Weer zo’n debat over desinformatie en journalistiek: S.E. Cupp en John Avlon

Een gesprek tussen de CNN-journalisten S.E. Cupp en John Avlon over desinformatie en journalistiek. Ze hebben beide een gematigd profiel en willen de verdeeldheid in de Amerikaanse politiek en samenleving overwinnen en de democratie versterken. Wat nodig is om de desinformatie van president Trump en zijn medestanders terug te dringen blijft in het midden hangen. Cupp zegt bang te zijn. Hoe dan ook is het een goed voornemen om terug te vechten. Dat is echter een uitgangspunt en geen werkbare methode. Ja, de journalistiek moet onpartijdig zijn en elke president kritisch volgen. Dat is het abc van de journalistiek en het verschil met journalistiek activisme.

Maar waar laat dat de desinformatie via sociale media van wicheleroedelopers, graancirkelsdenkers, anti-vaccinatie activisten, anti-stikstof veeboeren, anti-pedofiele QAnon-isten en in het algemeen de anti-overheids leunstoelgeneraals in de VS en Europa die zo luidruchtig aan de weg timmeren? Het is niet zo dat de staat passief is en niet terugvecht. Inlichtingendiensten en krijgsmacht brengen de ondermijning via desinformatie in kaart. Maar omdat opstandige, malcontente of halsstarrige burgers het recht hebben om te liegen, te ontkennen en vals te beschuldigingen en ze met velen zijn kan de journalistiek dat in de publieke opinie nauwelijks meer bijbenen.

Wat is de oplossing? Die gaat in elk geval niet in de richting van staatspropaganda om de desinformatie van de complotdenkers te neutraliseren. Dan is het middel erger dan de kwaal. Het gaat evenmin in de richting van de versterking van de journalistiek omdat die grote groepen van de samenleving niet meer bereikt. Hoewel de journalistieke infrastructuur wel op peil moet blijven. Het vergroten van de mediawijsheid en politieke en historische kennis via een uitgebreid schoolprogramma van media educatie duurt te lang en komt te laat.

Er zit niets anders op dan te hopen dat de krachten in het midden van politiek en journalistiek hun werk blijven doen. Met het streven om problemen op te lossen. Dat houdt in dat sociaal-economische achterstanden van gemarginaliseerde groepen weggewerkt en uitwassen van het kapitalisme flink teruggedrongen moeten worden. Weg van het aandeelhoudersbelang richting duurzaamheid en burgerbelang. De horizon moet verbreed worden.

Als daarnaast techgiganten als Facebook, Twitter en Google eindelijk door strenge overheidsmaatregelen verplicht worden om hun volle verantwoordelijkheid te nemen als journalistiek medium, dan kan dat de functie van de journalistiek helpen opwaarderen. De verwachting is dat het rechts-populisme zichzelf overwint en overwaait als een mode waarover later opgemerkt wordt dat het net zoiets was als de provo’s in de jaren 1960. Een uiting van de tijdgeest. Oh, wat maakten we ons zorgen, maar wat is het vergeleken met wat ons in 2050, 2075 of 2100 overkomt?

Aandacht voor Amerikaanse verkiezingen: Nederlandse publieke omroep lijdt aan de paradox van de geprojecteerde verwachting

Het is de paradox van de buitenlandverslaggeving op televisie over een land met een taal die de Nederlanders redelijk machtig zijn. Door internet en kabeltelevisie met talloze buitenlandse zenders openbaart zich een tweedeling. Goed geïnformeerde en taalvaardige nieuwsconsumenten richten zich direct op de primaire bronnen en zijn in specifieke kwesties beter en meer up-to-date geïnformeerd dan de Nederlandse televisiejournalisten die het Nederlandse publiek moeten informeren. Als deze nieuwsconsumenten daarnaast ook nog voldoende inzicht hebben in de geschiedenis en de politieke realiteit van zo’n land, dan kunnen ze zelf tot een afgewogen oordeel komen. Dat is de hink-stap-sprong die de publieke omroep parten speelt.

Net als de dagbladjournalistiek zou de Nederlandse publiek omroep zich moeten concentreren op het geven van achtergrondinformatie (getuigenissen in het veld, interviews met hoofdrolspelers, analyses met historische diepte à la Ian Buruma). Maar het niveau van de vaste gasten is bedroevend. Zoals Clingendael-medewerker Willem Post die in november 2016 notabene in een opinieartikel in NRC onder de geruststellende titel ‘Het zal wel meevallen met Trumps dwaze avonturen’ debiteerde dat Trump wel ingetoomd zou worden door de instituties. Het was ook toen al aantoonbare onzin. Of die buiksprekende, eendimensionale Raymond Mens die in talkshows zijn boek mag promoten en vanwege de ‘evenwichtigheid’ mag opdraven als supporter van Trump. Zo maakt de Nederlandse televisie van zilver geen goud, maar blik. Dat is geen kennersblik.

Tegelijk ontkomt de televisiejournalistiek er niet aan om verslag te doen van kwesties die zich in real time afspelen. Het dient volgens de opdracht die het heeft het Nederlandse publiek te informeren. We zullen het vanavond weer zien. Niemand die zich diepgaand interesseert voor de Amerikaanse verkiezingen heeft wat te winnen door te kijken naar de Nederlandse televisie. Dat is slaapwandelen in dubbel opzicht. We kunnen beter slapen in bed, dan voor de slaapverwekkende Nederlandse televisie die voor een onmogelijke taak staat.

Het is de paradox van geprojecteerde verwachting. Landen en conflicten waar nieuwsconsumenten moeizaam informatie uit open bronnen over krijgen laat de Nederlandse televisie grotendeels liggen. Denk aan Nagorno-Karabach, Binnen-Mongolië, Kashmir of Burkina Faso. Aan landen en conflicten waar nieuwsconsumenten via internet en kabeltelevisie al overvloedig over geïnformeerd worden besteedt de Nederlandse televisie ook overvloedig aandacht. Dat is het patroon: het herhaalt wat we al weten en veronachtzaamt wat we niet weten.

De uitslag van de Amerikaanse verkiezingen kunnen we toch al uittekenen? Biden wint makkelijk van Trump en de Democraten winnen de meerderheid in de Senaat en vergroten die in het Huis met circa 10 zetels. (Gesteld dat de verkiezingen regelmatig verlopen en de stem van de kiezers de uitslag bepaalt).

Foto: Schermafbeelding van het programmaNOS Amerika Kiest‘ van de Nederlandse publieke omroep NOS, 3 november 2020.

Greenwald stapt op bij The Intercept vanwege censuur in artikel over Biden. Tekenend voor de grens aan activistische journalistiek?

De radicalisering van de gelauwerde in Brazilië wonende Amerikaanse journalist Glenn Greenwald eindigt voorlopig in meningsverschil tussen hem en nieuwsblog The Intercept waarvan hij in 2013 een van de oprichters was na zijn vertrek bij The Guardian. Hij en eigenaar Pierre Omidyar zijn leeftijdsgenoten. Greenwald stapt op omdat hij zich beperkt voelt omdat een kritisch stuk over Joe Biden niet integraal gepubliceerd werd. In antwoord daarop dient The Intercept hem in een redactioneel (zie boven) van repliek.

Het is lastig om het geschil op waarde te schatten. Ondanks verschillen doet het denken aan 2016 toen Wikileaks-oprichter Julian Assange in Russisch vaarwater terechtkwam en Hillary Clinton frontaal aanviel. Hij probeerde aan de linkerkant stemmen weg te snoepen van Clinton. Assange wordt ervan verdacht dat hij door geldnood gedreven gekocht werd door het Kremlin. Dat promootte ook Bernie Sanders en de linkse Jill Stein van de Groene partij met de opzet om verdeeldheid te zaaien en Democratische stemmers weg te houden bij de stembus. Dat was een succesvolle strategie die tot Trumps verkiezing leidde. Pikant is dat het eind 2010 Pierre Omidyar was die als eigenaar van eBay en dochterbedrijf PayPal zich er niet tegen verzette dat er geen geld meer kon worden overgemaakt naar WikiLeaks. Dat dreef Assange in de armen van het Kremlin.

Greenwald treedt wel eens op als gast bij het door het Kremlin gecontroleerde RT (Russia Today) dat het er vooral om te doen is om de verdeeldheid in en zwakte van het Westen te benadrukken en de verdeeldheid in en de zwakte van de Russische Federatie te verzwijgen. Het verwijt aan gasten van RT is dat ze weliswaar de vrijheid nemen om terechte kritiek te uiten op het Westen, maar tegelijk in het frame van het Kremlin stappen en zich bewust de vrijheid laten ontnemen om kritiek op de Russische Federatie en de ondermijnende acties tegen het Westen te uiten. Dat wordt niet als evenwichtig gezien en het wordt hun aangerekend dat ze ermee het recht van spreken verspelen. Wie kan geloofwaardig zijn onder acceptatie van zo’n dubbele standaard?

Toch zou men Greenwald een ethische journalist kunnen noemen die net als Matt Taibbi en Jeremy Scahill geen concessies wil doen aan de eigen integriteit. Ze zijn het geweten van de progressieve journalistiek en houden niet op om zich als zodanig te profileren. Dat roept trouwens misnoegen op bij collega-journalisten die vinden dat bij het professionalisme van hun vak samenwerking, teamgeest en geen egotripperij past.

Journalisten als Greenwald passen eerder bij kleinere nieuwsmedia als The Young Turks van Cenk Uygur of Democracy Now! van Amy Goodman, dan bij het grote MSNBC dat hoewel het zich in de meeste programma’s verzet tegen Trump een centristische koers vaart die afstand houdt tot de progressieve vleugel van de Democratische partij. Een journalist met radicale meningen en een hoogstaand idee van ethiek is slecht in te passen in een breed nieuwsmedium dat rekening heeft te houden met de eigen economische positie.

Bij die koers past geen frontale aanval op Biden. De ontmanteling van de democratische instituties en het steeds verder oprekken van de interpretatie van de grondwet door Trump vraagt alle hens aan dek. Het is toch al zo verbazingwekkend dat een minderheid van tussen de 40 en 45%  Trump ondanks alles wat God en de Founders van de Amerikaanse Republiek hebben verboden trouw blijft. Aan Greenwald blijft het verwijt kleven dat hij niet goed kan weerleggen dat hij de campagne van Trump dient door dubieuze claims van Trumps politieke campagne over te nemen en dat als onafhankelijke journalistiek te presenteren. Vooral de timing is opmerkelijk. Als het Greenwald om de waarheid en het principe van onafhankelijke journalistiek ging, dan had hij ook met publicatie kunnen wachten na de beslissing over de verkiezing van de volgende president. Tegelijk heeft Greenwald een punt dat delen van de Amerikaanse journalistiek zich mee hebben laten trekken in de politieke stammenstrijd. Maar hij lijkt niet langer de meest geloofwaardige journalist om die kritiek te uiten.

Foto: Schermafbeelding van deel redactioneelGLENN GREENWALD RESIGNS FROM THE INTERCEPT; A note from the editors’ in The Intercept, 29 oktober 2020.

SGP wenst Nederlandse militairen ‘Gods zegen’ in strijd tegen IS. Hoe erg is dit gebrek aan urgentie en verantwoordelijkheidsbesef?

Je zou maar in de Nederlandse krijgsmacht dienen en door een parlementariër van de SGP ‘Gods zegen’ in de strijd tegen IS toegewenst worden. Als ontvangende en dienende partij heb je dat te accepteren. Je wordt ongewild in de beeldvorming over een strijd tussen twee belangrijke religies getrokken. Te weten het christendom en de islam. Terwijl je als militair met andere dingen bezig bent dan religie of ‘Gods zegen’. Je moet je deze beeldvorming aan laten leunen, want het is een Nederlandse parlementariër die het zegt.

Hoe zo’n uitspraak ook past bij het theocratische DNA van de SGP en de parlementaire vrijheid om te spreken, het gaat een grens over en is ongewenst. Het is het voorbeeld van een poging om anderen christelijk jargon en denkwijze op te leggen. Chris Stoffer probeert zo zijdelings militairen van de Nederlandse krijgsmacht in te lijven in zijn wereldbeeld. Dat is een beperkt perspectief. In het publieke debat gelden regels voor mensen van diverse pluimage om met elkaar in discussie te gaan. Dat vereist schakelen van iedereen om over de eigen schaduw heen te springen om de ander open en zonder gebruik van eigen jargon tegemoet te treden. Stoffer kiest er bewust voor om zich niet-neutraal op het neutrale terrein van de Tweede Kamer op te stellen.

Er is de laatste maanden gedoe in de media over complotdenkers die wetenschap, journalistiek en politiek verdacht proberen te maken. Dat betreft een minderheid die op sociale media vooral met zichzelf in gesprek gaat. Het enige perspectief dat wisselt is dat de geïnterviewde scepticus de volgende keer de interviewer is. De inteelt van het complotdenken leidt tot een bunkermentaliteit. Dat bevordert het idee van buitengesloten zijn en leidt tot radicalisering. De isolatie van Geert Wilders is daar een vroeg voorbeeld van. Maar het gevaar voor de Nederlandse democratie komt niet van deze kleine geradicaliseerde minderheid malcontenten en ophitsers.

De gevestigde politiek laat het liggen. Zo’n SGP die in de beeldvorming de Nederlandse krijgsmacht in een heilige oorlog tegen de islamitische barbaren probeert te trekken. Of de politiek leider van het CDA die de strijd tegen de pandemie niet onder de knie krijgt en een minister van Justitie laat zitten die door zijn gebrek aan geloofwaardigheid dat verder aantast. Of een politiek leider van D66 die praat over normen en waarden zonder de sociaal-economische factoren die oorzaak zijn voor verdeeldheid boven aan de agenda te zetten.

Voorbeelden van falende politiek zijn talrijk. Als burgers afhaken en zich afzijdig opstellen en daarna opgevist worden door complotdenkers is dat geen falen van burgers die het niet begrijpen of complotdenkers die het verkeerd voorstellen. Het is het falen van een politieke klasse die de urgentie niet ziet van een democratie die onder druk staat, laat staan de weerbaarheid ervan snel repareert, maar blijft hangen in eigen profilering.

Toenemende aansporing aan de politiek om de Nederlandse monarchie te moderniseren en de kosten ervan omlaag te brengen

Hoogleraar staatsrecht Paul Bovend’Eert doet in een artikel in het AD interessante uitspraken over de modernisering van de monarchie. Aanleiding is de vakantie van de koning en zijn gezin in Griekenland. Hij kreeg daar kritiek op omdat het inging tegen de coronamaatregelen van het kabinet. Modernisering die overigens maar niet wil doorzetten omdat de wil van de politieke partijen daartoe lijkt tee ontbreken. Waarom is onduidelijk omdat koning Willem-Alexander zich in het verleden positief heeft uitgesproken over modernisering. Ofschoon het kan dat de koning in het openbaar wat anders zegt dan achter de schermen.

In het AD worden de standpunten van hoogleraar Bovend’Eert over de monarchie aldus geparafraseerd:

Dat lijkt een prima model voor modernisering. Het is aan de politiek om nu eindelijk eens door te pakken. De Nederlandse monarchie behoort volgens onderzoek uit 2009 van de Gentse hoogleraar Herman Matthijs tot de duurste van Europa. Dat is buiten proportie omdat Nederland een klein land is. Wat de kosten van de Nederlandse monarchie precies zijn valt lastig te zeggen, omdat het niet in het belang van de monarchie is om de kosten openbaar te maken. Openbaarmaking gebeurt tot nu toe niet, maar die transparantie is wel nodig.

Modernisering van de Nederlandse monarchie zou zowel de kosten zichtbaar moeten maken als het budget voor het koninklijk huis verkleinen tot een aanvaardbaar, lager niveau. Als vervolgens Willem-Alexander er de brui aan geeft omdat hij vindt dat hij te weinig geld uit de staatskas ontvangt, dan kan van Nederland een Republiek gemaakt worden. Zoals het al eerder in haar glorietijd van 1588 tot 1795 was. Dát is de identiteit van Nederland. Nederland is niet afhankelijk van een koning en zijn familie. Nederland is meer dan dat.

Foto’s: Schermafbeelding van delen van het artikelGoed mogelijk dat Oranjes er geen zin meer in hebben als ze minder geld krijgen‘ van Jeroen Schmale in het AD, 21 oktober 2020.

Waarom adverteert de Volkskrant op de rechts-radicale nieuwssite TPO?

Stel je voor dat in de Hersteld Hervormde Kerk van Staphorst reclame wordt gemaakt voor de diensten van een naburige katholieke kerk. Of de plaatselijke slager de folder van de natuurwinkel met vegetarische producten verspreidt. Of de perschef van de Voetbalbond voetballers oproept om lid te worden van de Schietbond.

De onaannemelijke voorbeelden zijn theoretische hersengymnastiek. In de praktijk zullen ze niet voorkomen.

Zo’n voorbeeld komt in de praktijk voor. Op de rechts-radicale nieuwssite TPO (The Post Online) dat meer meningen dan feiten in de berichtgeving doet en een continue campagne voert om de politieke leider van FvD Thierry Baudet te promoten valt op de voorpagina bovenstaande banner/ reclame voor de Volkskrant te lezen.

De plaatsing van de advertentie van de Volkskrant op TPO roept de volgende vragen op:
1) Waarom adverteert DPG Media (waar de Volkskrant een onderdeel van is) op TPO? Of liever gezegd, waarom heeft DPG Media via het advertentiebureau dat online reclames plaatst niet aangeven dat TPO een ongewenste omgeving voor reclames van de Volkskrant is?
2) Wat is de logica van DPG Media om een concurrent op de mediamarkt financieel te helpen?
3) Wat is de logica van TPO om eigen lezers te confronteren met een advertentie van de Volkskrant dat als exponent van de linkse kerk wordt geafficheerd? Ontstaat zo niet een geloofwaardigheidsprobleem voor TPO? Ontstaat in het verlengde ervan bij de lezers van TPO niet het besef dat het financieel wel slecht met TPO moet gaan als het blijkbaar gedwongen wordt om een advertentie van de Volkskrant te plaatsen om het hoofd boven water te houden?
4) Waarom schat DPG Media niet in dat de associatie van de Volkrant met TPO ongewenst is en zijdelings publicitair averechts kan uitpakken? Deze blogpost is daar een voorbeeld van. TPO opereert ver buiten de gevestigde journalistiek en promoot complotdenken en een anti-overheidsbeleid.
5) Denkt DPG Media werkelijk dat de kloof overbrugbaar is om lezers van TPO te werven? Ofwel, denkt DPG Media dat het eigen advertentiebudget optimaal besteed wordt door lezers van TPO (dat haaks staat op de koers van de Volkskrant), als (tijdelijk) abonnee te werven?
6) Geeft deze advertentie van de Volkskrant op TPO niet het failliet van online adverteren op internet aan waar adverteerders klaarblijkelijk geen controle meer hebben over de omgeving waarin hun advertentie verschijnt?

Foto: Schermafbeelding van 20 oktober 2020 van advertentie voor de Volkskrant op voorpagina van TPO.

Macht wettigt verschil tussen eredienst en theatervoorstelling. Kop ‘Seculier Nederland valt over vrijheid van godsdienst’ is misleidend

Een commentaar in het RD van kerkjournalist Klaas van der Zwaag die tevens verbonden is aan de SGP gaat over de reactie op de commotie die is ontstaan door de bijeenkomst in de kerk van de Hersteld Hervormde Gemeente in Staphorst. In drie diensten kwamen daar op 4 oktober 2020 in totaal 1800 mensen samen. Dat was op het moment dat de maatregelen om COVID-19 te bestrijden pas waren aangescherpt en de volgende dag 5 oktober nog verder zouden worden aangescherpt. De kritiek daarop was breed tot en met de politieke leider van de ChristenUnie en het CDA Staphorst dat vond dat deze kerk haar verantwoordelijkheid voor de hele gemeente niet nam. De grootste protestante kerkorganisatie PKN maakte bekend het overheidsbeleid te volgen en geen diensten met meer dan 30 personen te houden.

Van der Zwaag toont zich verbolgen over de kritiek en maakt er een anti-religieus verhaal van als hij de kritiek reduceert als afkomstig van seculier Nederland. In protestant-orthodoxe kringen is het bewust verkeerd weergeven van wat het secularisme is een terugkerend thema dat wordt gebruikt om kerkpolitieke redenen. Dit vijandbeeld dient om de gelovigen te motiveren om hun belangen te verdedigen omdat die onder druk zouden staan. Dat betreft echter niet hun rechten die onder de wet gegarandeerd zijn, maar hun informele voorrechten die dateren uit de tijd dat Nederland nog niet pluriform was en de protestanten tot diep in de 19de eeuw de lakens uitdeelden. Die tijd van voorrechten begint echter geleidelijk voorbij te raken. Dat wordt door sommige protestanten onverteerbaar gevonden. Ze willen de klok terugdraaien of de gelijkgeschakeling van hun geloof met andere godsdiensten en levensovertuigingen zoveel mogelijk vertragen.

Het secularisme als politieke filosofie of seculier Nederland als sociale bevolkingsgroep, die onderhand zo’n 55% van de bevolking uitmaakt, staat echter niet vijandig tegenover godsdienst of zou atheïstisch zijn. Het secularisme staat neutraal jegens alle godsdiensten en levensovertuigingen en heeft per definitie geen voorkeur voor het een of het ander. Van der Zwaag stelt dus het secularisme bewust verkeerd voor, blijkbaar omdat het een welkom vijandbeeld ter motivatie van een orthodox-reformatorische achterban is.

Van der Zwaag laat zich kennen als een volksmenner als hij stelt dat seculier Nederland de vrijheid van godsdienst hekelt. Deze generalisatie doet pijn aan de ogen en aan het gezond verstand. Zoals gezegd, de kritiek op genoemde kerkdienst in Staphorst kwam ook van niet-orthodoxe protestanten. Probeert Van de Zwaag te suggereren dat CDA en CU de vrijheid van godsdienst hekelen? Daarmee zouden we belanden in een interne strijd binnen de protestante zuil. De kritiek van wat Van der Zwaag seculier Nederland noemt betrof echter niet de principes van de vrijheid van godsdienst, maar het gebrek aan verantwoordelijkheid van het Staphorster kerkbestuur om in een tijd dat iedereen moet afzien van sociale contacten de maatregelen zonder veel maatschappelijk gevoel en met gebrek aan fijngevoeligheid in zichzelf gekeerd naast zich neer te leggen.

Essentieel is het citaat van Sophie van Bijsterveld over privileges van kerken: ‘Mensen accepteren niet makkelijk dat sommige clubs anders worden behandeld dan anderen. Of het nu kerken zijn of andere organisaties, maakt niet veel uit.’ Dat is een weerlegging van Van der Zwaags bewering dat seculier Nederland de vrijheid van godsdienst hekelt. Een andere deskundige van wie Van der Zwaag gedachten parafraseert is Teunis van Kooten. Van der Zwaag geeft die zo weer: ‘Kerken zouden op dit vlak volgens Van Kooten moeten nadenken hoe zij het beeld dat kennelijk van godsdienst bestaat –namelijk dat een eredienst een vergelijkbaar iets is als een theatervoorstelling of andere culturele zaken– kunnen bijstellen (..).

Dit is een normatieve stellingname van Van Kooten. Wie teruggaat in de theatergeschiedenis en aanbelandt bij de vroegste fase ervan zal zien dat vanuit rituelen de toenmalige (hol)bewoners van de Aarde met hun creativiteit en zelfbezwering om de onzekere en onveilige werkelijkheid op afstand te houden twee disciplines hebben ontwikkeld: religie en theater. Ze putten uit dezelfde bron en wie een kerkdienst bijwoont zal de overeenkomst met een theatervoorstelling niet ontgaan. Een eredienst is dus historisch-dramaturgisch goed vergelijkbaar met een theatervoorstelling. Door de politieke en juridische macht van christelijke kerken is hun eredienst vele malen beter beschermd dan de theatervoorstellingen van culturele organisaties. Waarom dat verschil bestaat valt echter niet goed te beredeneren. Het is namelijk geen principieel, maar een willekeurig verschil dat uitsluitend vanwege de machtsvorming van de christelijke kerk in Nederland zo is gegroeid.

Van der Zwaag sluit af met Willem Ouweneel die verstandige opmerkingen maakt en niet van mening is dat de kerken worden bedreigd. Hij zegt dat geloofsvrijheid door de overheid sterker dan ooit gewaarborgd wordt. Het is interessant als hij zegt dat die vrijheid door de overheid ‘sterker dan volgens de grondwet strikt geboden is’ gewaarborgd wordt. Waarom zou de overheid geloofsvrijheid sterker beschermen dan volgens de grondwet nodig is? Volgt dat trouwens niet vooral uit een culturele vooringenomenheid van ambtenaren en rechters die de wet toetsen, maar met hun normen en waarden mentaal nog in het verleden verkeren?

Dit gaat om informele voorrechten voor kerken en het accent op de christelijke godsdienst zoals dat volgt uit de interpretatie van artikel 6 van de Grondwet, de vrijheid van godsdienst. Het eerste zou er niet moeten zijn omdat de grondwet dat niet voorschrijft en het laatste zou breder geïnterpreteerd moeten worden omdat dit artikel tot stand is gekomen vanuit een 19de eeuws christelijk perspectief om het christendom en protestante organisaties te beschermen. De 20ste eeuwse toevoeging om de levensovertuiging en de niet-christelijke godsdiensten te beschermen en op gelijke hoogte te stellen met die christelijke traditie wordt als een wassen neus gevoeld. Het zou nog niet gerealiseerd zijn. Dat is de kritiek op de godsdienstvrijheid die wat uitvoering betreft nog te veel in het verleden hangt. Seculier Nederland hekelt niet de vrijheid van godsdienst, maar de beperkte en corrupte interpretatie ervan. Klaas van der Zwaag doet net alsof hij dat niet begrijpt en probeert de achteruitgang van christelijk Nederland seculier Nederland in de schoenen te schuiven. Dat is potsierlijk.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSeculier Nederland valt over vrijheid van godsdienst’ van Klaas van der Zwaag in het RD, 16 oktober 2020.

NOS verwijdert logo’s van auto’s vanwege intimidatie. Het is geen nederlaag voor de journalistiek, maar voor het overheidsgezag

Deze week hebben we een stap gezet waarvan we dachten dat we hem nooit zouden moeten zetten: we hebben de NOS-logo`s laten verwijderen van de auto`s waarmee we elke dag op pad zijn om verslaggevers een werkplek te bieden en om radio- en televisieverbindingen met Hilversum te leggen. Voortaan zijn deze auto`s, kleine vrachtwagens eigenlijk, niet meer herkenbaar als auto`s van de NOS.’ Aldus het begin van een verklaring van Marcel Gelauff, hoofdredacteur NOS Nieuws. Is dit een nederlaag voor de journalistiek?

Ja en nee. Ja, omdat het weghalen van het NOS-logo van auto’s een nederlaag voor de journalistiek is. Maar nee, omdat het ruimer is. Dit is deel van een groter probleem. Het is eerder een nederlaag voor de nationale veiligheid en de veiligheidsdiensten. Dus voor het gezag van de overheid. Waarom kunnen ze de veiligheid van het materiaal en personeel van de NOS niet garanderen? Dit tekent het failliet van de overheid. Het trefwoord dat dit samenvat is labbekakkerigheid. Onmacht uit een combinatie van angst en sulligheid.

Nodig is een veiligheidsbeleid dat past bij een volwassen rechtstaat en een weerbare democratie. Dat ontbreekt nu. Hoe is het mogelijk dat degenen die voor de samenleving gewoon hun werk verrichten worden gehinderd of zelfs nog zwaarder worden getroffen door degenen die het daar niet mee eens zeggen te zijn?

Of dat nou de politie, de zorg, de ambulancedienst, de brandweer, het openbaar bestuur, het parlement of de publieke omroep is. Met aan het hoofd een minister van Veiligheid die elke geloofwaardigheid verloren heeft en onlangs af had moeten treden vanwege de overtreding van de COVID-maatregelen, worden deze diensten aan hun lot overgelaten. Met mooie woorden van een minister die zegt op te treden, maar niks doet.

Nu krijgen de complotdenkers, onruststokers, onnozelaars en malcontenten alle ruimte van de overheid om anderen te intimideren zonder enig risico te lopen dat ze verantwoordelijk voor hun daden worden gesteld.

Nederland moet geen politiestaat worden. Verre van dat. Maar de anarchie en het gebrek aan optreden van de veiligheidsdiensten die of onvoldoende capaciteit of tekortschietende leiding en opdracht hebben om op te treden is schrijnend en past niet bij een volwassen rechtsstaat. Dit vraagt om aangepaste wetgeving.

Het gezegde zegt dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken. Dat is nu aan de hand. Het gaat om een slecht georganiseerde politie die onderbemensd is en al jaren ondermaats presteert in vergelijking met andere landen en regio’s, veiligheidsdiensten die zo’n kleine tien jaar geleden uitgekleed werden en er daarna taken bij kregen, en zoals gezegd een ongeloofwaardige minister Grapperhaus over wie het hele land weet dat hij geen gezag meer heeft en op had moeten stappen. In dat vacuüm worden de logo’s van de NOS verwijderd.

Was het maar een nederlaag voor de journalistiek, dan viel het te repareren. Het is echter een gezagscrisis.

Foto: Schermafbeelding van deel verklaring ‘Nederlaag voor de journalistiek’ van Marcel Gelauff, 15 oktober 2020.

Column van Marcel van Roosmalen over Baudet roept vragen op over het redactioneel beleid van NRC


Het schrijven van een column wordt een valkuil als de schrijver ervan om een onderwerp verlegen zit en over iets schrijft zonder daar verstand van te hebben. Dan komt er een mening uit die plichtmatig is. Niet interessant, niet relevant en zelfs aantoonbaar onjuist. De columnist valt er dan zelf snikkend in.

Marcel van Roosmalen is een columnist die bij NRC wekelijks zo’n drie of vier stukjes schrijft. Van 400 of meer dan 700 woorden. Die taak is te zwaar voor een journalist die het over meer wil hebben dan voetballen, katten of Kronkeliaanse alledaagse beslommeringen. Het gezegde zegt dat in de beperking zich pas de meester toont. Maar het omgekeerde is evenzeer waar: in het tekort aan beperking toont zich pas de brekebeen.

Neem nou de kop van Van Roosmalens column van 8 oktober 2020: ‘Ooit was Baudet een serieus te nemen alternatief, maar die tijd is voorbij’. Waar heeft hij het in hemelsnaam over? Het waarheidsgehalte van deze kop is nul. Baudet is nooit een serieus te nemen alternatief geweest. Maar blijkbaar wel voor Van Roosmalen.

Via een omweg zegt deze kop daarom meer over de politieke onkunde van Van Roosmalen, dan dat het iets zegt over Baudet. Van Roosmalen is een vaardige columnist die goed kan schrijven. Maar zijn genre is beperkt, namelijk de bespiegeling over het menselijk tekort op licht spottende toon. Daar excelleert hij in.

Het gaat mis als hij zich aan onderwerpen waagt waar hij onvoldoende gevoel voor of inzicht in heeft. Juist om zijn geloofwaardigheid niet te verliezen zou hij daar behoed voor moeten worden door zijn chef bij NRC die hem het volgende op het hart drukt ‘Marcel, schrijf op lichte toon over alledaagse onderwerpen, dat kun je goed, en laat de zwaardere onderwerpen over aan de politieke, parlementaire of economische journalisten‘.

Uiteraard is een column een vrijplaats waar dwarse, onjuiste of ontsporende meningen onderdak kunnen vinden. Daar hoeven de feiten niet gevolgd te worden. Dat geldt vooral voor columns die niet de pretentie hebben om het laatste woord te geven over de EU, Iran, Jemen, het Kremlin, het Binnenhof of het Witte Huis.

Als een column die doorgaans spot met het menselijk tekort en de complexiteit van het bestaan, en bij gelegenheid losjes omgaat met de feiten, een ‘hogere’ ambitie krijgt, dan ontstaat er een vermenging waar de lezer geen raad mee weet. Dan schemert in een serieus bedoeld betoog nog steeds de vorm van spot door, zelfs als die spot ontbreekt. Dat is genrevermenging. Als een kop als slagroom op de taart dan ook nog misleiding biedt met onjuiste informatie, dan werkt het tegen de journalistiek en het idee van de waarheid in.

Foto: Schermafbeelding van columnOoit was Baudet een serieus te nemen alternatief, maar die tijd is voorbij’ van Marcel van Roosmalen in NRC, 8 oktober 2020.

Werpen Frank en Rogier zich vrijwillig voor de haaien van de roddelpers of dient heisa over hun huwelijk als publiciteitsstunt?

Aandacht voor een vederlicht onderwerp. U zult het niet weten, maar het huwelijk van Frank en Rogier is in gevaar. Hoe dat komt? Welnu, Rogier is naast zijn schoenen gaan lopen na de succesvolle deelname aan de programma’s ‘Steenrijk, Straatarm’ en ‘Paleis voor een Prikkie’. Nu staat hun huwelijk volgens een bericht in DenD (Ditjes & Datjes) op ‘zeer losse schroeven’, maar is volgens Frank het programma niet in gevaar. Pffff..

Frank klapt tegen DenD over Rogier uit de school (hoewel het kan dat DenD het volledig uit de duim zuigt): ‘Ik heb de afgelopen weken veel reacties op zijn gedrag op tv gehad. Er is mij meerdere malen gezegd dat ik niet zo over me heen moet laten lopen. De regisseur van ons programma heeft op zeker moment de opnamen zelfs stilgelegd om met Rogier over zijn houding te praten. Ook zij vond dat hij moest inbinden. 

Wie geen kennis heeft van Frank en Rogier, het programma ’Paleis voor een Prikkie’ van de commerciële omroep SBS6 en DenD zal dit bericht lezen alsof het van een andere planeet afkomstig is. Alsof een antropoloog afdaalt naar een onbekende stam in een tot dan toe onbekend dal met onbekende gewoonten.

In een update van dit artikel (ook gedateerd op 7 oktober 2020) blijkt dat Frank vertrokken is. DenD zet het zwaar aan: ‘Huwelijk in zwaar weer’. Wat zal de volgende onheilstijding zijn over dit ooit harmonieuze koppel?

Waar gaat deze kwestie over, hoeveel is er waar van en wat is er gespeeld aan om de publiciteit te halen? De vraag is of het van belang is om er aandacht aan te besteden. Of is het hooghartig om te oordelen over iets wat men niet kent en waar men geen verbondenheid mee heeft? Ik kom er niet uit. Maar ik wens Frank en Rogier het allerbeste. Wie ze dan ook zijn en of ze eigenlijk wel in het echt bestaan of alleen in de roddelpers.

Foto’s: Schermafbeeldingen van versies van delen van het artikel ‘Huwelijk Frank en Rogier in gevaar’ op DenD, 7 oktober 2020.