Eindredactie AD heeft koppijn in artikel over Oekraïne

Schermafbeelding van deel artikel Ambassadeur Oekraïne: ‘Poetin is top van de ijsberg, ruim twee derde Russische bevolking steunt hem’ in AD, 21 maart 2021.

Met mensen in mijn omgeving had ik een meningsverschil over het feit of de invasie van de krijgsmacht van de Russische krijgsmacht door de bevolking van de Russische Federatie gesteund wordt. Als het al mogelijk is om vanuit Nederland zicht te krijgen op de publieke meningsvorming in een autoritaire staat waar mensen zich in het openbaar niet vrij uit kunnen spreken en de pers aan banden is gelegd. Dus ook enquêtes over de steun onder de bevolking aan het regime, de leider van het regime of de oorlog in Oekraïne moeten met voorzichtigheid worden benaderd. Wat zijn de resultaten waard en hoe moeten ze geïnterpreteerd worden?

Ik ben van mening dat de bevolking van de Russische Federatie in meerderheid het Poetin-regime steunt. Met welk percentage dat is valt lastig uit te maken, maar steun van zo’n 60 tot 70% lijkt een veilige gok. Er is in de westerse beeldvorming vertekening van dat beeld doordat westerse media sinds de uitbreiding van de oorlog in Oekraïne bijna uitsluitend opponenten van het Poetin-regime die de Russische Federatie verlaten hebben aan het woord laten. Maar zij vormen een minderheid.

Hoe het komt dat een meerderheid van de bevolking van de Russische Federatie het Poetin-regime steunt is een andere vraag. Logisch is het om te veronderstellen dat het een combinatie van factoren is dat het zover is gekomen. Zoals jarenlange blootstelling aan staatspropaganda, het sluiten van vrije media, het tot zwijgen brengen van de politieke oppositie, ontbrekende taalkennis en interesse voor internationale media, een groot ‘binnenland’ dat een wereld op zichzelf is, jarenlange internationale gedoogsteun voor en zelfs bewieroking van het Poetin-regime en misleiding door het Kremlin die doorwerkt tot in het dagelijkse leven van de ‘gewone’ Russen.

Zijn de inwoners van de Russische Federatie die het Poetin-regime steunen dan daders of slachtoffers, of een combinatie daarvan? Het doet er weinig toe. De realiteit is dat de oorlog door een meerderheid van de Russische bevolking wordt gesteund. Bewust of onbewust. Daarom is het bedenkelijk om te zeggen dat de westerse sancties de ‘gewone’ Russen niet mogen raken. Waarom niet als zij de oorlog van het Poetin-regime steunen? Het gevolg voor de ‘gewone’ Russen die de oorlog in Oekraïne steunen is dat zij op hun beurt ook worden geraakt.

Kop (oud) bij artikel in AD, 21 maart 2021

Het AD had vandaag een aanval van barstende koppijn. Bij een artikel over Maksym Kononenko, de nieuwe ambassadeur van Oekraïne in Den Haag zette het vanochtend de (nu verwijderde) kop: “Ambassadeur Oekraïne: ‘Het is niet alleen Poetins oorlog, maak Russen geen mede-slachtoffers’ “. De enkele aanhalingstekens geven aan dat dit een gefingeerd citaat is omdat Kononenko geen Nederlands praat. Hij heeft dit niet gezegd.

Maar het is onbegrijpelijk wat hij zegt. Niet alleen omdat er niet staat ‘Maak Russen geen mede-slachtoffer‘ in het enkelvoud, maar vooral omdat in de kop het verband tussen Poetins oorlog en Russen als mede-slachtoffer onduidelijk is. Wat betekende dat volgens de eindredactie van het AD?

Kop (nieuw) bij artikel in AD, 21 maart 2021

De Oekraïense ambassadeur zegt iets anders dan wat de kop suggereert, want volgens hem zijn de Russen mede-dader. Dat herstelt de eindredactie van het AD in de tweede kop die overeenkomt met de woorden van Kononenko: ” ‘Poetin is top van de ijsberg, ruim twee derde Russische bevolking steunt hem‘ “. De Oekraïense ambassadeur legt de verantwoordelijkheid van de oorlog tegen zijn land ook bij de ‘gewone’ inwoners van de Russische Federatie. Dat is duidelijk.

Blijft de vraag of de eindredactie van het AD aanvankelijk de plank missloeg door een taalkundig of een politiek tekort. Of door zowel het een én het ander.

Voor de volledigheid, dat zijn niet alleen etnische Russen omdat de Russische Federatie een veelvolkerenstaat is waar de Russen zo’n 80% van uitmaken. Die andere 20% bestaat uit etnische, taalkundige en religieuze minderheden die weer hun eigen overtuiging en politieke stellingname hebben. Ingewikkeld om alle nuances passend in een kop samen te vatten.

Dordrecht steggelt over erfgoed. De Teerlink is nog niet geworpen

INGANG KALKHAVEN VANAF DE SPOORBRUG NAAR ZWIJNDRECHT (1937). Collectie: Regionaal Archief Dordrecht.

De Kalkhaven en directe omgeving in Dordrecht is een van de mooiste plekken van de stad. En van Nederland. Ernaast stroomt de Oude Maas. Op de kop staat op een ook vanuit de nabijgelegen spoorbrug zichtbare plek het iconische Teerlink pand waar op bovenstaande foto uit 1937 het huis met de Blue Band muurreclame gesitueerd is. Het staat op de Monumentenlijst.

De voormalige plek voor scheepsreparatie, dat eerder een café en bordeel was, is in slechte conditie. De kritiek gaat over de zichtbare buitenkant, want van het interieur is weinig meer over. Het zou worden ‘gegijzeld’ door eigenaar Arie van Pelt zoals een petitie stelt: ‘Het verloedert en verkrot steeds meer. De gemeente moet het pand desnoods onteigenen zodat het gerestaureerd kan worden en een mooie functie kan krijgen‘.

Het pand van Teerlink in Dordrecht is de afgelopen jaren verder verpauperd. © André Oerlemans. In: AD, 13 oktober 2021.

De gemeente denkt er ook zo over. Het AD zegt in een bericht van 13 oktober 2021 dat het geduld van de gemeente Dordrecht op is: ‘De gemeente Dordrecht gaat eigenaar Arie van Pelt opnieuw dwingen om het zwaar verloederde pand van Teerlink op te knappen, te restaureren of een nieuwe bestemming te geven. De afgelopen vijf jaar is er niets gebeurd met het iconische monument op de kop van de Kalkhaven.‘ De gemeentelijke afdeling Erfgoed wil restauratie, maar het afdwingen daarvan is een complex proces.

Van Pelt meent dat ‘al sinds de aankoop in 2014 dat de gemeentelijke regels een verbouwing en nieuwe functies als horeca, wonen of kantoren in de weg staan. De gemeente op haar beurt stelt dat Van Pelt zich aan het bestemmingsplan moet houden.’ Het gevolg is een patstelling en verdere verloedering van dit iconische pand en eigenaar en gemeente die elkaar de schuld geven van de verloedering. Tussentijds heeft Van Pelt reparaties aan het dak laten uitvoeren.

Bij dit gesteggel tussen gemeente en eigenaar over erfgoed, bestemming en verloedering moet ik denken aan een kunstmanifestatie in 1993 toen ik de omgeving voor het eerst bezocht. De Armeens-Turks-Franse kunstenaar Sarkis had tegen het Teerlink-pand een huisje neergezet met allerlei werken met rode waterverf die van buitenaf bekeken konden worden. Sarkis’ eigen foto leest als een archeologisch fragment. Ik vond het een dynamische plek die nu blijkbaar in verval is geraakt. Dat grieft buitengewoon. Verval is link.

Sarkis, ‘51° 48’ – 04 °40’ : 1993, Dordrecht, 4 septembre – 31 octobre.

Godsdiensten zijn minder uniek dan christelijke randdebielen en bollebozen suggereren. Het rechtvaardigt geen uitzondering voor kerkdiensten

The second drama premiere of the 63rd Dubrovnik Summer Festival, Euripides’ ancient Greek tragedy Medea directed by Tomaž Pandur and realized in | ‘Medea’s demonic aria’ on Fort Lovrjenac till 7th August | Just Dubrovnik

Het is duidelijk: de randdebielen zijn onder ons. Ze zijn van orthodox-religieuze, protestante signatuur en wonen in steden als Urk of Krimpen a/d IJssel. Ze kunnen wellicht alles van de bijbel weten en gezag hebben in eigen kring, maar hebben geen historisch besef en politiek benul. Maar ze staan niet alleen. Ze krijgen rugdekking van christelijke bollebozen.

Hoe wereldvreemd is het niet om te zeggen dat de SS vriendelijker handelde in de oorlog dan journalisten die verslag doen van de kerkgang? Terwijl heel Nederland op slot zit. Dit is rugwind voor religiecritici die kritisch zijn op religieuze instellingen en tragisch voor de meerderheid van goedwillende gelovigen die zich voorbeeldig gedragen en zien hoe deze protestante hardliners alle godsdiensten in een kwaad daglicht zetten. Deze christelijke randdebielen hebben in 48 uur meer schade aan het christendom aangericht dan vrijzinnigen en religiecritici in 48 jaar.

Zoals bij islamitisch geweld de ‘gewone’ moslims door voornamelijk rechtse segmenten van de samenleving daar op aangesproken worden (zelfs als zij of hun ouders niet eens moslim zijn maar een islamitisch land als land van herkomst hebben) zo zouden nu de ‘gewone’ christenen ter verantwoording moeten worden geroepen voor de daden en woorden van deze orthodoxe christenen.

Het is een geluk bij een ongeluk dat het orthodoxe christendom zich uitspreekt en haar ware aard toont. Want daarover bestaat onduidelijkheid. Veel Nederlanders in de grote steden denken dat deze orthodoxe christenen redelijk en niet veel anders zijn. Dat kun je vermoeden van gelovigen waarmee je nooit in aanraking komt. Dat is het misverstand. De basis voor die zelfgekozen segregatie van de orthodoxe christenen is de angst om het eigen karakter te verliezen. Daarom houden ze krampachtig aan elkaar vast en gijzelen ze in zekere zin elkaar. Op hun beurt hebben ze weer een verkeerd beeld van andersdenkenden. Dat leidt tot radicalisering in eigen kring. Dat is bij orthodoxe gelovigen van andere godsdiensten niet anders.

Het AD maakt in een artikel met als aanleiding de actualiteit van schoppende kerkgangers een rondgang langs docenten en hoogleraren theologie/ godsdienstwetenschappen waarvan er vermoedelijk in Nederland honderden zijn. Afwijkende geloofsrichtingen, gemeenschappen, stromingen en godsdiensten leiden tot afwijkende meningen over wat geloof is. Daarmee worden ook de valse tegenstellingen geïntroduceerd om het geloof te verdedigen. De bollebozen nemen het ‘genuanceerd’ op voor de randdebielen. Zo suggereren ze in hun wijsheid.

Schermafbeelding uit artikel ‘Volle kerken leiden tot onbegrip: ‘Kerkdienst is echt iets anders dan een festival’’, AD, 30 maart 2021.

Hoogleraar praktische theologie Hans Schaeffer zegt in de hierboven geplaatste schermafbeelding uit dat artikel in het AD dat ‘een kerkdienst is daarmee echt iets anders dan een voetbalwedstrijd of een festival. Eeuwenlang was het christendom in Nederland het dominante verhaal en het besef dat religie wat hogers is, vanzelfsprekend. Sinds de verlichting wordt het geloof steeds meer achter de voordeur teruggedrongen.

Dat is een valse tegenstelling. Natuurlijk is een kerkdienst iets anders dan een voetbalwedstrijd of een festival. Maar daarmee is niet gezegd dat het waardevoller is en de vrijheid van godsdienst een grondrecht is dat meer bescherming moet krijgen dan andere grondrechten. Dat suggereert Schaeffer hiermee. Het feit dat eeuwenlang een situatie heeft bestaan wil niet zeggen dat dat een juiste situatie was. De geschiedenis kent genoeg wantoestanden als kinderarbeid, slavernij of feodale verhoudingen die eeuwenlang hebben bestaan en in hun tijd vanzelfsprekend waren, maar waarvan het toch beter is dat ze niet meer bestaan.

Godsdienst is historisch ook zo’n relict uit vroeger tijden. Het christendom is een sekte van twee millennia oud. De leeftijd van het christendom is dus eerder een argument tegen voor de legitimiteit en het bestaan ervan. De ondergeschikte positie van vrouwen binnen godsdiensten is een teken van die achterhaaldheid.

Schaeffer is selectief door een kerkdienst te vergelijken met een voetbalwedstrijd of festival. Hij kan het ook vergelijken met een tentoonstelling in een openbaar museum van het werk van Mark Rothko (zoals de Rothko Chapel in Houston) of een Griekse tragedie van de grote drie tragedieschrijvers Aechylus, Sophocles en Euripides. Vooral van de eerste is duidelijk dat hij in vorm en inhoud uit dezelfde bron put van de rituelen en een mensbeeld met noodlot, zondeval en Goden als de ons nu bekende godsdiensten. Er zijn meer voorbeelden uit de kunsten, van Bach tot Marc Mulders die tegenspreken dat kerkdiensten principieel anders zijn. Dat zijn ze niet. Kunst raakt in presentaties ervan ook het diepste wensen van de mens. Daarin is religie niet uniek.

The Oresteia of Aeschylus – Leader of the Chorus

Kerkdiensten zijn op dit moment in Nederland slechts op één aspect anders. Ze genieten voorrechten die vergelijkbare theatervoorstellingen en museumprestaties niet genieten omdat ze op last van de rijksoverheid zijn stilgelegd. Dat bergt een onverklaarbare ongelijkheid in zich.

Schaeffer constateert terecht dat het geloof sinds de verlichting steeds meer achter de voordeur is teruggedrongen. Dat is er een gevolg van dat de meerderheid van de Nederlanders verklaart zich niet door een godsdienst te laten inspireren en het christendom haar dominante grip op de samenleving is kwijtgeraakt. Binnen het secularisme heeft het christendom nu dezelfde positie als andere geloven en levensovertuigingen. Ermee is het recht van de christenen niet verdwenen om zich te verenigen in kerken, maar alleen hun traditionele voorrecht waar Schaeffer nostalgisch naar terug lijkt te verlangen. De episode van de kerkdiensten tijdens de pandemie verduidelijkt dat zelfs dit voorrecht van het christelijke geloof niet definitief is verdwenen. Dat is het naijl-effect van christenen die zich in de politiek hebben verschanst en met een beroep op de voortreffelijkheid en bijzonderheid van hun geloof dat aloude voorrecht als natuurlijk opeisen.

Media negeren hun eigen rol in de berichtgeving over geestelijke gezondheid van volwassenen

Het AD blijft aan stemmingmakerij doen over de gevolgen van COVID-19. Het lijkt daarmee de concurrentie met De Telegraaf aan te gaan over wie het meest zwarte scenario kan schetsen. Deze media praten de bevolking de put in. Ze waarschuwen voor de geestelijke gezondheid door die in de beeldvorming keer op keer te beschadigen.

Op 6 februari 2021 plaatste het AD een artikel met de kop ‘Tachtig procent van jongeren zit door corona tegen burn-out aan‘. Het blijkt na een check van Nieuwscheckers.nl (Universiteit Leiden met Peter Burger) een ongefundeerd bericht dat door het commerciële bedrijf NCPSB dat tests en coaching tegen burn-out aanbiedt naar buiten was gebracht. Vele media namen het bericht over en moesten dat later rectificeren. Maar het kwaad was geschied en de beeldvorming was beïnvloed.

Nu komt het AD met het bericht in haar liveblog over COVID-19 van 25 februari 2021 dat een persbericht van 25 februari 2021 van het Trimbos-instituut samenvat. Het AD zegt in de inleiding: ‘Voor het eerst daalde het rapportcijfer dat mensen hun leven geven fors: van een 7,0 naar een 6,6. Vorig jaar bleef dit cijfer nog stabiel, ondanks de coronacrisis.’

In het persbericht van het Trimbos-instituut over het onderzoek naar de psychische gezondheid van mensen komt dat woord ‘fors’ of een soortgelijke kwalificatie niet voor. Het persbericht benadrukt dat 23,5% van de deelnemers aan het onderzoek aangeeft dat hun psychische gezondheid is achteruitgegaan tijdens de coronacrisis. Zodat die bij 76,5% niet is achteruitgegaan. Dat lijkt de kwalificatie ‘fors’ die het AD er eigenmachtig op plakt niet te rechtvaardigen.

Interessant is wat het Trimbos-instituut nou precies onderzoekt. Het noemt dat ‘de impact van de coronacrisis op de psychische gezondheid van volwassenen’. Dat betreft dus de inwerking of invloed van de coronacrisis op de psychische gezondheid van volwassenen. Maar die invloed of inwerking komt mede tot stand door de media. Er bestaat een wisselwerking tussen wat de media zeggen en hoe de volwassen burgers daar op reageren en hun zelfbeeld ontwikkelen.

Anders gezegd, als volwassenen door het AD, De Telegraaf en andere media die deze ongefundeerde of gekleurde berichten overnemen steeds worden geconfronteerd met berichten over een burn-out, zelfmoord-poging, depressie of welke psychische aandoening dan ook, dan gaat dat niet ongemerkt voorbij en is dat van invloed op hoe deze volwassenen zelf hun geestelijke gezondheid inschatten. Sommigen zullen van die berichten somberder worden, zodat die direct de geestelijke gezondheid negatief beïnvloeden. Vervolgens zullen deze media deze cijfers die ze zelf helpen veroorzaken als een pseudo-onpartijdige nieuwsbron weer brengen als onheilspellend ‘objectief’ nieuws.

Dat is de race naar de bodem van de maatschappelijke verantwoordelijkheid van media. Ze proberen hun eigen rol uit te wissen. Het eigen handelen wordt uit eigenbelang schoongewassen ten koste van de volwassenen die zich mede door de onheilspellende berichten bedreigd voelen in hun geestelijke gezondheid. Dat is des te meer het geval wanneer deze media uitgaan van het meest sombere, zwarte scenario met overvolle ziekenhuizen en blijvende, strenge maatregelen.

Men kan zich afvragen hoe verantwoord media als het AD bezig zijn en hoe ze tijdens de berichtgeving over de coronacrisis spelen met de geestelijke gezondheid van volwassen Nederlanders. Het is de hoogste tijd dat de  belangenbehartigende NvJ en de Nederlandse nieuwsondernemers zich hier in het openbaar over uitspreken. Of de collega-media die wel hun verantwoordelijkheid nemen.

Foto 1: Schermafbeelding van deel liveblog over het Coronavirus van het AD, 11.15 uur op 25 februari 2021.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelNieuws over dreigende corona-burnout bij 80 procent van jongeren is ‘totale quatsch’’ van Nieuwscheckers.nl, 16 februari 2021.

Toenemende aansporing aan de politiek om de Nederlandse monarchie te moderniseren en de kosten ervan omlaag te brengen

Hoogleraar staatsrecht Paul Bovend’Eert doet in een artikel in het AD interessante uitspraken over de modernisering van de monarchie. Aanleiding is de vakantie van de koning en zijn gezin in Griekenland. Hij kreeg daar kritiek op omdat het inging tegen de coronamaatregelen van het kabinet. Modernisering die overigens maar niet wil doorzetten omdat de wil van de politieke partijen daartoe lijkt tee ontbreken. Waarom is onduidelijk omdat koning Willem-Alexander zich in het verleden positief heeft uitgesproken over modernisering. Ofschoon het kan dat de koning in het openbaar wat anders zegt dan achter de schermen.

In het AD worden de standpunten van hoogleraar Bovend’Eert over de monarchie aldus geparafraseerd:

Dat lijkt een prima model voor modernisering. Het is aan de politiek om nu eindelijk eens door te pakken. De Nederlandse monarchie behoort volgens onderzoek uit 2009 van de Gentse hoogleraar Herman Matthijs tot de duurste van Europa. Dat is buiten proportie omdat Nederland een klein land is. Wat de kosten van de Nederlandse monarchie precies zijn valt lastig te zeggen, omdat het niet in het belang van de monarchie is om de kosten openbaar te maken. Openbaarmaking gebeurt tot nu toe niet, maar die transparantie is wel nodig.

Modernisering van de Nederlandse monarchie zou zowel de kosten zichtbaar moeten maken als het budget voor het koninklijk huis verkleinen tot een aanvaardbaar, lager niveau. Als vervolgens Willem-Alexander er de brui aan geeft omdat hij vindt dat hij te weinig geld uit de staatskas ontvangt, dan kan van Nederland een Republiek gemaakt worden. Zoals het al eerder in haar glorietijd van 1588 tot 1795 was. Dát is de identiteit van Nederland. Nederland is niet afhankelijk van een koning en zijn familie. Nederland is meer dan dat.

Foto’s: Schermafbeelding van delen van het artikelGoed mogelijk dat Oranjes er geen zin meer in hebben als ze minder geld krijgen‘ van Jeroen Schmale in het AD, 21 oktober 2020.

Berichtgeving in Nederlandse media over Trump is nog steeds niet op orde. Misleidende informatie wordt nog steeds doorgeplaatst

Afgelopen maandag 25 mei 2020 besteedde ik in een commentaar aandacht aan een artikel in het AD over beweringen van Trump en de Republikeinse partij over het stemmen per post die zonder context werden geplaatst. Ik kwalificeerde het artikel als ‘eenzijdig en te kort door de bocht’. Het artikel in het AD was een betrekkelijk toevallig voorbeeld. Bij de reacties verwees ik ook naar een kort bericht in NRC over dezelfde kwestie zonder enige duiding en uitleg voor de lezer. Zo zijn er meer berichten in de Nederlandse media over de Amerikaanse politiek van het kaliber ‘doorgeefluik’, ‘aanstippen’ en ‘weglopen’. Gelegenheidsstukjes.

Juist bij president Trump die misleiding en desinformatie op sociale media inzet als politiek wapen faalt de aanpak van dat aanstippen. Het zet de lezer op het verkeerde been. AD, NRC en andere Nederlandse media dienen met het plaatsen van dit soort (korte) berichten Trumps agenda die niet zozeer als doel heeft om te overtuigen, maar om de waarheid te vertroebelen door de verspreiding van valse informatie. Het gaat Trump en zijn medestanders er niet om om te informeren, maar om verwarring te zaaien. Om ‘het water modderig te maken’. Het lijkt of bij de Nederlandse media onvoldoende het besef is doorgedrongen dat die uitspraken van Trump eerst moeten worden ontmaskerd voordat ze geplaatst kunnen worden. Dat is het verschil tussen een nieuwsmedium dat zich deelgenoot maakt aan de politieke marketing en journalistiek zorgvuldig handelt.

Uiteraard zijn de Nederlandse media voor president Trump en de Amerikaanse politiek totaal niet van belang. Evenmin is Trump voor de Nederlandse media van belang. Maar Trump heeft in Nederland wel navolgers die in rechts-radicale hoek zijn te vinden. Die zullen vermoedelijk de gevestigde Nederlandse media overslaan en zich rechtstreeks richten op de pro-Trump gezinde Amerikaanse bronnen. De Nederlandse rechts-radicalen die daar minder thuis zijn zullen niet de gevestigde Nederlandse media als AD, NRC of NOS volgen, maar de rechts-radicale nieuwsmedia als DDS of TPO die Trumps talking points enthousiast en doelbewust doorgeven.

Het gaat er dus niet zozeer om hoe president Trump in een hoofdredactioneel wordt benaderd. Dat pakt in de Nederlandse pers overwegend negatief voor hem uit. Op vooral de rechtse media media na. Het gaat om de totale beeldvorming. De vraag is in welke mate Trumps beweringen die doorgaans leugens zijn, zijn terug te vinden. De misleiding is in zijn boodschap ingebakken. Dat brengt de nieuwsconsument in verwarring. Het is juist in de korte ‘hit and run’ berichten waar Trump en de Republikeinse partij hun punten kunnen scoren.

Hoe dat onnozel ontspoort toont bovenstaand bericht van de NOS van 27 mei 2020 aan. Dat gaat over de misleidende tweets van Trump en de reactie van Twitter daarop. Het dilemma van Twitter is dat het heeft verklaard zich politiek neutraal op te stellen. De Russische inmenging in de campagne van 2016 ligt Twitter en de andere techbedrijven nog steeds zwaar op de maag. Daar hadden ze toen geen antwoord op en het scenario dreigt zich in 2020 te herhalen. Ze moeten dus iets doen omdat niet modereren niet langer als neutraal kan worden beschouwd. Trump zet dat door zijn misleidende beweringen op scherp. De kritiek is niet dat Trump politieke uitspraken doet in zijn tweets, maar het electorale proces ondermijnt door zonder enige onderbouwing te praten over fraude en corruptie ervan. Maar Trump is te machtig om zijn tweets te verwijderen zoals wel gebeurt met tweets van de Braziliaanse president Bolsonaro. Als compromis heeft Twitter aan twee misleidende tweets nu een waarschuwing toegevoegd: ‘Get the facts about mail-in ballots’.

Trump reageert daar woedend op. Hij heeft uiteraard de opzet om zijn basis te bedienen en de waarheid te vertroebelen. NOS geeft Trumps reactie zonder uitleg weer als het zegt dat Twitter volgens Trump de vrijheid van meningsuiting ondermijnt. De NOS laat deze claim onweersproken in dit bericht dat notabene de bedoeling heeft om duiding en achtergrondinformatie te geven. Trumps claim is om vele redenen onjuist. De toevoeging van Twitter bij de twee tweets van Trump ondermijnt de vrijheid van meningsuiting niet. Zijn tweets worden niet verwijderd en een particulier bedrijf als Twitter kan volgens de eigen richtlijnen in het eigen domein ingrijpen zonder dat het daarmee een grondrecht overtreedt. De vrijheid van meningsuiting gaat over het grondrecht van de burger in relatie tot de nationale staat. Daarnaast intervenieert Twitter meer als het Trumps misleidende tweets laat staan, dan dat het ze verwijdert. Dus hoewel het lijkt dat de NOS kritisch is op Trumps handelen, volgt het in de marges van het eigen bericht toch Trumps agenda door de eigen kritische duiding vergezeld te laten gaan van misleidende informatie uit het Trumps wedstrijdplan.

Het is de vraag hoe goed de lezer van NRC of AD over de Amerikaanse politiek geïnformeerd is. Het valt te bezien of ‘de lezer’ de conclusie kan trekken over zo’n berichtje dat weer een onderdeel is van een kluwen van berichten, tegenberichten, feiten en misleidingen. Soms lijken redacteuren van Nederlandse media zelf niet eens meer meer te weten welke conclusie ze moeten trekken (a en b). Hoe kun je dan van Nederlandse nieuwsconsumenten verwachten dat ze door de bomen het bos nog zien? Trumps misleidende informatie sluipt ondanks alle goede bedoelingen én ondanks een kritische houding toch nog steeds de kolommen van Nederlandse media binnen. Hier ontbreekt het besef dat Trump en de Republikeinen alle middelen inzetten om via kiezersonderdrukking de verkiezingen van november 2020 te stelen. Nieuwsconsumenten die zich voornamelijk op Nederlandse media baseren kunnen niet de juiste conclusie trekken omdat die media dat zelf in hun berichtgeving over Trump nog steeds niet hebben gedaan. Ondanks hun bewering van het tegendeel.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelTwitter plaatst voor het eerst disclaimer bij tweets president Trump’ van de NOS, 27 mei 2020.

Zwendel van AD. Gaat buitenlandredactie nou bewust of onbewust de fout in met de berichtgeving over het stemmen per post in VS?

De buitenlandredactie van het AD plaatste op 25 mei 2020 het berichtRepublikeinen beginnen rechtszaak om stemmen per post in Californië te verbieden’ online. Het is geplaatst om 04:21 uur en heeft als laatste update: 06:49 uur. Het is dus ’s nachts gemaakt. Of dat het povere niveau ervan verklaart is de vraag die na lezing blijft hangen. Want het artikel is eenzijdig en te kort door de bocht. Het voldoet in de verste verte niet aan een zorgvuldige journalistieke aanpak. Analytisch mist het ronduit elke diepte. Met dit soort berichten dat het niveau van broddelwerk niet ontstijgt verliezen de zogenaamde MSM (Mainstream Media) elk krediet én draagvlak om zich te onderscheiden van de verspreiders van nepnieuws en desinformatie, en de aanhangers van complottheorieën. De buitenlandredactie van het  AD maakt zich met dit bericht zelf tot een verspreider van desinformatie. Men kan zich alleen maar afvragen welke chef van de buitenlandredactie dit bericht heeft laten passeren en waarom het in tweede instantie in de dagredactie niet grondig is aangepast.

Achtergrond is dat volgens de peilingen de Democraten voor zowel het Witte Huis als de Senaat meer dan in andere verkiezingsjaren op een grote winst afkoersen in november 2020. Landelijk ligt Biden Trump stabiel zo’n 6 tot 11% voor. De reden daarvan is de ongekende economische teruggang met miljoenen werklozen, de zorgen van de bevolking over gezondheidsonderwerpen en de slechte aanpak van de coronacrisis door president Trump. Zo is de situatie nu. Er zijn twee scenario’s waarin de Republikeinen ondanks hun mindere steun toch de winst naar zich toe kunnen trekken: door kiezersonderdrukking en het creëren van chaos waarbij de coronacrisis als excuus dient. Kiezersonderdrukking door de Republikeinen is overigens geen nieuw middel uit hun trukendoos, het wordt op een grootschalige manier al sinds de jaren 1990 toegepast.

De buitenlandredactie van het AD praat op eenzijdige en naïeve wijze de talking points van de Republikeinen en Trump na. Want het zijn niet de Democraten of de Californische gouverneur Newsom die de integriteit van de verkiezingen bedreigen, het zijn de Republikeinen die dat doen. Stemmen per post neutraliseert namelijk de kiezersonderdrukking waarvan Republikeinen een krachtig verkiezingsinstrument hebben gemaakt. De mogelijkheden om extra voorwaarden te stellen aan minderheidsgroepen die minder vaak op Republikeinen stemmen worden hiermee teruggedrongen. Trumps argument dat stemmen per post fraudegevoelig zou zijn is nooit aangetoond. Het is een van de duizenden leugens van Trump. De buitenlandredactie van het AD trapt bewust of onbewust in Trumps leugen. In het eerste geval stelt het zich partijdig en in het tweede geval onprofessioneel op. Vraag is wat kwalijker is. Het napraten van Trumps selectieve feiten zonder enige toelichting en zonder de weergave van het standpunt van de Democraten hierover kan niet de bedoeling zijn van een nieuwsmedium dat op een grondige, serieuze en evenwichtige wijze haar lezers wil informeren.

Foto’s: Schermafbeelding van delen artikelRepublikeinen beginnen rechtszaak om stemmen per post in Californië te verbieden’ van de buitenlandredactie van het AD, 25 mei 2020.

D66 en VVD hebben niks geleerd van de coronacrisis. Ze willen straks van de binnenstad van Utrecht ‘één groot terras’ maken

Mijn reactie bij de plaatsing van een artikel in het AD van 2 mei 2020 op de FB-pagina van de Binnenstadskrant Utrecht:

Krankzinnig plan. Dat de VVD er voor gaat om straks van de binnenstad één groot terras te maken is verklaarbaar, maar dat D66-raadslid Maarten Koning namens zijn partij dit zegt is onverklaarbaar. Is deze Koning weggelopen uit Het Bureau van Voskuil om in de Utrechtse binnenstad een experiment Nederlandse volkscultuur op te gaan zetten? De volkscultuur van lallen, hossen en slempen volgens D66?

Zeker hebben velen het zwaar door de coronacrisis. Ook kunstenaars, burgers en allerlei kleinere ondernemers. Maar om de binnenstad van Utrecht over te leveren aan de horeca en er één groot terras van te maken is buiten proportie. Want dat is Utrecht nooit geweest en behoort het evenmin te worden. De binnenstad is meer dan horeca alleen.

Is deze Maarten Koning idioot geworden? Het tekent de richtingloosheid en popularisering van D66 dat een raadslid van deze partij zoiets zegt. Hoe kan zo iemand als Maarten Koning in hemelsnaam lid worden van D66? Waarom pleit D66 er niet voor om van de binnenstad één groot theater of museum te maken?

De gemeente moet straks niet soepeler dan anders omgaan met het verlenen van vergunningen voor buitenterrassen. Blijkt straks dat Nederland niets geleerd heeft van de coronacrisis en zo snel mogelijk vervalt in oude gewoonten? Het valt te vrezen als het aan VVD en D66 ligt. Duidelijk is dat Maarten Koning niets, maar dan ook helemaal niets geleerd heeft van de coronacrisis, Hopelijk is hij een schande voor zijn partij, want dan zijn er in D66 nog anderen die genuanceerd denken. Aan Maarten Koning is dat niet besteed.

Foto: Deel van artikelBinnenstad mag deze zomer één terras worden’; D66 en VVD in Utrecht willen horeca alle ruimte geven’ in het AD, 2 mei 2020.

Desinformatie van AD over kunst en het kopen van kunst

Het AD plaatst een bericht van Rachel van Kommer over de kunstverhuurbedrijven Business Art Service (bedrijven) en Kunst.nl (particulieren) dat claimt te informeren, maar feitelijk het omgekeerde doet. Het geeft een onvolledig en gekleurd beeld over het kopen van kunst. Het AD komt niet verder dan ronduit reclame maken voor kunstverhuurbedrijven en plaatst kunst eenzijdig in het frame van een commercieel bedrijf. Het AD verpakt reclame als journalistiek. Wie de vier vrouwelijke klanten van de kunstverhuurbedrijven heeft aangeleverd blijft ongenoemd. Zo ontstaan er twee soorten misleiding: over de inhoud en over de wijze waarop het artikel tot stand kwam. Het is reclame die vermomd wordt als journalistiek. Maar dit gebeurt zo slecht dat vooral de journalistieke geloofwaardigheid van het AD ermee beschadigd wordt.

Kunst is meer dan iets dat past bij ‘interieurs van nu‘ zoals Kunst.nl meent. Ook is kunst beter betaalbaar dan AD de kunstverhuurbedrijven napraat. Ze plaatsen kunst op een voetstuk en poneren stilzwijgend dat alleen zij dat kunnen bevatten. Het begint al met de aankeiler: ‘Een kunstwerk kopen is vanwege de prijs niet voor iedereen weggelegd. Toch kan iedereen voor een paar tientjes een schilderij of beeld in huis hebben, als het aan de nieuwe kunstuitleen in Utrecht ligt.’ De suggestie is dat kunst voor bijna niemand is weggelegd. De kunstverhuurbedrijven proberen samen met het AD het beeld te vormen dat kopers afhankelijk van hen zijn.

Vervolgens wordt iedereen door de fuik van het commerciële kunstverhuurbedrijf gejaagd. Mensen besteden duizenden euro’s aan luxe goederen of vakanties, maar zouden om budgettaire redenen geen kunst kunnen kopen? Dat is een lage ambitie. Toegegeven, voor mensen aan de onderkant van de samenleving zal dat gelden, maar niet voor de meerderheid. Voor bedrijven is dat budgettaire aspect nog minder een bezwaar.

Bij een kunstgalerie kan voor ruim onder de duizend euro een originele tekening worden gekocht. Meer dan 120 galeries zijn  aangesloten bij KunstKoop, ofwel kunst kopen op afbetaling. Ook zijn er initiatieven als This Art Fair of de Affordable Art Fair waar kunst tegen een schappelijke prijs kan worden aangeschaft. Het AD werkt mee aan de misleiding dat beeldende kunst onbetaalbaar en ‘moeilijk’ is. Of er voornamelijk toe dient om bij een ‘kleurig’ interieur te passen. Maar kunst kan daar ook haaks op staan of helemaal geen relatie met een interieur aangaan. Waarom zou kunst in hemelsnaam een vorm van binnenhuisarchitectuur moeten zijn?

Uit de foto’s bij het artikel blijkt dat de commerciële kunstverhuurbedrijven voornamelijk kleurige grafiek in oplage verhuren. Een categorie kunstconsumenten wordt de kant opgeduwd dat ze te weinig van kunst weten om zelfstandig te handelen. Door de kunstverhuurbedrijven worden ze onwetend gehouden. Het AD herhaalt deze misleiding en geeft er haar journalistieke stempel aan. Het artikel bereikt zo dat mensen van het zelfstandig kopen van kunst afgehouden worden. Het zet ze ook nog eens op het verkeerde been over wat de functie van kunst is. In de visie van kunst.nl is kunst dat wat past bij het interieur. Punt. Discussie gesloten.

Deze vermenging van kunst en commercie is een slechte beurt AD. Ga eens op bezoek bij een galerie en laat deze misleiding over kunst achter je. Laat voortaan journalisten met verstand van zaken over kunst schrijven.

Foto’s 1 en 3: Schermafbeelding van delen van artikelKunst duur? Deze Utrechters huren voor een paar tientjes per maand kunstwerken voor in huis’ van Rachel van Kommer in het AD, 10 maart 2020.

Foto 2: Banner op voorpagina van kunst.nl.

Foto 4: Campagnebeeld van tentoonstelling ‘Boven de Bank’ bij Galerie Logman in Utrecht die opent op 20 maart 2020. Met ‘Mijn Werk I/ My Work I‘ (2010) van Carel Blotkamp boven een Chesterfield bank. Met de tekst: ‘Mijn werk is voor alle gezindten. Het past boven elke bank en kleurt bij alle gordijnen’.

CDA en SP proberen plannen voor Nationaal Historisch Museum nieuw leven in te blazen

Er klinken weer geluiden om een Nationaal Historisch Museum op te richten. Eerdere pogingen strandden onder meer vanwege de keuze voor de locatie. Maar in 2007 besliste toenmalig minister Ronald Plasterk dat het museum in Arnhem moet komen. Wegens meerkosten kwam dat echter niet van de grond. In 2010 blies toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) de plannen af vanwege de bezuinigingen in de kunstsector.

Voortrekkers waren in 2006 Maxime Verhagen (CDA) en Jan Marijnissen (SP). De nieuwe voortrekkers zijn weer van deze partijen: de fractievoorzitters Pieter Heerma (CDA) en Lilian Marijnissen  (SP). In een bericht in het AD van 15 februari 2020 menen ze dat ‘de urgentie van een museum door toenemende polarisatie en de opkomst van identiteitspolitiek alleen maar toegenomen’ is. Marijnissen: ‘Er zijn heel veel musea die een bijdrage leveren aan het historisch besef, maar één plek waar alles samenkomt, die heeft Nederland gewoon niet’. Uitgewerkte plannen zeggen ze niet klaar te hebben liggen. Ze zien de functie van een Nationaal Historisch Museum om de ‘saamhorigheid binnen de samenleving’ te bevorderen en ‘meer historisch besef’ te kweken.

De tweet van Heerma maakt het er onnodig ingewikkeld op omdat hij zijn pleidooi vermengt met zijn christen-democratische stokpaardje. Want hoe moet anders de opmerking over het ‘groeiende individualisme’ opgevat worden dat Heerma negatief framet en positioneert tegenover het communitarisme van het CDA dat hij als heilzaam veronderstelt? Zo laat hij zich niet alleen kennen als een initiatiefnemer die een voorschot neemt door het gemeenschapsdenken van iemand als Amitai Etzioni die onder meer oud-premier Balkenende inspireerde centraal te zetten, maar vervreemdt hij zich ook van de liberale VVD en D66 die hier mentaal ver van staan. Het is onduidelijk hoe en waarom Heerma aan de hand van welke onderzoek concludeert dat het  groeiende individualisme heeft bijgedragen aan een nonchalante omgang met de geschiedenis in Nederland.

Vraag is of de aanspraak of ambitie die Heerma en Marijnissen aan een Nationaal Historisch Museum toemeten te rijmen valt met het autonoom opereren ervan. Ofwel, de bedrijfsvoering, presentatie en inhoud van een museum heeft een eigen logica die niet per definitie in lijn hoeft te zijn met de functie die politici eraan geven. Als het museum volgens deze politici de saamhorigheid binnen de samenleving bevorderen moet, dan is de eerste vraag die dit streven oproept wat dat voor de eenheid of samenhang van het museum zelf betekent. Daarnaast is het de vraag of het niet te hooggegrepen is om een museum in te zetten voor het bevorderen van nationale saamhorigheid of sociale cohesie. Cynisch gezegd, is dat niet eerder een taak voor politieke partijen? Desondanks is het een prima initiatief als de politici zich kunnen beheersen en niet in de verleiding komen er goedkope retoriek mee te bedrijven, zoals Heerma nu doet. Een voorwaarde voor succes is dat politici een museum niet hun stokpaardjes of hobbyisme opdringen. We zullen zien of ze dat kunnen.

Foto 1: Tweet van Pieter Heerma (CDA), 15 februari 2020.

Foto 2: Tweet van Lilian Marijnissen (SP), 15 februari 2020.