George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Discriminatie

Meldpunt Internet Discriminatie billijkt ‘Sommige moslims menen uit de Koran te begrijpen dat homo’s gedood moeten worden’

with one comment

rel

The Post Online publiceert in samenwerking met een melder van discriminatie deze brief van het Meldpunt Internet Discriminatie (MiND) in antwoord op een melding van homohaat op bladna.nl, ‘het forum van Marokkanen in de wereld’. Opvallend eraan is dat MiND concludeert dat homohaat juridisch niet strafbaar is als die vanuit een religieuze overtuiging wordt gedaan. Hiermee introduceert MiND rechtsongelijkheid en voorrechten voor leden van religieuze organisaties. Want die zouden ongestraft meer mogen kunnen zeggen dan degenen die geen lid zijn van een religieuze organisatie. Opmerkelijk is dat MiND in 2013 is opgericht op initiatief van het ministerie van Veiligheid en Justitie en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Op het forum van bladna.nl vliegen de beledigingen over en weer, zoals hier. Het lijkt onbegonnen werk om alle overtreders van artikel 137 c-e van het Wetboek van Strafrecht aan te pakken. Monitoring op discriminatie lijkt ook eerder een taak voor Facebook. Men kan nog stellen dat dit soort uitingen niet goed doordacht zijn en in een onbewaakt ogenblik zijn gemaakt. Maar het wordt er gelijk een stuk serieuzer op als het een semi-overheidsinstantie als MiND betreft. Met als gevolg dat het billijken van een discriminerende uiting als verlengde van overheidsbeleid wordt gezien. Het houdt in dat iemand met een religieuze overtuiging een bevoorrechte positie heeft en daarom meer mag discrimineren dan iemand zonder een religieuze overtuiging.

De opstelling van MiND in bovenstaande brief leidde tot afkeuring op sociale media en in de Tweede Kamer. Louis Bontes en Joram van Klaveren (VNL) stelden kamervragen aan minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie en Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ze willen onder meer weten of ‘de islam (net als andere levensbeschouwingen) nooit gebruikt kan worden als excuus voor feitelijke discriminatie of het oproepen tot geweld?’ MiND heeft vandaag schuld bekend en zegt in een beknopte en onvolledige verklaring dat ‘de uitingen in eerste instantie onjuist zijn beoordeeld. Dat betreuren we ten zeerste.’

Maar hiermee is de kous nog lang niet af. De vraag die oprijst is wie bij MiND deze melding heeft beoordeeld en welke juridische expertise deze medewerker bezit. Nog belangrijker om te weten is of de medewerker aan   de hand van interne richtlijnen -die zeggen dat de islam een streepje voor heeft als het om discriminatie gaat- tot de afweging is gekomen. Dus minder streng beoordeeld dient te worden vanwege de religieuze overtuiging van degenen die discrimineren. Is MiND wel objectief en neutraal? Valt het te wel vertrouwen als onpartijdige instelling die overheidssubsidie krijgt? Wat deze kwestie vooral oproept is de vraag naar de status van een meldpunt als MiND. Wat voor toegevoegde waarde heeft het en treedt het doelmatig op? Het kan een verzoek doen aan iemand over wie wegens discriminatie in een melding is geklaagd, maar uiteindelijk is het machteloos en bezit geen dwangmaatregel. Uitsluitend het OM kan een strafrechtelijk onderzoek beginnen.

Er is trouwens best iets voor het standpunt te zeggen dat de vrijheid van meningsuiting onbeperkt is. Hoewel die situatie feitelijk nergens bestaat. Zodat moslims mogen zeggen dat homoseksuelen om hun geaardheid gedood moeten worden. Maar dan moeten anderen op hun beurt mogen zeggen dat moslims om hun geloof gedood mogen worden of gewoonweg achterlijk zijn vanwege het aanhangen van een achterlijk geloof. Het is van tweeën een. Of men handhaaft zonder uitzonderingen strikt de wet of men doet dat niet en maakt de vrijheid van meningsuiting onbeperkt. Wat de MiND heeft laten zien is het slechtste van twee werelden: rechtsongelijkheid en voorrechten voor mensen met een islamitische overtuiging die worden gerechtvaardigd.

Foto: Schermafbeelding van brief van het MiND aan iemand die een melding heeft gedaan van homohaat in het artikelMeldpunt Internet Discriminatie (MiND): ‘Islamitische homohaat is geen discriminatie want islam’’ van TPO, 1 december 2016.

Aangepaste wet beschermt namen ‘universiteit’ en ‘hogeschool’. En kan discriminatoire gedragingen en uitlatingen aanpakken

leave a comment »

Er is wetgeving in de maak die namen ‘universiteit’ en ‘hogeschool’ of vertalingen daarvan beschermt. Dat is voortaan voorbehouden aan bepaalde instellingen van hoger onderwijs. Een nieuwsbericht van februari 2016 zegt: ‘Minister Bussemaker wil met het voorstel een einde maken aan de praktijk dat instellingen zich ten onrechte universiteit, university (of applied science) of hogeschool noemen en studenten daardoor misleiden. Met het wetsvoorstel wordt onterecht gebruik van de namen verboden.’  Zo’n 40 opleidingsinstituten in Nederland inclusief de ‘Islamitische Universiteit Rotterdam’ moeten op zoek naar een nieuwe naam.

Artikel 1.3, vijfde lid gaat in op discriminatie: ‘De instellingen voor hoger onderwijs schenken mede aandacht aan de persoonlijke ontplooiing van hun studenten en de bevordering van hun maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef. De bevordering van maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef houdt ten minste in dat de instellingen, met inbegrip van degenen die hen formeel of informeel vertegenwoordigen, zich onthouden van discriminatoire gedragingen en uitlatingen. De instellingen richten zich in het kader van hun werkzaamheden op het gebied van het onderwijs wat betreft Nederlandstalige studenten mede op de bevordering van de uitdrukkingsvaardigheid in het Nederlands.

Hoe in Nederland gevestigde opleidingsinstituten die met buitenlands geld worden gefinancierd kunnen worden aangepakt is onduidelijk. Ook is het ongewis wanneer artikel 1.3, vijfde lid wordt overtreden. In een toelichting zegt het voorstel: ‘Er is ook sprake van een onmiskenbare verzaking van voornoemde plicht indien bijvoorbeeld intolerantie jegens bepaalde bevolkingsgroepen wordt uitgedragen op de website van de instelling. Er is nadrukkelijk geen sprake van strijd met artikel 1.3, vijfde lid, wanneer het gaat om wetenschappelijk of toegepast onderzoek. In het kader van de academische vrijheid moeten instellingen immers onderzoek kunnen doen. Onderzoek kan ook bijdragen aan het maatschappelijk debat. Dat is niet het geval wanneer wordt opgeroepen tot discriminatie. In dat geval wordt de grens overschreden van wat toelaatbaar is voor een instelling die deel uitmaakt van ons hoger onderwijs.’ Gezien de academische vrijheid zal de overheid terughoudend zijn met ingrijpen. In situaties van herhaalde discriminerende uitlatingen zoals door de rector van de Islamitische Universiteit Rotterdam biedt de wet voortaan een handvat om op te treden.

Etnisch profileren in het Van Gogh Museum met een ‘servicegesprek’

with 8 comments

maxresdefault-1

Met deze bezoeker is een zogeheten servicegesprek gevoerd. Dat doen we dagelijks op reguliere basis. Deze gesprekken zijn erop gericht om bezoekers bijvoorbeeld wegwijs te maken in het wachtrij-gebied, of om bezoekers met grote bagagestukken te informeren over de mogelijkheden deze te stallen.’ Aldus Nieuws.Marokko dat in een bericht deze reactie van het Van Gogh Museum citeert over de Marokkaanse-Nederlander Jaouad die door een museummedewerker werd aangesproken toen hij in de rij voor de kassa stond te wachten. Het museum ontkent dat er sprake was van discriminatie, maar heeft de schijn tegen.

Sprekend over Jaouad gaat de reactie van het museum verder: ‘Hij beschuldigde de museummedewerker van discriminatie, leek niet meer voor rede vatbaar en werd zowel verbaal, als non-verbaal agressief. Het gedrag werd als intimiderend ervaren en is door de museummedewerker getypeerd als een risico-indicator.’ Jaouad ontkent dat hij non-verbaal agressief werd en voelde zich onheus bejegend: ‘Ik had geen tas bij me, stond gewoon rustig te wachten en heb aan niemand gezeten, waarom pikken ze mij uit in de rij? Het is toch raar een zogenaamd servicegesprek te beginnen met de vraag ‘wat kom jij hier doen?’ En dat bij een museum!’ 

Opvallend is dat de museummedewerker volgens Jaouad het volgende heeft gezegd: ‘Er is wel duidelijk op camera te horen dat de beveiliger zegt ‘ik wilde gewoon een normaal gesprek’ en vervolgens vraagt ‘waarvoor wil je die (doelend op de schilderijen die Jaouad aan geeft te willen zien) zien dan en wat is je doel?

Nieuws.Marokko verbindt dit voorval met de zogenaamde profilers die bij en in het Van Gogh Museum en het Rijksmuseum bezoekers observeren. Het Parool besteedde hier in 2015 in een bericht aandacht aan: ‘Zien ze iets verdachts, dan spreken ze iemand aan. ‘Hard nodig in een tijd van toenemende dreiging.’ Dat Jaouad werd aangesproken is dus geen beslissing van een individuele medewerker, maar staand beleid dat van bovenaf is ingesteld. Bezoekers worden door profileren geobserveerd en aangesproken als ze als risico worden beschouwd. Jaouad werd blijkbaar als bedreigend gezien omdat het vreemd wordt gevonden als een Marokkaanse-Nederalnder een museum bezoekt om schilderijen te bekijken. De publicitaire schade voor het Van Gogh Museum is groot. De leiding van het museum moet zich schamen dat het dit heeft laten gebeuren. Jaouad heeft een klacht ingediend en zegt ‘zeer aangedaan te zijn’. Hij zet zijn aangifte vooralsnog door.

Foto: Rij bij het Van Gogh Museum.

Het thuisgevoel van Willem-Alexander: artikel 1 van de Grondwet

leave a comment »

Er valt weinig op af te dingen wat koning Willem-Alexander zegt. Het staatshoofd vat zijn taak minimalistisch op, maar dat past ook bij zijn geringe politieke macht. De koning is er voor het thuisgevoel en het verbinden.

a1

De koning is er voor het handhaven van de bestaande macht. Voor het ondersteunen van de status quo. Hij functioneert zelfs als symbool van de macht. Als zijn aanname dat allen die zich in Nederland bevinden in gelijke gevallen gelijk worden behandeld klopt, dan handelt hij in de geest van artikel 1 van de Grondwet.

Maar als  zijn aanname tekortschiet omdat nog velen in gelijke gevallen niet gelijk behandeld worden, dan klopt zijn aanname niet. En komt de rol die Willem-Alexander zich toemeet in de lucht te hangen. In dat geval zou hij om volmondig op te komen voor artikel 1 actiever moeten optreden dan hij nu zegt te doen. Maar omdat de macht van het staatshoofd begrensd is en vooral van symbolische betekenis is, heeft de koning de politieke ruimte niet om de status quo te wijzigen. Hij zegt dat zelfs door te verwijzen naar zijn ‘kleine rol’.

Waarom beweert koning Willem-Alexander op te komen voor artikel 1? Er zijn drie mogelijkheden. 1) Hij denkt dat artikel 1 op dit moment optimaal wordt toegepast en wil dat niveau helpen vasthouden; 2) Hij denkt dat artikel 1 op dit moment niet optimaal wordt toegepast, maar wel op een aanvaardbaar niveau dat gezien de omstandigheden voor nu het hoogst haalbare is; 3) Hij denkt dat artikel 1 op dit moment onvoldoende wordt toegepast, maar weet door zijn geringe politieke macht en de maatschappelijke verhoudingen er niets aan te kunnen veranderen. Hij beseft de staat en zijn rol als staatshoofd geen goed te doen door dat toe te geven.

Foto: Schermafbeelding van artikel 1 van de Grondwet.

Written by George Knight

10 juli 2016 at 13:07

Symbolische bestrijding van racisme werkt averechts. En leidt tot geschiedvervalsing, censuur en maatschappelijke verdeeldheid

leave a comment »

ne

Vaak zijn maatschappelijke verschijnselen veelkantig. En niet uitsluitend pro-dit of anti-dat. In Nederland heeft sinds enkele jaren het Zwarte Piet-debat aan snelheid gewonnen. Iedereen lijkt zich er mee te willen bemoeien. Maar men doet het tekort door het verschijnsel Zwarte Piet terug te brengen tot racisme. Het is er voor sommigen wel degelijk een uitingsvorm van die ingrijpt in het dagelijks leven, maar het is tevens meer dan dat. Zodat de vraag ontstaat hoe men origineel, schaduw en echo met respect voor alledrie behouden kan. Omdat het altijd iets of iemand tekortdoet lijkt dat onmogelijk. De oplossing die alle kanten verzoent ligt voor de hand: de fundamentele aanpak van het probleem, zonder zich nog te concentreren op de symboliek.

Dit naar aanleiding van een petitie die oproept om de ‘zware mannetjes’ op een verkeersbord een andere kleur te geven. Het kan opgevat worden als een grap die zoals uit de reacties blijkt ontregelt. Het valt niet goed te duiden waar het de petitionaris exact om te doen is. Het lijkt gericht tegen het hedendaags anti-racisme dat velen te snel en te simplistisch gaat. Door dat uit te vergroten en tot in het absurde door te trekken houdt het het hedendaags debat over racisme en slavernij de maatschappij een spiegel voor.

Waar eindigt anti-racisme? In de volkomen gelijkschakeling? Dat moet een samenleving niet willen. Een onheilspellend bericht eergisteren over een Deens museum (Statens Museum for Kunst) dat vermeend beledigende titels met verwijzingen naar het woord ‘neger’ gaat aanpassen. Zo wordt Negerkop (Negerhoved) van Karel van Mander voortaan ‘Hoofd van een Afrikaan’ genoemd. In 2012 wilde het Stockholmse Kulturhuset uit de jeugdbibliotheek albums van Kuifje verwijderen omdat ze racistisch zouden zijn. Na protest ging dat voornemen niet door. Is dat een politiek correcte actie of overgevoeligheid die leidt tot geschiedvervalsing, censuur en bevoogdend gedrag die migranten in bescherming meent te nemen? Ik vermoed het laatste.

Aanpassen van iets dat niet aangepast hoeft te worden is als de anti-rook lobby die scènes met rokers uit films zo wil aanpassen dat ze geen sigaret meer in handen hebben. Het achterliggende idee is dat jongeren niet meer op de gedachte gebracht worden om te gaan roken. Dit is onzinnig omdat het niet aantoonbaar is dat dit het roken bestrijdt. In Turkije moest hetzelfde om religieuze redenen gebeuren met alcohol. Een geblurd glas in de hand van Humphrey Bogart. Dit is geen wetenschap, maar doorgeslagen politieke actie.

Bestrijding van racisme is hard nodig. Maar is de beste aanpak het herschrijven van de geschiedenis of de ontmanteling in snel tempo van een kinderfeest? Richt de energie op de arbeids- of huizenmarkt waar racisme welig tiert. Omdat daar de schaduw en echo niet optreden ontstaat er geen onverkwikkelijk debat zodat bestrijding veel doelmatiger kan zijn. Het symbolisme van racismebestrijding op sociale media en media mag wellicht voor sommigen richtinggevend lijken, maar roept weerstand op die de bestrijding ervan juist remt.

Kwaadwillenden kunnen het zelfs nog anders zien: door het debat te beperken of vooral te richten op die symbolische bestrijding ontstaat een idee van urgentie dat er aan bestrijding gewerkt wordt, maar dient dit vooral als afleiding voor echte bestrijding. Die symbolische bestrijding die dient als maatschappelijk ventiel staat het de macht toe om de machtsstructuren die tot racisme leiden ongemoeid te laten. Of minder aan te passen dan bij een normale ontwikkeling zou gebeuren. In die opvatting staan anti-racisten en degenen die zich verzetten tegen de symbolische aanpak van racisme aan dezelfde kant zonder dat ze het beseffen.

Foto: Karel van Mander, ‘Hoofd van een Afrikaan, olieverf op koper, 1609-1670.

Petitie: Geen zwarte mannetjes op wegwerkzaamhedenbordjes. En waarom zien we er geen vrouwen op? Beeldvorming in verwarring

with 3 comments

zm

Een petitie roept om om de ‘zwarte mannetjes’ op verkeersborden een andere kleur te geven: ‘Daar waar aan de weg wordt gewerkt staan geregeld bordjes wat aangeeft dat er wegwerkzaamheden worden uitgevoerd. De mannetjes op deze borden zijn zwart wat ons doet denken aan het slavernij verleden. Stop discriminatie en laten we kiezen voor een andere kleur!’ Een ontregelende petitie die tot humor leidt, zoals uit de reacties op Facebook blijkt. Bedoelt petitionaris Robert Spekman dit nou serieus of niet? Trouwens, waarom zijn het mannetjes en geen vrouwtjes die op deze verkeersborden staan afgebeeld? Worden vrouwen niet geacht dit zware werk te kunnen verrichten? Is dit geen andere vorm van discriminatie? Hoe dan ook, er is veel mis met de zwarte mannetjes op wegwerkzaamhedenbordjes. Ze lopen achter op de maatschappelijke ontwikkelingen.

weg-klein

Foto 1: Schermafbeelding van FB-pagina, 8 juni 2016. 

Foto 2: Maurice Meewisse ’30 ton zand en 14 uur’ op het Utrechtse Domplein, 2015.

De rechtsstaat voorbij. Retoriek van Wilders en Kuzu over hoofddoek

leave a comment »

Twee Nederlandse parlementariërs wordt gevraagd naar het oordeel van advocaat-generaal Juliane Kokott van het Europese Hof van Justitie over het recht van een werkgever die onpartijdigheid en onafhankelijkheid nastreeft om zich te beroepen op een bedrijfsreglement om een hoofddoek te verbieden. Kokott wijst in haar motivatie op de terughoudendheid van de werknemer: (..) maar er kan van hem wel een zekere terughoudendheid worden verlangd ten aanzien van zijn godsdienstbeleving op het werk, of het nu gaat om religieuze praktijken, religieus geïnspireerde gedragingen of – zoals in casu – de kleding van die werknemer.

Geert Wilders (PVV) en Tunahan Kuzu (DENK) zijn het onens met de uitspraak van het Hof van Justitie. Wilders keurt een verbod op het dragen van religieuze symbolen op het werk af als het christelijke of joodse symbolen betreft. Maar hij keurt het goed als een hoofddoek wordt verboden als de draagster zich beroept op de islam. In zijn betoog ziet hij de islam niet als religie, maar als ideologie. Omdat het verbod ook geldt voor politieke symbolen doet dit echter niets terzake. Kuzu gaat voorbij aan de afweging van de rechter tussen verschillende grondrechten. Door eenzijdig te verwijzen naar de vrijheid van godsdienst mist hij de nuancering.

Wilders en Kuzu zijn parlementariërs van wie men zou mogen verwachten dat ze breder kijken dan hun directe belang hun ingeeft. Maar dat doen ze niet of kunnen ze niet. Voor de beoordeling van hun niveau is dat teleurstellend. Ze schieten niet zozeer in de campagnestand, maar lijken daar automatisch op afgesteld te staan. Dat ontneemt diepte en geloofwaardigheid aan hun uiteenzetting die voorbijgaat aan de feiten. De uitspraak over het Hof van Justitie is genuanceerder dan Wilders en Kuzu suggereren. Ofwel, Wilders en Kuzu uiten zich ongenuanceerd. Van een parlementariër zou men meer mogen verwachten dan deze holle praatjes.