George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Christendom

Annexatie van andersdenkenden door christenen is tactiek die uit de tijd is. Wooley verklaart de bijbel tot een boek voor iedereen

leave a comment »

Daar gaan we weer. Een citaat: ‘The Bible is not a ‘religious’ document, just for Christians or just for ‘religious’ life; it’s a book for everyone.’ Aldus Paul Wooley van de Bible Society in een artikel in The Guardian. Aanleiding is de weigering van bioscoopketen Empire Cinemas om bovenstaande reclamefilm in haar theaters te vertonen omdat het religieuze of politieke reclame niet accepteert. Onderwerp is het einde van de Eerste Wereldoorlog 100 jaar geleden en het feit dat de persoonlijke standaarduitrusting van Britse militairen een bijbel bevatte.

Annexatie van zogenaamde andersdenkenden is een terugkerende onhebbelijke karaktertrek en politieke handelwijze van christenen. Trouwens in algemene zin van religieuze organisaties als ze in een samenleving dominant zijn. Zo proberen ze hun krimpende organisatie groter te doen lijken dan die in werkelijkheid is. Wooley maakt het erg bont door de bijbel geen religieus boek te noemen dat door ‘God’ is geïnspireerd om christenen te inspireren. Hij verbreedt het tot een boek voor iedereen. De vraag of dat ook moslims, joden, atheïsten, humanisten, nihilisten, taoïsten, hindoes en boeddhisten betreft en wat ze dan wel aan de bijbel moeten ontlenen toont aan hoe wereldvreemd zijn claim is. Wooley is out of sync met de realiteit van 2018.

Wellicht was de Britse krijgsmacht in 1918 grotendeels christelijk geïnspireerd en probeerde de legerleiding de oorlog om psychologische redenen om te katten tot een Heilige Oorlog, maar 100 jaar later kan niet langer geloofwaardig worden verdedigd dat de bijbel en het gedachtengoed dat het representeert voor iedereen is. Een analyse van de steun voor de Britse christelijke kerken tijdens de Eerste Wereldoorlog wijst trouwens op een ontwikkeling weg van de bijbel. Door de voortslepende oorlog die zoveel slachtoffers eiste ontstond er bij bevolking en militairen ontgoocheling over de kerken omdat ze de oorlog niet hadden weten te voorkomen of verkorten. Er ontstond een zoektocht naar alternatieve vormen van spirituele expressie waarin de bijbel geen rol speelde. Dus Wooley vervalst niet alleen de realiteit van 2018, maar ook de geschiedenis van 1918.

In een respectvol en interessant debatje dat ik onlangs met Gerko Tempelman voerde bij een YouTube video van hem stel ik dat aspect van annexatie van andersdenkenden door gelovigen aan de orde. Ik verwoordde dat zo over gelovigen die de draagwijdte van ‘God’ uitbreiden naar degenen die zich niet laten inspireren door ‘God’: ‘Het groter maken van ‘God’ buiten hun geloof om is een kwestie van macht. Die willen ze ook uitoefenen over degenen die hun geloof niet delen. Dat is onrechtmatige inlijving. Maar ook een inlijving die steeds potsierlijker wordt in een samenleving waar de meerderheid zich niet door ‘God’ laat inspireren.

 

Advertenties

Theater en religie putten uit dezelfde bron. Reformatorische kringen negeren dat door religie geen schijnwereld te noemen

leave a comment »

Minister Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media) gaf vandaag antwoord op kamervragen van Peter Kwint (SP). Het ging over het bericht dat een docent op een reformatorische school mag worden ontslagen om een theaterstuk. Niet vanwege de inhoud, maar vanwege de vorm. Het gaat om leraar Nederlands en SGP’er Arjan van Essen die ontslagen is door het Driestar College in Gouda omdat hij met zijn toneelstuk ‘Kop of Munt’ de schouwburg ingaat. Het ging op 3 november in première. Minister Slob (Christen-Unie) licht toe, maar vergoelijkt de schorsing ook. In een reactie op de affaire Van Essen voert het CIP dominee Meeuse op die meent dat ‘theater niet past bij de reformatorische identiteit’. Maar hij gaat verder dan dat door het theater ervan te beschuldigingen een ongeschikte kunstuiting te zijn en dat het de werkelijkheid tot een spel wil maken. Dat is grof. Hij meent zelfs dat achter de toneelwereld een “schijnwereld” schuilgaat. Dat kan Meeuse allemaal wel vinden, maar hij lijkt voorbij te gaan aan de oorsprong van religie en de gemeenschappelijke kenmerken die het heeft met theater. Mijn reactie op de FB-pagina van het CIP bij bovenstaande posting.

Het merkwaardige aan de opvatting van dominee Meeuse is dat hij negeert dat drama en religie uit dezelfde bron zijn ontstaan en kinderen van dezelfde ouders zijn. Namelijk rituelen en dramatisering. Dat werkt nog steeds door in godsdienst. Wie aanwezig is bij een kerkdienst in een reformatorische kerk ervaart dit met eigen ogen. Vertegenwoordigers van de kerkorganisatie kruipen in de huid van het opperwezen en ‘doen alsof’. Dat is het kernmerk van acteren. Ze bootsen op een zich repeterende wijze een handeling na. Eeuwenlang. Geestelijken treden als het ware buiten de werkelijkheid en streven ernaar om via een verhaal verbinding met iets hogers, iets verticaals aan te brengen. Naargelang het soort religie en het soort theater is dat een combinatie van schoonheid, inzicht, lering, vermaak, instructie of wat dan ook. De bezoekers worden niet als individu, maar als publiek aangesproken zodat ze zich met elkaar kunnen verbinden.

Dominees of voorgangers zijn de vertellers of bemiddelaars die het publiek bij de hand nemen. Een kerkgebouw is identiek aan een theater met een proscenium en de vierde wand die doorbroken wordt. Die gemeenschappelijke bron van godsdienst en theater valt te herkennen in de kerkdienst die in grote lijnen dezelfde opbouw en kenmerken heeft als een traditioneel toneelstuk. De toneeltekst in het theater is het heilige boek in religie. Het kan dat de reformatorische identiteit zich om welke reden dan ook verwijderd heeft van de eigen religieuze en rituele traditie en er nu afstand van neemt door zich te concentreren op het woord en het beeld daaraan ondergeschikt te maken. Maar dat rechtvaardigt niet om het theater afzonderlijk in een kwaad daglicht te stellen.

Dominee Meeuse zeg in een interview met het Nederlands Dagblad dat volgens hem achter de toneelwereld een “schijnwereld” schuilgaat met ‘vaak “een bedrieglijke boodschap die mensen aftrekt van het wezenlijke geluk dat Gods Woord ons voorhoudt.”’ Het is vanuit zijn religieuze overtuiging begrijpelijk dat Meeuwse dat zo ziet, maar tegelijk is het onwaarachtig omdat de wereld van een kerkgenootschap bij uitstek opgevat kan worden als een schijnwereld.

Theater en religie horen heel goed bij elkaar omdat ze twee van hetzelfde zijn en allebei uitgaan van schijnwerelden. Anders gezegd, door fictionaliseren en dramatiseren bouwen zowel theater als religie door afspraken met het publiek een in zichzelf gesloten logica op die buiten de vier wanden van de sacrale plek (kerk, toneelpodium) niet in die vorm bestaat. Alleen in kerk of schouwburg bestaan zulke schijnwerelden.

Het is vreemd dat reformatorische organisaties in Nederland zeggen moeite te hebben met theater als kunstvorm, terwijl kerken bij uitstek de plek zijn waar dat theater gestalte krijgt en wordt vertegenwoordigd door geestelijken die namens de kerk opereren. Zelfs als het uitsluitend zou blijven bij het kale voorlezen uit de bijbel gaat dat nog gepaard met vaste gebruiken, afspraken, toonzetting en compositie. En laat dat nou juist het uitgangspunt van theater zijn. Er worden afspraken met de gemeente gemaakt die identiek zijn aan de afspraken die het theater met een theaterpubliek maakt. Het feit dat de dominees dat alles zelf niet zo zien of benoemen en zelfs ontkennen wil nog niet zeggen dat het niet zo is. Integendeel, hun ontkenning is juist verklaarbaar vanuit hun geloof.

Het is begrijpelijk dat dominees de eigen oorsprong van hun religie ontkennen of in het midden laten omdat dat een specifiek doel dient. Dat is opnieuw een treffende gelijkenis met theater. Het kenmerk van het standaard Hollywood-film of het klassieke toneelstuk is de identificatie van de toeschouwer. Dat wordt bereikt door de ‘montage’ en de dramatisering zoveel mogelijk aan het oog te onttrekken en te verbergen in het lopende verhaal. Het idee daarachter is dat de constructie de vereenzelviging in de weg staat en de betovering verbreekt. Uiteraard zijn er sinds de modernisering van het theater door onder meer Bertolt Brecht ook andere visies op en verschijningsvormen van theater, maar wie de nu gangbare vormen in ogenschouw neemt in schouwburg, bioscoop en op televisie beseft dat het traditionele, verhalende theater waarin de constructie wordt verhuld nog steeds leidend is.

Zoals de constructie van de Hollywood-film ed. tijdens de voorstelling ontkend wordt, zo wordt door geestelijken de constructie van religie ontkend. ‘God’ is een gedramatiseerd, fictief personage die weinig specifieke kenmerken heeft meegekregen van de makers, zodat er volop ruimte resteert voor verbeelding om dat per gemeenschap en per tijdperk in te vullen. Dat is een verstandige, doelmatige en profetische dramatisering door de constructeurs van religie.

Zo wordt met dramatische middelen een optimale identificatie van gelovigen met hun religieuze organisatie bereikt. Vroeger dachten gelovigen zelfs dat God geen fictief personage was, maar de constructeur van de religie waarin God het hoofdpersonage was. Iemand als dominee Meeuwse gelooft dat zelfs nu nog als hij over ‘Gods Woord’ praat als iets dat uit zichzelf buiten de godsdienst is ontstaan en waarvan die godsdienst is afgeleid. Maar dat is een ingewikkelde en onbewijsbare uitleg die niet het meest voor de hand ligt. Een maker kan niet tegelijkertijd op twee abstractieniveau’s optreden als maker en personage. Ook in een ‘reflectief’ stuk als Luigi Pirandello’s ‘Zes personages op zoek naar een auteur’ is de zogenaamde auteur in het stuk uitsluitend een personage. Zo geldt dat ook voor ‘God’.

De tegenstelling tussen theater en godsdienst wordt vanuit sommige religieuze organisaties gecreëerd om de constructie van godsdienst te ontkennen en de afstand tot het theater waarmee religie als constructie zoveel gemeen heeft te vergroten. Als gelovigen dat zelf wensen, dan moeten ze dat vanuit hun religieuze logica en marketing zeker doen, maar het zou oprechter zijn als ze ófwel zouden erkennen dat theater en religie uit dezelfde bron putten en dezelfde soort schijnwerelden zijn ófwel ze dat allebei niet zijn, omdat ze uitsluitend in zichzelf bestaan als gesloten werelden.

Foto 1: Schermafbeelding van posting ‘Waarom theater niet past bij de reformatorische identiteit’ op FB-pagina van CIP, 25 september 2018.  

Foto 2: Schermafbeelding van deel kamervragenAntwoord op vragen van het lid Kwint over het bericht dat een docent op een reformatorische school mag worden ontslagen om een theaterstuk’, 12 november 2018.

Foto 3: Schermafbeelding van deel artikelWaarom theater niet past bij de reformatorische identiteit’, op CIP, 25 september 2018.

Foto 4: Schermafbeelding van prospectus van ‘Schijn bedriegt’ van dominee C.J. Meeuse door boekhandel Den Hertog.

Noem een kerstmarkt geen wintermarkt. Geef alle godsdiensten en levensovertuigingen ruimhartig hun eigen feest

with 6 comments

Het is 1 november en het culturele winterseizoen is weer geopend. De discussies over Zwarte Piet en kerstmis dat geen kerstmis mag heten teisteren (sociale) media. Bovenstaande petitie verzet zich tegen de aanpassing van de naam ‘Kerstmarkt’ in Brugge dat wegens ‘neutraliteit’ een ‘Wintermarkt’ genoemd moet worden. De organisatie vertelt VTM Nieuws dat het dat doet ‘om mensen van een ander geloof niet te schofferen’. Uit het bericht blijkt dat ook andere Belgische steden kiezen voor variaties met het woord ‘winter’.

Volgens de petitie worden met deze naamsverandering de christenen tegen het hoofd gestoten. Dat is geen onzinnig standpunt. Te bedenken valt wat de echte reden is voor de naamsverandering. De organisatoren van de kerstmarkten hebben een commercieel belang en willen zoveel mogelijk bezoekers trekken. En de invloed van christenen neemt maatschappelijk en politiek nu eenmaal af, zodat hun commercieel belang kleiner wordt. Waarom ‘eenheid in verscheidenheid’ niet zou werken is de vraag. Of culturele gebruiken ed. worden gelijkgeschakeld zoals nu gebeurt of ze worden juist aangescherpt. Geef elke godsdienst of levensovertuiging eigen feesten en geef die zo onvermengd door. Want anders worden gebruiken genivelleerd en tot een grijze massa gemaakt waarin niemand zich herkent. Zodat er volop ruimte komt voor kleurige verscheidenheid en ook kleinere religieuze of maatschappelijke organisaties zich kunnen presenteren.

De petitie gaat faliekant de fout in door te suggereren dat het de liberalen zijn ‘die de zogenaamde vrijheid verdedigen’ en ‘het meest de godsdienstvrijheid fnuiken’. Dat is een onheuse en onwaarachtige bewering. Als met liberalen degenen worden bedoeld die het secularisme promoten, dan houdt dat in dat ze juist voor de optimale beleving van een verscheidenheid aan levensovertuigingen en godsdiensten zijn. Strijdig daarmee is het bestendigen van de traditionele voorrechten van de christenen. Het secularisme gaat voor gelijkheid en niet voor het vertragen van de afbreuk van christelijke voorrechten.

Foto: Schermafbeelding van petitieVoor het behoud van de benaming ‘KERSTMARKT’ te Brugge’ op petities24.com.

Written by George Knight

1 november 2018 at 10:29

Onderwijsprogramma laat kinderen moskee bezoeken. Oriëntatie op godsdienst is prima, actieve deelname via gebed gaat te ver

with one comment

Naar eigen zeggen maakt de Stichting Civitas Christiana zich zorgen ‘over de richting waarin de Nederlandse samenleving zich dreigt te ontwikkelen. Instituties als het gezin staan onder druk, zonder welke onze samenleving geen toekomst heeft. Daarnaast is een algehele afkalving van onze beschaving waar te nemen.’ Geïnspireerd ‘vanuit de christelijke wortels van Europa‘, besloot in 2014 Hugo Bos Civitas Christiana in het leven te roepen om dit proces te stuiten. De nieuwste campagne van deze christelijke organisatie is ‘verplichte excursie naar islamitische moskeeën’ waarvan hierboven de schermafbeelding is te lezen.

Uit een bericht in het AD blijkt dat de politiek de campagne heeft opgepikt. Het bericht stelt dat uit ‘onderzoek’ naar moskeebezoeken van De Telegraaf blijkt dat ‘schoolkinderen op diverse plekken in het land tijdens het bezoek is gevraagd om op hun knieën, met hun neus op een kleedje, te bidden tot Allah. Scholen organiseren de bezoeken in het kader van lessen over religie.’ SGP-kamerlid Roelof Bisschop spreekt zich uit: ‘Een bezoek aan religieuze gebouwen kan heel mooi en nuttig zijn, maar het knielen voor Allah gaat ons een stap te ver.’ PVV en VVD hebben over dit onderwerp eerder kamervragen gesteld ‘naar aanleiding van het onderzoek dat gedaan werd door de Stichting Civitas Christiana’. De moskeebezoeken maken deel uit van de lesstof en mogen niet zonder meer worden verzuimd. Ouders kunnen om ontheffing vragen, maar de school is niet verplicht hieraan gehoor te geven. De SGP wil dat ouders ‘het recht krijgen om hun kind niet op excursie te laten gaan naar een moskee als de scholieren daarbij moeten bidden als een moslim’.

Er schort nogal wat aan de motivatie van de Stichting Civitas Christiana die het probleem veel te breed stelt door het te hebben over islamisering en vanuit een conservatief christelijke perspectief redeneert waarbij het gaat om het beschermen van het christendom. SGP’er Bisschop is evenwichtiger als hij stelt dat het verplicht bidden van kinderen in een moskee te ver gaat. Oriëntatie op levensovertuigingen en godsdiensten in het basisonderwijs is prima, maar dat kan dan uitsluitend een uitleg vanaf de buitenkant zijn zonder deelname van kinderen aan een gebedsdienst. Het gaat veel te ver om kinderen te laten bidden en tot deelnemer te maken aan de interne dimensie van een godsdienst. Het is onbegrijpelijk dat het onderwijsprogramma hiervoor blijkbaar ruimte laat en dit niet expliciet is verboden. Want bij dit moskeebezoek gaat het niet om voorlichting, maar om religieuze propaganda. Hetzelfde geldt uiteraard voor het bezoek van godshuizen van andere religieuze organisaties. Kinderen kunnen evenmin verplicht worden te bidden in een christelijke kerk.

Het secularisme is de oplossing. Op een andere plek reageerde ik vandaag bij een video van Gerko Tempelman. Er zijn raakvlekken met dit verplichte bidden tijdens moskeebezoek en de vermeend maatschappelijke standaard van religie. Dat gaat om de rol van godsdienst in de publieke ruimte en de evangelisatie van traditionele godsdiensten om ‘andersdenkenden’ te annexeren in de eigen organisatie. Dat is bij de moskeeën en de Stichting Civitas Christiana aan de orde en strijdig met de vrije keuze van mensen:

Ik constateer in talloze uitspraken van vertegenwoordigers van religieuze organisaties dat ze degenen die zich niet laten inspireren door een godsdienst vaak willen annexeren. Dan noemen ze bijvoorbeeld het atheïsme een godsdienst met de kanttekening dat de atheïsten dat zelf niet begrijpen. Of stellen ze dat degenen die zich niet laten inspireren door een godsdienst in feite ‘gelovigen’ zijn zonder dat zelf ten volle te beseffen.

Ik vind die houding onverstandig en moreel onaanvaardbaar. Het is de ultieme betutteling waarmee naar mijn idee de religieuze organisaties hun marginalisering en vervreemding van de moderne mens extra bespoedigen. Ik ben een aanhanger van het secularisme dat als politieke filosofie zegt dat alle levensovertuigingen en godsdiensten voor de wet gelijk gegarandeerd zijn. Iedere burger heeft de vrijheid om uit eigen vrije wil te kiezen. Of niet te kiezen.

Het probleem dat bij dat secularisme opdoemt is van traditionele aard. Typisch voor een overgangssituatie waarbij het een niet meer bestaat en het ander nog niet breed gevestigd is. Dat betreft de religieuze zending, ofwel de verspreiden van een geloof over de eigen grenzen heen in een andere cultuur. In dit geval een levensovertuiging of ander geloof. Wie de vele video’s op YouTube van vooral christelijke en islamitische predikers of amateur-predikers in ogenschouw neemt ziet een wereld vol religieuze marketing, commerciële ondernemingen en grensgevechten. Dat kan haaks komen te staan op de vrije wil van de moderne mens die uit zichzelf en voor zichzelf een levensovertuiging, godsdienst of niet-gekozen nihilisme kiest. Hoe dan ook kan religieuze propaganda de vrije wil van de moderne mens onder druk zetten.

Foto: Schermafbeelding van artikelBestel nu het rapport over verplichte schoolexcursies naar moskeeën’ van de Stichting Civitas Christiana

Nogmaals de uitspraak van de Raad van State over de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Gebrekkige toetsing en criteria

with 6 comments

Wat een godsdienst is valt niet makkelijk te bepalen. De bandbreedte is breed. Dat is begrijpelijk omdat de betekenis van de term ‘godsdienst’ vaag is en dit de weg opent voor uiteenlopende interpretaties. Daarbij zijn godsdiensten dynamisch en in ontwikkeling. De religieuze markt waarop de godsdiensten elkaar ontmoeten is een vechtmarkt met grote economische, politieke en maatschappelijke belangen. Dat strekt zich uit tot de eisen die gesteld mag worden aan het geloof van een gelovige die zich laat inspireren door een godsdienst. Die interne dimensie omvat ook de vrijheid voor de gelovige om gedachten en overtuigingen te hebben die tegenstrijdig zijn aan de gedachten en overtuigingen die uit dat geloof volgen. Dit alles geeft aan dat het lastig, zo niet onmogelijk is om aan de hand van vooraf bepaalde criteria vanaf de buitenkant te toetsen wat een godsdienst is. Hoofdzaak is dat godsdiensten in de praktijk elkaar uitsluitende kenmerken hebben. Ofwel, godsdiensten zijn niet onder één noemer te vangen of over één kam te scheren volgens artikel 9 van de EVRM.

Criteria volgens welke de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als buitenstaander en niet-deskundige op het gebied van theologie, metafysica of teleologie meende in augustus 2018 in een uitspraak de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster te kunnen toetsen zijn ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’. Er kondigen zich interpretatieproblemen aan als die criteria toegepast worden op geaccepteerde, traditionele godsdiensten die die toetsing niet zouden overleven. Ook wordt rechtsongelijkheid tussen oud en nieuw geïntroduceerd. Met name wreekt zich de rol van de Raad van State als het stelt dat het de KVS in het bijzonder aan ernst en samenhang ontbreekt en het satirisch element overheerst. Dat getuigt van onkunde.

Want er blijft weinig over van het criterium ‘samenhang’ (of coherentie) als dat wordt toegepast op bestaande godsdiensten. Zie wat docent bestuursrecht UvA Taco Groenewegen daarover in een analyse uit 2009 zegt op het weblog Publiekrecht en Politiek: ’Is een coherente wereldbeschouwing een hanteerbaar criterium? Ook niet. Eén van de centrale leerstellingen van het christendom is dat Jezus en geheel mens is en geheel god. Dat is echter evident onmogelijk. Iemand kan of geheel mens zijn of geheel god, of deels god en deels mens. Tegelijkertijd geheel mens en geheel god zijn is echter een logische onmogelijkheid en daarmee incoherent. Op dit punt zijn nog vele andere voorbeelden te bedenken, ook met betrekking tot andere religies. Maar het christendom is natuurlijk wel een religie, ook al is het niet coherent.’ Groenewegen stelt dat bestaande criteria onwerkbaar zijn en de zoektocht naar hanteerbare criteria voortgaat. Dit geeft aan dat genoemde uitspraak van de Raad van State over de KVS en het beroep op de criteria ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’ minder vanzelfsprekend en juridisch geaccepteerd is dan het in de uitspraak pretendeert.

Zo ontstaat een tweedeling en laat de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich kennen door het bevestigen van een dubbele standaard die in de praktijk de religieuze sector afschermt voor toetreders zoals de KVS. De Raad van State treedt vanwege een gebrek aan inhoudelijke expertise, juridische oprechtheid én maatschappelijk en politieke onafhankelijkheid buiten de toetsingscriteria over wat een godsdienst is. Zo ontstaat een januskop vol onoprechtheid. De Raad van State oordeelt wegens onwerkbare criteria waar het niet kan oordelen. De Raad van State oordeelt verkeerd omdat het de criteria verkeerd interpreteert. De Raad van State had deze zaak terug moeten verwijzen en niet in behandeling moeten nemen. Of het had in lijn met de visie op andere godsdiensten die per definitie evenmin voldoen aan alle criteria van ernst en samenhang (en overtuigingskracht en belang) de KVS na toetsing vanaf de buitenkant moeten erkennen als godsdienst.

De Raad van State heeft zich door het oordeel over de KVS in een wespennest gestoken door te suggereren dat de jurisprudentie over de onderhavige zaak vast en omschreven is. Maar dat is het niet. De Raad van State heeft zich met de uitspraak zo ver buiten het juridische domein gewaagd dat het ermee de aandacht gevestigd heeft op het eigen perspectief. Zoals gezegd, 1) rechtbanken zijn niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen; 2) de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State treedt buiten de toetsingscriteria door politiek-maatschappelijke belangen zwaar in haar toetsing door te laten wegen en 3) de toetsingscriteria zijn onheus omdat ze scheefgegroeide leerstellingen van de traditionele godsdiensten -volgens welke betreffende godsdienst afgewezen zou moeten worden- achteraf onterecht fiatteren én nieuwe kandidaat-godsdiensten op deze identieke gronden de toegang tot de religieuze sector ontzegt wat de rechtsongelijkheid versterkt.

Foto 1: J. van Meurs, ‘Justitia als putto bij de ‘Rechten van den Mensch en Burger’’, 1795. Collectie Nederlandse Rechtsgeschiedenis van het Gevangenismuseum via Geheugen van Nederland.

Foto 2: Schermafbeelding van artikel 9 van de EVRM.

Ruimdenkendheid gevraagd. Kerk Vliegend Spaghettimonster kan als nieuwe religie ‘satirisch én ernstig, serieus én ironisch’ zijn

with 8 comments

Antwoord op een opinie-artikel van Roel Weerheijm die meent dat de gelovigen van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster (KVS) in een valkuil zijn gelopen. Volgens zijn opinie zouden ze ‘satirisch én ernstig zijn, serieus én ironisch zijn’. Maar het lijkt een misverstand dat dat een nieuwe religie diskwalificeert:

Alle nu bestaande of alweer verdwenen religies zijn ooit opgestart en gecreëerd door een fictief verhaal. Daarom is het flauw om een nieuw religie te verwijten dat het (nog) geen traditie heeft. Die nieuwe religies wijken af van de traditionele religies omdat ze beter aansluiten bij de hedendaagse tijd omdat ze daaruit zijn ontstaan. Naast de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster (KVS) is dat bijvoorbeeld ‘The International Church of Cannabis’ die op het raakvlak van religie en commercie opereert. https://georgeknightlang.wordpress.com/2017/04/15/the-international-church-of-cannabis-opent-in-denver-religie-als-voorbeeld-dekmantel-en-groeimarkt/

Ik betwijfel dat de reden voor het ontstaan en de groei van de KVS is gelegen in het onderwijs zoals de auteur stelt. Is de gedachtegang niet eerder dat er geen grenzen zijn aan de voorrechten die voor religieuze instellingen gelden en het daarom dom zou zijn die niet te benutten? Want wat voor de een geldt, geldt ook voor de ander. Dat gaat tot en met fiscale voorrechten. Uiteindelijk gaat het erom wat de juridische basisvoorwaarden zijn voor de stichting van een nieuwe religie. Niet wat een burger als Roel Weerheijm er vanuit zijn individuele voorkeuren politiek, maatschappelijk of religieus van vindt.

Het gaat niet om ironie. Vele, nu bestaande religies zijn in reactie op andere religies ontstaan. De redenen daarvoor kunnen verschillend zijn. Of kunnen een combinatie van redenen zijn. Vanwege een kerkelijk-dogmatisch verschil, een overweging van macht, religieuze marketing of kerkelijk bezit, of zelfs lijfsbehoud. De ene religie kan lenen van de andere religie. Zoals de schrijvers in de Middeleeuwen op de schouders van de antieken stonden, zo staan nieuwe religies op de schouders van oude religies. Nog steeds.

De auteur heeft weinig inzicht in de Nederlandse kerkelijke traditie als hij opmerkt dat de KVS teveel overeenkomsten met traditionele religies heeft om echt een verschil te maken. Wie de kerkafsplitsingen, schorsingen en afscheidingen in de protestante kerk in alle veelheid en breedte kent zal moeten opmerken dat nieuwe religies soms minimaal verschillen met de religies waaruit ze ontstaan zijn. Soms was de onverenigbaarheid van karakters van dominees, voorgangers of kerkvoogden voldoende voor het ontstaan van een nieuwe herstelde, vrijgemaakte, voortgezette, buiten verband of afgescheiden religie. Het is best als de auteur de KVS vanwege de te grote overeenkomst met de bestaande religie afwijst, maar dan moet hij consequent zijn en alle Nederlandse kerken volgens dezelfde norm tegen het licht houden. En dan zal er weinig overblijven.

Satire in religie is iets van alle tijden en onlosmakelijk met de strijd tussen religies verbonden. Zie wat theologe Joke Spaans schrijft: ‘Het beroerde Rome behandelt spotprenten en satirische bord- en kaartspellen over de rivaliteit tussen jansenisten en anti-jansenisten in de vooravond van het Utrechts Schisma. Het laat zien hoe in de achttiende eeuw satire werd ingezet in een kerkelijk conflict waarin op het eerste gezicht weinig te lachen viel.’ Satire diskwalificeert een religie niet zoals de auteur wil doen geloven. Satire is juist onlosmakelijk met religie verbonden.
http://www.ako.nl/product/9789087041298/het-beroerde-rome-joke-spaans/

De uitspraak van de Raad van State bevatte een normatief oordeel, namelijk dat vanwege ‘het satirische element van het pastafarisme’ de KVS niet voldoet aan de criteria ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’ en daarom niet als godsdienst kan worden aangemerkt. De Raad van State meent dat het van tweeën één is: satire of godsdienst. Dit houdt in dat er volgens de Raad van State ruimte bestaat tussen satire en deze vier criteria, en ze nooit kunnen samenvallen. Dat is een oordeel dat voorbijgaat aan het belang van maatschappelijk relevante satire. Ermee diskwalificeert de Raad van State een groot deel van de Westerse cultuurgeschiedenis, van de toneelstukken van Aristophanes, Lucianus’ spotschriften, Erasmus’ ‘Lof der Zotheid’, P.C. Hoofts ‘Warenar’ tot Monty Pythons ‘Life of Brian’.

Traditioneel bestaat er een sterke wederzijdse beïnvloeding tussen fictie en religie. Godsdiensten zijn net als het theater ontstaan vanuit rituelen en dramatisering. Dat geldt ook de monotheïstische godsdiensten. Sommige gelovigen vatten de Bijbel volledig als fictie op. Sinds de opkomst van het laat 20ste eeuws post-modernisme is die wisselwerking nog versterkt. Interpretatieverschillen om godsdiensten te duiden geven aan dat er diverse manieren van geloven en godsdienst zijn. Roel Weerheijm vat de rol van religie te beperkt en te normatief op.

De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is theologisch niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen. De Raad van State zou deze zaak terug moeten verwijzen en niet in behandeling nemen. Of in lijn met de visie op alle andere godsdiensten die evenmin voldoen aan alle criteria van ernst of serieusheid (met een teveel aan satire of ironie) de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster na een toetsing ‘aan de buitenkant’ gewoon moeten erkennen als godsdienst. Voor wat het politiek en maatschappelijk ook waard is.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘De onmogelijke spagaat van pastafari’s’ van Roel Weerheijm op TussenWoord, 15 oktober 2018.

Gerko Tempelman: Tragiek van een gelovige die niet genoeg heeft aan geloof en overtuiging. Maar zich anderen wil toe-eigenen

with 2 comments

Het feit dat iets er niet is, wil niet zeggen dat iets er is. Daarnaast zegt het niet wat dat dat iets dat er niet is dan werkelijk is. De definitie ontbreekt om het te toetsen.

De uitspraak ‘God is dood’ is een verhullende en normatieve uitspraak. Want het accentueert door het actuele bestaan van de entiteit te erkennen toch dat ‘God’ ooit was. Maar juist dat staat ter discussie. De uitspraak ‘God is dood’ is een dubbelzinnige uitspraak die tegelijk bevestigt en ontkent. Dat schept geen duidelijkheid, maar verwarring.

Theoloog Harry Kuitert zei ooit: ‘Alle spreken over Boven komt van beneden, ook het spreken dat beweert van Boven te komen’. Ofwel, ‘God’ is mensenwerk. ‘God’ is een constructie van mensen. Daar is veel voor te zeggen omdat het bewijs voor het bestaan van ‘God’ nooit onafhankelijk is aangetoond. Het bestaan van ‘God’ is een kwestie van geloof. Niets meer en niets minder dan dat.

De uitspraak die ‘God’ pas echt laat verdwijnen is daarom ‘God is mensenwerk’. Dit maakt de uitspraak ‘God is dood’ onheus. De redenering van Gerko Tempelman die in het ontbreken het bestaan suggereert is geen geldige argumentatie. Het is een schijnredenering. Hij maakt het gecompliceerd omdat hij geen argumenten heeft om het bestaan van ‘God’ aan te tonen. Tempelman zoekt de afleiding.

Waarom gelovigen niet volstaan met de overtuiging dat hun geloof in ‘God’ rotsvast en deugdelijk is blijft een raadsel. Geloven is achtenswaardig en rechtschapen. Buiten dat geloof bestaat ‘God’ echter niet. En is ‘God’ dood noch levend.

Waarom predikers als Gerko Tempelman verwarring zaaien over het bestaan van ‘God’ is begrijpelijk. Daarmee willen ze de draagwijdte van ‘God’ uitbreiden naar degenen die zich niet laten inspireren door ‘God’. Het groter maken van ‘God’ buiten hun geloof om is een kwestie van macht. Die willen ze ook uitoefenen over degenen die hun geloof niet delen. Dat is onrechtmatige inlijving. Maar ook een inlijving die steeds potsierlijker wordt in een samenleving waar de meerderheid zich niet door ‘God’ laat inspireren.

Het gebrek van gelovigen als Gerko Tempelman die de polemiek zoeken is dat ze niet tevreden zijn met hun geloof en overtuiging en meer dan dat willen. Tot en met de inlijving van de zogenaamde ‘niet-gelovigen’. Dat is de tragiek van gelovigen die niet genoeg hebben aan hun geloof en overtuiging. Ze zeggen het ene en bedoelen het andere. Ze doen uitspraken over hun geloof die erop neerkomen dat ze zich iets toe-eigenen dat niet van hen is, terwijl ze zouden kunnen volstaan met het belijden van hun geloof.

Written by George Knight

20 oktober 2018 at 17:06