Waarom blijven media politici die de elite dienen ‘populisten’ noemen?

Schermafbeelding van artikelWhy does the media insist on calling fascists ‘populists’?‘ van Thom Hartmann voor RawStory, 19 mei 2022.

Interessant artikel van Thom Hartmann op RawStory over populisme. Met een vreemde titel omdat fascist en populist raakvlakken hebben. Het is zuiverder om een populist af te zetten tegen een elitist. Zijn stelling is dat in de media politici vaak populisten worden genoemd terwijl ze dat niet zijn. Dat klopt en is misleidend.

Hij baseert zich op een definitie van de Nederlands-Amerikaanse politicoloog Cas Mudde die volgens Hartmann een populist zo omschrijft: ‘een persoon die een politieke positie of beweging vertegenwoordigt die de behoeften en verlangens van de meerderheid van de bevolking weerspiegelt, en die zich verzet tegen de belangen van corrupte elites’.

Hartmann wijst vooral op ontwikkelingen sinds president Reagan toen politici zichzelf populist gingen noemen terwijl ze dat niet waren en juist de belangen van de elite of corporate Amerika behartigden. Hij noemt de achtereenvolgende presidenten Dwight Eisenhower, John Kennedy, Lyndon Johnson, Richard Nixon, Jerry Ford en Jimmy Carter allen populisten.

Donald Trump is een goed voorbeeld van een niet-populist die door zichzelf en de media onterecht een populist wordt genoemd. Trump dient het belang van zijn geldschieters, van Dark Money, en niet die van het volk. Daarom is Trump per definitie geen populist, maar een elitist.

Opmerkelijk is dat elitisten als Trump zich juist tegengesteld presenteren aan wat ze echt zijn. Door zich als populist te profileren die het belang van het volk dient, verhullen ze dat ze niet het belang van het volk, maar van een elite dienen. Het is de eigenlijke ‘Big Lie‘ van Trump.

Wat zou een benadering die uitgaat van Muddes definitie betekenen voor de Nederlandse situatie? Zijn Rutte, Kaag of Hoekstra populisten die de stem van het volk vertegenwoordigen of dienen ze de elite, het zakelijke en politieke establishment? Voor Rutte en Hoekstra lijkt de conclusie duidelijk, ze zijn elitisten die niet het belang van het volk vooropzetten. Kaag is vaag.

In zijn politieke carrière heeft toenmalig leider van de PvdA Wouter Bos in lezingen in 2005 en 2008 gepleit voor een vorm van gematigd populisme, terwijl hij in 2013 in een column het CDA verweet populistisch te zijn. In een commentaar noemde ik Bos’ kritiek op het CDA dat hij daarvoor zelf had omarmd onbegrijpelijk. Er bestaat onbegrip en verwarring over het begrip populisme.

Interessant is het om te beredeneren in hoeverre de radicaal-rechtse politici Pim Fortuyn, Geert Wilders en Thierry Baudet populistisch of pseudo-populistisch à la Trump zijn. Baudet is het meest duidelijke geval, hij is een pseudo-populist, een elitist, die speelt dat hij populist is, maar achter de schermen niet-volkse belangen dient en dat zo weinig professioneel en overtuigend doet dat niet in te zien valt wie in Baudet een populist kan zien. Behalve de man zelf als hij in de spiegel kijkt.

Fortuyn vond aansluiting bij het volk en had een welgemeende wrok tegen de elite, de regenten. Niet omdat dat dat zijn overtuiging was, maar omdat hij door deze elite was afgewezen, waarna het verzet ertegen zijn beste verkooppunt werd. Wilders wordt gestuurd door belangen van geldschieters waarover hij geen details wil geven, maar voert tegelijk een politieke marketing die de kiezers het beste dient. Dat resulteert in een programmatische lappendeken die de PVV is geworden waar geen samenhangende politiek op te voeren is behalve op het tegengaan van immigratie en islam.

Het is dus ook in Nederland tijd voor een heroriëntatie van het begrip populisme in de media. Het is in de journalistiek een neutrale, verhullende en laffe term geworden die vooral dient om harde termen als fascist, rechts-extremist of lobbyist voor het bedrijfsleven wegens gebrek aan durf uit de weg te gaan. Terwijl daardoor de positieve kwaliteiten van het populisme verbleken. Dat kan niet de opzet zijn van journalistiek die wil verduidelijken en verklaren, en niet verhullen. Noem een pseudo-populist of elitist geen populist.

Schone handen

Global Village Foundation/ Ronald Timmermans en Max Kisman, ‘De kiezer verneukt : Afbraak demokratie‘, circa 1977. Collectie: Stephen Lewis poster collection, circa 1921-2017

Dit zijn twee posters die reflecteren op de politiek situatie van rond 1980. Het CDA ontstond op 11 oktober 1980 zodat de datering ‘circa 1977’ van bovenstaande poster in de collectie van de Joseph P. Healy Collection niet lijkt te kloppen. Maar in 1977 deed het CDA al met een gemeenschappelijke lijst mee aan de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Dus het is mogelijk dat de poster een actueel antwoord was op de de totstandkoming van het kabinet Van Agt-Wiegel in 1977.

In de verkiezingen van 1977 was de PvdA onder leiding van Joop den Uyl de grootste partij geworden met een winst van 10 zetels, maar kwam die partij na stukgelopen onderhandelingen tussen CDA en PvdA toch niet in het kabinet. VVD-leider Hans Wiegel maakte een deal met CDA-leider Van Agt.

Verstonden de makers Ronald Timmermans en Max Kisman (Global Village Foundation) dat onder het verneuken van de kiezer en de afbraak van de democratie? Ze lijken te wijzen op fraude, bedrog, steekpenningen en ondemocratisch gedrag van CDA en VVD, terwijl het kabinet Van Agt I een uitkomst was van onderhandelingen binnen de marges van de Haagse politiek.

In 1981 gebeurde het omgekeerde. Mede door de winst van D66 verloor de coalitie CDA-VVD haar nipte meerderheid van 77 zetels die toch al uiterst wankel was door de zogenaamde CDA-dissidenten die het kabinet vleugellam maakten. Dat waren er aanvankelijk zes en later in de kabinetsperiode 10. CDA-dissident Jan Nico Scholten met zijn evangelische principes was toen een bekende Nederlander.

Daarom was het begrijpelijk dat het kabinet Van Agt II uit 1981 ging bestaan uit CDA, PvdA en D66. Maar dat was evenmin als het kabinet Van Agt I stabiel en doelmatig. D66 was getalsmatig overbodig en de chemie tussen CDA en PvdA was slecht. Dit kabinet bestond nog geen jaar. In mei 1982 traden de PvdA’ers onder wie de toenmalige partijleider en minister van Sociale Zaken Joop den Uyl af vanwege versoberingen van de verzorgingsstaat.

Het zogenaamde rompkabinet Van Agt III bestond uit CDA en D66 en bereidde in een half jaar de vervroegde verkiezingen van september 1982 voor. Dat resulteerde net als het kabinet Van Agt I in een kabinet van CDA en VVD, nu geleid door CDA’er Ruud Lubbers.

Waar onderstaande poster van opnieuw de Global Village Foundation op duidt lijkt duidelijk. De vormgevers vragen zich af of Joop den Uyl schone handen heeft omdat hij toetreedt tot het kabinet Van Agt II. Ze konden in 1981 nog niet weten dat de bewindslieden van de PvdA in mei 1982 dat kabinet vanwege voorgestelde bezuinigen zouden verlaten. Hoe vuil waren de handen van Joop?

Het is een poster die de PvdA verdacht maakt. Dat is de wetmatigheid in de Europese politiek dat de sociaal-democratie fel bestreden wordt door links. Van communisten tot pacifisten en hardcore socialisten. Een andere meerderheid zonder PvdA was niet te vormen en D66 van toen had een linkser profiel dan het huidige D66 van Kaag. Je kunt je met terugwerkende kracht afvragen, hoe schoon kunnen handen van politici zijn? En hoe realistisch is het wereldbeeld van vormgevers?

Global Village Foundation/ Werkgroep Blaffende Honden, 1981. ‘Hoe schoon zijn de handen van Joop?‘ Collectie: Stephen Lewis poster collection, circa 1921-2017

Welke afslag kiest de PvdA na het aftreden van Ploumen?

Schermafbeelding van deel artikelLilianne Ploumen stopt als PvdA-leider en vertrekt uit de Kamer: ‘Ik kan leiderschap niet genoeg waarmaken’ in Het Parool, 12 april 2022.

Ik ben geen fan van de PvdA, maar zie een sterke sociaal-democratische partij als een noodzaak voor de stabilisatie van het politieke midden. Zoals de SPD van Friedrich Ebert, zeker in de eerste jaren, de sterkste steunpilaar onder de Weimar-republiek was.

Lilianne Ploumen was een zwakke leider die de last van de traditie van de sociaal-democratie niet kon dragen. In mijn ogen is ze op geen enkel moment geloofwaardig geweest. Ze speelde weinig overtuigend dat ze leider was, maar werd het nooit.

Ze laat vandaag weten dat ze aftreedt en de Tweede Kamer verlaat om haar opvolger niet voor de voeten te lopen. Dat is genereus en verstandig van haar.

Vooralsnog zijn er geen geloofwaardige opvolgers die intellectueel en tactisch de last van de sociaal-democratie kunnen dragen. Splijtzwam binnen de PvdA is de fusie met GroenLinks.

Zoals de geschiedenis van de Weimar-republiek in de eerste jaren verduidelijkt waren gematigde sociaal-democraten, links-liberalen en christelijke partijen (Zentrum) partners die elkaar aanvankelijk goed konden vinden. Radicalisering naar links (SPD) en naar rechts (liberalen en katholieken) ondermijnde die samenwerking en maakte de weg vrij voor radicaal-links (communisten) en radicaal-rechts (NSDAP).

Dat is de les voor de PvdA van nu. En de nieuwe leider. Het moet door de samenwerking met GroenLinks zich niet te veel in links-radicale richting laten dwingen. Kan Lodewijk Asscher niet gewoon terugkomen als leider? Meer geloofwaardige kandidaten zijn er voorlopig niet.

PvdA Zwolle: waar is het verhaal van Patty Wolthof?

Patty Wolthof zegt in dit campagnefilmpje het volgende: ‘Politiek begint voor mij bij verhalen. Verhalen van mensen die ik spreek op buurtbezoek, in het wijkcentrum. Verhalen van ouders op het schoolplein, of op zaterdagochtend langs de lijn.’ Wolthof is lijsttrekker van de PvdA in Zwolle bij de komende gemeenteraadsverkiezingen op 16 maart 2022.

Het filmpje draait om het begrip ‘samen’ dat kracht en solidariteit suggereert. De claim is dat als problemen ‘samen’ aangepakt worden, ze opgelost kunnen worden. Maar wie tot dat ‘samen’ behoort is onduidelijk. Ook degenen die een oplossing in de weg staan? Of alleen de medestanders in rode jasjes die toch al aan de kant van Wolthof en de PvdA staan?

Het is opmerkelijk dat volgens Wolthof politiek begint bij verhalen. Waarna ze het koppelt aan de politieke marketing van de populist: buurtbezoek, wijkcentrum, schoolplein, voetbalveld. Populistischer kan het niet worden. Wolthof houdt het vaag en algemeen, en vlucht in abstracties: verhalen en ‘samen’. Dat is panelpolitiek van het niveau ‘u vraagt, wij draaien’. Of de Zwolse kiezer door deze politieke marketing wordt aangetrokken valt te betwijfelen.

Een goede politicus begint niet met het aanhoren van verhalen van anderen. Een echte politicus is daarvoor al tot wasdom gekomen. Wolthof en haar influisteraars begrijpen waarschijnlijk niet eens wat er fout aan is om te zeggen dat politiek met verhalen begint. Alsof een politicus een leeg vat is die gevuld wordt met verhalen op buurtbezoek, in het wijkcentrum, op het schoolplein en langs het voetbalveld. Ja, en wat dan? Hoe worden die verhalen dan gewogen? Bestaat er volgens Wolthof niet zoiets als politiek handwerk?

Linkse partijen als de PvdA begrijpen het niet. Toegegeven, rechts populisme kán met links populisme beantwoord worden. Maar dat moet dan wel ontdaan zijn van naïviteit, gebrek aan urgentie en de angst om klare taal te spreken. Voor Patty Wolthof lijkt politiek nu vooral plichtmatige sleur. Ze is met haar influisteraars verstrikt geraakt in een cirkelgang. In de kringloop van oubolligheid, vaagheid, oude symboliek en het zich verbergen achter verhalen die aan anderen worden toegeschreven.

Wolthof begrijpt niet dat voor iemand die krachtdadig optreedt reageren geen sterkte, maar een zwakte is.

Partijen rechts van de VVD begrijpen het evenmin. Hun populisme is goedkoop en onwaarachtig en herbergt tegenstrijdigheden in zich. Maar de leugens van FvD en PVV worden wel consequent en tot vervelens toe met herhaling en met het benoemen van actuele thema’s aan de kiezers geserveerd. Dat blijft hangen. Van het verhaal van Wolthof blijft niks hangen dan vaagheid en op z’n best een goed gevoel dat snel vervliegt.

De tragiek van de Nederlandse politiek op dit moment is dat linkse partijen als PvdA, GroenLinks en SP in zichzelf verstrikt zijn geraakt. Ze zijn met zichzelf bezig. Dit filmpje is daar een voorbeeld van. De paradox volgens velen is dat ze geen ‘verhaal’ hebben om de kiezer te overtuigen. Ze hebben zowel geen blauwdruk voor de toekomst als een goed perspectief om de kiezer ‘mee te nemen’. Juist daarom is het wat Wolthof doet zo veelzeggend in symboliek en nietszeggend in inhoud. Namelijk, het zich verschuilen achter verhalen van anderen. Dat is geen politiek. Dat is het negeren van de essentie van politiek.

De stille dood van het kunstbeleid. Waarom haalt de politiek de begrippen kunst en cultuur mentaal, beleidsmatig en budgettair niet uit elkaar?

Paragraaf ‘Cultuur‘ als standpunt van de VVD.

I. Robbert Dijkgraaf is de beoogde minister van OCW. Het ligt in de rede dat zijn beleidsterreinen Hoger Onderwijs, Wetenschap en Wetenschappelijk Onderzoek zullen zijn. Maar de verdeling van de beleidsterreinen op dit departement zijn nog niet bekend. 

Daarnaast komen er op dit departement een minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs en een staatssecretaris Cultuur en Media. Die laatste functie wordt opnieuw ingevoerd (na Aad Nuis, Rick van der Ploeg, Cees van Leeuwen, Medy van der Laan) nadat die in 2007 was afgeschaft. Het is dus niet waarschijnlijk dat Dijkgraaf de eerst verantwoordelijke bewindspersoon voor Cultuur wordt. 

Interessanter is de vraag of D66 een kunstenaar tot staatssecretaris Cultuur en Media maakt. 

II. Het is verhullend om bij dit staatssecretariaat over Cultuur te praten terwijl Kunst wordt bedoeld. Cultuur omvat het bloemencorso, het carnaval, de braderie, het buurtfeest, het oliebollenkraam, de lokale sportwedstrijd en allerlei verbindende aspecten in de samenleving.

Kunst heeft andere functies, doelen en bestaansredenen dan Cultuur, hoewel er overlap bestaat. Waarom blijft de politiek zo aan de verhullende paraplu-term Cultuur hangen? Wat is de logica daarvoor? Waarom maakt de politiek geen knip tussen Kunst en Cultuur? Nu wordt Kunst achter of in de Cultuur verstopt. Ook budgettair. 

Het zou duidelijker zijn voor zowel Kunst als Cultuur om ze ‘mentaal’ en beleidsmatig te scheiden en bij verschillende departementen onder te brengen zoals dat trouwens voorheen het geval was.

Dan zouden we weer kunnen spreken over een Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen zoals dat van 1918 tot 1965 bestond en een Ministerie van Cultuur, Recreatie, Identiteit en Maatschappelijk Werk (CRIM) zoals dat in de voorganger CRM van 1965 tot 1982 bestond. 

Het is interessant voor auteurs, onderzoekers en kritische geesten om te beredeneren wat de sociale en politieke overwegingen waren in de jaren 1960 tot 1980 om Kunst en Cultuur op een hoop te gooien. En wat de politieke en sociale overwegingen zijn in 2021/2022 om die hoop te laten bestaan.

III. De VVD is de kwade genius van het kunstbeleid. Al in de jaren 1950 spraken vertegenwoordigers van de VVD neerbuigend over kunst. VVD-kamerlid Thierry Aartsen zette deze traditie binnen deze partij voort en had vanaf 2018 cultuur (o.a. Erfgoedinspectie, Bibliotheek en letterenbeleid, monumenten), Media, Arbeidsomstandigheden, Inspectie & toezicht in zijn portefeuille.

Wat de VVD onder ‘Cultuur’ of ‘Kunst’ verstaat wordt uit bovenstaande cultuurparagraaf niet duidelijk. Van een politieke partij die dat onderscheid niet maakt en beide begrippen door elkaar heen gebruikt valt te vrezen dat het niet wil dat wij weten wat het verschil tussen kunst en cultuur is. Het is waarschijnlijk dat de VVD om politieke redenen bewust beide begrippen door elkaar heen gebruikt om onduidelijkheid te zaaien en de Kunst te knechten.

Zo is het volstrekt onbegrijpelijk wat er in de tweede alinea staat. De zinnen hangen als los zand aan elkaar zonder dat er een oorzakelijk verband tussen bestaat: ‘Wij vinden dat kunst en cultuur toegankelijk horen te zijn voor iedereen. Subsidies moeten dus niet alleen naar Amsterdam gaan, maar verspreid worden over het hele land. De overheid stelt zich daarbij neutraal op, want volkscultuur is ook cultuur. Zo kunnen bijvoorbeeld festivals ook in aanmerking komen voor subsidie‘. Wat is het verband tussen een neutrale overheid die overigens per definitie niet bestaat en volkscultuur? Bedoelt de VVD met cultuur (=kunst) en met volkscultuur (= cultuur)? Want cultuur is altijd volkscultuur. Hoe dan ook zorgt de VVD in deze cultuurparagraaf voor onduidelijkheid en goochelt het met de begrippen Kunst en Cultuur die het verhullend gebruikt.

IV. Cultuur is de weerslag van de samenleving. De waarde van kunst is dat het zich deels ontworsteld heeft aan de macht, weerstand biedt aan onderwerping en haaks op de samenleving staat. Het heeft voor kunstenaars die de kunst instromen een vrijplaats bevochten.

Kunstenaars staan niet zozeer op de schouders van een traditie zoals in de Renaissance over de Grieken werd gezegd, maar op de schouders van een toevallige bundeling van omstandigheden die lang geleden genoeg opgestart is om nu stand te kunnen houden. Of af te worden gebroken door de politiek.

Dat tekent de paradox van kunst die cultuur niet heeft. Kunst moet ver genoeg van politieke en maatschappelijke krachten blijven om er vrij en onbevreesd op te kunnen spiegelen, maar moet ook weer niet te veel afstand nemen om ‘voor eigen bestwil’ in een reservaat te eindigen. Kunst valt op te vatten als aanscherping en verbijzondering van cultuur. Het verbindende aspect is bijkomend in kunst. Door kunst ook dat aspect toe te meten wordt kunst een functie opgelegd die er niet de kern van is, maar er om oneigenlijke, politieke redenen opgeplakt wordt.

V. Wat de VVD met kunst wil wordt uit de beschrijving duidelijk. De VVD gunt het kunst niet om een vrijplaats te zijn. De VVD wil die vrijplaats afbreken. De VVD wil kunst maken tot weerslag van de samenleving, goochelt daarom met de begrippen kunst en cultuur, en zaait bewust verwarring. De VVD heeft in de cultuurparagraaf niet het lef om kunst frontaal aan te vallen, maar probeert de functies en doelen ervan slinks te smoren in begripsverwarring. Namelijk door kunst te vervangen door het bredere en met de samenleving samenvallende begrip cultuur. Zodat kunst van scherpte en autonomie ontdaan wordt.

Zo is de missie van de VVD geslaagd, zonder dat we doorhebben dat de kunst in het beleid doelbewust van haar scherpte wordt ontdaan. Een progressieve partij als D66 vindt het vermoedelijk op dit moment niet de moeite waard of mist de macht om daar tegenin te gaan en een speciale positie voor Kunst op te eisen. Zo wordt Kunst indirect getemd en vervangen door en verborgen achter het begrip Cultuur. Noodgedwongen neemt D66 genoegen met een staatssecretaris van Cultuur.

VI. Wat ooit als emancipatiebeweging in de jaren 1960 begon is 50 jaar later geëindigd in een wisseltruc waardoor de Kunst verdwijnt. Zonder dat iemand het merkt en er een punt van maakt. Dat is de stille dood van het kunstbeleid. Maar taal doet ertoe. Het is de hoogste tijd om ons er bewust van te worden en er iets aan te veranderen. Laat dat onze garantie voor de toekomst zijn.

Coronamaatregelen: Compromis over 2½-beleid ligt voor de hand

Still van TK-lid Mirjam Bikker (CU) in Nieuwsuur, 15 november 2021.

Het idee van de CU om het Coronavirus te bestrijden met een 1G-beleid dat bestaat uit testen roept allerlei vragen op. Zoals of de testcapaciteit in Nederland wel aanwezig is om velen continu te testen. Om hoeveel mensen dat wekelijks gaat zegt de CU niet. Zijn dat er miljoenen?

De CU lijkt zichzelf met dit voorstel politiek beschadigd te hebben. Opnieuw neemt het ermee afstand van het coronabeleid van het kabinet. De PvdA lijkt het 2G-beleid van de regering te steunen en geeft hiermee indirect aan dat het een meer betrouwbare partner is dan de CU.

VVD en CDA hebben GL en PvdA geblokkeerd om samen tot een volgend kabinet toe te treden. Notabene terwijl D66 haar blokkade tegen dezelfde CU heeft ingeslikt. Als PvdA het 2G-beleid onder voorwaarden steunt, dan neemt het hiermee niet alleen afstand van de CU, maar ook van GL. Welke tegenprestatie voor de PvdA hier tegenover staat is de vraag. Wellicht een kabinetspost op Volksgezondheid voor de alom geroemde PvdA’er Marcel Levi?

Onduidelijk is of de CU de vrijstelling die kerken hebben om een coronatoegangsbewijs te overleggen wil wijzigen in de eis om een 1G-bewijs te overleggen. Want de CU zegt dat het in de hele samenleving voor alle sectoren 1G-beleid wil. Is de CU in haar plannen zo rechtlijnig en consequent dat het de uitzonderingspositie van kerken op wil heffen? Dat zal de eigen achterban niet prettig vinden. Zoniet is het verleidelijk om het ‘1G‘-beleid van de CU niet te vertalen met ‘1 God‘.

Velen worstelen met de inperking van de grondrechten (privacy, gelijke behandeling) die het 2G-beleid met zich meebrengt. Dat is een terechte bekommernis. De ambitie is daarom om de kloof te overbruggen tussen het blijvend beschermen van de grondrechten en de bemoeienis van de overheid ermee zoveel mogelijk te beperken. De context is een dreigende gezondheidscrisis die de regering volgens internationale verdragen de opdracht oplegt om die met een vaccinatie-programma actief moet bestrijden. Er is geen ideaal scenario mogelijk.

De beste aanpak lijkt een 2½-aanpak. Hier lijkt in de Tweede Kamer voldoende politieke steun voor te zijn. Op essentiële plekken moet een 3G-beleid (gevaccineerd, genezen, getest) gelden en op niet-essentiële plekken een 2G-beleid (gevaccineerd, genezen). De kamer kan bepalen wat essentieel is.

Te denken valt om de werkvloer, de supermarkt en winkels voor voeding, openbaar vervoer, onderwijs en de gezondheidszorg te kenmerken als essentieel en overige winkels en dienstverlening, evenementen, horeca, culturele instellingen, sportfaciliteiten als niet essentieel.

Malaise in alle politieke partijen van Nederland

Person wearing a mask made by W.T. Benda, 1925. Collectie: Library of Congress.

Hoe kan het toch dat de Nederlandse politieke partijen hun potentieel niet benutten en het zo slecht doen? Zowel in strategisch als organisatorisch opzicht. Wat is er aan de hand met de Nederlandse politiek partijen? Niemand weet er nog enthousiasme voor op te brengen.

Opvallend is dat geen enkel deel van het politieke spectrum zich aan de malaise onttrekt. Links, rechts en centrum blunderen op hun eigen karakteristieke wijze. Hoe valt dat te verklaren?

Links zit zonder ideeën en bevindt zich in een geestelijk niemandsland. Maar ook strategisch opereert links onverstandig. Het vertrek van GL-kamerlid Bart Snels spreekt boekdelen. Hij was tegen hechte samenwerking of zelfs fusie met de PvdA. Snels koerste af op een kabinet VVD, D66, CDA en GL zoals Jos Heymans voor RTL Nieuws betoogt, maar kreeg hiervoor geen steun binnen zijn partij. Partijleider Jesse Klaver radicaliseerde en zette zich hiermee buitenspel.

Binnen de SP lijkt het omgekeerde te spelen. De partijleiding gaat de meer radicale elementen die lid zijn van de jongerenorganisatie ROOD of het ideeënplatform Marxistisch Forum uit de partij zetten. Niet als individuen, maar als groep. Met als gevolg dat lokale afdelingen zoals Utrecht uit elkaar dreigen te vallen. Chris Aalberts voor TPO die bekend staat als Baudet-watcher herkent in de chaos en het ondemocratisch gedrag van de partijleiding van de SP het patroon dat hij kent van FvD.

De PvdA is de partij met de minste ideeën omdat de partij gewoonweg niet weet wat de eigen identiteit is, waar het zich bevindt en welke kant het op moet gaan. Partijleider Ploumen is inspiratieloos en koos de vlucht vooruit in samenwerking met GL om een idee van daadkracht te suggereren. GL en SP hebben nog een zeker profiel in respectievelijk duurzaamheid en zorg, maar zelfs dat unieke verkooppunt mist de PvdA.

Rechts is negatief, radicaliseert en fragmenteert. FvD weet met partijleider Baudet niet te kiezen tussen het inzetten op partijpolitiek of op metapolitiek. Dat laatste betekent in navolging van het Franse en Duitse Nieuw Rechts van de jaren 1960 en 1970 het willen beïnvloeden van de cultuur en de publieke opinie zonder partijpolitieke activiteiten. De tragiek van partijleider Thierry Baudet lijkt dat hij zowel de intellectuele bagage mist om succesvol metapolitiek te bedrijven als het talent voor het politieke handwerk ontbeert. Daarom blijft hij sinds zijn Uil van Minerva-toespraak in 2019 waar hij duidelijk inzette op metapolitiek zwalken tussen de twee posities zonder dat zijn partij hem nog begrijpt en kan volgen.

De PVV is redelijk stabiel en relatief onkwetsbaar omdat het een partijorganisatie mist. Maar dat laatste wat een sterkte lijkt is tevens een zwakte omdat het een grens aan de groei stelt. In de schaduw van partijleider Geert Wilders kan niemand groeien. Hij speelt op veilig en lijkt door zijn voorzichtige aanpak minder te radicaliseren dan de andere rechtse partijen, maar Wilders’ professionalisme heeft als nadeel dat het resulteert in korte termijn denken en de partij een strategie voor de toekomst mist.

Rechtse splinters als JA21 met Joost Eerdmans en Wybren van Haga’s BVNL hebben onvoldoende aantrekkingskracht voor de kiezer. Het opportunisme van de leiders die van partij naar partij hoppen is zelfs voor de rechtse kiezer ongeloofwaardig. Types als Van Haga en Eerdmans zijn voorbeelden van baantjesjagers. Het opportunisme strookt niet met hun aanschoppen tegen de politiek omdat hun CV daar haaks op staat.

In het Centrum presteert de VVD goed dankzij de electorale aantrekkingskracht en positie van premier Mark Rutte. dat is overigens de achilleshiel van de VVD. Hoe gaat het verder na Rutte? Rutte heeft veel in moeten leveren aan statuur. De vlotheid van Rutte om zowel met links als rechts te kunnen samenwerken heeft twee nadelen. Het wordt steeds meer uitgelegd als oppervlakkigheid, gebrek aan ideeën en zelfs het ontbreken van politieke ruggengraat. Dat werd duidelijk toen in de formatie onder druk van het CDA de samenwerking met links, zonder dat het tot gesprekken kwam, werd geblokkeerd. Zo is in de beeldvorming de vlotte flexibiliteit van Rutte veranderd in stugheid.

Het CDA verkeert in chaos en in een identiteitscrisis. Een teken daarvan is dat kamerlid Pieter Omtzigt uit de partij is gestapt. Partijleider Hoekstra komt over als bekwaam, maar ook als kil, afstandelijk en weinig christelijk. Hij lijkt geen handige politicus die steun kan werven voor de standpunten van zijn partij. Is het wel zo duidelijk dat de partij naar het midden koerst en afstand heeft genomen van de rechtse koers van vorige partijleiders? De kiezersgunst toont een dramatische teruggang.

D66 had in Rob Jetten een bekwame partijleider, maar de partij wilde meer en koos voor Sigrid Kaag omdat die hoger zou kunnen stijgen. Tot en met het premierschap zoals de partij dacht. Maar Kaag is geen handige politicus en het team dat haar omringt lijkt te veel te willen. D66 denkt van zichzelf dat het groter en invloedrijker is dan het echt is. Eén goede verkiezingsuitslag is te weinig en moet niet overmoedig, maar nederig maken om het resultaat te kunnen verzilveren. Daarbij komt dat D66 een partij is die voor veel kiezers een tweede keuze is. Als de partij aan momentum verliest, dan daalt het ook gelijk flink omdat de partij geen sterk gedachtengoed heeft dat als een buffer voldoende kiezers kan vasthouden.

Inuit met masker.

Dit overzicht over links, rechts en centrum leidt tot de conclusie dat de Nederlandse politieke partijen slecht in vorm zijn en eigenlijk allen in zekere mate in een identiteitscrisis verkeren. Ze leven niet naar de kompas van hun politieke gedachtengoed of hebben dat nooit gedaan en al geruime tijd ingewisseld voor opiniepanels die de koers bepalen. Dat leidt tot een ratjetoe aan opzetjes die niet met elkaar samenhangen. Dat is niet het programma van een politieke partij die de macht wil delen om eigen ideeën te realiseren, maar het staketsel van een marketingbureau. Fragmentatie heeft geleid tot 19 partijen of afsplitsingen in de Tweede Kamer en dat leidt weer tot het hard bestrijden van concurrenten die vechten om schaarse zetels.

Als partijleiders het zelfvertrouwen missen om samen te werken en door hun partij ertoe worden gedwongen om steeds maar weer de eigen positie in de marketing te benadrukken, dan is politiek geen politiek meer, maar het zonder op adem te kunnen komen presenteren van een lege huls waarvan de inhoud ontbreekt. De schijn is het idee geworden.

Nederlandse politiek? Ik ben er helemaal klaar mee!

Schermafbeelding van deel artikelDoorbraak in formatie: D66 wil over oude coalitie met VVD, CDA en CU onderhandelen‘ op Nu.nl, 30 september 2021.

Om me te voegen in hedendaags jargon: ‘Ik ben er helemaal klaar mee‘. Natuurlijk niet echt, maar het klinkt stoer om dat te kunnen zeggen. COVID-19? ‘Ik ben er helemaal klaar mee‘. De woningnood? ‘Ik ben er helemaal klaar mee‘. Stijgende gasprijzen? ‘Ik ben er helemaal klaar mee‘. Iemand zal nou nooit eens zeggen: ‘Mezelf? Ik ben er helemaal klaar mee‘. Masochisten en pathologische leugenaars uitgezonderd.

Net als vele Nederlanders ben ik oprecht klaar met de huidige generatie politici. Ze gedragen zich als kleuters die niet verder kunnen kijken dan het eind van hun eigen zandbak. Sommigen zeggen nu dat ze zich schamen, maar nog steeds handelen ze daar niet naar. Deze generatie politici zou uit de politiek verbannen moeten worden wegens wanprestatie. Ze hebben contractbreuk gepleegd. Maar zo’n rigoureuze ingreep is onhaalbaar en onwerkbaar.

Nu richt het zichtbare ongenoegen zich op D66 dat op het oog onbegrijpelijk heeft gehandeld. Eerst de CU blokkeren om die vervolgens te deblokkeren. Als dat nog op te vatten viel als een methode om de eigen positie in de onderhandelingen te versterken viel dat nog te billijken. Maar D66 heeft publicitair alleen maar schade geleden en is hier verzwakt uitgekomen.

Op de onzichtbare achtergrond is het niet minder onbegrijpelijk waarom CDA en VVD elkaar tot nu toe hebben weten vast te houden en PvdA en GroenLinks samen hebben weten te blokkeren. CDA-leider Hoekstra excelleerde in de publieke opinie maandenlang in nietszeggendheid terwijl zijn partij uit elkaar viel en aan invloed verloor. Het is het wonder van deze informatie waarom premier Rutte hierin tot aan het einde meeging en waarom zowel D66 als PvdA en GroenLinks die eenheid van CDA en VVD niet hebben weten te doorbreken.

Nu richt het ongenoegen zich op D66. Dat heeft ook wel wat uit te leggen. Is het de onervarenheid van partijleider Kaag en haar team dat bij tijd en wijle onhandig opereerde in een vreemde combinatie van overschreeuwen zonder een aansluitende nabehandeling of is het de tragiek van de tweede partij die te groot is voor een servet, maar te klein voor een tafellaken?

Strategisch was het voor D66 logischer geweest en beter uit te leggen aan de kiezers als het zich vanaf het begin had verbonden met PvdA en GroenLinks. Nu gaf D66 een dubbel signaal af. Enerzijds zat het als junior partner aan tafel met de VVD en schreef mee aan een concept regeerakkoord, anderzijds maakte het zich sterk voor deelname van de PvdA en GroenLinks aan een kabinet. Dat kon niet allebei.

Net als nu de Groenen en de FDP in Duitsland had D66 het moeten omdraaien door eerst een progressief akkoord met de PvdA en GroenLinks te formuleren om pas daarna met de VVD en het CDA aan tafel te gaan zitten. Dat had in elk geval iedereen begrepen omdat het eenduidig was. Als D66 niet zover had willen gaan, dan had het zich niet zo ferm moeten identificeren met beide linkse partijen. Het beeld dat nu blijft hangen is wispelturige halfslachtigheid van D66. Met als gevolg dat niemand tevreden is en iedereen D66 deels ten onrechte een gebrek aan standvastigheid verwijt.

In een reactie bij een artikel op nu.nl verwoordde ik mijn reactie zo:

Er hangt voortzetting van het huidige kabinet in de lucht. Dat roept dat de vraag op naar het opereren van de partijleiding van D66. Want de blokkade door de rechtse partijen CDA en VVD van de linkse partijen PvdA/GroenLinks is niet doorbroken en de CU zit weer aan tafel.

Als Rutte IV een voortzetting wordt van Rutte III, dan zijn de onderhandelingen terug bij af.

Had D66 slechte kaarten of heeft het de kaarten die het had slecht uitgespeeld? Als dat laatste het geval is, waar het op lijkt, dan is er introspectie in de partijleiding van D66 nodig.

Misschien had de partij enkele maanden geleden uit de onderhandelingen moeten stappen. Zodat het zich in een sterke positie gemanoeuvreerd had om teruggevraagd te worden.

Nu laat D66 zich intimideren door een VVD-informateur en het instabiele CDA dat doet alsof het nog machtig is zonder daar goed op te kunnen antwoorden.

De vlucht vooruit is nog het enige dat D66’s geloofwaardigheid kan redden. Dus een claim op het premierschap.

Nu.nl maakt niet duidelijk in welke gevallen Utrecht wijzigen slavernij-achternaam zelf betaalt

Schermafbeelding van deel artikel Utrecht betaalt wijzigen achternaam met slavernijachtergrond desnoods zelf‘ van Nu.nl, 7 september 2021.

Het is een goed idee dat mensen die hun ‘slavernij-naam’ willen veranderen dat tegen ‘normale’, niet al te hoge kosten makkelijk kunnen doen. In de grote steden is daar debat over. Dat speelt tegen de achtergrond van het oplaaiende debat over slavernij, identiteit en diversiteit.

De gemeente Utrecht gaat volgens een bericht van nu.nl dat breed door andere media geciteerd wordt nog een stapje verder. Dat nieuwsmedium voert een anonieme bron namens de gemeente Utrecht op zonder te specificeren wie of wat dat is. De waarde van de uitspraak valt daarom niet te controleren omdat de naam van een woordvoerder of een gemeentelijke dienst of afdeling ontbreekt.

Nu.nl stelt dat ‘desnoods de gemeente op initiatief van de gemeenteraad de rekeningen voor de naamsverandering zelf betaalt’, zo zou de gemeente ‘zelf’ melden. Het is onduidelijk op welk initiatief van de gemeenteraad nu.nl doelt. Motie 185 vraagt uitsluitend om een verkenning om de rekening te betalen. Daarover straks meer.

Op de site van de gemeente Utrecht is over dit onderwerp de volgende motie van PvdA en DENK van 3 december 2020 te vinden die met de stemmen van ChristenUnie (2), D66 (10), GroenLinks(12), Partij voor de Vrijheid (1), SP (2), Stadsbelang Utrecht (1) en VVD (6) ruimschoots verworpen werd:

Schermafbeelding van Motie 427 ‘Ondersteun afstammelingen van tot slaaf gemaakte mensen bij hun naamsverandering’ in Utrechtse gemeenteraad, 3 december 2020.

Beide partijen pleitten ervoor om bij het Rijk te pleiten voor afschaffing van het psychische onderzoek en opperden te verkennen of de gemeente tegemoet kan komen in een deel van de kosten.

In de behandeling (klik op 19e raadsvergadering gemeenteraad 3 december 2020.doc en dan p.71) ontraadde wethouder Linda Voortman (GL) M427 ‘om financiële redenen’ en zei ze te kijken of de bijzondere bijstand een optie voor dekking zou zijn. In haar reactie zei fractievoorzitter Heleen de Boer van GL dat omdat de wethouder heeft gezegd ‘dat zij hierover in gesprek gaat’ en zij heeft uitgelegd dat zij gaat proberen een regeling te treffen voor de mensen die dat niet zelf kunnen betalen dat dat voor haar fractie voldoende was om ‘op dit moment’ tegen M427 te stemmen.

Motie 185Naamsverandering van nakomelingen van tot slaaf gemaakten‘ van juli 2021 die een doorstart van M427 is en met ruime steun werd aangenomen droeg het college op om samen met de drie grote steden bij het Rijk te pleiten ‘voor afschaffing van de kosten van een naamswijziging en voor afschaffing van het psychologisch onderzoek‘ en ‘te verkennen wat de mogelijkheden zijn om als gemeente Utrecht tegemoet te komen aan de kosten die Utrechtse nakomelingen van tot slaaf gemaakte mensen moeten maken om hun achternaam te veranderen‘.

Inhoudelijk is M185 een kopie van de eerder verworpen M427 van PvdA en DENK. Het verschil tussen beide moties is niet inhoudelijk, maar gaat over het wel of niet zwaar laten wegen van de financiële dekking. In de tweede motie M185 moet blijkbaar het toevoegen van de passage ‘afschaffing van de kosten van een naamswijziging‘ de draai voor de coalitiepartijen mogelijk maken, zodat ze niet meer gebonden zijn om die af te wijzen vanwege ontbrekende dekking. Een toezegging van het Rijk als gevolg van de onderhandelingen zou dat politiek haalbaar kunnen maken. Daarover zegt het bericht van nu.nl niets. Het is trouwens onzeker of het Rijk ooit met zo’n toezegging komt. Blijkbaar maakt dit voorschot op de toekomst de draai voor GL, D66, CDA, CU, PvdD, SP en Student & Starter mogelijk.

Uit het bericht van nu.nl wordt niet concreet hoe breed de categorie mensen is waarvoor de gemeente Utrecht de naamsverandering wil gaan betalen. Het oogt als een losse flodder of proefballonetje dat dient om druk te zetten op het Rijk. Als het gaat om de mensen die het niet zelf kunnen betalen en waarvoor een regeling wordt getroffen, dan reproduceert nu.nl het standpunt van 3 december 2020 van wethouder Voortman en fractievoorzitter De Boer. Het ‘desnoods’ in de uitspraak van de anonieme bron van de gemeente Utrecht duidt erop dat betalen door de gemeente alleen in specifieke gevallen geldt. Zoals voor mensen die het niet kunnen betalen. Maar dat wordt niet duidelijk gemaakt.

Als dit bericht van nu.nl klopt, wat de vraag is vanwege het anonieme karakter van de bron, dan valt de opstelling van het Utrechtse college en de coalitiepartijen te karakteriseren als politiek opportunisme of vertraagd inzicht. Niet alleen op het Binnenhof worden verschillen niet gemaakt door de inhoud, in Utrecht is het niet anders. De uitspraak van de anonieme bron van de gemeente Utrecht speelt op het niveau van de politieke marketing en de angst om door andere partijen overvleugeld te worden.

Zeeland heeft juridische middelen om Antwerpse haven plat te leggen. Durft het dat?

Schermafbeelding van deel redactioneel Liever gestrekt been dan grimlach‘ in PZC, 3 september 2021.

In een commentaar van 25 juni 2021 schreef ik dat de kankerwerkende stof PFAS de ontpoldering van de Hedwigepolder op losse schroeven zette. Het zorgt in elk geval voor beweging en onzekerheid in dit dossier dat gesloten leek. Grensoverschrijdende milieuverontreiniging vanuit de Antwerpse haven en het zo goed als ontbrekende optreden van Vlaamse overheden lijkt alles weer in beweging te zetten.

Vooral PZC-journalist Theo Giele zit goed in dit dossier. Hij schreef in een artikel op 22 juni 2021: ‘De hoge concentraties PFAS in de Westerschelde kunnen de discussie over de ontpoldering van de Hedwigepolder opnieuw doen ontvlammen. Moet je verontreinigd Scheldewater de polder in laten stromen?’

Dit gaat verder dan de Hedwigepolder. Giele constateert dat de PFAS-problematiek of de grensoverschrijdende vervuiling vanuit België breder is dan de problematiek van de ontpoldering van de Hedwigepolder. Vele gemeenten aan de Westerschelde maken zich grote zorgen over de gezondheid van hun inwoners door vervuiling met het kankerverwekkende PFAS.

Hoe de Vlaamse regering en de provincie Antwerpen jarenlang hebben weggekeken maakt de jarenlange illegale lozing van vervuilende stoffen in de Schelde door het Amerikaanse 3M in het Antwerpse Zwijndrecht duidelijk. ‘De provincie Antwerpen bleek vorig jaar zonder gedegen onderzoek naar milieueffecten en zonder Nederlandse autoriteiten op de hoogte te stellen een eeuwigdurende omgevingsvergunning aan het chemiebedrijf 3M te hebben verleend‘, zo concludeert Giele in de inleiding van zijn interview in de PZC van 4 september 2021 met de Vlaamse juriste  Isabelle Larmuseau. Deze voorzitter van Vlaamse Vereniging voor Omgevingsrecht (VVOR) meent dat Nederland met een beroep op artikel 159 van de Belgische Grondwet de hele Antwerpse haven plat kan leggen:

Schermafbeelding van deel artikel3M is geen uitzondering: ‘Nederland kan heel de Antwerpse haven plat laten leggen’ in de PZC van 4 september 2021

Dit juridische middel om de Antwerpse haven plat te leggen geeft Nederland een wapen in handen om druk te zetten op Vlaanderen. Dat kan aan kracht winnen als de provincie Zeeland die het meest geraakt wordt door het nalatige milieubeleid van de Vlaamse overheden en dus een duidelijk belang heeft op haar beurt de Nederlandse regering onder druk zet.

De nieuw aangetreden minister van Infrastructuur en Waterstaat Barbara Visser heeft in haar vorige functie als staatssecretaris van Defensie veel kwaad bloed gezet in Zeeland met haar leugens en geheim overleg over de Marinierskazerne in Vlissingen die uiteindelijk voorbijgingen aan de belangen van de provincie. Zij heeft dus nog wat goed te maken tegenover Zeeland.

De tragiek van een kleine provincie als Zeeland is dat het doorgaans geen middelen heeft om af te dwingen dat het een gesprekspartner is die door anderen serieus wordt genomen. Zowel de Vlaamse overheden die jarenlang het Zeeuwse provinciebestuur en de Zeeuwse gemeenten hebben genegeerd door ze niet te informeren over grensoverschrijdende vervuiling in de Westerschelde als de Nederlandse regering hebben zich als punt bij paaltje komt niets gelegen laten liggen aan Zeeuwse belangen. Zoals de ontpoldering van de Hedwigepolder waar de meerderheid van de inwoners en de Zeeuwse overheden tegen was. Andere belangen wegen politiek en economisch zwaarder.

Nu heeft Zeeland dat machtsmiddel wel. Het kan de Antwerpse haven platleggen. Dat is nieuw. De Zeeuwse bestuurders moeten nog leren om dat middel zelfbewust in te zetten en zich niet opnieuw door de machtspolitiek van Den Haag én Antwerpen laten paaien met loze beloften. Zeeland moet er met gestrekt been ingaan zoals het redactioneel van 3 september 2021 van de PZC zegt (zie bovenaan).

Het Zeeuwse provinciebestuur heeft Vlaanderen een ultimatum gesteld, zoals blijkt uit de reacties van Zeeuwse bestuurders die eindelijk wakker zijn geworden. De coalitie in de Staten en de Zeeuwse Milieufederatie hebben zich hierbij aangesloten. Dit gaat in de eerst plaats over de volksgezondheid van de Zeeuwen, maar ook over de emancipatie, bestuurlijke kordaatheid en zelfverzekerdheid van Zeeuwse bestuurders. Durven ze het deze keer hard te spelen door de schroom van zich af te werpen en alle juridische middelen in te zetten die ze hebben?