George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Godsdienst

Onderzoek van KN zegt dat het dorp anno 2020 het prima zonder kerk kan stellen. Maar hoofdredacteur De Wit geeft dat feit niet toe

leave a comment »

Uit de onlangs gepubliceerde resultaten van een langlopend onderzoek van het Katholiek Nieuwsblad (KN) blijkt dat het dorp anno 2020 het prima zonder kerk kan stellen. In een bericht van 2 januari 2020 zegt het KN: ‘De betrokken dorpsgemeenschappen blijken echter ook verrassend snel te herstellen van deze pijn. De verschillende sociale functies die de parochies hadden, worden vaak moeiteloos overgenomen door lokale maatschappelijke organisaties’. Het KN vindt het een ongemakkelijke conclusie dat de kerk niet onmisbaar is in kleine dorpsgemeenschappen. Dat leidt tot de conclusie dat het KN meer begaan is met de macht van de katholieke kerk en de afhankelijkheid daarvan, dan met het welzijn en belang van dorpsgemeenschappen.

Een commentaar van hoofdredacteur Anton de Wit laat er geen onduidelijkheid over bestaan hoe jammer hij het vindt dat de kerk niet langer onmisbaar is in dorpsgemeenschappen en hoe sociale functies moeiteloos overgenomen worden door maatschappelijke organisaties. De Wit: ‘Toen wij vorig jaar startten met het onderzoek, hoopten wij aan te tonen dat het verdwijnen van de parochies onverwachte en verstrekkende gevolgen zou hebben voor lokale gemeenschappen.’ Let op dat ‘hoopten’. Het KN hoopte dat het verdwijnen van parochies onverwachte en verstrekkende gevolgen zou hebben. Het KN hoopte aan te tonen dat de dorpsgemeenschappen schade zouden ondervinden van verdwijnende kerken. Nu de dorpsgemeenschappen veerkrachtiger en sterker zijn dan het KN ‘hoopte’, is dat een teleurstelling voor De Wit omdat de katholieke kerk minder onmisbaar is dan hij veronderstelde. De Wit komt tot een ongevoelige, hardvochtige opstelling.

De Wit probeert zich hieruit te redden door een gekunstelde redenering uit zijn hoge hoed te toveren. Hij gaat klaarblijkelijk uit van wat zijn rooms-katholieke dogmatiek hem oplegt en probeert dat op te leggen aan de feiten. De Wit weeft een vage notie van ‘het hogere’ en ‘het eeuwige’ door zijn betoog. Hiermee redt hij het echter niet omdat hij niet met steekhoudende argumenten komt. Hij bruuskeert de feiten en probeert die ondergeschikt te maken aan de claim dat geen enkele gemeenschap het zonder kerk kan stellen. Maar deze claim is in tegenspraak met de feiten die notabene uit het onderzoek volgen dat De Wit becommentarieert.

Dat geen gemeenschap het zonder kerk kan stellen is een bewering die geloochenstraft wordt door zowel de praktijk van vele gemeenschappen die het prima zonder kerk stellen als uit het onderzoek van het KN die dat bevestigt. De Wit ondermijnt zijn eigen onderzoek door weg te vluchten naar zijn laatste mentale bastion dat hij probeert te verdedigen met de stelling die zegt dat een Kerk met een hoofdletter noodzakelijk is. Dat is de vlucht vooruit in het Niets. Het laat zien dat de positie van hardliners binnen godsdiensten die zekerheden rondom zich zien wegvallen ongemakkelijk is en ze zich geen houding weten. Dat leidt tot een betoog dat beoogt te redden wat er te redden valt, maar het er door de kromme argumentatie extra pijnlijk op maakt.

Foto 1: Schermafbeelding van deel commentaarIs de dorpskerk zo onmisbaar als we dachten?’ van Anton de Wit in het Katholiek Nieuwsblad, 2 januari 2020.

Foto 2: Herbestemming van kapel De Waterhond door Klaarchitectuur in het Belgische Sint-Truiden.

Trump gezegend in Latijns-Amerikaanse kerk. Met politieke uitspraken lanceert hij de campagne ‘Evangelicals for Trump’

with 2 comments

Guillermo Maldonado noemt zichzelf een ‘apostle’ of ‘Apóstol’. Deze Hondurees-Amerikaanse protestante kerkleider claimt een godsgezant te zijn en namens de God van het christendom te spreken. Dat is nogal zelfingenomen en pretentieus. In de video komt dat tot uiting als Maldonado God de vader oproept om president Trump te beschermen en sterkte te geven. Zo ontstaat een merkwaardig tafereel waarbij de blonde vrouw in de roze jurk voortdurend haar handen op de president legt. Het lijkt op een theaterstuk van een organisatie van blinden op de ledenvergadering met als jaarlijks thema het oefenen van de handbeweging.

Dit toneelspel vindt plaats in de El Rey Jesús kerk in Miami, de grootste Latijns-Amerikaanse kerk van de VS. De bijeenkomst waar Trump de campagne ‘Evangelicals for Trump’ lanceerde dient drie electorale doelen: 1) Evangelicals achter Trump scharen; 2) De Latino-stem achter Trump scharen; 3) Swing state Florida achter Trump scharen. Dat deze bijeenkomt nodig is geeft aan dat de steun voor Trump op deze drie aspecten erodeert. De bijeenkomst is een poging om dat proces te keren. Na afloop werden journalisten uitgejouwd.

Vanuit Europees perspectief van de scheiding van kerk en staat is het bizar dat zo’n politieke bijeenkomt waar de president aan deelneemt in een kerk plaatsvindt. Dat is echter niet nieuw. Ook president Barack Obama bezocht kerken en werd er door kerkleiders toegesproken en hield toespraken. Maar de inhoud was dan een humanistisch boodschap met een oproep tot verzoening en het overbruggen van verschillen. Dat resulteerde niet in platte en ondubbelzinnige verkiezingsretoriek zoals hier. Trump claimde dat God ‘aan onze kant’ was terwijl het theocratische Iran bij de dood van generaal Suleimani hetzelfde claimt. Het beroep op God door politieke leiders is alom. De kritiek op de bijeenkomst in de El Rey Jesús kerk is voorspelbaar. Het zou niet om echte christenen gaan, maar om FakeChristians die hun godsdienst laten kapen voor politieke doeleinden.

Als ik geen theïst, atheïst, agnost of apatheïst ben, dan ben ik een secularist die betrokken is bij én kritisch op religie en hun goden

with 3 comments

Van de term ‘apatheisme’ had ik nog nooit gehoord totdat ik het voorbij zag komen in de online versie van het opinie-artikelApatheïsten verder weg dan atheïsten’ van Wim Kranendonk in het Reformatorisch Dagblad. De term is een samentrekking van ‘apathie’ en ‘theïsme’.  Het perspectief ervan is religieus, want het idee is dat de aanhangers ervan onverschillig of gevoelloos tegenover het bestaan van God staan. Kranendonk citeert enkele Amerikaanse christelijke auteurs die claimen dat er ook apatheïsten in christelijke kerken zijn. In mijn reactie bij het artikel op de FB-pagina van het Reformatorisch Dagblad antwoord ik de auteur en constateer ik dat de kenmerken die hij geeft van een apatheïst niet op mij van toepassing zijn. Ik sta namelijk helemaal niet onverschillig tegenover religie of God, maar ben er evenmin een aanhanger van. Ik val in geen van de vier categorieën die Kranendonk schetst en voeg daarom noodgedwongen een vijfde categorie toe:

Het is merkwaardig dat in de afsluitende alinea de auteur het apatheïsme een probleem noemt. Hiermee laat hij zich kennen als normatief en onverdraagzaam. Hij trapt in de val die hij zelf de atheïsten verwijt die volgens hem het geloof in God zouden minachten. Het is trouwens kort door de bocht om dit atheïsten te verwijten. Zij kunnen ook andere bezwaren hebben tegen religie en de macht van de religieuze instellingen. Hun kritiek betreft dan niet zozeer de ‘binnenkant’ van religie, maar de ‘buitenkant’ ervan. Dus niet de zingeving of insluiting in een religieus gedachtegoed, maar de machtsvorming en morele claims. Het is een feit dat dominante religieuze organisaties nog steeds een voorkeursbehandeling genieten en voorrechten hebben in onze samenleving. De auteur onderschat hoeveel weerstaand dat in de samenleving oproept.

Wim Kranendonk minacht de apatheïsten. Die geringschatting komt voor zijn rekening. Het is een gevolg van zijn kerkpolitieke opstelling. Waar de apatheïsten hun schouders ophalen over religieuze organisaties met hun dogmatiek van een opperwezen, zo maakt een christen als Wim Kranendonk zich druk dat er mensen zijn die in geestelijk opzicht afstand nemen van de dogmatiek van het christendom. Hij begrijpt het niet. Apatheïsten gunnen gelovigen hun geloof en inspiratie, Kranendonk lijkt apatheïsten geen redelijke positie te gunnen.

Ik betwijfel of de auteur het verschijnsel van het apatheisme doorgrondt. Hij kijkt niet met een open blik, maar met een blik die de religie verdedigt en in bescherming neemt. Laat ik dat uitleggen aan de hand van mijn eigen positie. Ik neem geen van de drie posities in die Kranendonk in het artikel schetst, te weten de categorie van de theïsten (mensen die de overtuiging hebben dat er een opperwezen is), atheïsten (mensen die de overtuiging hebben dat er geen opperwezen is) of agnosten (mensen die twijfelen tussen de overtuiging of er wel of niet een opperwezen is). Maar ben ik dan een apatheïst of is er nog een vijfde restcategorie?

Laat ik het checken aan de hand van de kenmerken en stellingen die Kranendonk van de apatheïsme geeft.
1) De groep die totaal niet geïnteresseerd is in de vraag naar het bestaan van God. Check: Dat klopt niet. Ik ben indirect geïnteresseerd in de vraag naar het bestaan van God omdat ik geïnteresseerd ben in andere mensen die menen dat er een God bestaat. Mij interesseert het als fenomeen hoe mensen in een zich ontkerkelijkende omgeving zich laten inspireren. Om Harry Kuitert te parafraseren: ‘Hoe kan het dat mensen de bewering geloven dat het spreken dat van beneden komt van boven komt? Waarom geloven mensen dat een menselijke constructie geen menselijke constructie is en weven ze die verdichting in het ontstaan van hun geloof? De interesse in die vraag die raakt aan de verhaalleer, de dramatiek, de mythologie en het stelsel van rituelen bindt me aan de gelovigen. Niet de vraag of er wel of niet een God of vele Goden met hun aparte godsdienst bestaan. Dat laatste kunnen gelovigen beter zelf binnen hun gesloten wereldbeeld beantwoorden.
2) De apatheïst negeert het geloof. Check: Dat klopt niet. Ik respecteer het geloof en de gelovigen en wil me er iets van aantrekken omdat de gelovigen mijn medemensen zijn.
3) Het apatheïsme is typerend voor onze huidige tijd. Check: Dat klopt. Het past in de politieke filosofie van het secularisme waarin alle godsdiensten en levensovertuigingen in gelijke mate gewaardeerd, gegarandeerd en door de wet beschermd worden.

Conclusie is dat ik volgens de kenmerken die Kranendonk geeft en die hij baseert op het nieuwe boek van de christelijke geloofsverdediger Kyle Beshears zowel geen theïst, atheïst, agnost als apatheïst ben. Het probleem van Kranendonks opstelling en van de christelijke auteurs Beshaers en Thomas Kidd waarop hij zich baseert is dat hij claimt een objectief beeld van de keuze van mensen voor een godsdienst of levensovertuiging te geven, maar intussen alles door een christelijke bril ziet en definieert. En dat laatste ook nog eens vanuit het perspectief van prediking en zieltjes winnen. Hierdoor scherpt Kranendonk onnodig aan en mist hij de nuance. Hij trapt in de valkuil van vele christenen, namelijk dat andersdenkenden ondanks alle afstand toch moeten worden beschouwd als een verlengde van hun godsdienst. Of dat nou in positieve of negatieve zin is. De achterliggende gedachte is dat ze afgedwaalde gelovigen zijn die op het rechte pad moeten worden gebracht.

Kranendonk mist de positie van iemand die geïnteresseerd is in religie en religieuze organisaties en onder de motorkap ervan wil kijken voorbij het cosmetische beeld dat religieuze organisaties zelf naar buiten brengen. Dat gaat om de functie van fictie in brede zin, inclusief noties van fantasie, inbeelding, zelfbedrog, waan en mythologisering. Kranendonk mist de bekommernis van mensen die niet in het religieuze domein willen worden getrokken en de claim op unieke moraliteit van gelovigen buitensporig en onterecht vinden, maar in beginsel anderen die positie royaal gunnen. Kranendonk mist de ontwikkeling van een Nederland waarin de meerderheid van de bevolking zich niet laat inspireren door religie of het christelijk-culturele gedachtegoed.

Neem ik dan de vijfde positie in? Die van de voorstander van het secularisme die in alle (aanhangers van) religies en levensovertuigingen in gelijke mate geïnteresseerd is en ze een identieke positie gunt en slechts één overwegende tegenwerping heeft tegen de opstelling van religieuze opinieleiders, namelijk dat ze andersdenkenden ondanks alles als een verlengde of een fantoomledemaat van hun godsdienst willen zien.

Foto: Schermafbeelding van het artikelApatheïsten verder weg dan atheïsten’ van Wim Kranendonk in het Reformatorisch Dagblad, 7 december 2019.

Wahabisten en Mormonen vinden elkaar. Mohammad Al-Issa (Muslim World League) claimt tolerantie en verbinding te bieden

leave a comment »

In 2018 verklaarde in Nederland volgens de cijfers van het CBS 53% van de bevolking zich niet te beschouwen als behorend tot een religieuze organisatie. Gemiddeld neemt over de laatste 9 jaar dat percentage met 1 procent per jaar toe. In dat tempo is in 2025 60% van de Nederlanders niet religieus. Meer dan de helft van de Nederlanders zegt zich dus niet als religieus of behorend tot een religieuze organisatie te beschouwen.

Dat gegeven is niet besteed aan religieuze organisaties die claimen tolerant en ruimdenkend te zijn door de verbinding met anderen te zoeken, maar die verbinding beperken tot andere religieuze organisaties. Hun handreiking bereikt de meerderheid van de Nederlanders niet. Dat is een kromme, merkwaardige situatie. Deze zelfverklaarde handreikers zijn in West-Europa de religieuze spookrijders van de verdraagzaamheid.

Deze bijziendheid lijkt een mentale kwestie van geestelijke leiders die niet goed weg weten met mensen die zich niet laten inspireren door het geloof. Deze leiders zeggen verbinding te willen zoeken met anderen, maar als puntje bij paaltje komt treden ze in het zoeken van verbinding met de ander niet buiten het model van de religieuze organisatie. Het wordt tot een potsierlijke kwestie van religieuze marketing en profilering als ze daarmee een meerderheid buiten beschouwing laten. Dit roept de vraag op hoe gemeend dat zoeken van verbinding over religieuze grenzen is en wat de bedoeling van dat inter-religieuze debat is. Het kan ook opgevat worden als het bundelen van de krachten van religieuze organisaties tegenover andersdenkenden die zich niet door religie laten inspireren. Vooral orthodox-conservatieve geestelijke leiders noemen dan vaak het secularisme als denksysteem en model dat bestreden moet worden omdat het anti-religieus zou zijn. Terwijl ze weten dat dat onjuist is omdat het secularisme neutraal staat tegenover religies en levensovertuigingen.

Aanleiding voor deze overweging is het opinieartikelGuest opinion: Muslims and Latter-day Saints can be leaders in building tolerance’ van Dr. 

Beide religieuze organisaties zijn welgesteld en goed georganiseerd. Wat ze behalve publiciteit en marketing van elkaar willen is onduidelijk. Om kerkpolitieke redenen zijn ze tot elkaar veroordeeld omdat ze in de eigen zuil niet tot de kern van de macht worden toegelaten. Aan de marge zoeken ze daarom door verbinding met een andere marginale religieuze organisatie legitimatie. Zogezegd in een religieus hoefijzermodel.

Een en ander geeft aan dat het betoog van Mohammad Al-Issa over inter-religieuze verbinding flinterdun en niet gemeend is en voornamelijk door (kerk)politieke redenen wordt ingegeven. De wisseltruc van beide organisaties is dat ze door verbinding met de ander te zoeken hun profiel proberen te verbreden en te verzachten. Ze proberen dat harde profiel zelfs in het volle zicht te verbergen. Niet alleen laten ze degenen die zich niet laten inspireren door religie buiten beschouwing, ook houden ze afstand tot degenen die een gematigde vorm van christendom of islam praktiseren. Het is de vraag of religieuze organisaties die tolerantie en verbinding prediken, maar in de praktijk onverdraagzaamheid en uitsluiting opleggen, norm of afwijking zijn. Kenmerk van religieuze organisaties is dat ze eigen gelovigen insluiten en andersdenkenden uitsluiten. Als ze beweren vanuit hun eigen verdraagzaamheid verbinding met de ander te zoeken moeten we alert zijn.

Foto’s: Schermafbeelding van delen van artikelGuest opinion: Muslims and Latter-day Saints can be leaders in building tolerance’ van

Sekteleider Trump wordt door volgelingen afgeschilderd als gekozen door God en martelaar. Een kosmische vlucht omhoog

with 2 comments

Energieminister Rick Perry en ex-gouverneur van Texas is hardcore Republikein en een evangelische christen. In een Fox News interview noemt hij president Trump ‘the Chosen One’ die door God gezonden zou zijn. Het is een epidemie onder orthodoxe Republikeinen om Trump, uitverkorenheid en God in één adem te noemen. Trump staat bekend als immoreel en CINO (Christian In Name Only). Oud VN-ambassadeur Nikki Haley zei in gesprek met David Brody van Pat Robertson’s ‘700 Club’ dat Trump door God president is gemaakt.

Deze uitspraken van Republikeinen duiden op drie ontwikkelingen: 1) De Trumpisten proberen de steun van de harde kern van zo’n 40% onder wie veel witte, mannelijke christenen vast te houden; 2) De Republikeinse partij is onder Trump sinds 2016 in een sekte veranderd met religieuze kenmerken; 3) De Republikeinse partij heeft geen verdediging tegen de quid pro quo-beschuldiging aangaande Oekraïne waarbij Trump het ambt voor persoonlijk gewin gebruikt heeft. De partij zoekt nu de hulp van hogere machten. Het is de vraag of dat een sterkte of zwakte is. Misbruik van religie voor politieke doeleinden is een befaamd middel onder politici.

Trump is de sekteleider die als martelaar wordt afgeschilderd door Fox News. Van de harde kern wordt een bunkermentaliteit verwacht. Dat is precies wat godsdienstwetenschapper Reza Aslan in het artikelOp-Ed: The dangerous cult of Donald Trump’ in november 2017 voorspelde: ‘If Trump’s presidency deteriorates further, expect the religious fervor of many of his followers to reach a fever pitch. That poses a risk for the country. Because the only thing more dangerous than a cult leader is a cult leader facing martyrdom’. Het is nu zover.

Trump wordt in een georkestreerde actie van Republikeinse Partij en rechtse media als martelaar afgebeeld. Dat is een vlucht omhoog van een Republikeinse Partij in het nauw die geen antwoord heeft op de kritiek op Trump en zijn politiek handelen niet meer kan verdedigen. Trumps promotie tot de kosmos en als stand-in God is het enige antwoord dat nog resteert. De vermenging van politiek met religie belooft weinig goeds.

Bij foto: ‘Godsdienstwaanzin. Bijeenkomst van een groep mensen die aan godsdienstwaanzin lijdt. Hongarije, Boedapest, 1937’

leave a comment »

Zo op het eerste gezicht is er niets opvallends aan deze foto. In een binnenruimte van een woonhuis staan mensen opgepropt. Ze houden hun rechterarm in de lucht gestrekt, als een Hitlergroet. Alsof ze verbinding zoeken met iets of iemand. Enkelen houden hun linkerarm gestrekt. Links vooraan staan drie mannen die de menigte toespreken of toezingen. Rechts vooraan in de hoek bespeelt een zittende man een huisorgel. Een geborduurd doek dat naar de menigte gekeerd is geeft een tekst die begint met ‘Jezus’. Hier is een religieuze bijeenkomst aan de gang. Maar het bijschrift gaat verder en geeft er een zwaardere lading aan: ‘Geloof, religie, excessen. Godsdienstwaanzin. Bijeenkomst van een groep mensen die aan godsdienstwaanzin lijdt. Hongarije, Boedapest, 1937.’ Waarom is hier sprake van een groep die aan godsdienstwaanzin lijdt? Het is niet makkelijk aan te geven waar godsdienst overgaat in godsdienstwaanzin. Wat is normaal? Dat lijkt afhankelijk van het perspectief van de beschouwer. De steekwoorden bij de foto zijn onder meer ‘extase’, ‘religie’ en ‘overdreven devotie’. Dat roept opnieuw een vraag op, namelijk waar devotie (vroomheid, toewijding) overgaat in overdreven devotie. Dus in toewijding die buitensporig is. Dit is het Hongarije van de autoritaire admiraal Miklós Horthy die toenadering zoekt tot Hitler. Wordt met die notie deze religieuze bijeenkomst gewaardeerd?

Foto: ‘Geloof, religie, excessen. Godsdienstwaanzin. Bijeenkomst van een groep mensen die aan godsdienstwaanzin lijdt. Hongarije, Boedapest, 1937.’ Collectie: .

Hoogleraar Tom Zwart (Universiteit Utrecht) vermengt religie met politiek. Hij wil ‘islamjongeren’ meer islam geven

leave a comment »


Het Parool plaatst vandaag een interview van de verdienstelijke journalist Bas Soetenhorst met Tom Zwart, hoogleraar cross-cultureel recht aan de Universiteit Utrecht. Zwart schuwt controversiële uitspraken niet. Zo zei hij op een symposium over islamofobie en burgerrechten dat op zaterdag 28 september in Amsterdam werd gehouden dat de overheid met het secularisme ‘zijn eigen godsdienst propageert’. Ook toen deed Soetenhorst er in Het Parool nauwgezet verslag van. In een commentaar van 1 oktober had ik kritiek op Zwart en op de Universiteit Utrecht dat iemand die deze uitspraken doet in dienst neemt er niet publiekelijk ter verantwoording voor roept: ‘Als Zwart bij zijn bewering blijft dat de overheid het secularisme als eigen godsdienst propageert, dan verdient het afweging voor het bestuur van de Universiteit Utrecht om afscheid te nemen van Zwart. Iemand met zulke dwaze en radicale gedachten hoort niet thuis op een gerenommeerde universiteit’. De scherts is dat genie aan domheid grenst. Zwart lijkt er door zijn uitspraken het voorbeeld van.

In welke werkelijkheid van welke eeuw leeft deze cross-culturele hoogleraar Tom Zwart? Hij stoft het controversiële beleid van de ‘compenserende neutraliteit‘ van de oud-burgemeester van Amsterdam Job Cohen af dat later door zijn opvolger Eberhard van der Laan resoluut bij het oud vuil werd gezet. Waarom is dit beleid dat Zwart verkondigt en neerkomt op de vermenging van politiek en religie ongewenst, ongelukkig en achterhaald? 1) Het kost de belastingbetaler geld dat in een religieuze organisatie gestoken wordt. 2) Het speelt de orthodoxe islam het meest in de kaart, en de liberale islam minder. 3) Het is in strijd met de scheiding van kerk en staat. 4) Het sluit jongeren met een Marokkaanse of Turkse etnische achtergrond eenduidig op in een religieuze omgeving wat hun emancipatie en integratie buiten eigen kring bemoeilijkt. 5) Het is in strijd met de ontwikkeling van Nederland waar jongeren afstand nemen van religie en zich er steeds minder door laten inspireren. CBS: ‘Veruit het minst religieus betrokken zijn jongeren van 18 tot 25 jaar’.

Wat Tom Zwart bezielt en waarom hij oude, weerlegde theorieën uit de kast haalt en bizarre uitspraken blijft doen is een wonder. Dat zijn werkgever, te weten de Universiteit Utrecht dat laat gebeuren en hem niet op het matje roept -want in dit interview profileert Zwart zich opnieuw met zijn functie aan deze universiteit zoals de kop verduidelijkt- is het grootste wonder. Het is al erg genoeg, maar verteerbaar dat Zwart als privé-persoon deze uitspraken doet, maar het is onverkwikkelijk dat hij met (stilzwijgende) toestemming van de Universiteit Utrecht en onder de dekking van de wetenschap zulke controversiële uitspraken kan blijven verkondigen.

Foto: Schermafbeelding van delen uit het interviewHoogleraar cross-cultureel recht: ‘Meer islam is nodig, niet minder’’ van Bas Soetenhorst met Tom Zwart, hoogleraar cross-cultureel recht aan de Universiteit Utrecht in Het Parool, 17 oktober 2019.