Straatreclame voor William Fish. Gedachte bij foto ‘Street Advertising’ (1877)

John Thomson, Street Advertising (1877).

De naam van William Fish staat op een affiche dat in 1877 wordt opgeplakt door de man in de witte jas. Het is reclame voor het wassenbeeldenmuseum Madame Tussauds in Londen. De fotograaf is de ‘baanbrekende’ John Thomson die als eerste buitenlander in China fotografeerde en later als een Charles Dickens van de sociale fotografie de armoede in de Londense sloppen en straten vastlegde.

Wat zou aardig aan het internet is dat iemand die bijna 150 jaar later wil weten wie William Fish is daar altijd wel een bron voor kan vinden. In dit geval is dat makkelijk omdat iemand van wie een wassen beeld is gemaakt in de eigen tijd een zekere bekendheid moet hebben gehad.

Nou, in een bericht uit 2020 van Lancashire News (Lancs Live) stelt niet teleur. Tot in details wordt nauwgezet uit de doeken gedaan wie William Fish was. Hij was een moordenaar die in maart 1876 in Blackburn de 7-jarige Emily Holland vermoordde. Op weg naar de winkel om tabak te kopen ging ze volgens getuigen vergezeld van een sjofel geklede man. Enkele dagen later werd op een landje in een koffer verborgen lichaam gevonden. Gruwelijk ontdaan van armen, benen en hoofd. Het bleek het lichaam van Emily te zijn. De benen werden even later in een riool teruggevonden. Dat zette de speurtocht in gang.

De gruwelijke moord trok landelijke bekendheid. Er werd een beloning van 200 pond uitgeloofd om de dader te vinden. Mensen zochten tevergeefs naar Emilys’ armen en hoofd. Zwervers werden opgepakt, maar moesten weer vrijgelaten worden omdat e geen aanknopingspunt met de moord was. Uiteindelijk viel mede door de haren die op Emily’s lichaam waren gevonden de verdenking op kapper William Fish. Maar hij wist zich in eerste instantie vrij te pleiten.

De doorbraak in deze moordzaak kwam toen de politie speurhonden van een particulier inzette die de half verbrande armen en de rottende schedel van Emily in een schoorsteen in Fish’ kapperszaak vond. Het bericht van Lancs Live zegt daarover: ‘Honden werden nog niet regelmatig gebruikt door de politie, maar deze zaak zou daar verandering in brengen’.

Eind goed, al goed. De moordenaar is na een speurtocht van zo’n drie weken door slim opereren van de politie opgepakt. De ‘Blackburn Murderer’ is ermee een Britse bekendheid geworden. Madame Tussauds haakt er bij aan en laat een jaar later weten dat het wassen beeld van William Fish (‘portrait model’) in haar museum is te bezichtigen. Kom dat zien, om te griezelen. Straatreclame werkt.

Gedachten bij twee foto’s uit Krasnojarsk (1911-1914)

Ksenia Konovalova, dochter van de beroemde Krasnojarsk-arts P.N. Konovalov aan het Shira-meer’, 1911. Collectie: Library of Congress.

Deze twee foto’s zijn afkomstig uit een collectie van 423 over ‘het dagelijks leven van de provincie Jenisej, eind negentiende-begin twintigste eeuw’. Dat is een gebied in Midden-Siberië met als belangrijkste plaats Krasnojarsk. De Jenisei is de langste rivier van Siberië, zodat er veel foto’s met schepen en riviergezichten in de collectie zijn.

Het is aardig om je voor te stellen wat in zo’n collectie de meest en minst tijdloze foto’s zijn. Ksenia Konovalova op haar fiets voor de familiedatsja aan het Shira-meer zou zo in een kostuumfilm van kort voor de Eerste Wereldoorlog kunnen stappen. In de verfilming van een verhaal van Anton Tsjechov.

Het gebed in Krasnojarsk viert de overwinning van het Russische leger op de Oostenrijk-Hongaarse troepen die in september 1914 Lemberg verloren. Kerk, vaderland en vorst vormen een eenheid. De Oostenrijkse overmoed om Servië in te willen lijven werd gevolgd door Russische overmoed dat een uitweg naar de Middellandse Zee zocht en weliswaar in Galicië won, maar uiteindelijk door de Duitsers verslagen werd. Niet alleen de enscenering van het gebed, maar het hele idee van kerk, vaderland en vorst doet gedateerd aan. Het zou een scène kunnen zijn uit een verhaal van Isaak Babel. Sepia ruiterij.

Gebed in Krasnojarsk over de overwinning van het Russische leger in de Slag om Galicië in augustus – september 1914’ Collectie: Library of Congress.

Gedachte bij foto ‘Art class. Provincetown’s reputation as an art center provides ample income for several art schools. Outdoor classes are likely to pop up anywhere. Massachusetts’ (1940)

Art class. Provincetown’s reputation as an art center provides ample income for several art schools. Outdoor classes are likely to pop up anywhere. Massachusetts’, 1940 . Collectie: Library of Congress.

Het gaat in de titel om het begrip ‘reputatie’. De titel zegt: ‘De reputatie van Provincetown als kunstcentrum biedt voldoende inkomsten voor verschillende kunstacademies. Buitenklassen zullen waarschijnlijk overal opduiken’. Provincetown is een toeristische plaats op het uiterste puntje van schiereiland Cape Cod in Massachusetts.

De reputatie van Provincetown als kunstcentrum maakt het dus waarschijnlijk dat overal buitenklassen opduiken. Zoals op de foto op het witte strand van Provincetown. Maar dit roept allerlei vragen op. Wat zijn dat voor buitenklassen die meeliften op de reputatie van een stadje als kunstcentrum? De vervolgvraag is of deze buitenklassen de reputatie helpen verzwakken of versterken. Hoe lopen professionele en niet-professionele kunst door elkaar en hoe hebben ze invloed op elkaar via het scharnierbegrip ‘reputatie’?

Het is maar een kleine vraag bij deze intrigerende, documentaire foto van Edwin Rosskam. Kunst als bezigheid van toeristen en zingeving voor een vakantie. Het is augustus 1940. Op hetzelfde ogenblik wordt er gevochten in Europa. Dagjesmensen komen met de boot uit Boston. De ferry ‘Steel Pier’ ligt in de achtergrond gemeerd aan de pier. Portugese vissers hebben hun vis aan land gebracht. Op het strand van Provincetown is het tekenles. Dat tekent de sfeer. Ontspannen, artistiekerig en aanhakend bij vermaardheid. Zo terloops als het leven zelf.

Madam Lillian en de ‘girlie show’. Foto’s van de Rutland Fair, Vermont (1941)

Uit deze foto uit 1941 blijkt niet dat het storm liep bij Madam Lillian in Rutland, Vermont die het verleden, het heden en de toekomst vertelt. Zo staat het op het bord: ‘She tells the past, present & future’. Dat is niet niks. Het sluit mooi aan bij een zinsnede als ‘om je de waarheid te vertellen’. Het betekent eerder zoiets als ‘uitleggen’ dan ‘voorspellen’. Hiermee lijkt Madam Lillian veilig aan de kant van de redelijkheid te blijven. De titel van de foto ‘Fortune teller’, dus ‘waarzegster’ stelt Madam Lillian anders voor dan ze zelf doet. Hoewel het een ingewikkeld spel is omdat ze natuurlijk wel suggereert dat ze de toekomst kan voorspellen. Maar zeggen doet ze het niet met zoveel worden.

Over mensen die Madam Lillian bezoeken moet niet laatdunkend worden gedaan. Ze hebben behoefte aan een verhaal. Daar is niks mis mee. Madam Lillian en haar klanten weten dat het nep is. Het is amusement zoals dat hoort op een kermis.

Bij de attractie Dames, ofwel ‘a “girlie” show’ op dezelfde kermis is het stukken drukker. De meisjes staan op een verhoging en de voornamelijk mannen en jongens kijken tegen de meisjes op. Als het woord mannelijke ‘blik’ (gaze) in 1941 nog niet bestond, dam had het hier uitgevonden kunnen worden. Men kan zich alleen maar afvragen wat er te zien is in de ‘girlie show’. Waar Madam Lillian voor het innerlijk gaat, gaat deze ‘girlie show‘ voor het uiterlijk.

Deze attractie was onderdeel van de ‘World of Mirth Show’ die langs de Oostkust van de VS en Canada heen en weer reisde. Ooit werden de attracties met meer dan 50 treinwagons verplaatst. De Rutland Fair was dan ook meer dan een gewone kermis. Het was freak show, paardenrace, circus, kermisattractie en jaarmarkt ineen.

Fotograaf van deze intrigerende foto’s van de Rutland Fair is Jack Delano. De serie kwam tot stand in het kader van de Farm Security Administration dat het leven op het platteland en steden in de jaren 1935 tot 1944 documenteerde. Dat is niet toevallig de regeerperiode van president Roosevelt die met zijn New Deal project de recessie bestreed en de economie weer op gang probeerde te krijgen. Fotografen legden hierbij vast hoe boeren op gang geholpen werden met overheidsgeld. Later werd de onderwerpkeuze verbreed. Omdat de New Deal mede de opzet had om kunstenaars aan het werk te helpen sneed met deze fotoreportages het mes aan twee kanten.

Parijse Commune. Gedachten bij de foto ‘Jeune homme assis sur les ruines d’un immeuble’ (1871)

Deze afbeelding toont verwoesting en eenzaamheid. Een jongen zit tussen de puinhopen van een gebouw. Het kan Stalingrad, 1942, Berlijn, 1945 of Aleppo, 2016 zijn. Maar het is Parijs, 1871.

Hoewel de datering van het museum die de collectie beheert die datum in twijfel trekt als het zegt dat het na 1871 is. Waarom is onduidelijk. Wellicht wordt bedoeld dat het na mei 1871 was toen de opstand van de Parijse Commune werd neergeslagen. Een teken dat het later is zijn de steigers op de achtergrond van de wederopbouw. Maar hoeveel later?

Het is een foto van Auguste Bruno Braquehais (1823 -1875) van wie het Parijse historische Musée Carnavalet foto’s uit 1871 in de collectie heeft. De letterlijke vertaling van de titel is ‘jonge man zittend op de ruïnes van een gebouw’, maar in het Nederlands zit men eerder tussen de puinhopen. Dat verschil in vertaling geeft een nuance in de kijk op de eigen rol in de wereld: op of tussen de ravage.

Het was in 1871 een verwarrende politieke situatie. In dat jaar werd delen in het noorden en oosten van Frankrijk nog door de Pruisen bezet gehouden. Frankrijk had de oorlog verloren. Dat deden de bezetters mede om hun eis voor een miljardenbetaling door Frankrijk kracht bij te zetten. Maar de bezetters lieten degenen die ze overheersten de ruimte om anderen te omsingelen.

Uiteindelijk speelden de Duitsers en Franse regering die tijdelijk in Versailles zetelde onder een hoedje tegen de opstandelingen. Krijgsgevangen Franse militairen werden door de Duitsers vrijgelaten om tegen de communards (ook Federalisten of Nationale Garde) te vechten. Dat doet denken aan het vrijgeleide die de Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog aan Lenin gaven om de Russische revolutie op poten te zetten.

Maar hier was waarschijnlijk het omgekeerde het geval. Het Duitse keizerrijk en de Derde Franse Republiek vreesden voor revolutie. De communards verzetten zich tegen de bezetting van Parijs door de Duitsers. De Duitse politieke leiding zal beredeneerd hebben dat er beter zaken viel te doen over vergoeding en gebiedsafstand (Elzas en Lotharingen) met een verzwakt bewind dan met opstandelingen tegen dat bewind.

Met hulp van de bezettende Duitsers kon de Franse regering van Versailles in mei 1871 met een militaire overmacht Parijs innemen. De opstandelingen boden moedig tegenstand, maar hun bataljons hadden onvoldoende wapens en training. De vernietiging aan mensenlevens en materiële schade was groot. Communards zetten gebouwen in de fik om de opmars van de troepen van Versailles die in het oostelijke Belleville eindigde te vertragen. Maar dat mocht niet baten. Tijdens de gevechten die het karakter van een strafexpeditie kreeg werden vele gebouwen in puin geschoten.

Geeft de fotograaf commentaar met deze foto? Binnen de vrijheid die hij heeft. Is het meer dan een verslag van een gestreden strijd en in puin geschoten of afgebrande gebouwen? Het is mogelijk dat de jongen toevallig tussen de puinhopen zat toen de fotograaf langskwam, maar waarschijnlijk is dat het geënsceneerd is. Maar als het later in 1871 of zelfs na dat jaar is, waarom keert de fotograaf dan terug naar de uitwerking van een traumatische opstand? Pas in 1880 kwam er met amnestie min of meer een afsluiting van deze bloedige episode die tienduizenden communards het leven kostte.

Beeldrijm. Gedachten bij foto ‘Charbonnier au 208 rue Raymond-Losserand’ (1973)

Beeldrijm wordt op een technische fotosite omschreven als ‘een zich herhalend beeldaspect dat zeer bepalend is voor de ordening’. Verder in dit stukje wordt gewaarschuwd voor het gebruik van beeldrijm: ‘Het is natuurlijk het leukste als de rijm niet al te veel voor de hand ligt’.

Hoe moet de waarschuwing voor beeldrijm dat te veel voor de hand ligt worden opgevat? Op welk niveau speelt dat? Verstoort opzichtig beeldrijm de terloopsheid van de fotografie die suggereert dat het leven wordt betrapt, de sturende rol van de fotograaf die beelden ‘vangt’ of zelfs de autonomie van de fotokunst die zou lenen van andere disciplines?

De naam van de fotograaf is Robert Doisneau (1912-1994). Deze Fransman legde het straatleven van Parijs vast. Omdat hij zich daarin onderdompelde noemde hij zich een ‘beeldenvisser’ en geen ‘beeldenvanger’, zo maakt zijn lemma op Wikipedia duidelijk. Maar dat lijkt niet meer dan een woordspelletje. Doisneau was een befaamde documentaire fotograaf en zijn foto’s geven een tijdsbeeld van een verdwenen Frankrijk.

Dat speelt in op een langlopend debat wat de ziel van Frankrijk is en of het minder moderniseert dan zich positioneert als openluchtmuseum. Dat is een debat vol misverstanden omdat Frankrijk wel degelijk verandert, maar waarschijnlijk het minste in de uiterlijkheden die de toerist in steden, stranden en iconische plekken aantreft. Dit soort foto’s bevestigen onbewust en zonder dat het de opzet was met terugwerkende kracht voor de kijker van nu de misvatting dat Frankrijk een conservatief land is dat niet wil veranderen.

De foto is iets voor 1974 genomen en heeft als titelCHARBONNIER AU 208 RUE RAYMOND-LOSSERAND’ ofwel ‘Kolenboer op de Rue Raymond-Losserand 208’. Dat is in het 14de arrondissement in Parijs onder Montparnasse.

Een ‘Café Charbon Mazout’ (‘Houtskool -stookolie’) combineerde de verkoop van drank, houtskool en stookolie. Maar het is nostalgie hoewel deze ‘bougnat’ enigszins gemoderniseerd nog in ere wordt gehouden om het zogenaamde authentieke Parijs te weerspiegelen. Het etablissement werd net als de handelaar bougnat genoemd die doorgaans uit de Auvergne kwam. Jacques Brel heeft een bougnat vereeuwigd in zijn lied ‘Mathilde’ uit 1966 als hij zingt: ‘Bougnat, je kunt je wijn houden’. Het betekent meer dan kastelein zoals een gemoderniseerde vertaling zegt.

Zo komen we tot twee soorten beeldrijm in deze foto die worden aangevuld met een tegenvoeter. Zo wordt poëzie gemaakt. In vorm door de herhaling én spiegeling van het uithangbord van de bougnat die kolen en drank aanbiedt met de kolenboer met de zak op zijn schouder die in tegengestelde richting loopt. In kleur met het zwart van uithangbord en kolenboer die scherp afsteken tegen de grijze, regenachtige omgeving. Dat wordt geaccentueerd door het formaat van de afdruk waarbij de hoogte tweemaal langer is dan de breedte. Het formaat ‘vangt’ het beeld nog eens extra. Dit is geen beeldrijm die voor de hand ligt.

De disharmonie zit in de tijd vanwege een veranderend Frankrijk dat zich in 1973 voor wat de energie betreft in een overgangsfase bevindt. Vanaf 1970 importeerde Frankrijk Nederlands aardgas uit Slochteren en in 1973 produceerden de Franse steenkoolmijnen nog 17,3 Mtoe (megaton olie-equivalent) steenkool wat tegen de 10% van de totale energiebehoefte van het land was. De foto is de aankondiging van twee vergeten beroepen: de kolenboer en de bougnat. Ze rijmen met elkaar tegen de moderne tijd.

Foto: Robert Doisneau, ‘Charbonnier au 208 rue Raymond-Losserand, reproduction d’une photographie de Doisneau’, ongeveer 1973. Collectie: ‘Musée Carnavalet, Histoire de Paris’.

Wat zegt het dat een beschrijving in de Fotocollectie Nationaal Archief een foute datum voor een rede van Hitler geeft?

Het is maar een kleinigheid, maar het staat voor iets groters. De beschrijving van deze foto in de digitale Fotocollectie van het Nationaal Archief luidt: ‘Adolf Hitler spreekt de Rijksdag toe, na de campagne tegen Polen 10 juni 1939. Foto: Alle aanwezigen brengen de Hitler-groet.’ De datum in deze beschrijving is fout en moet 6 oktober 1939 zijn. Het roept de volgende vragen op:

  • Is door degene die de beschrijving heeft gemaakt de klassieke fout gemaakt dat niet begrepen is dat in het Amerikaanse Engels de maand voor de dag wordt genoemd? Zodat ’10-06-1939’ of ’10/06/1939’ niet 10 juni 1939 is, maar 6 oktober 1939? Als dit automatisch wordt gegenereerd, hoe kan het dat de software deze datumfout niet ondervangt?
  • Hoe kan iemand met ook maar geringe historische kennis niet weten dat de Tweede Wereldoorlog niet voor 1 september 1939 begon met de Duitse inval in Polen?
  • Hoe kan het dat iemand met beperkte historische kennis de verantwoordelijkheid krijgt om beschrijvingen te maken van of de supervisie te hebben over historische onderwerpen?
  • Heeft degene die de beschrijving heeft gemaakt of er de supervisie over had wel begrepen wat er met ‘de campagne tegen Polen’ wordt bedoeld? De hier bedoelde betekenis van campagne kan niet anders dan ‘veldtocht’ of ‘oorlog’ zijn.
  • Heeft het Nationaal Archief gekwalificeerd personeel voor het maken van beschrijvingen bij foto’s en vindt er een controle achteraf plaats of die beschrijving correct is?

Waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt. Dat is niet erg als ze hersteld worden. Een wonder trouwens dat de fout nog niet is hersteld. Toch is dit een zaak met grote gevolgen. De fout geeft aan dat digitalisering gevaren in zich draagt. Dit is een fout die zo grotesk is dat het velen op zal vallen. Dat is niet altijd het geval als het een onderwerp betreft waar weinigen van afweten. Dan neemt men de beschrijving voor zoete koek aan en gaat de fout een eigen leven leiden in de virtuele wereld. De alternatieve feiten worden zo gelegitimeerd. De historische waarheid raakt uit het zicht en verbleekt.

Tegelijk heeft het aansnijden van deze fout iets schoolmeesterachtig en is het een ondankbare taak. Maar het moet maar even. Het historisch geheugen kent al zoveel mist, misleiding en misverstand. Nederland heeft behoefte aan een Nationaal Archief dat in de voorlichting aan het brede publiek professioneel, zorgvuldig en onberispelijk opereert.

Historische kennis lekt weg naarmate een periode waarin de gebeurtenissen zich hebben afgespeeld verder terug in de tijd komt te liggen. Als werknemers bij het Nationaal Archief al niet goed meer voor ogen staat hoe de chronologie van de Tweede Wereldoorlog in elkaar steekt, hoe moet men dan de historische kennis van het brede publiek inschatten? Want nog steeds is er in de media veel aandacht voor de Tweede Wereldoorlog, bijvoorbeeld bij jaarlijkse of 5-jaarlijkse herdenkingen van grote gebeurtenissen uit die oorlog. Zoals D-Day, de eindoverwinning in mei 1945, de bevrijding van Nederland of van de concentratiekampen. Maar hoe landt deze informatie waar het brede publiek jaarlijks mee in aanraking wordt gebracht als de basale kennis over zo’n tijdperk ontbreekt?

Foto 1: ‘Adolf Hitler spreekt de Rijksdag toe, na de campagne tegen Polen 10 juni 1939. Foto: Alle aanwezigen brengen de Hitler-groet.’ Collectie: Fotocollectie Nationaal Archief.

Foto 2: Schermafbeelding van de beschrijving van bovenstaande foto.

Foto 3: ‘Berlin, Reichstagssitzung, Rede Adolf Hitler. Die große Rede des Führers in der Reichstagssitzung vom 6. Oktober 1939. Auf der Ministerbank von rechts nach links: Die Reichsminister Rudolf Heß und von Ribbentrop, Großadmiral Raeder, die Reichsminister Dr. Frick und Dr. Goebbels, Reichsprotektor Frhr. von Neurath. In der 2. Reihe: die Reichsminister Graf Schwerin-Krosigk, Funk, Dr. Gürtner, Darré, Rust, Kerrl, Seldte, Dr. Frank. In der 3. Reihe: Die Reichsminister Dr. Ohnesorge, Dr. Seyss-Inquart, Generaloberst von Brauchitsch, Generaloberst Keitel, die Staatsminister Dr. Meissner und Prof. Popitz. 6.10.39.

Gedachte bij foto [Peasants being photographed for identity cards, headdress removed], 1934-1939

Een fotograaf die een andere fotograaf fotografeert is een subgenre. Je zou het in dramaturgische termen episch en Brechtiaans kunnen noemen. Ofwel, het bewust scheppen van afstand om het publiek inzicht te geven. Het tot stand komen van de foto wordt niet weggemoffeld en zelfs deel van het onderwerp.

Doorgaans wordt in de verhalende traditie van de 19de eeuwse roman en de filmindustrie van Hollywood de montage uitgevlakt. De schijn wordt gewekt dat het verhaal zich als het ware zelf vertelt. Onzin uiteraard. Is deze traditie de reden dat er zo betrekkelijk weinig registraties zijn van beeldende kunstenaars in hun creatieve proces?

Dit is een beeld uit Palestina in de jaren 1930. Boeren worden gefotografeerd voor hun identiteitsbewijs. De hoofdbedekking wordt verwijderd. Het gaat over identiteit en het vastleggen ervan. En het vastleggen van het vastleggen. Nou, dat ligt behoorlijk vast. Tot welk leed dat kan leiden weten we uit de geschiedenis. Dat is weer een ander onderwerp. Terwijl van dit onderwerp nog niet eens duidelijk is waar het over gaat: fotografie, identiteit of de politiek van het Midden-Oosten? Of alles tegelijk en door elkaar?

Foto: [Peasants being photographed for identity cards, headdress removed], 1934-1939. Collectie: Library of Congress.

COVID-19 houdt ons een spiegel voor: ‘De rek is eruit’ of ‘Onze veerkracht is groter dan ons verteld wordt’?

Je hoort het de laatste weken steeds meer ‘de rek is eruit’. Een petitie vraagt om ‘een open en vrije samenleving, waarin iedere burger vrij is om te gaan en te staan waar hij wil.’ Dat is marketing van de politieke partij Vereniging Vrij en Sociaal Nederland. Burger is mannelijk.

De medische oorzaak die kan leiden tot overbezette ziekenhuizen en IC’s, en uitgestelde zorg voor andere ziektes wordt weggemoffeld. Vrijheid is de leus. Ieder voor zich. De banvloek van 2021 is de excommunicatie van de werkelijkheid. Daar gaan velen lichtzinnig in mee.

Wie de media volgt komt al snel tot het vermoeden dat er een complot is om burgers als zielig, afhankelijk en op de rand van een zenuwcrisis of depressie af te beelden. Media doen niet alleen verslag, maar zetten zelf de toon van het opzwepen en het wijzen op de miskenning.

Hulp zou nodig zijn voor jongeren, ouderen en iedereen in psychische nood. Burgers kunnen het blijkbaar niet meer alleen klaren. Ze zijn te beklagen en hebben hulp van de staat nodig.

Nederland heeft zich onder het regime van COVID-19 verklaard tot een land van watjes. Terwijl de zorgsector onder enorme druk staat schiet Nederland in de verpleegstand. Als in een eierdoosje van zes met schattige veertjes liggen ze zacht met elkaar afgesloten van de harde wereld verbolgen te wachten op wat komen gaat. Of zo lijkt het in de media.

Vermoedelijk zijn Nederlanders veerkrachtiger en souvereiner dan nu alom wordt gesuggereerd. Dat geluid dringt slecht door omdat het niet in het denken past. Maar de befaamde Nederlandse trits van individualisme, nuchterheid en medemenselijkheid is niet weggesmolten als het laatste restje sneeuw voor de zon. Het is een beeld dat wordt vervormd.

Gaat het zo slecht met de Nederlanders dat ze reden tot klagen hebben? Er zijn beperkingen waarvan iedereen baalt. Maar het raderwerk van de samenleving loopt toch gewoon door? Iedereen kan de straat op en genieten van de zon. Iedereen kan een vriend of vriendin ontvangen of spreken. Onze veerkracht is groter dan ons verteld wordt. Weten we het niet? Daar op wijzen is het beste medicijn.

Foto: Aleksandr Mikhailovich Bermant, Yuzhno-Kurilsk. 2000. In de serie: ‘The Russian Far East in Modern Photography’. Collectie: Library of Congress.

Sneeuw valt en mensen vallen voor de sneeuw. Gedachte bij een sneeuwploeg in Morez (1904)

Een sneeuwploeg (chasse-neige) wordt door 11 paarden door de Hoofdstraat van het Franse dorp Morez in de Jura getrokken. Het is een beeld uit 1904, nog zonder auto’s. De gang van de sneeuwploeg is een belevenis. Of dat lijkt het in elk geval voor de kinderen én volwassenen die erachter lopen. En voor de uitgever die er een ansichtkaart van maakt. Maar ook voor andere uitgevers die deze foto gebruiken voor hun ansichtkaart (met spelfout: chase-neige) of hun ansichtkaart.

Aardig aan dit soort oude foto’s is dat er wel altijd enkele toeschouwers naar de fotograaf kijken. Hier zijn dat er best veel, toeschouwers op de stoep van de kledingwinkel van Ostas Chevassu en kinderen in de optocht. Want wees nou eerlijk was zo’n fotograaf in 1904 niet een even grote belevenis dan de magnifieke sneeuwploeg met 11 paarden?

Wat is ervoor nodig om kinderen en volwassenen tot verrukking te brengen over sneeuw en wat daar mee samenhangt? Dat is de mate van geestvervoering die het normale te buiten gaat en de sleur doorbreekt. Mits men het zichzelf toestaat om de dagelijkse beslommeringen die zo zwaar kunnen drukken even aan de kant te zetten. Hoewel in regio’s waar doorgaans weinig sneeuw valt de exaltatie groter en de beslommeringen geringer zullen zijn dan in regio’s waar veel sneeuw valt.

Sneeuw is als een circus, een kermis, een jaarmarkt of de visite van een koning of president aan dorp of stad. Het eenmalige bezoek geeft een feestelijke sfeer die gewillig wordt omarmd. De sneeuwploeg is de voorstelling van een schaar die zowel de sneeuw als de inwoners trimt, omwoelt en loswerkt. Meer hebben mensen niet nodig om uit de cirkelgang van het dagelijkse leven te ontsnappen. Ze zijn erop getraind en maken er daarom een treffen van. Voor het ogenblik.

Foto: ‘CPA 39 Jura Morez Le Chasse-Neige dans la Grande Rue animé’ (‘Jura Morez De sneeuwploeg in de levendige Hoofdstraat), 1904.