Gedachte bij twee foto’s van Carel Blazer (Walcheren, 1945)

Deze foto van Carel Blazer waar de beeldcompositie overheerst vertelt iets. Het is 1945 op Walcheren. De dijken die door de Geallieerden waren gebombardeerd om de Duitse militairen van de Westerschelde te verdrijven zodat de haven van Antwerpen in gebruik kon worden genomen moesten worden gedicht. Walcheren werd weer drooggelegd. Het land moet worden opgebouwd.

De heroïsche strijd van de Zeeuwen tegen het water is een aansprekend thema. Luctor et Emergo is de Zeeuwse wapenspreuk die niet zozeer het water, maar de 16de eeuwse Spanjaarden betreft. Ze moesten worden overwonnen. De Spanjaarden van 1945 zijn de Duitsers. Schrijver A. den Doolaard doet in september 1945 als ooggetuige verslag van het dichten van het eerste dijkgat, het Nollegat bij Vlissingen. Zo komen de strijd tegen het water en de indringer toch weer samen. Het Zeeuws Archief vat het samen in een artikel.

Fotograaf Blazer maakt in die herfstmaanden op Walcheren de reportage ‘Walcheren: Herstelling Nollegat in de zeedijk en andere plaatsen in Walcheren‘. Uit de beschrijving van bovenstaande foto blijkt : ‘Barakkenbouw (geschonken door Zwitserland). Duitse krijgsgevangene (vooraan) en een geallieerde militair bij het opbouwen van een barak‘.

Dit is niet zo heftig als in de Deense film ‘Land of Mine‘ (2015) die beschrijft hoe jonge Duitse militairen soms met dodelijke afloop werden ingezet om mijnen op te ruimen die de Duitsers zelf hadden gelegd. Deze foto herinnert ons eraan dat in Nederland na de oorlog ook Duitse krijgsgevangenen werden ingezet bij het opruimen van de chaos en wanorde die de Duitsers hadden veroorzaakt. Het is logisch, maar is na 75 jaar ietwat uit het historisch geheugen verdwenen.

Blazer legt documentair vast als een sociaal en politiek geëngageerde fotograaf. Hij geeft maatschappelijke ontwikkelingen weer en zoals we nu zeggen, data. In oktober 1945 waren de op het bord genoemde dorpen alleen per amfibievaartuig bereikbaar. Dat we het 75 jaar later weten.

(Ik blijf haken aan de beeldcompositie van bovenstaande foto die in strijd lijkt met het uitgangspunt van de Nieuwe Fotografie waar Blazer deel van uitmaakte en die zei dat gefotografeerde voorwerpen ondergeschikt waren aan de beeldcompositie. Enfin, niet alles hoeft binnen één kader te passen).

Carel Blazer, Waarschuwingsbord aan een boom bevestigd langs een weg langs het kanaal in Middelburg. “Warning. Routes tot these towns under water journey bij D.U.K.W.S. only. St. Laurens; Serooskerke, Oostkapelle, Domburg, Westkapelle, Vrouwenpolder, Koudekerke, Zouteland. Follow signs tot D.UK.W.S. Control Point”, oktober 1945. Collectie: Nationaal Archief.

Gedachte bij de foto ‘Painting in the Columbia Artists’ Guild exhibit’ (1964)

Robert Scott, Painting in the Columbia Artists’ Guild exhibit (1964). Collectie: Richland Library.

Dit is Columbia, de hoofdstad van South Carolina. De beschrijving zegt dat ‘vrouwen een modern schilderij bewonderen tijdens een tentoonstelling van werken gesponsord door de Columbia Artists’ Guild’. Dat laatste is een kunstenaarsvereniging die nu nog steeds bestaat.

In de beschrijving wordt de maker van het werk niet genoemd. Dat lijkt dus niet centraal te staan.

Het gaat om de blik van de twee vrouwen. Het gaat er blijkbaar niet om dat ze stilstaan voor ‘een modern schilderij’ om dat gewoon te bekijken. Het is meer, ze ‘bewonderen’ het wat de notie aanbidding oproept. Waar dat uit blijkt is echter onduidelijk. Ze lijken eerder te lachen om de situatie waarin ze zijn beland, dan dat ze devoot een kunstwerk adoreren à la Mark Rothko.

Het is verleidelijk om in deze vrouwelijke blik een contrast met de mannelijke blik te zien die vanaf 1975 in de theorievorming over beeldende kunst, literatuur en film opgeld deed om aan te tonen dat het mannelijke oogpunt beslissend is. Het zijn echter niet de twee vrouwen, maar het is de mannelijk fotograaf die het standpunt bepaalt. Het is aanlokkelijk om er allerlei kunsttheorieën op los te laten, maar dat is zinloos omdat het eindigt in bluf en branie.

De twee vrouwen zijn door de fotograaf zo gepositioneerd of gekiekt dat ze het schilderij niet optimaal kunnen bewonderen. Ze staat er eerder naast, dan voor. Hun beperkte zichtlijn valt niet te verenigen met hoe de fotograaf het vastlegt.

Het is relatief wat ‘een modern schilderij’ is. Moet het opgevat worden als hedendaags en naar de laatste mode van 1964 in deze conservatieve staat? Moet de foto iets bewijzen of compenseren?

Bij een video zag ik de titel ‘Visiting art museums is also a way of life‘. Met de toelichting: ‘Een museum binnengaan en kunstwerken bekijken is misschien machteloos om om te gaan met de moeilijkheden van het leven, maar het kan een utopie zijn van de ziel van gewone mensen’. Een lastige zin want utopie betekent zowel hersenschim en illusie als ideaal. Is het iets in deze richting wat we in de foto moeten zien? De utopie van de ziel van gewone mensen. Wat dat in hemelsnaam mag zijn.

Ga er maar aan staan. Twee, zo te zien zussen in Columbia 1964 die zich door hun kijken in de ziel laten kijken en wij die meer dan 50 jaar later niet weten of ze het begrijpen en of wij het begrijpen.

Gedachte bij foto ‘Kermis op het Vreeburg Utrecht, Nederland 1914. De moderne lucht-torpedo in volle vaart gekiekt’

Kermis op het Vreeburg Utrecht, Nederland 1914. De moderne lucht-torpedo in volle vaart gekiekt. Collectie: Fotocollectie Het Leven (1906-1941).

Deze foto uit 1914 van persfotograaf Kees (C.J.) Hofker is niet heel bijzonder. Een doorsnee foto van een doorsnee attractie op een kermis. Hier op een centraal plein in Utrecht.

Maar dat lijkt bij nader inzien toch anders te liggen. Of in elk geval suggereert de titel anders. ‘De moderne lucht-torpedo in volle vaart gekiekt‘ doet vermoeden dat hier iets bijzonders te zien is.

Er is altijd iets geks aan de hand met het begrip ‘modern’ omdat het betrekkelijk is. Het wordt achterhaald door de tijd. Modern is nieuwerwets of hedendaags in de eigen tijd, maar als die tijd meer dan 100 jaar achter ons ligt, dan is het hedendaags van toen nu niet hedendaags meer, maar ouderwets.

Toch is ook dat relatief, want met de ogen van toen kunnen we ons best voorstellen wat er toen modern was aan de lucht-torpedo. Zet het af tegen een houten paard of koets en de lucht-torpedo oogt ook nu nog modern.

Vooral als we ons voorstellen wat er in 1914 en later nog aan torpedo’s zouden ontploffen. In de zeeën van de Eerste Wereldoorlog. Want dat was de eerste moderne oorlog die met moderne middelen werd uitgevochten. Inclusief de torpedo.

Een synoniemenwoordenboek geeft de volgende betekenis voor torpedo: ‘sigaarvormig ontplofbaar projectiel, dat onder water gelanceerd wordt‘. Onderstaande foto toont iets anders, maar het idee is duidelijk. De lucht-torpedo was in 1914 actueel en een kanalisatie én tempering van het wapengekletter dat aan het neutrale Nederland voorbij zou gaan. Dat had Kees Hofker goed gezien. Op een gepacificeerd Utrechts plein dat niet toevallig de naam Vredenburg draagt.

Matrosen am Torpedorohr auf einem Torpedoboot (1915-1918). Collectie: Bundesarchiv.

De ‘Angela S. and Gerit J. Bussemaker photograph albums, 1923-1966’ 

Angela Bussemaker with relatives on a shopping trip, Utrecht, Netherlands, 1950‘. Collectie: University of Washington Libraries, Special Collections.

De ‘gevonden fotografie’ van Erik Kessels heeft mede onze blik opgerekt en wellicht geconditioneerd voor gevonden foto’s van anonieme fotografen. Doorgaans albums met vakantiekiekjes op rommelmarkten die de tragiek van afgeronde levens tonen.

Het Centraal Museum toonde in 2006 Kessels tentoonstellingLoving Your Pictures‘. De toelichting zegt dat de oorspronkelijke makers deze foto’s nooit als ‘kunstwerken’ hadden bedoeld. Het museum durft zelfs te beweren dat ze door Kessels ‘een volledig nieuwe betekenis’ hebben gekregen vanwege de ‘bijzondere vormgeving’ van de expositie. Dat was toen ook de kritiek erop, namelijk dat de vormgeving voor de inhoud ging staan en deze wegdrukte.

Found footage is een subgenre dat een verhaal vertelt aan de hand van gevonden materiaal of materiaal dat als zodanig gepresenteerd wordt. In Nederland werd de film ‘Lyrisch Nitraat‘ (1991) van Peter Delpeut gestructureerd rond ‘gevonden’ filmfragmenten. Die film was toen in Nederland invloedrijk en heeft ongetwijfeld andere makers beïnvloed.

De University of Washington Libraries, Special Collections in de staat Washington bevat de Angela S. and Gerit J. Bussemaker photograph albums, 1923-1966 waarin bovenstaande foto in is opgenomen. Ze hebben een hoog Kessels-gehalte. De albums vertellen het verhaal van een internationaal leven over grenzen heen. Ontheemde personen die uiteindelijk hun plek vinden. Een deel van de 195 foto’s is gedigitaliseerd. De albums zijn in 2006 geschonken aan de bibliotheek.

Het draait om Angela Saturnia en de Nederlandse Gerrit Jan (Johnny) Bussemaker die in 1912 waarschijnlijk in Hengelo werd geboren en in Enschede en Rotterdam opgroeide. Zijn ouders overleden vermoedelijk allebei op 3 mei 1925 en Gerrit werd door zijn oom en tante in huis genomen. De bibliotheek geeft overigens 1924 als datum van overlijden van Gerrits moeder. Over Angela Saturnia worden weinig details gegeven, behalve dat ze op 1 februari 1922 in Litouwen werd geboren en in 2004 in Seattle overleed. Haar naam klinkt Italiaans.

In de documentatie wordt Gerrit steevast ‘Gerit’ genoemd. Het stel trouwde in 1946 en ze waren ‘Displaced Persons‘, waarschijnlijk vluchtelingen of ‘uitgebombardeerd’ en op zoek naar nieuw onderdak? Gerrit werkte voor het Amerikaanse leger in Duitsland, ze toerden vlak na de oorlog door Europa en emigreerden in 1952 naar Washington state. Na 1948 nam de VS dit soort mensen op. Ze reisden ook veel door de VS. Gerrit overleed in 1966.

Bij de titel ‘Johnny’s aunt and uncle with Angela‘ van bovenstaande foto staat beschreven: ‘Holland–Utrecht–1950–Johnny’s Aunt & Uncle & I came from Zeist for dinner & shopping‘. Of dat de oom en tante waren waarbij Gerrit is opgegroeid is onduidelijk. Het is goed denkbaar.

Angela Bussemaker outside of the Cliff House, San Francisco, California, approximately 1956‘. Collectie: University of Washington Libraries, Special Collections.

Wereldreiziger Dirk van Dam in Bagdad (1926)

Foto’s zijn het bewijs. De zelfbevredigende voetafdruk of bandafdruk van het bestaan. Bovenstaande foto is aandoenlijk door de combinatie van oprechtheid en publieke intimiteit. Rechts staat de Nederlandse wereldreiziger Dirk van Dam in Volendamse klederdracht. Links zit een lange Oostenrijkse of Duitse collega reiziger in Tracht met Lederhosen. In het midden hangt de Iraakse fotograaf A. Kerim die een succesvolle fotostudio leidde in Basra, Bagdad en later Hinaidi (zie p. 20) tussen beide mannen in. Het is 1926. Kerim legt zijn linkerhand beschermend tegen Van Dams hoofd. Het is een staalkaart van weemoed, kameraadschap en onvervuld verlangen.

Iedereen komt wel eens iemand tegen die zegt een lange fietstocht te maken of zelfs de wereld rond te fietsen. Ooit zei een man op een volgeladen fiets op het fietspad bij een stoplicht tegen me dat hij onderweg was naar Barcelona. Ik was stomverbaasd en wist niet of ik het moest geloven. Hoe kon ik weten of het grootspraak was of niet? Dirk van Dam was een echte wereldreiziger, hoewel de hele wereld ook voor hem wel iets te veel was om rond te reizen.

Gedenkkaartje Wereldfietsreiziger en journalist Dirk van Dam (1900-?) – eerste fietsreis, 1925. Kaart met Roemeens/ Duitse tekst die Van Dam verkocht om zijn reis te financieren. Collectie: NOC*NSF.

Opvallend is dat bovenstaande gedenkkaart van Dirk van Dam uit Utrecht die in 1924 in Volendamse klederdracht een wereldreis begon in de collectie van NOC*NSF is opgenomen. Het vroegere wereldreizen per fiets is in de hoek van de sport terechtgekomen. De beschrijving bij de gedenkkaart zegt over Van Dam: ‘Uit een ingeplakt krantenartikel blijkt dat ie in Karachi door een kapitein van een schip naar Bombay is gevaren en dat z’n fiets al in Syrië was gestolen. Gezwollen voeten van het vele lopen zullen zijn gezondheid zeker geschaad hebben. Een week nadat hij in Poona (India) was aangekomen op 29 juli 1926 werd hij daar vier maanden in het ziekenhuis opgenomen‘. Van Dam was dus naast fietser noodgedwongen ook een langeafstandsloper. Zijn pad ging niet over rozen.

Tegenwoordig verschijnt in elk huis-aan-huisblad om de zoveel tijd een artikel waarin gewag wordt gemaakt van ‘onze plaatsgenoot’ (doorgaans een man) die op de fiets Irak, Pakistan of Indonesië heeft gehaald. Soms is het voor een goed doel om geld op te halen, soms om een herstart in het leven te maken door een sabbatical jaar te vullen met nieuwe indrukken en een nieuwe zingeving, soms is het vanuit idealisme om te verbinden en de wereldvrede dichterbij te brengen. Hoe dan ook is het een groots gebaar. Vroeger was de daarbij passende voertaal vaak Esperanto, nu is het Engels.

Het wordt er idyllisch op als uit de foto’s blijkt dat de toenmalige wereldreizigers zich tooiden in de nationale klederdracht van hun land. Of liever gezegd in de dracht die internationaal het best herkend werd. Niks geen sportkleding. Dat was slimme marketing in de tijd dat kleding nog iets vertelde over de achtergrond van de drager ervan. Wereldreizen per fiets is een merkwaardige tak van sport. Welbeschouwd is het een discipline die te breed is om in een hokje te plaatsen. Van Dam maakte zelfs een wereldreis per fiets zonder fiets. Dat is waarachtig gedenkwaardig te noemen.

Gedachte bij de foto [Hochzeit des Prinzen Louis Ferdinand von Preußen mit Kira von Russland am 4. Mai 1938: Hochzeitsdiner (in der Mitte Kronprinzessin Juliane der Niederlande)]

Hochzeit des Prinzen Louis Ferdinand von Preußen mit Kira von Russland am 4. Mai 1938: Hochzeitsdiner (in der Mitte Kronprinzessin Juliane der Niederlande). Collectie: Staatliche Museen zu Berlin.

Op 4 mei 1938 trouwt prins Louis Ferdinand van Pruisen met prinses of groothertogin Kira Kirillovna van Rusland. Na een Russisch-orthodoxe plechtigheid in Potsdam op 2 mei (Schloss Cecilienhof) vindt in Doorn de protestante, Lutherse plechtigheid plaats. Met daarna een diner. Louis Ferdinand was de tweede zoon van de oudste zoon van de voormalige Duitse keizer Wilhelm II die sinds 1918 noodgedwongen in ballingschap in Doorn woonde.

In de collectie van de Staatliche Museen zu Berlin bevindt zich een bruiloftsreportage van de Duitse fotografe Brigitte von Klitzing (1914 – 2008). Op bovenstaande foto is de toenmalige Nederlandse kroonprinses Juliana op het bruiloftsdiner te zien. Ze werd in 1948 de Nederlandse koningin toen ze haar moeder Wilhelmina opvolgde.

Waarom Brigitte von Klitzing de opdracht kreeg om de bruiloft van de kleinzoon van de voormalige keizer te fotograferen is gissen. Ze werkte in de Berlijnse fotostudio Sandau die gespecialiseerd was in mode- portret en dansfotografie en tot 1938 door Suse Byk werd geleid. Voorganger Ernst Sandau fotografeerde veel adel en koninklijke hoofden. Het waren ongetwijfeld de glamour en de reputatie van Sandau die op Von Klitzing afstraalden.

De reportage heeft iets triest en melancholisch. Het legt de verloren macht van dynastieën vast die zich vastklampen aan decorum en uiterlijkheden. De trouwpartij van een Duitse prins en een Russische prinses toont als de uitstalkast van een voorbije tijd. Dat is des te pijnlijker en de val wordt er nog dieper op omdat de Europese vorstenhuizen die na de Eerste Wereldoorlog hun macht hadden verloren zich sterk identificeerden met het fascisme. Dat werd opgevat als de tegenmacht van het communisme en een mogelijkheid om de verloren macht terug te winnen. Vergeefs uiteraard. Er waren weinig Europese troonpretendenten die zich actief verzetten tegen het fascisme.

Vanuit hedendaags perspectief toont de uitstalkast van een besmette en opportunistische monarchistische biotoop als een pijnlijke poppenkast. In 1938, tijdens de hoogtijdagen van het Duitse fascisme.

Gedachte bij de foto [The lighthouse, Neufahrwasser, West Prussia, Germany (i.e., Gdańsk, Poland)], 1890-1900

[The lighthouse, Neufahrwasser, West Prussia, Germany (i.e., Gdańsk, Poland)], 1890-1900. Collectie: Library of Congress.

Na 1890 zwermden Amerikaanse uitgevers uit over Europa. Ze maakten foto’s voor een thuispubliek, maar ook voor de Europeanen. Vuurtorens aan wilde en minder wilde kusten waren een gewild onderwerp. Bovenstaande foto is om drie redenen bijzonder.

Het gaat om een vuurtoren in Neufahrwasser in West-Pruisen. Dat was een deel van het toenmalig Duitse Danzig dat nu Gdańsk heet. Polen dus. Danzig was sinds het Verdrag van Versailles (1919) formeel een vrije stad.

Aan de horizon is een vloot schepen te zien. Het kan geen sterke Duitse oorlogsvloot zijn die passeert omdat het Duitse keizerrijk in dat laatste decennium van de 19de eeuw geen vloot van betekenis had. Maar is het de B-vloot? Pas in 1900 werd door de Rijksdag de vlootwet van Tirpitz aangenomen en vanaf dat jaar begon de snelle opbouw van de Hochseeflotte. Die Duitse vlootbouw bracht de confrontatie met de Britten en de Eerste Wereldoorlog dichterbij. Oorlogsschepen zijn prima symbolen voor gelovigen in het nationalisme.

De mensen op de pier zijn uitgelopen. Het is opvallend druk. Wat doen ze? Wachten ze net als in Fellini’s film E la nave va (1983) op een oceaanstomer die passeert? Dat valt niet te zeggen. Het is een momentopname. We missen de verhaallijn. Velen kijken in de richting van de zee en verwachten iets. Maar wat? Het zullen toch de schepen aan de horizon zijn. Ze passeren in de verte of zetten koers richting Danzig. Dat laatste rechtvaardigt een grote massa. Het verhaal is niet af. We weten het niet.

Gedachten bij een foto van de Visbrug in Dordrecht (1937)

309_107437 (Vischbrug, Dordrecht, circa 1937). Collectie: Regionaal Archief Dordrecht.

Deze keer een verhaal met een persoonlijke tint. Via internet is veel te achterhalen van de eigen familiegeschiedenis. De site Kenteken Zeeland dat oude kentekens van auto’s achterhaalt en beschrijft constateert aan de hand van de foto in het Regionaal Archief Dordrecht dat hier K-4564 op de Vischbrug (nu: Visbrug) in Dordrecht staat. Het jaar is circa 1937.

Als reactie bij het item op het Regionaal Archief geeft Erica de volgende toevoeging: ‘hoek Voorstraat (Overwijn) – Visbrug, Groenmarkt (bibliotheek; Carel Netto heerenhoeden, W.B.A. Gunther, auto K-4564, standbeeld Gebroeders de Witt) — bordje; ‘rechts loopen’‘. ‘K’ was het toenmalige kenteken van Zeeland.

Kenteken Zeeland rendeert vanuit de eigenaar van de auto en het Regionaal Archief Dordrecht vanuit de plek. Ik redeneer vanuit beide.

Want de eigenaar van de Chevrolet Master fordor sedan ’37/’38 is mijn grootvader Willem Muller. Hoewel het kan dat officieel de registratie op naam van zijn bedrijf stond: Sleepdienst Willem Muller, Reederij En Avant dat sinds 1912 in Terneuzen was gevestigd.

De auto staat niet op de Vischbrug geparkeerd, maar rijdt er toevallig langs en stopt voor het verkeerslicht boven de weg. Of trekt juist op, want het licht lijkt op groen te staan. Aan de Merwedekade woonden twee zussen van mijn grootvader en daar was ook het bedrijf van zijn broer Teun gevestigd: Rederij T. Muller, ofwel Sleepdienst “En Avant”. Vooruit was de ingebakken naam voor die familie. En er woonde nog meer familie. Familiebezoek met een mogelijk zakelijk gesprek over samenwerking op de Zeeuwse en Zuid-Hollandse wateren zal de aanleiding zijn geweest.

Zo blijkt maar weer dat we niet alleen nu betrapt worden op sociale media en het steeds lastiger wordt om anoniem te zijn. Deze foto toont dat men in 1937 ook al opgemerkt kon worden zonder dat men daar om vroeg. De plek was namelijk een favoriete plek voor het maken van ansichtkaarten, zoals ook deze ansichtkaart uit 1932 verduidelijkt. Een vergelijking tekent trouwens de vooruitgang. De verkeersagent midden op straat in 1932 is vervangen door een verkeerslicht in 1937.

Ansichtkaart van uitgeverij J. van de Weg ‘Dordrecht, Vischbrug‘ aan de hand van de geretoucheerde foto 309_107437. Fotograaf: Joost van de Weg.

We weten trouwens niet zeker wie er aan het stuur van de Chevrolet met kenteken K-4564 zat. Het is wel aannemelijk wie het was. Dat is de onzekerheid die altijd in de geschiedenis sluipt.

Gedachten bij foto uit serie ‘Excessen bij het plaatsbespreken, proviandering, aflossen, lange rijen genre, gevechten’, omstreeks 1965

Excessen bij het plaatsbespreken, proviandering, aflossen, lange rijen genre, gevechten‘. Fotocollectie Nationaal Archief.

Het is de beschrijving bij deze foto uit de Fotocollectie Spaarnestad die interessant en raadselachtig is en ruimte geeft aan bedenkingen en vergezichten.

De foto is onderdeel van een Reportage/ Serie die wordt genoemd: ‘Excessen bij het plaatsbespreken, proviandering, aflossen, lange rijen genre, gevechten.’ De Beschrijving luidt: ‘sociaal leven, groepen, standen, leven van de mens, massa, publiek‘ en de Trefwoorden zijn: ‘groepen, leven van de mens, massa, publiek, standen, sociaal leven‘. Fotograaf, jaartal en locatie zijn onbekend.

We weten nog steeds niet naar wat we precies kijken. Het lijkt Nederland of een aangrenzend land in het midden van de jaren 1960. Gaat het om een tentoonstelling of open dag van een archeologisch museum of een museum voor oudheden?

Het gaat er allemaal tamelijk ordentelijk aan toe. Tot excessen en gevechten lijkt dit publiek niet te verleiden. Men staat rustig in de rij. Dat roept de vraag op of de beschrijving van deze foto wel klopt. Deze foto toont het tegendeel van excessen en gevechten.

Twee andere foto’s die ook tot deze serie behoren tonen de jeugdcultuur van die tijd in Engeland: jongeren in de rij voor een concert en Beatles-fans die overnachten om als eersten een kaartje te kunnen bemachtigen. Maar ook op die foto’s zijn geen excessen en gevechten te zien.

We kunnen niet meer met de bril van die tijd, zeg 1965 naar deze taferelen kijken. Wat toen blijkbaar door een krantenredactie buitensporig werd gevonden is het niet meer omdat het door de tijd is achterhaald. De beschrijving van deze foto die blijkbaar als ‘brave’ variant moest dienen als tegenwicht voor de ‘wilde’, toen opkomende jongerencultuur detoneert dubbel met hoe we nu kijken en situaties inschatten.

Gedachte bij foto ‘Photographie de propagande : foule à Auteuil’ (1943)

Photographie de propagande : foule à Auteuil, 20 juni 1943. Collectie: Musée Carnavalet, Histoire de Paris.

De titel van deze foto zegt dat er een menigte in Auteuil is. Dat is een Westelijk deel van Parijs. De toelichting geeft geen bijzonderheden, maar waarschijnlijk is de locatie het Bois de Boulogne of het Parc Sainte-Périne.

De menigte staat op een grasveld. Sommigen staan zelfs op stoelen om iets te zien dat zich buiten het kader van de foto afspeelt. Dat geeft spanning. Het onderwerp is niet het evenement waarnaar men kijkt, maar het kijkende publiek zelf. Zonder dat men het doorheeft wordt men zelf tot evenement gemaakt. Vrouwen dragen sjieke hoeden. Dat kan een aanwijzing zijn dat het om een paardenrace gaat. Hoewel, waarom staat men dan niet dichter langs de lijn?

De datum maakt het wrang. Het is zondag 20 juni 1943. In Amsterdam wordt bij een grote razzia een groep Joden opgepakt. Op vele plekken wordt gevochten op leven en dood. Hier wordt alleen gevochten om een goed plekje om te zien wat wij niet zien. Deze foto is dan ook een propagandafoto van de Franse pro-Duitse Vichy-regering. Alles moet lijken alsof het normaal is.

Het publiek krijgt brood en spelen. Het ziet er goed doorvoed en welvarend uit en is blijkbaar uitgelopen voor een race. Het is geen toeval dat de anonieme fotograaf hierheen gestuurd is. ‘Zolang er maar brood werd uitgedeeld en spelen werden georganiseerd, was het volk tevreden, en keek het niet verder dan zijn neus lang was‘, zo zegt betreffend lemma van Genootschap Onze Taal.

Is het flauw om de lijn te trekken die van het Romeinse Rijk via Auteuil naar de huidige tijd loopt? Sport, spel, games en media bieden het volk afleiding en ontspanning. Een verzetje dat het verzet breekt. Het is lastig om de massa die niet verder kijkt dan de eigen neus lang is niet te zien, maar het is zanikerig om het op te merken. Zo komen we er niet uit. Laten we maar opmerken dat propaganda houdt van de menigte. Dat is de vaste regel. En de menigte laat het zich graag overkomen.