George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Religieuze instelling

Rechter Den Bosch waant zich theoloog en oordeelt over de interne werking van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster

with one comment

4

Een opmerkelijke uitspraak van de meervoudige kamer van de rechtbank in Den Bosch. Het gaat er in de kern om of de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster serieus genoeg is om een godsdienst volgens artikel 9 van de EVRM genoemd te worden. De rechter meent van niet. Aanleiding is het maken van een pasfoto voor een rijbewijs bij de gemeente Eindhoven. Een godsdienstige of levensbeschouwelijke reden biedt volgens artikel 28.3 van de Wet Paspoortuitvoeringsregeling (‘indien de aanvrager heeft aangetoond dat godsdienstige of levensbeschouwelijke redenen zich verzetten tegen het niet bedekken van het hoofd‘) een uitzonderingsgrond om met een hoofddeksel op de foto te verschijnen. In dit geval een pastavergiet. Als de Kerk niet als een religie beschouwd wordt, dan hoeft Eindhoven om formele gronden de aangifte van het rijbewijs niet in behandeling te nemen. Eiser eiste dat in hoger beroep, maar wordt nu door de rechter in het ongelijk gesteld.

2

3

De rechter verwijst naar ‘vaste jurisprudentie van het Europese Hof van de rechten van de mens’ om aan te merken wat opvattingen of meningen van een geloof of levensovertuiging zijn en baseert zich daarbij op de volgende beschrijving die ook in bovenstaande opsomming van Elizabeth Prochaska wordt genoemd: ‘It must attain a certain level of cogency, seriousness, cohesion and importance’. De rechter vertaalt dat in de uitspraak als: begrijpelijkheid, serieusheid, samenhang en importantie. Maar Prochaska voegt een dimensie en nuancering toe die aan de uitspraak van de rechter in Den Bosch ontbreekt: ‘There are very few examples of a belief being rejected on this ground and the House of Lords has questioned the propriety of this enquiry by courts, which are not equipped to weigh up theological doctrines’. Dit relativeert de jurisprudentie waarop de uitspraak is gebaseerd door te stellen dat er weinig voorbeelden van een levensovertuiging zijn die op deze grond afgewezen worden, en dat ‘rechtbanken, niet zijn geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen.’

Essentie is dat de rechter oordeelt over de interne werking van een godsdienst of levensovertuiging, maar daar niet de expertise voor heeft en zich dit oordeel niet toe zou moeten meten. De rechter moet de wet toepassen, maar daarbij ‘aan de buitenkant’ blijven en niet een oordeel vellen over wat een godsdienst is. Een rechter is geen godsdienstwetenschapper en daarom is het ongepast dat een rechter dit meent te kunnen onderzoeken, zoals ook de verwijzing naar de kritiek van het Britse Hogerhuis zegt. De rechter stapelt eisen op elkaar die niet aan godsdienst of levensovertuiging gesteld hoeven worden. Zoals de overweging dat het een volwaardig systeem van denken moet zijn. Het oordeel dat de Kerk als godsdienst of levensovertuiging afgewezen kan worden omdat het niet voldoende serieusheid zou bezitten is ongepast en normatief.

Wat aan de uitspraak ook opvalt is dat de rechter meent de rechtmatigheid van het geloof van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster grotendeels af te kunnen leiden uit de consistentie van de opvatting van de gelovige over zijn geloof. Maar dat is een onhoudbare en onjuiste benadering. Een geloof is nu eenmaal een systeem dat niet altijd uitblinkt door redelijkheid, realisme. samenhang en logica. Aan een gelovige kan niet als eis gesteld worden dat hij zijn geloof voldoende moet kunnen beschouwen om het een geloof te laten zijn.

Foto 1: Schermafbeelding van deel uitspraak in zaak Coolen-gemeente Eindhoven van Rechtbank Oost-Brabant, 15 februari 2017.

Foto 2 en 3: Schermafbeelding van deel notitie ‘THE DEFINITION OF ‘RELIGION OR BELIEF’ IN EQUALITY AND HUMAN RIGHTS LAW’ van Elizabeth Prochaska, 2013. (google: ‘religion attain a certain level of seriousness’ en download).

EenVandaag besteedt aandacht aan de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Een kwestie van conformisme

leave a comment »

ev

Vooruit dan maar weer. Wie weet dringt het door. Altijd blijven kloppen. EenVandaag besteedde vandaag in een item aandacht aan de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Mienke de Wilde legt uit dat ze overtuigd gelovige is van deze kerk. De journalist is wantrouwend en stelt vragen die hij aan gelovigen van gevestigde religieuze organisaties niet zo snel zou stellen. Want stel je voor dat hij een katholiek, gereformeerde, jood, boeddhist of moslim zou vragen of de religie waardoor ze zich laten inspireren geen religie, maar een grap is. Onvoorstelbaar. Dat is het lot van nieuwkomers die zich op de lucratieve religieuze sector in moeten vechten. Deze kerk is één van de meest recente religieuze organisaties ter wereld die ook wortel schiet in Nederland.

EenVandaag geeft in de tekst het verschil tussen theorie en praktijk aan. Het zegt dat de Kerk ‘een religie [is] die sinds kort ook in Nederland als formeel kerkgenootschap wordt erkend’. Maar het zegt ook dat ‘we in Nederland nog niet zover zijn’ en het geloof nog geen volledige erkenning heeft. De praktijk loopt achter op de regelgeving. Er bestaat vooral onbegrip en misverstand bij bestuurders en ambtenaren van gemeenten die menen dat ze een religieuze organisatie op inhoudelijk gronden mogen toetsen. Dat is relevant omdat in gemeenten deze gelovigen terecht komen voor het aanvragen van een identiteitsbewijs. Onder verwijzing naar hun religie willen ze met een pastavergiet op het hoofd op de foto. En ambtenaren weigeren dat eigenhandig. Zoals vele religies vragen deze gelovigen om een uitzondering die de wet biedt. In andere gevallen mogen aanvragers van een identiteitsbewijs niet met een hoofddeksel op de foto. Zo is in allerlei landen de foto op het identiteitsbewijs een voet geworden die de pastafarians tussen de deur van de gevestigde orde zetten.

De overheid kan burgers die zeggen een gelovige te zijn niet weigeren als gelovige omdat dit in strijd is met artikel 6 van de Grondwet, de vrijheid van godsdienst die zegt: ’Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.’ Omdat het dragen van een pastavergiet en het zich gedragen als lid van deze Kerk niet strafbaar is heeft de overheid geen grond om een gelovige die zegt een gelovige van een religieuze organisatie te zijn wettelijk te weigeren als gelovige. De overheid mag zich buiten de wet om niet met het leven van de burgers bemoeien. Ook in dit geval niet. Het is niet de wet, maar de onwennigheid en persoonlijke voorkeur van medewerkers van overheidsdiensten -dat is gestoeld op een patroon van culturele normen en waarden- die de weerstand tegen de Kerk van het het Vliegend Spaghettimonster verklaart.

Sinds 26 oktober 2015 ben ik ‘als lid ingeschreven bij de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster’. Het kerkbestuur heeft dit lidmaatschap ondertekend. Ik draag geen pastavergiet en ben niet van plan om dat op enig moment te doen. Toch beschouw ik mezelf als volbloed gelovige van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Mijn reden om me aan te melden als lid van dit kerkgenootschap is: ‘hoe meer religies, hoe beter’. Dat is een serieus standpunt dat niet speelt op het niveau van nabootsing of satire.

Zie hier voor andere commentaren over de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster.

Foto: Schermafbeelding van tweet van EenVandaag, 18 januari 2017. Geen video

Campagne van PKN over geloven in de kerk is vaag en onbepaald

leave a comment »

Nieuwe campagne poster PKN bij verhaal waar Gerrit Jan over schrijft voor maandag krant

Trouw bericht over een campagne van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) die in januari 2017 gelanceerd wordt. De site gelovendejeindekerk waar op de affiches naar wordt verwezen is nog onder constructie. Trouw  vindt het opmerkelijk dat ‘God’ niet in het campagnemateriaal wordt genoemd. Dat is echter minder gek dan het lijkt omdat God geen uniek verkoopargument van de PKN is. Alle religieuze organisaties verwijzen in hun reclame immers naar God. Wat is dan nog het verschil tussen de God van kerk A, kerk B of kerk C? God is een catch-all begrip dat niet onderscheidt binnen de religieuze sector. Een woordvoerster van de PKN verklaart: ‘We willen het imago van de kerk bijstellen. Daarom gaat deze campagne nadrukkelijk niet over geloof en God.’ Dat de campagne niet over geloof gaat valt niet te rijmen met de slogan ’Geloven doe je in de kerk?’.

De PKN doet er verstandig aan om reclame te maken voor het eigen product. Dat valt te omschrijven als het binnen de eigen organisatie geven van zingeving, troost, spiritualiteit, een thuisgevoel en het besef deelgenoot te zijn van een traditie en een machtscentrum. Aandacht en steun kan het niet voor zoete koek aannemen. Maar wel is merkwaardig dat in de vechtmarkt die de religieuze, christelijke sector is met tientallen religieuze organisaties één ervan komt met een slogan die voor alle kerkgenootschappen geldt. Want wat de PKN onderscheidend maakt van Remonstranten, Katholieken, Pinksterbeweging, Methodisten, Orthodoxe Gereformeerden en de vele christelijke splinterbewegingen en afsplitsingen is het raadsel van deze campagne.

De makers van de campagne geloven in elk geval in de kerk. Of het publiek ermee de weg naar de kerken van de PKN vindt is de vraag. Want wat de PKN als religieuze instelling uniek maakt en onderscheidt van andere kerkgenootschappen wordt in de campagne niet duidelijk gemaakt. Maar het is ook hondsmoeilijk om reclame te maken voor een religieuze instelling omdat de kenmerken ervan per definitie vaag zijn. Daarbij komt dat de PKN als brede paraplu-organisatie een onduidelijk profiel heeft. Om nieuwe leden te vangen of de oude vast te houden kan een campagne niet te specifiek zijn op straffe van uitsluiting van potentiële leden. Wat rest is een campagne die onbepaald moet blijven. En refereert aan een goed gevoel. Het is een gok die kan werken.

Foto: Affiche van campagne van de PKN zoals afgebeeld in Trouw, 7 november 2016.

Belastingdienst wijst ANBI-status af van Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Welke kerken hebben geen 10% eigenbelang?

with 4 comments

kvs

De Kerk van het Vliegend Spaghettimonster blijkt gestaag werken aan de emancipatie van de Nederlandse overheidsdiensten. Dat is een moeizaam proces. In bovenstaand bericht op haar site laat de Kerk weten dat de ANBI-status is afgewezen door de belastingdienst. De Kerk ziet dat als willekeur en zegt bezwaar te maken tegen deze beslissing. Instellingen die worden aangewezen als ANBI (‘Algemeen nut beogende instellingen’) hebben belastingvoordelen bij erven, schenken en energiebelasting. Er waren in Nederland op 29 september 2016 53141 instellingen met een ANBI-status, zoals blijkt uit het Overzicht van de belastingdienst.

In het bericht laat de Kerk weten dat het volgens de belastingdienst ‘niet of niet voldoende het algemene belang’ zou dienen. Interessant is de reactie van Scientology-woordvoerder Merel Remmerswaal uit 2015 op de afwijzing van de ANBI-status voor de Scientology Kerk: ‘Het is eerder de vraag waarom andere kerken wel de ANBI-status hebben. Het enige verschil is dat wij nieuw en onbekend zijn.’ De toetsing of een instelling van voldoende algemeen belang is heeft subjectieve elementen in zich. Het lijkt erop dat voor instellingen zonder machtsbasis in politieke partijen, overheid en bij de ambtenarij de lat hoger wordt gelegd. Onbekend maakt onbemind. Nieuwkomers op de religieuze markt worden er indirect van uitgesloten, zo is het vermoeden.

Volgens de definitie van de belastingdienst moet een ANBI aan een aantal voorwaarden voldoen waarvan de belangrijkste is: ‘Een instelling kan alleen een ANBI zijn, als ze zich voor minstens 90% inzet voor het algemeen nut.’ Andere voorwaarden voor het verlenen van de ANBI-status zijn onder meer dat een ‘instelling en mensen die daar rechtstreeks bij betrokken zijn, niet mogen aanzetten tot haat of het gebruik van geweld’, administratieve verantwoording afleggen en geen winstoogmerk hebben. Voor religieuze instellingen is per 1 januari 2016 de publicatieplicht aangescherpt. Dat betekent dat de belastingdienst scherper gaat kijken of religieuze instellingen aan de voorwaarden van de ANBI voldoen. Vraag is of dit meespeelt bij de afwijzing.

Het 90%-criterium waar de Kerk op wordt afgewezen roept de vraag op wanneer een religieuze instelling voor 90% aan het algemeen belang voldoet en wanneer voor 10% aan eigenbelang. Hanteert de belastingdienst een checklist aan de hand waarvan een instelling wordt doorgelicht? Anders gezegd, wordt een en ander in de praktijk daadwerkelijk getoetst of bestaat er consensus dat het 90%-criterium feitelijk niet wordt getoetst?

Religie bestaat uit twee componenten die zijn te omschrijven als intern en extern gericht. Elke religieuze instelling bezit ze. Het eerste omvat zingeving en troost en is op de gelovige gericht, en het laatste omvat belangenbehartiging, het bedrijven van machtspolitiek en charitatieve doelstellingen. Dit maakt religieuze instellingen zo divers en weinig transparant van aard dat niet op voorhand valt te zeggen of een specifieke instelling voor 90% het algemeen belang dient. Of anders gezegd, niet op voorhand kan worden uitgesloten dat het voor meer dan 10% het eigenbelang dient. Het valt nauwelijks in te zien dat bij kerkgenootschappen die al eeuwen gevestigd zijn en gericht zijn op continuïteit het eigenbelang niet groter dan 10% is.

Foto: Schermafbeelding van berichtANBI status voor KVHVSM afgewezen’ van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster, 28 september 2016.

Petitie ‘verbod op religie’ is ongewenst. Maar ook onnodig

leave a comment »

rel

De petitieVerbod op religie’ pleit voor een verbod op religie omdat het de vooruitgang zou tegenhouden. Het is trouwens de vraag hoe de vooruitgang eruitziet. Een verbod is ongewenst. Het valt niet makkelijk in te zien hoe zo’n verbod uitgevoerd moet worden. Met commando’s die de huizen inspecteren op religieuze symbolen om ze af te voeren? Het is verre van vooruitstrevend om alle religieuze partijen, scholen, verenigingen en stichtingen te verbieden. Zelfs als religie een bederfelijk onderdeel van de maatschappij zou zijn is dat nog ongewenst. De petitie wil niet religie verbieden, maar de rechtsstaat afschaffen. Dat brengt ons ver van huis.

Er valt veel voor te zeggen om religie als achterlijk, behoudend en als uitsluitend te kwalificeren. Maar er is in een samenleving zoveel achterlijks, behoudend en uitsluitend. Denk aan het koningshuis, het professionele voetbal, de politieke partijen, de kwakzalverij of exclusieve clubjes en kringetjes. Dat rechtvaardigt echter nog geen verbod. Hoewel religie in de praktijk akelige kantjes kan ontwikkelen, heeft het ook positieve kanten. Zoals zingeving, het bieden van troost of verbondenheid. Dat laatste maakt religie uniek. In een pluriforme samenleving met diversiteit, etniciteit en herkomstverschillen biedt religie tegelijk insluiting als uitsluiting.

Dus zo’n verbod op religie is een slecht idee. Maar een niet onvoorwaardelijke toelating ervan is het dat ook. Vooruitgang kan geen voorwaarde zijn, maar achteruitgang is evenmin de bedoeling. De oplossing zit hem in het secularisme. Simpelweg gezegd, de paraplu die religies en levensovertuigingen accepteren om met elkaar gelijkwaardig onder te schuilen. Daar zou de grens gelegd moeten worden. Een religie die het secularisme accepteert wordt geaccepteerd, en een religie die het niet accepteert wordt verboden. Dat laatste houdt echter geen vervolging van gelovigen of slopen van gebouwen in, maar het onthouden van steun door de overheid.

Religieuze instellingen opereren in een krimpende vechtmarkt en hebben moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Ze zijn al eeuwenlang elkaar concurrenten en hebben een vijandbeeld nodig ter motivatie van zichzelf en de eigen achterban. Dat vijandbeeld wisselt. Het werkt averechts als deze petitie daarin zou gaan voorzien. Wekelijks worden kerken om financiële redenen gesloten. Religie lost zichzelf op termijn op. De meerderheid van de Nederlandse bevolking laat zich niet langer inspireren door religie. Dat moet voldoende zijn.

Foto: Petitie ‘Verbod op religie’ op petities.nl.

Rector Kuipers hanteert een cirkelredenering om de katholieke God van Nederland te duiden

leave a comment »

We kunnen niet stil blijven als het gaat om God‘, zegt rector Patrick Kuipers voor katholiekleven.nl. ‘We kunnen niet het zwijgen ertoe doen, want als wij niet meer over God spreken in onze tijd, wie doen het dan nog wel?’ zo vervolgt hij. Waarom katholieken als Kuipers niet over God kunnen zwijgen ligt voor de hand. Maar op een andere manier dan hij bedoelt. Hij is deel van een instelling waar hij zijn functie, inspiratie en loon aan ontleent en heeft er belang bij dat die instelling in stand blijft. Daarom moet hij over God spreken.

Kuipers geeft toe dat hij eigenlijk niet weet wie God precies is. Want God is een groot mysterie voor de mensen. Daarom is het lastig om op de juiste manier over God te spreken. Kuipers introduceert de bijbel als ‘bewijsplaats’ om de beweegredenen van God te duiden. ‘Maar er zijn wel dingen in de bijbel die ons duidelijk maken hoe Hij voor mensen wil zijn’, zegt hij. Dat is echter een cirkelredenering. Ga maar na, 1) eerst geeft Kuipers toe dat mensen niet weten wie God precies is. En 2) de bijbel is eveneens geschreven door mensen die niet precies weten wie God is. Dus 3) zijn bewering dat er ‘dingen in de bijbel’ zijn die wel duidelijkheid geven over de beweegredenen van God is op niets gebaseerd omdat de bijbel ook is geschreven door mensen.

Kuipers probeert door te verwijzen naar de bijbel een hogere waarheid in zijn betoog te introduceren. Dat zou binnen de interne logica van zijn religieuze instelling passen als de leer verkondigde dat God de bijbel heeft geschreven, ‘door Zijn inspiratie heeft gedicteerd’ of iets in die orde. Maar dat is niet langer het geval. De katholieke kerk erkent gewoon dat de bijbel mensenwerk is. Kuipers zondigt met zijn geloof tegen de logica.

Berkvens-Stevelinck: ‘Bewijzen dat God bestaat is ongelooflijk vaak geprobeerd, maar gelukt is het nooit.’ Hoe zou dat nou komen?

with 9 comments

media_xl_3624138

In een artikel van Leonie Breebaart voor Trouw zegt emeritus hoogleraar Europese cultuur Christiane Berkvens-Stevelinck: ‘Bewijzen dat God bestaat is ongelooflijk vaak geprobeerd, maar gelukt is het nooit’. Het is exact om die reden dat geloof geloof wordt genoemd, en geen bewijs. Miljoenen mensen geloven dat God bestaat, maar kunnen het niet bewijzen. In plaats van dat ontbrekende bewijs dat ze niet kunnen leveren komen ze met allerlei verklaringen over wat hun geloof is: de ervaring van iets groters, iets dat de kosmos bij elkaar houdt of de verwijzing door het geloof naar iets anders. Op zijn best kan het bestaan van God dus door indirect en ondersteunend bewijs geleverd worden, maar niet overtuigend bewezen worden.

Christiane Berkvens-Stevelinck klinkt sympathiek in haar geloof, maar het artikel ademt een abstracte sfeer uit. Want godsdienst is meer dat theologie en zingeving, geloof en troost. Godsdienst is ook machtsvorming van religieuze instellingen en uitsluiting van andersdenkenden. Zelfs in haar verlichte opvatting van religie die de fundamentele verschillen niet tussen gelovigen en ongelovigen, maar tussen zij die zich tolerant opstellen en de fundamentalisten legt. Praten over godsdienst en geloof zonder het apparatus van de religieuze instellingen met de kerkleiders met hun eigenbelang en de politieke en maatschappelijke belangen van de organisatie erin te betrekken oogt wereldvreemd en schiet tekort. Godsdienst is immers meer dan geloof in God alleen. Hoe theologische denkers als mevrouw Berkvens-Stevelinck ook zo graag het tegendeel beweren.

Foto: Afbeelding bij artikel ‘Hoe weet je eigenlijk of God bestaat?’ in Trouw, 25 februari 2016. Credits: Jenna Arts.