Wetenschappers geven Knevel antwoord zonder antwoord te geven. Laat geloof een geloof zijn en maak er niet meer van dan het is

Andries Knevel strikes again met zijn luisterend oor en zalvende blik. Het is aandoenlijk, maar ook wel wat ontluisterend om te zien hoe ‘gerenommeerde wetenschappers’ worden uitgenodigd in eigen voet te schieten onder de suggestie hun zaak te versterken. De een relativeert het belang van het christendom door het belijden ervan als een cultureel verschijnsel te zien. Tegelijk legitimeert hij het geloof door te claimen dat iedereen gelooft. Dat kan hij alleen rondbreien door de betekenis van geloof van betekenis te laten verschuiven door te zeggen dat iedereen een bepaald wereldbeeld aanhangt. Hij kan weten dat geloof en het aanhangen van een bepaald wereldbeeld totaal verschillende begrippen zijn en dus niet hetzelfde. De vrouw redeneert in cirkels. Zoals doorgaans bij dit soort gesprekjes over godsdienst. Ze geeft als tweede argument voor het geloven van christenen dat zij weet dat God echt is. Dit oogt zo simpel en onnozel dat het lastig is om er een onderbouwde en geloofwaardige uitspraak over de waarheid van het christendom in te ontwaren.

Twee christelijke wetenschappers worden het programma van de EO ingehaald om antwoord te geven op de vraag over de waarheid van het christelijk geloof en komen vervolgens met flutargumenten die geen antwoord op die vraag geven. Dat is ook logisch, want die antwoorden bestaan per definitie niet. Geloof is immers een overtuiging en geen wetenschap.

De fout waarom het zo misgaat ligt dan ook niet zozeer in beide personen die antwoord geven en hun best doen om er nog iets van te maken, maar in de persoon die de vragen stelt en diens pretentie om meer van een geloof te maken dan het echt is. Knevel denkt met zijn schijnbewegingen de zaak van het christelijk geloof te versterken, maar heeft niet door dat hij het omgekeerde bewerkstelligt. In ieder geval bij de objectieve waarnemer. Mogelijk gaat de gelovige loyaal mee in zijn warrige praatjes. Knevel doet aan branchevervaging en probeert de werking van religie filosofisch, cultureel en methodologisch op te rekken tot buiten haar eigenlijke domein. Dat is onverstandig en zal altijd averechts uitpakken.

Was het opperwezen in de war of toonde het tekenen van dementie toen het de basis legde voor vele godsdiensten en denominaties?

J. Warner Wallace is naast aartsbisschop William Goh van Singapore een prediker die ik op sociale media graag antwoord geef. Wallace is detective en christelijke apologeet. Dat laatste betekent dat hij zijn christelijk geloof verdedigt door argumenten ertegen te ontmantelen. In pseudo-forensisch onderzoek. Dat gaat er niet altijd fijnzinnig en zorgvuldig aan toe. Hoewel hij goed de schijn van het tegendeel weet op te houden. Dat is zijn verdienste. Warner Wallace schiet zoals al die Amerikaanse predikers graag uit de heup. Men kan dat grof en brutaal noemen. Hij doodt daarbij mogelijk zijn opponent, maar in die handeling ook zijn geloofwaardigheid.

Hieronder mijn antwoord bij de op zich zeer belangwekkende vraag waarom er zoveel stromingen binnen godsdiensten bestaan (en in het verlengde daarvan, waarom er zoveel godsdiensten naast elkaar bestaan).

Warner Wallace suggereert antwoord te geven, maar geeft dat niet. Het gaat hem om de schijn dat hij deze bewering ter verdediging van zijn geloof afdoende heeft beantwoord. Niets is minder waar en kan ook niet waar zijn omdat de cirkelredeneringen van types als Warner Wallace daar per definitie niet in kunnen voorzien:

J. Warner Wallace maakt twee denkfouten in zijn betoog.

1) Er zijn in de moderne geschiedenis duizenden godsdiensten en godsdienstromingen aan te wijzen die zich allen beroepen op een geloofsleer en een verwijzing naar een God. Dat wordt onhoudbaar als blijkt dat deze religieuze organisaties tegengestelde claims doen over het bestaan en ontstaan van een opperwezen. Welnu, die tegengestelde claims bestaan, zodat de dogmatiek van godsdiensten ernstig moet worden gerelativeerd. Want de waarheid die als hoogste waarheid wordt voorgesteld blijkt uiteindelijk een waarheid te zijn die door mensen is gecreëerd.

Een en ander ondermijnt in de kern de claim van godsdiensten dat ze niet door mensen zijn gecreëerd. Dat zijn ze wel naar nu blijkt uit al die tegengestelde claims, beweringen en dogma’s die alleen door mensen kunnen zijn gemaakt. Want als een opperwezen ze had gemaakt, dan hadden die verschillen niet kunnen ontstaan. Of was het opperwezen in de war of vertoonde het tekenen van dementie toen het duizenden godsdiensten creeerde?

2) De vergelijking tussen religie en atheïsme is ongelukkig. En eerlijk gezegd ook wel wat brutaal en ongepast omdat Warner Wallace de beleefdheid niet kan weerstaan om atheisme zijdelings in te lijven als een namaak-geloof. Dat toont geen enkel respect voor andersdenkenden.

Uit het feit dat er vele soorten atheisme zijn leidt Warner Wallace het argument af dat er daardoor ook vele soorten christendom kunnen bestaan. Al die andere godsdiensten met hun specifieke opperwezen neemt hij niet eens in beschouwing. Maar de vergelijking klopt niet omdat atheisme geen geloof is met een centrale dogmatiek. Dat geldt voor de stromingen van het christendom wel.

Warner Wallace maakt ongemerkt en ongewild een koe van een fout omdat zijn betoog ook omgekeerd kan worden. Want als de vergelijking tussen de verschillen binnen het atheisme worden geëxtrapoleerd naar de verschillen binnen het christendom, dan moet daarmee ook het uitgangspunt van het atheisme gewaardeerd worden. Dat zegt dat er geen God bestaat die niet door mensen is gemaakt. Via een omweg weeft Warner Wallace dus het uitgangspunt in zijn betoog dat God door mensen is gemaakt. Het lijkt erop dat Warner Wallace zijn eigen betoog niet doorgrondt.

SGP wenst Nederlandse militairen ‘Gods zegen’ in strijd tegen IS. Hoe erg is dit gebrek aan urgentie en verantwoordelijkheidsbesef?

Je zou maar in de Nederlandse krijgsmacht dienen en door een parlementariër van de SGP ‘Gods zegen’ in de strijd tegen IS toegewenst worden. Als ontvangende en dienende partij heb je dat te accepteren. Je wordt ongewild in de beeldvorming over een strijd tussen twee belangrijke religies getrokken. Te weten het christendom en de islam. Terwijl je als militair met andere dingen bezig bent dan religie of ‘Gods zegen’. Je moet je deze beeldvorming aan laten leunen, want het is een Nederlandse parlementariër die het zegt.

Hoe zo’n uitspraak ook past bij het theocratische DNA van de SGP en de parlementaire vrijheid om te spreken, het gaat een grens over en is ongewenst. Het is het voorbeeld van een poging om anderen christelijk jargon en denkwijze op te leggen. Chris Stoffer probeert zo zijdelings militairen van de Nederlandse krijgsmacht in te lijven in zijn wereldbeeld. Dat is een beperkt perspectief. In het publieke debat gelden regels voor mensen van diverse pluimage om met elkaar in discussie te gaan. Dat vereist schakelen van iedereen om over de eigen schaduw heen te springen om de ander open en zonder gebruik van eigen jargon tegemoet te treden. Stoffer kiest er bewust voor om zich niet-neutraal op het neutrale terrein van de Tweede Kamer op te stellen.

Er is de laatste maanden gedoe in de media over complotdenkers die wetenschap, journalistiek en politiek verdacht proberen te maken. Dat betreft een minderheid die op sociale media vooral met zichzelf in gesprek gaat. Het enige perspectief dat wisselt is dat de geïnterviewde scepticus de volgende keer de interviewer is. De inteelt van het complotdenken leidt tot een bunkermentaliteit. Dat bevordert het idee van buitengesloten zijn en leidt tot radicalisering. De isolatie van Geert Wilders is daar een vroeg voorbeeld van. Maar het gevaar voor de Nederlandse democratie komt niet van deze kleine geradicaliseerde minderheid malcontenten en ophitsers.

De gevestigde politiek laat het liggen. Zo’n SGP die in de beeldvorming de Nederlandse krijgsmacht in een heilige oorlog tegen de islamitische barbaren probeert te trekken. Of de politiek leider van het CDA die de strijd tegen de pandemie niet onder de knie krijgt en een minister van Justitie laat zitten die door zijn gebrek aan geloofwaardigheid dat verder aantast. Of een politiek leider van D66 die praat over normen en waarden zonder de sociaal-economische factoren die oorzaak zijn voor verdeeldheid boven aan de agenda te zetten.

Voorbeelden van falende politiek zijn talrijk. Als burgers afhaken en zich afzijdig opstellen en daarna opgevist worden door complotdenkers is dat geen falen van burgers die het niet begrijpen of complotdenkers die het verkeerd voorstellen. Het is het falen van een politieke klasse die de urgentie niet ziet van een democratie die onder druk staat, laat staan de weerbaarheid ervan snel repareert, maar blijft hangen in eigen profilering.

Afwijzend antwoord aan aanhanger van het welvaartsevangelie die me met een andere blik naar het evangelie wil laten kijken: ‘Nee’

Elke blogger kent commentaren die aandacht blijven trekken. Niet altijd is duidelijk waar die aandacht vandaan komt. Neem nou mijn commentaarWelvaartsevangelie klopt geld uit zakken van gelovigen en sluist dat door naar voorgangers van protestant-christelijke organisaties’ van 6 september 2019. Daarin val ik evangelist Tom de Wal en zijn stichting Frontrunners Ministries – NL.  aan. Een citaat uit dit commentaar:

Met dit bedelen om geld bij gelovigen plaatst Tom de Wal zich in de traditie van het welvaartsevangelie. Dat bevestigt hij in video’s die er een lans voor breken. Zoals in ‘7 argumenten tegen het welvaartsevangelie weerlegd‘ van 10 juli 2019. In de VS wordt dat ‘prosperity gospel’’ genoemd dat tot een bloeiende business is geworden waar kerkleiders van profiteren. Het is een protestant-christelijke dwaalleer die een grote mate van materiële rijkdom en gezondheid in dit leven belooft aan wie gelooft. Hebzucht en geldzucht verdringen God. Zo wordt geld uit zakken van gelovigen geklopt dat verdwijnt in zakken van de bedelende en dreigende voorgangers die op slinkse wijze geld van gelovigen aftroggelen. Zwendel dus. De Wal heeft de geldklopperij gemoderniseerd door het in bovenstaande video te koppelen aan de invloed die gekocht moet worden om het Woord van God te verspreiden. Maar hij blijft ermee binnen de traditie van het welvaartsevangelie.’

Het is duidelijk waar het bij dat welvaartsevangelie om draait: geld, individuele voorspoed en evangelisatie. Als aanhanger van het secularisme dat godsdiensten inclusief de vele stromingen ervan, levensovertuigingen en nihilismen als gelijkwaardig beschouwt zie ik het met verwonderde welwillendheid aan. Welvaartsevangelie staat ver van mijn eigen wereldbeeld over sociale gelijkheid en vrijheid van levensovertuiging, maar ik aanvaard volledig en ondubbelzinnig dat het een plek toekomt in de pluriforme, Nederlandse samenleving.

Aanleiding zijn twee recente reacties bij dat commentaar van september 2019 die klaarblijkelijk vanuit de boezem van Tom de Wals Frontrunners Ministries worden gevoed. De een voegt me toe: ‘tot ik de Bijbel gin[g] lezen en toepassen, nu is dit alles voorgoed voorbij, dankzij de God. Toch iets voor u om over na te denken..?’ en de ander zegt: ‘Persoonlijk heb ik de zegeningen van God sterk gemerkt sinds dat ik een gedeelte van mijn inkomen weggeef, Gezondheid, stabiliteit en herstel heb ik mogen ontvangen met als klapper op de vuurpijl heeft mijn vrouw zomaar uit het niets een schitterende goedlopende kapperszaak gekregen. Ja wij geven geld weg, maar God geeft net zo goed weer geld erbij. Zodat wij het weer weg kunnen geven. Je zou het kunnen beschouwen als een geheimenis. Je komt alleen zelf achter als je het gaat proberen. Voor u een mooie YouTube link als bedankje, wie weet gaat u hierdoor een andere blik naar het evangelie krijgen’.

Het is niet niks om zomaar uit het niets, wat blijkbaar toch niet het niets is, maar een Goddelijk plan, een schitterende goedlopende kapperszaak te krijgen. Dat roept bij mijn geen reactie op, maar verwondering dat iemand dat serieus meent. Mijn reactie wordt ingegeven door iets anders, namelijk zinsneden als ‘iets voor u om over na te denken?’ en ‘gaat u hierdoor een andere blik naar het evangelie krijgen’. Dat vind ik ongepast. Evangelisatie in eigen kring is best, maar ik ben van mening dat mensen buiten die kring daar niet mee achtervolgd moeten worden. Zo reageerde ik op ene Bas Clingen bij mijn commentaar van september 2019:

‘De verdediging van het welvaartsevangelie en de stichting van Tom de Wal die dat promoot is uw goed recht. Daar geef ik in deze reactie geen commentaar op. Er is in de media al genoeg kritiek op te vinden.

Evengoed als ik u die vrijheid gun zouden u en Henk van de Klundert mij die vrijheid moeten gunnen. Dat doet u naar mijn idee niet door op een indirecte en wat zalvende wijze aan evangelisatie te doen. Dat is ongepast. U gaat daar naar mijn mening te ver in.

Als we elkaar respecteren, dan houdt dat in dat we de overtuiging van de ander waarderen. We hoeven het niet met elkaar eens te zijn om achting voor elkaar en elkaars levensovertuiging te hebben. Die achting verbleekt als u mij probeert te evangeliseren. Dat is brutaal.

Denk maar eens goed na waar u dat eigenlijk op baseert en of dat een voldoende grond is om mij zo te bejegenen. Besef u niet dat u hiermee de interne werking van uw geloof exporteert tot buiten uw geloof? Ja, zult u antwoorden, dat is ook exact wat evangelisatie is.

Ik meet mezelf geen oordeel toe over de aanvaardbaarheid en werking van die evangelisatie, maar volsta ermee om u te laten weten dat ik geen ontvangende partij van uw evangeliserende boodschap wil zijn. In welke vorm dan ook.

Wat u doet lijkt voort te komen uit de traditionele reflex van gelovigen die andersdenkenden in hun geloof proberen te trekken. Ooit was dat de strategie van de meerderheid, nu is dat het achterhoedegevecht van een krimpende minderheid. De meerderheid van de Nederlandse bevolking geeft aan zich niet te laten inspireren door godsdienst.

Het is historisch begrijpelijk dat u en de uwen zich ondubbelzinnig laten inspireren door wat u als belangrijk vindt in het leven. Namelijk uw christelijk geloof, en dan een Amerikaanse variant daarvan: het welvaartsevangelie. U hebt in Nederland die juridische en maatschappelijke vrijheid om dat te belijden wat u waardevol vindt. Ik gun u dat van harte. Dat is voor iedereen belangrijk.

Het zou u en de uwen sieren als u andersdenkenden die op afstand staan van dat welvaartsevangelie respecteert in hun overtuiging. Wat die overtuiging verder ook is. Ik zal nooit proberen u te bekeren of iemand proberen te overtuigen om mijn overtuiging of levensbeschouwing te volgen. Volwassen die als volwassen behandeld worden zijn geen kuddedieren. Ze behoren uit vrije wil hun eigen overtuiging te kiezen.

Ik verwacht dat u de welgemanierdheid hebt om mij en anderen van buiten uw eigen kring niet te willen annexeren in uw evangelisatie en als pseudo-christenen of potentiële christenen te beschouwen. Dat komt niet overeen met de vrijheid die anderen u gunnen. Even ongepast en zelfs beledigend zou het zijn om christenen als pseudo-atheïsten of pseudo-moslims te beschouwen.

Ik hoop dat u snapt dat uw evangelisatie niet door iedereen gewaardeerd wordt en zelfs averechts kan werken voor de acceptatie van uw plek in de Nederlandse samenleving.’

Foto: Schermafbeelding van deel eigen (= George Knight) commentaarWelvaartsevangelie klopt geld uit zakken van gelovigen en sluist dat door naar voorgangers van protestant-christelijke organisatie’ van 6 september 2019.

Scientology Kerk Nederland laat op sociale media met aanval op media van zich horen. Het verdedigt zich met algemeenheden

De Nederlandse tak van de Scientology Kerk heeft de afgelopen maand talloze video’s met Gerbrig Deinum op haar YouTube-kanaal geplaatst. Zij doet de publiciteit van de Nederlandse Scientology Kerk en treedt veel op in de media. Deinum praat handig en vlot, maar wel in algemeenheden die niet controleerbaar zijn. Daarom is haar verhaal over de relatie van de Scientology Kerk met de media toch niet overtuigend. Daarbij sluit ze de mogelijkheid uit dat de kritiek die de Kerk krijgt gerechtvaardigd is. Opvallend is dat Deinum in een andere video aandacht besteedt aan de documentaire Going Clear: Scientology & the Prison of Belief van Alex Gibney die uit 2015 dateert. Ook hier wordt Deinum niet concreet en heeft ze geen steekhoudende argumenten.

De Scientology Kerk heeft in tegenstelling tot gevestigde godsdiensten geen ANBI-status omdat het onder meer niet kan voldoen aan het criterium van de Belastingdienst dat het ‘zich voor minstens 90% inzet voor het algemeen nut’. Dat bepaalde in 2015 het Gerechtshof Den Haag in een uitspraak. Daardoor hebben donateurs en organisatie geen recht op belastingvoordelen over giften en donaties en moet de kerk schenk- en erfbelasting daarover betalen. De Scientology Kerk zet zich dus niet voldoende in voor het algemeen nu, maar men kan zich terecht afvragen of andere religieuze instellingen dat wel doen. Dat betwijfel ik. In een commentaar van mei 2015 schreef ik dat er vermoedelijk met twee maten wordt gemeten. Hiermee pleit ik zeker de Scientology Kerk niet vrij, maar betoog eerder het omgekeerde. Namelijk dat alle godsdiensten onterecht een streepje voor hebben boven andere maatschappelijke instellingen en goede doelen stichtingen:

Dat 90%-criterium is een harde grens waarvan onduidelijk is hoe die bewaakt wordt. Wanneer voldoet een religieuze instelling voor 90% aan het algemeen belang en hoe wordt dat kwalitatief en kwantitatief getoetst? Wordt dat in de praktijk getoetst of is er consensus tussen politieke partijen dat het 90%-criterium niet wordt getoetst? Overwegingen om te betwijfelen of er in de praktijk getoetst wordt en te vermoeden dat religieuze instellingen niet voldoen aan dit criterium volgt uit het kenmerk van religie zoals religieuze instellingen dat vertegenwoordigen. Religie bestaat uit twee componenten die zijn te omschrijven als intern en extern gericht. Dat eerste omvat zingeving en troost en is op de gelovige gericht, en dat laatste omvat belangenbehartiging, het bedrijven van machtspolitiek en charitatieve doelstellingen. Dit maakt religieuze instellingen zo divers en onoverzichtelijk dat niet op voorhand valt te zeggen dat ze voor 90% het algemeen belang dienen. Of anders gezegd, het niet op voorhand uitgesloten kan worden dat ze voor meer dan 10% hun eigen belang dienen.

Staphorst gaat massaal naar kerk tijdens coronacrisis. Iedereen is gelijk, maar religieuze organisaties zijn meer gelijk dan anderen

Volgens de aangescherpte maatregelen van de Rijksoverheid geldt er voor ‘het belijden van godsdienst of levensovertuiging’ een uitzondering voor bijenkomsten in een binnenruimte van maximaal 30 personen. Om dat te legitimeren wordt er verwezen naar de vrijheid van godsdienst. Maar dat is merkwaardig omdat allerlei grondrechten tijdelijk zijn ingetrokken in de bestrijding van COVID-19. Daarom is het bizar dat religieuze organisaties een uitzonderingspositie in mogen nemen van het kabinet. Zo geldt voor culturele instellingen, zoals schouwburgen en musea de uitzondering niet. Hoewel een gemeente ontheffingen kan verlenen.

Voor godsdiensten geldt een algemene uitzonderingssituatie. Dat ging dit weekend mis in Staphorst waar in een orthodox-protestantse kerk zich driemaal 600 gelovigen verzamelden. Daarop kwam vanuit politiek en samenleving veel kritiek. Want als iedereen in vrijheid wordt beknot, waarom de kerken dan niet? De eveneens protestante minister Carola Schouten (ChristenUnie) stelt dit voor als incident. Maar dat is een afleiding en daar gaat het in de kern niet om. Onlogisch is dat religieuze organisaties als meer gelijk worden gezien dan niet-religieuze organisaties. Ze hebben voorrechten die anderen niet hebben. Dit is des te merkwaardiger omdat artikel 6 van de Grondwet over de vrijheid van godsdienst het kabinet een wettelijke grond geeft om in te grijpen: ‘De wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid’. Waarom maakt het kabinet daar geen gebruik van? Voor de uitzonderingssituatie van religieuze organisaties is bij nader inzien geen enkele rechtvaardiging te vinden.

Hoe kunnen godsdiensten die in de kern hetzelfde zijn zich op de concurrerende religiemarkt van elkaar onderscheiden?

Gelijksoortigheid is paradox én zwakke plek van gevestigde godsdiensten. Ze claimen uniek te zijn, maar doen allemaal min of meer hetzelfde en lijken in de kern op elkaar. Hoewel ze dat zelf sterk ontkennen. Dat is geen wonder omdat ze immers vanuit dezelfde behoefte zijn ontstaan. Weliswaar in uiteenlopende culturen wat de uiterlijke verschillen verklaart, maar vanuit dezelfde existentiële angst of twijfel van mensen. Namelijk het motief van mensen om voor zichzelf een veilige omgeving te creëren die enige bescherming biedt door de onzekerheid van het leven op afstand te houden. Daarbij bieden godsdiensten niet alleen filosofisch onderdak voor wat het Zijn betreft, maar doen dat ook in praktisch opzicht door groepsvorming en gemeenschapszin. Geloofsgenoten worden in- en andersdenkenden uitgesloten. Dat bindt gelovigen nog meer aan godsdienst.

Op de concurrerende religiemarkt levert dat problemen op. Want hoe kan de ene godsdienst zich van andere godsdiensten onderscheiden als ze in de kern op hetzelfde neerkomen? Gesteld dat de uiterlijkheden voor de gelovige onvoldoende redenen zijn om zich te laten overtuigen. Hoe dat gaat toont deze video. Scott Oliphint meent dat het christendom uniek is en categorisch van andere godsdiensten verschilt ‘omdat alleen het christendom beweert dat God zondaren redt’. Dat is om meerdere redenen een cirkelredenering die vanuit het christendom iets als unieks verklaart omdat het in het christendom voorkomt. Waarbij de ‘God’ die mensen zelf gecreëerd hebben tot autoriteit wordt bevorderd om te legitimeren dat ‘God’ christelijke gelovigen redt. Andere godsdiensten kunnen op aspecten dezelfde uniciteit claimen die alleen in hun godsdienst voorkomt.

Begrijpelijk is dat godsdiensten zich tegen elkaar afzetten om gelovigen te trekken. Het is harde concurrentie voor organisaties die in de kern hetzelfde product verkopen. Uiteraard bestaat dat niet in pure vorm, maar is verweven met politieke, maatschappelijke en culturele belangen. In essentie worden veel kandidaat-gelovigen meer door ‘bijzaken’ aangetrokken dan door geloofswaarheden. Religieuze propaganda is noodzaak voor godsdiensten om concurrenten van het lijf te houden en te overleven. De geschiedenis van de afgelopen 20 eeuwen kent vele godsdiensten die het niet gered hebben. Toch is het jammer dat vertegenwoordigers van godsdiensten de noodzaak voelen om zich met deze marketing die grenst aan desinformatie af te zetten tegen andere godsdiensten. Het leert dat het genre ‘godsdienst’ aan een fundamentele hervorming toe is.

Met marketing, scoringsdrift en betaalde bekeringen ondermijnen gevestigde godsdiensten hun kenmerken. Hoe oordeelt de rechter?

Het artikelChristen die moslim wordt, krijgt grote zak met geld’ in het RD van 3 september 2020 bevat de volgende passage over de bekering onder betaling van christenen tot moslim in Pakistan : ‘In het korte beeldfragment roept de rijke textielhandelaar Mian Kashif Zameer christenen op zich tot de islam te bekeren, want dat is „de beste religie.” Hij stelt de mogelijke bekeerling daarbij een mooie beloning in het vooruitzicht: 200.000 roepies (zo’n duizend euro). Als een compleet gezin zich bekeert, ontvangt die familie zelfs een miljoen roepies.’ Het christelijke perspectief van het RD motiveert om verder te denken en de kwestie van de betaalde geloofsbekeringen te beschouwen vanuit het belang van de gehele religiesector.

Bekering van de ene naar de andere godsdienst is een verdienmodel voor sappelaars die een centje bij willen verdienen. Zoiets als het laten aftappen van bloed bij de bloedbank. Bekering is de niet-fysieke variant ervan. Het is de vraag hoe vaak een gelovige van ‘overtuiging’ kan wisselen om de propaganda voor een specifieke godsdienst waarvoor het gebruikt wordt geloofwaardig en aannemelijk te laten blijven. Jaarlijks, maandelijks?

De wetmatigheid is dat de bekering alleen bestaat in de publiciteit. Met een bekering die in het geheim gebeurt kan een religieuze organisatie geen goede sier maken. Op sociale media is de bekering een belangrijk subgenre waarmee religieuze organisaties de slag met hun concurrenten proberen te winnen.

Voor de BV Godsdienst als sector maken de bekeringen weinig uit omdat ze per saldo de sector als geheel niet groter maken. De bekeringen gaan alle kanten uit en het verlies van de ene godsdienst wordt gecompenseerd door de winst van de andere godsdienst. De religiesector wordt er niet omvangrijker door. De publiciteitsslag tussen godsdiensten toont aan dat de religiesector een vechtmarkt is en de concurrentie moordend.

Dit soort bekeringen zijn een goede ontwikkeling voor degenen die verandering willen. Zoals ook de opkomst van nieuwe godsdiensten een goede zaak is. Ze staan doorgaans dicht bij de grond, bieden hedendaagse mystiek en rituelen, en hebben een postmodernistische grondhouding waarin twijfel en relativering zijn ingebouwd. Oudere, gevestigde godsdiensten zijn in andere tijden ontstaan en zijn daar in de kern nog steeds een reflectie op, hoewel ze uiteraard met de tijd zijn meebewogen. Hun houdbaarheid staat ter discussie.

Hoe meer godsdiensten er zijn, hoe meer het idee verwatert dat religie een bijzondere positie verdient boven andere menselijke (‘horizontale’) constructies. Het exclusieve beroep van leiders van godsdiensten op de eigen onaantastbaarheid en de claim om boven de wet te staan wordt naar evenredigheid minder geloofwaardig als het aantal godsdiensten toeneemt en ‘gewoon’ wordt.

De logica is dat de gevestigde godsdiensten om twee redenen hun markt afschermen. Ze zijn concurrenten én collega’s binnen hetzelfde religiekartel en hebben er gezamenlijk belang bij dat er geen nieuwe toetreders komen. Het onderling met elkaar uitvechten via onder meer de publiciteitsslag met bekeringen is belastend, maar ook een semi-serieus toneelstukje dat ze met elkaar opvoeren om in de aandacht te blijven. Waarbij spanning vanwege tegengestelde belangen kan optreden tussen de marge en het centrale gezag van een godsdienst. Ook willen de gevestigde godsdiensten het idee dat religie iets exclusiefs is in stand houden.

Als ‘gelovigen’ dagelijks of wekelijks van overtuiging zouden wisselen, dan wordt dat idee van overtuiging ondermijnd. Want wat is een geloofsbeginsel nog waard als het makkelijk ingewisseld wordt voor een geloofsbeginsel van een concurrerende godsdienst? Alleen vanwege de marketing. Dat roept weer de vraag op wat een godsdienst nog waard is die hier toe aanzet. Daarom zijn voor critici die problemen hebben met de voorrechten die godsdiensten genieten dit soort bekeringen een goede ontwikkeling omdat ze de begrijpelijkheid, serieusheid, samenhang en importantie van een specifieke godsdienst ondermijnen.

Uiteraard biedt de Vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst zoals dat is omschreven in artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens ieder de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te wisselen. Alleen lijkt daar een onomschreven ondergrens aan die in strijd komt met de kenmerken van een godsdienst zoals die juridisch worden gesteld als dit wordt tot een carrousel en tombola van wisselende overtuigingen die betaald wordt door de meest biedende religieuze organisatie. Dan schieten de gevestigde godsdiensten door scoringsdrift en ondoordachtheid over de godsdienstsector als geheel in eigen voet.

Er kan in de toekomst een punt komen dat de rechter een godsdienst niet meer als godsdienst beschouwt vanwege ontbrekende kenmerken van begrijpelijkheid, serieusheid, samenhang en importantie. Dat heeft fiscale gevolgen voor de financiële positie van een religieuze organisatie. Hoewel het de vraag is of een rechter wel voldoende geëquipeerd is om daar over te kunnen oordelen (Elizabeth Prochaska, 2013).

Op dit moment worden door de rechter uitsluitend nieuwe godsdiensten van de religiesector uitgesloten. Nu is de positie van de gevestigde godsdiensten juridisch nog onaantastbaar. Ze worden actief beschermd door de politiek. Maar leiders van gevestigde godsdiensten doen er verstandig aan om te beseffen dat in elk geval in Europa de maatschappij verandert en dat ze op moeten passen door hun onderlinge publiciteitsslag met bekeringen niet ook voor de rechter ongeloofwaardig te worden. Want zonder dat ze het doorhebben ondermijnen ze hiermee de kern van hun godsdienst of gaan die ondermijning in de marge van hun godsdienst onvoldoende tegen. Zelfs als dat op een ander continent gebeurt, dan kan dat gevolgen hebben.

De bekeringen die door godsdiensten of verwante religieuze organisaties in de publiciteit breed uit worden gemeten en daar dienen om een concurrerende godsdienst een hak te zetten, zijn een goede ontwikkeling voor degenen die het niet veel op hebben met de (positie van) gevestigde godsdiensten. Voor de godsdiensten zelf die met de betaalde bekeringen makkelijk denken te scoren is het een waarschuwing om de kern van hun godsdienst niet te verkwanselen omwille van de marketing en de wedijver met andere godsdiensten.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelChristen die moslim wordt, krijgt grote zak met geld’ in het RD, 3 september 2020.

Evangelische christen J. Warner Wallace schiet in eigen voet bij zijn oordeel over de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster als fictie

J. Warner Wallace richt een stroman op om die vervolgens in de fik te steken. Maar hij verwerpt slechts zijn eigen opinie, niet die van degenen die hij claimt te verklaren. Dat is misleiding van hem. Hij scherpt de verschillen tussen godsdiensten aan. Laat ik voor mezelf spreken. Als ingeschrevene (sinds oktober 2015) als Pastafarian bij de Nederlandse Kerk van het Vliegend Spaghettimonster (KVS) drijf ik online of offline geen spot met gelovigen of met godsdienst. Integendeel, waarom zou ik, want ik ben als lid van deze Kerk zelf een gelovige. Wallace kan dan wel beweren dat de KVS door Bobby Henderson is begonnen als een parodie om zich af te zetten tegen de gevestigde godsdiensten, maar dat leidt nog niet tot de conclusie dat het om die reden geen legitieme godsdienst kan zijn. Daarbij is Wallace geen objectieve waarnemers, maar een directe concurrent van de KVS op de religiemarkt. Hij staat op de loonlijst van de evangelische Biola University.

In 2018 schreef ik in een commentaar dat door rechters de lat voor toetreders tot de religieuze markt hoger gelegd wordt dan voor gevestigde godsdiensten: ‘Als Pastafarianen moeten ‘bewijzen’ dat hun godsdienst ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’ bevat dan valt er vanwege de gelijkheid van godsdienst nog wel wat meer te bewijzen. Zoals ‘Jezus’ die over water loopt of diezelfde ‘Jezus’ die opvaart naar de hemel. En er zijn nog meer van die tovertrucs, wonderen en onverklaarbare transformaties in godsdiensten. Wat te denken van de Koran die geen mensenwerk zou zijn en niet door mensen geschreven is, maar in de Arabische taal door God via de engel Djibriel aan Mohammed geopenbaard is? Ga er als objectieve beoordelaar maar aan staan om dat overtuigend en serieus te vinden.’ Kortom, Wallace meet aantoonbaar met twee maten.

Wallace kan zijn minachting voor de KVS moeilijk verbergen. Maar hij gaat pas genadeloos de fout in als hij een onderscheid aanbrengt russen religieuze en fictieve claims. Hij laat zichzelf hiermee niet alleen kennen als kleingeestig, maar ook als een opinieleider die zijn christelijke overtuiging voor de empirische wetenschap zet. Het onderscheid dat hij maakt is normatief. Wallace stelt een norm voor de godsdienst die hij verdedigt om die norm op een godsdienst die hij aanvalt niet van toepassing te verklaren. Wallace bedient zich dus van een cirkelredenering. Maar er is geen objectieve waarheid waaraan hij zijn norm kan toetsen. In elke geval niet een norm die door de volledige theologische wetenschap gedeeld wordt. Denk aan progressieve theologen als Harry Kuitert die het (christelijke) geloof terugbrengen tot een menselijke constructie. Dus fictie.

Zowel het christendom als de KVS zijn godsdiensten die vanuit de fictie, de fantasie zijn vormgegeven. Er bestaat geen onderscheid tussen een religieuze en fictieve claim. Hoeveel woorden en pseudo-waarheden over de historische achtergrond van het christendom Wallace ook gebruikt om het tegendeel te beweren. Het christendom heeft uiteraard een langere geschiedenis dan de KVS. Inclusief meer getuigenissen en aansluiting bij de gevestigde macht. Maar daaruit valt niets af te leiden over de kenmerken van christendom en de KVS. Dat beeld bestaat alleen in het gedachtengoed van types als Wallace. Zijn behoudende mening is prima, maar hij gaat over een rode lijn als hij daarmee andere godsdiensten probeert te veroordelen en uit te sluiten van de lucratieve religieuze markt. Hij preekt voor eigen parochie. Meer moeten we er niet achter zoeken.

Queen Opp en Michelle maken parodie van bekeringsvideo: ‘WE AINT MUSLIM NO MORE’

Sinds een week is er reuring op sociale media over de muziekvideo ‘We ain’t Muslim no more’ van Queen Opp (‘I RUN PHILLY AND IM THE MOST HATED PERSON IN PHILADELPHIA’) en Michelle. Ze zouden nooit moslims zijn geweest, maar net doen alsof ze uit de islam zijn gestapt. Critici vinden dat ze respectloos zijn jegens de islam. Ze storen zich eraan. Queen Opp beroept zich op haar vrijheid van meningsuiting.

Bekeringsvideo’s zijn een apart genre die worden ingegeven door publicitaire, economische en politieke belangen. Soms is het een echt ‘verhaal’, meestal is het fabricatie vanwege het effect. Onderdeel van een industrie. Van moslim naar christen, van christen naar moslim, van moslim naar atheïst, van moslim naar hindoe, van christen naar atheïst, van atheïst naar christen. De mogelijkheden zijn groot. Elk subgenre kent eigen kanalen en belangengroepen. Religie is een lucratieve markt waarop veel geld valt te verdienen. De producenten van Queen Opp en Michelle maken daar handig gebruik van. Door hun groteske overdrijving ondermijnen ze de geloofwaardigheid van de bekeringsvideo. Daarom besteedt dit blog er aandacht aan. 

Kenmerkend is dat de actieve Queen Opp en de apathische Michelle zo gigantisch over de top gaan, dat het er weer aardig op wordt. Zonder talent, maar met durf en brutaliteit weten ze de publiciteit te halen. Hun talent is hun brutaliteit. Hun bekering van de islam naar het christendom is niet alleen nep en immers nog steeds non-nieuws als het echt zou zijn, maar het wordt door hen ook zo geframed dat de indruk niet anders kan zijn dan het nep is. Queen Opp en Michelle zijn met hun producent de ultieme vertegenwoordigers van nep-feitelijkheid tijdens de periode van het Trumpisme. Het is onbeschaamd, narcistisch, gekunsteld, tergend, ijdel en gespeend van elk waarheidsgehalte. Vorm overwoekert de inhoud van individuen die erin verdwijnen.

Foto: Still uit een video op Instagram waarin Queen Opp (links) uitlegt waarom ze zich bekeert van de islam naar het christendom.