George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Publieke debat

The New York Times en de journalistiek: de waarheid is …

with 6 comments

Media doen er verstandig aan om in het openbaar te antwoorden op aanvallen van populisten. Deze hebben er een handje van om media nep te noemen en van te beschuldigen vooringenomen te zijn. Zelfs om het idee van de waarheid te betwijfelen. Maar er past een onderscheid. Journalisten zijn vaak -maar zeker niet altijd- links. Media zijn echter doorgaans -maar evenmin altijd- rechts. Ze zijn immers onderdeel van concerns met grote economische belangen die tegen de zittende macht aanleunen. Mediaconcerns verdedigen daarom per definitie de gevestigde orde. Dus zijn het de rechtse contouren (mediaconcern) of de linkse schijnbewegingen (journalisten) die doorslaggevend zijn? Het verschilt per land, maar deze tweedeling is overal zichtbaar.

Media winnen aan belang als de persvrijheid onder druk wordt gezet. Mits ze de urgentie van de dreiging beseffen en zich goed en krachtig weten te organiseren. Zoals nu sinds een maand door het aantreden van Donald Trump als president in de VS gebeurt. In autoritaire landen als Turkije, China of de Russische Federatie is het al te laat. Daar zijn de media gelijkgeschakeld en tot spreekbuizen van het zittende regime gemaakt. Ze zijn hun bewegingsvrijheid kwijt. Dat schrikbeeld wapent media in westerse landen waar populisten in opkomst zijn om het niet zover te laten komen. Dat is de achtergrond van de actie van The New York Times.

In Nederland zijn media akelig stil. Tot nu toe zien ze voor zichzelf geen rol weggelegd om het publieke debat van feiten te voorzien. Waar blijven NRC, Volkskrant, Parool, Trouw, NOS, RTL Nieuws of De Groene om gezamenlijk de alternatieve feiten van populisten van PVV, VNL, FvD, 50Plus of DENK kritisch tegen het licht te houden? Het publieke debat vraagt om nuancering die media kunnen bieden over de grenzen van hun eigen achterban heen. Maar ze zwijgen en beseffen onvoldoende de urgentie dat ze zich in moeten spannen omdat hun eigen functioneren op het spel staat. Wilders dreigt met zijn PVV de grootste partij te worden. Hoewel de PVV geen schijn van kans maakt om in de regering te komen zijn z’n volgers daar absoluut niet van overtuigd.

Openbare spot en minachting van de islam? Aanklacht in Denemarken wegens verbranden koran

with 6 comments

fb

In Denemarken is de aanklager een strafzaak wegens godslastering begonnen tegen een 42-jarige man uit Noord-Jutland die in december 2015 op de Facebook-pagina JA TIL FRIHED – NEJ TIL ISLAM (‘Ja tegen vrijheid, nee tegen de islam’) een video postte waarin hij een koran verbrandde. De aanklager beroept zich hierbij op overtreding van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. In een persbericht van 22 februari 2017 zegt Mikkel Thastum (vertaald in het Engels): ‘It is the prosecution’s view that the circumstances of the burning of holy books like the Bible and the Qur’an implies that in some cases it may be a violation of blasphemy provision, which deals with public mockery or scorn against a religion.’

De aanklager geeft als reden openbare spot of minachting van een religie. Iemand verbrandt in zijn achtertuin een koran, maakt daar een video van, zet er een tekst bij, maakt daar een posting van op een openbare FB-groep en wordt aangeklaagd. Wie door de FB-pagina JA TIL FRIHED – NEJ TIL ISLAM scrollt wordt niet vrolijk van de aanvallen op de islam en de steun voor tegenstanders van de islam. Maar daar gaat het niet om. Het is de vraag of dit gebrek aan nuancering de actie van de aanklager onder de verwijzing naar spot en minachting rechtvaardigt. De 42-jarige man is nog niet veroordeeld en de rechter moet uitmaken of er sprake is van godslastering volgens het Wetboek van Strafrecht. Dus af te wachten valt hoe het staat met de vrijheid van meningsuiting in Denemarken en hoe heet de deze week opgediende soep uiteindelijk gegeten wordt.

Het is lastig om iemand voor openbare spot van een religie te veroordelen. Want spot of belediging hoort bij een dynamische samenleving met weerbare burgers die zich tegenover elkaar uitspreken. Georganiseerde religieuze instellingen hoeven geen extra juridische bescherming. Hoewel in de rechtstoepassing die voorrechten in westerse samenlevingen nog steeds bestaan. Een open samenleving heeft een publiek debat waarin het kan spetteren. Laat maar botsen. Een uitzondering kan gemaakt worden voor groepen die niet voor zichzelf op kunnen komen, zoals kinderen, hoogbejaarden, gehandicapten of laagbegaafden. In die gevallen kan de overheid inspringen. Pas waar spot overgaat in haatspraak en aanzetten tot geweld wordt een grens overschreden. Het oogt gekunsteld om te veronderstellen dat minachting van een wereldreligie die tientallen landen in haar greep heeft en meer dan 1,6 miljard volgelingen heeft aan de orde is. De gelovigen van de islam zijn ook in Europese landen sterk en krachtig genoeg georganiseerd om voor hun geloof op te komen.

Waarom de aanklager meent hier een zaak van te moeten maken is onduidelijk. Het kan het omgekeerde betekenen van wat het lijkt. In dit soort zaken bestaat altijd het vermoeden dat druk uit islamitische landen en een dreigende boycot van Deense producten op enigerlei manier van invloed zijn op de beslissing van een aanklager om er een zaak van te maken. Mogelijk op aanwijzing van het ministerie van Justitie. Als dat zo is, dan is het de verkeerde reden. Maar het omgekeerde kan ook, namelijk dat de Deense samenleving aan de islamitische kritiek subtiel duidelijk wil maken hoe genuanceerd en evenwichtig een westerse rechtsstaat werkt. Met de stille hint om die nuanceringen in de islamitische landen over te nemen. Als God het wil. 

Foto: Schermafbeelding van deel FB-pagina JA TIL FRIHED – NEJ TIL ISLAM.

Oekraïne-referendum. Feest van de democratie werd foutenfestival

with 4 comments

Een opmerkelijk bericht van RTL Nieuws met een veelzeggende titel: ‘Twijfel aan geldigheid handtekeningen onder aanvraag Oekraïne-referendum’. Minister Ronald Plasterk schrijft op een WOB-verzoek van advocaat Christiaan Alberdingk Thijm dat er geen zekerheid bestaat over de geldigheid van de 427.000 ondersteuningsverklaringen die zijn opgehaald voor het Oekraïne-referendum. Politici reageren verrast, of suggereren dat ze verrast zijn. Dat kunnen ze in werkelijkheid niet zijn. Ze wisten dat het fout kon zitten.

Twijfel aan ‘de vereisten van toezicht en betrouwbaarheid’ over de wijze van indiening van verklaringen zoals artikel 31, lid 2 van de Wet Raadplegend Referendum stelt werd al in 2015 in de openbaarheid besproken. Jeroen de Kreek diende protest in, maar werd niet ontvankelijk verklaard omdat hij geen belanghebbende zou zijn. De procedure van de indiening van de verklaringen is nooit inhoudelijk getoetst. Dat is opmerkelijk, maar nogmaals, geen nieuw feit. Het was in oktober 2015 al onderwerp van publiek debat.

Inmiddels zijn volgens Plasterk de verklaringen vernietigd, zo zegt het bericht van RTL Nieuws. Onduidelijk is welke details er in het proces-verbaal staan dat volgens artikel 37 WRR moet worden opgemaakt. In de wettekst staat trouwens geen verplichting om de lijsten met ondersteuningsverklaringen te vernietigen als er een referendum komt. Integendeel volgens artikel 36 moeten de lijsten in een pak gedaan worden. Maar in artikel 39 wordt geen verplichting opgelegd voor de vernietiging van het pakket als het referendum doorgaat. Het is dan ook de vraag af artikel 39 WRR juridisch correct is toegepast. Zowel naar de letter als de geest van de wet. Wie heeft steken laten vallen? Minister Plasterk, de kamer, de Raad van State of de Kiesraad die had dienen toe te zien op de procedure, maar dat door onkunde of onverschilligheid naliet? Michiel Trimpe concludeerde in een commentaar: ‘Al met al blijkt dus dat dit referendum, dit ‘feest voor de democratie,’ tot stand is gekomen met dank aan stemfraude op grote schaal en een dubieuze rechter.’ 

Voedt de afwijking of het tekortschieten van de traditie het wantrouwen in de politieke journalistiek? Het geval Donald Trump

with 15 comments

ns

Het rapport dat BuzzFeed op 11 januari 2017 tot woede van president-elect Trump publiceerde over diens banden met het Kremlin was al maanden bekend bij journalisten. David Korn van Mother Jones gebruikte het als bron voor een bericht van 31 oktober 2016. Maar niets gebeurde. De journalistiek onthield het publiek de analyse dat Trump in de achterzak van het Kremlin of de Russische georganiseerde misdaad (Mogilevich) zat. Zie hier voor die laatste aantijging. Journalisten stelden zich op het standpunt dat ze de feiten niet konden natrekken en daarom niet tot publicatie over konden gaan. BuzzFeed zei bij publicatie trouwens dat het niet in kon staan voor de waarheidsgehalte van genoemd rapport en waarschuwde de lezer daar vooraf voor.

Dat is de traditionele opvatting van journalistiek. De Code van Bordeaux (1954) die uit een vorig tijdperk dateert. Toen er nog geen sociale media bestonden en media overzichtelijker, eenduidiger, prestigieuzer, winstgevender en hiërarchischer waren. Die code gaat uit van (het checken van) feiten en het basisidee ‘we komen er samen wel uit’. Maar wat als vanwege omstandigheden de feiten niet gecheckt kunnen worden? En de inlichtingendiensten terughoudend optreden. Ofwel, wat als we er samen niet uitkomen en er toch een belangrijke maatschappelijke noodzaak is om te publiceren? In dit geval een aantoonbaar verband dat een presidentskandidaat wordt aangestuurd. En het te voorzien valt dat diens presidentschap de nationale veiligheid van de VS en andere landen ernstig in gevaar zal brengen. Omdat het Donald Trump niet vertrouwt deelt Israël nu al geen informatie meer met de VS omdat het vreest dat die bij Rusland of Iran terechtkomt.

Zoals een overzicht op de reacties van de publicatie van het rapport in Rolling Stone verduidelijkt vielen andere media over de politieke verslaggeving van BuzzFeed heen. Maar zoals Nate Silver in bovenstaande tweets zich afvraagt kwam dat omdat het afweek van de journalistieke code of omdat die code zelf faalde?

Silver meent het laatste, namelijk dat de journalistieke code zelf faalt. Dat klinkt aannemelijk. Die code zet de kwaadwillende ontregelaars namelijk op een gelijk niveau met de zoekers naar een feitelijke waarheid. Dat is onterecht omdat ontregelaars het makkelijker hebben en van zoekers naar waarheid meer geëist wordt omdat ze een volledig verhaal rond moeten krijgen. De lat wordt hoog gelegd als een waarschijnlijke verklaring voor het merkwaardige en afwijkende gedrag van Trump op een politiek belangrijk moment geen enkele rol kan spelen in het publieke debat. BuzzFeed meende een tussenweg gevonden te hebben door te publiceren en te waarschuwen dat de feiten niet geverifieerd konden worden. Of dat publicatie rechtvaardigt is onduidelijk.

Uitgekristalliseerd is de vraag die Silver stelt nog lang niet. Want wat moeten de voorwaarden zijn om te publiceren als feiten tekortschieten? Dat de traditionele, journalistieke code aan revisie toe is lijkt duidelijk.

Foto: Schermafbeelding van tweets van Nate Silver, 13 januari 2017.

Kleine Geert en grote Geert. Oud-president Hoge Raad Corstens beredeneert dat Wilders de rechtsstaat ondermijnt

with 7 comments

rol

In vergelijkingen tussen landen over de rechtsstaat (‘State of Law’) doet Nederland het bijzonder goed. Zo staat het op de vijfde plaats in het jaarrapport 2016 van het World Justice Project. Dat betreft onder meer de onafhankelijkheid en doelmatigheid van de rechtspraak. Het staat in schril contrast met hoe de PVV-politicus Geert Wilders de Nederlandse rechtsstaat voorstelt. Inclusief de onafhankelijkheid van rechters die hij ter discussie stelt. In zijn laatste woord aan de rechtbank op 23 november 2016 in het ‘Minder, minder Marokkanen’-proces zei de PVV’er onder meer het volgende: ‘De Officieren van Justitie zijn in dit proces dan ook geen vertegenwoordigers van een onafhankelijk OM maar de handlangers van dit kabinet’ en ‘Door te vragen om een veroordeling vraagt het Openbaar Ministerie als handlanger van de gevestigde orde, als marionet van het kabinet, om een politicus van de oppositie monddood te maken.’

Wilders is een politicus die een rechtszaak tegen hem gebruikt om promotie voor zijn partij te maken. Maar hij ontspoort als hij vervolgens de onafhankelijkheid van de rechtspraak ter discussie stelt en rechters voorstelt als een verlengde van de ‘gevestigde orde’. Dit is des te merkwaardiger omdat de PVV-politicus als een van de langszittende parlementariërs zelf bij uitstek een vertegenwoordiger van de gevestigde orde is.

Oud-president van de Hoge Raad Geert Corstens wijst in een interview in het AD op de tegenstrijdigheid en onbetamelijkheid van de uitspraken van deze PVV-politicus: ‘Deze man is politicus, hij is onderdeel van ons parlementaire, democratische systeem. Essentieel daarin is een onafhankelijke rechtspraak, die door de andere machten wordt gerespecteerd. Wilders haalt dat gewoon onderuit. Hij suggereerde in de rechtbank dat de rechters hem allang hadden veroordeeld, dat ze niet onafhankelijk waren. Daarmee tast hij hun integriteit aan. Dat is fout. Er is ook geen enkele aanleiding om dat te veronderstellen.’ Het is tekenend voor de stroeve omgang met Wilders dat het iemand op afstand van rechtspraak en politiek is die de PVV’er van repliek dient.

Er is geen enkele reden om te veronderstellen dat de Nederlandse rechtspraak niet onafhankelijk is. Corstens heeft gelijk dat Wilders met zijn uitspraken de rechtsstaat ondermijnt. De PVV-er maakt uit partijpolitieke redenen stemming tegen rechters. Corstens meent dat Wilders een publieke figuur, een politicus is en daarom niet hetzelfde kan zeggen als andere Nederlanders. Hij heeft een extra verantwoordelijkheid. Geert Corstens gaat ervan uit dat de PVV-leider de principes van de democratische rechtsstaat onderschrijft, maar: ‘Als hij dat niet doet, dan hebben we een probleem. En dat is wel wat hij nu laat zien. Wat het risico dan is? Dat hij daarin nog verder gaat. (..) Dit wil ik benadrukken: het gaat mij hier dus niet om de standpunten van PVV-stemmers. Met die medeburgers moeten we in gesprek blijven. Ook al vinden ze ons ‘de elite’. Ik wil mijn medeburgers niet verketteren, ze mogen die standpunten hebben en de rest van de samenleving moet ook naar hen luisteren. Maar laten we met elkaar wél de grondbeginselen van de rechtsstaat blijven respecteren.’ Zo is het.

Foto: Schermafbeelding van vergelijking van de stand van de rechtsstaat van landen (p. 21) in het jaarrapport 2016 van het World Justice Project met Nederland op een vijfde plaats van 113 landen.

Meldpunt Internet Discriminatie billijkt ‘Sommige moslims menen uit de Koran te begrijpen dat homo’s gedood moeten worden’

with one comment

rel

The Post Online publiceert in samenwerking met een melder van discriminatie deze brief van het Meldpunt Internet Discriminatie (MiND) in antwoord op een melding van homohaat op bladna.nl, ‘het forum van Marokkanen in de wereld’. Opvallend eraan is dat MiND concludeert dat homohaat juridisch niet strafbaar is als die vanuit een religieuze overtuiging wordt gedaan. Hiermee introduceert MiND rechtsongelijkheid en voorrechten voor leden van religieuze organisaties. Want die zouden ongestraft meer mogen kunnen zeggen dan degenen die geen lid zijn van een religieuze organisatie. Opmerkelijk is dat MiND in 2013 is opgericht op initiatief van het ministerie van Veiligheid en Justitie en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Op het forum van bladna.nl vliegen de beledigingen over en weer, zoals hier. Het lijkt onbegonnen werk om alle overtreders van artikel 137 c-e van het Wetboek van Strafrecht aan te pakken. Monitoring op discriminatie lijkt ook eerder een taak voor Facebook. Men kan nog stellen dat dit soort uitingen niet goed doordacht zijn en in een onbewaakt ogenblik zijn gemaakt. Maar het wordt er gelijk een stuk serieuzer op als het een semi-overheidsinstantie als MiND betreft. Met als gevolg dat het billijken van een discriminerende uiting als verlengde van overheidsbeleid wordt gezien. Het houdt in dat iemand met een religieuze overtuiging een bevoorrechte positie heeft en daarom meer mag discrimineren dan iemand zonder een religieuze overtuiging.

De opstelling van MiND in bovenstaande brief leidde tot afkeuring op sociale media en in de Tweede Kamer. Louis Bontes en Joram van Klaveren (VNL) stelden kamervragen aan minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie en Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ze willen onder meer weten of ‘de islam (net als andere levensbeschouwingen) nooit gebruikt kan worden als excuus voor feitelijke discriminatie of het oproepen tot geweld?’ MiND heeft vandaag schuld bekend en zegt in een beknopte en onvolledige verklaring dat ‘de uitingen in eerste instantie onjuist zijn beoordeeld. Dat betreuren we ten zeerste.’

Maar hiermee is de kous nog lang niet af. De vraag die oprijst is wie bij MiND deze melding heeft beoordeeld en welke juridische expertise deze medewerker bezit. Nog belangrijker om te weten is of de medewerker aan   de hand van interne richtlijnen -die zeggen dat de islam een streepje voor heeft als het om discriminatie gaat- tot de afweging is gekomen. Dus minder streng beoordeeld dient te worden vanwege de religieuze overtuiging van degenen die discrimineren. Is MiND wel objectief en neutraal? Valt het te wel vertrouwen als onpartijdige instelling die overheidssubsidie krijgt? Wat deze kwestie vooral oproept is de vraag naar de status van een meldpunt als MiND. Wat voor toegevoegde waarde heeft het en treedt het doelmatig op? Het kan een verzoek doen aan iemand over wie wegens discriminatie in een melding is geklaagd, maar uiteindelijk is het machteloos en bezit geen dwangmaatregel. Uitsluitend het OM kan een strafrechtelijk onderzoek beginnen.

Er is trouwens best iets voor het standpunt te zeggen dat de vrijheid van meningsuiting onbeperkt is. Hoewel die situatie feitelijk nergens bestaat. Zodat moslims mogen zeggen dat homoseksuelen om hun geaardheid gedood moeten worden. Maar dan moeten anderen op hun beurt mogen zeggen dat moslims om hun geloof gedood mogen worden of gewoonweg achterlijk zijn vanwege het aanhangen van een achterlijk geloof. Het is van tweeën een. Of men handhaaft zonder uitzonderingen strikt de wet of men doet dat niet en maakt de vrijheid van meningsuiting onbeperkt. Wat de MiND heeft laten zien is het slechtste van twee werelden: rechtsongelijkheid en voorrechten voor mensen met een islamitische overtuiging die worden gerechtvaardigd.

Foto: Schermafbeelding van brief van het MiND aan iemand die een melding heeft gedaan van homohaat in het artikelMeldpunt Internet Discriminatie (MiND): ‘Islamitische homohaat is geen discriminatie want islam’’ van TPO, 1 december 2016.

Kijk van de BBC op kwestie Simons mist essentie van poldermodel

leave a comment »

bbc

De kijk van BBC-correspondente Anna Holligan op de kwestie Sylvana Simons zegt veel over de kijk van Anna Holligan. Ze geeft een redelijk overzicht, maar laat ook een en ander liggen. Hoewel ze vermeldt dat het om een kleine minderheid (‘a small but significant section of society’) gaat die protesteert tegen Simons en de verandering van Zwarte Piets uiterlijk, suggereert ze door de keuze van haar voorbeelden tegelijkertijd dat het om een tweedeling in de Nederlandse samenleving zou gaan. Pro- en anti-Zwarte Piet. Dat lijkt overdreven. De meerderheid van Nederlanders neemt een afwachtend standpunt in en houdt zich afzijdig van het debat.

Het is ook opmerkelijk dat Holligan de felle afkeuring door het kabinet en de meeste politieke partijen van het soort racisme dat Simons treft niet vermeldt. Opvallend is dat Holligan zoveel aandacht besteedt aan de opinie van mediasterren als Humberto Tan en Sylvana Simons. Zij geeft niet de essentie weer van het Nederlandse poldermodel dat gaat voor geleidelijkheid. Er lijkt bij een meerderheid van de Nederlanders consensus te bestaan over het feit dat het uiterlijk van Zwarte Piet moet veranderen. Op zo’n manier dat ook kinderen erin mee kunnen groeien. Alleen op welke manier en in welk tempo bestaat verschil van mening. Het is trouwens de vraag of de achtergrond van Zwarte Piet direct volgt uit slavernij. Omdat het door sommigen zo wordt opgevat is dat een voldoende reden om dat uiterlijk te veranderen. In de richting schoorsteenpiet.

Het zijn juist de hardliners aan beide kanten die het proces verstoren door op de rem of het gaspedaal te willen gaan staan. Activist Quinsy Gario schept verwarring door een redelijk overzichtelijke kwestie van geleidelijke verandering te verbinden met het begrip wit gedrag (‘White supremacy’) dat hij rechtstreeks uit het publieke debat van de VS importeert. Maar de 37-jarige man uit Kudelstaart die het gewraakte filmpje over Simons maakte en zichzelf bij de politie heeft aangegeven is eerder een sukkel, dan een ideologische scherpslijper als David Duke (KKK), Steve Bannon (Breitbart) of Richard Spencer (leider alt-right beweging).

Het leidt geen twijfel dat de bedreiging van Simons onaanvaardbaar is. Maar of het gedachtengoed dat hiertoe leidt het best besteden kan worden door de verschillen die samenhangen met ras en herkomst uit te vergroten en in een Amerikaans kader te zetten of juist klein te maken om ze geleidelijk op te ruimen is de hamvraag.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDutch race hate row engulfs presenter Sylvana Simons’ van Anna Holligan voor BBC News, 25 november 2016.