George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘AD

Landhuis Oud Amelisweerd dreigt tijdelijk pop-up museum te verliezen. Utrecht moet onderzoek beginnen vanuit de inhoud

leave a comment »

Op 24 april 2019 tekende Herman Sietsma, directeur van Museum Huis Doorn een huurcontract van één jaar voor landhuis Oud Amelisweerd in Bunnik. Opzet was een tijdelijk pop-up museum waar de Stichting Samenwerkende Kasteelmusea Utrecht objecten uit de depots van vier verschillende kastelen tentoonstelde. Het huurcontract zou verlengd worden als de tentoonstellingen succesvol bleken te zijn. Uit een bericht van 13 januari 2020 van Peter van de Vusse in het AD blijkt dat niet het geval te zijn. Onduidelijk is of per 1 mei 2020 het contract verlengd wordt. Sietsma laat weten dat er een tekort van 40.000 tot 50.000 euro dreigt omdat het tijdelijke museum in een jaar geen 20.000 bezoekers trok dat nodig is om kostendekkend te zijn, maar naar verwachting 10.000 bezoekers. Volgens het bericht in het AD neemt later deze maand de Raad van Toezicht een besluit over de verlenging van het huurcontract. Sietsma acht de kans dat het doorgaat 50%.

Landhuis Oud Amelisweerd kan vergeleken worden met een apparaat dat goedkoop is in de aanschaf, maar duur in het gebruik. Het is betrekkelijk makkelijk om erin te stappen, maar bijna onmogelijk om de exploitatie rond te krijgen. Dat heeft ermee te maken dat het om een rijksmonument gaat dat kwetsbaar antiek Chinees behang bevat en door de klimatisering beperkende voorwaarden stelt aan de bedrijfsvoering. Daarnaast is het landhuis tamelijk excentrisch gelegen in een bos aan de rand van Bunnik, en niet makkelijk bereikbaar.

In een commentaar van 22 december 2019 deed ik een voorstel voor een permanente invulling. Dat had als uitgangspunt de Atlas Munnicks van Cleeff en de eigenaar ervan, de Utrechtse ondernemer John Fentener van Vlissingen. Mijn conclusie is dat het recente verleden met de Stichting Museum Oud Amelisweerd (in de wandeling het Armando Museum of MOA geheten) aantoont dat er een externe dynamiek nodig is om de patstelling te doorbreken die al sinds 2012 bestaat. Toen besloot de Utrechtse raad dat er geen euro in de exploitatie (van de toenmalige huurder) gestoken mocht worden. Dat is een extra beperkende voorwaarde voor de bedrijfsvoering. Het MOA kon tegen de beloftes in geen weerstandsvermogen opbouwen en liep continu achter de feiten aan. Het teerde op een snel opdrogend krediet van 1 miljoen euro van de gemeente Amersfoort en een lening van de provincie Utrecht en kon in geen enkel jaar in de buurt van een positief saldo komen. In de Amersfoortse raad wordt de oproep van enkele oppositiepartijen voor een onderzoek naar de financiële en politieke verwikkelingen door het college naast zich neergelegd. In de Utrechtse raad is het nog stiller, daar valt tot nu toe geen enkele ambitie te erkennen om te leren van de mislukking van het MOA.

Hoe dan ook is in de gemeente Utrecht (dat eigenaar is van landhuis Oud Amelisweerd) een integraal plan nodig dat lering trekt uit het falen van het MOA en de constatering dat een tijdelijke bestemming van een pop-up museum evenmin soelaas biedt. Randvoorwaarde daarvan is hoe dan ook een ‘duurzame openstelling van het landhuis voor publiek’ zoals André van Schie (VVD) en Aline Knip (D66) in een aangenomen motie uit 2017 formuleerden. Verstandig lijkt het om in te zetten op een structurele oplossing die verder kijkt dan een tijdelijke oplossing. Dat laatste heeft immers als nadeel dat het om de paar jaar voor politieke stress zorgt.

De gemeente Utrecht doet er verstandig aan om te beginnen met een verkenning van de gewenste inhoud, zoals in 2010 had moeten gebeuren. Aan de hand van interviews met inhoudelijke deskundigen uit de museumsector -conservatoren, directeuren en kunsthistorici, en geen consultants- kan een shortlist worden opgesteld van mogelijke invullingen. Te denken valt aan een museum dat aansluit bij het Chinese behang, het landgoed, de historie van het landhuis of een andere permanente invulling die niet haaks staat op landhuis, ensemble en plek. Het verschil met de tot nu toe gevolgde werkwijze van het Utrechtse gemeentebestuur is dat een benchmark-achtig onderzoek naar scenario’s grote kans loopt te eindigen in een schijnwerkelijkheid van projecties, inschattingen en extrapolaties die direct volgen uit de opdracht door de verantwoordelijke bestuurder waarbij de potentie van het landhuis niet wordt verkend en uiteindelijk niet wordt benut.

Het is de hoogste tijd om het dossier Oud Amelisweerd dat nu al bijna 10 jaar onevenredige aandacht vraagt en ondanks de goede investeringen van de gemeente Utrecht publicitair en cultureel slecht rendeert, definitief vlot te trekken door samen met geloofwaardige en daadkrachtige partners te investeren in de inhoud.

Foto: Schermafbeelding van artikelMuseum Oud Amelisweerd in Bunnik dreigt opnieuw dicht te gaan’ van Peter van de Vusse in het AD, 13 januari 2020.

AD bedrijft ondermaatse journalistiek met artikel over Baudet en FvD dat de strekking heeft ‘Dit is gewoon een hele leuke club’

with one comment

Het lezen van het artikelEen jaar in het spoor van de leider van Forum’ van Tobias den Hartog in het AD brengt me tot de overpeinzing wat hier is misgegaan. Want naar mijn idee ontspoort dit artikel grandioos. Is het naïviteit, gebrek aan politiek en historisch inzicht, een foute bedrijfscultuur van het AD, angst voor het ‘volk’ of een verkeerde opvatting van wat journalistiek is die de journalist tot zo’n stuk brengt? Ik kan er niet anders dan een flinterdun, misplaatst stuk in zien. Dit had nooit in deze vorm gepubliceerd mogen worden. Hoofdpersoon Thierry Baudet komt er als leider van ‘een hele leuke club’ uit. Tobias den Hartog bedrijft hier reclame voor Forum voor Democratie. Heeft het AD zich bekeerd tot het gedachtegoed van radicaal-rechts?

Waarom heeft hoofdredacteur Hans Nijenhuis dit artikel laten passeren? Hij publiceerde vandaag een commentaar waarin hij naar aanleiding van de aanslag op Charlie Hebdo vijf jaar geleden kritisch is op trollen en twijfelzaaiers: ‘Het is goed dat we vandaag herdenken en eren, maar voor een goede informatievoorziening vormen trollen en twijfelzaaiers een grotere bedreiging dan terroristen’. Jazeker, die bestrijding is nodig, maar kan het best met het bedrijven van goede onderzoeksjournalistiek die verder gaat dan aanhaken bij het populisme, klikaas en aandacht voor vederlichte onderwerpen. Voor goede informatievoorziening is goede journalistiek nodig. Dat is het beste antwoord op Russische trolfabrieken of desinformatie in het algemeen. Het is de vraag of het AD met zo’n artikel van Den Hartog in voldoende mate in goede journalistiek voorziet. Zijn artikel wijst op het tegendeel omdat het onvoldoende naar de ideeën kijkt en in oppervlakkigheid blijft hangen. Een hoofdredactioneel commentaar dat strijdig is met het eigen medium is tamelijk potsierlijk. Zo wordt het AD deel van partijpropaganda. Mijn reactie bij Den Hartogs artikel op de FB-pagina van het AD:

‘Dit is op z’n best oppervlakkige en op z’n slechtst naïeve journalistiek. Baudet moet aangesproken worden op zijn ideeën en niet op zijn emoties of trivialiteiten. Het AD verzaakt ernstig haar taak als ze dat niet doet. Heeft dat ermee te maken dat de meeste journalisten geen specialistische academische vorming hebben genoten, maar op zijn best handige generalisten zijn? Tobias den Hartog maakt van een bijzaak hoofdzaak, en vergeet de hoofdzaak. Dat is onvoldoende om door het harnas van doorgewinterde politici te breken en tot een goede analyse te komen. De afweging bij dit kaliber middelmatige journalisten is, dat geen berichtgeving beter is dan deze ondermaatse berichtgeving die politici op oneigenlijke gronden legitimeert. Wat het AD hier doet. Het begin van begrip is om Baudet historisch te plaatsen en in de traditie te zetten waar hij het beste in past: het fascisme. Dat perspectief of die poging tot een passende duiding ontbreekt hier volledig. Deze journalist heeft geen ambitie om na te denken en beseft zijn verantwoordelijkheid niet. De AD dat in een hoofdredactioneel commentaar de mond vol heeft van trollen en twijfelzaaiers beseft niet dat het zelf met dit soort gelegenheidsstukjes die niet meer dan bladvulling zijn zelf actief meewerkt aan het zaaien van twijfel. Dieptepunt, AD. Met dit soort pseudo-journalistiek verspeelt het elke geloofwaardigheid. En dat geldt ook voor de hoofdredacteur.’

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelEen jaar in het spoor van Thierry Baudet’ van Tobias den Hartog in het AD, 7 januari 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van bericht ‘Een jaar in het spoor van Thierry Baudet’ op de FB-pagina van het AD met als aankeiler ‘Dit is gewoon een hele leuke club’, 7 januari 2020.

Written by George Knight

7 januari 2020 at 13:01

Noodzaak dat radicale boeren worden gestopt. Met hun sekte van nep-onfeilbaarheid, nep-onoverwinnelijkheid en nep-argumenten

with 3 comments

De radicale boeren radicaliseren verder en krijgen daarvoor tot nu toe publicitaire en politieke ruimte. Dat is merkwaardig. Een interview in het AD met één van de actieleiders van de radicale Farmers Defence Force (FDF) Jeroen van Maanen deed me denken aan een artikel over het aanpakken van politieke sekteleiders: ‘How to take down a cult leader’ op Raw Story. Boeren volgen het draaiboek van de sekte. Ze hebben afgelopen maand de schijn van onoverwinnelijkheid gekregen en gebruiken dat beeld. Ze verontschuldigen zich nooit. Ook niet voor de door velen veroordeelde uitspraak van FDF voorman Mark van den Oever over de vergelijking van boeren met de jodenvervolging door de nazi’s. Ze beschuldigen meedogenloos politiek, EU of supermarkten en houden de schijn op dat ze overal mee weg komen. Wat tot nu toe zo is. Alsof hun actie angst inboezemt of tot paniek leidt bij een berekenende premier, een machteloze landbouwminister en een afwachtende veiligheidsminister. De ruimte die de boeren krijgen is de enige verklaring voor hun publieksteun.

Maar hun schelmenstreken die geen schelmenstreken meer zijn, maar een uitdaging van het gezag zijn niet ongevaarlijk. Bovendien zet het andere beroepsgroepen ertoe aan om hetzelfde te doen. Het is de hoogste tijd dat de radicale boeren in het openbaar bloeden en hun vermeende onoverwinnelijkheid wordt ontmaskerd. Dat kan het beste door erop te wijzen dat die bluf het enige argument is dat ze hebben. Want meer hebben ze niet dan hun nep-onfeilbaarheid en nep-sterkte. De boeren hebben geen argumenten en feiten aan hun kant.

Als er geen directe opponenten opstaan om de radicale boeren in hun bluf de pas af te snijden dan rest er niets anders dan hun grootspraak te beantwoorden met actie. Zo zouden Nederlandse consumenten kunnen aankondigen dat als de radicale boeren niet stoppen met hun acties zoals het dreigen om distributiecentra te blokkeren ze voortaan kiezen voor producten van Nederlandse duurzame, biologische boeren en van buitenlandse boeren. Ook kunnen ze melden dat ze supermarkten er door een boycot toe aan zullen zetten om dit in de praktijk te brengen. Praktisch is dat goed realiseerbaar omdat de Nederlandse agro-industrie voornamelijk voor de export werkt. De FDF is overigens een instrument van die agro-industrie en dient als voorhoede om de financiële belangen ervan te verdedigen. De boeren die financieel afhankelijk zijn van de agro-industrie zijn tot een zichtbaar proxy-leger van een zich onzichtbaar houdende agro-industrie gemaakt.

Er zit niet anders op dat burgers met een boycot in actie komen als de geradicaliseerde boeren niet inbinden en menen de openbare ruimte te kunnen kapen en Nederland aanhoudend te kunnen gijzelen. Zolang de politiek en gevestigde media de bluf van de radicale boeren niet doorprikken, maar uit angst of onbenul mee blijven gaan in hun nep-argumenten en hun nep-mannetjesmakerij loert de anarchie. De grote ruimte die de radicale boeren van het kabinet Rutte III krijgen heeft ertoe geleid dat het beeld is ontstaan dat het recht van de brutaalste en meest meedogenloze geldt. Dat past niet in een rechtsstaat. Dat kan Nederland niet hebben. Radicale boeren moeten gestopt en terechtgewezen worden. Want hun gedrag leidt ook voor henzelf tot niks.

Foto’s: Schermafbeelding van delen artikel ‘Boze boeren: ‘Hoe meer wij onze zin krijgen, hoe minder de kans op heftige acties’’ van André Valkeman in het AD, 16 december 2019.

Kunst moet van rechts en links de politieke zaak dienen en er het zwijgen toe doen. Autonomie van kunst is niet de bedoeling

leave a comment »

Prikkelende column van Özcan Akyol in het AD. Hij schrijft: ‘Kunst en cultuur zijn verdacht gemaakt door rechtse politici die te maken kregen met onwelgevallige meningen.’ Dat klopt, maar het is de vraag of de onwelgevallige meningen niet vooral vanuit henzelf komen. En vanuit hun politieke gedachtegoed. De haat tegen vooral de hedendaagse kunst (cultuur zou Akyol niet op een hoop moeten gooien met kunst) bestaat al tientallen jaren in een partij als de VVD. Google maar eens op ‘Jan Hanlo’ en ‘Willem Carel Wendelaar’, een Eerste Kamerlid van de VVD die in 1952 vragen stelde over een gedicht van Hanlo dat hij een ‘onaanvaardbare uiting van kunst’ vond. Alsof Wendelaar ook maar enig verstand van kunst had en zich als politicus met de inhoud van kunst zou moeten bemoeien. De VVD is de kwade genius achter de afbraak van de kunstsector.

Dat is een verre echo van wat de toenmalige liberale premier Rudolf Thorbecke in 1863 zei: ‘De kunst is geene regeringszaak, in zooverre de Regering geen oordeel, noch eenig gezag heeft op het gebied der kunst.’ Maar zoals Marita Mathijsen in een repliek op een stuk van Melle Daamen in 2014 opmerkte in haar uitleg over wat Thorbecke werkelijk bedoelde over kunst is dat advies aan de huidige Nederlandse politici niet besteed: ‘Dat de overheid een taak in de kunsten had als iets publiek belang had en de macht van particulieren te boven ging, zag hij wel degelijk. Maar een Raad voor Cultuur, die in opdracht van de regering oordelen velt, daarvan zou hij gegruwd hebben.’ Nu is het gebruik dat kunst door bestuurders wordt gebruikt voor het realiseren van politieke doelen, zoals voorbeelden in Amsterdam of Utrecht laten zien. In de visie van de huidige linkse en rechtse, landelijke en lokale bestuurders is kunst niet langer vrij, onafhankelijk en tegendraads, maar een beleidsinstrument. Kunst is getemd en ondergeschikt gemaakt. Kunst mag niet langer autonoom zijn.

Het is een trieste constatering dat Wendelaar vele navolgers heeft. Die zich doorgaans minder uitdrukkelijk manifesteren en geniepiger opereren. De voormalige staatssecretaris van OCW Halbe Zijlstra (ook VVD) was daarop nog een uitzondering omdat hij het als een voordeel zag dat hij een outsider in de kunstwereld was. Hij pochte met zijn onkunde. In de politiek geldt deskundigheid als een vereiste bij beleidsterreinen als zorg, landbouw, defensie, onderwijs, waterstaat, financiën, rechtspraak, diplomatie of noem maar op, maar niet bij kunst. Bij kunst wordt door Nederlandse politici deskundigheid als nadeel gezien. Minister Ingrid van Engelshoven is daar het laatste, trieste dieptepunt van. Tekenend is dat letterkundige Aad Nuis (D66) van 1994 tot 1998 de laatste staatssecretaris van OCW was die zelf voortkwam uit de kunstsector. In andere landen willen schrijvers of zangers nog wel eens minister van cultuur worden, maar niet in Nederland. Waarom in de Nederlandse politiek voor bewindslieden deskundigheid in de kunst als nadeel wordt gezien is duidelijk. Kunstbeleid dient niet primair de kunst, maar politieke doelen die kunst gebruiken. Het is niet de bedoeling dat een Nederlandse politicus echt opkomt voor de kunst. Daar ontstaan alleen maar misverstanden door.

Özcan Akyol gaat verder met zijn beoog en betrekt het ook op links als hij zegt: ‘En in een gepolariseerde samenleving, waar het zwart-witdenken welig tiert, staat een pleidooi voor de kunst gelijk aan een flirt met oubollig links, dat in de beeldvorming zakken met geld naar kunstenaars bracht.’ Hier buitelen de hypotheses en het wensdenken over elkaar heen. Het is beeldvorming die niet overeenkomt met de politieke praktijk. Het dubbelzinnige ervan is dat links zich dat door rechts berustend én toestemmend laat zeggen, terwijl links weet dat het de kunst niet door dik en dun steunt. Maar die foute beeldvorming weerlegt het niet omdat de marketing helpt die zegt dat links opkomt voor de kunst. Niet dus. Je zou bijna hopen dat de scherts van Akyol waar was, want dan was er in elk geval nog linkse politiek die hart had voor kunst. Links steunt de kunst evenmin als rechts dat doet. Als links geld overheeft voor kunst is dat uitsluitend om eigen doeleinden te realiseren. Kunst moet van de rechtse en linkse politiek de politieke zaak dienen en er verder het zwijgen toe doen. Want autonomie van kunst is in Nederland niet de bedoeling. Ben je gek, dan kunnen wethouders en ministers niet meer timmeren, boetseren en figuurzagen met kunst als de ware hobby-boeren van de cultuur.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelEen pleidooi voor de kunst staat gelijk aan een flirt met oubollig links’ van Özcan Akyol in het AD, 1 oktober 2019.

Dodenherdenking Vught: Het roepen van ‘Allahoe Akbar’ tijdens herdenking is niet gevaarlijk, maar een uiting van onvolwassenheid

with 2 comments

Op deze video van de recente brand in de Parijse Notre Dame zijn mannenstemmen te horen die ‘Allahoe Akbar’ roepen. Dat betekent zoiets als dat de God van de islam groot is. Omdat ze niet in beeld zijn is het onduidelijk of het hier om zogenaamd diegetisch geluid gaat of om stemmen die in de montage vanwege het dramatische effect zijn toegevoegd. Als het om diegetisch geluid gaat is het onduidelijk wat de achtergrond van de roepende mannen is. Het enige wat we weten is dat het om een opname van een brandende kathedraal gaat en mannenstemmen die roepen dat de God van de islam groot is. Maar hoe het een zich tot het ander verhoudt is niet op voorhand duidelijk. Deze slag om de arm is wat mediawijsheid anno 2019 ons oplegt.

Dezelfde onduidelijkheid geldt in iets mindere mate voor een incident op 4 mei 2019 bij de dodenherdenking bij de fusilladeplaats in Vught. Vanuit de nabijgelegen PI Vught werd ‘Allahoe Akbar’ geroepen. Het verstoorde de twee minuten stilte en leverde een gênante situatie op. Een ‘betrouwbare bron’ zegt tegen het AD dat het om ‘terreurverdachten’ ging. Volgens woordvoerder Robert Meijer ‘was één gevangene hoofdverantwoordelijk voor de actie’. Hij begon met schreeuwen waarop andere gedetineerden mee gingen doen. Het zouden er meer dan tien geweest zijn, volgens Meijer. De aanstichter is door de PI Vught daarop in de isoleercel gezet.

Het CDA-kamerlid Madeleine van de Toorenburg die bij de herdenking aanwezig was, vindt dat er een zware straf moet staan op deze actie zo zegt ze in het AD: ‘Dit is niet alleen respectloos, maar ook ronduit gevaarlijk gedrag’. Echt? Hoe kan het roepen van ‘Allahoe Akbar’ tijdens de dodenherdenking door tien of meer mannen vanuit de cellen van een gesloten afdeling van een penitentiaire afdeling gevaarlijk zijn? Het is duidelijk dat het om respectloos en puberaal gedrag gaat, maar ‘gevaarlijk’? Het is eerder een schreeuw uit machteloosheid en frustratie van een groepje ontevreden mannen. We moeten er niet te veel achter zoeken en aan verbinden.

Want dat eindigt in projectie waarmee een groepje machtelozen en onnozelaars macht wordt toegekend dat het vergeefs nastreeft maar via een omweg door onze reactie alsnog krijgt. De reactie van Van Toorenburg werkt averechts. Laat we sukkels die moedwillig een herdenking verstoren noemen wat ze zijn: onvolwassen.

Onduidelijkheid over plan Jetten om vermogens boven € 1 miljoen zwaarder te belasten. Wat betekent dat voor de middeninkomens?

with 2 comments

Dit is een passage uit de Kerdijklezing die de fractievoorzitter van D66 Rob Jetten vandaag hield. De partij kondigt het aan als ‘zijn eerste grote binnenlandse toespraak als fractievoorzitter’. Deze passage kreeg volop aandacht in de media. AD kopte: ‘Jetten wil miljonairstaks’ en De Telegraaf zegt: ‘D66 pleit voor miljonairstaks’. Deze koppen slaan behoorlijk de plank mis, want nu lijkt het net alsof dit een nieuw soort belasting is en miljonairs op dit moment geen belasting betalen. Dat is niet zo. Jetten heeft zijn plannen nog niet uitgewerkt en het is onduidelijk hoe ze precies luiden. Daarom valt er nog totaal niks over te zeggen.

Nederland kent een vermogensrendementsheffing van 1,2% boven een drempel van ongeveer €60.000 (met fiscale partner). Bezwaren: de middengroepen worden het zwaarst belast omdat de laagvermogenden geen vermogen hebben om te belasten en de hoogvermogenden de rendementsheffing grotendeels ontwijken. Elk belastingplan zonder een krachtige aanpak van belastingontwijking is zinloos en oneerlijk, en vooral politieke marketing. Verder voelen degenen die aangeslagen worden enige onrechtvaardigheid omdat de effectieve rente op rentedragende rekeningen lager is dan het door de overheid opgevoerde virtuele rendement van 4%. De rente is nu 0 of hooguit 0,2%. Het is de vraag in welke mate Jetten de kleine spaarders wil ontzien.

De Franse econoom Thomas Piketty die heeft gepubliceerd over inkomensongelijkheid pleit voor 0% heffing op vermogens tot 1 miljoen euro, 1% op vermogens tussen de 1 en 5 miljoen euro, en 2% op vermogens daarboven. Is het toeval dat Jetten een bedrag van 1 miljoen noemt? Hij lijkt de vermogenrendementsheffing voor kleine spaarders niet af te willen schaffen zoals Piketty, maar te willen verminderen. Want Jetten zegt de kleine spaarders meer te willen ontzien. Stel dat hij de vermogensrendementsheffing van 1,2% voor vermogens beneden de € 1 miljoen verlaagt naar 1% boven het heffingsvrij vermogen van € 60.000 (2018; met fiscale partner), dan leidt dat tot de volgende belastingdruk voor vermogens:

…..100.000 euro: Piketty: € 0;  Jetten: €400
…..300.000 euro: Piketty: € 0; Jetten: €240
…. 600.000 euro: Piketty: € 0; Jetten: €5400
…1.000.000 euro: Piketty: € 0; Jetten: €9400
…5.000.000 euro: Piketty: € 50.000; Jetten: € 49.940 + extra belasting

Dit voorbeeld leert dat ook bij een vermogen van € 5 miljoen de heffing van Piketty op vermogen nog lager is dan bij Jetten. Het is nog onduidelijk welk belastingmodel Jetten voor ogen heeft, maar hij lijkt nog steeds vooral de middengroepen te belasten. Welk probleem meent hij aan te pakken? Met de voorstellen van Piketty die de middengroepen buiten schot laat en vooral de hoogvermogenden aanpakt hoeft men het niet eens te zijn, maar dat heeft wel karakter en doet wat het zegt te doen. Piketty probeert immers tot een structurele herverdeling van vermogen te komen. Dat is bij Jetten nog maar de vraag. Nogmaals, wat het doel is van Jetten is onduidelijk. De beeldvorming in de pers dat D66 onder Jetten een ruk naar links zou maken met dit plan is afhankelijk van hoe het er precies komt uit te zien. Als het plan voor vermogens onder de € 1 miljoen min of meer ongewijzigd blijft dan belast Jetten de middeninkomens bijna nog even zwaar als nu het geval is.

Foto: Schermafbeelding van deel Kerdijklezing door Rob Jetten, 4 maart 2019.

In Amersfoortse raad klinkt de roep om een diepgaand onderzoek naar het MOA. In de Utrechtse raad blijft het opvallend stil

with 5 comments

Het was vanaf eind 2010 uit openbare bronnen duidelijk dat het Armando Museum (later omgedoopt tot Museum Oud Amelisweerd; MOA) geen succes kon worden. De voorwaarden voor succes ontbraken aantoonbaar. Iedereen met ogen in de kop kon dat in het volle daglicht zien. Er waren ontelbare mensen die sinds die tijd gewaarschuwd hebben voor de gebrekkige levensvatbaarheid van het omgekatte Armando Museum in de bossen van Bunnik (Rini Dippel/ex SM, Paul van Vlijmen/ex-Spoorwegmuseum, Eymert-Jan Goossens/Huis Doorn, Jesper Rijpma/VVD UT, Xander van Asperen/D66 UT, SP, Nieuw-Rechts UT, SP UT, Burgerpartij A’foort, Ben Stoelinga/A2014 A’f, Ramón Smits Alvarez/PvdA A’f, Raphaël Smit/Vliet A’f, Simone Kennedy/CU A’f, Hiske Land/GL A’f, Ben van Koningsveld/CDA A’f), maar ze werden niet gehoord en hun argumenten werden weggepoetst. Daarnaast waren er nog mensen uit de museumsector die achter de schermen hun ongenoegen uitten, maar dit vanwege hun functie of positie niet in het openbaar konden zeggen. Het opknappen van het vastgoed sinds begin jaren ’90 onder leiding van Centraal Museum en gemeentelijke diensten van de gemeente Utrecht is overigens geen weggegooid geld en moet niet verward worden met de ongelukkige en mislukte doorstart van het Amersfoortse Armando Bureau in Bunnik.

Een diepgaand onderzoek is nodig. Raadslid Ben Stoelinga van de Amersfoortse partij A2014 vindt dat de onderste steen boven moet komen over de gang van zaken van het MOA. Stoelinga is vooral geïnteresseerd in de financiële afwikkeling. Hij schetst twee scenario’s die in de raadsvergadering van 5 februari 2019 besproken worden: een onderzoek door externe onderzoekers of een raadsenquête. De laatste optie lijkt vanwege de transparantie en de mogelijkheid om betrokkenen, zoals ambtenaren en bestuurders onder ede te horen zijn voorkeur te genieten, zoals uit een notitie blijkt. Vanwege de werkdruk kunnen delen van de raadsenquête uitbesteed worden aan externe onderzoekers, zodat een combinatie van beide soorten onderzoeken wellicht het meest werkbaar is omdat het openheid en diepgang combineert met volledigheid.

Complicatie is de veelheid aan betrokken gemeenten (Utrecht, Amersfoort, Bunnik), de snelle wisseling van cultuurwethouders en de gefragmenteerde besluitvorming waardoor niemand zich blijkbaar verantwoordelijk voelt. Het is opvallend dat met Ben Stoelinga, maar ook met de langzittende raadsleden Hans van Wegen (BPA), Ben van Koningsveld (CDA) en Simone Kennedy-Doornbos (CU) het historisch geheugen in de Amersfoortse raad nog aanwezig is omdat deze raadsleden de beslissende debatten zelf hebben gevoerd en door hun dossierkennis weten waarover ze praten. In de Utrechtse gemeenteraad ontbreekt dat geheugen en die kennis op één uitzondering na, te weten SP’er Tim Schipper. In de Utrechtse raad is de omloopsnelheid zo groot dat bij de belangrijkste partijen in dit dossier, te weten D66 en VVD de woordvoerders elkaar in snel tempo hebben opgevolgd (D66: Xander van Asperen, Aline Knip, Ellen Bijsterbosch; VVD, Jesper Rijpma, André van Schie, Marijn de Pagter). Voor leden van de Utrechtse raad is de geschiedenis, besluitvorming en financiële complicatie van het MOA een ver-van-hun-bed-show waar ze geen persoonlijke betrokkenheid bij hebben. Dat is geen verwijt, maar een constatering. Daarom is het verklaarbaar dat de kritiek op het MOA uit de Amersfoortse en niet uit de Utrechtse raad klinkt. Terwijl laatstgenoemde er een groter belang bij en verantwoordelijkheid voor heeft omdat landhuis Amelisweerd eigendom van de gemeente Utrecht is.

De inzet van Ben Stoelinga is prima en vanuit zijn verantwoordelijkheid voorbeeldig te noemen, maar loopt ook tegen grenzen aan. Het kent nu eenmaal een Amersfoorts perspectief. En dat kan per definitie niet het hele perspectief zijn. Het is zoals gezegd verklaarbaar, maar ongelukkig dat de Utrechtse raad geen initiatief neemt voor een onderzoek van een project waarover jaren van tevoren met argumenten werd aangetoond dat het zou mislukken. Daarnaast is er ook de provincie Utrecht waar de statenleden Elly Broere, PVV en Truke Noordenbos, SP kritische vragen stelden, maar zij waren de uitzondering. Zijn het in de Utrechtse raad alleen het historisch geheugen en het gebrek aan kennis en affiniteit die ontbreken of is er meer aan de hand? De omstandigheid dat sinds 2010 alle grotere partijen bestuursverantwoordelijkheid hebben gedragen en boter op hun hoofd hebben in dit dossier MOA kan het zwijgen in de Utrechtse raad verklaren. Zodat geen van de grotere partijen happig is op een onderzoek dat met terugwerkende kracht de eigen bestuurders zou kunnen beschadigen. En de leden van de kleinere partijen (PvdD, DENK, S&S, PVV, Stadsbelang) leggen of andere prioriteiten of beseffen niet eens hoe slecht dit project vanuit het gemeentebestuur is uitgedacht en begeleid.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelOnderste steen boven rond faillissement MOA’ van Artwin Kreekel in het AD, 5 februari 2019.