George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘SP

CDA danst de polonaise. Subcultuur van burgerlijkheid

leave a comment »

De verkiezingen zijn geweest en de uitslagen druppelen binnen. De VVD is de grootste partij en het ziet er naar uit dat de PVV de tweede partij wordt. CDA en D66 volgen daar kort achter. En daar weer achter SP en GroenLinks. De PvdA heeft grandioos verloren. Een aantal kleinere partijen snoept de winst van het PvdA op.

Uit de verslagen van de bijeenkomsten van de partijen op de uitslagenenavond was te zien dat elke achterban een subcultuur is. SP is een sociale werkplaats van communale snit met een leider die door de voorzitter op de achterste rij gecontroleerd wordt. VVD als een jolijtig clubje dat overduidelijk tevreden met zichzelf is en waar ontwikkeling de pret niet in de weg staat. D66 dat de beschaving van de hogere burger uitdraagt en dat zo gereserveerd doet dat het een kennisgeving is. GroenLinks als de zoekende partij die tot op het laatste moment gevangen zit in de greep van de marketing waar de spontaniteit moeite doet om door te breken. En dan is er het CDA als de meest kleinburgerlijke partij met de meest bekrompen en humorloze leider die Nederland op dit moment heeft. Het CDA waagt zich aan de polonaise. Als uiting van haar ultieme fantasie.

Written by George Knight

16 maart 2017 at 09:33

Afrofobe Sybrand Buma. Hoe het CDA zich ongeloofwaardig maakt

leave a comment »

Kiza Magendane maakt zijn betoog minder sterk door naar Emile Roemer te verwijzen. In het partijprogramma van de SP worden Afrika en Afrikanen alleen in het kader van de immigratiestromen of noodhulp gezien. Een defensieve houding die niet overeenkomt met wat Roemer in het filmpje zegt en pretendeert te zijn. Ook de SP komt niet met een Marshall-plan voor Afrika of een industrialisatiebeleid dat gericht is op Afrika. Ofwel, Kiza laat zich misleiden door de SP dat Afrika niet vanuit het Afrikaans belang ziet. Uit projecties van de wereldbevolking tot 2100 blijkt dat Afrika een onvoorstelbare 80% van de groei voor haar rekening neemt.

Maar Kiza heeft gelijk dat Sybrand Buma Afrofoob, antichristelijk en egoïstisch is. Buma is een windvaan die normen en waarden inlevert voor een goede uitslag. Zijn marketing is zo opzichtig een laagje vernis dat het potsierlijk is. Buma is de ultieme politieke bedrieger die de zweem van bedrog niet van zich af kan schudden.

Andere hardliners staan voor een principe en eisen van zichzelf dat ze naar een principe leven. Niet Buma. Hij leeft volgens marketing die volledig zijn overtuiging stuurt. Elk woord dat hij zegt klinkt ongeloofwaardig. Zijn standpunten zijn hieraan ondergeschikt en worden onnavolgbare constructies. Zoals over de EU dat het CDA mondjesmaat steunt, maar waaraan het de foute analyse koppelt dat het falen van de EU komt door de EU en niet door de EU-lidstaten. Buma is nadrukkelijk verbolgen, getergd en nijdig. Buma is alles waarom kiezers twijfelen te kiezen. De persoon ‘Buma’ is het symbool van een gekunstelde en niet oprechte campagne.

In campagne wordt vraag welke partijen willen hervormen niet beantwoord. In Nederland is systeemkritiek alles of niets

leave a comment »

Wat moeten Nederlanders met een betoog van Cenk Uygur over de koers van de Amerikaanse Democratische partij (DNC)? Daar aan de andere kant van de oceaan. We kunnen er niks mee. We hebben geen invloed op de Amerikaanse politiek. Maar het betoog leert ons wel iets anders. Namelijk dat er een derde weg is tussen establishment politiek en populisme dat het systeem wil vernietigen. Die derde weg is hervormen. Krachtig en fundamenteel hervormen van de politiek. Die derde weg moet overigens niet verward worden met de derde weg uit de negentiger jaren van premier Kok die door president Clinton en premier Blair bewonderd werd.

Uygur hamert erop dat de DNC in de greep van het grote geld is en zich daar niet aan kan onttrekken. Achter de schermen houden de door president Obama aangestuurde bedrijfsdemocraten (‘Corporate Democrats’) de DNC nog steeds in een stevige greep. Zodat de weg afgesneden wordt naar een echte progressieve partij die de stem van de gewone mensen vertolkt. En de belangen van de burgers vooropzet, en niet van banken en bedrijfsleven. In Duitsland is het de nieuwe lijsttrekker van de SPD Martin Schulz die eveneens die verbinding met de burgers probeert te leggen. In navolging van Bernie Sanders die ook het grote voorbeeld voor Uygur is.

Wie Nederlandse politieke partijen langs de meetlat establishment politiek (alles bij het oude laten) – derde weg (hervormen) – populisme (het systeem vernietigen) legt komt tot een opmerkelijke constatering. Namelijk dat dit in de verkiezingscampagne geen onderwerp van debat is. Het wordt bewust of onbewust genegeerd. In politiek en media wordt volstaan met het schetsen van een tegenstelling tussen populisme en niet-populisme.

In hoeverre niet-populistische partijen alles bij het oude willen laten blijft zo goed als ongenoemd. In grote lijnen is het de kiezers wel duidelijk dat VVD, CDA of 50Plus conservatieve partijen zijn die alles bij het oude willen laten, dus het establishment en de gevestigde belangen vertegenwoordigen. Duidelijk is ook dat PVV, SP en rechtse splinterpartijen het systeem willen vernietigen. Of tot de grond willen slopen. Zonder dat ze voor ogen hebben hoe dat in zijn werk gaat en wat er op de puinhopen opgebouwd moet gaan worden.

Hoe dat binnen PvdA, D66 en GroenLinks ligt is onduidelijk. Hoe hervormingsgezind zijn PvdA en D66 en kunnen ze de belangen van de burger boven die van bedrijfsleven, banken, middenveld en vakbond stellen? En van de andere kant, hoe ligt dat binnen GroenLinks dat een worsteling lijkt te hebben tussen hervormen van het bestaande en bouwen van een nieuw systeem? We weten het niet en in de campagne wordt de vraag niet gesteld, zodat het ons niet duidelijk wordt. Wie in Nederland op een hervormingsgezinde partij wil stemmen die de derde weg gaat tussen niets veranderen en alles veranderen weet niet hoe de feiten liggen.

Asscher valt Amsterdams stadsbestuur hard aan. Is de PvdA in paniek?

with one comment

PvdA-lijsttrekker en vicepremier van het kabinet Rutte II Lodewijk Asscher haalt hard uit naar het stadsbestuur van Amsterdam. Dat heeft uiteraard te maken met de verkiezingscampagne. Politieke partijen profileren zich ten koste van elkaar. Is de PvdA in paniek zoals onder meer SP-wethouder Laurens Ivens volgens een bericht in Het Parool zegt? Ivens zegt de aanval op het Amsterdamse stadsbestuur ‘goedkoop’ en ‘een vicepremier onwaardig’ te vinden. In de peilingen vechten PvdA en SP om de zesde plek achter PVV, VVD, D66, CDA en GL.

Asschers argumenten zijn lastig te volgen. Hij zegt dat Amsterdam een pretpark is geworden voor mensen met een grote portemonnee. Maar hij was tot november 2012 een invloedrijk wethouder en zelfs waarnemend burgemeester. Dus als het waar is wat hij zegt, dan heeft Asscher dat zelf helpen voorbereiden. Een stad met een eeuwenlange geschiedenis wordt niet ineens in vier jaar een pretpark voor de rijken. Asscher zegt ‘eerlijk tegen de mensen te zijn’, maar of de mensen zijn onnavolgbare redeneringen kunnen volgen is zeer de vraag: ‘Ja, we hebben de afgelopen jaren compromissen moeten sluiten, we komen uit een ongelooflijk moeilijke tijd en ik ben eerlijk tegen deze mensen, als je denkt dat politiek perfect is en dat je zelf nooit fouten maakt prima, dan zul je iedere keer op een andere partij stemmen.’ De kritiek op de PvdA is niet dat het fouten heeft gemaakt, maar dat het de eigen kernwaarden bij het oud vuil heeft gezet in de samenwerking met de VVD.

Written by George Knight

22 februari 2017 at 11:36

Kieskompas kent bizarre stellingen, maar heeft enig praktisch nut

with 3 comments

kk

Wat te doen met de uitslag van het Kieskompas? De uitslag in de onderste helft komt overeen met hoe ik tegen politieke partijen aankijk. Het populistische DENK, VNL, PVV, SP en PvdD, de theocratische SGP en de richting populisme wegglijdende VVD staan het verst van mijn bed. Voorzover kan ik de uitslag volgen. Op partijen waar ik het beste op scoor zoals 50Plus of PvdA zie ik mezelf echter niet snel stemmen. En hoe is het mogelijk dat 50Plus en GroenLinks die zo’n verschillende politiek voorstaan en redeneren vanuit zulke volstrekt andere wereldbeelden even hoog in mijn uitslag scoren? Wat wordt hier werkelijk gemeten?

Zijn de stellingen te simpel om voorkeur te meten, maar geven ze wel een redelijk beeld van iemands afkeer? Neem nou een stelling over Werk en Inkomen: ‘Het belastingtarief voor de hoogste inkomens moet omhoog’. Hoe moet men dit beantwoorden als men weet dat onderzoeken uitwijzen dat dat de inkomensongelijkheid in Nederland relatief klein is, dat een hoger tarief voor de hoogste inkomens op de totale belastingopbrengsten weinig uitmaakt, maar dat een harde aanpak van de belastingontwijking van rijken en bedrijven tot veel meer inkomsten leidt? Maar er wordt niet gevraagd naar de aanpak van belastingontwijking. Gaat men in het antwoord dan mee in de symboliek zoals men denkt dat die bedoeld wordt of zet men het realisme voorop?

Een hilarische stelling gaat over Verkeer: ‘Vanaf 2015 mogen in Nederland alleen nog maar elektrische auto’s verkocht worden.’ Dat wordt lastig voor iemand die een brood, fiets, boot, driewieler of boek wil kopen en naar de winkel stapt. Als de vraag letterlijk wordt opgevat dreigt het volgende antwoord: ‘Nee, dat zal niet gaan, het is nu 2025, en in Nederland mogen alleen nog maar elektrische auto’s verkocht worden’. De vragen moeten dus niet letterlijk genomen worden. Ze moeten geïnterpreteerd worden. Maar in welke mate?

Neem de stelling over Immigratie: ‘Zwarte piet moet roetveegpiet worden’. Best dat Zwarte Piet voortaan het uiterlijk van een roetveegpiet heeft. Laat het zich in die richting ontwikkelen. Maar staat dat ‘moet’ met een notie van dwang en machtsuitoefening niet haaks op een geleidelijke maatschappelijke ontwikkeling naar de roetveegpiet die ik de beste optie vind? Ook om maatschappelijke verschillen te overbruggen. Wat te antwoorden als men voor de roetveegpiet is, maar tegen dwang die ‘moeten‘ oproept? Zonder buitentextuele interpretatie kan de keuze zonder van mening te veranderen evengoed naar ‘eens‘ of ’oneens‘ leiden.

Het ziet er dus naar uit dat men de uitslag van het Kieskompas met een korrel zout dient te nemen. Het is onduidelijk wat het meet. Het instrument lijkt te grof om meer dan een ruwe indicatie van iemands politieke voorkeur te geven. Interessant is wel dat het in mijn geval de partijen eruit filtert waar ik het minst mee heb of die het verst van mijn politieke opvattingen afstaan. Dat is knap van het Kieskompas. Nu nog kalibreren.

Foto: Schermafbeelding van de overeenkomst met politieke partijen, na invullen Kieskompas,

Written by George Knight

15 februari 2017 at 13:41

Kiezen tussen D66 en GroenLinks. Hoe de stemkeuze beredeneren?

with 6 comments

look_outs_aboard_hms_ashanti_whilst_escorting_a_russian_convoy_march_1942-_a8202

Gisteren vroeg iemand me op FB wie goed en wie slecht is. Dat naar aanleiding van m’n commentaar op de brief van Mark Rutte en de selectieve hufterigheid die ik met velen daarin las. De laatste 24 uur wordt die hufterigheid van de VVD nog eens extra benadrukt door de nieuwste ontwikkelingen over de Teevendeal (‘de bonnetjesaffaire’) als gevolg van de onderzoeksjournalistiek van Bas Haan van Nieuwsuur. Het verschil tussen mooie verkiezingspraatjes en de werkelijkheid, tussen schijn en wezen, kan bijna niet groter zijn. De timing zit de VVD tegen. De mooie woorden van Rutte tonen nog potsierlijker en meer misplaatst dan ze al waren.

Iemand schreef op FB: ‘Iedereen moet maar zijn eigen keuze maken, de politiek is toch niet te vertrouwen.’ Daar antwoordde ik op: ‘Nou, dat is weer te veel van het goede. Het gaat om het verschil tussen goede en slechte politiek.’ Waarop dus de vraag aan me gesteld werd wat dan goede en slechte politiek was. Ik kwam niet weg met het antwoord dat iedereen dat maar voor zichzelf moet uitmaken. Uiteindelijk antwoordde ik: ‘Ik kan hooguit zeggen welke partijen op dit moment op m’n shortlist staan. Dat zijn D66 en GroenLinks. Maar ik zou daarmee niet willen suggereren dat dat goede partijen zijn.’ Met de belofte om dat nader toe te lichten. 

Partijen in het politieke landschap van Nederland lijken nog meer dan anders in te delen in tegenstellingen die niet exclusief zijn. Anders gezegd, partijen kunnen op de ene tegenstelling niets gemeenschappelijk hebben, maar op een andere tegenstelling raakvlakken of overeenkomsten vertonen. Dat maakt het vergelijken van partijen lastig. De volgende tegenstellingen zijn aan te wijzen als de belangrijkste kenmerken: 1) links-rechts (sociaal-economie); 2) progressief-conservatief (sociaal-cultureel; identiteit); 3) pro- en anti-EU; 4) religieus-vrijzinnig; 5) democratisch-anti-democratisch; 6) kwaliteit en doelmatigheid van leider en partijorganisatie.

Niet iedere kiezer vindt voor de eigen afweging hetzelfde kenmerk even belangrijk. Waar de één de relatie tot de EU vooropzet, zet de ander de economische situatie centraal. Of het religieuze karakter van de partij of het idee over identiteit en nationalisme. En op een bepaald kenmerk kan men natuurlijk ook verschillend denken.

Op mijn huidige shortlist fungeren de twee als links-liberaal te omschrijven partijen D66 en GroenLinks (GL). Ze hebben veel gemeen, maar verschillen ook sterk. Ze zijn de twee meest uitgesproken pro-EU partijen (3). Sociaal-economisch is D66 rechts en GL links (1). Sociaal-cultureel zijn ze allebei progressief (2). Ook zijn ze vrijzinnig (4). D66 is een door en door democratische partij, GL kent anti-democratische elementen. Of liever gezegd D66 steunt het idee van democratie onvoorwaardelijk, terwijl daar bij GL met een oude kern van anti-democratische kaderleden twijfel over bestaat (5). D66 is een coherente partij met een niet al te aansprekende leider, terwijl GL een onsamenhangende partij met gefragmenteerd gedachtengoed en een sterke leider is (6).

Deze opsomming geeft aan hoe lastig kiezen het al is tussen twee partijen die programmatisch dicht bij elkaar liggen. Het is niet makkelijk te beantwoorden wat een kiezer het zwaarste moet laten wegen. Tegen het einde van een campagne wordt de inschatting van de kwaliteit van partij en leider steeds belangrijker. Hoe opereren ze strategisch en sorteren ze verstandig voor op de onderhandelingen na de verkiezingen? De PVV kan de grootste of op een na grootste partij worden, maar heeft zich buitenspel gemanoeuvreerd door een harde politieke en persoonlijke toon naar de andere partijen. Fouten worden afgestraft en kiezers haken graag aan bij een leider of partij die het beeld van een winnaar vertoont en perspectief heeft voor na de verkiezingen.

Als Jesse Klaver (GL) zich in m’n ogen niet waarmaakt of de beslissing neemt om de toenadering van de PvdA en SP te gedogen en goed te praten zal ik in gedachten GL van mijn shortlist schrappen. Als Alexander Pechtold (D66) teleurstelt in debatten of interviews dan maakt dat nog geen verschil omdat zijn kwaliteit niet de reden is dat D66 op mijn shortlist staat. Maar als D66 als partij beslissingen neemt over vrijzinnigheid, de EU of directe democratie die afwijken van wat ik van die partij op z’n minst verwacht, dan schrap ik D66. Nieuwe partijen kunnen op m’n shortlist komen als ze de kenmerken vertonen die ik van een partij verwacht. Rechts-populistische of christen-democratische partijen zullen dat niet zijn omdat die voor mij de verkeerde kenmerken vertonen. Als op 15 maart 2017 geen enkele partij meer op mijn shortlist blijkt te staan, dan ga ik niet stemmen. Niet door een tekort aan politieke interesse, maar vermoedelijk door een teveel eraan.

Foto: Uitkijkposten aan boord van HMS Ashanti dat een Sovjet-convooi escorteert, maart 1942.

Women’s March wordt pas succes met een massaal politiek vervolg

with 2 comments

Het is onvoldoende om met elkaar te protesteren en daar een moreel gelijk aan te ontlenen. Dat is potsierlijk. Protest krijgt pas inhoud als het niet eenmalig maar blijvend is en in een doelgerichte politiek gegoten wordt. Velen hebben het gelijk aan hun kant als ze beweren dat de Amerikaanse president Donald Trump een dwaas en een egotripper is die zonder ervaring in het openbaar bestuur slecht is voorbereid op zijn nieuwe functie. Protest is nodig als startpunt voor politiek activisme. Maar als protest dreigt te ontaarden in het claimen van eigen gelijk dat niet verder nadenkt over het vervolg, dan heeft het weinig politieke invloed.

Het belang van de Women’s March ligt niet in de oppositie tegen Trump die zich zoals bekend niets gelegen laat liggen aan feiten en argumenten, maar in die tegen Hillary Clinton. Met haar medestanders trekt ze nog steeds aan de touwtjes binnen de Democratische partij (DNC). Dat maakt de progressieven ziedend die onder verwijzing naar de populariteit en peilingen tijdens de campagne van 2016 denken dat hun kandidaat Sanders Trump makkelijk had verslagen. Zodat de VS de schande van Trumps presidentschap bespaard was gebleven.

Activist Van Jones prikt door de protesten tegen Trump heen. De essentie van zijn woorden is dat de oppositie georganiseerd, niet neerbuigend en geloofwaardig moet zijn. Jones steunt de progressieve richting binnen de DNC die wordt vertegenwoordigd door de senatoren Bernie Sanders en Elizabeth Warren, en afgevaardigde en kandidaat-partijvoorzitter Keith Ellison. Jones probeert om strategische redenen de verschillen te overbruggen en vooral de kloof binnen de DNC te dichten. Als er een patstelling ontstaat tussen Clintoneske partijbonzen -die hun macht niet willen delen- en de Sandersiaanse massa, dan kan Trump geen echte pijn worden gedaan.

Uit een artikel in Politico blijkt dat het merendeel van de demonstranten aanhangers van Sanders was. Dat ligt in de lijn van de campagne van 2016 toen ze in grote getale partijbijeenkomsten van Sanders bezochten. Door een combinatie van manipulatie door de partijorganisatie, de tegenstand van de pro-Clinton media, maar ook gewoonweg een tekort aan steun legden ze het af tegen Clinton en het partijestablishment. Hoewel ze het meeste enthousiasme opbrengen en bereid zijn om met velen de straat op te gaan om te protesteren zijn ze gemarginaliseerd binnen de DNC. Niet dat ze noodzakelijkerwijs een minderheid binnen de partij vormen, maar establishment-Democraten die op hun beurt in de klem zitten van big money en daar een tegenprestatie voor moeten leveren zijn niet alleen niet bereid, maar ook niet bij machte hun macht af te staan. Waardoor het perspectief op revitalisatie van de DNC, progressieve standpunten en scherpe uitdaging van Trump afneemt.

De les voor Nederland is niet anders dan wat Van Jones beoogt. Overbruggen en doordenken. De gevestigde orde in de progressieve partijen heeft geen toekomst omdat het geen beweging weet op te wekken. In de beeldvorming valt het beeld niet weg te poetsen dat het partijkader vooral het eigenbelang dient. Het grijpen naar het verleden van de jaren ’70 -zoals PvdA-leider Lodewijk Asscher doet– maakt het extra pijnlijk. Het sluiten met elkaar van ‘progressieve pacten’ op deelterreinen zoals de arbeidsmarkt is onvoldoende. Als dat het beste is wat progressieve partijen in huis hebben, dan valt hun wereldvreemdheid en machteloosheid niet beter te illusteren. Slechts GroenLinks kan hopen op een beweging die de traditionele partijgrenzen te buiten gaat. Dan moet het verzoenen, de sociaal-economische paragrafen tot kern van het programma maken en keihard stelling nemen tegen rechts-populistische tendenzen in samenleving en politiek. En in de marketing zeker niet verwijzen naar de mooie woorden en het vrijblijvende vormspel van ex-president Barack Obama.