George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Sociale vrede

SGP neemt in verkiezingsprogramma een risico omdat aanpak van de islam op het christendom kan terugslaan

with 2 comments

sgp

De SGP worstelt met de islam. Want geldt daarvoor dezelfde godsdienstvrijheid als voor christenen, of niet? De partij weet niet of het wat het ‘secularisten’ noemt met D66 als afschrikwekkend voorbeeld of de islam als de grootste bedreiging van het eigen gedachtengoed moet zien. In het verkiezingsprogramma gaat bovenstaande passage over de islam. Is wat de SGP er van maakt een zinvolle of wellicht een valse tegenstelling?

De SGP verzwakt in de verkeerde reactie op iets van buiten. Des te vreemder omdat Nederland als het ooit omvangrijkste islamitische land ter wereld een wetenschappelijke traditie heeft in de kennis van de islam. Snouck Hurgronje en daarna. Vraag is waarom de kennis niet benut is. Nog steeds een blinde vlek in onze recente politieke geschiedenis. Vergelijkingen met andere landen in de opvang van moslims pakken niet altijd gunstig uit, maar zijn vaak onrechtvaardig. ‘Moslims’ die naar de VS gingen waren vaak christen en hoogopgeleid. Ze komen uit moslimlanden, maar zijn als bedreigde elite het eerst vertrokken. Naar Nederland zijn plattelanders, laagopgeleiden en cultureel conservatieven gekomen. De stap naar de grote stad van een geïndustrialiseerde samenleving vanuit een plattelandsomgeving was een reuzenstap. De islam wordt door critici een woestijncultuur met wrede aspecten genoemd. Maar Arabische staten kennen al vanaf een pre-islamitisch tijdperk de verfijning van de stad. Door de opkomst van de fundamentalistische islam komt die traditie onder druk te staan. De intellectuele, seculiere Arabische stadselite zal zich onderhand meer thuisvoelen in het Westen dan in de eigen omgeving die in hoog tempo islamiseert. Maar niet bij de theocratische gedachtenwereld van de SGP die de polderversie van die woestijncultuur vertegenwoordigt.

In een reactie zegt fractieleider Kees van der Staaij van de SGP volgens een bericht in De Limburger: ‘In tegenstelling tot het Midden-Oosten kent het Westen geen traditie om geloofsbelijdenissen over straat te strooien. De overheid biedt meer ruimte dan we hier gewoon zijn.’ Wie het gebeier op zondagochtend als een uiting van geloofsbelijdenis ziet zal hier anders over denken. Of de constatering van Van der Staaij een einde rechtvaardigt van de gebedsoproepen die vanuit moskeeën over straat schallen is daarom de vraag.

Het is best om daar een eind aan te maken, maar dan gelijke monniken, gelijke kappen. Dan moeten er ook een einde komen aan het gebeier van kerklokken en andere uitingen van geloofsbelijdenis in de publieke ruimte, zoals processies en andere christelijke manifestaties. De verdediging van de SGP dat kerkklokken bij het Nederlandse cultuurpatroon passen en daarom strikt gezien niet religieus van aard zijn kan eenvoudig weerlegd worden. 1) Islamitische Nederlanders kunnen beweren dat hun oproep vanuit de moskee een culturele uiting is die past bij het nieuwe Nederland. 2) Nederlanders die de seculiere staat voorstaan met pluriformiteit en gelijkheid van godsdienst en levensovertuiging zoals dat gegarandeerd wordt door de overheid vinden in Van der Staaij’s woorden munitie om die gelijkheid op te eisen. De SGP neemt een risico door deze religieuze doos van Pandora te openen. Het kan zich tegen het orthodoxe christendom keren.

Foto: Schermafbeelding van een deel uit het Verkiezingsprogramma van de SGP.

Advertenties

Plasterk pleit voor fatsoensoffensief en betere opvoeding

leave a comment »

what-the-world-needs-is-a-return-to-sweetness-and-decency

Minister Ronald Plasterk (PvdA) roept op tot een fatsoensoffensief. Kinderen moeten beter opgevoed worden. Alle kinderen, want-ie maakt geen onderscheid. Plasterk koppelt dat aan het geweld tegen mensen met een publieke taak, zoals medewerkers op ambulances, bij de politie of in het openbaar vervoer. Ze moeten zich gesteund voelen door politie en justitie, aldus Het Parool. Vandaag verschijnt er een evaluatie over dit onderwerp. Wat opvoeding en doelmatig overheidsoptreden met elkaar te maken hebben valt moeilijk in te zien. PvdA-voorzitter Hans Spekman riep vorige week op tot een beschavingsoffensief op internet.

Wat is dat toch dat gepraat over fatsoen van politici en opinieleiders? Bijna een jaar geleden pleitte publiciste Naema Tahir ervoor om onfatsoenlijke journalisten van het Binnenhof te weren en alleen de beschaafde pers toe te laten. Maar daar begint het probleem, want wie bepaalt wat onfatsoenlijk is? Minister Plasterk trapt niet in de val om anderen uit te sluiten, maar houdt een zo’n algemeen betoog dat het een nietszeggend verhaal wordt. Het maakt geen onderscheid tussen goede en slechte opvoeding. Vrijblijvende profilering over niks.

De oplossing is simpel. Meer investeren in onderwijs, scherpere selectie in de toegang tot Nederland van mensen die veel aandacht vragen, meer toezicht in het openbaar vervoer, meer blauw op straat, meer sociaal-cultureel werk in de wijken, meer investeren in de huursector en een betere voorbeeldfunctie van de politiek. Maar dat kost geld dat de politiek er niet voor over heeft of waarover de politiek niet meer gaat omdat het zichzelf op afstand heeft gezet. En waar beleid niet meer werkt komen PvdA-ers met oproepen tot fatsoen.

De politiek kon beter werken aan het realiseren van een open samenleving door de roep om openheid en machtsdeling gepaster dan nu te beantwoorden. Door er doelgericht aan te werken dat meer burgers kunnen deelnemen aan het inrichten van de samenleving, de vormgeving van het publieke debat en het delen van de macht. Zodat burgers gehoord en gewaardeerd worden en zich minder machteloos voelen. En niet opstandig worden. Da’s een langlopend project. Het begint met het besef om zonder moralisme vrij te denken. Niet aan te komen met grote woorden over fatsoen of beschaving die de onmacht eerder verhullen, dan oplossen.

Foto: Gregory Peck en Audrey Hepburn in Roman Holiday (1953): ‘Wat de wereld nodig heeft is een terugkeer naar liefelijkheid en fatsoen’.

Ombudsman Brenninkmeijer vindt het publieke debat intolerant

with 2 comments

Vanavond spreekt de nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer de 15de Burgemeester Dales lezing uit in Nijmegen. Het onderwerp is de intolerantie in het Nederlandse publieke debat. Volgens Brenninkmeijer kan de politiek meer doen om intolerantie te bestrijden. Met name de toon van het debat kan volgens hem beter.

In een toelichting in Goedemorgen Nederland (31’30”) geeft de nationale ombudsman als voorbeelden de kopvoddentaks, haatpaleizen van Wilders en Nederland teruggeven aan de Nederlanders van Rutte. Dat zet de toon van een debat met een wij en een zij. Brenninkmeijer ziet dat als gevaarlijk ‘omdat mensen gelijkwaardig zijn’. In een onnavolgbare ketenredenering koppelt Brenninkmeijer toon, tolerantie, gelijkwaardigheid, discriminatie, het menselijk brein en politiek aan elkaar. Hij psychologiseert de volksgeest.

Alex Brenninkmeijer maakt zich door het noemen van de voorbeelden kwetsbaar omdat-ie naar Wilders en Rutte verwijst. Dat conflict zegt-ie echter niet aan te gaan omdat-ie alleen wil zeggen dat tolerantie in het politieke debat terug moet keren. Concreet moet de politiek ervoor zorgen dat Nederlanders met elkaar in gesprek gaan. Want Nederlanders vinden het belangrijk hoe ze met elkaar omgaan, aldus de ombudsman.

In de toelichting hamert Brenninkmeijer op de toon van het debat en het fatsoen. Dat zie ik als een zwaktebod omdat het aan de buitenkant blijft. Het oogt ook kleinburgerlijk. Naar mijn idee benadrukt-ie te weinig de spelregels van de politiek en de weerbaarheid van de democratie. Of de frisheid, sprankeling en heerlijke dwarsheid van een mening. Hij laat zich in een oubollige rol duwen. Met een pleidooi voor directe democratie, burgerrechten en openheid was-ie verder gekomen. Nu blijft-ie hangen in een fixatie voor politieke partijen.

Toch is zijn oproep sympathiek en noodzakelijk. Maar hij kiest de verkeerde inzet door te focussen op toon en omgangsvormen. Ik schreef eerder: Het is onze burgerplicht om de roep om openheid te concretiseren. Door meer deelnemers aan de inrichting van de samenleving en meer gebruikers van het vrije woord kan het glazen plafond doorbroken worden. Da’s een langlopend project. Het begint met het besef om zonder moralisme vrij te denken. De valse schijn moet aan diggelen. Hopelijk gooit Brenninkmeijer zijn steen in de juiste richting.

Foto: Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer schudt kamervoorzitter Gerdi Verbeet de hand in de Tweede Kamer, 2011. Credits: ANP

Achter de macht en de kracht van de democratie

with 6 comments

1. Toetreders. Zowel de achterban van PVV als nieuwe Nederlanders zijn ondervertegenwoordigd in het publieke debat. Hun stem klinkt onvoldoende. Toetreders wordt deelname aan het publieke debat bemoeilijkt. Het opmerkelijke is overigens dat deze toetreders eerder tegen elkaar dan tegen de echte macht ageren.

Pas door deze toetreders een stem te geven kunnen we de islam en de anti-islam inpassen. Dit onderscheid tussen oude en nieuwe macht loopt anders dan de aloude tegenstelling links-rechts die doorgaans aangehouden wordt. Da’s deels een schijntegenstelling.

2. Islam. Nederland verzwakt in de verkeerde reactie op iets van buiten. Dat had niet gehoeven. Des te vreemder omdat Nederland als het ooit omvangrijkste islamitische land ter wereld een wetenschappelijke traditie heeft in de kennis van de islam. Snouck Hurgronje en daarna. Vraag is waarom de kennis niet benut is in 1970, 1980, 1990, 2000 of 2010? Nog steeds een blinde vlek in onze recente politieke geschiedenis.

Vergelijkingen met andere landen in de opvang van moslims pakken niet altijd gunstig uit, maar zijn vaak onrechtvaardig. Moslims die naar de VS gingen zijn vaak christen en hoogopgeleid. Ze komen uit moslimlanden, maar zijn als bedreigde elite het eerst vertrokken. Naar Nederland zijn plattelanders, laagopgeleiden en cultureel conservatieven gekomen. De stap naar de grote stad van een geïndustrialiseerde samenleving vanuit een plattelandsomgeving was een reuzenstap.

De islam wordt door critici een woestijncultuur met wrede aspecten genoemd. Maar Arabische staten kennen al vanaf een pre-islam tijdperk de verfijning van de stad. Door de opkomst van de fundamentalistische islam komt die traditie onder druk te staan. De intellectuele, seculiere Arabische stadselite zal zich onderhand meer thuisvoelen in het Westen dan in de eigen omgeving die in hoog tempo islamiseert.

3. Publiek debat. In Nederland moet iedereen mee kunnen praten. Niet alleen de middengroepen en de gebruikelijke belangengroepen. Het huidige debat laat slechts marginale ruimte voor tegenstemmen. Zo’n getrapt en gesloten debat is ongewenst voor de democratie, verre van ethisch en bevestigt de status quo.

De macht verdedigt zich hardnekkig en mag dat. Maar goed is om te beseffen dat de toegang tot het debat voor sommigen helemaal niet vanzelfsprekend is. Dat het taboe over de islam voor ons wordt beslist.

Ik pleit voor een open maatschappelijke debat zonder onnodige beperkingen. Dat gaat over de islam of de anti-islam, maar ook over het christendom, de verdeling arm-rijk, de positie van vrouwen, natuur en milieu. Noem maar op, alles wat ons bezighoudt, of bezig zou moeten houden.

4. Oneigenlijke beperkingen. Een open debat over de islam zonder taboes is nodig. Laat maar botsen. Een debat zonder grenzen van moralisme en kiesheid. Juist dat moralisme drukt de openheid weg. Ofwel, er ontstaat in het debat over de islam een ongenoemde kern die inhoudelijk niet beantwoord kan worden.

Moralisme, beschaving en fatsoen zijn van die termen die in stelling worden gebracht als wordt gezegd in principe ben ik voor openheid, maar …. . Dan volgen de uitzonderingen die een beroep zijn op ongeschreven sociale regels. Nou valt het te billijken dat vanwege cohesie en continuïteit niet alle omgangscodes overboord worden gezet. Daar pleit ik niet voor.

Maar ik ben wel tegen het oneigenlijke beroep op moralisme, beschaving of fatsoen als instrument om het publieke debat in te perken. Als de koningin in een kersttoespraak pleit voor fatsoen en beschaving, dan moeten we beseffen dat het haar idee van fatsoen en beschaving is. Beredeneerd vanuit haar macht die een positie verdedigt. Laten we daarom goed beseffen dat het vanuit dat specifieke perspectief wordt gezegd. Dan komen we al een stap verder in ons begrip van het mechanisme van de macht.

Laten we dus beseffen dat sommige beperkingen van het publieke debat oneigenlijk zijn en niet zozeer voortkomen uit werkelijke bekommernis met fatsoen en beschaving, maar gewoon uit keiharde politieke en sociale machtsposities.

5. Nederland klassemaatschappij. Voor wie de signalen kan lezen is Nederland een klassemaatschappij. Achter de schermen worden in een fijn spel mensen zodanig bespeeld dat ze tegen hun eigen positie in redeneren. Burgers wordt angst voor openheid aangepraat. Da’s een slechte zaak voor de democratie.

6. Rechtsstaat. Een en ander is terug te brengen tot de rol van de rechtsstaat, de levendigheid van het debat en de weerbaarheid van de democratie. De grens ligt daar waar de grondrechten opzij worden gezet en de rechtsstaat als overkoepeling niet wordt erkend. Daar ligt een juridische grens die bewaakt moet worden.

Zo steun ik het recht van elke moslim in Nederland om zich te laten inspireren door de islam en te genieten van de vrijheid van godsdienst die Nederland kent. Maar als deze moslim vindt dat zijn religie zich niet kan schikken in de Nederlandse rechtsstaat, dan eindigt mijn steun. Gevraagd kan dan worden aan de vertegenwoordigers van betreffende verschijningsvorm van de islam om uitleg te geven en toe te lichten hoe het zich in relatie tot de Nederlandse rechtsstaat ziet. Als vervolgens na onderzoek door een neutraal juridisch college blijkt dat deze islam zich niet ondergeschikt wil opstellen aan de rechtsstaat, dan acht ik het gewenst om een procedure te beginnen om deze verschijningsvorm van de islam buiten de orde te plaatsen.

Hetzelfde geldt voor de andere toetreder Wilders. Het gaat niet om het afkeuren van zijn standpunten. Dat volgt al uit het onderschrijven van de gangbare interpretie van de rechtsstaat. Als blijkt dat Wilders daarmee in strijd komt, dan houdt mijn steun voor het recht van Wilders om politiek te acteren automatisch op.

7. Openheid utopie? Wellicht is een zuiver publiek debat zoals ik het zie onmogelijk. Maar ik streef er wel naar om het breder te maken en minder vanuit het verleden te sturen en meer naar de toekomst te richten. Wat ik voorstel is het streven om de beperkingen die nu aan het debat gesteld worden opzij te zetten. Dat gebeurt niet op stel en sprong omdat mensen hun geschiedenis en belangen met zich meedragen. De afbraak van de beperkingen is een geleidelijk proces dat jaren vergt. Maar het moet wel ooit in gang gezet worden.

Hoe bewijst de vrijheid van meningsuiting zich beter dan iemand als Wilders of de islamist met wie men politiek tegengestelde meningen heeft een gelijkwaardige plek in het debat te gunnen? Juist hun dat gunnen tekent een ruimdenkende opvatting van hoe de democratie functioneert. En een grenzeloos vertrouwen in de kracht ervan. Op dit moment neem ik geluiden waar die oproepen Wilders of de islamist buiten de orde te plaatsen. Dan wordt het middel erger dan de kwaal. Deze verkeerde aanpak verzwakt de democratie.

8. Macht. Kwetsen mag, wordt individueel ervaren en het verschil zit ‘m in de reactie. Zo keur ik standpunten af van christelijke partijen die onverdraagzaamheid jegens andersdenkenden prediken. Hun moralisme om zich beter dan een ongelovige te achten en me daar mee te confronteren verbaast me. Het heeft iets kinderlijks. Maar ik gun christenen hun onverdraagzaamheid. Maar wordt vervolgens alles in stelling gebracht om het CDA, SGP of CU buiten de orde te plaatsen? Of het nu een juridische, sociale of politieke orde is? Nee.

In mijn ogen ligt dat niet aan de standpunten, maar aan de sterke positie die de christen-democratie inneemt. Het is een sterk verankerde, gevestigde macht die zich vanuit het centrum van de macht te weer stelt tegen aanvallen op haar positie. Zolang Wilders’ uitingen met alle juridische zorgvuldigheid worden bekeken kan-ie niet vooraf buiten de orde worden geplaatst. Waartoe nu wordt opgeroepen door welwillenden die het goed bedoelen. Zonder dat ze het zelf begrijpen zijn ze de marionetten van de echte macht.

De onzichtbaarheid van de macht schaadt onze democratie. Dan wordt het middel erger dan de kwaal. Wie weet wordt het straks tegen een andere groepering ingezet. Of tegen onszelf. De sluiproute van de verontwaardiging over Wilders of een imam is de verkeerde weg. De verontwaardiging moet gericht worden op de macht achter de schermen.

Foto: Cartoon Democracy van julianloa

Glazen plafond in het publieke debat

with 7 comments

Met ongenoegen bekijk ik al jaren het publieke debat in Nederland. Wat me niet bevalt wist ik niet precies, maar dat het me niet bevalt weet ik wel. Ik zie geen frisheid, sprankeling en heerlijke dwarsheid. Het is voorspelbaar en defensief. Sinds kort weet ik het. Het zijn kruimels verzuiling die ons door identificatie en groepsvorming de toegang tot de moderne tijd ontzeggen.

Burgemeester Bloomberg van New York verwoordde het vorig jaar zoals geen openbaar bestuurder van Nederland. Hij zegt dat iedereen moet kunnen zeggen wat-ie wil, zonder dat anderen het daarmee eens zijn. Da’s vrijheid van meningsuiting die betekenis krijgt als een opponent ruimhartig aan het woord gelaten wordt.

Zet dat tegenover de politieke, journalistieke en sociale bovenlaag van Nederland die lippendienst bewijst aan de meningsuiting. Het zegt voor te zijn, maar stelt vervolgens zoveel voorwaarden van fatsoen, moraal, religieuze pacificatie, sociale vrede en economisch belang dat een grondrecht betekenisloos wordt. Niet de bekommernis om fatsoen, maar het valse beroep erop valt op.
           


Beperkingen aan de meningsuiting bestaan. Dat betreft aanzetten tot geweld en discriminatie van personen of een groep. Het gaat over een grens als de aangesprokene niet als gelijkwaardige deelnemer kan antwoorden. Na fysieke beschadiging of geestelijke vernedering is dat onmogelijk. Ofwel, beledigen mag, maar het bestaan en de motivatie van anderen in twijfel trekken is ontoelaatbaar.

Waar maak ik me druk over? Het gaat niet om de schijnheiligheid van degenen die vanuit de coulissen hun eigenbelang verdedigen. Of om een weemakende moraliteit van kleinburgerlijke snit. Of om religie die in het publieke debat extra politieke en juridische bescherming geniet. Of om de koninklijke drijfjacht in de bossen.

Het gaat om de democratische orde. Wat inhoudt dat we elkaar binnen spelregels accepteren. Dat is niet onderhandelbaar. Maar democratie is niet voor bange mensen. Het oneigenlijk gebruik van spelegels met het beroep op fatsoen bouwt een vangnet in dat een fuik wordt.

Burgemeester Bloomberg begrijpt beter dan onze spraakmakende gemeente dat een debat noodzakelijk is voor de weerbaarheid van de democratie. Anders vervallen we in autoriteit die vrijheid inperkt. Het oneigenlijke beroep op fatsoen, moraal en beschaving leidt tot zelfcensuur. Tot zwijgen dat haaks staat op het idee van een open, levenskrachtige samenleving.

Het polderland moet in de moderniteit treden. Het glazen plafond van moralisme en beschaving, religiositeit, politieke consensus, sociale vrede en economisch eigenbelang perkte het publieke debat decennialang in omdat het gelijk liep met belangen die doorgaans verborgen bleven.  

Opzet is om de ander weer recht in de ogen te kijken. Ook bij zakelijke onenigheid. Zonder tussenkomst van woordvoerders die verwoorden en verwarren. Die zelfs onze identificatie voor hun rekening willen nemen. Pas als we onszelf zijn kunnen we coalities smeden.

Het is onze burgerplicht om de roep om openheid te concretiseren. Door meer gebruikers van het vrije woord kan het glazen plafond doorbroken worden. Da’s een langlopend project. Het begint met het besef om zonder moralisme vrij te denken. De valse schijn moet aan diggelen. 

Met dank aan Johanna Nouri voor haar commentaar. 

Foto: Coney Island, Brooklyn, New York

Het glazen plafond in het publieke debat

with 8 comments

Met ongenoegen bekijk ik al jaren het publieke debat in Nederland. Wat me niet bevalt wist ik niet precies, maar dat het me niet bevalt weet ik wel. Ik zie geen frisheid, sprankeling en heerlijke dwarsheid. Het is voorspelbaar en defensief. Sinds kort weet ik het. Het zijn kruimels verzuiling die ons door identificatie en groepsvorming de toegang tot de moderne tijd ontzeggen.

Burgemeester Bloomberg van New York verwoordde het onlangs zoals geen openbaar bestuurder van Nederland doet. Hij zegt dat iedereen moet kunnen zeggen wat-ie wil, zonder dat anderen het daar mee eens zijn. Da’s vrijheid van meningsuiting die pas betekenis krijgt als een opponent ruimhartig aan het woord gelaten wordt. Zo hoort het.

Zet dat tegenover de politieke, journalistieke en sociale bovenlaag van Nederland die lippendienst bewijst aan de meningsuiting. Ze zegt voor te zijn, maar stelt vervolgens zoveel voorwaarden van fatsoen, moraal, religieuze pacificatie, sociale vrede en economisch belang dat een grondrecht oneigenlijk afgebroken wordt. Wat steekt is niet de bekommernis om fatsoen, maar het valse beroep erop.

Beperkingen aan de meningsuiting bestaan. Dat begint bij aanzetten tot geweld en discriminatie van personen of een groep. Het gaat over een grens als de aangesprokene niet als gelijkwaardige deelnemer kan antwoorden. Na fysieke beschadiging of geestelijke vernedering is dat onmogelijk. Oftewel, beledigen mag, maar het bestaan en de motivatie van anderen in twijfel trekken is ontoelaatbaar.

Waar maak ik me druk over? Het gaat me niet om de schijnheiligheid van degenen die vanuit de coulissen hun eigenbelang verdedigen. Of om een weemakende moraliteit van kleinburgerlijke snit. Of om religie die in het publieke debat extra politieke en juridische bescherming geniet. Of om de drijfjacht in de bossen. Het gaat me om de democratische orde. Wat inhoudt dat we elkaar binnen spelregels accepteren.

Burgemeester Bloomberg begrijpt beter dan onze spraakmakende gemeente dat een debat noodzakelijk is voor de weerbaarheid van de democratie. Anders dreigen we te vervallen in autoriteit die vrijheden inperkt. Het valse beroep op fatsoen, moraal en beschaving om maar niet alles te zeggen leidt tot zelfcensuur. Tot zwijgen dat haaks staat op het idee van een open samenleving.

Wat te doen? Restjes verzuiling dienen opgeruimd te worden. Zodat het polderland in de moderniteit kan treden. Het glazen plafond van moralisme en beschaving, religiositeit, politieke consensus, sociale vrede en economisch eigenbelang perkte het publieke debat decennialang in omdat het gelijk liep met belangen die doorgaans verborgen bleven.

We kunnen beter terugvallen op fatsoen dat uit onszelf komt. Dat niet door externe krachten wordt opgelegd en het debat vertroebelt. Opzet is om de ander weer recht in de ogen te kijken. Ook bij zakelijke onenigheid. Zonder tussenkomst van woordvoerders die verwoorden en verwarren. Die zelfs onze identificatie voor hun rekening willen nemen. Pas als we onszelf zijn kunnen we coalities smeden.

Het is onze burgerplicht om de roep om openheid te concretiseren. Door meer deelnemers aan de inrichting van de samenleving en meer gebruikers van het vrije woord kan het glazen plafond doorbroken worden. Da’s een langlopend project. Het begint met het besef om zonder moralisme vrij te denken. De valse schijn moet aan diggelen.

Foto: Glaskoepel, Galeries Lafayette, Parijs.