George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Ethische Code

Ewald Engelen ziet parlementaire journalistiek propaganda voor de bestaande orde maken. Partij voor de Dieren past daar niet in

leave a comment »

Ewald Engelen heeft in zijn column van 27 maart 2018 over Economie in de Groene Amsterdammer kritiek op de parlementaire journalisten van de NOS tijdens de verkiezingsuitzending Nederland Kiest van 21 maart. Aanleiding voor zijn kritiek is de manier waarop ze aandacht besteden aan de Partij voor de Dieren. Of liever gezegd, nauwelijks aandacht aan die partij besteden en met die weinige aandacht die partij ook nog eens kleineren en verkeerd interpreteren. Is dat moedwil of misverstand? In elk geval getuigt het van onvermogen.

Engelen: ‘Het is om meerdere redenen een onthutsend toneelstukje dat hier werd opgevoerd. Dat veel zegt over de lamentabele staat van de parlementaire journalistiek. Ten eerste de naïviteit over de eigen rol in het maken en breken van politieke bewegingen. Het pendant van het onthutsende gebrek aan zelfkritiek van de journalistiek bij het grootschrijven en grootpraten van rellerige neo-nationalistische partijen als PVV en FvD is het retoucheren van die rol bij het kleinhouden van systeemkritische partijen als de Partij voor de Dieren. Dat Van der Wulp het bestaat om de partij te omschrijven als ‘een partij die altijd een beetje onder de radar blijft’, illustreert dat hij zich er niet van bewust lijkt te zijn dat hij onderdeel van het probleem is dat hij zelf signaleert. Die ‘radar’ waarop hij zich beroept om zijn eigen onverschillige ondeskundigheid mee te legitimeren is hij namelijk mede zelf.’

Het panel van Nederland Kiest was hoe dan ook onthutsend slecht en kreeg voorspelbare input van de presentator waardoor het op op een studentikoze, lacherige wijze van onderwerp naar onderwerp stuiterde. Zonder urgentie, zonder pretentie van representativiteit en zonder intellectuele diepte. Het is wat Engelen zegt, namelijk dat deze abnegatio (= zelfverloochening, ontkenning, tegenspraak) vooral duidelijk maakt waar deze parlementaire journalisten voor staan en waar ze zich mee associëren: ‘Niet met de uitdagers, de non-conformisten, de systeemcritici, maar met het pluche, het establishment, de elite en de machtspartijen.  Journalistiek als propagandamachine van het bestaande. We moesten maar niet meer kijken.’

In het fragment maakt de Rotterdamse lijsttrekker van de Partij voor de Dieren Ruud van der Velden in een stadsdebat duidelijk waar de partij voor staat. Of men het wel of niet eens is met wat hij zegt, dit geeft wel duidelijk aan dat het ergens over gaat. Dit is niet de identiteitspolitiek van de ‘rellerige’ PVV en FvD die niet over het oplossen van de kernproblemen gaat, maar een afleiding daarvan is. En waar we ‘dankzij’ de parlementaire journalisten met hun beperkte visie, horizon en aandachtscyclus mee overvoerd worden. Ze reduceren parlementaire journalistiek tot het volgen van de agenda van de dominante politieke partijen.

Ik woon in Utrecht, maar als ik in Rotterdam had gewoond had ik op Van der Velden gestemd. Vanwege zijn inzet voor het klimaat en het dierenwelzijn, maar ook voor zijn betrokkenheid met de kunst. De politieke antennes van links en rechts staat hierover doorgaans verkeerd afgesteld. Tekenend is dat hij namens zijn partij als enige raadsvragen over het Gergiev Festival in de Rotterdamse Doelen stelde waar het Rotterdamse establishment collectief wegkijkt voor de politieke betekenis van kunst en dat smoort in bitterballen, witte wijn en gezelligheid. Ik schreef er in 2016 over: ‘Wie Gergiev binnenhaalt, haalt ook zijn politieke voorkeuren binnen. Rotterdam biedt ook die een podium en een stempel van goedkeuring. Dat dient het Rotterdamse culturele, economische en politieke establishment terdege te beseffen. Het kan zichzelf wel voor de gek houden door net te doen alsof Gergiev geen propagandistisch uithangbord is voor het regime van president Putin, maar diep in het hart weet het dat hij dat wel is’. Van der Velden doorziet dat en probeert het debat open te breken. Dat deed hij als enige ook bij het Wereldmuseum. Maar zelfs dat debat wordt hem en critici van het huidige cultuurbeleid niet gegund. Zoals Engelen dat constateert over het klimaatprobleem en het dierenwelzijn. Met dank aan (parlementaire)  journalisten die de status quo verdedigen en suggereren dat dat een neutrale positie is. Daarin vergissen ze zich deerlijk. Hun automatische piloot staat verkeerd afgesteld.

Foto: Schermafbeelding van deel columnPropaganda’ van Ewald Engelen in De Groene Amsterdammer, 27 maart 2018.

Advertenties

Samenwerking tussen Armando en MOA beëindigd. Kan het museum zich diepgaand en geloofwaardig herpositioneren?

leave a comment »

Dit nieuwsbericht zegt dat het MOA verder gaat als ‘Huis van kunst in de natuur‘. Het is een uit nood geboren nieuw profiel. Armando trekt per 1 maart 2018 zijn collectie terug omdat hij volgens een woordvoerder van de Armando Stichting geen vertrouwen meer heeft in de financiële stabiliteit van het MOA. In het AD zegt Coen Bruning: ‘Voor een kunstenaar is het niet goed als zijn werk hangt in een museum met geldzorgen.’ Het MOA kent al sinds de oprichting in 2012 financiële problemen en heeft nog geen enkel jaar een positief saldo gehad. Laat staan dat het een reserve heeft opgebouwd voor moeilijke tijden. Dit ondanks een subsidie van 1 miljoen euro van de gemeente Amersfoort die tot 2021 in 10 jaar wordt uitbetaald, de zogenaamde bruidsschat. Daarnaast moet het MOA in 2021 een lening van 160.000 euro aan de provincie Utrecht aflossen.

Budgettair wordt 2021 het jaar van de waarheid voor het MOA. Tot die datum koopt het bestuur van de gemeente Utrecht tijd voor het eigen wanbeleid op dit dossier door het museum van een subsidie te voorzien die het volgens eigen besluiten niet eens mag geven. Raad noch college hebben een goed omlijnd idee wat ze met het landhuis aanmoeten. Het MOA is een hoofdpijndossier dat vastgelopen is in de modder. Een RSV-dossier in het klein waarin geld gepompt wordt en waarvan de uitkomst al jarenlang vaststaat: faillissement. Alleen wil geen enkele wethouder ervoor verantwoordelijk gesteld worden de stekker eruit getrokken te hebben. Daarom durft geen enkele bestuurder van de gemeente Utrecht de werkelijkheid onder ogen te zien.

De slechte financiële situatie van het MOA hoeft niet de enige reden te zijn dat Armando zijn privécollectie terugtrekt. Want de werken hebben een commerciële waarde en kunnen op de kunstmarkt verkocht worden. Een uitspraak in 2015 van het inmiddels afgetreden bestuurslid Geert Noorman van de Stichting MOA maakt duidelijk dat er binnen het toenmalige bestuur gedachten waren om stukken van Armando te verkopen. Hij liet zich in een interview met een lokale Bunnikse krant ontvallen bij een dreigend faillissement van het museum ‘desnoods werken van Armando [te] verkopen, mocht hij daar toestemming voor geven’. Dat was vloeken in de kerk omdat de ethische code van Museumvereniging en ICOM het verbiedt om werken uit een museumcollectie te verkopen om gaten in de exploitatie te vullen. Voor Armando lag nog een ongewenst neveneffect op de loer. Extra aanbod van zijn oudere werk kan zijn positie op de kunstmarkt beschadigen omdat het de prijs onder druk zet. Wie regelmatig kunstbeurzen bezoekt weet dat Armando via enkele vaste galeries nog steeds nieuw gemaakt werk aanbiedt, waarvan critici overigens de kwaliteit betwisten.

Armando’s stap om afscheid te nemen van het MOA kwam niet onverwachts en hing al jaren in de lucht. De liefde was minder diep dan in de publiciteit van het MOA werd voorgesteld. In een commentaar schreef ik op 4 januari 2014 (Tony de Meijere is Armando’s ex): ‘Er was sprake van een dubbele gijzeling. Armando werd gegijzeld door het Armando Museum en had geen behoefte om na Amersfoort nog een nieuwe stap te zetten. Tony de Meijere die incidentele bruiklenen voor tentoonstellingen aan het Armando Museum gaf, maar daar op een gegeven moment uit ongenoegen mee stopte, gaf haar opgeslagen collectie in bruikleen bij het Kröller-Müller Museum. Zijn ongenoegen liep zo hoog op dat Armando voorjaar 2011 zijn collectie weghaalde bij het Armando Museum. Dat betekende het einde aan alle plannen. Armando ging na druk uiteindelijk overstag. Vanuit die positie kon het Armando Museum als enige kandidaat de gemeente Utrecht gijzelen.’

Nu gaat het MOA verder als ‘Huis van kunst in de natuur’. Op fundamenteel niveau klopt dat, want landhuis Oud Amelisweerd is een huis in het bos. Is de herprofilering van een museum dat de eigen geschiedenis en reden voor bestaan achter zich laat een stap naar een nieuwe toekomst? Maar het laat niet de oorspronkelijke doelstelling waarvoor het opgericht is achter zich. Is de herprofilering vooral op de geldschieters gericht en moet het de suggestie van beweging en daadkracht uitstralen? In Museum Insel Hombroich bij Düsseldorf plonzen kikkers in de vijvers en waaien in de herfst de bladeren de zalen in. Dat is een huis van kunst in de natuur dat met die reden is gebouwd. Wie probeert te achterhalen wat de bestaansreden van het MOA is komt telkens gelegenheidsargumenten tegen. Het MOA is een constructie waar doorheen schemert dat de oprichting ervan niet volgt uit een behoefte, maar uit redenen die samenhangen met politieke koehandel.

Het AD meldt dat de Armando Stichting in gesprek is met een aantal partijen over een nieuwe samenwerking. Dat kunnen bestaande musea of ‘vermogende particulieren die een museum willen stichten’ zijn. Zodat na Amersfoort (1998-2007) en Bunnik (2014-2018) Armando in 20 jaar mogelijk een derde bestemming vindt.

Foto: Schermafbeelding van nieuwsbericht ‘ARMANDO’S VOGEL VERLAAT HET NEST’ van het MOA, 26 februari 2018.

Ede zegt ‘nee’ tegen het World Art Center: te ambitieus, te duur en met verkeerde adviseur Stanley Bremer

with one comment

Gisterenavond zette de gemeenteraad van Ede collectief een streep door de plannen voor het World Art Center. ‘Er leefde veel weerstand tegen het plan vanwege de te grote ambitie, kosten en de betrokkenheid van Stanley Bremer als adviseur’ zo concludeert Arnold Winkel in een verslag voor De Gelderlander. Hiermee worden de plannen van wethouder Johan Weijland (D66) voor de Frisokazerne niet gevolgd, maar verworpen.

De bezwaren waren in een debat van 2 november al breed uitgemeten. Toen werd door velen gesteld dat door onzekerheden de financiële consequenties van het World Art Center groot zijn, er geen marktonderzoek heeft plaatsgevonden, de lokale kunst en geschiedenis er geen plek in konden vinden (of alleen tussen exposities in) wat ooit een randvoorwaarde voor het Exposeum was en dat het de vraag is wat het toevoegde aan het Edese kunstklimaat en de behoeften van de bewoners van Ede. Hoe dan ook kostte het project de gemeente Ede aan jaarlijkse exploitatiesubsidie 610.000 euro bij een volgens velen hoog ingeschat bezoekersaantal van 75.000. Bij tegenvallend bezoek kon het tekort waar de gemeente voor opdraait verder oplopen. Dat was ingeschat op 110.000 euro naast 500.000 euro subsidie. Dat waren uiteindelijk te veel minpunten.

Wethouder Weijland deed in de aanloop uitspraken die opzien baarden en die uiteindelijk averechts werkten. Zo zei hij over adviseur Stanley Bremer: ‘Bremer iemand is die tegen de cultuur in de cultuursector durft in te gaan’. Dat vatte hij op als positief, maar werd niet door iedereen zo begrepen. Hiermee liet Weijland zich kennen als iemand die zich niks aantrok van regels en tegen de cultuursector in ging. Het was opvallend dat dit populistische geluid bij een D66-wethouder in Ede was te horen. Weijland dacht met Bremer dit project van de grond te kunnen trekken, maar het omgekeerde gebeurde. De slechte reputatie die Bremer in Rotterdam had keerde zich in de publiciteit tegen het World Art Center. De raad van Ede heeft haar werk goed gedaan.

Zie hier voor het terugkijken van het debat van 23 november 2017. Klik op ‘1.Raadszaal‘ en ga naar 42’ 30’’.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelEde zegt ‘nee’ tegen World Art Center’ in De Gelderlander, 23 november 2017.

Russian Culture Minister Medinsky threatens the Netherlands in connection with art loans from the Crimea

with 2 comments

Russian state controlled Sputnik argues in an article a collection must be returned to the Crimea. It is at the Allard Pierson Museum in Amsterdam. Russian Culture Minister Vladimir Medinsky told Sputnik ‘he did not consider possible the continuation of inter-museum relations with the Netherlands if the country does not return the collection of ancient Scythian gold to Crimea’. But Medinsky only gives threats, no arguments. My comment on the article:

This affair in the core is about the question whether the Crimea is occupied territory or not. The world community in majority thinks so and confirmed this in the non-binding UNGA resolution 68/262 which said the Russian Federation occupied Crimea in 2014 in an illegal way and held a flawed referendum. The Netherlands supported this resolution.

So, what the Culture Minister Medinsky of the Russian Federation says is too simple and too bluntly. He mixes cultural, legal and political arguments and tries to select them selectively.

The Netherlands is a functioning state of law and wants to connect justice, proportionality and good political relations with all countries. The Allard Pierson Museum and the Amsterdam University of which the museum is a part -and were the loans are kept- also want to act according to international law.

‘The Convention for the Protection of Cultural Property in the Event of Armed Conflict with Regulations for the Execution of the Convention 1954’ is accepted by the international museum organization ICOM as a starting point.
http://portal.unesco.org/…/ev.php-URL_ID=13637&URL_DO…

It says in article 5.1: ‘Any High Contracting Party in occupation of the whole or part of the territory of another High Contracting Party shall as far as possible support the competent national authorities of the occupied country in safeguarding and preserving its cultural property.’

So, the Allard Pierson Museum and the Amsterdam University face a dilemma. A Museum is not a political organisation, but in this matter it has to give a political interpretation of a politicized issue because of a war between Ukraine and the Russian Federation. A situation which did not exist when the loans were granted by the Ukrainian museums.

The norm is the interpretation of the guidelines of ICOM. The Allard Pierson Museum and the Amsterdam University have the obligation to follow the norms of their field, the musuem sector.

Because of the political conclusion in the UN it seems strongly this Dutch musuem has to play by the rules of ICOM. It has little room to set aside the guidelines of ICOM.

The political reality is that globally the majority of countries have the opinion that Crimea ihas been occupied illegally by the Russian Federation and the so called referendum was not legally valid.

Crimea is since 2014 occupied by a foreign power and the Allard Pierson Museum and the Amsterdam University can not act differently than not returning the loans to occupied territory. Because they have the obligation to safeguard and preserve them. Against their will and because of a political situation it plays no part in.

Whether they have to keep it in custody until Crimea is no longer occupied or that they have to send it back to Ukraine immediately, is a question that needs to be considered legally.

Onderbouwing ‘World Art Center’ in Ede roept nog meer vragen op

with 2 comments

Nogmaals, het World Art Center in Ede. Namens het gemeentebestuur van Ede presenteert wethouder Johan Weijland (D66) plannen voor een kunsthal in oprichting. Initiatiefnemers vragen de gemeente een investering van 2,5 miljoen euro en een jaarlijkse bijdrage in de exploitatie van 500.000 euro. Opmerkelijk is dat Weijland oud-directeur Stanley Bremer van het Wereldmuseum in de arm genomen heeft. Bremer heeft een slechte reputatie en moest daar in 2015 voortijdig opstappen wegens wanbeleid en onhaalbare voorstellen. Het lijkt er nu sterk op dat Bremer de kans te krijgt om z’n kunstje in Ede te herhalen. Het rapportWerelden van Verschil’ (2015) van de Rotterdamse Rekenkamer was vernietigend. Opvallend is dat Weijland niet volmondig wil erkennen dat Bremer in Rotterdam mislukt is. Hiermee begeeft Weijland zich op het terrein van alternatieve feiten. Waarom heeft de wethouder zich zo verbonden aan iemand met een slechte reputatie die dit project in de publiciteit vooral schaadt? In De Gelderlander spreekt hij zijn volste vertrouwen in Bremer uit en geeft zijn mening dat het rapport van de Rotterdamse Rekenkamer gekleurd was. Hiermee valt Weijland de integriteit van het openbaar bestuur af. Hij loochent de conclusie van het rapport van de Rotterdamse Rekenkamer.

Los van de plaatjes, vergezichten, toekomstbeelden, begrotingen of business case ontbreekt de onderbouwing wat dit voor het Edese kunstklimaat en de Edenaren betekent. Weijland focust op een power point presentatie van een Duurzaamheidsbalans Sociaal-Cultureel waarmee hij aangeeft dat Ede op dit beleidsterrein een inhaalslag te maken heeft. Dat zal best zo zijn, maar alleen toont hij vervolgens niet de noodzaak van een kunsthal aan. Waarom investeert de gemeente Ede niet op een andere manier in beeldende kunst?

Wie de recente ontwikkelingen van het voortijdig opstappen van artistiek directeur Beatrix Ruf bij het Stedelijk Museum wegens niet opgegeven nevenverdiensten en innige contacten met de kunsthandel heeft gevolgd, zal met de oren klapperen over bovenstaande tekst in de brochureWorld Art Center’. Zal de organisatie ‘intensieve contacten opbouwen met particuliere verzamelaars’? Dat is precies wat door de affaire-Ruf ter discussie staat en in de museum- en cultuursector steeds meer als ontoelaatbaar wordt gezien. Want het gevaar dreigt dat het prestige van een museum of kunsthal wordt gebruikt door particuliere verzamelaars om hun bruiklenen in waarde te laten stijgen. Dat is in strijd met de ethische code van de museumsector die de belangenverstrengeling tussen kunsthandel en museumsector afwijst. De prestatie van deze tekst getuigt van gebrek aan urgentie en fijngevoeligheid van de kwartiermakers. En vooral van wereldvreemdheid. Ze verkeren in hun eigen fantasiewereld die in de beeldtaal een letterlijke herhaling is van wat Bremer beoogde in het Wereldmuseum. Om de kunst gaat het al helemaal niet, maar om het goede leven van wijnen en spijzen.

Nog iets anders valt op aan de plannenmakerij van de ingehuurde consultants, Bremer, Weijland en diens ambtenaar Pieter van Lent. Is het  bestuurlijk zorgvuldig als een wethouder via zijn ambtenaar inhoudelijk meeleest over ondernemingsplannen? Dat blijkt uit een notitie. Hier raken particulier en publiek initiatief vermengd en valt niet meer te onderscheiden waar het ene ophoudt en het andere begint. Is het de taak van een wethouder om direct of indirect mee te praten over realisering en bijstelling van ondernemingsplannen? Kan een wethouder optreden als ondernemer en gaan de raadsleden van Ede daar luchthartig mee akkoord?

Foto: Foto met tekst uit Presentatie WAC verkleind.

Controversiële verkoop van 19 werken uit collectie van het Berkshire Museum

with 20 comments

Update 8 april 2018: Na een maandenlange procedure heeft uiteindelijk een rechter afgelopen week het groene licht gegeven voor de verkoop om economische redenen van delen van de collectie op de commerciële markt. Het Berkshire Museum hoopt via een veiling bij Sotheby’s 55 miljoen dollar op te halen. The Association of Art Museum Directors (AAMD) reageert teleurgesteld in een verklaring omdat het in strijd is met de normen van de museumsector: ‘It does not resolve the violations of ethical and professional standards that will occur when the Museum’s plans are implemented.’ Een rechter heeft een afweging gemaakt en het korte termijn belang van dit museum boven dat van de museumsector geplaatst. Als het Berkshire Museum zoals het van plan is doorgaat met de veiling dan dreigt de AAMD met censuur en/of sancties. Zoals mogelijk uitsluiting uit het museumregister. In Nederland ontkwam in 2011 Museum Gouda op het nippertje aan dit lot toen het de ethische en professionele normen van de museumsector schond en het werk ‘The Schoolboys’ van Marlene Dumas om economische redenen bij Christie’s liet veilen. Zie hier over die kwestie. 

Het Berkshire Museum in het Amerikaanse Pittsfield, Massachusetts gaat het financieel niet voor de wind. In de afgelopen jaren heeft het 10 miljoen dollar verlies geleden, zo beweert een woordvoeder van het museum. Daarom zet de Raad van Toezicht het plan door om 19 kunstwerken uit de collectie te verkopen bij Sotheby’s op een veiling van Amerikaanse kunst op 13 november in New York. Waaronder twee schenkingen van werk van Norman Rockwell. Eén ervan, SHUFFLETON’S BARBERSHOP wordt op een waarde van 20 tot 30 miljoen dollar geschat. Ook presenteert het museum een nieuwe visie die wijst in de richting van interdisciplinariteit. Tegen dat laatste bestaat weinig protest, maar wel tegen de verkoop van stukken uit de collectie om economische redenen. Voor de deur van het museum geeft Elizabeth McGraw, de voorzitter van de Raad van Toezicht (Board of Trustees) uitleg. Ze is betuttelend en vanuit de hoogte, alsof de mensen het niet begrijpen en het nog een keer uitgelegd moet worden. Maar het lijkt vooral Elizabeth McGraw die het niet begrijpt.

In publicaties over deze controversiële verkoop blijkt dat de Raad van Toezicht in strijd met de ethische code handelt en zich niet kan beroepen op overmacht. Het wordt door media onvoldoende aangesproken op de ontoelaatbaarheid ervan. Volgens de ethische code van de AAM is een collectie er niet om het museum te behouden, maar is het museum er om de collectie te behouden: ‘The collections aren’t there to preserve the museum; the museum is there to preserve the collections. Therefore, good institutional (financial) stewardship and good stewardship of the collection are not mutually exclusive. Because a collection is held for the benefit of the public, it must not be treated as a disposable financial asset. It was not collected by, nor donated to, the museum with this intent. So, although objects in a museum’s collection may have a monetary value, once they become part of a museum’s collection, that value becomes secondary to their importance as a way to help us understand our world and ourselves.’ Elizabeth McGraw kijkt door een verkeerde bril naar de kwestie.

Foto: ‘WORKS OF ART SOLD TO BENEFIT THE BERKSHIRE MUSEUM. Norman Rockwell, SHUFFLETON’S BARBERSHOP. Estimate 20,000,000 — 30,000,000 USD.’ Aangeboden op veiling ‘American Art’ by Sotheby’s in New York City op 13 november 2017.

Ann Demeester schiet uit haar slof en meent dat Goldstein en Ruf gekruisigd en gefusilleerd zijn. En ze is boos op NRC

with 2 comments

De directeur van het Haarlemse Frans Hals Museum Ann Demeester doet in een interview met Jaap Timmer voor het Leidsch Dagblad hoogst ongelukkige uitspraken over de gang van zaken bij het Stedelijk Museum. Demeester meent dat de onlangs voortijdig opgestapte artistiek directeur Beatrix Ruf en haar eveneens voortijdig opgestapte voorganger Ann Goldstein ‘het museum weer op de kaart hebben gezet’. Is het echt? Vooral de niet-communicatieve Goldstein wordt als een mislukking beschouwd. Als ze het Stedelijk al op de kaart gezet heeft, dan is het de vraag wat voor kaart dat dan wel mag zijn. Ruf zette het Stedelijk evenmin op de kaart, maar trok een Zwitserse kaart uit een eerdere carrière en verdiepte zich verder vooral in advieswerk en kunsthandel. Als Ruf al een kaart trok, dan was het de kaart Ruf, en niet de kaart Stedelijk Museum.

Het waarom van deze interventie van Ann Demeester geeft te raden. Waarom spreekt ze zich zo scherp en onbeschroomd uit met gebruikmaking van christelijke-  en oorlogsretoriek? Het kan best zijn dat ze het inhoudelijk eens is met de koers van Ruf en het daarom voor haar opneemt, maar door zo uit haar slof te schieten en te overdrijven maakt ze zich ongeloofwaardig. Als Demeester zich wil profileren als kandidaat artistiek directeur voor het Stedelijk Museum, zoals nu allerlei directeuren van kleinere musea zich profileren door interviews en ingezonden stukken, dan valt moeilijk in te zien hoe dit interview daarbij helpt.

Goldstein en Ruf hebben vermoedelijk fouten gemaakt, maar zijn allebei gekruisigd alsof ze helemaal niets goed hebben gedaan’, zegt Demeester. Het is nogal een understatement om te zeggen dat beide voortijdig opgestapte directeuren ‘vermoedelijk’ fouten hebben gemaakt. Die fouten zijn gemaakt, waren aanzienlijk en zijn uitgebreid in de publiciteit besproken. Er is niets ‘vermoedelijk’ aan. Met de bijbelse metafoor over de kruisiging zoekt Demeester door overdrijving een afleiding voor het slecht functioneren van beide directeuren. Maar de eigentijdse Demeester kan niet achterblijven en verwijst naar de moderne tijd en haalt na hamer en spijkers ook een geweer uit de kast: ‘Ann Goldstein is gewoon gefusilleerd, en Beatrix Ruf ook’, zegt ze. Wow.

Uiteraard heeft Demeester gelijk dat het Stedelijk Museum sinds 2010 in commissie heeft gefaald: ‘Er worden vaker grote fouten gemaakt door directeuren, maar zij runnen een museum niet in hun eentje; er is ook een team en een raad van toezicht.’ Oh, dus Goldstein en Ruf hebben niet ‘vermoedelijk’ fouten gemaakt, maar ‘grote fouten’. Deze constatering van Demeester is niet nieuw. Het is al sinds enige jaren een publiek geheim dat het een slangenkuil en chaos bij het Stedelijk was. Jan Christiaan Braun viel in 2011 de Raad van Toezicht frontaal aan, zoals uit dit commentaar blijkt en ging daar in de jaren daarna mee door. Het is overigens onterecht om het team van het Stedelijk in de deconfiture te betrekken, zoals Demeester moet weten die als museumdirecteur in Haarlem een tamelijk strak personeelsbeleid voert dat tegenstemmen weinig ruimte laat.

Het interview wordt er raadselachtig op als Demeester komt te spreken over NRC dat de onthullingen over de nevenfuncties van Ruf en de slechte verslaglegging daarvan in de jaarverslagen naar buiten bracht: ‘We zijn boos op NRC dat ze de boel op de spits hebben [ge]dreven; ik zou willen zeggen tegen NRC ‘Maak het werk dan ook maar helemaal af. Je hebt nu de directeur onderzocht, onderzoek nu alles!’. Wie zijn ‘we’? Heeft Ann Demeester een meervoudige persoonlijkheid? Hoe dan ook verwart ze oorzaak en gevolg. NRC heeft verslag gedaan van een misstand die is ontstaan door onvoldoende toezicht van de Raad van Toezicht en de ruimte die Beatrix Ruf kon nemen. Het is een gotspe om te beweren dat een nieuwsmedium dat verslag doet van een misstand en een overtreding door Ruf van de ethische code van de ICOM ‘de boel op de spits heeft gedreven’. Ann Demeester is in dit interview in haar eigen zwaard gevallen. Ze dient er haar geloofwaardigheid niet mee.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelAnn Demeester: Beatrix Ruf is ’gefusilleerd’’ in het Leidsch Dagblad, 25 oktober 2017.