George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Privatisering

NS is het spoor bijster. CalamiteitenCatering deelt snoep uit

leave a comment »

ns

Is er een afspraak tussen de NS en de gevestigde media om de problemen op het spoor niet de aandacht te geven die ze verdienen? Het lijkt er sterk op. Wie met de trein reist heeft het tegenwoordig moeilijk. Treinen zijn vertraagd of vallen uit. Trajecten moeten in de bus afgelegd worden. Al jaren wordt gezegd dat de NS werkt aan verbetering van het spoor. Hoelang kan dat gezegd worden zonder dat het ongeloofwaardig is?

13265897_1040074759454203_4007937114127652824_n

Daar komt nog iets anders bij: obesitas. Aangejaagd door de NS. De invalkracht van de ‘CalamiteitenCatering’ deelt snoep uit op die plekken waar het ontspoort. Zoals in Utrecht. Met als gevolg dat slecht bediende klanten hun ontevredenheid over de NS en Pro-Rail nijdig wegvreten. En de NS vreet de ontevredenheid over de eigen prestaties weg door ruimhartig de voor een prikje aangekochte bulkpartijen snoep weg te geven.

Dat in de hoop dat reizigers zich hiermee laten zoethouden en vergeten te doen wat onderhand nog helpt om de chaos op het spoor een halt toe te roepen: bezetting van het NS-hoofdkantoor en een ernstige reprimande voor het hoofdbestuur. Met als ultieme terechtwijzing dat het verplicht wordt het eigen derderangs snoep op te vreten, voordat het in een werkperiode van 2 jaar heropgevoed wordt in een kamp op de Veluwe waar het spoorbielsen moet teren en seinpalen verven en in de avonduren verplicht hardop moet voorlezen uit het managementsboek ‘De Klant is Koning’ (deel 1)’. Berusting en meebuigen met de loop der gebeurtenissen is een goede eigenschap. Maar de NS rekt dit bij de eigen reizigers op dit moment tot het onaanvaardbare op.

Het is onontkoombaar om de chaos op het spoor niet te zien als teken van wat er mis is met Nederland. Zoals de verloedering van de openbare ruimte, de toenemende kloof tussen burger en politiek, het breken of niet nakomen van beloften door overheden en bedrijven, de macht van managers zonder kennis van zaken over professionals met verstand van zaken, de privatiseringsgolf met cashende bestuurders die ten koste van het voorzieningenniveau is gegaan en vooral de marketing. De vloek van het moderne leven die op tijd rijdende treinen vervangt door snoep, en afspraken met beloften over beterschap. De NS als ‘leertraject’. Voor de NS.

Foto 1: Schermafbeelding van berichtUitloop werkzaamheden Utrecht Centraal’ van de NS, 29 mei 2016.

Foto 2:  Utrecht, 28 mei 2016.

Tilburg ziet stedelijke openbare ruimte als onderneming. En kunst als afgeleide daarvan

leave a comment »

til

Schrik slaat om het hart bij lezing van de stukken (zie 17) van de gemeente Tilburg over kunst in de openbare ruimte. Bij een project van het openbaar bestuur dat zich bij de tijd acht past uiteraard een hedendaags acroniem: CUPUDO. Jawel, CUltuur in het PUblieke DOmein. Het is niet zozeer de bestuurlijke taal vol holle frases waarin de overmoed en de citymarketing doorklinken en alles drie keer wordt gezegd die afschrikt, maar de koers van een bezuinigende, terugtrekkende overheid die met afleidende kletspraatjes het publieke domein overlevert aan externe partijen. Tilburg denkt haar nadeel van een overheid die geen initiatieven voor de openbare ruimte meer neemt straffeloos om te kunnen vormen tot een voordeel. Tilburg volgt Richard Florida in zijn generalisaties over de creatieve klasse en een maatschappelijk bedrijfsleven die de gemeente  aan de haren uit het moeras trekken. Tilburg tovert zich rijk en zit voortaan op de achterbank als ‘regisseur’.

Neem dit citaat uit de Verkenning, p.8: ‘Voor grote (kunst)projecten op stadsniveau zal de samenwerking gezocht moeten worden met private partijen als projectontwikkelaars, architectenbureaus, creatieve ondernemers en organisatoren van festivals. Private financiële bijdragen maken grote dynamische en tijdelijke (kunst)projecten in de openbare ruimte mogelijk, waarmee de stad zich kan profileren. De stedelijke openbare ruimte kan in dit kader gezien kunnen worden als onderneming. Wanneer een private partij zeggenschap krijgt over een aangewezen openbare locatie, zonder dat de overheid daarin beperkt, zal er door deze partij meer in de openbare ruimte worden geïnvesteerd. Hier fungeert de overheid als bewaker van het algemeen belang, om de kwaliteit van het publieke domein te kunnen waarborgen en sociaal maatschappelijke uitsluiting te voorkomen.’ Wensdenken als vlucht vooruit kan niet beter omschreven worden dan hier gebeurt.

De gemeente Tilburg ziet de stedelijke openbare ruimte als onderneming. Is dat gemeend of een ongelukkig gekozen bewoording? Wat is er aan de hand in bestuurlijk en ambtelijk Tilburg? Heeft de verbeelding het overgenomen van het gezond verstand? Maar vooral roept dit de vraag op waar dit de rol van het openbaar bestuur laat. De volgende stap is mogelijk de volledige privatisering van de gemeente Tilburg. De zwakkeren die niet meer voor zichzelf kunnen opkomen worden aan hun lot overgelaten en niet meer door de gemeente beschermd. Projectontwikkelaars, architectenbureaus, creatieve ondernemers en organisatoren van festivals mogen voortaan de openbare ruimte van Tilburg als onderneming zien. Het Tilburgse model voor de openbare ruimte is de ultieme verwatering van zowel de kunst als het openbaar bestuur. Wie heeft daar profijt van?

Foto: Citaat uit Nota CUPUDO Tilburg, januari 2016. (Op 1 maart 2016 start de ‘pilot’ van het ‘Stadslab’ dat de openbare ruimte als onderneming ziet; provincie Noord-Brabant zou positief zijn over de toekenning van de zogenaamde impulsgelden).

Bestuurlijk veel mis bij Museum Kranenburgh. Wie grijpt er echt in?

with 2 comments

deel001alsi01ill23

Het Noordhollands Dagblad plaatste op 24 oktober een interview met directeur Kees Wieringa van Museum Kranenburgh in Bergen onder de titel ‘Kranenburgh is geen buurthuis meer’ met opzienbarende uitspraken. Wieringa benadrukt dat hij een ‘puinhoopsituatie‘ aantrof toen hij drie jaar geleden aantrad en dat hij daar een sterke organisatie van gemaakt heeft: ‘Een sfeer van achterklap heerste: de toenmalige raad van toezicht, gemeente en directie waren in conflict.’ Hij meent de juiste man te zijn: ‘Ik ben ondernemend, eigengereid en eigenwijs, dat moet je ook zijn. Het museum moet niet door een saaie zakelijke manager geleid worden.’

Wieringa heeft bestuurlijk een bijzondere kijk en vond dat hij de situatie juist inschatte en de RvT niet: ‘Het zijn mensen die weten waar ze het over hebben in de cultuurwereld, maar niet wat Kranenburgh betreft.’ En: ‘Het is zelfs zo dat ik verantwoordelijk ben als de boel instort en niet de raad van toezicht’. Met als klap op de vuurpijl de RvT die niet tegen het ‘krachtenveld’ op kon: ‘Ik snap dat het bizar is dat de werkgever moet opstappen, maar Kranenburgh heeft geen traditionele constructie. Je moet bouwen op die sponsoren’.

Henkoo geeft in een column in de wekelijkse Flessenpost uit Bergen zijn visie op de zaak: ‘Een raad van toezicht ontslaat een directeur. Die directeur verzet zich daartegen en vervolgens ontslaat die raad van toezicht zichzelf waarna een machtsvacuüm ontstaat. Een moment waarop de gemeente, statutair, had kunnen ingrijpen. Maar nee, de directeur zette zijn netwerken in om zijn positie te kunnen behouden.’ En: ‘De directeur gaat onverdroten door op de ingeslagen weg. Niks museum, dat moet, in zijn visie, een culturele onderneming worden. En wie kan dat beter doen dan hij? Hij heeft immers de wijsheid in pacht! Zonder hem dondert heel Kranenburgh in elkaar. En, pas op, kom niet aan hem want dan mobiliseert hij zijn stakeholder.’

Henkoo verwijst in z’n column naar een betoog van PvdA’er Haye van der Werf die breed kijkt naar de juiste aanpak voor Bergen als kunstenaarsgemeente: ‘Kranenburgh dreigt ten onder te gaan aan amateuristisch bestuur, ego’s, beperkte middelen en bemoeizucht van de gemeente.’ Het gaat ook om het prestige van het gemeentebestuur: ‘Maar er moet wel een oplossing komen voor “Kranenburg”. Want de gemeente heeft er 5 miljoen in gestoken plus nog eens 500.000 per jaar en we dreigen de risee van cultureel Nederland te worden.’ Haye van der Werf pleit voor een integraal cultuurbeleid: ‘Dat doe je ook niet door een als ‘museumdirecteur’ het alleenrecht op te eisen. Daar zijn andere kwaliteiten voor nodig: cultureel, financieel maar vooral menselijk en qua communicatie. Dat moet je regelen door facilitering, afstemming en creativiteit. Niet door rigide regie, vooropgezette ideeën en een gesloten front ten opzichte van opposanten.

Uit het interview en beide uitingen van Henkoo en Haye van der Werf rijst een beeld op van de verkeerde man op de verkeerde plaats. Het functioneren van directeur Kees Wieringa kan samengevat worden met de steekwoorden: zelfoverschatting, destructief, dominant, manipulatief en lak aan bestuurlijke verhoudingen. Gevoegd bij een gemeentebestuur dat geïnvesteerd heeft in Kranenburgh en bevreesd is om in de ogen van anderen af te gaan ontstaat een situatie waarin de directeur te veel ruimte kan nemen, de bestuurlijke verhoudingen op hun kop worden gezet en informele relaties en netwerken de directeur in het zadel houden.

Zie voor eerdere ontwikkelingen: ‘College Bergen loog over rol Kranenburgh. RvT gepasseerd en opgestapt’.

Foto: Lucebert, Tekening. Uit: Raster 30, 1984.

College Bergen loog over rol Kranenburgh. RvT gepasseerd en opgestapt

with 2 comments

berg

De Raad van Toezicht (RvT) van Museum Kranenburgh in Bergen is in augustus 2015 vrijwillig opgestapt. Deze bestond uit voorzitter Els Swaab (advocaat en oud-voorzitter van de Mondriaan Stichting en oud-voorzitter van de Raad voor Cultuur), Edwin Jacobs (directeur Centraal Museum Utrecht), Hans van de Leygraaf (Leygraaf Makelaars Alkmaar), Hans Schoo (programmadirecteur Antoni van Leeuwenhoek Amsterdam) en Jan Sebel (registeraccountant en partner PwC Amsterdam). Reden zou de inmenging door ‘sponsors’ zijn in de relatie met de directeur/bestuurder Kees Wieringa, waarvan de gemeente Bergen er ook één is. De RvT had tijdig aangekondigd Wieringa per 30 september te ontslaan, waarop de sponsors en andere betrokkenen dit zouden hebben tegengehouden. De RvT is werkgever van de directeur en is vanwege alle inmenging afgetreden, ook om het museum niet verder te beschadigen. Daarom is het tot nu toe buiten de landelijke publiciteit gebleven.

In het interpellatiedebat dat op initiatief van oppositiepartijen VVD en Gemeentebelangen op 1 oktober werd gehouden en waarin VVD’er Cees Roem het voortouw neemt wordt door wethouder Odile Rasch (D66) ontkend dat de gemeente heeft geïntervenieerd met als doel Wieringa in functie te houden. Rasch doet berichtgeving in het Noordhollands Dagblad af als onjuist. Maar bovenstaand bericht in hetzelfde dagblad van 17 oktober doet anders vermoeden: ‘Uit notulen blijkt dat de burgemeester en wethouder eerder samen met door Wieringa ingeschakelde advocaat Lucas van Eeghen en jurist Ger Brusche hebben geïntervenieerd.’ Opvallend is dat deze Ger Brusche als ‘slapend’ lid van de oude RvT een nieuwe RvT heeft gerealiseerd zoals wethouder Rasche in het interpellatiedebat uitlegde. Zonder dat Brusche trouwens lid is geworden van deze nieuwe RvT.

In het interpellatiedebat wijst David Jan Zeiler van Gemeentebelangen op het geprivatiseerde Wereldmuseum waar het Rotterdamse college ingreep. Mede omdat het subsidie verleent en eigenaar van de collectie is. Bij Kranenburgh bestaat een soortgelijke situatie, daar is de gemeente voor 90% eigenaar van de collectie. Deze verwijzing van Zeiler geeft aan dat er ook voor een gemeente op afstand mogelijkheden zijn om zich te mengen in de bedrijfsvoering van een culturele instelling die dreigt te ontsporen. Op voorwaarde dat dat via de koninklijke weg van openheid en overleg met de raad gaat. In Bergen lijkt het omgekeerde gebeurd. Het college heeft achter de rug van de RvT om en buiten het overleg met de voltallige raad zich met zaken bemoeid waarover het formeel geen zeggenschap had. Dat zegt alles over de bestuurscultuur van Bergen.

bergennh

Foto 1: Bericht ‘College Bergen loog over rol Kranenburgh’ in het Noordhollands Dagblad, 17 oktober 2015.

Foto 2: Schermafbeelding van ‘VVD Bergen blijft met vraagtekens over situatie Kranenburgh zitten’ op VVD Bergen NH. Zie hier voor de raadsvragen van VVD en Gemeentebelangen (zie Vergaderstukken bij agendapunt).

Open brief aan Aboutaleb: het doorzicht van Olphaert den Otter

with 5 comments

imageproxy.aspx

Beeldend kunstenaar, activist en Rotterdammer Olphaert den Otter schreef op verzoek van het tijdschrift Metropolis M een brief aan burgemeester Aboutaleb van Rotterdam. Op mijn vraag waarom hij de brief nou precies aan de burgemeester stuurde antwoordde Den Otter op zijn Facebook-pagina waar hij de brief doorplaatste: ‘In zekere zin is de brief symbolisch. De brief is een bericht. Strijden deed ik – deden we – met werkelijke politieke krachten. Overigens is dat een strijd die ook deels symbolisch is, omdat de politieke werkelijkheid nogal verschilt van de werkelijkheid die jij en ik en Jan en Alleman hem kennen. Maar nu, in een soort flash back, wilde ik me richten tot de burgervader van deze stad. Hij krijgt hem ook nog in de bus. Ik had hem ook aan de koning kunnen schrijven. Was ook mooi geweest.

Los van zijn inhoudelijke betrokkenheid en deskundigheid verdient Olphaert den Otter steun omdat hij pleit voor het weer aan de macht brengen van de verbeelding. Als een echo van provo opent hij vergezichten die door het openbaar bestuur gesloten zijn. Den Otter stapt uit het frame van de politiek die door de politiek zelf doorgaans teruggebracht wordt tot partijpolitiek. Wat we nu zo grotesk zien bij het WM in de benoemingen van zowel de kern van de RvT als de interim directeur: partijpolitieke benoemingen die ver van de burger afstaan. Dit adres van Olphaert den Otter is een meesterzet omdat het de weg naar de burger opent.

Geachte heer Aboutaleb,

Hoe u de afgelopen tijd de gebeurtenissen rond het Wereldmuseum Rotterdam hebt beleefd weet ik niet. Misschien zag u rimpels in de vijver, meer niet. Of gedoe rond het college van b & w, wat u vermoedelijk betreurt. Ik hoop echter dat u zag dat hier iets heeft plaatsgevonden dat een diepliggende oorzaak heeft. Als deze niet onderkend wordt kan zich hetzelfde drama opnieuw voltrekken. Mag ik met u de gebeurtenissen langslopen en steeds verder afdalen, op zoek naar die oorzaak?

Oppervlakkig gezien heeft de directeur van het Wereldmuseum zich slecht van zijn taak gekweten. Het museum is niet op orde, de collectie in gevaar, bezoekersaantallen dalen, de eigen inkomsten eveneens. En dat ondanks de plannen van de directeur om in 2016 onafhankelijk te zijn van gemeentelijke subsidies. Dat is natuurlijk allemaal niet best, dus is de directeur teruggetreden uit al zijn functies.
Eén laag dieper zien we falende controle door een Raad van Toezicht, die het laatste jaar ook nog eens defungerend was, door verlopen termijnen van alle leden.
Nog een laag dieper zien we het Gemeentebestuur en de Gemeenteraad die van alle opzichtige gebreken bij het museum onkundig zijn. Bovendien is daar de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) die uw college adviseert. Tot zeer kort voor de val van de directeur was deze raad laaiend enthousiast over hem.

Om dit allemaal te begrijpen moeten we nog een trede afdalen. Het is namelijk merkwaardig dat de chaos in het museum aan het licht moest worden gebracht door de media (de Groene Amsterdammer verdient veel lof) en door de Publieksactie Wereldmuseum, die bestaat uit betrokken burgers – in deze kwestie amateurs (dat betekent: liefhebbers). Zij hebben de verantwoordelijken slechts met de grootste moeite van de werkelijke stand van zaken kunnen overtuigen. Hoe is dat mogelijk?
Men zag het niet. Omdat men het niet wilde zien. Men zag liever een geslaagde ‘cultureel ondernemer’ die een museum runt op een nieuwe manier. Rotterdam zou zo laten zien dat het kon: cultuur aanbieden op het allerhoogste niveau en nog gratis ook, want het zou zich allemaal zelf gaan bedruipen. Het bleek toch gewoon een fabeltje.

Nu gaan we de laatste trede af. Dit alles heeft kunnen gebeuren doordat:
1 – het idee heeft postgevat dat cultuur een ‘product’ is als ieder ander
2 – Rotterdam geen idee heeft wat voor stad ze wil zijn.
Cultuur lijkt wel een beetje op natuur. Beiden lijken volkomen vanzelfsprekend aanwezig, maar spring je er onzorgvuldig mee om dan zijn ze zomaar in gevaar en komt het niet vanzelf weer goed. Cultuur is geen handelswaar. Het is ook niet zo dat het wel zonder kan, als er geen vraag naar is. Cultuur heeft geen nut. Cultuur heeft zin. Daarom behoeft cultuur aandacht, liefde en bescherming.
Terug naar Rotterdam. De aantrekkingskracht van een stad wordt vrijwel altijd bepaald door een goed cultureel klimaat. Zo’n stad is rijk. Ik bedoel nu rijk in aanbod, maar mocht u het anders gelezen hebben, dan mag dat ook. Want beide betekenissen gaan in de regel samen.

U snapt waar ik heen wil: zo’n stad is Rotterdam nu niet. Rotterdam kreeg van de geschiedenis weinig cultuur cadeau. En dan zou juist in deze stad de cultuur uit zichzelf gaan bloeien. Wat een misvatting! Wie niet zaait oogst niet.

Het is nu zaak een vergezicht te schetsen van de stad die Rotterdam wil zijn, als ze niet wil wegglijden in volstrekte onbeduidendheid. Daarvoor is een regelrechte cultuuromslag nodig. Goed woord eigenlijk, in dit verband.
Het is niet meer dan logisch dat het Wereldmuseum weer een prominente rol gaat spelen in de stad met een ‘wereldhaven’; een stad die zich er bovendien op laat voorstaan 200 nationaliteiten veilig en welvarend te huisvesten en werk aan te bieden. Omring u met de beste adviseurs die u kunt vinden. Zoek geen praktische oplossing voor het Wereldmuseum, maar een inhoudelijke. Zit de culturele potentie van het museum niet langer in de weg met bestuurlijke desinteresse en laissez-faire. Blaas in het vuur! Omarm initiatieven. Geef ruimte. Ik heb nog niet één keer gezegd: geef geld. Een gezond cultureel klimaat is voor iedere stad van vitaal belang. Investeren daarin is vanzelfsprekend. Maar vanzelfsprekende zaken moet je willen zien.
De situatie rond het Wereldmuseum biedt Rotterdam de kans om te bouwen aan een spraakmakend etnografisch museum, dat alle burgers van deze internationale stad bedient en andere bezoekers trekt. Niet met een horeca-lijmstok, maar met haar eigen topcollectie en een inhoudelijk overtuigend plan. Etnografische musea voeren een levendig debat over de omgang met hun koloniale collecties. Dit is het moment waarop Rotterdam die arena moet betreden. Eerst als luisteraar – want we hebben onze tijd zitten verdoen en niet opgelet. Maar als we vlotte leerlingen zijn (lees: aantrekken) kunnen we in het prachtige gebouw aan de Willemskade – waar het museum op 1 mei 2015 al 130 jaar haar huis heeft – spoedig meepraten.
Het is weer eens mouwen opstropen in Rotterdam. Heerlijk!

Met vriendelijke groet,

Olphaert den Otter
Beeldend kunstenaar en initiatiefnemer Publieksactie Wereldmuseum Rotterdam

Foto: Neksteun uit de Democratische Republiek Congo, Hemba. eind 19de eeuw. Collectie: Wereldmuseum, inventarisnummer 29821.

Koningsdag als ‘product’ gekaapt door bedrijven. Weg volksfeest

with 3 comments

Koningsdag wordt onder de nieuwe koers van koning Willem-Alexander geprivatiseerd door het bedrijfsleven. Weg van het volk, richting bedrijfsleven. Had Koninginnedag onder koningin Juliana en Beatrix nog de intentie van volksfeest, dat idee lijkt achterhaald. Het bedrijfsleven wrikt zich in het gat. Koningsdag is een product dat in de markt gezet moet worden. In Apeldoorn redeneert de woordvoerder van Dutch Orange Company recht wat krom is. Want zonder privatisering is het lastig voor bedrijven op evenementen te staan en daaraan te verdienen. Maar waar staat geschreven dat bedrijven aan koningsdag moeten verdienen? De redenering van bedrijven die koningsdag en andere evenementen voor hun karretje willen spannen is best, maar waar is de politiek om deze handelswijze een halt toe te roepen? Is burgers iets gevraagd? Wordt straks het koningshuis verkocht aan de hoogst biedende multinational? Of is dat proces al verder gevorderd dan we vermoeden?

RvT Wereldmuseum laat directeur nog zitten. Is dat verstandig?

with 2 comments

ruud

Afgelopen dagen werd in de media en de Rotterdamse gemeenteraad druk gespeculeerd over het vertrek van directeur Stanley Bremer van het Wereldmuseum. In de openbaarheid hintte cultuurwethouder Adriaan Visser (D66) op zijn spoedige vertrek. In een rapport is Gitta Luiten ronduit negatief over het beleid van het Wereldmuseum. Ze lichtte dat gisteren onder beantwoording van vragen in de raadscommissie ZOCS toe. Luiten constateert dat het museum door toedoen van de directie in een neergaande spiraal is terechtgekomen.

Bremers beleid pakte over de hele linie verkeerd uit. Tel maar na: teruglopende bezoekcijfers, teruglopende educatie, ontslagen wetenschappelijke staf, belangenverstrengeling op vele niveau’s (kunsthandel, familie in dienst), onlogische focus op de deelcollectie Azië en slecht onderbouwde ontzamelplannen, onzorgvuldig fysiek beheer en registratie van de collectie met beschadigingen tot gevolg, maatschappelijke isolatie vanwege bewust verbroken netwerk (volkenkundige musea, museumvereniging, Rotterdamse musea), tegenvallende sponsorinkomsten, oplopende financiële tekorten en publicitaire (reputatie)schade vanwege alle incidenten.

Vanwege onzorgvuldig handelen van een vorige Raad van Toezicht (RvT) was de termijn verlopen zodat er geen bevoegde raad meer was en moest via de rechter een nieuwe raad benoemd worden die pas deze week in functie kon treden. De verwachting was dat deze al drie maanden geleden door Visser aangezochte Raad zich goed voorbereid zou hebben en krachtdadig van start zou gaan. Niets is minder waar. Raadsvoorzitter Harry Kramer zegt vandaag in het AD: ‘We brengen nu eerst onze raad van toezicht op sterkte en zullen na de zomer rapporteren aan het college’. Dit staat in schril contrast tot de verwachtingen die Visser gewekt heeft om Bremer snel de laan uit te sturen en het Wereldmuseum een nieuwe start te laten maken. Zo ontstaat een nieuw politiek feit: er zit licht tussen de woorden van wethouder Visser en de pas aangetreden RvT.

Juridisch zou directeur Bremer sterk staan omdat de vorige RvT hem jaarlijks een goede beoordeling -of zelfs een gratificatie- gaf. Maar er valt heel wat af te dingen op het opereren van de vorige RvT onder voorzitter Rein Breeman. Zo constateert Luiten op p.45 dat de directie in 2013 en 2014 de RvT wees op de aflopende termijn: ‘De directie heeft de Raad herhaaldelijk gewezen op de aflopende termijnen en aangedrongen op het spoedig benoemen van opvolgers, zoals blijkt uit notulen en correspondentie.’ Maar de RvT benoemde geen opvolgers. De vraag is daarom gerechtvaardigd of deze opstelling van de nieuwe RvT juist, verstandig en niet te voorzichtig is. Denkt het door een ambtelijke houding een wegkwijnend Wereldmuseum optimaal te dienen?

Foto: Tweet van Ruud van der Velden, 16 april 2015.