George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘AD

Op campagne in Utrecht: globaal verdiepen in lokale onderwerpen met premier Rutte

leave a comment »

Het is campagnetijd. Op 21 maart zijn er gemeenteraadsverkiezingen en kan er ook gestemd worden voor het referendum over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017, ook wel sleepwet genoemd. Tijdens de campagne gaan politieke partijen de straat op. Ze blazen hun ballonnetjes op, verkleden zich in hesjes met partijkleur, zetten een jolig of ernstig gezicht op en strooien hun liftpraatje over het passerend publiek. Aan deze wetmatigheid van simplisme, oppervlakkigheid, eenzijdigheid, clownerie, verlakkerij en komedie kunnen politici en burgers, maar ook het politieke bedrijf zich blijkbaar niet onttrekken. Het is niet om aan te zien.

Premier Mark Rutte bezocht in het kader van die raadsverkiezingen voor de tweede keer in korte tijd Utrecht, volgens een bericht in het AD. Hij heeft geen verleden in de stad, maar doet net alsof dat wel zo is. Zoals hij dat in Nijmegen, Groningen, Leiden, Wageningen, Den Bosch, Eindhoven of elke andere stad ook doet.

Een landelijke politicus trekt een lokale jas aan, maar van ver is te zien dat die jas niet past. Dat is potsierlijk en zielig tegelijk. Campagnetijd is een kruising tussen carnaval, toneelspel, propaganda, een jaarmarkt en reality tv. Het is de extreme situatie van de gespeelde gewoonheid. Overigens gaat het om gemeentelijke verkiezingen, zodat het de vraag is waarom een landelijke politicus zich er in meent te moeten mengen.

Rutte jongleert in een video die het AD van het bezoek heeft gemaakt subtiel langs de positionering van partijen. Hij noemt D66, GroenLinks en de PvdA ‘wat linksere partijen’ wat het AD in het bericht onterecht vertaalt naar ‘linkse partijen’. Maar D66 beschouwt zichzelf niet als linkse partij en kan dat redelijkerwijs ook niet genoemd worden. Het AD prikt de fout in het betoog van Rutte niet door. Ruttes waarschuwing voor een links college slaat dus nergens op omdat D66 geen linkse partij is. Nu is D66 in de raad de grootste partij, met GroenLinks als tweede, en VVD en PvdA als derde partij. Ruttes claim is dat de VVD nodig is als rechts tegenwicht. Maar centrum- of centrum-linkse partijen als PvdA, D66 en GroenLinks lijken de VVD niet nodig te hebben als buitenboordmotor. Utrecht heeft in Jan van Zanen een VVD-burgemeester die mans genoeg is om het rechtse geluid in het college te bewaken. Een reden te minder om de VVD in het college op te nemen.

Maakt het optreden van Rutte indruk? Ach, zo’n campagne waarbij een landelijk kopstuk wordt ingevlogen lijkt eerder bedoeld om de VVD’ers in Utrecht een hart onder de riem te steken, dan dat het electorale invloed heeft. Rutte rolt de logica van de marketing uit met het thema ‘veiligheid’. Dat is eerder een zwakte- dan een sterktebod omdat het een gedepolitiseerd thema is dat vaag en leeg is. Met Utrecht heeft het allemaal weinig te maken. Campagne voeren is voor partijpolitici een moetje. Een wederzijdse gijzeling van partij en politicus.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelPremier Mark Rutte: ‘laat Utrecht niet in linkse handen vallen’’ (met video) van Diane Hoekstra in het AD, 7 maart 2018.

Advertenties

Samenwerking tussen Armando en MOA beëindigd. Kan het museum zich diepgaand en geloofwaardig herpositioneren?

leave a comment »

Dit nieuwsbericht zegt dat het MOA verder gaat als ‘Huis van kunst in de natuur‘. Het is een uit nood geboren nieuw profiel. Armando trekt per 1 maart 2018 zijn collectie terug omdat hij volgens een woordvoerder van de Armando Stichting geen vertrouwen meer heeft in de financiële stabiliteit van het MOA. In het AD zegt Coen Bruning: ‘Voor een kunstenaar is het niet goed als zijn werk hangt in een museum met geldzorgen.’ Het MOA kent al sinds de oprichting in 2012 financiële problemen en heeft nog geen enkel jaar een positief saldo gehad. Laat staan dat het een reserve heeft opgebouwd voor moeilijke tijden. Dit ondanks een subsidie van 1 miljoen euro van de gemeente Amersfoort die tot 2021 in 10 jaar wordt uitbetaald, de zogenaamde bruidsschat. Daarnaast moet het MOA in 2021 een lening van 160.000 euro aan de provincie Utrecht aflossen.

Budgettair wordt 2021 het jaar van de waarheid voor het MOA. Tot die datum koopt het bestuur van de gemeente Utrecht tijd voor het eigen wanbeleid op dit dossier door het museum van een subsidie te voorzien die het volgens eigen besluiten niet eens mag geven. Raad noch college hebben een goed omlijnd idee wat ze met het landhuis aanmoeten. Het MOA is een hoofdpijndossier dat vastgelopen is in de modder. Een RSV-dossier in het klein waarin geld gepompt wordt en waarvan de uitkomst al jarenlang vaststaat: faillissement. Alleen wil geen enkele wethouder ervoor verantwoordelijk gesteld worden de stekker eruit getrokken te hebben. Daarom durft geen enkele bestuurder van de gemeente Utrecht de werkelijkheid onder ogen te zien.

De slechte financiële situatie van het MOA hoeft niet de enige reden te zijn dat Armando zijn privécollectie terugtrekt. Want de werken hebben een commerciële waarde en kunnen op de kunstmarkt verkocht worden. Een uitspraak in 2015 van het inmiddels afgetreden bestuurslid Geert Noorman van de Stichting MOA maakt duidelijk dat er binnen het toenmalige bestuur gedachten waren om stukken van Armando te verkopen. Hij liet zich in een interview met een lokale Bunnikse krant ontvallen bij een dreigend faillissement van het museum ‘desnoods werken van Armando [te] verkopen, mocht hij daar toestemming voor geven’. Dat was vloeken in de kerk omdat de ethische code van Museumvereniging en ICOM het verbiedt om werken uit een museumcollectie te verkopen om gaten in de exploitatie te vullen. Voor Armando lag nog een ongewenst neveneffect op de loer. Extra aanbod van zijn oudere werk kan zijn positie op de kunstmarkt beschadigen omdat het de prijs onder druk zet. Wie regelmatig kunstbeurzen bezoekt weet dat Armando via enkele vaste galeries nog steeds nieuw gemaakt werk aanbiedt, waarvan critici overigens de kwaliteit betwisten.

Armando’s stap om afscheid te nemen van het MOA kwam niet onverwachts en hing al jaren in de lucht. De liefde was minder diep dan in de publiciteit van het MOA werd voorgesteld. In een commentaar schreef ik op 4 januari 2014 (Tony de Meijere is Armando’s ex): ‘Er was sprake van een dubbele gijzeling. Armando werd gegijzeld door het Armando Museum en had geen behoefte om na Amersfoort nog een nieuwe stap te zetten. Tony de Meijere die incidentele bruiklenen voor tentoonstellingen aan het Armando Museum gaf, maar daar op een gegeven moment uit ongenoegen mee stopte, gaf haar opgeslagen collectie in bruikleen bij het Kröller-Müller Museum. Zijn ongenoegen liep zo hoog op dat Armando voorjaar 2011 zijn collectie weghaalde bij het Armando Museum. Dat betekende het einde aan alle plannen. Armando ging na druk uiteindelijk overstag. Vanuit die positie kon het Armando Museum als enige kandidaat de gemeente Utrecht gijzelen.’

Nu gaat het MOA verder als ‘Huis van kunst in de natuur’. Op fundamenteel niveau klopt dat, want landhuis Oud Amelisweerd is een huis in het bos. Is de herprofilering van een museum dat de eigen geschiedenis en reden voor bestaan achter zich laat een stap naar een nieuwe toekomst? Maar het laat niet de oorspronkelijke doelstelling waarvoor het opgericht is achter zich. Is de herprofilering vooral op de geldschieters gericht en moet het de suggestie van beweging en daadkracht uitstralen? In Museum Insel Hombroich bij Düsseldorf plonzen kikkers in de vijvers en waaien in de herfst de bladeren de zalen in. Dat is een huis van kunst in de natuur dat met die reden is gebouwd. Wie probeert te achterhalen wat de bestaansreden van het MOA is komt telkens gelegenheidsargumenten tegen. Het MOA is een constructie waar doorheen schemert dat de oprichting ervan niet volgt uit een behoefte, maar uit redenen die samenhangen met politieke koehandel.

Het AD meldt dat de Armando Stichting in gesprek is met een aantal partijen over een nieuwe samenwerking. Dat kunnen bestaande musea of ‘vermogende particulieren die een museum willen stichten’ zijn. Zodat na Amersfoort (1998-2007) en Bunnik (2014-2018) Armando in 20 jaar mogelijk een derde bestemming vindt.

Foto: Schermafbeelding van nieuwsbericht ‘ARMANDO’S VOGEL VERLAAT HET NEST’ van het MOA, 26 februari 2018.

D66 Rotterdam probeert Jos Verveen uit fractie te zetten. Heeft coalitie nog een meerderheid?

with 6 comments

Een soap met grote gevolgen. Het Rotterdamse raadslid voor D66 Jos Verveen is door vijf fractiegenoten uit de fractie gezet. Maar Verveen accepteert dit niet en laat zich niet uit D66 zetten. Hij gaat in de tegenaanval en meent dat zijn fractiegenoten onzorgvuldig de procedures hebben gevolgd en zichzelf uit de fractie hebben gezet. Omdat elke stem telt in een coalitie van Leefbaar Rotterdam (14), D66 (6) en CDA (3) met 23 van de 45 zetels dreigt als het aan de fractieleiding van D66 ligt de coalitie haar meerderheid te verliezen. Op 21 maart 2018 zijn de volgende gemeenteraadsverkiezingen. Verveen is eerder op plek 12 van de lijst van D66 gezet.

Hoe het zover heeft kunnen komen is de vraag. In een interview met RTV Rijnmond van 24 november wijst Verveen op een verschil in stijl. Het interview in AD dat door de fractieleiding nu tegen hem wordt gebruikt heeft de veelzeggende kop ‘Fractie van D66 is te volgzaam’. Er lijken twee ontwikkelingen in deze kwestie samen te komen. D66 is licht elitair en op sociaal-economisch terrein als een VVD-light opgeschoven naar rechts. Daarnaast geeft het geen prioriteit meer aan de kroonjuwelen van de staatshervorming. Ooit de reden waarom de partij is opgericht. Wat is dan nog de bestaansrecht van deze partij? Die weggezakte profilering trekt kandidaat-raadsleden die de politiek als spel zien en te weinig de verbinding met de realiteit leggen. Iets wat Verveen wel zegt te doen. Verder is er de coalitiediscipline en fractiedwang die de hele politiek in haar greep heeft. Individualisten die een eigenzinnig geluid laten horen hebben in de Nederlandse politiek steeds minder te zoeken. Verveen maakt om dit toe te lichten een verschil tussen coalitieafspraken waaraan hij zich altijd zegt te hebben gehouden en de vrije ruimte die hij benut om zijn eigen standpunten weer te geven.

Het lijkt erop dat de Rotterdamse D66 in de coalitie met Leefbaar Rotterdam naar rechts is getrokken en Jos Verveen die lijn niet heeft gevolgd. Of dat een kwestie van volgzaamheid, verschil in stijl, beleid of gebrek aan transparantie is valt te bezien. De wetmatigheid is dat kleinere partijen altijd het onderspit delven. Dat is een spanningsveld dat geldt voor alle colleges. Maar als dat niet alleen ten koste gaat van het eigen beleid, maar ook van eigen durf, ambitie en zelfvertrouwen, dan gaat machtspolitiek versluierd over in pathologie.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelFractie van D66 is te volgzaam’ van Monica Beek en Antti Liukku in AD, 22 november 2017.

Kwestie Keulards, WTC The Hague en WTC The Hague Art Gallery. Geen aanpassing aan eigenaardigheid van de Nederlandse cultuur

leave a comment »

Nogmaals de kwestie Vivian Keulards en twee verwijderde foto’s uit de WTC The Hague Art Gallery. Dit gebeurde op verzoek van een in het WTC The Hague gevestigd internationaal bedrijf. Tot nu toe wordt de naam ervan door de betrokkenen anoniem gehouden. Keulards zette een betoog op FB en de reacties waren instemmend. En merendeels afwijzend over de handelswijze van directeur Steenbergen van WTC The Hague.

Er ligt een verschil in cultuur aan ten grondslag. Tussen Nederland en de in Nederland gevestigde internationale bedrijven. Het gaat erom welke cultuur dan leidend is, de Nederlandse of de buitenlandse. In de kwestie Keulards is sprake van een cultureel verschil tussen de open Nederlandse cultuur en de internationale op Angelsaksische leest geschoeide cultuur die geslotener en puriteinser is. Dat vertaalde zich overigens ook in de reactie van het Amerikaanse Facebook dat de eerste posting van Vivian Keulards over deze kwestie weggehaalde vanwege een bij de posting geplaatste foto die niet zou voldoen aan de richtlijnen van Facebook.

Toevallig is dat Guestmanship in het WTC The Hague cursussen geeft over culturele diversiteit met namen als ‘Het beheersen van culturele ongelijkheden en de consequenties daarvan voor internationaal zakendoen’. Maar wat beoogt dat in de praktijk en wie past zich aan wie aan? De cursus hint erop dat het internationale bedrijf zich dient aan te passen aan de cultuur van het land van vestiging: ‘Een kenmerk van cultuur is dat het kan worden geleerd en dit betekent dat bedrijven kunnen proberen om culturen te assimileren en hun praktijken aan te passen om aan zijn eigenaardigheden te voldoen.’ Dat zou voor de kwestie Vivian Keulards betekenen dat het klagende in het WTC The Hague gevestigde internationale bedrijf én WTC The Hague zich hadden moeten aanpassen aan de ‘eigenaardigheden’ van Nederland. Bijvoorbeeld over schaamte, tolerantie en vrijheid in de kunsten. Maar het omgekeerde lijkt gebeurd. Zoals de uitkomst uitwijst heeft de Nederlandse cultuur zich aan moeten passen aan de cultuur van een in Nederland gevestigd internationaal bedrijf. En aan het WTC The Hague dat blijkbaar een niet-Nederlandse enclave is waar de Nederlandse cultuur niet leidend is, of dat mag zijn. Dat zet de strekking van de cursus van Guestmanship op losse schroeven. De aanbeveling werkt maar één kant op, de nationale cultuur moet zich aanpassen aan de meest internationale cultuur.

Wanneer wordt de naam van het internationale bedrijf bekend gemaakt dat verzocht om de twee foto’s van de muur van de WTC The Hague Art Gallery te halen? Directeur Eveline Steenbergen van het WTC zegt in het AD: ‘Onze wisselende collectie is een geste aan huurders en gebruikers om ze op een aangename manier met kunst in aanraking te brengen. Als huurders bezwaren hebben tegen bepaalde werken, dan komen we ze tegemoet en halen we die weg. Steenbergen wil niet zeggen welk van de in het WTC gevestigde bedrijven bezwaar heeft aangetekend. ,,Het is niet netjes om namen van onze huurders te noemen”, zegt ze.’

De directeur van WTC The Hague zegt dat zij de kunst aan de muur van WTC The Hague Art Gallery als ‘geste’ ziet aan huurders en gebruikers om ze ‘op een aangename manier met kunst in aanraking te brengen’. De betekenis die Steenbergen in haar woorden legt is dat de twee gewraakte foto’s van Keulards niet aan de norm van ‘aangenaam’ voldoen, daarmee in strijd zijn en daarom verwijderd moesten worden. De Nederlandse Steenbergen schippert hierbij niet alleen tussen twee culturen, maar ook tussen kunst en niet-kunst. Zo worden de kunst en de Nederlandse cultuur in het WTC The Hague ondergeschikt gemaakt aan de cultuur van een internationaal bedrijf. Kunst in de Art Gallery van het WTC wordt gemaakt tot een weggooiproduct dat niet op de eigen waarde en verdienste gewaardeerd wordt, maar tot afgeleide wordt gemaakt van een leefsfeer.

Steenbergen zegt het ‘niet netjes’ te vinden om de naam van de huurder te noemen die bezwaar had tegen de twee foto’s. Onduidelijk is of het op uitdrukkelijk verzoek van het klagende bedrijf is om de naam niet naar buiten te brengen, of dat het op initiatief van Steenbergen gebeurt of dat dit in het huurcontract is geregeld. Hoe dan ook lijkt het gebrek aan openheid in overeenstemming met de cultuur van een internationaal opererend bedrijf dat vindt dat de Nederlandse cultuur zich aan haar ‘eigenaardigheden’ dient aan te passen.

Er is veel ‘niet netjes’ aan deze kwestie. De publicitaire schade voor het WTC The Hague en vooral de WTC The Hague Art Gallery is groot. De laatste heeft door toedoen van Steenbergen verloren aan geloofwaardigheid en integriteit. Welke gerenommeerde kunstenaar wil nog exposeren in de WTC The Hague Art Gallery nu bekend is dat het bij het minste overruled wordt door de directeur van WTC The Hague? De galerie heeft haar eigen smoel verloren. Het draagt het masker van de huurders van WTC The Hague. De Art Gallery zal voortaan door de kunstsector als vehikel voor de belangen van internationale bedrijven in WTC The Hague gezien worden.

Wat vooral ‘niet netjes’ aan deze kwestie is -naast de behandeling van Vivian Keulards- is hoe curator Renée van Nievelt van de WTC The Hague Art Gallery door Steenbergen het bos is ingestuurd. Steenbergen geeft in WTC The Hague een buitenlandse of globale (met de noties vaag en wereldwijd geïntegreerd) cultuur die de Nederlandse cultuur verdringt alle ruimte en neemt uit commercieel belang de publicitaire schade voor het WTC The Hague op de koop toe. Begrijpelijk omdat het in een enclave van internationale cultuur opereert en er daarom niet op aangewezen is om aansluiting te vinden bij de Nederlandse cultuur. Dat ligt bij de WTC The Hague Art Gallery in beide gevallen anders. Het heeft juist een commercieel belang bij het hooghouden van het beeld van eigen autonomie en opereert als een in Nederland gevestigde galerie binnen de Nederlandse cultuur en het kunstklimaat. De kwestie Keulards thematiseert de dubbelzinnigheid van het WTC The Hague.

Foto: Vivian Keulards, ‘Eimear‘. Uit de serie ‘Flaming Grace’. Copyright Vivian Keulards.

Nederlandse overheid beseft urgentie van cybersecurity en cybercrime niet

with one comment

De wereldvreemdheid van de Nederlandse overheid en politiek is immens. Het doet er alles aan om te suggereren dat Nederland een eiland is. Neem het onderwerp cyberveiligheid. Afgelopen woensdag 13 september hield Director of National Intelligence Dan Coats een toespraak op de Billington Cybersecurity Summit in Washington. Hij schetst een beeld van bedreigingen van de kritische infrastructuur of het hacken van bedrijfsnetwerken van de Amerikaanse defensie-industrie en technologiebedrijven. Tegelijk verdedigde hij zich tegen zijn voorganger James Clapper (‘former officials’) die kritisch is op de aanpak van cyberveiligheid door de regering-Trump en houdt hij een pleidooi voor hechte samenwerking met het bedrijfsleven.

Of de Amerikaanse regering goed, niet goed genoeg of verkeerd bezig is valt te bezien, maar in elk geval zegt Coats de ernst van de dreiging van landen als de Russische Federatie, China, Iran of Noord-Korea te beseffen. Zijn waarschuwing is duidelijk: ‘We have not experienced yet a catastrophic attack. But I think everyone in this room is fully aware of the ever-growing threat to our security.’ De klap kan elke moment komen, in elk land. Ook in Nederland. Overigens is de Amerikaanse overheid niet alleen in de verdediging, maar valt het andere landen aan, zoals de geschiedenis met het Israëlisch-Amerikaanse Stuxnet verduidelijkt. In 2009 werd met fataal gevolg een virus geplaatst in ultracentrifuges die deel uitmaakten van de Iraanse nucleaire industrie.

Nog in juni 2017 was er de kwaadaardige software van het Petya-virus die was bedoeld om de Oekraïense economie schade toe te brengen. Het verspreidde zich door heel Europa en bracht vele bedrijven schade toe. Terwijl de aanval niet eens op die bedrijven was gericht. Gezien de sinds 2014 woedende oorlog tussen Oekraïne en de Russische Federatie die niet alleen op het slagveld in Oost-Oekraïne, maar ook in de publiciteit en de digitale wereld wordt uitgevochten bestaat het sterke vermoeden dat het virus met medewerking van het Kremlin vanuit de Russische Federatie werd verspreid. Als het tegen een NATO-lid was gericht en er cruciale schade aan de infrastructuur van betreffend land was aangebracht, dan had het als een oorlogsdaad opgevat kunnen worden dat artikel 5 in werking zette. Een voor allen, allen voor een. Zonder dat een aanval op Nederland is gericht kan ons land door een digitale aanval dus in een oorlog betrokken worden.

Cyberveiligheid is niet hetzelfde als cybercriminaliteit, maar er zijn raakvlakken. Terroristen hebben vaak vanuit hun verleden contact met criminele netwerken opgebouwd. Dat geldt voor een land als de Russische Federatie waar directe lijnen lopen van overheid naar maffia. Ook in de VS is dat het geval waar president Trump voor zijn vastgoedprojecten contacten had met de Russische (Semjon Mogilevitsj) en de Russisch-Amerikaanse maffia (Felix Sater). Overheidsdiensten moeten nauw samenwerken om de digitale dreiging te weerstaan. Want elke zwakke plek wordt opgezocht en kan worden afgestraft. De gevolgen kunnen desastreus zijn. Bovenwereld en onderwereld, criminaliteit en traditionele oorlogsvoering zijn vermengd geraakt.

Is Nederland er klaar voor en beseft het de urgentie van de situatie? Nee, het lijkt er in de verste verte niet op. Gerrit van der Burg is als voorzitter van het College van procureurs-generaal specifiek verantwoordelijk voor cybercrime. In die hoedanigheid gaf hij vandaag een interview aan het AD dat de Volkskrant in een bericht samenvat. Er ontstaat een ontluisterend beeld van het OM. ‘We trekken er hard aan, maar we zijn er nog niet klaar voor’ en ‘We zijn van oorsprong geen digitale organisatie’. Nee, allicht niet, geen enkel OM in geen enkel land is van oorsprong een digitale organisatie. De verplichting rust op de leiding van het OM om dat als de wiedeweerga te worden. ‘Het onvoorstelbare wordt voorstelbaar, als het gaat om cybercrime’, zo zegt Van der Burg. Maar wat hij zich nou precies voorstelt blijft raadselachtig. Naar verluidt wil het komende kabinet 25 miljoen euro vrijmaken voor de bestrijding van cybercriminaliteit. Dat is veel te weinig en het komt erg laat.

Foto: ‘Foto: ‘Dutch Visit: Col. Jeff Schilling, of G-5/7, briefs Brig. Gen. Hans Hardenbol, along with Dutch military delegation, during a visit to the Army Cyber Command.‘ Op de site van de U.S. Army Cyber Command/ U.S. 2nd Army is deze foto uit 2012 niet meer terug te vinden, hier wel bij een commentaar.

Bestrijding van terrorisme vraagt om professionalisme. Niet om betonblokken en meer bevoegdheden voor veiligheidsdiensten

with 2 comments

Als iemand daadwerkelijk geestelijk zo erg vergiftigd is dat hij anderen omwille van zijn geloof wil vermoorden, laat hij zich niet tegenhouden door een blokkade die vermomd is als een weelderige bos bloemen.’ aldus columnist Özcan Akyol vandaag in het AD. Hij heeft gelijk. Overheden moeten oppassen niet aan symboolwerking ten onder te gaan. Het lijkt erop dat het plaatsen van bloembakken of betonblokken in steden eerder de bedoeling heeft om de burgers een gevoel van veiligheid te geven, dan dat het daadwerkelijk de plegers van aanslagen tegenhoudt of de aanslag inperkt. Want terroristen zoeken de makkelijkste weg.

Als het risico op een terroristische dreiging oplevert dat steden rigoureus worden omgebouwd en mobiliteit wordt beperkt, dan is het de vraag of het dat waard is. Want de betonblokken staat niet op zichzelf. Ze komen bovenop de camerabewaking en digitale controle door de overheid. Het gevaar dreigt dat Nederland zonder publiek debat sluipenderwijs afglijdt naar de controlestaat. Het kenmerk ervan is dat bevoegdheden van overheden worden uitgebreid en de vrijheden van de burger worden ingeperkt. In elk geval zou hierover een breed maatschappelijk debat gevoerd moeten worden dat verder kijkt dan een incidentele dreiging.

De veiligheidssector dreigt met verwijzing naar een aanslag veel macht naar zich toe te trekken. Vraag is of het die bevoegdheden waard is omdat de professionalisering (politierecherche) of kwantitatieve voorwaarden (AIVD) daartoe ontbreken. Anders gezegd, uitbreiding van bevoegdheden voor politie- en veiligheidsdiensten is niet alleen afhankelijk van de vraag om uitbreiding, maar ook van het aanbod dat deze diensten kunnen leveren. Zijn ze een uitbreiding van bevoegdheden wel waard als hun organisatie niet op orde is? Daarbij komt dat de roep om uitbreiding van bevoegdheden en inzet van technische middelen vaak een verkapte manier van bezuinigingen is. Dat wordt de burger echter niet open en eerlijk verteld door de overheid.

Vorige week was er een wegens een dreiging in een laat stadium afgelast concert in de Rotterdamse Maassilo. Het is voor de objectieve beschouwer opvallend dat op basis van één bron een dreiging serieus wordt genomen en een concert wordt afgelast. Moet die lat niet hoger liggen? Zou de procedure in de toekomst niet aan voorwaarden moeten voldoen die nu blijkbaar ontbreken? Zou het niet zo moeten zijn dat een melding van een dreigende aanslag door een kruiscontrole via meerdere datasystemen van meerdere kanten bevestigd moet worden? Wellicht is er in de toekomst een reeks valse meldingen voor nodig om die procedure aan te passen en werkzaam te maken. De waarde van een enkele bron zou beter dan nu gewogen moeten worden.

Het is gewenst dat de procedure voor de samenwerking tussen Europese politiediensten op korte termijn aangepast wordt om te garanderen dat ze volgens dezelfde aangescherpte standaard werken, en beter dan nu weten wat ze van elkaar te verwachten hebben. Zodat er geen misverstand ontstaat tussen een Spaanse en een Nederlandse overheidsdienst en laatstgenoemde door een onnodig grote marge van onzekerheid te snel het zekere voor het onzekere neemt. Zo’n aanscherping van standaarden is in allerlei sectoren gebruikelijk. Dat de veiligheidssector daarop een uitzondering zou moeten zijn is ongewenst en ongelukkig. Juist de veiligheidssector die het machtsmonopolie uitoefent moet in de pas lopen met de rest van de samenleving.

Door een onvolledige of ondermaatse procedure in de veiligheidssector loopt de samenleving een verhoogd risico op maatschappelijke ontwrichting. Het is vaker beweerd, de meeste winst in het terugdringen van terrorisme kan worden behaald door betere samenwerking van overheidsdiensten over de grenzen heen. Welnu, daar hoort ook een degelijke en zorgvuldige procedure bij. Het systeem van signalering moet worden verfijnd. Wat bij het incident Maassilo gebeurde tussen Spanje en Nederland was onnodige improvisatie. Het gaat om het vinden van een balans waarbij de veiligheid niet per definitie de andere waarden terugdringt. Indien veiligheid domineert dan bevinden we ons in de controlestaat met ook nog eens binnensteden die zijn vergeven van betonnen bloembakken. Als stille tekens van het onvermogen tot handelen van de overheid.

Foto: Veiligheidsmaatregelen in Duitsland in 2016: ‘Auf vielen Weihnachtsmärkten wurde die Sicherheitsvorkehrungen verschärft. Dieses Bild wurde auf dem Striezelmarkt auf dem Altmarkt in Dresden aufgenommen.’

AD en ANP laten zich door Trump om de tuin leiden inzake het bestaan van tapes van de gesprekken met Comey

with 2 comments

Als iets uit twee tweets van 22 juni 2017 van Donald Trump over de tapes van zijn gesprek in het Witte Huis met toenmalig FBI-directeur James Comey blijkt is dat hij niet ontkent dat ze bestaan. Trump zegt ‘geen idee te hebben of er bandopnamen of opnames van zijn gesprekken met Comey bestaan’. Hij voegt eraan toe dat hij ze niet gemaakt heeft en niet in bezit heeft. Maar dit zegt niets over het bestaan ervan. Trump ontkent op geen enkel moment of in geen enkele bewoording dat er opnames bestaan van zijn gesprekken met Comey.

Journalistieke zorgvuldigheid en close reading van Trumps tweets zijn niet besteed aan een bericht in het AD van 22 juni. Al dan niet in commissie met Haytze Teerink van persbureau ANP die de tekst heeft aangeleverd. Om te beginnen is de kop ‘Trump ontkent bestaan tapes van gesprekken van Comey’ aantoonbaar onjuist. Trump ontkent niet dat er opnames van zijn gesprekken met Comey bestaan. ANP en AD slaan de plank mis.

Ze hadden alert moeten zijn bij een president die er een gewoonte van maakt om te liegen, maar opvallend genoeg in deze politiek gevoelige kwestie een verwoording kiest die zorgvuldig is, publicitair het randje opzoekt maar zo opgesteld is dat hij juridisch aan de veilige kant van de waarheid blijft. Iemand met een journalistieke antenne, kennis van Trumps gedrag en inschatting van zijn politieke positie had uit de tweets het omgekeerde afgeleid van wat de journalist van het ANP en de koppenmaker van het AD deden. Trump ontkent door zijn bewoording in de tweets niet dat de gesprekken met Comey bestaan, maar bevestigt dit.

De verklaring in het bericht dat Trump zinspeelde op opnames van de gesprekken met Comey zodat deze geen onwaarheden zou verspreiden is speculatief, onjuist en voorbarig. Speculatief omdat het suggereert dat Trump de waarheid spreekt over een gesprek waarvan Comey beweert dat hij door Trump aangezet is het Rusland-onderzoek door de FBI te stoppen. Onjuist omdat intimidatie van Comey en andere mogelijke getuigen in het Rusland-onderzoek de meest waarschijnlijke verklaring is voor het feit dat Trump repte over opnames. Voorbarig omdat de vraag of er door het Witte Huis opnames zijn gemaakt van de gesprekken van Trump met Comey nog steeds niet definitief beantwoord is en het daarom onjuist is om een verklaring te geven die ervan uitgaat dat de opnames niet bestaan. ANP en AD hebben er niet alleen weinig van begrepen hoe nepnieuws wordt verspreid, maar ze maken zich door een foute interpretatie zelf tot verspreiders ervan.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelTrump ontkent bestaan tapes van gesprekken met Comey’ in het AD, 22 juni 2017.

Written by George Knight

23 juni 2017 at 15:17