Gedachte bij de foto ‘Weihnachtsfeier in der Faktorei Bonaku (Kam.). Miss. K. Fuchs, Besuch, Miss. K. Hoffmann. Faktorist v. d. Gesellsch. Nordw. Kam’ (1900-1904)

Johannes Leimenstoll, ‘Weihnachtsfeier in der Faktorei Bonaku (Kam.). Miss. K. Fuchs, Besuch, Miss. K. Hoffmann. Faktorist v. d. Gesellsch. Nordw. Kam.‘, 1900-1904. Collectie: International Mission Photography Archive, ca.1860-ca.1960.

Deze foto is niet zozeer een blijk van culturele toe-eigening, maar van het omgekeerde daarvan: cultureel imperialisme. Het is opvallend dat het hedendaagse debat over identiteit, witte dominantie en etnische minderheden zich concentreert op het verbod, of de claim op het verbod, om elementen van een cultuur door leden van een andere cultuur over te nemen.

Dat kan positief met een beroep op zelfbescherming gezien worden als een logische stap van etnische minderheden in de strijd om emancipatie en gelijkwaardige behandeling. Negatief wordt het beschouwd als een rem op de individuele vrijheid en de expressie van kunstenaars en is het een teken van nieuwe apartheid door vanuit een defensieve reflex nieuwe grenzen op te richten.

Feitelijk is wat er op deze foto uit Kameroen van rond de vorige eeuwwisseling valt te zien bedenkelijker dan culturele toe-eigening zoals dat in het huidige debat wordt opgevat. In dat laatste valt immers ondanks alle kritiek waardering voor een andere cultuur te herkennen, al is het volgens de beschermers ervan door ontlening, kopiëren, jatwerk of verdringing.

Kameroen was tot 1914 een Duitse kolonie en de kolonisator exporteerde de Duitse cultuur, ‘Duitsheid’ en het christendom naar dit West-Afrikaanse land vlak boven de evenaar. ‘Weihnachten in Kamerun‘ is daar het resultaat van. Twee Duitse missionarissen en hun bezoeker in het midden vieren kerstmis. In de titel worden de drie zwarte personen niet genoemd.

Cultureel imperialisme steelt niet van andere culturen, maar legt via dwang een andere cultuur een dominante cultuur op die vreemd is. Dat leidt tot een kerstboom in de tropen die door de kolonisator via instituties als missionarissen als normaal wordt opgelegd. Het is voor de gedomineerde cultuur een kwestie van aanpassing en overleving om hierin mee te gaan. Tegenwoordig zouden we in negatieve zin spreken over de lange arm van het christendom.

NB. De collectie van de internationale missie die is opgenomen in de Digitale Bibliotheek van de University of Southern California is een goudmijn met foto’s uit de periode 1860 tot 1960 over het cultureel imperialisme dat via missionarissen en christendom aan andere volkeren werd opgelegd.

Gedachten bij twee foto’s uit Duits koloniaal Tanzania (1907-1934)

De tekst bij deze foto spreekt boekdelen. Het gaat om Mbeya in Tanzania. Het is 1934, 16 jaar nadat Tanzania sinds 1918 is opgehouden een Duitse kolonie te zijn, maar Duitsers nog in grote getale in het land aanwezig zijn. Inclusief plantagehouders en missionarissen. Zo was de vader van de latere prins Claus van Amsberg die in 1966 met prinses Beatrix trouwde tot 1938 bedrijfsleider was van een koffie- en sisalplantage in Tanzania. Claus bracht er zijn jeugd door.

De tekst bij deze foto zegt (vertaald uit het Duits): ‘Een blik op de eenvoudige maar solide klokkentoren. Het werd alleen gebouwd door inboorlingen. Ze wisten niet wat ze moesten doen om de bel op te hangen en lieten me op kerstavond snel halen zodat de bel kon luiden met kerst‘. ‘Me’ is de Duitse Werner Hauffe (1909-1982) die timmerman was en later missionaris van de Herrnhuter Brüdergemeine. Als timmerman en missionaris was hij blijkbaar de ideale persoon om de bel op te hangen.

Zou het echt zo zijn geweest dat de ‘inboorlingen’ niet wisten hoe ze de bel in de klokkentoren op moesten hangen? Dat valt nauwelijks te geloven. Afrikanen kunnen goed improviseren en zitten niet op een Duitse timmerman/ missionaris te wachten voor het realiseren van hun praktische zaken. Het lijkt er eerder op dat ze het Hauffe gunden om de bel op te hangen uit eerbiedigheid voor het geloof dat hij vertegenwoordigde. Op z’n beurt valt het evenmin nauwelijks te geloven dat Hauffe dat niet in de gaten had. Zo wordt de tekst een mooi staaltje van zelfbedrog en public relations met als doel om het de eigen organisatie mooier voor te stellen dan het is.

Een andere foto uit hetzelfde Mbeya in Tanzania die gedateerd wordt op 1907-1930 is nog tergender. De titel zegt (vertaald uit het Duits): ‘Miss[ionaris]. Blumer praat met de Masai tovenaar Mbeya (= neger met de enkelring)‘. De uit Estland afkomstige Leonhard Blumer (1978-1938) was in dienst was van de Lutherse Leipziger Missionswerk. Hij was Afrikanist en zou 500 Masai tot het christendom hebben bekeerd. Hij zit als enige op een stoel.

Missionary Blumer with Maasai sorcerer Meya, Tanzania, ca.1907-1930. Collectie:
International Mission Photography Archive, ca.1860-ca.1960
 (collection), Leipzig Mission (subcollection) 

Met welke bril moeten we naar deze foto’s uit de koloniale of post-koloniale tijd kijken? De houding van de missionarissen is makkelijk te kritiseren, maar lastig te beoordelen. Zo is het altijd al moeilijk om een onderscheid te maken tussen goede mensen die zich lenen voor een fout doel. Wat waren hun overwegingen en in hoeverre waren die in lijn met de evangeliserende kerkelijke organisaties waar ze opdrachten en verplichtingen voor vervulden?

Kijkend met de bril van 2021 spreekt neerbuigendheid uit de foto’s. Beide missionarissen wekken de schijn in gedrag en opdracht vanuit de hoogte te handelen. Kon dat anders? Dat is een domme houding als die voortkomt uit eigendunk, terwijl de positie die de missionarissen innamen niet voortkwam uit hun eigen verdiensten, maar uit de maatschappelijke positie die ze namens de missionaire organisaties door wie ze uitgezonden waren tijdelijk mochten innemen. Maar we kennen het zelfbewustzijn van Werner Hauffe en Leonhard Blumer niet, dus kunnen geen definitief oordeel vellen over wat ze in hemelsnaam in de eerste helft van de 20ste eeuw in Tanzania deden.

Het laatste taboe: het benoemen van de monotheïstische godsdiensten als complottheorie

Heidendom, in Azië: De Ghetti sekte in Singapore. Leden van deze sekte komen eens per jaar samen om zich ernstig te kastijden om te boeten voor hun zonden. Singapore, 1934. Collectie: Photo collection illustrated magazine Het Leven (1906-1941).

In reactie op filosoof en theoloog Gerko Tempelman die in een artikel in NRC complottheorieën relativeerde omdat ze bij de aangesprokenen slechts zouden aanzetten tot ‘reflectie’ schreef ik in een commentaar van september 2020:

'Het is wellicht volgens gelovigen onheus om op te merken, maar de grootste, meest ingenieuze en succesvolle complottheorie die de menselijke geschiedenis heeft gekend is die van de godsdienst. Tempelman ziet het als kleine stap om het geloven in zijn gereformeerd geloof te vertalen naar het geloven in complottheorieën. Ze raken elkaar volgens hem. Maar de stap terug om de praktische gevolgen van monotheïstische godsdiensten in de laatste 20 eeuwen te benoemen zet hij niet. Als hij dat deed, dan zou hij zien dat mensen wel degelijk door een complottheorie tot actie kunnen worden aangezet. Wie met een open blik kijkt, zonder godsdiensten een speciale positie te geven en buiten een kritische beschouwing te laten, moet constateren dat niet het uitblijven, maar het niet uitblijven van actie de ware aard van de complottheorie toont. Godsdiensten hebben mensen tot actie, om niet te zeggen geweld aangezet en dat gaat tot op de dag van vandaag door.'

Het is het raadsel van de moderne geschiedenis dat de monotheïstische godsdiensten niet als complottheorie worden gezien. Terwijl ze er alle kenmerken van vertonen.

Deze godsdiensten die ooit ontstonden in het Midden-Oosten doen een beroep op bovennatuurlijke krachten; ze maken feiten ondergeschikt aan speculaties; ze leggen geen verantwoording af noch geven uitleg over het eigen bestaan en de constructie die tot dat bestaan leidde; de constructie is niet dwingend en sluitend te verklaren, maar gebouwd op verbanden tussen zaken waartussen niet per se een oorzakelijk verband bestaat, er zijn eenvoudigweg andere oorzaken voor aan te voeren.

Wat de zaak betreft zijn de monotheïstische godsdiensten complottheorieën. Dat ze zo niet worden gezien in het publieke debat houdt verband met twee aspecten: ze zijn ‘too big to fail‘ vanwege de dominante positie die ze in eeuwen hebben weten op te bouwen en deze positie wordt door politieke en maatschappelijke machten geschraagd. Tegenspraak wordt bij voorbaat het zwijgen opgelegd.

Zelfs welwillende theologen als Tempelman stellen niet de vraag of hun godsdienst een complottheorie is. Evenmin willen ze erkennen dat hun godsdienst een goedwillende menselijke constructie is. Dat debat wordt geblokkeerd en als een blikje verder de weg opgeschopt.

De monotheïstische godsdiensten hebben zich boven de orde van de rationele beschouwing weten te plaatsen. Zelfs religiecritici geven in hun onbewuste verdraagzaamheid deze godsdiensten het voordeel van de twijfel. Dat hebben ze in de landen waar ze opereren voor elkaar weten te krijgen door machtsvorming en door de slimme constructie die ingebakken is in deze godsdiensten. Namelijk dat ze rationeel niet te verklaren kunnen zijn. Dat is een win-win situatie omdat er zo nooit verantwoording over het eigen bestaan en constructie afgelegd hoeft te worden.

Deze godsdiensten hebben vanaf het begin van hun bestaan het op een akkoordje gegooid met de wereldse macht, zodat concurrerende godsdienststromingen werden bestreden, zijzelf het centrum van de macht konden bereiken en van daaruit hun positie verder konden uitbouwen en de wereldse macht die de godsdienst legitimeerde ritueel erdoor werd gesteund met sacrale bezweringen die de bevolkingen het stilzwijgen oplegden en alle kritiek en een onpartijdige evaluatie deden verstommen.

De ‘g‘ van de monotheïstische godsdiensten werd in eeuwen gevestigd. De beeldvorming werkte in het voordeel van deze gevestigde godsdiensten door concurrenten buiten de deur te houden en die in een ‘mindere’ categorie van het heidendom te plaatsen, zoals beide foto’s bij dit commentaar illusteren.

In het Westen is het boven de orde verheven zijn van de monotheïstische godsdiensten sinds het eind van de 20ste eeuw aan het veranderen. Hun politieke machtspositie is verzwakt doordat christelijke partijen aan macht hebben ingeboet; hun morele macht is afgenomen door schandalen en politieke machinaties die naar buiten zijn gekomen; demografische ontwikkelingen zoals individualisering en afgenomen vertrouwen in gemeenschapsdenken, en beter onderwijs hebben geleid tot een verminderd vertrouwen in autoriteit en een groter vertrouwen in het eigen oordeel wat de ontkerkelijking heeft aangejaagd; religie als traditioneel dominante vorm van zingeving concurrentie heeft gekregen van andere maatschappelijke uitingen als sport, media en kunst die in dezelfde behoefte voorzien als de monotheïstische godsdiensten.

Het raadsel is dat ondanks de verzwakking in het Westen van de monotheïstische godsdiensten ze nog steeds boven de orde staan en niet op hun kenmerken worden beoordeeld. Het is nog steeds een taboe om ze een complottheorie te noemen. Zelfs een debat dat de vraag centraal stelt of deze godsdiensten een complottheorie zijn is nu nog een taboe. Dat speelt in de context van een breed maatschappelijk debat dat steeds kritischer wordt op het bestaan van complottheorieën. Dat straalt indirect af op de monotheïstische godsdiensten.

Het is de vraag hoe lang het niet stellen van deze vraag gehandhaafd kan blijven. Want aan alle kanten ligt de geloofwaardigheid van deze godsdiensten als maatschappelijke factor onder druk. Ze boeten in aan externe macht en innerlijke zeggingskracht. Ze zullen op termijn culturele organisaties worden die een niche vormen, maar in de samenleving niet meer de rol van betekenis spelen die ze ooit hadden. Daardoor valt hun maatschappelijke en politieke bescherming weg en opent zich de weg om in alle openheid de historische en filosofische vraag te stellen: zijn de monotheïstische godsdiensten geconstrueerd als complottheorie?

Aartsbisschop Gomez keert zich tegen de woke-beweging én het secularisme

Met Anton de Wit ben ik het eens met de conclusie dat de woke-beweging zich ontwikkelt tot een religie. De Wit probeert in een commentaar van 12 november 2021 in het Katholiek Nieuwsblad de afstand ervan tot de gevestigde godsdiensten te vergroten door het te kwalificeren als  pseudoreligie, maar er is weinig nep aan de woke-beweging als het alle kenmerken van religie vertoont. Wokeisme kent een reeks mythologische en bovennatuurlijke overtuigingen binnen een gesloten systeem dat gelijkgestemden insluit en andersdenkenden uitsluit en verkettert. Dat is typisch voor religie. Zoals de gedachte dat de huidige witte mensen verantwoordelijk zijn voor racistische acties van witte mensen in het verleden.  

De Wit verwijst naar uitspraken van de katholieke aartsbisschop José Gomez van Los Angeles die tevens voorzitter van de Amerikaanse bisschoppenconferentie is. Gomez signaleert in de VS en in Europa een neiging tot onverdraagzaamheid van identiteitsbewegingen. Tot zover lijkt de analyse om de zaak te gaan en to the point te zijn, namelijk de agressie van deze identiteitsbewegingen tegen de christelijke kerken. 

Maar Gomez en De Wit gaan verder. De Wit vertaalt Gomez’ woorden die hij uitsprak in een video van 4 november 2021 voor een conferentie in Madrid zo: [een neiging tot onverdraagzaamheid van identiteitsbewegingen] die ‘een soort seculier ‘verlossingsperspectief’ bieden waarbij ze het gehele menszijn reduceren tot enkele fysieke eigenschappen, zoals ras, seksualiteit of geslacht’. Gomez kiest ook een anti-secularistische invalshoek en verwoordt dat volgens een bericht van 5 november 2021 in America Magazine (The Jesuit Review) als volgt: ‘With the breakdown of the Judeo-Christian worldview and the rise of secularism, political belief systems based on social justice or personal identity have come to fill the space that Christian belief and practice once occupied’.

Gomez trekt de cancel- of afrekencultuur van de woke-beweging door naar het secularisme en projecteert de argumenten die hij aan de woke-beweging ontleent op het secularisme. Dat is onzorgvuldig, opruiend en kwaadwillend.

Waar De Wit een gematigde opstelling kiest gaat Gomez vol op het orgel in zijn veroordeling van het secularisme en spaart hij de ongenuanceerde meningen niet. Beide katholieken gaan te kort door de bocht als ze het wokeisme kwalificeren als en associëren met een seculier perspectief. Dat is onterecht. Want zoals gezegd, het wokeisme vertoont alle kenmerken van een godsdienst. Daarnaast vergeten ze gemakshalve dat de grootste tegenstand tegen de woke-beweging tot nu toe van seculiere liberale en gematigd-conservatieve intellectuelen komt die er een losgeslagen revolutionaire beweging in zien die het verwerpen van de bestaande orde van Lenin combineert met (het tot nu toe maatschappelijk) schrikbewind van Robespierre. 

Het is begrijpelijk dat Gomez in zijn functie en katholiek denken opkomt voor zijn kerk. Maar het is onvergeeflijk dat hij op de intolerantie van de woke-beweging zijn eigen intolerantie jegens het secularisme stapelt. Zijn analyse dat het secularisme zich keert tegen godsdienst is onjuist omdat de politieke filosofie van het secularisme niet anti-religieus of pro-atheïstisch is. Het secularisme scheert alle godsdiensten en levensovertuigingen over dezelfde kam en geeft ze dezelfde plek zonder de een boven de ander te bevoordelen.

Gomez verwart de voorkeurspositie die het christendom in de VS en Europa door samenwerking met het werelds gezag eeuwenlang genoot en de laatste decennia is kwijtgeraakt met de nieuwe gelijkheid waarin het christendom niet als meer, maar evenmin als minder wordt gezien dan nieuwe, kleinere godsdiensten en levensovertuigingen. 

Gomez gaat de fout in als hij secularisatie gelijkstelt aan ontkerstening (‘de-Christianization’): ‘For years now, there has been a deliberate effort in Europe and America to erase the Christian roots of society and to suppress any remaining Christian influences.’ Dat is onjuist. De invloed van de christelijke godsdienst is afgenomen omdat de steun in de bevolking ervoor is afgenomen. Daar zit geen masterplan van seculiere opinieleiders achter zoals Gomez suggereert. In Nederland verklaart nog zo’n 35% van de bevolking christelijk te zijn.

Dat de invloed van het christendom afkalft is geen actie tegen het christendom zoals Gomez veronderstelt. Het is het gevolg van demografische en sociale ontwikkelingen. In westerse rechtsstaten is het geloof van christelijke gelovigen gegarandeerd. Alleen, ze runnen de landen waar ze gevestigd zijn niet langer, maar moeten dat met andere minderheden delen. Dáár zit de pijn van Gomez, in de afgenomen invloed.

Het is jammer dat Gomez geen redelijk, genuanceerd geluid weet te vinden en zich verbindt met gematigde krachten die zich ook tegen het radicalisme van (delen van) de woke-beweging en andere identiteitsbewegingen verzetten. Het was logica geweest als hij ook de andere nieuwe religie QAnon die zich verbindt met de ultra-rechtse politiek had bekritiseerd omdat die eveneens vijandig staat tegenover de katholieke kerk. Maar dat laat hij na.

De Amerikaanse katholieke kerk verliest net als andere Amerikaanse kerken, zoals de protestante evangelicals aan autoriteit en reputatie omdat ze zich nauw verbinden met en overgeleverd hebben aan de rechtse politiek van Trump. Dat gaat in de VS zelfs zover dat vele Amerikaanse bisschoppen zich vanwege politieke redenen en vooral het Democratische standpunt over abortus opstellen tegenover de eerste echte katholieke (na JFK) president Joe Biden. Ofwel, wie is Gomez dat hij meent recht van spreken te kunnen opeisen om over anderen te oordelen?

Gomez preekt voor eigen parochie en door zo’n beperkt perspectief te kiezen is hij het zelf die zijn invloed inperkt. Dat doen niet anderen voor hem zoals hij claimt. Voor zijn selectieve opstelling is hij zelf verantwoordelijk. Dat kan hij anderen niet verwijten door zijn gezocht slachtofferschap en isolationisme dat hij meent te moeten vatten in een agressief betoog tegen het secularisme en de seculiere samenleving.

Kerk in VS aanbidt een wapen, de AR-15. Dat kan omdat God de grootste samenzweringstheorie is die dat wettigt

Schermafbeelding van deel artikelA gun church that glorifies the AR-15 and is led by the son of the ‘Moonies’ church founder has been making alliances with far-right figures‘ in Business Insider, 30 oktober 2021.

Met godsdienst kun je alle kanten op. De goede of slechte, vredelievende of oorlogszuchtige kant. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille. Daarom is godsdienst zo hybride, zo verhullend, zo raadselachtig. Je kunt nooit voorspellen welke kant het opgaat. Dat kan in de richting van het theedrinken zijn, maar evengoed wordt het bommengooien in naam van God. Op welke kant de medaille landt als die in de lucht wordt gegooid is nooit op voorhand duidelijk.

In het vroegere land van de onbegrensde mogelijkheden, de VS, zijn vele uiteenlopende kerkgenootschappen. Dat loopt van progressief en vredelievend tot extreem-rechts en agressief. In het Trump-tijdperk lijken de laatsten aan de winnende hand, maar op termijn lijken vooral jongeren zich af te keren van religie die zo verstrengeld is geraakt met de rechtse politiek. In Turkije waar president Erdogan het land lijkt te islamiseren keren jongeren zich af van de islam. In de VS vindt eenzelfde soort proces plaats van het rechtse christendom dat verknoopt is geraakt met politiek en commercie. Godsdienst wordt een sterfhuis voor ouderen.

In Pennsylvania is er de zogenaamde AR-15 kerk van predikant Sean Moon waar de semi-automatische AR-15 wordt aanbeden. Hij is de zoon dominee Sun Myung Moon, de zelfbenoemde Messias die de controversiële Unification Church oprichtte. De appel valt blijkbaar in de familie Moon niet ver van de boom. Ook voor de VS is dit kerkgenootschap bizar. Vooral omdat er zo openlijk wordt gekozen voor het rechts-extremisme en de strijdbaarheid met wapens.

Dit bericht van Business Insider over de AR-15 kerk van Sean Moon onderbouwt een uitspraak van de Deense acteur Mads Mikkelsen over godsdienst. In NRC wordt hij in een recensie van ‘Riders of Justice‘ van regisseur Anders Thomas Jensen sprekend opgevoerd. De film gaat over een complottheorie.

Mikkelsen: ‘Mensen vinden in alles zin en betekenis, ook als dat volledig onduidelijk is. Volgens mij is de grootste en meest legitieme samenzweringstheorie God: die kan je zonder spoor van bewijs opvoeren als reden voor alles. In een neerstortend vliegtuig zitten geen atheïsten‘.

Mikkelsen wijst op een maatschappelijk taboe om de gevestigde godsdiensten te noemen wat ze in de kern zijn: samenzwering- of complottheorieën. Het is een raadsel waarom van complotdenken beschuldigde opinieleiders als Willem Engel, Thierry Baudet, Janet Ossebaard, Karel van Wolferen, Sven-Ake Hulleman, Arnold Karskens en talloze anderen zich niet verdedigen door naar de grootste samenzweringstheorieën uit de geschiedenis van de mensheid te wijzen. Namelijk godsdiensten als christendom en islam die met hun annexatie- en oorlogszucht vele doden op hun geweten hebben.

Die verwijzing zou de politieke en juridische druk relativeren en gedeeltelijk wegnemen. Welke advocaat durft het aan om bij een volgend proces tegen een vermeende complotdenker de verdediging aldus te beginnen: ‘Edelachtbare, mijn cliënt ligt onder druk en wordt van alles beschuldigd, maar dat is peanuts vergeleken bij wat de gevestigde godsdiensten in eeuwen hebben aangericht. Dat pleit mijn client niet vrij, maar het plaatst de beschuldiging in perspectief. Er is sprake van rechtsongelijkheid als grote religieuze organisaties die zijn gebouwd op complotdenken en samenzweringstheorieën met hun God buiten schot blijven en mijn cliënt wordt aangepakt. Dat kan niet. Het is van tweeën één. Of mijn client wordt vrijgesproken of de gevestigde godsdiensten worden van hetzelfde beschuldigd als waarvan mijn cliënt wordt beschuldigd. Het is aan de maatschappij om daar een besluit over te nemen. Ik wacht het af‘.

Beslissing van Hooggerechtshof over de abortuswet in Texas betekent meer dan de korte termijn-effecten

Mijn reactie bij een filmpje van de Family Action Council of Tennessee over de uitspraak van het Hooggerechtshof over een Texaanse anti-abortus wet die de uitspraak Roe versus Wade die vrouwen het recht op abortus geeft in Texas praktisch buiten werking zet. Dat is in de VS niet alleen bij progressieven hard aangekomen. Mijn reactie bij deze video:

Strange of you to celebrate Texas’s anti-abortion law. The law is un-American not only because it goes against the freedom and pluralism of young Americans in particular who are less and less religious, but also because it represents a radical, Christian vision supported by a shrinking percentage of the population.

It is the politicization of the Supreme Court that makes political positions more important than careful legal positions. This is a break in the trend that could also turn against conservatives in the long run. What if a progressive state like California, New York or Massachusetts decides to ban guns? The logic would be that the Supreme Court would support such a law. But it would lead to a tremendous polarization between left and right, as this Texas anti-abortion law does.

The fact that conservative chief judge John Roberts took a stand against Texas’ anti-abortion law indicates that its proponents are radical conservatives who are more extreme than Roberts. Whatever one thinks politically, it is not sustainable and undesirable for a country if a small radical minority imposes its will on the majority. That’s what happens here.

That is a bad development for the unity of the US because it makes the highest legal body of the nation lose credibility. It is out of balance with the mood in the country. There can only be a reaction to this, which may turn to the progressive side. In the end, no one benefited from that.

There is another Christian argument against Texas’ anti-abortion law. Christianity in its pure form is a religion of forgiveness and compassion for the weak. Remember the story of the Good Samaritan.

This ruling brings the battle between Christians and non-Christians to a head. As a result, extreme Christians alienate both moderate Christians and non-Christians (who now make up a quarter of the population) and Christianity as a religion is politicized because it ends up in the corner of intolerance and mercilessness. Christianity is being stolen from the faithful by radical right-wing politicians and opinion makers.

The ruling by a narrow majority (5-4) of the Supreme Court is bad for US citizens, the credibility of Christianity as a religion of compassion, public health, politics and the US justice system. Anyone celebrating the ruling should think beyond its short-term effects.

Nederlandse christenen bidden voor Afghaanse christenen terwijl ze weten dat het geen praktisch nut heeft. Voor wie is het gebed bedoeld?

Directeur Maarten Dees van stichting Open Doors die opkomt voor vervolgde christenen zegt dat ‘we’ praktisch niet zoveel kunnen voor Afghaanse christenen. Tot wie hij zich richt en waarom Dees hier een punt van maakt is onduidelijk. Het lijkt mede een symbolische uitspraak die is bedoeld om zijn eigen stichting te profileren door aan te haken bij de actualiteit. Open Doors helpt christenen wereldwijd met financiële steun.

Volgens officiële cijfers is van de ruim 36 miljoen inwoners 99,7% van de Afghanen islamitisch. Dus 0,3% van de bevolking of 110.000 Afghanen belijden een minderheidsgodsdienst waarvan het christendom er een van de vele is of belijdt geen godsdienst.

Het lijken getalsmatig en praktisch eerder de 10% tot 15% sjiitische moslims die te vrezen hebben van de streng soennitische Taliban, de soennitisch terroristische beweging Al Qaida die is verstrengeld met de Taliban en vooral de Afghaanse afdeling van het anti-sjiitische IS die sjiieten actief met geweld bestrijdt.

Directeur Dees zegt praktisch niet zo veel te kunnen voor de Afghaanse christenen. Dat is een understatement. Want Dees en zijn medechristenen kunnen helemaal niets doen voor de Afghaanse christenen. Dees en zijn achterban zijn machteloos. Hij geeft aan wel voor de Afghaanse christenen te kunnen bidden omdat het dat is ‘wat de bijbel ons vraagt te doen’.

Voor wie bidden zin heeft is de kernvraag. Het is opmerkelijk dat christenen die voor het gebed samenkomen suggereren dat bidden helpt, terwijl Dees zegt dat het praktisch niet helpt. Het zal dus hooguit denkbeeldig helpen. Dat is het domein van de hersenschim en de illusie.

Dit gebed lijkt vooral te gaan om gemoedsrust van Nederlandse christenen die hun eigen machteloosheid met een idee van daadkracht en bedrijvigheid willen verjagen door zich met elkaar te verbinden.

Duizenden godsdiensten zijn gescheiden werelden die over de wereld zijn verkaveld en niet of slechts beperkt op elkaar aansluiten. Voorbeden en dankzeggingen van de ene godsdienst komen niet aan in een andere godsdienst en zijn op de eigen God en geloofsgemeenschap gericht. Dus ook theoretisch is de werking van het gebed beperkt. Het is bovenal een poging om het individuele geloof en de geloofsgemeenschap te versterken. Het gebed is uitsluitend bedoeld voor binnenlands gebruik. Deels bedoeld vanuit zingeving en troost, deels vanuit fondsenwerving en publiciteit.

De logica van dit gebed is dat de protestante God van Nederland wordt gevraagd zich de nood van de wereld aan te trekken. Of dat aansluit op de frequentie van de soennitisch-islamitische God van Afghanistan is dubieus.

Interviewster RD meent dat er in Nederland steeds minder ruimte voor de christelijke visie is. Waar baseert zij zich op?

Op de FB-pagina van het RD bij deze video plaatste ik onderstaande reactie. Ik werd op het spoor gezet door de vraag van de interviewster (na 1′ 47”) die zij als een conclusie poneert: ‘Er lijkt in Nederland wel steeds minder ruimte te zijn voor die christelijke visie. Is dat dan iets waar je tegenaan loopt?‘ De geïnterviewde Dico Baars weerspreekt dit krachtig.

Ik vraag me af hoe de geïnterviewde tot zo’n conclusie komt en waarom zij suggereert bedreigd te zijn in het praktiseren van haar christelijk geloof:

In de online-versie van het RD staat: ‘Hoe blijf je als christelijke politicus overeind in een seculiere samenleving?‘ Dat is een opmerkelijke vraag die een tegenstelling suggereert tussen de seculiere samenleving en een religieuze overtuiging. Deze tegenstelling bestaat niet op de wijze die hier gesuggereerd wordt.

Het kan duiden op twee aspecten. Dat de seculiere samenleving het geloof verdringt of dat gelovigen zich laten verdringen zonder dat er een extern opdringen is. In de samenleving bestaat deze tegenstelling niet. Iedereen is in Nederland vrij om de eigen levensovertuiging of godsdienst te kiezen en in eigen kring te praktiseren. Hoe christenen in hun hoofd reageren op de samenleving is een onnavolgbaar aspect dat per individu zal verschillen. Het is lastig om daar voor allen een patroon uit af te leiden.

De politieke filosofie van het secularisme biedt onder de nationale rechtsstaat godsdiensten bescherming. Het secularisme is niet zoals het RD meent een dreiging voor een religieuze overtuiging, maar juist de bescherming en in zekere zin de redding ervan.

De geïnterviewde begrijpt dat beter dan de interviewster. Zij stelt de normatieve vraag dat er in Nederland steeds minder ruimte lijkt te zijn voor de christelijke visie. Terecht weerspreekt Dico Baars dat. Hij corrigeert de interviewster. Waar zij haar observatie op baseert dat de christelijke visie in Nederland steeds minder ruimte krijgt is onduidelijk. Het wordt niet duidelijk hoe ze dat bedoelt en meent te kunnen beredeneren.

Wellicht verwart ze dat met demografische ontwikkelingen en ontkerkelijking. Uit de statistieken van het CBS blijkt dat steeds meer Nederlanders verklaren dat ze zich niet laten inspireren door het geloof. Dat is nu in Nederland de meerderheid van zo’n 57% (Stand 2019: 54,1%) die jaarlijks met zo’n 1 tot 2 % toeneemt.

Dat houdt in dat alle godsdiensten in Nederland minderheidsgodsdiensten zijn. Met de katholieke kerken tussen de 15 en 20% en de protestante kerken tussen de 10 en 15% aanhang van de totale Nederlandse bevolking. Dus ongeveer een derde van de bevolking verklaart een christelijke visie te hebben.

In een land met alleen minderheidsgodsdiensten, die zoals uit het interview blijkt ook nog eens intern verdeeld zijn, biedt de politieke filosofie van het secularisme gelovigen met een christelijke overtuiging de garantie dat zij alle ruimte hebben om ervan te getuigen.

Bij de interviewster is blijkbaar het besef niet doorgedrongen dat het secularisme de christelijke godsdienst niet bedreigt, maar beschermt. Het is de vraag of zij hiermee representatief is voor de redactie van het RD. Het is niet te hopen, maar zou niet verrassend zijn. Dat heeft te maken met een minderheidsstrategie van kleinere religieuze organisaties om gelovigen te motiveren en strijdbaar te maken. Terwijl daar feitelijk geen reden voor is.

Hoe dan ook zou het jammer zijn omdat het niet alleen onnodig, maar zelfs contra-productief is voor gelovigen om zich tegen het secularisme af te zetten. Ze zagen de tak af waar hun kerk op is gebouwd.

Het misplaatste beroep op identiteit van een christelijke propagandist

Ook christenen haken in hun beeldvorming aan bij het huidige debat over identiteit. Dat is handige marketing. Deze nieuwe apartheid sluit mensen uit, sluit mensen op en sluit mensen in.

Christelijke propagandisten gebruiken de nieuwe apartheid om medestanders ‘in eigen kring’ voor te spiegelen dat ze hun identiteit ontlenen aan hun verbondenheid met Jezus. Wie iemand is wordt volgens deze propagandisten bepaald door Jezus. De persoon die het betreft lijkt er zelf niet meer over te kunnen beslissen. Die persoon treedt in met als gevolg dat de beslissing over identiteit wordt afgestaan en overgaat naar de organisatie die voortaan de identiteit beheert.

Dit reclamepraatje van een christelijke propagandist maakt duidelijk dat identiteit een goed middel is voor gesloten gemeenschappen om leden te rekruteren, te motiveren en aan zich gebonden te houden. In de Fondsenwerving praat men over het upgraden van donors. Dat gebeurt hier. Leden van de doelgroep worden naar binnen getrokken met de opzet om ze zo lang mogelijk vast te houden. Ze vergroten door hun aantal het belang van de gemeenschap en zijn potentiële geldschieters die voor allerlei deeldoelen kunnen worden aangesproken. Zijdelings vergroot het aanpraten van een christelijke identiteit de financiële armslag van de gesloten gemeenschap.

Deze propagandist beheerst het modieuze taalgebruik tot in de toppen van zijn vingers. Hij zegt: ‘Omdat ik zoveel christenen om me heen zie die niet wandelen in de kracht en autoriteit die ze van God hebben ontvangen. Als ik kijk naar het boek Handelingen, zie ik daar christenen in die kracht wandelen‘. Kortom, christenen worden door deze propagandist geacht in de kracht van God te wandelen. Dat roept een beeld op van weleer. Een beeldtaal die aansluit bij de voormalige protestante zuil van wandeltochten met vaandels, gezangen en ingehouden blijdschap die dynamiek, energie, flinkheid, macht en massa uitstralen.

Waarom zou iemand zich over leveren aan een gesloten gemeenschap door de identiteit af te geven? Dat laat de persoon wiens identiteit ontnomen wordt zonder beslissingsbevoegdheid om het eigen lot te bepalen. Of te veranderen door een andere weg te kiezen.

Identiteit is meervoudig. Zelfs als men niet meedoet aan de modieuze race van uitsluiting van en afrekening met anderen of zelfprofilering gebruikt als middel van emancipatie ten koste van anderen door zich tegen hen af te zetten.

Ik weiger deel te nemen aan die polarisatie. Ik zie meer nadelen dan voordelen in die nieuwe apartheid. Wat doet het ertoe of ik wit ben en man als dat niet alles zegt over wat ik denk en wat mijn opvattingen zijn? Ik sta me er niet op voor en wil er evenmin op aangesproken worden.

Eenzijdigheid is het gevaar én de beperkende kracht die op termijn tot fragmentatie kan leiden voor gesloten gemeenschappen die op basis van een specifiek aspect van identiteit dat op dat moment in de mode is (religie, huidskleur, gender) leden binnenhengelen van wie het de vraag is hoe hun opvattingen zijn. En hoe andere -minder trendy- aspecten van identiteit (beperking/handicap, leeftijd, sociaaleconomische status) daarbij passen. Want hun identiteit bepaalt dat niet.

Daarom is het debat over identiteit een doodlopende weg in het publieke debat waar we blijkbaar doorheen moeten. Op een gegeven moment zullen we met z’n allen aan het eind van die weg om moeten keren. Maar zover is het nog niet. In de tussentijd maken vlotte voorvechters gretig gebruik van hun eenzijdige claim op identiteit om personen in hun netten te vangen.