Ross Williams verstoort met Amerikaans cultureel imperialisme de blik op Zwarte Piet

In plaats daarvan legt hij Nederlanders een nadrukkelijk uit de VS stammende opvatting van racisme op.’ Dat is de sleutelzin uit de ingezonden brief in de NRC van dr. Hans Siebers die als wetenschapper aan de Universiteit Tilburg gespecialiseerd is in culturele diversiteit en etnische identiteit. Hans Siebers heeft het over de Afro-Amerikaanse regisseur Roger Ross Williams die met een Nederlander getrouwd is en in opdracht van CNN de documentaire Blackface maakte die vorige week online ging. Een bij vlagen humoristisch verslag met een ernstige ondertoon dat bedoelt lijkt om racisme te bestrijden. Maar Siebers ziet in de stellingname van Ross Williams juist het omgekeerde: ‘Zijn bewering mist elk fundament en dreigt racisme juist te bevorderen.

Siebers stelt dat ‘de relevante vraag is of Zwarte Piet de sinterklaasvierders hier en nu aanzet tot racistische gedachtes en handelingen. Hiervoor is geen enkel bewijs.’  Vervolgens meent Siebers dat het racisme in Nederland onlosmakelijk is verbonden met de Holocaust dat leidde tot ‘naoorlogse antiracisme in dit land’. Een complexe redenering waarvan het niet op voorhand duidelijk is of het klopt. Want door sinterklaasvierders van racisme te betichten, zou je ze er volgens Siebers van beschuldigen de Holocaust te legitimeren.

Siebers heeft een punt dat Ross Williams als Amerikaans staatsburger cultureel imperialisme bedrijft door zijn in de Amerikaanse situatie gewortelde opvattingen over racisme naar Nederland te transformeren en deze zonder enig voorbehoud voor andere omstandigheden voor Nederland geldig te verklaren. Ondersteunend bewijs voor het feit dat Ross Williams cultureel imperialisme bedrijft is dat in de documentaire degenen die het beste Engels spreken, de Amerikaanse opvatting over racisme het meeste delen en zich het meest lijken te vereenzelvigen met de Amerikaanse kritiek Ross Williams bijvallen in de verontwaardiging over Zwarte Piet.

Maar zal iemand zich mogelijk afvragen is gelijkheid dan geen universele waarde die in gelijke mate geldt voor alle landen? Dat ligt genuanceerd. De activisten tegen Zwarte Piet verwarren discriminatie en racisme met elkaar. Discriminatie als sociologisch verschijnsel  kan een positieve sociale werking hebben omdat het door binding dient om groepsvorming te bevorderen. Zoals gelovigen zich verzamelen binnen een religie en zich onderscheiden van andersdenkenden. Positieve discriminatie wordt maatschappelijk en juridisch toegestaan en komt in alle landen voor. Dat is geen racisme. Daarvoor is meer nodig, zoals het als minderwaardig bestempelen van alle leden van een ras. Dat is bij het Sinterklaasfeest niet aan de orde. Stereotyperende uiterlijkheden zoals dikke lippen, kroeshaar en krom praten die vermoedelijk sinds het midden van de 19de eeuw in de Sinterklaastraditie zijn ingeweven worden de afgelopen jaren juist van bovenaf afgezwakt.

Ross Williams lijkt door zijn begripvolle houding heel wat van het Sinterklaasfeest te begrijpen, maar begrijpt er uiteindelijk toch te weinig van. De grootste fout die hij maakt is dat hij zijn Amerikaanse opvatting van racisme die wortelt in de keiharde politieke en maatschappelijke Amerikaanse verhoudingen zonder voldoende rekening te houden met fundamentele verschillen projecteert op de Nederlandse situatie. Dat gaat mank. Ross Williams heeft gelijk dat racisme bestreden moet worden en onder alle omstandigheden onaanvaardbaar is, maar waarom hij dat met het Sinterklaasfeest verbindt is de vraag. Door ‘wit’ en ‘zwart’ tegenover elkaar te zetten introduceert hij juist het racisme in het Sinterklaasfeest dat er helemaal niet is.

Advertentie

Slagter: religieuze overtuiging is niets anders dan een mening

sar

Ons rest niets anders dan de geprivilegieerde status die godsdienstige opvattingen ook in de westerse wereld nog steeds hebben, ter discussie te stellen. In het debat met moslims moet het Westen zich consequent op het standpunt stellen dat een religieuze overtuiging niets anders dan een mening is.’ Aldus de conclusie van filosoof Martin Slagter in een artikel in NRC. Hoe gelijk heeft Slagter en hoe slecht wordt dat begrepen.

De samenleving kent een verschil in benadering van gelovigen en andersdenkenden. Want: ‘Ook volledig geseculariseerde mensen denken vaak nog dat religieuze overtuigingen meer respect verdienen dan ‘wereldse’ opvattingen. Zo zijn bijvoorbeeld op vrijwel alle middelbare scholen petjes verboden, maar mogen moslimmeisjes wel een hoofddoek dragen.’ Dit valt niet met redelijke argumenten te verklaren, alleen door de macht en invloed die religies in onze samenleving hebben. Want: ‘Zolang door een van beide partijen aan een willekeurige verzameling oude geschriften meer autoriteit wordt toegekend dan aan empirie en rationele gevolgtrekkingen, is redelijke overeenstemming uitgesloten.

De eindredactie van NRC begrijpt evenmin wat een seculiere samenleving is. Secularisme is een politiek idee dat kerk en staat gescheiden zijn. Secularisme spreekt zich er niet over uit of er een God bestaat. Het doet er welbeschouwd niet toe. Omdat secularisme geen vijand van religie is, kunnen uiteenlopende religies er naast elkaar bestaan. Juist daar bescherming vinden. Maar NRC voegt door een  ondertitel een schijntegenstelling toe: ‘Behandel gelovigen en ongelovigen als gelijken, betoogt Martin Slagter’. Los van het feit dat Slagter het adjectief ongelovig slechts eenmaal onder voorbehoud (‘  ‘) gebruikt betoogt hij wat anders. Hij stelt dat in een seculiere samenleving een religieuze overtuiging evenveel respect verdient als een wereldse opvatting.

Slagter geeft het voorbeeld van islamitische docenten die begrip krijgen omdat ze het tijdens de Ramadan lieten afweten, terwijl docenten die het laten afweten tijdens het WK Voetbal geen begrip van hun collega’s krijgen. Dit is krom. Met de term ‘werelds’ introduceert Slagter overigens ruis. Dat suggereert dat het secularisme tegenover religie staat, maar dat is niet zo. Religie schuilt onder de paraplu van het secularisme en is even ‘werelds‘ als welke willekeurige opvatting. Begripsverwarring typeert de overgangssituatie waarin religies aan macht en invloed inboeten en hun voorkeurspositie verliezen. Maar in het openbare debat is dat nog niet goed doorgedrongen. Er zijn nog geen algemeen aanvaarde woorden die dat einddoel van het secularisme passend omschrijven. Nu is het nog behelpen met de aan religies ontleende termen.

Foto: Sarkis, ‘Landscape Forever‘ in Museum Boijmans Van Beuningen, 2008.

Bezinningsruimte op school moet er voor iedereen zijn

gewoon-1

Moslimstudenten verzoeken om een gebedsruimte binnen hun school. Ze vragen in de petitie Gebedsruimten in ROC’senkel een open plek of een leegstaand lokaal, waar de moslims in volledige rust gebruik van kunnen maken’. Het gaat dus feitelijk om leerlingen in het middelbaar beroepsonderwijs. Is hun verzoek redelijk?

Op de Facebook-pagina ‘From Athan to Salat‘ waarnaar petitionaris Shrouk Ibrahim verwijst wordt Artikel 6 van de Grondwet geciteerd in een versie eenvoudig Nederlands die uitlegt wat de Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging inhoudt. Het artikel 6.1 luidt: ‘Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.’ Vraag van Ibrahim is ‘Welke reden houden zij dan nog aan om ons geen gebedsruimte te verlenen?

Onduidelijk is wat de petitionaris bedoelt met ‘open plekken’ binnen de school. Het creëren van wat ook een ‘bezinningsruimte‘ genoemd kan worden is een kwestie van redelijkheid. Leerlingen zijn echter geen werknemers die in een arbeidsrelatie tot de werkgever staan. Maar ze moeten in hun pauzes de religie of levensovertuiging van hun eigen keuze kunnen praktiseren. Dat kan van individu tot individu bekeken worden.

Als binnen scholen een geschikte ruimte ingericht kan worden als bezinningsruimte, dan is het verstandig als de schoolleiding een plek voor de uitoefening van religieuze of levensbeschouwelijke plichten aanwijst. Er zijn honderden religies en levensovertuigingen. Zo kent de islam vele stromingen en richtingen die soms haaks op elkaar staan. Alle varianten dienen in gelijke mate gebruik te kunnen maken van de bezinningsruimte.

Er moet door de school goed op gelet worden dat leerlingen in gelijke mate gebruik kunnen maken van de bezinnigsruimte en niet een groep de ruimte claimt. Dus zich de plek toe-eigent. Leerlingen zijn individuen met individuele rechten. Juist het individueel kunnen belijden zonder dwang van anderen is karakteristiek voor de vrijheid van godsdienst. Groepsvorming is daarmee in strijd. Da’s het zwakke punt van Ibrahims verzoek.

Shrouk Ibrahims initiatief is sympathiek en verdient ondersteuning. Maar het is jammer dat-ie niet samen optrekt met christenen, communisten, vrijdenkers, boeddhisten, hindoes, jehova’s getuigen, humanisten, atheïsten, antitheïsten, joden, pacifisten, nihilisten en allen die vanwege religieuze of levensbeschouwelijke plicht gebruik willen maken van een bezinningsruimte op school. Nu lijkt het alsof het Ibrahim niet zozeer te doen is om het uitoefenen van een religieuze plicht, maar om het promoten van de islam. Hij zou z’n pleidooi er een stuk sterker op maken als-ie dat vermoeden wegnam door actief met vertegenwoordigers van andere religies en levensovertuigingen te pleiten voor een gezamenlijke bezinningsruimte voor alle leerlingen.

Foto: Zen-boeddhisme. De petitie van Shrouk Ibrahim kan hier getekend worden. 

Secularisme volgens Bishr Ibn Fahd. Beeld van een gesloten islam

Deze interpretatie van het secularisme redeneert vanuit de islam. Anders dan een wetenschapper als Jacques Berlinerblau doet die afstand neemt, met een helikopterblik kijkt en geen partij kiest. Hij ziet secularisme als een politiek idee dat kerk en staat gescheiden zijn. Het spreekt zich niet uit over Godsbeelden of religie. De mens moet het zelf uitmaken. Juist omdat secularisme geen vijand van religie is, kunnen in het secularisme uiteenlopende religies naast elkaar bestaan. Mensen die tolerant willen zijn zonder tot een keuze over religies en levensovertuigingen gedwongen te worden kunnen in het secularisme een neutrale basis vinden.

Gelijkheid tussen religies en levensovertuigingen is precies wat de islamitisch-soennitsche sjeik Bishr Ibn Fah afwijst. Zijn uitgangspunt is onjuist dat het islamitisch begrip van secularisme breder is dan het westerse begrip ervan. Zijn opvatting van het secularisme is beperkt omdat het in een bepaalde lezing van de islam moet passen. Tussen de opvattingen van Jacques Berlinerblau en Bishr Ibn Fah bestaan werelden van verschil. Het is het fundamentele onderscheid tussen een open (Berlinerblau) en gesloten (Bishr Ibn Fah) wereldbeeld. In het secularisme volgens Berlinerblau is plaats voor het secularisme volgens Bishr Ibn Fah. Andersom niet.

secular-vs-religious-web

Foto: Dave Granlund, Secular vs Religious. 2007. Credits: Dave Granlund.

Over pluriformiteit, vrijheid van godsdienst en secularisme

new-working-environments-diversity

Hangen pluriformiteit, vrijheid van godsdienst en secularisme samen? En hoe dan? Het onderwerp is hier vaak besproken, maar het blijkt een onderwerp te zijn dat misverstanden oproept. De bemiddelaar die op hetzelfde aambeeld blijft slaan kan als rigide worden bestempeld. Eerder vanwege de herhaling, dan de inhoud.

Het idee om te pleiten voor secularisme is dat het de individuele vrijheid vergroot. Voor meer religies biedt het meer mogelijkheden dan religie zelf doet. Deze pluriformiteit gaat ten koste van iets. Namelijk van homogene religies zoals deze als vanouds bestaan. Bijvoorbeeld als staatsgodsdienst. Daarom doen orthodoxe gelovigen graag geloven dat secularisme religie om zeep wil helpen. Dat beweren ze om hun machtspositie die een voorkeurspositie met zich meebrengt te beschermen. Secularisme streeft de scheiding van kerk en staat na.

Secularisme is per definitie kleurloos. Niet atheïstisch of anti-religieus. In de tijdelijke overgangssituatie wil secularisme de voorrechten van machtsblokken afbreken en herverdelen over nieuwe toetreders. Het komt in het geweer tegen voorrechten van religie, maar niet tegen een bepaalde godsdienst als een van de vele keuzes. Dat bepaalt binnen eigen grenzen de eigen inhoud. Daarmee is het secularisme een opvatting om individueel denkende burgers optimale keuzevrijheid te geven in het kiezen van een levensovertuiging of religie naar smaak. Zonder enige dwang van bovenaf. Of helemaal niets te kiezen. Want da’s ook een keuze.

Hoe hangen pluriformiteit, vrijheid van godsdienst en secularisme uiteindelijk samen? Pluriformiteit (ook wel genoemd diversiteit of veelvormigheid) gaat over de heterogeniteit van het aanbod. Het maakt het speelveld breed. De vrijheid van godsdienst maakt het speelveld gelijk. Met een Engelse term: ‘level playing field‘. Maar dit leidt niet automatisch tot een uitgangspositie waarin iedereen vrij kan kiezen. Sociale groepsdwang of resten orthodoxe religie zitten dat nog vaak in de weg. Secularisme gaat over de spelregels op het speelveld.

Is er dan geen nadeel aan het secularisme? Jawel, maar ziet er anders uit dan doorgaans vanuit religieuze hoek in demoniserende zin voorgesteld wordt. Vaak met de als negatief bedoelde woordspeling ‘agressief secularisme‘. Secularisme biedt weliswaar religieuze minderheden optimale bescherming, maar kan groepen met individuen die middenin een kwetsbare emancipatie zitten verzwakken. En als de groep blijft hangen, dan blijven individuen ook hangen. En komen nooit bij de fase aan om vrij te kiezen. Daarom past secularisten terughoudenheid waar sprake is van een overgangssituatie met gelovigen die de stap van de individualisering nog moeten zetten. Overigens sluiten groep en individu elkaar niet uit. Ze zullen altijd naast elkaar bestaan.

Foto: Mastering diversity.

Plasterk pleit voor fatsoensoffensief en betere opvoeding

what-the-world-needs-is-a-return-to-sweetness-and-decency

Minister Ronald Plasterk (PvdA) roept op tot een fatsoensoffensief. Kinderen moeten beter opgevoed worden. Alle kinderen, want-ie maakt geen onderscheid. Plasterk koppelt dat aan het geweld tegen mensen met een publieke taak, zoals medewerkers op ambulances, bij de politie of in het openbaar vervoer. Ze moeten zich gesteund voelen door politie en justitie, aldus Het Parool. Vandaag verschijnt er een evaluatie over dit onderwerp. Wat opvoeding en doelmatig overheidsoptreden met elkaar te maken hebben valt moeilijk in te zien. PvdA-voorzitter Hans Spekman riep vorige week op tot een beschavingsoffensief op internet.

Wat is dat toch dat gepraat over fatsoen van politici en opinieleiders? Bijna een jaar geleden pleitte publiciste Naema Tahir ervoor om onfatsoenlijke journalisten van het Binnenhof te weren en alleen de beschaafde pers toe te laten. Maar daar begint het probleem, want wie bepaalt wat onfatsoenlijk is? Minister Plasterk trapt niet in de val om anderen uit te sluiten, maar houdt een zo’n algemeen betoog dat het een nietszeggend verhaal wordt. Het maakt geen onderscheid tussen goede en slechte opvoeding. Vrijblijvende profilering over niks.

De oplossing is simpel. Meer investeren in onderwijs, scherpere selectie in de toegang tot Nederland van mensen die veel aandacht vragen, meer toezicht in het openbaar vervoer, meer blauw op straat, meer sociaal-cultureel werk in de wijken, meer investeren in de huursector en een betere voorbeeldfunctie van de politiek. Maar dat kost geld dat de politiek er niet voor over heeft of waarover de politiek niet meer gaat omdat het zichzelf op afstand heeft gezet. En waar beleid niet meer werkt komen PvdA-ers met oproepen tot fatsoen.

De politiek kon beter werken aan het realiseren van een open samenleving door de roep om openheid en machtsdeling gepaster dan nu te beantwoorden. Door er doelgericht aan te werken dat meer burgers kunnen deelnemen aan het inrichten van de samenleving, de vormgeving van het publieke debat en het delen van de macht. Zodat burgers gehoord en gewaardeerd worden en zich minder machteloos voelen. En niet opstandig worden. Da’s een langlopend project. Het begint met het besef om zonder moralisme vrij te denken. Niet aan te komen met grote woorden over fatsoen of beschaving die de onmacht eerder verhullen, dan oplossen.

Foto: Gregory Peck en Audrey Hepburn in Roman Holiday (1953): ‘Wat de wereld nodig heeft is een terugkeer naar liefelijkheid en fatsoen’.

Berlinerblau over Bloomberg en de scheiding van kerk en staat

Burgemeester Bloomberg van New York handhaaft in z’n heldere kanten de scheiding van kerk en staat. Hij beperkt zich niet tot religie of secularisme, maar gaat ook voor de meningsuiting in het publieke debat. Mike Bloomberg neemt afstand van het beroep op fatsoen of moraal dat altijd in de politiek meezeurt. Een verademing voor wie de Nederlandse politiek volgt. Hij toont dat secularisme meer mogelijkheden voor meer religies biedt dan religie zelf doet. Orthodoxe gelovigen doen graag geloven dat secularisme religie om zeep wil helpen. In hun toorn claimen ze voor zichzelf een voorkeurspositie boven andere religies. Jammer dat Mike Bloomberg in zijn duistere kanten doorslaat en niet stopt zodat we hem als een gaaf voorbeeld kunnen zien.

Een voorbeeld is-ie wel voor ons openbaar bestuur. Ik verdenk de Haagse burgemeester Jozias van Aartsen ervan de meest Bloombergse burgemeester van Nederland te willen zijn. Hagenezen kunnen niet meer in kerken stemmen. Zo hoort het vanzelfsprekend. Merkwaardig dat christelijke partijen daartegen protesteren. Zij begrijpen in elk geval niet wat de scheiding van kerk en staat inhoudt. En hoe secularisme dat kan sturen.

Ook: Vrijdenken met Jacques Berlinerblau gaat verder dan politiek en Jacques Berlinerblau legt uit wat seculiere kunst is. Of niet.

Maakt het uit of Robin van Persie moslim is?

Al sinds 2005 zingt het rond op internet: Robin van Persie is moslim geworden. Afgelopen maandag merkte de NRC het op in een poging om te verklaren waarom Oranje zo onsamenhangend en ongeïnspireerd speelde. Met de opening: ‘Oranje miste teamgeest op het EK. Een man stond symbool voor het gebrek aan eenheid: Robin van Persie, vedette met privileges‘. Er zou een kamp Van Persie en een kamp Sneijder zijn. Iemands achtergrond wordt van belang bij verdeeldheid. Is er een Marokkaanse kabel met Khalid Boulahrouz, Robin van Persie and Ibrahim Afellay die zich losmaakt van de rest? En heeft dat met de slechte resultaten te maken?

Media zijn tot nu toe terughoudend geweest om te melden dat Robin van Persie in 2004 een Marokkaanse vrouw trouwde en moslim werd. Wat iemand achter de voordeur of in een gebedshuis uitspookt doet er niet toe. Als het niet van invloed is op de prestaties op het veld. Precies dat is veranderd. Daarom doorbreekt de NRC nu pas het taboe en haalt het naar boven. Is het cynisch om te zeggen dat het pas genoemd wordt als het slecht met Van Persie gaat? Doe ik eraan mee door het te noemen? Moet het daarom ongenoemd blijven?

Bij het EK van 1996 waren er geruchten over het bestaan van een Surinaamse kabel met de Ajacieden Patrick Kluivert, Edgar Davids, Michael Reiziger, Winston Bogarde en Clarence Seedorf. Reconstructies verduidelijken echter dat het gewoon vrienden waren. Ook nog eens met een gemeenschappelijk belang omdat bij Ajax de zwarte spelers minder verdienden. Of er een Marokkaanse kabel van Boulahrouz, Van Persie en Afellay bestaat is niet van belang. Feit is dat Van Persie de eenheid verstoorde, uitgeblust was na een lang seizoen en de nukken van een vedette vertoonde. Door zijn godsdienstige overtuiging was de afstand tot de groep vergroot.

Foto: (Vanaf links) Khalid Boulahrouz, Robin van Persie en Ibrahim Afellay dollen met assistant-coach Dick Voorn. Charkov, juni 2012. Credits AFP

Marokkaans straattuig mishandelt en daarmee is alles gezegd

Parool.nl besteedt op 5 mei met twee berichten aandacht aan hetzelfde feit. Om 11.00 uur zegt een stuk Baby na straatruzie overleden: ‘Een zwangere  Amsterdamse die op de Nieuwendijk door vijf Marokkaanse mannen was mishandeld, is kort daarop te vroeg bevallen, waarna de baby is overleden‘. Het stukje zegt verder dat de vrouw van Marokkaanse komaf was, een Surinaamse vriend had en door de vijf mannen voor ‘negerhoer’ werd uitgescholden. Om 16.02 uur doet een ANP-stuk Baby mishandelde zwangere vrouw overleden verslag van hetzelfde feit met weglating van de etnische bijzonderheden. Het sluit af met de mededeling dat de verdachten onder de 18 jaar waren, maar ‘de politie kon verder niets zeggen over hun identiteit‘.

Eerst plaatst Het Parool om 11.00 uur dus een verslag van de mishandeling op de Nieuwendijk met vermelding van bijzonderheden. Maar 5 uur later plaatst om 16.02 uur hetzelfde nieuwsmedium een bericht online dat alle bijzonderheden over de achtergronden van zowel daders als slachtoffers weglaat. Wat is hier aan de hand?

Inmiddels kent het bericht op Google Nieuws meer dan 50 vindplaatsen. Aan de hand van het bericht in Het ParoolBaby na straatruzie overleden‘ zijn kamervragen gesteld. Op 7 mei vraagt Joram van Klaveren (PVV) met ‘De dood van een baby na de racistische mishandeling van de moeder door Marokkaans straattuig‘ naar de strafafhandeling van de daders die blijkbaar onbestraft zijn. Khadija Arib (PvdA) vraagt op 9 mei met ‘Mishandeling van zwangere vrouwen naar het verband tussen het overlijden van een ongeboren vrucht en mishandeling. Zij vraagt ook of de mishandeling van zwangere vrouwen voldoende kan worden bestraft.

Bart Schut vraagt in een opiniestuk in De Volkskrant op 8 mei of Marokkanen een racismeprobleem hebben. Hij merkt op dat de mishandeling al op 26 maart plaatsvond en hij vindt het opmerkelijk dat de gebeurtenis nu pas opgepikt wordt door de media. Een en ander maakt opnieuw duidelijk dat racisme niet voorbehouden is aan een bepaalde etniciteit of politieke stroming, maar overal voorkomt. Dat ontkennen of wegpoetsen zoals Het Parool met het tweede bericht lijkt te doen werkt averechts. Dat het om Marokkaans straattuig gaat lijkt een voldoende constatering waar ook andere Marokkanen zich krachtig tegen moeten kunnen uitspreken.

Foto: Foto bij bericht Baby na straatruzie overleden op Parool.nl. Credits Maarten Brante

Ombudsman Brenninkmeijer vindt het publieke debat intolerant

Vanavond spreekt de nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer de 15de Burgemeester Dales lezing uit in Nijmegen. Het onderwerp is de intolerantie in het Nederlandse publieke debat. Volgens Brenninkmeijer kan de politiek meer doen om intolerantie te bestrijden. Met name de toon van het debat kan volgens hem beter.

In een toelichting in Goedemorgen Nederland (31’30”) geeft de nationale ombudsman als voorbeelden de kopvoddentaks, haatpaleizen van Wilders en Nederland teruggeven aan de Nederlanders van Rutte. Dat zet de toon van een debat met een wij en een zij. Brenninkmeijer ziet dat als gevaarlijk ‘omdat mensen gelijkwaardig zijn’. In een onnavolgbare ketenredenering koppelt Brenninkmeijer toon, tolerantie, gelijkwaardigheid, discriminatie, het menselijk brein en politiek aan elkaar. Hij psychologiseert de volksgeest.

Alex Brenninkmeijer maakt zich door het noemen van de voorbeelden kwetsbaar omdat-ie naar Wilders en Rutte verwijst. Dat conflict zegt-ie echter niet aan te gaan omdat-ie alleen wil zeggen dat tolerantie in het politieke debat terug moet keren. Concreet moet de politiek ervoor zorgen dat Nederlanders met elkaar in gesprek gaan. Want Nederlanders vinden het belangrijk hoe ze met elkaar omgaan, aldus de ombudsman.

In de toelichting hamert Brenninkmeijer op de toon van het debat en het fatsoen. Dat zie ik als een zwaktebod omdat het aan de buitenkant blijft. Het oogt ook kleinburgerlijk. Naar mijn idee benadrukt-ie te weinig de spelregels van de politiek en de weerbaarheid van de democratie. Of de frisheid, sprankeling en heerlijke dwarsheid van een mening. Hij laat zich in een oubollige rol duwen. Met een pleidooi voor directe democratie, burgerrechten en openheid was-ie verder gekomen. Nu blijft-ie hangen in een fixatie voor politieke partijen.

Toch is zijn oproep sympathiek en noodzakelijk. Maar hij kiest de verkeerde inzet door te focussen op toon en omgangsvormen. Ik schreef eerder: Het is onze burgerplicht om de roep om openheid te concretiseren. Door meer deelnemers aan de inrichting van de samenleving en meer gebruikers van het vrije woord kan het glazen plafond doorbroken worden. Da’s een langlopend project. Het begint met het besef om zonder moralisme vrij te denken. De valse schijn moet aan diggelen. Hopelijk gooit Brenninkmeijer zijn steen in de juiste richting.

Foto: Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer schudt kamervoorzitter Gerdi Verbeet de hand in de Tweede Kamer, 2011. Credits: ANP