George Knight

Debat tussen links en rechts

Archive for november 2016

Neemt de angst voor globalisering af als globalisering afneemt?

with 3 comments

pvv

Angst voor globalisme bij Europese kiezers kan bestreden worden door aan te tonen dat het globalisering over haar hoogtepunt heen is. Dat blijkt uit academisch onderzoek. Hoogleraar Economische groei en ontwikkeling Marcel Timmer maakt dat aannemelijk in een bericht in NRC. Hij verwijst onder meer naar een van de pijlers onder het globalisme, namelijk ‘de zogeheten ‘internationale fragmentatie’ van productieketens’. Die fragmentatie groeide in de twee decennia tot 2011, maar nam daarna af. Timmer geeft een verklaring: ‘Waarschijnlijker is dat bedrijven zich meer bewust zijn geworden van de nadelen van productie in het buitenland. Soms valt de kwaliteit van de producten of de dienstverlening tegen. Een andere verklaring is de snelle technologische innovatie. Die zorgt nu soms voor verplaatsing van productie terúg naar rijkere landen.’ Het verplaatsen van productie naar lage loon-landen is dus een proces dat al op haar retour is.

Deze constatering lijkt een zijdelings en onverwacht antwoord op de gisteren gepubliceerde studieFear not Values. Public opinion and the populist vote in Europe’ van de Bertelsmann Stiftung die tot de conclusie komt dat globalisme de hoofdoorzaak is voor mensen om op populistische partijen te stemmen. In een toelichting bij de studie merkt de Bertelsmann Stiftung op dat er twee interpretaties zijn voor de angst bij deze kiezers en de opkomst van het populisme. De eerste benadrukt het conflict tussen progressieve en traditionele waarden en de tweede de kloof tussen zij die van de globalisering profiteren tegenover degenen die achterblijven.

Voor de Nederlandse partijen is het weinig opvallend (zie diagram) dat kiezers op de PVV en in mindere mate de SP globalisering het meeste als dreiging zien. Evenmin opvallend is dat kiezers op de PVV en het CDA zich het meeste bekommeren om traditionele waarden en progressieve waarden als seksegelijkheid, homorechten, etnische diversiteit en milieubescherming als bedreiging zien. Wel is opvallend hoe traditioneel de achtervan van de PvdA is. De angst voor globalisering (40%) is in Nederland overigens kleiner dan in de meeste andere onderzochte landen. Maar dat geldt niet voor de achterban van de PVV. Bekommernis om de teloorgang van traditionele waarden is in Nederland wel betrekkelijk hoog (53%). Hoe dan ook, D66, PvdA en VVD met een achterban die het minst vreest voor globalisering hebben er alle belang bij om kiezers op andere partijen erop te wijzen dat de angst voor globalisering grotendeels ongegrond is omdat de dreiging ervan afneemt.

Foto: Schermafbeelding van grafiek 17 ‘PVV voters fear globalisation more than others’ uit studie ‘Fear not Values. Public opinion and the populist vote in Europe’ van de Bertelsmann Stiftung.

Trump kiest voor Goldman Sachs en laat zijn achterban in de steek

with 6 comments

Het kan niet genoeg herhaald worden, leden van het establishment die zeggen op te komen voor de werkende klasse en beloven het establishment aan te pakken als ze de macht hebben zijn ongeloofwaardig. En breken hun beloften. Zoals Donald Trump die in een campagnefilmpje verwees naar geld dat verdwijnt ‘in de zakken van grote bedrijven’. Onder wie de CEO van Goldman Sachs Lloyd Blankfein (na 1’ 14’’). De investeringsbank  representeert alles wat verkeerd is aan de macht van grote banken. En is daarin nog een factor tien erger. Goldman Sachs is de firma list & bedrog die landen in gevaar brengt, economieën kapotmaakt, de belangen van klanten niet dient en politici koopt met miljoenen dollars. En zich daarmee onkwetsbaar maakt. Oud-bankier Greg Smith laakte in 2012 de bedrijfscultuur van Goldman en noemde het ‘een giftige cultuur’.

Vandaag heeft Trump Steven Mnuchin tot minister van Financiën benoemd. Hij werkte 17 jaar als bankier bij Goldman Sachs. En dan zijn er ook nog de huidige nummer 2 van Goldman Sachs Gary Cohn die naar verluidt minister wordt op het Bureau voor Management en Budget en oud-bankier van Goldman Sachs Steve Bannon (nu: Breitbart en Alt-right) die meesterstrateeg van Trump in het Witte Huis wordt. Onder Trump is Goldman Sachs weer helemaal terug in het centrum van de macht. Sinds de kredietcrisis van 2008 vond de politiek het uit cosmetische redenen gepast om enige afstand te bewaren tot de graaicultuur van Goldman Sachs. Nu krijgen de bedriegers en bedreigers van de wereldeconomie het voor het zeggen in de regering-Trump.

Trump bedriegt de werkende klasse en de middenklasse door niet alleen zijn belofte te breken afstand te nemen van de grote bedrijven die geld van gewone mensen in hun zakken laten verdwijnen, hij promoveert die bankiers die de Goldman Sachs bedrijfscultuur in hun genen hebben tot het centrum van de macht. Zodat hun diefstal extra wordt gelegitimeerd. Trump trapt tegen het establishment door het te omhelzen, te knuffelen en er zich onderhorig aan te verklaren. Trump dient het eigenbelang van zijn eigen klasse.

Het was te verwachten voor wie Trump kent als iemand die niets heeft met feiten en liegt om bestwil. Hoelang het duurt voordat deze waarheid is doorgedrongen tot de sociaal achtergestelden en de helft goedwillende ‘deplorables’ uit zijn achterban die op Trump stemden is de vraag. Of moet een opgeklopte culturele strijd over moslims, Black Matters of abortus deze economische diefstal verhullen? Dat zal het plan wel zijn.

Wes Anderson en H&M komen samen met Kerstmis

with one comment

Ze zijn er elk jaar weer, Kerstmis-commercials. Het van oorsprong Zweedse winkelbedrijf H&M geeft regisseur Wes Anderson de ruimte. Het verhaal gaat over treinreizigers die door een sneeuwstorm vertraagd zijn en samen kerst vieren. Is dit het hartverwarmende antwoord in het jaar van de massale aanrandingen in Keulen, Brexit en Trump? Kan het cynisme van de bitterheid hiermee bestreden worden? Waarschijnlijk niet, maar teerhartigheid en gevoeligheid horen nu eenmaal bij Kerstmis. Wes Anderson weet dat trefzeker te vertellen.

Written by George Knight

29 november 2016 at 17:48

College Noord-Brabant heeft zich in de nesten gewerkt met neptitel ‘Europese Regio van de Gastronomie 2018’.

leave a comment »

nb

De statenfractie Noord-Brabant van de Partij voor de Dieren (PvdD) dient op 16 december 2016 een motie in ‘om geld bestemd voor gastronomie naar cultuur te verschuiven.’ Uit onderzoek van het Brabants Dagblad bleek dat de titel ‘Europese Regio van de Gastronomie 2018’ waartoe Noord-Brabant uitverkozen zou zijn niet het gevolg was van een echte wedstrijd. Het was een onderonsje tussen negen regio’s die elk de titel winnen. Een nepwedstrijd dus. De partij vindt het niet te verteren dat de provincie hieraan 7 miljoen euro uitgeeft.

Wat opvalt is dat het provinciebestuur er niet open is over geweest. Het BD: ‘Deze zomer maakte de provincie met veel tromgeroffel bekend dat zij Europese Regio van de Gastronomie 2018 geworden was. Daarbij werd de schijn gewekt dat er een hele wedstrijd aan ten grondslag lag. In een persbericht werd gesproken over een ‘prestigieuze titel’ en een ‘award’ die door gedeputeerde Anne-Marie Spierings en haar Brabantse delegatie in ontvangst werd genomen.’ Achteraf geeft het provinciebestuur toe ‘dat er van een echte verkiezing geen sprake is’ en het ‘niet goed gecommuniceerd’ is. De hamvraag is echter of het hier goed beleid betreft.

Verwijzing naar slechte communicatie is geen voldoende verklaring voor het handelen van het college. Publiek en media zijn bewust voorgelogen over de titel. Hoewel het persbericht van 17 maart 2016 op twee gedachten hinkt en informatie, marketing en zelfpromotie vermengt. Het zegt dat Brabant de titel in de wacht wil slepen en het bidbook voor de kandidatuur van de titel aan een internationale jury wordt aangeboden, maar gaat er vervolgens al geheel van uit dat die titel ook gewonnen wordt. Een neppersbericht dus over een nepwedstrijd.

bb

Het bidbook bevat de begroting van 7 miljoen euro waarvan de PvdD met haar motie nu voorstelt om er 1,5 miljoen euro van te besteden aan culturele instellingen die op omvallen staan doordat de provinciesubsidie wegvalt. Waarschijnlijk is de PvdD evenmin enthousiast over de privaat-publieke samenwerking van het samenwerkingsverband AgriFood Capital van ondernemers, overheden en onderwijsinstellingen met de provincie. Ze hebben samen het bidbook opgesteld en zo hun belangen vermengd. AgriFood pleit onder meer voor industriële biologische varkenshouderij waarvan het de vraag is hoe dat past bij dierenwelzijn waar de PvdD voor pleit. Op de site van AgriFood Capital is een bericht erover niet meer terug te vinden, elders wel.

Behalve de PvdD hebben ook anderen kritiek op de wedstrijd en de verkeerde voorstelling van zaken erover. En dan vooral door de verantwoordelijke gedeputeerde Agrarische ontwikkeling Anne-Marie Spierings (D66). Wat erachter zit is een politieke cultuur van zaken doen buiten de politiek om. Jan Heijman van Lokaal Brabant stelt schriftelijke statenvragen en vraagt het college onder meer of het ‘dit project gaat stopzetten’. Paula Anguita besteedt in een artikel voor Tilburgers aandacht aan de kwestie en de voorgestelde verschuiving van 1,5 miljoen euro van gastronomie ‘om economische redenen’ naar cultuur. Ze trekt het door naar de kritiek op kenniscentrum BKKC waar provincie of BKKC zelf niet op reageren, zoals blijkt uit een overzicht van Toine van Corven. De BKKC ligt door een afwachtende houding, het gebrek aan onafhankelijkheid, de vermenging van vier kernfuncties en de volgens onder meer Anton Dautzenberg te dure en ondoelmatige bedrijfsvoering onder vuur. De motie van de PvdD combineert de losse Brabantse politieke cultuur met cultuurbezuinigingen.

Foto 1: Schermafbeelding van motie ‘Zet geld voor nepprijs in voor echte cultuur’ van de Partij voor de Dieren in de Provinciale staten van Noord-Brabant, 25 november 2016.

Foto 2: Schermafbeelding van het budget van 7 miljoen euro uit het bidbook van de provincie Noord-Brabant voor de titel ‘Europese Regio van de Gastronomie 2018’. 

Obama vraagt Trump om het Kremlin te weerstaan terwijl hij dat zelf heeft nagelaten

with 9 comments

Laten we er geen doekjes om winden, president Obama heeft in zijn buitenlands beleid mooi weer gespeeld. En blijft dat doen. Hij vraagt president-elect Donald Trump zich ferm op te stellen tegenover de Russische Federatie, terwijl hij dat zelf heeft nagelaten. Obama is hypocriet. Hoe meent hij er in hemelsnaam mee weg te kunnen komen anderen iets te vragen wat hij zelf heeft nagelaten? Vertrouwt hij zozeer op een welwillende houding van de establishment media dat hij dat straffeloos meent te kunnen zeggen? Obama’s gebrek aan zelfkennis en zelfreflectie zijn immens. Zijn intellectualisme heeft hem wereldvreemd gemaakt. Benauwd voor buitenlandse avonturen heeft hij de grootste en duurste militaire macht ter wereld de handen op de rug gebonden. Het is een wonder waarom Obama publiekelijk niet meer kritiek op zijn veiligheidsbeleid krijgt.

John Schindler toont in een opinie-artikel voor de Observer overtuigend aan dat Obama door zijn aarzelend, zwalkend en weinig doortastend buitenlands beleid president Putin onnodig veel ruimte heeft gegeven in Oekraïne, Syrië of Kaliningrad. Door toedoen van de afwachtende houding van Obama is vooral in Europa de instabiliteit nodeloos vergroot. Door dit gebrek aan tegenspel ontstond geen stabiel evenwicht tussen de VS en de Russische Federatie. Putin kon steeds meer initiatief naar zich toe trekken en zich steeds agressiever gedragen. Ondanks de Amerikaanse handtekening onder het Boedapester Memorandum 1994 weigerde   Obama in maart 2014 de daad bij het woord te voegen. De Russische Federatie bezette na een gemanipuleerd referendum in maart 2014 de Krim dat Oekraïens territorium is. Dat memorandum garandeerde de territoriale integriteit van Oekraïne in ruil voor het opdoeken van het weliswaar verouderde, maar wel zeer omvangrijke Oekraïense kernwapenarsenaal. Het maakte Oekraïne kwetsbaar. Obama maakte zichzelf ongeloofwaardig.

Het is niet het Kremlin dat door hacks en lekken via WikiLeaks Hillary Clinton de verkiezingen liet verliezen. Het is Obama met zijn slechte veiligheidsbeleid en gebrek aan durf om banken en bedrijven aan te pakken die het verlies van Clinton grotendeels op zijn geweten heeft. Hoewel Clinton niet het antwoord op Trump was  zoals ik in juni 2016 schreef: ‘Clinton is de aangekondigde ramp, zoals Cameron dat voor zijn land was. De Democratische partij heeft als backup kandidaat Bernie Sanders achter de hand die nog steeds niet uit de race voor de Democratische nominatie gestapt is. Hij houdt vermoedelijk vol om twee redenen. Om punten van zijn progressieve agenda op de Democratisch conventie van 25-28 juli binnen te halen en zo het progressive platform te versterken. En om in te stappen als het onwaarschijnlijke, maar niet onmogelijke scenario zich voordoet: een aanklacht tegen Clinton vanwege spionage in verband met haar privé server aan de hand van een FBI-onderzoek. Het feit dat over de timing van het naar buiten komen ervan de gezagsgetrouwe, maar ook Republikeinse FBI-chef James Comey beslist is het schrikbeeld voor allen die het populisme een halt willen toeroepen. Als dit pas na de Democratische conventie gebeurt in het midden van de campagne dan is de ramp niet meer af te wenden’. De ramp was aangekondigd en iedereen kon hem aan zien komen komen.

Corporate Democraten als Obama hebben het verlies van het presidentschap op hun geweten. Het zou Obama sieren als hij voortaan zijn mond hield. In de acht jaar van zijn presidentschap kon hij handelen en liet dat na. Nu zitten de VS opgezadeld met een semi-fascist als Trump en kan Putin ruimte van anderen inpikken.

Drie uitgangspunten om Wilders te weerstaan. Niet richten op de persoon, geen isolatie PVV en vernieuwing middenpartijen

with 3 comments

Wat is de beste strategie om politici als Donald Trump of Geert Wilders te weerstaan? Jimmy Dore verwijst naar een opinie-artikel van Luigi Zingales in The New York Times dat een les trekt voor de aanpak van Trump uit de opkomst van Silvio Berlusconi. Zingales ziet parallellen tussen Trump en de Italiaanse oud-premier. Hij vreest dat de Trump-dynastie twee decennia aan de macht blijft als Donald Trump nu niet goed aangepakt wordt. Voor Nederlanders is het interessant om die les ook op Wilders te betrekken. Hoewel hij niet aan partijvorming doet. Hier volgen de aanbevelingen voor het counteren van Berlusconi, Trump en Wilders (BTW):

a) de oppositie moet zich competent opstellen en niet richten op de persoon BTW, maar op het beleid. Probleem hierbij is dat BTW doorgaans een hap-snap beleid voert en dat op één A4-tje samenvat (Wilders) of vaag blijft over de voornemens (Trump). De hoofdlijn van BTW biedt echter nog voldoende aangrijpingspunten om het beleid centraal te zetten en aan te vallen. Zoals standpunten over moslims en immigratie die in strijd zijn met de grondwet (Trump, Wilders). De Nederlandse les: Media en politieke partijen moeten terug naar de basis: het politieke programma van de PVV en het stemgedrag in de Tweede Kamer. Dit biedt de mogelijkheid om woordvoerders van de PVV die hun beleidsterrein verwoorden centraal te zetten. Dat heeft een tweeledig effect: minder focus op Wilders door verbreding op andere PVV-politici en meer aandacht voor het beleid.

b) de oppositie moet de standpunten van BTW op eigen verdiensten beoordelen en niet op voorhand vanuit een voorgevormde mening afwijzen. Als een standpunt van BTW waardevol is en aansluit bij het programma van een politieke partij dan kan die betreffende partij het omarmen en politieke steun geven. Politieke isolatie van BTW werkt averechts omdat het gematigde kiezers die meegaan in de anti-establishment retoriek van BTW in hun richting jaagt. De Nederlandse situatie: Om de tweedeling tussen PVV en de middenpartijen (VVD, CDA, PvdA, D66) te bestrijden moet de PVV in de beeldvorming zoveel mogelijk gepresenteerd worden als een genormaliseerde politieke partij die in het politieke proces dingen voor elkaar krijgt. Succesjes relativeren de positie van de PVV als paria. De SP kan samenwerking zoeken met de PVV over beleid in de zorg, met de PvdD over dierenwelzijn, met de VVD over strenger immigratiebeleid (dat binnen de grondwet blijft), met D66 over bestuurlijke hervorming, met 50PLUS over pensioenen, met het CDA over drugsbeleid en de joods-christelijke wortels en met de PvdA over de aanpak van fraude in het openbaar bestuur of investeringen in infrastructuur.

c) de oppositie moet zich verjongen en door de-academisering verbreden door leden van jongere generaties van buiten de eigen partijstructuur in de eigen machtsstructuur op te nemen en belangrijke posities te geven. Dat slaat BTW het argument uit handen dat het als enige namens het volk spreekt, haar noden begrijpt en gevestigde partijen de belangen van het establishment vertegenwoordigen. Politieke partijen die BTW willen weerstaan moeten zich opstellen als een beweging en niet als een politieke partij die het eigen voortbestaan centraal zet. De Nederlandse situatie: De Nederlandse politieke partijen hebben in totaal minder dan 290.000 leden en nog slechts 2,2% van de kiesgerechtigden is lid van een politieke partij. Dus de partijpolitiek is hevig aan vernieuwing toe. Een autoritaire leider als Wilders in een partij zonder interne partijdemocratie als de PVV moet niet bestreden worden door andere langgedienden en partijtijgers als Rutte, Samsom, Asscher, Pechtold, Van der Staaij of Zijlstra, maar door jongeren als Jesse Klaver die Wilders juist uit doen komen als bedaagd en gevestigde orde en één van de langzittende parlementariërs die zelf het politieke establishment symboliseert.

Noodlijdend MOA wil korten op beheer Armando Collectie. Of wil Armando zelf weg met zijn collectie?

with 3 comments

naamloos-2

Een opvallend bericht in het AD over het ‘noodlijdende’ Museum Oud Amelisweerd in Bunnik. Het onderzoekt de mogelijkheid om een deel van de Armando Collectie af te stoten om zo het tekort te verminderen. Maar dat is een druppel op een gloeiende plaat. Het is daarom de vraag of problemen met de tekorten op de exploitatie de echte reden zijn voor de afstoting van delen van de Armando Collectie of dat er iets anders speelt.

In het Jaarverslag 2015 van de stichting MOA wordt voor het collectiebeheer een bedrag van 53.733 euro opgevoerd. Als delen van de Armando Collectie worden afgestoten en bijvoorbeeld naar het Cobra Museum verhuizen, dan zal dat bedrag kleiner worden. Nog steeds resteert er dan een tamelijk groot exploitatietekort. Feitelijk is dat geen 70.382 euro zoals het AD zegt, maar 230.382 euro door een lening van de provincie Utrecht van 160.000 euro die de kosten naar de toekomst verschuift, en in 2021 dient te worden afgelost.

De opmerking van Kees Spaan dat hij een rondje gaat maken ‘daar waar Armando’s wortels liggen’ heeft een wrange bijsmaak. Die wortels liggen in Amersfoort waar Armando in 2010 met pek en veren werd weggejaagd toen het toenmalige college de afspraken uit 1998 over de museale huisvesting van de Armando Collectie eenzijdig opzegde. Onbehoorlijk bestuur werd dat genoemd door de toenmalige voorzitter van cultuurkoepel Amersfoort-in-C. Maar wrang is het ook omdat de voorstanders van de huisvesting van Armando’s werk in landhuis Oud Amelisweerd sinds 2010 hebben beweerd dat Armando hier thuiskwam en zeer op zijn plek was. Directeur Ploum liet niet na om in interviews te beweren dat de combinatie Armando, Chinees behang en historische buitenplaats ideaal was. Nu de financiële problemen voor het MOA zich op blijven stapelen lijkt dit om pragmatische redenen ineens anders te liggen. Gaat Spaan nu opnieuw op onderzoek in Amersfoort?

Deze berichtgeving over de kosten van de collectie lijkt een schijnbeweging van de Stichting MOA en de Armando Stichting om te verhullen dat Armando heeft besloten dat hij weg wil bij het MOA. Dat vertelde iemand uit zijn naaste omgeving me afgelopen dinsdag. Mogelijk is ook dat Armando op andere gedachten is gebracht om de positie van het MOA niet te beschadigen. Dat het daarom in de publiciteit minder definitief wordt voorgesteld. Een harde scheiding wordt zo gebracht als een zachte scheiding. Maar logisch is het niet dat problemen worden opgehangen aan de kosten van het collectiebeheer terwijl er geen nieuwe feiten zijn die dat actueel maken. Die kosten bestaan al sinds de oprichting. Het valt niet na te gaan of wat Doeser en Ploum beweren dat Armando blijft exposeren in het MOA in tegenspraak is met wat Armando zelf besloten heeft. Maar de liefde tussen Armando en de Stichtingen die hem ‘vertegenwoordigen’ lijkt voorgoed over.

Foto: Schermafbeeding van deel artikelNoodlijdend museum wil ‘Armando’ afstoten’ in het AD, 26 november 2016.

Kijk van de BBC op kwestie Simons mist essentie van poldermodel

leave a comment »

bbc

De kijk van BBC-correspondente Anna Holligan op de kwestie Sylvana Simons zegt veel over de kijk van Anna Holligan. Ze geeft een redelijk overzicht, maar laat ook een en ander liggen. Hoewel ze vermeldt dat het om een kleine minderheid (‘a small but significant section of society’) gaat die protesteert tegen Simons en de verandering van Zwarte Piets uiterlijk, suggereert ze door de keuze van haar voorbeelden tegelijkertijd dat het om een tweedeling in de Nederlandse samenleving zou gaan. Pro- en anti-Zwarte Piet. Dat lijkt overdreven. De meerderheid van Nederlanders neemt een afwachtend standpunt in en houdt zich afzijdig van het debat.

Het is ook opmerkelijk dat Holligan de felle afkeuring door het kabinet en de meeste politieke partijen van het soort racisme dat Simons treft niet vermeldt. Opvallend is dat Holligan zoveel aandacht besteedt aan de opinie van mediasterren als Humberto Tan en Sylvana Simons. Zij geeft niet de essentie weer van het Nederlandse poldermodel dat gaat voor geleidelijkheid. Er lijkt bij een meerderheid van de Nederlanders consensus te bestaan over het feit dat het uiterlijk van Zwarte Piet moet veranderen. Op zo’n manier dat ook kinderen erin mee kunnen groeien. Alleen op welke manier en in welk tempo bestaat verschil van mening. Het is trouwens de vraag of de achtergrond van Zwarte Piet direct volgt uit slavernij. Omdat het door sommigen zo wordt opgevat is dat een voldoende reden om dat uiterlijk te veranderen. In de richting schoorsteenpiet.

Het zijn juist de hardliners aan beide kanten die het proces verstoren door op de rem of het gaspedaal te willen gaan staan. Activist Quinsy Gario schept verwarring door een redelijk overzichtelijke kwestie van geleidelijke verandering te verbinden met het begrip wit gedrag (‘White supremacy’) dat hij rechtstreeks uit het publieke debat van de VS importeert. Maar de 37-jarige man uit Kudelstaart die het gewraakte filmpje over Simons maakte en zichzelf bij de politie heeft aangegeven is eerder een sukkel, dan een ideologische scherpslijper als David Duke (KKK), Steve Bannon (Breitbart) of Richard Spencer (leider alt-right beweging).

Het leidt geen twijfel dat de bedreiging van Simons onaanvaardbaar is. Maar of het gedachtengoed dat hiertoe leidt het best besteden kan worden door de verschillen die samenhangen met ras en herkomst uit te vergroten en in een Amerikaans kader te zetten of juist klein te maken om ze geleidelijk op te ruimen is de hamvraag.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDutch race hate row engulfs presenter Sylvana Simons’ van Anna Holligan voor BBC News, 25 november 2016.

Wereldmuseum na succesvolle publieksactie gered met behoud van ‘Rotterdams karakter’. Wat zegt dat over het kunstklimaat?

leave a comment »

imageproxy-aspx

Gisteren nam de Rotterdamse gemeenteraad een motie aan van PvdD, SP, PvdA, NIDA, GroenLinks en D66 over het Wereldmuseum. Dat gebeurde binnen het kader van het Cultuurplan 2017-2020. Hiermee spreekt de raad zich uit voor een zelfstandige positie van het Wereldmuseum binnen de samenwerking met het Nationaal Museum voor Wereldculturen. Door toedoen van de vorige directeur Stanley Bremer was het museum door vercommercialisering in een negatieve spiraal terechtgekomen. Onder druk van raad en toenmalig wethouder Adriaan Visser (D66) trad Bremer in april 2015 terug. Met het aannemen van deze motie is de actie afgerond om het Wereldmuseum te redden als autonoom museum ‘met een Rotterdams karakter’. Als sluitstuk omarmt wethouder Pex Langenberg (D66) de motie. Zodat voor de komende vier jaar de financiering, het Rotterdams profiel, tentoonstellingsprogramma, beheer van de collectie en monitoring door de RRKC zijn gegarandeerd.

Sinds 2012 verschenen hier meer dan 30 stukken over het Wereldmuseum. Ze volgden de ontwikkelingen op de voet door onder meer de weergave van bronnen binnen het Wereldmuseum die zich op straffe van ontslag publiekelijk niet konden uiten. En gaven er commentaar op. Door de jaren heen verschoof het accent van de aandacht voor het ontzamelbeleid naar kritiek op de aanpak van Bremer en de afwachtende houding van de opeenvolgende Rotterdamse gemeentebesturen. Na enkele kleinere publieksacties (met onder andere Boris van Berkum) kreeg in de zomer van 2014 een grotere publieksactie smoel met kunstenaar Olphaert den Otter die zich grotendeels op Facebook afspeelde. In de politiek was het Ruud van der Velden (PvdD) die initiatief nam, maar ook anderen als Jos Verveen (D66), Sun van Dijk (SP), Co Engberts (PvdA) toonden zich betrokken.

Het waren echter betrokkenen uit museumsector, partijpolitiek en openbaar bestuur die achter de schermen het verschil maakten. Reden voor die krachtenbundeling kan niet los worden gezien van een verslechterend kunstklimaat. Teken daarvan was de bovenproportionele korting op de landelijke cultuurbegroting die door het afbraakbeleid van toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) vanaf 2011 in gang werd gezet. Vooral Zijlstra’s minachting voor kunst en gepoch geen affiniteit met de kunstsector te hebben maakte velen die de kunst een warm hart toedroegen ziedend en machteloos. Het was patjepeeër Zijlstra tegenover een bovenlaag van kunstminnenden die zich aan de kant gezet voelden. Niet zozeer persoonlijk, maar eerder waar het de waarden betrof die ze belangrijk vonden. Het Wereldmuseum werd zo een streep in het zand die velen voor en achter de schermen konden trekken om de dikdoener Stanley Bremer en al die andere populisten die de kunst wilden uitverkopen een halt toe te roepen. Het cultuurbeleid is echter nog steeds niet gerepareerd zoals het voor Zijlstra was. Evenmin is het verder afgebroken. Het blijft halfslachtig hangen tussen hoop en vrees.

Een commentaar van december 2012 vatte die mentaliteit van de patjepeeërs en kunsthaters samen: ‘Het goede leven van wijnen, spijzen, gesprekken en ons soort mensen zet alle neuzen een kant op. Soms feestneuzen als er feest te vieren valt, soms wijsneuzen die het samen beter weten dan de professionals uit politiek of museumwereld. Weldenkende burgers zijn tevreden met zichzelf. En elkaar. Als individuen vinden ze elkaar in een groepsgevoel dat afkeer voor regelzucht uitstraalt. In het oprekken van de grenzen voelen ze zich weer de provo’s die ze nooit waren. Hun tweede jeugd neemt hen de kans niet af het alsnog te worden. In het schoppen tegen het establishment dat ze zelf vormen. Vanuit de luxe. Zo werkt kunst als glijmiddel.

Via emotie mobiliseert directeur Bremer steun voor zijn plan om de Afrikacollectie te verkopen. Zijn museum loopt uit de pas met de museumsector in het oprekken van de LAMO-richtlijn, en de gemeente Rotterdam doet hetzelfde door de deur voor de verkoop van topstukken open te zetten. Maar kritiek werkt niet, omdat dat daar aan dat gebouw aan de Maas alleen maar opgevat wordt als een bevestiging van het eigen gelijk.

Oprekken van grenzen is in lijn met de handel in Afrikaanse etnografica die is geconcentreerd in Brussel en Parijs. Deze handel met grote winstmarges vertoont de trekken van de Roomse kerk en de maffia. Uiterlijk vertoon, ex-communicatie, strenge hiërarchie, witwassen van valse objecten en omerta zijn de kenmerken. Verkoop van de Afrikacollectie speelt zich af in dit schemergebied waar handelaren zich opdringen omdat ze winst ruiken. Liefst via onderhandse verkoop. Raadgevers en clandestiene handelaren wisselen elkaar af. De directeur die kennis mist vaart blind op anderen. Hij zet de Afrikacollectie in de etalage om als een Robin Hood aan de Maas te nemen van de gemeenschap en te geven aan z’n medestanders.’

Dat het Wereldmuseum voor de poorten van de hel uit de handen van de praatjesmakers en de kunsthaters is gered heeft grote symbolische waarde. Maar het feit dat het kon slagen door de inzet van enkelen is ook wrang. Dit soort publieksacties komt immers door toevalligheden tot stand. Niet voor elke bedreigde culturele instelling die het waard is om gered te worden wordt zo’n actie op touw gezet. Als deze succesvolle actie een incident is, dan houdt dat nog lang geen structurele verbetering van het kunstklimaat in. De golf van rechts-populisme die delen van de politiek en bevolking overrompelt maakt somber. Overschatting ervan lijkt echter nog de grootste bedreiging van het democratisch proces. Vooral media en partijpolitiek moeten niet meegaan in projecties en angstdenken, maar gewoon de traditionele waarden beschermen. Daar is kunst er één van. De les van het Wereldmuseum is daarom uiteindelijk positief. Samenwerking van politici en burgers met een beroep op deskundigen en met mobilisatie van sociale en gevestigde media kan het verschil maken. QED.

Foto: BaHuana-Beeld uit de collectie van het Wereldmuseum, Beneden Congo.

Europarlement neemt anti-propaganda resolutie aan. Als antwoord op de Russische informatieoorlog tegen de EU

with 2 comments

Soms zie je de overlijdensadvertentie van iemand van wie je dacht dat hij of zij al lang overleden is. Deze resolutie in het Europarlement is van hetzelfde soort. Gisteren nam het een anti-propaganda resolutie aan waarvan je dacht dat die allang was aangenomen. In elk geval na de wereldwijde veroordeling in maart 2014 van de annexatie van de Krim door de Russische Federatie. Zie hier vanaf p. 292 voor het verslag. Basis van het debat was een rapport van de Poolse rapporteur Anna Elżbieta Fotyga over de gewenste strategische communicatie van de EU in antwoord op anti-Europese campagnes door derden. En de bewustwording erover.

De veroordeling in het rapport van de ‘Russische desinformatie- en propagandaoorlog‘ liegt er niet om: ’11: stelt dat Russische strategische communicatie onderdeel is van een grotere ondermijnende campagne om de EU-samenwerking en de soevereiniteit, politieke onafhankelijkheid en territoriale integriteit van de Unie en haar lidstaten te verzwakken; dringt er bij de lidstaten op aan waakzaam te zijn tegenover Russische informatieactiviteiten op Europese grond en de inspanningen voor het delen van capaciteiten en contra-activiteiten die gericht op het bestrijden van dergelijke activiteiten uit te breiden’ Of: ‘12. spreekt scherpe kritiek uit over de Russische inspanningen om het integratieproces in de EU te verstoren en betreurt in dit verband dat Rusland anti-EU-krachten in de EU ondersteunt, en met name extreemrechtse partijen, populistische krachten en bewegingen die de fundamentele waarden van liberale democratieën terzijde schuiven’. Niet expliciet wordt genoemd dat de Russische informatieorlog een direct verlengde van de militaire strijd is. Met verwijzing naar samenwerking van de EU met de NAVO wordt dat wel gesuggereerd.

%d bloggers liken dit: