George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Moderne samenleving

Hoe krijgen Nederlanders weer zelfvertrouwen? Vragen bij een artikel van Joris Luyendijk

leave a comment »

ned

Wat nu als het Europese Project wankelt omdat het een gebouw is met ondeugdelijke fundamenten? Moeten we er dan nog een verdieping bovenop zetten? En hoe houdt een open samenleving gebaseerd op gelijkheid stand wanneer het jaarlijks tientallen zo niet honderdduizenden immigranten opneemt uit landen zonder enige traditie op het gebied van openheid, gelijkheid of democratisch debat? Zeker wanneer die immigranten ook nog eens meer kinderen hebben dan de autochtone Nederlanders?’ Aldus schrijver Joris Luyendijk in een opinie-artikel in NRC. Met de veelzeggende titel ‘Het zelfvertrouwen is weg, de eigendunk ook’. Hij beschrijft hoe Nederlanders door alles wat van buiten op hun land afkomt het zelfvertrouwen in hun eigen bestaan hebben verloren, en daarmee ook het het geloof in de maakbaarheid van de samenleving. In de kieren van de ontstane onzekerheid wroeten partijen als de PVV en SP die de toon van ongenoegen en afbraak zetten.

In de tekst voegt de auteur er nog ‘het ongebreideld progressief optimisme’ aan toe. Hoe dat ‘progressief’ opgevat moet worden raakt de kern van de terugblik die Luyendijk bedrijft en waaruit hij uitspraken over het hedendaagse Nederland afleidt. Linkse politiek is het in elk geval niet omdat deze in Nederland nog nooit een meerderheid van de bevolking achter zich heeft gehad. Hoewel daar tegenin gebracht kan worden dat in de drie decennia voor de Fortuyn-opstand van 2002 in Nederland een linkse culturele hegemonie leidend was. Wat wil zeggen dat een progressieve invalshoek die uitging van de universele waarden in combinatie met de maakbare samenleving het publieke debat domineerde. Bijzonder aan dat Nederland van 1973 tot 2002 dat zich trots op de borst klopte als gidsland was nu juist dat dit geloof niet tot de linkse politiek beperkt bleef.

Een voorbeeld van een overblijfsel van die oude tijd is het Liberaal Manifest (Om de Vrijheid) van de VVD dat onder leiding van Geert Dales werd opgesteld. Het was progressiever dan menig programmapunt in het programma van de huidige SP of PvdA. Het zag het licht in 2005 toen het wereldbeeld al gekanteld was en verdween dan ook in een lade. Het Manifest is veelzeggend als tijdsbeeld dat het geloof in een maakbare samenleving beschrijft: ‘Wat wij wel onvoorwaardelijk van immigranten kunnen en moeten verlangen is naleving van de kernnormen en aanvaarding van de kernwaarden van onze moderne samenleving. Dan betreft het zaken als: de grondwet en de rechtsstaat, de vrijheid van het individu, de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw, het non-discriminatiebeginsel, de vrijheid van meningsuiting, tolerantie en het geweldsmonopolie van de staat. Dit zijn de voorwaarden waaronder een moderne samenleving van vrije burgers kan functioneren.

En lees dan nogmaals wat Joris Luyendijk zegt: ‘En hoe houdt een open samenleving gebaseerd op gelijkheid stand wanneer het jaarlijks tientallen zo niet honderdduizenden immigranten opneemt uit landen zonder enige traditie op het gebied van openheid, gelijkheid of democratisch debat?’ Deze woorden zijn een echo van de opmerkingen die de 80-jarige Brits-Amerikaanse filosoof Larry Siedentop in een interview in NRC maakt over immigratie: ‘De islam bijvoorbeeld heeft een typisch op regels gebaseerde cultuur, terwijl Europa een christelijk liberale cultuur en samenleving heeft die op principes gebaseerd is waar het individu met een eigen verantwoordelijkheid centraal staat. Die twee opvattingen botsen, dat levert problemen op’.

Analyses zijn nog geen oplossingen voor praktische politiek. Essentieel is dat ‘de kernwaarden van onze moderne samenleving’ uit het Liberaal Manifest tegelijk botsen met open én dichte grenzen. Dat eindigt dus in polderen met half open grenzen wat weliswaar in strijd is met de kernwaarden, maar het beste van twee werelden tracht te realiseren. Haalbaar aan het begin van een oplossing om het zelfvertrouwen in Nederland te herwinnen en de onzekerheid terug te dringen is standvastige politiek die hoofdlijnen uitzet en zich er voor lange tijd aan houdt. Maar dat rekent weer buiten de EU die de lidstaten de soevereiniteit heeft ontnomen.

Hoe dan ook begint een oplossing bij de bewustwording bij brede groepen in de samenleving dat radicale oplossingen niet werken omdat het schijnoplossingen zijn. Nederland moet terug naar het geloof in de moderne samenleving om onzekerheid en chagrijn van zich af te schudden. Hoe misplaatst dat geloof ook is.

Foto: Schets, Bevrijdingspostzegels 1944, Drie soldaten. Ontwerp: Johannes Bernardus Romein.

Advertenties

Plasterk pleit voor fatsoensoffensief en betere opvoeding

leave a comment »

what-the-world-needs-is-a-return-to-sweetness-and-decency

Minister Ronald Plasterk (PvdA) roept op tot een fatsoensoffensief. Kinderen moeten beter opgevoed worden. Alle kinderen, want-ie maakt geen onderscheid. Plasterk koppelt dat aan het geweld tegen mensen met een publieke taak, zoals medewerkers op ambulances, bij de politie of in het openbaar vervoer. Ze moeten zich gesteund voelen door politie en justitie, aldus Het Parool. Vandaag verschijnt er een evaluatie over dit onderwerp. Wat opvoeding en doelmatig overheidsoptreden met elkaar te maken hebben valt moeilijk in te zien. PvdA-voorzitter Hans Spekman riep vorige week op tot een beschavingsoffensief op internet.

Wat is dat toch dat gepraat over fatsoen van politici en opinieleiders? Bijna een jaar geleden pleitte publiciste Naema Tahir ervoor om onfatsoenlijke journalisten van het Binnenhof te weren en alleen de beschaafde pers toe te laten. Maar daar begint het probleem, want wie bepaalt wat onfatsoenlijk is? Minister Plasterk trapt niet in de val om anderen uit te sluiten, maar houdt een zo’n algemeen betoog dat het een nietszeggend verhaal wordt. Het maakt geen onderscheid tussen goede en slechte opvoeding. Vrijblijvende profilering over niks.

De oplossing is simpel. Meer investeren in onderwijs, scherpere selectie in de toegang tot Nederland van mensen die veel aandacht vragen, meer toezicht in het openbaar vervoer, meer blauw op straat, meer sociaal-cultureel werk in de wijken, meer investeren in de huursector en een betere voorbeeldfunctie van de politiek. Maar dat kost geld dat de politiek er niet voor over heeft of waarover de politiek niet meer gaat omdat het zichzelf op afstand heeft gezet. En waar beleid niet meer werkt komen PvdA-ers met oproepen tot fatsoen.

De politiek kon beter werken aan het realiseren van een open samenleving door de roep om openheid en machtsdeling gepaster dan nu te beantwoorden. Door er doelgericht aan te werken dat meer burgers kunnen deelnemen aan het inrichten van de samenleving, de vormgeving van het publieke debat en het delen van de macht. Zodat burgers gehoord en gewaardeerd worden en zich minder machteloos voelen. En niet opstandig worden. Da’s een langlopend project. Het begint met het besef om zonder moralisme vrij te denken. Niet aan te komen met grote woorden over fatsoen of beschaving die de onmacht eerder verhullen, dan oplossen.

Foto: Gregory Peck en Audrey Hepburn in Roman Holiday (1953): ‘Wat de wereld nodig heeft is een terugkeer naar liefelijkheid en fatsoen’.

Tegen de barbaren

with 5 comments

We vechten tegen de barbaren. Ieder heeft een andere barbaar in het vizier. Waar de een vecht tegen de baardman, vecht de ander tegen de kunstenaar die een profeet afbeeldt. Waar de een vecht tegen de multinational die het milieu vervuilt, vecht de ander tegen de dominee die jaagt op de antichrist.

Die constatering is een waarheid als een koe. Het netwerk van relaties maakt onze samenleving. Het ene stoot af en het andere trekt aan. In die tegenstellingen kunnen we onze positie bepalen en worden wat we zijn. We bestaan in de vergelijking door de afweging van afstand en toenadering.

Ons uitspreken tegen Shell is makkelijk. Of tegen Rutte. Of tegen troepen naar Afghanistan. Of tegen De Telegraaf.  Of tegen Wilders of Beatrix. Of tegen brallerige VVD-ers, aarzelende PvdA-ers of zalvende CDA-ers. Of tegen de hoge moskee of het lage water. Of tegen het grijze weer of grijsgedraaide praatjes.

De uitdaging is om verder te gaan. Verder dan de usual suspects. Prikkel is om dat te doorgronden. Daar begint de nuance. Daardoor kunnen we krachten en machten beter begrijpen. Zonder ze ooit te bevatten.

We kunnen stelling nemen. Ons vereenzelvigen met partij of gedachtengoed. Om vanuit onze uitkijkpost in te stemmen. We kunnen ook verkenner zijn. Zwerven en ons niet binden. Het gaat erom zowel het goede van de een als het goede van de ander te willen zien. Evenals het minder goed van beide.

Soms moeten we onverdeeld tegen zijn. Als het moment dat vraagt. Slechts zo blijft de samenleving in stand die we graag kritiseren. Om het daarna los te laten zo gauw het kan. Want ook zekerheden veranderen. In het gevecht tegen de barbaren die voortdurend van gedaante wisselen.

Foto: Western Desert After Axis Retreat van Bob Landry (1942)

Ombudsman Brenninkmeijer vindt het publieke debat intolerant

with 2 comments

Vanavond spreekt de nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer de 15de Burgemeester Dales lezing uit in Nijmegen. Het onderwerp is de intolerantie in het Nederlandse publieke debat. Volgens Brenninkmeijer kan de politiek meer doen om intolerantie te bestrijden. Met name de toon van het debat kan volgens hem beter.

In een toelichting in Goedemorgen Nederland (31’30”) geeft de nationale ombudsman als voorbeelden de kopvoddentaks, haatpaleizen van Wilders en Nederland teruggeven aan de Nederlanders van Rutte. Dat zet de toon van een debat met een wij en een zij. Brenninkmeijer ziet dat als gevaarlijk ‘omdat mensen gelijkwaardig zijn’. In een onnavolgbare ketenredenering koppelt Brenninkmeijer toon, tolerantie, gelijkwaardigheid, discriminatie, het menselijk brein en politiek aan elkaar. Hij psychologiseert de volksgeest.

Alex Brenninkmeijer maakt zich door het noemen van de voorbeelden kwetsbaar omdat-ie naar Wilders en Rutte verwijst. Dat conflict zegt-ie echter niet aan te gaan omdat-ie alleen wil zeggen dat tolerantie in het politieke debat terug moet keren. Concreet moet de politiek ervoor zorgen dat Nederlanders met elkaar in gesprek gaan. Want Nederlanders vinden het belangrijk hoe ze met elkaar omgaan, aldus de ombudsman.

In de toelichting hamert Brenninkmeijer op de toon van het debat en het fatsoen. Dat zie ik als een zwaktebod omdat het aan de buitenkant blijft. Het oogt ook kleinburgerlijk. Naar mijn idee benadrukt-ie te weinig de spelregels van de politiek en de weerbaarheid van de democratie. Of de frisheid, sprankeling en heerlijke dwarsheid van een mening. Hij laat zich in een oubollige rol duwen. Met een pleidooi voor directe democratie, burgerrechten en openheid was-ie verder gekomen. Nu blijft-ie hangen in een fixatie voor politieke partijen.

Toch is zijn oproep sympathiek en noodzakelijk. Maar hij kiest de verkeerde inzet door te focussen op toon en omgangsvormen. Ik schreef eerder: Het is onze burgerplicht om de roep om openheid te concretiseren. Door meer deelnemers aan de inrichting van de samenleving en meer gebruikers van het vrije woord kan het glazen plafond doorbroken worden. Da’s een langlopend project. Het begint met het besef om zonder moralisme vrij te denken. De valse schijn moet aan diggelen. Hopelijk gooit Brenninkmeijer zijn steen in de juiste richting.

Foto: Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer schudt kamervoorzitter Gerdi Verbeet de hand in de Tweede Kamer, 2011. Credits: ANP

Staatsbureaucratie kan kleiner

with 13 comments

Aan de hand van een overpeinzing over de Auschwitz-herdenking bouwt de Utrechtse activist en dwarsdenker Kees van Oosten een betoog op dat de oorzaak van genocide niet bij gevaarlijke religies, ideologieën en intolerantie legt, maar bij de staatsbureacratie. Het klinkt marxistisch. Jammer dat ik het zo laat onder ogen kreeg. Het is een aannemelijk en niet geheel nieuw verhaal dat de schuldvraag voor volkerenmoord niet beantwoordt door naar de burger te verwijzen, maar naar de staat.

Van Oosten verwijst naar historici als Raul Hilberg en Zygman Bauman die reflecteerden op de Holocaust en de moderne samenleving. De rationele wereld van de moderne beschaving maakte de holocaust mogelijk zo citeert Van Oosten Bauman. Men zou er The Holocaust Industry: Reflections on the Exploitation of Jewish Suffering van Norman Finkelstein nog aan kunnen toevoegen. Maar ook een controversieel boek, Finkelstein mag Israël niet meer in.

In elk geval gaat de visie die genocide ziet als meer dan de uitsluiting van joden vanwege antisemitisme verder dan Amsterdams burgemeester Eberhard van der Laan die verwijst naar Nooit meer Auschwitz en het daar bij laat. Wie kwaadwillend is kan beredeneren dan Van der Laan het staatsapparaat uit de wind houdt waarvan hij zelf deel uitmaakt. Wie goedwillend is kan denken dat-ie waarschuwt voor het kwaad, maar de verschijningsvorm ervan niet kent. Maar wat zou het fijn zijn als we alle sentimenten, versimpelingen en miskenningen over religie, ras en ideologie niet meer hoefden aan te horen.

Op het idee dat door rationaliteit de moderne zich onderscheidt van de primitieve samenleving, valt volgens Van Oosten heel wat af te dingen. Want ‘De staatsbureaucratie beschouwen Hilberg en Zygman ten onrechte en in navolging van Weber als de belichaming van rationeel bestuur’. De staatbureaucratie die in hun ogen de Holocaust mogelijk maakte was behalve middel namelijk ook oorzaak. En daarin zit hem de crux.

Van Oosten vervolgt: Met andere woorden, functionarissen in een bureaucratie zijn er voortdurend op uit om werk te genereren en uitdagingen te zoeken die aansluiten bij hun competenties. De meest doeltreffende manier om dat voor elkaar te krijgen, is categorieën minderheden en ‘onaangepasten’ in de samenleving aan te wijzen en tot object van beleid en restrictieve regelgeving te maken, zoals dat tegenwoordig met migranten en uitkeringsgerechtigden gebeurt.

Via Hannah Arendt en Philip Zimbardo bouwt Van Oosten een betoog op dat de rol van ideologie, religie en intolerantie relativeert en die van psychologie, bureacratie en staatsmacht centraal zet als oorzaak van volkerenmoord. Ik stem in met de slotconclusie die hier vaker heeft geklonken en de aandacht voor moslims als afleiding ziet: De veel gehoorde waarschuwingen over intolerante ideologieën en religies leiden slechts de aandacht af van het werkelijke gevaar: de bureaucratische staat. 

Maar waar ligt het omslagpunt van bureaucratie naar nachtwakersstaat? En is het gewenst om afscheid te nemen van de verzorgingsstaat die de zwakkeren beschermt? In elk geval lijkt duidelijk dat in Nederland een bureaucratie bestaat die zichzelf onmisbaar maakt en problemen genereert om aan het werk te blijven en machtsposities te bezetten. Een constante is dat snijden in het overheidsapparaat keer op keer mislukt door obstructie van de bureaucratie, terwijl externe adviseurs ingehuurd moeten blijven worden. Laten we de bureacratie als probleem hoger op de agenda zetten.

Foto: Kantoor uit LIFE

De onmogelijke dood van God

with 6 comments


God is een culturele uiting. Een constructie die mensen ooit bedachten om iets te maken. Ontstaan gedurende eeuwen. Godsdienst gaf focus en richting om veel neuzen een kant op te krijgen. Schouders onder hetzelfde doel. Zinvol in een homogene samenleving, zinloos in een heterogene samenleving als de huidige. Daarom is God dood. Of liever gezegd, het idee van God is dood.

God bestaat in de hoofden van mensen die de vraag stellen wie of wat God is. Zonder het onaardig te bedoelen en de ruimte die God inneemt is niet mis,  maar dat is het dan ook. Antwoord op de vraag wie of wat God is, wordt een afgeleide van de vraag of God nog functioneel is voor mensen. Dat antwoord beantwoordt de vraag. De introductie van God in het functionalisme is de aangekondigde dood van God.

God bestaat niet buiten onszelf. De menselijke maat past God. En da’s goed zo. Met de zin: Tweemaal schudde de God van Nederland zijn eerbiedwaardige hoofd en tweemaal schoven z’n eerbiedwaardige grauwe bakkebaarden heen en weer over z’n vest, liet Nescio zijn novelle Dichtertje beginnen. Later noemde hij de God van Nederland de personificatie van de geest der samenleving voor zover hem die benauwt en bedreigt. Da’s niet onaardig gezegd.

Foto: Bouw The Empire State Building, New York, 1930

Liberale democratie

with 19 comments

I. Liberale democratie kan een voorbeeld zijn. Er zit perspectief in een kleine, krachtige nationale staat, vrijheid voor het individu, een grondwet met grondrechten en een open samenleving met een krachtig publiek debat. De politieke filosofie die dat schraagt is het liberalisme. Als onderstroom van het conservatisme. Da’s geen tegenstelling van progressiviteit, maar van anti-revolutionarisme. Daarom kan er progressief liberalisme bestaan, maar geen revolutionair liberalisme. Vandaar dat de ongelijksoortige VVD, D66 en GroenLinks in dezelfde stroming onder te brengen zijn.

Dit houdt in dat iedereen vrijheid heeft te doen wat-ie wenst, maar niet met voorbijgaan aan bepaalde uitgangspunten. Een duidelijke grens zijn de voorwaarden van de rechtsstaat die uitmonden in het secularisme waaronder de meest uiteenlopende meningen gebracht kunnen worden zonder dat ze conflicteren. Iedereen die de vrije keuze van de open samenleving en het levendig publieke debat accepteert kan er een plaats vinden. Alles gegarandeerd door een neutrale overheid.

Vanzelf gaat het niet. Verhoogde dijkbewaking is nodig. De waakvlam moet aanblijven. De liberale democratie moet elke dag verdedigd worden. Het getuigt van naïviteit om te denken dat er nooit gecorrigeerd hoeft te worden. Ofwel, dat een kleine staat niet optreedt. Anderen de eigen wil opleggen of beperken hoort niet thuis in een liberale democratie. Zo is het ongewenst dat godsdienstig geïnspireerden anderen hun normen opleggen. Hierop kan niet afwachtend gereageerd worden. De staat dient pro-actief op te treden.

De liberale democratie staat van verschillende kanten onder druk. Merkwaardig is dat de grootste dreiging van binnenuit komt. Het is een mechanisme dat fijn afgestemd moet zijn om optimaal te werken. Partijen dienen terughoudend te zijn om hun eigen doelstelling erin te willen verwezenlijken. Daar gaat het mis. Politieke partijen verwarren hun verschillende functies van controleren, beleid maken en besturen. Het is ongewenst dat een regering partij kiest tussen burgers. Daarom is het de vraag of politieke partijen bij de liberale democratie passen.

In elk geval moet voorkomen worden dat partijen een loopje met de rechtsstaat nemen. Zo is de ene partij (PvdA) selectief in het formuleren van plichten en de andere (PVV) in het formuleren van rechten. Zo handhaven partijen (CDA, CU, SGP) de extra juridische bescherming van religie in het publieke debat. Zo zijn bijna alle partijen onvoldoende kritisch jegens het bedrijfsleven.

Partijen die actief het mechanisme van instituties en waarden in standhouden verdienen onze voorkeur. Op dit moment zie ik dat het beste vertegenwoordigd door de liberale partijen van Nederland. Het komt voort uit de uitgangspunten van hun politieke filosofie en doordat ze de laatste jaren het minste zijn blootgesteld aan de verleidingen van de macht.

II. Aan de huidige VVD zijn onvolkomenheden te herkennen. De omgang met duurzaamheid, met cultuur, met veiligheid boven burgerrechten, met de gevolgen van de bankencrisis en de hypotheekrenteaftrek komt gemankeerd over.

Interessant zou zijn om een actuele vorm van liberalisme te formuleren die de meest waardevolle elementen uit het gedachtengoed van de VVD, D66 en GL combineert. Immers levensvatbare parlementaire partijen met een gemeenschappelijke liberale kern. Een vorm die optreedt waar de gemeenschap wordt beschadigd en vrijlaat waar initiatieven worden genomen. Maar partijen zitten zichzelf in de weg.

Dan resteert een vorm van liberalisme waarin duurzaamheid, compassie met de zwakkeren, culturele en educatieve focus, rust in huis boven open grenzen, individualisering en vergroting van burgerrechten, actief burgerschap, politieke hervormingen en een kleinere overheid samengaan met een straf bezuinigingsbeleid, geen staatssteun voor banken en afschaffen van allerhande overbodige subsidies. VVD, D66 en GL kunnen dat afzonderlijk niet bieden, maar samen wel. Door een verstandige uitruil van programmapunten. Een idee voor de toekomst.

Foto: Eugène Delacroix, De Vrijheid leidt het volk (La Liberté guidant le peuple), 1830