George Knight

Debat tussen links en rechts

Archive for the ‘Economie’ Category

Waarheen leidt samenwerking van het Wereldmuseum met het NMvW?

leave a comment »

Sinds kort klonk ineens overal kritiek op het Stedelijk Museum. Directe aanleiding waren publicaties in de NRC over de belangenverstrengeling van directeur Beatrix Ruf en haar korte lijnen naar de kunsthandel, de onzorgvuldige en onvolledige verantwoording van haar nevenactiviteiten in het jaarverslag, de overtreding van de ethische code en het onvoldoende toezicht op haar functioneren. Alsof ze een vrijgeleide had gekregen van de Raad van Toezicht om haar eigen handeltje binnen de muren van het Stedelijk Museum op te zetten. Met gebruikmaking van het prestige van het museum om de waarde van kunstwerken op te krikken. Het had de titel van een stripverhaal van Marten Toonder kunnen zijn: ‘Beatrix Ruf en de museale waardevermeerderaar‘.

Het schieten op directeur Ruf als aangeschoten wild wordt gemakzuchtig. Dat het vinden van een -aan de oppervlakte liggende- waarheid zolang moest duren getuigt van gebrek aan alertheid van kunstkritiek, politiek en Museumvereniging. Waar was de vinger aan de pols van de museumsector? Zo werkt publiciteit. Roependen in de woestijn die een onrechtmatigheid aankaarten krijgen jarenlang geen gehoor en worden buiten de orde gesteld. Met het etiket querulant, kommaneuker of zeurpiet zogezegd op hun voorhoofd geplakt. Als dan de dam van ongenoegen doorbreekt, dan gaat ineens de publieke opinie door de bocht en doet iedereen alsof men al altijd kritisch was. Men buitelt over elkaar heen in verontwaardiging om de felste afwijzing te geven. Daarom is het interessanter om niet naar de lopende zaak Ruf te kijken, maar naar een zaak die nog ontdekt moet worden. En in de publieke opinie nog niet de aandacht krijgt die het verdient.

Het gaat ook om een museumorganisatie die er aanspraak op maakt en zelfs prat op gaat om maatschappelijk te zijn en zich te bekommeren om het lot van wereldburgers en te gaan voor een rechtvaardige wereld. Omdat het dat beredeneert vanuit een eigen gesloten wereldbeeld dat niet of nauwelijks gevoed wordt door de ‘gewone’ lokale bevolking -die over het hoofd wordt gezien- is het de vraag wat de samenleving eraan heeft.

Die andere zaak is het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW). Het wordt gepresenteerd als een fusie van het Afrika Museum uit Berg en Dal, Museum Volkenkunde uit Leiden en Tropenmuseum uit Amsterdam. Het is uit nood geboren door bezuinigingen op de volkenkundige musea, maar een fusie van gelijke partners met eenheid in verscheidenheid is het nog niet geworden. De fusie valt achteraf op te vatten als een vijandige overname door het Leidse Museum Volkenkunde waarvan de directie zich opstelt als een Rupsje Nooitgenoeg.

In mei 2017 kwam het Wereldmuseum uit Rotterdam erbij als ‘samenwerkingspartner’, zoals een bericht  verduidelijkt. Dat gebeurde na een voorgeschiedenis waarbij de toenmalige directeur het Wereldmuseum aan de rand van de afgrond bracht. Net als bij het Stedelijk nu waren er opeenvolgende acties voor nodig voordat de publieke opinie omging. De ongerijmdheden zijn groot. In een commentaar van mei 2017 schreef ik: ‘Het NMvW staat bekend als hiërarchisch en behoudend en vaart een populistische koers. Dat past niet bij het meer avontuurlijke profiel van het Wereldmuseum zoals zich dat na de redding aftekende. Het Wereldmuseum is kwetsbaar omdat het door de vorige directeur Stanley Bremer is uitgekleed en verzwakt. (…) Het valt dus af te wachten of het Wereldmuseum een min of meer een autonome positie binnen een samenwerkingsverband krijgt om een eigen(zinnige) koers te varen of dat het meegesleept wordt in het populisme van het NMvW.

Voorbeeld van het populisme van het NMvW is het project Museum Van. Bekende Nederlanders worden zogenaamd curator van hun eigen museum. Ze maken onder begeleiding een selectie uit het depot. Het NMvW gaat met BN’ers als Yvette van Boven, Kenny B of Floortje Dessing in zee. Filemon Wesselink opent gedurende drie weken een minimuseum op station Zwolle, aldus een bericht in De Telegraaf. Presentatie van objecten uit het depot buiten de museummuren oogt als publiciteitsstunt. Met als voornaamste doel om door marketing de naamsbekendheid van de eigen organisatie te vergroten. Er wordt geen relatie met de samenleving gelegd.

Een persbericht van het Wereldmuseum suggereert richting die aansluit bij de lijn van het NMvW: ‘Vanaf 2018 wordt de inhoudelijke koers van het nieuwe Wereldmuseum verlegd naar een meer maatschappelijke programmering die past bij de missie van het nieuwe museum: inspireren tot wereldburgerschap.’ Maar wat ‘maatschappelijke programmering’ en ‘inspireren tot wereldburgerschap’ in de praktijk betekenen valt af te wachten. Het risico bestaat dat het politieke kletspraatjes blijken waar een museum in de praktijk niets aan heeft. Het gevaar bestaat zelfs dat ze in hun vaagheid dienen om het management van het NMvW een verdere greep naar de macht te laten doen. Door de in november 2016 aangenomen motieBehoud Rotterdamse signatuur Wereldmuseum’ van de Partij voor de Dieren heeft de raad zich gecommitteerd aan ‘een Rotterdams karakter’ en ‘Het Rotterdamse profiel van het Wereldmuseum als onderdeel van de samenwerkende musea’.

Aan het tentoonstellingsbeleid van het Wereldmuseum is het populisme van het NMvW nog niet af te lezen. Schrikbeeld is beleid dat kunstobjecten niet alleen ondergeschikt maakt aan het ‘maatschappelijke’ verhaal over kolonialisme of wereldburgerschap, maar kunst niet in de eigen waarde laat en invoegt als illustratie voor dat ‘maatschappelijke‘ verhaal. De tot en met 7 januari 2018 lopende tentoonstelling ‘POWERMASK’ van de Antwerpse modeontwerper en gastconservator Walter Van Beirendonck en conservator Alexandra van Dongen is het voorbeeld van een vitale, verrassende, inhoudelijk sterke tentoonstelling voor elk wat wils met de verbeelding aan de macht. Een voorbeeldige publiekstentoonstelling waarin kunstobjecten spreken zonder dat het een saaie en voorspelbare kunsthistorische uiteenzetting wordt. Of ze dienen als plaatje bij een praatje.

Op een tekstbord is een citaat van de Haïtiaans-Amerikaanse kunstenaar Jean-Michel Basquiat te lezen dat zegt: ‘Ik ben geen zwarte kunstenaar, ik ben een kunstenaar.’ Van hem is een schilderij uit de collectie Hans Sonnenberg te zien dat aan Museum Boijmans geschonken is. Dit citaat is een sleutelzin en valt ook te lezen als commentaar op het NMvW. Want er bestaat geen zwarte of niet-witte kunst, maar alleen kunst. In dit geval: goede kunst. De kwaliteit van de bruiklenen die Walter Van Beirendonck overal vandaan heeft weten te halen is indrukwekkend. De tentoonstellingsmakers lijken zich vrij te voelen en niet te bekommeren om het standpunt dat een tentoonstelling pas wordt gelegitimeerd door de persoonlijke achtergrond van de maker.

Bij ‘POWERMASK’ gaat het om de intentie van de makers die de tentoonstelling, noch de kunstobjecten in de mal van een ‘maatschappelijk‘ verhaal laten dwingen. Door het elan ontstijgt ‘POWERMASK’ eraan en krijgt een surplus. Terwijl dat ‘maatschappelijke‘ verhaal gewoon ondersteund wordt. Maar het gebeurt indirect en via dwarsverbanden. Gewild of ongewild is ‘POWERMASK’ op te vatten als subtiel antwoord op dit interne debat.

Het gaat niet om de beschuldiging van inlijving of populisme. Als het NMvW zweert bij de etnokitsch van Jimmy Nelson of verhalen over kolonialisme of slavernij, dan moet het dat tonen. Het gaat om de identiteit van het Wereldmuseum. Een persbericht van het NMvW uit 2016: ‘De constructie van deze krachtenbundeling is uniek te noemen. Het Wereldmuseum blijft een zelfstandig Rotterdams museum, maar gaat zeer nauw samenwerken met het NMVW, (..). Door deze samenwerking kan het Wereldmuseum, met behoud van eigen identiteit, gebruik maken van de expertise en het netwerk van het Nationaal Museum van Wereldculturen.’

Essentieel is dat de door het NMvW aan het Wereldmuseum gegeven afspraak nageleefd wordt. Daarnaast is er de verantwoordelijkheid van het Rotterdamse gemeentebestuur om daar bij het NMvW op aan te dringen en dat via de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur te monitoren. Dat volgt uit de motie die zich sterk maakt voor het behoud van de Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum. Omdat die eigenheid en identiteit zich vooral laten kennen uit het tentoonstellingsbeleid zal dat blijken uit de volgende grote tentoonstelling na ‘POWERMASK’. En overigens ook uit de vaste opstelling. Daarbij staan de vragen centraal wat de planning en inhoud van het komende tentoonstellingsprogramma zijn en hoe dat vervolgens spoort met de Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum en het inhoudelijke masterplan van het NMvW voor het Wereldmuseum. Het valt daarnaast makkelijk in te zien dat de beoogde rol van het Wereldmuseum in een wereldstad als Rotterdam een heel andere is die onvergelijkbaar is met die van de musea in Berg en Dal of Leiden.

Overigens wordt het Wereldmuseum vanaf 2018 verbouwd om het gebouw bij de tijd te brengen. Hoe komt daarna het nieuwe gezicht van het museum naar buiten? Hoe blijft het Wereldmuseum tijdens de verbouwing zichtbaar? Directeur Stijn Schoonderwoerd van het NMvW meent dat pas in 2020 het bezoekersaantal weer op het oude peil is. Hoe dan ook hebben alle betrokkenen zich verplicht aan de Rotterdamse signatuur.

Daarbij komt nog wat anders. De Nederlandse museumsector en -bezoeker en ook de NMvW hebben er weinig belang bij om alle musea onder het samenwerkingsverband gelijk te schakelen en dezelfde identiteit te geven. Op voet van gelijkheid en met het oog op inbedding in de lokale situatie kan met elkaar beredeneerd worden om het Wereldmuseum een identiteit te geven die een meerwaarde voor allen oplevert. Te denken valt aan de voortzetting van de lijn van ‘POWERMASK’. Waarbij etnografische en autonome (kunst)objecten verrassende dwarsverbanden aangaan en tot vragen oproepen die afwijken van wat de directie van het NMvW in de andere musea beoogt. De naam Wereldmuseum geeft ook aan dat dit museum over nationale grenzen kijkt en voor de productie van tentoonstellingen samenwerkingsverbanden aan kan gaan met buitenlandse partners.

Foto’s: Eigen foto’s van de tentoonstelling ‘Powermask’ in het Wereldmuseum te Rotterdam, oktober 2017.

Advertenties

Nigeriaanse bisschop koppelt achteruitgang van het geloof in het Westen aan de eigen kerk

leave a comment »

De Catholic News Service interviewt in Liverpool Matthew Kukah, de Rooms-Katholieke bisschop van Sokoto, Nigeria. Hij meent dat het afnemend belang van religie in het Westen de katholieke kerk in Nigeria beschadigt. Hij brengt de geloofwaardigheid en de invloed van een Afrikaanse kerk of moskee terug tot de fondsen die het krijgt uit het buitenland. Bisschop Kukah gaat nog verder en beschuldigt Europese en Amerikaanse politici ervan publiekelijk ‘toe te geven’ (‘pandering to’) aan de islam ten koste van het christendom. Volgens hem is het resultaat dat de islam en de evangelische kerk in Nigeria groeien en de katholieke kerk achteruitgaat. Hij voelt zich in de steek gelaten door zijn geloofsgenoten in Europa en Amerika, met name uit de traditioneel katholieke landen. Zijn analyse combineert een waarschuwing met een oproep tot fondsenwerving.

Kukahs wereldbeeld over Afrika is 19de eeuws. Hij ziet zijn continent als het strijdtoneel van imperialistische machten. Deze keer niet Frankrijk, Engeland, Duitsland of andere staten, maar religies die elkaar niet met wapens, maar met dogma’s, geldstromen, heilige boeken en kerk- en moskeebouw bestrijden. Een culturele strijd waarbij elke Afrikaanse religie een buitenlandse evenknie heeft die het Afrikaanse geloof facilitair voedt.

Tegelijk beseft Kukah dat dit een onhoudbaar en achterhaald standpunt is. Dat blijkt als hij zegt dat ‘we onze mensen niet hebben opgeleid voor rollen in het openbare leven .. we aarzelen nog steeds in de publieke ruimte en we weten niet hoe zaken zich ontwikkelen’ (‘We have not trained our people for roles in public life .. we are still very shy of the public space, and we are not aware of how much things have moved on’).

Het bericht citeert andere West-Afrikaanse bisschoppen die menen dat de katholieke kerk in Afrika creatiever moet zijn door naar buiten te treden. Het dient eigen verdiensten beter te verkopen, beter voor zichzelf op te komen en een assertiever mediabeleid te voeren. Dat lijkt een goede strategie, want religie is een vechtmarkt met veel concurrenten. Bisschop Albert Ayinde Fasina van Ijebu Ode: ‘De kerk moet zich bezighouden met, en aanwezig zijn in de wereld van communicatie, om met de mensen van vandaag te communiceren en hen te helpen om Christus tegen te komen’ (‘The church needs to be concerned for, and be present in the world of communications, in order to dialogue with people today and help them encounter Christ’) .

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBishop says decline of faith in West hurts Nigerian church’ op Crux, 12 oktober 2017.

Keniase bisschop zegt vanwege minirokken over te stappen naar de islam. Met meenemen van zijn kerk

leave a comment »

Het Keniase SDE komt met een bericht over de 65-jarige christelijke bisschop Charles Okwany die vanwege minirokken zich bekeert en zijn kerk, geloof en gelovigen omzet naar de islam. Hij zegt het jammer te vinden dat sommige vrouwen minirokken en andere kleding dragen die hun geslachtsdelen etaleren (‘expose their private parts’). De fascinatie van de bisschop ligt bij zedelijkheid en vrouwen. Overigens als de reden echt is en het geen goedkope smoes is voor een overstap in zijn religieuze carrière. Okwany die zich nu Ismael noemt vindt christenen immoreel en huichelaars. Iets wat de bisschop dus zijn hele leven is geweest en waarvan hij nu meent afstand te hebben genomen. Het is een kostelijk, maar ontmaskerend bericht voor iedereen die de absurditeit van religie, religieuze organisaties en carrières daarbinnen graag aan de kaak stelt. Mijn reactie:

Charles Okwany seems to own the church he wants to convert into a mosque. That raises questions about the depth of his former Christian faith and the solidity of the church council. Why does he not move to another religion without taking a church and community as his private property? Why does this man use religion and believers as his instrument? His margins are small because he depends on religion for his career.

Rashid is dead wrong about islam. Theologically he is an amateur when he makes himself a mouthpiece of God. If there is something like God, how can Rashid speak on behalf of God and know its (her/his) intentions?

Or God exists outside of humanity and humans can not know God’s intentions. Or God does not exist as human creation outside of humanity and it is not relevant to give an personal translation of its (her/his) intentions because anyone can speak in its (her/his) name.

Individuals who perform terrorist acts referring to islam as inspiration for their actions are muslims and part of islam within islam’s logic. Those individuals are muslims.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelGirls wearing mini-skirts made me convert to Islam- Bishop’ op SDE, 13 oktober 2017.

Tentoonstelling ‘Tempel Festival’ in Museum Orientalis georganiseerd door Taiwanese regering

leave a comment »

De tentoonstelling Tempel Festival oftewel Miao Hui is tot en met 29 oktober 2017 te zien in Museumpark Orientalis Heilig Land Stichting. Het is een rondreizende tentoonstelling ‘Made in Taiwan’ die na Nijmegen ook naar Parijs, Londen en Berlijn gaat. Opmerkelijk is dat de tentoonstelling is georganiseerd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Taiwan, zoals een bericht in Taiwan Today verduidelijkt. John Smeelen ‘van de afdeling marketing en communicatie’ verwijst weliswaar naar samenwerking met de ambassade van Taiwan, maar in de publiciteit laat Museum Orientalis ongenoemd dat Tempel Festival een tentoonstelling is die door de Taiwanese regering is georganiseerd. Zodat bezoekers in het ongewisse blijven over aard en opzet ervan.

Written by George Knight

12 oktober 2017 at 22:01

Debat over Nederlands nationale veiligheid wordt slecht gevoerd

with one comment

Wat is er aan de hand met het debat over de krijgsmacht? Het lijkt nog erger uit het lood te staan dan die krijgsmacht zelf. Aan Defensie zitten meerdere kanten en in de publieke opinie wordt er doorgaans maar één belicht, namelijk de hoogte van het budget. Hoe doelmatig dat besteed wordt, hoeveel waar voor het geld wordt verkregen en welke belangen bij de aanschaf van wapensystemen spelen, hoeveel er aan de strijkstok van het bedrijfsleven en lobbyisten blijft hangen, hoe urgent de keuzes zijn en wat de relatie tussen budget en kwaliteit is blijft onderbelicht. In het regeerakkoord (p. 49) wordt de krijgsmacht als een verlengde van de industrie beschouwd. Op zijn best worden het nationaal veiligheids- en het economisch belang gelijkgesteld.

Zo resteert het beeld dat de nationale of territoriale veiligheid van Nederland niet de hoofdzaak is en op zichzelf staat, maar ondergeschikt is aan andere doelstellingen. Zoals het belang van de industrie of de relatie met bondgenoten, zoals de VS. Anders gezegd, de investeringen in Defensie dienen het militair-industrieel complex waarvoor de uitgaande president Eisenhower in zijn befaamde afscheidstoespraak van 17 januari 1961 waarschuwde: ‘In de overheidsdiensten moeten we waken tegen het gezocht of ongezocht verwerven van ongerechtvaardigde invloed door het militair-industriële complex.’ Dat complex strekt zich uit van wapenfabrikanten, krijgsmacht en inlichtingendiensten tot gevestigde media, wetenschap en partijpolitiek.

De aanschaf van 37 F-35 straaljagers van het grootste Amerikaanse defensieconcern ter wereld Lockheed Martin door Nederland voor naar schatting zo’n 5,2 miljard euro is een voorbeeld van de werking van het militair-industrieel complex. Lobbyisten onder wie veel voormalige CDA- en VVD-politici, de luchtmacht en de Nederlandse luchtvaartindustrie die zich richt op het binnenhalen van compensatieorders bepaalden de keuze. Maar zelfs dat economische argument dat niet volledig spoort met de nationale veiligheid is onjuist. De F-35 levert vooral banen op voor lobbyisten en ondernemers en niet voor Nederland. Evenmin dringt tot het Nederlandse publiek debat door dat militaire uitgaven de slechtste manier zijn om banen te scheppen, zoals uit een Amerikaanse studie blijkt. Niet het parlement, maar externe partijen beslisten over aanschaf. Daarbij komt dat al vanaf het begin vraagtekens werden gezet bij de prestaties in het luchtgevecht en de kosten van de F-35. In de testfase is de software kwetsbaar gebleken, waarschijnlijk ook nog eens gehackt door China.

Door gebrek aan munitie oefenen Nederlandse militairen door ‘poef poef poef’ te roepen. Zo is de persiflage én stand van zaken van de Nederlandse krijgsmacht. In een ideale wereld zou het de ultieme oplossing voor de beteugeling van agressiviteit zijn. Militairen die cowboytje spelen zoals kinderen het doen. Maar Nederland bevindt zich niet in een ideale wereld en moet zich serieus verdedigen tegen de agressie van andere actoren.

Nu heeft Nederland dat vermogen verloren. Het beeld van een onverdedigd Nederland alleen al tast de soevereiniteit aan en maakt een land kwetsbaar voor buitenlandse druk. Maar de verhoging van het budget met 1,5 miljard euro zegt niet alles. Als het wordt doorgesluisd naar buitenlandse wapenfabrikanten die te veel voor hun producten vragen, dan verhoogt dat de weerbaarheid van Nederland niet. Het debat over de nationale veiligheid van Nederland moet gaan over de kwaliteit van de krijgsmacht, inclusief de toetsing ervan, en de mate waarin Nederland door de eigen krijgsmacht en directe partners territoriaal, in cyberspace of op afstand verdedigd wordt. Het debat over de nationale veiligheid reduceren tot een budgettaire boekhoudsom is een valkuil die allen dient die andere belangen hebben en zich hierachter kunnen blijven verschuilen.

Foto: Algehele Veiligheidszorg Nederland.

Jammer dat de petitie ‘Geen BTW verhoging’ nodig is

with 2 comments

Het kabinet zegt in het regeerakkoord onder het kopje ‘2.5 Hervorming belastingstelsel’: ‘De ruimte om de belastingen op inkomen nog verder te verlagen wordt gevonden door een verhoging van het lage BTW tarief van 6% naar 9%’. Dat gaat uit van het uitgangspunt dat iedereen belasting op inkomen betaalt. Dat is niet het geval. De verhoging is ingeboekt voor 2,613 miljard euro en roept onbegrip op. De drie linkse partijen SP, GL en PvdA hebben samen met maatschappelijke organisaties de krachten gebundeld en een petitie opgesteld.

De goederen waarvoor het lage 6% tarief geldt zijn volgens opgave van de belastingdienst de volgende categorieën: ‘voedingsmiddelen, water, agrarische goederen, geneesmiddelen en hulpmiddelen, kunst, verzamelvoorwerpen en antiek, boeken en periodieken, gas en minerale olie voor de tuinbouw’.

Afgelopen weekend was ik op een kunstbeurs (Art The Hague) en daar was de toen net bekend gemaakte verhoging het gesprek van de dag onder galeristen. Ze werken al in een lastige sector waarin de meerderheid nauwelijks het hoofd boven water kan houden en daar komt dan een BTW-verhoging met 3% bovenop. Hetzelfde geldt voor de boeken-en tijdschriftensector die het ook slecht gaat. Dat de verhoging van de BTW met 3% ook geldt voor eerste levensbehoeften als water, groente en fruit is helemaal niet uit te leggen.

Het verzwakken van de kwetsbare boeken- en galeriesector en het verhogen van de BTW met 3% van eerste levensbehoeften als water, groente en fruit zijn voldoende redenen om deze petitie te tekenen. De verwijzing naar de verlaging van de belasting van multinationals is niet de essentie, hoewel het tamelijk onbegrijpelijk is dat het gebeurt. Het tekent de macht van de werkgeverslobby op het kabinet Rutte III. In een regeerakkoord is altijd wel een onderwerp te vinden dat gebrek aan compassie met de zwakkeren en armen belichaamt, maar dat D66 en CU de negatieve beeldvorming hierover menen te kunnen trotseren is opvallend. En opmerkelijk.

Foto: Schermafbeelding van petitieGEEN BTW VERHOGING’.

Onafhankelijke onderzoeksjournalistiek is nodig. En mogelijk

leave a comment »

Mijn reactie op een opinie-artikel van Michael van der Galien op DDS:

Journalistiek is altijd afhankelijk van geldschieters. Want het is mensenwerk, en dat moet betaald worden. Of door sponsors, abonnees of inkomsten uit reclame. Met die bril gezien bestaat er per definitie geen ‘onafhankelijke onderzoeksjournalistiek’.

Maar die kan wel benaderd worden. Het is iets wat vaker gebeurt en tamelijk normaal is. Wie dat anders wil voorstellen maakt zich onnodig dom. Een commissie die op afstand van de politiek staat toetst, verdeelt en verantwoord dan de verdeling van subsidies. Zonder dat de politiek daar rechtstreeks zeggenschap over heeft. Het valt te verwachten dat dit in dit geval ook zo zal gaan.

Het gaat om een relatief klein bedrag van 20 miljoen euro. Door de teruglopende inkomsten van vooral de oude geschreven media staat de onderzoeksjournalistiek onder druk. Het is een diepte investering van maanden en stelt journalisten vrij van de dagelijkse gang van zaken. In een sector die het economisch toch al zo zwaar heeft is dan de som snel gemaakt. Opdoeken maar.

Een overheid die zichzelf serieus neemt en zelfvertrouwen heeft organiseert de eigen tegenkrachten. Om er uiteindelijk met z’n allen sterker van te worden. De journalistiek kan daar een nuttige bijdrage aan leveren.

Dit alles speelt niet alleen tegen de achtergrond van een verzwakking van de traditionele media, maar ook tegen de opkomst van de nieuwe media. Vooral online. De meeste ervan werken volgens andere journalistieke codes dan de oude media en nemen het niet zo nauw met de feiten. De opinie over dit project is daar een treffend voorbeeld van. Het simplificeert, insinueert en suggereert. Het is een vorm van journalistiek die een doelgroep bedient en daarom bestaansrecht heeft, maar het kan niet het alleenrecht op de journalistiek hebben. Of hoe het zichzelf wil noemen.

Daarnaast zijn er de techbedrijven van Silicon Valley (Facebook, Twitter, Google) die wereldwijd veel macht naar zich toe hebben getrokken. Het zijn kolossen die zich hebben begeven op het gebied van de journalistiek, maar niet volgens het toezicht van die sector door een media-waakhond wordt getoetst. Daar ligt een politiek gat dat politici op willen vullen. Dat heeft veel voeten in de aarde. De oplossing die gezocht wordt lijkt op wat ook aan het begin van de 20ste eeuw gebeurde: het opknippen van bedrijven die te machtig zijn geworden.

Wat er tegen meer onderzoeksjournalistiek is vraag ik me af. Het hoeft zich uiteraard niet te richten tegen het reilen en zeilen van de overheid alleen. Overal waar wantoestanden heersen kan het ingezet worden. Bij financiële instellingen en multinationals die de politiek gijzelen. Of bij de nieuwe media die onder het mom van het bedrijven van journalistiek feitelijk aan politiek activisme doen. Dat verschil in opzet tussen oude en nieuwe media geeft meer spanning dan de vermeende belangenverstrengeling tussen de politiek en de oude media.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelKnettergek: Rutte III gaat 20 miljoen euro ‘investeren in onafhankelijke onderzoeksjournalistiek’’ van Michael van der Galien op DDS, 11 oktober 2017.