George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Nationalisme

Kwestie Beatrix von Storch: Gevraagd, geen censuur door, maar toezicht op Facebook en Twitter

with 5 comments

Wat betreft de vrijheid van meningsuiting kan men niet principieel genoeg zijn. Het devies dat aan de 18de-eeuwse Franse schrijver Voltaire wordt toegeschreven ‘Ik ben het niet eens met wat je zegt, maar ik zal tot het einde vechten om het je te laten zeggen’ (Je ne suis pas d’accord avec ce que vous dites, mais je me battrai jusqu’au bout pour que vous puissiez le dire) behoort leidend te zijn in een volwassen democratie.

In een opinie-artikel voor De Dagelijkse Standaard besteedt hoofdredacteur Michael van der Galien aandacht aan de censuur door Facebook en Twitter van een uitspraak van de AfD-politicus Beatrix von Storch. Zij had zich in negatief uitgesproken over de politie in Keulen die informatie over de oudejaarsviering in diverse talen verspreidde, waaronder Arabisch. Zij had daarop in een tweet gezegd ‘Denkt u die barbaarse, islamitische, groepsverkrachtende mannenhorde zo tot bedaren te brengen?’ (Meinen Sie, die barbarischen, muslimischen, gruppenvergewaltigenden Männerhorden so zu besänftigen?). De tweet werd wegens ‘overtreding van regels’ verwijderd en Beatrix von Storch werd voor 12 uur van Twitter verbannen. En tot slachtoffer gemaakt.

AfD-medefractievoorzitter Alice Weidel mengde zich ook in het debat en nam Von Storch volgens een bericht in Die Welt in bescherming: ‘Het jaar begint met de censuurwet en de onderwerping van onze autoriteiten aan de geïmporteerde, plunderende, grijzende, geselinge, messtekende migrantenmenigten, waaraan we zouden moeten wennen. De Duitse politie communiceert nu in het Arabisch, hoewel de officiële taal in ons land Duits is.’ De laatste opmerking is onzinnig omdat overheidsdiensten in een pluriforme samenleving diverse talen gebruiken en dat niets te maken heeft wat de officiële landstaal is. Maar dat een nieuwe Duitse censuurwet (Netzwerkdurchsetzungsgesetz) tegen nepnieuws en haatspraak ondoordacht is, ongewenste effecten geeft en averechts werkt lijkt duidelijk. Het geeft radicalen extra munitie en vergroot de macht van de Amerikaanse techbedrijven. Een frontale confrontatie met Facebook en Twitter is nodig en niet een halfslachtige poging van overheden om het publieke debat in te perken. Tegen Von Storch en Weidel is door vele Duitsers aangifte wegens ophitsing gedaan. Precies het koren op de molen dat radicale partijen laat groeien. Mijn reactie:

Men hoeft het niet met de politiek van de AfD of Beatrix von Storch eens te zijn om toch de beslissing van Facebook en Twitter af te wijzen om Beatrix von Storch te censureren. Des te meer omdat het niets oplost en de macht van de techbedrijven eerder groter dan kleiner maakt. Terwijl de maatschappij juist om inperking van de macht van Silicon Valley vraagt omdat de bedrijven hun journalistieke verantwoordelijkheid niet wensen te nemen en daar door de overheid niet toe gebracht kunnen worden.

Ofwel, dit gaat niet over een vermeend kwalijke, radicaal-rechtse uiting van een Duitse partijpoliticus, maar over de macht van Amerikaanse techbedrijven als Facebook, Twitter en Google.

Dit soort censuur lost niets op, maar geeft wel in de beeldvorming het idee dat er iets opgelost wordt. Wat dus niet het geval is. Facebook, Twitter, Google en andere Amerikaanse techbedrijven volgen om opportunistische redenen altijd het beleid van de Amerikaanse regering en zijn niet onpartijdig.

Ze zullen daarom de economisch en politiek machtigen niet aanpakken, maar wel de minder machtigen. Zoals de AfD die als een zondebok dient. En als bliksemafleider voor maatregelen om de macht van de techgiganten in te perken. Deze censuur is symboolpolitiek en afleiding. Op verzoek van de machtige Israëlische regering worden echter wel onmachtige Palestijnse activisten van Facebook of Twitter verbannen. Zo gaat dat wereldwijd.

Censuur corrigeert niet het onrecht of trekt een ongelijkheid recht, maar vergroot de verschillen tussen de macht en de onmacht juist nog eens extra.

Als Beatrix von Storch op sociale media een politieke mening verkondigt die aanvechtbaar is, dan moet die niet gecensureerd, maar met een weerwoord bestreden worden. Zo ontstaat een open publiek debat waarin meningen botsen.

Europese overheden moeten zich niet verlaten op de zelfregulering van de Amerikaanse techbedrijven of ze zelfs een verzoek doen om samen te werken in het bestrijden van haatspraak of onwelgevallige uitingen, maar juist inzien dat deze bedrijven selectieve belangen hebben die niet gelijk op lopen met het ontstaan van een dynamisch, open publiek debat.

Het is niet Beatrix von Storch die aangepakt moet worden, maar de techbedrijven die haar censureren en geheimzinnig doen over hun beweegredenen en economische belangen, en selectief zijn in hun zelfregulering die afhankelijk is van dat economisch belang en totaal niet met grondrechten te maken heeft of daar vanuit beredeneerd wordt.

Wat nodig is, is niet censuur door Facebook en Twitter, maar toezicht op Facebook en Twitter.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelHonderden Duitsers doen aangifte tegen AfD-kopstuk Beatrix von Storch vanwege “volkophitserij”’ van Michael van der Galien voor De Dagelijkse Standaard, 3 januari 2018.

Advertenties

Gevestigde media verantwoorden zich voor hun buitensporige aandacht voor Baudet. Maar ze geven verkeerde argumenten

with 4 comments

De weinig kritische aandacht voor Baudet van de gevestigde media is een terugkerend thema. In NRC vroeg econoom en columnist (onlangs gestopt) Coen Teulings zich af waarom NRC zoveel kritiekloze aandacht aan Baudet besteedt. NRC-ombudsman Sjoerd de Jong had er geen goed antwoord op. Ik vraag het me ook herhaaldelijk af. Verzaken de media hun plicht in de berichtgeving? De Jong tekent de reactie van chef Den Haag René Moerland op: ‘Wij zijn er niet om politici groot of klein te maken, we willen nieuwsgierig en kritisch zijn tegenover iedereen’. Dat eerste klopt, maar dat tweede staat juist ter discussie. Want het lijkt er sterk op dat in de berichtgeving de gevestigde  media juist niet kritisch genoeg zijn tegenover Baudet en zijn partij.

Wat is dat voor mechanisme van de media om zoveel aandacht aan Baudet te besteden? Ook nog kritiekloos. De 2,5 maal zo sterk in de Tweede Kamer vertegenwoordigde PvdD krijgt minder media aandacht.

Naast de juridische invalshoek van Mihai Martoiu Ticu in zijn open brief aan de hoofdredacteur Philippe Remarque van De Volkskrant is er een politiek-filosofische invalshoek die te maken heeft met de weerbare democratie. Zoals dat door Bastiaan Rijpkema onder de aandacht wordt gebracht in het publieke debat. Deze opvatting houdt in dat een weerbare democratie grenzen dient te stellen aan anti-democratische krachten. Vooralsnog is dat geen kwestie van tijdig ingrijpen om een politieke partij als FvD te verbieden, maar van bewustwording en signalering om te beseffen dat een politicus die zich buiten het politieke spectrum begeeft en niet ondubbelzinnig de democratische instituties steunt een gevaar voor die democratie kan worden.

Het is niet gezegd dat de politiek leider Thierry Baudet op dit volledig samenvalt met zo’n anti-democratische kracht, maar met zijn gedachtengoed leunt hij wel stevig aan tegen radicaal gedachtengoed zoals dat door nationalisten, populisten en de nihilisten van de alt-right beweging wordt vertegenwoordigd. Dat zou de Nederlandse journalistiek kritisch en alert moeten maken, maar dat gebeurt op dit moment onvoldoende.

Hoewel het er raakvlakken mee heeft, gaat de koers van FvD voorbij aan het traditionele rechts-conservatisme dat de status quo verdedigt. Baudet wil juist de gevestigde orde omver schoppen zonder dat hij overigens duidelijk maakt wat daarvoor in de plaats moet komen. Of men moet de mantra over de natiestaat Nederland die het autonoom rooit in een financiële, economische, politieke en militaire arena vol concurrente krachten een geloofwaardig en consistent verhaal vinden. Met politiek realisme heeft het echter weinig te maken.

Waarom stellen interviewers Baudet geen kritische vragen over zijn ideologie? Waarom stellen de interviewers Baudet geen kritische vragen over zijn contacten in rechts-radicale kringen? Waarom is er nog steeds geen achtergrondartikel verschenen dat deze rechtse en nihilistische contacten gedetailleerd in kaart brengt? Waarom vragen interviewers -die zich politiek, economisch en militair geschoold hebben- niet door over de onhaalbaarheid van een zelfstandige natiestaat Nederland die weerloos, machteloos en krachteloos zal zijn tussen de eigen multinationals, bevriende en vijandige naties of supranationale organisaties (IMF, EU)?

Zijn de journalisten die Baudet niet of op z’n best halfslachtig aanpakken lui en oppervlakkig? Klopt de aloude klacht dat de oudere generatie academische geschoolde journalisten superieur is aan de huidige generatie journalisten die academisch tekortschiet? Of is het de angst om teruggefloten te worden door de eigen hoofdredactie die de journalisten berooft van de ambitie, durf en de wil om de potentiële vijanden van de democratie niet minder hard, maar juist harder aan te pakken? ‘Dus de media presenteren zich als waakhonden van onze welzijn en vrijheid, maar ze doen hun plicht niet echt’, concludeert Mihai Martoiu Ticu. Ik denk ook dat de gevestigde media hun plicht verzaken. De media worden ook wel het venster op de democratie genoemd, maar in Nederland zitten de gordijnen potdicht om de democratie actief te verdedigen. 

Als de journalistiek signaleert en iedereen over één kam scheert is het verkeerd bezig. Het neemt daarmee onvoldoende verantwoording. Nieuwsgierig en kritisch zijn tegenover iedere politicus, is een abstracte en ondoelmatige werkwijze. Uiteraard moet de journalistiek niet op de plek van de politiek gaan zitten of zich tot deelnemer maken aan het politieke debat. Het moet aan de buitenkant blijven. Maar het standpunt van NRC-redacteur Moerland dat elke politicus dezelfde mate van nieuwsgierigheid en kritiek oproept is onzinnig en geeft precies aan wat er mis is met de Nederlandse journalistiek. Het weet dat het geen partij mag kiezen, maar verwart dat met het idee dat iedere politicus dezelfde mate van kritiek gegeven moet worden. Als een politicus uitspraken doet die erop duiden dat hij of zij de wet of de democratie in gevaar kan gaan brengen, dan is het de functie van de journalistiek om dat te melden. Dan passen meer nieuwsgierigheid en kritiek.

Foto: Schermafbeelding van deel FB-posting van Mihai Martoiu Ticu, 31 december 2017. 

‘Hoe minder democratisch het land is, hoe belangrijker de rol van sport wordt’. Moet Nederland zich via sport willen onderscheiden?

with one comment

De vertaling van de woorden van de Litouwse liberale Europarlementariër Petras Austrevicius in een bericht van Belsat luidt alsvolgt:Hoe minder democratisch het land is, hoe belangrijker de rol van sport wordt. Het wordt een propagandamiddel’. Hij verwijst naar de Russische Federatie en de door de staat gesponsorde dopingfraude bij de Olympische Winterspelen van 2014 in Sotsji. Dit zijn prikkelende woorden met een kern van waarheid. Het zijn doorgaans autoritaire regimes als de voormalige DDR en de Soviet-Unie, en nu de Russische Federatie, China of Cuba die belang hechten aan goede prestaties in de internationale sportarena.

De stelling kan ook omgekeerd worden en van toepassing zijn op andere sectoren. Wat te denken van ‘Hoe democratischer het land is, hoe belangrijker de rol van kunst wordt. Het wordt een middel van nationale identiteit’. Of: ‘Hoe democratischer het land is, hoe belangrijker de rol van een eerlijke verdeling van geld en middelen wordt. Het wordt een middel van nationale identiteit’. De Nederlandse bevolking zou de keuze voorgelegd moeten krijgen op welk terrein het wil dat het land zich dient te onderscheiden van andere landen.

Het is een combinatie van waar Nederland goed in is en hoe het zichzelf het beste en het meest doelmatig kan verkopen. Nu gaan Nederlandse politici er klakkeloos vanuit dat door sport Nederland de eigen kwaliteiten optimaal in het buitenland kan uitventen. Dat is lui gedacht. Het is nog maar de vraag of de bevolking aan sport daadwerkelijk dit belang toekent. Des te meer omdat al een heleboel landen ook sport gebruiken om zich te onderscheiden. Dat  vraagt een fikse investering en drijft te prijs om via sport te presteren enorm op.

Nationalisme en vlagvertoon dat samengaat met internationale sportwedstrijden en tot op de tribune gesteund wordt door politici die achter de successen aanhobbelen is voorspelbaar, saai, geesteloos, simpel, onzinnig en suf. Dat straalt op Nederland af. Mede -en juist- als het Wilhelmus klinkt en het Oranjelegioen hossend tribunes bezet. Politici beseffen waarschijnlijk als geen ander dat wat ze doen dom is, maar ze uit profilering niet kunnen nalaten om te doen. Dat moet overigens niet verward worden met de competitie van sporters. Daar is niks mis mee. Het gaat om politici die mooie sier proberen te maken met internationale sport en nationalisme. Als de stelling klopt dat hoe meer ze er propaganda mee bedrijven, hoe minder democratisch Nederland wordt, dan verdient het aanbeveling om de steun voor die topsport drastisch te verminderen.

Foto: Koning Willem-Alexander, premier Mark Rutte en Maxima juichen op de tribune in Sotsji 2014 voor schaatser Sven Kramer.

Brexit en Trump doorgeprikt: ‘Alle spreken over beneden komt van boven, ook het spreken dat beweert van beneden te komen

with 2 comments

De omkering van een uitspraak van theoloog Harry Kuitert over godsdienst als menselijk maakwerk (‘Alle spreken over Boven komt van beneden, ook het spreken dat beweert van Boven te komen’) geeft in een notendop inzicht in de zogenaamde volksopstanden die in 2016 leidden tot de Brexit en de verkiezing van Donald Trump. ‘Alle spreken over beneden komt van boven, ook het spreken dat beweert van beneden te komen’. Met andere woorden, de zogenaamde volksopstanden zijn geregisseerd van bovenaf. Het heeft wel in politieke marketing, maar niet in beleid iets te maken met populisme dat de kloof tussen burger en politiek probeert te dichten. In de kern zijn de zogenaamde volksopstanden van 2016 opstanden van de elite. Dat is al langere tijd een vermoeden, maar steeds meer aanwijzingen geven onderbouwing aan dit standpunt.

Donald Trump die ‘het moeras zou droogleggen’ deed het omgekeerde. Hij haalde multimiljonairs en bankiers van Goldman Sachs (Gary Cohn en Steven Mnuchin) in zijn kabinet, terwijl hij beloofde het omgekeerde te doen. Big sponsor Robert Mercer stopte via Renaissance Technologies meer dan 15 miljoen dollar in Trumps campagne. Daarvoor verwachten sponsors iets terug in de vorm van lagere belastingen of minder regelgeving.

In twee artikelen gaat OpenDemocracy UK, hier en hier, in op de macht van Legatum Institute dat de drijvende kracht was achter de Brexit en er nu achter de schermen alles aan doet om te zorgen dat er een harde Brexit komt. Het werkt samen met minsters als Boris Johnson om brieven te schrijven die aandringen op een harde Brexit en probeert Downing Street 10 te kapen. Naar verwachting kost een harde Brexit het Verenigd Koninkrijk een verlies van een half miljoen banen, aldus een bericht in het FD. Net als de sponsors die Trump in het zadel hesen gaat het Legatum om deregulering en het eigenbelang van een kleine, rijke klasse.

De waarheid wordt langzaam zichtbaar dat Trump en de initiatiefnemers achter de Leave-campagne die tot de Brexit leidde niet handelen in het belang van het volk. Die waarheid wordt vertroebeld door nepnieuws op (sociale) media en dringt zo nauwelijks echt door tot de publieke opinie. De paradox is dat deze ‘populisten in naam’ die zeggen te handelen namens het volk niet het neoliberalisme afbreken, maar het verder optuigen.

Trump en politici achter de Brexit zoals Nigel Farage en Boris Johnson beloofden dat het volk de controle terug zou kunnen nemen, maar bewerkstelligden het omgekeerde. Ze legden de macht in de handen van een kleine klasse die zich schimmig ophoudt achter de schermen en geen enkele politieke verantwoording aflegt.

In een commentaar van mei 2016 beschreef ik dat proces aan de hand van een pro-Brexit documentaire van Martin Durkin: ‘Brexit: The Movie is bedoeld om het brede publiek voor het karretje van een elite te spannen die dit probeert te verbergen door zelf over een EU-elite te praten. Als verdediging kiest het daarom als bliksemafleider de aanval. Tragisch is dat het merendeel van het publiek niet in de gaten heeft hoe het zich laat manipuleren door de ene elite die tegen de ander elite zegt te ageren. (..) Dat tekent het politiek debat van een publiek dat de weg kwijt is en zonder dat zelf te beseffen de agenda van Britse aristocraten, zakenmensen en rechts-nationalistische politici als Nigel Farage volgt.’ Het nieuws is niet dat dit nieuws is, maar dat de al langer in grote lijnen bekende feiten zo tergend langzaam doordringen tot de publieke opinie.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelHow Legatum has written the hymn sheet for a Dirty Brexit’ van Brendan Montague op OpemDemocracy UK, 27 november 2017.

Framing op TPO over sociaal-democratie en God. Sociaal-culturele onderwerpen dienen als afleiding voor vragen over macht en bezit

leave a comment »

Het moet niet veel gekker worden, een student die zich op sociale media (TPO) presenteert met een ‘essay’. Een literair genre dat door Michel de Montaigne in 1580 is gemunt en hoge eisen stelt aan originaliteit, stijl en intellectuele diepte. De inzet is brutaal. De sociaal-democratie wordt voor het beklaagdenbankje van God gesleept. Ziet u het zich voor u? Maar uiteindelijk gaat het betoog uit als een nachtkaars. Door de stapeling die eruitziet als een omgevallen boekenkast zonder structuur. Het is bij nader inzien rechttoe-rechtaan rechts-conservatisme dat past binnen de politieke richting van TPO, maar zich vermomt als neutrale waarnemer. Simpele haat tegen ‘links’ wordt via een omweg verpakt. De sociaal-democratie verdient kritiek, maar wel eerlijke en directe kritiek. Niet de propagandapraat die Max van Duijn ervan maakt. Mijn reactie:

Een onevenwichtig betoog dat van alles met alles verbindt en daardoor scherpte mist. Het zij de auteur vergeven omdat hij zijn studie nog moet afronden, maar de lezer schiet niks op met zo’n stapeling van aannames en ongelijksoortige argumenten. Waarom TPO dit onvoldragen stuk plaatst verdient nadere uitleg.

‘Alle spreken over boven komt van beneden, ook het spreken dat beweert van boven te komen’ is de zin die Harry Kuiterts denken perfect en snedig samenvat. Het is geen uitgemaakte zaak dat de moderne mens ontkent dat God bestaat. Daarbinnen zijn weer allerlei varianten mogelijk die het debat levend houden. Als God wordt gezien als creatie en uitdrukking van mensen hoeft God helemaal niet dood verklaard te worden. God wordt dichtbij gehaald en vermenselijkt, maar ontdaan van traditionele waarden.

Daarnaast is het nogal een slag in de lucht om te stellen dat het gemis van een culturele constructie -wat God is- leegte op zou leveren. Dat was wellicht ooit zo in de overgang van een diepchristelijke naar een meer pluriforme samenleving, maar in een pluriforme en open samenleving als de Nederlandse zijn de alternatieven voor de constructie God volop aanwezig: kunst, ietsisme, techniek, wetenschap, gezin, gemeenschap. Het leven hoeft niet vanuit godsdienst beredeneerd te worden om zinvol te zijn. Integendeel, te veel godsdienst kan het leven zinloos maken.

Er is iets anders aan de hand. De mens heeft zich geëmancipeerd en heeft God als allesoverheersende kracht niet meer nodig. God is herverkaveld over vele sectoren. En is door die fragmentatie minder krachtig geworden. Zelfs religieuze organisaties koppelen God als een vormende kracht los van een allesomvattend leven, zien het niet meer als verklaring voor alles en reduceren het tot doelstelling in hun statuten. Natuur wordt op afstand gehouden door de techniek, wetenschap verklaart de verschijnselen, kunst en cultuur geven zin, en media en amusement bieden afleiding en verstrooiing. Kortom, ‘God’ is gefragementeerd en de leegte is opgevuld.

Waarom de zogenaamde dood van God speciaal de sociaal-democratie zou beschadigen is niet duidelijk. Het is overigens zo dat binnen de sociaal-democratie altijd een sterke religieuze stroming heeft bestaan: het christensocialisme. In Nederland vertegenwoordigd door Willem Banning. Als er door de sociaal-democratische politiek fouten zijn gemaakt op het gebied van immigratie, het publieke ethos van overheid en publieke sector en de financëele crisis dan zijn die in commissie met de christen-democraten en de liberalen gemaakt.

De aap komt uit de mouw als de auteur verwijst naar het thuisgevoel (oikofobie). Dat is een vage politieke constructie van de Britse conservatief Roger Scruton die enkele jaren geleden door Thierry Baudet in Nederland werd nagevolgd. Het is een even vaag containerbegrip als ‘cultureel marxisme’ waarin allerlei aannames en veronderstellingen gedeponeerd kunnen worden zonder dat het ook maar iets verklaart. Behalve de onmacht van de betoger die niet scherp kan worden en er omheen kletst.

Het is aantoonbare onzin om het specifiek de sociaal-democratie aan te rekenen dat ze met linkse partijen een afkeer van het thuis zouden hebben. Het omgekeerde is waar. De sociaal-democratie is altijd een stroming geweest die zich zowel nationaal als internationaal manifesteerde. Daar zat spanning tussen. Maar zoals internationale conflicten uitwezen moest de internationale solidariteit altijd wijken voor de keuze van de sociaal-democraten voor hun politieke en nationale basis. Liberalen via het internationale bedrijfsleven en christen-democraten via hun katholieke netwerk kozen even makkelijk of zelfs makkelijker dan de sociaal-democraten voor internationalisering. Lang voordat de term globalisme in de mode kwam. Wat de sociaal-democraten in elk geval niet verweten kan worden is dat ze het voortouw namen bij de globalisering en de uitverkoop van nationale belangen.

Het beste antwoord op dit warrig betoog van Max van Duijn is de nieuwe positionering van Jesse Klaver en GroenLinks. Klaver zegt te kiezen voor de ouderwetse sociaal-economische waarden als macht, inspraak en verdeling van de welvaart. Het zijn deze waarden die de laatste jaren zijn weggedrukt door het sociaal-culturele debat over natie, thuisgevoel en nationale identiteit. Dat laatste wordt voor malcontenten als uitlaatklep ingebouwd en is voor de bezittende klasse en het internationale bedrijfsleven een afleidingsmiddel om dat sociaal-economisch debat niet te hoeven voeren en niets in te hoeven leveren van eigen macht en bezit.

Iedereen in een sociale achterstandpositie die zich door dit soort stukken van Max van Duijn over sociaal-culturele onderwerpen aangesproken voelt, zou moeten beseffen dat de echte betekenis ervan afleiding is en de verdediging van de gevestigde orde. Niet God, de sociaal-democratie of het thuisgevoel is dood, maar het nationaal-conservatisme dat daaraan alles ophangt is dodelijk voorspelbaar, saai en ontwijkend.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDe politiek in crisis: God is dood’ van Max van Duijn op TPO, 21 november 2017.

Wilders haalt zeer behoedzaam de banden met het Kremlin aan

with one comment

Geert Wilders maakt een opmerkelijke draai richting Russische Federatie. Voorheen hield hij er afstand van omdat hij voornamelijk door sponsors uit de VS en Israel die niets van de Russische Federatie moesten hebben werd gesteund. Wat de aanleiding is om de koers te verleggen is onduidelijk. Dat kan de concurrentie van Thierry Baudet zijn en de opmars in de peilingen van Forum voor Democratie. Of het kan de druk van de zusterpartijen als het Front National en AfD in het Europarlement zijn om richting Kremlin te kruipen. Maar het meest opvallend is dat Wilders voorzichtig is en ondanks zijn toenadering tot Putin toch afstand houdt.

Het meest onbegrijpelijke in Wilders’ commentaar is niet zijn cosmetische of echte toenadering tot de Russische Federatie, maar zijn afstand tot de EU. Terwijl het belang van Nederland toch het best tot zijn recht komt in een sterke EU. Daarom zou een Nederlandse nationalist -die Wilders zegt te zijn- gediend zijn bij een sterkere en betere georganiseerde EU. Des te meer omdat president Trump zich mentaal en politiek terugtrekt van EU en NATO. Wat Wilders zegt is uiteraard onjuist. Het is niet de EU die afstand neemt van de VS, maar de VS die afstand neemt van de EU en NATO. Wat een Nederlandse politicus te verwachten heeft van het Kremlin is onduidelijk. Want de leiding van de Russische Federatie doet er alles aan om de EU te verzwakken en te verdelen. Zowel van de VS als de Russische Federatie moet de EU het op dit moment niet hebben. De EU moet het zelf doen en heeft er ook een goede basis voor omdat het een krachtige en opbloeiende economie heeft.

Vanwege een Kremlin dat zand in de machine van de EU strooit valt de zich nationalistisch opstellende Wilders niet te begrijpen. Hij zegt voor Nederland te gaan, maar schurkt tegelijk -halfslachtig- aan tegen Putin en het Kremlin. Waarvan het nog maar de vraag is wat ze Nederland te bieden hebben. Wat heeft Nederland te maken met de politiek van de Russische Federatie en wat heeft het daarvan te verwachten? Waarom zoeken Nederlandse nationalisten als Wilders toenadering tot het Kremlin? Wilders zegt dat het hem niet om leningen te doen is, wat bij het Front National wel het geval is. Ziet Wilders in dat een Nederlandse nationalist geen Russische nationalist is, en dat Nederland van een Russische nationalistische politiek niets te verwachten heeft? De Russische Federatie geeft niets om Nederland en gaat het om de Russische Federatie. Daarbij komt dat de Russische Federatie nauwelijks een democratische traditie of een traditie van open overleg met andere landen heeft. Waarom zouden Putin en de Russische Federatie zich inspannen voor het Nederlands belang?

Gaat het Wilders wel om Nederland of gaat het Wilders alleen om Wilders? Nederland heeft de EU nodig om niet alleen te staan en om politiek, economisch en militair beschermd te zijn in de grote boze wereld. Het lijkt uit de behoedzaamheid van zijn draai richting Kremlin dat Wilders beseft dat hij niets van Putin te verwachten heeft. Zonder dat hij dat met zoveel woorden zegt. Wilders maakt een draai om electorale of andere opportunistische redenen. Hij komt hiermee in lijn met zijn radicaal-rechtse vrienden in Europa. Hij wint wat aan de ene kant en levert wat in aan de andere kant. Politiek is geconcentreerd opportunisme dat, zo blijkt, Wilders minder serieus neemt dan de meeste van zijn volgelingen. Het korte termijn denken wint het van de lange termijn. Wilders denkt tactisch te kunnen opereren omdat hij toch geen strategie heeft. Zo maakt hij een spel van de politiek door het speelveld te verbreden. Wat maakt het uit? Een gokje hier of een gokje daar?

Russian Culture Minister Medinsky threatens the Netherlands in connection with art loans from the Crimea

with 2 comments

Russian state controlled Sputnik argues in an article a collection must be returned to the Crimea. It is at the Allard Pierson Museum in Amsterdam. Russian Culture Minister Vladimir Medinsky told Sputnik ‘he did not consider possible the continuation of inter-museum relations with the Netherlands if the country does not return the collection of ancient Scythian gold to Crimea’. But Medinsky only gives threats, no arguments. My comment on the article:

This affair in the core is about the question whether the Crimea is occupied territory or not. The world community in majority thinks so and confirmed this in the non-binding UNGA resolution 68/262 which said the Russian Federation occupied Crimea in 2014 in an illegal way and held a flawed referendum. The Netherlands supported this resolution.

So, what the Culture Minister Medinsky of the Russian Federation says is too simple and too bluntly. He mixes cultural, legal and political arguments and tries to select them selectively.

The Netherlands is a functioning state of law and wants to connect justice, proportionality and good political relations with all countries. The Allard Pierson Museum and the Amsterdam University of which the museum is a part -and were the loans are kept- also want to act according to international law.

‘The Convention for the Protection of Cultural Property in the Event of Armed Conflict with Regulations for the Execution of the Convention 1954’ is accepted by the international museum organization ICOM as a starting point.
http://portal.unesco.org/…/ev.php-URL_ID=13637&URL_DO…

It says in article 5.1: ‘Any High Contracting Party in occupation of the whole or part of the territory of another High Contracting Party shall as far as possible support the competent national authorities of the occupied country in safeguarding and preserving its cultural property.’

So, the Allard Pierson Museum and the Amsterdam University face a dilemma. A Museum is not a political organisation, but in this matter it has to give a political interpretation of a politicized issue because of a war between Ukraine and the Russian Federation. A situation which did not exist when the loans were granted by the Ukrainian museums.

The norm is the interpretation of the guidelines of ICOM. The Allard Pierson Museum and the Amsterdam University have the obligation to follow the norms of their field, the musuem sector.

Because of the political conclusion in the UN it seems strongly this Dutch musuem has to play by the rules of ICOM. It has little room to set aside the guidelines of ICOM.

The political reality is that globally the majority of countries have the opinion that Crimea ihas been occupied illegally by the Russian Federation and the so called referendum was not legally valid.

Crimea is since 2014 occupied by a foreign power and the Allard Pierson Museum and the Amsterdam University can not act differently than not returning the loans to occupied territory. Because they have the obligation to safeguard and preserve them. Against their will and because of a political situation it plays no part in.

Whether they have to keep it in custody until Crimea is no longer occupied or that they have to send it back to Ukraine immediately, is a question that needs to be considered legally.