George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Discriminatie

College voor de Rechten van de Mens zegt dat overheid en rechter niet op stoel van de theoloog moeten zitten, maar deed dat zelf wel

leave a comment »

Op 13 december 2017 schreef ik bovenstaand commentaar over een oordeel van het College voor de Rechten van de Mens in Utrecht. Het ging om Michael Afanasyev die in piratenkostuum wilde promoveren aan de TU Delft vanwege zijn godsdienstige overtuiging. Dat verzoek werd afgewezen door het College voor Promotie van de TU Delft. Daarop was hij naar het College voor de Rechten van de Mens gestapt, maar kreeg nul op het rekest. Hij is lid van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Voor de volledigheid, ik ben ingeschreven als lid en mag mezelf ‘Pastafarian’ bij de Nederlandse Kerk van het Vliegend Spaghettimonster noemen.

Ik had geen goed woord over voor het oordeel van het College voor de Rechten van de Mens en kwalificeerde het als dubbelhartig. Ik schreef: ‘Het College is geen theologisch college en is niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen’ en ‘Het College gaat haar boekje te buiten door de verzoeker te verwijten dat hij weinig kennis van zijn godsdienst heeft of onvoldoende kan uitleggen op welke gronden hij zijn kostuum op de promotieplechtigheid wil dragen. Dat zijn eisen die niet gesteld kunnen worden aan een gelovige en waarover het College zich niet uit te  spreken heeft’. Mijn conclusie: ‘Het College zit met de uitspraak op het verkeerde spoor. Het kan vanwege de Algemene Wet Gelijke Behandeling niet zeggen dat er op het dragen van het voorgeschreven promotiekostuum bij de TU Delft voor geen enkele godsdienst of levensovertuiging een uitzondering mogelijk is. Die uitzondering op religieuze gronden bestaat wel. Ontbreken van discriminatie zou inhouden dat er voor geen enkele godsdienst en levensovertuiging een uitzondering gemaakt wordt. Nu blijft het vermoeden hangen dat een gevestigde godsdienst een streepje voor heeft op een jonge godsdienst die nog weinig maatschappelijke invloed heeft.’

Op 1 augustus 2019 heeft het College de toelichtingVerbod gezichtsbedekkende kleding’ geplaatst over het zogenaamde ‘boerkaverbod’ dat per 1 augustus 2019 is ingegaan en onder meer dragers van een boerka of niqaab om zich met gezichtsbedekkende kleding te begeven in overheidsgebouwen, onderwijsinstellingen, zorginstellingen en het openbaar vervoer. In die toelichting zegt het College onder meer:

Het lijkt er sterk op dat het College met twee maten meet. Het neemt het op voor degenen die zich laten inspireren door de islam, maar laten degenen die zich laten inspireren door de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster in de kou staan. Dat is niet de soort onpartijdigheid en ‘kleurenblindheid’ volgens welke dit College zou moeten opereren en lijkt sterk te wijzen op juridische willekeur en politieke voorkeur. Overigens zijn de oordelen van het College niet bindend en wordt het gezag ervan niet breed maatschappelijk aanvaard.

Bij het oordeel over Michael Afanasyev zegt het: ‘Het College oordeelt dan ook dat uit de Open Letter van Henderson noch uit de praktijk blijkt dat het dragen van een piratenkostuum tijdens een promotiezitting, als uiting van een godsdienst moet worden beschouwd’. Maar in de toelichting op het boerkaverbod zegt het College: ‘Het recht op godsdienstvrijheid is een fundamenteel recht dat onder meer is opgenomen in artikel 6 van de Nederlandse Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM, art. 9). Dit recht beschermt ook het in het openbaar manifesteren van een godsdienst, onder andere door het dragen van bepaalde kleding of  hoofdbedekking. De gezichtssluier wordt gezien als een uiting van een godsdienst (islam). Dat niet alle moslims dit zo zien of alle moslimvrouwen er een dragen, is daarbij niet relevant. De overheid of rechter mag namelijk geen inhoudelijke oordeel vellen over wat al dan niet een religieuze verplichting is: zij mogen niet ‘op de stoel van de theoloog’ gaan zitten. Als een groep van moslims meent dat het dragen van een gezichtssluier een religieuze uiting is en de gezichtssluier door een groep vrouwen wordt gedragen, dan valt dat onder de bescherming van de vrijheid van godsdienst.’

In de toelichting op het boerkaverbod haalt het College het eigen oordeel over Afanasyev onderuit. Het College zegt in de toelichting terecht dat de ‘overheid of rechter geen inhoudelijk oordeel mag vellen over wat al dan niet een religieuze verplichting is: zij mogen niet ‘op de stoel van de theoloog’ gaan zitten’. Maar in het oordeel over Afanasyev doet het College precies dat: het gaat op de stoel van de theoloog zitten als het oordeelt wat als uiting van een godsdienst moet worden beschouwd. Hoe kan het College in de toelichting op het boerkaverbod stellen dat overheid op rechter niet op de stoel van de theoloog mag gaan zitten terwijl het dat in het oordeel 2017-145 over Afanasyev wel deed? Dit roept niet zozeer de vraag op hoe samenhangend, consistent en ‘doorleefd’ de aanhanger van een geloof moet zijn om juridisch goedgekeurd te worden een geloof aan te hangen, maar hoe samenhangend, consistent en ‘doorleefd’ de oordelen van het College van de Rechten van de Mens zijn. Dit raakt aan onzorgvuldigheid en politieke willekeur van het College.

De toelichting kan nog met een andere uitspraak worden verbonden, namelijk uitspraak 201707148/1/A3 van de Raad van State van 15 augustus 2018 waar ik in twee commentaren fundamentele kritiek op had. Zie hier en hier. In dat laatste commentaar schreef ik: ‘De Raad van State heeft zich met de uitspraak zo ver buiten het juridische domein gewaagd dat het ermee de aandacht gevestigd heeft op het eigen perspectief. Zoals gezegd, 1) rechtbanken zijn niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen; 2) de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State treedt buiten de toetsingscriteria door politiek-maatschappelijke belangen zwaar in haar toetsing door te laten wegen en 3) de toetsingscriteria zijn onheus omdat ze scheefgegroeide leerstellingen van de traditionele godsdiensten -volgens welke betreffende godsdienst afgewezen zou moeten worden- achteraf onterecht fiatteren én nieuwe kandidaat-godsdiensten op deze identieke gronden de toegang tot de religieuze sector ontzegt wat de rechtsongelijkheid versterkt.’

De toelichting van het College geeft ondersteuning voor mijn kritiek op de Raad van State die op de stoel van de theoloog is gaan zitten. Dezelfde kritiek had ik op een uitspraak van 15 februari 2017 van de meervoudige kamer van de rechtbank in Den Bosch waar ik dit in een commentaar benadrukte: ‘Essentie is dat de rechter oordeelt over de interne werking van een godsdienst of levensovertuiging, maar daar niet de expertise voor heeft en zich dit oordeel niet toe zou moeten meten. De rechter moet de wet toepassen, maar daarbij ‘aan de buitenkant’ blijven en niet een oordeel vellen over wat een godsdienst is. Een rechter is geen godsdienstwetenschapper en daarom is het ongepast dat een rechter dit meent te kunnen onderzoeken (..).

Instituties vertegenwoordigen de status quo. Het is goed dat ze continuïteit waarborgen omdat er anders wanorde zou ontstaan. Maar soms dringen maatschappelijke ontwikkelingen sneller op naar het centrum van de samenleving en worden er geaccepteerd zonder dat de instituties dit tijdig voorzien en er passend op reageren. Dan ontstaat een maatschappelijk ervaren ongelijkheid. Dat gebeurde bij de opkomst van de Provo-beweging eind jaren 1960. Het gezag liep achter de feiten aan en wist enkele jaren met zichzelf geen raad.

Het lijkt er sterk op dat sinds de jaren 1990 de ontkerkelijking, individualisering, opkomst van sociale media en de reactie op de gedeeltelijke restauratie van orthodox-religiositeit zo’n nieuwe breuk in de samenleving hebben gecreëerd. Instellingen als het College voor de Rechten van de Mens, de Raad van State en lokale rechtbanken lopen mede door de personele invulling met oudere medewerkers die zijn opgevoed met traditionele waarden en godsdiensten achter op wat de samenleving verlangt. Het is een kwestie van tijd voordat dat rechtgetrokken wordt en deze instellingen tot het volle besef over hun achterstand komen. De conflicterende oordelen bij het College voor de Rechten van de Mens duiden op die overgangssituatie.

Foto 1: Schermafbeelding van deel commentaarKwestie Michael Afanasyev/ TU Delft. Oordeel van het College voor de Rechten van de Mens over het pastafarisme biedt perspectief’ van George Knight, 13 december 2017.

Foto 2: Schermafbeelding van deel toelichtingVerbod gezichtsbedekkende kleding’ van het College voor de Rechten van de Mens, 1 augustus 2019.

Advertenties

Máxima krijgt kritiek vanwege haar gesprek met Mohammad bin Salman. Wat moet gedaan worden om herhaling te voorkomen?

with 6 comments

Aldus NRC-columniste Carolien Roelants in haar Dwars-columnPers vogelvrij door Trumps geflikflooi en zwijgen Máxima’. Zij is boos zoals ze dat zelden is. Van boeven of autoritaire leiders kun je boevenstreken verwachten, maar iemand als koningin Máxima wekt hogere verwachtingen. Daarom valt zij dieper als ze boevenstreken vertoont. Dat deed ze in haar ontmoeting met de Saoedische kroonprins Mohammad bin Salman op de G20 in Osaka. Dat was meer dan een beetje dom, dat was oerstom van haar. Maar ook van de regering Rutte die dit onderhoud had goedgekeurd. Er was makkelijk een reden te vinden geweest om het gesprek niet door te laten gaan. Máxima is een amateur-politicus zonder officiële functie in de Nederlandse diplomatie. Maar als ze zich in een politiek wespennest steekt, dan speelt ze per definitie een politieke rol. Die rol past haar echter niet. Zij moet boven de partijen staan en geen partij kiezen in lopende conflicten. Dat heeft ze echter bewust gedaan door het gesprek met de kroonprins aan te gaan en niet af te zeggen.

Het bezwaar tegen het onderonsje met de kroonprins is niet dat Máxima de moord op journalist Jamal Khashoggi niet ter sprake bracht, maar dat dit gesprek nooit had moeten plaatsvinden. Volgens de Amerikaanse inlichtingendienst CIA heeft Mohammad bin Salman opdracht gegeven voor de moord op Khashoggi. Mocht Máxima of het ministerie van Buitenlandse Zaken dit rapport niet gelezen hebben, dan waren er in november 2018 talloze berichten in de media, zoals in The Washington Post die rapporteerden dat volgens de CIA de kroonprins opdracht tot de moord had gegeven. Naast de argumenten die Roelants aanvoert over vrouwenrechten waarvoor Máxima zegt op te komen terwijl die door de kroonprins met voeten worden getreden en het in diskrediet brengen van de vrije pers door met een moordenaar van een journalist van The Washington Post in gesprek te gaan is het de wereldvreemdheid van koningin Máxima die verbaast.

Het is dezelfde wereldvreemdheid die koning Willem-Alexander vertoonde toen hij tijdens de Olympische Spelen van Sochi in 2014 met president Putin een biertje dronk. Een fotomoment dat de media haalde en waar in de Nederlandse publieke opinie veel kritiek op kwam, onder meer van homo-activisten. Zoals Gordon die de kern raakte: ‘Ik schaam me diep als Nederlander dat mijn koning en mijn koningin daar vanavond handen staan te schudden met mensen die bloed aan hun handen hebben’. Op het moment dat in het Kremlin de invasie van de Krim werd voorbereid en vanwege controverses over de mensenrechtensituatie bijna alle Europese landen hun delegaties afwaardeerden, stuurde Nederland de zwaarste delegatie die mogelijk was.

Máxima herhaalt 5 jaar later de fout van Sochi door opnieuw in gesprek te gaan met iemand die bloed aan zijn handen heeft. Daarbij is essentieel dat zij een ceremoniële en geen officiële functie heeft in de Nederlandse diplomatie en niet van belang is voor het openhouden van contacten met autoritaire landen waar nu eenmaal contact mee moet worden onderhouden. Máxima kan gemist worden omdat haar rol niet onmisbaar is, maar slechts toegevoegd. De functie die Máxima uitoefent kan dus eenvoudig geschrapt worden. Professionals zijn minister Blok, premier Rutte of Nederlandse diplomaten die in Saoedi-Arabië of bij de VN zijn gestationeerd.

Of het nou wereldvreemdheid, naïviteit, amateurisme, een verkeerd afgestelde politieke antenne, argeloosheid of zelfoverschatting is van Máxima en koning Willem-Alexander, een beleidswijziging is nodig om te zorgen dat de ezels van Oranje zich niet voor de derde keer aan dezelfde steen stoten. Met goedkeuring van premier Mark Rutte die achteraf de fout die hij feitelijk gemaakt heeft door goedkeuring te geven weg moet lachen. Als Willem-Alexander of Máxima zichzelf belachelijk willen maken door met autoritaire leiders onnodige gesprekken of onderonsjes aan te gaan, dan moeten ze dat zelf weten. Maar Willem-Alexander heeft als staatshoofd van Nederland een rol die afstraalt op Nederland. Door zijn handelen kwam Nederland in 2014 negatief in de publiciteit. Dat is ongewenst. Nu in 2019 doet zijn echtgenote, die uiteraard geen staatshoofd is, maar wel gekoppeld wordt aan Nederland, hetzelfde. De conclusie kan geen andere zijn dan deze: Máxima dient al haar functies op te geven waarmee ze in politiek vaarwater terecht kan komen. Haar gesprek met de Saoedische kroonprins heeft aangetoond dat dit soort functies niet aan haar toevertrouwd kunnen worden.

Foto 1: Schermafbeelding van deel columnPers vogelvrij door Trumps geflikflooi en zwijgen Máxima’ van Carolien Roelants in NRC, 30 juni 2019.

Foto 2: Máxima in gesprek met Mohammad bin Salman in Osaka tijden G20, juni 2019.

Foto 3: Willem-Alexander en Máxima drinken een biertje met Putin in Sochi, februari 2014.

Media blunderen door anti-islam-tweet van Wilders voor te stellen als anti-D66-tweet

leave a comment »

Nederland is een beetje in rep en roer omdat Twitter de PVV’er Geert Wilders tijdelijk heeft geblokkeerd. Aanleiding is een tweet met de volgende inhoud: ‘Laten we altijd opstaan tegen de sukkels van @D66 die de grenzen open laten en meer en meer islam importeren om vervolgens krokodillentranen te huilen over de gevolgen daarvan zoals antisemitisme, eerwraak, vrouwenbesnijdenis, terrorisme en haat’. Hoelang Wilders’ schorsing duurt is vooralsnog onbekend. Twitter voert als reden ‘hatelijk gedrag’ (hateful conduct) aan.

Het is begrijpelijk dat rechtse media als DDS dit uitvergroten en framen als een partijtje vrij worstelen van Wilders met D66 dat immers hun favoriete schietschijf is. Maar het is onjuist om deze tweet te lezen als ‘anti-D66-tweet’. Want het is een anti-islam-tweet. Het bericht gaat niet over D66, maar over de islam. Wilders wil dat het als anti-D66-tweet wordt geframed waarin hij zijn meer controversiële anti-islam boodschap ‘netjes’ kan verpakken. Het valt niet in te zien waar het hatelijk gedrag tegenover een politieke partij als D66 uit zou bestaan. De reden die Twitter daarover aanvoert zegt niets over hatelijk gedrag tegenover een politieke partij. Maar wel over dat gedrag tegenover mensen op basis van onder meer ras, nationaliteit, geloof en etniciteit.

Wie de koppen in de media over de schorsing leest ziet dat het Geert Wilders evenals de spindoctors en waterdragers van de PVV gelukt is om hun framing aan de media op te leggen. Ze kunnen lachen in hun vuistje. Wilders kan in de slachtofferrol kruipen zonder dat zijn racistisch en discriminerend gedrag aan de kaak wordt gesteld. De schorsing door Twitter wordt niet genoemd wat het echt is en zoals het in de richtlijnen van Twitter over hatelijk gedrag verwoord wordt. Media als NOS en RTL Nieuws trappen in Wilders’ framing en missen de essentie van zijn tweet. Ze zijn in de val getrapt en doorgronden niet wat er staat.

Zonder nadenken maken media van een anti-islam-tweet een anti-D66-tweet. Zalig is het land waar de media slapend hun werk doen en zich de framing door Wilders van een tweet domweg in de maag laten splitsen.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelBLOCK! Twitter bant Geert Wilders vanwege “haatzaaiende” anti-D66-tweet’ op DDS, 31 mei 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelWilders: geblokkeerd door Twitter na bericht over D66’ op NOS, 31 mei 2019.

Foto 3: Schermafbeelding van deel artikelWilders: geblokkeerd door Twitter na bericht over D66’ op RTL Nieuws, 31 mei 2019.

Koepel van Turkse moskeeën helpt Wilders met de eis dat hij van Twitter wordt verbannen

with one comment

Advocaat Ejder Köse eist namens de koepel van Turkse moskeeën Turks-Islamitische Culturele Federatie (TICF) dat Twitter het account van PVV-politicus Geert Wilders opheft. Zo niet, dan stapt de koepel naar de rechter, aldus een bericht van het AD. Opmerkelijk is dat Köse daarnaast aangifte wil doen tegen Twitter in Turkije, Marokko, Pakistan en Indonesië, want volgens hem zijn daar ‘veel van Wilders’ uitspraken strafbaar’. Deze landen met een islamitische meerderheid blinken niet uit in rechtsstatelijkheid en zijn geen voorbeeld van een goed functionerende rechtsstaat. Op de jaarlijkse index 2017-2018 van het World Justice Project staat Turkije op plek 101, Marokko op 67, Pakistan op 105 en Indonesië op 63 van 113 landen wereldwijd. Het is verbijsterend dat Köse meent zijn gelijk te moeten halen in landen die rechtsstatelijk zo slecht scoren omdat Wilders’ uitspraken daar strafbaar zouden zijn. Die strafbaarheid is weinig waard en heeft meer met politieke intimidatie door islamistische minderheden te maken, dan met een afgewogen juridisch oordeel.

Deze landen zijn overigens van geen tot weinig belang voor Wilders functioneren in Nederland, Europa en de VS. Vraag is wat deze actie van de TICF daarom waard is en waarom Köse zich niet richt op de thuishaven van Twitter, namelijk de VS. De vraag die deze actie van de Turkse moskeeën in Nederland oproept is dan ook wat er precies mee beoogd wordt. Het lijkt erop dat deze koepel zich ten koste van Wilders wil profileren en in de gunst wil komen van de Turkse president Erdogan. Want als het echt wil dat Wilders op Twitter tot zwijgen wordt gebracht, dan zou het beter niet de omslachtige omweg via de vier islamitische landen openhouden.

Geert Wilders profiteert van de actie van de TICF die zich van haar intolerante kant laat kennen. De intolerante Wilders en de intolerante TICF zijn inwisselbaar en komen er uitsluitend relatief gunstig uit in de vergelijking met deze zelfgekozen tegenstander die feitelijk hetzelfde nastreeft: ondergeschiktheid en kneveling van de rechtspraak, een einde aan de scheiding der machten en inperking van de vrijheid van meningsuiting. Hoe overtuigend is het trouwens dat een koepel van Turkse moskeeën die verwant is aan Diyanet, het Turkse directoraat voor godsdienstzaken zich hierover uitspreekt? Want het steunt de politiek van de regering Erdogan die journalisten zonder eerlijk proces in de gevangenis laat verdwijnen en Twitter blokkeert als het hem om politieke redenen uitkomt om zijn tegenstanders de voet dwars te zetten. Dat in een land dat op de 101ste van de 113 landen staat wat rechtsstaat betreft en een voorbeeld voor Geert Wilders moet zijn die er door Köse van beschuldigd wordt de grens van de wet te overschrijden. Men zou Geert Wilders een meer geloofwaardige tegenstander toewensen. De tragiek is dat ze beide vanuit hun gemeenschappelijk belang de rechtsstaat ondermijnen. Ze hebben elkaar nodig om hun eigen ongelijk te kunnen relativeren aan de ander.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelMoskeeën eisen dat Wilders van Twitter wordt verbannen: ‘Hij is doorgeslagen’’ van Peter Groenendijk in het AD, 5 november 2018.

Salvini wil Roma in Italië in kaart brengen, tellen en uitzetten als ze buitenlands zijn

with 2 comments

De leider van de nationalistische, populistisch-rechtse Lega Nord en minister van Binnenlandse Zaken Matteo Salvini in het kabinet van Lega en de Vijfsterrenbeweging heeft zijn ministerie opdracht gegeven om een dossier over de Roma samen te stellen. Een telling, een censimento. Hij zegt dat de Italiaanse Roma ‘jammer genoeg’ niet uitgezet kunnen worden, maar hij de buitenlandse Roma het land wil uitzetten. Waarheen en of andere landen ze op willen nemen is de vraag. Ook onduidelijk is tegen wie hij zich hiermee richt. Politico zegt in een bericht dat Salvini al deels op zijn uitspraken is teruggekomen. Dat hij van zijn tegenstanders het scheldwoord ‘fascist’ naar zijn hoofd geslingerd krijgt is voorspelbaar en hoort bij de politieke folklore. Maar de vraag hoe de grotendeels links-populistische Vijfsterrenbeweging dit en mogelijke volgende soortgelijke acties van Salvini verteert is van belang voor de stabiliteit van de regering. En voor de stabiliteit van de EU.

Forum voor Democratie krijgt opnieuw kritiek wegens racisme. Nummer 2 in Amsterdam gaat onnozel de fout in. Hoelang nog?

with 5 comments

Forum voor Democratie is een partij waarvan kaderleden belang hechten aan verschillen in afkomst en ras. Wat ze hierover zeggen  oogt kleverig en bekrompen. Kleinburgelijk. Nummer 2 in Amsterdam van Forum voor Democratie Yernaz Ramautarsing gaat opnieuw de fout in met zijn opmerkingen. Deze keer over homo’s en IQ. Wie vilein zou zijn zou twijfelen aan het IQ van Ramautarsing zelf. Maar het gaat vooral om de structuur van de partij waarbinnen dit soort meningen gebezigd worden. Zo ontstaat de concurrentiestrijd op radicaal-rechts tussen Forum voor Democratie en PVV. De eerste grossiert in achterhaalde en wetenschappelijk allang weerlegde opinies over ras en de laatste reist naar Moskou om in het gevlei te komen bij het Kremlin. De vraag voor de stomverbaasde observanten is wat merkwaardiger is: het politiek opportunisme van Wilders in de hoop op financiële ondersteuning door het Kremlin of het naïeve racisme van Baudet en kornuiten. Zo heeft radicaal-rechts in Nederland geen vijanden meer nodig omdat het zichzelf politiek geruisloos om zeep helpt.

Foto: schermafbeelding van artikelOpnieuw kritiek op uitspraken Yernaz Ramautarsing’ van AT5, 2 maart 2018.

Hogeschool Odisee Aalst: Mag godsdienstonderwijs aan kleuters volgens de kinderrechten?

leave a comment »

De Vlaamse Opleiding Kleuteronderwijs van de Hogeschool Odisee in Aalst biedt vanuit een christelijke traditie studenten in het lesprogram de optie tussen een katholieke of een niet-katholieke versie. In de uitleg wordt door de docenten druk geschoven met begrippen. Alsof de identiteit van de Hogeschool vloeibaar is en voortdurend verandert. ‘Geloof’ wordt gelijkgesteld aan het ‘katholieke geloof’ en de ‘christelijke traditie’ aan de ‘rooms-katholieke traditie’. De niet-katholieke studenten worden in de video onderscheiden als moslima’s (zijn er geen mannelijke studenten?), niet-gelovige, ongelovige en anders-gelovige, randkerkelijke en protestant-gelovige studenten. Dat is blijkbaar diversiteit vanuit katholiek perspectief. De docenten stralen begrip en verdraagzaamheid uit, maar de vraag die deze video oproept is waarom er godsdienstonderwijs aan kleuters (circa 4 tot 6 jaar) gegeven moet worden en in welke vorm dat gebeurt. Nog los van de vraag of dat dan katholiek, protestant-gelovig, randkerkelijk of anders-gelovig godsdienstonderwijs is.

Vraag is of het in strijd is met artikel 14 van de kinderrechten. De toelichting zegt: ‘Meestal leren kinderen van hun ouders en op school over geloof en religie. Het wel of niet hebben van een bepaalde geloofs- of levensovertuiging kan een belangrijk onderdeel van de opvoeding zijn. Ouders mogen kinderen stimuleren om een bepaald geloof te volgen. In het Kinderrechtenverdrag staat echter dat kinderen niet gedwongen of verplicht mogen worden om een bepaald geloof te hebben, niet door hun ouders en niet door de regering. Als ze willen, kunnen kinderen naar een kerk of moskee gaan terwijl hun ouders niet geloven. Kinderen moeten ook kunnen besluiten om niet in God te geloven, terwijl hun ouders dat misschien wel doen. Kinderen moeten goede informatie krijgen over de verschillende godsdiensten, zodat zij zelf een keuze kunnen maken over welk geloof het beste bij ze past. De regels van een geloof mogen nooit schadelijk voor kinderen zijn.’ De ‘jaren des onderscheids’ in de Rooms-katholieke kerk werden ooit door Paus Pius X vastgesteld op zeven jaar.

De grens van wat aanvaardbaar is voor kinderen in een godsdienst ligt tussen stimuleren en dwingen. Een christelijke onderwijsorganisatie mag kinderen aansporen, maar niet in een dwingend programma binden. Het dienstbaar maken van kleuters van vier tot zes jaar gaat verder dan stimuleren en is feitelijk onderwerping. Hoe maatschappelijk aanvaardbaar en in lijn met de kinderrechten is het programma van het kleuteronderwijs dat Odisee aan studenten aanbiedt? Als het meer is dan een neutrale oriëntatie op levensovertuiging en godsdienst, dan valt het niet binnen de grenzen van de kinderrechten. Als de religieuze overtuiging er niet toe doet roept dat de vraag op waarom Odisee niet alle studenten dezelfde optie aanbiedt. Er wringt iets doordat dat niet gebeurt. Dat wordt in de toelichting door de docenten badinerend en verhullend gepresenteerd.