George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘VVD

D66 Rotterdam probeert Jos Verveen uit fractie te zetten. Heeft coalitie nog een meerderheid?

with 5 comments

Een soap met grote gevolgen. Het Rotterdamse raadslid voor D66 Jos Verveen is door vijf fractiegenoten uit de fractie gezet. Maar Verveen accepteert dit niet en laat zich niet uit D66 zetten. Hij gaat in de tegenaanval en meent dat zijn fractiegenoten onzorgvuldig de procedures hebben gevolgd en zichzelf uit de fractie hebben gezet. Omdat elke stem telt in een coalitie van Leefbaar Rotterdam (14), D66 (6) en CDA (3) met 23 van de 45 zetels dreigt als het aan de fractieleiding van D66 ligt de coalitie haar meerderheid te verliezen. Op 21 maart 2018 zijn de volgende gemeenteraadsverkiezingen. Verveen is eerder op plek 12 van de lijst van D66 gezet.

Hoe het zover heeft kunnen komen is de vraag. In een interview met RTV Rijnmond van 24 november wijst Verveen op een verschil in stijl. Het interview in AD dat door de fractieleiding nu tegen hem wordt gebruikt heeft de veelzeggende kop ‘Fractie van D66 is te volgzaam’. Er lijken twee ontwikkelingen in deze kwestie samen te komen. D66 is licht elitair en op sociaal-economisch terrein als een VVD-light opgeschoven naar rechts. Daarnaast geeft het geen prioriteit meer aan de kroonjuwelen van de staatshervorming. Ooit de reden waarom de partij is opgericht. Wat is dan nog de bestaansrecht van deze partij? Die weggezakte profilering trekt kandidaat-raadsleden die de politiek als spel zien en te weinig de verbinding met de realiteit leggen. Iets wat Verveen wel zegt te doen. Verder is er de coalitiediscipline en fractiedwang die de hele politiek in haar greep heeft. Individualisten die een eigenzinnig geluid laten horen hebben in de Nederlandse politiek steeds minder te zoeken. Verveen maakt om dit toe te lichten een verschil tussen coalitieafspraken waaraan hij zich altijd zegt te hebben gehouden en de vrije ruimte die hij benut om zijn eigen standpunten weer te geven.

Het lijkt erop dat de Rotterdamse D66 in de coalitie met Leefbaar Rotterdam naar rechts is getrokken en Jos Verveen die lijn niet heeft gevolgd. Of dat een kwestie van volgzaamheid, verschil in stijl, beleid of gebrek aan transparantie is valt te bezien. De wetmatigheid is dat kleinere partijen altijd het onderspit delven. Dat is een spanningsveld dat geldt voor alle colleges. Maar als dat niet alleen ten koste gaat van het eigen beleid, maar ook van eigen durf, ambitie en zelfvertrouwen, dan gaat machtspolitiek versluierd over in pathologie.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelFractie van D66 is te volgzaam’ van Monica Beek en Antti Liukku in AD, 22 november 2017.

Advertenties

Wat vraagt de stelling van peil.nl ‘Ik denk dat de Russen op internet bezig zijn met ondergraven van onze democratie’ nou echt?

leave a comment »

Het opinieonderzoek ‘De Stemming van 19 november 2017’ van peil.nl vraagt onder meer naar de mening over nepnieuws. Ook de stelling ‘Ik denk dat de Russen op internet bezig zijn met ondergraven van onze democratie’ wordt gepeild. Methodologisch is het een onscherpe, samengestelde vraag die twee stellingen verenigt: ‘Ik denk dat de Russen actief zijn op internet met het verspreiden van nepnieuws’ en ‘Ik denk dat de Russen bezig zijn onze democratie te ondergraven’. Daarbij laat de stelling de activiteit van de Russen op sociale media (onder meer Facebook, Twitter) ongenoemd. Internet en sociale media zijn niet identiek. Wat met ‘de Russen’ wordt bedoeld maakt de stelling evenmin duidelijk. Of hiermee Russische hackers (Fancy Bear, Guccifer 2.0), een Russische ‘troll fabriek’ als het in St.Petersburg gevestigde Internet Research Agency (IRA), Russische inlichtingendiensten (FSB, GRU), de Russische regering (onder meer minister van Defensie Sergei Shoygu) of de Russische politieke leiding (president Putin) wordt bedoeld wordt niet omschreven.

Uitgesplitst naar partijvoorkeur blijkt de volgende volgorde van mensen die de stelling afwijzen: SP, FvD, PVV, 50Plus, D66, VVD, CDA, GroenLinks, PvdA. Geen verrassende uitkomst, met echter wel twee opvallende accenten. Radicale partijen aan de linkerkant (SP) en de rechterkant (FvD, PVV) van het politieke centrum zijn het meest afwijzend. Opvallend is wel dat kiezers op GroenLinks en de PvdA de stelling het meest afwijzen, en niet die op CDA of D66. In Duitsland is de achterban van de SPD, de zusterpartij van de sociaal-democraten veel minder kritisch op het opereren van ‘de Russen’ en het verspreiden van nepnieuws. De relatief lage score van de kiezers op D66 wekt het meeste verbazing en lijkt het meeste af te wijken van de verwachting.

In feite is de stelling een vraag naar de mate waarin mensen geïnformeerd zijn. Hoe kritisch volgen ze het nieuws en op welke bronnen baseren ze zich? Want het staat onomstotelijk vast dat ‘de Russen’ de afgelopen jaren op grote schaal nepnieuws hebben gebruikt om de westerse democratieën te ondergraven. Een recent rapport van de Atlantic Council constateert dat voor Italië, Griekenland en Spanje. Een rapport van onderzoekers van de University of Edinburgh zegt dat 419 accounts van het Russische Internet Research Agency (IRA) (de troll fabriek) probeerden de Britse politiek en de uitslag van de Brexit te beïnvloeden. Over de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 buitelen de rapporten van overheidsdiensten, congres en het bedrijfsleven die de inmenging van ‘de Russen’ vaststellen over elkaar heen. Zoals een rapport van Google.

Bij nader inzien is daarom niet duidelijk wat het bevragen van de stelling ‘Ik denk dat de Russen op internet bezig zijn met ondergraven van onze democratie’ door peil.nl beoogt. Dat ‘de Russen’ nepnieuws verspreiden via sociale media en internet staat onomstotelijk vast. Er bestaat ook weinig twijfel over waarom ze dit doen. Dat is om verdeeldheid in westerse democratieën te zaaien en het idee van ‘de waarheid’ te ondermijnen. Zo lijkt uiteindelijk de stelling iets anders te vragen dan het eerst leek. Het gaat niet om Russische ondergraving van ‘onze democratie’ maar over de mate waarin kiezers geïnformeerd zijn en aangeven overtuigd te zijn. Voor het kabinetsbeleid is het een slecht teken dat de achterban van de partijen die het meest kritisch zijn op de Russische ondermijning van onze democratie buiten het kabinet zijn gebleven: PvdA en GroenLinks.

Foto: Schermafbeelding met uitkomsten van opinieonderzoek over ‘Stelli(n)gen over het onderwerp “nepnieuws”’ door peil.nl in ‘De Stemming van 19 november 2017’.

Een eenzijdige opinie van Derk Jan Eppink over Trump en de media

with one comment

Derk Jan Eppink is een Nederlands journalist die in New York woont. Bij de Europese verkiezingen was hij lijstduwer voor de VVD. In een opinie-artikel in de Volkskrant neemt hij de talking points van rechts over. Dat gebrek aan nuancering en eigen mening is opvallend. Eppink laat zich voor een karretje spannen. Over deze opinie is jammergenoeg geen debat mogelijk op de pagina’s van de Volkskrant. Dat bevordert de tweedeling in de beeldvorming. Daarom deze reactie omdat de opinie van Eppink niet onbeantwoord kan blijven.

Eppink meent dat de media de verliezers zijn van een jaar Trump. Hij verwijt dat ze eenzijdig zijn, zich teveel anti-Trump opstellen en zelfs ‘hysterisch’ zouden zijn over hem. Hierbij gaat Eppink voorbij aan de negatieve opstelling van Trump tegenover de media (‘fake news’) die hij al tijdens de campagne van 2016 gebruikte om zijn basis tegen het establishment op te zetten. Dat was dus ruim voordat de media zich teweer gingen stellen tegenover Trump. Het is andersom, door de steun van gevestigde media die hem miljarden aan free publicity gaf, heeft Trump de Republikeinse nominatie kunnen verzilveren. Illustratief is de opstelling van het MSNBC-programma ‘Morning Joe’ dat in 2016 als kritiekloos doorgeefluik voor Trumps opinies diende voordat de programmamakers Joe Scarborough en Mika Brzezinski pas in 2017 met hun kritiek op Trump kwamen toen ze vonden dat hij de rede voorbijging. Ondermeer door zijn kritiek op de media. Die overigens met onthulling op onthulling komen. Eppink die de kritiek op Trump reduceert tot ‘Progressief Amerika’ moffelt hierbij weg dat een voormalige Republikeinse afgevaardigde als Scarborough en andere gematigde of traditioneel-conservatieve Republikeinen als Bill Kristol evenzeer kritiek hebben op Trumps houding tegenover de media.

Eppink onderbouwt zijn aanval op de media door een citaat van de Democratische oud-president Carter in een artikel van Maureen Dowd in The New York Times: ‘De media zijn harder voor Trump dan voor enige andere president die ik heb meegemaakt’. Eppink laat na om dat in een context te plaatsen. Jimmy Carter hoopt op een bemiddelingsrol in de kwestie Noord-Korea en is daarvoor afhankelijk van Trump. Op andere aspecten zoals de verbindende rol van de president is Carter overigens kritisch op Trump. En Eppink laat de essentie ongenoemd, namelijk dat Trump harder en vijandiger is voor de gevestigde media dan enige andere president in de moderne geschiedenis. Het is een kwestie van oorzaak en gevolg, waarbij Eppink de oorzaak achterwege laat. Dat leidt tot een merkwaardige selectieve opinie waarvan het een raadsel is waarom de Volkskrant het plaatst of geen ruimte voor kritiek erop laat om Eppink per omgaande van een weerwoord te kunnen dienen.

Het is een breed gedragen constatering dat de Democratische partij (DNC) er bijna even slecht aan toe is als de Republikeinse partij (RNC). Beide partijen hebben de verkiezingen van precies een jaar geleden nog steeds niet goed verwerkt. Dat wordt gecompliceerd door de Rusland-onderzoeken van speciale aanklager Robert Mueller (sinds 17 mei 2017) en het congres. Ze zijn nog niet afgerond en vooral Mueller komt pas op stoom. Ze laten nog in het midden of de inmenging van het Kremlin op sociale media en de (poging tot) inbraak van Russische hackers in de electorale systemen in 39 staten Trump een onrechtmatige verkiezing opleverde.

Terwijl in de RNC het door grote donors en bedrijven aangejaagde opportunisme over belastinghervormingen en het racistisch-nativistisch denken voor de slinkende basis de partij op een hellend vlak heeft gebracht, zijn er binnen de DNC enige lichtpuntjes. In de DNC gaat het om een normale richtingenstrijd tussen de oude corporatistische Democraten uit de school van Hillary Clinton en de meer progressieve ingestelde richting van Bernie Sanders, Elizabeth Warren of Keith Ellison. De RNC staat wel degelijk op instorten omdat de gematigde en traditioneel-conservatieve politici gemarginaliseerd zijn en overspoeld zijn door de rechts-nationalisten die aanschuren tegen het racistisch denken en vuile zaak maken met populistische media als Fox of Breitbart.

Wat zegt de opstelling van Eppink die grossiert in rechtse talking points en die kritiekloos overneemt? Hij is selectief in zijn feitenrelaas. Hij meldt niet dat het Steele-dossier van Fusion GPS in eerste instantie in opdracht van een Republikeinse opponent van Trump is opgesteld. Pas daarna namen de Democraten het over. Als het opstellen van een kritisch dossier over een opponent hetzelfde is als het samenspannen van Team Trump met ‘de Russen’ zoals Eppink suggereert, dan verdwijnen elk onderscheid en elke nuancering.

Eppink poetst de kritiek vanuit het oude establishment van de RNC op Trump weg en probeert het te framen als kritiek van progressieve zijde. Daarbij gaat hij bijvoorbeeld voorbij aan de recente inschatting van oud-adviseur van Trump Steve Bannon dat de president een afzetting door de Republikeinse kabinetsleden via het 25ste Amendement waarschijnlijk niet zal overleven. Het zijn niet de gevestigde media of de DNC waarvoor Trump het meest te vrezen heeft en die hem het hardst bestrijden, maar het gevaar voor Trump loert in eigen gelederen. Bij een big sponsor als Robert Mercer die afstand neemt van het racisme van Trump en Breitbart. Waarschijnlijk uit berekening, maar wel schadelijk voor Trumps geloofwaardigheid. Gevestigde media die dankzij lekkende overheidsdiensten dagelijks met onthullingen komen zijn niet de grote verliezers na een jaar Trump. Dat zijn de modale Amerikanen die lijden onder het spagaat van de culturele mobilisatie door Trump en rechtse media, en hun eigenbelang zoals de zorgverzekering of overheidssubsidies die Trump wil korten. Maar vooral de VS zijn de verliezers na een jaar Trump. Internationaal is de positie beschadigd en verzwakt.

Foto: Schermafbeelding van deel opinie-artikelDerk Jan Eppink: Media zijn de grote verliezers na een jaar Trump’ in de Volkskrant, 8 november 2017.

Groningen: Debat over vliegveld Eelde geeft politieke spanningen

leave a comment »

De Groningse wethouder Joost van Keulen (VVD) wil morgen de raad vertrouwelijk informeren over de plannen met vliegveld Eelde. Dat maakt de gemeenteraad monddood en aan handen gebonden omdat het vervolgens niet uit de school kan klappen vanwege die vertrouwelijkheid. Daarom is de SP bij monde van fractievoorzitter Jimmy Dijk tegen. Hij wil geen debat achter gesloten deuren, maar een openbaar debat. Groningen is mede-aandeelhouder van vliegveld Eelde en andere aandeelhouders (provincies Groningen en Drenthe, gemeenten Assen en Tynaarlo) willen dat de stad 12 miljoen euro investeert in het vliegveld. Het is een problematisch dossier. Andere aandeelhouders hebben hun mening bepaald, maar Groningen blijft aarzelen. Zo’n investering is veelgevraagd. Partijen als de SP en de PvdA zijn er tegen om miljoenen in het vliegveld te investeren omdat ze ondernemen niet als taak voor een gemeente zien. En het geld is elders harder nodig, zo vindt de SP.

Debat over Nederlands nationale veiligheid wordt slecht gevoerd

with one comment

Wat is er aan de hand met het debat over de krijgsmacht? Het lijkt nog erger uit het lood te staan dan die krijgsmacht zelf. Aan Defensie zitten meerdere kanten en in de publieke opinie wordt er doorgaans maar één belicht, namelijk de hoogte van het budget. Hoe doelmatig dat besteed wordt, hoeveel waar voor het geld wordt verkregen en welke belangen bij de aanschaf van wapensystemen spelen, hoeveel er aan de strijkstok van het bedrijfsleven en lobbyisten blijft hangen, hoe urgent de keuzes zijn en wat de relatie tussen budget en kwaliteit is blijft onderbelicht. In het regeerakkoord (p. 49) wordt de krijgsmacht als een verlengde van de industrie beschouwd. Op zijn best worden het nationaal veiligheids- en het economisch belang gelijkgesteld.

Zo resteert het beeld dat de nationale of territoriale veiligheid van Nederland niet de hoofdzaak is en op zichzelf staat, maar ondergeschikt is aan andere doelstellingen. Zoals het belang van de industrie of de relatie met bondgenoten, zoals de VS. Anders gezegd, de investeringen in Defensie dienen het militair-industrieel complex waarvoor de uitgaande president Eisenhower in zijn befaamde afscheidstoespraak van 17 januari 1961 waarschuwde: ‘In de overheidsdiensten moeten we waken tegen het gezocht of ongezocht verwerven van ongerechtvaardigde invloed door het militair-industriële complex.’ Dat complex strekt zich uit van wapenfabrikanten, krijgsmacht en inlichtingendiensten tot gevestigde media, wetenschap en partijpolitiek.

De aanschaf van 37 F-35 straaljagers van het grootste Amerikaanse defensieconcern ter wereld Lockheed Martin door Nederland voor naar schatting zo’n 5,2 miljard euro is een voorbeeld van de werking van het militair-industrieel complex. Lobbyisten onder wie veel voormalige CDA- en VVD-politici, de luchtmacht en de Nederlandse luchtvaartindustrie die zich richt op het binnenhalen van compensatieorders bepaalden de keuze. Maar zelfs dat economische argument dat niet volledig spoort met de nationale veiligheid is onjuist. De F-35 levert vooral banen op voor lobbyisten en ondernemers en niet voor Nederland. Evenmin dringt tot het Nederlandse publiek debat door dat militaire uitgaven de slechtste manier zijn om banen te scheppen, zoals uit een Amerikaanse studie blijkt. Niet het parlement, maar externe partijen beslisten over aanschaf. Daarbij komt dat al vanaf het begin vraagtekens werden gezet bij de prestaties in het luchtgevecht en de kosten van de F-35. In de testfase is de software kwetsbaar gebleken, waarschijnlijk ook nog eens gehackt door China.

Door gebrek aan munitie oefenen Nederlandse militairen door ‘poef poef poef’ te roepen. Zo is de persiflage én stand van zaken van de Nederlandse krijgsmacht. In een ideale wereld zou het de ultieme oplossing voor de beteugeling van agressiviteit zijn. Militairen die cowboytje spelen zoals kinderen het doen. Maar Nederland bevindt zich niet in een ideale wereld en moet zich serieus verdedigen tegen de agressie van andere actoren.

Nu heeft Nederland dat vermogen verloren. Het beeld van een onverdedigd Nederland alleen al tast de soevereiniteit aan en maakt een land kwetsbaar voor buitenlandse druk. Maar de verhoging van het budget met 1,5 miljard euro zegt niet alles. Als het wordt doorgesluisd naar buitenlandse wapenfabrikanten die te veel voor hun producten vragen, dan verhoogt dat de weerbaarheid van Nederland niet. Het debat over de nationale veiligheid van Nederland moet gaan over de kwaliteit van de krijgsmacht, inclusief de toetsing ervan, en de mate waarin Nederland door de eigen krijgsmacht en directe partners territoriaal, in cyberspace of op afstand verdedigd wordt. Het debat over de nationale veiligheid reduceren tot een budgettaire boekhoudsom is een valkuil die allen dient die andere belangen hebben en zich hierachter kunnen blijven verschuilen.

Foto: Algehele Veiligheidszorg Nederland.

Jammer dat de petitie ‘Geen BTW verhoging’ nodig is

with 2 comments

Het kabinet zegt in het regeerakkoord onder het kopje ‘2.5 Hervorming belastingstelsel’: ‘De ruimte om de belastingen op inkomen nog verder te verlagen wordt gevonden door een verhoging van het lage BTW tarief van 6% naar 9%’. Dat gaat uit van het uitgangspunt dat iedereen belasting op inkomen betaalt. Dat is niet het geval. De verhoging is ingeboekt voor 2,613 miljard euro en roept onbegrip op. De drie linkse partijen SP, GL en PvdA hebben samen met maatschappelijke organisaties de krachten gebundeld en een petitie opgesteld.

De goederen waarvoor het lage 6% tarief geldt zijn volgens opgave van de belastingdienst de volgende categorieën: ‘voedingsmiddelen, water, agrarische goederen, geneesmiddelen en hulpmiddelen, kunst, verzamelvoorwerpen en antiek, boeken en periodieken, gas en minerale olie voor de tuinbouw’.

Afgelopen weekend was ik op een kunstbeurs (Art The Hague) en daar was de toen net bekend gemaakte verhoging het gesprek van de dag onder galeristen. Ze werken al in een lastige sector waarin de meerderheid nauwelijks het hoofd boven water kan houden en daar komt dan een BTW-verhoging met 3% bovenop. Hetzelfde geldt voor de boeken-en tijdschriftensector die het ook slecht gaat. Dat de verhoging van de BTW met 3% ook geldt voor eerste levensbehoeften als water, groente en fruit is helemaal niet uit te leggen.

Het verzwakken van de kwetsbare boeken- en galeriesector en het verhogen van de BTW met 3% van eerste levensbehoeften als water, groente en fruit zijn voldoende redenen om deze petitie te tekenen. De verwijzing naar de verlaging van de belasting van multinationals is niet de essentie, hoewel het tamelijk onbegrijpelijk is dat het gebeurt. Het tekent de macht van de werkgeverslobby op het kabinet Rutte III. In een regeerakkoord is altijd wel een onderwerp te vinden dat gebrek aan compassie met de zwakkeren en armen belichaamt, maar dat D66 en CU de negatieve beeldvorming hierover menen te kunnen trotseren is opvallend. En opmerkelijk.

Foto: Schermafbeelding van petitieGEEN BTW VERHOGING’.

Overheid, stimuleer naast bezoek Rijksmuseum voor scholieren ook bezoek aan een museum van hedendaagse kunst

with 3 comments

Het wordt druk in het Rijksmuseum in Amsterdam. En met 2,26 miljoen bezoekers per jaar is het al druk. Volgens directeur Taco Dibbets in een bericht in Het Parool ontving het Rijksmuseum in 2016 zo’n 150.000 leerlingen ‘in schoolverband’ en ‘daar kunnen volgens Dibbits nog makkelijk 100.000 bij’. Volgens het plan van de formerende partijen VVD, CDA, D66 en CU moet schoolgaande leerlingen ‘tijdens hun leerplichtige jaren’ het Rijksmuseum bezoeken. Er zijn volgens de opgave van het CBS in 2018 ongeveer 2,4 miljoen schoolgaande kinderen in de leeftijd 5-18 jaar. Dat betekent jaarlijks zo’n 184.000 leerlingen die langskomen in het Rijksmuseum. Als een bezoek verplicht wordt gesteld, wat nu (nog) niet het geval lijkt te zijn.

Het is onduidelijk hoe het bezoek van de 150.000 leerlingen in 2016 is samengesteld. Er kan sprake zijn van dubbeltellingen en leerlingen kunnen ouder dan 18 zijn (Pabo). Het jaarverslag 2016 geeft geen uitsluitsel. Het is onwaarschijnlijk dat van de 184.000 leerlingen die volgens het plan van de coalitie het Rijksmuseum moeten bezoeken, 150.000 leerlingen dat nu al doen. Want ze moeten ook uit Oostburg, Vlieland, Vaals of Delfzijl komen. En uit Rotterdam. Het valt niet in te zien dat dat nu al gebeurt. Het is de vraag of er meer of minder dan 100.000 extra leerlingen zijn om die 184.000 te halen. Omdat leerlingen ook de Tweede Kamer moeten gaan bezoeken waarschuwt volgens een bericht in het AD ProDemos -dat rondleidingen in de Tweede Kamer verzorgt- dat door de plannen daar capaciteitsproblemen kunnen ontstaan. ProDemos: ‘De grootste beperking zit nu bij de Kamer zelf, dus de capaciteit zal vooral daar groter moeten worden gemaakt’.

Een bezoek aan het Rijksmuseum is een goede zaak omdat het scholieren in contact brengt met kunst. En overigens ook met de hoofdstad van ons land. Maar er is een nadeel. Ofschoon het Rijksmuseum sinds de recente verbouwing een afdeling 20ste eeuw heeft opgetuigd ligt hier kwalitatief en kwantitatief toch niet het zwaartepunt van het museum. En hoe dan ook stopt de collectie in 2000. De leerlingen van 5-18 jaar komen in het Rijksmuseum dus niet in contact met objecten die tijdens hun eigen leven zijn gemaakt. Zo wordt het er afstandelijk op, welke educatieve programma’s ook worden ingezet om het te verbeelden en te actualiseren.

Het niet verplicht stellen van een bezoek aan een museum van hedendaagse kunst is daarom een gemis. En een gemiste kans. Het is goed dat leerlingen het Rijksmuseum bezoeken, maar dat zou voor leerlingen ‘tijdens de leerplichtige jaren’ aangevuld moeten worden met een verplicht bezoek aan een museum van hedendaagse kunst. Dat is in Nederland geen probleem omdat alle provincies op Zeeland en Flevoland na uitstekende kunstmusea binnen hun grenzen hebben: Groningen, Leeuwarden, Assen, Zwolle, Arnhem, Utrecht, Den Haag en Rotterdam, Eindhoven en Tilburg, en Maastricht. Waar nodig kunnen musea hun collectie verbreden om een goed beeld van de ontwikkeling van de hedendaagse kunst te laten zien. Dat kan via bruiklenen van de Collectie Nederland. Het verdient aanbeveling dat de oppositiepartijen het voorstel van de coalitie aanvullen en verbeteren door te pleiten voor een bezoek aan een museum van hedendaagse kunst.

Foto: Schermafbeelding van deel paginaDe 20ste eeuw (1900-2000)’ van het Rijksmuseum.