George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘VVD

Maxima’s toespraak over Nederlandse identiteit opgerakeld door Canoy

leave a comment »

Een opvallende column van Marcel Canoy in Jalta die eerder verscheen in Sociale Vraagstukken. Aan de lijn van het betoog valt weinig af te dingen, maar toch klopt er iets niet aan. Canoy maakt het zich nodeloos ingewikkeld door naar Maxima te verwijzen die op 24 september 2007 een toespraak hield ‘bij de presentatie van het WRR-rapport Identificatie met Nederland, Den Haag’. De sleutelzin van die toespraak is ‘Nederland is veel te veelzijdig om in één cliché te vatten’. Maxima kreeg vanuit nationalistische hoek kritiek op deze  toespraak. Maar kritiek die verder keek zag dat Maxima niet werkelijk op zoek was naar nieuw inzicht, maar gewoonweg het ene door het andere cliché verving. Mijn commentaar op de column van Marcel Canoy:

Maxima zei in 2007 bij de presentatie van het rapport ‘Identificatie met Nederland’ ook dat de Nederlandse identiteit niet bestond. Een boute uitspraak -evenals de uitspraak dat de Nederlander niet bestaat- omdat het instrumenten om te onderscheiden en te verklaren bij voorbaat weggeeft. Uiteraard bestaat er geen onveranderlijke Nederlandse identiteit waar als in een mal alle Nederlanders passen. Niemand met enig historisch besef over de Republiek en het Koninkrijk der Nederlanden zal dat met enige onderbouwing kunnen zeggen. Door Nederland zijn talloze migranten gekomen die Nederland mede veranderd hebben, maar er tegelijkertijd ook door veranderd zijn. Om dat laatste proces gaat het. Dat geeft Maxima weg.

Want het andere uiterste dat Maxima in 2007 door adviseurs als Pauline Meurs ingefluisterd kreeg was dat er geen Nederlandse identiteit bestaat. Maxima ging daarin te ver en overspeelde haar hand. Ze had beter kunnen zeggen dat er geen vastomlijnde, onveranderlijke Nederlandse identiteit bestaat, maar dat Nederland en de Nederlanders zich wel manifesteren op een aantal kenmerken dat de identiteit onderscheidend maakt. Binnen bepaalde grenzen. Marcel Canoy schrijft een mooi betoog waarmee men het alleen maar eens kan zijn. Het is jammer dat hij het ontsiert door zijn verwijzing naar een onhandige uitspraak van een zoekende Maxima  in 2007. Waarom hij de episode oprakelt die Maxima beschadigt is het grote raadsel van zijn analyse.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelMAXIMA HEEFT GELIJK: DÉ NEDERLANDER BESTAAT NIET’ van Marcel Canoy, 28 april 2017 in Jalta.

Forum voor Democratie steunt pro-Erdogan motie van DENK

with 7 comments

De gevestigde politiek valt heen over een motie van Denk om de banden met Erdogan aan te halen. Dat tegen de achtergrond van een voorlopige conclusie van de OVSE die onregelmatigheden en manipulatie constateert bij het Turkse referendum. De enige partij die de motie van DENK steunde was de andere nieuwkomer Forum voor Democratie. Het argument dat fractievoorzitter Baudet ervoor geeft is opvallend en in tegenspraak met het beleid van deze partij om de EU op te breken en te streven naar de natiestaat. Hij zegt: ‘We zijn ervoor om normaal om te gaan met alle landen in de wereld. Nederland is een heel klein land, we zijn afhankelijk van handelsstromen … dat soort zaken. In de internationale politiek moet je niet op zoek zijn naar vrienden, maar gewoon naar belangen’. Nederland is een heel klein land dat afhankelijk is van anderen en het dus nooit in z’n eentje kan rooien. Goed dat Baudet het zelf zegt, hoewel het de vraag is of hij echt begrijpt wat hij echt zegt.

Saillant is dat het rechts-nationalistische DDS dat doorgaans verslag doet van elke uitlating van Baudet hier geen aandacht aan besteedde. Aan denkfouten wil niemand de vingers branden. Er zijn grenzen aan de gekte.

Thierry Baudet is niet oprecht in zijn kritiek op hedendaagse kunst. Rechtse media lusten pap van zijn kooigevecht tegen ‘de kunst’

with 7 comments

Het wordt vermoeiend en voorspelbaar. Thierry Baudet van het rechts-nationalistische Forum voor Democratie met adrenalinestoten in de versnelling. En rechtse media als DDS, TPO of De Telegraaf die van elke zucht van hem vervolgens verslag doen. Baudet raast door en laat zijn gesprekspartner niet aan het woord. Nu weer voor de EO-radio over hedendaagse kunst. Waarvan hij in een NRC-artikel  eerder heeft gezegd die af te wijzen omdat het ‘symptomen zijn van een ziekelijke afkeer van het thuis.’ Hij noemt het ‘moderne kunst’. Het gaat Baudet dus helemaal niet om de richting die de hedendaagse kunst neemt. Hij wijst op politieke gronden alle hedendaagse kunst af. Het zou eerlijk zijn als hij dat zei, maar dat zegt hij niet in het debat voor de EO-radio.

Wat Baudet zegt is aantoonbare onzin en toont z’n gebrek aan kennis van de moderne en hedendaagse kunst. Hij haalt alles door elkaar. Zijn verwijzing naar het abstracte expresssionisme of het abstract-expressionisme -de stroming van schilders als Jackson Pollock en Willem de Kooning- slaat de plank mis en toont juist het omgekeerde aan wat wat hij meent te zeggen. Die stroming is het juist te doen om de materie, de expressie van de verf en de kleur en heeft hoegenaamd niets te maken met verwijzingen naar de werkelijkheid.

Baudet heeft te weinig verstand van kunst om er samenhangend en verstandig over te kunnen praten. De steeds weer terugkerende fout van Baudet is niet zijn onkunde, maar zijn zelfoverschatting. Hij denkt zich niet te hoeven beperken, maar dat is een groot misverstand waarmee hij zichzelf telkens weer voor gek zet.

Daarnaast is het ongepast voor een partijpoliticus om zich onder verwijzing naar specifieke gevallen met de inhoud van kunst bezig te houden. Zoals het tentoonstellingsbeleid van musea. Een volksvertegenwoordiger moet zich verre van de inhoud van kunst houden en zich beperken tot het scheppen van de voorwaarden. Baudet is pas sinds kort volksvertegenwoordiger en moet blijkbaar nog wennen aan zijn nieuwe rol. Hij moet leren om zich niet te mengen in het inhoudelijk debat over wat passende kunst is. In zijn ogen. Daar hebben politici verre van te blijven. Ze gaan over politiek, maar niet over de inhoud van kunst. Of religie of de omroep.

Ieder zijn smaak. Realisten of fijnschilders als Wim Heldens, Henk Helmantel, Peter van Poppel of Rob de Lange zijn opgenomen in de collecties van Nederlandse musea en worden niet genegeerd zoals Baudet suggereert. Zo kocht het Groninger Museum in 2014 enkele werken van Helmantel. Veel getalenteerde conceptuele of post-postmodernistische kunstenaars krijgen trouwens evenmin grote tentoonstellingen of aankopen in Nederlandse kunstmusea. De middelen zijn nu eenmaal schaars. Niet in het minst door de invloed van de rechts-nationalistische partijen als VVD en PVV die sinds 2011 buitenproportioneel hebben gekort op het cultuurbudget. Met als direct gevolg dat kunstmusea nu moeten schipperen met hun middelen.

Kunst heeft een maatschappelijke functie en opereert vanuit die rol. Als kunst die rol niet inneemt is kunst geen kunst meer. Maar versiering of behang. Of onderdeel van staatspropaganda. Kunst scherpt aan en stelt het vanzelfsprekende ter discussie. Per definitie tornt kunst aan de gevestigde orde en spiegelt daar kritisch op. Net als religie stelt kunst vragen over het wezen, het bestaan, de werkelijkheid, de zin van het leven en de samenleving. Het is onzin om te veronderstellen dat kunst ‘links’ is en er geen ‘rechtse’ kunst bestaat. Kunst is niet links of rechts, maar schopt tegen het vanzelfsprekende. Of de gevestigde orde nou links of rechts is. Musea doen daar verslag van en bieden als bemiddelaar ruimte aan kunst die de eigen tijd weerspiegelt.

De sociaal-realistische kunst van de Sovjet-Unie die in de realistische vorm in de buurt komt van wat Baudet passende kunst vindt was links-conservatieve kunst die vanwege staatswege was bedoeld om de gevestigde, communistische orde te ondersteunen. Daardoor werd in de Sovjet-Unie de levendige en kwalitatief hoogstaande avant-garde in de vroege jaren’ 30 (vdve) wegens ‘formalisme’ door de opvolgers van Lenin in de ban gedaan. Dat betrof kunstenaars zoals Alexander Rodchenko, Vsevolod Meyerhold, Dziga Vertov of Kazimir Malevich. Zelfs iconen als Sergei Eisenstein of Dmitri Sjostakovitsj werden geknecht in hun artisticiteit.

Kunst die in dienst van de politiek staat en daar niet op kan en mag reageren is bloedeloos en kan niet de maatschappelijke rol van kunst spelen. Dat soort kunst wordt een bevestiging van de bestaande orde en is geknecht en gedomesticeerd. Kunst die ondergeschikt is aan de politiek, de bestaande orde of de geldende smaak van de burgerij is ten dode opgeschreven. Van de andere kant zouden politici die de lenigheid van geest missen om de maatschappelijke rol van kunst te accepteren moeten nadenken over hun eigen rol.

Foto: Schermafbeelding van nieuwsitem online De Telegraaf, 4 april 2017.

Stedelijk Museum krijgt uit rechtse hoek verwijt propaganda te bedrijven met presentaties over migratie

with 7 comments

Het Stedelijk Museum besteedt het komende jaar in een reeks kleine prestaties aandacht aan migratie. Daar komt kritiek op van rechtse media zoals Elsevier of TPO. Het verwijt is dat het museum eenzijdig bezig is en propaganda zou bedrijven. En zelfs stelling zou nemen tegen het populisme. Maar hoe terecht is dat verwijt? Annabel Nanninga reageert in een opinie-artikel voor TPO en schuwt de grote woorden en verwijten niet. Zie ook een artikel van Marjolijn de Cocq en Maxime Smit van 1 april 2017 in Het Parool.

Sleutelzin waar deze rechtse publicisten zich aan lijken te storen is het slot van het citaat van Bram Hahn ‘de gedachten van het publiek bij te sturen – daar is een woord voor: propaganda.’ Het verwijt dat ze maken is dus eenzijdige communicatie. Klopt dat of is die conclusie te kort door de bocht? Overheden, politici en media zijn continu bezig om de gedachten van het publiek bij te sturen. TPO en Elsevier zijn daar goede voorbeelden van. Dat gebeurt door het sturen van gedrag (‘nudging’) en van opinies. Propaganda heeft altijd de intentie om met een beroep op de publieke opinie aanhangers voor een standpunt te winnen. Dat is bij het Stedelijk Museum echter niet aan de orde. Ten eerste omdat het een half-gesloten omgeving is waarvoor toegang betaald moet worden en geen beroep wordt gedaan op ‘de publieke opinie’. Ten tweede omdat de bezoekers die er doorgaans komen niet overtuigd moeten worden, maar al overtuigd zijn van het nut van migratie.

Los van het er aan de haren bijgesleept verwijt van propaganda raakt de kritiek van Hahn en Nanninga aan een interessanter aspect. Namelijk de vraag naar de functie van kunst en in het verlengde daarvan de functie van een kunstmuseum. Moet kunst midden in de samenleving staan en heeft het een maatschappelijke rol te spelen door zich politiek te uiten? Of moet kunst zich onderhorig maken aan de politiek? Het is het verschil tussen kunst die bijt en kunst die tandeloos is. Hahn en Nanninga pleiten voor tandeloze kunst die de politiek volgt. Waarschijnlijk beredeneren ze dat vanuit hun partijpolitieke opstelling. Dit in navolging van politici van PVV en VVD die de kunstsector vol minachting als een links reservaat zien dat zich onttrekt aan disciplinering en beteugeling en daarom financieel gekort, geknecht en getemd moet worden. Mijn reactie op TPO:

De framing ‘activistische dramgalerie’ van een activistische drammer is potsierlijk.

Kunst en politiek zijn verbonden. Kunst zonder politiek is levenloos en politiek zonder kunst heeft geen adem. Ze zijn dus eenmaal met elkaar verbonden. Het gaat er niet om dat ze verbonden zijn, maar hoe ze verbonden zijn. Daarop kan kritiek klinken. Maar niet op het feit dat er wisselwerking tussen kunst en politiek is.

Nanninga komt niet aan inhoudelijke kritiek toe. Ze verwijst naar een citaat dat het over propaganda heeft en laat het daarbij. Met als uitsmijter een verwijzing naar de persoon Ruf. Het is een gemiste kans om inhoudelijke kritiek te uiten met een onderbouwd betoog. Nanninga laat het afweten.

Het Stedelijk Museum besteedt in twee zaaltjes aandacht aan het onderwerp. Tamelijk bescheiden. Kunst die in de eigen tijd staat reflecteert altijd op de samenleving. Kunst houdt ons een spiegel voor. Kunst scherpt aan. Dat is de functie van kunst. En het is de rol van een museum om daar verslag van te doen en dat te tonen. Kunst die dat niet doet is geen knip voor de neus waard. Een museum dat dat nalaat verandert in een graf. Dat is de dood in de pot van het museum. En van de hedendaagse kunst.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBonusquote, moeilijkebril-editie: propaganda van uw geld in het Amsterdamse Stedelijk Museum’ van Annabel Nanninga voor TPO, 2 april 2017.

Evaluatie bevestigt opnieuw mislukking van F35-programma. Agendeert GroenLinks deze kritiek in informatiebesprekingen?

leave a comment »

Aan de hand van het laatste jaarrapport van de inmiddels gepensioneerde Michael Gilmore, als Director of Operational Test and Evaluation zet Dan Grazier voor War is Boring in een overzicht de kwaliteiten van de JSF (F-35) op een rijtje. Hij concludeert dat het F-35-programma een nationale ramp is die nodig grondig moet worden geëvalueerd. Vragen moeten niet aan generaals of bestuurders gesteld worden omdat ze er belang bij hebben dat het programma wordt voortgezet. Ze hebben geen prikkel om de harde waarheid over de mislukking te openbaren (‘no incentive to tell the hard truth because they have a vested financial interest in making sure the program survives — regardless of capability’). Het debat over de F-35 moet breder en opener.

De politiek moet op zoek naar tegengeluid zodat het hele verhaal wordt verteld. In Nederland kan GroenLinks ervoor zorgen dat niet de pro-JSF lobby van VVD en CDA -vertegenwoordigd door communicatieadviesbureau Hill & Knowlton- alleen bepaalt hoe het defensiebudget wordt besteed. In september 2013 kwam toenmalig leider Bram van Ojik van GroenLinks met een petitie die ‘nee‘ tegen de JSF zei. Als de partij dat nog steeds vindt -en durft!- kan het dit standpunt in de besprekingen met informateur Edith Schippers agenderen.

Het is absurd dat in tijden waarin de Russische krijgsmacht als bedreigend wordt ervaren zo onverantwoord wordt omgesprongen met het defensiebudget. De JSF is te weinig waar voor te veel geld. En nog steeds een met veel onduidelijkheden omgeven eindproduct. Hoewel uitgaven aan de Amerikaanse wapenindustrie het Witte Huis tevreden zal stellen. Maar dat aspect gaat voorbij aan de beste verdediging van Nederland en West-Europa tegen Russische agressie. In november 2015 zei toenmalig presidentskandidaat Donald Trump in een verwarrend interview dat hij twijfels over de F-35 had. In 2013 maakte minister Hennis van Defensie bekend dat Nederland 37 JSF-toestellen aanschaft voor 14,6 miljard euro. Ondanks een meerderheid in de Tweede Kamer die in 2012 in een motie een streep door de JSF zette. CDA-minister en JSF-voorstander Hans Hillen manipuleerde in dat jaar de Algemene Rekenkamer met het door hem ‘bestelde’ rapport ‘Uitstapkosten Joint Strike Fighter’. In 2019 volgt een eindrapport met conclusies. De omgekeerde wereld van de wapenindustrie.

Een verslag van het Piet Zwart Instituut met misverstanden: ‘Vrije kunst en het niet bestaande normaal van Mark Rutte…’

with 9 comments

Allerlei begrippen duikelen in een verslag van het Piet Zwart Instituut in Rotterdam over elkaar heen en worden vermengd. Het betreft het tijdens een symposium gepresenteerde project ‘The Art of Looking’. Maar onderdrukking is nog geen racisme, evenmin als culturele hegemonie onderdrukking is. Dat is jammer want het onderwerp van de suprematie van de leidende culturele groep binnen een samenleving en de doorwerking daarvan in de kunstsector is belangwekkend genoeg om het op academies hoog op de agenda te zetten. Dan echter wel met fijnzinnigheid en zonder makkelijke oordelen. Liever vanuit de bewustwording van studenten, dan vanuit een politieke strijd die vanuit Amerikaanse universiteiten naar Nederland wordt geëxporteerd om aan de Noordzee dunnetjes over te worden gedaan. Ter rechtvaardiging kan opgemerkt worden dat een academie geen universiteit met wetenschappelijke pretentie is. Dat is de valkuil om gemakzuchtig in te vallen.

De kwestie Dana Schutz en de Whitney Biennial is er een duidelijk voorbeeld hoe politieke correctheid de Amerikaanse kunstwereld in haar greep kan krijgen. Daar kunnen Nederlandse kunstacademies beter niet in meegaan, hoewel het risico bestaat dat dat onder leiding van buitenlandse (gast)docenten met een niet perfect beeld van de Nederlandse samenleving toch gebeurt. Nederland is echter geen VS, en het verschil in positie van Amerikaanse etnische minderheden is onvergelijkbaar met die van Nederlandse etnische minderheden.

Het verslag verwijst naar premier Mark Rutte en zijn brief over hufterigheid van 22 januari 2017 die stelt dat gewone Nederlanders geen racisten zijn. Erin zei hij: ‘We voelen een groeiend ongemak wanneer mensen onze vrijheid misbruiken om hier de boel te verstieren, terwijl ze juist naar ons land zijn gekomen voor die vrijheid. Mensen die zich niet willen aanpassen, afgeven op onze gewoontes en onze waarden afwijzen. Die homo’s lastigvallen, vrouwen in korte rokjes uitjouwen of gewone Nederlanders uitmaken voor racisten. Ik begrijp heel goed dat mensen denken: als je ons land zo fundamenteel afwijst, heb ik liever dat je weggaat.’ De brief kreeg kritiek, ook op dit blog, maar erin zegt Rutte niet dat gewone Nederlanders geen racisten kunnen zijn. Hij wijst de beschuldiging van de hand dat ze racisten genoemd worden omdat ze voor zichzelf opkomen.

Het verslag eindigt als volgt: ‘Wie is normaal? Mensen zijn verschillend, er bestaat geen normaal. Ook niet in art making.’ Het is te makkelijk om te zeggen dat er in de politiek geen normaal bestaat. Want het gaat niet over psychologisering van individuen, maar over individuen die met elkaar de samenleving vormen en politiek bedrijven. Het jaar van de Brexit, de verkiezing van Trump, beschuldigingen van de Turkse president Erdogan aan Europa, en de Russische inmenging in verkiezingen in de VS en Europa heeft de ‘normale’ politiek behoorlijk door elkaar geschud. Dat speelt zich niet af op het niveau van verschil in beleid tussen politieke partijen, maar op een filosofisch niveau dat waarheid, objectieve journalistiek en feiten ter discussie stelt.

Het normaal is in de opvatting van Rutte en andere westerse politici niet het verkiezen van liberalisme boven conservatisme, socialisme of andere politieke stromingen, maar de keuze voor de zogenaamde liberale democratie waarin politieke partijen hun machtsstrijd uitvechten zonder dat het politieke systeem zelf te discussie wordt gesteld. Omdat Rutte dit in de gewraakte brief halfslachtig toelichtte wachtte hem de terechte kritiek dat hij te weinig afstand nam van het populisme. Rutte’s fout was niet dat hij namens de VVD een verkeerd standpunt innam, maar vanuit opportunisme niet voldoende afgrensde wat hij principieel afwees.

Foto: Deel van verslag ‘Vrije kunst en het niet bestaande normaal van Mark Rutte…’ van Jos van Nierop, 30 maart 2017.

Wilders winnaar of verliezer? Op de vraag of het populisme definitief verslagen is zijn vele antwoorden mogelijk

with one comment

De Nederlandse verkiezingen voor de Tweede Kamer hielden afgelopen week de hele wereld bezig. Er bestond overeenstemming over het antwoord op de vraag of het rechts-populisme van PVV’er Geert Wilders was doorgebroken. Dat was niet gebeurd. Maar de vraag of het populisme nu definitief verslagen is wordt verschillend beantwoord. De Chinese staatszender CGTN kiest een enerzijds-anderzijds benadering. Sommige analisten wijzen erop dat Wilders ondanks een perfecte storm (Brexit, Trump, Oekraïne-referendum, Erdogan) niet heeft kunnen profiteren en dat daarom zijn doorbraak in de toekomst minder waarschijnlijk is geworden. Andere analisten kiezen weer een andere benadering door te zeggen dat ze menen dat het populisme niet bij radicaal-rechts (PVV) en extreem-rechts (FvD) is doorgebroken, maar bij gematigd-rechts (VVD en CDA).

Radicaal-rechts is niet verder gekomen dan 15%. Met echt populisme is niets fout. PvdA’er Wouter Bos brak daar in 2005 een lans voor in de Johan de Wittlezing. Volgens Bos was een beetje populisme goed voor de democratie. Het maakt politici immers grijpbaar en menselijk. De personalisering van de politiek maakt deze boeiender en aantrekkelijker. Politiek functioneert pas optimaal als vorm en vent (of vrouw) samengaan. Maar ze behoren in evenwicht te zijn. Uit Bos’ woorden blijkt dat inhoud die slecht verwoord wordt niet overkomt. En dat goede verwoording zonder inhoud tot niks leidt. Vermoedelijk doelde premier Rutte op dat deels dichten van de kloof tussen politiek en burger door zijn onderscheid tussen goed en verkeerd populisme. Het populisme van Trump of Wilders is in werkelijkheid trouwens geen populisme, maar pseudo-populisme. Wilders wil de kloof met de burger helemaal niet dichten, maar die burger voor zijn karretje spannen.

Hoe dan ook heeft Wilders zijn leidende positie in de peilingen van 30 tot 35 zetels niet waar kunnen maken. Op radicaal-rechtse partijen heeft slechts 15% van de bevolking een stem uitgebracht. Dat is de winst van de verkiezingen en tekent de stabiliteit van Nederland en het verstand van de Nederlandse bevolking. Nederland is coalitieland met een politiek van geven en nemen. Niet van overrompelen en overbluffen. Uit internationale onderzoeken blijkt dat Nederland vergeleken met andere landen gunstig scoort op het gebied van rechtsstaat, persvrijheid, welzijn, geluk, corruptie of inkomensgelijkheid (Gini-coëfficiënt). Dat op een grote hoop vegen door radicaal-rechts via een omweg gelijk te stellen aan rechts of zelfs centrum-links is onterecht.

De budgetvoorstellen aan het congres die de Amerikaanse president Trump afgelopen week deed geven aan wat echt populisme is dat zich door alternatieve-rechtse ideologie laat voeren. Hij kwam met een begroting die het bedrijfsleven bedient. Dat is in de Nederlandse verhoudingen ondenkbaar. Trump stelde voor om de subsidie van The National Endowment for the Arts en de publieke omroep PBO volledig af te schaffen. Dat is de echte kaalslag, dat is de bijl aan de wortels van de overlegsamenleving die elke doelgroep min of meer evenwichtig bedient. Populisme zet bevolkingsgroepen tegen elkaar op. Dat is het populisme dat kunst en journalistiek bij het grof vuil wil zetten. Wie het verschil niet ziet tussen conservatieve politiek die de belangen van de beter gesitueerden bedient en hedendaagse populisten die begrippen als waarheid, feit en volk willen ondermijnen, elke politieke discussie willen ontregelen en het politieke bestel zelf omver willen gooien om buiten de politiek om hun belangen te dienen bestrijdt het populisme niet, maar praat het naar de mond.

Het populisme van Trump, Marine Le Pen of Wilders streeft naar de ontmanteling van de wereldorde. Met als slecht uitgewerkt en praktisch onhaalbaar doel de vestiging van de natiestaat. Die ontmanteling raakt direct aan de nationale veiligheid van Nederland en het voortbestaan van Europese landen. Dat is van een andere orde dan een uit politiek opportunisme retorisch populisme van VVD en CDA dat zich niet in daden vertaalt doordat het binnen de rechtsstaat blijft. Uiteraard schuift het politieke landschap soms naar links of naar rechts. Dat is een pendule die heen en weer slaat en het politiek bestel zelf niet echt raakt. Op actie volgt altijd reactie. Nederland is nog steeds een redelijk welvarend en egalitair land. Het populisme van Trump of Wilders is anders en probeert onze samenleving in de kern te veranderen door de rechtsstatelijkheid en democratische weerbaarheid ervan te vernietigen. Daar is uiteindelijk geen antwoord op. Dat is de echte zorg.