Nieuwsjaarswens 2021

De overgang van oud naar nieuw is wat ons nu enkele dagen bezighoudt. Met terugblikken, vooruitzichten en vergezichten. Het zal niet zozeer een wending, maar een doorstart door verbinding blijken. Zoals altijd. De jaarwende is geen breuk, maar overbrugging. Opvallend is dat wat ‘normaal’ genoemd wordt zo uitgebreid ter discussie staat. Racisme, klimaatverandering, onze manier van leven en omgang met elkaar of de gezondheidszorg. Dat geeft aan dat de claim op de macht verschuift. Wat is normaal en wie mag en kan dat bepalen? In onze jaartelling is een nieuw jaar aangebroken. Verder valt er weinig over te zeggen. Ik wens u het allerbeste in 2021.

Foto: Hiroshige Andō, [Evening moon at Ryogoku Bridge], 1827- 1858. Houtsnede, (Ukiyo-e). Collectie: Library of Congress.

Gedachten bij de foto: ‘Three Japanese men, possibly journalists, seated on the steps of a gazebo’ (1905)

Hoe weten we wie journalist is? De titel van deze foto uit 1905 is: ‘Three Japanese men, possibly journalists, seated on the steps of a gazebo’. Onder dat laatste moet een paviljoen-achtig bouwwerk verstaan worden. Ik heb er geen idee meer van wat de grens aan de journalistiek is. Duidelijk is wat hard core journalistiek is en die floreert meer dan ooit, maar minder duidelijk is hoe journalistiek zich aan de marge manifesteert.

Die marge is steeds breder en diffuser geworden. Er zijn volop voorbeelden van gevestigde media die eraan meehelpen om desinformatie van rechts-populisten te verspreiden. Ze schijnen het niet eens meer te beseffen. Het maakt somber dat journalisten zich hebben laten verleiden om mee te gaan op dat pad. Ze worden ongetwijfeld ook somber van zichzelf. In 1905 had je niet meer nodig dan een kostuum, gepoetste schoenen, papier, pen en een aanleiding als de Russisch-Japanse oorlog om over te schrijven. In alle rust.

Foto: [Three Japanese men, possibly journalists, seated on the steps of a gazebo], Collectie: Library of Congress.

India heroverweegt de relatie met China. Andere landen beginnen dezelfde heroverweging te maken

FT geeft een analyse van de toegenomen spanningen tussen India en China. Behalve de militaire opbouw van beide landen in hun grensgebied is er de economische relatie tussen beide landen. Net als Europese landen is India steeds afhankelijker geworden van China. De afweging die India nu maakt om de afhankelijkheid van China te verminderen is dezelfde afweging die in Brussel en andere Europese hoofdsteden de komende tijd gemaakt wordt. China dat de afgelopen decennia sinds de opening naar het Westen werd geholpen door andere landen en zich nu publiekelijk laat kennen om niet te willen integreren binnen Azië, maar te willen domineren wordt met terugwerkende kracht door die andere landen als valsspeler gezien. Dat wordt versterkt door de machtsverhoudingen binnen China. Niet langer staat de economische expansie centraal, maar is het zwaartepunt verschoven naar militaire expansie en de nationale veiligheid. In de analyse blijft de rol van president Trump onderbelicht. Dat China nu toeslaat in de Zuid-Chinese Zee en in het Chinees-Indiase grensgebied kan niet los worden gezien van het geopolitieke vacuüm dat door het gebrek aan leiderschap van Trump is ontstaan. Hij heeft de relatie met de traditionele bondgenoten van de VS veronachtzaamd. Op India na. Tegelijkertijd loopt China het risico dat het allerlei landen in de regio, van India, Australië, Vietnam, Japan, Zuid-Korea, Maleisië, de Filippijnen, Indonesië en daarnaast de VS en het VK tegen zich in het harnas jaagt.

Communistische Partij China doet greep naar de macht in Hong Kong. Hoe reageert de internationale gemeenschap hierop?

De toekomst van Hong Kong als vrije, internationale stad is in het geding. De Communistische Partij China (CPC) zet eenzijdig het Brits-Chinese akkoord van 1997 bij het oud vuil. Een overeenkomst die beide landen verzekerden door het internationaal te borgen. Het pseudo-parlement van de CPC zet hiermee het ‘Een land, twee systemen’ beleid overboord. Zelfs de gedelegeerden van Hong Kong waren niet geraadpleegd. Het is van bovenaf beslist. Interessant is wat de internationale reactie is. Tot nu toe valt de lauwe reactie van het VK op. Lord Patten, de laatste gouverneur van Hong Kong, noemt de Chinese greep naar de macht een ‘uitgebreide aanval op de autonomie, de rechtsstaat en de fundamentele vrijheden van de stad’. Maar het VK is machteloos en heeft door de Brexit, de uitbraak van COVID-19 en de aangetaste gezondheid van premier Johnson genoeg zorgen aan het eigen hoofd. Het land is niet langer de macht van weleer. De Amerikaanse regering en de EU reageren feller. Maar de vraag blijft of het Westen en Aziatische bondgenoten als Japan, Zuid-Korea, Vietnam en Singapore een geloofwaardige internationale houding kunnen optuigen die China tot zinnen brengt. Complicatie is ook dat landen als Vietnam, Zuid-Korea en Singapore er belang bij hebben om bedrijven te huisvesten die Hong Kong verlaten als de Chinese greep naar de macht daar de democratie om zeep helpt.

Gedachten bij foto’s van de Churin-winkel in Harbin (1930-1939)

Wat zien we? Twee vrouwen en één man in een winkel. Wacht even, bij nader inzien gaat het om één man en twee paspoppen. Dat voldoet aan de eis van 1,5 meter afstand houden en elkaar met niet meer dan drie mensen ontmoeten. Enfin, paspoppen tellen niet mee. De man in de stoel mag nog twee mensen ontmoeten. Maar zo te zien loopt het geen storm. Er is volop ruimte in de winkel. Het zijn de jaren 1930. Dat zal wel aan de damesmode af te leiden zijn. Pas in 1898 werd Harbin gesticht door Russen die het in 1905 verloren aan Japan. In 1946 kwam de stad definitief onder Chinese controle. De man is een Russische immigrant, of wellicht iemand die gewoon gebleven is tijdens regime-wisselingen. Kan men dan trouwens wel van een immigrant spreken als niet de inwoners uitwijken, maar de landsgrenzen dat doen? De fotograaf is Vladimir Pavlovich Ablamskii die het leven van de Russische immigranten in Harbin vastlegde. Beide foto’s tonen het beroemde Churin-warenhuis in Harbin. Het lijkt eerder een museum. Het warenhuis bestaat nog steeds als deel van de Chinese Qiulin Group. Wat houdt geschiedenis ons toch soms een onbegrijpelijke spiegel voor.

Foto 1: Vladimir Pavlovich Ablamskii, ‘Inter’er magazina Churina v Kharbine’, (‘Het interieur van de Churin-winkel in Harbin’). 1930-1939. Collectie: Library of Congress.

Foto 2: Vladimir Pavlovich Ablamskii, ‘Znamenityĭ magazin Churina v Kharbine’, (‘De beroemde Churin-winkel in Harbin’), 1930-1939. Collectie: Library of Congress.

Uitweidende gedachten als rode draad bij de foto ‘Armour and Weapons of Ancient Warriors’ (1910)

Deze foto van de Japanse fotograaf Ogawa Kazumasa uit 1910 krijgt op photogravure.com de titel ‘Amour and Weapons of Ancient Warriors’. Vertaald uit het Frans en Engels is dat: ‘Liefde en wapens van oude krijgers’. De titel zal wel ‘Armour’ bedoelen dat zoiets als harnas betekent. Want hoeveel liefde óf dood kennen de wapens van oude krijgers? Het gaat om een collotype, een drukproces dat in 1856 door Alphonse Louis Poitevin in Frankrijk werd uitgevonden, en daarna via onder meer Duitsland en Japan over de wereld verspreid raakte.

Volgens petapixel uit 2015 is dit proces sinds 1970 zo goed als verdwenen en zijn er in Kyoto, Japan nog twee bedrijven die ermee werken. Benrido is de grootste. In een video op YouTube wordt het proces van Benrido stap voor stap gevolgd. Daar zijn ook workshops over het drukproces te vinden van artisanale kunstenaars.

Waarom de keuze voor deze foto met zo’n lange uitleg met mits en maren? Ik moest door de rode accenten op de foto denken aan kunst van hedendaagse (textiel)kunstenaars als Hinke Schreuders, Choi Wong, Maurizio Anzeri of Lynn Skordal. Ze borduren op oude ansichtkaarten, foto’s uit tijdschriften of boekpagina’s en geven er met hun ingreep nieuwe betekenis aan waarbij het materiaal van beelddrager en textiel benadrukt wordt. Zie hier voor een artikel over die ‘nieuwe kunst van het borduren’. Onderhand zijn we aan hun interventie door conditionering zo gewend geraakt dat we op oude foto’s borduurwerk herkennen dat er helemaal niet is.

Foto: Lynn Skordal, Red Rivers (mixed media, geborduurde boekpagina), 2011 (de rode draden lopen door tot onder de pagina).

Ministerie van Buitenlandse Zaken schat in reisadvies voor VS de veiligheidsrisico’s als vergelijkbaar met Nederland in. Klopt dat?

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken geeft reisadviezen en publiceert die op de eigen site. Het brengt de veiligheidsrisico’s in kaart voor toeristen en zakelijke reizigers. Over de VS plaatst het bovenstaande mededeling. Maar blijkbaar is dit nog niet verwerkt in onderstaande tekst die na doorklikken opgeroepen wordt, want daar valt te lezen: ‘In de Verenigde Staten zijn de veiligheidsrisico’s vergelijkbaar met wat u in Nederland gewend bent’. Dat betekent volgens Buitenlandse Zaken dus dat in Nederland door het hele land kans bestaat op terroristische aanslagen, dat sommige delen van grote steden onveilig zijn en geweld door vuurwapens in het hele land voorkomt. Dat is de bizarre werkelijkheid van Buitenlandse Zaken over Nederland.

Opmerkelijk is trouwens ook de opmerking over criminaliteit die zegt ‘Er zijn incidentele gevallen van massale schietincidenten. Deze gevallen zijn niet gericht op toeristen’. Dit is een opmerkelijke toevoeging omdat de massale schietincidenten in onder meer straten of winkelcentra willekeurig zijn en tot willekeurige slachtoffers leiden. Andere landen waarschuwen wel voor het geweld door vuurwapens in de VS, zoals Uruguay dat in een verklaring spreekt over ‘groeiend willekeurig geweld’ (‘creciente violencia indiscriminada’). Dat staat haaks op het reisadvies van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken. De LA Times zegt in een bericht dat ook Venezuela en Japan waarschuwen voor de schietincidenten in de VS. Uit het bericht blijkt ook dat Duitsland, Nieuw-Zeeland en Frankrijk al eerder waarschuwden voor het risico van massale schietpartijen.

Foto 1: Schermafbeelding van deel reisadvies voor de VS van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken, gewijzigd 5 augustus 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel veiligheidsrisico’s van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken voor de VS.

Utrecht en Amersfoort hebben puinhoop gemaakt van Museum Oud Amelisweerd. Laat ze niet betrokken zijn bij formulering oplossing

Zwarte Piet mag dan een cultureel fenomeen zijn dat onder vuur ligt en aan maatschappelijk draagvlak heeft ingeboet, in de cultuur van het openbaar bestuur van Utrecht en Amersfoort wordt Zwarte Piet steeds populairder sinds het failliet van de Stichting Museum Oud Amelisweerd. Succes heeft vele vaders, maar de mislukking niet. Het Museum Oud Amelisweerd met de Armando collectie is zoals voorspeld een artistieke en financiële mislukking geworden. In tientallen commentaren (zoek op Amelisweerd) is er hier sinds december 2010 voor gewaarschuwd. Met argumenten onderbouwd werd aangetoond dat de Stichting Museum Oud Amelisweerd geen levensvatbare exploitant was. Maar het Stichtse openbaar bestuur wilde niet luisteren, op wat opposanten in de marge na naar wie niet geluisterd werd. Nu worden de scherven opgeveegd in de gemeentebesturen van Utrecht en Amersfoort, het provinciebestuur van Utrecht en in de raden van deze drie bestuursorganen. Wat nu? Toch een Museum voor Chinoiserie zoals ik in oktober 2011 voorstelde? Iets anders is ook mogelijk. Vraag is of de politiek van Utrecht en A’foort na acht jaar aanmodderen nog wel in staat is om open en helder naar deze kwestie te kijken. Het lijkt me niet. Laat de politiek dit op afstand zetten en externe museummensen die verstand van zaken hebben een eerlijk en goed doortimmerd plan maken. De Stichtse politiek moet nu maar even niet aan zet zijn in dit kwartetspel dat het zo gigantisch slecht heeft gespeeld.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelUtrecht wil 100.000 euro van failliet Museum Oud Amelisweerd’ van Matthijs Steinberger in het AD, 21 september 2018.

Foto 2: Tweet, 21 september 2018.

Bij een foto van een Japanse vrouw in traditionele dracht buitenshuis (1870)

Deze foto doet onbegrijpelijk modern aan. Zo vind ik. Met een beetje fantasie en enscenering kan men er een hedendaags portret in zien. Toch dateert de afbeelding uit de jaren 1870. Het eerste decennium dat de fotografische massareproductie op gang komt. Een Japanse vrouw in traditionele dracht poseert buitenshuis, zo luidt in vertaling de titel. Hoe komt het dat een foto van bijna 150 jaar oud zo tijdloos oogt? Niet dat de verwijzing naar het oude Japan erin ontbreekt, integendeel, maar tegelijk onttrekt de voorstelling zich eraan.

Is het het ‘naturel’ van de jonge vrouw? Ze kijkt ons noch aan, noch negeert ons. Ze verdwijnt onnadrukkelijk met haar blik in de alledaagsheid. Ze lijkt het poseren voorbij, maar doet uiteraard niet anders dan dat. Het ontbreken van objecten die in de studio dienen als attribuut om de geportretteerde houvast te geven en te typeren doet haar voor even ontsnappen aan voorspelbaarheid en verwachting. Ze mag zomaar een ogenblik op vakantie van het normale. Scherptediepte bouwt in drie lagen een imperfect coulissendecor op. Met vrouw en voorgrond, lantaarnpaal en struik, en achtergrond met muur. Het buitenlicht werpt geen harde schaduwen die in de bewerking hardhandig gecorrigeerd hoeven worden. Het licht strijkt. Het is het gezicht van de vrouw dat ons het verleden in trekt. Het ontroert omdat het ons dichtbij brengt, terwijl we beseffen dat het 1870 is.

Foto: [Japanese Woman in Traditional Dress Posing Outdoors], 1870.

Armando beëindigt bruikleenovereenkomst met MOA. Alternatieven komen in zicht

In november 2016 schreef ik in een commentaar: ‘De 87-jarige beeldend kunstenaar en alleskunner Armando is het gemarchandeer met cijfers en de slechte vooruitzichten van de exploitatie definitief beu –feitelijk tekort over 2015 was 230.382 euro-. Hij is van plan te kappen met de Stichting Museum Oud Amelisweerd, aldus een bron uit zijn directe omgeving. Hij meent dat hij bij het Cobra Museum in Amstelveen beter op zijn plaats is en dat dat museum beter bij hem past.’ Ik was naar eigen inschatting  door die bron benaderd omdat ik sinds 2010 aandacht aan het onderwerp besteedde en me hard maakte voor een gezonde bedrijfsvoering die de Stichting Museum Oud Amelisweerd niet leverde. Er werd een spel achter de schermen gespeeld waarbij exploitant en kunstenaar elkaar aftastten en hun posities aanscherpten. En anderen probeerden te bewerken.

Vervolgens bleef het op een enkel bericht na -waarin werd betwist wie nou exact om welke reden de stekker uit de samenwerking trok- opvallend stil in de publiciteit. Tot vandaag, 19 april 2017. Het AD kopt in een bericht van Peter van de Vusse ‘Armando breekt met Museum Oud-Amelisweerd’. De aangekondigde breuk van november 2016 wordt nu werkelijkheid. Armando heeft volgens het AD de samenwerking met het MOA in maart 2017 opgezegd. AD: ‘De bruikleenovereenkomst, die de Armando Stichting (dat zo’n 1100 werken van de kunstenaar beheert) met het MOA had afgesloten, is beëindigd met een opzegtermijn van een jaar.’

Oud interim-directeur van het Centraal Museum en bedrijfseconoom Gert-Jan van der Vossen doet in opdracht van wethouder Diepeveen een onderzoek naar de toekomst van landhuis Oud-Amelisweerd. Naar verluidt is de Utrechtse politiek ontstemd door het verzoek op de valreep van 2016 om 75.000 euro extra geld door het MOA dat als een overval werd ervaren. Trouwens krokodillentranen want al vanaf 2011 was algemeen bekend dat het MOA een gezonde financiële basis miste, zwak onderbouwde financiële plannen naar buiten bracht en dreef op subsidies die op korte termijn af zouden lopen. Hoe dan ook heeft het MOA het verbruid in het Utrechtse stadhuis. Van der Vossen verkent serieus de opties voor een nieuwe gebruiker van het landhuis.

In het AD reageert MOA-directeur Ploum laconiek. Zij zegt nog het meest verrast te zijn door het feit dat het opzeggen door de bruikleenovereenkomst door Armando bekend is geworden. Contractueel zou vastgelegd zijn dat hierover niets in de publiciteit verschijnt. Het is duidelijk dat het in het belang van het MOA was om dit zo af te spreken. Het weet dat Van der Vossen naar een alternatief zoekt. In de publiciteit is door directie en bestuur van het MOA jarenlang beweerd dat de ‘unieke’ combinatie Armando, Chinees behang en landhuis de bestaansreden voor het museum is. Dat is veranderd nu Armando de bruikleenovereenkomst opzegt.

Armando’s afscheid van het MOA hoeft niet het einde aan de culturele bestemming van Oud-Amelisweerd te betekenen. De gemeente Utrecht heeft er meer dan 1,6 miljoen euro in geïnvesteerd. Daarbij stonden twee uitgangspunten centraal. Namelijk dat het vastgoed en de huidige exploitant niet per definitie aan elkaar gekoppeld zijn. En dat een terugvaloptie is voorzien als de huidige exploitant Stichting MOA het niet redt. Wat Van der Vossen het Utrechtse gemeentebestuur adviseert is nog onduidelijk, maar een goede optie zou een Museum voor Chinoiserie zijn. Het zou de 18de eeuwse Europese blik op het Verre Oosten verbinden met het landhuis met 18de eeuws Chinees behang. Daar is hier al in 2011 in een commentaar voor gepleit. Binnen het Centraal Museum is naar zo’n museum al in de jaren ’90 een haalbaarheidsonderzoek gedaan. De plannen liggen er nog en kunnen zo afgestoft en geactualiseerd worden. Ik wijs Van der Vossen graag verder.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelArmando breekt met Museum Oud-Amelisweerd’ van Peter van der Vusse in het AD, 19 april 2017.