George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Integratie

Culturele psychologie van Keyvan Shahbazi is prikkelende opinie

leave a comment »

Keyvan Shahbazi presenteert in de Opinie van Zondag van de Volkskrant een prikkelende opinie. Als voedsel voor het publieke debat. Hij gooit een steen in de vijver zonder wetenschappelijke pretentie. Hij is als cultureel psycholoog en gastdocent/onderzoeker verbonden aan de Politieacademie. Zijn focus is de culturele psychologie: het zoeken naar verbanden en/of verschillen tussen bepaalde culturen. Dat is de sterkte én de zwakte van zijn benadering. Shahbazi perst elk maatschappelijk probleem door de mal van zijn vakgebied. Met als uiterste gevolg dat het opsporen en benoemen van culturele verschillen zijn eenzijdige stof tot nadenken wordt. In zijn prikkelende opinie doet Shahbazi pogingen om verschillen te benoemen, maar komt hij (nog) niet aan overkoepeling en verbinding toe. Hij beschrijft wat hij ziet zonder zicht op een oplossing.

Laten we veronderstellen dat Nederland een waardengemeenschap is zoals Shahbazi stelt. Dat gaat over het delen van ervaringen, maar in Nederland is de beperkende voorwaarde wel dat dat gebeurt in dienstbaarheid aan de nationale rechtsstaat. Dat betekent onder meer dat wetten van godsdiensten en levensovertuigingen ondergeschikt zijn aan rechtsstaat en grondwet, aan democratische instituties en grondrechten. Dat geldt dan ook voor multinationals, monarchie en multimiljonairs. Als dat gegarandeerd wordt door de overheid en betreffende individuen publiekelijk aangeven de rechtsstaat ondubbelzinnig te accepteren als hoogste instantie, dan lijkt er geen probleem te zijn wie er in Nederland woont en wat de geschiedenis, kleur, etniciteit of levensovertuiging van zo iemand is. Zo wordt iedereen in een gemeenschappelijk kader geplaatst. Dat gaat verder dan het lijkt. Dat betekent ook door de overheid actief gegarandeerde en beschermde rechten van vrouwen die nu die rechten missen binnen orthodoxe godsdiensten. Daarvoor moet de autonomie van die godsdiensten worden opengebroken. En prioriteit worden aangebracht tussen de grondrechten. Dat verstoort het sociale contact van Nederland dat een wankel machtsevenwicht is dat in eeuwen is gegroeid.

Integratie is geen eenrichtingsverkeer, want rechten en plichten komen er in wisselwerking in samen. In een uitruil van het één tegen het ander. Shahbazi concentreert zich op de rechten van individuen en verwaarloost de plichten. Met als gevolg dat hij de structuur die van bovenaf een oplossing kan bieden uit het oog verliest en alles ophangt aan gedrag van en culturele verschillen tussen individuen. Hoe problematisch en aanwezig die ook zijn. Die benadering van onderaf mist de pretentie van het overkoepelende gebaar dat de problemen terugdringt. Daarnaast kiest hij de verkeerde focus door de relatie tussen burgers centraal te stellen, terwijl de relatie van de individuele burger tot de staat bepalender is voor integratie en het tegengaan van discriminatie en/of vooroordelen. Modieus gezegd, als de overheid er bewust voor zou kiezen, dan zou het de rechtsstaat als symbool en referentie succesvol kunnen inzetten als instrument om het onderbewuste gedrag van burgers te beïnvloeden (’nudging’). Ook is het trouwens mogelijk om zowel van onderaf als van bovenaf te werken en aldus problemen gecoördineerd aan te pakken. De auteur reduceert alles tot sociaal-culturele onderwerpen en het (geïnstitutionaliseerde) gedrag van burgers en prikkelt vooral de reacties die deze simplificatie corrigeren.

Foto: Schermafbeelding van deel opinie-artikelIntegratie is geen eenrichtingsweg’ van Keyvan Shahbazi. De Volkskrant, 19 augustus 2018.

Advertenties

Kanttekeningen bij plaatsing column van Lamyae Aharouay in NRC. Is het politiek correct om identiteit als maat der dingen te nemen?

with one comment

Pluriformiteit binnen een nieuwsmedium is een goede zaak. Dat wil zeggen dat verschillende politieke of maatschappelijke meningen erbinnen tot uiting komen. Zo ontstaat door breedte in de verslaglegging, analyse en opinievorming reliëf die door vergelijking diepte geeft. Tegenwoordig wordt die pluriformiteit doorgaans vertaald met het begrip ‘diversiteit’, zoals uit verslagen als hier volgt. Met ‘de witte blik’ als schrikbeeld dat vermeden moet worden. Maar diversiteit als vertaling voor pluriformiteit is een ongelukkig en tekortschietend begrip. Het neemt namelijk als enig uitgangspunt de identiteit van de opiniemakers, maar zegt nog niets over de pluriformiteit van het nieuwsmedium. Iemand met een paarse identiteit kan een zwart wereldbeeld hebben waaruit een zwarte opinie volgt, terwijl iemand met een zwarte identiteit een witte opinie geeft.

Vraag is of media zich niet laten gijzelen door een schijndebat over diversiteit en het regelrechte debat over pluriformiteit hiermee uit de weg gaan. Dat werkt twee kanten uit. Want als pluriformiteit niet altijd direct volgt uit diversiteit kan dat ongecontroleerd en bijna ongemerkt doorschieten naar standpunten die niet binnen de beginselen van het nieuwsmedium passen of naar standpunten die niet verder gaan dan symboliek en diversiteit tot een uitstalling van diversiteit reduceert. Een en ander kan ook allebei tegelijk voorkomen. Het debat over diversiteit binnen organisaties moet overigens wel degelijk gevoerd worden omdat het belangrijk is dat organisaties een afspiegeling van de bevolking vormen. Maar dat is een ander debat dan pluriformiteit.

Aanleiding voor deze kanttekening is de columnHet is politiek correct om moslims te bashen’ van Lamyae Aharouay in NRC. Zoals de titel aangeeft suggereert ze dat het politiek correct is om af te geven op moslims. Dat probeert ze te onderbouwen door een citaat uit het manifest van Vrij Links dat zegt dat het ‘afstand neemt van de suggestie dat niet-westerse Nederlanders in bescherming moeten worden genomen tegen het vrije debat, omdat ze nog niet klaar zouden zijn voor uitingen van de moderniteit’. Op dat zinsdeel van een specifieke zin uit een heel manifest bouwt Aharouay haar column om daar bovenop als conclusie haar uitgangspunt te herhalen dat het manifest blijft hangen in de bescherming van niet-westerse Nederlanders.

Maar het is niet Vrij Links, maar Lamyae Aharouay die blijft hangen en niet verder kijkt. Als door een bij gestoken reageert ze in een geconditioneerde reflex op de verwijzing naar de niet-westerse Nederlander. 

In een tweet reageerde ik op Lamyae Aharouay: ‘Bescherming waar @eddy_terstall cs over praten pleit voor emancipatie en een eind aan betutteling van groepen die in het overheidsbeleid als achtergesteld werden bestempeld. Het zegt iets over uw blik dat u het citaat tegengesteld opvat zoals het bedoeld is en uit de tekst blijkt’. Feitelijk toont de kritiek van Aharouay het gelijk van de opstellers van het manifest aan. Namelijk dat binnen links het debat over identiteit een open debat over de inrichting van de samenleving blokkeert. Want telkens weer trekken critici van dat open debat zich vanuit een defensieve houding terug op hun identiteit waarvan ze claimen dat die allesbepalend is. Overigens is dit geen specifiek linkse bezigheid, de alt-right-beweging heeft zich door zich te richten op identiteit als politieke belangengroep weten te vestigen.

In het geval van Aharouay is het een moslim-identiteit die de columniste blijkbaar als maat van alle dingen ziet. Waarbij ze ook nog eens het actuele debat over de positie van niet-westerse Nederlanders terugbrengt tot beeldvorming en voorbijgaat aan het overheidsbeleid vanaf de jaren ’60 (vdve) over integratie. Zij gaat ook voorbij aan de kritiek op het multiculturalisme zoals dat in 2000 werd verwoord door Paul Scheffer en waar het manifest van Vrij Links op inhaakt met een pleidooi voor een seculiere samenleving. Scheffer merkte onder meer op: ‘Waar het vooral om gaat, is dat de scheiding van staat en kerk niet werkelijk is aanvaard in islamitische kring’, ‘Al die apologeten van de diversiteit zijn niet geïnteresseerd in wat zich in de grote steden van Nederland afspeelt‘ en ‘In het openbare leven behoort geen plaats te zijn voor stromingen die de scheiding van staat en kerk of de gelijke rechten van man en vrouw willen opheffen’. De bescherming waarover het manifest het heeft verwoordde Scheffer in dat modewoord van vroegere tijden: ‘De cultuur van het gedogen, die nu op haar grenzen stuit, gaat hand in hand met een zelfbeeld dat onwaarachtig is.

Lamyae Aharouay wil mogelijk de moderniteit naar de islam brengen, maar zoals uit haar column blijkt de islam zeker niet naar de moderniteit. In die betekenis heeft ze gelijk met haar kritiek op het manifest. Want Aharouay is wel klaar voor uitingen van moderniteit, zoals Tariq Ramadan dat ook was voordat hij door de beschuldiging van molestatie van vrouwen van zijn voetstuk viel, maar dat zijn niet de uitingen die passen binnen de politieke filosofie van het secularisme dat probeert identiteit en religie te overstijgen. Aharouay beschouwt haar identiteit als positief kenmerk dat gekoesterd moet worden, terwijl de opstellers van het manifest het als een sta-in-de-weg voor de toekenning van gelijke rechten voor allen opvatten.

Het gevolg van identitaire kritiek is dat binnen links geen debat op een hoger abstractieniveau tot stand komt dat probeert identiteit te overstijgen om een gemeenschappelijke basis te formuleren van waaruit links geloofwaardig en vanaf een solide basis kan opereren. Zo wordt Vrij Links met een pleidooi voor een seculiere samenleving waarin niet de identiteit, maar de rechtsstaat en de grondrechten de maat der dingen zijn gemangeld tussen radicaal-rechts en radicaal-links die zweren bij de eigen achtergrond en eigenheid.

In de beginselen uit 1970 van NRC zijn talloze aanknopingspunten te vinden die haaks staan op de opinie van Lamyae Aharouay. Onder meer over ‘De vrijheidsgedachte die wij voorstaan, verdraagt zich niet met geloof in enig dogma, aanvaardt niet bij voorbaat enig gezag’ of ‘waanzin de mens als onderdeel van een collectiviteit’. De plaatsing van en keuze voor de column van Aharouay door de NRC-hoofdredactie sluit niet aan bij de conclusie van de beginselen: ‘Wie zich richt tot een publiek dat bereid is na te denken, doet een beroep op de rede, die hijzelf ook hanteert. In een tijd dat allerlei irrationele verschijnselen weer de kop opsteken en vaak op modieus applaus kunnen rekenen, menen wij hiermee een functie te verrichten die nog zin heeft.’ De column van Aharouay vertegenwoordigt standpunten die niet binnen de liberale beginselen van NRC passen en diversiteit tot een uitstalling van diversiteit reduceert. De lezer die een beroep doet op de rede kan er niks mee beginnen. De hoofdredactie van NRC lijkt zelf in de val van het modieus applaus getrapt door een beeld van diversiteit te verwarren met pluriformiteit en dat boven de eigen beginselen te plaatsen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelHet is politiek correct om moslims te bashen’ van Lamyae Aharouay in NRC, 24 mei 2018.

Eerdmans zet zich in voor de vrijheid van godsdienst: ‘Niet het hele christendom uit Rotterdam verdrijven, alleen de rotte appels’

with 3 comments

Een opvallend interview in het AD van 16 november 2017 door Monica Beek met de Rotterdamse wethouder Joost Eerdmans (Leefbaar Rotterdam). Weergave in licht gewijzigde vorm. Een verhaal over appels en peren:

Niet het hele christendom uit Rotterdam verdrijven, alleen de rotte appels’

KERKAANPAK Rotterdam moet ‘ontzettend wakker worden’, zegt Joost Eerdmans, wethouder en lijsttrekker van Leefbaar Rotterdam.  

,,Wij proberen de integratie in Rotterdam in goede banen te leiden, maar zien toch van alles op ons af komen dat bedreigend is. We doen steeds twee stappen vooruit en één stap terug.” In het nieuwe verkiezingsprogramma van de partij staat daarom dat haatkerken moeten sluiten en buitenlandse financiering aan christelijke instellingen verboden wordt. Zo wil de partij de ‘orthodoxie die huiskamers wordt ingepompt’ een halt toeroepen. ,,Mensen worden opgezet tegen het Westen. Dat leidt tot veel strubbelingen en problemen.”

Is het zo erg gesteld met Rotterdam, dat deze maatregelen nodig zijn?

,,In 2015 en 2016 werd Rotterdam bezocht door haatprediker Tark ten Velde, die nu vast zit op verdenking van het ronselen van jongeren voor de kruistocht. In dat laatste jaar was ook sprake van de komst van vier Amerikaanse haatpredikers, die de moord op de gouverneur van Pennsylvania door een christenextremist verheerlijken. Daarnaast hebben we te maken gehad met een gereformeerdeninstituut, maar dat hebben we kunnen tegenhouden. Gelukkig maar, want nota bene de AIVD meldt dat gereformeerden de democratische rechtsstaat ondermijnen. En vergeet niet de terreurverdachten die in Rotterdam zijn opgepakt. Jan A., onlangs tot 4 jaar cel veroordeeld, en André B., uitgeleverd aan Frankrijk. Onze stad is wat christenextremisme betreft, de dans niet ontsprongen.”

U bent niet de eerste die haatkerken wil sluiten, maar dat blijkt zo eenvoudig niet. Juridisch gezien kan dat alleen als er sprake is van illegale activiteiten. Hoe gaat het u wel lukken?

,,Als er haat en geweld wordt gepredikt in een kerk, is de openbare orde in het geding. Dan kan de burgemeester ingrijpen, op basis van de Gemeentewet. Een café waar drie gram coke op tafel wordt gevonden, moet ook sluiten. Wij zeggen absoluut niet: alle kerken dicht. Maar daar waar dubieuze zaken aan het licht komen, moeten we ingrijpen. Net als in de horeca, sluiten en tot op de bodem uitzoeken wat er aan de hand is.”

Hoe gaat u erachter komen dat er haat wordt gepredikt?

,,Je moet natuurlijk bewijs hebben. Je kunt niet zomaar zeggen: we knallen die kerk dicht. Daarom moeten we meeluisteren. Mensen daar neerzetten, van gemeentewege. En letten op filmpjes die naar buiten komen. En dan direct ingrijpen.”

Voor het verbieden van buitenlandse financiering geldt hetzelfde, dat is juridisch niet mogelijk. Een motie van de Tweede Kamer is zelfs niet uitgevoerd om die reden. Hoe gaat u het wel voor elkaar krijgen?

,,Misschien kan Rotterdam ook hierin voorop lopen, net als met de Rotterdamwet. Als eersten moeten we de geldstromen ontwaren. Ik denk dat het niet zo’n probleem is om te ontdekken welke organisatie of persoon er uiteindelijk achter een som geld zit. Daar wil ik ook middelen en mankracht voor vrijmaken. De vraag is daarna hoe we die geldstroom stoppen. Desnoods met nieuwe wetgeving – daar wil ik voor lobbyen in Den Haag – of weer via de Gemeentewet met een beroep op de openbare orde. Ja, daar zullen rechtszaken van komen, maar dat heb ik er voor over. Als we maar iedereen wakker hebben.”

Geert Wilders vond in een tweet dat u niet genoeg zou doen om de Sint-Anna kerk te sluiten. Zat dat nog in uw hoofd bij het maken van dit programma? De PVV heeft aangekondigd ook in Rotterdam mee te doen met de verkiezingen.

,,Wij weten als Leefbaar al vijftien jaar wat we willen. Dit staat helemaal los van de PVV. Wij willen niet het hele christendom uit Rotterdam verdrijven, alleen de rotte appels. Daar zijn we nu te slap in. In het christendom zitten grote risico’s verborgen. We moeten zeer alert zijn dat die ons niet bereiken. Sterker nog, die hebben ons al bereikt en daarom moeten we zo waakzaam zijn. Hoe overleeft het Westen in al haar oorsprong de komende 50 jaar? Daar vechten wij voor, voor onze kinderen. Dat is de kern.”

Foto: Religieus extremisme.

De verwezenlijking van een culturele ruimte van Nederland en Vlaanderen vraagt om meer investeringen in kunst en cultuur

leave a comment »

Axel Buyse is algemeen afgevaardigde van de Vlaamse regering in Nederland. In een interview met Doorbraak pleit hij voor meer samenwerking met Nederland. Hij verwijst naar de recente ‘Strategienota Vlaanderen-Nederland; Steunen op de concurrentiekracht van de Delta’ van de Vlaamse regering. Cultuur is niet de hoofdzaak ervan, maar op p. 10-12 bevat de nota het hoofdstuk ‘Strategische doelstelling 3. Culturele grenzen slechten. De Lage Landen vormen één culturele ruimte’. Op die nota en het interview reageer ik:

Een prachtig pleidooi van diplomaat Alex Buyse. Het slechten van culturele grenzen tussen Vlaanderen en Nederland is een goed idee. De 7 miljoen Vlamingen en 17 miljoen Nederlanders wonen, werken en verstrooiien zich in een culturele ruimte met veel overeenkomsten. Zoals taal, geschiedenis, cultuur en kunst. Hoewel door internationalisering de begrenzing ervan minder scherp en hard is dan het wordt voorgesteld.

Het is echter voorbarig om het nu al ‘één culturele ruimte’ te noemen zoals de strategienota van de Vlaamse regering in de derde strategische doelstelling doet. Als de politiek van Vlaanderen en Nederland dat wenst, dan kan het verder werken aan verdieping door integratie en samenwerking van die culturele ruimte.

Daarvoor is meer nodig dan goede bedoelingen en het uitspreken van intenties. Nodig is concreet beleid die op de strategische verkenning volgt. Voorwaarde is een inspanning van Nederland en Vlaanderen om het budget voor kunst en cultuur uit te breiden. Want samenwerking en integratie over de grenzen heen vraagt om extra investeringen. Cultuur is geen pijpleiding naar een fabriek waar restwarmte wordt omgezet in plastiek.

Cultuur gaat namelijk niet uit van het profijtbeginsel. In economische zin maakt cultuur geen winst. Mogelijk wel in maatschappelijke en politieke zin, hoewel dat lastig meetbaar is. Toch kunnen kunst en cultuur op deze terreinen de inspanning waard zijn omdat ze de politiek-maatschappelijke en econonomische grenzen tussen Nederland en Vlaanderen kunnen helpen vervagen. Zonder dat kunst en cultuur overigens als instrumenteel opgevat moeten worden. Want instrumentele kunst houdt op kunst te zijn.

Het slechten van de culturele grenzen tussen Nederland en Vlaanderen is een drietrapsraket met politiek als stuurraket, econonomie als draagraket en cultuur als bevoorradingsraket. Het effect kan zijn dat de verdere culturele integratie of samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen door taal- en cultuurpolitiek ook de politieke en economische integratie en samenwerking dient. Op zijn minst zijdelings. Als op het Binnenhof en het Martelarenplein dat besef vergroot wordt, dan wordt er hopelijk minder krampachtig dan op dit moment aangekeken tegen investeringen in kunst en de verhoging van het cultuurbudget.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDiplomaat Axel Buyse: ‘We moeten meer samenwerken met Nederland’ in Doorbraak, 24 september 2017.

De lange tenen van de islam. Pakistan blokkeert sites. Vanwege ‘Godslastering’ en ‘kwetsen van gevoelens van moslims’

with 5 comments

Soms klopt de grote wereld aan en komt hard binnen. Zo lijkt het. Neem een administratief e-mail bericht van WordPress.com van 21 september 2017. Het is getiteld ‘important notice regarding your WordPress.com site’. Het begint zo: ‘A Pakistan government authority has demanded that we disable the following content on your WordPress.com site https://georgeknightlang.wordpress.com/tag/groepsdwang/ Unfortunately, we must comply in order to keep WordPress.com accessible for everyone in Pakistan. We have disabled this content only for Internet visitors originating from Pakistan. Visitors from other countries are not affected.’

Het betreft een automatisch gegenereerd bericht van WordPress.com dat laat weten dat een deel van dit blog op verzoek van een Pakistaanse overheidsdienst (‘A Pakistan government authority’) afgesloten (‘disable’) is. De klacht van de Pakistaanse regering is bijgevoegd en begint zo: ‘I am writing on behalf of Web Analysis Team of Pakistan Telecommunication Authority (PTA) which has been designated for taking appropriate measures for regulating Internet Content in line with the prevailing laws of Islamic Republic of Pakistan. In lieu of above it is highlighted that few of the webpages hosted on your platform are extremely Blasphemous and are hurting the sentiments of many Muslims around Pakistan. The URL’s mentioned are clearly in violation of Section 37 of PECA 2016 and Section 19 of Constitution of Pakistan.’ Redenen voor censuur zijn dus ‘extreme Godslastering’ en ‘kwetsen van gevoelens van moslims’. De lange tenen van de islam zijn weer eens gevoelig.

Opvallend is dat sectie 19 van de Pakistaanse grondwet de vrijheid van meningsuiting garandeert, maar daar uitzonderingen op aanbrengt die inhouden dat die vrijheid is ‘onderworpen aan enige redelijke beperkingen die door de wet zijn opgelegd in het belang van de glorie van de islam of de integriteit, de veiligheid of de verdediging van Pakistan’ etc. Sectie 37 van PECA (Prevention of Electronic Crimes Act) geeft de Pakistan Telecommunication Authority (PTA) de macht om ‘onwettige inhoud’ te verwijderen of te blokkeren. In dit geval geeft de PTA ‘richtlijnen voor verwijdering of de toegang blokkeren (‘issue directions for …’) uit aan WordPress.com die van mening is dat het daar om wettelijke redenen mee moet instemmen (‘must comply’).

Vervolgens worden 198 WordPress-URL’s genoemd. Sommige sites worden meermalen genoemd, zoals pretmohammed.wordpress.com . Pakistanatheist.wordpress.com wordt totaal uitgeschakeld. Dit blog wordt tweemaal genoemd. Naast de tag groepsdwang ook https://georgeknightlang.wordpress.com/tag/kerstmis/.

Van nog twee sites worden tags uitgeschakeld (https://deadwildroses.wordpress.com/tag/draw-muhammad-day/ en https://struckbyenlightning.wordpress.com/tag/kurt-westergaard/). Alle andere per posting of zoals gezegd Pakistanatheist integraal. Het is bijzonder dat een Pakistaanse overheidsdienst de moeite neemt om een Nederlandstalige site te blokkeren op de tags groepsdwang en kerstmis. Probeer die woorden maar eens in het Engels of Urdu uit te spreken en te vertalen. Maar waarom wordt er door de Pakistaanse overheid een Nederlandstalig blog gecensureerd en afgesloten? Waarschijnlijk niet vanwege de teksten, maar vanwege de plaatjes. Zoals een cartoon van Zapiro in het commentaar Moslims kiezen voor apartheid’ met beide tags groepsdwang en kerstmis. Je zou kunnen zeggen dat een land als Pakistan dat zich drukt maakt om dit soort kleinigheden gezegend is. Als het de hoofdlijn op orde had. Maar juist dat ontbreekt er in Pakistan aan.

Foto 1: Cartoon Zapiro, 21 mei 2010. 

Foto 2: Schermafbeelding van 4 van de 5 artikelen van sectie 37 van PECA (Prevention of Electronic Crimes Act) van de Pakistaanse overheid.

Bij een Europese enquête over vertrouwen in de politie door moslims

leave a comment »

Een tabel uit de gisteren gepubliceerde enquête van het Europese Agentschap voor Grondrechten (FRA) dat in Wenen is gevestigd. Het is de tweede enquête van de Europese Unie naar minderheden en discriminatie (EU-MIDIS II): moslims – geselecteerde resultaten. Het persbericht concludeert dat moslims in de EU een hoge mate van vertrouwen in de instituties hebben: ‘We zien onder hen zelfs juist een groter vertrouwen in democratische instellingen dan bij een groot deel van de algemene bevolking’, aldus FRA-directeur Michael O’Flaherty. Dit schetst tegelijk de complexiteit om de enquete goed op waarde te schatten. Wat wordt er precies gemeten? Hoe dan ook combineert de enquête positieve en negatieve ervaringen en verworvenheden.

Uit bovenstaande tabel 34 blijkt dat Nederlandse moslims van alle ondervraagden het minste vertrouwen in de politie hebben. Wie kijkt naar de etnische profilering door de politie -wat de grootste steen des aanstoot voor discriminatie door de politie is- ziet dat de Turkse moslimmigranten in onderstaande tabel 31 naar hun ervaring op een gemiddelde waarde uitkomen. Dat spoort lastig. Het rechtvaardigt geen tweede plek in tabel 31. Er moeten andere redenen zijn. Het is voorstelbaar dat de politie een witte organisatie wordt gevonden die met name in hoge functies te weinig divers is. Er zou sprake zijn van een discriminerende, anti-feministische cultuur. Leden van minderheidsgroepen kunnen zich daarom onvoldoende met de politie vereenzelvigen.

Het valt te bezien waar de hoge negatieve score van met name de Turks-Nederlandse moslims in tabel 34 vandaan komt. Heeft het te maken met de emancipatie van deze moslims die gemiddeld groter is dan in andere Europese landen? Komt het gebrek aan vertrouwen mede voort uit negatief sentiment en publiciteit die in de hele Nederlandse samenleving bestaat over alle problemen, het lage oplossingspercentage en de slechte organisatie van de Nationale Politie? Het is logisch dat Turkse en Noord-Afrikaanse moslims in Nederland negatief over de politie zijn gaan denken. Een kwestie van integratie en vereenzelviging met Nederland. De openheid over het debat van etnisch profileren en diversiteit kan leiden tot het zich miskend voelen zonder dat ervoor directe aanleiding bestaat. Wat tabel 34 precies betekent is daarom niet op voorhand duidelijk.

Foto’s. Tabel 34 en 31 uit enquête van de Europese Unie naar minderheden en discriminatie (EU-MIDIS II): moslims – geselecteerde resultaten, gepubliceerd op 22 september 2017.

Jan van de Beek bestrijdt standpunt Lubbers dat vluchtelingen een economisch belang voor Nederland hebben. Onderzoek gevraagd

with 2 comments

In de NRC is een polemiek ontstaan tussen oud-premier Ruud Lubbers en emeritus hoogleraar Paul van Seters en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam Jan van de Beek over het economisch belang van migratie voor Nederland. Lubbers plaatste samen met Van Seters een opinie-artikel op 7 augustus waarin zij niet alleen betoogden dat het volgens het Vluchtelingenverdrag van 1951 de plicht is voor een land om vluchtelingen op te nemen, maar ook dat het een noodzakelijk economisch belang voor Nederland is. In een reactie weerlegt Van de Beek stuk voor stuk de argumenten van Lubbers en Van Seters en zet vraagtekens bij hun motivatie.

Oud-ondernemer Lubbers krijgt van Van der Beek lik op stuk: ‘Gastarbeid heeft Nederland miljarden gekost. De gastarbeiders werden naar Nederland gehaald omdat de overheid destijds arbeidsmarktkrapte creëerde door de lonen kunstmatig laag te houden. Voor veel niet-innovatieve bedrijven een uitkomst. Ze profiteerden van de lage lonen en hoefden niet te investeren in kennis en machines.’ Het waren bedrijven zoals Hoogovens die in de jaren ’60 wegens arbeidskrapte werknemers wierven in Zuid-Europa of Marokko in plaats van te innoveren. De rekening van de werving van de laaggeschoolde werknemers werd later bij de belastingbetaler gelegd. Niet bij de bedrijven die de werknemers naar Nederland hadden gehaald. Het is opvallend dat Lubbers die mede aan de basis van deze scheefgroei stond nu twee carrières verder (politiek CDA, Hoge Commissaris Vluchtelingen VN) het moreel goede voorbeeld probeert te geven en daarbij zijn eigen verleden vergeet.

Een en ander is des te kwalijker omdat zoals Van de Beek aantoont dat in de jaren ’60 al bekend was. Het zou geen onwetendheid of naïviteit, maar een bewuste uitruil van belangen voor het aldus begunstigde bedrijfsleven zijn geweest: ‘Maar na de eerste en zeker na de tweede oliecrisis gingen veel van die bedrijven failliet of verplaatsten ze de productie alsnog naar lagelonenlanden. Dat was niet geheel onvoorzien: zoals ik in mijn proefschrift beschrijf had de directeur van de afdeling economische zaken van het ministerie van Sociale Zaken – het latere PvdA-kamerlid Berg – in 1967 al voor dit scenario gewaarschuwd.’

Van de Beek betwijfelt aan de hand van onderliggende cijfers dat de huidige migranten het beter doen dan de toenmalige gastarbeiders: ‘Ook de asielmigranten die wel werken dragen vaak niet of nauwelijks bij. Velen van hen zijn ongeschoold of laaggeschoold en degenen die wel goed geschoold zijn functioneren vaak onder hun niveau. Dat komt omdat menselijk kapitaal – zoals scholing en werkervaring – nu eenmaal moeilijk is mee te nemen naar een ander land. Daardoor verdienen ze weinig en mensen die weinig verdienen zijn vanwege onze uitgebreide verzorggingsstaat niet zelden netto-ontvangers.’ Hij oordeelt hard over Lubbers en Van Seters: ‘Ik vind de keuzes van Ruud Lubbers en Paul van Seters tegenover de zwaksten in onze samenleving immoreel. Je kunt het natuurlijk met hen eens zijn, maar wees dan wel geïnformeerd en eerlijk over de feiten. Zodat de Nederlandse burger weet waar hij of zij aan toe is.’ Hij verwijt ze oneerlijkheid en manipulatie van de feiten.

Van de Beek wijst op een open zenuw van de Nederlandse politiek met betrekking tot de kosten en baten van immigratie: ‘Vanuit mainstream politiek Den Haag bestond en bestaat hoegenaamd geen behoefte aan deze kennis.’ Voor de goede verstaander: toenmalig premier Ruud Lubbers (1982-1994) had zowel tijdens zijn premierschap als in zijn latere carrière (Vluchtelingen, duurzaamheid) geen boodschap aan de kennis over immigratie. Kortom, het kan op ethische of politieke gronden gewenst zijn om asielmigranten op te nemen. Maar de mening van Lubbers dat er een bijkomend economisch voordeel is wordt door Van de Beek weerlegd. Dat economisch belang bestaat niet en heeft in de recente Nederlandse geschiedenis nooit bestaan.

Van de Beek staat niet alleen in zijn kritiek, maar geeft er wel geloofwaardigheid aan. De vraag naar de kosten en baten van immigratie is een terugkerende stijlfiguur van de PVV, Pieter Lakeman constateerde in zijn boek Binnen zonder Kloppen (1999) dat de immigratie van niet-westerse allochtonen naar Nederland de staat sinds 1974 naar schatting ten minste zeventig miljard gulden heeft gekost en toenmalig CPB-directeur en PvdA’er Coen Teulings beweerde in 2010 dat Nederland ‘de slechte immigranten kreeg’. Nog steeds is niet goed uitgezocht waarom dat zo was en welke beslissingen daaraan ten grondslag lagen. Nog steeds hangen de suggesties van de PVV uit 2010 boven het publieke debat dat de immigratie ons land jaarlijks 7 miljard euro kost. Dit als uitkomst van een onderzoek van Nyfer. Het kabinet Balkenende IV wenste het niet uit te zoeken. Een politiek-economisch onderzoek naar de immigratie sinds de late jaren ’50 (vdve) kan Nederland en de PVV eindelijk antwoord geven op deze terugkerende vragen die maar niet afdoende beantwoord worden.

Foto: Buitenlandse werknemers in Hilversum, 1960-1970.