George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Fotografie

Gedachten bij de foto ‘Petit marché place Saint-Médard, 5ème arrondissement, Paris’ (1898)

leave a comment »

Het tafereel op de bovenste foto is overduidelijk Frans en niet het Amsterdam van George Breitner. Fotograaf Eugène Atget geeft een indruk van het Parijse stadsleven op het eind van de 19de eeuw. Het is 1898. Op de kleine marktplaats Saint-Médard in het 5de arrondissement, ofwel het Quartier Latin passeert een vrouw als de fotograaf afdrukt. Links loopt de Rue Mouffetard. Atget was op dit moment nog maar enkele jaren bezig om Parijs documentaire-achtig op foto vast te leggen. Hij zou er beroemd door worden. De marktplaats is vol. Met mensen, met muurreclame, met indrukken. In 1907 ondernam Breitner een reis naar België. In Brussel drukte hij af in de buurt van de Magdalenasteenweg. In de beschrijving wordt de muurreclame ‘reclameposter’ genoemd. Op beide foto’s kijken vrouwelijke passanten in de camera. Nieuwsgierig. Hun beloning is dat ze vereeuwigd worden, maar niet scherp in beeld komen. Wie te dicht bij de fotograaf komt heeft het nakijken.

Foto 1: Eugène Atget, ‘Petit marché place Saint-Médard, 5ème arrondissement, Paris’, 1898. Collectie Musée Carnavalet, Histoire de Paris.

Foto 2: George Breitner, ‘Gezicht op een straat in Brussel, België’, 1907. Collectie RKD.

Written by George Knight

18 januari 2020 at 12:57

Gedachten bij de foto ‘Portret van Betsy van Vloten (vrouw van schilder en fotograaf Willem Witsen) en hun zoon Erik, circa 1900’

leave a comment »

Op de site van enkele Parijse musea (‘Paris Musées’) kan men sinds kort digitaal bladeren in de collecties. Het gaat om het Musée d’Art Moderne en het Musée Carnavalet en Petit Palais. Ik werd hier attent op gemaakt door een bericht op de Belgische erfgoedsite Faro. Sam Dovil van het kennis- en expertisecentrum Packed/ Vlaams Instituut voor Archivering geeft de afweging weer voor musea om hun collectie te digitaliseren: ‘Musea wilden de kosten van de digitalisering recupereren. Intussen groeit het besef dat zoiets personeel vergt en niet meteen rendabel is. Musea als het Rijks hebben een belangrijke stap gezet. Ze verkopen niet langer hun reproductie, die dan op een Heineken-etiket belandt. Ze bieden hun imago en cultureel kapitaal aan.’ Ofwel, musea voelen de adem van de politiek in hun nek om niet blindelings hun ‘beelden’ te gelde te maken.

Ik zocht op de site van Paris Musées op fotografie. Het is een rijke bron met foto’s van de Commune van 1871, bombardementen met een Zeppelin in de Eerste Wereldoorlog, de bevrijding van Parijs in 1944, ‘vrije’ foto’s van Brassaï uit de na-oorlogse jaren of de stadsbeelden van het 19de eeuwse Parijs met boulevards én armoedige stegen. Komende tijd zal ik er hier enkele voorbeelden van plaatsen die me bijzonder aanspreken.

Om te beginnen een Nederlandse invalshoek in een Parijse collectie. Het is de enige foto van Willem Witsen in de collectie. De titel is: ‘Portrait de Betsy van Vloten (épouse du peintre et photographe Willem Witsen) et de leur fils Eric, vers 1900.’ Dus: ‘Portret van Betsy van Vloten (vrouw van schilder en fotograaf Willem Witsen) en hun zoon Erik, circa 1900.’ Betsy van Vloten was van 1893 tot 1902 getrouwd met Witsen. Hun zoon Erik werd op 10 juli 1896 geboren, aldus de Wikipedia-pagina over haar. Ze is hier eind dertig. Hoe de foto is verworven en in de collectie van het Musée Carnavalet, Histoire de Paris terecht is gekomen is onbekend. Evenmin is de locatie van de foto bekend. Is dit Parijs of Nederland? De scherpe neus van Betsy komt mooi uit in de spiegel.

Uitkomst bieden andere foto’s Op de ene is Betsy in dezelfde kleding en in dezelfde kamer te zien met haar jongste zoon Odo. Die was geboren op 27 juli 1898. De volwassen man links is Betsy’s broer Odo van Vloten. Datering is 1900-1901. Dan is Odo Witsen tussen de 1,5 en 2,5 jaar. Op een andere foto in dezelfde setting zijn Odo van Vloten en Odo Witsen te zien. Op weer een andere foto in opnieuw dezelfde setting is een andere broer van Betsy, te weten Gerlof van Vloten samen te zien met Erik Witsen (zonder pet). Het is waarschijnlijk dat Witsen rond 1900 een familiebijeenkomst heeft gefotografeerd waar twee broers van Betsy aanwezig waren: Odo en Gerlof. Het is logisch om te veronderstellen dat de locatie het adres is waar Betsy en Willem tot hun scheiding in 1902 gevestigd waren. Namelijk Villa Zonneberg (ook: De Zonneberg) in Ede. Het is gissen of de broers Van Vloten nog een missie hadden bij hun bezoek. Zoals het bemiddelen bij of het redden van het huwelijk van zus Betsy. Maar dat is pure speculatie die niet past in een feitenrelaas aan de hand van foto’s.

Foto 1: Willem Witsen, ‘Portrait de Betsy van Vloten (épouse du peintre et photographe Willem Witsen) et de leur fils Eric, vers 1900’. Collectie Musée Carnavalet, Histoire de Paris.

Foto 2: Willem Witsen, ‘Odo van Vloten = broer Betsy + Betsy en Odo Witsen’, 1900-1901. Collectie ‘Willem Witsen: Tachtiger in brief en beeld’. Copyright: Prentenkabinet (UB Leiden).

Hoe onbekend is de Utrechtse burgemeester op het ‘Portret van een onbekende man achter een bureau’ (1934-1939)?

leave a comment »

Het verschil tussen beide foto’s is miniem. Op de eerste foto leunt de man naar achteren, op de tweede foto naar voren. Het zijn foto’s van de Utrechtse fotograaf F.F. van der Werf die zich bevinden in de collectie van Het Utrechts Archief. De beschrijving zegt: ‘Portret van een onbekende man achter een bureau’ en de datering geeft 1935-1960. De foto geeft aan wie geportretteerd wordt. Op de onderste foto is bovenaan de rugleuning van de stoel het Wapen van Utrecht (stad)te zien. Leunt daarom de man naar voren? Men mag aannemen dat dit een burgemeester is. Dat klopt, het is Gerhard Abraham Willem ter Pelkwijk (1882-1964). Hij was van 1934 tot 1942 en van 1945 tot 1948 burgemeester van Utrecht. In 1942 werd hij afgezet en vervangen door NSB’er Cornelis van Ravenswaay. Die zowel als voorganger en opvolger Ter Pelkwijk had. Waarom de foto niet kan dateren van voor 1935 is onduidelijk. Ter Pelkwijk trad op 15 januari 1934 in functie. Hij was toen 51 jaar oud. Op een portret dat gedateerd is 1939 -1941 en ook is gemaakt door Van der Werf ziet hij er ouder en grijzer uit dan op deze foto’s. Men mag dus aannemen dat deze foto’s zijn gemaakt tussen 1934 en 1939.

Een portret van een onbekende man achter een bureau wordt uiteindelijk een portret van de maker. Ook de ‘goede’ burgemeester wordt zo een onbekende man die fungeert als beeldmateriaal in de collectie van een stadsfotograaf die herontdekt wordt en hernieuwde aandacht krijgt. Het verleden wordt afgestoft en dichtbij gehaald via de fotograaf. Die postuum wordt opgewaardeerd tot ‘fotojournalist’ van wie gezegd wordt dat ze hun tijd weergaloos vastlegden. In Amsterdam was dat Ben van Meerendonk, in Utrecht F.F. van de Werf. Het geeft ook de stadsarchieven een focus en marketinginstrument via de op het schild gehesen fotograaf.

De aanleiding voor de selectie van deze beide foto’s was de vraag hoe het gezag afgebeeld wordt. In onze tijd laat de burger zich weinig meer gezeggen door autoriteiten en is zo’n foto van een burgemeester achter een bureau al gedateerd voordat de foto correct gedateerd kan worden. Dit voelt nu potsierlijk, maar we beseffen dat deze foto’s in de eigen tijd beter gewaardeerd en begrepen werden. Op onderstaande foto toont op 7 mei 1945 de opnieuw geïnstalleerde burgemeester Ter Pelkwijk emotie als hij op het bordes van het stadhuis de geallieerde troepen opwacht die Utrecht hebben bevrijd. Leden van de Binnenlandse Strijdkrachten begeleiden hem. Rechts is een Britse sten gun zichtbaar. Zijn beschermende overschoenen of galoches worden zichtbaar doordat vanwege de in de lucht gestoken handen zijn schoenen zichtbaar worden onder zijn broek. Dit detail verraadt het vuil van de stad dat de burgemeester in mei 1945 verwacht. Hij had zich erop voorbereid. Lopend door de stad in triomf tussen de Utrechtse bevolking. Een rol die de dan 63-jarige Ter Pelkwijk verbeeld(t).

Foto 1: F.F. van der Werf, ‘Portret van een onbekende man achter een bureau.’. Datering 1935-1960. Collectie: Het Utrechts Archief.

Foto 2: F.F. van der Werf, ‘Portret van een onbekende man achter een bureau.’. Datering 1935-1960. Collectie: Het Utrechts Archief.

Foto 3: Schipper, ‘Afbeelding van de bevrijding van Utrecht. Burgemeester mr.dr. G.A.W. ter Pelkwijk en zijn vrouw keren, begeleid door leden van Binnenlandse Strijdkrachten, terug op het Stadhuis en juichen op het bordes de menigte toe.’ 7 mei 1945. Collectie: Het Utrechts Archief.

Gedachten bij de foto ‘Obstination’ met een koppige ezel (1896)

leave a comment »

Deze foto zou wel eens het idee van velen over onze eigen, verwarde tijd kunnen verbeelden. Het is een photogravure/heliogravure uit 1896 van de Franse fotograaf J. Mantélier, getiteld ‘Obstination’ ofwel koppigheid. Maar het kan ook vertaald worden als vasthoudendheid of volharding, en dan krijgt het gelijk een ander perspectief. De ezel is niet halsstarrig, maar eerder hardnekkig en standvastig. De ezel laat zich niet van de wijs brengen door wat mensen willen. Zo te zien een moeder en haar twee kinderen. En laten we nou realistisch zijn, de ezel zou wel gek zijn om zich in de richting van het water te laten trekken. Om wat te doen? Badderen, drinken of verdrinken? Het is trouwens heel wat dat er geen stokslagen aan te pas komen.

Het gezegde luidt ‘Zo koppig als een ezel’. De ezel uit 1896 moest eraan geloven om dat te verbeelden. Een ezel wordt als dom voorgesteld. Maar zijn de vrouw en de twee kinderen niet nog dommer door zich voor de uitbeelding te lenen? Ten koste van de ezel die toch dom is en daarom niet beter kan weten. In onze eigen tijd symboliseert de ezel de voortgaande lijn van een ontwikkeling door de tijd heen. De ezel van 1896 is dezelfde ezel van 2019 of 1777. Als er in onze tijd trouwens nog ezels te vinden zijn in onze leefomgeving. De mensen en de omgeving verschillen. Zij maken het verschil. De ezel is de toetssteen van menselijk gedrag. Laten we de ezel eerbiedig in zijn waarde of niet? Waardigheid die we de ezel gunnen bepaalt onze eigen waardigheid.

Wederkerigheid is de les. Mensen, dieren en natuur zijn onderling verbonden. Om die relaties te omschrijven zijn grote woorden nodig. Het kan niet anders. We geven iets en we krijgen iets. Mensen trekken koppig de ezel door de tijd. Vraag is of de koppigheid van de ezel de reactie was op dat menselijk gedrag of er vooraf aan ging. In het eerste geval is de mens koppig en in het laatste geval de ezel. Onze tijd kent ontelbare ezels die uit het verleden overgeleverd zijn en waarvan onduidelijk is of ze oorzaak of gevolg van menselijk gedrag zijn. Ieder zal een favoriete ezel hebben. Natuur, saamhorigheid, democratie, bezinning, waarheid. Zijn wij koppig als we de ander koppig noemen? Het vergezicht van een 19de eeuwse foto die terloops een gezegde uitdrukt is de zienswijze van een standpunt dat vastgeroest lijkt maar bij nader inzien wankel is. Dat zijn wij. 

Foto: J. Mantélier, ‘Obstination’, photogravure/heliogravure uit 1896.

Written by George Knight

8 december 2019 at 16:22

Blikken op foto ‘Portrait of June Christy, 1947 or 1948’

leave a comment »

Het is kostelijk zoals het meisje op de voorste rij in het publiek naar haar klaarblijkelijke vriendje opkijkt die op zijn beurt naar de vrouw met de witte blouse op de stoel kijkt. Het vriendje staart en kan niet verbergen dat hij overdonderd is door de aanwezigheid van de vrouw. Blikken schieten heen en weer. Het meisje rechts kijkt met een observerende blik die verwondering en bewondering combineert. De op het podium gezeten vrouw is zangeres June Christy. Zij kijkt de zaal in. Blijkbaar gewend aan de blik van het publiek. Sommigen in dat publiek kijken weer naar de fotograaf. Deze foto van jazzfotograaf William Gottlieb wordt gedateerd op 1947 of 1948. Toen zong Christy bij het orkest van Stan Kenton. Zie hier op George Knight Kort hoe Christy in 1959 haar signature tune Something Cool zingt. Maar het gaat niet om muziek, maar om beeld. De titel is ‘Portrait of June Christy’, maar is het niet ook een portret van het publiek? Dat zo’n 70 jaar geleden een paar dollar neertelde voor een concert en ingeblikt wordt op een foto vis à vis een idool dat voor het aanraken is.

Foto: William Gottlieb, ‘Portrait of June Christy, 1947 or 1948‘. Collectie: Library of Congress. Vermoedelijke datering 1947. 

Written by George Knight

29 november 2019 at 16:36

Uitweidende gedachten als rode draad bij de foto ‘Armour and Weapons of Ancient Warriors’ (1910)

leave a comment »

Deze foto van de Japanse fotograaf Ogawa Kazumasa uit 1910 krijgt op photogravure.com de titel ‘Amour and Weapons of Ancient Warriors’. Vertaald uit het Frans en Engels is dat: ‘Liefde en wapens van oude krijgers’. De titel zal wel ‘Armour’ bedoelen dat zoiets als harnas betekent. Want hoeveel liefde óf dood kennen de wapens van oude krijgers? Het gaat om een collotype, een drukproces dat in 1856 door Alphonse Louis Poitevin in Frankrijk werd uitgevonden, en daarna via onder meer Duitsland en Japan over de wereld verspreid raakte.

Volgens petapixel uit 2015 is dit proces sinds 1970 zo goed als verdwenen en zijn er in Kyoto, Japan nog twee bedrijven die ermee werken. Benrido is de grootste. In een video op YouTube wordt het proces van Benrido stap voor stap gevolgd. Daar zijn ook workshops over het drukproces te vinden van artisanale kunstenaars.

Waarom de keuze voor deze foto met zo’n lange uitleg met mits en maren? Ik moest door de rode accenten op de foto denken aan kunst van hedendaagse (textiel)kunstenaars als Hinke Schreuders, Choi Wong, Maurizio Anzeri of Lynn Skordal. Ze borduren op oude ansichtkaarten, foto’s uit tijdschriften of boekpagina’s en geven er met hun ingreep nieuwe betekenis aan waarbij het materiaal van beelddrager en textiel benadrukt wordt. Zie hier voor een artikel over die ‘nieuwe kunst van het borduren’. Onderhand zijn we aan hun interventie door conditionering zo gewend geraakt dat we op oude foto’s borduurwerk herkennen dat er helemaal niet is.

Foto: Lynn Skordal, Red Rivers (mixed media, geborduurde boekpagina), 2011 (de rode draden lopen door tot onder de pagina).

Bij de foto ‘Matinée d’automne (Gd-Duché de Bade)’ van Paul Naudot (1896)

leave a comment »

Een herfstochtend in 1896 in het Groothertogdom Baden. Dat nog tot 1918 zou bestaan. Het was een van de meest democratische staten binnen het Duitse Keizerrijk, zo zegt Wikipedia. Want ‘het algemene, gelijke en directe kiesrecht voor mannen’ werd in 1904 ingevoerd. Dat is mooi meegenomen voor de man die zo te zien met runderen en zijn dochtertje op stap is. Richting stemrecht. Waar hij heengaat is niet uit deze foto af te leiden. De nevel stijgt op van het land. Op de afbeelding is een jachtpartij te zien. Een dood moment in de actie. Jagers zijn op weg. Dat geeft de Franse fotograaf Paul Naudot de gelegenheid om af te drukken. In het midden van de visuele sandwich loopt een groep jagers. Weg van ons. Een jager kijkt achterom. Hij volgt nog even de opstelling waar hij net langsgelopen is. Zo’n terugblik van jager of fotograaf zegt niet dat ‘het vroeger beter’ was. Het ontkent het evenmin. Het blijft in het midden. Onbestemdheid zet aan tot mijmeren. Het beeld stelt zich niet overduidelijk voor als raadsel, maar roept wel vragen op. Die de beweging in de foto aanzetten.

Foto: Paul Naudot, ‘Matinée d’automne (Gd-Duché de Bade)’, 1896. Photogravure.

Written by George Knight

13 oktober 2019 at 17:23