George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘AD

D66 Rotterdam probeert Jos Verveen uit fractie te zetten. Heeft coalitie nog een meerderheid?

with 5 comments

Een soap met grote gevolgen. Het Rotterdamse raadslid voor D66 Jos Verveen is door vijf fractiegenoten uit de fractie gezet. Maar Verveen accepteert dit niet en laat zich niet uit D66 zetten. Hij gaat in de tegenaanval en meent dat zijn fractiegenoten onzorgvuldig de procedures hebben gevolgd en zichzelf uit de fractie hebben gezet. Omdat elke stem telt in een coalitie van Leefbaar Rotterdam (14), D66 (6) en CDA (3) met 23 van de 45 zetels dreigt als het aan de fractieleiding van D66 ligt de coalitie haar meerderheid te verliezen. Op 21 maart 2018 zijn de volgende gemeenteraadsverkiezingen. Verveen is eerder op plek 12 van de lijst van D66 gezet.

Hoe het zover heeft kunnen komen is de vraag. In een interview met RTV Rijnmond van 24 november wijst Verveen op een verschil in stijl. Het interview in AD dat door de fractieleiding nu tegen hem wordt gebruikt heeft de veelzeggende kop ‘Fractie van D66 is te volgzaam’. Er lijken twee ontwikkelingen in deze kwestie samen te komen. D66 is licht elitair en op sociaal-economisch terrein als een VVD-light opgeschoven naar rechts. Daarnaast geeft het geen prioriteit meer aan de kroonjuwelen van de staatshervorming. Ooit de reden waarom de partij is opgericht. Wat is dan nog de bestaansrecht van deze partij? Die weggezakte profilering trekt kandidaat-raadsleden die de politiek als spel zien en te weinig de verbinding met de realiteit leggen. Iets wat Verveen wel zegt te doen. Verder is er de coalitiediscipline en fractiedwang die de hele politiek in haar greep heeft. Individualisten die een eigenzinnig geluid laten horen hebben in de Nederlandse politiek steeds minder te zoeken. Verveen maakt om dit toe te lichten een verschil tussen coalitieafspraken waaraan hij zich altijd zegt te hebben gehouden en de vrije ruimte die hij benut om zijn eigen standpunten weer te geven.

Het lijkt erop dat de Rotterdamse D66 in de coalitie met Leefbaar Rotterdam naar rechts is getrokken en Jos Verveen die lijn niet heeft gevolgd. Of dat een kwestie van volgzaamheid, verschil in stijl, beleid of gebrek aan transparantie is valt te bezien. De wetmatigheid is dat kleinere partijen altijd het onderspit delven. Dat is een spanningsveld dat geldt voor alle colleges. Maar als dat niet alleen ten koste gaat van het eigen beleid, maar ook van eigen durf, ambitie en zelfvertrouwen, dan gaat machtspolitiek versluierd over in pathologie.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelFractie van D66 is te volgzaam’ van Monica Beek en Antti Liukku in AD, 22 november 2017.

Advertenties

Kwestie Keulards, WTC The Hague en WTC The Hague Art Gallery. Geen aanpassing aan eigenaardigheid van de Nederlandse cultuur

leave a comment »

Nogmaals de kwestie Vivian Keulards en twee verwijderde foto’s uit de WTC The Hague Art Gallery. Dit gebeurde op verzoek van een in het WTC The Hague gevestigd internationaal bedrijf. Tot nu toe wordt de naam ervan door de betrokkenen anoniem gehouden. Keulards zette een betoog op FB en de reacties waren instemmend. En merendeels afwijzend over de handelswijze van directeur Steenbergen van WTC The Hague.

Er ligt een verschil in cultuur aan ten grondslag. Tussen Nederland en de in Nederland gevestigde internationale bedrijven. Het gaat erom welke cultuur dan leidend is, de Nederlandse of de buitenlandse. In de kwestie Keulards is sprake van een cultureel verschil tussen de open Nederlandse cultuur en de internationale op Angelsaksische leest geschoeide cultuur die geslotener en puriteinser is. Dat vertaalde zich overigens ook in de reactie van het Amerikaanse Facebook dat de eerste posting van Vivian Keulards over deze kwestie weggehaalde vanwege een bij de posting geplaatste foto die niet zou voldoen aan de richtlijnen van Facebook.

Toevallig is dat Guestmanship in het WTC The Hague cursussen geeft over culturele diversiteit met namen als ‘Het beheersen van culturele ongelijkheden en de consequenties daarvan voor internationaal zakendoen’. Maar wat beoogt dat in de praktijk en wie past zich aan wie aan? De cursus hint erop dat het internationale bedrijf zich dient aan te passen aan de cultuur van het land van vestiging: ‘Een kenmerk van cultuur is dat het kan worden geleerd en dit betekent dat bedrijven kunnen proberen om culturen te assimileren en hun praktijken aan te passen om aan zijn eigenaardigheden te voldoen.’ Dat zou voor de kwestie Vivian Keulards betekenen dat het klagende in het WTC The Hague gevestigde internationale bedrijf én WTC The Hague zich hadden moeten aanpassen aan de ‘eigenaardigheden’ van Nederland. Bijvoorbeeld over schaamte, tolerantie en vrijheid in de kunsten. Maar het omgekeerde lijkt gebeurd. Zoals de uitkomst uitwijst heeft de Nederlandse cultuur zich aan moeten passen aan de cultuur van een in Nederland gevestigd internationaal bedrijf. En aan het WTC The Hague dat blijkbaar een niet-Nederlandse enclave is waar de Nederlandse cultuur niet leidend is, of dat mag zijn. Dat zet de strekking van de cursus van Guestmanship op losse schroeven. De aanbeveling werkt maar één kant op, de nationale cultuur moet zich aanpassen aan de meest internationale cultuur.

Wanneer wordt de naam van het internationale bedrijf bekend gemaakt dat verzocht om de twee foto’s van de muur van de WTC The Hague Art Gallery te halen? Directeur Eveline Steenbergen van het WTC zegt in het AD: ‘Onze wisselende collectie is een geste aan huurders en gebruikers om ze op een aangename manier met kunst in aanraking te brengen. Als huurders bezwaren hebben tegen bepaalde werken, dan komen we ze tegemoet en halen we die weg. Steenbergen wil niet zeggen welk van de in het WTC gevestigde bedrijven bezwaar heeft aangetekend. ,,Het is niet netjes om namen van onze huurders te noemen”, zegt ze.’

De directeur van WTC The Hague zegt dat zij de kunst aan de muur van WTC The Hague Art Gallery als ‘geste’ ziet aan huurders en gebruikers om ze ‘op een aangename manier met kunst in aanraking te brengen’. De betekenis die Steenbergen in haar woorden legt is dat de twee gewraakte foto’s van Keulards niet aan de norm van ‘aangenaam’ voldoen, daarmee in strijd zijn en daarom verwijderd moesten worden. De Nederlandse Steenbergen schippert hierbij niet alleen tussen twee culturen, maar ook tussen kunst en niet-kunst. Zo worden de kunst en de Nederlandse cultuur in het WTC The Hague ondergeschikt gemaakt aan de cultuur van een internationaal bedrijf. Kunst in de Art Gallery van het WTC wordt gemaakt tot een weggooiproduct dat niet op de eigen waarde en verdienste gewaardeerd wordt, maar tot afgeleide wordt gemaakt van een leefsfeer.

Steenbergen zegt het ‘niet netjes’ te vinden om de naam van de huurder te noemen die bezwaar had tegen de twee foto’s. Onduidelijk is of het op uitdrukkelijk verzoek van het klagende bedrijf is om de naam niet naar buiten te brengen, of dat het op initiatief van Steenbergen gebeurt of dat dit in het huurcontract is geregeld. Hoe dan ook lijkt het gebrek aan openheid in overeenstemming met de cultuur van een internationaal opererend bedrijf dat vindt dat de Nederlandse cultuur zich aan haar ‘eigenaardigheden’ dient aan te passen.

Er is veel ‘niet netjes’ aan deze kwestie. De publicitaire schade voor het WTC The Hague en vooral de WTC The Hague Art Gallery is groot. De laatste heeft door toedoen van Steenbergen verloren aan geloofwaardigheid en integriteit. Welke gerenommeerde kunstenaar wil nog exposeren in de WTC The Hague Art Gallery nu bekend is dat het bij het minste overruled wordt door de directeur van WTC The Hague? De galerie heeft haar eigen smoel verloren. Het draagt het masker van de huurders van WTC The Hague. De Art Gallery zal voortaan door de kunstsector als vehikel voor de belangen van internationale bedrijven in WTC The Hague gezien worden.

Wat vooral ‘niet netjes’ aan deze kwestie is -naast de behandeling van Vivian Keulards- is hoe curator Renée van Nievelt van de WTC The Hague Art Gallery door Steenbergen het bos is ingestuurd. Steenbergen geeft in WTC The Hague een buitenlandse of globale (met de noties vaag en wereldwijd geïntegreerd) cultuur die de Nederlandse cultuur verdringt alle ruimte en neemt uit commercieel belang de publicitaire schade voor het WTC The Hague op de koop toe. Begrijpelijk omdat het in een enclave van internationale cultuur opereert en er daarom niet op aangewezen is om aansluiting te vinden bij de Nederlandse cultuur. Dat ligt bij de WTC The Hague Art Gallery in beide gevallen anders. Het heeft juist een commercieel belang bij het hooghouden van het beeld van eigen autonomie en opereert als een in Nederland gevestigde galerie binnen de Nederlandse cultuur en het kunstklimaat. De kwestie Keulards thematiseert de dubbelzinnigheid van het WTC The Hague.

Foto: Vivian Keulards, ‘Eimear‘. Uit de serie ‘Flaming Grace’. Copyright Vivian Keulards.

Nederlandse overheid beseft urgentie van cybersecurity en cybercrime niet

with one comment

De wereldvreemdheid van de Nederlandse overheid en politiek is immens. Het doet er alles aan om te suggereren dat Nederland een eiland is. Neem het onderwerp cyberveiligheid. Afgelopen woensdag 13 september hield Director of National Intelligence Dan Coats een toespraak op de Billington Cybersecurity Summit in Washington. Hij schetst een beeld van bedreigingen van de kritische infrastructuur of het hacken van bedrijfsnetwerken van de Amerikaanse defensie-industrie en technologiebedrijven. Tegelijk verdedigde hij zich tegen zijn voorganger James Clapper (‘former officials’) die kritisch is op de aanpak van cyberveiligheid door de regering-Trump en houdt hij een pleidooi voor hechte samenwerking met het bedrijfsleven.

Of de Amerikaanse regering goed, niet goed genoeg of verkeerd bezig is valt te bezien, maar in elk geval zegt Coats de ernst van de dreiging van landen als de Russische Federatie, China, Iran of Noord-Korea te beseffen. Zijn waarschuwing is duidelijk: ‘We have not experienced yet a catastrophic attack. But I think everyone in this room is fully aware of the ever-growing threat to our security.’ De klap kan elke moment komen, in elk land. Ook in Nederland. Overigens is de Amerikaanse overheid niet alleen in de verdediging, maar valt het andere landen aan, zoals de geschiedenis met het Israëlisch-Amerikaanse Stuxnet verduidelijkt. In 2009 werd met fataal gevolg een virus geplaatst in ultracentrifuges die deel uitmaakten van de Iraanse nucleaire industrie.

Nog in juni 2017 was er de kwaadaardige software van het Petya-virus die was bedoeld om de Oekraïense economie schade toe te brengen. Het verspreidde zich door heel Europa en bracht vele bedrijven schade toe. Terwijl de aanval niet eens op die bedrijven was gericht. Gezien de sinds 2014 woedende oorlog tussen Oekraïne en de Russische Federatie die niet alleen op het slagveld in Oost-Oekraïne, maar ook in de publiciteit en de digitale wereld wordt uitgevochten bestaat het sterke vermoeden dat het virus met medewerking van het Kremlin vanuit de Russische Federatie werd verspreid. Als het tegen een NATO-lid was gericht en er cruciale schade aan de infrastructuur van betreffend land was aangebracht, dan had het als een oorlogsdaad opgevat kunnen worden dat artikel 5 in werking zette. Een voor allen, allen voor een. Zonder dat een aanval op Nederland is gericht kan ons land door een digitale aanval dus in een oorlog betrokken worden.

Cyberveiligheid is niet hetzelfde als cybercriminaliteit, maar er zijn raakvlakken. Terroristen hebben vaak vanuit hun verleden contact met criminele netwerken opgebouwd. Dat geldt voor een land als de Russische Federatie waar directe lijnen lopen van overheid naar maffia. Ook in de VS is dat het geval waar president Trump voor zijn vastgoedprojecten contacten had met de Russische (Semjon Mogilevitsj) en de Russisch-Amerikaanse maffia (Felix Sater). Overheidsdiensten moeten nauw samenwerken om de digitale dreiging te weerstaan. Want elke zwakke plek wordt opgezocht en kan worden afgestraft. De gevolgen kunnen desastreus zijn. Bovenwereld en onderwereld, criminaliteit en traditionele oorlogsvoering zijn vermengd geraakt.

Is Nederland er klaar voor en beseft het de urgentie van de situatie? Nee, het lijkt er in de verste verte niet op. Gerrit van der Burg is als voorzitter van het College van procureurs-generaal specifiek verantwoordelijk voor cybercrime. In die hoedanigheid gaf hij vandaag een interview aan het AD dat de Volkskrant in een bericht samenvat. Er ontstaat een ontluisterend beeld van het OM. ‘We trekken er hard aan, maar we zijn er nog niet klaar voor’ en ‘We zijn van oorsprong geen digitale organisatie’. Nee, allicht niet, geen enkel OM in geen enkel land is van oorsprong een digitale organisatie. De verplichting rust op de leiding van het OM om dat als de wiedeweerga te worden. ‘Het onvoorstelbare wordt voorstelbaar, als het gaat om cybercrime’, zo zegt Van der Burg. Maar wat hij zich nou precies voorstelt blijft raadselachtig. Naar verluidt wil het komende kabinet 25 miljoen euro vrijmaken voor de bestrijding van cybercriminaliteit. Dat is veel te weinig en het komt erg laat.

Foto: ‘Foto: ‘Dutch Visit: Col. Jeff Schilling, of G-5/7, briefs Brig. Gen. Hans Hardenbol, along with Dutch military delegation, during a visit to the Army Cyber Command.‘ Op de site van de U.S. Army Cyber Command/ U.S. 2nd Army is deze foto uit 2012 niet meer terug te vinden, hier wel bij een commentaar.

Bestrijding van terrorisme vraagt om professionalisme. Niet om betonblokken en meer bevoegdheden voor veiligheidsdiensten

with 2 comments

Als iemand daadwerkelijk geestelijk zo erg vergiftigd is dat hij anderen omwille van zijn geloof wil vermoorden, laat hij zich niet tegenhouden door een blokkade die vermomd is als een weelderige bos bloemen.’ aldus columnist Özcan Akyol vandaag in het AD. Hij heeft gelijk. Overheden moeten oppassen niet aan symboolwerking ten onder te gaan. Het lijkt erop dat het plaatsen van bloembakken of betonblokken in steden eerder de bedoeling heeft om de burgers een gevoel van veiligheid te geven, dan dat het daadwerkelijk de plegers van aanslagen tegenhoudt of de aanslag inperkt. Want terroristen zoeken de makkelijkste weg.

Als het risico op een terroristische dreiging oplevert dat steden rigoureus worden omgebouwd en mobiliteit wordt beperkt, dan is het de vraag of het dat waard is. Want de betonblokken staat niet op zichzelf. Ze komen bovenop de camerabewaking en digitale controle door de overheid. Het gevaar dreigt dat Nederland zonder publiek debat sluipenderwijs afglijdt naar de controlestaat. Het kenmerk ervan is dat bevoegdheden van overheden worden uitgebreid en de vrijheden van de burger worden ingeperkt. In elk geval zou hierover een breed maatschappelijk debat gevoerd moeten worden dat verder kijkt dan een incidentele dreiging.

De veiligheidssector dreigt met verwijzing naar een aanslag veel macht naar zich toe te trekken. Vraag is of het die bevoegdheden waard is omdat de professionalisering (politierecherche) of kwantitatieve voorwaarden (AIVD) daartoe ontbreken. Anders gezegd, uitbreiding van bevoegdheden voor politie- en veiligheidsdiensten is niet alleen afhankelijk van de vraag om uitbreiding, maar ook van het aanbod dat deze diensten kunnen leveren. Zijn ze een uitbreiding van bevoegdheden wel waard als hun organisatie niet op orde is? Daarbij komt dat de roep om uitbreiding van bevoegdheden en inzet van technische middelen vaak een verkapte manier van bezuinigingen is. Dat wordt de burger echter niet open en eerlijk verteld door de overheid.

Vorige week was er een wegens een dreiging in een laat stadium afgelast concert in de Rotterdamse Maassilo. Het is voor de objectieve beschouwer opvallend dat op basis van één bron een dreiging serieus wordt genomen en een concert wordt afgelast. Moet die lat niet hoger liggen? Zou de procedure in de toekomst niet aan voorwaarden moeten voldoen die nu blijkbaar ontbreken? Zou het niet zo moeten zijn dat een melding van een dreigende aanslag door een kruiscontrole via meerdere datasystemen van meerdere kanten bevestigd moet worden? Wellicht is er in de toekomst een reeks valse meldingen voor nodig om die procedure aan te passen en werkzaam te maken. De waarde van een enkele bron zou beter dan nu gewogen moeten worden.

Het is gewenst dat de procedure voor de samenwerking tussen Europese politiediensten op korte termijn aangepast wordt om te garanderen dat ze volgens dezelfde aangescherpte standaard werken, en beter dan nu weten wat ze van elkaar te verwachten hebben. Zodat er geen misverstand ontstaat tussen een Spaanse en een Nederlandse overheidsdienst en laatstgenoemde door een onnodig grote marge van onzekerheid te snel het zekere voor het onzekere neemt. Zo’n aanscherping van standaarden is in allerlei sectoren gebruikelijk. Dat de veiligheidssector daarop een uitzondering zou moeten zijn is ongewenst en ongelukkig. Juist de veiligheidssector die het machtsmonopolie uitoefent moet in de pas lopen met de rest van de samenleving.

Door een onvolledige of ondermaatse procedure in de veiligheidssector loopt de samenleving een verhoogd risico op maatschappelijke ontwrichting. Het is vaker beweerd, de meeste winst in het terugdringen van terrorisme kan worden behaald door betere samenwerking van overheidsdiensten over de grenzen heen. Welnu, daar hoort ook een degelijke en zorgvuldige procedure bij. Het systeem van signalering moet worden verfijnd. Wat bij het incident Maassilo gebeurde tussen Spanje en Nederland was onnodige improvisatie. Het gaat om het vinden van een balans waarbij de veiligheid niet per definitie de andere waarden terugdringt. Indien veiligheid domineert dan bevinden we ons in de controlestaat met ook nog eens binnensteden die zijn vergeven van betonnen bloembakken. Als stille tekens van het onvermogen tot handelen van de overheid.

Foto: Veiligheidsmaatregelen in Duitsland in 2016: ‘Auf vielen Weihnachtsmärkten wurde die Sicherheitsvorkehrungen verschärft. Dieses Bild wurde auf dem Striezelmarkt auf dem Altmarkt in Dresden aufgenommen.’

AD en ANP laten zich door Trump om de tuin leiden inzake het bestaan van tapes van de gesprekken met Comey

with 2 comments

Als iets uit twee tweets van 22 juni 2017 van Donald Trump over de tapes van zijn gesprek in het Witte Huis met toenmalig FBI-directeur James Comey blijkt is dat hij niet ontkent dat ze bestaan. Trump zegt ‘geen idee te hebben of er bandopnamen of opnames van zijn gesprekken met Comey bestaan’. Hij voegt eraan toe dat hij ze niet gemaakt heeft en niet in bezit heeft. Maar dit zegt niets over het bestaan ervan. Trump ontkent op geen enkel moment of in geen enkele bewoording dat er opnames bestaan van zijn gesprekken met Comey.

Journalistieke zorgvuldigheid en close reading van Trumps tweets zijn niet besteed aan een bericht in het AD van 22 juni. Al dan niet in commissie met Haytze Teerink van persbureau ANP die de tekst heeft aangeleverd. Om te beginnen is de kop ‘Trump ontkent bestaan tapes van gesprekken van Comey’ aantoonbaar onjuist. Trump ontkent niet dat er opnames van zijn gesprekken met Comey bestaan. ANP en AD slaan de plank mis.

Ze hadden alert moeten zijn bij een president die er een gewoonte van maakt om te liegen, maar opvallend genoeg in deze politiek gevoelige kwestie een verwoording kiest die zorgvuldig is, publicitair het randje opzoekt maar zo opgesteld is dat hij juridisch aan de veilige kant van de waarheid blijft. Iemand met een journalistieke antenne, kennis van Trumps gedrag en inschatting van zijn politieke positie had uit de tweets het omgekeerde afgeleid van wat de journalist van het ANP en de koppenmaker van het AD deden. Trump ontkent door zijn bewoording in de tweets niet dat de gesprekken met Comey bestaan, maar bevestigt dit.

De verklaring in het bericht dat Trump zinspeelde op opnames van de gesprekken met Comey zodat deze geen onwaarheden zou verspreiden is speculatief, onjuist en voorbarig. Speculatief omdat het suggereert dat Trump de waarheid spreekt over een gesprek waarvan Comey beweert dat hij door Trump aangezet is het Rusland-onderzoek door de FBI te stoppen. Onjuist omdat intimidatie van Comey en andere mogelijke getuigen in het Rusland-onderzoek de meest waarschijnlijke verklaring is voor het feit dat Trump repte over opnames. Voorbarig omdat de vraag of er door het Witte Huis opnames zijn gemaakt van de gesprekken van Trump met Comey nog steeds niet definitief beantwoord is en het daarom onjuist is om een verklaring te geven die ervan uitgaat dat de opnames niet bestaan. ANP en AD hebben er niet alleen weinig van begrepen hoe nepnieuws wordt verspreid, maar ze maken zich door een foute interpretatie zelf tot verspreiders ervan.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelTrump ontkent bestaan tapes van gesprekken met Comey’ in het AD, 22 juni 2017.

Written by George Knight

23 juni 2017 at 15:17

Waarom keurt AD-hoofdredacteur Nijenhuis het goed? Wierd Duk peilt ‘de stemming’, maar selecteert populistisch gedachtengoed

with 4 comments

Wierd Duk mag voor het AD van zijn hoofdredactie als verslaggever de vinger aan de pols houden van het ongenoegen in de samenleving en het populisme. Het AD geeft er de titel aan mee ‘Wierd Duk peilt de stemming’. Dat doet hij vasthoudend en gedreven, maar ook ogenschijnlijk met vermenging van een eigen agenda. Duk is een activistische journalist, maar zonder dat het AD of Duk zelf daar volledige openheid over geven. Dat is een gemiste kans. Het blijft ongenoemd en daarom kan het verwarring scheppen waarom hij de stemming peilt. Gaat Duk het land af om willekeurig (‘at random’) signalen op te vangen en daar verslag van te doen of worden de signalen geselecteerd om ze in de mal van de bestaande mening van Duk te gieten?

Een antwoord geeft vandaag een artikel in AD en de eenzijdige selectie van de geïnterviewden. Duk beperkt zich tot usual suspects die door Nederlandse rechts-nationalistische media aan elkaar doorgegeven worden en uitsluitend het rechts-populistische verhaal vertellen. Duk voert onder meer de Hongaars-Nederlandse hoogleraar László Marácz op die met zijn pro-Kremlin en anti-EU meningen bekend is van Café Weltschmerz, de Oekraïens/Russisch-Nederlandse Jelena Plotnikova die tijdens het Oekraïne-referendum steevast werd opgevoerd als ‘Oekraïens’ wat onder meer voormalig SP’er Harry van Bommel op kritiek van The New York Times kwam te staan en de Pools-Nederlandse wiskundelerares Monika Jakubowska (40) uit Bergen op Zoom.

In het artikel van Duk komen EU-scepticisme, pro-Putin relativering, pleidooi voor de natiestaat, islamkritiek, immigratievrees, mediakritiek en het verwijt van een zwak opererende overheid samen. Dit zijn niet toevallig de elementen die altijd terugkomen in Duks stukken en die tot het rechts-populistische taaleigen behoren. Dit roept de vraag op of Duk werkelijk interesse heeft en begerig is om de stemming van Nederland in al zijn diversiteit te peilen of dat hij vooraf stemmingen selecteert die bij zijn rechts-populistische mening passen.

Er bestaat geen twijfel over dat Duk in dit type artikelen niet ‘de stemming’ van Nederland peilt, maar slechts ‘een stemming’ die niet toevallig samenvalt met zijn eigen stemming. Duk preekt voor eigen parochie en krijgt daarvoor ruimte van de AD-hoofdredactie. Dat mag en Duks politieke mening kan uiteraard klinken in de media. Hij is geen slechte journalist en is het waard om gehoord te worden. Maar het AD gaat de fout in en doet aan misleiding als het een uitgesproken politieke mening van een activistische journalist zonder context en disclaimer presenteert als onpartijdig, onbevooroordeeld en min of meer willekeurig tot stand gekomen.

Het zou hoofdredacteur Hans Nijenhuis en de eindredactie van het AD sieren als ze Duks artikelen voortaan presenteren wat ze werkelijk zijn. Namelijk een onverbloemde promotie van het rechts-populistische gedachtengoed. Dan kan Nijenhuis gelijk kijken of het bovenstaande citaat niet discriminerend is en of Duk dat ongefilterd in de krant had moeten zetten. Het kan best dat moslimmigranten die naar Europa vluchten door slecht onderwijs in hun thuisland een slechte opleiding hebben genoten en weinig kennis hebben opgedaan, maar het verwijt dat ze ‘vaak een laag IQ’ zouden hebben klinkt akelig discriminerend en onzinnig.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelWierd Duk peilt de stemming: ‘Weinig vaderlandsliefde in Nederland’’ van Wierd Duk in het AD, 13 mei 2017.

Armando beëindigt bruikleenovereenkomst met MOA. Alternatieven komen in zicht

with 3 comments

In november 2016 schreef ik in een commentaar: ‘De 87-jarige beeldend kunstenaar en alleskunner Armando is het gemarchandeer met cijfers en de slechte vooruitzichten van de exploitatie definitief beu –feitelijk tekort over 2015 was 230.382 euro-. Hij is van plan te kappen met de Stichting Museum Oud Amelisweerd, aldus een bron uit zijn directe omgeving. Hij meent dat hij bij het Cobra Museum in Amstelveen beter op zijn plaats is en dat dat museum beter bij hem past.’ Ik was naar eigen inschatting  door die bron benaderd omdat ik sinds 2010 aandacht aan het onderwerp besteedde en me hard maakte voor een gezonde bedrijfsvoering die de Stichting Museum Oud Amelisweerd niet leverde. Er werd een spel achter de schermen gespeeld waarbij exploitant en kunstenaar elkaar aftastten en hun posities aanscherpten. En anderen probeerden te bewerken.

Vervolgens bleef het op een enkel bericht na -waarin werd betwist wie nou exact om welke reden de stekker uit de samenwerking trok- opvallend stil in de publiciteit. Tot vandaag, 19 april 2017. Het AD kopt in een bericht van Peter van de Vusse ‘Armando breekt met Museum Oud-Amelisweerd’. De aangekondigde breuk van november 2016 wordt nu werkelijkheid. Armando heeft volgens het AD de samenwerking met het MOA in maart 2017 opgezegd. AD: ‘De bruikleenovereenkomst, die de Armando Stichting (dat zo’n 1100 werken van de kunstenaar beheert) met het MOA had afgesloten, is beëindigd met een opzegtermijn van een jaar.’

Oud interim-directeur van het Centraal Museum en bedrijfseconoom Gert-Jan van der Vossen doet in opdracht van wethouder Diepeveen een onderzoek naar de toekomst van landhuis Oud-Amelisweerd. Naar verluidt is de Utrechtse politiek ontstemd door het verzoek op de valreep van 2016 om 75.000 euro extra geld door het MOA dat als een overval werd ervaren. Trouwens krokodillentranen want al vanaf 2011 was algemeen bekend dat het MOA een gezonde financiële basis miste, zwak onderbouwde financiële plannen naar buiten bracht en dreef op subsidies die op korte termijn af zouden lopen. Hoe dan ook heeft het MOA het verbruid in het Utrechtse stadhuis. Van der Vossen verkent serieus de opties voor een nieuwe gebruiker van het landhuis.

In het AD reageert MOA-directeur Ploum laconiek. Zij zegt nog het meest verrast te zijn door het feit dat het opzeggen door de bruikleenovereenkomst door Armando bekend is geworden. Contractueel zou vastgelegd zijn dat hierover niets in de publiciteit verschijnt. Het is duidelijk dat het in het belang van het MOA was om dit zo af te spreken. Het weet dat Van der Vossen naar een alternatief zoekt. In de publiciteit is door directie en bestuur van het MOA jarenlang beweerd dat de ‘unieke’ combinatie Armando, Chinees behang en landhuis de bestaansreden voor het museum is. Dat is veranderd nu Armando de bruikleenovereenkomst opzegt.

Armando’s afscheid van het MOA hoeft niet het einde aan de culturele bestemming van Oud-Amelisweerd te betekenen. De gemeente Utrecht heeft er meer dan 1,6 miljoen euro in geïnvesteerd. Daarbij stonden twee uitgangspunten centraal. Namelijk dat het vastgoed en de huidige exploitant niet per definitie aan elkaar gekoppeld zijn. En dat een terugvaloptie is voorzien als de huidige exploitant Stichting MOA het niet redt. Wat Van der Vossen het Utrechtse gemeentebestuur adviseert is nog onduidelijk, maar een goede optie zou een Museum voor Chinoiserie zijn. Het zou de 18de eeuwse Europese blik op het Verre Oosten verbinden met het landhuis met 18de eeuws Chinees behang. Daar is hier al in 2011 in een commentaar voor gepleit. Binnen het Centraal Museum is naar zo’n museum al in de jaren ’90 een haalbaarheidsonderzoek gedaan. De plannen liggen er nog en kunnen zo afgestoft en geactualiseerd worden. Ik wijs Van der Vossen graag verder.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelArmando breekt met Museum Oud-Amelisweerd’ van Peter van der Vusse in het AD, 19 april 2017.