Boer zit klem in verdienmodel van agro-industrie

Drone filmt dat boeren A7 blokkeren tussen Drachten en Heerenveen‘, 22 juni 2022. Op nu.nl.

I. Daar gingen we weer. Boeren die niet met trekkers op de snelweg mogen rijden deden dat massaal. Op weg naar een landelijke demonstratie in Stroe of bij lokale demonstraties. Ze zorgden voor opstoppingen. Het verkeer liep op sommige wegen vast.

De politie greep onvoldoende in. Er waren aanhoudingen, maar alleen in extreme gevallen. Terwijl de demonstraties door de boeren aangekondigd waren en de politie zich hier op voor had kunnen bereiden. Het lijkt alsof de politie vooraf al het hoofd in de schoot had gelegd. Het is niet voor de eerste keer dat de boeren massaal met hun trekkers de weg opgaan en het is evenmin de eerste keer dat de politie onvoldoende optreedt.

Dat voedt vier gedachten.

1) Nederland heeft door gebrek aan capaciteit en goede leiding een politie die niet in staat is om de openbare veiligheid te handhaven;

2) Nederland heeft een politie die overwegend rechts-georiënteerd is en protest van radicaal-links hard aanpakt en protest van radicaal-rechts tolereert en soms zelfs faciliteert;

3) De politie is bang voor radicale, agressieve boeren;

4) Er ontstaat in de samenleving rechtsongelijkheid dat het geloof in het professionalisme, de doelmatigheid, betrouwbaarheid en ambitie van de politie verder ondermijnt.

Het excuus van de politieleiding bij monde van de talloze woordvoerders was ook deze keer niet te willen escaleren. Dat excuus wordt selectief uit de kast gehaald. Nooit als het om een demonstraties van linkse milieuactivisten gaat. Terwijl die geen geweld gebruiken en de boeren wel.

Het werd er ronduit potsierlijk op toen politiechef Willem Woelders na afloop van de demonstraties in Nieuwsuur van 22 juni 2022 werd gevraagd waarom de politie de boerenprotesten en de trekkers op de snelwegen had getolereerd. Hij vluchtte weg in het excuus dat ingrijpen tot militaire toestanden had geleid. Woelders klopte zich bij gebrek aan maatschappelijke waardering zelf maar op de borst. Want … escalatie was voorkomen.

Het uit de weg gaan van escalatie is een flauw excuus van de politieleiding. Het gaat voorbij aan de vraag waarom de politie niet robuust optreedt in het garanderen van de nationale veiligheid. Het gaat voorbij aan de vraag waarom de politie zich onvoldoende had voorbereid op het boerenprotest dat geen verrassingen kende en zich precies zo ontrolde als vooraf werd verwacht.

Kamervragen over het lakse optreden van de politie? Of laten de linkse partijen zich intimideren door de boeren en zwijgen ze, en denken de rechtse partijen electoraal te kunnen profiteren en zwijgen ze. Dan stelt niemand de vraag waarom de politie het af laat weten en een boerenprotest als een natuurramp beschouwt waar niets tegen te doen is.

II. Wat is het probleem van de boeren? Een ‘caring farmer‘ zei afgelopen week dat hij begrip had voor boeren die het verdienmodel van de agro-industrie zijn geworden. De industrie zet eenzijdig in op een hoge productie om zo miljardenwinst te kunnen maken over de ruggen van de boeren.

Daarnaast heeft de landbouwsector een sterke lobby die tot nu toe elke systeemverandering succesvol blokkeert. Regeringspartijen als VVD en CDA stellen zich teweer tegen pogingen van de agro-industrie en de landbouwlobby om het stikstofbeleid af te zwakken én meer subsidie naar boeren en agro-industrie te laten stromen.

Tom-Jan Meeus benoemt dat op 17 juni 2022 in zijn zaterdagse NRC-column. De megabedrijven van de agro-industrie (A-ware, De Heus en VanDrie) jagen zowel de vervuiling, het protest tegen de stikstofmaatregelen van de regering als de blokkade van verduurzaming aan. Of zoals Christine Theunissen (PvdD) het in een tweet verwoordt: ‘Minder dieren, meer boeren, minder mest, minder ontbossing, schone lucht, schoon water, minder uitstoot‘.

Boeren zijn de schaalvergroting ingerommeld met negatieve gevolgen voor natuurdiversiteit, milieu en de boeren zelf. Vooral bij de merkveehouderij speelt dat. De agro-industrie wil het eigen verdienmodel dat inzet op hoge productie handhaven ten koste van de boeren. De boeren zijn de stoottroepers die voor het karretje van de agro-industrie worden gespannen. Vraag is of de radicale boerenleiders in dat complot van de agro-industrie zijn betrokken of er aanvullend aan zijn.

De kern van het probleem is dat de boeren de strop zijn ingelokt. Nu kunnen ze geen kant op. De schade die ze aan het milieu toebrengen en die de samenleving miljarden euro’s per jaar kost kan niet genegeerd worden. Maatschappelijk niet, maar ook juridisch niet door verdragen die de overheid sommeert de vervuiling terug te brengen. Zeker in de nabijheid van Natura 2000- gebieden.

Illustratie van het aantal koeien in Europa. Overname van ARTE. Via tweet van Caring Farmers van 4 juni 2022.

III. In Nederland wordt altijd gezegd dat de vervuiler betaalt. Welnu, de agro-industrie jaagt via de boeren de vervuiling aan. Dan is het logisch dat bedrijven als A-ware, De Heus en VanDrie meebetalen aan het gezondmaken van de landbouwsector. Dan worden de boeren bevrijd uit een knellend bedrijfsmodel dat economisch niet eens optimaal rendabel voor hen is (maar wel voor de agro-industrie) en komt de weg vrij naar verduurzaming.

De boeren zouden niet moeten willen strijden tegen de overheid, maar tegen de agro-industrie die hen gevangen houdt. De politiek kan daarbij de boeren helpen door de macht van de agro-industrie te breken en financiële steun te bieden om los te komen van het verdienmodel van de agro-industrie.

Schone handen

Global Village Foundation/ Ronald Timmermans en Max Kisman, ‘De kiezer verneukt : Afbraak demokratie‘, circa 1977. Collectie: Stephen Lewis poster collection, circa 1921-2017

Dit zijn twee posters die reflecteren op de politiek situatie van rond 1980. Het CDA ontstond op 11 oktober 1980 zodat de datering ‘circa 1977’ van bovenstaande poster in de collectie van de Joseph P. Healy Collection niet lijkt te kloppen. Maar in 1977 deed het CDA al met een gemeenschappelijke lijst mee aan de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Dus het is mogelijk dat de poster een actueel antwoord was op de de totstandkoming van het kabinet Van Agt-Wiegel in 1977.

In de verkiezingen van 1977 was de PvdA onder leiding van Joop den Uyl de grootste partij geworden met een winst van 10 zetels, maar kwam die partij na stukgelopen onderhandelingen tussen CDA en PvdA toch niet in het kabinet. VVD-leider Hans Wiegel maakte een deal met CDA-leider Van Agt.

Verstonden de makers Ronald Timmermans en Max Kisman (Global Village Foundation) dat onder het verneuken van de kiezer en de afbraak van de democratie? Ze lijken te wijzen op fraude, bedrog, steekpenningen en ondemocratisch gedrag van CDA en VVD, terwijl het kabinet Van Agt I een uitkomst was van onderhandelingen binnen de marges van de Haagse politiek.

In 1981 gebeurde het omgekeerde. Mede door de winst van D66 verloor de coalitie CDA-VVD haar nipte meerderheid van 77 zetels die toch al uiterst wankel was door de zogenaamde CDA-dissidenten die het kabinet vleugellam maakten. Dat waren er aanvankelijk zes en later in de kabinetsperiode 10. CDA-dissident Jan Nico Scholten met zijn evangelische principes was toen een bekende Nederlander.

Daarom was het begrijpelijk dat het kabinet Van Agt II uit 1981 ging bestaan uit CDA, PvdA en D66. Maar dat was evenmin als het kabinet Van Agt I stabiel en doelmatig. D66 was getalsmatig overbodig en de chemie tussen CDA en PvdA was slecht. Dit kabinet bestond nog geen jaar. In mei 1982 traden de PvdA’ers onder wie de toenmalige partijleider en minister van Sociale Zaken Joop den Uyl af vanwege versoberingen van de verzorgingsstaat.

Het zogenaamde rompkabinet Van Agt III bestond uit CDA en D66 en bereidde in een half jaar de vervroegde verkiezingen van september 1982 voor. Dat resulteerde net als het kabinet Van Agt I in een kabinet van CDA en VVD, nu geleid door CDA’er Ruud Lubbers.

Waar onderstaande poster van opnieuw de Global Village Foundation op duidt lijkt duidelijk. De vormgevers vragen zich af of Joop den Uyl schone handen heeft omdat hij toetreedt tot het kabinet Van Agt II. Ze konden in 1981 nog niet weten dat de bewindslieden van de PvdA in mei 1982 dat kabinet vanwege voorgestelde bezuinigen zouden verlaten. Hoe vuil waren de handen van Joop?

Het is een poster die de PvdA verdacht maakt. Dat is de wetmatigheid in de Europese politiek dat de sociaal-democratie fel bestreden wordt door links. Van communisten tot pacifisten en hardcore socialisten. Een andere meerderheid zonder PvdA was niet te vormen en D66 van toen had een linkser profiel dan het huidige D66 van Kaag. Je kunt je met terugwerkende kracht afvragen, hoe schoon kunnen handen van politici zijn? En hoe realistisch is het wereldbeeld van vormgevers?

Global Village Foundation/ Werkgroep Blaffende Honden, 1981. ‘Hoe schoon zijn de handen van Joop?‘ Collectie: Stephen Lewis poster collection, circa 1921-2017

De stille dood van het kunstbeleid. Waarom haalt de politiek de begrippen kunst en cultuur mentaal, beleidsmatig en budgettair niet uit elkaar?

Paragraaf ‘Cultuur‘ als standpunt van de VVD.

I. Robbert Dijkgraaf is de beoogde minister van OCW. Het ligt in de rede dat zijn beleidsterreinen Hoger Onderwijs, Wetenschap en Wetenschappelijk Onderzoek zullen zijn. Maar de verdeling van de beleidsterreinen op dit departement zijn nog niet bekend. 

Daarnaast komen er op dit departement een minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs en een staatssecretaris Cultuur en Media. Die laatste functie wordt opnieuw ingevoerd (na Aad Nuis, Rick van der Ploeg, Cees van Leeuwen, Medy van der Laan) nadat die in 2007 was afgeschaft. Het is dus niet waarschijnlijk dat Dijkgraaf de eerst verantwoordelijke bewindspersoon voor Cultuur wordt. 

Interessanter is de vraag of D66 een kunstenaar tot staatssecretaris Cultuur en Media maakt. 

II. Het is verhullend om bij dit staatssecretariaat over Cultuur te praten terwijl Kunst wordt bedoeld. Cultuur omvat het bloemencorso, het carnaval, de braderie, het buurtfeest, het oliebollenkraam, de lokale sportwedstrijd en allerlei verbindende aspecten in de samenleving.

Kunst heeft andere functies, doelen en bestaansredenen dan Cultuur, hoewel er overlap bestaat. Waarom blijft de politiek zo aan de verhullende paraplu-term Cultuur hangen? Wat is de logica daarvoor? Waarom maakt de politiek geen knip tussen Kunst en Cultuur? Nu wordt Kunst achter of in de Cultuur verstopt. Ook budgettair. 

Het zou duidelijker zijn voor zowel Kunst als Cultuur om ze ‘mentaal’ en beleidsmatig te scheiden en bij verschillende departementen onder te brengen zoals dat trouwens voorheen het geval was.

Dan zouden we weer kunnen spreken over een Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen zoals dat van 1918 tot 1965 bestond en een Ministerie van Cultuur, Recreatie, Identiteit en Maatschappelijk Werk (CRIM) zoals dat in de voorganger CRM van 1965 tot 1982 bestond. 

Het is interessant voor auteurs, onderzoekers en kritische geesten om te beredeneren wat de sociale en politieke overwegingen waren in de jaren 1960 tot 1980 om Kunst en Cultuur op een hoop te gooien. En wat de politieke en sociale overwegingen zijn in 2021/2022 om die hoop te laten bestaan.

III. De VVD is de kwade genius van het kunstbeleid. Al in de jaren 1950 spraken vertegenwoordigers van de VVD neerbuigend over kunst. VVD-kamerlid Thierry Aartsen zette deze traditie binnen deze partij voort en had vanaf 2018 cultuur (o.a. Erfgoedinspectie, Bibliotheek en letterenbeleid, monumenten), Media, Arbeidsomstandigheden, Inspectie & toezicht in zijn portefeuille.

Wat de VVD onder ‘Cultuur’ of ‘Kunst’ verstaat wordt uit bovenstaande cultuurparagraaf niet duidelijk. Van een politieke partij die dat onderscheid niet maakt en beide begrippen door elkaar heen gebruikt valt te vrezen dat het niet wil dat wij weten wat het verschil tussen kunst en cultuur is. Het is waarschijnlijk dat de VVD om politieke redenen bewust beide begrippen door elkaar heen gebruikt om onduidelijkheid te zaaien en de Kunst te knechten.

Zo is het volstrekt onbegrijpelijk wat er in de tweede alinea staat. De zinnen hangen als los zand aan elkaar zonder dat er een oorzakelijk verband tussen bestaat: ‘Wij vinden dat kunst en cultuur toegankelijk horen te zijn voor iedereen. Subsidies moeten dus niet alleen naar Amsterdam gaan, maar verspreid worden over het hele land. De overheid stelt zich daarbij neutraal op, want volkscultuur is ook cultuur. Zo kunnen bijvoorbeeld festivals ook in aanmerking komen voor subsidie‘. Wat is het verband tussen een neutrale overheid die overigens per definitie niet bestaat en volkscultuur? Bedoelt de VVD met cultuur (=kunst) en met volkscultuur (= cultuur)? Want cultuur is altijd volkscultuur. Hoe dan ook zorgt de VVD in deze cultuurparagraaf voor onduidelijkheid en goochelt het met de begrippen Kunst en Cultuur die het verhullend gebruikt.

IV. Cultuur is de weerslag van de samenleving. De waarde van kunst is dat het zich deels ontworsteld heeft aan de macht, weerstand biedt aan onderwerping en haaks op de samenleving staat. Het heeft voor kunstenaars die de kunst instromen een vrijplaats bevochten.

Kunstenaars staan niet zozeer op de schouders van een traditie zoals in de Renaissance over de Grieken werd gezegd, maar op de schouders van een toevallige bundeling van omstandigheden die lang geleden genoeg opgestart is om nu stand te kunnen houden. Of af te worden gebroken door de politiek.

Dat tekent de paradox van kunst die cultuur niet heeft. Kunst moet ver genoeg van politieke en maatschappelijke krachten blijven om er vrij en onbevreesd op te kunnen spiegelen, maar moet ook weer niet te veel afstand nemen om ‘voor eigen bestwil’ in een reservaat te eindigen. Kunst valt op te vatten als aanscherping en verbijzondering van cultuur. Het verbindende aspect is bijkomend in kunst. Door kunst ook dat aspect toe te meten wordt kunst een functie opgelegd die er niet de kern van is, maar er om oneigenlijke, politieke redenen opgeplakt wordt.

V. Wat de VVD met kunst wil wordt uit de beschrijving duidelijk. De VVD gunt het kunst niet om een vrijplaats te zijn. De VVD wil die vrijplaats afbreken. De VVD wil kunst maken tot weerslag van de samenleving, goochelt daarom met de begrippen kunst en cultuur, en zaait bewust verwarring. De VVD heeft in de cultuurparagraaf niet het lef om kunst frontaal aan te vallen, maar probeert de functies en doelen ervan slinks te smoren in begripsverwarring. Namelijk door kunst te vervangen door het bredere en met de samenleving samenvallende begrip cultuur. Zodat kunst van scherpte en autonomie ontdaan wordt.

Zo is de missie van de VVD geslaagd, zonder dat we doorhebben dat de kunst in het beleid doelbewust van haar scherpte wordt ontdaan. Een progressieve partij als D66 vindt het vermoedelijk op dit moment niet de moeite waard of mist de macht om daar tegenin te gaan en een speciale positie voor Kunst op te eisen. Zo wordt Kunst indirect getemd en vervangen door en verborgen achter het begrip Cultuur. Noodgedwongen neemt D66 genoegen met een staatssecretaris van Cultuur.

VI. Wat ooit als emancipatiebeweging in de jaren 1960 begon is 50 jaar later geëindigd in een wisseltruc waardoor de Kunst verdwijnt. Zonder dat iemand het merkt en er een punt van maakt. Dat is de stille dood van het kunstbeleid. Maar taal doet ertoe. Het is de hoogste tijd om ons er bewust van te worden en er iets aan te veranderen. Laat dat onze garantie voor de toekomst zijn.

Hoe instabiel is de Christen Unie? Segers dreigt wegens wet voltooid leven nu al uit kabinet te stappen dat nog niet eens geïnstalleerd is

Mijn reactie bij de video Segers blijft erbij: kabinet met ChristenUnie zal voltooid leven niet uitvoeren‘ van WNL, 17 december 2021:

In hemelsnaam, de Christen Unie legt al een bom onder het kabinet Rutte-Kaag voordat het geïnstalleerd is. Dat is het tegendeel van stabiliteit. 

Het lijkt er sterk op dat deze kleinste partner niet thuishoort in dit kabinet waar het door CDA en VVD tegen alle logica in in werd geloodst en dat fractieleider Segers onvoldoende beseft dat zijn partij getalsmatig nauwelijks meetelt. 

Twee christelijke partijen in het kabinet Rutte IV is te veel van het goede en een slechte representatie van het huidige Nederland. Ze staan met hun rug naar de toekomst. Religieuze getuigenispolitiek is iets van het verleden. Daarom is het nu al aangekondige opstappen van de Christen Unie uit dit kabinet voor Nederland een zegen in vermomming.

Als de Christen Unie uit het kabinet stapt omdat het z’n zin niet krijgt in het blokkeren van de wet over voltooid leven, dan laat de Christen Unie zich kennen als de nieuwe PVV die in 2012 mokkend uit het kabinet Rutte I stapte. Door deze stap zal de Christen Unie de eigen overbodigheid benadrukken.

Het weggelopen Christen Unie kan voor wat de meerderheid in de Tweede Kamer betreft vervangen worden door de sociaal-democratische PvdA (als die de band met GroenLinks niet als voorwaarde blijft stellen) of VOLT. Het beste zou zijn als de Christen Unie nu al uit de onderhandelingen stapt. 

Want een Christen Unie die zo hoog van de toren blaast en leidt aan zelfoverschatting is niet de nieuwe politiek die Nederland nodig heeft. Het is geneuzel en geleuter van Segers die zijn eigen partij in de publiciteit probeert op te pimpen ten koste van de samenwerking met VVD, D66 en CDA. Waarin een kleine partij klein kan zijn.

Kunst in de openbare ruimte: ‘Grenskapel’ van Frank Havermans in Ottersum

Schermafbeelding van deel artikel ‘DE GRENSKAPEL VAN FRANK HAVERMANS’ op Gennep News, 10 december 2021.

Frank Havermans heeft op 7 december 2021 op de Veedijk in Ottersum (een kerkdorp in de Limburgse gemeente Gennep) zijn installatie ‘Grenskapel‘ (KAPKAR/ VD- 560) geplaatst. Het staat op de grens. Half in Nederland, half in Duitsland (Hommersum, Goch). Nou dat heeft hij geweten.

Gennep News zegt daarover uit een bericht het volgende: ‘Het kunstwerk is een onderdeel van het project Kapellenbaan. Kapellenbaan leidt bezoekers langs kunstwerken van gerenommeerde kunstenaars, die aan de slag zijn gegaan met het thema rust en bezinning‘. Maar rust en bezinning heeft tot nu toe de plaatsing niet opgeleverd.

De reacties op een bericht van 7 december 2021 op de FB-pagina van Gennep News lijken tekenend voor de ontvangst van kunst in de openbare ruimte door een breed publiek. De reacties schreeuwen het in hun platte negativiteit uit dat het in Nederland schort aan kunsteducatie en terughoudendheid op sociale media. Het is leerzaam om de reacties te lezen omdat ze een staalkaart van de sfeer in het land geven en je voor te stellen wat mensen bezielt die zoiets opschrijven. De kunstenaar en zijn partner Karin van Pinxteren mengen zich voorzichtig in de discussie:

Deel van de reacties op FB-pagina van Gennep News bij artikel ‘Kapellenbaan‘ over plaatsing van ‘Grenskapel’ van Frank Havermans, 7 december 2021.

Enkele steekwoorden uit de reacties : ‘jezus wat een LELIJK ding‘, ‘Schandalig dat de gemeente hier medewerking aan heeft verleend‘, ‘zeer misplaatst‘, ‘omgevingsvervuiling !!!!‘, ‘echt lelijk‘, ‘schandalig‘, ‘Bedankt Gennep en Goch voor deze niet gewenste ondersteuning aan die nietszeggende Stichting die dit onding hier hebben neer gepland‘.

Verbazingwekkend is het niet dat critici van kunst die met gemeenschapsgeld wordt gerealiseerd publiekelijk alles menen te kunnen zeggen. Opdrachtgevers doen telkens hun best om omwonenden erbij te betrekken, maar dat is een steeds lastigere opgave in een individualiserend Nederland waar het hart op de tong ligt en de minachting voor en afbraak van kunst in de afgelopen tien jaar doelbewust door partijen als de VVD is voorbereid.

Kunst in de openbare ruimte blijft moeilijk omdat het raakt aan de omgeving van mensen én omdat het respect voor kunst bij een breed publiek volledig is afgebroken. In voortgezet onderwijs en media ontbreekt brede, serieuze aandacht voor kunst, dus men kan het deze mensen in hun ondubbelzinnige negativisme niet eens kwalijk nemen dat ze zo over kunst denken. Typisch aan de reacties is dat het referentiekader niet autonome kunst, sculpturen of installaties zijn, maar de populaire cultuur van films. Dat op zich maakt een gesprek tussen voor- en tegenstanders van een installatie als ‘Grenskapel‘ al tot een gesprek tussen doven.

Toch is niet alles kommer en kwel, en agitatie. In een prachtig artikel in Gennep News geeft de uit Ottersum afkomstige wethouder Rob Janssen (SP) die verantwoordlijk is voor kunst en cultuur onder de prikkelende titel ‘Kunst, wat moeten we ermee?‘ zijn visie op kunst in de openbare ruimte. Aanleiding lijkt de commotie rond de plaatsing van het werk van Havermans, maar het is verstandig van Janssen om niet direct op de kritiek in te gaan, maar namens de gemeente uit te leggen wat de functie van kunst is en hoe de procedure werkt voordat een kunstwerk in de openbare ruimte wordt geplaatst. Dat is een langdurig, complex en zorgvuldig proces. Nooit zal echter iedereen tevreden kunnen worden gesteld.

Schermafbeelding van deel artikelKUNST, WAT MOETEN WE ERMEE?‘(interview met wethouder Rob janssen) in Gennep News, 14 december 2021.

Wat ik van het werk ‘Grenskapel‘ van Havermans vind kan ik niet zeggen. Ik denk dat het voor een afgewogen oordeel noodzakelijk is om het ter plaatse te zien. Daarom ben ik terughoudend in mijn oordeel. De keuze van de plek, de kleur, de wisselwerking met de omgeving en de constructie roepen bij mij vooralsnog de associatie van verrassing en het nieuwe op.

Ik moet denken aan iets wat ik onlangs las, namelijk een passage in het nawoord van vertaler Rokus Hofstede bij het verhaal B-17G van Pierre Bergounioux: ‘Hij [= René Descartes] suggereert dat de geest mettertijd een soort eelt ontwikkelt die de ontvankelijkheid voor het nieuwe vermindert‘. De Franse filosoof Descartes meende dat verwondering ‘het gebruik van de geest kan belemmeren of in elk geval ernstig kan verstoren, zodat we er ons in ons latere leven zoveel mogelijk van moeten trachten te bevrijden’.

Ik twijfel of ik het daar mee eens ben en of het geldt voor de hedendaagse mens. Men kan immers ook zeggen dat wie niet openstaat voor verwondering zichzelf afsluit voor indrukken door die slordig weg te redeneren zonder dat evenwel de geest echt aan het werk wordt gezet. De functie van kunst in de openbare ruimte kan een brug vormen naar iets nieuws als door verstand en stemming terloops verwondering wordt opgeroepen die de rede niet hindert, maar via een omweg verrijkt.

Franse regering opent aanval op woke-isme. Pleidooi voor het centrum. Tijd voor een Bataafs laboratorium?

Schermafbeelding van deel artikelFrench education minister’s anti-woke mission‘ op Politico, 19 oktober 2021.

Actie roept reactie op. In de politiek bestaat het besef bij middenpartijen dat het woke-gedachtengoed uit de VS radicaal-rechts in de kaart speelt. Woke is begonnen als een billijk pleidooi voor meer bewustzijn en minder onrecht, maar is gekaapt door een radicale minderheid en veranderd in een afrekencultuur die leidt tot apartheid en fragmentatie. De beperkte opvatting van het begrip diversiteit wordt als breekijzer gebruikt voor selectieve identiteitspolitiek.

Een deel van de zwijgende meerderheid wordt door de actie van radicaal-links naar radicaal-rechts gejaagd dat zich er publiekelijk het duidelijkst tegen uitspreekt. Daarom is het in het belang van Europese middenpartijen om het woke-gedachtengoed de pas af te snijden om radicaal-rechts niet in de kaart te spelen en zichzelf electoraal te redden. Het gevolg is dat er een dunne lijn ontstaat tussen centrum-rechts en radicaal-rechts waar radicaal-links vervolgens weer tegen ageert zonder te beseffen of toe te willen geven dat het zelf dat proces in gang heeft gezet.

In de VS heeft de Democratische partij zich grotendeels vervreemd van de gewone kiezer. Dat Joe Biden in 2020 president werd had hij te danken aan twee aspecten: zijn gematigde opstelling en de afkeer bij gematigde Republikeinen en Onafhankelijken van Trump. Ze bleven thuis zodat Biden met klein verschil enkele beslissende swingstates kon winnen omdat de Republikeinen Trump afwezen of op Biden stemden. Buiten een progressieve kern ontbreekt de liefde voor de Democratische partij die radicaler is dan Biden en zich onverdraagzaam en uit de hoogte gedraagt tegenover de kiezer.

Overigens is in 2024 de beste hoop voor Biden een herhaling van 2020: de strijd tegen Trump. Wie er dan wint hangt af van het antwoord op de vraag welke partij het meest gehavend uit die strijd komt. Want dat beide grote partijen aan geloofwaardigheid en samenhang inleveren is ontegenzeggelijk.

In Frankrijks is Jean-Michel Blanquer de minister van Nationaal Onderwijs en Jeugd. Hij is lid van president Emmanuel Macrons middenpartij LREM. Hij heeft er sinds kort een taak bij als coördinator van Le Laboratoire de la République dat zichzelf presenteert als ‘Club (of plek) van reflectie en actie ten gunste van de Republiek’. Tweets verschijnen sinds 13 oktober 2021 en zien er zo uit:

Tweet van Le Laboratoire de la République, 13 oktober 2021.

Er staat: ‘Deze woke/ anti-woke-kloof mag niet generationeel worden. @NatachaQS en @Valent1Pierre zullen de Jeugdcommissie van dit Laboratorium van de Republiek coördineren’.

Het ‘Labo’ is tegelijk publiciteitsmachine, denktank en campagnemiddel dat is bedoeld om het initiatief terug naar Macrons partij te brengen en niet gesandwicht te worden tussen de partijpolitieke waarheden over migratie, COVID-19, rechtsstaat en EU van radicaal- en nationalistisch-rechts en de culturele, metapolitieke waarheden van radicaal-links dat zoveel invloed heeft op universiteiten, media en in de intellectuele wereld. Blanquers beseft dat dit mede speelt op het niveau van ideeën als hij zegt dat het Republikeins laboratorium ‘verder gaat dan partijpolitiek’.

Een artikel van 19 oktober 2021 in Politico schetst dit Republikeinse laboratorium en verbindt het met de Franse versie van het secularisme. Aanleiding zijn uitingen van Blanquer zoals: ‘De Republiek is volledig in strijd met het woke-isme’. Die verwijzing lijkt vergezocht, maar wordt door Politico verklaard: ‘Voor een groot deel van het politieke establishment overstijgt het Franse secularisme – laïcité – ras, geslacht en religie en is het echt egalitair. Voor zijn critici bevordert datzelfde secularisme een wit en christelijk ideaal dat discriminatie van minderheden in stand houdt’.

Er lijkt een gat te zitten tussen het woke-isme dat vooral aan Amerikaanse. maar ook West-Europese universiteiten leidt tot (zelf)censuur en een reductie van onderzoek en waarheidsvinding die haaks staat op een open academische geesteshouding en de Frans-Republikeinse versie van het secularisme dat niet zo neutraal en kleurenblind is als het zelf suggereert. Ofschoon president Macron Frankrijk probeert te moderniseren, maar het land dat in de kern behoudend is tot nu toe slecht meekrijgt.

Mogelijk is het streven van het Republikeins laboratorium niet puur oprecht en vooral een stunt om het kiezersvolk bij de les te houden. Toch getuigt het van lef om het woke-isme waar radicaal-links en radicaal-rechts zo van profiteren frontaal aan te vallen. Het tekent de noodzaak voor middenpartijen om in actie te komen. Ze moeten veranderen om hetzelfde te blijven.

In Nederland zou een taak weggelegd zijn voor met name D66 en VVD om de tolerantie weer centraal te zetten in het publieke debat over diversiteit, academische vrijheid, complotdenken en culturele waarden. Het is de strijd om de geest. Het verhaal over identiteit legt een culturele basis onder de samenleving en kan door de politiek niet genegeerd worden. Een niet-partijpolitieke projectminister zou in het komende kabinet op het snijvlak van onderwijs, jeugd, emancipatie en media daarmee belast kunnen worden. In een Bataafs laboratorium.

Malaise in alle politieke partijen van Nederland

Person wearing a mask made by W.T. Benda, 1925. Collectie: Library of Congress.

Hoe kan het toch dat de Nederlandse politieke partijen hun potentieel niet benutten en het zo slecht doen? Zowel in strategisch als organisatorisch opzicht. Wat is er aan de hand met de Nederlandse politiek partijen? Niemand weet er nog enthousiasme voor op te brengen.

Opvallend is dat geen enkel deel van het politieke spectrum zich aan de malaise onttrekt. Links, rechts en centrum blunderen op hun eigen karakteristieke wijze. Hoe valt dat te verklaren?

Links zit zonder ideeën en bevindt zich in een geestelijk niemandsland. Maar ook strategisch opereert links onverstandig. Het vertrek van GL-kamerlid Bart Snels spreekt boekdelen. Hij was tegen hechte samenwerking of zelfs fusie met de PvdA. Snels koerste af op een kabinet VVD, D66, CDA en GL zoals Jos Heymans voor RTL Nieuws betoogt, maar kreeg hiervoor geen steun binnen zijn partij. Partijleider Jesse Klaver radicaliseerde en zette zich hiermee buitenspel.

Binnen de SP lijkt het omgekeerde te spelen. De partijleiding gaat de meer radicale elementen die lid zijn van de jongerenorganisatie ROOD of het ideeënplatform Marxistisch Forum uit de partij zetten. Niet als individuen, maar als groep. Met als gevolg dat lokale afdelingen zoals Utrecht uit elkaar dreigen te vallen. Chris Aalberts voor TPO die bekend staat als Baudet-watcher herkent in de chaos en het ondemocratisch gedrag van de partijleiding van de SP het patroon dat hij kent van FvD.

De PvdA is de partij met de minste ideeën omdat de partij gewoonweg niet weet wat de eigen identiteit is, waar het zich bevindt en welke kant het op moet gaan. Partijleider Ploumen is inspiratieloos en koos de vlucht vooruit in samenwerking met GL om een idee van daadkracht te suggereren. GL en SP hebben nog een zeker profiel in respectievelijk duurzaamheid en zorg, maar zelfs dat unieke verkooppunt mist de PvdA.

Rechts is negatief, radicaliseert en fragmenteert. FvD weet met partijleider Baudet niet te kiezen tussen het inzetten op partijpolitiek of op metapolitiek. Dat laatste betekent in navolging van het Franse en Duitse Nieuw Rechts van de jaren 1960 en 1970 het willen beïnvloeden van de cultuur en de publieke opinie zonder partijpolitieke activiteiten. De tragiek van partijleider Thierry Baudet lijkt dat hij zowel de intellectuele bagage mist om succesvol metapolitiek te bedrijven als het talent voor het politieke handwerk ontbeert. Daarom blijft hij sinds zijn Uil van Minerva-toespraak in 2019 waar hij duidelijk inzette op metapolitiek zwalken tussen de twee posities zonder dat zijn partij hem nog begrijpt en kan volgen.

De PVV is redelijk stabiel en relatief onkwetsbaar omdat het een partijorganisatie mist. Maar dat laatste wat een sterkte lijkt is tevens een zwakte omdat het een grens aan de groei stelt. In de schaduw van partijleider Geert Wilders kan niemand groeien. Hij speelt op veilig en lijkt door zijn voorzichtige aanpak minder te radicaliseren dan de andere rechtse partijen, maar Wilders’ professionalisme heeft als nadeel dat het resulteert in korte termijn denken en de partij een strategie voor de toekomst mist.

Rechtse splinters als JA21 met Joost Eerdmans en Wybren van Haga’s BVNL hebben onvoldoende aantrekkingskracht voor de kiezer. Het opportunisme van de leiders die van partij naar partij hoppen is zelfs voor de rechtse kiezer ongeloofwaardig. Types als Van Haga en Eerdmans zijn voorbeelden van baantjesjagers. Het opportunisme strookt niet met hun aanschoppen tegen de politiek omdat hun CV daar haaks op staat.

In het Centrum presteert de VVD goed dankzij de electorale aantrekkingskracht en positie van premier Mark Rutte. dat is overigens de achilleshiel van de VVD. Hoe gaat het verder na Rutte? Rutte heeft veel in moeten leveren aan statuur. De vlotheid van Rutte om zowel met links als rechts te kunnen samenwerken heeft twee nadelen. Het wordt steeds meer uitgelegd als oppervlakkigheid, gebrek aan ideeën en zelfs het ontbreken van politieke ruggengraat. Dat werd duidelijk toen in de formatie onder druk van het CDA de samenwerking met links, zonder dat het tot gesprekken kwam, werd geblokkeerd. Zo is in de beeldvorming de vlotte flexibiliteit van Rutte veranderd in stugheid.

Het CDA verkeert in chaos en in een identiteitscrisis. Een teken daarvan is dat kamerlid Pieter Omtzigt uit de partij is gestapt. Partijleider Hoekstra komt over als bekwaam, maar ook als kil, afstandelijk en weinig christelijk. Hij lijkt geen handige politicus die steun kan werven voor de standpunten van zijn partij. Is het wel zo duidelijk dat de partij naar het midden koerst en afstand heeft genomen van de rechtse koers van vorige partijleiders? De kiezersgunst toont een dramatische teruggang.

D66 had in Rob Jetten een bekwame partijleider, maar de partij wilde meer en koos voor Sigrid Kaag omdat die hoger zou kunnen stijgen. Tot en met het premierschap zoals de partij dacht. Maar Kaag is geen handige politicus en het team dat haar omringt lijkt te veel te willen. D66 denkt van zichzelf dat het groter en invloedrijker is dan het echt is. Eén goede verkiezingsuitslag is te weinig en moet niet overmoedig, maar nederig maken om het resultaat te kunnen verzilveren. Daarbij komt dat D66 een partij is die voor veel kiezers een tweede keuze is. Als de partij aan momentum verliest, dan daalt het ook gelijk flink omdat de partij geen sterk gedachtengoed heeft dat als een buffer voldoende kiezers kan vasthouden.

Inuit met masker.

Dit overzicht over links, rechts en centrum leidt tot de conclusie dat de Nederlandse politieke partijen slecht in vorm zijn en eigenlijk allen in zekere mate in een identiteitscrisis verkeren. Ze leven niet naar de kompas van hun politieke gedachtengoed of hebben dat nooit gedaan en al geruime tijd ingewisseld voor opiniepanels die de koers bepalen. Dat leidt tot een ratjetoe aan opzetjes die niet met elkaar samenhangen. Dat is niet het programma van een politieke partij die de macht wil delen om eigen ideeën te realiseren, maar het staketsel van een marketingbureau. Fragmentatie heeft geleid tot 19 partijen of afsplitsingen in de Tweede Kamer en dat leidt weer tot het hard bestrijden van concurrenten die vechten om schaarse zetels.

Als partijleiders het zelfvertrouwen missen om samen te werken en door hun partij ertoe worden gedwongen om steeds maar weer de eigen positie in de marketing te benadrukken, dan is politiek geen politiek meer, maar het zonder op adem te kunnen komen presenteren van een lege huls waarvan de inhoud ontbreekt. De schijn is het idee geworden.

Nederlandse politiek? Ik ben er helemaal klaar mee!

Schermafbeelding van deel artikelDoorbraak in formatie: D66 wil over oude coalitie met VVD, CDA en CU onderhandelen‘ op Nu.nl, 30 september 2021.

Om me te voegen in hedendaags jargon: ‘Ik ben er helemaal klaar mee‘. Natuurlijk niet echt, maar het klinkt stoer om dat te kunnen zeggen. COVID-19? ‘Ik ben er helemaal klaar mee‘. De woningnood? ‘Ik ben er helemaal klaar mee‘. Stijgende gasprijzen? ‘Ik ben er helemaal klaar mee‘. Iemand zal nou nooit eens zeggen: ‘Mezelf? Ik ben er helemaal klaar mee‘. Masochisten en pathologische leugenaars uitgezonderd.

Net als vele Nederlanders ben ik oprecht klaar met de huidige generatie politici. Ze gedragen zich als kleuters die niet verder kunnen kijken dan het eind van hun eigen zandbak. Sommigen zeggen nu dat ze zich schamen, maar nog steeds handelen ze daar niet naar. Deze generatie politici zou uit de politiek verbannen moeten worden wegens wanprestatie. Ze hebben contractbreuk gepleegd. Maar zo’n rigoureuze ingreep is onhaalbaar en onwerkbaar.

Nu richt het zichtbare ongenoegen zich op D66 dat op het oog onbegrijpelijk heeft gehandeld. Eerst de CU blokkeren om die vervolgens te deblokkeren. Als dat nog op te vatten viel als een methode om de eigen positie in de onderhandelingen te versterken viel dat nog te billijken. Maar D66 heeft publicitair alleen maar schade geleden en is hier verzwakt uitgekomen.

Op de onzichtbare achtergrond is het niet minder onbegrijpelijk waarom CDA en VVD elkaar tot nu toe hebben weten vast te houden en PvdA en GroenLinks samen hebben weten te blokkeren. CDA-leider Hoekstra excelleerde in de publieke opinie maandenlang in nietszeggendheid terwijl zijn partij uit elkaar viel en aan invloed verloor. Het is het wonder van deze informatie waarom premier Rutte hierin tot aan het einde meeging en waarom zowel D66 als PvdA en GroenLinks die eenheid van CDA en VVD niet hebben weten te doorbreken.

Nu richt het ongenoegen zich op D66. Dat heeft ook wel wat uit te leggen. Is het de onervarenheid van partijleider Kaag en haar team dat bij tijd en wijle onhandig opereerde in een vreemde combinatie van overschreeuwen zonder een aansluitende nabehandeling of is het de tragiek van de tweede partij die te groot is voor een servet, maar te klein voor een tafellaken?

Strategisch was het voor D66 logischer geweest en beter uit te leggen aan de kiezers als het zich vanaf het begin had verbonden met PvdA en GroenLinks. Nu gaf D66 een dubbel signaal af. Enerzijds zat het als junior partner aan tafel met de VVD en schreef mee aan een concept regeerakkoord, anderzijds maakte het zich sterk voor deelname van de PvdA en GroenLinks aan een kabinet. Dat kon niet allebei.

Net als nu de Groenen en de FDP in Duitsland had D66 het moeten omdraaien door eerst een progressief akkoord met de PvdA en GroenLinks te formuleren om pas daarna met de VVD en het CDA aan tafel te gaan zitten. Dat had in elk geval iedereen begrepen omdat het eenduidig was. Als D66 niet zover had willen gaan, dan had het zich niet zo ferm moeten identificeren met beide linkse partijen. Het beeld dat nu blijft hangen is wispelturige halfslachtigheid van D66. Met als gevolg dat niemand tevreden is en iedereen D66 deels ten onrechte een gebrek aan standvastigheid verwijt.

In een reactie bij een artikel op nu.nl verwoordde ik mijn reactie zo:

Er hangt voortzetting van het huidige kabinet in de lucht. Dat roept dat de vraag op naar het opereren van de partijleiding van D66. Want de blokkade door de rechtse partijen CDA en VVD van de linkse partijen PvdA/GroenLinks is niet doorbroken en de CU zit weer aan tafel.

Als Rutte IV een voortzetting wordt van Rutte III, dan zijn de onderhandelingen terug bij af.

Had D66 slechte kaarten of heeft het de kaarten die het had slecht uitgespeeld? Als dat laatste het geval is, waar het op lijkt, dan is er introspectie in de partijleiding van D66 nodig.

Misschien had de partij enkele maanden geleden uit de onderhandelingen moeten stappen. Zodat het zich in een sterke positie gemanoeuvreerd had om teruggevraagd te worden.

Nu laat D66 zich intimideren door een VVD-informateur en het instabiele CDA dat doet alsof het nog machtig is zonder daar goed op te kunnen antwoorden.

De vlucht vooruit is nog het enige dat D66’s geloofwaardigheid kan redden. Dus een claim op het premierschap.

Is ‘blokkade’ het woord van de kabinetsformatie 2021?

A la fin des années 1970, Europa-Park est déjà bien implanté en tant que rendez-vous familial pour le grand public en Allemagne. Quelques années plus tard, en 1982, sera inauguré le premier quartier à thème européen. L’Italie sera le pays choisi. Document Europa-Park.

Het woord van de kabinetsformatie zou wel eens ‘blokkade’ kunnen zijn. Partijen sluiten elkaar uit. Vandaag gooiden VVD en CDA zoals het er nu naar uitziet de deur definitief dicht voor PvdA en GroenLinks. Nadat deze partijen zich geweld hebben aangedaan door te handelen in strijd met hun eigen identiteit. Alle partijen lijken in een identiteitscrisis te verkeren. Ze blokkeren psychisch. Beide rechtse partijen willen niet dat de twee linkse partijen aan tafel aanschuiven om te onderhandelen.

Van de grootste partij VVD is dat begrijpelijk, maar waar het instabiele en verdeelde CDA dat worstelt met de invloed van oud-partijlid Pieter Omtzigt de lef vandaan haalt om zich zo hard op te stellen is onbegrijpelijk. D66 wil de ChristenUnie niet in het kabinet omdat deze christelijke partij haaks staat op een progressieve agenda. Deze opstelling, blokkade, van D66 is begrijpelijk omdat sociaal-culturele progressiviteit voor het sociaal-economisch rechtse D66 de enige manier is om zich te onderscheiden.

Een minderheidskabinet van VVD, D66 en CDA met 73 zetels is evenmin aantrekkelijk omdat het zich ermee op bepaalde beleidsterreinen die bij links geen steun hebben afhankelijk maakt van de radicaal-rechtse partijen, zoals de PVV. Dat is een publicitair rampscenario voor premier Rutte. Een pseudo-minderheidskabinet met vaste gedoogsteun van het tegen D66 aanleunende VOLT zou de coalitie uit de greep van de rechtse Kamermeerderheid tillen. Maar of VOLT daartoe bereid is of dat VVD en CDA ook zo’n optie blokkeren is ongewis.

Misschien is het woord dat bij nader inzien de kabinetsformatie 2021 beter omschrijft achtbaan of het in dit kader treffende equivalent tuimeltrein omdat het de noties buitelen, struikelen en vallen bevat. Het kronkelt en de kiezers zien het verbijsterend aan. Ze begrijpen niet wat ze zien en hoe het proces zich ontrolt. Wat is het alternatief voor partijpolitiek die aan zichzelf denkt en het algemeen belang uit het oog is verloren? Stuk voor stuk falen de leiders van de politieke partijen. Dat beseffen ze en tast weer hun zelfbeeld aan.

Je vraagt je af of het geen tijd is voor een interventie van een extern orgaan of adviesraad om het demissionaire kabinet én de voorzitter van de Tweede Kamer erop te wijzen dat wat nu gebeurt constitutioneel ontoelaatbaar en buiten de orde is. Formeel hebben de ministers van Staat of de Raad van State geen rol hierin maar ze zouden wel hun publicitaire en morele gewicht kunnen inzetten om kabinet en Kamer in de publieke opinie te corrigeren. Of liever gezegd, tot de orde te roepen. Partijleiders die zich gedragen als kleuters zouden op hun gedrag aangesproken moeten worden.

Want het is nog niet over. Vandaag pas beginnen de onderhandelingen. Dat gaat dus nog even duren. Midden september loopt het ziekteverlof van Omtzigt af. Als hij terugkeert in de Kamer zorgt dat weer voor nieuwe dynamiek en hernieuwde aandacht voor de verdeeldheid in het CDA. Dat ondermijnt de positie van CDA-partijleider Hoekstra. Dat kan opnieuw voor vertraging zorgen. Etc.

Duits liberale FDP positief over samenwerking met SPD en Grünen. Dat contrasteert met bange opstelling van VVD

Opmerkelijk is dat in Duitsland een coalitie van SDP (sociaal-democraten), Groenen en FDP (liberalen die meer lijken op de VVD dan D66) in de steigers staat. Op 26 september 2021 zijn de verkiezingen voor de Bundestag. Deze zogenaamde verkeerslicht (‘Ampel’) -coalitie van Rood-Groen-Geel koerst op een meerderheid in de Bundestag af. Vice-voorzitter van de FDP en Bundestag Wolfgang Kubicki heeft zich er positief over uitgelaten vanwege de stapjes in de richting van het pragmatisme van de andere twee partijen. En dan met name van kandidaat-kanselier Olaf Scholz (SPD).

De FDP heeft een recent verleden van samenwerking met de SPD en is er mentaal als junior-partner aan gewend. Gedenkwaardig in de Ostpolitik van SPD-kanselier Willy Brandt (1969-1974) was minister van Buitenlandse Zaken en vicekanselier Walter Scheel die met Brandt een goede tandem vormde. Ook FDP’er Hans-Dietrich Genscher speelde die rol onder bondskanselier Helmut Schmidt (1974-1982).

Vanuit Duits perspectief is de blokkade van het CDA van een coalitie met de twee linkse partijen PvdA en GroenLinks begrijpelijk. Ook In Duitsland is er immers geen coalitie in de maak van CDU/CSU, SPD, Bündnis 90/Die Grünen en FDP. Dat zou te breed zijn en voor een meerderheid overbodige partijen bevatten. Wat echter niet te rijmen valt is dat de VVD die eis van de CDA overneemt of zich daar achter verschuilt. Des te meer omdat het CDA door de nog steeds niet opgeloste kwestie Omtzigt verdeeld en instabiel is en Hoekstra zich in de onderhandelingen secundair en niet constructief opstelt.

De FDP is niet linkser dan de VVD, maar wel pragmatischer en gewend aan regeren met de SPD. De PvdA en GroenLinks stellen zich niet minder pragmatisch op dan de SPD en Grünen. Vooral GroenLinks wenst sloten water in de wijn te doen om maar te mogen regeren. Waar is de VVD bang voor waar de FDP niet bang voor is? Terwijl notabene de positie van de Duitse SPD en Grünen electoraal veel sterker is dan die van haar Nederlandse zusterpartijen.

Anders gezegd, waarom kan er in Nederland geen verkeerslicht-coalitie van een zwak rood licht (PvdA), een zwak groen licht (GroenLinks) en een sterk geel licht (VVD en D66) tot stand komen, terwijl dat in andere landen wel gebeurt? Overigens heeft zo’n verkeerslicht-coalitie van VVD-D66-PvdA-GroenLinks met 75 zetels geen meerderheid in de Tweede Kamer. Er zijn trouwens andere bezwaren tegen een samenwerking van PvdA met GroenLinks vanwege de identiteitspolitiek van laatstgenoemde.

Maar dat gaat voorbij aan de opstelling van de VVD. De kern van kritiek en oplopende verbazing is dat de VVD vanuit een positie van sterkte een coalitie met rood en groen blokkeert die in Duitsland haar zusterpartij FDP vanuit een positie van zwakte omarmt. Waarom voelen premier Rutte en de VVD zich in hun sterkte zo onzeker? Staat in Europees verband nou de VVD of de FDP uit het lood?