Amerikaans Hooggerechtshof draait constitutioneel recht op abortus terug

De westerse wereld kijkt met verbazing naar de VS. Wat blijft er over van wat ooit de grootste democratie ter wereld werd genoemd? Waarom worden rechten teruggedraaid? Verandert de VS in een land dat uit de pas loopt met Canada, het VK, de EU, Nieuw-Zeeland en Australië?

Het Hooggerechtshof heeft een rechtse meerderheid van zes tegen drie en is op het oorlogspad om mensenrechten terug te draaien. Van die zes rechtse rechters zijn er enkelen conservatief en enkelen radicaal-rechts. Zoals de rechters Clarence Thomas en Samuel Alito. Zij grijpen nu hun kans binnen het Hooggerechtshof.

Afgelopen week werd op initiatief van de rechtse rechters van het Hooggerechtshof het constitutionele recht op abortus voor vrouwen teruggedraaid. Met deze opvattingen staan de rechtse rechters haaks op de samenleving. Volgens een onderzoek van Pew uit 2022 steunt 61% van de bevolking het recht op abortus.

In de video meent de libertijnse Britse peer Claire Fox voor het rechtse GBNews dat het debat in de VS over abortus niet gaat over abortus en vrouwenrechten, maar wordt vervuild door de cultuuroorlog tussen links en rechts. Daardoor is er volgens haar geen open debat over mogelijk en kunnen de radicaal-rechtse rechters in het rechtse Hooggerechtshof tegen de maatschappelijke ontwikkeling in hun zin doordrijven. Met opvattingen die overeenkomen met een uitleg van de grondwet van 200 jaar geleden.

De overeenkomst van dit Hooggerechtshof met voormalig president Trump die met zijn claims over een gestolen verkiezing volgens oud-minister Barr los van de realiteit staat (‘detached from reality‘) is niet toevallig. Ook dit Hooggerechtshof is losgezongen van de realiteit. Toch zijn Thomas en Alito langzittende rechters die niet door Trump zijn benoemd. Ze zien nu hun kans schoon met een rechtse meerderheid in het Hof, een oprukkend politisering van de rechterlijke macht door een jarenlange Republikeinse campagne en een verdeeld land waar over politieke onderwerpen de meningen verdeeld zijn.

De uitbreiding van het aantal rechters is een oplossing om het Hooggerechtshof meer in lijn te brengen met de stemming in het land die gematigder is. Dus een uitbreiding van het Hof met twee leden tot 11 of zelfs 13 is mogelijk. Het aantal van negen rechters wordt niet door de grondwet gedicteerd, maar door een wet (‘Judiciary Act of 1869’) die het Congres in 1869 aannam en gewijzigd kan worden. In 2021 concludeerde een Witte Huis commissie dat het congres die juridische macht heeft, maar dat het ongewenst is om te doen. Theoretisch kan het.

Democraten moeten daarbij een meerderheid in beide kamers hebben om die uitbreiding en de benoemingen te regelen. De verwachting is dat de Democraten bij de tussentijdse verkiezingen van november 2022 de meerderheid in het Huis verliezen.

De inschatting is dat het terugdraaien van het recht op abortus electoraal een slechte zaak is voor de Republikeinse partij omdat het vrouwen in de buitenwijken motiveert om Democratisch te stemmen. Als de komende maanden ook andere rechten worden teruggedraaid, dan bouwt dit Hooggerechtshof niet alleen bij progressieven, maar ook bij gematigde Republikeinen en Onafhankelijken verdere tegenstand op die begint te lijken op een zelfmoordmissie.

Hoe meer uit het lood met de samenleving de koers van het Hooggerechtshof door archaïsche wetgeving komt te staan, hoe meer de druk op president Biden zal toenemen om het aantal rechters uit te breiden. Maar de Republikeinen zullen daar geen steun aan geven. Als de Democraten het Hooggerechtshof willen uitbreiden, dan zullen ze snel moeten handelen. Of moet de maatschappelijke tegenstand zich de komende maanden eerst nog verder opbouwen door het gedateerd en radicaal handelen van het Hooggerechtshof voordat Biden toestemt?

Advertentie

Overweldigende eerste hoorzitting van 6 januari commissie. Maar wie laat zich meeslepen?

De kop is eraf. Op 9 juni 2022 vond de eerste van de zes hoorzittingen plaats in het Amerikaanse Huis. De Select Commitee dat de aanval van 6 januari 2021 op het Capitool onderzoekt presenteerde haar bevindingen. Deze commissie is geen rechtbank die Trump en zijn medewerkers kan aanklagen, maar presenteerde het bewijs wel alsof Trump werd aangeklaagd. Het ministerie van Justitie kan Trump en zijn medewerkers wel aanklagen. 

De Republikeinse vice-voorzitter Liz Cheney presenteerde haar bewijs als een aanklager. Ze maakte indruk door haar zakelijke, sobere en overtuigende bewijsvoering. 

In de media werden vergelijkingen gemaakt met 1954 toen tijdens de McCarthy-hoorzittingen de controversiële senator Joe McCarthy door een advocaat toegebeten werd ‘Hebt u geen schaamte’? Datzelfde wordt nu tegen Trump gezegd. Of de historische vergelijking met de hoorzittingen in 1954 (McCarthy) en 1973 (Watergate) hout snijdt zal de geschiedenis leren. Het echte citaat van de McCarthy-hoorzittingen wat Joseph Welch tegen McCarthy zei is overigens ‘Have you no sense of decency, sir, at long last? Have you left no sense of decency?‘ Een kwestie van fatsoen dus.

De opzet van de hoorzittingen is meerledig. 1) Het tot in detail informeren van het publiek en het parlement over wat voor, op en na 6 januari 2021 gebeurde in wat een vanuit het Witte Huis georkestreerde staatsgreep was. 2) Zorgen door preventie dat de omstandigheden zo aangepast worden dat zich zoiets nooit meer kan herhalen. Dat is brisant omdat het niet ondenkbaar is dat Trump de verkiezingen van 2024 steelt, zoals hij dat in 2020 zonder succes trachtte te doen.

3) Aantonen dat oud-president Trump er kennis van had dat hij de verkiezingen van november 2020 verloren had, maar de leugen bleef promoten dat hij gewonnen had. Tijdens de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 hield Trump zich gedurende meer dan drie uur inactief.

4) Wat de commissie probeert aan te tonen is dat Trump geen maffiabaas is die loyaliteit eiste zonder dat te hoeven specificeren. Hij trok wel degelijk aan de touwtjes, wist wat er speelde en gaf met zoveel woorden opdrachten aan zijn medewerkers met wie hij overlegde en zocht contact met lokale bestuurders met de intentie om de uitslag van de presidentsverkiezingen niet te certificeren, zodat hij aan de macht kon blijven. De juridische term die voor dat mentale element bestaat om met intentie een misdrijf te plegen is ‘mens rea‘.

Hoe een en ander zal uitwerken in de publieke opinie en in de Republikeinse partij is ongewis. De Republikeinen houden zich tot nu toe gedeisd. Van een publiekelijk laten vallen van Trump is nog geen sprake, hoewel mogelijk de interne weerstand tegen hem toeneemt. Mede omdat zijn electorale aantrekkingskracht uitgewerkt raakt. Op enkele rechts-radicale hardliners na die hem zullen blijven steunen. Maar ook zij zijn deel van het onderzoek en zijn in het vizier gekomen van de commissie omdat ze actief deelnamen aan de opstand tegen de Amerikaanse democratie. Dat komt in de volgende hoorzittingen aan de orde.

Hoe de hoorzittingen van invloed zijn op de tussentijdse verkenningen van november 2022 en de koers van de Republikeinse partij valt niet te voorspellen. Als die partij al sinds 1960 afstand neemt van de democratie valt niet te verwachten dat zo’n ontwikkeling van meer dan 60 jaar door deze hoorzittingen gerepareerd kan worden. Wellicht kunnen enkele scherpe kantjes afgesleten worden.

De hoorzittingen lijken electoraal toch een rol te gaan spelen. Dan zullen ze van historische betekenis blijken te zijn zoals de McCarthy en Watergate hoorzittingen. Na 1954 en 1973 wordt dan 2022 een gedenkwaardig jaar voor de Amerikaanse politieke geschiedenis. Zeker weten doen we het nog niet.

Wat te verwachten van hoorzittingen van de 6 januari commissie die op 9 juni 2022 beginnen?

Donderdag 9 juni 2022 om 20.00 uur EST (02.00 Nederlandse tijd vrijdagochtend) begint de reeks hoorzittingen van de Select January 6th Committee van het Huis. Ze worden door de belangrijkste nationale omroepen integraal uitgezonden, behalve Fox News.

De speculaties zijn niet van de lucht van wat de in totaal zes hoorzittingen teweeg gaan brengen in de VS. Dat varieert van de inschatting dat er niks verandert tot een omslag van de publieke opinie die de poging van Trump veroordeelt om de verkiezingen van november 2020 te stelen. Dat laatste zal de patstelling doorbreken van een welles-nietes debat over de bestorming van het Capitool en de pogingen van oud-president Trump om de verkiezingen te stelen.

De fanatieke pro-Trump aanhang die ongeveer de heft van de Republikeinse partij uitmaakt zal naar verwachting door de hoorzittingen niet van mening veranderen, als ze al kennis van neemt, maar dat kan anders zijn bij gematigde Republikeinen en Onafhankelijken die zich mogelijk zullen laten overtuigen door de bewijsvoering.

Belangrijk is om te bedenken dat een meerderheid van Amerikanen het verhaal over opstand en samenzwering tegen de Republiek voor het eerst in een samenhangend geheel zal horen.

Dat aantal van zes hoorzittingen is bekritiseerd omdat het te laag zou zijn. Bijvoorbeeld in vergelijking met de Watergate-hoorzittingen in 1973 die 51 dagen duurden en gedurende 237 uur getuigen toonden. Maar zo’n 50 jaar later zijn zowel het media- en politieke landschap en de Amerikaanse samenleving ingrijpend veranderd als de mogelijkheid om op slimme en smeuïge wijze met gebruikmaking van technische middelen een verhaal te vertellen dat ook cynici overtuigt.

Het is sinds 2016 al vaak gezegd wat in 1974 president Richard Nixon tot aftreden dwong. Dat waren niet direct de hoorzittingen, maar de mededeling van de conservatieve senator Barry Goldwater en enkele Republikeinse collega’s dat de Republikeinen Nixon niet zouden steunen. De volgende dag kondigde Nixon zijn ontslag aan. Dit wordt vooral gememoreerd omdat het nu anders is.

Bijna 50 jaar later is de sfeer in de Republikeinse partij minder rechtsstatelijk dan in 1974. De afstand tot de Democratische partij is gegroeid. Oud-president Trump houdt tot nu toe de Republikeinse partij in gijzeling, hoewel die greep allengs minder wordt. Dat valt af te lezen aan het feit dat steeds meer kandidaten die Trump aanbeveelt hun verkiezingen verliezen. Maar nu nog voegt de meerderheid van Republikeinse congresleden zich uit angst naar de luimen van Trump.

Dat is een betovering die ook de Democraten gijzelt. Want zij hebben in de radicale Trump de beste garantie om bij de tussentijdse verkiezingen van november 2022 hun meerderheid in Senaat of Huis te behouden. Zolang die betovering niet verbroken wordt hebben hoorzittingen weinig invloed op de parallelle wereld waarin de meerderheid van de Republikeinse partij leeft.

De paradox is dat voor de korte termijn de Democraten electoraal gebaat zijn bij een wild om zich heen slaande revanchistische Trump. Neemt hij het in een bizarre omkering van waarden niet op voor de Democratische gouverneurskandidaat in Georgia Stacey Abrams en tegen zijn partijgenoot Brian Kemp omdat deze Trumps ‘Big Lie’ niet steunt? Het is van belang voor de Democraten dat in 2022 Trump als verstorende factor van betekenis blijft en zijn partij hem niet definitief op een zijspoor zet.

Voor de lange termijn blijven Trump en zijn aanhangers een bom onder de Amerikaanse democratie die ontmanteld moet worden. Overigens door actie van het ministerie van Justitie (DoJ) en minister Merrick Garland die afgelopen jaar kritiek kreeg voor vermeend gebrek aan actie om de organisatoren van de bestorming van het Capitool aan te klagen. Maar dat is sinds kort veranderd. Ook Trump lijkt zich voor de rechter te moeten gaan verantwoorden.

Wat het publiek voorgeschoteld krijgt is de sandwich van hoorzittingen in het Huis en het DoJ dat daarin lijkt te volgen, maar bij nader inzien dat allang onderbouwd heeft in een samenhangend verhaal over opstand en poging tot omverwerping van de democratie.

Het Westen heeft meer opties dan sancties en praten met de Russische Federatie over Oekraïne. De politieke wil ontbreekt om ze in te zetten

Schermafbeelding van artikelPoetin voert druk rond Oekraïne op, het Westen heeft weinig opties‘ van Peter Giesen in de Volkskrant, 10 gember 2021.

Peter Giesen geeft in een artikel in De Volkskrant een overzicht over de spanning rond Oekraine en de dreiging van een grootschalige Russische invasie die eind januari 2022 wordt verwacht, maar tegelijk niet als aannemelijk wordt ingeschat.

Er lijkt een dimensie in het artikel te ontbreken. Giesen redeneert vanuit het verleden van de traditionele machtspolitiek en trekt die lijn door naar het heden. Zeg maar het neorealisme van John Mearsheimer en Henry Kissinger dat in Nederland vaak door Rob de Wijk wordt verwoord. Maar dat kan niet ongestraft.

Sinds het eind van de Koude Oorlog in 1991 is er in 30 jaar wel iets veranderd. Zowel in de machtsverhoudingen van een versterkt Oost-Europa en een verzwakte Russische Federatie die bij lange na niet de positie inneemt die ooit de Sovjet-Unie had. Tel daarbij op de toegenomen macht van China en de afgenomen macht van West-Europa en het beeld dat resteert is verminderde blokvorming en toegenomen fragmentatie in de mondiale machtsverhoudingen. Het is bij dit soort vergelijkingen tussen toen en nu daarom de vraag hoe zinvol het is om de blauwdruk van de Koude Oorlog te projecteren op het heden.

Giesen zegt dat het Westen twee opties heeft: ‘Dreigen met sancties en praten‘. Dat zijn zeker de eerste opties, maar de beperking tot deze twee opties lijkt een te beperkt beeld te geven van de timmerkast waaruit VS en EU kunnen putten. Er zijn een derde, vierde en vijfde optie mogelijk om het leiderschap in het Kremlin onder druk te zetten. Het merkwaardige is dat ze voor de hand liggen, maar toch tot nu toe niet ingezet zijn. Maar de opties bestaan wel degelijk. Het Westen heeft dus meer middelen tot haar beschikking dan uit Giesens artikel blijkt. De politieke wil ontbreekt echter om ze krachtig in te zetten. Het Westen heeft één arm vrijwillig op de eigen rug gebonden.

Een derde optie is meer leveranties van geavanceerd militair materieel aan de Oekraïense krijgsmacht binnen het kader van het door de NAVO geïnitieerde Comprehensive Assistance Package. Bijvoorbeeld via welwillende bondgenoten en NAVO-leden als Turkije, Kroatie, Tsjechië, Litouwen, Polen en Canada. Hiermee kan Oekraïne dit geavanceerd materiaal in de frontlinie inzetten bij een Russische inval. Die inzet is nu aan strikte voorwaarden gebonden.

Een vierde optie is het serieus werk gaan maken van een hybride oorlog tegen de Russische Federatie. Dat geeft het Kremlin dan een koekje van eigen deeg, want het mengt zich via trollfabrieken, computerhacks en het kopen van westerse politici al langer in de publieke opinie van westerse landen. Ofwel met kwaadaardige invloed. Dat kan door verhevigde computer aanvallen op de Russische energiesector. Dat komt dan bovenop genoemde economische sancties die de export van de Russische energiesector naar Europa beperken. Essentieel kan een brede, langlopende op de Russische bevolking gerichte informatiecampagne zijn die tot doel bewustwording heeft om de Russen ervan te overtuigen dat hun leiders niet het volk en het land, maar het eigenbelang dienen. Dat sluit aan bij de afnemende populariteit van Poetin die laag in de 30% is. Ook kan de etnische kaart getrokken worden door nationale, etnische en religieuze minderheden die door Moskou worden onderdrukt actief bij te staan in hun streven naar autonomie. Want er bestaat in deze veelvolkerenstaat veel onrust.

Een vijfde optie in het verlengde van de bewustwordingscampagne is een frontale aanval op het leiderschap in het Kremlin door de bekendmaking uit geheime bronnen van Westerse inlichtingendiensten van hun corruptie en roofpraktijken. Dat wordt tot nu toe in de relatie tussen landen ingeschat als not done en daarom niet ingezet, maar de optie of de dreiging ermee om de corruptie van de leiders in het Kremlin en hun zakenpartners gedetailleerd naar buiten te brengen bestaat en kan een rol in de diplomatie spelen. Hiervoor pleit de Amerikaans-Britse zakenman Bill Browder al jaren, maar in de top van de westerse regeringen krijgt hij hiervoor tot nu toe geen gehoor. Hij meent dat president Poetin een vermogen van meer dan 200 miljard dollar heeft dat hij gestolen heeft van het Russische volk.

Als het Westen deze opties op een slimme en gecoördineerde manier zou weten uit te spelen, dan heeft het een eigen asynchroon antwoord op de Russische agressie. Maar ze zijn blijkbaar zo ver weggezakt in de publieke opinie dat een goed geïnformeerde journalist als Peter Giesen het niet eens meer de moeite vindt om ze te noemen. Het lijkt dat het vooral in de eigen bewustwording fout gaat in het antwoord van het Westen op de politiek van het Kremlin.

Ook Nederlandse journalisten zijn medeplichtig aan de moord op de democratie

Schermafbeelding van deel columnThe media treats Biden as badly as — or worse than — Trump. Here’s proof‘ van Dana Milbank in The Washington Post, 4 december 2021.

Het is een oud, welbekend probleem. Journalisten zijn de doodgravers van de democratie, maar door een gebrek aan zelfkennis ontkennen ze dat. Ze zouden ‘objectief’ verslag doen. Als ze trouwens al door anderen ter verantwoording worden geroepen. Journalisten zouden boven kritiek staan. Objectieve analyse ontbreekt of komt niet buiten het wetenschappelijke domein.

In Nederland hebben de media Geert Wilders en Thierry Baudet groot helpen maken. Pas toen deze ultra-rechtse politici eenmaal groot waren gingen sommige journalisten zich achter de oren krabben over wat ze hadden helpen aanrichten. Hadden ze de middenweg gemist tussen het cordon sanitaire en de rode loper? Maar zelfs nu krijgen deze ultra-rechtse politici en hun partijgenoten als Pepijn van Houwelingen, Freek Jansen of Gideon van Meijeren die de meest extreme uitingen doen die tegen de rechtsstaat en de democratie ingaan volop media-aandacht.

Media zoals De Correspondent of De Groene Amsterdammer hebben wel de journalistieke ambitie om door onderzoek achter de schone schijn van ultra-rechts te kijken, maar voor de publieke opinie zijn ze marginaal en weinig invloedrijk. Af en toe komen de gevestigde media met onderzoeksartikelen of scherpe analyses die dat ook beogen, maar dat blijven incidenten met weinig blijvende waarde.

Andere journalisten hadden zelfs dit zelfbesef achteraf niet. Als types als Jort Kelder of Wierd Duk die de rode lopen uitrollen voor ultra-rechts al journalist kunnen worden genoemd en niet politieke activisten die zich de uiterlijkheden van de journalist aanmeten. Ze worden aanvaard binnen hun beroepsgroep en het publiek ziet hen als journalist.

Schermafbeelding van een diagram over het vertrouwen in journalisten dat in Nederland met 30% betrekkelijk hoog is. In: GLOBAL TRUSTWORTHINESS INDEX 2021 van Ipsos, oktober 2021.

Wie op dit moment de Nederlandse kranten leest of naar nieuwsrubrieken als Op1 of Nieuwsuur kijkt kan niet anders dan concluderen dat premier Rutte en minister De Jonge, de partijleiders Kaag, Hoekstra en Segers door de media tot schietschijf zijn gemaakt. Ze krijgen dagelijks van alle kanten volop kritiek. Het lijkt onderhand op een kruistocht tegen de middenpartijen. Wat willen de journalisten aantonen die daar aan meewerken en beseffen ze wel waar ze mee bezig zijn?

Het is niet dat deze politici door respectievelijk een ondoelmatige en chaotische aanpak van de COVID-19 pandemie en de verprutste en onprofessionele werkwijze in de formatie geen kritiek verdienen. Dat verdienen ze ten volle. De generatie politici die nu aan de bal is blinkt niet uit in kwaliteit. Het punt is dat de media geen objectief, omvattend beeld geven van de omgeving waarin deze politici opereren.

Journalisten zeggen zich neutraal op te stellen door de standpunten van alle kanten aan bod te laten komen. Dat is een valkuil waar ze intuimelen en ze zich weliswaar onwillekeurig van bewust zijn, maar toch geen passend antwoord op weten. Nog steeds niet na vijf jaar desinformatie door populistische politici. In het tijdperk waarin ultra-rechtse politici desinformatie en leugens hanteren als politiek middel om hun opponenten en de waarheid te ondermijnen, zichzelf electoraal te positioneren en politiek als middel zien om geld uit te halen (Trump, Baudet), werkt die benadering van vermeende onzijdigheid niet meer.

Politieke journalisten staan liever routinematig met verkeerde, dan hulpeloos met lege handen.

In een column voor de Washington Post gaat Dana Milbank in op de houding van de media tegenover de politiek. Hij onderbouwt de stelling dat de media president Biden slechter behandelen dan ze voormalig president Trump behandelden. Hij concludeert aan de hand van een analyse van meer dan 200.000 artikelen dat waarmee ik begon: ‘Mijn collega’s in de media zijn medeplichtig aan de moord op de democratie‘.

Het beleid rechtvaardigt dat niet. De aanpak van voormalig president Trump van de pandemie was rampzalig en kostte velen onnodig het leven. President Biden heeft op de puinhopen van Trumps aanpak het probleem van de besmettingen doelmatig aangepakt. Maar nog meer dan in Nederland zetten om politieke redenen anti-vaxxers hun lichaam in om het vaccinatiebeleid van de zittende regering te ondermijnen. Daar doen in beide landen journalisten niet goed verslag van. Of ze durven niet of ze willen niet of wat erger is, ze zien het niet.

Er is meer in Trumps beleid dat de toets der kritiek niet kon doorstaan en Biden beter doet. Zoals belangrijke wetgeving die Biden succesvol door het congres loodst. In de media is dat niet terug te vinden in de verslaggeving. Zo krijgt de deconstructivist Trump een positievere pers dan Biden die zich constructief opstelt. Journalistiek is de omkering van waarden geworden.

Hoe dat komt verklaart Milbank zo: ‘Ik vermoed dat mijn collega’s in de media het slachtoffer zijn geworden van onze asymmetrische politiek. Biden regeert volgens traditionele normen, terwijl de Republikeinen een schokkende campagne voeren om hem te delegitimeren met de ene verzonnen aanklacht na de andere. Deze week dreigden de Republikeinen met een sluiting van de regering om de vaccinmandaten van Biden te blokkeren, na een jaar van inspanningen om vaccinatie te ontmoedigen. Maar, ongelooflijk, ze geven Biden tegelijkertijd de schuld van sterfgevallen door coronavirus – sterfgevallen die bijna volledig voorkomen onder niet-gevaccineerden,’

Milbanks concludeert over de Amerikaanse media wat in mindere mate ook geldt voor de Nederlandse media. In Nederland staat nog niet het voortbestaan van de democratie op het spel zoals in de VS, maar wel de sociale cohesie en de geloofwaardigheid van de politiek: ‘Te veel journalisten zitten gevangen in een hersenloze neutraliteit tussen democratie en haar saboteurs, tussen feit en fictie. Het is tijd om een standpunt in te nemen.’

Moties roepen op om geen diplomatieke afvaardiging naar WK Voetbal Qatar en Winterspelen China te sturen. Regering weigert en kiest stelling tegenover kamer

Schermafbeelding van deel artikelKabinet ziet boycot van WK voetbal in Qatar niet zitten‘ in De Telegraaf, 18 november 2021.

De regering-Biden overweegt om vanwege de mensenrechten geen diplomatieke afvaardiging naar de komende Olympische Winterspelen in China te sturen. Aldus een bericht van Politico van 18 november 2021. Dit speelt tegen de achtergrond van een relatie tussen de VS en China die tijdens de regering Trump verslechterd is. De Winterspelen vinden vanaf 4 februari 2022 plaats in Peking.

De regering Biden spreekt over ‘de genocide op religieuze minderheden in Xinjiang’. Het Canadese Lagerhuis steunde in februari 2021 een motie die zegt dat de behandeling van de Oeigoeren genocide is. De Nederlandse regering noemde het toen geen genocide, maar ‘grootschalige mensenrechtenschendingen tegen Oeigoeren‘.

Dat zou Nederland ook kunnen doen door geen ministers, premier of staatshoofd die deel van de regering uitmaakt te sturen naar de Winterspelen in China.

Hetzelfde is een optie voor het WK Voetbal in Qatar. Wel sporters sturen, maar geen diplomatieke afvaardiging namens Nederland. In februari 2021 nam een meerderheid van de Tweede Kamer een motie van SP-Kamerlid Sadet Karabulut aan met alleen VVD, CDA en FVD tegen die oproept om geen diplomatieke afvaardiging naar Qatar te sturen, aldus een bericht in De Telegraaf. Het gaat niet om een boycot, want dan zou Nederland geen sporters sturen, maar om het niet sturen van een diplomatieke afvaardiging.

In antwoord op een vervolgmotie van maart 2021 antwoordde het kabinet op 21 mei 2021 dat dit nog niet aan de orde was omdat Nederland zich nog niet had gekwalificeerd en dat pas in november 2021 duidelijk werd. Welnu, deze week heeft het Nederlandse elftal zich door een zege op Noorwegen geplaatst voor het WK in Qatar.

De schendingen van de mensenrechten in China zijn veel groter dan in Qatar en vinden op industriële schaal. Van de andere kant is de economische en politieke macht van China groter dan van Qatar.

Pas op 18 november 2021 dienden D66, GL en CU een motie in die de regering oproept om vanwege de mensenrechten geen diplomatieke afvaardiging naar de Winterspelen in China te sturen. Beide moties lijken samen te hangen.

Motie van het lid Sjoerdsma c.s. over geen regeringsafvaardiging naar de Olympische Winterspelen sturen. Ingediend 18 november 2021.

Of de motie van Sjoerdsma c.s. over China wordt aangenomen staat nog niet vast, maar is wel waarschijnlijk. Dan is het echter nog niet zeker of de regering die motie uitvoert. Het weigert evenmin de motie van Sadet Karabulut over Qatar uit te voeren. Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok kondigde dat in zijn antwoord van mei 2021 aan.

Dit is des te merkwaardiger omdat het over het functioneren van de regering gaat en de grenzen die daar aan gesteld worden door de Kamer. Het Kamer heeft daarover het laatste woord, maar de demissionaire minister van Buitenlandse Zaken Ben Knapen (CDA) legt in navolging van Blok en na plaatsing van het Nederlands elftal de motie Karabulut naast zich neer en noemt volgen het bericht in De Telegraaf het uitvoeren ervan een symbolisch gebaar. Dat gaat dus over moderne slavernij van arbeidsmigranten. Hij verantwoordt dat zo: ‘Ik vind het te kort door de bocht om nu als een soort protestgebaar te zeggen, ‘we blijven weg’.

Dat is op zijn beurt te kort door de bocht van minister Knapen. Hij geeft zowel een verkeerde beschrijving van de situatie in Qatar als een misleidende beschrijving van de motie Karabulut. Die roept niet op dat ‘we‘ wegblijven, maar ‘geen afvaardiging van de regering te sturen naar het WK in Qatar en hierover in overleg te gaan met andere landen‘. De motie roept niet op dat de sporters wegblijven.

SP-Kamerlid Jasper van Dijk vindt het naast zich neerleggen van de motie Karabulut schoffering van de Tweede Kamer. Van Dijk: ‘Het zou zeer ongepast zijn als onze koning gezellig in een skybox gaat staan borrelen met de autoriteiten van Qatar. Zo lang werknemers worden uitgebuit moeten we dat voorkomen.’

Dat is een echo en voorafschaduwing van de kritiek die koning Willem-Alexander in februari 2014 kreeg toen hij tegen alle protesten in vanwege de schending van de homorechten door het Kremlin van het kabinet de Winterspelen in Sochi mocht bezoeken en met president Poetin een biertje dronk. Anders landen schaalden toen hun diplomatieke afvaardiging af, maar Nederland weigerde dat. Het RD formuleerde dat toen in een subliem redactioneel zo: ‘Het gedrag van onze koning in Sotsji was niet wijs en niet waardig‘. De kans bestaat dat de koning dat in Qatar of Peking herhaalt.

Om koning Willem-Alexander tegen zijn eigen hysterie te beschermen is het alleen al gewenst om de beide moties over Qatar en China (mits die aangenomen wordt) uit te voeren. Zodat hij zich niet net als in Sochi 2014 opnieuw aan kan stellen als een kleine jongen en controversiële bestuurders van het ontvangende land legitimeert door ze te ontmoeten en een persmoment te gunnen voor hun propaganda. Dat komt naast de afkeuring over de behandeling van minderheden en arbeidsmigranten en de toepassing van de mensenrechten in beide landen.

Het kabinet doet er verstandig aan om in Europees verband te opereren en steun te zoeken voor het niet sturen van een diplomatieke afvaardiging naar de Winterspelen in China en het Wereldkampioenschap Voetbal in Qatar. Het gaat om de sport en daarom is het gewenst dat sporters en sportbestuurders de aandacht krijgen zonder dat een staatshoofd, premier of minister daar pontificaal voor gaat staan.

Er zijn voldoende mogelijkheden, plekken en gremia om de diplomatieke relaties met beide landen te onderhouden. Dat hoeft niet tijdens een sporttoernooi te gebeuren. Minister Knapen mist de essentie als hij zegt dat het wegblijven van de regering een symbolisch gebaar is. Het is andersom, de diplomatieke afvaardiging naar zo’n sporttoernooi is een symbolisch gebaar.

Leon de Winter zit nog steeds gevangen in zijn radicale standpunten over Trump

Leon de Winter, ColumnWachten op excuses voor fakenieuws‘. De Telegraaf, 10 november 2021.

Het is triest om te lezen hoe diep Leon de Winter het konijnenhol is ingedoken. Daarin leeft De Winter met zijn medestanders die hem naar de mond praten in zijn eigen surrealistische werkelijkheid. De Winter die ooit een beloftevolle cineast en schrijver was is verworden tot een complotdenker aan wie de nuance niet is besteed, maar de opruiing en de leugen des te meer.

Het is nog om een andere reden triest om te zien, want De Winter schaart zich in zijn Telegraaf-columns steevast aan de kant van Trump die in november 2020 met groot verschil de presidentsverkiezingen verloor en steeds meer in het nauw wordt gebracht door lopende civiele, publiekrechtelijke en strafrechtelijke rechtszaken.

Om het in voor hem gepaste termen te zeggen, De Winter is de troonhemel, de marquee van radicaal-rechts Nederland. Hij geeft legitimatie en zichtbaarheid aan het complotdenken. De haat van links overschaduwt zijn denken en inschattingsvermogen. Het is een dubbele gijzeling. De Winter wordt gegijzeld door zijn radicale denkbeelden en daarmee gijzelt hij de publieke opinie van rechts-radicaal Nederland.

In zijn column Wachten op excuses voor fakenieuws‘ in De Telegraaf van 10 november 2021 associeert De Winter er in zijn konijnenhol uitgebreid op los. Hij neemt het feit van een FBI-onderzoek en knoopt daar met halfslachtige koppelingen zijn onwaarheden aan vast. De leugens en insinuaties zijn te talrijk om ze allemaal te behandelen.

De Winter is de meester van de geprefabriceerde mening waarmee zijn columns in elkaar worden gezet. De Winter schrijft al jaren dezelfde column met dezelfde strekking. Het is niet de bedoeling dat zijn lezers nieuwe inzichten worden voorgehouden. Laat staan dat het de opzet is dat De Winter tot nieuwe inzichten komt. Het is juist de bedoeling dat de lezers oude standpunten krijgen voorgeschoteld die ze herkennen en kunnen herkauwen.

In een commentaar van 30 oktober 2019 ging ik in op een andere column van De Winter die ook ging over het Steele dossier. Daarin schreef ik: ‘De Winter verwijst naar het Steele Dossier. Het is onjuist dat alle constateringen eruit niet kloppen. Wel is door deskundigen op het gebied van inlichtingendiensten zoals John Schindler vanaf de publicatie geopperd dat de uitleg dat de Russen compromitterend materiaal van Trump met prostituees in een Moskouse hotelkamer hebben vermoedelijk Russische desinformatie is om Trumps werkelijke rol te verdonkeremanen. Die bestond uit het witwassen van illegaal geld van Russische criminelen en politici uit de kringen van het Kremlin via Westers vastgoed.’

Als analist Igor Danchenko gelogen heeft tegen de FBI, dan moet hij daarvoor aangeklaagd worden. Dat gebeurt ook, want inmiddels is hij daar vorige week donderdag voor aangeklaagd en in hechtenis genomen. De Democratische volksvertegenwoordiger Adam Schiff heeft afgelopen week in de media onderschreven dat dat de juiste gang van zaken is.

De door Trump benoemde speciale onderzoeker John Durham die al sinds april 2019 bezig is en langer onderzoek heeft verricht dan Robert Mueller maakt gezien de uitkomsten zijn claim niet waar. Het onderzoek zou leiden tot aanklachten tegen topfunctionarissen van de inlichtingendienst uit het Obama-tijdperk en zou beweringen beamen dat het Rusland-onderzoek een politieke ‘heksenjacht’ was. Maar dat maakt Durham niet waar door nu op de proppen te komen met een kleine vis als Danchenko.

Voor de zoveelste keer herhaalt De Winter in zijn column de onwaarheid dat speciale aanklager Robert Mueller in zijn onderzoek niets gevonden heeft. Dat is onjuist. Mueller heeft in zijn rapport 11 gevallen van potentiële obstructie opgesomd. Door die obstructie en de tegenwerking in het onderzoek door Trump die overal rode lijnen aanbracht die Mueller niet mocht overtreden is de onderste steen over de samenwerking van Trump met het Kremlin nog niet boven gekomen.

Het is stemmingmakerij als De Winter over Mueller zegt: hij ‘leidde de jacht’. Mueller kreeg juist het verwijt van Democratische zijde dat hij te bestuurlijk-correct en terughoudend opereerde. Nogmaals, dat kwam mede omdat Trump en toenmalig onderminister Rod Rosenstein rode lijnen bleven trekken die Mueller niet mocht overtreden zodat er van een breed onderzoek nooit sprake kon zijn.

De Winter maakt er een potje van als hij zegt dat de elites zich tegen Trump keerden. Het omgekeerde is waar. De elites spanden Trump voor hun karretje. Dat resulteerde in belastingwetgeving die de vermogenden en bedrijven financieel bevoordeelde en de regelgeving afzwakte. Daarvan profiteerde ook Trump de zakenman. Dat gaf sponsors als Robert Mercer, de toenmalige Koch Broers en Sheldon Adelson de financiële tegenprestatie die ze van Trump eisten. Ook nu nog ondersteunen de grotere Amerikaanse bedrijven de Republikeinse politici die op 6 januari 2021 deelnamen aan de planning om de Republiek omver te werpen. Hoewel de bedrijven dat niet publiekelijk toegeven en lippendienst bedrijven aan de democratie. Wellicht dat de Winter daardoor in verwarring wordt gebracht.

Logisch klopt het evenmin als De Winter beweert dat de Democraten is veranderd in een partij van hoger opgeleiden en beter gesitueerden. Als dat werkelijk zo was, dan zouden de Republikeinse bestuurders in staten als Texas, Arizona, Pennsylvania, Georgia en nog een handvol andere ‘rode’ staten niet alle moeite nemen om de toegang van minderheden en jongeren tot de stembus te onderdrukken omdat ze kiezersonderdrukking als de enige mogelijkheid zien om in de toekomst verkiezingen te winnen.

Het bontst maakt De Winter het in zijn konijnenhol als hij zegt dat Mike Flynn een onkreukbare man is. Hij zou volgens De Winter ‘een onschuldig slachtoffer in de jacht op Trump zijn’. Dat is klinkklare onzin. Flynn moest onder druk van Trump aftreden als Nationaal Veiligheidsadviseur omdat hij gelogen had tegen vice-president Mike Pence. Flynn zei onlangs in de show van Tucker Carlson dat hij Trumps gratie niet verdiende. Flynn ziet zichzelf niet als onkreukbaar. Verder handelde Flynn in strijd met de wet door te lobbyen voor buitenlandse overheden (onder meer Turkije) zonder dat tijdig te melden. In 2017 heeft Flynn toegegeven dat hij heeft gelogen tegen de FBI.

Franse regering opent aanval op woke-isme. Pleidooi voor het centrum. Tijd voor een Bataafs laboratorium?

Schermafbeelding van deel artikelFrench education minister’s anti-woke mission‘ op Politico, 19 oktober 2021.

Actie roept reactie op. In de politiek bestaat het besef bij middenpartijen dat het woke-gedachtengoed uit de VS radicaal-rechts in de kaart speelt. Woke is begonnen als een billijk pleidooi voor meer bewustzijn en minder onrecht, maar is gekaapt door een radicale minderheid en veranderd in een afrekencultuur die leidt tot apartheid en fragmentatie. De beperkte opvatting van het begrip diversiteit wordt als breekijzer gebruikt voor selectieve identiteitspolitiek.

Een deel van de zwijgende meerderheid wordt door de actie van radicaal-links naar radicaal-rechts gejaagd dat zich er publiekelijk het duidelijkst tegen uitspreekt. Daarom is het in het belang van Europese middenpartijen om het woke-gedachtengoed de pas af te snijden om radicaal-rechts niet in de kaart te spelen en zichzelf electoraal te redden. Het gevolg is dat er een dunne lijn ontstaat tussen centrum-rechts en radicaal-rechts waar radicaal-links vervolgens weer tegen ageert zonder te beseffen of toe te willen geven dat het zelf dat proces in gang heeft gezet.

In de VS heeft de Democratische partij zich grotendeels vervreemd van de gewone kiezer. Dat Joe Biden in 2020 president werd had hij te danken aan twee aspecten: zijn gematigde opstelling en de afkeer bij gematigde Republikeinen en Onafhankelijken van Trump. Ze bleven thuis zodat Biden met klein verschil enkele beslissende swingstates kon winnen omdat de Republikeinen Trump afwezen of op Biden stemden. Buiten een progressieve kern ontbreekt de liefde voor de Democratische partij die radicaler is dan Biden en zich onverdraagzaam en uit de hoogte gedraagt tegenover de kiezer.

Overigens is in 2024 de beste hoop voor Biden een herhaling van 2020: de strijd tegen Trump. Wie er dan wint hangt af van het antwoord op de vraag welke partij het meest gehavend uit die strijd komt. Want dat beide grote partijen aan geloofwaardigheid en samenhang inleveren is ontegenzeggelijk.

In Frankrijks is Jean-Michel Blanquer de minister van Nationaal Onderwijs en Jeugd. Hij is lid van president Emmanuel Macrons middenpartij LREM. Hij heeft er sinds kort een taak bij als coördinator van Le Laboratoire de la République dat zichzelf presenteert als ‘Club (of plek) van reflectie en actie ten gunste van de Republiek’. Tweets verschijnen sinds 13 oktober 2021 en zien er zo uit:

Tweet van Le Laboratoire de la République, 13 oktober 2021.

Er staat: ‘Deze woke/ anti-woke-kloof mag niet generationeel worden. @NatachaQS en @Valent1Pierre zullen de Jeugdcommissie van dit Laboratorium van de Republiek coördineren’.

Het ‘Labo’ is tegelijk publiciteitsmachine, denktank en campagnemiddel dat is bedoeld om het initiatief terug naar Macrons partij te brengen en niet gesandwicht te worden tussen de partijpolitieke waarheden over migratie, COVID-19, rechtsstaat en EU van radicaal- en nationalistisch-rechts en de culturele, metapolitieke waarheden van radicaal-links dat zoveel invloed heeft op universiteiten, media en in de intellectuele wereld. Blanquers beseft dat dit mede speelt op het niveau van ideeën als hij zegt dat het Republikeins laboratorium ‘verder gaat dan partijpolitiek’.

Een artikel van 19 oktober 2021 in Politico schetst dit Republikeinse laboratorium en verbindt het met de Franse versie van het secularisme. Aanleiding zijn uitingen van Blanquer zoals: ‘De Republiek is volledig in strijd met het woke-isme’. Die verwijzing lijkt vergezocht, maar wordt door Politico verklaard: ‘Voor een groot deel van het politieke establishment overstijgt het Franse secularisme – laïcité – ras, geslacht en religie en is het echt egalitair. Voor zijn critici bevordert datzelfde secularisme een wit en christelijk ideaal dat discriminatie van minderheden in stand houdt’.

Er lijkt een gat te zitten tussen het woke-isme dat vooral aan Amerikaanse. maar ook West-Europese universiteiten leidt tot (zelf)censuur en een reductie van onderzoek en waarheidsvinding die haaks staat op een open academische geesteshouding en de Frans-Republikeinse versie van het secularisme dat niet zo neutraal en kleurenblind is als het zelf suggereert. Ofschoon president Macron Frankrijk probeert te moderniseren, maar het land dat in de kern behoudend is tot nu toe slecht meekrijgt.

Mogelijk is het streven van het Republikeins laboratorium niet puur oprecht en vooral een stunt om het kiezersvolk bij de les te houden. Toch getuigt het van lef om het woke-isme waar radicaal-links en radicaal-rechts zo van profiteren frontaal aan te vallen. Het tekent de noodzaak voor middenpartijen om in actie te komen. Ze moeten veranderen om hetzelfde te blijven.

In Nederland zou een taak weggelegd zijn voor met name D66 en VVD om de tolerantie weer centraal te zetten in het publieke debat over diversiteit, academische vrijheid, complotdenken en culturele waarden. Het is de strijd om de geest. Het verhaal over identiteit legt een culturele basis onder de samenleving en kan door de politiek niet genegeerd worden. Een niet-partijpolitieke projectminister zou in het komende kabinet op het snijvlak van onderwijs, jeugd, emancipatie en media daarmee belast kunnen worden. In een Bataafs laboratorium.

De waarschuwende vraag is of de Amerikaanse democratie nog te redden valt uit handen van de geradicaliseerde Republikeinse partij die onder invloed van Trump staat

CNN’s Anderson Cooper gaat in gesprek met de Harvard politicologen Steven Levitsky en Daniel Ziblatt. Steven Levitsky zegt na vier minuten over de Republikeinse partij het volgende:

‘.. the Republican Party is the only mainstream political party among all established western democracies that has turned against democracy. You won’t find a party like the Republican Party, a mainstream party, anywhere in Europe. We are entirely in new territory. You got to go back to the 1930s to find a mainstream party that is behaving in this way’.

Het is de vraag of de bewering van Levitsky klopt dat er in Europa geen mainstream partij te vinden is die vergelijkbaar is met de Amerikaanse Republikeinse partij. Want hoe passen radicaal-rechtse partijen als de PVV en FvD, het Vlaams Belang, de Duitse AfD, het Franse Rassemblement national (voormalig Front National), het Oostenrijkse FPÖ of de Italiaanse Lega (voormalig Lega Nord), de nationalistisch-katholieke Poolse regeringspartij PiS of het Hongaarse Fidesz van Viktor Orban in het beeld dat Levitsky schetst? Het zijn alle min of meer mainstream partijen die nu regeringsmacht hebben, dat recent hebben gehad of goede kans hebben om binnenkort regeringsmacht te hebben.

De claim dat er sinds de jaren 1930 in Europa geen partij is geweest die zich gedraagt als de Republikeinse partij is evenmin sterk. Het is juist dat Nieuw Rechts in Duitsland en Frankrijk met geestelijke leiders als Armin Mohler en Alain de Benoist niet zozeer een politieke partij, maar een metapolitieke beweging was. Dat intellectualistische conservatief-extremisme kan opgevat worden als wegbereider waar bovengenoemde hedendaagse Europese rechts-radicale partijen hun ideeën aan te danken hebben. In Frankrijk waren er in de jaren 1950 wel degelijk twee politieke partijen, de UDCA van Pierre Poujade en de UFF met overeenkomstige kenmerken als de Republikeinse partij, zoals het complotdenken, vreemdelingenhaat en een sekte-achtige leiderschapscultus.

Daarnaast waren er nog na-oorlogse neo-fascistische partijen in Spanje, Italië en Griekenland waarvan alleen Franco’s partij in Spanje als mainstream valt te beschouwen.

Of het historisch klopt wat deze hoogleraar zegt is echter niet de kern. Dat is een evaluatie van de geschiedenis. Hoe dan ook maakt het beeld somber dat zo realistisch toont. Iedereen kan het scenario zien van een Republikeinse partij die in 2022 mede door het hertekenen van kiesdistricten (gerrymandering) bij de tussentijdse verkiezingen het Huis terugwint en Trump die door alle illegale machinaties op staatsniveau in 2024 de verkiezingen steelt en het Witte Huis in de schoot valt. Dan komt de VS in een constitutionele crisis zonder uitweg terecht. China en de Russische Federatie zien het met genoegen aan en Europa weet zich geen raad.

Dat betekent het einde van de Amerikaanse democratie. Het is opvallend dat de laatste maand opinieleiders van zowel Democratische als Republikeinse origine waarschuwen dat de Amerikaanse democratie werktuiglijk naar de afgrond dendert zonder dat dat proces nog gestopt lijkt te kunnen worden. Maar het feit dat ze waarschuwen lijkt ook te zeggen dat het proces nog wel te stoppen valt.

Republikeinse critici lijken overigens nog meer alarmistisch omdat ze de Republikeinse partij van binnenuit kennen en weten wat voor kwaads de partij in zich draagt. Toch is het volgens velen al te laat om het lot nog af te wenden. Mede omdat president Biden verzwakt is en de Democratische partij in vooral de Senaat niet eensgezind en krachtig opereert. Zoals gezegd, de waarschuwing lijkt ook een oproep, om niet te zeggen smeekbede, aan Democraten om te handelen naar de urgentie van de situatie.

Het enige wat ontbreekt aan het verhaal is de juridische rol en de initiatieven van de Democraten in het Huis die met het onderzoek over de opstand (bestorming Capitool) van 6 januari 2021 Trump en zijn sycofanten ter verantwoording willen roepen. Wat is de dynamiek als Trump op federaal niveau of in New York of Georgia voor een grand jury aangeklaagd en veroordeeld wordt met als gevolg dat hij van een publiek ambt uitgesloten wordt?

Betekent dat voor de leiders van de Republikeinse partij dat ze zich eindelijk durven te onttrekken aan de macht van Trump zodat de partij weer enigszins in democratisch vaarwater terecht kan komen? De VS lijkt een Houdini-act nodig te hebben om de democratie voor de poorten van de hel weg te slepen.

Meidas Touch zegt ‘Trump Cult Kills’ en roept mensen op om te gaan stemmen. Hoe realistisch is dat?

De video van het progressieve PAC (political action committee dat privé geld inzamelt om verkiezingen of wetgeving te beïnvloeden) Meidas Touch is onweerlegbaar waar, maar toch klopt het niet.

De Republikeinse partij onder Trump is een onmiskenbaar een cult omdat het alle kenmerken ervan vertoont, zoals godsdienstwetenschapper Reza Aslan al in 2017 in de LA Times beweerde. In een commentaar van april 2018 verwees ik daarnaar. Vooral sinds Trumps verkiezingsnederlaag in november 2020 is de Republikeinse partij geradicaliseerd en verschanst het zich in apartheid, leugens, misleiding en obstructie van de politiek. De waarheid is het slachtoffer. Met deze tactiek van de verschroeide aarde beschadigt het overigens niet alleen het beoogde doelwit, namelijk de Democraten en president Joe Biden, maar ook de VS, de gevestigde religie en de politieke wil tot samenwerking en verbinding.

De video klopt in het opsommen van de feiten, maar niet in het middel om daar een eind aan te maken: ‘We must vote them out!‘. Als er in de Senaat niet tijdig een brede, veelomvattende stemrecht of Voting Rights wet wordt aangenomen, dan is dat een loze oproep. Het geheel of gedeeltelijk afschaffen van de zogenaamde filibuster zodat in de praktijk geen 60, maar 50 stemmen nodig zijn voor een meerderheid is een eerste voorwaarde om de obstructie van de Republikeinen passend te beantwoorden.

De oproep gaat voorbij aan wat er op dit moment gebeurt in de staten waar de Republikeinen de bestuurlijke macht hebben. Ze hebben het in een kleine meerderheid van de staten voor het zeggen. Het stemrecht wordt niet alleen in staten als Texas zo aangepast dat in de toekomst zwarte en gekleurde minderheden ontmoedigd worden om te gaan stemmen door het opwerpen van praktische belemmeringen. Wat veel belangrijker is, nu maken de Republikeinse bestuurders nieuwe kieswetten die hun de bestuurlijk-administratieve middelen in handen geeft om los van de werkelijke uitkomst van verkiezingen een winnaar aan te wijzen. Het is zoals Stalin zei: ‘Het gaat er niet om hoe de mensen stemmen, maar wie de stemmen telt’.

‘Stem ze weg’, is daarom een onderschatting van de politieke situatie op staatsniveau van dit moment. Het enige wat helpt is het voor dit specifieke doel buiten werking zetten van de filibuster om in de Senaat de For the People Act aan een meerderheid te helpen. Dan kunnen op federaal niveau de recente Republikeinse aanpassingen teruggedraaid worden, inclusief het mandaat voor Republikeinse bestuurders om de uitslag van verkiezingen te overrulen.

Daarmee zijn nog lang niet alle onregelmatigheden in de kieswet verdwenen zodat de bevolking niet correct vertegenwoordigd is in de uitslagen van verkiezingen. Ook als ze wel gaan stemmen. Het is onverklaarbaar dat dunbevolkte gebieden even zwaar tellen als dichtbevolkte gebieden waar Democraten in de meerderheid zijn. Evenmin is het logisch dat gebieden als Washington DC en Puerto Rico niet vertegenwoordigd zijn in de Senaat, terwijl dat laatste unincorporated territory meer dan vijfmaal zoveel inwoners heeft dan de Republikeinse staat Wyoming. Een 18de eeuwse anomalie is het Kiescollege (Electoral College) waardoor swingstates een relatief groot gewicht hebben en de campagnes daar geconcentreerd worden. Het hertekenen van kiesdistricten (gerrymandering) bevoordeelt de Republikeinen in het Huis en is een tendens die alleen maar sterker wordt. Het geeft hun een voordeel van tientallen zetels dat het verschil kan uitmaken tussen winst en verlies. Met als gevolg dat Republikeinen driekwart van de zetels in een staat binnenslepen waar ze nog geen 60% van de stemmen behalen.

Ook als de For the People Act wordt aangenomen is het nog maar de vraag of bij de tussentijdse verkiezingen van 8 november 2022 de Democraten hun kleine meerderheden in Huis en Senaat behouden. Zeker wat het Huis betreft is de verwachting dat de Democraten daar hun meerderheid gaan verliezen. Waardoor de rode loper voor obstructie van de Republikeinen wordt uitgerold en de regering Biden in haar laatste twee jaar machteloos wordt gemaakt.

Het ligt aan twee aspecten of het de komende jaren ook zo zal gaan. Het eerste is de vraag of er een volledige oorlog binnen de Republikeinse partij uitbreekt waarbij de Trumpianen tegenover degenen komen te staan die Trumps macht willen breken. Onduidelijk is of Trump meedoet aan de verkiezingen van 2024. Opvallend was afgelopen week dat Trump in een bijeenkomst in Georgia de Democrate Stacey Abrams als kandidaat-gouverneur verkoos boven de Republikeinse gouverneur Brian Kemp die volgens Trump hem onvoldoende had gesteund in de Big Lie. Het andere aspect is het succes van de regering Biden en de volharding en het succes om op te treden tegen de obstructie van de Republikeinen in. Tot nu toe lijkt de regering Biden in deze strijd aan de verliezende hand. Het treedt niet hard op tegen de Trumpianen die op 6 januari 2021 de Amerikaanse democratie omver wilden werpen.

Het gaat er niet om of de mensen gaan stemmen en door progressieve lobbyisten gemotiveerd worden om dat te gaan doen, maar dat op federaal niveau wordt gegarandeerd dat de voorwaarden om te stemmen eerlijk en transparant zijn en de stemmen geteld worden zoals het bedoeld is. Dan nog is het de vraag of de onregelmatigheden in het kiessysteem (vertegenwoordiging in de Senaat, Electoral College, gerrymandering) onderhand niet zo groot zijn geworden dat er nog wel van eerlijke verkiezingen gesproken kan worden. Een fundamentele hervorming is nodig, maar kan niet van de grond komen omdat het samengaat met Republikeins machtsverlies. Deze partij weet dat het verkiezingen alleen nog kan winnen door obstructie en zich te beroepen op oude rechten uit een ver verleden. Die patstelling is geen gelijk spel, maar verlies voor de Amerikaanse democratie.