqueerd en te gelde heeft gemaakt. Arjen Ribbens en NRC zijn trouwens de uitzondering op de regel. Dat geeft hoop dat dit debat ooit volwassen en evenwichtig zal worden kunnen gevoerd. De twee aspecten, namelijk het (kunst)bezit van de koninklijke familie en de levensvatbaarheid van de monarchie lijken elkaar te beïnvloeden.

Het is op dit moment zo dat kritiek op de monarchie vanuit de middenpartijen niet frontaal wordt geuit omdat dit door de machtspositie van de monarchale groeperingen zo goed als vruchteloos is, maar dat de kritiek het onrechtmatig kunstbezit, het ontzamelen en de schraapzucht van diverse leden van de koninklijke familie zou kunnen aangrijpen om een nieuw, zijdelings front van kritiek tegen de monarchie te openen. Als dat leidt tot het instellen van een ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’ dan dient dat een drieledig doel: er komt duidelijkheid over wantoestanden die leden van de koninklijke familie hebben veroorzaakt; Nederlands kunstbezit wordt beter beschermd en onder het beheer van de Nederlandse Staat gebracht; de bewustwording over de wezenlijke rol van de monarchie wordt verdiept en verscherpt en geeft media en politiek de ruimte om afstand te nemen en onafhankelijker én zelfbewuster van de lange arm van de Oranjes te functioneren.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelOranjes verkochten in stilte kunst aan Rijk’ in AD, 25 januari 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelOranjes verkochten in stilte kunst aan Rijk’ van Arjen Ribbens in NRC, 24 januari 2019.

Tobias Walraven weg bij COMM. Was het toezicht voldoende?

leave a comment »

Tobias Walraven heeft na kritiek ontslag genomen als directeur van het COMM. Aanleiding was een artikel van onderzoeksjournalist Siem Eikelenboom in FTM. De klokkenluider die hem van informatie voorzag wordt niet beloond door de Raad van Toezicht omdat zij een wantoestand naar buiten heeft gebracht, maar gestraft met een rechtszaak omdat zij de geheimhouding zou hebben geschonden. Het museum is aan de rand van de afgrond gebracht door een dure verbouwing, hoge marketingkosten en een riant salaris voor Walraven. In een interview in het AD zegt Walraven dat hem niks te verwijten valt. Toch neemt hij ontslag, naar hij zegt om het COMM te beschermen. Zijn uitleg is ontwijkend en halfbakken. Hij zegt terug te treden vanwege ‘negatieve publiciteit’, niet omdat hij toegeeft dat onder zijn leiding het COMM aan de rand van de afgrond is gebracht.

Het lijkt op twee manieren mis te zijn gegaan bij het COMM. Allereerst door onvoldoende gebrek aan bestuurlijke kwaliteit en de verkeerde focus én prioriteit van de Raad van Toezicht. Het toezicht ontbrak grotendeels of was onvoldoende en de Raad was onevenwichtig samengesteld. Voorzitter Willem Ackermans was rond 2000 de financiële man van KPNQwest. Het COMM had tot september 2018 een Raad van Toezicht zonder iemand met museale expertise. Trouwens, waarom de directeur van Het Scheepvaartmuseum Michael Huijser toen in dit zinkend schip is gestapt valt lastig te begrijpen. Dat was óf te laat óf te vroeg.

Reden waarom medewerkers van het COMM in afgelopen jaren niet succesvol hebben gelobbyd en steun hebben gevonden om het beleid van het museum de pas af te snijden valt te verklaren door de identiteit en mentaliteit ervan. Naar zeggen van een medewerker was het reglementair niet toegestaan om buiten de directeur om contact met de Raad van Toezicht te zoeken. Ondanks het feit dat de medewerkers al vanaf 2011 signalen ontvingen dat de Raad van Toezicht met een sterfhuisconstructie bezig was en die niet serieus met de medewerkers in gesprek wilde gaan. Zodat de informatie vanuit het museum de top niet bereikte omdat de Raad van Toezicht dit afhield. Walraven trad pas in 2016 toe. Een en ander werd versterkt door het feit dat het museum een eigen stichting was met een pot geld van 75 miljoen gulden waarover het zeggenschap had en onafhankelijk van overheidssubsidies kon functioneren. De autonomie van Raad en directeur was groot omdat er geen publiek geld bij betrokken was. Verantwoording aan de overheid en collegiale toetsing ontbraken.

Het afwijzende advies over de Culturele basisinfrastructuur 2017-2020 van de Raad voor Cultuur uit 2016/17 over het COMM is kritisch. Wat volgens de Raad voor Cultuur ontbreekt is een goede en voldoende uitwerking van de plannen. Leidend punt van kritiek is dat de plannen niet aansluiten bij de musea functie van het museum. Hier lijkt zich het ontbreken van museummensen in directie en Raad van Toezicht te wreken. Maar het advies is niet alleen kritisch op de inhoud en de museale functie van het COMM maar ook op de aspecten ondernemerschap en marketing. Als laatste kritische noot zet het advies een kanttekening bij het bestuur van het COMM: ‘De Governance Code Cultuur wordt toegepast en er wordt een overgang gemaakt naar een raad-van-toezichtmodel. Het museum gaat niet in op de taakverdeling en de samenstelling van deze raad.

De constructie van het COMM gaf de bestuurders dus een vrijbrief voor onethisch gedrag omdat ze in hun eigen autarchie wettelijk binnen hun reglementair mandaat bleven. Het lijkt er sterk op dat niet directeur Walraven, maar een foute structuur de verklaring voor het uit de rails lopen van dit museum is. De directeur was weliswaar de foute man op de foute plek zonder museale ervaring of expertise die nooit benoemd had moeten worden, maar het lijkt vooral de Raad van Toezicht die deze ontsporing mogelijk heeft gemaakt. Waarschijnlijk niet uit kwaadwillendheid, maar uit onbenul, onkunde en een verkeerde doelstelling.

De weeffout is dat dit heeft kunnen gebeuren en er geen enkele instantie was die corrigerend op kon treden. Zoals de Museumvereniging, de gemeente Den Haag of het ministerie van OCW. In algemene zin is deze verkokering en kortzichtigheid een aandachtspunt bij privémusea die vaak maar één sponsor hebben en sterk in zichzelf gekeerd opereren. Een recent voorbeeld is het ontslag van Ralf Beil bij het Kunstmuseum Wolfsburg dat eenzijdig door Volkswagen wordt gerund. Van de andere kant zijn er geen wettelijke middelen om zo’n privémuseum waarvan iedereen van buiten ziet dat het ontspoort bindend op het rechte spoor te brengen.

Walraven verkoopt zijn marketingpraatjes, oneigenlijke argumenten en jeuktaal in het AD als hij zegt: ‘Ik voel me sterk omdat ik niet makkelijk opgeef en omdat ik vind dat ik de situatie professioneel tegemoet moet treden. COMM moet in haar kracht teruggezet worden.’ Walraven voelt zich niet sterk omdat hij een goede directeur was met museale ervaring, expertise, visie en een goed netwerk binnen de museumsector, maar omdat hij niet makkelijk opgeeft. Hijzelf brengt de flinterdunne onzin van zijn orakeltaal als geen ander onder woorden. Deze man had nooit benoemd moeten worden op deze functie. Dat valt echter niet zozeer Walraven, maar wel de Raad van Toezicht aan te rekenen. Voor de duidelijkheid de namen van de leden van de Raad van Toezicht die de ontsporing van het COMM hebben begeleid: Willem Ackermans, Sylvia Roelofs, Leon Merkun en Feer Verkade. Het voelt onrechtvaardig dat Walraven weggaat en Willem Ackermans blijft zitten.

Foto: Schermafbeelding van nieuwsberichtDirecteur Museum voor Communicatie treedt terug’ van het COMM, 23 januari 2019.

Is de politiek bereid om instelling van een ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’ serieus te overwegen?

with 6 comments

Mijn reactie bij het item ‘Musea balen: kunst Koninklijk Huis gaat naar veiling’ op het YouTube-kanaal van Nieuwsuur. Het is trouwens een kwestie van perspectief of deze titel juist is. Want de vermeende verkoper van de kunst, te weten prinses Christina is wel lid van de koninklijke familie, maar sinds 1975 niet meer van het koninklijk huis. Als dit kunstbezit echter wordt beredeneerd vanuit de logica dat het door overerving niet doorgegeven is aan diverse leden van de koninklijke familie, maar nog steeds als langdurige bruikleen wordt beheerd door het koninklijk huis, dan is de titel wel juist:

De samenleving dient actie te ondernemen om duidelijkheid te krijgen over de rechtmatigheid van de kunst die in het bezit van leden van de Nederlandse koninklijke familie is. Nu bestaat daarover vaagheid. Door een (kunst)historische en juridische inventarisatie kan gereconstrueerd worden hoe de verwerving is verlopen. Bijvoorbeeld in de 19de eeuw ten tijde van Koning Willem II toen kunstwerken werden betaald vanuit de staatskas, maar in het bezit van de koninklijke familie kwamen. Door overerving is de duidelijkheid over de herkomst verder vertroebeld. De met steun van de staat verworven werken dienen teruggeven te worden aan de Nederlandse staat.  Zo kunnen rechtmatig en onrechtmatig bezit onderscheiden worden. Als het koninklijk huis hieraan meewerkt, dan kan het het eigen draagvlak versterken. Door deze kwestie dreigt die sterk onder druk te worden gezet.

Ik pleit voor het instellen van een Restitutiecommissie. Vergelijking met nazi-roofkunst uit voornamelijk Joods kunstbezit dringt zit op. Een Restitutiecommissie werd daartoe in 1997 opgericht om te adviseren over de rechtmatigheid van claims. Nodig is een op een dezelfde wijze werkzame Restitutiecommissie over het kunstbezit van de koninklijke familie. De opdracht is het tegen het licht houden van de rechtmatigheid van de kunstobjecten uit de collecties van (leden van) het koninklijk huis of de koninklijke familie in bredere zin. Door inventarisatie en documentatie kan per object worden geadviseerd over teruggave aan de staat.

Daarna kunnen de kunstobjecten in langdurige bruikleen worden gegeven aan Nederlandse musea. Feit dat zo’n Restitutiecommissie die de teruggave van kunst in het bezit van de koninklijke familie afhandelt nooit van de grond is gekomen heeft te maken met de lange arm van de Oranjes. De politiek heeft nooit een vuist durven maken en toont zich tot op de dag van vandaag bang voor of geïntimideerd door het staatshoofd. Hopelijk durft een nieuwe generatie politici die zich bekommert om Nederlands kunstbezit door te pakken om een weeffout te herstellen van met staatsgeld aangekochte kunst die in een privécollectie is verdwenen.

Het probleem is dat de politieke partijen niet durven in te gaan tegen het koninklijk huis. Daar wijst ook de reactie op van premier Rutte die vandaag in het openbaar het voornemen van de koninklijke familie steunt om kunst uit het Nederlands kunstbezit te verkopen. Waaronder de genoemde tekening van Rubens. Rutte meent dat de Oranjes dit juridisch mogen doen omdat verkoop een privézaak zou zijn. Maar dit is nog maar helemaal de vraag die juist onderzocht dient te worden. En nooit systematisch is onderzocht. Want zolang er onduidelijkheden over de herkomst van bepaalde werken bestaat is het de vraag of het in alle gevallen een privézaak betreft, of een zaak van algemeen belang.

In elk geval gaat het hier om een ethische kwestie zoals politiek commentator van RTL Nieuws Frits Wester aangeeft: ‘Maar de vraag is gerechtvaardigd of de Oranjes, een door de belastingbetaler zwaar gesubsidieerd instituut, niet de morele plicht hebben om nationaal erfgoed dat zij bezitten eerst aan Nederlandse musea moeten aanbieden. En volgens mij moet het antwoord op die vraag volmondig ja zijn.’

Kortom, twee zaken zijn nodig. Voor de korte termijn opschorting van verkoop omdat hoogwaardige kunstobjecten uit de collectie van de Nederlandse koninklijke familie naar het buitenland dreigen te verdwijnen. Dat is ongewenst. Voor de langere termijn de instelling van een ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’ die onderzoekt en adviseert welke kunstwerken die nu in het bezit van de koninklijke familie zijn vanwege ontbrekende rechtmatigheid teruggeven dienen te worden aan de Nederlandse staat.

Oranjes moeten afzien van kunstveiling. Restitutiecommissie gevraagd voor teruggave van kunst koninklijke familie naar staat

with 5 comments

Het heeft even geduurd, maar museumdirecteur Sjarel Ex neemt moedig het voortouw in de kritiek op de voorgenomen verkoop van kunstobjecten op een veiling bij Sotheby’s op 30 januari 2019 door de koninklijke familie. Waarschijnlijk prinses Christina. Aanleiding is een houtskooltekening van Peter Paul Rubens met een geschatte waarde van 2 miljoen euro. Museum Boijmans van Beuningen waarvan Ex directeur is bezit een grote collectie van Rubens’ werk. In een bericht in het AD noemt hij de kunstveiling niet ‘de koninklijke weg’.

Essentieel is de herkomst en aankoop van de werken. Wie behoren ze toe en is verkoop ethisch wel in de haak? De angst in politiek en wetenschap voor de lange arm van de Oranjes is blijkbaar groot als een ‘prominente kunsthistoricus’ slechts op basis van anonimiteit in het AD achtergrondinformatie wenst te geven. Welke druk dwingt tot anonimiteit? Heeft het mechanisme van zelfcensuur te maken met vrees dat het zich in het openbaar uitspreken de eigen carrière beschadigt? De opmerking is vernietigend en slaat de bodem weg onder het draagvlak voor de voorgenomen verkoop. De werken werden ‘grotendeels’ aangekocht door de toenmalige koning Willem II en diens echtgenote Anna Paulowna, maar niet zij maar de staat betaalden daarvoor: ‘In een tijd dat alle uitgaven van de koninklijke familie rechtstreeks uit de Nederlandse staatskas kwamen. Daardoor zijn ze niet als privé-eigendommen te beschouwen.’ Kortom, verkoop is moreel niet verantwoord en dient opgeschort te worden tot er volledige duidelijkheid over herkomst en aankoop is.

Zo ontstaat een beeld van kortzichtigheid en zelfverrijking door graaiende leden van de koninklijke familie die zich afkeren van de Nederlandse samenleving en museumsector. Ze schenken de kunst of de opbrengt ervan niet aan Nederlandse musea, maar houden die voor zichzelf terwijl de kunst grotendeels is aangekocht vanuit de staatskas. Deze weeffout is door overerving niet hersteld. Evenmin gaan ze met de musea in gesprek zoals gebruikelijk is bij ontzamelen, hoewel dat voor openbare en niet voor privécollecties geldt. Maar dat staat juist ter discussie. Is de (deel)collectie die ter veiling wordt aangeboden in feite nou openbaar of privé kunstbezit?

Men kan zich alleen maar verbazen over de rol van prinses Beatrix die bekendstaat als kunstliefhebber en kunstverzamelaar. Waarom heeft ze als nestor van de koninklijke familie haar familie er niet van weten te overtuigen dat de overdracht van objecten uit de kunstcollectie van Willem II en Anna Paulowna aan de Nederlandse musea moreel de enige juiste weg is? Het Rotterdamse D66-kamerlid Salima Belhaj heeft over deze voorgenomen veiling kamervragen gesteld aan premier Rutte. Ook de Vereniging Rembrandt is kritisch.

Vergelijking met nazi-roofkunst uit voornamelijk Joods kunstbezit dringt zit op. Een Restitutiecommissie die eerst Commissie-Ekkart heette werd daartoe in 1997 opgericht om te adviseren over de rechtmatigheid van claims. Nodig is een op een dezelfde wijze werkzame Restitutiecommissie. Omdat hoogwaardige en iconische kunstobjecten uit de collectie van de koninklijke familie naar het buitenland dreigen te verdwijnen is opschorting van verkoop gewenst. De opdracht is het tegen het licht houden van de rechtmatigheid van de kunstobjecten uit de collecties van (leden van) het koninklijk huis. Door inventarisatie en documentatie kan per object worden geadviseerd over teruggave aan de staat. Als bijvoorbeeld kunst die in de 19de eeuw in bezit van de Oranjes kwam werd gefinancierd door de staat, dan dient die te worden teruggeven aan de staat.

Daarna kunnen de kunstobjecten in langdurige bruikleen worden gegeven aan Nederlandse musea. Feit dat zo’n Restitutiecommissie die de teruggave van kunst in het bezit van de koninklijke familie afhandelt nooit van de grond is gekomen heeft te maken met de lange arm van de Oranjes. De politieke klasse heeft nooit een vuist durven maken en toont zich tot op de dag van vandaag bang voor de macht van het staatshoofd. Hopelijk durft een nieuwe generatie politici die zich bekommert om Nederlands kunstbezit door te pakken om een weeffout te herstellen van met staatsgeld aangekochte kunst die in een privécollectie is verdwenen.

Hoe dan ook is het merkwaardig dat de Oranjes nooit tot het zelfinzicht zijn gekomen dat ze moreel verplicht waren om kunstobjecten die met staatsgeld waren betaald vrijwillig terug te geven aan de Nederlandse staat.

Foto 1: Schermafbeelding van aankondiging van veiling door Sotheby’s op 30 januari 2019 van kunst door de Nederlandse koninklijke familie.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelOranjes moeten afzien van kunstveiling: ‘Dit is niet de koninklijke weg’’ van Jeroen Schmale in AD, 9 januari 2019.