De schaduwmacht van de Rotterdamse kunstpolitiek beschadigt bewust de kunstsector en de kunstprofessionals

Wat voor kunstpolitiek denkt het Rotterdamse college van GroenLinks, VVD, D66, PvdA, CDA en CU-SGP in hemelsnaam uit te voeren? Hoe kunnen de wethouders nog in de spiegel kijken? Gelukkig hebben Rotterdamse kunst- en museumliefhebbers Ruud van der Velden (PvdD) die de belangen van de kunst een warm hart toedraagt. Maar een kleine partij maakt niet het verschil.

De strafexercities tegen de Rotterdamse museumsector staan in schril contrast met wat in andere grotere gemeenten gebeurt. Daar wordt de kunst- en museumsector zoveel mogelijk ontzien. Wat zijn de progressieve partijen in het college nog waard (GroenLinks, PvdA en D66) die de mond vol hebben van kunst, maar als het erop aankomt de kunst laten vallen?

In Nederland bestaat binnen de politiek nauwelijks liefde voor de kunst. Dat is een terugkerend thema. Kunst wordt gezien als een verplicht nummer, als een hobby die bij economische tegenwind makkelijk in de steek kan worden gelaten. De politiek beseft niet wat de functie van kunst is of het beseft dat wel, maar wil alleen kunst steunen die een verlengde van amusement is en getemd, onschadelijk en controleerbaar is. Politiek wil vooral kunst steunen die geen kunst meer is, maar een verlengde van de eigen politiek doelstellingen.

De schaduwmacht doet in Rotterdam buiten alle democratische controle om een greep naar de macht en het college laat het gebeuren onder meer door een onmachtige D66-kunstwethouder. Die schaduwmacht bestaat zowel uit de RRKC (Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur) die adviezen geeft als legitimatie voor korting door het college als de filantropische stichtingen van de familie Van der Vorm die met als zetbaas Wim Pijbes en met het oog op fiscale aftrekposten en onroerend goed onderonsjes met de gemeente een parellelle structuur proberen op te bouwen die de gevestigde kunstinstellingen en dan met name de musea naar de marge duwen. En de functie van kunst om aan te scherpen, de macht uit te dagen en kunstinstellingen onafhankelijk te laten zijn wil inperken.

Zo vinden in perfecte harmonie een nieuwe private partij die voor eigen gewin en uit persoonlijke belang in Rotterdam een nieuwe parallelle kunststructuur wil opbouwen en een schaduwmacht wil vestigen én een weinig ambitieus politiek establishment dat de kunstinstellingen hun autonomie wil ontnemen elkaar. Hun gemeenschappelijke emotie is rancune jegens de gevestigde museumsector waar ze in willen breken. Op een afwijkende wijze geldt dat ook voor het Wereldmuseum dat in een aangenomen motie een Rotterdamse signatuur was beloofd, maar dat door het management van de NMVW (Nationaal Museum van Wereldculturen) is gekoloniseerd en alle autonomie ontnomen is. Maar ook daar vinden Rotterdamse politiek en NMVW elkaar. De Rotterdamse raad heeft geen historisch geheugen en laat het Wereldmuseum dat niet eens een directeur of locatiehoofd heeft vallen.

Het raadsel in deze hele strafexercitie tegen de Rotterdamse museumsector zijn echter niet de RRKC met oud-bankier Jacob van der Goot als voorzitter of de stichting Droom en Daad die redeneren vanuit de financiën en waar nodig geld inzetten als drukmiddel, maar het Rotterdamse college dat zich simpelweg laat overbluffen en intimideren zonder dat het goed beseft waarmee het bezig is en wat het allemaal kapotmaakt. En daarbij nog rancuneus is naar de instellingen die voor zichzelf opkomen en het algemeen belang dienen en niet naar de pijpen van Pijbes willen dansen.

Waarom het college zo diep gezonken is en zich onnodig afhankelijk heeft gemaakt van het grote geld van een private partij valt niet makkelijk te beantwoorden. De macht van de havenbaronnen op het gemeentebestuur is een terugkerende constante in de Rotterdamse politiek. Daar moet de politiek dus verstandig in meebuigen zonder te breken. Het valt niet in te zien dat Wim Thomassen, André van der Louw of Bram Peper zich zo onder druk zouden laten zetten zoals Ahmed Aboutaleb (in een weliswaar duaal systeem met nog nauwelijks macht) dat nu laat doen. Zijn kienheid lijkt niet te strekken tot de hoogste sociale regionen en de financiële sector. Wat het college ook parten speelt zijn allerlei integriteitskwesties waardoor een machtige wethouder als Adriaan Visser moest aftreden en een college met liefst 10 wethouders van zes partijen de macht zo verdeelt dat het zichzelf heeft uitgekleed.

De kunstpolitiek in Rotterdam wordt dus in grote lijnen bepaald door drie zetbazen die zich onttrekken aan democratische controle. Jacob van der Goot (RRKC), Wim Pijbes (Droom en Daad) en Ahmed Aboutaleb (burgemeester) zijn vertegenwoordigers van een systeem dat doet denken aan een parallelle structuur van de onderwereld. Deze hoofdpersonen mogen op bestuurlijke stoelen gaan zitten waar ze niet thuishoren of ze zitten op hun bestuurlijke stoel waar ze hun werk niet doen. De professionele bestuurders in de Rotterdamse kunstsector hebben het nakijken en kunnen nergens aankloppen (behalve bij Ruud van der Velden) om deze parallelle structuur -die uiteraard door deze schaduwmacht wordt ontkend- aan te spreken. Ze kunnen maar beter verhuizen naar Amsterdam, Den Haag, Utrecht of werk in een andere dan de museumsector zoeken.

Het motto van de huidige Rotterdamse kunstpolitiek is: ‘Niet lullen, maar elke authenticiteit wegpoetsen’.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDirecteur Paul van de Laar vertrekt bij Museum Rotterdam’ van Stéphan Reket in het AD, 26 november 2020.

Baudet stapt in de kuil die hij voor zichzelf gegraven heeft. Het verweesde partijkader aast op reïncarnatie van FVD

De kritiek op het fascistische gedachtengoed van de jongerenafdeling JFVD kan op twee manieren opgevat worden. Namelijk dat FVD de consequentie van de eigen overtuiging niet begrijpt. De uitwassen zijn geen uitzondering, maar regel binnen FVD waar voormalig-partijleider Thierry Baudet -die tot gisteren de touwtjes in handen had- een representant bij uitstek van is. Baudet is teruggetreden als partijvoorzitter en heeft geen formele macht meer binnen de partij. Men kan ook zeggen dat dit racistische, anti-semitische gedachtengoed door de rechts-conservatieve bestuurders niet gedragen wordt. Ze zijn door toedoen van de in ongenade gevallen partijorganisator Henk Otten geworven en maken het kader van de partij uit.

Het naar de marge dringen van Baudet en de top van de JFVD is de revanche van het ooit door het partijbestuur gestopte project om de lokale partijorganisatie op te bouwen en een zekere autonomie te geven. Het provinciale denken van het kleine gebaar én een reactionaire mening heeft genoegdoening gehaald op de internationale rechts-radicale beweging die in luchtkastelen, vergezichten en toekomstfantasieën denkt.

Het partijkader trok nooit de consequentie uit de boreale praatjes van partijleider Baudet die het gedachtengoed van FVD vormden. Het kader leverde op het gebrek aan realisme van Baudet het eigen realisme in. Tuk op een functie, een financiële bonus of aanzien in de politiek. Door het recente terugtreden van Baudet toont dit opportunisme nog krampachtiger dan het al was. Het  slaat nu indirect terug via het al te erge gedachtengoed van JFVD en haar vertegenwoordiger Freek Jansen.

De rot bij FVD zit niet in de jongerenafdeling, maar in de top. En die top bestond niet alleen uit Baudet, maar ook uit types als Beukering. Cliteur, Hiddema, Van der Linden, Nanninga, Roos, Rooken, Fentrop en Eppink. Ze kiezen nu eieren voor hun geld en zweren hun recente verleden als leden van een partij met bedenkelijke meningen af door die meningen achteraf te veroordelen. Maar dat werkt niet met terugwerkende kracht. Ze zijn allen besmet en zullen dat stigma nooit meer kwijtraken. Waar Baudet nog iets heeft van een -weliswaar idioot denkende- dwarsligger hangt rond het partijkader van FVD dat nu de de macht probeert te grijpen de tragiek van de middelmaat, de berekening en het eigenbelang.

Op 22 november schreef ik in een reactie op FB over een tweet van Nanninga waarin zij de denkbeelden van de JFVD aanviel en de in haar ogen te slappe reactie van de partijleiding daarop: ‘Mogelijk is de aanval van Nanninga op de JFVD een trage, zijdelingse coup die in enkele stappen het einde van Baudet aankondigt. De vraag wat de aantrekkingskracht is van FVD zonder Baudet en zijn sycofanten die zich niet meer van hem los kunnen maken ligt nu open en bloot ter beantwoording. Wat resteert er na de sanering van FVD?

Niemand die op dit moment het antwoord weet. Baudet is en blijft een tovenaarsleerling die het vak van politicus niet in de vingers kreeg en zich daar evenmin voor interesseerde. Maar die wel kiezers wist te werven door tegen de politiek te trappen. De politicus die ooit beweerde dat hij nooit politicus zou worden omdat hij daarvoor niet de kwaliteiten bezit, bevestigt opnieuw zichzelf goed te kennen door nu terug te treden. Hij is geen politicus. Hij liet voortdurend uitkomen van onderwerpen waarover hij zich uitsprak geen verstand te hebben. Dat is dodelijk voor een politicus die geen politicus wil zijn, maar toch ook weer wel. Maar zoals gezegd, dat trekt wel buitenstaanders aan die eveneens niets van de politiek moeten hebben. Dorknopers als Joost Eerdmans die nu hun kans op het partijleiderschap schoon zien zijn volstrekt ongeschikt om FVD een doorstart te geven.

Met de onzin over de COVID-19 pandemie en het omarmen van extreme complotdenkers als Willem Engel van wie zelfs gematigde systeemcritici vinden dat ze te ver gaan heeft Baudet in de herfst van 2020 definitief zijn geloofwaardigheid verloren. Dat hij er krankzinnige meningen op nahield was niet het breekpunt, maar wel dat dit zo scherp en ondubbelzinnig naar buiten kwam. Baudets gezicht was niet meer te redden. Baudet verdiende niet alleen een nul voor argumentatie, maar ook een nul voor het aanvoelen van het inspelen op de malcontenten of de buitenstaanders. Baudet had zijn magie verloren binnen zijn eigen partij. Hij betwijfelde de ernst van een pandemie vanwege de tamelijk succesvolle bestrijding in Europa en het onderzoek van de medische sector en ziekenhuizen in het vinden van de optimale behandeling. De opportunisten binnen FVD sprongen vervolgens op Baudet toen het duidelijk was dat Baudet ernstig verzwakt was.

Baudet speelde zijn vak en bleef daardoor altijd aan de buitenkant zonder tot de kern van de politiek door te dringen. De vraag die blijft hangen is drieledig: miste hij de ambitie om de politiek in de vingers te krijgen, miste hij de startkwalificatie om de politiek onder de knie te krijgen of had hij vanaf het begin door handige, maar selectieve navolging van Franse en Amerikaanse voorbeelden te extreme meningen om te fungeren in een partij met anderen, ook als dat nalopers en opportunisten waren?

Foto: ‘Op internet circulerende parodieën (memes) van bestaande beelden tonen Thierry Baudet. De lijsttrekker van Forum voor Democratie is onder meer afgebeeld met het alt-right-stripfiguurtje Pepe the frog. In Den Bosch droeg Baudet een stoffen kikker op zijn schouder.’ In: NRC, 16 maart 2017.

Filantropische stichtingen van de familie Van der Vorm en het afwachtende Rotterdamse college krijgen fundamentele kritiek

Naar aanleiding van een artikel in Vers Beton met de omineuze titel ‘Hoe de steenrijke familie Van der Vorm macht en invloed koopt in Rotterdam’ plaatste ik gisteren onderstaande reactie op Facebook die ik vanwege het belang van deze kwestie hier herhaal. Want het opkopen van vastgoed en het ‘redden’ van Rotterdamse kunstinstellingen zoals Museum Rotterdam door een filantropische stichting moet per onmiddellijk een halt worden toegeroepen.

Het Rotterdamse college moet ervan bewust worden gemaakt dat het verkeerd is om met deze partij en haar stichtingen De Verre Bergen en Droom en Daad in zee te gaan als het betekent dat het zich er afhankelijk van laat maken. Dat lijkt aan de orde te zijn. Voor de duidelijkheid: Martijn van der Vorm woont in Monaco, betaalt geen belasting in Nederland, maar zijn filantropie is wel van de belasting aftrekbaar. Zijn zetbaas Wim Pijbes kan hiermee Sinterklaas spelen om het belastingvoordeel voor zijn baas verder op te pimpen. Vraag is hoe zich dat verhoudt tot de codes die in de Nederlandse culturele sector gangbaar zijn:

Inzichtelijk en belangrijk overzichtsartikel van Maurice Geluk voor Vers Beton en OPEN Rotterdam over de invloed van de Stichting Droom en Daad en ex-museumdirecteur Wim Pijbes in Rotterdam. De gemeente Rotterdam trekt zich terug en laat het initiatief aan deze filantropische stichting. Een en ander roept de vraag op of Droom en Daad en het Rotterdamse college onder een hoedje spelen bij het verdelen van vastgoed en de kunstsector.

Na lezing kan er maar een conclusie zijn. De greep naar de macht van Droom en Daad, de familie Van der Vorm en directeur Wim Pijbes die als een royale Sinterklaas met andermans geld in Rotterdam cadeautjes uitdeelt onderschrijft het standpunt van Anand Giridharadas over het redder complex van bedrijven. Zie: https://www.cigionline.org/…/anand-giridharadas-how…

Giridharadas ziet een gevaar in de combinatie van een afwachtende en machteloze overheid die zich laat overbluffen en de bravoure van zakenmensen die zich presenteren als doelmatig en ‘wereldwijs’. Dat is blijkbaar genoeg om de overheid op sleeptouw te nemen. Dit is wat zich nu in Rotterdam afspeelt.

De oplossing is simpel, bedrijven moeten verplicht worden om meer (of: hun rechtmatig deel) belasting te betalen zodat de overheid niet langer onderdanig hoeft te zijn en te wachten totdat een bedrijf of een filantropische stichting de portemonnee trekt. Laat het geld rechtstreeks naar zo’n overheid stromen.

Het redder complex van zo’n filantropische stichting die de macht grijpt is ongepast, ongewenst en pervers. Het verstoort het evenwicht binnen een gemeenschap. Pijbes wilde via de stichting waarbij hij in dienst is feitelijk directeur spelen van Boijmans. Nadat hem de voet was dwarsgezet trok Droom en Daad een bijdrage van 40 miljoen euro terug. Pijbes werd ondanks de negatieve publiciteit gehandhaafd door de familie Van der Vorm.

Het is ongelukkig dat de gemeente Rotterdam afhankelijk wordt van een filantropische stichting en lamgeslagen meegaat in de greep naar macht die zo’n filantroop opeist in culturele instellingen of maatschappelijke projecten.

Als Rotterdam Sinterklaas wil spelen, dan zou het daar Pijbes of Droom en Daad niet voor nodig moeten hebben. Deze schaduwmacht zou een goed functionerende overheid niet nodig moeten hebben. Maar de realiteit van 2020 is dat Rotterdam niet meer zonder kan. Als een verslaafde die aan een cultureel infuus ligt.

Op 19 november 2020 heeft raadslid Ruud van der Velden van de Rotterdamse Partij voor de Dieren raadsvragen ‘Invloed filantropie op college’ gesteld over de macht en de machinaties van Pijbes en de familie Van der Vorm in Rotterdam. Van der Velden vraagt onder meer naar de fiscale en economische achtergronden van het kapitaal waaruit de filantropische stichtingen putten:

16. Ziet u het oprichten van stichtingen die vervolgens een ANBI-status aanvragen en zijn vrijgesteld van schenkbelasting bij onderlinge transacties als belastingontwijking? Indien nee, waarom niet?

17. Weet u waar het kapitaal van Stichting De Verre Bergen en alle onderliggende stichtingen vandaan komt? En weet u ook of dit kapitaal belast is en/of dat er bij de totstandkoming inkomstenbelasting over is afgedragen? Indien ja, in welk rechtsgebied is er belasting afgedragen?

18. Weet u of het onderliggende kapitaal van Stichting De Verre Bergen en alle onderliggende stichtingen is ondergebracht in niet-coöperatieve rechtsgebieden, zoals benoemd door de Europese Unie en zoals verwoord in de overwegingen van voornoemde motie? Indien ja, welke rechtsgebieden? Indien nee, bent u bereid dit na te gaan in het kader van afdoening van voornoemde motie?

Foto: Schermafbeelding van deel artikelHoe de steenrijke familie Van der Vorm macht en invloed koopt in Rotterdam’ van Maurice Geluk in Vers Beton, 18 november 2020.

Geen gelijke monniken, gelijke mondkapjes. Godsdiensten worden door de rijksoverheid uitgezonderd van de mondkapjesplicht

In publieke binnenruimten geldt vanaf 1 december 2020 de mondkapjesplicht. Bij een vaste zitplaats in binnenruimten is dat niet nodig. De rijksoverheid zegt in een persbericht van 19 november 2020: ‘In gebouwen die bedoeld zijn voor het belijden van godsdienst, zoals kerken, moskeeën, tempels en synagogen, is een mondkapje niet verplicht.’

Dus geen gelijke monniken, gelijke mondkappen. De uitzondering voor religieuze organisaties is niet logisch en te grof. Men kan beredeneren dat gelovigen zich in een religieus gebouw op een vaste zitplaats bevinden, maar de Grieks-orthodoxe godsdienst toont het tegendeel aan. Daar staat men tijdens de dienst. Tijdens diensten van vele geloven wordt continu bewogen. Er wordt geschuifeld, geknield, opgestaan en gezongen. Daarnaast moeten gelovigen zich naar en van hun plek begeven binnen het gebouw. Vaak manoeuvrerend tussen nauwe kerkbanken.

De uitzondering toont niet alleen aan dat godsdiensten in Nederland voorrechten genieten, maar ook dat de overheid dit actief ondersteunt. De rijksoverheid heeft het bij de afkondiging van de maatregel over gebouwen die bedoeld zijn voor het belijden van een godsdienst en laat hiermee de gebouwen voor het praktiseren van een levensovertuiging buiten beschouwing.

Dit is een niet te billijken ongelijkheid in het voordeel van godsdiensten. De gelovigen worden bevoordeeld boven de sympathisanten van levensbeschouwelijke organisaties die in de formulering van de vrijheid van godsdienst gelijke rechten hebben als godsdiensten. Maar in de praktijk blijkbaar niet. Het beroep op de wettelijke positie van godsdiensten worden doorkruist door de bevooroordeling van godsdiensten die niet voor levensovertuigingen geldt. Dit maakt het wettelijk beroep van godsdiensten op de vrijheid van godsdienst tot een aanfluiting.

Waarom doet de rijksoverheid zich dit aan door godsdiensten zo manifest vrij te stellen van de mondkapjesplicht? Begrijpt de overheid niet dat dit vanwege de rechtsongelijkheid een reactie bij de Nederlandse bevolking oproept als een religieuze minderheid wordt voorgetrokken? Is dit een provocatie van het kabinet die dient om de voorrechten voor godsdiensten uit te vergroten en te ridiculiseren met de opzet om ze af te schaffen? Dat kan voor iemand met een rechtsstatelijk hart de enige aannemelijke verklaring zijn. Maar het valt te vrezen dat dit niet zo is.

Foto: Schermafbeelding van deel persberichtMondkapje verplicht vanaf 1 december; Nieuwsbericht | 19-11-2020 | 14:50’ van de Rijksoverheid.

Amerikaanse typologie van het conservatisme vertaalt naar de Nederlandse rechtse partijen (CDA, VVD, SGP, PVV, FVD)

Het is aardige hersengymnastiek om politiek rechts in de VS te vertalen naar Nederland. Het verschil is dat de Republikeinse partij een coalitie is van allerlei soorten conservatisme en rechts-radicalisme, terwijl deze stromingen in Nederland verkaveld zijn en apart een thuis vinden in afzonderlijke partijen. Het lijkt te gaan om drie (of vier) afzonderlijke groeperingen waartussen belangrijke verschillen bestaan. Ze vinden niet exclusief, maar wel overwegend onderdak binnen de Republikeinse partij.

Juist dan wordt de vergelijking interessant. Zeker als het gaat over de levensvatbaarheid en rekbaarheid van aparte stromingen. Vraag is hoe ze in een Nederlandse situatie in samenhang elkaar kunnen versterken of verzwakken. Die inschatting geeft een beeld over de levensvatbaarheid en de groeimogelijkheden van de afzonderlijke Nederlandse rechtse partijen.

Rechtse partijen vertegenwoordigd in de Tweede Kamer zijn bekeken vanuit het centrum: CDA, VVD, SGP, PVV en FvD. 50Plus en de afscheidingen die daar uit zijn ontstaan zijn te gefragmenteerd en programmatisch te vluchtig om serieus in te kunnen schatten. Het liberale D66 dat economisch rechts is en cultureel progressief valt niet op te vatten als een partij waar het conservatisme of het rechts-radicalisme doorslaggevend is.

Een onderzoek uit 2014 van PEW Research Center geeft de belangrijkste feiten van de politieke typologie. Aan de rechterkant gaat het om ‘Standvastige conservatieven’ (SC) en ‘Zakelijke conservatieven’ (ZC). In de SC is religieus rechts van conservatieve witte evangelicals dominant die zijn te verenigen rond ethisch-medische standpunten tegen abortus of euthanasie en tegen het homohuwelijk en gendergelijkheid. In de ZC zijn fiscale conservatieven dominant voor wie een terugtredende overheid, economisch vermogen en belastingvoordeel belangrijk zijn.

Interessant en toepasbaar op de opkomst van Donald Trump en alt-right is de opkomende groep van ‘Jonge Buitenstaanders’ (JB) zonder een sterke loyaliteit aan de Republikeinse Partij die in feite een hekel te hebben aan beide politieke partijen. Ze registreerden zich als ‘sociaal progressief’, voorzover ze geen voorstander zijn van een verbod op abortus of het homohuwelijk en niet bijzonder religieus zijn. Maar zoals Amanda Marcotte in een artikel voor Salon verklaart delen ze wel het racisme van de traditionele conservatieven. Ze ziet daarnaast een sterk anti-feministisch sentiment bij deze groep.

Volgens Marcotte zijn de Jonge Buitenstaanders  overgelopen naar de Republikeinen, maar is dat effect waarschijnlijk tijdelijk omdat het direct volgt uit Trumps eigen manier van politiek bedrijven. Deze groep is immers niet per definitie Republikeins, maar is door Trump binnengehaald op standpunten over seksisme, racisme, schoppen tegen het politieke en economische establishment en allerlei complottheorieën. Het valt te betwijfelen of een Republikeinse partij een leider kan vinden die het Trumpisme zonder een ongeremde en ongedisciplineerde Trump even geloofwaardig weet te presenteren.

Wat ontbreekt in Marcotte’s analyse is dat de Zakelijke conservatieven binnen de Republikeinse partij naar de marge zijn gedrongen of zelfs de partij hebben verlaten. In elk geval de opinieleiders van deze stroming en niet zozeer de kiezers. Mede als gevolg van Trumps schoppen tegen het politieke en economische establishment en de overheid. Deze stroming heeft sinds 2016 binnen de partij ernstig aan macht ingeboet. Dat uit zich onder meer in het loslaten van de begrotingsdiscipline die onder Trump volledig uit de hand is gelopen. Dat staat haaks op de geest van het traditionele fiscale conservatisme.

Wie deze driedeling vertaalt naar de Nederlandse rechtse partijen moet eerst een uitbreiding maken naar een vierdeling. Kiezersonderzoek leert namelijk dat de Buitenstaanders bij PVV en vooral FVD eerder oud of van middelbare leeftijd zijn dan jong. Dat leidt tot de groep Oudere Buitenstaanders (OB).

Dat leidt tot de volgende inschatting van de verdeling van de stromingen: CDA: ZC/SC; VVD: ZC; SGP: SC; PVV: JB/OB; FVD: OB/JB. De overeenkomst tussen PVV en FVD is dat de zakelijke elite en religieus rechts er geen onderdak vinden, ondanks Baudets pogingen om in te breken bij de SC via de SGP. Het verschil tussen PVV en FVD is dat eerstgenoemde overwegend laagopgeleide kiezers trekt die sociaal progressiever zijn dan de kiezers van FVD.

Voor de levensvatbaarheid en groeimogelijkheden van Nederlandse rechtse partijen betekent dit dat de PVV en FVD kwetsbaar zijn omdat ze veel Buitenstaanders trekken met weinig partijloyaliteit. Mede omdat PVV en FVD, net als de Republikeinse partij in het geval van Trump, sterk afhankelijk zijn van de respectievelijke leiders Wilders en Baudet kan de ballon van PVV of FVD leeglopen als het succes van de leiders is uitgewerkt. VVD en SGP hebben een duidelijk profiel in het bedienen van respectievelijk de Zakelijke conservatieven en de Standvastige conservatieven die electorale zekerheid bieden. Het CDA is onhelder in haar profiel wat deze partij kwetsbaar maakt. Niet omdat aparte standpunten niet binnen een partij te verenigen zijn, maar omdat er in het Nederlandse politieke landschap partijen zijn die zich met het accent op één standpunt scherper en helderder kunnen profileren.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelThe crackpot factor: Why the GOP is worried about turning out the vote after Trump; Future GOP candidates lack Trump’s secret sauce for attracting new voters — his appeal with Crank-Americans’ van Amanda Marcotte op Salon, 18 november 2020.

Vragen in Utrechtse raad over de alFitrah-moskee

Op 17 november 2020 stelden VVD, SP, CDA en PVV interessante schriftelijke vragen in de Utrechtse raad over de alFitrah-moskee. Aanleiding is de kritiek van mensenrechtenactiviste Shirin Musa namens Femmes for Freedom die meent dat de moskee gesloten dient te worden. Reden daarvoor is dat die moskee vrouwelijke genitale verminking, polygamie en illegale shariahuwelijken goedpraat en dit met lesmateriaal onderbouwt.

De vragenstellers wijzen op de grenzen aan de vrijheid van meningsuiting. Omdat het hier zou gaan om het propageren van geweld tegen vrouwen zijn ze met Shirin Musa van mening dat de alFitrah-moskee zich niet kan verschuilen achter de vrijheid van meningsuiting omdat er fundamentele mensenrechten worden geschonden.

Deze kwestie geeft aan hoezeer bestaande religieuze organisaties in Nederland juridische en mentale voorrechten én bescherming genieten boven andere, levensbeschouwelijke organisaties en nieuwe religieuze organisaties die zich nog niet gevestigd hebben. Het is alleen al volgens een maatschappelijke gewoonte lastig voor het openbaar bestuur om een kerk of moskee te sluiten indien aangetoond is dat de mensenrechten er geschonden worden. De overheid mag zich volgens de wet niet bemoeien met de leerstellingen, de interne werking van een geloof terwijl niet-religieuze organisaties deze bescherming niet genieten. Dit is een maatschappelijke ongelijkheid die informeel is gevestigd en als basis dient voor extra juridische bescherming van gevestigde, religieuze organisaties.

Dat het openbaar bestuur en rechtscolleges als de Raad van State hier niet altijd consequent in handelen laat de kwestie rond de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster zien. In augustus 2018 deed de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de uitspraak dat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster geen godsdienst is. Dat noemde ik in een commentaar een ‘voorspelbare, teleurstellende, wereldvreemde, a-historische, politiek gekleurde en niet moedige uitspraak’. Ik schreef: ‘Het probleem is dat de Raad van State alleen kandidaat-godsdiensten beoordeelt, maar niet de traditionele godsdiensten. Want die zijn immers ouder dan de Raad van State. Dat schept ongelijkheid. Niet alleen in het oordeel, maar ook in de procedure. Want als een rechtscollege de ene godsdienst kritisch bejegent, dan zou het wel zo objectief zijn om andere godsdiensten op exact dezelfde criteria te beoordelen. Dat gebeurt niet.

Dit draait om twee aspecten die met elkaar vermengd zijn. De overheid mag volgens de grondwettelijke vrijheden geen oordeel geven over ‘de binnenkant’ van een godsdienst. Daarnaast is de overheid en zijn bestuurscolleges als de Raad van State theologisch niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen. De Raad van State neemt de vier criteria die aan een godsdienst gesteld worden, te weten overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang te letterlijk en weigert verder te kijken.

Het getuigt van een dubbele standaard van de overheid dat een bestaande religieuze organisatie als de islamitische alFitrah-moskee door de overheid niet of zeer terughoudend wordt aangepakt en kan doorgaan met het prediken van geweld tegen vrouwen omdat het volgens de wet daartoe de vrijheid heeft, terwijl bij monde van de Raad van State dit principe van niet-inmenging in godsdiensten overboord wordt gegooid als het zich uitspreekt over een nieuw religieuze organisatie en vanuit de toetsing van de interne werking ervan stellig beweert dat het geen godsdienst is.

De Raad van State had de zaak van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster niet in behandeling moeten nemen. Dat zou in lijn zijn met de visie op alle andere godsdiensten die evenmin in alle gevallen voldoen aan alle criteria die aan een godsdienst gesteld worden. Het is van tweeën één: of de overheid en de rechtscolleges toetsen elke godsdienst ‘aan de buitenkant’ en erkennen die als het zo op het oog aan de kenmerken ervan voldoet of de overheid en de rechtscolleges toetsen elke godsdienst ‘aan de binnenkant’ en kijken gedegen naar de interne werking ervan.

De huidige situatie is dat de overheid de gevestigde godsdiensten ‘aan de buitenkant’ toetst en onaantastbaar acht en nieuwkomers ‘aan de binnenkant’ toetst en criteria stelt die het aan gevestigde religieuze organisatie niet stelt.

De rechtscolleges zouden de bestaande maatschappelijke situatie door dienen te laten wegen in hun uitspraken nu een meerderheid van de Nederlanders zegt zich niet te laten inspireren door geloof en religie de uitzondering aan het worden is. Zo beredeneerd zou de alFitrah-moskee op een wettige manier getoetst kunnen worden op de kenmerken ernst en belang, en te licht kunnen worden bevonden vanwege de schending van fundamentele mensenrechten. Betreffende moskee zou in een rechterlijke uitspraak in twee stappen eerst de beschermende status van een godsdienst of religieuze organisatie ontnomen kunnen worden omdat het niet voldoet aan de criteria ervan en daarna definitief gesloten kunnen worden vanwege het structureel overtreden van de grondwettelijke vrijheden.

Het bederf ligt niet in de uitingen van een geloof die tegen de wet en de universele waarden ingaan, maar in de kern van dat geloof dat niet deugt omdat het op een fundamenteel niveau is verweven met ongelijkheid, schending van fundamentele mensenrechten en grondwettelijke vrijheden. Het is een politiek taboe om dat inzichtelijk, laat staan bespreekbaar te maken.

Alles in overweging nemend is de samenstelling van de groep vragenstellers opvallend. Los van het feit dat ze allen deel uitmaken van de oppositie. Met het CDA gaat een religieuze partij een grens over door vragen te stellen over de vrijheid van een weliswaar concurrerende, religieuze organisatie die op termijn toch de status en de bescherming van alle gevestigde godsdiensten en religieuze organisaties kan aantasten. Daarnaast valt het op dat de SP en de VVD samen optrekken met de rechts-radicale PVV.

Foto: Schermafbeelding van deel schriftelijke vragenSchriftelijke vragen Handhavingsverzoek alFitrah’ van VVD, SP, CDA en PVV in de Utrechtse gemeenteraad, 17 november 2020.

Weer zo’n debat over desinformatie en journalistiek: S.E. Cupp en John Avlon

Een gesprek tussen de CNN-journalisten S.E. Cupp en John Avlon over desinformatie en journalistiek. Ze hebben beide een gematigd profiel en willen de verdeeldheid in de Amerikaanse politiek en samenleving overwinnen en de democratie versterken. Wat nodig is om de desinformatie van president Trump en zijn medestanders terug te dringen blijft in het midden hangen. Cupp zegt bang te zijn. Hoe dan ook is het een goed voornemen om terug te vechten. Dat is echter een uitgangspunt en geen werkbare methode. Ja, de journalistiek moet onpartijdig zijn en elke president kritisch volgen. Dat is het abc van de journalistiek en het verschil met journalistiek activisme.

Maar waar laat dat de desinformatie via sociale media van wicheleroedelopers, graancirkelsdenkers, anti-vaccinatie activisten, anti-stikstof veeboeren, anti-pedofiele QAnon-isten en in het algemeen de anti-overheids leunstoelgeneraals in de VS en Europa die zo luidruchtig aan de weg timmeren? Het is niet zo dat de staat passief is en niet terugvecht. Inlichtingendiensten en krijgsmacht brengen de ondermijning via desinformatie in kaart. Maar omdat opstandige, malcontente of halsstarrige burgers het recht hebben om te liegen, te ontkennen en vals te beschuldigingen en ze met velen zijn kan de journalistiek dat in de publieke opinie nauwelijks meer bijbenen.

Wat is de oplossing? Die gaat in elk geval niet in de richting van staatspropaganda om de desinformatie van de complotdenkers te neutraliseren. Dan is het middel erger dan de kwaal. Het gaat evenmin in de richting van de versterking van de journalistiek omdat die grote groepen van de samenleving niet meer bereikt. Hoewel de journalistieke infrastructuur wel op peil moet blijven. Het vergroten van de mediawijsheid en politieke en historische kennis via een uitgebreid schoolprogramma van media educatie duurt te lang en komt te laat.

Er zit niets anders op dan te hopen dat de krachten in het midden van politiek en journalistiek hun werk blijven doen. Met het streven om problemen op te lossen. Dat houdt in dat sociaal-economische achterstanden van gemarginaliseerde groepen weggewerkt en uitwassen van het kapitalisme flink teruggedrongen moeten worden. Weg van het aandeelhoudersbelang richting duurzaamheid en burgerbelang. De horizon moet verbreed worden.

Als daarnaast techgiganten als Facebook, Twitter en Google eindelijk door strenge overheidsmaatregelen verplicht worden om hun volle verantwoordelijkheid te nemen als journalistiek medium, dan kan dat de functie van de journalistiek helpen opwaarderen. De verwachting is dat het rechts-populisme zichzelf overwint en overwaait als een mode waarover later opgemerkt wordt dat het net zoiets was als de provo’s in de jaren 1960. Een uiting van de tijdgeest. Oh, wat maakten we ons zorgen, maar wat is het vergeleken met wat ons in 2050, 2075 of 2100 overkomt?

Antwoord aan de ‘Islamitische Reminder’ Mikaeel Hasan die de vrijheid van meningsuiting belastert

De Islamitische Reminder Mikaeel Hasan steekt een betoog af over de vrijheid van meningsuiting. Hij stelt dat het een marketingtool is. Dat is blijkbaar de marketingtool van een Islamitische Reminder die de publiciteit zoekt.

Zover is het gekomen met feitenontkenners. Ze liegen dat het gedrukt staat en keren de feiten om. Nieuws noemen ze nepnieuws. Nepnieuws noemen ze nieuws. Een waarde noemen ze marketing. Hun marketing noemen ze een overtuiging. Hasans onwaarheid presenteert hij als waarheid. Smaldenker Hasan presenteert zich als ruimdenker.

Deze video roept de vraag op of Hasan zo dom is als uit zijn betoog blijkt of dat hij net doet alsof hij dom is. Hij kan met alle Nederlanders weten dat de enige beperkingen aan de vrijheid van meningsuiting worden gedicteerd door de wet. Oproepen tot haat of geweld mag niet.

De werking van de nationale rechtsstaat wordt door de staat bepaald. Hasan concludeert uit het feit dat de staat niet neutraal is dat daarom de vrijheden niet neutraal zijn. Of kunnen zijn. Dt is onjuist. De rechtsstaat gaat over de relatie van de staat met de burgers. Kern is dat alle burgers dezelfde rechten hebben. De staat die dat ‘van bovenaf’ bepaalt kan per definitie niet neutraal zijn. De staat dat zijn we zelf zoals we dat hebben vastgelegd in wetten en instituties die voor allen in gelijke mate gelden. Zo moet de vrijheid van meningsuiting begrepen worden.

Wat Hasan doet is opzichtig. Het is de methode van de populist. Hij probeert zijn islamitische waarden op te waarderen door de rechtsstatelijke waarden af te breken. Maar omdat hij dat niet intelligent doet strandt die poging in retoriek. Of zoals hij het zelf over anderen zou noemen, in marketing.

In Nederland is het spotten met een godsdienst of levensovertuiging toegestaan. Of het verkondigen van een scherpe mening over wat dan ook. Hasan bewijst dit met zijn video waarin hij het recht heeft om in vrijheid alles te beweren en hij tegelijk dat recht anderen probeert te ontzeggen. Dat is tegenstrijdig en getuigt niet van een rechtsstatelijke geaardheid.

Hasan heeft ongelijk dat er ‘zoveel tegenstrijdigheid over de vrijheid van meningsuiting is’. Dat is niet zo. Dat verzint hij en tovert hij uit zijn islamitische hoed. Hij maakt het er nog bonter op door te beweren dat mensen die de vrijheid van meningsuiting propageren er zelf niet in geloven. Ook dat is klinklare onzin. Het gaat niet om propaganda voor een religieuze organisatie of een geloof, maar om een universele waarde die voor allen geldt.

Niemand staat boven de wet, hoezeer gelovigen ook claimen dat zij meer rechten hebben dan mensen die zich niet laten inspireren door een geloof. Vooral in orthodox-religieuze kring (christendom én islam) proberen gelovigen vanwege religieuze redenen de vrijheid van meningsuiting in te perken. Ze hebben ongelijk om als lobbygroep te kunnen bepalen waar anderen zich aan te houden hebben. Het is de nationale rechtsstaat die dat bepaalt.

Mikaeel Hasan geeft de indruk dat hij niet alleen niet weet waarover hij praat, maar ook Nederlanders tegen elkaar probeert op te zetten. Het is echter in de kern simpel. Hij als moslim heeft dezelfde vrijheid om anderen te bespotten in hun godsdienst of levensovertuiging als anderen zijn godsdienst mogen bespotten. Dat is de neutraliteit die hij niet zegt te begrijpen.

Hasan claimt als moslim een voorrecht door de innerlijke, leerstellige werking van zijn religie dwingend aan anderen buiten dat geloof op te willen leggen. Dat is onwerkbaar en brengt het publieke debat om zeep omdat het uitingen over anderen praktisch onmogelijk maakt. Dat is in strijd met het gezond verstand waar Hasan zich losjes op beroept, maar dat hij zoals uit zijn betoog lijkt nog niet in zich heeft opgenomen. Zijn wijsheid is nog onderweg.

Foto: Still uit videoVrijheid van meningsuiting is een marketingtool – Mikaeel Hasan’ op het YouTube-kanaal ‘Islamitische Reminders’, 16 november 2020.

Beoordeling van een lopende zaak: Trump vs. Biden

De vijanden van de VS beleven toptijden. De chaos neemt toe dankzij de Republikeinse wetmakers die Trumps claims over fraude steunen. Terwijl ze achter de schermen toegeven dat Trump van Joe Biden verloren heeft. Ook nog eens met duidelijke cijfers. Daarnaast is er de COVID-19 pandemie die in hevigheid toeneemt en waar de regering-Trump niet veel aan doet.

De Republikeinse partij laat zich nog steeds gijzelen door Trumps idiotie en narcisme. Hij improviseert de wil om de verkiezingen te stelen. Want er is nog altijd het gevaar van een staatsgreep door Trump die vermoedelijk niet zal slagen, maar veel chaos, leed en verdeeldheid zal veroorzaken. Democratische staten zullen zich ertegen verzetten. Trump heeft met zijn doldrieste beweringen over verkiezingsfraude geen poot om op te staan. Maar door zijn grip op de Republikeinse partij en de overheidsdiensten heeft hij sterke troeven in handen.

Door een redelijk ruime overwinning van Biden lijkt het echter te laat voor het scenario dat dreigde. Namelijk dat in de staten waar Biden heeft gewonnen vanwege vermeende fraude en chaos door Republikeinse staatswetgevers de uitslag wordt teruggedraaid ten gunste van Trump. Dat betreft de staten Pennsylvania, Michigan, Wisconsin, Georgia en Arizona. Het opmerkelijke is dat dat wettelijk mogelijk is. Het zijn niet de (Democratische) gouverneurs die daarover beslissen, hoewel ze op hun beurt hun eigen kiesmannen kunnen benoemen. Dan is de constitutionele chaos compleet. Als het Kremlin zich al mengde in de cyclus van 2020, dan moet waarschijnlijk hun grootste inmenging nog komen door dit scenario in de lucht te houden.

Waar zijn de Republikeinse senatoren die Trump de wacht aanzeggen en hem oproepen om zijn verlies toe te geven en de macht over te dragen? Zoals dat bij Watergate gebeurde toen Republikeinse senatoren tegen president Richard Nixon zeiden dat ze hem niet meer steunden. Nixon stapte toen op.

Trump ondermijnt bewust de nationale veiligheid van zijn land. De minister van Defenisie is ontslagen. De chefs van CIA en FBI zouden binnenkort hetzelfde lot kunnen treffen. Inlichtingendiensten maken zich zorgen dat Trump straks staatsgeheimen gaat verkopen aan de meest biedende. In Moskou, Peking of het Midden-Oosten. Trumps bedrijf verkeert in financiële nood.

Een ander aspect zijn de Nederlandse commentatoren die menen dat de Democraten slecht gepresenteerd hebben. Datzelfde zeiden ze bij de tussentijdse verkiezingen in 2018 die uiteindelijk een groot succes voor de Democraten waren met een dikke winst in het Huis. Hun mening ging voor de feiten uit. Dat lijkt nu opnieuw aan de orde te zijn.

De Democraten hebben met een winst van 306 kiesmannen, waaronder winst in staten als Arizona en Georgia die ze in tientallen niet hadden gewonnen, goed gepresteerd.

Dat is des te meer een goede prestatie omdat het Amerikaanse kiessysteem de Republikeinen en de landelijke gebieden bevoordeelt. Dat wordt ingeschat als een vertekening van zo’n 3% in het voordeel van de Republikeinen. Vergeet niet dat de Democratische staten Washington DC en Puerto Rico geen senatoren mogen afvaardigen. Vergeet niet dat de Republikeinen in staten die ze bestuurlijk onder controle hebben langlopende en succesvolle programma’s van kiezersonderdrukking zijn opgetuigd. Bijvoorbeeld in Georgia waar in 2018 de Democratische kandidaat Stacey Abrams het gouverneurschap zou zijn ontstolen door Republikeinse machinaties.

Op dit moment heeft Biden 5,31 miljoen meer stemmen behaald dan Trump. Dat kan nog oplopen tot tegen de 6 miljoen. Een verschil van 3,5%. In 2016 was het verschil met Hillary Clinton ‘slechts’ 2,1% in het nadeel van Trump. Dat ondanks de stelselmatige kiezersonderdrukking door de Republikeinen. Als het onrechtvaardige kiessysteem dat de Republikeinse stem hoger waardeert dan de Democratische stem niet bestond, dan had Biden zonder twijfel meer kiesmannen behaald dan nu.

De steun voor Trump was aanzienlijk, maar hij heeft slechts 5% boven zijn trouwe achterban van 42-43% gescoord. Die relativering ontbreekt. Trumps score wordt nu voorgesteld als een geweldig resultaat met blijvende gevolgen voor de toekomst. Wie weet, maar het omgekeerde is nog meer waar. Namelijk Biden heeft ondanks tegenwind van een zittende president met veel macht, een oneerlijk kiessysteem dat hem benadeelt en bestuurlijke tegenwerking op staatsniveau met zo’n 51% een meerderheid van de Amerikanen achter zich gekregen.

Biden begon op een systematige achterstand in de uphill battle met Trump en heeft gewonnen. Niet met een landslide zoals verwacht, maar wie in de analyse daarvan niet de vertekeningen in het kiessysteem betrekt doet de werkelijke situatie tekort. Bidens winst was kleiner dan gehoopt, maar is groter dan nu door commentatoren in Nederlandse media wordt voorgesteld.

Farid Azarkan en Geert Wilders zeggen via Twitter tegen mij: ‘je bent geblokkeerd’. Maar staan ze niet zelf geblokkeerd?

Op sociale media mag ik graag reageren. Het aardigste vind ik het om iets te zeggen tegen mensen met wie ik het het meest oneens ben. Types als president Trump of leden van religieuze organisaties die hun onwaarheden en leugens het internet opslingeren. Er is doorgaans weinig voor nodig om dat te ontkrachten. Dat heeft nog de schijn van een publiek debat. Soms gaat zelfs zo’n politicus of geestelijke in debat. Dan is men het weliswaar niet eens, maar ontstaat toch een soort uitwisseling van gedachten. Hoe vluchtig dat ook is en hoe men tot onderdeel van politieke marketing wordt gemaakt. Meer kan men niet verwachten als toevallig passant op sociale media.

Wel minder. Dat geven Farid Azarkan en Geert Wilders aan. De politieke leiders van respectievelijk de politieke partij DENK en de PVV hebben me geblokkeerd op Twitter. Ze hebben de deur van het debat dichtgegooid. Wat de aanleiding daarvoor was kan ik me niet herinneren. Opvallend is dat deze twee politici hun mond vol hebben van de vrijheid van meningsuiting en in de praktijk het omgekeerde doen. Dat tekent de zwakte van hun mooie woorden die niets om het lijf hebben. Azarkan en Wilders staan naakt in hun schone schijn. Ze komen niet op voor de vrijheid van u en mij, maar willen in de publiciteit alleen het beeld vestigen dat ze opkomen voor de vrijheid.

Azarkan en Wilders zijn op hun eigen manier politici met een beperkte blik die bang zijn voor het tegengeluid dat ze uitsluiten. Want zo hebben ze in hun eigen domein altijd gelijk en kunnen ze (op sociale media) niet worden tegengesproken. Azarkan en Wilders zijn eenoog koning in hun gesloten blinde wereld. Baasjes in hun reservaat.

Azarkan en Wilders vertegenwoordigen de grootmoedigheid van de kleingeestigheid. Ze zijn het omgekeerde van wat ze beweren te zijn. Er gaapt een kloof tussen wat ze zijn en wat ze beweren te zijn. Ze zijn beperkte geesten die als camouflage het uiterlijk van de vrije geest aannemen. Maar dat wordt er door hun bedrieglijke gedragingen en uitspraken steeds potsierlijker op. Ze blokkeren anderen op sociale media, maar zijn het zelf die mentaal geblokkeerd staan. Maar dat hebben ze niet door in hun gesloten wereld waar de tegenspraak wordt uitgebannen.

Foto’s: Schermafbeelding van de door George Knight opgeroepen Twitter-pagina’s van Farid Azarkan en Geert Wilders, 12 november 2020.