George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Amersfoort

Directeur Ploum vertrekt bij MOA. Band met Amersfoort verder doorgesneden. Ruimte voor herbezinning bij alle betrokkenen

with one comment

Hoe het bericht te duiden dat Yvonne Ploum haar functie als directeur van het Museum Oud Amelisweerd neerlegt? Ze vertrekt per 1 juni 2018. RTV Utrecht zegt in een bericht dat Ploum meent dat de rek eruit was. Dat wil zeggen, bij haar. Zo wordt haar terugtreden een middel in de beeldvorming. RTV Utrecht: ‘De rek was er een beetje uit en MOA heeft de beste nodig, iemand die alle energie nog heeft.’ Dat brengt de stap van een terugtredende directeur terug tot persoonlijke tegenspoed, maar het is de vraag of dat de essentie van Ploums terugtreden is. Gezien wat er sinds 2010 gebeurd is, lijkt het daar niet op. Het museum is vanwege de slechte randvoorwaarden nooit goed van de grond gekomen. Het is zelfs begrijpelijk dat elke directeur die binnen deze randvoorwaarden moet werken ten prooi valt aan ‘langdurige ziekte‘. Alertheid gebiedt om te beseffen dat een persoonlijk probleem als zetstuk voor een fundamenteel probleem van het museum geschoven wordt. Omzichtigheid over dat persoonlijke belemmert dan het doorvragen over de problemen van het museum.

In het bericht zegt Ploum iets opmerkelijks: ‘We zijn nu financieel in een veiligere haven beland. We zijn goed verankerd hier in de omgeving, krijgen steun van overheden en zien een groeiende bezoekersstroom.’ Dat is aantoonbare flauwekul waarvan Ploum en betrokkenen die ook maar enigszins op de hoogte zijn van dit dossier weten dat het flauwekul is. Feit is dat de Stichting Museum Oud Amelisweerd ondanks een bruidsschat van 1 miljoen euro van de gemeente Amersfoort nog geen enkel jaar afgesloten heeft met een positief saldo. De vooruitzichten voor de jaren na 2020 wanneer die Amersfoortse subside stopt en een renteloze lening van de provincie Utrecht van 160.000 euro moet worden terugbetaald zijn ronduit slecht. Het jaarlijkse tekort op de exploitatie is eerder tegen de 2 ton, dan de 75.000 euro die het museum steeds weer naar buiten brengt. Waarschijnlijk om de financiële positie beter voor te stellen dan die is en zo sponsors over de brug te trekken. Die willen immers een positief verhaal met perspectief en hun geld niet in een bodemloze put gooien.

De sleutel van een verklaring voor Ploums terugtreden kan daarom niet los van de problemen van het museum worden gezien. Ofwel de voortdurende onzekerheid over het voortbestaan ervan. Daarbij kwam in 2017 nog het bericht dat Armando aankondigde zijn privécollectie niet langer te laten beheren door MOA. De voorzitter van de Armando Stichting Coen Bruning verklaarde daarover dat Armando de financiële problemen van het MOA zat was. Een eerder beleidsplan van Stichting MOA presenteerde het museum als ‘opvolger van het in 2007 afgebrande Armando Museum’ met als doel om ‘het werk van de kunstenaar Armando, schilderwerk, beeldhouwwerk, literatuur, film, te verzamelen, te beheren, te documenteren, te onderzoeken en te presenteren’. Nu Armando als een van de drie speerpunten is weggevallen formuleert het huidige beleidsplan de doelstelling ruimer. Allerlei soorten musea passen erin. Twee belangrijke randvoorwaarden blijven de zorg voor de historische buitenplaats Oud Amelisweerd en de collectie Chinese en historische behangsels. Een nieuw profiel dat in februari 2018 aangekondigd werd was Huis van kunst in de natuur. 

In juni 2017 nam de Utrechtse raad motie 111 aan die om het onverzoenbare te verzoenen (Gemeente Utrecht gaf de Stichting MOA exploitatiesubsidie die het volgens eigen afspraken uit 2012 niet mocht geven) een onderscheid maakte ‘tussen locatie ‘Landhuis Oud Amelisweerd’ en exploitant/huurder ‘Stichting MOA’. Nogmaals werd in deze motie benadrukt dat locatie en huurder niet onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het gemeentebestuur maakte hiermee aan het bestuur van de Stichting MOA duidelijk dat als het wil het een andere exploitant kan aanwijzen als de huidige financieel in gebreke blijft. Wat overduidelijk het geval is.

Zo ontstaat het beeld dat het bestuur van de Stichting MOA een bestuurlijke manoeuvre heeft ingezet en op zoek is naar een nieuwe bestemming voor landhuis Oud Amelisweerd door afstand te nemen van de eigen recente geschiedenis. Armando is met zijn privécollectie per 1 maart 2018 opgestapt en Ploum gaat per 1 juni 2018 weg. Zo wordt inhoudelijk en personeel de band doorgesneden met de Amersfoortse geschiedenis van het Museum Oud Amelisweerd dat als Armando Museum door het leven ging voordat het in Bunnik belandde.

Dat maakt de ruimte vrij voor een doorstart met andere accenten door dezelfde exploitant. Die probeert door nieuwe initiatieven of het tonen van een beeld van goedwillendheid en verandering te verhinderen dat het door het Utrechtse gemeentebestuur de deur wordt uitgezet. Het aantal van 30.000 bezoekers per jaar lijkt het maximum. Het hoge prijskaartje van de lastige randvoorwaarden van een museum in een historisch zomerverblijf als rijksmonument met een complexe klimatisering verandert echter niet. Hoe dan ook geven de veranderingen het Utrechtse gemeentebestuur de gelegenheid om eens goed na te denken over de toekomst van Landhuis Oud Amelisweerd. Met een fundamenteel debat over de bestemming dat merkwaardigerwijze (sinds 2010) nooit afdoende gevoerd is. Het college liet zich steeds weer verrassen of overbluffen en liep door gebrek aan eigen initiatief continu achter de feiten aan. Dat kan nu na acht jaar eindelijk gecorrigeerd worden.

Foto: TentoonstellingVechtende Krekels’ van Harmen Brethouwer in landhuis Oud Amelisweerd, 1999.

Advertenties

Samenwerking tussen Armando en MOA beëindigd. Kan het museum zich diepgaand en geloofwaardig herpositioneren?

leave a comment »

Dit nieuwsbericht zegt dat het MOA verder gaat als ‘Huis van kunst in de natuur‘. Het is een uit nood geboren nieuw profiel. Armando trekt per 1 maart 2018 zijn collectie terug omdat hij volgens een woordvoerder van de Armando Stichting geen vertrouwen meer heeft in de financiële stabiliteit van het MOA. In het AD zegt Coen Bruning: ‘Voor een kunstenaar is het niet goed als zijn werk hangt in een museum met geldzorgen.’ Het MOA kent al sinds de oprichting in 2012 financiële problemen en heeft nog geen enkel jaar een positief saldo gehad. Laat staan dat het een reserve heeft opgebouwd voor moeilijke tijden. Dit ondanks een subsidie van 1 miljoen euro van de gemeente Amersfoort die tot 2021 in 10 jaar wordt uitbetaald, de zogenaamde bruidsschat. Daarnaast moet het MOA in 2021 een lening van 160.000 euro aan de provincie Utrecht aflossen.

Budgettair wordt 2021 het jaar van de waarheid voor het MOA. Tot die datum koopt het bestuur van de gemeente Utrecht tijd voor het eigen wanbeleid op dit dossier door het museum van een subsidie te voorzien die het volgens eigen besluiten niet eens mag geven. Raad noch college hebben een goed omlijnd idee wat ze met het landhuis aanmoeten. Het MOA is een hoofdpijndossier dat vastgelopen is in de modder. Een RSV-dossier in het klein waarin geld gepompt wordt en waarvan de uitkomst al jarenlang vaststaat: faillissement. Alleen wil geen enkele wethouder ervoor verantwoordelijk gesteld worden de stekker eruit getrokken te hebben. Daarom durft geen enkele bestuurder van de gemeente Utrecht de werkelijkheid onder ogen te zien.

De slechte financiële situatie van het MOA hoeft niet de enige reden te zijn dat Armando zijn privécollectie terugtrekt. Want de werken hebben een commerciële waarde en kunnen op de kunstmarkt verkocht worden. Een uitspraak in 2015 van het inmiddels afgetreden bestuurslid Geert Noorman van de Stichting MOA maakt duidelijk dat er binnen het toenmalige bestuur gedachten waren om stukken van Armando te verkopen. Hij liet zich in een interview met een lokale Bunnikse krant ontvallen bij een dreigend faillissement van het museum ‘desnoods werken van Armando [te] verkopen, mocht hij daar toestemming voor geven’. Dat was vloeken in de kerk omdat de ethische code van Museumvereniging en ICOM het verbiedt om werken uit een museumcollectie te verkopen om gaten in de exploitatie te vullen. Voor Armando lag nog een ongewenst neveneffect op de loer. Extra aanbod van zijn oudere werk kan zijn positie op de kunstmarkt beschadigen omdat het de prijs onder druk zet. Wie regelmatig kunstbeurzen bezoekt weet dat Armando via enkele vaste galeries nog steeds nieuw gemaakt werk aanbiedt, waarvan critici overigens de kwaliteit betwisten.

Armando’s stap om afscheid te nemen van het MOA kwam niet onverwachts en hing al jaren in de lucht. De liefde was minder diep dan in de publiciteit van het MOA werd voorgesteld. In een commentaar schreef ik op 4 januari 2014 (Tony de Meijere is Armando’s ex): ‘Er was sprake van een dubbele gijzeling. Armando werd gegijzeld door het Armando Museum en had geen behoefte om na Amersfoort nog een nieuwe stap te zetten. Tony de Meijere die incidentele bruiklenen voor tentoonstellingen aan het Armando Museum gaf, maar daar op een gegeven moment uit ongenoegen mee stopte, gaf haar opgeslagen collectie in bruikleen bij het Kröller-Müller Museum. Zijn ongenoegen liep zo hoog op dat Armando voorjaar 2011 zijn collectie weghaalde bij het Armando Museum. Dat betekende het einde aan alle plannen. Armando ging na druk uiteindelijk overstag. Vanuit die positie kon het Armando Museum als enige kandidaat de gemeente Utrecht gijzelen.’

Nu gaat het MOA verder als ‘Huis van kunst in de natuur’. Op fundamenteel niveau klopt dat, want landhuis Oud Amelisweerd is een huis in het bos. Is de herprofilering van een museum dat de eigen geschiedenis en reden voor bestaan achter zich laat een stap naar een nieuwe toekomst? Maar het laat niet de oorspronkelijke doelstelling waarvoor het opgericht is achter zich. Is de herprofilering vooral op de geldschieters gericht en moet het de suggestie van beweging en daadkracht uitstralen? In Museum Insel Hombroich bij Düsseldorf plonzen kikkers in de vijvers en waaien in de herfst de bladeren de zalen in. Dat is een huis van kunst in de natuur dat met die reden is gebouwd. Wie probeert te achterhalen wat de bestaansreden van het MOA is komt telkens gelegenheidsargumenten tegen. Het MOA is een constructie waar doorheen schemert dat de oprichting ervan niet volgt uit een behoefte, maar uit redenen die samenhangen met politieke koehandel.

Het AD meldt dat de Armando Stichting in gesprek is met een aantal partijen over een nieuwe samenwerking. Dat kunnen bestaande musea of ‘vermogende particulieren die een museum willen stichten’ zijn. Zodat na Amersfoort (1998-2007) en Bunnik (2014-2018) Armando in 20 jaar mogelijk een derde bestemming vindt.

Foto: Schermafbeelding van nieuwsbericht ‘ARMANDO’S VOGEL VERLAAT HET NEST’ van het MOA, 26 februari 2018.

Publiciteit rond tentoonstelling ‘Buitengewoon Stijlvol’ roept vraag op waar ‘doen aan kunst’ door amateurs toe leidt

leave a comment »

De tentoonstelling ‘Buitengewoon Stijlvol’ in Amersfoort roept de vraag op wat het verschil is tussen een amateur- en een beroepskunstenaar. Het is een initiatief van stichting Special Arts Nederland dat bevordert ‘dat alle mensen met een handicap aan kunst kunnen doen en dat ze hun talenten daarvoor kunnen ontwikkelen.’ Een mooi streven dat speelt op het vlak van creativiteit, zelfontplooiing en therapie. Maar leidt dat ‘aan kunst doen’ tot ‘kunst’? Kan iedereen die ‘aan kunst doet’ kunstenaar genoemd worden zoals de Amersfoortse wethouder Bertien Houwing (D66) doet? Of is daar meer voor nodig en moet het verschil tussen amateur- en professionele kunst beter uit elkaar gehouden worden? Niet om een rangorde aan te brengen, maar om aan te geven dat deze twee soorten ‘kunst’ verschillend zijn en weinig gemeenschappelijk hebben.

Kwestie Armina Hambartsjumian wordt gepolitiseerd door media en NGO’s

with 2 comments

Wat is er potsierlijker, de opstelling van Defence for Children of van staatssecretaris Klaas Dijkhoff inzake de uitzetting van Armina Hambartsjumian en haar twee kinderen Howick (12 jaar) en Lily (11 jaar)? De kinderen zijn in de Russische Federatie geboren. Moeder Armina werd gisteren uitgezet naar Armenië zonder haar kinderen die op een geheime plek in Nederland achterbleven. Er worden vermoedens de wereld in geholpen dat Armina leugens heeft verteld in haar asielprocedure. Die worden door rechtse media als Elsevier en De Telegraaf naar buiten gebracht en ontlasten Dijkhoff. Zo wordt de kwestie gepolitiseerd door links en rechts.

Opgenomen in de Christelijke gemeenschap van Amersfoort zou Armina zich in de procedure voorgedaan hebben als Azerbeidzjaans. Verre van logisch voor wie de religieuze verschillen tussen beide landen in ogenschouw neemt. De Armeense autoriteiten bevestigen haar Armeense identiteit. Maar ook dat hoeft niet de ultieme waarheid te zijn. Zo resteert een schimmenspel van beschuldigingen, verdraaiingen en rookgordijnen.

Beide partijen komen met een half verhaal waarmee ze hun gelijk claimen. Defence for Children speelt op het gevoel en gaat voorbij aan de feiten van procedure en wet. De staatssecretaris houdt zich aan proceduren en wet en gaat voorbij aan het gevoel. Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer -die om een onmodieuze reden van genderidentiteit kinderombudsman wordt genoemd- heeft vooral kritiek op de gescheiden uitzetting van moeder en kinderen. Daarin heeft ze gelijk, dat is beschamend. Dat ouders en kinderen gescheiden worden en apart uitgezet worden is schandalig en zou niet zo moeten zijn. Dat gaat over een grens van betamelijkheid.

Maar de gescheiden uitzetting is niet de essentie van de kwestie Armina Hambartsjumian. Haar verblijf in Nederland zou niet rechtsgeldig zijn. Al in 2009 viel dit besluit voor het eerst. Dit is keer op keer door rechtbanken beoordeeld en in orde bevonden, aldus RTV Utrecht in een bericht. Aan wie te wijten valt dat het vervolgens nog 8 jaar voortsleepte is de essentie. Het antwoord daarop beantwoordt de schuldvraag.

Critici kunnen met een beroep op emotie of rechtvaardigheidsgevoel beweren dat het toepassen van regels of het niet gebruik maken van de discretionaire bevoegdheid door de staatssecretaris pietluttigheid is, maar er is ook nog zoiets als de rechtsstaat die rechters geen ruimte geeft om af te wijken. Rechters moeten nauwgezet de wet toetsen en hebben weinig marges om daar vanaf te wijken. Altijd zijn er grensgevallen die schrijnend zijn. Type kleermaker Gümüs die in 1997 ondanks publieke verontwaardiging met zijn gezin werd uitgezet. Daarna volgt door de publieke verontwaardiging meestal een tijdelijke verzachting in het beleid. De marges van de wet worden dan anders benut. Maar de wet blijft leidraad. Van de verzoeken van asielkinderen die onder de zogenaamde definitieve regeling vallen omdat ze langdurig in Nederland verblijven wordt minder dan 10% ingewilligd. De situatie van de actuele formatieonderhandelingen is daar niet van invloed op.

De vraag die de journalistiek zich moet stellen is waarom de kwestie Armina Hambartsjumian geëscaleerd is en welke rol de moeder, advocaten en adviseurs, de verantwoordelijke staatssecretaris en de asielprocedure gespeeld hebben in het voortslepen ervan. Het is voor allen ondoelmatig en ongewenst. Erover bestaat veel onduidelijkheid. Er zijn verdachtmakingen over en weer, maar tot nu toe weinig harde feiten. Er is nu eenmaal de logica dat asielmigranten niet meewerken aan hun uitzetting, maar hun dat wel gevraagd wordt. Dat is een tegenstrijdigheid. Dat ouders en kinderen gescheiden worden en apart uitgezet worden is een ander aspect. Maar dat het betreffende gezin uitgezet moest worden ligt nu eenmaal besloten in de toepassing van de wet.

Foto: Timo Vogt, ‘Girls hand out tulips during a celebration to commemorate the capture of Shusha, called Shushi within Karabakh and Armenia.’

Utrechtse raad weet zich geen raad met MOA. Motie 111 over openstelling landhuis Oud Amelisweerd gaat problemen uit de weg

with 3 comments

Op donderdag 29 juni werd in de Utrechtse gemeenteraad gestemd over de moties bij de Voorjaarsnota. Doorgaans worden ze daarna op de gemeentesite snel online gezet, maar deze keer niet. Mede omdat er die avond sprake was van een storing op het netwerk van de gemeente. Ook raadsleden hadden de moties die tijdens die storing in behandeling waren genomen niet digitaal beschikbaar. Zo duurde het vier dagen voordat ze in de openbaarheid kwamen en pas op maandag 3 juli op de site van de gemeente Utrecht verschenen.

Deze vertraging is een punt van zorg omdat het sommigen de gelegenheid biedt de publiciteit op te zoeken en onder het mom ‘de eerste klap is een daalder waard’ de publieke opinie te bespelen terwijl de moties in definitieve versie nog niet openbaar zijn en daarom een weerwoord niet gegeven kan worden. De griffie van de gemeente Utrecht zou voortvarender moeten optreden door de openbaarheid centraal te zetten en documenten sneller openbaar te maken. Het was logisch geweest als vrijdag 30 juni de griffie de moties online had gezet. Utrecht is de vierde stad van het land met een raad met ruime ambtelijke ondersteuning.

Motie 111 over de ‘openstelling landhuis Amelisweerd en MOA’ werd aangenomen op initiatief van VVD en D66, en met steun van onder meer GroenLinks. Het was een gewijzigde versie van motie 79 van de cultuurwoordvoerder van de VVD André van Schie. Motie 111 is zeer tegen de zin van coalitiepartij SP die er bij monde van fractievoorzitter Tim Schipper in het raadsdebat kritiek op had. Want het zou knopen niet doorhakken door de problemen op te lossen, maar ze doorschuiven naar de toekomst. De motie koopt tijd met een jaarlijkse subsidie van maximaal 100.000 euro voor het Landhuis Oud Amelisweerd. Opmerkelijk is overigens dat deze ton maximaal 14.000 euro hoger is dan het bedrag van 86.000 euro dat volgens het rapport Van der Vossen past bij het gekozen scenario ‘MOA Aangescherpt’ voor de jaren 2017-2020.

Het verschil tussen motie 79 (VVD) en motie 111 (VVD en D66) is dat onderstaande twee overwegingen in motie 111 zijn geschrapt. Logisch om te veronderstellen dat dat op verzoek van de tweede indiener D66 is gebeurd. De tweede voorwaarde is een herkenbaar VVD-standpunt dat verwijst naar commerciële activiteiten, maar de vraag waarom de eerste voorwaarde is geschrapt is interessanter. Dat kan zijn omdat het een overbodige overweging is omdat het in een andere vorm genoemd wordt in het dictum van motie 111 als het het college opdraagt om ten behoeve van de openstelling afspraken te maken met ‘de huidige en of eventuele toekomstige beheerders/huurders van het landhuis. Het schrappen kan ook een andere reden hebben.

Motie 111 geeft aan dat in 2012 door de raad via een motie aan het college is opgedragen om de huidige exploitant/huurder Stichting MOA geen subsidie voor de exploitatie te verstrekken. Uitgaande van deze randvoorwaarde kan de motie daarom niet rechtstreeks uitspreken dat de maximaal 100.000 euro jaarlijkse subsidie in de jaren 2017-2020 naar Stichting MOA gaat. Het is het college immers niet toegestaan om subsidie voor de exploitatie aan de Stichting MOA te verstrekken. Maar de motie doet niet wat het zegt te doen. Het trekt niet de consequentie uit wat het als randvoorwaarde noemt. Namelijk om geen subsidie voor exploitatie aan de Stichting MOA te verstrekken. Het laat dat open. De motie laat de mogelijkheid open dat er subsidie voor de exploitatie naar de huidige huurder gaat en laat ook open dat er geen subsidie naar de huidige huurder gaat. Deze motie is minder duidelijk dan die zou kunnen zijn en de vraag is waarom dit is.

Om het gat te dichten tussen wat niet mag (subsidie naar MOA), maar wat wel moet (subsidie naar MOA) wijst de motie op het onderscheid tussen locatie ‘Landhuis Oud Amelisweerd’ en exploitant/huurder ‘Stichting MOA’. Locatie en huurder zijn niet onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het college kan als het wil een andere exploitant aanwijzen als de huidige financieel in gebreke blijft. Wat aantoonbaar het geval is. MOA wordt een inspanningsverplichting opgelegd. Het is tevens een stok achter de deur om de overmoed van het MOA in te tomen en een waarschuwing dat het niet moet overvragen. In december 2016 overviel Stichting MOA de slecht voorbereide wethouder Diepeveen met een chanterende roep om snel geld. Dat viel in de raad verkeerd.

Het betekent in de praktijk dat als de noodlijdende Stichting MOA het nog slechter doet dan wordt verwacht het college een andere huurder kan zoeken. Dit is overigens de logische stap die uit de opdracht van de raad aan het college blijkt en het college al eerder had moeten nemen, maar om onbekende redenen weigert te nemen. De motie bevat de mogelijkheid dat de huidige exploitant Stichting MOA per 1 januari 2018 vervangen wordt door een andere exploitant. Als de raad de eigen voorwaarden volgde en handelde volgens de opdracht die het het college heeft opgelegd, dan zou dit zelfs een verplichting zijn. Maar de raad wil vooralsnog die logische stap niet zetten. Want dat zou betekenen dat het een politiek besluit moet nemen waar het blijkbaar nog niet aan toe is. In plaats van voor het college een koers uit te stippelen beperkt de raad zich tot het meepraten over de uitvoering. Zo is het dualisme tussen raad en college niet bedoeld. Het is het failliet ervan.

Dat dit blijft hangen en zeuren heeft te maken met de voorgeschiedenis. De voorwaarden van een museum in een kwetsbaar rijksmonument zijn vanaf het haalbaarheidsonderzoek in 2010 slecht doordacht. In een uitruil met Utrecht is vanwege een noodsituatie in Amersfoort in de bossen van Bunnik een museum opgericht in een voormalige zomerresidentie met een lastig beheersklimaat en hoge basiskosten. Het een zit het ander in de weg. De motie houdt rekening met ‘eventuele toekomstige beheerders/huurders van het landhuis’. Maar wat de concrete waarde van deze verwijzing is blijft de vraag. Het zet druk op de huidige exploitant en geeft het college ruimte om afscheid te nemen van de Stichting MOA. Maar een principiële opstelling valt er niet in te lezen. Beheersargumenten blazen mist in deze motie. Want indien het doorgaat zoals het nu al enkele jaren gaat moet het verschil tussen wat niet mag, maar wel moet verhuld worden. Als dat de uitkomst is, dan is motie 111 onoprecht en een bestuurlijk gedrocht. Het voorbeeld van pragmatische politiek zonder principe.

Hoe nu verder? Motie 111 legt een noodverband aan bij een al jaren zieke patiënt in de hoop dat die opknapt. Dat is wensdenken uit goedgelovigheid. Dat geeft eerder verwarring dan duidelijkheid. Door nu jaarlijks maximaal een ton subsidie voor de exploitatie aan Stichting MOA te geven roept de raad verdere problemen in de toekomst over zich af. De raad komt niet alleen moreel op een hellend vlak door subsidie te verstrekken aan een exploitant die het volgens de eigen opdracht uit 2012 aan het college niet mag verstrekken, maar het schept hierbij ook een precedent. Een verkeerd voorbeeld. Hierbij zet de raad de geloofwaardigheid van de politiek op het spel. In 2021 of mogelijk zelfs eerder zal naar verwachting de huidige exploitant Stichting MOA bij wethouder Diepeveen wederom aan de bel trekken voor meer geld. In 2021 moet het een lening van 160.000 euro aan de provincie Utrecht terugbetalen en eindigt de Amersfoortse subsidie. Dan hebben raad en college van Utrecht vermoedelijk nog steeds geen idee hoe ze deze kwestie fundamenteel op moeten lossen.

Foto 1: Motie 111, 2017 ‘Openstelling landhuis Amelisweerd en MOA’, gemeente Utrecht. Aangenomen op 29 juni 2017.

Foto: Schermafbeelding van deel motie 79Openstelling landhuis Amelisweerd en MOA’, gemeente Utrecht. Ingetrokken op 29 juni 2017.

Directeur MOA bespeelt de Utrechtse raad met ongegronde claims en onnauwkeurigheden

with one comment

Volgens de Museumcijfers 2015 van de NMV hebben Nederlandse musea gemiddeld 47% eigen inkomsten. En dus 53% subsidie. Directeur Yvonne Ploum van Museum Oud Amelisweerd (MOA) zegt in een interview met Utrecht.nieuws.nl dat haar museum over 2016 75% eigen inkomsten had. Of preciezer gezegd beweert ze dat het museum in 2016 ’75 procent van onze kosten zelf heeft terugverdiend’.  Dat is een opvallend hoog cijfer. Het zou een unicum zijn in Nederland. De bewering valt echter op dit moment niet te controleren omdat de jaarrekening 2016 nog niet is gepubliceerd. Volgens de Publicatieverplichting van de ANBI moet een jaarrekening op uiterlijk 1 juli van het volgende jaar gepubliceerd zijn. Aan de hand van de jaarrekening 2015 van het MOA (zie bovenstaande tabel) is wel na te gaan of de claim van directeur Ploum klopt.

Ter oriëntatie: Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam met een een groter aantal bezoekers en meer inkomsten uit entreegelden, een zelfstandige en eigen horeca (in vergelijking met de aparte De Veldkeuken) en een uitgebreide fondsenwervings- en hospitalityafdeling had volgens het jaarverslag 2015 51,6% aan eigen inkomsten. Hoe het MOA zonder dat alles tot 75% eigen inkomsten kan komen is de vraag.

De totale kosten in 2015 bedroegen € 652.745. Als de claim van Ploum klopt, dan zouden de 75% eigen inkomsten € 489.000 moeten bedragen. Onder eigen inkomsten worden doorgaans inkomsten uit Entree, Sponsoring, Horeca en winkel, Giften en Private fondsen verstaan. Omdat de jaarrekening 2015 geen verdeling in eigen inkomsten maakt is dit niet inzichtelijk gemaakt. De accountsverklaring bij de jaarrekening 2015 geeft duidelijkheid en zegt het onderstaande. Gelden die hoofdzakelijk bestaan uit subsidies worden niet als subsidie opgevat. Het kan gerechtvaardigd zijn om ze aan de baten toe te voegen, maar daarmee blijven het wel subsidies die niet opgevat kunnen worden als eigen inkomsten. Daarom klopt voor 2015 de claim van directeur Ploum niet dat het MOA 75% van de kosten terugverdient. Want € 100.000 subsidie opgeteld bij het merendeel van de € 189.170 komt tot een percentage dat over 2015 leidt tot een percentage van hooguit 60% eigen inkomsten. Op voorwaarde dat de rest van de baten als eigen inkomsten gerekend kan worden.

Inkomsten zijn niet het hele verhaal omdat het de financiële positie van het museum buiten beschouwing laat. Het MOA heeft zich in de schulden gestoken met een lening van de provincie Utrecht van €160.000 die eind 2021 moet worden terugbetaald. De positie wordt er in 2021 slechter op als de Amersfoortse bruidsschat van jaarlijks € 75.000 eindigt. Sinds 2014 heeft het MOA nog geen enkel jaar afgesloten met een positief saldo.

Ploum geeft nog twee onnauwkeurigheden waarvan ze kan weten dat die anders luiden. Haar interpretatie van de ‘misgelopen’ subsidie van € 75.000 door een adviescommissie naar aanleiding van het cultuurconvenant 2017-2020 is om twee redenen onjuist. Ten eerste valt het MOA dat in de gemeente Bunnik gevestigd is om formele redenen buiten de voorwaarden van cultuursubsidies van de gemeente Utrecht. Ten tweede is Ploums redenering warrig als ze verwijst naar een motie uit 2012 die het gemeentebestuur opdraagt geen bijdrage aan de exploitatie van het MOA te verlenen. Zelfs als het college dat zou willen, dan kan het dat volgens vastgelegde afspraken niet doen. In antwoord op raadsvragen van Aline Knip (D66) en André van Schie (VVD) herhaalde het college dat in maart 2016 bij vraag 8: ‘Het college heeft toen bij monde van de wethouder Cultuur aan de gemeenteraad toegezegd dat de gemeente geen subsidie zal verlenen in de exploitatie van het museum. (..) Wij houden vast aan het bestuurlijke standpunt dat bij de informatie aan de gemeenteraad in 2011 en vervolgens bij de kredietaanvraag Museum Oud Amelisweerd (juni 2012) is geformuleerd: de gemeente Utrecht is niet verantwoordelijk voor de exploitatie. Wanneer op termijn blijkt dat Museum Oud Amelisweerd qua financiële exploitatie niet haalbaar is zal de gemeente een nieuwe bestemming kiezen.’

Over het scenario uit het rapport Van der Vossen zegt Ploum dat het alternatief voor het MOA de openstelling van 10 dagen per jaar onder de hoede van het Centraal Museum is. De variant B2: ‘Light-versie’. Maar zij gaat hiermee voorbij aan variant B1: ‘Integrale versie’ waarvan Van der Vossen zegt: ‘Er zal sprake zijn van programmering gedurende de aantrekkelijke seizoenen, in het totaal ca. 7 maanden per jaar. Werkzaamheden worden uitgevoerd door of onder regie van het CM.’ (NB: Dit staat los van het voorstel van het college in de Voorjaarsnota 2017 om te kiezen tussen scenario CM light en MOA Aangescherpt. De raad kan het initiatief nemen om er een eigen voorstel tegenover te zetten). Het is een teruggang naar de oude situatie van voor 2012 toen het Centraal Museum landhuis Amelisweerd beheerde en er tentoonstellingen en evenementen organiseerde. Op 13 december 2011 is deze optie in een raadsbrief expliciet als ‘terugvaloptie’ benoemd als exploitant MOA haar ambitie niet waar zou kunnen maken. Alle opties worden geschat extra geld te kosten.

Hoe dan ook is de situatie van het MOA vanaf 2021 lastig als de Amersfoortse subsidie stopt en de provinciale lening van € 160.000 moet worden terugbetaald. Directeur Ploum speculeert erop dat de Utrechtse raad het MOA tot 2021 de tijd geeft. Daarin zou ze wel eens gelijk kunnen hebben. Want de meeste raadsleden en wethouders hebben geen politiek geheugen dat verder teruggaat dan vier jaar. Ze hebben geen idee wat er in 2011 en 2012 is besproken en welke principiële afspraken toen zijn gemaakt. Alleen de beleidsambtenaren hebben dat politiek en bestuurlijk geheugen nog. Maar zij beslissen niet. Daar speculeert directeur Ploum op.

Foto 1 en 2: Schermafbeelding van deel jaarrekening 2015 van het MOA.

Armando beëindigt bruikleenovereenkomst met MOA. Alternatieven komen in zicht

with 3 comments

In november 2016 schreef ik in een commentaar: ‘De 87-jarige beeldend kunstenaar en alleskunner Armando is het gemarchandeer met cijfers en de slechte vooruitzichten van de exploitatie definitief beu –feitelijk tekort over 2015 was 230.382 euro-. Hij is van plan te kappen met de Stichting Museum Oud Amelisweerd, aldus een bron uit zijn directe omgeving. Hij meent dat hij bij het Cobra Museum in Amstelveen beter op zijn plaats is en dat dat museum beter bij hem past.’ Ik was naar eigen inschatting  door die bron benaderd omdat ik sinds 2010 aandacht aan het onderwerp besteedde en me hard maakte voor een gezonde bedrijfsvoering die de Stichting Museum Oud Amelisweerd niet leverde. Er werd een spel achter de schermen gespeeld waarbij exploitant en kunstenaar elkaar aftastten en hun posities aanscherpten. En anderen probeerden te bewerken.

Vervolgens bleef het op een enkel bericht na -waarin werd betwist wie nou exact om welke reden de stekker uit de samenwerking trok- opvallend stil in de publiciteit. Tot vandaag, 19 april 2017. Het AD kopt in een bericht van Peter van de Vusse ‘Armando breekt met Museum Oud-Amelisweerd’. De aangekondigde breuk van november 2016 wordt nu werkelijkheid. Armando heeft volgens het AD de samenwerking met het MOA in maart 2017 opgezegd. AD: ‘De bruikleenovereenkomst, die de Armando Stichting (dat zo’n 1100 werken van de kunstenaar beheert) met het MOA had afgesloten, is beëindigd met een opzegtermijn van een jaar.’

Oud interim-directeur van het Centraal Museum en bedrijfseconoom Gert-Jan van der Vossen doet in opdracht van wethouder Diepeveen een onderzoek naar de toekomst van landhuis Oud-Amelisweerd. Naar verluidt is de Utrechtse politiek ontstemd door het verzoek op de valreep van 2016 om 75.000 euro extra geld door het MOA dat als een overval werd ervaren. Trouwens krokodillentranen want al vanaf 2011 was algemeen bekend dat het MOA een gezonde financiële basis miste, zwak onderbouwde financiële plannen naar buiten bracht en dreef op subsidies die op korte termijn af zouden lopen. Hoe dan ook heeft het MOA het verbruid in het Utrechtse stadhuis. Van der Vossen verkent serieus de opties voor een nieuwe gebruiker van het landhuis.

In het AD reageert MOA-directeur Ploum laconiek. Zij zegt nog het meest verrast te zijn door het feit dat het opzeggen door de bruikleenovereenkomst door Armando bekend is geworden. Contractueel zou vastgelegd zijn dat hierover niets in de publiciteit verschijnt. Het is duidelijk dat het in het belang van het MOA was om dit zo af te spreken. Het weet dat Van der Vossen naar een alternatief zoekt. In de publiciteit is door directie en bestuur van het MOA jarenlang beweerd dat de ‘unieke’ combinatie Armando, Chinees behang en landhuis de bestaansreden voor het museum is. Dat is veranderd nu Armando de bruikleenovereenkomst opzegt.

Armando’s afscheid van het MOA hoeft niet het einde aan de culturele bestemming van Oud-Amelisweerd te betekenen. De gemeente Utrecht heeft er meer dan 1,6 miljoen euro in geïnvesteerd. Daarbij stonden twee uitgangspunten centraal. Namelijk dat het vastgoed en de huidige exploitant niet per definitie aan elkaar gekoppeld zijn. En dat een terugvaloptie is voorzien als de huidige exploitant Stichting MOA het niet redt. Wat Van der Vossen het Utrechtse gemeentebestuur adviseert is nog onduidelijk, maar een goede optie zou een Museum voor Chinoiserie zijn. Het zou de 18de eeuwse Europese blik op het Verre Oosten verbinden met het landhuis met 18de eeuws Chinees behang. Daar is hier al in 2011 in een commentaar voor gepleit. Binnen het Centraal Museum is naar zo’n museum al in de jaren ’90 een haalbaarheidsonderzoek gedaan. De plannen liggen er nog en kunnen zo afgestoft en geactualiseerd worden. Ik wijs Van der Vossen graag verder.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelArmando breekt met Museum Oud-Amelisweerd’ van Peter van der Vusse in het AD, 19 april 2017.