In Nederland biedt het secularisme aan moslims de garantie om hun geloof te praktiseren

Onderstaande reactie plaatste ik bij de videoHet effect van secularisme op de moslims‘.

Dit is een pleidooi dat al jaren door Geert Wilders wordt verkondigd. Namelijk dat de islam niet zozeer een godsdienst is, maar een ideologie. Ofwel, een ideeënleer of totaalvisie die politiek is gericht. Het is onduidelijk wat de spreker wil beweren.

Het is onjuist zoals de spreker beweert dat het secularisme zoals dat in Nederland bestaat zegt ‘dat de islam niets meer te maken heeft met politiek‘. Dat zegt het secularisme helemaal niet.  

Het is juist omgekeerd. Het secularisme garandeert onder de rechtsstaat de vrijheid van alle burgers om naar eigen keuze een godsdienst of levensovertuiging te kiezen inclusief alle ideeën die daar bij horen. 

Het secularisme maakt geen onderscheid tussen religies en levensovertuigingen en verbiedt burgers op geen enkele manier om zich met politiek te verbinden. Dat is de vrijheid van de burger.  

Alleen, om mee te kunnen draaien in het politieke domein waar talloze uiteenlopende richtingen samenkomen is het voor burgers nodig om te schakelen naar een abstractieniveau waar de dogmatiek van een bepaalde godsdienst niet de voorwaarden bepaalt.

Het is zo dat in Nederland een minderheidsreligie als de islam anderen niet haar ideeën anderen kan opleggen. Dat kan een meerderheidsreligie die Nederland niet meer heeft trouwens ook niet. Dat essentiële punt mist de spreker. Gelovigen mogen ideeën die inherent aan hun godsdienst zijn in vrijheid in eigen kring praktiseren. 

Die gerichtheid van het secularisme op de islam zou merkwaardig zijn omdat in Nederland volgens cijfers van het CBS 95% van de inwoners verklaart zich niet te laten inspireren door de islam. Het zou historisch, maatschappelijk en religieus ongerijmd zijn als het Nederlandse secularisme zich op de islam zou richten. Dat is ook te veel eer voor zo’n minderheidsreligie. Ook het ooit belangrijke christendom heeft in Nederland die positie niet. 

Nogmaals, een bepaalde godsdienst kan eigen ideeën niet aan anderen opleggen. Evangelisatie mag als het om informeren gaat, maar niet als het dwang omvat. De bescherming om dat te voorkomen is de garantie van het secularisme. Dat is profijtelijk voor Nederland dat uitsluitend bestaat uit minderheidsgroepen.

Er lijken maat twee categorieën niet blij te zijn met het secularisme. Dat zijn orthodoxe protestanten die de klok terug willen draaien naar een situatie dat het calvinisme de Nederlandse staatsgodsdienst was en de calvinistische kerkleiders aanzienlijke wereldse macht hadden. En dat zijn godsdiensten als de islam die streven naar alleenheerschappij.

Het gaat er voor gelovigen die in Nederland iets meer dan 40% van de bevolking uitmaken niet om om de politieke of economische doeleinden van hun godsdienst te verwezenlijken, maar om in harmonie met hun overtuiging in de pluriforme samenleving te leven. Religieuze opinieleiders die dat ontkennen of een verkeerd beeld van de filosofie van het secularisme geven, zouden beter moeten weten.

Advertentie

Door De Hond, Duk, Wilders en FvD ben ik geblokkeerd. ‘Toon me door wie u op sociale media geblokkeerd wordt en ik zeg u wie u bent’

Schermafbeelding van geweigerde reactie op Maurice bij artikelDr. John Campbell over oversterfte in een aantal landen‘, 24 november 2022.

Er is een uitspraak die zegt ‘Toon me welke boeken u in uw boekenkast hebt en ik zeg u wie u bent‘. Tegenwoordig hebben mensen niet meer vanzelfsprekend boekenkasten als vroeger. De hedendaagse, geactualiseerde variant van de oude uitspraak zou kunnen zijn: ‘Toon me door wie u op sociale media geblokkeerd wordt en ik zeg u wie u bent‘.

Dat is jammergenoeg wel een negatieve benadering. Maar tegenwoordig kan men iets of iemand proberen te duiden door wat hij of zij niet is. Neem de ‘Nederlandse identiteit’ waarmee Máxima Zorreguieta in 2007 de publiciteit haalde, we weten niet precies wat het is, maar weten redelijk goed wat het niet is.

Vandaag wilde ik reageren op het artikelDr. John Campbell over oversterfte in een aantal landen‘ van Maurice de Hond op zijn website Maurice. Ik wist niet dat De Hond nog steeds bezig is om de publieke opinie te beïnvloeden. Er wordt nauwelijks nog naar hem verwezen. Ik kon de reactie niet plaatsen omdat ik geblokkeerd bleek te zijn.

Mijn reactie luidde: ‘Doet De Hond aan misleiding door aandacht te besteden aan de misleiding van John Campbell? De Hond lijkt nog steeds het konijnenhol van het complotdenken ingedoken te zijn‘. Met een verwijzing naar een factcheck van 24 januari 2022 door PolitiFact over beweringen van John Campbell.

Wikipedia zegt over YouTuber John Campbell: ‘Initially, his videos received some praise, but later descended into misinformation, such as the suggestion that deaths from COVID-19 have been over-counted, repeated false claims about the use of the anti-parasitic drug ivermectin as a COVID-19 treatment, and misleading commentary about vaccine safety.’

Het is geen wonder dat De Hond naar Campbell verwijst omdat wat deze Engelsman zegt volledig in zijn straatje past. Het lijkt zelfs zo dat De Hond een deel van zijn denkbeelden aan Campbell ontleent. Op Maurice verwijst De Hond negen keer naar Campbell. Ook De Hond betwijfelt de oversterfte aan COVID-19. Ook De Hond verwees in 2021 naar de, intussen weerlegde, denkbeelden van Campbell over ivermectine als medicijn tegen COVID-19.

De Hond is medicus noch journalist. Hij is evenmin een sportieve debater. Hij houdt niet van een open discussie. Ik kan me niet meer herinneren dat ik ooit op Maurice in debat ben gegaan met De Hond. Ik kan niet verklaren waarom De Hond me geblokkeerd heeft. Ook de rechtse, activistische journalist Wierd Duk heeft me op Twitter geblokkeerd zonder dat ik begreep waarom dat gebeurde. Evenals Geert Wilders:

Twitter Geert Wilders

Het zal geen verwondering wekken dat het nieuwere, radicale broertje van de PVV me op Twitter ook geblokkeerd heeft. Ik heb evenmin enig idee waarom. Het zal er wel te maken mee hebben dat men uitsluitend voor eigen parochie wil preken en geen tegengeluid of nuancering wil horen:

Twitter FVD

Het is niet ondenkbaar dat er in rechts-radicale kringen een zwarte lijst van ‘lastige’ mensen rouleert waarmee men niet in debat wil gaan en die op de eigen sociale media geblokkeerd moeten worden. Voor de duidelijkheid, bij mijn weten ben ik op sociale media niet geblokkeerd door andere partijen, individuen of organisaties, buiten deze rechts-radicale politici en activisten om.

Nu de rechtse tycoon en eigenaar van Twitter Elon Musk iedereen op Twitter gaat deblokkeren vanwege zijn libertaire opvatting over de vrijheid van meningsuiting die onbegrensd behoort te zijn is het de vraag of Duk, Wilders en FvD zijn voorbeeld durven volgen.

Deze Nederlandse rechts-radicalen hameren er voortdurend op dat de democratie eenzijdig is en niet functioneert, en dat de publieke opinie door het kartel of de Leugenpers wordt gekaapt. Wie weet hebben ze een punt.

Gedrag om andersdenkenden te blokkeren ondersteunt niet de claim van radicaal-rechts van vrijheid voor allen. Zelf geven ze niet het goede voorbeeld. Ze doen wat ze de ander verwijten. Dat is hun geprojecteerde Pavlov-reactie. De zelfverklaarde openheid van rechts-radicalen is meer gesloten dan de door hen gewraakte geslotenheid van de Nederlandse politiek en media.

Evangelist August Resner stelt dat het christendom geen religie is

Wat is in hemelsnaam de bedoeling van deze video die zegt dat het christendom geen religie is? Het is gemaakt door August Resner van GSKI Emmaus Bergen op Zoom. Dat is naar eigen zeggen een Nederlands-Indonesische, evangelische kerk gevestigd in de Emmauskerk in Bergen op Zoom. GSKI Emmaus wordt sinds januari 2020 geleid door Pastor August Resner.

GSKI (The Voice of the Gospel Church) is een synode of gemeenschap van Pinksterchristelijke kerken gevestigd in Indonesië, onder auspiciën van de Indonesische Pinksterkerken Association (PGPI). De Pinksterbeweging wordt tot het evangelisch christendom gerekend.

Resner meent dus dat het christendom geen religie is. De argumenten die hij voor dit uitzonderlijk standpunt geeft zijn lastig na te volgen. Zijn manier van redeneren valt te omschrijven als omcirkeling door te stellen wat het christendom volgens hem niet is. Zoals ‘het volgen van een reeks religieuze regels‘. Het christendom kent volgens hem ‘geen religieuze voorschriften‘.

Nog steeds weerlegt dat niet het breed aanvaarde uitgangspunt dat het christendom een religie is. Als we religie definiëren als een vorm van zingeving, het zoeken naar betekenisvolle verbindingen, waarbij god centraal staat, gebaseerd op geloven in de leer van de religie, dan voldoet Resners beweging aan de belangrijkste kenmerken van religie. Behalve dat hij religie geen religie noemt.

Hij geeft toe dat de het bestaan van een god belangrijk is door te zeggen dat door bidden gelovigen een relatie tot god kunnen hebben.

Wat is volgens Resner het christendom dan wel? Hij noemt het ‘een verandering in de manier van denken‘. Of ‘verandering van filosofie van leven‘. Zo gaat Resner nog even door. Zijn verwijt is dat mensen de waarheid niet willen horen. Dat zijn ze niet ‘het uitverkoren volk‘.

Waarom zegt Resner dat het christendom geen religie is? Het lijkt erop dat hij afstand wil nemen tot de andere twee monotheïstische godsdiensten, het jodendom en de islam. Zijn christendom zou dan meer dan religie zijn. Dat is zijn claim.

Resner komt hoe dan ook niet over als een gelouterd theoloog of godsdienstsocioloog die godsdienst kan plaatsen in de ontwikkeling van de mensheid. Hij komt over als een religieus hobbyist die aan de hand van passages uit de bijbel en clichés een betoog opbouwt zonder dat hij tot een min of meer dwingende samenhang komt. Zijn korte overdenking hangt als los zand aan elkaar.

Toch is het interessant dat Resner het christendom niet ziet als religie. Dat doet denken aan Geert Wilders die de islam geen godsdienst, maar een ideologie noemt. Maar zover gaat Resner niet als hij over het christendom praat.

Hij mengt humanisme, kerkgang, een manier van leven en aan(bidding) tot een vehikel dat niet genoemd mag worden wat het is: religie. Als het christendom geen religie is, dan is August Resner geen duider van religie.

Waarom blijven media politici die de elite dienen ‘populisten’ noemen?

Schermafbeelding van artikelWhy does the media insist on calling fascists ‘populists’?‘ van Thom Hartmann voor RawStory, 19 mei 2022.

Interessant artikel van Thom Hartmann op RawStory over populisme. Met een vreemde titel omdat fascist en populist raakvlakken hebben. Het is zuiverder om een populist af te zetten tegen een elitist. Zijn stelling is dat in de media politici vaak populisten worden genoemd terwijl ze dat niet zijn. Dat klopt en is misleidend.

Hij baseert zich op een definitie van de Nederlands-Amerikaanse politicoloog Cas Mudde die volgens Hartmann een populist zo omschrijft: ‘een persoon die een politieke positie of beweging vertegenwoordigt die de behoeften en verlangens van de meerderheid van de bevolking weerspiegelt, en die zich verzet tegen de belangen van corrupte elites’.

Hartmann wijst vooral op ontwikkelingen sinds president Reagan toen politici zichzelf populist gingen noemen terwijl ze dat niet waren en juist de belangen van de elite of corporate Amerika behartigden. Hij noemt de achtereenvolgende presidenten Dwight Eisenhower, John Kennedy, Lyndon Johnson, Richard Nixon, Jerry Ford en Jimmy Carter allen populisten.

Donald Trump is een goed voorbeeld van een niet-populist die door zichzelf en de media onterecht een populist wordt genoemd. Trump dient het belang van zijn geldschieters, van Dark Money, en niet die van het volk. Daarom is Trump per definitie geen populist, maar een elitist.

Opmerkelijk is dat elitisten als Trump zich juist tegengesteld presenteren aan wat ze echt zijn. Door zich als populist te profileren die het belang van het volk dient, verhullen ze dat ze niet het belang van het volk, maar van een elite dienen. Het is de eigenlijke ‘Big Lie‘ van Trump.

Wat zou een benadering die uitgaat van Muddes definitie betekenen voor de Nederlandse situatie? Zijn Rutte, Kaag of Hoekstra populisten die de stem van het volk vertegenwoordigen of dienen ze de elite, het zakelijke en politieke establishment? Voor Rutte en Hoekstra lijkt de conclusie duidelijk, ze zijn elitisten die niet het belang van het volk vooropzetten. Kaag is vaag.

In zijn politieke carrière heeft toenmalig leider van de PvdA Wouter Bos in lezingen in 2005 en 2008 gepleit voor een vorm van gematigd populisme, terwijl hij in 2013 in een column het CDA verweet populistisch te zijn. In een commentaar noemde ik Bos’ kritiek op het CDA dat hij daarvoor zelf had omarmd onbegrijpelijk. Er bestaat onbegrip en verwarring over het begrip populisme.

Interessant is het om te beredeneren in hoeverre de radicaal-rechtse politici Pim Fortuyn, Geert Wilders en Thierry Baudet populistisch of pseudo-populistisch à la Trump zijn. Baudet is het meest duidelijke geval, hij is een pseudo-populist, een elitist, die speelt dat hij populist is, maar achter de schermen niet-volkse belangen dient en dat zo weinig professioneel en overtuigend doet dat niet in te zien valt wie in Baudet een populist kan zien. Behalve de man zelf als hij in de spiegel kijkt.

Fortuyn vond aansluiting bij het volk en had een welgemeende wrok tegen de elite, de regenten. Niet omdat dat dat zijn overtuiging was, maar omdat hij door deze elite was afgewezen, waarna het verzet ertegen zijn beste verkooppunt werd. Wilders wordt gestuurd door belangen van geldschieters waarover hij geen details wil geven, maar voert tegelijk een politieke marketing die de kiezers het beste dient. Dat resulteert in een programmatische lappendeken die de PVV is geworden waar geen samenhangende politiek op te voeren is behalve op het tegengaan van immigratie en islam.

Het is dus ook in Nederland tijd voor een heroriëntatie van het begrip populisme in de media. Het is in de journalistiek een neutrale, verhullende en laffe term geworden die vooral dient om harde termen als fascist, rechts-extremist of lobbyist voor het bedrijfsleven wegens gebrek aan durf uit de weg te gaan. Terwijl daardoor de positieve kwaliteiten van het populisme verbleken. Dat kan niet de opzet zijn van journalistiek die wil verduidelijken en verklaren, en niet verhullen. Noem een pseudo-populist of elitist geen populist.

In Nederland wint laffe journalistiek het van weerbare journalistiek

Thierry Baudet (FvD) en Geert Wilders (PVV) tijdens het wekelijkse vragenuur in de Tweede Kamer. Foto Bart Maat / ANP. 2021.

Het is niks nieuws om het te zeggen en ik heb het de afgelopen jaren in blogposten, al voor de opkomst van Donald Trump, herhaaldelijk gezegd, de media zijn niet links, maar rechts. Toen moest het ergste nog komen. De media hebben in de VS de opkomst van Donald Trump mogelijk gemaakt. Zie mijn commentaar uit 2015.

De redenen daarvoor waren divers: gebrek aan historisch besef en intellectuele denkkracht bij journalisten, gemakzucht en lui denken van journalisten, en opportunisme en eenzijdige prioriteit voor het eigen economische belang bij de gevestigde (‘establishment’) media. Het excuus daarvoor is dat ze vechten om te overleven en daarom geen keuze hebben. Maar de vraag is wat dat soort media nog waard is en maatschappelijk toevoegt.

Journalisten en media hebben gefaald. Ze hebben de ultrarechtse politici in de VS en in Europa niet even kritisch benaderd als ze dat deden bij politici van centrumpartijen of de gematigd linkse politiek.

Het meest opvallende is dat de journalistiek nog steeds niet tot het inzicht is gekomen dat het niet alleen terughoudend en slordig heeft gehandeld, maar een noodzakelijke rol heeft gespeeld in de normalisering van ultrarechts. Van Trump, van Wilders, van Baudet.

De fout die journalisten van De Volkskrant, NRC en Trouw blijven maken ontspruit vanuit het verkeerde idee dat bij elke hoor wederhoor past. Als dat gaat om mening A tegenover mening B, dan klopt dat. Maar niet als het gaat om een democratische overtuiging tegenover een anti-democratische overtuiging. Journalisten verschuilen zich achter hun beroepscode en menen vanuit eigen perspectief op veilig te spelen, maar bereiken voor het geheel het omgekeerde: onveiligheid voor de democratie.

Het feilen van de gevestigde media is dat ze dit onderscheid niet willen of kunnen maken. Ook dat ze achteraf hun gemaakte fout niet willen toegeven en van die fout weinig hebben geleerd toont niet de sterkte, maar de essentiële zwakte van de journalistiek. De ethiek en het democratisch besef zijn ondergeschikt aan persoonlijke en economische overwegingen.

Als er een verantwoordelijke, volwassen journalistiek zou bestaan, dan zouden media en journalisten dagelijks het ultrarechtse gedachtengoed van een partij als FVD signaleren. Maar dat laten ze na, hoewel ze wel een kritische houding zijn gaan aannemen. Dat is echter niet structureel, maar incidenteel.

Tot op de dag van vandaag normaliseren Nederlandse media het ultrarechtse gedachtengoed. Tot mijn verbijstering gaf in december 2021 omroep 1Twente Enschede het ultrarechtse Fvd-Kamerlid Pepijn van Houwelingen die de democratie en de rechtsstaat wil ontmantelen volop publiciteit. Deze omroep is ziende blind en het zou nog tot daar aan toe zijn als dit de uitzondering was. Maar dat is niet zo.

In een commentaar omschreef ik dat als volgt: ‘Het is de hoogste tijd dat de democratie zich weerbaar opstelt en zich ten volle bewust wordt van de intenties van types als Pepijn van Houwelingen, Thierry Baudet of Geert Wilders. Onder het verhullen van hun ware intenties duiken ze weg, suggereren speelsheid, onschuldigheid en belangeloosheid en menen in een vacuüm te kunnen opereren waarin ze onaantastbaar zijn en alles kunnen beweren zonder persoonlijk verantwoordelijk te worden gesteld voor hun opereren. De strijd om het hart van de Nederlandse democratie is wellicht ontbrand, maar niet bij 1Twente Enschede.’

Pas nadat de ultrarechtse politici door de journalistiek en de gevestigde media op het schild werden gehesen zonder dat aan hen een strobreed in de weg werd gelegd is in de journalistiek een aarzelend besef ontstaan dat het daar mede voor verantwoordelijk is. Maar zelfs dat heeft nauwelijks geleid tot zelfreflectie, laat staan zelfinzicht van individuele journalisten en directeuren van media-organisaties. De durf, mentaliteit en grootmoedigheid om dat publiekelijk toe te geven ontbreekt. Zo ziet weerbare en verantwoordelijke journalistiek er niet uit, maar laffe journalistiek wel.

De journalistiek wil zich niet de maat laten nemen en kruipt steeds weer weg voor het nemen van verantwoordelijkheid. Zo is het niet in staat om een nieuwe start te maken door te werken aan het herstellen van de eigen geloofwaardigheid en het weggezakte publieke vertrouwen. Er is geen weerwoord voor het verwijt dat de journalistiek verantwoordelijk is voor het eigen falen. Daarom zwijgt het achteraf. Een mea culpa is de vloek in de redactieruimte. De meerderheid van het publiek ziet met lede ogen de kortzichtigheid van de journalistiek aan.

Jake Tapper geeft voorbeeld hoe journalistiek moet antwoorden op de anti-democratische beweging

Vorige week plaatste ik een commentaar over de journalistiek die geen antwoord heeft op allerlei anti-democratische bewegingen en zich tot medeplichtige maakt aan de moord op de democratie. Ik verwees instemmend naar de Amerikaanse journalist Dana Milbank die in een column in The Washington Post concludeerde: ‘Te veel journalisten zitten gevangen in een hersenloze neutraliteit tussen democratie en haar saboteurs, tussen feit en fictie. Het is tijd om een standpunt in te nemen.’

Ook in Nederland stellen te veel journalisten zich hersenloos neutraal op en laten zich gijzelen door hun achterhaalde ethiek van een meer dan 60 jaar oude beroepscode die niet meer werkt in een tijdperk van misleiding door ultrarechtse populisten. Ze missen moed en strijdlust en het besef van urgentie om weerbaar te zijn en zich sterk te maken voor de democratie en de rechtsstaat.

Het is niet dat journalisten de democratie niet willen steunen, maar ze weten niet hoe dat te doen. Hooghartig pretenderen ze uit een defensieve reflex, maar ook door gebrek aan steekhoudende argumenten, in een mentale ruimte te leven die een rechtstreekse voortzetting van de jaren 1950 is. Een ruimte die niet meer bestaat.

Het betoog van CNN”s Jake Tapper is belangrijk omdat hij die moed, strijdlust en politiek besef wel toont. Hij laat zien aan Nederlandse journalisten hoe ze op een evenwichtige manier op kunnen komen voor de democratie. Zonder zich te verschuilen achter hun code waarvan ze weten dat die geen antwoord geeft op volksmenners als Baudet en Wilders door wie ze zich feitelijk laten gijzelen.

Uitleggen, benoemen, analyseren én beoordelen is het antwoord. Hopelijk worden Nederlandse journalisten door dit soort betogen van Tapper eindelijk wakker geschud. Kunnen ze zich wat moed inpraten om stelling te nemen voor de democratie. Laten we het hopen. Want er staat te veel op het spel. Ook in Nederland.

Ook Nederlandse journalisten zijn medeplichtig aan de moord op de democratie

Schermafbeelding van deel columnThe media treats Biden as badly as — or worse than — Trump. Here’s proof‘ van Dana Milbank in The Washington Post, 4 december 2021.

Het is een oud, welbekend probleem. Journalisten zijn de doodgravers van de democratie, maar door een gebrek aan zelfkennis ontkennen ze dat. Ze zouden ‘objectief’ verslag doen. Als ze trouwens al door anderen ter verantwoording worden geroepen. Journalisten zouden boven kritiek staan. Objectieve analyse ontbreekt of komt niet buiten het wetenschappelijke domein.

In Nederland hebben de media Geert Wilders en Thierry Baudet groot helpen maken. Pas toen deze ultra-rechtse politici eenmaal groot waren gingen sommige journalisten zich achter de oren krabben over wat ze hadden helpen aanrichten. Hadden ze de middenweg gemist tussen het cordon sanitaire en de rode loper? Maar zelfs nu krijgen deze ultra-rechtse politici en hun partijgenoten als Pepijn van Houwelingen, Freek Jansen of Gideon van Meijeren die de meest extreme uitingen doen die tegen de rechtsstaat en de democratie ingaan volop media-aandacht.

Media zoals De Correspondent of De Groene Amsterdammer hebben wel de journalistieke ambitie om door onderzoek achter de schone schijn van ultra-rechts te kijken, maar voor de publieke opinie zijn ze marginaal en weinig invloedrijk. Af en toe komen de gevestigde media met onderzoeksartikelen of scherpe analyses die dat ook beogen, maar dat blijven incidenten met weinig blijvende waarde.

Andere journalisten hadden zelfs dit zelfbesef achteraf niet. Als types als Jort Kelder of Wierd Duk die de rode lopen uitrollen voor ultra-rechts al journalist kunnen worden genoemd en niet politieke activisten die zich de uiterlijkheden van de journalist aanmeten. Ze worden aanvaard binnen hun beroepsgroep en het publiek ziet hen als journalist.

Schermafbeelding van een diagram over het vertrouwen in journalisten dat in Nederland met 30% betrekkelijk hoog is. In: GLOBAL TRUSTWORTHINESS INDEX 2021 van Ipsos, oktober 2021.

Wie op dit moment de Nederlandse kranten leest of naar nieuwsrubrieken als Op1 of Nieuwsuur kijkt kan niet anders dan concluderen dat premier Rutte en minister De Jonge, de partijleiders Kaag, Hoekstra en Segers door de media tot schietschijf zijn gemaakt. Ze krijgen dagelijks van alle kanten volop kritiek. Het lijkt onderhand op een kruistocht tegen de middenpartijen. Wat willen de journalisten aantonen die daar aan meewerken en beseffen ze wel waar ze mee bezig zijn?

Het is niet dat deze politici door respectievelijk een ondoelmatige en chaotische aanpak van de COVID-19 pandemie en de verprutste en onprofessionele werkwijze in de formatie geen kritiek verdienen. Dat verdienen ze ten volle. De generatie politici die nu aan de bal is blinkt niet uit in kwaliteit. Het punt is dat de media geen objectief, omvattend beeld geven van de omgeving waarin deze politici opereren.

Journalisten zeggen zich neutraal op te stellen door de standpunten van alle kanten aan bod te laten komen. Dat is een valkuil waar ze intuimelen en ze zich weliswaar onwillekeurig van bewust zijn, maar toch geen passend antwoord op weten. Nog steeds niet na vijf jaar desinformatie door populistische politici. In het tijdperk waarin ultra-rechtse politici desinformatie en leugens hanteren als politiek middel om hun opponenten en de waarheid te ondermijnen, zichzelf electoraal te positioneren en politiek als middel zien om geld uit te halen (Trump, Baudet), werkt die benadering van vermeende onzijdigheid niet meer.

Politieke journalisten staan liever routinematig met verkeerde, dan hulpeloos met lege handen.

In een column voor de Washington Post gaat Dana Milbank in op de houding van de media tegenover de politiek. Hij onderbouwt de stelling dat de media president Biden slechter behandelen dan ze voormalig president Trump behandelden. Hij concludeert aan de hand van een analyse van meer dan 200.000 artikelen dat waarmee ik begon: ‘Mijn collega’s in de media zijn medeplichtig aan de moord op de democratie‘.

Het beleid rechtvaardigt dat niet. De aanpak van voormalig president Trump van de pandemie was rampzalig en kostte velen onnodig het leven. President Biden heeft op de puinhopen van Trumps aanpak het probleem van de besmettingen doelmatig aangepakt. Maar nog meer dan in Nederland zetten om politieke redenen anti-vaxxers hun lichaam in om het vaccinatiebeleid van de zittende regering te ondermijnen. Daar doen in beide landen journalisten niet goed verslag van. Of ze durven niet of ze willen niet of wat erger is, ze zien het niet.

Er is meer in Trumps beleid dat de toets der kritiek niet kon doorstaan en Biden beter doet. Zoals belangrijke wetgeving die Biden succesvol door het congres loodst. In de media is dat niet terug te vinden in de verslaggeving. Zo krijgt de deconstructivist Trump een positievere pers dan Biden die zich constructief opstelt. Journalistiek is de omkering van waarden geworden.

Hoe dat komt verklaart Milbank zo: ‘Ik vermoed dat mijn collega’s in de media het slachtoffer zijn geworden van onze asymmetrische politiek. Biden regeert volgens traditionele normen, terwijl de Republikeinen een schokkende campagne voeren om hem te delegitimeren met de ene verzonnen aanklacht na de andere. Deze week dreigden de Republikeinen met een sluiting van de regering om de vaccinmandaten van Biden te blokkeren, na een jaar van inspanningen om vaccinatie te ontmoedigen. Maar, ongelooflijk, ze geven Biden tegelijkertijd de schuld van sterfgevallen door coronavirus – sterfgevallen die bijna volledig voorkomen onder niet-gevaccineerden,’

Milbanks concludeert over de Amerikaanse media wat in mindere mate ook geldt voor de Nederlandse media. In Nederland staat nog niet het voortbestaan van de democratie op het spel zoals in de VS, maar wel de sociale cohesie en de geloofwaardigheid van de politiek: ‘Te veel journalisten zitten gevangen in een hersenloze neutraliteit tussen democratie en haar saboteurs, tussen feit en fictie. Het is tijd om een standpunt in te nemen.’

Vuistregel voor media en Tweede Kamer voor omgang met Baudet: Weerspreken als hij daardoor buiten eigen kring verzwakt wordt en anders negeren

Waar de commentator van WNL de uitspraak op baseert dat ‘steeds meer politici worstelen met de uitspraken van Thierry Baudet’ is onduidelijk. Er is geen onderzoek bekend waarin dat onderzocht wordt en deze uitspraak bevestigd wordt. Dit is nattevingerwerk-journalistiek. Hoe dit item past in de stellingname van WNL is eveneens onduidelijk. Opnieuw besteedt WNL aandacht aan Baudet.

De beste strategie om een radicale populist als Baudet, die zich steeds staatsondermijnender en extremistischer uitlaat, aan te pakken is om hem van repliek te dienen als daarvoor goede argumenten bondig en overtuigend gepresenteerd kunnen worden en hem in andere gevallen niet te noemen en geen aandacht te geven. Overigens is de steun voor Baudet al weggezakt en ondervindt hij buiten de eigen kring van hardliners nog nauwelijks waardering. Op radicaal-rechts heeft Geert Wilders het initiatief naar zich toegetrokken ten koste van Baudet.

Kortom, Baudet weerspreken als de inschatting is dat hij daardoor buiten eigen kring verzwakt wordt en negeren als hij niet verzwakt wordt.

Nederlandse media hebben te lang Baudet kritiekloos publiciteit gegeven. Daarbij moet wel gezegd worden dat Baudet de afgelopen jaren snel geradicaliseerd is en pas nu zijn ware aard voor iedereen duidelijk is. Hoewel ook dat de vraag is omdat Baudet zelf zijn eigen aard niet meer lijkt te kennen. Hij is een volksmenner die racistische meningen verkondigt en de rechtsstaat en democratie niet ondubbelzinnig steunt. 

Rassenwaan is het begrip waar Baudet klapwiekend en speels in terecht is gekomen zoals een eend aan het eind van de eendenkooi onvermijdelijk door de kooiker wordt opgevangen.

Sander Schimmelpenninck noemde Baudet in 2019 een fopintellectueel. Baudet zou nooit gecorrigeerd zijn, een groepje jaknikkers om zich heen verzameld hebben en daarom zo geworden zijn zoals hij is: narcistisch en verwaand. Baudet is van eind 2015 in de aanloop naar het Oekraïne-referendum tot 2019 nauwelijks tegengesproken in de media.

Recente reacties zoals die van Humberto Tan van oktober 2021 benadrukken dat die fase definitief voorbij is en Baudet nog weinig krediet heeft in media en samenleving. Baudet heeft zich door eigen toedoen in een doodlopende weg gemanoeuvreerd. 

Net als Trump in de VS heeft Baudet door free publicity van de algemene pers aandacht gekregen en is publicitair kunnen groeien. Om aantrekkelijk te blijven voor redacties moet hij radicaliseren en telkens zijn oude ‘ik’ overtoepen om interessant te blijven. Want een samenhangend programma heeft zijn partij niet. Dat overtoepen is een valkuil waar de radicaal uiteindelijk zelf invalt. Wie met extreme meningen steeds meer afstand neemt van steeds meer mensen verliest uiteindeljk de aansluiting met maatschappij en electoraat. Zoals we zullen zien is het nog een graadje erger omdat hij daarnaast ook afstand neemt van de partijpolitiek.

Baudet is het laatste jaar niet zozeer geradicaliseerd, maar geabsurdeerd om het te omschrijven met een Germanisme dat hem steeds beter past.

Ik ben het eens met Schimmelpenninck dat Baudet een nepintellectueel is die evenmin een goed politicus is. In 2015 heeft Baudet zelf gezegd dat hij geen aanleg en ambitie heeft om politicus te zijn. In de jaren daarna heeft hij dat keer op keer bewezen, maar toch gaat hij in tegenspraak daarmee door als leider van een politieke partij. Waarschijnlijk door gebrek aan alternatief. De politiek is nog zijn enige verdienmodel. Door zijn gedrag en extreme overtuiging zijn de journalistiek en wetenschap voor hem onbereikbaar geworden.

Baudet weet niet te kiezen tussen het inzetten op partijpolitiek of op metapolitiek. Of die verwarring schept hij bewust of gedachteloos over zichzelf. Dat laatste betekent in navolging van het Franse en Duitse Nieuw Rechts van de jaren 1960 en 1970 het willen beïnvloeden van de cultuur en de publieke opinie zonder partijpolitieke activiteiten. De tragiek van partijleider Thierry Baudet is dat hij zowel de intellectuele bagage én het prestige mist om succesvol metapolitiek te bedrijven als het talent voor het politieke handwerk mist.

Baudet zit tussen twee stoelen en voelt zich nergens comfortabel. Dat lijden is zijn existentieel ongemak waarmee hij zijn partij treft. Baudet heeft zijn partij hiermee besmet. Met zijn partij blijft hij sinds zijn Uil van Minerva-toespraak in 2019 waar hij inzette op metapolitiek waarmee hij afstand neemt van de partijpolitiek zwalken tussen de twee posities. Zonder dat zijn partij hem nog begrijpt en kan volgen. Waarbij het zoals gezegd de vraag is of Baudet zichzelf nog begrijpt.

Journalist Givara Budeiri mishandeld door Israëlische politie

De journalist van Al Jazeera Givara Budeiri doet haar verhaal. Ze verliet het ziekenhuis op zondag na behandeling voor verwondingen opgelopen tijdens haar arrestatie door Israëlische troepen de dag ervoor, aldus een bericht van Al Jazeera. Haar linkerhand was gebroken toen ze zaterdag werd gearresteerd terwijl ze verslag deed van een demonstratie in de wijk Sheikh Jarrah in Oost-Jeruzalem. De Israëlische politie vernietigde ook apparatuur van Al Jazeera-cameraman Nabil Mazzawi.

Haar arrestatie werd scherp veroordeeld door voorstanders van persvrijheid en mediawaakhonden. Het past in een patroon van de inperking van de persvrijheid en het verdachtmaken van journalisten. Dat gaat van het verdwijnen van journalisten in autoritaire landen als de Russische Federatie, China, Myanmar of Wit-Rusland, het in de gevangenis gooien van journalisten in landen als Turkije en Indonesië waar nog een greintje rechtsstatelijkheid bestaat tot een westerse democratie waar Geert Wilders in een tweet zegt: ‘Journalisten zijn – uitzonderingen daargelaten – gewoon tuig van de richel‘.

Het breken van de hand van een journalist door de Israëlische politie is een nieuw dieptepunt in de bejegening van journalisten. In alle genoemde categorieën landen lijkt de vrijheid van journalisten om hun werk te doen af te nemen. Dat resulteert respectievelijk in de dood, jarenlange gevangenisstraf, een gebroken hand en mishandeling of een tweet van een ophitsende politicus.

Die ‘strafmaat’ die journalisten overkomt geeft tegelijk de stand van zaken van de rechtsstaat in een land weer. Op die glijdende schaal bestaat het gevaar dat journalisten in Nederland ook mishandeld gaan worden zoals het Givara Budeiri in Israël overkwam. Incidenteel gebeurd dat al, zoals onlangs de kwestie van een fotograaf verduidelijkte die in Lunteren met auto en al de sloot in werd gekieperd. In 2020 verwijderde de NOS wegens intimidatie de logo’s van haar auto’s. In een commentaar omschreef ik het niet zozeer als een knieval van de NOS, maar als ‘een nederlaag voor de nationale veiligheid en de veiligheidsdiensten. Dus voor het gezag van de overheid‘. 

Waarom journalisten in hun werk worden gehinderd is duidelijk. Zeker verslaggevers ter plekke zijn de oren en ogen die de vensters op de democratie open houden. Ze constateren wat politieke leiders verborgen willen houden. Als hun werk onmogelijk wordt gemaakt, dan denken de leiders ongehinderd hun gang te kunnen gaan. Wat inderdaad vaak zo uitpakt. Het is een dubbele gijzeling van de rechtsstaat: journalisten mogen niet controleren hoe de staat functioneert.

Ook onderzoeksjournalisten die door gedegen onderzoek de onregelmatigheden van bedrijven of overheidsdiensten blootleggen kunnen als bedreiging worden gezien. De openbaarmaking van iets dat niet door de beugel kan blijft niet zonder reactie. Dat kan zich tegen de journalistiek keren, doordat de afscherming toeneemt om een volgende onthulling te bemoeilijken. Denk aan de dynamiek van de kwestie van mediapersoonlijkheid Sywert van Lienden die naast de tragische hoofdpersoon het ministerie van Volksgezondheid en de top van het CDA in problemen brengt. Dat wordt de onderzoekers niet in dank afgenomen.

Voormalig president Trump roept sinds 2017 dat media ‘fake news‘ en de vijanden van het volk zijn. Het is een aloude manier van leiders om eenzijdig namens het volk een mandaat op te eisen en de eigen macht te vergroten en de tegenmacht te verkleinen. In de westerse democratieën is er een rechtse minderheid die dat gelooft en op dit moment zijn er gelukkig nog maar weinigen die dat in daden omzetten. Maar het reservoir van ongenoegen tegen media is groot. In autoritaire landen en landen die daarnaar afglijden kunnen journalisten nu al niet meer hun werk doen.

Deze kwestie in een land als Israël is interessant omdat het geen autoritair land is, maar evenmin in de bejegening van genoemde journalist de standaard hanteert die past bij een westerse democratie. Wat voor land Israël is en naar welk zelfbeeld het wil leven zal volgen uit de afloop. Israël kan aan geloofwaardigheid terugwinnen als het dit geval onderzoekt en de agenten ter verantwoording roept voor de mishandeling van een journalist.

CBS gaat stoppen met gebruik van begrippen ‘westers’ en ‘niet-westers’. Dat is een goede zaak

Schermafbeelding van deel artikel ‘CBS gaat stoppen met begrippen ‘westers’ en ‘niet-westers’ van Wilmer Heck in NRC, 19-20 april 2021.

NRC meldde in een bericht van 19 april 2021 dat het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) op termijn stopt met de vermelding van de aanduidingen ‘westers’ en ‘niet-westers’.

Aan dit besluit ligt mede een advies van de WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) ten grondslag. Volgens de WRR is het onderscheid niet-wetenschappelijk onderbouwd en roept het “negatieve associaties” op. Een andere steen des aanstoots is de Barometer Culturele Diversiteit van het CBS. Daarmee wilden universiteiten onder wie de Universiteit Utrecht de diversiteit onder medewerkers in kaart brengen. Ze worden ingedeeld in Nederlandse, westerse en niet-westerse migratieachtergrond. Daar kwam in Utrecht veel kritiek op.

Radicaal-rechtse politici als Geert Wilders en Derk Jan Eppink (‘We krijgen statistieken zoals ooit in de DDR’) zien het afschaffen van deze begrippen als poging om de schaduwzijde van de multiculturele samenleving onder het tapijt te vegen.

Het is goed dat deze begrippen worden afgeschaft. Ten eerste is de afbakening ervan verwarrend en is die toevallig tot stand gekomen. Zo worden migranten uit landen als Japan en Indonesië als westers beoordeeld en migranten uit grenslanden daarvan als niet-westers. Ten tweede werkt het stigmatiserend en houdt het migranten gevangen in een (oude) identiteit waar ze moeilijk aan kunnen ontsnappen. Ten derde is door de globalisering het begrip ‘westers’ politiek en cultureel van betekenis veranderd en niet meer zo eenduidig als het tot 1991 tijdens de Koude Oorlog was.

Met de afschaffing van de begrippen worden programma’s van positieve discriminatie of de uitvoering van codes diversiteit & inclusie bemoeilijkt. Dit maakt de kritiek erop door radicaal-rechts tamelijk onbegrijpelijk. Want als niet meer geregistreerd wordt wie welke achtergrond heeft, dan wordt het opzettelijk bevoordelen van bepaalde bevolkingsgroepen bij de toelating tot opleidingen of arbeidsplaatsen eveneens lastiger. Radicaal-rechts zou ook kunnen beredeneren dat de afschaffing van de termen het belang van witheid consolideert en niet verder versneld afbreekt.

Uiteraard zal de wens van bepaalde activistische groeperingen om de voorrechten terug te dringen van groepen die zich baseren op hun witheid hiermee niet stoppen. Maar het afschaffen van de begrippen maakt het bedrijven van identiteitspolitiek en in het verlengde daarvan de cancelcultuur waardoor mensen op onduidelijke gronden worden uitgesloten anders doordat de sociale identiteit van een bepaalde groep en de door deze groep gedeelde ervaring van maatschappelijk onrecht minder scherp afgebakend kan worden.

Het verzachten van de felheid van de identiteitspolitiek die de laatste jaren voor maatschappelijke verdeeldheid en onrust heeft gezorgd kan daarom een positief neveneffect zijn van de afschaffing van de begrippen ‘westers’ en ‘niet-westers’. Ofschoon naast etnische achtergrond waar het hier om gaat ook nog de identiteiten seksuele gerichtheid, gender, regionale identiteit of religieuze identiteit bestaan en aangegrepen kunnen worden voor positieve discriminatie om via strijd emancipatie te bereiken. Want de kist van activisten bevat vele middelen om aan de weg te timmeren.

Een te verwachten effect kan daarom zijn dat de identiteitsstrijd over etniciteit of witheid zich geleidelijk zal verplaatsen naar een overigens nu ook al bestaande strijd over gender of religie. Maar ook is mogelijk dat het accent komt te liggen op identiteiten die binnen samenlevingen bestaan en nu mede door het luidruchtig links-radicaal activisme en het ‘culturele’ rechts-radicale antwoord erop buiten beeld blijven en nauwelijks met identiteitspolitiek worden geassocieerd en in de politiek en media onderbelicht zijn: sociaal-economische achtergrond en opleidingsniveau.

Dan kan het debat over maatschappelijke ongelijkheid eindelijk gevoerd worden zoals het de afgelopen decennia niet gevoerd kan worden door allerlei afleidingsmanoeuvres van zowel links als rechts. Als de afschaffing van de begrippen ‘westers’ en ‘niet-westers’ daar een bijdrage aan kan leveren, dan is dat de winst.