Ansichtkaart uit de Eerste Wereldoorlog: luizen zoeken

Ansichtkaart uit de Eerste Wereldoorlog. Met het handgeschreven opschrift “luizen zoeken” op de achterkant.‘ Collectie: Gróf Esterházy Károly Múzeum, Pápa.

Dit is een foto uit de Eerste Wereldoorlog. Opvallend is dat de foto het tot ansichtkaart heeft gebracht.

Zoals bekend verloor de toenmalige Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie aan de kant van het Duitse keizerrijk de oorlog en na 1919 grote delen van het grondgebied. Door politieke onenigheid in Boedapest was na de Ausgleich van 1867 het Hongaarse leger verwaarloosd.

Militairen ontluizen hun kleren. Of ze vangen ratten in de loopgraven. Of welk ongedierte dan ook. Oorlog is ongedierte.

Wat wil de ansichtkaart zeggen? Dat het thuisfront zich geen zorgen hoeft te maken over de hygiëne in de Hongaarse regimenten? Dat weten we niet. Hoe dan ook toont de ansichtkaart niet martiaal of nationalistisch, maar eerder het omgekeerde daarvan.

Advertentie

Gedachten bij de foto ‘Observatoire de Paris-Meudon – Intérieur de la Grande Coupole, travaux’ (1960)

Observatoire de Paris-Meudon – Intérieur de la Grande Coupole, travaux. (titre forgé); Face Ouest et chantier côté terrasse, pris du niveau 5,70. (titre original), 14 oktober 1960. Collectie: Bibliothèque de l’Observatoire de Paris.

Hier wordt verbouwd. Werken. Een ladder staat tegen een muur. Wanden zijn gestript. Gruis ligt op de vloer. Planken en bouwmateriaal liggen kriskras door de ruimte.

Enkele zonnestralen vallen binnen. Vele tinten wit, grijs en zwart. Een man kijkt omhoog, naar de fotograaf die volgens de originele titel op niveau 5,70 meter staat.

We bevinden ons in 1960 in de grote koepel van een Parijs’ observatorium in Meudon. Richting West aan de terraskant, zegt de documentatie.

Waarom fascineert deze foto me? Komt het door de vele grijstinten, de desolaat gestripte ruimte of de man die vanuit de marge van de foto omhoog kijkt en van wie we niet weten of het toeval is dat hij in beeld komt? De lege ruimte is verre van leeg.

De foto registreert het werkproces van de verbouwing. De foto is dienstbaar. Sec. Pretentieloosheid is charme. De foto is niet zozeer behaaglijk of bekoorlijk, maar attent en inschikkelijk. En daarbij verwonderlijk. Als men dat van een foto kan zeggen zonder bemoeienis van een beschouwer.

Elke uitweiding erover komt in strijd met de foto die voor zichzelf pleit.

De hoedjes van de kinderen hangen aan het lattenwerk. Foto van een schoolreisje in Atjeh (1913)

Schoolreisje te Banda Aceh (Kutaraja), 1913. Glasnegatief. Collectie: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. In bruikleen Museon.

Wat voor schoolreisje kan dat zijn geweest in Atjeh in 1913? In dat jaar woedde de Atjeh-oorlog nog. Wikipedia noemt het een koloniale oorlog. Zo vreedzaam was het niet in hoofdstad Kota Radja (nu: Banda Aceh).

Fascinerend is de toelichting bij de foto: ‘Een zwart-wit glasnegatief van een rij kinderen dat een houten gebouw verlaat. Links aan het lattenwerk hangen de hoedjes van de kinderen.

Wat is dat met de hoedjes? Zijn ze om te beschermen tegen de zon? Waarom hebben de kinderen die het houten gebouw verlaten en hun weg vervolgen hun hoedjes nog niet op?

Wanneer mogen ze hun hoedjes opzetten? Als de fotograaf of de begeleider dat zegt? Maar die zijn niet in beeld. Zoals op deze foto veel buiten beeld blijft.

André Salles fotografeert koloniale verhoudingen (1895-1899)

André Salles, Indochine. A bord du paquebot d’Extrême-Orient. Henri et Toutou Sweert de Landas Wijborgh, et leur babou javanaise, à bord de l’Oxus allant à Batavia, 1895. Bron: Bibliothèque nationale de France.

De foto’s van de Franse ontdekkingsreiziger en fotograaf André Salles (1860-1929) in de collectie van de Bibliothèque nationale de France zijn prachtig. Ze geven een beeld van de laat 19de en vroeg 20ste eeuwse samenleving. Inclusief koloniale verhoudingen.

Op de bovenste foto zien we twee witte kinderen uit het oude adelijke Nederlandse geslacht Weerts de Landas Wyborgh met hun Javaanse baboe op de Franse pakketboot Oxus die een lijndienst onderhoudt vanaf Marseille naar het Verre Oosten op weg naar Batavia. Waarschijnlijk is vice-admiraal Jacques Henri Leonard Jean Sweerts de Landas Wyborgh de vader van de kinderen. Tot maart 1895 was hij adjudant van de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië

Beelden vertellen meer dan 1000 woorden: de zelfverzekerde kinderen en de gedienstige baboe.

Salles heeft veel foto’s gemaakt van het Franse indochina en de Antillen. Op de onderste foto wandelen op Martinique witte dames in het zwart en zwarte dames in het wit. Culturele toe-eigening kent geen grenzen.

André Salles, Fort-de-France (1899).  Bron: Bibliothèque nationale de France.

R van Robot

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 19 maart 2013.

Huilend jongetje in kinderwagen met blikken man.

De R is de 18de letter. Koning, snelheid, regeneratie en aanvraag tegelijk. Met b drukt het kou uit: ‘brrrr’. En met g laat een hond afwijzing blijken: ‘grrrr’. Ronkend, redderend en uiteindelijk reutelend. Zoals elk wezen. Rechtschapen biedt de letter ruggesteun. Het weet wat resignatie is. Pas door de sterfelijkheid dol te draaien overstijgt het het raadsel.

De robot combineert een doorbloede ribbenkast met een raamwerk van draden. Zo’n Golem loopt van de Middeleeuwen naar de toekomst. Ter ziele raadt het zich een ziel. Bij ons is de blikken man verkleed voor het feest van herkenning. Om niet herkend te worden. Ons evenbeeld in de kinderwagen weet niet wat het ziet en huilt. De regelmaat wijkt eerst.

Karel Capek, Rur [toneelstuk], Robot, 1920. Zie ook: ‘Mezhrabpom: Loss of Sensation (1935)‘..

Vragen over Stille Pracht en Stille Kracht

Fotopersbureau Het Zuiden, Rust en schoonheid rond het kasteel Henkenshage: de bomen staan er in stille pracht. Sint-Oedenrode, 1934. Credits: Brabants Historisch Informatie Centrum.

Met de selectie van afbeeldingen kun je twee kanten op. Of ze gaan voor tijdloosheid of spijkeren de tijd vast. Deze foto uit 1934 is een voorbeeld van de eerste categorie en had ook nu genomen kunnen worden.

Kan een foto niet verouderen en de tand des tijds doorstaan? De titel verraadt plaats en tijd: ‘Rust en schoonheid rond het kasteel Henkenshage: de bomen staan er in stille pracht.’ Dat is nogal wat: rust, schoonheid en stille pracht.

Bij de toelichting bij de nu te bezoeken tentoonstelling ‘Stille Pracht‘ met werk van Paul Arntzenius en werk uit zijn in 1963 aan Museum Gouda geschonken kunstverzameling van 19de – en vroeg 20ste eeuwse kunst staat: ‘Het zijn de harmonieuze landschappen, verstilde figuren en eenvoudige stillevens waar hij zich tot aangetrokken voelt. Voor hem is deze stille pracht wat kunst moet zijn.

Odilon Redon, La route à Bièvres, circa 1890. Uit de collectie Arntzenius van Museum Gouda.

Wat is Stille Pracht in de kunst? Het verschilt maar één letter met de roman (1900) en het begrip (De) Stille Kracht van Louis Couperus. Over mysterie en magie die niet te vangen zijn. Als Stille Pracht harmonie, verstilling en eenvoud in de kunst van rond 1900 is, is dan Stille Kracht dat wat verborgen en mysterieus aanwezig is onder de oppervlakte? Wordt Stille Pracht als afbeelding er meer op als het samengaat met (de suggestie van) Stille Kracht? Als de 90% van de ijsberg onder water

Zijn rust en schoonheid in afbeeldingen afstompend, minder spannend en diep als de belofte van beweging ontbreekt en niet wordt benadrukt? Vragen van een overpeinzing.

A Tale of Two Cities: Pompeï en Amersfoort. Twijfels bij een foto uit 1933

Paul Schulz, Neu-Pompeji, 1933. Collectie: Deutsche Fotothek.

Hoe kan het dat in een Duitse fotocollectie een foto van Pompeï (Duits: Pompeji) wordt gelokaliseerd in Amersfoort? In de toelichting bij deze foto staat over de locatie: ‘Pompeji; Google-Maps-Lokalisierung: Stadt: Amersfoort, Stadtteil: Kattenbroek, Provinz: Utrecht, Land: Niederlande‘.

De verklaring is simpel. In de wijk Kattenbroek in Amersfoort bestaat een straat die Pompeji heet. Gelegen tussen Palmyra en Troje. In de naamgeving heeft Amersfoort niet de meest gangbare Nederlandse schrijfwijze Pompeï gevolgd. Pompeji en Pompeii zijn echter ook toegestane Nederlandse transcripties.

Schermafbeelding van ‘Postcode Pompeji 1 t/m 17 in Amersfoort is 3823 KC

De automatische digitalisering van de Duitse fotocollectie zoekt op naam en komt blijkbaar uit in Amersfoort.

Het is overigens opvallend dat het Archief Eemland het in vier items niet heeft over de officiële straatnaam Pompeji, maar in drie items over Pompeï en in een item over Pompei spreekt. Dat is onzorgvuldig en zorgt voor onnodige verwarring.

Het effect is dat in een fotocollectie het zuidelijke Pompeï en het noordelijke Amersfoort versmelten. De koetsjes staan te wachten om vanuit Amersfoort de rit naar de opgravingen te maken. Via een zwart gat in de digitale ruimte.

De toeschrijving leert ons dat we kritisch moeten zijn op bijschriften van digitale collecties. Daar kunnen fouten of onvolkomenheden in zitten. Uiteraard is dat niks nieuws. Ontsluiting van collecties voor een breed publiek is prima, maar moet ons niet opschepen met foute informatie.

In dit voorbeeld is het duidelijk dat er iets is fout gegaan omdat we van een kilometer afstand herkennen dat dit geen beeld van Amersfoort is. Maar wanneer het minder duidelijk is, wat dan?

Nieuwjaarswens 2023

A New Year’s greeting, Yokohama, Japan, 1905. Collectie: Library of Congress.

Wensen voor het nieuwe jaar gaat met buigen gepaard. In Japan 1905. Dat gaat over verwachten, verlangen en toewensen. Het komt neer op de leefregel ‘Wat gij wilt dat u geschiedt, doet dat ook de ander‘.

Een wens aan de ander valt op te vatten als een wens aan jezelf. Dat is wederkerig. Dubbel. Zo wordt het weefsel van wensen verweven: het doen en ontvangen ervan gaan hand in hand samen. De schering en inslag van wellevendheid voor de ander én geriefelijkheid voor jezelf.

De jaarwende is geen breuk, maar een voortzetting van wat er is. Een moment van bezinning om stil te staan. Als uitstapje uit het dagelijkse.

Grote en kleine onderwerpen zat om over na te denken: klimaatverandering, oorlog in Oekraïne, populisme en onmacht van de politiek. Of persoonlijke omstandigheden: ziekte, financiële nood, een treurige stemming.

Wat wint of verliest in 2023 aan kracht? We weten het pas bij de volgende terugblik. Of misschien dan ook nog niet en pas jaren later. We zijn te bijziend om te begrijpen hoe onze eigen tijd is. Daarom spreken analyses en commentaren elkaar tegen. Dat noemen we debat, maar is eerder verwarring.

Ik wens u voorspoed in 2023. Een goede gezondheid, gelukkige tijden met familie en vrienden, schoonheid en interessante kunst, en prikkeling van de geest met discussies en reflecties. Met een streven om ambitie te tonen en hoop op beter, kunnen we voor minder niet gaan aan het begin van een nieuw jaar.

Zeer moderne kunst, bestaat dat?

Westerse schilderkunst : Moderne schilderkunst : Het doek “Koffiehuizen” van de schilder Jan Zrzavý (1890-1977) op een tentoonstelling van zeer moderne kunst in Berlijn. Duitsland, 1928. Collectie: Spaarnestad Photo.

In teksten kan het bijwoord ‘zeer’ pijn doen omdat het aantoonbaar overbodig is en lezing in de weg zit. Meestal kan het geschrapt worden zonder dat de betekenis van het gezegde verandert.

Hoe dat zit bij de toelichting van bovenstaande foto is niet duidelijk. Er wordt verwezen naar ‘een tentoonstelling van zeer moderne kunst in Berlijn‘. Wat moeten we in 1928 onder ‘zeer moderne kunst‘ verstaan?

Wat is in 1928 het verschil tussen ‘moderne‘ en ‘zeer moderne‘ kunst? Als de toevoeging ‘zeer’ gangbaar is, dan valt op als het ontbreekt en geeft dat een andere waarde aan moderne kunst die gewoontjes wordt bevonden. Is de toevoeging ‘zeer‘ een hypercorrectie van iemand die niet weet hoe moderne kunst moet worden beschreven?

Intrigerend is het om te spreken van ‘zeer moderne kunst‘. Iemand probeert door het bijwoord ‘zeer’ aan de kunst van de Tsjechische schilder Jan Zrzavý een waarde, een betekenis toe te voegen. Moet dat opgevat worden als experimenteel?

Anders lijkt onderstaande foto uit 1981 van Bohdan Holomíček van Anna Fárová en Dušan Šimánek. Wat is de grens aan de foto? Stelt de fotograaf dat bewust ter discussie? Neemt hij ons nou bij de hand of niet? Hoort de man die de trap afdaalt erbij of niet? Is zijn aanwezigheid toeval of in scène gezet? Daar moet de kijker naar gissen.

Is de overgang en vermenging van echt naar onecht niet eerder het echte ‘zeer‘ in de ‘moderne kunst‘ dan het meest experimentele in de gecanoniseerde kunstgeschiedenis? Waarbij na meer dan 40 jaar een ‘zeer modern‘ tafereel ook door de tijd achterhaald wordt.

De man en de vrouw van je dromen (1947)

Henk Hilterman, ‘Oud en Nieuw; Nieuwjaarsgenre; Zo doe je dat bij de vrouw van je dromen: je koopt haar een bloemetje en een fles champagne, je zorgt voor sneeuw op de grond en op je schouders (watten) en misschien mag je Oudjaar vieren bij haar thuis. 1947‘. Collectie: Spaarnestad Photo.

Standaardfoto’s werden voor tijdschriften en kranten aangeleverd voor bijzondere gebeurtenissen: Pasen, Sinterklaas, Kerstmis, Oud en Nieuw, versieren, huwelijksaanzoek, gezinsuitbreiding, werk, vakantie of wat dan ook.

Hoe doet in 1947 een man het bij de vrouw van zijn dromen? Werkt het met een bloemetje, een fles champagne, sneeuw op de grond en watten op je schouder?

Als ultieme beloning wordt voorgesteld dat de man bij de vrouw thuis Oudjaar mag vieren. Want de vrouw van mans dromen is blijkbaar eenzaam, heeft geen buren, vriendinnen of familie die met haar Oudjaar willen vieren en zit lijdzaam te wachten op de man van haar dromen.

Op deze foto wordt door omkering niet de vrouw, maar de man afgebeeld als iemand om van te dromen. Hij daalt uit nepwolken en nepsneeuw neer als reddende engel om de eenzaamheid van de vrouw te verdrijven. Zogenaamd of niet zogenaamd. Dat blijft in het midden.

De omschrijving bij de foto lijkt niet zeker of dit ook in 1947 nog kan en voegt er als veilige vluchtheuvel ironie aan toe. De twijfel doet de aanspraak van de foto teniet, maar wijst ook vooruit naar verandering in de relatie van man en vrouw. Interessant omdat dit doorgaans 20 jaar later wordt gesitueerd. Op deze foto wordt de verandering behoedzaam voorbereid.