CDA en VVD vertragen formatie door te duwen op rechterkant en PvdA en GL samen uit te sluiten

Stuurt het CDA in de persoon van Madeleine van Toorenburg de hulptroepen van Team B de media in om de georkestreerde boodschap te verspreiden en de reactie erop in te schatten dat deze partij een coalitie over rechts wil of spreekt zij op eigen initiatief namens de rechterflank van het CDA? 

Waarschijnlijk moet ze in opdracht van de partijleiding eraan mee helpen om het voldongen feit van een centrum-rechts kabinet te helpen forceren. Dat zou een voorzetting van het huidige kabinet zijn, met de CU, of een inwisseling van deze partij voor PvdA óf GL. Persoonlijk kan meespelen dat zij inschat dat zij meer kans op een kabinetspost heeft als minder partijen beloond moeten worden. Daarom lijkt ze ook over haar eigen carrière te praten, zonder dat uiteraard toe te geven. 

Het CDA behaalde bij de laatste verkiezingen 9,5% van de stemmen en heeft 15 zetels in de Tweede Kamer. Leider Hoekstra heeft niet uitgesproken dat hij wil toetreden tot een nieuw kabinet. Hij houdt nog steeds een slag om de arm. Dat heeft te maken met de machtige positie in de partij van kamerlid Pieter Omtzigt die niet gecharmeerd is van premier Rutte die volgens hem de verkeerde bestuurscultuur zou belichamen. Nu Omtzigt wegens ziekte voor langere tijd uitgeschakeld is lijkt het CDA geleidelijk uit de schulp te kruipen.

Het opvallende in de formatie is in de laatst weken de verandering van toon en retoriek van de rechtse partijen CDA en VVD. Of ze zelfvertrouwen hebben gekregen is de vraag, maar vaststaat dat ze die publiekelijk tonen. Dat kan als fluiten in het donker worden uitgelegd. Het tegen beter weten in willen forceren van een voldongen feit. 

De VVD meent die vrijheid te kunnen nemen omdat de positie van premier Rutte niet langer hevig, maar overigens nog wel gematigd ter discussie staat en het CDA omdat de positie van de genoemde Omtzigt is verzwakt.

Eerst erkenden deze partijen volmondig (VVD) en deemoedig (CDA) dat er sprake was van een liberaal motorblok van VVD-D66 als basis voor een coalitie. Nu proberen ze in de beeldvorming een werkelijkheid te creëren van een rechts kabinet. Zoals gezegd is dat vooral van het CDA een ondoorgrondelijke manoeuvre omdat het nog niet eens heeft verklaard deel te willen uitmaken van een nieuw kabinet. Het CDA formeert op afstand in ijle lucht. 

Dat tamboereren op een rechts kabinet met als joker zelfs het dreigen met het radicaal-rechtse JA21 wringt omdat de positie die D66 heeft bij monde van partijleider Sigrid Kaag niet verzwakt is. Deze partij heeft nog steeds de sleutel in handen. Het valt niet in te zien dat de tactiek waarmee Van Toorenburg in navolging van Hoekstra, die weer werd gevolgd door Rutte, het veld wordt ingestuurd zal werken. Als niet alleen PvdA en GL elkaar vasthouden, maar D66, PvdA en GL dat doen, dan valt niet in te zien hoe dit blok van 41 zetels dat nodig is voor een meerderheid gepasseerd kan worden.

Premier Rutte zei afgelopen weken dat PvdA en GL ver van hem afstaan. Dat was een tamelijk overbodige en al te opzichtige uitspraak. Wat is ver? D66 kan zeggen dat CU ver van hen afstaat en dat het niet uitsluitend met rechtse partijen wil samenwerken. Welke open deur gooide Rutte hier open? Kijk naar Israël waar partijen die ver van elkaar afstaan samen een kabinet vormen. Wat denkt Rutte wat hij ermee zegt dat partijen ver van elkaar afstaan? Dat is nou eenmaal politiek. Moeten volgens Rutte alle partijen hetzelfde zijn? 

In Nederland coalitieland zijn partijen niet gelijkgeschakeld. Ze zijn onderling verschillend. Maar alle partijen die tot het midden gerekend kunnen worden zijn nou ook weer niet zo anders van elkaar dat ze niet samen kunnen werken. De constructieve zes, te weten VVD, D66, CDA, PvdA, GL en CU zijn binnen marges programmatisch inwisselbaar. De accenten zijn anders, maar de verschillen zijn overbrugbaar. 

Madeleine van Toorenburg heeft gelijk dat er tijd verspild is. Maar anders dan zij het probeert te framen. Door toedoen van Hoekstra en in navolging van hem een stoet VVD’ers en CDA’ers die hun mening in de media uitventten is tijd verloren gegaan. Hoekstra’s roep om een rechts kabinet en zijn bedekte blokkade om PvdA én GL samen tot een volgend kabinet toe te laten heeft tot tijdverlies geleid. Zo’n uitspraak is uiteraard deel van de onderhandelingen die zich deels in de media afspelen. Maar voor het proces is zo’n eenzijdige blokkade niet constructief. 

Wat zal de realiteit van zo’n centrum-kabinet van VVD, D66, CDA, PvdA en GL zijn? Het kabinet Rutte III heeft 16 ministers en acht staatssecretarissen. Onlangs zei premier Rutte dat vooral het aantal ministersposten uitgebreid moet worden. Hij voerde als reden de burn out van bewindslieden aan, maar evenzeer kan men er het voorsorteren van een vijfpartijen-kabinet in zien. Er zijn meer kabinetsposten nodig omdat meer partijen met posten tevreden moeten worden gesteld. 

De vijf partijen hebben samen 90 zetels. De module die leidt tot een kleine toename van het aantal kabinetsposten is 3 en resteert in 30 kabinetsposten (nu 24). Dat houdt in dat VVD, D66, CDA, PvdA en GL respectievelijk 11 (inclusief bonus voor premier), 8, 5, 3 en 3 kabinetsposten toebedeeld krijgen. De twee linkse partijen zullen naar verwachting karig bedeeld worden. Door te schuiven met de zwaarte van een staatssecretaris of de lichtheid van een minister kan het machtsevenwicht dat volgt uit het aantal zetels per partij gewaardeerd worden.

Die berekening roept de vraag op voor welk gevaar Hoekstra en Van Toorenburg nou eigenlijk waarschuwen. PvdA en GL krijgen naar alle verwachtingen hooguit samen zes kabinetsposten waarvan wellicht slechts elk een van zwaarder kaliber om zich te kunnen profileren. De zware posten zullen naar VVD, D66 en CDA (Financiën) gaan. 

Wat Van Toorenburg vergeet te zeggen is dat de linkse partijen als ze tot het kabinet Rutte IV toetreden weinig in de melk te brokkelen zullen hebben. Ligt voor Van Toorenburg een staatssecretariaat Binnenlandse Zaken in het verschiet als opvolger van Raymond Knops? Als beloning voor haar partijtrouw en lobbywerk als slippendrager van de partijleiding van het CDA. 

Verslag van een aangekondigde ramp. CDA en VVD beëindigen samenwerking met FvD in Brabant

Schermafbeelding van deel artikelVVD en CDA zeggen samenwerking met FVD in coalitie Noord-Brabant op’ op Nu.nl, 20 mei 2021.

Het opportunisme van CDA Brabant is grenzeloos en haar geloofwaardigheid nihil. In 2019 stapte die partij uit een coalitie van CDA, VVD, PvdA, D66 en GroenLinks omdat het zei niet te kunnen leven met het stikstofakkoord.

Achterliggend idee was dat het CDA rechts werd gepasseerd door FvD, radicale actiegroepen als FDF en de agro-industrie en zich daar tegen wilde indekken. Het CDA Brabant raakte in paniek omdat het dacht onder druk te staan en naar rechts te moeten bewegen om de steun van de boeren niet te verliezen. Landelijk kreeg het groen licht om rechtsaf te slaan. In een partij waar de regionalisering groot is en de coördinatie klein. Toen stemde 56% van de leden van CDA Brabant voor samenwerking met de VVD, FvD en Lokaal Brabant.

Gematigde CDA’ers in Brabant die wezen op de mislukte landelijke samenwerking met de PVV in het kabinet Rutte I werden opzij geschoven. Zoals oud-voorzitter van het CDA Brabant Wil van der Kruijs en Dave Ensberg, zie hier. CDA-kamerlid Jaco Geurts werd in februari 2020 uitgefloten op een demonstratie van radicale boeren. Het wachten was op het uit elkaar spatten van deze rechtse coalitie van wie iedereen wist dat die zou komen, maar alleen niet wanneer.

CDA Brabant reisde naar Isfahan om daar als een vluchtende tuinman de dood te ontmoeten in de vorm van FvD.

CDA Brabant wist op voorhand dat FvD Brabant een instabiele partij was die direct onder invloed stond van de radicaliserende onruststoker Baudet. Maar CDA Brabant en FvD Brabant deden net alsof dat niet zo was.

Analist Chris Aalberts beredeneerde in een artikel van 28 april 2020 op TPO met de veelzeggende titel ‘Brabantse samenwerking is een uitgelezen kans voor het CDA om tweespalt binnen FvD te zaaien’ dat de samenwerking een instrument zou kunnen zijn om FvD te splijten. In die redenering mocht CDA Brabant van het landelijke CDA als breekijzer dienen om FvD te breken. Aalberts pleitte ervoor om controversiële uitspraken van partijleider Thierry Baudet niet te negeren: ‘Als Baudet binnenkort weer roept dat het CDA Nederland vernietigt, is dat een spoeddebat in Den Bosch waard. Wat willen die provinciale FvD’ers eigenlijk? (…) Als het CDA in Brabant bereid is dat debat continu en op het scherpst van de snede te voeren, is er geen enkele reden deze coalitie af te wijzen. De provinciale FvD’ers gaan het er nog zwaar mee krijgen. De vraag is alleen of het CDA deze handschoen durft op te pakken.

Uiteindelijk kwam het niet zover en had FvD de druk van het CDA niet nodig om te fragmenteren en uit elkaar te spatten. Tactisch vernuft ontbrak in CDA Brabant om scherpzinnig te zijn en het slim te spelen. Het lijkt er sterk op dat het bestuur van CDA Brabant de verkeerde accenten legde en zich op een te defensieve manier richtte op de eenheid binnen het CDA. Daardoor kwam het CDA er niet aan toe om FvD onder druk te zetten en uit elkaar te spelen door Brabantse FvD’ers voortdurend te vragen wat ze vonden van Baudets uitspraken. Het CDA kon niet hard en continu in de aanval gaan tegen FvD omdat het telkens in de verdediging voor zichzelf werd gedrongen.

Nu wordt alsnog het ongelijk bevestigd van CDA Brabant dat zo graag wilde en het landelijke CDA dat dit toestond zonder dat dit enige invloed op FvD had dat onder leiding van Baudet in zichzelf gekeerd opereerde. Nederland was 1,5 jaar getuige van een afvalrace waar steeds meer leden van FvD afvielen door afsplitsing. CDA Brabant stond steeds meer voor paal, maar kon dat niet toegeven om het eigen ongelijk niet te bevestigen. Iedereen met ogen in de kop zag dat de samenwerking niet duurzaam was, maar het CDA Brabant bleef volharden in de omarming van de politieke dood. Totdat het getalsmatig op was.

Achteraf kan men zich alleen maar verbazen over het amateurisme van de leiding van CDA Brabant en de inschatting van het landelijke CDA onder toenmalig fractievoorzitter Pieter Heerma die in een machtsvacuüm opereerde. CDA Brabant zegt nu volgens het bericht in Nu.nl over de samenwerking met FvD: ‘Het was niet stabiel en het morele kompas was zoek’. Welbeschouwd geeft CDA Brabant hiermee een oordeel over zichzelf: ‘CDA Brabant was niet stabiel en het morele kompas was zoek’.

Of het CDA Brabant de kracht heeft om lering te trekken uit de overstap naar FvD die voor de provincie en het aanzien van het CDA zo slecht is uitgepakt is de uitdaging voor de Brabantse christenen-democraten. Nu is aangetoond dat de angst voor radicale boeren een slechte raadgever was resteert de vraag of CDA Brabant zichzelf terug kan vinden. Of wat er nog van over is na deze tragikomedie van de verdwijnende FvD’ers waarachter CDA Brabant verdween.

Hoe kan de partijpolitiek uit de eigen schaduw stappen?

Still uit Nosferatu (1922).

Met spanning wordt uitgezien naar de openbaarmaking vandaag van de notulen van de ministerraad waaruit zou blijken dat het leden van het kabinet moedwillig informatie achterhielden voor de Tweede Kamer in de toeslagenaffaire en kamerleden wilden inperken. Alle coalitiepartijen zullen daarbij worden beschadigd. Vraag is wie het meest en wie relatief het minst beschadigd wordt en of er nog voldoende vertrouwen overblijft voor de vorming van een nieuw kabinet.

Verliest D66-leider Sigrid Kaag haar geloofwaardigheid met haar oproepen voor nieuw leiderschap als blijkt dat zij in het kabinet meedeed aan oud leiderschap? Verliest CDA-leider Wopke Hoekstra de greep op zijn partij als blijkt dat hij CDA-kamerlid Pieter Omtzigt op verzoek van vooral D66 wilde inkapselen? Iets wat overigens niet lukte. Verliest VVD-leider Mark Rutte in de publieke opinie het laatste restje vertrouwen als blijkt dat hij leiding gaf aan het achterhouden van informatie voor de Tweede Kamer?

De oplossing is simpel en lastig tegelijk. Namelijk een coalitie die rond VVD-D66-CDA wordt gevormd met nieuwe gezichten van een nieuwe generatie. Geen Rutte, maar Klaas Dijkhoff. Geen Kaag, maar een backbencher. Geen Hoekstra, maar Omtzigt. Sterke ministers die de beste persoon op hun post zijn kunnen het kabinet vormen. Weg van het geklaverjas met partijbelangen waardoor partijen tweederangs wethouders naar voren schuiven die op hun eerste dag in het kabinet al mislukt zijn. Waarom geen Marcel Levi als minister van Volksgezondheid of Johan Simons of Willem de Rooij als minister van Kunst? Die ambitie om afstand te nemen van die oude partijpolitiek vormt ook een nieuwe bestuurscultuur.

Niet dat hiermee de oude, gesloten bestuurscultuur volledig verdwijnt en het zogenaamde dualisme in de scheiding van verantwoordelijkheid tussen kamer en regering, en tussen fracties en bewindslieden wordt gerealiseerd. Maar het kan een stap zijn in die richting. Met Omtzigt als tweede vice-premier is het niet onmogelijk dat de SP de vierde partij wordt in de coalitie. Dat is tandenknarsen voor de VVD, maar waarschijnlijk beter verteerbaar dan GroenLinks dat klimaatambities heeft en de bouw en de boeren voor het blok zet of PvdA dat op dit moment zwak geleid wordt en niet sterk en zelfverzekerd acteert.

Het gedoe over de formatie en de gesloten bestuurscultuur is beschamend voor wie alle problemen ziet die continu opduiken. En vooral, voor wie die serieus wil nemen. Wantoestanden en zaken die niet onder controle zijn en waar de politiek sturend in zou moeten zijn vertonen zich dagelijks. Het is de recycling van niet aangepakte problemen. De politiek wens je toe dat het doelmatig bestuurt, controleert en middelen verdeelt en niet steeds met zichzelf bezig is. Maar de politieke partijen geven in hun in zichzelf gekeerde arrogantie en zelfgerichtheid steeds weer het verkeerde voorbeeld.

De gesloten bestuurscultuur is een gevolg van het failliet van de partijpolitiek. Wie de politiek wil hervormen, moet de partijpolitiek hervormen. Ofwel, het belang van politieke partijen in de formatie moet afgeschaald worden. Hun belang hoeft daarmee niet te verdwijnen. Dat is ook onwenselijk omdat er veel waardevolle expertise en ‘geheugen’ in de partijen aanwezig is. Zonder hen kan het niet. Maar als ze in hun marketing, mannetjesmakerij, machtsdenken en electorale overconcentratie zo bijziend gefocust blijven op hun eigenbelang, dan kan het evenmin met hen.

De tussenoplossing is het openbreken van de partijpolitiek met een nieuwe generatie politici en deskundige ministers die losjes gebonden zijn aan partijen. De politiek om de politiek past slecht bij de bestuurscultuur waarvan iedereen zegt dat die nodig is. Laat het lippendienst zijn die ingegeven wordt door de publieke opinie die een eigen dynamiek krijgt. Die reden telt niet, het resultaat wel.

Rutte en De Jonge moeten aftreden vanwege hun falend vaccinatiebeleid

Schermafbeelding van deel artikelVaccinatie ouderen vertraagd door prikvoorrang huisartsen’ van Nieuwsuur, 14 april 2021.

Nieuwsuur bevestigt in een voorbeeld van goede onderzoeksjournalistiek de ergste vermoedens over het falende Nederlandse vaccinatiebeleid. De titel van een artikel hierover is veelzeggend: ‘De vaccinatiecampagne: de valse start, de gemiste kansen en het recht van de sterkste’. De essentie van de kritiek is dat het kabinet geen regie en inzicht had, maar speelde dat het dit had. Tot op de dag van vandaag. Dat is ernstig omdat het om mensenlevens gaat.

Iedereen met enig kritisch vermogen weet al maanden dat het Nederlands vaccinatiebeleid niet op orde is. Het is onrechtvaardig, geeft gehoor aan de lobby van machtige groepen en laat groepen zonder lobby (bejaarden) achter aansluiten. Zonder uitleg. Hiermee veronachtzaamt het kabinet haar rol om zwakkeren en ouderen te beschermen tegen de pandemie. De politieke partijen (ook 50Plus) waren afgelopen maanden uitsluitend met zichzelf en elkaar bezig zodat het kabinet alle ruimte kreeg en niet gecorrigeerd werd. Nieuwsuur zet dat falen overtuigend op een rijtje.

Het RIVM handelt niet doelmatig, spreekt niet altijd de waarheid, zet de regering op het verkeerde been en wordt verkeerd aangestuurd. Hoogste tijd voor de verantwoordelijke minister Hugo de Jonge om af te treden. Al is hij al demissionair hij prikt niet door de leugens van het RIVM heen. Zijn geloofwaardigheid is niet tot het nulpunt gedaald door zijn ellenlange, zalvende praatjes, maar door zijn structureel foute aanpak van de pandemie. Zijn inzicht, overtuigingskracht en intellectuele vermogen bleken telkens onvoldoende voor een goed vaccinatiebeleid. Dat gaat verder dan de tegenslagen van niet geleverde vaccins of vaccins met bijwerkingen die in alle landen voorkwamen Een parlement dat zichzelf respecteert dient hier opheldering over te vragen en daar personele gevolgen aan te verbinden.

Premier Mark Rutte die eindverantwoordelijk is voor het coronabeleid zou ook gevraagd moeten worden zijn biezen te pakken. Als het door een geslaagde publiciteitscampagne van de VVD niet de leugen was over CDA-er Pieter Omtzigt en de doodzonde om deze parlementariër op een zijspoor te willen manoeuvreren die hem de nek kostte, dan behoort het dit falende vaccinatiebeleid te zijn. Rutte heeft electoraal profijt gehad van zijn talloze persconferenties over de pandemie. Nu onomstotelijk vastgesteld wordt dat zijn beleid in de kern niet deugt en daar herhaaldelijk door RIVM en kabinet over gelogen is, is de logische volgende stap dat hem de gevolgen voor dit falende beleid aangerekend worden.

Het argument dat Rutte aan moet blijven om de pandemie te bestrijden op dit beleidsterrein dat missionair is verklaard, is in zijn tegendeel verkeerd. Rutte moet aftreden omdat hij een goede bestrijding in de weg staat. De fouten en leugens van hem en minister De Jonge rechtvaardigen niet dat er nog verder doorgemodderd wordt en deze bewindslieden verantwoordelijk kunnen zijn voor de bestrijding van de pandemie. De schijn van beleid is niet beter dan genezen.

Reconstructie van Nieuwsuur over rol Kremlin bij neerhalen MH17. Maar hoe zit het met afspraken tussen Nederland en Russische Federatie over gasbeleid en Nord Stream II?

Het is goed dat de redactie van Nieuwsuur opnieuw aandacht besteedt aan het neerhalen in 2014 van de MH17 en de betrokkenheid van het Kremlin daarbij. Immers een van de grootste luchtrampen die Nederland ooit heeft getroffen. Het Kremlin is nooit zo hoffelijk geweest om volgens de diplomatieke gebruiken schuld te bekennen of verontschuldigingen aan te bieden aan de Nederlandse regering en het Nederlandse volk. Dat was het affront op een affront. Het item roept wel de vraag op wat de aanleiding ervoor is. Nieuwe feiten blijken er niet uit.

Niet dat dit Nieuwsuur te verwijten valt, maar de afwikkeling van de MH17 en de opstelling van de Nederlandse regering kunnen niet los gezien worden van de verbondendheid van Nederland met de Russische Federatie inzake het gasbeleid. FTM concludeerde in maart 2021 dat Nederland en de Russische Federatie achter de schermen samenwerken over het gasbeleid en de aanleg van Nord Stream II. Zo steunt Nederland achter de schermen via het Nederlandse bedrijf Gasunie en het Brits-Nederlandse Shell de aanleg van gaspijplijn Nord Stream II die aantoonbaar in strijd is met het energiebeleid van de EU inzake diversificatie en energie onafhankelijkheid. Dat staat omschreven in het Third Energy Package uit 2018.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken bij monde van minister Stef Blok geeft daar geen openheid over ondanks kritische kamervragen van vertegenwoordigers van D66 en GroenLinks. De bedrijfslobby heeft er in een onderonsje met de VVD voor gezorgd dat de gaspolitiek met de Russische Federatie bij de bewindslieden van VVD, te weten demissionair premier Rutte, minister Blok een minister Bas van ’t Wout van Economische Zaken en Klimaat onaantastbaar is.

Dit is dus schaken op meerdere borden. Nederland werkt in het niet eens zo geheime geheim hecht samen met het Kremlin op het gebied van het gasbeleid en heeft in de publiciteit volop kritiek op het Kremlin bij de schuldvraag en de afwikkeling van de ramp met de MH17. In zekere zin kan dat laatste als publicitaire afleiding voor het eerste worden beschouwd.

De fundamentele vraag is hoe een en ander samenhangt en of er een akkoordje tussen Moskou en Den Haag is afgesproken over de samenhang van deze twee kwesties. Daar zou Nieuwsuur eens in moeten duiken. Dan wordt het interessant. Want (of maar?) dat onderling verband ligt politiek net zo gevoelig in Den Haag als in Moskou. Of mogelijk zelfs gevoeliger.

Waarom gaven media afgelopen week zoveel ruimte aan de spindoctors van de VVD?

Het is inderdaad schandalig, die spindoctors van de VVD. Media gaven afgelopen week de meningen van spindoctors van de VVD door. Het is als het overnemen van persberichten. Gratis inhoud. Lekker makkelijk.

De verdedigingswal van de spindoctors van de VVD die afgelopen als een door de VVD georkestreerde sprinkhanenplaag de media teisterden (Jan Driessen, Mark Thiessen, Henri Kruithof, ‘mastodonten’ etc.) is dat namens de VVD Mark Rutte zich uit kan spreken over het personeelsbeleid van het CDA (Omtzigt elders), maar de andere partijen niet over het personeelsbeleid van de VVD (geen Rutte). Uiteraard wordt die orkestratie ontkend. Maar ze zeiden allen hetzelfde.

De meest botte bijl was reputatiemanager Jan Driessen die met verve de rol van ‘bad guy’ op zich nam. Driessen is het breekijzer van de onredelijkheid die in deze VVD-campagne om Rutte te redden als een van de eersten aftrapte. NRC gaf hem ruimte voor een artikel op de opiniepagina. NRC-Ombudsman Sjoerd de Jong reageerde desgevraagd op FB. Over Driessen schreef ik op FB: ‘

Jan Driessen is niet onpartijdig als oud-campagnestrateeg van de VVD en Mark Rutte. Dat dient bij lezing van zijn stuk in gedachten te worden gehouden. Hij spreekt over de ‘rücksichtslose en genadeloze Kaag’. Dat is nogal een aantijging. Via een omweg doet Driessen precies dat wat hij Kaag verwijt. Denkt Driessen dat hij buiten de wedstrijd staat?

Uit zijn stukken in Adformatie over de formatie blijkt een patroon. Driessen valt D66 hard aan en verdedigt de VVD. Wat Driessen beweert, zegt vooral iets over Driessen. Met zijn ronkende oorlogstaal laat hij zich kennen als een vertegenwoordiger van oud leiderschap en een oude politieke cultuur.

De kern van de kwestie Rutte is niet dat hij loog over Omtzigt, maar dat hij dit kamerlid van de CDA op een zijspoor wilde zetten. De kern van de kwestie van de spindoctors van de VVD is niet dat zij georkestreerd de media opzoeken, maar dat de media daar zo naïef over zijn en in meegaan. Het betreft zowel dagbladen als omroepen.

De missie van de VVD om de reputatie van Rutte te redden lijkt voorlopig geslaagd, hoewel afgewacht moet worden hoe aanvaardbaar Rutte nog is voor andere partijen. Het zijn vooral de media die afgelopen week door hun gemakzucht aan geloofwaardigheid verloren. Hun reputatie is geschaad. Spindoctors van andere partijen dan de VVD kwamen niet aan het woord. De pluriformiteit was zoek. Uiteraard ontkennen media dat zelf. Of ze beseffen niet hoe ze gemanipuleerd werden door de VVD of ze hebben er vrede mee en zien het als een normaal verschijnsel. Dat laatste is nog het meest verontrustend. Zo werd de kwestie Rutte binnen een week de kwestie Rutte in de media.

Sionkerk op Urk houdt zich niet aan coronaregels, maar kan dat doen door de uitzonderingspositie die het van het kabinet kreeg

De gereformeerde Sionkerk in Urk is volgens een bericht in Trouw ontevreden met het overheidsbeleid inzake de bestrijding van de COVID-19 pandemie. Zo laat de kerkenraad de afstandsregels los, omdat het tegemoet wil komen aan ‘de nood en het geestelijk welzijn’ van de gemeente. Ouderling en voorlichter H. Snoek zegt daarover het volgende: ‘We willen gehoorzaam zijn aan de overheid, maar wel in samenhang met Gods geboden. We doen dit vanwege het zielenheil van de mens.

Kerken worden naar het oordeel van het kerkbestuur achtergesteld, zo zegt het bericht van Trouw. In werkelijkheid is het omgekeerde waar. Volgens de maatregelen van de Rijksoverheid geldt er voor ‘het belijden van godsdienst of levensovertuiging’ een uitzondering voor bijenkomsten in een binnenruimte van maximaal 30 personen. Om dat te legitimeren wordt er verwezen naar de vrijheid van godsdienst. Dat is merkwaardig omdat allerlei grondrechten tijdelijk zijn ingetrokken in de bestrijding van COVID-19. Daarom is het bizar dat religieuze organisaties een uitzonderingspositie in mogen nemen van het kabinet. Het is nog absurder dat kerkbesturen in die bevoordeling een achterstelling zien. Zij zijn ermee de kijk op de realiteit kwijt. Zo geldt voor culturele instellingen, zoals schouwburgen, archieven en musea de uitzondering niet. Dit zijn doorgaans professionele instellingen met een goede organisatie die veel hebben geïnvesteerd in de ontvangst van gasten. Maar toch mogen ze niet opengaan.

Opvallend is dat in de recente publiciteit over de aanpak en maatregelen de Rijksoverheid de uitzondering die voor kerken geldt niet meer expliciet noemt. Het is onduidelijk waarom dat zo is. Maar de brede kritiek op de voorrechten van kerken die mogen wat culturele of commerciële instellingen niet mogen heeft er mogelijk mee te maken. Dit voorrecht voor kerken is slecht te beredeneren. Het is niet alleen slecht te verdedigen, maar wordt er onhoudbaar en potsierlijk op als kerken in de slachtofferrol kruipen en menen dat ze achtergesteld worden.

Het kabinet Rutte III heeft deze rechtsongelijkheid en bedreiging voor de volksgezondheid over zichzelf afgeroepen. Het kan niet ingrijpen omdat het de kerken een uitzonderingspositie heeft gegeven. Daar is de fout gemaakt. De Sionkerk in Urk of andere orthodoxe kerken in de biblebelt nemen de ruimte die het kabinet hun heeft gegeven. Deze kerken treft weinig verwijt. Dat ze niet maatschappelijk handelen, het algemeen belang van de volksgezondheid niet zwaar laten wegen en vooral op zichzelf gericht zijn was vooraf te voorzien geweest.

Dat kerken en andere religieuze organisaties voorrechten genieten is een maatschappelijk onrechtvaardigheid. Onlogisch is dat religieuze organisaties als meer gelijk worden gezien dan niet-religieuze organisaties. Ze hebben voorrechten die anderen niet hebben. Dit is des te merkwaardiger omdat artikel 6 van de Grondwet over de vrijheid van godsdienst het kabinet een wettelijke grond geeft om in te grijpen: ‘De wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid’. Waarom heeft het kabinet daar geen gebruik van gemaakt?

Voor de uitzonderingssituatie van religieuze organisaties in de bestrijding van de pandemie is geen rechtvaardiging te vinden. We mogen de kerkenraad van de Sionkerk in Urk dankbaar zijn dat het de absurditeit van het kabinetsbesluit om kerken een uitzonderingspositie te geven via een omweg onder de aandacht brengt. Het raakt aan een maatschappelijk probleem van een land waarvan de bevolking zich in meerderheid niet-godsdienstig verklaart, maar waar de godsdiensten nog proportioneel veel invloed hebben. Alsof het verleden nog voortkabbelt.

Antwoord aan Jan-Willem Wits: Teleurstellende resultaten van het CDA en de CU zijn deels te verklaren door de demografische ontwikkeling van de ontkerkelijking

Hieronder mijn reactie op Facebook bij een artikel in het Katholiek Nieuwsblad met communicatieadviseur Jan-Willem Wits die in 2020 CDA-er Pieter Omtzigt adviseerde. Hij gaat in op de vraag waarom de christelijke partijen het op 17 maart 2021 zo slecht hebben gedaan.

Wits wijst op aspecten zoals de rol van CDA-leider Hoekstra en de verrechtsing van deze partij en snijdt pas in het slot een structurele oorzaak aan. Namelijk het afkalven van de achterban van de christelijke partijen. De conclusie die hieruit kan worden getrokken is dat verbreding ten koste gaat van de eigen overtuiging en verdieping ten koste van de aantrekkingskracht voor velen. De christelijke partijen zitten demografisch klem.

De drie christelijke partijen hebben met een score van in totaal 15,1% slechter gepresteerd en verloren zo’n 2,8%. Dat is een achteruitgang van hun aanhang van ongeveer 15% sinds 2017. Die afname is in lijn met de demografische ontwikkeling van de ontkerkelijking hoewel het die niet volledig verklaart. In vier jaar tijd is de ontkerkelijking naar schatting met 7% toegenomen. Er zijn nog geen cijfers voor 2021 bekend, maar een doorberekening zegt dat nu 57% van de Nederlanders zich niet laat inspireren door het geloof. Als moslims en Joden daar nog bijgeteld worden, dan blijkt dat nu zo’n 65% van de Nederlandsers geen christelijke overtuiging heeft.

CDA voerde een onzekere en zwalkende campagne en verloor, de CU had als belangrijkste wapenfeit zich erop te laten voorstaan om tegen het liberalisme van VVD en D66 te zijn, heeft zich vermoedelijk zo een volgend kabinet uitgeredeneerd en bleef gelijk. Evenals de SGP dat stabiel scoort op 3 zetels. De christelijke partijen kwamen zo uit op 23 zetels. Gelijk aan wat D66 in haar eentje haalt.

Niet-christelijke partijen hoeven zich dus getalsmatig niet langer te laten gijzelen door de christelijke partijen. Demografisch werkt de tijd tegen de christelijke partijen. Ook na hun achteruitgang hadden sinds 2012 de christelijke partijen meer in de melk te brokkelen dan de getalsverhoudingen deden vermoeden. Twee christelijke partijen in Rutte III hadden bovenmatig veel invloed. Toch is de christelijke politiek met ongeveer 15% van de zetels en stemmen minder in staat om hard op de rem van de maatschappelijke ontwikkeling te staan.

De beide liberale partijen VVD en D66 hebben hun bekomst van het moralisme en de remmende invloed van de christelijke politiek, maar durfden daar tot nu toe niet goed een breekpunt van te maken. Naar verwachting gaat D66 dat nu wel doen. Die achterhoedegevechten van de christelijke politiek zijn pas voorbij als de niet-religieuze partijen beseffen dat de christelijke partijen hun macht hebben verloren en niet nodig zijn. Ze mogen aanschuiven of anders in eigen kring preken.

Het slot geeft aan wat de randvoorwaarden zijn voor religieuze politiek. Dat is een slinkend perspectief, want elk jaar neemt het percentage toe met 1 tot 2 procent van de Nederlanders die verklaren zich niet te laten inspireren door het geloof. Dat heeft als gevolg dat de religieuze partijen niet verjongen en steeds meer leunen op oudere kiezers en in een mentaliteit en sfeer van vroeger blijven hangen. Ook DENK heeft niet gewonnen en de religieuze partijen Jezus Leeft en NIDA hebben de kiesdrempel niet gehaald.

Maar het is niet onmogelijk voor religieuze partijen om niet-religieuze kiezers te trekken. Premier Lubbers was daar tamelijk succesvol in. In Duitsland was kanselier Merkel dat. Omtzigt had het in zich om dat effect bij het CDA te bewerkstelligen. Maar dan moet de partij zich minder religieus opstellen dan Wits beweert. Dat is de schaduwzijde voor de christelijke hardliners. De aandacht voor medisch-ethische onderwerpen bij de CU heeft dan wellicht de achterban goed gedaan, maar tevens de partij geïsoleerd in Rutte III. CDA is groter en heeft de pretentie van volkspartij, zodat de niche politiek van de CU hoe dan ook moeilijk toepasbaar is op het CDA. Daarom deel ik Wits observatie niet.

Overigens ben ik van mening dat de SGP ontbonden moet worden vanwege het beginsel om een alternatief rechtssysteem op te tuigen dat Gods woord boven de nationale rechtsstaat stelt. Dat past niet in een democratie, zoals een partij die de sharia promoot daar evenmin een plek in zou moeten hebben. Het verbaast me dat in de kringen van de christelijke politiek geen levendig debat bestaat over de in de kern anti-democratische SGP. Want deze partij besmet het beeld dat van christelijke politiek bestaat. Dat is via een omweg schadelijk voor CDA en CU.’

Foto: Schermafbeelding van deel artikelTeleurstelling bij de christelijke partijen: wat ging er mis in de campagnes van het CDA en de ChristenUnie?’ in het Katholiek Nieuwsblad, 19 maart 2021.

Op wie moet ik stemmen op 17 maart 2021? Aflevering 4: coalitie, marge met splinters en dwaze speculatie

Update 17 juni 2021: Het is nu exact drie maanden na de verkiezingen op 17 maart. Er is nog geen begin van het zicht op een coalitie. Het instabiele CDA vertraagt met overmoed, obstructie en rechtse praatjes van partijleider Hoekstra de formatie. Ik speculeerde in onderstaand commentaar op een coalitie van VVD-D66-PvdA-SP. Dat heeft nu een meerderheid van 76 zetels. Twee bezwaren zijn er tegen. SP wil zelf niet en VVD wil geen twee linkse partijen in het kabinet. Maar dat laatste bezwaar is onzin omdat PvdA en SP getalsmatig weinig in de melk te brokkelen hebben. Met in totaal 18 zetels hebben ze minder dan D66 dat met 24 zetels weer 10 zetels minder heeft dan de VVD. Die krachtsverhouding kan in het regeerakkoord en de verdeling van ministersposten vertaald worden. SP en PvdA hebben samen een belang van 24%. Moet de VVD met 45% daar bang voor zijn? Waar is de VVD bang voor?

Volgende week woensdag 17 maart 2021 kennen we de exit poll van de verkiezingen voor de Tweede Kamer. De 70-plussers konden afgelopen week al stemmen en op 15 en 16 maart kunnen risicogroepen en alle anderen die zich daartoe rekenen stemmen.

Welke kant gaat het op? Laten we uitgaan van de nu bekende laatste peiling van 8 maart 2021. De marges zijn groot en er kunnen nog verschuivingen in optreden. Dat komt mede omdat de campagne niet echt leeft en vele kiezers nog twijfelen. Volgen ze hun overtuiging of stemmen ze strategisch? Of blljven ze thuis?

Uiteindelijk gaat het om het vormen van een coalitie. Zo komt een kabinet tot stand. Laten we het aantal zetels per blok bekijken. Blokken kunnen elkaar overlappen. De volgende blokken zijn te onderscheiden:

  1. 29: Radicaal-rechts: PVV (20), FvD (4), SGP (3), JA21 (2).
  2. 40: Links: PvdA (12), GL (11), SP (10), PvdD (6), Bij1 (1).
  3. 28: Religieus: CDA (17), CU (6), SGP (3), DENK (2).
  4. 52: Liberaal: VVD (37), D66 (15).
  5. 56: Centrum-rechts: VVD (37), CDA (17), 50Plus (2).
  6. 28: Kosmopolitisch: D66 (15), GL (11), Volt (2).

Binnen radicaal-rechts hebben PVV en FvD zich door hun radicale opstelling en (persoonlijke) verwijten aan andere partijen buiten de orde geplaatst. SGP is een gespleten partij omdat het zich in praktijk gouvernementeel opstelt, maar in theorie anti-rechtsstatelijk is. Het valt niet in te zien dat linkse of liberale partijen met de in de kern theocratische SGP willen samenwerken. JA21 heeft even radicale standpunten als PVV en FvD, maar lijkt zich in de samenwerking met andere partijen wat schappelijker op te stellen. Veel is nog onduidelijk over deze partij. Ook het buitengesloten zijn binnen radicaal-rechts kent dus verschillen. Het kan er op uitlopen dat deze partijen met hun 29 zetels buiten een coalitie vallen. Er resteren 121 zetels.

Omdat voor een coalitie de steun van minimaal 76 zetels nodig is kunnen er maximaal 45 zetels (121 – 76) afvallen. Liefst iets minder dan 45 zetels om een veilige marge voor een meerderheid in te bouwen, maar evenmin veel minder dan 45 zetels omdat er dan te veel partijen aan een kabinet moeten deelnemen. Laten we daarom uitgaan dat er nog 41 zetels afvallen en een coalitie steunt op 80 zetels.

De VVD is getalsmatig nodig omdat niet valt in te zien hoe het enige alternatief zonder VVD én radicaal-rechts, namelijk een zeven-partijen kabinet van CDA-D66-PvdA-GL-SP-CU-PvdD (77 zetels) levensvatbaar is en programmatische samenhang vertoont. Als de VVD onmisbaar is, dan is of het CDA of D66 die tussen de 15 en 17 zetels scoren misbaar. Omdat het CDA onder de nieuwe partijleider Wobke Hoekstra is afgeslagen naar rechts en deels de VVD rechts is gepasseerd heeft de VVD er op dit moment geen belang bij om samen met het CDA in een kabinet te gaan zitten. Hoewel een sterke oppositie tegen het kabinet evenmin aantrekkelijk is. Toch wijst een en ander op een rompkabinet van VVD en D66. Dat is 52 zetels. Waar komen de resterende 28 zetels vandaan om tot 80 te komen?

Links is nu aan zet. Opname van alle drie de linkse partijen PvdA, GL en SP in het kabinet is er een te veel omdat de achterban van de VVD dat niet zal begrijpen omdat zo het evenwicht in het kabinet te ver naar links doorschiet. De degelijke bestuurderspartij PvdA lijkt een betrouwbare kandidaat voor deelname aan het kabinet Rutte IV.

Resteert de keuze tussen GL en de SP. De laatste lijkt wat radicaler, maar redelijker en de eerste wat inschikkelijker, maar minder stabiel. Wat voor de VVD tegen GL pleit is de stevige opstelling van die partij over het klimaat. Dat is voor de bedrijfslobby binnen de VVD een brug te ver. GL lijkt ook de eigen hand overspeeld te hebben met marketing praatjes over een links blok, terwijl PvdA en SP daar niks van willen weten.

De SP gaat net als de SGP in theorie voor een ander wereldbeeld, maar laat zich in de praktijk kennen als redelijke bontgenoot. Dat heeft de partij op lokaal niveau bewezen, waar het betrouwbaar opereert. Probleem is vooral de sceptische EU-opstelling van de SP en de animositeit met de PvdA. Denk aan de harde en mislukte anti-Timmermans campagne van de SP bij de Europese verkiezingen. Maar zowel het een als het ander valt glad te strijken. Dat pleit voor opname van de SP in het kabinet.

Zo komt een kabinet van VVD, D66, PvdA en SP in de steigers te staan. Maar het is een smalle marge, Volgens de huidige peilingen is deze coalitie met 74 zetels niet genoeg voor een meerderheid. In de Eerste Kamer doet deze coalitie het met 29 van de 75 zetels nog slechter. De toevoeging van de CU lost dat probleem in de Tweede Kamer op (80 zetels), maar in de Eerste Kamer niet (33 zetels). Samenwerking met de Fractie-Nanninga (= JA21) in de Eerste Kamer lost dat probleem daar op, terwijl de 2 zetels van JA21 in de Tweede Kamer zelfs de deelname van de CU overbodig maken. Toch al een partij met zalvende praatjes waar liberalen weinig van moeten hebben.

De minimale constructie voor een stabiele coalitie in de Staten-Generaal is een kabinet van VVD, D66, PvdA en SP met gedoogsteun van JA21. Als pragmatische oplossing is het mogelijk dat de partij een partijloos staatssecretariaat over veiligheid of migratie gegund wordt, zodat de partij niet formeel aan het kabinet deelneemt. Ermee wordt het argument geneutraliseerd dat radicaal-rechts bij voorbaat buitengesloten wordt. Het toont berekenend, maar dat type argument is in elk kabinet ingebakken.

Een ding is zeker. Zo zal het niet gaan. Elke coalitie is onwaarschijnlijk totdat het waarschijnlijk wordt. Dat is een uitspraak met een hoog Johan Cruijff gehalte. Of is het omgekeerd: Elke coalitie is waarschijnlijk totdat het onwaarschijnlijk wordt? Enfin, dit soort speculaties is bruikbaar omdat het ons leert dat coalitievorming niet zozeer het verkennen van opties, maar het opruimen van blokkades is. Dat gaat volgens een vaste methode waarbij het resultaat minder belangrijk is dan het erop wijzen dat de methode bestaat. De chaos maakt het overzichtelijk omdat die een veelheid aan kansen biedt. Dat is de paradox.

Foto: Peiling van Politico stand 8 maart 2021.

Joost Eerdmans (JA21) schetst het beeld dat hij aanschuift bij een ultra-rechtse coalitie van VVD, CDA, PVV en FvD

JA21-lijsttrekker Joost Eerdmans is al bezig een kabinet Rutte IV samen te stellen. Naast VVD en het CDA denkt hij aan de PVV, Forum voor Democratie (FvD) en zijn eigen partij. Dat is geen rechtse, maar een ultra-rechtse variant waarbij de gedoogcoalitie met de PVV van het kabinet Rutte I verbleekt. Volgens de Peilingwijzer hebben deze vijf partijen op dit moment 83 zetels.

Het stof tot conflict is ingebakken in PVV en FvD waar lichtgeraakte personen vol zelfoverschatting en extreme meningen aan het roer staan. Eerdmans meent dat de VVD PVV en FvD uitsluit, maar hij weet als geen ander dat het andersom is. Door verregaande radicalisering hebben de PVV en FvD zichzelf uitgesloten van samenwerking met andere partijen. De les die VVD en CDA uit het door de PVV opgeblazen kabinet Rutte II hebben getrokken is dat er geen compromissen met deze partij zijn te sluiten. Daarnaast zijn de PVV en FvD onevenwichtige partijen zonder een democratische structuur, transparantie en politiek talent dat samen kan én wil werken met andere partijen.

De VVD zou uit electoraal oogpunt gek zijn om over rechts te gaan omdat het daardoor niet alleen overgeleverd is aan de luimen van Wilders en Baudet, maar ook dat het daardoor in een ultra-rechtse koers getrokken wordt en niet langer de schijn op kan houden een middenpartij te zijn die afstand houdt van de eigen radicale variant. Voor een middenpartij als D66 zou het makkelijk scoren zijn om VVD en CDA op die rechtse koers af te rekenen.

Eerdmans weet dat hij onzin kletst en een totaal gebrek aan realisme tentoonspreidt. Zowel VVD-leider Mark Rutte als CDA-leider Wopke Hoekstra hebben de laatste maanden gezegd dat ze niet willen regeren met de PVV en FvD onder meer vanwege de uitspraken uit deze partijen die groepen tegen elkaar opzet, maar ook vanwege hun anti-EU standpunt. De VVD en het CDA die hechte banden hebben met bedrijven beseffen dat het economisch schadelijk is als Nederland uit de EU stapt.

De paradox van JA21 is dat het afstand heeft genomen van FvD en is opgericht door de afsplitsing ervan vanwege de racistische uitspraken van partijleider Thierry Baudet, maar deze partij en de PVV voor Eerdmans de enige optie zijn om in een kabinet te komen. Dat tekent de ongeloofwaardigheid en het gebrek aan perspectief van JA21. Daarnaast is deze partij overbodig omdat het zelfs voor zo’n ultra-rechtse coalitie niet eens nodig is. Door te pleiten voor samenwerking geeft Eerdmans de mogelijkheid weg om zich van PVV en FvD te onderscheiden.

Eerdmans doet denken aan de politici zoals Ted Cruz die door voormalig president Trump werden beledigd en daar aanvankelijk kwaad op reageerden, maar vervolgens hun bezwaren inslikten en hun eigen karakter geweld aandeden in de hoop dat er wat politieke kruimels van Trumps tafel vielen. Wat nooit gebeurde.

Eerdmans heeft de ruggengraat, rechtlijnigheid en buigzaamheid van een slangenmens. Eerdmans is de contorsionist van Nederlands radicaal-rechts. Eerdmans is politiek zo lenig dat hij er karakterloos van is geworden. Eerdmans draait rond in zichzelf. Eerdmans maakt een parodie van zichzelf. Eerdmans heeft het strategisch inzicht van een handelaar in kachels die een filiaal in de Sahara opent. Eerdmans heeft het charisma van een grutter. Eerdmans geeft door zijn herhaaldelijk falen en positiewisselen reliëf aan wat een goede politicus is.