Bizar vonnis in Mechelen: Radicaal-rechtse activisten veroordeeld die spandoek met tekst ‘Stop Islamisering’ toonden

In Mechelen heeft een correctionele rechtbank vier leden van de Vlaams-nationalistische beweging Voorpost veroordeeld tot zes maanden cel voor het aanzetten tot haat en geweld. Reden voor de veroordeling was het in mei 2020 tijdens een demonstratie tonen van een spandoek met als opschrift ‘Stop Islamisering’. Hier is het vonnis te lezen. Aanzet tot haat of geweld jegens een groep is de aanklacht, in dit geval de moslimgemeenschap. De advocaten van de aangeklaagden protesteerden tevergeefs dat de rechtbank niet bevoegd was omdat het om een drukkersmisdrijf zou gaan.

Ik ben het niet met de standpunten van Voorpost of de nationalistische partij Vlaams Belang eens, maar evenmin met de motivatie van het vonnis. Overigens evenmin met de verdediging door de advocaten van Voorpost. De valkuil van een zaak als deze is om de eigen mening te laten bepalen door het feit dat men het niet eens is met de overtuiging van de aangeklaagden. Men moet echter het vonnis kunnen bekritiseren zonder het eens te zijn met de rechts-nationalistische overtuiging van de vier veroordeelden.

In de vonnis is naar mijn idee dit de sleutelzin, waarbij met ‘hem’ wordt verwezen naar aangeklaagde LV: ‘Volgens hem is er geen wet die kritiek op eender welke godsdienst verbiedt’. Uit het vonnis blijkt dat dit aspect door rechtbank noch verdediging wordt uitgewerkt. Dat is merkwaardig. Waarom is dit door de verdediging niet uitgewerkt?

België kent net als Nederland het secularisme als politieke filosofie. Dat houdt in dat alle godsdiensten en levensovertuigingen voor de wet gelijk zijn. Onder de rechtsstaat is voor de volgers ervan het bestaan van hun favoriete godsdienst of levensovertuiging gegarandeerd, maar dat betekent niet dat kritiek erop in het publieke debat niet is toegestaan.

Religiekritiek is zelfs gewenst als men in beschouwing neemt dat vanwege de machtsvorming als wereldreligie de islam machtig is en tegen een stootje moet kunnen. Die kritiek kan opgevat worden als een instrument dat op het niveau van argumenten de vanzelfsprekendheid van de macht aanspreekt. Interessant zou zijn of een spandoek met de tekst ‘Stop Christianisering’ met een tekening van nonnen met hoofddoeken tot dezelfde argumentatie van deze rechtbank zou leiden. Zou dat ook opgevat worden als aanzetten tot haat en geweld jegens een groep, in dit geval de christenen? Met het vonnis beperkt de rechtbank van Mechelen religiekritiek.

Het zou wat anders zijn als de activisten van Voorpost een spandoek hadden getoond met een tekst die niet verwees naar de islam of de islamisering, maar direct naar degenen die zich erdoor laten inspireren, de moslims. Bijvoorbeeld, ‘Moslims Oprotten’ of ‘Minder Moslims? Dat regelen we!’. Zo’n tekst is ontoelaatbaar omdat het in strijd is met de wet die het vrij belijden van godsdienst of levensovertuiging garandeert.

De motivatie dat zo’n spandoek met een tekening van vrouwen die nikabs of boerka’s dragen ’suggereert dat in de toekomst in Vlaanderen, alle vrouwen mogelijks verplicht zullen zijn om nikabs of boerka’s te dragen’ wordt niet onderbouwd. Het Belgicisme ‘mogelijks’ houdt al een slag om de arm dat het misschien kan gebeuren. Het vonnis vervolgt: ‘Dit beeld kan angst en haat opwekken voor vreemdelingen, hun geloof en hun gebruiken en voor de mogelijkheid dat deze in de toekomst Vlaanderen zullen overheersen’. Opnieuw gebruikt het vonnis de optie van iets dat theoretisch kan, maar niet noodgedwongen hoeft te gebeuren, door de aangeklaagden wordt nagestreefd of uit hun actie volgt als bouwsteen voor de motivatie. De rechtbank bouwt hiermee op drijfzand.

Het wordt er absurd op als de vorige citaten worden gevolgd door een conclusie: ‘Aangezien de feiten klaarblijkelijk mogelijks werden ingeven door racisme of xenofobie, is de rechtbank bevoegd om de grond van de zaak te beoordelen’. Let opnieuw op de slag om de arm, ‘klaarblijkelijk mogelijks’ (!). Dat is geen juridische redenering die klopt als een bus en waar geen speld tussen te krijgen is. Het is een impressionistisch, journalistiek betoog dat een parodie op een gerechtelijk vonnis is. In bovenstaande redenering wordt iets verondersteld dat vervolgens als vaststaand wordt aangenomen. Dat is een cirkelredenering. Dit vonnis rammelt aan alle kanten.

De vier activisten van Voorpost verdienen voor genoemde actie op de Grote Markt in Mechelen op 30 mei 2020 eerder een schrobbering, dan een gevangenisstraf van zes maanden. Voor drie met uitstel. Het is voor een open samenleving lastig om grenzen te stellen. Democratie moet weerbaar zijn en verdedigd worden. Niet in het minst tegen radicaal-rechtse activisten die rare kostgangers met radicale overtuigingen zijn en dreinend de grenzen van de wet opzoeken.

Maar de democratie moet evenmin om zeep geholpen wordt door de vrijheid van meningsuiting en religiekritiek in te perken. De zittende macht moet beseffen dat de islam tegen een stootje kan en voor zichzelf op kan komen. Het is een machtige organisatie en geen slachtoffer dat beschermd moet worden. De vrije meningsuiting krijgt pas waarde als men opkomt voor degenen met wie men het niet eens is. Dat idee dient ook het uitgangspunt van een rechtbank te zijn.

Gevestigde democratische instituties moeten niet bang zijn en zelfvertrouwen tonen dat de democratie het wel redt tegen vier tamelijk onbelangrijke radicaal-rechtse activisten. Ze willen de democratie niet afschaffen, maar zich profileren met hun hun politieke agenda. Ze hebben binnen het secularisme recht op de religiekritiek die ze in Mechelen uitoefenden. Ook als daar een politieke overtuiging achter schuilgaat die de meerderheid van de bevolking verderfelijk vindt.

Hoe gewoon praat Eva van Urk-Coster over geloof en wetenschap?

Geloof & Wetenschap.nl en Forum C werden financieel op de been geholpen door de Templeton World Charity Foundation. John Horgan die als fellow subsidies ontving van deze stichting heeft er achteraf kritiek op omdat het geloof en wetenschap zou vermengen en christelijke wetenschappers zou bevoordelen. In reactie daarop zei Richard Dawkins dat Horgan volgens hem bedoelt dat ‘Templetons geld de wetenschap corrumpeert’ en dat Templeton doorgaans geld verstrekt aan ‘een wetenschapper die bereid is iets aardigs over religie te zeggen’. Ook als ze dat zelf niet geloven. Geld koopt in dat geval een overtuiging.

Eva van Urk-Coster is verbonden aan de website Geloof & Wetenschap die zoals gezegd met geld van de Templeton stichting werd opgezet. Zij werkt als promovendus op het gebied van de christelijke ecologische theologie, aldus een bericht van de VU over haar.

Wat Van Urk zegt in het fragment is niet makkelijk te duiden. Ze begint met het aanbrengen van een tegenstelling tussen religieuze en seculiere mensen. Vraag is of die tegenstelling in de vorm bestaat die zij framet. Van Urk gaat uit van het contrast. Vervolgens gooit ze jongere mensen, mensen met een hoger inkomen en hoogopgeleiden op een hoop omdat die ‘overtuigender zouden zijn van de klimaatproblematiek’ dan andere mensen. Ze constateert dat er ‘een aantal dynamieken zijn die daar een rol spelen’.

Ook meent ze dat er wat meer conservatieve mensen vaak ook wat ‘terughoudender’ zijn dan mensen die progressiever zijn. Waar die terughoudendheid op slaat wordt uit dit fragment niet duidelijk. Van Urk spreekt het niet uit.

Het wordt er ronduit verwarrend op als Van Urk dit fragment afsluit met een constatering die uit de lucht komt vallen, een deus ex machina die geloof er aan de haren bijsleept: ‘Dus je ziet dat de religieuze gewoon midden in de maatschappij staan en ook gewoon daarin hun bagage meenemen’. Je ziet de gelovigen met hun koffer staan op het Centraal Station in een heldhaftige poging om de dienstregeling te ontcijferen zonder de indruk te geven er niks van te snappen.

Van Urk bedrijft satire op het raakvlak van geloof, wetenschap en humor. Het aardige daaraan is dat ze zich daar ogenschijnlijk niet bewust van is. Om het in haar eigen woorden te parafraseren: ‘de mensen van Geloof & Wetenschap staat gewoon midden in de wetenschap zonder dat ze daarin gewoon hun bagage meenemen’.

Van Urk komt de erkenning toe om religie op te rekken voorbij de wetenschap. Wat het maatschappelijk nut van haar zoektocht is valt te bezien. Zij voorziet ongetwijfeld in een behoefte. Die lijkt er vooral uit te bestaan dat religieuze mensen in de wetenschap serieus willen worden genomen en doen alsof ze objectief zijn, maar stiekem een christelijke agenda volgen.

Chris Janse geeft in boekbespreking orthodoxe blik op NRC, liberalisme en secularisme. De afstand zijn de anderen

Schermafbeelding van deel artikelNRC: Kwaliteitskrant voor hogeropgeleiden’ van Chris Janse in het RD, 18 mei 2021.

Het is altijd aardig en een genoegen van balorigheid om kennis te nemen van de visie van orthodoxe gelovigen over moderniteit en secularisme. Daar zetten ze vraagtekens bij in de veronderstelling dat die begrippen haaks staan op hun godsdienst.

Dat is het misverstand dat orthodoxe gelovigen koesteren en in de lucht houden omdat het hun strategie is om het secularisme, of meer algemeen de wereld, als vijandig af te schilderen. Dat dient driemaal daags voor intern gebruik na de maaltijd te worden ingenomen samen met de bijbellezing.

Opzet van het creëren van een vijandbeeld is dat orthodoxe gelovigen zich aangevallen voelen en in eigen kring terugtrekken. Waarmee hun onderhorigheid is verzekerd, hun zelfstandig denken op sterk water wordt gezet en ze blijvend zijn gemobiliseerd voor de goede zaak.

Daarmee vegen ze onder het tapijt dat het hun orthodoxie is die deze kettingredenering in gang zet. Ofwel, het secularisme staat niet haaks op de christelijke godsdienst. Want het secularisme is niet anti-religieus of pro-atheïstisch, maar neutraal jegens alle geloven en levensovertuigingen.

Het is de orthodoxie die de wereld afwijst en gelovigen opsluit in de definitie van wereldlijk als niet-geestelijk. Dat is niet onjuist, maar wel suggestief omdat het een tegenstelling creëert die bij het bredere perspectief van het secularisme als politiek-filosofische paraplu die alle godsdiensten en levensovertuigingen onderdak biedt bij nader inzien niet bestaat.

In een boekbespreking besteedt oud-hoofdredacteur van het RD Chris Janse aandacht aan John Kroon’s geschiedenis van 50 jaar NRC. Een krant die volgens hem ver afstaat van het RD vanwege de liberale geest die er waait. Hij noemt NRC ook ‘een seculiere krant’ en dat bedoelt hij niet positief. De verwijzing naar oud-hoofdredacteur van NRC Ben Knapen is verwarrend als de begrippen seculier en agnostisch langskomen en onduidelijk is wat die volgens Janse bijdragen aan betekenis. Ze lijken voor intern gebruik bedoeld zodat er niet te veel logica achter gezocht hoeft te worden.

Chris Janse besluit zijn artikel als volgt: ‘Ongetwijfeld is NRC Handelsblad een kwaliteitskrant. Ze hebben er de mankracht voor. Maar tegelijkertijd is het een krant die bij uitstek het seculiere vrijheidsgevoel belichaamt. Dat schept duidelijk afstand’.

Schermafbeelding van deel artikelNRC: Kwaliteitskrant voor hogeropgeleiden’ van Chris Janse in het RD, 18 mei 2021.

Het is weinig grootmoedig van Janse om de kwaliteit van NRC in de kwantiteit en niet in de liberale overtuiging of het journalistieke beleid te zoeken, maar dat is blijkbaar het perspectief van een onderliggend medium als het RD dat de eindjes aan elkaar moet knopen en last heeft van jaloezie.

Opvallend is Janses slotzin die klinkt als zijn credo: ‘Dat schept duidelijk afstand’. De distantie tot andersdenkenden is wat hem en zijn orthodoxe geloofsgenoten obsedeert. Zoals gezegd uit zelfbehoud van de eigen kring. Dat wat hij het ’seculiere vrijheidsgevoel’ van NRC noemt zou volgens hem afstand scheppen.

Maar het is andersom. De slotzin kan uitsluitend begrepen worden vanuit Janses orthodoxe perspectief. Hij schept afstand en houdt het idee dat dat noodzakelijk is graag in stand. Maar wel indirect. Toegeven doet hij dat niet graag omdat dat niet netjes staat en bij zijn houding van gespeelde mildheid past. Het venijn van Janses slotzin is dat hij suggereert dat de ander de oorzaak voor de afstand is, zodat hij en zijn geloofsgenoten niet van onwil beschuldigd kunnen worden. Chris Janse is de schorpioen die in eigen staart prikt en daar de ander de schuld van probeert te geven. Het is echter zijn fijne rechtzinnigheid die de afstand tot de wereld schept.

Godsdiensten zijn minder uniek dan christelijke randdebielen en bollebozen suggereren. Het rechtvaardigt geen uitzondering voor kerkdiensten

The second drama premiere of the 63rd Dubrovnik Summer Festival, Euripides’ ancient Greek tragedy Medea directed by Tomaž Pandur and realized in | ‘Medea’s demonic aria’ on Fort Lovrjenac till 7th August | Just Dubrovnik

Het is duidelijk: de randdebielen zijn onder ons. Ze zijn van orthodox-religieuze, protestante signatuur en wonen in steden als Urk of Krimpen a/d IJssel. Ze kunnen wellicht alles van de bijbel weten en gezag hebben in eigen kring, maar hebben geen historisch besef en politiek benul. Maar ze staan niet alleen. Ze krijgen rugdekking van christelijke bollebozen.

Hoe wereldvreemd is het niet om te zeggen dat de SS vriendelijker handelde in de oorlog dan journalisten die verslag doen van de kerkgang? Terwijl heel Nederland op slot zit. Dit is rugwind voor religiecritici die kritisch zijn op religieuze instellingen en tragisch voor de meerderheid van goedwillende gelovigen die zich voorbeeldig gedragen en zien hoe deze protestante hardliners alle godsdiensten in een kwaad daglicht zetten. Deze christelijke randdebielen hebben in 48 uur meer schade aan het christendom aangericht dan vrijzinnigen en religiecritici in 48 jaar.

Zoals bij islamitisch geweld de ‘gewone’ moslims door voornamelijk rechtse segmenten van de samenleving daar op aangesproken worden (zelfs als zij of hun ouders niet eens moslim zijn maar een islamitisch land als land van herkomst hebben) zo zouden nu de ‘gewone’ christenen ter verantwoording moeten worden geroepen voor de daden en woorden van deze orthodoxe christenen.

Het is een geluk bij een ongeluk dat het orthodoxe christendom zich uitspreekt en haar ware aard toont. Want daarover bestaat onduidelijkheid. Veel Nederlanders in de grote steden denken dat deze orthodoxe christenen redelijk en niet veel anders zijn. Dat kun je vermoeden van gelovigen waarmee je nooit in aanraking komt. Dat is het misverstand. De basis voor die zelfgekozen segregatie van de orthodoxe christenen is de angst om het eigen karakter te verliezen. Daarom houden ze krampachtig aan elkaar vast en gijzelen ze in zekere zin elkaar. Op hun beurt hebben ze weer een verkeerd beeld van andersdenkenden. Dat leidt tot radicalisering in eigen kring. Dat is bij orthodoxe gelovigen van andere godsdiensten niet anders.

Het AD maakt in een artikel met als aanleiding de actualiteit van schoppende kerkgangers een rondgang langs docenten en hoogleraren theologie/ godsdienstwetenschappen waarvan er vermoedelijk in Nederland honderden zijn. Afwijkende geloofsrichtingen, gemeenschappen, stromingen en godsdiensten leiden tot afwijkende meningen over wat geloof is. Daarmee worden ook de valse tegenstellingen geïntroduceerd om het geloof te verdedigen. De bollebozen nemen het ‘genuanceerd’ op voor de randdebielen. Zo suggereren ze in hun wijsheid.

Schermafbeelding uit artikel ‘Volle kerken leiden tot onbegrip: ‘Kerkdienst is echt iets anders dan een festival’’, AD, 30 maart 2021.

Hoogleraar praktische theologie Hans Schaeffer zegt in de hierboven geplaatste schermafbeelding uit dat artikel in het AD dat ‘een kerkdienst is daarmee echt iets anders dan een voetbalwedstrijd of een festival. Eeuwenlang was het christendom in Nederland het dominante verhaal en het besef dat religie wat hogers is, vanzelfsprekend. Sinds de verlichting wordt het geloof steeds meer achter de voordeur teruggedrongen.

Dat is een valse tegenstelling. Natuurlijk is een kerkdienst iets anders dan een voetbalwedstrijd of een festival. Maar daarmee is niet gezegd dat het waardevoller is en de vrijheid van godsdienst een grondrecht is dat meer bescherming moet krijgen dan andere grondrechten. Dat suggereert Schaeffer hiermee. Het feit dat eeuwenlang een situatie heeft bestaan wil niet zeggen dat dat een juiste situatie was. De geschiedenis kent genoeg wantoestanden als kinderarbeid, slavernij of feodale verhoudingen die eeuwenlang hebben bestaan en in hun tijd vanzelfsprekend waren, maar waarvan het toch beter is dat ze niet meer bestaan.

Godsdienst is historisch ook zo’n relict uit vroeger tijden. Het christendom is een sekte van twee millennia oud. De leeftijd van het christendom is dus eerder een argument tegen voor de legitimiteit en het bestaan ervan. De ondergeschikte positie van vrouwen binnen godsdiensten is een teken van die achterhaaldheid.

Schaeffer is selectief door een kerkdienst te vergelijken met een voetbalwedstrijd of festival. Hij kan het ook vergelijken met een tentoonstelling in een openbaar museum van het werk van Mark Rothko (zoals de Rothko Chapel in Houston) of een Griekse tragedie van de grote drie tragedieschrijvers Aechylus, Sophocles en Euripides. Vooral van de eerste is duidelijk dat hij in vorm en inhoud uit dezelfde bron put van de rituelen en een mensbeeld met noodlot, zondeval en Goden als de ons nu bekende godsdiensten. Er zijn meer voorbeelden uit de kunsten, van Bach tot Marc Mulders die tegenspreken dat kerkdiensten principieel anders zijn. Dat zijn ze niet. Kunst raakt in presentaties ervan ook het diepste wensen van de mens. Daarin is religie niet uniek.

The Oresteia of Aeschylus – Leader of the Chorus

Kerkdiensten zijn op dit moment in Nederland slechts op één aspect anders. Ze genieten voorrechten die vergelijkbare theatervoorstellingen en museumprestaties niet genieten omdat ze op last van de rijksoverheid zijn stilgelegd. Dat bergt een onverklaarbare ongelijkheid in zich.

Schaeffer constateert terecht dat het geloof sinds de verlichting steeds meer achter de voordeur is teruggedrongen. Dat is er een gevolg van dat de meerderheid van de Nederlanders verklaart zich niet door een godsdienst te laten inspireren en het christendom haar dominante grip op de samenleving is kwijtgeraakt. Binnen het secularisme heeft het christendom nu dezelfde positie als andere geloven en levensovertuigingen. Ermee is het recht van de christenen niet verdwenen om zich te verenigen in kerken, maar alleen hun traditionele voorrecht waar Schaeffer nostalgisch naar terug lijkt te verlangen. De episode van de kerkdiensten tijdens de pandemie verduidelijkt dat zelfs dit voorrecht van het christelijke geloof niet definitief is verdwenen. Dat is het naijl-effect van christenen die zich in de politiek hebben verschanst en met een beroep op de voortreffelijkheid en bijzonderheid van hun geloof dat aloude voorrecht als natuurlijk opeisen.

Nu al valt te voorzien dat een lokale vertegenwoordiging van de QAnon-beweging pogingen onderneemt om geaccepteerd te worden als officiële godsdienst

Is er een misverstand in de sociale wetenschappen over de aard van het huidige rechts-terrorisme in opkomst? Missen deze onderzoekers het besef dat de populaire QAnon-beweging die vele rechts-terroristen aanhangen niet zozeer een ‘complottheorie’, maar een religie is? Dus de Kerk van QAnon.

Wellicht is deze beweging ontstaan als een sekte en leent het als een kind uit de snoepwinkel van het christendom, maar als het zich wijzigt in een samenhangende godsdienst met geloofsartikelen, interne organisatie, een openbaring, Q als opperwezen en een messias die komen zal, die werkt volgens de criteria overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang die de rechter er aan kan stellen, dan is QAnon een volwaardige godsdienst als alle andere. Een nu aanvaarde godsdienst als het christendom is ook als sekte onder politieke tegenwerking begonnen.

Ik kom tot deze opmerking na lezing van een artikelRight-Wing Terror: A Fifth Global Wave?’ uit 2020 van Vincent A. Auger dat over de relatie van religie en rechts-terrorisme onder meer stelt (p. 91): ‘Perhaps reflecting this evolution, in detailed discussions of how to define right-wing terror, neither Jones nor Freilich identify modern right-wing terrorists as religious in nature.

Maar focussen deze onderzoekers niet te veel op de relatie en overlap van de rechts-extremistische elementen van het christendom met het rechts-terrorisme waardoor ze het ontstaan van de nieuwe godsdienst QAnon missen? Want als rechts-extremisten op een onsamenhangende wijze elementen ontlenen aan het christendom wil dat nog niet zeggen dat de QAnon-beweging zelf niet religieus van aard is. Er is trouwens volop overlap tussen christendom en QAnon, de helft van de witte evangelicals is het eens met de uitgangspunten van QAnon volgens onderzoeker Paul Djupe.

Wellicht is het bij deze onderzoekers niet zozeer een wetenschappelijk, maar een maatschappelijk taboe om een politieke beweging als QAnon die er ook nog eens extremistische standpunten op nahoudt in aanmerking te laten komen als kandidaat-godsdienst omdat het zowel een concurrent van buitenaf als een nestbevuiler van binnenuit van de bestaande godsdiensten is. Dat is een mogelijke verklaring voor de maatschappelijke weerstand die bestaat om nieuwe godsdiensten toe te laten treden tot de lucratieve religiemarkt.

Nu al valt te voorzien dat binnen afzienbare tijd ergens ter wereld een lokale vertegenwoordiging van de QAnon-beweging pogingen onderneemt om geaccepteerd te worden als officiële godsdienst. Zoals dat de afgelopen decennia ook gebeurde met onder meer de Scientology Kerk of de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Hoe verschillend deze godsdiensten ook zijn: commercie (Scientology), satire (Vliegend Spaghettimonster) of politieke agitatie (QAnon). Maar godsdienst is een vorm.

De beslissing of de Kerk van QAnon wordt toegelaten als godsdienst kan per land verschillen. Hoe ruimer de grenzen van het secularisme opgevat worden, hoe minder sterk de politieke macht van de bestaande godsdienst ter plekke is en hoe beter een lokale Kerk van QAnon zich maatschappelijk en juridisch weet te presenteren, hoe aannemelijker het is dat de Kerk van QAnon wordt aanvaard als godsdienst. De logica is dat godsdiensten allerlei fiscale, politieke en andersoortige voordelen genieten en het daarom aantrekkelijk is voor een beweging om zich officieel als godsdienst te laten registreren. Juist als QAnon gecensureerd wordt zal het de juridische bescherming van een godsdienst zoeken.

Foto 1: QAnon-vuur.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelRight-Wing Terror: A Fifth Global Wave?‘ van Vincent A. Auger in: PERSPECTIVES ON TERRORISM Volume 14, Issue 3, juni 2020. Uitgave van de Universiteit van Leiden. 

Waarom is er geen campagne om de SGP wegens anti-rechtsstatelijke beginselen te verbieden?

Je zou over het afwijzen van afgoderij en valse godsdienst door de SGP zomaar een stukje voor het satirische De Speld kunnen maken. Uit een item in Nieuwsuur met SGP-leider Kees van der Staaij bleek dat de SGP achter de eigen beginselen staat. Zo’n artikel zou dan als kop kunnen hebben: ’Nederland in de war omdat SGP zichzelf is’.

Artikel 1 van het beginselprogramma zegt: ‘De Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) streeft naar een regering van ons volk geheel op de grondslag van de in de Heilige Schrift geopenbaarde ordening Gods en staat mitsdien voor de handhaving van het onverkorte artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Artikel 36 van de Geloofsbelijdenis zegt onder meer: ‘om te weren en uit te roeien alle afgoderij en valsen godsdienst, om het rijk des antichrists te gronde te werpen, en het Koninkrijk van Jezus Christus te doen vorderen, het woord des Evangelies overal te doen prediken, opdat God van een iegelijk geëerd en gediend worde, gelijk Hij in Zijn Woord gebiedt.’

Dat dat iemand verbaast is het meest verbazingwekkende. Natuurlijk staat de SGP net als elke andere politieke partij achter de eigen beginselen. Het raadselachtige is niet dat deze partij deze beginselen heeft, maar dat het deze partij al jarenlang wordt toegestaan om ze te hebben. Waarom is de SGP niet verboden? Dat had allang geleden moeten gebeuren.

De SGP is een bedenkelijke partij waarvan het een wonder is dat die partij niet verboden is. Weliswaar is in 2008 het begrip ‘theocratie’ uit publicitaire overwegingen uit het beginselprogramma geschrapt, maar dat wil niet zeggen dat de partij nu de neutrale staat omarmt. Nee, dat doet het niet. In 2008 zei toenmalig partijleider Van der Vlies: ‘Ik heb moeite om een neutrale staat te aanvaarden. De overheid is Gods dienaresse. Dat uitgangspunt wil ik niet loslaten.’ Dat is niet veranderd.

Je kunt partijleider Van der Staaij een huichelaar met de gladheid van een paling noemen die veinst, zeg: een gereformeerde versie van het islamitische begrip taqiyya, maar pas wie het weet ziet het. De SGP is een foute partij die streeft naar een bestel waarin de staat zich onderwerpt aan het Woord van God. Dat is fundamenteel verkeerder dan de handige gluiperigheid van de actuele partijleider.

Anderen zien in de handige gluiperigheid van Kees van der Staaij trouwens ook een daarmee samenhangende schijnheiligheid van christelijke politiek en zelfs van het christendom in het algemeen. Maar dat wordt om politieke en maatschappelijke redenen afgeschermd terwijl de afscherming ook wordt afgeschermd. Met als gevolg dat elke fundamentele kritiek op het christendom bij voorbaat is ontkracht. Zo geeft het Kieskompas wel de stelling of de islam een bedreiging voor de Nederlandse waarden is, maar laat het na om ter discussie te stellen of het christendom een bedreiging voor de Nederlandse waarden is. Dat is in lijn met wat de SGP doet. Het valt aan zonder zich te hoeven verdedigen.

Zo komt de SGP nu al jaren weg weg met haar anti-rechtsstatelijke beginselen en is er geen serieuze oppositie om deze partij te verbieden. Men kan daar alleen maar verbaasd over zijn omdat als er een partij is die het verdient om verboden te worden dat wel de SGP is. De SGP benut de vrijheid van godsdienst om voor zichzelf en de eigen achterban op te komen door in het beginselprogramma anderen die vrijheid te ontzeggen. Nederland is even niet meer zichzelf omdat de SGP zichzelf is.

Foto: Schermafbeelding van artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

Waarom stelt Kieskompas niet de vraag ‘Het christendom vormt een bedreiging voor de Nederlandse waarden’?

Bij het invullen van Kieskompas kom ik altijd uit op partijen waar ik niks mee heb. Deze keer Christen Unie. Mijn gematigd linkse en gematigd progressieve voorkeur bevindt zich tussen Christen Unie en D66. Wat voor vragen laat Kieskompas na om te stellen om me uit te laten komen bij een christelijke partij waar ik uit principe nooit op zal stemmen?

Er zijn twee vragen die direct met de christelijke overtuiging van deze partij en de andere christelijke partijen (CDA, SGP) te maken hebben.

Op vraag 5: ‘Abortus moet makkelijker worden gemaakt’ antwoord ik neutraal omdat ik vind dat de toetsing nu goed is. Maar of ik hiermee voor of tegen abortus ben valt niet uit het antwoord op deze vraag af te leiden. Maar die suggestie lijkt het antwoord wel te geven. Ik ben overigens niet zozeer voor abortus, zoals ik evenmin voor de dood ben, maar ik vind wel dat de vrouw zelfbeschikkingsrecht heeft om hierover te beslissen en religieuze organisaties én politieke partijen zich op geen enkele wijze met morele druk en publiciteit moeten bemoeien met de afweging die een vrouw die abortus wil plegen maakt.

Op vraag 7: ‘De islam vormt een bedreiging voor de Nederlandse waarden’ antwoord ik ‘mee eens’ omdat ik vind dat elke georganiseerde godsdienst uiteindelijk in strijd is met de Nederlandse waarden van vrijheid, zelfbeschikking en tolerantie. Ik ben te antiklerikaal om me te verbinden met gesloten systemen zoals godsdiensten, het communisme of de QAnon-beweging en het complotdenken. Zo’n optiek is geen streven naar vrijheid, maar het zich willens en wetens opsluiten in afsluiting. Dat is me te gemakzuchtige onderworpenheid. Tegelijk vind ik dat de islam recht op een gelijkwaardige plek heeft omdat de Nederlandse grondwet dat toestaat. In mijn antwoord kan ik echter niet het contrast tot uiting brengen dat ik de islam als een bedreiging zie voor de Nederlandse waarden, maar de grondwet die bedreiging incorporeert en sanctioneert.

Het is te begrijpen dat het Kieskompas reflecteert op de programma’s van de politieke partijen omdat die de actualiteit weerspiegelen. Daarom is het begrijpelijk dat niet de vraag gesteld wordt ‘Het christendom vormt een bedreiging voor de Nederlandse waarden’ omdat dat in het huidige politieke discours geen onderwerp is. Was de vraag gesteld, dan had ik ‘helemaal mee eens’ geantwoord omdat ik het christendom als een grote bedreiging voor de Nederlandse waarden beschouw. Meer dan de tamelijk onmachtige islam. Maar het gevolg is wel dat er niet naar het christendom gevraagd wordt en ik daar geen negatief oordeel over kan geven. Tja, met zo’n geaborteerde en selectieve vraagstelling kom je uit bij een partij waar je niks mee hebt. Wat is de waarde van dit Kieskompas?

Foto’s: Schermfbeelding van vraag 7 en vraag 5 van het Kieskompas TK2021.

In Amerikaanse gevangenis mag ‘sjamaan’ Jacob Chansley zijn geloof vrij uitoefenen

Men hoeft het niet eens te zijn met de politieke overtuiging en capriolen van de 33-jarige ‘sjamaan’ Jacob Chansley die op 6 januari 2021 door zijn uitmonstering met een gehoornde hoofdtooi en een speer van 1,80 meter veel media-aandacht trok bij de bestorming van het Capitool om toch waardering te hebben voor zijn religieuze geloof en hoe de Amerikaanse overheid dat respecteert. Chansley die in bewaring is gesteld is op zijn verzoek verhuisd naar een gevangenis in Virginia omdat die kan voldoen aan zijn verzoek voor een volledig biologisch dieet. Zijn advocaat had beoogd dat het sjamanistische geloof van zijn cliënt dat vereist. Hij zou in de gevangenis 10 kilo afgevallen zijn omdat hij weigerde niet-biologisch voedsel te eten.

Op deze uitspraak kwam kritiek omdat het om een verkleedpartij (‘cosplay’) zou gaan. Chansley zou zich de cultuur van inheemse volkeren toe-eigenen. Verder zou hij als witte, ultra-rechtse man bevoordeeld worden door het rechtssysteem, een recht dat etnische minderheden (Moslims, BLM) onthouden wordt. Afgelopen werken trok de zaak van Jenny Louise Cudd veel aandacht omdat ze als verdachte van dezelfde bestorming van het Capitool van een rechter toestemming kreeg om op vakantie naar Mexico te gaan.

De kwestie van het geloof van Jacob Chansley gaat over de vrijheid van godsdienst. Wat zijn de criteria waar de staat zich op dient te baseren als de burger onder verwijzing naar dat geloof een recht claimt? In de video noemt juriste Trudy Rushforth die een gids voor gevangenisfunctionarissen over het uitoefenen van religie in de gevangenis schreef dat het haar zou verwonderen als Chansley dit recht niet was toegekend. Oprechtheid is volgens haar voldoende. In de VS wordt het principe van vrije uitoefening van religie in de gevangenis serieus genomen.

Het verschil over deze kwestie van ‘nieuwe godsdiensten’ tussen het Amerikaanse en Nederlandse rechtssysteem is dat in de VS de bewijslast bij de rechter ligt en in Nederland bij degene die zich beroept op het geloof. In een uitspraak uit 2018 oordeelde de Raad van State dat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang miste om als godsdienst beoordeeld te horen. Dat beschouwde ik in een commentaar als een gebrekkige, achterhaalde, paternalistische en onwaarachtige uitspraak. Mede omdat deze criteria niet worden gesteld aan bestaande godsdiensten, die evenmin voldoen aan al deze criteria, en zo de rechter rechtsongelijkheid creëert tussen oude godsdiensten en bewegingen die claimen een godsdienst te zijn. En daardoor aan de gelovigen die zeggen lid van zo’n beweging te zijn. Met de uitspraak treedt in mijn ogen de Raad van State buiten de juridische paden van de Nederlandse grondwet en Europese wetgeving en laat het zich in haar toetsing leiden door ouderwetse maatschappelijke opvattingen.

Verwarring speelt tegenstanders van voormalig president Trump en de complotdenkers parten die het ongepast vinden dat Chansley door te verwijzen naar zijn godsdienst voorrechten krijgt. Maar de Amerikaanse grondwet staat dat recht toe. Het tonen van oprechtheid is voldoende. De conclusie is dat men het oneens kan zijn met Chansley’s politieke overtuiging en zijn beroep op het sjamanisme en zijn koppeling van dat geloof met biologisch voedsel om hem toch dat recht toe te kennen. Het doet er niet toe of hij zich gedraagt als een satiricus, activist of clown. Zijn sjamanistisch geloof hoeft niet samenhangend, overtuigend of serieus te zijn om toch door de Amerikaanse staat erkend te worden als godsdienst waar rechten aan kunnen worden ontleend. De critici die Chansley zijn geloof niet gunnen, bestrijden met hun tegenstand dat wat ze zeggen te verdedigen. Ze hebben wel gelijk als ze zeggen dat zonder mits en maren aan alle gevangen dat recht dient te worden toegekend.

Scientology Nederland claimt onterecht dat het is erkend als godsdienst. Het is onjuist dat de staat zich niet uitspreekt over toetreding godsdiensten

Robert Kruijt van Scientology Nederland gaat in op de vraag of Scientology in Nederland een erkende godsdienst is. Hij meent van wel. Maar dat is onjuist. De Scientology Kerk heeft in tegenstelling tot gevestigde godsdiensten geen ANBI-status omdat het onder meer niet kan voldoen aan het criterium van de Belastingdienst dat het ‘zich voor minstens 90% inzet voor het algemeen nut’. Dat bepaalde in 2015 het Gerechtshof Den Haag in een uitspraak. Kruijts claim dat de Scientology Kerk in Nederland door de Belastingdienst wordt erkend is onjuist. Waarom hij de Belastingdienst noemt, terwijl hij weet dat zijn organisatie er niet door erkend wordt lijkt een kwestie van brutale marketing.

Interessanter is zijn opvatting dat in Nederland de Nederlandse overheid zich niet bemoeit met aangelegenheden binnen een kerk of religieuze organisatie. Kruijt schetst in zijn rooskleurige opgewektheid een vals beeld. Het is een misverstand dat de staat zich hier niet over uitspreekt en dat de toetreding van nieuwe religieuze organisaties tot de religieuze markt geen belemmeringen kent. Er bestaan wel degelijk indirecte en verdekte blokkades van de Nederlandse overheid om nieuwe religieuze organisaties of organisaties die claimen een godsdienst te vertegenwoordigen de voet dwars te zetten.

Tekenend zijn de pogingen van de Nederlandse afdeling van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster om erkend te worden als godsdienst. Deze Kerk loopt al enkele jaren tegen politieke en maatschappelijke hindernissen op. Overigens een Kerk met veel meer leden dan de Scientology Kerk. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een uitspraak van 15 augustus 2018 dat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster geen godsdienst is. Ik noemde dat in een commentaar een uitspraak vol gebreken. Onder meer omdat de de Raad van State theologisch niet geëquipeerd is om theologische doctrines af te wegen en niet dient te oordelen over de ‘binnenkant’ van organisaties die claimen een godsdienst te zijn.

De rechterlijke macht is een van de drie machten binnen de Nederlandse staat. Het oordeelt over de toegang van toetreders tot de religieuze markt. Door op de rem te staan kunnen rechtscolleges die toegang blokkeren of vertragen. Dat gebeurt in dit voorliggende geval van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster en daarom kan men niet zeggen dat de overheid zich hier niet mee bemoeit en dat de toetreding vrij is. Dat is het pertinent niet. De rechterlijke macht is onderdeel van wat Kruijt ‘de overheid’ noemt. De staat, of overheid, mengt zich wel degelijk in het interne debat over wat een godsdienst is. Het is in strijd met de vrijheid van godsdienst.

Het is duidelijk waarom Kruijt een vals beeld geeft van de Nederlandse religieuze situatie. Hij probeert hiermee kritiek te weerleggen door net te doen alsof in Nederland alles kan en nieuwe religieuze organisaties met open armen worden ontvangen en zijn eigen organisatie ook makkelijk door de ballotage is gekomen. Maar dat is onjuist. Scientology wordt in Nederland getolereerd en net als in landen als België, Frankrijk en Duitsland niet erkend als godsdienst, maar als sekte gezien.

Bijbelverkondigers zijn de traditionele complotdenkers. Jure Ambroz zegt dat onderzoek van de bijbel en het zoeken van God ‘nu nog kan’

Het is onduidelijk wat Jure Ambroz, volgeling van Jezus, bedoelt als hij zegt de bijbel te onderzoeken en God te zoeken ‘nu het nog kan’. Wat zou de reden zijn dat in Nederland het onderzoek naar de bijbel en de zoektocht naar God wordt ontmoedigd of geblokkeerd? Daar zijn geen aanwijzingen voor. Probeert Ambroz zijn volgelingen de waanvoorstelling aan te praten dat ze bedreigd worden zodat ze zich verenigen en stevig aan elkaar vastklampen?

Ambroz past perfect in het tijdsbeeld van de complotdenkers die claimen de waarheid in pacht te hebben. Terwijl zij hun fantasie de vrije loop laten en die tegenover de feiten zetten. Ambroz meent dat het woord van Jezus de waarheid is. Dat is in strijd met de bevinding dat de bijbel door mensen is geschreven die daar hun eigen waarheid in hebben verwoord. Ambroz heeft gelijk dat we in een tijd leven met zoveel leugens. Maar hij vergeet te zeggen dat hij daar met zijn verkondiging actief aan bijdraagt. De bedrieger doet zich voor als slachtoffer van bedrog. Het troosteloze winkelcentrum als decor benadrukt de vergankelijkheid van zijn bovenaardse voor-de-gek-houderij.