Amerikaanse typologie van het conservatisme vertaalt naar de Nederlandse rechtse partijen (CDA, VVD, SGP, PVV, FVD)

Het is aardige hersengymnastiek om politiek rechts in de VS te vertalen naar Nederland. Het verschil is dat de Republikeinse partij een coalitie is van allerlei soorten conservatisme en rechts-radicalisme, terwijl deze stromingen in Nederland verkaveld zijn en apart een thuis vinden in afzonderlijke partijen. Het lijkt te gaan om drie (of vier) afzonderlijke groeperingen waartussen belangrijke verschillen bestaan. Ze vinden niet exclusief, maar wel overwegend onderdak binnen de Republikeinse partij.

Juist dan wordt de vergelijking interessant. Zeker als het gaat over de levensvatbaarheid en rekbaarheid van aparte stromingen. Vraag is hoe ze in een Nederlandse situatie in samenhang elkaar kunnen versterken of verzwakken. Die inschatting geeft een beeld over de levensvatbaarheid en de groeimogelijkheden van de afzonderlijke Nederlandse rechtse partijen.

Rechtse partijen vertegenwoordigd in de Tweede Kamer zijn bekeken vanuit het centrum: CDA, VVD, SGP, PVV en FvD. 50Plus en de afscheidingen die daar uit zijn ontstaan zijn te gefragmenteerd en programmatisch te vluchtig om serieus in te kunnen schatten. Het liberale D66 dat economisch rechts is en cultureel progressief valt niet op te vatten als een partij waar het conservatisme of het rechts-radicalisme doorslaggevend is.

Een onderzoek uit 2014 van PEW Research Center geeft de belangrijkste feiten van de politieke typologie. Aan de rechterkant gaat het om ‘Standvastige conservatieven’ (SC) en ‘Zakelijke conservatieven’ (ZC). In de SC is religieus rechts van conservatieve witte evangelicals dominant die zijn te verenigen rond ethisch-medische standpunten tegen abortus of euthanasie en tegen het homohuwelijk en gendergelijkheid. In de ZC zijn fiscale conservatieven dominant voor wie een terugtredende overheid, economisch vermogen en belastingvoordeel belangrijk zijn.

Interessant en toepasbaar op de opkomst van Donald Trump en alt-right is de opkomende groep van ‘Jonge Buitenstaanders’ (JB) zonder een sterke loyaliteit aan de Republikeinse Partij die in feite een hekel te hebben aan beide politieke partijen. Ze registreerden zich als ‘sociaal progressief’, voorzover ze geen voorstander zijn van een verbod op abortus of het homohuwelijk en niet bijzonder religieus zijn. Maar zoals Amanda Marcotte in een artikel voor Salon verklaart delen ze wel het racisme van de traditionele conservatieven. Ze ziet daarnaast een sterk anti-feministisch sentiment bij deze groep.

Volgens Marcotte zijn de Jonge Buitenstaanders  overgelopen naar de Republikeinen, maar is dat effect waarschijnlijk tijdelijk omdat het direct volgt uit Trumps eigen manier van politiek bedrijven. Deze groep is immers niet per definitie Republikeins, maar is door Trump binnengehaald op standpunten over seksisme, racisme, schoppen tegen het politieke en economische establishment en allerlei complottheorieën. Het valt te betwijfelen of een Republikeinse partij een leider kan vinden die het Trumpisme zonder een ongeremde en ongedisciplineerde Trump even geloofwaardig weet te presenteren.

Wat ontbreekt in Marcotte’s analyse is dat de Zakelijke conservatieven binnen de Republikeinse partij naar de marge zijn gedrongen of zelfs de partij hebben verlaten. In elk geval de opinieleiders van deze stroming en niet zozeer de kiezers. Mede als gevolg van Trumps schoppen tegen het politieke en economische establishment en de overheid. Deze stroming heeft sinds 2016 binnen de partij ernstig aan macht ingeboet. Dat uit zich onder meer in het loslaten van de begrotingsdiscipline die onder Trump volledig uit de hand is gelopen. Dat staat haaks op de geest van het traditionele fiscale conservatisme.

Wie deze driedeling vertaalt naar de Nederlandse rechtse partijen moet eerst een uitbreiding maken naar een vierdeling. Kiezersonderzoek leert namelijk dat de Buitenstaanders bij PVV en vooral FVD eerder oud of van middelbare leeftijd zijn dan jong. Dat leidt tot de groep Oudere Buitenstaanders (OB).

Dat leidt tot de volgende inschatting van de verdeling van de stromingen: CDA: ZC/SC; VVD: ZC; SGP: SC; PVV: JB/OB; FVD: OB/JB. De overeenkomst tussen PVV en FVD is dat de zakelijke elite en religieus rechts er geen onderdak vinden, ondanks Baudets pogingen om in te breken bij de SC via de SGP. Het verschil tussen PVV en FVD is dat eerstgenoemde overwegend laagopgeleide kiezers trekt die sociaal progressiever zijn dan de kiezers van FVD.

Voor de levensvatbaarheid en groeimogelijkheden van Nederlandse rechtse partijen betekent dit dat de PVV en FVD kwetsbaar zijn omdat ze veel Buitenstaanders trekken met weinig partijloyaliteit. Mede omdat PVV en FVD, net als de Republikeinse partij in het geval van Trump, sterk afhankelijk zijn van de respectievelijke leiders Wilders en Baudet kan de ballon van PVV of FVD leeglopen als het succes van de leiders is uitgewerkt. VVD en SGP hebben een duidelijk profiel in het bedienen van respectievelijk de Zakelijke conservatieven en de Standvastige conservatieven die electorale zekerheid bieden. Het CDA is onhelder in haar profiel wat deze partij kwetsbaar maakt. Niet omdat aparte standpunten niet binnen een partij te verenigen zijn, maar omdat er in het Nederlandse politieke landschap partijen zijn die zich met het accent op één standpunt scherper en helderder kunnen profileren.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelThe crackpot factor: Why the GOP is worried about turning out the vote after Trump; Future GOP candidates lack Trump’s secret sauce for attracting new voters — his appeal with Crank-Americans’ van Amanda Marcotte op Salon, 18 november 2020.

Farid Azarkan en Geert Wilders zeggen via Twitter tegen mij: ‘je bent geblokkeerd’. Maar staan ze niet zelf geblokkeerd?

Op sociale media mag ik graag reageren. Het aardigste vind ik het om iets te zeggen tegen mensen met wie ik het het meest oneens ben. Types als president Trump of leden van religieuze organisaties die hun onwaarheden en leugens het internet opslingeren. Er is doorgaans weinig voor nodig om dat te ontkrachten. Dat heeft nog de schijn van een publiek debat. Soms gaat zelfs zo’n politicus of geestelijke in debat. Dan is men het weliswaar niet eens, maar ontstaat toch een soort uitwisseling van gedachten. Hoe vluchtig dat ook is en hoe men tot onderdeel van politieke marketing wordt gemaakt. Meer kan men niet verwachten als toevallig passant op sociale media.

Wel minder. Dat geven Farid Azarkan en Geert Wilders aan. De politieke leiders van respectievelijk de politieke partij DENK en de PVV hebben me geblokkeerd op Twitter. Ze hebben de deur van het debat dichtgegooid. Wat de aanleiding daarvoor was kan ik me niet herinneren. Opvallend is dat deze twee politici hun mond vol hebben van de vrijheid van meningsuiting en in de praktijk het omgekeerde doen. Dat tekent de zwakte van hun mooie woorden die niets om het lijf hebben. Azarkan en Wilders staan naakt in hun schone schijn. Ze komen niet op voor de vrijheid van u en mij, maar willen in de publiciteit alleen het beeld vestigen dat ze opkomen voor de vrijheid.

Azarkan en Wilders zijn op hun eigen manier politici met een beperkte blik die bang zijn voor het tegengeluid dat ze uitsluiten. Want zo hebben ze in hun eigen domein altijd gelijk en kunnen ze (op sociale media) niet worden tegengesproken. Azarkan en Wilders zijn eenoog koning in hun gesloten blinde wereld. Baasjes in hun reservaat.

Azarkan en Wilders vertegenwoordigen de grootmoedigheid van de kleingeestigheid. Ze zijn het omgekeerde van wat ze beweren te zijn. Er gaapt een kloof tussen wat ze zijn en wat ze beweren te zijn. Ze zijn beperkte geesten die als camouflage het uiterlijk van de vrije geest aannemen. Maar dat wordt er door hun bedrieglijke gedragingen en uitspraken steeds potsierlijker op. Ze blokkeren anderen op sociale media, maar zijn het zelf die mentaal geblokkeerd staan. Maar dat hebben ze niet door in hun gesloten wereld waar de tegenspraak wordt uitgebannen.

Foto’s: Schermafbeelding van de door George Knight opgeroepen Twitter-pagina’s van Farid Azarkan en Geert Wilders, 12 november 2020.

PVV en FvD zitten klem in hun retorische fuik. Door de coronavirus crisis kunnen ze voorlopig geen angst en verdeeldheid meer zaaien

Radicaal-rechts heeft afgelopen jaren een val voor zichzelf gezet waar het door de coronacrisis ingelopen is en niet meer aan kan ontsnappen. Het zet zichzelf te kijk door irrelevante kritiek. Daarnaast neemt de waardering voor en het draagvlak van radicaal-rechts af omdat het dat afwijst waarvan de meerderheid van de bevolking meer dan anders beseft dat het essentieel is om de uitbraak te bestrijden. Namelijk (internationale) samenwerking en een belangrijke rol voor wetenschappers. Dat alles gemeld door professionele journalistiek die verantwoording neemt door feiten te geven en nauwgezet verslag te doen van de ontwikkelingen.

Het pleidooi van PVV en FvD die vrijheid hoog in hun vaandel zeggen te hebben voor de volledige inperking van de vrijheid (‘lockdown’) valt niet te rijmen met hun kritiek op het kabinet dat maatregelen aankondigt. Dat is niet wat het land nu nodig heeft bij maatregelen die van dag tot dag aangescherpt worden. De kritiek kan dan ook niet anders opgevat worden dan vergezocht. Het is kritiek om de kritiek. PVV en FvD ontmaskeren zichzelf als pseudo-betrokken en pseudo-begaan met Nederland. Hun wrok tegen iedereen wordt onthuld.

In navolging van president Trump die in de eigen val van zijn retoriek is getrapt vallen PVV en FvD door de mand. Ook in een noodsituatie van ongekende omvang bieden ze geen oplossingen, maar blijven ze op hun aloude gevoel spelen met vreemdelingenhaat, zaaien van verdeeldheid en rancune. Het is 11 mei 1940 en PVV en FvD blijven zaniken over de ‘schijndemocratie’, de intimidatie van minderheden en zaaien verdeeldheid.

De urgentie van PVV en FvD is hun gebrek aan urgentie. Het gaat nu snel in de ontmaskering van valse profeten. Vooral op de politieke en religieuze markt worden goedwillenden van kwaadwillenden gescheiden.

PVV en FvD beleven op dit moment niet hun finest hour. In hun automatisme kunnen ze niet meer schakelen. Het gebrek aan souplesse en hun starheid om bij hetzelfde verhaal te blijven omdat ze maar één verhaal hebben zijn hun valkuil. Dat is het gevolg van hun politieke marketing die draait om het zaaien van angst en verdeeldheid. Maar nu gaat het niet om een angst die voortkomt uit politieke marketing en geconstrueerd is, maar om fundamentele Angst die draait om leven en dood. Omdat die angst beteugeld moet worden en er verbinding gevraagd wordt is hun politieke marketing onbruikbaar en werkt het tegen de boodschapper in.

PVV en FvD kunnen niet schakelen als de situatie dat vraagt. Ze hebben namelijk slechts één manier van handelen, modus operandi, die door een gezondheidscrisis in een klap onbruikbaar is geworden. Alles dat belangrijk leek is het niet meer. Wat nu gevraagd wordt van politieke partijen is inschikken, uitschakeling van oude reflexen, stokpaardjes en persoonlijke branding. Wat niet wil zeggen dat er geen werk aan de winkel is. Nu er tientallen miljarden euro’s aan noodfondsen vrijkomen is het zaak voor politici om ervoor te zorgen dat die niet bij vermogenden, banken en multinationals, maar bij kleine bedrijven en burgers terechtkomen.

Foto: ‘Zicht op de visinstallatie en fuiken van de Wagenia in de Congorivier’, 1970. Collectie Tropenmuseum.

Journalistiek mist ambitie, instrumenten én mentaliteit om zinvol te reageren op een agenda die door radicaal-rechts wordt bepaald

Aldus het antwoord van CNN-journalist Wajahat Ali in een interview met Salon’s Chauncey Devega. Het hoofdonderwerp van het gesprek is witte suprematie in het tijdperk van president Trump, maar het gaat ook over de opstelling van de media. De conclusie kan omvattend zijn: de media zijn sneu, de media gedragen zich rechts in een rechtse omgeving en de journalistieke code van het ‘enerzijds-anderzijds’ ofwel de ‘both sides journalism’ is gedateerd, maar de gevestigde media hebben daar nog geen oplossing voor gevonden. Of dat laatste onwil, onkunde, lafheid, naïviteit of een combinatie van deze vier aspecten is blijft de vraag.

We zien ook in Nederland dat de ‘enerzijds-anderzijds’ journalistiek in de media een valse gelijkwaardigheid creëert die in werkelijkheid niet bestaat. Met als gevolg dat de journalistiek nog verder vervreemdt van de samenleving. Het is een kwestie van verhoudingen. Als van 100 klimaatdeskundigen er 2 zijn die concluderen dat de opwarming van de aarde niet door menselijk handelen wordt veroorzaakt, dan zetten de media één van die 2 tegenstanders tegenover éen van de 98 voorstanders en denken ze in hun gemakzucht of misleiding een evenwichtig debat te bieden. Mede om beschuldigingen van ‘linkse media’ en dreigingen van tegenstanders uit de weg te gaan. Individuele journalisten missen burgermoed en de media capituleren bij voorbaat in lafheid en vluchten bij vol bewustzijn weg in een houding van schijngelijkwaardigheid die bewust verkeerd wordt vertaald met objectiviteit. Nieuwsconsumenten concluderen in genoemd voorbeeld vervolgens dat 50% voor en 50% tegen is. De ernst valt dus wel mee en dit roept geen urgentie om te handelen op omdat de helft van de deskundigen immers tegen is. Bedankt media voor het valse beeld, jullie zijn niet links maar rechts.

Vermoedelijk beseffen goedwillende journalisten wel degelijk dat deze valse gelijkwaardigheid niet klopt en dat de media hierin een corrumperende en verderfelijke rol spelen. Maar zij of hun leidinggevenden zijn niet in staat om afstand te nemen van ingeprente waarden als ‘hoor-wederhoor’ die uit andere tijden stammen en weet de journalistiek als geheel geen raad met de situatie van een guerrilla in (sociale) media door radicaal-rechts. Een strijd waarbij deze radicalen als doel de verwerping van de democratie hebben. Een weerbare democratie kan alleen functioneren met een weerbare journalistiek die een geheugen én een geweten heeft.

Rechts-radicale politici als Wilders en Baudet spinnen garen bij de onzekerheid van de media en het gebrek aan een nieuwe, deugdelijke journalistieke code. Door het valse idee van gelijkwaardigheid zijn ze door de gevestigde media op het schild gehesen en representabel gemaakt. Hun verklaringen of persberichten worden vanuit een misplaats idee van objectiviteit geplaatst. Doorgaans zonder dat er een voldoende context of uitleg wordt gegeven van wat er aan de hand is. In een andere politiek situatie zou dat trouwens evenzeer kunnen gelden voor radicaal-links. Maar in landen als Nederland en de VS wijst op dit moment de politiek hard naar rechts en voegen de gevestigde media zich moedeloos in die situatie in het navolgen van de status quo.

Hoe kunnen de journalistiek en de individuele journalisten die werkzaam zijn in de media tot inzicht komen dat ze op dit moment niet zozeer onderscheid en informatie bieden, maar verwarring en desinformatie? Om er een conclusie uit te trekken. Traditionele nieuwsconsumenten stoppen met het volgen van het nieuws omdat ze evenwicht, gelijkwaardigheid en bezinning missen. Daarvoor in de plaats komen niet alleen hijgerigheid en continue opgewondenheid, maar ook misleiding. Dat laatste is kwalijker dan het eerste. Individuele journalisten bij gevestigde media zouden even uit de nieuwscyclus moeten kunnen stappen en als het ware terug naar de schoolbanken gaan om opnieuw te beginnen. Ze moeten beseffen dat die hijgerigheid en desinformatie niet normaal zijn en de samenleving schade berokkent. De bewustwording waartoe de goedwillende journalisten moeten komen is dat ze op dit moment meer desinformatie dan informatie bieden en dat ze in de positie zijn om dat te veranderen. Dat is een harde conclusie over een spoedeisend probleem.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikel ‘CNN’s Wajahat Ali: “We knew what would happen” under Trump, but the media just played along’ in Salon, 3 februari 2020.

Foto 2: ‘A general view of the Associated Press London bureau newsroom, showing cable transmitters in foreground, ca. 1930s. (AP Photo)

Oostenrijkse coalitie met Groenen biedt de conservatieve ÖVP de mogelijkheid om te vechten voor het goede gevecht

Zoals verwacht komt er in Oostenrijk een coalitieregering van rechts met links. Van de conservatieve Oostenrijkse Volkspartij ÖVP met de progressieve Die Grünen. Deze partijen hebben samen 97 van de 183 zetels in het lagerhuis, de Nationalrat. Bondspresident Alexander Van der Bellen is lid van De Groenen.

De ideologie van de ÖVP wordt afwisselend omschreven als christen-democratisch, liberaal, conservatief of zelfs als een soort sociaal-democratie vanwege de economische interventie van de regering. Deze ‘zwart-groene’ coalitie wordt als voorbeeld gesteld voor regeringen in andere landen. Zoals Duitsland waar de CDU/CSU en Die Grünen op elkaar aangewezen lijken te worden door de implosie en radicalisering van de SPD en in Nederland waar GroenLinks al enkele jaren naar het centrum beweegt en aansluiting zoekt bij Rutte III. Hoewel de in de tijd en mentaliteit terugtrekkende bewegingen van het CDA en de VVD op het stikstofdossier het erg lastig maakt om een realistische politiek te voeren. De paradox is dat het op dit moment niet de linkse partijen, maar gematigd rechtse partijen zijn die zich op het klimaatdossier onrealistisch opstellen. Hoe dan ook geeft het Oostenrijkse voorbeeld focus en inspiratie voor politieke partijen in andere Europese landen.

Er bestaat zowel bij links als bij rechts misverstand over wat conservatisme is. Trumpisme, Forum voor Democratie of alt-right met ondergangsfantasieën, racisme en een stop op migratie passen niet binnen de hoofdstroom van het conservatisme en staan er in politiek-filosofisch oogpunt mijlenver vanaf. Daarom is de coalitie van ÖVP en Die Grünen in Oostenrijks een belangrijke ontwikkeling omdat het eraan mee kan helpen dit hardnekkige misverstand uit de weg te ruimen. Want het combineert behoudende met vooruitstrevende politiek binnen de lijnen van de democratie en de rechtsstaat. De intellectuele acrobatiek van opinieleiders op radicaal-links én radicaal-rechts die verkondigen dat het conservatisme in de kern een belangrijke revolutionaire component heeft is onwaarachtig, leugenachtig en zelfs bewust misleidend omdat het het conservatisme tot buiten de eigen bedding oprekt. Dat is conservatisme dat geen conservatisme meer is.

Columnist Tim Carney brak in september 2019 in een belangrijke column in de rechtse Washington Examiner een lans voor herwaardering van het conservatisme. De titel ‘It’s time to create a conservative ecosystem that doesn’t welcome racists’ gaf de opzet en de afbakening goed aan. Carney: ‘Conservatieven zouden er een prioriteit van moeten maken om te vechten voor de fundamentele waardigheid en gelijkheid van raciale minderheden aan wie die waardigheid en gelijkheid is ontzegd. Het zal decennia van onrechtvaardigheid vereisen om dat te overwinnen en zal dus niet snel gebeuren. We zullen links niet ontnuchteren met betrekking tot hun zelfvoldane laster en verwaandheid, maar daar gaat het niet om. Conservatieven zullen troost kunnen vinden in het feit dat we vechten voor het goede gevecht en de racisten opjagen.’ De samenwerking met realistische Groene politiek kan vanwege de veilige politiek omgeving die het biedt eraan helpen meewerken om de conservatieven naar zichzelf te laten terugkeren. Weg van het racisme, weg van een harde migratiepolitiek en weg van het oprekken van rechtsstaat en democratie. Zoals Trump in de VS, Johnson in het VK en Centraal-Europese regeringsleiders in Hongarije en Polen afgelopen jaren deden.

Hopelijk is de samenwerking van traditionele conservatisme met progressief links een wekroep voor Nederlandse opinieleiders om conservatisme en alt-right niet langer gelijk te stellen en het begin van de ontmaskering van radicaal-rechtse columnisten van het type Wierd Duk of Leon de Winter die zich losjes met het conservatisme associeren om zo aan legitimiteit te winnen. Als ze niet begrijpen dat conservatisme het racisme niet oogluikend toestaat of kritiek op migratie billijkt, dan begrijpen ze niet alleen niet wat conservatisme is, maar begrijpen ze evenmin waar ze zelf voor staan. Hopelijk geeft het Nederlandse conservatieven zelfvertrouwen en ambitie om afstand te nemen van Baudet, Wilders en radicaal-rechtse organisaties en opinieleiders die het conservatisme de laatste jaren zo’n slechte naam hebben bezorgd.

Want types als Baudet gebruiken de term conservatisme of leunen daar stilzwijgend tegenaan om hun eigen racisme en witte hegemonie-denken te verhullen. Maar ze vallen eerder te omschrijven als anti-conservatief. Conservatieve principes als behoud van democratische normen, waarden en instellingen en voorlichting van het publiek over conservatieve principes zoals rechtsstaat, vrijhandel en uitbreiding van legale immigratie delen ze niet. Laten we ze daarom geen conservatieven noemen. Overigens hebben universele waarden in wisselende combinaties verschillende kinderen. Iedereen die beweert dat ze exclusief aan één politieke stroming toebehoren zit ernaast. Juist dat geeft conservatieven en Groenen een basis voor samenwerking.

Het conservatisme als ideologie bevat samenhang met min of meer vaste, gemeenschappelijke posities en denkwijzen over de natie, de familie, grondrechten, politieke besluitvorming, verandering en continuïteit. Het politieke verschil met progressieve Groenen is daarom groot, maar overbrugbaar in tegenstelling tot de kloof met partijen als PVV of FvD. In Oostenrijk wordt dat opgelost door uitruil van thema’s. Partijen mogen hun stokpaardjes berijden, zodat de ÖVP op kan komen voor de familie en traditionele verhoudingen, een fiscaal behoudende politiek of een strenge, maar rechtvaardige migratiepolitiek en de Groenen voor natuur, klimaat en sociale rechtvaardigheid. Het is een interessant experiment dat het sentiment van radicaal-rechts buiten de deur houdt en tegelijk het meest prangende probleem van dit tijdperk aanpakt: de klimaatverandering.

Hoogste tijd om in het publieke debat de vraag centraal te stellen of Geert Wilders vanwege zijn steun voor Putin een landverrader is

Omdat Geert Wilders me op Twitter geblokkeerd heeft kan ik zijn tweet niet kopiëren waarin hij zegt: ‘“Poetin opent spoorbrug van Russisch vasteland naar Krim”. Mooi! De Krim is prachtig, ben er vaak geweest van Simferopol tot Sebastopol en Jalta. Rusland zal het nooit meer teruggeven aan de Oekraïne – terecht of niet – deal with it @ministerBlok. Sancties tegen Rusland ivm MH17 zijn terecht maar hou eens op met zeuren over de Krim.” Waarop D66-kamerlid Sjoerd Sjoerdsma op 23 december 2019 bovenstaande tweet plaatst.

Geert Wilders heeft betrekkelijk lange tijd afstand gehouden jegens het Kremlin, maar lijkt nu helemaal in Putins vaarwater terecht te zijn gekomen. Zoals meer Europese rechts-populistische of rechts-nationalistische partijen.

Wat Wilders of een type als Baudet bezielt is de vraag. Beseft Wilders dat zijn opties uitgespeeld zijn en probeert hij ergens anders steun te verwerven en zijn houdbaarheidsdatum te verlengen?

Want inderdaad, Putin gaat niet voor het Nederlands belang, maar voor eigenbelang. Niet eens voor het Russisch belang.

Is Wilders hiermee een landverrader? Dat is een interessante vraag die centraal zou moeten staan in het publieke debat. Maar tot nu toe daar niet centraal in staat. Ik durf de stelling aan dat Wilders en Baudet met het aanschurken tegen de Russische Federatie het Nederlands belang niet dienen. Juist bij politieke partijen die zich opwerpen als nationalistisch valt dat slecht te begrijpen.

Er zit in de opstelling van Wilders en andere rechts-populistische complotdenkers die de daden van het Kremlin goedpraten waarschijnlijk geen diepere gedachte achter. Het is niet meer dan opportunisme om de hoop zelf naar de kern van de macht door te breken. Maar vooral lui denken dat inhoudt dat de vijand van een vijand een vriend is. Maar een vijand van een vijand is in de meeste gevallen geen vriend, maar een vijand.

Voor zwart/wit-denkers is die nuance een brug te ver. Vraag is in welke mate Wilders dit beseft en waarom hij aanschurkt tegen een autoritaire leider als Putin waarvan Wilders drommels goed weet dat hij het belang van Nederland wil beschadigen. Wilders assisteert Putin daarin.

Foto: Tweet van Sjoerd Sjoerdsma, 23 december 2019.

Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding moet terug naar tekentafel. Is boerka symbool van de radicale islam, of niet?

Er is iets opmerkelijks aan de hand met het zogenaamde boerkaverbod. Officieel is dat de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding die gezichtsbedekkende kleding verbiedt in het onderwijs, de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen. De wet is op 1 augustus 2019 ingegaan en vanaf die datum geldt er een verbod op het dragen van gezichtsbedekkende kleding op genoemde plekken. Een persbericht van de rijksoverheid is duidelijk over de handhaving: ‘Draagt u toch gezichtsbedekkende kleding op een locatie waar dit verboden is? Dan kan een medewerker van de locatie u vragen om de gezichtsbedekking af te doen of de locatie te verlaten. Doet u dit niet? Dan kan de politie worden ingeschakeld en riskeert u een boete.’

De chauffeur van Arriva heeft volgens de wet gehandeld, maar krijgt van zijn werkgever een uitbrander. Hij verzoekt een vrouw die de wet overtreedt om haar niqaab af te doen en als ze dat niet doet weigert hij verder te rijden en roept de politie erbij. De vrouw krijgt overigens geen boete van de politie, wat logisch is omdat de wet nog maar drie weken geleden ingegaan is. Als de wet echter bewust niet mag worden gehandhaafd, dan zadelt dat medewerkers in het onderwijs, de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen op met een onduidelijke situatie. Ze zitten klem tussen een wet waarvan de overheid wil dat die gehandhaafd wordt en richtlijnen van bedrijven en instellingen die daar haaks op staan en zich beroepen op nut en praktijk. Arriva en soortgelijke vervoersbedrijven scheppen met hun gedoogbeleid onduidelijkheid door richtlijnen uit te vaardigen die in strijd zijn met de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding. De overweging dat het even duurt voordat de politie komt is wellicht op het eerste gezicht begrijpelijk, maar mag bij nader inzien geen reden zijn om de wet niet te handhaven. Uit het wetboek kan niet selectief geshopt worden.

Een andere vraag is of de wet een goede wet is. Dat valt te betwijfelen. Maatschappelijke ontwikkelingen komen erin samen. Zoals de opkomst en groeiende zichtbaarheid van de islam, het toenemend belang van identiteitspolitiek, het opdringen van de controlestaat en de voorkeur van veiligheid boven mensenrechten. In de reactie op de wet zit een hoop ruis. Zo is er de weigering om die te omarmen omdat Geert Wilders het succes ervan claimt. Ook is het onjuist dat er een absolute vrijheid in kleding bestaat. Naaktlopen mag niet. Of het dragen van symbolen als hakenkruizen op kleding. Als de boerka een symbolisch uithangbord voor de radicale islam is, dan is het niet zo gek om boerka of niqaab te verbieden. Het merkwaardige is dan juist weer dat die wet niet consequent is en de gezichtsbedekkende kleding niet op straat verboden is -toch de meest beeldbepalende locatie- maar alleen op genoemde plekken. De wet is een ratjetoe als gevolg van een politiek compromis. Met deze wet weet niemand goed raad. Het is van tweeën een. Of boerka en niqaab worden beschouwd als symbool van de radicale islam en daarom overal verboden. Of ze worden niet beschouwd als symbool daarvan en daarom nergens verboden. De wet moet terug naar de tekentafel. De wetgever heeft artsen, onderwijzers en buschauffeurs opgezadeld met een probleem waar het zelf niet uit is gekomen.

Media blunderen door anti-islam-tweet van Wilders voor te stellen als anti-D66-tweet

Nederland is een beetje in rep en roer omdat Twitter de PVV’er Geert Wilders tijdelijk heeft geblokkeerd. Aanleiding is een tweet met de volgende inhoud: ‘Laten we altijd opstaan tegen de sukkels van @D66 die de grenzen open laten en meer en meer islam importeren om vervolgens krokodillentranen te huilen over de gevolgen daarvan zoals antisemitisme, eerwraak, vrouwenbesnijdenis, terrorisme en haat’. Hoelang Wilders’ schorsing duurt is vooralsnog onbekend. Twitter voert als reden ‘hatelijk gedrag’ (hateful conduct) aan.

Het is begrijpelijk dat rechtse media als DDS dit uitvergroten en framen als een partijtje vrij worstelen van Wilders met D66 dat immers hun favoriete schietschijf is. Maar het is onjuist om deze tweet te lezen als ‘anti-D66-tweet’. Want het is een anti-islam-tweet. Het bericht gaat niet over D66, maar over de islam. Wilders wil dat het als anti-D66-tweet wordt geframed waarin hij zijn meer controversiële anti-islam boodschap ‘netjes’ kan verpakken. Het valt niet in te zien waar het hatelijk gedrag tegenover een politieke partij als D66 uit zou bestaan. De reden die Twitter daarover aanvoert zegt niets over hatelijk gedrag tegenover een politieke partij. Maar wel over dat gedrag tegenover mensen op basis van onder meer ras, nationaliteit, geloof en etniciteit.

Wie de koppen in de media over de schorsing leest ziet dat het Geert Wilders evenals de spindoctors en waterdragers van de PVV gelukt is om hun framing aan de media op te leggen. Ze kunnen lachen in hun vuistje. Wilders kan in de slachtofferrol kruipen zonder dat zijn racistisch en discriminerend gedrag aan de kaak wordt gesteld. De schorsing door Twitter wordt niet genoemd wat het echt is en zoals het in de richtlijnen van Twitter over hatelijk gedrag verwoord wordt. Media als NOS en RTL Nieuws trappen in Wilders’ framing en missen de essentie van zijn tweet. Ze zijn in de val getrapt en doorgronden niet wat er staat.

Zonder nadenken maken media van een anti-islam-tweet een anti-D66-tweet. Zalig is het land waar de media slapend hun werk doen en zich de framing door Wilders van een tweet domweg in de maag laten splitsen.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelBLOCK! Twitter bant Geert Wilders vanwege “haatzaaiende” anti-D66-tweet’ op DDS, 31 mei 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelWilders: geblokkeerd door Twitter na bericht over D66’ op NOS, 31 mei 2019.

Foto 3: Schermafbeelding van deel artikelWilders: geblokkeerd door Twitter na bericht over D66’ op RTL Nieuws, 31 mei 2019.

Wierd Duk zit klem tussen activisme en journalistiek. Hij ontkent wat hij nuanceert: ‘De islam wordt Nederland door de strot geduwd’

We horen het van een ander, namelijk Wierd Duk van De Telegraaf. Hij maakt een artikel over ‘Marokkanen en Turken die zich als ’seculiere Nederlander’ identificeren’. Wat Duk met ‘seculiere Nederlander‘ bedoelt is onduidelijk en waarom hij de term tussen enkele aanhalingstekens zet is evenmin duidelijk. Het vermoeden bestaat dat hij doet omdat het afwijkt van het normale gebruik, zoals de Taalunie in een omschrijving uitlegt. Het is echter weinig zinvol om ex-moslims ‘seculier’ te noemen omdat ze dat niet meer of minder zijn dan moslims. Het secularisme biedt leden van alle religies en levensovertuigingen in gelijke mate dezelfde plek onder de bescherming van de rechtsstaat. Hoewel Duk het ongetwijfeld goed bedoelt en hij het opneemt voor ex-moslims, pakt zijn inaccurate apartheid negatief uit voor de acceptatie van en de bewustwording over het secularisme. In zijn duiding stelt hij ‘seculier’ gelijk aan atheïstisch. Dat is een misvatting. Het secularisme is pro-atheïstisch noch anti-religieus. Het is volkomen neutraal tegenover alle religies en levensovertuigingen.

Deze kanttekening is van belang omdat Duk een terecht punt over afsplitsing en scheuring maakt dat hem op andere wijze zelf verweten kan worden als hij een valse tegenstelling tussen religie en niet-religie binnen het secularisme introduceert. Als rechtvaardiging kan opgemerkt worden dat Duk miskleunt in commissie omdat sociale wetenschappers vaak evenmin lijken te doorgronden wat het secularisme in de kern inhoudt.

Duk constateert dat ex-moslims en niet-belijdende moslims van wie het de vraag is in hoeverre ze zijn te vereenzelvigen met de islam in de Nederlandse samenleving op een hoop worden geveegd met moslims. Een onderzoek van Advokaat en De Graaf (2001) houdt een percentage van 15% van moslims die de islam verlaten. Actualisatie van de oude cijfers is nodig om te kijken of dat percentage nog juist is en niet verder opgelopen is. ‘Vernederlandsing’, emancipatie en integratie van een deel van de moslims is hoe dan ook een feit.

Het aantal moslims wordt door het CBS sinds 2005 op 850.000 geschat. Dit aantal is vermoedelijk licht aan het dalen door de secularisatie van de tweede generatie, zoals alle religies in Nederland teruglopen in aanhang. In de schatting van het aantal belijdende moslims komt een Gronings onderzoek van Leemhuis en Blank uit 2007 tot 200.000 praktiserende moslims. Het leert dat uit dit type statistieken alles kan blijken.

Zo wordt niet alleen het aantal belijdende moslims dat Nederland telt veel te hoog ingeschat, maar worden de ex-moslims zowel door de eigen sociale omgeving als door de Nederlandse samenleving gevangen gehouden in een beeldvorming waaraan ze slechts met moeite kunnen ontsnappen. Hun identiteit als ex-moslim wordt niet ten volle geaccepteerd. Vraag is welk mechanisme die foutieve beeldvorming stuurt. Te denken valt aan betrokkenen die er belang bij hebben om het aantal moslims te hoog in te schatten en de diversiteit ervan te miskennen, zoals radicaal-rechtse partijen (PVV, FvD) en de directe opposanten ervan (D66, GroenLinks), de welzijnsindustrie die betaald wordt voor ondersteuning, conservatieve/ fundamentalistische islamorganisaties die de achterban graag groter voorstellen dan die werkelijk is. Vijandbeeld en zelfpromotie ontmoeten elkaar.

Illustratief is het citaat van de Marokkaanse-Nederlandse student Massin Ayoub Essaguiar dat Duk invoegt: ‘Ik vind dat ik vanuit mijn positie moet belichten wat ex-moslims doormaken, ook degenen die zijn gevlucht uit het Midden-Oosten. Nederland zou, net als de Verenigde Staten, Canada en Australië, een instelling moeten hebben die zich om ex-moslims bekommert.’ Volgens Essaguiar bekommert Nederland zich niet om ex-moslims, maar laat ze die in de steek. Essaguiars verklaring of Duks toevoeging is dat in Nederland ‘mensen met een islamitische achtergrond’ niet benaderd worden als individu, maar als een collectief. De eveneens Marrokaans-Nederlandse Samirrha Tarrass spitst het toe: ‘Vooral linkse politici en media hebben er een handje van om ons als collectief neer te zetten: Marokkanen zijn allemaal moslim én slachtoffer en vormen één grote familie.’ Dat komt echter niet overeen met de retoriek van de PVV die al jarenlang hamert op het vijandbeeld van ‘de Marokkanen’, waarmee moslims worden bedoeld. Het is niet constructief van Duk om dit complexe en gevoelige onderwerp te politiseren en eenzijdig te framen omdat hij hiermee een foutieve beeldvorming hoogstens vervangt door zijn eigen foutieve beeldvorming. Daar schat Nederland niks mee op in het tackelen van dit probleem van ex-moslims die maatschappelijk en politiek onvoldoende worden erkend.

De PVV en FvD zouden zich hard kunnen maken voor programma’s die de vernederlandsing van moslims of migranten in het algemeen bevordert. Maar dat doen ze niet. Dit roept de vraag op of deze partijen het belangrijker vinden om een vijandbeeld in stand te houden of om waar mogelijk met beleidsmaatregelen de islamisering terug te dringen. Al is het maar in de beeldvorming. De radicaal-rechtse activistische journalist Duk onttrekt zich niet aan deze wetmatigheid en framing van identiteit als een maatschappelijk probleem.

Hoe kan dat terugdringen gebeuren? Te denken valt aan programma’s die de Nederlandse taal en cultuur bevorderen. Daartoe kunnen de budgetten voor onderwijs en kunst verhoogd worden. Ook valt te denken aan onderwijsprogramma’s en mediacampagne’s die voorlichting geven over de voordelen van de open samenleving, de Europese beschaving, de universele mensenrechten en het belang van de politieke filosofie van het secularisme dat onder garantie van de overheid religies en levensovertuigingen gelijk behandelt.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikel ‘De islam wordt Nederland door de strot geduwd’ van Wierd Duk in De Telegraaf, 23 mei 2019.

Foto 2: Ehsan Jami met T-shirt, 2007.

Foto 3: Campagnemateriaal van de Duitse Raad van ex-moslims. Opgenomen in het commentaarMoslims moeten leren dat er volgens de wet ex-moslims bestaan’ van 3 december 2012.

Meeus waarschuwt de media, ze moeten Baudet checken op wat hij kan. Diens ereplaats in het narcistenkartel is een doodlopende weg

Aldus de conclusie van de zaterdagse column in NRC over Haagse politiek van Tom-Jan Meeus. Hij verwijt niet zozeer ultra-rechtse partijen als de PVV of FvD dat ze er een potje van maken (wat ze doen), maar dat de media daar geen goed verslag van doen. Daarin heeft Meeus gelijk. Het is een terugkerend verwijt aan de gevestigde media dat ik onder meer hier, hier en hier heb verwoord. Ik schreef in maart 2017 in een commentaar: ‘Baudet is even weinig elitair als Donald Trump en even tegenstrijdig in zijn houding daarover. Goede voornemens om het moeras droog te leggen, maar in de praktijk pakt het volledig tegenovergesteld uit. Wie Baudet en Hiddema de afgelopen maanden heeft zien opereren kon gewaarschuwd zijn en zal niet verrast zijn dat deze twee heren bij uitstek vertegenwoordigers van het establishment zijn. Alleen, binnen het establishment heerst een strenge hierarchie waar Baudet en Hiddema zich nu proberen in te vechten. Met het volk heeft dat niets te maken, maar vooral met hun eigenbelang en carrière. Ambitie is menselijk en geen schande, maar meer moeten we er niet van maken. Baudet gaat voor Baudet. De rest is bijzaak.’

Meeus voegt er een ander dimensie aan toe, namelijk politiek vakmanschap en kennis. Wat kan Baudet? Want iedereen kan zich politicus noemen, maar niet iedereen die zich politicus noemt bezit het vakmanschap en de kennis die een politicus succesvol maakt. Baudet is weliswaar een jonge, beginnende politicus en moet de kans gegeven worden om te groeien in zijn vak, maar na drie jaar FvD als politieke partij kunnen de media hem toch de vraag gaan stellen in hoeverre hij is gevorderd in het onder de knie krijgen van het vak politicus.

Is de fundamentele zwakte van Baudet niet zijn wegvluchten in vergezichten en filosofieën om te verhullen dat hij als politicus nauwelijks vordert in zijn vakmanschap? Zo laadt Baudet net als Trump de sterke verdenking op zich dat hij uitblinkt in grootspraak, narcisme, vergezichten, onheilsfantasieën, toekomstplannen en het gooien van verbale bommetjes, maar tamelijk vruchteloos is in het bedrijven van praktische politiek en het realiseren van zijn kernpunten. Hoewel dat bij Trump genuanceerd ligt, bijvoorbeeld in het slinks en succesvol benoemen van rechtse rechters. Geert Wilders heeft zich verregaand geïsoleerd in een vlucht naar de marge, Thierry Baudet wacht hetzelfde lot als hij niet tijdig tot inkeer én inzicht komt en hersenschimmen inwisselt voor doorzettingsvermogen, grilligheid voor vakkundigheid en eigenliefde voor inlevingsvermogen.

Foto: Schermafbeelding van deel columnHoe de crisis in FVD bewijst dat media in campagnetijd hun taken verzaken; Deze week: Baudet en zijn plaats in het narcistenkartel. Ofwel: grote vragen voor politiek en media na de crisis in Forum voor Democratie’ van Tom-Jan Meeus in NRC, 27 april 2019.