George Knight

Debat tussen links en rechts

Archive for the ‘Economie’ Category

Directeur Groningse serviceflat begint rechtszaak tegen bewoners die externe maaltijden bestellen. Wiens onmacht toont dat aan?

leave a comment »

Een merkwaardig verhaal in Groningen. Directeur Berend Lugies van de Stichting Service Vondelflat sleept twee bewoners voor de rechter omdat ze maaltijden via een extern bedrijf afnemen. Nochtans zegt de Algemene informatie van genoemde stichting: ‘U bent dus niet verplicht een volledig servicepakket af te nemen. Binnen het pakket kunt u uw eigen keuzes maken.’ En onder het kopje Maaltijdservice: ‘U kunt zelf bepalen hoeveel maaltijden in de week u wilt gebruiken. U betaalt alleen voor het aantal maaltijden dat u afneemt’. Maar dat betekent niet dan de bewoners vrij zijn om eigen keuzes te maken, want: ‘Als u gebruik wilt maken van een maaltijdservice is het niet toegestaan dit via een extern bedrijf te doen.’ Hoe dit het bedrijfsmodel van de Vondelflat omver haalt is de vraag. Het tarief voor een maaltijd bedraagt € 8,50 of € 11,50 (in het restaurant).

Het is opmerkelijk dat dit betrekkelijk kleine voorval zoveel losmaakt. Ook buiten Groningen. Verzorgingsflats zijn de lakmoesproef van de verzorgingsstaat. Kleuren ze zurig rood of basisch blauw? Volgens Jimmy Dijk van de SP vuurrood. Voor- en tegenstanders kunnen zich er prachtig mee profileren. Eigen volk laatst of eerst?

Daarnaast is de vrijheid van de bewoners aan de orde. Directeur Lugies zegt dat het geen financiële kwestie is. Dat maakt het des te onbegrijpelijker dat de bewoners geen maaltijden bij een extern bedrijf mogen afnemen als dat niet schadelijk is voor de Stichting Service Vondelflat. Het is verleidelijk om partij te kiezen tegen een onhandig en ongevoelig opererende directeur Lugies en voor de ouderen die een rechtszaak op hun dak krijgen omdat ze maaltijden bij een extern bedrijf afnemen. Want waar gaat het in hemelsnaam nou om?

Nord Stream II: MEP Rebecca Harms hekelt Duitse opstelling inzake Europese energiepolitiek vanwege plat eigenbelang

with 5 comments

Hoe betrouwbaar en standvastig is de Duitse politiek inzake de Russisch Federatie? Welk onverwerkt en verkeerd begrepen verleden sleept Duitsland met zich mee of verbergt het zich achter? Het is de terugkerende vraag die maar niet goed beantwoord kan worden. De Duitse europarlementariër voor de Groenen Rebecca Harms is kritisch op Duitse en Oostenrijkse sociaal-democraten die afwijzend reageerden op een voorstel in de Amerikaanse senaat om de sancties tegen de Russische Federatie aan te scherpen. Mede als antwoord op de inmenging van het Kremlin in de presidentsverkiezingen waar president Trump geen antwoord op geeft.

Harms reactie is voorspelbaar en raadselachtig. Het is een publiek geheim dat de Duitse sociaal-democraten voor het karretje van de Russische belangen gespannen staan. Voormalig kanselier Gerhard Schröder heeft de SPD zwaar belast door zich in te laten huren door het Kremlin. Zijn biograaf Gregor Schöllgen stelt dat niets hem zo beschadigd heeft als zijn ‘Gazpromisering’. In zijn kielzog zoog de nog steeds machtige Schröder de SPD mee. Het verwijt kan verbreed worden dat Schröder door zijn Russische lobbywerk niet alleen zijn eigen aanzien, maar dat van de Duitse politiek beschadigd heeft. Minister Sigmar Gabriel voegt zich kritiekloos in die groef en praat de positie van Schröder na. Uiteraard kunnen de sociaal-democraten dit alleen doen tegen de achtergrond van opportunisme bij het Duitse bedrijfsleven dat wil profiteren van Russische opdrachten.

Harms speelt de onschuld als ze niet meent te begrijpen  waarom ook de christen-democratische kanselier Angela Merkel zich tegen het voorstel van de Amerikaanse senaat inzake het aanscherpen van de Russische sancties schaart. Harms weet dat Merkel ook onder invloed van het Duitse bedrijfsleven staat en in 2014 publiekelijk verkondigde dat gasproject Nord Stream II geen politiek maar een puur economisch project is.

Dat de belangrijkste Duitse politici als Gabriel en Merkel onder het mom van de autonomie van de EU het Amerikaanse voorstel afwijzen is potsierlijk en vals. Want zoals Harms stelt is het de Duitse regering van CDU en SPD dat in deze kwestie van Nord Stream II en energiepolitiek het Duits belang voor het Europees belang stelt. In een EU waar toch al zoveel anti-Duitse sentimenten leven vanwege de Duitse economische dominatie is die Duitse opstelling gevaarlijk, kortzichtig en contra-productief. De Duitse regering doet er onder druk van het eigen bedrijfsleven en lobbyisten als Schröder alles aan om Nord Stream II door te laten gaan. Ondanks kritiek van voornamelijk Oost-Europese landen die de toenemende afhankelijkheid van Russische energie afwijzen. Omdat energieonafhankelijkheid officieel EU-beleid is hebben deze critici ook bestuurlijk het gelijk aan hun zijde, maar door de Duitse obstructie krijgen ze die niet. Of anders gezegd, de besluitvorming in de EU was allang afgerond als de Duitse regering niet het eigenbelang voor het Europees belang had gesteld.

Kortom, de Amerikaanse senaat komt met het initiatief dat de Europese Commissie zelf had moeten nemen. Maar door onmacht, verdeeldheid en vermenging van economie met politiek niet kon nemen. Het is trouwens de verwachting dat de Republikeinse meerderheid in het Amerikaanse Huis, Witte Huis en Buitenlandse Zaken bij monde van ex-chef van Exxon/Mobil minister Rex Tillerson de voorgestelde sancties zullen afzwakken. Exxon/Mobil heeft vanwege investeringen die uitgesteld werden als gevolg van de sancties er belang bij dat de sancties afgezwakt worden. Trump zal geen stapje extra zetten om Europese bedrijven en de EU tegemoet te komen, maar wel om Nord Stream II te redden vanwege het Russische belang. Ook binnen het Team Trump zijn de lijnen naar het bedrijfsleven kort. Ex-ambassadeur Richard Burt staat op de loonlijst van Gazprom en heeft directe toegang tot Trump. Naar verwachting stelt hij zijn acties af met Gerhard Schröder. Van alle partijen is het de EU die het meest verdeeld opereert omdat het zich laat verdelen. Dat is de schande.

Waarom doet gemeentebestuur Utrecht weinig tegen verrommeling van binnenstad en omringende wijken? GroenLinks heeft kritiek

with 2 comments

Een artikel in DUIC (De Utrechtse Internet Courant) over fietsen in stegen in de Utrechtse binnenstad. Een raadslid van GroenLinks heeft er kritiek op. Terechte kritiek. Het gemeentebestuur treedt onvoldoende op en neemt weinig initiatieven. Waarom dat zo is kan men zich afvragen voor wie de chaos en de drukte ziet toenemen. Mijn reactie, ook als inwoner van de Utrechtse wijk Wittevrouwen die aan de binnenstad grenst:

De binnenstad en omringende wijken als Wittevrouwen slippen dicht met geparkeerde fietsen. Er is soms geen doorkomen meer aan. Een gigantische verandering met nog niet eens zolang geleden. Daarnaast is het aantal terrassen van café’s, restaurants en koffietentjes exponentieel gegroeid de afgelopen jaren. Ook dat belemmert vaak een vrije doorgang. De stad verrommelt voorbij een kritische grens.

Voeg daarbij het groeiend aantal toeristen dat aangetrokken wordt door de etages en woningen die aan de woningvoorraad onttrokken worden en omgekat worden voor verhuur via Airbnb. Ook dat zet in hoog tempo oude vanzelfsprekendheden bij het oud vuil. Residentiële buurten buiten de binnenstad beginnen steeds meer op de binnenstad te lijken. Onderscheid in functies vervaagt.

Kortom, de toenemende druk op de binnenstad en de omringende wijken is een veelgelaagd en complex probleem. Het gaat mis omdat delen van de publieke ruimte geprivatiseerd worden zonder dat dit ten volle beseft wordt. Of wat erger is: oogluikend wordt toegestaan. Zonder dat het gemeentebestuur er een overtuigende visie op ontwikkelt, laat staan doelmatig en krachtig optreedt tegen de uitwassen ervan.

Het gemeentebestuur laat de bewoners van de binnenstad en omringende wijken in de steek. Het college laat feitelijk ook de toeristen die aangetrokken worden door Utrecht als compacte en rustige stad in de steek. Ze vinden immers niet meer wat hun voorgespiegeld wordt.

Door het gebrek aan regie van het gemeentebestuur kiest Utrecht niet voor kwaliteit, maar voor kwantiteit. De indruk ontstaat dat het gemeentebestuur niet kiest -of door een principiële keuze uit de weg te gaan- voor ‘less is more’, maar voor ‘more is less’.

Nodig is een besef van urgentie bij gemeentebestuur en oppositie. Dat ontbreekt op dit moment. Ook is het mogelijk dat het besef zich niet vertaalt in een goed inhoudelijk debat. Nodig is een besef bij de politiek dat een integrale aanpak nodig is omdat mobiliteit, bereikbaarheid, toerisme, universiteit, evenementen, detailhandel, stadspromotie en welzijn van de Utrechters nauw met elkaar samenhangen. Het aanpakken van een deelprobleem is onvoldoende. Het gemeentebestuur kan niet langer volstaan prat te gaan op de eigen promotiepraatjes over het bouwen van de grootste fietsenstalling ter wereld. Dat gaat voorbij aan de noodzaak van een integrale aanpak.

Het gemeentebestuur moet leren hoe het niet moet door naar Amsterdam te kijken. Of andere steden als Venetië waar de druk van toerisme, horeca en bewoners tot onleefbaarheid leidt. Moet het in Utrecht zover komen als in Amsterdam waar bewoners dreigen de rolkoffers van de Airbnb-toeristen in de gracht te kieperen? Omdat ze het zat zijn dat anderen profiteren en zij de lasten dragen. Sommige Amsterdammers beginnen zich een vreemde in eigen stad te voelen. Laat dat een waarschuwing zijn voor het Utrechtse gemeentebestuur.

Zover moet het in Utrecht niet komen. Buiten het hoogseizoen en door de week is Utrecht nog steeds een aangename stad. Maar die momenten worden spaarzamer. Het hoogseizoen wordt langer en het weekend wordt opgerekt door de sectoren die daar belang bij hebben en begint steeds eerder.

De groei van het toerisme moet afgeremd worden. De groei van de horeca moet afgeremd worden. De groei van Airbnb op buurtniveau moet afgeremd worden, Door een veel en veel strengere handhaving dan nu moeten de binnenstad en de omringende wijken weer beter begaanbaar en visueel aantrekkelijker worden. De apathie van de gemeente is storend. GroenLinks wees er onlangs op in raadsvragen. Dat is een begin van nadenken over de toekomst van de Utrechtse binnenstad en de omringende wijken. Maar er is veel meer nodig.

Het Utrechtse gemeentebestuur van D66, GroenLinks, VVD en SP kan veel krachtdadiger optreden in het beschermen van de publieke ruimte dan dat het op dit moment doet. Het is mogelijk dat dat gebrek aan krachtdadigheid komt door verdeeldheid of uiteenlopende belangen tussen partijen (VVD-D66 tegenover GroenLinks-SP?), maar het gemeentebestuur moet beseffen dat het op dit moment te weinig doet om de binnenstad en de omringende wijken voor de eigen bevolking te behouden.

Politiek is machtsdeling door het afwegen en vertegenwoordigen van belangen. Als steeds meer bewoners vinden dat lokale politici die afweging slecht maken en bepaalde belangen te veel of andere te weinig behartigen, dan is dat schadelijk voor het vertrouwen in de lokale politiek.

Om geloofwaardig te zijn moet politiek evenwichtig, eerlijk, open en krachtig optreden. Als het dat niet doet dan ontstaat het idee dat een gemeentebestuur door teveel op de handen te blijven zitten belangen dient waarover het geen verantwoording kan en wil afleggen. Zodat dat in de plaats komt van een inhoudelijk debat.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelGroenLinks: ‘Maak steegjes TivoliVredenburg levendig’’ in DUIC, 19 juni 2017.

Rinus naar Eurovisiesongfestival 2018. Met een Nederlandstalige tekst en met voorbijgaan aan de vaste kliek die het als kitsch ziet

with 2 comments

PetitieZANGER RINUS MOET NAAR HET SONGFESTIVAL IN 2018!’ vraagt om Rinus op het Eurovisiesongfestival 2018 Nederland te laten vertegenwoordigen. Geen slecht idee. Samen uiteraard met zijn vaste zangpartner Debora, ofwel Romana. Het is geen probleem dat ze niet kunnen zingen. Daar gaat het immers op het Songfestival allang niet meer om. Welbeschouwd een podium voor marketing, commercie, extravagantie en politieke koehandel tussen landen. Wie vreest dat Rinus en Romana een modderfiguur zullen slaan in Portugal moet zich meerdere ondermaatse vertegenwoordigers van de afgelopen jaren die Nederland stuurde voor de geest halen. Zoals Joan Franka in 2012, Sieneke in 2010 (‘Ik ben verliefd (sha-la-lie)’) of De Toppers in 2009.

De afvaardiging van Rinus Dijkstra uit Drachten heeft drie voordelen. 1) Het herstelt de traditie van zingen in het Nederlands. Want waarom moeten Nederlandse vertegenwoordigers zich uiten in een soort pudding-Engels dat voor een internationaal publiek tekstueel alle scherpte en finesse mist? Van de laatste 18 edities werd slechts eenmaal in het Nederlands gezongen door genoemde Sieneke. Waarom zou Nederland niet met Nederlandstalige tekstschrijvers kunnen schitteren? Was het niet Lucebert die voor de Zangeres Zonder Naam samen met Jean Kraft ’De Soldatenmoeder’ schreef op muziek van Bruno Maderna? Kan Louis Andriessen zo’n project niet herhalen en van de grond tillen? Want het blokkeren  van de ambitie om Nederlandse muziek met Nederlandstalige tekst op het hoogste podium van de populaire muziek te presenteren is kortzichtig en dom.

2) Rinus is in een sociale werkplaats werkzaam als houtbewerker en vertegenwoordigt dat deel van de bevolking dat doorgaans niet of slechts door anderen vertegenwoordigd wordt in de samenleving. Met zijn afvaardiging kan dat goed worden gemaakt. Het geeft een opvallend signaal van emancipatie waar Nederland zich positief mee kan onderscheiden. Dat kan worden versterkt door hoge en lage cultuur te verbinden in het levenslied. Dit geeft kansen die het afvaardigen van steeds weer middelmatige vertegenwoordigers met middelmatige tekst en muziek zonder enige Nederlandse authenticiteit overstijgt. 3) Het kan dan wel zo zijn dat een subcategorie van BN’ers als Paul de Leeuw en anderen die het Songfestival met een vette knipoog bezien zich het hebben toegeëigend, maar dat passeert jaar na jaar die categorie Nederlanders die het Songfestival nog wel echt serieus nemen. Het niet als camp zien, maar het op eigen waarde willen schatten.

Controverse rond ‘Julius Caesar’ van Public Theater in New York met een evenbeeld van Trump die op toneel wordt vermoord

with 4 comments

Theaterproductie ‘Julius Caesar’ van regisseur Oskar Eustis door the Public Theater in New York moet het sinds afgelopen weekend doen met twee sponsors minder. Delta en Bank of America trokken zich als sponsor terug om politieke redenen. Aanleiding is dat een evenbeeld van Donald Trump met messteken om het leven wordt gebracht in de slotscène van Shakespeare’s tragedie. De voorstelling is onderdeel van de jaarlijkse Shakespeare in the Park serie in het Delacorte Theater in Central Park. Deze sponsoractie trekt veel publiciteit.

De enscenering roept drie vragen op. Namelijk in hoeverre een klassiek stuk bewerkt en geactualiseerd kan worden. Daar zijn eigenlijk nog nauwelijks grenzen aan te stellen. Alles is mogelijk en verdedigbaar als de geest van het stuk wordt gerespecteerd. In de toelichting zegt het Public Theater dat het stuk gaat over de broosheid van de democratie: ‘The Institutions that we have grown up with, that we have inherited from the struggle of many generations of our ancestors, can be swept away in no time at all.’ Gezien zijn optreden tot nu toe is het goed verdedigbaar om te zeggen dat president Trump de snoodaard is die de democratie weg wil vagen. Zoals de historische Julius Caesar als dictator rond 48 voor Christus de Romeinen alle rechten ontnam.

Het terugtreden van beide sponsors toont de kwetsbaarheid van de Amerikaanse culturele sector. Die is grotendeels afhankelijk van het grote geld van bedrijven. Hoewel veel culturele instellingen eigen vermogen hebben en min of meer onafhankelijk kunnen opereren. Maar ze blijven afhankelijk van schenkingen door schenkers die hun eisen stellen. Zolang alles binnen de normen van de gevestigde orde blijft is er niets aan de hand. Dit heeft twee bij-effecten. Instellingen worden om economische omstandigheden gedwongen binnen die normen van de gevestigde orde te blijven of er niet te ver van af te wijken. Op straffe van uitsluiting. Dat is een preventief effect dat leidt tot het vermijden van te radicale politieke stellingname. Zeker voor grotere instellingen. Als ze dat niet doen, dan worden ze gekort en dreigt uitsluiting en publicitaire tegenwind.

Een reactie van Bank of America reduceert kunst tot iets dat niet gevaarlijk mag zijn en moet inschikken. Die getemd is en zich als getemd moet gedragen. Volgens een bericht van RawStory heeft deze financiële instelling in een reactie gezegd waarom het zich als sponsor heeft teruggetrokken. Namelijk omdat de productie was bedoeld om te provoceren en aanstoot te geven (‘intended to provoke and offend’). Maar laat dat nou exact de functie van kunst zijn. Aan bedrijven die vele doelgroepen en belangen willen representeren zonder aanstoot te geven is dat uiteraard niet besteed. Begrijpelijk, maar dat toont tegelijk de onmogelijkheid van bedrijfssponsoring aan. Trumps zoon Don jr tweette hierover het volgende ‘Serious question, when does ‘art’ become political speech & does that change things?’. De antwoord op deze vraag is er afhankelijk van hoe men kunst inschat en wil zien. Als ongevaarlijk en een vehikel voor bedrijfsbelangen of als iets dat kan bijten, op scherp zet en zich niet laat temmen? En al helemaal niet door een president als Donald Trump die zelf de ene na de andere dolkstoot toebrengt aan de Amerikaanse democratie en democratische instituties.

Populisme en centrumpolitiek kunnen op termijn versmelten. Hervorming door wederopbouw

with 5 comments

Democratie is moeilijker dan demagogie. Dat heeft de lijsttrekker Jan Roos van Voor Nederland (VNL) geleerd. Hij verlaat de politiek, aldus een bericht in De Volkskrant. Roos liet dit afgelopen donderdag per tweet weten. VNL stemt volgend weekend over opheffing. Het was toch al een slechte week voor de rechts-populisten, want UKIP verloor 85% van haar kiezers in de Britse parlementsverkiezingen. Leider Paul Nuttall stapt op. Vorige maand verloor de leider van het Front National Marine Le Pen de Franse presidentsverkiezingen van centrumkandidaat Emmanuel Macron met een onverwachts groot verschil van 32%. In de VS wordt president Trump steeds verder in het defensief gedrongen, verliest aan aanhang, geeft geen leiding, krijgt niets voor elkaar en zet het populisme wereldwijd in een kwade reuk. De reuk van Roos, Nuttall, Le Pen, Trump en al die andere populisten die democratie met demagogie verwarren. Of denken dat politiek een variant van leefstijl is.

Het valt te hopen dat het inzicht in genoemde verkiezingen dat populisten niet de oplossing bieden wordt vastgehouden. Want niets is zeker. Of blijvend. Rechts-populisten investeren doorgaans niet in oplossingen, maar in kritiek op de gevestigde orde. Ze willen die niet hervormen, maar vernietigen. Het verhaal van het weggooien van oude schoenen voordat de nieuwe zijn ingelopen. Of zelfs gekocht. De al dan niet tijdelijke teloorgang van de populisten geeft de centrumpolitiek de verplichting om ernst te maken met hervormingen die het merendeel van de kiezers direct in het dagelijks leven voelt. Dus betere sociale voorzieningen, betere zorg, betere arbeidsmarkt, beter onderwijs en betere huisvesting. Dat is de uitdaging voor de centrumpolitiek.

Politiek is niet meer dan politiek. Het verdeelt de macht die verdeeld kan worden. Maar heeft onvoldoende invloed op de macht die buiten de politiek opereert. Op financiële instellingen die politici omkopen of op multinationals die belasting ontwijken en hun kapitaal in geen enkel land nog laten landen om het te laten belasten. Dat is het afschrikwekkende beeld van goedwillende politici die niets voor elkaar krijgen. Of omdat ze in de zak van grote belangen zitten, of omdat ze geen ambitie of durf hebben om door te bijten, of omdat ze weten onvoldoende middelen te hebben om doelmatig op te treden. En het er daarom maar bij laten zitten net te doen alsof ze optreden. Om het publiek een loer te draaien en hun bestaansrecht te verantwoorden. Op die houding spelen rechts-populisten in. Daar hebben ze geen ongelijk in voorzover het de diagnose betreft.

De vervolgvraag is hoe de diagnose kan doordringen tot de centrumpolitiek -of het centrum van de politiek- en de politiek kan doordringen tot de populisten. Door het pantser van de populistische demagogie heen. Ze hebben elkaar wat te bieden als ze het beste van hun twee werelden weten te combineren. Maar dat gebeurt niet omdat ze concurrenten van elkaar zijn. Daarbij komt dat het bestaansrecht van de populisten is gelegen in de houding zich tegen de politiek af te zetten. En centrumpolitici dienen niet de directe belangen van hun kiezers, maar van belangengroepen door wie ze al dan niet rechtstreeks worden aangestuurd. En ingeperkt.

Het is cynisch om te veronderstellen dat centrumpolitiek en populisme elkaar voorlopig dwars blijven zitten. Met als gevolg dat ze allebei afgeleid worden van dat waar ze zeggen mee bezig te zijn. Kort samengevat, hervorming tegenover reconstructie. Zonder een afdoend antwoord op de vraag te kunnen geven hoe het verder moet kan wel aangegeven worden in welke richting de oplossing gezocht moet worden. In versmelting.

Het klinkt op dit moment wellicht belachelijk door uiteenlopend wereldbeeld, retoriek en visie op de politiek van centrumpolitiek en populisme. Door verder te kijken dan de uiterlijkheden kunnen de energie en diagnose van de populisten hopelijk op middellange termijn gecombineerd worden met het vakmanschap en de oplossingsgerichtheid van de centrumpolitiek. Einddoel is hervorming van de politiek door wederopbouw.

Foto: Wiel van der Randen, ‘Wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog’. Westkapelle, 1947. Collectie: Spaarnestad Photo/ Wiel van der Randen.

Directeur MOA bespeelt de Utrechtse raad met ongegronde claims en onnauwkeurigheden

with one comment

Volgens de Museumcijfers 2015 van de NMV hebben Nederlandse musea gemiddeld 47% eigen inkomsten. En dus 53% subsidie. Directeur Yvonne Ploum van Museum Oud Amelisweerd (MOA) zegt in een interview met Utrecht.nieuws.nl dat haar museum over 2016 75% eigen inkomsten had. Of preciezer gezegd beweert ze dat het museum in 2016 ’75 procent van onze kosten zelf heeft terugverdiend’.  Dat is een opvallend hoog cijfer. Het zou een unicum zijn in Nederland. De bewering valt echter op dit moment niet te controleren omdat de jaarrekening 2016 nog niet is gepubliceerd. Volgens de Publicatieverplichting van de ANBI moet een jaarrekening op uiterlijk 1 juli van het volgende jaar gepubliceerd zijn. Aan de hand van de jaarrekening 2015 van het MOA (zie bovenstaande tabel) is wel na te gaan of de claim van directeur Ploum klopt.

Ter oriëntatie: Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam met een een groter aantal bezoekers en meer inkomsten uit entreegelden, een zelfstandige en eigen horeca (in vergelijking met de aparte De Veldkeuken) en een uitgebreide fondsenwervings- en hospitalityafdeling had volgens het jaarverslag 2015 51,6% aan eigen inkomsten. Hoe het MOA zonder dat alles tot 75% eigen inkomsten kan komen is de vraag.

De totale kosten in 2015 bedroegen € 652.745. Als de claim van Ploum klopt, dan zouden de 75% eigen inkomsten € 489.000 moeten bedragen. Onder eigen inkomsten worden doorgaans inkomsten uit Entree, Sponsoring, Horeca en winkel, Giften en Private fondsen verstaan. Omdat de jaarrekening 2015 geen verdeling in eigen inkomsten maakt is dit niet inzichtelijk gemaakt. De accountsverklaring bij de jaarrekening 2015 geeft duidelijkheid en zegt het onderstaande. Gelden die hoofdzakelijk bestaan uit subsidies worden niet als subsidie opgevat. Het kan gerechtvaardigd zijn om ze aan de baten toe te voegen, maar daarmee blijven het wel subsidies die niet opgevat kunnen worden als eigen inkomsten. Daarom klopt voor 2015 de claim van directeur Ploum niet dat het MOA 75% van de kosten terugverdient. Want € 100.000 subsidie opgeteld bij het merendeel van de € 189.170 komt tot een percentage dat over 2015 leidt tot een percentage van hooguit 60% eigen inkomsten. Op voorwaarde dat de rest van de baten als eigen inkomsten gerekend kan worden.

Inkomsten zijn niet het hele verhaal omdat het de financiële positie van het museum buiten beschouwing laat. Het MOA heeft zich in de schulden gestoken met een lening van de provincie Utrecht van €160.000 die eind 2021 moet worden terugbetaald. De positie wordt er in 2021 slechter op als de Amersfoortse bruidsschat van jaarlijks € 75.000 eindigt. Sinds 2014 heeft het MOA nog geen enkel jaar afgesloten met een positief saldo.

Ploum geeft nog twee onnauwkeurigheden waarvan ze kan weten dat die anders luiden. Haar interpretatie van de ‘misgelopen’ subsidie van € 75.000 door een adviescommissie naar aanleiding van het cultuurconvenant 2017-2020 is om twee redenen onjuist. Ten eerste valt het MOA dat in de gemeente Bunnik gevestigd is om formele redenen buiten de voorwaarden van cultuursubsidies van de gemeente Utrecht. Ten tweede is Ploums redenering warrig als ze verwijst naar een motie uit 2012 die het gemeentebestuur opdraagt geen bijdrage aan de exploitatie van het MOA te verlenen. Zelfs als het college dat zou willen, dan kan het dat volgens vastgelegde afspraken niet doen. In antwoord op raadsvragen van Aline Knip (D66) en André van Schie (VVD) herhaalde het college dat in maart 2016 bij vraag 8: ‘Het college heeft toen bij monde van de wethouder Cultuur aan de gemeenteraad toegezegd dat de gemeente geen subsidie zal verlenen in de exploitatie van het museum. (..) Wij houden vast aan het bestuurlijke standpunt dat bij de informatie aan de gemeenteraad in 2011 en vervolgens bij de kredietaanvraag Museum Oud Amelisweerd (juni 2012) is geformuleerd: de gemeente Utrecht is niet verantwoordelijk voor de exploitatie. Wanneer op termijn blijkt dat Museum Oud Amelisweerd qua financiële exploitatie niet haalbaar is zal de gemeente een nieuwe bestemming kiezen.’

Over het scenario uit het rapport Van der Vossen zegt Ploum dat het alternatief voor het MOA de openstelling van 10 dagen per jaar onder de hoede van het Centraal Museum is. De variant B2: ‘Light-versie’. Maar zij gaat hiermee voorbij aan variant B1: ‘Integrale versie’ waarvan Van der Vossen zegt: ‘Er zal sprake zijn van programmering gedurende de aantrekkelijke seizoenen, in het totaal ca. 7 maanden per jaar. Werkzaamheden worden uitgevoerd door of onder regie van het CM.’ (NB: Dit staat los van het voorstel van het college in de Voorjaarsnota 2017 om te kiezen tussen scenario CM light en MOA Aangescherpt. De raad kan het initiatief nemen om er een eigen voorstel tegenover te zetten). Het is een teruggang naar de oude situatie van voor 2012 toen het Centraal Museum landhuis Amelisweerd beheerde en er tentoonstellingen en evenementen organiseerde. Op 13 december 2011 is deze optie in een raadsbrief expliciet als ‘terugvaloptie’ benoemd als exploitant MOA haar ambitie niet waar zou kunnen maken. Alle opties worden geschat extra geld te kosten.

Hoe dan ook is de situatie van het MOA vanaf 2021 lastig als de Amersfoortse subsidie stopt en de provinciale lening van € 160.000 moet worden terugbetaald. Directeur Ploum speculeert erop dat de Utrechtse raad het MOA tot 2021 de tijd geeft. Daarin zou ze wel eens gelijk kunnen hebben. Want de meeste raadsleden en wethouders hebben geen politiek geheugen dat verder teruggaat dan vier jaar. Ze hebben geen idee wat er in 2011 en 2012 is besproken en welke principiële afspraken toen zijn gemaakt. Alleen de beleidsambtenaren hebben dat politiek en bestuurlijk geheugen nog. Maar zij beslissen niet. Daar speculeert directeur Ploum op.

Foto 1 en 2: Schermafbeelding van deel jaarrekening 2015 van het MOA.