George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘SP

Geruchten nemen toe dat Julian Assange door Ecuador uit Londense ambassade wordt gezet. Hoe is het zover gekomen?

with 3 comments

De geruchten worden sterker dat de Australiër Julian Assange op korte termijn de Ecuadoraanse ambassade in Londen wordt uitgezet. Hij is vanwege zijn vrees om naar de VS uitgezet te worden (om daar in het geheim door een grand jury wegens spionage berecht te worden) in 2012 heengevlucht en heeft er asiel gekregen. Als hij op straat wordt gezet valt te verwachten dat hij rechtstreeks in een Amerikaanse gevangenis verdwijnt.

Wat is er sinds 2012 veranderd? Het lijkt erop dat Assange is geradicaliseerd. Wie hem hartstochtelijk verdedigen zijn daar een aanwijzing voor: complotdenker Alex Jones van Infowars, Sean Hannity van Fox News, UKIP-voorman en Brexiteer Nigel Farage en de Russische propagandazender RT. Dat is niet een gezelschap dat zweert bij democratie en rechtsstaat, maar juist het standpunt ondersteunt dat ‘media de vijand van de staat’ zijn. Dat roept de vraag op of Assange zelf wel een journalist is zoals hij claimt.

Over Assange bestaat sinds midden 2013 de controverse of hij een agent van Russische inlichtingendiensten is. Op zijn minst bestaat de verdenking dat hij er nauw mee heeft samengewerkt in de presidentscampagne van 2016 die Trump het presidentschap bracht. Roger Stone zou de tussenpersoon tussen het Kremlin en Trumps campagneteam zijn geweest. Nieuw is ook dat Lenin Moreno de nieuwe Ecuadoraanse president is die Assange niet langer in bescherming lijkt te nemen zoals zijn voorganger Rafael Correa. Assange hield zich niet aan de afspraak om zich te onthouden van politieke uitspraken en bleef in de ambassade via sociale media zijn gastheer in verlegenheid brengen. En het belang van Ecuador schaden. Enkele maanden terug werd Assange afgekoppeld van internet door Ecuador.

Noam Chomsky gelooft in een gesprek met BBC’s Newsnight van mei 2017 niet dat aanklachten tegen Assange wegens een Zweedse verkrachtingszaak hout snijden. Daar heeft hij vermoedelijk gelijk in. In vele commentaren is in de jaren 2012-2014 op dit blog een lans gebroken voor Assange, zoals hier. Mijn opstelling resulteerde in 2012 zelfs in kamervragen. Maar toen moest de Trump campagne en de Russische beïnvloeding via sociale media nog komen. Daarom is het perspectief van die Zweedse zaak niet actueel.

De vraag is hoe Assange beoordeeld moet worden. Is hij nou eigenlijk een journalist, een politiek activist of een ingelijfde medewerker van een ‘buitenlandse’ inlichtingendienst? En wat betekent dat dan voor zijn juridische positie in de ambassade? John Schindler wees er in 2013 in een analyse op dat WikiLeaks via Israel Shamir waarschijnlijk geïnfiltreerd was door de Russische inlichtendienst. Dat verklaarde de opstelling van Wikileaks in de campagne van 2016 die volledig in lijn was met de opstelling van het Kremlin. De ‘progressieve’ Assange kwalificeerde tijdens de campagne de Democratische Hillary Clinton als kwalijker dan de Republikeinse Donald Trump. Daarmee probeerde Assange progressieve Democratische, pro-Bernie Sanders kiezers te ontmoedigen om te gaan stemmen. Achteraf kan dat alleen maar begrepen worden in de georkestreerde campagne om verschillende doelgroepen in de richting van Trump te laten bewegen.

Dus? Verdient Assange juridische bescherming of heeft hij door vanaf 2013/2014 samen te spannen met het Kremlin zijn rechten verspeeld? Hoe dan ook is hij afgelopen 5 jaar door zijn activistische opstelling en handelswijze terechtgekomen in het kruisvuur tussen Kremlin en Witte Huis. Als hij in een kerker in Virginia verdwijnt, dan kan op zijn minst worden gezegd dat hij door zijn pro-Kremlin opstelling de Amerikanen alle munitie heeft gegeven om hem in handen te krijgen. Assange verdient het om berecht te worden voor zijn daden, maar een eerlijk proces zit er vermoedelijk niet in. Wie hoog spel speelt en verliest, heeft blijkbaar dat recht verspeeld. Dat is de harde praktijk van de strijd tussen landen. Wie niet oppast wordt daarin vermalen.

Advertenties

Oplossingen uitgeput voor financieel verzwakt Museum Oud Amelisweerd. Terugvaloptie via Centraal Museum komt in beeld

with 2 comments


In de Utrechtse raad heeft André van Schie (VVD) op 27 juli raadsvragen gesteld over de ‘financiële situatie Museum Oud Amelisweerd’ aan de nieuwe cultuurwethouder Anke Klein (D66). Aanleiding is een raadsbrief van 18 juli en een bericht van RTV Utrecht van 26 juli met de titel ‘Museum Oud Amelisweerd wankelt opnieuw’. Hoe negatief getoonzet ook geeft zelfs deze titel nog een te optimistische kijk op de kwestie.

Exploitant Stichting Museum Oud Amelisweerd verkeerde al voor de opening in 2014 in een financieel uitzichtloze situatie en heeft nooit zwarte cijfers geschreven. Of een financiële buffer opgebouwd. Daar is het nooit aan toegekomen. Met een bruidsschat uit Amersfoort van 1 miljoen euro en een lening van de provincie Utrecht van 160.000 euro werd tijd gekocht. Toenmalig directeur van het Spoorwegmuseum Paul van Vlijmen waarschuwde in juni 2012 in een bericht in het AD dat wat toen nog het Armando Museum heette een fiasco zou worden. Volgens hem was het museum zonder subsidie niet rendabel te krijgen in de exploitatie.

Het Utrechtse gemeentebestuur dat meer dan 1,66 miljoen euro had geïnvesteerd in de renovatie van landhuis Oud Amelisweerd was door de raad gebonden en in juni 2012 bij de goedkeuring van de kredietaanvraag de randvoorwaarde opgelegd dat er nooit een cent structurele subsidie naar de exploitatie mocht gaan. In een commentaar van 13 juni 2012 betitelde ik dat als: ‘Oud-Amelisweerd: steun voor vastgoed, maar afkeuring voor exploitant’. Die geblokkeerde subsidie van de gemeente Utrecht bleef de essentie van de problemen van het museum. Druppelsgewijs en informeel werd dat omzeild met het noodverband van ‘een (niet structurele) openstellingssubsidie’ van de gemeente Utrecht die buiten de structurele culturele subsidies werd verleend.

Toen in december 2016 de toenmalige cultuurwethouder Kees Diepeveen (GL) zich liet overvallen door Stichting Museum Oud Amelisweerd en tegen de eigen randvoorwaarden in toch een subsidie verleende van 75.000 euro toonde dat aan dat de Utrechtse politiek geen grip meer had op het probleem van het Museum Oud Amelisweerd. Het was nu overduidelijk het probleem van het Utrechtse college geworden. De uitzichtloze financiële positie van Museum Oud Amelisweerd straalde voortdurend af naar het Utrechtse college dat zich geen raad wist met dit probleemgeval en geen Houdini-act had om eraan te ontsnappen. Investeringen in een nieuwe exploitant waren politiek onhaalbaar, de huidige exploitant kon het financieel niet bolwerken en voor sluiting wilde geen enkele cultuurwethouder verantwoordelijk zijn. Op de achtergrond speelde de papieren werkelijkheid van de Culturele Hoofdstad 2018 waar het museum een rol in zou hebben. De boel zat vast.

Critici in de raad of ze nu deel uitmaakten van de oppositie of niet, probeerden voortdurend dit dossier vlot te trekken of te sturen. Want Van Vlijmen was zeker niet de enige met kritiek. In de Utrechtse raad was het D66 (Xander van Asperen en later Aline Knip) die geen vertrouwen had in de financiële onderbouwing van de exploitant. Voor de VVD was Jesper Rijpma een kritische voorganger van André van Schie. Overigens waren toendertijd om andere redenen ook andere partijen kritisch zoals de SP en Nieuw Rechts.

Het kenmerk van Museum Oud Amelisweerd is dat het in Bunnik in een rijksmonument en voormalige zomerresidentie is gelegen en dat de gemeente Utrecht het niet eens structurele subsidie kan geven als het dat zou willen omdat de voorwaarden dat niet toestaan. André van Schie heeft daar voortdurend op gewezen, evenals op het oneigenlijk oprekken door het college van de subsidievoorwaarden. Interessant is de verwijzing naar samenwerking met het Centraal Museum door bestuursvoorzitter Ari Doeser in het bericht van RTV Utrecht. De restauratie van landhuis Oud Amelisweerd is door de toenmalige beheerder (tot 2012) Centraal Museum in de jaren ’90 op de rails gezet en tijdens dat beheer is in 2011 bestuurlijk een terugvaloptie als optie in een commissiebrief gevlochten indien de huidige exploitant het niet redt. Dat is nu aan de orde.

Het is te hopen dat zowel het Utrechtse gemeentebestuur als de raad zich goed informeren en een besluit nemen dat rekening houdt met de voorgeschiedenis en de levensvatbaarheid voor de toekomst. De antwoorden op de raadsvragen van Van Schie bieden hopelijk de duidelijkheid die de achtereenvolgende cultuurwethouders het bestuur van de Stichting Museum Oud Amelisweerd nooit hebben kunnen afdwingen. De randvoorwaarden voor het Museum Oud Amelisweerd die al jaren slecht waren, zijn nu nog beroerder dan voorheen. Daarom is het onvermijdelijk dat zoals ook Van Schie stelt er een nieuwe exploitant wordt gezocht voor landhuis Oud Amelisweerd. Inzet kan dan een sitemuseum zijn en de terugvaloptie via het Centraal Museum zoals dat in december 2011 als vangnet al werd ingebouwd. Hoewel hier wel extra geld beschikbaar voor moet komen omdat het Centraal Museum dit niet uit de eigen lopende begroting kan financieren.

Foto: RaadsvragenSV 2018, nr. 100 inzake Gevolgen financiële situatie Museum Oud Amelisweerd’ van André van Schie (VVD) in Utrecht, 27 juli 2018.

‘Mag het zo even?’ Kunstraad adviseert dat Stedelijk Museum terug naar stad en gemeente gaat. Miljonairs moeten de tempel uit

with 2 comments

De neoliberale wind die door het Stedelijk Museum en dan vooral de Raad van Toezicht waaide wordt door het adviesHet museum als dynamisch geheugen’ over dit museum van de Amsterdamse Kunstraad achteraf als negatief beoordeeld. Voorzitter van deze raad is voormalig voorzitter van de PvdA Felix Rottenberg. Miljonairs worden met pek en veren de stad uitgeleid, hoewel ze netjes bedankt worden voor gewezen diensten. (Maar veroordeeld voor de belangenverstrengeling, een echo van de advertenties van Jan Christiaan Braun). De stad en de burgers moeten het initiatief terugnemen. Want het museum is met de rug naar de stad komen te staan. Zonder huizenhoge ambities. Want de vijand van goed is beter. Het Stedelijk is terug bij af om opnieuw te beginnen. Bouwend op de goede collectie en de eigen geschiedenis. Dit is een haalbaar en realistisch advies. Maar of het zonder wijziging overgenomen wordt blijft als altijd de vraag. Politieke machinaties liggen in het vooruitzicht. Spreiding over wijken, identiteit, doelgroepenbeleid of politisering van kunst zijn nooit ver weg.

In 1965 had de PvdA het nog voor het zeggen in de hoofdstad. De oudere heren Willem Sandberg en Ossip Zadkine ‘steken op informele wijze hun sigaret op’, Wethouder Joop den Uyl doet mee in het onderonsje.

Foto: Jacques Klok, ‘”MAG HET ZO EVEN?“, DAT ZOUDEN DE FRANS-POOLSE BEELDHOUWER OSSIP ZADKINE EN DE VOORMALIGE DIRECTEUR VAN HET AMSTERDAMSE GEMEENTE MUSEUM, JONKHEER WILLEM SANDBERG TEGEN ELKAAR GEZEGD KUNNEN HEBBEN, TOEN ZE OP DEZE INFORMELE WIJZE HUN SIGARET AANSTAKEN. DE FOTO WERD GEMAAKT TIJDENS DE OPENING VAN DE TENTOONSTELLING “GROTE BEELDEN VAN HEDEN” IN HET HONDERDJARIGE VONDELPARK, 1 april 1965. Collectie Algemeen Nederlands Persbureau – Fotoarchief, 1963-1968.

Amsterdam zoekt ‘museale voorziening’ over de Nederlandse slavernij. Maar met het Tropenmuseum heeft het die al in huis

with 4 comments

Het Amsterdamse raadslid voor GroenLinks Simion Blom is een pleitbezorger voor een slavernijmuseum. Samen met de SP en de PvdA formuleerde GroenLinks een initiatiefvoorstel voor een nationaal slavernijmuseum dat in de Amsterdamse raad op 20 december 2017 unaniem werd aangenomen. In de breed uitwaaierende toelichting bij het voorstel zijn de indieners van mening dat het niet de goede kant opgaat met de erkenning van het slavernijverleden: ‘In Nederland lijkt een kentering te ontstaan voor een meer open beleving van onze slavernijgeschiedenis’. De opzet is een museum dat ‘niet oordeelt of veroordeelt’, maar ‘begrijpt en verbindt’. Maar tegelijk halen de initiatiefnemers in hun toelichting hun pleidooi voor een breed nationaal slavernijmuseum dat ook hedendaagse slavernij omvat onderuit door het toe te spitsen op de trans-Atlantische slavernij en de geschiedenis van Afrika. Dat klinkt op zijn minst verwarrend en dubbelzinnig.

De gemeente Amsterdam neemt bij monde van wethouder Simone Kukenheim (D66) dit initiatief over. Feitelijk vragen de initiatiefnemers niet om een museum, maar om ‘een nationale museale voorziening over de Nederlandse slavernij en het erfgoed’. In de publiciteit praat Blom steeds weer over een museum en schept hij verwarring door af te wijken van het initiatiefvoorstel en vragenstellers waar nodig niet te corrigeren. Verschil tussen ‘een museum’ en ‘een museale voorziening’ lijkt te zien dat er geen duur, prestigieus apart gebouw voor wordt opgetuigd. Een voorziening kan ook een onderwijsprogramma of een deels ‘digitaal museum’ zijn zoals de uit de ideeën voor het gesneefde Nationaal Historisch Museum voortgekomen Canon van Nederland dat een initiatief van het Rijksmuseum en het Openluchtmuseum is. Het venster Slavernij (circa 1637-1863)  besteedt aandacht aan de slavernij met het accent op de trans-Atlatlantische slavernijhandel.

Welk doel een nationaal slavernijmuseum moet dienen is nog niet duidelijk omlijnd. Is dat toeristenspreiding in Amsterdam door er een nieuw museum naast te zetten, het versterken van de identiteit van Nederland of de nazaten van de slachtoffers van de trans-Atlantische slavenhandel, het versterken van de educatieve en culturele infrastructuur van Nederland of de erkenning van de nazaten van de slachtoffers van de slavernij? Of is zo’n museum kortweg een middel in de strijd tegen racisme, zoals de initiatiefnemers beweren? Waarom wordt het dan geen Nationaal Racismemuseum genoemd en is de omweg via een Nationaal Slavernijmuseum nodig? De initiatiefnemers onderschrijven in de toelichting dat het niet makkelijk is om vorm te geven aan een nationaal slavernijmuseum: ‘de mogelijkheden zijn oneindig en dat biedt volop de ruimte voor de oriëntatie en verkenning naar een museale voorziening.’ Maar die oneindige mogelijkheden en die volop ruimte voor oriëntatie houden ook in dat het nog alle kanten uit kan gaan. Met afbakening in de tijd (voor, tijdens en na de trans-Atlantische slavernijhandel) en inhoud. Of het een essentiële taak is voor de gemeente Amsterdam om deze ‘museale voorziening’ (samen met het Rijk) van subsidie te voorzien is ook nog geen uitgemaakte zaak.

Conservator Historische Vormgeving (Museum Boijmans) Alexandra van Dongen merkt naar aanleiding van het artikel ‘Amsterdam sticht een Nationaal Slavernijmuseum, iedereen mag meedenken’ in De Volkskrant in een posting op Facebook op: ‘Het Tropenmuseum Amsterdam lijkt me een heel goeie plek voor een Nationaal Slavernijmuseum. Waarom een nieuw museum beginnen terwijl dat historische gebouw heel geschikt is om met museale collecties, archieven en persoonlijke getuigenissen het volledige verhaal te vertellen.’ Ze heeft een punt en had er nog aan toe kunnen voegen waarom het nodig is om verkenningen en onderzoeken op te starten terwijl de museale infrastructuur binnen Amsterdam over dit onderwerp aanwezig is. Het Volkskrant-artikel constateert trouwens twee problemen: 1) wie bepaalt vorm en inhoud en 2) waarom in Amsterdam?

In het Tropenmuseum is nu de tentoonstellingHeden van het slavernijverleden’ te zien en het museum zegt in 2021 met een ‘nieuwe, uitgebreide tentoonstelling over het koloniaal- en slavernijverleden’ te komen. Het wekt bevreemding dat de initiatiefnemers in hun toelichting verwijzen naar allerlei buitenlandse musea, maar het Tropenmuseum in Amsterdam ongenoemd laten. Dit roept de vraag op of de initiatiefnemers wellicht het vanzelfsprekende missen en vluchten in vergezichten of dat het Tropenmuseum het bij hen heeft verbruid.

Nogmaals Nord Stream II: waarom is er geen open debat over een pijplijn die de EU afhankelijker maakt van de Russische Federatie?

with 2 comments

De Belgische oud-ambassadeur Theo Lansloot zet de ontwikkelingen over de aanleg van de gaspijplijn Nord Stream II in een artikel voor Doorbraak op een rijtje. De actuele situatie is dat landen aan de Oostzee waarvan de pijplijn door hun territoriale wateren loopt voor de beslissing staan wat ze ermee aan moeten. Als ze dat politiek al zelf mogen beslissen en ze volgens internationaal recht juridisch iets te zeggen hebben over het onderzeese deel van Nord Stream II tussen de Russische Federatie en Duitsland. Finland en Duitsland hebben het groene licht gegeven. Denemarken houdt de kaarten nog tegen de borst en wordt onder druk gezet door voor- en tegenstanders. De vraag is of Nord Stream II Europa over-afhankelijk van Russisch gas maakt.

Rondom Nord Stream II tekenen zich twee kampen af. Tegenstanders lijken de overhand te hebben met de VS, het Verenigd Koninkrijk, landen als Polen, Oekraïne en de Baltische landen die de Russische chantage met energie vrezen, maar ook milieuactivisten die een einde aan fossiele brandstof willen. Zo stelden kamerleden van de PvdD en de SP die doorgaans welwillend staan tegenover de Russische Federatie in 2017 kritische kamervragen over Nord Stream II. Omdat de energieafhankelijkheid van de EU-lidstaten van Russisch gas door import vergroot wordt en dit in strijd is met het energiebeleid van de EU (Third Energy Package) zijn degenen die pleiten voor correcte uitvoering van dit beleid ook tegen. Ze wijzen op diversificatie en onafhankelijkheid. Overigens wordt in een rapport van de juridische dienst Raad van de Europese Unie dit formeel ontkend, zodat de ministers kunnen handelen in strijd met hun eigen beleid. Verder zijn Zuid-Europese landen ook kritisch over Nord Stream nadat de EU South Stream afschoot door harde voorwaarden aan het Kremlin te stellen. De Italiaanse oud-premier Renzi definieerde het opleggen van sancties aan de Russische Federatie plus het afketsen van South Stream door het stellen van harde voorwaarden aan het Kremlin, maar tegelijk het doorgaan van Nord Stream zonder die voorwaarden en het als economisch project te betitelen als hypocrisie.

Voorstanders zijn vooral te vinden in de landen waarvan bedrijven betrokken zijn: Duitsland, Nederland en Frankrijk. En omdat Duitsland een beslissende vinger in de pap van de EU heeft en de tandem Duitsland-Frankrijk de as van de EU vormt, volgt de Raad van ministers. De tactiek van de voorstanders is niet om een open debat te voeren, maar dat uit de weg te gaan. De dooddoener van het Duitse politieke en economische establishment is dat Nord Stream geen politiek, maar een economisch project is. Uit alles blijkt dat Nord Stream een politiek project is. Gazprom koopt Europese politici om door ze in te huren als ‘consultant’, zoals de Oostenrijkse ex-minister Hans Jörg Schelling die lid is van de ÖVP, de partij van kanselier Sebastian Kurz. Zoals Lansloot opmerkt staat de Duitse oud-kanselier Gerhard Schröder op de loonlijst van Gazprom. Zijn opportunisme is berucht en bezoedelt de Duitse politiek en de SPD. Maar het lijkt te eenvoudig om het Duitse belang te reduceren tot het omkopen van SPD’ers als Schröder of president Frank-Walter Steinmeier. Een argument van de voorstanders is dat het een wederzijdse afhankelijkheid betreft en de aanleg het Kremlin ook afhankelijker van Europa maakt. Maar dat gaat opnieuw voorbij aan de onafhankelijkheid van Europa.

De tegenstrijdigheden zijn groot en het is onbegrijpelijk dat ze niet genoemd worden in het publieke en politieke debat. Sancties die in 2014 ingesteld werden vanwege de annexatie van de Krim door de Russische Federatie en de militaire inmenging in Oost-Oekraïne worden verlengd, maar tegelijk worden de economische banden met het Kremlin via Nord Stream aangehaald en wordt Oekraïne dat Russisch gas via pijpleidingen aan de EU levert in de steek gelaten. Dat is dubbelzinnig en hypocriet, maar vooral kortzichtig. De EU weet dat het zich door de aanleg van Nord Stream II afhankelijker maakt van het Kremlin, maar ontkent dat dat zo is. De leiding van de Russische Federatie heeft er immers een handje van om gas als geopolitiek wapen in te zetten. Door de verslechterende situatie tussen het Westen en de Russische Federatie dat zich ook nog eens steeds meer opstelt als kat in het nauw, wordt de kans dat dat wapen ingezet wordt er eerder groter dan kleiner op. Levering van Russisch gas aan de EU-lidstaten is de olifant in de kamer waarover West-Europese politici en bedrijven al jaren doen alsof ze die niet zien. Zo gaat kortzichtigheid over in bijziendheid omdat Duitsland en Nederland verslaafd zijn aan goedkoop Russisch gas. De geloofwaardigheid van de EU wordt ondermijnd.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelRusland en de EU: energie-onafhankelijk of Nord Stream 2 pijplijn?; Regering Merkel verkiest Russische gaspijplijn boven EU –Energie Unie’ van Theo Lansloot in Doorbraak, 4 april 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelEuropese Raad geeft groen licht Nord Stream 2’ in Geotrendlines van 2 oktober 2017 onder verwijzing naar Euobserver.

Gemeenteraadsverkiezingen: Keuze is nog nooit zo moeilijk/ makkelijk geweest

with one comment

De keuze om te stemmen is nog nooit zo makkelijk geweest. Morgen zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Er zijn namelijk maar twee partijen. Partijen die politiek willen bedrijven binnen het bestaande politieke systeem en de partijen die dat niet willen, maar het systeem op willen blazen. En bewust of onbewust steun zoeken bij of geven aan tegenstanders van dat politieke systeem. Daarmee verkleinen ze de legitimiteit ervan. Gelovigen in de diepe staat en complotdenkers vallen in de tweede categorie. Ze willen puinhopen creëren om er iets nieuws op te bouwen. Of ze te laten smeulen als waarschuwing voor iets wat ze nog moeten ontdekken.

Het is nog helemaal niet zo makkelijk om te bepalen welke partijen in welke categorie vallen. Wat te doen met de SGP dat weliswaar het bestaande politieke en sociale systeem op wil blazen omdat het gaat voor de theocratie ‘waarin de godheid als onmiddellijke gezagsdrager wordt beschouwd’, maar dat tevens binnen de bestaande politieke structuur zich gouvernementeel gedraagt. En wat te doen met de SP die aanhaakt bij krachten die de EU en de bestaande Europese veiligheidspolitiek willen verzwakken of zelfs opblazen, maar die zich tegelijk evenals de SGP correct gedraagt binnen het bestaande systeem? En wat te denken van de VVD dat in theorie zegt te gaan voor het bestaande politieke systeem, maar dat in praktische politiek ondermijnt door corrupt gedrag en een buitenlandse politiek die minimalistisch steun geeft aan de EU en de slagkracht van de defensie in de afgelopen decennia tot een onaanvaardbaar laag niveau heeft teruggeschroefd? De VVD is over de grenzen heen loyaler aan de bestuurskamers van de multinationals dan aan Nederlandse burgers.

De keuze om te stemmen is nog nooit zo moeilijk geweest. Want als we politieke partijen langs de meetlat van steun voor het bestaande politiek systeem leggen, dan is niet op voorhand duidelijk wat een systeempartij en een anti-systeempartij is. Wel is duidelijk wie er in de tweede categorie vallen: PVV, Forum voor Democratie, DENK en allerlei links-radicale of rechts-radicale partijen die of hun loyaliteit buiten Nederland hebben liggen of het bestaande politieke systeem willen afbreken. Als hetzelfde voor de SGP, SP en de VVD geldt, dan weet de kiezer wat een systeem- en een anti-systeempartij is. De afweging om voor de ene of andere categorie te kiezen is bepalend. Hoe men vervolgens binnen de categorie stemt maakt minder uit. Hoewel de ketelmuziek van de campagne anders suggereert. Wetmatigheid is dat overeenkomsten gekleineerd worden en verschillen uitvergroot. Complicatie voor de kiezer is dat anti-systeempartijen zich voordoen als systeempartijen en hun ware aard slechts gedeeltelijk laten zien. Dan lijkt het zelfs alsof het totaal niet uitmaakt waarop men stemt.

Foto: Bord met verkiezingsaffiches voor de gemeentaadsverkiezingen van 21 maart 2018 in Den Bosch in artikelSneue foto’s, holle frases: zijn verkiezingsaffiches nog van deze tijd?’ in het het BD, 10 maart 2018; © copyright Marc Bolsius.

Written by George Knight

20 maart 2018 at 16:06

Het zijn NIDA’s principes die hebben geleid tot een breuk in het Rotterdamse Links Verbond. SP, PvdA en GL nemen terecht afstand

with 2 comments

In een opinie-artikel voor NRC geeft de Rotterdamse hoogleraar Sociologie Willem Schinkel commentaar op het opbreken van het zogenaamde Links Verbond in Rotterdam. Dat was een samenwerking tussen de drie linkse partijen GroenLinks, PvdA en SP en de islamitsch geïnspireerde partij NIDA die een maand geleden werd gesloten en deze week uit elkaar viel. Aanleiding voor die breuk was was een tweet van vier jaar geleden van NIDA waar het geen afstand van wilde nemen: ‘Wij zeggen #Zionisme = #ISIS #vrijheidmeningsuiting’. Schinkel hangt aan deze tweet zijn hele betoog op. Door deze bijziendheid die zich ook vertaalt in een dualisme dat de politiek in een links-rechts frame vangt, mist hij de essentie voor de breuk. Dat zijn de principes van NIDA.

Schinkels artikel roept de vraag op of hij wel doorziet wat NIDA’s principes zijn en de partij beoogt. Schinkel lijkt zich te laten sturen door de actualiteit en partijpolitiek gehakketak. Hij kijkt niet naar de echte oorzaak voor de breuk. NIDA zegt in het beginselprogramma 25 CONCRETE IDEEËN: ‘Onze geloofsbeleving is van meerwaarde in de samenleving en verdient terecht de ruimte in de publieke sfeer, in publieke voorzieningen en het openbaar bestuur.’ Volgens NIDA is geloofsbeleving geen particuliere zaak, maar moet die in de publieke ruimte, openbaar bestuur en de publieke voorzieningen doorgevoerd worden.

NIDA rekt de scheiding van kerk en staat op. Is dat gewenst? Valt dat te verenigen met de opvatting van de nationale rechtsstaat? Daar gaat het echte verschil in opvatting tussen de drie linkse partijen en NIDA om. Schinkel creëert valse tegenstellingen. Het is niet voldoende om in een soort gemakzuchtig pamflettisme en verwijzing naar racisme en ‘witte politici’ die het bij de linkse partijen voor het zeggen hebben triomfantelijk te concluderen dat de vijand van mijn vijand een vriend is. Het gaat erom wat de principes van NIDA zijn en of die passen bij vrijzinnige partijen als SP, PvdA en GroenLinks die hun waarden als uitgangspunt hebben.

Ja, Wierd Duk is een rechtse onruststoker. Ja, Joost Eerdmans is een rechtse scherpslijper. Ja, Thierry Baudet is een rechts-extremistische opportunist met racistische neigingen in zijn partij. Ja, Geert Wilders is een islamhater. Ja, het debat in Rotterdam wordt fel gevoerd en de links-rechts tegenstelling wordt er aangedikt. Maar wat zegt dat dan nog over NIDA? Het terecht afkeuren van rechts is niet voldoende om het links-conservatieve of conservatief-religieuze NIDA blindelings te omarmen of het voor deze partij op te nemen.

Ik begrijp hoe iemand die zegt seculier, vrijdenkend of atheïstisch te zijn zich niet kan verenigen met de principes van NIDA. Deze partij wil terug naar de verzuiling van eind 19de eeuw. Ik ben het met dit principe van religie die zich uitgesproken manifesteert in publieke ruimte en openbaar bestuur fundamenteel oneens. Het valt niet in te zien hoe een partij die zich als vrijzinnig beschouwt en ondubbelzinnig de rechtsstaat onderschrijft -inclusief scheiding van kerk en staat- een partij als NIDA met zulke standpunten kan steunen.

En wat moeten kunstliefhebbers denken van een ‘Religieus-wetenschappelijk-kunstzinnige raad’ die het openbaar bestuur adviseert? Het is een krankjorum idee, een moskee die samen met een museum als Boijmans het openbaar bestuur adviseert en daar via een aparte raad onderwerpen voor agendeert. Dit is opnieuw een tactiek van NIDA om via de zijdeur de scheiding van kerk en staat op te rekken. NIDA depolitiseert de politiek door het te vermengen met het middenveld. Dat is de weg naar het corporatisme waarbij allerlei onverkozen groepen in een vaag verband een beslissende rol in de besluitvorming krijgen.

Ik vraag me werkelijk af of de landelijke en Rotterdamse leiders van SP, GroenLinks en PvdA de principes van NIDA wel goed tot zich hadden laten doordringen toen hun Rotterdamse afdelingen met NIDA een Links Verbond sloten. Hoewel Lilian Marijnissen (SP) vanaf het begin sceptisch was en zei het zelf niet gedaan te hebben. Maar wat de landelijke leiders van PvdA en GroenLinks bezielde toen ze dachten dat hun eigen gedachtengoed verenigbaar was met dat van NIDA blijft een raadsel. Ook na het verbreken van het verbond.

De linkse reflex van diversiteit en insluiting is even kwalijk als de rechtse reflex van homogeniteit en uitsluiting als die niet samengaat met het toetsen van uitspraken op hun betekenis. NIDA verdient het om op de principes die het voorstaat beoordeeld te worden. Niet op goede bedoelingen of slachtofferschap. Of een al te eenvoudige links-rechts tegenstelling die de positie van NIDA moet verklaren, maar die eerder vertroebelt.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelRacisme breekt linkse samenwerking in Rotterdam op’ van Willem Schinkel in NRC, 14 maart 2018.

Foto 2 en 3: Schermafbeelding van paragrafen uit beginselprogramma25 CONCRETE IDEEËN’ van NIDA Rotterdam.