Verzet van Nick Cave tegen de afrekencultuur van het politiek correcte denken dat hij ziet als een op hol geslagen slechte religie

Als kunst niet meer zichzelf kan zijn, maar geannexeerd of ingeperkt wordt door politiek activisme, dan houdt kunst op kunst te zijn. De Australische frontman Nick Cave heeft interessante gedachten over de relatie van kunst en activisme. Hij schrijft het op in zijn online nieuwsbriefThe Red Hand Files’.

Als het niet-kunstenaars zijn die hun eisen willen stellen aan de kunst, dan wordt het er extra schrijnend op. Namens wie spreken ze als ze eisen stellen aan kunstenaars? Negatief uitgelegd, valt het op te vatten als een Amerikaanse verschijningsvorm die vanuit een specifiek Amerikaanse situatie en goede bedoelingen anderen in andere landen in andere omstandigheden de eigen denkbeelden en conclusies tracht op te leggen. In dat proces bereiken deze buitenstaanders het omgekeerde van wat ze beogen. Of liever gezegd, ze stellen het knevelen van kunst voor als het genezen ervan, maar ontkennen in de verantwoording dat dat hun opzet is.

Dat bevestigt opnieuw het beeld van verzwakte kunst die van alle kanten onder druk wordt gezet en zichzelf onvoldoende kan verdedigen. In de steek gelaten en miskend door regeringen, onder druk van radicale activisten die de kunst hun politiek correcte denken willen opleggen, lamgeslagen door economische ontwikkelingen als gevolg van een terugtredende overheid en COVID-19, en onderling te verdeeld en te netjes van aard om een vuist te maken om de regeringen en radicalen eens recht en hard in het smoel te slaan.

De van oorsprong Britse ‘The Guardian‘ besteedt regelmatig aandacht aan Cave, zoals in dit artikel van 12 augustus 2020. Probeert dit progressieve medium de derde weg te helpen verkennen tussen de gevestigde kunstenaars van de open brief in Harper’s Magazine die zich verzetten tegen de afrekencultuur en pleiten voor vrije kunst en de radicale activisten die de kunst willen ‘bevrijden’ door het hun denken op te leggen?

Cave maakt in zijn nieuwsbrief #109What is mercy for you?’ van augustus 2020 de vergelijking tussen politiek correct denken van radicalen en religie. Het is de aloude wetmatigheid van de revolutie die de eigen kinderen opeet. De Jacobijnen van de Franse revolutie die in hun roep om tolerantie eindigen in uitsluiting van andersdenkenden, een gesloten wereldbeeld en de claim op het eigen gelijk dat godsdiensten kenmerkt:
Political correctness has grown to become the unhappiest religion in the world. Its once honourable attempt to reimagine our society in a more equitable way now embodies all the worst aspects that religion has to offer (and none of the beauty) — moral certainty and self-righteousness shorn even of the capacity for redemption. It has become quite literally, bad religion run amuck.

Waar godsdienst nog troost, verbinding en zingeving biedt, geeft de nieuwe religie van het politiek correcte denken dat zich als een hongerige wolf op de verzwakte kunst stort alleen maar nadelen. Welke kunstenaar of kunstliefhebber kan het moralisme en de eigengerechtigheid billijken van dit politiek correcte activisme dat niet voor rede vatbaar is, voortdendert als een op hol geslagen trein en kunst niet als autonoom ziet?

Interessant is dat onder invloed van de krachten en tegenkrachten het veld van meningen en observaties over de relatie van kunst en maatschappij of van maatschappelijke participatie zonder meer, verbreed is. Op de druk van de radicalen om de kunst en de kunstenaars in te perken is tegendruk ontstaan. De volwassenen zijn de kamer ingestapt om zowel de kunst als het publieke debat voor verdere beschadiging te behoeden.

Dat biedt kansen om de goede aspecten die het politiek correcte denken in zich draagt wat betreft verbreding en democratisering te combineren met de kritiek erop en de uitwassen ervan terug te dringen. Nick Cave laat zich kennen als frontman van dit debat. Hij vindt zoekend en tastend zijn weg in een politiek mijnenveld waar honderden korte lontjes links en rechts op hun prooi wachten. De les is dat kunstenaars voor zichzelf op moeten komen én zich moeten verenigen omdat ze anders opgegeten worden door koks met scherpe messen.

Foto: Schermafbeelding van deel nieuwsbrief #109 ‘What is mercy for you?’ van Nick Cave in ‘The Red Hand Files’, augustus 2020.

Alt-right van de Lage Landen uit zich met open brief over het vrije debat

‘Gun de ander wat jij jezelf gunt’ is een treffend uitgangspunt voor de open samenleving. Soms claimen opinieleiders die leus aan te hangen, terwijl ze in hun doen en laten het omgekeerde doen. Mooie woorden kosten niks. Mooie woorden kunnen bij nader inzien vals klinken.

Nu is er een open brief van rechtse opinieleiders die pleit voor het vrije debat. Daar kan in theorie niemand tegen zijn, maar wie het zeggen maakt verdacht. Het leidt tot publicitaire acrobatiek die onwaarachtig toont. Of de open brief veel thermiek krijgt om geloofwaardig op te stijgen en overtuigend te landen kan daarom betwijfeld worden. Vermoedelijk landt de brief uitsluitend bij de achterban van FvD en PVV.

Zo is er dus een brief waar inhoudelijk weinig op aan te merken valt. De brief spreekt zich uit tegen de ‘cancel culture’. Dus de uitsluiting van deelnemers aan het publieke debat omdat ze de verkeerde mening of de verkeerde huidskleur zouden hebben. Dat is ongewenst en dient bestreden te worden.

Wat de brief ongeloofwaardig maakt is de subtekst ervan. Ofwel, de verborgen, impliciete betekenis ervan die niet wordt genoemd, maar als bekend wordt verondersteld. Rechtse propaganda wordt vermomd als ruimdenkende, liberale, humane grootmoedigheid.

Hoe moeten we de partijen die zich uiten in het actuele antiracisme-protest onderscheiden en welke rol spelen de ondertekenaars van deze open brief? Welnu, er is een kleine (links)-radicale voorhoede die zich militant en onverdraagzaam opstelt. Die verdient kritiek zoals die in de brief verwoord wordt. Maar de meerderheid van de demonstranten die zich uitspreekt tegen (uitingen van) racisme is niet radicaal, maar deel van de ‘zwijgende meerderheid’. In de VS is president Trump verrast door de breedte van het protest tegen racisme zodat hij daar geen passend antwoord op heeft.

De ‘framing’ van de brief door de koppeling van het antiracisme-protest aan radicalisme is daarom niet zo zinvol. De brief bestrijdt iets wat er in werkelijkheid niet is. Op sociale media wordt dat een ‘stropop’ genoemd. De brief dient zo maar één doel, namelijk de mobilisatie en bolstering van de eigen achterban én een poging om de beeldvorming te beïnvloeden door een idee van kracht en eengezindheid te geven.

Een bijverschijnsel van de brief is dat het een inkijkje biedt in de alt-right achtige beweging van Nederland en Vlaanderen. De beweging voelt zich vermoedelijk sterk genoeg om met een open brief collectief uit de kast te komen. Dat is het nieuwsfeit van deze open brief, niet de inhoud ervan die niet past bij de afzenders ervan.

NB: Initiatiefnemers van de brief zijn Bart Collard en Raisa Blommestijn. Ze zijn beide verbonden aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid; Instituut voor Metajuridica; Rechtsfilosofie van de Universiteit Leiden. De eerste is gepromoveerd bij Paul Cliteur en de laatste werkt onder supervisie van Afshin Ellian aan een proefschrift.

 

Laten we vrijdenken en het publieke debat niet politiek correct afgrendelen. Daarmee beperken we uiteindelijk onze eigen vrijheid

Het is betrekkelijk ongemerkt gebleven in de recente beeldenstorm. Ook religieuze standbeelden zijn vernield.

Dat is ongewenst.

Ik kan me vinden in de uitleg van de gastheer van American Cholo die niks heeft met religie en meent dat het vernietigen van religieuze standbeelden over een grens gaat. Waarom dat trouwens anders is dan het vernietigen van niet-religieuze standbeelden is de vraag. Gaan die niet exact dezelfde grens over? Want waarom zouden religieuze symbolen bescherming verdienen die niet-religieuze symbolen niet verdienen?

Het argument dat Confederale standbeelden kunnen worden vernietigd omdat de Confederatie de burgeroorlog heeft verloren is onzinnig. Een schijnreden verkleed als kwinkslag. In vele landen heeft religie immers de culturele oorlog verloren. Mogen daarom daar hun symbolen vernietigd worden? Nee.

Het argument om geen standbeelden of symbolen te vernietigen of te verbieden is eerder dat de censuur of intolerantie die vandaag de ander overkomt, morgen de eigen persoon kan overkomen. Of de naasten en de leden van de eigen groep. Vanwege een verkeerd T-shirt, een verkeerde mening of een verkeerd uiterlijk.

Wat nu op het spel staat door de beeldenstorm die zich niet beperkt tot standbeelden in de publieke ruimte, maar zich ook doet gelden in krantenkolommen, op sociale media en in talkshows is de opvatting van de vrijheid van meningsuiting. Het gaat erom of de meningsuiting breed of smal opgevat moet worden.

Ik pleit voor een publiek debat waarin alles gezegd kan worden dat binnen de wet mogelijk is. Dat is zo goed als alles behalve oproepen tot of dreigen met geweld. Beledigen mag. Ook van religie. Ik heb niks met een beeld van Jezus Christus of een katholieke martelaar, maar gun anderen het ongehinderd aanbidden ervan.

Dat is het verschil tussen de vrijdenker die anderen gunt wat hij ook voor zichzelf claimt en niet bang is om in debat te gaan en de politieke correcte golf van (gespeelde) verontwaardiging, symbolische borstklopperij, intolerantie en identiteitspolitiek van radicaal-links én radicaal-rechts die nu door de westerse wereld golft.

Dat laatste is een doodlopende weg die het publieke debat en de democratie ernstig dreigt te beschadigen. Laten we zo verstandig en redelijk zijn om de radicale intolerantie af te wijzen. We verdedigen ook datgene waarmee we het niet eens zijn. Als we dat te bont vinden, dan zetten we er een tegenargument tegenover.

Reacties op carnavalslied ‘Voorkomen is beter dan Chinezen’ en de belediging van Maxima schieten hun doel voorbij in beknotting

Er is een relletje ontstaan over bovenstaand carnavalslied ‘Voorkomen is beter dan Chinezen’ van Rotterdamse Toon dat ’s nachts op radio 10 werd uitgezonden. Op zijn Facebook-pagina legt Lex Gaarthuis van Radio 10 uit dat het bedoeld was als satire en niet als discriminatie. Hij zegt het nummer niet meer te zullen draaien en offline te halen. Onderstaande petitieWij zijn geen virussen, reageer op het discriminerende lied’ roept de regering op afstand te nemen van racisme, Radio 10 zich publiekelijk te laten verontschuldigen en kennis over het coronavirus te verspreiden. Aan de verontschuldiging door Radio 10 is inmiddels al voldaan.

Wat zegt de reactie op dit carnavalslied over het publieke debat in Nederland? Dit doet denken aan een uitspraak over een 63-jarige uit Utrecht die op 23 januari 2020 door de politierechter veroordeeld werd voor het beledigen van koningin Maxima. De man zou haar hebben beledigd door haar uit te maken voor ‘kankerhoer’, ‘dochter van een moordenaar’ en ‘kankerwijf’. De politierechter zei het met de officier van justitie eens te zijn dat deze woorden van de man niet vallen onder de vrijheid van meningsuiting omdat ze niet bijdragen aan het publieke debat. De politierechter: “Deze woorden gaan zodanig ver dat dit niet geaccepteerd hoeft te worden”. Waar de politierechter de aanname op baseert dat de woorden van de man niet vallen onder de vrijheid van meningsuiting ‘omdat ze niet bijdragen aan het publieke debat’ is de vraag.

De politierechter schiet in de kramp en verklaart de vrijheid van meningsuiting buiten werking als er een mening wordt verkondigd die niet uitkomt en controversieel of beledigend. De politierechter voelt zich plaatsvervangend beledigd. Dit geeft aan dat in Nederland de vrijheid van meningsuiting sterk ingeperkt wordt. Het is overigens goed verdedigbaar dat de uitspraak ‘dochter van een moordenaar’ juist wel bijdraagt aan het publieke debat. Jorge Zorreguieta was als representant van de machtige landbouw-lobby een steunpilaar onder het Videla-regime en had weliswaar geen bloed aan zijn handen, maar maakte de moord op meer dan 9000 ‘verdwenen’ personen indirect mogelijk. Dat ter discussie stellen dient het publieke debat.

Over het carnavalslied van Rotterdamse Toon kan men zeggen dat het smakeloos, flauw en weinig fijnzinnig is. Het is beledigend voor Chinezen. Maar om het te benoemen als racistisch, zeer discriminerend of inhumaan en op te roepen het te verbieden is een weg die we beter niet op kunnen gaan. Want dat blokkeert juist het publieke debat. Iedereen kan zich op enig moment gekwetst voelen door een grap of een opmerking.

Dat betekent voor de vrijheid van meningsuiting en het publieke debat dat de uitzonderingen de regel gaan bepalen. Terwijl iedereen in Nederland de mogelijkheid heeft om zelf of via anderen krachtig weerwoord te geven op een belediging door er een andere mening tegenover te zetten. Straks mag niets meer gezegd worden omdat altijd wel iemand zich beledigd voelt. Dan wordt alles als discriminatie ervaren en opgevat als misdrijf tegen de openbare orde. Dat is een heilloze weg die het publieke debat beslissend op slot gooit.

Uiteraard is oproepen tot geweld in combinatie met haatzaaien wettelijk strafbaar. Dat moet hard aangepakt worden. Het is tekenend voor het maatschappelijke klimaat dat de Utrechtse politierechter niet beseft zelf het publieke debat in te perken onder verwijzing naar de bescherming van het publieke debat. Rotterdamse Toon en Radio 10 hebben zich belachelijk gemaakt met dat carnavalslied, maar het is te zwaar om de meningsuiting in te perken onder verwijzing naar begrippen als discriminatie. Bij een open, tolerante, diverse samenleving horen incasseringsvermogen, zelfvertrouwen en beheerste kalmte. Dat pas tekent het volwassen debat.

Foto 1: Schermafbeelding van deel petitieWij zijn geen virussen, reageer op het discriminerende lied’ van Yeersheng Alafate op Petities.nl.

Foto 2: Schermafbeelding van persverklaringTaakstraf voor beledigen koningin Maxima’, van de Rechtbank Midden-Nederland, 23 januari 2020.

Amersfoort weigert beantwoording reeks schriftelijke vragen over MOA omdat het ‘verkapt onderzoek’ is. Bestuurlijke impasse dreigt

Amersfoort staat bij insiders bekend als een gemeente waar de ambtenaren het voor het zeggen hebben. Ook ik heb op zoek naar informatie over het ‘Armando Museum’ aanvaringen gehad met de griffie en bewaar daar slechte herinneringen aan. Amersfoort staat op het gebied van openheid en communicatie niet goed bekend. Dat museum was een ooit in Amersfoort gevestigd museum dat na een brand in 2007 in de Elleboogkerk door het toenmalige gemeentebestuur de stad werd uitgejaagd en onder een andere naam (MOA) en formule in een rijksmonument terechtkwam, landhuis Oud Amelisweerd van de gemeente Utrecht in de gemeente Bunnik.

Sinds de weigering in februari 2019 door een raadsmeerderheid om een onderzoek te houden naar de achtergronden van de verhuizing van dat Armando Museum hebben de standpunten tussen coalitie (VVD, D66, GL, CU) en oppositie zich verhard. In een commentaar omschreef ik de opstelling van de woordvoerder cultuur Linda van Tuyl (GL) die onderzoek afwijst: ‘Ze zijn bedoeld om de controlerende rol van de raad te herstellen, en om van gemaakte fouten te leren zodat die in de toekomst vermeden kunnen worden. Precies dat is aan de orde bij het dossier MOA toen het toenmalige college het convenant uit 1998 met Armando en zijn ex eenzijdig opzegde. Toenmalig directeur Gerard de Kleijn van Amersfoort-in-C noemde dat in 2010 ‘onbehoorlijk bestuur’ en woordbreuk van de toenmalige gemeenteraad die via de coalitiepartijen het besluit van het college volgde. Het is niet niks als een ambtelijk diensthoofd de raad (en in het directe verlengde daarvan het gemeentebestuur) beticht van onbehoorlijk bestuur. Verdient dat geen onderzoek?

De wederzijdse irritatie groeit en middel van communicatie zijn de schriftelijke vragen die raadsleden aan het bestuur kunnen stellen. Voormalig fractievoorzitter van Amersfoort2014 Ben Stoelinga heeft op 17 april een reeks vragen aangekondigd zoals bovenstaande afbeelding toont. Tot nu toe zijn er vier delen gesteld. Er bestaat verschil van mening tussen Amersfoort2014 en het gemeentebestuur (of de ambtenarij?) of de vragen wel beantwoord hoeven te worden zoals onderstaand antwoord van het college van 28 mei 2019 verduidelijkt:

Met dat antwoord dat Amersfoort2014 onvoldoende vindt is deze fractie het niet eens. Het wil antwoord op haar vragen over alle onregelmatigheden rond het Armando Museum en meent dat het college volgens de eigen richtlijnen verplicht is om inhoudelijk te antwoorden. Met het antwoord op bijna alle vragen  dat luidt ‘Zoals toegelicht in de inleiding beantwoordt het college deze vraag niet vanwege de onderzoekstechnische aard’ neemt deze fractie geen genoegen zoals blijkt uit een ‘extra’ schriftelijke vraag van 6 juni 2019:

Het college is in naam van voormalig kamerlid en cultuurwethouder Fatma Koşer Kaya (D66) van mening dat de schriftelijke vragen van Amersfoort2014 ‘een verkapt onderzoek’ zijn en daarom niet beantwoord hoeven te worden. Een onderzoek waarover zo stelt het college op 5 februari 2019 ‘de aanwezige woordvoerders in meerderheid zich tegen een raadsenquête of raadsonderzoek over MOA hebben uitgesproken‘. Hiermee versmalt het college een raadsenquête of raadsonderzoek tot het stellen van schriftelijke vragen. Maar een onderzoek is in procedure en strekking meer dan dat. Het kan een les voor de toekomst geven. Er kan begrip opgebracht worden voor het standpunt van het college dat de reeks vragen van Amersfoort2014 een groot beslag legt op de capaciteit van de ambtelijke organisatie. Complicatie is dat de wethouders relatief nieuw zijn en voor veel informatie afhankelijk zijn van de ambtelijke staf. Ook bij het beantwoorden van de schriftelijke vragen van Amersfoort2014 die terug kunnen wijzen naar het toenmalige opereren van de ambtenaren.

Om de onduidelijkheden en suggesties over de gemeentelijke organisatie te ontzenuwen is het gewenst dat het college schoon schip maakt en de vragen van Amersfoort2014 zonder terughoudendheid beantwoordt. Als de beantwoording van een specifieke vraag teveel beslag legt op de capaciteit, dan kan dat in voorkomende gevallen met redenen omkleed gemeld worden. Het bestuur van een middelgrote gemeente als Amersfoort dient zichzelf serieus te nemen en zich er niet toe te verlagen om met raadsleden verzeild te raken in een loopgravenoorlog. Het college vertegenwoordigt het openbaar bestuur en moet verantwoordelijkheid tonen. Amersfoort kan best middelen vrijmaken om de reeks vragen in detail te beantwoorden. Als het dat wil.

Foto’s 1 en 4: Schermafbeelding van delen van ‘SCHRIFTELIJKE VRAGEN en/of INLICHTINGEN AAN HET COLLEGE; Ex. artikel 43 en artikel 44 Reglement van orde van de raad’ door Amersfoort2014, 6 juni 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel van ‘SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN HET COLLEGE; Ex. artikel 43 Reglement van orde van de raad’ door Amersfoort2014, 17 april 2019.

Foto 3: Schermafbeelding van deel ‘Beantwoording schriftelijke vragen’ door afdeling Woon Werkklimaat namens het college van de gemeente Amersfoort, 28 mei 2019.

GroenLinks Amersfoort twijfelt aan het bestaan van de waarheid over het Armando Museum en wijst een onderzoek hoe dan ook af

Groenlinks neemt in Amersfoort met twee wethouders deel aan de coalitie. Dit feit alleen verklaart het optreden van de woordvoerder cultuur van GroenLinks Linda van Tuyl. Wat ze zegt is zo afwijkend van waar GroenLinks voor zegt te staan dat nauwelijks valt te geloven dat Van Tuyl echt gelooft in wat ze zegt.

Van Tuyl zegt in een raadsdebat dat ze niet wil dat de onderste steen boven tafel komt in een mogelijk onderzoek naar de besluitvorming over de verhuizing van het Armando Museum naar Bunnik. De reden die ze daarvoor geeft is dat het een complex onderzoek zou worden. Dat meent ze al op voorhand te weten, zonder dat het onderzoek is verricht. En als men de onderste steen boven tafel krijgt vraagt ze zich af wat men ermee gaat doen. Men krijgt medelijden met haar dat Van Tuyl dit om partijpolitieke redenen moet zeggen.

Aan de orde is een onderzoek naar de gang van zaken rond het MOA. Dat heeft de gemeente veel geld gekost. Deze Amersfoortse vertegenwoordiger van GroenLinks gaat niet voor openheid en onderzoek, maar voor het tegendeel. In haar argumenten redeneert ze naar een situatie toe die juist onderzocht moet worden om te weten wat de situatie is. Evenmin is het duidelijk waar Van Tuyl haar observatie op baseert dat het dossier MOA zo uniek is dat een onderzoek weinig oplevert. Afgelopen jaren zijn opvallend veel culturele projecten in Amersfoort mislukt. Valt daar geen patroon in te herkennen? Volgens Van Tuyl niet, want ze weet op voorhand het antwoord. Zij redeneert in een cirkel en stelt haar uitgangspunt als onherroepelijke conclusie voor.

Van Tuyls argumenten kunnen ook omgekeerd worden en tegen haar gebruikt worden. Als namelijk het dossier MOA zo uniek is zoals ze veronderstelt, dan verdient dat juist een onderzoek. Of in de vorm van een raadsenquête of anderszins, naargelang de wens van de meerderheid van de raad. Dit soort onderzoeken zijn ernstig en gaan niet over futiliteiten. Ze zijn bedoeld om de controlerende rol van de raad te herstellen, en om van gemaakte fouten te leren zodat die in de toekomst vermeden kunnen worden.

Precies dat is aan de orde bij het dossier MOA toen het toenmalige college het convenant uit 1998 met Armando en zijn ex eenzijdig opzegde. Toenmalig directeur Gerard de Kleijn van Amersfoort-in-C noemde dat in 2010 ‘onbehoorlijk bestuur’ en woordbreuk van de toenmalige gemeenteraad die via de coalitiepartijen het besluit van het college volgde. Het is niet niks als een ambtelijk diensthoofd de raad (en in het directe verlengde daarvan het gemeentebestuur) beticht van onbehoorlijk bestuur. Verdient dat geen onderzoek?

Blijft de vraag over de beeldvorming en GroenLinks. Is dit nog wel de partij van voormalig kamerlid Mariko Peters die in 2012 een wetsvoorstel indiende voor een transparante overheid? In de motivatie zei ze: ‘Teveel publieke informatie blijft nu geheim of te lang achter slot en grendel.’ Van Tuyl vindt het blijkbaar prima dat informatie achter slot en grendel blijft. Namens welk GroenLinks spreekt zij? Het is soms politieke realiteit als een partij kernwaarden inwisselt voor deelname aan de macht, maar doorgaans gaat dat gepaard met geloofwaardig theater. Van Tuyl voert dat echter zo ongeloofwaardig en onhandig op dat het absurd wordt.

In het dossier Armando Museum en MOA speelde een van de voorlopers van Van Tuyl een andere rol. Ook toenmalig fractievoorzitter van GroenLinks Hiske Land pleitte in 2010 voor pragmatiek en haalbaarheid, maar koos vervolgens niet voor een kleinere, maar een grotere rol van de raad. Ze pleitte voor een brede, kritische blik en zoektocht naar de waarheid die Van Tuyl bij voorbaat als onmogelijk kenschetst. Hiermee verschilt Van Tuyl niet van rechts-populisten die succesvol het idee van ‘de waarheid’ ondermijnen. Dat is het verschil in intellectuele nieuwsgierigheid en politiek-filosofische stellingname tussen Land en haar opvolger Van Tuyl.

In 2010 schreef Land: ‘Essentie dus: het Amersfoortse culturele klimaat wordt voor een groot deel bepaald door de verzelfstandigde instellingen. We kunnen niet veel meer doen dan hopen dat zij kiezen voor het belang van de stad… Ik pleit voor een brede blik op het museale aanbod, in plaats van te focussen op één instelling zoals nu gebeurt. De bezuinigingen zijn wat mij betreft alleen de aanleiding om ernaar te kijken. Wat willen we voor de stad? Welke betekenis heeft iedere instelling daarin?’ Een zoektocht naar de waarheid is aan Van Tuyl en GroenLinks Amersfoort niet besteed. Linda van Tuyl ontkent het bestaan van de waarheid.

Verburgerlijking, vertrutting, fragmentatie en radicalisering van de gele hesjes is vergelijkbaar met wat er gebeurde met Anonymous

Angst voor de gele hesjes groeit onder Brabantse vrachtwagenchauffeurs. Ook onder journalisten die soms afgetuigd worden door de gele hesjes als ze verslag doen van de protesten. De agressie neemt niet af. Is dat een teken van machteloosheid of van infiltratie van de gele hesjes-beweging door beroepsactivisten die het vuurtje op willen stoken? Ze accepteren de bestaande democratie en rechtsorde niet. De gele hesjes zijn niet eenvorming, maar onderling verschillend. Daarom valt het nauwelijks vast te stellen wie er aan het woord is.

Het valt te verwachten dat de sleet erin komt zoals ook gebeurde bij het ‘hacktivistische’ Anonymous dat begon vanuit maatschappijkritiek, maar vervolgens verburgerlijkte en zich onder meer ging richten op het bestrijden van pedofielen. In 2014 schreef ik in een commentaar over die verburgerlijking en vertrutting van Anonymous: ‘Anonymous Nederland mixt ingrediënten door elkaar en kookt een heksensoep. Probleem is niet dat het een politiek standpunt inneemt, maar dat het wegduikt in de anonimiteit en geen duidelijkheid geeft over waarom, hoe, waar, volgens welk programma en namens wie het opereert. Daarnaast is Anonymous geen beschermd merk. Iedereen kan het kapen en ermee aan de haal gaan. Zodat vervlakking en vervaging op de loer liggen.’ Vijf jaar later kan Anonymous vervangen worden door gele hesjes. De geschiedenis herhaalt zich, maar dan anders. Het zich toe-eigenen van etiketten en schuilen in de anonimiteit blijft iets van alle tijden.

Opnieuw de lange tenen van de islam (3). Pakistan blokkeert sites. Vanwege ‘Godslastering’ en ‘kwetsen van gevoelens van moslims’

Vandaag kreeg ik onderstaand bericht per email van WordPress waarin het aangeeft dat op last van de Pakistaanse overheid een blogpost in Pakistan wordt geblokkeerd wegens blasfemie en het kwetsen van de gevoelens van moslims ‘rond Pakistan’.  Het gaat om het commentaar ‘Humoristische tekeningen zonder humor in de islam’ van 31 juli 2012 met bovenstaande cartoon. De actie van de Pakistaanse overheidsdienst Pakistan Telecommunication Authority (PTA) bevestigt het vermoeden dat er binnen de islam weinig gevoel voor humor en tolerantie voor satire bestaat. Zie hier voor een verslag van eerdere meldingen van de PTA en de blokkade in Pakistan van delen van dit blog.

Foto: Cartoon van  Adam Zyglis in Commentaar ‘Humoristische tekeningen zonder humor in de islam’ van 31 juli 2012.

Voorbehoud bij verhoging NAVO-budget: Defensie is gepolitiseerd en geëconomiseerd, en moet hoognodig gemilitariseerd worden

Er is onduidelijkheid over defensiebudgetten. Die kun je niet zomaar met elkaar vergelijken in de hoop op duidelijkheid. Dat komt niet alleen door de verschillen in prijspeil tussen landen, maar ook door het verschil in doelmatigheid, standaardisatie en overhead. Inzichtelijk is in dit verband een voorbeeld uit 1985 van asbakjes in een Amerikaans marinevliegtuig die per stuk 660 USD kostten. En er zijn meer van dit soort voorbeelden.

Het probleem is dat de defensie-industrie een in zichzelf gekeerde, niet open markt is. Er bestaat nauwelijks concurrentie op. Dat geldt trouwens niet alleen de Westerse, maar ook de Russische en Chinese defensie-industrie. De prijs/kwaliteit verhouding is niet stabiel. Defensie is ook een sector om gemeenschapsgeld rond te pompen en in de zakken van politici te laten verdwijnen buiten de controle van toezichtsinstanties om.

Voormalig president Juan Bosch van de Dominicaanse Republiek wees er in de jaren ’60 al op in zijn boek  ‘Pentagonismo, sustituto del imperialismo’ dat in het Engels werd vertaald als ‘Pentagonism’ en in die tijd redelijk invloedrijk was. Ik las het in de vroege jaren ’70. Hij zei dat in navolging van president Eisenhower die in zijn afscheidstoespraak van januari 1961 het begrip ‘militair-industrieel complex’ muntte. ‘Ike’ zag deze macht van de defensie-industrie en de besteding van militaire budgetten als niets meer dan ‘een verstoord gebruik van de middelen van de natie’. Omdat de hoogste geallieerde militair uit de Tweede Wereldoorlog met deze waarschuwing kwam, maakte dit in 1961 indruk. Nog voor de escalatie van de Vietnam-oorlog.

Een commentaar vat samen hoe het werkt. Het verklaart tevens waarom Europa geen defensie-industrie heeft die bij haar economische macht en statuur past: ‘But Europeans saw the whole effort as too much of a one-way street. The United States showed little inclination to accept European designs for cooperative production either in the United States or in other European countries, even when European designs were favored by those countries. According to one view expressed at the time, this situation was the natural result of American technological superiority and Yankee salesmanship. Another suggested that it was due at least in part to pressure by the U.S. government, which had been lobbied by its own defense industries.

Met als aanleiding het regeerakkoord schreef ik in een commentaar van oktober 2012 dat de nationale veiligheid van Nederland gaat over van alles en nog wat, maar nauwelijks over de territoriale verdediging van Nederland. In de afgelopen zes jaar en mede door de recente discussies over de NAVO-begroting ben ik nog meer in mijn mening gesterkt dat Defensie is gepolitiseerd en geëconomiseerd, en nodig gemilitariseerd dient te worden. Feitelijk zou militaire sterkte of slagkracht de enige norm voor de toewijzing van het defensie-budget moeten zijn. Dat is niet zo. Omdat het nog even actueel is als toen herplaats ik wat ik in 2012 schreef:

Wat is er aan de hand met het debat over de krijgsmacht? Het lijkt nog erger uit het lood te staan dan die krijgsmacht zelf. Aan Defensie zitten meerdere kanten en in de publieke opinie wordt er doorgaans maar één belicht, namelijk de hoogte van het budget. Hoe doelmatig dat besteed wordt, hoeveel waar voor het geld wordt verkregen en welke belangen bij de aanschaf van wapensystemen spelen, hoeveel er aan de strijkstok van het bedrijfsleven en lobbyisten blijft hangen, hoe urgent de keuzes zijn en wat de relatie tussen budget en kwaliteit is blijft onderbelicht. In het regeerakkoord (p. 49) wordt de krijgsmacht als een verlengde van de industrie beschouwd. Op zijn best worden het nationaal veiligheids- en het economisch belang gelijkgesteld.

Zo resteert het beeld dat de nationale of territoriale veiligheid van Nederland niet de hoofdzaak is en op zichzelf staat, maar ondergeschikt is aan andere doelstellingen. Zoals het belang van de industrie of de relatie met bondgenoten, zoals de VS. Anders gezegd, de investeringen in Defensie dienen het militair-industrieel complex waarvoor de uitgaande president Eisenhower in zijn befaamde afscheidstoespraak van 17 januari 1961 waarschuwde: ‘In de overheidsdiensten moeten we waken tegen het gezocht of ongezocht verwerven van ongerechtvaardigde invloed door het militair-industriële complex.’ Dat complex strekt zich uit van wapenfabrikanten, krijgsmacht en inlichtingendiensten tot gevestigde media, wetenschap en partijpolitiek.

De aanschaf van 37 F-35 straaljagers van het grootste Amerikaanse defensieconcern ter wereld Lockheed Martin door Nederland voor naar schatting zo’n 5,2 miljard euro is een voorbeeld van de werking van het militair-industrieel complex. Lobbyisten onder wie veel voormalige CDA- en VVD-politici, de luchtmacht en de Nederlandse luchtvaartindustrie die zich richt op het binnenhalen van compensatieorders bepaalden de keuze. Maar zelfs dat economische argument dat niet volledig spoort met de nationale veiligheid is onjuist. De F-35 levert vooral banen op voor lobbyisten en ondernemers en niet voor Nederland. Evenmin dringt tot het Nederlandse publiek debat door dat militaire uitgaven de slechtste manier zijn om banen te scheppen, zoals uit een Amerikaanse studie blijkt. Niet het parlement, maar externe partijen beslisten over aanschaf. Daarbij komt dat al vanaf het begin vraagtekens werden gezet bij de prestaties in het luchtgevecht en de kosten van de F-35. In de testfase is de software kwetsbaar gebleken, waarschijnlijk ook nog eens gehackt door China.

Door gebrek aan munitie oefenen Nederlandse militairen door ‘poef poef poef’ te roepen. Zo is de persiflage én stand van zaken van de Nederlandse krijgsmacht. In een ideale wereld zou het de ultieme oplossing voor de beteugeling van agressiviteit zijn. Militairen die cowboytje spelen zoals kinderen het doen. Maar Nederland bevindt zich niet in een ideale wereld en moet zich serieus verdedigen tegen de agressie van andere actoren.

Nu heeft Nederland dat vermogen verloren. Het beeld van een onverdedigd Nederland alleen al tast de soevereiniteit aan en maakt een land kwetsbaar voor buitenlandse druk. Maar de verhoging van het budget met 1,5 miljard euro zegt niet alles. Als het wordt doorgesluisd naar buitenlandse wapenfabrikanten die te veel voor hun producten vragen, dan verhoogt dat de weerbaarheid van Nederland niet. Het debat over de nationale veiligheid van Nederland moet gaan over de kwaliteit van de krijgsmacht, inclusief de toetsing ervan, en de mate waarin Nederland door de eigen krijgsmacht en directe partners territoriaal, in cyberspace of op afstand verdedigd wordt. Het debat over de nationale veiligheid reduceren tot een budgettaire boekhoudsom is een valkuil die allen dient die andere belangen hebben en zich hierachter kunnen blijven verschuilen.

Foto: ‘Een Spandau M.25 op luchtdoelaffuit tijdens de mobilisatie in een versterkte positie langs de Nederlandse kust. FOTO Beeldbank NIMH

De lange tenen van de islam (2). Pakistan blokkeert sites. Vanwege ‘Godslastering’ en ‘kwetsen van gevoelens van moslims’

Op 21 september 2017 kreeg ik een automatisch gegenereerd bericht van WordPress.com waar ik in het commentaar ‘De lange tenen van de islam. Pakistan blokkeert sites. Vanwege ‘Godslastering’ en ‘kwetsen van gevoelens van moslims’ verslag van deed. Het ging om twee delen van dit blog die op verzoek van een Pakistaanse overheidsdienst (‘A Pakistan government authority’) afgesloten (‘disable’) werden voor bezoekers uit Pakistan vanwege ‘extreme Godslastering’ en ‘kwetsen van gevoelens van moslims’. Vandaag kreeg ik opnieuw een bericht met als onderwerp Important legal notice regarding your WordPress.com site in Pakistan.

De twee afgesloten delen werden toen opgesomd in een lijst van 198 WordPress-URL’s. De twee geblokkeerde delen waren de tags ‘groepsdwang’ en ‘kerstmis’. Zie hier voor de lijst met vooral geblokkeerde cartoons.

Ik memoreerde toen dat de Pakistaanse grondwet de vrijheid van meningsuiting garandeert, maar ‘daar uitzonderingen op aanbrengt die inhouden dat die vrijheid is ‘onderworpen aan enige redelijke beperkingen die door de wet zijn opgelegd in het belang van de glorie van de islam of de integriteit, de veiligheid of de verdediging van Pakistan’ etc. Sectie 37 van PECA (Prevention of Electronic Crimes Act) geeft de Pakistan Telecommunication Authority (PTA) de macht om ‘onwettige inhoud’ te verwijderen of te blokkeren. In dit geval geeft de PTA ‘richtlijnen voor verwijdering of de toegang blokkeren (‘issue directions for …’) uit aan WordPress.com die van mening is dat het daar om wettelijke redenen mee moet instemmen (‘must comply’).

Mijn evaluatie van dit besluit verwoordde ik toen in een reactieAls cartoons tot geweld oproepen, dan kan ik een verbod nog billijken. Maar in alle andere gevallen niet. Moslims of overheden die zich als islamitisch beschouwen zouden zichzelf helpen als ze hun eigen geloof niet zo serieus namen. Het zou hun leven er een stuk makkelijker en meer ontspannen op maken. Zelfspot kan daarbij behulpzaam zijn. 

Eigenlijk gaat het om wat anders. Namelijk dat het het moeilijkst is om jezelf te veranderen, om te emanciperen. Krampachtig vasthouden aan het oude en jezelf buiten de eigen tijd plaatsen is een zwakte. Juist aan het streven om te emanciperen schort het bij de censuur van de Pakistaanse overheid. Die er Pakistan daardoor zwakker, minder weerbaar en flexibel maakt. Door deze islamitische dictatuur.

Positief lijkt dat uit bovenstaand bericht van de dienst Ondersteuning van WordPress blijkt dat het Web Analysis Team van de Pakistan Telecommunication Authority (PTA) nu slechts één deel van dit blog blokkeert. De tag ‘kerstmis’ zou nu formeel zijn toegestaan. Maar dat lijkt schijn en duidt waarschijnlijk op een andere tactiek van de Pakistaanse overheid. Hoewel ik het niet kan bewijzen betwijfel ik of het bericht van de afdeling Support van WordPress en de recente aanzegging van de PTA juist is dat nu slechts één deel van dit blog wordt geblokkeerd. Uit de statistiek blijkt dat dit blog in 2017 95 bezoekers uit Pakistan had en in 2018 geen enkele meer. Dat rijmt niet met het bezoek sinds 2013 met jaarlijks zo’n 20 tot 35 bezoekers uit Pakistan. Dat het bezoek uit Pakistan in 2018 is stilgevallen tot nul is afwijkend. Het is dus de vraag of bezoekers van dit blog in Pakistan weer kunnen genieten van onderstaande illustratie, de gewraakte cover van het Franse satirische blad Charlie Hebdo uit 2011 die via de door de PTA geblokkeerde tag kerstmis was te vinden :

Foto 1: Schermafbeelding van bericht ‘Important legal notice regarding your WordPress.com site in Pakistan’ per e-mail van de afdeling Support van WordPress, 30 mei 2018.

Foto 2: Omslag van ‘Charlie Hebdo’ van 2 november 2011 met de tekst ‘100 coups de fouet si vous n’êtes pas morts de rire!‘ ofwel ‘honderd zweepslagen als je je niet dood lacht!’. Zie hier.