George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Politieke correctheid

Reactie aan De Grauwe Eeuw over actie naamsverandering Witte de With

with 3 comments

Reactie op FB-pagina van Witte de With Center for Contemporary Art in antwoord op De Grauwe Eeuw, 9 september 2017:

Ik leef niet in het verleden, maar in het heden. Degenen die steeds eenduidig verwijzen naar de oudhollandse held Witte de With, maar de betekenissen die er in de moderne tijd zijn opgelegd vergeten, leven in het verleden. Waar op zich helemaal niets mis mee is. Jullie actiegroep grijpt ook terug op het verleden. In jullie naam en in jullie acties. Bijvoorbeeld als jullie een standbeeld van Coen in Hoorn met verf bekladden.

Laten we niet te simpel reageren. Het gaat om de methode. Ons de juiste aanpak. Welk probleem los je op met een naamsverandering van een breed internationaal opererend instituut dat naar een straat genoemd is die die naam sinds 1871 heeft? En heeft de naamsverandering van dit kunstencentrum de hoogste prioriteit? Dat laatste betwijfel ik zeer.

Daarbij komt dat de roep om een naamsverandering een nieuwe dynamiek van tegenkrachten creëert. Hoe simpel die tegenkrachten ook redeneren, het is wel iets waar de Raad van Toezicht en bestuur van WdW rekening mee hebben te houden. Ze opereren niet in een politiek vacuüm. Raad en bestuur hebben een grotere verantwoordelijkheid dan de kern van activisten die verwijst naar de ongewenstheid van de naam Witte de With. Raad en bestuur zijn ingehuurd om het belang van het instituut te dienen, niet om politiek te bedrijven. Ze moeten zich niet op laten jagen door wie of wat dan ook, maar eigenstandig het belang van het instituut dienen. Bijvoorbeeld in de overweging dat een naam die sinds 1990 nationaal en internationaal is gevestigd publicitaire waarde heeft.

De keuze van de activisten om zich te richten op de naamsverandering van kunstencentrum Witte de With is om twee redenen ongelukkig. Het is altijd die zwakke kunstensector die onder druk wordt gezet. Halbe Zijlstra deed het in 2011 en activisten doen het nu. Men zou wensen dat activisten of overheid eens sterke tegenstanders als de multinationals, de krijgsmacht, het professionele voetbal of het koninklijk huis aanvallen. En niet de kunst die het al zo moeilijk heeft. Zelfs als het positief is bedoeld wordt de kunst hiermee toch extra belast. Daarnaast is voor vele inwoners van Rotterdam of Nederland een internationaal opererend kunstencentrum met hedendaagse kunst een ver van hun bed show waarmee ze zich slecht kunnen identificeren. Anders gezegd, de voorbeeldfunctie van een maatschappelijk debat over racisme slaat grotendeels dood als de meerderheid van de bevolking niet weet waarover het precies gaat en hoe dat instituut reilt en zeilt.

Natuurlijk bestaan racisme en neo-kolonialisme. Nog steeds. Die moeten binnen de wet en de rechtsstaat bestreden worden. Liefst met goede voorlichtingscampagnes van de overheid en onderwijsprogramma’s. In die bestrijding mag van mij wel een tandje bijgezet worden. Want het is een ernstig probleem.

Of racisme uit slavernij voortkomt lijkt me trouwens een onderwerp voor debat. Waarschijnlijk is het omgekeerd. Slavernij is historisch ook meer dan witte suprematie over zwarte mensen. Slavernij is ook suprematie van zwarte mensen over zwarte mensen, of van Arabieren over andere volkeren. En wat te zeggen over de nog steeds bestaande slavernij in Oost-Aziatische landen waar mensen onderhorig worden gehouden, praktisch in gevangenschap? Dat is slavernij die niet in het verleden leeft, maar nu bestaat. Witte de With leeft nog steeds, maar alleen niet in Nederland.

Zou het niet mooi zijn als het kunstencentrum Witte de With voor hedendaagse kunst zich bezighoudt met hedendaagse slavernij? De middelen zijn echter beperkt. Daarom is het logisch om in de bestrijding van neo-kolonialisme, racisme of slavernij prioriteiten te stellen. Ook trouwens in de programmering van tentoonstellingen waarin altijd keuzes moeten worden gemaakt. Zodat wat het ergst en het meest bedreigend is het eerst aangepakt kan worden. Van een Nederlandse vlootvoogd Witte de With die in 2017 uitvaart gaat geen directe dreiging meer uit. Maar van racisten in Charlottesville, West-Birma of Oost-Duitsland wel.

Samenvattend: Het is goed dat de discussie over hedendaags racisme, neo-kolonialisme of slavernij wordt gevoerd. Het is een wisselwerking tussen verleden en het nu. De bewustwording over dit onderwerp dient vergroot te worden. Maar dat debat vraagt om zorgvuldigheid en de effecten ervan moeten de hele bevolking meenemen. De keuze om dat via de beeldende kunst te realiseren is ongelukkig wegens de kwetsbaarheid van die sector en de uitstraling ervan op een breed publiek. De verbreding van het debat is de uitdaging. De valkuil is dat het tegenkrachten oproept die zich verzetten zodat het onderwerp onnodig gepolitiseerd wordt. Een radicale opstelling kan zinvol zijn om een debat te agenderen, maar het is stukken lastiger om vervolgens een meerderheid van de bevolking mee te krijgen. En daar is het ons toch allen om te doen.

Foto: Witte de Withstraat Rotterdam, 1933

Advertenties

Harma Heikens stopt als kunstenaar wegens vertrutting van de kunstsector

with 4 comments

De in Groningen gevestigde kunstenares Harma Heikens stopt ermee. Ze zegt het gehad te hebben met de vertrutting van de kunstsector. In een bericht van André Walhout voor RTV Noord doet ze opzienbarende uitspraken die het waard zijn om herhaald te worden. Ik besteedde in augustus 2015 in een commentaar  aandacht aan haar werk toen festival Noorderzon niet de twee mannen buitensloot die dreigden haar werk over kindermisbruik te vernietigen, maar het kunstwerk ‘Toys in the Attic’ (zie: 7) afsloot voor het publiek. De omgekeerde wereld. Daarop trokken galerie Sign en Heikens het werk terug. Heikens’ galeriehouder weigerde laatst bovenstaand werk ‘World’s Most Burned’ uit 2016 (zie: 1) van een brandende Amerikaanse vlag te exposeren. Uit angst? Uit projectie? Uit labbekakkerigheid? Uit commerciële overwegingen? Uit gebrek aan overtuiging, burgermoed of collectieve moed dat in het Duits ‘Zivilcourage’ wordt genoemd? Of alles samen?

De kunstsector is uitgegroeid met opleidingen, kunstmanagement, kunstambtenaren, beleidsmakers, zo merkt Heikens op. Schaalvergroting dus. De sector is meer in de breedte dan in de diepte gegroeid. Gevolg daarvan is dat een sector waar zovelen hun broodwinning, carrière of positie aan ontlenen minder scherp wordt en getemd is. Zoals Heikens het verwoordt: ‘Alles moet tegenwoordig publieksvriendelijk zijn’. Naast die schaalvergroting is een bijkomend aspect de geringschatting van de politiek zoals dat in 2011 werd verwoord door toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD). Hij maakte onder druk van de PVV en zijn partij de VVD in de beeldvorming kunst tot iets van een kleine groep, terwijl tot die tijd kunst als algemeen belang werd gezien. Die omslag in het denken is bij velen in de kunstsector ongemerkt naar binnen geslagen. Niet in het minst in de museumsector die meer dan voorheen op veilig speelt en marketing voor verdieping stelt.

Als angst om zich uit te spreken eenmaal bezit neemt van iemand, dan is er geen redden meer aan. Zeker niet als overheidssubsidie dreigt te stoppen of de economische situatie verslechtert. Aan die neergang weten de sterkste kunstprofessionals zich te onttrekken. Daar zijn er gelukkig nog heel wat van, maar door de groei in de breedte en de verambtelijking van de sector zijn ze een kleine minderheid geworden. Zelfs een voorhoede die niet altijd gevolgd wordt. Als angst regeert, dan verliest kunst de functie om de samenleving een spiegel voor te houden en aan te scherpen. Professionele kunst wordt getemd en verglijdt ongemerkt in de richting van het soort kunst van amateurs dat pleziert, op veilig speelt en uitsluitend nog een therapeutisch doel heeft.

Vertrutting is een maatschappelijk verschijnsel dat nu blijkbaar ook de kern van de beeldende kunst bereikt heeft. Het is moedig van Harma Heikens dat ze dit in de publiciteit signaleert. Na de publieke omroep, de gevestigde media, de sociale media, de samenleving en de politiek is nu blijkbaar ook de beeldende kunst aan de beurt om langs de meetlat gelegd te worden. De rot van de vertrutting heeft ingezet. Kunstenaars worden betutteld en laten zich betuttelen. Vraag is of dat proces nog gekeerd kan worden en wat daartoe nodig is.

Moet de kunstsector krimpen en de oneigenlijke elementen van platte vercommercialisering, intellectuele vervlakking, zelfcensuur en angsthazerij buitenschoppen om weer terug tot de oude kern te keren? Kan die geest ooit weer in de fles gestopt worden? Een voorwaarde daartoe is in elk geval de bewustwording erover.

Foto 1: Harma Heikens, World’s Most Burned’ uit 2016.

Foto 2 en 3: Schermafbeelding van passages uit het berichtOmstreden kunstenares stopt: ‘Zoveel weerstand dat het niet meer leuk is’ van René Walhout voor RTV Noord, 7 september 2017.

Raad van Toezicht van het Rotterdamse kunstencentrum Witte de With wacht een wijs en evenwichtig besluit over de naamgeving

with 3 comments

De rol van de geschiedenis is een onderwerp waar iedereen een mening over heeft. En waar radicaal-links en radicaal-rechts zich heerlijk mee kunnen profileren. Ten koste van elkaar, en van de middengroep. Het is grote politiek die kleine politiek nadert. Dat vraagt van bestuurders om terughoudendheid, afstandelijkheid en bezinning als vanaf de flanken de verbale bommen over en weer over hun vergadertafel vliegen. Ze moeten het hoofd koel houden en zich niet op laten jutten door belangengroepen met een gespierde overtuiging.

De Raad van Toezicht van ‘Witte de With Center for Contemporary Art’ in Rotterdam heeft naar eigen zeggeneen onderzoek in gang gezet naar de naam van het instituut’. Het geeft gemengde signalen af of er al beslist is of de naam verdwijnt of dat nu uitsluitend geïnventariseerd wordt of dit wenselijk is. Zoals het een kunstencentrum betaamt maakt het van de nood een deugd en thematiseert het zichzelf in de tentoonstellingWitte de With; What’s in a name? die opent op 8 september. In het spiegelpaleis van de creatieve klasse.

Nuancering is dat de naam van kunstencentrum Witte de With niet direct verwijst naar de historische figuur  ‘dubbelwit’ die van 1599 tot 1658 leefde, maar naar de straat waar het instituut aan is gelegen. Uiteraard gaat een zelfstandige organisatie over de eigen naamgeving. Bedrijven of semi-overheidsinstellingen wisselen voortdurend van naam, vaak pseudo-Griekse namen die een traditie moeten suggereren die ontbreekt. Zoals de uitgevonden traditie van de volkscultuur, bijvoorbeeld de in de 19de eeuw ontstane Sinterklaas-viering.

De naamsverandering van de V.P.R.O. in VPRO geeft een passend voorbeeld hoe de Raad van Toezicht de recente geschiedenis van het kunstencentrum in een nieuwe naam kan laten terugkomen zonder daar onnodig veel afstand van te nemen. De VPRO sneed de band met de verwijzing naar het vrijzinnig-protestantisme door omdat dat gedachtegoed binnen de V.P.R.O. zo goed als verdwenen was. Een geabstraheerde naam als ‘WdW Institute for Contemporary Art‘ is dan een optie. Of  het cynische ‘DoubleWhite Center for Contemporary Art’.

In elk geval moet de Raad van Toezicht van kunstencentrum Witte de With het beeld vermijden dat het zich door belangengroepen op laat jagen en niet meer autonoom beslist. Of zich zelfs op laat zadelen met schuld. Want als de ene ongewenste naamgeving die volgt uit politisering (kolonialisme, Nederlands imperialisme) wordt vervangen door een andere ongewenste naamgeving die volgt uit politisering (anti-kolonialisme, anti anti-racisme) dan is dat geen winst. Een valkuil voor de Raad is de radicalisering die zegt dat er geen normaal bestaat. Maar onderdrukking of een historische werkelijkheid is geen racisme of een situatie die gecorrigeerd of weggepoetst kan worden. De Raad moet een middenweg van normaliteit bewandelen waarin het toelicht wat verkeerd was met de uitleg dat dat een historische werkelijkheid is die niet veranderd kan worden. Tussen radicaal-rechts die alles bij het oude wil laten en radicaal-links die alles wat het niet bevalt wil veranderen.

Schermafbeelding van FB-pagina van Witte de With met eigen reactie, 7 september 2017.

NRC is kritisch op Vluchtelingenwerk Nederland. Waarom komt die kritiek nu pas?

leave a comment »

NRC heeft na eigen onderzoek twee artikelen gewijd aan het opereren van Vluchtelingenwerk in Rotterdam. Zie hier en hier. NRC schetst een onthutsend beeld van een vrijwilligersorganisatie die slecht georganiseerd is. Binnen Vluchtelingenwerk heerst een managementcultuur waardoor de afstand tot zowel de vrijwilligers als de vluchtelingen onaanvaardbaar groot is. En kan toegevoegd worden, tot de lokale groepen in het land.

Nader onderzoek zal uitwijzen dat de puinzooi bij Vluchtelingenwerk niet beperkt blijft tot Rotterdam. Vele lokale afdelingen of groepen hebben er afgelopen jaren voor gekozen zich niet aan te sluiten bij het centrale Vluchtelingenwerk Nederland, maar zelfstandig te opereren. Dat loopt in het hele land op tot tientallen afdelingen. Het centrale Vluchtelingenwerk Nederland is bureaucratisch, hierarchisch, in zichzelf gekeerd en gericht op het vergroten van eigen macht. En is niet optimaal ingericht om vluchtelingen te helpen.

Goed dat NRC dit oppakt. Dat is journalistiek die je gezien dit onderwerp eigenlijk van rechtse media zou verwachten. Maar die hebben het laten liggen. Geen wonder, omdat rechtse media nauwelijks aan onderzoeksjournalistiek doen. Gezien de grote puinhoop bij Vluchtelingenwerk Nederland had zo’n onderzoek wel wat eerder mogen plaatsvinden. Want de signalen zijn veelomvattend en bestaan al jarenlang. Het is al lang een publiek geheim dat Vluchtelingenwerk Nederland in de basis niet goed functioneert. Dat het onvoldoende op haar taak is berekend. De vraag waarom Vluchtelingenwerk Nederland van politiek en media jarenlang het voordeel van de twijfel heeft gekregen is een bijkomende vraag die beantwoord moet worden. Het is gissen waarom dat zo is. Het lijkt op politieke correctheid die kritische journalistiek heeft geblokkeerd.

Kortom, nader onderzoek gevraagd. Met als centrale vraag, hoe doelmatig opereert Vluchtelingenwerk Nederland in de regio’s? En hoeveel draagvlak heeft Vluchtelingen Nederland nog bij het vluchtelingenwerk in de regio’s als vele groepen zich afgelopen jaren hebben losgemaakt van Vluchtelingenwerk Nederland en afstand hebben genomen van deze betuttelende en bureacratische organisatie? Komt dat nog uit boven de 50%? Het wordt een onthullende uitkomst. NRC, deel 3 en 4 gevraagd. Ga praten met lokale groepen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘Na uren wachten zonder oplossing naar huis’ van Sheila Kamerman en Ingmar Vriesema in NRC, 14 juli 2017.

Debat over experiment met soepele bijstand met Jetta Klijnsma legt harteloosheid en gebrek aan compassie gasten ‘Jinek’ bloot

with 4 comments

Vaak wordt vooral vanuit rechts-populistische hoek gezegd dat de Nederlandse media links zijn. Het wordt zelfs beschimpend de ‘linkse kerk’ genoemd. Maar het is een misverstand, de Nederlandse media zijn door de bank genomen rechts. De ‘rechtse kerk’ dus. Ze verdedigen de gevestigde orde en schurken tegen de macht aan. Journalisten kunnen weliswaar een sociaal-democratisch of links-liberaal wereldbeeld hebben, maar dat is ondergeschikt aan de media-organisaties waar ze bij in dienst zijn. Die wegen het zwaarst. Deze media vertegenwoordigen een conservatief, rechts-liberaal of zelfs populistisch wereldbeeld. Dat gaat soms gepaard met harteloosheid en een gebrek aan compassie. Dat leidt tot vervangende schaamte dit aan te moeten horen.

Het fragment van de talkshow ‘Eva Jinek’ (KRO-NCRV) uit de uitzending van 4 juli gaat over een tweejarig experiment in vijf gemeenten (Groningen, Ten Boer, Wageningen, Tilburg en Deventer) met soepelere bijstand. Demissionair staatssecretaris Jetta Klijnsma (PvdA) informeert over een regeling voor bijstandsgerechtigden met een soepelere sollicitatieplicht en de mogelijkheid om maximaal 199 euro per maand bij te verdienen. Opzet is om deze bijstandsgerechtigden uit de bijstand te helpen. Dat kan bereikt worden door ze extra zekerheden te geven. Voorbeeld is kunstenares Bianca uit Groningen die geholpen wordt een eigen bedrijfje, een tassenatelier op te zetten. De regeling is geen hoofdprijs, maar wordt door gast Jan Smit zo voorgesteld. Ook gastvrouw Eva Jinek laat zich niet onbetuigd door te getuigen dat ze hierover wel eens gekke dromen heeft gehad. Klijnsma treft opmerkelijke agressie. De maatschappelijk gearriveerden aan tafel grossieren niet alleen in vooroordelen, maar vooral in harteloosheid en gebrek aan compassie. Het is ontluisterend om te zien. Het symboliseert het failliet van een betrokken samenleving waar mensen zich om elkaar bekommeren.

Staatssecretaris Klijnsma is natuurlijk wel iemand die makkelijk hoon opwekt. Ze mist de factor om serieus genomen te worden. Klijnsma is de uitvinder van het moestuinsocialisme. Ze heeft in haar functie in de afgelopen regeringsperiode weinig kansen gemist om zichzelf of haar partij de PvdA belachelijk te maken. Klijnsma valt niet te betrappen op een diepgaande analyse, maar praat doorgaans in tegeltjeswijsheden. Daarom is het jammer dat het kabinet Klijnsma naar de media afvaardigt om dit interessante experiment te verdedigen. Het verdient beter. Een handigere en minder naïeve bestuurder als staatssecretaris Martin van Rijn had het ongetwijfeld overtuigender verdedigd en minder wantrouwen ontmoet dan Klijnsma. Maar Jan Smit en Eva Jinek schoten ondanks Klijnsma in de eigen voet door zich zo te laten kennen. En dat zegt alles over ons. 

Controversiële kunst in Florida. ‘The Face of MLK’ van Jerry Sparkman verwijderd na politieke druk. Censuur of vrijheid?

with 2 comments

Een controverse over kunst in Newtown (Sarasota) in Florida. Architect Jerry Sparkman heeft onder druk van activisten zijn werk ‘The Face of MLK‘ teruggetrokken van de inmiddels stopgezette tentoonstelling ‘Human Tales on Refrigerator Doors’ in The Center for Architecture Sarasota. In een toelichting zegt Sparkman dat het niet zijn opzet was te beledigen, maar dat het wel zo uitpakt, aldus een bericht in de lokale Herald-Tribune.

De titel verwijst niet naar Martin Luther King, maar naar de Martin Luther King Boulevard in Newtown. Daar zegt Sparkman als architect commentaar op te geven met zijn collage. Hij voegde elementen samen, zoals spuiten, plastic zakjes gevuld met wit poeder, luidsprekers en basketbalschoenen. Onder meer omdat hem in Newtown verschillende keren drugs zijn aangeboden. De reflectie van Sparkman op de buurt werd hem door activisten van Black Lives Matter Manasota niet in dank afgenomen omdat hij de buurt zou stigmatiseren met zijn werk dat volgens een activist zelfs ‘schaamteloos racistisch’ zou zijn. De collage hing eerder 8 maanden op de 2016 Architectuur Biennale in Venetië zonder dat dit tot beschuldigingen, opwinding of actie leidde.

Foto: Schermafbeelding van collageThe Face of MLK’ van Jerry Sparkman die tot controverse leidde in Newtown, Florida.

Homo’s mishandeld door Marokkaanse-Nederlanders. Omroep Gelderland noemt achtergrond daders niet. Waarom niet?

with 12 comments

Je ziet het voor je, de baas van de regionale omroep Omroep Gelderland zit met de handen in het haar. Wat te doen? Zich politiek correct opstellen of zwichten voor wat als rechts-populisme wordt gezien? Moet het   gewoon nauwkeurig verslag doen van de feiten of gevoelige feiten achterwege laten? Omroep Gelderland kiest voor dat laatste. Het verzwijgt de etnische achtergrond van de daders. Is dat de juiste journalistieke houding?

In Arnhem werden zaterdagavond de twee homoseksuele jongens Jasper en Ronnie belaagd door een groep Marokkaanse-Nederlanders. Bij Ronnie zijn alle voortanden eruit geslagen met een betonschaar. Jasper noemt het ‘een hate-crime richting homo’s‘. Jasper doet er op FB verslag van en benoemt de achtergrond van de daders: ‘dus belaagd werden door een groep Marokannen met een leeftijd tussen de 14 en 18 jaar.’ Deze mishandeling is voor een regionale omroep zwaarwegend en aangrijpend genoeg om er serieus aandacht aan te besteden. Maar opvallend ontbreekt in het item een verwijzing naar de etnische achtergrond van de daders.

Dat is journalistiek niet altijd van belang, maar in dit geval wel. Daarom had het vermeld moeten worden. Want Marokkaanse-Nederlandse jongeren zijn vaker opvallend agressief jegens homoseksuelen. Het is een feit dat het vermelden waard is omdat het meer duidelijkheid geeft over de achtergrond van de mishandeling.

De mishandeling van Jasper en Ronnie staat niet op zichzelf als een geïsoleerd incident, maar past in een patroon. Het verslag van Omroep Gelderland geeft echter geen details over de daders. Zo mist deze omroep de kans om volledig te zijn en de kijkers optimaal te informeren. Is dat nou lafheid of koudwatervrees?