Journalist Givara Budeiri mishandeld door Israëlische politie

De journalist van Al Jazeera Givara Budeiri doet haar verhaal. Ze verliet het ziekenhuis op zondag na behandeling voor verwondingen opgelopen tijdens haar arrestatie door Israëlische troepen de dag ervoor, aldus een bericht van Al Jazeera. Haar linkerhand was gebroken toen ze zaterdag werd gearresteerd terwijl ze verslag deed van een demonstratie in de wijk Sheikh Jarrah in Oost-Jeruzalem. De Israëlische politie vernietigde ook apparatuur van Al Jazeera-cameraman Nabil Mazzawi.

Haar arrestatie werd scherp veroordeeld door voorstanders van persvrijheid en mediawaakhonden. Het past in een patroon van de inperking van de persvrijheid en het verdachtmaken van journalisten. Dat gaat van het verdwijnen van journalisten in autoritaire landen als de Russische Federatie, China, Myanmar of Wit-Rusland, het in de gevangenis gooien van journalisten in landen als Turkije en Indonesië waar nog een greintje rechtsstatelijkheid bestaat tot een westerse democratie waar Geert Wilders in een tweet zegt: ‘Journalisten zijn – uitzonderingen daargelaten – gewoon tuig van de richel‘.

Het breken van de hand van een journalist door de Israëlische politie is een nieuw dieptepunt in de bejegening van journalisten. In alle genoemde categorieën landen lijkt de vrijheid van journalisten om hun werk te doen af te nemen. Dat resulteert respectievelijk in de dood, jarenlange gevangenisstraf, een gebroken hand en mishandeling of een tweet van een ophitsende politicus.

Die ‘strafmaat’ die journalisten overkomt geeft tegelijk de stand van zaken van de rechtsstaat in een land weer. Op die glijdende schaal bestaat het gevaar dat journalisten in Nederland ook mishandeld gaan worden zoals het Givara Budeiri in Israël overkwam. Incidenteel gebeurd dat al, zoals onlangs de kwestie van een fotograaf verduidelijkte die in Lunteren met auto en al de sloot in werd gekieperd. In 2020 verwijderde de NOS wegens intimidatie de logo’s van haar auto’s. In een commentaar omschreef ik het niet zozeer als een knieval van de NOS, maar als ‘een nederlaag voor de nationale veiligheid en de veiligheidsdiensten. Dus voor het gezag van de overheid‘. 

Waarom journalisten in hun werk worden gehinderd is duidelijk. Zeker verslaggevers ter plekke zijn de oren en ogen die de vensters op de democratie open houden. Ze constateren wat politieke leiders verborgen willen houden. Als hun werk onmogelijk wordt gemaakt, dan denken de leiders ongehinderd hun gang te kunnen gaan. Wat inderdaad vaak zo uitpakt. Het is een dubbele gijzeling van de rechtsstaat: journalisten mogen niet controleren hoe de staat functioneert.

Ook onderzoeksjournalisten die door gedegen onderzoek de onregelmatigheden van bedrijven of overheidsdiensten blootleggen kunnen als bedreiging worden gezien. De openbaarmaking van iets dat niet door de beugel kan blijft niet zonder reactie. Dat kan zich tegen de journalistiek keren, doordat de afscherming toeneemt om een volgende onthulling te bemoeilijken. Denk aan de dynamiek van de kwestie van mediapersoonlijkheid Sywert van Lienden die naast de tragische hoofdpersoon het ministerie van Volksgezondheid en de top van het CDA in problemen brengt. Dat wordt de onderzoekers niet in dank afgenomen.

Voormalig president Trump roept sinds 2017 dat media ‘fake news‘ en de vijanden van het volk zijn. Het is een aloude manier van leiders om eenzijdig namens het volk een mandaat op te eisen en de eigen macht te vergroten en de tegenmacht te verkleinen. In de westerse democratieën is er een rechtse minderheid die dat gelooft en op dit moment zijn er gelukkig nog maar weinigen die dat in daden omzetten. Maar het reservoir van ongenoegen tegen media is groot. In autoritaire landen en landen die daarnaar afglijden kunnen journalisten nu al niet meer hun werk doen.

Deze kwestie in een land als Israël is interessant omdat het geen autoritair land is, maar evenmin in de bejegening van genoemde journalist de standaard hanteert die past bij een westerse democratie. Wat voor land Israël is en naar welk zelfbeeld het wil leven zal volgen uit de afloop. Israël kan aan geloofwaardigheid terugwinnen als het dit geval onderzoekt en de agenten ter verantwoording roept voor de mishandeling van een journalist.

CBS gaat stoppen met gebruik van begrippen ‘westers’ en ‘niet-westers’. Dat is een goede zaak

Schermafbeelding van deel artikel ‘CBS gaat stoppen met begrippen ‘westers’ en ‘niet-westers’ van Wilmer Heck in NRC, 19-20 april 2021.

NRC meldde in een bericht van 19 april 2021 dat het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) op termijn stopt met de vermelding van de aanduidingen ‘westers’ en ‘niet-westers’.

Aan dit besluit ligt mede een advies van de WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) ten grondslag. Volgens de WRR is het onderscheid niet-wetenschappelijk onderbouwd en roept het “negatieve associaties” op. Een andere steen des aanstoots is de Barometer Culturele Diversiteit van het CBS. Daarmee wilden universiteiten onder wie de Universiteit Utrecht de diversiteit onder medewerkers in kaart brengen. Ze worden ingedeeld in Nederlandse, westerse en niet-westerse migratieachtergrond. Daar kwam in Utrecht veel kritiek op.

Radicaal-rechtse politici als Geert Wilders en Derk Jan Eppink (‘We krijgen statistieken zoals ooit in de DDR’) zien het afschaffen van deze begrippen als poging om de schaduwzijde van de multiculturele samenleving onder het tapijt te vegen.

Het is goed dat deze begrippen worden afgeschaft. Ten eerste is de afbakening ervan verwarrend en is die toevallig tot stand gekomen. Zo worden migranten uit landen als Japan en Indonesië als westers beoordeeld en migranten uit grenslanden daarvan als niet-westers. Ten tweede werkt het stigmatiserend en houdt het migranten gevangen in een (oude) identiteit waar ze moeilijk aan kunnen ontsnappen. Ten derde is door de globalisering het begrip ‘westers’ politiek en cultureel van betekenis veranderd en niet meer zo eenduidig als het tot 1991 tijdens de Koude Oorlog was.

Met de afschaffing van de begrippen worden programma’s van positieve discriminatie of de uitvoering van codes diversiteit & inclusie bemoeilijkt. Dit maakt de kritiek erop door radicaal-rechts tamelijk onbegrijpelijk. Want als niet meer geregistreerd wordt wie welke achtergrond heeft, dan wordt het opzettelijk bevoordelen van bepaalde bevolkingsgroepen bij de toelating tot opleidingen of arbeidsplaatsen eveneens lastiger. Radicaal-rechts zou ook kunnen beredeneren dat de afschaffing van de termen het belang van witheid consolideert en niet verder versneld afbreekt.

Uiteraard zal de wens van bepaalde activistische groeperingen om de voorrechten terug te dringen van groepen die zich baseren op hun witheid hiermee niet stoppen. Maar het afschaffen van de begrippen maakt het bedrijven van identiteitspolitiek en in het verlengde daarvan de cancelcultuur waardoor mensen op onduidelijke gronden worden uitgesloten anders doordat de sociale identiteit van een bepaalde groep en de door deze groep gedeelde ervaring van maatschappelijk onrecht minder scherp afgebakend kan worden.

Het verzachten van de felheid van de identiteitspolitiek die de laatste jaren voor maatschappelijke verdeeldheid en onrust heeft gezorgd kan daarom een positief neveneffect zijn van de afschaffing van de begrippen ‘westers’ en ‘niet-westers’. Ofschoon naast etnische achtergrond waar het hier om gaat ook nog de identiteiten seksuele gerichtheid, gender, regionale identiteit of religieuze identiteit bestaan en aangegrepen kunnen worden voor positieve discriminatie om via strijd emancipatie te bereiken. Want de kist van activisten bevat vele middelen om aan de weg te timmeren.

Een te verwachten effect kan daarom zijn dat de identiteitsstrijd over etniciteit of witheid zich geleidelijk zal verplaatsen naar een overigens nu ook al bestaande strijd over gender of religie. Maar ook is mogelijk dat het accent komt te liggen op identiteiten die binnen samenlevingen bestaan en nu mede door het luidruchtig links-radicaal activisme en het ‘culturele’ rechts-radicale antwoord erop buiten beeld blijven en nauwelijks met identiteitspolitiek worden geassocieerd en in de politiek en media onderbelicht zijn: sociaal-economische achtergrond en opleidingsniveau.

Dan kan het debat over maatschappelijke ongelijkheid eindelijk gevoerd worden zoals het de afgelopen decennia niet gevoerd kan worden door allerlei afleidingsmanoeuvres van zowel links als rechts. Als de afschaffing van de begrippen ‘westers’ en ‘niet-westers’ daar een bijdrage aan kan leveren, dan is dat de winst.

Journalistiek moet onjuiste beweringen van opinieleiders geen ruimte geven en beter dan nu uitleggen waarom het dat niet doet

Meermalen heb ik me hier kritisch uitgelaten over de gevestigde media. Dan bedoel ik niet dat ze de stem van de gevestigde orde zijn en voor druk, geld en invloed tot een instrument worden gemaakt dat de beeldvorming  manipuleert. Dat is iets van alle tijden en zo oud als er media bestaan. Zogenaamde objectiviteit bestaat niet. Mijn kritiek is anders.

Het gaat me om het antwoord in werkwijze en gedragsregel op recente ontwikkelingen die niet goed verwerkt worden. De Code van Bordeaux uit 1954 legt de journalist op ‘op faire wijze te werk te gaan’, op hoor altijd wederhoor te geven. Het wordt echter valkuil en hinderlaag voor de traditionele journalistiek als wederhoor voornamelijk nepnieuws toevoegt. Hoofdredacties zouden niet deze ‘faire wijze’, maar de eerbied voor de waarheid voorop moeten zetten.

Is het onderhand geen tijd voor ander beleid bij media? Zo kunnen media een kwaliteitsslag maken door vals van echt nieuws te onderscheiden en nepnieuws als hoor of wederhoor niet langer te verspreiden. Beter dan nu dienen de media te beseffen dat de journalistieke code uit 1954 met de doodlopende weg van het enerzijds-anderzijds of het verslag doen van elke oprisping van elke politicus of complotdenker niet meer ongewijzigd toegepast kan worden.

Op dit blog hanteer ik de vuistregel dat ik alleen ongewijzigd beweringen doorgeef die op feiten zijn gebaseerd. Daar hoef ik het niet mee eens te zijn, maar ze mogen in mijn ogen niet in strijd met de waarheid zijn. Een mening moet tegengesproken kunnen worden en onderdeel van het publieke debat zijn. Met beweringen die in strijd met de feiten zijn hanteer ik een andere vuistregel. Die plaats ik alleen als ik ze duidelijk kan weerleggen, anders geef ik ze niet weer.

Media hanteren deze regel niet. Elke oprisping van politicus Thierry Baudet of Geert Wilders of al die complotdenkers die COVID-19 als een griepje voorstellen kan geplaatst worden. Niet altijd gebeurt dat omdat het niet altijd nieuwswaardig is, maar er is evenmin een regel bij media dat ze beweringen die in strijd met de feiten zijn per definitie geen ruimte geven. Ze  verschuilen zich dan soms achter het excuus dat de feiten niet vaststaan en ze om onpartijdig verslag te kunnen doen feiten die in strijd zijn met de waarheid wel moeten doorgeven. Met als gevolg dat de gevestigde media zich willens en wetens tot de belangrijkste handlangers van het verspreiden van desinformatie hebben gemaakt. Dat daar goede objectieve stukken binnen genuanceerde redacties of gepeperde commentaren van talkshow hosts tegenover staan weegt daar niet tegen op. Het kwaad is dan al geschied.

Klem tussen de gesel van de markt, de macht van Amerikaans techbedrijven als Facebook en Twitter, de angst om de boot te missen en de beschuldiging van partijdigheid heeft de journalistiek geen afdoend antwoord op de vraag of het nieuws dat in strijd is met de feiten ongewijzigd door moet geven. Was het in 2016 toen desfinformatiecampagnes in opkomst waren nog begrijpelijk dat hoofdredacties er geen passend beleid over hadden ontwikkeld omdat ze erdoor overvallen werden, nu is het nalatig dat ze nog steeds geen passend beleid hebben dat nepnieuws blokkeert en de nieuwsconsument uitlegt hoe dat beleid precies werkt en is geformuleerd.

Aanleiding is een commentaar van 13 maart 2021 van redacteur Chris Quinn in The Plain Dealer, de belangrijkste krant van Cleveland, Ohio. De titel geeft aan wat de inzet is: ‘When candidates make reckless statements just to get attention, should they get attention?’. Het gaat om de Republikeinse kandidaat-Senator Josh Mandel die meningen verkondigt die niet alleen in strijd met de feiten zijn, maar ook de volksgezondheid in gevaar brengen. Exact wat types als Baudet of Willem Engel doen. De sleutelpassage uit Quinns commentaar is de volgende:

Is dat niet exact de inschatting die de media moeten maken, maar te weinig maken? Namelijk dat buitensporige en gevaarlijke beweringen nog geen nieuws zijn dat gepubliceerd dient te worden. Zoals Quinn ook zegt zijn types als Mandel wanhopig op zoek naar aandacht en geeft zijn krant graag ruimte aan debat. Daar zijn echter grenzen aan: ‘Maar we publiceren niet bewust belachelijke en idiote beweringen. Mandel wilde niet zozeer een debat voeren met onze columnist, maar ons platform gebruiken om aandacht te krijgen met aantoonbaar valse beweringen over het virus.’ Het beroep op die enerzijds-anderzijds functie van media is de valkuil waar de complotdenkers slim gebruik van maken en media niet echt een goed antwoord op hebben. Quinn geeft dat antwoord wel.

Foto’s: Schermafbeelding van delen uit artikelWhen candidates make reckless statements just to get attention, should they get attention? van Chris Quinn voor The Plain Dealer (online: Cleveland.com), 13 maart 2021.

Splendid isolation op een eiland: Verenigd Koninkrijk krijgt gevolgen van Brexit hard voor de kiezen

Het is geen nieuws, maar het kan niet voldoende herhaald worden. Er is iets mis met het zelfbeeld van de Britten, en dan vooral de Engelsen. Het is aannemelijk om te veronderstellen dat dit gebrek aan zelfkennis tot de Brexit heeft geleid. De Engelsen kennen hun plaats niet. Neem nou een artikel van Dan Snow in The Guardian dat onder meer over de Britten zegt: ‘We leven op een kleine archipel vlak voor de noordwestkust van Europa’ of ‘Er is geen eindtoestand in onze betrekkingen met Europa’. De suggestie dat die archipel geen deel van Europa is wordt bevestigd in de kop: ‘Brexit is not an end to Britain’s liaison with Europe. It’s just a new beginning’. Dat is een vreemde kop, want Groot-Brittannië is deel van Europa. Dus hoezo ‘contact met Europa’ als Groot-Brittannië zelf een onderdeel van Europa is? Als er gesproken werd over de EU of het continent was het begrijpelijk, maar nu is het onbegrijpelijk.

Of moeten we voor een verklaring voor een Europees volk dat zegt niet-Europees te zijn ons heil zoeken in verklaringen die ons geen steek verder helpen, maar in zichzelf ronddraaiend verwijzen naar de excentriciteit en de bizarre manier van denken van de Engelsen? Ook het idee van het imperium biedt geen voldoende verklaring, want Portugezen, Spanjaarden en Nederlanders waren ook ooit een wereldmacht, maar hebben vrede met hun verdwenen machtspositie. Ze beseffen dat hun landen deel van Europa zijn. Britten zijn met 67 miljoen inwoners in inwonertal het vijfde in Europa gelegen land, na de Russische Federatie, Duitsland, Turkije en Frankrijk, dus de grootte of omvang maakt evenmin het verschil. Andere eilandstaten als IJsland, Ierland of Malta (of het Britse Schotland) voelen zich Europees en geven niet het idee niet tot Europa te (willen) behoren.

De intentie van Dan Snow is goed. Hij is een internationalist en geen isolationist die zich wil afzonderen. Maar ook hij is het slachtoffer van een zelfbeeld dat uiteindelijk Groot-Brittannië positioneert tegenover Europa. Zelfs in zijn omarming van Europa neemt hij afstand van Europa. Dat kan tot niks goeds leiden. Overigens werkt het ook de andere kant op, want die vreemde snuiters op die Britse eilanden werden soms met tegenzin door Fransen en Duitsers geaccepteerd, zodat ze rechtvaardiging konden ontlenen aan die weerzin door zich mentaal apart te zetten. Maar wie zich afsluit creëert tegelijk een gevangenis voor zichzelf.

Britten kozen met een kleine meerderheid van zo’n 52% voor een Brexit. De uittreding uit de EU. Er zijn duizenden opmerkingen over te maken. Over economie, Britse politiek, media, populisme, globalisme, immigratie, Schotland, de EU en het zelfbeeld van de Britten. Er zit een neiging onder die de Britten heeft gestuurd.

Roland Barthes maakt enige opmerkingen over Pierre Poujade in een stuk over deze Franse populist in zijn Mythologieën. Poujade is de voorloper van types als Mogens Glistrup, Nigel Farage of Geert Wilders. Jean-Marine Le Pen begon in 1956 zijn politieke carrière als poujadist. Het stuk gaat over de kleinburgerlijke werkelijkheid die de wereld bezweert en terugbrengt tot ‘een bekrompen maar volledige orde zonder uitvluchten’. Een wereld die volledig naar zichzelf verwijst. Exact wat er in de pleitbezorgers van een Brexit gevaren is. Naast hun eigenbelang om de Brexit aan te grijpen om zichzelf te profileren en de eigen economische belangen te beschermen. Dit verklaart waarom de voorstanders om in de EU te blijven niet konden inbreken in dit beeld omdat het einddoel, middel en werkwijze tegelijk was: het Verenigd Koninkrijk dat naar zichzelf verwijst.

Het ‘gezonde verstand’ van de ‘kleine man’ waarnaar Poujade bij herhaling verwees neutraliseert elke uitleg die anders zegt. De analogie tussen Frankrijk 1956 en het Verenigd Koninkrijk 2016-20 is verbluffend. De waarschuwingen voor een teruglopende Britse economie, Schotland dat het Verenigd Koninkrijk opblaast of afnemende politiek Britse invloed zagen buitenstaanders als realistische opties die de Britse positie zouden verzwakken. Ze werden niet tegengesproken door de Leave-campagne, maar kwamen gewoon niet binnen.

Barthes: ‘Het gezonde verstand is als het ware de waakhond van de kleinburgerlijke vergelijkingen: het sluit alle dialectische uitwegen af, verwoordt een wereld die homogeen is, waarin men thuis is, veilig voor de verwarringen en de uitvluchten van de ‘droom’ (dat wil zeggen een niet op rekenen gebaseerde zienswijze)’.

De Britten kunnen nu met en onder elkaar hun droom gaan najagen. Van een in zichzelf gesloten wereld met een gesloten wereldbeeld. In hun splendid isolation weten ze dat hun Europese en hun transatlantische partners (pro-Ierse president Joe Biden) geschoffeerd hebben en geen stapje extra zullen zetten om de Engelsen te helpen. Zij die anders zijn worden niet zozeer bestreden, maar door de zittende macht ontkend te bestaan. Britten kunnen nu met elkaar de verschillen ontkennen in de gelukzaligheid onder elkaar te verkeren. De Leave-campagne heeft de buitenwereld ziek verklaard met nationalisme en het opzetten van de kleine man tegen een elite die paradoxaal tegelijk de motor van de uittreding was. Dat is een publiek geheim op het eiland. Van deze versie van Britsheid die neigt naar eng populisme dat alleen nog naar zichzelf verwijst heeft de EU afstand genomen. De Engelsen zijn daar extra behulpzaam bij door zich extra apart te zetten en net te doen alsof het nog de 19de eeuw is. In hun gespeelde gekkigheid die ze zelf geweldig vinden. Als enigen.

Foto: Still uit film ‘Went the Day Well? (1942)’ met Leslie Banks.

Rechtlijnigheid tot in het graf is het beeld dat viruswaanzinnigen van zichzelf schetsen. Houden ze dat vol tot het bittere einde?

Er is wat voor te zeggen om de ernst van de COVID-19 pandemie te bagatelliseren. Het is weliswaar een onwetenschappelijke mening die anderen in gevaar brengt, maar tot het einde volgehouden kan daar nog enig respect voor opgebracht worden.

Dat komt overeen met het exotische buitenbeentje die zich doodhongert voor een hoger doel. Dan zit er een methode in de waanzin. Beredeneerd vanuit de realiteit van alledag is het onnozel, maar vanuit een parallelle werkelijkheid logisch in zichzelf. Ondanks de verstandsverbijstering roept het toch ook respect op vanwege de zelfopoffering tot het bittere einde.

Rechtlijnigheid tot in het graf is het beeld dat antivaxers, complotdenkers en viruswaanzinnigen van zichzelf schetsen. Ze zien zichzelf als frontsoldaten in de strijd tegen de leugenpers, de dominante overheid, belangengroepen achter de schermen  (George Soros, Bill Gates) en de manipulatie van de waarheid. Ze ontkennen de ernst van de COVID-19 pandemie en als die dan toch blijkt te bestaan en vele doden eist, dan kunnen ze op straffe van het verlies van hun geloofwaardigheid niet meer op hun schreden terugkeren. Als ze getroffen worden door het COVID-19 virus waarvan ze de mortaliteit schaamteloos hebben ontkend, dan verloochenen zichzelf door zich te laten vaccineren.

Dwarsdenken of politiek opportunisme gaat over in schijnheiligheid als degenen die zich in de publiciteit hebben geprofileerd door te ageren tegen vaccinatie en die de ernst van de pandemie ontkennen zich zouden laten vaccineren. De keuze is aan Willem Engel, Lange Frans, Doutzen Kroes, Karel van Wolferen, Ab Gietelink, Geert Wilders, Thierry Baudet en al die complotdenkers die in 2020 op sociale media tegen de ernst van COVID-19 hebben geageerd. Kiezen ze als het erop aankomt voor hun geloofwaardigheid?

De macht die de ernst van de pandemie ontkent zorgt als eerste voor zichzelf als de dreiging dichtbij komt. In het geval van president Trump, juridisch adviseur Rudy Giuliani of andere naaste medewerkers van Trump die besmet waren met COVID-19 zorgden ze ervoor dat ze de beste behandeling kregen die gewone burgers ontzegd werd. Dat is niet alleen paradoxaal, dat is ethisch verwerpelijk gedrag.

Trump naaste medewerkers zullen als eersten gevaccineerd worden voor een pandemie waarvan ze de ernst in de openbaarheid al 10 maanden in twijfel trekken. Terwijl ze al sinds februari 2020 beseffen dat het ontkennen van de ernst van de pandemie een leugen is en uitsluitend een narratief dat om partijpolitieke redenen is opgetuigd. Nu staan ze vooraan voor een vaccin tegen een dreigende pandemie waarvan ze ontkend hebben dat die kwalijker is dan een griepje. Waar ze zich evenmin voor laten vaccineren. Deze mensen verdienen geen respect. Hoewel ook zij vermoedelijk gegijzeld werden door de waanzin van Trump en zijn handlangers. Ze hadden ontslag moeten nemen of nu het vaccin weigeren omdat ze verkondigen dat de dreiging van COVID-19 vaccinatie niet noodzaakt.

Trumps schijnheiligheid is immens. Voor wie het nog niet wist, zijn daden en woorden zijn in flagrante tegenspraak met elkaar. Zelden wordt de laakbaarheid van de macht zo duidelijk aangetoond in de reactie van Trump en zijn kornuiten die met de beste behandeling en een vroege vaccinatie eersteklas voor zichzelf zorgen tegen een pandemie waarvan ze de ernst ontkennen. Hun viruswaanzin wordt er warempel zowat menselijk van.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelMembers of White House staff to get early access to coronavirus vaccine’ van Felicia Sonmez enJosh Dawsey voor The Washington Post, 14 december 2020.

Amerikaanse typologie van het conservatisme vertaalt naar de Nederlandse rechtse partijen (CDA, VVD, SGP, PVV, FVD)

Het is aardige hersengymnastiek om politiek rechts in de VS te vertalen naar Nederland. Het verschil is dat de Republikeinse partij een coalitie is van allerlei soorten conservatisme en rechts-radicalisme, terwijl deze stromingen in Nederland verkaveld zijn en apart een thuis vinden in afzonderlijke partijen. Het lijkt te gaan om drie (of vier) afzonderlijke groeperingen waartussen belangrijke verschillen bestaan. Ze vinden niet exclusief, maar wel overwegend onderdak binnen de Republikeinse partij.

Juist dan wordt de vergelijking interessant. Zeker als het gaat over de levensvatbaarheid en rekbaarheid van aparte stromingen. Vraag is hoe ze in een Nederlandse situatie in samenhang elkaar kunnen versterken of verzwakken. Die inschatting geeft een beeld over de levensvatbaarheid en de groeimogelijkheden van de afzonderlijke Nederlandse rechtse partijen.

Rechtse partijen vertegenwoordigd in de Tweede Kamer zijn bekeken vanuit het centrum: CDA, VVD, SGP, PVV en FvD. 50Plus en de afscheidingen die daar uit zijn ontstaan zijn te gefragmenteerd en programmatisch te vluchtig om serieus in te kunnen schatten. Het liberale D66 dat economisch rechts is en cultureel progressief valt niet op te vatten als een partij waar het conservatisme of het rechts-radicalisme doorslaggevend is.

Een onderzoek uit 2014 van PEW Research Center geeft de belangrijkste feiten van de politieke typologie. Aan de rechterkant gaat het om ‘Standvastige conservatieven’ (SC) en ‘Zakelijke conservatieven’ (ZC). In de SC is religieus rechts van conservatieve witte evangelicals dominant die zijn te verenigen rond ethisch-medische standpunten tegen abortus of euthanasie en tegen het homohuwelijk en gendergelijkheid. In de ZC zijn fiscale conservatieven dominant voor wie een terugtredende overheid, economisch vermogen en belastingvoordeel belangrijk zijn.

Interessant en toepasbaar op de opkomst van Donald Trump en alt-right is de opkomende groep van ‘Jonge Buitenstaanders’ (JB) zonder een sterke loyaliteit aan de Republikeinse Partij die in feite een hekel te hebben aan beide politieke partijen. Ze registreerden zich als ‘sociaal progressief’, voorzover ze geen voorstander zijn van een verbod op abortus of het homohuwelijk en niet bijzonder religieus zijn. Maar zoals Amanda Marcotte in een artikel voor Salon verklaart delen ze wel het racisme van de traditionele conservatieven. Ze ziet daarnaast een sterk anti-feministisch sentiment bij deze groep.

Volgens Marcotte zijn de Jonge Buitenstaanders  overgelopen naar de Republikeinen, maar is dat effect waarschijnlijk tijdelijk omdat het direct volgt uit Trumps eigen manier van politiek bedrijven. Deze groep is immers niet per definitie Republikeins, maar is door Trump binnengehaald op standpunten over seksisme, racisme, schoppen tegen het politieke en economische establishment en allerlei complottheorieën. Het valt te betwijfelen of een Republikeinse partij een leider kan vinden die het Trumpisme zonder een ongeremde en ongedisciplineerde Trump even geloofwaardig weet te presenteren.

Wat ontbreekt in Marcotte’s analyse is dat de Zakelijke conservatieven binnen de Republikeinse partij naar de marge zijn gedrongen of zelfs de partij hebben verlaten. In elk geval de opinieleiders van deze stroming en niet zozeer de kiezers. Mede als gevolg van Trumps schoppen tegen het politieke en economische establishment en de overheid. Deze stroming heeft sinds 2016 binnen de partij ernstig aan macht ingeboet. Dat uit zich onder meer in het loslaten van de begrotingsdiscipline die onder Trump volledig uit de hand is gelopen. Dat staat haaks op de geest van het traditionele fiscale conservatisme.

Wie deze driedeling vertaalt naar de Nederlandse rechtse partijen moet eerst een uitbreiding maken naar een vierdeling. Kiezersonderzoek leert namelijk dat de Buitenstaanders bij PVV en vooral FVD eerder oud of van middelbare leeftijd zijn dan jong. Dat leidt tot de groep Oudere Buitenstaanders (OB).

Dat leidt tot de volgende inschatting van de verdeling van de stromingen: CDA: ZC/SC; VVD: ZC; SGP: SC; PVV: JB/OB; FVD: OB/JB. De overeenkomst tussen PVV en FVD is dat de zakelijke elite en religieus rechts er geen onderdak vinden, ondanks Baudets pogingen om in te breken bij de SC via de SGP. Het verschil tussen PVV en FVD is dat eerstgenoemde overwegend laagopgeleide kiezers trekt die sociaal progressiever zijn dan de kiezers van FVD.

Voor de levensvatbaarheid en groeimogelijkheden van Nederlandse rechtse partijen betekent dit dat de PVV en FVD kwetsbaar zijn omdat ze veel Buitenstaanders trekken met weinig partijloyaliteit. Mede omdat PVV en FVD, net als de Republikeinse partij in het geval van Trump, sterk afhankelijk zijn van de respectievelijke leiders Wilders en Baudet kan de ballon van PVV of FVD leeglopen als het succes van de leiders is uitgewerkt. VVD en SGP hebben een duidelijk profiel in het bedienen van respectievelijk de Zakelijke conservatieven en de Standvastige conservatieven die electorale zekerheid bieden. Het CDA is onhelder in haar profiel wat deze partij kwetsbaar maakt. Niet omdat aparte standpunten niet binnen een partij te verenigen zijn, maar omdat er in het Nederlandse politieke landschap partijen zijn die zich met het accent op één standpunt scherper en helderder kunnen profileren.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelThe crackpot factor: Why the GOP is worried about turning out the vote after Trump; Future GOP candidates lack Trump’s secret sauce for attracting new voters — his appeal with Crank-Americans’ van Amanda Marcotte op Salon, 18 november 2020.

Farid Azarkan en Geert Wilders zeggen via Twitter tegen mij: ‘je bent geblokkeerd’. Maar staan ze niet zelf geblokkeerd?

Op sociale media mag ik graag reageren. Het aardigste vind ik het om iets te zeggen tegen mensen met wie ik het het meest oneens ben. Types als president Trump of leden van religieuze organisaties die hun onwaarheden en leugens het internet opslingeren. Er is doorgaans weinig voor nodig om dat te ontkrachten. Dat heeft nog de schijn van een publiek debat. Soms gaat zelfs zo’n politicus of geestelijke in debat. Dan is men het weliswaar niet eens, maar ontstaat toch een soort uitwisseling van gedachten. Hoe vluchtig dat ook is en hoe men tot onderdeel van politieke marketing wordt gemaakt. Meer kan men niet verwachten als toevallig passant op sociale media.

Wel minder. Dat geven Farid Azarkan en Geert Wilders aan. De politieke leiders van respectievelijk de politieke partij DENK en de PVV hebben me geblokkeerd op Twitter. Ze hebben de deur van het debat dichtgegooid. Wat de aanleiding daarvoor was kan ik me niet herinneren. Opvallend is dat deze twee politici hun mond vol hebben van de vrijheid van meningsuiting en in de praktijk het omgekeerde doen. Dat tekent de zwakte van hun mooie woorden die niets om het lijf hebben. Azarkan en Wilders staan naakt in hun schone schijn. Ze komen niet op voor de vrijheid van u en mij, maar willen in de publiciteit alleen het beeld vestigen dat ze opkomen voor de vrijheid.

Azarkan en Wilders zijn op hun eigen manier politici met een beperkte blik die bang zijn voor het tegengeluid dat ze uitsluiten. Want zo hebben ze in hun eigen domein altijd gelijk en kunnen ze (op sociale media) niet worden tegengesproken. Azarkan en Wilders zijn eenoog koning in hun gesloten blinde wereld. Baasjes in hun reservaat.

Azarkan en Wilders vertegenwoordigen de grootmoedigheid van de kleingeestigheid. Ze zijn het omgekeerde van wat ze beweren te zijn. Er gaapt een kloof tussen wat ze zijn en wat ze beweren te zijn. Ze zijn beperkte geesten die als camouflage het uiterlijk van de vrije geest aannemen. Maar dat wordt er door hun bedrieglijke gedragingen en uitspraken steeds potsierlijker op. Ze blokkeren anderen op sociale media, maar zijn het zelf die mentaal geblokkeerd staan. Maar dat hebben ze niet door in hun gesloten wereld waar de tegenspraak wordt uitgebannen.

Foto’s: Schermafbeelding van de door George Knight opgeroepen Twitter-pagina’s van Farid Azarkan en Geert Wilders, 12 november 2020.

PVV en FvD zitten klem in hun retorische fuik. Door de coronavirus crisis kunnen ze voorlopig geen angst en verdeeldheid meer zaaien

Radicaal-rechts heeft afgelopen jaren een val voor zichzelf gezet waar het door de coronacrisis ingelopen is en niet meer aan kan ontsnappen. Het zet zichzelf te kijk door irrelevante kritiek. Daarnaast neemt de waardering voor en het draagvlak van radicaal-rechts af omdat het dat afwijst waarvan de meerderheid van de bevolking meer dan anders beseft dat het essentieel is om de uitbraak te bestrijden. Namelijk (internationale) samenwerking en een belangrijke rol voor wetenschappers. Dat alles gemeld door professionele journalistiek die verantwoording neemt door feiten te geven en nauwgezet verslag te doen van de ontwikkelingen.

Het pleidooi van PVV en FvD die vrijheid hoog in hun vaandel zeggen te hebben voor de volledige inperking van de vrijheid (‘lockdown’) valt niet te rijmen met hun kritiek op het kabinet dat maatregelen aankondigt. Dat is niet wat het land nu nodig heeft bij maatregelen die van dag tot dag aangescherpt worden. De kritiek kan dan ook niet anders opgevat worden dan vergezocht. Het is kritiek om de kritiek. PVV en FvD ontmaskeren zichzelf als pseudo-betrokken en pseudo-begaan met Nederland. Hun wrok tegen iedereen wordt onthuld.

In navolging van president Trump die in de eigen val van zijn retoriek is getrapt vallen PVV en FvD door de mand. Ook in een noodsituatie van ongekende omvang bieden ze geen oplossingen, maar blijven ze op hun aloude gevoel spelen met vreemdelingenhaat, zaaien van verdeeldheid en rancune. Het is 11 mei 1940 en PVV en FvD blijven zaniken over de ‘schijndemocratie’, de intimidatie van minderheden en zaaien verdeeldheid.

De urgentie van PVV en FvD is hun gebrek aan urgentie. Het gaat nu snel in de ontmaskering van valse profeten. Vooral op de politieke en religieuze markt worden goedwillenden van kwaadwillenden gescheiden.

PVV en FvD beleven op dit moment niet hun finest hour. In hun automatisme kunnen ze niet meer schakelen. Het gebrek aan souplesse en hun starheid om bij hetzelfde verhaal te blijven omdat ze maar één verhaal hebben zijn hun valkuil. Dat is het gevolg van hun politieke marketing die draait om het zaaien van angst en verdeeldheid. Maar nu gaat het niet om een angst die voortkomt uit politieke marketing en geconstrueerd is, maar om fundamentele Angst die draait om leven en dood. Omdat die angst beteugeld moet worden en er verbinding gevraagd wordt is hun politieke marketing onbruikbaar en werkt het tegen de boodschapper in.

PVV en FvD kunnen niet schakelen als de situatie dat vraagt. Ze hebben namelijk slechts één manier van handelen, modus operandi, die door een gezondheidscrisis in een klap onbruikbaar is geworden. Alles dat belangrijk leek is het niet meer. Wat nu gevraagd wordt van politieke partijen is inschikken, uitschakeling van oude reflexen, stokpaardjes en persoonlijke branding. Wat niet wil zeggen dat er geen werk aan de winkel is. Nu er tientallen miljarden euro’s aan noodfondsen vrijkomen is het zaak voor politici om ervoor te zorgen dat die niet bij vermogenden, banken en multinationals, maar bij kleine bedrijven en burgers terechtkomen.

Foto: ‘Zicht op de visinstallatie en fuiken van de Wagenia in de Congorivier’, 1970. Collectie Tropenmuseum.

Journalistiek mist ambitie, instrumenten én mentaliteit om zinvol te reageren op een agenda die door radicaal-rechts wordt bepaald

Aldus het antwoord van CNN-journalist Wajahat Ali in een interview met Salon’s Chauncey Devega. Het hoofdonderwerp van het gesprek is witte suprematie in het tijdperk van president Trump, maar het gaat ook over de opstelling van de media. De conclusie kan omvattend zijn: de media zijn sneu, de media gedragen zich rechts in een rechtse omgeving en de journalistieke code van het ‘enerzijds-anderzijds’ ofwel de ‘both sides journalism’ is gedateerd, maar de gevestigde media hebben daar nog geen oplossing voor gevonden. Of dat laatste onwil, onkunde, lafheid, naïviteit of een combinatie van deze vier aspecten is blijft de vraag.

We zien ook in Nederland dat de ‘enerzijds-anderzijds’ journalistiek in de media een valse gelijkwaardigheid creëert die in werkelijkheid niet bestaat. Met als gevolg dat de journalistiek nog verder vervreemdt van de samenleving. Het is een kwestie van verhoudingen. Als van 100 klimaatdeskundigen er 2 zijn die concluderen dat de opwarming van de aarde niet door menselijk handelen wordt veroorzaakt, dan zetten de media één van die 2 tegenstanders tegenover éen van de 98 voorstanders en denken ze in hun gemakzucht of misleiding een evenwichtig debat te bieden. Mede om beschuldigingen van ‘linkse media’ en dreigingen van tegenstanders uit de weg te gaan. Individuele journalisten missen burgermoed en de media capituleren bij voorbaat in lafheid en vluchten bij vol bewustzijn weg in een houding van schijngelijkwaardigheid die bewust verkeerd wordt vertaald met objectiviteit. Nieuwsconsumenten concluderen in genoemd voorbeeld vervolgens dat 50% voor en 50% tegen is. De ernst valt dus wel mee en dit roept geen urgentie om te handelen op omdat de helft van de deskundigen immers tegen is. Bedankt media voor het valse beeld, jullie zijn niet links maar rechts.

Vermoedelijk beseffen goedwillende journalisten wel degelijk dat deze valse gelijkwaardigheid niet klopt en dat de media hierin een corrumperende en verderfelijke rol spelen. Maar zij of hun leidinggevenden zijn niet in staat om afstand te nemen van ingeprente waarden als ‘hoor-wederhoor’ die uit andere tijden stammen en weet de journalistiek als geheel geen raad met de situatie van een guerrilla in (sociale) media door radicaal-rechts. Een strijd waarbij deze radicalen als doel de verwerping van de democratie hebben. Een weerbare democratie kan alleen functioneren met een weerbare journalistiek die een geheugen én een geweten heeft.

Rechts-radicale politici als Wilders en Baudet spinnen garen bij de onzekerheid van de media en het gebrek aan een nieuwe, deugdelijke journalistieke code. Door het valse idee van gelijkwaardigheid zijn ze door de gevestigde media op het schild gehesen en representabel gemaakt. Hun verklaringen of persberichten worden vanuit een misplaats idee van objectiviteit geplaatst. Doorgaans zonder dat er een voldoende context of uitleg wordt gegeven van wat er aan de hand is. In een andere politiek situatie zou dat trouwens evenzeer kunnen gelden voor radicaal-links. Maar in landen als Nederland en de VS wijst op dit moment de politiek hard naar rechts en voegen de gevestigde media zich moedeloos in die situatie in het navolgen van de status quo.

Hoe kunnen de journalistiek en de individuele journalisten die werkzaam zijn in de media tot inzicht komen dat ze op dit moment niet zozeer onderscheid en informatie bieden, maar verwarring en desinformatie? Om er een conclusie uit te trekken. Traditionele nieuwsconsumenten stoppen met het volgen van het nieuws omdat ze evenwicht, gelijkwaardigheid en bezinning missen. Daarvoor in de plaats komen niet alleen hijgerigheid en continue opgewondenheid, maar ook misleiding. Dat laatste is kwalijker dan het eerste. Individuele journalisten bij gevestigde media zouden even uit de nieuwscyclus moeten kunnen stappen en als het ware terug naar de schoolbanken gaan om opnieuw te beginnen. Ze moeten beseffen dat die hijgerigheid en desinformatie niet normaal zijn en de samenleving schade berokkent. De bewustwording waartoe de goedwillende journalisten moeten komen is dat ze op dit moment meer desinformatie dan informatie bieden en dat ze in de positie zijn om dat te veranderen. Dat is een harde conclusie over een spoedeisend probleem.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikel ‘CNN’s Wajahat Ali: “We knew what would happen” under Trump, but the media just played along’ in Salon, 3 februari 2020.

Foto 2: ‘A general view of the Associated Press London bureau newsroom, showing cable transmitters in foreground, ca. 1930s. (AP Photo)

Oostenrijkse coalitie met Groenen biedt de conservatieve ÖVP de mogelijkheid om te vechten voor het goede gevecht

Zoals verwacht komt er in Oostenrijk een coalitieregering van rechts met links. Van de conservatieve Oostenrijkse Volkspartij ÖVP met de progressieve Die Grünen. Deze partijen hebben samen 97 van de 183 zetels in het lagerhuis, de Nationalrat. Bondspresident Alexander Van der Bellen is lid van De Groenen.

De ideologie van de ÖVP wordt afwisselend omschreven als christen-democratisch, liberaal, conservatief of zelfs als een soort sociaal-democratie vanwege de economische interventie van de regering. Deze ‘zwart-groene’ coalitie wordt als voorbeeld gesteld voor regeringen in andere landen. Zoals Duitsland waar de CDU/CSU en Die Grünen op elkaar aangewezen lijken te worden door de implosie en radicalisering van de SPD en in Nederland waar GroenLinks al enkele jaren naar het centrum beweegt en aansluiting zoekt bij Rutte III. Hoewel de in de tijd en mentaliteit terugtrekkende bewegingen van het CDA en de VVD op het stikstofdossier het erg lastig maakt om een realistische politiek te voeren. De paradox is dat het op dit moment niet de linkse partijen, maar gematigd rechtse partijen zijn die zich op het klimaatdossier onrealistisch opstellen. Hoe dan ook geeft het Oostenrijkse voorbeeld focus en inspiratie voor politieke partijen in andere Europese landen.

Er bestaat zowel bij links als bij rechts misverstand over wat conservatisme is. Trumpisme, Forum voor Democratie of alt-right met ondergangsfantasieën, racisme en een stop op migratie passen niet binnen de hoofdstroom van het conservatisme en staan er in politiek-filosofisch oogpunt mijlenver vanaf. Daarom is de coalitie van ÖVP en Die Grünen in Oostenrijks een belangrijke ontwikkeling omdat het eraan mee kan helpen dit hardnekkige misverstand uit de weg te ruimen. Want het combineert behoudende met vooruitstrevende politiek binnen de lijnen van de democratie en de rechtsstaat. De intellectuele acrobatiek van opinieleiders op radicaal-links én radicaal-rechts die verkondigen dat het conservatisme in de kern een belangrijke revolutionaire component heeft is onwaarachtig, leugenachtig en zelfs bewust misleidend omdat het het conservatisme tot buiten de eigen bedding oprekt. Dat is conservatisme dat geen conservatisme meer is.

Columnist Tim Carney brak in september 2019 in een belangrijke column in de rechtse Washington Examiner een lans voor herwaardering van het conservatisme. De titel ‘It’s time to create a conservative ecosystem that doesn’t welcome racists’ gaf de opzet en de afbakening goed aan. Carney: ‘Conservatieven zouden er een prioriteit van moeten maken om te vechten voor de fundamentele waardigheid en gelijkheid van raciale minderheden aan wie die waardigheid en gelijkheid is ontzegd. Het zal decennia van onrechtvaardigheid vereisen om dat te overwinnen en zal dus niet snel gebeuren. We zullen links niet ontnuchteren met betrekking tot hun zelfvoldane laster en verwaandheid, maar daar gaat het niet om. Conservatieven zullen troost kunnen vinden in het feit dat we vechten voor het goede gevecht en de racisten opjagen.’ De samenwerking met realistische Groene politiek kan vanwege de veilige politiek omgeving die het biedt eraan helpen meewerken om de conservatieven naar zichzelf te laten terugkeren. Weg van het racisme, weg van een harde migratiepolitiek en weg van het oprekken van rechtsstaat en democratie. Zoals Trump in de VS, Johnson in het VK en Centraal-Europese regeringsleiders in Hongarije en Polen afgelopen jaren deden.

Hopelijk is de samenwerking van traditionele conservatisme met progressief links een wekroep voor Nederlandse opinieleiders om conservatisme en alt-right niet langer gelijk te stellen en het begin van de ontmaskering van radicaal-rechtse columnisten van het type Wierd Duk of Leon de Winter die zich losjes met het conservatisme associeren om zo aan legitimiteit te winnen. Als ze niet begrijpen dat conservatisme het racisme niet oogluikend toestaat of kritiek op migratie billijkt, dan begrijpen ze niet alleen niet wat conservatisme is, maar begrijpen ze evenmin waar ze zelf voor staan. Hopelijk geeft het Nederlandse conservatieven zelfvertrouwen en ambitie om afstand te nemen van Baudet, Wilders en radicaal-rechtse organisaties en opinieleiders die het conservatisme de laatste jaren zo’n slechte naam hebben bezorgd.

Want types als Baudet gebruiken de term conservatisme of leunen daar stilzwijgend tegenaan om hun eigen racisme en witte hegemonie-denken te verhullen. Maar ze vallen eerder te omschrijven als anti-conservatief. Conservatieve principes als behoud van democratische normen, waarden en instellingen en voorlichting van het publiek over conservatieve principes zoals rechtsstaat, vrijhandel en uitbreiding van legale immigratie delen ze niet. Laten we ze daarom geen conservatieven noemen. Overigens hebben universele waarden in wisselende combinaties verschillende kinderen. Iedereen die beweert dat ze exclusief aan één politieke stroming toebehoren zit ernaast. Juist dat geeft conservatieven en Groenen een basis voor samenwerking.

Het conservatisme als ideologie bevat samenhang met min of meer vaste, gemeenschappelijke posities en denkwijzen over de natie, de familie, grondrechten, politieke besluitvorming, verandering en continuïteit. Het politieke verschil met progressieve Groenen is daarom groot, maar overbrugbaar in tegenstelling tot de kloof met partijen als PVV of FvD. In Oostenrijk wordt dat opgelost door uitruil van thema’s. Partijen mogen hun stokpaardjes berijden, zodat de ÖVP op kan komen voor de familie en traditionele verhoudingen, een fiscaal behoudende politiek of een strenge, maar rechtvaardige migratiepolitiek en de Groenen voor natuur, klimaat en sociale rechtvaardigheid. Het is een interessant experiment dat het sentiment van radicaal-rechts buiten de deur houdt en tegelijk het meest prangende probleem van dit tijdperk aanpakt: de klimaatverandering.