Reconstructie van Nieuwsuur over rol Kremlin bij neerhalen MH17. Maar hoe zit het met afspraken tussen Nederland en Russische Federatie over gasbeleid en Nord Stream II?

Het is goed dat de redactie van Nieuwsuur opnieuw aandacht besteedt aan het neerhalen in 2014 van de MH17 en de betrokkenheid van het Kremlin daarbij. Immers een van de grootste luchtrampen die Nederland ooit heeft getroffen. Het Kremlin is nooit zo hoffelijk geweest om volgens de diplomatieke gebruiken schuld te bekennen of verontschuldigingen aan te bieden aan de Nederlandse regering en het Nederlandse volk. Dat was het affront op een affront. Het item roept wel de vraag op wat de aanleiding ervoor is. Nieuwe feiten blijken er niet uit.

Niet dat dit Nieuwsuur te verwijten valt, maar de afwikkeling van de MH17 en de opstelling van de Nederlandse regering kunnen niet los gezien worden van de verbondendheid van Nederland met de Russische Federatie inzake het gasbeleid. FTM concludeerde in maart 2021 dat Nederland en de Russische Federatie achter de schermen samenwerken over het gasbeleid en de aanleg van Nord Stream II. Zo steunt Nederland achter de schermen via het Nederlandse bedrijf Gasunie en het Brits-Nederlandse Shell de aanleg van gaspijplijn Nord Stream II die aantoonbaar in strijd is met het energiebeleid van de EU inzake diversificatie en energie onafhankelijkheid. Dat staat omschreven in het Third Energy Package uit 2018.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken bij monde van minister Stef Blok geeft daar geen openheid over ondanks kritische kamervragen van vertegenwoordigers van D66 en GroenLinks. De bedrijfslobby heeft er in een onderonsje met de VVD voor gezorgd dat de gaspolitiek met de Russische Federatie bij de bewindslieden van VVD, te weten demissionair premier Rutte, minister Blok een minister Bas van ’t Wout van Economische Zaken en Klimaat onaantastbaar is.

Dit is dus schaken op meerdere borden. Nederland werkt in het niet eens zo geheime geheim hecht samen met het Kremlin op het gebied van het gasbeleid en heeft in de publiciteit volop kritiek op het Kremlin bij de schuldvraag en de afwikkeling van de ramp met de MH17. In zekere zin kan dat laatste als publicitaire afleiding voor het eerste worden beschouwd.

De fundamentele vraag is hoe een en ander samenhangt en of er een akkoordje tussen Moskou en Den Haag is afgesproken over de samenhang van deze twee kwesties. Daar zou Nieuwsuur eens in moeten duiken. Dan wordt het interessant. Want (of maar?) dat onderling verband ligt politiek net zo gevoelig in Den Haag als in Moskou. Of mogelijk zelfs gevoeliger.

Waarom gaven media afgelopen week zoveel ruimte aan de spindoctors van de VVD?

Het is inderdaad schandalig, die spindoctors van de VVD. Media gaven afgelopen week de meningen van spindoctors van de VVD door. Het is als het overnemen van persberichten. Gratis inhoud. Lekker makkelijk.

De verdedigingswal van de spindoctors van de VVD die afgelopen als een door de VVD georkestreerde sprinkhanenplaag de media teisterden (Jan Driessen, Mark Thiessen, Henri Kruithof, ‘mastodonten’ etc.) is dat namens de VVD Mark Rutte zich uit kan spreken over het personeelsbeleid van het CDA (Omtzigt elders), maar de andere partijen niet over het personeelsbeleid van de VVD (geen Rutte). Uiteraard wordt die orkestratie ontkend. Maar ze zeiden allen hetzelfde.

De meest botte bijl was reputatiemanager Jan Driessen die met verve de rol van ‘bad guy’ op zich nam. Driessen is het breekijzer van de onredelijkheid die in deze VVD-campagne om Rutte te redden als een van de eersten aftrapte. NRC gaf hem ruimte voor een artikel op de opiniepagina. NRC-Ombudsman Sjoerd de Jong reageerde desgevraagd op FB. Over Driessen schreef ik op FB: ‘

Jan Driessen is niet onpartijdig als oud-campagnestrateeg van de VVD en Mark Rutte. Dat dient bij lezing van zijn stuk in gedachten te worden gehouden. Hij spreekt over de ‘rücksichtslose en genadeloze Kaag’. Dat is nogal een aantijging. Via een omweg doet Driessen precies dat wat hij Kaag verwijt. Denkt Driessen dat hij buiten de wedstrijd staat?

Uit zijn stukken in Adformatie over de formatie blijkt een patroon. Driessen valt D66 hard aan en verdedigt de VVD. Wat Driessen beweert, zegt vooral iets over Driessen. Met zijn ronkende oorlogstaal laat hij zich kennen als een vertegenwoordiger van oud leiderschap en een oude politieke cultuur.

De kern van de kwestie Rutte is niet dat hij loog over Omtzigt, maar dat hij dit kamerlid van de CDA op een zijspoor wilde zetten. De kern van de kwestie van de spindoctors van de VVD is niet dat zij georkestreerd de media opzoeken, maar dat de media daar zo naïef over zijn en in meegaan. Het betreft zowel dagbladen als omroepen.

De missie van de VVD om de reputatie van Rutte te redden lijkt voorlopig geslaagd, hoewel afgewacht moet worden hoe aanvaardbaar Rutte nog is voor andere partijen. Het zijn vooral de media die afgelopen week door hun gemakzucht aan geloofwaardigheid verloren. Hun reputatie is geschaad. Spindoctors van andere partijen dan de VVD kwamen niet aan het woord. De pluriformiteit was zoek. Uiteraard ontkennen media dat zelf. Of ze beseffen niet hoe ze gemanipuleerd werden door de VVD of ze hebben er vrede mee en zien het als een normaal verschijnsel. Dat laatste is nog het meest verontrustend. Zo werd de kwestie Rutte binnen een week de kwestie Rutte in de media.

Godsdiensten zijn minder uniek dan christelijke randdebielen en bollebozen suggereren. Het rechtvaardigt geen uitzondering voor kerkdiensten

The second drama premiere of the 63rd Dubrovnik Summer Festival, Euripides’ ancient Greek tragedy Medea directed by Tomaž Pandur and realized in | ‘Medea’s demonic aria’ on Fort Lovrjenac till 7th August | Just Dubrovnik

Het is duidelijk: de randdebielen zijn onder ons. Ze zijn van orthodox-religieuze, protestante signatuur en wonen in steden als Urk of Krimpen a/d IJssel. Ze kunnen wellicht alles van de bijbel weten en gezag hebben in eigen kring, maar hebben geen historisch besef en politiek benul. Maar ze staan niet alleen. Ze krijgen rugdekking van christelijke bollebozen.

Hoe wereldvreemd is het niet om te zeggen dat de SS vriendelijker handelde in de oorlog dan journalisten die verslag doen van de kerkgang? Terwijl heel Nederland op slot zit. Dit is rugwind voor religiecritici die kritisch zijn op religieuze instellingen en tragisch voor de meerderheid van goedwillende gelovigen die zich voorbeeldig gedragen en zien hoe deze protestante hardliners alle godsdiensten in een kwaad daglicht zetten. Deze christelijke randdebielen hebben in 48 uur meer schade aan het christendom aangericht dan vrijzinnigen en religiecritici in 48 jaar.

Zoals bij islamitisch geweld de ‘gewone’ moslims door voornamelijk rechtse segmenten van de samenleving daar op aangesproken worden (zelfs als zij of hun ouders niet eens moslim zijn maar een islamitisch land als land van herkomst hebben) zo zouden nu de ‘gewone’ christenen ter verantwoording moeten worden geroepen voor de daden en woorden van deze orthodoxe christenen.

Het is een geluk bij een ongeluk dat het orthodoxe christendom zich uitspreekt en haar ware aard toont. Want daarover bestaat onduidelijkheid. Veel Nederlanders in de grote steden denken dat deze orthodoxe christenen redelijk en niet veel anders zijn. Dat kun je vermoeden van gelovigen waarmee je nooit in aanraking komt. Dat is het misverstand. De basis voor die zelfgekozen segregatie van de orthodoxe christenen is de angst om het eigen karakter te verliezen. Daarom houden ze krampachtig aan elkaar vast en gijzelen ze in zekere zin elkaar. Op hun beurt hebben ze weer een verkeerd beeld van andersdenkenden. Dat leidt tot radicalisering in eigen kring. Dat is bij orthodoxe gelovigen van andere godsdiensten niet anders.

Het AD maakt in een artikel met als aanleiding de actualiteit van schoppende kerkgangers een rondgang langs docenten en hoogleraren theologie/ godsdienstwetenschappen waarvan er vermoedelijk in Nederland honderden zijn. Afwijkende geloofsrichtingen, gemeenschappen, stromingen en godsdiensten leiden tot afwijkende meningen over wat geloof is. Daarmee worden ook de valse tegenstellingen geïntroduceerd om het geloof te verdedigen. De bollebozen nemen het ‘genuanceerd’ op voor de randdebielen. Zo suggereren ze in hun wijsheid.

Schermafbeelding uit artikel ‘Volle kerken leiden tot onbegrip: ‘Kerkdienst is echt iets anders dan een festival’’, AD, 30 maart 2021.

Hoogleraar praktische theologie Hans Schaeffer zegt in de hierboven geplaatste schermafbeelding uit dat artikel in het AD dat ‘een kerkdienst is daarmee echt iets anders dan een voetbalwedstrijd of een festival. Eeuwenlang was het christendom in Nederland het dominante verhaal en het besef dat religie wat hogers is, vanzelfsprekend. Sinds de verlichting wordt het geloof steeds meer achter de voordeur teruggedrongen.

Dat is een valse tegenstelling. Natuurlijk is een kerkdienst iets anders dan een voetbalwedstrijd of een festival. Maar daarmee is niet gezegd dat het waardevoller is en de vrijheid van godsdienst een grondrecht is dat meer bescherming moet krijgen dan andere grondrechten. Dat suggereert Schaeffer hiermee. Het feit dat eeuwenlang een situatie heeft bestaan wil niet zeggen dat dat een juiste situatie was. De geschiedenis kent genoeg wantoestanden als kinderarbeid, slavernij of feodale verhoudingen die eeuwenlang hebben bestaan en in hun tijd vanzelfsprekend waren, maar waarvan het toch beter is dat ze niet meer bestaan.

Godsdienst is historisch ook zo’n relict uit vroeger tijden. Het christendom is een sekte van twee millennia oud. De leeftijd van het christendom is dus eerder een argument tegen voor de legitimiteit en het bestaan ervan. De ondergeschikte positie van vrouwen binnen godsdiensten is een teken van die achterhaaldheid.

Schaeffer is selectief door een kerkdienst te vergelijken met een voetbalwedstrijd of festival. Hij kan het ook vergelijken met een tentoonstelling in een openbaar museum van het werk van Mark Rothko (zoals de Rothko Chapel in Houston) of een Griekse tragedie van de grote drie tragedieschrijvers Aechylus, Sophocles en Euripides. Vooral van de eerste is duidelijk dat hij in vorm en inhoud uit dezelfde bron put van de rituelen en een mensbeeld met noodlot, zondeval en Goden als de ons nu bekende godsdiensten. Er zijn meer voorbeelden uit de kunsten, van Bach tot Marc Mulders die tegenspreken dat kerkdiensten principieel anders zijn. Dat zijn ze niet. Kunst raakt in presentaties ervan ook het diepste wensen van de mens. Daarin is religie niet uniek.

The Oresteia of Aeschylus – Leader of the Chorus

Kerkdiensten zijn op dit moment in Nederland slechts op één aspect anders. Ze genieten voorrechten die vergelijkbare theatervoorstellingen en museumprestaties niet genieten omdat ze op last van de rijksoverheid zijn stilgelegd. Dat bergt een onverklaarbare ongelijkheid in zich.

Schaeffer constateert terecht dat het geloof sinds de verlichting steeds meer achter de voordeur is teruggedrongen. Dat is er een gevolg van dat de meerderheid van de Nederlanders verklaart zich niet door een godsdienst te laten inspireren en het christendom haar dominante grip op de samenleving is kwijtgeraakt. Binnen het secularisme heeft het christendom nu dezelfde positie als andere geloven en levensovertuigingen. Ermee is het recht van de christenen niet verdwenen om zich te verenigen in kerken, maar alleen hun traditionele voorrecht waar Schaeffer nostalgisch naar terug lijkt te verlangen. De episode van de kerkdiensten tijdens de pandemie verduidelijkt dat zelfs dit voorrecht van het christelijke geloof niet definitief is verdwenen. Dat is het naijl-effect van christenen die zich in de politiek hebben verschanst en met een beroep op de voortreffelijkheid en bijzonderheid van hun geloof dat aloude voorrecht als natuurlijk opeisen.

Journalistiek moet onjuiste beweringen van opinieleiders geen ruimte geven en beter dan nu uitleggen waarom het dat niet doet

Meermalen heb ik me hier kritisch uitgelaten over de gevestigde media. Dan bedoel ik niet dat ze de stem van de gevestigde orde zijn en voor druk, geld en invloed tot een instrument worden gemaakt dat de beeldvorming  manipuleert. Dat is iets van alle tijden en zo oud als er media bestaan. Zogenaamde objectiviteit bestaat niet. Mijn kritiek is anders.

Het gaat me om het antwoord in werkwijze en gedragsregel op recente ontwikkelingen die niet goed verwerkt worden. De Code van Bordeaux uit 1954 legt de journalist op ‘op faire wijze te werk te gaan’, op hoor altijd wederhoor te geven. Het wordt echter valkuil en hinderlaag voor de traditionele journalistiek als wederhoor voornamelijk nepnieuws toevoegt. Hoofdredacties zouden niet deze ‘faire wijze’, maar de eerbied voor de waarheid voorop moeten zetten.

Is het onderhand geen tijd voor ander beleid bij media? Zo kunnen media een kwaliteitsslag maken door vals van echt nieuws te onderscheiden en nepnieuws als hoor of wederhoor niet langer te verspreiden. Beter dan nu dienen de media te beseffen dat de journalistieke code uit 1954 met de doodlopende weg van het enerzijds-anderzijds of het verslag doen van elke oprisping van elke politicus of complotdenker niet meer ongewijzigd toegepast kan worden.

Op dit blog hanteer ik de vuistregel dat ik alleen ongewijzigd beweringen doorgeef die op feiten zijn gebaseerd. Daar hoef ik het niet mee eens te zijn, maar ze mogen in mijn ogen niet in strijd met de waarheid zijn. Een mening moet tegengesproken kunnen worden en onderdeel van het publieke debat zijn. Met beweringen die in strijd met de feiten zijn hanteer ik een andere vuistregel. Die plaats ik alleen als ik ze duidelijk kan weerleggen, anders geef ik ze niet weer.

Media hanteren deze regel niet. Elke oprisping van politicus Thierry Baudet of Geert Wilders of al die complotdenkers die COVID-19 als een griepje voorstellen kan geplaatst worden. Niet altijd gebeurt dat omdat het niet altijd nieuwswaardig is, maar er is evenmin een regel bij media dat ze beweringen die in strijd met de feiten zijn per definitie geen ruimte geven. Ze  verschuilen zich dan soms achter het excuus dat de feiten niet vaststaan en ze om onpartijdig verslag te kunnen doen feiten die in strijd zijn met de waarheid wel moeten doorgeven. Met als gevolg dat de gevestigde media zich willens en wetens tot de belangrijkste handlangers van het verspreiden van desinformatie hebben gemaakt. Dat daar goede objectieve stukken binnen genuanceerde redacties of gepeperde commentaren van talkshow hosts tegenover staan weegt daar niet tegen op. Het kwaad is dan al geschied.

Klem tussen de gesel van de markt, de macht van Amerikaans techbedrijven als Facebook en Twitter, de angst om de boot te missen en de beschuldiging van partijdigheid heeft de journalistiek geen afdoend antwoord op de vraag of het nieuws dat in strijd is met de feiten ongewijzigd door moet geven. Was het in 2016 toen desfinformatiecampagnes in opkomst waren nog begrijpelijk dat hoofdredacties er geen passend beleid over hadden ontwikkeld omdat ze erdoor overvallen werden, nu is het nalatig dat ze nog steeds geen passend beleid hebben dat nepnieuws blokkeert en de nieuwsconsument uitlegt hoe dat beleid precies werkt en is geformuleerd.

Aanleiding is een commentaar van 13 maart 2021 van redacteur Chris Quinn in The Plain Dealer, de belangrijkste krant van Cleveland, Ohio. De titel geeft aan wat de inzet is: ‘When candidates make reckless statements just to get attention, should they get attention?’. Het gaat om de Republikeinse kandidaat-Senator Josh Mandel die meningen verkondigt die niet alleen in strijd met de feiten zijn, maar ook de volksgezondheid in gevaar brengen. Exact wat types als Baudet of Willem Engel doen. De sleutelpassage uit Quinns commentaar is de volgende:

Is dat niet exact de inschatting die de media moeten maken, maar te weinig maken? Namelijk dat buitensporige en gevaarlijke beweringen nog geen nieuws zijn dat gepubliceerd dient te worden. Zoals Quinn ook zegt zijn types als Mandel wanhopig op zoek naar aandacht en geeft zijn krant graag ruimte aan debat. Daar zijn echter grenzen aan: ‘Maar we publiceren niet bewust belachelijke en idiote beweringen. Mandel wilde niet zozeer een debat voeren met onze columnist, maar ons platform gebruiken om aandacht te krijgen met aantoonbaar valse beweringen over het virus.’ Het beroep op die enerzijds-anderzijds functie van media is de valkuil waar de complotdenkers slim gebruik van maken en media niet echt een goed antwoord op hebben. Quinn geeft dat antwoord wel.

Foto’s: Schermafbeelding van delen uit artikelWhen candidates make reckless statements just to get attention, should they get attention? van Chris Quinn voor The Plain Dealer (online: Cleveland.com), 13 maart 2021.

Verkiezingsdebatten zijn saai en voorspelbaar, en blijven braaf binnen de perken van de gevestigde orde

Verkiezingsdebatten op televisie of interviews met lijsttrekkers in taxi’s, kappersstoelen of studio’s, ik kijk er niet naar. Eerlijk gezegd begrijp ik niet waarom anderen er wel naar kijken. Wat valt er te halen of te ontdekken? Het ontgaat me volledig. Het is alleen leuk voor partijtijgers die bevestiging van en identificatie met hun kandidaat zoeken.

Verkiezingsdebatten gaan om herkenning en niet om miskenning. Het maken van onderscheid is weliswaar een functie van de journalistiek, maar als dat resulteert in het beschrijven van en toetsen van het bekende aan het bekende, dan verwordt het tot een lege en plichtmatige exercitie

Hetzelfde geldt de krantenkolommen waarin journalist, redactie of krant partijen vanuit hun perspectief doorlichten op blauwe of bruine ogen, kunst of geen kunst, man, vrouw of anders zijn. Het is saai en voorspelbaar en blijft braaf binnen de perken. Binnen de mentale ruimte van de gevestigde orde waar het draait om marketing, haalbaarheid, gespeelde menselijkheid en verkiesbaarheid.

Pseudo-kritiek van media die nooit doorbijten maakt het onnozel en vals. Het ligt zwaar op de maag en is niet voedzaam. Media houden met een show vol rituelen en harde afspraken het beeld van een Potemkin-façade in stand onder het mom het af te breken. Ze wijzen trots naar zichzelf en weerleggen kritiek door te verwijzen naar hun wapenfeit hoe kritisch ze durfden zijn tegen meneer A, mevrouw B of partij C. Tegelijk zijn ze close en onderhorig om hun toegang in stand te houden.

Media laten de politieke klasse als beroepsgroep geheel bewust buiten beeld. De Consumentengids van het vrije woord test de techniek, de levensduur, de prijs, de beschrijving in de gebruiksaanwijzing, maar vraagt zich niet af hoe zinvol het product voor Nederland is en wat we er eigenlijk voor kopen.

Verkiezingsdebatten en interviews met lijsttrekkers zijn bedrog van de nieuwsconsument door de media. In een gesloten een-tweetje. Politici zijn acteurs die een rol spelen en op hun persoonlijkheid worden bevraagd. Het is illusie die als werkelijkheid wordt gepresenteerd. Als fictie of tijdverdrijf heeft het nog enigszins een functie, maar als informatievoorziening heeft het de inhoud van een lege huls. Verkiezingsdebatten zijn het reservaat dat speciaal is bestemd voor de bescherming van politici.

Graag ben ik het eens met columnist Aylin Bilic die haar column van 4 maart 2021 in NRC zo besluit:

Foto 1: PubliciteitsfotoDe zes lijsttrekkers bij het RTL-verkiezingsdebat’ van het verkiezingsdebat van RTL op 28 februari 2021. Credits: ANP.

Foto 2: Still uit videoDe Hofkar – Afl. 5: Thierry Baudet’ voor Omroep PowNed.

Foto 3: Schermafbeelding van deel columnVerkiezingsdebat is geen potje armpje drukken’ van Aylin Bilic in NRC, 4 maart 2021.

Media praatten vanaf het begin Trump (en Baudet) goed. Kritiek kreeg geen kans. Wat het ergst is, ze hebben er blijkbaar niks van geleerd

Nu in de VS Trumps presidentschap ten einde loopt en op 20 januari 2021 eindigt klinkt er steeds meer kritiek op de media. Zij hebben Trump de gelegenheid gegeven om zijn praatjes te communiceren zodat hij de macht kon grijpen, terwijl het vanaf het begin duidelijk was dat het om een gestoord en gevaarlijk individu ging. Door passend handelen hadden media de kritiek op Trump een meer prominente plek moeten geven. Pas later kwamen de media met kritiek op hem. Hoewel dat soms ferm was, werd de kritiek van psychiaters verzwegen en niet doorgegeven.

Overigens valt ook de zogenaamde deskundigen die de media ‘voeden’ met ‘content’ heel wat te verwijten. Zij hebben de media op het verkeerde been gezet. In veel gevallen wilden ze de ernst van het gevaar van Trump niet zien en voorspelden ze dat hij wel binnen de lijntjes zou kleuren.

In Nederland was het Willem Post die op 15 november 2016 een opinie-artikel in NRC plaatste dat kopte: ‘Het zal wel meevallen met Trumps dwaze avonturen’. In een commentaar van 17 november 2016 antwoordde ik: ‘Het gaat vreselijk worden. Het zou ook de Nederlandse media sieren dat ze de berichtgeving over Trump niet normaliseren. Of sussende opinies zoals die van Willem Post die volgen uit een fikse portie wensdenken niet publiceren zonder disclaimer. Media moeten niet meegaan in de suggestie dat ‘het allemaal wel zal meevallen’ met president Trump. Het gaat naar alle waarschijnlijkheid niet meevallen, maar tegenvallen.’ En tsjonge, wat viel het tegen met Trump en hoe zat Post ernaast met zijn opgepimpte autoriteit. Maar zoals zo vaak, terugkijken is er bij deskundigen en media niet bij en zelflerend vermogen dat als zodanig wordt benoemd ontbreekt.

In Nederland gebeurde hetzelfde met Thierry Baudet. Hij is ook een gestoord individu met krankzinnige denkbeelden die in het begin van zijn opkomst door de media tamelijk ongefilterd werden doorgegeven. Pas later kwam er kritiek op Baudet, maar toen was zijn naam al gevestigd en kon de journalistiek zich alleen nog maar afvragen hoe het deze tovenaarsleerling groot had helpen maken en wat voor schade aan de democratie het door eigen naïviteit had berokkend. Ook dat besef leidde niet tot een publieke reflectie op het eigen falen.

De paradox is dus dat er van buiten de gevestigde media fundamentele kritiek klinkt op de gevestigde media die hun functie van poortwachter van de democratie niet naar behoren hebben vervuld, maar de media zelf niet tot inzicht komen die wordt omgezet in een beleidsverandering. Of wat nog kwalijker is, ze zijn wel degelijk tot dat inzicht gekomen, maar doen er om economische of politieke redenen niets aan. Hoe dan ook is het resultaat hetzelfde: oorverdovende stilte en het ontbreken van publieke reflectie op het eigen handelen.

Dat is zorgwekkend, omdat de media in het geval van Trump (in de VS) en Baudet (in Nederland) niets geleerd lijken te hebben. Het wachten is op de volgende rechts-radicale politicus die door de zogenaamde ‘linkse’, maar in werkelijkheid ‘rechtse’ media die de status quo en de gevestigde belangen onderschrijven, op het schild wordt gehesen. Het is zelfs de journalistiek niet gegeven om niet de fouten van de vorige oorlog te herhalen. Laat staan dat het al een antwoord op de volgende oorlog kan voorzien door deductie van wat zich nu vroegtijdig aankondigt.

Om geloofwaardig te blijven is een fundamenteel debat binnen de media nodig dat reflecteert op het veranderde medialandschap en de radicalisering van de politiek en dat verder gaat dan een kritisch stuk van een goedwillende ombudsman ergens achter in een krant als aflaat voor een schoon geweten. Dat is te mager om serieus te zijn.

Foto: Schermafbeelding van deel eigen commentaarMedia praten Trump nu al goed. Met voorop wensdenkende Amerika-deskundigen die weten dat hij binnen de lijntjes blijft’ van 17 november 2016.

Wanneer komen journalisten van gevestigde media tot het besef dat ze de opkomst van de rechts-radicale populisten hebben ondersteund?

Er bestaat in het publieke debat verschil van mening over wie er het meest verantwoordelijk is voor de opkomst van populisten als Trump, Wilders, Baudet, Farage, Boris Johnson en dat soort rechts-radicale nationalistische politici.

Vertegenwoordigers of sympathisanten van de gevestigde media wijzen naar de almacht van Facebook, Twitter en Google (YouTube) die zich eerder als technisch-intermediaire dan journalistieke platforms beschouwen en ruimte hebben gecreëerd voor complotdenkers. Dat is geen onjuiste gedachte die echter voorbijgaat aan de verantwoordelijkheid van de traditionele media die daar vooraf aan gaat.

Want zowel voor- en tegenstanders van deze media huldigen het idee dat een nieuwsbericht pas vaart krijgt als het in de gevestigde media op een neutrale en niet-kritische manier verschijnt. Het geeft het complot legitimiteit.

Het is dus logisch om te veronderstellen dat de oorzaak voor de opkomst van de rechts-radicale populisten enkel en alleen te wijten is aan de traditionele media. Ze hebben hun verantwoordelijkheid niet genomen en hun taak verzaakt om tijdig en ondubbelzinnig te signaleren wat voor gevaar voor de democratie types als Trump vormden.

Media hebben het laten gebeuren.

Wat vaak vergeten wordt is dat net als de techgiganten ook de mediaconcerns grote economische belangen hebben en doorgaans niet onafhankelijk handelen. Ondanks redactiestatuten of de formele autonomie van redacties. Er bestaat ook zoiets als indirecte druk om zich te voegen in een economische structuur. Dat kan bij journalisten resulteren in zelfcensuur, sociaal inschikken binnen het mediabedrijf waar men werkzaam is en het achterwege laten van initiatieven om de nek uit te steken. Evenmin is het een uitzondering dat kritische artikelen onder druk van de leiding van een nieuwsmedium om partijpolitieke redenen worden teruggetrokken.

Het gebrek aan alertheid van de traditionele media is niet iets waar ze trots op kunnen zijn. Daarom is bij hen het mechanisme in werking getreden om de schuld af te schuiven en sociale media en complotdenkers de schuld te geven voor de opkomst van rechts-radicale populisten en de beschadiging van de democratie. Dat is stoer achteraf praten van mannetjesputters die zich met terugwerkende kracht doen kennen als verzetshelden na de oorlog.

Journalisten van de gevestigde media verwarren twee aspecten. Ze maken zichzelf kleiner en onmachtiger dan ze werkelijk zijn en ze verwisselen oorzaak en gevolg. Want als ze met hun media niet hadden verzaakt om de populisten vanaf het begin als gevaar voor de democratie te kenmerken, dan hadden deze nooit zo’n opgang op sociale media en in de politiek kunnen maken. Maar ze verscholen zich veilig achter hun beroepscode die dicteert dat een zaak van meerdere kanten moet worden belicht. Ze zagen niet in dat ze hiermee hun verantwoordelijkheid en ethisch besef afschoven. Die enerzijds-anderzijds houding heeft degenen bevoordeelt die de gevestigde orde wilden afbreken en ze relatief makkelijk en ongecensureerd hun doorgaans krankzinnige mening konden geven.

De conclusie moet zijn dat zo beredeneerd het verschil tussen Facebook dat tot voor kort elke journalistieke verantwoordelijkheid van zich afwimpelde en de gevestigde media die dat op een andere manier deden door een in de jaren 1950 geformuleerde beroepscode als excuus te gebruiken om geen stelling te nemen miniem is en in de praktijk op hetzelfde neerkwam.

In het artikelBiographer Michael D’Antonio on the most “subversive and traitorous federal official” in history’ op Salon heeft Trump-biograaf Michael D’Antonio kritiek op de Amerikaanse gevestigde media. Hij verklaart dat door de wereldvreemdheid en de geïsoleerde positie waarin journalisten verkeren. Ze hebben op enkele uitzonderingen na de urgentie gemist van de sektevorming van Trumps opkomst.

Gevoegd bij de economische belangen van mediaconcerns en een meer dan 65 jaar oude beroepscode die onvoldoende is geactualiseerd en niet is toegesneden op de kwaadaardigheid van types als Trump heeft dat geleid tot de situatie waarin we nu verkeren. In de VS is er een gevaarlijke situatie ontstaan die kan leiden tot een succesvolle staatsgreep en in Europese landen heeft zich een fikse dwars- en dwaasdenkende minderheid gevormd die zich gesterkt en gemobiliseerd weet rondom sociale media. Het heeft de gevestigde media als katalysator voor de eigen opkomst achter zich gelaten en is onbereikbaar geworden in geest en denkbeelden.

Foto’s: Schermafbeelding van delen van het artikelBiographer Michael D’Antonio on the most “subversive and traitorous federal official” in history; Author of “The Truth About Trump” on his last-ditch coup — and his future as cult leader and theme-park impresario’ op Salon, 30 december 2020.

Chinese burgerjournalist moet cel in omdat ze waarheid sprak over COVID-19. Westen moet sancties tegen Communistische Partij China overwegen

De Chinese regering treedt hard op tegen activistische burgerjournalisten die verslag deden van de uitbraak van COVID-19 in Wuhan. Daarmee gaan ze in tegen het verhaal van Peking dat China dit doelmatig en tijdig heeft aangepakt. Die waarheid prikken burgerjournalisten als Zhang Zhan door. Maar de Communistische Partij China staat geen andere waarheid toe, zeker niet als dat de echte waarheid is die het als schadelijk ervaart voor het prestige van China. Toch is het optreden van de Chinese communisten tegenstrijdig omdat deze persbreidel en het harde optreden tegen journalisten eveneens het prestige van China in het Westen beschadigt. Zie hier voor het verslag van de goed geïnformeerde NRC-journalist Garrie van Pinxteren over de veroordeling van Zhang Zhan.

De Chinese regering denkt hier mee weg te komen zoals ze dat ook terecht dacht over het terzijde schuiven van de afspraken met het Verenigd Koninkrijk over Hong Kong. De concentratiekampen waarin de Oeigoeren in Oost-Turkistan in worden opgesloten en de gelijkschakeling van Tibet zijn andere pijnpunten. Evenals de Chinese expansie over grenzen heen in de Zuid-Chinese zee waarmee China internationale afspraken schendt.

Zo slaat deze kwestie van journalisten die de waarheid vertellen en daarom in de cel belanden terug op ons. Waar blijft de reactie van het Westen? Hoe kunnen landen als Nederland normaal handel blijven drijven met China?

Wat China doet is kwalijker dan de apartheid regimes in Zuid-Afrika en Rhodesië waartegen economische boycots werden opgetuigd. Onderhand zelfs kwalijker door die optelsom van talloze grensoverschrijdende gedragingen van de Communistische Partij China dan de sancties tegen de Russische Federatie als gevolg van de onrechtmatige bezetting van de Oekraïense Krim in 2014 en de oorlog die het Kremlin in Oost-Oekraïne begon om Oekraïne te destabiliseren en zo de toegang tot de NAVO te blokkeren. De logica in de relatie tot China is volledig zoekgeraakt. Het uitblijven van sancties tegen China is een wantoestand waarmee Westerse landen zichzelf ethisch vernederen.

Passen de dwaze meningen en eenzijdige artikelen van Rusland-correspondent William Immink wel in het RD?

Het RD plaatst op 17 december 2020 een artikel van William Immink over president Putin dat als kop heeft ‘Wat is er waar van geruchten over ernstige zieke Poetin?’ en als concluderende slotregel: ‘Intussen is de kans groot dat Poetin nog kerngezond is.’ Immink tuigt eerst een stropop op die hij vervolgens zelf in de hens steekt. Immink bedrijft de tactiek van de verschroeide journalistiek.

Dit is herkauwen van oud nieuws. Rusland-correspondent Immink haalt oude koeien uit de sloot. Zijn argumentatie bestaat eruit dat hij met een claim komt (Putin is ernstig ziek) die hij ontkracht (Putin is kerngezond). Interessanter dan dit nep-nieuws of non-nieuws uit de diepste krochten van de Britse rioolpers én vermoedelijk de afdeling contraspionage van de Russische inlichtingendiensten is de vraag wie William Immink is.

Welk politiek wereldbeeld heeft hij? Wat wil hij vertellen? Nou, als zijn gedrag op twitter daarvoor illustratief is, dan moet hij in de hoek van de complotdenkers en de Putin Versteherworden gezocht. Hij retweet op 2 december 2020 onderstaande tweet van Rudy Giuliani die onder meer zegt: ‘We all feel we are doing it to save our right to to vote but also to end the Democrat assault on free speech and the free exercise of religion’. Waarom toont Immink zijn instemming met Giuliani die een mislukte campagne heeft gevoerd om Trumps zaak over de gestolen verkiezingen te bepleiten met als doel om de verkiezingsoverwinning van president-elect Joe Biden te stelen?

Is het ook de mening van de hoofdredactie van RD dat de Democraten een aanval op de meningsuiting hebben gelanceerd en dat de Republikeinen de voorstanders zijn van het recht om te stemmen? is de realiteit niet dat het precies andersom is en dat de Republikeinen stemmen onderdrukken, Trump in navolging van Stalin de pers heeft verklaard tot vijand van het volk en dat Biden een gelovige katholiek is en Donald Trump een namaak-christen die alle christelijke waarden overtreedt en zich niks aantrekt van de christelijke geboden over onder meer overspel? Gaat het RD voor oprechte christelijke waarden of laat het zich leiden door de fantasie van Trump en zijn sycofanten die vooral het christendom beschadigen en William Immink in zijn achterhoofd als leidende gedachte heeft?

En er zijn meer opvallende uitspraken van Immink op sociale media en in zijn RD-artikelen die ver afstaan van de denkwereld van een onpartijdige en goed geïnformeerde journalist. Zoals bovenstaande tweet van 7 oktober 2020 waarin Immink meent dat de Russische Federatie weliswaar een boevenstaat is, maar ondanks dat een voorbeeldige buur. Dat is in strijd met de werkelijkheid.

In januari 2006 blokkeerde het Kremlin de gastoevoer naar Europa vanwege een geschil met Oekraine en in februari 2014 bezette de Russische Federatie de Oekraïense Krim. Dat was in strijd met de Helsinki Akkoorden, de internationale rechtsorde en het Boedapest Memorandum 1994 dat de territoriale integriteit van onder meer Oekraïne garandeert. Sinds 2014 voert de Russische Federatie oorlog in Oost-Oekraïne en houdt delen van dat land bezet en ontregelt welbewust deze buurstaat. In 2017 lanceerde de Russische inlichtingendienst GRU het NotPetya-virus tegen Oekraïne dat WIRED karakteriseert als ‘de meest verwoestende cyberaanval in de geschiedenis’

Evenmin laat de Russische Federatie zich kennen als een goede buur in Europa als het zich via cyberaanvallen mengt in Duitse en Franse verkiezingen of publieke opinie, op Britse bodem in 2006 Aleksandr Litvinenko liet vergiftigen door de Russische inlichtingendienst GRU en dat probeerde te herhalen in 2018 met Sergej Skripal.

Imminks artikelen voor RD bestaan vooral uit het eenzijdig napraten van bronnen, het in grote lijnen volgen van de talking points van het Kremlin en het doen van domme uitspraken. Zo meent Immink in een artikel van 25 november 2020 dat het inhoudelijk weinig uitmaakt voor de Ruslandpolitiek van de VS of Trump of Biden president is. In zijn betoog negeert Immink de macht van de Senaat die Trump dwong om tegen zijn wil in een harde Rusland-politiek te voeren en die Immink aan Trump toeschrijft. Terwijl Trump voortdurend het geven van hulp (Javelin antitank wapens) aan Oekraïne vertraagde. Dat is geboekstaafd en was nota bene de aanleiding voor de impeachment procedure tegen Trump. Immink laat dit ongenoemd en maakt onbegrijpelijke opmerkingen als hij zegt dat Trump zich ‘weinig met Ruslands binnenlands beleid’ bemoeide. Nee, want voor Trump is Rusland buitenlands beleid en daar bemoeide hij zich wel degelijk mee door telkens voor de Russische Federatie te kiezen en Oekraïne onder druk te zetten. Dat deed Trump zelfs tegen het belang van zijn eigen land in, zoals de recente cyberaanval op Amerikaanse overheidsdiensten verduidelijkt waar Trump over zwijgt.

Het is een raadsel waarom RD de eenzijdige artikelen en dwaze meningen van Immink plaatst. Doorgaans kiest het RD haar eigen specifieke invalshoek, maar doet dat altijd met respect voor de gangbare journalistieke codes. in het geval Immink ontbreekt dat. Laat RD eens uitleggen hoe het Imminks journalistieke kwaliteit waardeert en waarom hem een plek in de krant wordt gegeven. Hij mag uiteraard zijn politieke voorkeuren hebben, maar als dat zijn berichtgeving in de weg zit, dan raakt dat aan de journalistieke kwaliteit van het RD. Dat moet het RD niet willen.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelWat is er waar van geruchten over ernstige zieke Poetin?’ van William Immink in het RD, 17 december 2020. 

Foto 2: Retweet van William Immink, 2 december 2020.

Foto 3: Tweet van William Immink, 7 oktober 2020.

Media moeten beseffen dat het ontlokken aan wetenschappers van uitspraken die buiten hun vakgebied gaan geen wetenschap meer is. Het geval Heino Falcke

Dit is het slot van een interview uit april 2019 van het invloedrijke Duitse weekblad Der Spiegel met hoogleraar Heino Falcke. Hij is hoogleraar Astrodeeltjesfysica en radioastronomie aan de Nijmeegse Radboud Universiteit.

De interviewer merkt in bovenstaand citaat op dat Falcke een vrome christen is, af en toe in de kerk predikt en vraagt hoe dat past bij de wetenschapper Falcke. De hoogleraar antwoordt: ‘Er zijn meer parallellen tussen geloof en wetenschap dan men zou denken. Beiden zoeken voor alles de reden. Maar de natuurkunde durft niet een stap verder te gaan en de vraag over God te stellen. Maar ik geloof dat mensen niet alleen uit natuurwetten bestaan. Mijn onderbuikgevoel vertelt me ​​dat er meer is. We hebben geest, gevoel en ziel. En dat onderbuikgevoel volg ik ook vaak in de wetenschap.’

Dit is een opmerkelijke uitspraak van Falcke over zowel religie als wetenschap die men van een 21ste eeuwse natuurwetenschapper niet zou verwachten. Het is een vreemde uitspraak. Falcke is geen theoloog of metafysicus en heeft over godsdienst niet meer expertise dan de gemiddelde Nederlander. Zijn mening dat het religieuze geloof net als wetenschap voor alles de reden zoekt is in strijd met de gangbare opvatting over wat geloof is. Hij lijkt losjes te refereren aan de Rooms-Katholieke encycliek Fides et Ratio die zich baseert op de 13de eeuwse Thomas van Aquino die onder meer stelt dat de aard van God door de rede kan worden vastgesteld.

Het struikelblok is niet dat Falcke een christelijke overtuiging heeft, maar dat hij die in de openbaarheid koppelt aan en vermengt met zijn wetenschappelijke status en functie. Onder de dekmantel van de Radboud Universiteit waar hij werkzaam is. Hij combineert de amateur-gelovige met de professionele-wetenschapper op zo’n wijze dat voor de argeloze beschouwer het verschil niet valt te onderscheiden. Dat is ongewenst en voor de wetenschap onaanvaardbaar. Het is in strijd met de wetenschappelijke methode die uitspraken in geldigheid afbakent.

Het is verneukeratief als wetenschappers vanuit hun status en functie uitspraken gaan doen over kwesties die buiten hun vakgebied liggen en waar ze even weinig van weten als Henk en Ingrid. Media gaan doorgaans mee in de misleiding dat genoemde wetenschappers hierover recht van spreken hebben of zwengelen dit zelfs aan. Der Spiegel maakt de fout door Falcke deze vraag op zo’n open manier te stellen. Falcke mag vervolgens grenzeloos associëren en speculeren. Zonder dat de interviewer dit in een juiste context plaatst ontstaat het beeld dat Falcke een wetenschappelijke uitspraak over het geloof doet. Zo blijft ongenoemd dat Falckes uitspraak over het geloof niet meer onderbouwd is dan de mening van Henk en Ingrid hierover.

Complotdenkers weten voor hun sociale media altijd weer wetenschappers te vinden die vanuit hun vakgebied A een uitspraak doen over vakgebied X. Het is onderhand een subgenre in de populaire media van wetenschappers die uitspraken doen over een vakgebied waar ze geen wetenschappelijke deskundigheid over hebben. Het valt de gevestigde media zwaar aan te rekenen dat ze daar niet zorgvuldiger mee omgaan door aan te geven dat dit zuiver amusement en speculatie betreft en niets met wetenschap te maken heeft. In de kern komt de houding van deze media neer op dezelfde minachting en hetzelfde onbegrip voor wetenschap dat bij radicaal-rechts bestaat.

Bekend is het voorbeeld van de chemicus die zonder expertise over de klimaatwetenschap zich in de publieke opinie ongestraft kan uitgeven als sceptische klimaatwetenschapper, zoals Frits Böttcher of Marcel Crok. Media die wetenschap serieus nemen en op juiste waarde willen schatten moeten verder kijken dan het oppervlakkige etiket ‘wetenschap’ als een catch all legitimatie. Media dienen te weten dat de afbakening van wetenschapsgebieden inherent is aan de wetenschap en dat ze voorzichtig moeten zijn om wetenschappers onder de pretentie van expertise uitspraken te ontlokken of af te dwingen over onderwerpen die buiten hun vakgebied vallen.

Foto: Schermafbeelding van deel interviewAntworten zu den ganz großen Fragen des Lebens’ van Jörg Römer in Der Spiegel, 11 april 2019.