George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘AD

Berichtgeving in Nederlandse media over Trump is nog steeds niet op orde. Misleidende informatie wordt nog steeds doorgeplaatst

with 5 comments

Afgelopen maandag 25 mei 2020 besteedde ik in een commentaar aandacht aan een artikel in het AD over beweringen van Trump en de Republikeinse partij over het stemmen per post die zonder context werden geplaatst. Ik kwalificeerde het artikel als ‘eenzijdig en te kort door de bocht’. Het artikel in het AD was een betrekkelijk toevallig voorbeeld. Bij de reacties verwees ik ook naar een kort bericht in NRC over dezelfde kwestie zonder enige duiding en uitleg voor de lezer. Zo zijn er meer berichten in de Nederlandse media over de Amerikaanse politiek van het kaliber ‘doorgeefluik’, ‘aanstippen’ en ‘weglopen’. Gelegenheidsstukjes.

Juist bij president Trump die misleiding en desinformatie op sociale media inzet als politiek wapen faalt de aanpak van dat aanstippen. Het zet de lezer op het verkeerde been. AD, NRC en andere Nederlandse media dienen met het plaatsen van dit soort (korte) berichten Trumps agenda die niet zozeer als doel heeft om te overtuigen, maar om de waarheid te vertroebelen door de verspreiding van valse informatie. Het gaat Trump en zijn medestanders er niet om om te informeren, maar om verwarring te zaaien. Om ‘het water modderig te maken’. Het lijkt of bij de Nederlandse media onvoldoende het besef is doorgedrongen dat die uitspraken van Trump eerst moeten worden ontmaskerd voordat ze geplaatst kunnen worden. Dat is het verschil tussen een nieuwsmedium dat zich deelgenoot maakt aan de politieke marketing en journalistiek zorgvuldig handelt.

Uiteraard zijn de Nederlandse media voor president Trump en de Amerikaanse politiek totaal niet van belang. Evenmin is Trump voor de Nederlandse media van belang. Maar Trump heeft in Nederland wel navolgers die in rechts-radicale hoek zijn te vinden. Die zullen vermoedelijk de gevestigde Nederlandse media overslaan en zich rechtstreeks richten op de pro-Trump gezinde Amerikaanse bronnen. De Nederlandse rechts-radicalen die daar minder thuis zijn zullen niet de gevestigde Nederlandse media als AD, NRC of NOS volgen, maar de rechts-radicale nieuwsmedia als DDS of TPO die Trumps talking points enthousiast en doelbewust doorgeven.

Het gaat er dus niet zozeer om hoe president Trump in een hoofdredactioneel wordt benaderd. Dat pakt in de Nederlandse pers overwegend negatief voor hem uit. Op vooral de rechtse media media na. Het gaat om de totale beeldvorming. De vraag is in welke mate Trumps beweringen die doorgaans leugens zijn, zijn terug te vinden. De misleiding is in zijn boodschap ingebakken. Dat brengt de nieuwsconsument in verwarring. Het is juist in de korte ‘hit and run’ berichten waar Trump en de Republikeinse partij hun punten kunnen scoren.

Hoe dat onnozel ontspoort toont bovenstaand bericht van de NOS van 27 mei 2020 aan. Dat gaat over de misleidende tweets van Trump en de reactie van Twitter daarop. Het dilemma van Twitter is dat het heeft verklaard zich politiek neutraal op te stellen. De Russische inmenging in de campagne van 2016 ligt Twitter en de andere techbedrijven nog steeds zwaar op de maag. Daar hadden ze toen geen antwoord op en het scenario dreigt zich in 2020 te herhalen. Ze moeten dus iets doen omdat niet modereren niet langer als neutraal kan worden beschouwd. Trump zet dat door zijn misleidende beweringen op scherp. De kritiek is niet dat Trump politieke uitspraken doet in zijn tweets, maar het electorale proces ondermijnt door zonder enige onderbouwing te praten over fraude en corruptie ervan. Maar Trump is te machtig om zijn tweets te verwijderen zoals wel gebeurt met tweets van de Braziliaanse president Bolsonaro. Als compromis heeft Twitter aan twee misleidende tweets nu een waarschuwing toegevoegd: ‘Get the facts about mail-in ballots’.

Trump reageert daar woedend op. Hij heeft uiteraard de opzet om zijn basis te bedienen en de waarheid te vertroebelen. NOS geeft Trumps reactie zonder uitleg weer als het zegt dat Twitter volgens Trump de vrijheid van meningsuiting ondermijnt. De NOS laat deze claim onweersproken in dit bericht dat notabene de bedoeling heeft om duiding en achtergrondinformatie te geven. Trumps claim is om vele redenen onjuist. De toevoeging van Twitter bij de twee tweets van Trump ondermijnt de vrijheid van meningsuiting niet. Zijn tweets worden niet verwijderd en een particulier bedrijf als Twitter kan volgens de eigen richtlijnen in het eigen domein ingrijpen zonder dat het daarmee een grondrecht overtreedt. De vrijheid van meningsuiting gaat over het grondrecht van de burger in relatie tot de nationale staat. Daarnaast intervenieert Twitter meer als het Trumps misleidende tweets laat staan, dan dat het ze verwijdert. Dus hoewel het lijkt dat de NOS kritisch is op Trumps handelen, volgt het in de marges van het eigen bericht toch Trumps agenda door de eigen kritische duiding vergezeld te laten gaan van misleidende informatie uit het Trumps wedstrijdplan.

Het is de vraag hoe goed de lezer van NRC of AD over de Amerikaanse politiek geïnformeerd is. Het valt te bezien of ‘de lezer’ de conclusie kan trekken over zo’n berichtje dat weer een onderdeel is van een kluwen van berichten, tegenberichten, feiten en misleidingen. Soms lijken redacteuren van Nederlandse media zelf niet eens meer meer te weten welke conclusie ze moeten trekken (a en b). Hoe kun je dan van Nederlandse nieuwsconsumenten verwachten dat ze door de bomen het bos nog zien? Trumps misleidende informatie sluipt ondanks alle goede bedoelingen én ondanks een kritische houding toch nog steeds de kolommen van Nederlandse media binnen. Hier ontbreekt het besef dat Trump en de Republikeinen alle middelen inzetten om via kiezersonderdrukking de verkiezingen van november 2020 te stelen. Nieuwsconsumenten die zich voornamelijk op Nederlandse media baseren kunnen niet de juiste conclusie trekken omdat die media dat zelf in hun berichtgeving over Trump nog steeds niet hebben gedaan. Ondanks hun bewering van het tegendeel.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelTwitter plaatst voor het eerst disclaimer bij tweets president Trump’ van de NOS, 27 mei 2020.

Zwendel van AD. Gaat buitenlandredactie nou bewust of onbewust de fout in met de berichtgeving over het stemmen per post in VS?

with 5 comments

De buitenlandredactie van het AD plaatste op 25 mei 2020 het berichtRepublikeinen beginnen rechtszaak om stemmen per post in Californië te verbieden’ online. Het is geplaatst om 04:21 uur en heeft als laatste update: 06:49 uur. Het is dus ’s nachts gemaakt. Of dat het povere niveau ervan verklaart is de vraag die na lezing blijft hangen. Want het artikel is eenzijdig en te kort door de bocht. Het voldoet in de verste verte niet aan een zorgvuldige journalistieke aanpak. Analytisch mist het ronduit elke diepte. Met dit soort berichten dat het niveau van broddelwerk niet ontstijgt verliezen de zogenaamde MSM (Mainstream Media) elk krediet én draagvlak om zich te onderscheiden van de verspreiders van nepnieuws en desinformatie, en de aanhangers van complottheorieën. De buitenlandredactie van het  AD maakt zich met dit bericht zelf tot een verspreider van desinformatie. Men kan zich alleen maar afvragen welke chef van de buitenlandredactie dit bericht heeft laten passeren en waarom het in tweede instantie in de dagredactie niet grondig is aangepast.

Achtergrond is dat volgens de peilingen de Democraten voor zowel het Witte Huis als de Senaat meer dan in andere verkiezingsjaren op een grote winst afkoersen in november 2020. Landelijk ligt Biden Trump stabiel zo’n 6 tot 11% voor. De reden daarvan is de ongekende economische teruggang met miljoenen werklozen, de zorgen van de bevolking over gezondheidsonderwerpen en de slechte aanpak van de coronacrisis door president Trump. Zo is de situatie nu. Er zijn twee scenario’s waarin de Republikeinen ondanks hun mindere steun toch de winst naar zich toe kunnen trekken: door kiezersonderdrukking en het creëren van chaos waarbij de coronacrisis als excuus dient. Kiezersonderdrukking door de Republikeinen is overigens geen nieuw middel uit hun trukendoos, het wordt op een grootschalige manier al sinds de jaren 1990 toegepast.

De buitenlandredactie van het AD praat op eenzijdige en naïeve wijze de talking points van de Republikeinen en Trump na. Want het zijn niet de Democraten of de Californische gouverneur Newsom die de integriteit van de verkiezingen bedreigen, het zijn de Republikeinen die dat doen. Stemmen per post neutraliseert namelijk de kiezersonderdrukking waarvan Republikeinen een krachtig verkiezingsinstrument hebben gemaakt. De mogelijkheden om extra voorwaarden te stellen aan minderheidsgroepen die minder vaak op Republikeinen stemmen worden hiermee teruggedrongen. Trumps argument dat stemmen per post fraudegevoelig zou zijn is nooit aangetoond. Het is een van de duizenden leugens van Trump. De buitenlandredactie van het AD trapt bewust of onbewust in Trumps leugen. In het eerste geval stelt het zich partijdig en in het tweede geval onprofessioneel op. Vraag is wat kwalijker is. Het napraten van Trumps selectieve feiten zonder enige toelichting en zonder de weergave van het standpunt van de Democraten hierover kan niet de bedoeling zijn van een nieuwsmedium dat op een grondige, serieuze en evenwichtige wijze haar lezers wil informeren.

Foto’s: Schermafbeelding van delen artikelRepublikeinen beginnen rechtszaak om stemmen per post in Californië te verbieden’ van de buitenlandredactie van het AD, 25 mei 2020.

D66 en VVD hebben niks geleerd van de coronacrisis. Ze willen straks van de binnenstad van Utrecht ‘één groot terras’ maken

with 5 comments

Mijn reactie bij de plaatsing van een artikel in het AD van 2 mei 2020 op de FB-pagina van de Binnenstadskrant Utrecht:

Krankzinnig plan. Dat de VVD er voor gaat om straks van de binnenstad één groot terras te maken is verklaarbaar, maar dat D66-raadslid Maarten Koning namens zijn partij dit zegt is onverklaarbaar. Is deze Koning weggelopen uit Het Bureau van Voskuil om in de Utrechtse binnenstad een experiment Nederlandse volkscultuur op te gaan zetten? De volkscultuur van lallen, hossen en slempen volgens D66?

Zeker hebben velen het zwaar door de coronacrisis. Ook kunstenaars, burgers en allerlei kleinere ondernemers. Maar om de binnenstad van Utrecht over te leveren aan de horeca en er één groot terras van te maken is buiten proportie. Want dat is Utrecht nooit geweest en behoort het evenmin te worden. De binnenstad is meer dan horeca alleen.

Is deze Maarten Koning idioot geworden? Het tekent de richtingloosheid en popularisering van D66 dat een raadslid van deze partij zoiets zegt. Hoe kan zo iemand als Maarten Koning in hemelsnaam lid worden van D66? Waarom pleit D66 er niet voor om van de binnenstad één groot theater of museum te maken?

De gemeente moet straks niet soepeler dan anders omgaan met het verlenen van vergunningen voor buitenterrassen. Blijkt straks dat Nederland niets geleerd heeft van de coronacrisis en zo snel mogelijk vervalt in oude gewoonten? Het valt te vrezen als het aan VVD en D66 ligt. Duidelijk is dat Maarten Koning niets, maar dan ook helemaal niets geleerd heeft van de coronacrisis, Hopelijk is hij een schande voor zijn partij, want dan zijn er in D66 nog anderen die genuanceerd denken. Aan Maarten Koning is dat niet besteed.

Foto: Deel van artikelBinnenstad mag deze zomer één terras worden’; D66 en VVD in Utrecht willen horeca alle ruimte geven’ in het AD, 2 mei 2020.

Written by George Knight

2 mei 2020 at 23:53

Desinformatie van AD over kunst en het kopen van kunst

leave a comment »

Het AD plaatst een bericht van Rachel van Kommer over de kunstverhuurbedrijven Business Art Service (bedrijven) en Kunst.nl (particulieren) dat claimt te informeren, maar feitelijk het omgekeerde doet. Het geeft een onvolledig en gekleurd beeld over het kopen van kunst. Het AD komt niet verder dan ronduit reclame maken voor kunstverhuurbedrijven en plaatst kunst eenzijdig in het frame van een commercieel bedrijf. Het AD verpakt reclame als journalistiek. Wie de vier vrouwelijke klanten van de kunstverhuurbedrijven heeft aangeleverd blijft ongenoemd. Zo ontstaan er twee soorten misleiding: over de inhoud en over de wijze waarop het artikel tot stand kwam. Het is reclame die vermomd wordt als journalistiek. Maar dit gebeurt zo slecht dat vooral de journalistieke geloofwaardigheid van het AD ermee beschadigd wordt.

Kunst is meer dan iets dat past bij ‘interieurs van nu‘ zoals Kunst.nl meent. Ook is kunst beter betaalbaar dan AD de kunstverhuurbedrijven napraat. Ze plaatsen kunst op een voetstuk en poneren stilzwijgend dat alleen zij dat kunnen bevatten. Het begint al met de aankeiler: ‘Een kunstwerk kopen is vanwege de prijs niet voor iedereen weggelegd. Toch kan iedereen voor een paar tientjes een schilderij of beeld in huis hebben, als het aan de nieuwe kunstuitleen in Utrecht ligt.’ De suggestie is dat kunst voor bijna niemand is weggelegd. De kunstverhuurbedrijven proberen samen met het AD het beeld te vormen dat kopers afhankelijk van hen zijn.

Vervolgens wordt iedereen door de fuik van het commerciële kunstverhuurbedrijf gejaagd. Mensen besteden duizenden euro’s aan luxe goederen of vakanties, maar zouden om budgettaire redenen geen kunst kunnen kopen? Dat is een lage ambitie. Toegegeven, voor mensen aan de onderkant van de samenleving zal dat gelden, maar niet voor de meerderheid. Voor bedrijven is dat budgettaire aspect nog minder een bezwaar.

Bij een kunstgalerie kan voor ruim onder de duizend euro een originele tekening worden gekocht. Meer dan 120 galeries zijn  aangesloten bij KunstKoop, ofwel kunst kopen op afbetaling. Ook zijn er initiatieven als This Art Fair of de Affordable Art Fair waar kunst tegen een schappelijke prijs kan worden aangeschaft. Het AD werkt mee aan de misleiding dat beeldende kunst onbetaalbaar en ‘moeilijk’ is. Of er voornamelijk toe dient om bij een ‘kleurig’ interieur te passen. Maar kunst kan daar ook haaks op staan of helemaal geen relatie met een interieur aangaan. Waarom zou kunst in hemelsnaam een vorm van binnenhuisarchitectuur moeten zijn?

Uit de foto’s bij het artikel blijkt dat de commerciële kunstverhuurbedrijven voornamelijk kleurige grafiek in oplage verhuren. Een categorie kunstconsumenten wordt de kant opgeduwd dat ze te weinig van kunst weten om zelfstandig te handelen. Door de kunstverhuurbedrijven worden ze onwetend gehouden. Het AD herhaalt deze misleiding en geeft er haar journalistieke stempel aan. Het artikel bereikt zo dat mensen van het zelfstandig kopen van kunst afgehouden worden. Het zet ze ook nog eens op het verkeerde been over wat de functie van kunst is. In de visie van kunst.nl is kunst dat wat past bij het interieur. Punt. Discussie gesloten.

Deze vermenging van kunst en commercie is een slechte beurt AD. Ga eens op bezoek bij een galerie en laat deze misleiding over kunst achter je. Laat voortaan journalisten met verstand van zaken over kunst schrijven.

Foto’s 1 en 3: Schermafbeelding van delen van artikelKunst duur? Deze Utrechters huren voor een paar tientjes per maand kunstwerken voor in huis’ van Rachel van Kommer in het AD, 10 maart 2020.

Foto 2: Banner op voorpagina van kunst.nl.

Foto 4: Campagnebeeld van tentoonstelling ‘Boven de Bank’ bij Galerie Logman in Utrecht die opent op 20 maart 2020. Met ‘Mijn Werk I/ My Work I‘ (2010) van Carel Blotkamp boven een Chesterfield bank. Met de tekst: ‘Mijn werk is voor alle gezindten. Het past boven elke bank en kleurt bij alle gordijnen’.

CDA en SP proberen plannen voor Nationaal Historisch Museum nieuw leven in te blazen

with 4 comments

Er klinken weer geluiden om een Nationaal Historisch Museum op te richten. Eerdere pogingen strandden onder meer vanwege de keuze voor de locatie. Maar in 2007 besliste toenmalig minister Ronald Plasterk dat het museum in Arnhem moet komen. Wegens meerkosten kwam dat echter niet van de grond. In 2010 blies toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) de plannen af vanwege de bezuinigingen in de kunstsector.

Voortrekkers waren in 2006 Maxime Verhagen (CDA) en Jan Marijnissen (SP). De nieuwe voortrekkers zijn weer van deze partijen: de fractievoorzitters Pieter Heerma (CDA) en Lilian Marijnissen  (SP). In een bericht in het AD van 15 februari 2020 menen ze dat ‘de urgentie van een museum door toenemende polarisatie en de opkomst van identiteitspolitiek alleen maar toegenomen’ is. Marijnissen: ‘Er zijn heel veel musea die een bijdrage leveren aan het historisch besef, maar één plek waar alles samenkomt, die heeft Nederland gewoon niet’. Uitgewerkte plannen zeggen ze niet klaar te hebben liggen. Ze zien de functie van een Nationaal Historisch Museum om de ‘saamhorigheid binnen de samenleving’ te bevorderen en ‘meer historisch besef’ te kweken.

De tweet van Heerma maakt het er onnodig ingewikkeld op omdat hij zijn pleidooi vermengt met zijn christen-democratische stokpaardje. Want hoe moet anders de opmerking over het ‘groeiende individualisme’ opgevat worden dat Heerma negatief framet en positioneert tegenover het communitarisme van het CDA dat hij als heilzaam veronderstelt? Zo laat hij zich niet alleen kennen als een initiatiefnemer die een voorschot neemt door het gemeenschapsdenken van iemand als Amitai Etzioni die onder meer oud-premier Balkenende inspireerde centraal te zetten, maar vervreemdt hij zich ook van de liberale VVD en D66 die hier mentaal ver van staan. Het is onduidelijk hoe en waarom Heerma aan de hand van welke onderzoek concludeert dat het  groeiende individualisme heeft bijgedragen aan een nonchalante omgang met de geschiedenis in Nederland.

Vraag is of de aanspraak of ambitie die Heerma en Marijnissen aan een Nationaal Historisch Museum toemeten te rijmen valt met het autonoom opereren ervan. Ofwel, de bedrijfsvoering, presentatie en inhoud van een museum heeft een eigen logica die niet per definitie in lijn hoeft te zijn met de functie die politici eraan geven. Als het museum volgens deze politici de saamhorigheid binnen de samenleving bevorderen moet, dan is de eerste vraag die dit streven oproept wat dat voor de eenheid of samenhang van het museum zelf betekent. Daarnaast is het de vraag of het niet te hooggegrepen is om een museum in te zetten voor het bevorderen van nationale saamhorigheid of sociale cohesie. Cynisch gezegd, is dat niet eerder een taak voor politieke partijen? Desondanks is het een prima initiatief als de politici zich kunnen beheersen en niet in de verleiding komen er goedkope retoriek mee te bedrijven, zoals Heerma nu doet. Een voorwaarde voor succes is dat politici een museum niet hun stokpaardjes of hobbyisme opdringen. We zullen zien of ze dat kunnen.

Foto 1: Tweet van Pieter Heerma (CDA), 15 februari 2020.

Foto 2: Tweet van Lilian Marijnissen (SP), 15 februari 2020.

Landhuis Oud Amelisweerd dreigt tijdelijk pop-up museum te verliezen. Utrecht moet onderzoek beginnen vanuit de inhoud

leave a comment »

Op 24 april 2019 tekende Herman Sietsma, directeur van Museum Huis Doorn een huurcontract van één jaar voor landhuis Oud Amelisweerd in Bunnik. Opzet was een tijdelijk pop-up museum waar de Stichting Samenwerkende Kasteelmusea Utrecht objecten uit de depots van vier verschillende kastelen tentoonstelde. Het huurcontract zou verlengd worden als de tentoonstellingen succesvol bleken te zijn. Uit een bericht van 13 januari 2020 van Peter van de Vusse in het AD blijkt dat niet het geval te zijn. Onduidelijk is of per 1 mei 2020 het contract verlengd wordt. Sietsma laat weten dat er een tekort van 40.000 tot 50.000 euro dreigt omdat het tijdelijke museum in een jaar geen 20.000 bezoekers trok dat nodig is om kostendekkend te zijn, maar naar verwachting 10.000 bezoekers. Volgens het bericht in het AD neemt later deze maand de Raad van Toezicht een besluit over de verlenging van het huurcontract. Sietsma acht de kans dat het doorgaat 50%.

Landhuis Oud Amelisweerd kan vergeleken worden met een apparaat dat goedkoop is in de aanschaf, maar duur in het gebruik. Het is betrekkelijk makkelijk om erin te stappen, maar bijna onmogelijk om de exploitatie rond te krijgen. Dat heeft ermee te maken dat het om een rijksmonument gaat dat kwetsbaar antiek Chinees behang bevat en door de klimatisering beperkende voorwaarden stelt aan de bedrijfsvoering. Daarnaast is het landhuis tamelijk excentrisch gelegen in een bos aan de rand van Bunnik, en niet makkelijk bereikbaar.

In een commentaar van 22 december 2019 deed ik een voorstel voor een permanente invulling. Dat had als uitgangspunt de Atlas Munnicks van Cleeff en de eigenaar ervan, de Utrechtse ondernemer John Fentener van Vlissingen. Mijn conclusie is dat het recente verleden met de Stichting Museum Oud Amelisweerd (in de wandeling het Armando Museum of MOA geheten) aantoont dat er een externe dynamiek nodig is om de patstelling te doorbreken die al sinds 2012 bestaat. Toen besloot de Utrechtse raad dat er geen euro in de exploitatie (van de toenmalige huurder) gestoken mocht worden. Dat is een extra beperkende voorwaarde voor de bedrijfsvoering. Het MOA kon tegen de beloftes in geen weerstandsvermogen opbouwen en liep continu achter de feiten aan. Het teerde op een snel opdrogend krediet van 1 miljoen euro van de gemeente Amersfoort en een lening van de provincie Utrecht en kon in geen enkel jaar in de buurt van een positief saldo komen. In de Amersfoortse raad wordt de oproep van enkele oppositiepartijen voor een onderzoek naar de financiële en politieke verwikkelingen door het college naast zich neergelegd. In de Utrechtse raad is het nog stiller, daar valt tot nu toe geen enkele ambitie te erkennen om te leren van de mislukking van het MOA.

Hoe dan ook is in de gemeente Utrecht (dat eigenaar is van landhuis Oud Amelisweerd) een integraal plan nodig dat lering trekt uit het falen van het MOA en de constatering dat een tijdelijke bestemming van een pop-up museum evenmin soelaas biedt. Randvoorwaarde daarvan is hoe dan ook een ‘duurzame openstelling van het landhuis voor publiek’ zoals André van Schie (VVD) en Aline Knip (D66) in een aangenomen motie uit 2017 formuleerden. Verstandig lijkt het om in te zetten op een structurele oplossing die verder kijkt dan een tijdelijke oplossing. Dat laatste heeft immers als nadeel dat het om de paar jaar voor politieke stress zorgt.

De gemeente Utrecht doet er verstandig aan om te beginnen met een verkenning van de gewenste inhoud, zoals in 2010 had moeten gebeuren. Aan de hand van interviews met inhoudelijke deskundigen uit de museumsector -conservatoren, directeuren en kunsthistorici, en geen consultants- kan een shortlist worden opgesteld van mogelijke invullingen. Te denken valt aan een museum dat aansluit bij het Chinese behang, het landgoed, de historie van het landhuis of een andere permanente invulling die niet haaks staat op landhuis, ensemble en plek. Het verschil met de tot nu toe gevolgde werkwijze van het Utrechtse gemeentebestuur is dat een benchmark-achtig onderzoek naar scenario’s grote kans loopt te eindigen in een schijnwerkelijkheid van projecties, inschattingen en extrapolaties die direct volgen uit de opdracht door de verantwoordelijke bestuurder waarbij de potentie van het landhuis niet wordt verkend en uiteindelijk niet wordt benut.

Het is de hoogste tijd om het dossier Oud Amelisweerd dat nu al bijna 10 jaar onevenredige aandacht vraagt en ondanks de goede investeringen van de gemeente Utrecht publicitair en cultureel slecht rendeert, definitief vlot te trekken door samen met geloofwaardige en daadkrachtige partners te investeren in de inhoud.

Foto: Schermafbeelding van artikelMuseum Oud Amelisweerd in Bunnik dreigt opnieuw dicht te gaan’ van Peter van de Vusse in het AD, 13 januari 2020.

AD bedrijft ondermaatse journalistiek met artikel over Baudet en FvD dat de strekking heeft ‘Dit is gewoon een hele leuke club’

with one comment

Het lezen van het artikelEen jaar in het spoor van de leider van Forum’ van Tobias den Hartog in het AD brengt me tot de overpeinzing wat hier is misgegaan. Want naar mijn idee ontspoort dit artikel grandioos. Is het naïviteit, gebrek aan politiek en historisch inzicht, een foute bedrijfscultuur van het AD, angst voor het ‘volk’ of een verkeerde opvatting van wat journalistiek is die de journalist tot zo’n stuk brengt? Ik kan er niet anders dan een flinterdun, misplaatst stuk in zien. Dit had nooit in deze vorm gepubliceerd mogen worden. Hoofdpersoon Thierry Baudet komt er als leider van ‘een hele leuke club’ uit. Tobias den Hartog bedrijft hier reclame voor Forum voor Democratie. Heeft het AD zich bekeerd tot het gedachtegoed van radicaal-rechts?

Waarom heeft hoofdredacteur Hans Nijenhuis dit artikel laten passeren? Hij publiceerde vandaag een commentaar waarin hij naar aanleiding van de aanslag op Charlie Hebdo vijf jaar geleden kritisch is op trollen en twijfelzaaiers: ‘Het is goed dat we vandaag herdenken en eren, maar voor een goede informatievoorziening vormen trollen en twijfelzaaiers een grotere bedreiging dan terroristen’. Jazeker, die bestrijding is nodig, maar kan het best met het bedrijven van goede onderzoeksjournalistiek die verder gaat dan aanhaken bij het populisme, klikaas en aandacht voor vederlichte onderwerpen. Voor goede informatievoorziening is goede journalistiek nodig. Dat is het beste antwoord op Russische trolfabrieken of desinformatie in het algemeen. Het is de vraag of het AD met zo’n artikel van Den Hartog in voldoende mate in goede journalistiek voorziet. Zijn artikel wijst op het tegendeel omdat het onvoldoende naar de ideeën kijkt en in oppervlakkigheid blijft hangen. Een hoofdredactioneel commentaar dat strijdig is met het eigen medium is tamelijk potsierlijk. Zo wordt het AD deel van partijpropaganda. Mijn reactie bij Den Hartogs artikel op de FB-pagina van het AD:

‘Dit is op z’n best oppervlakkige en op z’n slechtst naïeve journalistiek. Baudet moet aangesproken worden op zijn ideeën en niet op zijn emoties of trivialiteiten. Het AD verzaakt ernstig haar taak als ze dat niet doet. Heeft dat ermee te maken dat de meeste journalisten geen specialistische academische vorming hebben genoten, maar op zijn best handige generalisten zijn? Tobias den Hartog maakt van een bijzaak hoofdzaak, en vergeet de hoofdzaak. Dat is onvoldoende om door het harnas van doorgewinterde politici te breken en tot een goede analyse te komen. De afweging bij dit kaliber middelmatige journalisten is, dat geen berichtgeving beter is dan deze ondermaatse berichtgeving die politici op oneigenlijke gronden legitimeert. Wat het AD hier doet. Het begin van begrip is om Baudet historisch te plaatsen en in de traditie te zetten waar hij het beste in past: het fascisme. Dat perspectief of die poging tot een passende duiding ontbreekt hier volledig. Deze journalist heeft geen ambitie om na te denken en beseft zijn verantwoordelijkheid niet. De AD dat in een hoofdredactioneel commentaar de mond vol heeft van trollen en twijfelzaaiers beseft niet dat het zelf met dit soort gelegenheidsstukjes die niet meer dan bladvulling zijn zelf actief meewerkt aan het zaaien van twijfel. Dieptepunt, AD. Met dit soort pseudo-journalistiek verspeelt het elke geloofwaardigheid. En dat geldt ook voor de hoofdredacteur.’

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelEen jaar in het spoor van Thierry Baudet’ van Tobias den Hartog in het AD, 7 januari 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van bericht ‘Een jaar in het spoor van Thierry Baudet’ op de FB-pagina van het AD met als aankeiler ‘Dit is gewoon een hele leuke club’, 7 januari 2020.

Written by George Knight

7 januari 2020 at 13:01

Noodzaak dat radicale boeren worden gestopt. Met hun sekte van nep-onfeilbaarheid, nep-onoverwinnelijkheid en nep-argumenten

with 4 comments

De radicale boeren radicaliseren verder en krijgen daarvoor tot nu toe publicitaire en politieke ruimte. Dat is merkwaardig. Een interview in het AD met één van de actieleiders van de radicale Farmers Defence Force (FDF) Jeroen van Maanen deed me denken aan een artikel over het aanpakken van politieke sekteleiders: ‘How to take down a cult leader’ op Raw Story. Boeren volgen het draaiboek van de sekte. Ze hebben afgelopen maand de schijn van onoverwinnelijkheid gekregen en gebruiken dat beeld. Ze verontschuldigen zich nooit. Ook niet voor de door velen veroordeelde uitspraak van FDF voorman Mark van den Oever over de vergelijking van boeren met de jodenvervolging door de nazi’s. Ze beschuldigen meedogenloos politiek, EU of supermarkten en houden de schijn op dat ze overal mee weg komen. Wat tot nu toe zo is. Alsof hun actie angst inboezemt of tot paniek leidt bij een berekenende premier, een machteloze landbouwminister en een afwachtende veiligheidsminister. De ruimte die de boeren krijgen is de enige verklaring voor hun publieksteun.

Maar hun schelmenstreken die geen schelmenstreken meer zijn, maar een uitdaging van het gezag zijn niet ongevaarlijk. Bovendien zet het andere beroepsgroepen ertoe aan om hetzelfde te doen. Het is de hoogste tijd dat de radicale boeren in het openbaar bloeden en hun vermeende onoverwinnelijkheid wordt ontmaskerd. Dat kan het beste door erop te wijzen dat die bluf het enige argument is dat ze hebben. Want meer hebben ze niet dan hun nep-onfeilbaarheid en nep-sterkte. De boeren hebben geen argumenten en feiten aan hun kant.

Als er geen directe opponenten opstaan om de radicale boeren in hun bluf de pas af te snijden dan rest er niets anders dan hun grootspraak te beantwoorden met actie. Zo zouden Nederlandse consumenten kunnen aankondigen dat als de radicale boeren niet stoppen met hun acties zoals het dreigen om distributiecentra te blokkeren ze voortaan kiezen voor producten van Nederlandse duurzame, biologische boeren en van buitenlandse boeren. Ook kunnen ze melden dat ze supermarkten er door een boycot toe aan zullen zetten om dit in de praktijk te brengen. Praktisch is dat goed realiseerbaar omdat de Nederlandse agro-industrie voornamelijk voor de export werkt. De FDF is overigens een instrument van die agro-industrie en dient als voorhoede om de financiële belangen ervan te verdedigen. De boeren die financieel afhankelijk zijn van de agro-industrie zijn tot een zichtbaar proxy-leger van een zich onzichtbaar houdende agro-industrie gemaakt.

Er zit niet anders op dat burgers met een boycot in actie komen als de geradicaliseerde boeren niet inbinden en menen de openbare ruimte te kunnen kapen en Nederland aanhoudend te kunnen gijzelen. Zolang de politiek en gevestigde media de bluf van de radicale boeren niet doorprikken, maar uit angst of onbenul mee blijven gaan in hun nep-argumenten en hun nep-mannetjesmakerij loert de anarchie. De grote ruimte die de radicale boeren van het kabinet Rutte III krijgen heeft ertoe geleid dat het beeld is ontstaan dat het recht van de brutaalste en meest meedogenloze geldt. Dat past niet in een rechtsstaat. Dat kan Nederland niet hebben. Radicale boeren moeten gestopt en terechtgewezen worden. Want hun gedrag leidt ook voor henzelf tot niks.

Foto’s: Schermafbeelding van delen artikel ‘Boze boeren: ‘Hoe meer wij onze zin krijgen, hoe minder de kans op heftige acties’’ van André Valkeman in het AD, 16 december 2019.

Kunst moet van rechts en links de politieke zaak dienen en er het zwijgen toe doen. Autonomie van kunst is niet de bedoeling

leave a comment »

Prikkelende column van Özcan Akyol in het AD. Hij schrijft: ‘Kunst en cultuur zijn verdacht gemaakt door rechtse politici die te maken kregen met onwelgevallige meningen.’ Dat klopt, maar het is de vraag of de onwelgevallige meningen niet vooral vanuit henzelf komen. En vanuit hun politieke gedachtegoed. De haat tegen vooral de hedendaagse kunst (cultuur zou Akyol niet op een hoop moeten gooien met kunst) bestaat al tientallen jaren in een partij als de VVD. Google maar eens op ‘Jan Hanlo’ en ‘Willem Carel Wendelaar’, een Eerste Kamerlid van de VVD die in 1952 vragen stelde over een gedicht van Hanlo dat hij een ‘onaanvaardbare uiting van kunst’ vond. Alsof Wendelaar ook maar enig verstand van kunst had en zich als politicus met de inhoud van kunst zou moeten bemoeien. De VVD is de kwade genius achter de afbraak van de kunstsector.

Dat is een verre echo van wat de toenmalige liberale premier Rudolf Thorbecke in 1863 zei: ‘De kunst is geene regeringszaak, in zooverre de Regering geen oordeel, noch eenig gezag heeft op het gebied der kunst.’ Maar zoals Marita Mathijsen in een repliek op een stuk van Melle Daamen in 2014 opmerkte in haar uitleg over wat Thorbecke werkelijk bedoelde over kunst is dat advies aan de huidige Nederlandse politici niet besteed: ‘Dat de overheid een taak in de kunsten had als iets publiek belang had en de macht van particulieren te boven ging, zag hij wel degelijk. Maar een Raad voor Cultuur, die in opdracht van de regering oordelen velt, daarvan zou hij gegruwd hebben.’ Nu is het gebruik dat kunst door bestuurders wordt gebruikt voor het realiseren van politieke doelen, zoals voorbeelden in Amsterdam of Utrecht laten zien. In de visie van de huidige linkse en rechtse, landelijke en lokale bestuurders is kunst niet langer vrij, onafhankelijk en tegendraads, maar een beleidsinstrument. Kunst is getemd en ondergeschikt gemaakt. Kunst mag niet langer autonoom zijn.

Het is een trieste constatering dat Wendelaar vele navolgers heeft. Die zich doorgaans minder uitdrukkelijk manifesteren en geniepiger opereren. De voormalige staatssecretaris van OCW Halbe Zijlstra (ook VVD) was daarop nog een uitzondering omdat hij het als een voordeel zag dat hij een outsider in de kunstwereld was. Hij pochte met zijn onkunde. In de politiek geldt deskundigheid als een vereiste bij beleidsterreinen als zorg, landbouw, defensie, onderwijs, waterstaat, financiën, rechtspraak, diplomatie of noem maar op, maar niet bij kunst. Bij kunst wordt door Nederlandse politici deskundigheid als nadeel gezien. Minister Ingrid van Engelshoven is daar het laatste, trieste dieptepunt van. Tekenend is dat letterkundige Aad Nuis (D66) van 1994 tot 1998 de laatste staatssecretaris van OCW was die zelf voortkwam uit de kunstsector. In andere landen willen schrijvers of zangers nog wel eens minister van cultuur worden, maar niet in Nederland. Waarom in de Nederlandse politiek voor bewindslieden deskundigheid in de kunst als nadeel wordt gezien is duidelijk. Kunstbeleid dient niet primair de kunst, maar politieke doelen die kunst gebruiken. Het is niet de bedoeling dat een Nederlandse politicus echt opkomt voor de kunst. Daar ontstaan alleen maar misverstanden door.

Özcan Akyol gaat verder met zijn beoog en betrekt het ook op links als hij zegt: ‘En in een gepolariseerde samenleving, waar het zwart-witdenken welig tiert, staat een pleidooi voor de kunst gelijk aan een flirt met oubollig links, dat in de beeldvorming zakken met geld naar kunstenaars bracht.’ Hier buitelen de hypotheses en het wensdenken over elkaar heen. Het is beeldvorming die niet overeenkomt met de politieke praktijk. Het dubbelzinnige ervan is dat links zich dat door rechts berustend én toestemmend laat zeggen, terwijl links weet dat het de kunst niet door dik en dun steunt. Maar die foute beeldvorming weerlegt het niet omdat de marketing helpt die zegt dat links opkomt voor de kunst. Niet dus. Je zou bijna hopen dat de scherts van Akyol waar was, want dan was er in elk geval nog linkse politiek die hart had voor kunst. Links steunt de kunst evenmin als rechts dat doet. Als links geld overheeft voor kunst is dat uitsluitend om eigen doeleinden te realiseren. Kunst moet van de rechtse en linkse politiek de politieke zaak dienen en er verder het zwijgen toe doen. Want autonomie van kunst is in Nederland niet de bedoeling. Ben je gek, dan kunnen wethouders en ministers niet meer timmeren, boetseren en figuurzagen met kunst als de ware hobby-boeren van de cultuur.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelEen pleidooi voor de kunst staat gelijk aan een flirt met oubollig links’ van Özcan Akyol in het AD, 1 oktober 2019.

Dodenherdenking Vught: Het roepen van ‘Allahoe Akbar’ tijdens herdenking is niet gevaarlijk, maar een uiting van onvolwassenheid

with 2 comments

Op deze video van de recente brand in de Parijse Notre Dame zijn mannenstemmen te horen die ‘Allahoe Akbar’ roepen. Dat betekent zoiets als dat de God van de islam groot is. Omdat ze niet in beeld zijn is het onduidelijk of het hier om zogenaamd diegetisch geluid gaat of om stemmen die in de montage vanwege het dramatische effect zijn toegevoegd. Als het om diegetisch geluid gaat is het onduidelijk wat de achtergrond van de roepende mannen is. Het enige wat we weten is dat het om een opname van een brandende kathedraal gaat en mannenstemmen die roepen dat de God van de islam groot is. Maar hoe het een zich tot het ander verhoudt is niet op voorhand duidelijk. Deze slag om de arm is wat mediawijsheid anno 2019 ons oplegt.

Dezelfde onduidelijkheid geldt in iets mindere mate voor een incident op 4 mei 2019 bij de dodenherdenking bij de fusilladeplaats in Vught. Vanuit de nabijgelegen PI Vught werd ‘Allahoe Akbar’ geroepen. Het verstoorde de twee minuten stilte en leverde een gênante situatie op. Een ‘betrouwbare bron’ zegt tegen het AD dat het om ‘terreurverdachten’ ging. Volgens woordvoerder Robert Meijer ‘was één gevangene hoofdverantwoordelijk voor de actie’. Hij begon met schreeuwen waarop andere gedetineerden mee gingen doen. Het zouden er meer dan tien geweest zijn, volgens Meijer. De aanstichter is door de PI Vught daarop in de isoleercel gezet.

Het CDA-kamerlid Madeleine van de Toorenburg die bij de herdenking aanwezig was, vindt dat er een zware straf moet staan op deze actie zo zegt ze in het AD: ‘Dit is niet alleen respectloos, maar ook ronduit gevaarlijk gedrag’. Echt? Hoe kan het roepen van ‘Allahoe Akbar’ tijdens de dodenherdenking door tien of meer mannen vanuit de cellen van een gesloten afdeling van een penitentiaire afdeling gevaarlijk zijn? Het is duidelijk dat het om respectloos en puberaal gedrag gaat, maar ‘gevaarlijk’? Het is eerder een schreeuw uit machteloosheid en frustratie van een groepje ontevreden mannen. We moeten er niet te veel achter zoeken en aan verbinden.

Want dat eindigt in projectie waarmee een groepje machtelozen en onnozelaars macht wordt toegekend dat het vergeefs nastreeft maar via een omweg door onze reactie alsnog krijgt. De reactie van Van Toorenburg werkt averechts. Laat we sukkels die moedwillig een herdenking verstoren noemen wat ze zijn: onvolwassen.

%d bloggers liken dit: