Kunstenaars roepen op subsidie te stoppen van Centrum voor Chinese hedendaagse kunst (CFCCA) in Manchester dat racistisch ‘wit’ zou zijn

Artist Residency Studio during an open studio session. Photo by Arthur Siuksta. Credits: CFCCA, Manchester.

Identiteitspolitiek in de kunst biedt voor allen opties om stelling te nemen. Voor of tegen. Identiteitspolitiek gaat onlosmakelijk samen met beschuldigingen. Tegen de aantijging ‘racisme’ is geen verdediging mogelijk als de beschuldiging niet omschreven, laat staan onderbouwd wordt. In de praktijk wordt de beschuldiging nonchalant tegen de muur gegooid en overgenomen door sociale media. Dat is doorgaans voldoende om in de publiciteit de zaak te winnen en een beschuldigd individu of instelling te beschadigen of zelfs uit de kunstsector te verbannen.

Nuance wordt niet gezocht, verbinding wordt uitgesloten, verschillen mogen niet bestaan en intolerantie is immens. De identiteit van de kunstenaar verdringt de identiteit van de kunst.

Neem het geval in het Engelse Manchester van het Centre for Chinese Contemporary Art (CFCCA). In september 2020 heeft de CFCCA zeven kunstenaars benoemd tot lid van een werkgroep om kwesties rond gelijkheid en inclusie aan te pakken. De instelling heeft vele beleidsstukken geproduceerd over deze aspecten. De zeven kunstenaars met Chinese wortels beschuldigen nu in een open brief deze instelling van racisme. Of erger nog ‘institutioneel racisme’. Wat ze eronder verstaan is onduidelijk. Ze preciseren niet wat hun opvatting van racisme is.

Ook roepen de kunstenaars de subsidiegever op om de subsidie in te trekken. Dat is feitelijk een oproep om het bestaan ervan te beëindigen. Zie hier een artikel in The Guardian voor de details.

Identiteitspolitiek bijt steeds vaker in de eigen staart. Een feminist hoeft geen vrouw te zijn, iemand die opkomt voor een etnische of seksuele minderheid hoeft geen lid van die minderheid te zijn en iemand die opkomt voor de Chinese zaak hoeft niet van Chinese afkomst te zijn. Ofschoon de meest radicale actievoerders daar anders over denken. Ze menen in hun denken dat opvallend overeenkomt met de uitgangspunten van de historische apartheid dat grenzen tussen groepen niet vloeiend zijn en groepen zich niet moeten en kunnen vermengen.

Het lijkt er sterk op dat deze zeven kunstenaars het feit dat witte mensen het management van het CFCCA vormen al een blijk van racisme vinden. Terwijl het vermoedelijk eerder een gevolg van een traditionele kunstpolitiek is in een land waar een witte meerderheid het eeuwenlang voor het zeggen heeft gehad. Dat sijpelt door in de kunsten. Dát moet hervormd worden om de kunst bij de tijd te brengen, zonder dat grove middelen als de beschuldiging van racisme ingezet hoeven te worden. Die overigens de emancipatie van minderheden eerder vertragen dan versnellen. Hoewel enige politieke druk de verandering kan dienen. Maar onredelijke druk roept weerstand op en leidt af van de zaak.

Juist daarom is de vraag wat de intentie van activisten is. Wat willen ze bereiken? Als de emancipatie van de groep waarvoor ze zeggen te spreken de hoofdzaak is, dan valt te betwijfelen of ze de meest doelmatige methode gebruiken om die emancipatie dichterbij te brengen.

De gevoeligheden zijn groot. De tenen zijn erg lang. Ineens gaat het niet meer over kunst, maar over de identiteit van de kunst. En ineens gaat het zelfs niet meer over de identiteit van de kunst, maar over de identiteit van de kunstenaars.

Net zoals beleidsmakers kunst voor hun karretje willen spannen als ze plannen laten maken over stedelijke ontwikkeling, stadspromotie, emancipatie, sociale cohesie, propaganda, vercommercialisering en alle verschijningsvormen die kunst niet als autonoom erkent zo spannen de doorgaans links-radicale kunstenaars, pseudo-kunstenaars, studenten of beroepsactivisten kunst voor hun karretje. Ze eigenen zich de kunst toe alsof ze er eenzijdig het laatste woord over hebben.

Beleidsmakers die de status quo vertegenwoordigen en activisten die de status quo willen wijzigen zijn twee kanten van dezelfde medaille. De politisering van de kunst door links-radicale activisten is even ongewenst als de aanwending van kunst als politiek instrument door beleidsmakers.

Hoewel de negatieve effecten van de identiteitspolitiek in de kunst doorsijpelen in de publieke opinie doen de media daar terughoudend verslag van. Dat verlengt de grip van de activisten op de kunst en is ongewenst. Mede omdat het indirect een vrijbrief geeft aan de beleidsmakers om de autonome positie van de kunst verder uit te kleden. Het beschadigt de positie van de kunst van twee kanten.

Installatie ‘Cliffhanger’ van kunstenaarscollectief Steinbrener/ Dempf & Huber geeft kritiek op massa-toerisme

Kunst wordt door beleidsmakers vaak ingezet voor andere doelen. Neem regionale kunstfondsen die het niet gaat om de versterking van het ‘kunstsysteem’ of ‘kunstklimaat’, maar om versterking van de sociale cohesie of de maatschappelijke inbedding of hoe dat in sociologische modetermen heet.

Kunst die ingezet wordt voor stadspromotie en toerisme is ook zo’n heilloze combinatie waarin de (functie van) kunst verdwijnt. Beleidsmakers zijn er dol op. Kunstenaars en kunstliefhebbers verfoeien het.

Hoe kunnen kunstenaars protesteren tegen het misbruik van de kunst? Een aardige case is de installatie of Kunstintervention ‘Cliffhanger’ in een Oostenrijks natuurgebied. Bij de Mira waterval in het Naturpark Ötscher Tormäuer, ten zuidwesten van Wenen. Het is kritiek op het massa-toerisme.

De installatie is op te vatten als interventie van kunstenaars en als een interventie tegen toeristen om ongestoord selfies te kunnen maken in dit niet langer ongerepte natuurgebied.

De installatie van het Oostenrijkse kunstenaarscollectief Steinbrener/ Dempf & Huber bestaat uit een grote rode nep-deuropening met daarboven het bord ‘Tourist Information’. Na drie jaar voorbereiding en 13 jaar na het eerste ontwerp, werd het project “Cliffhanger” op 18 september 2020 in de Ötschergräben geopend. In een steile wand naast de Mirafall werd de gevel van een bedrijfspand geplaatst.

Cliffhanger van collectief Steinbrener/ Dempf & Huber bij de Mirafall, Ötschergräben, N.Ö.
18. September 2020 – September 2021

De opzet van het kustenaarscollectief is naar eigen zeggen maatschappijkritiek: ‘De verovering van het landschap en het voortdurend verleggen van de grenzen van de beschaving – ook door toerisme – worden hier met spectaculaire middelen in beeld gebracht. Het massatoerisme, dat de afgelopen jaren steden en regio’s vaak tot decor voor hun bezoekers heeft gemaakt en hun bewoners tot figuranten heeft gemaakt in hun eigen omgeving, wordt nu zelf getroffen door het coronavirus. De radicale praktijken in recreatiegebieden om de winst te maximaliseren ten koste van de lokale bevolking en de natuur lijken minstens één keer te zijn onderbroken’.

Een toelichting bij een YouTube-video over ‘Cliffhanger’ van 16 juni 2021 op nieuwssite Zenger zegt dat de installatie die ‘controversieel’ wordt genoemd in september 2021 zal worden verwijderd vanwege klachten van toeristen ‘omdat het het uitzicht op de pittoreske plek heeft verpest’. Deze reactie sluit exact aan bij wat het kunstenaarscollectief ermee beoogde. Daarom lijkt de reactie bijna te mooi om waar te zijn en er onlosmakelijk onderdeel van te zijn. Niet toevallig noemen Steinbrener, Dempf & Huber in de beschrijving van dit project ook als einddatum september 2021.

Florian Schublach, het hoofd van het natuurpark, gaf opdracht tot de installatie. Hij noemt het nog steeds “een heel goed idee“. Maar dan komt het: “Het was niet bedoeld als een populaire attractie. Het was bedoeld als het tegenovergestelde van een populaire attractie. Het was niet opgezet om veel mensen daarheen te laten gaan, eerder andersom.” Het valt te raden wat dat ‘eerder andersom’ betekent. Kiest hier een beleidsmaker de kant van de kunstenaar?

Video’s met Granate Vienna zijn een levenszaak

Granate Vienna kan als geen ander de leegte verbeelden. Dat doet ze onbeschroomd in haar video’s van doorgaans enkele minuten lengte die ze op haar YouTube-kanaal plaatst. Soms 35 op een dag. Op de site patreon.com waar volgens eigen zeggen de verdiensten (van velen) zijn opgelopen tot 2 miljard dollar laat ze tegen betaling meer van zichzelf zien. Voor liefhebbers van deze frivole chic.

Granate Vienna is omhulde leegte die telkens anders, maar toch hetzelfde uitgedost wordt. Zoals Granate leest niemand een boek. Of dat Russisch, Duits of Engels is, ze weet de indruk te wekken dat het aan haar niet besteed is. Alles is een attribuut, gedachteloos en verstard.

Over zichzelf zegt ze op haar YouTube-kanaal: ‘Hallo, ik ben Granate, het eenvoudige buurmeisje, die zich aan jou voorstelt. Ik hou ervan om me voor elke gelegenheid een beetje anders te kleden dan andere meisjes, ik hoop dat je mijn stijl leuk zult vinden. Al mijn video’s zijn geproduceerd door mijn geliefde echtgenoot, en ze zijn natuurlijk zonder enige technische of optische verbeteringen. In dit kanaal zul je me zien zoals ik ben. Ik wil graag veel momenten uit mijn dagelijks leven met je delen, ik hoop dat je geniet van deze “reality soap”‘.

Botox, benen en borsten, dat is Granate’s manier van werken. Haar uitrusting. Ze wandelt in het openbaar op haar witte, blauwe of zwarte leren laarzen door musea, parken, kastelen en straten van Wenen en omgeving. Het perspectief van Granate is het perpectief op Granate. Ze is een zwaar gestileerde stokfiguur in wie de contouren haar kader zijn. Granate is absurd theater dat blijft steken in de eerste akte waarvan de clou is dat het telkens weer opnieuw begint.

Granate Vienna is een over de top geproduceerde selfie voor wie de term narcisme tekortschiet omdat haar zelfbewondering een verdienmodel is.


Valt er aan de reeks video’s van Granate een conclusie te verbinden over de tijdgeest, de arbeidsmigranten die van Oost- naar Centraal-Europa trekken of sociale media die dol in hun eigen bubbel ronddraaien? Moellijke zaken dus. Ongetwijfeld, maar het voegt weinig toe aan het verhaal dat zij en haar echtgenoot ons willen doen geloven. Ze verdienen hun brood door te herhalen waar ze goed in zijn. Tot vervelens toe.

Door het perspectief op Granate valt al het andere weg. De megalomanie maakt het aandoenlijk omdat de worsteling erachter en de wanhoop om de maatschappelijke mislukking uit de weg te gaan erin doorschemeren. De stilering van de BV Granate Vienna is een levenszaak.

Gedachten bij foto [Untitled photo, possibly related to: Rehabilitation client, Lancaster County, Nebraska], 1938

John Vachon, [Untitled photo, possibly related to: Rehabilitation client, Lancaster County, Nebraska].1938. Collection: Library of Congress.

De collectie van het Library of Congress bevat duizenden foto’s van John Vachon uit de periode van kort voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Uit zijn cv blijkt dat hij als fotograaf werkte voor regeringsprogramma’s (Farm Security Administration en the Office of War Information), bedrijven, de VN en tijdschriften. Eruit blijkt het beeld van een modern, goed georganiseerde VS met een prima logistiek en industrie.

Maar ook met een platteland dat is achtergebleven. De achterblijvers worden niet vergeten en komen in beeld. Dat paste in de sociale programma’s van de New Deal van president Roosevelt. Dat moest aan het publiek getoond worden.

Deze foto uit 1938 is minder gericht op het benadrukken van de grootsheid van de VS. Hoewel door het benadrukken van het ontbreken ervan indirect die grootsheid toch het uitgangspunt blijft. indirect wordt hier iets gezegd.

De titel die geen titel is verwijst ernaar dat het ‘mogelijk’ om reintegratie gaat, want zo moet hier het woord rehabilitation opgevat worden. Tewerkstelling onder toezicht. Andere foto’s van Vachon uit Lancastar County, Nebraska, 1938 zoals deze maken dat inzichtelijk.

Drie meisjes staan met hun gezicht afgewend. Ze staan er schuchter bij en worden niet herkenbaar in beeld gebracht. De foto roept de vraag op wat ze op hun kerfstok hebben. De oudere vrouw in het midden is zelfverzekerder, maar evenmin herkenbaar. Dat komt omdat ze tegen de zon in kijkt en de hand voor de ogen houdt. Wordt er op iets of iemand gewacht en kijkt ze of het al opschiet?

De auto’s op de achtergrond suggereren dat de meisjes naar dit verzamelpunt zijn gebracht. Ze hebben geen koffers bij zich. De foto legt een netwerk van relaties bloot dat over Lancaster County ligt waarin de meisjes zijn gevangen. Of neutraler gezegd, volgens welke ze mogen bewegen. Waar gaan ze heen? En waar komen ze eigenlijk vandaan?

Het is knap dat een zo op het eerste oog wat terloopse, onverschillige foto die niet probeert in de smaak te vallen deze associaties oproept. Let op de vrouw rechts die half in het frame staat. Ook als ze niks met de werkelijkheid van 1938 te maken hebben. Maar het is aannemelijk dat het zo is. De foto is een zeer kort verhaal waardig.

GB News is reactie op woke gedachtengoed en experiment van gematigd conservatisme als dam tegen antidemocratisch rechts

Vandaag wordt in het Verenigd Koninkrijk een nieuwe nieuwszender gelanceerd: GB News. Hier zijn de details te lezen. In een uitgebreid artikel in De Volkskrant noemt Patrick van IJzendoorn het ‘het nieuwste wapenfeit in de conservatieve opstand tegen woke gedachtengoed‘ (achter betaalmuur). De zender zal In Nederland via sociale media te zien zijn.

Als de lancering van deze nieuwszender een reactie is op de radicalisering van de samenleving, dan is het de vraag hoe radicaal het zelf zal worden. Van IJzendoorn geeft aan dat GB News in de politieke koers vermoedelijk gaat voor een gematigd conservatisme waar geen ruimte zal zijn ‘voor samenzweringstheoretici en verspreiders van foutieve informatie‘. GB News ontkent dat en noemt zichzelf pluriform en onpartijdig. Maar velen zien het als het rechtse alternatief van de BBC.

GB News leunt niet tegen Amerikaans alt-right en de grote leugens van Donald Trump. Dat is het soort gematigd conservatisme dat binnen de normen van de democratische rechtsstaat blijft en in de VS binnen de Republikeinse partij is gemarginaliseerd of uitgespuugd. Of GB News die gematigde koers kan vasthouden zal de uitdaging voor deze zender zijn. Want radicalisering in het mediaklimaat is een wetmatigheid die vele media treft die onder invloed van het brede publiek staan.

GB News profileert zich als het antwoord op het woke gedachtengoed. Een tegenoffensief. Voor degenen die met dat laatste niks hebben kan dat een goede ontwikkeling zijn mits GB News niet radicaliseert. Woke is net als de alt-right beweging een in oorsprong Amerikaanse invloed die in snelle tijd geradicaliseerd is. Deze bewegingen hebben de afgelopen vijf jaar veel maatschappelijke schade aangericht en delen van de samenleving tegen elkaar opgezet. Dat heeft het maatschappelijke klimaat er niet beter op gemaakt. De tolerantie en ontspanning in de samenleving zijn erdoor afgenomen.

Vraag is of de eenzijdigheid van het woke gedachtengoed dat resulteert in intolerantie, spreekverboden en een ver doorgevoerde versie van identiteitspolitiek door een zender als GB News teruggedrongen en geneutraliseerd kan worden of dat uiteindelijk het middel erger zal blijken dan de kwaal. Men mag best cynisch zijn over de initiatiefnemers van GB News, zoals journalist Andrew Neil, die een geldingsdrang kunnen hebben die niet gelijk op gaat met de politieke zaak waar ze zeggen voor te gaan.

De paradox is dat het traditionele conservatisme wereldwijd op de terugtocht is terwijl het brede publiek denkt dat het in opkomst is. Dat komt omdat het wordt verward met rechts-radicalisme of Trumpisme. Die verkeerde beeldvorming komt door onbegrip bij media en misleiding door publieke personen als Thierry Baudet die zich ten onrechte conservatief noemen. Hij is een CINO (Conservative in name only).

Een andere paradox is dat gematigd conservatisme in tot op het bot verdeelde landen als de VS op dit moment wel eens de beste verdediging zou kunnen zijn tegen de opkomst van het anti-democratische rechts-radicalisme dat buiten de democratie en de rechtsstaat treedt en verkiezingen niet meer erkent. Daarom moet GB News niet op voorhand kritisch bejegend worden, maar de kans geboden worden om zich te positioneren aan de rechterkant van de democratie.

Dat dit initiatief van GB News ontstaat in het Verenigd Koninkrijk is niet toevallig omdat het aansluit bij de conservatieve partij die overigens onder Johnson mede door de Brexit is geradicaliseerd en niet gematigd meer valt te noemen en waar het woke gedachtengoed sterk aan invloed heeft gewonnen.

GB News wil op termijn uitbreiden naar Spanje en Oost-Europa. Voor Spanje met een vanouds, maar nu wat weggezakte conservatieve beweging is dat begrijpelijk, maar voor Oost-Europa minder. Daar is de rechterkant van het politiek spectrum al verregaand geradicaliseerd. Hoe kan een gematigd conservatief GB News daar nog bij aansluiten?

Het is dus de vraag hoe stabiel GB News op koers kan blijven zonder in Trumpiaans, rechts-radicaal antidemocratisch gedachtengoed terecht te komen. Als GB News een succes wordt, dan zullen sponsors als de Amerikaanse Robert Mercer of Charles Koch of de Australische mediatycoon Rupert Murdoch zich er als gieren op storten en door er een belang in te nemen hun eisen stellen. Over radicalisering en steun voor het bedrijfsleven. De hoop dat GB News geen succes wordt is echter evenmin gewenst omdat het experiment van een gematigd conservatieve zender die een dam tegen het illiberale recht-radicalisme opwerpt als proef ook voor andere landen interessant is.

Willem-Alexander is de beste dubbelganger van zichzelf. Hij en de familie Van Oranje zijn niet wat ze beweren te zijn

Hoe noem je een lookalike of dubbelganger die totaal niet lijkt? Een plaatsvervager? Artiestenbureau JB Productions maakt publiciteit voor iemand van wie het claimt dat die op koning Willem-Alexander lijkt. Naar eigen zeggen was hij te zien in campagnes voor De Staatsloterij, Ter Stal, Toto, Burger King en Albert Heijn. Artiestenbureau JB Productions zegt over zichzelf ‘al 32 jaar uw partner voor het boeken van artiesten, winkelcentrum promotie, huren van attracties, kindershows en Sinterklaas entertainment en Kerst entertainment‘ te zijn.

De tragiek van het Nederlandse koningshuis is dat koning Willem-Alexander de beste dubbelganger van zichzelf is. Het verschil tussen schijn en wezen is immens. De kloon van Artiestenbureau JB Productions komt niet in de buurt van wat Willem-Alexander is.

Het kenmerk van de Nederlandse monarchie is de gespletenheid ervan. Een voorbeeld daarvan is de omgang met kunstbezit dat goed de mentaliteit verraadt. De koninklijke familie claimt belang te hechten aan kunst en als vertegenwoordiger daarvan heeft het de kunstminnende prinses Beatrix naar voren geschoven omdat ze op goede voet zou staan met allerlei kunstenaars. Maar tegelijk liegt, fraudeert, steelt en verkoopt de monarchie op slinkse wijze kunstbezit dat het zichzelf heeft toegeëigend en zeer vermoedelijk rijksbezit is. Dus van u en mij.

Onderzoeksjournalisten van onder meer Zembla en NRC hebben afgelopen jaren misstanden en financiële en juridische scheve schaatsen van leden van de koninklijke familie blootgelegd. Het heeft de Tweede Kamer in beweging gebracht. Want wat rijkseigendom is moet niet door de familie van Oranje ontvreemd kunnen worden.

Het recent verschenen boek Tussen Kunst en Cash van NRC-journalisten Arjen Ribbens en Pieter van Os zet de malversaties door leden van het Nederlandse koninklijke huis op een rijtje in het hoofdstuk ‘Familie Van Oranje’. Ook voor iemand die de feiten al kent is voor het aanzien van de Nederlandse monarchie de opsomming vernietigend om te lezen.

Eruit blijkt dat de leden ervan worden gedreven door hebzucht, elk ontbrekend respect voor kunst en erfgoed, de brutaliteit en arrogantie om procedures opzij te zetten en mensen die van hen afhankelijk zijn voor hun karretje te spannen en het totaal gemis aan verbondenheid met de Nederlandse kunst, geschiedenis en samenleving. Het beeld ontstaat dat het eigen welzijn en het spekken van de bankrekening het enige is dat telt voor de familie Van Oranje. Botheid, lompheid en intimidatie van ‘onderdanen’ blijkt een Oranje-traditie te zijn. Die verhuld wordt voor de Nederlanders.

Onrecht kan nooit in zichzelf bestaan. Dat wordt pas mogelijk als anderen het mogelijk maken. In dit geval degenen die óf tegen hun zin onder druk worden gezet door de familie Van Oranje om frauduleus te handelen óf uit vrije wil de nabijheid van de kroon zoeken om daar enig voordeel uit te kunnen halen. Dat houdt in dat de Nederlandse monarchie niks is als de samenleving er afstand van neemt en niet accepteert.

Oranjepropaganda is het tegengif tegen deze kritische houding. De meer populaire media worden door de Rijksvoorlichtingsdienst gemuilkorfd door een mediacode en journalisten van serieuze media worden gefêteerd en uitgenodigd door de monarchie zodat elke neiging om kritiek te hebben door Oranje wordt geneutraliseerd.

Hoe dat werkt en hoe ver die steun kan gaan bleek toen prinses Beatrix in 2013 aftrad en ze werd bewierookt in de media. PowNews noemde toen de ‘Beatrix-journalistiek’: ‘Historisch slechte televisie’. Ribbens en Van Os hebben met terugwerkende kracht met hun boek de eer van NRC gered die de toenmalige Vlaamse hoofdredacteur Peter Vandermeersch in 2013 door zijn kritiekloos pro-Oranje mediaoptreden te grabbel gooide.

In een commentaar schreef ik op 30 april 2021:

Wat me elke keer weer verbaast als er een koningsdag of een andere festiviteit is waarbij de leden van de monarchie opdraven is de schaamteloosheid van de gladstrijkers, hermelijnvlooien, jaknikkers, hofmuizen en hielenlikkers van Oranje die zich naar voren dringen om zich te onderwerpen. Waarom doen ze het? Wat winnen ze erbij? Zijn ze betoverd door de magie van de operette waarvan ze hopen dat die op hen afstraalt en niet meer verantwoordelijk voor hun daden?'
Dit gedrag is bevreemdend. Ik kan er niet aan wennen. Hoeveel kritiekloze aandacht voor het koningshuis kan de weldenkende burger aan? Wat heeft dit gedrag nog te maken met een volwassen democratie met mondige burgers die menen zich in de nabijheid van de troon te moeten aanstellen als clowns of ondergeschikten bij wie door een hersenoperatie het zelfbewustzijn is verwijderd?

Wat moet Nederland met een door een artiestenbureau het land ingestuurde slecht lijkende dubbelganger van koning Willem-Alexander die aan het hoofd staat van een controversiële familie, om het neutraal en netjes te zeggen? Het valt het artiestenbureau niet kwalijk te nemen dat het inspeelt op een behoefte die blijkbaar in Nederland bestaat. Het raadsel is waarom de Nederlandse samenleving nog interesse wil tonen in een familie die de kantjes er zo afloopt. Als het een gewone familie was geweest waren ze allang aangeklaagd en veroordeeld wegens wangedrag.

Den Haag krijgt kritiek van Stadspartij voor stelen initiatief Instagram Museum. Wordt het debat erover goed gevoerd?

Peter Bos van de Haagse Stadspartij heeft in de raad vragen gesteld over een Instagram Museum dat de gemeente Den Haag in de binnenstad zou willen realiseren. Op dit moment zijn de vragen nog niet officieel gepubliceerd, maar wel al op de site van de Stadspartij te lezen. Lachwekkend is vraag 3: ‘Is het juist dat het college in mei 2021 een Projectleider InstaExperience City of The Hague heeft aangesteld? Zo nee, waarom niet?’ Wat is hier aan de hand? 

In een bericht op  Dagblad070 noemt Bos het een boevenstreek van de gemeente omdat het concept gestolen zou zijn van ‘twee jonge Haagse ondernemers die eerder een plan hadden ingediend voor een soortgelijk museum in de Binckhorst’. Dat deel van de stad waar jaarlijks de kunstbeurs Art The Hague in de voormalige Fokker Terminal plaatsvindt. 

De zorgen van Bos zijn terecht, maar gaan voorbij aan de kern van de zaak. Hij neemt het op voor ondernemers en dat past blijkbaar bij het profiel van zijn partij, maar daarmee wordt het zicht ontnomen op de hamvraag. Die is waarom de gemeente Den Haag marketing inzet en de concepten museum en kunst ermee oprekt en beschadigt

In de video wordt aan de hand van de Berlijnse WOW!-Gallery de vraag gesteld of een Instagram Museum een echt museum of spel is. De toelichting bij de video zegt: ‘We willen ingaan op de vraag in hoeverre de culturele meerwaarde van het selfiemuseum erkend moet worden. Daarbij verscherpen we de focus op de thema’s museumcultuur, het begrip van kunst en zelfportretten in de context van onze digitale samenleving’.

Museum is geen beschermd begrip en kan voor alles gebruikt worden. Commerciële bedrijven rekken dat voor eigen gewin op en doorgaans doorzien bezoekers deze opzet wel. Ze begrijpen dat het niet serieus genomen moet worden. Maar als een officiële instantie als de gemeente Den Haag de naam verbindt aan zo’n pseudo-museum, dan wordt het verwarrend.

Wat bezielt de gemeente Den Haag om op het snijvlak van commercie, stadsmarketing en populaire cultuur met gemeenschapsgeld een Instagram Museum te willen realiseren?

Is dat een poging om de vermaledijde kunsten op te leuken, te verbreden en onder het bereik van nieuwe doelgroepen te brengen? Dat kan een instrument met publicitaire en economische waarde zijn, maar als het nog weinig met kunst te maken heeft dan kan het beter ronduit genoemd worden wat het is: een commercieel project.

De vraag is of een gemeente ondernemer moet spelen. Zo zijn we terug bij de kritiek van Peter Bos. Of de gemeente Den Haag gaat de fout in doordat het een initiatief van ondernemers steelt of doordat het onder het mom van kunst of cultuur haar naam verbindt aan een commercieel initiatief.

Een woordje terug aan Frexit-voorstander François Asselineau over Nord Stream II

Bijna als een parodie op een GBJ Hilterman-achtige figuur debiteert François Asselineau zijn wijsheden. Deze rechtse politicus heeft de Popular Republican Union opgericht die Frankrijk eenzijdig wil terugtrekken uit de NAVO, Eurozone en EU. Dat laatste wordt Frexit genoemd. Als kandidaat haalde hij nog geen procent bij de laatste presidentsverkiezingen.

De tragiek van publieke figuren als Asselineau is dat ze met hun anti-establishment overtuiging na verloop van tijd in Russisch vaarwater terechtkomen en in eigen land gaandeweg hun geloofwaardigheid verliezen. Het type dat in de Sovjet-Unie werd gezien als ‘bruikbare idioten’. Hetzelfde overkwam de rechtse politicus Marine Le Pen die een lening van 9 miljoen dollar kreeg van een Russische bank en zo afhankelijk werd gemaakt. Ook de met de beste intenties begonnen Julian Assange werd de mentale diepte ingetrokken. Hij liet zich door het Russische propaganda-apparaat ronselen, kreeg geld voor programma’s en speelde uiteindelijk in opdracht van het Kremlin een rol in de campagne van de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2016 die eruit bestond de aantrekkingskracht van kandidaat Hillary Clinton te verkleinen.

De terechte kritiek die deze dissidenten op hun land, de EU, de VS of de NAVO hebben passen ze niet toe op de Russische Federatie. Dat is hun zwakte en tegenstrijdigheid. Ze laten zich door pluimstrijkerij of geldelijk gewin door de Russische staatspropaganda verlokken en er deelgenoot van maken.

Bij Asselineau straalt de ijdelheid, de zelfgenoegzaamheid en de miskenning eraf. Thierry Baudet heeft ook zo’n innerlijk, hoewel Asselineau aanzienlijk meer politieke inhoud heeft. Dat maakt deze personages tot een ideaal doelwit voor manipulatie. Zelfs als ze zonder hun medewerking genoemd worden door de Russische propaganda worden ze bewust de fuik ingetrokken waar ze na verloop van tijd niet meer uit kunnen ontsnappen. Dat is waarachtig diep tragisch.

Gezien zijn anti-EU overtuiging is het begrijpelijk en voorspelbaar hoe Asselineau reageert op het project Nord Stream II. In dit gaspijplijnproject heeft het Russische staatsbedrijf Gazprom een meerderheidsbelang. Het is een politiek project van de Russische Federatie dat nog steeds door politici als premier Rutte wordt afgeschilderd als een commercieel project met politieke implicaties. Kanselier Merkel zei dat ooit ook, maar heeft dat later genuanceerd en erkend dat het wel degelijk een politiek project is, zonder dat ze overigens haar steun ervoor heeft ingetrokken. De vijand van zijn vijand (EU, VS) is voor François Asselineau zijn vriend de Russische Federatie. Het wil immers de EU verzwakken door ondermijning. Daarom neemt hij het op voor Nord Stream II. Ik heb hem geantwoord op zijn YouTube-kanaal Frexit UPR. Zie onderin voor een Nederlandse vertaling:

Il reste curieux que les entreprises européennes et la politique allemande (à l’exception des Verts) financent le Kremlin via Nord Stream II pour être attaqué. C’est une politique de sécurité contre-productive avec laquelle l’Europe donne à l’agresseur la Russie des ressources financières supplémentaires pour être attaqué.

Pensez à l’ingérence dans les élections et l’opinion publique américaines, allemandes et françaises (France : récente campagne russe anti-Pfizer), les cyberattaques russes continues contre ces pays, le soutien russe à la Biélorussie et la répression de l’opposition russe (Alexei Navalny, ONG), la violation des droits de l’homme et la poursuite de l’érosion de l’état de droit.

L’Europe veut-elle financer l’agression russe qui se retourne contre elle-même en achetant du gaz russe qu’elle pourra acheter ailleurs ? Pensez à la Norvège, l’Algérie ou le Qatar.

La dépendance à l’égard du gaz russe, qui augmente en raison de la construction de Nord Stream II, est en conflit avec la politique énergétique de l’UE convenue, telle que définie dans le troisième paquet énergétique en 2019. Il mentionne comme objectifs la diversification et l’indépendance des fournisseurs. Comme mentionné, Nord Stream II est contraire à cela.

À plus long terme après 2030, l’utilisation de combustibles fossiles tels que le gaz doit être réduite. Les pays en ont convenu en 2015 dans l’Accord de Paris sur le climat ratifié. L’amortissement du Nord Stream II de plus de 9 milliards d’euros a une durée plus longue. D’ici 10 ans, Nord Stream II (s’il entre en vigueur en 2022) entrera donc en conflit avec les objectifs de durabilité.

Ce conflit est maintenant reporté à l’avenir, tandis que les États membres de l’UE veulent parvenir à la durabilité grâce à un Green Deal, ce qui est également rendu plus difficile par cela. Nord Stream II peut donc être vu comme la paresse d’une génération plus âgée qui va pour le gain économique et affecte l’avenir des jeunes générations.

La conclusion est claire. Nord Stream II est un projet malheureux qui n’aurait jamais dû être réalisé pour de nombreuses raisons :

1) il entre en conflit avec la sécurité nationale de l’UE;

2) elle renforce les divisions au sein de l’UE (notamment l’Allemagne vis-à-vis de la Pologne et des pays baltes) ;

3) elle entre en conflit avec la politique énergétique de l’UE car elle réduit la diversification et augmente la dépendance ;

4) il complique les relations avec les États-Unis où le Sénat est presque unanimement opposé à Nord Stream II, alors que l’UE est largement dépendante des États-Unis pour la défense ;

5) renforce avec un financement supplémentaire le régime autocratique du président Poutine, qui est économiquement largement tributaire des exportations de gaz et de pétrole qui se retournent directement contre l’UE par des actions subversives ;

6) il entre en conflit avec les objectifs de l’Accord de Paris sur le climat en ce qui concerne le verdissement et la durabilité car il maintient l’utilisation des combustibles fossiles après 2030, alors que l’accord est de le réduire.

Het blijft merkwaardig dat het Europese bedrijfsleven en de Duitse politiek (op de Groenen na) via Nord Stream II het Kremlin financiert om aangevallen te worden. Dat is een contraproductieve veiligheidspolitiek waarmee Europa de agressor Rusland extra financiële middelen geeft om aangevallen te worden.
Denk aan inmenging in Amerikaanse, Duitse en Franse verkiezingen en de publieke opinie (Frankrijk: recente Russische anti-Pfizer campagne), continue Russische cyberaanvallen tegen deze landen, Russische steun voor Wit-Rusland en de crackdown van de Russische oppositie (Alexei Navalny, NGO's), de schending van de mensenrechten en het verder uithollen van de rechtsstaat.
Wil Europa de Russsiche agressie die zich tegen zichzelf keert financieren door het kopen van Russisch gas dat het ook elders kan kopen? Denk aan Noorwegen, Algerije of Qatar.
De afhankelijkheid van Russisch gas die door de aanleg van Nord Stream II toeneemt is in strijd met de afgesproken energiepolitiek van de EU zoals die in 2019 werd vastgelegd in het Third Energy Package. Daarin worden diversificatie en onafhankelijkheid van leveranciers als doelstellingen genoemd. Zoals gezegd, Nord Stream II is daarmee in strijd.
Voor de langere termijn na 2030 moet het gebruik van fossiele brandstoffen zoals gas verminderd worden. Dat zijn landen in 2015 overeengekomen in het geratificeerde Klimaatakkoord van Parijs. De amortisatie van het meer dan 9 miljard euro kostende Nord Stream II heeft een langere looptijd dan dat. Binnen 10 jaar zal Nord Stream II (als die in 2022 in werking treedt) dan ook in conflict komen met de duurzaamheidsdoelen.
Dat conflict wordt nu doorgeschoven naar de toekomst, terwijl de EU-lidstaten de duurzaamheid via een Green Deal willen realiseren die hier ook door bemoeilijkt wordt. Nord Stream II kan dan ook gezien worden als de gemakzucht van een oudere generatie die gaat voor economisch gewin en de toekomst van jongere generaties aantast.
De conclusie is duidelijk. Nord Sream II is om vele redenen een ongelukkig project dat nooit gerealiseerd had mogen worden:
1) het is in conflict met de nationale veiligheid van de EU;
2) het versterkt de verdeeldheid binnen de EU (vooal Duitsland tegenover Polen en de Baltische landen);
3) het is in strijd met de energiepolitiek van de EU omdat het de diversificatie vermindert en de afhankelijkheid vergroot;
4) het bemoeilijkt de relatie met de VS waar de Senaat bijna eensgezind tegen Nord Stream II is, terwijl de EU voor de defensie grotendeels afhankelijk is van de VS;
5) het versterkt door extra financiering het autocratische bewind van president Putin die economisch grotendeels afhankelijk is van de export van gas en olie dat zich direct tegen de EU keert door ondermijnende acties;
6) het is in strijd met de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs waar het streven naar vergroening en duurzaamheid betreft omdat het na 2030 het gebruik van fossiele brandstof in stand houdt, terwijl de afspraak vermindering ervan is.

Gedachte bij de foto ‘Juliana ziekenhuis; droger, mand’ (1955)

Juliana ziekenhuis; droger, mand. Terneuzen, Juli 1955. Collectie: Beeldbank Zeeland.

Hier worden terloops functionalisme en het nieuwe bouwen uitgebeeld. Een glimlachende en naar de fotograaf kijkende medewerkster is aan het werk in een wasruimte van het Julianaziekenhuis in Terneuzen.

Opgeleverd in 1955 was het een prachtig, weliswaar laat voorbeeld van dat nieuwe bouwen met transparantie, ruimte. licht en lucht. De tegelvloer wijst op strakke hygiëne. De witte wasmachine schittert als het nieuwste van het nieuwste. Verstilling en evenwicht zijn de kenmerken. Pronkerigheid en gewichtigdoenerij zijn afwezig. Eenvoud is de elegantie. De verdienste is om niet meer te lijken dan het is. Een tegenwoordig ondergewaardeerd beginsel dat niet eens meer begrepen wordt. De architect ervan was J.P. Kloos. In 1989 werd het ziekenhuis afgebroken.

In een publicatie van Eva Wijdeveld over ziekenhuizen in de wederopbouw (1940-1965) citeert zij Kloos: ‘Zo zal de architect de verantwoordelijkheid dragen voor de ruimtelijke conceptie, voor de hoofdstructuur, voor de vele van de verdere geledingen tot in de kleinste details en bovendien voor de sfeer, die het huis ademt door ruimtelijke verhoudingen, door vorm en door kleur.’

Opbouw en afbraak geven het opkomen en verdwijnen van het optimisme weer. De naoorlogse wederopbouw vertaalde zich in optimisme, werkzin, trots en hoop op een betere toekomst. Gemeenschapszin was daar de onderliggende kracht van. De schaduwzijde was het verdwijnen daarvan. In 1990 brak het ik-tijdperk aan.

Als we hier 65 jaar later naar kijken, dan zien we tegelijk moderniteit en nostalgie. Verbazing over een prachtig voorbeeld van architectuur en de verzuchting waarom het niet meer bestaat. Er valt weinig meer aan toe te voegen. De combinatie van voorbijgegane hedendaagsheid en verlangen komt niet vaak voor. Vraag is in welke tijd het past. Ik blijf het antwoord schuldig. Met een mening pronken past slecht bij dit onderwerp.

Gedachten bij de foto ‘Giostra in periferia’ (vroege jaren 1960)

Ugo Zovetti, Giostra in periferia (begin jaren 1960).

De titel van deze foto van Ugo Zovetti zegt alles: Giastro in periferia. Met de vertaling uit het Italiaans kan men vele kanten op. Giastro is een draaimolen. Die staat centraal in beeld. In periferia valt te vertalen met buitenkant, randgebied, buitenwijk, voorstad of periferie. Een draaimolen op deze lege plek toont absurd. Is dat gedraai doelloos?

Simon Vestdijk schreef in 1933 het gezicht Zelfkant over de halflandelijkheid : ‘er is daar waar men ’t leven slijt/ En toch niet leeft, zwervend meer eenzaamheid/ Te vinden dan in bergen of ravijnen’. Daar gaat het hier over. De stad rukt op en lijft het platteland in, maar is nog geen stad en evenmin nog platteland. In dit grensgebied gaan stad en platteland in elkaar over. Het gebied verkeert in een tussenfase. De bewoners moeten nog leren zich ertoe te verhouden.

Uitbreidingsplannen van steden worden op de tekentafel bedacht. In mooi Nederlands heet dat uitleg. Maar uitlegkunde ervan is nog niet rond.

Na de Tweede Wereldoorlog kende Italië net als Duitsland een ‘Wirtschaftswunder’. Het land moest na alle vernieling opgebouwd worden. De naoorlogse geboortegolf vroeg om nieuwe woningen. De industrie kwam op volle toeren. Net als in Nederland rukte in de jaren 1960 de welvaart met reuzenschreden op. Iedereen profiteerde.

Fotograaf Ugo Zovetti legde vanaf 1958 de uitbreiding van het Noord-Italiaanse Milaan vast. Inclusief de maatschappelijke veranderingen die dat met zich meebracht. Hij was geen beroepsfotograaf, maar marineofficier en autodidact.

In hun films uit de eerste helft van de jaren 1960 maakten regisseurs als Michelangelo Antonioni en Federico Fellini gebruik van de mogelijkheden die dat halflandelijke landschap met bouwfragmenten en oprukkende appartementsgebouwen bood. Daar aan de rand van de stad die tevens de grens van de stedelijke beschaving aanduidt.

Er was productioneel weinig voor nodig om die omgeving in te zetten als symbool voor de maatschappelijke veranderingen door de modernisering die tot vervreemding leidde. Ook sloot het aan bij de traditie van het Italiaanse neorealisme met buitenopnames op straat.

Dramatisering van personages die onthecht zijn en zich niet meer thuisvoelen in hun omgeving is een aloud gegeven. Ze moeten op zoek naar een nieuw evenwicht en zingeving voor hun leven. Dat biedt dramatisch interessante stof om te verbeelden. Die fotogeniek is door de beeldtaal van die halflandelijkheid die de verandering aanschouwelijk en scherp afgetekend uitbeeldt. Met contrasten.

Fellini eindigde zijn meesterwerk (Otto e mezzo) uit 1963, waarin hoofdpersoon Marcello op zoek is naar inspiratie, met de personages uit de film die paraderen op een catwalk in de vorm van een draaimolen. Droom, fantasie, kunstwerk en realiteit lopen door elkaar.

De weerklank die de film in de industriële wereld opriep waar overal werd gebouwd aan steden én aan nieuwe omgangsvormen had te maken met de tussenruimte waar naar verwezen werd die nog geen definitieve vorm had. Die lag in de toekomst verscholen. Onherkenbaarheid was herkenbaar.

Still uit Otto e mezzo (1963) van Federico Fellini met Marcello Mastroianni als dompteur van mensen.