George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘SP

Kieskompas kent bizarre stellingen, maar heeft enig praktisch nut

with 3 comments

kk

Wat te doen met de uitslag van het Kieskompas? De uitslag in de onderste helft komt overeen met hoe ik tegen politieke partijen aankijk. Het populistische DENK, VNL, PVV, SP en PvdD, de theocratische SGP en de richting populisme wegglijdende VVD staan het verst van mijn bed. Voorzover kan ik de uitslag volgen. Op partijen waar ik het beste op scoor zoals 50Plus of PvdA zie ik mezelf echter niet snel stemmen. En hoe is het mogelijk dat 50Plus en GroenLinks die zo’n verschillende politiek voorstaan en redeneren vanuit zulke volstrekt andere wereldbeelden even hoog in mijn uitslag scoren? Wat wordt hier werkelijk gemeten?

Zijn de stellingen te simpel om voorkeur te meten, maar geven ze wel een redelijk beeld van iemands afkeer? Neem nou een stelling over Werk en Inkomen: ‘Het belastingtarief voor de hoogste inkomens moet omhoog’. Hoe moet men dit beantwoorden als men weet dat onderzoeken uitwijzen dat dat de inkomensongelijkheid in Nederland relatief klein is, dat een hoger tarief voor de hoogste inkomens op de totale belastingopbrengsten weinig uitmaakt, maar dat een harde aanpak van de belastingontwijking van rijken en bedrijven tot veel meer inkomsten leidt? Maar er wordt niet gevraagd naar de aanpak van belastingontwijking. Gaat men in het antwoord dan mee in de symboliek zoals men denkt dat die bedoeld wordt of zet men het realisme voorop?

Een hilarische stelling gaat over Verkeer: ‘Vanaf 2015 mogen in Nederland alleen nog maar elektrische auto’s verkocht worden.’ Dat wordt lastig voor iemand die een brood, fiets, boot, driewieler of boek wil kopen en naar de winkel stapt. Als de vraag letterlijk wordt opgevat dreigt het volgende antwoord: ‘Nee, dat zal niet gaan, het is nu 2025, en in Nederland mogen alleen nog maar elektrische auto’s verkocht worden’. De vragen moeten dus niet letterlijk genomen worden. Ze moeten geïnterpreteerd worden. Maar in welke mate?

Neem de stelling over Immigratie: ‘Zwarte piet moet roetveegpiet worden’. Best dat Zwarte Piet voortaan het uiterlijk van een roetveegpiet heeft. Laat het zich in die richting ontwikkelen. Maar staat dat ‘moet’ met een notie van dwang en machtsuitoefening niet haaks op een geleidelijke maatschappelijke ontwikkeling naar de roetveegpiet die ik de beste optie vind? Ook om maatschappelijke verschillen te overbruggen. Wat te antwoorden als men voor de roetveegpiet is, maar tegen dwang die ‘moeten‘ oproept? Zonder buitentextuele interpretatie kan de keuze zonder van mening te veranderen evengoed naar ‘eens‘ of ’oneens‘ leiden.

Het ziet er dus naar uit dat men de uitslag van het Kieskompas met een korrel zout dient te nemen. Het is onduidelijk wat het meet. Het instrument lijkt te grof om meer dan een ruwe indicatie van iemands politieke voorkeur te geven. Interessant is wel dat het in mijn geval de partijen eruit filtert waar ik het minst mee heb of die het verst van mijn politieke opvattingen afstaan. Dat is knap van het Kieskompas. Nu nog kalibreren.

Foto: Schermafbeelding van de overeenkomst met politieke partijen, na invullen Kieskompas,

Written by George Knight

15 februari 2017 at 13:41

Kiezen tussen D66 en GroenLinks. Hoe de stemkeuze beredeneren?

with 2 comments

look_outs_aboard_hms_ashanti_whilst_escorting_a_russian_convoy_march_1942-_a8202

Gisteren vroeg iemand me op FB wie goed en wie slecht is. Dat naar aanleiding van m’n commentaar op de brief van Mark Rutte en de selectieve hufterigheid die ik met velen daarin las. De laatste 24 uur wordt die hufterigheid van de VVD nog eens extra benadrukt door de nieuwste ontwikkelingen over de Teevendeal (‘de bonnetjesaffaire’) als gevolg van de onderzoeksjournalistiek van Bas Haan van Nieuwsuur. Het verschil tussen mooie verkiezingspraatjes en de werkelijkheid, tussen schijn en wezen, kan bijna niet groter zijn. De timing zit de VVD tegen. De mooie woorden van Rutte tonen nog potsierlijker en meer misplaatst dan ze al waren.

Iemand schreef op FB: ‘Iedereen moet maar zijn eigen keuze maken, de politiek is toch niet te vertrouwen.’ Daar antwoordde ik op: ‘Nou, dat is weer te veel van het goede. Het gaat om het verschil tussen goede en slechte politiek.’ Waarop dus de vraag aan me gesteld werd wat dan goede en slechte politiek was. Ik kwam niet weg met het antwoord dat iedereen dat maar voor zichzelf moet uitmaken. Uiteindelijk antwoordde ik: ‘Ik kan hooguit zeggen welke partijen op dit moment op m’n shortlist staan. Dat zijn D66 en GroenLinks. Maar ik zou daarmee niet willen suggereren dat dat goede partijen zijn.’ Met de belofte om dat nader toe te lichten. 

Partijen in het politieke landschap van Nederland lijken nog meer dan anders in te delen in tegenstellingen die niet exclusief zijn. Anders gezegd, partijen kunnen op de ene tegenstelling niets gemeenschappelijk hebben, maar op een andere tegenstelling raakvlakken of overeenkomsten vertonen. Dat maakt het vergelijken van partijen lastig. De volgende tegenstellingen zijn aan te wijzen als de belangrijkste kenmerken: 1) links-rechts (sociaal-economie; 2) progressief-conservatief (sociaal-cultureel; identiteit); 3) pro- en anti-EU; 4) religieus-vrijzinnig; 5) democratisch-anti-democratisch; 6) kwaliteit en doelmatigheid van leider en partijorganisatie.

Niet iedere kiezer vindt voor de eigen afweging hetzelfde kenmerk even belangrijk. Waar de één de relatie tot de EU vooropzet, zet de ander de economische situatie centraal. Of het religieuze karakter van de partij of het idee over identiteit en nationalisme. En op een bepaald kenmerk kan men natuurlijk ook verschillend denken.

Op mijn huidige shortlist fungeren de twee als links-liberaal te omschrijven partijen D66 en Groenlinks (GL). Ze hebben veel gemeen, maar verschillen ook sterk. Ze zijn de twee meest uitgesproken pro-EU partijen (3). Sociaal-economisch is D66 rechts en GL links (1). Sociaal-cultureel zijn ze allebei progressief (2). Ook zijn ze vrijzinnig (4). D66 is een door en door democratische partij, GL kent anti-democratische elementen. Of liever gezegd D66 steunt het idee van democratie onvoorwaardelijk, terwijl daar bij GL met een oude kern van anti-democratische kaderleden twijfel over bestaat (5). D66 is een coherente partij met een niet al te aansprekende leider, terwijl GL een onsamenhangende partij met gefragmenteerd gedachtengoed en een sterke leider is (6).

Deze opsomming geeft aan hoe lastig kiezen het al is tussen twee partijen die programmatisch dicht bij elkaar liggen. Het is niet makkelijk te beantwoorden wat een kiezer het zwaarste moet laten wegen. Tegen het einde van een campagne wordt de inschatting van de kwaliteit van partij en leider steeds belangrijker. Hoe opereren ze strategisch en sorteren ze verstandig voor op de onderhandelingen na de verkiezingen? De PVV kan de grootste of op een na grootste partij worden, maar heeft zich buitenspel gemanoeuvreerd door een harde politieke en persoonlijke toon naar de andere partijen. Fouten worden afgestraft en kiezers haken graag aan bij een leider of partij die het beeld van een winnaar vertoont en perspectief heeft voor na de verkiezingen.

Als Jesse Klaver (GL) zich in m’n ogen niet waarmaakt of de beslissing neemt om de toenadering van de PvdA en SP te gedogen en goed te praten zal ik in gedachten GL van mijn shortlist schrappen. Als Alexander Pechtold (D66) teleurstelt in debatten of interviews dan maakt dat nog geen verschil omdat zijn kwaliteit niet de reden is dat D66 op mijn shortlist staat. Maar als D66 als partij beslissingen neemt over vrijzinnigheid, de EU of directe democratie die afwijken van wat ik van die partij op z’n minst verwacht, dan schrap ik D66. Nieuwe partijen kunnen op m’n shortlist komen als ze de kenmerken vertonen die ik van een partij verwacht. Rechts-populistische of christen-democratische partijen zullen dat niet zijn omdat die voor mij de verkeerde kenmerken vertonen. Als op 15 maart 2017 geen enkele partij meer op mijn shortlist blijkt te staan, dan ga ik niet stemmen. Niet door een tekort aan politieke interesse, maar vermoedelijk door een teveel eraan.

Foto: Uitkijkposten aan boord van HMS Ashanti dat een Sovjet-convooi escorteert, maart 1942.

Women’s March wordt pas succes met een massaal politiek vervolg

with 2 comments

Het is onvoldoende om met elkaar te protesteren en daar een moreel gelijk aan te ontlenen. Dat is potsierlijk. Protest krijgt pas inhoud als het niet eenmalig maar blijvend is en in een doelgerichte politiek gegoten wordt. Velen hebben het gelijk aan hun kant als ze beweren dat de Amerikaanse president Donald Trump een dwaas en een egotripper is die zonder ervaring in het openbaar bestuur slecht is voorbereid op zijn nieuwe functie. Protest is nodig als startpunt voor politiek activisme. Maar als protest dreigt te ontaarden in het claimen van eigen gelijk dat niet verder nadenkt over het vervolg, dan heeft het weinig politieke invloed.

Het belang van de Women’s March ligt niet in de oppositie tegen Trump die zich zoals bekend niets gelegen laat liggen aan feiten en argumenten, maar in die tegen Hillary Clinton. Met haar medestanders trekt ze nog steeds aan de touwtjes binnen de Democratische partij (DNC). Dat maakt de progressieven ziedend die onder verwijzing naar de populariteit en peilingen tijdens de campagne van 2016 denken dat hun kandidaat Sanders Trump makkelijk had verslagen. Zodat de VS de schande van Trumps presidentschap bespaard was gebleven.

Activist Van Jones prikt door de protesten tegen Trump heen. De essentie van zijn woorden is dat de oppositie georganiseerd, niet neerbuigend en geloofwaardig moet zijn. Jones steunt de progressieve richting binnen de DNC die wordt vertegenwoordigd door de senatoren Bernie Sanders en Elizabeth Warren, en afgevaardigde en kandidaat-partijvoorzitter Keith Ellison. Jones probeert om strategische redenen de verschillen te overbruggen en vooral de kloof binnen de DNC te dichten. Als er een patstelling ontstaat tussen Clintoneske partijbonzen -die hun macht niet willen delen- en de Sandersiaanse massa, dan kan Trump geen echte pijn worden gedaan.

Uit een artikel in Politico blijkt dat het merendeel van de demonstranten aanhangers van Sanders was. Dat ligt in de lijn van de campagne van 2016 toen ze in grote getale partijbijeenkomsten van Sanders bezochten. Door een combinatie van manipulatie door de partijorganisatie, de tegenstand van de pro-Clinton media, maar ook gewoonweg een tekort aan steun legden ze het af tegen Clinton en het partijestablishment. Hoewel ze het meeste enthousiasme opbrengen en bereid zijn om met velen de straat op te gaan om te protesteren zijn ze gemarginaliseerd binnen de DNC. Niet dat ze noodzakelijkerwijs een minderheid binnen de partij vormen, maar establishment-Democraten die op hun beurt in de klem zitten van big money en daar een tegenprestatie voor moeten leveren zijn niet alleen niet bereid, maar ook niet bij machte hun macht af te staan. Waardoor het perspectief op revitalisatie van de DNC, progressieve standpunten en scherpe uitdaging van Trump afneemt.

De les voor Nederland is niet anders dan wat Van Jones beoogt. Overbruggen en doordenken. De gevestigde orde in de progressieve partijen heeft geen toekomst omdat het geen beweging weet op te wekken. In de beeldvorming valt het beeld niet weg te poetsen dat het partijkader vooral het eigenbelang dient. Het grijpen naar het verleden van de jaren ’70 -zoals PvdA-leider Lodewijk Asscher doet– maakt het extra pijnlijk. Het sluiten met elkaar van ‘progressieve pacten’ op deelterreinen zoals de arbeidsmarkt is onvoldoende. Als dat het beste is wat progressieve partijen in huis hebben, dan valt hun wereldvreemdheid en machteloosheid niet beter te illusteren. Slechts GroenLinks kan hopen op een beweging die de traditionele partijgrenzen te buiten gaat. Dan moet het verzoenen, de sociaal-economische paragrafen tot kern van het programma maken en keihard stelling nemen tegen rechts-populistische tendenzen in samenleving en politiek. En in de marketing zeker niet verwijzen naar de mooie woorden en het vrijblijvende vormspel van ex-president Barack Obama.

Asscher presenteert progressief pact voor meer vaste banen. SP en GL haken aan. Electoraal verstandig?

with 3 comments

ass

Er tekent zich een progressief pact aan ‘voor meer vaste banen’ tussen de PvdA, SP en GroenLinks. PvdA-leider Lodewijk Asscher zoekt er in het AD de publiciteit mee. Vroeger presenteerden deze partijen zich doorgaans als ‘links’, nu als ‘progresssief’. Dat wil zeggen dat ze niet de sociaal-economische, maar de politiek-culturele focus als het meest belangrijk willen presenteren. Het betreft een pact over een onderdeel van de arbeidsmarkt. Het is geen omvattend pact en kan daarom worden opgevat als ‘bij gebrek aan beter’.

Hoe zo’n losse samenwerking uitpakt op de kiezer is de vraag. Het hangt er mede vanaf hoe serieus het pact is en hoe centraal de drie partijen het in hun marketing zetten. Maar denkbaar is dat kiezers die twijfelen om op één van de drie partijen te stemmen afhaken vanwege animositeit jegens een van de twee andere partijen. Zoals een potentiële stemmer op GroenLinks die niks te maken wil hebben met de SP vanwege haar Europa-politiek die haaks staat op die van GroenLinks. Of een potentiële stemmer op de SP die niets te maken wil hebben met de ‘rechtse’ PvdA die een pilaar onder de gevestigde orde is.  De lachende derde zouden wel eens de partijen kunnen zijn die programmatisch aan deze drie partijen grenzen, zoals D66.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘Asscher wil links verbond voor meer vaste banen’ in het AD, 21 januari 2017.

List van Roemer voor een ‘progressief pact’ kan faliekant anders uitpakken

with 6 comments

partijcongres-34-of-1

Dat is schrikken, de SP wil niet in een kabinet met de VVD. Aldus partijleider Emile Roemer volgens een bericht in het AD. Vandaag houdt de SP een partijcongres in Tilburg waarop Roemer ‘oproept tot het sluiten van een progressief pact voor sociale verandering.’ Maar welke partijen daar volgens de SP toe moeten worden gerekend is onduidelijk. Zelfs als het niet-linkse D66 en de CU mee worden gerekend resteert met 36 zetels in de Eerste Kamer nog geen meerderheid voor ‘een progressief pact’ met SP, PvdD, PvdA, GL, D66 en CU. Om tot kabinetsvorming en een meerderheid in de Staten-Generaal te komen is deze strategie van de SP daarom een doodgeboren kindje. De marketing van de SP lijkt dan ook een ander doel te dienen: verkiezingswinst.

Maar de strategie van de SP kan ook totaal anders uitpakken en tot de uitsluiting van deze partij leiden. Dan jaagt het namelijk samen met de PVV en de populistische splinters op rechts de middenpartijen  VVD, PvdA, D66, CDA en GroenLinks naar elkaar. De verkiezingsstrijd gaat er dan om wie van deze vijf partijen afvalt. Het is voorstelbaar dat de partij afvalt met de minste zetels in de Tweede Kamer, de minste overeenstemming met de andere vier partijen en de meest vragende politieke leiders. Omdat in de Eerste Kamer PvdA (8 zetels) en GroenLinks (4 zetels) als enigen gemist kunnen worden voor een meerderheid resteert dan waarschijnlijk een vierpartijenkabinet VVD, CDA, D66, PvdA of VVD, CDA, D66, GroenLinks. In de peilingwijzer van december 2016 komt zo’n vierpartijenkabinet in de Tweede Kamer nog zo’n 10 zetels tekort voor een meerderheid.

Maar in de campagne kunnen vier van de vijf middenpartijen nog groeien. VVD kan met de sterke campaigner premier Mark Rutte stemmen wegsnoepen bij de PVV en uitkomen op 30 zetels en opnieuw de premier leveren. De PvdA met Lodewijk Asscher kan de aanval inzetten op de SP en zo het verwachte verlies beperken en uitkomen op 15-18 zetels. GroenLinks kan nieuwe en jonge kiezers motiveren te gaan stemmen en met 12-14 zetels haar beste resultaat ooit behalen. D66 en CDA kunnen hun uitslagen in de peilingen van rond de 15 zetels consolideren of nog licht verbeteren. Zo tekenen zich twee maanden voor de verkiezingen van 15 maart 2017 reeds de contouren van een nieuw kabinet aan. De partijen die niets forceren komen bij elkaar uit.

Foto: Partijcongres SP, 2010.

SP stelt vragen over subsidie aan MOA door college Utrecht. Toezegging aan raad verbiedt dit

leave a comment »

sp

In lijn met mijn kritiek op de brief van de Utrechtse wethouder Diepeveen over subsidie aan het MOA komt de SP met dezelfde kritiek. De SP wijst er in een bericht op dat het college zich niet aan haar woord houdt: ‘Het college heeft een paar maanden geleden nog toegezegd dat er geen geld meer naar het museum gaat, en ze gaan onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om het pand (deels) open te houden. Maar wat schetst mijn verbazing, ondanks deze toezegging gaat er komend jaar toch 32.500 euro naar MOA’. SP-raadslid Hilde Koelmans concludeert: ‘Geen subsidie is geen subsidie. Maakt niet uit welk label je het geeft of uit welk potje je het haalt.

Eerder antwoordde ik in reactie op de mededeling van SP-fractievoorzitter in de Utrechtse raad Tim Schipper dat zijn partij in de commissie Mens en Samenleving agendering voorbereidt over deze kwestie: ‘De brief van de wethouder roept in mijn ogen meer onduidelijkheid op dan het iets verklaart. Zoals de vraag waarom er geen concrete voorwaarden aan de huidige exploitant zijn gesteld. Er is nu geen besluit genomen, maar een noodverband aangebracht en een besluit doorgeschoven. Zo heeft het college weinig in handen om initiatief te nemen en kan de raad niet spijkerhard een besluit afdwingen bij de bespreking van de Voorjaarsnota. Het blijkt afhankelijk van de opstelling van het MOA. De voorwaarden die de wethouder naar buiten brengt zijn boterzacht en geven de raad weinig aangrijpingspunten om principiële besluiten te nemen. Het pragmatisme van de wethouder spant het paard achter de wagen.

Het idee dat nu over deze kwestie ontstaat is dat de wethouder en CZ achter de feiten lopen en hebben nagelaten deze zaak eind 2015 of in 2016 voor te bereiden en te anticiperen op wat nu gebeurt. De zwakke financiële positie van het MOA is college en raad immers al vanaf 2011 bekend. Het is in raadsdebatten talloze malen geconstateerd. Omdat wat nu gebeurt de notie van dwang en zelfs chantage in zich draagt -op een absurde manier gekoppeld aan de huuropbrengsten- ondermijnt de wethouder met zijn brief de geloofwaardigheid van en het vertrouwen in de politiek. En beschadigt hij het cultuurbeleid en het draagvlak ervan bij de Utrechtse bevolking.’

Er is zes jaar verloren. Hoewel het de verdienste is van Utrecht dat de casco-restaurautie succesvol verlopen is heeft het bij het zoeken van een exploitant duister en niet inzichtelijk geopereerd. Nooit heeft het Utrechtse college voor landhuis Oud Amelisweerd een openbare aanbesteding, pitch of serieuze consultatie gehouden. En de keuze die het uiteindelijk deed -of die het zich liet aanpraten- was (kunst)historisch onbegrijpelijk. Daarbij maakte het zich afhankelijk van een zwakke exploitant over wie al in 2011 in de openbaarheid werd gezegd dat die een slechte financiële positie had die exploitatie van het landhuis niet rechtvaardigde.

Het is de hoogste tijd dat het college op zoek gaat naar een nieuwe museale exploitant voor landhuis Oud Amelisweerd. Zolang het dat nalaat heeft de huidige exploitant een machtspositie en kan het eisen stellen. En blijft het college achter de feiten aanlopen en laat het zich met het oog op de derving van huuropbrengsten chanteren. De brief van wethouder Diepeveen sluit een nieuw noodverband eind 2017 niet uit. Daarmee laat hij na het initiatief in dit dossier naar zich toe te trekken. Het college moet nu krachtdadig handelen en uit de eigen schaduw treden. Het kan in een oriënterende fase in contact treden met betrokkenen zoals de Museumvereniging of de Universiteit Utrecht. Vooral moet het voorkomen niet de fout van 2010-2011 te herhalen en menen dat een oplossing achter de schermen bedisseld kan worden. Dit dossier schreeuwt  er al zes jaar om in de openbaarheid behandeld te worden. Het college moet niet handelen in strijd met zichzelf.

Foto: Schermafbeelding van bericht COLLEGE HOUDT ZICH NIET AAN EIGEN AFSPRAAK: TOCH WEER GELD NAAR MOA’ van de SP Utrecht, 27 december 2016.

Verkiezingsretoriek domineert debat over de ratificatie van de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne

with 4 comments

tpo

De grootste fout heeft premier Mark Rutte in de aanloop naar het Oekraïne-referendum gemaakt. Omdat het om een raadgevend referendum ging had hij aan zowel het publiek als de partijen in het parlement moeten toelichten dat de uitslag van het referendum één van de aspecten was die hij mee zou wegen in de overweging van het kabinet. De Wet Raadgevend Referendum geeft het kabinet die ruimte. Rutte liet dat na. Onder druk van partijen -vooral de PvdA- zei hij de uitslag te zullen volgen. Dat had hij niet moeten doen.

Zo ontstond een vewarrende situatie. Informeel zei premier Rutte de uitslag te volgen, maar formeel had hij de ruimte om de uitslag naast zich neer te leggen en andere belangen voorop te zetten. Zoals de toekomst van Nederland, de relatie met andere EU-lidstaten, de Europese veiligheidspolitiek en geopolitieke belangen in de relatie met de Russische Federatie.

Daarbij komt dat democratie op vele niveau’s speelt. Op binnenlands/ Nederlands niveau, op EU-niveau met 28 EU-lidstaten en op het niveau met een externe EU-partner Oekraïne. En in afgeleid daarvan ook nog eens in het diapositief van de Russische Federatie waar democratie en rechtsstaat steeds meer onder druk staan.

Nederland moet zwaarwegende redenen hebben om een associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne niet te ratificeren tegen 27 EU-lidstaten in die dat wel doen. Het kan de Nederlandse positie beschadigen. De afweging van het kabinet in tweede instantie is dat die zwaarwegende redenen ontbreken. Formeel is de uitslag van het Nederlandse referendum volgens het kabinet niet die zwaarwegende reden. Feitelijk maakt het kabinet de afweging of het kiest voor de binnenlandse of buitenlandse geloofwaardigheid van Nederland.

De opkomst bij het referendum lag met 32% net boven de opkomstdrempel van 30%. Als dan toch een uitslag moet doorwegen in het buitenlands beleid dan kan dat beter gebeuren bij de komende verkiezingen voor de Tweede Kamer. Met een opkomst in de laatste jaren van zo’n 75% is die stemming in het land meer dan twee keer zo representatief dan het referendum over Oekraïne. Strategische tegenstemmers bleven thuis in de verwachting er zo aan mee te helpen de opkomstdrempel van 30% niet te halen.

Niet ratificeren zou de positie verzwakken als Nederland als enige EU-lidstaat dwars zou blijven liggen. Men kan daarover van mening verschillen, maar onwettelijk, verraderlijk of een getuigenis van een slappe ruggegraat is die opstelling van het kabinet niet. Het is bovenal in tegenspraak met wat Rutte en andere bewindslieden voor het referendum zeiden en verzwakt het vertrouwen in de politiek. Maar dat slaat vooral terug op de VVD en de PvdA die in deze kwestie hun eigen public relations slecht hebben behartigd.

Nadeel van partijpolitiek is dat partijen hun eigen retoriek volgen en daar nog lijken in te gaan geloven ook. Hun sterkte is dat ze niet verder kijken dan hun neus lang is. Dat is tegelijk hun zwakte omdat het partijen gevangen houdt in eigen retoriek. Dit wordt extra op scherp gezet door electorale overwegingen. Partijen sorteren nu al voor voor de verkiezingen van de Tweede Kamer op 15 maart 2017. Ze staan in de file om hetzelfde te beweren. Elk roepen ze het hardst in de verwachting het best gehoord te worden door de kiezer.

Vanuit die verkiezingsretoriek is het begrijpelijk dat de PVV’er Harm Beertema stelt dat premier Rutte verraad heeft gepleegd. Maar het kabinet dat aan het roer van Nederland staat heeft een verantwoordelijkheid die verder gaat. Het is niet het belang van de EU dat Rutte en andere bewindslieden behartigen, maar het belang van Nederland. En het is evenmin het belang van hun politieke partij die de VVD’ers en PvdA’ers in het kabinet met hun opstelling over de ratificatie van de associatie-overeenkomst behartigen. Die waarheid dringt slecht door tot partijen als de PVV, SP, PvdD, VNL, CDA, CU en SGP die hun electorale positie voorop zetten. Vooral de gouvernementele confessionele CDA, CU en SGP komen hierdoor in conflict met hun eigen traditie.

Foto: Schermafbeelding van artikelOekraïnedebat – Mark Rutte heeft zijn meerderheid in Tweede- én Eerste Kamer’ op TPO, 20 december 2016.