Museum de Fundatie zegt in jaarverslag dat er gedurende 15 jaar organisatorische problemen waren die niet aangepakt werden. Waar laat dat Keuning en Raad van Toezicht?

Schermafbeelding van deel artikel ‘Museumdirecteur Ralph Keuning over ophef: “Organisatie is onvoldoende meegegroeid” van Rutger Borgerink voor RTV Oost, 10 mei 2022.

RTV Oost citeert uit het jaarverslag 2021 van Museum de Fundatie in Zwolle. Er is onder personeel en oud-personeel ophef over het functioneren van directeur Ralph Keuning. Hij zou op autoritaire manier leiding hebben gegeven en zo een deel van het personeel tegen zich in het harnas hebben gejaagd. Er zou volgens sommigen zelfs een angstcultuur heersen.

Tot nu toe heeft Keuning op de kritiek niet publiekelijk gereageerd. Dat doet hij nu voor het eerst in genoemd jaarverslag:

Schermafbeelding van deel jaarverslag 2021 van Museum De Fundatie, p. 10.

Keuning zegt dus dat de problemen bij Museum de Fundatie onder meer zijn veroorzaakt doordat de organisatie de afgelopen 15 jaar onvoldoende is meegegroeid met de uitbreiding van het museum. Zoals RTV Oost zegt: ‘Op zijn eigen functioneren gaat hij verder niet in‘. Met de zinsnede ‘maar niet alleen‘ houdt Keuning de optie open dat hij niet goed geopereerd heeft, maar die wordt door hem jammergenoeg niet uitgewerkt.

Wat probeert Keuning te bereiken met zijn constatering over de museale organisatie die 15 jaar niet meegroeide met de ambities? Hoe dan ook was Keuning daar als directeur gedurende deze periode de eerst verantwoordelijke voor.

Hij ging over de bedrijfsvoering en de inzet van middelen. Keuning geeft indirect toe dat het beleid niet goed was. Beleid waarvoor hij verantwoordelijk was. Maar waarvoor hij geen verantwoordelijkheid neemt. Evenmin houdt de Raad van Toezicht hem hiervoor verantwoordelijk.

Probeert Keuning het museum als organisatie een collectieve schuld in de schoenen te schuiven zodat hij als directeur niet als enige daar op aangesproken kan worden? Geeft hij ook de Raad van Toezicht een trap na omdat die de organisatie niet goed bewaakt heeft? Want daar lijkt het sterk op.

Dat is een afleidende projectie van Keuning die niet getuigt van zelfkennis. Hij verwijt achteraf de Raad van Toezicht dat het hem onvoldoende aangestuurd heeft en beter had moeten corrigeren. Want het is de Raad van Toezicht die over het toezicht gaat en dat 15 jaar verzaakt zou hebben. Welke kaas laat de Raad van Toezicht zich door Keuning van het brood eten?

Wat Keuning doet past in het patroon van de directie en de Raad van Toezicht van dit museum. Namelijk herhaalde pogingen om kritiek te bagatelliseren en onschadelijk te maken door verhulling, ontkenning, vertraging en geringschatting van de medewerkers die zich kritisch uitspreken. Als Keuning of RvT-voorzitter Van Boxtel en zakelijk directeur Zuidema ingaan op de kritiek dan gebeurt dat sussend of vrijblijvend met als doel om alles bij het oude te laten.

Iedereen was 15 jaar schuldig volgens Keuning. De schoonmaker, kassamedewerker, projectmedewerker en medewerker van de technische dienst in dezelfde mate als de directeur of de voorzitter van de Raad van Toezicht.

Als iedereen fouten maakt, dan kan niemand daar verantwoordelijk voor worden gehouden. Dat is de logica van de doofpot. De doofpot van Museum de Fundatie staat al 15 jaar te roken, maar nu zegt de directie in een jaarverslag dat het een groeistuip van de organisatie was. Die was zo onzichtbaar dat er 15 jaar door de leiding niet is ingegrepen. Nalatigheid wordt als afleiding voor de fout gebruikt.

Het raadsel van het functioneren van het management van Museum de Fundatie wordt er door de verklaring in het jaarverslag 2022 eerder groter dan kleiner op.

Nederland in populaire cultuur van VS

Affiche voor Amerifilm ‘Hans Brinker or The Silver Skates‘, (1962)

In de VS heerste ooit een Holland-cultus in de populaire cultuur. Geschiedschrijving à la Walt Disney die doordringt in de beeldvorming. Hans Brinker is de serieuze jongen die met zijn vinger in de dijk zijn gemeenschap redt.

Was New York in de 17de eeuw niet gesticht als Nieuw Amsterdam door de Nederlanders en hadden de WASP’s (White Anglo-Saxon Protestant) die tot in het midden van de 20ste eeuw het politieke leven van de VS bepaalden en de calvinistische Hollanders geen overeenkomsten?

Denk aan het schip de Mayflower dat in 1620 na een verblijf van 11 jaar in Leiden met vanwege hun godsdienst naar de Republiek gevluchte Engelsen naar Virginia voer. Deze oervaders worden nu nog gezien als Amerikaanse adel. Het lijkt er sterk op dat na het afnemend belang van de WASP’s ook het accent op de vlijtige, arbeidzame en betrouwbare Nederlanders in de beeldvorming is verminderd. In het latere globalisme en door andere immigratiegolven nam het relatieve belang van Nederland in de VS hoe dan ook af.

Denk aan songs als Little Dutch Mill die Dave Fleischer in 1934 in een cartoon verwerkte. De Nederlanders in klederdracht zijn aan het schoonmaken en tonen zich van hun beste kant als zogezegde wereldverbeteraars. Half satire en half serieus.

Een zinswending in de song heeft een plagende ondertoon: ‘They both had so much moon, that it was a real Dutch treat‘. Dat laatste betekent dat iedereen voor zichzelf betaalt. Dat wijst op schraapzucht en wordt niet als goede eigenschap gezien. Maar het wijst ook op realiteitszin en egalitarisme. Vandaar is het een kleine stap naar het motto ‘doe-maar-gewoon-dan-doe-je-al-gek-genoeg’ van een land zonder paleizen, maar met molens. Hoe ook in Nederland dat idee werd bijgebogen blijkt uit het apocriefe verhaal dat jarenlang verteld werd over het legendarische kaakje waarmee toenmalig premier Willem Drees in 1948 de Amerikaanse Marshallhulp zou hebben verzekerd wegens zijn zuinigheid en ernst.

De herkomst van dit soort begrippen met ‘Dutch‘ heeft in het Amerikaans-Engels trouwens geen Nederlandse, maar een Duitse herkomst. Het tekent het belang van Nederland in een bepaalde periode (al is het in negatief opzicht) dat in de loop van de tijd Dutch niet langer Duits, maar Nederlands ging betekenen.

De ironie van de geschiedenis is dat in de Vrede van Breda (1667) de Republiek Nieuw-Amsterdam moest afdragen aan de Engelsen en Suriname kon behouden. Hiermee was de weg definitief vrij voor de opwaardering van Nederland in de populaire cultuur van de VS. Nederland was in latere eeuwen immers geen bedreiging meer voor de VS en was na Frankrijk het tweede land dat de VS in 1776 officieel erkende. Het hielp ook mee dat in hun geschiedschrijving Nederlanders en Amerikanen de verwaande en gehate Engelsen als vijand hadden. Ook dat schiep een band tussen beide volkeren.

Hoe stereotypering ook neveneffecten heeft en de blik beperkt leert de ondertitel van onderstaande foto uit 1915. Van twee zwarte vrouwen in Paramaribo wordt gezegd dat ze op Nederlandse vrouwen lijken. Maar dan ‘turned black‘. Dat klinkt normatief. Het is ook vloeken in de kerk van de puristen van culturele toe-eigening die grenspalen tussen bevolkingsgroepen opwerpen. Suriname werd in 1954 (tot 1975) officieel een deel van het Koninkrijk Nederland en was vanaf 1667 een Nederlandse kolonie.

Alpheus Hyatt, ‘The women look like Dutch women turned Black, Paramaribo‘, 1915. Collectie: The New York Public Library

Christian Tan probeert Johan Derksen en ideeën over vertrutting in christelijk frame te duwen. Dat loopt vast in behoudzucht

Schermafbeelding van deel artikel van Christian Tan, ‘Johan Derksen en de cancelcultuur in Nederland: wat zegt de Bijbel hierover?‘, 2 mei 2022 op Revive.nl.

Terwijl de Europese veiligheid op het spel staat door de invasie van de Russische Federatie in Oekraïne houdt een groot deel van Nederland zich bezig met trivialiteiten. Zoals de uitspraken van voetbalcommentator en televisiepresentator Johan Derksen over een kaars waarmee hij lang geleden een vrouw zou hebben onteerd. Later zwakte hij dat verhaal af.

De reactie op Derksen die controversiële uitspraken gebruikt om de kijkcijfers van zijn programma op de commerciële omroep Talpa op te pimpen was duidelijk. Derksen was deze keer volgens velen over een grens gegaan. Sponsors liepen weg en het programma Vandaag Inside komt na een zomerpauze wellicht terug op de buis.

Commercie staat bij Talpa voorop. Het gaat uitsluitend om geld verdienen. Nieuwe sponsors kunnen zich straks weer melden. Business as usual. De mediastorm over de kaars van Derksen heeft veel vrije publiciteit opgeleverd voor dit programma zodat het een succesvolle doorstart kan maken. Commerciële televisie heeft geen historisch geheugen en geen moraal.

Het is een misverstand dat er in het geval Derksen sprake is van cancelcultuur zoals Christian Tan van MeerJezus in een stuk op Revive.nl zegt. Tan begrijpt de dynamiek van de commerciële televisie onvoldoende. Hij probeert deze kwalijke kwestie te gebruiken om zijn punt te maken. Het omgekeerde is echter waar. Derksen wordt niet gecanceld, maar wendt het cancelen aan om publiciteit te maken voor Vandaag Inside en zichzelf als mediapersoon.

Het valt Tan te vergeven dat hij vanuit zijn christelijke overtuiging deze kwestie probeert te verbinden met het christelijk geloof. Dat heeft er bij nader inzien weinig mee te maken. Maar het is Tans vrijheid van godsdienst om de kwestie Derksen te gebruiken om zijn christelijke geloof te verkondigen. Of het zinvol is en aan de zaak iets essentieels toevoegt is de vraag.

Schermafbeelding van deel artikel van Christian Tan, ‘Johan Derksen en de cancelcultuur in Nederland: wat zegt de Bijbel hierover?‘, 2 mei 2022 op Revive.nl.

Tan gaat in het citaat hierboven verder dan evangelisatie en religieuze propaganda als hij de vertrutting van de samenleving toejuicht. Hij zegt er zelfs blij mee te zijn. Hoe breed hij vertrutting opvat is onduidelijk, maar duidelijk is dat dit begrip gaat over preutsheid, fatsoen, vrijheid en de rol van de vrouw.

Tan ontneemt individuen de vrijheid van handelen en wil ze insnoeren in een van bovenaf opgelegd moralisme dat christelijke wortels heeft. Dat is ongelukkig en ongewenst. Respect, lichamelijke integriteit en instemming (consent) zijn universele waarden die niet specifiek verbonden zijn aan vertrutting. Tan de moraalriddder maakt een parodie van vertrutting én moraliteit.

Tan laat zijn ware aard zien als een christelijke spookrijder als hij in bovenstaand citaat spreekt over huwelijkstrouw en gezinsleven, belachelijk gedachtengoed, afbrekend gezag van kerk, Bijbel en God en evolutie-indoctrinatie. Tan haalt er van alles bij, gooit dat op een hoop en laat zich kennen als iemand die maatschappelijke ontwikkelingen terug wil draaien naar een christelijk Nederland dat verdwenen is. Als het in de vorm die hij zich voorstelt al ooit bestaan heeft.

Tan is niet de enige Nederlandse gelovige die verbolgen is, zich miskend voelt en met z’n hoofd in het verleden leeft en daarom een verkeerde aanpak kiest voor het hier en nu. Beseft hij niet dat als er sprake is van afbrekend gezag van kerk, Bijbel en God dat vooral de christenen zelf te verwijten valt?

In Nederland hebben kerken onder het secularisme alle vrijheid om hun geloof in vrijheid te belijden. Maar de realiteit van de Nederlandse maatschappij is dat een meerderheid van de bevolking zegt zich niet meer te laten inspireren door religie. Dat is het gegeven.

In een nieuwsbericht van maart 2022 over een onderzoek naar levensovertuiging concludeert het SCP: ‘Nederland is geen gelovig land meer. Atheïsten en agnosten vormen inmiddels een meerderheid onder de bevolking. Religieuze groepen zijn nu minderheden in Nederland‘.

In het commentaarOmarm secularisatie. Beschouw kerken als culturele instellingen. In ruil voor subsidie kunnen ze hun politiek-maatschappelijke claim op de samenleving inruilen‘ van 2 februari 2022 pleitte ik voor het subsidiëren van kerken als culturele instelling.

Daarin schetste ik precies het beeld van iemand als Christian Tan die veel energie stopt in een achterhoedegevecht en zo de zaak die hij denkt te behartigen niet optimaal behartigt en zelfs beschadigt: ‘Dat zou voor iedereen beter zijn. Voor de kerken die daardoor een betere financiële uitgangspositie hebben, voor de samenleving die de gevestigde kerken voortaan kan waarderen als culturele instellingen die de claim opgegeven hebben om de samenleving te besturen en voor de gelovigen die niet langer meegesleept worden door hun kerkleiders in een misleidend beeld van hoe schadelijk secularisatie is‘.

Waarom wijzigt eindredactie NRC achteraf kop bij artikel over Afrika Museum?

Schermafbeelding van deel artikel Met de collectie wordt ‘onzorgvuldig omgegaan: Wat gebeurt er straks met het Afrika Museum?‘ van 23 april 2022 in NRC met gewijzigde kop. In de browser staat ‘onenigheid-over-de-koers-bedreigt-afrika-museum‘.

Op 23 april 2022 plaatste ik het commentaarElementen voor een vervolg op een artikel in NRC over Afrika Museum‘ naar aanleiding van een artikel in NRC van die dag van Marit Willemsen over het Afrika Museum. Ik vond dat Marit Willemsen vele kansen had laten liggen en niet erg diep op dit onderwerp was ingegaan. In mijn commentaar beredeneerde ik wat zij ongenoemd had gelaten. Het commentaar sloot ik af met de volgende woorden:

Schermafbeelding van deel commentaarElementen voor een vervolg op een artikel in NRC over Afrika Museum‘ van George Knight, 23 april 2022.

Nu is de kop die op 23 april 2022 luidde ‘Onenigheid over de koers bedreigt Afrika Museum‘ veranderd in ‘Met de collectie wordt ‘onzorgvuldig omgegaan: Wat gebeurt er straks met het Afrika Museum?‘. De kop van de papieren versie van 25 april 2022 luidde weer anders: ‘Ruzie bedreigt het Afrika Museum‘.

De beslissende rol van de eindredactie van NRC valt op. Die doet meer dan het monteren van teksten, maar geeft daar ook kleuring aan. Die rol stopt blijkbaar niet op en kort voor 23 april 2022, maar gaat ook na publicatie in papier en online nog door.

Sleutelen achteraf aan koppen door eindredacties moet terughoudend gebeuren. Want de archieffunctie van een medium wordt erdoor verstoord. Wat was er volgens de eindredactie van NRC fout aan de eerste kop ‘Onenigheid over de koers bedreigt Afrika Museum‘? Is de hoofdredactie van NRC door een van de betrokkenen na publicatie van het artikel van Marit Willemsen aangesproken door een van de twee in het artikel genoemde betrokken organisaties en heeft die druk gezet om de kop te wijzigen? Het hoeft niet zo te zijn, maar de wijziging roept deze optie over zich af.

De wijziging van de kop roept de vraag op waarom er een nieuwe kop is gekomen. Werd achteraf de kop van 23 april 2022 niet goed bevonden door iemand die de eindredactie die de eerste kop maakte heeft teruggefloten? Het is moeilijk in te schatten omdat het niet bij het artikel met de nieuwe kop wordt gemeld. Zodat het lijkt alsof de tweede kop de oorspronkelijke kop was. Het melden van wijzigingen in een artikel is blijkbaar bij NRC geen gebruik. Bij veel Angelsaksische media is dat wel zo. Zij melden dit soort wijzigingen nauwgezet.

De tweede kop is dubbelzinnig en minder duidelijk dan de eerste kop. Verwarrender dus. Het woord ‘onzorgvuldig’ wordt tussen enkele aanhalingstekens geplaatst. Dat kan betekenen dat het om een citaat gaat. Maar het kan ook betekenen dat het om een gefingeerd citaat gaat. Van wie blijkt niet uit de kop.

Het lijkt er sterk op dat de eindredactie van NRC zelf behoefte heeft aan eindredactie. In elk geval legt de wijziging van de kop opnieuw de focus op de onenigheid tussen het NMVW en de Congregatie van de Heilige Geest over het Afrika Museum.

Schermafbeelding van deel artikel ”Onenigheid over de koers bedreigt Afrika Museum‘ in NRC, 23 april 2022. Met kop die achteraf door NRC is gewijzigd. Via commentaar van George Knight, 23 april 2022.

Internationalisering van de Russisch-Oekraïense oorlog. Kyiv ontvangt militair materiaal van meer dan 30 landen

Onder coördinatie van de Amerikaanse regering zenden meer dan 30 landen militair materiaal naar Oekraïne. Vooral aan artillerie, tanks, langeafstandsraketwerpers en luchtverdediging heeft het Oekraïense leger gebrek om passend te kunnen reageren op de Russische invasie. Russen vertrouwen op hun artillerie en raketten waarmee ze Oekraïne op afstand bestoken. Nederland zendt pantserhouwitsers, maar dat is een beperkt aantal. Nederland heeft er 54 in gebruik waarvan de helft inzetbaar is. Vraag is wanneer ze op het slagveld inzetbaar zijn en welk verschil ze kunnen maken.

De Duitse kanselier Olaf Scholz blijft op de rem staan en wijst leveranties van zwaar materiaal aan Oekraïne af en maakt zich hiermee in Kyiv, Brussel, Londen en Washington niet populair. Wel in Moskou. Scholz frustreert de eenheid binnen de EU. Het is de tragiek dat de huidige Duitse regering de historische rekening die de Duitse nazi’s in Oost-Europa hebben gepresenteerd nu niet vereffent door Oekraïne ruimhartig te hulp te schieten. Het ontbreekt Scholz en zijn partijgenoten aan zelfkennis, urgentie en daadkracht om snel te handelen nu de Europese veiligheid door de Russische agressie direct wordt bedreigd. Op termijn kan de obstructieve opstelling van de SPD ook de eenheid binnen de Duitse regering bedreigen omdat coalitiepartners Groenen en de liberale FDP Oekraïne wel willen helpen en de blokkade van kanselier Scholz met zorgzaam aanzien.

Experts waarschuwen wekelijks dat de Russisch-Oekraïense oorlog in een nieuwe fase terechtkomt. Maar dat gebeurt niet. Het Russische offensief in de Donbas is tot nu toe te krachteloos en te slecht georganiseerd om een doorbraak te forceren en het Oekraïense leger de genadeklap toe te brengen.

Zo kondigt zich een uitputtingsslag aan waarbij de partij die de meeste middelen weet te organiseren de winnaar wordt. De Russische Federatie ontbreekt het aan manschappen en Oekraïne aan materiaal. Wie het tekort het best en snelst kan aanvullen heeft gerede kans om de oorlog te winnen.

De huidige Amerikaanse steun doet denken aan de Tweede Wereldoorlog toen de VS vanaf oktober of november 1941 de toenmalige Sovjet-Unie van Stalin via de noordelijke zeeroute van wapens voorzag onder de Lend-Lease Act. De VS namen toen officieel nog niet aan de oorlog deel, dat gebeurde pas in december 1941 na de Japanse aanval op Pearl Harbor. Die materiële steun van de VS bleek voor de Sovjet-Unie doorslaggevend om de Duitse invasie te counteren. De waarde was in de valuta van toen 11,3 miljard dollar dat volgens de VS in de huidige valuta 180 miljard dollar is.

Het is nu Oekraïne dat steun krijgt van de VS dat officieel opnieuw (nog) geen oorlogspartij is om de invasie van de Russische Federatie te weerstaan. Het is een gedeeltelijke omkering van de geschiedenis. Want de Russen van nu gedragen zich als de nazi’s van toen, maar de Oekraïners van nu zijn nog steeds de Oekraïeners van toen die vochten tegen de indringers die ongevraagd hun land binnenvielen en dood en verderf zaaiden.

Elementen voor een vervolg op een artikel in NRC over Afrika Museum

NRC heeft geprobeerd om in een artikel over het Afrika Museum nuances aan te brengen en suggestieve opmerkingen achterwege te laten. Het geschil tussen het NMVW (Nationaal Museum van Wereldculturen) en de Congregatie van de Heilige Geest over het Afrika Museum in Berg en Dal ligt gevoelig. De Congregatie heeft de huurovereenkomst met het NMVW per 1 januari 2025 opgezegd. Tegen welke achtergrond speelt de controverse? Deze reactie probeert de basis voor een onderzoeksartikel te leggen dat oordeelt op basis van feiten en cruciale omstandigheden.

Schermafbeelding van deel artikelOnenigheid over de koers bedreigt Afrika Museum‘ van Marit Willemsen in NRC, 23 april 2022.

Moralisme

Het NMVW moraliseert. Dat is een prima verdedigingslinie om politiek en media op afstand te houden. Ze breken er niet doorheen of missen het besef dat dit een kwestie is. Gemoraliseer is een gevaar als het afleidt van het passende antwoord. Of liever gezegd van het stellen van de goede vragen. Daar gaat het artikel mank aan.

NRC-correspondent Oost-Nederland Marit Willemsen laat in haar artikelOnenigheid over de koers bedreigt Afrika Museum‘ van 23 april 2022 de woordvoerder van het NMVW praten en citeert geen antwoorden op scherpe vragen die ze hem stelt. Zodat men hieruit mag afleiden dat ze die vragen niet heeft gesteld.

Moralisme is niet waar het geschil over het Afrika Museum tussen het NMVW en de Congregatie over gaat. Het gaat over geld en macht.

Tussen de abstractie van mooie woorden die niet te verifiëren zijn en de macht van het geld dat zich grotendeels achter de ambtelijke en politieke schermen afspeelt kan een museum getoetst worden aan professionaliteit. Opvallend is dat beide partijen vinden dat het daar bij de ander aan schort. Kan het allebei waar zijn?

Gebrek aan professionalisme en strijd om geld

Het gebrek aan professionalisme van het NMVW dat in 2020 17,5 miljoen euro via regelingen van OCW ontving om een professionele museale organisatie op te bouwen zou door twee vragen die in het artikel onvoldoende aandacht krijgen bevraagd kunnen worden.

De eerste vraag is waarom het NMVW in het beleid mensen centraal stelt en objecten afwaardeert. Of attributen zoals toenmalig directeur Stijn Schoonderwoerd in 2019 zegt. Wat is de rol van de kunstobjecten in de collectie? Ze lopen het lot om tot een plaatje bij een praatje dat het NMVW wil verkondigen te verworden. Dat roept de vraag op waar de drie musea voor staan die samenwerken in de koepel NMVW en wat voor zelfbeeld degenen hebben die het beleid bepalen.

Zijn het kunstmusea die uitgaan van de objecten of eerder historiserende musea die aan de hand van de objecten een verhaal vertellen? Vanzelfsprekend is de keuze voor het laatste niet. Integendeel. Buitenlandse etnografische musea als het Duitse Hombuld Forum zetten de objecten centraal in hun presentatie. Dat hoeft per definitie ook weer niet, maar aanvaardt het evenmin als vanzelfsprekendheid dat objecten niet centraal worden gesteld.

De andere vraag die niet gesteld wordt is of het NMVW standaard volgens de geldende museale normen werkt. Dat zou een vanzelfsprekendheid moeten zijn voor musea die zijn aangesloten bij het Museumregister en de Museumvereniging. Daarbij komt dat het NMVW een budget van 24 miljoen euro heeft (2020). Zo’n bedrag brengt verplichtingen over de verantwoording van de werkwijze en de besteding met zich mee. Aanleiding voor twijfel voor de juiste besteding van het budget zijn herhaaldelijk optredende onregelmatigheden met klimatisering, brandveiligheid en slordige behandeling van objecten. Dat moet in kaart gebracht worden.

Identiteit

Willemsen praat direct met de Engelssprekende Jamaicaan Wayne Modest over Afrika en vertegenwoordiger Carel Verdonschot van de Congregatie mag daar op reageren. Het is de vraag of dat een evenwichtige journalistieke opstelling is. Daarbij komt dat het lijkt alsof van Modest vanwege zijn persoonlijke achtergrond wordt gedacht dat hij meer recht van spreken heeft. Maar heeft hij daarover meer te vertellen dan de paters van de Congregatie die betrokken zijn bij het Afrika Museum? Terwijl de laatsten daar gewoond en gewerkt hebben en het nog maar de vraag is of Modest ooit in Afrika is geweest.

Dat is het mechanisme van identiteit waardoor het artikel uit het lood komt te staan. Door die oppervlakkige laag vernis over identiteit weten tot nu toe alle artikelen over het NMVW niet tot de kern door te dringen. Ze graven niet dieper, maar blijven aan de oppervlakte van de vernislaag hangen. Dat proberen te bewerkstelligen is een defensieve strategie van het NMVW.

Identiteit die ons reduceert tot een enkel hokje is een belediging voor ons denken. ‘We zijn méér dan man, vrouw, wit, zwart, lesbisch of hetero‘, zegt Kwame Anthony Appiah. Journalisten die er stilzwijgend van uitgaan dat een enkel hokje veel, zo niet alles verklaart bezondigen zich aan lui denken.

Huidskleur is precair om te benoemen en behoort in positief noch in negatief opzicht een verschil te maken over de inhoud. Het NMVW zet het via het optreden van Modest bewust in als joker en verbindt het direct met uitspraken over kolonialisme of slavernij die daarmee geabsolveerd worden en niet meer open ter discussie kunnen worden gesteld.

Journalisten zijn terecht huiverig om daar verdere vragen over te stellen omdat ze dan raken aan de identiteit van de woordvoerder. Hun kompas wordt stuk gemaakt. De roze olifant in de kamer is in dit geval zwart. Wat niet wordt gezegd over het NMVW wordt zo interessanter dan wat wel wordt gezegd.

Pure overtuiging

Het artikel is interessant vanwege de impliciete claim van het NMVW op de meest pure overtuiging. Dat is als vanouds het voorrecht van religieuze organisaties als de paters van de Congregatie. Dat voorrecht betwist het NMVW door er haar eigen ietsistisch moralisme tegenover te zetten.

Zo ontstaat een onuitgesproken ideeënstrijd tussen de spiritualiteit van het NMVW die een combinatie is van marketing, zingeving, linksige politiek en claims op eigentijdsheid en moderniteit, en de traditionele godsdienst van de Congregatie die in eeuwen binnen marges is vastgelegd.

Deze claims en verschillen voeden het onbegrip tussen beide partijen. De vaagheid van het NMVW geeft deze organisatie manoeuvreerruimte en onduidelijkheid, terwijl de fixatie van de Congregatie traditie en voorspelbaarheid geeft.

Het is verre van verwonderlijk dat het NMVW beter bij de tijdgeest aansluit en vertegenwoordigers van de media zich daar beter mee kunnen identificeren. Zonder het volledig te hoeven begrijpen. Dit wordt versterkt doordat het NMVW door de gezochte vaagheid van overtuiging die brede marges opzoekt en zo bijna iedereen een mentale plaats biedt, terwijl het katholicisme van de paters strikter bepaald is en die manoeuvreerruimte mist.

Door sluimerende misbruikschandalen binnen de katholieke kerken hebben katholieke organisaties ook nog eens een slechte pers gekregen. Wat uiteraard niets met deze kwestie te maken heeft. Maar het bepaalt de beeldvorming. Van publiek en journalistiek.

Schermafbeelding van deel paragraaf ‘Missiepartners‘ van het NMVW op site Afrika Museum. Met tekst: ‘Mission first. Wij zijn een missiegedreven organisatie. Ons doel is te inspireren tot een open blik op de wereld en bij te dragen aan wereldburgerschap. In Nederland en ook elders in de wereld. Wij vertalen die missie door in al onze activiteiten, ook zakelijk. Onze partners delen die visie. Ook voor hen geldt: mission first. Dat betekent dat samenwerking meer zal opleveren dan geld alleen.

Slag in de media

Het NMVW profileert zich in de media met linksig identitair denken en ietsistisch moralisme waarvan journalisten in hun achterhoofd denken dat ze het met goed fatsoen niet tegen kunnen spreken. Omdat dat ongepast is en omdat de overtuiging van het NMVW zo vaag is dat het weinig om het lijf heeft. Daarmee heeft het NMVW de slag in de media al gewonnen.

Die slag houdt in dat het niet meer over de inhoud gaat. Dat het niet concreet en verifieerbaar wordt. Dat het museale professionalisme van het NMVW niet ter discussie wordt gesteld. Dat de rol van de kunstobjecten niet centraal staat. Wat het NMVW beweert blijft vaag en abstract. Wereldburgerschap, eigentijdsheid. diversiteit, dekolonisatie. Vul maar in, het claimt van alles en zegt niks. Geen journalist die voldoende doorvraagt.

Achter die vaagheid zit een bewuste strategie van het NMVW dat jaarlijks dus 17,5 miljoen euro overheidssubsidie ontvangt en dat veilig wil stellen. Binnen het ministerie van OCW heeft het NMVW niet onpartijdige medestanders die de openbaarheid en verantwoording uit de weg gaan, maar zich wel vanachter de schermen in de kwestie blijven mengen. Is het een wonder dat de Congregatie door OCW niet wordt aanvaard als serieuze gesprekspartner?

Vervolg: een duurzaam artikel

Het Afrika Museum van voor de fusie van 2014 werd in de jaren daarvoor positief beoordeeld door de Raad voor Cultuur en visitatierapporten. Is het omgekeerde waar dat de huidige bedrijfsvoering van het Afrika Museum door het NMVW aan kwaliteit heeft ingeboet? Dat zou nader onderzocht moeten worden. Waarom begrijpt Modest niet dat hij met de verwijzing naar de in 2007 ingerichte ‘duistere’ eerste verdieping feitelijk zijn eigen NMVW een brevet van onvermogen geeft?

Het artikel vraagt óf om een antwoord met detaillering door een deskundige met kennis van zaken over het reilen en zeilen van het NMVW én het Afrika Museum óf om een vervolg dat het perspectief van de Congregatie beter doet uitkomen dan deze poging van Marit Willemsen. Ook de rol van OCW kan in zo’n artikel nader uitgewerkt worden.

Wellicht kan de onderzoeksredactie van NRC helpen om door factcheck de feiten en claims op moraliteit van NMVW en Congregatie op een rijtje te zetten voor de basis van een duurzaam artikel dat zich niet laat leiden door oppervlakkigheden die afleiden van de zaak. Niet in het minst over geld en macht. Hard geld gaat voor slappe praatjes. De lezer verdient beter dan een impressie.

Duitsland loopt in Rusland-politiek uit de pas met Europa, eigen geschiedenis en haar diplomatiek belang. Kan het zich niet verbeteren door mentale kramp?

Er is een zekere overeenkomst tussen het Russische publiek dat zich door de propaganda laat misleiden en in slaap wordt gesust, en het Duitse publiek dat jarenlang uit gemakzucht niet beter nadacht en geen kritiek had op de Rusland-politiek van achtereenvolgende regeringen. Op de Groenen en enkele principiële CDU’ers als Norbert Röttgen na.

Röttgen beargumenteerde in 2014 dat de enigen die niet leken te beseffen dat Duitsland aan de basis van de toenmalige Oekraïne-crisis stond ‘de Duitsers zelf waren’. Nu acht jaar later is er niks veranderd. Opnieuw lijken de Duitsers niet te beseffen dat ze aan de basis van de Russisch-Oekraïense oorlog staan.

Het is trouwens onjuist om te beweren dat de verkoop van energie aan Europa, inclusief Duitsland de Russische oorlogsmachine financiert. Dat zijn geluiden die in populistische berichten opklinken. Die opbrengsten zijn 1 miljard euro per dag, terwijl de kosten van de oorlog voor het Kremlin op 20 miljard euro per dag worden ingeschat. Hoewel het mogelijk is dat die energieopbrengsten van 1 miljard euro per dag het Kremlin tijdelijk helpen om op de geldmarkt de losse eindjes aan elkaar te knopen. Lagere inschattingen die minder effecten meewegen komen toch nog altijd uit op dagelijkse oorlogskosten voor het Kremlin van 8 miljard euro.

De relativering van het belang van de verkoop van Russische energie aan Europa wijst een andere kant op als men beseft hoe relatief die is. Het is merkwaardig dat dit in de westerse publiciteit zo slecht uitgelegd wordt.

Het belang van wapenleveranties aan Oekraïne wijst op twee aspecten. Het put de Russische Federatie op de lange termijn financieel uit omdat het de strijd gaande houdt en de Russische economie belast. En westerse landen die Oekraïne willen ondersteunen kunnen door levering van militair materiaal hier het accent op leggen en zich niet laten afleiden door de discussie over Russische energie. Daarom is het des te onbegrijpelijker dat kanselier Scholz die klem zit in zijn behoefte aan Russische energie Oekraïne weigert te voorzien van zwaar militair materiaal. Zoals 100 tanks.

Hoe valt deze blindheid van de Duitse politiek en zakelijke elite en dit gebrek aan zelfkennis te verklaren? Je zou zelfs kunnen spreken van een mentale patstelling. Is het alleen economisch opportunisme of is er meer aan de hand? Mijn reactie bij bovenstaande video van DW:

Where were the German people when Merkel claimed against all facts, logic and criticism from other countries that Nord Stream II was a purely economic project?

Only the Greens were against this and the close relationship with the Kremlin. The rest of Germany was silent for years.

Today’s Germany is mentally bankrupt by tacitly keeping open lines to the Kremlin and thereby consciously connects itself with Putin. Towards abyss.

Understandably, due to past mistakes in the energy policies of the CDU, SPD and to a lesser extent FDP, Berlin now does not have good options to depend on Russian energy.

But for that very reason one might assume that Berlin wants to compensate for this by political, military and financial support for Ukraine.

The reason for this does not seem so much that Scholz feels dependent on Russian energy and does not want to risk it and is therefore reserved and fearful, but that he is mentally so entwined with the German Russia policy of recent decades, which has been determined exclusively by economics.

If there is also the misconception of the German political and business elite that the Russians should be compensated for the damage the Nazis inflicted during the Second World War, then the moral weakness of that German elite is complete.

For the American historian Timothy Snyder has been saying for years, also to German politicians, that it was not the Russians, but the Ukrainians who suffered relatively more during the German invasion of the Soviet Union.

So if the German elite already has a mishandled guilt complex about this, then it is now time to finally correct it and start supporting Ukraine and not Russia.

Because Germany should not settle this outstanding account about the Second World War with Russia, but with Ukraine. That is Scholz’s chance to correct the mistake Chancellors Brandt, Schmidt, Kohl, Schroeder and Merkel made in their misunderstanding of recent German history.

Over armoede in Groot Brittannië: de foto ‘Lad Working at Quay, 1976’ en de Community Development Projects

Ken Grint, Lad Working at Quay, 1976. Collectie: The War on Poverty in Britain – Documents from the Community Development Project.

Op de achterkant van deze foto staat volgens de toelichting (vertaald): ‘Jonge jongens verdienen een schijntje op de kade en vrijwel elk bedrijf heeft er minstens één in dienst voor ongeveer £15 per week. Vaders hebben zonen in dienst. Het tarief stijgt met ervaring en snelheid – zodra hij de 21 heeft bereikt. Foto door Ken Grint. Geschreven op achterkant foto: N. Tyneside CDP IIU set 1976. Bijschrift – ‘werkervaring’ op de Fish Quay.’ In 1976 was £15 ongeveer 67,50 gulden.

Het verhaal achter de foto gaat over armoede. Het verhaal achter het verhaal gaat over een mislukt project over het terugdringen van armoede. Het doet denken aan de het Federal Art Project tijdens tijdens de regeerperiode van president Roosevelt dat onderdeel was van diens New Deal en werk verschafte aan kunstenaars.

In de jaren 1970 in Groot-Brittannië was de inzet van de Community Development Projects (CDP) die liepen van 1970 tot 1978 het bestrijden van armoede. De 12 projecten werden geconcentreerd in enkele van de meest verarmde buurten van Engeland, Schotland en Wales.

In de jaren 1970 vormden achtereenvolgens de gematigd Conservatieve Edward Heath, de gematigde Labour-politici Harold Wilson en James Callaghan en de hard-Conservatieve Margaret Thatcher de regering. Maar het was niet Thatcher die het Community Development Projects de nek omdraaide.

Volgens een toelichtingWar on Poverty in Britain: Documents from the Community Development Projects‘ bij de digitale collectie die ook bovenstaande foto draaide het project zichzelf de nek om. Door hypercorrectie.

Het is te interessant om dat niet te citeren (vertaald): ‘De projecten begonnen in een geest van groot optimisme en hoewel ze naar verwachting van korte duur zouden zijn, waren in 1978 alle twaalf projecten uit de financiering gehaald en werden ze stopgezet, sommige onder veel wrevel. In enkele gevallen werd een vervolgproject teruggeschroefd en met een meer bescheiden opdracht voortgezet. Het programma als nationaal anti-armoede-initiatief eindigde echter.’

Verrassend is wie daar nu verantwoordelijk voor wordt gehouden: ‘In het tumultueuze politieke klimaat van het Groot-Brittannië van de jaren zeventig ontwikkelden veel van de gemeenschapswerkers die waren ingehuurd om de projecten te bemannen, radicale kritieken op het armoedebeleid van de regering, inclusief kritiek op het CDP zelf. Bovendien creëerden de CDP-werknemers, door samen te werken met inwoners van belegerde gemeenschappen om essentiële hulpbronnen veilig te stellen, extra controverse door rechtstreekse confrontaties aan te gaan met hun lokale raden, die daadwerkelijk een deel van hun salaris betaalden.’

Maar in 1978 was niet alles verloren: (Ingekort): ‘Elk van de 12 projecten omvatte naast een actieteam ook een onderzoeksteam. In de loop van de levensduur van het CDP hebben zowel de lokale teams als een centraal onderzoeksteam na de ontbinding van de lokale projecten een buitengewoon corpus van rapporten geproduceerd waarin ze de oorzaken en gevolgen van armoede analyseerden. Deze rapporten bevatten verbazingwekkend vooruitziende documentatie van het proces van de-industrialisatie en de veranderende beleidsinitiatieven die ooit de alomvattende verzorgingsstaat van Groot-Brittannië vormden.’

Het valt niet te verwachten dat de regering Johnson of een volgende Britse regering iets zal leren van de documentatie van de CDP over de armoede in de jaren 1970. De meest controversiële rapporten komen doorgaans in een lade terecht. De geschiedenis kan zich niet herhalen als de geschiedenis ontkend wordt. Het onderliggende probleem van armoede is daarmee niet verdwenen.

Mode van het Zwitserse Hanro. Tussen modern feminisme en conventionele mannelijkheid in de jaren 1930

Stehendes Männer-Model in Herrenoberbekleidung mit Fernglas. Australië, jaren 1930. Collectie: Museum Baselland.

Wat we hier zien is duidelijk, maar de aanleiding voor de foto is dat niet. Gaat het om de verrekijker, de man of wat anders? Is dit het beeld van mannelijkheid uit de jaren 1930?

Wie de vraag stelt stuit op een interessante geschiedenis van het Zwitserse bedrijf Hanro (Handschin und Ronus) dat vanwege tariefmuren noodgedwongen internationaliseerde, zich specialiseerde in tricot en achteraf door anderen wordt geprofileerd als feministisch. Hanro is in 1991 overgenomen door het Oostenrijkse bedrijf Huber Holding.

De beschrijving van de foto die is opgenomen in de collectie van Museum Baselland door een schenking van 20.000 documenten en objecten van de Firma Hanro aan het kanton Basel-Landschaft zegt (vertaald): ‘Staande mannelijk model in herenbovenkleding met verrekijker. Het model draagt ​​een gebreide trui met geometrisch patroon en een geplooide broek. Waarschijnlijk een product van de Australische Hanro-tak aangezien de foto gemaakt is door een fotograaf in Melbourne.’

Geschiedenis van Hanro volgens Huber. ‘DISCOVERY OF MODERN FEMININITY. Madeleine Handschin, granddaughter of the company founder, creates a world first: ultralight bra tops as invisible underwear. Sporty leisurewear also finds a place in the HANRO collection with her beach and swimwear‘.

Was dat feminisme een tweede golf van Reform-kleding na 1900-1920 of een doorstart die in de jaren 1930 door nieuw textiel de vrouw bevrijdde?

Of zo’n bewering klopt is niet zozeer van belang, maar het is een interessante claim die achteraf culturele betekenis wil toevoegen aan een firma die het tijdens haar moeizaam bestaan uitsluitend om overleven te doen was. Daartoe zelfs uitweek van Zwitserland naar Australië.

Hoe het moderne feminisme van Hanro van de jaren 1930 zich verhoudt tot de man met verrekijker in gebreide trui met geometrisch patroon is niet op voorhand duidelijk. Marketing wijst soms vele kanten op. Daar is geen verrekijker voor nodig om te zien.

Madeleine Handschin was ontwerpster van Hanro en dochter van toenmalig directeur Carl Handschin. Na het Australische avontuur in Bendigo van 1926 tot 1933 kreeg zij samen met haar broer Eric die ingenieur in het bedrijf was opdracht van het tweede hoofd van het bedrijf Charles A. Ronus: productie van gebreide bovenkleding. Dat leidde tot technische innovatie en nieuwe vormgeving.

Het bijschrift bij onderstaande foto zegt onder meer over het vormvast breiwerk Wevenit (vertaald): ‘Madeleine gebruikt het ook om strandmode te ontwerpen: lange, knielange en zeer korte broeken, gecombineerd met zogenaamde pull-pyjama’s (korte, backless tops). De strandmode met een perfecte snit en fashionable chic verkoopt onder andere zeer goed aan de trendy Franse Rivièra.’ Maar toen gooide oorlog vanaf 1939 roet in het eten. Opnieuw.

Madeleine Kriesemer-Handschin an der Arbeit im Designatelier von Hanro, 1934. Collectie: Museum Baselland.

Kritiek op Duitse president Steinmeier wegens diens welwillende Rusland-politiek houdt aan

Het panel van het rechtse BILD onder leiding van Hans-Ulrich Jörges is er duidelijk over dat de Duitse president Frank-Walter Steinmeier (SPD) moet aftreden vanwege zijn Rusland-politiek die volgens hen te eenzijdig pro-Kremlin was en dat feitelijk nog steeds is. De leden betwijfelen of de SPD inclusief kanselier Olaf Scholz (SPD) werkelijk tot inzicht is gekomen over de eigen Rusland-politiek of nog steeds economische en politieke lijntjes openhoudt naar het Kremlin van de toekomst als de Russisch-Oekraïense oorlog voorbij is.

Jörges verbaast zich erover dat Steinmeier blijkbaar de bui al zag hangen en als staatshoofd van het belangrijke Duitsland niet alleen naar Kyiv durfde afreizen. Hij zou door dekking te zoeken in een gemeenschappelijke bezoek met Oost-Europese regeringsleiders hebben gehoopt dat Kyiv hem niet zou weigeren. De anderen lieten hun bezoek doorgaan toen bleek dat Steinmeier niet welkom was.

Dat is geen inbreuk op Europese solidariteit, maar een bevestiging ervan. Want het was Duitsland dat jarenlang met haar Rusland-politiek een Alleingang ging die haar niet in dank werd afgenomen en de Europese solidariteit verstoorde. Inclusief het ten koste van Europese tegenstand doorzetten van de aanleg van gaspijplijn Nord Stream II dat Duitsland niet als politiek project wilde zien.

Het past niet bij de statuur van Duitsland dat de president ervan wegduikt en niet alleen op bezoek durfde gaan bij de Oekraïense president Zelensky. De SPD wordt nu mede afgerekend op wat het de afgelopen decennia in haar Rusland-politiek verkeerd heeft gedaan. Dat is nu niet zomaar met wat mooie woorden van een president hersteld. Waarvan de vraag blijft hoe gemeend ze zijn.

Er is oud-kanselier en voormalig SPD-leider Gerhard Schröder niet eens voor nodig om de rot in de SPD aan te tonen. Hij heeft zich ‘opgewerkt’ tot vriend van Poetin die in de SPD en in Duitsland de pro-Kremlin belangen verdedigt. Oekraïne beschouwt Schröder als vijand. De SPD heeft hem nog steeds niet geroyeerd als lid.

Jörges meent dat Duitsland tot de idioten van Europa behoort. Idioot in beleid, idioot in moraal en idioot in diplomatieke status. De Duitse idiotie is in de kern een geloofwaardigheidsprobleem.

De inschatting is dat de SPD met president Steinmeier en kanselier Scholz niet van koers is veranderd, maar zich uit opportunisme nu tijdelijk anders opstelt omdat de politieke en diplomatieke omgeving waarin hun leiders opereren veranderd is. Van harte gaat het niet. Het is gespeeld. Dat werd in Kyiv zo opgevat en daarom was Steinmeier niet welkom. Dat zou dus niet alleen vanwege zijn vroegere opstelling zijn, maar ook vanwege zijn huidige opstelling die in de kern nog steeds pro-Kremlin is. Het tegendeel dat het niet zo is kan hij niet aantonen. Dat tekent zijn geloofwaardigheidsprobleem.

Het valt niet te verwachten dat Steinmeier aftreedt. De Duitsers zijn in meerderheid verbolgen dat hun president in Kyiv niet welkom was. Maar zijn opstelling inzake de Russisch-Oekraïense oorlog is een probleem dat de relaties met andere Europese landen en de VS blijft beschadigen. Hetzelfde geldt voor kanselier Scholz die net als Steinmeier mentaal nog redeneert vanuit een voorgoed voorbij verleden. Als die redenering al te volgen is en klopt, wat nog maar helemaal de vraag is. Dat alles beschadigt Duitsland.

Het is niet alleen dat de SPD-leiders opportunistisch zijn en zaken willen blijven doen met de agressor Poetin die de Europese veiligheidssituatie en het bestaan van de soevereine staat Oekraïne bedreigt, het is dat Duitsland als belangrijkste land van de EU moreel corrupt is en geen zelfbewustzijn en ruggengraat heeft. Zo’n Duitsland kan geen voorbeeld voor andere landen zijn. Het disfunctioneren van de Duitse regeringsleiders is ook een Europees probleem.

Duitsland begrijpt nog steeds het eigen recente verleden niet en weet daar voor de praktische politiek van de 21ste eeuw niet de juiste conclusies uit te trekken. Dat wreekt zich vooral bij de Rusland-politiek, maar ook de relatie met de VS is moeilijk. Wellicht moet Duitsland wachten op een jongere generatie politieke leiders die meer in hun eigen tijd staan om definitief met het eigen verleden in het reine te komen.