George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Godsdienst

Wahabisten en Mormonen vinden elkaar. Mohammad Al-Issa (Muslim World League) claimt tolerantie en verbinding te bieden

leave a comment »

In 2018 verklaarde in Nederland volgens de cijfers van het CBS 53% van de bevolking zich niet te beschouwen als behorend tot een religieuze organisatie. Gemiddeld neemt over de laatste 9 jaar dat percentage met 1 procent per jaar toe. In dat tempo is in 2025 60% van de Nederlanders niet religieus. Meer dan de helft van de Nederlanders zegt zich dus niet als religieus of behorend tot een religieuze organisatie te beschouwen.

Dat gegeven is niet besteed aan religieuze organisaties die claimen tolerant en ruimdenkend te zijn door de verbinding met anderen te zoeken, maar die verbinding beperken tot andere religieuze organisaties. Hun handreiking bereikt de meerderheid van de Nederlanders niet. Dat is een kromme, merkwaardige situatie. Deze zelfverklaarde handreikers zijn in West-Europa de religieuze spookrijders van de verdraagzaamheid.

Deze bijziendheid lijkt een mentale kwestie van geestelijke leiders die niet goed weg weten met mensen die zich niet laten inspireren door het geloof. Deze leiders zeggen verbinding te willen zoeken met anderen, maar als puntje bij paaltje komt treden ze in het zoeken van verbinding met de ander niet buiten het model van de religieuze organisatie. Het wordt tot een potsierlijke kwestie van religieuze marketing en profilering als ze daarmee een meerderheid buiten beschouwing laten. Dit roept de vraag op hoe gemeend dat zoeken van verbinding over religieuze grenzen is en wat de bedoeling van dat inter-religieuze debat is. Het kan ook opgevat worden als het bundelen van de krachten van religieuze organisaties tegenover andersdenkenden die zich niet door religie laten inspireren. Vooral orthodox-conservatieve geestelijke leiders noemen dan vaak het secularisme als denksysteem en model dat bestreden moet worden omdat het anti-religieus zou zijn. Terwijl ze weten dat dat onjuist is omdat het secularisme neutraal staat tegenover religies en levensovertuigingen.

Aanleiding voor deze overweging is het opinieartikelGuest opinion: Muslims and Latter-day Saints can be leaders in building tolerance’ van Dr. 

Beide religieuze organisaties zijn welgesteld en goed georganiseerd. Wat ze behalve publiciteit en marketing van elkaar willen is onduidelijk. Om kerkpolitieke redenen zijn ze tot elkaar veroordeeld omdat ze in de eigen zuil niet tot de kern van de macht worden toegelaten. Aan de marge zoeken ze daarom door verbinding met een andere marginale religieuze organisatie legitimatie. Zogezegd in een religieus hoefijzermodel.

Een en ander geeft aan dat het betoog van Mohammad Al-Issa over inter-religieuze verbinding flinterdun en niet gemeend is en voornamelijk door (kerk)politieke redenen wordt ingegeven. De wisseltruc van beide organisaties is dat ze door verbinding met de ander te zoeken hun profiel proberen te verbreden en te verzachten. Ze proberen dat harde profiel zelfs in het volle zicht te verbergen. Niet alleen laten ze degenen die zich niet laten inspireren door religie buiten beschouwing, ook houden ze afstand tot degenen die een gematigde vorm van christendom of islam praktiseren. Het is de vraag of religieuze organisaties die tolerantie en verbinding prediken, maar in de praktijk onverdraagzaamheid en uitsluiting opleggen, norm of afwijking zijn. Kenmerk van religieuze organisaties is dat ze eigen gelovigen insluiten en andersdenkenden uitsluiten. Als ze beweren vanuit hun eigen verdraagzaamheid verbinding met de ander te zoeken moeten we alert zijn.

Foto’s: Schermafbeelding van delen van artikelGuest opinion: Muslims and Latter-day Saints can be leaders in building tolerance’ van

Sekteleider Trump wordt door volgelingen afgeschilderd als gekozen door God en martelaar. Een kosmische vlucht omhoog

with 2 comments

Energieminister Rick Perry en ex-gouverneur van Texas is hardcore Republikein en een evangelische christen. In een Fox News interview noemt hij president Trump ‘the Chosen One’ die door God gezonden zou zijn. Het is een epidemie onder orthodoxe Republikeinen om Trump, uitverkorenheid en God in één adem te noemen. Trump staat bekend als immoreel en CINO (Christian In Name Only). Oud VN-ambassadeur Nikki Haley zei in gesprek met David Brody van Pat Robertson’s ‘700 Club’ dat Trump door God president is gemaakt.

Deze uitspraken van Republikeinen duiden op drie ontwikkelingen: 1) De Trumpisten proberen de steun van de harde kern van zo’n 40% onder wie veel witte, mannelijke christenen vast te houden; 2) De Republikeinse partij is onder Trump sinds 2016 in een sekte veranderd met religieuze kenmerken; 3) De Republikeinse partij heeft geen verdediging tegen de quid pro quo-beschuldiging aangaande Oekraïne waarbij Trump het ambt voor persoonlijk gewin gebruikt heeft. De partij zoekt nu de hulp van hogere machten. Het is de vraag of dat een sterkte of zwakte is. Misbruik van religie voor politieke doeleinden is een befaamd middel onder politici.

Trump is de sekteleider die als martelaar wordt afgeschilderd door Fox News. Van de harde kern wordt een bunkermentaliteit verwacht. Dat is precies wat godsdienstwetenschapper Reza Aslan in het artikelOp-Ed: The dangerous cult of Donald Trump’ in november 2017 voorspelde: ‘If Trump’s presidency deteriorates further, expect the religious fervor of many of his followers to reach a fever pitch. That poses a risk for the country. Because the only thing more dangerous than a cult leader is a cult leader facing martyrdom’. Het is nu zover.

Trump wordt in een georkestreerde actie van Republikeinse Partij en rechtse media als martelaar afgebeeld. Dat is een vlucht omhoog van een Republikeinse Partij in het nauw die geen antwoord heeft op de kritiek op Trump en zijn politiek handelen niet meer kan verdedigen. Trumps promotie tot de kosmos en als stand-in God is het enige antwoord dat nog resteert. De vermenging van politiek met religie belooft weinig goeds.

Bij foto: ‘Godsdienstwaanzin. Bijeenkomst van een groep mensen die aan godsdienstwaanzin lijdt. Hongarije, Boedapest, 1937’

leave a comment »

Zo op het eerste gezicht is er niets opvallends aan deze foto. In een binnenruimte van een woonhuis staan mensen opgepropt. Ze houden hun rechterarm in de lucht gestrekt, als een Hitlergroet. Alsof ze verbinding zoeken met iets of iemand. Enkelen houden hun linkerarm gestrekt. Links vooraan staan drie mannen die de menigte toespreken of toezingen. Rechts vooraan in de hoek bespeelt een zittende man een huisorgel. Een geborduurd doek dat naar de menigte gekeerd is geeft een tekst die begint met ‘Jezus’. Hier is een religieuze bijeenkomst aan de gang. Maar het bijschrift gaat verder en geeft er een zwaardere lading aan: ‘Geloof, religie, excessen. Godsdienstwaanzin. Bijeenkomst van een groep mensen die aan godsdienstwaanzin lijdt. Hongarije, Boedapest, 1937.’ Waarom is hier sprake van een groep die aan godsdienstwaanzin lijdt? Het is niet makkelijk aan te geven waar godsdienst overgaat in godsdienstwaanzin. Wat is normaal? Dat lijkt afhankelijk van het perspectief van de beschouwer. De steekwoorden bij de foto zijn onder meer ‘extase’, ‘religie’ en ‘overdreven devotie’. Dat roept opnieuw een vraag op, namelijk waar devotie (vroomheid, toewijding) overgaat in overdreven devotie. Dus in toewijding die buitensporig is. Dit is het Hongarije van de autoritaire admiraal Miklós Horthy die toenadering zoekt tot Hitler. Wordt met die notie deze religieuze bijeenkomst gewaardeerd?

Foto: ‘Geloof, religie, excessen. Godsdienstwaanzin. Bijeenkomst van een groep mensen die aan godsdienstwaanzin lijdt. Hongarije, Boedapest, 1937.’ Collectie: .

Hoogleraar Tom Zwart (Universiteit Utrecht) vermengt religie met politiek. Hij wil ‘islamjongeren’ meer islam geven

leave a comment »


Het Parool plaatst vandaag een interview van de verdienstelijke journalist Bas Soetenhorst met Tom Zwart, hoogleraar cross-cultureel recht aan de Universiteit Utrecht. Zwart schuwt controversiële uitspraken niet. Zo zei hij op een symposium over islamofobie en burgerrechten dat op zaterdag 28 september in Amsterdam werd gehouden dat de overheid met het secularisme ‘zijn eigen godsdienst propageert’. Ook toen deed Soetenhorst er in Het Parool nauwgezet verslag van. In een commentaar van 1 oktober had ik kritiek op Zwart en op de Universiteit Utrecht dat iemand die deze uitspraken doet in dienst neemt er niet publiekelijk ter verantwoording voor roept: ‘Als Zwart bij zijn bewering blijft dat de overheid het secularisme als eigen godsdienst propageert, dan verdient het afweging voor het bestuur van de Universiteit Utrecht om afscheid te nemen van Zwart. Iemand met zulke dwaze en radicale gedachten hoort niet thuis op een gerenommeerde universiteit’. De scherts is dat genie aan domheid grenst. Zwart lijkt er door zijn uitspraken het voorbeeld van.

In welke werkelijkheid van welke eeuw leeft deze cross-culturele hoogleraar Tom Zwart? Hij stoft het controversiële beleid van de ‘compenserende neutraliteit‘ van de oud-burgemeester van Amsterdam Job Cohen af dat later door zijn opvolger Eberhard van der Laan resoluut bij het oud vuil werd gezet. Waarom is dit beleid dat Zwart verkondigt en neerkomt op de vermenging van politiek en religie ongewenst, ongelukkig en achterhaald? 1) Het kost de belastingbetaler geld dat in een religieuze organisatie gestoken wordt. 2) Het speelt de orthodoxe islam het meest in de kaart, en de liberale islam minder. 3) Het is in strijd met de scheiding van kerk en staat. 4) Het sluit jongeren met een Marokkaanse of Turkse etnische achtergrond eenduidig op in een religieuze omgeving wat hun emancipatie en integratie buiten eigen kring bemoeilijkt. 5) Het is in strijd met de ontwikkeling van Nederland waar jongeren afstand nemen van religie en zich er steeds minder door laten inspireren. CBS: ‘Veruit het minst religieus betrokken zijn jongeren van 18 tot 25 jaar’.

Wat Tom Zwart bezielt en waarom hij oude, weerlegde theorieën uit de kast haalt en bizarre uitspraken blijft doen is een wonder. Dat zijn werkgever, te weten de Universiteit Utrecht dat laat gebeuren en hem niet op het matje roept -want in dit interview profileert Zwart zich opnieuw met zijn functie aan deze universiteit zoals de kop verduidelijkt- is het grootste wonder. Het is al erg genoeg, maar verteerbaar dat Zwart als privé-persoon deze uitspraken doet, maar het is onverkwikkelijk dat hij met (stilzwijgende) toestemming van de Universiteit Utrecht en onder de dekking van de wetenschap zulke controversiële uitspraken kan blijven verkondigen.

Foto: Schermafbeelding van delen uit het interviewHoogleraar cross-cultureel recht: ‘Meer islam is nodig, niet minder’’ van Bas Soetenhorst met Tom Zwart, hoogleraar cross-cultureel recht aan de Universiteit Utrecht in Het Parool, 17 oktober 2019.

Antwoord aan Jezus Weende over het bestaan van God en de overeenkomsten in de constructie van religie en theater

leave a comment »

Bij de videoBestaat God? deel 1: Wie tot God komt, moet geloven dat Hij is’ op het YouTube-kanaal van ‘Jezus Weende’ gaf ik onderstaande reactie op de opmerking van Weende ‘Als de Bijbel werkelijk een verzinsel van mensen zou zijn, dan had hij er heel anders uitgezien. De sprookjes van Grimm zijn een verzinsel van mensen, de Bijbel niet.’ In mijn betoog probeer ik met uitstapjes naar de literatuur en het theater aannemelijk te maken dat de constructie van godsdienst door mensen begrijpelijk en historisch samenhangend is:

Sinds er mensen op aarde zijn hebben er duizenden godsdiensten bestaan. Vele ervan zijn verdwenen, andere bestaan nog steeds. Het is een wetmatigheid dat mensen die zich door een specifieke godsdienst laten inspireren de andere godsdiensten als minder of afgoderij zien.

De godsdiensten zijn niet zozeer een verzinsel van mensen, maar een constructie. Want het begrip verzinsel bevat de notie ‘dat het niet waar hoeft te zijn’ en dat gaat aan de essentie ervan voorbij. Maar de constructie is waar, zoals narratieve constructies als vertellingen of films altijd hun eigen logica en waarheid hebben. Binnen die fictieve constructie zijn ze waar. Zo is God binnen de constructie van een godsdienst waar en bestaat deze God.

Deze redenering heeft een historische onderbouwing en kent parallele ontwikkelingen. Zowel het drama als religie putten uit dezelfde bron. Namelijk het ritueel. Historische theaterwetenschappers leggen dat ontstaan in grotten waar onze verre voorouders bij elkaar kwamen om in bezweringen en plechtige handelingen door zingeving en troost de harde werkelijkheid op afstand te houden en de eigen sterfelijkheid te relativeren. Om dat te plaatsen in de tijd, de oudste rotsschilderingen uit de grot van Lascaux worden gedateerd op 15.000 jaar voor Christus.

Na verloop van tijd heeft zich door een verschil in behoefte van die verre voorouders een afsplitsing voorgedaan. Zo ontstond dat wat later het wereldse drama (theater) werd en dat wat voeding gaf aan het ontstaan van godsdiensten (religie). Dat is een ontwikkeling van tientallen eeuwen geweest.

Het ontstaan van het moderne theater wordt gedateerd op de 5e eeuw voor Christus toen in Griekenland de oervaders van het moderne drama Aischylos, Sofokles en Euripides het theater moderniseerden en van nieuwe elementen voorzagen. Het werd een autonoom genre. Een gevolg hiervan was dat het verder op afstand kwam te staan van de oorsprong die oorspronkelijk een ritueel in de cultus van Dionysos was.

De historische analogie met het ontstaan van de godsdiensten is opvallend. De nu nog bestaande wereldgodsdienst het Hindoeïsme ontstond in dezelfde periode als het moderne Griekse drama, namelijk in de 5de eeuw voor Christus. Daarna volgden het Boeddhisme, Jodendom en Christendom.

Het heeft sinds de oertijd van Lascaux ruim meer dan 10.000 jaar geduurd voordat religie en theater zich beslissend van elkaar gingen onderscheiden. In die overgangstijd hebben ze parallel gelopen, van elkaar geleend en elkaar versterkt. De functies van theater en religie die nu als afwijkend van elkaar worden gezien zijn in die tussentijd steeds verder hun eigen weg gegaan door detaillering en specificatie. Zowel in het theater als de religie is die gemeenschappelijke bron van het ritueel nog te herkennen, maar door allerlei ontwikkelingen binnen die twee genres zijn ze losser komen te staan van hun eigen ontstaan.

In de uitspraak van de theoloog Harry Kuitert: ‘Alle spreken over Boven komt van beneden, ook het spreken dat beweert van Boven te komen’ komen deze ontwikkelingen samen. Te weten het ontstaan van religie naast het theater uit het ritueel. Evenals het idee dat het een kernelement van een godsdienst is om de constructie of montage ervan uit het zicht van de gelovigen te gehouden om dat geloof niet te verzwakken.

Dat wijst op een andere analogie die zowel in theater als religie aanwezig is, namelijk die van ‘de onzichtbare stijl’. Dat houdt in dat de invloed van de maker in het product vooral niet wordt benadrukt, maar juist onzichtbaar wordt gemaakt. De gedachte daarachter is dat de identificatie van de beschouwer met het fictieve product daardoor wordt geoptimaliseerd. Fictieve constructies die uit het oertheater ontstonden, zoals de moderne roman, de klassieke Hollywood-film, de Middeleeuwse allegorie of het 19de eeuwse drama zijn volgens dit idee van de onzichtbare stijl geconstrueerd. Hun ontstaan wordt weggepoetst. Overigens is daar in de literatuur (James Joyce) of het theater (Bertolt Brecht) allang een reactie op gevolgd, maar historisch is de analogie met religie dat eveneens het eigen ontstaan onzichtbaar probeert te maken niet toevallig. Deze onzichtbare stijl van religie lijkt een overblijfsel van het ritueel dat eveneens het sterkste werkt als het niet ter discussie werd gesteld wat tot demystificatie zou kunnen leiden.

Overigens is de vraag interessant of hedendaagse godsdiensten naar analogie van de 20ste eeuwse ontwikkelingen in literatuur en theater, die de montage voorop zetten en als doel hadden om de identificatie te doorbreken, dezelfde ontwikkeling kunnen volgen zonder niet buiten het genre van de religie te treden. Nieuwe, nog niet door iedereen geaccepteerde godsdiensten als de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster lijken voor religie hetzelfde te beogen als wat Joyce en Brecht voor literatuur en theater deden. Te bedenken valt dat deze modernisten in hun eigen tijd ook veel tegenstand ondervinden, zoals dat nu in de religieuze sector geldt voor die nieuwkomers die van beleidsmakers dezelfde kritiek krijgen die de modernisten in literatuur en theater in de eerste helft van de 20ste eeuw kregen. Dat is de conditionering die de eigen tijd oplegt.

Het is begrijpelijk dat een geestelijke of gelovige niet meegaat in de analyse dat een godsdienst een constructie van mensen is omdat het het geloof kan verzwakken. Maar daarmee is niet gezegd dat wetenschappers of analisten aan de hand van de feiten niet kunnen concluderen dat godsdiensten een constructie van mensen zijn. Predikanten redeneren vanuit hun geloof en wetenschappers geloven in de rede of de empirische methode. Religie en historische wetenschap kunnen goed naast elkaar bestaan en vanuit hun specifieke uitgangspunt ‘gelijk’ hebben, omdat ze over verschillende werkelijkheden gaan, maar ze kunnen nooit dezelfde uitspraken over elkaar doen. Laten we daarom dat verschil koesteren.

Foto: Schermafbeelding van videoBestaat God? deel 1: Wie tot God komt, moet geloven dat Hij is’ op het YouTube-kanaal van ‘Jezus Weende’.

Hoogleraar Tom Zwart (Universiteit Utrecht) meent dat overheid secularisme als eigen godsdienst propageert. Is hij de rede voorbij?

with 5 comments

Hoe is het mogelijk dat het College voor de Rechten van de Mens (een zelfstandig bestuursorgaan van de Nederlandse rijksoverheid) partner is van het Collectief tegen Islamofobie & Discriminatie (dat in de titel wordt gespeld als ‘Descriminatie’)? Dat begint al met de omstreden term ‘islamofobie’ die claimt dat er ‘haat of vooroordelen jegens of discriminatie van moslims’ bestaat. Wordt hiermee zakelijke kritiek op de islamitische religie niet afgeleid en bij voorbaat geneutraliseerd? De Britse Josie Appleton zag al in 2002 het gebruik van de term ‘islamofobie’ als hype, ofwel een mediagekte die het omgekeerde bereikt van wat het zegt na te streven: ‘Het moedigt moslims aan om in angst te leven voor aanvallen en om dagelijkse incidenten buiten proportie op te blazen. Het onderdrukt ook het debat en de betrokkenheid tussen moslims en niet-moslims.’

Aanleiding voor de kritiek op de term ‘islamofobie’ is een verslag van Bas Soetenhorst in Het Parool van 29 september 2019. Hij doet verslag van een symposium over islamofobie en burgerrechten dat op zaterdag 28 september in Amsterdam werd gehouden. Het werd georganiseerd door het Collectief tegen Islamofobie & Discriminatie en ‘een tak van de afdeling antropologie van de Universiteit van Amsterdam’ aldus Soetenhorst.

Hoogleraar Crosscultureel recht Tom Zwart bij de vakgroep Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht was een van de sprekers. Hij deed volgens Soetenhorst de volgende uitspraak: ‘De overheid propageert zijn eigen godsdienst ten koste van andere godsdiensten’. Dit is een merkwaardige uitspraak die niet alleen niet juist is, maar evenmin logisch en begrijpelijk. Hoe is het mogelijk dat een hoogleraar Crosscultureel recht van de Universiteit Utrecht van wie men toch enige kennis en omzichtigheid zou verwachten tot zo’n niet door de feiten geschraagde uitspraak komt? Hoe kan Zwart zo warrig zijn? Hij beschadigt er niet alleen de Universiteit Utrecht en de Rechtsgeleerdheid mee, maar ook de geloofwaardigheid van de Nederlandse wetenschap. Hoe stelt hij zich voor dat de overheid ‘zijn eigen godsdienst propageert’? Waar hij het secularisme mee bedoelt.

Is Tom Zwart echt zo dom als het lijkt? Het lijkt er jammergenoeg sterk op. Ik op mijn beurt schaam me kapot omdat de Universiteit Utrecht mijn Alma Mater is en zo’n kwiebus als Zwart daar nu hoogleraar is. Met zijn uitspraak laat Zwart zich kennen als een hardliner die op een lijn te stellen is met orthodoxe christenen en moslims die het secularisme aanvallen. Maar het secularisme is een politieke filosofie die alle godsdiensten en levensovertuigingen binnen de rechtsstaat zonder onderscheid gelijk behandelt. Of daar in elk geval naar streeft, omdat de praktijk achterloopt op de theorie. Traditionele godsdiensten hebben als relicten uit het verleden vaak nog voorrechten waar ze zich krampachtig aan vastklampen en geen afstand van willen doen.

Het secularisme is geen godsdienst die ten koste gaat van godsdiensten. Zwart moet en kan dit weten. Maar in plaats van zijn kritiek te richten op de voorrechten van christenen die in strijd zijn met de zuivere toepassing van het secularisme, richt hij zijn kritiek op het secularisme zelf. En op de overheid die dat zou propageren.

Ik heb er geen woorden voor dat iemand als Zwart deze uitspraak heeft gedaan. Het is geen verspreking, maar een bewust gedane uitspraak die naadloos past in Zwarts betoog dat valt te karakteriseren als conservatief-religieus. Dat recht van mening heeft hij, maar hij verliest elke geloofwaardigheid als wetenschapper als hij in het openbaar zegt dat de overheid met het secularisme een eigen godsdienst propageert. Zwart ziet overal onderdrukking en anti-moslimsentimenten en maakt vrijzinnigen die vanwege hun overtuiging afstand nemen van bijzonder onderwijs verdacht als hij VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff met een ander gewraakte uitspraak omschrijft: ‘We moeten de mensen ontmaskeren die secularisatie uitdragen’. Het kan zijn dat Zwart zich heeft laten meeslepen door het moment, maar gezien zijn opleiding en functie zou hij beter moeten weten.

Zou Zwarts uitspraak geen aanleiding moeten zijn voor het bestuur van de Universiteit Utrecht om hem hierover om uitleg te vragen? Want Zwart sprak op het symposium in Amsterdam als hoogleraar van de Universiteit Utrecht. Als Zwart bij zijn bewering blijft dat de overheid het secularisme als eigen godsdienst propageert, dan verdient het afweging voor het bestuur van de Universiteit Utrecht om afscheid te nemen van Zwart. Iemand met zulke dwaze en radicale gedachten hoort niet thuis op een gerenommeerde universiteit.

Ook het bestuur van het College voor de Rechten van de Mens zou na moeten denken of het zich met dit radicale gedachtegoed wil associëren en het het partnerschap met het Collectief tegen Islamofobie & Discriminatie niet dient te beëindigen. Want hoe valt het te rijmen dat Zwart op een mede door het Collectief georganiseerde symposium de overheid beschuldigt het secularisme als godsdienst te propageren terwijl het College voor de Rechten van de Mens een zelfstandig bestuursorgaan van de Nederlandse rijksoverheid is?

Foto’s 1 en 3: Schermafbeelding van delen van het artikelGeslagen, maar ook strijdbare toon op symposium over islamofobie’ van Bas Soetenhorst in Het Parool, 29 september 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van pagina met partners van het Collectief tegen Islamofobie & Discriminatie. Waaronder onder meer de overheidsinstellingen: het College voor de Rechten van de Mens en de Politie.

Is secularisme een politieke filosofie die noodzakelijk leidt tot gematigde politiek?

leave a comment »

Andrew Copson is een Engelse humanist en voorzitter van Humanists International. Hij legt uit wat volgens hem secularisme is en begint zoals gewoonlijk bij dit soort toelichtingen met de uitleg dat secularisme niet gelijkstaat aan atheïsme of humanisme en niet anti-religieus is. Het secularisme is een politieke filosofie die levensovertuigingen en godsdiensten gelijkelijk waardeert en garandeert onder de bescherming van een nationale overheid, wetgeving en werking van de rechtsstaat. Hij meent dat het secularisme een pacificerende invloed heeft en als het niet zou bestaan Europa wellicht nog geteisterd zou worden door religieuze oorlogen.

Copson eindigt als het politiek actueel en prikkelend wordt. Begrijpelijk vanuit zijn positie, maar teleurstellend voor de verdieping van het debat. Is het gevolg van zijn betoog immers niet dat gematigde centrumpolitiek en secularisme op een lijn gezet kunnen worden tegenover politiek, religieus en levensbeschouwelijk radicalisme en identiteitspolitiek die de eigen groep apart zet? Zo bekeken kan het succesvolle secularisme als verwijzing en aanbeveling worden opgevat voor gematigde politiek die niet uitsluit, afzondert of opziet naar iets of iemand en naar alle kanten even kritisch en onbeschroomd kijkt. Zoals in het secularisme ingebakken is.