George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘PvdA

Amsterdam: langetermijnvisie van politieke partijen op politiek gevraagd

leave a comment »

Het Amsterdamse PvdA-raadslid Dennis Boutkan wil een langetermijnvisie van het college op de groei van het toerisme. Hij heeft een motie ingediend waarop hij een toelichting geeft op de site van PvdA Amsterdam. ‘Een langetermijnvisie waarbij we keuzes gaan maken is volgens Dennis Boutkan noodzakelijk om tot oplossingen te komen’, zo zegt hij wijsneuzig. Het is verbijsterend dat deze motie ingediend wordt. Boutkan gooit met veel lawaai een open deur open en doet alsof hij voor de troepen uitloopt. Op de vorige collegeperiode (2014-2018) na was de PvdA sinds 1949 vertegenwoordigd in het college. Tot 2014 zelfs als grootste partij. Waarom heeft de PvdA sinds 1949 gedurende 65 jaar nagelaten om te komen met een langetermijnvisie over het toerisme? Want dat is onbetwistbaar hard nodig. Het geldt overigens ook voor andere grotere steden zoals Utrecht die langzamerhand aan toerisme, ongebreidelde groei van kamerverhuur en horeca, en vervoer- en parkeerproblemen (auto’s én fietsen) ten onder gaan zonder dat het gemeentebestuur voldoende optreedt.

Het lijkt er sterk op dat de politieke partijen in de grote steden de verkeerde prioriteiten stellen. Na 70 jaar bijna onafgebroken in het stadsbestuur van Amsterdam te hebben gezeten vraagt een vertegenwoordiger van de PvdA het college om een langetermijnvisie over de groei van het toerisme. Geeft deze te late bekering niet iets totaal anders aan, namelijk dat er een langetermijnvisie van de politieke partijen op de politiek nodig is?

Foto: Schermafbeelding van berichtPvdA Amsterdam wil langetermijnvisie van college op groei toerisme’ van PvdA Amsterdam, 18 oktober 2018.

Advertenties

Anne Applebaum en Joshua Livestro willen het politieke midden laten herleven. Bestrijdt fraude en corruptie, niet de islam

with 5 comments

Twee recente opinie-artikelen zijn een pleidooi voor een nieuwe politiek van het politieke midden en een waarschuwing voor samenwerking met radicale partijen, vooral die van rechts. De Amerikaanse journaliste Anne Applebaum geeft in The Washington Post met het artikelWant to revive the political center? Fight corruption’ een omvattende checklist, ofwel programma waaraan centrumpartijen moeten voldoen om weer het initiatief naar zich toe te trekken. De conservatieve denker Joshua Livestro stelt aan de hand van de kwestie Blok in het artikelAffaire-Blok moet VVD en CDA wakker schudden’ in NRC dat de centrum-rechtse VVD en CDA hun ziel hebben verkocht door op te schuiven in de richting van de radicaal-rechtse PVV en FvD.

Livestro illustreert dat aan de hand van de controversiële uitspraken van de minister van Buitenlandse Zaken Blok die de retoriek en agenda van radicaal-rechts overneemt. Dat acht hij contra-productief en ongewenst. Livestro verwijst naar het begrip ‘ideological collusion’ – dat hij vertaalt als ‘ideologische samenspanning’ – van de Amerikaanse politicologen Steven Levitsky en Daniel Ziblatt dat inhoudt dat centrumpartijen in de samenwerking met radicale partijen de retoriek en agenda van die randpartij overnemen. Minister Blok is er het levende bewijs van, hij neemt de doembeelden over immigratie van radicaal-rechts over en centrum-rechtse partijen als VVD en CDA ondermijnen ermee hun eigen gedachtengoed. In bovenstaand citaat licht hij toe dat ze zich hiermee overbodig maken. Gevraagd wordt een nieuwe bewustwording bij de centrumpartijen en een koerswijziging weg van de retoriek en het gedachtengoed van radicaal-rechts. De samenspanning met de randpartijen of het buigen in hun richting brengt niets goeds. Noch electoraal, politiek of maatschappelijk.

Applebaum constateert dat de rechtse randpartijen van energie barsten en het ‘oude’ centrum-links of centrum-rechts uitgeblutst toont. De oude partijen zijn op zoek naar een programma dat ze niet kunnen vinden. Zij waarschuwt net als Livestro voor het aanhaken bij radicaal-rechts (‘Some aretrying to peddle milder versions of the far right’s racism‘). Applebaum doet een poging dat programma te formuleren. Haar alternatief bestaat eruit dat de centrumpartijen om te beginnen de agenda moeten wijzigen en het niet langer over immigratie, ras en de islam moeten hebben: ‘Change the subject. Centrists, and genuine democrats, should stop talking about immigration, race and Muslims, all issues blown well out of proportion by tabloids.’

Volgens Applebaum moeten centrumpartijen zich verenigen rond de echte thema’s die onze politiek en economie verstoren zoals ‘politieke corruptie, het witwassen van geld, en de belastingparadijzen en lege vennootschappen (‘Shell companies’) die een paar mensen toestaan veel geld uit onze landen weg te sluizen en het, soms letterlijk, op Caribische eilanden te verbergen. Hoewel dit allemaal afzonderlijke onderwerpen zijn, zijn ze verbonden.’ Volgens Applebaum moet dat gecorrumpeerd financieel systeem aangepakt worden omdat het de gewone mensen beschadigt en in de armen van de radicaal-rechts dwingt. Feitelijk leidt de heroriëntatie van de centrumpartijen tot twee vliegen in één klap: het maakt deze partijen weer relevant en ontneemt de randpartijen hun vijver van ontevreden burgers om in te vissen en electoraal mee te scoren.

Applebaum zegt dat het Westen initiatief moet nemen en terug moet naar de ideologie van vóór premier Thatcher en president Reagan die in de jaren 1980 de overheden terugtrokken en de vrije markt aan hun lot overlieten. Met als gevolg het neoliberalisme waarin politiek is geëconomiseerd, zwakkeren onbeschermd achterblijven en de staat nog slechts op een waakvlam opereert. Applebaum is niet de eerste dit dit zegt en daarom is het lastig in te zien hoe de geest weer terug in de fles kan. Een krachtige bestrijding tussen landen van belastingontwijking en corruptie, en het terugdringen van de macht van het internationaal opererende bedrijfsleven en de financiële instellingen is een eerste stap. Dit omvat overigens ook de bestrijding en bestraffing van autoritaire landen als de Russische Federatie die met corrupt geld in het Westen politici en radicaal-rechtse partijen kopen. Dat laten gebeuren ondermijnt het eigen zelfbeeld en het idee van moraliteit.

Applebaum schetst een blauwdruk voor centrumpartijen. In Nederland zijn dat partijen als de VVD, CDA, D66, GroenLinks en PvdA die in de kern voldoende overeenkomsten hebben om programmatisch samen te werken. Als ze ook nog eens gezamenlijk afstand nemen tot de randpartijen en zich in hun retoriek en agenda niet meer laten leiden door deze partijen met hun spookbeelden over immigratie, ras en islam dan kunnen ze in samenwerking hun eigen relevantie hervinden en hun onderlinge verbinding verder versterken. Dat werkt door van partijpolitiek naar democratie. Door de hervonden oriëntatie en focus van de centrumpartijen kunnen de democratie en de rechtsstaat overeind gehouden worden. Nodig is dan wel dat met name de centrum-rechtse partijen als VVD en CDA zowel duidelijk afstand nemen van die retoriek over immigratie en islam als de lef en durf vinden om zich te ontworstelen aan de grip van het bedrijfsleven en de financiële instellingen door de macht ervan terug te dringen. Een helder signaal om de nieuwe start van Nederland te vieren zou het ontslag van minister Blok en het niet schrappen van de dividendbelasting voor buitenlandse aandeelhouders zijn.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelAffaire-Blok moet VVD en CDA wakker schudden’ van Joshua Livestro in NRC, 31 augustus 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelWant to revive the political center? Fight corruption’ van Anne Applebaum in The Washington Post, 31 augustus 2018.

PvdA belichaamt race naar de bodem door uitnodiging Corbyn

with 3 comments

Op 5 juli 2018 was de Britse Labour-leider Jeremy Corbyn op bezoek bij de PvdA in Den Haag. Aanleiding was het Fair Tax Event dat de PvdA had georganiseerd. Kritisch, rechts Nederland greep het bezoek aan om het antisemitisme van Corbyn centraal te stellen zoals uit dit interview van Lissauer.com met Lodewijk Asscher is op te maken. Zinvolle kritiek, maar niet de essentie van waar Corbyn voor staat.  De centrum-linkse Asscher en de radicaal-linkse Corbyn passen slecht bij elkaar, zoals ook het geradicaliseerde Labour en de gematigde bestuurderspartij PvdA weinig gemeenschappelijks hebben. Behalve dat ze officieel zusterpartijen zijn.

James Kirchick zet voor Politico de gedachten van de radicale Corbyn op een rijtje en plaats dat in de context van de sociaal-democratie. De titel van het artikel geeft aan waar het om gaat: ‘Britain’s most dangerous export: Corbynism’. De essentie is dat een partij als de PvdA helemaal niets met Corbyn te maken zou moeten willen hebben: ‘Maar zo oppervlakkig aantrekkelijk de prestaties van Corbyn kunnen lijken, de neerslachtige sociaal-democraten van Europa moeten vermijden te proberen zijn ogenschijnlijke politieke succes na te bootsen. Elke progressieve persoon met een sociaal geweten en kennis van geschiedenis – laat staan een verlangen om daadwerkelijk verkiezingen te winnen – moet het Corbynisme massaal verwerpen’.

Corbyn is alles wat Asscher en de PvdA niet zijn. Corbyn is NAVO-scepticus en euroscepticus die niet tegen de Brexit is en zich in de buitenlandse politiek opstelt als Putin-verdediger. Over hem werd eerder dit jaar beweerd dat hij zo’n 30 jaar geleden een communistische spion was. Of dat waar is of niet, hoe dan ook hangt rond Corbyn een zweem van antidemocratie en verraad van de EU en het Westen. Corbyn is exact de politicus waartegen anticommunistische PvdA’ers Jacques de Kadt of Joop den Uyl zich zouden verzetten omdat hij slechts in naam (sociaal)-democraat is. Dit maakt het des te raadselachtiger waarom de gematigde Asscher die het in het kabinet Rutte II goed kon vinden met VVD’er Rutte Corbyn uitnodigde voor het Fair Tax Event.

Er is maar één verklaring voor wat gerust een noodgreep genoemd kan worden. Namelijk dat de paniek en de uitzichtloosheid in de PvdA zo groot zijn dat er het idee heeft postgevat dat wat het ook doet dat niet echt uitmaakt. Dus een gokje met Corbyn moet kunnen. In de publiciteit werd vorige maand het bezoek negatief noch positief verslagen, het werd zo goed als genegeerd. Herbronning en terug naar de basis door links af te slaan zouden nog enigszins een uitleg voor Corbyns uitnodiging kunnen zijn geweest als hij aansloot bij de traditie van de PvdA en een volbloed democraat en Europeaan was. Maar dat doet hij niet. De paradox is dat als Asscher een Britse Labour-politicus was hij net als de gematigde Stephen Kinnock, Chuka Umunna of Chris Leslie door de links-radicale Momentum-beweging van Corbyn op een zijspoor gemanoeuvreerd zou zijn.

Wat Lodewijk Asscher bezielde om te denken dat samen op een podium staan met Jeremy Corbyn gunstig voor hem en de PvdA zou uitpakken geeft vooral te denken over de radeloze vertwijfeling binnen de PvdA. Zelfs een doodskus van een antidemocraat wordt binnen deze sociaal-democratische partij als lichtpuntje gezien. Deze PvdA heeft geen vijanden meer nodig, het is immers in stuurloosheid een vijand van zichzelf.

‘Mag het zo even?’ Kunstraad adviseert dat Stedelijk Museum terug naar stad en gemeente gaat. Miljonairs moeten de tempel uit

with 2 comments

De neoliberale wind die door het Stedelijk Museum en dan vooral de Raad van Toezicht waaide wordt door het adviesHet museum als dynamisch geheugen’ over dit museum van de Amsterdamse Kunstraad achteraf als negatief beoordeeld. Voorzitter van deze raad is voormalig voorzitter van de PvdA Felix Rottenberg. Miljonairs worden met pek en veren de stad uitgeleid, hoewel ze netjes bedankt worden voor gewezen diensten. (Maar veroordeeld voor de belangenverstrengeling, een echo van de advertenties van Jan Christiaan Braun). De stad en de burgers moeten het initiatief terugnemen. Want het museum is met de rug naar de stad komen te staan. Zonder huizenhoge ambities. Want de vijand van goed is beter. Het Stedelijk is terug bij af om opnieuw te beginnen. Bouwend op de goede collectie en de eigen geschiedenis. Dit is een haalbaar en realistisch advies. Maar of het zonder wijziging overgenomen wordt blijft als altijd de vraag. Politieke machinaties liggen in het vooruitzicht. Spreiding over wijken, identiteit, doelgroepenbeleid of politisering van kunst zijn nooit ver weg.

In 1965 had de PvdA het nog voor het zeggen in de hoofdstad. De oudere heren Willem Sandberg en Ossip Zadkine ‘steken op informele wijze hun sigaret op’, Wethouder Joop den Uyl doet mee in het onderonsje.

Foto: Jacques Klok, ‘”MAG HET ZO EVEN?“, DAT ZOUDEN DE FRANS-POOLSE BEELDHOUWER OSSIP ZADKINE EN DE VOORMALIGE DIRECTEUR VAN HET AMSTERDAMSE GEMEENTE MUSEUM, JONKHEER WILLEM SANDBERG TEGEN ELKAAR GEZEGD KUNNEN HEBBEN, TOEN ZE OP DEZE INFORMELE WIJZE HUN SIGARET AANSTAKEN. DE FOTO WERD GEMAAKT TIJDENS DE OPENING VAN DE TENTOONSTELLING “GROTE BEELDEN VAN HEDEN” IN HET HONDERDJARIGE VONDELPARK, 1 april 1965. Collectie Algemeen Nederlands Persbureau – Fotoarchief, 1963-1968.

Amsterdam zoekt ‘museale voorziening’ over de Nederlandse slavernij. Maar met het Tropenmuseum heeft het die al in huis

with 5 comments

Het Amsterdamse raadslid voor GroenLinks Simion Blom is een pleitbezorger voor een slavernijmuseum. Samen met de SP en de PvdA formuleerde GroenLinks een initiatiefvoorstel voor een nationaal slavernijmuseum dat in de Amsterdamse raad op 20 december 2017 unaniem werd aangenomen. In de breed uitwaaierende toelichting bij het voorstel zijn de indieners van mening dat het niet de goede kant opgaat met de erkenning van het slavernijverleden: ‘In Nederland lijkt een kentering te ontstaan voor een meer open beleving van onze slavernijgeschiedenis’. De opzet is een museum dat ‘niet oordeelt of veroordeelt’, maar ‘begrijpt en verbindt’. Maar tegelijk halen de initiatiefnemers in hun toelichting hun pleidooi voor een breed nationaal slavernijmuseum dat ook hedendaagse slavernij omvat onderuit door het toe te spitsen op de trans-Atlantische slavernij en de geschiedenis van Afrika. Dat klinkt op zijn minst verwarrend en dubbelzinnig.

De gemeente Amsterdam neemt bij monde van wethouder Simone Kukenheim (D66) dit initiatief over. Feitelijk vragen de initiatiefnemers niet om een museum, maar om ‘een nationale museale voorziening over de Nederlandse slavernij en het erfgoed’. In de publiciteit praat Blom steeds weer over een museum en schept hij verwarring door af te wijken van het initiatiefvoorstel en vragenstellers waar nodig niet te corrigeren. Verschil tussen ‘een museum’ en ‘een museale voorziening’ lijkt te zien dat er geen duur, prestigieus apart gebouw voor wordt opgetuigd. Een voorziening kan ook een onderwijsprogramma of een deels ‘digitaal museum’ zijn zoals de uit de ideeën voor het gesneefde Nationaal Historisch Museum voortgekomen Canon van Nederland dat een initiatief van het Rijksmuseum en het Openluchtmuseum is. Het venster Slavernij (circa 1637-1863)  besteedt aandacht aan de slavernij met het accent op de trans-Atlatlantische slavernijhandel.

Welk doel een nationaal slavernijmuseum moet dienen is nog niet duidelijk omlijnd. Is dat toeristenspreiding in Amsterdam door er een nieuw museum naast te zetten, het versterken van de identiteit van Nederland of de nazaten van de slachtoffers van de trans-Atlantische slavenhandel, het versterken van de educatieve en culturele infrastructuur van Nederland of de erkenning van de nazaten van de slachtoffers van de slavernij? Of is zo’n museum kortweg een middel in de strijd tegen racisme, zoals de initiatiefnemers beweren? Waarom wordt het dan geen Nationaal Racismemuseum genoemd en is de omweg via een Nationaal Slavernijmuseum nodig? De initiatiefnemers onderschrijven in de toelichting dat het niet makkelijk is om vorm te geven aan een nationaal slavernijmuseum: ‘de mogelijkheden zijn oneindig en dat biedt volop de ruimte voor de oriëntatie en verkenning naar een museale voorziening.’ Maar die oneindige mogelijkheden en die volop ruimte voor oriëntatie houden ook in dat het nog alle kanten uit kan gaan. Met afbakening in de tijd (voor, tijdens en na de trans-Atlantische slavernijhandel) en inhoud. Of het een essentiële taak is voor de gemeente Amsterdam om deze ‘museale voorziening’ (samen met het Rijk) van subsidie te voorzien is ook nog geen uitgemaakte zaak.

Conservator Historische Vormgeving (Museum Boijmans) Alexandra van Dongen merkt naar aanleiding van het artikel ‘Amsterdam sticht een Nationaal Slavernijmuseum, iedereen mag meedenken’ in De Volkskrant in een posting op Facebook op: ‘Het Tropenmuseum Amsterdam lijkt me een heel goeie plek voor een Nationaal Slavernijmuseum. Waarom een nieuw museum beginnen terwijl dat historische gebouw heel geschikt is om met museale collecties, archieven en persoonlijke getuigenissen het volledige verhaal te vertellen.’ Ze heeft een punt en had er nog aan toe kunnen voegen waarom het nodig is om verkenningen en onderzoeken op te starten terwijl de museale infrastructuur binnen Amsterdam over dit onderwerp aanwezig is. Het Volkskrant-artikel constateert trouwens twee problemen: 1) wie bepaalt vorm en inhoud en 2) waarom in Amsterdam?

In het Tropenmuseum is nu de tentoonstellingHeden van het slavernijverleden’ te zien en het museum zegt in 2021 met een ‘nieuwe, uitgebreide tentoonstelling over het koloniaal- en slavernijverleden’ te komen. Het wekt bevreemding dat de initiatiefnemers in hun toelichting verwijzen naar allerlei buitenlandse musea, maar het Tropenmuseum in Amsterdam ongenoemd laten. Dit roept de vraag op of de initiatiefnemers wellicht het vanzelfsprekende missen en vluchten in vergezichten of dat het Tropenmuseum het bij hen heeft verbruid.

Het zijn NIDA’s principes die hebben geleid tot een breuk in het Rotterdamse Links Verbond. SP, PvdA en GL nemen terecht afstand

with 2 comments

In een opinie-artikel voor NRC geeft de Rotterdamse hoogleraar Sociologie Willem Schinkel commentaar op het opbreken van het zogenaamde Links Verbond in Rotterdam. Dat was een samenwerking tussen de drie linkse partijen GroenLinks, PvdA en SP en de islamitsch geïnspireerde partij NIDA die een maand geleden werd gesloten en deze week uit elkaar viel. Aanleiding voor die breuk was was een tweet van vier jaar geleden van NIDA waar het geen afstand van wilde nemen: ‘Wij zeggen #Zionisme = #ISIS #vrijheidmeningsuiting’. Schinkel hangt aan deze tweet zijn hele betoog op. Door deze bijziendheid die zich ook vertaalt in een dualisme dat de politiek in een links-rechts frame vangt, mist hij de essentie voor de breuk. Dat zijn de principes van NIDA.

Schinkels artikel roept de vraag op of hij wel doorziet wat NIDA’s principes zijn en de partij beoogt. Schinkel lijkt zich te laten sturen door de actualiteit en partijpolitiek gehakketak. Hij kijkt niet naar de echte oorzaak voor de breuk. NIDA zegt in het beginselprogramma 25 CONCRETE IDEEËN: ‘Onze geloofsbeleving is van meerwaarde in de samenleving en verdient terecht de ruimte in de publieke sfeer, in publieke voorzieningen en het openbaar bestuur.’ Volgens NIDA is geloofsbeleving geen particuliere zaak, maar moet die in de publieke ruimte, openbaar bestuur en de publieke voorzieningen doorgevoerd worden.

NIDA rekt de scheiding van kerk en staat op. Is dat gewenst? Valt dat te verenigen met de opvatting van de nationale rechtsstaat? Daar gaat het echte verschil in opvatting tussen de drie linkse partijen en NIDA om. Schinkel creëert valse tegenstellingen. Het is niet voldoende om in een soort gemakzuchtig pamflettisme en verwijzing naar racisme en ‘witte politici’ die het bij de linkse partijen voor het zeggen hebben triomfantelijk te concluderen dat de vijand van mijn vijand een vriend is. Het gaat erom wat de principes van NIDA zijn en of die passen bij vrijzinnige partijen als SP, PvdA en GroenLinks die hun waarden als uitgangspunt hebben.

Ja, Wierd Duk is een rechtse onruststoker. Ja, Joost Eerdmans is een rechtse scherpslijper. Ja, Thierry Baudet is een rechts-extremistische opportunist met racistische neigingen in zijn partij. Ja, Geert Wilders is een islamhater. Ja, het debat in Rotterdam wordt fel gevoerd en de links-rechts tegenstelling wordt er aangedikt. Maar wat zegt dat dan nog over NIDA? Het terecht afkeuren van rechts is niet voldoende om het links-conservatieve of conservatief-religieuze NIDA blindelings te omarmen of het voor deze partij op te nemen.

Ik begrijp hoe iemand die zegt seculier, vrijdenkend of atheïstisch te zijn zich niet kan verenigen met de principes van NIDA. Deze partij wil terug naar de verzuiling van eind 19de eeuw. Ik ben het met dit principe van religie die zich uitgesproken manifesteert in publieke ruimte en openbaar bestuur fundamenteel oneens. Het valt niet in te zien hoe een partij die zich als vrijzinnig beschouwt en ondubbelzinnig de rechtsstaat onderschrijft -inclusief scheiding van kerk en staat- een partij als NIDA met zulke standpunten kan steunen.

En wat moeten kunstliefhebbers denken van een ‘Religieus-wetenschappelijk-kunstzinnige raad’ die het openbaar bestuur adviseert? Het is een krankjorum idee, een moskee die samen met een museum als Boijmans het openbaar bestuur adviseert en daar via een aparte raad onderwerpen voor agendeert. Dit is opnieuw een tactiek van NIDA om via de zijdeur de scheiding van kerk en staat op te rekken. NIDA depolitiseert de politiek door het te vermengen met het middenveld. Dat is de weg naar het corporatisme waarbij allerlei onverkozen groepen in een vaag verband een beslissende rol in de besluitvorming krijgen.

Ik vraag me werkelijk af of de landelijke en Rotterdamse leiders van SP, GroenLinks en PvdA de principes van NIDA wel goed tot zich hadden laten doordringen toen hun Rotterdamse afdelingen met NIDA een Links Verbond sloten. Hoewel Lilian Marijnissen (SP) vanaf het begin sceptisch was en zei het zelf niet gedaan te hebben. Maar wat de landelijke leiders van PvdA en GroenLinks bezielde toen ze dachten dat hun eigen gedachtengoed verenigbaar was met dat van NIDA blijft een raadsel. Ook na het verbreken van het verbond.

De linkse reflex van diversiteit en insluiting is even kwalijk als de rechtse reflex van homogeniteit en uitsluiting als die niet samengaat met het toetsen van uitspraken op hun betekenis. NIDA verdient het om op de principes die het voorstaat beoordeeld te worden. Niet op goede bedoelingen of slachtofferschap. Of een al te eenvoudige links-rechts tegenstelling die de positie van NIDA moet verklaren, maar die eerder vertroebelt.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelRacisme breekt linkse samenwerking in Rotterdam op’ van Willem Schinkel in NRC, 14 maart 2018.

Foto 2 en 3: Schermafbeelding van paragrafen uit beginselprogramma25 CONCRETE IDEEËN’ van NIDA Rotterdam.

Op campagne in Utrecht: globaal verdiepen in lokale onderwerpen met premier Rutte

leave a comment »

Het is campagnetijd. Op 21 maart zijn er gemeenteraadsverkiezingen en kan er ook gestemd worden voor het referendum over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017, ook wel sleepwet genoemd. Tijdens de campagne gaan politieke partijen de straat op. Ze blazen hun ballonnetjes op, verkleden zich in hesjes met partijkleur, zetten een jolig of ernstig gezicht op en strooien hun liftpraatje over het passerend publiek. Aan deze wetmatigheid van simplisme, oppervlakkigheid, eenzijdigheid, clownerie, verlakkerij en komedie kunnen politici en burgers, maar ook het politieke bedrijf zich blijkbaar niet onttrekken. Het is niet om aan te zien.

Premier Mark Rutte bezocht in het kader van die raadsverkiezingen voor de tweede keer in korte tijd Utrecht, volgens een bericht in het AD. Hij heeft geen verleden in de stad, maar doet net alsof dat wel zo is. Zoals hij dat in Nijmegen, Groningen, Leiden, Wageningen, Den Bosch, Eindhoven of elke andere stad ook doet.

Een landelijke politicus trekt een lokale jas aan, maar van ver is te zien dat die jas niet past. Dat is potsierlijk en zielig tegelijk. Campagnetijd is een kruising tussen carnaval, toneelspel, propaganda, een jaarmarkt en reality tv. Het is de extreme situatie van de gespeelde gewoonheid. Overigens gaat het om gemeentelijke verkiezingen, zodat het de vraag is waarom een landelijke politicus zich er in meent te moeten mengen.

Rutte jongleert in een video die het AD van het bezoek heeft gemaakt subtiel langs de positionering van partijen. Hij noemt D66, GroenLinks en de PvdA ‘wat linksere partijen’ wat het AD in het bericht onterecht vertaalt naar ‘linkse partijen’. Maar D66 beschouwt zichzelf niet als linkse partij en kan dat redelijkerwijs ook niet genoemd worden. Het AD prikt de fout in het betoog van Rutte niet door. Ruttes waarschuwing voor een links college slaat dus nergens op omdat D66 geen linkse partij is. Nu is D66 in de raad de grootste partij, met GroenLinks als tweede, en VVD en PvdA als derde partij. Ruttes claim is dat de VVD nodig is als rechts tegenwicht. Maar centrum- of centrum-linkse partijen als PvdA, D66 en GroenLinks lijken de VVD niet nodig te hebben als buitenboordmotor. Utrecht heeft in Jan van Zanen een VVD-burgemeester die mans genoeg is om het rechtse geluid in het college te bewaken. Een reden te minder om de VVD in het college op te nemen.

Maakt het optreden van Rutte indruk? Ach, zo’n campagne waarbij een landelijk kopstuk wordt ingevlogen lijkt eerder bedoeld om de VVD’ers in Utrecht een hart onder de riem te steken, dan dat het electorale invloed heeft. Rutte rolt de logica van de marketing uit met het thema ‘veiligheid’. Dat is eerder een zwakte- dan een sterktebod omdat het een gedepolitiseerd thema is dat vaag en leeg is. Met Utrecht heeft het allemaal weinig te maken. Campagne voeren is voor partijpolitici een moetje. Een wederzijdse gijzeling van partij en politicus.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelPremier Mark Rutte: ‘laat Utrecht niet in linkse handen vallen’’ (met video) van Diane Hoekstra in het AD, 7 maart 2018.