George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Veiligheid

Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding moet terug naar tekentafel. Is boerka symbool van de radicale islam, of niet?

with 7 comments

Er is iets opmerkelijks aan de hand met het zogenaamde boerkaverbod. Officieel is dat de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding die gezichtsbedekkende kleding verbiedt in het onderwijs, de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen. De wet is op 1 augustus 2019 ingegaan en vanaf die datum geldt er een verbod op het dragen van gezichtsbedekkende kleding op genoemde plekken. Een persbericht van de rijksoverheid is duidelijk over de handhaving: ‘Draagt u toch gezichtsbedekkende kleding op een locatie waar dit verboden is? Dan kan een medewerker van de locatie u vragen om de gezichtsbedekking af te doen of de locatie te verlaten. Doet u dit niet? Dan kan de politie worden ingeschakeld en riskeert u een boete.’

De chauffeur van Arriva heeft volgens de wet gehandeld, maar krijgt van zijn werkgever een uitbrander. Hij verzoekt een vrouw die de wet overtreedt om haar niqaab af te doen en als ze dat niet doet weigert hij verder te rijden en roept de politie erbij. De vrouw krijgt overigens geen boete van de politie, wat logisch is omdat de wet nog maar drie weken geleden ingegaan is. Als de wet echter bewust niet mag worden gehandhaafd, dan zadelt dat medewerkers in het onderwijs, de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen op met een onduidelijke situatie. Ze zitten klem tussen een wet waarvan de overheid wil dat die gehandhaafd wordt en richtlijnen van bedrijven en instellingen die daar haaks op staan en zich beroepen op nut en praktijk. Arriva en soortgelijke vervoersbedrijven scheppen met hun gedoogbeleid onduidelijkheid door richtlijnen uit te vaardigen die in strijd zijn met de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding. De overweging dat het even duurt voordat de politie komt is wellicht op het eerste gezicht begrijpelijk, maar mag bij nader inzien geen reden zijn om de wet niet te handhaven. Uit het wetboek kan niet selectief geshopt worden.

Een andere vraag is of de wet een goede wet is. Dat valt te betwijfelen. Maatschappelijke ontwikkelingen komen erin samen. Zoals de opkomst en groeiende zichtbaarheid van de islam, het toenemend belang van identiteitspolitiek, het opdringen van de controlestaat en de voorkeur van veiligheid boven mensenrechten. In de reactie op de wet zit een hoop ruis. Zo is er de weigering om die te omarmen omdat Geert Wilders het succes ervan claimt. Ook is het onjuist dat er een absolute vrijheid in kleding bestaat. Naaktlopen mag niet. Of het dragen van symbolen als hakenkruizen op kleding. Als de boerka een symbolisch uithangbord voor de radicale islam is, dan is het niet zo gek om boerka of niqaab te verbieden. Het merkwaardige is dan juist weer dat die wet niet consequent is en de gezichtsbedekkende kleding niet op straat verboden is -toch de meest beeldbepalende locatie- maar alleen op genoemde plekken. De wet is een ratjetoe als gevolg van een politiek compromis. Met deze wet weet niemand goed raad. Het is van tweeën een. Of boerka en niqaab worden beschouwd als symbool van de radicale islam en daarom overal verboden. Of ze worden niet beschouwd als symbool daarvan en daarom nergens verboden. De wet moet terug naar de tekentafel. De wetgever heeft artsen, onderwijzers en buschauffeurs opgezadeld met een probleem waar het zelf niet uit is gekomen.

Advertenties

Ministerie van Buitenlandse Zaken schat in reisadvies voor VS de veiligheidsrisico’s als vergelijkbaar met Nederland in. Klopt dat?

with 3 comments

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken geeft reisadviezen en publiceert die op de eigen site. Het brengt de veiligheidsrisico’s in kaart voor toeristen en zakelijke reizigers. Over de VS plaatst het bovenstaande mededeling. Maar blijkbaar is dit nog niet verwerkt in onderstaande tekst die na doorklikken opgeroepen wordt, want daar valt te lezen: ‘In de Verenigde Staten zijn de veiligheidsrisico’s vergelijkbaar met wat u in Nederland gewend bent’. Dat betekent volgens Buitenlandse Zaken dus dat in Nederland door het hele land kans bestaat op terroristische aanslagen, dat sommige delen van grote steden onveilig zijn en geweld door vuurwapens in het hele land voorkomt. Dat is de bizarre werkelijkheid van Buitenlandse Zaken over Nederland.

Opmerkelijk is trouwens ook de opmerking over criminaliteit die zegt ‘Er zijn incidentele gevallen van massale schietincidenten. Deze gevallen zijn niet gericht op toeristen’. Dit is een opmerkelijke toevoeging omdat de massale schietincidenten in onder meer straten of winkelcentra willekeurig zijn en tot willekeurige slachtoffers leiden. Andere landen waarschuwen wel voor het geweld door vuurwapens in de VS, zoals Uruguay dat in een verklaring spreekt over ‘groeiend willekeurig geweld’ (‘creciente violencia indiscriminada’). Dat staat haaks op het reisadvies van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken. De LA Times zegt in een bericht dat ook Venezuela en Japan waarschuwen voor de schietincidenten in de VS. Uit het bericht blijkt ook dat Duitsland, Nieuw-Zeeland en Frankrijk al eerder waarschuwden voor het risico van massale schietpartijen.

Foto 1: Schermafbeelding van deel reisadvies voor de VS van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken, gewijzigd 5 augustus 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel veiligheidsrisico’s van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken voor de VS.

Voorbehoud bij verhoging NAVO-budget: Defensie is gepolitiseerd en geëconomiseerd, en moet hoognodig gemilitariseerd worden

leave a comment »

Er is onduidelijkheid over defensiebudgetten. Die kun je niet zomaar met elkaar vergelijken in de hoop op duidelijkheid. Dat komt niet alleen door de verschillen in prijspeil tussen landen, maar ook door het verschil in doelmatigheid, standaardisatie en overhead. Inzichtelijk is in dit verband een voorbeeld uit 1985 van asbakjes in een Amerikaans marinevliegtuig die per stuk 660 USD kostten. En er zijn meer van dit soort voorbeelden.

Het probleem is dat de defensie-industrie een in zichzelf gekeerde, niet open markt is. Er bestaat nauwelijks concurrentie op. Dat geldt trouwens niet alleen de Westerse, maar ook de Russische en Chinese defensie-industrie. De prijs/kwaliteit verhouding is niet stabiel. Defensie is ook een sector om gemeenschapsgeld rond te pompen en in de zakken van politici te laten verdwijnen buiten de controle van toezichtsinstanties om.

Voormalig president Juan Bosch van de Dominicaanse Republiek wees er in de jaren ’60 al op in zijn boek  ‘Pentagonismo, sustituto del imperialismo’ dat in het Engels werd vertaald als ‘Pentagonism’ en in die tijd redelijk invloedrijk was. Ik las het in de vroege jaren ’70. Hij zei dat in navolging van president Eisenhower die in zijn afscheidstoespraak van januari 1961 het begrip ‘militair-industrieel complex’ muntte. ‘Ike’ zag deze macht van de defensie-industrie en de besteding van militaire budgetten als niets meer dan ‘een verstoord gebruik van de middelen van de natie’. Omdat de hoogste geallieerde militair uit de Tweede Wereldoorlog met deze waarschuwing kwam, maakte dit in 1961 indruk. Nog voor de escalatie van de Vietnam-oorlog.

Een commentaar vat samen hoe het werkt. Het verklaart tevens waarom Europa geen defensie-industrie heeft die bij haar economische macht en statuur past: ‘But Europeans saw the whole effort as too much of a one-way street. The United States showed little inclination to accept European designs for cooperative production either in the United States or in other European countries, even when European designs were favored by those countries. According to one view expressed at the time, this situation was the natural result of American technological superiority and Yankee salesmanship. Another suggested that it was due at least in part to pressure by the U.S. government, which had been lobbied by its own defense industries.

Met als aanleiding het regeerakkoord schreef ik in een commentaar van oktober 2012 dat de nationale veiligheid van Nederland gaat over van alles en nog wat, maar nauwelijks over de territoriale verdediging van Nederland. In de afgelopen zes jaar en mede door de recente discussies over de NAVO-begroting ben ik nog meer in mijn mening gesterkt dat Defensie is gepolitiseerd en geëconomiseerd, en nodig gemilitariseerd dient te worden. Feitelijk zou militaire sterkte of slagkracht de enige norm voor de toewijzing van het defensie-budget moeten zijn. Dat is niet zo. Omdat het nog even actueel is als toen herplaats ik wat ik in 2012 schreef:

Wat is er aan de hand met het debat over de krijgsmacht? Het lijkt nog erger uit het lood te staan dan die krijgsmacht zelf. Aan Defensie zitten meerdere kanten en in de publieke opinie wordt er doorgaans maar één belicht, namelijk de hoogte van het budget. Hoe doelmatig dat besteed wordt, hoeveel waar voor het geld wordt verkregen en welke belangen bij de aanschaf van wapensystemen spelen, hoeveel er aan de strijkstok van het bedrijfsleven en lobbyisten blijft hangen, hoe urgent de keuzes zijn en wat de relatie tussen budget en kwaliteit is blijft onderbelicht. In het regeerakkoord (p. 49) wordt de krijgsmacht als een verlengde van de industrie beschouwd. Op zijn best worden het nationaal veiligheids- en het economisch belang gelijkgesteld.

Zo resteert het beeld dat de nationale of territoriale veiligheid van Nederland niet de hoofdzaak is en op zichzelf staat, maar ondergeschikt is aan andere doelstellingen. Zoals het belang van de industrie of de relatie met bondgenoten, zoals de VS. Anders gezegd, de investeringen in Defensie dienen het militair-industrieel complex waarvoor de uitgaande president Eisenhower in zijn befaamde afscheidstoespraak van 17 januari 1961 waarschuwde: ‘In de overheidsdiensten moeten we waken tegen het gezocht of ongezocht verwerven van ongerechtvaardigde invloed door het militair-industriële complex.’ Dat complex strekt zich uit van wapenfabrikanten, krijgsmacht en inlichtingendiensten tot gevestigde media, wetenschap en partijpolitiek.

De aanschaf van 37 F-35 straaljagers van het grootste Amerikaanse defensieconcern ter wereld Lockheed Martin door Nederland voor naar schatting zo’n 5,2 miljard euro is een voorbeeld van de werking van het militair-industrieel complex. Lobbyisten onder wie veel voormalige CDA- en VVD-politici, de luchtmacht en de Nederlandse luchtvaartindustrie die zich richt op het binnenhalen van compensatieorders bepaalden de keuze. Maar zelfs dat economische argument dat niet volledig spoort met de nationale veiligheid is onjuist. De F-35 levert vooral banen op voor lobbyisten en ondernemers en niet voor Nederland. Evenmin dringt tot het Nederlandse publiek debat door dat militaire uitgaven de slechtste manier zijn om banen te scheppen, zoals uit een Amerikaanse studie blijkt. Niet het parlement, maar externe partijen beslisten over aanschaf. Daarbij komt dat al vanaf het begin vraagtekens werden gezet bij de prestaties in het luchtgevecht en de kosten van de F-35. In de testfase is de software kwetsbaar gebleken, waarschijnlijk ook nog eens gehackt door China.

Door gebrek aan munitie oefenen Nederlandse militairen door ‘poef poef poef’ te roepen. Zo is de persiflage én stand van zaken van de Nederlandse krijgsmacht. In een ideale wereld zou het de ultieme oplossing voor de beteugeling van agressiviteit zijn. Militairen die cowboytje spelen zoals kinderen het doen. Maar Nederland bevindt zich niet in een ideale wereld en moet zich serieus verdedigen tegen de agressie van andere actoren.

Nu heeft Nederland dat vermogen verloren. Het beeld van een onverdedigd Nederland alleen al tast de soevereiniteit aan en maakt een land kwetsbaar voor buitenlandse druk. Maar de verhoging van het budget met 1,5 miljard euro zegt niet alles. Als het wordt doorgesluisd naar buitenlandse wapenfabrikanten die te veel voor hun producten vragen, dan verhoogt dat de weerbaarheid van Nederland niet. Het debat over de nationale veiligheid van Nederland moet gaan over de kwaliteit van de krijgsmacht, inclusief de toetsing ervan, en de mate waarin Nederland door de eigen krijgsmacht en directe partners territoriaal, in cyberspace of op afstand verdedigd wordt. Het debat over de nationale veiligheid reduceren tot een budgettaire boekhoudsom is een valkuil die allen dient die andere belangen hebben en zich hierachter kunnen blijven verschuilen.

Foto: ‘Een Spandau M.25 op luchtdoelaffuit tijdens de mobilisatie in een versterkte positie langs de Nederlandse kust. FOTO Beeldbank NIMH

Bij Museum Arnhem ligt dure kunst voor het grijpen in niet-beveiligde binnentuin. Gemeente Arnhem ontkent het probleem

leave a comment »

Het dievengilde is gewaarschuwd door een bericht in de Gelderlander. Kunst ligt voor het grijpen in Arnhem bij de binnentuin achter dranghekken met groene zeilen van Museum Arnhem. De Gelderlander: ‘Er zit onder meer kostbaar werk tussen van gerenommeerde kunstenaars als Allghiero Boetti, Sjoerd Buisman, Pearl Perlmuter, Wessel Couzijn, Hildo Krop, Klaas Gubbels en Henry Moore. Van die laatste, Engelse beeldhouwer werd zes jaar geleden een werk – Reclining Figure: Festival – voor ruim 21 miljoen euro verhandeld.

Volgens critici kan iedereen gewoon naar binnen lopen en beelden weghalen. Beeldend kunstenaar Jeroen Huisman spreekt van  een ‘onzorgvuldige en amateuristische oplossing‘. Museumdirecteur Saskia Bak ziet dat anders, volgens haar is de beveiliging op orde. De Gelderlander: ‘De gemeente benadrukt ook dat de beelden voldoende beveiligd zijn, dankzij camera’s en met hulp van leegstandsbeheerder Ad Hoc, die in het lege museumgebouw anti-kraakwachten heeft gehuisvest.’ De verzekeraar zou volgens de gemeente akkoord zijn gegaan met deze situatie. De gemeente zegt ook dat ‘de beelden net zo goed bewaakt zijn als vroeger’, maar dat is onjuist en onwaarachtig omdat ze nu niet ingegraven en gefundeerd zijn maar los boven de grond liggen. Dus kwetsbaarder en makkelijker weg te halen. Arnhemse kunstenaars willen graag de beeldentuin openen totdat er duidelijkheid is over de toekomst van het museum. Het besluit over de verbouwing ligt stil.

Met dank aan kunstenaar Erik Buijs die op Facebook zegt: ‘Deze beelden zijn miljoenen waard. Het minste wat je moet doen, is het bekisten en in een professionele opslag doen. Een verzekering brengt het origineel niet terug namelijk. Dit is een grove belediging naar de kunst en makers van dit werk.’ Hij vraagt ons aandacht te besteden aan deze kwestie en Museum Arnhem en Gemeente Arnhem om tot inkeer te komen. Bij deze, Erik.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDure kunst ligt voor het grijpen bij Museum Arnhem’ van Anita van Rootselaar in de Gelderlander, 12 juli 2018.

Written by George Knight

12 juli 2018 at 09:58

Lubach over de sleepwet: niet doen in deze vorm

with 3 comments

Aanstaande woensdag 21 maart is het referendum over de Wiv, de nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Ook wel sleepwet genoemd. Arjen Lubach legt uit dat de regering bereid is om alle middelen in te zetten om kiezers te overtuigen van het belang van de wet. Hij noemt dat leugens en terreurschwalbes. De voorstanders verzinnen allerlei verhalen over wat de tegenstanders willen. Maar de tegenstanders zijn niet voor aanslagen of terreur, maar wel voor een betere wet. Ook ik stem tegen, onder meer omdat mensenrechtenbewegingen en journalisten er kritiek op hebben. De overheidspropaganda brengt me niet op andere gedachten, integendeel, het sterkt me in mijn standpunt. Niet doen. Maak een betere wet.

Op campagne in Utrecht: globaal verdiepen in lokale onderwerpen met premier Rutte

leave a comment »

Het is campagnetijd. Op 21 maart zijn er gemeenteraadsverkiezingen en kan er ook gestemd worden voor het referendum over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017, ook wel sleepwet genoemd. Tijdens de campagne gaan politieke partijen de straat op. Ze blazen hun ballonnetjes op, verkleden zich in hesjes met partijkleur, zetten een jolig of ernstig gezicht op en strooien hun liftpraatje over het passerend publiek. Aan deze wetmatigheid van simplisme, oppervlakkigheid, eenzijdigheid, clownerie, verlakkerij en komedie kunnen politici en burgers, maar ook het politieke bedrijf zich blijkbaar niet onttrekken. Het is niet om aan te zien.

Premier Mark Rutte bezocht in het kader van die raadsverkiezingen voor de tweede keer in korte tijd Utrecht, volgens een bericht in het AD. Hij heeft geen verleden in de stad, maar doet net alsof dat wel zo is. Zoals hij dat in Nijmegen, Groningen, Leiden, Wageningen, Den Bosch, Eindhoven of elke andere stad ook doet.

Een landelijke politicus trekt een lokale jas aan, maar van ver is te zien dat die jas niet past. Dat is potsierlijk en zielig tegelijk. Campagnetijd is een kruising tussen carnaval, toneelspel, propaganda, een jaarmarkt en reality tv. Het is de extreme situatie van de gespeelde gewoonheid. Overigens gaat het om gemeentelijke verkiezingen, zodat het de vraag is waarom een landelijke politicus zich er in meent te moeten mengen.

Rutte jongleert in een video die het AD van het bezoek heeft gemaakt subtiel langs de positionering van partijen. Hij noemt D66, GroenLinks en de PvdA ‘wat linksere partijen’ wat het AD in het bericht onterecht vertaalt naar ‘linkse partijen’. Maar D66 beschouwt zichzelf niet als linkse partij en kan dat redelijkerwijs ook niet genoemd worden. Het AD prikt de fout in het betoog van Rutte niet door. Ruttes waarschuwing voor een links college slaat dus nergens op omdat D66 geen linkse partij is. Nu is D66 in de raad de grootste partij, met GroenLinks als tweede, en VVD en PvdA als derde partij. Ruttes claim is dat de VVD nodig is als rechts tegenwicht. Maar centrum- of centrum-linkse partijen als PvdA, D66 en GroenLinks lijken de VVD niet nodig te hebben als buitenboordmotor. Utrecht heeft in Jan van Zanen een VVD-burgemeester die mans genoeg is om het rechtse geluid in het college te bewaken. Een reden te minder om de VVD in het college op te nemen.

Maakt het optreden van Rutte indruk? Ach, zo’n campagne waarbij een landelijk kopstuk wordt ingevlogen lijkt eerder bedoeld om de VVD’ers in Utrecht een hart onder de riem te steken, dan dat het electorale invloed heeft. Rutte rolt de logica van de marketing uit met het thema ‘veiligheid’. Dat is eerder een zwakte- dan een sterktebod omdat het een gedepolitiseerd thema is dat vaag en leeg is. Met Utrecht heeft het allemaal weinig te maken. Campagne voeren is voor partijpolitici een moetje. Een wederzijdse gijzeling van partij en politicus.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelPremier Mark Rutte: ‘laat Utrecht niet in linkse handen vallen’’ (met video) van Diane Hoekstra in het AD, 7 maart 2018.

Debat over Nederlands nationale veiligheid wordt slecht gevoerd

with 2 comments

Wat is er aan de hand met het debat over de krijgsmacht? Het lijkt nog erger uit het lood te staan dan die krijgsmacht zelf. Aan Defensie zitten meerdere kanten en in de publieke opinie wordt er doorgaans maar één belicht, namelijk de hoogte van het budget. Hoe doelmatig dat besteed wordt, hoeveel waar voor het geld wordt verkregen en welke belangen bij de aanschaf van wapensystemen spelen, hoeveel er aan de strijkstok van het bedrijfsleven en lobbyisten blijft hangen, hoe urgent de keuzes zijn en wat de relatie tussen budget en kwaliteit is blijft onderbelicht. In het regeerakkoord (p. 49) wordt de krijgsmacht als een verlengde van de industrie beschouwd. Op zijn best worden het nationaal veiligheids- en het economisch belang gelijkgesteld.

Zo resteert het beeld dat de nationale of territoriale veiligheid van Nederland niet de hoofdzaak is en op zichzelf staat, maar ondergeschikt is aan andere doelstellingen. Zoals het belang van de industrie of de relatie met bondgenoten, zoals de VS. Anders gezegd, de investeringen in Defensie dienen het militair-industrieel complex waarvoor de uitgaande president Eisenhower in zijn befaamde afscheidstoespraak van 17 januari 1961 waarschuwde: ‘In de overheidsdiensten moeten we waken tegen het gezocht of ongezocht verwerven van ongerechtvaardigde invloed door het militair-industriële complex.’ Dat complex strekt zich uit van wapenfabrikanten, krijgsmacht en inlichtingendiensten tot gevestigde media, wetenschap en partijpolitiek.

De aanschaf van 37 F-35 straaljagers van het grootste Amerikaanse defensieconcern ter wereld Lockheed Martin door Nederland voor naar schatting zo’n 5,2 miljard euro is een voorbeeld van de werking van het militair-industrieel complex. Lobbyisten onder wie veel voormalige CDA- en VVD-politici, de luchtmacht en de Nederlandse luchtvaartindustrie die zich richt op het binnenhalen van compensatieorders bepaalden de keuze. Maar zelfs dat economische argument dat niet volledig spoort met de nationale veiligheid is onjuist. De F-35 levert vooral banen op voor lobbyisten en ondernemers en niet voor Nederland. Evenmin dringt tot het Nederlandse publiek debat door dat militaire uitgaven de slechtste manier zijn om banen te scheppen, zoals uit een Amerikaanse studie blijkt. Niet het parlement, maar externe partijen beslisten over aanschaf. Daarbij komt dat al vanaf het begin vraagtekens werden gezet bij de prestaties in het luchtgevecht en de kosten van de F-35. In de testfase is de software kwetsbaar gebleken, waarschijnlijk ook nog eens gehackt door China.

Door gebrek aan munitie oefenen Nederlandse militairen door ‘poef poef poef’ te roepen. Zo is de persiflage én stand van zaken van de Nederlandse krijgsmacht. In een ideale wereld zou het de ultieme oplossing voor de beteugeling van agressiviteit zijn. Militairen die cowboytje spelen zoals kinderen het doen. Maar Nederland bevindt zich niet in een ideale wereld en moet zich serieus verdedigen tegen de agressie van andere actoren.

Nu heeft Nederland dat vermogen verloren. Het beeld van een onverdedigd Nederland alleen al tast de soevereiniteit aan en maakt een land kwetsbaar voor buitenlandse druk. Maar de verhoging van het budget met 1,5 miljard euro zegt niet alles. Als het wordt doorgesluisd naar buitenlandse wapenfabrikanten die te veel voor hun producten vragen, dan verhoogt dat de weerbaarheid van Nederland niet. Het debat over de nationale veiligheid van Nederland moet gaan over de kwaliteit van de krijgsmacht, inclusief de toetsing ervan, en de mate waarin Nederland door de eigen krijgsmacht en directe partners territoriaal, in cyberspace of op afstand verdedigd wordt. Het debat over de nationale veiligheid reduceren tot een budgettaire boekhoudsom is een valkuil die allen dient die andere belangen hebben en zich hierachter kunnen blijven verschuilen.

Foto: Algehele Veiligheidszorg Nederland.