George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Publieke debat

Waarom is er geen kwaliteitsbewaking in de politiek? Pleidooi voor een tuchtcollege om bij herhaling liegende politici te corrigeren

with 2 comments

De vraag of er in de politiek ‘flink gelogen’ wordt is niet zo interessant. Het is een kwestie van maatvoering. Dat er in de politiek gelogen wordt staat buiten kijf. Ja, in de politiek wordt door politici gelogen.

De relevante vraag is wat eraan gedaan wordt als een politicus bij herhaling op een leugen wordt betrapt. Wat zijn de instrumenten om de leugenaar tot de orde te roepen en herhaling te voorkomen? Wat is de sanctie voor een systeemmatig liegende politicus? Die bestaat niet. Schorsing of levenslange uitsluiting van het beroep? Kennen politici een ethische code over gewenst gedrag en is voor deze beroepsgroep wettelijk tuchtrecht van toepassing? Zoals bij andere beroepsgroepen als notarissen, advocaten, medici of journalisten? Wellicht is een tuchtcollege geen ideaal instrument vanwege de zelfregulering, maar het heeft wel een preventief effect. Waarom is er geen college of toezichtsraad die actief de kwaliteit van de politiek bewaakt?

Het is gewenst dat hierover een breed maatschappelijk debat wordt gevoerd. Waarbij ook aan de orde komt wat de redenen zouden kunnen zijn om politici hiervan vrij te stellen. Verdienen ze een aparte status? De urgentie om in te grijpen is groot omdat politici als beroepsgroep weinig maatschappelijke waardering hebben. Ze worden niet vertrouwd, niet begrepen en niet geloofd. De kloof tussen burger en politiek wordt eerder groter dan kleiner. Het is de hoogste tijd om middelen in te zetten om die kloof te slechten zodat het vertrouwen in de politiek weer toeneemt. Het liegen door politici kan wellicht niet definitief gestopt worden, maar door kwaliteitsbewaking van de beroepsgroep kan het liegen wel aanzienlijk teruggebracht worden.

Waarom politici geen initiatieven nemen om het wettelijk tuchtrecht in de politiek in te voeren is begrijpelijk omdat het hun vrijheid inperkt. Om die reden moet het initiatief hiertoe niet van de wetgevers komen, maar van elders. Uit de samenleving die kritisch is op medici of journalisten, maar politici om onbegrijpelijke redenen buiten schot laat waar het de kwaliteitsbewaking betreft. Dat is ongewenst. De huidige generatie politici blinkt in de beeldvorming toch al niet uit door kwaliteit, originaliteit en bezieling. De politici kunnen een deel van de gunst terugwinnen door zich positief uit te spreken over kwaliteitsbewaking van de eigen beroepsgroep door onder meer de verplichte invoering van een wettelijk tuchtcollege voor politici.

SGP voert internationaal campagne voor standpunt euthanasie. Maar verliest ermee haar eerlijkheid en beschadigt Nederland

with 2 comments

De SGP is een partij die in artikel 3 van de statuten zegt: ‘Derhalve is haar streven erop gericht dat Gods Woord als norm aanvaard wordt voor het politieke en maatschappelijke leven.’ De SGP redeneert vanuit Gods woord en bedrijft vanuit die beginselen politiek. Dat leidt tot standpunten die buiten de hoofdstroom van de Nederlandse samenleving zijn komen te staan. Zoals artikel 7 van het beginselprogramma: ‘Gods Woord leert dat man en vrouw krachtens de scheppingsorde een eigen specifieke, van elkaar onderscheiden roeping en plaats hebben ontvangen. In deze orde is de man het hoofd van de vrouw.’ Tegelijk bedrijft de SGP praktische politiek en probeert het deze beginselen af te zwakken en te verbloemen zodat de partij weer enigszins aansluiting vindt bij de hoofdstroom. Dat gaat over de afwijzing van gelijkheid tussen man en vrouw of de vestiging van de theocratie. Maar over medisch-ethische standpunten doet de partij geen water bij de wijn.

SGP-leider Kees van der Staaij verkondigt in een opinie-stuk voor de conservatieve WSJ dat in Nederland de dokter je kan doden. Opvallend is overigens dat Van der Staaij in de ondertekening van zijn artikel niets meldt over zijn christelijke overtuiging of zijn christelijke partij, maar zich een Nederlands parlementslid noemt. Van der Staaij is echter geen doorsnee Nederlands parlementslid, maar een lid van de radicaal-christelijke SGP met veel standpunten die buiten de hoofdstroom van de Nederlandse politiek liggen. Van der Staaij is misleidend en vooringenomen -en gaat voorbij aan de zorgvuldigheid van de Nederlandse euthanasiepraktijk- als hij zegt: ‘Komt er een dag dat het normaal is voor oude mensen om een pil te nemen en simpelweg te verdwijnen?’ (‘Will the day come when society considers it entirely normal (..) to pop the pill and disappear?’).

Het zou beter zijn als Van der Staaij met zijn goedkope retoriek verdween uit het publieke debat. Met zijn verdachtmakingen over de vermeende onzorgvuldigheid van de bestaande euthanasiepraktijk met een onvermijdelijke glijdende schaal en de valse schets van een dystopisch toekomstbeeld van ouderen die worden ‘opgeruimd’ beschadigt hij bewust het beeld van Nederland in het buitenland. De SGP beweegt zich ermee op het terrein van de science fiction en neemt grote afstand tot de hoofdstroom van de Nederlandse politiek. Die harde profilering is een bewuste keuze van de SGP. Volgens een artikel in het RD wil Van der Staaij zijn opinie de komende tijd met vergelijkbare artikelen in vele talen in allerlei landen verspreiden.

Deze publiciteitscampagne kan niet los worden gezien van de formatie. D66 en de CU onderhandelen over medisch-ethische kwesties en schrijven erover samen een stuk voor de onderhandelingen. Met zijn opinie-artikel zet Van der Staaij via een omweg de CU onder druk. Deze ‘waarschuwing’ uit radicaal-rechtse hoek aan een andere christelijke partij kan ook in haar tegendeel verkeren. Vooral als D66 beseft dat pragmatisme niet eindeloos oprekbaar is. Het toont tevens de absurditeit aan dat D66 en CU met uiteenlopende standpunten over medisch-ethische onderwerpen deel van hetzelfde kabinet uitmaken. Mogelijk doodt in Nederland niet de dokter, maar de SGP bewust het leven. In dit geval van andere politieke partijen. Uit principiële afgunst.

Foto: Opinie-artikelIn the Netherlands, the Doctor Will Kill You Now’ van Kees van der Staaij in de WSJ, 21 juli 2017.

Christelijke organisaties proberen het grote publiek te inspireren met hun mythe van Jezus. Moet de overheid dat zomaar toestaan?

with 2 comments

Een bepaald soort christenen heeft er een handje van kritiek te leveren op de ‘achterlijke’ islam. Dat zou als het al een religie en geen ideologie is niet open staan voor onderzoek naar de wortels van het geloof. Verbod op onderzoek zou zelfs opgesloten liggen in de doctrine van de islam. De bron moet verborgen blijven om de menselijke constructie ervan te verhullen en net te doen alsof het een van God gegeven religie is. Christendom is fundamenteel niet anders. Het kiest alleen een andere tactiek om de oorsprong te verbergen. Christendom buigt mee, maar houdt het antwoord van de menselijke constructie buiten de kern van het geloof.

Raw Story komt met een uitdagende reeks over Jezus. Het eerste artikel is een interview van Valerie Tarico met auteur, historicus en onderzoeker David Fitzgerald die enige bekendheid heeft gekregen door zijn boek Nailed. Met de veelzeggende ondertitel ‘Ten Christian Myths That Show Jesus Never Existed at All’. De mythe wordt doorgeprikt en de leugen ervan vastgepind, zo is het idee. Tarico: ‘Fitzgerald neemt het controversiële perspectief in dat de persoon van Jezus in het hart van het christendom gehistorieerde mythologie is. Dit   betekent dat de oorspronkelijke kern een reeks oude religieuze tropen of mythen was waar historische details aan toegevoegd zijn zoals ze werden verteld en overgeleverd door mensen die geloofden dat ze echt waren’.

Volgens Fitzgerald kunnen buitenstaanders argumenten aanvoeren totdat ze een ons wegen, maar ‘christenen moeten geloven dat Jezus werkelijk was en verdedigers van het geloof stelden een reeks bewijzen op waarvan ze beweren dat die de kwestie oplost.’ Maar het is een schijnoplossing die dient om het debat tot zwijgen te brengen onder de suggestie dat de vraag beantwoord is. Het blokkeren van de vraag naar Jezus’ ontstaan is dus niet veel anders dan de defensieve opstelling van de islam die de vraag naar het eigen ontstaan niet echt wil stellen, laat staan onderzocht wil zien. Of Fitzgerald gelijk in zijn bevindingen heeft is niet de hoofdzaak.

Interessanter is de vraag waarom de religieuze sector -waar wereldwijd miljoenen mensen hun broodwinning, legitimiteit en maatschappelijke of politieke positie aan ontlenen- zoveel ruimte krijgt van mensen buiten de sector. Waarom krijgen religies het voordeel van de twijfel en volle ruimte in de eigen uitleg van hun ontstaan?

Dat is begrijpelijk voorzover het over het functioneren van de eigen organisatie gaat, maar wordt merkwaardig als het de levens van allen buiten de religieuze sector beïnvloedt en zelfs in hoge mate bepaalt. Overheden zouden hier weerbaarder in kunnen optreden om degenen buiten de religieuze sector af te schermen tegen deze invloed. Het zou religieuze instellingen sieren als ze de passie op zouden kunnen brengen om hun eigen bestaan fundamenteel door te lichten.  Maar ze beseffen dat een doorgeprikte mythe weinig waard is. Daarom blokkeren ze dat historische onderzoek of komen met schijnbewijzen om dat onderzoek te neutraliseren.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelThe Passion leeft opnieuw in heel Nederland’ van EO en KRO-NCRV, 13 april 2017.

Achterban van populisme meer gemotiveerd door racisme dan in het publieke debat wordt weergegeven

with 4 comments

Er zijn zoveel uiteenlopende meningen over de opkomst van de recente golf van het populisme dat ze niet allemaal waar kunnen zijn. Een groot deel van de ‘deskundigen’ die over dit onderwerp een mening geeft zit er daarom per definitie naast. Dat gaat samen met het voor het voetlicht brengen van een eigen agenda of stokpaardje. Neem de verkiezingswinst van Trump en de uitspraak van Hillary Clinton dat de helft van Trumps achterban bestond uit deplorables. Ofwel, sneue mensen. Een uitspraak die werd veroordeeld en halfslachtig in de lucht bleef hangen, terwijl in de herfst van 2016 al uit onderzoeken bleek dat de uitspraak klopte. De helft van Trumps aanhangers was aantoonbaar racistisch, hypocriet en fanatiek. Alleen klonkt het uit de mond van Clinton ongeloofwaardig vanuit de hoogte omdat ze bij uitstek de kandidaat van Wall Street was.

Nu is er een artikel op The Intercept dat alles overzichtelijk op een rijtje zet. De conclusie die verre van verrassend is dat de mening van stemmers op Trump vooral bepaald werd door racisme. Om witte suprematie. Bij de Brexit was het waarschijnlijk niet anders, zoals al snel na de uitslag uit de vele uitingen van racisme bleek. In de nasleep van de Brexit en Trumps overwinning ontstond wereldwijd een debat over de oorzaken. De onverwachte winst zou gelegen zijn in de wereldvreemde houding van een elite die in de eigen bubbel leeft. Aangejaagd door een journalistieke klasse die ook het zicht op de realiteit had verloren. Of de economische achterstand van de werkende klasse en de lagere middenklasse zou beslissend zijn geweest.

Als blijkt dat het niet om de economie of de voorrechten van een elite ging, maar om racisme, dan kan er een streep door de voornemens om het beleid te veranderen. Deplorables moeten door overheden niet tegemoet gekomen worden omdat ze achtergesteld of zielig zijn, maar moeten gewezen worden op onaanvaardbaar gedrag dat geen enkele tegemoetkoming van overheden vraagt omdat het de redelijkheid van de rechtsstaat te buiten gaat. Aangejaagd door rechts-populistische politici en media die door ophitsing hun eigen agenda willen realiseren. Deplorables zijn deplorables. Het is ook in Nederland een taboe geworden om dat hardop in de openbaarheid te zeggen. Deplorables hebben recht op begrip voor hun situatie, niet voor hun racisme. Ze zijn ook slachtoffers van de valkuil waarin ze gevallen of geduwd zijn. Laat voor politici, media en burgers duidelijk zijn dat populisme dat moreel gelijk claimt daar maatschappelijk en juridisch geen recht op heeft.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelTOP DEMOCRATS ARE WRONG: TRUMP SUPPORTERS WERE MORE MOTIVATED BY RACISM THAN ECONOMIC ISSUES’ van Mehdi Hasan op The Intercept, 6 april 2017.

The New York Times en de journalistiek: de waarheid is …

with 6 comments

Media doen er verstandig aan om in het openbaar te antwoorden op aanvallen van populisten. Deze hebben er een handje van om media nep te noemen en van te beschuldigen vooringenomen te zijn. Zelfs om het idee van de waarheid te betwijfelen. Maar er past een onderscheid. Journalisten zijn vaak -maar zeker niet altijd- links. Media zijn echter doorgaans -maar evenmin altijd- rechts. Ze zijn immers onderdeel van concerns met grote economische belangen die tegen de zittende macht aanleunen. Mediaconcerns verdedigen daarom per definitie de gevestigde orde. Dus zijn het de rechtse contouren (mediaconcern) of de linkse schijnbewegingen (journalisten) die doorslaggevend zijn? Het verschilt per land, maar deze tweedeling is overal zichtbaar.

Media winnen aan belang als de persvrijheid onder druk wordt gezet. Mits ze de urgentie van de dreiging beseffen en zich goed en krachtig weten te organiseren. Zoals nu sinds een maand door het aantreden van Donald Trump als president in de VS gebeurt. In autoritaire landen als Turkije, China of de Russische Federatie is het al te laat. Daar zijn de media gelijkgeschakeld en tot spreekbuizen van het zittende regime gemaakt. Ze zijn hun bewegingsvrijheid kwijt. Dat schrikbeeld wapent media in westerse landen waar populisten in opkomst zijn om het niet zover te laten komen. Dat is de achtergrond van de actie van The New York Times.

In Nederland zijn media akelig stil. Tot nu toe zien ze voor zichzelf geen rol weggelegd om het publieke debat van feiten te voorzien. Waar blijven NRC, Volkskrant, Parool, Trouw, NOS, RTL Nieuws of De Groene om gezamenlijk de alternatieve feiten van populisten van PVV, VNL, FvD, 50Plus of DENK kritisch tegen het licht te houden? Het publieke debat vraagt om nuancering die media kunnen bieden over de grenzen van hun eigen achterban heen. Maar ze zwijgen en beseffen onvoldoende de urgentie dat ze zich in moeten spannen omdat hun eigen functioneren op het spel staat. Wilders dreigt met zijn PVV de grootste partij te worden. Hoewel de PVV geen schijn van kans maakt om in de regering te komen zijn z’n volgers daar absoluut niet van overtuigd.

Openbare spot en minachting van de islam? Aanklacht in Denemarken wegens verbranden koran

with 6 comments

fb

In Denemarken is de aanklager een strafzaak wegens godslastering begonnen tegen een 42-jarige man uit Noord-Jutland die in december 2015 op de Facebook-pagina JA TIL FRIHED – NEJ TIL ISLAM (‘Ja tegen vrijheid, nee tegen de islam’) een video postte waarin hij een koran verbrandde. De aanklager beroept zich hierbij op overtreding van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. In een persbericht van 22 februari 2017 zegt Mikkel Thastum (vertaald in het Engels): ‘It is the prosecution’s view that the circumstances of the burning of holy books like the Bible and the Qur’an implies that in some cases it may be a violation of blasphemy provision, which deals with public mockery or scorn against a religion.’

De aanklager geeft als reden openbare spot of minachting van een religie. Iemand verbrandt in zijn achtertuin een koran, maakt daar een video van, zet er een tekst bij, maakt daar een posting van op een openbare FB-groep en wordt aangeklaagd. Wie door de FB-pagina JA TIL FRIHED – NEJ TIL ISLAM scrollt wordt niet vrolijk van de aanvallen op de islam en de steun voor tegenstanders van de islam. Maar daar gaat het niet om. Het is de vraag of dit gebrek aan nuancering de actie van de aanklager onder de verwijzing naar spot en minachting rechtvaardigt. De 42-jarige man is nog niet veroordeeld en de rechter moet uitmaken of er sprake is van godslastering volgens het Wetboek van Strafrecht. Dus af te wachten valt hoe het staat met de vrijheid van meningsuiting in Denemarken en hoe heet de deze week opgediende soep uiteindelijk gegeten wordt.

Het is lastig om iemand voor openbare spot van een religie te veroordelen. Want spot of belediging hoort bij een dynamische samenleving met weerbare burgers die zich tegenover elkaar uitspreken. Georganiseerde religieuze instellingen hoeven geen extra juridische bescherming. Hoewel in de rechtstoepassing die voorrechten in westerse samenlevingen nog steeds bestaan. Een open samenleving heeft een publiek debat waarin het kan spetteren. Laat maar botsen. Een uitzondering kan gemaakt worden voor groepen die niet voor zichzelf op kunnen komen, zoals kinderen, hoogbejaarden, gehandicapten of laagbegaafden. In die gevallen kan de overheid inspringen. Pas waar spot overgaat in haatspraak en aanzetten tot geweld wordt een grens overschreden. Het oogt gekunsteld om te veronderstellen dat minachting van een wereldreligie die tientallen landen in haar greep heeft en meer dan 1,6 miljard volgelingen heeft aan de orde is. De gelovigen van de islam zijn ook in Europese landen sterk en krachtig genoeg georganiseerd om voor hun geloof op te komen.

Waarom de aanklager meent hier een zaak van te moeten maken is onduidelijk. Het kan het omgekeerde betekenen van wat het lijkt. In dit soort zaken bestaat altijd het vermoeden dat druk uit islamitische landen en een dreigende boycot van Deense producten op enigerlei manier van invloed zijn op de beslissing van een aanklager om er een zaak van te maken. Mogelijk op aanwijzing van het ministerie van Justitie. Als dat zo is, dan is het de verkeerde reden. Maar het omgekeerde kan ook, namelijk dat de Deense samenleving aan de islamitische kritiek subtiel duidelijk wil maken hoe genuanceerd en evenwichtig een westerse rechtsstaat werkt. Met de stille hint om die nuanceringen in de islamitische landen over te nemen. Als God het wil. 

Foto: Schermafbeelding van deel FB-pagina JA TIL FRIHED – NEJ TIL ISLAM.

Oekraïne-referendum. Feest van de democratie werd foutenfestival

with 4 comments

Een opmerkelijk bericht van RTL Nieuws met een veelzeggende titel: ‘Twijfel aan geldigheid handtekeningen onder aanvraag Oekraïne-referendum’. Minister Ronald Plasterk schrijft op een WOB-verzoek van advocaat Christiaan Alberdingk Thijm dat er geen zekerheid bestaat over de geldigheid van de 427.000 ondersteuningsverklaringen die zijn opgehaald voor het Oekraïne-referendum. Politici reageren verrast, of suggereren dat ze verrast zijn. Dat kunnen ze in werkelijkheid niet zijn. Ze wisten dat het fout kon zitten.

Twijfel aan ‘de vereisten van toezicht en betrouwbaarheid’ over de wijze van indiening van verklaringen zoals artikel 31, lid 2 van de Wet Raadplegend Referendum stelt werd al in 2015 in de openbaarheid besproken. Jeroen de Kreek diende protest in, maar werd niet ontvankelijk verklaard omdat hij geen belanghebbende zou zijn. De procedure van de indiening van de verklaringen is nooit inhoudelijk getoetst. Dat is opmerkelijk, maar nogmaals, geen nieuw feit. Het was in oktober 2015 al onderwerp van publiek debat.

Inmiddels zijn volgens Plasterk de verklaringen vernietigd, zo zegt het bericht van RTL Nieuws. Onduidelijk is welke details er in het proces-verbaal staan dat volgens artikel 37 WRR moet worden opgemaakt. In de wettekst staat trouwens geen verplichting om de lijsten met ondersteuningsverklaringen te vernietigen als er een referendum komt. Integendeel volgens artikel 36 moeten de lijsten in een pak gedaan worden. Maar in artikel 39 wordt geen verplichting opgelegd voor de vernietiging van het pakket als het referendum doorgaat. Het is dan ook de vraag af artikel 39 WRR juridisch correct is toegepast. Zowel naar de letter als de geest van de wet. Wie heeft steken laten vallen? Minister Plasterk, de kamer, de Raad van State of de Kiesraad die had dienen toe te zien op de procedure, maar dat door onkunde of onverschilligheid naliet? Michiel Trimpe concludeerde in een commentaar: ‘Al met al blijkt dus dat dit referendum, dit ‘feest voor de democratie,’ tot stand is gekomen met dank aan stemfraude op grote schaal en een dubieuze rechter.’