George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Geert Wilders

Relatie ras en IQ: FvD speelt agressief op de aanval en gaat voorbij aan wat het zegt

with 3 comments

Het rechtse De Dagelijkse Standaard (DDS) is Forum voor Democratie (FvD) gunstig gezind. Dat vertaalt zich in verslaggeving waarbij partijleider Thierry Baudet steevast wordt afgeschilderd als een sterk leider die het als een Robin Hood tegen de rest van de politiek opneemt. Zoals in een verslag van Tim Engelbart over een verkiezingsdebat in Amsterdam. Maar de werkelijkheid is dat Baudet juist geen standvastig leider is, maar een politicus die steeds weer op uitspraken terugkomt. Mijn reactie die ik aan DDS heb aangeboden:

Partijleider Thierry Baudet nam in een recent openbaar gesprek met Femke Halsema geen afstand van de relatie tussen ras en IQ. Baudet heeft de kans laten lopen om afstand te nemen van racistische denkbeelden waarmee de partijtop van FvD wordt geassocieerd. Baudet heeft wind gezaaid en oogst nu storm. Dat heeft hij volledig aan zichzelf te wijten.

De Amsterdamse nummer 2 van de partij Yernaz Ramautarsing neemt nu met veel misbaar afstand van zijn uitspraken die hij in een Brandpuntplus-uitzending van juni 2016 deed: ‘Door IQ-testen weten we het gemiddelde IQ van bevolkingen. En wat blijkt? Er is een verschil in IQ tussen volkeren. Dat is wetenschappelijk bewezen’.

Of de relatie tussen ras en IQ wetenschappelijk bewezen is, is echter nog maar helemaal de vraag. Ramautarsing neemt dat veel te makkelijk als waar aan. Zijn uitspraak dat dit wetenschappelijk bewezen is of de uitspraak van Baudet in het gesprek met Halsema dat hij zich niet in een wetenschappelijke discussie wil mengen, roept vooral vragen op over de onderbouwing van de claim. Baudet mengde zich overigens nog onlangs in een wetenschappelijk debat over het klimaat met weerman Gerrit Hiemstra. Waarom mengt Baudet zich niet in een wetenschappelijk debat over ras en IQ, maar wel over het klimaat? Klimaatdeskundige is Baudet niet, maar toch meende hij zich in deze wetenschappelijke discussie over het klimaat te moeten mengen. Over het onderwerp ras en IQ zou Baudet ineens belemmeringen zien om zich er wetenschappelijk over uit te spreken.

Maar het is nog een tikkeltje schever dan Baudet het voorstelt. Want op het wetenschappelijk bewijs waar Yernaz Ramautarsing naar verwijst is veel af te dingen. De relatie tussen ras en IQ is geen volgens een wetenschappelijke methode vastgelegde theorie die gefalsificeerd kan worden, maar vooral het resultaat van politiek activisme van de inmiddels overleden Canadese psycholoog John Philippe Rushton en de Amerikaanse psycholoog Arthur Jensen. Daarna overgenomen door hedendaagse activisten. Veelzeggend is dat Jensen voor zijn onderzoek werd gefinancierd door het Pioneer Fund dat een promotor van witte suprematie was. Op z’n minst valt te zeggen dat de bevindingen van Rushton en Jensen politiek gekleurd waren en hun gebruikte methodiek betwistbaar was.

Er kondigt zich binnen de top van FvD telkens een zelfde patroon aan. Er worden harde uitspraken gedaan waarvan het de vraag is hoe sterk ze onderbouwd zijn en of ze meer met verbeelding dan de werkelijkheid te maken hebben. Als er kritiek op die uitspraken komt dan treedt binnen de top van FvD een verdedigingsmechanisme in werking en nemen de beeldbepalende politici van FvD geen verantwoordelijkheid voor hun uitspraken. Ze leggen de schuld bij degene die FvD aanklaagt en lopen weg voor wat ze eerder zo stellig beweerden.

Of de media hebben het verkeerd begrepen of stellen de standpunten van FvD bewust verkeerd voor. Of de andere politieke partijen zouden met hun ‘partijkartel’ FvD buiten de kern van de macht willen houden. Of FvD heeft het niet serieus bedoeld, de uitspraak was als grap of provocatie bedoeld. Of FvD kiest de aanval en ontkent wat het zelf heeft gezegd. Zoals Yernaz Ramautarsing nu doet die blijkbaar is vergeten dat wat hij in de uitzending van Brandpunt zei is vastgelegd.

FvD verliest hiermee aan geloofwaardigheid. Want zelfs voor de sympathisanten van deze partij kan er op een gegeven moment een grens aan de leugens komen. Kiezers houden van harde standpunten en een partij die daar standvastig voor blijft staan en zelf verantwoordelijkheid voor neemt. Zoals Geert Wilders consequent met zijn uitspraken over de islam doet. Men kan het er om politieke redenen mee oneens zijn, maar het is wel volhardend en consequent, en geeft in zekere zin betrouwbaarheid voor de kiezer. Bij de PVV weet de kiezer waar de partij voor staat. Bij FvD is dat in steeds mindere mate het geval omdat FvD als de hitte in de politieke keuken te hoog wordt dreigt terug te komen op ingenomen standpunten.

De kiezer zal dat in zekere zin begrijpen omdat deze hoe dan ook geen hoge pet opheeft van politici die worden geassocieerd met de kunst van het bedrog, de leugen en de verbroken belofte. Maar door hieraan mee te doen verklaart FvD zich als een traditionele partij die onderdeel uitmaakt van het ‘partijkartel’ en waartegen het claimt zich te verzetten, en ondermijnt het de eigen betrouwbaarheid voor de kiezer.

FvD handelt in het omgaan met kritiek zoals president Trump doet of de Amerikaanse alt-right beweging. In een vlucht naar voren weerlegt het een doorgeprikte leugen met een nieuwe leugen die nog verder van de waarheid verwijderd is. Trump is in een jaar tijd al op 2000 leugens of misleidende claims betrapt. Dit soort confrontatie kan op de korte termijn een doelmatige tactiek zijn om een kern van aanhangers vast te houden, maar is ook een doodlopende weg omdat het kiezers kan afschrikken omdat ze beseffen dat FvD zich hiermee isoleert en buitensluit van de politiek.

Daarbij komt dat FvD op dit moment mentaal in de agressiestand blijft staan en niet zoals andere partijen de indruk geeft dat het het vermogen heeft om naargelang de politiek situatie te schakelen tussen verschillende spelsystemen. Bij een nieuwkomer kan dat in het begin als voordeel gezien worden, maar verkeert het in het nadeel als er gemanoeuvreerd moet worden om de eigen positie zo optimaal mogelijk te behartigen. Maar die weg heeft FvD dan afgesneden. De huidige onrust in de partij gaat ook over dat gebrek aan flexibiliteit en souplesse. Want net zoals bij voetbal het agressief op de aanval spelen niet altijd loont, is dat in de politiek niet anders.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelVideo! Debat tussen Asscher en Baudet ontaardt in chaos; boze Yernaz Ramautarsing stormt het podium op’ van Tim Engelbart voor DDS, 10 februari 2018.

Advertenties

Kritiek op de gebrekkige partijdemocratie bij FvD dekt vooralsnog het debat over de politieke verschillen binnen de partij toe

with one comment

Het lijkt erop dat alle kaderleden die nu als lemmingen FvD verlaten geen kritiek hebben op de koers van de partij. Vandaag is het Susan Teunissen die na Baudet en Hiddema, nummer drie op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer stond. In elk geval als er de politieke koers mee bedoeld wordt. Punt van kritiek van deze spijtoptanten zoals ze dat nu naar buiten brengen is het gebrek aan interne democratie van FvD, maar niet de extreem-rechtse stellingname of de contacten van Baudet met Europese of Amerikaanse rechts-extremisten.

Het is mogelijk dat dit politieke geschil van mening bij spijtoptanten aanwezig is, maar ze het op dit moment te complex vinden om dat zo te benoemen en hun kop uit te steken. Het is makkelijker om het over de boeg van de interne democratie te gooien. Maar het zou toevallig zijn als er geen politiek verschil bestaat tussen de partijverlaters (Robert de Haze Winkelman, Betty Jo Wevers, Kees Eldering) en de politieke koers van FvD.

Emeritus hoogleraar Frank Ankersmit die lijstduwer, maar geen lid was heeft in november 2017 de partij de rug toegekeerd. Hij had wel inhoudelijke kritiek. In een bericht in het DVHN zei hij over partijleider Thierry Baudet: ‘Hij vertelde dat Nederland terug moet naar 1850. Dat vind ik geen goed uitgangspunt voor een politieke partij. Dat gaat mij veel te ver.’ Dat was niet de partijvernieuwing waar Ankersmit op hoopte, maar naar zijn idee het omgekeerde: nostalgische teruggang naar de 19de eeuw. Maar hij lardeerde dat vervolgens toch ook weer met het gebrek aan interne democratie bij FvD. DVHN over Ankersmit: ‘Hij vindt het ook ernstig dat Baudet ervan wordt beticht dat hij geen democratie toestaat in het bestuur van zijn partij, ‘terwijl hij naar buiten toe democratisering hoog in het vaandel heeft staan’. ,,Dat is een wonderlijke constructie.’’

Zo kan de verwijzing naar het gebrek aan interne democratie en de vermeende almacht van het bestuur met penningmeester Henk Otten als spin in het web een containerbegrip voor alle soorten onrust worden. Er lijkt vooralsnog geen richtingenstrijd uitgebroken binnen FvD. Maar uitsluitsel dat dit niet zo is bestaat niet. Want het één kan uit het ander volgen. Als er namelijk geen interne democratie binnen een politieke partij is, dan is er ook geen open debat mogelijk over de politieke koers waarin accentverschillen, nuanceringen, facties, richtingen of stromingen tot uiting komen. Zonder open debat kan een politiek verschil zich niet openbaren.

Dat FvD een partij met een rechts-nationalistische agenda is lijkt wel duidelijk. Zoals minister Ollongren in haar Ien Dales-lezing zei gaat FvD verder waar de PVV stopt. Met als gevolg dat leden die in 2017 door Baudet werden voorgespiegeld dat FvD een fatsoenlijk en maatschappelijk aanvaardbaar alternatief voor de PVV was, zich nu realiseren dat FvD extremere standpunten over ras en afkomst inneemt dan Geert Wilders. En als ze zich het niet realiseren kunnen ze er door hun omgeving op aangesproken worden. De PVV lijkt nu – op het netelige islam-standpunt na – het fatsoenlijke en maatschappelijk aanvaardbare alternatief voor FvD te zijn.

Het is lastig voor leden van FvD die beseffen dat ze zich bij de verkeerde partij hebben aangesloten om dat volmondig toe te geven. Daarmee tornen ze aan hun eigen oordeel dat verkeerd was. Om dat verschil te overbruggen gooien ze hun verschil van mening met de partij (en het gebrek aan harmonie met zichzelf) niet op hun verkeerde inschatting en de rechts-extremistische koers van FvD (die zich in 2017 al aankondigde en in 2018 duidelijk naar buiten kwam), maar op het gebrek aan interne democratie en een dictatoriaal bestuur dat als een duiveltje uit een doosje en buiten hun schuld de volle verantwoordelijkheid van FvD zou zijn.

Foto: Tweet van Susan Theunissen met eigen reactie, 9 februari 2018.

Kwestie Henk van Deún en de ULU-moskee: Het simplisme van DutchTurks steekt dat van de PVV naar de kroon

leave a comment »

In het opinie-artikelHet PVV-gif in de samenleving is het product van pro-israëlische haatgroepen’ op het ‘Turks-Nederlandse’ DutchTurks bestrijdt Volkan simplisme met simplisme. Hij is naar eigen zeggen ‘Political reporter, blogger, concerned citizen’. Het blog zegt over zichzelfeen multicultureel en multireligieus platform dat een niche opvult, als er al gesproken kan worden van links of rechts, aan de linkerzijde van het mediaspectrum.’ Of dat betekent dat DutchTurks zich ook links van het politieke spectrum plaatst is de vraag.

Het stuk van Volkan gaat in op een uitspraak van de lijsttrekker van de PVV in Utrecht Henk van Deún voor de gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart 2017. Van Deun zei in een radiointerview voor Bingo FM dat hij de Utrechtse ULU-moskee liever ziet afbranden. Van Deún nam achteraf afstand van zijn uitspraken die hij ‘onhandig’ noemde. Raadsleden van diverse partijen spraken hun afkeuring uit over de uitspraak van de PVV’er waar een ongeoorloofde oproep tot geweld in werd gezien. De ULU-moskee wordt beheerd door de Islamitische Stichting Nederland (een tak van het soennitisch-Turkse directoraat Diyanet), aldus Wikipedia.

Maar de opinie van Volkan gaat verder dan nodig is om de uitspraak van Van Deún af te wijzen en in een context te plaatsen. Hij overtreft de rancune van Van Deún met zijn eigen rancune. Of onmacht. In zijn opinie maakt Volkan het nog bonter dan Van Deún. Dat is niet mis, want het is een hele prestatie om de domme uitspraak van Van Deún in dommigheid en blinde haat te overtreffen. Maar het lukt Volkan. Dat geeft te denken over de democratische gezindheid, het gezond verstand en de journalistieke koers van DutchTurks.

Kritiek op Volkans opinie is tweeledig. Die is impliciet antisemitisch door het gebruik van verwijzingen als ‘pro-israëlische haatgroepen’ en een opsomming van joodse opinieleiders die ‘islamofoob’ zouden zijn. Volkan censureert zichzelf door ‘joods’ ‘Israëlitisch’ te noemen. Dat verandert niets aan het antisemitisme dat uit zijn opinie spreekt. Zijn benadering is eerder cultureel dan politiek. Zelfs de plichtmatige verwijzing naar de Joodse George Soros onthoudt Volkan ons niet. De nuancering die in Volkans opinie ontbreekt is dat de Hongaars-Amerikaanse Soros Kop-van-jut van aanhangers van alt-right, neo-nazi’s of Trumps achterban is.

Volkan mist de tweedeling binnen extreem-rechts over Israël en de acceptatie van Joden. Dat varieert van de omarming van Israël die vaak vanuit een christelijke invalshoek wordt beredeneerd tot een afwijzing die joden niet accepteert als wit. In de reacties bij een commentaar over Leon de Winter geef ik verwijzingen naar dat debat. Volkan mist dat er een oorlog of op zijn best gewapende vrede bestaat tussen de Joden en de niet-Joden binnen de regering Trump. Volkan zal het niet willen toegeven of ten volle beseffen, maar met zijn starre opinie zonder grijstinten zit hij op dezelfde lijn als de Daily Stormer, Steve Bannon of Richard Spencer.

Groepsdenken over moslims door radicaal-rechts geeft geen afdoende verklaring omdat het voorbijgaat aan nuances tussen en individualisering van moslims. Groepsdenken door moslims is evenzeer contra-productief en zinloos omdat het voorbijgaat aan de gelaagdheid en verscheidenheid van de wereld. Volkan redeneert net als Henk van Deún en andere scherpslijpers volgens een zwart/wit-schema dat alles omvat. Daarmee poetst hij wat niet in zijn kraampje komt uit zijn betoog weg dat daarom geen weergave is van wat er werkelijk aan de hand is. Zoals het zo goed als in de steek laten van de Palestijnen door de Arabische wereld. Gelukkig vormen hardliners als Volkan, Van Deún, Wilders of Baudet een minderheid. Ze moeten het met hun retoriek hebben van het aandikken van het onderlinge verschil met hun tegenpool aan de andere kant van het politieke spectrum. Maar de wijsheid en de nuancering liggen in het midden. Noch bij Henk van Deún, noch bij Volkan.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘Het PVV-gif in de samenleving is het product van pro-israëlische haatgroepen’ van Volkan op DutchTurks, 9 januari 2018.

Wild, Wilder, Wilders

with one comment

Woorden krijgen betekenis in de nabijheid van andere woorden. Ze sturen en beïnvloeden elkaar. Middelpunt is de achternaam van de vakkundige Oostenrijks-Amerikaanse filmregisseur Billy Wilder (1906-2002). Geert Wilders is twee stappen verwijderd van twee kinderen met een dode tijger in Java, 1914. De laatste tijger als Wild. Door de opsomming van drie begrippen worden we geleid naar het idee om er een opeenvolging van drie begrippen in te zien: these, antithese, synthese. De dialectiek die werd aangewend door onder meer Hegel en Marx. Een tegenstelling wordt opgeheven in de ’sluitende’ samenstelling. Dat is een in zichzelf draaiende en afgesloten argumentatie. Wild (betekenisniet tam; ongetemd; niet veredeld; primitief; woest, ruw; ongeregeld) en Wilder (elegantie; cynisme, humor en wereldwijsheid) wordt onontkoombaar tot Wilders. Of we dat nou willen of niet. Een vleugje ongetemd, primitief en ongeregeld met een vleugje Weense elegantie en cynisme wordt een Nederlandse rechts-populistische politicus. Of redeneren we nou ins Blaue hinein?

Foto: Twee kinderen van de administrateur van tabaksonderneming Gedong Jehore in Deli met een dode tijger, circa 1914.

Written by George Knight

14 januari 2018 at 16:04

PVV benadeelt zichzelf door defensief te zijn over kunst en cultuur

leave a comment »

De PVV doet mee aan de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018 in Utrecht en publiceert een verkiezingsprogramma met de titel ‘Utrecht weer van ons’ dat nog niet digitaal te vinden is. Hoe dan ook maakt de website van de PVV een rommelige, niet actuele en weinig slagvaardige indruk. Als dat illustratief is voor de PVV, dan ziet het er slecht uit voor de partij. Wel is er uit 2015 het verkiezingsprogramma van de provinciale PVV Utrecht. Dat bevat de bovenstaande paragraaf Cultuur. Omdat de PVV zich onveranderlijk opstelt is dat een eerste indicatie voor wat het voor de stad Utrecht in petto heeft. Ik twijfel bij verkiezingen elke keer weer of ik ga stemmen en zo ja, op welke partij. Maar als inwoner van de stad Utrecht weet ik nu al één ding absoluut zeker, ik stem niet op de PVV. Voor lezers van dit blog zal dat geen verrassing zijn.

Neem bovenstaande paragraaf die begint met een alinea vol foute en impliciete aannames. Nederland is geen land met joods-christelijke wortels. Tot diep in de 19de eeuw werden joden uitgesloten en gediscrimineerd. Ze hadden niets in de melk te brokkelen en hun invloed drong politiek of maatschappelijk niet door tot de hoofdstroom. Datzelfde gold voor de katholieken die in de tijden dat Nederland zich als natie vormde hooguit getolereerd werden. Als met ‘humanistische wortels‘ de Verlichting bedoeld wordt dan valt nog enigszins te beredeneren waar volgens de PVV de scheiding van kerk en staat vandaan komt. Dat die scheiding mede zou voortkomen uit de joods-christelijke wortels maakt het er weer onbegrijpelijk op. Of er moet mee bedoeld worden dat aan de basis van de Verlichting christelijke denkers stonden die een proces op gang hielpen dat uiteindelijk leidde tot de scheiding van kerk en staat. Maar dat moest dan wel eerst voor de poorten van de hel uit de machtsgreep van de christelijke lobby van die tijd weggesleept worden. Vrijwillig ging dat niet. Dat de PVV de scheiding van kerk en staat niet beschermt, maar afbreekt blijkt uit de bruuske bejegening door de PVV van de islam. Om dat te rechtvaardigen wordt zoals bekend door de PVV de islam geen godsdienst, maar een ideologie genoemd. Dat slaat echter dood omdat elke godsdienst door de leerstellingen een ideologie is.

De PVV zegt voor de bescherming van het nationaal cultureel erfgoed in Utrecht te zijn. Dat lijkt zich te beperken tot landschappen en molens. Dat speelt zich af op het gebied van de materiële monumentenzorg. De PVV plaatst dat in het verlengde van het geschiedenisonderwijs, de openstelling en de vermarkting van de monumenten en de landschappen. Het is overigens de vraag of meer bezoek van monumenten altijd tot hogere recettes leidt vanwege de meerkosten om dat te beheersen. Daarnaast getuigt het van een buitenissige opvatting dat openstelling van monumenten een voorwaarde voor subsidie is. Sommige monumenten zijn te weerloos om ze voor een breed publiek openbaar toegankelijk te maken en ‘aan te laten raken’.

Utrechts kandidatuur van de Culturele Hoofdstad van Europa 2018 was zeker geen succes. Utrecht viel in de eerste ronde af, net als Den Haag. In een volgende ronde vielen Brabantstad (Eindhoven) en Maastricht af. Dat is het risico van een competitie waar er maar één kan winnen. In dit geval was dat het Friese Leeuwarden. Dat de gemeente Utrecht hieraan ‘vele miljoenen’ heeft besteed is niet terug te vinden in de documentatie, maar alleen in de fantasie van de PVV. Volgen een bericht van RTV Utrecht waren de promotiekosten 1,2 miljoen euro. Dat is geen geld dat aan kunst besteed is, maar het zijn projectkosten die juist deels aan de reguliere kunstbegroting werden onttrokken. Een en ander speelt zich af op het gebied van stadspromotie, marketing, ‘gastvrijheidseconomie’ en toerisme. Dat is de plaag die tegenwoordig kunstprojecten overspoelt, om niet te zeggen wegspoelt. Zoals het commercieel succesvolle, maar inhoudelijk voorspelbare en in veel gevallen platvloerse en te nadrukkelijk door marketing gedreven jubileumjaar 2017 van De Stijl illustreert.

Kritiek op de Vrede van Utrecht is zinvoller, maar wordt verkeerd gericht. Dat kostte 27,5 en mogelijk 35 miljoen euro, zoals dit bericht uit 2013 van de SP verduidelijkt. Maar het is te kort door de bocht van de PVV om dat door associatie te koppelen aan ‘kunstsubsidie’, omdat het hier ook voornamelijk ging om kosten voor stadspromotie, marketing, ‘gastvrijheidseconomie’ en toerisme. De toegenomen stroom toeristen naar Utrecht lijkt hier een gevolg van te zijn. De vraag die de PVV niet stelt is of tot die diepte-investering in stadspromotie en toerisme in 2012 wel besloten had moeten worden vanwege de ongewenste neveneffecten die zich nu openbaren. Utrecht wordt in navolging van Amsterdam steeds meer overspoeld door massaal toerisme. Dit heeft onder meer geleid tot onbeheersbaarheid van verkeersstromen (probleem parkeerplekken fietsen), café’s en restaurants en de Airbnb-verhuur in woonwijken. Utrechts gemeentebestuur heeft mede door dit beleid dat leidde tot een exponentiële toename van het bezoek de grip op delen van de stad verloren.

Het is een slecht doordacht uitgangspunt van de PVV dat overheidssubsidies altijd een tijdelijk karakter hebben. Het onderwijs en het openbaar vervoer worden door overheidssubsidies in de lucht gehouden. Wie doorklikt op de externe link ‘Subsidies van de overheid’ bij het lemma ‘Subsidie’ op Wikipedia komt terecht op het ondernemersplein voor bedrijven. Landbouwsubsidies zijn eveneens doorgaans structureel.

Het is jammer dat de PVV zich defensief opstelt als het om kunst en cultuur gaat. De partij gaat voorbij aan de positieve rol die Nederlandse kunstenaars voor de nationale identiteit, de sociale cohesie en het thuisgevoel kunnen spelen. Elementen die de PVV in beginsel aanspreken. De partij laat zich telkens weer afleiden door de dwanggedachte dat kunstenaars lid van een linkse kerk zijn en zich tegen de PVV zouden richten. Maar als de partij kunst een grotere rol zou durven geven, dan zou de PVV zich positief kunnen onderscheiden van andere partijen. En aan steun winnen. Want die gaan evenmin ruimhartig om met kunst en cultuur die ze op de koop toe nemen. Voor de PVV zou kunst een onderwerp kunnen zijn om zich positief te onderscheiden, zoals de partij dat bij dierenwelzijn ook deed. Datzelfde geldt voor kunst in het algemeen. In Frankrijk en Duitsland wordt kunst actief ingezet voor het tot stand brengen van verbinding tussen burgers. Precies wat de PVV ook beoogt, maar koudwatervrees om dat via kunst en cultuur te doen blijft de partij onvoordelig in de weg zitten.

Foto: Schermafbeelding van paragraaf ‘Cultuur’ uit ‘Verkiezingsprogramma 2015-2019 ‘Nee tegen windmolens’’, van de provinciale PVV Utrecht, 2015.

Gevestigde media verantwoorden zich voor hun buitensporige aandacht voor Baudet. Maar ze geven verkeerde argumenten

with 4 comments

De weinig kritische aandacht voor Baudet van de gevestigde media is een terugkerend thema. In NRC vroeg econoom en columnist (onlangs gestopt) Coen Teulings zich af waarom NRC zoveel kritiekloze aandacht aan Baudet besteedt. NRC-ombudsman Sjoerd de Jong had er geen goed antwoord op. Ik vraag het me ook herhaaldelijk af. Verzaken de media hun plicht in de berichtgeving? De Jong tekent de reactie van chef Den Haag René Moerland op: ‘Wij zijn er niet om politici groot of klein te maken, we willen nieuwsgierig en kritisch zijn tegenover iedereen’. Dat eerste klopt, maar dat tweede staat juist ter discussie. Want het lijkt er sterk op dat in de berichtgeving de gevestigde  media juist niet kritisch genoeg zijn tegenover Baudet en zijn partij.

Wat is dat voor mechanisme van de media om zoveel aandacht aan Baudet te besteden? Ook nog kritiekloos. De 2,5 maal zo sterk in de Tweede Kamer vertegenwoordigde PvdD krijgt minder media aandacht.

Naast de juridische invalshoek van Mihai Martoiu Ticu in zijn open brief aan de hoofdredacteur Philippe Remarque van De Volkskrant is er een politiek-filosofische invalshoek die te maken heeft met de weerbare democratie. Zoals dat door Bastiaan Rijpkema onder de aandacht wordt gebracht in het publieke debat. Deze opvatting houdt in dat een weerbare democratie grenzen dient te stellen aan anti-democratische krachten. Vooralsnog is dat geen kwestie van tijdig ingrijpen om een politieke partij als FvD te verbieden, maar van bewustwording en signalering om te beseffen dat een politicus die zich buiten het politieke spectrum begeeft en niet ondubbelzinnig de democratische instituties steunt een gevaar voor die democratie kan worden.

Het is niet gezegd dat de politiek leider Thierry Baudet op dit volledig samenvalt met zo’n anti-democratische kracht, maar met zijn gedachtengoed leunt hij wel stevig aan tegen radicaal gedachtengoed zoals dat door nationalisten, populisten en de nihilisten van de alt-right beweging wordt vertegenwoordigd. Dat zou de Nederlandse journalistiek kritisch en alert moeten maken, maar dat gebeurt op dit moment onvoldoende.

Hoewel het er raakvlakken mee heeft, gaat de koers van FvD voorbij aan het traditionele rechts-conservatisme dat de status quo verdedigt. Baudet wil juist de gevestigde orde omver schoppen zonder dat hij overigens duidelijk maakt wat daarvoor in de plaats moet komen. Of men moet de mantra over de natiestaat Nederland die het autonoom rooit in een financiële, economische, politieke en militaire arena vol concurrente krachten een geloofwaardig en consistent verhaal vinden. Met politiek realisme heeft het echter weinig te maken.

Waarom stellen interviewers Baudet geen kritische vragen over zijn ideologie? Waarom stellen de interviewers Baudet geen kritische vragen over zijn contacten in rechts-radicale kringen? Waarom is er nog steeds geen achtergrondartikel verschenen dat deze rechtse en nihilistische contacten gedetailleerd in kaart brengt? Waarom vragen interviewers -die zich politiek, economisch en militair geschoold hebben- niet door over de onhaalbaarheid van een zelfstandige natiestaat Nederland die weerloos, machteloos en krachteloos zal zijn tussen de eigen multinationals, bevriende en vijandige naties of supranationale organisaties (IMF, EU)?

Zijn de journalisten die Baudet niet of op z’n best halfslachtig aanpakken lui en oppervlakkig? Klopt de aloude klacht dat de oudere generatie academische geschoolde journalisten superieur is aan de huidige generatie journalisten die academisch tekortschiet? Of is het de angst om teruggefloten te worden door de eigen hoofdredactie die de journalisten berooft van de ambitie, durf en de wil om de potentiële vijanden van de democratie niet minder hard, maar juist harder aan te pakken? ‘Dus de media presenteren zich als waakhonden van onze welzijn en vrijheid, maar ze doen hun plicht niet echt’, concludeert Mihai Martoiu Ticu. Ik denk ook dat de gevestigde media hun plicht verzaken. De media worden ook wel het venster op de democratie genoemd, maar in Nederland zitten de gordijnen potdicht om de democratie actief te verdedigen. 

Als de journalistiek signaleert en iedereen over één kam scheert is het verkeerd bezig. Het neemt daarmee onvoldoende verantwoording. Nieuwsgierig en kritisch zijn tegenover iedere politicus, is een abstracte en ondoelmatige werkwijze. Uiteraard moet de journalistiek niet op de plek van de politiek gaan zitten of zich tot deelnemer maken aan het politieke debat. Het moet aan de buitenkant blijven. Maar het standpunt van NRC-redacteur Moerland dat elke politicus dezelfde mate van nieuwsgierigheid en kritiek oproept is onzinnig en geeft precies aan wat er mis is met de Nederlandse journalistiek. Het weet dat het geen partij mag kiezen, maar verwart dat met het idee dat iedere politicus dezelfde mate van kritiek gegeven moet worden. Als een politicus uitspraken doet die erop duiden dat hij of zij de wet of de democratie in gevaar kan gaan brengen, dan is het de functie van de journalistiek om dat te melden. Dan passen meer nieuwsgierigheid en kritiek.

Foto: Schermafbeelding van deel FB-posting van Mihai Martoiu Ticu, 31 december 2017. 

SGP’er Both drukt conservatieve christenen tegen de borst en verkiest aanval op ‘goddelozen’ boven verdediging van rechtsstaat

with 3 comments

Het Reformatorisch Dagblad plaatst vandaag een opinie-artikel van Dick Both, fractievoorzitter van de SGP in de gemeenteraad van Veenendaal. Het gaat over de aantrekkingskracht van populistisch rechts zoals dat in Nederland vertegenwoordigd wordt door PVV en Forum voor Democratie (FvD) op reformatorische christenen. Nu volgens Both de PVV ‘over haar hoogtepunt heen is’ richt die aandacht zich op FvD: ‘diverse signalen wijzen erop dat opiniemakers, jongeren en ouderen uit de gereformeerde gezindte met meer dan gewone belangstelling Baudet en zijn tweede man Hiddema volgen’. Both ziet het als dwaalweg voor reformatorische christenen om rechts-populisten te volgen omdat ze geen ‘Bijbels genormeerde politiek bedrijven’.

Both maakt een interessante observatie als hij opsomt waar de aantrekkingskracht van deze populisten voor zijn achterban uit bestaat: ‘Het is belangrijk om te begrijpen waar de aantrekkingskracht zit. Hierin wordt een duidelijke lijn zichtbaar als we de opiniemakers in hun uitingen volgen. Ze typeren zichzelf graag als conservatief. Met name het –vaak populistisch– ageren tegen immigratie, globalisering, verdergaande invloed van Europa en de islam is in hun bijdragen herkenbaar. Als alternatief worden de cultuurhistorische wortels en tradities van onze Nederlandse samenleving geschilderd. (..) Veel Nederlanders zijn bezorgd. Zeker ook christenen. Wie herkent de thema’s niet? De groeiende islamisering boezemt velen angst in.

Vervolgens doet Both jammergenoeg zijn betoog geweld aan. Hij geeft een betwistbare opvatting van zowel de secularisatie als de zogenaamde ‘joods-christelijke traditie’ die hij ten onrechte koppelt aan ‘het overboord zetten van allerlei historische waarden’. Vervolgens meent hij te begrijpen dat Baudet hier een terecht beroep op doet. Maar de secularisatie zet geen historische waarden overboord en de veelgeroemde ‘joods-christelijke traditie’ is een verzinsel dat door populistisch rechts groot is gemaakt in reactie op de opkomst van de islam. Die traditie heeft in homogene vorm nooit bestaan. Gezien de animositeit in reformatorische kringen jegens het jodendom zou Both met zijn achtergrond dat als geen ander moeten weten. Dit misverstand waarin Both meegaat geeft aan hoe diep de populistische talking points ook in reformatorische kring zijn doorgedrongen.

Het is een gemiste kans dat Both niet ingaat op de VS dat vergeleken met Nederland enkele jaren vooroploopt in politiek-filosofische ontwikkelingen. Daar is de wisselwerking tussen het conservatisme en rechts-populisme of de alt-right beweging al in een volgende fase beland. Terwijl in Nederland dat proces zich met de optimisme uitstralende Baudet nog naar een hoogtepunt lijkt te bewegen is daar in de VS de afgelopen maanden al een neergaande reactie op ontstaan. Verkiezingen in Virginia en Alabama hebben duidelijk gemaakt dat de conservatieven en conservatieve christenen afstand nemen van het rechts-populisme omdat het juist ingaat tegen de historische waarden van hun land. Het zijn vooral de jonge en goedopgeleide conservatieven die het populisme van Trump en Steve Bannon beginnen af te wijzen en eveneens afstand nemen van de Republikeinse partij waarin de historische waarden tot voor kort vertegenwoordigd waren.

Omdat Baudet zich oriënteert op Bannon en Trump en bij gelegenheid hun agenda kopieert kan de analogie nog verder getrokken worden. Iemand als Bannon heeft zich tot doel gesteld om de democratische instituties af te breken om vervolgens op de puinhopen ervan iets nieuws op te bouwen. Feitelijk een uit het marxisme geleend idee. Trump volgt hem daar halfslachtig in door te ageren tegen de inlichtingendiensten, de rechtsstaat, de democratie en het parlement, en zijn land gitzwart af te schilderen als moreel verzwakt dat een eindtijd verdient. Maar Trump bedient tegelijk het bedrijfsleven en de financiële instellingen die hem van sponsorgeld voorzien en die voor zichzelf betere voorwaarden opeisen op het gebied van regelgeving en belastingmaatregelen. Rechtlijnig is Trump niet in zijn ondergangsfantasie als hij het bedrijfsleven versterkt.

Dick Both citeert de christelijk-conservatieve publicist Bart Jan Spruyt die politici als Baudet typeert als ‘cultuurchristenen’. Overigens een mooie spiegeling van het begrip ‘cultuurmoslims’ dat doelt op niet belijdende moslims die vanwege nestgeur en sociale dwang niet openlijk afstand van hun oude geloof nemen. Spruyt: ‘Cultuurchristenen zijn mensen die christelijk denken zonder zelf christelijk te zijn. Ze kennen en waarderen de christelijke tradities en verdedigen die tegen de snode plannen van een ontwortelde elite.’ Opnieuw sluipt in een reformatorisch betoog een rechts-populistisch talking point, deze keer over de elite of het establishment dat zogezegd tegenover ‘het volk’ zou staan. Het geeft opnieuw aan hoe het populisme bezit heeft genomen van delen van de conservatief-christelijke gemeenschap terwijl die dat amper beseft.

Boths analyse verkeert in een electorale praatje voor de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018 als hij euthanasiewetgeving erbij haalt en suggereert dat PVV en FvD ‘tegen het leven’ zijn. Both: ‘En dienen op zichzelf misschien aansprekende standpunten niet ondergeschikt gemaakt te worden aan ethische onderwerpen die lijnrecht ingaan tegen Gods Woord?’ Hij gaat zelfs zover om van Baudet en Wilders te zeggen dat ze ‘levensbeschouwelijk als volkomen seculier en goddeloos in het leven staan’. Dat is onzinnig omdat iemand die seculier is niet per definitie niet-christelijk is en tegen euthanasie zou zijn. Dat zuigt Both uit zijn duim. En waaruit blijkt dat iemand die ‘goddeloos’ in het leven staat niet tegen euthanasie zou kunnen zijn?

De conclusie over Boths betoog moet zijn dat het onevenwichtig is, de essentie en actualiteit van de wisselwerking tussen conservatisme en populisme mist en niet goed omkadert, en gemakzuchtig wegvlucht in partijpolitiek. Daar was het hem dus om te doen, namelijk om de schapen bij de kudde te houden en ze niet af te laten dwalen richting PVV of FvD. Dick Both neemt de kans niet te baat om breder te kijken of mist het perspectief om dat te doen. Zijn betoog was krachtiger geweest als hij de democratische instituties die in hoge mate door de gouvernementele bestuurderspartij SGP worden gerespecteerd centraal had gezet in zijn pleidooi voor het conservatisme. Dan was zijn opinie niet geëindigd met de voor dit onderwerp onbelangrijke tweedeling seculier/christelijk, maar met de tweedeling rechtsstatelijk/niet-rechtsstatelijk. Terwijl de actuele strijd binnen de westerse politieke systemen gaat om de instandhouding van de democratische instituties en steeds meer conservatieve christenen dat inzien en hun ethische zorgen over abortus, homohuwelijk of euthanasie terzijde schuiven, is Dick Both in Veenendaal nog druk bezig de vorige oorlog te voeren.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSteun Bijbels genormeerde politiek in plaats van Forum voor Democratie’ van Dick Both in het Reformatorisch Dagblad, 14 december 2017.