Gedachten bij foto [Gepensioneerd (sinds 2 jaar) gemeente-ontvanger van Terneuzen J.C.J. (Jan) Olijslager maakt op verzoek van het gemeentebestuur een maquette van “Terneuzen tot Sluiskil, de toestand over 5 of 6 jaar”], 1962

Gepensioneerd (sinds 2 jaar) gemeente-ontvanger van Terneuzen J.C.J. (Jan) Olijslager maakt op verzoek van het gemeentebestuur een maquette van “Terneuzen tot Sluiskil, de toestand over 5 of 6 jaar”, schaal 1:1000, 9 x 6 m. Met een “uitheems” eigengemaakt instrument meet hij de hoogten van de huizen op.’ 1962. Collectie: Beeldbank Zeeland.

Deze man met sigaar staat in 1962 op de markt van Terneuzen. Het is de gepensioneerde gemeente-ontvanger Jan Olijslager. Op de achtergrond zijn de bovenkant van de Grote Kerk aan de Noordstraat, de breiwinkel Van de Bruele, links daarnaast kantoorboekhandel Van Aken en achter hem Hotel Centraal (nu Café Ter Nose) zichtbaar.

Het bijzondere aan deze foto is dat die op geen enkele manier bijzonder is. Jan Olijslager houdt een houten of kunststoffen winkelhaak op armlengte voor zijn gezicht. Volgens de omschrijving van de foto is hij bezig met het maken van een maquette. Bij een artikel van de Stem van 28 juli 1962 wordt deze foto geplaatst met een begeleidende tekst.

Opmerkelijk is in het project de vermenging van realiteit en fantasie die uit een artikel in de PZC van 15 oktober 1964 blijkt. Enerzijds werkt Olijslager ‘tot in detail‘ en ‘op de millimeter nauwkeurig‘, maar anderzijds wijkt de bouwer daarvan af door op ontwikkelingen vooruit te lopen waarvan het nog maar de vraag is of die ooit plaatsvinden. Hij voegt nog te bouwen woonblokken in de Serlippenspolder toe en laat de 195 meter lange de Statendam door het nieuwe sluizencomplex varen waar het nooit zal varen. Overigens wordt het sluizencomplex bij Terneuzen op dit moment opnieuw vergroot. Hier te zien op een livestream.

Schermafbeelding van deel artikelOlijslager bouwt “zijn” Terneuzen nauwkeurig na in reuzen-maquette‘. PZC, 15 oktober 1964.

De bouwer van de maquette deed aan utopisch realisme dat blijkbaar in die tijd zo in zwang was bij beleidsmakers. Zijn maquette had als doel om het verleden met de toekomst te verbinden en die nieuwe mix zichtbaar te maken. De verbeelding was niet alleen bij de jongeren aan de macht, die daar overigens wat anders mee bedoelden, maar vooral bij ouderen en bestuurders. Hun visie stond haaks op het uitgangspunt om het klein te houden. De bomen moesten tot in de hemel groeien. Kleinschaligheid werd gezien als ongewenst en iets van het verleden.

Terneuzen was in de jaren 1960 door de rijksoverheid aangewezen als groeigemeente. Een artikel van ‘Oud Terneuzen’ dat de toenmalige veranderingen schetst zegt daarover het volgende en leest als een aangekondigde ramp voor de hedendaagse verloedering: ‘Het college B&W stelde vast dat Terneuzen eindelijk was veranderd van een slapend provinciestadje tot in een moderne, bedrijvige stad. En daar past een modern centrum bij met een overdekt winkelcentrum en ruime parkeergelegenheid, “het centrum van Terneuzen moest vernieuwen” klonk in raadzaal van Terneuzen‘.

Rond die tijd toen welvaart en bedrijvigheid in Nederland toenamen gingen steden op de schop. Als een Rupsje Nooitgenoeg van projectontwikkelaars, aannemers, investeerders, politici en futurologen werd de moderniteit als lichtend voorbeeld binnengehaald. Nadelen van de snelle verandering werden genegeerd. Het land veranderde razendsnel van een agrarische in een industriële- en handelsnatie. Het schaalmodel van de tekentafel werd opgeschaald. Met realisme én fantasie.

Zeeland heeft juridische middelen om Antwerpse haven plat te leggen. Durft het dat?

Schermafbeelding van deel redactioneel Liever gestrekt been dan grimlach‘ in PZC, 3 september 2021.

In een commentaar van 25 juni 2021 schreef ik dat de kankerwerkende stof PFAS de ontpoldering van de Hedwigepolder op losse schroeven zette. Het zorgt in elk geval voor beweging en onzekerheid in dit dossier dat gesloten leek. Grensoverschrijdende milieuverontreiniging vanuit de Antwerpse haven en het zo goed als ontbrekende optreden van Vlaamse overheden lijkt alles weer in beweging te zetten.

Vooral PZC-journalist Theo Giele zit goed in dit dossier. Hij schreef in een artikel op 22 juni 2021: ‘De hoge concentraties PFAS in de Westerschelde kunnen de discussie over de ontpoldering van de Hedwigepolder opnieuw doen ontvlammen. Moet je verontreinigd Scheldewater de polder in laten stromen?’

Dit gaat verder dan de Hedwigepolder. Giele constateert dat de PFAS-problematiek of de grensoverschrijdende vervuiling vanuit België breder is dan de problematiek van de ontpoldering van de Hedwigepolder. Vele gemeenten aan de Westerschelde maken zich grote zorgen over de gezondheid van hun inwoners door vervuiling met het kankerverwekkende PFAS.

Hoe de Vlaamse regering en de provincie Antwerpen jarenlang hebben weggekeken maakt de jarenlange illegale lozing van vervuilende stoffen in de Schelde door het Amerikaanse 3M in het Antwerpse Zwijndrecht duidelijk. ‘De provincie Antwerpen bleek vorig jaar zonder gedegen onderzoek naar milieueffecten en zonder Nederlandse autoriteiten op de hoogte te stellen een eeuwigdurende omgevingsvergunning aan het chemiebedrijf 3M te hebben verleend‘, zo concludeert Giele in de inleiding van zijn interview in de PZC van 4 september 2021 met de Vlaamse juriste  Isabelle Larmuseau. Deze voorzitter van Vlaamse Vereniging voor Omgevingsrecht (VVOR) meent dat Nederland met een beroep op artikel 159 van de Belgische Grondwet de hele Antwerpse haven plat kan leggen:

Schermafbeelding van deel artikel3M is geen uitzondering: ‘Nederland kan heel de Antwerpse haven plat laten leggen’ in de PZC van 4 september 2021

Dit juridische middel om de Antwerpse haven plat te leggen geeft Nederland een wapen in handen om druk te zetten op Vlaanderen. Dat kan aan kracht winnen als de provincie Zeeland die het meest geraakt wordt door het nalatige milieubeleid van de Vlaamse overheden en dus een duidelijk belang heeft op haar beurt de Nederlandse regering onder druk zet.

De nieuw aangetreden minister van Infrastructuur en Waterstaat Barbara Visser heeft in haar vorige functie als staatssecretaris van Defensie veel kwaad bloed gezet in Zeeland met haar leugens en geheim overleg over de Marinierskazerne in Vlissingen die uiteindelijk voorbijgingen aan de belangen van de provincie. Zij heeft dus nog wat goed te maken tegenover Zeeland.

De tragiek van een kleine provincie als Zeeland is dat het doorgaans geen middelen heeft om af te dwingen dat het een gesprekspartner is die door anderen serieus wordt genomen. Zowel de Vlaamse overheden die jarenlang het Zeeuwse provinciebestuur en de Zeeuwse gemeenten hebben genegeerd door ze niet te informeren over grensoverschrijdende vervuiling in de Westerschelde als de Nederlandse regering hebben zich als punt bij paaltje komt niets gelegen laten liggen aan Zeeuwse belangen. Zoals de ontpoldering van de Hedwigepolder waar de meerderheid van de inwoners en de Zeeuwse overheden tegen was. Andere belangen wegen politiek en economisch zwaarder.

Nu heeft Zeeland dat machtsmiddel wel. Het kan de Antwerpse haven platleggen. Dat is nieuw. De Zeeuwse bestuurders moeten nog leren om dat middel zelfbewust in te zetten en zich niet opnieuw door de machtspolitiek van Den Haag én Antwerpen laten paaien met loze beloften. Zeeland moet er met gestrekt been ingaan zoals het redactioneel van 3 september 2021 van de PZC zegt (zie bovenaan).

Het Zeeuwse provinciebestuur heeft Vlaanderen een ultimatum gesteld, zoals blijkt uit de reacties van Zeeuwse bestuurders die eindelijk wakker zijn geworden. De coalitie in de Staten en de Zeeuwse Milieufederatie hebben zich hierbij aangesloten. Dit gaat in de eerst plaats over de volksgezondheid van de Zeeuwen, maar ook over de emancipatie, bestuurlijke kordaatheid en zelfverzekerdheid van Zeeuwse bestuurders. Durven ze het deze keer hard te spelen door de schroom van zich af te werpen en alle juridische middelen in te zetten die ze hebben?

Privatiseer Museum Het Belfort in Sluis

Standbeeld van J.H. van Dale in Sluis.

In het beleidsstukVisie op Musea‘ van de gemeente Sluis van maart 2021 wordt over Museum Het Belfort gezegd dat het onderdeel van de publieke organisatie van de gemeente Sluis is. Dat houdt in dat de gemeente Sluis voor het onderhoud en de exploitatie verantwoordelijk is.

Schermafbeelding van deel (op p.8) uit beleidsnota ‘Visie op Musea‘ van de gemeente Sluis van maart 2021.

Maar uit een artikel van de PZC van 15 juli 2021 blijkt dat de gemeente de verantwoordelijkheid voor het Museum Het Belfort niet wil dragen. De inleiding spreekt boekdelen: ‘Welke ondernemer gaat het belfort in Sluis uitbaten? De gemeente is op zoek, nu de VVV – de voormalige exploitant – zijn werkzaamheden in Zeeland heeft beëindigd.’

Het wordt nog wranger: ‘De gemeente zoekt een ondernemer die bijvoorbeeld een toeristische giftshop wil starten. Dat kan in de balieruimte van het museum. Als voorwaarde stelt de gemeente dat de uitbater ook beheerder van het museum in het belfort wordt. De werkzaamheden zijn bezoekers ontvangen, toegangstickets verkopen en toeristische informatie verstrekken.‘ Dat is een hybride functie van profit en non-profit waarbij het de vraag is waar het een ophoudt en het ander begint. Dat is van belang als het om ethische museale normen gaat.

Museum Het Belfort staat sinds juni 2017 geregistreerd in het Museumregister. Musea die zijn aangesloten bij het Museumregister worden getest op de Museumnorm 2020. Dit houdt in dat de geregistreerde musea dienen te voldoen aan kwaliteitsnormen. Museale taken kunnen uitbesteed worden aan een rechtspersoon, maar ‘In dat geval blijft de uitbestedende partij [de gemeente Sluis] verantwoordelijk voor de invulling van de uitbestede zaken conform de Museumnorm‘. Het is mogelijk dat een commerciële partij het museum gaat uitbaten, maar dan ligt belangenverstrengeling op de loer. Een en ander dient vooraf zorgvuldig afgesproken en gescheiden te worden.

Uit het PZC-artikel van Bob Maes blijkt dat de gemeente Sluis zich verschuilt achter de VVV. Dat is de defensiemuur van het college. Tot begin 2021 nam de VVV de exploitatie voor haar rekening. Vrijwilligers die het toen overnamen blijken te zwaar belast te worden.

De PZC vervolgt: ‘Vorige week stelde wethouder Peter Ploegaert zich tijdens een gemeenteraadsvergadering zelfkritisch op. Hij vond dat de gemeente steken had laten vallen en niet snel genoeg had ingespeeld op het stoppen van de VVV. De gemeenteraad trok daarom 50.000 euro uit voor een beroepskracht, die het museum in ieder geval tot en met september iedere dag open houdt.

Tekenend is dat CDA-wethouder Ploegaert onder meer recreatie, toerisme en monumenten in zijn portefeuille heeft, maar niet cultuur. Dat is ondergebracht bij burgemeester Marga Vermue. Het probleem is echter niet het verdwijnen van de VVV als uitbater van Museum Het Belfort, maar het feit dat de gemeente Sluis als publieke organisatie niet de verantwoordelijkheid neemt om de exploitatie voor haar rekening te nemen. Het is goed dat er budget is vrijgemaakt voor het tijdelijk aannemen van een vaste kracht, maar dat is geen duurzame oplossing.

Een toeristische gids van de streek zegt over Museum Het Belfort: ‘Het imponerende gebouw huisvest tegenwoordig een museum, gewijd aan de Sluise stadsgeschiedenis en de beroemdste Sluizenaar, woordenboekenmaker Johan Hendrik van Dale. Ook zijn er twee minibioscopen, tentoonstellingen, stijlkamers en de indrukwekkende historische raadszaal.

De Stichting Johan Hendrik Van Dale heeft een ingetrokken ANBI-status (2017) en zegt op haar Facebook-pagina over de eigen doelstelling: ‘Het organiseren van tentoonstellingen op het gebied van beeldende kunst in de Raadskelder van het Belfortmuseum te Sluis‘.

Sluis is een kleine gemeente met iets meer dan 23.000 inwoners. Het heeft weinig middelen. Daarom moet men niet te hard oordelen over een gemeente die de eindjes aan elkaar moet knopen. De vraag is echter of de gemeente binnen de huidige mogelijkheden de optimale oplossing kiest. Dat valt te betwijfelen. Het lijkt erop dat de gemeentelijke politiek niet uit het eigen kader kan stappen door een oplossing te kiezen waarvan iedereen profiteert.

Het is opvallend dat Museum Het Belfort en de Stichting Johan Hendrik Van Dale geen ANBI-status hebben, zodat ze werk kunnen maken van hun fondsenwerving. Men moet de toeristische aantrekkingskracht van de kuststreek niet onderschatten evenmin als de aantrekkingskracht van Johan Hendrik van Dale wiens naam het bekendste woordenboek in het Nederlandse taalgebied siert.

De oplossing die het college biedt lijkt sterk op privatisering zonder dat te zijn. Dat is vanwege de bestuurlijke problemen die veel energie opslokken en het gebrek aan financiële armslag de slechtste van alle opties.

Bij privatisering van een gemeentelijk museum is het gebruikelijk dat de gemeente verantwoordelijk blijft voor gebouw en collectie. De exploitatie zou dan ondergebracht kunnen worden bij een aparte stichting. Voordeel is dat de gemeente Sluis dan op afstand komt en zich bestuurlijk niet meer met Museum Het Belfort hoeft te bemoeien en het museum de ruimte krijgt die het nu mist om bij particulieren, bedrijven en het openbaar bestuur in Nederland en België te doen aan fondsenwerving, het werven van sponsors en het aanvragen van subsidies. En het ontplooien van tentoonstellingen en andere culturele initiatieven die nu blijven liggen.

Kankerverwekkend PFAS in Westerschelde zet ontpoldering Hedwigepolder op losse schroeven

Schermafbeelding van deel artikelKankerverwekkend PFAS in de Westerschelde: moet je de Hedwigepolder met verontreinigd water laten volstromen?‘van Theo Giele in de PZC, 22 juni 2021.

Als geboren Zeeuws-Vlaming ben ik altijd een fervent tegenstander geweest tegen de ontpoldering van de Hedwigepolder. Die polder onder de rook van het Antwerpse havengebied. Het werd verkocht als natuurcompensatie, maar was feitelijk het verraad van milieuverenigingen die vanwege het economisch belang van de Antwerpse haven met programma’s, compensatie en geld werden gekocht. Chris De Stoop beschreef het verraad van de milieubeweging in zijn boekDit is mijn hof‘.

Zo ontstond een kongsi van Antwerpse havenbaronnen met Nederlandse milieuverenigingen die de Nederlandse en Zeeuwse politiek overrulden en zich keerden tegen de boeren en Zeeuwen.

Ik heb er sinds 2011 talloze commentaren aan besteed. Een ervan leidde tot kamervragen over de veiligheid van de binnen- en zeevaart op de Westerschelde waarover ik contact had met toenmalig PvdA-kamerlid Lutz Jacobi, de huidige directeur van de Waddenvereniging. Ik herhaal mijn conclusie van dit commentaar uit 2016 omdat die de kern van mijn bezwaar tegen de ontpoldering geeft:

De problemen zijn terug te brengen tot het economisch belang van de Antwerpse haven waar alles voor moet wijken. Inclusief de veiligheid ondanks de sussende woorden van de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie dat wel een loodsplicht noemt, maar geen snelheidsbeperking voor zeevaartschepen. Door afspraken van de Scheldeverdragen van 2005 is de Westerschelde verdiept tot 13.10 meter. Met als gevolg dat grotere, diepere en snellere zeevaartschepen naar Antwerpen kunnen varen. Met alle veiligheidsproblemen van dien die de binnenvaartschippers in hun reacties aankaarten. De verdieping van de Westerschelde heeft voor Zeeland ongunstige neveneffecten gehad, zoals het verlies aan natuur dat het volgens afspraken van de Natura 2000 richtlijn moet realiseren op eigen gebied en de veiligheid van de scheepvaart waarvoor zoals blijkt door snelheidsbeperkingen geen afspraken gemaakt kunnen worden omdat dat blijkbaar niet in Belgisch belang is.
Terwijl de Vlaamse regering er de economische lusten van draagt moet Zeeland de lasten dragen door de Hedwigepolder als natuurcompensatie af te stoten als landbouwgrond. Wat Zeeuwen met de herinnering aan de ramp van 1953 door de ziel snijdt. Het is zover kunnen komen door het systeemmatig zwakke bestuur van de provincie Zeeland en het relatief kleine belang van deze provincie in Den Haag. Toen de Zeeuwse Jan Peter Balkenende in 2002 premier werd was het kwaad al geschied. Hij kon met de Zeeuwse CDA’er Ad Koppejan dit dossier politiek en juridisch niet meer redden, maar alleen rekken. Dat geeft aan wie het op de Westerschelde voor het zeggen heeft: België. De Vlaamse kolonisatie van de Westerschelde is de afgelopen decennia door Nederland geen halt toegeroepen, maar eerder toegenomen. De politiek laat het gebeuren. Zoals ontpoldering van de Hedwigepolder tegen Zeeuwse wensen in en marginalisering van de binnenvaart op de Schelde leren.

Theo Giele heeft recent in de PZC een reeks artikelen geplaatst over de vervuiling door kankerverwekkend PFAS in de Zeeuwse waterwegen, zoals het Kanaal van Gent naar Terneuzen en de Westerschelde. Bovenstaand artikel leidt hij als volgt in: ‘De hoge concentraties PFAS in de Westerschelde kunnen de discussie over de ontpoldering van de Hedwigepolder opnieuw doen ontvlammen. Moet je verontreinigd Scheldewater de polder in laten stromen?’

Kortom, de hoge concentratie PFAS is een nieuw argument tegen de ontpoldering van de Hedwigepolder. Vervuiling in algemene zin was altijd al een argument tegen ontpoldering, maar vervuiling met PFAS geeft er een nieuwe dimensie aan. Het schrijnende is dat de industrie van de Antwerpse haven altijd al verantwoordelijk was voor de vervuiling, maar er niet verantwoordelijk voor werd gehouden. Want de Westerschelde ligt stroomafwaarts van Antwerpen.

Hoe dan ook wordt de vervuiling met PFAS door tegenstanders van de ontpoldering zoals de SGP aangegrepen om dit dossier opnieuw te openen. Theo Giele zegt in een artikel van 24 juni 2021 dat de SGP op die dag kamervragen heeft gesteld aan minister Cora van Nieuwenhuizen: ‘Kamerlid Chris Stoffer vroeg of de hele ontpolderingsoperatie niet in strijd is met de Wet Bodembescherming. Er zal immers vervuild Scheldewater de polders instromen’. Het CDA-statenlid Frank Peter Kuijpers liet al eerder van zich horen en twitterde op 22 juni 2021:

Tweet van Frank Kuijpers, 22 juni 2021.

Giele constateert terecht dat de PFAS-problematiek breder is dan de problematiek van de ontpoldering van de Hedwigepolder. Vele gemeenten aan de Westerschelde maken zich grote zorgen over de gezondheid van hun inwoners door vervuiling met het kankerverwekkende PFAS.

Het is de logica van de zogenaamde natuurcompensatie waarvan de hypocrisie nu volop aan de oppervlakte komt. De achterliggende oorzaak voor de ontpoldering van de Hedwigepolder was nooit het compenseren van natuur, maar het dienen van het belang van de Antwerpse haven (via verdieping van de Westerschelde) zonder dat dit verband rechtstreeks gelegd mocht worden. Nu de vervuiling door die haven de natuurcompensatie in gevaar brengt blijkt duidelijk hoe rechtstreeks dit verband werkelijk was. Letterlijk en figuurlijk een vies zaakje dat stinkt.

Er is de afgelopen 10 jaar in dit dossier krom en onzuiver geredeneerd. De oppositie tegen de ontpoldering werd met een machtsspel onder leiding van de Vlaamse overheid en haven onschadelijk gemaakt. De PFAS-problematiek opent het dossier opnieuw van een ontpoldering die nooit goed voelde en de hypocrisie en de niet valide argumenten ervan opnieuw onder de aandacht van politiek en publiek brengt.

Petitie roept Noord-Beveland op niet te bouwen in het Veerse Meer

vm

Een petitie van Jan Kollaart over bouwen in het Veerse Meer in de provincie Zeeland. In een bericht in de PZC geeft hij aan wat hem drijft: ‘De kust is van iedereen, maar de publieke ruimte wordt met al die private ‘eilandjes’ steeds kleiner. Voor het plezier van een kleine groep mensen moeten heel veel anderen wijken.’ Het gaat om de privatisering van de publieke ruimte. Omroep Zeeland legt in een artikel uit wat het 40 miljoen euro omvattende project van projectontwikkelaar De Zeeuwse Lagune uit Vrouwenpolder omvat.

Opmerkelijk in dat artikel is de reactie van wethouder Piet de Putter (VVD) van de gemeente Noord-Beveland: ‘Dit plan is economisch haalbaar en voldoet aan de eisen die wij als gemeente er aan stellen. De bebouwing wordt niet hoger, langer of breder dan dat wij willen. We zijn al dertien jaar met deze plannen bezig. Als het Rijk hier een streep door zet, vind ik dat onfatsoenlijk en onbehoorlijk bestuur.’ In de vergadering van 3 november besloot de raad ‘tot het opleggen van geheimhouding op grond van artikel 25 van de Gemeentewet ten aanzien van stukken met betrekking tot tot de ontwikkellocatie Veerse Dam.’ Dit houdt in dat het debat in de raad wordt bemoeilijkt en in bevolking en openbaarheid praktisch onmogelijk wordt gemaakt:

geh

Een en ander bracht mij tot een reactie die ik bij dat artikel van Omroep Zeeland plaatste:
Wat wethouder Piet de Putter (VVD) van Noord-Beveland over het Kustpact zegt klinkt niet erg vertrouwenwekkend. Of hij begrijpt het niet of hij doet net alsof hij het niet begrijpt. Dat is allebei even erg. Essentie ervan is dat er een integraal plan voor de hele kust bestaat waar lokale overheden aan gebonden zijn. En zich aan moeten houden.

Nederland is een functionerende rechtsstaat. Lokale overheden dienen zich te houden aan wetgeving. Het gaat niet aan om wetten oneigenlijk op te rekken door een beroep te doen op argumenten die stoelen op politiek gewoonterecht, zoals: ‘We zijn al dertien jaar met deze plannen bezig’. Ja, dus?

De argumentatie van De Putter zou reparatiewetgeving trouwens onmogelijk maken. Want altijd kan er teruggegrepen worden op een situatie die bestond voordat de geldende wetgeving van kracht werd.

Piet de Putter draait de zaken om. Als het bestuur van een lokale overheid zich niet houdt aan bestaande wetgeving dan kan het zelf beticht worden van onbehoorlijk bestuur.

Daarbij komt de termijn van 13 jaar die blijkbaar nodig was om een voor allen aanvaardbaar plan te maken. Als projectontwikkelaar en financiers onder coördinatie van het gemeentebestuur eerder met een voor de raad en bevolking aanvaardbaar, realistisch en minder controversieel plan waren gekomen, dan had er eerder gebouwd kunnen worden. Dat dit niet is gebeurd valt Piet de Putter en zijn voorgangers te verwijten die eerder initiatief hadden moeten nemen door de regie naar zich toe te trekken. Dat hebben ze onvoldoende gedaan. Daarvan plukken ze nu de wrange vruchten.

Foto 1: Schermafbeelding van deel petitieGeen bebouwde eilanden in het Veerse Meer nu en in de toekomst’.

Foto 2: Raadsbesluit van de gemeente Noord-Beveland over de geheimhouding art. 25 Gemeentewet over de ontwikkellocatie Veerse Dam, 3 november 2016.

Zeeland verliest culturele identiteit en neemt toegang culturele voorzieningen niet serieus

De Zeeuwse gedeputeerde Ben de Reu (PvdA) gaf in 2013 een persiflage op een lokale politicus die geen normaal woord uitbrengt en onzin uitkraamt. Maar tegelijk door laat schemeren een man van de wereld te zijn die het tegenovergestelde uitstraalt. Een lastige rol vol twijfel en tegenstrijdigheden die subtiel spel vereist om geloofwaardig te zijn. Zeeland wil over de grenzen van de provincie heen in Europa een grote speler worden. Dat is de droom van elke lokale politicus die hogerop wil en de nachtmerrie voor de inwoners. Hun bestuurders willen een grote speler worden. Gevolg van die ambitie is dat ze met hun hoofd in de wolken de werkelijkheid uit het oog verliezen. Ben de Reu wil met zijn business cases geen initiatieven meer nemen, maar dat aan anderen zoals het bedrijfsleven overlaten. Conny van Gremberghe noemt het misplaatste geilheid van Ben de Reu. In gewone taal wil dat zeggen dat de provincie de basistaken op de tweede plek zet.

Ben de Reu is ook gedeputeerde voor Cultuur. Volgens het Interprovinciaal Overleg (IPO) is Culturele infrastructuur en monumentenzorg een van de zeven kerntaken van de provincie. Het IPO omschrijft de taak van provincie en vakgedeputeerde Cultuur Ben de Reu zo: ‘De provincie zet zich in voor het behoud en de ontwikkeling van deze culturele identiteit en zorgt ervoor dat culturele voorzieningen goed toegankelijk zijn en blijven.’ Nu is Zeeland volgens onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) uit 2013 toch al de provincie waar de bewoners het verst moeten reizen om bij culturele voorzieningen te komen. Logisch gezien de kleinschaligheid en geografie van Zeeland. Maar juist daarom moet de provincie ervoor zorgen dat die basisvoorzieningen niet nog verder achteruitgaan zodat ze onder een onaanvaardbaar minimum zakken.

In de Zeeuwse cultuursector wordt niet ervaren dat de provincie de urgentie ervan inziet dat het koste wat kost een constructieve rol dient te vervullen om het weinige te houden dat er is. Vooral de hedendaagse kunst staat onder druk nu de grotere gemeenten als Terneuzen, Middelburg, Vlissingen en Goes te veel bezuinigen op cultuur. Volgens de Raad voor Cultuur zouden ze zelfs anti-cultuur zijn. Wie treft nou het grootste verwijt dat de culturele voorzieningen in Zeeland worden uitgekleed, de rijksoverheid, de provincie of de gemeenten?

De tekenen zijn onheilspellend. De Vlissingse expositieruimte Willem 3 moet per 1 januari 2016 sluiten. De in Vlissingen wonende kunstenaar Loek Grootjans zei tegen de PZC: ‘Het voelt alsof de bodem nu onder mijn bestaan wordt weggeslagen.’ Presentatie-instelling De Vleeshal in Middelburg is terechtgekomen in de gevarenzone. Het werd door de Raad voor Cultuur vanwege het niet voldoen aan de inkomstennorm uit de basisinfrastructuur 2013-2016 verwijderd. De grootste Zeeuwse gemeente Terneuzen met zo’n 55.000 inwoners heeft zelfs nooit een platform voor beeldende kunst gehad dat het niveau van de oudheidskamer was ontstegen. En zelfs die staat niet meer opgesteld. Terneuzen kent alleen een Schoolmuseum dat door middenstander Douwe van der Meer als hobby werd opgericht. Tijd voor ontwikkelingshulp, Ben de Reu?

ze

Foto: Schermafbeelding van artikel en video ‘Hedendaagse kunst in Zeeland in zwaar weer’ van Omroep Zeeland, 4 december 2015.

Woord ‘krimp’ van hogerhand verboden in Zeeland. Tegen beter weten in

ZB

Conny van Gremberghe zet me op het spoor met een column over ‘De verboden woorden in Zeeland’: ‘We verbieden vanaf heden het gebruik van woorden en begrippen als expulsiegebied, krimp, ontgroening, vergrijzing, negatief migratiesaldo, ontkerkelijking, ontpoldering, ontheemden, oud en minder en Delta, zodat al die negatieve connaties tot het verleden behoren.’ In variatie op Ockhams scheermes is dit het Zeeuwse scheermes. Wegscheren van negatieve connotaties om bij de politiek correcte verklaring uit te komen.

Aanleiding is een bericht in de PZC over ZB-directeur Perry Moree die door Gedeputeerde Staten op het matje is geroepen over het item ‘Krimp in Zeeland: de ouderen blijven over’ in Nieuwsuur van 14 augustus 2015. Daarin voorspelt Dick van der Wouw van Planbureau Zeeland dat Zeeland tot ‘zeker 2040’ verder zal krimpen en de bevolking met 20.000 tot 360.000 zal afnemen. PZC citeert Moree: ‘Het verleidde Moree tot deze ‘anekdote’. “Na een uitzending van Nieuwsuur (..) moest ik op gesprek komen bij twee gedeputeerden. Zij hadden zich gestoord aan de toonzetting. Ik heb daarna bij ons het woord krimp verboden. Dat is nu het K-woord. Wie het nog gebruikt, krijgt met mij te maken.” Dat laatste klinkt akelig dreigend van Moree.

Maar door een term te verbieden is het verschijnsel nog niet weg. Moree reageert bij het bericht in de PZC en krijgt hoon over zich heen van onder meer journalist Bob Lagaaij die zegt: ‘In wolken van mist – en dito taalgebruik – verdwijnt de heer Moree uit het zicht. ,,Krimp hoeft niet perse een negatieve connotatie te hebben”. Nou dan: gebruik het woord gewoon.’ Moree maakt het ook wel onnodig pijnlijk door zowel zijn taalgebruik als zijn manier van redeneren: ‘Na een goed gesprek met diverse Gedeputeerden naar aanleiding van het programma Nieuwsuur (onderwerp: Krimp in Zeeland) heb ik zelf intern in ZB de lijn ingezet dat krimp niet per se een negatieve connotatie hoeft te hebben. De onafwendbare demografische verandering (minder jeugd, meer senioren), die in Zeeland heftiger plaatsvindt dan op andere plaatsen, biedt juist ook veel kansen op de verdere ontwikkeling van de kwaliteitsprovincie Zeeland, waar het goed wonen, studeren en werken is.

Verklaring voor deze woordenstrijd en het verbieden van het woord krimp is het karakter van ZB waarvan Moree directeur is. ZB dat staat voor Planbureau en Bibliotheek van Zeeland afficheert zichzelf als ‘de grootste culturele instelling in de provincie Zeeland en is één van de toonaangevende bibliotheken in Nederland.’ Dus Planbureau Zeeland is onderdeel van een culturele instelling. In Zeeland is planologie en demografie geen wetenschappelijke reflectie op de ruimtelijke planning of de samenstelling van de bevolking, maar afgeleide van menselijk handelen. In dit geval door wat Gedeputeerde Staten verordonneert en de ZB-directeur opvolgt.

Foto: Schermafbeelding van ‘Over ZB’.

Petitie: Geen strandhuizen aan kust Schouwen-Duiveland

h1

Verrommeling van het landschap langs de snelweg waar landschapsarchitect Adriaan Geuze laatst tegen fulmineerde in Zomergasten treft ook de kust. Waarom moet de horizon van een van de meest kwetsbare en karakteristieke Nederlandse landschappen van strand en duin vervuild worden? Er is geen reden voor. Ook niet als dat de winst en het bedrijfsmodel van ondernemers zoals De Stichting Exploitatie Strandhuisjes in Zierikzee dient. In de PZC zegt woordvoerder van deze stichting Jan Roggeband dat er naar strandhuizen vraag is: ’Er is gewoon vraag naar deze vorm van verblijfsrecreatie.’ Het zal wel, goede marketing schept elke vraag, maar daarom hoeft het nog niet gerealiseerd te worden. Laat de lelijk volgebouwde Belgische kust een waarschuwing zijn voor Zeeuwse bestuurders. Laten ze beseffen welke verantwoordelijkheid ze hebben. Toeristen komen naar Zeeland voor strand, duin en zee, en de ongedwongen schoonheid van de ruimte.

h2

Foto’s: Petitie ‘Geen strandhuizen Schouwse kust’. Tekenen kan hier.

Vlissingen wil fors snijden in cultuur. Herziening gevraagd

vlis

Vlissingen is de afgelopen jaren slecht bestuurd. De artikel-12 status lijkt onvermijdelijk, zo zegt de PZC. Want: ‘Vlissingen heeft torenhoge schulden, er is te weinig geld voor onderhoud – wat op termijn voor extra kosten zorgt -, er is geen geld meer om tegenvallers op te vangen en Vlissingen heeft veel grond in eigendom. Het ziet er niet naar uit dat die op korte termijn verkocht wordt.’ Maar ook een waarschuwing vanuit Den Haag: ‘Als Vlissingen voorzieningen heeft die andere gemeenten niet hebben, wordt daarin gesneden, voorspelde Van den Berg‘. Hij is een artikel-12 inspecteur van het ministerie van Binnenlandse Zaken die Vlissingen helpt schoon schip te maken. ‘Opvallend was zijn pleidooi voor cultuur. “Als je dat de nek omdraait, mis je ook bepaalde inkomsten. Er wordt kritisch gekeken, maar niet tot een niveau waarop schade ontstaat.” Waarschijnlijk komt Vlissingen onder preventief toezicht van de provincie Zeeland.

Maar het college van lokale partijen, D66 en SP luistert niet -of onvoldoende- naar Van den Berg. In een motie vraagt een oppositie van VVD, SGP en PvdA om de voorgenomen bezuinigingen op culturele activiteiten te herzien, inclusief  de voorgenomen bezuiniging van liefst 50% op bibliotheek en maritiem museum muZEEum. De laatste stelt: ‘Beeldende kunst, de muziekschool en cultuureducatie verdwijnen geheel. Voor de 5 bestaande festivals en nieuwe festivals blijft alleen nog een ‘aanjaagfonds’ over. Het muZEEum vindt dat de gemeente hiermee het kunst- en cultuurklimaat van Vlissingen volledig afbreekt.’

Politieke cirkelredenering en prietpraat van het Vlissingse college kleurt de Deelnota’s Cultuur: ‘Vlissingen kent een mooi museum, vooruitstrevend in de wijze van presenteren van de collectie. Door de bezuinigingen op cultuur en daarmee een lagere subsidie vanuit de gemeente, is de noodzaak aanwezig om de ambities voor het MuZEEum te verlagen. Nu al is het MuZEEum op een punt aangekomen dat alleen de basis van het werk nog kan worden uitgevoerd: het tentoonstellen van de collectie.’ Dit leest niet zozeer als het failliet van de Zeeuwse cultuur, maar vooral van het denken van de lokale politiekTekenen van de petitie kan hier.

Van Schaik: het merk PvdA wordt nu niet gepruimd

141128390.NxzlHSPK

Eerder besteedde ik aandacht aan PvdA’er Co van Schaik uit Terneuzen, de tot voor kort langstzittende (36 jaar) wethouder van Nederland. Zie hier en hier. Van Schaik neemt geen blad voor de mond en laat zich door het partijkader van z’n partij niet het zwijgen opleggen. Hij vindt nog steeds dat partijleider Diederik Samsom en voorzitter Hans Spekman moeten opstappen. Conny van Gremberghe heeft het over ‘Co en de kruistocht tegen de PvdA‘. Maar zo zal Van Schaik het vermoedelijk zelf niet zien. Hij voert een kruistocht voor de PvdA die het volk ontstolen is. Hij blijft ageren tegen een PvdA die hem en de zijnen in de steek heeft gelaten.

De opstelling van Van Schaik oogt donquichotterig. Het is een niet te winnen strijd tegen de partijorganisatie. Maar hij heeft sterke wapens: zijn geweten, belangeloosheid en publiciteit. Vandaag schreef Maaike van Houten het ongenoegen van Co van Schaik op in Trouw. Onder de titel ‘Het merk PvdA wordt niet gepruimd‘. Dat liegt er niet om. Van Schaik vindt niet dat de kiezer die de PvdA bij de gemeenteraadsverkiezingen in de steek liet het verkeerd zou zien, zoals partijleider Samsom het voorstelde. Die kiezer zou het niet begrijpen.

Maar volgens Van Schaik begrijpt Samsom er niks van: ‘De kiezer heeft het ongelooflijk goed gezien, de verkiezingsbeloften zijn voor honderd procent gebroken. Mensen stemden landelijk op de PvdA in de hoop op een andere koers. En wat doet de PvdA? Op sociaal gebied, wat heel belangrijk is voor ons imago, voeren ze een puur VVD-beleid.‘ Volgens Van Schaik is het vertrouwen in Samsom weg: ‘Er moet een ander verhaal komen, maar als Samsom dat vertelt, geloven mensen het niet meer. Hij krijgt het niet meer voor elkaar dat naar buiten uit te dragen.’ Met als conclusie dat het merk PvdA ‘momenteel’ niet wordt gepruimd.

Hoe eindigt dat? Stapt Diederik Samsom op en zet de PvdA in op vernieuwing? Weg van het marktdenken en de economisering van de politiek. Of wordt Co van Schaik geroyeerd vanwege gebrek aan loyaliteit? In de politiek kunnen personen alleen eerlijk aan zichzelf zijn als ze eerlijk aan de partij zijn. Alleen het laatste is de noodzakelijke voorwaarde. Wie dat omdraait en de trouw aan zichzelf laat voorgaan wordt dissident of lastig genoemd. Zo pakt de paradox van partijpolitiek uit. Iemand wordt om ideologische redenen lid van een partij, om daarna jaren later te beseffen dat de partij de idealen heeft losgelaten en in zijn tegendeel is verkeerd.

Foto: Patricia Kay, A Faded Trio of Red Roses, 2012. Credits: Patricia Kay.