George Knight

Debat tussen links en rechts

Archive for the ‘Economie’ Category

Na moord op advocaat moet regering initiatieven nemen zodat de politie goed kan presteren. Met ministerie Binnenlandse Veiligheid

with 2 comments

In de Amsterdamse wijk Buitenveldert is vanochtend advocaat Derk Wiersum (44) doodgeschoten. De volgens getuigen jonge dader is voortvluchtig. Wiersum was advocaat van kroongetuige Nabil B. in het liquidatieproces Marengo rond het criminele kopstuk Ridouan Taghi. Dit is het gevolg van de macht van de mocro maffia die hard en meedogenloos opereert. Begin 2018 werd de broer van kroongetuige Nabil B. doodgeschoten.

Deze moord leidt tot overwegingen van partijpolitici die hun zorgen uiten en proberen te scoren met het tonen van ontsteltenis. De rechtsstaat zou in het geding zijn. Criminele organisaties die in drugs handelen zouden te veel macht hebben. In Nederland zou sprake zijn van Italiaanse maffiapraktijken. De opsporing en bestrijding van de criminaliteit door de politie zou volstrekt ondermaats zijn. Nederland zou door het internationale en open karakter (Rotterdamse haven, Schiphol) slecht te beveiligen zijn. Het is allemaal waar.

Het is de Nederlandse regering die moet doorpakken en initiatief moet nemen. Door wetgeving die crimineel geld in de bovenwereld beter kan confisqueren en meer bevoegdheden geeft aan opsporingsdiensten. De bestrijding moet hard en voor langere tijd zijn, want dit vraagt tientallen jaren strijd die volgehouden moet worden. Want het is onaanvaardbaar dat criminele organisaties onvoldoende aangepakt worden. Door meer middelen beschikbaar te stellen voor de Nationale Politie die beter georganiseerd dient te worden en nu eens succesvol moet worden in de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit zonder vooral met zichzelf bezig te zijn. De regering moet hier prioriteit aan geven. Al decennia blijkt uit vergelijkingen met omringende landen of regio’s dat de opsporingspercentages van de Nederlandse Politie bedroevend laag zijn, maar dat dit door de politiek met oneigenlijke argumenten wordt gerelativeerd zodat er per saldo niets verandert.

Het ministerie van Justitie en Veiligheid dat van incident naar incident hobbelt geeft onvoldoende leiding aan de politie. Het verdient aanbeveling om de politie los te koppelen van Justitie en een apart ministerie voor Binnenlandse Veiligheid op te tuigen waar alle politiediensten, binnenlandse inlichtingendiensten, de grensbewaking, de kustwacht, de douane, de Immigratie- en Naturalisatiedienst IND en defensieve digitale diensten zijn ondergebracht. Justitie kan vervolgens toezien op de controle van Binnenlandse Veiligheid.

Hoe dan ook is de moord op een advocaat slecht nieuws. Want een advocaat moet zonder gevaar voor eigen leven een cliënt kunnen bijstaan. Alleen in autoritaire landen als de Russische Federatie of China met een nietsontziende overheid die de mensenrechten schendt of landen die uit hun voegen barsten door het geweld van criminele bendes zoals Mexico of Guatemala moet een advocaat vrezen voor zijn of haar leven. Het is vreselijk als Nederland zich in dat rijtje voegt. Hoewel het nu nog om incidenten gaat. Dit is niet alleen een moord op een advocaat, maar vooral een moord op de rechtsstaat. Dat kan Nederland niet laten gebeuren.

Foto: Scheramfbeelding van deel artikelNederland geschokt door liquidatie op advocaat Wiersum (44)’ in De Telegraaf, 18 september 2019.

Advertenties

Gemeentebestuur Almere wil museum voor ‘Tomorrow Art’ van internationale allure dat groter is dan het Stedelijk Museum A’dam

with one comment

Ambitie is goed, maar zelfkennis en realisme zijn beter. De provincie Flevoland en de gemeente Almere willen in laatstgenoemde stad een museum voor ‘Tomorrow Art’ dat groter is dan het Stedelijk Museum Amsterdam. Kunst voor morgen dus, dat kan niet anders dan digitale ‘actuele multimediale kunst’ zijn. Internationale allure in de polder. Almere vergelijkt zich in vergezichten met het Parijse Palais de Tokyo en het Londense Tate Modern. De spreekwoordelijke regionale D66-bestuurder mag het project uitventen waarbij zoals altijd opvalt dat hij niet begrijpt waarover hij praat en het jargon van de sector waar hij verantwoordlijk voor is niet in de vingers heeft. Dus heeft hij het over moderne kunst waar hij hedendaagse kunst bedoelt. Van dat niveau. Het is aardig dat gedeputeerde Michiel Rijsberman volmondig toegeeft dat hij er weinig van snapt. Nog in 2018 opteerde hij voor een museum dat gespecialiseerd was in grote kunstwerken. Als het maar groot is dus.

Op 1 en 2 juli 2019 brachten de Almeerse wethouder Hilde van Garderen met Rijsberman en de directeur van de Floriade een gezamenlijk bezoek ‘aan twee vooraanstaande Londense musea: Serpentine Galleries en Tate Modern’, zoals in een verslag op de website van de gemeente Almere te lezen valt. Met als doel ‘kennis uitwisselen en de mogelijkheden van samenwerking verkennen met betrekking tot de realisatie van een Almeerse museale voorziening’. Het is verrassend dat deze twee Londense presentatie instellingen van hedendaagse kunst blijkbaar geïnteresseerd waren in het uitwisselen van kennis met Flevoland. Het is typisch dat de tijdelijke paviljoens van de Serpentine Gallery waarin de bestuurders geïnteresseerd zeggen te zijn ze op ideeën brengt. Ze doen denken aan de tijdelijke paviljoens van Museum De Paviljoens dat in 2013 door het toenmalige Almeerse gemeentestuur definitief om zeep werd geholpen. Want waarom iets van het eigen verleden leren als het ook in een Londens park te halen valt? Almere begint blijkbaar liever vanuit het niets.

We kunnen lacherig doen over de pretenties van Almere en Flevoland in de wetenschap dat het de vergelijking met Londen, Parijs en Amsterdam niet aankan. Maar dat is te makkelijk. Toch is de vrees dat de vijand van goed beter is. Waarom heeft Almere een museum van hedendaagse kunst gesloten en daarmee de kennis uit de gemeente laten verdwijnen om nu drie stappen tegelijk te willen zetten met plannen die zo op het eerste oog te hooggegrepen zijn. Waarom heeft Almere niet gekozen voor een organische en geleidelijke groei? Is dat omdat het gemeentebestuur niet structureel maar projectmatig denkt, een museum direct knoopt aan de ontwikkeling van vastgoed en niet normaal, maar bijzonder wil zijn omdat dat bij het DNA van Almere zou passen? Het gewone is blijkbaar niet goed genoeg voor Almere. Daarom vlucht het weg in het buitengewone.

Waarom heeft het Amsterdam Museum niet omzichtiger gehandeld bij het besluit om te stoppen met het gebruik term Gouden Eeuw?

with 2 comments

Pavlov-reacties op het besluit van het Amsterdam Museum om te stoppen met het gebruiken van de term Gouden Eeuw waren veelzeggend. Rechts sprak er schande van en links toonde begrip. Het museum verklaart de wijziging als ‘een stap is in een proces om het Amsterdam Museum meerstemmig en inclusief te maken’. Identiteitspolitiek dus, en marketing van een museum dat met de wijziging vooral aandacht op zichzelf richt.

Wat kunnen we hier nog aan toevoegen? Dat het onjuist is dat de term Gouden Eeuw de vele negatieve kanten van de 17de eeuw negeert? Dat het museum beter een reeks presentaties had kunnen maken over die negatieve kanten van de Gouden Eeuw? Dat de term Gouden Eeuw niet vastomlijnd is, de betekenis ervan daarom ‘aangepast’ had kunnen worden en dat het Amsterdam Museum daar een rol in had kunnen spelen? Nu zet het museum de term bij het oud vuil zonder dat het er nog invloed op kan uitoefenen. De overheid belast musea zwaar door aan de financiering eisen te stellen over het soort bezoek en bereik. Is de stap van het Amsterdam Museum een uiting van deze kramp? Het is opvallend dat het het Amsterdam Museum als eerste deze stap zet. De directie lijkt onvoldoende te beseffen dat het door de stap mogelijk makkelijker toegang vindt bij een lastig te bereiken doelgroep (niet-witte bevolkingsgroepen), maar zich vervreemdt van een andere doelgroep (autochtone lager opgeleide sociale klasse). Heeft het de afweging zorgvuldig gemaakt of vlucht het in de vlucht vooruit weg in identiteitspolitiek vanwege de eisen die overheden musea opleggen?

Hoe men ook over deze stap denkt, de verklaring van directeur Judikje Kiers klinkt raadselachtig. Hopelijk zijn de twee, nu herstelde, taalfouten in dit ene citaat geen aanwijzing voor de mate van onzorgvuldigheid en gejaagdheid van dit museum: ‘Dit zijn belangrijke stappen in een lang proces. Maar we zijn er nog niet. Samen met mensen in de stad zullen we blijven werken om onderbelichte verhalen en perspectieven van onze gedeelde geschiedenis aan het licht te brengen.’ Hiermee zegt het museum tussen de mensen te gaan staan. Dat lijkt lovenswaardig, maar is onwaarachtig. Het is het soort oppervlakkige inspraak die marketing is. De professionals zitten in het museum en niet daarbuiten, zo mag men hopen en verwachten. Het Amsterdam Museum zorgt uiteindelijk voor verdeeldheid. Dat is ongelukkig. Daarom blijft de verwondering bestaan waarom de directie van dit museum niet eleganter, en minder schoksgewijs en polemisch heeft gehandeld.

Er is niets fundamenteels mis met de aan verandering onderhevige term Gouden Eeuw die ook negatieve kanten omsluit. De stap van het Amsterdam Museum werkt contra-productief en plaatst de museumsector onterecht in een radicaal-linkse hoek die zweert bij een naïef soort identiteitspolitiek. Terwijl in werkelijkheid de Nederlandse musea bij uitstek en per definitie bolwerken van behoudzucht en traditie zijn. Het Amsterdam Museum maakt zich te eenvoudig ondergeschikt aan politieke eisen van de overheid. De term Gouden Eeuw is een instrument voor natievorming en een omlijning daarvan. De term zegt nog niets over het soort natie dat daarin geprojecteerd wordt en de plaats van de diverse doelgroepen daarin. Vooral het star denken en het gebrek aan handigheid en omzichtigheid van de directie van het Amsterdam Museum valt in deze kwestie op.

Reactie op een opinie die het handelen van Britse regering billijkt: ‘Boris Johnson is de verkeerde man op de verkeerde plaats’

with 3 comments

Op de FB-pagina van Het Parool plaatste ik onderstaande reactie bij het opinieartikelBoris Johnson is de juiste man op de juiste plaats’ van Maurits Bredius van 11 september 2019. Het lijkt in strijd met de logica:

Na een aanloop met een min of meer objectieve schets van de recente geschiedenis ontspoort het betoog als Bredius op normatieve wijze stelt: ‘Een volstrekt onaanvaardbare uittredingsovereenkomst met een ‘backstop’- clausule, die Noord-Ierland voor onbeperkte tijd binnen de EU zou houden en een harde grens in de Ierse Zee zou betekenen.’ Bredius maakt in zijn betoog op geen enkele manier duidelijk waarom de uittredingsovereenkomst tussen de EU en de toenmalige regering May ‘volstrekt onaanvaardbaar’ is. De ‘backstop’- clausule is de logische voorwaarde om de belangrijke interne markt die een van de pilaren van de EU is te beschermen.

Hij gaat ook voorbij aan het feit dat de Britse politiek verdeeld is over zowel de gewenstheid om de EU te verlaten als de manier van uittreding. Ofwel, voor geen enkel voorstel voor uittreding was in het Lagerhuis in de afgelopen twee jaar een meerderheid te vinden. De uittredingsovereenkomst van toenmalig premier May met de EU is niet minder onaanvaardbaar dan andere manieren van uittreding.

Het is zo dat parlementsleden die tot nu toe (tot drie keer toe) tegen de uittredingsovereenkomst stemden in de afgelopen week hebben aangegeven deze keer voor te stemmen om niet alleen een No Deal uittreding als het geweld dat de regering Johnson de democratie en de rechtsstaat aandoet te stoppen. Ze aanvaarden dan de volgens Bredius ‘volstrekt onaanvaardbare’ backstop. Af te wachten valt of een meerderheid van het Lagerhuis straks eieren voor haar geld kiest en een onaantrekkelijke uittredingsovereenkomst met de EU aantrekkelijker vindt dan het schrikbeeld van een om zich heen slaande premier Johnson die doel en middelen verwart. Het is vergezocht om te veronderstellen dat Boris Johnson die altijd zo graag premier wilde worden zich nu alsnog voor het landsbelang opoffert.

Voor de duidelijkheid, het waren de harde Brexiteers (de ERG factie binnen de Conservatieve partij) die het hardste oppositie voerden tegen de deal van May met de EU. Ook Boris Johnson stemde met de ERG mee tegen May en EU. Schrijnend is dat de meerderheid van de 21 ‘gematigde’ Conservatieven die door Johnson vorige week uit de fractie zijn gezet wel voor de uittredingsovereenkomst van May met de EU stemde. Dat feit alleen al weerlegt Bredius’ suggestie dat de oppositie het VK ‘het liefste binnen de EU ziet blijven’. De oppositie is daarover verdeeld.

Bredius maakt het er niet helderder op als hij suggereert dat de opschorting van vijf weken van het Lagerhuis, dat vandaag door het hoogste Schotse hof in een uitspraak als onwettig wordt gekenmerkt, de democratie dient en niet beschadigt. Volgens hem dient het opschorten van de democratie de democratie. Als het kind met het badwater wordt weggegooid, dan viert Bredius het badwater als het kind.

Bredius komt opnieuw met een raadselachtige uitspraak als hij zegt: ‘Daarom besloot de oppositie om vervroegde verkiezingen pas goed te keuren als het te laat zou zijn voor Johnson om het Verenigd Koninkrijk zonder akkoord uit de EU te leiden. Met dit standpunt geeft de oppositie blijk van weinig vertrouwen in de wijsheid van het Britse volk.’ Nee, de wijsheid van het Britse volk heeft er niks mee te maken en Bredius moet weten dat hij dit er aan de haren bijsleept. Prominenten van onder meer Labour, SNP en LibDems hebben aangegeven dat ze Johnson (en zijn strateeg Dominic Cummings) niet vertrouwen en daarom eerst het blokkeren van een No Deal uittreding per wet wilden voorkomen voordat er afspraken over verkiezingen zouden worden gemaakt. Overigens is de verwachting dat LibDems en SNP flinke winst zullen behalen in deze verkiezingen, dus zij hebben er geen belang bij om het uitschrijven van nieuwe verkiezingen te verhinderen.

Een ander misverstand is overigens dat er zoiets als een No Deal uittreding bestaat. Die bestaat in de praktijk niet omdat ook zonder de uittreding van het VK uit de EU er nog talloze afspraken over economie, handel, transport, nationale veiligheid en allerlei sectoren waardoor het VK en de EU-lidstaten samenhangen tussen het VK en de EU moeten worden gemaakt. Een No Deal uittreding van het VK uit de EU is dus hooguit tijdelijk een No Deal.

Aan de verklaring waarom de Brexit zo is ontspoord waagt Bredius zich niet. Hij keert zich te eenzijdig tegen de oppositie en de EU en verliest zo het perspectief uit het oog. Dat heeft niet zozeer te maken met het opereren van de EU, maar met de aard en het karakter van de Engelse politiek en de samenleving die leidde tot een dubbelhartige relatie tot de EU. Een kleine meerderheid van het nationalistische VK heeft zich nooit echt lid van de EU gevoeld en altijd afstand gehouden tot het ‘continent’, slechts het economisch profijt trok het VK aan. Onderschat evenmin het zelfbeeld van de Etoniaanse elite (Boris Johnson, Jacob Rees-Mogg, David Cameron) die in het land der blinden liever éénoog koning is, dan tweede viool in de grotere EU die door Frankrijk en Duitsland wordt gedomineerd.

Het tweede referendum van 2016 was met een nipte meerderheid van 51,9% een herroeping van het referendum van 1975 dat met een ruime meerderheid van 67,2% besloot voor toetreding tot (de voorloper van) de EU. Dat was een vertaling van dat Engelse sentiment. Het geeft aan hoe innerlijk verdeeld het VK is. Sociaal, regionaal en politiek. Dat de politiek zich aan het een en het ander niet kan onttrekken is de logica van de Brexit.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBoris Johnson is de juiste man op de juiste plaats’ van Maurits Bredius in Het Parool, 11 september 2019.

Ongelukkige marketing van CDA’er Wopke Hoekstra

leave a comment »

Minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA) gaat gelijk al de fout in als hij in het fragment van Jinek zegt: ‘Ik denk eerlijk gezegd dat wij allemaal, en dat geldt dus ook voor mij, te laat zijn gaan zien wat er bij die middenklasse aan de hand is’. Hiermee stelt hij dat degenen die aan de knoppen zitten dezelfde politieke verantwoordelijkheid hebben als degenen die niet aan de knoppen zitten. Hij kan het niet menen. Wat hij zegt is onzinnig en ontstijgt niet het niveau van politieke marketing. Waarom hebben hij of zijn partijgenoten niet gezien wat er de afgelopen jaren met de middenklasse is gebeurd en hebben ze voorstellen gedaan om de positie ervan te verbeteren? Hoekstra houdt zich dom en doet alsof hij niet weet uit welke hoek de wind waait.

Hoekstra heeft als minister van Financiën macht om in te grijpen. Hij verliest nog meer aan geloofwaardigheid als een eerlijk en zinvol analyticus als hij de positie van de middenklasse direct koppelt aan die van slecht geïntegreerde minderheidsgroepen en zijn eigen verantwoordelijkheid nog verder probeert af te schuiven.

Hoekstra treedt buiten zijn eigen lichaam, kijkt er van een afstand naar en doet er pseudo-koel verslag van alsof hij iets nieuws te melden heeft. Hij is zichzelf niet, maar wie hij wel is blijft onduidelijk. Hij is een lege huls die met marketing wordt gevuld maar in de kern een verwarde denker die z’n zaken niet op orde heeft.

Onder de middenklasse wordt de meerderheid van de bevolking verstaan. Naargelang de definiëring valt 60 tot 90% van de bevolking eronder. In inkomen loopt dat van 1 maal modaal tot (naargelang de omschrijving) 2,5 tot 3 maal modaal. Dus van 36.000 euro tot maximaal 90.000 of 108.000 euro. De middenklasse kan zich niet onttrekken aan de collectieve lastendruk. Dat achtereenvolgende kabinetten Rutte beweerden zich in te zetten voor lastenverlichting wil niet zeggen dat dit feitelijk ook bereikt is. Integendeel, de afgelopen jaren is de opbrengst uit lastenverzwaring door de overheden via heffingen, premies en belastingen met zo’n 3% van het bruto binnenlands product toegenomen tot bijna 39%. Dat wordt grotendeels door individuen opgebracht. Vermeend en Van der Ploeg concluderen aan de hand van een OESO-rapport van eind 2018 dat vooral de belasting- en premiedruk op arbeid in Nederland veel te hoog is. Dat is een langlopende ontwikkeling.

Er bestaat politieke consensus over dat de afgelopen decennia de middenklasse relatief in inkomen is achtergebleven en dat die relatieve achteruitgang gerepareerd moet worden. Alleen, als dat bij beloften blijft en spin van politici als Menno Snel (D66) en Wopke Hoekstra, dan zijn het niet meer dan mooie woorden.

Evenwichtige belastingheffing naar draagkracht en collectieve lastendruk die niet grotendeels op de middenklasse wordt afgewenteld kunnen niet los gezien worden van het aanpakken van belastingontwijking door vermogende individuen en internationaal opererende bedrijven. Het is al te makkelijk om de lastenverzwaring van de middenklasse die haar vermogen niet kan verbergen steeds meer op te schroeven.

Hoekstra handelt onethisch. Hij neemt geen verantwoordelijkheid voor eigen falen en schuift die kleinhartig af op minderheidsgroepen. Politici als Snel, Hoekstra of Rutte jongleren met mooie woorden, maar voegen niet de daad bij het woord. Dat is deels begrijpelijk omdat hun macht beperkt is vanwege het globale karakter van de economieën, het lastig aan te pakken probleem van de belastingontwijking en een slecht georganiseerde Belastingdienst, maar deels onbegrijpelijk omdat waar ze in de afgelopen jaren in konden grijpen te weinig hebben gedaan. In de VVD klinken sinds voorjaar 2019 met het oog op het neutraliseren van de populisten geluiden van Rutte en fractieleider Klaas Dijkhoff om de middenklasse te ontzien en het bedrijfsleven relatief zwaarder te belasten. Om niet achter te blijven doet Hoekstra in de jacht op de centrum-rechtse kiezer dezelfde duit in het zakje, maar haalt tegelijkertijd zijn betoog onderuit door zijn onmiskenbare gebrek aan oprechtheid en zijn zelfpromotie die de aandacht vestigt op zijn gebrek aan integriteit en samenhang.

Media belichtten voordelen nieuw belastingplan van kabinet en vergaten nadelen te noemen. Moedwil of misverstand?

with 2 comments

Gisteren verbaasde ik me over de kritiekloze ontvangst door de media van staatssecretaris Menno Snel (D66) die plannen voor een nieuwe heffing van de inkomstenbelasting presenteerde. Het ontlokte me bij het kijken naar het NOS Journaal de uitroep of hier uiteindelijk toch de staatsomroep in werking was getreden. De berichtgeving focuste op de voordelen ervan voor de belastingplichtigen, maar nauwelijks op de nadelen. Die werden op het laatst wat afgeraffeld. Want volgens Snel moeten de plannen budgettair neutraal uitgevoerd worden. Dus waar de een wint, zal de ander verliezen. Ik was niet van plan om hierop te reageren omdat het nog allemaal voorlopig is, Snel tamelijk vaag bleef en de plannen nog aangepast kunnen worden. Maar bij nader inzien verdient de gang van zaken toch een kanttekening omdat het ingestoken propaganda leek. Mijn kritiek geldt dan ook niet Snel of het kabinet, maar de media die Snel te makkelijk lieten wegkomen met zijn promotiepraatje. Ik gaf bij het artikelGeen gezeik, iedereen rijk’ op Frontbencher de volgende reactie:

Dit zat er al een tijdje aan te komen. Naar verluidt omdat de verhoogde belasting op beleggingen vooral bij CDA en VVD weerstand ondervond.

Opvallend was dat het kabinet in de media een vrije rit kreeg. Elke diepgang of kritisch doorvragen ontbrak. Uitgebreid werd stilgestaan bij het cadeautje van staatssecretaris Snel met betrekking tot het spaargeld. Maar omdat dat maar het halve verhaal was, ontbrak het overzicht.

Die journalistieke gemakzucht is opvallend. Waar de vergelijking van de koopkracht van ontelbare categorieën burgers lijdt aan fetisjisme tot achter de komma, werd bij de maatregel over de nieuwe belastingheffing niet eens geprobeerd om de grote lijn te schetsen.

Waarom werd het verhaal van Snel niet begeleid met een uitleg met enkele voorbeelden die de nieuwsconsumenten inzicht hadden kunnen geven? Zoals iemand met 50.000 euro spaargeld en 100.000 euro aandelen. Of 0 euro spaargeld en 200.000 euro aandelen. Of 200.000 euro spaargeld en 0 euro beleggingen.

Nu liep het kabinet kritiekloos binnen zonder dat de media inzicht gaven. Deze promotie kan niet de bedoeling zijn van journalistiek. Vrijdag 6 september 2019 was een goede dag voor spaarders en een slechte dag voor nieuwsconsumenten.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelGeen gezeik, iedereen rijk’ van Henk van Lierop op Frontbencher, 7 september 2019.

Utrecht stopt 3,55 miljoen euro in een nieuwe plek voor film- en beeldcultuur in het Werkspoorkwartier. Een opmerkelijk slecht idee

with one comment

Uit het artikelUtrecht wil 3,5 miljoen steken in nieuwe locatie film- en beeldcultuur Werkspoorkwartier’ in DUIC blijkt dat het Utrechtse gemeentebestuur 3,55 miljoen euro wil steken in een nieuwe plek voor film- en beeldcultuur. In het Werkspoorkwartier, het moet De Machinerie gaan heten. Ik heb voor dat voorstel geen goed woord over en geef mijn reactie bij het artikel. Ik zie het als een vlucht vooruit, de leegte in:

De vijand van goed is beter, zo luidt het gezegde. Fantasie komt voor realisme te staan. Dat is hier aan de orde.

Hoe logisch is het dat een filmtheater dat al decennia niet meer kan voldoen aan de standaard van een gemiddeld filmtheater de hogere lat van een Podium voor Film en Beeldcultuur wel weet te halen? Of anders gezegd, waarom is die verdieping en verbreding de afgelopen jaren al niet op de vorige locatie aan de Slachtstraat/ Telingstraat voorbereid en uitgevoerd? Het valt dan ook te betwijfelen of een ‘reset’ voor ’t Hoogt de oplossing zal brengen.

De beleidsmakers van de gemeente en de subsidiegevers dienen de juiste diagnose te stellen. Aan de hand van de geschiedenis en het karakter van ’t Hoogt kunnen ze proberen te begrijpen wat het scharnierpunt is. Ze kunnen dan ook antwoord op de vraag vinden of een ‘reset’ geen middel is om de huidige malaise te verhullen. Als daarnaast ook nog eens het centrum verlaten wordt waar in Utrecht het meeste publiek en de juiste atmosfeer te vinden zijn voor arthouses en een avontuurlijke programmering, dan kondigt zich een nieuwe ramp aan. Naast een financiële ramp van 3,55 miljoen euro, ook een politieke ramp van een wethouder die gaat struikelen.

De Utrechtse raad én het gemeentebestuur hebben vanaf 2010 geworsteld met een andere, excentriek gelegen culturele instelling die het moest hebben van (inkomsten uit) bezoek waarvan onderzoeken vanaf het begin overtuigend aantoonden dat exploitatie door die ligging niet levensvatbaar was: landhuis Oud Amelisweerd waar het MOA werd gevestigd. College en raad sloegen de waarschuwingen in de wind. Of liever gezegd, ze hoopten dat door onvoorziene omstandigheden het tij zich ten goede zou keren. Maar dat gebeurde niet.

In 2018 ging het MOA failliet en werden alle breed uitgemeten waarschuwingen bewaarheid. Zonder dat overigens de Utrechtse politiek ook maar een begin van een mea culpa liet klinken. Succes heeft vele vaders, maar mislukking is een wees. Het is wachten op het moment dat deze volgende vlucht vooruit in het Werkspoorkwartier ontspoort. Opnieuw worden de waarschuwingen van deskundigen in de wind geslagen. In Utrecht herhaalt zich de geschiedenis. Wat zich eerst voordeed als tragedie wordt nu een klucht, zoals Karl Marx ooit zei.

Wensdenken van een wethouder die op sleeptouw wordt genomen door de eigen ambtenaren en bestuurders van organisaties die naar gemeentesubsidie hengelen kan het zicht op de realiteit vertroebelen. Het gebeurde met het MOA en kan met ’t Hoogt en dat brede centrum dat van alles bundelt en klontert opnieuw gebeuren. In elk geval als ’t Hoogt de kerntaak van het vertonen van kwetsbare films op een groot scherm wil blijven vervullen die een adviescommissie die zich daarover uitliet als onmisbaar ziet. Of is dat advies al losgelaten?

Origineel is het wel van het Utrechtse gemeentebestuur om culturele instellingen te bewegen om naar de rand van de stad te vertrekken, die dus niet te situeren in het culturele hart van de stad in de hoop op synergie, dat aan zakelijke partijen te verkopen als aanjaagfunctie voor een buurt en dat te belonen met subsidie. Dat is de naijlende werking van Richard Florida nadat diens ideeën over de creatieve klasse en stadsontwikkeling allang zijn weerlegd. Klaarblijkelijk wordt in het intellectuele centrum van het Utrechtse stadhuis nog ondubbelzinnig in de ideeën van Florida geloofd. Anno 2002.

De hoop dat de vele geconstateerde onzekerheden over levensvatbaarheid en haalbaarheid van een publieksinstelling in het Werkspoorkwartier tegen lage kosten en bescheiden middelen overwonnen kunnen worden is valse hoop. Wethouder Klein presenteert valse hoop als hoop. Dat is blijkbaar de politiek van het moment van het huidige gemeentebestuur.

Het wachten is op betere, realistische tijden.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelUtrecht wil 3,5 miljoen steken in nieuwe locatie film- en beeldcultuur Werkspoorkwartier’ in DUIC, 5 september 2019.