George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Tweede Kamer

Kunst wordt slecht vertegenwoordigd in Nederlandse politiek. Daarom een pleidooi voor het afzien van cultuurbeleid

leave a comment »

Altijd op zoek naar meningen over kunst en cultuurpolitiek bleef mijn oog haken aan twee zinnen in een analyse van Karlheinz Schmid over de Duitse politiek en het geringe belang van cultuurpolitiek in het politieke debat in de Kunstzeitung van juli 2017. Schmid: ‘Warum die Kultur in den Parteien bedeutungslos wirkt, resultiert aus einem verengten Blickfeld, fernab zeitgemäss erweiterter Begriffe. Entweder spritzige Event-Kultur oder verklebtes Heimat-Gefühl – das scheint die einzig vorstellbare Alternative zu sein.’  Volgens Schmid is het cultuurdebat in de Duitse politiek zinloos omdat het gevangen zit tussen een modieuze blik naar voren en een nostalgische blik naar achteren. In beide gevallen kan kunst zichzelf niet zijn, maar wordt het ingezet voor politieke of maatschappelijke doelen. Simpelweg gezegd, politici vinden dat kunst zich of moet uitspreken over actuele onderwerpen als terrorisme of migratie of over nationalisme en identiteit. Schmid koppelt die houding aan het ontbreken van kunstprofessionals in de landelijke politiek, zowel in de vaste commissie (‘Ausschuss’) Cultuur en Media van de Bundestag als in de afzonderlijke fracties.

In Nederland is het niet beter gesteld met de vertegenwoordiging. Van de 12 woordvoerders cultuur in de commissie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kunnen alleen de kunsthistorici Alexander Pechtold (D66) en Carla Dik-Faber (CU) als kunstprofessionals gezien worden. Met de kanttekening dat ze de praktijk ervan respectievelijk 20 en 10 jaar achter zich hebben liggen. Corinne Ellemeet (GL) is als oud adjunct-directeur van de Westergasfabriek een twijfelgeval. Met de staatssecretarissen Cultuur is het nog slechter gesteld. De laatste die als kunstprofessional kan worden opgevat was in 2003 Cees van Leeuwen (LPF) als basgitarist van Kayak.

Het is dus geen wonder dat door het ontbreken van kunstprofessionals op bepalende functies de kunst in de Nederlandse politiek op het hoogste niveau zo slecht wordt vertegenwoordigd. En zelfs sinds 2011 onder de voet is gelopen zonder serieus tegengeluid. Waar Schmid spreekt over een kleurloze ex-staatssecretaris Tim Renner (SPD) of cultuurminister Monika Grütters (CDU) die op de slippen van kanselier Angela Merkel haar ministerschap waarschijnlijk zal verlengen zijn het in Nederland geen kleurloze politici die de kunst voor hun rekening nemen, maar politici die er opmerkelijk vijandig tegenover staan. En door hun collega’s nauwelijks tegengesproken worden. Staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) of woordvoerder Cultuur Martin Bosma (PVV) gingen er prat op niets met kunst te hebben. Het is deze Nederlandse botheid die de kunst in het hart treft.

Karlheinz Schmid komt in een kritisch artikel (Das grosse Missverständnis) over de documenta 14 te Kassel zijdelings terug op het onderwerp van de cultuurpolitiek. Hoofdcurator Adam Szymczyk krijgt van Schmid het verwijt dat hij niet alleen geen liefde voor hedendaagse kunst heeft, maar er evenmin iets van begrijpt: ‘Er scheint nicht in der Lage zu sein, aus dem, was Künstler heute machen, eine Grossaustellung zu generieren, die aus der Kraft der Kunst selbst ihre Energie zieht’. Adam Szymczyk is volgens Schmid één van degenen die gevangen zit in de modieuze blik naar voren. En daarbij onbewust voorbijgaat aan de kunst. Het is een verwijt dat ook Nederlandse politici die verantwoordelijk zijn voor kunst gemaakt kan worden. Ze laten niet toe of missen het begrip om te beseffen dat een tentoonstelling of kunstmanifestatie energie moet putten uit de kracht van de kunst zelf. En niet uit een afgeleide doelstelling als minderhedenbeleid, confrontatie en verbreding (Rick van der Ploeg), de blik naar achteren (Jan Marijnissen, PVV) of de blik naar voren.

Het is normaal als voor verkiezingen of tijdens een formatie belangengroepen hun eigen zaak in het publieke debat bepleiten. Ze vragen meer budget voor hun sector. Of een apart directoraat of ministerschap. Gezien de Nederlandse praktijk kan echter beter voor het omgekeerde gepleit worden. Namelijk afzien van cultuurbeleid.

Want de verwachting dat er iets ten goede verandert is nihil. Daarom kan maar beter geheel afgezien worden van enig cultuurbeleid. Dan kan het evenmin afgebroken worden. Want door het ontbreken van zowel kunstprofessionals in de landelijke politiek als bepalende politici met begrip voor de kunst dat boven een aanvaardbaar minimum komt loopt de kunstsector gerede kans dat het er eerder slechter dan beter op wordt.

Maatregelen die genomen worden zwijmelen in nostalgie of modieusiteit of stellen kunst voor als afgeleide van sociaal of politiek beleid. Zulk cultuurbeleid is voor iedereen zinloos. Het dient noch kunst, kunstenaars of kunstconsumenten. En als de kortetermijn-effecten zijn uitgewerkt op termijn evenmin de samenleving.

Foto: Mika Rottenberg, Cosmic Generator, 2017. Still. Copyright Mika Rottenberg. Courtesy Andrea Rosen Gallery. Te zien op Skulptur Projekte 2017 Münster, Duitsland.

Debat over experiment met soepele bijstand met Jetta Klijnsma legt harteloosheid en gebrek aan compassie gasten ‘Jinek’ bloot

with 4 comments

Vaak wordt vooral vanuit rechts-populistische hoek gezegd dat de Nederlandse media links zijn. Het wordt zelfs beschimpend de ‘linkse kerk’ genoemd. Maar het is een misverstand, de Nederlandse media zijn door de bank genomen rechts. De ‘rechtse kerk’ dus. Ze verdedigen de gevestigde orde en schurken tegen de macht aan. Journalisten kunnen weliswaar een sociaal-democratisch of links-liberaal wereldbeeld hebben, maar dat is ondergeschikt aan de media-organisaties waar ze bij in dienst zijn. Die wegen het zwaarst. Deze media vertegenwoordigen een conservatief, rechts-liberaal of zelfs populistisch wereldbeeld. Dat gaat soms gepaard met harteloosheid en een gebrek aan compassie. Dat leidt tot vervangende schaamte dit aan te moeten horen.

Het fragment van de talkshow ‘Eva Jinek’ (KRO-NCRV) uit de uitzending van 4 juli gaat over een tweejarig experiment in vijf gemeenten (Groningen, Ten Boer, Wageningen, Tilburg en Deventer) met soepelere bijstand. Demissionair staatssecretaris Jetta Klijnsma (PvdA) informeert over een regeling voor bijstandsgerechtigden met een soepelere sollicitatieplicht en de mogelijkheid om maximaal 199 euro per maand bij te verdienen. Opzet is om deze bijstandsgerechtigden uit de bijstand te helpen. Dat kan bereikt worden door ze extra zekerheden te geven. Voorbeeld is kunstenares Bianca uit Groningen die geholpen wordt een eigen bedrijfje, een tassenatelier op te zetten. De regeling is geen hoofdprijs, maar wordt door gast Jan Smit zo voorgesteld. Ook gastvrouw Eva Jinek laat zich niet onbetuigd door te getuigen dat ze hierover wel eens gekke dromen heeft gehad. Klijnsma treft opmerkelijke agressie. De maatschappelijk gearriveerden aan tafel grossieren niet alleen in vooroordelen, maar vooral in harteloosheid en gebrek aan compassie. Het is ontluisterend om te zien. Het symboliseert het failliet van een betrokken samenleving waar mensen zich om elkaar bekommeren.

Staatssecretaris Klijnsma is natuurlijk wel iemand die makkelijk hoon opwekt. Ze mist de factor om serieus genomen te worden. Klijnsma is de uitvinder van het moestuinsocialisme. Ze heeft in haar functie in de afgelopen regeringsperiode weinig kansen gemist om zichzelf of haar partij de PvdA belachelijk te maken. Klijnsma valt niet te betrappen op een diepgaande analyse, maar praat doorgaans in tegeltjeswijsheden. Daarom is het jammer dat het kabinet Klijnsma naar de media afvaardigt om dit interessante experiment te verdedigen. Het verdient beter. Een handigere en minder naïeve bestuurder als staatssecretaris Martin van Rijn had het ongetwijfeld overtuigender verdedigd en minder wantrouwen ontmoet dan Klijnsma. Maar Jan Smit en Eva Jinek schoten ondanks Klijnsma in de eigen voet door zich zo te laten kennen. En dat zegt alles over ons. 

Hans de Boer slaat toe in één-tweetje met De Telegraaf. Een malloot torpedeert opnieuw zijn eigen geloofwaardigheid

leave a comment »

Werkgeversvoorzitter Hans de Boer (VNO-NCW) slaat opnieuw toe in een één-tweetje met De Telegraaf. Volgens hem zou Nederland 17.000 banen en een miljard euro aan belastinginkomsten mislopen vanwege ‘te strikte regels rond bonussen in de financiële sector’. Hiermee neemt hij een voorschotje op een kamermotie die die regels wil vastleggen. Het is onduidelijk waar de Boer zijn schattingen op baseert. Een onderbouwing ervoor geeft hij niet. Die is ook onmogelijk te geven omdat vele landen azen op bedrijven die in een complex proces vanwege de Brexit hun Londense vestigen willen verplaatsen naar de EU. Het nattevingerwerk van De Boer doet het werk. Hij laat zich opnieuw als ijdeltuit kennen die zijn eigenbelang oppimpt door De Telegraaf te laten zeggen dat hij ‘samen met het kabinet in het diepste geheim geprobeerd heeft om een aantal gerenommeerde handelsbanken naar Nederland te halen’. Het diepste geheim dat bij De Boer niet veilig is en hij in de krant zet. De Boer laat samen met De Telegraaf zijn demagogische hart spreken door te stellen dat die 1 miljard euro aan belastinginkomsten aan goede zorg besteed kan worden. Samen leggen ze de schuld bij de PvdA. IJdeltuit en malloot De Boer en activistische journalisten Visser en De Winther van De Telegraaf.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelPvdA torpedeert duizenden banen’ in De Telegraaf, 26 juni 2017.

Kabinet met ChristenUnie staat in de steigers. Wat heeft D66 erbij te winnen?

with 2 comments

Nog steeds ben ik teleurgesteld dat GroenLinks zich heeft teruggetrokken uit de onderhandelingen voor een nieuw kabinet. Het kwam voor commentatoren niet als een verrassing. In maart 2017 noemde ik dat afhaken onvermijdelijk ‘gezien de stabiliteit en onervarenheid’ van deze partij. De partij wilde geen vuile handen maken in het migratiebeleid, maar evenmin verantwoordelijkheid nemen om mee te gaan besturen. Dat is geen opstelling die past bij een volwassen partij in de praktische politiek, maar wel bij een kerkgenootschap dat aan de zijlijn excelleert in moralisme. Door de faalangst van partijleider Lodewijk Asscher van de PvdA dreigt nu de ChristenUnie toe te treden tot het in de steigers staande kabinet Rutte III met VVD, CDA en D66.

Dan dringen bijbelse normen door tot het centrum van de macht. De ChristenUnie is een partij van wie politici en programma’s consistent hameren op het belang van God of het gevaar van de secularisatie. Hier gaapt een kloof met de liberale VVD en D66. Secularisatie is overigens niet het uitbannen of het vijandig bejegenen van het christendom in de samenleving, maar het gelijkschakelen van alle levensovertuigingen en religies om ze zonder onderscheid een rechtmatige plek te geven. Onder meer door het terugdringen van de aloude voorkeurspositie van het christendom en christelijke organisaties. De ChristenUnie verzet zich hiertegen en probeert de eigen positie te beschermen door het begrip secularisatie verdacht te maken. Neem ook de volgende uitspraak in het kernprogramma over internationaal beleid: ‘Omdat Christus Koning is van alle overheden op aarde, moet de regering in haar buitenlands beleid Gods universele wet tot richtsnoer nemen.’ Dit tekent opnieuw de afstand tot VVD en D66 die een volstrekt andere benadering van de politiek hebben.

De getuigenispolitiek van GroenLinks en Asschers faalangst heeft tot de ChristenUnie met ‘Christus Koning‘ geleid. Bedankt, Jesse Klaver, succes met je schone handen en je mooi gestreken witte overhemden. Na jou de zondvloed. Opmerkelijk was trouwens dat de vorige partijleider Bram van Ojik wel positief was over het maken van afspraken met Afrikaanse landen om de vluchtelingenstroom naar Europa in te perken. De kans is groot dat nu de ChristenUnie deel gaat uitmaken van een kabinet. Dat is democratie. Partijen zijn geen doel, maar middel. Ze moeten niet te belangrijk genomen worden. Maar voor kiezers die gaan voor progressieve politiek valt er weinig te genieten met een van God en ‘Christus Koning‘ getuigende ChristenUnie, een negatief CDA dat met Catenaccio de grendel op de deur houdt en een opportunistische VVD die zoals altijd de belangen van multinationals dient (Nord Stream II) en er geen probleem in ziet bovenmatig te beknibbelen op kunst of het uitkleden van de verzorgingsstaat. Wat heeft D66 is godsnaam in zo’n kabinet te winnen behalve het najagen van een ministerschap voor de eigen politici? Is dat voldoende om geloofwaardig toe te treden? Het zal wel.

Foto: Giovanni Domenico Tiepolo, ‘De processie van het Trojaanse paard in Troje’, vermoedelijk 1760. Collectie: The National Gallery.

PvdA kan gerust toetreden tot een kabinet met VVD, CDA en D66. Hoofdzaak is dat de partij zich opent en verbreedt

with 3 comments

Er komt langzaam zicht op deelname van de PvdA aan het kabinet Rutte III met VVD, CDA en D66. PvdA-leider Lodewijk Asscher sprak in het kamerdebat over de formatie met informateur Tjeenk Willink verontwaardigd over de vluchtelingendeal die GL-leider Jesse Klaver had afgewezen. De PvdA kan uit elkaar halen wat GL niet kan. Namelijk 1) de beginselen van een partij waarbij de moraal een uitgangspunt kan zijn en 2) politiek als vak dat om een professionele opstelling en regie vraagt. Geen van de tegenstanders van GL heeft kritiek op dat eerste aspect. De kritiek op GL zit ‘m in dat tweede aspect. Want het is destructief om tijdens moeizame onderhandelingen met nieuwe eisen te komen zoals GL afgelopen donderdag deed. Is het onervarenheid, koudwatervrees of angst voor machtspolitiek? Op 18 maart pleitte ik in een commentaar voor aansluiting van de PvdA bij een kabinet en vreesde ik voor GL: ‘Het toetreden van GroenLinks tot een meerderheidskabinet of gedoogkabinet lijkt gezien de stabiliteit en onervarenheid van die partij voorlopig een brug te ver.’

Er bestaat geen wet die een verliezer verbiedt om in een regering te gaan zitten. Elke partij heeft het recht om mee te doen. Ook de PvdA. Het enige dat telt is dat het kabinet een meerderheid heeft in de Staten-Generaal. Dus de Eerste én Tweede Kamer. Je ziet het nu in het Verenigd Koninkrijk. De Tories hebben hun meerderheid verloren, maar premier May probeert toch een meerderheidsregering te vormen. Daar is niets vreemds aan.

Het is een interessante vraag welk perspectief voor de PvdA het beste is. Heeft het als zevende partij meer te winnen in de oppositie of in de regering? Beide scenario’s bevatten voor- en nadelen. De PvdA is een bestuurderspartij. Dat is er tegelijk de sterkte en zwakte van. Het kan kundige ministers leveren, maar is versteend en laat de jonge generatie onvoldoende doorstromen. Het omarmt niet de jonge activisten die in de VS Bernie Sanders hebben geholpen, maar houdt deze op afstand. Dat is geen toekomstbestendige strategie.

De vraag of de PvdA toe moet treden tot de regering is niet eens de belangrijkste vraag die de partij op dit moment moet beantwoorden. Het doet er niet zoveel toe. De uitdaging voor de PvdA ligt elders, namelijk in de partijorganisatie. Die moet vernieuwd, verjongd en hervormd worden. Niet onder een type partijbobo als Hans Spekman, maar onder een meer activistische, jongere, inspirerende leider die zich niet concentreert op het werk in de Tweede Kamer of de regering, maar op de partij zelf. Door lijnen naar de samenleving te trekken en de partij te openen. Als de PvdA inziet dat haar grootste belang toch buiten de regering ligt hoeft het geen bezwaren tegen deelname aan het kabinet Rutte III meer te hebben. Het kan ‘technische’ ministers als Jeroen Dijsselbloem (Financiën) of Diederik Samsom (Klimaat, Milieu) leveren die redelijk los staan van de PvdA als partijorganisatie die losser en minder centralistisch moet gaat opereren. Met als doel zich te verbreden.

Foto: Heteluchtballon, 1923. Collectie: Library of Congress.

Aanval op Jesse Klaver. DENK haalt het slechtste in Farid Azarkan naar boven. En Azarkan haalt het slechtste in DENK naar boven

with 2 comments

Het valt nauwelijks te geloven dat bovenstaande tweet van het Tweede Kamerlid van DENK Farid Azarkan echt is. Het kan immers een provocatie zijn van een politieke tegenstander. DENK voert een agressieve campagne op sociale media en kan daarom een koekje van eigen deeg verwachten. Maar het lijkt er er sterk op dat Azarkans tweet echt is. En dat is onvoorstelbaar. Het diskwalificeert hem als mens, denker en politicus samen met de partij die hij vertegenwoordigt. Azarkan probeert twijfel te zaaien over Jesse Klavers oprechtheid.

Kamerlid Azarkan houdt de religie niet buiten de politiek, zoals christelijke politici van SGP, CU en CDA doen, maar trekt religie juist bewust de politiek in. Niet dat deze hun standpunten die op hun christelijke beginselen zijn gebaseerd niet naar voren brengen, maar ze beroepen zich in het gesprek met andersdenkenden niet onnodig op hun religieuze beginselen en terminologie. Nederlandse christelijke partijen hebben door jarenlange praktijkervaring geleerd hoe ze zich in de praktische politiek het meest effectief kunnen gedragen. Ze schakelen in het gesprek met de tegenstander naar een niveau waar godsdienst geen referentie is. Dat alles heeft Farid Azarkan niet geleerd. Hij introduceert de religie bewust in de politiek en gaat er met gestrekt been in. Met de fijnzinnigheid van een loden deur. Azarkan gaat zelfs nog een stap verder en reduceert de leider van Groen Links tot een Marokkaanse Nederlander die tijdens de Ramadan onderhandelt. Dit terwijl Klavers identiteit heel anders luidt. De leider van GroenLinks heeft weliswaar een Marokkaans vader die hem op jonge leeftijd in de steek gelaten heeft, maar komt uit een katholiek nest in Roosendaal. Klaver is belijdend christen.

Azarkan maakt zichzelf ongeloofwaardig. Azarkan benadert Klaver eendimensionaal door hem te reduceren tot een Marokkaanse Nederlander die zich iets gelegen zou moeten laten liggen aan de Ramadan. Maar dit is een vastenmaand die uitsluitend geldt voor moslims waarvan moeilijk in te zien valt waarom anderen zich erdoor zouden moeten laten beperken. Buiten of in de onderhandelingen. Azarkan maakt stemming. Azarkan sluit Klaver op in een islamitische of Marokkaanse identiteit, terwijl Klaver veel pluriformer is en gewoon een meervoudige identiteit heeft. Zoals overigens alle Nederlanders. Azarkan en DENK willen om electorale redenen etnische Nederlanders opsluiten in hun etnische of religieuze identiteit om zo hun stem te claimen. Onder de belofte dat DENK ze vervolgens zal bevrijden. Dat is de cirkelredenering als groeimodel van DENK.

Arzarkan valt bij gebrek aan argumenten zijn tegenstander persoonlijk aan. Azarkan is het slachtoffer van zijn eigen politieke marketing. Azarkan misbruikt religie en etniciteit voor de politiek van DENK. Azarkan wacht emancipatie. Azarkan is er een voorbeeld van hoe partijpolitiek het slechtste in de mens naar boven haalt.

Foto 1: Tweet van Farid Azarkan, 13 juni 2017.

Foto 2: Schermafbeelding van informatie bij Twitter-account van Farid Azarkan op 13 juni 2017.

Ondraaglijke lichtheid van Thierry Baudet over het partijkartel

with one comment

 

De aanname van Thierry Baudet dat er een partijkartel is dat het met en onder elkaar wel regelt klopt niet met de actuele gang van zaken. Als er werkelijk zo’n kartel bestond, dan hadden de politieke partijen elkaar al lang gevonden in de informatiebesprekingen. Maar dat is tot nu toe niet gebeurd omdat de partijen te veel van elkaar verschillen. Ze hebben blijkbaar allen iets anders voor ogen. In de publiciteit vallen ze elkaar af.

Dus het is van tweeën een. Of er is een partijkartel -of een Eenpartijstaat zoals J.W. Oerlemans dat in 1990 verwoordde- dat het politieke systeem van Nederland kenmerkt en onder meer de samenwerking tussen de grootste politieke partijen omvat dat werkelijke democratische controle op het bestuur onmogelijk maakt. Of er is geen partijkartel. Het gebrek aan voortgang en de irritaties tussen partijen lijken op het laatste te wijzen. Het toont het omgekeerde aan van wat Baudet beweert. Hoewel het kan dat hij zijn argumenten onvoldoende doordacht heeft en presenteert en er wel degelijk een partijkartel bestaat, maar hij dat niet weet aan te tonen.

Partijen weten elkaar op dit moment niet te vinden en werken voor en achter de schermen niet samen. Hoewel er unknown unknowns kunnen zijn waar ook Baudet geen weet van heeft. Hij kan ze hoe dan ook niet in zijn betoog insluiten. Zijn impressies overtuigen niet. Partijen missen dat overstijgende, gemeenschappelijke belang dat Baudet hun toedeelt. Ze rijden elkaar in de wielen en proberen hun partijbelang te dienen.

Partijkartel? Wie weet bestaat dat door informele samenwerking tussen de grotere politieke partijen. Mogelijk met andere betrokkenen zoals het Koninklijk Huis en het bedrijfsleven. Onderzoek dat, breng het naar buiten en klaag het aan. Maar dan moet het uitgebreid, specifiek en overtuigend benoemd worden. Dat doet Baudet niet. Hij kiest met de haperende informatie het verkeerde voorbeeld om het bestaan van een partijkartel hard te maken. Dat geeft te denken over zijn politiek vernuft en tactisch inzicht in de praktische politiek.

Dat is jammer doordat  Baudet hiermee dit belangwekkende aspect van het partijkartel of de Eenpartijstaat voor partijpolitieke doeleinden inzet en het geen bredere werking weet te geven. Hij besmet het onderwerp als onderzoeksobject er zelfs mee. De paradox is dat deze partijpolitieke manoeuvres Baudet via een omweg tot lid van de gevestigde politiek maken waarvan hij zegt geen deel te zijn en het zelfs te bestrijden. Baudets optreden en grof geschut geeft ons eerder minder dan meer zicht op het bestaan van een partijkartel.